Calamiteitenplan Hoogheemraadschap van Delfland 2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Calamiteitenplan Hoogheemraadschap van Delfland 2014"

Transcriptie

1 Calamiteitenplan Hoogheemraadschap van Delfland 2014

2 Versie Gewijzigd door (=beherend team) Vastgesteld door Vastgesteld op 1.0 BBC- team Communicatie & College van D&H 07 juni 2011 (Ontwerp) Crisisbeheersing 1.1 BBC- team Communicatie & College van D&H 06 december 2011 (definitief) Crisisbeheersing 1.2 BBC- team Communicatie & Crisisbeheersing Secretaris-directeur 17 april

3 INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding Aanleiding Leeswijzer Definities van incident, calamiteit, ramp en crisis Doel van het Plan Afbakening van het plan Calamiteitenbestrijdingsplannen en supplementen Relatie met andere plannen Missie en Visie van Delfland Missie Visie Uitgangspunten van het calamiteitenplan Taken Delfland algemeen Gebiedsbeschrijving Zorg voor beheer watersysteem Wettelijk kader calamiteitenbestrijding en bevoegdheden Wettelijk kader preparatiefase Wettelijk kader repressie (respons)fase (bevoegdheden tijdens calamiteitenbestrijding) Bevoegdheden algemeen bestuurlijke kolom Afstemming over maatregelen en bevoegdheden Terrorisme Van risico s naar scenario s Organisatiebehoefte Risicobeheersing Van risico s naar scenario s Opschaling en alarmering Melding en alarmering Interne opschaling Interne afschaling Regionale opschaling algemene kolom Opschaling Rijkswaterstaat (RWS) Provincie Zuid Holland Landelijke opschaling Waterkolom Landelijke opschaling bij droogte Calamiteitenorganisatie Uitgangspunten Mensen Middelen Structuur Mandaten

4 7.6 Informatiemanagement Continuïteit Preparatie Risico en Crisiscommunicatie Risicocommunicatie Crisiscommunicatie Nafase Inleiding Beschrijving nafase Herstel Overdracht verantwoordelijkheden Zorg voor eigen personeel Netwerkpartners Schade afhandeling Evaluatie Netwerkpartners Inleiding Relatie met andere draaiboeken en plannen Relevante netwerkpartners binnen de waterkolom Relevante netwerkpartners binnen de algemene kolom Overige relevante netwerkpartners Informeren van en afstemmen met relevante netwerkpartners Borging kwaliteit calamiteitenorganisatie Inleiding Kundige en goed opgeleide en geoefende medewerkers Planvorming Goede samenwerking met de crisispartners Beheer en inrichting van de calamiteitenorganisatie

5 Bijlagen 1. Afkortingen 2. Verzendlijst 5

6 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Voor u ligt het calamiteitenplan van het Hoogheemraadschap van Delfland. Dit plan regelt het optreden van Delfland bij incidenten en calamiteiten die zijn gerelateerd aan de taken van Delfland en die zich voordoen in het beheergebied. Op basis van de Waterwet, moeten waterschappen beschikken over een geoefende calamiteitenorganisatie, over calamiteiten(bestrijdings) plannen, en moeten waterschappen samenwerken met de partners in de rampenbestrijding. In een calamiteiten(bestrijdings)plan staat onder meer welke maatregelen nodig zijn en welk materieel beschikbaar is als zich een calamiteit voordoet. Het denken in risico s en scenario s wordt steeds meer gemeengoed. Ook Delfland moet op een andere, nieuwe manier gaan kijken naar taken en mogelijk falen. De rampscenario s die dit oplevert kunnen de besluitvorming in crisissituaties ondersteunen, en de communicatie met de partners in de rampenbestrijding en met burgers verbeteren. De zorg van de overheid is gericht op de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu (artikel 21 van de Grondwet). Wezenlijk onderdeel van die zorg is de voorbereiding op en de bestrijding van calamiteiten. Alle activiteiten die worden ontplooid in het kader van een goede voorbereiding op en efficiënte bestrijding van calamiteiten worden bij Delfland samengebracht in een crisisbeheersingsysteem. De bundeling van de diverse activiteiten in één systeem zorgt ervoor dat de samenhang van de activiteiten wordt gewaarborgd en gecoördineerd. Het calamiteitenplan is het basisdocument van het crisisbeheersingsysteem van Delfland en biedt een kader voor het optreden bij calamiteiten en incidenten. Het calamiteitenplan is door het college van Dijkgraaf en Hoogheemraden vastgesteld ex artikel 5.29 Waterwet en artikel 5.3 van het Waterbesluit. 1.2 Leeswijzer Het Calamiteitenplan is onderdeel van het Handboek Crisisbeheersing van Delfland (hierna: handboek). Het handboek biedt het kader voor het optreden van Delfland bij calamiteiten. Calamiteitenplan Bijlagen: Afkortingen en verklarende woordenlijst Overzichten Verzendlijst Wet- en regelgeving Kaarten Afspraken met veiligheidsregio s Richtlijn evalueren Bestrijdingsplannen Supplementen Netwerkoverzicht Crisiscommunicatieplan Opleiding- en oefenplan Personeelsoverzicht Bedrijfscontinuïteit Protocol stremmen vaarweg Werkwijze calamiteitenorganisatie Bedrijfshulpverleningsplan Wegen Afvalwaterketen Waterkwaliteit Regionale watersystemen (inclusief regionale keringen) Primaire, secundaire en voorliggende keringen 6

7 Het handboek kent 4 abstractieniveaus: 1. Beleidsmatige uitgangspunten van de calamiteitenorganisatie, bedoeld om kaders te scheppen rond de manier waarop Delfland met calamiteiten omgaat; 2. Organisatorisch/ generiek deel met een beschrijving van de organisatorische structuur en alle generieke processen, die bij alle soorten calamiteiten vergelijkbaar zijn. Het calamiteitenplan kent een aantal supplementen zoals het juridisch kader, een werkwijzebeschrijving calamiteitenorganisatie, een personeelslijst, een crisiscommunicatieplan, een Opleiden, trainen en Oefenenplan (OTO). De doelgroep van het calamiteitenplan is alle leden van de calamiteitenorganisatie. 3. Calamiteitenbestrijdingsplannen: representatieve gebeurtenissen integraal bekeken. De calamiteitenbestrijdingsplannen zijn meer operationeel van aard en richten zich op de specifieke voorbereiding van Delfland op een aantal voorzienbare risico s. De calamiteitenbestrijdingsplannen gaan op hoofdlijnen in op de (integrale) effecten, knelpunten en mogelijke maatregelen. Het is gericht op het geven van een goed integraal totaalbeeld en laat belangrijke dwarsverbanden zien. De doelgroep is vooral het waterschaps operationeel team (WOT), maar dit hoofdonderdeel bevat ook belangrijke informatie voor het Waterschaps actieteam(wat)en het Waterschap beleidsteam (WBT). Het bestrijdingsplan is opgesteld op basis van een aantal representatieve scenario s. 4. Operationele bijlagen Elk bestrijdingsplan omvat bijlagen met inzetprocedures, bereikbaarheidslijsten en -indien relevantuitwerkingen op objectniveau. Deze bijlagen zijn bedoeld voor handzaam gebruik tijdens calamiteiten De beleidsmatige uitgangspunten en het organisatorisch/generieke deel worden beschreven in het voorliggende Calamiteitenplan. Beleidsmatig deel In het beleidsmatige deel worden de kaders gegeven waarbinnen Delfland incidenten en calamiteiten bestrijdt. Hoofdstuk 2: Missie, visie en doelstellingen van Delfland op het gebied van de calamiteitenbestrijding. Hoofdstuk 3: Een korte introductie voor welke taken Delfland staat en hoe het gebied er waterstaatkundig uitziet. Hoofdstuk 4: Weergave van de wettelijke kaders waarbinnen Delfland moet opereren. Hoofdstuk 5: Op basis van een aantal mogelijke scenario s is uitgewerkt welke waterstaatkundige risico s er zijn. Organisatorische deel In het organisatorische deel wordt beschreven op welke wijze Delfland de calamiteitenbestrijding heeft georganiseerd, welke faseringen worden toegepast en dergelijke: Hoofdstuk 6: Een beschrijving van de Delflandse, de regionale en de landelijke opschalingscriteria. Hoofdstuk 7: Een beschrijving van de calamiteitenorganisatie: de indeling van die organisatie, de taken en verantwoordelijkheden. Hoofdstuk 8: Beschrijft de strategische uitgangspunten met betrekking tot de risico- en crisiscommunicatie. Hoofdstuk 9: Beschrijft de activiteiten die na afloop van een calamiteit (mogelijk) moeten worden uitgevoerd (nafase). Hoofdstuk 10: Beschrijft het netwerk waarbinnen Delfland tijdens calamiteiten opereert. Hoofdstuk 11: Beschrijft het beheer en evaluatie van het Handboek Crisisbeheersing, waaruit blijkt op welke wijze Delfland de kwaliteit van de calamiteitenorganisatie waarborgt. Bijlagen: Hierin zijn een afkortingenlijst en een verzendlijst opgenomen. 1.3 Definities van incident, calamiteit, ramp en crisis De definities bepalen de verantwoordelijkheid van verschillende overheidsorganen. Aan de hand van de vraag of sprake is van een ramp of crisis, dan wel of uitsluitend sprake is van gevaar voor een waterstaatswerk, kan worden bepaald of de afhandeling van een (dreigende) calamiteit door Delfland zelf, dan wel onder verantwoordelijkheid van de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio moet plaatsvinden. Wat is een incident? Er is geen officiële definitie van een incident. Toch wordt het woord regelmatig gebruikt. Van Dale noemt een incident 'een storend voorval'. Een incident is te omschrijven als een klein voorval of 7

8 melding dat de kerntaken van Delfland raakt of dat de openbare orde in enige mate stoort. Een incident is redelijk eenvoudig en met beperkte inzet van middelen te herstellen. Een incident is minder ernstig dan een calamiteit en valt onder de dagelijkse werkzaamheden, routine of fase 1. Een incident kan wel uitgroeien tot een calamiteit of crises en daarmee naar fase 2, 3 of 4. In geval van gevaar Delfland is in geval van gevaar, en zolang de daardoor ontstane situatie zulks noodzakelijk maakt, bevoegd de maatregelen te treffen die hij nodig oordeelt, zo nodig in afwijking van wettelijke voorschriften, met dien verstande dat hij geen maatregelen treft die in strijd zijn met de Grondwet of met internationaalrechtelijke verplichtingen (art Waterwet). Artikel 5.28 van de Waterwet geeft de volgende omschrijving van gevaar: omstandigheden waaronder de goede staat van één of meer waterstaatswerken onmiddellijk en ernstig in het ongerede is of dreigt te geraken. Waterstaatswerken omvatten (art. 1.1 Waterwet): oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk. Een calamiteit wordt binnen Delfland gedefinieerd als: 'Een gebeurtenis, al dan niet plotseling optredend, met zodanig (kans op) ernstige gevolgen voor waterkering, waterbeheersing en/of waterkwaliteit dat het noodzakelijk kan zijn af te wijken van het bestuurlijk vastgestelde beleid en/of gangbare procedures, of beslissingen te nemen waarin het vastgestelde beleid niet voorziet'. De gebeurtenissen kunnen de volgende kenmerken hebben: (mogelijke) grote maatschappelijk consequenties kunnen op het spel staan; (mogelijke)doorgaans grote belangstelling van de media; (goede) samenwerking met andere overheden en instellingen is veelal een voorwaarde voor een effectieve voorbereiding en uitvoering van maatregelen; vaak (hoge) kosten waarin de begroting niet of in slechts beperkte mate voorziet; vaak (grote) economische gevolgen. Het begrip calamiteit wordt dus breder opgevat dan het begrip gevaar, dat wettelijk omschreven is. Afwijken van beleid in geval van calamiteiten is geen probleem. Afwijken van wettelijke procedures kan alleen indien noodzakelijk in geval van gevaar in de wettelijke betekenis. Een ramp wordt in de Wet veiligheidsregio s omschreven als: een zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. Onder een crisis wordt verstaan: een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast. Bij een crisis gaat het meestal om een serie gebeurtenissen of rampen. Zij treft vaak een groot gebied en vraagt om een zware bestuurlijke coördinatie om maatregelen omtrent de crisis te beheersen en de voorlichting te coördineren. Een crisis tast de economie of de openbare orde ernstig aan. Of leidt, zoals het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming (NHC) vermeldt, tot 'een ernstige verstoring van de basisstructuren, dan wel aantasting van de fundamentele waarden en normen van het maatschappelijk systeem'. Het NHC is hét handboek van het Rijk voor de coördinatie van crisisbeheersing op rijksniveau. Het bevat afspraken om de besluitvorming bij crises af te stemmen. 8

9 Incident calamiteit ramp crisis Een incident kan zicht ontwikkelen tot een calamiteit of ramp. Incidenten doen zich dagelijks voor, calamiteiten zijn al bijzonder en een ramp of crisis gebeuren niet vaak. Een crisis vloeit niet per definitie voort uit een ramp, het zijn twee verschillende eenheden. In het handboek gebruiken we de term calamiteit, maar daar wordt ook onder verstaan een (mogelijke) ramp of crisis. 1.4 Doel van het Plan Het belangrijkste doel van dit plan is structuur bieden aan de eigen calamiteitenorganisatie, zowel tijdens de voorbereiding op calamiteiten (preparatie), tijdens de bestrijding van calamiteiten (repressie) als na de bestrijding van calamiteiten (nafase). Het calamiteitenplan is het basisdocument dat invulling geeft aan het crisisbeheersingsysteem. Het is daarmee van belang voor alle medewerkers die betrokken kunnen raken bij de voorbereiding op en de daadwerkelijke bestrijding van calamiteiten. Elke calamiteit is per definitie anders. Het calamiteitenplan en de bijbehorende bestrijdingsplannen en operationele bijlagen moeten dan ook niet worden gezien als uitputtende regelingen, waarin alle mogelijke situaties en risico s zijn afgedekt. Uiteindelijk is de feitelijke bestrijding van calamiteiten gebaseerd op gezond verstand van de betrokken medewerkers, hun kennis en expertise en een effectieve samenwerking met andere organisatie. Het calamiteitenplan beschrijft de wijze waarop de voorbereiding en uitvoering van crisisbeheersing en rampenbestrijding binnen Delfland is vormgegeven en de wijze waarop de benodigde kwaliteit wordt geborgd. Het calamiteitenplan vormt daarmee het beleids- en operationele kader voor de voorbereiding op en de bestrijding van incidenten en calamiteiten. Het calamiteitenplan geeft onder ander weer: De taken waarvoor Delfland staat. De beleidsdoelstellingen (missie, visie en ambitie) die door Delfland zijn geformuleerd. Een risico-inventarisatie van mogelijk voorkomende calamiteiten. Een beschrijving van de calamiteitenorganisatie. Een beschrijving van de faseringen en bijbehorende procedures. Het calamiteitenplan is niet alleen voor intern gebruik bedoeld. Het calamiteitenplan heeft ook nadrukkelijk tot doel op heldere wijze aan derden uit te leggen voor welke taken Delfland staat en op welke wijze Delfland incidenten en calamiteiten bestrijdt. 1.5 Afbakening van het plan Het beleid rond waterveiligheid komt tot uitdrukking in de verschillende schakels van de veiligheidsketen (proactie, preventie, preparatie, repressie en nafase). Van oudsher is Delfland bezig met voorkomen van risico s en calamiteiten (pro-actie en preventie), door bijvoorbeeld het aanleggen van dijken en het verlenen van vergunningen. Het calamiteitenplan heeft alleen betrekking op de laatste drie schakels (preparatie, repressie en nafase). In tabel 1 worden de schakels van de veiligheidsketen weergegeven. 9

10 Tabel 1 Schakels van de veiligheidsketen Veiligheidsketen Pro-actie Preventie Preparatie Repressie Nafase Het voorkomen van risicovolle situaties Het voorkomen van calamiteiten De voorbereiding op de bestrijding van een ramp In de vroegste fase van de planning worden maatregelen genomen om gevaren te voorkomen of te vermijden Voorbeeld: Beleidslijn Grote Rivieren Deze stelt regels voor uiterwaarden, zodat bij overstromingen het aantal slachtoffers en de schade zo klein mogelijk zijn door bestaande risico s niet tot een werkelijk ramp te laten groeien. door de gevolgen, wanneer zich onverhoopt een ramp voordoet, te beperken Voorbeeld: Waterkeringenbeheer, dijkversterkingen of verhogingen, aanleg compartimenteringswerk Risicobeheersing Voorbeeld: Opstellen van calamiteitenplannen, risicokaarten, aanschaf bestrijdingsmaterieel, het opleiden en oefenen van mensen etc. Het beperken en bestrijden van ongevallen en calamiteiten Voorbeeld: Bij een overstroming o.a. het redden van slachtoffers, het leegpompen van een gebied. Crisisbeheersing Alles wat nodig is om zo snel mogelijk naar de normale situatie terug te keren Voorbeeld: Fysiek herstel, verantwoording, evaluatie, psychosociale zorg. 1.6 Calamiteitenbestrijdingsplannen en supplementen De bestrijding is uitgewerkt in zes calamiteitenbestrijdingsplannen (CBP s): 1. CBP Primaire keringen. 2. CBP - Regionale keringen. 3. CBP Wateroverlast boezem en poldersysteem. 4. CBP Slechte waterkwaliteit. 5. CBP - Uitval afvalwater-transportsysteem 6. CBP Uitval Afvalwaterzuivering (waaronder in de bijlage het CBP Delfluent Services BV.) 7. CBP Langdurige droogte Delfland heeft er voor gekozen om terrorisme niet als apart calamiteitenbestrijdingsplan te benoemen omdat het als trigger kan dienen voor diverse scenario s of calamiteitenbestrijdingsplannen. De huidige bestrijdingsplannen moeten dus ook de effecten van een terroristische aanslag kunnen bestrijden. Dit is ook conform de landelijke handreiking Regionaal Risicoprofiel waar terrorisme geen onderdeel uit maakt van de 25 crisistypen. De veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond heeft terrorisme in het regionaal risicoprofiel wel als dreigingsscenario opgenomen. Voor terrorisme zie verder paragraaf 4.3. Daarnaast kent het calamiteitenplan een aantal supplementen, met daarin praktische en operationele informatie: Werkwijzebeschrijving calamiteitenorganisatie Crisiscommunicatieplan Opleiden, Trainen en Oefenjaarplan 2014 Personeelslijst crisisorganisatie Delfland Juridisch Kader 1.7 Relatie met andere plannen Voor een adequate bestrijding van calamiteiten is samenwerking met de zogenaamde netwerkpartners veiligheidsregio s, gemeenten, provincies en collega waterbeheerders een vereiste. Hiervoor is het noodzakelijk dat plannen, procedures en dergelijke op elkaar zijn afgestemd. Voorliggend calamiteitenplan is dan ook in nauw overleg met de netwerkpartners opgesteld. Dit calamiteitenplan staat niet op zich zelf, maar maakt onderdeel uit van een landelijke en regionale planstructuur: Op Landelijk niveau is er het Landelijk Draaiboek Hoogwater en overstromingen (LDHO); 10

11 Voor dijkring 14 waar Delfland in valt - is er het Coördinatieplan Dijkring 14 vastgesteld; Op regionaal niveau is dit door de veiligheidsregio s verder uitgewerkt in het Coördinatieplan Overstromingen Haaglanden en het Coördinatieplan Overstromingen Rotterdam-Rijnmond; Tot slot zijn er de calamiteitenplannen van de waterbeheerders, waarbij met het voorliggende calamiteitenplan, in het kader van harmonisatie, zoveel als mogelijk is aangesloten op recentelijk herziene calamiteitenplannen van de hoogheemraadschappen van Rijnland en Schieland en de Krimpenerwaard. Dit wordt in onderstaande figuur 1 grafisch weer gegeven. Figuur 1 Planstructuur calamiteitenplannen Schaal Functionele Waterkolom Algemene bestuurlijke kolom Landelijk Handboek Crisisbeheersing (2010) Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen (2010) Landelijk Draaiboek Watertekort en Droogte (2009) Landelijk Draaiboek Milieuverontreiniging Water Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming (2013) Nationaal Responsplan Hoogwater en Overstromingen (2008) Landelijk Operationeel Plan Evacuatie Nationaal Meetplan voor metingen - Water (2010) in water bij nucleaire incidenten (2010) Handboek Bijstand LOCC (2010) Catalogus Civiel-Militaire Samenwerking (2007) Provinciaal Provinciaal Draaiboek Water (2006) Provinciaal Crisisplan (2013) Regionaal Calamiteitenplannen Delfland en andere waterschappen en regionale directies van Rijkswaterstaat Calamiteitenbestrijdingsplannen van Delfland en andere waterschappen Regionaal Crisisplan Regionaal Beleidsplan Regionaal Risicoprofiel Rampbestrijdingsplannen (Brzo) Incidentbestrijdingsplannen tabel met overzicht relevante planvorming 11

12 2 Missie en Visie van Delfland 2.1 Missie Delfland heeft bij de uitvoering van zijn taken een duidelijke missie voor de planperiode : Het Hoogheemraadschap van Delfland staat voor duurzaam waterbeheer in een van de dichtstbebouwde,laagstgelegen en meest dynamische delen van de Randstad. Delfland voert de maatregelen voor veiligheid, droge voeten en schoon en ecologisch gezond water uit in onderlinge samenhang en waar dat mogelijk is - gebieds- of ketengericht. Delfland werkt als partner van andere overheden, marktpartijen en maatschappelijke organisaties mee aan een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat voor burgers en bedrijven. Delfland doet dit als kadersteller en toezichthouder, uitvoerder en beheerder, en beïnvloeder en meedenker. Delfland vervult zijn centrale rol in het waterbeheer professioneel, vernieuwend, klantgericht,betrouwbaar en kostenbewust. Crisisbeheersing en de voorbereiding op calamiteiten is anno 2011 binnen Delfland volledig geaccepteerd. Veiligheid is een belangrijk onderwerp geworden, ook voor de waterschappen. Voor Delfland geldt dit in versterkte mate, gelet op de ligging, bevolkingsdichtheid én de risicogevoeligheid van het gebied. Delfland zal op basis van de Wet op de Veiligheidsregio s zijn positie als partner in de rampenbestrijding in de veiligheidsregio s Rotterdam- Rijnmond en Haaglanden nog nadrukkelijker kunnen én moeten waarmaken. Calamiteiten met water in deze regio vragen om een snelle, eenduidige en multidisciplinaire besluitvorming. 2.2 Visie Het is de ambitie van Delfland om het fundament onder de crisisbeheersing te onderhouden, verder uit te bouwen en zo nodig te verstevigen met een hechte verankering in de veiligheidsregio s. Daarbij staat Delfland open voor innovatie en nieuwe ontwikkelingen en draagt daar ook aan bij. Delfland investeert in de eigen calamiteitenorganisatie om een betrouwbare partner te blijven in de veiligheidsregio s. In 2015 heeft Delfland het volgende bereikt op het gebied van veiligheid: Het crisisbeheersysteem van Delfland is verdiept, verbreed en in kwaliteit toegenomen. De veiligheidsketen is in volle omvang in beeld, met de risicobeheersing als in het oog springend onderdeel. Delfland is een betrouwbare en robuuste partner in de veiligheidsregio s en voor de overige partners in de rampenbestrijding. Delfland draagt nationaal en internationaal zijn steentje bij aan ontwikkelingen op het gebied van crisisbeheersing. Van oudsher is Delfland, gezien zijn taakstelling, actief om het gebied te beschermen tegen het water. De aandacht lag honderden jaren lang vooral op het voorkomen (pro-actie en preventie) van wateroverlast, maar sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is ook het voorbereiden op het bestrijden (preparatie) van watercalamiteiten steeds nadrukkelijker onderdeel gaan uitmaken van het takenpakket. Zo kwamen er calamiteiten(bestrijdings)plannen en wordt periodiek geoefend in het bestrijden van calamiteiten. De eerste jaren was de aanpak en bestrijding van calamiteiten vooral intern gericht, maar de laatste jaren is ook de 'buitenwereld' een belangrijke rol gaan spelen. Inmiddels is de calamiteitenorganisatie op vele fronten actief. Personeel wordt opgeleid, speciale (bestrijdings)-middelen en materialen worden aangeschaft en de samenwerking met de externe partners wordt vorm gegeven (multidisciplinaire samenwerking). Een goede organisatorische voorbereiding is van essentieel belang voor partijen om efficiënt te kunnen handelen bij een eventuele overstromingsramp. Dit beperkt slachtoffers en schade. In december 2006 heeft het kabinet geconcludeerd dat Nederland organisatorisch nog niet goed is voorbereid op grootschalige overstromingen (kabinetstandpunt). Het kabinet heeft in 2007 de Taskforce Management Overstromingen 1 Waterbeheerplan Delfland (WBP)

13 (TMO) ingesteld met de opdracht om in de periode een impuls te geven aan het op orde krijgen van de organisatorische voorbereiding op de rampenbeheersing bij overstromingen Met name de regionale en landelijke afstemming tussen de diverse overheden moet sterk worden verbeterd om ook grootschalige calamiteiten adequaat en snel te kunnen bestrijden. Resultaten hiervan zijn bijvoorbeeld het Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen(LDHO) en het Coördinatieplan dijkring 14. Beide plannen leren ons dat we als waterschappen niet allemaal op dezelfde manier georganiseerd zijn. In tijden van crisis is dat niet wenselijk. Vandaar dat de eerste samenwerkingsvormen tussen de waterschappen zijn opgestart. Deze samenwerking moet verder worden uitgebouwd, zoals in de visie staat weergegeven. 2.3 Uitgangspunten van het calamiteitenplan Positie crisisbeheersing Veiligheid is een kerntaak van Delfland. Crisisbeheersing is het sluitstuk in de zorg voor veiligheid en ligt in verlengde van de reguliere taken van de sectoren en teams. Het is daarmee een verantwoordelijkheid van de gehele organisatie. Uitgangspunt is om alle sectoren bij het tot stand komen van het calamiteitenplan en de calamiteitenbestrijdingsplannen bewust te maken van hun rol en verantwoordelijkheid bij een calamiteit en in de gelegenheid te stellen zich daar op voor te bereiden De weg er naartoe is nog belangrijker dan het product Het doel van het gezamelijk schrijven van het calamiteitenplan en de bestrijdingsplannen is om de weg met elkaar te bewandelen. Het product is gedefinieerd als slechts de stoffelijke verschijningsvorm ervan. Verbindingen tussen sectoren en teams staan centraal. Om dit doel te bereiken is een werkgroep opgericht, de werkvorm van de werkgroep is procesmatig. De sectoren hebben vorm gegeven aan een plan dat voor hen bruikbaar is en aan hun wensen voldoet. Gedurende het schrijfproces is feedback gegeven tussen sectoren en teams vanuit verschillende optieken (communicatie, juridisch, KAM). Vanuit het vakgebied crisisbeheersing is het proces opgestart, begeleid en bijgestuurd zodat het eindproduct aan de eisen voldoet en het onderling goed is afgestemd. Het algemene generieke calamiteitenplan is herzien door de medewerkers van het team crisisbeheersing Bruikbare voorbereiding De bestrijdingsplannen worden abstract ingestoken. Doel is om de doorgaans weinig ter hand genomen plannen toegevoegde waarde te laten hebben door deze beter aan te laten sluiten op de behoefte. Professionals moeten goed door een plan worden ondersteund tijdens een calamiteit, in plaats van dat zij vooraf, voor elk soort incident voorgeschreven hebben gekregen hoe er gehandeld moet worden. Hierbij worden de grootste voorzienbare risico s beschreven in scenario s, en gaat het team crisisbeheersing over datgene wat niet was voorzien. Het doel is niet om zoveel mogelijk draaiboeken te genereren, maar te verduidelijken wat de belangrijke aandachtspunten en dilemma s zijn. Uitgangspunt hierbij is dat elke calamiteit anders is en het beste door gecoördineerde improvisatie in combinatie met vakkennis van de betreffende medewerkers kan worden aangepakt. Aanvullend zullen in de bijlagen, indien bruikbaar, operationele protocollen worden opgenomen (neerslagprotocol, criteria inzet calamiteitenbergingen, bereikbaarheidslijsten etc.) Raakvlakken Elke herziening of actualisatie van het handboek moet een extra bijdrage leveren aan het integraal samenwerken binnen de organisatie en eventueel aanwezige eilandencultuur doorbreken. De integrale bijeenkomsten moeten naast voorbereiding op calamiteiten ook raakvlakken en kansen zichtbaar maken relevant voor het reguliere werk. Bijeenkomsten van de herziening of actualisatie van het handboek dragen bij aan het trainen van mensen in een rol in de calamiteitenorganisatie. Deze bijeenkomsten tellen als extra trainingsmomenten voor de calamiteitenorganisatie. 13

14 3 Taken Delfland algemeen 3.1 Gebiedsbeschrijving Delfland wordt begrensd door de Noordzee, de Nieuwe Waterweg en de lijn Rotterdam-Zoetermeer- Wassenaar. Landscheidingen vormen de grens met het Hoogheemraadschap van Rijnland in het noorden en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard in het oosten. De andere grenslijnen zijn nat (zie figuur 2). Figuur 2 kaart beheergebied Delfland Figuur 3 kaart veiligheidsregio s in Nederland Delfland ligt in de provincie Zuid-Holland en heeft door zijn ligging te maken met twee veiligheidsregio s: Haaglanden (15) en Rotterdam Rijnmond (17) (zie figuur 3 ). Het beheergebied van Delfland beslaat ruim 400 km 2, telt 1,4 miljoen inwoners en heeft 14 inliggende gemeenten. Met 3400 inwoners per km 2 is Delfland verreweg het dichtst bevolkte waterschap van Nederland. De hoge bevolkingsdichtheid, de circa bedrijven en de circa 3500 hectare intensieve glastuinbouw maken van Delfland ook het meest verstedelijkte en verharde waterschap van Nederland. De bodem van Delfland bestaat in de kuststrook uit zeezand van (voormalige) duinen. In het overige deel van Delfland zijn kleigronden en restanten van veengronden te vinden. Door veenwinning is een groot deel van de veengronden vanaf circa 1400 verdwenen en ligt momenteel circa 80 procent van Delfland onder de zeespiegel. Door een dicht stelsel van vaarten en sloten, gereguleerde waterpeilen in de polders, sterke dijken en een goede zeewering is het in Delfland mogelijk te wonen, te werken en te recreëren. Taken voor Delfland De taakstelling van Delfland volgt uit de Waterschapswet, de Waterwet en het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap van Delfland. Delfland is : belast met de zorg voor het watersysteem in zijn beheergebied. Deze zorg is integraal en omvat het o kwantiteits- en kwaliteitsbeheer van het oppervlaktewater, o het beheer van de waterkeringen en o het kwantiteitsbeheer van het grondwater. verantwoordelijk voor de zorg voor het zuiveren van stedelijk afvalwater. Daaronder wordt verstaan: huishoudelijk afvalwater, of een mengsel daarvan met bedrijfsafvalwater, afvloeiend hemelwater grondwater of ander afvalwater. nautisch beheerder, de zorg voor de toepassing van de Scheepvaartverkeerswet. 14

15 3.2 Zorg voor beheer watersysteem Kwantiteitsbeheer oppervlaktewater(zorg voor waterbeheersing / peilbeheer) Voldoende water Waterbeheer betekent het regelen van het waterpeil in vaarten, plassen, sloten, grachten en kanalen. Dit is van groot belang voor bebouwing, agrarische bedrijven, scheepvaart, natuur en recreatie. De hoogte waarop het waterpeil in een gebied wordt vastgesteld, hangt samen met het gebruik en de functie van dat gebied. Zo fluctueert het peil vaak in natuurgebieden, terwijl boeren liever een vrij lage waterstand hebben omdat hun land anders te nat is. Ook voor de scheepvaart is de beheersing van het waterpeil van groot belang. Bij een te lage waterstand lopen diepstekende schepen aan de grond, terwijl bij een te hoge waterstand de doorvaarthoogte onder de bruggen te laag wordt. Droge voeten Het gebied van Delfland bestaat uit laaggelegen polders en boezemland, dat een stuk hoger ligt. Het teveel aan regenwater voert Delfland af naar de Nieuwe Waterweg en de Noordzee: het buitenwater. Dat gebeurt via Delflands boezem, een stelsel van kanalen en sloten die met elkaar in verbinding staan en die allemaal hetzelfde waterpeil hebben (43 centimeter onder NAP). In tijden van regen stijgt het peil in de boezem en wordt het water met behulp van zes boezemgemalen en enkele poldergemalen naar het buitenwater gepompt. Is het waterpeil in droge perioden te laag, dan wordt met twee boezemgemalen water in de boezem gepompt. Het boezemland ligt hoog. Daardoor stroomt bij regen het overtollige water als vanzelf naar de lager gelegen boezem. Het polderland ligt meestal lager. Overtollig water stroomt daardoor niet vanzelf naar de hoger gelegen boezem. Om droge voeten te houden, moet het water met poldergemalen omhoog worden gepompt. Zoetwatervoorziening Tijdens een periode van langdurige droogte kan een tekort ontstaan van oppervlaktewater van de juiste kwaliteit, bijvoorbeeld door verzilting. De aanvoer van zoet water en het handhaven van oppervlaktewaterpeilen is van belang voor diverse functies, waaronder die van de stabiliteit van (veen)kaden. Is het waterpeil in droge perioden te laag, dan wordt (zoet) water met behulp van gemalen de boezem in gepompt Kwaliteitsbeheer oppervlaktewater De zorg voor een goede waterkwaliteit in kanalen, sloten en plassen is een van de kerntaken van Delfland. Middels het uitgeven van vergunningen (Waterwet), probeert Delfland het lozen van vervuilende stoffen te beheersen. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan om inzicht te krijgen in de actuele waterkwaliteit en die van de waterbodem, en de effecten van genomen maatregelen. Verder wordt met het onderzoek getoetst of voldaan wordt aan die eisen voor de kwaliteit die horen bij een bepaalde functie van het oppervlaktewater, zoals bijvoorbeeld zwemwater. Er worden op circa 300 locaties watermonsters genomen. De locaties zijn geselecteerd op basis van het watertype (sloot, kanaal, plas) en landgebruik (glastuinbouw) en de ligging in het watersysteem. De monsters worden in het laboratorium geanalyseerd. In het programma Schoon Water zijn de maatregelen opgenomen die Delfland neemt voor het verbeteren van de chemische en ecologische waterkwaliteit Beheer waterkeringen Stevige dijken Het gebied van Delfland ligt ver beneden de zeespiegel. Wanneer de duinen of dijken zouden bezwijken, loopt een groot deel van het achterliggende land onder water. Bij een doorbraak in het gebied van Delfland kunnen de gevolgen zelfs tot aan de Utrechtse Heuvelrug merkbaar zijn. Om dat gevaar te beperken, houdt Delfland een zeewering en een rivierwaterkering in stand en zorgt het voor het onderhoud van kaden. Veiligheid staat natuurlijk voorop bij het beheer en onderhoud van de waterkering. Maar de laatste jaren is er naast veiligheid ook steeds meer aandacht gekomen voor landschap, natuur en recreatie. De belangrijkste waterkering in Delflands beheergebied, de zogenaamde primaire waterkering, bestaat uit twee onderdelen: de zeewering en de rivierwaterkering Delflandsedijk. Deze primaire waterkering van Delfland moet bestand zijn tegen waterstanden en golfcondities die statistisch gezien gemiddeld niet vaker dan één keer in de jaar voorkomen. Delfland beoordeelt op wettelijke voorgeschreven tijdstippen of de primaire 15

16 waterkering voldoet aan de normen. Indien dit niet het geval is, wordt de betreffende (delen van de) waterkering verbeterd. Zeewering De zeewering van Delfland loopt van Wassenaar tot aan de Nieuwe Waterweg bij Hoek van Holland en bestaat uit strand en duinen van verschillende breedtes. Bij het onderhoud van de zeewering is de laatste jaren meer ruimte gekomen voor natuurlijke processen. Dit heet dynamisch kustbeheer. Eén van de voorwaarden voor dynamisch kustbeheer is dat er aan de kust voldoende zand beschikbaar is voor die natuurlijke processen. Vroeger waren het vooral de strandhoofden, de in zee uitstekende dammen, die verlaging van het strand moesten tegengaan. Tegenwoordig vult de rijksoverheid de hoeveelheid zand op het strand aan als de kust achteruit dreigt te gaan. Daarmee wordt de ligging van de kustlijn geborgd. Zee en rivierwaterkering Delflandsedijk Delfland moet zijn gebied niet alleen beschermen tegen de zee, maar ook tegen het hoge rivierwater van de Nieuwe Waterweg. Daarom is dicht langs de rivier de Delflandsedijk aangelegd. De Delflandsedijk loopt van Hoek van Holland tot in Rotterdam. Deze dijk vervangt de oude Maasdijk. Deze dijk heeft nu een taak als tweede rivierwaterkering, ook wel secundaire of (binnen) waterkering genoemd. Met de Delflandsedijk zijn ook de woongebieden die buiten de oude Maasdijk lagen, goed beschermd tegen het buitenwater. Regionale en overige waterkeringen Deze groep keringen zijn kleine dijken. Er zijn boezem- en polderkaden. Boezemkaden beschermen het achterliggende gebied tegen het hoger gelegen boezemwater. Deze waterkeringen liggen meestal direct langs het boezemwater en zijn dan duidelijk als dijk herkenbaar. Polderkaden zijn waterkeringen die laaggelegen poldergebieden (met hun vaak verschillende waterpeilen) van elkaar scheiden. In tegenstelling tot dijken moeten kaden voortdurend hoge waterstanden keren. Het belang van de kaden is dan ook groot, zeker als er sprake is van extreme neerslag. Omdat de regenval de afgelopen jaren intensiever is geworden, worden voor boezemkaden nieuwe veiligheidsnormen opgesteld. Veel kaden zullen de komende jaren worden verbreed of verhoogd om ook in de toekomst het water voldoende te kunnen keren Kwantiteitbeheer grondwater Wat is grondwater? Grondwater is water onder het grondoppervlak. Normaal gesproken is het dus niet zichtbaar. Door een te hoge of te lage grondwaterstand kan er overlast ontstaan. Denk aan water in kruipruimtes of kelders, optrekkend vocht in de muren of een drassige tuin. Delfland wordt in de Waterwet aangewezen als operationeel beheerder voor zowel het oppervlakte- als het grondwatersysteem. In die hoedanigheid is Delfland, naast de provincie Zuid-Holland, verantwoordelijk voor verschillende grondwateronttrekkingen. Door het instellen van oppervlaktewaterpeilen kunnen de grondwaterstanden mede, zij het indirect en in beperkte mate, worden beïnvloed. Er kan een vergunning voor een onttrekking of infiltratie van grondwater bij Delfland worden aangevraagd. Tegelijkertijd is Delfland ook toezichthouder op reeds verleende vergunningen en meldingen. Rol Provincie De provincie blijft aanspreekpunt voor de grotere of specifiekere grondwateronttrekkingen. Dit zijn: grondwateronttrekkingen met bijbehorende infiltraties voor drinkwater. onttrekkingen van meer dan kubieke meter per jaar door industriële bedrijven. onttrekkingen ten behoeve van bodemenergiesystemen: het onttrekken en infiltreren van koud en warm grondwater (bijvoorbeeld voor kantoorverwarming). Rol gemeente Ook de gemeenten hebben een grondwatertaak, namelijk een zorgplicht om grondwateroverlast door afvoer van het overtollige grondwater in de openbare ruimte tegen te gaan. De gemeente is het eerste aanspreekpunt voor de burger om klachten, vragen en opmerkingen te behandelen bij grondwateroverlast. Ook particulieren hebben een grondwatertaak, namelijk een zorgplicht om grondwateroverlast door afvoer van het overtollige grondwater van hun eigen terrein tegen te gaan, bijvoorbeeld door de aanleg van drainage. Grondwater en calamiteiten Voor calamiteiten met grondwaterkwaliteit is geen apart calamiteitenbestrijdingsplan gemaakt. Reden hiervoor is dat de grondwaterkwaliteit - en dus eventuele grondwaterverontreiniging - niet als taak is overgegaan naar 16

17 de waterschappen. Dit blijft onder de Wet Bodembescherming (Provincie en grote gemeenten zijn dan bevoegd gezag) ressorteren. Eventuele lozing van verontreinigd grondwater op oppervlaktewater valt onder het calamiteitenbestrijdingsplan waterkwaliteit. Het eventueel te veel onttrekken van grondwater kan tot mogelijke ongewenste situaties leiden, zoals acute schade aan gebouwen en infrastructuur. In die gevallen is Delfland als vergunningverlenend bevoegd gezag, bevoegd de onttrekking te laten stoppen. Voor deze situatie is vooralsnog geen apart calamiteitenbestrijdingsplan opgesteld Zorg voor het zuiveren van stedelijk afvalwater (zuiveringsbeheer) De 1,4 miljoen inwoners en de circa bedrijven binnen het beheergebied van Delfland 'produceren' elk jaar tientallen miljoenen m3 afvalwater. Dat bestaat uit huishoudelijk afvalwater (van inwoners wc, douche, etc.) en bedrijfsafvalwater (proces water, percolatie of afvalwater afkomstig uit de glastuinbouw, etc.). Het afvalwater heeft negatieve impact op het milieu. De Waterwet (voorheen de Wvo) schrijft voor dat dit afvalwater niet ongezuiverd mag worden geloosd op het ontvangende oppervlaktewater, maar moet worden afgevoerd naar een afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI). Het meeste afvalwater komt via de gemeentelijke rioolstelsels bij rioolgemalen terecht die vervolgens het afvalwater via grote persleidingen verpompen naar de AWZI s. Ook komt er regenwater via de gemeentelijke rioolstelsels bij de rioolgemalen terecht. Dit water belast de AWZI. Daarom is het beleid er op gericht om zo veel als mogelijk alleen het verontreinigde regenwater te zuiveren. Het verontreinigde regenwater bevat o.a straatafval, zand, maar ook zinkdeeltjes afkomstig van dakgoten, vangrails, straatmeubilair, en verontreinigingen van verkeersintensieve wegen. Het 'schone regenwater wordt steeds meer afgekoppeld, waardoor de AWZI minder zwaar wordt belast. Als het afvalwater door de AWZI is gezuiverd en voldoet aan de voorgeschreven kwaliteit, dan wordt het schone water (effluent) op buitenwater, de Nieuwe Waterweg of Noordzee, geloosd. Delfland vertrouwt het onderhoud en beheer van de AWZI s Harnaschpolder en Houtrust via een Publiek Private Samenwerking toe aan Delfluent bv, een consortium van gespecialiseerde bedrijven. Ook het beheer en onderhoud van het bijbehorende transport- en leidingensysteem behoort tot de taken van Delfluent. In overleg heeft Delfluent deze taken ondergebracht bij Delfluent Services BV (DSBV). De publieke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het afvalwater in de Haagse regio blijft in handen van Delfland. Delfland betaalt Delfluent een jaarlijkse vergoeding voor de geleverde diensten. Het is voor het eerst in de Nederlandse geschiedenis dat een waterschap het operationeel zuiveringsbeheer volledig uitbesteedt Nautisch beheer Toezichthouders van Delfland zijn op en aan het water te vinden om het vaarverkeer in het gebied van Delfland in goede banen te leiden. Hierbij controleren zij onder andere op het vaargedrag, zoals de vaarsnelheid, en op de aanwezigheid van een vaarvergunning of de registratie van een snelle motorboot. Soms worden handhavingsdagen met andere toezichtpartners georganiseerd. Delfland voert dan in samenwerking met de politie en bijvoorbeeld Natuurmonumenten en Groenservice Zuid-Holland, een dag intensief vaartoezicht uit. 17

18 4 Wettelijk kader calamiteitenbestrijding en bevoegdheden In dit hoofdstuk worden de (wettelijke) taken en bevoegdheden van Delfland in relatie met de algemeen bestuurlijke kolom - ten aanzien van de calamiteitenbestrijding weergegeven. 4.1 Wettelijk kader preparatiefase In de preparatiefase zijn twee hoofdtaken te onderscheiden: Informeren. Prepareren (voorbereiden op). De wettelijke grondslagen van de preparatiefase zijn in artikel 5.29 van de Waterwet en artikel 5.3 van het Waterbesluit vastgelegd. In bijlage 3 zijn betreffende artikelen opgenomen. Informeren Verzorging van informatievoorziening aan overheden, instanties en particulieren, die daarvoor in aanmerking komen, komt tot stand door: Overleg over het ontwerp van het calamiteitenplan met de provincies, veiligheidsregio s en gemeenten; Het informeren van betrokken overheden, instanties en particulieren over de waterstaatkundige risico s; Deelnemen aan gemeentelijke en regionale overleggen. Prepareren Onder preparatie worden alle voorbereidende activiteiten verstaan die noodzakelijk om in geval van een calamiteit doeltreffend te kunnen optreden, zoals: Het vaststellen van een calamiteitenplan. De herzieningstermijn bedraagt 6 jaar; Het onderhoud van noodvoorzieningen; Het aanhouden van strategische voorraden; Het aanschaffen van specifiek materieel; Oefenen, opleiden en trainen; Overleg met partners in de crisisbeheersing; Verzamelen en verspreiden van kennis over relevante risico s. Naast kwaliteitszorg voor de eigen organisatie is ook bekendheid met en afstemming op de operationele (basis)plannen van derden van belang. Eisen calamiteitenplan Aan het calamiteitenplan worden de volgende eisen gesteld. a. Een overzicht van de soorten calamiteiten die zich in het watersysteem of onderdelen daarvan kunnen voordoen, waaronder een inventarisatie van de daarmee gepaard gaande risico s. b. Een overzicht van te nemen maatregelen, met inbegrip van de maatregelen die voortkomen uit de voor de betreffende watersystemen geldende overstromingsrisicobeheerplannen, en het beschikbare materieel, benodigd om de onderscheiden calamiteiten het hoofd te bieden. c. Een overzicht van diensten, instanties en organisaties, die bij gevaar kunnen worden ingeschakeld. d. Een beschrijving van het moment en de wijze van het door de beheerder informeren van burgemeesters en wethouders van de gemeenten waarbinnen de watersystemen of onderdelen daarvan zijn gelegen. e. Een schema met betrekking tot de calamiteitenorganisatie van de beheerder. f. Een meld en alameringsprocedure. g. Een overzicht waaruit blijkt op welke wijze de beheerder de kwaliteit van de calamiteitenorganisatie waarborgt. 4.2 Wettelijk kader repressie (respons)fase (bevoegdheden tijdens calamiteitenbestrijding) In deze paragraaf worden de bevoegdheden van het hoogheemraadschap in relatie met de algemeen bestuurlijke kolom - tijdens de responsfase weergegeven. De wettelijke grondslagen van de responsfase zijn in 18

19 artikel 5.30 van de Waterwet en artikel 96 van de Waterschapswet vastgelegd. In bijlage 3 zijn betreffende artikelen opgenomen De algemeen bestuurlijke kolom bestaat uit de bestuurders en de hulpdiensten en de coördinerende instanties die een verantwoordelijkheid hebben op het gebied van de handhaving van de openbare orde en de rampenbestrijding. Dit zijn onder andere de veiligheidsregio s, brandweer, politie, geneeskundige hulpverlening, gemeenten, provincies en de ministeries van Veiligheid en Justitie (V&J)en Binnenlandse Zaken en koninkrijksrelaties (BZK). De functionele kolom (ook wel waterkolom genoemd) bestaat uit de bestuurders en diensten die een specifieke verantwoordelijkheid hebben op het taakgebied water. Dit zijn onder andere de waterschappen, Rijkswaterstaat en andere onderdelen van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, de provincies (in hun rol als waterbeheerder) en de gemeenten (in hun rol als waterbeheerder). Een belangrijke voorwaarde voor de effectiviteit van de rampenbestrijding bij overstromingen is een efficiënte en effectieve samenwerking tussen de algemeen bestuurlijke kolom en de functionele waterkolom. Het onderstaande plaatje 2 (figuur 5) van de bestuurlijke netwerkkaart Oppervlaktewater en waterkering is een overzicht van de bestuurlijke partijen in deze twee kolommen/ketens en de rol die zij vervullen ten tijde van een crisis. Figuur 4 Samenwerking tussen de algemeen bestuurlijke kolom en de functionele bestuurlijke waterkolom 2 Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing uitgave november

20 4.2.1 Bevoegdheden waterschappen Bij een calamiteit, niet zijnde een ramp: Het is denkbaar dat er sprake zal zijn van een situatie van gevaar in de zin van de Waterwet, die (nog) niet is te kwalificeren als een ramp of crisis (of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan) in de zin van de Wet veiligheidsregio s 3.Dit wil niet zeggen dat de veiligheidsregio nog niet in beeld is of nog geen rol heeft. 4. Delfland oefent de eigenstandige bevoegdheden uit en afstemming met de veiligheidsregio blijft wenselijk. (Nood)Bevoegdheden dijkgraaf / waterschapsbestuur Wanneer tegen waterstaatkundige calamiteiten opgetreden moet worden, heeft Delfland bij monde van de dijkgraaf (nood)bevoegdheden om die maatregelen te treffen die hij noodzakelijk vindt. Onder gevaar voor waterstaatswerken (incidenten en calamiteiten) wordt conform artikel 5.28 in de Waterwet verstaan: Omstandigheden waardoor de goede staat van één of meer waterstaatswerken onmiddellijk en ernstig in het ongerede is of dreigt te geraken. Aandachtspunten zijn: Van deze bevoegdheden moet zeer terughoudend gebruik worden gemaakt, en dus alleen als het normale instrumentarium tekort schiet om het gevaar af te wenden. De maatregelen mogen in strijd zijn met wettelijke voorschriften, maar ze mogen niet in strijd zijn met de grondwet of internationale verplichtingen. De noodbevoegdheden zijn alleen van toepassing op de waterstaatswerken en taken waarvoor het waterschap verantwoordelijk is. De te nemen maatregelen moeten voldoen aan de voorwaarden van proportionaliteit en subsidiariteit. Het bestuur en gedeputeerde staten dienen zo snel als mogelijk op de hoogte te worden gesteld. De noodbevoegdheden zijn vastgelegd in de Waterwet (artikel 30) en de Waterschapswet (artikel 96) welke in de bijlage zijn opgenomen. Daarnaast zijn de onteigeningswet (artikel 73) en de wrakkenwet (artikel 3) van belang. De onteigeningswet regelt dat onroerende zaken in bezit mogen worden genomen voor het winnen van bodemmaterialen voor de aanleg, het herstel en de versterking van waterkeringen. De wrakkenwet regelt in geval van (dreigende) watersnood dat alle gezonken of gestrande vaartuigen en andere voorwerpen direct mogen worden verwijderd door Delfland, als onverwijlde opruiming noodzakelijk wordt geacht. In de Waterwet zijn onder andere de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren (WVO) en een deel van de Wet bodembescherming (voor wat betreft de waterbodem) opgegaan. De bevoegdheden met betrekking tot het optreden ingeval van kwalitatieve calamiteiten zijn ook verwoord in artikel 5.30 van de Waterwet. Voor meer informatie met betrekking tot het wettelijk kader wordt verwezen naar het supplement Juridisch kader. 4.3 Bevoegdheden algemeen bestuurlijke kolom Burgemeester/voorzitter VR De burgemeester - of ingeval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, de voorzitter van de veiligheidsregio - is belast met het opperbevel in geval van een ramp of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan. Dit opperbevel strekt zich ook uit over niet-gemeentelijke diensten en bestuursorganen (waaronder de waterschappen). Binnen de gemeente heeft de burgemeester, bij een (dreigende) ramp 6 of crisis, de eenhoofdige leiding; hij heeft gezag over allen die betrokken zijn bij de rampenbestrijding en de handhaving van de openbare orde, 3 Artikel 5 Wet veiligheidsregio s 4 Beide ketens hebben eigenstandige bevoegdheden, Wet veiligheidsregio s (Wvr) gaat over de preparatie en repressie fasen (het verlengd) lokaal bestuur is hier geregeld tav rampenbestrijding & crisisbeheersing. Naast de Wvr geldt ook de Gemeentewet waar de bevoegdheden van de burgemeester, niet zijnde ramp of crisis, zijn geregeld. 5 Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing uitgave november 2013 p Artikel 5 Wet veiligheidsregio s 20

21 ook over de eenheden die bijstand verlenen, zoals van defensie maar ook het waterschap. Gezag houdt in zeggenschap: het kunnen geven van bevelen. Bij optreden onder gezag van de burgemeester behouden de betreffende organisaties (waaronder Delfland) hun eigen bevoegdheden, binnen de kaders aangegeven door de burgemeester. Bij het bijeenroepen van het regionaal beleidsteam (grip 4) zie hoofdstuk 6 neemt de voorzitter veiligheidsregio van rechtswege een aantal bevoegdheden van de burgemeesters in zijn regio over. De burgemeester kan beschikken over normale bevoegdheden en noodbevoegdheden. Het gebruik maken van een noodbevoegdheid houdt in dat hij opdrachten kan geven aan Delfland en anderen waarmee hij normaal gesproken geen hiërarchische relatie heeft: hij doorbreekt de normale verhoudingen. Dat kan alleen als bij een dreiging de normale bevoegdheden ontoereikend zijn. De twee algemene noodbevoegdheden waar de burgemeester over beschikt zijn de noodbevelsbevoegdheid en de noodverordeningsbevoegdheid. Het noodbevel richt zich op met name te noemen personen of bedrijven. Het opperbevel valt hier eveneens onder; het opperbevel richt zich alleen tot de rampenbestrijding betrokken organisaties en personen, terwijl de algemene noodbevelsbevoegdheid wordt toegepast tegen burgers. De term opperbevel wordt allen gebruikt bij de rampenbestrijding, niet bij de handhaving van de openbare orde. De noodverordening richt zich op een ieder, bijvoorbeeld ramptoeristen Samenloop bevoegdheden dijkgraaf burgemeester/voorzitter VR Er kan sprake zijn van samenloop van bevoegdheden van de burgemeester (openbare orde en veiligheid) of ingeval van een ramp of crisis met meer dan plaatselijke betekenis, de voorzitter van de veiligheidsregio - en van de beheerder van het waterstaatswerk. Voor wat betreft mogelijke overstromingen in dijkring 14 zijn er in het coördinatieplan dijkring 14 nadere afspraken gemaakt over afstemming en dergelijke. In het kort gezegd bepaalt de burgemeester/voorzitter VR het beleid van de rampenbestrijding in overleg met de betrokken diensten en overheden 7. Hij houdt daarbij rekening met de wettelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheden van anderen. In het uiterste geval kan hij echter bindende aanwijzingen geven. De dijkgraaf moet de inzet van eigen bevoegdheden in zo n geval dus afstemmen op de bevoegdheden en de maatregelen van de burgemeester/voorzitter VR. Als de burgemeester/voorzitter VR een aanwijzing geeft, is Delfland verplicht de eigen bevoegdheden conform die aanwijzing te hanteren. De burgemeester kan echter niet in de plaats treden van het bestuur van Delfland. De functionele keten staat ten tijde van een ramp of crisis ten dienste van de algemene keten. Voor Delfland blijven waterstaatkundige aspecten dan nog steeds primair aandacht vragen, maar voor gemeenten en hulpdiensten telt met name het bestrijden en verlichten van de gevolgen en oorzaken van de waterramp. Er kan sprake zijn van samenloop van bevoegdheden van de burgemeester/voorzitter VR (openbare orde en veiligheid) en van de beheerder van het waterstaatswerk. De burgemeester(of voorzitter veiligheidsregio) zou op grond van zijn noodbevelsbevoegdheid (inclusief) opperbevel) in verband met de openbare orde en veiligheid aan Delfland (of een andere beheerder) zo nodig een bevel kunnen geven. Toepassing van het beginsel van subsidiariteit houdt echter in dat hij een verzoek tot interventie doet aan de minister van I&M. De burgemeester (of voorzitter veiligheidsregio) past hier in beginsel niet zijn bevoegdheden toe Aanwijzing door provincie of minister De burgemeester/ voorzitter VR kan, in geval van een ramp, eventueel specifieke maatregelen (of juist het nalaten daarvan) opleggen aan Delfland. De provincie gedeputeerde staten(gs) oefent het toezicht uit op het optreden bij gevaar door waterschappen. Indien GS, en bij spoed de Commissaris van de Koningin, vinden dat het waterschap niet adequaat optreed bij calamiteiten, dan kunnen zij het waterschap een aanwijzing ten aanzien van het te voeren beleid geven. De minister van Infrastructuur en Milieu (I&M) oefent daarop het oppertoezicht uit. De minister van I&M kan rechtstreeks bevelen geven aan decentrale waterbeheerders. Ook kan deze minister de regie binnen de functionele kolom volledig naar zich toetrekken, in het bijzonder bij grootschalige overstromingen. 7 Voor uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar art. 39 Wet veiligheidsregio s. 21

22 4.4 Afstemming over maatregelen en bevoegdheden Operationele invulling - liaisons De operationele afstemming tussen de functionele waterkolom en de algemeen bestuurlijke kolom kan het beste plaatsvinden door samen te werken in de onderscheiden coördinerende niveaus. In de praktijk betekent dat het volgende: Operationeel niveau: Overleg tussen het CoPI en de CPI (van Delfland) in het veld. Tactisch niveau: Het Regionaal Operationeel Team en een afgevaardigde van het Operationeel Team van Delfland. Strategisch niveau: Voor het (Regionaal) Beleidsteam zal een bestuurlijke vertegenwoordiger van Delfland worden afgevaardigd Bestuurlijke afstemming Wanneer een maatregel meerdere waterbeheergebieden overstijgt of wanneer om andere (bijvoorbeeld financiële) redenen een beheerder niet alleen over een maatregel kan beslissen, dan is hierover afstemming nodig. Afstemming tussen waterschappen en Rijkswaterstaat vindt plaats tussen dijkgraaf en HID. De HID stemt indien nodig verder af met de DG-RWS. Een dijkgraaf kan worden uitgenodigd voor de coördinatiegroep van I&M, waarin de DG s van I&M zitting hebben. Voorzitter van deze coördinatiegroep is de meest betrokken DG. Hierbij is van belang dat: een vertegenwoordigende dijkgraaf deelneemt. Deze vertegenwoordigt tevens andere bedreigde waterschappen. deelname op locatie (meestal Den Haag) veelal niet mogelijk zal zijn. Hulpmiddelen als telefonie of videoconferencing zullen nodig zijn Landelijke afstemming bij (verwachte) overschrijding van landelijke alarmeringspeilen voor hoogwater In 2010 is het Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen (LDHO) vastgesteld. Het LDHO beschrijft de landelijke opschaling binnen de waterkolom (waterschappen, ministerie van Infrastructuur en Milieu en provincies) bij een (dreigende) overstroming met bovenregionale effecten, dat wil zeggen een overstroming waarvan de effecten zich uitstrekken over het (beheer)gebied van meerdere waterschappen, veiligheidsregio s, provincies en/of regionale diensten van Rijkswaterstaat. Het Draaiboek beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen in de waterkolom ten aanzien van deze bovenregionale effecten. Het gaat daarbij vooral om de landelijke coördinatie van de informatievoorziening gericht op een eenduidig landelijk beeld van de waterstaatkundige toestand, en de afstemming van eventuele maatregelen met bovenregionale effecten. De landelijke coördinatie van de informatievoorziening dient voor een goede samenwerking tussen de betrokken actoren en voor de ondersteuning van de besluitvorming door bestuurders ten aanzien van eventuele maatregelen. Als er kans bestaat dat landelijke alarmeringspeilen voor hoogwater in het hoofdsysteem (zee, meren en rivieren) worden bereikt of overschreden, wordt op grond van het LDHO de Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingsdreiging (LCO) ingesteld. Wanneer de LCO actief is worden situatierapporten van Delfland als deze vanwege een overstromingsdreiging in het beheergebied van Delfland gemaakt worden, ook naar de LCO gezonden. Problemen met primaire en regionale waterkeringen die tot regio-overstijgende crisissituaties kunnen leiden worden door Delfland direct aan de LCO gemeld. De calamiteitencoördinatoren fungeren als contactpersonen van Delfland voor de LCO. Het Hoogheemraadschap van Delland geeft voor veiligheidsregio s duiding aan de interpretatie van het landelijk waterbeeld van de LCO. In het kader van de (mogelijke) opschaling van veiligheidsregio s bij (dreigende) overstromingen kan bestuurlijke afstemming van Delfland met andere waterbeheerders (Rijkswaterstaat en andere waterschappen) plaatsvinden. In Dijkring 14, 15 en 44 is hierover een convenant met bijbehorende coördinatieregeling afgesloten (zie volgende paragraaf). Het Hoogheenraadschap van Delfland rapporteert rechtstreeks aan de LCO en geeft voor de veiligheidsregio s Rotterdam-Rijnmond en Haaglanden duiding aan het regionaal waterbeeld in het beheergebied van Delfland. Samenwerking dijkring 14 In februari 2010 hebben 6 veiligheidsregio's, 5 waterschappen, 3 provincies en 3 regionale diensten van Rijkswaterstaat het Coördinatieplan Dijkring 14 vastgesteld en de uitvoering hiervan met een convenant 22

23 bekrachtigd. Het plan beschrijft nauwgezet op welke manier er bij een (dreigende) overstroming van Dijkring 14 zo effectief mogelijk kan worden samengewerkt. Er zijn onder andere afspraken gemaakt over de interregionale afstemming. Dit is terug te voeren op drie scenario s: 1. Kust Veiligheidsregio s: Voor het kustscenario van dijkring 14 neemt Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) het initiatief tot de bovenregionale afstemming door het initiëren van een overleg tussen de voorzitters/ vertegenwoordigers van de RBT s. Tevens neemt de VRH het initiatief tot afstemming tussen de operationeel leiders van de ROT s. Tussen waterbeheerders: Voor de dreiging kust van dijkring 14 neemt het Hoogheemraadschap van Rijnland het initiatief voor de bovenregionale afstemming door het initiëren van een overleg tussen de dijkgraven van de betrokken waterschappen en de betrokken HID van RWS. Tevens neemt Rijnland het initiatief tot een overleg tussen de operationeel leiders van de operationele teams van de waterschappen en RWS. Andere waterbeheerders kunnen Rijnland ook verzoeken dit overleg op te starten. 2. Rivieren Veiligheidsregio s: Voor dijkring 14 is de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) ingeval van een (dreigende) overstroming door hoogwater op de Lek, conform het bestuurlijk convenant van dijkring 15 van juni 2007, aangewezen als coördinerend. Zowel het Regionaal Operationeel Team (ROT) en het Regionaal Coördinerend Beleidsteam (RCBT) van de VRU, alsmede de CdK van Utrecht zijn aangewezen als coördinerend. Tussen waterbeheerders: Voor het rivierscenario van dijkring 14 neemt het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) het initiatief voor de bovenregionale afstemming door het initiëren van een overleg tussen de dijkgraven van de betrokken waterschappen en de betrokken HID van RWS. Tevens neemt HDSR het initiatief tot een overleg tussen de operationeel leiders van de operationele teams van de waterschappen (OT s) en RWS. Andere waterbeheerders kunnen HDSR ook verzoeken dit overleg op te starten. 3. Rijn-Maasmonding Veiligheidsregio s: Voor de Rijn-Maasmonding dreiging van dijkring 14 neemt Veiligheidsregio Rotterdam- Rijnmond (VRR) het initiatief tot de bovenregionale afstemming door het initiëren van een overleg tussen de voorzitters/vertegenwoordigers van de RBT s. Tevens neemt de VRR het initiatief tot afstemming tussen de operationeel leiders van de ROT s. Andere regio s kunnen de VRR ook verzoeken dit overleg op te starten. Tussen waterbeheerders: Voor de Rijn-Maasmonding dreiging van dijkring 14 neemt het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) het initiatief voor de bovenregionale afstemming door het initiëren van een overleg tussen de dijkgraven van de betrokken waterschappen en de betrokken HID van RWS. Tevens neemt HHSK het initiatief tot een overleg tussen de operationeel leiders van de operationele teams van de waterschappen en RWS. Andere waterbeheerders kunnen HHSK ook verzoeken dit overleg op te starten. Voor de andere afspraken wordt verwezen naar het Coördinatieplan Dijkring 14, te vinden op de website van Delfland Landelijke en regionale samenwerking bij droogte In 2009 is het Landelijk Draaiboek Watertekort en droogte vastgesteld. Zodra de rivierafvoeren bij de grens van de Rijn (bij Lobith) en de Maas (bij Maastricht Sint Pieter) onder een bepaalde waarde komen óf er bovenregionale watertekortproblemen ontstaan zonder dat aan de eerste twee criteria wordt voldaan, wordt op grond van het LDW de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) bijeengeroepen. De LCW maakt bij watertekorten een verdeling van het beschikbare rijkswater onder sectoren die daarvan afhankelijk zijn. Voorbeelden van deze sectoren zijn de land- en tuinbouwsector, de scheepvaartsector en natuurbeheer. De LCW kijkt naar de hoeveelheid water per sector, maar ook naar de juiste waterkwaliteit voor de bestemming ervan. Elke sector heeft immers zijn eigen wensen voor het water. Zo wil de landbouwsector graag water met een niet te hoge zoutconcentratie en willen elektriciteitsproducenten water dat niet te warm is. 23

24 De LCW heeft formeel geen besluitvormende rol, maar geeft advies aan de directeur-generaal van Rijkswaterstaat. De directeur-generaal besluit bij beperkte watertekorten of hij de adviezen overneemt en uitvoert. Als de situatie kritischer wordt kan de besluitvorming worden neergelegd bij de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Regionaal Droogte Overleg (RDO) 8 De toevoer van zoetwater naar West-Midden Nederland wordt grotendeels bepaald door de aanvoer van water via Rijn en Maas. In perioden van watertekort en verzilting is zoetwaterverdeling een regionaal- en landelijk probleem, dat vraagt om een nauwe samenwerking en onderlinge afstemming tussen de Rijkswaterstaat en de regionale waterbeheerders. De Regionale Droogte Overleggen (RDO) vervullen hierin een belangrijke rol. 4.5 Terrorisme Terrorisme is als scenario meegenomen in alle Calamiteitenbestrijdingsplannen. Terrorismebestrijding is één van de belangrijkste thema s in het internationale en nationale veiligheidsbeleid. De rijksoverheid werkt intensief aan de verbetering van terrorismebestrijding in Nederland. Er is fors geïnvesteerd in de capaciteit van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten én in de verbetering van informatie-uitwisseling tussen de diensten onderling. In totaal zijn in Nederland ongeveer twintig instanties betrokken bij de bestrijding van terrorisme. Om de samenwerking tussen al deze instanties te verbeteren, is de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (de NCTV) ingesteld. Voor meer informatie wordt verwezen naar de website Onderstaande figuur 6 9 van de bestuurlijke netwerkkaart Terrorisme is een overzicht van de bestuurlijke partijen in deze ketens en de rol die zij vervullen ten tijde van een crisis. Figuur 5 Relatie bestuurlijke partijen ten tijde van een crisis door terrorisme 8 zie voor meer informatie Calamiteitenbestrijdingsplan Langdurige Droogte 9 Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing uitgave november 2013 p.84 24

25 Terrorisme is een crisistype waarbij niet alleen sprake is van opschaling in de strafrechtsketen, maar waarbij tevens bij voorbaat sprake is van opschaling in de algemene keten vanwege de te verwachten effecten voor openbare orde en veiligheid. De minister van Veiligheid en Justitie kan indien tijd voor overleg of overeenstemming ontbreekt zo nodig bestuurlijke maatregelen treffen op terreinen van andere ministers ter voorkoming of op voorhand beperken van de gevolgen van een terroristisch misdrijf zoals maatregelen vanwege gevaar voor waterstaatswerken. Bij een terroristische dreiging komt er een derde bestuurlijke keten bij, te weten het landelijk parket/minister van Justitie die de verantwoordelijkheid heeft bij de bestrijding van deze dreiging. De burgemeester en de dijkgraaf worden beide door de justitiële keten overruled. Het Alerteringssysteem Terrorismebestrijding is een waarschuwingssysteem voor overheid en bedrijfsleven. Het systeem waarschuwt operationele diensten en bedrijfssectoren bij een verhoogde dreiging. Op die manier kunnen snel maatregelen worden genomen die het risico op een aanslag kunnen verkleinen of de gevolgen ervan kunnen beperken. Het systeem is alleen gericht op professionals die te maken kunnen krijgen met een terroristische dreiging. Waterkeren is een van de vijftien bedrijfssectoren die op het systeem is aangesloten en daarmee relevant voor Delfland. 25

26 5 Van risico s naar scenario s In het tot stand komen van het plan is een interne multi-disciplinaire werkgroep samengesteld. Deze multidisciplinaire werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van alle disciplines, zowel technisch als ondersteunend. Met verschillende brillen is er gekeken naar gevolgen van calamiteiten om een totaalbeeld te krijgen en relaties tussen vakgebieden te leggen gericht op het integraal maken van de plannen. Het middel dat daarbij is gebruikt is scenarioanalyse. Er zijn zeven verschillende gebeurtenissen behandeld. Het scenario is gedefinieerd als oorzaak en het bestrijdingsplan beschrijft de gevolgen, inclusief de maatregelen. 5.1 Organisatiebehoefte Op basis van het voorliggendecalamiteitenplan en handboek is de organisatiebehoefte in kaart gebracht. Wat gaat er goed en wat kan beter? Resultaat is dat de bestaande werkwijzebeschrijving met daarin de generieke organisatiestructuur door de organisatie als helder en bruikbaar wordt ervaren en over wordt genomen. De beschrijving van de rollen en taken is helder. De drieslagenstructuur is herkenbaar, past bij de manier waarop andere organisaties om ons heen zijn ingericht en blijft van toepassing. Het was verder van belang de bestaande sectorale plannen integraler te maken. Plannen moeten beter te gebruiken en goed toegankelijk zijn. Hiervoor werden vier doelgroepen in beeld gebracht, waar in het nieuwe plan rekening mee wordt gehouden. Het handboek kent daarom vier niveaus van informatie: 1. Beleidsmatige uitgangspunten van de calamiteitenorganisatie, bedoeld om kaders te scheppen hoe Delfland met calamiteiten omgaat. 2. Calamiteitenplan, met een beschrijving van de organisatorische structuur en alle generieke processen, die bij alle soorten calamiteiten vergelijkbaar zijn. Doelgroep: alle leden van de calamiteitenorganisatie. Moment van raadplegen: preparatiefase, ofwel voorafgaand aan een calamiteit. Rol, taak en structuur moet in het opleidingstraject van medewerkers eigen worden gemaakt, zodat tijdens een calamiteit gericht kan worden op de specifieke calamiteit. Dit plan is een richtlijn voor de organisatiestructuur, alarmering en reguliere informatielijnen. 3. Bestrijdingsplannen, op basis van enkele bruikbare, voorzienbare scenario s. Hierin wordt in kaart gebracht wat mogelijke effecten zijn, welke knelpunten en dilemma s zich voor kunnen doen en welke maatregelen vooraf bedacht zijn die genomen kunnen worden. Doel van deze plannen is om voorafgaand aan een calamiteit kennis op te doen en gevoel te krijgen voor de calamiteit. Betrokkenen zijn beter in staat relaties te leggen tussen verschillende vakgebieden. 4. Operationele bijlagen bij de bestrijdingsplannen, met daarin functionele lijsten (schema s, bereikbaarheidslijsten, overzichten) bedoeld om tijdens een calamiteit te gebruiken. Belangrijk uitgangspunt hierbij is de definitie van crisisbeheersing van gecoördineerde improvisatie door kundige en goed opgeleide mensen, op basis van het calamiteitenplan. De bestrijdingsplannen zijn een extra (specifieke) voorbereiding, aanvullend op het calamiteitenplan. Het (generieke) calamiteitenplan vormt het hart van de calamiteitenorganisatie en is altijd van toepassing. 5.2 Risicobeheersing In de risico-inventarisatie 2007 komen risico s op vier vakgebieden naar voren. Deze zijn uitgewerkt op objectniveau. Alle risico s zijn beoordeeld op de kans dat het zich voordoet en op de voorzienbare gevolgen. Een beperking van deze risicoanalyse voor de bruikbaarheid in crisisplannen is dat deze sectoraal is uitgewerkt. De crisisplannen zijn integraal van aard. Accepteren van risico Op basis van de risico-inventarisatie wordt bepaald wat een aanvaardbaar risico is (zowel ambtelijk als bestuurlijk). Een onacceptabel hoog risico (of onvoldoende bekend risico) kan aanleiding zijn voor het uitvoeren van nader onderzoek (risicoanalyse). Er blijft altijd, ook na uitvoering van maatregelen of het opstellen van bestrijdingsplannen, een risico dat moet worden geaccepteerd (het restrisico). Structurele oplossingen (preventie) Wanneer het risico te groot wordt geacht, worden maatregelen genomen om de kans of het gevolg te 26

27 verkleinen. Op basis van de inventarisatie kan een onderbouwing worden gegeven voor het treffen van structurele maatregelen of voor de keuze van alternatieven voor ontwerpen, beheren en onderhouden. Planvorming en communicatie: (preparatie) Indien het risico niet verkleind kan worden (om technische of financiële redenen), maar toch zo hoog wordt geacht dat Delfland voorbereidingen moet treffen, dan wordt de keuze voor acties in de preparatiefase door de risico-inventarisatie onderbouwd. Delfland zal intern of extern moeten communiceren over risico s om het bewustzijn hiervoor te vergroten (zie hoofdstuk 8, risicocommunicatie). In de bestrijdingsplannen zijn mogelijk nog aanvullingen nodig. De uitkomsten van de risico-inventarisatie zijn gebruikt voor het uitwerken van diverse scenario s. Hierbij wordt aangegeven welke gebeurtenissen, acties en maatregelen relevant zijn en met welke prioriteit. Oefening (preparatie) De opgestelde scenario s worden geïntegreerd in het opleiden, trainen en oefenen van de calamiteitenorganisatie. Scenario s worden geoefend. In de evaluatie wordt het plan direct bijgesteld door de beheerder van het plan en ter goedkeuring aangeboden aan de verantwoordelijke voor het plan. 5.3 Van risico s naar scenario s Voor het schrijven van de bestrijdingsplannen heeft de werkgroep op basis van de risico-inventarisatie, met hun expertise, scenario s benoemd, waarmee alle waarschijnlijke en voorzienbare risico s geadresseerd zijn. Een verdere uitwerking van de risicoanalyse is mogelijk, met name in de operationele bijlagen. Ook zijn daar keuzen te benoemen door (groepen van) risico s te accepteren. Voor de bestrijding van deze voorzienbare risico s is altijd terug te vallen op de generieke organisatiestructuur in het calamiteitenplan en één van de scenario s uit de bestrijdingsplannen. Tot slot bestaan er onvoorzienbare risico s. Onvoorzienbare risico s zijn calamiteiten die zich voor kunnen doen, maar waarvan we het bestaan niet weten of waarvan de kans zodanig klein is dat deze niet waarschijnlijk wordt geacht. Dit zijn zogenaamde blinde vlekken. Voorbeeld daarvan is de dijkverschuiving bij Wilnis, waarbij een verschuiving ten gevolge van droogte van tevoren niet was voorzien doordat het faalmechanisme eenvoudigweg niet bekend was. Bij het voordoen van onvoorzienbare risico s wordt teruggevallen op de basisprincipes van de calamiteitenorganisatie: gecoördineerde improvisatie door kundige en goed opgeleide mensen, op basis van het calamiteitenplan. In de risico-inventarisatie wordt een overzicht gegeven van begingebeurtenissen: Storm en hoog buitenwater; Regen (extreme neerslag); Droogte; Dooi-inval en kruiend ijs; Ongelukken met gevolgen voor water; Onderhoud en werkzaamheden aan of vlakbij keringen; Vandalisme, sabotage en terrorisme; Falen van kunstwerk; Falen van keringen door deformatie door Niet Waterkerende Objecten (NWO); Uitval meet- en regelsysteem (telemetrie); Onderbreking van de elektriciteit (stroomuitval). De vertaling naar de uit te werken scenario s is uitgevoerd door de verschillende sectoren. Uitgangspunt daarbij is een representatief en bruikbaar plan. De werkgroep heeft de risico s uit de risico-inventarisatie geactualiseerd en gekoppeld aan de in kaart gebrachte behoeftes van de sectoren. In geval van droogte is gekozen het calamiteitenbestrijdingsplan Langdurige Droogte integraal mee te nemen als scenario omdat het een begingebeurtenis is. Er zijn bijstellingen geweest gedurende het proces voor grootschalige ongelukken, terrorisme en droogte. Voor een mogelijk bestrijdingsplan grondwater wordt eerst verkend of dit nodig is. De volgende scenario s zijn verkend: Stormvloed; Extreme regenval; Technisch falen (waaronder uitval kunstwerken en persleidingen); Grootschalige ongelukken (veelal gericht op waterkwaliteit); 27

28 Langdurige uitval van stroom, meet- en regelsysteem (telemetrie) en/of ICT; Menselijk handelen (intentioneel zoals vandalisme, sabotage en terrorisme); Langdurige droogte (opgenomen als scenario). Van scenario s naar bestrijdingsplannen De scenario s zijn gedefinieerd als de oorzaken van gebeurtenissen. In de bestrijdingsplannen zijn de gevolgen voor de kerntaken van Delfland opgenomen. De ene calamiteit manifesteert zich vooral als scenario (droogte, stormvloed), een andere calamiteit vooral als gebeurtenis (persleidingbreuk, uitval zuivering). Keuze van de werkgroep is om deze twee manieren van aanvliegen mogelijk te maken. Dit kan door een matrixstructuur te kiezen (zie figuur 7) van scenario s, die als oorzaken de gevolggebeurtenissen in de bestrijdingsplannen activeren. Door deze structuur te kiezen leggen we tevens de basis voor de digitalisering van de bestrijdingsplannen (bestrijdingsplan op een computer). Handboek Calamiteitenzorg Calamiteitenplan (generieke voorbereiding) Bestrijdingsplannen (specifieke voorbereiding) Scenarioboek (multi-disciplinair) Supplementen Werkwijzebeschrijving Crisiscommunicatieplan OTO-plan Juridisch supplement Juridisch supplement CBP1 CBP2 CBP3 CBP4 CBP... Scenario A Scenario B Scenario C Scenario D Scenario E Scenario F Scenario... Figuur 6 28

29 6 Opschaling en alarmering Incidenten en calamiteiten, die onder de verantwoordelijkheid van Delfland vallen, verschillen in aard en omvang. De invulling van de calamiteitenorganisatie kan in stappen (fasen) worden aangepast aan het incident of de calamiteit, zowel in omvang als in deskundigheid. Het opstarten van de bestrijding van incident of calamiteit begint met een melding. De bestrijding kan in veel gevallen binnen de reguliere organisatie worden afgehandeld, maar inzet van de calamiteitenorganisatie kan noodzakelijk blijken. Dit moet in korte tijd gebeuren en noemen we opschalen. Het doel hiervan is om besluitvaardig, gecoördineerd en integraal samen te werken binnen Delfland. Het is van wezenlijk belang om de crisispartners zoals veiligheidsregio s en gemeenten (zie verder hoofdstuk 10) in een zo vroeg mogelijk stadium te informeren, af te stemmen en de hoogte te brengen van de opschaling van Delfland. In de paragrafen 6.1 en 6.2 worden de interne op- en afschaling neergezet. In de paragrafen 6.3 en 6.4 worden de regionale opschaling algemene kolom en respectievelijk de landelijke opschaling uitgewerkt. De opschaling van de functionele (water)kolom en de algemene kolom zijn niet aan elkaar gekoppeld maar wel zoveel als mogelijk met elkaar in overeenstemming gebracht. Het is dus goed mogelijk dat de op- en afschaling in beide ketens ongelijk is. Bij Delfland onderscheiden we naast de normale bedrijfsvoering vier fasen die hierna worden beschreven. Als de extra coördinatie en bevoegdheden niet meer nodig zijn zal de calamiteitenorganisatie afschalen (of terugschalen) en uiteindelijk terugkeren in normale bedrijfsvoering. De calamiteitenorganisatie heeft dus geen vaste vorm of vaste bezetting maar wordt wisselend ingevuld naar gelang de omstandigheden. Daarbij zijn de fasen geen vaste indeling, maar meer markeerpunten in de opschaling. De criteria voor opschalen en afschalen zijn nader uitgewerkt in de calamiteitenbestrijdingsplannen. Daarbij is zo veel mogelijk gestreefd naar kwantitatieve, objectieve en meetbare gegevens. In dit hoofdstuk zijn de criteria voor het toepassen van een fase in meer algemene termen en kenmerken verwoord. 6.1 Melding en alarmering De reguliere operationele teams van de organisatie zijn in staat om de eerste operationele maatregelen te nemen in de bestrijding van incidenten en calamiteiten. Dit is inclusief het opvangen en registreren van meldingen van burgers en partners via het meldpunt toezicht (24/7). Er is voorzien in een gegarandeerde informatie- en alarmeringsstructuur, waardoor voortdurend incidenten worden gemonitord, ingeschat en zowel interne als externe partijen tijdig worden geïnformeerd en gealarmeerd. Bij een opschaling is de kernbezetting van de calamiteitenorganisatie in staat om binnen één uur op operationeel, op tactisch en op bestuurlijk niveau, activiteiten te coördineren, bevoegdheden toe te passen en verantwoordelijkheid te nemen. De kernbezetting voorziet bovendien uit een direct inzetbaar team (crisis)communicatie, inclusief omgevingsanalyse, redactie (online media en persberichten) en strategisch communicatieadvies. De gegarandeerde kernbezetting is uit te breiden met inhoudelijke en strategische adviseurs, een meldkamer, een informatiecentrum, informatiemanagement en facilitaire ondersteuning (bedrijfsmiddelen en ICT). 6.2 Interne opschaling Opschaling bij Delfland verloopt in vier verschillende stappen, dit noemen we coördinatiefasen. Deze worden in de volgende paragraaf nader geduid. De aard en omvang van het incident of de calamiteit, en de omvang en impact van de gevolgen bepalen de omvang van de benodigde calamiteitenorganisatie. De complexiteit van de situatie en de bestrijding, de intensiteit van de informatiestromen, de tijdsdruk en dergelijke zijn redenen voor het inschakelen van meer personeel om de taken goed te kunnen uitvoeren. De coördinatiefasen moeten niet alleen toepasbaar zijn voor incidenten die hebben plaatsgevonden (acute crisis) maar juist ook voor mogelijke dreigende situaties zoals voorspelde hoge waterstanden met mogelijke kans op overstromingen (sluimerende crisis). De mate van coördinatie is zelf weer afhankelijk van diverse factoren. Het dreigingsniveau en de (mogelijke) impact spelen hierbij een belangrijke rol, maar ook andere factoren kunnen aanleiding geven tot opschaling zoals de mate van bestuurlijke betrokkenheid, financiële gevolgen of media-aandacht. Met andere woorden: Een incident kan voor zoveel onrust of media-aandacht zorgen (impact samenleving, maatschappelijke 29

30 betrokkenheid) dat bestuurlijke coördinatie nodig is (fase 3), terwijl er op basis van het dreigingsniveau niet veel aan de hand hoeft te zijn. Het uitwerken van de opschalingscriteria voor de diverse ramptypen is een verantwoordelijkheid van de betreffende individuele overheden en vindt zijn weerslag in de algemene calamiteitenplannen en calamiteitenbestrijdingsplannen. Onderlinge afstemming is hierbij wel een in de wet vastgelegde vereiste. Opschalen gaat in kleine stapjes, waarbij alles wat al in werking is gezet gewoon doorgaat. Er komt alleen een laag bij. Reden voor een toegevoegde laag is enerzijds de behoefte aan coördinatie en/of, anderzijds, de behoefte aan hogere bevoegdheden. De toe te voegen laag gaat iets doen wat nog niet wordt gedaan, of niet meer door de laag eronder kan worden gedaan. Hieronder wordt de opschalingssystematiek van de 4 coördinatiefasen in hoofdlijnen beschreven. Een nadere uitwerking is te vinden in het supplement Werkwijzebeschrijving Calamiteitenorganisatie Dagelijkse werkzaamheden (routine) Verantwoordelijk: Uitvoering: Sectorhoofd Teamleider Binnen de dagelijkse werkzaamheden kunnen kleine afwijkingen optreden van het normale beheer. Dergelijke beperkte incidenten kunnen enige extra tijdsbesteding vragen, maar kunnen eenvoudig binnen de dagelijkse routine worden afgehandeld. Dagelijks werk + informatielijn(routine) In sommige gevallen binnen het reguliere werk is het verstandig om binnen en buiten de organisatie mensen en afdelingen hierover te informeren. Dit is bijvoorbeeld als er externe partners betrokken zijn, zoals hulpverleningsdiensten en/of gemeenten en bij alle incidenten die aandacht van media kunnen trekken. In deze gevallen wordt altijd de calamiteitencoördinator geïnformeerd. De sector is primair verantwoordelijk om de lijn (sectorhoofd Secretaris Directeur - portefeuillehouder) te infomeren. Ook is de sector verantwoordelijk om de afdeling communicatie te informeren. Dit kan (en hoeft) echter niet altijd direct te gebeuren. Ook kan de sector buiten kantoortijden tegen beperkingen aanlopen, doordat de reguliere organisatie niet altijd bereikbaar is Coördinatiefase 1 (incident) Verantwoordelijk & uitvoering : Actieteamleider Een incident in fase 1 is beperkt van omvang, beheersbaar en af te handelen door de betreffende sector. De beheersactiviteiten en informatiebehoefte nemen echter toe. Er zijn mensen en/of hulpmiddelen voor nodig om het incident te volgen. Het is noodzakelijk iemand of meerdere mensen vrij te maken van hun dagelijkse werk en te belasten met de aanpak van het incident. Deze situatie wordt aangeduid als coördinatiefase 1. Er wordt ook opgeschaald naar fase 1 als er kans bestaat op (neven) effecten, of als uitbreiding van het effectgebied mogelijk is. Naast primaire technische sectoren, kunnen ook andere afdelingen gebruik maken van een coördinatiefase 1 en een actieteam inrichten (zoals team communicatie). De dienstdoende actieteamleider beslist tot opschalen naar coördinatiefase 1. Fase 1 geeft aan dat er behalve de actieteamleider en/of het instellen van een actieteam, geen bijzondere coördinatiestructuren nodig zijn voor de bestrijding van het incident. Benodigde mensen, middelen en deskundigheid voor de bestrijding van het incident kunnen eenvoudig beschikbaar worden gemaakt. Het incident is sectoraal te bestrijden. Behalve enkele operationele contacten (met bijvoorbeeld communicatie of door het aansluiten van een peilbeheerder in het actieteam) zijn er geen andere afdelingen bij betrokken. Alle werkzaamheden worden verricht onder verantwoordelijkheid van de reguliere organisatie (de actieteamleider). Wanneer de teamleider (van het team waaronder het actiecentrum valt) ook een functie heeft als actieteamleider heeft deze de mogelijkheid om de dienst van de dienstdoende actieteamleider in goed overleg over te nemen (bijvoorbeeld binnen kantoortijden). De dienstdoende actieteamleider blijft dan beschikbaar als eerste aflossing. In bijzondere gevallen kan het sectorhoofd ook iemand anders aanwijzen als actieteamleider (bijvoorbeeld in geval van de regiegroep droogte). 30

31 Werkzaamheden worden vanuit één punt gecoördineerd en uitgevoerd door de actieteamleider. Het actieteam kan besluiten een actiecentrum in te richten, maar dit is niet noodzakelijk. Zodra een fase 1 wordt overwogen, wordt de calamiteitencoördinator in kennis gesteld en gehouden. De calamiteitencoördinator kan gevraagd (en ongevraagd) advies geven. Na opschaling tot fase 1 stelt (voor zover dat nog niet gedaan is) de actieteamleider de teamleider hiervan op de hoogte. De calamiteitencoördinator informeert telefonisch het sectiehoofd (van de sectie waaronder de calamiteit valt) en de dijkgraaf. De secretaris-directeur, het verantwoordelijke sectorhoofd, de overige sectiehoofden en de portefeuillehouder worden in principe per sms geïnformeerd. Om de calamiteitencoördinator te ontlasten nemen zij bij vragen contact op met het sectiehoofd. Wanneer zich incidenten voordoen die (nog) niet tot GRIP-opschaling 10 leiden, maar wel impact kunnen hebben op de openbare orde en veiligheid, informeert en stemt Delfland met de relevante netwerkpartners ( oa.veiligheidsregio s en gemeenten) af Coördinatiefase 2 (calamiteit) Ambtelijke eindverantwoordelijkheid: Verantwoordelijk voor vakgebied: Uitvoering per vakgebied: Operationeel Leider Sectiehoofd (per vakgebied) Actieteamleider (per vakgebied) Coördinatiefase 2 gaat in bij een (dreigende) calamiteit die in omvang het niveau en de bevoegdheden van het actieteam ontstijgt, of waarbij een meer dan geringe inzet is benodigd van meerdere vakgebieden. In deze gevallen is een gecoördineerde aanpak wenselijk of zijn hogere bevoegdheden benodigd om effectief op te kunnen (blijven) treden. Op basis van de wachtdienst zijn er na alarmering binnen een uur een operationeel leider, een calamiteitencoördinator en twee sectiehoofden beschikbaar om een operationeel team te vormen. De Operationeel Leider besluit tot het opschalen naar coördinatiefase 2 op advies van de calamiteitencoördinator en het sectiehoofd. De Operationeel Leider neemt de eindverantwoordelijkheid voor de organisatie op zich. Wanneer het sectorhoofd ook een functie heeft als sectiehoofd heeft deze de mogelijkheid om de dienst van het dienstdoende sectiehoofd in goed overleg over te nemen (bijvoorbeeld binnen kantoortijden).het dienstdoende sectiehoofd blijft in dat geval beschikbaar als eerste aflossing. De calamiteitencoördinator is verantwoordelijk voor het informeren van de dijkgraaf, secretaris-directeur, portefeuillehouder(s), sectorhoofd(en) en sectiehoofden. In overleg met de operationeel leider wordt afgestemd wie welke functionaris informeert Coördinatiefase 3 (calamiteit met bestuurlijke implicaties) Bestuurlijke verantwoordelijkheid: Ambtelijke eindverantwoordelijkheid: Verantwoordelijk voor vakgebied: Uitvoering per vakgebied: Voorzitter beleidsteam Operationeel Leider Sectiehoofd (per vakgebied) Actieteamleider (per vakgebied) De dijkgraaf besluit tot het opschalen naar coördinatiefase 3 op advies van de Operationeel Leider en de calamiteitencoördinator. Er is sprake van een ernstige situatie die als een (dreigende) calamiteit kan worden aangemerkt en waarbij de media belangstelling tonen, beleidsbeslissingen moeten worden genomen en/of bestuurlijk overleg noodzakelijk is Coördinatiefase 4 (beheergebied overschrijdende calamiteit) (NB: er is geen centrale bovenregionale bestuurlijke aansturing) Bestuurlijke verantwoordelijkheid: Voorzitter beleidsteam Ambtelijke eindverantwoordelijkheid: Operationeel Leider Verantwoordelijk voor vakgebied: Sectiehoofd (per vakgebied) Uitvoering per vakgebied: Actieteamleider (per vakgebied) 10 Zie paragraaf voor de uitleg over GRIP 31

32 Bij een calamiteit die het beheergebied overschrijdt kan een coördinatiefase 4 worden afgekondigd. Dit is een calamiteit waarbij intensieve bestuurlijke afstemming benodigd is tussen meerdere waterschappen en/of waterbeheerders. De voorzitter van het beleidsteam beslist tot het opschalen naar fase 4, op advies van de calamiteitencoördinator en de operationeel leider. De dijkgraaf besluit tot het opschalen naar coördinatiefase 4 op advies van de Operationeel Leider en de calamiteitencoördinator. Een coördinatiefase 4 betekent geen verandering in bevoegdheden van Delfland of andere waterschappen. Er is geen centrale bestuurlijke aansturing of coördinatie (vanwege de unieke decentrale bevoegdheden per waterbeheerder). Op regionaal niveau zijn voor het ramptype overstromingen tussen waterbeheerders afspraken gemaakt over regionale coördinatie en eventuele vertegenwoordiging in de veiligheidsregio s. Zie hiervoor het convenant Dijkring 14 en het coördinatieplan Dijkring 14, zoals beschreven in hoofdstuk 4 van het calamiteitenplan. Fase Opschalingslijn (zowel binnen als buiten kantoortijden) Voorzitter beleidsteam Fase 2 Operationeel leider Calamiteitencoördinator Fase 1 Actieteamleider* Calamiteitencoordinator Beslisser tot opschalen Afstemming Advies Reguliere organisatie beslisser tot opschaling * Indien de teamleider ook een functie heeft als actieteamleider binnen de calamiteitenorganisatie heeft hij de mogelijkheid om de dienst van de dienstdoende ATL in goed overleg over te nemen. figuur 7 opschalingsystematiek In figuur 8 is de Calamiteitenorganisatie in relatie tot de coördinatiefasen weergegeven. De calamiteitenorganisatie wordt in hoofdstuk 7 toegelicht. Figuur 8 De calamiteitenorganisatie van Delfland. 32

33 Naast alarmeren en opschalen is het van groot belang om de reguliere organisatie, waaronder het bestuur, en diverse andere functionarissen uit de calamiteitenorganisatie te informeren. De lijn is dat de reguliere functionarissen de reguliere organisatie informeren en de functionarissen uit de crisisorganisatie de functionarissen uit de crisisorganisatie informeren. Voor een overzicht zie onderstaande tabel. INFORMATIELIJN TIJDENS EEN CALAMITEIT Reguliere organisatie informeert de reguliere organisatie. Calamiteitenorganisatie informeert de calamiteitenorganisatie. Actieteamleider Teamleider* Sectorhoofd Portefeuillehouder Calamiteitencoördinator Sectiehoofd waar calamiteit onder valt Voorzitter beleidsteam alleen bij fase 3 College / VV Operationeel leider Secretaris-directeur Sectiehoofd communicatie Overig sectiehoofd I&A/FAZ Netwerkpartners * Indien de teamleider ook een functie heeft als actieteamleider binnen de calamiteitenorganisatie, heeft hij de mogelijkheid om de dienst van de dienstdoende ATL in goed overleg over te nemen. ** Indien het sectorhoofd ook een functie heeft als sectiehoofd binnen de calamiteitenorganisatie, heeft hij de mogelijkheid om de dienst van de dienstdoende sectiehoofd in goed overleg over te nemen. 6.3 Interne afschaling Indien de situatie het toelaat kan worden beslist om de calamiteitenorganisatie af te schalen. Afschalen is het afkondigen van een lagere coördinatiefase, of het terugkeren naar het reguliere werk (dagelijkse routine). Van toepassing zijn de bepalingen zoals uitgewerkt in het hoofdstuk 9 nafase. Er wordt pas afgeschaald als de resterende taken en verantwoordelijkheden zijn overgedragen aan de reguliere organisatie, of aan een ad-hoc projectteam dat met de afhandeling wordt belast (herstelfase). Besluitvorming geschiedt door de dijkgraaf (van fase 4 naar 3 en van fase 3 naar 2), op advies van de calamiteitencoördinator en de operationeel leider. De operationeel leider beslist over het afschalen van fase 2 naar 1, op advies van de calamiteitencoördinator en het sectiehoofd. De betreffende actieteamleider beslist over het afschalen van fase 1 naar dagelijkse werkzaamheden, op advies van de calamiteitencoördinator. 6.4 Regionale opschaling algemene kolom Bij de bestrijding van calamiteiten is naast de waterkolom vaak ook de algemeen bestuurlijk kolom aangesloten 11. Adequate bestrijding van incidenten en rampen valt of staat met een goede communicatie en samenwerking tussen alle betrokken diensten. Essentieel hierbij is dat elkaars taal wordt gesproken. Dit kan alleen worden bereikt door het gezamenlijk toepassen van een eenduidige systematiek van opschaling en fasering. In eerste instantie binnen de eigen kolom, waar mogelijk tussen de verschillende kolommen onderling. De organisatiestructuur van de algemeen bestuurlijke kolom is tijdens rampen en crisis leidend. Om goed met de algemeen bestuurlijke kolom te kunnen communiceren tijdens een ramp is het dan ook noodzakelijk dat structuren en begrippen zoveel mogelijk herkenbaar zijn voor iedereen. Te veel verschillen in (functie)benamingen, faseringen, nummeringen en dergelijke kan tijdens calamiteiten al snel leiden tot misverstanden. Indien bijvoorbeeld de brandweer de aanpak van een bepaald incident wil afstemmen met het waterschap, is het zeer handig dat men elkaars taal spreekt. Wordt gesproken over fase 2 (conform dit voorstel), dan weten beide instanties automatisch dat hiermee wordt bedoeld dat het operationele team actief is, zonder dat dat hoeft te worden uitgelegd. Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure (GRIP) De algemeen bestuurlijke kolom maakt gebruik van de GRIP-systematiek als een incident of crisis een gecoördineerd optreden van de hulpdiensten vereist. GRIP staat voor: Gecoördineerde Regionale Incidentenbestrijdings Procedure en is in 2013 uitgebreid met bovenregionale en landelijke coordinatiestructuren. De GRIP-systematiek werkt volgens het principe van de organisatorische opschaling. Indien een incident of calamiteit een hoger niveau van bevelvoering cq. verantwoordelijkheden vereist, of de behoefte bestaat voor multidisciplinaire samenwerking wordt er opgeschaald van uitvoerend naar tactisch en 11 Wat onder de algemene en de functionele kolom wordt verstaan is in paragraaf 4.2 van dit plan beschreven. 33

34 uiteindelijk strategisch niveau. Delfland valt bij een GRIP situatie onder de aansturing van de betreffende GRIPleiding en moet zijn acties en maatregelen daarmee afstemmen. De GRIP maakt gebruik van zes opschalingsniveaus en werkt volgens het principe van bottom-up organisatorische opschaling. Indien een incident of calamiteit multidisciplinaire samenwerking behoeft en een hoger niveau van bevelvoering cq. verantwoordelijkheden vereist, wordt opgeschaald van uitvoerend naar tactisch en uiteindelijk strategisch niveau. De 6 opschalingsniveaus van GRIP kunnen als volgt worden omschreven 12 : GRIP 1 Wanneer bij de bestrijding van een incident in het brongebied meerdere disciplines betrokken zijn en structurele coördinatie tussen de disciplines noodzakelijk is, wordt opgeschaald naar GRIP 1. Er wordt op de plaats van het incident een team ingericht, het commando plaats incident (COPI). Dit team wordt geleid door een leider CoPI. GRIP 2 Wanneer ook structurele coördinatie buiten het brongebied, dat wil zeggen in het effectgebied, noodzakelijk is, wordt opgeschaald naar GRIP 2. Naast het CoPI wordt een regionaal operationeel team (ROT) ingericht. Dit team wordt geleid door een leider ROT. De leider ROT wordt ook wel (regionaal) operationeel leider genoemd. GRIP 3 Wanneer er sprake is van een bedreiging van het welzijn van (grote groepen van) de bevolking en bestuurlijke coördinatie of besluitvorming noodzakelijk is, wordt opgeschaald naar GRIP 3. Naast het CoPI en het ROT wordt een gemeentelijk beleidsteam (GBT) gevormd, onder voorzitterschap van de betrokken burgemeester. GRIP 4 Wanneer er sprake is van een gemeentegrensoverschrijdend incident, de hulpdiensten in meerdere gemeenten moeten optreden en bestuurlijke coördinatie van betrokken gemeenten aan de orde is, wordt opgeschaald naar GRIP 4. Het GBT komt te vervallen en er wordt een regionaal beleidsteam (RBT) gevormd, onder voorzitterschap van de voorzitter veiligheidsregio. GRIP 5 Wanneer er behoefte is aan multidisciplinaire en bestuurlijke coördinatie bij een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis in meerdere regio s of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, waartoe de betrokken voorzitters VR in gezamenlijkheid besluiten omdat het bestuurlijk noodzakelijk wordt gevonden, kan een interregionaal operationeel team irot en/of interregionaal beleidsteam irbt worden ingesteld door de operationeel leiders en/of voorzitters van de betrokken veiligheidsregio s. De operationeel leiders en voorzitters van de betrokken veiligheidsregio s wijzen uit hun midden een coördinerend operationeel leider irot en/of coördinerend voorzitter irbt aan. GRIP-RIJK Wanneer er behoefte is aan sturing door het rijk in situaties waarbij de nationale veiligheid in het geding is of kan zijn, kunnen individuele ministers of de Ministeriële Coördinatiecommissie Crisisbeheersing (MCCb) een GRIP-RIJK afkondigen en parallel aan de (boven)regionale coördinatie op (i)rot en/of (i)rbt de crisisbeheersing en rampenbestrijding nationaal gaan aansturen of coördineren. De MCCb wordt daarbij dan ondersteund door een Interdepartementale Coördinatiecommissie Crisisbeheersing (ICCb) en een Adviesteam. 12 Conform Referentiekader GRIP 34

35 Figuur 9 Opschalingsystematiek van de algemene kolom in relatie tot de functionele (water)kolom nader uitgewerkt. 35

36 6.5 Opschaling Rijkswaterstaat (RWS) figuur 10 opschaling en crisisorganisatie Rijkswaterstaat 6.6 Provincie Zuid Holland Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning (als provinciaal orgaan) hebben op grond van diverse wetten bevoegdheden en verantwoordelijkheden bij een crisis of een calamiteit. Daarnaast houdt de commissaris van de Koning als rijksorgaan namens de minister van Veiligheid en Justitie op grond van de Wet veiligheidsregio s toezicht op de taakuitvoering van de veiligheidsregio s. 36

37 Het is van groot belang dat Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning zo snel mogelijk op de hoogte worden gesteld van een crisis of calamiteit en in staat zijn, indien nodig, (een) besluit(en) te nemen. Om dit mogelijk te maken heeft de provincie een interne ondersteunende coördinatie- en afstemmingsstructuur ontwikkeld die in het Plan Interne Crisisorganisatie Zuid-Holland is beschreven. Anders dan de rol van de burgemeester op plaatselijk niveau, is de rol van Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning geen operationele eerstelijns bevoegdheid maar een bestuurlijk toezichthoudende rol op het tweedelijns niveau. Gedeputeerde Staten en de commissaris van de Koning kunnen vanuit deze rol besluitvorming afdwingen met het geven van een aanwijzing. Ook zijn Gedeputeerde Staten in bepaalde situaties bevoegd te treden in de plaats van het bevoegd gezag en zelf tot het treffen van maatregelen over te gaan. In onderstaande figuur is de interne provinciale crisis- en calamiteitenorganisatie weergegeven. figuur 11 interne provinciale crisis- en calamiteitenorganisatie 6.7 Landelijke opschaling Waterkolom Landelijke opschaling van de Waterkolom bij watercrises vindt plaats op grond van de landelijke draaiboeken en plannen die worden beheerd en onderhouden door de Landelijke Coördinatiecommissies van het Water Management Centrum Nederland (WMCN) van Rijkswaterstaat en de waterschappen in Lelystad. De opschalingscriteria en informatiestromen die in deze landelijke plannen en draaiboeken zijn beschreven zijn, voor zover van toepassing, verwerkt in de calamiteitenbestrijdingsplannen van Delfland. Landelijk Draaiboek Watertekort en Droogte (2009) Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen (2010) Landelijke Coördinatiecommissie Milieuverontreiniging Water (LCM) Internationaal Waarschuwings- en Alarmplan Rijn (2009) Internationaal Waarschuwings- en Alarmsysteem Maas Nationaal meetplan voor metingen in water bij nucleaire ongevallen (2011) Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen Door het Rijk zijn in het Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen afspraken gemaakt over de landelijke coördinatie en afstemming bij een bedreiging van de primaire waterkeringen. Het gaat daarbij vooral 37

38 om de landelijke coördinatie van de informatievoorziening door de daartoe speciaal opgerichte Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingen (LCO) en de afstemming van maatregelen. De gebruikelijke bevelstructuur (via veiligheidsregio etc.) blijft gewoon in tact. Alleen de coördinatie en informatievoorziening wordt verder gekanaliseerd. Deze landelijk niveaus zijn niet in de bestaande GRIP of waterkolomfasering gevlochten, beide zijn immers organisatorische opschalingen terwijl de landelijke niveaus alleen gaat over de wijze van afstemming en informatievoorziening bij een bepaald dreigingsniveau. Dit Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen (LDHO) beschrijft de landelijke opschaling binnen de waterkolom (waterschappen, ministerie van Infrastructuur en Milieu en provincies) bij een (dreigende) overstroming met bovenregionale effecten. Dit draaiboek beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de betrokken partijen in de waterkolom ten aanzien van deze bovenregionale effecten. Het gaat daarbij vooral om de landelijke coördinatie van de informatievoorziening gericht op een eenduidig landelijk beeld van de waterstaatkundige toestand, en de afstemming van eventuele maatregelen met bovenregionale effecten. De landelijke coördinatie van de informatievoorziening dient voor een goede samenwerking tussen de betrokken actoren en voor de ondersteuning van de besluitvorming door bestuurders ten aanzien van eventuele maatregelen. Het draaiboek bestaat naast en is afgestemd met het Nationaal Crisisplan Hoogwater en Overstromingen van het ministerie van Veiligheid &Justitie(V&J). Deze beschrijft de landelijke opschaling voor de algemene kolom. De primaire doelgroep van het landelijk draaiboek zijn de verschillende dienstonderdelen van het ministerie van Infrastructuur & Milieu (waaronder Rijkswaterstaat), de waterschappen en de provincie (voor zover het hun watergerelateerde taken betreft). Zij kunnen in het draaiboek lezen wat van hen wordt verwacht als een bovenregionale overstroming dreigt of plaatsvindt. De secundaire doelgroep van het landelijk draaiboek zijn de actoren binnen de algemene kolom. Zij kunnen in het draaiboek lezen wat zij van de actoren in de waterkolom mogen verwachten aan ondersteuning als een bovenregionale overstroming dreigt of plaatsvindt. Afhankelijk van de ernst van de dreiging beschrijft het draaiboek de invulling van de landelijke coördinatie op drie niveaus. Regionale alarmering (niveau 1, kleurcode geel): Er worden wel zeer hoge waterstanden verwacht, maar de dreiging voor grootschalige overstromingen is nihil. Regionaal zijn de waterbeheerders actief (dijkbewaking). Landelijk wordt de informatievoorziening wel opgestart om een eenduidig landelijk beeld beschikbaar te hebben, o.a. ten behoeve van communicatie. Deze situatie komt eens per 1 à 2 jaar voor. Landelijke alarmering (niveau 2, kleurcode oranje): De waterveiligheid is nog gewaarborgd maar de is kans aanwezig dat in de komende dagen tot het hoogste niveau moet worden opgeschaald. Grote alertheid is nodig. Er vindt landelijke coördinatie plaats binnen de functionele (water-)kolom. De verwachte waterstanden zijn extreem hoog en komen slechts enkele keren per eeuw voor. Kritiek (niveau 3, kleurcode rood): Het hoogste niveau van dreiging is aan de orde wanneer een mogelijke overstroming niet is uit te sluiten. Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer de wettelijke beschermingsniveaus van de waterkeringen overschreden dreigen te worden. Bij deze situatie vindt er landelijke coördinatie, en zo nodig aansturing, plaats vanuit de nationale crisisbeheersing onder coördinatie van de minister van V&J of de minister-president.. Dit komt minder dan eens in de honderd jaar voor. Het LDHO beschrijft op hoofdlijnen de rol van de Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingsdreiging (LCO). De LCO is ingericht om een centrale uitvoerende rol te vervullen in de landelijke informatievoorziening over de waterstaatkundige situatie bij een dreigende grootschalige overstroming. De LCO heeft, naast de rol om de vroegtijdige waarschuwing te realiseren, ook de taak om het landelijk beeld van de waterstaatkundige situatie te maken en te verspreiden. Binnen de LCO werken KNMI, waterschappen en Rijkswaterstaat daartoe nauw samen, gericht op het opstellen van het landelijk waterbeeld en een overzicht van mogelijke waterstaatkundige maatregelen met bovenregionale effecten (aanvullend op regionale maatregelen). Bij opschaling naar niveau 1 wordt de LCO actief, maar blijft op de achtergrond. De regionale partijen hebben dan de regie. Er worden geen landelijke beelden verspreid buiten de waterkolom. Vanaf niveau 2 is de LCO volledig actief. Bij niveau 2 bewaakt het DCC-I&M het proces van de crisisbeheersing en verzorgt de informatievoorziening binnen het eigen ministerie, naar het NCC en naar overige netwerkpartners. Bij 38

39 opschaling naar het niveau 3 gaat er landelijke coördinatie, en zo nodig aansturing, plaats vinden vanuit de nationale crisisbeheersing onder coördinatie van de minister van V&J of de minister-president. Een nadere uitleg van het LDHO is te vinden in het calamiteitenbestrijdingsplan Primaire keringen Landelijke fasering Om de landelijke coördinatie van de informatievoorziening, de afstemming van bovenregionale maatregelen en de landelijke regie van de crisisbeheersing op het juiste moment in te schakelen, worden drie niveaus van landelijke opschaling gedefinieerd. Niveau Reikwijdte incident 1 Alarmering: In een eerste stap wordt de LCO actief. Dit niveau wordt aangeduid als alarmeringspeil. De LCO wordt actief een aantal (zo mogelijk 4-7) dagen voorafgaand aan het moment waarop de extreme waterstanden op de Noordzee of rivieren worden verwacht. In deze situatie is de LCO voor de buitenwereld nog nauwelijks zichtbaar, zij volgt de ontwikkelingen en verzamelt informatie. Verantwoordelijk voor opschaling = Voorzitter LCO 2 Landelijke alarmering: Dit gebeurt als waterstanden worden verwacht die vergelijkbaar zijn met 1953 voor de kust en die van 1993 en 1995 voor de grote rivieren (N.B. de keringen zijn nu wel veel sterker). De LCO is volop actief, stemt af met waterbeheerders en andere betrokkenen en verspreidt het landelijke waterbeeld. Dit beeld bevat de dreigingssituatie en een beschrijving van mogelijke overkoepelende maatregelen. Dit niveau betekent: Landelijke informatievoorziening met een centrale rol voor de LCO, en de afstemming van besluiten binnen de waterkolom over (eventuele)maatregelen met een bovenregionale uitwerking. De waterbeheerders achten de situatie nog veilig, maar door de extreme omstandigheden is extra waakzaamheid nodig. Verantwoordelijk voor opschaling = DCC-I&M, namens de minister vani&m 3 Kritiek: Deze fase treedt op wanneer de waterbeheerders niet meer voor de veiligheid kunnen instaan. Het is noodzakelijk om dit in een zo vroeg mogelijk stadium voorafgaand aan de daadwerkelijke crisis te signaleren naar de algemeen bestuurlijke kolom. Deze kan dan de aanvullende besluiten nemen die moeten worden uitgevoerd waaronder eventueel evacuaties. Verantwoordelijk voor opschaling = Hoofd Nationaal Crisiscentrum (NCC) De verhouding tussen coördinatiefasen en het landelijke niveau van opschaling is als volgt: coördinatie fasen Delfland Landelijke opschaling Coördinatie fase Niveaus 1 AT actief Operationele coördinatie 2 OT actief 1 LCO actief 3 BT actief 2 Landelijke alarmering 4 BT actief ( beheergebied overstijgende 3 Kritiek impact) In het calamiteitenbestrijdingsplan Primaire keringen zijn de landelijke opschaling, criteria van opschaling, de rollen en taken, verder uitgewerkt. Bottum up Opschaling bij rampenbestrijding en crisisbeheersing gaat er in principe vanuit dat nieuwe informatie of ontwikkelingen laten zien dat de situatie ernstiger (geworden) is of wordt. Dat betekent dat opschaling plaatsvindt van een laag naar een hoog niveau van rampenbestrijding en crisisbeheersing (bottum-up), bijvoorbeeld: Standzekerheid waterkeringen: Als een waterkering bezwijkt en er daarvóór nog niets aan de hand was. Dit is een (dreigende)calamiteit op beperkte schaal omdat Delfland dit zelf kan afhandelen, er geen 39

40 waarschuwing met betrekking tot de peilen aan vooraf gaat, het probleem vermoedelijk (na melding) door Delfland zelf gesignaleerd is. Bij een incident zoals een olielozing zal meestal traditioneel van onderaf worden opgeschaald (BOTTUM- UP opschaling). Een coördinator gaat in het veld kijken, constateert dat er iets ernstigs aan de hand is en waarschuwt zijn meerdere etc.. Top down Het kan voorkomen dat meteen moet worden opgeschaald naar een hoogste fase, bijvoorbeeld: Dreiging ernstige overstromingen (doorbraak primaire keringen): Als uit de weersverwachtingen blijkt dat over een aantal dagen een extreme, bedreigende situatie kan optreden terwijl er op het moment zelf nog niets aan de hand is. Vanuit landelijke organisaties kan dan al bij voorbaat worden opgeschaald naar de hoogste niveau s. Commotie samenleving: Als er, om welke reden dan ook, zoveel commotie in de samenleving ontstaat dat bestuurlijke regie noodzakelijk is. Als er onverwacht een calamiteit gebeurt met grote gevolgen voor openbare orde en veiligheid en water. Bijvoorbeeld als een vliegtuig neerstort op een waterkering. Als gevolg van bijvoorbeeld voorspelde hoge waterstanden kan het noodzakelijk zijn eerst met bestuurlijke coördinatie te starten (kan zowel binnen de waterkolom als de bestuurlijke kolom), voordat er sprake is van maatregelen (TOP-DOWN opschaling) Landelijke opschaling bij droogte Door het Rijk zijn in het Handboek LCW afspraken gemaakt over landelijke coördinatie en afstemming bij een (dreigende) droogtesituatie. Het gaat daarbij vooral om de coördinatie van de informatievoorziening door de daartoe speciaal opgerichte Landelijke Commissie Waterverdeling (LCW) en de afstemming van maatregelen. De gebruikelijke bevelstructuur (via veiligheidsregio etc.) blijft gewoon in tact. Alleen de coördinatie en informatievoorziening wordt verder gekanaliseerd. Deze landelijke niveaus zijn niet in de bestaande GRIP of waterkolomfasering gevlochten, beide zijn immers organisatorische opschalingen terwijl de landelijke niveaus alleen gaat over de wijze van afstemming en informatievoorziening bij een bepaald dreigingsniveau. Landelijke crisisorganisatie bij droogte De opbouw van de landelijke crisisorganisatie bij droogte is aangegeven in figuur Wanneer een (dreigende) droogtecrisis departement-overstijgend is, zijn het Adviesteam (AT), de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCb) en de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb) de overlegvormen waar op interdepartementaal niveau de crisissituatie wordt besproken en de maatregelen worden vastgesteld hoe hiermee om te gaan. In het AT zit een vertegenwoordiger van DCC IenM. In het ICCb neemt de DG-RWS en in het MCCb de Minister van IenM plaats. Contact met deze interdepartementale overlegvormen verloopt via het DCC IenM. - Het Managementteam Watertekorten (MTW) is het adviesorgaan op departementaal niveau bij een feitelijk watertekort of een dreigende (energie)crisis. Het MTW adviseert de DG-RWS ten aanzien van te nemen besluiten bij watertekorten en/of te warm water. Om te komen tot een goede beleidsafweging en een brede afweging van de belangen kunnen in het MTW ook andere relevante partijen worden uitgenodigd. Vaste leden van het MTW zijn de Unie van waterschappen en het Inter Provinciaal Overleg (IPO). De DG-RWS besluit over maatregelen in het hoofdwatersysteem en informeert de Minister van Infrastructuur en Milieu. Indien nodig worden door de DG-RWS besluiten aan de Minister van IenM voorgelegd. - De Landelijke Commissie Waterverdeling (LCW) komt bijeen bij een indicatie van watertekort(en) en/of te warm water. De opschaling van de LCW is vastgelegd in het Handboek voor de LCW, onderdeel van de Handreiking Watertekorten en Warmte. De LCW is verantwoordelijk voor het opstellen van het landelijk waterbeeld op basis waarvan het Managementteam Watertekorten (MTW) geïnformeerd en geadviseerd wordt over mogelijke maatregelen. Nadat hierover binnen het MTW beslissingen zijn genomen, coördineert de LCW de uitvoering van de maatregelen op landelijk niveau en informeert onder meer de RDO s. - Het Regionaal Droogte Overleg (RDO) maakt onderdeel uit van de landelijke (crisis)organisatie watertekort en watertemperatuur en is onderdeel van de advieskolom. De zes RDO s zijn elk in de Landelijke 40

41 Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) vertegenwoordigd. HHSK is ambtelijk vertegenwoordigd in het RDO West-Midden. Figuur 11. Landelijke netwerkkaart droogteoverleg In het calamiteitenbestrijdingsplan Langdurige Droogte zijn de landelijke opschaling en het Regionaal Droogte Overleg West-Midden beschreven. 41

42 7 Calamiteitenorganisatie In dit hoofdstuk staat beschreven op welke wijze Delfland is georganiseerd om calamiteiten te bestrijden. In het supplement Werkwijzebeschrijving is de interne werkwijze in detail uitgewerkt. 7.1 Uitgangspunten Naast de operationele teams uit de reguliere organisatie, beschikt Delfland over een calamiteitenorganisatie. Deze kan geactiveerd worden bij incidenten, calamiteiten of verstoringen van de reguliere werkprocessen. Hierdoor kan zowel binnen als buiten kantoortijden, slagvaardig en gecoördineerd worden opgetreden en zijn mensen met de juiste kennis en bevoegdheden vroegtijdig geïnformeerd en betrokken. De calamiteitenorganisatie is een opgeleide en ingerichte organisatie die werkt op basis van de structuur en de mandaten van het calamiteitenplan. Op het moment dat er sprake is van een (dreigende) calamiteit, wordt de calamiteitenorganisatie volgens de opschalingsstructuur (zie hoofdstuk 6) gealarmeerd en geactiveerd. Afhankelijk van de calamiteit kan de organisatie naar behoefte worden geactiveerd. 1. Een calamiteit kan onverwacht komen, staat onder tijdsdruk en gaat gepaard met onzekerheid. De calamiteitenorganisatie werkt daarom op basis van gecoördineerde improvisatie, door kundige en goed opgeleide mensen, op basis van het calamiteitenplan. 2. Bestrijdingsplannen zijn een extra (specifieke) voorbereiding op enkele voorzienbare risico s, aanvullend op het (generieke) calamiteitenplan. Deze voorzien in kennis en geven (slechts) richtlijnen. Calamiteitenbestrijding is het onderbouwd volgen (of afwijken) van het plan. 3. Kerncompetenties in de calamiteitenorganisatie zijn: samenwerken, vakkennis, flexibiliteit, inventiviteit. Het (durven) nemen van verantwoordelijkheden op alle niveaus is noodzakelijk. Een slagvaardige en flexibele organisatie kan elke crisis het hoofd bieden. Het hoogheemraadschap bereikt dit door zowel tijdens de voorbereiding als tijdens de daadwerkelijke bestrijding van calamiteiten te werken met een aantal uitgangpunten. Deze uitgangspunten zijn onder andere gebaseerd op ervaringen met calamiteiten in het verleden. De onderstaande uitgangspunten vormen het fundament van de calamiteitenorganisatie: 1. voortbouwen op de dagelijkse praktijk; 2. toepassen van drie-eenheid voor besluitvormende teams; 3. scheiden van beleid en uitvoering; 4. toepassen van zes crisismanagementprocessen Voorbouwen op de dagelijkse praktijk Crisismanagement is een logisch vervolg op de normale werkzaamheden binnen Delfland. Tijdens een calamiteit moet het optreden zoveel mogelijk uitgaan van de normale, dagelijkse werkwijze. Dit betekent dat de taken/ rollen van de leden van calamiteitenorganisatie zo veel mogelijk liggen in het verlengde van hun dagelijkse werkzaamheden. De extra druk op de werkzaamheden als gevolg van een calamiteit wordt opgevangen door efficiënt met de aanwezige kennis, vaardigheden en contacten om te gaan. Voor de personele invulling van de calamiteitenorganisatie betekent dit dat Delfland de medewerkers zoveel mogelijk inzet waar ze van hun specifieke expertise gebruik kunnen maken. Indien dit op meerdere plaatsen tegelijk is, wordt een keuze gemaakt op basis van de beschikbaarheid van de expertise bij andere medewerkers en de prioriteit. Een medewerker wordt in de personeelslijst calamiteitenorganisatie voor maximaal twee rollen aangemerkt mede in verband met de noodzakelijke opleiding, training en oefening per rol Toepassen van drie-eenheid voor besluitvormende teams Om in een besluitvormend team tot een goed resultaat te komen zijn drie componenten van wezenlijk belang. Een goed resultaat is een besluit dat technisch/ inhoudelijk voldoet, aanvaardbaar is voor de buitenwereld en binnen de korte beschikbare tijd tot stand komt. De drie componenten zijn in de onderstaande figuur weergegeven. 42

43 Figuur 12. Drie-eenheid in besluitvormende teams Vakinhoudelijke kennis De basis voor de bestrijding van elke calamiteit is de eigen kennis en vaardigheden van de organisatie. Bij de basis van de organisatie zullen kennis en vaardigheden vooral betrekking hebben op operationele en uitvoeringstechnische aspecten. In de top van de organisatie zijn kennis en vaardigheden meer gericht op beleidsmatige aspecten. Deze kennis is nodig om tijden een crisis een technisch goede oplossing te kunnen vinden. Communicatie Naast de daadwerkelijke inhoudelijke bestrijding is de communicatie met andere organisatie onderdelen van belang en het beeld dat de buitenwereld heeft van het optreden van de organisatie. De bestrijding kan nog zo effectief en efficiënt zijn, wanneer organisatie onderdelen niet over voldoende informatie beschikken kunnen zij niet handelen of hun handelen niet voldoende afstemmen. Als buiten een ander beeld bestaat, loopt het imago van de organisatie schade op. Goede communicatie en voorlichting zijn essentieel. Daarmee is voorlichting in alle lagen van de organisatie een punt van aandacht. Procesbewaking en ondersteuning Zowel de organisatiestructuur als de werkprocessen bieden houvast bij het bestrijden van een calamiteit. Door de grote druk bij calamiteiten kan het overzicht over de structuur en de werkwijze verloren gaan. Het houden van overzicht is niet gericht op specifieke maatregelen, maar op het algemeen functioneren van de organisatie. Dit is extra van belang op plekken in de organisatie waar coördinatie tussen verschillende onderdelen van de organisatie en/ of met externe partijen plaatsvindt. Hoewel deze procesbewaking voor iedereen een punt van aandacht moet zijn is het, zeker bij grotere teams, noodzakelijk een aparte procesbewaker aan te wijzen. Deze persoon neemt afstand van de inhoudelijke discussie, volgt het verloop van het proces en geeft zo nodig sturing aan het proces. Besluitvorming moet binnen de beschikbare tijd plaatsvinden. Het forceren van een besluit valt onder procesbewaking.naast de genoemde drie-eenheid is er binnen elke team behoefte aan aanvullende administratieve en facilitaire ondersteuning Scheiden van beleid en uitvoering De calamiteitenorganisatie wordt ingericht naar aard, omvang en locatie van (dreigende) calamiteiten en benodigde expertise en capacoteit om deze te voorkomen, dan wel gevolgen ervan te beperken. De Daarvoor benodigde activiteiten en bevoegdheden worden daarop afgestemd. Elk onderdeel van de calamiteitenorganisatie heeft een eigen taak. Wanneer een onderdeel zich niet met de eigen taak bezig houdt zullen bepaalde activiteiten niet en andere wellicht dubbel worden uitgevoerd, met coördinatieproblemen als gevolg. Een scheiding tussen activiteiten is daarom noodzakelijk. In aansluiting op de crisisorganisatie bij diverse netwerkpartners is een driedeling op basis van de soorten activiteiten gepast. Het beleidsteam (WBT) houdt zich bezig met de strategie, waarbij beleidsvorming, 43

44 bestuurlijke afstemming, lange termijn gevolgen en dergelijke aan de orde komen. Het operationeel team (WOT) houdt zicht bezig met tactiek. De operationele coördinatie, de aanpak op hoofdlijnen, de afstemming met coördinatiecentra van andere instanties en dergelijke behoren tot de taken van het operationeel team. Tenslotte zijn de diverse actieteams (WAT) actief met het daadwerkelijk bestrijden van de calamiteit. De afbakening tussen deze onderdelen van de calamiteitenorganisatie is essentieel. Vooral voor het beleidsteam en operationeel team, gezien de vaak technische achtergrond van de leden, is het lastig om zich niet te bemoeien met de uitvoerende aspecten Toepassen van crisismanagementprocessen Voor het bestrijden van een crisis staan de volgende processen centraal: - informatiemanagement: Tijdens calamiteitenbestrijding en crisisbeheersing wordt relevante informatie zo snel mogelijk ontsloten, geverifieerd en continu met betrokken partijen gedeeld; - netwerkmanagement: Tijdens calamiteitenbestrijding en crisisbeheersing wordt samengewerkt met andere organisaties en diensten en wordt voortgebouwd op de dagelijkse contacten met deze organisaties. Het Delfland houdt rekening met de gevraagde adviserende en ondersteunende rol bij opschaling van de algemeen bestuurlijke kolom en voorziet in liaisons en bestuurlijk vertegenwoordigers in de multidisciplinaire crisisteams van veiligheidsregio s; - procesbewaking: De omvang van de daadwerkelijke opschaling van de calamiteitenorganisatie wordt gestuurd door de actuele behoefte aan benodigde mensen (expertise) en middelen en kan ook extern worden bepaald, als waterprocessen worden geraakt bij opschaling van de algemeen bestuurlijke kolom (veiligheidsregio s en gemeenten); - groepsdynamiek; - crisisbesluitvorming; - voorlichting en mediamanagement: Tijdens calamiteitenbestrijding en crisisbeheersing communiceert het waterschap open en eerlijk over de risico s en over de eigen mogelijkheden en onmogelijkheden. Deze processen zijn onafhankelijk van de crisis. De processen zijn nader uitgewerkt in dit calamiteitenplan en de verschillende supplementen. 7.2 Mensen De calamiteitenorganisatie heeft een kernbezetting die 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar, beschikbaar en inzetbaar is. Medewerkers in de calamiteitenorganisatie hebben deze rol als neventaak en worden opgeroepen als delen van de calamiteitenorganisatie worden geactiveerd. Calamiteiten bedreigen de kerntaken van Delfland. De bestrijding daarvan ligt in het verlengde van de primaire taken van Delfland. Bij (dreigende) noodzaak ( alle hens aan dek ) kunnen alle medewerkers die in dienst zijn bij Delfland door de operationeel leider worden opgeroepen om andere dan hun normale werkzaamheden uit te voeren. De mogelijkheid bestaat om taken en werkzaamheden aan te passen en medewerkers van Delfland een wachtdienst op te dragen. De grondslag hiervoor ligt vast in de Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel (SAW). Daarmee zijn in beginsel alle medewerkers van Delfland betrokken bij de calamiteitenorganisatie. Er zijn binnen Delfland drie groepen medewerkers te onderscheiden in relatie tot de calamiteitenorganisatie. De aangewezen medewerkers uit groep a. en b. worden benoemd in de bijlage personeelslijst. Medewerkers uit alle groepen kunnen bij (dreigende) noodzaak worden ingezet op last van de operationeel leider. a. Medewerkers met een nevenfunctie in de kernbezetting van de calamiteitenorganisatie Deze medewerkers, met een kritieke functie in de calamiteitenorganisatie, hebben sinds 01 oktober 2010 een vast wachtdienstrooster en zijn bij toerbeurt bereikbaar en beschikbaar voor de calamiteitenorganisatie. Van deze groep zijn de calamiteitencoördinator, en de operationeel leider proactief en verantwoordelijk voor de risico-inschatting, alarmering en opschaling. De overige medewerkers in deze groep werken reactief en worden gealarmeerd indien noodzakelijk. De reactietijd voor de kritieke functies binnen de calamiteitenorganisatie in de wachtdienst is 10 minuten. De opkomsttijd voor deze functies is gesteld op 1 uur. 44

45 b. Medewerkers met een nevenfunctie in de calamiteitenorganisatie Deze medewerkers zijn of worden opgeleid, getraind en geoefend voor een specifieke rol in de calamiteitenorganisatie. Deze groep medewerkers heeft geen vaste wachtdienst, maar kan bij een calamiteit wachtdienst opgelegd krijgen en opgeroepen worden. Er wordt naar gestreefd om op elke functie vier mensen beschikbaar te hebben. c. Medewerkers zonder vooraf aangegeven nevenfunctie. Medewerkers die geen aanstelling hebben in een specifieke functie in de calamiteitenorganisatie, kunnen bij noodzaak op last van de operationeel leider worden aangewezen als medewerker in algemene dienst van de calamiteitenorganisatie. In de personeelslijst calamiteitenorganisatie staat welke medewerkers bij de bestrijding van calamiteiten inzetbaar zijn voor welke rol. Team crisisbeheersing zorgt minimaal drie keer per jaar (in januari, mei, september) voor actualisatie van de in- en uitstroom en de bereikbaarheidsgegevens (adres en telefoonnummers). 7.3 Middelen Ten behoeve van de bestrijding van calamiteiten zijn door de hele organisatie ruimtes aangewezen als calamiteitenruimte. Voorbeelden hiervan zijn ruimte voor de teams, de meldkamer en het informatiecentrum. Deze ruimtes zijn ingericht voor mogelijke calamiteiten en komen bij een opschaling beschikbaar voor de calamiteitenorganisatie. Eventueel geplande reserveringen van de reguliere organisatie komen daarmee te vervallen. De genoemde ruimtes worden in de bijlage werkwijzebeschrijving aangewezen. De interne bestrijding van een calamiteit wordt gefinancierd door de betreffende sector. Bij knelpunten of overschrijding van budgetten worden de mandaten gevolgd conform de mandateringsregeling en de coördinatielijnen van de calamiteitenorganisatie. Gewerkte uren kunnen worden verantwoord onder calamiteitenbestrijding bij team crisisbeheersing. Voor de bestrijding van calamiteiten beschikt Delfland over operationele middelen, zoals noodverbindingen, noodpompen, compartimenteringswerken, zandzakken, aggregaten, olieschermen enzovoorts. Om het hulpaanbod op de hulpvraag te kunnen afstemmen heeft Delfland waakvlamovereenkomsten met aannemers. Een overzicht van de beschikbare middelen is weergegeven in het bijlagen van de verschillende calamiteitenbestrijdingsplannen. 7.4 Structuur Calamiteitencoördinator Het vaste aanspreekpunt voor de calamiteitenorganisatie is de calamiteitencoördinator (24/7). De calamiteitencoördinator is procesverantwoordelijke voor de calamiteitenorganisatie en beschikbaar als adviseur. In de aanloop naar een calamiteit en bij incidenten heeft de calamiteitencoördinator een rol als vraagbaak en informatieverstrekker en waakt voor een tijdige alarmering en opschaling van alle onderdelen van de calamiteitenorganisatie. De calamiteitencoördinator geeft gevraagd en ongevraagd advies over de omgang met risico s, incidenten, calamiteiten en andersoortige verstoringen. 45

46 In de onderstaande figuur is hoofdstructuur van de crisisorganisatie weergegeven. Waterschap Beleid Team (WBT) Strategie Liaisons naar RBT of CdK Waterschap Operationeel Team (WOT) Tactiek Ondersteunende Secties WOT Liaisons naar ROT of GVS Waterschap Actie Team (WAT) Waterschap Actie Team (WAT) Facilitaire ondersteuning Meldkamer Uitvoering Waterschap Beleidsteam (WBT) Het Waterschap Beleidsteam (WBT) is houdt zich bezig met de bestuurlijke en beleidsmatige aspecten van de calamiteit en is bestuurlijk eindverantwoordelijk voor het optreden van het waterschap. Dat betekent dat het WBT de strategie voor het optreden bepaalt. De taken zijn als volgt samen te vatten: Richting geven aan de organisatie aan de hand van (enkele) bestuurlijke keuzes en/of dilemma s Netwerkmanagement op bestuurlijk niveau Crisiscommunicatie en voorlichting aan publiek en pers Bewaken van het imago Nemen van beslissingen voor gevallen waarin afgeweken wordt van vastgesteld beleid, waarin beleid niet voorziet of die in het CBP zijn voorbehouden aan het WBT; Besluiten tot gebruik bijzondere bevoegdheden; In het BT hebben zitting: Voorzitter van het beleidsteam ((loco) dijkgraaf) Ondersteuner voorzitter beleidsteam Operationeel Leider (Secretaris Directeur of vervanger); Hoofd sectie communicatie; Calamiteitencoördinator in de rol van procesbewaker. Waterschap Operationeel Team (WOT) Het operationeel team (WOT) is de spil in de calamiteitenorganisatie van Delfland. In het WOT wordt de tactiek van de bestrijding bepaald. Binnen het WOT bestaat het overzicht over de situatie binnen alle sectoren en binnen alle delen van het beheergebied. Hierdoor kan coördinatie op hoofdlijnen plaatsvinden tussen alle actieteams, die de uitvoering in het veld aansturen. De taken zijn al volgt samen te vatten: analyseren van het probleem coördinatie en operationele leiding van de calamiteitenorganisatie vertalen van de strategie van het WBT naar een tactiek voor de actieteams nemen van beslissingen voor gevallen binnen het vastgestelde beleid, over operationele dilemma s, die in het CBP zijn toegewezen aan het WOT of die worden voorgelegd door de WAT s netwerkmanagement op operationeel/ tactisch niveau Daar waar knelpunten met gevolgen voor de tactiek optreden bij de daadwerkelijke bestrijding van een calamiteit vindt binnen het WOT overleg plaats. Daarnaast kan door het WOT afstemming plaatsvinden met operationele teams van andere organisaties (bijvoorbeeld het Regionaal Operationeel Team (ROT)). Zo nodig kan in dit kader vanuit Delfland een liaison bij het ROT worden gestationeerd. Deze liaison neemt dan deel aan 46

47 de vergaderingen van het ROT. Delfland kan ook verzoeken om een liaison vanuit het ROT aan te laten sluiten bij het OT van Delfland. De coördinatie binnen het OT is in handen van de operationeel leider (OL). De OL is tevens de schakel tussen het OT en het BT. Daar waar beslissingen worden genomen met grote gevolgen voor de strategie van Delfland legt de OL de situatie voor aan het BT en geeft daarbij een advies van het OT. De operationeel leider bepaalt in overleg met de calamiteitencoördinator welke sectiehoofden moeten deelnemen en in hoeverre andere personen (tijdelijk) zitting hebben in het WOT. In ieder geval is rekening gehouden met secties voor Peilbeheer(PB), Waterkeringen (WK), verontreiniging Watersysteem (VW) en Zuiveringsbeheer (ZB). In het OT hebben zitting: Operationeel Leider (Secretaris Directeur of vervanger); Eén of meerdere sectiehoofden van de secties WK, PB, ZB of VW; Hoofd sectie communicatie; Calamiteitencoördinator in de rol van procesbewaker; (Assistent) Informatiecoördinator. Water Actieteam (WAT) Het actieteam stuurt de uitvoering van de bestrijdingsmaatregelen in het veld aan. De daadwerkelijke uitvoering van de bestrijdingsmaatregelen vindt plaats door de veldmedewerkers, die ook onderdeel zijn van het actieteam. De uitvoering van de werkzaamheden in het veld vindt plaats binnen de tactiek die samen met de secties is bepaald door het WOT. Het actieteam heeft de bevoegdheid om binnen deze tactiek de wijze van uitvoering te bepalen. Het actieteam staat in contact met zijn eigen ondersteunende sectie van het WOT en kan zo bijvoorbeeld aan het WOT verzoeken om de tactiek te wijzigen indien de oude tactiek niet uitvoerbaar is. Het WOT neemt hierbij de beslissing vanuit het totaalbeeld van de betrokken technische secties en de communicatie. Coördinator Plaats Incident Onder leiding van de Coördinator Plaats Incident (CPI) worden op de plaats van het incident, de maatregelen uitgevoerd en gecoördineerd die noodzakelijk zijn voor de bestrijding van de calamiteit/crisis. De CPI verzamelt gegevens en voorziet het actieteam(s) van actuele informatie. Plaats, aard en omvang bepalen of er sprake moet zijn van meerdere CPI s. De CPI valt onder verantwoordelijkheid van het Actieteam en kan ook van buiten een andere sectie worden aangesteld (bijv. Handhaver). De CPI is ook het aanspreekpunt voor de hulpverleningsdiensten en andere partners ter plaatse. De teams beslissen zelf over een vergaderfrequentie en stemmen deze zoveel mogelijk af op de vergaderfrequentie van externe partners (bijvoorbeeld de veiligheidsregio). Vakgebieden (processen) Delfland onderscheidt de volgende vakgebieden in de calamiteitenorganisatie: Peilbeheer Waterkeringen Zuiveringsbeheer Verontreiniging Watersysteem Communicatie Netwerk Informatie Facilitaire ondersteuning Voor een goed functioneren van de calamiteitenorganisatie is facilitaire ondersteuning noodzakelijk. Het gaat om de bezetting van de receptie, gebouwbeheer (toegang, klimaatbeheersing en voorzieningen in het crisiscentrum), catering en de beschikbaarheid van automatisering, communicatiemiddelen en gegevensbronnen (o.a. GIS, Meteo, internet, MFPS e.d.). Voor de noodzakelijke dienstverlening door de teams 47

48 Bedrijfsmiddelen en Informatisering & Automatisering sluit team crisisbeheersing met beide teams een Speciale Diensten Overeenkomst (SDO) af. De specifieke bezetting van de ondersteuning is sterk afhankelijk van de mate van opschaling en de omstandigheden (tijdstip, media aandacht, aanloop burgers e.d.).de calamiteitencoördinator/ sectie operationele leiding zorgt voor de aansturing van de ondersteuning. De rollen en taakverdeling is uitgewerkt in het supplement werkwijze. 7.5 Mandaten De functionele structuur van de calamiteitenorganisatie is niet dezelfde als die van de reguliere organisatie. Voor de uitoefening van juridische bevoegdheden (het gebruik maken van mandaten en volmachten) in beide organisaties betekent dit het volgende: De reguliere organisatie heeft juridische bevoegdheden conform de Uitvoeringsregeling juridische bevoegdheden bij het Mandaatbesluit. Hetzelfde geldt voor de financiële bevoegdheden van de Uitvoeringsregeling financiële bevoegdheden. Zodra de calamiteitenorganisatie geactiveerd wordt, en totdat afgeschaald wordt naar de dagelijkse werkzaamheden, geldt dat de reguliere juridische en financiële bevoegdheden als volgt van toepassing zijn op de calamiteitenorganisatie: De bevoegdheden die in de reguliere organisatie bij de secretaris-directeur belegd zijn, berusten in de calamiteitenorganisatie tevens bij de Operationeel Leider; De bevoegdheden die in de reguliere organisatie bij de sectorhoofden zijn belegd, berusten in de calamiteitenorganisatie tevens bij de Sectiehoofden; De bevoegdheden die in de reguliere organisatie bij de teamleiders zijn belegd, berusten in de calamiteitenorganisatie tevens bij de Actieteamleiders. Het gebruik van deze bevoegdheden binnen de calamiteitenorganisatie is beperkt tot handelingen die in verband staan met het bestrijden van de betreffende calamiteit. Indien in de calamiteitenorganisatie door Sectiehoofden en Actieteamleiders gebruik is gemaakt van juridische en financiële bevoegdheden, wordt hiervan in de nafase gerapporteerd aan de dijkgraaf (als een volmacht is gebruikt) en het college (als een mandaat is gebruikt). 7.6 Informatiemanagement Informatiemanagement omvat de totale omgang met informatie. Tijdens een calamiteit is de beschikbaarheid van informatie essentieel voor de bestrijding. In de praktijk (calamiteiten en oefeningen) blijkt het vaak lastig om de benodigde informatie bij elkaar te krijgen. Daarnaast is het van belang dat de juiste informatie op de juiste plek aanwezig is. Dit vereist dat alle medewerkers zich bewust zijn van hun eigen informatiebehoefte, maar ook van die van andere medewerkers en van externe instanties. In de door de unie van Waterschappen vastgestelde visie Samenwerking in Crisisbeheersing (2012) is hoofdstuk 5 gewijd aan verbetering van het informatiemanagement door middel van het invoeren van netcentrisch werken. Kern van de nieuwe werkwijze is dat het beeld van de (veld)situatie continu actueel wordt gehouden zodat benodigde besluiten ook op deze actuele situatie zijn te nemen. Delfland werkt aan de implementatie van deze werkwijze. Dit vraagt echter om een verandering in de calamiteitenorganisatie. Het benodigde veranderproces is eerst te doorlopen voordat de calamiteitenorganisatie kan omschakelen naar de nieuwe werkwijze. Tot de datum van omschakeling (streven is januari 2015) zal de huidige werkwijze met situatierapportages worden gehandhaafd. Situatierapportages Delfland Vanaf het moment dat het WOT gaat vergaderen, begint de sectie van de Operationeel Leider aan het omzetten van de agenda naar een situatierapportage (sitrap) voor Delfland. Dit situatierapport zal verstuurd worden naar de actiecentra, gemeenten, buurwaterschappen, veiligheidsregio s en andere betrokken 48

49 overheden. De rapportage bevat alleen de feiten, knelpunten en besluiten. Na afloop van de OT-vergadering worden de besluiten van het OT toegevoegd en na goedkeuring van de OL kan de rapportage worden verzonden. Een format van de een sitrap is opgenomen in de bijlage van de werkwijzebeschrijving calamiteitenorganisatie. Ook intern wordt de rapportage verspreid. De ondersteunende secties sturen de rapportages, eventueel aangevuld met punten die specifiek voor de actiecentra zijn bedoeld, door naar de actiecentra. 7.7 Continuïteit Bezetting en aflossing De standaard regel is dat een medewerker die 8 uur heeft gewerkt, wordt afgelost. Dit kan in overleg met de OL worden verlengd tot maximaal 12 uur. De leden van het WBT en het WOT regelen hun aflossing zelf en zijn eindverantwoordelijk voor aflossing van hun medewerkers in de calamiteitenorganisatie (met gebruikmaking van het personeelsoverzicht). Knelpunten met betrekking tot de continuïteit worden gemeld bij de calamiteitencoördinator en zo nodig onder verantwoordelijkheid van het WOT opgelost. De informatiecoördinator en de assistenten van alle secties ondersteuning WOT regelen hun eigen aflossing zelf en die van de andere medewerkers van de ondersteuning WOT (met gebruikmaking van het personeelsoverzicht). De meldkamercoördinator regelt zijn eigen aflossing zelf en die van de andere medewerkers van de meldkamer (met gebruikmaking van het personeelsoverzicht). De coördinator van het informatiecentrum regelt zijn eigen aflossing zelf en die van de andere medewerkers van het informatiecentrum (met gebruikmaking van het personeelsoverzicht). De actieteamleider(s) regelt (regelen) de eigen aflossing zelf en die van de andere medewerkers van het actieteam(s) (met gebruikmaking van het personeelsoverzicht). Aflossingen worden gemeld bij de calamiteitencoördinator of diens assistent. Overdracht Elke team en elke individuele functionaris maakt een overdrachtsdossier voor zijn of haar aflos. In het overdrachtsdossier wordt in elk geval melding gemaakt van de aanleiding of start van de calamiteit, de opschalingsfase waarin de organisatie zich op dat moment bevindt, de voorgestelde en genomen maatregelen en de contacten die er zijn binnen en buiten de organisatie. Zie paragraaf Preparatie Een beperkte en vaste bezetting coördineert onder kantoortijden de voorbereidingen op calamiteiten. De sectoren zijn verantwoordelijk voor de preventie van en de inhoudelijke voorbereidingen op calamiteiten. Zie hoofdstuk 11 (kwaliteit) voor een beschrijving van deze activiteiten. 49

50 8 Risico en Crisiscommunicatie 8.1 Risicocommunicatie Risicocommunicatie is communiceren over de kans op het plaats vinden van een ramp en de gevolgen ervan. De doelstelling hiervan is: Hoofddoel: beperken van het aantal slachtoffers en materiële schade Subdoelen: o verbeteren kennis en bewustwording van risico s; o realiseren van draagvlak en passende verwachtingen t.a.v. risico s; o aanzetten tot verstandig gedrag in geval van een ramp/calamiteit. Crisiscommunicatie volgt op risicocommunicatie en vindt plaats vlak voor, tijdens en vlak na een ramp en richt zich vooral op het beperken van de gevolgen, de respons en op de maatregelen die worden genomen. Risicocommunicatie richt zich vooral op de preparatie (zie boven onder subdoelen). Op Delfland rust geen verplichting tot risicocommunicatie en kiest daarom voor een sobere uitvoering van deze taak. Concreet betekent dit dat Delfland noodzakelijke informatie verstrekt binnen de wettelijke kaders en zich laat informeren door de regionale overleggen met betrekking tot risicocommunicatie. Risicocommunicatie valt dus onder dagelijkse werkzaamheden en niet in een fase 1 of hoger. De diverse wetten geven het volgende aan ten aanzien van risicocommunicatie: Wet op de Veiligheidsregio s: o waterbeheerder moet informatie aanleveren aan gemeenten, provincie, veiligheidsregio over waterstaatkundige risico s en de gevolgen tbv. vaststellen regionale risicoprofielen, risicokaarten, beleidsplannen etc. o leveringsverplichting (technische) informatie o primaat van communicatie over de risico s ligt bij de algemene kolom (gemeenten/veiligheidsregio s/provincie/rijk). Waterwet/Waterbesluit: o géén expliciete verplichting tot risicocommunicatie; loopt via algemene kolom (zie boven) o verplichting voor waterbeheerder tot vaststellen calamiteitenplan, met daarin overzicht mogelijke calamiteiten en risico s overzicht te nemen maatregelen - verplichte afstemming met (regionale) crisisplannen EU Kaderrichtlijn Water en Richtlijn Overstromingsrisico s (2007): o heeft alleen betrekking op overstromingen o lidstaten moeten overstromingsrisicobeoordeling opstellen per stroomgebiedsdistrict gevarenkaarten (fysieke kenmerken, bijv. waterdiepten) risicokaarten (gevolgen, bijv. aantal getroffenen) o leveringsverplichting (technische) informatie o landelijke werkgroep vanaf 2009 actief; waterschappen vertegenwoordigd door Unie van Waterschappen; insteek: sobere uitvoering - eerst verzamelen wat er al is - inspanning waterschap beperkt; o periode: nu Wet Openbaarheid van Bestuur: o veiligheid (m.u.v. staatsveiligheid) speelt geen uitdrukkelijke rol bij (uitzonderingen op / verplichtingen tot) openbaarheid of vormen van informatieverstrekking; o géén actieve communicatieverplichting. 8.2 Crisiscommunicatie Crisiscommunicatie is een belangrijke pijler onder crisismanagement. Om een effectieve en gezaghebbende communicatie te realiseren is het van belang alle interne en externe doelgroepen snel, regelmatig, eenduidig, consistent en geloofwaardig te informeren over de (dreigende) calamiteit en de wijze waarop Delfland de bestrijding ter hand gaat nemen of heeft genomen. Het gaat daarbij uitsluitend om waterschapgerelateerde 50

51 aspecten. Afstemming van de wijze waarop de communicatie wordt aangepakt met de betrokken gemeente(n) en veiligheidsregio vindt plaats vanaf fase 2, of eerder als dat noodzakelijk is. Communicatie haalt de buitenwereld naar binnen om een communicatieaanpak te ontwikkelen. Hierdoor kan de beeldvorming van de buitenwereld worden meegenomen in het besluitvormingsproces (mede door omgevingsanalyses). Daarnaast brengt communicatie de binnenwereld naar buiten om gericht te voorzien in informatiebehoeften. In de crisiscommunicatie staan drie basisdoelstellingen centraal: informatieverstrekking: geven van feitelijke informatie gericht op wat de doelgroep wil/moet weten; schadebeperking: door snelle handelingsadviezen en instructies; betekenisgeving: communicatie op basis wat de crisis betekent voor de getroffenen en de samenleving door de informatie in een breder perspectief te plaatsen. Goede crisiscommunicatie draagt bij aan: voorkomen van onrust bij burgers, bedrijven en overheidsinstanties; het verkrijgen van medewerking van alle betrokkenen; tonen van verantwoordelijkheid; verkrijgen van vertrouwen in de genomen maatregelen; een positief imago van Delfland. Beleid en uitgangspunten In het crisiscommunicatieplan: wordt meer nadruk gelegd op tijdige en continue communicatie, waardoor Delfland meer de regie houdt. Na ongeveer een uur (zogenaamde golden hour ) na de constatering moeten de eerste berichten naar buiten. Daarna zal met een zekere regelmaat de berichtgeving moeten plaatsvinden. Hiermee wordt voorkomen dat derden de belangrijkste boodschappers worden. Afstemming van de wijze waarop de communicatie wordt aangepakt met de betrokken gemeente(n) en veiligheidsregio vindt plaats vanaf fase 2, of eerder als dat noodzakelijk is. wordt de omgevingsanalyse geïntroduceerd, die de buitenwereld voortdurend naar binnen haalt door informatie te onttrekken aan media, publieks- en persvragen e.d. De omgevingsanalyse is de basis voor de communicatiestrategie en een goed middel om te beoordelen of de acties succesvol zijn. wordt meer ruimte geboden aan de opstelling (en regelmatige bijstelling) van een communicatiestrategie, op basis van de omgevingsanalyses, actuele (beleids)maatregelen en acties. heeft de sectie Communicatie de bevoegdheid om zonder ruggespraak met de OL of het WOT/WBT gedurende een crisissituatie via de haar beschikbare middelen en kanalen informatie (feiten, procedures en processen) intern en onder publiek en media te verspreiden, zodat continue berichtgeving (feitenstroom) mogelijk is. Het gaat hierbij om: o inhoudelijk: feiten en omstandigheden, die door WOT of eigen waarneming (op basis van sitrap, statusbord of waarneming op locatie) zonder gerede twijfel als juist zijn te kwalificeren; voorbeelden hiervan zijn: op plaats X en tijdstip Y is een persleiding gesprongen, op plaats X en tijdstip Y stond het water op... boven NAP, over gemeenste Z zijn op tijdstip Y zware buien getrokken, gemeente Z richt zich op het vrijmaken van weg W; o procedureel: de verantwoordelijkheden, taken en werkzaamheden van de diverse actoren binnen de crisisorganisatie; voorbeelden hiervan zijn: Delfland is verantwoordelijk voor..., Delfland heeft aan gemeente Z gevraagd om..., gemeente Z richt zich op het vrijmaken van weg W; o procesmatig: de momenten waarop en middelen waarmee vanuit de crisisorganisatie aan het publiek en de media correcte, relevante en actuele informatie beschikbaar wordt gesteld; voorbeelden hiervan zijn: Delfland zal via de website de actuele stand van zaken weergeven, om tijdstip Y en plaats X zal Delfland een persconferentie houden. Het Hoofd sectie Communicatie informeert de OL over de berichtgeving. Bij twijfel over het communiceren van bepaalde informatie, wordt het Hoofd van de Sectie Communicatie (en daarmee de OL) gevraagd om toestemming. 51

52 9 Nafase 9.1 Inleiding In dit hoofdstuk staat de fase na een incident of calamiteit centraal. Dit is de fase waarin wordt geprobeerd om zoveel als mogelijk terug te keren van de hectiek van de calamiteit of ramp naar het normale. Iedere calamiteit is uniek en heeft een eigen nafase. Delfland gaat er vanuit dat de nafase een vast onderdeel moet zijn van de crisisbeheersing. Incidenten en calamiteiten kunnen gepaard gaan met schade, zowel materieel als immaterieel. Deze schade kan in één keer worden aangericht, bijvoorbeeld als gevolg van een explosie. Maar de schade kan ook geleidelijk ontstaan, zoals bij stijgend water, bij voortdurende droogte of bij een zich uitbreidende infectieziekte. Crisisbeheersing is gericht op het zoveel mogelijk beperken van deze schade. Dit kan deels worden bereikt door gerichte inspanningen in de nafase. 13 De term nafase suggereert dat een objectief moment kan worden benoemd waarop de repressie fase (de fase waarin de calamiteit zich voltrekt en bestrijding noodzakelijk is) eindigt en de fase na de calamiteit of ramp begint. Een dergelijk duidelijk beginpunt van de nafase en een duidelijk eindpunt is niet scherp. Feit is wel dat de basis van de nafase wordt gelegd in de repressie fase 14. Al tijdens de bestrijding van een calamiteit begint de nafase inclusief een belangrijk element daarvan, namelijk de nazorg. Dit gebeurt bij voorbeeld door het registreren van slachtoffers en direct betrokkenen (verantwoordelijkheid gemeente), waar de nazorg zich op zal richten. De overgang van de repressie fase naar de na(zorg)fase zal geleidelijk verlopen. 9.2 Beschrijving nafase Dit is de fase 15 waarin activiteiten worden ontplooid waardoor er na een ramp of crisis weer kan worden teruggekeerd naar de normale situatie. Internationaal wordt gesproken over recovery: de fase van herstel en wederopbouw na een ramp. Het is de fase waarin de volle omvang van de ramp duidelijk wordt. Bekend wordt wie de ramp heeft overleefd en wie niet en wie verdere medische en/of psychosociale hulp nodig heeft. Ook wordt duidelijk welke materiële schade is aangericht en op welke wijze deze al dan niet zal (kunnen) worden hersteld en vergoed. Bovendien is het onvermijdelijk ook de fase van de publieke en politieke discussie en van verantwoording en onderzoek. Tenslotte is het de fase waarin, afhankelijk van de specifieke ramp, tientallen, zo niet honderden slachtoffers, hulpverleners, bedrijven en overheidsfunctionarissen veel tijd en energie moeten steken in het voorkomen van onnodige gevolgen van de ramp en in het stapsgewijs realiseren van de zo gewenste terugkeer naar het normale. Uit de bovenstaande beschrijving van de nafase blijkt, dat deze fase breder is dan wat er onder nazorg wordt verstaan. De kern van de nafase is het beste te omschrijven met: herstel 16. Definitie van de nafase die in dit plan wordt gebruikt: Het bevorderen van veerkracht van getroffenen, het opheffen dan wel voorkomen en/of beperken van (blijvende) problemen of schade op lichamelijk, geestelijk en maatschappelijk terrein en gericht op het herstel van getroffenen door middel van het (doen) verlenen van medische nazorg (zowel lichamelijk als psychisch), maatschappelijke nazorg (psychosociale nazorg; geestelijke begeleiding/pastorale nazorg; administratieve en juridische nazorg; financieel-economische nazorg), het controleren van het verlenen van nazorg en het bewaken van de kwaliteit van de verleende nazorg 17. Met de nafase worden alle activiteiten bedoeld tijdens en na de repressiefase die noodzakelijk zijn voor terugkeer naar de situatie voordat de calamiteit zich voordeed. De repressiefase draagt zorg voor een stabiele 13 Crisis, studies over crisis en crisisbeheersing; E.R. Muller e.a p Crisis, studies over crisis en crisisbeheersing; E.R. Muller e.a p Modelplan Nafase Impact februari Crisis, studies over crisis en crisisbeheersing; E.R. Muller e.a p Modelplan Nafase Impact februari

53 situatie en zodra dat dit geregeld is begint het herstel met de nafase. Zoals gezegd is tussen de repressiefase en de nafase een zekere mate van overlap, aangezien in de repressiefase al nagedacht moet worden over de nazorg. Sommige calamiteiten blijven qua gevolgen beperkt. Grote rampen zoals een overstroming vanuit zee hebben haast onvoorstelbare gevolgen. De omvang en complexiteit van de nafase van dergelijke rampen zijn al even onvoorstelbaar als de ramp zelf. Zolang een ramp niet is afgeschaald blijft de voorzitter veiligheidsregio ook verantwoordelijk voor de uitvoering van de na(zorg)fase van de algemene rampenbestrijding. Zolang de calamiteit niet is afgeschaald blijft de OL verantwoordelijk voor de uitvoering van de nafase binnen Delfland. Er wordt niet eerder afgeschaald naar dagelijkse werkzaamheden dan dat de nafase belegd is in de reguliere organisatie. Afhankelijk van de fase en de grootte van de calamiteit kan besloten worden een apart projectteam in de reguliere organisatie onder te brengen. Geadviseerd wordt om de nafase te beleggen bij een projectleider die rechtstreeks verantwoording aflegt aan de Secretaris Directeur. De nafase kan jaren duren, of er blijven nog enkele kwesties over die jarenlang voortduren. Het kan gaan om bijvoorbeeld juridische procedures, langlopend onderzoek en wederopbouw. Tijdens de nafase moet door Delfland aandacht worden besteed aan: herstel (9.3) overdracht verantwoordelijkheden (9.4) zorg voor eigen personeel (9.5) netwerkpartners(9.6) schade afhandeling (9.7) evaluatie (9.8). 9.3 Herstel Deze paragraaf beschrijft wat er onder herstel van een gebied of waterstaatswerk wordt verstaan, nadat zich een calamiteit heeft voorgedaan. De aard en de omvang van deze activiteiten verschillen per calamiteit. In de calamiteitenbestrijdingsplannen is per scenario een korte beschrijving weergegeven van de aandachtspunten in de nafase die door Delfland mogelijk zouden moeten worden uitgevoerd. Dit varieert van het met een aantal noodpompen binnen een aantal dagen weer op normaal waterpeil malen van een polder tot en met langdurige wederopbouw activiteiten bij grootschalige overstromingen zoals in 1953 (overigens had Delfland in 1953 slechts beperkte gevolgen). Bij een calamiteit als overstromingen zijn binnen de nafase twee parallelle processen te onderscheiden 18 : 1. de zorg voor getroffenen, ook wel nazorg genoemd De zorg voor getroffenen (nazorg) is de verzameling samenhangende al dan niet door de overheid in samenhang aangestuurde processen en activiteiten in de nafase, uitgevoerd met als doel gevolgen van een ramp, crisis of zwaar ongeval zodanig aan te pakken dat getroffenen weer kunnen functioneren, zo mogelijk op vergelijkbaar niveau. 2. herstel, wederopbouw en revacuatie 19 - herstel vitale infrastructuur (zoals keringen en zuiveringsinstallaties) - herstel en wederopbouw op locatie - revitalisering van de samenleving, o.m. economie en werkgelegenheid, onderwijs, sociale verbanden, sport, etc. (met name een verantwoordelijkheid voor de algemene keten). Delfland sluit zich in dit plan aan bij de definitie van de door de Amerikaan Enrico Quarantelli: het herstellen van de situatie na de ramp tot een acceptabel niveau, dat niet gelijk hoeft te liggen aan het niveau voor de ramp Deelrapport Nafase Taskforce management Overstromingen p.34 (januari 2009) 19 Revacuatie is het proces van het terugbrengen van de geëvacueerden naar hun huizen 53

54 9.3.1 Projectteam Herstel Nadat de calamiteit is afgelopen, dienen de resterende taken en verantwoordelijkheden over te worden gedragen aan de normale dagelijkse organisatie. Vanaf fase 2 kan het afhankelijk van de schade die is opgetreden - noodzakelijk zijn een speciaal projectteam herstel te activeren. Deze herstelorganisatie heeft dan tot doel alle werkzaamheden te coördineren die noodzakelijk zijn om weer terug te keren naar de oude situatie. Dit betreft niet alleen bouwkundige activiteiten, maar bijvoorbeeld ook de coördinatie van de schade afhandeling en de communicatie. De herstelorganisatie kan gezien worden als een ad-hoc ingestelde projectorganisatie. Al naar gelang de aard van de calamiteit kan de herstelorganisatie ook met andere teams en disciplines, zoals handhaving en dergelijke, worden aangevuld Aandachtspunten De werkzaamheden die door het projectteam herstel moeten worden verricht, zijn zeer divers. Onderstaand is een niet uitputtend - overzicht met aandachtspunten weergegeven: Bepaal de omvang van de calamiteit. Denk hierbij aan de omvang van de materiële schade, de politieke lading en de kans op een vervolgdreiging. Maak een herstelplan (conform standaard opzet plan van aanpak ). Zorg voor voldoende tijdelijke voorzieningen, zoals noodpompen. Het kan langere tijd duren voordat het definitieve herstel is uitgevoerd. In de tussentijd zijn voldoende tijdelijke voorzieningen noodzakelijk. Uiteindelijk moeten (art lid 3 Waterwet) waterstaatswerken waarvoor noodmaatregelen zijn genomen moeten zoveel mogelijk weer in overeenstemming met de legger worden gebracht. Ga na of er wel moet worden hersteld, en zo ja, of er een wens bestaat tot verbetering. In bepaalde gevallen kan het voordeliger zijn een gebied niet meer op de oude manier in te richten, maar aanpassingen uit te voeren. Breng zo snel mogelijk de verantwoordelijkheden in beeld. Werk met heldere doelstellingen in het Plan van Aanpak Nafase. Deze doelstellingen moeten zoveel als mogelijk bestuurlijk worden goedgekeurd. Hierbij horen ook een duidelijk mandaat voor de projectleiding en een vastgesteld werkbudget. 21 Werk met een duidelijke projectstructuur voor de nafase. In deze projectstructuur moeten de meest dominante thema's van de specifieke calamiteit herkenbaar terug komen (mede gelet op de verantwoordelijkheden die hierbij horen). Definieer de rollen en verantwoordelijkheden van de bestuurders in de nafase. Maak gebruik van scenario's. Denk vooruit: eerst in dagen, later in maanden en uiteindelijk zelfs in jaren. Deze scenario's kunnen de betrokken partners helpen om de mogelijk noodzakelijke capaciteit en middelen in beeld te brengen. Bij voorkeur dienen deze scenario's vooraf in de planfase te worden ontwikkeld. Werk samen met de andere partners zoals gemeenten en veiligheidsregio s, maar ook collegawaterschappen om eventuele schaarse capaciteit en expertise te bundelen, zodat deze voor langere tijd kan worden ingezet. 9.4 Overdracht verantwoordelijkheden Er mag pas afgeschaald worden naar dagelijkse werkzaamheden nadat de resterende taken en verantwoordelijkheden over worden gedragen aan de normale reguliere organisatie of aan een projectleider/ projectteam dat met het herstel cq. afhandeling wordt belast. Het moment van afschalen van de calamiteitenorganisatie (of kort hierna) moet worden benut als expliciet overdrachtsmoment voor elk van de betrokken teams binnen de calamiteitenorganisatie (WBT, WOT en WAT). 20 Quarantelli, E. L. (1999), The disaster recovery process: what we know and do not know from research., 21 Crisis, studies over crisis en crisisbeheersing; E.R. Muller e.a p

55 Deze overdracht omvat in elk geval de volgende vier onderdelen 22 die worden verwerkt in een overdrachtsdocument: 1. Een overzicht met alle lopende activiteiten en de borging hiervan in de nafase. 2. Het benoemen van afstemmingsmomenten op de korte en middellange termijn. Deze afstemmingsmomenten dienen ertoe het overzicht van de lopende activiteiten bij te houden en te monitoren of er reden is tot bijsturing of aanpassing van de activiteiten. 3. Het opstellen van enkele scenario s voor de periode na de calamiteit. Deze scenario s dienen te worden benut voor het in kaart brengen van mogelijke, toekomstige activiteiten en ontwikkelingen die aandacht van betrokken teams binnen Delfland maar ook externen partners en wellicht al dienen te worden voorbereid. 4. Een besluit over de (voorlopige) organisatiestructuur inclusief het benoemen van een projectleider (en/of projectteam). Idealiter vindt er gericht overdracht plaats van de leidinggevenden van de repressie fase naar de leidinggevende (projectleder of projectteamleider) van de nafase. Tijdens een overdrachtsbijeenkomst kan een overdrachtsdocument opgesteld en besproken worden. 9.5 Zorg voor eigen personeel Een crisissituatie met één of meerdere (zwaar)gewonde(n) en/of dodelijke slachtoffers kan een schokkende ervaring zijn geweest. Het is dan ook belangrijk dat direct na de afhandeling van een dergelijke crisis, de medewerkers ondersteuning krijgen bij de verwerking van mogelijke traumatische ervaringen. Hierbij geldt: het aanbieden van nazorg is een verantwoordelijkheid voor de werkgever; het gebruik maken hiervan is een keuze van de medewerker; het eerste opvanggesprek is een verantwoordelijkheid voor de direct leidinggevende (lijn organisatie), daarna kan gekozen worden voor een traject met een vertrouwenspersoon of bedrijfsmaatschappelijk werker. Daarnaast zijn er nabesprekingen voor leden van de verschillende teams binnen de Delflandse calamiteitenorganisatie, het laten ontstaan van een compleet beeld over de ramp en het benoemen van de leerpunten van een volgende ramp. Voor medewerkers kan naast de gesprekken ook gespecialiseerde hulp geboden worden. 9.6 Netwerkpartners Net als in de repressie(bestrijdings)fase is het van groot belang dat in de nafase met betrokken overheden en instanties wordt afgestemd welke (waterstaatkundige)activiteiten Delfland onderneemt, om zo snel als mogelijk terug te keren naar de normale reguliere situatie. Dit om te voorkomen dat er conflicterende situaties optreden. 9.7 Schade afhandeling Binnen de nafase is de afhandeling van schade een belangrijk onderdeel. Onduidelijkheid over schadeafhandeling kan voor veel onrust en onzekerheid zorgen onder de getroffenen. Vaak bestaat er grote druk om snel tot afhandeling over te gaan om zowel getroffenen als verzekeraars uit deze onzekerheid te halen. Voor een goede schadeafhandeling is taxatie noodzakelijk. Echter, te snelle taxatie kan betekenen dat nog niet alle schade bekend is. Met andere woorden: een goede schadeafhandeling dient zorgvuldig te gebeuren en kost daarmee tijd. Van belang is dat al tijdens de bestrijding van de calamiteit informatie wordt verzameld en een logboek wordt bijgehouden, zodat achteraf kan worden gereconstrueerd wat er zich precies heeft afgespeeld. 22 Crisis, studies over crisis en crisisbeheersing; E.R. Muller e.a p

56 Op nationaal niveau bestaat de Wet tegemoetkoming schade bij rampen en zware ongevallen, op basis waarvan in voorkomende gevallen gedupeerden een tegemoetkoming kunnen krijgen in de schade en kosten. Let op! Ingeval van een ramp niet te snel afschalen, omdat alleen aanspraak kan worden gemaakt op de Wet tegemoetkoming zware rampen en ongevallen indien er sprake is van een ramp. Zodra is afgeschaald vervalt deze route. Voor wat betreft schade afhandeling kan Delfland te maken krijgen met twee situaties: derden lijden schade als gevolg van handelen van Delfland; Delfland verhaalt kosten op derden. Derden stellen Delfland aansprakelijk Als gevolg van waterstaatkundige calamiteiten kunnen derden schade ondervinden. In die gevallen kan Delfland al dan niet terecht geconfronteerd worden met schade als gevolg van bijvoorbeeld ernstige wateroverlast. Delfland wordt dan aansprakelijk gesteld voor de schade op grond van onrechtmatig handelen. Voor die gevallen heeft Delfland een WA-verzekering afgesloten. Als Delfland gebruik heeft gemaakt van wettelijke bevoegdheden die tot gevolg hebben dat derden schade lijden, is sprake van een zogenoemde rechtmatige overheidsdaad. Daarvoor is in hoofdstuk 7.3 Waterwet een regeling getroffen. Wie schade lijdt door rechtmatig handelen van de overheid, kan op verzoek een vergoeding toegewezen krijgen. De procedure hiervoor ligt mede vast in de Verordening behandeling aanvragen nadeelcompensatie. Delfland verhaalt kosten op derden Handelend optreden tijdens calamiteiten of incidenten brengt kosten met zich mee. Het gaat hier bijvoorbeeld om kosten die verband houden met arbeidsloon van eigen en ingehuurd personeel, reinigingskosten, bergingskosten, herstelkosten en kosten van gebruikt materieel en materiaal. In principe zijn alle gemaakte kosten voor de bestrijding en de nazorg verhaalbaar op de veroorzaker. Afhandeling Standaard de sector is verantwoordelijk voor de schadeafhandeling. Sector Bedrijfsvoering ondersteunt voor zover het gaat om het verzekeringstechnische aspect. Overige juridische ondersteuning kan worden verzocht aan het team JVI 9.8 Evaluatie Het analyseren en evalueren van incidenten en calamiteiten 23 is naast een wettelijke plicht ook een leermoment van de bij de bestrijding betrokken overheden en instanties. Ook vormt het de (publieke)verantwoording over de ondernomen acties. Hierbij wordt gekeken naar het inhoudelijke processen van crisisbeheersing 24. De inhoudelijke teams zijn verantwoordelijk om calamiteiten (technisch) inhoudelijk te evalueren. Een evaluatie wordt geleid door een evaluator. Wie dit is hangt af van de evaluatievorm. Evaluaties kunnen niet alleen aanleiding geven om de calamiteitenorganisatie en/of procedures bij te stellen, maar ook een eerste aanzet geven voor het bij- of opstellen van nieuw beleid. Evalueren: maatwerk & mensenwerk Evalueren is mensenwerk en verschilt daarom per incident/calamiteit. Bij elke evaluatie is het daarom belangrijk om: - voorafgaand een helder doel en eindresultaat vast te stellen; - een veilige leeromgeving te waarborgen; - ervoor te zorgen dat de bijgehouden logboeken, situatierapportages en notulen zijn verzameld. Deze dienen als basis voor de evaluatie. De actieteamleider (in het geval van een actieteam) en de 23 In paragraaf 1.3 wordt een definitie gegeven van incident en calamiteit. In dit hoofdstuk wordt in het vervolg enkel het woord calamiteit gebruikt. Hiervoor kan ook incident worden gelezen. 24 te denken valt aan leiding en coördinatie, beeldvorming, opschaling, alarmering en informering etc. 56

57 sectiehoofden (in het geval van de operationele secties) zijn verantwoordelijk voor het verzamelen van deze documenten. Zij leveren de documenten aan bij team Crisisbeheersing; - de resultaten van de first-impression te verzamelen 25. Binnen Delfland zijn er drie manieren waarop calamiteiten kunnen worden geëvalueerd. Informatieve evaluatie Toetsende evaluatie Lerende evaluatie Deze worden hieronder beschreven Informatieve snelle evaluatie (korte terugblik) Dit is een snel en kort evaluatietraject waarbij de betrokken medewerkers kort na de calamiteit (binnen 2 weken) bij elkaar komen. Hierbij wordt de chronologie van de calamiteit met elkaar doorgenomen en worden de belangrijkste leermomenten met elkaar vastgesteld. Van een informatieve evaluatie kan sprake zijn bij een calamiteit dat relatief weinig impact heeft gehad en waarbij behoefte bestaat om met elkaar de gang van zaken door te nemen en verschillende beelden van de situatie te delen. Uitvoering Een informatieve evaluatie wordt door een medewerker van team Crisisbeheersing begeleid. Resultaat Van de evaluatie wordt (in een vast format) een kort verslag gemaakt. De inhoud van het verslag betreft het beeld van de deelnemers die hebben deelgenomen aan de evaluatiesessie. Voor een evenwichtig beeld is het daarom doorslaggevend dat alle relevante betrokkenen bij de evaluatiesessie aanwezig zijn. Verder staan in het verslag de leer- en actiepunten met een actiehouder. Vaststelling De secretaris-directeur stelt het verslag vast. Het verslag wordt verzonden aan de betrokken medewerkers, het verantwoordelijke sectorhoofd en de teamleider crisisbeheersing. Ook wordt het verslag ter informatie geagendeerd in het eerstvolgende DMT, PFO,D&H en VV. Verder wordt het verslag met de gehele organisatie gedeeld Toetsende evaluatie (terugkijken) Het doel hiervan is om helder te krijgen wat, wanneer en door wie voorafgaand aan en tijdens de calamiteit is gedaan. De centrale vraag hierbij is: hoe verhoudt dit zich tot de gestelde ambities en normen zoals in het calamiteitenplan en calamiteitenbestrijdingsplannen staat omschreven. Van een toetsende evaluatie kan sprake zijn bij een calamiteit met grote impact, door sterke betrokkenheid van andere partijen, financiële schade, media-aandacht of politiek/bestuurlijke aandacht. Uitvoering Een toetsende evaluatie wordt uitgevoerd door een onafhankelijke externe partij. Dit kan een gespecialiseerd bureau zijn maar kan ook een collegiale toetsing zijn die wordt uitgevoerd door een andere waterbeheerder of veiligheidsregio. Resultaat Een beoordelende evaluatie levert een schriftelijk verslag op (in een vast format) en geeft inzicht in de feitelijke gebeurtenissen voorafgaand aan en gedurende de calamiteit. Vervolgens worden de genomen maatregelen en procedures door de evaluator getoetst. In het verslag wordt (in een vast format) bij voorkeur opgenomen: 25 Voordat een calamiteit officieel is afgelopen is het de verantwoordelijkheid van de actieteamleider (in een actieteam) en de calamiteitencoördinator (in het Gemeenlandshuis) om een first-impression ronde te houden (maximaal 15 minuten). Hierbij wordt geven de aanwezige medewerkers kort aan hoe zij de calamiteit hebben ervaren. De resultaten hiervan worden binnen de evaluatie meegenomen. 57

58 - een chronologisch overzicht en (voor zover mogelijk geanonimiseerd) inzicht in wie welke rol heeft gehad in de calamiteit; - een chronologische tijdlijn waarin de alarmeringen, opschaling, genomen besluiten en uitgevoerde maatregelen; - een advies met daarin leer- en actiepunten (inclusief actiehouder). Vaststelling Het verslag wordt door de secretaris-directeur vastgesteld. Het verslag wordt verzonden aan de betrokken medewerkers, het verantwoordelijke sectorhoofd en de teamleider crisisbeheersing. Ook wordt het verslag ter informatie geagendeerd in het eerstvolgende DMT, PFO, D&H en VV. Daarnaast wordt het verslag met de gehele organisatie gedeeld Lerende evaluatie (vooruitkijken) Van een lerende evaluatie kan sprake zijn wanneer er de behoefte is om niet de gehele calamiteit door te nemen maar in plaats daarvan te focussen op de leerpunten binnen een aantal thema s/onderwerpen van de calamiteit. Voorbeelden hiervan zijn het proces van melding en alarmering, op- en afschalen en informatiemanagement. De medewerkers die bij de calamiteit betrokken waren komen bij elkaar en wisselen persoonlijke ervaringen, indrukken en kennis rondom deze thema s met elkaar uit. De vraag Wat vertel jij je collega s als zij morgen bij eenzelfde calamiteit worden ingezet? staat hierbij centraal. De gedeelde ervaringen, indrukken en kennis worden tijdens deze bijeenkomst niet ter discussie gesteld. Uitvoering Een lerende evaluatie kan zowel door medewerkers van team Crisisbeheersing als door een externe partij worden begeleidt. Resultaat Naast het individuele leertraject van de betrokken medewerkers zijn de resultaten van een lerende evaluatie: a. Een tijdlijn met de belangrijkste feitelijke gebeurtenissen van het incident; b. Per functie een leerdocument (1 A4), opgesteld door de dienstdoende functionarissen; c. Een overkoepelend leerdocument (1 A4) met daarin de 3 belangrijkste leermomenten en eventuele aanbevelingen, opgesteld door de evaluator; d. Optioneel is dat de betrokken medewerkers een presentatie geven aan collega s met dezelfde functie en die niet bij de calamiteit betrokken zijn geweest. Vaststelling Alleen het overkoepelend leerdocument wat door de evaluator is opgesteld wordt door de secretaris-directeur vastgesteld. Het verslag wordt verzonden aan de betrokken medewerkers, het verantwoordelijke sectorhoofd en de teamleider crisisbeheersing. Ook wordt het verslag ter informatie geagendeerd in het eerstvolgende DMT, PFO,D&H en VV. Verder wordt het verslag met de gehele organisatie gedeeld. Keuze voor een evaluatievorm/opdrachtgever De belangrijkste criteria voor deze keuze is het doel wat met de evaluatie wordt beoogd. Andere criteria zijn de hoeveelheid schade, juridische consequenties, tijd en kosten. Op basis hiervan wordt voor een van de bovenstaande evaluatievormen gekozen. Wanneer dat nodig wordt geacht kan van de hierboven benoemde evaluatievormen worden afgeweken. De keuze voor een evaluatievorm wordt voor het einde van de calamiteit gemaakt. De coördinatiefase is bepalend voor wie een keuze maakt voor de te volgen evaluatievorm. Deze verantwoordelijke wordt hierbij door de calamiteitencoördinator geadviseerd. Fase Verantwoordelijke voor keuze evaluatievorm Verantwoordelijke voor het proces van evalueren 1 Actieteamleider Teamleider crisisbeheersing 2 Operationeel leider Teamleider crisisbeheersing 3 Voorzitter beleidsteam Teamleider crisisbeheersing 4 Voorzitter beleidsteam Teamleider crisisbeheersing 58

59 Wie evalueert verschilt per evaluatievorm, net als de vaststelling en de interne en externe communicatie. Evaluatievorm Evaluator Vaststelling Interne communicatie Mogelijkheden externe communicatie 26 informatief team Crisisbeheersing secretarisdirecteur toetsend extern secretarisdirecteur lerend team Crisisbeheersing/ extern Ter informatie: B&W betrokken gemeente(n)/gsprovincie/veiligheidsregio/ waterschappen Ter informatie: B&W betrokken gemeente(n)/gsprovincie/veiligheidsregio/ waterschappen secretarisdirecteur Ter informatie DMT, PFO dijkgraaf, D&H en VV Ter informatie DMT, PFO dijkgraaf, D&H en VV Ter informatie DMT, PFO dijkgraaf, D&H en VV Termijn Per calamiteit wordt bekeken binnen welke termijn de evaluatie gereed moet zijn. Ter informatie: B&W betrokken gemeente(n)/gsprovincie/veiligheidsregio/ waterschappen 26 Per calamiteit wordt bekeken in hoeverre en op welke manier (actief/passief) externe partijen worden geïnformeerd. 59

60 10 Netwerkpartners 10.1 Inleiding Voor een goede bestrijding van calamiteiten is een goede samenwerking met andere overheden en instanties noodzakelijk. De betrokken organisaties vormen samen een netwerk waarbinnen wordt gewerkt. In dit hoofdstuk is het netwerk beschreven waarbinnen de Delflandse calamiteitenorganisatie opereert Relatie met andere draaiboeken en plannen Met een aantal netwerkpartners zijn afspraken gemaakt over de samenwerking bij (boven)regionale incidenten en calamiteiten. Deze afspraken zijn in de volgende documenten vastgelegd: Convenant veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond Bestuurlijke en operationele afspraken Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond, Hoogheemraadschap van Delfland, Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard en Waterschap Hollandse Delta; Coördinatieplan dijkring 14 met het daarbij horende convenant dijkring 14; Waterakkoorden; Kleinschalige Wateraanvoer voorzieningen(kwa); Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen; Draaiboek Regionaal Droogte Overleg West-Midden Nederland (2013) Handboek Landelijke Commissie Waterverdeling (2011) De afspraken die in bovenstaande documenten zijn vastgelegd, zijn verwerkt in het Handboek Crisisbeheersing en in het bijzonder in de betreffende calamiteitenbestrijdingsplannen. Convenanten Veiligheidsregio Met de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond is een convenant afgesloten, waarin de volgende afspraken zijn vastgelegd: Bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging: in de koude fase wordt de bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging verzorgt door het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK); Planvorming: onderling afstemmen van plannen; Oefenen: onderling afstemmen programma s en minimaal eenmaal in de vier jaar een gezamenlijke oefening; Daadwerkelijke inzet in de repressie fase: afvaardiging van liaisons op alle niveaus. Daarnaast is met de veiligheidsregio Haaglanden, de Hoogheemraadschappen van Rijnland en Schieland en de Krimpenerwaard de afspraak gemaakt dat de bestuurlijke en ambtelijke vertegenwoordiging in de koude fase wordt verzorgd door Delfland. Coördinatieplan dijkring 14 & overstromingsplannen veiligheidsregio s Voor Dijkring 14 hebben 6 veiligheidsregio s, 5 waterschappen en 3 regionale diensten van Rijkswaterstaat en 3 provincies onderling afspraken gemaakt over bovenregionale aspecten van een (dreigende) overstroming. Deze coördinatieplannen zijn een nadere uitwerking van het project Taskforce management Overstromingen (TMO). De afspraken hebben betrekking op: efficiënte en adequate samenwerking om gevolgen van een overstroming te beperken; vaststelling en opstellen eenduidig waterbeeld; afstemming van waterbeheersmaatregelen; de (eventuele) evacuatie van mens en dier; crisiscommunicatie. De veiligheidsregio s Rotterdam Rijnmond en Haaglanden hebben de gemaakte afspraken, uit het Coördinatieplan dijkring 14, uitgewerkt in hun eigen Coördinatieplannen Overstromingen. Het gaat hier met name om de operationele zaken zoals inzet brandweer, GHOR, evacuatie en dergelijke. Waterakkoorden Met alle omliggende waterschappen zijn waterakkoorden gesloten. In een waterakkoord zijn afspraken tussen waterbeheerders vastgelegd over: de aanvoer en afvoer van water; 60

61 hoe te handelen in normale en in extreme situaties; de waterkwaliteit; de financiële afwikkeling; procedurele aspecten (naleving, evaluatie, wijziging van het waterakkoord). Kleinschalige Wateraanvoer voorzieningen (KWA) Er zijn bijzondere omstandigheden, waarbij in de beheergebieden van Delfland, Rijnland en Schieland en de Krimpenerwaard, een tekort aan zoet water kan ontstaan. Deze omstandigheden worden gekenmerkt door lage Rijnafvoeren en een (dreigende) verzilting van de Hollandsche IJssel en perioden van langdurige droogten. De afspraken en maatregelen die kunnen worden genomen zijn beschreven in dit waterakkoord. Voor een nadere uitwerking hiervan binnen de calamiteitenorganisatie wordt verwezen naar het scenarioplan Langdurige droogte. Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen In het Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen wordt de landelijke opschaling binnen de waterkolom (waterschappen, provincies, ministerie van I&M) vastgelegd voor een (dreigende) overstroming met bovenregionale effecten, dat wil zeggen een overstroming waarvan de effecten zich uitstrekken over het (beheer)gebied van meerdere waterschappen, veiligheidsregio s, provincies en/of regionale diensten van Rijkswaterstaat. Het draaiboek beschrijft de taken en verantwoordelijkheden van de betrokkenen in de waterkolom ten aanzien deze bovenregionale effecten. Het gaat daarbij vooral om de landelijke coördinatie van de informatievoorziening door de Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingsdreiging (LCO) en de afstemming van maatregelen Relevante netwerkpartners binnen de waterkolom Buurwaterschappen en overige waterbeheerders in dijkring Hoogheemraadschap van Rijnland: Buurwaterschap aan noordgrens van Delfland. Enig koppelpunt is de sluis (inclusief opvoergemaal) te Leidschendam. In droge perioden kan hier water worden opgemalen van de Delflandse boezem naar de Rijnlandse boezem. In natte perioden is het hier mogelijk via de sluis Delflandswater af te laten op de Rijnlandse boezem; Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard: Buurwaterschap aan zuidoostgrens van Delfland. Op een aantal punten kan water van en naar HHSK worden aan/afgevoerd; Waterschap Hollandse Delta: Buurwaterschap aan de zuidgrens, welke ook grenst aan de gemeente Rotterdam; Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden; Het Waterschap Amstel Gooi en Vecht; Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid: Regionale dienst waar Delfland in valt; Rijkswaterstaat Midden-Nederland; Rijkswaterstaat West-Nederland Noord. Met de buurwaterschappen zijn in waterakkoorden afspraken gemaakt over onder andere het waterbeheer in bijzondere omstandigheden. Met de andere waterbeheerders zijn in het Coördinatieplan dijkring 14 afspraken gemaakt, zoals welk waterschap initiërend is bij een kustscenario, voor verder uitleg zie CBP Primaire waterkeringen en paragraaf van dit Calamiteitenplan Ministerie van Infrastructuur en Milieu De minister van Infrastructuur en Milieu (I&M) is eindverantwoordelijk voor de afstemming van de waterstaatkundige maatregelen. Bij een landelijke crisis neemt zij deel aan de Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb), onder voorzitterschap van de minister van Veiligheid en Justitie, tenzij de ministerpresident beslist dat hij voorzitter is. 27 In het CBP Primaire waterkeringen wordt nader ingegaan op de verschillende waterbeheerders binnen dijkring 14 61

62 Het ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft een aantal beleids Directoraten-Generaal (DG s). en één uitvoerend Directoraat-Generaal (Rijkswaterstaat, waaronder ook de Waterdienst valt). De Directeur- Generaal Rijkswaterstaat (DG-RWS) is binnen I&M de portefeuillehouder crisisbeheersing. De DG-RWS zal bij een landelijke watergerelateerde (dreigende) crisis deelnemen aan de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCb), onder voorzitterschap van de DG-Veiligheid (ministerie van Veiligheid en Justitie). De DG-RWS wordt bij een watergerelateerde (dreigende) crisis geadviseerd door de Landelijk Watermanager van de Waterdienst. Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC) Binnen het ministerie van I&M is het DCC de regisseur op het gebied van crisisbeheersing. De voornaamste taken van het DCC-I&M zijn: het opstellen van een algemeen beleidskader voor crisisbeheersing binnen het ministerie van I&M; het coördineren en faciliteren van het optreden tijdens crises; de algemene procesbewaking tijdens (de afhandeling van) crises en de operationele ondersteuning van de inhoudelijk verantwoordelijken van een sector; het verlenen van nazorg door het laten uitvoeren van evaluaties; het fungeren als kenniscentrum op het gebied van crisisbeheersing Regionale diensten Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat is de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Infrastructuur en Milieu en werkt aan de bescherming tegen overstromingen en aan schoon en voldoende water voor alle gebruikers. Bovendien bevordert Rijkswaterstaat de vlotte en veilige doorstroming van het verkeer op de rijkswegen en rijkswateren. De taken van Rijkswaterstaat zijn onder meer: Beheren van de rijkswateren, zoals de Nieuwe Maas, het Noordzeekanaal en de Hollandse IJssel en ook de Noordzee. Met de relevante waterschappen en met aangrenzende regionale diensten van Rijkswaterstaat afstemmen over te nemen maatregelen. Adviseren en informeren de veiligheidsregio s en gemeenten in hun gebied. De DG-RWS is verantwoordelijk voor de crisisbeheersing binnen Rijkswaterstaat. Hij stemt waar nodig en in overleg met de Hoofd Ingenieur Directeur -RWS - op eigen initiatief of op initiatief van de dijkgraven - maatregelen met een bovenregionaal effect af met de dijkgraven van de relevante waterschappen. Hierin is ook een rol weggelegd voor de landelijk watermanager van de Waterdienst; Coördineren van het Regionaal Droogte Overleg. Vertegenwoordigen van de Regionale Droogte Overleggen in de Landelijke Commissie Waterverdeling. Delfland heeft te maken met drie regionale diensten: Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid: beheerder van de stormvloedkeringen Maeslantkering, Hollandse IJssel en Hartelkering ; Rijkswaterstaat Zee en Delta: beheerder van de Noordzee, waar Delfland met gemaal Schoute water op uitmaalt; Rijkswaterstaat Midden-Nederland : beheerder van de primaire waterkering langs het Amsterdam Rijnkanaal Rijkswaterstaat, Watermanagementcentrum Nederland Het Watermanagementcentrum Nederland (WMCN) zit in Lelystad. Onder het WMCN valt de landelijke berichtgeving over waterkwantiteit en waterkwaliteit onder normale en bijzondere omstandigheden. Het WMCN: - Vertaalt de weersverwachtingen van het KNMI en andere weersinstituten, en de hydraulische omstandigheden in verwachte waterstanden, afvoeren en golfhoogten, voor de kustlocaties en voor de rivierlocaties op de grens met Duitsland (Lobith) en België. (St. Pieter). - Alarmeert en informeert de waterschappen, regionale diensten van Rijkswaterstaat en in bepaalde gevallen ook de veiligheidsregio s over verwachte waterstanden - Alarmeert en informeert belanghebbenden, o.a waterschappen en drinkwaterbedrijven, over optredende waterverontreiniging en adviseert ten aanzien van de mogelijke aanpak daarvan. 62

63 Deze berichtgeving omvat daarmee onder meer: - de dagelijkse waterberichtgeving over waterstanden en afvoeren in het hoofdwatersysteem - stormvloedwaarschuwing voor de kust - stormwaarschuwing op de grote meren IJsselmeer en Markermeer - meerdaagse verwachtingen en waarschuwing voor hoogwater op de rivieren - laagwaterberichtgeving Daarnaast kan onder verwachte extreme omstandigheden worden opgeschaald naar een van de drie landelijke coördinatiecommissies. De landelijke coördinatiecommissies (LC s) bestaan uit gespecialiseerde adviseurs op het gebied van respectievelijk overstromingsdreiging (LCO), watertekort (LCW) of waterverontreiniging (LCM). In crisissituaties vindt afstemming plaats met het Verkeer Centrum Nederland (VCNL), het Scheepvaart Verkeer Centrum (SVC) en het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing (DCC) van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Vanuit het Watermanagementcentrum Nederland coördineren de LC s de berichtgeving. De commissies zorgen voor betrouwbare en bruikbare informatie over de actuele en verwachte toestand van het water (landelijk waterbeeld). Op basis van die informatie kunnen onder meer de waterbeheerders maatregelen nemen, zoals het sluiten van keringen bij overstromingsdreiging, het opzetten van waterpeilen ten behoeve van buffervorming bij watertekort en het bestrijden van verontreiniging om milieueffecten te beperken. Zo nodig kunnen de commissies waterbeheerders adviseren over te nemen maatregelen. Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingsdreiging (LCO) De Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingsdreiging (LCO) speelt een sleutelrol bij de bovenregionale informatievoorziening. De LCO is opgericht om in geval van de komst van een extreme rivierafvoer of storm (kustdreiging) waarbij mogelijk overstromingen gaan optreden, vroegtijdig te informeren met behulp van een landelijk waterbeeld. Dit beeld bevat een dreigingsanalyse, een weerbeeld, een waterbeeld en een indicatie van mogelijke aanvullende waterhuishoudkundige maatregelen om schade en slachtoffers te beperken. De LCO bestaat uit deskundigen op het gebied van hoogwater, stormvloed en waterkeringen van Rijkswaterstaat en de waterschappen, en is aanvullend op de regionale diensten en waterschappen. Het LCO: Ondersteunt het DCC-I&M door het leveren van een landelijk waterbeeld en biedt, onder andere via het DCC-I&M, inhoudelijk ondersteuning aan de DG Rijkswaterstaat en de minister van I&M. Informeert de waterschappen en regionale diensten van Rijkswaterstaat, de veiligheidsregio s en de berichtendiensten van RWS over de aard en omvang van de overstromingsdreiging, inclusief de gevolgen van een eventueel falen van waterkeringen, door het opstellen van een landelijk waterbeeld. Informeert over nut en noodzaak en mogelijke gevolgen van waterstaatkundige ingrepen bij overstromingsdreiging. Adviseert de veiligheidsregio s met betrekking tot de interpretatie van het landelijk waterbeeld voor bovenregionale effecten. Landelijke Commissie Waterverdeling (LCW) De Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) komt bijeen bij een indicatie van watertekort(en) en/of te warm water. De opschaling van de LCW is vastgelegd in het Handboek voor de LCW, onderdeel van de Handreiking Watertekorten en Warmte. De LCW is verantwoordelijk voor het opstellen van het landelijk waterbeeld dat is gebaseerd op de informatie uit de Regionale Droogte Overleggen, informatie uit modellen en meetsystemen en adviezen van specialisten. Op basis van dit totaalbeeld wordt geïnformeerd en geadviseerd over mogelijke maatregelen naar het Managementteam Watertekorten (MTW). Nadat hierover binnen het MTW beslissingen zijn genomen, coördineert de LCW de uitvoering van de maatregelen op landelijk niveau en informeert onder meer de regio s. Landelijke Commissie Milieuverontreiniging Water (LCM) De specialisten van de LCM komen in actie bij een melding van een nucleaire, biologische of chemische waterverontreiniging, zoals een lozing die de waterkwaliteit ernstig in gevaar kan brengen. Zij informeren betrokken partijen over de aard en de effecten van de geloosde stoffen en adviseren over eventuele maatregelen om nadelige gevolgen voor het aquatische milieu te beperken. 63

64 Indien noodzakelijk alarmeert of activeert het LCM interdepartementale ongevalorganisaties voor chemische en nucleaire incidenten (Beleidsondersteunend team milieu incidenten Bot-mi, Eenheid Planning en advies drinkwater EPAd en Eenheid Planning en Advies nucleair EPAn) De LCM experts zijn onderdeel van deze expertstructuren en staan onderling met de verschillende kennisinstituten via integrale crisisadvies websites met elkaar in contact. Onder ministeriële regie worden gezamenlijke technisch ad hoc adviezen opgesteld voor o.a. de veiligheidsregio DCO (Directie Communicatie) De Directie Communicatie van het ministerie van I&M draagt bij aan de realisatie van de doelstellingen van het ministerie door de communicatie naar doelgroepen op langere en kortere termijn en het externe optreden van de politieke en ambtelijke leiding professioneel vorm en inhoud te geven Relevante netwerkpartners binnen de algemene kolom Gemeenten In het beheergebied van Delfland liggen 14 gemeenten:delft, Den Haag, Lansingerland, Leidschendam- Voorburg, Maassluis, Pijnacker-Nootdorp, Midden Delfland, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Westland, Wassenaar, Vlaardingen en Zoetermeer. De basis van de rampenbestrijding ligt, zowel bestuurlijk als uitvoerend, bij de gemeenten. De burgemeester hoeft tegenwoordig een gebeurtenis niet meer tot ramp te verklaren, of een gebeurtenis een ramp is volgt uit het incident, de gevolgen daarvan en het gecoördineerd optreden (zie definitie paragraaf 1.3). In dat geval staat het waterschap onder opperbevel van de burgemeester (zie verder hoofdstuk 4) Een gemeente richt zich primair op het proces bevolkingszorg : de voorlichting aan bevolking en de media, het opvangen en verzorgen van evacues, het registreren van personen, voorzien in primaire levensbehoeften, uitvaartverzorging en afhandelen van schade Veiligheidsregio s Een veiligheidsregio is in Nederland een gebied waarin wordt samengewerkt door verscheidene besturen en diensten op het terrein van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) en handhaving van de openbare orde en veiligheid. Nederland heeft 25 veiligheidsregio s. De voorzitter van het bestuur van een veiligheidsregio is de burgemeester die aangewezen is als korpsbeheerder, meestal is dit de burgemeester van de grootste gemeente. De hoofdofficier van justitie en de dijkgraaf worden voor elke vergadering van het algemeen bestuur uitgenodigd, maar zij maken geen deel uit van het bestuur. Delfland ligt in 2 veiligheidsregio s: Haaglanden 28 : Ligt met 9 gemeenten grotendeels in het beheergebied van Delfland. Naast Delfland liggen ook de Hoogheemraadschappen van Rijnland en van Schieland en de Krimpenerwaard in deze veiligheidsregio. Rotterdam Rijnmond 29 : Ligt met 5 gemeenten voor een klein deel binnen het beheergebied van Delfland. Naast Delfland liggen ook het Waterschap Hollandse Delta en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard in deze veiligheidsregio. Bij een daadwerkelijk regionale ramp of crisis: Eenhoofdig gezag: De voorzitter van het bestuur van de veiligheidsregio kan toepassing geven aan een aantal bevoegdheden. De voorzitter van het bestuur van de veiligheidsregio roept een Regionaal Beleidsteam 30 (RBT) bijeen en wijst een Regionaal Operationeel Leider aan. 28 De volgende 9 gemeenten vallen onder de VRH: Delft, Den Haag, Midden Delfland, Pijnacker Nootdorp, Rijswijk, Leidschendam-Voorburg, Wassenaar, Westland, Zoetermeer 29 Betreft de gemeenten Lansingerland, Schiedam, Vlaardingen, Maassluis, en Rotterdam. 30 In de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond spreekt men niet over een GBT of een RBT maar een Gemeentelijke Veiligheidsstaf (GVS) en een Regionale Veiligheidsstaf (RVS). 64

65 De dijkgraaf kan aan het RBT deelnemen vanuit zijn verantwoordelijkheid voor watergerelateerde rampen en crises. Een liaison van het waterschap kan deelnemen aan het CoPI en ROT. In de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond is deze deelname geregeld in het Regionaal Crisisplan als onderdeel van het proces Waterbeheer & Scheepvaartzorg. Het doel van het RBT is om waar nodig tot afstemming en coördinatie te komen. De Commissaris van de Koning kan in geval van een ramp of crisis van meer dan regionale betekenis een aanwijzing geven over zowel de samenwerking binnen het RBT als over het te voeren beleid. Verzoek tot bijstand aan de minister van Binnenlandse Zaken bij tekort aan regionale capaciteit Provincies - PCC Delfland ligt in zijn geheel in de provincie Zuid Holland. Aangezien Delfland in Dijkring 14 ligt, en deze dijkring deels ook in de provincies Utrecht en Noord Holland ligt, heeft Delfland indirect alleen in de preparatie fase soms ook te maken met de provincies Utrecht en Noord Holland. Het Provinciaal Crisiscentrum (PCC) is de locatie waar de Commissaris van de Koning bijgestaan door de Provinciale Staf, is gehuisvest. Met de inwerkingtreding van de Wet veiligheidsregio's hebben de commissarissen van de Koning geen coördinerende rol meer bij rampen en crises, maar een toezichthoudende. Taken en bevoegdheden De provincies houden toezicht op de waterschappen. Gedeputeerde Staten(GS) kunnen - indien zij dat noodzakelijk achten - de waterschappen aanwijzingen geven omtrent de uitoefening van taken of bevoegdheden. Daarnaast kunnen de provincies in de informele rol, nuttige informatie verstrekken. Zo zijn de provincies bijvoorbeeld nauw betrokken bij de risicokaart en de overstromingsberekeningen. Bij gebruik van de bevoegdheid van artikel 5.30 lid 2 Waterwet meldt de beheerder dit onverwijld aan GS Nationaal CrisisCentrum (NCC) Het permanent bezette Nationaal CrisisCentrum, ondergebracht bij het ministerie van Veiligheid en Justitie, vervult de functie van interdepartementaal facilitair communicatiecentrum en knooppunt van en voor de bestuurlijke informatievoorziening. Het NCC staat ten dienste van de (voorbereiding van de) interdepartementale crisisbesluitvorming, zowel op ambtelijk als politiek-bestuurlijk niveau. Interdepartementale besluitvorming door het ICCb en MCCb worden door het NCC gefaciliteerd. De minister van Veiligheid en Justitie is verantwoordelijk voor de afstemming van de orde- en veiligheidsmaatregelen op centraal niveau. Het NCC speelt bij de uitvoering van deze verantwoordelijkheid een centrale rol. Hierin is voor de interdepartementale coördinatie van de communicatie ook het Nationaal Voorlichtingscentrum opgenomen. Afspraken over interdepartementale coördinatie en besluitvormingsstructuren zijn vastgelegd in het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming Adviesteam en de Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCb) In de aanloopfase van een (dreigende) crisis, waarbij mogelijk beleidsterreinen of belangen van andere ministeries zijn betrokken, komt op initiatief van het Hoofd Nationaal CrisisCentrum (HNCC) of op verzoek van de directeur Nationale Veiligheid (DNV) van het ministerie van V&J of op verzoek van een departementale crisiscoördinator het Adviesteam bijeen op het NCC. Taken van het Adviesteam zijn: informatie uitwisselen; beeld- en oordeelsvorming van de situatie; afstemming met betrekking tot maatregelen in de eigen sector; bezien noodzaak activering Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (ICCb) en/of Ministeriële Commissie Crisisbeheersing (MCCb); besluitvorming over de inrichting en werkwijze van de voorbereiding. 65

66 Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum Het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) draagt zorg voor de landelijke coördinatie van de operationele (bovenregionale/landelijke) inzet tijdens rampen, calamiteiten en grootschalige evenementen. Uit rapportages en ervaringen is gebleken dat het inrichten van een centraal punt voor brandweer, politie, geneeskundige hulpverlening en defensie noodzakelijk is, om de operationele inzet op bovenregionaal/landelijk niveau adequaat te laten plaatsvinden. Sleutelwoorden hierbij: informatievoorziening en advisering. Op deze manier biedt het ministerie van Veiligheid en Justitie (V&J) de kans de bovenregionale inzet van mensen en middelen bij grootschalige evenementen en rampen efficiënt en effectief te laten verlopen. Het LOCC is namens het ministerie van V&J het landelijk aanspreekpunt hiervoor Overige relevante netwerkpartners KNMI Het KNMI is het nationale instituut voor weer, klimaat en seismologie en voert onder andere de modelberekeningen uit voor de verwachte waterstanden langs de kust. Het KNMI is onderdeel van het ministerie van I&M.Het KNMI: verzorgt de informatievoorziening over weerverwachtingen naar de verschillende belanghebbenden; ondersteunt de berichtendiensten van Rijkswaterstaat bij het opstellen van waterstandverwachtingen Meteo Consult Meteo Consult maakt deel uit van de MeteoGroup, het grootste commerciële weerbedrijf in Europa met kantoren in een aantal landen en het hoofdbureau in Wageningen. Delfland, team Peilbeheer, heeft een contract met Meteo Consult. Meteo Consult biedt Delfland onder andere actuele waarnemingen, radar- and satellietbeelden en korte en lange termijn verwachtingen van het water en het weer. Meteo Consult: verzorgt de extra informatievoorziening over weerverwachtingen naar de verschillende afnemers; informeert team Peilbeheer van Delfland dagelijks over de weersverwachtingen; waarschuwt voor extreme neerslag in het beheergebied van Delfland in de komende 24 uur Bijstand en steunverlening De meldkamers van de brandweer en de politie en de centrale post ambulancevervoer zijn ondergebracht in de Gemeenschappelijke Meldkamer (GMK) van Haaglanden en Rotterdam-Rijnmond. Een GMK regelt en coördineert de inzet van de hulpverleningsdiensten. Voor een verzoek om assistentie van brandweer, politie of geneeskundige dienst moet contact worden opgenomen met de GMK van de betreffende regio. De indeling van de politieregio s is gelijk aan die van de veiligheidsregio s. De politie Rotterdam Rijnmond beschikt over zeehaven en rivierpolitie. De afdeling Luchtvaart van het Korps Landelijke Politie Diensten (KLPD) beschikt over vliegtuigen en helikopters voor het uitvoeren van verkenningsvluchten. Het KLPD te Driebergen, Dienst Informatie- en Communicatie centrum (DIC) legt contact tussen bijstand verlenende instellingen en bedrijven en de overheid die bijstand vraagt. Ook de politie te water kan via het DIC worden bereikt. Het verzoek om assistentie van het KLPD loopt via de regionale politie. Bijstandsaanvragen door burgemeester of voorzitter veiligheidsregio Uitsluitend de burgemeester van de gemeente of de voorzitter van een veiligheidsregio waarin zich een ramp of zwaar ongeval voordoet of dreigt is bevoegd tot het aanvragen van bijstand van brandweer, politie en/of geneeskundige eenheden buiten de betreffende veiligheidsregio. Ook is de burgemeester of voorzitter van de veiligheidsregio bevoegd tot het aanvragen van militaire bijstand. Dergelijke aanvragen dient de burgemeester te richten aan de Commissaris van de Koning. Indien het Regionaal Operationeel Team (ROT) operationeel is worden dergelijke bijstandsaanvragen namens de betreffende burgemeester of voorzitter veiligheidsregio door het ROT gedaan. Uitgangspunt is dat de bijstandverzoeken en steunverleningsaanvragen worden ingediend bij en gecoördineerd worden door het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC). 66

67 Verzoek om bijstand bij de Commissaris van de Koning De formele procedure voor het verlenen van bijstand is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio s. Een verzoek om bijstand aan de Commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holland dient de volgende elementen te bevatten: de plaats, de aard en de omvang van de (dreigende) ramp of het zware ongeval; het totale aantal en de soort van de reeds ingezette eenheden van hulpverlenings- en andere diensten; degene die ter plaatse met de operationele leiding is belast, alsmede diens bereikbaarheid; het aantal en de soort van het benodigde bijstandspotentieel, alsmede de behoefte aan gespecialiseerd personeel, deskundigen en specifiek materieel: de locatie waar de bijstandsverlenende eenheden zich dienen te melden. Militaire bijstand In geval van een ramp of dreigende ramp kan door de burgemeester militaire bijstand worden aangevraagd bij de Commissaris van de Koning. Deze wendt zich tot het Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum (LOCC) van de Minister van Veiligheid en Justitie. In zeer spoedeisende gevallen kan men zich rechtstreeks richten tot de Minister van Veiligheid en Justitie, die het verzoek kan indienen bij de Minister van Defensie. De burgemeester is in spoedeisende gevallen bevoegd zich rechtstreeks te wenden tot de Regionaal Militair Commandant (met de verplichting de Commissaris van de Koning te informeren). Voor melding en ruiming van explosieven kan men zich te allen tijde rechtstreeks wenden tot het Explosieven Opruiming Commando van de Koninklijke Landmacht (EOCKL). Wanneer een gemeente bijstand van de EOCKL behoeft loopt deze aanvraag van de burgemeester via de Commissaris van de Koning. Militaire Steunverlening Delfland kan via de dijkgraaf zelfstandig een steunverleningsaanvraag voor militaire bijstand bij het LOCC indienen. Onder militaire steunverlening wordt verstaan: de steun door de krijgsmacht niet zijnde militaire bijstand - in situaties waarbij openbare belangen in het geding zijn. Het betreft goederen of diensten die dringend benodigd zijn en waarin niet, niet-afdoende of niet tijdig door het aanvragende bestuursorgaan kan worden voorzien. De Officier veiligheidsregio van defensie geeft hierover een advies aan Delfland. Wanneer Delfland bijstand wil hebben van defensie gaat dit via het Regionaal Operationeel Team van de veiligheidsregio. Deze dient dan, na advies van de liaison Officier veiligheidsregio, een bijstandverzoek bij het LOCC in. Bijstand crisiscommunicatie Delfland kan een beroep doen op de regionale crisiscommunicatiepool van de veiligheidsregio. De veiligheidsregio s Haaglanden en Rotterdam Rijnmond hebben convenanten afgesloten met de regionale omroepen RTV West respectievelijk RVT Rijnmond over deze inzet van deze zenders als rampenzender. Deze convenanten voorzien erin dat de bevolking in crisisomstandigheden via Radio/TV West en/of Radio/TV Rijnmond snel kan worden geïnformeerd. Afhankelijk van de situatie kunnen meerdere waarschuwings- en alarmeringsfasen worden onderscheiden. Procedure-afspraak is dat de Gemeenschappelijke Meldkamers Haaglanden en Rotterdam Rijnmond te allen tijde optreden als coördinatiepunt voor de betreffende regio. De regionale brandweer in wier gebied de ramp of het incident zich afspeelt, neemt contact op met het coördinatiepunt (GMK Haaglanden of Rotterdam- Rijnmond). Daarbij wordt afgestemd over het uitzenden van de standaardberichten door de regionale omroep. Het coördinatiepunt neemt daarna contact op met regionale omroep. Indien Delfland gebruik wil maken van de rampenzenders RTV West en/of RTV Rijnmond, dient zij een verzoek in te dienen bij de burgemeester van de gemeente waar de calamiteit is of bij een gemeentegrensoverschrijdende calamiteit bij de voorzitter van de veiligheidsregio. 67

68 10.6 Informeren van en afstemmen met relevante netwerkpartners Het is van groot belang om, met alle in dit hoofdstuk genoemde netwerkpartners, al in de preparatiefase goede afspraken te maken en elkaar vooraf goed te informeren. Indien organisaties elkaar in de voorbereiden fase kennen, dan vinden ze elkaar sneller in de repressieve fase. Daarbij komt dat informeren van een partner in de repressieve fase niet voldoende is. Er moet met de verschillende partners zoals veiligheidsregio s en gemeenten ook worden afgestemd. Afspraken over hoe de werkwijze is tussen Delfland en de gemeenten/veiligheidsregio s zijn niet in dit calamiteitenplan opgenomen maar in separate protocollen of in de werkwijzebeschrijving calamiteitenorganisatie. Onderdeel van deze werkwijze is in elk geval dat Delfland ook met de gemeenten afstemt en deze informeert indien zich incidenten voordoen in een gemeente, die nog niet tot GRIP-opschaling leiden, maar wel impact kunnen hebben op de openbare orde en veiligheid Afspraken tussen Delfland en de veiligheidsregio/gemeenten over de aansluiting en afstemming van elkaar rakende processen, zowel gemeentelijk als operationeel zijn wenselijk. Deze afspraken staan echter niet in dit algemene plan uitgewerkt maar worden buiten dit plan om gemaakt. 68

69 11 Borging kwaliteit calamiteitenorganisatie 11.1 Inleiding Een professionele en slagvaardige calamiteitenorganisatie dient de voorbereiding en de kwaliteit ervan in de organisatie te borgen. In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe het Handboek Crisisbeheersing wordt beheerd en hoe de kwaliteit ervan wordt geborgd. Belangrijk uitgangspunt hierbij is de definitie van crisisbeheersing als gecoördineerde improvisatie door kundige en goed opgeleide mensen, op basis van het calamiteitenplan. De vier belangrijkste pijlers van de kwaliteit van de calamiteitenorganisatie zijn: kundige en goed opgeleide en geoefende medewerkers in de calamiteitenorganisatie (mensen); planvorming, in het bijzonder het Handboek Crisisbeheersing; goede samenwerking met de crisispartners (netwerk); beheer en inrichting van de calamiteitenorganisatie (middelen). Deze kwaliteitsborging van de calamiteitenorganisatie, zowel in de preparatie als in de repressie of nafase, kan cyclisch worden weergegeven middels de Deming-circle. 1. Planvorming Calamiteitenplan Calamiteitenbestrijdingsplan OTO beleid en jaarplan 4. Aanpassen Calamiteitenplan En/of bestrijdingsplannen OTO beleid en jaarplan 2. Uitvoering Incidenten & calamiteiten Opleiding, trainen en oefenen 3. Evaluatie Incidenten en calamiteiten Opleiding, trainen en oefenen De kwaliteitsborging van de calamiteitenorganisatie betekent dat de plannen, mensen en middelen op elkaar zijn afgestemd en gebaseerd zijn op de risico s in het beheergebied van Delfland. Essentieel is de periodieke evaluatie hiervan (doen we de goede dingen en doen we de dingen goed), mogelijk leidend tot aanpassing van beleid, planvorming en/of procedures Kundige en goed opgeleide en geoefende medewerkers Beleid Opleiden, trainen en oefenen(oto) Voor de goede preparatie op de bestrijding van calamiteiten moeten de medewerkers met een taak in de calamiteitenorganisatie worden opgeleid, getraind en geoefend. De Waterwet verplicht de beheerder van waterstaatswerken, in artikel 5.29 lid 1, zorg te dragen voor het houden van oefeningen in doeltreffend optreden bij gevaar. In het supplement Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO) 2014 wordt vastgelegd hoe de organisatie zich zal gaan voorbereiden op (ernstige) incidenten en calamiteiten voor het jaar Jaarlijks wordt een gedetailleerd OTO-jaarplan vastgesteld door de secretaris-directeur en zesjaarlijks door het college van D&H. Daarnaast wordt er een OTO-meerjarenplan, inclusief de uitwerking van een meerjaren programma, in samenwerking met het Delfand, Rijnland en het Waterschap Hollandse Delta ontwikkeld. Het OTOmeerjaren/jaar)plan geeft een integraal overzicht van het beleid om een effectieve en efficiënte calamiteitenorganisatie op te bouwen. Het doel van het OTO-meerjarenplan is om een stramien te bieden voor het ritme van opleidingen, trainingen en oefeningen over vier jaren en het stellen van verantwoordelijkheden en prioriteiten hierbij, zonder voor jaren vast te leggen welke activiteiten precies op welk moment plaats moeten vinden. Op deze manier blijft ruimte bestaan om in het OTO-jaarplan per jaar vast te stellen aan welke activiteiten behoefte is, gekeken naar de evaluaties van incidenten en voorgaande opleidingen, trainingen en oefeningen. 69

70 De verantwoordelijkheid voor het opstellen van het supplement OTO-meerjarenplan ligt bij de teamleider Communicatie&Crisisbeheersing. Het OTO-meerjarenplan wordt zesjaarlijks door het college van D&H vastgesteld en kan tussentijds door de secretaris-directeur worden herzien. Evaluaties van oefeningen Alle oefeningen dienen te worden geëvalueerd. De verantwoordelijkheid voor het uitzetten en verzamelen van de evaluaties ligt primair bij Team Crisisbeheersing. Met betrekking tot het invullen van de evaluatieformulieren ligt de verantwoordelijkheid bij de deelnemers. Een evaluatie van een oefening kan tevens gedelegeerd zijn aan een extern bureau. De deelnemers van de oefening dienen hun medewerking te verlenen aan de evaluatie. Eventuele acties en of verbeterpunten voortvloeiend uit de evaluaties van opleidingen, trainingen en oefeningen worden uitgezet door team Crisisbeheersing. Hierbij geldt dat team Crisisbeheersing, in afstemming met de secretaris directeur, indien nodig, prioriteiten stelt aan de uit te zetten verbeterpunten en het nakomen van afspraken van de individuele actiehouders borgt. Het evaluatieverslag wordt door team Crisisbeheersing opgesteld. Inhoudelijk worden de opleidingen, trainingen en oefeningen mede bepaald door de evaluaties van de incidenten en oefeningen van het voorgaande jaar (conform Deming-circle) Planvorming Doel planvorming Bij Planvorming wordt in het bijzonder gedacht aan het Handboek Crisisbeheersing maar ook bijdragen aan planvorming van externen. Zie voor dit laatste ook paragraaf 11.4, goede samenwerking met crisispartners. Het Handboek Crisisbeheersing heeft twee hoofddoelen: Informeren Prepareren (voorbereiden op). Informeren Doel is van informeren is het bereiken van een efficiënte en effectieve informatievoorziening, waarbij alle betrokken partners de beschikking hebben over juiste, tijdige en volledige informatie omtrent de plannen van Delfland. Verzorging van informatievoorziening aan overheden, instanties en burgers, die daarvoor in aanmerking komen, komt tot stand door: Overleg over het ontwerp van het calamiteitenplan met de provincies, veiligheidsregio s en gemeenten. Het informeren van betrokken overheden, instanties en burgers over de waterstaatkundige risico s (zie ook paragraaf 8.1 risicocommunicatie in dit plan). Prepareren Onder preparatie worden alle voorbereidende activiteiten verstaan die noodzakelijk zijn om in geval van een calamiteit doeltreffend te kunnen optreden, zoals: Het vaststellen van een Handboek Crisisbeheersing. Het onderhoud van noodvoorzieningen, het aanhouden van strategische voorraden en aanschaf van specifiek materieel. Oefenen, opleiden en trainen. Overleg met partners in de crisisbeheersing Verzamelen en verspreiden van kennis over relevante risico s Wettelijke eisen plannen Artikel 5.29 van de Waterwet en artikel 5.3 van het Waterbesluit stellen eisen aan het calamiteitenplan, waaraan Delfland dient te voldoen. Onderstaand overzicht geeft aan welke wettelijke eisen zijn gesteld. Een overzicht van de soorten calamiteiten die zich in het watersysteem of onderdelen daarvan kunnen voordoen, waaronder een inventarisatie van de daarmee gepaard gaande risico s. Een overzicht van te nemen maatregelen, met inbegrip van de maatregelen die voortkomen uit de voor de betreffende watersystemen geldende overstromingsrisicobeheerplannen, en het beschikbare materieel, benodigd om de onderscheiden calamiteiten het hoofd te bieden. Een overzicht van diensten, instanties en organisaties, die bij gevaar kunnen worden ingeschakeld. 70

71 Een beschrijving van het moment en de wijze van het door de beheerder informeren van burgemeesters en wethouders van de gemeenten waarbinnen de watersystemen of onderdelen daarvan zijn gelegen. Een schema met betrekking tot de calamiteitenorganisatie van de beheerder. Een meld en alameringsprocedure. Een overzicht waaruit blijkt op welke wijze de beheerder de kwaliteit van de calamiteitenorganisatie waarborgt Herzieningstermijn calamiteitenplan en handboek De wettelijke minimale herzieningstermijn van het calamiteitenplan is 6 jaar. Dit is een interpretatie van artikelen 4.8 waterwet en 5.29 Waterwet. Art. 4.8 Waterwet bepaalt dat de in hoofdstuk 4 van de Waterwet bedoelde plannen eenmaal in de zes jaren worden herzien. Tussentijdse herziening van de plannen is mogelijk. Het calamiteitenplan wordt echter in hoofdstuk 5 (artikel. 5.29) genoemd, zodat artikel niet van toepassing is. Artikel 5.29 Waterwet schrijft voor dat het calamiteitenplan wordt afgestemd op de crisisplannen van de veiligheidsregio s en op de voor het waterbeheer van belang zijnde rampbestrijdingsplannen. Volgens de toelichting op artikel 5.3 van het Waterbesluit moeten de maatregelen in het overstromingsrisicobeheerplan van invloed zijn op het calamiteitenplan. In het algemeen deel van de toelichting op het Waterbesluit kan worden gelezen dat de Richtlijn overstromingsrisico s bepaalt dat het overstromingsrisicobeheerplan om de zes jaar moet worden getoetst en zonodig bijgesteld. Gelet op de inhoudelijke koppeling tussen dit plan en het calamiteitenplan leidt dit tot de conclusie dat ook het calamiteitenplan om de zes jaar opnieuw moet worden beoordeeld. Hoewel formeel dus niet geregeld, ligt het voor de hand om voor het calamiteitenplan en het handboek dezelfde minimale herzieningstermijn (zes jaar) aan te houden als voor de andere planvormen. Om het handboek beter aangesloten te houden op de actualiteit worden noodzakelijke aanpassingen en verbeteringen aan het plan verwerkt op het moment dat deze worden geconstateerd. Team Crisisbeheersing vervuld hierbij de initiërende en coördinerende rol wanneer het gaat om het calamiteitenplan. Voor de calamiteitenbestrijdingsplannen heeft team Waterhuishouding de opdrachtgevende rol voor de coördinatie van de actualisatie en herziening van de calamiteitenbestrijdingsplannen; het opdrachtnemerschap ligt bij team Waterkeringen. Tussentijds kan het handboek op onderdelen worden geactualiseerd in mandaat aan de secretaris-directeur. Hierdoor is flexibiliteit en toch zekerheid gecreëerd Inhoud en kwaliteit Voor alle plannen geldt dat het opstellen en de actualisatie een verantwoordelijkheid is van de planbeheerders (als opdrachtnemer) en onder coördinatie van team Crisisbeheersing vallen. Desalniettemin zijn de leidinggevenden in de lijn verantwoordelijk voor de te leveren kwaliteit van de planbeheerder. Het calamiteitenplan De planbeheerder is teamleider Crisisbeheersing. Op basis van het cyclische proces zoals bovenstaand (Deming-circle) beschreven is er binnen Delfland een klankbordgroep van schrijvers/beheerders van de plannen die regelmatig bij elkaar komen en bezien of er aanpassing van de plannen moet plaatsvinden. Dit geeft aan dat het calamiteitenplan en de bestrijidngsplannen levende en dynamische documenten zijn. Om deze reden zal het calamiteitenplan en de CBP s ook regelmatiger dan eens in de 6 jaar worden geactualiseerd. In dit kader wordt jaarlijks gecontroleerd of er dusdanige wijzigingen zijn in de calamiteitenorganisatie en/of (landelijke) ontwikkelingen dat het noodzakelijk is het calamiteitenplan aan te passen. Indien aanpassingen wenselijk of noodzakelijk zijn, zal het calamiteitenplan worden aangepast door de planbeheerder en opnieuw worden vastgesteld. Het herziene calamiteitenplan wordt zesjaarlijks vastgesteld door het college van D&H; de tussentijdse actualisatie wordt door de secretaris-directeur vastgesteld. Om te voldoen aan de wettelijke plicht en de eenduidigheid met plannen van partners te borgen, wordt het calamiteitenplan afgestemd met de Veiligheidsregio s Rotterdam Rijnmond en Haaglanden. Tevens wordt het concept calamiteitenplan afgestemd met de provincie ZH en voor input toegestuurd aan de gemeenten. De calamiteitenbestrijdingsplannen (CPB s) De CBP s zijn een extra voorbereiding op voorzienbare risico s. De bestrijdingsplannen hebben elk een eigen planbeheerder. De planbeheerders toetsen jaarlijks de actualiteit van de plannen op basis waarvan de plannen 71

72 mogelijk worden aangepast. Aanpassing kan eveneens noodzakelijk zijn door evaluaties van incidenten en of landelijke ontwikkelingen. Na tussentijdse actualisatie dienen de CBP s vastgesteld te worden door de secretaris-directeur en in de 6-jaarlijkse herziening door het college van D&H. Gezien het belang van eenduidige planvorming (borging van kwaliteit) zijn de volgende belangrijke gezichtspunten meegnomen in de calamiteitenbestrijdingsplannen: Voldoen aan wet- en regelgeving Toepasbaarheid, efficiëntie en consistentie van het plan Voldoende afstemming met netwerkpartners Benoemen verantwoordelijkheden Delfland en partners Benodigde middelen voor uitvoering Supplementen Ook de supplementen hebben eigen planbeheerders. De supplementen zijn: 1. Werkwijzebeschrijving crisisorganisatie 2. Crisiscommunicatieplan 3. Juridisch kader 4. OTO jaarplan 5. OTO-meerjarenplan 6. Personeelslijst crisisorganisatie 7. Netwerkoverzicht De supplementen 1 t/m 5 worden hetzelfde beheerd als de bestrijdingsplannen (jaarlijkse toetsing op actualiteit). De personeelslijst (6) en het Netwerkoverzicht (7)kunnen gedurende het gehele jaar gewijzigd worden en hoeven niet door de directeur te worden vastgesteld, dit kan door de teamleider Communicatie&Crisisbeheersing gebeuren. Voor zowel de bestrijdingsplannen als de supplementen geldt dat het calamiteitenplan leidend is. De samenhang tussen de plannen en de supplementen wordt grafisch weergegeven in paragraaf 5.3. Hieronder staat een overzicht van de onderdelen van het handboek, de planbeheerders en het besluitvormend orgaan. Onderdelen Handboek Wettelijke verplichting Beheer door: Vaststelling 6 jaarlijks integrale herziening door: Calamiteitenplan Ja TL BCC-CC D&H (ter info naar VV) SD Bestrijdingsplannen: Falen primaire kering Ja TL BBC-WK D&H SD Falen regionale kering Wateroverlast Langdurige droogte Slechte waterkwaliteit Uitval afvalwatertransportsysteem Uitval zuivering TL BBC-WK TL WB-PB TL BBC-WH TL WB-T&H TL ZTO/ PCA TL ZTO/ PCA Scenarioboek (totaal) Nee TL BBC CC D&H SD Werkwijzebeschrijving Nee TL BBC- CC D&H SD Crisiscommunicatieplan Nee TL BBC- CC D&H SD Juridisch kader Nee TL JVI D&H SD OTO-jaarplan Nee TL BBC- CC D&H SD OTO-meerjarenplan Nee TL BBC CC D&H SD Personeelslijst Nee TL BBC- CC D&H TL CC Netwerkoverzicht Nee TL BBC- CC D&H TL-CC Vaststelling tussentijds door: 72

73 Beschikbaarheid en versiebeheer Het handboek (calamiteitenplan, inclusief bestrijdingsplannen en supplementen), is voor alle medewerkers van Delfland beschikbaar op Intranet. Team Communicatie&Crisisbeheersing is verantwoordelijk voor het plaatsen van de meest actuele (vastgestelde) plannen op Intranet. Alle medewerkers die een rol hebben in de calamiteitenorganisatie worden, door een medewerker van team Crisisbeheersing, via geattendeerd op het verschijnen van nieuwe versies. De medewerkers zijn vervolgens zelf verantwoordelijk voor het actueel houden van hun persoonlijke calamiteitenmap. Tevens zijn een aantal versies van het handboek in hard-copy beschikbaar in de verschillende crisisruimten. Daarnaast wordt aan alle kritieke functies binnen de calamiteitenorganisatie een hard-copy beschikbaar gesteld. Aan de relevante netwerkpartners wordt het handboek alleen digitaal toegezonden. Daarnaast wordt voor een ieder het calamiteitenplan op de internetsite van Delfland beschikbaar gesteld Goede samenwerking met de crisispartners Samenwerking planvorming Met betrekking tot het Delflandse calamiteitenplan en de calamiteitenbestrijdingsplannen geldt dat de planbeheerders van Delfland primair belast zijn met de afstemming met de betrokken partners. Delfland heeft hierin een actieve rol. Wanneer het gaat om planvorming van partners, is team Crisisbeheersing het eerste aanspreekpunt, zet team Crisisbeheersing de vragen uit binnen Delfland en borgt de bijdrage van Delfland. Voor het ontwerp calamiteitenplan geldt dat deze voor commentaar wordt toegezonden naar de buurwaterschappen en de overige waterschappen binnen Dijkring 14. Tevens wordt het voor commentaar verzonden naar de provincie en veiligheidsregio s. Voor het calamiteitenplan geldt dat deze het afsprakenkader omtrent de samenwerking op strategisch niveau bevat. Op operationeel niveau zijn afspraken vastgelegd in de calamiteitenbestrijdingsplannen en/of de supplementen. Convenanten en overleg Delfland werkt met diverse partners samen, op zowel strategisch, tactisch als operationeel niveau. Het team Crisisbeheersing is mede verantwoordelijk voor de contacten met de diverse netwerkpartners op het gebied van crisisbeheersing. Ook de verschillende accountmanagers en de afzonderlijke sectoren hebben een eigen verantwoordelijkheid voor de contacten met het netwerk. Het voorgaande geldt met uitzondering van de planvorming, waarbij de planbeheerders hierin de verantwoordelijkheid dragen. De prioriteit voor de samenwerking met partners ligt voor Delfland bij de omliggende waterschappen, de veiligheidsregio s Haaglanden en Rotterdam Rijnmond, de inliggende gemeenten (contacten lopen bij voorkeur in eerste instantie via de veiligheidsregio) de provincie en Rijkswaterstaat (zie netwerkpartners, hoofdstuk 10). Algemeen geldt dat team Crisisbeheersing een belangrijke taak heeft op het gebied van het signaleren van ontwikkelingen, het adviseren bij de beslissingen op het gebied van samenwerking op bestuurlijk niveau en het maken van strategische keuzes. Team Crisisbeheersing kent derhalve de sleutelfunctionarissen van de partners, in het bijzonder die van de veiligheidsregio s, en heeft regelmatig overleg: Omliggende waterschappen: o structureel overleg met de calamiteitencoördinatoren van de Zuid Hollandse waterschappen. o Een beleidsadviseur van team Crisisbeheersing neemt deel aan overleg in het kader van Dijkring 14, 15 en 44 (in het kader van planvorming en oefenen). o Landelijke afstemming vindt jaarlijks plaats tussen de calamiteitencoördinatoren. Veiligheidsregio s: o middels convenanten gesloten met veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond is de samenwerking vastgelegd. o team Crisisbeheersing stuurt op de uitvoering van het convenant en streeft naar een convenant met de veiligheidsregio Haaglanden. o Delfland vertegenwoordigt in de veiligheidsregio Haaglandenin in de preparatiefase op ambtelijk en bestuurlijk niveau de Hoogheemraadschappen van Schieland en de Krimpenerwaard en Rijnland 73

74 o HHSK vertegenwoordigt Delfland binnen de veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond op directie en bestuurlijk niveau. Provincies en Rijkswaterstaat: regelmatige afstemming in samenwerking met de overige waterschappen Beheer en inrichting van de calamiteitenorganisatie Team Crisisbeheersing is eindverantwoordelijk voor alle ruimten, middelen en inrichting van de als zodanig aangewezen crisisruimten. Team Crisisbeheersing draagt zorg voor de aanschaf van nieuwe middelen, wijzigingen en doorontwikkeling van de ruimten en middelen. Gemeenlandshuis De calamiteitencoördinator geeft bij calamiteiten opdracht voor de inrichting en het opbouwen van de verschillende crisisruimten binnen het Gemeenlandshuis. Bij oefeningen geeft de teamleider crisisbeheersing de opdracht voor de inrichting en het opbouwen In het Gemeenlandshuis zijn als calamiteitenruimte aangewezen: De crisisruimte (Vijverzaal) waar de ondersteunende secties zijn gehuisvest; De Polderkamer en de Vogelkamer waar respectievelijk het Water Operationeel Team en het Water Beleidsteam zijn gehuisvest; De ruimten A.0.18 en A.0.18A waar het Informatiecentrum is gehuisvest. De uitvoering van de inrichting is een taak van team bedrijfsmiddelen en team ICT. Delftechpark (DTP) In de ruimten DP en 1.15A is de Meldkamer gehuisvest. Actiecentra De verantwoordelijkheid voor het opbouwen en gebruiken van de actiecentra in de repressie (acute) fase ligt bij de Actieteamleiders. Zij behoren te weten hoe alles werkt binnen het actiecentrum. De reguliere organisatie is verantwoordelijk voor het onderhoud en het testen van de middelen in de actiecentra. De actiecentra zijn als volgt verdeeld: Actiecentrum Waterkeringen Kijkduin Peilbeheer Zuiveringsbeheer Verontreiniging Watersysteem Verantwoordelijk voor onderhoud en testen Teamleider Onderhoud Waterkeringen en Watergangen Teamleider Peilbeheer Teamleider Beheer Technische Installaties (sector Zuiveringsbeheer) Teamleider Handhaving Een uitwerking en uitleg van de verschillende middelen is te vinden in het supplement Werkwijzebeschrijving Crisisbeheersing. 74

75 Bijlage 1 Lijst met afkortingen behorend bij het Calamiteitenplan Delfland 2014 AC AT AWZI B&W BV BT CBP CdK COM CoPI CPI D&H DCC DCO DG- RWS DIC DNV DSBV EU GBT GHOR GRIP GS HHSK HID HWG I&M ICCb JVI KAM KLPD KNMI KWA LCO LDHO LOCC MCCb NAP NCC NCTV NHC NWO OL Actiecentrum Actieteam Afvalwaterzuiveringsinstallatie college van Burgemeester en Wethouders Sector Bedrijfsvoering Beleidsteam Calamiteitenbestrijdingsplan Commissaris van de Koning Communicatie Commando Plaats Incident Coördinator Plaats Incident (Delflland) college van Dijkgraaf en Hoogheemraden Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing Directie Communicatie (ministerie van Infrastructuur en Milieu) Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Dienst Informatie- en Communicatie Centrum Directeur Nationale Veiligheid Delfluent Services BV Europese Unie Gemeentelijk Beleidsteam Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio Gecoördineerde Regionale IncidentenbestrijdingsProcedure Gedeputeerde Staten Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Hoofdingenieur-directeur Hoogwatergroep Ministerie van Infrastructuur en Milieu Interdepartementale Commissie Crisisbeheersing (team) Juridische Vastgoed & Inkoop Kwaliteit, Arbeidsomstandigheden en veiligheid Korps Landelijke PolitieDiensten Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut Kleinschalige Wateraanvoer voorzieningen Landelijke Coördinatiecommissie Overstromingsdreiging Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen Landelijk Operationeel Coördinatie Centrum Ministeriele Commissie Crisisbeheersing Normaal Amsterdam Peil Nationaal CrisisCentrum Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Nationaal Handboek Crisisbeheersing Niet waterkerende Objecten Operationeel Leider 75

76 OS OT OTO PB PCC RBT RCBT RMC ROT RWS SAW SD SVSD TL TMO V&J VR VRH VRR VRU VV VW WA WBP WDIJ WK WB-T&H Wvo Wvr ZTO- PCA Ondersteunende Sectie Operationeel Team Opleiden, Trainen en Oefenen Peilbeheer Provinciaal Crisiscentrum Regionaal Beleidsteam Regionaal Coördinerend Beleidsteam Regionaal Militair Commando Regionaal Operationeel Team Rijkswaterstaat Sectorale Arbeidsvoorwaardenregelingen Waterschapspersoneel Secretaris Directeur Stormvloed Waarschuwingsdienst Teamleider Taskforce Management Overstromingen ministerie van Veiligheid en Justitie veiligheidsregio Veiligheidsregio Haaglanden Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond Veiligheidsregio Utrecht Verenigde Vergadering Verontreiniging Watersysteem Wettelijke Aansprakelijkheid Waterbeheersplan Waarschuwingsdienst IJsselmeergebied Waterkeringen Waterbeheer- team Toezicht & Handhaving Wet verontreiniging Oppervlaktewater Wet veiligheidsregio s Zuivering en Technisch Onderhoud-team Proces-contract- en afvalwaterketenbeheer 76

77 Bijlage 2 Verzendlijst Organisatie Aan 1 Veiligheidsregio Rotterdam - Rijnmond Algemeen bestuur 2 Veiligheidsregio Haaglanden Algemeen bestuur 3 Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht Dijkgraaf en hoogheemraden 4 Hoogheemraadschap Rijnland Dijkgraaf en hoogheemraden 5 Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard Dijkgraaf en hoogheemraden 6 Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden Dijkgraaf en hoogheemraden 7 Waterschap Hollandse Delta Dijkgraaf en hoogheemraden 8 Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid Hoofdingenieur Directeur 9 Provincie Zuid-Holland College van Gedeputeerde Staten 10 Gemeente Delft College van burgemeester en wethouders 11 Gemeente Den Haag College van burgemeester en wethouders 12 Gemeente Midden-Delfland College van burgemeester en wethouders 13 Gemeente Pijnacker-Nootdorp College van burgemeester en wethouders 14 Gemeente Westland College van burgemeester en wethouders 15 Gemeente Wassenaar College van burgemeester en wethouders 16 Gemeente Rijswijk College van burgemeester en wethouders 17 Gemeente Zoetermeer College van burgemeester en wethouders 18 Gemeente Leidschendam-Voorburg College van burgemeester en wethouders 19 Gemeente Rotterdam College van burgemeester en wethouders 21 Gemeente Maassluis College van burgemeester en wethouders 22 Gemeente Schiedam College van burgemeester en wethouders 23 Gemeente Vlaardingen College van burgemeester en wethouders 24 Gemeente Lansingerland College van burgemeester en wethouders 25 DCC ministerie van I&M 26 Politie 27 Delfluent Services BV 28 Watermanagementcentrum Nederland (WMCN) 77

Calamiteitenplan Hoogheemraadschap van Delfland 2011 (ontwerp)

Calamiteitenplan Hoogheemraadschap van Delfland 2011 (ontwerp) Calamiteitenplan Hoogheemraadschap van Delfland 2011 (ontwerp) 1 Versie Gewijzigd door (=beherend team) 1.0 BCC-team Communicatie en Crisisbeheersing Vastgesteld door Vastgesteld op College van D&H 7 juni

Nadere informatie

introductie waterkwantiteit waterkwaliteit waterveiligheid virtuele tour Waar zorgen de waterschappen in mijn omgeving voor?

introductie waterkwantiteit waterkwaliteit waterveiligheid virtuele tour Waar zorgen de waterschappen in mijn omgeving voor? Waar zorgen de waterschappen in mijn omgeving voor? De waterschappen zorgen voor voldoende en schoon water, gezuiverd afvalwater en stevige dijken. De waterschappen zorgen voor voldoende en schoon water,

Nadere informatie

Calamiteitenplan. Colofon. Onderdeel Handboek Crisisbeheersing. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Calamiteitenplan. Colofon. Onderdeel Handboek Crisisbeheersing. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Calamiteitenplan Onderdeel Handboek Crisisbeheersing Colofon In opdracht van: Samensteller(s): Cluster Crisisbeheersing HHSK Vaststelling: Vastgesteld door Dijkgraaf en Hoogheemraden op 17 april 2012 Status:

Nadere informatie

Calamiteitenplan 2011. Hoogheemraadschap van Rijnland

Calamiteitenplan 2011. Hoogheemraadschap van Rijnland Calamiteitenplan 2011 Hoogheemraadschap van Rijnland 1 2 Documentbeheer Naam document Calamiteitenplan 2011 Versienummer en datum 2.6, 15 december 2010 Corsa-registranummer 10.40959 Vaststellingsdatum

Nadere informatie

Calamiteitenplan. Colofon. Onderdeel Handboek Crisisbeheersing. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Calamiteitenplan. Colofon. Onderdeel Handboek Crisisbeheersing. Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Calamiteitenplan Calamiteitenplan Onderdeel Handboek Crisisbeheersing Colofon In opdracht van: Samensteller(s): Cluster crisisbeheersing HHSK Vaststelling: Vastgesteld door Dijkgraaf en Hoogheemraden op

Nadere informatie

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen

Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen AGENDAPUNT 2 Algemeen bestuur Veiligheidsregio Groningen Vergadering 12 december 2014 Strategische Agenda Crisisbeheersing In Veiligheidsregio Groningen werken wij met acht crisispartners (Brandweer, Politie,

Nadere informatie

Activiteiten Bureau Calamiteitenzorg. Breed Management Overleg 11 juni 2008

Activiteiten Bureau Calamiteitenzorg. Breed Management Overleg 11 juni 2008 Activiteiten Bureau Calamiteitenzorg Breed Management Overleg 11 juni 2008 Bureau Calamiteitenzorg Formatie: 2,9 fte (4 medewerkers) 1 leerarbeidsplek Haagse Hogeschool Beleidsprodukten: 3310: Voorbereiding

Nadere informatie

3 Oppervlaktewater en waterkering

3 Oppervlaktewater en waterkering 3 Oppervlaktewater en waterkering Voor de Noordzee, zie bestuurlijke netwerkkaart Noordzee en zeescheepvaart crisistypen (dreigend) hoogwater (dreigend) laagwater (dreigende) waterverontreiniging en verontreiniging

Nadere informatie

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Partijen A. De Veiligheidsregio s Twente, IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland

Nadere informatie

CONVENANT BESTUURLIJKE EN OPERATIONELE COÖRDINATIE DIJKRINGEN 14, 15 EN 44

CONVENANT BESTUURLIJKE EN OPERATIONELE COÖRDINATIE DIJKRINGEN 14, 15 EN 44 CONVENANT BESTUURLIJKE EN OPERATIONELE COÖRDINATIE DIJKRINGEN 14, 15 EN 44 Partijen, de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht, vertegenwoordigd door hun commissaris van de Koning, de veiligheidsregio

Nadere informatie

Grondwater in Delfland

Grondwater in Delfland Grondwater in Delfland Wie doet wat? 1 Wat is grondwater? Grondwater is de naam zegt het al water onder het grondoppervlak. Normaal gesproken is het dus niet zichtbaar. Maar door een te hoge of te lage

Nadere informatie

in Flevoland Heeft u er last van of wilt u het gebruiken?

in Flevoland Heeft u er last van of wilt u het gebruiken? Grondwater in Flevoland Heeft u er last van of wilt u het gebruiken? 1. Wat is grondwater? Grondwater is de naam zegt het al water onder het grondoppervlak. Normaal gesproken is dit water dus niet zichtbaar.

Nadere informatie

Presentatie waterschap Brabantse Delta. Conferentie Water en Veiligheid

Presentatie waterschap Brabantse Delta. Conferentie Water en Veiligheid Presentatie waterschap Brabantse Delta Conferentie Water en Veiligheid 19 november 2009 Frank van Beek Calamiteitencoördinator Beheersgebied. Oppervlakte 171.000 ha 21 gemeenten 751.000 inwoners Veiligheidsregio

Nadere informatie

Calamiteitenplan 2014 waterschap Hollandse Delta

Calamiteitenplan 2014 waterschap Hollandse Delta Calamiteitenplan 2014 waterschap Hollandse Delta Bezoekadres: Postadres: Handelsweg 100 Postbus 4103 2988 DC Ridderkerk 2980 GC Ridderkerk Telefoonnummer (T) 088 9743000 Fax nummer (T) 088 9743001 E-mail

Nadere informatie

Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding

Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding CVDR Officiële uitgave van Leek. Nr. CVDR54284_1 1 juni 2016 Verordening brandveilidheid en brandweerzorg en rampenbestrijding De raad van de gemeente Leek; gelet op: - artikel 1, tweede lid, artikel 12

Nadere informatie

Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt

Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt Vragen en antwoorden Aanpak Agniesebuurt Waarom aan de slag in de Agniesebuurt? Oude stadswijken zoals de Agniesebuurt, die dichtbebouwd zijn met veel verharding en weinig open water en groen, zijn kwetsbaar

Nadere informatie

Waterschap en bluswatervoorziening. Presentatie door Niels Robbemont, beleidsadviseur calamiteitenzorg

Waterschap en bluswatervoorziening. Presentatie door Niels Robbemont, beleidsadviseur calamiteitenzorg 1 Presentatie door Niels Robbemont, beleidsadviseur calamiteitenzorg 2 waterschap Hollandse Delta is, naast Rijkswaterstaat en de waterbedrijven, één van de mogelijke leveranciers van bluswater op de Zuid-Hollandse

Nadere informatie

Veiligheidsregio Fryslân. Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012

Veiligheidsregio Fryslân. Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012 Veiligheidsregio Fryslân Netwerkbijeenkomst crisispartners i.h.k.v. de risico s 2012 Programma bijeenkomst 1. Risicoprofiel en uitval elektriciteitsvoorziening (VRF) 2. Impact stroomstoring (Liander) 3.

Nadere informatie

Uniforme fasering Waterbeheerders Advies Commissie Crisisbeheersing Versie 9 10 januari 2012

Uniforme fasering Waterbeheerders Advies Commissie Crisisbeheersing Versie 9 10 januari 2012 Bijlage 1 1. Inleiding Uniforme fasering Waterbeheerders Advies Commissie Crisisbeheersing Versie 9 10 januari 2012 1.1 Aanleiding Bij de bestrijding van incidenten en rampen zijn naast de algemeen bestuurlijke

Nadere informatie

Nr.: Renswoude, 31 maart 2015 Behandeld door: J. van Dijk Onderwerp: (concept) Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Utrecht 2014

Nr.: Renswoude, 31 maart 2015 Behandeld door: J. van Dijk Onderwerp: (concept) Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Utrecht 2014 Agendapuntnr.: 14 Nr.: 142585 Renswoude, 31 maart 2015 Behandeld door: J. van Dijk Onderwerp: (concept) Regionaal Risicoprofiel Veiligheidsregio Utrecht 2014 Geachte raad, Aan de gemeenteraad Samenvatting:

Nadere informatie

Begeleidende samenvatting en advies behorende bij de. Concept Rapportage Regionaal Risicoprofiel

Begeleidende samenvatting en advies behorende bij de. Concept Rapportage Regionaal Risicoprofiel Begeleidende samenvatting en advies behorende bij de Concept Rapportage Regionaal Risicoprofiel 1. Inleiding 1.1 Veiligheidsregio Drenthe en het Regionaal risicoprofiel De Veiligheidsregio Drenthe heeft

Nadere informatie

Projectplan Verplaatsen stuw Arendsduinbrug (Waalblok)

Projectplan Verplaatsen stuw Arendsduinbrug (Waalblok) Projectplan Verplaatsen stuw Arendsduinbrug (Waalblok) Opsteller: P. Verhulst Status: Definitief Projectfase: Projectnummer: DO NVT Datum: 27 04-2011 Kopie: Archief Opdrachtgever Teamleider Projectleider

Nadere informatie

Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering en Veiligheid. Waterveiligheid buitendijks

Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering en Veiligheid. Waterveiligheid buitendijks Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering en Veiligheid Waterveiligheid buitendijks In ons land wonen ruim 100.000 mensen buitendijks langs de rivieren, de grote meren en de kust. Zij wonen aan de waterzijde

Nadere informatie

Aanvullend toetsingskader vergunningverlening Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard

Aanvullend toetsingskader vergunningverlening Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Aanvullend toetsingskader vergunningverlening Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Status Definitief Versie 1.1 Vastgesteld door college van dijkgraaf en hoogheemraden in de vergadering

Nadere informatie

Projectplan Gemaal Foppenpolder Zuid in de gemeente Maassluis

Projectplan Gemaal Foppenpolder Zuid in de gemeente Maassluis Projectplan Gemaal Foppenpolder Zuid in de gemeente Maassluis Opsteller: N. Verhoof-Schuil Status: Definitief Projectfase: Projectnummer: Voorontwerpfase 701700 Datum: 17-01-2013 Kopie: Archief Opdrachtgever

Nadere informatie

Voorstellen. Waterschap Hollandse Delta. John Ebbelaar Hoofd afdeling Plannen en Regie

Voorstellen. Waterschap Hollandse Delta. John Ebbelaar Hoofd afdeling Plannen en Regie Voorstellen Waterschap Hollandse Delta John Ebbelaar Hoofd afdeling Plannen en Regie Waterschap Hollandse Delta Dynamiek in de Delta [2] Inhoud De taken van het waterschap De dynamiek in de tijd Een dynamische

Nadere informatie

Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen

Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen Rampenplan Gemeente Assen 2007 Deel I: Algemeen Rampenplan Gemeente Assen 2007 versie 9 mei 2007 Inleiding Het voorliggende Rampenplan Gemeente Assen 2007 beschrijft de organisatie en werkwijze van de

Nadere informatie

Leidraad calamiteitenbestrijdingsplan Rijkswaterstaat RD

Leidraad calamiteitenbestrijdingsplan Rijkswaterstaat RD Rijkswaterstaat Waterdienst Leidraad calamiteitenbestrijdingsplan Rijkswaterstaat RD 16 oktober 2009 Rijkswaterstaat Waterdienst Leidraad calamiteitenbestrijdingsplan Rijkswaterstaat RD 16 oktober 2009

Nadere informatie

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen

Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijding Procedure (GRIP) Drenthe/Assen 25 juni 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 1 1 Niveaus in de incident- en crisismanagementorganisatie... 1 1.1 Operationeel niveau...

Nadere informatie

Verdroging: tegen gaan van verdroging in het algemeen door beperken van verharding, ruimte voor infiltratie, hydrologisch neutraal ontwikkelen etc.

Verdroging: tegen gaan van verdroging in het algemeen door beperken van verharding, ruimte voor infiltratie, hydrologisch neutraal ontwikkelen etc. WATERTOETSPROCES Globale checklist waterbelangen in de ruimtelijke ordening Bij het watertoetsproces let het waterschap op alle wateraspecten. Doorgaans krijgen het voorkomen van wateroverlast en de zorg

Nadere informatie

Projectplan Capaciteitsverhoging gemaal Ypenburg, gemeente Den Haag

Projectplan Capaciteitsverhoging gemaal Ypenburg, gemeente Den Haag Projectplan Capaciteitsverhoging gemaal Ypenburg, gemeente Den Haag Opsteller: E. Jansens Molenaar Status: Definitief Projectfase: Projectnummer: Besteksfase 701897 Datum: 29 augustus 2016 Datum: 29 augustus

Nadere informatie

De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen

De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht. 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen De Veiligheidsregio NHN in vogelvlucht 28-03-2011 Commissie Bestuur en middelen Welkom Veiligheidsregio NHN Wet veiligheidsregios Bezuinigingen Regionalisering brandweer Praktijk Veiligheidsregio Noord-Holland

Nadere informatie

E u r o p e e s w a t e r b e l e i d N a t i o n a a l W a t e r b e l e i d

E u r o p e e s w a t e r b e l e i d N a t i o n a a l W a t e r b e l e i d B i j l a g e 1 : Beleidskader water Europees waterbeleid Kaderrichtlijn Water (KRW) De kaderrichtlijn Water richt zich op de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater.

Nadere informatie

Commissie Bestuur & Organisatie. Ontwikkelingen Calamiteitenzorg. 6 november 2007 Margreeth Bosker

Commissie Bestuur & Organisatie. Ontwikkelingen Calamiteitenzorg. 6 november 2007 Margreeth Bosker Commissie Bestuur & Organisatie Ontwikkelingen Calamiteitenzorg 6 november 2007 Margreeth Bosker Inhoud Terrorisme-dreiging Bescherming Vitale Infrastructuur (2001 en 2005) Strategie Nationale Veiligheid

Nadere informatie

ILT-rapportages zorgplicht primaire waterkeringen Eerste landelijke indrukken. November 2018

ILT-rapportages zorgplicht primaire waterkeringen Eerste landelijke indrukken. November 2018 ILT-rapportages zorgplicht primaire waterkeringen Eerste landelijke indrukken November 2018 Introductie > Sinds 2015 trekken waterschappen met elkaar op om te kijken hoe we samen de zorgplicht kunnen verbeteren

Nadere informatie

Watervergunning. Voor het uitbreiden van een steiger op de locatie Frederik Hendrikstraat 106 in Utrecht. Datum 16 juni 2017.

Watervergunning. Voor het uitbreiden van een steiger op de locatie Frederik Hendrikstraat 106 in Utrecht. Datum 16 juni 2017. Watervergunning Voor het uitbreiden van een steiger op de locatie Frederik Hendrikstraat 106 in Utrecht Datum 16 juni 2017 Zaaknummer 13429 Poldermolen 2 Postbus 550 3990 GJ Houten T (030) 634 57 00 [email protected]

Nadere informatie

Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en ProRail

Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen Veiligheidsregio s, Politie en ProRail Afsprakenlijst behorende bij het Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen s, Politie en Art. 1 Doelen Partijen maken afspraken over: 1. organiseert bijeenkomsten voor de Doorlopend naar - Het vergroten

Nadere informatie

Waterschapsbelasting 2015

Waterschapsbelasting 2015 Waterschapsbelasting 2015 uw bijdrage aan droge voeten en schoon water Het hoogheemraadschap van Rijnland zorgt voor droge voeten en schoon water, en dat kost geld. Om alles te kunnen bekostigen, zijn

Nadere informatie

Vigerend beleid voor ruimtelijke onderbouwingen

Vigerend beleid voor ruimtelijke onderbouwingen B i j l a g e 2 : G e l d e n d w a t e r b e l e i d Vigerend beleid voor ruimtelijke onderbouwingen Inhoudsopgave Vigerend beleid voor ruimtelijke onderbouwingen 1 Inhoudsopgave 1 1 Europees Waterbeleid

Nadere informatie

Het waterschap en Grondwater. Bewonersavond 24 maart 2016

Het waterschap en Grondwater. Bewonersavond 24 maart 2016 Het waterschap en Grondwater Bewonersavond 24 maart 2016 Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard Verantwoordelijk voor: übescherming tegen overstroming; üpeilbeheer in oppervlaktewater ükwaliteit

Nadere informatie

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland

Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen veiligheidsregio s, politie en Openbaar Ministerie in Oost-Nederland Partijen A. Veiligheidsregio s Twente, IJsselland, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland-Zuid

Nadere informatie

Watervergunning. Voor het leggen van een coaxkabel middels een boogzinker onder een primaire watergang op de locatie Voordorpsedijk 35 in Groenekan

Watervergunning. Voor het leggen van een coaxkabel middels een boogzinker onder een primaire watergang op de locatie Voordorpsedijk 35 in Groenekan Watervergunning Voor het leggen van een coaxkabel middels een boogzinker onder een primaire watergang op de locatie Voordorpsedijk 35 in Groenekan Datum 4 juli 2017 Zaaknummer 13832 Poldermolen 2 Postbus

Nadere informatie

Verordening brandveiligheid en hulpverlening Coevorden 1998

Verordening brandveiligheid en hulpverlening Coevorden 1998 Verordening brandveiligheid en hulpverlening Coevorden 1998 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Coevorden Officiële naam regeling Verordening brandveiligheid

Nadere informatie

Ontwerp Calamiteitenplan 2016 waterschap Hollandse Delta

Ontwerp Calamiteitenplan 2016 waterschap Hollandse Delta Ontwerp Calamiteitenplan 2016 waterschap Hollandse Delta Bezoekadres: Postadres: Handelsweg 100 Postbus 4103 2988 DC Ridderkerk 2980 GC Ridderkerk Telefoonnummer (T) 088 9743000 E-mail adres (E) [email protected]

Nadere informatie

Projectplan Aanleg stuwen skivijver te Naaldwijk, Gemeente Westland

Projectplan Aanleg stuwen skivijver te Naaldwijk, Gemeente Westland Projectplan Aanleg stuwen skivijver te Naaldwijk, Gemeente Westland Opsteller: E. Jansens Molenaar Status: Definitief (versie 2) Projectfase: Projectnummer: Schetsontwerp 702048 Datum: 24 juli 2018 Datum:

Nadere informatie

Begrippenlijst Aardrijkskunde Begrippenlijst Hoofdstuk 4, Water

Begrippenlijst Aardrijkskunde Begrippenlijst Hoofdstuk 4, Water Begrippenlijst Aardrijkskunde Begrippenlijst Hoofdstuk 4, Water Begrippenlijst door Arno 3546 woorden 3 jaar geleden 8,9 16 keer beoordeeld Vak Methode Aardrijkskunde BuiteNLand Aquifer Waterhoudende laag

Nadere informatie

B0500589 AAN DE VERENIGDE VERGADERING STAND VAN ZAKEN CALAMITEITENZORG. 1. Aanleiding

B0500589 AAN DE VERENIGDE VERGADERING STAND VAN ZAKEN CALAMITEITENZORG. 1. Aanleiding DATUM VERGADERING 29 SeptBITlber 2005 AGENDAPUNTNUMMER BIJLAGE^) Geen DATUM BEHANDÊUNG IN o&h 30 augustus 2005 AAN DE VERENIGDE VERGADERING B0500589 STAND VAN ZAKEN CALAMITEITENZORG 1. Aanleiding Op 30

Nadere informatie

Les 3 - Het waterschap

Les 3 - Het waterschap Les 3 - Het waterschap Inleiding Weet jij wat een waterschap is? Het is eigenlijk best een vreemd woord. Dat het over water gaat is wel duidelijk, maar wat is dan een schap Denk eens aan het woord maatschappij.

Nadere informatie

Naar veilige Markermeerdijken

Naar veilige Markermeerdijken Naar veilige Markermeerdijken Naar veilige Markermeerdijken Hoogheemraadschap Hollands Noorder kwartier versterkt 33 kilometer afgekeurde dijk tussen Hoorn en Amsterdam. Tijdens de toetsronde in 2006 zijn

Nadere informatie

Calamiteitenplan

Calamiteitenplan Calamiteitenplan 2017-2020 Bezoekadres: Postadres: Handelsweg 100 Postbus 4103 2988 DC Ridderkerk 2980 GC Ridderkerk Telefoonnummer (T) 088 9743000 E-mail adres (E) [email protected] Website (W) www.wshd.nl

Nadere informatie

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3)

Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan. All hazard voorbereid zijn (1 van 3) Visie op crisismanagement in de zorgsector en de toegevoegde waarde van een Integraal Crisisplan All hazard voorbereid zijn (1 van 3) Versie 1.0 11 november 2014 Voorwoord Zorginstellingen zijn vanuit

Nadere informatie

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 17 Wegvervoer

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 17 Wegvervoer Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Netwerkkaart 17 Wegvervoer 17 Wegvervoer versie 2018 Crisistypen ongeval gevolgen van een ongeval voor het milieu verstoring openbare orde verstoring of aantasting

Nadere informatie

Toelichting op de Keur waterschap Regge en Dinkel 2009

Toelichting op de Keur waterschap Regge en Dinkel 2009 Toelichting op de Keur waterschap Regge en Dinkel 2009 Algemeen Wetgeving en beleid De Keur is gebaseerd op de Waterschapswet, de Waterwet, het Waterbesluit, het Waterbeheerplan en de Provinciale Waterverordening.

Nadere informatie

Nota Relatie provincie Utrecht met de waterschappen. Deel 3: Provinciaal toezichtkader

Nota Relatie provincie Utrecht met de waterschappen. Deel 3: Provinciaal toezichtkader 1 INLEIDING Op grond van verschillende regelgeving is de provincie Utrecht belast met het toezicht op de op haar grondgebied gelegen waterschappen. In dit deel van de nota wordt een overzicht gegeven van

Nadere informatie

Watervergunning. Voor het aanleggen van een vlonder aan de Kerkweg 36 in Cothen. Datum 24 oktober Zaaknummer 16573

Watervergunning. Voor het aanleggen van een vlonder aan de Kerkweg 36 in Cothen. Datum 24 oktober Zaaknummer 16573 Watervergunning Voor het aanleggen van een vlonder aan de Kerkweg 36 in Cothen Datum 24 oktober 2017 Zaaknummer 16573 Poldermolen 2 Postbus 550 3990 GJ Houten T (030) 634 57 00 [email protected] www.destichtserijnlanden.nl

Nadere informatie

De hier bovengenoemde publieke organisaties hierna gezamenlijk genoemd: Partijen.

De hier bovengenoemde publieke organisaties hierna gezamenlijk genoemd: Partijen. Convenant voor samenwerkingsafspraken tussen VEILIGHEIDSREGIO ROTTERDAM-RIJNMOND HOOGHEEMRAADSCHAP VAN DELFLAND HOOGHEEMRAADSCHAP VAN SCHIELAND EN DE KRIMPENERWAARD WATERSCHAP HOLLANDSE DELTA Betreft:

Nadere informatie

Watervergunning. Voor het hebben van een vlonder/steiger langs de Oude Rijn op de locatie Leidsestraatweg 115 te Woerden.

Watervergunning. Voor het hebben van een vlonder/steiger langs de Oude Rijn op de locatie Leidsestraatweg 115 te Woerden. Watervergunning Voor het hebben van een vlonder/steiger langs de Oude Rijn op de locatie Leidsestraatweg 115 te Woerden Datum 19 mei 2017 Zaaknummer 10356 Poldermolen 2 Postbus 550 3990 GJ Houten T (030)

Nadere informatie

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Kaart 3 - Oppervlaktewater en waterkering 3 Oppervlaktewater en waterkering Voor de Noordzee, zie bestuurlijke netwerkkaart Noordzee en zeescheepvaart Versie

Nadere informatie

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 3 Oppervlaktewater en waterkering

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 3 Oppervlaktewater en waterkering Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Netwerkkaart 3 Oppervlaktewater en waterkering 3 Oppervlaktewater en waterkering Voor de Noordzee, zie Bestuurlijke Netwerkkaart Noordzee en zeescheepvaart

Nadere informatie

Projectplan Aanleggen stuwconstructie Foppenpolder Korte Buurt 15 Maasland

Projectplan Aanleggen stuwconstructie Foppenpolder Korte Buurt 15 Maasland Projectplan Aanleggen stuwconstructie Foppenpolder Korte Buurt 15 Maasland Opsteller: P. Verhulst Status: Definitief Projectfase: Projectnummer: DO NVT pagina 1 Van 7 Inhoud 1. Inleiding 3 2. Beschrijving

Nadere informatie

Lesbrief. Dijken. Kijken naar dijken. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta

Lesbrief. Dijken. Kijken naar dijken. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Lesbrief Dijken Kijken naar dijken www.wshd.nl/lerenoverwater Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Kijken naar dijken Zonder de duinen en de dijken zou jij hier niet kunnen wonen: bijna de

Nadere informatie

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 3 Oppervlaktewater en waterkering

Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing. Netwerkkaart 3 Oppervlaktewater en waterkering Bestuurlijke Netwerkkaarten Crisisbeheersing Netwerkkaart 3 Oppervlaktewater en waterkering 3 Oppervlaktewater en waterkering Voor de Noordzee, zie Bestuurlijke Netwerkkaart Noordzee en zeescheepvaart

Nadere informatie

Watervergunning. Datum 27 september Zaaknummer 16570

Watervergunning. Datum 27 september Zaaknummer 16570 Watervergunning Voor het dempen, graven en verbreden van (een) watergang(en) en het aanleggen van plasbermen op de locatie bij Heeswijk 120 in Montfoort Datum 27 september 2017 Zaaknummer 16570 Poldermolen

Nadere informatie

CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES

CONVENANT. SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES CONVENANT SLOTERVAART ZIEKENHUIS VEILIGHEIDSREGIO Amsterdam-Amstelland SAMENWERKINGSAFSPRAKEN VOOR RAMPEN EN CRISES 2012 Ondergetekenden: 1. Het Slotervaart, gevestigd te Amsterdam, in deze rechtsgeldig

Nadere informatie

1 De coördinatie van de inzet

1 De coördinatie van de inzet 1 De coördinatie van de inzet Zodra zich een incident voordoet of dreigt voor te doen, wordt de rampenbestrijdingsorganisatie via het proces van opschaling opgebouwd. Opschalen kan worden gedefinieerd

Nadere informatie

Wijs met water! Verkiezingsprogramma

Wijs met water! Verkiezingsprogramma Wijs met water! Verkiezingsprogramma Waterschap Hollandse Delta Lijst 10 www.wijsmetwaterhollandsedelta.nl In uw handen ligt het verkiezingsprogramma van onze partij. Graag willen wij u kennis laten maken

Nadere informatie

Projectplan duiker Noordlandseweg Polder Nieuwland en Noordland

Projectplan duiker Noordlandseweg Polder Nieuwland en Noordland Projectplan duiker Noordlandseweg Polder Nieuwland en Noordland Opsteller: Rienke Dekker Status: Definitief Projectfase: Projectnummer: Definitief ontwerp 701581 Datum: 25 april 2012 Kopie: Archief Opdrachtgever

Nadere informatie

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda

Middelburg Polder Tempelpolder. Polder Reeuwijk. Reeuwijk. Polder Bloemendaal. Reeuwijksche Plassen. Gouda TNO Kennis voor zaken : Oplossing of overlast? Kunnen we zomaar een polder onder water zetten? Deze vraag stelden zich waterbeheerders, agrariërs en bewoners in de Middelburg-Tempelpolder. De aanleg van

Nadere informatie

Lesbrief. Watersysteem. Droge voeten en schoon water. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta

Lesbrief. Watersysteem. Droge voeten en schoon water. www.wshd.nl/lerenoverwater. Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Lesbrief Watersysteem Droge voeten en schoon water www.wshd.nl/lerenoverwater Afdeling Communicatie waterschap Hollandse Delta Droge voeten en schoon water Waterschappen zorgen ervoor dat jij en ik droge

Nadere informatie

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure.

U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale procedure. datum 31-3-2014 dossiercode 20140331-63-8729 Geachte heer/mevrouw Jeroen Overbeek, U heeft een watertoets uitgevoerd op de website http://www.dewatertoets.nl//. Op basis van deze toets volgt u de normale

Nadere informatie

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Delfland

Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Delfland Aanwijzingsbesluit toezicht en opsporing Delfland (kenmerk 1149572) Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Delfland Gelet op het bepaalde bij of krachtens artikel 85 van

Nadere informatie

De Veranderende Zorgplicht

De Veranderende Zorgplicht De Veranderende Zorgplicht Ede 23 april 2015 Frans Debets Debets b.v. i.s.m. Een korte versie van een cursus op 14 juni 1- De Veranderende Waterwetwetgeving 1. Achtergronden en betekenis van de veranderingen

Nadere informatie

Watervergunning. Voor het verwijderen van een brug en het aanleggen van een dam met duiker op de locatie bij Gruttostraat 1 in Benschop

Watervergunning. Voor het verwijderen van een brug en het aanleggen van een dam met duiker op de locatie bij Gruttostraat 1 in Benschop Watervergunning Voor het verwijderen van een brug en het aanleggen van een dam met duiker op de locatie bij Gruttostraat 1 in Benschop Datum 14 juli 2017 Zaaknummer 13919 Poldermolen 2 Postbus 550 3990

Nadere informatie