TOELICHTING ADDENDUM. Intussen verschenen evenwel:

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "TOELICHTING ADDENDUM. Intussen verschenen evenwel:"

Transcriptie

1 TOELICHTING ADDENDUM In het Overzicht van het Belgisch algemeen strafrecht (2015) werd de wetgeving nagekeken tot en met het Belgisch Staatsblad van 31 augustus Intussen verschenen evenwel: - de wet van 19 oktober 2015 houdende wijziging van het burgerlijk procesrecht en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 22 oktober 2015 (de zgn. Potpourri I-wet); - de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie, BS 19 februari 2016 (de zgn. Potpourri II-wet); - de wet van 4 mei 2016 houdende internering en diverse bepalingen inzake Justitie, BS 13 mei 2016 (de zgn. Potpourri III-wet). Deze wetten (vooral II en III) nopen tot vele wijzigingen van en aanvullingen bij het Overzicht. Daarnaast werden intussen nog enkele andere wetten bekendgemaakt, die eveneens een aanpassing vergen. In bijgaand Addendum vindt u de aanpassingen bij de volgende randnummers: 17, 57, 112, 114, 120, 131, 160, 220, 235, 241, 242, 250, 251, 252, 253, 254, 255, 256, 257, 300, 301, 302, 304, 305, 307, 308, 310, 312, 315, 316, 318, 321, 324, 341, 345, 348, 350, 351, 358, 361, 389, 395, 398, 399, 400, 401, 402, 403, 404, 405, 407, 408, 427, 429, 432, 446, 449, 450, 458, 461, 463, 466, 467, 478, 479, 480, 487, 490, 492, 500, 502, 505, 507, 508, 510, 511, 512, 518, 519, 524 en 544. De wetgeving werd nagekeken tot en met het Belgisch Staatsblad van 1 augustus Voor zijn hulp bij de opzoekingen en bij het nalezen van de drukproeven gaat onze dank uit naar Yannic Van Landeghem. Alain De Nauw Filiep Deruyck 31 augustus

2 ADDENDUM OVERZICHT VAN HET BELGISCH ALGEMEEN STRAFRECHT Pagina 9, randnummer 17 In het derde streepje dient de voorlaatste zin (beginnend met: Ze werd evenwel vervangen ) te worden vervangen door: Ze werd evenwel vervangen door de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering (nieuw opschrift ingevolge artikel 143 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016), die uiterlijk op 1 oktober 2016 in werking zal treden. Pagina 25, randnummer 57 In de formulering van de Tweede regel bovenaan de pagina dient de zin tussen haakjes (beginnend met: deze regel zal pas volle gelding hebben ) te worden geschrapt. Toelichting: de straf onder elektronisch toezicht en de autonome probatiestraf zijn in werking getreden op 1 mei 2016 (zie verder, randnr. 304 en 315). Pagina 50, randnummer 112 In de laatste alinea van randnummer 112 (beginnend met: In tegenstelling tot het vorige geval ) dienen de woorden de vonnisgerechten te worden vervangen door de correctionele rechtbanken. Toelichting: Voorheen kon ook de politierechtbank zich in dat geval onbevoegd verklaren, maar deze mogelijkheid werd geschrapt door artikel 123 van de Potpourri II-wet van 5 februari Pagina 51, randnummer Onder 6. De verjaring van de straf dient bij de verjaringstermijn van 20 jaar voor een criminele straf te worden toegevoegd: of een correctionele gevangenisstraf van meer dan 20 jaar (zie het nieuwe 3 de lid van art. 92 Sw., zoals ingevoegd door art. 19 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016; zie tevens hierna, randnr. 544). 2. Onder 9. De internering dient de datum van 1 januari 2016 te worden vervangen door 1 oktober Onder 2. De verjaring van de strafvordering dient de volledige tekst te worden vervangen door: De verjaringstermijn van de strafvordering bedraagt in principe voor overtredingen 6 maanden, voor wanbedrijven 5 jaar en voor misdaden 10 jaar. Indien een wanbedrijf wordt gecontraventionaliseerd, bedraagt de verjaringstermijn van de strafvordering 1 jaar (art. 21, 1 ste lid, 5 V.T.Sv.). Voor het geval een misdaad wordt gecorrectionaliseerd, verjaart de strafvordering in principe, zoals voor de wanbedrijven, na 5 jaar, vermits artikel 21 V.T.Sv. hiervoor geen andere termijn bepaalt. Op bovenstaande regels bestaan evenwel een aantal uitzonderingen. Voor een aantal zedendelicten (met name de artikelen 372 tot 377, 377quater, 379, 380 en 409 Sw.) en voor mensenhandel met het oog op prostitutie of seksuele uitbuiting (art. 433quinquies, 1, 1 ste lid, 1 Sw.) bedraagt de verjaringstermijn 15 jaar, indien deze misdrijven werden gepleegd op een persoon van minder dan 18 jaar (art. 21, 1 ste lid, 2, tweede streepje V.T.Sv.). 2

3 Voor een aantal limitatief opgesomde misdaden (meer bepaald in artikel 21, 1 ste lid, 1, tweede streepje V.T.Sv.) bedraagt de verjaringstermijn 15 jaar, indien deze misdrijven niet werden gepleegd op een persoon van minder dan 18 jaar (art. 21, 1 ste lid, 2, eerste streepje V.T.Sv.). Het gaat o.m. om verkrachting of aanranding van de eerbaarheid met de dood tot gevolg (art. 376, 1 ste lid Sw.), doodslag (art. 393 Sw.) en foltering zonder het oogmerk om te doden maar die toch de dood heeft veroorzaakt (art. 417ter, 3 de lid Sw.). Indien deze misdrijven werden gepleegd op een persoon van minder dan 18 jaar, bedraagt de verjaringstermijn zelfs 20 jaar (art. 21, 1 ste lid, 1, tweede streepje V.T.Sv.). De verjaringstermijn bedraagt tenslotte ook 20 jaar, indien het gaat om een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting (art. 21, 1 ste lid, 1, eerste streepje V.T.Sv.). Pagina 52, randnummer 114 Onder 4. De voorlopige hechtenis dienen de volgende woorden te worden geschrapt: alsook wat de verdere handhaving van de voorlopige hechtenis betreft en resp. art. 22. Pagina 54, randnummer 120 Onder a) Bevoegd gerecht dient de datum van 1 januari 2016 te worden vervangen door 1 oktober Onder c) Uitlevering dient het woord opleveringen uiteraard te worden vervangen door uitleveringen. Pagina 62, randnummer 131 In de alinea bovenaan de pagina (beginnend met: Private misdrijven ) dient het voorbeeld van de belaging (art. 442bis Sw.) te worden geschrapt. Toelichting: Belaging was, sinds de invoering van dit misdrijf (door de wet van 30 oktober 1998, BS 17 december 1998) een klachtmisdrijf. Het toenmalige 2 de, nadien 3 de lid van artikel 442bis Sw. bepaalde inderdaad dat wegens dit misdrijf alleen vervolging kan worden ingesteld op een klacht van de persoon die beweert te worden belaagd. Dit 3 de lid van artikel 442bis Sw. werd evenwel geschrapt door de wet van 25 maart 2016 tot wijziging van artikel 442bis van het Strafwetboek, BS 5 april Pagina 72, randnummer 160 In de eerste alinea dient, na de eerste deelalinea (beginnend met: Bij poging tot een misdaad ), de volgende deelalinea te worden toegevoegd: Gaat het om een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, zou dit in principe betekenen dat de poging strafbaar is met opsluiting of hechtenis van 30 tot 40 jaar, gelet op de wijziging van artikel 80 door artikel 17 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016 (zie hierna, randnr. 403). Artikel 13 van diezelfde Potpourri II-wet heeft evenwel een 2 de lid toegevoegd aan artikel 52 Sw., naar luid waarvan de poging in dat geval strafbaar is met opsluiting of hechtenis van slechts 20 tot 30 jaar (zoals voor de wijziging van de artikelen 80 en 81 door de artikelen 17 en 18 van de Potpourri II-wet het geval was). Pagina 95, randnummer 220 Na de eerste deelalinea (beginnend met: Medeplichtigen aan een misdaad ) dient volgende deelalinea te worden toegevoegd: 3

4 Gaat het om een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, zou dit in principe betekenen dat de medeplichtige strafbaar is met opsluiting of hechtenis van 30 tot 40 jaar, gelet op de wijziging van artikel 80 door artikel 17 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016 (zie hierna, randnr. 403). Artikel 16 van diezelfde Potpourri II-wet heeft evenwel een tweede zin toegevoegd aan het 1 ste lid van artikel 69 Sw., naar luid waarvan de medeplichtige in dat geval strafbaar is met opsluiting of hechtenis van slechts 20 tot 30 jaar (zoals voor de wijziging van de artikelen 80 en 81 door de artikelen 17 en 18 van de Potpourri II-wet het geval was). Pagina 102, randnummer 235 In de tweede zin bovenaan de pagina (beginnend met: Om die reden spreek de wet ) dient de eerste zinshelft te worden vervangen als volgt: Om die reden spreekt de wet van een misdaad of wanbedrijf (art. 9, 1, 1 van de wet van 5 mei 2014 betreffende de internering, BS 9 juli 2014, welke wet in werking zal treden op uiterlijk 1 oktober 2016; in art. 7 van de wet van 9 april 1930 is sprake van een feit, misdaad of wanbedrijf genoemd ). Pagina , randnummer In de tweede alinea (beginnend met: De wetgever heeft ) dienen de woorden zal uiterlijk op 1 januari 2016 in werking treden te worden vervangen door zou uiterlijk op 1 januari 2016 in werking treden. 2. In voorlaatste alinea van het randnummer 241 (beginnend met: Dit alles betekent ) dient de aanhef te worden vervangen door: Dit alles betekende tot voor kort: 3. De laatste alinea (beginnend met: Tenzij de inwerkingtreding ) dient te worden vervangen door: De inwerkingtreding van de wet van 5 mei 2014, aanvankelijk voorzien op 1 januari 2016, werd nadien evenwel reeds tweemaal uitgesteld: eerst tot 1 juli 2016 (art. 217 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016), thans tot 1 oktober 2016 (art. 240 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016). Pagina 105, randnummer 242 De datum van 1 januari 2016 dient tweemaal te worden vervangen door 1 oktober Pagina 107, randnummer In de eerste alinea (beginnend met: De wet van 5 mei 2014 ) dient de verwijzing naar art. 9, 1, b van de wet van 5 mei 2014 te worden vervangen door art. 9, 1, 2 van de wet van 5 mei 2014 (zie art. 150 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016, waardoor art. 9, 1 van de wet van 5 mei 2014 integraal werd vervangen). 2. De tekst van de tweede alinea (beginnend met: Ook in artikel 71 Sw. ) dient te worden vervangen door: Deze nieuwe omschrijving van het begrip geestesgestoorde zou aanvankelijk ingevolge artikel 87 van de wet van 5 mei 2014 ook worden overgenomen in artikel 71 Sw. (zie hierboven, randnr. 236): de woorden wanneer de beschuldigde of de beklaagde op het ogenblik van het feit in staat van krankzinnigheid was, zouden worden vervangen door: wanneer de beschuldigde of de beklaagde op het tijdstip van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan of ernstig heeft aangetast. 4

5 In het aanvankelijke ontwerp van de Potpourri III-wet werd evenwel voorgesteld artikel 87 van de wet van 5 mei 2014 weer te schrappen: gevreesd werd dat door de invoering van de notie geestesstoornis ter vervanging van de notie krankzinnigheid het toepassingsgebied van artikel 71 Sw. al te zeer zou worden verruimd. Mede gelet op de geplande grote hervorming van het Strafwetboek vond de wetgever het verkieslijk niet aan artikel 71 van het Strafwetboek te raken (memorie van toelichting, Parl.St. Kamer , nr. 1590/001, 148). Nadien werd dan weer een amendement ingediend om de versie van artikel 71 Sw. met de notie geestesstoornis te behouden, aangezien het begrip krankzinnigheid niet strookt met de hedendaagse forensisch-psychiatrische inzichten. Doch de omschrijving van het begrip geestesstoornis in artikel 71 Sw. was volgens de indieners van dit amendement te ruim: voor diegenen van wie het oordeelsvermogen of de controle over hun daden niet volledig is tenietgegaan, zou het wel degelijk opportuun zijn dat er een strafrechtelijke beoordeling plaatsvindt, die kan uitmonden in een straf (bv. de autonome probatiestraf, waarbij de betrokkene een psychiatrische behandeling moet volgen). Aldus werd voorgesteld om in artikel 71 Sw. wel het begrip geestesstoornis uit de wet van 5 mei 2014 in te voeren, maar in de omschrijving van dat begrip de woorden of ernstig heeft aangetast te schrappen (amendement nr. 54 van Van Cauter c.s., Parl.St. Kamer , nr. 1590/004, 55). Dit amendement werd eenparig aangenomen (verslag van de eerste lezing namens de Kamercommissie voor de Justitie, Parl.St. Kamer , nr. 1590/006, 120). Ingevolge artikel 231 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016 zal artikel 71 Sw. vanaf 1 oktober 2016 dan ook luiden: Er is geen misdrijf wanneer de beschuldigde of de beklaagde op het tijdstip van de feiten leed aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden heeft tenietgedaan ( ). Pagina 108, randnummer 251 In de eerste alinea, eerste zin (beginnend met: De rechter dient nog steeds ) dienen de woorden een feit heeft gepleegd, misdaad of wanbedrijf genoemd, te worden vervangen door een misdaad of wanbedrijf heeft gepleegd. In de eerste alinea, tweede zin (beginnend met: Lijdt de betrokkene ) dient het woord berechting te worden vervangen door het woord beslissing. Pagina 108, randnummer In de eerste alinea (beginnend met: De onderzoeksgerechten ) dient, na het woord drukpersmisdrijven, te worden toegevoegd: behoudens, wat deze laatste betreft, deze die zijn ingegeven door racisme of xenofobie. 2. In de eerste alinea (beginnend met: De onderzoeksgerechten ) dient de tekst van de drie streepjes (dus van de drie voorwaarden tot internering) te worden vervangen door: - die een misdaad of wanbedrijf heeft gepleegd die de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt; - die op het ogenblik van de beslissing aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast; - bij wie het gevaar bestaat dat hij als gevolg van zijn geestesstoornis, eventueel in samenhang met andere risicofactoren, opnieuw misdaden of wanbedrijven zal plegen die de fysieke of psychische integriteit van derden aantast of bedreigt. 5

6 Toelichting a) Waar voorheen de internering mogelijk was wanneer de betrokkene een misdaad of een wanbedrijf pleegde (art. 7, 1 ste lid van de wet van 9 april 1930), werd in de wet van 5 mei 2014 reeds een eerste inperking ingevoegd: het moest gaan om een wanbedrijf waarop een gevangenisstraf is gesteld. Ingevolge artikel 150 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016 werd het toepassingsgebied van de internering nog meer ingeperkt: voortaan moet het gaan om een wanbedrijf waardoor de fysieke of psychische integriteit van derden wordt aangetast of bedreigd. De wetgever wenste de internering voor te behouden voor die gevallen waarin de maatschappij echt beschermd dient te worden (memorie van toelichting, Parl.St. Kamer , nr. 1590/001, 101). b) De toestand van geestesstoornis diende overeenkomstig het oorspronkelijke artikel 9, 1, b van de wet van 5 mei 2014 te bestaan op het ogenblik van de beoordeling. Ingevolge artikel 150 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016 vermeldt artikel 9, 1, 2 van de wet van 5 mei 2014 evenwel het ogenblik van de beslissing. Deze wijziging is louter terminologisch en geenszins inhoudelijk van aard (verslag van de tweede lezing namens de Kamercommissie voor Justitie, Parl.St. Kamer , nr. 1590/010, 31). c) Het is opmerkelijk dat de internering, luidens artikel 9, 1, 2 van de wet van 5 mei 2014, mogelijk is t.a.v. diegene die aan een geestesstoornis lijdt die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast, terwijl de toevoeging of ernstig aantast precies uit artikel 71 Sw. werd gehaald om t.a.v. dergelijke personen een strafrechtelijke veroordeling (bij voorkeur tot de autonome probatiestraf) mogelijk te maken (zie hiervoor, randnr. 250). Het lijkt er dus op dat iemand die krachtens artikel 71 Sw. wel toerekeningsvatbaar is met name iemand die wel lijdt aan een geestesstoornis, die weliswaar zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden ernstig heeft aangetast maar niet volledig heeft tenietgedaan toch aan de beveiligingsmaatregel van de internering kan worden onderworpen. Pagina 108, randnummer In de eerste alinea (beginnend met: Als de betrokkene slechts ) dienen de woorden of een wanbedrijf waarop geen gevangenisstraf staat te worden vervangen door: of een misdaad of wanbedrijf waardoor de fysische of psychische integriteit van derden niet wordt aangetast of bedreigd. 2. In de tweede alinea (beginnend met: Indien de betrokkene ) dient het woord berechting te worden vervangen door beslissing. Pagina 109, randnummer In de alinea bovenaan de pagina (beginnend met: Deze kamer voor de bescherming van de maatschappij ) dient het woord interneringsrechter te worden vervangen door: rechter voor de bescherming van de maatschappij (nieuw begrip ingevoerd in art. 3, 7 van de wet van 5 mei 2014 ingevolge art. 144, h van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016). 2. In dezelfde alinea dient de verwijzing naar nieuw art. 78, 4 de lid Ger.W. te worden vervangen door: nieuw art. 78, 3 de lid Ger.W., zoals ingevoerd door art. 23, 2 van de Potpourri III-wet van 4 mei Pagina 109, randnummer In de eerste alinea, tweede deelalinea (beginnend met: In geval van invrijheidsstelling op proef ) dienen de woorden gedurende een verlengbare termijn van 2 jaar te worden vervangen door gedurende een termijn van 3 jaar, telkens hernieuwbaar met maximaal 2 jaar (art. 42, 1 van de wet van 5 mei 2014, zoals gewijzigd door art. 178, 1 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016). 6

7 2. In de tweede alinea, tweede deelalinea (beginnend met: Al deze modaliteiten ) dient de verwijzing naar art. 27 van de wet van 5 mei 2014 te worden vervangen door: art. 26, 1 ste lid, aanhef, van de wet van 5 mei 2014 (zie art. 166, a) van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016). 3. In de tweede alinea dient de derde deelalinea (beginnend met: Indien de kamer voor de bescherming van de maatschappij ) te worden geschrapt (ingevolge art. 179 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016). 4. De laatste alinea (beginnend met: In de gevallen waarin ) dient te worden vervangen door: Wanneer de geïnterneerde persoon een ernstig gevaar vormt voor de fysieke of psychische integriteit van derden, kan de procureur des Konings zijn voorlopige aanhouding bevelen, onder verplichting de bevoegde kamer voor de bescherming van de maatschappij daarvan onmiddellijk in kennis te stellen (art. 65, 1 ste lid van de wet van 5 mei 2014, zoals vervangen door art. 201, 1 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016). Pagina 109, randnummer 256 De tekst van het tweede streepje (beginnend met: op voorwaarde dat ) dient te worden vervangen door: op voorwaarde dat de geestesstoornis voldoende gestabiliseerd is, zodat redelijkerwijze niet te vrezen valt dat de geïnterneerde persoon al dan niet ten gevolge van zijn geestesstoornis eventueel in samenhang met andere risicofactoren opnieuw misdaden of wanbedrijven zou plegen die de fysieke of psychische integriteit van derden aantasten of bedreigen (nieuw art. 66, b) van de wet van 5 mei 2014, zoals vervangen door art. 202 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016). Pagina 109, randnummer 257 De volledige tekst van dit randnummer dient te worden vervangen door: De beslissingen van de kamer voor de bescherming van de maatschappij zijn niet vatbaar voor hoger beroep. Tegen deze beslissingen (o.a. tot toekenning of tot afwijzing van de invrijheidsstelling op proef of van de definitieve invrijheidsstelling) kan wel cassatieberoep worden aangetekend door het openbaar ministerie of door de advocaat van de geïnterneerde persoon (art. 78 van de wet van 5 mei 2014). Dit cassatieberoep dient te worden aangetekend binnen de 5 werkdagen vanaf de kennisgeving van het vonnis (art. 79, 1 van de wet van 5 mei 2014). Toelichting: In het aanvankelijke artikel 79, 1, 1 ste lid van de wet van 5 mei 2014 werd voor dit cassatieberoep een zeer korte termijn van 48 uren bepaald, waarbinnen het diende te worden aangetekend. Bij arrest nr. 22/2016 van 18 februari 2016 heeft het Grondwettelijk Hof deze bepaling evenwel vernietigd. Dit betekende dat de gewone termijn om cassatieberoep aan te tekenen (met name 15 dagen na de uitspraak van de bestreden beslissing, zie artikel 423 Sv.) van toepassing werd. Doch door artikel 224 van de Potpourri III-wet van 4 mei 2016 werd een nieuwe termijn van 5 werkdagen vanaf de kennisgeving van de bestreden beslissing ingevoerd. Pagina 125, randnummer In de tweede alinea, eerste streepje (beginnend met: de straf onder elektronisch toezicht ) dienen de woorden die in werking zal treden op een nog door de Koning te bepalen datum te worden vervangen door: die in werking is getreden op 1 mei 2016 (zie verder, randnr. 304). 2. In de tweede alinea, tweede streepje (beginnend met: de autonome probatiestraf ) dient de tekst vanaf die in werking zal treden volledig te worden vervangen door: die in werking is getreden op 1 mei 2016 (zie verder, randnr. 315). 7

8 3. In de derde alinea (beginnend met: Eén en ander ) dienen de woorden zal grote gevolgen hebben te worden vervangen door: heeft grote gevolgen. 4. In de vierde alinea (beginnend met: Op dit ogenblik ) dienen de woorden Op dit ogenblik is te worden vervangen door Voorheen was. 5. In de vijfde alinea dient de eerste zin (beginnend met: Uiteindelijk ) te worden vervangen door: Thans is de nummering van de artikelen m.b.t. de straf onder elektronisch toezicht, de werkstraf en de autonome probatiestraf de volgende: 6. De zesde alinea (beginnend met: Ongeacht de datum ) dient te worden geschrapt. Pagina 125, randnummer In de eerste alinea (beginnend met: De opsluiting is ) dient, na de woorden 20 of 30 jaar te worden toegevoegd: of 30 tot 40 jaar (art. 2 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). 2. In de tweede alinea (beginnend met: Hechtenis is ) dient, na de woorden 20 of 30 jaar te worden toegevoegd: of 30 tot 40 jaar (art. 3 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 126, randnummer In de tweede alinea (beginnend met: In geval van correctionalisering ): 8 - dient, op de tweede lijn, de verwijzing naar art. 25, 2 de, 3 de, 4 de en 5 de lid Sw. te worden vervangen door: art. 25, 2 de lid e.v. Sw., zoals gewijzigd en aangevuld door artikel 6 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016 ; - dient het vierde streepje (beginnend met: ten hoogste 20 jaar ) te worden vervangen door de volgende drie streepjes: ten hoogste 28 jaar voor een met opsluiting van 20 jaar tot 30 jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is; ten hoogste 38 jaar voor een met opsluiting van 30 tot 40 jaar strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is; ten hoogste 40 jaar voor een met levenslange opsluiting strafbare misdaad die gecorrectionaliseerd is. 2. In de derde alinea (beginnend met: Een dag gevangenisstraf ) dienen de verwijzingen naar artikel 25, 6 de en 7 de lid Sw. te worden vervangen door artikel 26, 8 ste en 9 de lid Sw. Pagina 127, randnummer 304 Op het einde van de voorlaatste alinea van dit randnummer (bovenaan p. 127) dient de laatste zin (beginnend met: Deze nieuwe straf zal ) te worden vervangen als volgt: Deze nieuwe straf is in werking getreden op 1 mei 2016 (art. 47 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016 stelt de inwerkingtreding van de straf onder elektronisch toezicht immers gelijk met de inwerkingtreding van de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van de artikelen 217, 223, 224 en 231 van het Gerechtelijk Wetboek (BS 19 juni 2014); de inwerkingtreding van laatstgenoemde wet was aanvankelijk voorzien op 1 december 2014, maar werd nadien tweemaal uitgesteld: eerst tot 1 december 2015 (art. 2 van de wet van 26 november 2014 tot wijziging van de wet van 8 mei 2014, BS 28 november 2014), nadien tot 1 mei 2016 (artikel 13 van de wet van 23 november 2015 met betrekking tot de inwerkingtreding van diverse bepalingen betreffende justitie, BS 30 november 2015)).

9 Pagina 127, randnummer In de tweede alinea (beginnend met: Daar de grens ) dient in de vierde lijn de verwijzing naar art. 80, 3 de tot 5 de lid Sw., te worden vervangen door art. 80, 4 de tot 6 de lid Sw. 2. In de derde alinea (beginnend met: Voor bepaalde misdrijven ) dienen twee misdrijven geschrapt te worden: namelijk de gijzeling (art. 347bis Sw.) en de roofmoord (art. 475 Sw.), die dus in principe voortaan in aanmerking komen voor de straf onder elektronisch toezicht (zie art. 37ter, 1, 3 de lid Sw. zoals gewijzigd door art. 44 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 127, randnummer 307 De tekst van dit randnummer dient te worden vervangen door: Een straf onder elektronisch toezicht bestaat uit de verplichting om gedurende een door de rechter bepaalde termijn aanwezig te zijn op een bepaald adres (in de meeste gevallen wellicht de woon- of verblijfplaats van de veroordeelde), behoudens toegestane verplaatsingen of afwezigheden, waarbij onder meer gebruik gemaakt wordt van elektronische middelen (in de praktijk veelal de enkelband) om die aanwezigheid te controleren, en waaraan voorwaarden (zie hierna, randnr. 308) worden verbonden (deze omschrijving werd ingevoerd door art. 44 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016 in het nieuwe 2 de lid van art. 37ter, 1 Sw.) Pagina 128, randnummer Na de zin, bovenaan pagina 128, luidende: De duur van de straf onder elektronisch toezicht bedraagt minstens 1 maand en hoogstens 1 jaar (art. 37ter, 2 Sw.) dient de volgende zin te worden toegevoegd: Ook als de rechter rekening houdt met verzachtende omstandigheden, mag hij de duur van de straf onder elektronisch toezicht niet bepalen op minder dan 1 maand (nieuwe 2 de zin van art. 37ter, 2, 1 ste lid Sw., zoals ingevoegd door art. 44 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). 2. De rest van deze (derde) alinea van randnummer 308 (beginnend met: Gelet op deze duur en eindigend met zie verder, randnr. 452) ) dient te worden vervangen door de volgende tekst: Gelet op de minimumduur van de straf onder elektronisch toezicht, die dus steeds, ongeacht het aannemen van verzachtende omstandigheden, minstens 1 maand dient te bedragen, lijkt het erop dat de straf onder elektronisch toezicht steeds een correctionele straf is (zie in deze zin reeds T. DECAIGNY, o.c., 217, nr. 11) Er zijn nochtans drie wetstechnische argumenten om aan te nemen dat de straf onder elektronisch toezicht ook politioneel van aard zou kunnen zijn: a) In artikel 7 Sw. staat de straf onder elektronisch toezicht onder de hoofding In correctionele zaken en in politiezaken (zie hiervoor, randnr. 296). b) In artikel 85, 1 ste lid Sw., dat de werking van de verzachtende omstandigheden op correctionele straffen regelt (zie hierna, randnr. 408), wordt bepaald dat indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, de straffen onder elektronisch toezicht kunnen worden verminderd tot beneden een maand, zonder dat zij lager mogen zijn dan politiestraffen. Straffen onder elektronisch toezicht van minder dan 1 maand zijn volgens art. 85, 1 ste lid Sw. dus wel degelijk mogelijk (zie in deze zin C. VAN DEUREN, o.c. in NC 2014, 361, nr. 9). In de mate zou kunnen gezakt worden tot minder dan 8 dagen, zou wellicht sprake kunnen zijn van politionele straffen onder elektronisch toezicht. Er dient evenwel opgemerkt te worden dat deze tekst van artikel 85, 1 ste lid Sw. flagrant in tegenspraak is met het nieuwe artikel 37ter, 2, 1 ste lid, 2 de zin Sw., naar luid waarvan met uitdrukkelij- 9

10 ke verwijzing overigens naar artikel 85 Sw.! de straf onder elektronisch toezicht, zelfs rekening houdend met verzachtende omstandigheden, niet minder mag zijn dan 1 maand c) In artikel 58 Sw., dat de straftoemetingsregel bij meerdaadse samenloop van overtredingen bevat (zie hierna, randnr. 446), wordt bepaald dat wanneer iemand schuldig wordt bevonden aan verscheidene overtredingen, hij wordt gestraft met de straf die op elk van die overtredingen is gesteld, doch indien meerdere straffen onder elektronisch toezicht worden uitgesproken, de gezamenlijke duur ervan niet meer dan 1 jaar mag bedragen. Dat er een straftoemetingsregel is voor de straffen onder elektronisch toezicht bij samenloop van overtredingen, houdt noodzakelijkerwijze in dat er ook politionele straffen onder elektronisch toezicht mogelijk zijn. Het is meer dan wenselijk dat de wetgever hierover spoedig klaarheid schept, bv. door naar het voorbeeld van de autonome probatiestraf (zie hierna, randnr. 318) te preciseren welke duur de politionele en de correctionele straf onder elektronisch toezicht kan hebben. 2. De vierde alinea van randnummer 308 (beginnend met: De rechter kan aanwijzingen geven ) dient te worden vervangen door de volgende tekst: De rechter kan aanwijzingen geven omtrent de concrete invulling van de straf onder elektronisch toezicht (art. 37ter, 5, 1 ste lid Sw.). Aan de straf onder elektronisch toezicht worden bovendien een aantal algemene voorwaarden gekoppeld: geen strafbare feiten plegen, een vast adres hebben en gevolg geven aan de oproepingen van de bevoegde diensten voor het elektronisch toezicht (nieuw art. 37ter, 5, 2 de lid Sw., zoals ingevoerd door art. 44 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Daarnaast kan de rechter de veroordeelde onderwerpen aan geïndividualiseerde bijzondere voorwaarden in het belang van het slachtoffer (meer bepaald het verbod op bepaalde plaatsen te komen of het slachtoffer te contacteren, alsook m.b.t. de vergoeding van het slachtoffer: nieuw art. 37ter, 5, 3 de lid Sw., zoals ingevoerd door art. 44 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). 3. In de vijfde alinea van randnummer 308 dient de eerste zin (beginnend met: De rechter bepaalt ), te worden vervangen als volgt: Indien de straf onder elektronisch toezicht niet wordt uitgevoerd, wordt de gevangenisstraf die de rechter zou hebben opgelegd indien hij geen straf onder elektronisch toezicht had opgelegd (zie hiervoor, randnr. 305), van toepassing. 4. Op het einde van dit randnummer dient de volgende alinea te worden toegevoegd: In geen geval kan de straf onder elektronisch toezicht met uitstel worden verleend (art. 8, 1, 3 de lid W. 29 juni 1964, zoals ingevoerd door art. 37, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016 en gewijzigd door art. 58 van diezelfde wet). Pagina 129, randnummer In de tweede alinea (beginnend met: Daar de grens ) dient op het einde de tekst vervangen te worden door: (van, al naargelang het geval, 5, 10, 15, 28, 38 en 40 jaar: zie art. 25 Sw.). 2. De laatste alinea (beginnend met: Voor bepaalde misdrijven ) dient te worden aangevuld met: 10

11 De werkstraf wordt daarnaast ook uitgesloten voor feiten die strafbaar zouden zijn met een maximumstraf van meer dan 20 jaar opsluiting, als ze niet in wanbedrijven werden omgezet (art. 37quinquies, 1, 2 de lid, 1 Sw., toegevoegd door artikel 12 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 130, randnummer 312 Op het einde van dit randnummer dient de volgende alinea te worden toegevoegd: In geen geval kan de werkstraf met uitstel worden verleend (art. 8, 1, 3 de lid W. 29 juni 1964, zoals ingevoerd door art. 37, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 131, randnummer 315 In de tweede alinea dient de tweede deelalinea (beginnend met: Deze nieuwe straf treedt in werking ) te worden vervangen door: De autonome probatiestraf is in werking getreden op 1 mei 2016 (art. 27 van de wet van 10 april 2014 stelt de datum van inwerkingtreding immers gelijk met deze van de inwerkingtreding van de wet van 8 mei 2014 tot wijziging van de artikelen 217, 223, 224 en 231 van het Gerechtelijk Wetboek, welke laatste wet in werking is getreden op 1 mei 2016 (zie hiervoor, randnr. 304). Pagina 131, randnummer In de tweede alinea (beginnend met: Daar de grens ) dient op het einde de tekst vervangen te worden door: (van, al naargelang het geval, 5, 10, 15, 28, 38 en 40 jaar: zie art. 25 Sw.). 2. In de derde alinea dient de tweede zin (beginnend met: Het gaat om dezelfde misdrijven ) te worden vervangen door: Het gaat om dezelfde misdrijven als deze, waarvoor ook de werkstraf niet mogelijk is (zie hoger, randnr. 310). Pagina 132, randnummer 318 Op het einde van dit randnummer dient de volgende alinea te worden toegevoegd: In geen geval kan de autonome probatiestraf met uitstel worden verleend (art. 8, 1, 3 de lid W. 29 juni 1964, (art. 8, 1, 3 de lid W. 29 juni 1964, zoals ingevoerd door art. 37, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016 en gewijzigd door art. 58 van diezelfde wet). Pagina 133, randnummer 321 In de voorlaatste alinea (beginnend met: Artikel 2 van de wet van 5 maart 1952 ) dient op het einde van het tweede streepje de tekst vanaf Om onduidelijke redenen te worden vervangen als volgt: Om onduidelijke redenen heeft de wetgever deze wijziging niet doorgevoerd voor inbreuken op de reglementering betreffende de successierechten: geldboeten opgelegd wegens dergelijke inbreuken dienen dus niet te worden verhoogd met opdeciemen (voorheen art. 113quinquies W.Succ., thans art Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013, BS 23 december 2013). 11

12 Pagina 135, randnummer 324 Op het einde van de laatste alinea van dit randnummer bovenaan p. 135 (beginnend met: In artikel 69bis van de wet van 16 maart 1968) dient de volgende vergissing te worden rechtgezet: de duur van het vervangend verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig is 8 dagen tot 1 jaar (i.p.v. 8 dagen tot 1 maand). Pagina 139, randnummer 341 In de eerste alinea (beginnend met: In de strijd tegen ) dient de volgende vergissing te worden rechtgezet: de wet van 19 december 2002 werd gepubliceerd in het BS van 14 februari 2003 (in plaats van 2013). Pagina 141, randnummer 345 In de tweede alinea (beginnend met: Ze is verplicht ) dienen, in het tweede streepje, de woorden een criminele straf te worden vervangen door een vrijheidsstraf van minstens 5 jaar (art. 11 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 142, randnummer 348 Aan de eerste alinea, beginnend met: De strafuitvoeringsrechtbank onderzoekt dient de volgende zin te worden toegevoegd: Daar wordt door artikel 186 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016 aan toegevoegd dat de vrijheidsbeneming van de ter beschikking gestelde veroordeelde wordt gehandhaafd, indien in zijn hoofde een risico bestaat op het plegen van misdrijven waardoor de fysieke of psychische integriteit van derden wordt aangetast, welk risico niet kan worden ondervangen door bijzondere voorwaarden bij een eventuele invrijheidstelling onder toezicht (art. 95/21, 1 ste lid, 2 de zin van de wet van 17 mei 2006). Pagina 142, randnummer De eerste alinea (beginnend met: Bij misdaden ) dient te worden vervangen als volgt: De ontzetting is verplicht bij veroordelingen tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, tot opsluiting van 10 jaar of meer of tot gevangenisstraf van 20 jaar of meer (art. 31, 1 ste lid Sw. zoals gewijzigd door artikel 7 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Ze is facultatief bij veroordelingen tot opsluiting van 5 tot minder dan 10 jaar, tot tijdelijke hechtenis of tot gevangenisstraf van 10 tot minder dan 20 jaar (art. 32 Sw., zoals gewijzigd door artikel 8 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Bij gecorrectionaliseerde misdaden is de ontzetting facultatief (art. 84, 2 de lid Sw.). 2. In de tweede alinea (beginnend met: Bij wanbedrijven ) dient de eerste zin te worden vervangen als volgt: Voor de andere (hierboven niet genoemde) wanbedrijven is de ontzetting facultatief. 3. In deze tweede alinea dient bovendien bij de verwijzing naar art. 33 Sw. te worden toegevoegd: zoals aangevuld door artikel 9 van de Potpourri II-wet van 5 februari Pagina 142, randnummer 351 De eerste alinea (beginnend met: Bij misdaden is ) dient te worden vervangen door: 12

13 De ontzetting is levenslang in de gevallen van artikel 31, 1 ste lid Sw. (dus: veroordelingen tot levenslange opsluiting of levenslange hechtenis, tot opsluiting van 10 jaar of meer of tot gevangenisstraf van 20 jaar of meer). Ze is levenslang of tijdelijk, voor de duur van 10 tot 20 jaar, in de gevallen van artikel 32 Sw. (dus: veroordelingen tot opsluiting van 5 tot minder dan 10 jaar, tot tijdelijke hechtenis of tot gevangenisstraf van 10 tot minder dan 20 jaar). Voor de andere wanbedrijven (bedoeld in artikel 33 Sw.) is de ontzetting tijdelijk, voor de duur van 5 tot 10 jaar. Pagina 145, randnummer 358 In de vierde alinea (beginnend met: De afzetting is ofwel ) dient in de tweede deelalinea de verwijzing naar art. 19, 1 ste lid Sw. te worden aangevuld met: zoals gewijzigd door art. 5 van de Potpourri II-wet van 5 februari Pagina 145, randnummer 361 In de eerste zin (beginnend met: De bekendmaking is verplicht ) dient na de woorden van 20 tot 30 jaar te worden toegevoegd: of van 30 tot 40 jaar. De verwijzing, op het einde van deze zin, naar art. 18 Sw. dient te worden aangevuld met: zoals gewijzigd door art. 4 van de Potpourri II-wet van 5 februari Pagina 153, randnummer 389 Het randnummer dient te worden vervangen als volgt: De strafvermindering wordt door artikel 414 Sw. (zoals vervangen door artikel 25 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016) bepaald als volgt: - de straf wordt een gevangenisstraf van 1 tot 5 jaar (en geldboete van 100 tot 500 euro), indien het een misdaad betreft, waarop een maximumstraf staat van meer dan 20 jaar opsluiting, ongeacht of deze al dan niet gecorrectionaliseerd is; - de straf wordt een gevangenisstraf van 6 maanden tot 2 jaar (en een geldboete van 50 tot 200 euro), indien het een andere al dan niet gecorrectionaliseerde misdaad betreft; - de straf wordt een gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden (en een geldboete van 26 tot 100 euro), indien het een ander wanbedrijf betreft. Pagina 156, randnummer 395 In de laatste alinea van dit randnummer (bovenaan p. 156) dienen, in de laatste zin (beginnend met: Het staat immers nog steeds vrij ), de woorden de vonnisgerechten te worden vervangen door de correctionele rechtbanken. Toelichting: Voorheen kon ook de politierechtbank zich in dat geval onbevoegd verklaren, maar deze mogelijkheid werd geschrapt door artikel 123 van de Potpourri II-wet van 5 februari

14 Pagina 157, randnummer 398 In de vierde alinea dient de tweede deelalinea ( beginnend met: Opgelet ) te worden geschrapt. Pagina 157, randnummer 399 De tweede alinea (beginnend met: Correctionalisering (art. 2) is thans mogelijk ) dient te worden vervangen als volgt: Correctionalisering is thans mogelijk voor alle misdaden: sinds 29 februari 2016 zijn er inderdaad geen misdaden meer, die niet gecorrectionaliseerd zouden kunnen worden (zie art. 121 van de Potpourri IIwet van 5 februari 2016, waardoor het 3 de lid van artikel 2 van de wet van 4 oktober 1867 werd geschrapt). Pagina 158, randnummer 400 In de tweede deelalinea (beginnend met: Doch, in tegenstelling ) dienen de woorden de vonnisgerechten te worden vervangen door de correctionele rechtbanken. Pagina 158, randnummer 401 In de tweede alinea, meer bepaald de tweede deelalinea (beginnend met: De denaturatie of wijziging ) dient de tekst vanaf de woorden behalve voor de misdaden te worden vervangen door: behalve voor de misdaden opgesomd in artikel 21, 2 de lid V.T.Sv. (zie artikel 59 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016): - in de gevallen waarin de verjaringstermijn 15 jaar of 20 jaar bedraagt (met name in deze omschreven in art. 21, 1ste lid, 1 en 2 V.T.Sv.), blijft deze termijn ongewijzigd indien de straf wordt verminderd wegens verzachtende omstandigheden; - ook de verjaringstermijn voor misdaden strafbaar met meer dan 20 jaar opsluiting (wat hij ook is), blijft ongewijzigd indien de straf wordt verminderd wegens verzachtende omstandigheden. Pagina 158, randnummer 402 Dit randnummer dient te worden vervangen als volgt: Alle criminele hoofdstraffen kunnen bij strafvermindering wegens verzachtende omstandigheden vervangen worden door correctionele gevangenisstraffen. Voor straffen van gemeen recht wordt het minimum en het maximum van deze gevangenisstraf bepaald in artikel 80 Sw. (zoals gewijzigd door art. 17 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Dat maximum wordt ook nog eens vermeld in artikel 25 Sw. (zoals gewijzigd door art. 6 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Voor politieke straffen wordt het minimum en het maximum van de gevangenisstraf bepaald in artikel 81 Sw. (zoals gewijzigd door art. 18 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Dat maximum wordt ook nog eens vermeld in artikel 25 Sw. Pagina 158, randnummer 403 Dit randnummer dient volledig te worden vervangen als volgt: 14

15 Indien bij misdaden van gemeen recht verzachtende omstandigheden worden aangenomen, bepaalt artikel 80 Sw. de volgende strafvermindering: - misdaden strafbaar met levenslange opsluiting worden gestraft met ofwel tijdelijke opsluiting, ofwel (na correctionalisatie) een gevangenisstraf van minimum 3 jaar en maximum 40 jaar; - misdaden strafbaar met opsluiting van 30 tot 40 jaar worden gestraft met ofwel opsluiting van 38 jaar of minder, ofwel (na correctionalisatie) een gevangenisstraf van minimum 3 jaar en maximum 38 jaar; - misdaden strafbaar met opsluiting van 20 tot 30 jaar worden gestraft met ofwel opsluiting van 28 jaar of minder, ofwel (na correctionalisatie) met een gevangenisstraf van minimum 3 jaar en maximum 28 jaar; - misdaden strafbaar met opsluiting van 15 tot 20 jaar worden gestraft met ofwel opsluiting van 10 tot 15 jaar of van 5 tot 10 jaar, ofwel (na correctionalisatie) met een gevangenisstraf van minimum 1 jaar en maximum 15 jaar; - misdaden strafbaar met opsluiting van 10 tot 15 jaar worden gestraft met ofwel opsluiting van 5 tot 10 jaar, ofwel (na correctionalisatie) met een gevangenisstraf van minimum 6 maanden en maximum 10 jaar; - misdaden strafbaar met opsluiting van 5 tot 10 jaar worden (dus steeds na correctionalisatie) gestraft met een gevangenisstraf van minimum 1 maand en maximum 5 jaar. De rechter is dus niet volledig vrij in zijn beoordeling, maar dient minstens één graad te zakken. Wanneer dus iemand schuldig is aan moord (strafbaar met levenslange opsluiting, zie art. 394 Sw.) en verzachtende omstandigheden worden aangenomen, is de maximale straf die kan worden opgelegd opsluiting van 40 jaar (met name de langste tijdelijke opsluiting). Het is opmerkelijk dat, in dit voorbeeld, ook een gevangenisstraf van 40 jaar kan worden opgelegd. Het hof van assisen dat verzachtende omstandigheden aanneemt, kan dus, wat de maximale straf betreft, kiezen tussen een opsluiting van 40 jaar (zonder correctionalisatie) of een gevangenisstraf van 40 jaar (met correctionalisatie). Waarom het hof van assisen voor de ene of de andere straf zou opteren, is niet meteen duidelijk (zie F. DERUYCK, Potpourri II-aspecten van materieel strafrecht en voorlopige hechtenis, Cahiers RABG, 2016, 11). Pagina 159, randnummer 404 De tekst tussen haakjes dient te worden vervangen als volgt: (voor de gevallen in de eerste drie leden van dit artikel levenslange hechtenis, hechtenis van 30 tot 40 jaar en hechtenis van 20 tot 30 jaar kan men zakken tot minstens 1 jaar gevangenisstraf) Pagina 159, randnummer 405 In de laatste alinea (beginnend met: De bepaling van artikel 84 Sw. ) dienen de woorden overeenkomstig de artikelen 80 en 81 Sw. tweemaal te worden vervangen door grotendeels overeenkomstig de artikelen 80 en 81 Sw.. Toelichting Voor de levenslange opsluiting of hechtenis wordt de vrijheidsstraf bij poging of medeplichtigheid immers verlaagd tot opsluiting of hechtenis van 20 tot 30 jaar (zie hierboven, randnrs. 160 en 220). 15

16 Pagina 160, randnummer Op het einde van de eerste deelalinea (beginnend met: Correctionele straffen ) dient het volgende te worden toegevoegd: welk artikel op zijn beurt werd vervangen door artikel 55 van de Potpourri II-wet van 5 februari De tweede deelalinea (beginnend met: De inwerkingtreding ) dient te worden vervangen als volgt: Het nieuwe artikel 85 Sw. is in werking getreden op 1 mei 2016 (datum van inwerkingtreding van de straf onder elektronisch toezicht en de autonome probatiestraf; zie hierboven, randnrs. 304 en 315). Pagina 160, randnummer 408 In de tweede alinea (beginnend met: De eerste regel ) dienen volgende wijzigingen te worden aangebracht: 1. In het begin dienen de woorden vanaf uiterlijk 1 december 2015 te worden vervangen door sinds 1 mei Op het einde dient de tekst vanaf voor de straf onder elektronisch toezicht te worden vervangen door: wat de straf onder elektronisch toezicht betreft, bepaalt artikel 85, 1 ste lid Sw. weliswaar dat deze, indien verzachtende omstandigheden aanwezig zijn, kan worden verminderd tot beneden 1 maand, maar dat is in flagrante tegenspraak met het nieuwe artikel 37ter, 2 Sw. (zoals gewijzigd door artikel 44 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016), naar luid waarvan het minimum van de straf onder elektronisch toezicht nooit minder dan 1 maand mag bedragen, zelfs rekening houdend met verzachtende omstandigheden (zie hierboven, randnr. 308). Pagina 165, randnummer 427 Na de eerste deelalinea (beginnend met: Artikel 56, eerste lid Sw. ) dienen de volgende deelalinea s te worden toegevoegd: Indien evenwel het nieuwe wanbedrijf een misdaad is die werd gecorrectionaliseerd of waarvoor het hof van assisen het bestaan van de verzachtende omstandigheden heeft aanvaard, mag de gevangenisstraf de maximumduur van de opsluiting waarin de wet voorziet voor die misdaad of 40 jaar indien het om levenslange opsluiting gaat niet te boven gaan (art. 56, 3 de lid Sw. zoals ingevoerd door art. 14 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Voor de drie consensuele straffen is er een absoluut maximum bepaald: 1 jaar voor de straf onder elektronisch toezicht, 300 uren voor de werkstraf en 2 jaar voor de autonome probatiestraf (art. 56, 4 de lid Sw. zoals ingevoerd door art. 14 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). 16 Toelichting De formulering indien het nieuwe wanbedrijf een misdaad is die werd gecorrectionaliseerd of waarvoor het hof van assisen het bestaan van verzachtende omstandigheden heeft aanvaard, is niet vrij van kritiek. Indien de misdaad is gecorrectionaliseerd, wordt hij inderdaad geacht een wanbedrijf te zijn, zodat inderdaad het geval van herhaling ontstaat van wanbedrijf na misdaad (art. 56, 1 ste lid Sw.) of van wanbedrijf na wanbedrijf (art. 56, 2 de lid Sw.).

17 Indien daarentegen het hof van assisen verzachtende omstandigheden heeft aangenomen, betekent dit niet noodzakelijk dat het hof van assisen van de misdaad een wanbedrijf heeft gemaakt. Bij aanneming van verzachtende omstandigheden kan het hof van assisen immers ook opteren voor de straf van de opsluiting (met een gelijk maximum als de gevangenisstraf die het hof van assisen zou kunnen opleggen). In dat geval ontstaat geen geval van herhaling van wanbedrijf na misdaad of na wanbedrijf, maar enkel van misdaad na misdaad (waarvoor de regels van herhaling in artikel 54 Sw. staan, zodat de toevoeging van deze hypothese in artikel 56, 3 de lid Sw. geen zin heeft). Een geval van misdaad na wanbedrijf bestaat immers niet. De zinsnede indien het hof van assisen het bestaan van verzachtende omstandigheden heeft aangenomen moet m.i. dus zó worden begrepen, dat het hof van assisen daarbij heeft besloten een gevangenisstraf op te leggen. Maar dan heeft het hof van assisen de misdaad, door een correctionele straf op te leggen, gecorrectionaliseerd, zodat dit valt onder de zinsnede indien het nieuwe wanbedrijf een misdaad is die werd gecorrectionaliseerd Pagina 165, randnummer 429 In de tweede alinea dient de eerste deelalinea (beginnend met: Artikel 56, 2 de lid Sw. te worden aangevuld met de volgende zinnen: Indien evenwel het nieuwe wanbedrijf een misdaad is die werd gecorrectionaliseerd of waarvoor het hof van assisen het bestaan van de verzachtende omstandigheden heeft aanvaard, mag de gevangenisstraf de maximumduur van de opsluiting waarin de wet voorziet voor die misdaad of 40 jaar indien het om levenslange opsluiting gaat niet te boven gaan (art. 56, 3 de lid Sw. zoals ingevoerd door art. 14 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Voor de drie consensuele straffen is er een absoluut maximum bepaald: 1 jaar voor de straf onder elektronisch toezicht, 300 uren voor de werkstraf en 2 jaar voor de autonome probatiestraf (art. 56, 4 de lid Sw. zoals ingevoerd door art. 14 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 166, randnummer 432 De eerste alinea (beginnend met: De toepassing van de regel ) dient te worden vervangen als volgt: Onder de gelding van de artikelen 25 en 80 Sw., vóór hun aanpassing door de Potpourri II-wet van 5 februari 2016, leidde de toepassing van de regel van artikel 56, 2 de lid Sw. tot een inbreuk op het gelijkheidsbeginsel. Inderdaad, als een misdaad die strafbaar is met levenslange opsluiting na correctionalisatie voor de correctionele rechtbank werd gebracht, bedroeg de maximale gevangenisstraf 20 jaar (art. 25, 5 de lid oud Sw.). Indien deze gecorrectionaliseerde misdaad werd gepleegd in wettelijke staat van herhaling van wanbedrijf na wanbedrijf, kon deze straf verdubbeld worden tot 40 jaar gevangenisstraf (art. 56, 2 de lid Sw.). Indien deze misdaad niet gecorrectionaliseerd werd en voor het hof van assisen werd gebracht, kon dit hof, na aanneming van verzachtende omstandigheden, evenwel slechts een opsluiting van ten hoogste 30 jaar opleggen (art. 80, 1 ste lid oud Sw.), vermits er geen herhaling is van misdaad na wanbedrijf. Diegene die, na correctionalisatie, voor de correctionele rechtbank verschijnt, riskeerde dus voor dezelfde feiten een langere vrijheidsberovende straf dan diegene die, zonder correctionalisatie, voor het hof van assisen verschijnt. Het Grondwettelijk Hof heeft in twee arresten van 15 december 2011 (arrest nr. 193/2011, o.a. NJW 2012, 105, noot C. CONINGS) en 22 december 2011 (arrest nr. 199/2011, o.a. RDP 2012, 670, noot D. DE BECO en C. GUILLAIN) geoordeeld dat artikel 56, 2 de lid Sw. in die zin de artikelen 10 en 11 van de Grondwet schendt. Het Hof vervolgde dat in afwachting dat de wetgever optreedt om deze schending ongedaan te maken, het de correctionele rechtbank toekomt erover te waken dat hij geen vrijheidsberovende straf oplegt van een langere duur dan diegene die door het hof van assisen, dat verzachtende omstandigheden in aanmerking neemt, zou kunnen worden opgelegd. 17

18 Nu, ingevolge het nieuwe artikel 80 Sw., het hof van assisen dat verzachtende omstandigheden aanneemt een maximale opsluiting van 40 jaar kan opleggen, is het in die arresten geschetste probleem deels opgelost. Evenwel kan de correctionele rechtbank een gecorrectionaliseerde misdaad, strafbaar met levenslange opsluiting, thans bestraffen met een gevangenisstraf van 40 jaar. Indien deze gecorrectionaliseerde misdaad werd gepleegd in wettelijke staat van herhaling van wanbedrijf na wanbedrijf, zou deze straf dus verdubbeld kunnen worden tot 80 jaar gevangenisstraf Een gelijkaardig probleem doet zich voor bij misdaden, strafbaar met opsluiting van 30 tot 40 jaar (waarbij, bij correctionalisatie en in geval van herhaling, een gevangenisstraf van (2 x 38 =) 76 jaar mogelijk zou zijn) en bij misdaden, strafbaar met opsluiting van 20 tot 30 jaar (waarbij, bij correctionalisatie en in geval van herhaling, een gevangenisstraf van (2 x 28 jaar =) 56 jaar mogelijk zou zijn). Om dit nieuwe probleem op te lossen, werd door artikel 14 van de Potpourri II-wet een 3 de lid toegevoegd aan artikel 56 Sw., naar luid waarvan, zelfs in de gevallen bedoeld in artikel 56, 1 ste en 2 de lid Sw., en indien het nieuwe wanbedrijf een misdaad is die werd gecorrectionaliseerd of waarvoor het hof van assisen het bestaan van verzachtende omstandigheden heeft aanvaard, de gevangenisstraf de maximumduur van de opsluiting die door de wet wordt bepaald voor die misdaad of 40 jaar indien het om levenslange opsluiting gaat niet te boven mag gaan (zie hierboven, randnr. 429). Pagina 173, randnummer De eerste alinea (beginnend met: Ingevolge de opeenvolgende wijzigingen ) dient te worden vervangen door: Ingevolge de opeenvolgende wijzigingen van artikel 58 Sw. door de wetten van 7 februari 2014 en 10 april 2014 m.b.t. de invoering van resp. de straf onder elektronisch toezicht en de autonome probatiestraf, alsook door artikel 52 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016, bevat dit artikel sinds 1 mei 2016 twee bijkomende leden. 2. Aan de tweede alinea (beginnend met: Bij straffen onder elektronisch toezicht ) dient de volgende tekst te worden toegevoegd: Daarbij zij herinnerd aan de vraag, of er wel politionele straffen onder elektronisch toezicht bestaan (zie hierboven, randnr. 308). Pagina 174, randnummer 449 De laatste alinea (beginnend met: Ingevolge de opeenvolgende wijzigingen ), dient te worden vervangen door: Ingevolge de opeenvolgende wijzigingen van artikel 59 Sw. door de wetten van 7 februari 2014 en 10 april 2014 m.b.t. de invoering van resp. de straf onder elektronisch toezicht en de autonome probatiestraf, alsook door artikel 53 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016, geldt deze regel met ingang van 1 mei 2016 ook voor straffen onder elektronisch toezicht en voor autonome probatiestraffen. Pagina 174, randnummer Het tweede streepje (beginnend met: bovendien wordt ) dient (ingevolge de opeenvolgende wijzigingen van artikel 60 Sw. door de wetten van 7 februari 2014 en 10 april 2014 m.b.t. de invoering van resp. de straf onder elektronisch toezicht en de autonome probatiestraf, alsmede ingevolge de wijziging en/of aanvulling van artikel 60 Sw. door de artikelen 15 resp. 54 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016) te worden vervangen als volgt: bovendien wordt ook dat dubbele van het maximum van de zwaarste straf beperkt: 18

19 - hetzij tot 20 jaar gevangenisstraf; - hetzij tot de zwaarste gevangenisstraf, als deze meer is dan 20 jaar gevangenisstraf (dus als deze 28, 38 of 40 jaar is); - en voor wat de consensuele straffen betreft: tot 1 jaar straf onder elektronisch toezicht, tot 300 uren werkstraf of tot 2 jaar autonome probatiestraf. 2. De laatste alinea (beginnend met: Ingevolge de opeenvolgende wijzigingen ) valt weg. Pagina 176, randnummer 458 Dit randnummer dient te worden geschrapt. De erin beschreven situatie is thans niet meer mogelijk ingevolge de wijziging van artikel 60 Sw. (zie hierboven, randnr. 450). Pagina s , randnummer 461 a) Wat het eerste voorbeeld betreft: - dient in het derde streepje de verwijzing naar artikel 80, 5 de lid Sw. in combinatie met artikel 25, 2 de lid Sw. te worden vervangen door: artikel 80, 6 de lid Sw. ; - dient in het vierde streepje de verwijzing naar art. 414, 4 de lid Sw. te worden vervangen door art. 414, 2 de streepje Sw., en dient dienvolgens de gevangenisstraf van 8 dagen tot 3 maanden te worden vervangen door gevangenisstraf van 6 maanden tot 2 jaar; - dient in het vijfde streepje de gevangenisstraf van 8 dagen tot 6 maanden te worden vervangen door gevangenisstraf van 6 maanden tot 4 jaar. b) Wat het tweede voorbeeld betreft: - dient onder 1), laatste lid de verwijzing naar artikel 80, 5 de lid Sw. in combinatie met artikel 25, 2 de lid Sw. te worden vervangen door: artikel 80, 6 de lid Sw. ; - dient onder 2), laatste lid de verwijzing naar artikel 80, 5 de lid Sw. in combinatie met artikel 25, 2 de lid Sw. te worden vervangen door: artikel 80, 6 de lid Sw.. Pagina 179, randnummer 463 De tweede zin (beginnend met: Doch uiterlijk ) dient aan te vangen als volgt: Sinds 1 mei 2016 heeft de probatie haar intrede gedaan als autonome straf, de zgn. autonome probatiestraf, die een werkelijke straf is Pagina s , randnummer Na a) dient een nieuwe voorwaarde te worden toegevoegd onder b): b) Het feit mag niet strafbaar zijn met een correctionele gevangenisstraf van meer dan 20 jaar (toevoeging aan art. 3, 1 ste lid W. 29 juni 1964 door art. 36, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). 2. De bestaande onderverdelingen b), c) en d) worden dienvolgens c), d) en e). 3. Onder de nieuwe d) (dus de oude c)) dienen op het einde de woorden of een zwaardere straf te worden geschrapt (zie nogmaals de wijziging van art. 3, 1 ste lid W. 29 juni 1964 door art. 36, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016; deze woorden waren inderdaad zinloos). 19

20 Pagina 180, randnummer 467 In de eerste alinea (beginnend met: De beslissingen die de opschorting gelasten ) dient op het einde de verwijzing naar art. 3, 3 de lid, 1 ste zin van de wet van 29 juni 1964 te worden gecorrigeerd: het is art. 3, 4 de lid, 1 ste zin van die wet van 29 juni Pagina 182, randnummer De derde alinea (beginnend met: Ook de autonome probatiestraf ) dient te worden vervangen door: Ook de consensuele straffen met name de straf onder elektronisch toezicht, de werkstraf en de autonome probatiestraf kunnen niet met uitstel worden opgelegd (art. 8, 1, 3 de lid van de wet van 29 juni 1964; zie hierboven randnrs. 308, 312 en 318). 2. Aan randnummer 478 dient een vierde alinea te worden toegevoegd: Ten slotte is uitstel ook uitgesloten voor vervangende straffen (art. 8, 1, 1 ste lid van de wet van 29 juni 1964, zoals vervangen door art. 37, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 183, randnummer Onder a) dienen de volgende wijzigingen te worden doorgevoerd: 20 - In de eerste deelalinea (beginnend met: De veroordeelde mag ) dienen de woorden van meer dan 12 maanden te worden vervangen door van meer dan 3 jaar (art. 8, 1, 1 ste lid W. 29 juni 1964, zoals gewijzigd door art. 37, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Aan die eerste deelalinea dient te worden toegevoegd: Evenwel is het zo dat, wanneer de betrokkene reeds veroordeeld was tot een hoofdgevangenisstraf van meer dan 12 maanden, hij wel in aanmerking komt voor uitstel, maar dan niet voor een gewoon uitstel, toch enkel voor een probatie-uitstel (art. 8, 1, 2 de lid W. 29 juni 1964, zoals toegevoegd door art. 37, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). In de derde deelalinea (beginnend met: Een veroordeling tot ) dient de termijn van 12 maanden telkens te worden vervangen door 3 jaar. 2. Onder b) dient de aanhef te worden gewijzigd door: De nieuwe veroordeling betreft één of meer hoofdvrijheidsstraffen die niet meer dan 5 jaar bedragen (art. 8, 1, 1 ste lid van de wet van 29 juni 1964, zoals vervangen door art. 37, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 183, randnummer In de eerste alinea, de tweede zin (beginnend met: De duur van het uitstel ) dienen de woorden voor werkstraffen te worden geschrapt (vermits de werkstraf niet langer met uitstel kan worden opgelegd: zie hierboven, randnrs. 312 en 478). 2. Voorts dient in deze zelfde zin de verwijzing naar art. 8, 1, 3 de en 4 de lid van de wet van 29 juni 1964 te worden vervangen door art. 8, 1, 6 de en 7 de lid van de wet van 29 juni Pagina 185, randnummer 487 In de tweede alinea (beginnend met: Niettemin heeft ) dient het woord werkstraf te worden geschrapt (art. 35 van de Potpourri II-wet d.d. 5 februari 2016).

21 Pagina 186, randnummer 490 Onder a) dient de laatste zin (beginnend met: Deze taak zal evenwel ) te worden vervangen door: Sinds 1 mei 2016 wordt deze taak overgenomen door de griffier (art. 20 van de wet van 10 april 2014 tot invoering van de probatie als autonome straf). Pagina 187, randnummer In de tweede alinea, eerste deelalinea (beginnend met: Voor vrijheidsstraffen van 3 jaar of minder ) dient de verwijzing naar art. 91, 9 de lid Ger.W. te worden vervangen door art. 91, 2 de lid Ger.W. (ingevolge art. 57 van de Potpourri I-wet van 19 oktober 2015). 2. In de tweede alinea, tweede deelalinea dient de tweede zin (beginnend met: Thans is deze inwerkingtreding ), te worden vervangen als volgt: Thans is deze inwerkingtreding uitgesteld tot 1 september 2017 (art. 109 W. 17 mei 2006, zoals gewijzigd door art. 14 van de wet van 23 november 2015 met betrekking tot de inwerkingtreding van diverse bepalingen betreffende justitie, BS 30 november 2015). 3. In de derde alinea, derde deelalinea (beginnend met: Gaat het evenwel ) dient op het einde de verwijzing naar art. 78, 6 de lid Ger.W. te worden vervangen door art. 78, 4 de lid Ger.W. (ingevolge art. 56 van de Potpourri I-wet van 19 oktober 2015). Pagina 190, randnummer Onder 1, derde streepje dienen de woorden voor vrijheidsstraffen van 30 jaar en voor levenslange vrijheidsstraffen te worden vervangen door: voor correctionele gevangenisstraffen van 30 tot 40 jaar, voor opsluiting van 30 jaar of meer of voor levenslange opsluiting (art. 25, 2, c), d) en e) van de wet van 17 mei 2006, zoals gewijzigd door art. 151 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016) 2. Onder 2, tweede streepje dient op het einde te worden toegevoegd: (art. 47, 1 van de wet van 17 mei 2006, dat door artikel 159 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016 werd aangevuld in die zin, dat tevens moet worden vastgesteld dat aan deze tegenaanwijzingen niet kan worden tegemoet gekomen door het opleggen van bijzondere voorwaarden): Pagina 191, randnummer 502 In de eerste alinea (beginnend met: Bij beperkte hechtenis ) dient de termijn van maximum 12 uur te worden vervangen door een termijn van maximum 16 uur (art. 150 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 192, randnummer In de eerste alinea (beginnend met: Indien de strafuitvoeringsmodaliteit wordt toegekend ) dient op het einde van de vierde lijn en het begin van de vijfde lijn, de tekst tussen haakjes te worden vervangen door: (behalve voor de beperkte detentie en voor de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied). 21

22 2. In dezelfde alinea dient op de zesde lijn de tekst tussen haakjes te worden vervangen door: (art. 55, 1, 2 en 3 van de wet van 17 mei 2006, zoals aangevuld door art. 161 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). 3. Onmiddellijk hierna dient de volgende zin te worden toegevoegd: Gaat het om de strafuitvoeringsmodaliteit van de voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied, geldt bovendien als algemene voorwaarde dat de betrokkene het grondgebied effectief dient te verlaten, met het verbod om tijdens de proeftijd terug te keren naar België zonder in orde te zijn met de wetgeving inzake verblijf in België en zonder de voorafgaande toelating van de strafuitvoeringsrechtbank (art. 55, 4 van de wet van 17 mei 2006, zoals aangevuld door art. 161 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 193, randnummer In de tweede alinea (beginnend met: Dat kan o.a. ) dient na art. 64 te worden toegevoegd: (zoals aangevuld door art. 166 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). 2. Er dient in een vijfde streepje een bijkomend geval te worden toegevoegd: - wanneer de veroordeelde na de toekenning van een voorlopige invrijheidstelling met het oog op verwijdering van het grondgebied nalaat of weigert om het grondgebied effectief te verlaten, niet meewerkt aan zijn verwijdering of terugkeert zonder de vereiste toestemming van de strafuitvoeringsrechtbank (zie hiervoor, randnr. 505). Pagina 193, randnummer 508 Op het einde van de derde alinea (beginnend met: Indien de strafuitvoeringsrechtbank ) dient te worden toegevoegd: of nog kunnen andere strafuitvoeringsmodaliteiten worden toegekend (art. 67, 1 van de wet van 17 mei 2006, zoals aangevuld door art. 168 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 194, randnummer De eerste alinea (beginnend met: Tegen de beslissingen ) dient te worden vervangen door: Tegen de beslissingen van de strafuitvoeringsrechtbank of de strafuitvoeringsrechter m.b.t. de toekenning, de afwijzing, de herziening of de herroeping van de strafuitvoeringsmodaliteiten, staat enkel cassatieberoep open (art. 96, 1 ste lid van de wet van 17 mei 2006, zoals gewijzigd door art. 191 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016): 2. Tussen de eerste en de tweede alinea dient de volgende alinea te worden toegevoegd: De termijn bedraagt voor het openbaar ministerie 24 uren en voor de veroordeelde 5 dagen, telkens vanaf de uitspraak van het vonnis (art. 97, 1, 1 ste en 2 de lid van de wet van 17 mei 2006, zoals gewijzigd door art. 192 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 194, randnummer 511 De laatste zin van dit randnummer (beginnend met: Hij bedraagt ) dient te worden vervangen door: Hij bedraagt 10 jaar in geval van veroordeling tot een correctionele gevangenisstraf van 30 tot 40 jaar, tot een opsluiting van 30 jaar of tot een levenslange opsluiting (art. 71, 4 de lid W. 17 mei 2006, zoals gewijzigd door art. 170 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). 22

23 Pagina 194, randnummer 512 De verwijzing naar art. 71, 6 de lid van de wet van 17 mei 2006 dient te worden gecorrigeerd: het is art. 71, 5 de lid van de wet van 17 mei Pagina 195, randnummer 518 Op de derde lijn dient de termijn van 2 maanden te worden vervangen door: 6 maanden (art. 20/1 van de wet van 17 mei 2006, zoals gewijzigd door art. 149, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Pagina 195, randnummer 519 Dit randnummer dient te worden vervangen als volgt: De uitvoering van de straf onder elektronisch toezicht (in werking getreden op 1 mei 2016: zie hierboven, randnr. 304) wordt geregeld in artikel 37quater Sw. (zoals ingevoerd door art. 8 van de wet van 7 februari 2014 en zoals volledig vervangen door art. 45 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). Van zodra de veroordeling tot de straf onder elektronisch toezicht in kracht van gewijsde is gegaan, wordt de bevoegde dienst voor het elektronisch toezicht (sinds de zesde Staatshervorming is dat het Vlaams Centrum voor Elektronisch Toezicht of VCET) door de griffier daarover ingelicht (art. 37quater, 1, 1 ste zin Sw.). Binnen 7 werkdagen neemt deze dienst contact op met de veroordeelde, hoort deze en bepaalt, rekening houdend met zijn opmerkingen, de concrete invulling van de straf. Die wordt tevens meegedeeld aan het openbaar ministerie (art. 37quater, 1, 2 de zin Sw.), meer bepaald het openbaar ministerie bij het vonnisgerecht dat de veroordeling tot de straf onder elektronisch toezicht heeft uitgesproken (art. 37quater, 5 Sw.). Indien de straf onder elektronisch toezicht 3 maanden of meer bedraagt, kan de betrokkene na 1/3 van de strafduur de schorsing van de uitvoering van de straf vragen (dat wordt uitvoerig geregeld in art. 37quater, 4 Sw.). Indien de straf onder elektronisch toezicht niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd, deelt de ambtenaar van de dienst voor het elektronisch toezicht dit onverwijld mee aan het openbaar ministerie (art. 37quater, 3, 1 ste zin Sw.). Dat openbaar ministerie kan dan beslissen de in het vonnis of arrest voorziene gevangenisstraf uit te voeren, waarbij wel rekening dient te worden gehouden met het gedeelte van de straf onder elektronisch toezicht die gebeurlijk wel werd uitgevoerd (art. 37quater, 3, 2 de zin Sw.). Pagina 196, randnummer 524 Dit randnummer dient te worden vervangen als volgt: De uitvoering van de autonome probatiestraf (in werking getreden op 1 mei 2016: zie randnr. 315) wordt geregeld in de artikel 37novies, 37decies en 37undecies Sw. (zoals ingevoerd door de artikelen 9, 10 en 11 van de wet van 10 april 2014). Wanneer de rechterlijke beslissing waarbij de autonome probatiestraf werd uitgesproken in kracht van gewijsde is gegaan, wordt dit door de griffier binnen de 24 uur meegedeeld aan de bevoegde probatiecommissie (dat is deze van de verblijfplaats van de veroordeelde: art. 37novies, 1, 2 de lid Sw.), alsmede aan de bevoegde arrondissementele afdeling van de Dienst Justitiehuizen van FOD Justitie, die onverwijld een justitieassistent aanduidt (art. 37novies, 1, 3 de lid Sw.). 23

24 Deze justitieassistent oefent de justitiële begeleiding uit en rapporteert desbetreffend aan de probatiecommissie (art. 37novies, 1, 1 ste en 2 de lid Sw.). De justitieassistent hoort de veroordeelde en maakt hiervan een verslag op. De concrete invulling van de autonome probatiestraf wordt vervolgens, op basis van dit verslag, bepaald door de probatiecommissie (art. 37novies, 3, 1 ste lid Sw.). De concrete invulling van de autonome probatiestraf wordt vastgelegd in een door de veroordeelde te ondertekenen overeenkomst, die wordt meegedeeld aan de probatiecommissie (art. 37novies, 3, 2 de lid Sw.). De probatiecommissie kan de concrete invulling nadien opschorten, nader omschrijven of aanpassen aan de omstandigheden, en dit ofwel ambtshalve, ofwel op vordering van het openbaar ministerie ofwel op verzoek van de veroordeelde (art. 37decies, 1 Sw.). Indien de autonome probatiestraf niet of slechts gedeeltelijk wordt uitgevoerd, meldt de justitieassistent dit onverwijld aan de probatiecommissie (art. 37undecies, 1 ste lid Sw.). De probatiecommissie roept de veroordeelde op, waarna een tegensprekelijke procedure volgt. De commissie, die zitting houdt zonder dat het openbaar ministerie daarbij aanwezig is, stelt vervolgens een gemotiveerd verslag op met het oog op de toepassing van de vervangende straf (art. 37undecies, 3 de lid Sw.; de autonome probatiestraf wordt immers opgelegd met een vervangende gevangenisstraf of een vervangende geldboete: zie hierboven, randnr. 318). Dit verslag wordt overgemaakt aan de veroordeelde, de justitieassistent en het openbaar ministerie (art. 37undecies, 4 de lid Sw.). Het openbaar ministerie beslist dan onaantastbaar de in de rechterlijke beslissing voorziene vervangende straf uit te voeren of niet. Beslist het openbaar ministerie de straf uit te voeren, houdt het rekening met de autonome probatiestraf die gebeurlijk reeds door de veroordeelde werd uitgevoerd (art. 37undecies, 5 de lid Sw.). Pagina 201, randnummer In de tweede alinea dient de eerste deelalinea (beginnend met: Correctionele straffen ), te worden aangevuld met de volgende zin: Wanneer het om een gevangenisstraf gaat van meer dan 20 jaar, verjaart deze na 20 jaar (art. 92, 3 de lid Sw. zoals toegevoegd door art. 19, 2 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). 2. Onmiddellijk hierna dient een nieuwe deelalinea te worden toegevoegd, die luidt als volgt: Straffen voor misdaden die een ernstige schending van het internationaal humanitair recht uitmaken zijn evenwel, ook wanneer ze correctioneel zijn, onverjaarbaar (art. 92, 1 ste lid, aanhef Sw. zoals toegevoegd door art. 19, 1 van de Potpourri II-wet van 5 februari 2016). 24

DEEL 7. DE STRAFRECHTELIJKE SANCTIES 335

DEEL 7. DE STRAFRECHTELIJKE SANCTIES 335 XXVI DEEL 7. DE STRAFRECHTELIJKE SANCTIES 335 HOOFDSTUK 1. INLEIDING 335 HOOFDSTUK 2. DE STRAFFEN 336 Afdeling 1. Begrip en kenmerken 336 1. Het begrip straf 336 2. Kenmerken 337 Afdeling 2. Indeling van

Nadere informatie

DEEL 7. DE STRAFRECHTELIJKE SANCTIES 337

DEEL 7. DE STRAFRECHTELIJKE SANCTIES 337 II DEEL 7. DE STRAFRECHTELIJKE SANCTIES 337 HOOFDSTUK 1. INLEIDING 337 HOOFDSTUK 2. DE STRAFFEN 338 Afdeling 1. Begrip en kenmerken 338 1. Het begrip straf 338 2. Kenmerken 339 Afdeling 2. Indeling van

Nadere informatie

WETSVOORSTEL tot wijziging van de procedure van onmiddellijke verschijning in strafzaken (ingediend door de heer Bart Laeremans c.s.

WETSVOORSTEL tot wijziging van de procedure van onmiddellijke verschijning in strafzaken (ingediend door de heer Bart Laeremans c.s. WETSVOORSTEL tot wijziging van de procedure van onmiddellijke verschijning in strafzaken (ingediend door de heer Bart Laeremans c.s.) TOELICHTING De wet van 28 maart 2000 tot invoeging van een procedure

Nadere informatie

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1

STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS. Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 STRAFRECHTELIJKE VERANTWOORDELIJKHEID VAN MINISTERS Wet van 25 juni 1998 tot regeling van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van ministers 1 TITEL I TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Deze wet regelt een

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 9 APRIL 2019 P.18.1208.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.1208.N W A V, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom De Clercq, advocaat bij de balie Gent. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF Het

Nadere informatie

Rolnummer 5762. Arrest nr. 185/2014 van 18 december 2014 A R R E S T

Rolnummer 5762. Arrest nr. 185/2014 van 18 december 2014 A R R E S T Rolnummer 5762 Arrest nr. 185/2014 van 18 december 2014 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag over artikel 56, tweede lid, van het Strafwetboek, in samenhang gelezen met artikel 25 van het Strafwetboek,

Nadere informatie

Inleiding. Probleem = gerecht draait niet goed Oplossing = Potpourri II. Doel? Apparaat beter laten draaien Efficiënter optreden Sneller werken

Inleiding. Probleem = gerecht draait niet goed Oplossing = Potpourri II. Doel? Apparaat beter laten draaien Efficiënter optreden Sneller werken Wet Potpourri II FORUM ADVOCATEN BVBA Nassaustraat 37-41 2000 Antwerpen T 03 369 95 65 F 03 369 95 66 E [email protected] W www.forumadvocaten.be 1 Inleiding Probleem = gerecht draait niet goed Oplossing

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 SEPTEMBER 2016 P.16.0556.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.16.0556.N P J G V, beklaagde, eiseres, met als raadsman mr. Laurens Van Puyenbroeck, advocaat bij de balie te Gent. I. RECHTSPLEGING

Nadere informatie

Misdaad Wanbedrijf Overtreding

Misdaad Wanbedrijf Overtreding Materieel strafrecht praktische oefeningen : Kort schema : Bert Buysse Om tot een correcte beschrijving en analyse te komen van een casus in het materieel strafrecht moeten we een aantal stappen doorlopen,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 30 OKTOBER 2012 P.12.0423.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.0423.N I D P O R, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Tom Van Bockstaele, advocaat bij de balie te Oudenaarde, tegen Y B, burgerlijke

Nadere informatie

Inhoudstafel. 2. De impact van Potpourri II op het materieel strafrecht : een evaluatie in het licht van het voorontwerp van Strafwetboek...

Inhoudstafel. 2. De impact van Potpourri II op het materieel strafrecht : een evaluatie in het licht van het voorontwerp van Strafwetboek... I Inhoudstafel 1. Potpourri en de burgerlijke rechtspleging... 1 Piet Taelman I. Inleiding... 1 II. VAJA en enkele andere aspecten van de informatisering van justitie.. 2 III. Gezag van gewijsde... 7 IV.

Nadere informatie

ALGEMENE PRAKTISCHE RECHTSVERZAMELING ONDERZOEKSGERECHTEN. Raoul DECLERCQ

ALGEMENE PRAKTISCHE RECHTSVERZAMELING ONDERZOEKSGERECHTEN. Raoul DECLERCQ ALGEMENE PRAKTISCHE RECHTSVERZAMELING ONDERZOEKSGERECHTEN Raoul DECLERCQ Emeritus Advocaat-Generaal in het Hof van Cassatie Emeritus buitengewoon hoogleraar aan de K.U. Leuven 1993 story sdentia E. Story-Scientia

Nadere informatie

Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11

Titel II. Straffen. 1. Algemeen. Artikel 1:11 Titel II Straffen 1. Algemeen Artikel 1:11 1. De straffen zijn: a. de hoofdstraffen: 1. gevangenisstraf; 2. hechtenis; 3. taakstraf; 4. geldboete. b. de bijkomende straffen: 1. ontzetting van bepaalde

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 1 JULI 2014 P.14.0969.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.0969.N B., veroordeelde tot vrijheidsstraf, eiser, met als raadsman mr. Kris Luyckx, advocaat bij de balie te Antwerpen. I. RECHTSPLEGING

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 27 JUNI 2012 P.12.0873.F/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.12.0873.F I. P. D. V., II. III. IV. P. D. V., P. D. V., P. D. V., V. P. D. V., Mrs. Cédric Vergauwen en Olivia Venet, advocaten bij de

Nadere informatie

rechtbank eerste aanleg Leuven correctionele zaken Kamer 20 Vonnis Vonnisnummer / Griffienummer 1266/2019 Repertoriumnummer / Europees

rechtbank eerste aanleg Leuven correctionele zaken Kamer 20 Vonnis Vonnisnummer / Griffienummer 1266/2019 Repertoriumnummer / Europees Vonnisnummer / Griffienummer 1266/2019 Repertoriumnummer / Europees 2019/1647 Datum van uitspraak 20 juni 2019 Naam van de beklaagde Systeemnummer parket Dossiernummer 19L000237 Notitienummer parket rechtbank

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT 7 NOVEMBER 2017

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT 7 NOVEMBER 2017 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT 7 NOVEMBER 2017 In de zaak van het openbaar ministerie tegen: S. V. G., zonder gekend beroep, geboren te Gent op ( ), wonende te ( ) beklaagd van: A. Hetzij door daden,

Nadere informatie

Publicatie : FEBRUARI Wet betreffende de bestraffing van corruptie

Publicatie : FEBRUARI Wet betreffende de bestraffing van corruptie Publicatie : 1999-03-23 MINISTERIE VAN JUSTITIE 10 FEBRUARI 1999. - Wet betreffende de bestraffing van corruptie ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Nadere informatie

Sociaal werk en Beroepsgeheim

Sociaal werk en Beroepsgeheim Sociaal werk en Beroepsgeheim Studiedag 13 maart 2018 KdG Hogeschool Antwerpen Mario Wijns Substituut-procureur des Konings Parket Antwerpen, afdeling Antwerpen, Sectie Jeugd en gezinszaken Justitie of

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 26 APRIL 2016 P.16.0207.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.16.0207.N PROCUREUR DES KONINGS bij de rechtbank van eerste aanleg West- Vlaanderen, afdeling Veurne, eiser, tegen J Y, beklaagde, verweerder.

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2

Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2016-2017 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht in verband met de afschaffing van de voorwaardelijke invrijheidstelling en aanpassing van de voorwaardelijke

Nadere informatie

samenstelling : federale en lokale parketten & parketten-generaal! het beleid wordt uitgestippeld door een college van procureurs-generaal

samenstelling : federale en lokale parketten & parketten-generaal! het beleid wordt uitgestippeld door een college van procureurs-generaal Leg uit : het openbaar ministerie ( parket ) = hoeder van de openbare orde! 1) opsporen en onderzoeken 2) vervolgen 3) uitvoering van de straf samenstelling : federale en lokale parketten & parketten-generaal!

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT VAN 15 SEPTEMBER 2015

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT VAN 15 SEPTEMBER 2015 Not.nr. : GE45.FJ.4277/14-Sw4 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE GENT VAN 15 SEPTEMBER 2015 in de zaak van het openbaar ministerie tegen: Stéphane Michel Christian W., zonder beroep, geboren te Boussu op (

Nadere informatie

HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN VAN 4 DECEMBER e kamer

HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN VAN 4 DECEMBER e kamer Nr. 811 P 2007 HET HOF VAN BEROEP TE ANTWERPEN VAN 4 DECEMBER 2008 13e kamer Inzake van het O. M. en: L. Kouri wonende te 3600 Genk, ( ) burgerlijke partij vertegenwoordigd door Meester Jean-Paul Lavigne,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 5 FEBRUARI 2019 P.18.0793.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.18.0793.N B A, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Sven De Baere, advocaat bij de balie Brussel. I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Nadere informatie

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LIMBURG AFDELING HASSELT VAN 19 OKTOBER 2017

RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LIMBURG AFDELING HASSELT VAN 19 OKTOBER 2017 HA56.L2.3542-14 RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LIMBURG AFDELING HASSELT VAN 19 OKTOBER 2017 INZAKE HET OPENBAAR MINISTERIE TEGEN BEKLAAGDE A. A., geboren te Beringen op ( ), wonende te ( ), Belg. In persoon.

Nadere informatie

WET BETREFFENDE DE INTERNERING 5 MEI 2014

WET BETREFFENDE DE INTERNERING 5 MEI 2014 WET BETREFFENDE DE INTERNERING 5 MEI 2014 I. Algemene bepalingen II. Gerechtelijke fase van de internering III. Uitvoeringsfase van de internering IV. Definitieve invrijheidstelling V. Diverse bepalingen

Nadere informatie

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Wet op de economische delicten met het oog op het vergroten van de mogelijkheden tot opsporing, vervolging, alsmede het voorkomen

Nadere informatie

Wet van 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de kinderpornografie

Wet van 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de kinderpornografie Wet van 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de kinderpornografie (B.S., 25 april 1995) HOOFDSTUK I Mensenhandel Artikel 1 In de wet van 15 december 1980 betreffende

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 1 van 18 23/12/2011 10:11 FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE 21 APRIL 2007 Wet betreffende de internering van personen met een geestesstoornis (1) ALBERT II, Koning der Belgen, Aan allen die nu zijn en

Nadere informatie

Bibliotheek Strafrecht Larcier... Voorwoord...

Bibliotheek Strafrecht Larcier... Voorwoord... vii INHOUDSTAFEL Bibliotheek Strafrecht Larcier....................................... Voorwoord..................................................... i iii Hoofdstuk 1. Inleiding historisch overzicht.........................

Nadere informatie

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik.

A R R E S T. In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. Rolnummer 2151 Arrest nr. 119/2002 van 3 juli 2002 A R R E S T In zake : de prejudiciële vraag betreffende artikel 203 van het Wetboek van Strafvordering, gesteld door het Hof van Beroep te Luik. Het Arbitragehof,

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 13 DECEMBER 2016 P.16.1103.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.16.1103.N PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE, verzoeker tot vernietiging van een vonnis, eiser, inzake van M V, beklaagde.

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 30 JUNI 2015 P.15.0641.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.15.0641.N S. B., beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Fouad Marchouh, advocaat bij de balie te Tongeren. I. RECHTSPLEGING VOOR HET

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 16 JUNI 2015 P.15.0599.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.15.0599.N 1. M M P V D V, beklaagde, 2. D H N H, beklaagde, aangehouden om andere redenen, eisers, beiden met als raadsman mr. Thierry

Nadere informatie

De wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis: begrip, evolutie en toepassingsgebied (D. De Wolf)... 19

De wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis: begrip, evolutie en toepassingsgebied (D. De Wolf)... 19 INHOUD INLEIDING... 19 De wet van 20 juli 1990 op de voorlopige hechtenis: begrip, evolutie en toepassingsgebied (D. De Wolf)... 19 Inhoud... 19 Kernbibliografie... 19 Over wetten vóór 1990... 20 Over

Nadere informatie

Bijlage 1. Inbreuken en strafbepalingen waarop een beroep kan gedaan worden op het vlak van eergerelateerd geweld

Bijlage 1. Inbreuken en strafbepalingen waarop een beroep kan gedaan worden op het vlak van eergerelateerd geweld Bijlage 1. Inbreuken en strafbepalingen waarop een beroep kan gedaan worden op het vlak van eergerelateerd geweld Inleidende opmerkingen: - Een fenomeen dat valt onder het begrip eergerelateerd geweld

Nadere informatie

rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Kamer AC...15 oktober 2018 Vonnis Inzake het Openbaar Ministerie

rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Kamer AC...15 oktober 2018 Vonnis Inzake het Openbaar Ministerie Vonnisnummer / Griffienummer / Rolnummer rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen Kamer AC...15 oktober 2018 Vonnis Aangeboden op Inzake het Openbaar Ministerie en BURGERLIJKE PARTIJ(EN)

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 21 DECEMBER 2010 P.10.0213.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.10.0213.N G. R. burgerlijke partij, eiser, vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, tegen T.

Nadere informatie

Strafuitvoeringsrechtbanken

Strafuitvoeringsrechtbanken v.u.: Jos Vander Velpen, Gebroeders De Smetstraat 75, 9000 Gent foto s: Lieven Nollet Strafuitvoeringsrechtbanken Gebroeders De Smetstraat 75 9000 Gent tijdstip eerste publicatie: februari 2007 - herwerking:

Nadere informatie

Steven Dewulf Studiecentrum voor militair recht en oorlogsrecht KMS 15 mei 2013

Steven Dewulf Studiecentrum voor militair recht en oorlogsrecht KMS 15 mei 2013 Steven Dewulf Studiecentrum voor militair recht en oorlogsrecht KMS 15 mei 2013 Rechtsmachtrecht Misdrijven op Belgisch grondgebied gepleegd Misdrijven buiten het grondgebied van het Rijk gepleegd Territorialiteitsbeginsel

Nadere informatie

Strafuitvoeringsrechtbanken

Strafuitvoeringsrechtbanken Strafuitvoeringsrechtbanken Op 1 februari 2007 traden de strafuitvoeringsrechtbanken in werking. Heel wat beslissingen die vroeger door de minister van justitie genomen werden, zullen nu door een rechter

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal erste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2003 2004 28 980 Wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en de Penitentiaire beginselenwet (plaatsing in een inrichting voor

Nadere informatie

Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, strafzaken

Rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Kortrijk, strafzaken Vonnisnummer/ Griffienummer / \.\bi. /2015 Repertoriumnummer/ Europees 2015 / 461. Datum van uitspraak 18 maart 2015 Rolnummer niet in strafzaken Notitienummer parket 66.RW.500300/2013 Rechtbank van eerste

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 17 FEBRUARI 2015 P.14.1394.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.14.1394.N I-II K G, beschuldigde, aangehouden, eiser, met als raadsman mr. Dennis Van Overstraeten, advocaat bij de balie te Gent,

Nadere informatie

Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken

Rechtbank van eerste aanleg Leuven correctionele zaken Vonnisnummer/ Griffienummer 1988/2018 Repertoriumnummer / Europees 2018/2551 Datum van uitspraak 7 november 2018 Naam van de beklaagde V. S. Systeemnummer parket 17CP16424 Rolnummer 18L001556 Notitienummer

Nadere informatie

De invoering van de probatie als autonome straf moest bijdragen tot de sociale re-integratie en de bestrijding van recidive 2.

De invoering van de probatie als autonome straf moest bijdragen tot de sociale re-integratie en de bestrijding van recidive 2. DEEL II: DE AUTONOME STRAFFEN ELEKTRONISCH TOEZICHT EN PROBATIE NA DE POTPOURRI II RELEVANTE ELEMENTEN VOOR HET STRAFRECHTELIJK BELEID VAN HET OPENBAAR MINISTERIE Artikel 345 van het Gerechtelijk Wetboek,

Nadere informatie

een als misdrijf omschreven feit proces-verbaal procureur des Konings parket of van het Openbaar Ministerie

een als misdrijf omschreven feit proces-verbaal procureur des Konings parket of van het Openbaar Ministerie uitgave juni 2015 Minderjarigen kunnen volgens de Belgische wet geen misdrijven plegen. Wanneer je als jongere iets ernstigs mispeutert, iets wat illegaal is, pleeg je een als misdrijf omschreven feit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 240 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de Uitleveringswet en de Wet economische delicten betreffende de bepalingen aangaande de procedure

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 24 FEBRUARI 2015 P.13.0845.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.13.0845.N 1 K R E S, beklaagde, eiser, met als raadsman mr. Johan Durnez, advocaat bij de balie te Leuven, tegen 1. C G, 2. ETHIAS

Nadere informatie

ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 54a komt te luiden: Artikel 54a

ARTIKEL I. Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd: Artikel 54a komt te luiden: Artikel 54a Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering in verband met de verbetering en versterking van de opsporing en vervolging van computercriminaliteit (computercriminaliteit III)

Nadere informatie

Hoe smaakt de potpourri (wet) voor het slachtoffer?

Hoe smaakt de potpourri (wet) voor het slachtoffer? Hoe smaakt de potpourri (wet) voor het slachtoffer? Prof. dr. Joachim Meese professor straf(proces)recht advocaat-vennoot Van Steenbrugge Advocaten Centrale vraag van de workshop Wat zijn de implicaties

Nadere informatie

Hof van Cassatie van België

Hof van Cassatie van België 26 OKTOBER 2010 P.09.1627.N/1 Hof van Cassatie van België Arrest Nr. P.09.1627.N W. L. F. C., beklaagde, eiser, met als raadslieden mr. Frank Verbruggen en mr. Dirk De Maeseneer, advocaten bij de balie

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2018 2019 35 116 Wijziging van het Wetboek van Strafvordering en de Overleveringswet ter implementatie van richtlijn nr. 2016/800/EU van het Europees Parlement

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN AAN DE OCCASIONELE REDDERS

COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN AAN DE OCCASIONELE REDDERS COMMISSIE VOOR FINANCIËLE HULP AAN SLACHTOFFERS VAN OPZETTELIJKE GEWELDDADEN EN AAN DE OCCASIONELE REDDERS A.R. M12-5-0321 Beslissing van 9 januari 2014 De vijfde kamer van de Commissie, samengesteld uit:

Nadere informatie

Reglement Administratieve Sancties. Politiezone HEKLA. Gemeente EDEGEM

Reglement Administratieve Sancties. Politiezone HEKLA. Gemeente EDEGEM - 1 - Reglement Administratieve Sancties Politiezone HEKLA Gemeente EDEGEM Goedgekeurd in de gemeenteraad op 18 april 2007. - 2 - HOOFDSTUK I: TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1 Dit reglement is - behoudens andersluidende

Nadere informatie