Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Albert Vink
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting Rijksbegroting voor het jaar Hoofdstuk VIII Departement van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 85 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage, 23 juli 1982 Hierbij zend ik u een overzicht van de normen die zullen gelden voor de vaststelling van de rijksstudietoelagen voor het studiejaar 1982/1983. De Minister van Onderwijs en Wetenschappen a.i., H. A. de Boer 2 vel Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk VIII, nr. 85 1
2 RIJKSSTUDIETOELAGEN VOOR HET WETENSCHAPPELIJK ONDERWIJS EN HET HOGER BEROEPSONDERWIJS, STUDIEJAAR 1982/1983 Hieronder volgt een overzicht van de financiële normen die zullen worden gehanteerd voor het studiejaar 1982/1983 (I) en van een aantal dat studiejaar ingaande regelwijzigingen (II). I. FINANCIËLE NORMEN Waardevastheid der normen Het uitgangspunt bij de jaarlijkse aanpassing van de financiële normen is de waardevaste aanpassing, dat wil zeggen de aanpassing op grond van de wijziging in de reële waarde van het geld. 1. Draagkracht der ouders Het bedrag dat de ouders van de aanvrager geacht worden bij te dragen wordt bepaald op grond van hun inkomen en op grond van hun vermogen. Inkomen Bij de berekening van de ouderlijke bijdrage uit inkomen wordt uitgegaan van de draagkracht van beide ouders in het aan het studiejaar voorafgaande kalenderjaar (peiljaar). In het algemeen wordt daarvoor het belastbaar inkomen maatgevend geacht. In de berekeningsmethode wordt van het inkomen een bepaald deel vrijgelaten, de zogenaamde «bijdrage-vrije voet»; deze voet is op basis van de feitelijke ontwikkeling van het prijsniveau in het betrokken kalenderjaar, verhoogd met 6,7%. Van het inkomen boven deze bijdrage-vrije voet wordt een bepaald percentage berekend als mogelijke ouderlijke bijdrage. De bijdrage-vrije voet wordt verhoogd met een bedrag voor de kosten van een ander ten laste van de ouders komend «telkind». De normen voor 1982/1983 luiden als volgt: - bijdrage-vrije voet ouderlijk inkomen: f26 320; - normbedrag voor een ander ten laste van de ouders komend «telkind»: f (dit bedrag is voor het studiejaar 1982/1983 ongewijzigd gelaten), waarbij een kind telt voor: één, indien het thuiswonend is en valt in de leeftijdsgroep van 0 t/m 11 twee, indien het thuiswonend is en valt in de leeftijdsgroep van 12 t/m 26 twee, indien het uitwonend is en valt in de leeftijdsgroep van 0 t/m 15 drie, indien het uitwonend is en valt in de leeftijdsgroep van 16 t/m 26 - percentage ouderlijke bijdrage van het inkomen boven de bijdrage-vrije voet: 43%. Vermogen Uitgangspunt bij de berekening van de bijdrage uit vermogen is het «Totaal vermogen», dat wil zeggen het «vermogen in volle eigendom behorende tot een onderneming» (bedrijfsvermogen), het «vermogen in volle eigendom niet behorende tot een onderneming» (privé-vermogen), alsmede 80% van het vermogen in vruchtgebruik. Voor de som der vermogensonderdelen gelden de volgende aftrekposten: een vrije-voet voor de ouders van f96000 een kinderaftrek voor niet-aanvragende kinderen die grotendeels ten laste van de ouders komen (f6000, indien jonger dan 18 jaar of f30 000, indien 18 jaar of ouder én onderwijsvolgend), alsmede een eventuele interingsvrijstelling. Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk VIII, nr. 85 2
3 Het na aftrek van genoemde posten in aanmerking te nemen ouderlijke vermogen wordt verdeeld in schijven van f Als bijdrage wordt dan beschouwd: 2% van de eerste schijf, 3% van de tweede schijf, 4% van de derde schijf en 5% van de vierde en volgende schijven. 2. Eigen middelen van de studerende De bijdrage van de studerende zelf vloeit voort uit eigen inkomsten en/of uit eigen vermogen. Hiervoor gelden de volgende regels. In mindering op de toelage wordt gebracht: a. Bij inkomsten uit arbeid, 50% van het bedrag waarmee deze inkomsten de f per jaar (de franchise) te boven gaan (hierbij wordt uitgegaan van het netto-inkomen). Is de student getrouwd met een niet-studerende partner, dan wordt het bedrag waarmee de franchise wordt overschreden gehéél in mindering gebracht; b. Bij stagevergoedingen of bij het ontvangen van een studietoelage van derden die niet op een specifiek doel is gericht, het bedrag waarmee deze vergoeding of toelage de f (de franchise) overschrijdt; c. Bij inkomsten niet verkregen uit arbeid (met uitzondering van de onder b en d genoemde), het bedrag waarmee deze netto-inkomsten de f800 (de franchise) te boven gaan. Tot deze categorie worden onder andere gerekend: - sociale uitkeringen zoals b.v. AAW, WAO, AWW, WWV etc. echter uitgezonderd bijstandsuitkeringen, welke geheel buiten beschouwing worden gelaten; - (wezen)pensioenen; - de inkomsten uit eigen vermogen; d. Bij alimentatie van ouders aan de student: het bedrag waarmee deze vergoeding de f560 (de franchise) te boven gaat; e. Bij eigen vermogen bovendien een bijdrage van 5% per jaar daaruit, indien en voor zover het vermogen de f16000 te boven gaat. 3. Uitkeringsbedragen De maximale studietoelagen bedroegen exclusief college- en inschrijvingsgeld in het studiejaar 1981/1982 voor een uitwonende student f en voor een thuiswonende student f Waardevaste aanpassing van deze bedragen leidt tot de volgende maximale studietoelagen (exclusief collegegelden en w.o. inschrijvingsgeld): - f voor een uitwonende student; - f voor een thuiswonende student, te vermeerderen voor een thuiswonende student met een bedrag voor reiskosten, indien de afstand tussen de woonplaats en de plaats waar de onderwijsinstelling is gevestigd, meer dan 8 km bedraagt. Dit bedrag is vastgesteld op f39 per km voor studerenden jonger dan 19 jaar en op f49 per km voor studerenden van 19 jaar en ouder; beide tot een maximum van f2750 per jaar. De budgetten van f resp. f 570 worden voor een w.o.-student verhoogd met f 150 inschrijvingsgeld en met het verschuldigde collegegeld, zodat, bij een verschuldigd collegegeld van f750 de maximale toelage voor een uitwonende w.o.-student f bedraagt. Het budget voor een h.b.o.-student wordt verhoogd met het verschuldigde collegegeld van f650, zodat de maximale toelage voor een uitwonende h.b.o.-student f11880 bedraagt. De maximale toelage voor de opleiding tot kleuterleidster, welke opleiding niet behoort tot het hoger beroepsonderwijs, zal in het cursusjaar 1982/1983 voor een uitwonende student f9300 en voor een thuiswonende studerende f5 640 bedragen. Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk VIII, nr. 85 3
4 4. Vorm van de toelage De studietoelagen worden in de regel als gemengde toelage verstrekt, dat wil zeggen dat de toelage deels uit een beursbedrag en deels uit een renteloos voorschot bestaat. Voor studerenden in het wetenschappelijk onderwijs zal een bodembedrag van f worden gehanteerd; voor studerenden in het hoger beroepsonderwijs is dit bodembedrag f Deze bedragen worden geheel als renteloos voorschot verstrekt. Voor zover de toelage hoger is dan het bodembedrag zal zij worden uitgekeerd in de verhouding 70% beurs en 30% renteloos voorschot. Bij een maximale toelage voor een uitwonende student komt dit neer op een verstrekking van 60% beurs en 40% renteloos voorschot. De toelagen voor de opleiding tot kleuterleidster zullen als regel in de vorm van 60% beurs en 40% renteloos voorschot worden verstrekt. Zij kennen dus geen bodembedrag. 5. Gehuwde studenten Bij de berekening van de toelage voor gehuwden wordt onderscheid gemaakt tussen studenten die met een studerende echtgeno(o)t(e) en studenten die met een niet-studerende echtgeno(o)t(e) zijn gehuwd. Indien ook de echtgeno(o)t(e) studeert en dus in principe voor een toelage in aanmerking kan komen, wordt de toelage voor beide echtelieden afzonderlijk op dezelfde wijze berekend als voor een ongehuwde studerende op basis van de hiervoor genoemde budgetten, waarbij de som der berekende toelagen aan een bepaalde beperking is gebonden. Indien een student gehuwd is met een niet-studerende partner geldt een gehuwdenbudget, waarvan de hoogte gelijk is aan de som van de maximale toelage voor een ongehuwde uitwonende en die voor een thuiswonende studerende - exclusief college- en inschrijfgeld - (de zogenaamde «huwelijkstoeslag»). Heeft het studentenechtpaar kinderen, dan kan het desbetreffende budget nog worden verhoogd met de zogenaamde «kindertoeslag». Deze is vastgesteld op f per kind. Als de aanvrager op 31 maart van het studiejaar 22 jaar of jonger is, wordt ten hoogste het maximum voor een ongehuwde uitwonende student uitgekeerd. 6. Een-oudergezin Indien de studerende een alleenstaande ouder is en zelfstandig een huishouding voert, geldt een budget (exclusief college- en w.o.-inschrijvingsgeld) van f14040, zijnde 125% van het studiekostenbudget voor een ongehuwde uitwonende student, te verhogen met f voor ieder ten laste komend kind. Indien de student op 31 maart jaar of jonger is, wordt ten hoogste het maximum voor een uitwonende ongehuwde student uitgekeerd. Wijze van betaling De uitbetaling zal vooruit geschieden in maandelijkse termijnen, met dien verstande dat de termijnen bestemd voor de maanden september tot en met december van het studiejaar, alsmede het verschuldigde collegegeld en het w.o."inschrijvingsgeld te zamen in één bedrag, zo mogelijk begin augustus, zullen worden betaald. II. REGELWIJZIGINGEN 1982/ Berekening van de ouderlijke bijdrage bij gescheiden ouders Met ingang van het onderhavige studiejaar zullen de inkomens van (duurzaam) gescheiden ouders als twee aparte inkomens worden beschouwd, waarbij op ieder inkomen de bijdrage-vrije voet (f26320) van toepassing zal zijn. Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk VIII, nr. 85 4
5 Bovendien kan het inkomen van de ouder, aan wie de studerende niet is toegewezen, buiten beschouwing worden gelaten, indien: - deze ouder schriftelijk verklaart, dat hij/zij weigert (verder) bij te dragen én - de student meerderjarig is én - de toewijzing (bij de scheiding) ten minste vijfjaar geleden heeft plaatsgevonden. Ingeval een stiefouder weigert bij te dragen, zal op het inkomen van de echte ouder een halve bijdrage-vrije voet worden toegepast. Als laatstgenoemde evenwel kan aantonen, meer dan de helft van het ouderlijk inkomen in te brengen, kan bedoelde aftrek worden verhoogd tot het percentage van die inbreng. 2. Gemengde toelage in plaats van integraal renteloos voorschot De regel, dat bij toekenning van een huwelijkstoeslag, kindertoeslag of een toeslag voor één-ouder studentengezinnen, het bedrag dat het budget voor een ongehuwde uitwonende student te boven ging werd verstrekt in de vorm van een integraal voorschot, komt te vervallen. In het vervolg zal een en ander geschieden in de vorm van een gemengde toelage, waarbij de normale verdeelsleutel beurs - renteloos voorschot van toepassing is. Tevens kan reeds nu melding worden gemaakt van het volgende. Waar sprake is van een verandering van studie na 17 maanden, een twééde studie (na voltooiing van de eerste) op eenzelfde of lager niveau, dan wel van het aanvangen van de studie op de leeftijd van 27 jaar of ouder, wordt de studietoelage gedurende de eerste twéé jaren verstrekt in de vorm van een integraal renteloos voorschot. Dat is ook het geval, indien verzoeken van meerderjarige studenten tot ontkoppeling van het ouderlijk inkomen worden gehonoreerd op grond van weigerachtigheid van de ouders. Met ingang van het studiejaar 1983/1984 zal toekenning in de gememoreerde situaties gaan plaatsvinden in de vorm van een gemengde toelage, hetgeen voor 1982/1983 een overgangsregeling impliceert waarbij aan de desbetreffende aanvragers nog gedurende één jaar een integraal renteloos voorschot zal worden verstrekt. 3. Studiebeëindiging In het kader van harmonisatie van de toekenningsprocedures voor het HBO en WO is met betrekking tot het voltooien, staken of onderbreken van de studie, besloten dat een toelage kan worden verleend tot en met de maand van studiebeëindiging plus één. Als de studie wordt onderbroken door ziekte zal nog een maand extra worden verstrekt. Bepalend zal zijn het feitelijk moment van studiebeëindiging of "Onderbreking. 4. Nationaliteit Voor het verkrijgen van een rijksstudietoelage geldt in principe als eis, dat de aanvrager de Nederlandse nationaliteit bezit. Van deze voorwaarde kan onder meer worden afgeweken, indien de ouders van de buitenlandse student een bepaalde termijn in Nederland woonachtig zijn. Deze termijn is thans teruggebracht van 5 naar 3 jaar. Buitenlandse studenten wier ouders niet in Nederland wonen, zullen in het vervolg eveneens in aanmerking kunnen komen voor een studietoelage, indien ze zélf reeds 3 jaar in Nederland wonen en op basis van de vigerende regeling als financieel onafhankelijk kunnen worden beschouwd. Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk VIII, nr. 85 5
Voorlopige wijziging bedragen WWB, IOAW en IOAZ per 1 januari 2012
Voorlopige wijziging bedragen WWB, IOAW en IOAZ per 1 januari 2012 Inleiding Het wettelijk minimumloon is per 1 januari 2012 vastgesteld op 1.446,60 per maand. In verband hiermee zal het netto minimumloon,
Verordening Maatschappelijke Participatie Gemeente Zaltbommel, 2007
RAADSBESLUIT De raad van de gemeente Z a l t b o m m e l ; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 08 mei 2007, inzake Verordening Maatschappelijke Participatie Gemeente Zaltbommel, 2007,
Regeling normen studiefinanciering 2007
Algemeen Verbindend Voorschrift 11 december 2006 Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger onderwijs bvh 079-3232.666
Afdeling Samenleving Richtlijn 320 Ingangsdatum: 01-01-2014
Afdeling Samenleving Richtlijn 320 Ingangsdatum: 01-01-2014 VERREKENING VAN INKOMSTEN EN INKOMSTENVRIJLATING Algemeen De in aanmerking te nemen zijn in art. 31 WWB gedefinieerd. Hiermee wordt rekening
Toelichting op de Verordening Individuele Minima Toeslag Brielle Toelichting algemeen
Toelichting op de Verordening Individuele Minima Toeslag Brielle 2015. Toelichting algemeen Achtergrond Individuele Minima Toeslag Deze verordening is in eerste instantie tot stand gekomen als gevolg van
Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, alsmede de
Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2013 Nr. 114031 Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning,
Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.
Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2011 Nr. 73307 gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, alsmede de Verordening maatschappelijke ondersteuning
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1985-1986 18813 Wijzigingen van bepalingen in de Algemene Bijstandswet die betrekking hebben op het verhaal van kosten van bijstand Nr. 16 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS
Toelichting. Algemeen. Verbeteren positie arbeidsmarkt arbeidsgehandicapten
Toelichting Algemeen De invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de mogelijkheid mensen, van wie is
Gelet op artikel 97, zevende lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;
Regeling uitkering substantieel bezwarende functies 2006 [Regeling vervalt per 01-04-2015.] Zichtdatum 07-02-2018 Geldend van 01-01-2010 t/m 31-03-2015 Regeling uitkering substantieel bezwarende functies
Wijziging bedragen WWB, WIJ, IOAW, IOAZ en WWIK per 1 juli 2011
Wijziging bedragen WWB, WIJ, IOAW, IOAZ en WWIK per 1 juli 2011 1. Inleiding Het wettelijk minimumloon is per 1 juli 2011 vastgesteld op 1.435,20 per maand. In verband hiermee zal het netto minimumloon,
Uitkeringsbedragen per 1 juli 2013. Nieuwsbericht 25-06-2013
Uitkeringsbedragen per 1 juli 2013 Nieuwsbericht 25-06-2013 Per 1 juli 2013 worden de AOW, ANW, WW, WIA, WAO, TW, Wajong, Wwb, IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon
Stichting Rauwerda-Westra Fonds Tytsjerksteradiel
Stichting Rauwerda-Westra Fonds Tytsjerksteradiel Huishoudelijk Reglement krachtens artikel 14 van de statuten (versie november 2012) De Stichting stelt zich op basis van de statuten (artikel 2) ten doel
Studiefinanciering Bereken de aanvullende beurs 2016
Studiefinanciering Bereken de aanvullende beurs 2016 De aanvullende beurs is er niet voor iedereen. Dit onderdeel van de studiefinanciering is afhankelijk van het inkomen van de ouders. Hoe hoger het inkomen
Artikel 31. Toelichting. Artikel 31, tweede lid, onderdeel u, van de Wet werk en bijstand komt te luiden:
Artikel 31 Laatste bewerking op 24 januari Artikel 31, tweede lid, onderdeel u, van de Wet werk en bijstand komt te luiden: u. hetgeen een mantelzorger op grond van het bepaalde bij of krachtens artikel
VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND
VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippen. 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden
ADDENDUM inzake AOW-compensatie behorende bij de pensioenreglementen van Stichting Pensioenfonds van de ABN AMRO Bank N.V.
ADDENDUM inzake AOW-compensatie behorende bij de pensioenreglementen van Stichting Pensioenfonds van de ABN AMRO Bank N.V. Artikel 1 Aard Addendum 1 De in dit addendum opgenomen bepalingen betreffen aanvullingen
Tegemoetkomingen aan personen met een handicap
Tegemoetkomingen aan personen met een handicap Barema's vanaf 01.12.2012 SPILINDEX 119,62 (Jaarbedragen in euro) 1. De wet van 27 februari 1987 De wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen
Wij Willem Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje- Nassau, enz. enz. enz.
34 154 Voorstel van wet van de leden Recourt en Van der Steur tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en van enige andere wetten in verband met de herziening van het stelsel van kinderalimentatie (Wet
Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang
Besluit van (datum) tot wijziging van het Besluit kinderopvangtoeslag en tegemoetkomingen in kosten kinderopvang Op de voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van (datum), Directie
SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD ADVIES
SOCIAAL-ECONOMISCHE RAAD ADVIES OVER EEN HERZIENING VAN DE.UITKERINGSBEDRAGEN INGEVOLGE VERSCHILLENDE SOCIALE-VERZEKERINGS- WETTEN IN VERBAND MET DE HUURVERHOGING PER 1 JANUARI1966-.,SER) UITGAVE VAN DE
De uitkeringsbedragen per 1 januari 2014
De uitkeringsbedragen per 1 januari 2014 Per 1 januari 2014 worden de AOW, ANW, WW, WIA, WAO, TW, Wajong, WWB, IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon per 1 januari
Toelichting bij de verordening. Algemeen
Toelichting bij de verordening Algemeen Het Rijk heeft per 1 januari jl. de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet investeren in jongeren (WIJ) samengevoegd tot een nieuwe Wet werk en bijstand. Net zoals
Verzekeringsvoorwaarden Ziektewet en Arbeidsongeschiktheidswet [ binnenland ]
1. Verzekeringsvoorwaarden Ziektewet en Arbeidsongeschiktheidswet [ binnenland ] Dit is een globaal overzicht van de wet en de ter uitvoering daarvan genomen besluiten, aan dit overzicht kan geen enkel
Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag
Agendanr. : Doc.nr : B2003 14372 Afdeling: : Sociale Zaken en Werkgelegenheid B&W-VOORSTEL Onderwerp : Langdurigheidstoeslag 2003 Financiële regeling voor langdurige minima: langdurigheidstoeslag Algemeen:
UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden.
Nr 3213 ar. JZio GEMEENTE DORDRECHT UITKERINGSVERORDENING vrijwillig vervroegd uittreden. Artikel l Deze verordening verstaat onder: a. ontslag: ontslag als bedoeld in artikel H 12a van het Algemeen Ambtenarenreglement
Wijziging bedragen WWB, IOAW en IOAZ per 1 januari 2013
Wijziging bedragen WWB, IOAW en IOAZ per 1 januari 2013 Inleiding Het wettelijk minimumloon is per 1 januari 2013 69,40 per maand. In verband hiermee zal het netto minimumloon, als bedoeld in artikel 37
Afdeling Samenleving Richtlijn 565 Ingangsdatum: 01-11-2012 DRAAGKRACHTBEREKENING
Afdeling Samenleving Richtlijn 565 Ingangsdatum: 01-11-2012 DRAAGKRACHTBEREKENING Algemeen Op grond van artikel 35 WWB heeft men recht op bijzondere bijstand voor zover men niet beschikt over de middelen
Toekenning van aanspraken op de Zorgverlofregeling en van vergoedingen
REGLEMENT ZORGVERLOF APOTHEKEN INHOUD Definities Doel van de Zorgverlofregeling Aanmelding en Informatieverstrekking Financiering Premiegrondslag Premieheffing Voorwaarden voor gebruikmaking van de Zorgverlofregeling
Sociale verzekeringen per 1 juli 2009
Sociale verzekeringen per 1 juli Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 juli omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk minimumloon.
Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2012 Premieoverzicht
Sociale verzekeringen en uitkeringen (januari) 2012 Premieoverzicht Premies per 1 januari 2012 Volksverzekeringen (premieafdracht aan Belastingdienst) premie % AOW ANW AWBZ werkgever - - - werknemer 17,91
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 163 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering onder meer in verband met correctie op de berekening van de aanvullende beurs, alsmede van
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 933 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met uitbreiding van de mogelijkheid met studiefinanciering in het buitenland te
Geld voor school en studie
Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs Telefoon: 050-5997755 9.00 17.00 uur Internet: www.duo.nl Servicekantoor Eindhoven Clausplein 6 5611 XP Eindhoven Wet en regelgeving Tegemoetkoming
Aanvraagformulier Bijdrageregeling minima en collectieve zorgverzekering 2016
Aanvraagformulier Bijdrageregeling minima en collectieve zorgverzekering 2016 N U N S P E E T ELSPEET HULSHORST VIERHOUTEN 1. PERSOONSGEGEVENS Uzelf Partner Voorletter(s) en achternaam Geboortedatum Burgerservicenummer
100% kwijtscheldingsnorm per 1 januari vaste norm. minimumnorm. maximumnorm. Huishoudtype
Normbedragen kwijtschelding per 1 januari 2010 100% kwijtscheldings per 1 januari 2010 imum Echtgenoten beide jonger dan 65 jaar n.v.t 1.039,23 1.299,04 Echtgenoten één echtgenoot 65 jaar of ouder 1.374,32
Geld voor school en studie
Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs www.duo.nl Wet en regelgeving Tegemoetkoming scholieren Studiefinanciering beroepsonderwijs en hoger onderwijs Tegemoetkoming scholieren (kwartaal
Geld voor school en studie
Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs www.duo.nl Wet en regelgeving Tegemoetkoming scholieren Studiefinanciering beroepsonderwijs en hoger onderwijs Tegemoetkoming scholieren (kwartaal
Fout op fout, naar eer en geweten Gemeente Zaanstad Maatschappelijk Domein
Rapport Gemeentelijke Ombudsman Fout op fout, naar eer en geweten Gemeente Zaanstad Maatschappelijk Domein Samenvatting 27 februari 2013 RA130274 Een getrouwde inwoner van Zaanstad dient in maart 2012
Beleidsregels Bijzondere bijstand Kinderopvang. 1 Algemeen. 2 Sociaal-medische indicatie
Beleidsregels Bijzondere bijstand Kinderopvang 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
Wijziging bedragen WWB, WIJ, IOAW, IOAZ, Bbz en WWIK per 1 januari 2011
Wijziging bedragen WWB, WIJ, IOAW, IOAZ, Bbz en WWIK per 1 januari 2011 1. Inleiding Het wettelijk minimumloon is per 1 januari 2011 vastgesteld op 1.424,40 per maand. In verband hiermee zal het netto
Gevolgen ontvangen stagevergoeding kind voor bijstandsgerechtigde alleenstaande ouders
De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Telefoon (070) 333 44 44 Fax (070) 333 40 33
BELEIDSREGEL GEMEENTELIJKE TEGEMOETKOMING (KOA-kopje) IN DE KOSTEN KINDEROPVANG 2013 GEMEENTE MENTERWOLDE
BELEIDSREGEL GEMEENTELIJKE TEGEMOETKOMING (KOA-kopje) IN DE KOSTEN KINDEROPVANG 2013 GEMEENTE MENTERWOLDE HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen 1. Alle begrippen die in deze beleidsregel
GEMEENTE SCHERPENZEEL
GEMEENTE SCHERPENZEEL Beleidsregels bijzondere bijstand HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand (WWB);
Onderwerp: Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015
Onderwerp: Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015 Ons kenmerk: 14RB000110 Nr. 8f De raad van de gemeente Overbetuwe; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van
Uitkeringsbedragen per 1 januari 2015
Uitkeringsbedragen per 1 januari 2015 Per 1 januari 2015 worden de AOW, Anw, WW, WIA, WAO, ZW, TW, Wajong, Participatiewet (voorheen WWB), IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk
INDEXERING NORMBEDRAGEN EN WIJZIGING REGELING VOOR INDIVIDUELE VOORZIENINGEN VOOR MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DEN HAAG 2009
Gemeente Den Haag Ons kenmerk BSW/2011.238 RIS 182037 INDEXERING NORMBEDRAGEN EN WIJZIGING REGELING VOOR INDIVIDUELE VOORZIENINGEN VOOR MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE DEN HAAG 2009 HET COLLEGE
gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg
gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg Beleidsregels Kinderopvang Gemeente Steenbergen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen,
Het nieuwe partnerbegrip in de fiscaliteit
Regelingen en voorzieningen CODE 3.2.1.2146 Het nieuwe partnerbegrip in de fiscaliteit bronnen Brief staatssecretaris van Financiën aan Tweede Kamer d.d. 5.11.2010 nr. 22, behorende bij kamerstuk 32130
5.1.3 Gemeentelijke Uitvoeringsregels Starterslening (als bijlage bij de verordening Starterslening)
5.1.3 Gemeentelijke Uitvoeringsregels Starterslening (als bijlage bij de verordening Starterslening) Algemeen In deze uitvoeringsregels worden beschreven: Kenmerken van de Starterslening; Voorwaarden aan
Regeling voorschotverlening op uitkeringen AWBZ en vaststelling kosten van verstrekkingen en vergoedingen 2013
Regeling voorschotverlening op uitkeringen AWBZ en vaststelling kosten van verstrekkingen en vergoedingen 2013 Het College voor zorgverzekeringen, gelet op artikel 91, derde lid van de Wet financiering
Openbaar. Klantdirecteuren IND c.c. DDMB. Hoofddirecteur IND
IND-werkinstructie nr. 2014/6 (AUA) Openbaar Aan Klantdirecteuren IND c.c. DDMB Van Hoofddirecteur IND Datum 15 juni 2014 Vindplaats Migratierecht extra Onderwerp Normbedragen geldend vanaf Inleiding In
GEMEENTELIJKE UITVOERINGSREGELS VROM STARTERSLENING GEMEENTE VOORST
1 Bijlage 1: Gemeentelijke Uitvoeringsregels VROM Starterslening Gemeente Voorst Algemeen In deze uitvoeringsregels worden beschreven: Definities gebruikt bij de aanvangsdraagkrachttoets en de draagkrachthertoets
Regeling Bestuursbeurzen voor studentbestuurders in studentenorganisaties van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht
Regeling Bestuursbeurzen voor studentbestuurders in studentenorganisaties van Hogeschool Utrecht en de Universiteit Utrecht Art. 7.51 en art. 7.51h van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
Inhoud. Wet werk en bijstand... 2 IOAW en IOAZ... 4 AOW... 5 Anw... 7 Wajong... 8 Maximumdagloon (WW, WIA en WAO)... 9 Toeslagenwet...
Inhoud Wet werk en bijstand... 2 IOAW en IOAZ... 4 AOW... 5 Anw... 7 Wajong... 8 Maximumdagloon (WW, WIA en WAO)... 9 Toeslagenwet... 9 1 Wet werk en bijstand Per 1 juli 2014 stijgen de bijstandsuitkeringen.
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1998 1999 26 376 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met het onder de prestatiebeurs brengen van de reisvoorziening Nr. 3 MEMORIE VAN
