NOTA 1 INLEIDING 2 PRINCIPES
|
|
|
- Alfred Desmet
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Sterrenkundelaan Brussel T F [email protected] NOTA 1 18 april 2016 Sneuvelnota financiering van de vergunde zorgaanbieders, MFC, PVC voor minderjarigen, Thuisbegeleidingsdiensten, bijstandsorganisaties, DOP, diensten RTH, ODB units en de projecten geïnterneerden. Gericht aan Leden van de permanente werkgroep zorg en assistentie 1 INLEIDING Vanaf 1 september is het Besluit van de Vlaamse Regering betreffende vergunde zorgaanbieders van kracht. De huidige erkende zorgaanbieders worden van rechtswege vergunde zorgaanbieders. Ook kunnen er mogelijks nieuwe zorgaanbieders vergund worden. Deze ommekeer van erkende en gefinancierde zorgaanbieders naar vergunde zorgaanbieders en de intrede van vouchers brengen heel wat wijzigingen teweeg. Binnen de financiering spreken we van zorggebonden personeelspunten en organisatiegebonden kosten. De oude subsidieregelgeving gaat veelal terug op de oude zorgvormen en de daaraan gekoppelde functies en concepten. Veel van deze regelgeving is dus niet meer toepasbaar binnen de persoonsvolgende financiering en wordt opgeheven op 31/12/2016. Dit houdt tevens in dat ook voor andere nog bestaande organisaties een nieuw kader dient voorzien. Het betreft hier de multifunctionele centra, de thuisbegeleidingsdiensten, de diensten ondersteuningsplan, de diensten rechtstreeks toegankelijke hulp, de bijstandsorganisaties, de ODB units en de projecten voor geïnterneerden. De units en de projecten geïnterneerden worden niet meegenomen in kader van de transitie naar PVF en behoeven dus een nieuw reglementair kader. Deze sneuvelnota geeft een zicht op welke items dienen aangepast en dient als basis voor verder overleg binnen de werkgroep. 2 PRINCIPES Binnen de nieuw uit te werken subsidieregelgeving hanteren we volgende principes : pagina 1 van 11
2 Maximaal kostendekkende financiering Oog voor vereenvoudiging en transparantie Administratieve lastenverlaging en daling beheerskosten Streven naar universeel karakter : regelgeving dient een zo ruim mogelijk toepassingsgebied te hebben Oog voor intersectorale regelgeving Het vermijden van continue ICT aanpassingen bij zowel VAPH, voorzieningen, automatiseerders en sociaal secretariaten 3 REGELGEVEND KADER 3.1 Toepassingsgebied De regelgeving is van toepassing op de vergunde zorgaanbieders, de diensten thuisbegeleiding, de diensten rechtstreeks toegankelijke hulp, de diensten ondersteuningsplan, de multifunctionele centra, de ODB units, de erkende projecten voor geïnterneerden en de bijstandsorganisaties. Het betreft dus niet enkel vergunde zorgaanbieders maar ook de andere nog resterende erkende zorgvormen. De regelgeving die de subsidiëring vroeger regelde houdt op te bestaan op 31/12/ Subsidiëring van de vouchers De voucher wordt uitgedrukt in zorggebonden personeelspunten en organisatiegebonden personeelspunten. Het totale saldo zorggebonden middelen waarop een vergunde zorgaanbieder recht heeft, hangt af van het aantal door deze vergunde aanbieder ondersteunde gebruikers en de inhoud (ondersteuningsfuncties en frequentie waarmee ze geboden zullen worden) van de overeenkomsten die afgesloten worden tussen de vergunde zorgaanbieder en zijn cliënten. Bovenop ontvangt de vergunde zorgaanbieder een percentage (25,35%) organisatiegebonden kosten. De techniek van personeelspunten houdt in dat er kostendekkend gefinancierd wordt. In het besluit dienen dus bepalingen opgenomen rond kwalificaties en anciënniteitsbepaling Personeelspunten Aan elke subsidieerbare functie is een personeelspuntenwaarde gekoppeld. Deze waarde is bekomen door de baremieke verhouding te nemen tussen het barema (0 jaar anc.) van directeur +90 bedden en de respectieve functie. De personeelspuntenwaarde voor directeur +90 bedden bedraagt 100 personeelspunten Waarde van een personeelspunt De waarde van een personeelspunt bekomen we door de totale subsidiekost van de sector te delen door het totaal aantal gesubsidieerde personeelspunten. De waarde van een personeelspunt is de omrekensleutel die dient gebruikt bij de omrekening van personeelspunten naar euro en omgekeerd zorggebonden personeelspunten a. wat zijn zorgebonden personeelspunten? pagina 2 van 11
3 De zorggebonden personeelspunten zijn de punten die voortvloeien uit de inzet van zorggebonden functies. Het betreft hier de personeelskosten voor de zorggebonden functies. De personeelskosten omvatten de brutolonen, de RSZ werkgever, de eindejaarspremie, vakantiegeld en toeslagen en premies. b. Wat zijn zorggebonden functies? In het BVR FAM en MFC van 26/2/2016 geeft de tabel 1 in de bijlage de oplijsting van het zorggebonden personeel. Het betreft logistiek personeel (klasse 1 t.e.m.4), verzorgend personeel, ADL assistenten, opvoedend personeel (klasse 3, 2B, 2A, 1), hoofdopvoeder, groepschef, sociaal, paramedisch en therapeutisch personeel, licentiaten en geneesheren (omnipracticus en specialist) Subsidiëring van de zorggebonden personeelspunten De vergunde zorgaanbieder ontvangt via de voucher het aantal zorggebonden personeelspunten. De som van al deze zorggebonden personeelspunten bepaalt het totaal aantal zorggebonden personeelspunten van de vergunde zorgaanbieder. Deze personeelspunten worden gebruikt om personeel in te zetten. De personeelskost die hieruit voortvloeit wordt maximaal kostendekkend gesubsidieerd (zie 3.2.9) organisatiegebonden personeelspunten a. wat zijn organisatiegebonden kosten? (definitie opgenomen in BVR besteding art.3 1) Organisatiegebonden kosten zijn zowel de organisatiegebonden personeelskosten als de organisatiegebonden werkingskosten. De organisatiegebonden personeelskosten zijn de personeelskosten van de ingezette organisatiegebonden functies. Het betreft hier de brutolonen, RSZ werkgever, de eindejaarspremie, vakantiegeld en de toeslagen en premies. De organisatiegebonden werkingskosten zijn de kosten die gemaakt worden om het ondersteuningsaanbod te voorzien. b. Wat zijn organisatiegebonden functies? In het BVR FAM en MFC van 26/2/2016 geeft de tabel 1 in de bijlage de oplijsting van het organisatiegebonden personeel. Het betreft logistiek personeel (klasse 1 t.e.m. 4), administratief personeel (klasse 1, 2 en 3) en boekhouder/econoom, onderdirecteur en directiefuncties. c. Hoeveel bedragen deze organisatiegebonden kosten? De organisatiegebonden kosten bedragen 25,35% op de som van alle zorggebonden personeelspunten (voucher). Dit werd vastgelegd in het BVR besteding. In deze 25,35% zit de werkgeversforfait (3,3205% of 4,025 %) vervat. Bij inzet van cashbudget bij een vergunde zorgaanbieder ontvangt de vergunde zorgaanbieder een vergoeding voor de organisatiegebonden kosten ten bedrage van 25,35% van het bedrag dat als cashbudget werd ingezet Subsidiëring van de organisatiegebonden kosten Jaarlijks wordt het aantal organisatiegebonden personeelspunten bepaalt door het VAPH. Evenals het bedrag van de vergoeding,op basis van de ingezette cash budgetten die bij de vergunde zorgaanbieder werden ingezet. Het aantal extra personeelspunten wordt bepaald door het gemiddelde te berekenen van de extra personeelspunten voor de twee voorgaande kalenderjaren. Dezelfde berekening wordt gehanteerd voor het bedrag van de vergoeding. De organisatiegebonden personeelskosten die voortvloeien uit de ingezette personeelspunten worden op een zelfde manier gesubsidieerd als de zorggebonden personeelskosten. pagina 3 van 11
4 3.2.7 Inzet van de personeelspunten De extra personeelspunten zijn bedoeld als een vergoeding voor de organisatiegebonden kosten van de vergunde zorgaanbieder. Hij kan deze personeelspunten omzetten in werkingsmiddelen tegen het bedrag per punt. Binnen de regelgeving FAM en MFC voorziet de regelgeving dat minstens 75% van de ingezette personeelspunten dient aangewend voor zorggebonden functies. Een theoretische benadering van deze bepaling brengt kleine voorzieningen in problemen. Binnen kleinschalige voorzieningen worden zorggebonden taken ook opgenomen door organisatiegebonden personeel. De intrede van de voucher bepaalt onmiddellijk het aandeel zorggebonden personeelspunten. Deze personeelspunten worden dan ook ingezet in kader van uitvoering van het ondersteuningsplan. Het is de cliënt zelf die bepaalt hoeveel zorgebonden personeelspunten hij spendeert bij de vergunde zorgaanbieder. Een bijkomende bepaling rond inzet van zorggebonden personeel is niet nodig. De bewaking van de inzet van de zorggebonden middelen ligt grotendeels bij de cliënt en zijn netwerk. Met het ondersteuningsplan heeft men hier een tool om deze inzet te onderhandelen en op te volgen. Vanuit het VAPH zal er geen rechtstreekse monitoring zijn van de link tussen ondersteuningsplan en de uitvoering ervan. Dus voorstel: geen opgelegd percentage Toegang tot de functies Binnen het paritair comite is in cao opgelijst welke kwalificaties en diploma s toegang geven tot welke functies. Deze oplijsting werd in het verleden overgenomen binnen de subsidieregelgeving. Erkende zorgaanbieders zijn reeds geruime tijd niet meer verplicht om de diploma s en kwalificaties van ieder personeelslid voor goedkeuring aan het VAPH te bezorgen. Als werkgever zijn zij verplicht de cao hieromtrent op te volgen. Mogelijke misbruiken dienen door de werknemersorganisaties opgevolgd. Het opnemen van deze oplijsting van diploma s en kwalificaties is niet meer nodig binnen de nieuwe regelgeving. Dit laat tevens toe dat er door de sector zelf sneller kan ingespeeld op de wijzigende arbeidsmarkt en de daaraan gekoppelde kwalificaties en diploma s. In uitvoering van het VIA 4 akkoord wordt er tevens aan een nieuw intersectorale functieclassificatie gewerkt waar zowel voor de sociaal ondernemer als de werknemer mogelijk opportuniteiten liggen Bepalen van de geldelijke anciënniteit Het bepalen van de geldelijke anciënniteit gebeurt sedert 1/4/2014 is de verantwoordelijkheid van de voorziening. Het VAPH stelde hiervoor de nodige tools ter beschikking. Via ex post controle wordt toezicht gehouden op de anciënniteitsberekeningen. Indien vastgesteld wordt dat de voorziening zich niet houdt aan de regelgeving rond bepaling van geldelijke anciënniteit, zal de subsidiëring vanaf de dag van de vaststelling van de afwijking worden teruggebracht tot de correcte geldelijke anciënniteit. Indien het om fraude gaat spelen de herzieningstermijnen zoals aangegeven binnen het decreet VAPH. De regelgeving rond anciënniteitsbepaling (MB van 20/1/1989 en MB van 25/10/1989) dienen vereenvoudigd opgenomen binnen de nieuwe regelgeving. pagina 4 van 11
5 Subsidieerbare loonelementen (personeelskost) De loonkosten van de tewerkgestelde personeelsleden als ook de patronale lasten worden gesubsidieerd volgens de geldende weddeschalen van PC Voordelen in natura en andere bijkomende vergoedingen worden niet gesubsidieerd. Onder subsidieerbare loonelementen vallen : Het brutoloon, de weddesupplementen voor prestaties geleverd op zondag, wettelijke feestdagen, nacht, avond, zaterdag, vergoeding voor gepresteerde overuren, eindejaarspremie, haard en standplaatstoelage, het vakantiegeld, uitgezonderd het vakantiegeld bij uitdiensttreding van de personeelsleden die de vergunde zorgaanbieder verlaten, bijkomend vakantiegeld voor arbeiders, alle werkgeversbijdragen in het kader van de Rijkssociale Zekerheid der Werknemers. Het besluit regelt de subsidiëring van de zorggebonden en organisatiegebonden personeelskosten. Dit houdt in dat de berekening van de loonelementen de verantwoordelijkheid zijn van de vergunde zorgaanbieder. De vergunde zorgaanbieder dient de arbeidsregelgeving, sociale regelgeving en andere van belang zijnde regelgeving te respecteren. Het VAPH bepaalt in deze regelgeving de methodiek hoe de subsidie wordt berekend. De subsidie dient maximaal kostendekkend te zijn. De methodiek wordt overgenomen uit het BVR subsidiëring van personeelspunten Knelpunten uit de oude regelgeving Met knelpunten bedoelen we hier bepalingen uit de regelgeving die in kader van de persoonsvolgende financiering niet meer of moeilijk toe te passen zijn. Dit omwille van het gebruik van niet meer bestaande concepten (vb. internaatstelsel) of de uitgangspunten van persoonsvolgende financiering waarbij de middelen gekoppeld zijn aan de gebruiker en niet meer aan de voorziening. A. Weddesupplementen De bepalingen rond toekenning en betaling en uitvoering van weddesupplementen staat verspreid opgenomen in verschillende regelgevingen. (Art. 4, 1 MB van 18/6/75, art. 4bis 2, 3 en 5 MB 18/6/75, art. 8 BVR 15/12/93 betreffende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector). Elke FAM beschikt over een contingent uren variabele prestaties die kunnen ingezet voor de ondersteuning op avond, nacht, zaterdag, zondag of feestdagen. Ook vanuit MFC worden vragen gesteld rond het bekomen van een contingent uren. Door de vraaggestuurde werking en het flexibel inzetten van middelen bestaat in sommige gevallen een louter semi internaatwerking niet meer. In het verleden hadden deze semi internaten geen recht op avond, nacht en weekenduren. Ook hier zal dienen nagedacht welke aanpassingen dienen te gebeuren. De overgang naar PVF betekent dat de zorggebonden middelen vasthangen aan de gebruiker. Ook de inzet van ondersteuning op avond, nacht, weekend en feestdagen dient mogelijk voorzien binnen het gevraagde pakket van de gebruiker. Binnen de cashbudgetten zit de ondersteuning op de avond, nacht, weekend en feestdagen vervat. Het toegekende puntenequivalent in de vouchers voorziet eveneens in deze ondersteuning. De hieraan ingezette middelen worden gesubsidieerd. Wel dient bewaakt dat hieruit geen meerkost ontstaat door bvb een overschrijding van het nu toegekende urencontingent, waarop nog steeds een besparing van 2,5% dient te gebeuren. Het aantal beschikbare uren binnen de SE s dient herverdeeld. We dienen dan nieuwe criteria te zoeken waarop de uren kunnen worden toegekend. We sommen enkele mogelijke pistes op : pagina 5 van 11
6 Op basis van de zorgzwaarte en de hieruit afgeleide ondersteuningsfuncties kunnen uren variabele prestaties worden toegekend. Om de overgang te maken van de situatie AS IS naar de situatie TO BE is het een optie om een transitiepad uit te werken. Dit transitiepad zorgt voor een geleidelijke overgang van de inzet van variabele prestaties (overgang van contingent uren vastgeklikt aan de voorziening naar uren op basis van de uitvoering van het ondersteuningsplan van de gebruikers. Mogelijke pistes van TO BE : o SE ontvangen jaarlijks op basis van hun aantal cliënten met woonondersteuning waar continudiensten noodzakelijk zijn, een contingent uren. Dit contingent wordt jaarlijks geëvalueerd en indien nodig aangepast. Het VAPH bewaakt op sectorniveau het totale pakket variabele prestaties. Als startpositie nemen we het aantal gesubsidieerde uren Indien dit lager ligt dan het toegestane urenpakket waarop de 2,5% besparing is toegepast, weerhouden we het aantal gesubsidieerde. Nog verdere stappen nodig? o We bepalen de subsidiekost van het aantal gesubsidieerde uren variabele prestaties (incl. de 2,5 besparing) per SE. Binnen deze vastgelegde subsidiekost kan de SE de uren variabele prestaties inzetten. Ook hier zijn cao opgemaakt rond de uitvoering (minimum en maximum duur, welke functies, ), de uitbetaling. Het is de verantwoordelijkheid van de vergunde zorgaanbieder dat de cao s gevolgd worden. B. Overuren (art.4, 2 MB van 18/6/75) Binnen de afspraken van het PC is het toegelaten om overuren te presteren. Deze dienen verloond aan het barema van opvoeder klasse 3. Binnen het afrekeningsdossier vertegenwoordigen deze verloningen euro tov een totale loonmassa van 515 mio. Binnen de simulatie ALF maakt het inbrengen van deze factor geen noemenswaardige verschillen. We opteren ervoor om de subsidieregelgeving rond overuren te schrappen. C. De VIA middelen De Vlaamse intersectorale akkoorden voorzien in volgende middelen : Verhoging van de werkgeversforfait Forfait zware beroepen Forfait conventioneel verlof Forfait kwaliteit Management Vorming Er worden verschillende criteria gehanteerd om de middelen toe te kennen. Het betreft ofwel een percentage op de loonmassa (of een specifiek deel van de loonmassa), ofwel een toekenning van de middelen gekoppeld aan de ingezette tewerkstelling. o Verhoging van de werkgeversforfait pagina 6 van 11
7 De werkgeversforfait (voorheen de 3,2% of 3,9%) kende via de sectorale kwaliteitsmaatregelen van VIA 4 een verhoging (art.11 MB 18/6/75). Voor de VZA is deze forfait opgenomen binnen het percentage organisatiegebonden kosten Wat MFC, Thuisbegeleidingsdiensten, DOP en diensten RTH betreft hebben deze nog recht op deze werkgeversforfait. De toekenning van deze forfait op de loonmassa kan via de methodiek ALF. o Forfait zware beroepen. De regelgeving, BVR van 30/3/2001 houdende verscheidene bepalingen tot regeling en subsidiëring van arbeid en vakantie van personeel tewerkgesteld door voorzieningen gesubsidieerd door het VFSIPH, vermeldt in art.2 en 3 de criteria : 2,485% op de loonmassa van het verplegend, opvoedend en begeleidend personeel dat in systeem van continudiensten tewerkgesteld is in voorzieningen werkend onder internaatstelsel en de leeftijd van 45 jaar of ouder bereikt heeft. Onder loonmassa wordt verstaan de personeelskosten van het volgens de personeelsnormen subsidieerbaar personeel met uitsluiting van de personeelskosten van het vervangend personeel, het vakantiegeld uitdiensttreding, de forfaitaire subsidies voor bepaalde patronale lasten en vergoedingen. Opvoedend personeel : opvoedend personeel 3,2B,2A,1, hoofdopvoeder. De compenserende middelen in kader van zware beroepen voor opvoeder groepschef ontvangt men via de middelen sociaal maribel. Deze regelgeving dient aangepast zodat deze toepasbaar is op VZA. Het concept van internaatstelsel is niet meer gekend binnen PVF, binnen de methodiek van ALF is er geen gedetailleerde opvraging (op werknemersniveau) van de variabele prestaties en dus geen zicht op die personeelsleden van de specifiek genoemde functies die in systeem van continudiensten zijn tewerkgesteld. Mogelijke pistes : o Opvraging bij de VZA van de in rekening te brengen loonmassa. De VZA heeft zicht op de ingezette personeel dat ressorteert onder de opgesomde criteria (opvoedend/verplegend personeel, continudienst, internaatstelsel = woonondersteuning waar gebruik gemaakt wordt van deze continudiensten) Het VAPH simuleert op basis van de gegevens afrekening het bedrag forfait zware beroepen per werknemer. In kader van de subsidiëring ontvangt de VZA 3% op de loonmassa i.p.v. 2,468%. Deze verhoging in de subsidiëring dekt de extra loonmassa die voortvloeit uit de geleverde variabele prestaties. Binnen ALF is er geen zicht op de individuele loongegevens in kader van variabele prestaties. Forfait conventioneel verlof Het zelfde BVR 30/3/2001 beschrijft in artikel 4 dat het conventioneel verlof wordt gecompenseerd door vervangende tewerkstelling die integraal wordt gesubsidieerd door het VAPH door een forfait van 0,761% op de loonmassa. pagina 7 van 11
8 In dit artikel is zijn er geen bijkomende criteria rond de loonmassa die dient in rekening gebracht. Binnen VZA kan deze worden berekend en gesubsidieerd. Ook voor de andere zorgvormen, MFC, TB, DOP en RTH kan de forfait berekend en gesubsidieerd. o Forfait kwaliteit Deze forfait (0,3%) wordt berekend op de totale loonmassa. Zowel voor VZA als de andere zorgvormen vormt dit geen probleem naar berekening en subsidiëring o Management en vorming Deze toelagen worden toegekend per VTE. Er dient wel een onderscheid gemaakt tussen werkgevers die afhangen van de openbare sector of de private. De bijkomende middelen management uit VIA 4 worden niet toegekend aan VZA, TB, DOP, RTH diensten die afhangen van de openbare sector. Een ander piste is ook hier een transitiepad opzetten om een vereenvoudiging en forfaitarisering van alle VIA middelen uit te werken. Per VTE (met eventuele koppeling naar de functie) kan dan een percentage VIA middelen bepaald Subsidiëring van de organisatiegebonden kosten De organisatiegebonden punten bedragen 25,35% op de som van de zorggebonden punten. De organisatiegebonden punten kunnen omgezet in cash. De omzetting naar cash gebeurt via de omrekensleutel (waarde van een personeelspunt). De organisatiegebonden personeelskosten worden op een zelfde manier gesubsidieerd als de zorggebonden personeelskosten. 3.3 Subsidiëring van de diensten Thuisbegeleiding Subsidiëring personeelskosten De methodiek (alternatieve loonfinanciering) die gebruikt word om de personeelskosten van de vergunde zorgaanbieders te subsidiëren kan ook hier overgenomen Subsidiëring werkingskosten Het BVR thuisbegeleiding voorziet de subsidiëring van de werkingsmiddelen. Per begeleiding ontvangt de dienst 19,6 euro. Dit bedrag is gekoppeld aan de index. Het BVR voorziet de mogelijkheid om max. 5 % van de personeelspunten om te zetten in werkingskosten. De omzetting gebeurt door middel van de waarde van een personeelspunt. pagina 8 van 11
9 3.4 Subsidiëring van de multifunctionele centra Subsidiëring Personeelskosten De methodiek die gebruikt wordt om de personeelskosten van de vergunde zorgaanbieders te subsidiëren kan ook hier overgenomen. Knelpunt : variabele prestaties (zie A) Niet alle MFC beschikken over een contingent variabele prestaties. Indien de voorziening vroeger louter als semi internaat fungeerde had men geen recht op een contingent variabele prestaties, behalve een paar uitzonderingen. Door de invoering van het meer vraaggestuurd werken botst dit met het niet gesubsidieerd krijgen van de verrichte prestaties en de daaraan gekoppelde weddesupplementen. Mogelijke pistes : Middelen toekennen? Niet toekennen, samenwerking, punten uitdelen Subsidiëring werkingskosten Ieder MFC heeft een individueel erkenningsbesluit waarin ook de werkingsmiddelen zijn vastgelegd. De werkingsmiddelen zijn onderhevig aan de index. Ook zijn de vervoerskosten mee opgenomen in dit individueel besluit. Bijkomende werkingskosten kunnen gegenereerd door (max 10%) personeelspunten om te zetten in werkingskosten. De omzetting naar werkingskosten gebeurt via de waarde van een personeelspunt. Rond de omzetting zijn bijkomende randvoorwaarden geformuleerd. De socio culturele bijdrage dient toegekend aan die diensten die meerderjarige gebruikers residentieel ondersteunen en die gebruik maken van de wettelijke bijdrageregeling. 3.5 Subsidiëring PVC minderjarige Het BVR van 19/7/2002 houdende maatregelen om tegemoet te komen aan de noodzaak tot leniging van dringende behoeften van personen met een handicap geeft aan dat maximaal dient aangesloten bij de bestaande subsidiëringsmogelijkheden, zowel van ambulante als van (semi ) residentiële voorzieningen, zij het dat de diverse stelsels soepel en tijdelijk los van de erkenning gehanteerd kunnen worden. Binnen de beheersovereenkomsten werd een administratieve manier afgesproken met de sector. Het budget dat wordt besteed aan personeelskosten wordt omgezet in punten via een omrekensleutel. Een verdere vereenvoudiging bestaat er in om de toekenning van het budget in personeelspunten te doen. Dat verhindert dat er nog kunstmatige ingrepen dienen te gebeuren opdat er toch een geïntegreerde afrekening kan gebeuren. Dit kan mogelijks beter aansluiten bij de effectieve besteding van het budget. pagina 9 van 11
10 3.6 Subsidiëring van de diensten rechtstreeks toegankelijke hulp Subsidiëring personeelskosten De alternatieve loonfinanciering kan ook hier worden toegepast om een maximaal kostendekkende financiering te bekomen Subsidiëring werkingskosten Het BVR RTH vermeldt dat per ingezet personeelspunt een werkingskost van 89 euro wordt voorzien. Het bedrag van de werkingskost is gekoppeld aan de index. 3.7 Subsidiëring van de diensten ondersteuningsplan Subsidiëring personeelskosten Ook hier kan de alternatieve loonfinanciering gehanteerd Subsidiëring werkingskosten Per gepresteerde begeleiding ontvang de dienst ondersteuningsplan een werkingskost van 25 euro. Deze werkingskost is onderhavig aan de index. Van de personeelspunten kan maximaal 10% worden omgezet in werkingsmiddelen via de waarde van een personeelspunt. 3.8 Subsidiëring van de bijstandsorganisaties Geregeld in art.16 van BVR bijstandsorganisaties. Omzetting voucher naar cash dmv omrekensleutel 3.9 Subsidiëring van de ODB units Bij de transitie naar PVF is er geopteerd om de middelen van deze specifieke werkingen niet mee in rekening te brengen. Deze middelen dienen gevrijwaard en gesubsidieerd via nog nader te bepalen principes. Mogelijke pistes zijn : De ODB units blijven erkend als FAM. Dit houdt in dat het BVR FAM dient verlengd en waar mogelijk aangepast en vereenvoudigd. Er wordt een nieuw BVR subsidiëring ODB units uitgewerkt Subsidiëring van de projecten voor geïnterneerden Bij de transitie naar PVF is er geopteerd om ook deze middelen van deze specifieke projecten niet mee te nemen in de omslag. Ook hier dient een passend subsidiekader opgemaakt. Bovenstaande pistes zijn ook hier mogelijke alternatieven : Projecten geïnterneerden erkennen als FAM. pagina 10 van 11
11 Nieuw BVR subsidiëring projecten geïnterneerden uitwerken. pagina 11 van 11
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten
Besluit van de Vlaamse Regering houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende
Voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende de methodiek van de vergoeding van personeelspunten
Voorontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende de methodiek van de vergoeding van personeelspunten DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering
1 Opzet van deze correctiefases
Zenithgebouw Koning Albert II-laan 37 1030 BRUSSEL www.vaph.be INFONOTA Gericht aan: vergunde zorgaanbieders 31 mei 2018 INF/HOR/18/01a Contactpersoon Helpdesk transitie voorzieningen E-mail [email protected]
Op 21 maart 2016 stelde ik een schriftelijke vraag (nr. 424) over het macrobudgettair kader voor de persoonsvolgende financiering (PVF).
SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 524 van TINE VAN DER VLOET datum: 12 mei 2016 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Persoonsvolgende financiering (PVF) - Macrobudgettair kader
ALF. Technische handleiding
ALF Technische handleiding Versie 2017 pagina 1 van 10 Inhoudsopgave 1 Afrekeningsdossier 2017... 4 1.1 Tewerkstellingsgegevens... 4 1.1.1 Invullen of inkijken van personeelsgegevens... 5 1.2 Administratief
ALF. Alternatieve LoonFinanciering
ALF Alternatieve LoonFinanciering Versie 1.0 pagina 1 van 19 Inhoudsopgave 1 De geïntegreerde afrekening... 4 1.1 Samenstelling van een subsidie-eenheid (SE)... 4 1.1.1 Bepaling van het aantal personeelspunten...
Helpdesk cliëntregistratie (vouchers) Helpdesk afrekeningen (reservevorming en omzetten personeelspunten)
Zenithgebouw Koning Albert II-laan 37 1030 BRUSSEL www.vaph.be INFONOTA Aan:aanbieders van rechtstreeks toegankelijke hulp (RTHdiensten), diensten ondersteuningsplan (DOP), multifunctionele centra (MFC),
ALF. Technische handleiding. pagina 1 van 14
ALF Technische handleiding pagina 1 van 14 Inhoudsopgave 1 Indienen van het afrekeningsdossier... 4 1.1 Tewerkstellingsgegevens... 5 1.1.1 Toevoegen van contracten... 5 1.1.2 Werknemers in brugpensioen...
VR DOC.1472/1TER
VR 2017 2212 DOC.1472/1TER DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN TERNOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende maatregelen ter beheersing
INFOSESSIE TRANSITIE NAAR PVF
INFOSESSIE TRANSITIE NAAR PVF OVERGANG NAAR DE PERSOONSVOLGENDE FINANCIERING: bijsturing methodiek INITIËLE DOEL TRANSITIE Bepalen nrth versus RTH Bepalen budgetten, los van individuele situatie voorzieningen
Zorgcontinuïteit voor jongvolwassen cliënten van het VAPH
Zenithgebouw Koning Albert II-laan 37 1030 BRUSSEL www.vaph.be INFONOTA Gericht aan: de multifunctionele centra 7 april 2017 E-mail [email protected] Telefoon 02 225 86 20 Bijlagen 1 Zorgcontinuïteit
1. KORTVERBLIJF BINNEN RTH-CAPACITEIT IN COMBINATIE MET PVB
Zenithgebouw Koning Albert II-laan 37 1030 BRUSSEL www.vaph.be INFONOTA Gericht aan: de vergunde zorgaanbieders 14 juni 2018 INF/AFZ/18/14 Contactpersoon Marc Sevenhant E-mail [email protected] Telefoon
1. De grote lijnen en algemene principes van de transitie ZiN 2. Specifieke uitgangspunten 3. Omschakelen van de huidige gebruikers 4. Transitie aanbi
Transitie meerderjarige gebruikers en aanbieders zorg in natura naar PVF Basisprincipes, stappenplan & tijdspad VAPH, Taskforce PVF 26 januari 2016 1 Na taskorce 12/01/16 2 bijeenkomsten technische werkgroep
PARITAIR SUBCOMITÉ LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 FEBRUARI 2008
PARITAIR SUBCOMITÉ 319.01 LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 FEBRUARI 2008 Het indexcijfer van de maand december 2007 heeft de spilindex van 106.22 punten overschreden. De bijgevoegde loonbarema's zijn geldig
PARITAIR SUBCOMITÉ LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 oktober 2018
PARITAIR SUBCOMITÉ 319.01 LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 oktober 2018 Het indexcijfer van de maand augustus 2018 heeft de spilindex van 105.10 bereikt. Onderstaande bedragen en loonbarema's zijn geldig vanaf
Thuisverpleging
Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en-diensten 3300004 Thuisverpleging Haard of standplaatstoelage... 1 Eindejaarspremie... 1 Aanvullend pensioen... 2 Onregelmatige prestaties... 2 Niet ingepland
Privé-ziekenhuizen, Psychiatrische verzorgingstehuizen
Paritair Comité voor de gezondheidsinrichtingen en-diensten 3300001 Privé-ziekenhuizen, Psychiatrische verzorgingstehuizen Haard of standplaatstoelage... 1 Eindejaarspremie... 1 Aanvullend pensioen...
PARITAIR SUBCOMITÉ LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 juli 2016
PARITAIR SUBCOMITÉ 319.01 LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 juli 2016 Het indexcijfer van de maand mei 2016 heeft de spilindex van 101.02 overschreden. Onderstaande bedragen en loonbarema's zijn geldig vanaf
P.C. VOOR DE VLAAMSE WELZIJNS- & GEZONDHEIDSSECTOR 331
Infocentrum Koning Albertlaan 95 9000 GENT P.C. VOOR DE VLAAMSE WELZIJNS- & GEZONDHEIDSSECTOR 331 P.S.C. voor de Opvang van kinderen 331.01 Kinderdagverblijven (zie 331.00l vergunde kinderopvang trap 2A
Richtlijnen Rechtstreeks Toegankelijke Hulp
Richtlijnen Rechtstreeks Toegankelijke Hulp Versie 5: juni 2017 pagina 1 van 14 1 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Ondersteuning... 3 2.1 Ondersteuning per gebruiker... 3 2.2 Outreach... 4 3 Doelgroep... 5 3.1
Persoonsvolgende Financiering
Editie april 2016 Persoonsvolgende Financiering www.vaph.be 2 Persoonsvolgende Financiering ONDERSTEUNING OP MAAT De zorg, ondersteuning en assistentie voor personen met een handicap worden met de komst
Evoluties binnen zorgvernieuwing
Evoluties binnen zorgvernieuwing 9 januari 2014 JOS THEUNIS AFDELINGSHOOFD ZORG VAPH Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap 1 Multifunctionele centra (MFC) en Flexibel Aanbod Meerderjarigen (FAM)
MULTIFUNCTIONELE CENTRA. Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap 1
MULTIFUNCTIONELE CENTRA Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap 1 MULTIFUNCTIONELE CENTRA Multifunctionele Centra binnen het Perspectiefplan 2020 Jos Theunis Afdelingshoofd Zorg Vlaams Agentschap
3 agentschap : het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
BESLUIT van de VLAAMSE REGERING van 17 november 2006 betreffende de goedkeuring en subsidiëring van geïntegreerde woonprojecten voor personen met een handicap Publicatie B.S.: 10.1.2007 Inwerkingtreding:
PARITAIR SUBCOMITÉ LOONBAREMA'S geldig van 1 FEBRUARI 2008 tot 31 MEI 2008
PARITAIR SUBCOMITÉ 319.01 LOONBAREMA'S geldig van 1 FEBRUARI 2008 tot 31 MEI 2008 Het indexcijfer van de maand december 2007 heeft de spilindex van 106.22 punten overschreden. De bijgevoegde loonbarema's
Vergunde zorgaanbieders
Vergunde zorgaanbieders Evelien Devriese 1 Vergunde zorgaanbieders 3 aspecten: (1) Besteding en verantwoording van het PVB voor niet rechtstreeks toegankelijke hulp (nrth) (2) Vergunnen en (3) Betoelagen
Besluit van de Vlaamse Regering over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden
VR 2016 2312 DOC.1482/2BIS Besluit van de Vlaamse Regering over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 7
PARITAIR COMITÉ GESUBSIDIEERDE KINDEROPVANG LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 JANUARI 2013
PARITAIR COMITÉ 331 - GESUBSIDIEERDE KINDEROPVANG LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 JANUARI 2013 Het indexcijfer van de maand november 2012 heeft de spilindex van 119.62 punten overschreden. De bijgevoegde loonbarema's
BESLUIT van de VLAAMSE REGERING van 15 DECEMBER 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector
BESLUIT van de VLAAMSE REGERING van 15 DECEMBER 1993 houdende de subsidiëring van de personeelskosten in bepaalde voorzieningen van de welzijnssector Publicatie B.S. : 16.3.1994 Inwerkingtreding : 1.1.1993
VR DOC.0356/1BIS
VR 2017 2104 DOC.0356/1BIS DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN BISNOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het
Ondersteuningsaanbod in Vlaanderen: financiering en prijsbepaling
Ondersteuningsaanbod in Vlaanderen: financiering en prijsbepaling Jos Theunis Afdelingshoofd Zorg VAPH Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap 1 Zorgaanbod in Vlaanderen Hoe wordt de zorg gefinancierd?
5.5 De forfaitbedragen voor management en vorming zijn nergens vermeld evenals de forfait voor kwaliteitsverbetering en bijkomend conventioneel
Inhoud 1 Combinaties... 3 1.1 Combinatie MFC en dagcentrum... 3 1.2 Combinatie MFC en begeleid werken... 3 1.3 Waarom kan verblijf/dagbesteding niet gecombineerd worden met ambulante begeleiding? 3 1.4
Persoonsvolgende Financiering
Editie januari 2016 Persoonsvolgende Financiering www.vaph.be 2 Persoonsvolgende Financiering ONDERSTEUNING OP MAAT De zorg, ondersteuning en assistentie voor personen met een handicap worden met de komst
FAQ s sociale maribel 329.01
FAQ s sociale maribel 329.01 Wat moet ik doen om in aanmerking te komen voor subsidies? Je organisatie dient te behoren tot de socioculturele sector van de Vlaamse Gemeenschap (PC 329.01) en minstens 5,5
NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE LEDEN VAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het totale aantal subsidiabele uren
P.C. VOOR DE OPVOEDINGS- & HUIS- VESTINGSINRICHTINGEN & -DIENSTEN 319
Koning Albertlaan 95 9000 GENT P.C. VOOR DE OPVOEDINGS- & HUIS- VESTINGSINRICHTINGEN & -DIENSTEN 319 P.S.C. voor de Opvoedings- & Huisvestingsinrichtingen & Diensten in de Vlaamse Gemeenschap 319.01 Aanpassing
Richtlijnen en Handleiding Isis
Richtlijnen en Handleiding Isis pagina 1 van 32 Versie 3.0 : aanpassing maandelijkse voorschotten en koppeling met geregistreerde vouchers uit webapplicatie GIR. pagina 2 van 32 1 Inleiding.. 4 2 Omschrijving
PARITAIR COMITÉ 331 KINDEROPVANG LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 juni of 1 juli 2016
PARITAIR COMITÉ 331 KINDEROPVANG LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 juni of 1 juli 2016 Het indexcijfer van de maand mei 2016 heeft de spilindex van 101.02 overschreden. De loonbarema's voor de kinderopvang behorende
PersoonsVolgende Financiering Rechtstreeks Toegankelijke Hulpverlening Flexibel Aanbod Meerderjarigen Een update
PersoonsVolgende Financiering Rechtstreeks Toegankelijke Hulpverlening Flexibel Aanbod Meerderjarigen Een update 1 TOEGANGSPOORT PersoonsVolgende Financiering (PVF) TRAP 1 Rechtstreeks Toegankelijke Hulpverlening
PVF 10 oktober Vragen en Antwoorden. Inhoud. 1. Algemeen
PVF 10 oktober Vragen en Antwoorden Inhoud 1. Algemeen... 1 2. Basisondersteuningsbudget (BOB)... 3 3. Persoonsvolgend Budget... 4 4. Overgaan naar het nieuwe systeem... 5 5. Hulp bij de overstap naar
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juli
Toch is het zo dat de minimumlonen die de verschillende cao
K valt onder bevoegdheidsdomein van het Paritair Comité 331 (PC 331), het Paritair Comité van de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector. Werkgevers zijn verplicht om de Collectieve Arbeidsovereenkomsten
Persoonsvolgende financiering als hefboom in een wijzigend ondersteuningslandschap
Persoonsvolgende financiering als hefboom in een wijzigend ondersteuningslandschap Brugge, 11 februari 2014 Algemene vergadering ROG West-Vlaanderen Janick Appelmans, Coördinator zorgregie West-Vlaanderen
1 STAND VAN ZAKEN TRANSITIE ZORG IN NATURA
Zenithgebouw Koning Albert II-laan 37 1030 Brussel T 02 225 84 11 F 02 225 84 05 [email protected] www.vaph.be OMZENDBRIEF 23 september 2016 Stand van zaken transitie zorg in natura Opstart persoonsvolgend
Persoonsvolgende Financiering
Editie oktober 2016 Persoonsvolgende Financiering www.vaph.be 2 Persoonsvolgende Financiering ONDERSTEUNING OP MAAT De zorg, ondersteuning en assistentie voor personen met een handicap worden met de komst
Pegode stelt 200 medewerkers te werk Pegode ondersteunt op 31/12/2011 : 301 cliënten Pegode heeft verschillende erkenningen
ZORGVERNIEUWING Pegode stelt 200 medewerkers te werk Pegode ondersteunt op 31/12/2011 : 301 cliënten Pegode heeft verschillende erkenningen TNW bezigheid 1 & 2 TNW Nursing 1 Dagcentrum 1 en 2 Dio Geïntegreerd
LOONBAREMA'S per 1 SEPTEMBER 2005 PARITAIR SUBCOMITÉ
LOONBAREMA'S per 1 SEPTEMBER 2005 PARITAIR SUBCOMITÉ 319.01 Het indexcijfer van de maand juli 2005 heeft de spilindex van 116.15 punten overschreden. De bijgevoegde loonbarema's zijn geldig vanaf 1 september
Aanvullende nota bij het rapport Het uitwerken van organisatiegebonden personeelsnormen. INZET VAN HET LOGISTIEK PERSONEEL.
Aanvullende nota bij het rapport Het uitwerken van organisatiegebonden personeelsnormen. Aanleiding. INZET VAN HET LOGISTIEK PERSONEEL. Bij de voorstelling en bespreking van het rapport Het uitwerken van
Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector Centra voor geestelijke gezondheidszorg, erkend door de Vlaamse Gemeenschap
Paritair Comité voor de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector 3310002 Centra voor geestelijke gezondheidszorg, erkend door de Vlaamse Gemeenschap Haard- en standtoelage... 2 Collectieve arbeidsovereenkomst
Metaalverwerkingsondernemingen Nationaal
Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw 1110001 Metaalverwerkingsondernemingen Nationaal Ecocheques, Maaltijdcheques, Hospitalisatieverzekering, Aanvullend pensioen 1 Aanvullend pensioen...
Individuele begeleiding : afronden op 0.25 per week. Praktische hulp en globale individuele ondersteuning : afronden op 1.0. Deze gegevens worden door
Bepalen saldo persoonsvolgende personeelspunten voor huidige Z.I.N. gebruikers. Uitgangspunt.. In het kader van de transitie PVF moet aan iedere zorggebruiker een saldo persoonsvolgende personeelspunten
Toch is het zo dat de minimumlonen die de verschillende cao
K valt onder bevoegdheidsdomein van het Paritair Comité 331 (PC 331), het Paritair Comité van de Vlaamse welzijns- en gezondheidssector. Werkgevers zijn verplicht om de Collectieve Arbeidsovereenkomsten
INFORMATIESESSIE VERGUNDE ZORGAANBIEDERS. Maart 2018
INFORMATIESESSIE VERGUNDE ZORGAANBIEDERS Maart 2018 PROGRAMMA Inleiding Transitiemethodiek Correctiefases 1 en 2 Beheersingsmaatregelen PAUZE Voorschotten op basis van vouchers Afrekening 2017 Communicatie
Persoonsvolgende financiering Wat verandert? Welke mogelijkheden heb ik?
Persoonsvolgende financiering Wat verandert? Welke mogelijkheden heb ik? Wat is persoonsvolgende financiering (PVF) Vroeger: voorzieningen hebben een aantal gesubsidieerde plaatsen. Het grootste deel van
Persoonsvolgende financiering. Infosessie voor gebruikers 10/03/2017
Persoonsvolgende financiering Infosessie voor gebruikers 10/03/2017 Agenda WELKOM GILBERT VAN LAETHEM VOORZITTER ZONNESTRAAL VZW HAVINET ELS VRIJDAG COÖRDINATOR HAVINET VZW PERSOONSVOLGENDE FINANCIERING
NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING
DE VLAAMSE MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN NOTA AAN DE VLAAMSE REGERING Betreft: - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2010
PARITAIR SUBCOMITÉ 319.01 LOONBAREMA'S geldig van 1 JUNI 2011 tot 29 FEBRUARI 2012
PARITAIR SUBCOMITÉ 319.01 LOONBAREMA'S geldig van 1 JUNI 2011 tot 29 FEBRUARI 2012 VOOR EEN OVERZICHT VAN DE MEEST RECENTE LOONBAREMA S, KLIK HIER De bijgevoegde loonbarema's zijn geldig vanaf 1 juni 2011
P.C. VOOR DE OPVOEDINGS- & HUIS- VESTINGSINRICHTINGEN & DIENSTEN 319
Infocentrum Koning Albertlaan 95 9000 GENT P.C. VOOR DE OPVOEDINGS- & HUIS- VESTINGSINRICHTINGEN & DIENSTEN 319 P.S.C. voor de Opvoedings- & Huisvestingsinrichtingen & Diensten in de Vlaamse Gemeenschap
Gemeenschappelijk voorstel van de sociale partners. Sectorale CAO s in PC 117/211. Periode
Gemeenschappelijk voorstel van de sociale partners Sectorale CAO s in PC 117/211 Periode 2017-2018 Teneinde het sectoraal proces voor de toekomst te vrijwaren en omwille van de solidariteit tussen de verschillende
PARITAIR SUBCOMITÉ 319.01 LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 JANUARI 2013
PARITAIR SUBCOMITÉ 319.01 LOONBAREMA'S geldig vanaf 1 JANUARI 2013 Het indexcijfer van de maand november 2012 heeft de spilindex van 119.62 punten overschreden. De bijgevoegde loonbarema's zijn geldig
Integratie van de Sociale Maribel in de DmfA(PPL) vanaf 2018/4
Integratie van de Sociale Maribel in de DmfA(PPL) vanaf 2018/4 1. WIE is betrokken? De werkgevers die subsidies ontvangen voor bijkomende tewerkstelling in het kader van de Sociale Maribel. 1 2. WAT verandert
Implementatie van en transitie naar PVF. Jo Vandeurzen Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Implementatie van en transitie naar PVF Jo Vandeurzen Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin 1 VAPH 2015 84.624 mensen die een inkomensvervangende tegemoetkoming en/of een integratietegemoetkoming
