Tweede Kamer der Staten-Generaal
|
|
|
- Klaas Verlinden
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met het onder de prestatiebeurs brengen van de reisvoorziening Nr. 3 MEMORIE VAN TOELICHTING 1. Algemeen 1.1. Aanleiding en doelstelling In het regeerakkoord 1 is aangekondigd dat de OV-jaarkaart voor studenten in het hoger onderwijs met ingang van het studiejaar onder de werking van de prestatiebeurs zal gaan vallen. Deze maatregel heeft tot doel middelen te genereren om de keuzemogelijkheid tussen weekkaart en weekendkaart te handhaven. Deze handhaving van de keuzemogelijkheid, die ook deel uitmaakt van het regeerakkoord 2, is door gebruik te maken van een daartoe bestemde optie uit de OV-studentenkaartovereenkomst van 24 oktober reeds gerealiseerd. Voor alle studerenden blijft daarmee de keuzevrijheid tussen de weekkaart en de weekendkaart voor de periode 1999 tot en met 2002 bestaan. Onderhavig wetsvoorstel geeft uitwerking aan het onder het prestatieregime brengen van de reisvoorziening Inhoud van het wetsvoorstel 1 Kamerstukken II 1997/98, , nr. 10, blz Idem, blz. 65/66. 3 Niet gepubliceerd. Bij de invoering van de prestatiebeurs is de reisvoorziening buiten het systeem van de prestatie gehouden. De reisvoorziening werd onder alle omstandigheden verstrekt in de vorm van een gift. Thans wordt dit onderscheid verlaten. Hierdoor houdt toekenning van het recht op een reisvoorziening gelijke tred met de toekenning van het andere beursdeel van de studiefinanciering als voorwaardelijke rentedragende lening en latere omzetting van die lening (in een gift) dan wel vaststelling van de onvoorwaardelijke vorm (definitieve lening) ervan. De studiefinanciering die wordt toegekend, bestaat voortaan uit een voorwaardelijke rentedragende lening met twee elementen: een gedeelte in de vorm van geld en een gedeelte veelal in de vorm van een OV-studentenkaart. De tegenwaarde van de reisvoorziening in termen van voorwaardelijke rentedragende lening is dan de waarde van de kaart per maand die door het vervoerbedrijf per studerende aan de minister in rekening wordt gebracht. Prestatienormen, afrekenmomenten, renteberekening en aflossing zijn voor de reisvoorziening geheel overeenkomstig de systematiek van de prestatiebeurs. Concreet komt de nieuwe situatie op het volgende neer. Bij afstuderen KST33432 ISSN Sdu Uitgevers s-gravenhage 1999 Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 1
2 binnen de diplomatermijn volgt omzetting van de voorwaardelijke rentedragende lening in gift (beurs). Bij de studiefinanciering, behoudens de reisvoorziening, strekt de voorwaardelijke rentedragende lening zich alleen uit tot de jaren van de cursusduur (C), want op grond van artikel 17a, tweede lid, van de Wet op de studiefinanciering (WSF) dat de C + 3-regel bevat volgt in de drie jaren daarna nog uitsluitend studiefinanciering in de vorm van rentedragende lening. Deze C + 3-regel geldt niet voor de reisvoorziening. De voorwaardelijke rentedragende lening strekt zich daarom voor de reisvoorziening uit over de gehele diplomatermijn, dat wil zeggen C + de twee jaren die daarop volgen. In de systematiek van de WSF is de OV-studentenkaart een verplicht onderdeel van het studiefinancieringsbudget. Men ontvangt een kaart, ongeacht het feitelijke gebruik ervan. Om nu te voorkomen dat er in het kader van de hierbij voorgestelde maatregel een situatie ontstaat dat studenten verplicht een lening moeten afsluiten voor een kaart die zij niet gebruiken, wordt het in dit wetsvoorstel mogelijk gemaakt om bij de definitieve omzetting van de voorwaardelijke rentedragende lening in de definitieve vorm, rekening te houden met het feitelijke gebruik van de kaart. Hiertoe kan elke studerende gelijk thans die mogelijkheid bestaat individueel besluiten om de reisvoorziening niet op te halen (weigermogelijkheid). Voor alle studerenden geldt dat op het afrekenmoment de lening bij voldoende studieprestaties wordt omgezet in een gift (feitelijk kwijtgescholden). Voor degenen die niet hebben afgezien van de reisvoorziening en die binnen de diplomatermijn hun studie afronden, betekent dit dat de voorwaardelijke rentedragende lening voor de reisvoorziening wordt omgezet in gift voor de gehele periode. Voor maanden waarin de studerende heeft afgezien van de reisvoorziening vindt uiteraard geen omzetting in een gift plaats. Bij onvoldoende studieprestaties wordt de lening inclusief opgebouwde rente, dus ook de lening van de reisvoorziening, in beginsel definitief. Hierop wordt een uitzondering voorgesteld. De lening voor de reisvoorziening wordt bij onvoldoende studieprestaties wel definitief, maar de lening wordt, inclusief de daarover opgebouwde rente, over díe maanden kwijtgescholden waarover aantoonbaar geen reisvoorziening is verstrekt dan wel de kaart is ingeleverd. De Informatie Beheer Groep registreert wanneer geen kaart is uitgereikt, zodat de studerende niets anders heeft te doen dan desgewenst de kaart niet te laten uitreiken. Op deze manier wordt voorkomen dat een situatie ontstaat waarin studerenden gedwongen worden een lening af te sluiten voor een kaart die ze feitelijk niet gebruiken. De bovenomschreven uitzondering op de prestatiebeurssystematiek betekent dat een deel van de groep die de eindstreep niet tijdig haalt dan wel in de eerste twaalf maanden van de studiefinanciering de vereiste studiepunten niet haalt, de lening definitief ziet worden, maar dat een ander deel voor zover aantoonbaar van de reisvoorziening is afgezien de rekening kwijtgescholden krijgt. Voor het systeem van jaarlijks één jaar naijlende correcties die de waarde bepalen van het deel van de lening dat betrekking heeft op het recht op de reisvoorziening, is gekozen om te voorkomen dat er achteraf voor alle studerenden een herzieningsbeslissing zou moeten worden genomen. Dit zou voor de uitvoeringsinstantie de Informatie Beheer Groep een te zware belasting betekenen. Een studerende die buiten Nederland een volledige opleiding doet kan ingevolge artikel 32d van de wet in plaats van een reisvoorziening als kaart een voorziening in geld krijgen. Dit bedrag is voor de periode 1 november 1998 tot en met 31 oktober 1999 f 97,96 per maand. Dit bedrag Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 2
3 wordt per 1 september 2000 gelijkgetrokken met de waarde die op grond van artikel 31c, eerste lid, aan de kaart wordt toegekend. Dat zal ongeveer f 120, per maand zijn Consequenties voor studerenden Voor de invoering van de nieuwe maatregel wordt de zgn. cohortsgewijze aanpak gehanteerd. Het onder de werking van de prestatiebeurs brengen van de reisvoorziening is uitsluitend van toepassing op studerenden die bij inwerkingtreding van de onderhavige wet met ingang van het studiejaar of daarna voor het eerst studiefinanciering ontvangen voor het volgen van hoger onderwijs. Voor studerenden die al eerder studiefinanciering ontvingen voor het volgen van hoger onderwijs worden de condities waaronder zij studeren niet veranderd. Omdat de Informatie Beheer Groep de maatregel niet met ingang van de in het regeerakkoord voorziene datum, namelijk 1 september 1999, kan uitvoeren, blijft de reisvoorziening voor het studiejaar gift. Prestatienormen, afrekenmomenten, renteberekening en aflossing zijn geheel overeenkomstig de systematiek van de prestatiebeurs Consequenties voor het OV-contract De prijs die de Staat aan de Openbaar Vervoerbedrijven betaalt, is op basis van de huidige overeenkomst derhalve tot 1 januari 2003 niet afhankelijk van het feit of een studerende de kaart wel of niet ophaalt, maar van het aantal WSF-gerechtigden. Het maakt derhalve voor de door de vervoerbedrijven in rekening te brengen kosten per studerende niet uit of studerenden op grote schaal de kaart zullen weigeren. Overigens is er ook nu een percentage studerenden dat de kaart niet ophaalt. Voor een beschouwing over de vraag hoe dit zich in de toekomst zal ontwikkelen, ontbreken ervaringsgegevens. 2. Financiële gevolgen Zoals in paragraaf 1.1 is gesteld, is in het regeerakkoord opgenomen dat de reisvoorziening voor studenten in het hoger onderwijs met ingang van 1 september 1999 onder de werking van prestatiebeurs gaat vallen. Nu het niet mogelijk is de maatregel per die datum te realiseren en de feitelijke invoering wordt verschoven naar 1 september 2000, ontstaat in de jaren 1999 en 2000 een besparingsverlies ten opzichte van de reeks zoals die in de onderwijsbegroting is opgenomen 1. In 2001 wordt dit besparingsverlies weer gecompenseerd. Het effect zal bij voorjaarsnota worden gedekt. In onderstaande tabel zijn de gevolgen weergegeven (bedragen x f 1 mln): reisvoorziening onder prestatiebeurs Opbrengst volgens begroting Opbrengst wetsvoorstel Effect van verschuiving invoering naar Kamerstukken II, VIII 1998/99, nr. 2, blz. 31. Voor individuele studenten bedraagt de (extra) schuld f 0, bij voldoende studievoortgang of niet ophalen van de reisvoorziening. Bij onvoldoende studiepunten in het eerste studiefinancieringsjaar bedraagt de extra schuld f 1440, (plus rente). Bij het niet behalen van het diploma binnen de diplomatermijn kan de (extra) schuld oplopen tot ongeveer f ,, ingeval men langer dan 6 jaar (bij een 4-jarige studie) met studiefinanciering studeert. Voor beide bedragen geldt dat dit lager uitpakt Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 3
4 indien gedurende (een deel van) de studie gebruik is gemaakt van de mogelijkheid de reisvoorziening te weigeren. 3. Uitvoering van de maatregelen door de informatie beheer groep Uitvoering van de maatregelen door de Informatie Beheer Groep is mogelijk met ingang van het studiejaar De Informatie Beheer Groep is niet in staat vóór dat moment de benodigde aanpassingen in het geautomatiseerde systeem van de wet te implementeren. 4. Artikelen Artikel I Onderdeel A (artikel 31c WSF) Toepassing van de systematiek van de prestatiebeurs op de reisvoorziening betekent dat de reisvoorziening gelijke tred houdt met de toekenning van het beursdeel van de studiefinanciering als voorwaardelijke rentedragende lening en latere omzetting van die lening dan wel vaststelling van de onvoorwaardelijke vorm ervan. Toekenning van de reisvoorziening geschiedt evenwel in de meeste gevallen niet in geld, maar in de vorm van een OV-studentenkaart. Om duidelijk te maken dat er (aanvullend op de lening van het beursdeel) tevens een lening voor de reisvoorziening ontstaat, wordt expliciet aangegeven dat de studiefinanciering onder het regime van de prestatiebeurs met inbegrip van de reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een voorwaardelijke rentedragende lening. Uitbetaling en verrekening van studiefinanciering zijn geregeld in artikel 106 van de WSF. De voorwaardelijke rentedragende lening met betrekking tot de reisvoorziening is uiteraard niet bestemd om te worden uitbetaald, want de tegenwaarde van de reisvoorziening wordt verstrekt in de vorm van een kaart. De verrekening in artikel 106 is de verrekening van een (te veel of te weinig) uitbetaald bedrag. Verrekening met een kaart past hier niet in. Omdat het in artikel 31c, eerste lid, de studiefinanciering betreft die op grond van de artikelen 15 tot en met 17a en 18 zou zijn toegekend als beurs, behoeven de desbetreffende artikelen geen aanpassing. Hoofdlijn van het wetsvoorstel is, dat een recht op een reisvoorziening wordt verstrekt als onderdeel van de studiefinanciering. In het nieuwe tweede lid wordt aangegeven dat er, indien wordt geconstateerd dat de studerende zijn prestatie niet heeft gehaald (omdat niet binnen de diplomatermijn is afgestudeerd of het vereiste aantal studiepunten niet is behaald), geen omzetting van de voorwaardelijke lening plaatsvindt. De lening wordt dan van rechtswege definitief. Omdat het niet in de rede ligt de studerende een lening te laten aflossen voor een reisvoorziening die hij aantoonbaar niet heeft gebruikt, wordt over de desbetreffende maanden de schuld voor de tegenwaarde van de reisvoorziening op dat moment kwijtgescholden. Het wetsvoorstel bepaalt in welke maanden de reisvoorziening aantoonbaar niet is gebruikt: de maanden waarover noch een reisvoorziening in geld, noch een vergoeding ingevolge artikel 32h van de WSF en evenmin een kaart is verstrekt, alsmede de maanden waarover de studerende de kaart heeft ingeleverd zonder daarvoor een reisvoorziening in geld of een vergoeding in de plaats te krijgen. Een reisvoorziening in de vorm van geld is op grond van artikel 32d van de WSF mogelijk bij een volledige of gedeeltelijke studie in het buitenland. In Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 4
5 afwijking van artikel 3, eerste lid, van de wet is niet bepalend de eerste dag van de maand. Bepalend is, of op enig moment van een maand de studerende de beschikking heeft gehad over een geldige kaart, hetzij daarvoor geheel of gedeeltelijk in de plaats een bedrag in geld (bijvoorbeeld ingevolge artikel 32d) dan wel een vergoeding (ingevolge artikel 32h) heeft ontvangen. Dit is gedaan ter voorkoming van de mogelijkheid dat een studerende kwijtschelding zou kunnen bewerkstelligen door een kaart op de 30e van een maand in te leveren en op de 2e van de volgende maand weer op te halen. Het maakt voor de kwijtschelding niet uit of een vergoeding ingevolge artikel 32h een bedrag per hele of halve kalendermaand of een deel van een kalendermaand is. Het gaat er om dat een vergoeding is ontvangen. Onder «kaart» wordt uiteraard mede verstaan een duplicaat daarvan zoals in artikel 32g, tweede lid, van de WSF is bepaald. Uit de afrekening die de Informatie Beheer Groep verstrekt zal blijken of en zo ja over welke maanden de lening terzake van de reisvoorziening wordt kwijtgescholden. Dit is voor de studerende van belang omdat hij tegen de kennisgeving bezwaar en beroep moet kunnen indienen. Onderdeel B (artikel 32a WSF) Omdat de reisvoorziening voor studerenden in het hoger onderwijs niet meer als gift maar als voorwaardelijke rentedragende lening wordt verstrekt, kan de term «kaart voor kosteloos reizen» verwarrend werken. Bij uitreiking van de kaart is weliswaar geen bedrag verschuldigd, maar er kan (bij onvoldoende studieprestaties) wel een schuld over worden opgebouwd. Derhalve is de tekst van artikel 32a aangepast. Onderdelen C en E (artikelen 32d en 54a WSF) Omdat het in de rede ligt geen verschillende tegenwaarden van de reisvoorziening te hanteren, wordt de tegenwaarde van de kaart voor wie buiten Nederland een volledige opleiding volgt en geen reisvoorziening wenst, maar een voorziening in geld, gelijkgetrokken met de tegenwaarde van de reisvoorziening zoals die onder de prestatiebeurs gaat vallen. Dit betekent dat het bedrag, bedoeld in artikel 32d, eerste lid, is gelijkgesteld aan het bedrag, bedoeld in artikel 31c, eerste lid. Artikel 54a kan derhalve vervallen. Onderdeel D (artikel 32f WSF) Artikel 32f regelt de plicht de kaart tijdig in te leveren nadat het recht op studiefinanciering is beëindigd. Het onderhavige wetsvoorstel gaat over het onverplicht inleveren van de OV-studentenkaart. Om duidelijk onderscheid te maken tussen verplicht en onverplicht inleveren is artikel 32f, eerste lid, aangepast. Onderdeel E (artikel 34 WSF) Dat de reisvoorziening als beurs geldt, blijkt uit artikel 16, tweede lid, van de WSF. Wellicht ten overvloede is aan artikel 34 een tweede lid toegevoegd, waarin is bepaald dat onder de ontvangen beurs, bedoeld in artikel 34, eerste lid, mede wordt verstaan de reisvoorziening, bedoeld in artikel 31c, eerste lid, die is verstrekt als een voorwaardelijke rentedragende lening. Artikel II Hierin wordt aangegeven dat de OV-studentenkaart onder de werking van de prestatiebeurs wordt gebracht en alleen geldt voor die studerenden die Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 5
6 over de maand september 1999 of daarna voor het eerst studiefinanciering ontvangen voor het volgen van hoger onderwijs. Omdat de Informatie Beheer Groep de onderhavige wijziging eerst met ingang van het studiejaar kan uitvoeren, wordt het nieuwe artikel 31c van toepassing voor de cohorten van studerenden die voor het eerst studiefinanciering ontvangen voor het volgen van hoger onderwijs na 31 augustus 1999, maar blijft voor het studiejaar het regime van de reisvoorziening als gift van toepassing. De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, L. M. L. H. A. Hermans Tweede Kamer, vergaderjaar , , nr. 3 6
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 933 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 in verband met uitbreiding van de mogelijkheid met studiefinanciering in het buitenland te
REGELING FINANCIËLE ONDERSTEUNING OP GROND VAN OVERMACHT
REGELING FINANCIËLE ONDERSTEUNING OP GROND VAN OVERMACHT vastgesteld door het College van Bestuur met instemming van de Universiteitsraad op 12 mei 2015 en gewijzigd op 26 juni 2017. INLEIDING De artikelen
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1996 1997 25 163 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering onder meer in verband met correctie op de berekening van de aanvullende beurs, alsmede van
3 Prestatiebeurs. 3.1 Kenmerken prestatiebeurs. 3.2 Giften en leningen
29 3 Prestatiebeurs Als je op of na 1 september 1996 voor het eerst studiefinanciering ontvangt voor het volgen van een opleiding in het Hoger Onderwijs (HBO of WO), word je afgerekend op je studieprestaties
Regeling studiefinanciering 2000
OCenW-Regelingen Regeling studiefinanciering Bestemd voor: deelnemers beroepsonderwijs 18+ en studenten hoger onderwijs wet: Wet studiefinanciering, verbindend voorschrift Datum: 30 augustus Kenmerk: SFB//33026
REGELING FINANCIËLE ONDERSTEUNING OP GROND VAN OVERMACHT
REGELING FINANCIËLE ONDERSTEUNING OP GROND VAN OVERMACHT vastgesteld door het College van Bestuur met instemming van de Universiteitsraad op 12 mei 2015. INLEIDING De artikelen 7.51, 7.51c, 7.51f en 7.51h
Regeling normen studiefinanciering 2007
Algemeen Verbindend Voorschrift 11 december 2006 Betreft de onderwijssector(en) Informatie CFI/ICO Voorgezet onderwijs vo 079-3232.444 Beroepsonderwijs en Volwasseneneducatie en Hoger onderwijs bvh 079-3232.666
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1992-1993 22887 Wijziging van de Wet op de studiefinanciering in verband met verlaging van de basisbeurs voor studerenden in het middelbaar beroepsonderwijs
Welkom bij DUO. Johannes Bos Servicekantoor Enschede
Welkom bij DUO Johannes Bos Servicekantoor Enschede Onderwerpen 1. Hervorming studiefinanciering 2. Vereenvoudigingen 3 OV kaart/studentenreisproduct Hervorming studiefinanciering Basisbeurs wordt lening
Regeling faciliteiten studenten/topsporters
Regeling faciliteiten studenten/topsporters Colofon ons kenmerk datum Juli 2014 auteur versie status definitief pagina 2 van 8 Inhoudsopgave Inleiding 3 Artikel 1. Begripsbepalingen 3 Artikel 2. Definitie
Regeling faciliteiten studenten/topsporters
Regeling faciliteiten studenten/topsporters Colofon ons kenmerk datum Juli 2015 auteur Mw. mr. M.V.B. van Overbeek versie status definitief pagina 2 van 8 Inhoudsopgave Inleiding 3 Artikel 1. Begripsbepalingen
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2015 51 Besluit van 30 januari 2015 houdende vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet studievoorschot hoger onderwijs 0 Wij Willem-Alexander,
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 24 249 Voorstel van wet van het lid Lansink tot wijziging van ondermeer de Wet op de studiefinanciering in verband met de leeftijd waarop aanspraak
INHOUD [ 7 ] G E L D W I J Z E R S T U D E N T E N
INHOUD Inleiding 9 Studiefinanciering Recht op studiefinanciering 11 Een DigiD aanvragen 12 Inkomsten van DUO 12 Geen recht meer op prestatiebeurs 17 Hoeveel betalen je ouders? 18 Gevolgen van je studieschuld
Profileringsfond Codarts versie 1.0. REGLEMENT PROFILERINGSFONDS Codarts Geldend vanaf 1 september 2011
REGLEMENT PROFILERINGSFONDS Codarts Geldend vanaf 1 september 2011 1. Codarts heeft een voorziening ter financiële ondersteuning van studenten, het reglement profileringsfonds, conform artikel 7.51 WHW.
Voorlichting studiefinanciering
Voorlichting studiefinanciering Studievereniging Arago 17 september 2014 Contact www.duo.nl 050-5997755 9.00 17.00 uur Servicekantoor Enschede Ripperdastraat 13 7511 JP Enschede Alleen op afspraak 10.00
Regeling Financiële ondersteuning bij studievertraging door overmacht, RUG 2015-2016
Regeling Financiële ondersteuning bij studievertraging door overmacht, RUG 2015-2016 Inleiding Paragraaf 2a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) betreft het Profileringsfonds
Regeling Profileringsfonds Protestantse Theologische Universiteit
Regeling Profileringsfonds Protestantse Theologische Universiteit 1. Er is een fonds ingesteld voor financiële ondersteuning van de student die a. aan de Protestantse Theologische Universiteit is ingeschreven
LVSA Studiedag 29 mei 2015
LVSA Studiedag 29 mei 2015 Wet Studievoorschot (sociaal leenstelsel) Frank Peters, studentendecaan Universiteit Utrecht Wet Studievoorschot (sociaal leenstelsel) Voor wie geldt deze wet? Veranderingen
Regeling Profileringsfonds RUG
Regeling Profileringsfonds RUG 2017-2018 Deel A Financiële ondersteuning bij studievertraging door bijzondere omstandigheden Inleiding Paragraaf 2a van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2006 2007 30 832 Wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met onder meer versterking van de rechtspositie
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden. RMC-wet 2001. Jaargang 2001 Staatsblad 2001 636 1
RMC-wet 2001 636 Wet van 6 december 2001 tot wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet educatie en beroepsonderwijs en de Wet op de expertisecentra in verband met de invoering van de verplichting
REGELING PROFILERINGSFONDS
REGELING PROFILERINGSFONDS 2016-2017 Preambule. Het College van Bestuur heeft deze regeling getroffen op grond van artikel 7.51 van de Wet op Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek (WHW). 1. Het
Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden
Welkom bij DUO Onderwerpen 1. Tegemoetkoming scholieren 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering 3. Aanvragen en aanmelden ' of eerst tegemoetkoming scholieren? Afhankelijk van leeftijd en studie!
Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden
Onderwerpen 1. Tegemoetkoming scholieren 2. Studiefinanciering 3. Aanvragen en aanmelden of eerst tegemoetkoming scholieren? - Kwartaalinstroom: 1 januari, 1 april, 1 juli, 1 oktober Voorbeeld: 2015 2016
Studiefinanciering middelbaar beroepsonderwijs 2013-2014
Regelingen en voorzieningen CODE 8.3.2.322 Studiefinanciering middelbaar beroepsonderwijs 2013-2014 brochure bronnen www.duo.nl, februari 2013 Deze brochure bevat informatie over de voorwaarden voor het
Geld voor school en studie
Geld voor school en studie Dienst Uitvoering Onderwijs Ina van Overveld schooljaar 2017-2018 december 2017 Intermediairslijn 050-599 8587 Bloktijden: 10.00 en 12.00 uur 14.00 en 16.00 uur Via keuzemenu
INHOUD [ 7 ] G E L D W I J Z E R S T U D E N T E N
INHOUD Inleiding 9 Studiefinanciering Recht op studiefinanciering 11 Een DigiD aanvragen 12 Inkomsten van DUO 13 Geen recht meer op prestatiebeurs 19 Hoeveel betalen je ouders? 20 Gevolgen van je studieschuld
Studiefinanciering hoger onderwijs. Dienst Uitvoering Onderwijs
Studiefinanciering hoger onderwijs Dienst Uitvoering Onderwijs DUO: DIENST UITVOERING ONDERWIJS Servicekantoor Breda Stationsweg 1C 4811 AX Breda Internet: www.duo.nl Infolijn: 050 599 77 55 Inleiding
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 375 Besluit van 4 september 2009, houdende aanpassing van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht in verband met de indexering
Eerste Kamer der Staten-Generaal
Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 1997 1998 Nr. 310 25 770 Voorschriften betreffende onder meer instelling van voortgezette kunstopleidingen op het gebied van de met ingang van het studiejaar
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2005 2006 30 330 Wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 en van enige andere wetten (Wet aanvullend overgangsrecht fiscale behandeling pensioen) Nr.
Nieuwbouw van het boulodrome De Teerling
Nieuwbouw van het boulodrome De Teerling Prospectus Obligatielening ETJBV De Teerling April 2016 1 Eerste Tielse Jeu de Boules Vereniging De Teerling Bepalingen en voorwaarden financiering nieuwbouw boulodrome
Inschrijving Hoger Onderwijs en Studiefinanciering
Nieuwsbrief LOB november 2013 Inschrijving Hoger Onderwijs en Studiefinanciering In deze nieuwsbrief vind je de belangrijkste informatie over de inschrijving voor een studie en de aanvraag van studiefinanciering.
Tweede Kamer der Staten-Generaal
Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1981-1982 Rijksbegroting voor het jaar 1982 17100 Hoofdstuk VIII Departement van Onderwijs en Wetenschappen Nr. 85 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN
