Opel Movano Infotainment System
|
|
|
- Jozef van der Heijden
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Opel Movano Infotainment System
2
3 Inhoud Inleiding... 4 Radio Cd-speler AUX-ingang USB-poort Streaming audio via Bluetooth Navigatie Stemherkenning Telefoon Trefwoordenlijst... 76
4 4 Inleiding Inleiding Algemene aanwijzingen... 4 Overzicht bedieningselementen... 6 Antidiefstalfunctie Gebruik Geluidsinstellingen Volume-instellingen Algemene aanwijzingen Het infotainmentsysteem levert stateof-the-art informatie en vermaak in de auto. De radio is uitgerust met kanaalvoorkeuren die kunnen worden toegewezen voor FM-, middengolf- en langegolf-frequentiebereik. De audiospeler (niet met R10) speelt audio-cd's, mp3-cd's en ook wmacd's (alleen CD30-BT). Externe gegevensopslagapparaten, bijv. ipod, mp3-speler of USB-stick (alleen CD30 BT) of een draagbare speler kunnen op het infotainmentsysteem worden aangesloten. Externe geluidsbronnen kunnen ook via Bluetooth alleen (CD30 BT) worden aangesloten. De digitale soundprocessor biedt diverse instellingen, waarmee u het geluid kunt optimaliseren. De dynamische routeplanning van het navigatiesysteem (alleen CD30 BT) brengt u op betrouwbare wijze naar uw bestemming en kan u helpen files en andere andere knelpunten te vermijden. Het infotainmentsysteem kan ook zijn uitgerust met bedieningstoetsen op de stuurkolom (behalve R10) en een handsfree-telefoonsysteem (alleen CD30 BT). Door het goeddoordachte design van de bedieningselementen en de duidelijke displays kunt u het systeem gemakkelijk en intuïtief bedienen. Belangrijke informatie over de bediening en de verkeersveiligheid 9 Waarschuwing Rijd altijd veilig wanneer u het infotainment-systeem gebruikt. Stop bij twijfel de auto voordat u het infotainment-systeem bedient. Gebruik van deze handleiding Deze handleiding beschrijft de beschikbare opties en functies. Mogelijk zijn bepaalde
5 Inleiding 5 bedieningselementen en omschrijvingen, waaronder symbolen, displays en menufuncties, niet op uw auto van toepassing wanneer er sprake is van een modelvariant, afwijkende landenspecificaties of speciale uitrusting of accessoires. De inhoudsopgave aan het begin van de handleiding en in de afzonderlijke paragrafen geeft aan waar u de informatie die u zoekt kunt vinden. Met behulp van het trefwoordenregister kunt u specifieke informatie zoeken. De displays van het voertuig ondersteunen mogelijkerwijs uw taal niet. Displayteksten en opschriften in het interieur zijn vet gedrukt. De bediening die in deze handleiding wordt gegeven, verwijst naar de bedieningselementen van het infotainmentsysteem. Voor gelijke bedieningselementen op de stuurkolom kunt u het overzicht van de bedieningselementen raadplegen 3 6. Waarschuwing en Voorzichtig 9 Waarschuwing Teksten met de vermelding 9 Waarschuwing wijzen op een mogelijk gevaar voor ongelukken of verwondingen. Het niet naleven van deze richtlijnen kan tot verwondingen leiden. Voorzichtig Teksten met de vermelding Voorzichtig wijzen erop dat de auto mogelijk beschadigd kan raken. Het niet naleven van deze richtlijnen kan tot beschadiging van de auto leiden. Symbolen Verwijzingen naar andere pagina's worden aangeduid met 3. 3 betekent "zie pagina".
6 6 Inleiding Overzicht bedieningselementen Instrumentenpaneel CD30 BT
7 Inleiding 7 1 m - Draaien: Volume aanpassen Indrukken: In-/uitschakelen A - Radiotekstinformatie weergeven Cd-tekstinformatie weergeven RADIO/CD - Audiobron wijzigen / - Binnen de displaytekst aar links/ rechts bewegen, over het displayscherm bewegen Draaiknop in het midden Indrukken: Een handeling bevestigen Draaien: Radiozender of frequentiebereik zoeken Draaien: Cd-nummer wijzigen TEL - Telefoonmenu / 3 - Radiofrequentie: Achteruit/vooruit zoeken Audio/mp3/wma-cd: Nummers vooruit/ achteruit overslaan Cd uitwerpen Instellingenmenu Zendertoetsen Kort indrukken: Zender selecteren Lang indrukken: Zender opslaan MEM - De opgeslagen lijst met radiozenders oproepen j - Extra cdtekstinformatie weergeven... 32
8 8 Inleiding Instrumentenpaneel CD20
9 Inleiding 9 1 Cd uitwerpen m - In-/uitschakelen RADIO/CD - Audiobron, frequentiebereik wijzigen H - Verkeers- en nieuwsinformatie _ / 6 - Binnen de displaytekst naar links/ rechts bewegen / 4 - Radio/ frequentiebereik: Achteruit/vooruit zoeken Systeeminstellingen selecteren Kort indrukken: Cd/mp3- nummer wijzigen Lang indrukken: Cdnummer(s) vooruit/ achteruit overslaan t - Instellingenmenu j/ok - Een handeling bevestigen Extra cd-tekstinformatie weergeven < - Volume verhogen ] - Volume verlagen Zendertoetsen Kort indrukken: Een radiozender oproepen Lang indrukken: Een radiozender opslaan MEM - De opgeslagen lijst met radiozenders oproepen... 24
10 10 Inleiding Instrumentenpaneel CD10
11 Inleiding 11 1 m - Draaien: Volume aanpassen Kort indrukken: Inschakelen, stilte/stilte opheffen Lang indrukken: Uitschakelen Cd uitwerpen Zendertoetsen Kort indrukken: Zender selecteren Lang indrukken: Zender opslaan MIX - Audio/mp3-cdnummers: Willekeurig afspelen activeren AUX - Extra ingang MENU - AF-RDS-menu Instellingenmenu voor mp3-cd-display AUD - Tooninstellingen _ / 6 - Vooruit/achteruit zoeken Kort indrukken: Audio/ mp3-cd - Nummers vooruit/achteruit overslaan Lang indrukken: Menuopties oproepen, audio/ mp3-cd - Nummer selecteren BND Kort indrukken: Activeren radio of wijzigen golfband Lang indrukken: Automatische zenderopslag ALBUM+ - Mp3-cd: Volgende album selecteren SRC - Audiobron wijzigen ALBUM- - Mp3-cd: Volgende album selecteren... 32
12 12 Inleiding Instrumentenpaneel R10
13 Inleiding 13 1 m - Draaien: Volume aanpassen Kort indrukken: Inschakelen, stilte/stilte opheffen Lang indrukken: Uitschakelen Zendertoetsen Kort indrukken: Zender selecteren Lang indrukken: Zender opslaan AUX - Extra ingang MENU - AF-RDS-menu AUD - Tooninstellingen _ / 6 - Vooruit/achteruit zoeken, menu-opties oproepen BND Kort indrukken: Activeren radio of wijzigen golfband Lang indrukken: Automatische zenderopslag SRC - Audiobron wijzigen Bedieningselementen op stuurkolom - Type A
14 14 Inleiding 1 AUDIO/SOURCE - Audiobron wijzigen TEL - Telefoonmenu NAVI - Navigatiemenu ! - Volume verhogen Stilte/Stilte opheffen Telefoongesprek aannemen/beëindigen # - Volume verlagen Stemherkenning OK - Handelingen bevestigen Draaien: Omhoog/omlaag bewegen in displaymenu's, volgende/ vorige radiovoorkeuren selecteren / radiofrequentie / audionummer _ / 6 - Binnen de displaytekst naar links/ rechts bewegen, over het displayscherm bewegen Bedieningselementen op stuurkolom - Type B 1 RADIO/CD - Audiobron wijzigen ! - Volume verhogen Stilte/Stilte opheffen # - Volume verlagen Kort indrukken: Radiobron/ frequentiebereik wijzigen Lang indrukken: Automatische zenderopslag Draaien: Radiofrequentie wijzigen Kort indrukken: Audionummer selecteren (cd-spelermodus) Lang indrukken: Een audionummer snel vooruit/ achteruit (cd-spelermodus)..32
15 Inleiding 15 Bedieningselementen op stuurkolom - Type C 1 SOURCE/AUDIO - Audiobron wijzigen Telefoongesprek aannemen/beëindigen Stemherkenning activeren ! - Volume verhogen, stilte/stilte opheffen # - Volume verlagen, stilte/stilte opheffen MODE/OK - Handelingen bevestigen, audiomodus wijzigen Telefoongesprek aannemen/beëindigen Draaien: Displaymenuopties oproepen, volgende/vorige radiovoorkeur / radiofrequentie / audionummer Bedieningselementen op stuurkolom - Type D
16 16 Inleiding 1 v - Audiobron wijzigen ! - Volume verhogen, stilte/stilte opheffen # - Volume verlagen, stilte/stilte opheffen w Kort indrukken: Radiobron/ frequentiebereik wijzigen Lang indrukken: Automatische zenderopslag Draaien: Radiofrequentie wijzigen Antidiefstalfunctie Een elektronisch beveiligingssysteem is inbegrepen om diefstal te ontmoedigen. Het infotainmentsysteem werkt alleen in uw auto en is daarom voor een dief waardeloos. De beveiligingscode (apart geleverd) moet worden ingevoerd bij het eerste gebruik van het systeem en na lange onderbrekingen van de voeding. Beveiligingscode invoeren Wanneer het infotainmentsysteem voor het eerst wordt ingeschakeld, verschijnt het bericht Radiocode en dan 0000 in het display. Om het eerste cijfer van de beveiligingscode in te voeren, drukt u herhaalde malen op de cijfertoets 1 op de eenheid totdat het gewenste nummer wordt weergegeven. Voer op dezelfde manier het tweede, derde en vierde cijfer in met de toetsen 2, 3 en 4. Wanneer de volledige code wordt weergegeven, houdt u de toets 6 ingedrukt tot er een akoestisch signaal klinkt. Het systeem is ontgrendeld wanneer de correcte code is ingevoerd. Verkeerde code ingevoerd Wanneer een verkeerde code is ingevoerd, wordt Codefout en dan Wacht 100 weergegeven. Wacht totdat het aftellen is afgelopen en voer dan de juiste code in. Elke keer dat de code verkeerd wordt ingevoerd, wordt de afteltijd verdubbeld. Geografisch gebied veranderen Wanneer de beveiligingscode wordt ingevoerd, kan u gevraagd worden om een geografisch gebied te kiezen, bijv.: Europa Azië Arabië Amerika Schakel het infotainmentsysteem uit en druk tegelijk op de toets 1 en 5 en de draaiknop m. Druk vervolgens op
17 Inleiding 17 de toets _ of 6 totdat het gewenste gebied op het display wordt gemarkeerd en stel het in met toets 6. Gebruik Bedieningselementen van infotainment Het infotainmentsysteem wordt via toetsen, draaiknoppen en displaymenu's bediend. Invoer kan plaatsvinden via: de centrale bedieningseenheid in het instrumentenpaneel of de bedieningselementen op de stuurkolom (met uitzondering van R10) Het Infotainmentsysteem in- of uitschakelen Druk de toets X in. Nadat het systeem is ingeschakeld, is de voorheen gebruikte audiobron actief. Automatisch uitschakelen Bij uitgeschakeld contact wordt het infotainmentsysteem automatisch korte tijd na de invoer van de laatste gebruiker uitgeschakeld, als het infotainmentsysteem met de toets X ingeschakeld wordt. Afhankelijk van het aanwezige type kan dit na onegveer 5 minuten gebeuren. Volume instellen Draai de toets X of druk op de toets < of ]. Of druk op de toets! of # van de bedieningselementen op de stuurkolom. Wanneer het infotainmentsysteem wordt uigeschakeld, wordt het huidige volume opgeslagen. CD20, CD30 BT: Als het volume meer dan 15 is wanneer het uitgeschakeld werd, wordt het automatisch verlaagd tot 15 wanneer het weer ingeschakeld wordt. Snelheidsafhankelijk volume Wanneer snelheidsafhankelijk volume (3 22) wordt geactiveerd (niet met R10 / CD10), wordt het volume automatisch aangepast om weg- en windlawaai te compenseren. Stilte / Stilte opheffen Voor stilte van de huidige audiobron (met de beidenigsnelmenten op de stuurkolom): Druk op de of druk tegelijk op! en #. Met R10 / CD10: Druk even op de toets X. Stilte opheffen: Druk weer of druk weer tegelijk op! en #. Met R10 / CD10: Druk even op (of draai) X weer. Bediening van displayscherm R10 / CD10 Raadpleeg de gedetailleerde beschrijving voor de beschikbare bedieningsmodi (radio, audiospelers).
18 18 Inleiding CD20 In het display omhoog/omlaag bewegen: Druk op de toets 1 of 4. In het display naar links/rechts bewegen: Druk op de toets _ of 6. Handelingen bevestigen: Druk op de toets j/ok CD30 BT In het display omhoog/omlaag bewegen: Draai aan de draaiknop. In het display naar links/rechts bewegen: Druk op de toets of. Handelingen bevestigen (en alleen naar rechts bewegen in het display): Druk op de draaiknop. Systeeminstellingen CD30 BT Druk op de toets 0 en selecteer het Systeeminstellingen-menu. Wanneer systeeminstellingen zijn veranderd, drukt u op 0 om het menu af te sluiten en de veranderingen op te slaan. Na een vertraging slaat het systeem ook automatisch op en sluit af. Klok instellen Om de tijd in te stellen, opent u het Klok-menu. Druk op de toets of om de menu-items van de tijd te selecteren en draai vervolgens aan de draaiknop om de tijd in te stellen. Druk op de toets of om de minuten te selecteren en draai de draaiknop vervolgens om de tijd bij te stellen. Systeemtaal wijzigen Wijzig de taal van de tekst en de stemherkenning door het Taal-menu te openen. Selecteer een taal uit de lijst. De functies van stemherkenning en telefoon zijn niet beschikbaar wanneer de taal wordt gewijzigd. Standaard systeeminstellingen herstellen Om de standaardwaarden van de systeeminstellingen te herstellen, selecteert u Fabrieksinstellingen door de draaiknop te draaien en in te drukken. Bevestig de wijziging met de displayoptie wanneer daarom wordt gevraagd. Bedieningsstanden Radio Audiobron in radio veranderen: Druk op de toets RADIO/CD of AUDIO/ SOURCE. Met R10 / CD10: Druk op de toets SRC. Gedetailleerde beschrijving van de radiofuncties Audiospelers Audiobron in CD, USB of AUX veranderen: Druk op de toets RADIO/CD of AUDIO/SOURCE. Met R10 / CD10: Druk op de toets SRC. R10 Gedetailleerde beschrijving van: AUX-ingangsfuncties 3 36 CD10 Gedetailleerde beschrijving van: CD-spelerfuncties 3 32 AUX-ingangsfuncties 3 36
19 Inleiding 19 CD20 Gedetailleerde beschrijving van: CD-spelerfuncties 3 32 AUX-ingangsfuncties 3 36 CD30 BT Gedetailleerde beschrijving van: CD-spelerfuncties 3 32 AUX-ingangsfuncties 3 36 USB-poortfuncties 3 38 Navigatiesysteem CD30 BT Gedetailleerde beschrijving van het navigatie-systeem Telefoon CD30 BT Menu Telefoon opvragen: Druk op de toets 6 of TEL. Telefooninstellingenmenu openen: Druk op de toets 0 en selecteer Telefooninstellingen. Gebruik de displayopties in deze menu's om mobiele telefoons te verbinden, telefoongesprekken te voeren, contactlijsten aan te maken en diverse instellingen in te stellen. Gedetailleerde beschrijving van de functies van het handsfree-telefoonsysteemfuncties Geluidsinstellingen R10 / CD10 In het audio-instellingenmenu kunnen de toonkarakteristieken worden ingesteld. Druk op de AUD-toets om het Audioinstellingen-menu op te roepen. Druk herhaalde malen op AUD tot de gewenste instelling is geselecteerd in; BASS (lage tonen) TREBLE (hoge tonen) BALANCE (balans links/rechts) FADER (balans voor/achter) LOUDNESS (geluidsversterking laag volume AAN/UIT) Het display toont het type instelling aan, gevolgd door de instellingswaarde. Stel de gewenste waarde in door op de toets _ of 6 te drukken. Om het audio-instellingenmenu af te sluiten, drukt u op de toets AUD of MENU. Als er geen activiteit is, sluit het systeem het audio-instellingenmenu automatisch af. Lage en hoge tonen instellen Selecteer Bass of Treble. Stel de gewenste waarde in door _ of 6 te drukken. Waarden reiken van -7 tot +7. Volumeverdeling rechts - links instellen Selecteer Balans. Stel de gewenste waarde in door _ of 6 te drukken. Waarden reiken van L9 tot R9. Volumeverdeling voor - achter instellen Selecteer Fader. Stel de gewenste waarde in door _ of 6 te drukken. Waarden reiken van R9 tot F9.
20 20 Inleiding Loudness instellen Selecteer Loudness. Selecteer AAN/UIT door op _ of 6 te drukken. CD20 In het audio-instellingenmenu kunnen de toonkarakteristieken worden ingesteld. Druk op de t-toets om het Audioinstellingen-menu op te roepen. Druk herhaalde malen op de toets 1 of 4 tot de gewenste instelling is geselecteerd in: BASS (lage tonen) TREBLE (hoge tonen) BALANCE (balans links/rechts) FADER (balans voor/achter) LOUDNESS (geluidsversterking laag volume AAN/UIT) Het display toont het type instelling aan, gevolgd door de instellingswaarde. Stel de gewenste waarde in door op de toets _ of 6 te drukken. Om het audio-instellingenmenu af te sluiten, drukt u op t. Als er geen activiteit is, sluit het systeem het audio-instellingenmenu automatisch af. Lage en hoge tonen instellen Selecteer Bass of Treble. Stel de gewenste waarde in door _ of 6 te drukken. Volumeverdeling rechts - links instellen Selecteer Balans. Stel de gewenste waarde in door _ of 6 te drukken. Volumeverdeling voor - achter instellen Selecteer Fader. Stel de gewenste waarde in door _ of 6 te drukken. Loudness instellen Selecteer Loudness. Selecteer AAN/UIT door op _ of 6 te drukken CD30 BT In het audio-instellingenmenu kunnen de toonkarakteristieken worden ingesteld. Om in het menu te bewegen en de diverse titels te selecteren, draait u de draaiknop om omhoog/omlaag te bewegen en drukt u op de toets of om naar links/rechts te bewegen. Of druk op de draaiknop om alleen naar rechts te bewegen. Druk op de 0-toets om het instellingenmenu op te roepen. Selecteer Audio-instellingen en gebruik of en/of de draaiknop tot de gewenste instelling is geselecteerd. Het display toont het type instelling aan, gevolgd door de instellingswaarde. Een waarde van 0 betekent dat de functie gedeactiveerd is. Om het instellingenmenu af te sluiten, drukt u op 0. Als er geen activiteit is, sluit het systeem de instellingenmodus automatisch af.
21 Inleiding 21 Het geluid voor een muziekstijl optimaliseren Selecteer het Klankinstellingenmenu. Draai de draaiknop om een keuze te maken uit: Spraak Klassiek Jazz Neutraal Pop Rock De getoonde opties bieden voor de desbetreffende muziekstijl geoptimaliseerde instellingen voor de lage, midden en hoge tonen. Stel de muziekstijl in door de draaiknop te draaien. Lage en hoge tonen instellen Selecteer het Klankinstellingenmenu. Draai de draaiknop om Bass/treble te selecteren. Druk op of om Bass of Treble te openen. Stel de gewenste waarde in voor de geselecteerde optie door de draaiknop te draaien. Geluidsverdeling optimaliseren Selecteer het Klankoptimalisatiemenu. Om de geluidsverdeling te optimaliseren voor de gehele auto of alleen de bestuurder, draait u de draaiknop om te selecteren uit: Auto of Bestuurder. Instellen door op de draaiknop te drukken. Volumeverdeling rechts - links instellen Selecteer het Klankoptimalisatie- of Balans/fader-menu. Draai de draaiknop om Balans te selecteren. Druk op de draaiknop of de toets of om de huidige displayinstellingen weer te geven en draai de draaiknop voor bijstelling. Druk de draaiknop in om de gewenste waarde in te stellen en de Fader-instelling weer te geven. Volumeverdeling voor - achter instellen De Fader-instelling wordt weergegeven nadat Balans is ingesteld. Draai de draaiknop om de fader tussen voor/achter af te stellen. Middelhoog volume voorin Het volume achterin onderdrukken en alleen het volume voorin de auto matigen: Selecteer het Klankoptimalisatiemenu. Draai de draaiknop om Achter UIT te selecteren en druk op de draaiknop om in te stellen. Loudness instellen Selecteer het Andere audioinstellingen-menu. Selecteer Loudness door op de draaiknop te drukken.
22 22 Inleiding Volume-instellingen Snelheidsafhankelijk volume Wanneer deze functie wordt geactiveerd. wordt het volume automatisch aangepast om het weg- en windlawaai tijdens het rijden te compenseren. CD20 Wanneer deze functie wordt geactiveerd. wordt het volume automatisch aangepast om het weg- en windlawaai tijdens het rijden te compenseren. Druk op de t-toets om het Audioinstellingen-menu op te roepen. Druk op de toets 4 of 1 om Aanpassing vol. km/u te selecteren. Druk op de toets _ of 6 om de mate van volumeaanpassing in te stellen. De waarde varieert van snelheid 0 tot 5. Een waarde van 0 betekent dat de functie gedeactiveerd is. CD30 BT Wanneer deze functie wordt geactiveerd. wordt het volume automatisch aangepast om het weg- en windlawaai tijdens het rijden te compenseren. Druk op de 0-toets om het Audioinstellingen-menu op te roepen. Selecteer Andere audio-instellingen en dan Aanpassing vol. km/u. Draai de draaiknop om de mate van volumeaanpassing in te stellen. Een waarde van 0 betekent dat de functie gedeactiveerd is.
23 Radio 23 Radio Gebruik Zender zoeken Autostore-lijsten Radio Data System (RDS)...28 Gebruik Radio-ontvangst Tijdens de radio-ontvangst kan gesis, geruis, signaalvervorming of signaaluitval optreden door: wijzigingen in de afstand tot de zender, ontvangst van meerdere signalen tegelijk door reflecties, obstakels. Bedieningstoetsen - R10 / CD10 De belangrijkste toetsen voor het bedienen van de radio zijn: SRC: radio inschakelen _ 6: zender zoeken BND: Frequentiebereik wijzigen / Zender automatisch opslaan Zendertoetsen 1...6: Voorkeurzendertoetsen MENU: AF-RDS 3 28 Radio activeren Druk op de toets SRC om de audiobron naar radio te schakelen. De voorheen geselecteerde zender wordt nu ontvangen. Frequentiebereik selecteren Druk herhaalde malen op de toets BND om het gewenste frequentiebereik te selecteren. De voorheen geselecteerde zender in dat frequentiebereik wordt ontvangen. Bedieningstoetsen - CD20 De belangrijkste toetsen voor het bedienen van de radio zijn: RADIO/CD: Radio activeren, frequentiebereik wijzigen _ 6: Zoekmodus wijzigen (frequentie, zendernaam, opgeslagen zendernummer) 1 4: zender zoeken MEM: De opgeslagen lijst met radiozenders oproepen
24 24 Radio Zendertoetsen 1...6: Voorkeurzendertoetsen t: Systeeminstellingen Radio activeren Druk op de toets RADIO/CD om de audiobron naar radio te schakelen. De voorheen geselecteerde zender wordt nu ontvangen. Frequentiebereik selecteren Druk herhaalde malen op de toets RADIO/CD om het gewenste frequentiebereik te selecteren. De voorheen geselecteerde zender in dat frequentiebereik wordt ontvangen. Bedieningstoetsen - CD30 BT De belangrijkste toetsen voor het bedienen van de radio zijn: RADIO/CD: radio inschakelen Central rotary knob: Frequentiebereik en frequentie wijzigen : Zoekmodus wijzigen (frequentie, zendernaam, opgeslagen zendernummer) 2 3: zender zoeken MEM: De opgeslagen lijst met radiozenders oproepen Zendertoetsen 1...6: Voorkeurzendertoetsen 0: Systeeminstellingen Radio activeren Druk op de toets RADIO/CD om de audiobron naar radio te schakelen. De voorheen geselecteerde zender wordt nu ontvangen. Frequentiebereik selecteren Druk op de toets of om het frequentiebereik in het displaymenu te marekren en draai de draaiknop vervolgens om het gewenste frequentiebereik te selecteren. De voorheen geselecteerde zender in dat frequentiebereik wordt ontvangen. Zender zoeken Automatisch zender zoeken R10 / CD10 Druk even op de de toets _ of 6 om naar de volgende te ontvangen zender in het huidige frequentiebereik te zoeken. Als geen zender wordt gevonden, gaat het automatisch zoeken door tot _ of 6 nogmaals wordt ingedrukt. CD20 Markeer de frequentie in het display met de toets _ of 6. Houd de toets 1 of 4 ingedrukt om naar de volgende te onvangen zender in het huidige frequentiebereik te zoeken. CD30 BT Markeer de frequentie in het display met de toets of. Druk op de toets 2 of 3 om naar de volgende te ontvangen zender in het huidige frequentiebereik te zoeken.
25 Radio 25 Handmatig zender zoeken R10 / CD10 Selecteer het gewenste frequentiebereik en houd vervolgens de toets _ of 6 ingedrukt om het geselecteerde frequentiebereik te scannen. Laat de toets los wanneer u vlakbij de gewenste frequentie bent. Er wordt dan automatisch gezocht naar de volgende te ontvangen zender en deze wordt automatisch afgespeeld. Opgeslagen zender zoeken Hiermee kunt u radiozenders oproepen die u voorheen hebt opgeslagen. Om een zender op te slaan, selecteert u het gewenste frequentiebereik en de gewenste zender en drukt u vervolgens op toets van de zender totdat een akoestisch signaal klinkt, wat bevestigt dat de zender in de juiste zendertoets is opgeslagen. Er kunnen 6 zenders per frequentiebereik worden opgeslagen. Om een zender op te roepen, selecteert u het gewenste frequentiebereik en drukt u even op toets1...6 van de zender. CD20 Selecteer het gewenste frequentiebereik en markeer vervolgens de frequentie in het displaymenu met de toets _ of 6. Druk herhaalde malen op de toets 1 of 4 om handmatig maar de gewenste frequentie in het huidige frequentiebereik te zoeken. Houd de toets inegdrukt om de frequenties snel te scannen. Laat de toets los wanneer de gewenste frequentie is bereikt. De zender wordt automatisch afgespeeld. Opgeslagen zender zoeken Hiermee kunt u radiozenders oproepen die u voorheen hebt opgeslagen. Om een zender op te slaan, selecteert u het gewenste frequentiebereik en de gewenste zender en drukt u vervolgens op de toets MEM (om de lijst met opgeslagen radiozenders op te roepen) en selecteert u een cijfer door op de toets 1 of 4 te drukken. Bevestig de selectie door op de toets j/ok te drukken. Op deze manier kunt u 12 FM, 6 langegolf- of 6 middengolf-zenders opslaan. Of houd de toets van de zender ingedrukt tot een akoestisch signaal klinkt, wat bevestigt dat de zender in de juiste zendertoets is opgeslagen. Op deze manier kunnen 6 zenders per frequentiebereik worden opgeslagen. Om een zender op te roepen, selecteert u het gewenste frequentiebereik en drukt u even op toets1...6 van de zender. Of selecteer het gewenste frequentiebereik en markeer dan het veld met het nummer van de opgeslagen zender in het display met de toets _ of 6. Druk herhaalde malen op de toets 1 of 4 om handmatig in de lijst met opgeslagen zenders te zoeken.
26 26 Radio Naar radiozendernaam (alleen FM) zoeken Selecteer het FM-frequentiebereik en markeer dan de zendernaam in het display met de toets _ of 6. Druk herhaalde malen op de toets 1 of 4 om handmatig naar de gewenste zendernaam te zoeken. De frequentie kan worden weergegeven als de zendernaam niet beschikbaar is. De alfabetische lijst bevat maximaal 60 FM radio zenders met de beste ontvangst. De lijst kan op elk gewenst moment worden bijgewerk CD30 BT Selecteer het gewenste frequentiebereik en markeer vervolgens de frequentie in het display met de toets of. Draai de draaiknop of houd de toets 2 of 3 ingedrukt om de frequenties in het huidige frequentiebereik te scannen. Laat de toets los wanneer de gewenste frequentie is bereikt. De zender wordt automatisch afgespeeld. Opgeslagen zender zoeken Hiermee kunt u radiozenders oproepen die u voorheen hebt opgeslagen. Om een zender op te slaan, selecteert u het gewenste frequentiebereik en de gewenste zender en drukt u vervolgens op de toets MEM (om de lijst met opgeslagen radiozenders op te roepen) en selecteert u een cijfer door de draaiknop te draaien en in te drukken. Op die manier kunt u 12 zenders opslaan. Of houd de toets van de zender ingedrukt tot een akoestisch signaal klinkt, wat bevestigt dat de zender in de juiste zendertoets is opgeslagen. Op deze manier kunnen 6 zenders per frequentiebereik worden opgeslagen. Om een zender op te roepen, selecteert u het gewenste frequentiebereik en drukt u even op toets1...6 van de zender. Of selecteer het gewenste frequentiebereik en markeer dan het nummerveld van de opegslagen zender in het display met de toets of. Draai de draaiknop om handmatig in de lijst met opgeslagen zenders te zoeken. Naar radiozendernaam (alleen FM) zoeken Selecteer het FM-frequentiebereik en markeer dan de zendernaam in het display met de toets of. Draai de draaiknop om handmatig naar de naam van de gewenste zender te zoeken. De alfabetische lijst bevat maximaal 50 FM radio zenders met de beste ontvangst. De lijst kan op elk gewenst moment worden bijgewerk Autostore-lijsten De zenders met de beste ontvangst in een frequentiebereik kunnen met de autostore-functie automatisch worden opgezocht en opgeslagen.
27 Radio 27 Automatische zenderopslag R10 / CD10 Het FM-frequentiebereik heeft een automatische autostore-lijst (FMT), waar 6 zenders kunnen worden opgeslagen. Houd de toets BND ingedrukt: De 6 zenders met de beste ontvangst worden automatisch opgeslagen in FMT. Vanwege de signaalsterkte is het mogelijk dat minder dan 6 zenders worden opgeslagen. Om de autostore-procedure te annuleren, drukt u op de toets _ of 6 of drukt u nogmaals op de toets BND. CD20 Afhankelijk van de auto worden maximaal 60 radiozenders continu bijgewerkt en automatisch opgeslagen door het systeem. CD30 BT Afhankelijk van de auto worden maximaal 50 radiozenders continu bijgewerkt en automatisch opgeslagen door het systeem. Zender oproepen R10 / CD10 Selecteer het gewenste frequentiebereik en druk dan even op de toets om een opgeslagen zender op te roepen. CD20 Selecteer het gewenste frequentiebereik en druk dan even op de toets om een opgeslagen zender op te roepen. Of selecteer het gewenste frequentiebereik en markeer dan het nummerveld van de opgeslagen zender in het displaymenu met de toets _ of 6. Druk herhaalde malen op de toets 1 of 4 om handmatig in de lijst met opgeslagen zenders te zoeken. CD30 BT Selecteer het gewenste frequentiebereik en druk dan even op de toets om een opgeslagen zender op te roepen. Of selecteer het gewenste frequentiebereik en markeer dan het nummerveld van de opegslagen zender in het display met de toets of. Draai de draaiknop om handmatig in de lijst met opgeslagen zenders te zoeken. Zenders handmatig bijwerken Zenders kunnen ook handmatig in de autostore-lijst worden opgeslagen (niet met R10 / CD10). Om de lijst met zenders bij te werken en de meest recente te verkrijgen, activeert u het bijwerken van het systeem handmatig. Het geluid wordt tijdens handmatig bijwerken stil. CD20 Druk op de toets H om het Radiofuncties-menu te openen. Druk op de toets 1 of 4 om FM-lijst bijwerken te selecteren en druk op j/ok om het bijwerken te bevestigen. CD30 BT Druk op de toets 0 om het Radiofuncties-menu te openen. Draai de draaiknop om FM-lijst bijwerken te selecteren en druk erop om het bijwerken te bevestigen.
28 28 Radio Radio Data System (RDS) RDS is een FM-zender die u de gewenste zender helpt vinden en storingsvrije ontvangst ervan verzekert. Voordelen van RDS De programmanaam van de gekozen zender verschijnt op het display in plaats van de frequentie ervan. Tijdens het automatisch zoeken naar een zender stemt het infotainmentsysteem uitsluitend af op RDS-zenders. Het infotainmentsysteem stelt met behulp van AF (Alternative Frequency) altijd automatisch af op de zendfrequentie met de beste ontvangst van de gekozen zender. R10 / CD10 RDS configureren Druk herhaalde malen op de toets MENU totdat AF-RDS verschijnt. RDS in-/uitschakelen Stel RDS in op On of Off door op de toets _ of 6 te drukken. CD20 RDS configureren Druk op de toets H om het Radiofuncties-menu te openen. Druk op de toets 4 of 1 totdat AF- RDS verschijnt. RDS in-/uitschakelen Stel RDS in op On of Off met de toets _ of 6. I Verkeersinformatie (verkeersberichten) Verkeersinformatiezenders zijn FM RDS-zenders die verkeersinformatie uitzenden. I Verkeersinformatie in- of uitschakelen Het in- en uitschakelen van de verkeersberichten: Druk op de H-toets om het Radiofuncties-menu op te roepen. Druk op de toets 4 of 1 totdat i Verkeer verschijnt. Schakel i Verkeer in/uit met de toets _ of 6. Als verkeersinformatie is ingeschakeld, verschijnt i Verkeer in het radiohoofdmenu. Er worden alleen verkeersinformatiezenders weergegeven. Als verkeersinformatie is ingeschakeld, wordt het afspelen van de CD-/MP3/AUX voor de duur van het verkeersbericht onderbroken. Verkeersberichten worden niet automatisch uitgezonden wanneer het langegolf- of middengolf-frequentiebereik is geselecteerd. Verander de audiobron of het frequentiebereik in FM om te verzekeren dat verkeersberichten automatisch worden uitgezonden. Verkeersberichten blokkeren Een verkeersbericht bijv. tijdens het afspelen van cd/mp3 blokkeren: Druk op de toets RADIO/CD of H.
29 Radio 29 Het huidige verkeersbericht wordt onderbroken, maar de verkeersinformatie blijft ingeschakeld. I Nieuwsberichten Nieuwszenders zijn FM RDS-zenders die nieuwsberichten uitzenden. I Nieuwsberichten in- en uitschakelen Ga als volgt te werk om I News berichten in- en uit te schakelen: Druk op de H-toets om het Radiofuncties-menu op te roepen. Druk op de toets 4 of 1 totdat I News verschijnt. Schakel I News in/uit met de toets _ of 6. Er worden alleen nieuwszenders weergegeven. Als nieuwsberichten zijn ingeschakeld, wordt het afspelen van de cd/ mp3/aux voor de duur van het nieuwsbericht onderbroken. Verkeersberichten worden niet automatisch uitgezonden wanneer het langegolf- of middengolf-frequentiebereik is geselecteerd. Verander de audiobron of het frequentiebereik in FM om te verzekeren dat verkeersberichten automatisch worden uitgezonden. I News berichten blokkeren Een nieuwsbericht bijv. tijdens het afspelen van cd/mp3/aux blokkeren: Druk op de toets RADIO/CD of H. Het nieuwsbericht wordt onderbroken, maar I News-berichten blijven ingeschakeld. CD30 BT RDS configureren Met de radio aan drukt u op de toets RADIO/CD om het Radiofunctiesmenu te openen. RDS in-/uitschakelen Schakel RDS-AF in/uit en druk op de draaiknop om te bevestigen. RDS- AF verschijnt op het displayscherm wanneer dit ingeschakeld wordt. I Verkeersinformatie (verkeersberichten) Verkeersinformatiezenders zijn FM RDS-zenders die verkeersinformatie uitzenden. I Verkeersinformatie in- of uitschakelen Het in- en uitschakelen van de verkeersberichten: Met de radio aan drukt u op de toets RADIO/CD om het Radiofunctiesmenu te openen. Schakel i Verkeer in/uit en druk op de draaiknop om te bevestigen. Als verkeersinformatie is ingeschakeld, verschijnt i Verkeer in het radiohoofdmenu. Er worden alleen verkeersinformatiezenders weergegeven. Als verkeersinformatie is ingeschakeld, wordt het afspelen van de cd-/ mp3 voor de duur van het verkeersbericht onderbroken. Verkeersberichten worden niet automatisch uitgezonden wanneer het langegolf- of middengolf-frequentiebereik is geselecteerd. Verander de audiobron of het frequentiebereik in FM om te verzekeren dat verkeersberichten automatisch worden uitgezonden.
30 30 Radio Verkeersberichten blokkeren Een verkeersbericht bijv. tijdens het afspelen van cd/mp3 blokkeren: Druk op de draaiknop. Het verkeersbericht wordt onderbroken, maar de verkeersinformatie blijft ingeschakeld. Programmatype (PTY) zoeken Druk op de RADIO/CD-toets om het Radiofuncties-menu op te roepen. Druk op of om het frequentiebereik te openen. Draai de draaiknop om PTY te selecteren. Druk op de draaiknop of de toets of om de lijst met programmatypes weer te geven. Selecteer een programma uit de volgende mogelijkheden: Nieuws Popmuziek Sport Klassieke muziek Varia Selecteer een zender uit de lijst. Het systeem stelt automatisch een programma voor dat overeenkomt met de eerste selectie. Tekstinformatie (radiotekst) Bepaalde FM-zenders versturen tekstinformatie die betrekking heeft op het uitgezonden programma (bijv. naam van een nummer). Druk even op de toets A om deze informatie te bekijken. Druk opnieuw op A of verander de bron om terug te keren naar het originele weergavescherm.
31 Cd-speler 31 Cd-speler Algemene informatie Gebruik Algemene informatie CD10 / CD20 / CD30 BT De cd-speler van het infotainmentsysteem kan audio-cd's, mp3-cd's en ook wma-cd's (alleen CD30 BT) afspelen. Belangrijke informatie over audio- en mp3/wma-cd's Voorzichtig Plaats in geen geval dvd's, singlecd's met een diameter van 8 cm of speciaal vormgegeven cd's in de audiospeler. Plak nooit stickers op uw cd's. De cd's kunnen in de speler vast blijven zitten en het afspeelmechanisme zwaar beschadigen. Een kostbare vervanging van uw toestel is dan noodzakelijk. Audio-cd's met kopieerbeveiliging die niet voldoen aan de audio-cd-standaard, worden mogelijk niet correct of zelfs helemaal niet afgespeeld. Zelf-opgenomen cd-r's en cd-rw's en wma-bestanden met Digital Rights Management (DRM) van online muziekwinkels spelen wellicht niet goed of helemaal niet. Bij Mixed-Mode-CD's (combinaties van audio en data, bijv. MP3) worden alleen de audio-nummers herkend en afgespeeld. Zelfgebrande cd-r's en cd-rw's zijn kwetsbaarder dan voorbespeelde cd's. Ga op een correcte manier met de cd's om. Dit geldt vooral voor zelfgebrande cd-r's en cd-rw's; zie hieronder. Zorg dat er bij het wisselen van cd's geen vingerafdrukken op de cd's komen. Berg cd's onmiddellijk veilig op na het uitnemen uit de cd-speler om ze tegen vuil en beschadiging te beschermen. Vuil en vloeistof op de cd's kunnen de lens van de audiospeler binnen in het apparaat vies maken en storingen veroorzaken.
32 32 Cd-speler Bescherm cd's tegen warmte en direct zonlicht. De volgende beperkingen gelden voor mp3/wma-cd's: Alleen mp3-bestanden en wma-bestanden (alleen CD30 BT) kunnen worden gelezen. Wav-bestanden en gecomprimeerde bestanden kunnen niet worden afgespeeld. Maximale mapstructuurdiepte: 11 niveaus (De maximale mapstructuurdiepte die kan worden herkend met CD10: 7 niveaus) Maximaal aantal mp3- en/of wmabestanden dat kan worden opgeslagen: 1000 bestanden (Het maximale aantal mp3-bestanden dat kan worden herkend met CD10: 250 bestanden) Toepasbare afspeellijstextensies:.m3u,.pls De afspeellijstitems moeten als relatieve paden zijn opgemaakt De bediening van de mp3- en wmabestanden is identiek. Wanneer een cd met wma-bestanden wordt geplaatst (alleen CD30 BT), worden mp3-gerelateerde menu's weergegeven. Gebruik CD10 Cd afspelen starten Schakel het infotainmentsysteem in en duw de cd met de bedrukte zijde naar boven in de cd-sleuf totdat deze erin getrokken is: het afspelen van de cd start automatisch. Als er reeds een cd in de speler is, drukt u op de toets SRC: het afspelen van de cd wordt gestart. Let op Afhankelijk van de op de audio- of mp3-cd opgeslagen gegevens wordt verschillende informatie over de cd en de actuele muziektrack op het display weergegeven. Album of nummer selecteren Druk op de toets ALBUM- of ALBUM + om een album of een nummer uit de lijst te selecteren. Naar de volgende of vorige track gaan Druk de toets _ of 6 één of meerdere malen kort in. Snel vooruit of achteruit Houd de toets _ of 6 ingedrukt voor snel vooruit of achteruit van het huidige nummer. Willekeurig afspelen Druk even op de toets MIX om in te schakelen. MIX CD wordt even weergegeven in het display. MIX verschijnt op het display wanneer willekeurig afspelen actief is. Druk even op de toets MIX om uit te schakelen. MIX OFF wordt even weergegeven in het display. Willekeurig afspelen kan ook worden uitgeschakeld door het uitwerpen van de cd.
33 Cd-speler 33 Let op Willekeurig afspelen wordt niet uitgeschakeld wanneer het audiosysteem uitgeschakeld wordt of de bron gewijzigd wordt. Pauze Druk even op de of tegelijk op! en # om het afspelen van cd/mp3 cd te onderbreken. MUTE verschijnt op het displayscherm. Druk op de draaiknop of toets _ of 6 om te deactiveren. CD-display Druk op de toets MENU. MENU wordt even weergegeven, gevolgd door de menutitel. Druk herhaalde malen op MENU tot CD DISPLAY wordt weergegeven (wordt alleen weergegeven wanneer een mp3-cd wordt afgespeeld). Druk op _ of 6 om de instellingen voor elke titel te openen. Display-informatie selecteren Selecteer de gedetailleerde informatie die u weergegeven wilt zien tijdens het afspelen van elk nummer van een mp3-cd uit het volgende: ALB-TRACK (album en nummer) ALB-TIME (albumnummer en afspeelduur) TRCK-TIME (nummer en afspeelduur) Een cd verwijderen Druk op de d-toets: De cd wordt uit de cd-sleuf geworpen. Als de cd na het uitwerpen niet wordt verwijderd, wordt hij na enkele seconden automatisch weer naar binnen getrokken. CD20 Cd afspelen starten Schakel het infotainmentsysteem in en duw de cd met de bedrukte zijde naar boven in de cd-sleuf totdat deze erin getrokken is: het afspelen van de cd start automatisch. Als er reeds een cd in de speler is, drukt u op de toets RADIO/CD: het afspelen van de cd wordt gestart. Let op Afhankelijk van de op de audio- of mp3-cd opgeslagen gegevens wordt verschillende informatie over de cd en de actuele muziektrack op het display weergegeven. Album of nummer selecteren Druk op de toets k of l om albums of nummers te selecteren. Druk op de toets 4 of 1 om een album of een nummer uit de lijst te selecteren. Naar de volgende of vorige track gaan Druk de toets 4 of 1 één of meerdere malen kort in. Snel vooruit of achteruit Houd de toets 4 of 1 ingedrukt voor snel vooruit of achteruit van het huidige nummer.
34 34 Cd-speler Willekeurig afspelen Druk op de t-toets om het Audioinstellingen-menu op te roepen. Druk op de toets 4 of 1 en selecteer Random. Druk op de toets k of l om te activeren. Let op Bij een mp3-cd is de willekeurige afspeelfunctie van toepassing op het huidige album en wordt deze functie vervolgens toegepast op het volgende album. Pauze Druk op de of tegelijk op de toetsen! en # om het afspelen van de cd/mp3-cd te onderbreken. Deze functie wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het volume wordt ingesteld, de bron wordt gewijzigd of automatische informatieberichten worden weergegeven. Extra tekstinformatie (cd-text of id3-tag) weergeven Na het selecteren van een nummer of album drukt u op jok om op de cd beschikbare tekstinformatie op te roepen (bijv. naam van artiest, album of nummer). De informatie is slechts korte tijd zichtbaar. Een cd verwijderen Druk op de d-toets: De cd wordt uit de cd-sleuf geworpen. Als de cd na het uitwerpen niet wordt verwijderd, wordt hij na enkele seconden automatisch weer naar binnen getrokken. CD30 BT Cd afspelen starten Schakel het infotainmentsysteem in en duw de cd met de bedrukte zijde naar boven in de cd-sleuf totdat deze erin getrokken is: het afspelen van de cd start automatisch. Als er reeds een cd in de speler is, drukt u op de toets RADIO/CD: het afspelen van de cd wordt gestart. Let op Afhankelijk van de op de audio- of mp3-cd opgeslagen gegevens wordt verschillende informatie over de cd en de actuele muziektrack op het display weergegeven. Album of nummer selecteren Draai de draaiknop om een album of nummer uit de lijst te selecteren. Naar de volgende of vorige track gaan Druk de toets 2 of 3 één of meerdere malen kort in. Snel vooruit of achteruit Houd de toets 2 of 3 ingedrukt voor snel vooruit of achteruit van het huidige nummer. Willekeurig afspelen Open het menu Andere audioinstellingen. Selecteer Random en druk op de draaiknop om te activeren.
35 Cd-speler 35 Let op Bij een cd met mp3/wma-bestanden is de willekeurige afspeelfunctie van toepassing op het huidige album en wordt vervolgens toegepast op het volgende album. Pauze Druk op de of tegelijk op de toetsen! en # om het afspelen van de cd/mp3-cd te onderbreken. Deze functie wordt automatisch uitgeschakeld wanneer het volume wordt ingesteld, de bron wordt gewijzigd of automatische informatieberichten worden weergegeven. Nummers selecteren met behulp van het audio-cd- of mp3-menu Tijdens het afspelen van een audiocd Een nummer op de audio-cd selecteren: Draai de draaiknop om het gewenste nummer te selecteren. Tijdens het afspelen van mp3 Druk op de toets om de submap of het nummer te openen. Druk op de toets om terug te keren naar de bovenliggende map. Houd de toets ingedrukt om terug te keren naar de hoofdmap. Houd de toets ingedrukt om de naam weer te geven van het nummer dat wordt afgespeeld. Nadat een album geselecteerd is: Druk op de draaiknop om de lijst met nummers weer te geven. Draai de draaiknop om het gewenste nummer te selecteren. Extra tekstinformatie (cd-text of id3-tag) weergeven Na het selecteren van een nummer of album drukt u op de toets A om op de cd beschikbare tekstinformatie op te roepen (bijv. naam van artiest, album of nummer). Om het bijbehorende display af te sluiten, drukt u weer op A. Druk op de toets j om de volledige naam van het album of nummer dat wordt afgespeeld, weer te geven. Om het display af te sluiten, drukt u weer op j. Een cd verwijderen Druk op de d-toets: De cd wordt uit de cd-sleuf geworpen. Als de cd na het uitwerpen niet wordt verwijderd, wordt hij na enkele seconden automatisch weer naar binnen getrokken.
36 36 AUX-ingang AUX-ingang Algemene aanwijzingen Gebruik Algemene aanwijzingen CD20 / CD30 BT Er is een AUX-ingang beschikbaar voor de aansluiting van externe audiobronnen. Let op Deze poort moet u altijd schoon- en drooghouden. Het is mogelijk om bijvoorbeeld een draagbare cd-speler met RCA-stekkers of een 3,5mm-stekkeringang aan te sluiten op de AUX-ingang. R10 / CD10 In het infotainmenttoestel bevindt zich een AUX-ingang voor het aansluiten van externe audiobronnen. Let op Deze poort moet u altijd schoon- en drooghouden. Het is bijvoorbeeld mogelijk om een draagbare cd-speler op de AUX-ingang aan te sluiten met een 3,5 mm stekkeringang. Gebruik R10 / CD10 Druk op de toets SRC om de AUXmodus te activeren en schakel het extra apparaat vervolgens in. Voorzichtig Voordat u een extra apparaat aansluit of loskoppelt, bijv. een draagbare cd-speler, schakelt u de speler en het infotainment-systeem uit
37 AUX-ingang 37 om problemen met de geluidskwaliteit en mogelijke schade aan de apparatuur te voorkomen. Een op de AUX-ingang aangesloten audiobron kan alleen via de bedieningselementen op de audiobron worden bediend, d.w.z. niet via het infotainmentsysteem. Selecteer alleen een nummer rechtstreeks bij de geluidsbron wanneer de auto stilstaat. De naam van de artiest of het nummer wordt niet op het display weergegeven. CD20 / CD30 BT Druk op de toets RADIO/CD om de AUX-modus te activeren en schakel het extra apparaat vervolgens in. Voorzichtig om problemen met de geluidskwaliteit en mogelijke schade aan de apparatuur te voorkomen. Een op de AUX-ingang aangesloten audiobron kan alleen via de bedieningselementen op de audiobron worden bediend, d.w.z. niet via het infotainmentsysteem. Selecteer alleen een nummer rechtstreeks bij de geluidsbron wanneer de auto stilstaat. Na aansluiting via de stekkeringang detecteert het systeem de geluidsbron automatisch. Afhankelijk van het opnamevolume kan er een vertraging zijn voordat u de geluidsbron hoort. De naam van de artiest of het nummer wordt niet op het display weergegeven. Voordat u een extra apparaat aansluit of loskoppelt, bijv. een draagbare cd-speler, schakelt u de speler en het infotainment-systeem uit
38 38 USB-poort USB-poort Algemene aanwijzingen Opgeslagen audiobestanden afspelen Algemene aanwijzingen CD30 BT Er is een USB-ingang beschikbaar voor de aansluiting van externe audiobronnen. Let op Deze poort moet u altijd schoon- en drooghouden. Een mp3-speler, USB-opslagapparaat of een ipod kunnen op de USBpoort worden aangesloten. Deze apparaten worden bediend via de bedieningselementen en menu's van het infotainmentsysteem. Opmerkingen Mp3-speler en USB-opslagapparaten De aangesloten mp3-speler en USB-opslagapparaten moeten aan de USB MSC-specificatie voldoen (USB Mass Storage Class). Alleen mp3-spelers en USB-opslagapparaten met een sectoromvang van 512 bytes en een clusteromvang die kleiner dan of gelijk is aan 32 kb in het FAT32-bestandssysteem, worden ondersteund. Vaste-schijfstations (HDD) worden niet ondersteund. De volgende beperkingen gelden voor de gegevens die opgeslagen zijn op een mp3-speler of een USBopslagapparaat. Alleen mp3-bestanden, wma- en ogg-bestanden kunnen worden gelezen. Wav-bestanden en alle andere gecomprimeerde bestanden kunnen niet worden afgespeeld. Maximale mapstructuurdiepte: 11 niveaus
39 USB-poort 39 Maximaal aantal bestanden dat opgeslagen kan worden: 1000 bestanden Wma-bestanden met Digital Rights Management (DRM) van online muziekwinkels spelen wellicht niet goed of helemaal niet Toepasbare afspeellijstextensies:.m3u,.pls De afspeellijstitems moeten als relatieve paden zijn opgemaakt Opgeslagen audiobestanden afspelen CD30 BT Mp3-speler/USB-opslagapparaat Het systeem detecteert het extra apparaat wanneer een USB-apparaat is aangesloten en het AUX-USB-menu wordt automatisch weergegeven. Afhankelijk van het extra apparaat dat is aangesloten, selecteert u een map (mp3-speler, USB-apparaat) of een afspeellijst (draagbare, digitale muziekspeler). Nadat het is aangesloten, is het alleen mogelijk om de bedieningselementen en menu's van het infotainmentsysteem te gebruiken om het extra apparaat te bedienen. De bediening van audiobronnen die aangesloten zijn via USB, is in het algemeen gelijk aan die voor een audio mp3/wma-cd Een nummer selecteren Standaard worden de albums in alfabetische volgorde vermeld. Wanneer een USB-apparaat aangesloten is, bevinden alle mappen zich op hetzelfde niveau in de boomstructuur. U kunt een nummer rechtstreeks selecteren door de draaiknop in het midden te draaien en in te drukken. Afhankelijk van het extra apparaat dat is aangesloten, kunt u als volgt uw selectie verfijnen tot mappen en bestanden of door te zoeken op criteria: Artiesten Albums Genres Afspeellijsten Titels Van USB-ingang loskoppelen Het afspelen stopt onmiddellijk wanneer het extra apparaat uit de USBingang wordt getrokken.
40 40 Streaming audio via Bluetooth Streaming audio via Bluetooth Algemene informatie Bediening Algemene informatie Bluetooth-compatibele extra audiobronnen (bijv. mobiele telefoons voor muziek, mp3-spelers enz.) die het Bluetooth-muziekprotocol A2DP ondersteunen, werken draadloos op het infotainmentsysteem. Opmerkingen Het infotainmentsysteem werkt alleen met Bluetooth-apparaten die A2DP (Advanced Audio Distribution Profile) ondersteunen. Met oudere versies kunnen zich aansluitingsproblemen voordoen. Het Bluetooth-apparaat moet AVRCP (Audio Video Remote Control Profile), versie 1.0 of hoger ondersteunen. Als het apparaat AVRCP niet ondersteunt, werkt alleen de volumeregeling via het infotainmentsysteem. Maak uzelf voorafgaand aan het aansluiten van het Bluetooth-apparaat op het infotainmentsysteem vertrouwd met de bedieningsinstructies voor Bluetooth-functies. Bediening Voorwaarden Aan de volgende voorwaarden moet worden voldaan om een Bluetoothcompatibel audio-apparaat via het infotainmentsysteem te regelen. De Bluetooth-functie van het infotainmentsysteem moet geactiveerd zijn. De Bluetooth-functie van de extra Bluetooth-compatibele audiobron moet geactiveerd zijn (zie de bedieningsinstructies van het audioapparaat). Afhankelijk van de audiobron kan het nodig zijn om dat apparaat op "zichtbaar" in te stellen (zie de bedieningsinstructies van het audioapparaat). De audiobron moet met het infotainmentsysteem gekoppeld en verbonden zijn.
41 Streaming audio via Bluetooth 41 CD30 BT Bluetooth-verbinding Een verbinding moet tot stand gebracht zijn tussen het audio-apparaat en het infotainmentsysteem via Bluetooth, d.w.z. het apparaat moet aan de auto gekoppeld zijn voordat het wordt gebruikt. Er kunnen maximaal 5 audio-apparaten gekoppeld en opgeslagen worden in de apparatenlijst, maar er kan er maar één tegelijkertijd verbonden zijn. Als het apparaat zowel audiospelerals telefoonfuncties heeft, worden beide functies gekoppeld. Mobiele telefoon koppelen De telefoonfuncties blijven werken terwijl de audiospeler in gebruik is en audio-afspelen wordt tijdens het gebruik van de telefoon buiten werking gesteld. Extra audio-apparaat aan infotainmentsysteem koppelen Om het audio-apparaat te koppelen, drukt u op toets 0 op het infotainmentsysteem en selecteert u Bluetooth-verbinding. Selecteer een lege sleuf door de draaiknop te draaien en druk op de draaiknop of de toets of om het volgende menu weer te geven. Selecteer Audio-apparaat koppelen door de draaiknop te draaien en in te drukken en zoek vervolgens op het audio-apparaat naar Bluetooth-apparatuur in de omgeving van het apparaat. Selecteer My Radiosat (bijv. de naam van het systeem) uit de lijst op het audio-apparaat en voer vervolgens, indien van toepassing, op het toetsenbord van het audio-apparaat de koppelingscode in die op het display van het infotainmentsysteem wordt weergegeven. Als het audio-apparaat geen scherm heeft, voert u de standaard koppelingscode op het apparaat in en vervolgens op het infotainmentsysteem. Raadpleeg de bedieningsinstructies voor de standaard koppelingscode van dit audio-apparaat, gewoonlijk Afhankelijk van het apparaat moet de koppelingscode eventueel in omgekeerde volgorde worden ingevoerd, bijv. eerst op het infotainmentsysteem. Wanneer het koppelen mislukt, wordt het bericht Verbinding mislukt. weergegeven en klinkt er een geluid. Herhaal de procedure zo nodig. Wanneer het koppelen voltooid is, wordt een bevestigingsbericht, gevolgd door de naam van het gekoppelde audio-apparaat, op het display van het infotainmentsysteem getoond. Let op Wanneer een Bluetooth-verbinding actief is, wordt de batterij van het audio-apparaat sneller ontladen wanneer het audio-apparaat via het infotainment-systeem wordt bediend. Audio-apparaat aansluiten Om een audio-apparaat aan te sluiten nadat het gekoppeld is, of om een ander gekoppeld audio-apparaat aan te
42 42 Streaming audio via Bluetooth sluiten dan het huidige, drukt u op de toets 0 op het infotainmentsysteem en selecteert u Bluetooth-verbinding. De apparatenlijst toont de audio-apparaten die al gekoppeld zijn. Selecteer het gewenste apparaat uit de lijst. Selecteer Apparaat verbinden... en bevestig door op de draaiknop te drukken. Een bericht op het displayscherm bevestigt dat het apparaat verbonden is. Audio-apparaat ontkoppelen Om een audio-apparaat van het infotainmentsysteem te ontkoppelen, selecteert u het gewenste apparaat in het Bluetooth-verbinding-menu en selecteert u vervolgens Apparaat loskoppelen door de draaiknop te draaien en in te drukken. Een bericht op het displayscherm bevestigt de ontkoppeling. Als het audio-apparaat of de Bluetooth-functie op het audio-apparaat wordt uitgeschakeld, wordt het apparaat ook van het infotainmentsysteem ontkoppeld. Extra audio-apparaat van infotainmentsysteem ontkoppelen Wanneer de lijst met gekoppelde audio-apparaten vol is, kan een nieuw apparaat alleen gekoppeld worden wanneer een bestaand apparaat wordt ontkoppeld. Om te ontkoppelen, d.w.z. het verwijderen van een audio-apparaat uit het geheugen van het systeem, drukt u op de toets 0 op het infotainmentsysteem en selecteert u Bluetoothverbinding. Selecteer het gewenste audio-apparaat uit de lijst, druk op de draaiknop of de toets of en selecteer Dit apparaat wissen. Bediening via infotainmentsysteem Bij draadloze koppeling en verbinding begint het afspelen van de audio automatisch. Het audio-apparaat kan dan via de functietoetsen van het infotainmentsysteem, draaiknoppen en displaymenu's worden bediend. Het bereik aan toegankelijke functies die via het infotainmentsysteem kunnen worden bediend, hangt van het type audiospeler af. De bediening van het audio-apparaat, wanneer dit draadloos is verbonden, is gelijk aan de bediening voor de cdspeler 3 32.
43 Navigatie 43 Navigatie Algemene aanwijzingen Gebruik Invoer van de bestemming Begeleiding Symbolenoverzicht Algemene aanwijzingen 9 Waarschuwing Het navigatiesysteem is een hulpmiddel voor uw navigatievermogen en komt niet daarvoor in de plaats. Rijd voorzichtig en veilig en let goed op. Wanneer het navigatiesysteem tegen de verkeersregels ingaat, moet u altijd de verkeersregels volgen. Het navigatiesysteem zal u op betrouwbare wijze naar uw gekozen bestemming begeleiden zonder dat u wegenkaarten nodig hebt. Als de Verkeersinfo-dienst in uw land of regio beschikbaar is, wordt de huidige verkeerssituatie ook in de routeberekeningen in acht genomen. Het systeem ontvangt verkeersberichten in het huidige ontvangstgebied. Om de meest actuele realtime verkeersinformatie te ontvangen, neemt u een abonnement op de Live diensten via de TomTom -website. Werking van navigatiesysteem De positie en beweging van de auto worden door het navigatiesysteem met behulp van sensors gedetecteerd. De afgelegde afstand wordt bepaald door het signaal van de snelheidsmeter van de auto en richtingveranderingen bij bochten worden door een gyrosensor bepaald. De positie wordt bepaald door gps-satellieten (Global Positioning System). Door deze sensorsignalen te vergelijken met de digitale kaarten op de SDkaart van het navigatiesysteem is het mogelijk om de positie van de auto nauwkeurig te bepalen. Wanneer de auto voor het eerst wordt gebruikt of na een tocht op een veerboot enz., zal het systeem zichzelf kalibreren. Het is daarom normaal dat het niet de exacte locatie aangeeft tot de auto een bepaalde afstand heeft afgelegd.
44 44 Navigatie Nadat u de bestemming of nuttige plaats (eerstvolgend tankstation, hotel enz.) hebt ingevoerd, wordt de route vanaf uw huidige positie naar de gekozen bestemming berekend. Routebegeleiding wordt geleverd via stembegeleiding en het displayscherm. 9 Waarschuwing Gebieden zoals eenrichtingsstraten en voetgangerszones zijn niet op de kaart van het navigatiesysteem aangegeven. In dergelijke gebieden kan het systeem een waarschuwing geven die geaccepteerd moet worden. Let daarom in het bijzonder op eenrichtingsstraten en andere wegen en inritten waar u niet mag inrijden. SD Card Bij het navigatiesysteem wordt een SD-kaart geleverd die, onder meer, een digitale kaart van de steden en wegen in uw land bevat. Na aflevering van een nieuwe auto is er een maximum van 60 dagen waarin de digitale kaart gratis kan worden bijgewerkt. Nadat deze periode verstreken is, worden er kosten berekend voor kaart-updates. TomTom HOME -softwareinstallatie Om de digitale kaarten bij te werken en voordeel te halen uit exclusieve downloaddiensten, waaronder realtime veiligheids- en verkeerswaarschuwingen, moet een account worden aangemaakt op de TomTom website en moet de gratis TomTom HOME -software worden geïnstalleerd. Account aanmaken Maak uw TomTom -internetaccount aan via de TomTom -website. Selecteer bijv. de optie Account aanmaken op de webpagina en voer de betreffende details in. Software installeren Steek de SD-kaart in de kaartlezer van uw computer (of een externe kaartlezer), terwijl u verbonden bent met het internet. De software-installatie wordt automatisch gestart. Volg de instructies op het scherm om de gratis TomTom HOME -software te installeren. Uw SD-kaart wordt na de aanvankelijke installatie automatisch door het systeem herkend.
45 Navigatie 45 SD-kaart en navigatiesysteem bijwerken Updates worden regelmatig gegeven, bijv. voor revisies van kaarten en flitslocaties. Deze updates zijn alleen beschikbaar via de TomTom HOME-software die via de SD-kaart kan worden opgeroepen. Met de TomTom HOME-software is het mogelijk om: Het navigatiesysteem (kaarten, flitslocaties enz.) bij te werken, Een abonnement te nemen op LIVE diensten, De systeemgegevens op uw computer op te slaan, Gegevens toe te voegen of te verwijderen, Het systeem aan te passen, Correcties op de kaart te delen met de gemeenschap (Map Share ), De volledige gebruikershandleiding van het TomTom -navigatiesysteem te downloaden. De TomTom HOME-softwaremenu's leiden u door deze handelingen. Systeem bijwerken Om het navigatiesysteem optimaal te kunnen benutten, dient u het zo vaak mogelijk bij te werken. Map Share kaartupdates kunnen bijvoorbeeld worden gedeeld met de gehele gemeenschap van systeemgebruikers. Hoofdfuncties van TomTom HOME-toepassing Nieuwe en extra kaarten downloaden Selecteer het pictogram Kaarten toevoegen om het menu te openen waar kaarten gedownload kunnen worden. Stemmen, nuttige plaatsen enz. downloaden Selecteer het pictogram Verkeer, stemmen, flitslocaties toevoegen enz. om: stemmen te downloaden om het systeem aan te passen nuttige plaatsen enz. te downloaden Let op In bepaalde landen is het downloaden en inschakelen van de camerawaarschuwingsoptie illegaal en kan dat resulteren in een vervolging. SD-kaart en systeemgegevens opslaan Systeemgegevens kunnen op uw computer opgeslagen en ook zo nodig hersteld worden. U wordt geadviseerd de systeemgegevens regelmatig op te slaan. Door de gegevens op te slaan, kunnen ze worden hersteld, bijvoorbeeld wanneer de SD-kaart wegraakt of beschadigd wordt. Downloadinstructies Het is mogelijk om de volledige gebruikershandleiding voor het TomTom -navigatiesysteem op te roepen. Systeem aanpassen Het is ook mogelijk het systeem aan te passen door nieuwe nuttige plaatsen en kunstmatige stemmen te installeren en door het kleurenschema aan te passen.
46 46 Navigatie Gebruik Afstandsbediening 1. Toets in het midden Bevestigen, het snelmenu openen Op omhoog, omlaag, rechts, links drukken: In het menu of de kaart bewegen Op omhoog/omlaag drukken: De schaal van de kaart bijstellen (in-/ uitzoomen) Rechts drukken: Verkeersinformatie oproepen 2. Schermtoetsen ( en ) Uit het menu: Handelingen selecteren en bevestigen Uit de kaart: Linkertoets ( ) - herhaalt een gesproken aanwijzing; rechtertoets ( ) - toont de routesamenvatting 3. MENU: Het hoofdmenu openen 4. MAP 2D/3D Uit het menu: Geeft de kaart weer Uit de kaart: Schakelt de kaart naar 2D/3D-modus 5. BACK: Terug naar het vorige scherm Met de schermtoetsen en worden handelingen geselecteerd of bevestigd die onderaan het scherm worden weergegeven. De led op de afstandsbediening knippert eenmaal wanneer de afstandsbediening is verbonden met het navigatiesysteem. Om hem sneller te verbinden, drukt u op een van de afstandsbedieningstoetsen terwijl het systeem start voordat dat de wettelijke opmerkingen verschijnen. Wanneer de led knippert en er een bericht op het scherm verschijnt, moeten de batterijen worden vervangen.
47 Navigatie 47 Batterij vervangen Druk op de vergrendeling aan de achterzijde van het apparaat en til het toetsenbord eruit. Breng nieuwe batterijen aan (type: AAA / LR03 / UM4 1,5V) waarbij ervoor gezorgd moet worden dat ze correct aangebracht worden; plaats vervolgens het batterijdeksel terug. Navigatiesysteem activeren Inschakelen Het navigatiesysteem schakelt automatisch in wanneer het contact wordt ingeschakeld. In andere gevallen drukt u op de toets X van het infotainmentsysteem. Bij uitgeschakeld contact kan het navigatiesysteem gedurende ongeveer 20 minuten worden gebruikt. Druk op de toets X om het navigatiesysteem in te schakelen. Het systeem wordt ongeveer 20 minuten na de laatste invoer van de gebruiker automatisch uitgeschakeld. Uitschakelen Bij uitgeschakeld contact wordt het navigatiesysteem automatisch uitgeschakeld wanneer het bestuurdersportier wordt geopend. Bij ingeschakeld contact drukt u op de toets X op het infotainmentsysteem om het navigatiesysteem uit te schakelen. Menu's voor wisselen tussen navigatiesysteem en infotainmentsysteem Bij ingeschakeld infotainment- en navigatiesysteem drukt u op de toets NAVI van de bedieningselementen op de stuurkolom om tussen schermen van het navigatie- en infotainment te wisselen. Wanneer de bedieningselementen van het infotainmentsysteem worden gebruikt om te wisselen, bijvoorbeeld de audiobron, verschijnt het infotainmentsysteemscherm even over het navigatiesysteemscherm. Het display schakelt na korte tijd terug. Klok De klok wordt weergegeven wanneer naar het infotainmentsysteemscherm wordt geschakeld. SD-kaart aanbrengen Schakel het navigatiesysteem uit en steek de SD-kaart in sleuf ervan. De SD-kaart is breekbaar; buig hem niet.
48 48 Navigatie Gebruik alleen een SD-kaart die geschikt is voor het systeem. Displayweergave Menuscherm Snelmenu Het Snelmenu bevat een voorkeursselectie van enkele vaakgebruikte menu-items (bijv. verberg kaart, annuleer route, meld flitslocatie enz.). Om het snelmenu te openen, drukt u op de toets in het midden van de afstandsbediening. Kaartscherm Steek de kaart op de juiste wijze erin, zoals getoond in de illustratie. SD-kaart verwijderen Selecteer SD-kaart verwijderen in het hoofdmenu en bevestig dan met de rechter schermtoets. Er wordt een bericht weergegeven wanneer het veilig is om de SD-kaart te verwijderen. Om de SD-kaart uit zijn sleuf te verwijderen, drukt u op de kaart en laat hem vervolgens los. De kaart springt iets uit de sleuf, waardoor deze kan worden verwijderd. Het menuscherm bevat het volgende: 1. Menunaam 2. Selectie van submenu's 3. Schuifbalk menupagina Om het hoofdmenu te openen, drukt u op de toets MENU. Het menu kan meerdere schermpagina's bevatten. De schuifbalk geeft de huidige positie aan.
49 Navigatie 49 Het kaartscherm bevat het volgende: 1. Waarschuwing van het volgende risicogebied binnen bereik (vaste of mobiele flitslocatie, school enz.) 2. Maximumsnelheid. Gaat rood branden en knipperen wanneer de snelheidsbeperking wordt overschreden 3. Naam van de volgende belangrijke weg of verkeersbordinformatie, indien van toepassing 4. Verkeerszijbalk: Weergave van incidenten op de route, ontvangstindicator verkeersinfo 5. Huidige tijd 6. Richting en afstand tot volgende richtingsverandering 7. Buitentemperatuur (afhankelijk van de auto) 8. Reisinformatie, bijv. geschatte aankomsttijd, totaal resterende afstand 9. Huidige locatie 10. Audiosysteeminformatie 11. Kompas Om het kaartscherm op een willekeurig moment te openen, drukt u op de toets MAP 2D/3D. Verzeker u ervan dat alle aangebrachte veranderingen bevestigd worden met de schermtoetsen ( en ) voordat u naar het kaartscherm schakelt; anders gaan de veranderingen verloren. Druk in het kaartscherm nogmaals op de toets MAP 2D/3D om tussen 2D/ 3S kaartmodi te wisselen. Begeleide rondleidingen Het systeem biedt tutorials om snel vertrouwd te raken met de verschillende functies. Selecteer Korte rondleidingen in het hoofdmenu en vervolgens de gewenste rondleiding: Gebruik van de afstandsbediening Rijweergave Menu-opties Bekijk kaart Route-berekening Reisplanner Verkeersinfo Waarschuwingen en meldingen Snelmenu TomTom HOME LIVE diensten Live diensten omvatten veiligheidswaarschuwingen voor wegen, actuele verkeersinformatie met HD TrafficService, lokale zoekfunctie met Google en weersverwachting. Deze functies zijn gratis beschikbaar voor een proefperiode van 3 maanden, waarna een abonnement vereist is. Bezoek de TomTom-website en raadpleeg het gedeelte Services voor een abonnement op LIVE diensten. Live diensten zijn in sommige landen of regio's niet verkrijgbaar. Om op elk willekeurig moment de status van uw abonnement na te gaan, selecteert u My services in het menu LIVE services. Sommige functies kunnen pas in het hoofdmenu worden geselecteerd wanneer een abonnement op live diensten is genomen.
50 50 Navigatie Voor toegang tot deze functies selecteert u LIVE diensten uit het hoofdmenu van het navigatiesysteem. Veiligheidswaarschuwingen Deze dienst omvat mobiele flitslocaties in realtime, verkeersonveilige locaties en vaste flitslocaties. De nieuwste updates van vaste flitslocaties kunnen via TomTom HOME worden gedownload. Deze dienst kan op elk willekeurig moment via Veiligheidswaarschuwingen in het menu LIVE diensten worden geactiveerd of gedeactiveerd. HD Traffic Om alleen actuele, realtime verkeersinformatie te ontvangen en de beste route naar uw bestemming te plannen, selecteert u HD Traffic in het menu LIVE diensten. Lokale zoekfunctie van Google Met deze dienst kunt u een trefwoord gebruiken om een nuttige plaats snel te vinden en deze als een bestemming in te stellen. Het weer De weersverwachtingsdienst geeft weerberichten voor maximaal 5 dagen voor uw huidige locatie en uw gekozen bestemming. Afbeeldingsviewer Het systeem kan worden gebruikt om afbeeldingen te bekijken. Selecteer Viewer voor afbeeldingen in het hoofdmenu; de afbeeldingscollectie wordt geopend en er kan een afbeelding worden geselecteerd. Om door de afbeeldingen in de diavoorstellingsmodus te schuiven, selecteert u Diavoorstelling met de rechter schermtoets en stelt u de seconden-per-dia in wanneer daarom wordt gevraagd, met de richtingstoetsen. Om de diavoorstelling op de handmatige modus in te stellen, selecteert u Handmatig door helemaal naar rechts van het display seconden-per-dia te gaan en dan de richtingstoetsen te gebruiken om handmatig door de afbeeldingen te schuiven. Start de diavoorstelling door op de rechter schermtoets te drukken. Afbeeldingen kunnen worden toegevoegd of verwijderd tijdens het bijwerken van het navigatiesysteem. Compatibele afbeeldingsindelingen zijn: JPG: grijsschaal of RGB BMP: 1-bits, 2 kleuren; 4-bits, 16 kleuren; 8-bits, 256 kleuren en 24-bits, 16,7 miljoen kleuren Het navigatiesysteem instellen Navigatievolume Om het volume tijdens een gesproken aanwijzing te veranderen, draait u de knop X of drukt u op < of ] op het infotainmentsysteem. Of druk op de toets! of # van de bedieningselementen op de stuurkolom om het volume te veranderen.
51 Navigatie 51 Om de gesproken aanwijzing te herhalen, drukt u op de linker schermtoets. Systeemvoorkeuren Het systeem kan aan de persoonlijke wensen worden aangepast. Selecteer Wijzig voorkeuren in het hoofdmenu om de aanpasbare voorkeuren te bekijken. Bepaalde menu-items kunnen ook sneller worden gevonden in het snelmenu. Druk op de toets in het midden op de afstandbediening om het Snelmenu te openen. Wijzig thuislocatie Om de locatie van uw opgegeven thuislocatie te wijzigen. Beheer favorieten Opgeslagen favoriete bestemmingen wissen. Selecteer de gewenste invoer, gevolgd door OK, met de schermtoets om de invoer te wissen. Wissel kaart Wordt gebruikt wanneer verschillende kaarten op de SD-kaart worden geïnstalleerd. Om de kaart te wijzigen, selecteert u Wissel kaart en selecteert u vervolgens de noodzakelijke kaart. Spraak-voorkeuren Een stem selecteren voor het geven van gesproken aanwijzingen en menselijke of kunstmatige stemmen selecteren. De aanwijzingen met menselijke stem geven alleen vereenvoudigde begeleiding terwijl de aanwijzingen met kunstmatige stem wegaanwijzingen plus aanvullende informatie geven (bijv. verkeersborden en verkeersinformatie enz.). Stem uitschakelen De gesproken aanwijzingen uitschakelen en alleen het kaartscherm voor begeleiding gebruiken. Zet geluid uit Al het geluid uitschakelen, inclusief gesproken aanwijzingen en waarschuwingen enz.. Om het geluid weer aan te zetten selecteert u Zet geluid aan. Veiligheids-voorkeuren Om geluidswaarschuwingen tijdens het rijden in te schakelen (bijv. bij het overschrijden van een ingestelde snelheid of of bij het naderen van scholen enz.). Deze optie kan ook worden gebruikt om de menu's te vereenvoudigen. Planningvoorkeuren Er zijn vijf soorten planningsvoorkeuren waaruit kan worden gekozen. De aanbevolen voorkeur is Snelste route. Na het selecteren van de planningscriteria kunt u via het systeem de functie IQ Routes activeren. Na het activeren plant deze functie de beste route met inachtneming van de geldende maximumsnelheden. Tolwegvoorkeuren: Nadat een bestemming is ingevoerd, vraagt het systeem u of u dit verzoek wilt veranderen. Selecteer een van de 3 types planningsvoorkeuren en sluit vervolgens af met de rechter schermtoets.
52 52 Navigatie Wegtypes: Selecteer voorkeuren m.b.t. specifieke opbouw van de reis, zoals onverharde wegen en veerovertochten. Toon rijbaanbeelden Bij het naderen van een belangrijke afslag kan het systeem omschakelen naar een close-up van de afslag met een richtingspijl en wegwijzers. U kunt deze functie naar keuze uitschakelen. Zoom automatisch Tijdens begeleiding zoomt het display geleidelijk in voor elke richtingsverandering. Indien gewenst, kan deze modus worden uitgeschakeld. Toon NP op kaart Om de nuttige plaatsen (NP's) te selecteren die op de kaart worden weergegeven. Beheer NP's Nuttige plaatsen (NP's) of NP-categorieën toevoegen, aanpassen of verwijderen. Kies eenheden Maateenheden: Selecteer Mijl of Kilometer en selecteer vervolgens OK met behulp van de schermtoets. Klok: selecteer een van de 3 weergaveopties voor de klok en selecteer vervolgens OK met behulp van de tiptoets om naar de volgende stap te gaan. Coördinaten: selecteer een van de 3 opties voor lengte en breedte en selecteer vervolgens OK met behulp van de tiptoets om naar de volgende stap te gaan. Tips weergeven/verbergen Wanneer het navigatiesysteem wordt gebruikt, toont het systeem tips om de functies optimaal te kunnen gebruiken. Deze kunnen worden uitgeschakeld door Verberg tips te selecteren. Om weer in te schakelen, selecteert u Toon tips. Wijzig autosymbool Verandert de stijl van het autosymbool. 2D-kaartinstellingen De standaard kaartinstellingen tussen 2D en 3D wisselen. Kompas-voorkeuren Wijzigt de oriëntatie van het kompas op het kaartscherm. Statusbalk-voorkeuren Voegt toe aan de lijst met opties die op de statusbalk van de navigatiekaart verschijnen. Voorkeuren naam Voor het weergeven van straatnamen en huisnummers op de kaart. Gebruik dag/nachtkleuren In de standaard automatische modus schakelt het systeem automatisch tussen dag- en nachtmodus. Wanneer de voorkeur wordt gegeven aan de handmatige modus, kan de automatische modus worden uitgeschakeld door Daglichtkleuren of Nachtkleuren te selecteren. Automatisch inschakelen kan opnieuw worden geactiveerd met het menu Wijzig helderheid.
53 Navigatie 53 Wijzig kaartkleuren Er kunnen ook nieuwe kleuren worden gedownload. Om een gedownloade kleur te selecteren, selecteert u een extra kleurenschema, vervolgens de gewenste kleur. Wijzig helderheid Pas de helderheid van het scherm aan de externe verlichtingsomstadingheden aan. Stel klok in Wanneer de klokken in de zomer of de winter veranderen, of wanneer u naar het buitenland reist, moet de tijd van het systeem worden aangepast. Selecteer Stel klok in; het systeem biedt drie weergavemodi. Selecteer de gewenste modus en vervolgens OK met de schermtoets. Stel de klok in en selecteer vervolgens OK. Kloksynchronisatie: De synchronisatieoptie maakt het mogelijk de tijd rechtstreeks in te stellen met behulp van gps-informatie. Selecteer de optie Synchr. met de linker schermtoets. Opstart-voorkeuren Wordt gebruikt om de opstartinstellingen van het systeem en ook de opstartpagina te veranderen door deze aan te passen met een gekozen foto. Toon minder menu-opties Biedt de mogelijkheid om het menu te vereenvoudigen om het gebruik te vergemakkelijken. Om alle opties opnieuw te activeren, selecteert u dit pictogram opnieuw. Wijzig taal Om de taal te wijzigen, selecteert u Taal:, de gewenste taal kan vervolgens worden geselecteerd in de lijst. Herstel fabrieks-instellingen Om alle systeemparameters terug te zetten en alle persoonlijke gegevens te verwijderen. Selecteer Herstel fabrieksinstellingen in het hoofdmenu, volg dan de instructies op het scherm met behulp van de schermtoetsen. Gedeeltelijk herstel: hiermee is de verwijdering van alle persoonlijke gegevens mogelijk (favorieten, recente bestemmingen enz.). Na het herstel start het systeem opnieuw op in het Engels. Invoer van de bestemming Bestemming selecteren Selecteer uit het hoofdmenu Navigeer naar... en kies dan uit de volgende opties: Thuis Leidt u naar uw huisadres. Voor het opslaan van het adres van uw thuislocatie raadpleegt u Favoriet toevoegen en opslaan. Favoriet Een opgeslagen lijst met veelbezochte bestemmingen. Selecteer Favoriet en bevestig. Kies de gewenste bestemming uit de lijst en bevestig. Voor het opslaan van een bestemming in de favorietenlijst raadpleegt u Favoriet toevoegen en opslaan.
54 54 Navigatie Let op Het pictogram Favoriet wordt grijs als geen bestemmingen als een Favoriet zijn opgeslagen. Adres Voer het gehele of een deel van het adres (in d.w.z. plaats en straat of stadscentrum, postcode enz.). Let op Alleen adressen die via de digitale kaart aan het systeem bekend zijn, worden geaccepteerd. Wanneer het systeem voor de eerste keer wordt gebruikt, stelt u het bestemmingsland in. Voer de naam van de gewenste plaats in. Het systeem kan meerdere plaatsen voorstellen (de eerste regel is altijd in geel gemarkeerd). Selecteer de gewenste plaats uit de lijst met suggesties en selecteer OK met de schermtoets. Ga op dezelfde manier te werk voor Straat: en Huisnummer:. Als de gewenste plaats niet in de korte lijst met suggesties verschijnt, kan een complete lijst ook worden opgeroepen via de vervolgpijl (in de rechter bovenhoek van het scherm). Het systeem slaat eerder ingevoerde plaatsen op in zijn geheugen. Deze kunnen dan rechtstreeks uit de volledige lijst worden geselecteerd via de vervolgpijl. Recente bestemming Selecteer een bestemming uit de lijst met adressen die het laatst gebruikt zijn en die automatisch opgeslagen zijn. Nuttige plaats (NP) Een nuttige plaats (NP) is een dienst, een firma of een toeristisch gebied vlakbij een locatie. NP's zijn onderverdeeld in verschillende categorieën (bijv. restaurants, musea, parkeerterreinen enz.). Selecteer Nuttige plaats en bevestig en zoek dan naar een NP uit de volgende opties: Zoeken op NP-naam Voer de naam van de NP in en het systeem zal automatisch naar de nuttige plaats gaan zoeken. Zoeken op NP-categorie Selecteer het gewenste type categorie (bijv. musea) en kies dan het gewenste gebied uit de volgende opties: NP dichtbij, NP in stad NP dicht bij huis Selecteer OK om het zoeken te beginnen.
55 Navigatie 55 Locatie op de kaart Een bestemming op de kaart kan worden gedefinieerd. Plaats de cursor op deze bestemming en bevestig. Het systeem berekent de route. Lengte- en breedtegraad Bepaalt een bestemming op basis van lengtegraad en breedtegraadwaarden. Bevestig de bestemming Zodra de bestemmingsinformatie ingevoerd is, berekent het systeem de route. Aan het einde van de berekening toont het systeem de navigatiesamenvatting en stelt twee opties voor: Detail: Geeft de details van de reis in verschillende vormen weer. Raadpleeg Route-informatie in het hoofdstuk Begeleiding. OK: Begeleiding start. Indien niet bevestigd, wordt deze pagina na enkele seconden gesloten en start de begeleiding automatisch. De functie IQ routes kan de reistijd met statische gegevens optimaliseren. Voor het activeren en deactiveren van deze functie kunt u Routeberekening in het hoofdstuk Gebruik raadplegen. Voeg favoriet toe en sla hem op Selecteer Voeg favoriet toe uit het hoofdmenu. De locatie voor uw favoriet kan worden geselecteerd uit de volgende opties: Thuis Sla uw thuisadres op als een favoriet. Favoriet Niet gebruikt. Adres Wanneer een adres wordt ingevoerd, kiest u uit de volgende opties: Stadscentrum, Straat en huisnummer, Postcode, Kruising of splitsing. Recente bestemming Selecteer een favoriete locatie uit de lijst van degene die onlangs zijn ingevoerd als bestemming. Nuttige plaats Wanneer u een nuttige plaats (NP) aan uw favorieten toevoegt, kiest u uit de volgende opties: NP dichtbij: Zoekresultaat uit een lijst met NP's vlakbij uw huidige positie. NP in stad: Kies een NP in een bepaalde plaats of stad. De plaats/ stad moet worden opgegeven. NP dicht bij huis: Zoekresultaat uit een lijst met NP's vlakbij uw thuislocatie. Wanneer naar een bestemming wordt genavigeerd, kan er ook een selectie uit een lijst met NP's worden gemaakt: NP op de route, NP nabij bestemming. Mijn locatie Wanneer men onderweg bij een interessante locatie is gestopt, kan dit als een favoriet worden opgeslagen. Het systeem zal altijd een naam voorstellen, gewoonlijk een adres, maar een
56 56 Navigatie naam kan worden gekozen. Om de naam in te voeren, begint u gewoon te typen. Locatie op de kaart Selecteer de locatie van de favoriet met behulp van de cursor, selecteer vervolgens OK met behulp van de schermtoets. Lengte- en breedtegraad Maakt een favoriet op basis van de ingevoerde lengtegraad- en breedtegraadwaarden. Favoriet wissen of hernoemen Selecteer Wijzig voorkeuren, selecteer vervolgens Beheer favorieten: selecteer de favoriet en dan Verwijder item of Hernoem item met behulp van de schermtoets. Bereid de route vooraf voor Reizen kunnen vooraf worden gepland, bijv. om erachter te komen hoe lang een reis naar verwachting zal duren of om de route te controleren. Selecteer Bereid route voor uit het hoofdmenu. Kies een beginpunt op dezelfde manier waarop u de bestemming hebt gekozen en selecteer vervolgens een bestemming. Kies het type route en bevestig. Het systeem plant de route en maakt de weergave van details mogelijk. Begeleiding Route-informatie Om de route te bekijken voordat de begeleiding begint, selecteert u Toon route nadat een bestemming is ingevoerd: Selecteer de details van de route uit de volgende opties: Toon als tekst Toont de routeplanning. Verschillende details van de route worden weergegeven: pijlen die richtingsveranderingen aangeven, wegtypes, straatnamen, afstand voor een splitsing. Toon als afbeeldingen Toont wijzigingen in richtingen als afbeeldingen. Toon routekaart Toont de kaart van de route. Toon routedemo Toont een demonstratie van de route. De snelheid van de demonstratie kan worden geselecteerd. Toon samenvatting Toont details van de reistijd, de afstand en het type route. Om deze pagina rechtstreeks vanuit de navigatiekaart te openen, drukt u op de rechter schermtoets. Verkeer op route tonen Geeft een overzicht van verkeersincidenten die de reis vertragen. Wijzig reisplan Om de route aan te passen, selecteert u Zoek alternatief in het hoofdmenu. U hebt de volgende opties:
57 Navigatie 57 Bereken alternatief Berekent een alternatief voor de reeds geplande route. Het systeem gaat op zoek naar een andere route vanaf uw huidige locatie naar de bestemming. Vermijd obstructie Selecteer dit wanneer er een wegversperring of een verkeersopstopping die niet werd aangegeven door de verkeersinformatiedienst. Er kan worden gekozen hoeveel van de route moet worden gemeden: Vermijd 100 m, 500 m, 2000 m of 5000 m. Het systeem berekent de route opnieuw, waarbij het gedeelte van de route over de geselecteerde afstand wordt gemeden. Herbereken origineel Keert terug naar de originele route. Vermijd deel van route Mijdt een specifiek deel van de route, zoals een weg of een splitsing. Kies de weg die moet worden gemeden uit de lijst met wegen op de route. Beperk vertragingen Selecteer dit menu om de route te plannen op basis van de nieuwste verkeersinformatie. Reis via... Selecteer dit om de route te wijzigen, zodat het langs een bepaalde locatie loopt, bijv. om iemand op te pikken. De locatie wordt op dezelfde manier gekozen als de bestemming wordt gekozen, dus alle zelfde opties kunnen worden geselecteerd: Adres, Favoriet, Nuttige plaats en Locatie op de kaart. Het systeem zal een nieuwe route berekenen naar de bestemming die langs de gekozen locatie loopt. Begeleiding uitschakelen Om de begeleiding tijdens het uitvoeren te stoppen, selecteert u Wis route (of Route annuleren) in het hoofdmenu en bevestigt u. Om de begeleiding te hervatten, selecteert u Navigeer naar... en vervolgens Recente bestemming. Bekijk kaart Selecteer Bekijk kaart in het hoofdmenu of gebruik een van de richtingstoetsen op de bediening. Met de rechter schermtoets zoemt u in met de omhoog- en omlaagtoetsen. Om de opties te openen, drukt u op de OKknop, vervolgens op de rechter schermtoets. Opties Open de optie in de kaartweergave. Met dit menu kan informatie worden geselecteerd die in de kaartweergave wordt getoond. Om de weergavevoorkeuren voor nuttige plaatsen (NP) te wijzigen, drukt u op de linker schermtoets. Om de selectie te bevestigen, drukt u op de rechter schermtoets. Zoek De kaart kan op een specifieke locatie worden gecentreerd; druk op de linker schermtoets en met dit menu kunt u de volgende items centreren: uw thuisadres, een favoriet, een adres,
58 58 Navigatie een recente bestemming, een nuttige plaats, uw huidige locatie. Cursorpositie: Om de Cursorpositie: vanuit de kaartweergave te openen, drukt u op de OK-knop. Gebruik dit menu om: de kaart op de voertuiglocatie te centreren, naar een punt op de kaart te navigeren, naar een punt op de kaart te zoeken, een punt op de kaart toe te voegen aan de favorieten, een punt op de kaart toe te voegen aan de NP, de locatie van de auto te corrigeren. Help mij! Help mij! gebruiken om een hulp te vinden en daarmee contact op te nemen. De volgende opties kunnen worden geselecteerd: Alarm- en hulpnummers Het menu Alarm- en hulpnummers biedt verschillende dienstencentra: Dichtstbijzijnd politiebureau, Dichtstbijzijnde dokter, Dichtstbijzijnd ziekenhuis, Dichtstbijzijnd openbaar vervoer, Dichtstbijzijnde garage, Dichtstbijzijnde tandarts, Dichtstbijzijnde apotheek, Dichtstbijzijnde dierenarts. Bij het selecteren van een dienstencentrum verschijnen de locatie en het telefoonnummer. Selecteer het dienstencentrum als een bestemming door op de schermtoets te drukken. Rijd naar hulp Gebruik het systeem voor navigatie via het wegenstelsel naar: Dichtstbijzijnde garage, Dichtstbijzijnd ziekenhuis, Dichtstbijzijnde dokter, Dichtstbijzijnd politiebureau, Dichtstbijzijnde apotheek, Dichtstbijzijnde tandarts. Waar ben ik? Het systeem toont uw huidige locatie (adres) en geeft de gps-coördinaten (lengte-/breedtegraad). TomTom Flitslocaties Het systeem kan veiligheidswaarschuwingen of waarschuwingen voor flitslocaties snelheid op de route weergeven. Voor opties selecteert u TomTom Flitslocaties in het hoofdmenu: Meld flitslocatie Wanneer het systeem een camera niet aangeeft die zich op de route bevindt, kunnen de details ervan handmatig worden ingevoerd door Meld flitslocatie te selecteren. Het type camera moet worden ingevoerd (vast of mobiel). Het systeem opent een kaartpagina en met behulp van de richtingstoetsen plaatst u de rode markering op de locatie van de camera en bevestigt u deze met de schermtoetsen.
59 Navigatie 59 Bevestig het type camera en wanneer Flitslocatie snelheid wordt gekozen, moet ook de snelheidsbeperking worden ingevoerd en bevestigd. Om het systeem camera's te laten integreren die handmatig door andere gebruikers zijn ingevoerd moet u geabonneerd zijn op de camera-updates in TomTom HOME. De camerawaarschuwing wordt alleen actief nadat de locatie is bevestigd door de technische afdeling van TomTom. Het snelmenu kan ook worden gebruikt om een camera te melden. Selecteer Meld flitslocatie. Voor het systeem moet het type camera worden ingevoerd en vervolgens aan welke zijde van de weg de camera zich bevindt. Bevestig met de rechter schermtoets. Wijzig waarschuwings-voorkeuren Gebruiken om de waarschuwingstijd voor de camera en het geluid van de waarschuwing te wissen of aan te passen. Om camerawaarschuwingen (mobiele camera, tolwegcamera enz.) toe te voegen, vinkt u de noodzakelijke cameratypes aan. Selecteer het type camera dat moet worden aangepast, en gebruik vervolgens de zachte toetsen om met ja of nee te bevestigen of de waarschuwing moet worden verwijderd. Wanneer Nee wordt gekozen, voert u de waarschuwingstijd voor de camera en OK in en met behulp van de zachte toets. Selecteer het gewenste geluid om te waarschuwen bij een naderende camera. Test het geluid met behulp van de linkse schermtoets en bevestig dit met de rechter schermtoets. Alarmmeldingen uit De camerawaarschuwingen kunnen worden in/uitgeschakeld. Selecteer Alarmmeldingen uit in het hoofdmenu wanneer de waarschuwingen ingeschakeld zijn of Alarmmeldingen aan wanneer de waarschuwingen uitgeschakeld zijn. Let op In bepaalde landen is het downloaden en inschakelen van de camerawaarschuwingsoptie illegaal en kan dat resulteren in een vervolging. Verkeersinfo Hiermee kan actuele verkeersinformatie worden ontvangen van lokale bronnen. Verkeersinformatie kan het volgende omvatten: ongevallen en ongelukken, verkeersdrukte, wegwerkzaamheden, weersomstandigheden, afgesloten rijstroken. De Verkeersinfo-service is niet beschikbaar in alle landen en regio's. Verkeersongevallen worden aangegeven met gesproken meldingen en met symbolen op de kaart - zie het gedeelte Symbolenoverzicht. Om de status van de Verkeersinfoservice te tonen, worden de onderstaande pictogrammen weergegeven in het verkeerszijbalk:
60 60 Navigatie A = Het apparaat is op zoek naar een FM-zender die verkeersinformatie uitzendt. $ = Verkeersinformatie is actueel of wordt bijgewerkt. % = Informatie is minimaal 9 minuten niet bijgewerkt. ^ = Informatie is minimaal 14 minuten niet bijgewerkt. & = Informatie is minimaal 19 minuten niet bijgewerkt. * = Informatie is minimaal 24 minuten niet bijgewerkt. Om de Verkeersinfo-dienst te beheren selecteert u Verkeersinfo (of H Traffic) uit het hoofdmenu en kiest u uit de volgende opties: Beperk vertragingen Selecteer dit menu om de route te plannen op basis van de nieuwste verkeersinformatie. Toon verkeersinfo op route Selecteer dit menu om een overzicht te bekijken van alle verkeersongevallen op de route. Gebruik de schermtoetsen op het betreffende scherm om meer gedetaileerde informatie over elk ongeval te bekijken. Bekijk kaart Met dit menu kan de kaart worden doorzocht en worden bijgewerkt met de verkeersinformatie in het gebied. De kaart toont de laatste, getoonde locatie. Voor informatie met betrekking tot de ongevallen die op de kaart worden getoond, selecteert u het ongeval met behulp van de rechter- en linkertoetsen en bevestigt u vervolgens. Om een gebied dat u zoekt sneller te kunnen openen, voegt u het toe aan uw favorieten. Voorkeuren voor Verkeersinfo Het volgende kan worden gewijzigd: Automatisch vertragingen na elke verkeersupdate minimaliseren. Pieptoon om aan te geven wanneer de verkeerssituatie op de route verandert. Lees verkeersinfo voor Selecteer dit menu om verkeersongevallen langs de route hardop voor te lezen. Symbolenoverzicht L = Ongeluk M = File G = Een of meer rijstroken gesloten F = Weg afgesloten N = Verkeersongeluk E = Wegwerkzaamheden J = Zware regenval C = Sneeuw B = Krachtige wind, storm K = Mist I = IJs
61 Stemherkenning 61 Stemherkenning Algemene aanwijzingen Telefoonregeling Algemene aanwijzingen De stemherkenningsfunctie van het handsfree-telefoonsysteem biedt u de mogelijkheid om bepaalde functies van de mobiele telefoon via gesproken instructies te bedienen. Spraaklabels kunnen voor de contacten in het autotelefoonboek worden gemaakt, waardoor u een contact kunt bellen zonder de naam van de beller of het nummer handmatig te selecteren. Om te verzekeren dat conversaties in de auto geen gesprekken naar een opgeslagen contact starten, moet de stemherkenningsfunctie eerst via de bedieningselementen op de stuurkolom worden geactiveerd. Wanneer de functie niet goed werkt, zal de stemherkenningsfunctie u vragen de gewenste opdracht te herhalen, of speelt deze de beschikbare opties af. Telefoonregeling Spraaklabels maken Naast namen en nummers kunnen spraaklabels worden gemaakt wanneer nieuwe contacten aan het autotelefoonboek worden toegevoegd. Raadpleeg Bediening in het gedeelte Telefoon Spraaklabels kunnen ook naderhand worden toegevoegd of gewijzigd door de volgende menu's en opties te selecteren: Telefoonboekbeheer, Telefoonboek auto, Contact wijzigen. Selecteer het te wijzigen contact uit de lijst met contacten en selecteer vervolgens de volgende menuopties door de draaiknop te draaien en in te drukken. (Gesproken vermelding), Opnemen vermelding starten, Wanneer u gevraagd wordt een spraaklabel op te nemen, spreekt u in na de toon. Een melding vraagt het
62 62 Stemherkenning spraaklabel te herhalen. Wanneer het systeem het herhaalde spraaklabel niet herkent, zal het systeem vragen het te herhalen. Een bericht bevestigt dat het spraaklabel is opgenomen. Na voltooiing zorgt u ervoor dat het spraaklabel wordt opgeslagen samen met de andere contactgegevens door Opslaan te selecteren. Stemherkenning inschakelen De stemherkenningsfunctie activeren: Druk op de toets 5 of w (op de bedieningselementen van de stuurkolom). Na de toon herhaalt u het spraaklabel dat voorheen is opgenomen voor het gewenste contact om het kiesproces te starten. Spreek het spraaklabel meteen uit, d.w.z. zeg niet eerst "Bel" voordat u het spraaklabel noemt. Wanneer het systeem het spraaklabel niet herkent, wordt u gevraagd het te herhalen. Wanneer het spraaklabel nog niet wordt herkend, wordt de lijst met opgenomen spraaklabels teruggespeeld. Herhaal het gewenste spraaklabel wanneer het wordt weergegeven, om het kiesproces te starten. Mocht het systeem het spraaklabel nog steeds niet herkennen, wordt de stemherkenningsfunctie automatisch uitgeschakeld.
63 Telefoon 63 Telefoon Algemene aanwijzingen Verbinding Bluetooth-verbinding Noodoproep Bediening Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur Algemene aanwijzingen Het handsfree-telefoonsysteem biedt u de mogelijkheid om via de microfoon en luidsprekers van de auto mobiele telefoongesprekken te voeren en met het infotainmentsysteem de belangrijkste functies van de mobiele telefoon te bedienen. Om het handsfree-telefoonsysteem te kunnen gebruiken, moet de mobiele telefoon via Bluetooth aangesloten zijn. Niet alle functies van het handsfreetelefoonsysteem worden door elke mobiele telefoon ondersteund. Welke telefoonfuncties mogelijk zijn, hangt af van de desbetreffende mobiele telefoon en van de netwerkprovider. Raadpleeg de bedieningsinstructies voor uw mobiele telefoon of uw netwerkprovider. Belangrijke informatie voor de bediening en de verkeersveiligheid 9 Waarschuwing Het gebruik van het handsfree-telefoonsysteem tijdens het rijden kan gevaarlijk zijn omdat uw concentratie afneemt tijdens het telefoneren. Parkeer de auto voordat u het handsfree-telefoonsysteem gebruikt. Volg de voorschriften van het land op waarin u rijdt. Volg ook de speciale voorschriften die in sommige gebieden gelden op en zet uw mobiele telefoon altijd uit als mobiel telefoneren verboden is, als de mobiele telefoon storing veroorzaakt of als zich gevaarlijke situaties kunnen voordoen.
64 64 Telefoon 9 Waarschuwing Mobiele telefoons hebben invloed op uw omgeving. Daarom zijn veiligheidsvoorschriften opgesteld waarvan u zich op de hoogte moet stellen voordat u de telefoon gebruikt. Bluetooth Het handsfree-telefoonsysteem ondersteunt Bluetooth Handsfree Profile V. 1.5 en is gespecificeerd in overeenstemming met de Bluetooth Special Interest Group (SIG). Meer informatie over de specificatie is verkrijgbaar bij Voldoet aan EU R & TTE Hierbij verklaren wij dat de Bluetoothsysteemontvanger voldoet aan de essentiële vereisten en andere relevante voorwaarden van Richtlijn 1999/5/EG. Telefoonbedieningselementen De belangrijkste telefoonbedieningselementen zijn de volgende: Bedieningslementen op het infotainmentsysteem of de stuurkolom: De toets 6 of TEL: Opent het Telefoon-menu. Bedieningselementen alleen op de stuurkolom: 7, 8: Gesprek aannemen, gesprek beëindigen/weigeren. MODE/OK: Gesprek aannemen, gesprek beëindigen/weigeren, een handeling bevestigen. 5 of w: Stemherkenning inschakelen/uitschakelen. Sommige kenmerken van het handsfree-telefoonsysteem kunnen ook worden bediend via stemherkenning Bediening van displayscherm In het display omhoog/omlaag bewegen: Draai aan de draaiknop. In het display naar links/rechts bewegen: Druk op de toets of. Handelingen bevestigen (en alleen naar rechts bewegen in het display): Druk op de draaiknop.
65 Telefoon 65 Toetsenborden in het display bedienen In het display weergegeven, alfabetische en numerieke toetsenborden bewegen en tekens invoeren: Draai de draaiknop en druk hem in. Druk op de toets of om tussen het toetsenbordgebied en het bewerk/bevestiggebied (d.w.z. Opslaan, Afbreken en de keuzeschakelaar voor het type toetsenbord) te bewegen. De toetsenbordkeuzeschakelaar schakelt tussen toetsenbordtypes, bijv. kleine/grote letters met/zonder klinkers met accent. Invoer kan tijdens het invoeren via een displayoptie of met het toetsenbordteken worden gecorrigeerd. Nadat dit klaar is, kunt u invoer opslaan door Opslaan te selecteren of selecteer Afbreken om het toetsenbord niet meer te gebruiken en terug te keren naar het vorige scherm. Verbinding Een mobiele telefoon moet op het handsfree-telefoonsysteem zijn aangesloten om de functies ervan te regelen via het infotainmentsysteem. Er kan geen telefoon op het systeem zijn aangesloten tenzij deze eerst gekoppeld is. Raadpleeg het gedeelte Bluetooth-verbinding (3 66) voor het koppelen van een mobiele telefoon aan het handsfree-telefoonsysteem via Bluetooth. Bij ingeschakeld contact zoekt het handsfree-telefoonsysteem naar gekoppelde telefoons in de omgeving. Bluetooth moet geactiveerd zijn op de mobiele telefoon; anders herkent het handsfree-telefoonsysteem de telefoon niet. Het zoeken gaat door tot een gekoppelde telefoon is gevonden. Een displaybericht geeft aan dat de telefoon is aangesloten. Let op Wanneer een Bluetooth-verbinding actief is, wordt bij gebruik van het handsfree-telefoonsysteem de batterij van de mobiele telefoon sneller ontladen. Automatische verbinding Uw telefoon wordt wellicht alleen automatisch verbonden terwijl het systeem ingeschakeld is, als de automatische Bluetooth-verbindingsfunctie op uw mobiele telefoon geactiveerd is; raadpleeg de bedieningsinstructies van de mobiele telefoon. Let op Wanneer een gekoppelde telefoon opnieuw wordt verbonden of wanneer 2 gekoppelde telefoons zich binnen het bereik van het handsfreetelefoonsysteem bevinden, wordt ofwel de telefoon met voorrang (indien gedefinieerd) ofwel de laatst verbonden telefoon automatisch verbonden, zelfs als deze telefoon zich buiten de auto maar nog binnen het bereik van het handsfree-telefoonsysteem bevindt. Tijdens een automatisch verbinding schakelt de conversatie automatisch naar de microfoon en luidsprekers van de auto als een gesprek reeds aan de gang is.
66 66 Telefoon Als de verbinding mislukt: Controleer of de telefoon ingeschakeld is, Controleer of de batterij van de telefoon niet leeg is, Controleer of de telefoon reeds gekoppeld is. De Bluetooth-functie van de mobiele telefoon en van het handsfree-telefoonsysteem moet ingeschakeld zijn en de mobiele telefoon moet geconfigureerd zijn om het verbindingsverzoek van het systeem te accepteren. Handmatige verbinding Om de op het handsfree-telefoonsysteem aangesloten telefoon te veranderen, drukt op de toets 0 en selecteert u Bluetooth-verbinding uit het instellingenmenu. De apparatenlijst toont de telefoons die al gekoppeld zijn. Selecteer de gewenste telefoon uit de apparatenlijst en selecteer vervolgens Apparaat verbinden... en bevestig door de draaiknop in te drukken. Een displaybericht bevestigt de telefoonaansluiting. Telefoon ontkoppelen Om een telefoon van het handsfreetelefoonsysteem te ontkoppelen, drukt u op de toets 0 en selecteert u Bluetooth-verbinding uit het instellingenmenu. Selecteer Apparaat loskoppelen en bevestig door op de draaiknop te drukken. Een displaybericht bevestigt het ontkoppelen van de telefoon. Wanneer de mobiele telefoon uitgeschakeld wordt, wordt de telefoon van het handsfree-telefoonsysteem ontkoppeld. Als tijdens het ontkoppelen een gesprek reeds aan de gang is, wordt de conversatie automatisch naar de mobiele telefoon geschakeld. Telefoon met voorrang definiëren Indien opgegeven, zal het handsfreetelefoonsysteem eerst naar de telefoon met voorrangskoppeling zoeken nadat het contact is ingeschakeld. Om de telefoon met voorrang te definiëren, drukt u op de toets 0 en selecteert u Bluetooth-verbinding uit het instellingenmenu. De apparatenlijst toont de telefoons die al gekoppeld zijn. Selecteer de gewenste telefoon uit de apparatenlijst en selecteer vervolgens Prioriteit definiëren (N ) en bevestig door de draaiknop in te drukken. Bluetooth-verbinding Bluetooth is een radiografische norm voor het draadloos verbinden van bijv. een telefoon met andere apparatuur. Informatie zoals een contactlijst voor de mobiele telefoon en gesprekkenlijsten kunnen worden overgedragen. Welke functies er beschikbaar zijn, hangt af van het model telefoon. Mobiele telefoon koppelen aan het handsfree-telefoonsysteem Om uw handsfree-telefoonsysteem te kunnen gebruiken, moet er een verbinding tot stand worden gebracht tussen de mobiele telefoon en het systeem via Bluetooth, d.w.z. de mobiele telefoon moet vóór gebruik aan
67 Telefoon 67 de auto gekoppeld worden. Daarom moet de mobiele telefoon Bluetooth ondersteunen. Raadpleeg de bedieningsinstructies van uw mobiele telefoon. Om een Bluetooth-verbinding tot stand te brengen, moet het handsfree-telefoonsysteem ingeschakeld en moet Bluetooth op de mobiele telefoon geactiveerd zijn. Let op Als een andere telefoon tijdens een nieuwe koppelingsprocedure automatisch wordt aangesloten, wordt deze automatisch losgekoppeld om de nieuwe koppelingsprocedure te laten plaatsvinden. Door het koppelen kan het handsfreetelefoonsysteem een mobiele telefoon herkennen en in de apparatenlijst opslaan. Er kunnen maximaal 5 mobiele telefoons gekoppeld en in de apparatenlijst opgeslagen worden, maar er kan er maar één tegelijkertijd verbonden zijn. Om een telefoon aan het handsfreetelefoonsysteem te koppelen, drukt u op de toets 0 op het infotainmentsysteem en selecteert u Bluetoothverbinding uit het instellingenmenu. Selecteer een lege sleuf door de draaiknop te draaien en druk op de draaiknop (of de toets of ) om het volgende menu weer te geven. Selecteer Nieuwe GSM aansluiten door de draaiknop te draaien en in te drukken en zoek vervolgens op de mobiele telefoon naar Bluetooth-apparatuur in de omgeving van de telefoon. Selecteer My Radiosat (d.w.z. de naam van het handsfree-telefoonsysteem) uit de lijst op de mobiele telefoon en voer via het toetsenbord van de mobiele telefoon de koppelingscode in die op het displayscherm van het infotainmentsysteem staat weergegeven. Als het koppelen mislukt, klinkt een geluid en wordt het bericht Verbinding mislukt. op het displayscherm van het infotainmentsysteem getoond. Herhaal de procedure zo nodig. Wanneer het koppelen voltooid is, wordt een bericht met de naam van de gekoppelde telefoon op het displayscherm van het infotainmentsysteem getoond en wordt de telefoon automatisch met het handsfree-telefoonsysteem verbonden. De mobiele telefoon kan dan via de bedieningselementen van het het infotainmentsysteem worden bediend. Let op Wanneer een Bluetooth-verbinding actief is, wordt bij gebruik van het handsfree-telefoonsysteem de batterij van de mobiele telefoon sneller ontladen. Mobiele telefoon ontkoppelen van het handsfree-telefoonsysteem Wanneer de lijst met gekoppelde telefoons vol is, kan een nieuwe telefoon alleen gekoppeld worden wanneer een bestaande telefoon wordt ontkoppeld. Om te ontkoppelen, d.w.z. een telefoon uit het geheugen van het handsfree-telefoonsysteem te wissen, drukt u op de toets 0 en selecteert u Bluetooth-verbinding uit het instellingenmenu. Selecteer de gewenste
68 68 Telefoon telefoon uit de apparatenlijst, druk op de draaiknop (of de toets of ) en selecteer Dit apparaat wissen. Door een telefoon te ontkoppelen, worden alle gedownloade contacten en het belgeheugen ervan uit het telefoonboek van het handsfree-telefoonsysteem verwijderd. Noodoproep 9 Waarschuwing Het tot stand brengen van de verbinding kan niet onder alle omstandigheden worden gegarandeerd. Vertrouw daarom niet alleen op een mobiele telefoon bij gesprekken van levensbelang (bijv. bij het inroepen van medische hulp). Voor sommige netwerken kan het noodzakelijk zijn dat er op de juiste manier een geldige simkaart in de mobiele telefoon is aangebracht. 9 Waarschuwing Denk eraan dat u met uw mobiele telefoon alleen kunt bellen en ontvangen indien u zich in een gebied bevindt met een voldoende sterk signaal. Onder bepaalde omstandigheden kunnen nooddiensten niet op alle mobiele telefoonnetwerken worden gebeld; mogelijkerwijs kunnen deze oproepen ook niet gedaan worden wanneer bepaalde netwerkdiensten en/of telefoonfuncties actief zijn. Raadpleeg uw netwerkprovider voor meer informatie. Het alarmnummer verschilt afhankelijk van het land of de regio. Wij raden u aan het juiste alarmnummer voor het relevante land of de relevante regio van tevoren op te vragen. Alarmnummer instellen Voor een noodoproep via het handsfree-telefoonsysteem moet eerst het juiste alarmnummer worden ingesteld. Bepaal het juiste alarmnummer en open dan het Telefoon-menu door op de toets 6 of TEL te drukken. Selecteer Alarm gevolgd door Nummer invoeren/wijzigen. Voer het alarmnummer in (bijv. 112) met het numerieke toestenbord Alarmnummers variëren al naargelang het land of de regio. Alarmnummer bellen Open het Telefoon-menu door op de toets 6 of TEL te drukken. Selecteer Alarm gevolgd door Bellen om het alarmnummer te gaan bellen (bijv. 112). Een telefoonaansluiting met het noodoproepcentrum wordt ingesteld. Beantwoord de vragen van het personeel over de noodoproep.
69 Telefoon 69 9 Waarschuwing Beëindig het gesprek pas als de alarmcentrale u daarom vraagt. Bediening Inleiding Wanneer een Bluetooth-verbinding tot stand is gebracht tussen uw mobiele telefoon en het handsfree-telefoonsysteem, kunnen bepaalde functies van uw mobiele telefoon via de bedieningselementen van het infotainmentsysteem worden bediend. Het is bijvoorbeeld mogelijk om de contacten en telefoonnummers die in uw mobiele telefoon zijn opgeslagen, in het handsfree-telefoonsysteem te importeren. Nadat de verbinding tot stand is gebracht, worden de gegevens van de mobiele telefoon naar het handsfreetelefoonsysteem gezonden. Afhankelijk van het model telefoon kan dit enige tijd duren. Tijdens deze periode is het bedienen van de mobiele telefoon via het Infotainmentsysteem slechts beperkt mogelijk. Let op Niet elke mobiele telefoon ondersteunt de functies van het handsfree-telefoonsysteem. Daarom kan het bereik aan beschreven functies afwijken. Menu Telefoon Het Telefoon-menu weergeven: Druk op de toets 6 of TEL. Volumeregeling Om het volume voor gesprekken, stemherkenning of de beltoon vooraf in te stellen, drukt u op de toets 0 en selecteert u Telefooninstellingen uit het instellingenmenu, gevolgd door Volume. Selecteer de gewenste optie (bijv. Beltoonvolume) en stel het volume af met de draaiknop m (of de toets! of #). Druk nogmaals op 0 om de veranderingen op te slaan en het menu af te sluiten. Tijdens een gesprek draait u m of drukt u op! of # om het gespreksvolume te veranderen. Een telefoonnummer bellen Er zijn verschillende opties beschikbaar voor het bellen van telefoonnummers, waaronder het bellen van een contact in het telefoonboek van de mobiele telefoon, vanuit het autotelefoonboek of vanuit een oproeplijst. Nummers kunnen natuurlijk ook handmatig worden gekozen. Geef het Telefoon-menu weer door op de toets 6 of TEL te drukken en selecteer de relevante optie uit de lijst. Handmatig een nummer invoeren Terwijl het Telefoon-menu wordt weergegeven, selecteert u Nummer kiezen uit de lijst. Voer het gewenste nummer in met het numerieke toetsenbord (3 63) en selecteer Bellen om het kiezen te starten.
70 70 Telefoon Telefoonboek mobiele telefoon Het telefoonboek van de mobiele telefoon bevat contactlijsten die alleen beschikbaar zijn voor de autogebruiker op dat moment. Vanwege vertrouwelijkheidsredenen kan elke gedownloade contactenlijst alleen worden bekeken wanneer de bijbehorende telefoon is aangesloten. Na het tot stand brengen van de verbinding wordt de contactlijst in de mobiele telefoon gedownload naar het handsfree-telefoonsysteem. Steeds wanneer de telefoon wordt aangesloten, wordt het telefoonboek van de mobiele telefoon van het systeem automatisch bijgewerkt. Het telefoonboek van de mobiele telefoon kan ook handmatig worden bijgewerkt terwijl de telefoon is aangesloten door het menu Telefoonboekbeheer te selecteren, gevolgd door Bijwerken. Er kunnen maximaal 500 contacten en 4 nummers per contact worden gedownload. Wanneer de opslagcapaciteit wordt overschreden, verschijnt er een oproep om overtollige contacten te verwijderen. Gewiste contacten blijven in de mobiele telefoon opgeslagen, maar worden uit het geheugen van het systeem gewist. Nummer kiezen uit telefoonboek van mobiele telefoon Om een nummer uit het telefoonboek van de mobiele telefoon te kiezen, terwijl het menu Telefoon wordt weergegeven, selecteert u Telefoonboek GSM en de eerste letter van de gewenste naam door de draaiknop te draaien. Druk op de draaiknop om de contacten voor die letter, indien van toepassing, weer te geven. Draai de draaiknop om het gewenste contact te selecteren en druk de knop in om de bijbehorende gegevens weer te geven. Selecteer Bellen om het kiesproces te starten. Contacten toevoegen aan telefoonboek van mobiele telefoon Contacten kunnen aan het telefoonboek van de mobiele telefoon worden toegevoegd door de volgende menuopties te selecteren: Telefoonboekbeheer Telefoonboek GSM Contact toevoegen Gebruik de alfabetische en numerieke toetsenborden (3 63) om een naam en maximaal 4 nummers in te voeren voor het nieuwe contact. Nadat u hiermee klaar bent, hebt u de volgende menuopties: Opslaan: om de details van het nieuwe contact op te slaan, Afbreken: om de invoer te annuleren, Wissen: om de invoer te verwijderen. Verkeerde namen en nummers die via de toetsenborden zijn ingevoerd, kunnen ook tijdens het aanmaken van het contact worden verwijderd. Contacten uit telefoonboek van mobiele telefoon verwijderen Individuele contacten of de gehele lijst kunnen uit de lijst met contacten in het telefoonboek van de mobiele telefoon worden verwijderd door de volgende menuopties te selecteren:
71 Telefoon 71 Telefoonboekbeheer Telefoonboek GSM Contacten wissen of Telefoonboek wissen Draai en druk de draaiknop om te selecteren en te verwijderen. Bevestig het verwijderen wanneer daarom wordt gevraagd. Autotelefoonboek Het autotelefoonboek is een contactlijst die door alle gebruikers van de auto wordt gedeeld. Er kunnen maximaal 40 contacten aan de lijst worden toegevoegd. Naast namen en nummers kunnen er ook spraaklabels aan elk contact in het autotelefoonboek worden toegewezen. Nummer kiezen uit autotelefoonboek Om een nummer uit het autotelefoonboek te kiezen, terwijl het Telefoonmenu wordt weergegeven, selecteert u Telefoonboek auto en het gewenste contact uit de alfabetische lijst door de draaiknop te draaien. Druk op de draaiknop om de bijbehorende details weer te geven en selecteer Bellen om het kiesproces te starten. Contacten toevoegen aan autotelefoonboek Contacten kunnen aan het autotelefoonboek worden toegevoegd door de volgende menuopties te selecteren: Telefoonboekbeheer Telefoonboek auto Nieuw contact aanmaken Selecteer (Naam) gevolgd door Naam invoeren/wijzigen om de contactnaam te maken of aan te passen. Selecteer (Nummer) gevolgd door Nummer invoeren/wijzigen om de contactnummer te maken of aan te passen. Gebruik de alfabetische en numerieke toetsenborden (3 63) om namen en nummers in te voeren voor het nieuwe contact. Afhankelijk van de auto kan er ook een spraaklabel worden ingevoerd voor elk contact dat aan het autotelefoonboek wordt toegevoegd. Selecteer (Gesproken vermelding), gevolgd door Opnemen vermelding starten, door de draaiknop te draaien en in te drukken. Wanneer u gevraagd wordt een spraaklabel op te nemen, spreekt u in na de toon. Een melding vraagt het spraaklabel te herhalen. Wanneer het systeem het herhaalde spraaklabel niet herkent, zal het vragen dit te herhalen. Een bericht bevestigt dat het spraaklabel is opgenomen. Nadat u hiermee klaar bent, hebt u de volgende menuopties: Opslaan: om de details van het nieuwe contact op te slaan, Afbreken: om de invoer te annuleren, Wissen: om de invoer te verwijderen. Verkeerde namen en nummers die via de toetsenborden zijn ingevoerd, kunnen ook tijdens het aanmaken van het contact worden verwijderd.
72 72 Telefoon Contacten in autotelefoonboek wijzigen Contactdetails, inclusief het spraaklabel, kunnen naderhand op dezelfde manier worden gewijzigd door de volgende menuopties te selecteren: Telefoonboekbeheer Telefoonboek auto Contact wijzigen Selecteer het te wijzigen contact uit de lijst met contacten in het autotelefoonboek. Het is mogelijk om vanuit dit menu het bestaande spraaklabel te wijzigen, te verwijderen of af te spelen. Contacten in autotelefoonboek importeren Contacten kunnen ook worden geïmporteerd in het autotelefoonboek vanuit het telefoonboek van de mobiele telefoon of de belgeheugenlijsten (bijv. gekozen nummers, ontvangen gesprekken, gemiste gesprekken) door de volgende menuopties te selecteren: Telefoonboekbeheer Telefoonboek auto Contact importeren Telefoonboek GSM of Gekozen nummers enz. Selecteer het te importeren nummer uit de gekozen lijst en selecteer Opslaan om het contact in het autotelefoonboek op te slaan. Bevestig het wijzigen wanneer daarom wordt gevraagd. Als alternatief kunnen contacten in het autotelefoonboek worden opgeslagen vanuit het telefoonboek van de mobiele telefoon of de belgeheugenlijsten terwijl deze menu's actief zijn. Contacten uit autotelefoonboek verwijderen Individuele contacten of de gehele lijst kunnen uit de lijst met contacten in het autotelefoonboek worden verwijderd door de volgende menuopties te selecteren: Telefoonboekbeheer Telefoonboek auto Contact wissen of Telefoonboek wissen Draai en druk de draaiknop om te selecteren en te verwijderen. Bevestig het verwijderen wanneer daarom wordt gevraagd. Gesprekkenlijsten Om een nummer uit de belgeheugenlijsten (bijv. gekozen nummers, ontvangen gesprekken, gemiste gesprekken) te kiezen, selecteert u de relevante optie, bijv. Gekozen nummers uit het Belgeheugenlijstmenu: Selecteer het gewenste contact, gevolgd door Contact bellen om het kiesproces te starten. De belgeheugenlijsten worden automatisch bijgewerkt. Ze kunnen ook handmatig worden bijgewerkt door Belgeheugenlijst en dan Bijwerken uit het menu te selecteren. Voic box Om via het infotainmentsysteem naar voic berichten van de mobiele telefoon te luisteren, moet eerst uw voic boxnummer in het handsfree-telefoonsysteem worden ingevoerd.
73 Telefoon 73 Om het nummer in te voeren, terwijl het Telefoon-menu wordt weergegeven, selecteert u Voic box uit de lijst, gevolgd door Nummer invoeren/ wijzigen. Voer het nummer van de voic box van uw telefoon in met het numerieke toetsenbord (3 63). Om naar de voic te luisteren, terwijl het Telefoon-menu wordt weergegeven, selecteert u Voic box uit de lijst, gevolgd door Bellen, om het kiesproces te starten. Het nummer van de voic box kan variëren, afhankelijk van de telefonieprovider. Gesprekken ontvangen Bij het ontvangen van een gesprek zijn diverse functies beschikbaar, waaronder: Opnemen Pauze Weigeren Wanneer een gesprek wordt ontvangen, kan het nummer van de beller worden weergegeven op het display van het infotainmentsysteem. Wanneer het nummer is opgeslagen in het systeemgeheugen, wordt in dat geval de naam weergegeven. Wanneer het nummer niet kan worden weergegeven, wordt het bericht Privénummer getoond. De beltoon van het handsfree-telefoonsysteem is afhankelijk van het telefoonmodel en de modus (stil, trillen enz.). Automatisch gesprek in de wacht Om veiligheidsredenen wordt de functie Automatisch gesprek in de wacht standaard ingesteld. Het is raadzaam deze functie ingeschakeld te laten. Wanneer een gesprek binnenkomt, wordt de beller via een bericht geïnformeerd dat u rijdt. Het gesprek start automatisch en de duur van het gesprek wordt op het display van het infotainmentsysteem weergegeven. Neem de telefoon alleen op als het veilig is om dat te doen. Om Automatisch gesprek in de wacht uit te schakelen, raadpleegt u Automatisch gesprek in de wacht in-/ uitschakelen in het gedeelte Telefooninstellingen. Wanneer automatisch gesprek in de wacht uitgeschakeld is, kan een gesprek worden geweigerd door Weigeren te selecteren of door de toets 8 of MODE/OK ingedrukt te houden. Om de beller in de wacht te plaatsen, selecteert u Pauze; de beller wordt via een automatisch bericht geïnformeerd dat hij in de wacht staat. De functie Automatisch gesprek in de wacht kan tijdelijk worden uitgeschakeld door Opnemen te selecteren of de toets 7 of MODE/OK in te drukken om het gesprek aan te nemen. Functies tijdens een telefoongesprek Naast volumeregeling zijn diverse functies beschikbaar tijdens een gesprek, waaronder: Pauze / Opnemen Handset
74 74 Telefoon Toetsen Ophangen Om de beller in de wacht te plaatsen, selecteert u Pauze; de beller wordt via een automatisch bericht geïnformeerd dat hij in de wacht staat. Selecteer Opnemen om het gesprek weer te hervatten. Schakel het gesprek van het handsfree-telefoonsysteem over naar de mobiele telefoon door Handset te selecteren. Sommige mobiele telefoons kunnen ontkoppeld raken van het handsfree-telefoonsysteem tijdens het overschakelen naar deze modus. Een nummer kan ook op het numerieke toetsenbord worden ingevoerd (3 63) bijv. om een gespreksserver, zoals de voic box, te bedienen. Selecteer het Toetsen-menu-item om het numerieke toetsenbord op te roepen. Raadpleeg Voic box voor meer informatie. Het gesprek beëindigen, afhankelijk van de configuratie van de auto: Druk op de 8-toets Selecteer Ophangen en druk dan op de toets MODE/OK Telefooninstellingen Druk op de toets 0 en selecteer het Telefooninstellingen-menu. Wanneer telefooninstellingen zijn veranderd, drukt u op 0 om het menu af te sluiten en de veranderingen op te slaan. Na een vertraging slaat het systeem ook automatisch op en sluit af. Automatisch gesprek in de wacht in-/ uitschakelen Om Automatisch gesprek in de wacht in of uit te schakelen, opent u het In wacht-menu en selecteert u Automatisch (de standaardinstelling) of Handmatig. Beltonen wijzigen De autobeltoon of de telefoonbeltoon kan worden gewijzigd voor binnenkomende gesprekken. Open het Ringtone-menu en selecteer vervolgens Auto of Telefoon. Let op Afhankelijk van het telefoonmodel is de beltoonoverdrachtfunctie wellicht niet beschikbaar. Standaard telefooninstellingen herstellen Om de standaardwaarden van de telefooninstellingen te herstellen, selecteert u Fabrieksinstellingen door de draaiknop te draaien en in te drukken. Bevestig de wijziging met de displayoptie wanneer daarom wordt gevraagd. Softwareversie weergeven Om de softwareversie weer te geven, selecteert u Softwareversie weergeven door de draaiknop te draaien en in te drukken.
75 Telefoon 75 Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur Installatie-instructies en bedieningsrichtlijnen De installatie-instructies die eigen zijn aan de auto en de bedieningsrichtlijnen van de mobiele telefoon- en handsfreefabrikant moeten in acht worden genomen wanneer u een mobiele telefoon installeert en bedient. Anders kunt u de voertuigtypegoedkeuring ongeldig maken (EU-richtlijn 95/54/EC). Aanbevelingen voor probleemloze werking: Professioneel geïnstalleerde buitenantenne om het grootst mogelijke bereik te verkrijgen, Maximaal zendvermogen 10 watt, Installatie van de telefoon op een daartoe geschikte plek, neem de relevante opmerking in de Gebruikershandleiding, hoofdstuk Airbagsysteem, in aanmerking. Laat u informeren over de voorziene montageposities voor de buitenantenne of de toestelhouder en de mogelijkheden tot gebruik van toestellen met een zendvermogen van meer dan 10 watt. Het gebruik van een handsfree-carkit zonder buitenantenne voor mobiele telefoons type GSM 900/1800/1900 en UMTS is alleen toegestaan, wanneer het maximale zendvermogen van de mobiele telefoon niet groter is dan 2 watt bij GSM 900 en niet groter is dan 1 watt bij de andere types. Voor veiligheidsredenen mag u geen telefoon gebruiken terwijl u rijdt. Zelfs het gebruik van een handsfree-telefoon vormt een afleiding tijdens het rijden. 9 Waarschuwing Gebruik van zendapparatuur en mobiele telefoons die niet aan de bovenstaande normen voor mobiele telefoons voldoen en radio's is alleen toegestaan met een buitenantenne op de auto. Voorzichtig Mobiele telefoons en zendapparatuur kunnen als de voornoemde aanwijzingen niet in acht worden genomen bij gebruik in het interieur zonder buitenantenne aanleiding geven tot functiestoringen in de autoelektronica.
76 76 Trefwoordenlijst A Afstandsbediening Algemene aanwijzingen , 36, 38, 43, 61, 63 Algemene informatie... 31, 40 Antidiefstalfunctie Audio-apparaat aansluiten Audio-apparaat koppelen Audio-cd's Audio-instellingen Automatische zenderopslag Automatisch gesprek in de wacht. 69 Automatisch uitschakelen Automatisch zender zoeken Autostore-lijsten Autotelefoonboek AUX-ingang B Batterij vervangen Bediening... 40, 69 Bedieningselementen instrumentenpaneel... 6 Bedieningselementen stuurkolom..6 Bedieningsrichtlijnen voor telefoon Bediening van displayscherm Begeleide rondleidingen Begeleiding Beveiligingscode Bluetooth Bluetooth-muziek Bluetooth-verbinding... 40, 66 C CD-speler D Draagbare cd-spelers E Een mobiele telefoon koppelen Een telefoonnummer bellen Een zender oproepen F Frequentiebereik selecteren G Gebruik... 17, 23, 32, 36, 46 Gebruik van deze handleiding... 4 Geluidsinstellingen Gesprekkenlijsten Gesprekken ontvangen Gps (Global Positioning System).. 43 H Handmatige zenderopslag Handmatig zender zoeken Handsfree-telefoonsysteem... 69
77 77 I I Nieuwsberichten Instructies voor telefooninstallatie 75 Invoer van de bestemming I Verkeersinformatie K Kaarten Kaartscherm Klok... 17, 46 L Live diensten M Mailbox Mobiele telefoons en CB-zendapparatuur Mp3-cd's Mp3-spelers Mute N Navigatiesysteem Noodoproep O Opgeslagen audiobestanden afspelen Opgeslagen zenders Overzicht bedieningselementen... 6 P Programmatype (PTY) zoeken R Radio Radio Data System (RDS) Radio-ontvangst S SD Card... 43, 46 Selectie van frequentiebereik Snelheidsafhankelijk volume Snelmenu Spraaklabels Standaardinstellingen herstellen..17 Stekkeringang Stemherkenning Symbolenoverzicht Systeeminstellingen T Taal Tekstinformatie (radiotekst) Telefoon Telefoonaansluiting Telefoonboek mobiele telefoon Telefooninstellingen Telefoon met voorrang definiëren 65 Telefoonregeling TomTom HOME TOMTOM HOME account aanmaken U USB-opslagapparaten USB-poort V Verbinding Verkeersberichten Verkeersinformatie Verkeersveiligheid... 4, 63 Voic box Volume... 17, 61 Volume-instellingen Volume voor verkeersberichten W Wma-cd's Z Zender zoeken... 24
78 78
79 Copyright by ADAM OPEL AG, Rüsselsheim, Germany. De gegevens in deze publicatie waren correct op de onderstaande uitgiftedatum. Wijzigingen in de techniek, uitrusting of vorm van de auto's ten opzichte van de gegevens in deze publicatie, alsmede wijzigingen van deze publicatie zelf blijven Adam Opel AG voorbehouden. Uitgave: mei 2011, ADAM OPEL AG, Rüsselsheim. Gedrukt op chloorvrij gebleekt papier. 2701/2-en mei 2011 *2701/2-EN*
OPEL Movano / Vivaro Handleiding Infotainment
OPEL Movano / Vivaro Handleiding Infotainment Inhoud Inleiding... 4 Radio... 30 Cd-speler... 39 AUX-ingang... 44 USB-poort... 46 Streaming audio via Bluetooth... 49 Navigatie... 56 Stemherkenning... 74
OPEL Movano / Vivaro Handleiding Infotainment
OPEL Movano / Vivaro Handleiding Infotainment Inhoud Inleiding... 4 Radio... 42 Cd-speler... 53 AUX-ingang... 57 USB-poort... 59 Streaming audio via Bluetooth... 63 Externe apparaten... 71 Navigatie...
OPEL MERIVA. Infotainment System
OPEL MERIVA Infotainment System Inhoud Inleiding... 4 Radio... 29 Cd-speler... 46 AUX-ingang... 52 USB-poort... 54 Digitale fotolijst... 58 Navigatie... 61 Spraakherkenning... 109 Telefoon... 125 Trefwoordenlijst...
Algemene aanwijzingen
Inhoud Inleiding... 2 Radio... 25 Cd-/dvd-speler... 41 AUX-ingang... 48 USB-poort... 50 Navigatie... 54 Stemherkenning... 85 Telefoon... 90 Trefwoordenlijst... 112 2 Inleiding Inleiding Algemene aanwijzingen...
Algemene aanwijzingen
Inhoud Inleiding... 2 Radio... 26 Cd-/dvd-speler... 42 AUX-ingang... 49 USB-poort... 51 Navigatie... 56 Stemherkenning... 87 Telefoon... 92 Trefwoordenlijst... 114 2 Inleiding Inleiding Algemene aanwijzingen...
1. AM/FM-radio gebruiken
De tuner gebruiken 1. AM/FM-radio gebruiken Toets SOURCE MENU RECALL (BRONMENU OPHALEN) Stationsvoorkeuzetoetsen FUNCTION-toets BAND AUTO.P POWER-toets VOL-knop TUNE TRACKtoetsen Luisteren naar de AM/FM-radio
OPEL CORSA. Infotainment System
OPEL CORSA Infotainment System Inhoud Touch & Connect... 5 CD 40 USB... 93 CD 30 / CD 30 MP3... 133 Mobiele telefoonportaal... 163 Touch & Connect Inleiding... 6 Radio... 22 Cd-speler... 27 AUX-ingang...
QUICK GUIDE - RSE REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM VOLVO WEB EDITION
VOLVO QUICK GUIDE - RSE WEB EDITION REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM Uw auto is voorzien van een exclusief multimediasysteem. Het Rear Seat Entertainment System (dat verder wordt aangeduid als het RSE-systeem)
Inhoud. Navi 600... 3 CD 400... 101
Inhoud Navi 600... 3 CD 400... 101 OPEL MOKKA Infotainment System Navi 600 Inleiding... 4 Radio... 16 Cd-speler... 26 AUX-ingang... 30 USB-poort... 31 Digitale fotolijst... 34 Navigatie... 37 Spraakherkenning...
web edition quick guide RSE
web edition quick guide RSE REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM Uw auto is voorzien van een exclusief multimediasysteem. Het Rear Seat Entertainment System (dat verder wordt aangeduid als het RSEsysteem) breidt
BeoSound Handleiding
BeoSound 3000 Handleiding BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen vertrouwd te raken met uw Bang & Olufsen-product.
Bediening van de Memory Stick-speler
Bediening Bediening van de Memory Stick-speler Over Memory Sticks Stel Memory Sticks niet bloot aan statische elektriciteit en elektrische bronnen. Dit om te voorkomen dat gegevens op de stick verloren
Let op: - Houd, zoals hieronder getoond, voor een goede ventilatie, genoeg ruimte rondom het apparaat vrij: (add line drawing)
Let op: - Houd, zoals hieronder getoond, voor een goede ventilatie, genoeg ruimte rondom het apparaat vrij: (add line drawing) - Verwijder a.u.b. niet het plastic kapje van de FM-antenne (A) aan de achterzijde
Download de WAE Music app
NEDERLANDS 3 5 12 2 6 1 8 7 9 10 11 13 4 1. Laad de speaker volledig op voor eerste gebruik Laad de WAE Outdoor 04Plus FM speaker volledig op voordat u hem de eerste keer gebruikt. Sluit de micro-usb connector
I. Specificaties. II Toetsen en bediening
I. Specificaties Afmetingen Gewicht Scherm Audioformaat Accu Play time Geheugen 77 52 11mm (W*H*D) 79g 1,3inch OLED-scherm MP3: bitrate 8Kbps-320Kbps WMA: bitrate 5Kbps-384Kbps FLAC:samplingrate 8KHz-48KHz,16bit
BeoSound 9000. Bedieningshandleiding
BeoSound 9000 Bedieningshandleiding BeoVision Avant Guide BeoVision Avant Reference book Inhoud van de bedieningshandleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen vertrouwd te raken met
Hi-Fi Muzieksysteem. Gebruikershandleiding
Hi-Fi Muzieksysteem Gebruikershandleiding Lees deze handleiding aandachtig alvorens het apparaat te gebruiken en bewaar hem voor toekomstig gebruik. op met Teknihall support: 0900 400 2001 2 Inhoudsopgave
Uw gebruiksaanwijzing. BLAUPUNKT RIO RCR 87 http://nl.yourpdfguides.com/dref/3310440
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor BLAUPUNKT RIO RCR 87. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de BLAUPUNKT RIO RCR 87 in de gebruikershandleiding
SonicHub Audio Server. Gebruiksaanwijzing
SonicHub Audio Server Gebruiksaanwijzing NL Inhoud Inleiding... 3 Instellen van de SonicHub... 6 Audio activeren... 6 Selecteren van AM/FM tuner regio... 6 SonicHub mediabalk panelen... 7 Bediening van
OPEL Combo Handleiding Infotainment
OPEL Combo Handleiding Infotainment Inhoud Inleiding... 4 Radio... 24 Cd-speler... 31 AUX-ingang... 35 USB-poort... 37 Stemherkenning... 42 Telefoon... 51 Trefwoordenlijst... 64 4 Inleiding Inleiding
Hallo, laten we beginnen. Sound Rise Draadloze Speaker & Wekkerklok
Hallo, laten we beginnen. Sound Rise Draadloze Speaker & Wekkerklok Welkom bij uw nieuwe Sound Rise! Wij hebben Sound Rise ontwikkeld voor muziekliefhebbers zoals u. Begin de dag met uw favoriete muziek,
OPEL CASCADA. Infotainment System
OPEL CASCADA Infotainment System Inhoud Navi 950/650 / CD 600... 5 CD 400plus/400/300... 85 Navi 950/650 / CD 600 Inleiding... 6 Basisbediening... 17 Radio... 25 CD-speler... 32 Externe apparaten...
Touch & Go Touch & Go Plus. Handleiding audio, navigatie, Bluetooth en achteruitrijcamerasysteem
Touch & Go Touch & Go Plus Handleiding audio, navigatie, Bluetooth en achteruitrijcamerasysteem 1. BASISINFORMATIE Inleiding UITVOERING touchscreen CONTROLEREN Deze handleiding bestaat uit 2 delen. In
BeoSound 4. Aanvulling
BeoSound 4 Aanvulling Menusysteem Deze aanvulling bevat correcties voor uw BeoSound 4-handleiding. Dankzij nieuwe software is uw muzieksysteem nu uitgerust met nieuwe functies. Het menusysteem is gewijzigd
Bedieningen Dutch - 1
Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts
FIAT DUCATO 603.46.926 NL
FIAT DUCATO 603.46.926 NL HANDSFREE FUNCTIE MET SPRAAKHERKENNING Het belangrijkste kenmerk van Blue&Me is het geavanceerde spraakherkenningssysteem ook als de mobiele telefoon daar niet mee is uitgerust.
Radio R 4.0 IntelliLink Veelgestelde vragen
Inhoud 1. Audio... 1 2. Telefoon... 2 3. Apple CarPlay... 2 4. Android Auto... 5 5. Films en foto's... 8 6. Overige vragen... 8 1. Audio V: Hoe kan ik overschakelen tussen verschillende audiobronnen (bv.
Xemio-760 BT Snelgids Voor informatie en ondersteuning,
Xemio-760 BT Snelgids Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.com 1. Bedieningselementen en aansluitingen (1) TFT LCD-display (2 inch; R,G,B) (2) M (Menu oproepen/ Submenu) (3) (Vorige / Terugspoelen,
Bediening van de MP3-speler
Bediening Bediening van de MP3-speler Over MP3 MP3 bestanden die zijn opgenomen van bronnen zoals uitzendingen, platen, bandopnames, video's en live optredens zonder toestemming van de copyrighthouder,
Gebruik van de afstandsbediening
Gebruik van de afstandsbediening Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de afstandsbediening Wees voorzichtig met de afstandsbediening, hij is licht en klein. Als hij valt kan hij kapot gaan, de batterij
GEBRUIKERSHANDLEIDING
GEBRUIKERSHANDLEIDING Inhoudsopgave 02 INHOUDSOPGAVE 03 INFORMATIE 04 OVERZICHT FRONTPANEEL 06 OVERZICHT ACHTERPANEEL 08 BEDIENING VAN DE R5 08 WEKKERINSTELLINGEN 09 SLEEP TIMER INSTELLINGEN 09 DIM 09
OPEL CORSA Handleiding Infotainment
OPEL CORSA Handleiding Infotainment Inhoud IntelliLink... 5 CD 3.0 BT / R 3.0... 63 FlexDock... 107 IntelliLink Inleiding... 6 Radio... 21 Externe apparaten... 31 Spraakherkenning... 44 Telefoon... 46
Cd-speler CD S LADEN CD 1 14 : 54 CD 2 14 : 54. Please Wait. Eén cd in de speler doen. Meerdere cd s in de speler doen
CD S LADEN Eén cd in de speler doen VOORZICHTIG U mag de cd niet in de sleuf forceren. Zorg dat het label van de cd zich aan de bovenkant bevindt, waarna u de cd gedeeltelijk in de sleuf steekt. Het mechanisme
BehervanhetnavigatiesystemviaBlue&Me
BehervanhetnavigatiesystemviaBlue&Me INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE...2 INLEIDING...3 BEDIENINGEN OP HET STUURWIEL...4 BLUE&ME VERBINDING...6 NAVIGATIEMENU...7 AANKOMSTINFORMATIE...7 SIMULATIE...8 ONDERBREKEN
Korte Instructie. SoundGate. Bernafon SoundGate. Volumeregeling en programmakeuze. Telefoon. Muziekaansluiting bijv. MP3. Bluetooth muziek/audio
Bernafon SoundGate SoundGate Korte Instructie Volumeregeling en programmakeuze Telefoon Muziekaansluiting bijv. MP3 Bluetooth muziek/audio Batterij-indicator Deze gids geeft een korte instructie. Belangrijk:
Traffic Message Channel (TMC)
WERKINGSPRINCIPE Radio Data System Traffic Message Channel (RDS-TMC) (verkeersinformatiekanaal RDS-TMC ) is een functie waarmee verkeersopstoppingen in uw regio worden gemeld. De functie gebruikt radioprogramma
BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER
BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER Snel installatiegids DA-30501 Inhoud Vóór gebruik... 2 1. Informatie over de DA-30501... 2 2. Systeemeisen... 2 3. Overzicht... 2 Aan de slag... 3 1. De batterij van de
Bediening van de CD-speler
Bediening van de CD-speler Over compact discs De cd wordt door een laserstraaltje gelezen; het CD-oppervlak komt dus met niets in aanraking. Krassen op de cd of een kromme cd veroorzaken een slechte geluidskwaliteit
Gebruikershandleiding. 2GB Auto MP3 Speler Met FM zender
Gebruikershandleiding 2GB Auto MP3 Speler Met FM zender De gesprekskosten bedragen 0,18 /minuut 2 INHOUDSOPGAVE 1. VOORWOORD... 4 2. OPMERKINGEN... 4 3. FUNCTIES... 4 4. KNOPPEN EN SCHERM... 4 4.1 Functies
OPEL MERIVA Handleiding Infotainment
OPEL MERIVA Handleiding Infotainment Inhoud Navi 950/650 / CD 600... 5 CD 400plus/400/300... 89 Navi 950/650 / CD 600 Inleiding... 6 Basisbediening... 17 Radio... 25 Cd-speler... 32 Externe apparaten...
Downloaded from www.vandenborre.be
WATCH ME Handleiding DIGITALE MEDIASPELER Overzicht functies Watch me is een Bluetooth-horloge en MP3-speler met capacitief touchscreen, u kunt uw vinger gebruiken om een icoontje aan te raken en een submenu
Inhoud van de handleiding
BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen zich vertrouwd te maken met uw Bang & Olufsen-product. De Het bedie- referentiehandboeningshandleiding
Veelgestelde vragen Audio
Veelgestelde vragen 2017- Audio 1 Honda Connect - Veelgestelde vragen - Audio. Vraag: Waarom kan ik niet door alle albums/muzieknummers enz. Browsen wanneer ik Bluetooth-audio gebruik? A: Deze functie
PLL ALARM CLOCK RADIO Model : FRA252
PLL ALARM CLOCK RADIO Model : FRA252 NL HANDLEIDING NL HANDLEIDING WAARSCHUWING: OM HET RISICO OP BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE REDUCEREN, STEL HET APPARAAT NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT. LET OP Het
Bediening van de CD-speler
Bediening van de CD-speler Over compact discs De cd wordt door een laserstraaltje gelezen; het CD-oppervlak komt dus met niets in aanraking. Krassen op de cd of een kromme cd veroorzaken een slechte geluidskwaliteit
7. Muziek-cd s branden met Windows Media Player 10
205 7. Muziek-cd s branden met Windows Media Player 10 De laatste jaren wordt de computer steeds vaker gebruikt voor het verzamelen van geluidsbestanden. Ook het downloaden van muziekbestanden vanaf internet
Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale. MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b.
Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. zorgvuldig door, zodat u het correct weet te gebruiken. A. Opgelet 1) Schakel
Kia, het bedrijf. Veel plezier met uw auto!
Kia, het bedrijf Nu u eigenaar bent van een Kia krijgt u waarschijnlijk veel vragen over uw auto en over het bedrijf, zoals Wat is een Kia?, Wie is Kia? en Wat betekent Kia?. Hier volgen enige antwoorden.
Spraakbediening WERKINGSPRINCIPE DE SPRAAKBEDIENING GEBRUIKEN. Het systeem activeren
Spraa kbe diening WERKINGSPRINCIPE Met stemcommando s kunt u de geluidsinstallatie en het telefoonsysteem gebruiken zonder uw aandacht van de weg af te halen. U kunt instellingen veranderen en feedback
1. RDS-TMC-informatie
1. -informatie (afkorting van Radio Data System Traffic Message Channel) geeft verkeersinformatie over o.a. files, ongelukken en wegwerkzaamheden op de kaartschermen weer via ontvangst van FM multiplex
Aan de slag. Multimedia / Multimedia Navi Pro. Persoonlijke instellingen configureren
Aan de slag Multimedia / Multimedia Navi Pro Via het startscherm gaat u gemakkelijk naar alle toepassingen. Via de onderste balk gaat u snel naar: Start Audio Telefoon Navigatie Klimaat Persoonlijke instellingen
DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding
DF-831 8 Digitale fotolijst Handleiding Voor informatie en ondersteuning, www.lenco.eu 1. Aan de slag: Het uiterlijk bekijken: Sensor voor afstandsbediening 2. Knoppen en aansluitingen: (1). Menu/Terug;
Beknopte handleiding voor de PLEXTALK Pocket online speler
Beknopte handleiding voor de PLEXTALK Pocket online speler 1 Installatie van de PLEXTALK Pocket 1. Draai de PLEXTALK Pocket om. Vergewis u ervan dat de 2 gemarkeerde punten naar boven wijzen. Druk op de
MP3/CD/USB/SD speler UD Gebruiksaanwijzing. Falco TT bvba, Scharestraat 48, 8020 Ruddervoorde Pagina 1
MP3/CD/USB/SD speler UD 1001 Gebruiksaanwijzing Falco TT bvba, Scharestraat 48, 8020 Ruddervoorde Pagina 1 Installatie en de set-up instructies Voor een betrouwbare werking van de eenheid, dient u deze
F I A T S C U D O 530.03.688 NL A U T O R A D I O
F I A T S C U D O 530.03.688 NL A U T O R A D I O De vormgeving en specificaties van de autoradio zijn aangepast aan het interieur en sluiten aan bij het ontwerp van het dashboard. De autoradio heeft een
Pocket Radio R16 DT-160
Pocket Radio R16 DT-160 Version 1 31 Bedieningselementen 1 Oortelefoonuitgang 2 Voorkeurzender 1/Tijd instellen 3 Voorkeurzender 2/STEP 4 Voorkeurzender 3 5 Voorkeurzender 4/Mono/Stereo 6 Voorkeurzender
AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED
AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED INSTALLATIE Plaats de cd. Voer het installatieprogramma uit. Volg de instructies. De applicaties DJUCED en VirtualDJ LE zijn op uw system geïnstalleerd. 1 7 8 2
CD 600 IntelliLink, Navi 650, Navi 950 IntelliLink Veelgestelde vragen
Inhoud 1. Audio... 1 2. Navigatie (alleen en Navi 650)... 2 3. Telefoon... 3 4. Spraakherkenning (alleen CD 600 IntelliLink en )... 4 5. Overige vragen... 5 1. Audio V: Hoe kan ik schakelen tussen radio
Xemio-767 BT Snelgids Voor informatie en ondersteuning:
Xemio-767 BT Snelgids Voor informatie en ondersteuning: www.lenco.com 1. Bedieningselementen en aansluitingen (1) TFT LCD-display (2 inch; R,G,B) (2) (AAN / UIT, Afspelen/ Pauzeren, Select / Enter) (3)
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S
F I A T 5 0 0 603.83.297 NL S N E L G I D S Raadpleeg voor een uitvoerige beschrijving en meer informatie, of in noodgevallen, het instructieboek. DASHBOARD 1 Linker hendel: bediening buitenverlichting
FIAT DUCATO 603.83.001 NL SMS-READER
FIAT DUCATO 603.83.001 NL SMS-READER ALGEMENE INFORMATIE Door spraakgestuurde technologie kunnen met de geïntegreerde Blue&Me SMS-reader automatisch, via het audiosysteem van uw auto, de berichten worden
A. Opgelet. B. Shuffle functie. C. Toetsfuncties en bediening
Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. zorgvuldig door, zodat u het correct weet te gebruiken. A. Opgelet 1) Schakel
TOWER SYSTEM. ENERGY TS3 2.0 Bluetooth
TOWER SYSTEM ENERGY TS3 2.0 Bluetooth Inleiding Energy Sistem bedankt u voor het aankopen van de Tower sistem TS3 2.0 Bleutooth. We wensen u veel luisterplezier! Wij raden u aan de handleiding aandachtig
NEDERLANDSE INSTRUCTIES
MEDIA ER BEHUIZING CMP-MOB10 CMP-MOB30 NEDERLANDSE INSTRUCTIES Stap 2: Til voorzichtig de achterplaat op en schuif deze naar achteren. 1. Inhoud verpakking Voor CMP-MOB10: 1x Media player behuizing Draagtas
2.1-KANAALS TORENLUIDSPREKER MET CD/MP3/USB/ BLUETOOTH/AUX IN/FM-RADIO T600CD HANDLEIDING
2.1-KANAALS TORENLUIDSPREKER MET CD/MP3/USB/ BLUETOOTH/AUX IN/FM-RADIO T600CD HANDLEIDING Inhoudsopgave Veiligheidsinstructies... 27 Beschrijving van onderdelen... 28 Afstandsbediening & installatie...
Handleiding voor snelle aansluiting en bediening HDD Network Audio Component NAC-HD1E
3-213-272-41(1) Handleiding voor snelle aansluiting en bediening HDD Network Audio Component NAC-HD1E In deze handleiding worden de algemene aansluitingen en handelingen beschreven waarmee u muziek kunt
Quick Guide WEB EDITION
RSE Quick Guide WEB EDITION REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM DUAL SCREEN Uw auto is voorzien van een exclusief multimediasysteem. Het Rear Seat Entertainment System (dat verder wordt aangeduid als het RSE-systeem)
Radio - werking RADIO - WERKING
M 4 0 - werking - werking RADIO - WERKING Hoofdmenu Instellingen Navigatie N.B. Als de geluidsinstallatie wekt in functie "1-HOUR" (1 UUR), kunnen de bedieningsknoppen op het stuurwiel niet worden gebruikt.
Nederlands. Tiny Audio C7. Lees dit product aandachtig voor u het gebruikt. Pagina 1
Nederlands Tiny Audio C7 Lees dit product aandachtig voor u het gebruikt Pagina 1 Veiligheidsinstructies: 1. Gebruik deze radio niet in de buurt van water. 2. Reinig met een droge doek. 3. Blokkeer geen
Beknopte handleiding voor de PLEXTALK Linio Pocket online speler
Beknopte handleiding voor de PLEXTALK Linio Pocket online speler Het plaatsen van de batterij in de Linio Pocket 1. Draai de Linio Pocket om. Vergewis u ervan dat de 2 gemarkeerde punten naar boven wijzen.
FORD AUDIO Het nieuwe Telematicasysteem voor de auto gebaseerd op Windows Mobile
603_83_903 Ford AUDIO KA NL.qxd 2-10-2008 14:36 Pagina 1 Het nieuwe Telematicasysteem voor de auto gebaseerd op Windows Mobile INHOUD ALGEMENE INFORMATIE... 3 Handsfreesysteem... 3 Multimediaspeler...
InteGra Gebruikershandleiding 1
InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.
LED. Aan/uitschakelaar. Volume Omhoog. Start/Stop. Volgende Track. Volume Omlaag. Vorige Track. USB Poort
Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. zorgvuldig door, zodat u het correct weet te gebruiken. A. Opgelet 1) Schakel
Veiligheid ! WAARSCHUWING. ! VOORZICHTIG i. Beoogd gebruik. Pictogrammen in deze handleiding. Algemene veiligheidsvoorschriften
35 1. 1.1 Veiligheid Beoogd gebruik 1.2 Pictogrammen in deze handleiding! WAARSCHUWING! VOORZICHTIG i 1.3 Algemene veiligheidsvoorschriften! WAARSCHUWING! VOORZICHTIG! WAARSCHUWING! VOORZICHTIG i L 14
Uw gebruiksaanwijzing. LENCO MES-221 http://nl.yourpdfguides.com/dref/2321283
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor LENCO MES-221. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de LENCO MES-221 in de gebruikershandleiding (informatie,
Handleiding Infotainment
Handleiding Infotainment Inhoud Inleiding... 4 Radio... 50 CD-speler... 60 AUX-ingang... 65 USB-poort... 67 Streaming audio via Bluetooth... 71 Externe apparaten... 78 Navigatie... 81 Stemherkenning...
Autoradio INHOUD AUTORADIO / HANDSFREE KIT
Autoradio AUTORADIO / HANDSFREE KIT Uw Autoradio is zodanig gecodeerd dat deze uitsluitend in uw auto functioneert. Raadpleeg het CITROËNnetwerk als u het systeem voor gebruik in een andere auto wilt laten
Lees de veiligheidsinstructies eerst aandachtig door voodat u het volume verandert.
In deze snelle opstarthandleiding zullen we u laten zien hoe de basisfuncties werken. Wilt u een meer specifiekere omschrijving dan kunt u een uitgebreide handleiding downloaden van onze website: www.denver-electronics.com
De Konftel 300W Korte handleiding
Conference phones for every situation De Konftel 300W Korte handleiding NEDERLANDS Beschrijving De Konftel 300W is een draadloze conferentietelefoon op batterijen, die kan worden aangesloten op DECT-systemen,
AUTO MP3-SPELER MET RADIO/USB/SD/MMC HANDLEIDING
ROCK POP EQ CLAS RDM AUTO AUDIO NEDwww.facebook.com/denverelectronics AUTO MP3-SPELER MET RADIO/USB/SD/MMC HANDLEIDING CAU-436 1 17 11 18 7 6 12 16 CAU-436 FM/USB/SD MP3 PLAYER 14 15 TA PTY 8 VOL/SEL AF
GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS
RC UNIVERS34 8-in-1 LCD afstandsbediening GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS www.hqproducts.com 2 De RC UNIVERS34 universele afstandsbediening bedient vrijwel alle merken TV s (TV), DVD spelers en DVR spelers
OPEL VIVARO / MOVANO Handleiding Infotainment
OPEL VIVARO / MOVANO Handleiding Infotainment Inhoud Inleiding... 4 Radio... 48 Cd-speler... 59 AUX-ingang... 63 USB-poort... 66 Streaming audio via Bluetooth... 70 Externe apparaten... 78 Navigatie...
HANDLEIDING RADIO BOOST CD
HANDLEIDING RADIO BOOST CD VEEL LUISTERPLEZIER MET UW RADIO MINI BUSINESS CD. Aanwijzingen met betrekking tot de handleiding Om zo snel mogelijk plezier van uw autoradio te kunnen hebben, vindt u reeds
Vr.Model-nr MPFOL15. Gebruikershandleiding
Vr.Model-nr MPFOL15 Gebruikershandleiding NL 1. Toetsen 1. M : Menu 2. : Afspelen/Pauzeren 3. < : Vorige track / Terugspoelen 4. > : Volgende track/ Vooruitspoelen 5. - : Volume verlagen 6. + : Volume
STORINGZOEKPROCEDURE VOOR SSD-NAVI (versie 3.00)
1 Inhoudsopgave Klacht van de klant Diagnose Overzicht en pinbezetting Hoofdstuk 2 Algemene functionele storing Hoofdstuk 3 Geen werking of geen stroom (zwart scherm): Hoofdstuk 3-1 Knop functioneert niet
Inleiding. Inhoudsopgave. Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe comfort-bedieningselement!
Inleiding Inhoudsopgave Wij wensen u veel plezier met uw nieuwe comfort-bedieningselement! Deze handleiding geldt voor voertuigen met een voorbereiding mobiele telefoon ET5 (geen netwerk) in combinatie
Uw gebruiksaanwijzing. LENCO SCD-37 USB http://nl.yourpdfguides.com/dref/2822930
U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor LENCO SCD-37 USB. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de LENCO SCD-37 USB in de gebruikershandleiding (informatie,
Toyota Touch & Go/Plus Multimediasysteem Quick Guide
Toyota Touch & Go/Plus Multimediasysteem Quick Guide 1 Registreren 3 Koppelen telefoon 4 Muziek versturen met Bluetooth 5 Muziek afspelen 5 Bellen 6 Navigatie 7 POI's zoeken 8 USB navigatiebestemming 9
Handleiding DIGITALE MEDIASPELER
Handleiding DIGITALE MEDIASPELER Functieoverzicht De MPHF2 is een MP4-speler, de gebruiker kan op de knoppen drukken om door de menu s te bladeren 1,8-inch 128*160 TFT-scherm Metalen behuizing Ondersteunde
BLUETOOTH SOUNDBAR MET SUBWOOFER
BLUETOOTH SOUNDBAR MET SUBWOOFER Snel installatiegids DA-10295 Welkom Dank u voor het kopen van Digitus Bluetooth Soundbar met subwoofer! Ongeacht hoe u dit product gebruikt of het nu voor het afspelen
De Konftel 250 Korte handleiding
Conference phones for every situation De Konftel 250 Korte handleiding NEDERLANDS Beschrijving De Konftel 250 is een conferentietelefoon die kan worden aangesloten op analoge telefoonaansluitingen. Zie
SIMPLY CLEVER RADIO FUNKY INSTRUCTIEBOEKJE
SIMPLY CLEVER RADIO FUNKY INSTRUCTIEBOEKJE Inhoudsopgave 1 Inhoudsopgave Algemene aanwijzingen................ 2 Instructieboekje................................... 2 Belangrijke aanwijzingen.........................
Handleiding. Sinner bluetooth scooterhelm
Handleiding Sinner bluetooth helm Sinner bluetooth skihelm Sinner bluetooth scooterhelm Inhoudsopgave 1 Introductie bluetooth 1.1 Bluetooth helm controle knop 1.2 Ondersteunende profielen en functies 1.3
SoundGate Korte Handleiding
SoundGate Korte Handleiding Toetsenblokkering Volumeregeling en programmakeuze Telefoon Muziek/audio-toets Bluetooth toets Batterij-indicator Deze gids is slechts een summier naslagwerk. Belangrijk: De
Handleiding voor snelle aansluiting en bediening
2-890-158-41(1) Handleiding voor snelle aansluiting en bediening HDD Network Audio System NAS-50HDE In deze handleiding worden de algemene aansluitingen en handelingen beschreven waarmee u muziek kunt
Gebruiksaanwijzing GPS car cam
Gebruiksaanwijzing GPS car cam productomschrijving Dit product is ontwikkeld met de nieuwste wetenschap en technologie om een high- definition camcorder te ontwerpen. Het wordt niet alleen gebruikt als
Dag. Maand. Selecteer het jaar met de pijltoetsen. Jaar
1. Agenda Met de Agenda van de Milestone 312 kunt u afspraken, verjaardagen, taken, enz. vastleggen en bijhouden. U regelt uw dagelijkse zaken goed en overzichtelijk met deze krachtige toepassing van de
Bluetooth Luidspreker GEBRUIKSHANDLEIDING BTL-60
Gebruiksaanwijzingen Bluetooth Luidspreker GEBRUIKSHANDLEIDING BTL-60 Wanneer u de luidspreker inschakelt, schakelt deze automatisch op Bluetooth-modus. U kunt de luidspreker vervolgens eenvoudig met uw
HANDLEIDING RZ-D-4.40WD / RZ-D-4.433WD
HANDLEIDING RZ-D-4.40WD / RZ-D-4.433WD INHOUD 1. Voorwoord... 3 2. Normale functies... 4 2.1 Instellen van de code... 4 2.2 Bedienen van een functie... 4 2.3 Te lage batterij spanning... 5 3. Menu functies...
