Voorwoord. Sarah Schokker

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Voorwoord. Sarah Schokker"

Transcriptie

1

2 Voorwoord Voor u ligt mijn onderzoeksrapport in het kader van de bacheloropleiding HBO-Rechten, gevolgd aan de Hogeschool van Amsterdam. Mijn onderzoeksrapport heeft betrekking op het intellectuele eigendomsrecht en is met name gericht op het portretrecht en het mediarecht. Voordat ik aan de studie HBO-Rechten begon heb ik twee jaar als juridisch secretaresse bij Kennedy Van der Laan advocaten gewerkt, op de afdeling intellectuele eigendom. In die periode ben ik geïnteresseerd geraakt in het recht en met name in het intellectuele eigendomsrecht. Daarom ben ik gestart met deze rechtenstudie en hoop ik deze nu, vier jaar later, met succes te kunnen afronden met een onderzoeksrapport dat betrekking heeft op mijn inmiddels favoriete rechtsgebied. In mijn derde studiejaar zou ik stage lopen bij de gemeente Purmerend. Toen mij vervolgens werd gevraagd om stage te lopen bij Kennedy Van der Laan, op de afdeling intellectuele eigendom heb ik geen moment getwijfeld. Na mijn stage ben daar ik aangenomen als Paralegal en sindsdien heb ik veelvuldig te maken met het intellectuele eigendomsrecht. De kennis die ik hierbij heb opgedaan is van grote invloed geweest op de keuze voor het onderwerp van mijn onderzoeksrapport. De periode van het onderzoek en het uiteindelijke schrijven van mijn onderzoeksrapport is voor mij een zeer leerzame periode geweest. Graag wil ik daarom een aantal mensen bedanken die mij hebben geholpen en hebben bijgedragen aan de totstandkoming van mijn onderzoeksrapport. Allereerst wil ik mijn praktijkbegeleider Christien Wildeman bedanken, aangezien zij het onderwerp voor het onderzoek heeft voorgedragen en mij een hele prettige en goede begeleiding heeft geboden bij het schrijven van dit rapport. Tevens gaat mijn dank uit naar mijn docentbegeleider Sander Huisjes, die mij door middel van zijn feedback de juiste weg heeft ingestuurd. Tenslotte wil ik de personen bedanken die ondanks hun hele drukke praktijk, tijd voor mij hebben vrijgemaakt om mijn vragen te beantwoorden en mij te laten meekijken in hun praktijk. Jens van den Brink, Paul Vugts, Ton van Dijk en Johan Keizer, bedankt voor jullie eerlijke meningen en interessante verhalen. Sarah Schokker Volendam, juni

3 Inhoudsopgave Verklarende woordenlijst.4 Afkortingenlijst.5 Samenvatting 6 1. Inleiding Aanleiding Projectkader Doelstelling Centrale vraagstelling Deelvragen Onderzoeksmethode Waaruit bestaat het praktijkonderzoek? Leeswijzer Portretrecht in Nederland Inleiding Artikel 21 Aw Portret Buiten opdracht Redelijk belang Artikel 22 lid 1 Aw Tussenconclusie Privacy vs. informatievrijheid vs. opsporingsbelang Inleiding Artikel 8 EVRM Artikel 10 EVRM Rechtspraak waar informatievrijheid prevaleert boven het recht op privacy Tussenconclusie Portretrecht van verdachten en veroordeelden in de rechtspraak Inleiding Opsporingsbelang Entertainment; geen reden voor privacy schending Nieuws- en informatiewaarde Verborgen camera Onherkenbaar; blurren of balkje? Eigen rechter 24 2

4 4.8. Rechtspraak samengevat De rol van de publicatie bij de bepaling van de strafmaat Tussenconclusie De praktijk Inleiding Paul Vugts Ton van Dijk Johan Keizer Peter Plasman en Peter R. de Vries Jens van den Brink Tussenconclusie Conclusie...32 Literatuurlijst...34 Jurisprudentielijst.35 Bijlagen - Bijlage 1: Paul Vugts, Het Parool - volledig interview o 1A: Artikel Harrie S. (herkenbaar) o 1B: Artikel Harrie S. (onherkenbaar) o 1C: Artikel overwegingen Het Parool - Bijlage 2: Ton van Dijk, KRO volledig interview - Bijlage 3: Johan Keizer, Kuipers & Nillesen advocaten volledig interview - Bijlage 4: Jens van den Brink, Kennedy Van der Laan advocaten volledig interview 3

5 Verklarende woordenlijst - Social media: Facebook, Hyves, Linkedin & Twitter 4

6 Afkortingenlijst - Aw: Auteurswet - EHRM: Europees Hof voor de Rechten van de Mens - EVRM: Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens - IE: intellectuele eigendom 5

7 Samenvatting Op grond van artikel 21 Auteurswet (hierna: Aw ) kan de geportretteerde bij een niet in opdracht gemaakt portret zich verzetten tegen de publicatie van dat portret. De geportretteerde moet wel een redelijk belang hebben en dit belang moet zich tegen een publicatie van het portret verzetten. Als de identiteit van de geportretteerde uit het portret blijkt en de geportretteerde kan worden herkend, hetzij door lichaamskenmerken hetzij door de houding, dan kan worden gesproken van een portret. Het gelaat hoeft hierbij niet duidelijk zichtbaar te zijn. Artikel 22 lid 1 Aw bevat een belangrijke beperking op de bescherming van artikel 21 Aw. Dit artikel geeft justitie namelijk de bevoegdheid om in het belang van de openbare veiligheid en ter opsporing, afbeeldingen van verdachten en veroordeelden te verveelvoudigen en of openbaar te maken. Deze bepaling kan ervoor zorgen dat een verdachte of veroordeelde zich later niet tegen een andere publicatie van hetzelfde portret kan verzetten. Naast het redelijk belang dient er een belangenafweging plaats te vinden. Meestal wordt hier het recht op privacy en het recht op vrijheid van meningsuiting tegen elkaar afgewogen. Op grond van artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM ) heeft een ieder recht op respect voor zijn privéleven en er is sprake van een schending van dit recht als een ernstige inbreuk op het privéleven heeft plaatsgevonden. Of sprake is van een ernstige inbreuk hangt af van de omstandigheden van het geval. Als een publicatie bijdraagt aan een publiek debat, dan kan een inbreuk op het recht op privacy worden gerechtvaardigd. Om te bepalen of een publicatie onrechtmatig is dient ook de bekendheid van de persoon te worden meegewogen in die beslissing. Artikel 10 EVRM bepaalt dat een ieder recht heeft op vrijheid van meningsuiting. In de rechtspraak is uitgemaakt dat het recht op privacy en het recht op informatievrijheid dezelfde bescherming verdienen. Artikel 10 lid 2 EVRM bevat een beperking op de vrijheid van meningsuiting. Uit diverse rechtspraak blijkt dat artikel 10 EVRM regelmatig voorgaat op artikel 8 EVRM, mits de publicatie informatief van aard is en een bepaalde functie of nieuwswaarde heeft. De rechtspraak laat verschillende dingen zien. In geval van opsporingsbelang gaat meestal het recht van vrijheid van meningsuiting voor op het recht van privacy. Als beelden van verdachten worden gebruikt als entertainment en de beelden geen toegevoegde waarde hebben voor het nieuwsfeit, kan een publicatie echter onrechtmatig worden geacht. Zijn de foto s en beelden echter wel van toegevoegde waarde en hebben zij een informatief doel, dan krijgt de vrijheid van meningsuiting weer voorrang. Het uitzenden van beelden die zijn opgenomen met een verborgen camera wordt daarentegen gezien als een ernstige inbreuk op de privacy en daardoor komt de vrijheid van meningsuiting weer op de achtergrond. Wat wordt verstaan onder het onherkenbaar maken van de geportretteerde is niet geheel duidelijk. De rechterlijke instanties delen niet dezelfde mening te delen. Volgens de Hoge Raad in 2003 kunnen balkjes over de ogen criminaliserend werken en het Hof Amsterdam oordeelde in 1993 dat het plaatsen van een balkje over het gelaat niet voldoende onherkenbaar maakt. Echter, in 2012 oordeelde het Hof Amsterdam dat een portret niet voldoende onherkenbaar was gemaakt en adviseerde juist een balkje te gebruiken om het portret onherkenbaar te maken. Verder is in 2012 door de rechter geoordeeld dat een publicatie niet geoorloofd is als deze is bedoeld om een verdachte aan de schandpaal te nagelen. Het is aan politie en justitie om verdachten op te sporen. Tenslotte is in de rechtspraak bepaald dat de publicatie van een portret invloed kan hebben op de bepaling van de strafmaat. Onlangs is echter bepaald dat in de huidige maatschappij het voor verdachten voorzienbaar is dat een foto veelvuldig wordt gepubliceerd en dat een dergelijke publicatie geen strafvermindering zou moeten opleveren. 6

8 In de praktijk lopen de meningen uiteen. De misdaadjournalist van Het Parool, de bedrijfsjurist van de KRO, de mediarechtadvocaat en Peter R. de Vries zijn allen van mening dat het recht op vrijheid van meningsuiting voor moet gaan. Hierbij dient wel te worden gekeken naar de omstandigheden van het geval en er moet voldoende zekerheid zijn dat de geportretteerde ook daadwerkelijk verdachte of onherroepelijk veroordeeld is. De door mij geïnterviewde strafrechtadvocaat Johan Keizer en de strafrechtadvocaat geïnterviewd in Pauw & Witteman, Peter Plasman, denken daar heel anders over. Zij zijn van mening dat het recht op privacy voor zou moeten gaan. Verder geven zij beiden aan dat er andere opsporingsmethoden zijn en dat deze ook gebruikt zouden moeten worden. 7

9 1. Inleiding 1.1. Aanleiding Op maandag 21 januari 2013 toont de politie in het plaatselijke opsporingsprogramma van Brabant, Bureau Brabant, beelden van acht jongens die op 4 januari 2013 in Eindhoven een 22-jarige man zwaar mishandelen. Op de beelden is te zien hoe de jongens de man tegen de grond slaan en hem één voor één tegen het hoofd schoppen. De jongens laten hem vervolgens voor dood achter. Door het tonen van de beelden worden de verdachten herkend. Daaropvolgend worden duidelijke foto s op internet geplaatst en onbeperkt gedeeld via social media. Een dag later melden twee verdachten zich bij de politie en niet veel later worden de andere verdachten ook opgepakt. Nu, zo n vijf maanden na de publicatie van de beelden door de politie, zijn er nog steeds herkenbare foto s van de verdachten op internet te vinden. Op grond van artikel 21 Auteurswet heeft ieder persoon met een redelijk belang, het recht zich te verzetten tegen de publicatie van zijn of haar portret, bijvoorbeeld het belang bij eerbiediging van zijn of haar privacy. Artikel 22 lid 1 Auteurswet geeft justitie de bevoegdheid in het belang van de openbare veiligheid en ter opsporing van strafbare feiten afbeeldingen te publiceren. In de hiervoor geschetste situatie worden de foto s ook door diverse dagbladen gepubliceerd, door de televisie uitgezonden en via social media gedeeld. Enerzijds lijkt de privacy van de verdachten hiermee te worden geschonden, maar anderzijds heeft de publicatie er wel voor gezorgd dat de verdachten zijn opgepakt. Heft dit het nadeel de schending van het portretrecht en de privacy voldoende op, of zijn er andere, misschien wel betere alternatieven voor de opsporing? Deze opsporingsmethode, het publiceren van foto s van verdachten om verdachten op te sporen is niet in de wet geregeld en hier zijn in principe geen vaste regels voor. Justitie is op grond van artikel 22 lid 1 Auteurswet bevoegd de foto s te publiceren, maar hoe zit het precies met de dagbladen en de televisie (hierna: media ), hebben zij dezelfde bevoegdheid? 1.2. Projectkader De media hebben het recht van vrijheid van meningsuiting, maar zij kunnen door gebruik van dit recht en het plaatsen van herkenbare foto s wel de privacy van verdachten en veroordeelden schenden en daarmee de betaling van een forse schadevergoeding riskeren. Het is voor de media onduidelijk wanneer zij wel en wanneer zij niet het portret van een verdachte mogen publiceren. De opdrachtgever is advocaat, gespecialiseerd in het intellectuele eigendomsrecht en treedt voornamelijk op voor de media. Momenteel is het portretrecht van verdachten en veroordeelden een hot item en bestaat er nog veel onduidelijkheid over. Zij wil daarom graag op een rijtje hebben in hoeverre het de media en dan met name de dagbladen en televisie is toegestaan om het portret van verdachten en veroordeelden te gebruiken en te publiceren en hoe ver zij hierin mogen gaan Doelstelling Het publiceren van een foto van een verdachte of veroordeelde mag in beginsel, gezien het recht op vrijheid van meningsuiting. Anderzijds is een dergelijke publicatie mogelijk in strijd met het portretrecht en de privacy van de geportretteerde. Mijn opdrachtgeefster loopt in de praktijk regelmatig tegen dit probleem aan. 8

10 Dit onderzoek is daarom gericht op het in kaart brengen van de regels omtrent de publicatie van het portret van verdachten en veroordeelden aan de hand van de Nederlandse wet- en regelgeving. Ik wil proberen een grens te zoeken; wanneer mag het portret van een verdachte wel worden gepubliceerd, wanneer is een publicatie ongeoorloofd en wanneer moet er een andere opsporingsmethode worden toegepast. Het uiteindelijke doel is het ontwikkelen van een advies voor de opdrachtgever betreffende de huidige regelgeving en rechtspraak omtrent het portretrecht van verdachten en veroordeelden, zodat de opdrachtgever een duidelijk overzicht heeft om in de praktijk te gebruiken en cliënten nog sneller en makkelijker van goed advies kan voorzien Centrale vraagstelling Wanneer mag het portret van een verdachte en veroordeelde openbaar worden gemaakt? 1.5. Deelvragen Aan de hand van diverse deelvragen zal een antwoord op de hoofdvraag worden geformuleerd. Deze deelvragen en de antwoorden daarop worden in hoofdstukken ingedeeld. Soms bevat een hoofdstuk het antwoord op meerdere deelvragen, aangezien de onderwerpen dan dusdanig samenhangen dat het in een verband dient te worden gezet. De deelvragen luiden als volgt: 1. Welk recht is van toepassing op het portretrecht van verdachten en veroordeelden? 2. Welke grondrechten spelen een rol bij een publicatie van een portret van een verdachte en veroordeelde? 3. Wanneer weegt het portretrecht zwaarder dan de informatievrijheid? 4. Hoe wordt het portretrecht van verdachten en veroordeelden gehandhaafd? 5. Hoe wordt gekeken naar het portretrecht als de publicatie van het portret het algemeen belang dient? 6. In hoeverre speelt de publicatie van een portret een rol bij de bepaling van de strafmaat? 7. Hoe wordt in de praktijk omgegaan met de publicatie van het portret van verdachten en veroordeelden? 1.6. Onderzoeksmethode In dit onderzoeksrapport zal stap voor stap een antwoord worden geformuleerd op de vraag wanneer een portret van een verdachte of veroordeelde openbaar mag worden gemaakt. Dit zal gebeuren aan de hand van de hiervoor genoemde deelvragen. Het onderzoek steunt voornamelijk op de jurisprudentie van de afgelopen vijftig jaar. Om erachter te komen hoe in de praktijk wordt omgegaan met dergelijke publicaties heb ik gesprekken gevoerd met een misdaadjournalist van Het Parool, een bedrijfsjurist van de KRO, een strafrechtadvocaat en een mediarechtadvocaat Waaruit bestaat het praktijkonderzoek? Het onderzoek beperkt zich specifiek tot het portretrecht van verdachten en veroordeelden. Er zal niet worden gekeken naar het portretrecht in het algemeen of de Wet bescherming persoonsgegevens. Het is gericht op het portretrecht en de vrijheid van meningsuiting en het privacyrecht conform het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het onderzoek 9

11 spitst zich toe op de rechten en belangen van verdachten en veroordeelden en de rechten en belangen van de samenleving en de media en dan met name van dagbladen en televisie. Het recht zal alleen worden getoetst aan de Nederlandse wet- en regelgeving en dan voornamelijk aan de Auteurswet, de Grondwet en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Voor het onderzoek binnen de rechtspraak zal gebruik worden gemaakt van uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM ). Tevens zullen de uitspraken van de Hoge Raad en de verschillende gerechtshoven en rechtbanken in Nederland worden gebruikt. Het praktijkonderzoek is gebaseerd op diverse interviews en gesprekken met mensen uit de praktijk, namelijk een misdaadjournalist van Het Parool, een bedrijfsjurist van de KRO, een mediarechtadvocaat en een strafrechtadvocaat. Ik heb gekozen voor deze personen, omdat ik dan de praktijk van alle belanghebbenden in deze kwestie van dichtbij heb kunnen zien Leeswijzer Het volgende hoofdstuk bevat de regels omtrent het portretrecht in Nederland. Hier wordt uitvoerig besproken welke bepalingen van belang zijn en welke voorwaarden aan deze bepalingen kleven. Het derde hoofdstuk is een bespreking van twee fundamentele grondrechten, het recht op privacy en het recht op vrijheid van meningsuiting. In de praktijk lijken deze regelmatig te botsen. In het vierde hoofdstuk worden diverse rechterlijke uitspraken uitvoerig besproken. Het vijfde hoofdstuk geeft een kijkje in de praktijk van een misdaadjournalist van een dagblad, een bedrijfsjurist van een televisiezender, een strafrechtadvocate en een mediarechtadvocaat. In het laatste hoofdstuk vindt u de conclusie. 10

12 2. Portretrecht in Nederland 2.1. Inleiding In de Auteurswet zijn regels opgenomen met betrekking tot portretten. In de wet is een onderscheid gemaakt tussen portretten die in opdracht van de geportretteerde zijn gemaakt (artikel 19 en 20 Aw) en portretten die niet in opdracht van de geportretteerde zijn gemaakt (artikel 21 Aw). Hier zal met name worden ingegaan op het laatstgenoemde artikel. Dit artikel beschermt het portret van de geportretteerde en diens nabestaanden. Dit houdt in dat als een portret van iemand wordt geopenbaard, de geportretteerde - en eventueel na het overlijden van geportretteerde, diens nabestaanden - zich tegen een dergelijke openbaarmaking kunnen verzetten. Dit hoofdstuk zal een antwoord geven op de vraag welk Nederlands recht van toepassing is op het portretrecht in het algemeen en de bepaling betreffende de beperking die geldt voor verdachten en veroordeelden. Het hoofdstuk bevat een uitgebreide bespreking van artikel 21 Aw, inclusief de in het artikel gestelde voorwaarden om een geslaagd beroep op deze bepaling te kunnen doen. Verder wordt ook kort ingegaan op de beperking van de portretrechtelijke bescherming voor de verdachten en veroordeelden Artikel 21 Aw De voor dit onderzoek belangrijkste bepaling is Artikel 21 Aw. Dit artikel ziet op de openbaarmaking van niet in opdracht gemaakte portretten. Het artikel luidt als volgt: Is een portret vervaardigd zonder daartoe strekkende opdracht, den maker door of vanwege den geportretteerde, of te diens behoeve, gegeven, dan is openbaarmaking daarvan door dengene, wien het auteursrecht daarop toekomt, niet geoorloofd, voor zoover een redelijk belang van den geportretteerde of, na zijn overlijden, van een zijner nabestaanden zich tegen de openbaarmaking verzet. Uit het artikel blijkt dat openbaarmaking van een niet in opdracht gemaakt portret niet zonder meer geoorloofd is. De geportretteerde hoeft geen toestemming voor openbaarmaking te geven 1, maar kan zich wel verzetten tegen een eventuele openbaarmaking. Hiervoor moet echter wel sprake zijn van een portret, een redelijk belang van de geportretteerde en dit belang moet zich tegen een dergelijke openbaarmaking verzetten Portret Volgens de memorie van toelichting is onder een portret te verstaan een afbeelding van het gelaat van een persoon, met of zonder die van verdere lichaamsdelen, op welke wijze zij ook vervaardigd is. 2 Het is dus niet van belang in welke vorm het portret is weergegeven. Een karikatuur wordt ook als portret gezien. 3 Bij het geheel of gedeeltelijk onherkenbaar maken van het gelaat van een afgebeelde persoon kan toch sprake zijn van een portret, aangezien de identiteit van de persoon op die manier toch kan blijken. 4 In tegenspraak met hetgeen in de memorie van toelichting is vastgesteld, is ook sprake van een portret als een foto op de openbare weg, schuin van achteren is genomen en het 1 Spoor, Verkade & Visser 2005, p Gielen 2007, p Rb. Den Haag 7 december 1965, BIE 1966, 240 (Feyenoord spelers). 4 HR 2 mei 2005, LJN AF3416 (Niessen & IPA/Storms Factory/Breekijzer) en Hof Amsterdam 14 januari 1993, AMI 1993, 6, p. 114 (Bokser). 11

13 gelaat niet te zien is, waardoor de persoon die op de foto staat op straat niet herkend zal worden. 5 Als de afgebeelde persoon niet onmiddellijk of bij eerste oogopslag wordt herkend, dan wordt toch gesproken van een portret. De uitsluitend afgebeelde gelaatstrekken hoeven niet tot herkenbaarheid te leiden. Andere factoren, zoals een typerende lichaamshouding kunnen daarbij ook een rol spelen Buiten opdracht Een portret is in opdracht gemaakt als de geportretteerde zelf opdracht heeft gegeven, of als een derde partij die de geportretteerde een portret wil aanbieden de opdracht heeft gegeven tot het maken van een portret. Toestemming geven tot het maken van een portret is echter iets anders. 7 Om te spreken van toestemming moet de geportretteerde expliciet hebben ingestemd met de openbaarmaking van een portret. 8 In paragraaf wordt de toestemming nog kort aangehaald, maar de volledige analyse van de toestemming is voor deze bespreking te omvangrijk en niet relevant, dus deze zal verder buiten beschouwing worden gelaten Redelijk belang Het redelijk belang van de geportretteerde kan worden gezien als het belangrijkste vereiste van artikel 21 Aw. Of sprake is van een redelijk belang hangt af van bepaalde omstandigheden. In beginsel kan een aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de geportretteerde worden aangemerkt als een redelijk belang. 9 In 1994 heeft de Hoge Raad gekozen om naast het redelijke belang van de geportretteerde ook een verdere belangenafweging plaats te laten vinden. Hier werden de twee grondrechten uit het EVRM, het recht op privacy van artikel 8 EVRM en het recht op vrijheid van meningsuiting van artikel 10 EVRM tegen elkaar afgewogen. 10 In 2000 werd ook door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM ) bepaald dat er een belangenafweging moet plaatsvinden tussen het algemeen belang en het belang van de verdachte. 11 Volgens de Hoge Raad kan uit artikel 8 EVRM in beginsel worden opgemaakt dat sprake is van redelijk belang van de geportretteerde, als een openbaarmaking van het portret inbreuk maakt op dit recht. Of sprake is van een dergelijke inbreuk hangt af van de feitelijke omstandigheden van het geval 12 en dan met name van de aard en mate van intimiteit waarin de geportretteerde is afgebeeld. Hierbij kunnen ook het karakter van de foto en de context van de publicatie van belang zijn. 13 Verder wordt ook het commerciële belang gezien als redelijk belang. In 1979 werd door de Hoge Raad bepaald dat van een redelijk belang ook sprake is als de populariteit van de geportretteerde, verworven in de uitoefening van hun beroep van dien aard is dat een commerciële exploitatie van die populariteit door enigerlei wijze van openbaarmaking van hun portretten mogelijk 5 Rb. Amsterdam 10 juli 1996, Mediaforum 1996, 10 (Wastelandparty). 6 HR 30 oktober 1987, NJ 1988, 277 (Naturiste). 7 Gielen 2009, p Spoor, Verkade & Visser 2005, p HR 1 juli 1988, NJ 1988, 1000 m. nt. L. Wichers Hoeth (Vondelpark I). 10 HR 21 januari 1994, LJN ZC1240 (Ferdi E.). 11 EHRM 11 januari 2000, NJ 2001, 74, m. nt. E.J. Dommering (News Verlag/Oostenrijk). 12 Rb. Amsterdam (vzr.) 7 augustus 2008, LJN BD HR 1 juli 1988, NJ 1988, 1000 m. nt. L. Wichers Hoeth (Vondelpark I). 12

14 wordt. 14 Het commerciële belang is in deze context niet relevant, dus zal hier niet verder worden besproken. Het redelijk belang kan echter vervallen als de geportretteerde (eerder) toestemming heeft gegeven tot een bepaalde vorm van openbaarmaking. 15 Wel is van belang waar de toestemming voor is gegeven. 16 Deze toestemming is een overeenkomst en kan mondeling of schriftelijk worden aangegaan. De overeenkomst moet wel rechtsgeldig tot stand zijn gekomen. Geen sprake van rechtsgeldige toestemming is als iemand heeft ingestemd met een bepaalde publicatie, terwijl het vervolgens op een andere manier of op een bepaalde wijze waar de gepubliceerde het niet mee eens is, wordt gepubliceerd. 17 Bij een rechtsgeldige toestemming kan de eerder gegeven toestemming echter niet meer worden ingetrokken en daarmee vervalt het redelijk belang Artikel 22 lid 1 Aw Artikel 21 Aw bepaalt dus dat een geportretteerde, waaronder ook een verdachte of een veroordeelde, zich tegen een publicatie van zijn of haar portret kan verzetten. Het artikel luidt als volgt: In het belang van de openbare veiligheid alsmede ter opsporing van strafbare feiten mogen afbeeldingen van welke aard ook door of vanwege de justitie worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt. Artikel 22 lid 1 Aw vormt een belangrijke beperking van de bescherming van artikel 21 Aw voor de verdachte en veroordeelde. Dit artikel bepaalt namelijk dat in het belang van de openbare veiligheid en ter opsporing van strafbare feiten afbeeldingen van welke aard ook door of vanwege justitie verveelvoudigd of openbaar gemaakt mogen worden. De bevoegdheid hiertoe ligt bij justitiële autoriteiten. Dergelijke publicaties omtrent de verdachte moeten in de context van de nog aanhangige procedure worden geplaatst en niet als vaststaand feit, zonder enig voorbehoud worden gepubliceerd. 18 Volgens Stevens 19 is in de ontuchtzaak van Benno L. de publieke opinie beïnvloed door de uitlatingen van het OM en de politie. In eerste instantie werd netjes gesproken van de verdachte, maar vervolgens vertelde de politie over het gevonden beeldmateriaal en wekte zij de indruk dat daar strafbare gedragingen op te zien waren. De context van het strafrechtelijke onderzoek werd daarmee volgens Stevens teniet gedaan. 20 Vervolgens liep de berichtgeving via de media helemaal uit de hand. Waar het eerst ging over ontuchtige handelingen met kinderen, ging het al snel over tienduizenden seksueel getinte afbeeldingen van meisjes. 21 Na het publiceren van foto s en beelden door justitie mogen de media die foto s en beelden ook verspreiden, maar dit mag in beginsel alleen als justitie iemand officieel als verdachte heeft aangemerkt en dit aan de media heeft laten weten. De media mag dus niet uit zichzelf 14 HR 19 januari 1979, NJ 1979, 383 ( t Schaep met de vijf pooten). 15 Spoor, Verkade & Visser 2005, p en Schuijt & Visser 2003, p Rb. Amsterdam 12 mei 1977, Auteursrecht 1981, 2 (Phil Bloom). 17 Rb. Den Haag 29 januari 1985, KG 1985, 55 (Propagandafilm Centrumpartij). 18 EHRM 25 maart 2008, appl. nr /02 (Vitan vs. Roemenië). 19 Mr. Dr. L. Stevens, universitair docent, verbonden aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Vrije Universiteit Amsterdam. 20 Stevens 2010, p Stevens 2010, p

15 publiceren, zelfs al is er een veiligheids- of opsporingsbelang mee gediend. 22 Dit kan inhouden dat als een portret door justitie openbaar is gemaakt de verdachte en veroordeelde zich niet meer tegen een andere publicatie van datzelfde portret kan verzetten Tussenconclusie Gebleken is dat een geportretteerde zich op grond van artikel 21 Aw kan verzetten tegen een publicatie van zijn portret, mits hij een redelijk belang heeft en dit belang zich tegen een dergelijke publicatie verzet. Of sprake is van een redelijk belang hangt af van bepaalde omstandigheden. In beginsel kan een aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de geportretteerde worden aangemerkt als een redelijk belang. Naast het redelijk belang dient er een belangenafweging plaats te vinden tussen het recht op privacy en het recht op vrijheid van meningsuiting. Artikel 22 lid 1 Aw is een belangrijke beperking op het portretrecht van artikel 21 Aw. Op grond van artikel 22 lid 1 Aw kunnen politie en justitie namelijk een portret openbaar maken, mits dit in het belang is van de openbare veiligheid en als doel heeft het opsporen van strafbare feiten. 22 Gielen & Verkade 2009, p

16 3. Privacy vs. informatievrijheid vs. opsporingsbelang 3.1. Inleiding Zoals in het vorige hoofdstuk reeds genoemd, dient de rechter naast het redelijk belang van de geportretteerde ook een verdere belangenafweging plaats te laten vinden. In zaken waarbij de publicatie van een tekst of een foto een rol speelt is, gaat het meestal om een afweging tussen twee belangrijke grondrechten, namelijk het recht op privacy (artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM) en de vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM). In dit hoofdstuk zullen alleen de beide bepalingen uit het EVRM afzonderlijk aan bod komen en worden geïllustreerd aan de hand van diverse jurisprudentie Artikel 8 EVRM Het recht op privacy is een grondrecht en is vastgelegd in artikel 8 EVRM. Artikel 8 lid 1 EVRM luidt als volgt: Een ieder heeft recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en correspondentie Volgens het EHRM strekt de bescherming van artikel 8 EVRM zich in beginsel niet uit tot reputaties. Het beschermt de persoonlijke identiteit en integriteit. Pas als aangetoond kan worden dat de reputatieschade een ernstige inbreuk op het privéleven heeft veroorzaakt en dat daardoor de persoonlijke integriteit aangetast zou zijn kan een beroep op schending van artikel 8 EVRM slagen. 23 Het EHRM oordeelde dat het recht op privacy was geschonden toen in 1998 een artikel werd gepubliceerd over de moord op de prefect van Corsica. Het artikel bevatte een kleurenfoto van het lichaam van de prefect, vlak na de moord. De familie heeft met succes verweer gevoerd dat sprake was van een inbreuk op hun privéleven. De uitgever van het artikel was van mening dat hier in strijd werd gehandeld met de vrijheid van meningsuiting. Het EHRM ging hier niet in mee. Het publiceren van de foto zonder toestemming van de familie werd door het Hof ook als inbreuk op de privacy gezien. 24 In Nederland kijkt men hier blijkbaar anders tegenaan. Toen in 2002 een foto werd gemaakt van Pim Fortuyn die net was vermoord, werd deze in diverse kranten op de voorpagina geplaatst, ontving de fotograaf de Zilveren Camera en werd in 2010 de foto zelfs tentoongesteld. 25 Het EHRM heeft een vrij duidelijke afweging gemaakt tussen het belang van de vrijheid van meningsuiting en het belang van de privacy. Als het gepubliceerde portret alleen betrekking heeft op het privéleven van de bekende persoon en het doel van de publicatie is het entertainen van de lezers, dan kan worden gesproken van een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van de geportretteerde. Als een publicatie bijdraagt aan een publiek debat dan kan de inbreuk op de privacy worden gerechtvaardigd. 26 Ik merk hierbij op dat het in deze kwestie gaat om een bekende persoon en niet om een verdachte of veroordeelde, maar hier wordt 23 EHRM 28 april 2009, NJ 2009, 522, m.nt. E.J. Dommering (Karakó/Hongarije) en EHRM 7 februari 2012, NJ 2013, 251 (Springer/Duitsland). 24 EHRM 14 juni 2007, NJ 2008, 583, m.nt. E.J. Dommering (Hachette Filipacchi/Frankrijk) EHRM 24 juni 2004, NJ 2005, 22, m. nt. E.J. Dommering (Caroline von Hannover I/Duitsland). 15

17 door het EHRM wel een belangrijke lijn getrokken met betrekking tot de toelaatbaarheid van de publicatie van een portret. Het weekblad Vrij Nederland publiceerde een artikel inclusief foto van Bram Zeegers, de getuige in het strafproces tegen Willem Hollleeder. Op de foto was Zeegers samen met Endstra te zien. Zeegers was van mening dat hier sprake was van een inbreuk op het privacy recht. De rechter ging hierin mee en overweegt als volgt: Zeegers valt niet aan te merken als een publiek figuur, hij bekleedt geen openbaar ambt en is niet op andere manier bekend bij het grote publiek. Dat hij als getuige optreedt in een zeer geruchtmakend strafproces en een interview heeft gegeven is onvoldoende om hem als publiek persoon aan te merken. Zeegers heeft geen toestemming gegeven voor publicatie van zijn foto, aangezien zijn veiligheid daarmee in gevaar zou kunnen komen. Het feit dat hij zichzelf in het openbaar vertoonde maakt hem ook niet tot een publiek persoon en dit kan ook niet worden aangemerkt als impliciete toestemming tot de verspreiding van zijn portret. Vrij Nederland had ook het artikel kunnen plaatsen zonder foto, de foto heeft geen echte nieuwswaarde. 27 Opmerkelijk is dat binnen een maand na de onderhavige uitspraak Bram Zeegers onder verdachte omstandigheden is overleden en daarna zijn portret veelvuldig en herkenbaar in de media werden getoond Artikel 10 EVRM Het recht op vrijheid van meningsuiting is het grondrecht dat vaak botst met het recht op privacy. De vrijheid van meningsuiting is vastgelegd in artikel 10 EVRM. Artikel 10 lid 1 EVRM luidt als volgt: Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting. Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. Dit artikel belet Staten niet radio-omroep, en bioscoop- of televisieondernemingen te onderwerpen aan een systeem van vergunningen. Het artikel bepaalt dat een ieder het recht op vrijheid van meningsuiting heeft. In een van de eerste uitspraken betreffende artikel 10 EVRM, bepaalde het EHRM dat de bepaling niet alleen het recht geeft om een mening, inlichtingen en denkbeelden te uiten en verspreiden, maar ook om deze te ontvangen. 28 Het informatie vergaren door journalisten valt ook onder de bescherming van artikel 10 EVRM. 29 Uit de rechtspraak blijkt dat het recht op respect voor het privéleven (artikel 8 EVRM) en de vrijheid van meningsuiting (artikel 10 EVRM) dezelfde bescherming verdienen en dat aan de hand van de omstandigheden van het geval zal worden bepaald welk recht in de betreffende kwestie belangrijker wordt geacht. 30 Zoals eerder genoemd bepaalde het EHRM in 2004 dat bij een afweging tussen de twee grondrechten dient te worden gekeken of de gepubliceerde uiting een bijdrage levert aan een debat dat in de publieke belangstelling staat. Hierbij is ook de 27 Rb. Amsterdam (vzr.) 13 september 2007, NJF 2007, EHRM 26 april 1979, NJ 1980, 146 (Sunday Times). 29 EHRM 23 september 1994, NJ 1995, 387 (Jersild). 30 EHRM 7 februari 2012, RAV 2012, 41 (Caroline von Hannover II). 16

18 bekendheid van de persoon van belang om te kunnen bepalen of sprake is van een onrechtmatige publicatie. 31 Tevens heeft het publiek het recht om geïnformeerd te worden over zaken van algemeen belang en dan kan gelet op de omstandigheden van het geval de vrijheid van meningsuiting voorgaan op het recht op privacy van de geportretteerde. Bij de afweging dient te worden gelet op de mate van bekendheid van de geportretteerde persoon, het tijdsverloop sinds de veroordeling en sinds de vrijlating, de ernst van het strafbare feit, het belang van het portret voor het nieuws en de juistheid en de volledigheid van de begeleidende tekst. 32 In lid 2 van artikel 10 EVRM worden de beperkingen genoemd op het grondrecht. Artikel 10 lid 2 EVRM luidt als volgt: Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen. Hieruit blijkt dat het beperken van de vrijheid van meningsuiting alleen mogelijk is als daar een wettelijke grondslag voor is en deze noodzakelijk is om de samenleving te beschermen. Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de publicatie van verdachten een zodanige inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van eiser dat die als onrechtmatig kan worden aangemerkt in de zin van artikel 6:162 Burgerlijk Wetboek. Hier dient ook te worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer de aard, inhoud en onderbouwing van gewraakte uitlatingen een rol spelen Rechtspraak waar de informatievrijheid prevaleert boven het recht op privacy Er zijn een aantal uitspraken waarbij door de rechter duidelijk wordt aangegeven wanneer het recht op vrijheid van meningsuiting voorgaat op het recht van privacy. Enkele uitspraken zullen hier kort worden besproken om aan te geven welke factoren de rechter meeneemt bij zijn afweging tussen de twee eerder genoemde grondrechten. In een geschil tussen het programma Blik op de weg en een overtreder oordeelde de voorzieningenrechter dat geen sprake was van een onaanvaardbare schending van de privacy, aangezien de overtreder van een afstand is gefilmd, het gezicht onherkenbaar is gemaakt en niet duidelijk blijkt waar de overtreding heeft plaatsgevonden. Verder dient het programma een educatief doel en wordt het algemeen belang gediend EHRM 24 juni 2004, NJ 2005, 22, m. nt. E.J. Dommering (Caroline von Hannover I/Duitsland). 32 EHRM 7 december 2006, RvdW 2007, 296 (Österreichischer Rundfunk/Oostenrijk). 33 Rb. Midden-Nederland 24 maart 2013, NJF 2013/ Rb. Arnhem (vzr.) 12 februari 2003, KG 2003, 86 (W./Blik op de weg). 17

19 In 2008 wilde de AVRO een special uitzenden van het programma Opsporing Verzocht met als titel Het verloren leven van eiser. In het programma werden enkele versluierde portretfoto s van eiser getoond. De eiser, die tot achttien jaar gevangenisstraf was veroordeeld 35 was van mening dat een dergelijke uitzending van de AVRO zijn goede naam en persoonlijke levenssfeer zou aantasten. De AVRO is van mening dat zij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Daarbij komt dat verschillende media reeds over de strafzaak hadden gepubliceerd. Het gaat hier wederom om botsing van de twee genoemde grondrechten. De voorzieningenrechter oordeelde dat de vrijheid van meningsuiting in deze kwestie prevaleert boven het recht van eiser op bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. 36 Tijdens een openbaar festival, waarbij pers aanwezig is, wordt een bekende acteur gearresteerd voor het bezit van cocaïne. De openbaar aanklager bevestigt de toedracht van de arrestatie en naam van de verdachte. Een dagblad publiceert een item over de arrestatie en veroordeling inclusief naam en foto s van de verdachte. De Duitse rechter verbiedt verdere publicatie en het dagblad stapt naar het EHRM. Het EHRM overweegt als volgt: De artikelen bevatten geen informatie over het privéleven van de verdachte en waren slechts beperkt tot een verslag van de arrestatie, veroordeling en eerdere (voorwaardelijke) veroordeling wegens drugsbezit. Aangezien de openbaar aanklager de informatie heeft bevestigd kan de informatie niet als onbetrouwbaar worden aangemerkt en is de publicatie gerechtvaardigd. In deze kwestie diende de vrijheid van meningsuiting te prevaleren boven de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van verdachte Tussenconclusie Naast het redelijk belang dient er een afweging plaats te vinden tussen twee belangrijke grondrechten, namelijk het recht op privacy ex artikel 8 EVRM en het recht op vrijheid van meningsuiting ex artikel 10 EVRM. Op grond van artikel 8 EVRM heeft een ieder recht op respect voor zijn privéleven en is sprake van een schending van dit recht als een ernstige inbreuk op het privéleven heeft plaatsgevonden. Of sprake is van een ernstige inbreuk hangt af van de omstandigheden van het geval. Artikel 10 EVRM bepaalt dat een ieder recht heeft op vrijheid van meningsuiting In de rechtspraak is bepaald dat beiden grondrechten dezelfde bescherming verdienen. Als een publicatie bijdraagt aan een publiek debat, de publicatie informatief van aard is, een functie of nieuwswaarde heeft of sprake is van opsporingsbelang, dan wordt het recht van vrijheid van meningsuiting vaak belangrijker geacht dan het recht op privacy. Als beelden of foto s worden gebruikt als entertainment en de beelden geen toegevoegde waarde hebben voor het nieuwsfeit, dan kan de publicatie onrechtmatig worden geacht en krijgt het recht van privacy weer voorrang. Om te bepalen welk recht zwaarder moet wegen, dient te worden gekeken naar de omstandigheden van het geval. 35 De veroordeling was niet onherroepelijk. Aan het einde van het programma wordt een schriftelijke mededeling gedaan dat het hoger beroep in het najaar zal worden behandeld en de AVRO heeft ter zitting toegezegd dat de veroordeelde nog steeds ontkent zich schuldig te hebben gemaakt aan het medeplegen van de doodslag. 36 Rb. Amsterdam (vzr.) 7 augustus 2008, LJN BD EHRM 7 februari 2012, NJ 2013/251 (Springer/Duitsland). 18

20 4. Handhaving portretrecht van verdachten en veroordeelden 4.1. Inleiding Op grond van artikel 21 Aw kan de geportretteerde zich verzetten tegen de publicatie van zijn portret, mits hij een redelijk belang heeft en deze zich tegen de publicatie verzet. Verdachten en veroordeelden hebben dit recht ook. Artikel 22 Aw is daarentegen weer een uitzondering op de bescherming van artikel 21 Aw. In het belang van de openbare veiligheid en ter opsporing mag justitie wel foto s publiceren, maar hoe zit het met de media en dan met name dagbladen en televisie? Op grond van artikel van de Leidraad van de Raad van de Journalistiek, dient de journalist te voorkomen dat hij gegevens in woord en beeld publiceert, waardoor verdachten en veroordeelden buiten de kring van personen bij wie ze al bekend zijn, eenvoudig kunnen worden geïdentificeerd en getraceerd. Als de publicatie plaats vindt in het kader van opsporingsberichtgeving geldt deze regel niet. 38 Uit de rechtspraak blijkt dat de rechters in de verschillende instanties altijd een afweging maken tussen het recht op privacy van de geportretteerde enerzijds en het algemeen belang en de vrijheid van meningsuiting van de media anderzijds en dat de rechter dit laat afhangen van de omstandigheden van het geval. In dit hoofdstuk zullen uitspraken van diverse rechtelijke instanties uitvoerig worden besproken. Allereerst zal het belang van de opsporing worden besproken. Moet het recht van privacy wijken als er een opsporingsbelang geldt? Vervolgens wordt een uitspraak geschetst waaruit blijkt wanneer de rechter een publicatie als entertainment ziet en hoe wordt geoordeeld in geval van een dergelijke publicatie. Daarna komen de uitspraken aan bod waar de rechter een oordeel geeft over publicaties van portretten die wel en geen nieuwswaarde of functie hebben. Vervolgens wordt kort aangehaald hoe de rechter oordeelt over het gebruik van een verborgen camera en het daarna publiceren van deze beelden. Dan komt aan de orde hoe een geportretteerde onherkenbaar kan worden gemaakt. Moet dit door middel van blurring, of is een balkje ook voldoende? Tenslotte vindt nog een korte bespreking plaats over het oordeel van de rechter als partijen besluiten voor eigen rechter te spelen en verdachten aan de schandpaal nagelen. Uitsluitend de uitspraken die betrekking hebben op de publicatie van foto s van verdachten en of veroordeelden zullen aan bod komen. Op deze manier probeer ik een helder beeld te schetsen van de afwegingen die door de verschillende instanties zijn gemaakt Opsporingsbelang Op grond van artikel 22 lid 1 Aw heeft justitie de bevoegdheid om ter opsporing een portret van een verdachte te publiceren. Uit de hieronder genoemde rechtspraak blijkt ook dat in geval van opsporingsbelang het recht op vrijheid van meningsuiting zwaarder weegt dan het recht op privacy. Volgens de rechtbank Breda maakt een landelijk opsporingsbericht in kranten en op tv geen inbreuk op privacy en portretrecht van de verdachte. Aangezien de verdachte werd verdacht van een ernstig misdrijf, al eerder voor zedenmisdrijven was veroordeeld en gewone

21 naspeuringen via familie of officiële kanalen niet tot resultaat leidden, was hier volgens de rechter geen sprake van een onrechtmatige publicatie. 39 Mohammed B., die verdacht werd van de moord op Theo van Gogh wilde niet dat zijn foto zou worden uitgezonden in het programma Opsporing Verzocht. Zijn vordering werd afgewezen, omdat het belang van opsporing in dit geval zwaarder moest wegen dan het belang van de persoonlijke levenssfeer van de eiser. Het ging hier niet om de opsporing van Mohammed B., maar om de opsporing van eventuele handlangers. Hier was het van belang dat het ging om verdenking van een zeer ernstig misdrijf dat een ernstige inbreuk op de rechtsorde heeft betekend. 40 Twee jongens (X en Y) hebben met een verborgen camera opnamen gemaakt van een gesprek waarbij een eigenaar van een escortbedrijf aangaf een concurrent te willen laten vermoorden. Eisers hebben deze beelden getoond aan SBS. X en Y zijn aangehouden en SBS heeft de opnamen gekopieerd met de intentie deze uit te zenden in het programma van Peter R. de Vries. Aangezien de opnamen waren gestolen en er geen algemeen belang was dat een uitzending zou rechtvaardigen oordeelde de voorzieningenrechter dat de opnamen niet gebruikt mogen worden. 41 Het Hof Amsterdam zag dit anders. Deze oordeelde dat de informatie niet was verkregen zonder de verborgen camera s en dat de wijze waarop X en Y deze opnamen te gelde wilden maken een matter of public interest betreft Entertainment; geen reden voor privacyschending Onlangs oordeelde de voorzieningenrechter in Amsterdam dat entertainment geen reden mag zijn om de privacy van verdachten te schenden. PowNed had vanwege de toename van het aantal scooterdiefstallen een aantal scooters voorzien van een bedieningssysteem en een camera, om ingeval van diefstal de scooterdieven te filmen, op te sporen en met hun gedrag te confronteren. PowNed stelt dat op film is vastgelegd dat de eiser een van die scooters heeft gestolen. In een uitzending van PowLitie wil Powned door middel van de gemaakte beelden, inclusief de beelden van het burgerarrest het publiek informeren over misstanden die de samenleving raken en hoe daartegen op te treden. PowNed stelt zich op het standpunt dat haar vrijheid van meningsuiting zwaarder weegt dan het portretrecht van eiser. Helaas voor PowNed was de voorzieningenrechter het hier niet mee eens. PowNed had de doelstelling van het programma ook kunnen behalen zonder dat de verdachte herkenbaar in beeld zou worden gebracht. Het herkenbaar uitzenden van beelden van verdachte kan mede zijn bedoeld als een vorm van entertainment. Het filmpje moest dus direct verwijderd worden Nieuws- en informatiewaarde Het komt regelmatig voor dat de rechter de vrijheid van meningsuiting zwaarder laat wegen dan het recht op privacy. Argument hiervoor is dat de door de media getoonde beelden een 39 Rb. Breda 29 februari 2008, LJN BC Rb. Amsterdam (vzr.) 29 november 2004, LJN AR Rb. Amsterdam (vzr.) 14 april 2012, LJN BW Hof Amsterdam 22 mei 2012, LJN BW Rb. Amsterdam (vzr.) 24 maart 2012, LJN BW

22 functie, nieuws- of informatiewaarde hebben waar het algemeen belang mee gediend kan worden. NCRV heeft een programma gemaakt waarbij de werkwijze van de Rotterdamse politie centraal stond. Bij een huiszoeking door de politie in de woning van de verdachte zijn door de NCRV filmopnames gemaakt. Verdachte wilde niet dat deze zouden worden uitgezonden, omdat een dergelijke uitzending schending van zijn portretrecht zou opleveren. De stelling dat sprake zou zijn van een portret gaat niet op, aangezien zijn gezicht geheel onherkenbaar is gemaakt en de verdachte geen typerende lichaamshouding aanneemt en dus niet kan worden herkend. De rechtbank oordeelt dat de uitzending van de filmpopnamen in de gegeven omstandigheden zwaarder moet wegen, aangezien het programma zakelijk en informatief van aard is en de getoonde beelden functioneel zijn. Tevens is van belang dat door het retoucheren van het gelaat van verdachte hij niet meer herkenbaar is en niet in verband kan worden gebracht met de bewuste huiszoeking en strafrechtelijke verdenking van drugs en verboden wapenbezit. Alleen bekenden zullen hem waarschijnlijk herkennen, maar zo wordt aangenomen, zijn bekenden inmiddels op de hoogte van de huiszoeking en de bijbehorende gevolgen. 44 In 2009 steekt Rex van P. drie hulpverleensters van Spirit (een hulpverleningsinstantie voor dakloze jongeren in Amsterdam) neer. Een van de hulpverleensters komt te overlijden aan de gevolgen van de steekpartij. Na de arrestatie heeft Rex van P. bekend. Het Parool publiceert op 19 september 2009 een artikel over de verdachte en over het feit dat de verdachte in 2007 uitgebreid was geportretteerd in de NPS documentaire waarbij jongeren die zich tegen de samenleving keren door een cameraploeg worden gevolgd. Een van die afleveringen ging over Rex van P. en hij werd hierbij herkenbaar in beeld gebracht. Het artikel in Het Parool is vergezeld van een foto van een stilstaand beeld uit de documentaire. Rex van P. is van mening dat de publicatie in strijd is met zijn portretrecht. Het Parool verwijdert het portret van de website, maar weigert een vergoeding te betalen. Van P. start een bodemprocedure en eist een schadevergoeding en een bevel aan Het Parool ervoor zorg te dragen dat de foto nergens meer op internet te vinden is. De rechtbank wijst de vorderingen af. Aangezien Van P. zelf had meegewerkt aan de documentaire gaat het recht op vrijheid van meningsuiting van de media voor het recht op de persoonlijke levenssfeer van Van P. Tevens werd de foto als functioneel aangemerkt en de foto werd direct in verband met de inhoud van het artikel geacht en de documentaire was ook nog te zien op Uitzending Gemist. 45 Een hele bekende zaak is die waar van de foto van Ferdi E., de ontvoerder en moordenaar van Gerrit-Jan Heijn werd gepubliceerd. Paul Stolk maakte de eerste foto van Ferdi E. na zijn arrestatie. Nadat Ferdi E. is veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf en TBS, publiceert Panorama een artikel over de zes beruchtste moordenaars van na de oorlog, waarin onder andere wordt verteld over de moord die Ferdi E. heeft gepleegd. Het artikel wordt geïllustreerd met een portret van hem. Enkele weken later wordt zijn portret weer door Panorama gepubliceerd, behorend bij de reportage over de Zilveren Camera waarbij de winnende foto van Paul Stolk wordt genoemd. Ferdi E. stapt naar de rechter aangezien hij van mening is dat een veroordeelde ook recht heeft op privacy. De rechtbank Haarlem gaat hier in mee. Het Hof 44 Rb. Amsterdam 2 januari 1995, KG 1995, Rb. Amsterdam 29 december 2010, LJN BP

23 Amsterdam heeft een ander oordeel en vindt dat de vrijheid van meningsuiting voor gaat. Er moet wel rekening worden gehouden met de rechten van anderen. Volgens het Hof zijn de belangen van Ferdi E. wel geschaad, maar dit hoeft niet te betekenen dat Ferdi E. ook een redelijk belang heeft om zich tegen de publicatie te verzetten. Om dit te bepalen dienen de rechten van beide partijen te worden afgewogen. De gepubliceerde foto s hebben een neutraal karakter en er zijn eerder in de media verschenen. Ferdi E. heeft recht op privacy, maar zijn portret heeft na veroordeling nog steeds nieuws- en informatiewaarde en daarmee een functie. De vrijheid van meningsuiting dient hier dus zwaarder te wegen. 46 De Hoge Raad oordeelde dat het recht van E. om alleen te worden gelaten, het belang van resocialisatie en recht op privacy in deze omstandigheid moest wijken voor het recht van vrijheid van meningsuiting van het weekblad Panorama. Volgens de Hoge Raad heeft een veroordeelde persoon die een zodanig misdrijf begaat waarmee hij in de publieke belangstelling geraakt, het aan zichzelf te wijten heeft dat hij aangemerkt moet worden als publiek figuur en daarmee meer inbreuken op zijn recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer moet dulden. 47 Een zeilschoolhouder is veroordeeld voor ontucht met kinderen. Na zijn proeftijd wil Peter R. de Vries een aflevering uitzenden die kennelijk als doel heeft het aan de kaak stellen dat de zeilschoolhouder weer zeillessen geeft aan kinderen en dat hij dat ook tijdens zijn proeftijd heeft gedaan. Anderzijds wil hij met de uitzending een maatschappelijke discussie oproepen. De opnames zijn tegen de wil van de zeilschoolhouder gemaakt. Volgens de rechter is hier sprake van een inbreuk op de privacy. Deze inbreuk kan gerechtvaardigd zijn als de opnames feiten en omstandigheden aan het licht brengen die kunnen dienen tot bewijs of ondersteuning van het aan de kaak te stellen onderwerp. De zeilschoolhouder heeft erkend dat hij heeft gehandeld in strijd met de hem opgelegde voorwaarden. De beelden hebben daarom geen inhoudelijke functie meer. Er is onvoldoende rechtvaardiging voor de inbreuk op de privacy van de zeilschoolhouder en de beeld- en geluidsopnames mogen niet worden gebruikt voor de uitzending. 48 Als Marcel B., medeverdachte in de fraudezaak rondom de ondergang van de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij NV in het boek Joep! Van held tot hoofdverdachte en in een publicatie van Quote met zijn foto en volledige naam wordt aangeduid, stapt hij naar de Raad voor de Journalistiek. Hij wordt hier in het gelijk gesteld. 49 De rechtbank Amsterdam oordeelt anders. De rechter oordeelt dat de publicatie slechts gaat over het professionele handelen van B. en dat hier een ernstige misstand in de samenleving aan de kaak wordt gesteld. De publicatie is niet onrechtmatig Verborgen camera Het gebruik van een verborgen camera ligt vaak gevoelig 51, maar wordt niet altijd onrechtmatig geacht. Als na behoorlijk onderzoek is gebleken dat er voor de journalist geen 46 Schuijt & Visser 2003, p HR 21 januari 1994, IAMII , p. 93 m.nt. G.A.I. Schuijt (Ferdi E.). 48 Rb. Amsterdam 19 oktober 2007, LJN BB6405. (Zeilschoolhouder/Peter R. de Vries). 49 RvdJ 29 april 2011, nr. 2011/32 (X/De Witt Wijnen). 50 Rb. Amsterdam 7 maart 2012, B (Marcel B./Hearst). 51 Schuijt 2006, p

24 andere middelen zijn om het publiek in te lichten over zaken van algemeen belang, mogen de regels van zorgvuldige journalistiek 52 worden overtreden. 53 De veroordeelde ( X ) heeft in 1983 een levenslange gevangenisstraf opgelegd gekregen wegens het ontvoeren, misbruiken en vermoorden van drie meisjes. Peter R. de Vries heeft door een jeugdvriend van X met een verborgen camera opnames laten maken tijdens zijn bezoeken aan de X. Peter R. de Vries wilde deze beelden uitzenden tijdens zijn televisieprogramma. X was van mening dat zijn recht op privacy hiermee zou worden geschonden en begon een kort geding. Hij werd in het gelijk gesteld en de programmamakers mochten op straffe van een dwangsom van EUR ,- de beelden niet uitzenden. De beelden werden ondanks het verbod toch uitgezonden. X begon een nieuw kort geding en werd wederom in het gelijk gesteld met een dwangsom van EUR ,-. Het Hof oordeelde dat het feit dat de jeugdvriend van X met een verborgen camera naar X toeging een zeer ernstige inbreuk op de privacy was. Tevens was de uitzending van de beelden niet noodzakelijk. 54 De Hoge Raad deelde dat oordeel Onherkenbaar; blurren of balkje Uit de rechtspraak blijkt dat een publicatie vaak wel is toegestaan als de geportretteerde onherkenbaar in beeld wordt gebracht, maar wat verstaat de rechter onder onherkenbaar? Is het aanbrengen van een balkje op het gelaat voldoende, of moet het gelaat worden geblurred? In 2003 merkte de Hoge Raad op dat het afblokken van de ogen van de geportretteerde een accentuering is en bij het grote publiek de indruk kan ontstaan dat de afgebeelde persoon als verdachte of schuldige moet worden aangemerkt en dus criminaliserend werkt. 56 In 2008 oordeelde de voorzieningenrechter in Amsterdam hetzelfde. Toen X op de voorpagina van de editie van Revu werd aangewezen als verdachte van het aannemen van smeergeld en hier een foto van hem werd geplaatst met afgeblokte ogen, leverde het blokken van de ogen in dit geval een bijdrage aan het criminaliserende effect van het artikel en werd de publicatie onrechtmatig geacht. 57 In het geschil tussen de bokser en Panorama was het plaatsen van een balkje onvoldoende om de geportretteerde onherkenbaar te maken. De bokser, ooit lichtgewicht kampioen van Nederland, maar later in criminele kringen verzeild geraakt, zag zijn kampioensfoto in Panorama met het verhaal over zijn criminele bezigheden. Zijn ogen werden bedekt door een balkje. Door zijn omgeving en de bokswereld werd hij herkend aan zijn gelaat en postuur, de situatie waarin de foto was genomen en de door Panorama gebruikte initialen. Het verweer van Panorama dat geen sprake was van een portret, werd door het Hof verworpen. Het balkje was minimaal en de geportretteerde was niet volledig onherkenbaar RvdJ 29 augustus 2001, 2001/37 (Bernaars/VARA TV-Magazine). 54 Hof Amsterdam 8 maart 2011, LJN BP HR 5 oktober 2012, NJ 2012, HR 2 mei 2005, LJN AF3416 (Niessen & IPA/Storms Factory/Breekijzer). 57 Rb. Amsterdam (vzr.) 2 december 2008 LJN BG5811 (X/Sanoma). 58 Hof Amsterdam 14 januari 1993, AMI 1996, 6, p. 114 (Bokser). 23

25 De publicatie van de foto van de eerder besproken Rex van P., leverde volgens het Hof Amsterdam wel een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte. Deze inbreuk was ondanks de vrijheid van meningsuiting onrechtmatig jegens verdachte. Dit omdat het dagblad een minder herkenbaar portret van verdachte had kunnen publiceren, bijvoorbeeld door het plaatsen van een balkje over de ogen. Het Hof is van oordeel dat bij de publicatie van portretten van verdachten van strafbare feiten in beginsel terughoudendheid op zijn plaats is. 59 Wat ik opmerkelijk vind is dat het Hof, in tegenstelling tot andere uitspraken, hier opmerkt dat het plaatsen van een balkje over de ogen voor een onherkenbaar portret had kunnen zorgen en dan waarschijnlijk wel was toegestaan. In de kwestie van de zeilschoolhouder oordeelde het Hof, anders dan de rechtbank in deze zaak, dat het geheel niet uitzenden te ver ging en dat het programma mocht worden uitgezonden, zolang de naam van de zeilschool en de zeilschoolhouder zelf niet herkenbaar in 60 beeld zouden worden gebracht Eigen rechter Uit de rechtspraak blijkt dat rechters er niet van gediend zijn als partijen voor eigen rechter gaan spelen en verdachten publiekelijk aan de schandpaal nagelen. Nadat een vrouw een tabaksspeciaalzaak in Amsterdam met tijdschriften heeft verlaten zonder deze te betalen wordt door de eigenaresse van de winkel een foto van de vrouw in de etalage geplaatst met de tekst deze vrouw heeft hier gestolen. De eigenaresse was van mening dat de eiseres impliciet toestemming heeft gegeven voor openbaarmaking van haar portret, aangezien duidelijk was dat via cameratoezicht beelden van de klanten werden opgenomen. Hieruit kan geen impliciete toestemming worden afgeleid, aldus de voorzieningenrechter. Verder heeft de vrouw aldus de voorzieningenrechter een redelijk belang dat zich tegen de openbaarmaking verzet. Hierbij wordt het belang van de vrouw en het belang van de eigenaresse tegen elkaar afgewogen. De publicatie door de eigenaresse is geen rechtmatig middel om winkeldiefstal tegen te gaan en het is in strijd met de wet. Het is aan justitie om verdachten op te sporen en te berechten en niet aan de burgers om verdachten aan de schandpaal te nagelen. Het belang van privacy van de vrouw weegt in dit geval dus zwaarder. 61 Deze uitspraak heeft geen betrekking op de publicatie door de media, maar ik heb deze aangehaald om te benadrukken dat door de rechter niet wordt geaccepteerd als burgers voor eigen rechter gaan spelen. In de kwestie waar PowNed de uitzending waar de scooterdief herkenbaar in beeld was wilde uitzenden overwoog de voorzieningenrechter als volgt: Daar waar het gebruik van schavot en schandpaal in de loop der jaren in onbruik is geraakt, omdat deze straffen wreed en niet passend in een moderne samenleving zijn bevonden, dreigt nu, buiten de rechtspraak om, opnieuw een (digitale) schandpaal in het leven te worden geroepen, die bovendien in de tijd geen begrenzing meer kent door de mogelijkheid van ontelbare herhaling. 62 Hier is duidelijk dat een publicatie van een portret van een verdachte niet is bedoeld om de geportretteerde aan de schandpaal te nagelen Rechtspraak samengevat In drie gevallen oordeelde de rechter dat de publicatie van een foto in het belang van de opsporing geen onrechtmatige publicatie betreft en dus inbreuk op de privacy oplevert. In één 59 Hof Amsterdam 20 maart 2012, LJN BV9304 (Rex van P./Het Parool). 60 Hof Amsterdam 31 oktober 2007, LJN BB6850 (Zeilschoolhouder/Peter R. de Vries). 61 Rb. Amsterdam (vzr.) 26 augustus 2004, NJ 2004, Rb. Amsterdam (vzr.) 24 maart 2012, LJN BW0619 (X/PowNed). 24

26 uitspraak wordt door de rechter geoordeeld dat entertainment geen goede grond is voor een publicatie en dus een schending van de privacy oplevert. In vijf gevallen weegt de vrijheid van meningsuiting zwaarder, gezien het feit dat de foto s of beelden in een zakelijke context zijn geplaatst en deze een informatief en functioneel doel hebben. Slechts in één geval noemt het Hof Amsterdam dat een publicatie geen informatief doel heeft, aangezien de verdachte reeds heeft bekend fout te hebben gezeten. Zowel het Hof Amsterdam als de Hoge Raad oordeelde dat het gebruik van een verborgen camera en het vervolgens uitzenden van deze beelden een zeer ernstige inbreuk op de privacy opleveren. Wat als het onherkenbaar maken van de verdachte moet worden verstaan is niet geheel duidelijk. Waar in het verleden de Hoge Raad (2005), de rechtbank Amsterdam (2008) en het Hof Amsterdam (1993) oordeelde dat een balkje criminaliserend werkt en het niet zorgt voor voldoende onherkenbaarheid, gaf het Hof Amsterdam in maart 2012 aan dat een balkje plaatsen voor onherkenbaarheid had kunnen zorgen. Tenslotte is in twee uitspraken aangegeven dat het niet de bedoeling is dat burgers en de media voor eigen rechter gaan spelen. De opsporing ligt bij politie en justitie De rol van de publicatie bij bepaling van de strafmaat In mei 2012 hebben de bestormers van het Maasgebouw in Rotterdam een lagere straf gekregen, mede vanwege het feit dat de beelden van verdachten werden vrijgegeven en dat voor het gebruik van de beelden onvoldoende wettelijke basis was. 63 Een publicatie van een portret van verdachte kan afbreuk doen aan het recht op fair trial en een schending opleveren van de onschuldpresumptie 6 EVRM en art. 14 Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (hierna: IVBPR ). Er zou dan sprake kunnen zijn van een trial by media. 64 Ik bespreek hier twee uitspraken waarbij de rol van de publicatie wordt aangehaald bij de bepaling van de strafmaat. Het Hof Amsterdam heeft in een opzienbarende strafzaak wel aangegeven dat huiveringwekkende uitlatingen op websites over de verdachte, uit hun aard slechts onder bijzondere omstandigheden aanleiding kunnen geven tot strafvermindering. In deze kwestie was van dergelijke omstandigheden niets gebleken. Tevens zouden publicaties in de media van onbewezen aantijgingen en onjuistheden over de levensloop van verdachte ervoor kunnen zorgen dat de verdachte erdoor wordt geschaad. De publicatie zou dan een rol kunnen spelen bij de strafoplegging. 65 Als het om een opzienbarende en uitzonderlijke strafzaak gaat is overvloedige publiciteit in het algemeen aanvaardbaar. Bij het publiceren van foto s van de verdachte, foto s die overigens niets met de strafzaak te maken hebben, zijn deze volgens het Hof niet zonder meer als onaanvaardbaar aan te merken. In de huidige kwestie zijn er ook geen omstandigheden waaruit anders zou blijken. Het verweer dat de publicaties dus onrechtmatig zouden zijn en een strafvermindering zouden moeten opleveren wordt door het Hof verworpen. 66 Op 25 april 2012 vallen twee gewapende overvallers een juwelier in Den Haag binnen. Tijdens deze overval wordt de eigenaar doodgeschoten en de verdachten slaan op de vlucht. De Schuijt 2005, p Hof Amsterdam 18 juli 2003, LJN AI Hof Amsterdam 18 juli 2003, LJN AI

27 overval is gefilmd. De politie verzoekt de ouders van de verdachten om de verblijfplaats kenbaar te maken, maar de ouders weigeren om mee te werken. Vervolgens worden de beelden van de overval in de media vertoond. De verdachten staan duidelijk op beeld en worden vrijwel direct herkend. Daaropvolgend worden hele duidelijke foto s van de verdachten in de media verspreid. Niet lang daarna worden de verdachten gevonden en overgeleverd aan de politie. Hier werd door de rechter ook een afweging gemaakt tussen het belang van de strafrechtelijke handhaving en de persoonlijke levenssfeer van de verdachte. Aangezien sprake was van een gebeurtenis die heeft gezorgd voor grote beroering en er voor het Openbaar Ministerie geen andere middelen meer voor handen waren om de verdachte op te sporen, is voldaan aan alle formele eisen die de Aanwijzing opsporingsberichtgeving stelt. Het publiceren van de beelden werd daarom begrijpelijk geacht. Het verweer dat door de verdachte werd aangevoerd dat de publicatie voor veel publiciteit heeft gezorgd en een toekomstige resocialisatie van de verdachte in de weg staat werd door de rechter verworpen. Het vrijgeven van de beelden heeft volgens de rechtbank gezorgd voor een sneeuwbaleffect, in die zin dat de beelden via internet en andere (sociale) media door anderen zijn verspreid. Dit heeft heftige en kwetsende reacties opgeroepen en de rechtbank acht dit vanuit een oogpunt van resocialisatie van verdachte betreurenswaardig, maar stelt vast dat dit komt door de huidige tijd en maatschappij en in die zin voor verdachte voorzienbaar was. De verdachte, een kind van zijn tijd, had hierop toen hij besloot aan te bellen bij de juwelier ook bedacht kunnen zijn. De media-aandacht voor deze zaak weegt niet zodanig zwaar voor verdachte dat daar strafvermindering tegenover zou moeten staan Tussenconclusie Er zijn slechts een paar regels met betrekking tot de publicatie van een foto die over het algemeen worden gehandhaafd. Als sprake is van een zakelijk, informatief en functioneel doel is een publicatie vaak toegestaan. Als met de publicatie een opsporingsbelang is gediend, dan levert de publicatie niet per definitie een inbreuk op de privacy op. In geval van het gebruik van een verborgen camera ligt de situatie wat gevoeliger en wordt een inbreuk op de privacy sneller aangenomen. Een duidelijke lijn met betrekking tot de publicatie van een portret wordt echter in de rechtspraak niet getrokken. Ook niet duidelijk gebleken is of de publicatie een rol kan spelen bij de bepaling van de strafmaat. In mei 2012 liet de rechtbank Amsterdam de publicatie van de foto s van verdachten wel meespelen bij de bepaling van de strafmaat, maar in februari 2013 oordeelde de rechtbank Den Haag dat het publiceren van beelden van verdachten kan worden verwacht in de huidige maatschappij. Vooral als het gaat om een gebeurtenis die door de samenleving als schokkend wordt ervaren. 67 Rb. Den Haag 7 februari 2013, LJN BZ

28 5. De praktijk 5.1. Inleiding Om een passend antwoord te kunnen vinden op de vraag wanneer een portret van een verdachte of veroordeelde gepubliceerd mag worden is voornamelijk veel onderzoek gedaan binnen de rechtspraak. Hoe hebben de verschillende rechterlijke instanties de afgelopen jaren geoordeeld en is er na de komst van bijvoorbeeld de social media een verschil opgetreden? Buiten dit jurisprudentie-onderzoek is ook de mening gevraagd van de mensen uit de praktijk. Ik heb de mening gevraagd van een misdaadjournalist van een dagblad en van een bedrijfsjurist van een televisieomroep die met de publicatie van foto s van verdachten regelmatig te maken hebben. Welke afwegingen worden gemaakt voordat er publicatie plaats vindt? Ook heb ik gesproken met een strafrechtadvocaat en een mediarecht advocaat. Tevens heb ik een samenvatting van een uitzending van Pauw en Witteman in dit hoofdstuk opgenomen. In deze uitzending wordt een strafrechtadvocaat om zijn mening gevraagd en ook Peter R. de Vries komt nog kort aan het woord. Ik heb gekozen om specifiek deze personen te interviewen, aangezien ik zo de mening van elke belanghebbende partij heb, een dagblad, een televisiezender, een strafrechtadvocaat en een mediarecht advocaat. De vragen die ik aan de verschillende personen heb gesteld komen niet overeen, gezien het verschillende beroep van de desbetreffende personen. De interviews hadden wel dezelfde insteek. In alle gevallen heb ik gevraagd of de geïnterviewde wel eens te maken hebben gehad met een publicatie van een foto van een verdachte en hoe dit is afgelopen. Verder heb ik vooral naar hun mening gevraagd en verzocht om deze mening te onderbouwen. In dit hoofdstuk wordt elk interview besproken. De vragen van het interview en de bijbehorende antwoorden zijn terug te vinden in de bijlagen Paul Vugts 68 Paul Vugts is misdaadjournalist en inmiddels zeven jaar werkzaam bij Het Parool. Hij heeft mij tijdens ons interview een kijkje gegeven in zijn praktijk. In bijlage 1 worden de besproken zaken geschetst en is het volledige interview weergegeven. Paul Vugts heeft aangegeven welke afwegingen door Het Parool in de betreffende zaken zijn gemaakt en waarom. Hieronder een samenvatting van het interview. Paul Vugts heeft aardig wat ervaring met de publicatie van foto s van verdachten en veroordeelden. In zijn ervaring hebben de publicaties in de meeste gevallen geen procedure opgeleverd. Paul Vugts is van mening dat de informatievrijheid voorop moet staan, maar toch ook wel met inachtneming van het recht op privacy. Het hangt af van alle omstandigheden van het geval. Door een publicatie kan iemands reputatie tenslotte compleet kapot worden gemaakt. Als sprake is van een hele sterke, duidelijke zaak of als justitie inmiddels heeft vrijgegeven dat iemand wordt verdacht dan is het plaatsen van een foto van algemeen belang en heeft deze ook nieuwswaarde. Als iemand officieel door justitie als verdachte wordt aangemerkt, dan is het een nieuwsfeit op zichzelf. Bij de beslissing wel of niet publiceren ligt niet echt een grens, aangezien elke kwestie anders is en altijd moet worden gekeken naar de omstandigheden van het geval. Foto s van slachtoffers worden bijvoorbeeld door Het Parool niet geplaatst. Is sprake van een liquidatie of van afpersingsslachtoffers, dan ligt het plaatsen 68 Misdaadjournalist Het Parool. 27

29 van de foto s weer meer voor de hand. Voor het plaatsen van een foto of een artikel wordt bij twijfel regelmatig juridisch advies ingewonnen. Toen ik hem vroeg of de vrijheid van meningsuiting ook belangrijker is als hij zelf negatief met een foto in de krant komt, antwoordde hij bevestigend, maar noemde hier ook weer de omstandigheden van het geval. Als ik al jaren geld verduister en mijn geld in criminele kringen verdien, moet ik het ook accepteren als ik dan in de krant kom. Maar als ik onterecht beschuldigd word van bijvoorbeeld het misbruiken van kinderen en er komt een foto in de krant met een dergelijke tekst erboven, dan is het een heel ander verhaal. Hij gaf aan dat Het Parool over het algemeen alleen foto s plaatst als het een duidelijke zaak is, waar inmiddels voldoende bewijs is dat iemand wordt verdacht van een misdrijf. Als er geen zekerheid is over het feit of een persoon verdacht wordt van een strafbaar feit, wordt er door Het Parool geen foto geplaatst. De publicatie van een artikel over Rex van P. 69 inclusief een foto waarop Rex van P. herkenbaar was afgebeeld zorgde ruim drie maanden na de publicatie voor een procedure. Volgens de rechtbank stond de foto in direct en functioneel verband met de inhoud van het artikel. Het Parool werd hier ook door de rechter in het gelijk gesteld. Het Hof oordeelde helaas anders en veroordeelde Het Parool tot betaling van EUR 1.500,- schadevergoeding. Het Parool heeft inmiddels cassatie ingesteld. Een zaak die op zich niet relevant is voor deze bespreking, maar ik toch wil noemen om te laten zien dat Het Parool ook een keer veroordeeld is tot het betalen van een schadevergoeding, in verband met een onrechtmatige publicatie. Het gepubliceerde artikel ging over seropositieve mannen. Bij dit artikel was een foto gepubliceerd. De geportretteerde had niets te maken met het artikel en voerde met succes verweer dat er sprake van een inbreuk op zijn privacy Ton van Dijk 70 Het komt regelmatig voor dat wij bij de KRO een afweging maken voordat wij een portret van een verdachte of veroordeelde publiceren. Er is geen vast omlijnd beleid op dit vlak, maar wel wordt voor elke publicatie de vraag gesteld of een portret van toegevoegde waarde is op de reportage. Het recht op privacy en het recht op vrijheid van meningsuiting worden hier tegen elkaar afgewogen. Het is afhankelijk van de omstandigheden van het geval welk recht in welke situatie zwaarder dient te wegen. Wat mij betreft is meer voorzichtigheid geboden bij de publicatie van een portret van een verdachte dan bij de publicatie van het portret van een veroordeelde. Ik ben wel van mening dat als het tonen van bepaalde beelden is bedoeld om misstanden aan de kaak te stellen het recht op vrijheid van meningsuiting voor gaat, maar nogmaals ook dit is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Het is wat mij betreft niet de bedoeling dat een publicatie zorgt voor strafvermindering, vooral niet als het gaat om een misdrijf zoals moord. In geval van een licht vergrijp ligt de situatie weer anders. Over het algemeen vind ik dat verdachten en veroordeelden ook het recht hebben op privacy, maar dat door bepaalde handelingen zij wel hun portretrecht verliezen. Op het moment van het plegen van strafbare feiten lopen zij het risico om op beeld te worden vastgelegd en dit moeten zij, naar mijn mening, accepteren. 69 Rex van P. heeft drie medewerkers van Spirit, een hulpverleningsinstantie neergestoken, waarvan een van de vrouwen het niet overleeft. Na zijn arrestatie bekent hij. In juni 2010 wordt hij veroordeeld tot zestien jaar cel. Zie ook noot Bedrijfsjurist bij KRO. 28

30 5.4. Johan Keizer 71 Het gebeurt regelmatig dat over mijn cliënten wordt gepubliceerd. Hier wordt echter meestal vooraf toestemming voor gevraagd, of de persoon in kwestie wordt niet als zodanig in beeld gebracht. Ik heb nog nooit geprocedeerd of een klacht ingediend in verband met de schending van de privacy van mijn cliënten. De Mediarichtlijn is vrij nieuw, deze bepaalt dat programma s zoals bijvoorbeeld Recht in Nederland in de rechtszaal mogen filmen. Voorheen was het alleen toegestaan om bij binnenkomst van de rechter te filmen en bij de uitspraak, maar tegenwoordig mogen er dus ook geluids- en beeldopnames van de verdachten worden gemaakt. Daar wordt wel van te voren toestemming voor gevraagd. Als de toestemming niet wordt gegeven, dan mag er nog wel worden gefilmd, maar mag de verdachte niet, of in ieder geval onherkenbaar in beeld worden gebracht en het geluid dient onherkenbaar te worden gemaakt. Zelf ben ik recentelijk benaderd door het programma Recht in Nederland met de vraag of de geluidsopname van mijn cliënt herkenbaar in het programma op televisie uitgezonden mocht worden. Hier heb ik, namens mijn cliënt mijn toestemming voor verleend. Ik ben van mening dat het publiceren van foto s en verdachten en veroordeelden niet kan. De taak van de opsporing ligt bij politie en justitie en niet bij de burger. Bij de publicatie, bijvoorbeeld in het geval van de mishandeling in Eindhoven, ontstaat er volkswoede en kunnen er bedreigingen en dergelijke ontstaan. Dit is niet de bedoeling, vooral niet als nog sprake is van een verdachte en iemand misschien wel onterecht wordt beschuldigd. Dergelijke publicaties kunnen ook niet zo makkelijk worden teruggedraaid. In het geval van de overvallers op de juwelier in Den Haag, die vervolgens de juwelier neerschoten zou er misschien wel een mogelijkheid moeten zijn om de foto s van de verdachten te publiceren. Dit alleen als alle andere opsporingsmethoden door de politie al zijn toegepast, de publicatie alleen als doel heeft de opsporing en het dienen van het algemeen belang en de rechter-commissaris erover heeft geoordeeld zou er wel een mogelijkheid moeten zijn. Maar nogmaals, dit hangt geheel af van de omstandigheden van het geval. Als iemand al is veroordeeld hoeft ook geen foto in de krant te komen. Leedtoevoeging, repressie en resocialisatie zijn de doelen van het strafrecht. Als iemand zijn straf heeft uitgezeten moet hij de mogelijkheid krijgen om te resocialiseren. Op het moment dat iemand als pedofiel of moordenaar met volledige naam en portret in de krant wordt gezet, is de resocialisatie heel moeilijk. Als iemand uit de gevangenis komt kan de media dit zien als nieuwswaarde, maar dit kan eigenlijk ook zonder foto en het noemen van de volledige naam. Op het moment dat het gaat om iets wat mijn kind zou betreffen, zoals de kwestie van de zeilschoolhouder, dan zou ik waarschijnlijk anders reageren omdat het dan heel erg persoonlijk wordt. Dan reageer ik als vader en niet als advocaat. Zelf adviseer ik cliënten niet snel om een procedure te starten tegen een publicatie. Vooral als het gaat om publicaties op internet is het moeilijk. Meestal worden mijn cliënten ingelicht als er over ze wordt geschreven. Dit zou dan eventueel kunnen worden tegengehouden met een kort geding, maar hier hangt het ook af van de omstandigheden van het geval en in hoeverre het de privacy van mijn cliënt zal schaden hoe ik zal adviseren. 71 Strafrechtadvocaat bij Kuijpers & Nillesen advocaten. 29

31 5.5. Peter Plasman 72 en Peter R. de Vries 73 In de uitzending van Pauw en Witteman van 2 mei 2012 laat Peter Plasman zich uit over de publicatie van foto s van de verdachten in de zaak op de overval van de juwelier. Plasman is van mening dat de actie geslaagd is, nu de verdachten zijn opgepakt. Hij vindt echter dat niet moet worden aangenomen, nu de actie heeft gewerkt, de methode ook goed is. Volgens hem zijn er genoeg, minder ingrijpende methoden die toegepast kunnen worden. Alle opsporingsmethode zijn vastgelegd in de wet, maar bij deze bijzondere opsporingsmethode, de publicatie van het portret van verdachten heeft de Staat volledig vrij spel. Hij is van mening dat het tijd wordt dat er regels komen. Het vertonen van de foto s is volgens hem het begin van trial by media. Met het publiceren van de camerabeelden van de overval is, in deze kwestie, echter niets mis, aangezien de verdachten hadden kunnen weten dat ze zouden worden gefilmd. Echter het duidelijk tonen van de foto s in de media gaat te ver. Er is nog geen zekerheid dat de verdachten de daders zijn en daarom zou een publicatie zoals in onderhavig geval heeft plaatsgevonden bij de wet moeten worden verboden. De mening van Peter R. de Vries die in dezelfde uitzending aanwezig was, stond lijnrecht tegenover de mening van Plasman. Hij vindt dat op het moment dat sprake is van serieuze aantijgingen, de ouders inmiddels zijn verzocht om de verblijfplaats van de verdachten kenbaar te maken aan de politie en hier niet aan mee willen werken en de verdachten zich ook niet zelf melden, een publicatie van een dergelijke foto niet onrechtmatig is. Als de opsporing niet op een andere, net zo n snelle manier kan, dan is niets mis met een publicatie van de foto s. In het verleden lagen de kosten van een opsporing heel hoog en duurde vaak onnodig lang. Dit is een snelle, goedkope manier. Uiteraard dienen er wel duidelijke aanwijzingen en of bewijzen te zijn tegen verdachten, maar aangezien in deze kwestie justitie de foto s reeds had vrijgegeven bestond er weinig twijfel over de betrokkenheid van de verdachten bij de overval Jens van den Brink 74 Jens heeft jaren ervaring in het mediarecht. Hij is al diverse malen benaderd door cliënten met de vraag of het verstandig is een foto van een verdachte te plaatsen. Om hier een antwoord op te geven kijkt hij naar de omstandigheden van het geval. Jens geeft onder andere aan dat er een groot verschil is met tien jaar geleden. Tegenwoordig is bijna alles openbaar en uit de rechtspraak blijkt ook dat dit wordt meegewogen door de rechter. Het zomaar plaatsen van een foto zou niet het uitgangspunt moeten zijn. Er zou hier wel echt reden en aanleiding voor moeten zijn. Op het moment dat je op straat iemand doodschopt, dan kun je voorzien dat deze beelden worden gepubliceerd. Veelvuldig wordt de term trial by media gebruikt. Een interessante uitspraak volgens Jens, aangezien de rol van de media is om misstanden in de samenleving aan de kaak te stellen. Wat betreft het onherkenbaar maken van de geportretteerde is Jens duidelijk: een balkje werkt niet, als het echt onherkenbaar gemaakt moet worden, dien je het gelaat te blurren. De meest opmerkelijke zaak van dit moment waar Jens de media heeft bijgestaan vindt hij Rex van P./Het Parool. Hij vindt het onbegrijpelijk dat na alles wat Rex van P. heeft gedaan het Hof de publicatie van de foto door Het Parool onrechtmatig geacht. Er is inmiddels cassatie ingesteld. 72 Strafrechtadvocaat bij Plasman Advocaten Advocaat bij Kennedy Van der Laan, gespecialiseerd in mediarecht. 30

32 5.7. Tussenconclusie Voor mij is het heel duidelijk geworden dat de meningen van de personen die ik heb geïnterviewd vrij ver uit elkaar liggen, wat ik overigens niet opmerkelijk vindt. De personen uit de media, Paul Vugts en Ton van Dijk en de mediarecht advocaat Jens van den Brink, hebben er alles aan gedaan om mij te overtuigen dat de vrijheid van meningsuiting voorop moet staan. Het is volgens hen de rol van de media om misstanden aan de kaak te stellen en dit moet gaan voor het recht op privacy. Wel vinden zij alle drie dat het afhangt van de omstandigheden van het geval en dat niet zomaar moet worden gepubliceerd. Ook Peter R. de Vries deelt deze opvattingen. Aan de andere kant van de lijn staat de strafrechtadvocaat. Johan Keizer, de strafrechtadvocaat die ik zelf heb gesproken was heel duidelijk. Het recht van privacy gaat voor op het recht van vrijheid van meningsuiting. Wel dient er volgens hem een opening te zijn in de wet, namelijk dat in bijzondere, uitzonderlijke gevallen het publiceren van foto s van verdachten wel mogelijk moet kunnen zijn. Ook Peter Plasman was duidelijk in zijn standpunt. Het recht van privacy is belangrijker en er zijn voldoende andere opsporingsmethoden die minder inbreuk op de privacy opleveren. 31

33 6. Conclusie Voor aanvang van dit onderzoek wist ik weinig over het portretrecht en nog minder over het portretrecht van verdachten en veroordeelden. Als ik eerlijk ben had ik maar een mening over het portretrecht van verdachten en veroordeelden; zij zouden een dergelijk recht niet moeten hebben. Ze hebben tenslotte in de meeste gevallen verkeerd gehandeld. Na het kijken van de uitzending van Pauw en Witteman kwam ik er al snel achter dat niet iedereen die mening deelde. Ik ben vervolgens direct op zoek gegaan naar de relevante wetgeving omtrent dit onderwerp en ontdekte dat het portretrecht geen zwart-wit onderwerp is. Ik heb moeten concluderen dat zowel de media, en dan met name de dagbladen en de televisie, als de rechters aan de hand van de omstandigheden van het geval een afweging maken. Als een ding duidelijk is geworden is het wel dat het portretrecht heel casuïstisch is. Het fundamentele grondrecht, het recht op privacy is voor mij vrij duidelijk. De media kunnen tegen dit recht echter het recht op vrijheid van meningsuiting inroepen. Gebleken is dat deze grondrechten niet, of in ieder geval moeilijk, samen door een deur kunnen. Om een goed antwoord te kunnen vinden op de hoofdvraag wanneer een portret van een verdachte of veroordeelde openbaar gemaakt mag worden heb ik voornamelijk onderzoek gedaan binnen de rechtspraak. Gebleken is dat hier geen duidelijke lijn wordt getrokken en ik dus ook geen simpel antwoord op de vraag kan geven. De diverse rechterlijke instanties zijn het regelmatig met elkaar oneens, wat voor meer verwarring zorgt. Om de tegenstrijdige regels en uitspraken te illustreren verwijs ik naar de rechtmatige publicatie van de foto van de veroordeelde Ferdi E. De Hoge Raad oordeelde dat de publicatie rechtmatig was, ook al was er geen opsporingsbelang meer en was Ferdi E. reeds schuldig bevonden. Er is nog voldoende nieuwswaarde aldus de Hoge Raad. Daar tegenover staat dat het onrechtmatig is om herkenbare beelden te tonen van een zeilschoolhouder, die is veroordeeld wegens ontucht met kinderen en tijdens zijn proeftijd toch les heeft gegeven aan kinderen. Aangezien de zeilschoolhouder zelf al heeft aangegeven dat hij de regels tijdens zijn proeftijd heeft geschonden, is er geen nieuwswaarde meer, aldus de rechter. Wat mij betreft een vrij opmerkelijke uitspraak, aangezien ik graag op de hoogte zou willen zijn van dergelijke misstanden in de samenleving, vooral omdat de zeilschoolhouder zelfs tijdens zijn proeftijd de regels heeft overtreden. Daarbij denk ik vooral aan de omstandigheid dat ik zelf kinderen zou hebben die ik naar een zeilschool zou brengen. Met name na het lezen van jurisprudentie omtrent dit onderwerp en de gesprekken met de mensen uit de praktijk blijkt dat de maatschappij aan het veranderen is. Waar men vroeger nog zaken privé en geheim kon houden ligt tegenwoordig alles op straat. Bijna iedereen heeft een telefoon met camera en alles kan direct worden gedeeld via Facebook of Twitter. Na het vrijgeven van de beelden van de mishandeling in Eindhoven werden de foto s direct gedeeld via de social media en vrijwel direct na de publicatie zijn de verdachten opgepakt of hebben zich vrijwillig gemeld. Of dit niet was gebeurd als er niet was gepubliceerd blijft natuurlijk altijd de vraag en alleen de verdachten zelf weten of zij zich zonder een openbaarmaking van hun portret hadden gemeld. De publicaties van de foto s van verdachten lijken een juiste opsporingsmethode te zijn. Uiteraard kan getwist worden over het feit of er misschien geen andere, minder ingrijpende opsporingsmethode kan worden aangewend. 32

34 Zelf deel ik het oordeel van de rechtbank Den Haag die in februari van dit jaar oordeelde dat bij het plegen van een misdrijf iedereen kan voorzien dat beeldopnames en foto s worden gemaakt en dat deze in de huidige maatschappij waarschijnlijk zullen worden gepubliceerd, vooral als het om misdrijven gaat die de samenleving ernstig schokken. Ik heb gemerkt dat mijn mening aan het begin van het onderzoek dat verdachten en veroordeelden geen portretrecht zouden moeten hebben wel een beetje is bijgesteld. Het feit dat PowNed, X alleen onherkenbaar mocht tonen vond ik in eerste instantie onbegrijpelijk, X had tenslotte een scooter gestolen en naar mijn mening moet je van de spullen van iemand anders afblijven. Inmiddels kijk ik er toch anders tegenaan. Als X herkenbaar in beeld komt, kan hij door een relatief licht vergrijp op jonge leeftijd voor de rest van zijn leven door de beelden worden achtervolgd en ik denk niet dat dat de bedoeling is. Wordt X volgend jaar weer gepakt voor een dergelijke diefstal, dan verandert de situatie natuurlijk wel. Als het gaat om verdachten of veroordeelden die later onschuldig blijken te zijn is een publicatie van een foto wel een enorme inbreuk op het privacy recht. Het is, ook wat mij betreft, afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Als de media publiceren om misstanden aan de kaak te stellen of iemand is veroordeeld vanwege een ernstig misdrijf ligt een publicatie volgens mij meer voor de hand. Al met al kan ik concluderen, tezamen met een ieder die ik heb gesproken en de rechters in Nederland, dat beide grondrechten even zwaar wegen, maar dat aan de omstandigheden van het geval dient te worden beoordeeld of het ene recht zwaarder zou moeten wegen dan het andere recht. Als sprake is van een opsporingsbelang, het aan de kaak stellen van misstanden in de samenleving, de publicatie van een portret een functie en daarmee nieuwswaarde heeft wordt in de meeste gevallen de vrijheid van meningsuiting belangrijker geacht. Worden beelden en foto s echter alleen gebruikt voor entertainment en draagt een publicatie niet bij aan een publiek debat van algemeen belang, dan gaat het recht op privacy voor en mogen de media niet, of in ieder geval geen herkenbare beelden of foto s van verdachten en veroordeelden plaatsen. 33

35 Literatuurlijst Gielen e.a Ch. Gielen e.a., Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, Deventer: Kluwer 2007 Het Groene Boekje 2005 Het Groene Boekje. Woordenlijst Nederlandse taal (samengesteld door het Instituut voor Nederlandse Lexicologie in opdracht van de Nederlandse Taal-unie), Den Haag: Sdu Renkema 2012 J. Renkema, Schrijfwijzer, Amsterdam: Boom Schuijt 2005 G. Schuijt, Het portret van Mohammed B., NJB 2005, 6, p Schuijt 2006 G.A.I. Schuijt, Vrijheid van nieuwsgaring, Den Haag: Boom Juridische uitgevers 2006 Schuijt & Visser 2003 G. Schuijt & D. Visser, Portretrecht voor iedereen, Amsterdam: Mets & Schilt 2003 Spoor, Verkade & Visser 2005 J.H. Spoor, D.W.F. Verkade & D.J.G. Visser, Auteursrecht. Auteursrecht, naburige rechten en databankenrecht, Deventer: Kluwer 2005 Stevens 2010 L. Stevens, Strafzaken in het nieuws. Over ontsporende media en de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie, NJB 2010, 19, p

36 Jurisprudentielijst EHRM 26 april 1979, NJ 1980, 146 (Sunday Times) EHRM 23 september 1994, NJ 1995, 387 (Jersild) EHRM 11 januari 2000, NJ 2001, 74, m. nt. E.J. Dommering (News Verlag/Oostenrijk) EHRM 24 juni 2004, Mf 2004, 27, p. 252, m.nt. Schuijt (Caroline von Hannover I/Duitsland) EHRM 7 december 2006, Mediaforum , 9 (Österreichischer Rundfunk/Oostenrijk) EHRM 14 juni 2007, NJ 2008, 583 EHRM 25 maart 2008, appl. nr /02 (Vitan vs. Roemenië) EHRM 28 april 2009, NJ 2009, 522, m.nt. E.J. Dommering (Karakó/Hongarije) EHRM 7 februari 2012, RAV 2012, 41 (Caroline von Hannover II) EHRM 7 februari 2012, NJ 2013, 251 (Springer/Duitsland) HR 19 januari 1979, NJ 1979, 383 ( t Schaep met de vijf pooten) HR 30 oktober 1987, NJ 1988, 277 (Naturiste) HR 1 juli 1988, NJ 1988, 1000 m. nt. L. Wichers Hoeth (Vondelpark I) HR 21 januari 1994, IAMII , p. 93 m.nt. G.A.I. Schuijt (Ferdi E.) HR 2 mei 2005, LJN AF3416 (Niessen & IPA/Storms Factory/Breekijzer) HR 5 oktober 2012, NJ 2012, 571 Hof Amsterdam 14 januari 1993, AMI 1993, 6, p. 114 (Bokser) Hof Amsterdam 18 juli 2003, LJN: AI0123 Hof Amsterdam 31 oktober 2007, LJN BB6850 (Zeilschoolhouder/Peter R. de Vries) Hof Amsterdam 8 maart 2011, LJN BP6989 Hof Amsterdam 20 maart 2012, LJN BV9304 (Rex van P./Het Parool) Hof Amsterdam 22 mei 2012, LJN BW6242 Rb. Den Haag 7 december 1965, BIE 1966, 240 (Feyenoord spelers) Rb. Amsterdam 12 mei 1977, Auteursrecht 1981, 2 (Phil Bloom) Rb. Den Haag 29 januari 1985, KG 1985, 55 (Propagandafilm Centrumpartij) Rb. Amsterdam 2 januari 1995, KG 1995, 71 Rb. Amsterdam 10 juli 1996, Mediaforum 1996, 10 (Wastelandparty) Rb. Amsterdam 21 november 2002, Mediaforum 2003, 1 (Endstra/Quote I) Rb. Arnhem (vzr.) 12 februari 2003, KG 2003, 86 35

37 Rb. Amsterdam (vzr.) 26 augustus 2004, NJ 2004, 578 Rb. Amsterdam (vzr.) 30 september 2004, LJN AR3019 Rb. Amsterdam (vzr.) 29 november 2004, LJN AR6898 Rb. Amsterdam (vzr.) 13 september 2007, NJF 2007, 483 Rb. Amsterdam 19 oktober 2007, LJN BB6405. (Zeilschoolhouder/Peter R. de Vries) Rb. Breda 29 februari 2008, LJN BC5372 Rb. Amsterdam (vzr.) 7 augustus 2008, LJN BD9704 Rb. Amsterdam (vzr.) 2 december 2008 LJN BG5811 (X/Sanoma) Rb. Amsterdam 29 december 2010, LJN BP5172 Rb. Amsterdam 7 maart 2012, B (Marcel B./Hearst) Rb. Amsterdam (vzr.) 24 maart 2012, LJN BW0619 Rb. Amsterdam (vzr.) 14 april 2012, LJN BW2460 Rb. Den Haag 7 februari 2013, LJN BZ0977 Rb. Midden-Nederland 24 maart 2013, NJF 2013/214 RvdJ 29 augustus 2001, nr. 2001/37 (Bernaars/VARA TV-magazine) RvdJ 29 april 2011, nr. 2011/32 (X/De Witt Wijnen) 36

Portretrecht. Daniël Haije Vrije Universiteit. Plan van behandeling. Wat is een portret? Click to edit Master text body body 24-11-2011

Portretrecht. Daniël Haije Vrije Universiteit. Plan van behandeling. Wat is een portret? Click to edit Master text body body 24-11-2011 Portretrecht Daniël Haije Vrije Universiteit Amsterdam, 18 oktober 2011 Plan van behandeling Wat is een portret? In opdrachtgemaakt portret(artt. 19 en 20 Aw). Verbodsrecht geportretteerde Niet in opdracht

Nadere informatie

Richtlijnen foto en publicatie materiaal voor de Veluwse Onderwijsgroep l Engbert de Jong

Richtlijnen foto en publicatie materiaal voor de Veluwse Onderwijsgroep l Engbert de Jong Richtlijnen foto en publicatie materiaal voor de Veluwse Onderwijsgroep 09 10 2014 l Engbert de Jong Versiebeheer Versie Datum Auteur Omschrijving 0.00 20140916 Engbert de Jong Initieel document 0.02 20141009

Nadere informatie

Foto's en het portretrecht

Foto's en het portretrecht pagina 1 van 8 Homepage Categorieën Lijst A-Z Willekeurig artikel Herpubliceren? Over deze site Blog Contact Typ zoekopdracht hier Zoek Foto's en het portretrecht Wie op de foto staat, kan via zijn portretrecht

Nadere informatie

34300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2016

34300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2016 34300 VI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Veiligheid en Justitie (VI) voor het jaar 2016 Nr. 75 Brief van de minister van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010

Rapport. Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014. Rapportnummer: 2014/010 Rapport Rapport over een klacht over het College van procureurs-generaal te Den Haag. Datum: 25 februari 2014 Rapportnummer: 2014/010 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat het College van procureurs-generaal

Nadere informatie

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige

De Minister van Veiligheid en Justitie. Postbus 20301 2500 EH Den Haag. Advies wetsvoorstel toevoegen gegevens aan procesdossier minderjarige POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl www.mijnprivacy.nl AAN De Minister van Veiligheid en Justitie

Nadere informatie

SCHOTELANTENNES. Wettelijk kader

SCHOTELANTENNES. Wettelijk kader SCHOTELANTENNES Ondanks de technologische ontwikkelingen met betrekking tot de ontvangst van televisiesignalen blijven schotelantennes populair om televisie mee te kijken. Ook VvE s worden geconfronteerd

Nadere informatie

31 mei 2012 z2012-00245

31 mei 2012 z2012-00245 De Staatssecretaris van Financiën Postbus 20201 2500 EE DEN HAAG 31 mei 2012 26 maart 2012 Adviesaanvraag inzake openbaarheid WOZwaarde Geachte, Bij brief van 22 maart 2012 verzoekt u, mede namens de Minister

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2016:199

ECLI:NL:RBAMS:2016:199 ECLI:NL:RBAMS:2016:199 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 20-01-2016 Datum publicatie 02-02-2016 Zaaknummer C/13/572226 / HA ZA 14-903 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Intellectueel-eigendomsrecht

Nadere informatie

Richtlijnen maken en gebruiken (portret)foto s

Richtlijnen maken en gebruiken (portret)foto s Richtlijnen maken en gebruiken (portret)foto s Samengesteld door de centrale schoolleiding: januari 2008 Goedgekeurd door de kerndirectie: april 2008 Bestuur/CSL februari 2008 RICHTLIJNEN MAKEN EN GEBRUIKEN

Nadere informatie

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman)

arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) arrest GERECHTSHOF AMSTERDAM Parketnummer: X Datum uitspraak: 20 oktober 2016 TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsman) Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis

Nadere informatie

Onderzoek naar de aanpak van bedreiging en stalking door Bekir E. Plan van aanpak

Onderzoek naar de aanpak van bedreiging en stalking door Bekir E. Plan van aanpak Onderzoek naar de aanpak van bedreiging en stalking door Bekir E. Plan van aanpak 1 Inleiding 3 2 Doelstelling en onderzoeksvragen 4 2.1 Doelstelling 4 2.2 Centrale vraag en deelvragen 4 2.3 Afbakening

Nadere informatie

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers

Datum 5 november 2012 Onderwerp Antwoorden kamervragen over strafrechtelijke ontruiming van krakers 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

1.3. Op 16 januari 20 15 is mondeling vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de schriftelijke uitwerking en is op 30 januari 2015 opgemaakt.

1.3. Op 16 januari 20 15 is mondeling vonnis gewezen. Het onderstaande vormt hiervan de schriftelijke uitwerking en is op 30 januari 2015 opgemaakt. ls Afdeling Civiel recht handelskamer locatie Lelystad zaaknummer I rolnummer: C/161384710 I KL ZA 15-11 Vonnis in kort geding van in de zaak van 1. KARL NOTEN, wonende te IJsselstein, 2. de besloten vennootschap

Nadere informatie

Portretrecht: 10 basisprincipes onder Belgisch recht

Portretrecht: 10 basisprincipes onder Belgisch recht Portretrecht: 10 basisprincipes onder Belgisch recht Mr. Bart Van Besien Advocaat [email protected] Het portretrecht (ook wel het recht op afbeelding genoemd) hangt nauw samen met het recht op privacy. Het

Nadere informatie

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding

MEMORIE VAN TOELICHTING ALGEMEEN. 1. Inleiding Wijziging van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering teneinde nader inhoud te geven aan het beginsel van openbaarheid van de behandeling van zaken betreffende personen- en familierecht MEMORIE VAN

Nadere informatie

ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752

ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752 ECLI:NL:RBARN:2010:BN9752 Instantie Rechtbank Arnhem Datum uitspraak 04-10-2010 Datum publicatie 07-10-2010 Zaaknummer 205064 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht Eerste aanleg

Nadere informatie

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Weert. Datum: 27 juni Rapportnummer: 2013/073

Rapport. Rapport over een klacht over de gemeente Weert. Datum: 27 juni Rapportnummer: 2013/073 Rapport Rapport over een klacht over de gemeente Weert. Datum: 27 juni 2013 Rapportnummer: 2013/073 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat een consulent van de sociale dienst van de gemeente Weert hem heeft

Nadere informatie

Camera-toezicht op de werkplek

Camera-toezicht op de werkplek Camera-toezicht op de werkplek december 2006 mr De auteur heeft grote zorgvuldigheid betracht in het weergeven van delen uit het geldende recht. Evenwel noch de auteur noch kan aansprakelijk worden gesteld

Nadere informatie

Datum 19 december 2014 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het strafbaar stellen van wraakporno

Datum 19 december 2014 Onderwerp Antwoorden Kamervragen over het strafbaar stellen van wraakporno 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, Datum uitspraak: Datum publicatie:

LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, Datum uitspraak: Datum publicatie: LJN: BV6124,Voorzieningenrechter Rechtbank Arnhem, 225359 Datum uitspraak: 15-02-2012 Datum publicatie: Rechtsgebied: 17-02-2012 Handelszaak Soort procedure: Kort geding Inhoudsindicatie: In deze zaak

Nadere informatie

Internet en het juridisch aspect. Mr. Yvonne Schipper

Internet en het juridisch aspect. Mr. Yvonne Schipper Internet en het juridisch aspect Mr. Yvonne Schipper COOKIEWETGEVING Cookiewetgeving Wat is een cookie Soorten cookies - First party - Third party Toestemming OPT-regeling Cookiewetgeving Bescherming voor

Nadere informatie

Kennisneming door de rechter van vertrouwelijke stukken buiten partijen om

Kennisneming door de rechter van vertrouwelijke stukken buiten partijen om NOTENKRAKER Kennisneming door de rechter van vertrouwelijke stukken buiten partijen om CBb 14 oktober 2011, nr. AWB 10/85 en 10/86 E.J. Daalder 1 Inleiding Uit het in, onder meer, artikel 6 EVRM neergelegde

Nadere informatie

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 oktober 2015.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 oktober 2015. ECLI:NL:RBROT:2015:7773 Instantie: Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak: 29-10-2015 Datum publicatie: 02-11-2015 Zaaknummer: 11/870399-12.ov Rechtsgebieden: Strafrecht Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg

Nadere informatie

Nieuwsbrief NOvA Tuchtrecht Updates

Nieuwsbrief NOvA Tuchtrecht Updates Nieuwsbrief NOvA Tuchtrecht Updates 2019-1 Nummer 1, 2019 INHOUDSOPGAVE 1. Wat een behoorlijk advocaat betaamt Raad van Discipline Amsterdam, ECLI:NL:TADRAMS:2019:28 05-02-2019 Dekenbezwaar. Verweerster

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:5165

ECLI:NL:RBDHA:2017:5165 ECLI:NL:RBDHA:2017:5165 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 08-05-2017 Datum publicatie 22-05-2017 Zaaknummer AWB - 16 _ 8187 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht

Nadere informatie

Ontwerpbesluit inzake de verklaring omtrent de rechtmatigheid van de verwerking pre-employment screening van Randstad Nederland B.V.

Ontwerpbesluit inzake de verklaring omtrent de rechtmatigheid van de verwerking pre-employment screening van Randstad Nederland B.V. POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 INTERNET www.cbpweb.nl Ontwerpbesluit inzake de verklaring omtrent de rechtmatigheid

Nadere informatie

1 van 5 3-11-2011 12:30

1 van 5 3-11-2011 12:30 1 van 5 3-11-2011 12:30 LJN: BT8389, Rechtbank Amsterdam, 500359 / KG ZA 11-1490 MvW/BB Datum uitspraak: Datum publicatie: Rechtsgebied: 18-10-2011 18-10-2011 Civiel overig Soort procedure: Kort geding

Nadere informatie

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel )

JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) JPF 2013/115 Rechtbank Den Haag 11 februari 2013, C/09/419508 FA RK 12-3722; ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ3284. ( mr. Brakel ) [De minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], Frankrijk, wonende

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:2833

ECLI:NL:CRVB:2017:2833 ECLI:NL:CRVB:2017:2833 Instantie Datum uitspraak 09-08-2017 Datum publicatie 18-08-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/8007 ZVW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522

ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522 ECLI:NL:RBLEE:2009:BJ8522 Instantie Rechtbank Leeuwarden Datum uitspraak 17-09-2009 Datum publicatie 24-09-2009 Zaaknummer 99339 / KG ZA 09-274 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 41 d.d. 22 februari 2011 (mr. B.F. Keulen, voorzitter, mw. mr. E.M. Dil-Stork en prof. mr. M.L. Hendrikse) Samenvatting Natura-uitvaartverzekering.

Nadere informatie

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar Beslissing op bezwaar Kenmerk: 24055/2010018942 Betreft: Beslissing op bezwaar inzake Wob besluit naar aanleiding van verzoek om openbaarmaking door de VARA Het Commissariaat voor de Media, gezien het

Nadere informatie

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012

1 Rechtbank Breda, 13 juli 2012 BEDRIJFSOPVOLGINGSFACILITEIT SUCCESSIEWET OOK VOOR PRIVÉVERMOGEN? Op 13 juli 2012 heeft rechtbank Breda uitspraak gedaan in een zaak over de bedrijfsopvolgingsfaciliteit uit de Successiewet 1956 (LJN:

Nadere informatie

Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R.

Datum 23 februari 2012 Onderwerp Beantwoording Kamervragen over de voorlopige hechtenis van dhr. R. 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den

Nadere informatie

ECLI:NL:RBMNE:2015:4984 Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer C/16/ / HA RK

ECLI:NL:RBMNE:2015:4984 Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer C/16/ / HA RK ECLI:NL:RBMNE:2015:4984 Instantie Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak 03-07-2015 Datum publicatie 06-07-2015 Zaaknummer C/16/393610 / HA RK 15-129 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Het portret van Mohammed B.

Het portret van Mohammed B. 05 18 05 artikel 1 02-05-2005 17:04 Pagina 938 Prof. mr G. Schuijt Het portret van Mohammed B. De media moeten zich bij de bepaling van hun beleid door journalistieke overwegingen laten leiden en hoeven

Nadere informatie

Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag

Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag RAPPORT Vergoeding kosten van de bank bij conservatoir beslag Een onderzoek naar een afwijzing van het Openbaar Ministerie in Den Haag om kosten na vrijspraak te vergoeden. Oordeel Op basis van het onderzoek

Nadere informatie

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 ECLI:NL:RBSGR:2006:AY9580 Instantie Datum uitspraak 05-09-2006 Datum publicatie 06-10-2006 Rechtbank 's-gravenhage Zaaknummer AWB 05/37675 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht

Nadere informatie

Een recht om te worden vergeten. En wat dat wel niet betekent

Een recht om te worden vergeten. En wat dat wel niet betekent Een recht om te worden vergeten. En wat dat wel niet betekent Prof. mr. G-J. (Gerrit-Jan) ZWENNE Leiden Het recht om te worden vergeten ( right to be forgotten ) Wat is dat eigenlijk? 1 Mario COSTEJA GONZÁLEZ

Nadere informatie

Cruijff/Tirion. Commercieel portretrecht, privacy en redelijke vergoeding

Cruijff/Tirion. Commercieel portretrecht, privacy en redelijke vergoeding annotatie Ars Aequi november 2013 1 Annotatie arsaequi.nl/maandblad AA201301 Cruijff/Tirion. Commercieel portretrecht, privacy en redelijke vergoeding Prof.mr. D.J.G. Visser * Hoge Raad 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA2788

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2017:2237

ECLI:NL:RBOVE:2017:2237 ECLI:NL:RBOVE:2017:2237 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 26-04-2017 Datum publicatie 31-05-2017 Zaaknummer 08/910083-15 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Strafrecht Raadkamer

Nadere informatie

Besluitvorming over bijzondere opsporingsbevoegdheden in de aanpak van georganiseerde criminaliteit

Besluitvorming over bijzondere opsporingsbevoegdheden in de aanpak van georganiseerde criminaliteit SAMENVATTING De Wet BOB: Titels IVa en V in de praktijk Besluitvorming over bijzondere opsporingsbevoegdheden in de aanpak van georganiseerde criminaliteit Mirjam Krommendijk Jan Terpstra Piet Hein van

Nadere informatie

Handboek. Kennisgeving DTP - FOTOGRAFIE - TRAINING - VOETBAL

Handboek. Kennisgeving DTP - FOTOGRAFIE - TRAINING - VOETBAL Handboek 1 Kennisgeving DTP - FOTOGRAFIE - TRAINING - VOETBAL Kennisgeving Richi Franken (Producties) waarborgt zijn kwaliteit en diensten. En biedt u daarom vele mogelijkheden. Om al deze mogelijkheden

Nadere informatie

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars)

Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B (Nestlé/Mars) De art. 6:193a e.v. BW, art. 6:194 BW en art. 6:194a BW Paul Geerts, Rijksuniversiteit Groningen Noot onder Vzr. Rb. Amsterdam 25 november 2010, B9 9243 (Nestlé/Mars) 1. In Vzr. Rb. Amsterdam 25 november

Nadere informatie

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen

de minister van Economische Zaken, de heer mr L.J. Brinkhorst Postbus 20101 2500 EC Den Haag Ministeriële regeling afsluitingen POSTADRES Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag BEZOEKADRES Juliana van Stolberglaan 4-10 TEL 070-88 88 500 FAX 070-88 88 501 E-MAIL [email protected] INTERNET www.cbpweb.nl AAN de minister van Economische Zaken,

Nadere informatie

Rapport. Datum: 9 november 2007 Rapportnummer: 2007/251

Rapport. Datum: 9 november 2007 Rapportnummer: 2007/251 Rapport Datum: 9 november 2007 Rapportnummer: 2007/251 2 Klacht Verzoeker deed op 2 maart 2004 aangifte tegen zijn buurman, de heer Y, wegens vernieling van een aantal bomen, struiken en planten. Verzoeker

Nadere informatie

SCHOTELANTENNES. Daarnaast zijn er in de MR s nog meer artikelen terug te vinden die in deze

SCHOTELANTENNES. Daarnaast zijn er in de MR s nog meer artikelen terug te vinden die in deze SCHOTELANTENNES Ondanks de technologische ontwikkelingen met betrekking tot de ontvangst van televisiesignalen blijven schotelantennes populair om televisie mee te kijken. Ook VvE s worden geconfronteerd

Nadere informatie

Hebben goedgevonden en verstaan: ARTIKEL I

Hebben goedgevonden en verstaan: ARTIKEL I Besluit van, houdende wijziging van het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met de implementatie van de richtlijn 2011/93/EU van het Europees Parlement en de Raad ter bestrijding

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297

Rapport. Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297 Rapport Datum: 15 december 2008 Rapportnummer: 2008/297 2 Klacht Verzoeker is op 8 november 2006 door de politie aangehouden wegens stalking van zijn ex-echtgenote. In dit verband klaagt verzoeker erover

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/190 2 Klacht Verzoekers klagen erover dat het regionale politiekorps Utrecht hun verzoek om vergoeding van de schade als gevolg van een politieonderzoek in

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2015:389

ECLI:NL:RBNNE:2015:389 ECLI:NL:RBNNE:2015:389 Instantie Datum uitspraak 03-02-2015 Datum publicatie 03-02-2015 Zaaknummer Awb 15/245 Rechtsgebieden Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Voorlopige voorziening

Nadere informatie

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving

Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving ϕ Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving Directie Juridische en Operationele Aangelegenheden Postadres: Postbus 2030, 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3181

ECLI:NL:CRVB:2016:3181 ECLI:NL:CRVB:2016:3181 Instantie Datum uitspraak 22-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3877 PW-VV Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

BESLUIT. 4. Artikel 56 Mededingingswet (hierna: Mw) luidde tot 1 juli 2009, voor zover van belang, als volgt:

BESLUIT. 4. Artikel 56 Mededingingswet (hierna: Mw) luidde tot 1 juli 2009, voor zover van belang, als volgt: Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 6494_1/309; 6836_1/220 Betreft zaak: Limburgse bouwzaken 1 en 2 / de heer [A] Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit

Nadere informatie

Samenvatting strafzaken die in 2008 zijn aangemeld bij/afgedaan door de Toegangscommissie

Samenvatting strafzaken die in 2008 zijn aangemeld bij/afgedaan door de Toegangscommissie Samenvatting strafzaken die in 2008 zijn aangemeld bij/afgedaan door de Toegangscommissie Van onderstaande zaken zijn nummer 0038 t/m 0052 in 2008 onder de aandacht gebracht. Zaak 0031 is zowel in 2006,

Nadere informatie

De toenemende invloed van het Handvest op het auteursrecht AIPPI. woensdag 11 maart 2015

De toenemende invloed van het Handvest op het auteursrecht AIPPI. woensdag 11 maart 2015 De toenemende invloed van het Handvest op het auteursrecht AIPPI woensdag 11 maart 2015 1 Quaedvlieg 2006 Het lijkt geen goed idee dat iedere individuele rechter in ieder individueel geval een eigen afweging

Nadere informatie