KVMV. De microscoop. E. Vandeven
|
|
|
- Godelieve van der Linden
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 KVMV De microscoop E. Vandeven Om op een degelijke manier aan mycologie te doen is het microscopisch onderzoek van de zwammen noodzakelijk. Een microscoop is dus een onmisbaar instrument voor een mycoloog. Om te vermijden dat nutteloos geld uitgegeven wordt, wordt in dit artikel naast de beschrijving van de microscoop vermeld aan welke eisen een microscoop voor een mycoloog minimum moet voldoen. Alleen de helderveldmicroscoop wordt behandeld. 1. Delen van de microscoop (fig. 1) Aan de microscoop kunnen twee soorten delen onderscheiden worden: de mechanische en optische delen. Bij de vormgeving van de microscoop hebben vooral de mechanische delen wijzigingen ondergaan zodat moderne microscopen praktischer zijn om mee te werken dan oude instrumenten Mechanische delen De voet en de ophangarm of statief Bij moderne microscopen vormen de voet en de ophangarm een geheel. Bij oude microscopen zijn de twee delen verbonden door een scharnier, die toelaat de microscoop te laten hellen zodat men gemakkelijker kan werken. Bij recente microscopen is de lichtbron ingebouwd in de voet De instelschroeven Aan een microscoop zijn meestal twee instelschroeven: een macroschroef en een fijnregeling of microschroef. Met de fig. 1A: microscoop met spiegel macroschroef wordt het beeld gezocht. De microschroef laat het micrometreren toe zodat een preparaat in de diepte kan onderzocht worden. Bij oude microscopen doen de instelschroeven de tubus bewegen. Bij moderne apparaten wordt met de instelschroeven de tafel verplaatst. De twee instelschroeven kunnen in een knop samengebracht zijn De tafel Op de tafel, die rond of vierkantig is, wordt het preparaat gelegd voor onderzoek. Midden in de tafel is een opening om het licht door te laten. De tafel is voorzien van twee klemmen om het preparaat op zijn plaats te houden. Duurdere en/of moderne apparaten zijn voorzien van een kruistafel. Hierbij is op de tafel een 1
2 figuren 1A, 1B en 1C 1: voet 2: ophangarm 3: microschroef 4: macroschroef 5: tafel 6: klem 7: tubus 8: revolver 9: objectief 10: oculair 11: condensor 12: diafragma 13: spiegel 14: elektrische lichtbron 15: scharnier 16: preparaat 17: preparaathouder 18: bediening kruistafel fig. 1B: microscoop met losse lichtbron fig. 1C: microscoop met ingebouwde lichtbron systeem aangebracht waarmee het preparaat door middel van twee schroeven, opzij of onderaan de tafel, geleidelijk kan verplaatst worden links-rechts en vooruit-achteruit. Dit is bij sterke vergrotingen een groot voordeel. Een ander voordeel van de kruistafel is de aanwezigheid van een nonius op elke bewegingsrichting van de kruistafel. Dit laat toe een punt in het preparaat van coördinaten te voorzien, zodat het snel kan teruggevonden worden De tubus Fundamenteel is de tubus een buis waarop het oculair en het objectief bevestigd zijn. Bij bepaalde microscopen kan de lengte van de tubus gewijzigd warden, hierdoor verandert de vergroting. De vergroting is rechtevenredig met de lengte van de tubus. Bij moderne microscopen is een prisma in de tubus ingebouwd zodat het bovenste deel van de tubus schuin staat, wat het werken vergemakkelijkt. Tegenwoordig zijn de meeste microscopen uitgerust met een binoculaire tubus en is de tubuslengte vast De revolver De revolver is een ronde ietwat gebogen schijf die onderaan de tubus gemonteerd is. In de revolver zijn vier of vijf openingen waarin de objectieven geschroefd zijn. Door een eenvoudige draaibeweging kan hiermee een ander objectief in de lichtweg van de microscoop gebracht worden. 2
3 Lichtbreking en brekingsindex Lichtbreking is de richtingsverandering die een lichtstraal ondervindt wanneer ze overgaat van de ene optische middenstof naar een andere. De brekingsindex (n) geeft aan in welke mate de lichtstraal zal gebroken worden. Wanneer een lichtstraal uit middenstof A invalt op het grensvlak met middenstof B en de brekingshoek B, die de lichtstraal vormt met de normaal, kleiner is dan de invalshoek A, is de middenstof B optisch dichter dan middenstof A. De normaal is de rechte die loodrecht op het grensvlak van de middenstoffen A en B staat. De brekingsindex van stof B ten overstaan van stof A wordt gegeven door de volgende formule: NAB = sin A sin B Wanneer een lichtstraal van optisch dicht naar optisch ijl overgaat zal de brekingshoek groter zijn dan de invalshoek, in het voorbeeld wordt de brekingsindex dan: sin B NBA = sin A 1.2. Optische delen De objectieven Het objectief is het belangrijkste element voor het bereiken van de vergroting van de microscoop en voor de kwaliteit van het beeld. Een objectief bestaat uit verschillende lenzen die in een of meerdere groepen samen in de metalen houder bevestigd zijn. Bij moderne objectieven is vanaf een vergroting van 40x een vering aangebracht als bescherming, zodat bij het raken van het preparaat dit niet onmiddellijk breekt en het objectief niet beschadigd wordt. Naast de vergroting van het objectief is de numerieke apertuur (N.A.) heel belangrijk. N.A. = n sin ( /2) n = brekingsindex van de middenstof = invalshoek (fig. 2) Wanneer een lichtstraal samenvalt met de normaal treedt geen lichtbreking op. Meestal wordt de brekingsindex vergeleken met het luchtledige. Voorbeelden: lucht: 1,0003 water; 1,33 kwarts: 1,46 zink kroonglas: 1,52 barium flintglas: 1,58 diamant: 2,42 fig. 2: invalshoek van het objectief waaruit de numerieke apertuur wordt berekend. Het scheidend vermogen is rechtevenredig met de numerieke apertuur. Het scheidend vermogen is de eigenschap om zeer dicht naast elkaar gelegen punten zuiver gescheiden en scherp te zien (fig. 3). Het scheidend vermogen wordt soms oplossend vermogen genoemd. Het verband tussen de numerieke apertuur en het scheidend vermogen (l) wordt bij een microscoop uitgerust met een condensor bepaald door volgende formule: I = 0,61 N.A. = golflengte van het gebruikte licht 3
4 Voorbeeld: objectief 45x met N.A. = 0,65. Van wit licht is de gemiddelde golflengte, waarvoor het oog het gevoeligst is, 550 nm = 0,55 µm. 0,61 0,55 µm I = = 0,52 µm 0,65 fig. 3 scheidend vermogen A: goed scheidend vermogen B: slecht scheidend vermogen Om een goed microscopisch beeld van een voorwerp te krijgen moet er niet alleen gewerkt worden met een sterke vergroting, maar moet ook de numerieke apertuur van het objectief goed zijn en de numerieke apertuur van de condensor moet hiermee overeenstemmen. Het doordringend vermogen of de scherptediepte is het vermogen om onmiddellijk boven elkaar gelegen punten samen scherp te onderscheiden. Hoe groter de vergroting hoe kleiner dat de scherpdiepte wordt. Lensfouten De beeldvorming van een voorwerp door een lens stemt niet al tijd overeen met wat theoretisch te verwachten is. Deze fouten zijn onder andere te wijten aan de kromming van de lens, dit wordt aberratie genoemd. Aberratie is de ongelijke breking van de lichtstralen door de lens. Dit heeft een dubbele invloed op het beeld. Het beeld is niet goed afgelijnd omdat de stralen niet in een brandpunt samenvallen. fig. 4: sferische aberatie fig. 5: chromatische aberratie Sferische aberratie (fig. 4): het brandpunt van de randstralen valt dichter bij de lens dan dat van de stralen die dichterbij het middelpunt door de lens gaan. Chromatische aberratie (fig. 5) is de ontbinding van wit licht door de lens. De lichtstralen met verschillende golflengten komen niet in een punt samen, daardoor is het beeld omringd door gekleurde ringen. Lichtstralen met de kortste golflengte hebben hun brandpunt het dichtst bij de lens. Deze vormen van aberratie kunnen verminderd worden door: 1 het gebruik van een diafragma waardoor de randstralen uitgeschakeld worden, dit heeft een lichtverlies en een daling van de numerieke apertuur tot gevolg, 2 enkelvoudige lenzen met een sterke kromming worden vervangen door meerdere lenzen die elk minder gebogen zijn, 3 het gebruik van planconvexe lenzen in plaats van biconvexe lenzen 4 het gebruik van lenzen met verschillende kwaliteitseigenschappen. De correctie van sferische aberratie is aplanatisme, deze van chromatische aberratie wordt achromatisme genoemd. De voornaamste gecorrigeerde objectieven zijn: achromaat: de chromatische aberratie is gecorrigeerd voor gele en groene stralen. Ze hebben ongeveer een vlak veld van 65% (gemeten over het hele beeldveld). 4
5 aplanaat: de sferische aberratie is gecorrigeerd, Fig. 6: vergelijking van de stralengang van een immersie- en een droog objectief. Links gaan door de immersieolie minder lichtstralen verloren dan rechts bij een droog objectief, waarbij de lichtstralen gebroken worden. KVMV ) De microscoop apochromaat: de correctie van de chromatische aberratie is gebeurd voor gele, groene, rode en blauwe stralen zodat deze in een brandpunt samenvallen, daarbij is de lens ook gecorrigeerd voor sferische aberratie, semi-plan-achromaat: zijn beter dan achromatische objectieven en hebben een 80% vlak beeld. planachromaat: neemt de gezichtsveldkromming volledig weg en geeft een beeld dat even scherp is aan de rand als in het midden, semi-plan-apochromaat of fluorietsysteem: heeft een betere kleurcorrectie dan een planachromaat maar het beeld is onscherp aan de rand, plan fluoriet: dit zijn vrijwel de beste objectieven die er momenteel verkrijgbaar zijn. Ze corrigeren zowel voor kleurschifting, afbeeldingsfouten en bolheid van het beeld. planapochromaat: voldoet aan de hoogste eisen, het heeft een ver doorgedreven kleurcorrectie, het beeld van de rand is volkomen scherp en ze hebben een grote opening. Immersieobjectieven Deze objectieven zijn speciaal ontworpen voor het gebruik met immersieolie. Deze olie heeft een brekingsindex van ongeveer 1,5 en benadert deze van de meeste glassoorten. Door het aanbrengen van immersieolie tussen de frontlens van het objectief en het dekglas van het preparaat treedt weinig lichtverlies op. De lichtstralen ondergaan tussen voorwerp en objectief geen breking omdat onderweg geen wijziging van brekingsindex optreedt (fig. 6). Door het gebruik van immersieolie is de numerieke apertuur van immersielenzen hoger dan deze van droge objectieven. Deze lenzen hebben dan ook een beter scheidend vermogen. Een laboratoriummicroscoop is meestal voorzien van een immersieobjectief met een vergroting van 90x of l00x en met een numerieke apertuur van 1,20 tot 1,30. Bovendien zijn er immersieobjectieven in de handel met een vergroting vanaf 40x die een aanzienlijk hogere numerieke apertuur hebben dan droge objectieven met eenzelfde vergroting. Als immersievloeistof werd vroeger cederolie gebruikt. Tegenwoordig bestaan er verschillende kunstmatige immersievloeistoffen die niet zo kleverig zijn. Voor de olieimmersieobjectieve bestonden er waterimmersieobjectieven (n water = 1,33) die reeds een verbetering waren ten overstaan van de droge objectieven. Bij fotomicrofotografie met een immersieobjectief is het aan te raden om tussen de condensor en het draagglas ook immersieolie aan te brengen om het lichtverlies en de lichtbreking zoveel mogelijk te beperken. DIN-objectieven Dit zijn de meest voorkomende objectieven. DIN-microscopen hebben een object-tot-beeldafstand van 195mm en fixeren de objectafstand dan op 45mm. Deze norm (DIN= Deutsches Institut für Normung) is een technische norm betreffende afmetingen, schroefdraad e.d. Dit zegt niets over de kwaliteit van de lenzen. 5
6 6 KVMV ) De microscoop Aanduidingen op het objectief (fig. 7) Op oude objectieven is het mogelijk dat er alleen een getal of een letter op vermeld is, ofwel is de brandpuntsafstand in mm of duim aangebracht. Op moderne objectieven kan men aantreffen: de vergroting, bijvoorbeeld 20 of 20:1, de numerieke apertuur, bijvoorbeeld 0,65, de lengte van de tubus waarvoor de opgegeven vergroting geldt, dit is 160 mm of 170 mm. De microscopen van Meopta en Leitz tot 1976 hebben een standaardtubuslengte van 170 mm, bij de meeste andere merken is dit 160 mm, Tegenwoordig kan i.p.v. de tubuslengte het oneindig teken,, op het objectief staan. Dit zijn infinity corrected objectieven. Bij microscopen waarbij de optiek oneindig is, kunnen tussen kop en body allerlei andere optische elementen geplaatst worden. In de beschrijving van deze objectieven worden naargelang het merk andere afkortingen gebruikt bv. IOS, ICS. Infinity corrected objectieven kunnen niet uitgewisseld kunnen worden met infinity corrected objectieven van een merk microscoop. de dikte van het dekglas waarvoor het objectief gecorrigeerd is, bijvoorbeeld 0,17 of 0,18 mm. een aanduiding van het soort objectief, bv.: SMP: semi planachromaat, Plan of PL: planachromaat, Planapo: planapochromaat, Neoflur: fluorietsysteem. Voor achromaten komt op de lens geen afkorting voor. Op immersielenzen kunnen afhankelijk van het merk verschillende aanduidingen voorkomen, bijvoorbeeld: ol. im., HI, Oel of er is een zwarte of witte streep op het objectief aangebracht. fig. 7: voorbeeld van de aanduidingen op een objectief. Planachromatisch objectief (Plan) met een vergroting 25 ; numerieke apertuur 0,45; gecorrigeerd voor een tubuslengte van 160 mm en voor dekglazen van 0.17 mm dik De oculairs Het oculair zit bovenaan in de tubus. Het oculair, een samengestelde lens, bestaat uit twee lenzen of twee groepen van lenzen en een vast diafragma. De onderste lens van het oculair wordt veldlens of collectielens genoemd. De veldlens vergroot het gezichtsveld door de objectiefstralen te convergeren, tevens wordt het beeld lichtsterker. Het oculair draagt mee bij tot de feitelijke vergroting (V) van de microscoop: V = V oc. V obj. (feitelijke tubuslengte / tubuslengte aangeduid op het objectief) Soorten oculairs Breed veld of Wide field oculair (afkorting: WF) Bij hedendaagse degelijke microscopen zijn dit tegenwoordig standaard oculairs Het veldgetal is het getal achter de schuine streep. Hiermee wordt het gezichtsveld bedoeld. De waarde van het veld wordt in millimeters uitgedrukt. In de regel geldt, hoe hoger de vergroting hoe smaller het gezichtsveld. High focal point wide field oculair (afkorting: HWF) brandpunt ligt verder uit het oculair, wat handig is voor brildragers. Super Wide Field (afkorting: SWF) Super Wide Field-oculairs hebben een breder gezichtsveld dan Wide field-oculairs.
7 Ultra Wide Field (afkorting: UWF) Ultra Wide Field-oculairs hebben het grootste gezichtsveld. Oculair van Huyghens (afkorting: H) Dit bestaat uit twee planoconvexe lenzen waarvan de bolle kant naar het objectief gericht is. Tussen de twee lenzen bevindt zich het diafragma. Oculair van Ramsden Dit oculair bestaat uit twee planoconvexe lenzen waarvan de bolle kanten naar de binnenzijde van het oculair gericht zijn. Het diafragma bevindt zich onder de veldlens in hetzelfde vlak als het brandpunt van het oculair. Compensatieoculair (afkorting: K) Dit oculair wordt gebruikt samen met een apochromatisch objectief. Het heft de ongelijke vergroting op veroorzaakt door dit objectief voor verschillende kleuren. Het diafragma van zo een oculair kan zowel onder als boven de veldlens geplaatst zijn afhankelijk van de vergroting. Dit oculair kan ook gebruikt worden met planachromatische objectieven met een sterke vergroting. Orthoscopisch- of aplanatisch oculair (afkorting: 0) Dit oculair geeft een vlak beeld dat groter is dan bij een Huyghens oculair en ook aan de randen scherp is. Dit wordt bereikt door het gebruik van lenzen waarbij het brandpunt van de rand van de lens verder van het optisch middelpunt ligt dan het brandpunt van het centrale deel van de lens. Dit oculair wordt gebruikt met achromatische of planachromatische objectieven. Periplanisch oculair (afkorting: P) De constructie van dit oculair is analoog met een oculair van Huyghens, maar de bovenste lens is dubbel. Dit oculair vermindert de kromming van het beeld veroorzaakt door het objectief en de chromatische correctie is zoals voor een compensatieoculair. Dit oculair wordt gebruikt met achromatische af plan-achromatische objectieven. DIN oculair DIN oculairs hebben een diameter van 23 mm en de tubuslengte is 160mm. Meetoculair Is een oculair, waarin een gegradueerd plaatje gemonteerd is, dat geijkt wordt met een ijkplaatje dat als voorwerp gebruikt wordt. Er bestaan ook oculairs met daarin een beweegbare naald die verbonden is met een gegradueerde schroef De condensor Bij een grote vergroting is een sterke lichtbundel nodig. Dit wordt bereikt door een condensor in de lichtweg te plaatsen onder het voorwerp. Het meest gebruikte type condensor is deze van Abbe. Deze condensor kan uit een, twee of drie lenzen bestaan. Bij een meerlenzige condensor kan meestal de bovenste lens weggeschoven of afgeschroefd worden, hierdoor wordt de numerieke apertuur van de condensor verminderd. De condensor is meestal onderaan voorzien van een irisdiafragma, ook apertuurdiafragma genoemd. Door het sluiten van het apertuurdiafragma daalt de numerieke apertuur maar stijgt het contrast van het beeld. Naast het apertuurdiafragma is onderaan de condensor een ring voorzien om filters in te leggen. Bij een goed microscoop kan de condensor in verticale richting verplaatst worden. Op zijn hoogste stand wordt de numerieke apertuur van de condensor maximaal gebruikt. Door het laten dalen van de condensor daalt ook de bruikbare numerieke apertuur, want de lichtbundel die dan op het voorwerp valt is minder geconcentreerd. 7
8 1.3. Lichtbronnen De oudste gebruikte lichtbron bij de lichtmicroscopie is het zonlicht. Dit wordt opgevangen door een holle of vlakke spiegel. Een holle spiegel wordt gebruikt wanneer er zonder condensor gewerkt wordt want een holle spiegel laat een evenwijdig invallende lichtbundel convergeren. Een vlakke spiegel wordt gebruikt samen met een condensor. In plaats van zonlicht wordt dikwijls gebruik gemaakt van kunstlicht. Hiervoor zijn speciale microscopeerlampen op de markt, hoewel er veel gewerkt wordt met een gewone bureaulamp. Na de losstaande microscopeerlampen zijn er verlichtingssystemen op de markt verschenen die op de plaats van de spiegel kunnen aangebracht worden, zodat deze overbodig is. Dergelijke lichtbronnen zijn er in verschillende typen, afhankelijk van het merk. De eenvoudigste lichtbron bestaat uit een lamp van 15 of 25 W op 220 V en een blauwfilter. Een verbeterde lichtbron bestaat uit een laagspanningslamp die aangesloten is op een regelbare transformator zodat de lichtintensiteit van de lamp kan gewijzigd worden. In de lichtweg bevindt zich een lens, een irisdiafragma en een prisma of een spiegel. De lens concentreert de lichtbundel en met het diafragma, ook velddiafragma genoemd wordt de diameter van de lichtbundel bepaald. Het prisma zorgt ervoor dat de lichtbundel in de condensor terecht komt. Bovenaan de lamp of in een gleuf kunnen filters aangebracht worden. Bij de meeste merken microscopen is tegenwoordig een dergelijk verlichtingssysteem met halogeenlamp of LED in de voet van de microscoop ingebouwd. 2. De belichting Meestal wordt de belichting van de microscoop onsystematisch geregeld. Nadat het preparaat onder de microscoop geschoven is wordt aan alle mogelijke stelschroeven, diafragma's, condensor en eventueel spiegel gedraaid tot een goede belichting bekomen wordt. Bij de regeling van de belichting is het beter systematisch te werk te gaan. Dit houdt niet alleen een tijdsbesparing in maar geeft een betere kijk op de manier waarop de verschillende elementen die de belichting bepalen gewijzigd worden; bij fotografie door de microscoop is dat heel belangrijk, daar de minste afwijking van de ideale belichting slechte resultaten tot gevolg heeft Centreren van de lamp Bij verlichtingssystemen, die in de voet van de microscoop zijn ingebouwd, is het niet nodig om de lamp te centreren. Het centreren van de lamp is alleen nodig bij verlichtingssystemen die de spiegel vervangen. Bij eenvoudige systemen is het onmogelijk om de lamp te centreren, waardoor er lichtverlies kan optreden. Voor het centreren van de lamp worden het apertuur- en het velddiafragma volledig opengedraaid. De collectorlens van het verlichtingsapparaat wordt op de stand gezet waarbij de lichtstralen het sterkst geconvergeerd worden. Indien onderaan de condensor er een collectorlens en een filter zijn worden deze weggedraaid. Bij een lichtbron met regelbare intensiteit wordt deze op het minimum ingesteld. Er wordt scherp gesteld op de draad van de gloeilamp. Met behulp van de schroeven aan de lamp wordt de gloeidraad in het midden van het beeld gebracht. De lamp kan ook in het verlichtingsapparaat los van de microscoop gecentreerd worden. Hiervoor wordt een stukje kalkeerpapier op het glas van de lamp gelegd. De gecentreerde lamp moet dan juist in de optische as van de microscoop geplaatst worden. 8
9 2.2. Het centreren van de condensor KVMV ) De microscoop Aan de houder waarin de condensor gevat is zijn gewoonlijk 3 schroeven. Met een schroef wordt de condensor vastgezet. De twee andere schroeven laten toe de condensor te bewegen in het vlak dat loodrecht staat op de optische as van de microscoop. Hierdoor kan de condensor juist in het midden van de optische as geplaatst warden. Sommige microscopen hebben deze stelschroeven niet en de condensor is moeilijk te centreren. Werkwijze: Neem het oculair uit de tubus. Draai het apertuurdiafragma, dat onderaan de condensor zit, helemaal open. Draai daarna langzaam dicht tot de lichtbundel in de tubus verkleint. Indien de lichtbundel zich centraal in de cirkel bevindt onderaan in de tubus moet niets bijgeregeld warden. Bevindt de lichtbundel zich excentrisch dan moet de condensor met de twee regelschroeven langzaam verschoven worden tot de lichtbundel zich in het midden bevindt De regeling van het licht Belichting met de spiegel Hiervoor wordt de condensor helemaal omhoog gedraaid en het apertuurdiafragma helemaal opengezet, dan wordt de spiegel zo geplaatst dat de lichtvlek in het midden van het veld ligt en de lichtintensiteit overal homogeen is. Het oculair wordt dan uit de tubus genomen en het apertuurdiafragma wordt dichtgedraaid tot de lichtvlek verkleint. De lichtintensiteit kan gewijzigd warden door de afstand tussen lamp en spiegel te wijzigen. Bij gebruik van zonlicht of wanneer de grootte van de tafel niet toelaat de lamp ver genoeg te verplaatsen kan het diafragma verder gesloten warden. Het sluiten van het diafragma verhoogt het contrast, maar vermindert de numerieke apertuur en dus ook het scheidend vermogen Belichting met microscopeerlamp Zoals bij de spiegel wordt de condensor op zijn hoogste stand geplaatst, dan wordt het velddiafragma dichtgedraaid tot de lichtvlek kleiner wordt in het microscoopveld. Zoals bij de belichting met een spiegel wordt het oculair uit de tubus genomen en het apertuurdiafragma dichtgedraaid tot de lichtvlek kleiner wordt. Bij fotomicrografie wordt het apertuurdiafragma nog verder toegedraaid tot het oppervlak van de lichtbundel herleid is tot 80% van het maximale oppervlak, dit om het storend effect van randstralen uit te schakelen. De lichtintensiteit wordt ingesteld met de regelbare transformator. 3. Waarop letten bij de aankoop van een microscoop? Een goed microscoop heeft een stabiel statief en een micro- en macroschroef. Verder is een centreerbare condensor met een numerieke apertuur van 1,2-1,25 en een apertuurdiafragma geen luxe. Droge objectieven van 10x en 40x en een olieimmersieobjectief met een vergroting van 90x of 100x met een numerieke apertuur van 1,20 tot 1,30 volstaan om mee te beginnen. Voor gewone microscopie volstaan achromatische objectieven. Slechts voor fijner werk zijn objectieven van een betere kwaliteit nodig. Als oculairs volstaan deze met een vergroting van 10x. Een kruistafel is niet noodzakelijk maar is handig om te werken bij sterke vergrotingen. Een uittrekbare tubus laat toe om sterkere vergrotingen te bereiken. Tegenwoordig worden microscopen met zo'n tubus nagenoeg niet meer geproduceerd. De aanschaf van een goede lichtbron is zeer belangrijk, het is de basis om een goed beeld te 9
10 bekomen. Bij een goede lichtbron kan de lichtintensiteit variëren en de lamp gecentreerd worden. Daarnaast is in het verlichtingsapparaat een velddiafragma ingebouwd. In de meeste hedendaagse microscopen is de lichtbron ingebouwd in de voet van de microscoop. 4. Bibliografie D HONDT (1979) - Wetenschappelijke fotografie, C.O.O.V.I.-P.T.I.D.C.R. Anderlecht. HALLIDAY D. & RESNICK R. (1970) - Fundamentals of Physics, J, Wiley Ed., New Vork-London. JUNQUEIRA L., CARNEIRO J. & CONTOPOULOS A, (1977) - Basic Histology, Lange Medical Publications, Los Altas (California). LANGERON M, (1942) - Précis de Microscopie, Ed. Masson, Paris. NULTSCH W. & GRAHLE A. (1978)- Mikroskopisch-Botanisches Prakticum, G. Thieme Verlag, Stuttgart. ROMEIS B. (1968) - Mikroskopische Technik, R, Oldenbourg Verlag, München-Wien. SÉGUY E. (1970) - Initiation à la Microscopie, Ed. N. Boubée, Paris. STAHL E. E.A. (1972) - Chromatografische en microscopische analyse van drogerijen, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij, Antwerpen. VAN DE GENUCHTE E. (1976) - Microbiologie Practicum, Vyncke, Gent. 12 september
Biologische microscopen
WETENSCHAPPEN B-serie Biologische microscopen Novex B-serie De robuuste Novex B-serie microscopen zijn hoogwaardige biologische microscopen voor het onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Tubus en oculairen
6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht
Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 1 Opgave 2 Bij diffuse terugkaatsing wordt opvallend licht in alle mogelijke richtingen teruggekaatst, zelfs als de opvallende
Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO!
Aan de slag met de nieuwe leerplannen fysica 2 de graad ASO GO! M. Beddegenoodts, M. De Cock, G. Janssens, J. Vanhaecht woensdag 17 oktober 2012 Specifieke Lerarenopleiding Natuurwetenschappen: Fysica
Handleiding Optiekset met bank
Handleiding Optiekset met bank 112110 112110 112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande Eurofysica optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset (112110) behandelt
N A T U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 Copyright
N AT U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 2 LICHT EN ZIEN 2.1 Donkere lichamen en lichtbronnen 2.1.1 Donkere lichamen Donkere lichamen zijn lichamen die zichtbaar worden als er licht
Labo Fysica. Michael De Nil
Labo Fysica Michael De Nil 4 februari 2004 Inhoudsopgave 1 Foutentheorie 2 1.1 Soorten fouten............................ 2 1.2 Absolute & relatieve fouten..................... 2 2 Geometrische Optica
THEMA 6. Microscopie
THEMA 6 Microscopie In dit thema ga je op ontdekking in de wereld van de allerkleinste bouwstenen van levende wezens. Je gebruikt daarvoor een microscoop. Je leert een micropreparaat maken en daarop structuren
Microscopie, een oud en vertrouwd vakgebied. Inderdaad, een laboratorium zonder
Een kritische kijk Microscopie, een oud en vertrouwd vakgebied. Inderdaad, een laboratorium zonder microscoop is bijna ondenkbaar, dus lijkt lichtmicroscopie in tegenstelling tot elektronenmicroscopie
Proefbeschrijving optiekset met bank 112110
112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset () behandelt de ruimtelijke optiek en de uitbreidingset (112114) de
BMS D1 serie Biologische Microscopen Handleiding
BMS D1 serie Biologische Microscopen Handleiding Deze handleiding dient als leidraad bij het gebruik van de BMS D1. Lees de handleiding zorgvuldig alvorend de microscoop in gebruik te nemen. Wij behouden
FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN. Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN
FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN Vak : Inleiding Optica (19146011) Datum : 9 november 01 Tijd : 8:45 uur 1.15 uur Indien U een onderdeel van een vraagstuk
3HAVO Totaaloverzicht Licht
3HAVO Totaaloverzicht Licht Algemene informatie Terugkaatsing van licht kan op twee manieren: Diffuus: het licht wordt in verschillende richtingen teruggekaatst (verstrooid) Spiegelend: het licht wordt
Uitwerkingen. Hoofdstuk 2 Licht. Verkennen
Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Verkennen I a. Teken het gebouw met de zon in de tekening. De stand van de zon bepaalt waar de schaduw terecht komt. b. Maak een tekening in bovenaanzicht. Jij staat voor
HANDLEIDING NOVEX MICROSCOOP
HANDLEIDING NOVEX MICROSCOOP µ-smart EUROMEX Microscopen B.V. HOLLAND www.euromex.com 2 1.0 Inleiding Met de aankoop van een NOVEX µ-smart microscoop heeft u gekozen voor een kwaliteitsproduct. De NOVEX
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 3 Licht en Lenzen
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 3 Licht en Lenzen Samenvatting door A. 1760 woorden 11 maart 2016 7,4 132 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Nova 1: Lichtbreking Een dunne lichtbundel - een lichtstraal
Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht
Uitwerkingen Hoofdstuk 2 Licht Verkennen I a. Teken het gebouw met de zon in de tekening. De stand van de zon bepaalt waar de schaduw terecht komt. b. Een platte tekening. Jij staat voor de spiegel, de
Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de
Licht; Elektromagnetische straling een golf Licht; een deeltje (foto-elektrisch effect). Licht; als een lichtstraal Licht beweegt met de lichtsnelheid ~300.000 km/s! Rechte lijn Pijl er in voor de richting
Basic Creative Engineering Skills
Optische systemen Oktober 2015 Theaterschool OTT-1 1 Optische systemen In het theater: Theaterlampen Projectoren Camera s (foto, video, film) In deze les worden achtereenvolgens behandeld: Eigenschappen
De traditionele microscopen onderscheiden we de gewone of biologische microscoop en de stereo microscope.
Microscopie Ons oog is niet in staat om zonder hulpmiddelen details van organismen te bekijken. Daarom gebruiken we voor kleine objecten vergrotende instrumenten. Dit zijn de loep en de microscoop. 1 Soorten
Een refractor bestaat hoofdzakelijk uit twee lenzen, beide (bolvormige) positieve lenzen.
Werkstuk door een scholier 1485 woorden 28 februari 2002 5,6 104 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Sterrenkijker 1. Telescopen met refractor-werking Een sterrenkijker, ofwel telescoop, is een soort van grote
Practicum: Je kan ernaar vissen...
Naam :.. Klas. nr : Datum: Vak: Fysica Leerkracht: Practicum: Je kan ernaar vissen... Een vis vangen met je handen is niet zo eenvoudig als het lijkt. Laten we eens kijken waarom. 1) Breking op een rijtje.
hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).
hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). 5.1 Drie soorten lichtbundels Als lichtstralen een bundel vormen kan dat op drie manieren. 1. een evenwijdige bundel. 2. een convergerende bundel 3. een divergerende bundel.
hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding).
hoofdstuk 5 Lenzen (inleiding). 5.1 Drie soorten lichtbundels Als lichtstralen een bundel vormen kan dat op drie manieren. 1. een evenwijdige bundel. 2. een convergerende bundel 3. een divergerende bundel.
6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld
6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht 6.2 Spiegel en spiegelbeeld Lichtbronnen: Directe lichtbronnen produceren zelf licht Indirecte lichtbronnen reflecteren licht. Je ziet een voorwerp als er licht
Geometrische optica. Hoofdstuk 1. 1.1 Principe van Huygens. 1.2 Weerkaatsing van lichtgolven.
Inhoudsopgave Geometrische optica Principe van Huygens Weerkaatsing van lichtgolven 3 Breking van lichtgolven 4 4 Totale weerkaatsing en lichtgeleiders 6 5 Breking van lichtstralen door een sferisch diopter
Extra oefenopgaven licht (1) uitwerkingen
Uitwerking van de extra opgaven bij het onderwerp licht. Als je de uitwerking bij een opgave niet begrijpt kun je je docent altijd vragen dit in de les nog eens uit te leggen! Extra oefenopgaven licht
Presentatie Biologie cellen ordenen onder een microscoop
Presentatie Biologie cellen ordenen onder een microscoop Presentatie door Tobias 1186 woorden 6 juni 2017 8,5 7 keer beoordeeld Vak Biologie Cellen ordenen onder een microscoop Inleiding Ik heb dit onderwerp
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 24 juli 2015. dr. Brenda Casteleyn
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Licht als golf en als deeltje 24 juli 2015 dr. Brenda Casteleyn Met dank aan: Atheneum van Veurne (http://www.natuurdigitaal.be/geneeskunde/fysica/wiskunde/wiskunde.htm),
Een lichtbundel kan evenwijdig, divergent (uit elkaar) of convergent (naar elkaar) zijn.
Samenvatting door R. 1705 woorden 27 januari 2013 5,7 4 keer beoordeeld Vak Natuurkunde 3.2 Terugkaatsing en breking Lichtbronnen Een voorwerp zie je alleen als er licht van het voorwerp in je ogen komt.
Standaard modellen hebben een omgedraaide revolver voor 4 objectieven, de B+ modellen hebben een omgedraaide revolver voor 5 objectieven
PRODUKTBLAD B en B+ series HIGHLIGHTS Monoculaire, binoculaire en trinoculaire modellen 10x/18 mm of 10x/20 mm oculair(en) Omgedraaide revolver voor 4 of Semi plan, plan IOS, semi plan fase en plan fase
Exact periode 3.2. Recht evenredig Omgekeerd evenredig Lambert Beer Lenzen en toepassingen
Exact periode 3.2?! Recht evenredig Omgekeerd evenredig Lambert Beer Lenzen en toepassingen 1 Lo41 per 3 exact recht evenredig, oefenen presentatie recht evenredig Deze link toont uitleg over recht evenredig
HET DIAFRAGMA. Voor iedereen die er geen gat meer in ziet. Algemeen
HET DIAFRAGMA Voor iedereen die er geen gat meer in ziet. Algemeen Allemaal gebruiken wij het, maar toch blijkt uit regelmatig terugkerende vragen op het forum dat dit gebruiken soms iets anders is dan
Samenvatting Natuurkunde H3 optica
Samenvatting Natuurkunde H3 optica Samenvatting door een scholier 992 woorden 19 januari 2013 5,6 22 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Natuurkunde overal Hoofdstuk 3 Optica 3.1 Zien Dit hoofdstuk
oculair: groothoek oculair WF 10x met aanwijsnaald revolver: drievoudige kogelgelagerde revolver met click stops vergrotingen: 40x, 100x en 400x
1 SFC-100 serie Monoculaire microscoop SFC-100FL oculair: groothoek oculair WF10x met aanwijsnaald revolver: drievoudige kogelgelagerde revolver met click stops condensor: vaste condensor N.A. 0,65 - irisdiafragma
Invals-en weerkaatsingshoek + Totale terugkaatsing
Invals-en weerkaatsingshoek + Totale terugkaatsing Leerplandoelen FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B10 De begrippen invallende
Tentamen Optica. 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur
Tentamen Optica 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur Zet je naam en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 8 opgaven eerst eens door. De opgaven kunnen in willekeurige volgorde gemaakt
Samenvatting Hoofdstuk 5. Licht 3VMBO
Samenvatting Hoofdstuk 5 Licht 3VMBO Hoofdstuk 5 Licht We hebben zichtbaar licht in de kleuren Rood, Oranje, Geel, Groen, Blauw en Violet (en alles wat er tussen zit) Wit licht bestaat uit een mengsel
jaar: 1994 nummer: 12
jaar: 1994 nummer: 12 Een vrouw staat vóór een spiegel en kijkt met behulp van een handspiegel naar de bloem achter op haar hoofd.de afstanden van de bloem tot de spiegels zijn op de figuur aangegeven.
Faculteit Biomedische Technologie Tentamen OPTICA (8N040) 16 augustus 2012, 9:00-12:00 uur
Faculteit Biomedische Technologie Tentamen OPTICA (8N040) 16 augustus 2012, 9:00-12:00 uur Opmerkingen: 1) Lijsten met de punten toegekend door de corrector worden op OASE gepubliceerd. De antwoorden van
Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Reflectie en breking. J. Kuiper. Transfer Database
Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Reflectie en breking J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Algemeen Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs
Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens.
Uitwerkingen 1 Opgave 1 Bolle en holle. Opgave 2 Opgave 3 De hoofdas is de lijn door het midden van de lens en loodrecht op de lens. Opgave 4 Divergente, convergente en evenwijdige. Opgave 5 Een bolle
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 2 Licht. Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht?
Wat moet je leren/ kunnen voor het PW H2 Licht? Alles noteren met significantie en in de standaard vorm ( in hoeverre dit lukt). Eerst opschrijven wat de gegevens en formules zijn en wat gevraagd wordt.
Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE
NAAM: NATUURKUNDE KAS 5 ROEFWERK H14 13/05/2009 PROEFWERK Deze toets bestaat uit 4 opgaven (33 punten). Gebruik eigen grafische rekenmachine en BINAS toegestaan. Veel succes! ZET JE NAAM OP DEZE Opgave
Lenzen. N.G. Schultheiss
Lenzen N.G. Schultheiss Inleiding Deze module volgt op de module Spiegels. Deze module wordt vervolgd met de module Telescopen of de module Lenzen maken. Uiteindelijk kun je met de opgedane kennis een
Hoofdstuk 2 De sinus van een hoek
Hoofdstuk 2 De sinus van een hoek 2.1 Hoe hoog zit m n ventiel? Als een fietswiel ronddraait zal, de afstand van de as tot het ventiel altijd gelijk blijven. Maar als je alleen van opzij kijkt niet! Het
F-serie G-serie. nederlands
F-serie G-serie nederlands De F-serie De Euromex F- en G-serie helderveld microscopen zijn routine- en research microscopen voor gebruik in het hoger onderwijs, de wetenschap en in biologische, medische
Reflectie. Om sommen met reflectie op te lossen zijn er twee mogelijkheden: 1. Met de terugkaatsingswet: hoek van inval = hoek van terugkaatsing
Inhoud Reflectie... 2 Opgave: Lichtbundel op cilinder... 3 Lichtstraal treft op grensvlak... 4 Opgave: Breking en interne reflectie I... 6 Opgave: Breking en interne reflectie II... 7 Opgave: Multi-Touch
Tentamen Optica. 20 februari Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door.
Tentamen Optica 20 februari 2007 Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door. Opgave 1 We beschouwen de breking van geluid aan een
R.T. Nadruk verboden 57
Nadruk verboden 57 Natuurkunde. Les 29 29,1. Beeldvorming bij de bolle spiegel Fig. 29,1. Fig. 29,2. Fig. 29,3. Bij de bolle spiegel geldt eveneens de formule + =. We rekenen hierbij alle afstanden voor
CORRECT GEBRUIK EN KLEIN ONDERHOUD VAN DE MICROSCOOP
97 CORRECT GEBRUIK EN KLEIN ONDERHOUD VAN DE MICROSCOOP Frank Van Campen en Jozef Schoors Koninklijk Antwerps Genootschap voor Micrografie Juiste instelling en gebruik Reinigen van de microscoop Onderhoud
Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica?
Fysica: Chemie: Bewegen Een kracht uitoefenen Verdampen Een elektrische stroom opwekken Optica Terugkaatsing van het licht Smelten en stollen Examen Fysica: Inleiding: Wat is fysica? Roesten Omzetting
5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht
Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 5 5.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 10 16 x 4,03 10 a afstand = lichtsnelheid tijd; s = c t t = = = 8 c 2,9979 10 b Eerste manier 1 lichtjaar = 9,461 10
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 3 en hoofdstuk 4 Samenvatting door een scholier 2042 woorden 13 jaar geleden 5,2 16 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Natuurkunde1,2 Proefwerkweek 2 Hoofdstuk 3. Lichtbeelden
Bijlage 15 Staande microscoop 1 Beschrijving
Handboek Hydrobiologie IV Bijlage 15 Staande microscoop 1 Beschrijving De staande microscoop is het klassieke model. De objectieven zitten boven het object dat men wil bekijken en de condensor eronder
Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal. Reader. Lenzen. J. Kuiper. Transfer Database
Noorderpoort Beroepsonderwijs Stadskanaal Reader Lenzen J. Kuiper Transfer Database ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair nderwijs, Algemeen Voortgezet nderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie
3HV H2 breking.notebook October 28, 2015 H2 Licht
3HV H2 breking.notebook October 28, 2015 H2 Licht 3HV H2 breking.notebook October 28, 2015 L1 L2 Wanneer een lichtstraal van het ene materiaal het andere ingaat kan de richting van de lichtstraal veranderen.
4.1.1 Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke?
Hoofdstuk 4: Licht 4.1 Voortplanting van licht 4.1.1 Lichtbronnen Benoem de onderstaande lichtbronnen. Opgelet, één van de figuren stelt geen lichtbron voor, welke? We zien allerlei dingen om ons heen,
Invals en weerkaatsingshoek + Totale reflectie
Invals en weerkaatsingshoek + Totale reflectie Leerplandoelen FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B10 De begrippen invallende straal,
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 5 en 6
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 5 en 6 Samenvatting door een scholier 1748 woorden 7 februari 2005 6 53 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Scoop Samenvatting Natuurkunde H5 Spiegels en lenzen +
Lenzen. Leerplandoel. Introductie. Voorwerps brandpunts - en beeldafstand
Lenzen Leerplandoel FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B21 De beelden bij een dunne bolle lens construeren en deze aanduiden als
Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies)
Het tekenen van lichtstralen door lenzen (constructies) Zie: http://webphysics.davidson.edu/applets/optics/intro.html Bolle (positieve) lens Een bolle lens heeft twee brandpunten F. Evenwijdige (loodrechte)
Eureka! 1A. Copyright EUREKA 1A. Eureka! bestaat in de tweede graad uit: Thema 2 Materiemodel
N AT U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R S T W Eureka! bestaat in de tweede graad uit: Thema 1 Zintuigen Thema 2 Materiemodel Eureka! 2A Thema 1 Terreinstudie Thema 2 Samenleven en relaties tussen
HANDLEIDING NOVEX ABBE REFRACTOMETER
HANDLEIDING NOVEX ABBE REFRACTOMETER 98.490 EUROMEX Microscopen B.V. HOLLAND www.euromex.nl 2 1.0 Inleiding Met de aankoop van de NOVEX ABBE refractometer 98.490 heeft u gekozen voor een kwaliteitsproduct.
De M-serie. M-serie modellen. De hoge kwaliteit van deze microscopen -de robuuste metalen
M-serie nederlands De M-serie De Euromex M-serie bestaat uit drie microscooptypen: microscopen voor metallurgie, polarisatiemicroscopen en een speciaal ontworpen microscoop voor asbestonderzoek. De hoge
AP/P-serie AR-serie. Stereomicroscopen
ONDERWIJS AP/P-serie AR-serie Stereomicroscopen AP en P-serie stereomicroscopen Deze Novex stereomicroscopen zijn uiterst geschikt voor het onderwijs alsmede voor natuurobservatie en vrijetijdsbesteding.
Hoofdstuk 4: Licht. Natuurkunde Havo 2011/2012.
Hoofdstuk 4: Licht Natuurkunde Havo 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 4: Licht Natuurkunde 1. Kracht en beweging 2. Licht en geluid 3. Elektrische processen 4. Materie en energie Beweging Trillingen en
Basic Creative Engineering Skills
Spiegels en Lenzen September 2015 Theaterschool OTT-2 1 September 2015 Theaterschool OTT-2 2 Schaduw Bij puntvormige lichtbron ontstaat een scherpe schaduw. Vraag Hoe groot is de schaduw van een voorwerp
Spiegel. Herhaling klas 2: Spiegeling. Spiegel wet: i=t Spiegelen met spiegelbeelden. NOVA 3HV - H2 (Licht) November 15, NOVA 3HV - H2 (Licht)
Herhaling klas 2: Spiegeling Spiegel wet: i=t Spiegelen met spiegelbeelden Spiegelen van een object (pijl), m.b.v. het spiegelbeeld: Spiegel 1 2 H.2: Licht 1: Camera obscura (2) Eigen experiment: camera
Informatie over Lenzen
Informatie over Lenzen Camera CCD Sensor: De grootte van de camerabeeld sensor (CCD) beïnvloed ook de kijkhoek, waarbij de kleinere beeldsensoren een smallere kijkhoek creëren wanneer gebruikt met eenzelfde
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts. Fysica: Licht als golf en als deeltje. 4 november Brenda Casteleyn, PhD
Voorbereiding toelatingsexamen arts/tandarts Fysica: Licht als golf en als deeltje 4 november 2017 Brenda Casteleyn, PhD Met dank aan: Atheneum van Veurne, Leen Goyens (http://users.telenet.be/toelating)
Handleiding bij geometrische optiekset 112114
Handleiding bij geometrische optiekset 112114 INHOUDSOPGAVE / OPDRACHTEN Algemene opmerkingen Spiegels 1. Vlakke spiegel 2. Bolle en holle spiegel Lichtbreking en kleurenspectrum 3. Planparallel blok 4.
Thema 3 Verrekijkers. astronomische kijker
07-0-005 0: Pagina Verrekijkers Inleiding Om verre voorwerpen beter te kunnen zien, kun je gebruikmaken van verrekijkers. Die zijn er in vele soorten. De astronomische kijker wordt gebruikt voor het bekijken
Uitwerkingen tentamen Optica
Uitwerkingen tentamen Optica 18 februari 2005 Opgave 1 2 y x 2 = 1 a 2 2 y t 2 (1) a) De eenheid van a moet zijn m/s, zoals te zien aan de vergelijking. a = v is de snelheid waarmee de golf zich voortbeweegt.
Telelens of zoom. Een telelens is een lens met een beperkte beeldhoek Hierdoor worden verder weg gelegen objecten op groter weergegeven.
Telelens of zoom Een telelens is een lens met een beperkte beeldhoek Hierdoor worden verder weg gelegen objecten op groter weergegeven. Als het objectief zou bestaan uit één enkele lens met een brandpuntsafstand
Lenzen. Leerplandoel. Introductie. Voorwerps brandpunts - en beeldafstand
Lenzen Leerplandoel FYSICA TWEEDE GRAAD ASO WETENSCHAPPEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS VVKSO BRUSSEL D/2012/7841/009 5.1.2 Licht B21 De beelden bij een dunne bolle lens construeren en deze aanduiden als
Uitwerkingen Tentamen Optica
Uitwerkingen Tentamen Optica Datum van het tentamen: 19 februari 2008 Opgave 1 a) Het hoekoplossend vermogen van een lens (of een holle spiegel) is direct gerelateerd aan het Fraunhofer diffractiepatroon
3hv h2 kortst.notebook January 08, H2 Licht
3hv h2 kortst.notebook January 08, 209 H2 Licht Wanneer een lichtstraal van het ene materiaal het andere ingaat kan de richting van de lichtstraal veranderen. Hoe de straal afbuigt heeft te maken met de
Digitale fotografie onder water
Digitale fotografie onder water Digitale fotografie wordt meer en meer bereikbaar voor de gewone duiker (Jan-met-de- Cap). Dit komt omdat veel camera merken goed geprijsde onderwaterhuizen leveren voor
Wet van Snellius. 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak
Wet van Snellius 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak 1 Lichtbreking Lichtbreking Als een lichtstraal het grensvlak tussen lucht en water passeert, zal de lichtstraal
FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde TENTAMEN
FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde Vak : Inleiding Optica (146012) Datum : 5 november 2010 Tijd : 8:45 uur 12.15 uur TENTAMEN Indien U een onderdeel van een vraagstuk
TENTAMEN. x 2 x 3. x x2. cos( x y) cos ( x) cos( y) + sin( x) sin( y) d dx arcsin( x)
FACULTEIT TECHNISCHE NATUURWETENSCHAPPEN Opleiding Technische Natuurkunde Kenmerk: 46055907/VGr/KGr Vak : Inleiding Optica (4602) Datum : 29 januari 200 Tijd : 3:45 uur 7.5 uur TENTAMEN Indien U een onderdeel
Fotografie Basiskennis! 13 september 2005 Door Augustijn Buelens & Jeff Ceuppens
Fotografie Basiskennis! 13 september 2005 Door Augustijn Buelens & Jeff Ceuppens Fotografie de basiskennis! Waarom? Analoog of digitaal blijft gelijk! Basiskennis is onontbeerlijk! Beter inzicht in wat
Theorie beeldvorming - gevorderd
Theorie beeldvorming - gevorderd Al heel lang geleden ontdekten onderzoekers dat als licht op een materiaal valt, de lichtstraal dan van richting verandert. Een voorbeeld hiervan is ook te zien in het
De snelheid van de auto neemt eerst toe en wordt na zekere tijd constant. Bereken de snelheid die de auto dan heeft.
Opgave 1 Een auto Met een auto worden enkele proeven gedaan. De wrijvingskracht F w op de auto is daarbij gelijk aan de som van de rolwrijving F w,rol en de luchtwrijving F w,lucht. F w,rol heeft bij elke
a) Bepaal door middel van een constructie de plaats van het beeld van de scherf en bepaal daaruit hoe groot Arno de scherf door de loep ziet.
NATUURKUNDE KLAS 5 ROEWERK H14-05/10/2011 PROEWERK Deze toets bestaat uit 3 opgaven (totaal 31 punten). Gebruik van eigen grafische rekenmachine en BINAS is toegestaan. Veel succes! ZET EERST JE NAAM OP
Zoom stereomicroscopen
INDUSTRIE RZ-serie Zoom stereomicroscopen Novex RZ zoom stereomicroscopen 65.700 De Novex RZ is een zoom stereomicroscoop voor de industrie van uitstekende kwaliteit. Zoom bino- en trinoculaire opzet De
, met ω de hoekfrequentie en
Opgave 1. a) De brekingsindex van een stof, n, wordt gegeven door: A n = 1 +, ω ω, met ω de hoekfrequentie en ( ω ω) + γ ω, A en γ zijn constantes. Geef uitdrukkingen voor de fasesnelheid en de groepssnelheid
HANDLEIDING NOVEX MICROSCOPEN VAN DE B-SERIE MET FASE CONTRAST
HANDLEIDING NOVEX MICROSCOPEN VAN DE B-SERIE MET FASE CONTRAST EUROMEX Microscopen B.V. HOLLAND www.euromex.com 2 1.0 Inleiding Met de aankoop van een NOVEX B type microscoop met fase contrast inrichting
Overal Natuurkunde 3V Uitwerkingen Hoofdstuk 6 Licht
Overal Natuurkunde 3V Uitwerkingen Hoofdstuk 6 Licht 6. Licht en beeld A a Primair licht is afkomstig uit een lichtbron en wordt ook wel direct licht genoemd. Secundair licht is niet direct afkomstig uit
Als de trapper in de stand van figuur 1 staat, oefent de voet de in figuur 2 aangegeven verticale kracht uit op het rechter pedaal.
Natuurkunde Havo 1984-II Opgave 1 Fietsen Iemand rijdt op een fiets. Beide pedalen beschrijven een eenparige cirkelbeweging ten opzichte van de fiets. Tijdens het fietsen oefent de berijder periodiek een
Hoofdstuk 3: Licht. Natuurkunde VWO 2011/2012. www.lyceo.nl
Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 3: Licht Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige beweging Trilling en
Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden
Newton 4vwo Natuurkunde Hoofdstuk 3 Lichtbeelden Hoofdstukvragen: Het hoofdstuk gaat over de lichtbeelden die je met spiegels, lenzen en prisma s kunt maken. Hoe ontstaat bij een spiegel een beeld? En
Suggesties voor demo s lenzen
Suggesties voor demo s lenzen Paragraaf 1 Toon een bolle en een holle lens. Demo convergerende werking van een bolle lens Laat een klein lampje (6 V) steeds dichter bij een bolle lens komen. Geef de verschillende
Oog. Netvlies: Ooglens: Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk.
Oog Voor de stralengang in het oog van lichtstralen zijn de volgende drie onderdelen belangrijk. Netvlies: Ooglens: Op het netvlies bevinden zich lichtgevoelige zintuigcellen; staafjes en kegeltjes (voor
