Crisisplan Waterschap Limburg

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Crisisplan Waterschap Limburg"

Transcriptie

1 Crisisplan Waterschap Limburg

2 Titel Crisisplan Waterschap Limburg Datum Versie 0.4 Status Eindconcept Corsanummer Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg schriftelijk Vrijgave Dit document is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van Marieke Bemelmans in samenwerking met: Naam Functie Rol Werkgroep TWCb Dit document is vrijgegeven door Eric de Wit Crisisplan Waterschap Limburg 1

3 Inhoud 1 Inleiding Kader Uitgangspunten Afbakening Leeswijzer Taken en risico s Beheergebied Risico s Uitvoeringsdocumenten Crisisorganisatie Hoofdstructuur Fasering Alarmering en opschaling Crisisteams Werkwijze Bijzondere bevoegdheden Netwerkpartners De algemene keten De functionele keten waterbeheer Liaisons Samenwerkingsafspraken Borging Crisiszorgsysteem Borging Wijzigingen Crisisplan Kaartje beheersgebied WsL Afkortingenlijst Bijlagen Crisisplan Waterschap Limburg 2

4 1 Inleiding Waterschap Limburg heeft als waterbeheerder de taak om voor de hele provincie Limburg te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, schoon en voldoende water. Helaas kunnen er situaties ontstaan waardoor het watersysteembeheer, de waterkeringen en/of het zuiveringsbeheer (ernstig) in gevaar brengen. Daarom bereiden we ons voor op zulke situaties, met als doel schadelijke gevolgen te voorkomen, te beperken of te bestrijden. Door externe ontwikkelingen, zoals klimaatverandering, veranderende wet- en regelgeving, verwachtingen van onze omgeving en samenwerking op internationaal, nationaal en regionaal niveau, is het belang van goede voorbereiding gegroeid. 1.1 Kader Artikel 5.29 van de Waterwet verplicht waterbeheerders tot het opstellen van een calamiteitenplan. In aansluiting op landelijke ontwikkelingen kiezen we als Waterschap Limburg ervoor dit huidige plan geen calamiteitenplan, maar crisisplan te noemen. Het doel van het crisisplan is tweeledig: 1. Op hoofdlijnen vast leggen hoe het waterschap zich organiseert en hoe het waterschap optreedt bij een crisis; 2. Betrokken medewerkers, bestuurders en netwerkpartners daarover informeren. Dit crisisplan is afgestemd op de crisis- en calamiteitenplannen van de betrokken veiligheidsregio s, waterbeheerders en andere relevante landelijke planvorming. 1.2 Uitgangspunten De Landelijke visie op samenwerking crisisbeheersing stelt dat het waterschap streeft naar een volwaardige en gelijkwaardige rol als (veer)krachtige partner in het complexe multidisciplinaire speelveld. Als waterschap sluiten wij aan bij deze landelijke visie. Daarnaast is de visie op crisisbeheersing Waterschap Limburg De kracht van samen een basisdocument waarop we onze activiteiten baseren. Belangrijk element uit de visie is dat crisisbeheersing iets is van iedereen uit de reguliere organisatie. De hele reguliere organisatie moet zich bewust zijn van de risico s, hiermee aan de slag zijn om deze risico s zoveel mogelijk te beperken en weten wat te doen als het onverhoopt toch mis (dreigt te gaan) gaat. Onze missie hierbij is: Samen met de crisispartners streven we bij kritieke omstandigheden naar een veilige werk- en leefomgeving voor de belanghebbenden in ons beheersgebied. De medewerkers crisisbeheersing zetten zich daarbij in om vanuit hun vakkennis en kunde de organisatie te ondersteunen, zodat we gezamenlijk goed presteren tijdens crises. 3

5 De zorg voor veiligheid wordt in veiligheidstermen in 5 stappen weergegeven (zie figuur hieronder). Dit figuur geeft tevens aan hoe we samen met het reguliere proces werken aan veiligheid. Crisisbeheersing proactie preventie preparatie repressie nazorg Regulier proces Tijdens de bestrijding van crisis hebben we de volgende uitgangspunten: Maatwerk De mate van opschaling sluit aan bij de aard en omvang van een incident. Hierbij wordt door de reguliere organisatie eerst gekeken of een incident de normale werkzaamheden overstijgt (acuut, meer dan één proces betrokken en buiten vastgestelde kaders). Zo ja, dan wordt er opgeschaald naar de crisisorganisatie. Bij het opzetten van de crisisorganisatie wordt maatwerk geleverd en wordt per situatie bekeken wat er nodig is om de crisis te bestrijden. Voortbouwen op de dagelijkse praktijk Crisismanagement is een logisch vervolg op de normale werkzaamheden binnen een organisatie. Tijdens een calamiteit moet het optreden zoveel mogelijk uitgaan van de normale, dagelijkse werkwijze. Dit betekent dat de taken die de leden van de calamiteitenorganisatie moeten uitvoeren in het verlengde liggen van hun dagelijkse werkzaamheden, met gebruikmaking van de contactpersonen in de dagelijkse netwerken. Voor de personele invulling van de calamiteitenorganisatie betekent dit dat medewerkers zoveel mogelijk worden ingezet op plekken waar ze van hun specifieke expertise en vakkennis gebruik kunnen maken. Crisiscommunicatie We gebruiken crisiscommunicatie voor informatievoorziening, schadebeperking en betekenisgeving tijdens een crisis. Hoe we de communicatie inzetten staat beschreven in het crisiscommunicatieplan (zie bijlage). Netcentrisch werken We hanteren een netcentrische werkwijze om ervoor te zorgen dat informatie zo snel mogelijk wordt gedeeld met iedereen voor wie deze informatie relevant kan zijn. Hiervoor worden functionarissen (Informatie coördinatoren (ICO s)) ingezet die ervoor gaan zorgen dat de informatie gaat stromen, van buiten naar binnen en van binnen naar buiten. Dit leidt tot snellere en betere informatievoorziening (bv het Waterbeeld), waardoor de kwaliteit van de besluitvorming beter wordt en werkzaamheden beter kunnen worden uitgevoerd Crisisplan Waterschap Limburg 4

6 1.3 Afbakening In dit crisisplan staat op hoofdlijnen beschreven op welke risico s we als waterschap ons voorbereiden, hoe we ons organiseren tijdens crises en hoe we daarbij samenwerken met netwerkpartners. Hierbij gaat het niet alleen om taakgerichte incidenten zoals waterverontreiniging, wateroverlast, maar ook om bedrijfstechnische incidenten, zoals een ICT virusbesmetting of langdurige stroomuitval. Ook om crisis waarbij de reputatie en positie van het waterschap in het geding is, zoals integriteitskwesties. 1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 1 worden de kaders (de wettelijke gestelde eisen), uitgangspunten en afbakening geschetst waarbinnen crisisbeheersing zich afspeelt. In hoofdstuk 2 staan de taken en risico s beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de hoofdstructuur van de crisisorganisatie en de daarbij behorende werkwijze. Hoofdstuk 4 geeft weer hoe er samen wordt gewerkt met onze netwerkpartners. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in hoe we onze kwaliteit borgen voor de toekomst Crisisplan Waterschap Limburg 5

7 2 Taken en risico s De taak van het waterschap is de waterstaatkundige verzorging van haar gebied, voor zover deze taak niet aan andere publiekrechtelijke instellingen is opgedragen. De taak omvat: - de zorg voor het watersysteem inclusief waterkeringen; - de zorg voor het zuiveren van afvalwater, deze zorg hebben we neergelegd bij dochtermaatschappij Waterschapsbedrijf Limburg (WBL). 2.1 Beheergebied Het beheergebied van Waterschap Limburg beslaat de gehele provincie Limburg. Het gebied heeft een oppervlakte van ongeveer km 2, met een aantal inwoners van (augustus 2015). Binnen ons gebied liggen 33 gemeenten. De belangrijkste beheerobjecten in dit gebied zijn: de waterkeringen langs de Maas 174 km, het primaire watersysteem 2926 km met tal van water regulerende kunstwerken en ca 370 regenwaterbuffers. 2.2 Risico s Dit crisisplan geeft aan op welke manier crises worden bestreden. De nadruk ligt hierbij vooral op de organisatie, structuur en de kaders voor het optreden. In de meeste gevallen biedt dit voldoende houvast. Er zijn echter scenario s die een meer uitgebreide voorbereiding vragen. Dit betreft crises waarvoor een hoog afbreukrisico geldt en/of de wijze van optreden bovenmatig complex is. Door een risicoanalyse is er inzicht gekomen in deze risico s. Deze risico s zijn omgeschreven naar scenario s waarvan de impact en waarschijnlijkheid is benoemd (zie diagram risicoprofiel). Waarschijnlijkheid 1,0000 Zeer onwaarschijnlijk Onwaarschijnlijk Mogelijk Waarschijnlijk Zeer waarschijnlijk Catastrofaal Overstroming Zeer ernstig 0,1000 uitval materiaal Droogte Niet beschikbare kering Falende kering falen ztw verontreiniging Impact Ernstig Aanzienlijk 0,0100 Wateroverlast stedelijk gebied falend kunstwerk uitval medewerkers Stroomuitval virusbesmetting ICT Niet toegankelijk hoofdkantoor wateroverlast landelijk vlak wateroverlast landelijk hellend Beperkt Minder dan beperkt 0,0010 Fig: diagram risicoprofiel WsL Crisisplan Waterschap Limburg 6

8 In samenspraak met de voorzitters van WRO en WPM zijn deze beoordeeld op imagoschade (afbreukrisico), landelijke aandacht en beeldvorming m.b.t. preparatie. Op basis hiervan zijn de risico s geprioriteerd in onderstaande tabel. Voor de volledige onderbouwing van deze risico s en bijbehorende scenario s wordt verwezen naar het risicoprofiel. Incidenttypes risicoprofiel Waterschap Limburg TOTAAL SCORE 1 Verontreiniging watersysteem falen waterkering Maas 86 3 niet tijdig beschikbaar materiaal 86 4 Falen zuiveringstechnische werken 80 5 uitval calamiteitenmateriaal 76 6 Overstroming Maas 76 7 falen kunstwerk in watersysteem 74 8 Regionale wateroverlast landelijk vlak gebied 70 9 Droogte Regionale wateroverlast stedelijk gebied uitval medewerkers Regionale wateroverlast landelijk hellend gebied virus besmetting ICT Langdurige elektriciteit uitval niet toegankelijk hoodkantoor 48 Tabel: uitwerking prioritering incidenttypes WsL Crisisplan Waterschap Limburg 7

9 2.3 Uitvoeringsdocumenten Middels proactieve en preventieve maatregelen in het dagelijks werk proberen we risico s zoveel als mogelijk te reduceren. Hierbij valt onder andere te denken aan beheer en onderhoud van waterstaatswerken, vergunningverlening, handhaving en het installeren van noodvoorzieningen. Ondanks alle maatregelen zijn risico s niet uit te sluiten en kan er altijd iets mis gaan. Daarom zijn er voor de belangrijkste risico s uitvoeringsdocumenten opgesteld. Deze uitvoeringsdocumenten geven zowel een overzicht van de diensten, instanties en organisaties die bij calamiteiten kunnen worden ingeschakeld als ook een overzicht van te nemen maatregelen per type incident met inbegrip van de beschikbare bestrijdingsmiddelen. (voorschriften uit artikel 5.3 van het Waterbesluit) Alle uitvoeringsdocumenten, maar ook praktische uitwerkingsplannen e.d. worden opgeslagen in een crisiszorgsysteem (CIS) binnen SharePoint. Zie hoofdstuk 5 voor de borging hiervan. Plan Omschrijving Verantwoordelijke programma/ team Calamiteitenbestrijdingsplan Maashoogwater Maatregelenplan voor hoge afvoeren in de Maas. Waterkeringen, team beleid en beheer Calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast Maatregelenplan voor hoge afvoeren in de regionale Watersysteem en -keten, Team systeemkennis en - Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Calamiteitenbestrijdingsplan Waterverontreiniging Calamiteitenbestrijdingsplan Afvalwaterinfrastructuur Continuïteitsplannen Crisiscommunicatieplan Preparatie van niet water gerelateerde incidenten / crisis watersystemen. Maatregelenplan voor extreem water te kort. Maatregelenplan voor verontreiniging in de regionale watersystemen. Maatregelenplan voor falen van zuiveringstechnische werken. Maatregelen plan om de risico s te dekken die de contiuniteit van de organisatie in gevaar brengen. Werkwijze van hoe tijdens crisis het waterschap informatie verstrekt, handelingsperspectief biedt en betekenis geeft. Werkwijze van hoe het waterschap met een niet water gerelateerde crisis omgaat. Deze documenten worden als bijlage toegevoegd aan het Crisisplan. bewaking Watersysteem en -keten, Team systeemkennis en - bewaking Watersysteem en -keten, team zuiveren, waterketen en -kwaliteit Watersysteem en -keten, team zuiveren, waterketen en -kwaliteit Bestuur en Organisatie, team, team informatievoorziening Bestuur en Organisatie, team communicatie, crisisbeheersing en klantcontact. Bestuur en Organisatie, team communicatie, crisisbeheersing en klantcontact Crisisplan Waterschap Limburg 8

10 3 Crisisorganisatie De crisisorganisatie is een speciale organisatie die in actie komt wanneer sprake is van een (dreigende) crisis. De aard en omvang van de crisis en de grootte en impact van de gevolgen bepalen de omvang en benodigde capaciteit van de crisisorganisatie. 3.1 Hoofdstructuur De gehele structuur van de crisis-organisatie WsL op teamniveau is volgens onderstaand schema; Coördinatiefase 3 Leden dagelijks bestuur VZT WBT Waterschap BeleidsTeam Liaison WSL (multi RBT) Secretaris -Directeur Adviseur communicatie Adviseur crisisbeheersing Operationeel leider OL WOT Waterschap Operationeel Team ACW WSL (multi ROT) L WACC Waterschap ActieCentrum CrisisCommunicatie L WCC Waterschap Coördinatie Centrum Adviseur crisisbeheersing Informatiemanagement 0ndersteuning Coördinatiefase 2 L ACWBL Actiecentrum Waterschapsbedrijf Liaisons WBL Coördinatiefase 1 L WRT Waterschap ResponsTeam Liaison Copi Regulier WWD WSL Waterwachtdienst Achterwacht Crisisplan Waterschap Limburg 9

11 3.2 Fasering Crises verschillen in aard en omvang. De crisisorganisatie past zich daarop aan. Dit gebeurt gefaseerd en heet opschaling. De complexiteit van de situatie en de bestrijding, de mediaaandacht, de intensiteit van de informatiestromen, de tijdsdruk zijn onder andere redenen voor opschaling naar een hogere fase. Opschaling verloopt daarbij vanuit de reguliere organisatie naar de crisisorganisatie en van uitvoerend naar tactisch en strategisch niveau. Afschaling vindt plaats in de omgekeerde volgorde. Als de ernst van een voorval daartoe aanleiding geeft kunnen niveaus van de interne fasering worden overgeslagen. Deze interne fasering staat los van de vaak genoemde GRIP fasering van de veiligheidsregio s. Van de GRIP fasering wordt enkel gebruik gemaakt indien gecoördineerd multidisciplinair optreden noodzakelijk is. Als uitgangspunt geldt dat het waterschap betrokken bij een GRIP situatie in elk geval mee schaalt met de GRIP fasering op gelijkwaardig niveau (zie figuur coördinatiefasen vs. GRIP). Figuur: Coördinatiefasen vs. GRIP Crisisplan Waterschap Limburg 10

12 Wat de interne fasering van de crisisorganisatie inhoud wordt in onderstaande tabel uitgelegd. Coördinatie Fase Wat Uitvoerend orgaan Coördinatie fase 1 Incidenten met beperkte impact op de Waterschaps omgeving, inspanning overstijgt Respons reguliere bedrijfsvoering. Complexiteit Team (WRT) en afstemming met derden ter plaatse spelen een rol. Coördinatie fase 2 Coördinatie fase 3 Coördinatie fase 4 Incidenten met een relatief grote impact op de omgeving. mogelijke bedreiging of aantasting van de functionele werking van waterstaatswerken, mediaaandacht en/of mogelijke potentiële conflicten in de interne samenwerking. Bij twee actieve WRT s. Gebeurtenissen met (zeer)grote impact op de omgeving, met mogelijk bedreiging voor mens en milieu. Veel en meer dan regionale media-aandacht. Bestuurlijke coördinatie is noodzakelijk. Mogelijke bestuurlijke dilemma s in de samenwerking met externe partners. Mogelijke grote financiële en/of juridische consequenties en/of sterke betrokkenheid van de omgeving. Behoefte aan inzet van het mandaat van de voorzitter. Beheergebied overschrijdende calamiteiten waarbij interregionale bestuurlijke afstemming/coördinatie tussen de waterbeheerders en/of aanvullende afspraken over vertegenwoordiging in de Veiligheidsregio s - noodzakelijk is. Waterschap Operationeel Team (WOT) Waterschap BeleidsTeam (WBT) Regionaal Waterbeheerd ers Beleidsteam (RWBT) Leiding Leider WRT (L-WRT) Operationeel Leider (OL) Voorzitter WBT (VZT- WBT) Voorzitter RWBT (VZT- RWBT) Crisisplan Waterschap Limburg 11

13 3.3 Alarmering en opschaling Iedere crisis begint met een melding, een storing of waarschuwing. 24-uurs loket voor meldingen Het waterschap beschikt over een 24-uurs loket voor meldingen gericht op alle processen die te maken hebben met zowel interne als externe dienstverlening. Dit loket kan zowel centraal als decentraal uitgerold worden binnen Waterschap Limburg. Dit wordt geborgd binnen WsL en vanuit crisisbeheersing zullen hieraan randvoorwaarden worden gesteld. Immers de loketfunctie is een kritieke functie in de opschaling naar de crisisorganisatie. Op deze plek moet de juiste afweging gemaakt worden om de crisisorganisatie in stelling te brengen. In de reguliere organisatie moet men zich hiervan bewust zijn en er naar handelen zodat er geen licht zit in de overgang tussen de reguliere organisatie en de crisisorganisatie tijdens (dreigende) crises. Met de instructies uit de Calamiteitenbestrijdingsplannen over opschaling, melding en alarmering is dit geborgd. Informatief opschalen Ongeacht de fase van opschaling stelt de leidinggevende van het hoogst opgeschaalde niveau de leidinggevende van het naast hogere niveau in kennis van de opschaling. Veelal gebeurt dit op basis van het vier-ogen-principe. Waar dit niet plaats vindt, wordt hier alsnog gevolg aan gegeven met als doel de leidinggevende van het naast hogere niveau de kans te geven zijn eigen afweging te maken over eventuele betrokkenheid. Proactief opschalen Uitgangspunt voor de crisisorganisatie van het waterschap is een proactieve houding. Het proactief opschalen kent daarin twee invalshoeken: 1. Direct met voldoende kennis en capaciteit de calamiteiten bestrijding opstarten. Hiermee wordt in beginsel robuust opgeschaald door de juiste expertise en teams in stelling te brengen waardoor de juiste risico-inschatting wordt gemaakt. Dit om te zorgen om direct vanaf het begin aan de voorkant van een incident, calamiteit of crisis te komen. Dit voorkomt reactief handelen en daarmee achter de feiten aan lopen. Beter te hoog opgeschaald dan te laag. De inrichting van de crisisorganisatie maakt dit mogelijk. Opschalen betekent niet direct alles uit de kast trekken maar maatwerk leveren dat past bij het voorval. In het geval dat de opschaling te robuust is ingezet, kan snel weer worden terug geschaald. Hierdoor blijft de overlast voor de reguliere organisatie beperkt. 2. Op basis van dreiging opschalen naar een bepaalde coördinatiefase van de crisisorganisatie. De tweede invalshoek is opschaling bij een dreiging van een calamiteit of crisis. In zo n geval kan er aanleiding zijn om gebruik te maken van de hoofdstructuur van de crisisorganisatie ook al is er (nog) geen incident. De OL gaat dan in gezamenlijk overleg met specialisten uit het betreffende vakgebied van het dreigende incident en met de adviseurs op het gebied van crisis-communicatie en crisisbeheersing om te bepalen of: Crisisplan Waterschap Limburg 12

14 - verdere opschaling noodzakelijk is en/of; - verdere operationele of bestuurlijke voorbereiding invulling moet krijgen. Afschalen en Nazorg Nadat een crisis is bestreden, wordt de crisisorganisatie afgeschaald. De voorzitter van het hoogste opgeschaalde team beslist daartoe. Het is mogelijk in een keer af te schalen, maar dit kan ook gefaseerd. Na het afschalen van de crisisorganisatie keert het waterschap terug naar de reguliere bedrijfsvoering. De leiders van de crisisteams zijn verantwoordelijk voor een soepele overdracht. Dat de crisis is bestreden en de crisisorganisatie is afgeschaald, betekent niet dat al het werk is gedaan. Elke crisis heeft een nafase. In principe geldt: hoe groter de crisis hoe langer en intensiever de nafase. De nafase wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de reguliere organisatie. Vaste activiteiten van de nafase zijn: Herstel van de schade aan waterstaats- en/of zuiveringstechnische werken; Persoonlijke nazorg voor medewerkers die zijn blootgesteld aan schokkende gebeurtenissen; Evaluatie van het optreden van de crisisorganisatie, de procesevaluatie; Juridische en financiële afhandeling van de crisis. 3.4 Crisisteams De crisisteams zijn op alle niveaus integraal ingericht. Hiermee is geborgd dat de teams vanuit verschillende invalshoeken naar crisis kijken. Een volledige uitwerking is te vinden in het document crisisorganisatie WsL en het rollenboek WsL (beide te vinden in het CIS). Hieronder een korte weergave van de verschillende crisisteams. Waterschap ResponsTeams (WRT) Het WRT coördineert alle uitvoerende activiteiten (bronbestrijding) in een regio. Onder aansturing van de leider WRT betreft dit alle werkzaamheden die in de opgeschaalde situatie plaatsvinden. Waterschap Operationeel Team (WOT) Het WOT coördineert alle activiteiten op tactisch niveau. De Operationeel Leider bepaalt de wijze waarop aan het tactisch niveau invulling wordt gegeven. Door deze vrijheid in het inrichten van de organisatie op tactisch niveau ontstaat een flexibele structuur die de organisatie in omvang kan aanpassen aan de behoefte. Waterschap Coördinatie Centrum (WCC) De functie van dit team bestaat uit 2 hoofdtaken: Coördineren van de bestrijding op basis van acties en afspraken uit de bestrijdingsplannen Scenario-denken en adviseren van het WOT Crisisplan Waterschap Limburg 13

15 Waterschap Actiecentrum CrisisCommunicatie (WACC) Het Waterschap Actiecentrum Crisisorganisatie (WACC) staat aan de lat voor de (gedeeltelijke) realisatie van en begeleiding van medewerkers en bestuurders in crisiscommunicatie vanuit Waterschap Limburg. Het WACC: Haalt de buitenwereld naar binnen om een informatiepositie op te bouwen en om een communicatieaanpak uit te werken; Brengt de binnenwereld naar buiten om gericht en in dialoog te voorzien in de gesignaleerde informatiebehoeften. Omdat crisiscommunicatie een belangrijke pijler is in de calamiteitenbestrijding is er een specifiek crisiscommunicatieplan opgesteld voor WsL (zie bijlage 2.0) Waterschap BeleidsTeam Het WBT is het platform waarbinnen de voorzitter (of zijn plaatsvervanger) invulling geeft aan de besluitvorming, beleidsbepaling en beleidscoördinatie op strategisch niveau. Hij wordt daarin gesteund door een aantal vaste beleidsadviseurs. Daarnaast kunnen naar behoefte ook andere beleidsadviseurs aanschuiven. Los van het beleidsgebonden karakter van dit platform is het ook de plaats waarbinnen de voorzitter in overleg kan met andere gezagsdragers zoals collega dijkgraven, burgemeesters, HID en en vertegenwoordigers van belangorganisaties (LLTB, natuurorganisaties). 3.5 Werkwijze Integrale aanpak Het bestrijden van een crisis staat niet op zich. Om de kwaliteit van de bestrijding te borgen is een integrale aanpak noodzakelijk. Deze integrale aanpak kenmerkt zich door in goed overleg en samenwerking en met samenhang alle activiteiten uit te voeren die nodig zijn voor het optreden bij een crisis. Duidelijke structuur Voor het bestrijden van een crisis is het noodzakelijk om te werken volgens een duidelijke structuur en met goed afgebakende taken en rollen. Van groot naar klein Bij opschaling wordt in eerste instantie groot ingezet om vervolgens af te pellen naar dat wat nodig is. Op deze manier zijn alle specialisten gelijk betrokken en is de kans minder groot iets over het hoofd te zien. Bezetting De crisisteams hebben bij een crisis een wisselende bezetting. Er worden diensten van 8 uur gedraaid. Zo zijn er dus in 24 uur, 3 verschillende bezettingen actief Crisisplan Waterschap Limburg 14

16 Locaties Het WOT, WCC, WACC en WBT werken vanuit onze hoofdlocatie in Roermond. De WRT s zijn gekoppeld aan de gebiedsindeling van WsL. Het calamiteitenmaterieel is opgeslagen bij de steunpunten in Horst en Sittard. Netcentrisch Werken Tijdens een crisis komt er heel veel informatie binnen, uit allerlei bronnen. Het is de kunst om uit die veelheid van informatie juist die informatie te filteren die van belang is voor de acties en de communicatie van het waterschap. Het totaal aan relevante informatie noemen we het Waterbeeld. We gaan er aan werken dat dit Waterbeeld steeds actueel is en beschikbaar is voor alle medewerkers die de crisis bestrijden. Dit leidt tot een andere en meer effectieve werkwijze en besluitvorming. Goede besluitvorming en effectieve inzet tijdens een (dreigende) ramp of crisis is alleen mogelijk als de betrokken spelers een actueel gedeeld beeld van de situatie hebben. Om dit mogelijk te maken is de netcentrische werkwijze ingevoerd. Het doel van Netcentrisch Werken is het verbeteren van de informatieverwerking en de crisisbesluitvorming. De Veiligheidsregio s, verschillende hulpverleningsdiensten, waterschappen en andere partners in de crisis- en rampenbestrijding delen informatie met elkaar. Daarmee kunnen acties en besluiten in de crisisorganisatie beter op elkaar worden afgestemd. Die onderdelen van ons Waterbeeld die relevant zijn voor onze crisispartners, delen wij met hen. PBOB structuur Voor het bewaken van het overzicht, prioritering en maken we gebruik van de zogeheten PBOB structuur. Deze structuur houdt in dat de volgende aspecten onderzocht worden: Proces, Beeldvorming, Oordeelsvorming en Besluitvorming. Hierbij hoort ook het denken en uitwerken van scenario s op basis van beelden en verwachtingen. Het is een hulpmiddel voor effectieve besluitvorming Crisisplan Waterschap Limburg 15

17 3.6 Bijzondere bevoegdheden Onderstaand worden de bijzondere bevoegdheden behandeld die het waterschap en externe partijen hebben ten tijde van crises. Intern Bij het bestrijden van calamiteiten/ crises kan het noodzakelijk zijn om maatregelen te nemen die in strijd zijn met geldende wet- en regelgeving. Om besluiten daartoe mogelijk te maken, beschikt het waterschap over de volgende bijzondere bevoegdheden: Artikel 5.30 van de Waterwet geeft het dagelijks bestuur van het waterschap de bevoegdheid om bij onmiddellijk en ernstig gevaar voor een waterstaatswerk de nodige maatregelen te treffen. Als de tijd ontbreekt om het dagelijks bestuur bijeen te roepen, oefent de watergraaf deze bevoegdheid uit. De maatregelen mogen niet in strijd zijn met de Grondwet of internationaal-rechtelijke verplichtingen. Het waterschap meldt het gebruik van deze bevoegdheid direct bij Gedeputeerde Staten. Het waterschap vergoedt de schade die hierdoor ontstaat. Het waterschap is verplicht om het optreden te evalueren; Artikel van de Sectorale Arbeidsvoorwaarden Waterschapspersoneel (SAW) geeft het dagelijks bestuur van het waterschap de bevoegdheid om ieder personeelslid in te zetten bij het bestrijden van calamiteiten. Extern Enkele netwerkpartners van het waterschap beschikken over bijzondere bevoegdheden om in crisessituaties bevelen en opdrachten aan het waterschap te geven. Het waterschap hoort die bevelen en opdrachten uit te voeren. Het betreft de volgende bevoegdheden: Artikel 5 van de wet veiligheidsregio s bepaald dat de burgemeester het opperbevel heeft bij een ramp. Artikel 39 van de Wet veiligheidsregio s bepaalt dat bij rampen van meer dan plaatselijke betekenis, het opperbevel overgaat naar de voorzitter van de veiligheidsregio. Wanneer vanuit het Regionaal beleidsteam (RBT) aan het bestuur van het waterschap een aanwijzing wordt gegeven, is het bestuur verplicht rekening te houden met deze aanwijzing bij zijn optreden op grond van de aan hem toegekende bevoegdheden, dus ook bij de instructies die hij geeft aan de voor de calamiteitenbestrijding onder zijn gezag staande personen. Artikel 5.31 van de Waterwet geeft Gedeputeerde Staten en de minister van Infrastructuur en Milieu de bevoegdheid om aan het bestuur van het waterschap een opdracht te geven indien het waterschap ten onrechte niet of niet voldoende optreedt bij gevaar Crisisplan Waterschap Limburg 16

18 4 Netwerkpartners Bij de bestrijding van crises zijn vaak veel partijen betrokken. Om te zorgen dat de bestrijding soepel verloopt, is het informeren van, afstemmen op en samenwerken met netwerkpartners onontbeerlijk. Zowel op uitvoerend, tactisch als strategisch niveau. De netwerkpartners hebben hun eigen taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tijdens crisis. Daarom is zorgvuldige afstemming noodzakelijk voor een adequate crisisbeheersing. Het netwerk waarmee het waterschap van doen heeft is onder te verdelen in twee groepen: de algemene keten en de functionele keten waterbeheer. 4.1 De algemene keten Overheden binnen de algemene keten zijn verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid. Onder de algemene keten vallen het ministerie van Veiligheid en Justitie, de provincies (en de daaronder vallende RUD s), de veiligheidsregio s en de gemeenten. Het beheergebied van waterschap Limburg beslaat de gehele provincie Limburg. Hierin zijn twee veiligheidsregio s (Veiligheidsregio Limburg- Noord en veiligheidsregio Zuid-Limburg) en zijn 33 gemeenten actief. De veiligheidsregio s voeren de regie op de regionale crisisbeheersing. Afstemming en samenwerking met de veiligheidsregio s is dan ook noodzakelijk zodra een crisis gevolgen heeft voor de openbare orde en veiligheid. We haken aan door intensief samen te werken en goede contacten te onderhouden binnen de veiligheidsregio s. 4.2 De functionele keten waterbeheer Deze keten bestaat uit het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de regionale diensten van Rijkswaterstaat, Waterleiding Maatschappij Limburg (WML), onze buurwaterschappen en de overige waterschappen. Daarnaast heeft het waterschap van doen met de regionale dienst Zuid- Nederland van Rijkwaterstaat en de landelijke coördinatiecommissies Waterverdeling (LCW), Overstromingsdreiging (LCO) en Milieuverontreiniging Water (LCM). Ook hebben we te maken met onze buitenlandse partners (België en Duitsland). Tijdens crises volstaat het informeren van collega waterbeheerders meestal. Echter wanneer een crises uitstraling heeft naar het beheergebied van een andere waterbeheerder, is afstemming en samenwerking bij de crisisbeheersing noodzakelijk. Een schematische weergave van ons netwerk is in onderstaand overzicht weergegeven Crisisplan Waterschap Limburg 17

19 NCC DCC V&W Ministerie BZK Ministerie V&W België Duitsland Limburg Nrd-Brabant Provincies Nationaal Internationaal Gemeenten Gelderland Waterschap Peel en Limburg Maasvallei Veiligheidsregio Waterpartners Particuliere ondernemingen Brandweer Overige Waterschappen Rijkswaterstaat Aannemers GHOR WSRL Dienst Zuid Nederland Onderzoeksbureaus Politie Aa en Maas Coördinator crisisbeheersing Calamiteiten service overige hulpdiensten De Dommel Calamiteitencoördinator 4.3 Liaisons In de regionale crisisplannen van de veiligheidsregio s zijn afspraken gemaakt over de deelname van waterschap functionarissen (liaisons) aan regionale crisisteams. Voor de beide veiligheidsregio s in Limburg geldt dat het waterschap in geval van crises wordt uitgenodigd om deel te nemen aan de regionale crisisteams. Niveau Team(s) 1 Vertegenwoordiging Situatie WsL Regulier Motorkap overleg Normale dagelijkse werkwijze GRIP 1 CoPI Liaison CoPI Bronbestrijding GRIP 2 (CoPI), ROT Liaison ROT Bron- en effectbestrijding GRIP 3 (CoPI), ROT, GBT Liaison GBT Bedreiging welzijn (grote groepen van) de bevolking GRIP 4 (CoPI), ROT, RBT Liaison RBT Gemeentegrensoverschrijdend, eventueel schaarste GRIP 5 + RBT effectregio s Liaison RBT Veiligheidsregio overschrijdend (bovenregionaal) GRIP RIJK + MCCb Nationale veiligheid in het geding Aan liaisons worden specifieke eisen gesteld. Onder andere op gebied van mandaat en competenties. Om te voorkomen dat liaisons onbevoegd of onbekwaam zijn, heeft het waterschap duidelijke afspraken gemaakt over taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. 1 De teams tussen haakjes zijn optioneel Crisisplan Waterschap Limburg 18

20 Verder geldt voor de inzet van liaisons het volgende: Afstemming tussen de liaisons en het waterschap verloopt via de voorzitters van de crisisteams van het waterschap. Zo onderhoudt de voorzitter van het BT contact met de liaison GBT/RBT, de OL met de Liaison ROT waterschap en de leider WRT onderhoudt contact met de Liaison COPI. 4.4 Samenwerkingsafspraken Goede samenwerking is van groot belang bij het bestrijden van crises. Om samenwerkingsverbanden te versterken hebben we de afgelopen jaren met verschillende partners convenanten afgesloten. 2006: Berichtgeving Hoogwater Maas Vanaf 2006 is er een convenant met betrekking tot de berichtgeving Hoogwater Maas. 2012: Samenwerking in de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de waterkolom Limburg In 2012 is er een convenant afgesloten met RWS, over samenwerking met de waterkolom Limburg. 2013: Convenant Rijkswaterstaat en waterschappen in Limburg In 2013 zijn er afspraken gemaakt over samenwerking tussen de veiligheidsregio's, politie en regionale diensten van Rijkswaterstaat en waterschappen. 2013: Convenant gezamenlijk meldpunt water Aansluitend op het convenant 'Samenwerking in rampenbestrijding en crisisbeheersing van de waterkolom Limburg' is het convenant 'Gezamenlijk meldpunt water' opgesteld. Hierin zijn afspraken vastgelegd over het centraal meldpunt voor water gerelateerde problemen, klachten en meldingen Crisisplan Waterschap Limburg 19

21 5 Borging 5.1 Crisiszorgsysteem Crisisbeheersing is een primaire taak, en integraal onderdeel van de reguliere taken en werkzaamheden. Waterschap Limburg maakt gebruik van een CrisiszorgSysteem om de voorbereiding op calamiteiten integraal te borgen in de reguliere organisatie, structuren en documenten. Het zorgsysteem bestaat uit: Het vastleggen van de manier van werken in plannen en andere documenten; Het opleiden, trainen en oefenen van de leden van de crisisorganisatie; Het afstemmen en samenwerken met de netwerkpartners; Het verankeren van de crisisbeheersing in de reguliere organisatie. 5.2 Borging Waterschap Limburg werkt volgens de landelijke ISO 9001 normen voor het borgen van onze kwaliteit. Dit houdt in dat voor het proces crisisbeheersing alle stappen beschreven worden die noodzakelijk zijn om te komen tot een goede werkende crisisorganisatie. Door de PDCA cyclus (Plan/Do/Check/Act) te hanteren wordt het proces up to date gehouden. Ook de interne en externe audits in het kader van de ISO kwaliteitsborging zorgen voor een continue verbetering van ons crisisbeheersingsproces. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zorgt voor het naleven van de wetgeving en controleert daarvoor de beschreven processtappen crisisbeheersing WsL. Deze controle is eveneens een extra stimulans voor het goed op orde te hebben en houden van het proces. 5.3 Wijzigingen Crisisplan Het crisisplan wordt na het doorlopen van de vastgestelde procedure voor onbepaalde tijd vastgesteld. Blijkt echter uit de PDCA cyclus dat er wijzigingen doorgevoerd moeten worden dan wordt het plan opnieuw ter vaststelling in procedure gebracht. Dit geldt niet voor de afzonderlijke calamiteitenbestrijdingsplannen die als bijlage aan dit plan verbonden zijn. Deze worden éénmalig voor vaststelling in procedure gebracht en jaarlijks conform het crisiszorgsysteem geactualiseerd Crisisplan Waterschap Limburg 20

22 Kaartje beheersgebied WsL Crisisplan Waterschap Limburg 21

23 Afkortingenlijst CBP Calamiteitenbestrijdingsplan CoPI CIS GBT GHOR GRIP ICT LCW LCO LCM MCCb OTO OVD PBOB RBT ROT WACC WBT WCC WOL WOT WsL Commando Plaats Incident Crisisinformatiesysteem Gemeentelijk Beleidsteam Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de regio Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure Informatie- en communicatietechnologie Landelijke coördinatiecommissie Waterverdeling Landelijke coördinatiecommissie Overstromingsdreiging Landelijke coördinatiecommissie Milieuverontreiniging Water Ministeriele Commissie Crisisbeheersing Opleiden, trainen en oefenen Officier van Dienst Procesafspraken, beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming Regionaal beleidsteam Regionaal operationeel team Waterschap actiecentrum crisiscommunicatie Waterschap beleidsteam Waterschap Coördinatie Centrum Waterschap operationeel leider Waterschap operationeel team Waterschap Limburg Crisisplan Waterschap Limburg 22

24 Bijlagen Bijlage 1.0 Bijlage 2.0 Bijlage 3.1 Bijlage 3.2 Bijlage 3.3 Bijlage 3.4 Risicoprofiel WsL Crisiscommunicatieplan WsL Calamiteitenbestrijdingsplan Waterverontreiniging WsL Calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast WsL Calamiteitenbestrijdingsplan Hoog water Maas WsL Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte WsL Nog in ontwikkeling Bijlage 3.5 Calamiteitenbestrijdingsplan Afvalwaterinfrastructuur WsL Bijlage 3.6 Continuïteitsplan WsL Crisisplan Waterschap Limburg 23

25

26 Bijlage 1.0 van Crisisplan Waterschap Limburg Risicoprofiel Waterschap Limburg Risicoprofiel Waterschap Limburg 1

27 Titel Risicoprofiel Waterschap Limburg Datum Versie 0.3 Status definitief Corsanummer *CONCEPT* Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg schriftelijk Vrijgave Dit document is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van Marieke Bemelmans in samenwerking met: Naam Functie Rol Jeroen Hermanns Mdw CB VRLN Adviseur en opsteller risicoprofiel WPM Juus Teensma Adv crisisbeheersing Gegevensverwerking WPM en WRO werkgroep Inbreng specialisme Dit document is vrijgegeven door Eric de Wit d.d Risicoprofiel Waterschap Limburg 2

28 Inhoudsopgaven Hoofdstuk 1: Inleiding Wat is het risicoprofiel Doel van het risicoprofiel Samenhang met andere documenten Waterschap Limburg Crisisbeheersing Beheer risicoprofiel... 4 Hoofdstuk 2: Risico inventarisatie Selectie incidenttype risicoprofiel... 5 Hoofdstuk 3: Risicoanalyse Scenario uitwerking Uitwerking risicodiagram Zwarte zwanen Hoofdstuk 4: Prioriteitstelling Prioriteitstelling Uitwerking ambtelijke en bestuurlijke prioriteitstelling Advies Bijlage 1: betrokken medewerkers totstandkoming risicoprofiel Bijlage 2: Kader impactbeoordeling Bijlage 3: Omschrijving scenario s Bijlage 4: Tabel met resultaten Risicoprofiel Risicoprofiel Waterschap Limburg 3

29 Hoofdstuk 1: Inleiding 1.1 Wat is het risicoprofiel Waterschappen hebben te maken met verschillende risico s. Om als waterschap een adequaat beleid te kunnen voeren moet er inzicht zijn in de risico s bij de taakuitoefening en bedrijfsvoering binnen het beheergebied. Daartoe is dit risicoprofiel opgesteld. Het risicoprofiel van Waterschap Limburg geeft een overzicht van de aanwezige risicovolle activiteiten en de soorten incidenten die zich kunnen voordoen en kunnen leiden tot een calamiteit. Definitie van een calamiteit (=indcident/crisis): Een calamiteit is wanneer er een plotselinge gebeurtenis plaatsvindt die zodanige gevolgen voor de waterbeheersing en/of waterkwaliteit kan krijgen dat moet worden afgeweken van de normale dagelijkse werkzaamheden en/of dat het noodzakelijk is af te wijken van het bestuurlijk vastgestelde beleid. Kort samengevat zijn de criteria voor een eerste opschaling naar de crisisorganisatie: Directe afhandeling is noodzakelijk en Meer dan één proces en/of externen worden betrokken en Er wordt afgeweken van normale dagelijkse werkzaamheden en/of bestuurlijk vastgesteld beleid 1.2 Doel van het risicoprofiel Dit risicoprofiel is bedoeld voor het bestuur en management van Waterschap Limburg om antwoord te geven op de vragen: Wat kan ons overkomen? Hoe erg is dat? Het risicoprofiel: Faciliteert bestuur en management in het prioriteren door de transparantie in de onderlinge verhouding tussen risico s. Is het startpunt voor een discussie over het optimaliseren van fysieke veiligheid binnen ons beheergebied. Door beantwoording van de volgende vragen: Wat doen we allemaal om risico s te beheersen? Wat kunnen we meer, minder of anders doen?. Vormt mede basis voor de risico- en crisiscommunicatie richting burger. Vormt mede basis voor bepalen van opleidings- en trainingsbehoeften. 1.3 Samenhang met andere documenten Waterschap Limburg Crisisbeheersing Dit risicoprofiel geeft een overzicht van de risico s die kunnen leiden tot een calamiteit. Dit profiel geeft input voor het beleidsplan en calamiteitenplan. Daarnaast vormt dit profiel de basis voor de calamiteitenbestrijdingsplannen. 1.4 Beheer risicoprofiel Risico s laten zich niet vaststellen voor een bepaalde periode. Het risicoprofiel is dynamisch en risicoanalyses zijn een continu proces. Tussentijdse wijzigingen in de aanwezige risico s en introductie van nieuwe risico s binnen de cyclus, maar ook de uitkomsten van gevoerde evaluaties zullen leiden tot een dynamisch risicoprofiel. Dit proces wordt geborgd in de nieuwe organisatie WSL binnen het Proces Crisisbeheersing en met betrokkenheid van alle overige processen binnen WSL Risicoprofiel Waterschap Limburg 4

30 Hoofdstuk 2: Risico inventarisatie 2.1 Selectie incidenttype risicoprofiel Waterschap Limburg gaat te maken krijgen met verschillende risico s. Hierbij kunnen we onderscheid maken in twee soorten risico s. 1. risico s die vallen binnen de normstelling van het waterschap. 2. risico s die zich voordoen boven onze normstelling. In het reguliere proces van het waterschap doen we er alles aan om ons watersysteem op orde te hebben en te voldoen aan een vastgestelde norm. Binnen deze norm kunnen er zich altijd situaties voordoen die kunnen leiden tot een calamiteit of crisis, zoals het falen van een kunstwerk. Als crisisorganisatie bereiden we ons hier dan ook op voor. Daarnaast kan het ook nog eens zijn dat er zich een situatie voordoet die boven de gestelde norm heen gaat. Als waterschap vinden we dat we ons hierop ook moeten voorbereiden. In dit risicoprofiel geven wij aan welk scenario we nog realistisch vinden om ons op voor te bereiden. In samenwerking met een groep specialisten van WRO en de planeigenaren van WPM zijn de onderstaande risicoscenario s tot stand gekomen. 1: Waterkeringen (Veilige dijken) 1.1 Overstroming 1.2 Falen Waterkering 1.3 Niet tijdig beschikbaar materiaal 2: Watersysteem (Droge voeten en voldoende water) 2.1 Regionale Wateroverlast stedelijk gebied 2.2 Regionale Wateroverlast landelijk hellend gebied 2.3 Regionale Wateroverlast landelijk vlak gebied 2.4 Extreme droogte 2.5 Falend kunstwerk in het watersysteem 3: Herstelde watersystemen (schoon en ecologisch gezond water) 3.1 Verontreiniging watersystemen 3.2 Falen Zuiveringstechnische werken 4: Continuïteit bedrijfsvoering 4.1 virusbesmetting ICT 4.2 langdurige uitval electriciteit 4.3 niet toegankelijk hoofdkantoor 4.4 uitval calamiteitenmateriaal 4.5 uitval medewerkers Risicoprofiel Waterschap Limburg 5

31 Tabel 1 Incidenttype risicoprofiel Waterschap Limburg Hoofdstuk 3: Risicoanalyse 3.1 Scenario uitwerking. Bij de uitwerking van de scenario s uit hoofdstuk 2 is gebruik gemaakt van een vast format, waarbij de scenario s zijn beoordeeld op impact (effect) en waarschijnlijkheid (kans). De volgende zaken zijn richtinggevend geweest bij de scenario-uitwerking: Alle scenario s zijn in beginsel mogelijk ( het kan gebeuren ) maar niet met dezelfde waarschijnlijkheid. Er is gekozen voor het beschrijven van realistische scenario s. Het beschrijven van worst-case scenario s is nadrukkelijk vermeden, omdat het niet realistisch is om operationeel voor te bereiden op dit type gebeurtenissen. Impactbeoordeling Voor ieder incidentscenario is bepaald welke van de volgende gevolgen van toepassing zijn en in welke mate: aantasting van de bruikbaarheid van het grondgebied. Aantal gewonden/ doden. Kosten ten aanzien van materiële schade, gezondheid, financiële schade, bestrijding / hulpverlening / herstel. Langdurige aantasting van milieu (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven (aantal getroffenen en tijdsduur) Aantasting positie bestuur (lokaal, regionaal), sociaal psychologische impact De eindscore van de impact wordt bepaald door een gewogen gemiddelde van verschillende impactcriteria: KLASSE OMSCHRIJVING 0 Minder dan beperkt A Beperkt gevolg B Aanzienlijk gevolg C Ernstig gevolg D Zeer ernstig gevolg E Catastrofaal gevolg Tabel 2 Klassenindeling impact Voor de volledige onderbouwing van de impactcriteria wordt verwezen naar bijlage Risicoprofiel Waterschap Limburg 6

32 Waarschijnlijkheidsbeoordeling Om de incidentscenario s onderling te kunnen rangschikken moet, naast een impactbeoordeling, ook een beoordeling worden uitgevoerd van de waarschijnlijkheid. Waarschijnlijkheid wordt gedefinieerd als de kans dat een scenario zich voordoet. De combinatie van basisoorzaak en gevolgen wordt beschouwd om de waarschijnlijkheid van het scenario te classificeren. KLASSE A: Zeer onwaarschijnlijk B: Onwaarschijnlijk WAAR- SCHIJNLIJKHEID Minder dan 1x in de 25 jaar 1x tussen de 5 en 25 jaar C: Mogelijk 1x per 2 tot 5 jaar D: Waarschijnlijk 1x per jaar E: Zeer waarschijnlijk Meer dan 1x per jaar Tabel 3 Klassenindeling waarschijnlijk KWALITATIVE OMSCHRIJVING GEVAAR Het is nauwelijks voorstelbaar dat het ongeval of de gebeurtenis in de eigen regio zou kunnen plaatsvinden. Bij dreiging: geen concrete aanwijzing en gebeurtenis wordt niet voorstelbaar geacht Het is enigszins voorstelbaar dat het ongeval of de gebeurtenis in de eigen regio zou kunnen plaatsvinden. Bij dreiging: geen concrete aanwijzing, maar gebeurtenis wordt enigszins voorstelbaar geacht. Het is voorstelbaar dat het ongeval of de gebeurtenis in de eigen regio zou kunnen plaatsvinden. Bij dreiging: geen concrete aanwijzingen, gebeurtenis is voorstelbaar. Het is zeer voorstelbaar dat het ongeval of de gebeurtenis in de eigen regio plaats zal gaan vinden. Bij dreiging: de gebeurtenis wordt zeer voorstelbaar geacht. Het ongeval of de gebeurtenis zal nagenoeg zeker plaats gaan vinden in de eigen regio. Bij dreiging: concrete aanwijzingen dat de gebeurtenis geëffectueerd zal worden. 3.2 Uitwerking risicodiagram Hieronder is het overall risicodiagram voor Waterschap Limburg opgenomen: Waarschijnlijkheid 1,0000 Zeer onwaarschijnlijk Onwaarschijnlijk Mogelijk Waarschijnlijk Zeer waarschijnlijk Catastrofaal Impact Zeer ernstig 0,1000 Ernstig Aanzienlijk 0,0100 Overstroming uitval materiaal uitval medewerkers Niet toegankelijk hoofdkantoor Droogte Niet beschikbare kering Falende kering falen ztw wateroverlast landelijk vlak Wateroverlast stedelijk gebied falend kunstwerk Stroomuitval virusbesmetting ICT wateroverlast landelijk hellend verontreiniging Beperkt Minder dan beperkt 0,0010 Figuur 1 Risicodiagram Waterschap Limburg Risicoprofiel Waterschap Limburg 7

33 3.3. Zwarte zwanen. Het risicoprofiel geeft inzicht in bekende crisistypen waarvan het voorstelbaar is dat ze zich kúnnen voordoen in ons beheergebied. Het Waterschap gebruikt deze informatie om keuzes te kunnen maken in de schakels van de veiligheidsketen: preparatie, repressie en nazorg. In het risicodiagram zijn de risico s gepositioneerd op basis van een bepaalde inschatting op waarschijnlijkheid en impact. In werkelijkheid kunnen deze risico s zich echter ernstiger of minder ernstig manifesteren en daarmee in het risicodiagram verschuiven. Daarnaast kan het waterschap altijd getroffen worden door een ramp of crisis waarvan we de aard en omvang nu (nog) niet kunnen voorspellen. Voor Waterschap Limburg is het de uitdaging om zodanig te prepareren dat er voldoende veerkracht is om deze zogenoemde zwarte zwanen het hoofd te kunnen bieden. Figuur 2 "Zwarte zwanen" Risicoprofiel Waterschap Limburg 8

34 Hoofdstuk 4: Prioriteitstelling 4.1 Prioriteitstelling Risico s laten zich niet vaststellen voor een beleidsperiode van vier jaar. Risico s zullen daarom periodiek opnieuw geprioriteerd worden. De uitkomst van deze prioritering vormt inhoudelijke input voor de planningscyclus van de organisatie. Bij de besluitvorming over de vraag welke risico s bestuurlijke aandacht behoeven spelen meerdere invalshoeken een rol. De uiteindelijke, bestuurlijke prioritering wordt bepaald door een mix van: 1. Plaats in risicodiagram (waarschijnlijkheid en impact, zie 3.2); 2. Basisprestaties (verhouding risiconiveau en capaciteitenniveau basisvereisten crisisoptreden Waterschap Limburg); 3. Dreiging en moedwillige verstoring (kwetsbaarheid voor moedwillige verstoringen); 4. Landelijke en/of regionale doelstellingen en afspraken 5. Bestuurlijke prioriteit (gerelateerd aan bestuurlijk afbreukrisico). Bovenstaande wordt in het volgende figuur weergegeven: Risicodiagram (impact en waarschijnlijkheid 1. Landelijke beleidsdoelstellingen 4. Invalshoeken (bestuurlijke) prioriteitstelling Basisprestatie (voorbereiding/ operationeel) 2. Dreiging en moedwillige verstoring 3. Bestuurlijke prioriteit 5. Figuur 3 Invalshoeken bestuurlijke prioritering Stap 1 is uitgevoerd door een groep specialisten uit de verantwoordelijke processen (zie bijlage 1). Stap 2 t/m 5 is uitgevoerd in samenspraak met de directie en voorzitters van de beide organisaties WPM en WRO. Voorstel is deze stappen in 2017 nogmaals te doorlopen met het nieuwe bestuur van WsL Risicoprofiel Waterschap Limburg 9

35 4.2 Uitwerking ambtelijke en bestuurlijke prioriteitstelling Hieronder is het resultaat van de ambtelijke en bestuurlijke prioriteitstelling opgenomen. Dat wil zeggen de eindscore op basis van de in figuur 3 genoemde criteria. Incidenttypes risicoprofiel Waterschap Limburg TOTAAL SCORE 1 Verontreiniging watersysteem falen waterkering Maas 86 3 niet tijdig beschikbaar materiaal 86 4 Falen zuiveringstechnische werken 80 5 uitval calamiteitenmateriaal 76 6 Overstroming Maas 76 7 falen kunstwerk in watersysteem 74 8 Regionale wateroverlast landelijk vlak gebied 70 9 Droogte Regionale wateroverlast stedelijk gebied uitval medewerkers Regionale wateroverlast landelijk hellend gebied virus besmetting ICT Langdurige elektriciteit uitval niet toegankelijk hoodkantoor 48 Figuur 4 Uitwerking prioritering WSL 4.3 Advies Risico s laten zich niet vaststellen. De wereld om ons heen is continu in beweging. Risico s die vandaag actueel zijn kunnen morgen overschaduwd worden door nieuwe risico s. Ook de beleving van risico s is aan continue verandering onderhevig. Daarnaast heeft ons waterschap te maken met een veelheid en verscheidenheid van risico s. Bekende risico s en (nog) onbekende risico s. Dit dwingt ons om continu onderbouwde keuzes te maken. We kunnen simpelweg niet alle risico s beheersen. Daarom wordt geadviseerd om: Dit risicoprofiel te gebruiken als input voor het beleidsplan en calamiteitenplan (+onderliggende Calamiteitenbestrijdingsplannen). Dit risicoprofiel periodiek tegen het licht te houden en te scannen op actuele ontwikkelingen, zodanig dat een dynamisch risicoprofiel ontstaat. Dit risicoprofiel te positioneren als instrument om risicogericht te werken in de organisatie. Dit kan concreet door risico s periodiek - samen met betrokken overige processen van WSL te (her)prioriteren. Hierbij spelen meerdere invalshoeken een rol, waaronder plaats in het risicodiagram maar ook: landelijke beleidsdoelstellingen en bestuurlijke prioriteiten Risicoprofiel Waterschap Limburg 10

36 Bijlage 1: betrokken medewerkers totstandkoming risicoprofiel Naam Proces Planeigenaar Marlies Leenders Bestuur/bedrijfsvoering n.v.t. Rob Kickken Bestuur/bedrijfsvoering n.v.t. Peter Brouwers Watersysteembeheer Wateroverlast Peter Roefs Watersysteembeheer Wateroverlast Rinus Potter Waterkeringenbeheer Maashoogwater Bert Smeets Waterkeringenbeheer Maashoogwater Marco de Redelijkheid Beleid en advies Droogte John Tobben Watersysteembeheer Droogte Maurice Franssen Beleid en advies Waterverontreiniging Jelle Gommans Waterketen en kwaliteit Waterverontreiniging Leon Stelten Waterketen afvalwaterinfrastructuur Hans Erens Waterketen afvalwaterinfrastructuur Ron Hendrikx (WBL) Zuiveren afvalwaterinfrastructuur Laurent Janissen Facilitair continuïteitsplan Detlef Reincke Bedrijfsvoering continuïteitsplan Lianne Duisings Communicatie crisiscommunicatie Anke van Raay Communicatie crisiscommunicatie Nila Taminiau Crisiszorg n.v.t. Juus Teensma Crisiszorg n.v.t Risicoprofiel Waterschap Limburg 11

37 Bijlage 2: Kader impactbeoordeling Voor ieder incidentscenario moet worden bepaald welke van de volgende impactcriteria van toepassing zijn en in welke mate: Territoriale veiligheid aantasting van de bruikbaarheid van het grondgebied. Fysieke veiligheid aantal doden, (ernstig) gewonden, chronisch zieken, lichamelijk lijden (gebrek primaire levensbehoeften). Economische veiligheid kosten ten aanzien van materiële schade, gezondheid, financiële schade, bestrijding / hulpverlening / herstel. Sociale en politieke stabiliteit verstoring dagelijks leven (aantal getroffenen en tijdsduur), aantasting positie bestuur (lokaal, regionaal), sociaal psychologische impact (publieke angst en woede). Veiligheid van cultureel erfgoed aantasting cultureel erfgoed. Het kan ook zo zijn dat sommige gevolgen niet van toepassing zijn. In de analyse is dit een 0. Impactcriterium 1: Aantasting van de integriteit van het grondgebied het feitelijke of functionele verlies van, dan wel het buiten gebruik zijn van, dan wel het verlies van zeggenschap over delen van de regio Onder functioneel verlies wordt vooral verstaan het verlies van het gebruik van gebouwen, woningen, infrastructuur, wegen en grond. De indicatoren voor het meten van de impact zijn: - De oppervlakte van het bedreigde of aangetaste gebied (geografische afbakening) - De tijdsduur welke het gebied wordt bedreigd of aangetast Oppervlakte Tijdsduur Wijk, dorp max 3 km2 Lokaal 4-40 km2 Gemeentelijk km2 2-6 dagen A A B C 1-4 weken A B C D 1 tot 6 maanden B C D E ½ jaar of langer C D E E Regionaal >400 km2 Impactcriterium 2: Doden dodelijk letsel, direct overlijden of vervroegd overlijden binnen een periode van 20 jaar De indicatoren voor het meten van de impact zijn: - Het aantal doden als gevolg van het incident - Het tijdstip van overlijden Aantal > 400 Tijdsstip Direct overlijden A B C C D D E (binnen 1 jaar) Vervroegd overlijden (van 1-20 jaar) A A B C C D D Risicoprofiel Waterschap Limburg 12

38 Impactcriterium 3: Ernstig gewonden en chronisch zieken chronisch zieken zijn personen die gedurende lange periode (>1 jaar) beperkingen ondervinden: medische zorg nodig hebben, niet of gedeeltelijk kunnen deelnemen aan het arbeidsproces, door hun ziekte belemmeringen ervaren in het sociale functioneren. De indicator voor het meten van de impact is het aantal chronisch zieken en ernstig gewonden. Aantal > 400 Tijdsduur A B C C D D E Impactcriterium 4: Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Blootstelling aan extreme weer- en klimaat omstandigheden, alsmede het gebrek aan voedsel, energie, onderdak of anderszins primaire levensbehoefte De indicatoren van impact zijn: - Aantal getroffenen - Tijdsduur Aantal < 400 < < Tijdsduur getroffenen getroffenen getroffenen 2-6 dagen A B C D 1-4 weken B C D E 1 maand of langer C D E E > getroffene Impactcriterium 5: Kosten Euro s in termen van herstelkosten voor geleden schade, extra kosten en gederfde inkomsten De indicator voor het meten van de impact is het totaal aantal kosten voor Waterschap Peel en Maasvallei. Kosten in < > A B C D E Impactcriterium 6: Langdurige aantasting van het milieu (flora en fauna) Langdurige of blijvende aantasting van de kwaliteit van het milieu, waaronder verontreinig van lucht, water of bodem, en langdurige of blijvende verstoring van de oorspronkelijke ecologische functie, zoals het verlies van soortendiversiteit flora en fauna, verlies van bijzondere ecosystemen, overrompeling door uitheemse soorten. Als indicatoren voor het meten van de impact worden gehanteerd: - Type van de beek/ natuurgebieden aanliggend aan de beek: - Diameter van het getroffen gebied: voor ieder van de typen wordt bepaald welke diameter van het gebied getroffen is Risicoprofiel Waterschap Limburg 13

39 Diameter Omliggend gebied Natuurbeek of AEF Beek Diameter Diameter Omliggend gebied Diameter ongeval Type beek/ omliggend gebied 0-100m m m >400m AEF Beek/ omliggend gebied A B C D Natuurbeek/ omliggend gebied B C D E Impactcriterium 7: Verstoring dagelijks leven De aantasting van de vrijheid zich te verplaatsen en samen te komen op publieke plaatsen en in openbare ruimten, waardoor de deelname aan het normale maatschappelijk verkeer wordt belemmerd. Als indicatoren voor het meten van de impact worden de volgende vijf gehanteerd: 1. Geen onderwijs kunnen volgen 2. Niet naar het werk kunnen gaan 3. Geen gebruik kunnen maken van maatschappelijke voorzieningen als die voor sport, cultuur of gezondheidszorg 4. Verminderde bereikbaarheid door blokkade van wegen en uitval van openbaar vervoer 5. Niet kunnen doen van noodzakelijke aankopen wegens winkelsluiting De genoemde indicatoren worden gewaardeerd op basis van: - Aantal getroffen inwoners - Tijdsduur - Aantal (bovengenoemde indicatoren) van toepassing* Aantal Tijdsduur < 400 getroffenen < getroffenen < getroffenen > getroffene 1-2 dagen A A B C 3 dagen tot 1 week A B C D 1 week tot 1 maand B C D E 1 maand of langer C D E E *In geval maximaal 1 indicator van toepassing is, dan -1 (bijv. D wordt C), in geval tenminste 3 indicatoren van toepassing zijn, dan +1 (bijv. B wordt C) Risicoprofiel Waterschap Limburg 14

40 Impactcriterium 8: Aantasting positie lokale en regionale openbaar bestuur De aantasting van het functioneren van de Nederlandse overheid, in het bijzonder de lokale en regionale overheid, en haar instituties en/of de aantasting van rechten en vrijheden en andere kernwaarden verbonden aan de Nederlandse democratie en vastgelegd in de grondwet. Als indicatoren voor het meten van de impact worden de volgende zes gehanteerd: 1. Aantasting van het functioneren van de politieke vertegenwoordiging 2. Aantasting van het functioneren van het openbaar bestuur 3. Aantasting van het functioneren van het financiële stelsel 4. Aantasting van de openbare orde en veiligheid 5. Aantasting van vrijheden en/of rechten (Godsdienst, meningsuiting, vereniging, kiesrecht etc.) 6. Aantasting van geaccepteerde Nederlandse waarden en normen zoals gebruikelijk in het maatschappelijke verkeer dan wel vastgelegd in de wetgeving. De klassenindeling wordt vervolgens gebaseerd op: - Aantal indicatoren dat van toepassing is - De tijdsduur Aantal indic. Max. 1 uit 6 Max. 2 uit 6 >=3 uit 6 indicatoren Tijdsduur indicatoren indicatoren Dagen A B C Weken B C D Maanden C D E 1 of meer jaren D E E Impactcriterium 9: Sociaal psychologische impact Gedragsmatige reactie van de bevolking die door uitingen van angst en woede (mogelijk ook vermengd met verdriet en afschuw) worden gekarakteriseerd en waaraan de media aandacht besteden. Deze uitingen kunnen komen van personen die direct worden getroffen, en van de rest van de bevolking, en moeten waarneembaar zijn (d.w.z. hoorbaar, zichtbaar, leesbaar) De indicatoren worden in drie categorieën opgedeeld: perceptie van het incident, het verachtingspatroon rond het incident en het handelingsperspectief. De indicatoren dragen elk in eigen mate bij aan woede of angst of zelfs beide. Ondanks het verschillende aantal indicatoren per categorie, worden de categorieën onderling als even belangrijk beschouwd. De categorieën liggen deels in elkaars verlengde en zullen dus veelal in combinatie optreden. De drie categorieën bestaand uit de volgende indicatoren Categorie 1: Perceptie van het incident bij de getroffenen dan wel de rest van de bevolking Onbekendheid met de aard of de oorzaak van het risico Onzekerheid over de mate van dreiging of gevaar en over de mogelijkheid dat je er persoonlijk door geraakt kan worden Mate van onnatuurlijkheid van (de oorzaken van) het incident Mate waarin kwetsbare groepen - zoals kinderen, ouderen, zieken, armlastigen onevenredig zwaar worden getroffen Categorie 2: verwachtingspatroon rond het incident en zijn gevolgen bij de getroffenen en de rest van de bevolking Risicoprofiel Waterschap Limburg 15

41 Mate van gevoelde verwijtbaarheid (tekortschieten) van relevante bedrijven en (overheids)instanties bij het ontstaan van het incident dan wel het optreden van ongewenste gevolgen ervan (relatie met preventie) Mate van verlies van vertrouwen in het optreden van de overheid en betrokkenen bedrijven en andere instanties (NB. Niet de hulpdiensten) inzake enerzijds de beheersing van het incident en anderzijds de informatieverschaffing over het incident en zijn oorzaken (relatie met preparatie en respons) Mate van verlies van vertwreouen in het optreden van de hulpdiensten bij de beheersing van het incident, bijvoorbeeld in geval van capaciteitstekort, inadequate/onjuist handelende e.d. (relatie met preparatie en initiële respons) Categorie 3: Handelingsperspectief voor getroffenen bij het incident Mate van onbekendheid en/of onervarenheid met mogelijke vormen van zelfredzaamheid in de specifieke situatie (vormen van onwetendheid) Mate van persoonlijke onmogelijkheid tot beheersing van de eigen situatie (vormen van zelfredzaamheid) Aantal categorieën. 0 significante categorieën 1 significante categorieën 2 significante categorieën 0 significante categorieën A B C D Impactcriterium 10: Aantasting cultureel erfgoed De beschadiging, vernietiging of verdwijning van materiële sporen of getuigenissen uit het verleden in het heden die de samenleving om redenen van o.a. collectieve herinnering en identiteitsbehoud dan wel identiteitsvorming van belang acht om te bewaren, te onderzoeken, te presenteren en over te informeren. De indicatoren voor het meten van impact zijn: - Er is sprake van uniciteit, d.w.z. het object is de enige of één van de weinige overgebleven representanten van een soort of type - Er is sprake van aantasting van de identiteit, d.w.z. de betekenis en gevoel van eigenwaarde die de samenleving of een gemeenschaap ontleent aan het object - Er is sprake van aantasting van de harmonie en/of waarde en/of samenhang van een groter geheel door de aantasting van het object als deel van dat geheel - Er zijn beperkte mogelijkheden tot restauratie - Het betreft bronmateriaal, d.w.z. het verklarende en/of inspirerende begin of uitgangspunt voor een stroming, school, cultureel begrensde groep, e.d. Aantal indic. Max. 1 indicator Max. 2 Max. 3 4 of meer indicatoren indicatoren indicatoren A B C D Risicoprofiel Waterschap Limburg 16

42 Bijlage 3: Omschrijving scenario s Scenario 1.1 overstroming primaire waterkering langs de Maas Bij dit scenario stijgt het water van de Maas hoger dan de dijkhoogte waardoor (grote) gebieden achter de dijken onder lopen en/of geïsoleerd raken. Na verloop van tijd zakt het water weer. Wettelijk is het beschermingsniveau in Limburg vastgesteld op een overschrijdingskans van 1/250. Dat wil zeggen dat er een gemiddelde kans van 1/250 per jaar is op een overstroming van het door de dijken beschermde gebied. Dit wordt bereikt bij een afvoer van m 3 / sec. bij Sint Pieter. Tot tenminste medio 2024 kent het beheersgebied in Limburg echter ook nog dijken met een overschrijdingskans die soms nog lager zijn dan 1/50. Dit wordt bereikt bij m 3 / sec. Voorbeeld Door aanhoudende regenval in Frankrijk, België en Nederland stijgt het waterpeil in de Maas. Bij een afvoer van m 3 / sec. treedt het Rampbestrijdingsplan Hoogwater Maas (veiligheidsregio) (fase geel) in werking. In diverse gemeenten worden routinematige handelingen uitgevoerd om het stijgende water het hoofd te bieden. De weersvoorspellingen blijven echter onveranderd slecht en de waterafvoer neemt elk uur toe. Men verwacht dat in verschillende gemeenten fase rood bereikt gaat worden. Enkele woonwijken raken geïsoleerd. Vanaf fase rood bestaat de kans dat dat de controle over het hoogwater verloren gaat. Er is dan sprake van (meerdere) dreigende situaties. Bestuurlijke besluitvorming omtrent (preventieve) evacuatie is in deze fase nadrukkelijk aan de orde. Op het hoogtepunt van de watergolf wordt een afvoer van ruim m 3 / sec. bereikt. Het water stijgt tot boven het niveau van diverse waterkeringen en fase blauw van het Rampbestrijdingsplan treedt in werking. Ruim 8% ( ha) van de oppervlakte van de provincie Limburg staat uiteindelijk onder water. Ook enkele Brabantse gemeenten aan de Maas kampen met wateroverlast. Ongeveer mensen worden geëvacueerd. De hoogwatersituatie houdt ongeveer 3 dagen aan. Daarna zakt het water. Langzaam maar zeker wordt duidelijk hoe groot de schade aan woningen en andere gebouwen is. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL C A B B E E E B C B Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid is ingeschat op Zeer onwaarschijnlijk (Klasse A) Risicoprofiel Waterschap Limburg 17

43 Scenario 1.2 falen waterkering langs de Maas Door het treffen van veiligheidsmaatregelen, zoals dijken en vooral (demontabele) waterkeringen worden de inwoners in het stroomgebied van de Maas beter beschermd tegen het hoge water. Tegelijkertijd hebben deze veiligheidsmaatregelen tot gevolg dat, als er wat mis gaat, de gevolgen zich sneller kunnen manifesteren en ernstiger kunnen zijn. Tijdens een hoogwater dat binnen de gestelde normering ligt kan zich lokaal een incident voordoen. Denk daarbij aan onderspoelen van een dijk (piping), het begeven van een rioolafsluiter of het falen van een (mobiele) waterkering. Voorbeeld Dit scenario betreft de situatie tijdens een hoogwater in de Maas, waarbij het water nog tot onder de dijk blijft staan. De dijk of mobiele kering kan de druk van het water echter niet langer weerstaan en bezwijkt vervolgens. Het gevolg hiervan is dat het beschermde gebied plotseling (gedeeltelijk) onder water zal komen te staan. Factoren die de ernst bepalen zijn: waterstand, locatie, grootte van de doorbraak en inrichting van het getroffen gebied. Er is uitgegaan van een dijkdoorbraak welke zich niet van te voren heeft aangekondigd. Binnen korte tijd stroomt een ruime hoeveelheid water in het gebied en komen tientallen woningen onder water te staan. De maximale waterstand is ongeveer 1,5 meter. Deze situatie houdt ongeveer 3 dagen aan. Ongeveer 250 bewoners worden geëvacueerd. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL A A A A E C A A C A Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Onwaarschijnlijk (Klasse B) Risicoprofiel Waterschap Limburg 18

44 Scenario 1.3 Niet tijdig beschikbaar materiaal Om ervoor te zorgen dat de dijkringen op de juiste hoogte gesloten zijn, worden er tijdens hoog water Maas gebruik gemaakt van o.a. demontabele waterkeringen en coupures. Hierdoor worden de inwoners in het stroomgebied van de Maas beter beschermd tegen het hoge water. Het materiaal voor het opbouwen van deze waterkerende kunstwerken moet tijdig beschikbaar zijn zodat het Maaswater gekeerd kan worden. Voorbeeld Bij dit scenario is het materiaal voor het opbouwen van deze waterkerende kunstwerken niet tijdig beschikbaar. En kunnen de waterkeringen en dijkringen niet op de juiste hoogte worden gesloten. De situatie is tijdens een hoogwater in de Maas, waarbij het water tegen de dijk blijft staan. Omdat de waterkering niet volledig is gesloten stroomt het water door het gat in de waterkering. Factoren die de ernst bepalen zijn: waterstand, locatie en inrichting van het getroffen gebied. Binnen korte tijd stroomt een ruime hoeveelheid water in de gebieden en komen honderden woningen onder water te staan. De maximale waterstand is ongeveer 1,5 meter. Deze situatie houdt ongeveer 3 dagen aan. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL C A A A E C B A C A Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Onwaarschijnlijk (Klasse B) Risicoprofiel Waterschap Limburg 19

45 Scenario 2. 1 wateroverlast in stedelijk gebied vanuit het regionaal watersysteem door extreme neerslag In een korte periode heeft er in België een plaatselijk stortbui plaats gevonden. De totale hoeveelheid neerslag is allemaal tot afstroming gekomen en leidt in de Gulp tot een grote vloedgolf aan water. De afvoer van de Gulp is zo hoog dat deze boven de norm van T=100 uitkomt. In het stedelijk gebied van Slenaken stroomt het water van de Gulp in een aantal huizen en door een hotel, waar wateroverlast ontstaat. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL A C C B A C A Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Onwaarschijnlijk (Klasse B) Risicoprofiel Waterschap Limburg 20

46 Scenario 2.2 wateroverlast vanuit regionaal watersysteem in landelijk hellend gebied door extreme neerslag. In een periode is in ons gehele gebied uitzonderlijk veel neerslag gevallen. Door deze hoeveelheden zitten de watersysteem al goed vol. Daarbij valt er nog een plaatselijke bui van 33 mm in 20 minuten (T=25) net iets bovenstrooms Mheer. Hierdoor ontstaat er een water en modderstroom. In het dorpje Mheer loopt dit een agrarisch bedrijfspand binnen. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL A B B A A B A Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Mogelijk (Klasse C) Risicoprofiel Waterschap Limburg 21

47 Scenario 2.3 wateroverlast vanuit regionaal watersysteem in landelijk vlak gebied door extreme neerslag. Na twee regenachtige maanden is het watersysteem vol. De grondwaterpeilen en oppervlaktewaterpeilen evenals de afvoer zijn groot. Het beheer op dat moment ligt nog in de lijnorganisatie. Begin augustus valt er binnen gemeente Horst aan de Maas, met name in de driehoek Sevenum, America en Horst 70 mm regen in 24 uur tijd (T=25). Het calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast treed in werking. Het zijn agrariërs die boos melding maken van wateroverlast op hun landerijen. Zij maken melding van het feit dat de beken onvoldoende snel het water afvoeren en dreigen met schadeclaims. Ze weten dat er uitzonderlijk veel neerslag is gevallen, maar zien in het veld geen actie bij Waterschap Limburg om de schade te beperken. Via de LLTB stappen ze naar de krant. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL B C D A B A Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Mogelijk (Klasse C) Risicoprofiel Waterschap Limburg 22

48 Scenario 2.4 Extreme Droogte Door een zeer langdurige droogteperiode in grote delen van Europa nemen de beekafvoeren af, is er plaatselijk sprake van droogval en daalt de grondwaterstand. Dit leidt tot problemen rondom de waterbeschikbaarheid en de waterkwaliteit (zie calamiteitenbestrijdingsplan Waterkwaliteit). De afvoer in de Maas is zo ver gedaald dat de aanvoer naar de onderliggende kanalen en beeksystemen wordt teruggedraaid. Ook dalen de grondwaterpeilen snel. Er treden diverse landelijke en regionale draaiboeken in werking. Ook het calamiteitenbestrijdingsplan Droogte treedt in werking. Concreet doet de volgende situatie zich voor: In heel het werkgebied is een onttrekkingsverbod uit oppervlaktewater van kracht (regulier beleid); De wateraanvoer van de Maas naar de beken is gestaakt; Er is een aantal beken drooggevallen en er dreigen meer beken droog te vallen, met ernstige gevolgen voor de aquatische ecologie; In kasteelgrachten zakken de peilen waardoor funderingen droogvallen en de bouwtechnische constructie gevaar loopt; Vistrappen vallen droog waardoor de vismigratie wordt belemmerd; Stadsvijvers en waterpartijen vallen droog, veroorzaken stankoverlast en kunnen niet meer voor verkoeling zorgen; Watermolens kunnen niet meer malen of energie opwekken; Er ontstaan (fyto)sanitaire en waterkwaliteitsproblemen zoals botulisme en blauwalg en hoge concentraties aan verontreinigende stoffen (deze vallen onder het calamiteitenbestrijdingsplan Waterkwaliteit); Er wordt overwogen om een totaal onttrekkingsverbod in te stellen, waardoor boeren ook niet meer uit grondwater kunnen beregenen. De crisisorganisatie wordt opgeschaald. De droogteperiode en de verminderde wateraanvoer houdt tenminste 4 weken aan. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL D E D D Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Onwaarschijnlijk (Klasse B) Risicoprofiel Waterschap Limburg 23

49 Scenario 2.5 Falend kunstwerk in het watersysteem Na een periode van regenval zijn zowel peilen als de afvoer in het beeksysteem van Waterschap Limburg hoog. Er vindt nergens in het beheersgebied wateroverlast plaats. De afvoer en het peil in de Kabroeksebeek zijn echter dusdanig hoog inundatie plaatsvindt van een aantal agrarische percelen langs de beek. Oorzaak blijkt een defect aan een stuw. Er komt dusdanig veel water door de beek dat de duiker in Horst deze niet kan verwerken. Gevolg is dat de wijk Middelijk inundeert. Het calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast treed in werking. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL A B C A A B B Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Onwaarschijnlijk (Klasse B) Risicoprofiel Waterschap Limburg 24

50 Scenario 3.1 Verontreiniging watersysteem Derden hebben een dumping van tientallen opengebroken vaten met synthetisch drugsafval in het oppervlaktewater en de waterbodem (inclusief oever) gemeld en de hulpdiensten zijn reeds op locatie. De hulpdiensten hebben de locatie afgezet en zijn een sporenonderzoek uit aan het voeren. In de lucht hangt een zoete geur. Als gevolg van de lekkende vaten dienen maatregelen genomen te worden om het watersysteem te herstellen. De dumping heeft plaatsgevonden over een traject van ongeveer 1 km parallel aan het oppervlaktewater. Meerdere vaten zijn hierbij in het oppervlaktewater terecht gekomen. Vaten zijn stroomafwaarts teruggevonden tot ongeveer 5 km van de dumpingslocatie. De crisisorganisatie is opgeschaald. Het Calamiteitenbestrijdingsplan Waterverontreiniging treedt in werking. Na het vrijgeven van de locatie is het waterschap aan zet om het watersysteem te herstellen. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL A B E B A B Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Zeer waarschijnlijk (Klasse E) Risicoprofiel Waterschap Limburg 25

51 Scenario 3.2 Falen zuiveringstechnische werken Een lozing op de riolering verstoort het zuiveringsproces van een willekeurige zuivering. De bacteriën in het zuiveringsproces functioneren niet meer, waardoor het zuiveringsproces ook niet meer functioneert. Als gevolg hiervan wordt er meerdere weken ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater geloosd. Door de lozing van ongezuiverd afvalwater op het oppervlaktewater is de volksgezondheid een kwetsbaarheid voor de gebruikers van het oppervlaktewater (bijv. inname oppervlaktewater of recreatie) en ontstaat er massale vissterfte, stank overlast, verstoring van het ecosysteem. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE SPECIALISTEN A B E A B B Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Mogelijk (Klasse C) Risicoprofiel Waterschap Limburg 26

52 Scenario 4.1 Virusbesmetting ICT Het interne datasysteem crasht doormiddel van een virusbesmetting. Hierdoor is er 24 uur geen dataverkeer meer mogelijk. De bedrijfsvoering stagneert, deadlines kunnen niet gehaald worden. Er is informatie verdwenen. Er is ook geen digitale communicatie van zowel mail als IP telefonie meer mogelijk. Werkplekken beschikken niet over de normale faciliteiten waaronder PC en IP telefonie. Noodzakelijke informatie is niet online te raadplegen. Er komt geen informatie meer van buiten naar binnen (monitoringsysteem). Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL A B A B B Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Onwaarschijnlijk (Klasse B) Risicoprofiel Waterschap Limburg 27

53 Scenario 4.2 Langdurige uitval elektriciteit In de winterperiode wordt in een dagsituatie de infrastructuur voor elektriciteit beschadigd waardoor een deel van Limburg wordt getroffen door uitval van de elektriciteit. Computers vallen uit (en daarmee internetverbindingen), vaste en mobiele telefonie raken ontregeld, de verwarming doet het niet meer. Herstel van de stroomlevering zal in het getroffen gebied ca 2-3 dagen duren. Zowel de normale bedrijfsvoering als die van de calamiteitenorganisatie stagneert, de werkplekken beschikken niet over de normale faciliteiten waaronder PC en IP telefonie. Noodzakelijke informatie is niet online te raadplegen. Uitval TMX meetsysteem, alarmwaarden komen niet door naar de waterwacht waardoor niet tijdig gereageerd wordt op dreigende situaties. De kunstwerken zijn niet meer op afstand te bedienen. Idem voor loodsen. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL A A A A C Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Onwaarschijnlijk (Klasse B) Risicoprofiel Waterschap Limburg 28

54 Scenario 4.3 niet toegankelijk hoofdkantoor Door een luchtalarm binnen de straal van het hoofdkantoor van Waterschap Limburg is het gebouw niet toegankelijk en bereikbaar. Het gebouw is zeker voor 1 dag niet toegankelijk. De normale bedrijfsvoering en de calamiteitenorganisatie stagneert. Het algemene nummer is niet toegankelijk. Archief is niet toegankelijke. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL A A B B B Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Onwaarschijnlijk (Klasse B) Risicoprofiel Waterschap Limburg 29

55 Scenario 4.4 uitval calamiteitenmateriaal Om ervoor te zorgen dat de dijkringen op de juiste hoogte gesloten zijn, worden er tijdens hoog water Maas gebruik gemaakt van o.a. demontabele waterkeringen en coupures. Hierdoor worden de inwoners in het stroomgebied van de Maas beter beschermd tegen het hoge water. Door een brand in een calamiteitenloods is het calamiteitenmateriaal niet meer te gebruiken. Het herstellen / vervangen van de materialen duurt maanden. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE WSL E E D C Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Zeer onwaarschijnlijk (Klasse A) Risicoprofiel Waterschap Limburg 30

56 Scenario 4.5 uitval groot deel van de medewerkers door bijv. grieppandemie Tijdens een calamiteit buiten kantoortijd waarbij opgeschaald moet worden naar de calamiteitenorganisatie zijn er door een grieppandemie onvoldoende sleutelfunctionarissen uit de calamiteitenorganisatie bereikbaarheid en beschikbaarheid. Hierdoor kan er geen tijdige en adequate uitvoering gegeven worden aan de bestrijding van de calamiteit waardoor er meer overlast of schade kan ontstaan. Impactbeoordeling CRITERIUM Aantasting van integriteit van het grondgebied Doden Ernstig gewonden en chronisch zieken Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften) Kosten Langdurige aantasting milieu en natuur (flora en fauna) Verstoring dagelijks leven Aantasting positie lokaal en regionale openbaar bestuur Sociaal psychologische impact Aantasting van cultureel erfgoed SCORE SPECIALISTEN A B A A A C Waarschijnlijkheid De waarschijnlijkheid van optreden wordt geschat als Onwaarschijnlijk (Klasse B) Risicoprofiel Waterschap Limburg 31

57 Bijlage 4: Tabel met resultaten Risicoprofiel Incidenttypes risicoprofiel Waterschap Limburg Waarschijnlijkheid Impact Prestaties (voorbereiding / operationeel) Bestuurlijk e prioriteit Dreiging en moedwilli ge verstoring Landelijke en/of regionale doelstelling en TOTAAL SCORE Score Score Score Score Score Score 2 = zeer onwaarschijnlijk 5 = onwaarschijnlijk 8 = mogelijk 11 = waarschijnlijk 14 = zeer waarschijnlijk 2 = beperkt 5 = aanzienlijk 8 = ernstig 11 = zeer ernstig 14 = catastrofaal 2 = prestaties WSL en partners voldoende op orde 8 = nog (significante) verbetermogelijkhe den in prestaties WSL en partners 14 = prestaties nog niet op orde 2 = geen / beperkt afbreuk risico 8 = gemiddeld afbreuk risico 14 = groot afbreukrisi co 2 = niet / nauwelijks gevoelig 8 = redelijk gevoelig 14 = sterk gevoelig 2 = geen landelijk en/of regionaal thema. 8 = algemeen landelijke en/of regionaal thema 14 = actueel landelijk thema (o.a. strategische agenda) Weegfactor = 2 Weegfactor = 2 Weegfactor = 2 Weegfacto r = 1 Weegfact or = 1 Weegfactor = Hoog water Maas 1.1 Overstroming Maas falen waterkering Maas niet tijdig beschikbaar materiaal Risicoprofiel Waterschap Limburg 32

58 2.0 Wateroverlast 2.1 Regionale wateroverlast stedelijk gebied Regionale wateroverlast landelijk hellend gebied Regionale wateroverlast landelijk vlak gebied Droogte falen kunstwerk in watersysteem Waterverontreiniging 3.1 Verontreiniging watersysteem Falen zuiveringstechnische werken Continuïteit 4.1 virus besmetting ICT Langdurige elektriciteit uitval niet toegankelijk hoodkantoor uitval calamiteitenmateriaal Risicoprofiel Waterschap Limburg 33

59 4.5 uitval medewerkers Incidenttypes risicoprofiel Waterschap Limburg Waarschijnlijkheid Impact Prestaties (voorbereiding / operationeel) Bestuurlijke prioriteit Dreiging en moedwillige verstoring Score Score Score Score Score Score Landelijke en/of regionale doelstellingen TOTAAL SCORE 2 = zeer onwaarschijnlijk 5 = onwaarschijnlijk 8 = mogelijk 11 = waarschijnlijk 14 = zeer waarschijnlijk 2 = beperkt 5 = aanzienlijk 8 = ernstig 11 = zeer ernstig 14 = catastrofaal 2 = prestaties WSL en partners voldoende op orde 2 = geen / beperkt afbreuk risico 8 = nog (significante) verbetermogelijkheden 8 = gemiddeld afbreuk risico in prestaties WSL en partners 14 = groot afbreukrisico 14 = prestaties nog niet op orde 2 = niet / nauwelijks gevoelig 8 = redelijk gevoelig 14 = sterk gevoelig 2 = geen landelijk en/of regionaal thema. 8 = algemeen landelijke en/of regionaal thema 14 = actueel landelijk thema (o.a. strategische agenda) Weegfactor = 2 Weegfactor = 2 Weegfactor = 2 Weegfactor = 1 Weegfactor = 1 Weegfactor = Hoog water Maas 1.1 Overstroming Maas falen waterkering Maas niet tijdig beschikbaar materiaal Wateroverlast 2.1 Regionale wateroverlast stedelijk gebied Regionale wateroverlast landelijk hellend gebied Regionale wateroverlast landelijk vlak gebied Droogte falen kunstwerk in watersysteem Waterverontreiniging 3.1 Verontreiniging watersysteem Falen zuiveringstechnische werken Continuïteit 4.1 virus besmetting ICT Langdurige elektriciteit uitval niet toegankelijk hoodkantoor uitval calamiteitenmateriaal uitval medewerkers Risicoprofiel Waterschap Limburg 34

60 Risicoprofiel Waterschap Limburg 35

61

62 Bijlage 2.0 van Crisisplan Waterschap Limburg Crisiscommunicatieplan Waterschap Limburg

63 Titel Crisiscommunicatieplan Waterschap Limburg Datum Versie 0.1 Status Eindconcept Corsanummer Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg schriftelijk Vrijgave Dit document is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van Lianne Duisings in samenwerking met: Naam Functie Rol Anke van Raaij Communicatieconsulent WPM Mede-steller Dit document is vrijgegeven door Eric de Wit

64 Inleiding Afbakening Doelen crisiscommunicatie Crisiscommunicatie binnen crisisorganisatie Waar staat WACC voor aan de lat? Rollen WaterschapsActiecentrum crisiscommunicatie Organisatie van de crisiscommunicatie Alarmering en opschaling Communicatieve opschaling Samenwerking in opschaling Uitvoering crisiscommunicatie Doelgroepen Strategie Boodschap Momenten Communicatiemiddelen Informatievoorziening Vergaderklok Netwerk in kaart Logboek en evaluatie OTO Mandaat Crisiscommunicatieruimte

65 Inleiding Het doel van dit crisiscommunicatieplan is om invulling te geven aan de werkwijze van Waterschap Limburg op het gebied van communicatie tijdens een crisis (warme fase). Dit plan sluit aan op het crisisplan en beschrijft, ter voorbereiding op het optreden tijdens een crisis, de specifieke activiteiten en afspraken op het gebied van crisiscommunicatie. Wat wordt beoogd met dit plan: - Informeren van bestuur en medewerkers van WsL en partners in de veiligheidsregio s over de werkwijze in crisiscommunicatie van WsL - Richting geven aan het handelen van betrokken medewerkers van WsL in crisiscommunicatie - Een actuele werkwijze in crisiscommunicatie door WsL. Dit crisiscommunicatieplan, de uitwerking in taken, rollen en verantwoordelijkheden en OTO hebben tot doel om een flexibele en veerkrachtige crisiscommunicatie door WsL te realiseren. Elke crisis is uniek, dit betekent maatwerk in opschaling en inzet per crisis. De werkwijze zoals geschetst in dit plan voorziet daarin. De beschreven werkwijze inclusief evaluatie en OTO dragen bij aan het voortdurend leren en verbeteren van de crisiscommunicatie (PDCA). 1 Afbakening Dit crisiscommunicatieplan is een monodisciplinair plan. Het geeft inzicht in de structuur en werkwijze van crisiscommunicatie binnen de crisisorganisatie van het waterschap. Daarnaast beschrijft het plan de raakvlakken met betrokken partijen, voor wanneer het waterschap een gezamenlijke verantwoordelijkheid heeft of wanneer de verantwoordelijkheid bij andere partijen ligt. Waar dit crisiscommunicatieplan niet in voorziet, gelden de afspraken uit het crisisplan. Dit crisiscommunicatieplan vormt een bijlage bij het crisisplan WsL. In de bestrijdingsplannen wordt de operationele uitwerking in crisiscommunicatie opgenomen, aanvullend op dit crisiscommunicatieplan (dit betreft operationele uitwerking voor droogte, Hoogwater Maas, wateroverlast regionaal, verontreiniging, afvalwaterinfra en bedrijfscontinuïteit). Dit wordt uitgewerkt als bijlage bij de bestrijdingsplannen. Waar in dit plan gesproken wordt over de crisisorganisatie of onderdelen daarvan, wordt de integrale crisisorganisatie van Waterschap Limburg bedoeld. De overheid is wettelijk verplicht om de omgeving te informeren en voor te lichten over de mogelijke risico s die er binnen de omgeving zijn. Informatievoorziening en communicatie over risico s (met het doel om mensen geïnformeerd te houden en daarmee zelfredzaamheid tijdens een crisis te bevorderen) tijdens de koude fase wordt risicocommunicatie genoemd. Risicocommunicatie valt buiten de scope van dit plan en is een communicatieonderdeel dat Waterschap Limburg in samenwerking met de Limburgse veiligheidsregio s oppakt en uitwerkt. De uitwerking hiervan gebeurt binnen het communicatiebeleidsplan voor Waterschap Limburg. 2 Doelen crisiscommunicatie De inzet van de crisiscommunicatie is erop gericht om te voorzien in de maatschappelijke informatiebehoefte. - Informatievoorziening: Verstrekken van gevalideerde informatie voor zover die informatie betrekking heeft op feiten en omstandigheden gerelateerd aan de crisissituatie, op de verantwoordelijkheden, taken en werkzaamheden van de diverse actoren binnen de crisisorganisatie en op

66 de momenten waarop en middelen waarmee vanuit de crisisorganisatie correcte, relevante en actuele informatie beschikbaar wordt gesteld. - Schadebeperking: Instructies gericht op het beperken van schade voor en door (groepen in) de samenleving, waaronder ook het stimuleren van de zelfredzaamheid en de onderlinge hulpverlening en die faciliteren door tijdig informatie te verstrekken over het wat, waar, wanneer, hoe en over de mogelijke risico s die daaraan verbonden zijn. Richting geven aan het gedrag van (groepen in) de samenleving dat nodig is om de maatregelen van de overheid effectief te maken, zoals bij evacuatie en het verdelen van schaarse goederen en om verstoring van de crisisbeheersing tegen te gaan, bijvoorbeeld gericht op het voorkomen van overbelaste communicatievoorzieningen of geblokkeerde toegangs- en afvoerwegen. - Betekenis geven: duiden van de crisissituatie en die in een breder perspectief plaatsen, waarbij wordt aangesloten bij de gevoelens die onder (groepen in) de samenleving leven. In voorkomende gevallen kan de publieksbeleving nog lang na de acute fase van de crisis aandacht vragen en dus ook de crisiscommunicatie. 3 Crisiscommunicatie binnen crisisorganisatie In crisisbeheersing wordt crisiscommunicatie als een essentieel proces gezien. Daarom krijgt het WaterschapsActiecentrum crisiscommunicatie (WACC) een zelfstandige plek binnen de crisisorganisatie en vertegenwoordiging op alle niveaus binnen de calamiteitenorganisatie. Het WACC is vergelijkbaar met het Actiecentrum crisiscommunicatie/ Taakorganisatie Communicatie binnen de oranje kolom van de Veiligheidsregio s. Figuur 1: Structuur crisisorganisatie (Uit: Crisisplan Waterschap Limburg) 4 Waar staat WACC voor aan de lat? Het WaterschapsActieCentrum Crisiscommunicatie (WACC) staat aan de lat voor de (gedeeltelijke) realisatie van en begeleiding van medewerkers en bestuurders in crisiscommunicatie vanuit Waterschap Limburg. WACC: - haalt de buitenwereld naar binnen om een informatiepositie op te bouwen en om een communicatieaanpak uit te werken; - brengt de binnenwereld naar buiten om gericht te voorzien in de gesignaleerde informatiebehoeften. Als de informatiebehoefte van de (interne en externe) omgeving het uitgangspunt is van onze communicatieacties, dan is het in kaart brengen van de informatiebehoefte het startpunt. Dat kan met een omgevingsanalyse: hiermee wordt de buitenwereld naar binnen gehaald. Specifiek: het beeld van de informatiebehoefte van de omgeving, zoals blijkt uit online en offline mediakanalen. De omgevingsanalyse is de basis voor het communicatieadvies en is de basis voor de communicatieaanpak van de crisiscommunicatie (intern en extern). De omgevingsanalist verzamelt gegevens en informatie over vragen die leven bij direct betrokkenen en in de maatschappij (de informatietekorten) en maakt op basis daarvan een informatiebeeld. Sociale media, persvragen en telefonistes/telefoonteam zijn hiervoor een belangrijke bron. Voor het monitoren en indelen van de informatietekorten worden de doelen van de crisiscommunicatie gebruikt als bouwstenen: - informatievoorziening: waarneembare informatietekorten - schadebeperking: waarneembaar gedrag - betekenisgeving: waarneembare emoties, houdingen, standpunten Het omgevingsbeeld wordt gedeeld via het netcentrisch informatiesysteem en in overleggen. De aard van de (dreigende) crisis bepaalt de frequentie van de omgevingsanalyses

67 Crisiscommunicatie ziet er schematisch als volgt uit: Omgevingsanalyse (buiten naar binnen halen) Advies (communicatieaanpak en kernboodschap: informatie, handelingsperspectief, betekenisgeving) op alle niveaus binnen calamiteitenorganisatie Uitvoering (binnen naar buiten brengen: informatieverstrekking, pers- en publieksvoorlichting) Effect (buiten) Omgevingsbeeld (buiten naar binnen halen) Om bovenstaande activiteiten uit te kunnen voeren, is binnen het WACC een aantal rollen belegd. 5 Rollen WaterschapsActiecentrum crisiscommunicatie Binnen het WACC werken de medewerkers op basis van de volgende rollen waar dat van toepassing is, is bij de betreffende rol vermeld met welke rol uit het rollenboek Crisisorganisatie Waterschap Limburg dit correspondeert: a. Leider Actiecentrum crisiscommunicatie (LACC; evenknie bij Veiligheidsregio: Hoofd Taakorganisatie) = Beslissers/ rol 3 b. Adviseur crisiscommunicatie Beleidsteam (Adviseur BT) = Adviseurs, rol 8 c. Adviseur crisiscommunicatie Operationeel team of Responsteam (Adviseur OT/RT) = Adviseurs, rol 8 d. Omgevingsanalist = Adviseurs, rol 8 e. Perswoordvoerder= Adviseurs, rol 8 f. Webredacteur g. Telefonist 6 Organisatie van de crisiscommunicatie 6.1 Alarmering en opschaling De opschaling van WACC volgt de lijn zoals vastgelegd in het crisisplan en de bestrijdingsplannen WsL. Uitgangspunt is dat de crisisorganisatie bij normale/reguliere omstandigheden een inactieve organisatie is, die naar gelang een crisis vordert, fasegewijs wordt ingericht. De inzet van het WACC schaalt mee op met de omvang van de crisis en met opschaling door de calamiteitenorganisatie. In alle gevallen wordt de leider WACC door de Operationeel Leider of de leider WRT geïnformeerd over de crisis. Afhankelijk van aard en omvang van de crisis wordt een inschatting van de direct benodigde inzet voor crisiscommunicatie gemaakt. De bezetting binnen WACC schaalt mee op met de omvang van de crisis en de gevraagde communicatieve inzet, daarnaast gelden de afspraken zoals vermeld in het Crisisplan Waterschap Limburg

68 (Communicatie op piket; uitgangspunt een continue 3 ploegendienst en per persoon wordt op enig moment slechts 1 rol vervuld, tenzij de situatie toestaat dat iemand meer rollen op 1 moment vervuld). In de praktijk houdt dit in dat op elke rol moeten 3 personen beschikbaar zijn (7 rollen = 21 personen; bij sommige rollen zal in grote crises meer dan 1 persoon beschikbaar moeten zijn). Het voorziene aantal van 12 personen in team Communicatie WsL is hiervoor niet toereikend. Dit betekent dat aanvullende capaciteit nodig is. Het voorstel is deze op de adviseursfuncties in te schakelen vanuit de landelijke pool aan adviseurs uit andere waterschappen en om afspraken hieromtrent te maken in de regio (bijvoorbeeld met Provincie, Rijkswaterstaat, Veiligheidsregio s). Op de medewerkers/ uitvoerende functies is het voorstel om medewerkers uit de organisatie te trainen in de vaardigheden die benodigd zijn hiervoor. 6.2 Communicatieve opschaling Het omgevingsbeeld kan ook een reden zijn voor opschaling. Er kan vanuit optiek van de eigen organisatie geen sprake zijn van een crisis aan het watersysteem, terwijl de situatie door de omgeving wèl als een crisis wordt ervaren en de maatschappelijke informatiebehoefte groot is, net als de behoefte om eigen ervaringen en meningen over de situatie te delen via diverse (social) media. Dan kan opschaling van (een deel van de) de calamiteitenorganisatie nodig zijn om de communicatie adequaat op te pakken en imagoschade te voorkomen. Er wordt dan opgeschaald om de zichtbaarheid van het waterschap te vergroten en binnen team Communicatie capaciteit vrij te maken. Crisiscommunicatie kan daarmee operationeel zijn zonder formele opschaling in de overige calamiteitenorganisatie. In de praktijk betekent dit dat WACC wordt opgeroepen en dat er met de Operationeel leider, secretaris-directeur en bestuurlijk verantwoordelijke afspraken worden gemaakt over aanpak en uitvoering. Het voordeel van een opgeschaalde situatie zijn de korte afstemmingslijnen. Dat bevordert de snelheid van communicatie en het adequaat inspelen op de situatie. De omgeving heeft op die manier invloed op de beslissing of een situatie vraagt om crisiscommunicatie. Daarmee geeft WsL mede invulling aan wens om een omgevingsgerichte organisatie te zijn. 6.3 Samenwerking in opschaling Tijdens een (water)crisis zijn naast het waterschap (meestal) ook andere organisaties in touw, ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid. In het algemeen geldt: - analyse van de omgeving biedt input voor de boodschap en woordvoering - het waterschap communiceert altijd over de eigen operatie. - Indien de veiligheidsregio is opgeschaald is vindt altijd afstemming tussen waterschap en veiligheidsregio plaats over communicatie (wie is in de lead, uitkomsten omgevingsanalyse, welke boodschappen en woordvoeringslijn, inzet van communicatiekanalen, etc.). Besluiten hiertoe worden binnen het Regionaal Operationeel Team van de Veiligheidsregio genomen. - Indien het waterschap en een (of meer) andere partij(en) gezamenlijk verantwoordelijk is/zijn, dan brengen zij gezamenlijk informatie over het optreden naar buiten. Partijen leveren hiervoor informatie aan en maken afspraken over de communicatie. - Is het waterschap verantwoordelijk en zijn bijvoorbeeld functionele derden ingehuurd om onder verantwoordelijkheid van het waterschap werk te doen, dan brengt het waterschap informatie over het gezamenlijk optreden naar buiten. - Betreft het een landelijke water(schaps)crisis, dan brengt de Unie van Waterschappen het landelijke beeld naar buiten en informeert het waterschap hierover. Het waterschap levert hiervoor ook de eigen informatie aan, communiceert zelf over het eigen optreden en informeert de Unie hierover

69 Om ook tijdens een omvangrijke en regionaal opgeschaalde crisis als waterschap zichtbaar te blijven, is het belangrijk om een actieve rol te blijven spelen in de crisiscommunicatie. Dat gebeurt door te blijven communiceren over de eigen operatie, altijd in nauwe afstemming met betrokken derden. Aandachtspunt in de regionale opschaling is het maken van goede afspraken omtrent communicatie en de verdeling van rollen en taken. Om dit in een warme fase optimaal te kunnen uitvoeren, is het belangrijk dat de communicatieteams van regionale partners (Veiligheidsregio s, gemeenten, Rijkswaterstaat, brandweer, geneeskundige diensten, etc) elkaar kennen en afstemmen over (deel)plannen en werkwijzen. Hiervoor is aandacht in de koude fase en in het OTO-plan (zie 7.10). 7 Uitvoering crisiscommunicatie De crisiscommunicatie richt zich op de communicatie met medewerkers, bestuurders, en externen (publiek, media en netwerkpartners) over het ontstaan, de ontwikkeling en de consequenties van de crisissituatie (en achtergronden daarvan) en over het optreden van het waterschap in de crisisbestrijding voor, tijdens en na de crisis. 7.1 Doelgroepen Medewerkers en bestuur De medewerkers en bestuurders van Waterschap Limburg (en bij Maashoogwater ook de dijkwachten) zijn erg betrokken bij hun werk en worden ook als een van de eersten aangesproken en bevraagd over het werk van het waterschap. Zij worden geïnformeerd over de crisis, hun rol in de bestrijding en indien nodig gevraagd om aanvullende input te leveren. Publiek en partners - De getroffenen zijn de primaire doelgroep van de crisiscommunicatie. Zij behoren bij het publiek van het waterschap. Tijdens een crisis wil het publiek tijdig beschikken over een juist en objectief beeld van de situatie en informatie over wat zij moeten doen. - Soms zijn de getroffenen aangesloten bij een belangenorganisatie/ intermediaire organisatie: LLTB voor agrariërs, VBNE (Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren) voor eigenaren van bos en natuurterreinen, KvK voor bedrijven / industrie. Tijdens een crisis willen belangenorganisatie weten hoe het met het belang van hun achterban gesteld is. Zij focussen op één aspect en hoeven geen belangenafweging te maken. Hun kennis van de positie, het werk en de belangenafweging van het waterschap verschilt per organisatie. - Een overzicht met de partners en overige doelgroepen die betrokken zijn bij een crisis worden per keer in kaart gebracht via een statusbord in het WACC. Pers Journalisten van lokale, regionale, landelijke en vakmedia zullen zich bij een grote crisis concentreren op vier zaken: - de plaats van de crisis, ooggetuigen, getroffenen, schuldvraag en dergelijke; - het crisiscentrum dat met de bestrijding van de crisis is belast; - (telefonisch) verifiëren van berichten; - de reactie van het publiek en belangengroeperingen op de crisis. In de basis gelden de afspraken uit het persbeleid en lopen alle perscontacten via de communicatiemedewerkers die in het WACC werkzaam zijn. Andere medewerkers (ook die in het veld werkzaam zijn) verwijzen de journalisten door naar hen, benoemen bij inhoudelijke reacties enkel dat wat zichtbaar is in de operatie en de manier waarop dat gebeurt. Duiding en beleidsinhoudelijke informatie

70 richting pers loopt via WACC (en evt. het bestuur). Instructie van andere medewerkers in het omgaan met pers wordt opgenomen in het OTO. 7.2 Strategie Burgers, bedrijven, partners stellen zich onafhankelijker op en krijgen via internet en (sociale) media veel meer boodschappen dan alleen de boodschap van het waterschap. Op basis daarvan geeft de omgeving zelf betekenis aan gebeurtenissen. Crisiscommunicatie is daarmee niet meer het zenden van onze boodschappen. Wil crisiscommunicatie effectief en adequaat zijn, dan is het essentieel om de maatschappelijke informatiebehoefte van betrokkenen centraal te stellen. Hoe beter hierbij wordt aangesloten, hoe groter de kans dat de crisisinformatie van ons serieus wordt genomen. Het betekent dat de (crisis)organisatie nadrukkelijker dan voorheen, de aansluiting zoekt met haar omgeving. - De strategie wordt bepaald door de maatschappelijke impact. De omgevingsanalyse staat aan de basis van het in beeld brengen en duiden van de maatschappelijke impact. Gedurende de ontwikkeling van een crisis wijzigen de doelen en verschuift de behoefte van verschillende doelgroepen (informatievoorziening schadebeperking betekenisgeving). - In de crisiscommunicatie richting het is het waterschap open over wat hij doet en wat hij weet en nog niet weet. Het waterschap zorgt voor snelle, betrouwbare en juiste informatie via de eigen online kanalen en stelt zich op als partner richting derden. - In de crisiscommunicatie is het waterschap zorgvuldig, snel en volledig. Het waterschap start de berichtgeving zo snel mogelijk op, ook al is nog niet alles bekend, en laat zien dat de bestrijding van de crisis de volle aandacht heeft. Ook zit er een zekere regelmaat in de berichtgeving (we starten bijvoorbeeld een blog op de website die voortdurend actueel wordt gehouden), om te voorkomen dat anderen in een informatiegat springen. Zelfs als ogenschijnlijk niets te melden valt, dan nog valt altijd wel iets te vertellen over de voortgang. - We wijzen de medewerkers en bestuurders op de eigen externe communicatiemiddelen die we inzetten en maken waar nodig aanvullend interne berichtgeving. Daarnaast wordt aangegeven hoe medewerkers om dienen te gaan met de informatie die wordt verstrekt tijdens een crisis. 7.3 Boodschap De boodschap die het waterschap verstrekt in de crisiscommunicatie gaat over: - de feiten en omstandigheden over de crisis en de maatregelen die het waterschap neemt om de crisis te bestrijden. - Instructies gericht op het beperken van de schade. - Betekenisgeving aan de crisis. De kernboodschap verschilt dus per crisis, maar er is wel een aantal richtlijnen waaraan deze moet voldoen: - De informatie is juist en tijdig, eerlijk en betrouwbaar, consistent (geen tegenstrijdige informatie) en begrijpelijk. - De tone of voice is volwassen, niet belerend en er is een balans tussen zakelijkheid en emotionaliteit. De boodschap van het waterschap betreft alleen de eigen operatie, verantwoordelijkheden en beleid. Crisiscommunicatie over overige onderwerpen laat het waterschap over aan het betreffende bevoegde gezag, zodat er zoveel mogelijk één beeld naar buiten ontstaat. Het waterschap informeert de doelgroepen dan dat de waterschapsbijdrage onderdeel is van het grotere geheel en dat die informa

71 tievoorziening in samenwerking met het waterschap via het bevoegd gezag verloopt. Dit gebeurt in overleg met de Veiligheidsregio s en/of andere partners. 7.4 Momenten In de crisiscommunicatie is een aantal communicatiemomenten te onderscheiden: - direct na de constatering van het (ernstige) incident of crisis. Voorkom daarmee geruchten, onzekerheid, ongeloof en dat een verkeerde perceptie ontstaat; - bij het opstarten van de crisisorganisatie; - op beslismomenten (bijvoorbeeld wanneer een onderzoek is gestart en hoe dat wordt gedaan, hoe de bestrijding wordt aangepakt, resultaten onderzoek, informatie over de geleden schade, wat van de burgers wordt verwacht en hoe zij worden geholpen, enzovoorts); - als maatregelen worden genomen; - als het effect van maatregelen zichtbaar wordt; - als het incident of de crisis onder controle is; - als de crisisorganisatie wordt opgeheven; - nazorg, bedanken voor hulp, medewerking, begrip, enzovoorts. Het beeld dat de buitenwereld opbouwt gedurende de nazorgfase wordt voor een belangrijk deel bepaald door de wijze waarop het waterschap in het nazorgtraject zelf naar buiten treedt. Bovenstaande heeft betrekking op de communicatie door het waterschap. Wanneer bij een GRIP situatie de Veiligheidsregio in de lead is, gebeurt dit in onderling overleg. 7.5 Communicatiemiddelen De inzet van communicatiemiddelen is afhankelijk van de situatie en betrokken doelgroepen en eventueel partners. Dit bepaalt de gekozen strategie en verschilt per crisis. De hieronder genoemde communicatiemiddelen zijn de middelen die vanuit het WACC beschikbaar zijn en die het meest voor de hand liggen in een crisissituatie. De (inter)persoonlijke contacten en afstemming via overleggen etc zijn niet in dit overzicht meegenomen, aangezien die buiten de scope van dit plan vallen. Tijdstip Middelen* Doelgroepen Voorafgaande aan crisis bij een dreigende situatie Extern Persberichtgeving Twitter Facebook Website, evt aparte crisispagina Extern Inwoners, bedrijven, instellingen Media Belangengroeperingen Medeoverheden die mogelijk met crisis te maken krijgen / veiligheidsregio( s) Tijdens de crisis Intern Mail Intranet Extern Persberichtgeving / interview Twitter Facebook YouTube Website, evt aparte crisispagina Belteam Mogelijk: digitale nieuwsbrief, persconferentie, printadvertentie regionaal/lokaal, brieven, bijeenkomst, keukentafelgesprek, printmateriaal (folder/ factsheet/ bewonersbrief), kanalen van derden die zijn betrokken Intern Bestuur WsL Calamiteitenorganisatie WsL Overige medewerkers WsL Extern veiligheidsregio( s) Inwoners, bedrijven, instellingen Slachtoffers / nabestaanden Media Brancheorganisaties (LLTB, KvK, SBB, Natuurmonumenten) medeoverheden, UvW

72 Na afloop van de crisis (nazorg) bij crisis Intern Mail Intranet Indien nodig: sms, What s app, bijeenkomst Extern Persberichtgeving / interview Twitter Facebook YouTube Website, evt aparte crisispagina Mogelijk: persconferentie, printadvertentie regionaal/lokaal, bewonersbrieven, (bewoners)bijeenkomst, printmateriaal (folder/factsheet), kanalen van derden die zijn betrokken bij crisis Intern Mail Intranet Indien nodig: bijeenkomst Intern Bestuur WsL Calamiteitenorganisatie WsL Overige medewerkers WsL Extern Inwoners, bedrijven, instellingen belangenorganisaties Media Brancheorganisaties (LLTB, KvK, SBB, Natuurmonumenten) Medeoverheden die met crisis te maken hadden / veiligheidsregio( s) Slachtoffers / nabestaanden Intern Bestuur WsL Calamiteitenorganisatie WsL Overige medewerkers WsL 7.6 Informatievoorziening De leden van WACC beschikken via het netcentrisch systeem over de informatie die nodig is om te kunnen adviseren en de crisiscommunicatie te organiseren. Adviezen worden gegeven in de vergaderingen van het WRT, (W)OT en (W)BT. Als de crisiscommunicatieadviseur meer of andere informatie nodig heeft, dan meldt hij dat bij de OL (in de vergadering van het OT) en wordt samen gezocht naar een oplossing. 7.7 Vergaderklok Het OT stelt bij aanvang van de crisis en gedurende de coördinatiefase een vergaderklok in (bepaalt de tijd-tempo factor). Het WACC volgt dus deze vergaderklok, maar kan deze ook mede bepalen indien de (interactie met de) omgeving daarom vraagt (denk aan interviews met media, of tijdige berichtgeving via media). Na de overleggen met de crisiscommunicatieadviseurs spreekt de LACC met het hele team (de medewerkers crisiscommunicatie en crisiscommunicatieadviseurs OT en BT) de stand van zaken door. Hier wordt een vaste agenda gehanteerd en in operationele taal (instructief) met elkaar gedeeld: - Actuele stand van de crisis; - Doorlopen van het Rapport Omgevingsbeeld; - Conclusies per doelstelling (Informatievoorziening, Schadebeperking en Betekenisgeving). - Als werkwijze tijdens een overleg wordt de BOB-structuur gehanteerd (Beeldvorming, Oordeelsvorming, Besluitvorming). Dit volgt de werkwijze in OT s en BT s. Met netcentrisch werken verandert de rol van de adviseur in het WRT, WOT en WBT. Waren deze overleggen voorheen noodzakelijk om inhoudelijke info te ontvangen, nu kan het WACC via het netcentrisch systeem zelfstandig aan de slag met informatievoorziening. De adviseur heeft hierdoor binnen de verschillende overleggen meer ruimte voor analyse en advies omtrent handelingsperspectief en betekenisgeving. Belangrijk hierbij is, dat duidelijk is vanuit het netcentrisch systeem

73 welke informatie gevalideerd is en zonder problemen kan worden gecommuniceerd. Hierover vindt afstemming plaats met de OL en de informatiecoördinator. 7.8 Netwerk in kaart Tijdens een crisis is het handig te weten wie er nog meer aan het werk is, wat zij doen en wie van hen mogelijk extern gaan communiceren (in de media). Dit overzicht aangevuld met de afspraken wie van WACC contact heeft met wie (bij de Veiligheidsregio en intern binnen de crisisorganisatie) brengt de LACC in kaart en hangt hij/zij op als statusbord in het WACC. 7.9 Logboek en evaluatie De LACC zorgt ervoor dat er een logboek bijgehouden wordt en neemt deel aan de evaluatie achteraf. De medewerkers in het WACC leveren input hiervoor. Dit kan schriftelijk of via een bijeenkomst. De LACC neemt hiervoor het initiatief. Ook wordt geëvalueerd over het functioneren binnen het WACC. Dit levert input voor OTO. Dit volgt de PDCA-cyclus OTO De LACC en/of teammanager neemt deel in het jaarlijkse OTO-programma en stemt hierover af met Crisisbeheersing. Om ook de regionale samenwerking te optimaliseren, is het belangrijk om ook regelmatig te oefenen in regionaal verband met partners. Ook dit wordt opgenomen in OTO Mandaat Met netcentrisch werken is het WACC beter dan voorheen in staat om de gewenste snelheid in de crisiscommunicatie te brengen. Voorwaarde voor die snelheid is een aantal bindende afspraken over de speelruimte in de crisiscommunicatie. We stellen voor dit vast te leggen in een mandaatregeling. Het WACC kan gedurende een crisis zonder ruggenspraak te houden met WRT of WOT via de bestaande beschikbare middelen en/of kanalen informatie verspreiden aan interne en externe omgeving voor zover die informatie betrekking heeft op: - Inhoudelijk: feiten en omstandigheden verwerkt in het netcentrisch systeem; - Procedureel: de verantwoordelijkheden, taken en werkzaamheden van de calamiteitenorganisatie van het waterschap; - Procesmatig: momenten waarop en de middelen waarmee vanuit het WACC relevante en actuele informatie beschikbaar wordt gesteld. Communicatiemedewerkers stellen binnen dit mandaat vast welke communicatiemiddelen het meest doeltreffend zijn voor een snelle en betrouwbare informatievoorziening en zetten deze in. Dat gebeurt onder de verantwoordelijkheid van de leider WACC. De communicatiedoelstellingen schadebeperking (het geven van handelingsperspectief) en betekenisgeving (de duiding: wat komt er voor de organisatie in het geding, wat betekent dit voor de omgeving) vallen buiten het mandaat en worden door de betreffende communicatieadviseur afgestemd binnen het WRT, WOT of WBT. 8 Crisiscommunicatieruimte In het WACC moet er altijd over- en inzicht zijn in hoe de crisis zich inhoudelijk ontwikkelt. Nabijheid bij het WCC en WOT is hiervoor een voorwaarde. Daarnaast moeten ruimte en meubilair adequaat zijn en ten alle tijden toegankelijk zijn bij een crisis, net als toegang tot een goed functionerend informatiesysteem (netcentrisch werken). De benodigde ruimte en meubilair voor het WACC zijn als input meegegeven bij de inrichting van het waterschapskantoor in Roermond

74

75 Bijlage 3.1 van Crisisplan Waterschap Limburg CBP Waterverontreiniging Waterschap Limburg

76 Titel Calamiteitenbestrijdingsplan Waterverontreiniging Waterschap Limburg Datum Versie 0.3 Status Concept Corsanummer *CONCEPT* Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg schriftelijk Vrijgave Dit document is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van J.M.A. Teensma in samenwerking met: Naam Functie Rol Jelle Gommans Medew. Waterkwaliteit en Milieu WPM Maurice Franssen Senior Ecoloog WRO Adviseur Adviseur en planuitwerking Dit document is vrijgegeven door Eric de Wit

77 Inhoud Inleiding... 3 Uitgangspunten... 5 Leeswijzer Taken crisispartners informatie-uitwisseling en afstemming Leiding en coördinatie...10 Structuur coördinatiefase 1 WsL Opschaling van fase 1 naar fase Structuur coördinatiefase 2 WsL Opschaling van fase 2 naar fase Structuur coördinatiefase 3 WsL Coördinerende structuren Waterschap versus Algemene Kolom Beleidsregels waterverontreiniging Scenario s Waterverontreiniging en maatregelen...16 Scenario Verontreiniging/lozing Oppervlaktewater...16 Scenario Nucleair ongeval...19 Scenario Verstoring evenwicht...21 Scenario Uitbraak van Botulisme Melding, Alarmeringen en opschaling Informatiemanagement Operationele documenten...27 Bijlage A Bestrijding van waterverontreiniging Bijlage B Instructiekaarten

78 Inleiding Doel Het calamiteitenbestrijdingsplan Waterverontreiniging richt zich op calamiteiten met betrekking tot waterverontreiniging binnen het beheersgebied van Waterschap Limburg en op calamiteiten die het beheersgebied van het waterschap bedreigen. In het calamiteitenplan staan de risico s beschreven ten aanzien van de taakstelling van het waterschap. Het bestrijdingsplan Waterverontreiniging voorziet in de voorbereiding op die calamiteiten waarvan de risico s dusdanig worden ingeschat dat deze dienen te worden gereduceerd. Door het nemen van de juiste maatregelen wordt geprobeerd de gevolgen te beperken en de situatie beheersbaar te houden. Door een expertgroep is een analyse gemaakt van de calamiteiten en de daarbij behorende risico s en gevolgen. Op het gebied van waterverontreiniging zijn dit: Mogelijke calamiteiten/scenario s I Lozing afvalwater II Overige lozingen III Nucleair ongeval IV Uitbraak van botulisme V Verstoring evenwicht Het buiten bedrijf geraken van afvalwater- en effluenttransportleidingen of van installaties zoals rioolgemalen en afvalwaterzuiveringen. Overlopen van het inzamelstelsel voor afvalwater. Lozing of verontreiniging op het oppervlaktewater door veel verschillende oorzaken. De kwaliteit van het oppervlakte water wordt aangetast. Besmetting van het oppervlakte water met radioactiviteit Besmetting van het oppervlakte water met de bacterie Clostridium botulinum. Verstoring van het natuurlijk evenwicht in oppervlaktewateren door foutief beheer of (interne) eutrofiering, Overmatige plantengroei, algenbloei of te veel witvis. Gevolgen Schade aan flora en fauna, natuur en milieu. Gevaar voor de volksgezondheid vanwege hygiëne en stankoverlast. Schade aan flora en fauna, natuur en milieu. Gevaar voor de volksgezondheid. Gevaar voor de volksgezondheid. Schade aan flora en fauna, natuur en milieu. Schadelijk / dodelijk effect voor met name vogels maar ook andere dieren en eventueel mensen. Eutrofiering, vissterfte en zuurstoftekort. Blauwalgenbloei of bloei van andere plaagalgen. Ook schadelijke effecten op andere dieren en mensen. Met dit plan wordt beoogd de bestrijding op het gebied van waterverontreiniging te optimaliseren. Het bestrijdingsplan houdt rekening met de aanwezige belangen en maakt de bestuurlijke besluitvorming en operationele coördinatie inzichtelijk. Vooral de interne afstemming, informatie-uitwisseling en communicatie wordt beschreven. Dit draagt bij tot een beter inzicht in de opschaling, coördinatie, bestrijding en organisatie van in te zetten personeel en middelen bij een calamiteit als gevolg van waterverontreiniging. Dit calamiteitenbestrijdingsplan maakt onderdeel uit van het calamiteitenplan. Het calamiteitenplan bevat de algemene informatie en algemene kaders en uitgangspunten voor het optreden van het

79 waterschap bij een calamiteit. In dit bestrijdingsplan is hiervan gebruik gemaakt en nader ingevuld. Dit bestrijdingsplan bevat de kaders waarbinnen we opereren bij waterverontreiniging, maar een bestrijdingsplan zoals dit is geen strikt na te volgen stappenplan, ruimte voor improvisatie is essentieel. Door middel van verslaglegging, waarbij feiten, ontwikkelingen, problemen en maatregelen zijn vastgelegd, wordt verantwoording afgelegd voor de werkwijze tijdens calamiteiten. Dit bestrijdingsplan geeft de spelregels voor de aanpak voor verschillende mogelijke scenario s en voor een aantal voorzienbare incidenten binnen die scenario s. Doelgroepen De doelgroepen in het calamiteitenbestrijdingsplan op het gebied van waterverontreiniging zijn: - de bestuurders, zijnde lid van het beleidsteam van het waterschap - de leidinggevenden, zijnde lid van het operationeel team van het waterschap - uitvoerende van de crisisorganisatie van het waterschap - functionele derden waaronder overheidsorganen en diensten op afstand. Hieronder worden verstaan organisaties die uitvoerende taken aannemen onder verantwoordelijkheid van de bestuurders dan wel leidinggevenden als bovengenoemd

80 Uitgangspunten Afbakening Dit calamiteitenbestrijdingsplan is een mono disciplinair coördinatieplan op tactisch en operationeel niveau. Het geeft inzicht in de structuur van de crisisorganisatie van het waterschap en specificeert de raakvlakken tussen het waterschap en andere, bij dit calamiteitenbestrijdingsplan, betrokken partijen. Daar waar het calamiteitenbestrijdingsplan Waterverontreiniging niet in voorziet, zijn de gebruikelijke afspraken vanuit het overkoepelende calamiteitenplan van toepassing. Beheergebied Waterschap Limburg Het beheergebied van Waterschap Limburg is gelijk aan de provincie Limburg. Van Eijsden tot Mook is dit 150 km lang en tussen Roermond en Weert 35 km breed. Het beheergebied bestaat uit 33 gemeenten en er zijn twee Veiligheidsregio s. De dagelijkse uitvoering m.b.t. het onderhoud van de watersystemen wordt gecoördineerd vanuit de waterschapssteunpunten in Horst, Nederweert en Sittard. In geval van waterverontreiniging incidenten spelen deze steunpunten een actieve rol in de crisisbeheersing. Begripsbepaling Waterverontreiniging Onder waterverontreiniging wordt verstaan, een verandering in de kwaliteit van het oppervlaktewater met een schadelijk effect voor dieren, planten en mensen, kortweg het milieu. Daaruit voortvloeiend is een calamiteit op het gebied van waterverontreiniging een (reeks van) gebeurtenis(sen) die leid(t)(en) tot directe aantasting van de kwaliteit van het oppervlaktewater en die direct gevaar of schade kan opleveren voor de volksgezondheid, de land - en tuinbouw, veehouderij, alsmede recreatie en het ecologisch functioneren van gebieden. Daarnaast kan een verontreiniging ook op langere termijn gevolgen hebben voor de ecologie en/of de volksgezondheid. De ernst van een gebeurtenis kan van geval tot geval verschillen en wordt bepaald door de actueel optredende combinatie van de omvang van het verontreinigd water, de gevoeligheid (gebruiksfunctie of natuurfunctie) van het oppervlaktewater en de schadelijkheid van de verontreiniging. Fasering De coördinatiefasen uit het calamiteitenplan zijn normaal van toepassing. Crisisorganisatie Indien er sprake is van een calamiteit op het gebied van waterverontreiniging wordt er altijd opgetreden vanuit de structuur van de crisisorganisatie WsL. Aanvullingen op de onderlinge relaties, samenstelling en werkwijze van de crisisorganisatie zijn nader beschreven in hoofdstuk 2 van dit calamiteitenbestrijdingsplan

81 Leeswijzer Deel A Tactisch Deel: Uitgangspunten en Richtlijnen Crisisorganisatie In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de partners in de crisisbeheersing die een rol (kunnen) spelen in de bestrijding van waterverontreinigingsincidenten. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven hoe de leiding en coördinatie is geregeld binnen WsL voor dit bestrijdingsplan. Qua beleid wordt in hoofdstuk 3 verteld hoe de Waterkwaliteit is geborgd vanuit de taakstelling van het waterschap en hoofdstuk 4 beschrijft de scenario s die kunnen leiden tot waterverontreiniging en welke maatregelen nodig zijn voor een efficiënte bestrijding en nazorg. Hoofdstuk 5 beschrijft welke meldingen en alarmeringen er zijn om dit bestrijdingsplan op te starten en te komen tot opschaling van de crisisorganisatie. Tot slot is in hoofdstuk 6 te lezen hoe het informatiemanagement rondom de calamiteit geregeld is. Deel B Operationeel Deel (niet openbaar) In dit deel (hoofdstuk 7) van het calamiteitenbestrijdingsplan wordt verwezen naar de te raadplegen documenten en informatiesystemen die gebruikt worden bij de uitvoering van dit plan. Bij de uitgifte en opslag van de hard-copy exemplaren voor de crisisorganisatie en netwerkpartners worden de sets inclusief alle bijlagen uitgereikt

82

83 Bestrijdingsplan Waterverontreiniging Deel A - Uitgangspunten en Richtlijnen voor de Crisisorganisatie

84 1. Taken crisispartners informatie-uitwisseling en afstemming Bij de bestrijding van calamiteiten op het gebied van waterverontreiniging, is samenwerking met partners in de hulpverlening essentieel. Onderstaand figuur geeft een overzicht van de partijen met wie mogelijk afstemming moet plaats vinden. Partijen uit Algemene kolom die directe afstemming hebben met waterkolom Veiligheidsregio s Partijen uit Waterkolom die informatie uitwisselen en afstemmen binnen eigen kolom. Waterschap Limburg Buitenlandse partijen die directe afstemming en informatie uitwisseling hebben met waterkolom i.v.m. grensoverschrijdende wateren. Gemeenten Rijkswaterstaat Zuid-Nederland WMCN Watermanagement Centrum Nederland Duitse overheidsinstanties op het gebied van Waterbeheer en Milieu Provincies Waterschappen en UvW Unie van Waterschappen Overheidsorganen op afstand die geraadpleegd kunnen worden als kennisdragers. Helpdesk Water (RIVM) BOT-mi IVJ ILT België Waals en Vlaamse overheidsinstanties op het gebied van: Waterbeheer en Milieu Doelstelling van dit plan is onder meer om handvatten te geven in het duiden van de ernst van een situatie en het betrekken van de crisispartners voor: Informatie-uitwisseling o Vroegtijdige alarmering: alle betrokken partijen worden zo vroeg mogelijk geïnformeerd over de waterverontreiniging en het effectgebied; o Een gedeeld beeld van de (verwachte) situatie: alle betrokken partijen acteren vanuit dezelfde verwachte situatie. Afstemming over beheersmaatregelen en de effecten hiervan. Afstemming over pers- en publiekscommunicatie, zodat de communicatieboodschappen naar de media en het publiek consistent zijn. Het totale overzicht van de netwerkpartners is te raadplegen via informatiesysteem bestuurlijke netwerkkaarten en inzetkaarten WsL

85 2. Leiding en coördinatie Structuur coördinatiefase 1 WsL Voor het optreden bij een waterverontreiniging maakt het waterschap gebruik van de crisisorganisatie conform de structuur in het crisisplan. Coördinatiefase 1 wordt ingezet voor kwaliteitsincidenten waarbij één Waterschaps Respons Team (WRT) operationeel is. Coördinatiefase 1 Steunpunten Horst/Nedeweert/Sittard Calamiteitenloodsen Horst / Sittard Planning en registratie Logistiek L WRT Waterschap ResponsTeam ICO Regiomedewerkers Aannemers liaison WsL (multi Copi) Specialisten waterkwaliteit Adviseurs ecologie Adviseurs V&H Adviseur Crisiscommunicatie Adviseur Crisisbeheersing Regulier WWD WSL Waterwachtdienst Achterwacht Het WRT coördineert alle uitvoerende activiteiten in de betreffende regio onder aansturing van de leider WRT. Deze teams opereren vanuit de calamiteitenloodsen en/of steunpunten in Horst, Nederweert en Sittard. Het WRT wordt te allen tijde aangevuld met een informatiecoördinator (ICO) en een specialist op het gebied van waterkwaliteit, ook is er altijd contact met een adviseur crisiscommunicatie. Indien gewenst worden ook adviseurs / specialisten op het gebied van ecologie, hydrologie, vergunningverlening, handhaving en/of crisisbeheersing aan het WRT toegevoegd. In deze situatie wordt de Operationeel leider (OL) altijd geïnformeerd over het voornemen om op te schalen naar coördinatiefase 1. De adviseur crisiscommunicatie en de leider WRT zorgen in deze fase voor afstemming over het eerste communicatiebericht. Opschaling van fase 1 naar fase 2 De leider WRT zal in samen spraak met de OL en de adviseur crisisbeheersing opschalen naar fase 2 indien er sprake is van één van onderstaande criteria: Een incident/calamiteit met een groot effectgebied over meerdere gemeenten; Er is inzet van netwerkpartners en hulpdiensten gewenst in de bestrijding; De calamiteit strekt zich uit over meerdere WsL regio s met inzet van meerdere WRT s.

86 Structuur coördinatiefase 2 WsL Als er opgeschaald wordt naar coördinatiefase 2 is er sprake van centrale aansturing door de Operationeel Leider OL. L WACC Waterschap ActieCentrum CrisisCommunicatie ICO OL WOT Waterschap Operationeel Team ICO L WCC Waterschap Coördinatie Centrum ICO Adviseurs Ecologie / Hydrologie Toezicht en handhaving ACW WSL (multi ROT) Adviseur crisisbeheersing Coördinatiefase 2 L ACWBL Actiecentrum Waterschapsbedrijf Liaisons WBL Coördinatiefase 1 L WRT Waterschap ResponsTeam Liaison Copi ICO Specialisten waterkwaliteit Het WOT coördineert alle activiteiten op tactisch niveau. De Operationeel Leider bepaalt de wijze waarop aan het tactisch niveau invulling wordt gegeven. Door deze vrijheid in het inrichten van de organisatie op tactisch niveau ontstaat een flexibele structuur die de organisatie in omvang kan aanpassen aan de behoefte. In een waterverontreinigingsincident zal het WOT ondersteund worden door een tweetal actiecentrums zijnde een Waterschaps Coördinatie Centrum (WCC) en een Actiecentrum Crisis- Communicatie (WACC). Het WCC wordt eveneens ondersteund door een adviseur / specialist waterkwaliteit terwijl de specialist in het WRT ook actief kan blijven. De activiteiten van het tactische niveau richten zich op: - het effectgebied - de ondersteuning aan het WRT - de voorbereiding op strategische keuzes - (een bijdrage aan) het samenstellen/beheren van de informatie en het gedeeld (water)beeld - informeren van de omgeving

87 Mandaten De operationeel leider heeft het mandaat om daar waar nodig af te wijken van de voorgestelde aanpak in dit bestrijdingsplan Waterverontreiniging zolang er gehandeld wordt binnen bestaand beleid. Opschaling van fase 2 naar fase 3 Indien zich situaties voordoen die niet binnen bestaande beleidskaders opgelost kunnen worden ligt de besluitvorming bij het beleidsteam. Dus als er bestuurlijke keuzes gewenst zijn zal er altijd worden opgeschaald naar coördinatiefase 3. Structuur coördinatiefase 3 WsL In deze fase is het Waterschaps Beleids Team (WBT) het hoogste uitvoerende orgaan. Leden dagelijks bestuur VZT WBT Waterschap BeleidsTeam Liaison WSL (multi RBT) Secretaris -Directeur Adviseur communicatie Adviseur crisisbeheersing Operationeel leider Voorbeelden van Strategische besluiten Het BT van het waterschap kan bij calamiteiten die met waterverontreiniging gesteld worden voor besluiten die betrekking hebben op effecten van maatregelen met een bestuurlijke component. Hieronder een aantal voorbeelden: Gemeente X of gemeente Y belasten met vervuild water, wat mogelijk schade voor het milieu met zich meebrengt? Per as vervuiling afvoeren of juist niet? Aan de ene kant kan het goed zijn voor het imago om per as af te voeren, ook al helpt het niet significant bij het oplossen omdat maar relatief kleine hoeveelheden vervoerd kunnen worden. Aan de andere kant kan het door deskundigen die weten dat het geen werkelijke oplossing biedt ook worden beoordeeld als een zinloze maatregel en dan juist nadelig effect hebben op het imago. Stoppen van een puntlozing, terwijl dit tot gevolg kan hebben dat een diffuse lozing ontstaat. Zelf opruimwerkzaamheden starten voordat vervuiler daartoe in staat is gesteld. Dit kan enorme kosten met zich meebrengen

88 Coördinerende structuren Waterschap versus Algemene Kolom De structuur van de crisisorganisatie van het waterschap zal, in elk geval vanaf coördinatiefase 2, aansluiting zoeken bij de structuren van de algemene kolom (hulpdiensten en gemeenten) en overige partners. Bij een GRIP 1 (incident met enkel lokale effecten) is het mogelijk dat via een Commando Plaats Incident (COPI) het waterschap wordt betrokken bij de bestrijding van dit incident. Of in voorkomend geval dit incident moet leiden tot een opschaling voor het waterschap bepaalt de medewerker ter plaatse aan de hand van de criteria voor een calamiteit. (instructie COPI) Coördinatiefase 3 grip 3 RBT Liaison WSL (multi) WBT Waterschap BeleidsTeam Coördinatiefase 2 grip 2 ROT Liaison WSL (multi) WOT Waterschap Operationeel Team WACC Waterschap ActieCentrum CrisisCommunicatie WCC Waterschap Coördinatie Centrum Coördinatiefase 1 grip 1 Copi Liaison WSL (multi) WRT Waterschap ResponsTeam Liaisons De liaisons zorgen voor de externe afstemming ten behoeve van de tactische en strategische bestrijding met andere organisaties zowel gemeentelijk als in de regionale teams (ROT, GBT, RBT)

89 3. Beleidsregels waterverontreiniging Aanspreken veroorzaker De volgende tactische overweging is voor het WOT van belang. Het is zaak dat de veroorzaker eerst gewezen wordt op zijn eigen verantwoordelijkheid. Indien de veroorzaker hier geen gevolg aan geeft dan zal het waterschap de opdracht geven om maatregelen te treffen. Als de veroorzaker hier niet aan kan of wil voldoen, dan past het waterschap spoedbestuursdwang toe om de opdracht zelf uit te (laten) voeren. Dit betekent dat aan de veroorzaker opdracht wordt gegeven om maatregelen te treffen teneinde voortgaande (ernstige) verontreiniging of lozing te stoppen, de verontreiniging te verwijderen en de vroegere toestand te herstellen. Indien hieraan niet of onvoldoende wordt voldaan, wordt door het waterschap zelf uitvoering gegeven aan deze opdracht (spoedbestuursdwang). Bestuursdwang Het toepassen van bestuursdwang is neergelegd bij het Dagelijks Bestuur, Secretaris Directeur en/ of de procesmanager handhaving. Het Dagelijks Bestuur heeft de Secretaris Directeur en procesmanager handhaving gemandateerd om bestuursdwang uit te mogen oefenen. Onder bestuursdwang wordt verstaan het feitelijke optreden door of namens het waterschap. Het is niet noodzakelijk dat het waterschap zelf optreedt. Het waterschap kan derden bij de toepassing van bestuursdwang inschakelen. De bestuursdwang omvat het doen wegnemen, beletten, in de vorige toestand herstellen of verrichten van hetgeen wordt gedaan, gehouden of nagelaten. Hiervoor moet altijd een jurist van het waterschap worden ingeschakeld. Daarnaast zijn er nog overheidsorganen op afstand die een rol hebben binnen het werkveld waterbeleid en waterbeheer. - Helpdesk Water dat is ondergebracht bij Rijkswaterstaat WVL (Water, Verkeer en Leefomgeving) te Lelystad. De helpdesk richt zich op het ontsluiten van kennis die aanwezig is binnen de werkvelden waterbeleid en waterbeheer in de breedste zin. Hierbij wordt intensief samengewerkt met diverse organisatieonderdelen zowel binnen Rijkswaterstaat als daar buiten. Op deze manier kan de helpdesk uw vragen snel en efficiënt beantwoorden, waarbij optimaal gebruik wordt gemaakt van de ontsloten kennis. - Inspectie Veiligheid en Justitie, onderdeel van het gelijknamige ministerie. Deze dienst houdt toezicht op de kwaliteit van de taakuitvoering van zowel de verantwoordelijke bestuursorganen als de operationele diensten die op de verschillende onderdelen van het OOV-terrein actief zijn (politie, brandweer, GHOR). Vanuit deze taak kan zij bij rampen ook contact leggen met het waterschap. - Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) van het ministerie van infrastructuur en milieu. De ILT bewaakt en stimuleert de naleving van wet- en regelgeving voor een veilige en duurzame leefomgeving en transport. ILT staat voor een goede dienstverlening, rechtvaardige handhaving en adequate opsporing. Dit zoveel als mogelijk in samenwerking met andere inspecties, risico gestuurd, uitgaande van vertrouwen en gericht op de reductie van de toezichtlast. Beleidmakers bepalen de regels, burgers en bedrijven zijn verantwoordelijk voor de uitvoering en de inspectie ziet toe op de naleving. Onderdeel van het ILT is BOT-mi, dit team bundelt de kennis en ervaring rondom ongevallenbestrijding en gevaarlijke stoffen van tien gespecialiseerde en organisaties. Deze samenwerking voorkomt tegenstrijdige adviezen vanuit de overheid. Het BOT-mi geeft een afgestemd advies, gebaseerd op de behoeften van het betreffende crisisteam. Maatwerk is het sleutelwoord

90 Dit zijn aan de ene kant controlerende overheidsorganen waaraan het waterschap verantwoording schuldig is. Aan de andere kant zijn dit overheidsorganen die door specialistische informatie kunnen bijdragen aan de (bestuurlijke) besluitvorming. In de Adviesnota Beleid Water Visstandbeheer van de Unie van Waterschappen, sportvisserij Nederland en de Combinatie van Beroepsvissers wordt de verhouding beschreven tussen de waterbeheerder en de visrechthebbende. Waterbeheerder: visstandbeheer De belangrijkste conclusie uit deze nota is dat de waterbeheerder (Waterschap of Rijkswaterstaat) verantwoordelijk is voor het visstandbeheer. Visstandbeheer omvat de planmatige voorbereiding en uitvoering van maatregelen bedoeld om een bepaalde visstand te bereiken in een omschreven watersysteem. Deze maatregelen zijn onder meer gericht op het beheer van de leefomgeving van de vissen. Visserijmaatregelen zoals het onttrekken en uitzetten van vissen maken deel uit van het visstandbeheer. De verantwoordelijkheid ligt bij de waterbeheerder omdat deze verantwoordelijk is voor het leefmilieu van de vissen en voor een ecologisch gezond watersysteem. Beheer van de visstand is daarbij belangrijk. De kwaliteit van het watersysteem en de visserij beïnvloeden immers de visstand wat betreft soortenrijkdom, soortensamenstelling en leeftijdsopbouw. Anderzijds beïnvloed de hoeveelheid vis de waterkwaliteit en ecologische gezondheid van een watersysteem. Visrechthebbende: visserijbeheer De visrechthebbende is verantwoordelijk voor het visserijbeheer. Dit beheer omvat de planmatige voorbereiding van maatregelen bedoeld om de beroepsmatige en de recreatieve visserij optimaal in te richten. Het gaat om het onttrekken en uitzetten van vis en het stellen van regels daarvoor. Onder visserijbeheer vallen ook maatregelen rond de toegankelijkheid en de bevisbaarheid van het water. Het gevoerde visserijbeheer heeft invloed op de visstand en ook op het watersysteem. Op basis van deze Adviesnota is de conclusie van de vakgroep Beleid en Advies dat maatregelen zoals beluchten bij vissterfte als gevolg van zuurstoftekort onder verantwoordelijkheid van de waterbeheerder valt

91 4. Scenario s Waterverontreiniging en maatregelen In dit hoofdstuk zijn de volgende scenario s tactisch gezien nader uitgewerkt. Scenario Verontreiniging/lozing Oppervlaktewater Dit bestrijdingsplan is gericht op het verhelpen van een aantal lozingen / oorzaken en op het wegnemen van effecten. In het operationele deel zijn per oorzaak instructiekaarten opgesteld als leidraad voor de bestrijding. Lozing / Oorzaak Rioolwater Mest of gier Agrarische gewasbeschermingsmiddelen Olielozing Tankauto-ongeval Bluswater Industriële lozing (BRZO/andere) Chemische calamiteit kanalen / Maas Dumping of storting Overheersende algen en plantengroei Hoge watertemperatuur Botulisme Radioactieve lozing Waarneming / Effect Dode / zieke vissen Dode / zieke vogels Andere dode dieren (o.a. macrofauna) Dode flora Blauwalgen Drijflaag Stank Verkleuring Eutrofiering / Algenbloei Stappenplan Wanneer er een verontreiniging wordt geconstateerd, wordt het volgende stappenplan gehanteerd. Onderzoek van melding en oorzaak (gebruik hiervoor de checklist in bijlage A) Nadat een melding is ontvangen door de waterwachtdienst, moet deze door de waterwachtdienst geverifieerd worden bij de oorspronkelijke melder. Het gaat daarbij om: aard, de omvang, urgentie en locatie van de melding. Indien de melding daartoe aanleiding geeft wordt ter plaatse nadere informatie ingewonnen: - Onderzoek ter plaatse en in de buurt naar zowel de verontreiniging als de veroorzaker, waarbij de persoonlijke veiligheid altijd voorop staat en er gehandeld wordt conform de instructies; - Contact opnemen met de vermoedelijke veroorzaker en deze aansprakelijk stellen en in staat stellen de verontreiniging op te ruimen; - Bij vermoeden van overtreding handhaving inschakelen (Politie kan ook) - Informatie inwinnen bij personen die ter plaatse bekend zijn (buren, omstanders etc.); - Zintuiglijk (met via reuk en zicht) onderzoek uitvoeren bij het oppervlaktewater en/of de riolering; - Uitvoeren van metingen (temperatuur, zuurstof, ph, elektrisch geleidingsvermogen) in oppervlaktewater en riolering (voor het doen van metingen wordt verwezen naar de handleiding van de meetapparatuur) Voor de uitvoering hiervan worden specialisten uit het team waterkwaliteit/ecologie ingezet; - Monsters nemen van oppervlaktewater en/of uit de riolering; - Foto s of eventueel filmpjes maken; - Informatie inwinnen bij andere instanties

92 De verdere bestrijdingsmaatregelen in dit hoofdstuk zijn algemeen geldend en zullen door een WRT worden uitgevoerd. Voor het WOT is het van belang om zicht te hebben op de effecten en gevolgen van deze maatregelen om waar nodig besluiten te kunnen nemen in de keuze van de maatregelen. Voorkomen van erger: Stoppen, Isoleren, Beheerst afvoeren Wanneer er nader onderzoek is verricht, moet zo snel mogelijk het probleem opgelost worden. Als het mogelijk is zo snel mogelijk de kraan dicht zetten, zodat de situatie niet verslechterd. Onderstaande punten kunnen helpen om het probleem op te lossen. Per calamiteit kan het verschillen wat er gebeuren moet. Indammen of isoleren verontreiniging - Afdammen (grond, rijplaten) - Olieschermen plaatsen - Duikers afdichten - Inlaten afsluiten - Sluizen dicht - Stuwen dicht/omhoog - Gemalen stilzetten - Zijwateren afschermen - Omleiden van oppervlaktewater naar riool - Bassins/tanks/vloeistofzakken benutten - Hemelwaterriool als berging gebruiken Beperken en verwijderen verontreiniging - Geheel afvoeren (m) - Olie absorberend materiaal inzetten (m) - Gecontroleerd weg laten stromen (stel minst schadelijke route vast) - Verversen - Doorstroming bevorderen - Zuurstof inbrengen (g/t/wsl) - Neutraliseren/reduceren - Sliblaag verwijderen - Taluds opschonen - Afvoeren naar RWZI per as of via riool - Afvoer stoffen ongewenste stoffen van ongevallenterrein (t) - Afvoer van ongevallenvoertuig en lading (b) - Maatregelen om te voorkomen dat ongewenste stoffen in het oppervlaktewater kunnen komen (g) - Afvoer afvalwater (bv bluswater) van bedrijfsterrein/riolering en afvoer naar verwerker (t/g) - Dode dieren opruimen (WsL/g/t) Het waterschap is niet bij alle bovenstaande maatregelen de partij die er uitvoering aan dient te geven. Bij een aantal staat er een letter tussen haakjes achter met de verantwoordelijke uitvoerder: b = bergingsbedrijf g = gemeente t = terreineigenaar m = milieukundig gespecialiseerd bedrijf

93 Herstel vroegere toestand Wanneer de verontreiniging is verwijderd moet de vroegere toestand zo goed mogelijk hersteld worden. Zodat het ecosysteem daarna weer zelf kan herstellen. Mogelijke maatregelen zijn: - (water)bodem (laten)opschonen; - dode dieren (vis, vogels, e.a.) opruimen; - schade aan taluds of waterkering (laten) herstellen; - baggeren; - verontreinigde begroeiing verwijderen; - restverontreiniging onderzoek; - verversen; - doorstroming bevorderen; - zuurstof inbrengen. Nazorg Zodra de bestrijding is afgerond, kan het in bepaalde gevallen noodzakelijk zijn om nog nazorg te verrichten. Hierbij moet gedacht worden aan het uitvoeren van toezicht of een herstelactie door derden (gemeente, bedrijf of andere verantwoordelijke) naar behoren is afgerond. Daarnaast is het van belang om de leerpunten van de calamiteit in kaart te brengen binnen het waterschap en met netwerkpartners en om de belangrijkste verbeterpunten toe te passen. Deze evaluatie vindt plaats volgens de richtlijnen opgenomen in het calamiteitenplan. Nazorg gericht op bestrijdingsmaatregelen Het toezicht bij bestrijdingsmaatregelen zal zich hoofdzakelijk richten op het volgende: - is alle verontreiniging voor zover nodig verwijderd; - het monitoren van het herstel van het oppervlaktewater; - het doorspoelen van de watergang; - het uitvoeren van een waterbodemkwaliteitsonderzoek; - overleg over mogelijke structurele maatregelen ter voorkoming van steeds terugkerende incidenten; - wie is aansprakelijk voor de calamiteit in verband met mogelijk kostenverhaal;schadeherstel van bijvoorbeeld talud of waterkering. Psychosociale nazorg In het calamiteitenplan is ook aangegeven dat het waterschap belang hecht aan goede nazorg voor haar medewerkers. De wijze waarop hier invulling aan wordt gegeven wordt vastgelegd in ARBOprocedures van het waterschap. Juridische afhandeling In het geval van calamiteiten op het vlak van waterverontreiniging is met name aandacht nodig bij de juridische afhandeling waar het de volgende zaken betreft: (acute) bestuursdwang; Aansprakelijkheid (schadeclaims en kosten) De buitengewoon opsporingsambtenaren van het waterschap verzorgen de strafrechtelijke kant van een calamiteit in samenwerking met politie en het openbaar ministerie. Voorlichting In het geval van calamiteiten met (mogelijke) gevaarlijke stoffen is voorlichting een belangrijk aandachtspunt. De technische bestrijding kan gemakkelijk alle aandacht opeisen. Het is de taak van het WOT en WACC om juist dan ook voorlichting aandacht te geven en te zorgen voor afstemming op dit vlak met de andere betrokken netwerkpartners als gemeente en hulpdiensten binnen de veiligheidsregio

94 Scenario Nucleair ongeval In het Nationaal Plan Kernongevallenbestrijding (NPK) worden twee categorieën van nucleaire ongevallen onderscheiden, namelijk: Categorie A-(beleidsverantwoordelijkheid ligt bij het Rijk): Ernstige ongevallen met kerncentrales (in Nederland of in het buitenland) en ongevallen met nucleair aangedreven schepen, satellieten en militair materieel. Bij een categorie A-ongeval kunnen grote delen van Nederland door depositie besmet raken. Bij een dergelijk ongeval ligt het wel of niet opstarten van de procedure bij de Eenheid Planning en Advies nucleair (EPA-n). Rijkswaterstaat, verantwoordelijk voor het nationaal waterbeeld binnen EPA-n, zal de waterschappen en RWS WD verzoeken tot uitvoering van het nationaal Meetplan. De waterbeheerders leveren hiervoor de monsters aan bij het RWS - Laboratorium. Zij dragen zelf zorg voor het opzetten van de infrastructuur. De resultaten van de metingen worden ter beschikking gesteld aan de waterschappen en door EPA-n gebruikt om inzicht te krijgen in de verspreiding en intensiteit van de radioactiviteit en de daaraan verbonden risico s voor de mens en het ecosysteem. Op basis van die gegevens kunnen maatregelen worden onderbouwd. Voor het nationaal meetnet zijn er in het WsL gebied vier locaties aangewezen te weten in de Neerbeek, Groote Molenbeek, Geleenbeek en in de Roer. De monsternames worden gedaan door een gecertificeerd bedrijf. Kleur legenda Rijk RWS Waterdienst Waterschappen (regionale directie) Melding Categorie A Kernongeval Regionale maatregelen Monsterneming + transport naar RWS waterdienst Beschikbaar stellen van informatie Landelijke maatregelen Verzoek aan Waterbeheerder om monsters calamiteitenmeetnet Meetresultaten Risico-evaluatie toetsing aan normgen Nationaal Meetplan Dit plan is te raadplegen als pdf in het onder hoofdstuk 7 genoemde informatiesysteem: nationaal_meetplan_voor_metingen_in_water_bij_nucleaire_ongevallen.pdf

95 Categorie B (verantwoordelijkheid ligt bij burgemeester van de betrokken gemeente): Ongeval tijdens transport van nucleair materiaal (bv afval, nucleaire geneeskunde). Ongeval bij opslag van nucleair afval. Ongeval in laboratoria of bij uraniumverrijking. Ongeval waarbij besmet bluswater in het oppervlaktewater komt. Veelal zal de melding van een categorie B-ongeval via de politie (ongeval transport) of brandweer bij de waterbeheerders binnenkomen. De waterbeheerder zal zich richten op het in kaart brengen van lokale besmettingen van het oppervlaktewater. Hij kan daarvoor de Helpdesk Water inschakelen voor advies. Kleur legenda Lokaal coördinatie centrum Waterschappen (Regionale Directie) RWS Waterdienst Melding Catergorie B Kernongeval Overleg met deskundige RWS waterdienst Monstername en transport naar RWS waterdienst Lokale maatregelen en voorlichting Beschikbaar stellen van informatie Analyse resultaten Risico-evaluatie en toetsing aan normen Waterschap Bij nucleaire ongevallen wordt er in alle gevallen gelijk opgeschaald naar fase 2 of 3 van de crisisorganisatie omdat hierbij altijd sprake zal zijn van een multidisciplinaire calamiteit waarbij het waterschap volgend is

96 Scenario Verstoring evenwicht Langdurige droogte kan ingrijpende effecten hebben op de aanwezige aquatische levensgemeenschappen in beken en plassen. Het uiterste effect van droogte is droogval. Deze extreme conditie is fataal voor veel waterorganismen. Minder extreme droogte leidt tot sterke verlaging van afvoer, waterpeil en stroomsnelheden, tot verzanding van het substraat, tot verhoging van stoffenconcentraties en de temperatuur en soms tot verlaging van het zuurstofgehalte. Gevolgen kunnen zijn: verdwijnen van harde substraten door slibafzetting, algenbloei, bacteriegroei, afsterven van waterplanten, botulisme en vissterfte. Deze gevolgen kunnen leiden tot een calamiteit m.b.t. de kwaliteit oppervlaktewater. In het specifieke Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte wordt ingegaan op bestrijdingsmaatregelen als gevolg van watertekort zoals maatregelen m.b.t. waterverdeling en wateronttrekking verboden. In dit bestrijdingsplan benoemen we de maatregelen indien er als gevolg van droogte sprake is van extreme algenbloei, bacteriegroei, afsterven van waterplanten, botulisme en vissterfte. Blauwalgen bloei Langdurige verhoging van de watertemperatuur kan schadelijk zijn voor flora en/of fauna. Er kan eutrofiering optreden, waardoor het leven uit het watersysteem verdwijnt. Door eutrofiering ontstaat ook de kans op blauwalgen. Blauwalgen kunnen in zwemwateren een gevaar voor de volksgezondheid vormen. De normen van zwemwateren zijn opgenomen in de Europese zwemwaterrichtlijn. Het controleren op waterkwaliteit van de zwemwateren is door de Provincie Limburg gedelegeerd aan het waterschap. Bij constatering van blauwalgen in zwemwater wordt er gehandeld volgens het landelijke blauwalgenprotocol. Deze taken behoren tot de dagelijkse werkzaamheden van de toezichthouders van het waterschap. In het operationeel deel is een overzicht opgenomen van de maatregelen en handelingen die getroffen moeten worden bij constatering van blauwalgen in zwemwateren. Naast zwemwateren kunnen er ook blauwalgen optreden in niet zwemwateren. De handelingen en maatregelen staan vermeld in het operationeel deel. Scenario Uitbraak van Botulisme Door de Limburgse waterbeheerders RWS en WsL is er een draaiboek Botulismebestrijding in Limburg opgesteld hierin is beschreven hoe er gehandeld wordt wanneer er botulisme geconstateerd wordt. De acties die hierin staan zijn vooral voor derden bedoeld. De acties die WsL zelf neemt worden in dit bestrijdingsplan beschreven. melding Doorzetten naar verantwoordelijke proceseigenaar / verantwoordelijke waterbeheerder met verzoek maatregelen te treffen. In geval van botulisme in regionale oppervlaktewateren treedt de verantwoordelijke waterbeheerder RWS of WsL op als coördinerende instantie. Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de botulismebestrijding in rijks wateren, dat wil voor Limburg zeggen: de Maas en aangrenzende grindplassen die in het winterbed liggen en (de meeste) kanalen

97 Botulisme bij particuliere eigendommen: Ervaringen van de afgelopen jaren hebben ons geleerd dat het bestrijden van botulisme op particulier terrein niet altijd even makkelijk verloopt. Zeker als de eigenaar niet bereid is medewerking te verlenen, zijn er voor de waterbeheerder weinig aangrijpingspunten om een particulier de kadavers te laten opruimen. Dit terwijl snel handelen juist geboden is om een botulisme explosie te voorkomen (zie 3.9.). Omdat de gemeenten deze mogelijkheden wel hebben vanuit hun verantwoordelijkheid voor volksgezondheid en milieuhygiëne is de afspraak met de gemeenten gemaakt om in geval van botulisme bij particulieren aanspreekpunt te zijn voor de particulier en voor de pers en zo nodig handhavend op te treden. Wanneer het Waterschap Limburg de verantwoordelijke waterbeheerder is, zijn de te treffen maatregelen: - verwijderen kadavers; - vernietiging kadavers; - onderzoek type botulisme; - onderzoek zwemlocaties; - waterhuishoudkundige maatregelen; - communicatie. De specifieke uitwerking van de genoemde maatregelen is opgenomen in het draaiboek Botulismebestrijding in Limburg. De schematische weergave van de maatregelen is hieronder weergegeven. Kadavers verwijderen Hierbij persoonlijke voorzorgsmaatregelen in acht te nemen ( 4.5) Kadavers af voeren naar destructor ( 4.6) Kadaver(s) voor onderzoek opsturen naar CVI ( 4.7) en bijlage 3 voor verzend formulier en info. Locatie blijven controleren en ruimen totdat sterfte ophoudt ( 4.4) Afhankelijk van de resultaten worden eventuele aanvullende acties genomen De verwijzingen in het stroomschema verwijzen naar de paragraven en bijlages van het vastgestelde draaiboek Botulismebestrijding in Limburg. In hoofdstuk 7 is aangegeven in welk informatiesysteem deze plannen zijn te raadplegen

98 5. Melding, Alarmeringen en opschaling Melding Het opstarten van de daadwerkelijke bestrijding van een incident of calamiteit begint met een melding. Deze meldingen worden gedaan door particulieren, bedrijven, instanties en eigen personeel. Er zijn drie kanalen waar meldingen bij WsL binnenkomen: - via het meldpunt water, dit is 24/7 bereikbaar of; - via een direct betrokken waterschapmedewerker, of; - via de telefoniste; Er komt voor WsL een centraal meldingenvolgsysteem, gericht op alle processen die te maken hebben met zowel interne als externe dienstverlening. Meldingen over verontreinigingen worden direct doorgezet naar de medewerker van de waterwachtdienst die deze verifieert bij de oorspronkelijke melder. Het gaat daarbij om: aard, de omvang, urgentie en locatie van de melding. Indien de melding daartoe aanleiding geeft wordt ter plaatse nadere informatie ingewonnen, hiervoor kan de medewerker van de waterwachtdienst eventueel expertise inschakelen op het gebied van waterkwaliteit. Als hulpmiddel in het beoordelen van de melding kan de checklist in bijlage A gebruikt worden. De afweging om op te schalen wordt door de medewerker waterwachtdienst genomen op basis van onderstaande criteria: is er sprake van ernstige gevolgen, met als aandachtspunten: - omvang van de lozing, aard van de vervuiling en de hoeveelheid kadavers; - risico s voor het (afval) watersysteem van het waterschap en anderen; - potentieel gevaar voor de volksgezondheid; - locatie van de vervuiling, bv zwemwater, bewoond gebied of nabij natuur, recreatie of agrarisch gebied. Is er sprake van media aandacht, met als aandachtspunten: - Het risico op imagoschade; - Inschatting dat problemen zullen ontstaan met de juridische afhandeling; - Opschaling van netwerkpartners; - Ingeschatte hoge zichtbaarheid en gevoeligheid van opruimen; Is er sprake van extra inzet van personeel en hulpmiddelen in de bestrijding, zoals: - Is nader onderzoek nodig van de melding en oorzaak; - Ingeschatte hoge kosten van opruimen. Indien ook maar één criterium van toepassing is wordt door de medewerker waterwachtdienst geadviseerd om op te schalen naar coördinatiefase 1 of indien sprake is van een groot effectgebied over meer dan één gemeente naar coördinatiefase 2. Inlichten of alarmeren van het netwerk Het informeren en alarmeren van het betrokken netwerk is een verantwoordelijkheid van de direct leidinggevende binnen het betreffende coördinatieniveau, in fase 1 dus de leider WRT en in fase 2 de OL

99 6. Informatiemanagement Volgens de visie crisisbeheersing van Waterschap Limburg is een belangrijk speerpunt de invoering van Netcentrisch Werken (NCW) binnen de crisisorganisatie. Dit is een werkwijze die tot doel heeft om continu te kunnen beschikken over een actueel, gedeeld beeld van de situatie. Dit principe van informatiegestuurd werken kan het proces van leiding & coördinatie bij de crisisbeheersing en rampenbestrijding meer snelheid, daadkracht en doelgerichtheid geven. Hierop moet de informatieinhoud van het beeld ook zijn toegesneden, dit vereist voortdurende interactie tussen de processen informatiemanagement en leiding & coördinatie. Uitgangspunten. Het komen tot een actueel, gedeeld totaalbeeld vereist van alle betrokkenen een gerichtheid op het snel en breed delen van beschikbare informatie. Actualiteit van het beeld kan alleen worden bereikt door informatie vroegtijdig en dicht bij de bron in te voeren en bij te houden. Zelfs als er nog onzekerheden in de informatie zitten, is het van belang om dit expliciet te vermelden, het delen van deze informatie kan dan juist bijdragen aan een snelle validatie ervan. De inhoudelijk deskundigen en degenen die dicht bij de bron zitten zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de informatie terwijl het informatiemanagement verantwoordelijk is voor het delen en laten stromen van informatie. De gewenste informatie is altijd opgebouwd uit een beschrijvend deel (tekst) en een visueel deel (beeld bestaande uit kaartjes, foto s, filmpjes, etc). Deze werkwijze wordt ondersteund door één of meerdere systemen die volgens het proces informatiemanagement zijn ingericht om in de juiste informatiebehoefte te kunnen voorzien. Voor het managen van dit proces zijn in de crisisorganisatie belangrijke rollen weggelegd voor de informatiecoördinator (ICO) en de informatieverwerker die nauw samenwerken met de inhoudsverantwoordelijken. In onderstaand schema / beschrijving de producten per niveau van de crisisorganisatie die via informatiemanagement opgeleverd moeten worden om te komen tot een actueel, gedeeld totaalbeeld. WRT-niveau Het WRT coördineert alle uitvoerende activiteiten in de betreffende regio, onder aansturing van de leider WRT. Voor het informatie management wordt hij bijgestaan door één informatiecoördinator en één informatieverwerker in de zin van een Gis-specialist. De adviseur Waterkwaliteit zorgt voor de inhoud van de informatie en monitort de gegevens op locatie. WOT-niveau Het WOT coördineert alle activiteiten op tactisch niveau. De Operationeel Leider bepaalt de wijze waarop aan het tactisch niveau invulling wordt gegeven. Voor het informatie management wordt hij bijgestaan door twee informatiecoördinatoren en twee informatieverwerkers in de zin van Gisspecialisten verdeeld over het WCC en WOT/WACC. De beelden en producten die dit team moet opleveren zijn: - Omgevingsbeeld, een selectie van relevante informatie uit de meldingen via Social media, uit het reguliere meldingenproces m.b.t. de calamiteit, berichtgeving uit de pers. - Prognose / scenario, het effect van de calamiteit op langere termijn (> 24 uur) - Totaalbeeld van de actualiteit op basis van de input uit het WRT en bovenstaande items. WBT-niveau Het WBT is het platform waarbinnen de voorzitter (of zijn plaatsvervanger) invulling geeft aan de besluitvorming, beleidsbepaling en beleidscoördinatie op strategisch niveau. Op dit niveau worden dus besluiten genomen op strategisch niveau, bij afwijkingen op bestaand beleid en besluiten in dilemma s. Informatiemanagement is hierin cruciaal en vraagt continu afstemming met betrokkenen om de juiste balans te vinden

100

101 Deel B Operationeel Deel

102 7. Operationele documenten In dit hoofdstuk wordt aangegeven waar alle plannen en deelplannen te raadplegen zijn en welke informatie systemen gebruikt kunnen worden die specifiek ingericht zijn voor het raadplegen van alle instructiekaarten t.b.v. waterwacht en crisisbeheersing

103 Bijlage A Bestrijding van waterverontreiniging Hoe meer haast geboden is, hoe noodzakelijker het is om een moment te nemen om na te denken voordat je in actie komt! Initiële bepaling oorzaak en effect Gebruik onderstaande tabel om bij een binnengekomen melding de oorzaak en het effect van een waterverontreiniging vast te stellen en daar vervolgens de juiste maatregelen aan te koppelen. Voorbeeld van gebruik: Er komt een melding van dode vis en stank binnen. Op basis van de tabel kan worden vastgesteld dat rioolwater, mest of gier, industriële lozing en overheersende algen en plantengroei de meest waarschijnlijke oorzaken zijn. Vervolgens kan onderzocht worden welke andere effecten zich ook voordoen om definitief de oorzaak te bepalen. Op de al bekende effecten kan zo mogelijk direct actie ondernomen worden. Kans op Waarneming / Effect in geval van Lozing / Oorzaak: - Niet 1 Onwaarschijnlijk 2 Waarschijnlijk 3 Zeer Waarschijnlijk Legenda Lozing / Oorzaak (zie Bijlage 1) Dode / zieke vissen Dode / zieke vogels Andere dode dieren (o.a. macrofauna) Waarneming / Effect (zie Bijlage 2) Dode flora (Blauw)algen Drijflaag Stank Verkleuring Rioolwater Mest of gier Agrarische gewasbeschermingsmiddelen Olielozing Tankauto-ongeval Bluswater Industriële lozing Chemische calamiteiten kanalen / Maas Effecten hangen af van het type calamiteit, zie de instructiekaart. Watertekort / probleem aanvoersysteem Overheersende algen en plantengroei Hoge watertemperatuur Botulisme Radioactieve lozing Maatregel: Onmiddellijk contact opnemen met de hulpdiensten en zorg dragen voor je eigen veiligheid!

104

105 Bijlage B Instructiekaarten 1.1 INSTRUCTIEKAART RIOOLWATER!!! PERSOONLIJKE VEILIGHEID STAAT ALTIJD VOOROP!!! WATERSCHAP RESPONS TEAM (WRT)!!! BIJ TWIJFEL ALTIJD OPSCHALEN!!! Coördineert alle uitvoerende activiteiten in de betreffende regio bij een melding van een rioollozing. Herkenbaarheid - Riooloverstorten: hevige neerslag of bij uitvallen rwzi. - Mogelijke veldwaarnemingen - Storingsmelding aanwezig bij rioolgemalen: rode lamp op schakelkast. - Specifieke geur en oppervlaktewater verkeurt naar grijs-bruin. - Bij stuwen kan schuimvorming optreden. - Zuurstofgebrek kan optreden: naar lucht happende vissen of vissterfte. Veiligheid - Vermijd direct contact met verontreinigd water of neem de benodigde bescherming. - Rioolwater kan allerlei ziektekiemen bevatten. Was na afloop je handen/ reinig de spullen. - Bij twijfel neem contact op met de waterwacht. Risico-inschatting (ernst) - Hoeveel rioolwater (liter/sec en duur) t.o.v. afvoer watergang (liter/sec). - Meet de zuurstofconcentratie in de beek. - Ernstig indien dode of naar lucht happende vissen zichtbaar zijn over een groot gebied. - Leider WRT informeert vroegtijdig de OL over de noodzakelijke coördinatiefase. Mogelijke maatregelen - De oplossingsmaatregel voor een riooloverstort is 1. stoppen lozing 2. isoleren verontreiniging 3. beheerst afvoeren en schade beperken. Leider WRT bepaalt of er monsters genomen worden en veldmetingen verricht worden (basis verdere maatregelen). 1. Stoppen lozing - Verdere schade wordt voorkomen. Dit dient te gebeuren in overleg met de eigenaar (borden: gemeente of WBL). Indien een storing aanwezig is: op laten heffen. - Schakel handhaving in voor het stoppen van puntlozingen: wegnemen lozingsbron of plaatsten afsluiter. Let op vervolgschade bij het afsluiten (bijv. overstromingen, lekkages). - Afstemming WBL - Overstort: waterwacht informeert WBL (H13 contactgegevens calamiteitenhandboek). Vraag of WBL te maken heeft met een calamiteit: bijv. problemen m.b.t. de zuivering (bijv. giflozing). - Incident rwzi: WBL informeert handhaving in het geval van een incident. Handhaving informeert de waterwacht. Bij een calamiteit op een rwzi communiceert WBL direct met de waterwacht (i.p.v. tussenkomst proces handhaving). 2. Isoleren verontreinig - Mogelijkheden: watergang afdammen of (regenwater)basins(buffers) inzetten. Keuze hangt o.a. af van weersverwachtingen, of de watergang watervoerend is en hoeveelheid rioolwater. 3. Beheerst afvoeren en schade beperken (Leider WRT bepaalt maatregelen): - Indien stoppen en afdammen niet lukt, onderzoek de mogelijkheden voor doorspoelen van het watersysteem (evt. alle stuwen plat), beluchten, af te voeren per as, verdunnen van het rioolwater of overpompen in het riool (contact WBL, de gemeente en proces handhaving). - Ruim eventuele dode vissen direct op. - Verwijder slib en rioolresten uit het watersysteem.

106 Rapportage tips - Tot hoever reikt de herkenbare pluim in het oppervlaktewater? - Is er zichtbare (drijvende) rioolvervuiling die opgeruimd moet / kan worden? - Zijn er dode of naar lucht happende vissen aanwezig? - Zuurstofconcentratie gemeten? - Vraag omstanders hoe lang de lozing al duurt en of er (stank-)klachten zijn. - Noteer locatie, tijdstip, oorzaak van de lozing en maak foto s. - Waterwacht maakt notities van gedane veldmetingen. - Meld de bevindingen aan de Leider WRT. WATERSCHAP OPERATIONEEL TEAM (WOT) Coördineert alle activiteiten op tactisch niveau bij een melding van een rioollozing. Mogelijke knelpunten bij het oplossen - Grote en vuile lozing in een klein ontvangend water. - Onvoldoende afvoer mogelijkheden (bijv. per as) of doorspoel mogelijkheden. - Overlast en risico voor de volksgezondheid (vooral in bewoond gebied). - Giflozing komt via het riool in het oppervlaktewater terecht. Aandachtspunten - Informeer crisiscoördinator - Besluiten over voorgelegde vraag WRT - Uitvoeren netwerk analyse - Informeren / betrekken netwerk - Imago schade - Schade claims - Bestuursdwang - Inzet (interne) specialisten WATERSCHAP BELEIDSTEAM (WBT) - Kwetsbare gebieden - Hoeveelheid klachten - Worstcase scenario / nuloptie - Nazorg en evaluatie - Vraag / advies aan WBT - Voorlichtingstactiek - Inzet voorlichting Strategisch beleid vormgeven bij een melding van een rioollozing en daaraan gekoppelde gevolgen. Aandachtspunten - Besluiten over voorgelegde vraag WOT - Het duiden van de calamiteit - Imagoschade - Informeren / betrekken bestuurlijk netwerk - Informeren Dagelijks Bestuur - Opstellen voorlichtingsstrategie

107

108 Bijlage 3.2 van Crisisplan Waterschap Limburg CBP Wateroverlast Waterschap Limburg

109 Titel Calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast Waterschap Limburg Datum 13 mei 2016 Versie 0.1 Status Concept Corsanummer *CONCEPT* Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg schriftelijk Vrijgave Dit document is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van Juus Teensma in samenwerking met: Naam Functie Rol Peter Roefs Deelprocesmanager Watersysteem beheer Plantrekker WPM Peter Brouwers Manager Onderhoud Plantrekker WRO Dit document is vrijgegeven door Eric de Wit

110 Inhoud Inleiding... 3 Uitgangspunten... 5 Leeswijzer Taken crisispartners informatie-uitwisseling en afstemming Kleurcodering voor informatie-uitwisseling en crisiscommunicatie Leiding en coördinatie Coördinerende structuren waterschap... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 2.2 Coördinerende structuren Waterschap versus Algemene Kolom Beleidsregels functioneren watersystemen De Normeringskaart Resultaten watersysteemtoets Scenario s Wateroverlast...16 Wateroverlast als gevolg van Maashoogwater...16 Wateroverlast als gevolg van falen infrastructuur van het watersysteem...16 Wateroverlast als gevolg van tekort verwerkingscapaciteit van het watersysteem...17 Overige wateroverlast...17 Luchtopnamen...17 Afschaling en nazorg Melding en Alarmeringen...18 Alarmering en opschaling...18 Voorlichting en informatievoorziening... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 6 Informatiemanagement Operationele documenten WRO omgeving via MyCorsa... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 7.2 WRO omgeving via W:schijf... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. 7.3 Wpm omgeving via sharepoint... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Bijlage Neerslagalarm...22 Bijlage TMX alarmmeldingen totaaloverzicht

111 Inleiding Doel Het calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast beschrijft de werkwijze waarop het Waterschap Limburg invulling geeft aan de bestrijding van wateroverlast vanuit de watersystemen. Wateroverlast is een verzamelnaam voor situaties waarin mensen overlast ondervinden als gevolg van te veel water. De overlast vanuit de watersystemen kan ontstaan als gevolg van (te) veel neerslag in het betreffende stroomgebied. Hierbij kan het systeem falen omdat het (onderhouds) technisch niet op orde is of omdat het qua capaciteit (nog) niet voldoet aan de normering of omdat er nog onvoldoende structurele veiligheidsmaatregelen genomen zijn. In het calamiteitenplan staan de risico s beschreven ten aanzien van de taakstelling van het waterschap. Met betrekking tot het watersysteem zijn dit: Risico s Mogelijke calamiteiten Gevolgen Maatregelen Inundatie van gebieden langs watergangen. Erosie van landbouwgronden. Opstoppingen en verstoppingen in watersystemen, bij roosters, in- en uitstroomvoorzienin gen en kunstwerken. Hoge waterstanden als gevolg van een periode van hevige neerslag die de normering overschrijdt en waarbij sprake is van water in woningen hoger dan het peil van de woning. Modderstromen naar de beekdalen als gevolg van hevige neerslag op akkers in de hellende gebieden. Lokaal optredende wateroverlast Wateroverlast met mogelijk schade aan vloeren en interieur van gebouwen. Gewasschade en verdrinking kleinvee. Overlast en hinder voor verkeer. Tijdelijk stilleggen economische activiteit. Het milieu kan schade ondervinden door verspreidingen van gevaarlijke stoffen. Modderoverlast in de dalen op wegen en in gebouwen. Schade door baggerkosten en schoonmaakkosten. Verlies aan vruchtbare grond en zaaigoed op de hellingen. Wateroverlast infrastructuur met eventueel schade als gevolg. Hinder en overlast voor verkeer. Gewasschade en verdrinking kleinvee. Structurele maatregelen worden uitgevoerd als dit tot de taakstelling van het waterschap behoort en mogelijk is. Zijn geen structurele maatregelen mogelijk dan worden noodplannen opgesteld als onderdeel van dit bestrijdingsplan. Locaties zonder veiligheidsnormering worden in beeld gebracht en integraal met andere disciplines afgestemd betreffende noodmaatregelen in bestrijdingsplannen. Beheer en handhaving van erosieverordening. Beheer en Onderhoud van de erosie remmende voorzieningen. Goed toezicht beheer en onderhoud. Knelpunten signaleren en in beeld brengen. Systeem opstellen voor beheer knelpunten, waaronder de bestrijdingsplannen

112 Risico s Mogelijke calamiteiten Gevolgen Maatregelen Uitval van een geautomatiseerd water regulerend kunstwerk. Wateroverlast lokaal of regionaal bovenstrooms en eventueel benedenstrooms het kunstwerk door het langdurig uitvallen Wateroverlast infrastructuur met eventueel schade als gevolg. Hinder en overlast voor verkeer. Gewasschade en verdrinking kleinvee. Goed toezicht beheer en onderhoud. Knelpunten signaleren en in beeld brengen. Systeem opstellen voor beheer knelpunten, instructies opnemen voor bediening kunstwerken bij calamiteiten of reguliere waterwachtdienst. Dijkdoorbraak of grootschalig overlopen van een Regenwaterbuffer Wateroverlast lokaal of regionaal door de grote hoeveelheden water die tot afstroom komen Wateroverlast infrastructuur met eventueel schade als gevolg. Hinder en overlast voor verkeer. Gewasschade en verdrinking kleinvee. Goede regelgeving bij de aanleg van dijken in een regenwaterbuffer. Goed toezicht beheer en onderhoud. Knelpunten signaleren en in beeld brengen. Aanpak Waterschap Limburg bereidt zich voor op het optreden bij wateroverlast door afspraken vast te leggen over de wijze waarop medewerkers activiteiten ontplooien in het kader van dit calamiteitenbestrijdingsplan. Dit plan is opgesteld in het verlengde van het calamiteitenplan van het waterschap. Daar waar het calamiteitenplan niet voorziet in een adequate aanpak van het bestrijden van de wateroverlast worden aanvullende afspraken neergelegd in dit bestrijdingsplan. Doelgroepen De doelgroepen in het calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast zijn: - de bestuurders, zijnde lid van het beleidsteam van het waterschap - de leidinggevenden, zijnde lid van het operationeel team van het waterschap - uitvoerende van de crisisorganisatie van het waterschap - functionele derden waaronder overheidsorganen en diensten op afstand. Hieronder worden verstaan organisaties die uitvoerende taken aannemen onder verantwoordelijkheid van de bestuurders dan wel leidinggevenden als bovengenoemd

113 Uitgangspunten Afbakening Het calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast is een monodisciplinair coördinatieplan op strategisch, tactisch en operationeel niveau. Het geeft inzicht in de structuur van de crisisorganisatie van het waterschap en specificeert de raakvlakken tussen het waterschap en andere bij de bestrijding van wateroverlast betrokken partijen. Het calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast sluit aan op het calamiteitenplan van het waterschap. Het bestrijdingsplan geeft, aanvullend op de inhoud van het calamiteitenplan, een nadere uitwerking voor specifieke activiteiten in het kader van wateroverlast. Beheergebied Waterschap Limburg Het beheergebied van Waterschap Limburg is gelijk aan de provincie Limburg. Van Eijsden tot Mook is dit 150 km lang en tussen Roermond en Weert 35 km breed. Het beheergebied bestaat uit 33 gemeenten en er zijn twee Veiligheidsregio s. De dagelijkse uitvoering m.b.t. het onderhoud van de watersystemen wordt gecoördineerd vanuit de waterschap steunpunten in Horst, Nederweert en Sittard. In geval van wateroverlast spelen deze steunpunten een actieve rol in de crisisbeheersing. Begripsbepaling calamiteit Een melding binnen Waterschap Limburg wordt afgehandeld binnen de crisisorganisatie als: directe afhandeling noodzakelijk is en medewerkers van meer dan één proces of externen worden betrokken en er wordt afgeweken van dagelijkse werkzaamheden en/of bestuurlijk vastgesteld beleid Aanvullend hierop is er sprake van een calamiteit wateroverlast als de gevolgen van de wateroverlast: impact hebben op de ingelanden (schade woning of oogst, toegankelijkheid wegen etc.) We spreken van grootschalige wateroverlast als er sprake is een groot areaal met wateroverlast, of een groot aantal locaties verspreid in het beheergebied met wateroverlast. Fasering De coördinatiefasen uit het calamiteitenplan zijn normaal van toepassing. Crisisorganisatie Indien er sprake is van calamiteit wateroverlast wordt er altijd opgetreden vanuit de structuur van de crisisorganisatie WsL. Aanvullingen op de onderlinge relaties, samenstelling en werkwijze van de crisisorganisatie zijn nader beschreven in hoofdstuk 2 van dit calamiteitenbestrijdingsplan

114 Leeswijzer Deel A Richtlijnen Crisisorganisatie In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de partners in de crisisbeheersing die een rol (kunnen) spelen in de bestrijding van wateroverlast. En wat de afspraken zijn qua informatie uitwisseling op basis van een kleurcodering waarmee de ernst van een situatie wordt geduid. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven hoe de leiding en coördinatie is geregeld binnen WsL bij dit type incidenten / calamiteiten. Qua beleid wordt in hoofdstuk 3 verteld hoe de Veiligheid is geborgd vanuit de taakstelling van het waterschap en hoofdstuk 4 beschrijft de scenario s die kunnen leiden tot wateroverlast. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 beschreven welke meldingen en alarmeringen er zijn om dit bestrijdingsplan op te starten en te komen tot opschaling van de crisisorganisatie. Deel B Operationeel Deel (niet openbaar) In dit deel (hoofdstuk 6) van het calamiteitenbestrijdingsplan wordt verwezen naar de te raadplegen documenten waarin per stroomgebied tot op detailniveau de activiteiten en werkzaamheden in het kader van de bestrijding van wateroverlast zijn opgenomen. De bestrijdingsactiviteiten worden gepland binnen een tijdsverloop van een recent bekende hoogwatergolf en op basis van simulatie met behulp van de modellering van het watersysteem. De acties zijn waar nodig ook uitgewerkt in een multidisciplinaire actielijst voor zowel de gemeenten als het waterschap. Daar waar het calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast niet in voorziet, zijn de gebruikelijke afspraken vanuit het overkoepelende calamiteitenplan van toepassing

115 Bestrijdingsplan Wateroverlast Deel A - Uitgangspunten en Richtlijnen voor de Crisisorganisatie

116 1 Taken crisispartners informatie-uitwisseling en afstemming Bij het uitvoeren van de crisisbeheersing in het kader van wateroverlast in de watersystemen, is samenwerking met partners in de hulpverlening essentieel. Onderstaand figuur geeft een overzicht van de partijen die in dit plan nader worden toegelicht en met wie afstemming plaats vindt. Partijen uit Algemene kolom die directe afstemming hebben met waterkolom Partijen uit Waterkolom die informatie uitwisselen en afstemmen binnen eigen kolom. Waterschap Limburg Buitenlandse partijen die directe afstemming en informatie uitwisseling hebben met waterkolom i.v.m. grensoverschrijdende wateren. Veiligheidsregio s Rijkswaterstaat Zuid-Nederland WMCN Watermanagement Centrum Nederland Duitse overheidsinstanties op het gebied van Waterbeheer Gemeenten Waterschappen en UvW Unie van Waterschappen België Waals en Vlaamse overheidsinstanties op het gebied van: Waterbeheer Figuur 1: Organisaties waarvan taken voor informatie-uitwisseling en afstemming over maatregelen en communicatie zijn vastgelegd in dit bestrijdingsplan. Doelstelling van dit plan is onder meer om op basis van de verschillende kleurcodes waarmee de ernst van de situatie wordt geduid te beschrijven wat de taken zijn van de crisispartners voor: Informatie-uitwisseling o Vroegtijdige alarmering: alle betrokken partijen worden zo vroeg mogelijk geïnformeerd over de verwachte (hoog)watersituatie van de regionale watersystemen; o Een gedeeld beeld van de (verwachte) situatie: alle betrokken partijen acteren vanuit dezelfde verwachte situatie. Afstemming over waterbeheersmaatregelen en de effecten hiervan. Afstemming over pers- en publiekscommunicatie, zodat de communicatieboodschappen naar de media en het publiek consistent zijn. Het totale overzicht van de netwerkpartners is te raadplegen via het informatiesysteem bestuurlijke netwerkkaarten en inzetkaarten WsL.

117 Kleurcodering voor informatie-uitwisseling en crisiscommunicatie Met dit calamiteitenbestrijdingsplan WsL wordt een kleurcodering geïntroduceerd met als functie: De kleurcode heeft een signaalfunctie voor de (verwachte) toestand van het watersysteem en de mogelijke maatschappelijke impact, vergelijkbaar met de waarschuwingssystematiek van het weer. Doel daarvan is het creëren van een éénduidig en gedeeld beeld onder burgers, waterbeheerders en hulpdiensten uit de algemene kolom. De kleurcode is de basis voor de afspraken die gelden voor informatie-uitwisseling, afstemming over maatregelen en afstemming over pers- en publiekscommunicatie. Kleurcode in relatie tot de ernst van de situatie Kleurcode Groen Groen, er is sprake van regulier dagelijks waterbeheer en geen dreiging. Kleurcode Geel Geel, er wordt veel neerslag met mogelijk hoge afvoeren verwacht of er is al sprake van verhoogde waterstanden, de informatievoorziening voor de crisisbeheersing wordt opgestart en er worden lokaal preventieve acties uitgevoerd. Kleurcode geel kan meerdere keren per jaar voorkomen. Kleurcode Oranje Oranje, de waterveiligheid is nog geborgd vanuit het bestrijdingsplan. Er is opgeschaald en grote alertheid is nodig. De dreiging van wateroverlast neemt (naar verwachting) toe. Kleurcode oranje komt gemiddeld eens in de 5 jaar voor. Kleurcode Rood Rood, het hoogste niveau van dreiging is aan de orde. De beschermingsniveaus dreigen te worden overschreden. Kleurcode rood komt gemiddeld eens in de 20 tot 100 jaar voor (afhankelijk van het gebied) Het opstarten van dit bestrijdingsplan kan enerzijds op basis van gemeten waterstanden en/of waterafvoeren maar anderzijds ook op basis van neerslagvoorspellingen of op basis van meldingen/signalen uit de omgeving. Dit kan betekenen dat er in principe vroegtijdig opgeschaald wordt omdat er een reële kans aanwezig is dat er wateroverlast kan optreden vanuit de watersystemen of lokaal in de afstroomgebieden naar de primaire systemen. Het toepassen van de kleurcodering kan dus per stroomgebied verschillend zijn. De kleurcodes die het Waterschap Limburg afgeeft worden gepubliceerd in het actueel waterbericht op de website van WsL. In hoofdstuk 5 zijn de criteria benoemd voor het afgeven van de actuele kleurcode

118 2 Leiding en coördinatie Waterschap Limburg is verantwoordelijk voor het functioneren van de watersystemen. Alle activiteiten die in een watersysteem plaats vinden vallen daarmee onder de regie van het waterschap. Ook als gemeenten, brandweer en/of derden activiteiten willen ondernemen in het watersysteem ligt de primaire verantwoordelijkheid bij het Waterschap. Structuur coördinatiefase 1 WsL Voor het optreden ten tijde van wateroverlast maakt het waterschap gebruik van de crisisorganisatie conform de structuur in het calamiteitenplan. Bij een lokaal of regionaal wateroverlastincident binnen één van de werk gebieden binnen WsL wordt vanuit de reguliere organisatie opgeschaald naar coördinatiefase 1 en is er één Waterschap Respons Team (WRT) operationeel. Coördinatiefase 1 Steunpunten Horst/Nedeweert/Sittard Calamiteitenloodsen Horst / Sittard Planning en registratie Logistiek L WRT Waterschap ResponsTeam ICO Regiomedewerkers Aannemers liaison WsL (multi Copi) Specialisten waterkwaliteit Adviseurs ecologie Adviseurs V&H Adviseur Crisiscommunicatie Adviseur Crisisbeheersing Regulier WWD WSL Waterwachtdienst Achterwacht Het WRT coördineert alle uitvoerende activiteiten in het betreffende deelgebied van Waterschap Limburg vanuit het bijbehorende steunpunt onder aansturing van de leider WRT. Het WRT wordt te allen tijde aangevuld met een communicatieadviseur en een informatiecoördinator. Indien gewenst worden ook specialisten op het gebied van hydrologie en/of crisisbeheersing aan het WRT toegevoegd. In deze situatie wordt de Operationeel leider altijd geïnformeerd over het voornemen om op te schalen naar coördinatiefase 1. Opschaling van fase 1 naar fase 2 De leider WRT zal in samen spraak met de OL en de adviseur crisisbeheersing opschalen naar fase 2 indien er sprake is van één van onderstaande criteria: Een incident/calamiteit met een groot effectgebied over meerdere gemeenten; Er is inzet van netwerkpartners en hulpdiensten gewenst in de bestrijding; De calamiteit strekt zich uit over meerdere WsL regio s met inzet van meerdere WRT s

119 Structuur coördinatiefase 2 WsL Als er opgeschaald wordt naar coördinatiefase 2 is er sprake van centrale aansturing door de Operationeel Leider OL. L WACC Waterschap ActieCentrum CrisisCommunicatie ICO OL WOT Waterschap Operationeel Team ICO L WCC Waterschap Coördinatie Centrum ICO Adviseurs Ecologie / Hydrologie Toezicht en handhaving ACW WSL (multi ROT) Adviseur crisisbeheersing Coördinatiefase 2 L ACWBL Actiecentrum Waterschapsbedrijf Liaisons WBL Coördinatiefase 1 L WRT Waterschap ResponsTeam Liaison Copi ICO Specialisten waterkwaliteit Het WOT coördineert alle activiteiten op tactisch niveau. De Operationeel Leider bepaalt de wijze waarop aan het tactisch niveau invulling wordt gegeven. Door deze vrijheid in het inrichten van de organisatie op tactisch niveau ontstaat een flexibele structuur die de organisatie in omvang kan aanpassen aan de behoefte. De activiteiten van het tactische niveau richten zich op: - het effectgebied - de ondersteuning aan het WRT - de voorbereiding op strategische keuzes - (een bijdrage aan) het samenstellen/beheren van de informatie en het gedeeld waterbeeld - informeren van de omgeving Zo heeft de OL de keuze om bij kleinere calamiteiten enkel als WOT de bestrijding van de calamiteit te coördineren en wordt het WOT ingevuld met de benodigde specialisten en expertises uit de crisisorganisatie. Bij grotere calamiteiten is het de bedoeling om het WOT aan te vullen met een tweetal actiecentrums zijnde een Waterschap Coördinatie Centrum (WCC) en een Actiecentrum Crisis-Communicatie (WACC). Indien sprake is van extreme wateroverlast met zeer grote impact op de omgeving en er bestuurlijke keuzes gewenst zijn zal er altijd worden opgeschaald naar coördinatiefase 3 en is het Waterschapsbeleids Team (WBT) het hoogste uitvoerende orgaan

120 Mandaten De operationeel leider heeft het mandaat om daar waar nodig af te wijken van de voorgestelde aanpak in dit bestrijdingsplan Wateroverlast zolang er gehandeld wordt binnen bestaand beleid. Opschaling van fase 2 naar fase 3 Indien zich situaties voordoen die niet binnen bestaande beleidskaders opgelost kunnen worden ligt de besluitvorming bij het beleidsteam. Dus als er bestuurlijke keuzes gewenst zijn zal er altijd worden opgeschaald naar coördinatiefase 3. Structuur coördinatiefase 3 WsL In deze fase is het Waterschaps Beleids Team (WBT) het hoogste uitvoerende orgaan. Leden dagelijks bestuur VZT WBT Waterschap BeleidsTeam Liaison WSL (multi RBT) Secretaris -Directeur Adviseur communicatie Adviseur crisisbeheersing Operationeel leider

121 Coördinerende structuren Waterschap versus Algemene Kolom De structuur van de crisisorganisatie van het waterschap zal, in elk geval vanaf coördinatiefase 2, aansluiting zoeken bij de structuren van de algemene kolom (hulpdiensten en gemeenten) en overige partners. Bij een GRIP 1 (incident met enkel lokale effecten) is het mogelijk dat via een Commando Plaats Incident (COPI) het waterschap wordt betrokken bij de bestrijding van dit incident. Of in voorkomend geval dit incident moet leiden tot een opschaling voor het waterschap bepaalt de medewerker ter plaatse aan de hand van de criteria voor een calamiteit. (instructie COPI) Coördinatiefase 3 grip 3 RBT Liaison WSL (multi) WBT Waterschap BeleidsTeam Coördinatiefase 2 grip 2 ROT Liaison WSL (multi) WOT Waterschap Operationeel Team WACC Waterschap ActieCentrum CrisisCommunicatie WCC Waterschap Coördinatie Centrum Coördinatiefase 1 grip 1 Copi WRT Waterschap ResponsTeam Liaison WSL (multi)

122 3 Beleidsregels functioneren watersystemen De inrichting en het beheer en onderhoud van het watersysteem is erop gericht dat het watersysteem voldoet aan zijn functie ten aanzien van de wateraanvoer, doorvoer en afvoer. Het betreft niet alleen het beekprofiel, maar ook passieve en actieve kunstwerken die hier in aanwezig zijn. Bij diverse stroomgebieden is voor een aantal specifieke watergangen sprake van een meanderbeleid en zijn inundatiegebieden vastgesteld, d.w.z. dat het natuurlijk meanderproces en natuurlijke inundatie is toegestaan. Ter behoud van de waterbergende functie van deze gebieden zijn in de Keur hiervoor regels opgenomen Gedeputeerde Staten van Limburg heeft in de omgevingsverordening een normenstelsel (inclusief normeringskaart) voor wateroverlast in de regionale oppervlaktewateren in de provincie vastgesteld. Deze normering biedt duidelijkheid over de mate van bescherming tegen wateroverlast die de overheid biedt. In een aantal gebieden wordt nog niet aan deze normen voldaan. Voor die knelpuntgebieden worden door het waterschap maatregelen voorbereid en uitgevoerd. 3.1 De Normeringskaart Aan de hand van de provinciale notitie Uitgangspunten voor normering van wateroverlast is er een vlakdekkende normeringskaart ontstaan waarmee het risico op wateroverlast uit het regionale watersysteem wordt aangetoond. De kaart is te raadplegen via door in het plan Vastgestelde omgevingsverordening Limburg 2014 kaart 10: Normering regionale wateroverlast te selecteren of via intranet/geoweb van WsL. De

123 Beschermingsniveau Geen norm 1:10 1:25 1:50 1:100 Omschrijving In de groen aangegeven gebieden is geen norm en dus geen beschermingsniveau van toepassing. Dit betreft vooral de goudgroene en zilvergroene natuurgebieden en beekdalen met SEF-functie. Voor de mint-groene gebieden op de normeringskaart geldt een beschermingsniveau van 1:10 Hierbij is sprake van een gebeurtenis die gemiddeld 1x per 10 jaar voorkomt. De afvoer die hierbij optreedt, is sterk gekoppeld aan de locatie in het stroomgebied. Bij de gele gebieden wordt bescherming tegen wateroverlast geboden tot een hoogwatergebeurtenis die gemiddeld 1x per 25 jaar voorkomt. Dit beschermingsniveau is gehanteerd voor de meeste agrarische gebieden en bebouwing direct gelegen langs watergangen in de stedelijk gebieden van Zuid-Limburg. Bij de paarse gebieden wordt bescherming tegen wateroverlast geboden tot een hoogwatergebeurtenis die gemiddeld 1x per 50 jaar voorkomt. Dit beschermingsniveau is gehanteerd voor de kassenbouw in de agrarische sector gelegen langs watergangen in Noord- en Midden Limburg. Bij deze gebieden wordt bescherming geboden tot een gebeurtenis die gemiddeld 1x per 100 jaar voorkomt. Dit geldt met name voor bebouwde gebieden direct langs watergangen in Noord- en Midden-Limburg en bebouwing die op grotere afstand van het regionale watersysteem is gelegen. Omdat op de vlakdekkende kaart de bescherming van kleinschalig bebouwde gebieden door regenwaterbuffers niet onderscheiden worden, zijn op de kaart een aantal blauwe, zwarte bolletjes aangegeven. Met de kleur wordt het passende beschermingsniveau voor deze lokale bebouwing aangegeven. Blauw 1:25 en zwart 1:100 De norm biedt geen garantie op het uitblijven van overstroming of een bepaalde frequentie van optreden van wateroverlast, want dat is afhankelijk van natuurlijke omstandigheden en kan vooraf onmogelijk worden gegarandeerd. Voor de 1:100 norm voor bebouwd gebied geldt dat de wateroverlast is gedefinieerd als water dat binnentreedt in bebouwing of aan de andere kant tot grote overlast leidt. Water op straat betekent dus niet per definitie wateroverlast. In het Provinciaal Omgevingsplan Limburg en in het Waterbeheersplan is opgenomen dat we ernaar streven om uiteindelijk voor alle bebouwing in Limburg een beschermingsniveau van 1:100 te gaan bieden. Voor de belangrijkste gebieden waar dit nog niet het geval is worden in het project MVB100 de maatregelen daartoe voorbereid. 3.2 Resultaten watersysteemtoets Bij wateroverlast handelen we als waterschap om schade zoveel mogelijk te beperken. Om te bezien in hoeverre het Waterschap voldoet aan de wateroverlast normering worden watersysteemtoetsen uitgevoerd. In 2014 en 2015 zijn de laatste watersysteemtoetsen uitgevoerd en vastgesteld. Bij de watersysteemtoets worden via modelleringen overstromingskaarten gemaakt voor de gebeurtenissen 1:10, 1:25 en 1:100. Uit de resultaten komen locaties waar het watersysteem niet voldoet aan de normering. Via het proces aanleg en verbetering worden voor deze locaties structurele maatregelen getroffen om deze knelpunten op te lossen. Tot die tijd zijn deze knelpunten bij voorbaat gevoelige gebieden voor inundatie en mogelijke overlast. In het operationele deel van dit bestrijdingsplan wordt verwezen naar actielijsten of draaiboeken waarin deze aandachtsgebieden zijn opgenomen

124 4 Scenario s Wateroverlast De inrichting en het beheer en onderhoud van het watersysteem is erop gericht dat het watersysteem voldoet aan zijn functie ten aanzien van de wateraanvoer, doorvoer en afvoer. Het betreft niet alleen het beekprofiel, maar ook passieve en actieve kunstwerken die hier in aanwezig zijn. Afhankelijk van neerslag en verdamping (seizoenen) wordt er beheer en onderhoud uitgevoerd bestaande uit profielonderhoud, maaionderhoud, regulatie wateraanvoer, instellen stuwen en gemalen, gebiedsinspecties, inspecties op kritische punten en reiniging krooshekken. Beheer en onderhoud is geen strak keurslijf maar dynamisch van aard. Hierin is de kans op wateroverlast kader stellend, evenals verdroging, ecologie, onkruidoverlast en bedrijfsmatigheid. Ondanks doelmatig beheer en onderhoud kan toch wateroverlast ontstaan. Hierin onderscheiden zich een aantal scenario s. Wateroverlast als gevolg van Maashoogwater Bij Maashoogwater worden afsluiters in de waterkering dichtgezet. Gevolg is dat de natuurlijke afvoer van het watersysteem in de Maas niet meer plaats kan vinden. Dit wordt technisch opgelost door het water uit het watersysteem naar de Maas te pompen. Deze maatregel is opgenomen in het calamiteitenbestrijdingsplan Maashoogwater en is daarom binnen het calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast niet uitgewerkt. Wateroverlast als gevolg van falen infrastructuur van het watersysteem Om peil en debiet te reguleren maakt Waterschap Limburg gebruik van stuwen, gemalen en regenwaterbuffers om piekafvoeren te reduceren. Bij disfunctioneren van deze actieve kunstwerken en voorzieningen kan wateroverlast optreden. Daarnaast kunnen belemmeringen van waterdoorvoer in het watersysteem altijd en overal vóórkomen. Het meest kwetsbaar voor verstoppingen in ons watersysteem zijn duikers en overkluizingen. Om verstoppingen zoveel mogelijk te beperken zijn overkluizingen vaak voorzien van krooshekken. Maar ook krooshekken kunnen verstopt raken waardoor bij beperking van de waterdoorvoer wateroverlast kan optreden. In bovenstaande gevallen is het oplossen van de wateroverlast meestal relatief eenvoudig omdat de oorzaak van het probleem helder is. Maatregelen kunnen daarom vaak binnen de lijnorganisatie worden opgepakt. Echter, daar waar de inzet van de crisisorganisatie bijdraagt aan een meer efficiënte en/of effectieve aanpak wordt besloten tot opschaling naar de crisisorganisatie. Criteria hiervoor zijn: Als onmiddellijk ingrijpen nodig is waarbij afstemming noodzakelijk is met andere processen/diensten en/of; Er ongewenste effecten optreden die een maatschappelijke impact hebben, bv inundatie in bebouwt gebied, of bij milieuschade; Als er meerdere partijen betrokken zijn en/of; Bij buitengewone media-aandacht. Gemalen en geautomatiseerde kunstwerken zijn afhankelijk van het elektriciteit netwerk en stroomuitval is hierbij een reëel risico. Om dit risico bij kritische locaties te beperken is een continuïteitplan grootschalige uitval Elektriciteit en ICT opgesteld. De hierin opgenomen preventieve maatregelen dienen wateroverlast te voorkomen maar blijven aandachtspunten indien sprake is van verhoogde afvoeren in combinatie met uitval van Elektriciteit

125 Wateroverlast als gevolg van tekort verwerkingscapaciteit van het watersysteem Wateroverlast kan ontstaan door een tekort aan verwerkingscapaciteit van het watersysteem bij een extreem wateraanbod door neerslag al dan niet in combinatie met kwelafvoer en/of plotselinge dooi. Een gebeurtenis die de veiligheidsnormering of de normeringen van de bestaande voorzieningen kan overschrijden zoals beschreven in hoofdstuk 3.2 Resultaten watersysteemtoets. De locaties zijn dus veelal bekend evenals de mogelijk te nemen maatregelen. Indien deze situatie zich voordoet zal er altijd vanuit de crisisorganisatie coördinatiefase 2 opgetreden worden. Overige wateroverlast Naast wateroverlast die direct wordt veroorzaakt door inundatie vanuit de (primaire) watergangen omdat het water niet afdoende kan worden weggevoerd door deze watergangen, zijn er nog 2 andere vormen van wateroverlast te onderscheiden: Wateroverlast die wordt veroorzaakt doordat regen(- of kwel)water de detailontwatering niet kan bereiken of dat de capaciteit van de detailontwatering onvoldoende is waardoor plaatselijk inundatie plaatsvindt, vooral tijdens en/of vlak na intensieve of extreme regenval; Wateroverlast die wordt veroorzaakt doordat het water op de percelen blijft staan of dat er zelfs inundatie van de landerijen vanuit het grondwater optreedt, doorgaans omdat de detailontwatering (inclusief drainages) het wateroverschot niet afdoende naar het primaire systeem kan afvoeren. In het eerste geval is er geen enkele relatie met het functioneren van het primaire systeem van het waterschap er is immers wateroverlast voordat het water in het primaire systeem komt. In de nazorgfase zullen deze punten beoordeeld moeten worden of ze qua normering vallen binnen de taakstelling van het waterschap. In het tweede geval is er ook vaak geen relatie met het primaire systeem, bijvoorbeeld als e.e.a. het gevolg is van onvoldoende onderhoud of dimensionering van het detailontwateringssysteem. Soms is die relatie er wel, nl. in geval het water in het primaire systeem onvoldoende snel kan wegstromen, waardoor de detailontwatering zijn water niet kwijt kan, wat weer leidt tot een verhoging van de grondwaterstand. Ook als er geen directe relatie bestaat met het door WsL beheerde systeem, kan het zinvol zijn om bij deze gebeurtenissen vanuit de crisisorganisatie te opereren. Deze richt zich dan minder op het wegnemen van de oorzaak, maar vooral op het beperken van de effecten. Afhankelijk van de situatie is opschalen zowel mogelijk in coördinatie fase 2 als 1 waarbij dan wel duidelijk specialisme vanuit hydrologie gekoppeld wordt aan het WRT. Luchtopnamen Om een beeld te krijgen van de grootte (effect) van de inundatie uit een wateroverlastcalamiteit maken we gebruik van luchtopnamen. Dit speelt in coördinatie fase 3 en 4 tijdens respectievelijk wateroverlast verspreidt over 1 gemeente of regionaal verspreide wateroverlast. Door luchtopnamen krijgen we snel een actueel beeld van de verspreiding van de wateroverlast. Het maken van luchtopnamen kan geïnitieerd worden door de OL bij Wachtdienst Handhaving.. Afschaling en nazorg In de afbouwfase wordt afgeschaald totdat uiteindelijk de normale situatie wordt bereikt. Afhankelijk van de weersomstandigheden, de afvoeren van de maatgevende beken kan tussentijds natuurlijk wederom worden opgeschaald. Wanneer de calamiteit bestreden is kan er afgeschaald worden. Trekker van het afschalen is de Operationeel Leider. De afschaling binnen de eigen organisatie krijgt vorm door het opstellen van een overdrachtsformulier van openstaande relevante zaken richting reguliere bedrijfsvoering. Dat er een evaluatie en/of nazorgtraject moet plaatsvinden wordt ook in dit overdrachtsformulier vastgelegd

126 5 Melding en Alarmeringen Uitgangspunt voor de crisisorganisatie van het waterschap is een proactieve houding. Vooral bij wateroverlast incidenten is de reactietijd vaak kort en komen de meldingen pas door als het leed geschied is. Het proactief opschalen is daarom een kwestie om binnen WsL te gebruiken om goed voorbereidt wateroverlastincidenten te bestrijden. De insteek is om op basis van dreiging op te schalen naar een bepaalde coördinatiefase van de crisisorganisatie. Dit betekent dat bij een dreiging van een calamiteit of crisis opgeschaald wordt om gebruik te maken van de hoofdstructuur van de crisisorganisatie ook al is er (nog) geen incident. De OL zal dan in gezamenlijk overleg met specialisten bepalen of: verdere opschaling noodzakelijk is; verdere operationele of bestuurlijke voorbereiding invulling moet krijgen. er extra bereikbaarheid/beschikbaarheid wordt afgekondigd voor functionarissen buiten de bestaande wachtdienst. De belangrijkste trigger om proactief op te schalen is ons eigen neerslagalarmering vanuit het Delft- Fews systeem. Maar ook een melding met het verzoek om informatie omdat men bezorgd is voor de gevolgen van een dreigend noodweer is al voldoende om het informatieproces/opschalingsproces van dit bestrijdingsplan op te starten. Een aantal alarmeringen vindt plaats via automatische systemen zoals: Neerslagalarm, vanuit het Delft-FEWS-systeem; Alarmmeldingen, vanuit het TMX-systeem; Alert-meldingen, vanuit het Bos Omar systeem. Alarmering en opschaling Verwijzen naar de documenten met alarmwaarden die indicatief zijn om het proces opschaling te starten door de waterwacht en naar de instructie Volgen Toestand Watersysteem van WPM. Nog nadere afspraken maken over de alarmmeldingen die naar de 24/7 monitoringswacht en/of Waterwacht gaan. De dienstdoende ambtenaar die belast is met de 24/7-monitoringswachtdienst constateert op grond van de waarnemingen of voorspellingen welke afvoer- of neerslagsituatie aan de orde is, zo nodig na consultatie van een hydroloog en meldt dit zo nodig aan de Waterwacht. Bij overschrijding van één van de bovengenoemde drempelwaarden licht de Waterwacht de Operationeel Leider in

127 6 Informatiemanagement Volgens de visie crisisbeheersing van Waterschap Limburg is een belangrijk speerpunt de invoering van Net Centrisch Werken (NCW) binnen de crisisorganisatie. Dit is een werkwijze die tot doel heeft om continu te kunnen beschikken over een actueel, gedeeld beeld van de situatie. Dit principe van informatiegestuurd werken kan het proces van leiding & coördinatie bij de crisisbeheersing en rampenbestrijding meer snelheid, daadkracht en doelgerichtheid geven. Hierop moet de informatieinhoud van het beeld ook zijn toegesneden, dit vereist voortdurende interactie tussen de processen informatiemanagement en leiding & coördinatie. Uitgangspunten. Het komen tot een actueel, gedeeld totaalbeeld vereist van alle betrokkenen een gerichtheid op het snel en breed delen van beschikbare informatie. Actualiteit van het beeld kan alleen worden bereikt door informatie vroegtijdig en dicht bij de bron in te voeren en bij te houden. Zelfs als er nog onzekerheden in de informatie zitten, is het van belang om dit expliciet te vermelden, het delen van deze informatie kan dan juist bijdragen aan een snelle validatie ervan. De inhoudelijk deskundigen en degenen die dicht bij de bron zitten zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de informatie terwijl het informatiemanagement verantwoordelijk is voor het delen en laten stromen van informatie. De gewenste informatie is altijd opgebouwd uit een beschrijvend deel (tekst) en een visueel deel (beeld bestaande uit kaartjes, foto s, filmpjes, etc). Deze werkwijze wordt ondersteund door één of meerdere systemen die volgens het proces informatiemanagement zijn ingericht om in de juiste informatiebehoefte te kunnen voorzien. Voor het managen van dit proces zijn in de crisisorganisatie belangrijke rollen weggelegd voor de informatiecoördinator (ICO) en de informatieverwerker die nauw samenwerken met de inhoudsverantwoordelijken. In onderstaand schema / beschrijving de producten per niveau van de crisisorganisatie die via informatiemanagement opgeleverd moeten worden om te komen tot een actueel, gedeeld totaalbeeld. WRT-niveau Het WRT coördineert alle uitvoerende activiteiten in de betreffende regio, onder aansturing van de leider WRT. Voor het informatie management wordt hij bijgestaan door één informatiecoördinator en één informatieverwerker in de zin van een Gis-specialist. De adviseurs Hydrologie/meetnet zorgen voor de inhoud van de informatie en monitoren de gegevens m.b.t. de overlast locaties. WOT-niveau Het WOT coördineert alle activiteiten op tactisch niveau. De Operationeel Leider bepaalt de wijze waarop aan het tactisch niveau invulling wordt gegeven. Voor het informatie management wordt hij bijgestaan door twee informatiecoördinatoren en twee informatieverwerkers in de zin van Gisspecialisten verdeeld over het WCC en WOT/WACC. De beelden en producten die dit team moet opleveren zijn: - Omgevingsbeeld, een selectie van relevante informatie uit de meldingen via Social media, uit het reguliere meldingenproces m.b.t. de calamiteit, berichtgeving uit de pers. - Prognose / scenario, het effect van de calamiteit op langere termijn (> 24 uur) - Totaalbeeld van de actualiteit op basis van de input uit het WRT en bovenstaande items. WBT-niveau Het WBT is het platform waarbinnen de voorzitter (of zijn plaatsvervanger) invulling geeft aan de besluitvorming, beleidsbepaling en beleidscoördinatie op strategisch niveau. Op dit niveau worden dus besluiten genomen op strategisch niveau, bij het bepalen van nieuw beleid en besluiten in dilemma s. Informatiemanagement is hierin cruciaal en vraagt continu afstemming met betrokkenen om de juiste balans te vinden

128 Deel B Operationeel Deel

129 7 Operationele documenten Dit deel is opgebouwd uit meerdere documenten die afhankelijk van de coördinatie fase geraadpleegd moeten worden. In het kader van eenduidig versiebeheer is het de bedoeling dat alle actuele documenten voor WsL te raadplegen zijn via SharePoint. In dit hoofdstuk wordt per document de link met SharePoint aangegeven. Echter dit is pas vanaf januari 2017 operationeel. Tot die tijd is afgesproken dat alle actuele documenten die onderdeel zijn van dit bestrijdingsplan te raadplegen zijn via intranet in de huidige WRO en WPM omgeving en via de App CrisisConnect

130 Bijlage 1 Neerslagalarm Het neerslagalarm voor WsL is nog in ontwikkeling

131 Bijlage 2 TMX alarmmeldingen totaaloverzicht Overzicht met alle TMX meldingen voor WsL is in ontwikkeling

132

133 Bijlage 3.3 van Crisisplan Waterschap Limburg CBP Hoog Water Maas Waterschap Limburg

134 Titel Calamiteitenbestrijdingsplan Hoog Water Maas Waterschap Limburg Datum Versie 0.4 Status concept Corsanummer Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg schriftelijk Vrijgave Dit document is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van Juus Teensma in samenwerking met: Naam Functie Rol Bert Smeets Trekker plan WPM adviseur William van Ruiten Specialist waterkeringen adviseur Rinus Potter Specialist waterkeringen adviseur Dit document is vrijgegeven door Eric de Wit

135 Inhoud Inhoud... 2 Inleiding... 3 Uitgangspunten... 5 Leeswijzer Taken crisispartners informatie-uitwisseling en afstemming... 8 Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen... 9 Rampenbestrijdingsplannen Veiligheidsregio s Noord-Limburg en Limburg Zuid Leiding en coördinatie...12 Coördinerende structuren waterschap Waterschap Respons Team (WRT) Dijkwachtorganisatie Waterschap Operationeel Team (WOT) Waterschap Coördinatie Centrum (WCC) Waterschap Actiecentrum Crisis Communicatie (WACC) Waterschap Beleidsteam (WBT) Coördinerende structuren Waterschap versus Algemene Kolom Beleidsregels waterkeringen...19 Resultaten toets op de waterkeringen Scenario s Hoogwater Maas...20 Falen opbouw hoogwaterbeveiliging Overstroming Dijkdoorbraak Poldereffecten (kwelwater) Melding en Alarmeringen Informatiemanagement Operationele documenten

136 Inleiding Doel Het calamiteitenbestrijdingsplan Hoogwater Maas beoogt invulling te geven aan alle taken die ten tijde van hoogwater op de Maas zijn toebedeeld aan Waterschap Limburg. Het sluit aan op algemeen geldende afspraken in het calamiteitenplan en beschrijft de bijzonderheden die specifiek op Hoogwater Maas van toepassing zijn. In het calamiteitenplan staan de risico s beschreven ten aanzien van de taakstelling van het waterschap. Met betrekking tot het systeem waterkeringen zijn dit: Risico s Mogelijke calamiteiten Gevolgen Maatregelen Falen opbouw hoogwaterbeveiliging Overstroming. Dijkdoorbraak Binnen stromen van maaswater via openstaande kunstwerken zoals afsluiters in rioleringen en kruisingen met open watersystemen. Coupures die niet gesloten en noodplannen die niet tijdig uitgevoerd zijn. Wateroverlast lokaal of regionaal binnen een dijkring, door de grote hoeveelheid water die over de waterkering stroomt. Wateroverlast lokaal of regionaal binnen een dijkring, door de grote hoeveelheid water die binnen stroomt. Wateroverlast met mogelijk schade aan vloeren en interieur van gebouwen. Gewasschade en verdrinking kleinvee. Overlast en hinder voor verkeer. Tijdelijk stilleggen economische activiteit. Wateroverlast met mogelijk schade aan vloeren en interieur van gebouwen. Gewasschade en verdrinking kleinvee. Overlast en hinder voor verkeer. Tijdelijk stilleggen economische activiteit. Wateroverlast met mogelijk schade aan vloeren en interieur van gebouwen. Gewasschade en verdrinking kleinvee. Overlast en hinder voor verkeer. Tijdelijk stilleggen economische activiteit. Tijdig starten met de uitvoeringen van de acties in het draaiboek met voldoende responstijd voor noodmaatregelen. Goed toezicht beheer en onderhoud van de kunstwerken in de waterkeringen. Voldoende oefenen, trainen en opleiden m.b.t. opbouw van hoogwaterbeveiliging. Bekend zijn met de risicolocaties en daar waar mogelijk noodplannen opstellen om het beschermingsniveau te verhogen en pro actief in de advisering over evacueren. Bekend zijn met de risicolocaties en bij inspecties de zwakke plekken tijdig in beeld brengen. Noodplannen

137 Risico s Mogelijke calamiteiten Gevolgen Maatregelen Poldereffecten door te veel kwelwater. Niet langer kunnen drooghouden van de dijkringen bij langdurig hoogwater en extreme omstandigheden. Wateroverlast met mogelijk schade aan vloeren en interieur van gebouwen. Gewasschade en verdrinking kleinvee. Overlast en hinder voor verkeer. Tijdelijk stilleggen economische activiteit. Knelpunten signaleren en in beeld brengen. Voldoende pompcapaciteit (eigen of inhuur) achter de hand hebben. Aanpak Waterschap Limburg bereidt zich voor op het optreden bij Hoogwater Maas door afspraken vast te leggen over de wijze waarop medewerkers activiteiten ontplooien in het kader van dit calamiteitenbestrijdingsplan. Dit plan is opgesteld in het verlengde van het calamiteitenplan van het waterschap. Daar waar het calamiteitenplan niet voorziet in een adequate aanpak van het bestrijden van de overlast worden aanvullende afspraken neergelegd in dit bestrijdingsplan. Doelgroepen De doelgroepen in het calamiteitenbestrijdingsplan Hoog Water Maas zijn: - de bestuurders, zijnde lid van het beleidsteam van het waterschap - de leidinggevenden, zijnde lid van het operationeel team van het waterschap - uitvoerende van de crisisorganisatie van het waterschap - functionele derden waaronder overheidsorganen en diensten op afstand. Hieronder worden verstaan organisaties die uitvoerende taken aannemen onder verantwoordelijkheid van de bestuurders dan wel leidinggevenden als bovengenoemd

138 Uitgangspunten Afbakening Dit calamiteitenbestrijdingsplan is een mono disciplinair coördinatieplan op tactisch en operationeel niveau. Het geeft inzicht in de structuur van de calamiteitenorganisatie van het waterschap en specificeert de raakvlakken tussen het waterschap en andere, bij hoogwater Maas, betrokken partijen. Dijkringen waterschap Limburg Het bestrijdingsplan Hoogwater Maas is van toepassing op de dijkringen binnen het verzorgingsgebied van het waterschap Limburg. Het betreft hier de dijkringen 54 t/m 95 van Mook-Ottersum tot Maastricht en Eijsden-Margraten (zie bijlage I). Begripsbepaling hoogwater Maas In dit plan wordt consequent gesproken over hoogwater Maas. Met hoogwater Maas wordt bedoeld; elke vorm van optreden van hoogwater op de Maas vanaf een afvoer van 1000 m³/sec bij St. Pieter (km raai 10.8). Het hoogwater Maas wordt beëindigd nadat de afvoer bij St. Pieter en Mook lager is geworden dan 1000 m³/sec en er zich tussen St. Pieter en Mook geen hoogwatergolf bevindt afwijkend van de genoemde debieten. Fasering De coördinatiefasen uit het calamiteitenplan zijn normaal van toepassing. Crisisorganisatie Indien er sprake is van calamiteit Hoogwater Maas wordt er altijd opgetreden vanuit de structuur van de crisisorganisatie WSL. Aanvullingen op de onderlinge relaties, samenstelling en werkwijze van de crisisorganisatie zijn nader beschreven in hoofdstuk 2 van dit calamiteitenbestrijdingsplan

139 Leeswijzer Deel A Tactisch Deel: Uitgangspunten en Richtlijnen Crisisorganisatie In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de partners in de crisisbeheersing die een rol (kunnen) spelen in de bestrijding van wateroverlast. En wat de afspraken zijn qua informatie uitwisseling op basis van een kleurcodering waarmee de ernst van een situatie wordt geduid. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven hoe de leiding en coördinatie is geregeld binnen WSL voor dit bestrijdingsplan. Qua beleid wordt in hoofdstuk 3 verteld hoe de Veiligheid is geborgd vanuit de taakstelling van het waterschap en hoofdstuk 4 beschrijft de scenario s die kunnen leiden tot wateroverlast. Hoofdstuk 5 beschrijft welke meldingen en alarmeringen er zijn om dit bestrijdingsplan op te starten en te komen tot opschaling van de crisisorganisatie. Tot slot is in hoofdstuk 6 te lezen hoe het informatiemanagement rondom de calamiteit geregeld is. Deel B Operationeel Deel (niet openbaar) In dit deel (hoofdstuk 7) van het calamiteitenbestrijdingsplan wordt verwezen naar de te raadplegen documenten en informatiesystemen die gebruikt worden bij de uitvoering van dit plan. Daar waar het calamiteitenbestrijdingsplan Wateroverlast niet in voorziet, zijn de gebruikelijke afspraken vanuit het overkoepelende calamiteitenplan van toepassing

140 Bestrijdingsplan Hoogwater Maas Deel A - Uitgangspunten en Richtlijnen voor de Crisisorganisatie

141 1. Taken crisispartners informatie-uitwisseling en afstemming Bij het uitvoeren van de crisisbeheersing in het kader van hoogwater Maas, is samenwerking met partners in de hulpverlening essentieel. Onderstaand figuur geeft een overzicht van de partijen die in dit plan nader worden toegelicht en met wie afstemming plaats vindt. Partijen uit Algemene kolom die directe afstemming hebben met waterkolom Partijen uit Waterkolom die informatie uitwisselen en afstemmen binnen eigen kolom. Waterschap Limburg Veiligheidsregio s Rijkswaterstaat Zuid-Nederland WMCN Watermanagement Centrum Nederland Gemeenten Waterschappen en UvW Unie van Waterschappen Figuur 1: Organisaties waarvan taken voor informatie-uitwisseling en afstemming over maatregelen en communicatie zijn vastgelegd in dit bestrijdingsplan. Doelstelling van dit plan is onder meer om op basis van de verschillende kleurcodes waarmee de ernst van de situatie wordt geduid te beschrijven wat de taken zijn van de crisispartners voor: Informatie-uitwisseling o Vroegtijdige alarmering: alle betrokken partijen worden zo vroeg mogelijk geïnformeerd over de verwachte (hoog)watersituatie van de regionale watersystemen; o Een gedeeld beeld van de (verwachte) situatie: alle betrokken partijen acteren vanuit dezelfde verwachte situatie. Afstemming over waterbeheersmaatregelen en de effecten hiervan. Afstemming over pers- en publiekscommunicatie, zodat de communicatieboodschappen naar de media en het publiek consistent zijn. Van de organisaties genoemd in bovenstaande figuur zijn netwerkkaarten beschikbaar. Deze zijn te raadplegen via (nog nader invullen nadat via zaakgericht werken er een informatiesysteem voor is ingericht binnen sharepoint)

142 Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen In 2015 is een nieuw landelijk draaiboek Hoogwater en Overstromingen vastgesteld met als doel om gezamenlijk effectief te kunnen handelen bij een crisis als gevolg van een teveel aan water. Daarom beschrijft het draaiboek, bij de verschillende landelijke kleurcodes, de taken voor: Informatie-uitwisseling Afstemming over waterbeheersmaatregelen met bovenregionale effecten. Afstemming over communicatie, zodat de communicatieboodschappen naar de media consistent zijn. Het landelijk systeem van kleurcoderingen waarmee de ernst van de situatie (scenario) wordt aangegeven heeft een signaalfunctie voor de (verwachte) toestand van het watersysteem en de mogelijke maatschappelijke impact. Doel daarvan is het creëren van een eenduidig en gedeeld beeld van de situatie onder burgers, waterbeheerders en hulpdiensten uit de algemene kolom. De kleurcode is de basis voor afspraken die gelden voor informatie-uitwisseling, afstemming over maatregelen en afstemming over communicatie naar de media. Kleurcode groen Er is niets bijzonders aan de hand in het watersysteem. Er is geen sprake van een (verwachte) hoogwatersituatie. Het Waterbeheer wordt ingevuld conform vastgesteld beleid, wetgeving en regels. Kleurcode geel Hier en daar zijn (verwachte) waterstanden verhoogd. Waterbeheerders nemen standaardmaatregelen om het eigen beheergebied te beschermen tegen het water. Gebruiksfuncties op en aan het water en activiteiten in uiterwaarden of in andere buitendijkse gebieden kunnen worden beperkt. Kleurcode Geel kan meerdere keren per jaar voorkomen. Kleurcode oranje De ernst neemt (naar verwachting) toe en gebruiksfuncties op en aan het water kunnen verder worden beperkt. Waterbeheerders nemen verdergaande standaardmaatregelen om het eigen beheergebied te beschermen tegen het water. Lichte schade aan waterkeringen kan optreden. Indien nodig worden grootschalige maatregelen voorbereid. Kleurcode oranje komt gemiddeld eens in de vijf jaar voor. Kleurcode rood Zeer ernstige en uitzonderlijke situatie in het watersysteem (verwacht). Dreigend gevaar voor nationale veiligheid. Er kunnen waterstanden optreden die tot overlast en schade kunnen leiden. Grootschalige noodmaatregelen (zoals het tijdelijk verstevigen en/of verhogen van keringen en eventuele evacuatie) kunnen worden getroffen. Kleurcode rood komt gemiddeld eens in de 25 tot 100 jaar voor. De besluitvorming over het afgeven van de landelijke kleurcodering gebeurt automatisch door het WMCN (Water Management Centrum Nederland in Lelystad) De landelijke kleurcodering uit het landelijk draaiboek Hoogwater en Overstromingen staat los van de opschalings-systematiek van de crisispartners (zoals de verschillende fasen bij de Waterschappen, Rijkswaterstaat en de Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure binnen de algemene kolom). Ons waterschap werkt dus volgens de eigen opschalingscriteria uit dit bestrijdingsplan maar zorgt wel dat wordt voldaan aan de afspraken uit het Landelijk draaiboek Hoogwater en Overstromingen. Een actuele versie van het draaiboek is te vinden op In het draaiboek kunnen alle crisispartners lezen wat zij van elkaar kunnen verwachten

143 Grenswaarden Landelijke kleurcodering voor de Limburgse Maas kleurcode St. Pieter waterstand St. Pieter Afvoer Groen normaal Normaal Geen sprake van een hoogwatersituatie 800 m3/s start berichtgeving** Geel 1 maal per jaar Oranje 1 maal per 5 jaar Rood 1 maal per 25 jaar 45,00 +NAP bereikt* of 45,30 +NAP binnen 12 uur 46,40 +NAP bereikt* of NAP binnen 12 uur 47,45 +NAP bereikt* of 47,65 +NAP binnen 12 uur 1250 m3/s bereikt* of 1500 m3/s binnen 12 uur 2000 m3/s bereikt* of 2250 m3/s binnen 12 uur 2600 m3/s bereikt* of 2850 m3/s binnen 12 uur MHW 48,30 +NAP 3400 m3/s * En verdere stijging of aanhoudende hoge standen verwacht ** De start van de statusberichtgeving stelt de waterbeheerders in staat de eerste maatregelen voor te bereiden Berichtgeving over afvoeren en kleurfasering door Rijkswaterstaat St. Pieter Afvoer Bericht Afzender 800 m3/s bereikt en verder stijgen Statusbericht WMCN-Rivieren verwacht 1000 m3/s bereikt Attenderingsbericht Meldpunt Water 1250 m3/s bereikt Voorwaarschuwing Meldpunt Water 1250 m3/s bereikt en verdere stijging of aanhoudende hoge standen verwacht of Statusbericht met kleurcode geel Landelijk waterbeeld (als ook in WMCN-Rivieren WMCN-LCO 1500 m3/s binnen 12 uur verwacht andere watersystemen opschaling plaatsvindt) 1500 m3/s bereikt Alarmering Meldpunt Water 1500 m3/s bereikt 1 ste Hoogwaterbericht WMCN WMCN Rivieren 2000 m3/s bereikt en verdere stijging of aanhoudend hoogwater verwacht of 2250 m3/s binnen 12 uur verwacht 2600 m3/s bereikt en verdere stijging of aanhoudend hoogwater verwacht of 2850 binnen 12 uur verwacht Hoogwaterbericht met kleurcode oranje en Landelijk waterbeeld Hoogwaterbericht met kleurcode rood en Landelijk waterbeeld WMCN-Rivieren en WMCN-LCO WMCN-Rivieren en WMCN-LCO

144 Rampenbestrijdingsplannen Veiligheidsregio s Noord-Limburg en Limburg Zuid. Schematische weergave opschalingscriteria grip-structuur Veiligheidsregio Limburg-Noord Schematische weergave opschalingscriteria grip-structuur Veiligheidsregio Zuid-Limburg Afspraak met de Veiligheidsregio Zuid-Limburg is dat bij het bereiken van de alarmgrens 1500 m3/s de OL van de Veiligheidsregio op basis van de verwachtingen bepaalt of er een grip 2 wordt ingesteld. Deze afspraak geldt zolang er geen nieuw Rampenbestrijdingsplan is vastgesteld. De rampenbestrijdingsplannen van beide veiligheidsregio s zijn te raadplegen op: (nog nader invullen waar in SharePoint deze documenten zijn opgeslagen)

145 2. Leiding en coördinatie Coördinerende structuren waterschap Voor het optreden ten tijde van hoog water Maas maakt het waterschap gebruik van de crisisorganisatie conform de structuur in het calamiteitenplan. Coördinatiefase 1 wordt ingezet voor alle acties tot 1500 m3/s waarbij 2 Waterschap Respons Teams Noord en Zuid (WRT) operationeel zijn. Coördinatiefase 1 L WRT Regio Noord Waterschap ResponsTeam L OVD Water WSL (multi Copi) Calamiteitenloods Horst Steunpunt Horst Steunpunt Weert Planning en registratie Logistiek L WRT Regio Zuid Waterschap ResponsTeam OVD Water WSL (multi Copi) Specialisten Regiomedewerkers dijkwachtorganisatie Aannemers Calamiteitenloods Sittard Steunpunt Sittard Regulier WWD WSL Regio Noord Waterwachtdienst WWD WSL Regio Zuid Waterwachtdienst Achterwacht Noord 1 en 2 en Zuid 1 en 2 Waterschap Respons Team (WRT) De WRT s coördineren alle uitvoerende activiteiten in de regio s Noord en Zuid, onder aansturing van de leider WRT. Deze teams opereren vanuit de calamiteitenloodsen in Horst en Sittard. Het WRT wordt te allen tijde aangevuld met een informatiecoördinator. Indien gewenst worden ook specialisten op het gebied van communicatie, hydrologie en/of crisisbeheersing aan het WRT toegevoegd. In deze situatie wordt de Operationeel leider (OL) altijd geïnformeerd over het voornemen om op te schalen naar coördinatiefase 1. De OL en de adviseur crisiscommunicatie zorgen in deze fase voor afstemming over het eerste communicatiebericht. Inhuur aannemers De WRT s worden uitgebreid met teams van aannemingsbedrijven. Hierbij is de filosofie dat planbare acties uit het draaiboek die veel inzet van mankracht en materieel vergen zijn weggezet bij deze ingehuurde teams. Ook worden extra tractors ingehuurd van agrarische loonbedrijven voor de inzet van eigen aftak as aangedreven pompen in de regio Noord. De afspraken hierover zijn vastgelegd in waakvlamovereenkomsten. Echter de regie en het toezicht op de uitvoering blijft de verantwoordelijkheid van het WRT. Dijkwachtorganisatie De Dijkwachtorganisatie is ook onderdeel van het Waterschap Responsteam (WRT). Ook zij opereren in de betreffende regio Noord of Zuid vanuit de steunpunten in Horst en Sittard. Hiermee zijn alle uitvoerende activiteiten in het veld in één hand komen te liggen en worden de communicatielijnen tussen medewerkers in het veld eenduidig en kort.

146 De inzet van de Dijkwachtorganisatie is sterk gerelateerd aan de prognose maar kan toch al deels opgestart en ingezet worden in coördinatiefase 1. De invulling en werkwijze van de Dijkwachtorganisatie is hieronder beschreven. Ter ondersteuning van de Leider WRT is er een aparte Coördinator Dijkwachten, hij is verantwoordelijk voor de tijdige beschikbaarheid van de Dijkwachten en de inspectie van de waterkeringen. Aan hem worden de inspectieresultaten gerapporteerd op basis waarvan hij de eerste diagnose stelt voor verdere afhandeling. Hij wordt hierin bijgestaan door een informatieverwerker met kennis van de te gebruiken Gis-applicaties. De verdere invulling van de Dijkwachtorganisatie voor Noord en Zuid is verschillend en wordt daarom hieronder uitgesplitst. Regio Noord De Dijkwachten zijn als vrijwilligers geworven uit de directe omgeving van de dijkringen en als zodanig aangesteld voor de Dijkwachtorganisatie. Zij vormen een groep van ca 380 personen verdeeld over 22 rayons. Binnen deze rayons zijn 25 Hoofden Dijkwachtpost actief die verantwoordelijk zijn voor het operationeel hebben van de hulpmiddelen en de uitgifte hiervan aan de Dijkwachten die toegewezen zijn aan zijn deelgebied binnen de rayons. De hulpmiddelen die de teams die actief gaan inspecteren ontvangen zijn: - IPhone met de App Dijkwachtmeldingen. - Nog nader invullen (actie Bert) De teams bestaan uit 2 Dijkwachten met als uitgangspunt dat de inzet beperkt blijft tot 2 uur per keer. Dit vanwege het feit dat veel van deze vrijwilligers nog een eigen baan hebben. Het samenstellen van de teams en het coördineren van de inzet is een taak van de Coördinator Dijkwachten. Regio Zuid De Dijkwachten zijn opgedeeld in 14 vaste teams bestaande uit medewerkers van het waterschap (41) en medewerkers van de gemeenten (33) waar de waterkering is gelegen. De inzet en aanwijzing van 2 personen per team is de taak van de Coördinator Dijkwacht. Deze medewerkers hebben vast de beschikking over een IPhone die voorzien wordt van de Dijkwachtenmeldingen App. Verder ontvangen ze voorafgaand aan het inspecteren: - Een opbergmap/klembord met de overzichtskaarten uit de beschermingsatlas waterkeringen. - Nog nader invullen (actie Alex) De planning m.b.t. de frequentie en aanvang van het inspecteren blijft zoals het altijd is geweest en betekend dat het per regio verschilt, dit omdat het is gebaseerd op de actuele situatie m.b.t. het beschermingsniveau en de toets resultaten van de waterkeringen. De kerntaken van de kadewachtteams zijn; inspecteren en controleren; opnemen van peilschalen; doormelden van meldingen aan de meldkamer De risicolocaties die bekend zijn uit de toetsing van de waterkeringen, de reguliere inspecties vanuit de zorgplicht en de vergunningverlening worden jaarlijks in kaart gebracht en als aandachtsgebieden meegegeven aan de Dijkwachtteams. Per regio is in het steunpunt een zogenaamde meldkamer ingericht met bijbehorende hulpmiddelen voor de Coördinator Dijkwacht en de informatieverwerker. De Coördinator Dijkwacht is in deze tevens centralist en verzorgt de communicatie met de Dijkwachten via telefoon of portofoon. De Dijkwachten

147 zijn de ogen en oren van het waterschap op de waterkering. Zij melden onwenselijke situaties via de meldingen App naar de meldkamer die door de Informatieverwerker worden opgepakt conform de procesbeschrijving Backoffice Dijkwachtmeldingen App. (Als dit proces definitief is dan schematisch hierin verwerken of als bijlage toevoegen) In deze werkwijze waarbij het centrale meldpunt voor de Dijkwachtorganisatie binnen het WRT ligt zullen niet meer alle meldingen door worden geleid naar kantoor maar zal het overgrote deel daarvan (inschatting > 95%) direct worden afgedaan in het WRT. Enkel de complexe vraagstukken over de toestand van de waterkering zullen nog worden doorgeleid naar het WCC op kantoor om vervolgens via een team van specialisten (waterkeringen e.d.) te komen tot een integrale afweging voor de inzet van de optimale maatregel. De uitvoering van deze maatregel wordt teruggelegd in het WRT bij een coördinator maatregelen die verantwoordelijk is voor de coördinatie en aansturing van de maatregelen op locatie en de terugkoppeling hiervan naar het WRT. De specialist waterkeringen kan eventueel op locatie ondersteunen als adviseur. Communicatiemiddelen Dijkwachtorganisatie. GSM Alle sleutelfunctionarissen en uitvoerende medewerkers van het Waterschap Limburg hebben de beschikking over een smartphone. Hierdoor is iedereen betrokken bij de uitvoering van de bestrijdingsacties in principe altijd bereikbaar. Portofoonsysteem Een portofoonsysteem is een open radionet van twee of meer radiostations gericht op samenwerking en informatieoverdracht. Het waterschap wil een overeenkomst aangaan met een leverancier voor het permanent stand-by hebben van dit systeem waardoor het bij alle type incidenten kan worden gebruikt als communicatiemiddel. De coördinator ondersteuning is verantwoordelijk voor de distributie en activering van dit systeem. De afspraken over het gebruik van bovenstaande middelen door de Dijkwachten is: - De smartphone wordt gebruikt om via de Dijkwachtenmeldingen App de locaties en bevindingen door te geven en; - De porotofoon wordt altijd door het Dijkwachtteam gebruikt voor de communicatie met de meldkamer. De procedure voor het aan en afmelden of te wel de communicatie tussen de Dijkwachten en de meldkamer gaat als volgt: Nog nader uitwerken: - procedure aan en afmelden van de Dijkwachten op basis van unieke code of teamnaam. Indien sprake is van een verhoogde afvoer maas > 1500 m3/s zal er worden opgeschaald naar coördinatiefase 2 en is er sprake van centrale aansturing door de Operationeel Leider (OL)

148 Crisisorganisatie in coördinatiefase 2. L WACC Waterschap ActieCentrum CrisisCommunicatie Analyse en advies Pers en publiek Adviseur WOT/WBT omgevingsanalist P&P communicatie Webredacteur OL WOT Waterschap Operationeel Team ACW WSL (multi ROT) Adviseur crisisbeheersing Advies crisisbeheersing procesbewaking Planning en registratie Hydrologie Coördinatiefase 2 L WCC Waterschap Coördinatie Centrum Waterkwaliteit/ecologie Zuiveren Waterkeringen Handhaven Juridisch BHV Coördinatiefase 1 L WRT Regio Noord Waterschap ResponsTeam L OVD Water WSL (multi Copi) Calamiteitenloods Horst Steunpunt Horst Steunpunt Weert Planning en registratie Logistiek L WRT Regio Zuid Waterschap ResponsTeam OVD Water WSL (multi Copi) Specialisten Regiomedewerkers dijkwachtorganisatie Aannemers Calamiteitenloods Sittard Steunpunt Sittard Regulier WWD WSL Regio Noord Waterwachtdienst WWD WSL Regio Zuid Waterwachtdienst Achterwacht Noord 1 en 2 en Zuid 1 en 2 Waterschap Operationeel Team (WOT) Het WOT coördineert alle activiteiten op tactisch niveau. De Operationeel Leider bepaalt de wijze waarop aan het tactisch niveau invulling wordt gegeven. Door deze vrijheid in het inrichten van de organisatie op tactisch niveau ontstaat een flexibele structuur die de organisatie in omvang kan aanpassen aan de behoefte. De activiteiten van het tactische niveau richten zich op: - het effectgebied - de ondersteuning aan het WRT - de voorbereiding op strategische keuzes - (een bijdrage aan) het samenstellen/beheren van de informatie en het gedeeld waterbeeld - informeren van de omgeving In een hoog water Maas situatie zal het WOT ondersteund worden door een tweetal actiecentrums zijnde een Waterschap Coördinatie Centrum (WCC) en een Actiecentrum Crisis-Communicatie (WACC)

149 Waterschap Coördinatie Centrum (WCC) De functie van dit team bestaat uit 2 hoofdtaken: 1. Coördineren van de bestrijding op basis van acties en afspraken uit de bestrijdingsplannen 2. Scenario-denken en adviseren van het WOT Met betrekking tot punt 1 heeft het team de vaardigheden in huis om de operationele (informatie)systemen waaronder het geautomatiseerd draaiboek te gebruiken om de calamiteit te kunnen coördineren op basis van acties en afspraken uit het operationeel deel van dit bestrijdingsplan. Ten aanzien van punt 2 is in dit team de benodigde specialistische kennis samengebracht om tot integrale afstemming en voorstellen te komen m.b.t. de ontwikkeling van een hoog Water Maas calamiteit. Hierbij richt het zich primair op het scenario-denken om van daaruit advies te geven op basis van vergelijkingen van de verschillende oplossingsrichtingen voor de diverse scenario s. Waterschap Actiecentrum Crisis Communicatie (WACC) Er zijn veel mensen nodig om diverse doelgroepen zoals bestuurders, getroffenen, betrokkenen, algemeen publiek en media op het juiste moment met de juiste middelen van de juiste informatie te voorzien. De uitvoerende werkzaamheden zijn daartoe ondergebracht in het WACC. Kern van de werkzaamheden is het gedurende de crisis realiseren van de drie doelstellingen van crisiscommunicatie: - betekenisgeving - handelingsperspectief/schadebeperking - informatievoorziening De invulling van dit Actiecentrum is nader beschreven in het Crisiscommunicatieplan Waterschap Limburg dat onderdeel is van het Crisisplan Waterschap Limburg. Indien er bestuurlijke keuzes gewenst zijn zal er altijd worden opgeschaald naar coördinatiefase 3 en is het Waterschaps-beleids Team (WBT) het hoogste uitvoerende orgaan

150 Uitbreiding Crisisorganisatie in coördinatiefase 3. Leden dagelijks bestuur VZT WBT Waterschap BeleidsTeam Liaison WSL (multi RBT) Secretaris -Directeur Adviseur communicatie Adviseur crisisbeheersing Operationeel leider Waterschap Beleidsteam (WBT) Het WBT is het platform waarbinnen de voorzitter (of zijn plaatsvervanger) invulling geeft aan de besluitvorming, beleidsbepaling en beleidscoördinatie op strategisch niveau. Hij wordt daarin gesteund door een aantal vaste beleidsadviseurs. Daarnaast kunnen naar behoefte ook andere beleidsadviseurs aanschuiven. Het is aan de voorzitter te bepalen of en welke van de beleidsadviseurs hierbij aanwezig moet zijn. Mandaten De operationeel leider heeft het mandaat om daar waar nodig af te wijken van de voorgestelde aanpak in dit bestrijdingsplan Hoog Water Maas zolang er gehandeld wordt binnen bestaand beleid. Indien zich situaties voordoen die niet binnen bestaande beleidskaders opgelost kunnen worden ligt de besluitvorming bij het beleidsteam

151 Coördinerende structuren Waterschap versus Algemene Kolom De structuur van de crisisorganisatie van het waterschap zal, in elk geval vanaf coördinatiefase 2, aansluiting zoeken bij de structuren van de algemene kolom (hulpdiensten en gemeenten) en overige partners. Bij een GRIP 1 (incident met enkel lokale effecten) is het mogelijk dat via een Commando Plaats Incident (COPI) het waterschap wordt betrokken bij de bestrijding van dit incident. Of in voorkomend geval dit incident moet leiden tot een opschaling voor het waterschap bepaalt de medewerker ter plaatse aan de hand van de criteria voor een calamiteit. (instructie COPI) Coördinatiefase 3 grip 3 RBT Liaison WSL (multi) WBT Waterschap BeleidsTeam Coördinatiefase 2 grip 2 ROT Liaison WSL (multi) WOT Waterschap Operationeel Team WACC Waterschap ActieCentrum CrisisCommunicatie WCC Waterschap Coördinatie Centrum Coördinatiefase 1 grip 1 Copi Liaison WSL (multi) WRT Regio Noord Waterschap ResponsTeam WRT/Regio Zuid Waterschap ResponsTeam Liaisons De liaisons zorgen voor de externe afstemming ten behoeve van de tactische en strategische bestrijding met andere organisaties zowel gemeentelijk als in de regionale teams (ROT, RBT)

152 3. Beleidsregels waterkeringen Resultaten toets op de waterkeringen Status waterkering en beschermingsniveau Het beschermingsniveau in Limburg is vastgesteld op een overschrijdingskans van 1/250 (Waterwet). Tot medio 2024 kent ons beheersgebied door verschillende oorzaken ook nog dijken met een afwijkend veiligheidsniveau van > 1/50 en < 1/250. (zie bijlage II) Beschermingsniveau Afvoer St. Pieter (m3/s) 1/ / / / / De toets resultaten van de primaire waterkeringen geven inzicht in de status van de waterkering qua sterkte en de kans op het optreden van faalmechanismen. De gegevens hiervan zijn verwerkt in spreadsheets en kunnen worden geraadpleegd in een Gis-viewer (zie hoofdstuk ). Deze informatie wordt gebruikt als basis voor de inspecties bij hoog water en het plannen en adviseren in het nemen van eventuele noodmaatregelen. Het waterschap Limburg heeft de verplichting om de vastgestelde leggerhoogtes van de waterkeringen in stand te houden. Met ingang van wijzigen de uitgangspunten qua normering en toetsing van de waterkeringen. Voor WsL is men gestart met het opstellen van een nieuw Beheerplan Waterkeringen. Hierin zullen nieuwe beleidskaders worden gesteld die daarna overgenomen worden in dit calamiteitenbestrijdingsplan

153 4. Scenario s Hoogwater Maas Bij het optreden van hoogwater op de Maas zijn om diverse redenen al lang voor het bereiken van de maatgevende rivierafvoer 1/250 aanvullende preventieve maatregelen nodig om de waterkerende functie adequaat te kunnen vervullen. Deze maatregelen zijn als acties opgenomen in ons Geautomatiseerde Draaiboek Hoog Water Maas (GDHWM). Voor al deze preventieve maatregelen is in het GDHWM aangegeven wat het sluitpeil is en bij welke afvoer en peil van het bovenstrooms gelegen meetpunt de actie gereed dient te zijn. Op basis van de doorlooptijd van een standaardgolf is een tijdstip gekoppeld aan het bereiken van deze waterstand. Door van dit tijdstip de benodigde logistieke actietijd af te trekken wordt de theoretische starttijd van de actie bepaald. Dit proces is een continue actie van het WRT en WCC om op basis van de actuele waterstanden, de afgegeven prognoses en doorlooptijden aan te geven welke acties afgeroepen worden om in voorbereiding en uitvoering te gaan. Voor iedere actie geldt dus dat ze stapsgewijs worden opgestart en dat ze voorbereid en geoefend volgens vaste procedures en werkinstructies worden uitgevoerd en achteraf weer worden verwijderd. Deze preventieve maatregelen zijn: Bedienen afsluiters Installeren/activeren pompen Dichtzetten coupures Opbouwen demontabele keringen Uitvoeren noodplannen Inspectie Dijkwachtorganisatie Door het toenemen van de afvoer en de daarbij optredende waterstanden kunnen toch problemen optreden die het draaiboek te buiten gaan. Op basis van gebiedservaring, beheers informatie en actuele waarnemingen kan globaal een verwachting worden gemaakt van wat er waar kan gebeuren. Maar onaangename verrassingen zijn nooit uitgesloten. De ontwikkelende omstandigheden zullen in toenemende mate een beroep doen op de beschikbaarheid en analyse van informatie, de flexibiliteit om vlot de juiste beslissingen te nemen en de capaciteit om onder vaak moeilijke omstandigheden noodmaatregelen uit te voeren. En dat in situaties die weliswaar ten dele voorspelbaar zijn en voorbereid kunnen worden, maar uiteindelijk in grote mate gedicteerd worden door actuele omstandigheden. Op hoofdlijnen onderscheiden we een viertal rampscenario s. Falen opbouw hoogwaterbeveiliging Tijdens en na het uitrollen van de preventieve maatregelen worden deze gericht geïnspecteerd en gecontroleerd op juiste werking en eventuele storingen. Bij langere inzet is het tevens noodzakelijk onderhoud uit te voeren en pompen en aggregaten periodiek van smering en brandstof te voorzien. Bij wanden en coupures kan het nodig zijn extra zandzakken (bij) te plaatsen. Controle vindt hoofdzakelijk plaats tijdens de inspectieronden van de Dijkwachten, maar ook andere medewerkers van het waterschap, hulpverleners en omwonenden zijn alert en kunnen (storings) meldingen doen. Ook kan het voorkomen dat op locaties waar preventieve maatregelen zijn genomen deze teniet zijn gedaan door vandalisme of diefstal. Maar het kan ook al mis gaan bij de uitvoering van de preventieve maatregelen zoals het niet functioneren van terugslagkleppen en afsluiters waardoor er sprake is van instroom van Maas water binnen de dijkring. Het niet tijdig kunnen dichtzetten van Coupures of demontabele keerwanden, het niet tijdig realiseren van noodplannen e.d. Dit kan allemaal leiden tot het instromen van Maas water binnen de dijkring

154 Alle meldingen hier over worden verzameld in het WCC van waaruit de vervolgacties worden gecoördineerd en/of werkteams worden ingezet. In het geautomatiseerd draaiboek is met het bepalen van het sluitpeil (start actie) rekening gehouden met de kans op falen zodat tijdig gestart wordt met nog eventueel voldoende responstijd voor noodmaatregelen. Ook zijn er voor diverse varianten noodmaatregelen instructiekaarten opgesteld. (zie bijlage..) Overstroming Een waterkering dreigt te overstromen wanneer de aankomende hoogwatergolf plus eventuele opwaaiing en golfoploop hoger is dan de kruinhoogte van de dijk. De aanwezige kruinhoogte van de waterkering is beleidsmatig bekend en waar deze bij toets aan de MHW onvoldoende is, zijn preventieve maatregelen voorbereid om het tekort aan kruinhoogte te ondervangen. Echter door weersomstandigheden, verzakkingen of andere onvoorziene omstandigheden kan de werkelijke kruinhoogte onvoldoende blijken om de actuele of verwachte waterstand volledig te keren. Vaak zal dit in de waaksfeer liggen, met als gevolg geringe overloop of golfoverslag die echter kan leiden tot grotere vervolgproblemen als verweking, uitspoeling, verminderde stabiliteit en mogelijk zelfs uiteindelijk een doorbraak. Het is daarom belangrijk dergelijke situaties vroegtijdig te onderkennen en noodmaatregelen te treffen. Omdat de hoge waterstand van tevoren wordt voorspeld, is er (afhankelijk van de looptijd van de hoogwatergolf) meestal tijd om nog maatregelen te nemen. Bij een standaard golf is de tijd tussen 1000 m3 st. Pieter en 2000 m3 24 uur en weer 22 uur later 2500 m3. Met behulp van de Hoogwatercheck kan een indicatie worden gekregen van de omvang en snelheid van een eventuele dreigende overstroming. Bij een dreigende overstroming zullen in het Regionaal Beleidsteam beslissingen worden genomen rondom evacuatie en/of andere noodzakelijke maatregelen. Er zijn echter bij een dreigende overstroming ook specifieke vraagstukken voor het waterschap van belang. In het WCC wordt in overleg met de adviesgroep hydrologie en de specialist waterkeringen een inschatting gemaakt van het te verwachten tijdstip en de waarschijnlijke locatie van overstromen.. Afhankelijk van de urgentie en benodigde responstijd wordt gelijktijdig een advies opgesteld over eventuele noodmaatregelen en bijbehorende effecten en consequenties. De OL legt het advies voor aan het beleidsteam. De voorzitter van het beleidsteam neemt een beslissing of en de wijze waarop het RBT wordt geïnformeerd. Tevens neemt de voorzitter van het beleidsteam beslissingen inzake de prioritering en omvang van de uit te voeren noodmaatregelen. Noodmaatregelen bij onvoldoende hoogte van de waterkering zijn bijvoorbeeld: - Plaatsen van zandzakken - Plaatsen van big bags of defencell systeem - Aanbrengen van strobalen al of niet in een folie - Aanbrengen van grond (zand of bij voorkeur klei) in een folie - Technische oplossingen, zoals gebruik maken van het watergate systeem, box barriërs, slamdam, flexibele nooddijken, wegbarriërs (betonnen of stalen vangrails) e.d. Voor de toepassingsmogelijkheden van noodmaatregelen wordt verwezen naar de instructiekaarten noodmaatregelen en de overzichtslijst beschikbare hulpmiddelen in voorraad bij het WSL. En een overzicht lijst van beschikbare hulpmiddelen van derden met bijbehorende afspraken

155 Dijkdoorbraak Een doorbraak is het gevolg van het falen van een of meerdere functionele onderdelen van de waterkering door in werking getreden faalmechanismen. Wanneer een kering doorbreekt ontstaat er een bres als gevolg van snelle instroom van water op dit punt. Het gebied erachter zal naar verwachting snel volstromen gezien de omvang van de dijkringen. De uiteindelijke snelheid waarmee het gebied overstroomt en de omvang (oppervlakte, waterdiepte) is afhankelijk van de duur en het waterstandverloop van het hoogwater en eventuele maatregelen die getroffen worden (dichten van bressen, nooddijken en tijdelijk kering). Voorafgaand. Tijdens een hoogwatergolf worden periodiek hoogwaterinspecties uitgevoerd door de Dijkwachtorganisatie. Vroegtijdig inzicht in de potentiële faalmechanismen van de waterkering maakt het mogelijk gericht te inspecteren en waar nodig maatregelen te treffen. Toegang tot deze beheers informatie en directe koppeling ervan met actuele waarnemingen is in een hoogwatersituatie essentieel om voorkomende situaties snel te analyseren en adequaat beslissingen te kunnen nemen. Waar verschillende faalmechanismen eerder nog apart konden worden onderscheiden en bestreden, kunnen overloop, erosie en piping uiteindelijk leiden tot het calamiteitenscenario van een dreigende doorbraak of zelfs een daadwerkelijke doorbraak. Ondanks een voorwaarschuwing van een dreigende overstroming of doorbraak, kan de uiteindelijke doorbraak toch op een onverwacht tijdstip of locatie komen en is er weinig of geen tijd om te reageren. De gevolgen kunnen ernstig zijn en als niet tijdig tot evacuatie is overgegaan kan er sprake zijn van een levensbedreigende situatie. Bij een doorbraak worden de dijkwachten, personeel en hulpverleners geïnstrueerd het gebied te verlaten, voor zover dat nog niet gebeurd was. Inspectie zal deels worden overgenomen bijvoorbeeld door helikopter en / of inzet van F16-vluchten van Defensie. Afhankelijk van de aard en omvang kan een extra inspectie worden gedaan om te controleren of de calamiteit zich buiten het direct getroffen gebied verder kan uitbreiden. Via de interne berichtgeving wordt de gehele organisatie ingelicht van de doorbraak en zal men ook elders alert zijn op eventuele (dreigende) doorbraken. Het is niet realistisch te veronderstellen dat een bres die eenmaal gevormd is binnen afzienbare tijd kan worden gedicht. Op het moment en op de locatie zelf is geen personeel en materieel voorhanden, de algehele bereikbaarheid is naar verwachting slecht en door de hoge stroomsnelheid zijn pogingen de bres te dichten op voorhand vruchteloos. Pas als de stroomsnelheid afneemt zullen maatregelen veilig uitvoerbaar zijn, maar dan is de inundatie een feit. Op basis van geografische informatie, weersverwachting en de gemeten waterstanden of mogelijk op basis van geprepareerde inundatiekaarten, kan een prognose worden gemaakt van de omvang en diepte van de inundatie. Na de doorbraak moet in het rampgebied rekening worden gehouden met de volgende omstandigheden: - In het gebied kunnen overlevenden, slachtoffers en verdronken vee aanwezig zijn, - Het gebied is mogelijk slecht toegankelijk wegens ondergelopen en beschadigde wegen, - Schade en instortingsgevaar van gebouwen en andere objecten; - Afwezigheid van nutsvoorzieningen; - In toenemende mate milieu hygiënische en gezondheidsrisico s door lekkage van olie, benzine, riolering, rotting, stankoverlast etc. - Sociale en maatschappelijke ontwrichting. Nazorg na een overstroming / doorbraak Na extreme hoogwaterstanden en zeker na een daadwerkelijke overstroming / doorbraak, werken de gevolgen voor werkzaamheden van de calamiteitenorganisatie nog geruime tijd door. Behalve het waterschap zijn ook andere partijen in het gebied actief, elk met hun eigen taken en

156 verantwoordelijkheden. Voordat afgeschaald wordt moet de schade worden geïnventariseerd en moet het gebied veilig en watervrij worden gemaakt. Om de waterkeringen weer veilig te maken worden maatregelen voorbereid en uitgevoerd. Hiervoor is intensieve afstemming en coördinatie met alle betrokken partijen noodzakelijk. Watervrij maken van het overstroomd gebied Als de situatie stabiel is kan er begonnen worden met het herstellen van het gebied. De eerste stap hierin is het watervrij maken van het gebied. Dit bestaat uit de volgende activiteiten: Inventariseren situatie en capaciteit bepalen. - Lokaliseren bressen / doorsteken - Bepalen van de stroomsnelheid, de omvang van het ondergelopen gebied en waterhoogtes. - Capaciteit bepalen aanwezige gemalen, bijvoorbeeld de rioolgemalen van de gemeenten. (in overleg met de gemeenten en WBL) - Pompcapaciteit bepalen - Bepalen beschikbare capaciteit aan noodpompen in en buiten het gebeid - Inventariseren capaciteit van waterafvoer onder vrij verval Organiseren noodbeheer en gemalen - Waarborgen continuïteit van het beheer van de gemalen en pompen - Activeren noodpompen en gemalen - Lokale voorzieningen treffen voor het operationeel maken van noodpompen - Verdelen noodpompen over het gebied / prioriteren van gebieden (ook afhankelijk van behoefte vanuit de veiligheidsregio) - Plaatsen en operationaliseren noodpompen Herstellen van waterkeringen Het waterschap kan starten met de herstelwerkzaamheden zodra het gebied / dijkring weer watervrij is. Het team Waterkeringen stelt een plan van aanpak op en er wordt op korte termijn gestart met de herstelwerkzaamheden. De dijkring moet te allen tijde gesloten zijn voor een nieuw hoogwater met een definitieve of een noodkering. Alle uit te voeren werkzaamheden worden gecommuniceerd met de veiligheidsregio. Poldereffecten (kwelwater) Als gevolg van een langdurig (meerdere weken) aanhoudend hoogwater van de Maas met waterstanden tot net onder de maatgevende kruinhoogte kunnen problemen ontstaan met kwelwater. De aanvoer kan dusdanig zijn dat er sprake is van onvoldoende pompcapaciteit of er treedt kwel op bij onbekende en daardoor onvoorziene locaties. De situatie kan leiden tot wateroverlast en schade aan zowel exterieur en interieur van gebouwen en eventuele vitale infrastructuur raakt buiten gebruik. Ook hier zullen de ontwikkelende omstandigheden in toenemende mate een beroep doen op de beschikbaarheid en analyse van informatie om de juiste beslissingen te kunnen nemen. Ook de beschikbaarheid van extra pompcapaciteit is in deze situatie allerminst geborgd, er van uit gaande dat alle eigen middelen al zijn ingezet. De preparatie is gericht op het: - Organiseren van extra pompcapaciteit via meerdere noodpompen. - Waarborgen continuïteit van het beheer van de al geïnstalleerde pompen. - Lokale voorzieningen treffen voor het operationeel maken van noodpompen - Verdelen noodpompen over het gebied / prioriteren van gebieden (ook afhankelijk van behoefte vanuit de veiligheidsregio) - Plaatsen en operationaliseren noodpompen

157 5. Melding en Alarmeringen Referentiepunt waterstanden Door de uitvoering van Maaswerken (Rijkswaterstaat) verandert het waterverloop bij Borgharen en kan dit meetpunt niet meer fungeren als referentiepunt. Bij Maastricht St. Pieter, circa 5 km bovenstrooms van Borgharen-dorp, staat een akoestische debietmeter (ADM). Op basis van de daarmee gemeten afvoer en een afvoerverwachting op dit meetpunt geeft Rijkswaterstaat de voorspellingen af voor de gehele Maas. De afvoermeting St. Pieter is niet gevoelig voor de werkzaamheden in het kader van Maaswerken. Totdat de werkzaamheden bij Borgharen zijn afgerond (rond 2024), blijft St. Pieter de basis voor de hoogwatervoorspelling. Looptijden van de hoogwatergolf Bij het ontstaan van een hoogwater zijn er - gezien in de tijd - twee belangrijke factoren. Namelijk de groeisnelheid van de golf, b.v. de tijd welke nodig is om van 1000 m³/sec te St. Pieter naar 1250 m³/s te komen. Een andere factor is de loopsnelheid van de golf: de tijd die de golf er over doet om (een gedeelte van) het beheersgebied van het waterschap te bereiken. In het draaiboek is gebruik gemaakt van een theoretische Golf die behoort bij een scenario 1/250 of te wel een golf tot 3400 m3/s. Hierin is de theoretische starttijd van de actie aangegeven waarbij T0 de melding van 1000 m3 bij St. Pieter is. De starttijd dient tijdens een hoog water geverifieerd of opnieuw bepaalt te worden gerelateerd aan de prognoses van de afvoergolf. De monitoringswacht en later de hydroloog in het WRT en/of WCC is hierin adviserend. Bij een afvoer van 1000 m³/sec te St. Pieter start de formele berichtgeving in het kader van hoogwater Maas door Rijkswaterstaat Limburg met een attenderings bericht over afvoer Maas 1000 m³/sec. Door deze melding wordt het opschalingsproces van de crisisorganisatie WSL opgestart en is de volgende procedure afgesproken. Regulier werk Attenderingsbericht van 1000 m3/s via meldpunt water (RWS) naar de waterwacht Waterwacht Noord en Zuid ontvangen deze melding, zij verifiëren bij de monitoringswacht van het waterschap welke prognose door Rijkswaterstaat is afgegeven en maken een inschatting van de looptijd van de voorspelde golf in het beheersgebied van WSL. Prognose < 1250 m3/s Op basis van deze prognose start de waterwacht met zijn acties volgens de procedure uit het waterwachtboek. (=regulier werk) Prognose > 1250 en < 1500 m3/s Vooruitlopend op de formele voorwaarschuwing van 1250 m3 wordt door de Wachtdienstorganisatie het draaiboek actief gemaakt en worden alle acties volgens dit Geautomatiseerd Draaiboek Hoogwater Maas (GDHWM) uitgevoerd conform planning en zij roepen de hiervoor benodigde functionarissen en teams op. (=regulier werk)

158 Coördinatiefase 1 Voorwaarschuwing van 1250 m3/s via meldpunt water (RWS) naar de waterwacht Afvoer = 1250 m3/s en prognose stijgend >1500 m3/s Waterwacht Noord en Zuid ontvangen deze melding en informeren de leiders WRT Noord en Zuid, de leider WRT Zuid informeert de OL, de communicatieadviseur en de adviseur crisisbeheersing. De leiders WRT Noord en Zuid voeren alle acties volgens het Geautomatiseerd Draaiboek Hoogwater Maas (GDHWM) uit conform planning en zij roepen de hiervoor benodigde functionarissen en teams op. De monitoringswacht en/of hydroloog in het WRT bewaakt de afgegeven prognoses van Rijkswaterstaat. Indien de tendens stijgend is met prognose > 1500 m3/s wordt de OL opgeroepen. De OL belegt een OT vergadering over verdere opschaling en inzet Dijkwachtorganisatie. Indien op basis van de prognose de afvoer beperkt blijft tot maximum 1750 m3/s dan blijft coördinatiefase 1 van kracht en wordt alleen voor Regio Noord de Dijkwachtorganisatie opgeroepen, in Regio Zuid worden eventuele inspecties door de eigen inspecteurs gedaan. Indien de prognose > 1750 m3/s wordt de Dijkwachtorganisatie voor WSL in zijn geheel opgestart. Coördinatiefase 2 Alarmering 1500 m3/s naar de waterwacht via meldpunt water. De waterwacht neemt contact op met de OL, deze verifieerd bij de monitoringswacht de door Rijkswaterstaat afgegeven prognose. Indien de tendens stijgend is boven de 1750 m3/s wordt opgeschaald naar fase 2 van de crisisorganisatie. De Dijkwachtorganisatie Regio Zuid wordt in deze fase ook opgestart. Coördinatiefase 3 Prognose afvoer > 2500 m3/s De OL neemt contact op met de voorzitter van het WBT over het voornemen om op te schalen naar coördinatiefase 3 op basis van de prognose over de afvoer of op basis van vraagstukken die voor besluitvorming aan het WBT zijn. Oproepen functionarissen en teams uit de crisisorganisatie Vanuit het reguliere werkproces is de waterwachtambtenaar verantwoordelijk voor het informeren en oproepen van functionarissen en teams uit de crisisorganisatie. Het voor waarschuwen gebeurt via sms-alerts vanuit (nog nader aan te duiden systeem, bv crisisconnect of system WPM). Het daadwerkelijk oproepen is de verantwoordelijkheid van de leiding behorende bij het opgeschaalde coördinatieniveau en gebeurt altijd telefonisch. Het informeren, op de hoogte houden van de gehele (crisis)organisatie WSL is de verantwoordelijkheid van de communicatieadviseur. Opschaling en werktijden Op basis van de afvoer worden de acties afgeroepen en de bemensing hierop aangepast. Het streven is om de uitvoering in coördinatiefase 1 te starten in de vroege ochtend om te voorkomen dat teams na een reguliere werkdag s nachts nog moeten beginnen aan de uitvoeringsacties. Indien dit niet te voorkomen is dan moet de nachtploeg zo vroeg mogelijk afgewisseld worden door de dagploeg en dient met het opstellen van de roosters het werktijdenbesluit nageleefd te worden

159 In coördinatiefase 1 tot 1500 m3/s kan in principe worden volstaan met een dagploeg volgens de reguliere werktijden met incidenteel overwerk. In coördinatiefase 1 tot 1750 m3/s wordt gebruik gemaakt van 2 ploegendienst bestaande uit een dagdienst van uur tot uur en avonddienst van uur tot uur voor de gehele crisisorganisatie met de mogelijkheid voor een beperkte nachtdienst in het veld voor de bewaking en controle van uitstaand materieel. Dit kan in coördinatiefase 2 worden doorgezet tot 2000 m3/s. In coördinatiefase 2 vanaf 2000 m3/s met stijgende tendens is sprake van een 24 uur bezetting met gebruik van een 3 ploegendienst volgens het rooster dagdienst van uur tot uur; avonddienst van uur tot uur en nachtdienst van uur tot uur. Er dient tijdig, d.w.z. bij de aanvang van coördinatiefase 1 > 1500 m3/s een rooster opgesteld te worden voor invulling van de ploegendiensten en indien er sprake is van een planning van meer dan 5 werkdagen dient er tijdig een vervangingsrooster opgesteld te worden

160 6. Informatiemanagement Volgens de visie crisisbeheersing van Waterschap Limburg is een belangrijk speerpunt de invoering van Net Centrisch Werken (NCW) binnen de crisisorganisatie. Dit is een werkwijze die tot doel heeft om continu te kunnen beschikken over een actueel, gedeeld beeld van de situatie. Dit principe van informatiegestuurd werken kan het proces van leiding & coördinatie bij de crisisbeheersing en rampenbestrijding meer snelheid, daadkracht en doelgerichtheid geven. Hierop moet de informatieinhoud van het beeld ook zijn toegesneden, dit vereist voortdurende interactie tussen de processen informatiemanagement en leiding & coördinatie. Uitgangspunten. Het komen tot een actueel, gedeeld totaalbeeld vereist van alle betrokkenen een gerichtheid op het snel en breed delen van beschikbare informatie. Actualiteit van het beeld kan alleen worden bereikt door informatie vroegtijdig en dicht bij de bron in te voeren en bij te houden. Zelfs als er nog onzekerheden in de informatie zitten, is het van belang om dit expliciet te vermelden, het delen van deze informatie kan dan juist bijdragen aan een snelle validatie ervan. De inhoudelijk deskundigen en degenen die dicht bij de bron zitten zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de informatie terwijl het informatiemanagement verantwoordelijk is voor het delen en laten stromen van informatie. De gewenste informatie is altijd opgebouwd uit een beschrijvend deel (tekst) en een visueel deel (beeld bestaande uit kaartjes, foto s, filmpjes, etc). Deze werkwijze wordt ondersteund door één of meerdere systemen die volgens het proces informatiemanagement zijn ingericht om in de juiste informatiebehoefte te kunnen voorzien. Voor het managen van dit proces zijn in de crisisorganisatie belangrijke rollen weggelegd voor de informatiecoördinator (ICO) en de informatieverwerker die nauw samenwerken met de inhoudsverantwoordelijken. In onderstaand schema / beschrijving de producten per niveau van de crisisorganisatie die via informatiemanagement opgeleverd moeten worden om te komen tot een actueel, gedeeld totaalbeeld. WRT-niveau De WRT s coördineren alle uitvoerende activiteiten in de regio s Noord en Zuid, onder aansturing van de leider WRT. Voor het informatie management wordt hij bijgestaan door één informatiecoördinator en één informatieverwerker in de zin van een Gis-specialist. Informatie over de voortgang van de uitvoering standaard acties en maatregelen is te raadplegen via het dashboard Calamiteiten op intranet dat een koppeling heeft met het GDHWM. De medewerkers planning en registratie zijn verantwoordelijk voor het bijhouden van de status van de acties uit het draaiboek. Het dashboard is intern door iedereen te raadplegen en wordt per 5 minuten geüpdatet. Informatie over de meldingen Dijkwachtorganisatie is te raadplegen via Arcgis-online. (classificatie van de meldingen en het inrichten van de BackOffice met een eventueel gekoppeld dashboard is nog in ontwikkeling. De coördinator Dijkwachten en de informatieverwerker zijn verantwoordelijk voor het registreren en duiden van de meldingen. Storingsmeldingen m.b.t. de preventief uitgevoerde acties worden verwerkt in nog nader te bepalen. WOT-niveau Het WOT coördineert alle activiteiten op tactisch niveau. De Operationeel Leider bepaalt de wijze waarop aan het tactisch niveau invulling wordt gegeven. Voor het informatie management wordt hij bijgestaan door twee informatiecoördinatoren en twee informatieverwerkers in de zin van Gisspecialisten verdeeld over het WCC en WOT/WACC

161 De beelden en producten die dit team moet opleveren zijn: - Omgevingsbeeld, een selectie van relevante informatie uit de meldingen via Social media, uit het reguliere meldingenproces m.b.t. de calamiteit, berichtgeving uit de pers. - Prognose / scenario, het effect van de calamiteit op langere termijn (> 24 uur) - Totaalbeeld van de actualiteit op basis van de input uit het WRT en bovenstaande items. WBT-niveau Het WBT is het platform waarbinnen de voorzitter (of zijn plaatsvervanger) invulling geeft aan de besluitvorming, beleidsbepaling en beleidscoördinatie op strategisch niveau. Op dit niveau worden dus besluiten genomen op strategisch niveau, bij het bepalen van nieuw beleid en besluiten in dilemma s. Informatiemanagement is hierin cruciaal en vraagt continu afstemming met betrokkenen om de juiste balans te vinden

162 Deel B Operationeel Deel

163 7. Operationele documenten Dit deel is opgebouwd uit meerdere documenten die afhankelijk van de coördinatie fase geraadpleegd moeten worden. In het kader van eenduidig versiebeheer is het de bedoeling dat alle actuele documenten voor WSL te raadplegen zijn via SharePoint. In dit hoofdstuk wordt per document de link met SharePoint aangegeven. Echter dit is pas vanaf januari 2017 operationeel. Tot die tijd is afgesproken dat alle actuele documenten die onderdeel zijn van dit bestrijdingsplan te raadplegen zijn via intranet in de huidige WRO en WPM omgeving en via de App CrisisConnect

164

165 Bijlage 3.4 van Crisisplan Waterschap Limburg CBP Droogte Waterschap Limburg

166 Titel Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg Datum 13 mei 2016 Versie 0.2 Status Concept Corsanummer Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg schriftelijk Vrijgave Dit document is tot stand gekomen onder verantwoordelijkheid van J.M.A. Teensma in samenwerking met: Naam Functie Rol Marco de Redelijkheid Ecoloog/hydroloog adviseur John Tobben Beleidsadviseur adviseur Dit document is vrijgegeven door Eric de Wit d.d

167 Inhoud Inhoud... 2 Inleiding... 3 Uitgangspunten... 4 Leeswijzer Taken crisispartners informatie-uitwisseling en afstemming Leiding en coördinatie... 9 Structuur coördinatiefase 2 WsL... 9 Structuur coördinatiefase 3 WsL Coördinerende structuren Waterschap versus Algemene Kolom Beleidsregels droogte Scenario s Droogte en maatregelen...14 Scenario calamiteit Droogte...14 Scenario Verstoring evenwicht Melding, Alarmeringen en opschaling...15 Regulier werk Melding Opschaling Informatiemanagement...17 Voorlichting Informatievoorziening Operationele documenten

168 Inleiding Doel Het calamiteitenbestrijdingsplan Droogte richt zich op calamiteiten met betrekking tot droogte in het watersysteem binnen het beheersgebied van Waterschap Limburg. In het calamiteitenplan staan de risico s beschreven ten aanzien van de taakstelling van het waterschap. Het bestrijdingsplan droogte voorziet in de voorbereiding op die calamiteiten waarvan de risico s dusdanig worden ingeschat dat deze dienen te worden gereduceerd. Door het nemen van de juiste maatregelen wordt geprobeerd de gevolgen te beperken en de situatie beheersbaar te houden. Mogelijke calamiteiten/scenario s Droogte Droogte als gevolg van uitblijven neerslag. Verdroging van natuur en landschap. Gevolgen Schade aan natuur en milieu door droogvallen van beken en sloten. (kan een natuurlijk proces zijn). Gewasschade en lagere opbrengst als gevolg van droogte. Met dit plan wordt beoogd de bestrijding op het gebied van droogte te optimaliseren. Het bestrijdingsplan houdt rekening met de aanwezige belangen en maakt de bestuurlijke besluitvorming en operationele coördinatie inzichtelijk. Vooral de interne afstemming, informatie-uitwisseling en communicatie wordt beschreven. Dit draagt bij tot een beter inzicht in de opschaling, coördinatie, bestrijding en organisatie van in te zetten personeel en middelen bij een calamiteit als gevolg van droogte. Dit calamiteitenbestrijdingsplan maakt onderdeel uit van het calamiteitenplan. Het calamiteitenplan bevat de algemene informatie en algemene kaders en uitgangspunten voor het optreden van het waterschap bij een calamiteit. In dit bestrijdingsplan is hiervan gebruik gemaakt en nader ingevuld. Dit bestrijdingsplan bevat de kaders waarbinnen we opereren bij droogte, maar een bestrijdingsplan zoals dit is geen strikt na te volgen stappenplan, ruimte voor improvisatie is essentieel. Door middel van verslaglegging, waarbij feiten, ontwikkelingen, problemen en maatregelen zijn vastgelegd, wordt verantwoording afgelegd voor de werkwijze tijdens calamiteiten. Dit bestrijdingsplan geeft de spelregels voor de aanpak voor verschillende mogelijke scenario s en voor een aantal voorzienbare incidenten binnen die scenario s. Doelgroepen De doelgroepen in het calamiteitenbestrijdingsplan op het gebied van droogte zijn: - de bestuurders, zijnde lid van het beleidsteam van het waterschap - de leidinggevenden, zijnde lid van het operationeel team van het waterschap - uitvoerende van de crisisorganisatie van het waterschap - functionele derden waaronder overheidsorganen en diensten op afstand. Hieronder worden verstaan organisaties die uitvoerende taken aannemen onder verantwoordelijkheid van de bestuurders dan wel leidinggevenden als bovengenoemd

169 Uitgangspunten Afbakening Dit calamiteitenbestrijdingsplan is een mono disciplinair coördinatieplan op tactisch en operationeel niveau. Het geeft inzicht in de structuur van de crisisorganisatie van het waterschap en specificeert de raakvlakken tussen het waterschap en andere, bij dit calamiteitenbestrijdingsplan, betrokken partijen. Daar waar het calamiteitenbestrijdingsplan Droogte niet in voorziet, zijn de gebruikelijke afspraken vanuit het overkoepelende calamiteitenplan van toepassing. Beheergebied waterschap Limburg Het beheergebied van Waterschap Limburg is gelijk aan de provincie Limburg. Van Eijsden tot Mook is dit 150 km lang en tussen Roermond en Weert 35 km breed. Het beheergebied bestaat uit 33 gemeenten en er zijn twee Veiligheidsregio s. De dagelijkse uitvoering m.b.t. het onderhoud van de watersystemen wordt gecoördineerd vanuit de waterschap steunpunten in Horst, Nederweert en Sittard. In geval van droogte incidenten kunnen deze steunpunten een actieve rol spelen in de crisisbeheersing. Begripsbepaling Droogte Het bestrijdingsplan richt zich op calamiteiten met betrekking tot waterschaarste binnen het beheergebied van waterschap Limburg als gevolg van aanhoudende droogte. In deze situatie bestaat de kans dat watergangen te weinig water af- of doorvoeren of zelfs droog vallen in combinatie met dat het inlaten van water vanuit de Maas via de (peel)kanalen wordt beperkt of zelfs gestopt wat tot extreem weinig water en droogval zal leiden. Waterschaarste als gevolg van uitval van een inlaatwerk of milieuprobleem / calamiteit vallen niet binnen dit bestrijdingsplan. Fasering De coördinatiefasen uit het calamiteitenplan zijn normaal van toepassing. Crisisorganisatie Indien er sprake is van een calamiteit op het gebied van droogte wordt er altijd opgetreden vanuit de structuur van de crisisorganisatie WsL. Aanvullingen op de onderlinge relaties, samenstelling en werkwijze van de crisisorganisatie zijn nader beschreven in hoofdstuk 2 van dit calamiteitenbestrijdingsplan

170 Leeswijzer Deel A Tactisch Deel: Uitgangspunten en Richtlijnen Crisisorganisatie In hoofdstuk 1 wordt een overzicht gegeven van de partners in de crisisbeheersing die een rol (kunnen) spelen in de bestrijding van Droogte incidenten. In hoofdstuk 2 wordt aangegeven hoe de leiding en coördinatie is geregeld binnen WsL voor dit bestrijdingsplan. Qua beleid wordt in hoofdstuk 3 verteld hoe te handelen vanuit de taakstelling van het waterschap en hoofdstuk 4 beschrijft de scenario s die kunnen leiden tot droogte incidenten en welke maatregelen nodig zijn voor een efficiënte bestrijding en nazorg. Hoofdstuk 5 beschrijft welke meldingen en alarmeringen er zijn om dit bestrijdingsplan op te starten en te komen tot opschaling van de crisisorganisatie. Tot slot is in hoofdstuk 6 te lezen hoe het informatiemanagement rondom de calamiteit geregeld is. Deel B Operationeel Deel (niet openbaar) In dit deel (hoofdstuk 7) van het calamiteitenbestrijdingsplan wordt verwezen naar de te raadplegen documenten en informatiesystemen die gebruikt worden bij de uitvoering van dit plan. Bij de uitgifte en opslag van de hard-copy exemplaren voor de crisisorganisatie en netwerkpartners worden de sets inclusief alle bijlagen uitgereikt

171 Bestrijdingsplan Waterverontreiniging Deel A - Uitgangspunten en Richtlijnen voor de Crisisorganisatie

172 1. Taken crisispartners informatie-uitwisseling en afstemming Bij de bestrijding van calamiteiten op het gebied van waterverontreiniging, is samenwerking met partners in de hulpverlening essentieel. Onderstaand figuur geeft een overzicht van de partijen die in dit plan nader worden toegelicht en met wie afstemming plaats vindt. Partijen uit Algemene kolom die directe afstemming hebben met waterkolom Partijen uit Waterkolom die informatie uitwisselen en afstemmen binnen eigen kolom. Waterschap Limburg Veiligheidsregio s Rijkswaterstaat Zuid-Nederland WMCN Watermanagement Centrum Nederland Gemeenten Waterschappen en UvW Unie van Waterschappen Doelstelling van dit plan is onder meer om handvaten te geven in het duiden van de ernst van een situatie en het betrekken van de crisispartners voor: Informatie-uitwisseling o Vroegtijdige alarmering: alle betrokken partijen worden zo vroeg mogelijk geïnformeerd over de waterverontreiniging en het effectgebied; o Een gedeeld beeld van de (verwachte) situatie: alle betrokken partijen acteren vanuit dezelfde verwachte situatie. Afstemming over beheersmaatregelen en de effecten hiervan. Afstemming over pers- en publiekscommunicatie, zodat de communicatieboodschappen naar de media en het publiek consistent zijn. Regionaal Droogteoverleg (RDO) Nederland is ingedeeld in 5 regio s. Ons beheergebied valt binnen de regio Zuid-Oost Nederland. In het RDO hebben ambtelijk zitting de ingelegen waterschappen en (als voorzitter) Rijkswaterstaat. Het is een platform voor afstemming. Hun taak is o.a. informatie bundelen en deze over te brengen naar de LCW. Landelijk coördinatiecommissie waterverdeling (LCW) in het WMCN Is een commissie die advies uitbrengt aan directeur-generaal van Rijkswaterstaat of Minister van Infrastructuur en Milieu over verdeling van water in rivieren en rijkskanalen bij tekorten. Commissie heeft geen besluitvormende taak. Bij ernstige watertekorten kan worden opgeschaald naar het Management Team Watertekorten (MTW). Het MTW functioneert onder politieke verantwoordelijkheid van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Het overleg vindt plaats

173 onder leiding van Rijkswaterstaat en bestaat verder uit vertegenwoordigers van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, KNMI, IPO, Unie van Waterschappen en het DCC. Het MTW besluit over te nemen maatregelen ten aanzien waterverdeling op rijkswater. Unie van Waterschappen Is de vertegenwoordiger van alle waterschappen in de LCW. Verzorgt communicatie op nationaal niveau. Het totale overzicht van de netwerkpartners is te raadplegen via het Calamiteitenplan WsL en het informatiesysteem bestuurlijke netwerkkaarten en inzetkaarten WsL

174 2. Leiding en coördinatie Het waterschap maakt gebruik van de crisisorganisatie conform de structuur in het crisisplan. Een calamiteit droogte is zelden een acuut incident, het kondigt zich lang van te voren aan en het kan en zal ook lang door het reguliere proces worden gevolgd en afgehandeld. Een incident droogte met enkel optreden in coördinatiefase 1 zal zich niet snel voordoen. Daarom zal in geval van droogte en dreigend water tekort er altijd direct worden opgeschaald naar coördinatiefase 2 en is er sprake van centrale aansturing door de Operationeel Leider (OL). Structuur coördinatiefase 2 WsL L WACC Waterschap ActieCentrum CrisisCommunicatie ICO OL WOT Waterschap Operationeel Team ICO L WCC Waterschap Coördinatie Centrum ICO Adviseurs Ecologie / Hydrologie Toezicht en handhaving ACW WSL (multi ROT) Adviseur crisisbeheersing Coördinatiefase 2 L ACWBL Actiecentrum Waterschapsbedrijf Liaisons WBL Coördinatiefase 1 L WRT Waterschap ResponsTeam Liaison Copi ICO Specialisten waterkwaliteit Het WOT coördineert alle activiteiten op tactisch niveau. De Operationeel Leider bepaalt de wijze waarop aan het tactisch niveau invulling wordt gegeven. Zo kan het WOT ondersteund worden door een tweetal actiecentrums zijnde een Waterschap Coördinatie Centrum (WCC) en een Actiecentrum Crisis-Communicatie (WACC). In geval van Droogte ligt het voor de hand om een WOT samen te stellen bestaande uit: Operationeel leider, Adviseurs op het gebied van crisiscommunicatie en crisisbeheersing, Specialisten op het gebied van hydrologie (peilbeheer), ecologie en waterkwaliteit, Adviseurs op het gebied van handhaving / vergunningverlening Waterwacht en leider WRT.

175 Inzet Responsteam Indien er daadwerkelijk maatregelen uitgevoerd moeten worden zal er vanuit het WOT een beroep gedaan worden op één of meerdere WRT s via de waterwacht of leider WRT.. Steunpunten Horst/Nedeweert/Sittard Calamiteitenloodsen Horst / Sittard L WRT Waterschap ResponsTeam ICO Planning en registratie Logistiek liaison WsL (multi Copi) Regiomedewerkers Aannemers Regulier WWD WSL Waterwachtdienst Achterwacht Het WRT coördineert alle uitvoerende activiteiten in de betreffende regio onder aansturing van de leider WRT. Deze teams opereren vanuit de calamiteitenloodsen en/of steunpunten in Horst, Nederweert en Sittard. Mandaten De operationeel leider heeft het mandaat om daar waar nodig af te wijken van de voorgestelde aanpak in dit bestrijdingsplan Droogte zolang er gehandeld wordt binnen bestaand beleid. Indien zich situaties voordoen die niet binnen bestaande beleidskaders opgelost kunnen worden ligt de besluitvorming bij het beleidsteam. Indien er bestuurlijke keuzes gewenst zijn zal er altijd worden opgeschaald naar coördinatiefase 3 en is het Waterschaps-beleids Team (WBT) het hoogste uitvoerende orgaan. Structuur coördinatiefase 3 WsL Leden dagelijks bestuur VZT WBT Waterschap BeleidsTeam Liaison WSL (multi RBT) Secretaris -Directeur Adviseur communicatie Adviseur crisisbeheersing Operationeel leider Strategische besluiten Het BT van het waterschap kan bij calamiteiten die met droogte gesteld worden voor besluiten die betrekking hebben op effecten van maatregelen met een bestuurlijke component

176 Coördinerende structuren Waterschap versus Algemene Kolom De structuur van de crisisorganisatie van het waterschap zal, in elk geval vanaf coördinatiefase 2, aansluiting zoeken bij de structuren van de algemene kolom (hulpdiensten en gemeenten) en overige partners. Bij een GRIP 1 (incident met enkel lokale effecten) is het mogelijk dat via een Commando Plaats Incident (COPI) het waterschap wordt betrokken bij de bestrijding van dit incident. Of in voorkomend geval dit incident moet leiden tot een opschaling voor het waterschap bepaalt de medewerker ter plaatse aan de hand van de criteria voor een calamiteit. (instructie COPI) Coördinatiefase 3 grip 3 RBT Liaison WSL (multi) WBT Waterschap BeleidsTeam Coördinatiefase 2 grip 2 ROT Liaison WSL (multi) WOT Waterschap Operationeel Team WACC Waterschap ActieCentrum CrisisCommunicatie WCC Waterschap Coördinatie Centrum Coördinatiefase 1 grip 1 Copi WRT Waterschap ResponsTeam Liaison WSL (multi) Moterkap overleg / dagelijkse routine Regulier WWD WSL Waterwachtdienst Achterwacht Liaisons De liaisons zorgen voor de externe afstemming ten behoeve van de tactische en strategische bestrijding met andere organisaties zowel gemeentelijk als in de regionale teams (GOT, ROT, GBT, RBT)

177 3. Beleidsregels droogte Deze zijn op te splitsen in landelijk, provinciaal en waterschap beleid. Hieronder een opsomming van de belangrijkste beleidsregels m.b.t. droogte. Verdringingsreeks Om te bepalen voor welke belangen oppervlaktewater mag worden gebruikt in tijden van schaarste wordt uitgegaan van de landelijke verdringingsreeks (Waterbesluit 2009). Met deze reeks wordt de afstemming van het waterbeheer in droge perioden bevorderd. Artikel 2.2 Waterbesluit biedt de provincie de bevoegdheid de in het Waterbesluit opgenomen verdringingsreeks in beperkte mate aan te passen. Deze regionale uitwerking van de landelijke verdringingsreeks is inmiddels opgenomen in het Waterplan van de provincie Limburg. De provincie Noord-Brabant heeft een regionale uitwerking in zijn Waterplan opgenomen die in beperkte mate afwijkt van de Limburgse uitwerking. De regionale verdringingsreeks (zie Figuur 1) is leidend voor het operationele beheer in perioden van waterschaarste. I II III IV veiligheid en voorkomen onomkeerbare schade nutsvoorziening kleinschalig hoogwaardig gebruik overige behoeften 1. stabiliteit 3. drinkwater- 5. tijdelijke beregening 7. aquatische ecologie en waterke- voorziening kapitaalintensieve waterkwaliteit: ringen 4. energie- gewassen - minimaal debiet in beken d.m.v. voorziening 6. proceswater industrie met hoge ecologische peilhandha- waarde ving - bestrijding botulisme en 2. bescher- blauwalgen i.v.m. ernstige ming Peel risico s volksgezondheid restanten - minimaal debiet vistrappen d.m.v. (tijdens vistrek) peilhand- 8. andere belangen: having - scheepvaart (incl. recreatie- bufferzones vaart - landbouw - landnatuur (voorzover geen onomkeerbare schade) - koelwater industrie - doorspoelen stadsvijvers - overige aquatische natuur- natuurwaarden Figuur 1 Regionale verdringingsreeks provincie Limburg (Waterplan )

178 Beleidsregel instellen algeheel ontrekkingsverbod uit oppervlaktewater voor regio Noord. Instellen algeheel onttrekkingsverbod Er wordt een algeheel onttrekkingsverbod ingesteld wanneer de afvoer van 8 of meer (referentie)beken lager is dan de basisafvoer. Het onttrekkingsverbod geldt dan voor alle oppervlaktewaterlichamen, tenzij één van de hieronder vermelde uitzonderingssituaties van toepassing is. Uitzonderingen op algeheel onttrekkingsverbod Het algeheel onttrekkingsverbod geldt niet voor de volgende uitzonderingen (limitatief): 1. Het verbod geldt niet voor de volgende (delen van) oppervlaktewaterlichamen (voldoende water): * Niers * Swalm * Heukelomsebeek: het gedeelte gelegen tussen de Maas en de stuw aan de Zeedijk * Eckeltsebeek: het gedeelte gelegen tussen de Maas en de Spitsbrug * Neerbeek: het gedeelte gelegen tussen de Maas en Winkelmolenstuw * Oostrumsche Beek: het gedeelte gelegen tussen de Maas en de watermolen aan de St. Wilbertsweg te Geysteren * Boschmolenplas. 2. Het verbod geldt niet voor onttrekking ten behoeve van veedrenking middels een weidepomp, mits niet mechanisch aangedreven. 3. Het verbod geldt niet voor onttrekkingen uit een oppervlaktewaterlichaam ten behoeve van de volgende kapitaalintensieve teelten in verband met beschadiging van de planten en/of vruchten ten gevolge van gebruik van grondwater en of ten gevolge van zonverbranding: * bedrijfsmatige fruitteelt * bedrijfsmatige groenteteelt * bedrijfsmatige bloemen- en plantenteelt * bedrijfsmatige bomenteelt Toelichting Gebruik van grondwater kan schade veroorzaken aan bepaalde kapitaalintensieve teelten als gevolg van bijv. ijzerafzetting op de planten en\of vruchten. De felle zon kan tot verbrandingsschade in de fruitteelt leiden. Indien betrokkene beschikt over een ontijzeringsinstallatie is gebruik van grondwater geen probleem en is uitzondering op het ingestelde verbod niet mogelijk. Voorbeelden van gewassen/teelten die niet als kapitaalintensief worden aangemerkt zijn: * grasland (incl. graszoden) * maïs * suikerbieten * aardappelen * granen. Deze gewassen en teelten kunnen zonder problemen met grondwater worden beregend. Een uitzondering op het onttrekkingsverbod is hiervoor dan ook niet nodig. Beleidsregel instellen ontrekkingsverbod uit oppervlaktewater stroomgebied Vlootbeek voor regio Zuid

179 4. Scenario s Droogte en maatregelen In dit hoofdstuk zijn de volgende scenario s tactisch gezien nader uitgewerkt. Scenario calamiteit Droogte Een calamiteit droogte ontstaat als gevolg van extreem neerslagtekort (droogte) en problemen met wateraanvoer op gebiedsniveau. Langdurige droogte kan ingrijpende effecten hebben op de aanwezige aquatische levensgemeenschappen in beken en plassen. Het uiterste effect van droogte is droogval. Deze extreme conditie is fataal voor veel waterorganismen. De aspecten die voor calamiteiten van belang zijn, worden hieronder beschreven. Waterverdeling en Peilbeheer Een gevolg van langdurige droogte kan ook zijn dat er een watertekort optreedt. Wanneer er een watertekort optreedt, moet er gekeken worden of dit tekort opgelost kan worden door andere waterverdeling. Wanneer dit niet mogelijk is moeten er maatregelen genomen worden om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken. In het Operationeel deel B is schematisch weergegeven welke factoren belangrijk zijn en welke maatregelen er genomen kunnen worden. Plaatsen Noodstuwen Het plaatsen van noodstuwen kan noodzakelijk zijn om de watervoorziening in een gebied beter te reguleren. Een overzicht van de kaders wanneer deze noodstuwen geplaatst moeten worden is weergegeven in het Operationeel deel B. Onttrekkingen oppervlakte water Ten tijde van droogte kan het noodzakelijk zijn om de onttrekkingsvergunningen m.b.t. het oppervlaktewater in te trekken om ernstige gevolgen te voorkomen. In Operationeel deel B. is schematisch weergegeven wanneer het noodzakelijk is om de onttrekkingen stop te zetten. Het instellen van een onttrekkingsverbod wordt door de vergunningverleners van het waterschap uitgevoerd. Scenario Verstoring evenwicht Minder extreme droogte leidt al tot sterke verlaging van afvoer, waterpeil en stroomsnelheden, tot verzanding van het substraat, tot verhoging van stoffenconcentraties en de temperatuur en soms tot verlaging van het zuurstofgehalte. Gevolgen kunnen zijn: verdwijnen van harde substraten door slibafzetting, algenbloei, bacteriegroei, afsterven van waterplanten, botulisme en vissterfte. Deze gevolgen kunnen leiden tot een calamiteit m.b.t. de kwaliteit oppervlaktewater. In dit specifieke Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte wordt ingegaan op bestrijdingsmaatregelen als gevolg van water te kort zoals maatregelen m.b.t. waterverdeling en wateronttrekking verboden. In het bestrijdingsplan waterverontreiniging zijn de maatregelen benoemd indien er als gevolg van droogte sprake is van extreme algenbloei, bacteriegroei, afsterven van waterplanten, botulisme en vissterfte. Onder normale omstandigheden heeft de monitoringswacht de taak voor bewaking van de afvoer- en aanvoersituatie en informeert de dienstdoende OL indien de drempels in de opschaling overschreden zijn of dreigen te overschrijden. De operationeel leider bepaalt in overleg met adviseurs en specialisten of er opgeschaald wordt. (zie hoofdstuk 5 Opschaling)

180 5. Melding, Alarmeringen en opschaling Regulier werk Berichtgeving* over droogte begint bij start droogteseizoen (1 april) middels een droogtebericht beschikbaar op internet. De invulling hiervan ligt bij de monitoringswacht. Melding Het waterschap gebruikt de actuele afvoer bij ca 20 beken in. stroomgebieden en vergelijkt deze met de vastgestelde basisafvoer (trage afvoer dat deel van de afvoer dat als gevolg van langdurige berging eerst na geruime tijd tot stand komt. Berging vindt hoofdzakelijk plaats in de bodem). Afhankelijk van het aantal onderschrijdingen van de basisafvoer bij de beken treedt een coördinatiefase in werking. De bewaking van de onderschrijdingen ligt bij de monitoringswacht. De monitoringswacht beoordeelt de situatie in relatie met de weersvoorspellingen. Deze informeert de dienstdoende OL indien relevant. De OL belegt een beeldvormingsoverleg met specialisten uit het proces peilbeheer over het advies m.b.t. opschaling. Opschaling SITUATIE Afvoeren van 16 beken in bijlage 1 zijn hoger dan de basisafvoer Afvoer van 1 tot en met 3 beken in bijlage 1 is lager dan basisafvoer Afvoer van 4 tot en met 7 beken in bijlage 1 is lager dan basisafvoer Afvoer van 8 tot en met 16 beken is lager dan de basisafvoer en meteorologische en hydrologische toestand verbetert niet op korte termijn. Afvoer van 11 of meer beken is lager dan de basisafvoer en totale wateraanvoer Leveroyse brug is 1800 l/s en meteorologische en hydrologische toestand verbetert niet op korte termijn. Afvoer van 12 of meer beken is lager dan de basisafvoer en wateraanvoer Leveroyse brug is 1300 l/s en meteorologische en hydrologische toestand verbetert toestand niet op korte termijn. Afvoer van alle beken is lager dan de basisafvoer en wateraanvoer Leveroyse brug is 800 l/s en meteorologische en hydrologische toestand verbetert toestand niet op korte termijn. Afvoer heeft stijgende tendens en weersvoorspelling zijn gunstig COÖRDINA- TIEFASE Regulier werk Regulier werk Regulier werk OMSCHRIJVING Normale situatie / reguliere organisatie Verhoogde waakzaamheid / reguliere organisatie Voorzorgsfase / reguliere organisatie 2 Dreigend watertekort 2 Feitelijk watertekort 3 Dreigende crisis watertekort 4 Crisis watertekort Afbouw- en nazorg

181 Verhoogde waakzaamheid In deze fase van verhoogde waakzaamheid is er sprake van dalende afvoer in het beheersgebied. De grondwaterstanden zijn zakkende. In het beheersgebied wordt continu water ingelaten via de gemalen. Voorzorg De droogte houdt aan. De landbouw zal in toenemende mate gebruik maken van kunstmatige beregening. Waar mogelijk wordt uit oppervlaktewater onttrokken. De afvoeren blijven dalen. Dreigend watertekort (coördinatiefase 2) In deze situatie zakken de waterpeilen en debieten plaatselijk onder kritische waarden. Er wordt een onttrekkingsverbod ingesteld conform het onttrekkingsbeleid (zie beleidsregel Instellen algeheel onttrekkingsverbod uit oppervlaktewater ). De landbouw beregent hoofdzakelijk vanuit het grondwater. Alleen hoogwaardige teelten worden beregend vanuit het oppervlaktewater. Communicatie is beperkt tot het standaard droogtebericht en er wordt ingegaan op vragen vanuit de regionale media. De medewerker communicatie heeft mandaat om in overleg met OL berichtgeving op te stellen en te verzenden. Feitelijk watertekort (coördinatiefase 2) In deze situatie zakken de waterpeilen en debieten subregionaal onder kritische waarden. Er is nog geen droogval van hoofdbeken (natuurbeken) anders dan de jaarlijks droogvallende bovenlopen. Sommige zijbeken en watergangen zonder wateraanvoer vallen droog. De landbouw beregent hoofdzakelijk vanuit het grondwater. Alleen hoogwaardige teelten worden beregend vanuit het oppervlaktewater. Communicatie is beperkt tot het standaard droogtebericht en er wordt ingegaan vragen vanuit de regionale media. Dreigende crisis watertekort (coördinatiefase 3) In deze situatie zakken de waterpeilen en debieten regionaal onder kritische waarden. De bovenlopen van de hoofdbeken (SEF beken) kunnen droogvallen. De landbouw beregent hoofdzakelijk vanuit het grondwater. Alleen hoogwaardige teelten worden beregend vanuit het oppervlaktewater. Beregening vanuit het oppervlaktewater is problematisch. In deze situatie is de wateraanvoer via de kanalen beperkt en deze beperking is of wordt doorgevoerd in de wateraanvoer naar de regio. Gebruik van oppervlaktewater voor beregening is problematisch. Droogval van aanvoersysteem kan optreden. Communicatie middels een droogtebericht. Crisis watertekort (coördinatiefase 4) In deze situatie zakken de waterpeilen en debieten in ons gehele beheergebied onder kritische waarden. Droogval van bovenloop en middenloop van hoofdbeken (SEF beken) treedt op. De landbouw beregent hoofdzakelijk vanuit het grondwater. Beregening vanuit het oppervlaktewater is zeer problematisch omdat er te weinig water beschikbaar is. In deze situatie is de wateraanvoer via de kanalen beperkt. Er zijn beperkingen doorgevoerd in de wateraanvoer. Droogval van aanvoersysteem kan optreden. De veiligheidsregio kan actief zijn. Communicatie middels een droogtebericht

182 6. Informatiemanagement Volgens de visie crisisbeheersing van Waterschap Limburg is een belangrijk speerpunt de invoering van Net Centrisch Werken (NCW) binnen de crisisorganisatie. Dit is een werkwijze die tot doel heeft om continu te kunnen beschikken over een actueel, gedeeld beeld van de situatie. Dit principe van informatiegestuurd werken kan het proces van leiding & coördinatie bij de crisisbeheersing en rampenbestrijding meer snelheid, daadkracht en doelgerichtheid geven. Hierop moet de informatieinhoud van het beeld ook zijn toegesneden, dit vereist voortdurende interactie tussen de processen informatiemanagement en leiding & coördinatie. Uitgangspunten. Het komen tot een actueel, gedeeld totaalbeeld vereist van alle betrokkenen een gerichtheid op het snel en breed delen van beschikbare informatie. Actualiteit van het beeld kan alleen worden bereikt door informatie vroegtijdig en dicht bij de bron in te voeren en bij te houden. Zelfs als er nog onzekerheden in de informatie zitten, is het van belang om dit expliciet te vermelden, het delen van deze informatie kan dan juist bijdragen aan een snelle validatie ervan. De inhoudelijk deskundigen en degenen die dicht bij de bron zitten zijn verantwoordelijk voor de inhoud van de informatie terwijl het informatiemanagement verantwoordelijk is voor het delen en laten stromen van informatie. De gewenste informatie is altijd opgebouwd uit een beschrijvend deel (tekst) en een visueel deel (beeld bestaande uit kaartjes, foto s, filmpjes, etc). Deze werkwijze wordt ondersteund door één of meerdere systemen die volgens het proces informatiemanagement zijn ingericht om in de juiste informatiebehoefte te kunnen voorzien. Voor het managen van dit proces zijn in de crisisorganisatie belangrijke rollen weggelegd voor de informatiecoördinator (ICO) en de informatieverwerker die nauw samenwerken met de inhoudsverantwoordelijken. In onderstaand schema / beschrijving de producten per niveau van de crisisorganisatie die via informatiemanagement opgeleverd moeten worden om te komen tot een actueel, gedeeld totaalbeeld. WRT-niveau Het WRT coördineert alle uitvoerende activiteiten in de betreffende regio, onder aansturing van de leider WRT. Voor het informatie management wordt hij bijgestaan door één informatiecoördinator en één informatieverwerker in de zin van een Gis-specialist. De adviseur Waterkwaliteit zorgt voor de inhoud van de informatie en monitort de gegevens op locatie. WOT-niveau Het WOT coördineert alle activiteiten op tactisch niveau. De Operationeel Leider bepaalt de wijze waarop aan het tactisch niveau invulling wordt gegeven. Voor het informatie management wordt hij bijgestaan door twee informatiecoördinatoren en twee informatieverwerkers in de zin van Gisspecialisten verdeeld over het WCC en WOT/WACC. De beelden en producten die dit team moet opleveren zijn: - Omgevingsbeeld, een selectie van relevante informatie uit de meldingen via Social media, uit het reguliere meldingenproces m.b.t. de calamiteit, berichtgeving uit de pers. - Prognose / scenario, het effect van de calamiteit op langere termijn (> 24 uur) - Totaalbeeld van de actualiteit op basis van de input uit het WRT en bovenstaande items. WBT-niveau Het WBT is het platform waarbinnen de voorzitter (of zijn plaatsvervanger) invulling geeft aan de besluitvorming, beleidsbepaling en beleidscoördinatie op strategisch niveau. Op dit niveau worden dus besluiten genomen op strategisch niveau, bij het bepalen van nieuw beleid en besluiten in dilemma s. Informatiemanagement is hierin cruciaal en vraagt continu afstemming met betrokkenen om de juiste balans te vinden

183 Voorlichting Communicatie is verbonden aan het OT, echter omdat droogte in beginfase reeds veel berichtgeving kent zal communicatie al vanaf start droogteseizoen direct worden betrokken door proces watersysteembeheer (deelproceshouder Peilbeheer). Landelijk is afgesproken dat alle berichtgevingen over droogte ook worden doorgestuurd naar Unie van Waterschappen. Overige zaken met betrekking tot droogte worden alleen met toestemming van de deelproceshouder Peilbeheer en vanaf coördinatiefase 2 met toestemming van OL doorgestuurd naar andere partijen waaronder de Unie van Waterschappen en RDO. De medewerker communicatie heeft mandaat om in overleg met OL berichtgeving op te stellen en te verzenden. Vanaf coördinatiefase 2 geldt de normale structuur en bevoegdheden conform het calamiteitenplan. Informatievoorziening Berichtgeving* over droogte begint bij start droogteseizoen (1 april) middels een droogtebericht beschikbaar op internet. Vervolgens zal er een droogtebericht worden opgesteld bij verandering in coördinatiefasering. Tijdens coördinatiefase 1 is er minimaal maandelijks een droogtebericht. Bij coördinatiefase 2 minimaal 2 wekelijks en bij coördinatiefase 3 of hoger minimaal wekelijks. Onderwerpen in het droogtebericht kunnen zijn: - Weerbeeld, actueel en voorspellingen (KNMI) - afvoer beken en Maas. - wateraanvoer - beeld van vochttekort en/of verdampingstekort - toestand van het grondwater - problemen in ons watersysteem (blauwalg, botulisme, waterverontreiniging, activiteiten bever) - bijzondere beheeractiviteiten en maatregelen (beheer- en onderhoudsproblemen) - situatie in Maasstroomgebied en landelijke toestand *= Vanuit de monitoringswacht wordt 2x per week een waterbericht verzorgd of vaker indien nodig. De berichtgeving vanuit de crisisorganisatie moet hier iets aan toevoegen (diepgaander of andere informatie). Is deze informatie niet voor handen dan volstaat het waterbericht. Informatie over toestand van ons watersysteem wordt geleverd door ons proces watersysteembeheer (deelproces trend en toestandanalyse). Gegevens van Maas en rijkskanalen wordt geleverd door Rijkswaterstaat en zijn beschikbaar via deelproces trend en toestandanalyse. Beelden van vochttekorten etc. komen van KNMI en zijn eveneens beschikbaar via deelproces trend en toestandanalyse. Gegevens over stuwbeheer, onderhoudstoestand en problemen in het watersysteem (bv blauwalgen, waterverontreiniging, botulisme, beveractiviteiten etc.) worden geleverd door Watersysteembeheer. Proces Handhaving levert gegevens over het naleven van verboden. Afstemming vindt plaats zowel intern als extern. Intern Conform reguliere crisisorganisatiestructuur

184

185 Deel B Operationeel Deel

186 7. Operationele documenten Vanaf hier verwijzen naar de locaties waar alle plannen en deelplannen te raadplegen zijn en welke informatie systemen gebruikt kunnen worden die specifiek ingericht zijn voor het raadplegen van alle instructiekaarten t.b.v. waterwacht en crisisbeheersing. Vervolgens de bijlagen toevoegen

Crisisplan Waterschap Limburg

Crisisplan Waterschap Limburg Crisisplan Waterschap Limburg 0 Titel Crisisplan Waterschap Limburg Datum 2-1-2017 Versie Vastgesteld door AB Status Definitief Corsanummer 1602416 Calamiteitenbestrijdingsplan Droogte Waterschap Limburg

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen 25 juni 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 1 1 Niveaus in de incident- en crisismanagementorganisatie... 1 1.1 Operationeel niveau...

Nadere informatie

1 De coördinatie van de inzet

1 De coördinatie van de inzet 1 De coördinatie van de inzet Zodra zich een incident voordoet of dreigt voor te doen, wordt de rampenbestrijdingsorganisatie via het proces van opschaling opgebouwd. Opschalen kan worden gedefinieerd

Nadere informatie

Uniforme fasering Waterbeheerders Advies Commissie Crisisbeheersing Versie 9 10 januari 2012

Uniforme fasering Waterbeheerders Advies Commissie Crisisbeheersing Versie 9 10 januari 2012 Bijlage 1 1. Inleiding Uniforme fasering Waterbeheerders Advies Commissie Crisisbeheersing Versie 9 10 januari 2012 1.1 Aanleiding Bij de bestrijding van incidenten en rampen zijn naast de algemeen bestuurlijke

Nadere informatie

Begeleidende samenvatting en advies behorende bij de. Concept Rapportage Regionaal Risicoprofiel

Begeleidende samenvatting en advies behorende bij de. Concept Rapportage Regionaal Risicoprofiel Begeleidende samenvatting en advies behorende bij de Concept Rapportage Regionaal Risicoprofiel 1. Inleiding 1.1 Veiligheidsregio Drenthe en het Regionaal risicoprofiel De Veiligheidsregio Drenthe heeft

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP)

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure (GRIP) Inleiding Een goede coördinatie tussen betrokken hulpdiensten is bij de bestrijding van complexe incidenten van groot belang. Het model voor

Nadere informatie

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen AGENDAPUNT 2 Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen Vergadering 12 december 2014 Strategische Agenda Crisisbeheersing In Veiligheidsregio Groningen werken wij met acht crisispartners (Brandweer, Politie,

Nadere informatie

Crisisplan. Waterschap Drents Overijsselse Delta

Crisisplan. Waterschap Drents Overijsselse Delta Crisisplan Waterschap Drents Overijsselse Delta 1 Ter inzage Het concept Crisisplan van het waterschap Drents Overijsselse Delta wordt ter consultatie voorgelegd aan: Extern: - Veiligheidsregio Drenthe

Nadere informatie

GRIP-teams en kernbezetting

GRIP-teams en kernbezetting GR P Wat is GRIP? GRIP is de afkorting van Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure en staat voor: het snel en multidisciplinair organiseren van de juiste mensen en middelen die nodig

Nadere informatie

Veiligheidsregio Fryslân. Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012

Veiligheidsregio Fryslân. Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012 Veiligheidsregio Fryslân Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012 Programma bijeenkomst 1. Risicoprofiel en uitval elektriciteitsvoorziening (VRF) 2. Impact stroomstoring (Liander) 3.

Nadere informatie

Opleiding Liaison CoPI voor zorginstellingen

Opleiding Liaison CoPI voor zorginstellingen Opleiding Liaison CoPI voor zorginstellingen Uitgangspunten Opdracht Ontwikkelen van een opleiding om vertegenwoordigers van zorginstellingen toe te rusten als liaison in het CoPI. Pilot voor vijf Limburgse

Nadere informatie

Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en ProRail

Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en ProRail Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen s, Politie en Art. 1 Doelen Partijen maken afspraken over: 1. organiseert bijeenkomsten voor de Doorlopend naar - Het vergroten

Nadere informatie

Crisisorganisatie uitgelegd

Crisisorganisatie uitgelegd GRIP Snelle opschaling, vaste teams, eenhoofdige leiding Wat kan er gebeuren? KNOPPENMODEL Meer tijd voor opschaling, maatwerk in teams en functionarissen GRIP 4 / 5 STRATEGISCH OPERATIONEEL / TACTISCH

Nadere informatie

Introductie GRIP GRIP1 GRIP2 GRIP3 GRIP4 GRIP5 + GRIP RIJK

Introductie GRIP GRIP1 GRIP2 GRIP3 GRIP4 GRIP5 + GRIP RIJK Risico- en crisisbeheersing Brandweer Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Gemeenschappelijke Meldkamer Zeeland (GMK) Introductie GRIP GRIP1 GRIP2 GRIP3 GRIP4 GRIP5 + GRIP RIJK Wie

Nadere informatie

Beschrijving toets Basisscholing crisisbeheersing. Inhoud 1. Inleiding 2. Eindtermen 3. Leerboom 4. Leerstof 5. Toetsmatrijs

Beschrijving toets Basisscholing crisisbeheersing. Inhoud 1. Inleiding 2. Eindtermen 3. Leerboom 4. Leerstof 5. Toetsmatrijs Beschrijving toets Basisscholing crisisbeheersing Inhoud 1. Inleiding 2. Eindtermen 3. Leerboom 4. Leerstof 5. Toetsmatrijs Bijlage: Organogram crisisorganisatie 04-06-2010 1 Inleiding De toets Basisscholing

Nadere informatie

Leidraad calamiteitenbestrijdingsplan Rijkswaterstaat RD

Leidraad calamiteitenbestrijdingsplan Rijkswaterstaat RD Rijkswaterstaat Waterdienst Leidraad calamiteitenbestrijdingsplan Rijkswaterstaat RD 16 oktober 2009 Rijkswaterstaat Waterdienst Leidraad calamiteitenbestrijdingsplan Rijkswaterstaat RD 16 oktober 2009

Nadere informatie

De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen

De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen Welkom Veiligheidsregio NHN Wet veiligheidsregios Bezuinigingen Regionalisering brandweer Praktijk Veiligheidsregio Noord-Holland

Nadere informatie

AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD

AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD AGP 13 REGIONAAL CRISISPLAN VEILIGHEIDSREGIO BRABANT-NOORD 2012 Inhoudsopgave Inleiding...2 Bedrijfsprocessen...2 Regionaal Beleidsteam...6 Gemeentelijk Beleidsteam...10 Regionaal Operationeel Team...12

Nadere informatie

GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk

GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk GRIP-regeling 1 t/m 5 en GRIP Rijk Al jaren is het de dagelijkse praktijk om bij grote, complexe incidenten op te schalen binnen de GRIP-structuur. Deze structuur beschrijft in vier fasen de organisatie

Nadere informatie

Operationele Regeling VRU

Operationele Regeling VRU Operationele Regeling VRU Uitwerking van de Wet veiligheidsregio s over de organisatie en werking van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de Veiligheidsregio Utrecht. Vastgesteld

Nadere informatie

CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES

CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES CONVENANT SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES 2012 Ondergetekenden: 1. Het Slotervaart, gevestigd te Amsterdam, in deze rechtsgeldig

Nadere informatie

Calamiteitenplan Waterschap Rijn en IJssel BIJLAGE 1

Calamiteitenplan Waterschap Rijn en IJssel BIJLAGE 1 Waterschap Rijn en IJssel BIJLAGE 1 Inhoud Bladzijde 1 Inleiding... 3 1.1 Kader, doel en doelgroep... 3 1.2 Uitgangspunten... 3 1.3 Afbakening... 4 2 Risicoanalyse... 4 2.1 Omschrijving... 4 2.2 Overzicht...

Nadere informatie

Rol van de veiligheidsregio bij terrorismegevolgbestrijding. Paul Verlaan, Directeur Veiligheidsregio Brabant-Noord/ Brandweer Brabant-Noord

Rol van de veiligheidsregio bij terrorismegevolgbestrijding. Paul Verlaan, Directeur Veiligheidsregio Brabant-Noord/ Brandweer Brabant-Noord Rol van de veiligheidsregio bij terrorismegevolgbestrijding Paul Verlaan, Directeur Veiligheidsregio Brabant-Noord/ Brandweer Brabant-Noord Inhoud Veiligheidsregio algemeen Rol van de veiligheidsregio

Nadere informatie

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Partijen A. De Veiligheidsregio s Twente, IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland

Nadere informatie

Sturingsfilosofie en Organisatiestructuur Waterschap Limburg

Sturingsfilosofie en Organisatiestructuur Waterschap Limburg Sturingsfilosofie en Organisatiestructuur Waterschap Limburg Uitgangspunten, hoofdlijnen en vervolgprocedure November 2015 Inhoud Bestuursopdracht als kader Visie 2020 en WBP als basis voor sturing en

Nadere informatie

Presentatie waterschap Brabantse Delta. Conferentie Water en Veiligheid

Presentatie waterschap Brabantse Delta. Conferentie Water en Veiligheid Presentatie waterschap Brabantse Delta Conferentie Water en Veiligheid 19 november 2009 Frank van Beek Calamiteitencoördinator Beheersgebied. Oppervlakte 171.000 ha 21 gemeenten 751.000 inwoners Veiligheidsregio

Nadere informatie

Calamiteiten in de energievoorziening

Calamiteiten in de energievoorziening Calamiteiten in de energievoorziening Samenwerking tussen de Netbeheerder en de Gemeente / Veiligheidsregio Ton Harteveld Manager Bedrijfsvoering Lustrumcongres Inspectie OOV 12 december 2007 2 Inhoud

Nadere informatie

Scenariokaart Verstoring kritieke processen door uitval / verstoring ICT

Scenariokaart Verstoring kritieke processen door uitval / verstoring ICT Scenariokaart Verstoring kritieke processen door uitval / verstoring ICT Onderstaande scenariokaart is speciaal ontwikkeld voor gebruik tijdens de bijeenkomsten van een crisisteam 1 (crisis(beleidsteam)).

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure GRIP) bijlage van het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Twente

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure GRIP) bijlage van het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Twente Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure GRIP) bijlage van het Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Twente Autorisatie OPSTELLERS: Barrett,Annelies Voorde ten, Jaqueline BIJDRAGE IN DE

Nadere informatie

Netwerkdag NVBR 20-9-2012 Workshop stroomuitval. Peter Uithol, Sr. Beleidsmedewerker Risico- en Crisisbeheersing

Netwerkdag NVBR 20-9-2012 Workshop stroomuitval. Peter Uithol, Sr. Beleidsmedewerker Risico- en Crisisbeheersing Netwerkdag NVBR 20-9-2012 Workshop stroomuitval Peter Uithol, Sr. Beleidsmedewerker Risico- en Crisisbeheersing 1 Waarom een plan? Operationele behoefte uit de praktijk Gelegenheid om de in het convenant

Nadere informatie

Operationele Regeling VRU

Operationele Regeling VRU Operationele Regeling VRU Uitwerking van de Wet veiligheidsregio s over de organisatie en werking van de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing van de Veiligheidsregio Utrecht. Vastgesteld

Nadere informatie

Samenvatting. Regionaal Risicoprofiel Haaglanden. Regionaal Beleidsplan Haaglanden. Regionaal Crisisplan Haaglanden

Samenvatting. Regionaal Risicoprofiel Haaglanden. Regionaal Beleidsplan Haaglanden. Regionaal Crisisplan Haaglanden Samenvatting Regionaal Risicoprofiel Haaglanden Regionaal Beleidsplan Haaglanden Regionaal Crisisplan Haaglanden t.b.v. multidisciplinaire rampenbestrijding en crisisbeheersing Risicoprofiel, Beleidsplan

Nadere informatie

In the hot seat. NIBHV Ede 24 november 2015. de crisis samen de baas

In the hot seat. NIBHV Ede 24 november 2015. de crisis samen de baas In the hot seat NIBHV Ede 24 november 2015 de crisis samen de baas Programma: Inleiding workshop Film: Samenwerking tijdens een GRIP incident Sitting in the hot seat: CoPI Even voorstellen Ymko Attema

Nadere informatie

Crisiscommunicatieplan

Crisiscommunicatieplan Crisiscommunicatieplan Opgesteld door: Afd. Bestuursondersteuning en communicatie, Werkgroep crisiscommunicatieplan Versie: 1.1 september 2012 Inhoudsopgave Inleiding... 1 Doel... 1 Aanpak... 1 Doelgroepen...

Nadere informatie

Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland

Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland Addendum Beleidsplan 2012-2015 Bestuursvisie op fysieke veiligheid in Zeeland Waarom een addendum? Het beleidsplan 2012-2015 is op 7 juli 2011 in een periode waarop de organisatie volop in ontwikkeling

Nadere informatie

Incidentbestrijdingsplan Grootschalige Uitval Nutsvoorzieningen

Incidentbestrijdingsplan Grootschalige Uitval Nutsvoorzieningen Incidentbestrijdingsplan Grootschalige Uitval Nutsvoorzieningen themaweek oktober 2016 Nationale risicobeoordeling (Energievoorzieningszekerheid, o.a. Blackout, moedwillige verstoring) Regionaal Risicoprofiel

Nadere informatie

Voor de inhoud van het Regionaal Crisisplan en de aanpassingen, wordt u verwezen naar de bijlage.

Voor de inhoud van het Regionaal Crisisplan en de aanpassingen, wordt u verwezen naar de bijlage. Voorstel AGP 10 Aan : Algemeen Bestuur Datum : 3 november 2014 Bijlagen : 1 Steller : Christel Verschuren Onderwerp : Regionaal Crisisplan 2014 Algemene toelichting Aanleiding Voor u ligt het. Veiligheidsregio

Nadere informatie

Commissie Bestuur en Veiligheid, 5 februari 2007, agendapunt 12. onderwerp: Calamiteitenplannen storing gas en elektra

Commissie Bestuur en Veiligheid, 5 februari 2007, agendapunt 12. onderwerp: Calamiteitenplannen storing gas en elektra Commissie Bestuur en Veiligheid, 5 februari 2007, agendapunt 12 onderwerp: Calamiteitenplannen storing gas en elektra Inleiding Middels een rondje langs de veiligheidsregio s (in oprichting) is Essent

Nadere informatie

Beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Beschrijving van de organisatie, verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden in het kader van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. 1 Inhoud Processen per kolom / hulpdienst Netcentrisch werken GRIP-opschaling

Nadere informatie

GRIP en de flexibele toepassing ervan

GRIP en de flexibele toepassing ervan GRIP en de flexibele toepassing ervan Al jaren is het de dagelijkse praktijk om bij grote of complexe incidenten op te schalen binnen de GRIP-structuur. De afkorting GRIP staat voor gecoördineerde regionale

Nadere informatie

Calamiteitenplan Waterschap Roer en Overmaas

Calamiteitenplan Waterschap Roer en Overmaas Calamiteitenplan Waterschap Roer en Overmaas Het geactualiseerde Calamiteitenplan Waterschap Roer en Overmaas is vastgesteld door het algemeen bestuur op 12 mei 2015 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 1.1

Nadere informatie

Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s

Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s Kennispublicatie Referentiekader GRIP en eisen Wet veiligheidsregio s 1 Infopunt Veiligheid In 2006 heeft de toenmalige Veiligheidskoepel een landelijk Referentiekader GRIP opgesteld. De op 1 oktober 2010

Nadere informatie

Productbeschrijvingen (proces)specifiek

Productbeschrijvingen (proces)specifiek en (proces)specifiek 118 Omgevingsanalyse Inzicht verkrijgen in wat zich in de buitenwereld (bij media, bij het publiek en op het internet) afspeelt, welk gevoel in de samenleving bestaat over de ramp

Nadere informatie

STAPPENPLAN IMPLEMENTATIE WATERRAND

STAPPENPLAN IMPLEMENTATIE WATERRAND STAPPENPLAN IMPLEMENTATIE WATERRAND HOE TE KOMEN TOT EEN ADEQUATE ORGANISATIE VAN INCIDENTBESTRIJDING OP HET WATER? IN AANSLUITING OP HET HANDBOEK INCIDENTBESTRIJDING OP HET WATER Uitgave van het Projectbureau

Nadere informatie

Samenvatting risicoprofiel, capaciteitenanalyse en beleidsplan

Samenvatting risicoprofiel, capaciteitenanalyse en beleidsplan Samenvatting risicoprofiel, capaciteitenanalyse en beleidsplan Inleiding Conform de Wet Veiligheidsregio s (WVr) dient het bestuur van elke veiligheidsregio om de 4 jaar een regionaal beleidsplan op te

Nadere informatie

Uniform rollenboek crisisorganisaties waterschappen

Uniform rollenboek crisisorganisaties waterschappen UNIFORM ROLLENBOEK CRISISORGANISATIE WTERSCHAPPEN Status document: concept Uniform rollenboek crisisorganisaties waterschappen Themagroep Mensen Conceptversie 1.2 03-03-2016 Inleiding Een van de belangrijkste

Nadere informatie

Convenant drinkwater tussen Evides, Brabant Water, Politie Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland

Convenant drinkwater tussen Evides, Brabant Water, Politie Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland Convenant drinkwater tussen Evides, Brabant Water, Politie Zeeland en Veiligheidsregio Zeeland Partijen A. De veiligheidsregio Zeeland, vertegenwoordigd door de voorzitter van het bestuur van de veiligheidsregio

Nadere informatie

Crisismanagement Groningen. Basismodule

Crisismanagement Groningen. Basismodule Crisismanagement Groningen Basismodule Doel van de module Kennismaken met crisismanagement Groningen Inzicht krijgen in rollen en taken Beeld krijgen bij samenwerken in de crisis-organisatie Programma

Nadere informatie

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3)

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3) Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan All hazard voorbereid zijn (1 van 3) Versie 1.0 11 november 2014 Voorwoord Zorginstellingen zijn vanuit

Nadere informatie

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Partijen A. Veiligheidsregio s Twente, IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland-Zuid

Nadere informatie

Calamiteitenplan van Waterschap Rivierenland

Calamiteitenplan van Waterschap Rivierenland van Waterschap Rivierenland opgesteld door: dhr. drs. E.F.M. Janssen vastgesteld door: college van dijkgraaf en heemraden Waterschap Rivierenland vastgesteld op: 9 april 2013 status: definitief Inhoud

Nadere informatie

Calamiteitenplan. Waterschap Zuiderzeeland

Calamiteitenplan. Waterschap Zuiderzeeland Calamiteitenplan Waterschap Zuiderzeeland Ter inzage Het concept Calamiteitenplan van Waterschap Zuiderzeeland wordt ter consultatie voorgelegd aan: Extern: - Veiligheidsregio Flevoland - Veiligheidsregio

Nadere informatie

B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord

B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord B2 - Hoofdproces Coördinatie en Commandovoering: GRIP Noord-Holland Noord B2-0 Overzicht Samenvatting In dit deel is de Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings- Procedure (GRIP) Noord-Holland Noord

Nadere informatie

Handboek Bevolkingszorg

Handboek Bevolkingszorg Handboek Bevolkingszorg Opzet Handboek Bevolkingszorg Dit hoofdstuk is opgedeeld in vijf delen. Deel A bevat de samenvattingen van de vijf taakorganisaties bevolkingszorg. De delen B tot en met F bevatten

Nadere informatie

Omgevingszorg. Regionaal Crisisplan - Bevolkingszorg

Omgevingszorg. Regionaal Crisisplan - Bevolkingszorg Omgevingszorg Regionaal Crisisplan - Bevolkingszorg Omgevingszorg Handboek Bevolkingszorg Deel D Datum: Kenmerk: Auteurs: Werkgroep Regionaal Crisisplan Bevolkingszorg Pagina 2 van 12 Inhoudsopgave 1.

Nadere informatie

Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie. Zaaknummer: BVJL11. Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord

Collegevoorstel. Inleiding. Feitelijke informatie. Zaaknummer: BVJL11. Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord Zaaknummer: BVJL11 Onderwerp Regionaal Crisisplan Veiligheidsregio Brabant-Noord Collegevoorstel Inleiding Met de vaststelling van de Wet veiligheidsregio s heeft de veiligheidsregio Brabant-Noord de verplichting

Nadere informatie

Pastorale zorg bij rampen

Pastorale zorg bij rampen 2 Inhoud: 1. Doelstelling pag. 3 2. Realisatie pag. 4 3. Begrippen pag. 5 4. Verantwoordelijkheid pag. 6 5. Pastorale verzorger pag. 7 6. Taken pastorale verzorger pag. 8 7. Coördinator pastorale zorg

Nadere informatie

3 Oppervlaktewater en waterkering

3 Oppervlaktewater en waterkering 3 Oppervlaktewater en waterkering Voor de Noordzee, zie bestuurlijke netwerkkaart Noordzee en zeescheepvaart crisistypen (dreigend) hoogwater (dreigend) laagwater (dreigende) waterverontreiniging en verontreiniging

Nadere informatie

Drinkwater met natte voeten. Continuïteit van de Drinkwatervoorziening bij Rampen en grote Incidenten

Drinkwater met natte voeten. Continuïteit van de Drinkwatervoorziening bij Rampen en grote Incidenten Drinkwater met natte voeten. Continuïteit van de Drinkwatervoorziening bij Rampen en grote Incidenten Movaris Utrecht, 4 november 2013 Eric Adamse Vitens Water Security, Risk & Crisis Management Vitens

Nadere informatie

Calamiteitenbestrijdingsplan Afvalwaterinfrastructuur

Calamiteitenbestrijdingsplan Afvalwaterinfrastructuur Calamiteitenbestrijdingsplan Afvalwaterinfrastructuur Opgesteld door: Waterschapsbedrijf Limburg, Werkgroep afvalwaterinfrastructuur Versie: 1.50, Juni 2013 Inhoudsopgave Inleiding... 1 Doel... 1 Aanpak...

Nadere informatie

Calamiteitenplan 2015 2018

Calamiteitenplan 2015 2018 Calamiteitenplan 2015 2018 Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Vastgesteld in de vergadering van het college van dijkgraaf en hoogheemraden op 25 augustus 2015 Hoogheemraadschap de Stichtse RijnlandenPostbus

Nadere informatie

Overdracht naar de Nafase (advies aan lokale gemeente)

Overdracht naar de Nafase (advies aan lokale gemeente) Overdracht naar de Nafase (advies aan lokale gemeente) Format Plan van Aanpak (PvA) Nafase Omschrijving incident Locatie/gemeente(n) Datum 1. Opdrachtbeschrijving Het

Nadere informatie

REGIONAAL BELEIDSPLAN VRGZ

REGIONAAL BELEIDSPLAN VRGZ MET 4 BELANGRIJKE VRAGEN AAN U Gespreksnotitie bij REGIONAAL BELEIDSPLAN VRGZ 2016-2019 VRGZ 2.0 - Integraal werken aan veiligheid in Gelderland-Zuid VEILIGHEID, DAAR ZIJN WE SÁMEN VERANTWOORDELIJK VOOR

Nadere informatie

Pastorale zorg bij rampen

Pastorale zorg bij rampen 2 Inho ud: 1. Doelstelling pag. 4 2. Realisatie pag. 5 3. Begrippen pag. 6 4. Verantwoordelijkheid pag. 7 5. Pastorale verzorger pag. 8 6. Taken pastorale verzorger pag. 8 7. Coördinator pastorale zorg

Nadere informatie

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s

Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Bijlage A, behorende bij artikel 2 lid 1 Besluit personeel veiligheidsregio s Supplement u. Functie officier van dienst Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub u Besluit personeel veiligheidsregio

Nadere informatie

Ondersteuning. Proces: Preparatie nafase. Positionering van proces in structuur

Ondersteuning. Proces: Preparatie nafase. Positionering van proces in structuur Ondersteuning Proces: Preparatie nafase Positionering van proces in structuur Doel van proces Ondersteunen van de overdracht van de crisisorganisatie naar de projectorganisatie Nafase 11, door in de acute

Nadere informatie

Interregionale samenwerking: niet alleen een kwestie van structuren

Interregionale samenwerking: niet alleen een kwestie van structuren Interregionale samenwerking: niet alleen een kwestie van structuren Het doel van deze factsheet is het delen van de ervaringen die in het land zijn opgedaan en het geven van handvatten voor operationeel

Nadere informatie

GR Pop crisissituaties

GR Pop crisissituaties GR Pop crisissituaties De spil in crisisbeheersing Hulpverlening op maat De Friese samenleving kenmerkt zich door veerkracht. Burgers, bedrijven en instellingen redden zichzelf en helpen elkaar waar mogelijk.

Nadere informatie

Opleidingsgids Compaijen C&C

Opleidingsgids Compaijen C&C Opleidingsgids Compaijen C&C Compaijen Crisismanagement & Communicatie, Johan Huizingalaan 763A, 1066 VH Amsterdam E: [email protected]; T: 020-2617649; KvK: 67578713; www.compaijen.com 1 De opleidingen

Nadere informatie

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING

BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING BLAD GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING Officiële uitgave van gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant. Nr. 420 14 december 2015 Organisatiebesluit Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant

Nadere informatie

Jaarverslag calamiteitenzorg Waterschap Peel en Maasvallei 2012

Jaarverslag calamiteitenzorg Waterschap Peel en Maasvallei 2012 Rapport: R apport: Jaar verslag calamiteitenzorg Waterschap Peel en M aasvall ei 2012 *2012.22311* Jaarverslag calamiteitenzorg Waterschap Peel en Maasvallei 2012 Opgesteld door: R.J.E. Hendrikx, Waterschap

Nadere informatie

Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen

Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen Rampenplan Gemeente Assen 2007 versie 9 mei 2007 Inleiding Het voorliggende Rampenplan Gemeente Assen 2007 beschrijft de organisatie en werkwijze van de

Nadere informatie

Calamiteitenplan van Waterschap Rivierenland

Calamiteitenplan van Waterschap Rivierenland van Waterschap Rivierenland opgesteld door: dhr. drs. E.F.M. Janssen vastgesteld door: college van dijkgraaf en heemraden Waterschap Rivierenland vastgesteld op: 9 april 2013 (geactualiseerd op 11 augustus

Nadere informatie

De GHOR Wij zijn er voor jou. samenwerken aan veiligheid en gezondheid 1

De GHOR Wij zijn er voor jou. samenwerken aan veiligheid en gezondheid 1 De GHOR Wij zijn er voor jou. samenwerken aan veiligheid en gezondheid 1 Dit e-magazine is een kennismaking met de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) van Veiligheidsregio Limburg-Noord;

Nadere informatie

Notitie inzet NL-Alert

Notitie inzet NL-Alert Notitie inzet NL-Alert In de afgelopen jaren richt de (rijks)overheid zich steeds meer op een betere vorm van informatie aan de burger. In het geval van (dreigende) crises of incidenten is het immers van

Nadere informatie

Deel 3. Gecoördineerde rampenbestrijding. Versie 2.0

Deel 3. Gecoördineerde rampenbestrijding. Versie 2.0 Deel 3 Gecoördineerde rampenbestrijding en samenwerking met de GHOR Versie 2.0 Inhoudsopgave 1. Gecoördineerde Regionale Incidenten bestrijdingsprocedure (GRIP)... 3 2. Multidisciplinaire samenwerking

Nadere informatie

SYMPOSIUM ONDERWIJS EN CRISIS

SYMPOSIUM ONDERWIJS EN CRISIS SYMPOSIUM ONDERWIJS EN CRISIS Paul Geurts Bestuursadviseur openbare orde en veiligheid gemeente Tilburg Niko van den Hout Coördinator BHV & crisismanagement Onderwijsgroep Tilburg Fysieke calamiteiten

Nadere informatie

Calamiteitenplan Waterschap Zuiderzeeland

Calamiteitenplan Waterschap Zuiderzeeland Calamiteitenplan Waterschap Zuiderzeeland 2014 beheerder: cal. coördinator januari 2014 Waterschap Zuiderzeeland Postbus 229 8200 AE LELYSTAD telefoon: (0320) 274 911 fax: (0320) 247 919 www.zuiderzeeland.nl

Nadere informatie

Presterend Vermogen. Veiligheidsregio. September 2016 Project K&V Tijs van Lieshout

Presterend Vermogen. Veiligheidsregio. September 2016 Project K&V Tijs van Lieshout Presterend Veiligheidsregio September 2016 Project K&V Tijs van Lieshout VenJ is verantwoordelijk voor systeem 1. Strategie Nationale Veiligheid 2. Interdepartementaal stelsel Crisisbesluitvorming 3. Veiligheidsregio

Nadere informatie

Calamiteitenplan Waterschap Peel en Maasvallei

Calamiteitenplan Waterschap Peel en Maasvallei Calamiteitenplan Waterschap Peel en Maasvallei Opgesteld door: Ron Hendrikx, Waterschap Peel en Maasvallei Versie: 1.1, september 2012 Vastgesteld door DB d.d.: 2 juni 2010 Vastgesteld door AB d.d. 7 juli

Nadere informatie

Calamiteitenplan. Colofon. Onderdeel Handboek Crisisbeheersing. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Calamiteitenplan. Colofon. Onderdeel Handboek Crisisbeheersing. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Calamiteitenplan Onderdeel Handboek Crisisbeheersing Colofon In opdracht van: Samensteller(s): Cluster Crisisbeheersing HHSK Vaststelling: Vastgesteld door Dijkgraaf en Hoogheemraden op 17 april 2012 Status:

Nadere informatie

Veiligheidsdirectie en Strategisch Overleg netwerkpartners

Veiligheidsdirectie en Strategisch Overleg netwerkpartners Veiligheidsdirectie en Strategisch Overleg netwerkpartners Inleiding. Met de doorontwikkeling van VRZ en de nieuwe gemeenschappelijke regeling kwam de vraag naar voren welke positie de Veiligheidsdirectie

Nadere informatie

Risicoprofiel Evenementen 1.1

Risicoprofiel Evenementen 1.1 Risicoprofiel Evenementen 1.1 Evenementenveiligheid 1.1 Instrument Risicoprofiel Evenementen 1.1 In Nederland worden steeds meer evenementen georganiseerd. Het openbaar bestuur wordt geadviseerd over de

Nadere informatie

KWALIFICATIEPROFIEL VOOR COMMANDANT VAN DIENST

KWALIFICATIEPROFIEL VOOR COMMANDANT VAN DIENST KWALIFICATIEPROFIEL VOOR COMMANDANT VAN DIENST werkzaam bij de brandweer Status Dit kwalificatieprofiel is op 3 maart 2009 te Arnhem vastgesteld door de Deelprojectgroep Kwaliteitsinstrumenten van het

Nadere informatie

De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband tussen 26 gemeenten.

De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband tussen 26 gemeenten. BELEIDSPLAN 2011-2015 VEILIGHEIDSREGIO MIDDEN- EN WEST-BRABANT Bijlage 3. Sturing en organisatie De veiligheidsregio Midden- en West-Brabant is gebaseerd op verlengd lokaal bestuur en is een samenwerkingsverband

Nadere informatie