Achmea Complianceregeling Mededinging
|
|
|
- Augusta Vos
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Achmea Complianceregeling Mededinging
2 Inhoud Inleiding 3 Achmea Complianceregeling Mededinging 4 Toelichting 8 Bijlage 1 12 Bijlage
3 Inleiding Vertrouwen en integriteit zijn twee belangrijke kernbegrippen voor het goed functioneren van de Nederlandse markt. De consument op de eerste plaats, maar verder ook iedereen die met de Nederlandse markt te maken heeft, moet er zeker van zijn dat de sectoren integer opereren en te vertrouwen zijn. De Model-complianceregeling Mededinging die door het Verbond van Verzekeraars voor zijn leden is opgesteld, geeft uitdrukking aan een actief streven om een sector te zijn waarin geen sprake is van ongeoorloofde beperkingen van de concurrentie. Tegelijkertijd is deze Model-complianceregeling Mededinging een puur praktisch instrument dat moet helpen voorkomen dat het nationale of Europese mededingingsrecht wordt overtreden. Achmea is van mening dat het een actief streven is om een sector te zijn waarin geen sprake is van ongeoorloofde beperkingen van de concurrentie, niet alleen voor haar verzekeringsbedrijven moet gelden. De voor u liggende Achmea Complianceregeling Mededinging is derhalve van toepassing op alle onderdelen van Achmea in Nederland. 3
4 Achmea Complianceregeling Mededinging 1 Doel en werkingssfeer Deze regeling vormt de weerslag van een actief streven van Achmea naar een financiële markt die zichtbaar en controleerbaar vrij is van ongeoorloofde mededingingsbeperkingen. Doel van deze regeling is te bevorderen dat het (Europese en Nederlandse) mededingingsrecht strikt wordt nageleefd door (de medewerkers van) alle onderdelen van Achmea binnen Nederland. 2 Definities In deze regeling wordt verstaan onder Achmea Het Bestuur Directie Otso De Compliance Officer Mededinging Verbond ZVN NVB : de Nederlandse dochtermaatschappijen van Achmea B.V. : Raad van Bestuur van Achmea B.V. : Otso directies en andere deelnemers aan de Achmea Groepsconferentie : Onder toezicht staande onderneming (vergunninghouder) : De functionaris die door het Bestuur als Compliance Officer Mededinging is benoemd (i.c. de Group Compliance Officer) : Verbond van Verzekeraars : Zorgverzekeraars Nederland : Nederlandse Vereniging van Banken Mededingingsrecht : Mededingingsregels als genoemd in Bijlage 2 bij deze regeling Raad van Commissarissen : Raad van Commissarissen van Achmea B.V. en/of van de betrokken Otso. 3 Eindverantwoordelijkheid 3.1 Het Bestuur draagt de eindverantwoordelijkheid voor de naleving van deze regeling binnen Achmea. Om de effectiviteit van de regeling te bevorderen, draagt het Bestuur zorg voor adequate controlemechanismen die specifiek op de organisatie van Achmea zijn toegesneden. 3.2 Het Bestuur benoemt de Group Compliance Officer als Compliance Officer Mededinging. Daarnaast benoemt het Bestuur een manager van Achmea Compliance als zijn plaatsvervanger. De Compliance Officer Mededinging vervult een proactieve rol in het voorkomen, onderzoeken en beëindigen van mogelijke gedragingen in strijd met het Mededingingsrecht. De Compliance Officer Mededinging is in het kader van zijn taak uitsluitend verantwoording verschuldigd aan het Bestuur en zal aan het Bestuur jaarlijks rapporteren over zijn activiteiten. 4
5 4 Doelgroep Aan deze regeling zijn onderworpen: - het Bestuur en de Directie; - andere, als zodanig door het Bestuur of de Directie aangewezen werknemers van Achmea die als feitelijk leidinggevende op beleids- en/of commercieel niveau contacten onderhouden met andere ondernemingen en/of tussenpersonen, alsmede diegenen die deelnemen aan bepaalde besturen of commissies, bijvoorbeeld van het Verbond of de NVB; - De boven-cao medewerkers; - Inkoopmedewerkers; - Deelnemers aan besturen, commissies, werkgroepen en andere gremia van het Verbond vallen automatisch ook binnen de Complianceregeling Mededinging voor het Verbond. 5 Informatie De werknemers uit de in artikel 4 bedoelde doelgroep zullen periodiek inhoudelijk worden geïnformeerd over de inhoud van het mededingingsrecht, over de invloed op de activiteiten van Achmea en over de interne procedureregels. Dit zal plaatsvinden door toezending van documentatiemateriaal en/of voorlichtingsbijeenkomsten. Als basis wordt de e- learning mededinging doorlopen. 6 Inhoud Een ieder die tot de doelgroep behoort, is verplicht: a. zich te onthouden van gedragingen die een inbreuk vormen op het Mededingingsrecht; b. zich te onthouden van uitlatingen in woord en/of geschrift waardoor de indruk kan worden gewekt dat Achmea betrokken is bij gedragingen die een inbreuk vormen op het Mededingingsrecht; c. in de onder artikel 7 genoemde gevallen de Compliance Officer Mededinging mondeling en/of schriftelijk te consulteren. Indien het geval betrekking heeft op de verzekeringssector en bekend is dat terzake ook het Verbond is of zal worden geconsulteerd, dient dit aan de Compliance Officer Mededinging te worden gemeld; d. in de onder artikel 8 genoemde gevallen een melding te doen aan de Compliance Officer Mededinging. 7 Consultatie van de Compliance Officer Mededinging 7.1 Consultatie Consultatie van de Compliance Officer Mededinging, als bedoeld in artikel 6 onder c, is verplicht indien ten aanzien van: a. enige voorgenomen gedraging twijfel bestaat of deze een inbreuk vormt op het mededingingsrecht; b. enige voorgenomen uitlating in woord en/of geschrift twijfel bestaat of daardoor de indruk wordt gewekt dat Achmea betrokken is bij gedragingen die een inbreuk vormen op het mededingingsrecht. 5
6 Dit voorschrift geldt voor leidinggevenden bovendien ten aanzien van voorgenomen gedragingen en/of uitlatingen waarbij één of meer van hun ondergeschikten uit hoofde van hun functie zijn betrokken. 7.2 lnzage; nadere informatie Bij consultatie van de Compliance Officer Mededinging wordt aan hem inzage gegeven in het gehele dossier en wordt hem alle relevante informatie verstrekt met betrekking tot de (voorgenomen) gedraging of uitlating. Aan de Compliance Officer Mededinging wordt nadere informatie verstrekt indien hij daarom verzoekt. 7.3 Schorsende werking en spoedeisendheid Het is niet toegestaan om vooruitlopend op het advies van de Compliance Officer Mededinging mee te werken aan het tot stand komen van de gedraging en/of uitlating die voorwerp is van het advies. In spoedeisende gevallen kan met toestemming van de Directie en/of van het Bestuur van dit voorschrift worden afgeweken. De Compliance Officer Mededinging brengt zijn advies uit op een zodanige termijn als, gelet op de ingewikkeldheid van de zaak en het gewicht van de daarbij betrokken belangen, in redelijkheid van hem mag worden verwacht. 7.4 Juridische bijstand De Compliance Officer Mededinging kan, indien hem dit in verband met de ingewikkeldheid van de zaak wenselijk voorkomt, intern en zonodig extern juridische bijstand inroepen. 8 Melding aan de Compliance Officer Mededinging 8.1 Melding Melding aan de Compliance Officer Mededinging, als bedoeld in artikel 6 onder d, is verplicht indien ten aanzien van: a. enige gedraging achteraf wordt geconcludeerd dat deze een inbreuk vormt op het Mededingingsrecht dan wel hierover twijfel bestaat; b. enige uitlating in woord en/of geschrift achteraf wordt geconcludeerd dat daardoor de indruk is gewekt dat Achmea betrokken is bij gedragingen die een inbreuk vormen op het Mededingingsrecht, dan wel dat hierover twijfel bestaat. Dit voorschrift geldt voor leidinggevenden bovendien ten aanzien van voorgenomen gedragingen en/of uitlatingen waarbij één of meer van hun ondergeschikten uit hoofde van hun functie zijn betrokken. 8.2 lnzage; nadere informatie Bij melding aan de Compliance Officer Mededinging wordt aan hem inzage gegeven in het gehele dossier en wordt hem alle relevante informatie verstrekt met betrekking tot de gedraging of uitlating. Aan de Compliance Officer Mededinging wordt nadere informatie verstrekt indien hij daarom verzoekt. 6
7 8.3 Instructies door de Compliance Officer Mededinging De Compliance Officer Mededinging kan naar aanleiding van een ontvangen melding die instructies geven die hij met het oog op het doel van deze regeling in het belang van Achmea noodzakelijk acht. Alvorens instructies te geven vergewist de Compliance Officer Mededinging zich ervan dat de Directie en/of het Bestuur met deze instructies instemt. Iedereen die tot de doelgroep behoort, is gehouden deze instructies op te volgen en ervoor te zorgen dat degenen die onder zijn leiding werken deze instructies opvolgen. 8.4 Juridische bijstand De Compliance Officer Mededinging kan, indien hem dit in verband met de ingewikkeldheid van de zaak wenselijk voorkomt, intern en zonodig extern juridische bijstand inroepen. 9 Handhaving 9.1 Informatie-uitwisseling De Compliance Officer Mededinging is bevoegd de door hem in de uitoefening van zijn functie verkregen informatie ter kennis te brengen van de Directie, het Bestuur en de Raad van Commissarissen. Daarbij is zoveel als redelijkerwijs mogelijk de anonimiteit gewaarborgd van degenen die daarom hebben verzocht. Voor zover dit voor de uitvoering van de Achmea Complianceregeling Mededinging van belang kan zijn en wenselijk is, kan de Compliance Officer Mededinging de informatie die betrekking heeft op de verzekeringssector met instemming van het Bestuur delen met de Compliance Officer van het Verbond. Indien daarom is verzocht, wordt de anonimiteit van de betrokkenen daarbij zo veel mogelijk gewaarborgd. De Compliance Officer Mededinging is bevoegd bij het Verbond alle inlichtingen in te winnen die met het oog op de uitvoering van de Achmea Complianceregeling Mededinging van belang kunnen zijn. 9.2 Melding overtreding Indien de Compliance Officer Mededinging een overtreding van deze Complianceregeling constateert of vermoedt, meldt hij deze terstond aan de betreffende Directie en het Bestuur 9.3 Consequenties overtreding In geval van gedragingen die een inbreuk vormen op het Mededingingsrecht, draagt Achmea zorg voor beëindiging van dat gedrag. De Directie en/of het Bestuur kunnen daartoe alle noodzakelijke maatregelen treffen. Overtreding van enige bepaling van deze Complianceregeling door een medewerker, directielid of bestuurslid die behoort tot de doelgroep als bedoeld in artikel 4 van deze regeling, in het bijzonder deelname aan een door het mededingingsrecht verboden gedraging, kan consequenties hebben in de arbeidsrechtelijke sfeer, beëindiging van het dienstverband uitdrukkelijk daaronder begrepen. De eventueel nodige maatregelen worden getroffen door het daartoe bevoegde orgaan van Achmea. Het voorgaande geldt ook in het geval een directielid of bestuurslid heeft nagelaten een einde te maken aan een overtreding waarvan hij op de hoogte is of waarvan hij redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn. 7
8 Bij overtreding van de Mededingingsregelgeving door een medewerker die geen deel uitmaakt van de doelgroep, neemt de Directie gepaste maatregelen, in overleg met het Bestuur en de Compliance Officer Mededinging. 10 Inwerkingtreding Deze regeling is in werking getreden na verkregen instemming van de Centrale Ondernemingsraad in oktober De gewijzigde regeling is in werking getreden op 2015, na instemming van de Centrale Ondernemingsraad. 8
9 Toelichting Algemeen De Achmea Complianceregeling Mededinging is gebaseerd op de Model-complianceregeling Mededinging van het Verbond welke een weerslag vormt van een actief streven van de in de verzekeringssector actieve ondernemingen naar een verzekeringssector die zichtbaar en controleerbaar vrij is van ongeoorloofde mededingingsbeperkingen. De Europese en Nederlandse mededingingsregels zijn van toepassing op iedere bedrijfstak in Nederland. De consequenties van inbreuken op deze regels laten zich nauwelijks onderschatten: niet alleen omdat mededingingsautoriteiten hoge boetes kunnen opleggen en van benadeelde partijen schadevergoeding kunnen vorderen, maar eveneens in verband met het publicitaire afbreukrisico. Voorlichting over deze (soms complexe) regelgeving en voorkoming van inbreuk is daarom van groot belang. Een complianceregeling die actief wordt gehandhaafd, is daarvoor onontbeerlijk. Een effectieve complianceregeling is niet vrijblijvend. Om deze de functie te geven die wordt beoogd, dient deze niet alleen te voorzien in voorlichting en procedures om overtredingen te voorkomen, maar ook in maatregelen waarmee op geconstateerde overtredingen wordt gereageerd. Bovendien zal controleerbaar moeten zijn dat deze handelwijze in de praktijk inderdaad wordt gevolgd. De Achmea Complianceregeling Mededinging zal hieronder per artikel worden toegelicht. Artikel 1 Doel en werkingssfeer Doel De Achmea Complianceregeling Mededinging is een instrument ter voorkoming van inbreuken op het mededingingrecht. Daarnaast is de Achmea Complianceregeling Mededinging van belang in het geval dat desondanks inbreuk op deze regels blijkt te zijn gemaakt: door de procesmatige opzet voorziet de regeling in actieve signalering en besluitvorming omtrent beëindiging van de activiteiten. Een goed opgezet en overigens deugdelijk functionerende complianceregeling kan door de ACM en de Europese Commissie als een boetematigende omstandigheid in aanmerking worden genomen. Het behoeft geen betoog dat het bijgevoegde overzicht van de geldende mededingingsregelgeving van net zo wezenlijk belang is als de Achmea Complianceregeling Mededinging zelf. Werkingssfeer De Achmea Complianceregeling Mededinging geldt voor alle onderdelen van Achmea in Nederland, ongeacht of de medewerker in dienst is van Achmea Interne Diensten N.V. De Achmea Complianceregeling Mededinging is beperkt tot gedragingen, voor zover daarop het Europese- en/of Nederlandse mededingingsrecht toepasselijk is. Er wordt echter met nadruk op gewezen dat deze regels ook gelden voor bijvoorbeeld afspraken tussen een in Nederland en een elders in of zelfs buiten de EG opererende maatschappij, voor zover zij binnen de EG effect hebben. Artikel 2 Definities Geen nadere toelichting. 9
10 Artikel 3 Eindverantwoordelijkheid Dit artikel dient om te benadrukken dat, hoe ook de daadwerkelijke uitvoering binnen Achmea is vormgegeven, het Bestuur voor het naleven van het mededingingsrecht de verantwoordelijkheid draagt. Door middel van het implementeren van de Achmea Complianceregeling Mededinging wordt bij de medewerkers van Achmea die het aangaat het bewustzijn ten aanzien van de naleving van het mededingingsrecht tot stand gebracht en onderhouden. Dit betekent dat moet worden zorggedragen voor een intern controlemechanisme dat het Bestuur in staat stelt controle uit te oefenen op de naleving van het mededingingsrecht en de regeling. Om de naleving te monitoren is in het Achmea Control Framework en thema Mededinging opgenomen. De Achmea Complianceregeling Mededinging voorziet voorts in praktische uitvoering door een daartoe specifiek aangewezen functionaris: de Compliance Officer Mededinging. Dit artikel benadrukt in algemene zin de pro-actieve rol van de Compliance Officer Mededinging bij het voorkomen en opsporen van mogelijke mededingingsinbreuken. De Compliance Officer Mededinging is bijvoorbeeld bevoegd audits te organiseren en daartoe de medewerking van werknemers en Bestuur van Achmea te verlangen, het Bestuur ook ongevraagd te adviseren over controlemechanismen (waaronder begrepen de inzage in correspondentie, notulen en andere documenten) en andere maatregelen te treffen die de Compliance Officer Mededinging wenselijk acht. De uitvoering van die pro-actieve rol laat de eindverantwoordelijkheid van het Bestuur onverlet. Artikel 4 Doelgroep Algemeen De Achmea Complianceregeling Mededinging richt zich in het bijzonder op de zogenoemde doelgroep: het Bestuur, de (Otso) Directie,de boven-cao medewerkers en een groep door het Bestuur en/of Directie aangewezen werknemers die, gezien de aard van hun functie, eerder dan anderen in aanraking met het mededingingsrecht kunnen komen. De aanwijzing van de doelgroep laat onverlet de op iedereen rustende verplichting zich aan de Nederlandse wetgeving, waaronder de Mededingingswet, te houden. De maatstaf om vast te stellen wie onder de doelgroep valt, is in de Achmea Complianceregeling Mededinging ruim omschreven om volledig dekkend te zijn. Het spreekt vanzelf dat Achmea er belang bij heeft om de doelgroep niet te zeer te beperken, omdat dit de effectiviteit van de regeling kan ondermijnen. Ook medewerkers betrokken bij andere dan commerciële of beleidsactiviteiten binnen de groep kunnen daarom aan de regeling worden onderworpen. De plicht tot aanwijzing van de leden van de doelgroep een doorlopende verplichting. Werknemers die na interne functiewisseling op een mededingingsrechtelijk gevoelige post worden benoemd, en nieuwe medewerkers die op een zodanige post worden aangesteld, zullen net zo goed aan de Achmea Complianceregeling Mededinging moeten worden onderworpen. Het periodiek actualiseren van de doelgroep is onontbeerlijk voor een effectieve regeling. Als zodanig aanwijzen Alle werknemers die aan de betreffende omschrijving voldoen moeten door het Bestuur of de Directie als zodanig worden aangewezen. Het Bestuur en/of de Directie bepaalt welke medewerkers verder onderworpen zijn aan de regeling. 10
11 Feitelijk leidinggevenden op beleids- en/of commercieel niveau Het gaat om medewerkers die een zodanige positie hebben en zodanige werkzaamheden vervullen dat zij in staat zijn afspraken te maken met andere verzekeringsmaatschappijen, andere ondernemingen, tussenpersonen en/of andere (groepen) dienstverleners of leveranciers die de mededinging op de betreffende markt mogelijk beïnvloeden. Gekeken moet dus worden naar de daadwerkelijke taakuitoefening en bevoegdheden, niet zo zeer naar de formele positie. Commissies Het betreft hier commissies van bijvoorbeeld het Verbond of de NVB. In dit kader moet ook gekeken worden naar medewerkers die betrokken zijn bij andere brancheverenigingen en soortgelijke instanties of anderszins overkoepelende instanties. Contacten binnen deze verenigingen en/of instanties zouden kunnen leiden tot situaties waarbij het mededingingsrecht in het geding is, of waarbij de indruk gewekt wordt dat het mededingingsrecht in het geding is. Q&A Lijst Om meer inzichtelijk te maken welke medewerkers gerekend moeten worden tot de doelgroep is een Q&A Lijst toegevoegd. Deze lijst is puur illustratief en niet uitputtend. Uitbreiding van de lijst kan plaatsvinden. Neem voor de meest actuele lijst contact op met Group Compliance. Artikel 5 Informatie Een effectieve complianceregeling begint bij het ervoor zorgdragen dat bij iedere medewerker binnen de doelgroep basiskennis aanwezig is over de concrete uitwerking van het mededingingsrecht op de commerciële activiteiten van de onderneming. Juist omdat mededingingsinbreuken zich in tal van verschijningsvormen kunnen voordoen, is een zeker bewustzijn van die mogelijke verschijningsvormen noodzakelijk. Om die reden vormt periodieke informatieverschaffing (vaak in de vorm van voorlichtingsbijeenkomsten, schriftelijke instructies of beide) een onlosmakelijk onderdeel van de Achmea Complianceregeling Mededinging. Aan de aangewezen medewerkers zal worden gevraagd schriftelijk te bevestigen dat zij hebben kennis genomen van het toegezonden materiaal en dat zij bij voorlichtingsbijeenkomsten een presentielijst tekenen. Er is ook een e-learning module beschikbaar over het onderwerp mededinging. Deze module wordt periodiek aangepast. Artikel 6 Inhoud Deze bepaling bevat een opsomming van de verplichtingen van de leden van de doelgroep. Zij dienen deze verplichtingen uit eigen beweging na te leven. Voor het welslagen van de Achmea Complianceregeling Mededinging is deze naleving vanzelfsprekend van cruciaal belang. Met het gestelde onder b. wordt beoogd te voorkomen dat bijvoorbeeld door een ongelukkig geformuleerde uitlating de indruk wordt gewekt dat een op zichzelf toegelaten afspraak mededingingsrechtelijk dubieus is. De consultatieplicht zoals genoemd onder c. geldt ook wanneer een lid van de doelgroep weet dat de Compliance Officier van het Verbond over een op de verzekeringssector betrekking hebbend onderwerp is of zal worden geconsulteerd. Wel is van belang dat de Compliance Officer Mededinging daarvan op de hoogte wordt gesteld, zodat hij met de Compliance Officer van het Verbond overleg terzake kan voeren. Artikelen 7/8 De Compliance Officer Mededinging 11
12 Dit artikel regelt de specifieke taken die de Compliance Officer Mededinging in het kader van de Complianceregeling toekomt. De Compliance Officer Mededinging moet verplicht worden geconsulteerd bij voorgenomen gedragingen en/of uitlatingen die mogelijk in strijd zijn met het mededingingsrecht. Gedragingen en/of uitlatingen die mogelijk in strijd met dit recht zijn, doch reeds hebben plaatsgevonden, moeten alsnog worden gemeld aan de Compliance Officer Mededinging. Consultatie cq. melding dient zo spoedig mogelijk plaats te vinden. De consultatie- en meldplicht rust niet alleen op diegenen die zelf bij mogelijke inbreuken zijn betrokken, maar eveneens op diegenen die daar uit anderen hoofde kennis van dragen. Wanneer de Compliance Officer Mededinging negatief adviseert, zal het vragen van een second opinion (bijvoorbeeld bij een externe advocaat) in de rede kunnen liggen. Nu het aanmelden van overeenkomsten ter ontheffing is afgeschaft, zal de onderneming zelf moeten vaststellen of aan de ontheffingsgronden is voldaan. Die vaststelling vergt een gedetailleerd onderzoek. Het is van groot belang een goed dossier bij te houden van de resultaten van dat onderzoek alsmede van de aan de conclusie ten grondslag liggende stukken. Gezien de pro-actieve rol van de Compliance Officer Mededinging als bepaald in artikel 3, is de Compliance Officer Mededinging uiteraard bevoegd om ook ongevraagd advies uit te brengen. Het is niet de bedoeling dat bedrijven en betreffende personen zich rechtstreeks bij externe Compliance Officers, zoals die van het Verbond, op de hoogte stellen van bijvoorbeeld de laatste ontwikkelingen. De eigen Compliance Officer Mededinging is de aangewezen persoon voor het verkrijgen van deze informatie en kan in dergelijke gevallen coordinerend optreden. Artikel 9 Handhaving De Achmea Complianceregeling Mededinging moet door Achmea kunnen worden gehandhaafd. Daartoe strekt dit artikel. Mede afhankelijk van de ernst van de overtreding van de Achmea Complianceregeling Mededinging kan dit variëren van een waarschuwing aan dan wel tot beëindiging van het dienstverband met de betrokken werknemer. Voor alle duidelijkheid moge dienen dat melding van een overtreding bij de Compliance Officer Mededinging door een werknemer die niet zelf bij de overtreding is betrokken, geen gevolgen zal hebben voor de rechtspositie van die werknemer. Een werknemer die weet ofwel behoort te weten dat hij in overtreding is met enige bepaling van deze complianceregeling waarvan hij op de hoogte kon zijn, zal worden gesanctioneerd door het daartoe bevoegde orgaan. In bepaalde gevallen kan een overtreding die is begaan door een werknemer gevolgen hebben voor zijn leidinggevende, tenzij er sprake is van willens en wetens handelen in strijd met de geldende mededingingsregelgeving van de zijde van de werknemer. Er moeten ook maatregelen genomen worden wanneer de Mededingingsregelgeving wordt overtreden door een medewerker die (nog) geen deel uitmaakt van de doelgroep voor de Complianceregeling Mededinging. In dergelijke gevallen wordt naar bevind van zaken gehandeld. De directie van de betreffende medewerker is dan in de lead, maar raadpleegt Bestuur en de Compliance Officer Mededinging. Indien een medewerker van mening is dat het sanctiebeleid niet goed is toegepast op hem/haar dan kan hij/zij altijd een beroep doen op de Regeling Individueel Klachtrecht. 12
13 Bijlage 1 Q & A lijst 1 1. Behoren, naast het Bestuur en de Directie, alleen feitelijk leidinggevenden tot de doelgroep? Nee, het gaat niet alleen om feitelijk leidinggevenden. Zoals de toelichting op de regeling aangeeft, heeft de regeling betrekking op medewerkers die een zodanige positie hebben of zodanige werkzaamheden verrichten dat zij eerder dan anderen in aanraking met het mededingingsrecht kunnen komen. Dus ook andere medewerkers die in staat zijn afspraken te maken met andere verzekeringsmaatschappijen, ondernemingen, tussenpersonen en/of groepen dienstverleners/leveranciers die de mededinging op de betreffende markt mogelijk beïnvloeden, danwel invloed op dergelijke afspraken hebben behoren tot de doelgroep. Dit hoeft dus niet altijd een leidinggevende te zijn. 2. Behoren alle feitelijk leidinggevenden tot de doelgroep? Indien een feitelijk leidinggevende niet gauw met het mededingingsrecht in aanraking kan komen omdat de aard van zijn werkzaamheden de mededinging niet raakt en hij en zijn medewerkers geen contacten op beleids- of commercieel niveau met externen onderhouden, behoort hij o.g.v. de regeling niet tot de doelgroep. 3. Is de geregistreerde functie bepalend voor het al dan niet onder de doelgroep vallen? Uitgangspunt bij het bepalen of iemand tot de doelgroep behoort, is de daadwerkelijke taakuitoefening en niet de formele positie. Met dit uitgangspunt wordt o.a. voorkomen dat iemand onterecht niet wordt aangewezen als tot de doelgroep behorend indien hij met een andere functie geregistreerd staat dan hij daadwerkelijk heeft. 4. Welke activiteiten op beleids- en/of commercieel niveau worden bedoeld? Relevante activiteiten zijn onder meer het maken van prijs-, kortings- of bonusafspraken met leveranciers of afnemers, danwel het vaststellen van beleid op dit terrein. Het enkel (administratief) doorgeven/aannemen van een bestelling valt er bijvoorbeeld niet onder. Omdat het echter niet mogelijk is een uitputtende opsomming van de activiteiten te geven, dient van elke activiteit afzonderlijk beoordeeld te worden of zij de mededinging zou kunnen beperken. 5. Moet er daadwerkelijk sprake zijn van contacten met andere ondernemingen? Er hoeft geen sprake te zijn van daadwerkelijke contacten. Een medewerker die de bevoegdheid heeft om afspraken met een andere onderneming te maken, maar de daadwerkelijke contacten overlaat aan een andere medewerker, kan ook tot de doelgroep behoren. 6. Welke medewerkers van Achmea behoren per definitie tot de doelgroep? Naast het Bestuur en de Directie, welke expliciet in de regeling genoemd staan, is besloten dat alle managers en leidinggevenden van bedrijfsonderdelen die betrokken zijn bij verkoop, inkoop of investeringen per definitie tot de doelgroep behoren. Dit geldt ook voor alle boven cao-medewerkers. 1 Neem voor de meest actuele versie van de lijst contact op met Operational Risk & Compliance. 13
14 7. Waarom vallen medewerkers die deelnemen aan Verbondsbesturen of commissies onder de Complianceregeling Mededinging? De ACM heeft bijzondere belangstelling voor overlegorganen waar marktpartijen structureel bijeenkomen. Voor de verzekeringsbranche zijn de bestuurs- en commissiebijeenkomsten van het Verbond dergelijke overlegorganen. Overigens is het belangrijk ook andere overlegorganen (buiten het Verbond) in kaart te brengen die mogelijk mededingingsrechtelijk gevoelig kunnen zijn. Denk bijvoorbeeld aan overleg met brancheorganisaties van tussenpersonen of pensioenfondsen en brancheorganisaties op inkoopmarkten. 8. Vallen medewerkers die deelnemen aan werkgroepen van het Verbond ook onder de regeling? De regeling heeft ook betrekking op de bestuurs- en commissieleden van het Verbond. Omdat medewerkers die namens Achmea betrokken zijn bij het Verbond, veelal deelnemen op grond van specifieke kennis en ervaring binnen de branche, willen we geen onderscheid maken tussen commissie- en werkgroepleden. 9. Hoe zit het met de categorie medewerkers die niet tot de doelgroep behoren? De regeling richt zich op medewerkers die eerder dan anderen in aanraking kunnen komen met het mededingingsrecht. Zij zullen o.g.v. de regeling periodiek inhoudelijk geïnformeerd worden over het mededingingsrecht. Dit neemt niet weg dat het mededingingsrecht op iedereen binnen Achmea van toepassing is. Het is de bijzondere plicht van de doelgroep hun eigen medewerkers te informeren over het mededingingsrecht. 10. Wie is verantwoordelijk voor het bepalen of iemand tot de doelgroep behoort? De hiërarchisch leidinggevende of de functioneel leidinggevende? Het is belangrijk dat iedereen die o.g.v. zijn werkzaamheden tot de doelgroep behoort ook daadwerkelijk als tot de doelgroep behorend aangewezen wordt. Iedere leidinggevende moet daarom van alle medewerkers die onder hem vallen bepalen of zij wel/niet tot de doelgroep behoren, ongeacht of hij hiërarchisch of functioneel leidinggevende is. Dit kan leiden tot een dubbeltelling, maar dit is beter dan dat bepaalde medewerkers ten onrechte niet tot de doelgroep worden gerekend. 14
15 BIJLAGE 2 1 Mededingingsrecht Het Nederlandse mededingingsrecht is neergelegd in de Mededingingswet ( Mw ), die sedert 1998 van kracht is. De voor deze complianceregeling belangrijkste bepaling is artikel 6 lid 1 Mw, dat luidt: Verboden zijn overeenkomsten tussen ondernemingen, besluiten van ondernemersverenigingen en onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen die ertoe strekken of ten gevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst. De praktische betekenis van dit verbod is als volgt onder woorden gebracht door het Europese Hof van Justitie: Elke onderneming moet zelfstandig zijn beleid bepalen; hij mag wel zijn beleid aanpassen aan dat van zijn concurrenten, maar ieder contact strekkende tot beïnvloeding van het marktgedrag van een concurrent of tot het doorgeven aan zo n concurrent van het aangenomen of voorgenomen gedrag is verboden. Onder het verbod op mededingingsbeperkende gedragingen (het kartelverbod ) vallen niet alleen evidente inbreuken als prijs- of marktverdelingsafspraken tussen concurrenten. Eveneens verboden zijn allerlei bilaterale of multilaterale samenwerkingsvormen zonder mededingingsbeperkend doel, maar met een merkbaar mededingingsbeperkend effect. Paragraaf 3 van deze bijlage bevat concrete voorbeelden van verboden en toegestane gedragingen. Het verbod betreft niet alleen overeenkomsten tussen bedrijven en besluiten of aanbevelingen van een branchevereniging die het gedrag van haar leden wil beïnvloeden, maar ook onderling afgestemd feitelijk gedrag. Dat laatste is moeilijk eenduidig te kwalificeren. Verboden en toegestaan gedrag kunnen bovendien vlak bij elkaar liggen. Zo is het kopiëren van polisclausules of premies van de concurrent toegestaan, maar zal het van tevoren ter inzage geven van nieuwe clausules of premies een vorm van onderlinge afstemming zijn. Het verbod is slechts onder bijzondere omstandigheden niet van toepassing. Zo geldt het verbod op grond van artikel 6 lid 3 Mw niet indien eventuele mededingingsbeperkingen worden gecompenseerd door voordelen voor de afnemers, waarbij aan vier cumulatieve voorwaarden moet zijn voldaan. Samenwerking valt buiten het kartelverbod indien deze (1) bijdraagt tot een verbetering van productie of distributie dan wel een technische of economische vooruitgang oplevert, terwijl (2) de voordelen die uit de samenwerking voortvloeien voor een redelijk deel ten goede komen aan de gebruikers (3) zonder dat de concurrentie verder wordt beperkt dan strikt noodzakelijk is en er (4) voldoende concurrentie in de markt overblijft. 15
16 Het verbod is bovendien niet van toepassing indien de overeenkomst in kwestie onder de werkingssfeer van een Europese groepsvrijstelling valt. Op de verzekeringssector is een speciale groepsvrijstelling van toepassing die in paragraaf 2 van deze bijlage nader wordt toegelicht. Het voornaamste materiële verschil tussen het Europese en het Nederlandse mededingingsrecht ligt in het toepassingsgebied: waar de Mededingingswet uitsluitend ziet op inbreuken die het Nederlands grondgebied raken, ziet het Europese mededingingsrecht op inbreuken die een effect op de interstatelijke handel (kunnen) hebben. Tot het handhaven van het Europese mededingingsrecht in Nederland zijn zowel de ACM als de Europese Commissie bevoegd. De nationale rechter is eveneens bevoegd het Europese én Nederlandse mededingingsrecht toe te passen. Deze kan bijvoorbeeld een verbod uitspreken of schadevergoeding toekennen, maar kan géén boete opleggen. 2 VERZEKERAARS EN SAMENWERKING In de jaren 80 van de vorige eeuw betoogden verzekeraars dat het kartelverbod voor hen niet of in veel mindere mate zou (moeten) gelden, omdat zij gezien de bijzonderheden van de bedrijfstak met het oog op een verantwoorde bedrijfsvoering wel met elkaar móeten samenwerken. Zij dienen immers het risico van aangegane verzekeringsverplichtingen te kunnen inschatten en beheersen en daar zijn marktcijfers en overleg voor nodig. Bovendien werkt het verzekeringsbedrijf pas optimaal als risico s zoveel mogelijk worden gespreid door middel van herverzekering, poolconstructies of coassurantie en ook daartoe dient men samenwerkingsvormen te ontwikkelen. In een poging de sector meer houvast te geven, is in 1992 de eerste Groepsvrijstellingsverordening voor het verzekeringsbedrijf tot stand gekomen. Deze is na in 2003 te zijn vernieuwd, per 1 april 2010 vervangen door een nieuwe (de GVO) die geldt tot 31 maart De rol van de Groepsvrijstellingsverordening In de GVO wordt een aantal vormen van samenwerking die onder het kartelverbod vallen, onder voorwaarden collectief en automatisch vrijgesteld. De theoretisch juiste volgorde bij het beoordelen in een concreet geval of sprake is van overtreding van het kartelverbod is als volgt: eerst moet de vraag worden beantwoord of het (a) een afspraak, besluit of onderling af gestemde feitelijke gedraging betreft, die (b) strekt of leidt tot een merkbare beperking van de mededinging. In geval van bevestigende beantwoording op beide punten is sprake van een in beginsel verboden vorm van samenwerking; vervolgens dient naar de GVO te worden gekeken om te beoordelen of deze vorm van samenwerking is vrijgesteld; kan op de GVO geen beroep worden gedaan, dan is de volgende vraag of de vier hiervoor genoemde ontheffingscriteria wellicht van toepassing zijn. In de praktijk verdient het evenwel aanbeveling eerst aan de GVO te toetsen. Bij de opstelling van de GVO is al gekeken naar gangbare vormen van samenwerking in de verzekeringssector. Is de (beoogde) vorm van samenwerking daar niet onder te brengen, dan 16
17 kan het de moeite lonen de toets aan de hiervoor onder (a) en (b) genoemde punten, alsmede zonodig aan de vier ontheffingscriteria, alsnog uit te voeren. 2.2 Vrijgestelde gedragingen De GVO (2010) bestrijkt de volgende twee onderwerpen: (a) gemeenschappelijke compilaties, tabellen en onderzoeken; (b) gemeenschappelijke dekking van bepaalde soorten risico s ( pools ). (a) Gemeenschappelijke compilaties, tabellen en onderzoeken Krachtens de GVO is, onder bepaalde voorwaarden, vrijgesteld de gemeenschappelijke verzameling en verspreiding van informatie die noodzakelijk is voor de berekening van de gemiddelde kosten van de dekking van een welbepaald risico in het verleden ( compilaties ) en, in verband met verzekeringsdekking die een kapitalisatie-element bevat, de opstelling van mortaliteitstabellen en tabellen waaruit de frequentie van ziekte, ongevallen en invaliditeit blijkt ( tabellen ). Eveneens vrijgesteld is gemeenschappelijk verrichten van onderzoek naar de vermoedelijke gevolgen van algemene omstandigheden die van belang zijn voor de frequentie en omvang van claims in de toekomst ( onderzoeken ). Nationale verenigingen van verzekeraars in de lidstaten produceren normaliter statistische gegevens over zuivere premies, gebaseerd op informatie die wordt verschaft door de verzekeraars, voeren onderzoek uit naar waarschijnlijke toekomstige trends en berekenen op die basis een indicatieve risicopremie. De berekeningen moeten absoluut vrijblijvend zijn en mogen niets bevatten over toeslagen voor reserves, administratiekosten, heffingen e.d. (b) Gemeenschappelijke dekking van bepaalde soorten risico s ( pools ) De GVO stelt vrij medeverzekeringsovereenkomsten tussen twee of meer ondernemingen in de verzekeringssector met betrekking tot de vorming en exploitatie van pools van verzekerings- en/of herverzekeringsondernemingen met het oog op de gezamenlijke dekking van een specifieke risicocategorie in de vorm van medeverzekering of medeherverzekering. Exclusiviteit is niet toegestaan. De groepsvrijstelling onderwerpt de vrijstelling voor pools aan marktaandeeldrempels: 20% voor verzekeringspools en 25% voor herverzekeringspools. Het marktaandeel betreft het gezamenlijke marktaandeel van de aan de betreffende pool deelnemende ondernemingen in de betreffende relevante markt (in de pool, eventuele andere pools, én buiten enige pool). De vrijstelling geldt zonder marktaandeeldrempels voor pools die zijn gevormd voor de dekking van een nieuw risico. Bij nieuwe risico s bestaat er immers geen historische informatie over claims, om van tevoren te weten welke tekencapaciteit nodig is om het risico te dekken. De vrijstelling voor een pool voor de verzekering van nieuwe risico s is beperkt tot drie jaar. Aanvullend op de GVO vrijstelling voor pools heeft het Verbond per 1 januari 2011 het Protocol intermediaire pools vastgesteld. Dit protocol dat bindend is voor de leden van het Verbond, regelt onder andere een jaarlijks self assessment, en bevat gedragsregels over de totstandkoming, looptijd, voortzetting, beheer en aanpassing van intermediaire 17
18 pools. Daarnaast wordt bepaald dat verzekeraars geen gemeenschappelijk overleg of gedachtewisseling mogen hebben over pooltarieven en -voorwaarden, en dat geen gelegenheid wordt geboden tot uitwisseling van vertrouwelijke informatie. 3 Wat mag wel en wat niet? De praktische implicaties van het kartelverbod zijn niet altijd even inzichtelijk. Deze paragraaf geeft voorbeelden van gedragingen die (al dan niet in Verbondsverband) wel of niet zijn toegestaan. Hierbij wordt niet aangegeven welke vormen van samenwerking onder welke vrijstelling of uitzondering vallen, omdat er naast de specifieke groepsvrijstelling andere vrijstellingen en uitzonderingen zijn, en omdat samenwerkingsvormen om meer dan één reden geoorloofd kunnen zijn. De voorbeelden zijn willekeurig en mogen niet worden gezien als een opinie waar rechten aan kunnen worden ontleend. 3.1 Niet toegestaan Afspraken, afstemming of overleg over kostenposten of commerciële premies, evenals over andere vormen van commercieel gevoelig gedrag, zoals: overleg over de vraag of een door het CVS uitgerekende risicopremie eigenlijk te hoog of eigenlijk te laag is; het in onderling overleg benchmarken van concrete rendementseisen, investeringen of kosten; overleg over de beloning van financieel adviseurs; overleg over de hoogte van het eigen risico, de franchise of over kortingen en toeslagen op kosten van dekking; bespreken van (indicaties voor) commerciële premies; het tevoren aan een andere verzekeraar ter inzage geven van nieuwe premies, nieuwe producten of polisvoorwaarden; het afstemmen van acceptatiecriteria (waaronder ook preventie) voor klanten; overleg over specifieke klanten, portefeuilles of het al dan niet ontplooien van activiteiten, bijvoorbeeld in regionale markten. 3.2 Wel toegestaan Alles dat de mededinging niet (merkbaar) beperkt, is toegestaan. Daarbij staat de brancheorganisatie vaak centraal. Enkele voorbeelden: belangenbehartiging, voorlichting, fungeren als aanspreekpunt voor de branche; overleg over toekomstige maatschappelijke ontwikkelingen of wet- en regelgeving, daarover gezamenlijke standpunten innemen en deze proberen te realiseren in de interactie met politiek en andere partijen; opstellen van branchebrede erkenningsregelingen waarmee de kwaliteit van de aangeboden producten/diensten beter zichtbaar en herkenbaar kan worden gemaakt of zelfs kan worden vergroot. Deze regelingen moeten wel aan specifieke voorwaarden voldoen; samenwerking op het gebied van administratieve verwerking van bedrijfsactiviteiten. Ook hier gelden bepaalde voorwaarden; 18
19 opstellen van lijsten van dubieuze debiteuren, als dat maar niet leidt tot gezamenlijke, gecoördineerde leveringsweigering; gemeenschappelijke reclame; uitwisselen van informatie om algemene marktontwikkelingen of bijvoorbeeld nieuwe technologieën te volgen en daarop in te kunnen spelen; verzamelen, bewerken en verspreiden van marktgegevens, als daaruit tenminste maar niet het marktgedrag van individuele marktpartijen is te herleiden; opstellen van modellen waarmee een onderneming haar eigen prestaties kan vergelijken met die van anderen; gemeenschappelijk uitvoeren van onderzoek naar factoren en omstandigheden die in algemene zin van invloed zijn op ondernemingen in een bepaalde branche; opstellen van calculatieschema s die laten zien welke kostensoorten belangrijk zijn voor de calculatie van (kost)prijzen. 4 Sancties Voor overtredingen van het mededingingsrecht kunnen zware boetes worden opgelegd. De maximale boete is 10% van de totale wereldwijde (groeps)omzet van de onderneming. Hetzelfde maximum geldt voor boetes die door de Europese Commissie worden opgelegd. In de praktijk volgt de ACM de Beleidsregels van de Minister van Economische Zaken voor het opleggen van bestuurlijke boetes door de ACM. Boetes worden gebaseerd op 10% van de betrokken omzet, te weten de opbrengst die tijdens de totale duur van een overtreding is behaald met de levering van goederen en diensten waarop die overtreding betrekking heeft. Daarbij houdt de ACM rekening met de ernst van de overtreding door dit bedrag te vermenigvuldigen met een factor van maximaal 5. Vervolgens vinden correcties plaats in verband met boeteverhogende of boeteverminderende factoren. Boeteverhogende omstandigheden zijn bijvoorbeeld recidive of een leidinggevende rol bij de overtreding. Boeteverlagende omstandigheden zijn bijvoorbeeld het verdergaand meewerken aan het ACM-onderzoek dan wettelijk verplicht, het eigener beweging beëindigen van de inbreuk en het schadeloos stellen van gedupeerden. Ook opdrachtgevers en/of feitelijk leidinggevenden kunnen persoonlijk worden beboet, en wel tot maximaal ,-. De Europese Commissie volgt in de praktijk haar Richtsnoeren voor de berekening van boetes. Deze kennen een vergelijkbare methodiek als die van de ACM. Ook de Commissie gaat uit van de omzet op de markt waarop de inbreuk betrekking had. Een deel van die omzet, tot een maximum van 30%, vormt het basisbedrag van de boete, dat vermenigvuldigd wordt met het aantal jaren dat de inbreuk voortduurde en gecorrigeerd kan worden wegens boeteverlagende en -verhogende factoren. Aan het uiteindelijke boetebedrag kan de Commissie een extra bedrag van tussen 15%-25% van de omzet toevoegen om een extra afschrikwekkend effect te bereiken. Naast sancties op inbreuken op het mededingingsrecht kennen het Nederlandse en het Europese mededingingsrecht zware sancties op overtreding van de wettelijke plicht om mee te werken aan een onderzoek van de ACM of de Commissie. Dat betreft dan bijvoorbeeld het weigeren mee te werken aan een onderzoek ter plaatse, het weigeren informatie te verstrekken waar daartoe de verplichting bestaat of het opzettelijk geven van onjuiste of onvolledige inlichtingen. 19
20 In een civiele procedure kunnen gelaedeerden schadevergoeding vorderen. In het verleden is dit slechts sporadisch voorgevallen, maar de verwachting is dat het aantal schadeclaims zal stijgen. 20
Complianceregeling Mededinging CZ
Complianceregeling Mededinging CZ Complianceregeling Mededinging CZ 1 Doel en werkingssfeer Deze regeling vormt de weerslag van een actief streven van de ondernemingen in de verzekeringssector naar een
Model-Complianceregeling Mededinging. november 2004
Model-Complianceregeling Mededinging november 2004 Inhoud Inleiding 3 Model-Complianceregeling Mededinging 4 Toelichting 8 Bijlage 12 2 Inleiding Vertrouwen en integriteit zijn twee belangrijke kernbegrippen
Achmea Complianceregeling Mededinging
Achmea Complianceregeling Mededinging Inhoud Inleiding 3 Achmea Complianceregeling Mededinging 4 Toelichting 8 Bijlage 1 13 Bijlage 2 15 Bijlage 3 21 2 Inleiding Vertrouwen en integriteit zijn twee belangrijke
Complianceregeling Mededinging
Complianceregeling Mededinging Geldend voor het Verbond van Verzekeraars (per 1 juli 2007) (toelichting en bijlage voor het laatst bijgewerkt: november 2016) Inhoud Inleiding 3 Complianceregeling Mededinging
Gedragscode mededingingsrecht DEX
Gedragscode mededingingsrecht DEX Uitgangspunt Deze gedragscode beschrijft de manier waarop DEX omgaat met de regels van het mededingingsrecht. Hij is bedoeld als leidraad voor iedereen die betrokken is
Huishoudelijk Reglement ACN
Huishoudelijk Reglement ACN - 2013 1. Inleiding De vereniging Air Cargo Netherlands (ACN) is de brancheorganisatie van de Nederlandse luchtvrachtindustrie. 2. Gedragscode ACN hecht groot belang aan de
Gedragscode Mededingingsrecht
Gedragscode Mededingingsrecht MVO - de ketenorganisatie voor oliën en vetten 5 november 2013 MVO - de ketenorganisatie voor oliën en vetten Louis Braillelaan 80 T 079 363 43 50 2719 EK Zoetermeer [email protected]
Klokkenluidersregeling
REGELING INZAKE HET OMGAAN MET EEN VERMOEDEN VAN EEN MISSTAND HOOFDSTUK 1. DEFINITIES Artikel 1. Definities In deze regeling worden de volgende definities gebruikt: betrokkene: degene die al dan niet in
BNG Regeling melding (vermeende) misstand
Koninginnegracht 2 2514 AA Den Haag T 0703750750 www.bngbank.nl BNG Regeling melding (vermeende) misstand BNG Bank is een handelsnaam van N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, statutair gevestigd te Den Haag,
Wanneer is eigenlijk sprake van feitelijk leidinggeven of opdracht geven?
Q&A Inleiding Met de inwerkingtreding op 1 juli 2009 van de Vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht is het mogelijk om, indien sprake is van een overtreding door een rechtspersoon, ook de feitelijk
Stichting Metro Pensioenfonds. Incidenten- en Klokkenluidersregeling
Stichting Metro Pensioenfonds Incidenten- en Klokkenluidersregeling Onderdeel van het Integriteitsbeleid Versie maart 2017 Vorige versie vastgesteld in de bestuursvergadering van 4 december 2015 Stichting
Compliance charter Stichting Pensioenfonds van de ABN AMRO Bank N.V.
Compliance charter Stichting Pensioenfonds van de ABN AMRO Bank N.V. [geldend vanaf 26 september 2018, PF18-177] Artikel 1 Definities De definities welke in dit compliance charter worden gebruikt, worden
De bedrijfscode van JNW makelaars.
De bedrijfscode van JNW makelaars. Pagina Inleiding 2 1. Toepasselijkheid 2 2. Toezichthouder 2 3. Integer handelen 3 4. Onrechtmatig handelen 3 5. Nieuwe medewerkers 3 6. Cliëntenonderzoek 3 7. Betrokkenheid
2. Compliance officer: de functionaris die door het bestuur van het fonds als compliance officer is benoemd.
INCIDENTENREGELING Artikel 1. Definities 1. Bestuur: het bestuur van het fonds. 2. Compliance officer: de functionaris die door het bestuur van het fonds als compliance officer is benoemd. 3. Fonds: Stichting
INCIDENTPROCEDURE KLOKKENLUIDER. Proces voor het melden van het vermoeden van een incident op anonieme basis
INCIDENTPROCEDURE KLOKKENLUIDER Proces voor het melden van het vermoeden van een incident op anonieme basis Versie: 2.0 Datum vaststelling: 18 juli 2017 INHOUDSOPGAVE 1 INCIDENT PROCEDURE KLOKKENLUIDER...
KLOKKENLUIDERREGELING ACHMEA (Bijlage bij Richtlijn Incidentmanagement)
KLOKKENLUIDERREGELING ACHMEA (Bijlage bij Richtlijn Incidentmanagement) Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: Achmea: Raad van Bestuur: De medewerker: Externe Vertrouwenspersoon:
Voorbeeld gedragscode mededingingsrecht
Voorbeeld gedragscode mededingingsrecht Een schending van het mededingingsrecht kan ernstige gevolgen hebben, zoals boetes die kunnen oplopen tot 10% van de wereldwijde jaaromzet, individuele sancties
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
NL NL NL EUROPESE COMMISSIE Brussel, 24.3.2010 COM(2010) 100 definitief MEDEDELING VAN DE COMMISSIE betreffende de toepassing van artikel 101, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese
2. Onderhandelen met behulp van een zorgmakelaar in de praktijk
Wijziging van paragraaf 3.4.2. van de Richtsnoeren voor de zorgsector met betrekking tot het onderhandelen van de zorgaanbieder met behulp van een zorgmakelaar 1. Considerans 1. In de op 14 oktober 2002
Omgaan met melden vermoeden misstand (Klokkenluidersregeling)
Omgaan met melden vermoeden misstand (Klokkenluidersregeling) GGNet Gelet op het belang dat GGNet hecht aan het voeren van een deugdelijk integriteitsbeleid en, als onderdeel daarvan, aan een goed klokkenluidersbeleid,
Regeling Melding Vermoeden Misstand
Regeling Melding Vermoeden Misstand 1. ALGEMEEN Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In deze regeling wordt verstaan onder: a. Ambtenaar: een ieder die werkzaam is of is geweest bij de Modulaire Gemeenschappelijke
KLOKKENLUIDERSREGELING EUREKO GROEP (Bijlage van Eureko Achmea Incidentenbeleid)
KLOKKENLUIDERSREGELING EUREKO GROEP (Bijlage van Eureko Achmea Incidentenbeleid) Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: Eureko: Raad van Bestuur: De medewerker: Externe Vertrouwenspersoon:
Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012
Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012 En hoe de puzzelstukjes Of hoe de puzzelstukjes precies in elkaar precies passen in elkaar passen Onze Visie Wie we willen zijn in 2012 1 1 Als marktleider in het
BNG Compliance Charter
BNG Compliance Charter Koninginnegracht 2 2514 AA Den Haag T 070 3750 750 www.bng.nl Contactpersoon Compliance, Integriteit en Veiligheidszaken T 070 3750 677 N.V. Bank Nederlandse Gemeenten, statutair
BIJLAGE 3, BEDOELD IN ARTIKEL F.1, ELFDE LID, VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSVOORWAARDENREGELING PROVINCIES (Regeling melden vermoeden van een misstand)
BIJLAGE 3, BEDOELD IN ARTIKEL F.1, ELFDE LID, VAN DE COLLECTIEVE ARBEIDSVOORWAARDENREGELING PROVINCIES (Regeling melden vermoeden van een misstand) Deze regeling is de uitwerking van de wettelijke verplichting
Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013
Gewijzigde Voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand 2013 Het bevoegd gezag van [GEMEENTE OF ORGANISATIE INVULLEN]; gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling
Privacyreglement EVC Dienstencentrum
PRIVACYREGLEMENT Privacyreglement EVC Dienstencentrum De directie van het EVC Dienstencentrum: Overwegende dat het in verband met een goede bedrijfsvoering wenselijk is een regeling te treffen omtrent
Gewijzigde voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ;
Gewijzigde voorbeeldregeling Melding Vermoeden Misstand Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ; gelet op het bepaalde in artikel 15:2 van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente, gelet
TiU-Klokkenluidersregeling
TiU-Klokkenluidersregeling Het College van Bestuur van de Universiteit van Tilburg vindt het wenselijk om in het kader van goed bestuur en een integere en transparante organisatie een heldere procedure
Compliance Charter. Pensioenfonds NIBC
Compliance Charter Pensioenfonds NIBC Vastgesteld in bestuursvergadering 9 december 2016 Inleiding Pensioenfonds NIBC voert de pensioenregeling van NIBC Bank N.V. uit. Het pensioenfonds is een stichting
Reglement voor de Audit Commissie Stichting WSW
Reglement voor de Audit Commissie Stichting WSW Vastgesteld door de Raad van Commissarissen bij besluit van d.d. 27 maart 2013 Artikel 1 Vaststelling en reikwijdte reglement 1. Dit reglement is vastgesteld
Het Wie, Wat en Hoe van Welzorg
Het Wie, Wat en Hoe van Welzorg En op welke wijze wij onze klanten verder willen brengen. Inhoud Onze Visie 4 Onze Missie 6 Onze kernwaarden 8 Onze gedragscode 10 Algemeen 11 Naleving van de wet 11 Medewerkers
PRIVACYREGLEMENT DIFFERENCE4YOU
PRIVACYREGLEMENT DIFFERENCE4YOU VERSIE 1, oktober 2006. Aangepast 29 augustus 2012 PRIVACYREGLEMENT DIFFERENCE4YOU De directie van Difference4you: Overwegende dat het in verband met een goede bedrijfsvoering
Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek van.;
De raad van de gemeente.; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de Intergemeentelijke Sociale Dienst Bollenstreek van.; Gelet op de Gemeenschappelijke Regeling van de Intergemeentelijke Sociale
REGELING MELDEN VERMOEDEN MISSTAND
REGELING MELDEN VERMOEDEN MISSTAND Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: werknemer: de persoon die werkt of heeft gewerkt voor de Veiligheidsregio Utrecht zoals bedoeld in
1.4 Waar in deze gedragscode staat geschreven hij of zijn moet tevens worden gelezen zij of haar.
Gedragscode Artikel 1. Definities 1.1 Verbonden personen zijn: a. leden van de raad van toezicht, leden van het bestuur, leden van het verantwoordingsorgaan; b. alle medewerkers van het pensioenfonds,
e-commerce en mededinging Congresmiddag Fashion & IE 12 februari 2015 Martijn van de Hel
e-commerce en mededinging Congresmiddag Fashion & IE 12 februari 2015 Martijn van de Hel Agenda 1. Introductie mededingingsrecht 2. Verbod op concurrentiebeperkende afspraken (kartelverbod) a. Horizontale
Privacyreglement EVC Albeda College
Privacyreglement EVC Albeda College Privacyreglement EVC Albeda College november 2 2009 1 Inhoudsopgave Artikel 1 Reikwijdte reglement 3 Artikel 2 Begripsbepalingen 3 Artikel 3 Algemene bepalingen 4 Privacyreglement
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Reisbranche
Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Reisbranche Reglement incidenten- en klokkenluidersregeling Administrateur Centric Pension and Insurance Solutions B.V Versie 2.0 Ingangsdatum 19 april 2018 Pagina
BESLUIT. 5. Op 2 september 1998 heeft de NMa bij brief een aantal vragen aan partijen voorgelegd, welke bij brief van 15 oktober 1998 zijn beantwoord.
BESLUIT Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit tot afwijzing van een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 17 van de Mededingingswet. Zaaknummer 741/Overeenkomst
Voorbeeld Incidentenregeling voor een Uitvoeringsorganisatie
Voorbeeld Incidentenregeling voor een Uitvoeringsorganisatie Mei 2009 1 Incidentenregeling van Inleiding Deze Incidentenregeling geeft aan welke stappen gevolgd moeten worden
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn,
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Hoorn. Nr. 21726 17 april 2014 Regeling Melding Vermoeden Misstand 2014 Zaaknummer: 1026247 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn,
MELDREGELING VERMOEDEN MISSTANDEN. Een regeling voor het op een veilige manier melden van misstanden
MELDREGELING VERMOEDEN MISSTANDEN Een regeling voor het op een veilige manier melden van misstanden Versie 3, november 2018 Inhoudsopgave Voorwoord... 3 Artikel 1. Definities... 4 Artikel 2. Informatie,
Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland. Compliance program. Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014
Stichting Pensioenfonds Wolters Kluwer Nederland Compliance program Vastgesteld en gewijzigd in de bestuursvergadering van 12 februari 2014 1 Inleiding In dit Compliance Program is de inrichting van de
Titel: Klokkenluidersregeling
Klokkenluidersregeling Meest recente wijzigingen: regeling is aangepast aan de nieuwe wetgeving Inleiding Amerpoort vindt het belangrijk en waardevol dat medewerkers mogelijke misstanden binnen de organisatie
Dé andere manier van dienstverlening!
Dé andere manier van dienstverlening! PRIVACYREGLEMENT DIFFERENCE4YOU VERSIE 1, oktober 2006. Aangepast 29 augustus 2012 Pagina 1 van 10 PRIVACYREGLEMENT DIFFERENCE4YOU De directie van Difference4you:
BESLUIT. 4. Artikel 56 Mededingingswet (hierna: Mw) luidde tot 1 juli 2009, voor zover van belang, als volgt:
Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 6494_1/309; 6836_1/220 Betreft zaak: Limburgse bouwzaken 1 en 2 / de heer [A] Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit
REGELING MELDING ONREGELMATIGHEDEN UNIVERSITEIT LEIDEN
REGELING MELDING ONREGELMATIGHEDEN UNIVERSITEIT LEIDEN INHOUDSOPGAVE Hoofdstuk 1: Hoofdstuk 2: Hoofdstuk 3: Hoofdstuk 4: Hoofdstuk 5: Algemene bepalingen Interne procedure De Commissie integriteit Universiteit
Klokkenluidersregeling Reinaerde. WerkWijzer
Algemeen Klokkenluiden is het melden van het vermoeden van een misstand in de organisatie. Deze regeling draagt eraan bij dat er bij zorgvuldig omgegaan wordt met een (vermoeden van een) misstand. In deze
Bijlage: Transponeringstabel. Omschrijving beleidsruimte
Bijlage: Transponeringstabel Artikel Richtlijn 14/67/EU Bepaling in implementatieregeling of in bestaande regelgeving en toelichting indien niet geïmplementeerd of uit zijn aard geen implementatie behoeft
KLOKKENLUIDERSREGELING EUREKO GROEP
KLOKKENLUIDERSREGELING EUREKO GROEP Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: Eureko: Raad van Bestuur: De medewerker: Externe Vertrouwenspersoon: Interne Vertrouwenspersoon: Vertrouwenscommissie:
GEDRAGSCODE ingevolge artikel 5:68 Wet op het financieel toezicht en artikel 20 Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen
Stichting Pensioenfonds Avery Dennison GEDRAGSCODE ingevolge artikel 5:68 Wet op het financieel toezicht en artikel 20 Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen Artikel 1 Definities 1.1. Verbonden
Bijlage: Transponeringstabel. Omschrijving beleidsruimte
Bijlage: Transponeringstabel Artikel Richtlijn 14/67/EU Bepaling in implementatieregeling of in bestaande regelgeving en toelichting indien niet geïmplementeerd of uit zijn aard geen implementatie behoeft
Privacyreglement
Privacyreglement De Verwerking van Persoonsgegevens is aangemeld bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) onder nummer m1602696. Persoonsgegevens in een vorm die het mogelijk maakt de Betrokkene
- [ ] of (bijvoorbeeld) [naam gemeente/organisatie] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 1.
Voorbeeld Regeling melden vermoeden misstand (Interne klokkenluidersregeling [naam gemeente/organisatie]) BIJLAGE BIJ ECWGO/U201601078 Leeswijzer modelbepalingen - [ ] of (bijvoorbeeld) [naam gemeente/organisatie]
Gedragscode VolkerWessels
Gedragscode Gedragscode VolkerWessels 3 Inleiding door de Raad van Bestuur VolkerWessels werkt op basis van het economisch principe. Om als bedrijf continuïteit te waarborgen en om aan onze verantwoordelijkheden
Regeling melding vermoeden misstand (klokkenluidersregeling) BAR-organisatie
CVDR Officiële uitgave van BAR-organisatie. Nr. CVDR399024_1 16 mei 2017 Regeling melding vermoeden misstand (klokkenluidersregeling) BAR-organisatie Het Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling
Klokkenluidersregeling
Klokkenluidersregeling Inhoudsopgave Artikel 1. Begripsbepalingen 3 Artikel 2. Informatie, advies en ondersteuning voor de werknemer c.q. melder 4 Artikel 3. Interne melding 4 Artikel 4. Vastlegging van
Addendum Dataverwerking
Addendum Dataverwerking OVERWEGINGEN: Deze bepalingen ( Addendum ) maken onlosmakelijk deel uit van de Algemene Voorwaarden die gelden tussen Goeiezaak.com BV, gevestigd te Haarlem, bekend onder KvK nr.
KLOKKENLUIDERREGELING WONINGSTICHTING VOLKSBELANG
KLOKKENLUIDERREGELING WONINGSTICHTING VOLKSBELANG 1. Algemeen In de Governancecode Woningcorporaties d.d. november 2006 wordt gesteld dat de directeurbestuurder ervoor zorgt dat werknemers zonder gevaar
Protocol. de Inspectie voor de Gezondheidszorg. de Nederlandse Zorgautoriteit
Protocol tussen de Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit inzake samenwerking en coördinatie op het gebied van beleid, regelgeving, toezicht & informatieverstrekking en andere
