Binnenscheepvaart 2008
|
|
|
- Gerarda Margaretha Boender
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 SECTORFOTO 2008 Departement Werk en Sociale Economie
2 Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert II-laan 35 bus Brussel Tel 02/ Verantwoordelijke uitgever: Dirk Vanderpoorten Secretaris-generaal Depotnummer: D/2009/3241/069 Lay-out: Vingerhoets.com Uitgave: februari 2009
3 Synthese De binnenscheepvaart is één van de kleinste sectoren met niet meer dan 595 Vlaamse werknemers, dit is 0,03% van alle Vlaamse werknemers. Het is een groeisector. In 2007 is het aantal werknemers toegenomen met +11,6% t.o.v. 2006, wat tegengesteld is aan het jobverlies in de secundaire sector (-0,6%) en veel sterker is dan de jobgroei in de totale Vlaamse loontrekkende werkgelegenheid (+1,5%). De binnenscheepvaart is een sector met een relatief oudere en mannelijke structuur: 93% van de werknemers is man, tegenover 55% gemiddeld in Vlaanderen en 30% van de werknemers is 50 jaar of ouder, tegenover 20% gemiddeld. Meer dan de helft van de jobs in loondienst (52%) zijn gesitueerd in kleine ondernemingen met minder dan 20 werknemers, wat opmerkelijk hoger is dan gemiddeld in de Vlaamse privésector (31%). In 2007 ontving de VDAB in totaal 102 vacatures uit de binnenscheepvaart, dit is 0,04% van het totale aantal VDAB-vacatures uit het normaal economisch circuit zonder interim in Vlaanderen. In de binnenscheepvaart is men voornamelijk op zoek naar laaggeschoold personeel in de provincie Antwerpen: 73% van de ontvangen vacatures is bestemd voor laaggeschoolden, tegenover 45% over alle sectoren heen. Bijna 78% van de ontvangen vacatures zijn gesitueerd in Antwerpen. Het beroep matroos binnenscheepvaart is een sectorspecifiek knelpuntberoep. De groeiende vloot en de extra vraag naar matrozen resulteert in een kwantitatief knelpunt. Bovendien zijn lange afwezigheden eigen aan de job van matroos, wat het knelpuntkarakter van het beroep versterkt. De VDAB ontving slechts 1 vacature van de binnenscheepvaart via Jobkanaal of 1,1% van alle vacatures ingevoerd in het AMI-systeem, dit is opmerkelijk minder dan het aandeel Jobkanaal-vacatures voor alle sectoren samen (8,0%). De jobmobiliteit in de binnenscheepvaart is relatief hoog. Er komen jaarlijks veel werknemers bij (23%) en gaan er veel weg (17%) in vergelijking met het Vlaams gemiddelde (respectievelijk 14% en 13%). In 2007 werden 23 IBO s opgestart in de sector of 0,2% van alle IBO s in Vlaanderen. 3
4 Voorwoord Sectoren zijn een belangrijke motor in het Vlaamse arbeidsmarktbeleid. We denken hierbij bijvoorbeeld aan acties in het kader van diversiteit, opleiding van werknemers en toeleiding van leerlingen en werkzoekenden naar de arbeidsmarkt. Via de sectorconvenants (protocollen tussen de Vlaamse Regering en sectoren) engageren de sectorale sociale partners zich om de prioriteiten van het arbeidsmarktbeleid mee gestalte te geven. Op die manier werkt het sectorale beleid versterkend ten aanzien van het Vlaamse arbeidsmarktbeleid. In 2001 werd de eerste generatie sectorconvenants afgesloten in het kader van het Vlaams Werkgelegenheidsakkoord De bestaande samenwerking van de Vlaamse Regering met de sectoren d.m.v. sectorconvenants werd later telkens verlengd en uitgebreid op basis van de volgende Werkgelegenheidsakkoorden. Anno 2008 is het vooral de Competentieagenda die inspirerend werkt op de werking van de sectorconvenants. Via de sectorconvenants trachten de sectoren meer mensen aan het werk te krijgen en houden en elk talent te (h)erkennen, ontwikkelen en benutten. Om de sectorconvenants en de sectoren te kunnen plaatsen binnen een socio-economisch kader, worden sectorfoto s gemaakt die we ter beschikking stellen van de sectoren en publiek maken via de portaalsite Op deze website kan u ook de gehanteerde cijferreeksen en uitleg bij de methodologie terugvinden. We geloven namelijk in de sectorfoto s als steunpunt én hefboom om in overleg met de sectoren en vanuit een sectorale invalshoek een strategische visie te ontwikkelen als antwoord op de huidige en toekomstige uitdagingen van de arbeidsmarkt. Sectoren krijgen aan de hand van de sectorfoto s zicht op de realiteit in hun sector en op hun positie ten opzichte van het Vlaamse gemiddelde. Dit kan inspirerend werken bij de totstandkoming van nieuwe sectorconvenants (verlengingen) of kan sectoren aanzetten om tussentijds bij te sturen. Alle gepubliceerde sectorfoto s werden eerst gekeurd en goed bevonden door de sectorale sociale partners. We beseffen dat de onderstaande cijfers, tabellen en grafieken geen perfecte weergave zijn van de sectorale dynamiek. Misschien had uzelf als fotograaf vanuit een ander perspectief een andere kadering gekozen of gefocust op andere elementen. We nodigen u dan ook uit om dit instrument gaandeweg samen met ons te blijven versterken. We hopen met deze snapshots alvast het sectoraal beleid verder te inspireren. Dirk Vanderpoorten Secretaris generaal, departement Werk en Sociale Economie 4
5 Inhoudsopgave SYNTHESE 3 VOORWOORD 4 INHOUDSOPGAVE 5 1. INLEIDING 6 2. HET AANTAL VLAAMSE WERKNEMERS 7 3. AANTAL JOBS EN VESTIGINGEN IN VLAANDEREN 9 4. KENMERKEN VAN DE BEROEPEN EN VACATURES JOBMOBILITEIT OPLEIDINGSINSPANNINGEN DE INDIVIDUELE BEROEPSOPLEIDING IN DE ONDERNEMING DIVERSITEITSPLANNEN 21 Figuren 1: Verdeling van de Vlaamse werknemers naar achtergrondkenmerken (2007) 8 2: Verdeling van de jobs naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) 9 3: Werknemersstromen in de binnenscheepvaart (Vlaams Gewest, ) 15 4: Werknemersstromen naar statuut (Vlaams Gewest, ) 17 Tabellen 1: Evolutie van het totale aantal Vlaamse werknemers ( ) 7 2: Aantal Vlaamse werknemers en verdeling naar achtergrondkenmerken (2007) 8 3: Verdeling van de jobs naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) 9 4: Verdeling van de vestigingen naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) 10 5: Faillissementen in de binnenscheepvaart (Vlaams Gewest, ) 10 6: Kenmerken van de ontvangen vacatures in de binnenscheepvaart (Vlaams Gewest, 2007) 11 7: Overzicht van de belangrijkste beroepen en vacatures in de binnenscheepvaart (Vlaams Gewest, 2007) 12 8: Instroom van werkzoekenden naar achtergrondkenmerken (Vlaams Gewest, 2007) 13 9: Werknemersstromen in de binnenscheepvaart (Vlaams Gewest, ) 14 10: Werknemersstromen naar statuut (Vlaams Gewest, ) 16 11: 0pleidingsinspanningen in de bedrijven in de binnenscheepvaart (België, 2006) 18 12: Kenmerken van de opgestarte IBO s (Vlaams Gewest, 2007) 19 13: Diversiteitsplannen (Vlaams Gewest, 2007) 21 5
6 1. Inleiding De werknemers van de binnenscheepvaartbedrijven behoren tot het Paritair Comité 139 voor de binnenscheepvaart. De werkgevers worden gegroepeerd onder werkgeverskengetal 021. Deze sector betreft werknemers, werkzaam in de nace-activiteit 61.2 Binnenvaart. De databestanden waarmee de cijfers uit deze sectorfoto opgemaakt zijn steeds afgebakend volgens óf paritair comité óf nace-codes óf werkgeverskengetal. Een afbakening volgens paritair comité geeft gewoonlijk een licht andere populatie dan bij een afbakening op basis van nace-code of werkgeverskengetal, maar dit staat een correcte interpretatie van de cijfers niet in de weg. De resultaten van de analyse worden per sector steeds afgewogen tegen een gemiddelde voor alle sectoren samen. Hierdoor kan vastgesteld worden of de sector beneden- of bovengemiddelde cijfers haalt voor de verschillende indicatoren. De sectorfoto biedt zo een globaal cijfermatig portret van de sector. Een uitgebreide toelichting over de gebruikte methodologie/bronbestanden kan u terugvinden op De cijfers die in deze sectorfoto gebruikt worden, evenals in de sectorfoto s van andere sectoren, worden u integraal online aangeboden. Ook de sectorfoto s zijn downloadbaar in pdf-formaat. 6
7 2. Het aantal Vlaamse werknemers Voor het berekenen van het aantal loontrekkende werknemers in de binnenscheepvaartsector maken we gebruik van de gecentraliseerde statistieken van de RSZ 1. In deze statistieken wordt de tewerkstelling berekend in functie van de woonplaats van iedere werknemer. De afbakening is gebeurd op basis van PC 139. In het tweede kwartaal van 2007 telde de sector van de binnenscheepvaart 595 Vlaamse loontrekkende werknemers. In alle sectoren samen waren op dat moment Vlaamse werknemers actief, dus van alle Vlaamse werknemers werkt 0,03% in de binnenscheepvaartsector. In 2006 is de tewerkstelling in de binnenscheepvaartsector lichtjes afgenomen (-0,7%) t.o.v. 2005, maar in 2007 wordt een opmerkelijke stijging (+11,6%) opgetekend t.o.v. 2006, die tegengesteld is aan het jobverlies in de secundaire sector (-0,6%) en veel sterker is dan de jobgroei in de totale Vlaamse loontrekkende werkgelegenheid (+1,5%). Tabel 1: Evolutie van het totale aantal Vlaamse werknemers ( ) (n) (%) -0,7 +11,6 Secundaire sector (n) (%) -0,1% -0,6% Alle sectoren (n) (%) +1,1% +1,5% Bron: Gecentraliseerde statistiek RSZ-DMFA, toestand op 30/06/ (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) De binnenscheepvaart is een sector met een relatief oudere en mannelijke structuur: 93% van de werknemers is man, tegenover 55% gemiddeld in Vlaanderen en 30% van de werknemers is 50 jaar of ouder, tegenover 20% gemiddeld. Relatief weinig jongeren zijn actief in de binnenscheepvaart: 7% van de werknemers, tegenover 10% over alle sectoren heen. 88% van de werknemers in de binnenscheepvaart werkt voltijds, tegenover 67% gemiddeld in Vlaanderen. 1 De gecentraliseerde statistieken worden opgemaakt op basis van de onderneming als een homogeen geheel en worden geteld naar personen. Hierdoor worden dubbeltellingen door personen met meerdere jobs uitgezuiverd. 7
8 Tabel 2: Aantal Vlaamse werknemers en verdeling naar achtergrondkenmerken (2007) Totaal Vlaams Gewest n % % Totaal aantal ,0 100,0 (n= ) Geslacht Mannen ,9 54,8 Vrouwen 42 7,1 45,2 Leeftijdsklasse jaar 44 7,4 9, jaar ,5 69, jaar ,9 20,1 Andere (-18 en +65) 13 2,2 0,8 Arbeidsregime Voltijds ,4 67,4 Deeltijds 64 10,8 28,7 Speciaal regime 5 0,8 3,8 Bron: Gecentraliseerde statistiek RSZ-DMFA, toestand op 30/06/2007 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) Figuur 1: Verdeling van de Vlaamse werknemers naar achtergrondkenmerken (2007) Ambtenaren Andere Andere Speciaal regime Vrouwen Deeltijds Deeltijds 100% 90% 80% 70% Vrouwen 60% Bedienden 50% 40% 30% Mannen Mannen Vlaams Gewest Arbeiders Arbeiders Vlaams Gewest Vlaams Gewest Voltijds Voltijds Vlaams Gewest 20% 10% 0% Geslacht Statuut Leeftijd Arbeidsregime Bron: Gecentraliseerde statistiek RSZ-DMFA, toestand op 30/06/2007 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) 8
9 3. Aantal jobs en vestigingen in Vlaanderen De cijfergegevens betreffende het aantal jobs en vestigingen zijn gebaseerd op de gedecentraliseerde statistieken van de RSZ. In deze statistieken wordt de tewerkstelling berekend in functie van de werkplaats van iedere werknemer, ongeacht de woonplaats. De afbakening is gebeurd op basis van PC 139. In 2006 is de binnenscheepvaartsector goed voor een totaal van 553 jobs of 0,04% van het totale aantal jobs in de Vlaamse privésector. In de binnenscheepvaartsector zijn 48% van de loontrekkende jobs gesitueerd in ondernemingen met minder dan 20 werknemers, wat opmerkelijk hoger is dan gemiddeld in de Vlaamse privésector (31%). Tabel 3: Verdeling van de jobs naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) Totaal Vlaams Gewest Ondernemingsgrootte n % % Totaal ,0 100,0 (n= ) 1 tot 4 jobs 96 17,4 10,8 5 tot 9 jobs ,6 9,7 10 tot 19 jobs 66 11,9 10,6 20 tot 49 jobs 89 16,1 16,1 50 tot 99 jobs - 0,0 12,2 100 tot 199 jobs - 0,0 11,3 200 tot 499 jobs ,0 13,7 500 tot 999 jobs - 0,0 7,5 Meer dan jobs - 0,0 8,3 Bron: Gedecentraliseerde statistiek RSZ, toestand op 31/12/2005 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) Figuur 2: Verdeling van de jobs naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) 36,0% 40% 35% 30% 17,4% 10,8% 18,6% 9,7% 11,9% 10,6% 16,1%16,1% 12,2% 11,3% 13,7% 7,5% 8,3% 25% 20% 15% 10% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% % 0% Ondernemingsgrootte (aantal werknemers) privésector Bron: Gedecentraliseerde statistiek RSZ, toestand op 31/12/2005 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) 9
10 In tabel 4 vinden we de verdeling van de vestigingen naar ondernemingsgrootte. De afbakening is gebeurd op basis van werkgeverskengetal 021. Het gaat hier om alle vestigingseenheden van alle ondernemingen, dus niet enkel de hoofdzetels van de ondernemingen. In 2005 telt de binnenscheepvaartsector 122 inrichtingen, wat goed is voor 0,08% van het totale aantal vestigingen in de Vlaamse privésector. 98% van de vestigingen in de binnenscheepvaartsector tellen minder dan 20 jobs, tegenover 91% van de vestigingen over alle sectoren heen. Het familiebedrijf blijft de kern van de binnenscheepvaart: één boot per schipper. Slechts 1 vestiging telt meer dan 200 jobs, met name het bedrijf URS België. Tabel 4: Verdeling van de vestigingen naar ondernemingsgrootte (Vlaams Gewest, 2005) Totaal privésector Ondernemingsgrootte n % % Totaal ,0 100,0 (n= ) 1 tot 4 jobs 66 54,1 65,9 5 tot 9 jobs 10 8,2 16,2 10 tot 19 jobs 43 35,2 8,5 20 tot 49 jobs 2 1,6 5,8 50 tot 99 jobs - - 1,9 100 tot 199 jobs - - 0,9 200 tot 499 jobs 1 0,8 0,5 500 tot 999 jobs - - 0,1 Meer dan jobs - - 0,0 Onbekend - - 0,2 Bron: Gedecentraliseerde statistiek RSZ, toestand op 31/12/2005 (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) De onderstaande tabel bevat de faillissementen in de binnenscheepvaartsector 2. De sector is afgebakend op basis van nace-code In 2007 gingen 7 binnenscheepvaartbedrijven failliet in Vlaanderen, dit is 0,2% van alle faillissementen in Vlaanderen. Tabel 5: Faillissementen in de chemiesector (Vlaams Gewest, ) Aantal werknemers totaal aandeel 1 tot 4 5 tot 9 10 tot tot tot tot tot tot gn. wn ,2% ,2% Bron: FOD Economie ADSEI (Bewerking Departement WSE) 2 Het betreft enkel faillissementen van bedrijven waarvan het adres van de maatschappelijke zetel gelegen is in Vlaanderen. Voor sommige sectoren zijn deze cijfergegevens een onderschatting omdat de maatschappelijke zetel dikwijls in Brussel gelegen is. 10
11 4. Kenmerken van de beroepen en vacatures Voor de afbakening van de binnenscheepvaartsector maakt de VDAB gebruik van een indeling naar RSZ-werkgeverskengetal 021. Het betreft vacatures uit het normaal economisch circuit zonder interimopdrachten. Zowel de vacatures uit het AMI-systeem, die beheerd worden door consulenten van de VDAB, als de vacatures uit Jobmanager, die door de werkgever zelf worden ingevoerd, zijn opgenomen in de cijfers. Bij de interpretatie van de gegevens, dient men rekening te houden met het feit dat de sectoren ook andere pistes bewandelen in hun aanwervingsbeleid. Tabel 6: Kenmerken van de ontvangen vacatures in de binnenscheepvaart (Vlaams Gewest, 2007) Vlaanderen n % % Totaal ,0 100,0 (n= ) Vestigingsplaats bedrijf Antwerpen 79 77,5 23,3 Vlaams-Brabant ,7 West-Vlaanderen 5 4,9 25,8 Oost-Vlaanderen 17 16,7 18,6 Limburg 1 1,0 9,0 Buiten Vlaanderen ,5 Studieniveau 3 Laag 74 72,5 45,3 Midden 25 24,5 22,0 Hoog 3 2,9 32,7 Gevraagde ervaring <6 maanden 63 61,8 60,1 6 maanden - 2 jaar 26 25,5 26,1 +2 jaar 13 12,7 13,8 Jobkanaal 4 1 1,1 8,0 Bron: VDAB (Bewerking departement WSE) Voor 2 beroepen in de binnenscheepvaart werden in 2007 minstens 10 vacatures ontvangen, in het bijzonder matroos binnenscheepvaart en matroos lange omvaart/kustvaart/sleepdienst. In totaal waren er 102 vacatures, dit is 0,04% van het totale aantal VDAB-vacatures uit het normaal economisch circuit zonder interim in Vlaanderen (zie tabel 7). Het aandeel vacatures in de binnenscheepvaart (0,04%) komt overeen met het aandeel van de binnenscheepvaart in de totale Vlaamse werkgelegenheid (0,03%). Meer dan ¾ van de ontvangen vacatures zijn gesitueerd in Antwerpen. Voor de binnenscheepvaart is Antwerpen dan ook de belangrijkste schakel tussen de haven en het binnenlandse waterwegennet voor het goederentransport. 3 Definitie onderwijsniveau: (1) laag: max. secundair onderwijs 2de graad of wanneer geen minimum studienveau vermeld werd door de werkgever; (2) midden: secundair 3de of 4de graad; (3) hoog: hoger onderwijs. 4 Jobkanaal is een rekruteringskanaal dat zich exclusief richt op werkzoekende ouderen, personen met een handicap en allochtonen. Het aandeel wordt berekend door het aantal vacatures ontvangen via jobkanaal te delen door het totaal aantal vacatures in het AMI-systeem (vacatures in beheer van VDAB-consulenten), dus exclusief jobmanager. 11
12 In de binnenscheepvaart is men voornamelijk op zoek naar laaggeschoold personeel: 73% van de ontvangen vacatures is bestemd voor laaggeschoolden, tegenover 45% over alle sectoren heen. Het beroep matroos binnenscheepvaart is een sectorspecifiek knelpuntberoep. Volgens de VDAB-analyses van de knelpuntvacatures wordt de binnenvaart sterk gepromoot als alternatief voor de dichtslibbende autowegen. De groeiende vloot en de extra vraag naar matrozen resulteert in een kwantitatief knelpunt. Bovendien zijn lange afwezigheden eigen aan de job van matroos, wat het knelpuntkarakter van het beroep versterkt 5. De VDAB ontving slechts 1 vacature van de binnenscheepvaart via Jobkanaal of 1,1% van alle vacatures ingevoerd in het AMI-systeem, dit is opmerkelijk minder dan het aandeel Jobkanaal-vacatures voor alle sectoren samen (8,0%). Tabel 7: Overzicht van de belangrijkste beroepen en vacatures in de binnenscheepvaart (Vlaams Gewest, 2007) Ontvangen vacatures in 2007 Knelpunt Vlaams Gewest Sector Aandeel Matroos (binnenscheepvaart) Ja ,4% Matroos - lange omvaart-kustvaart-sleepdienst ,4% Bron: VDAB 2 Knelpuntberoepen 2006: VDAB-studiedienst. 12
13 5. Jobmobiliteit Dankzij de VDAB-gegevens kan de instroom van de werkzoekenden worden berekend die bij het begin van de maand als werkzoekende zijn ingeschreven en die op de laatste dag van de maand aan het werk zijn volgens DIMONA. De koppeling met de nace-codes geeft ons aan in welke sector en welke activiteit de werkzoekende is ingestroomd. In deze bespreking maken we gebruik van jaargegevens en wordt de instroom naar uitzendarbeid buiten beschouwing gelaten. De binnenscheepvaartsector wordt hier afgebakend aan de hand van nace-code De instroom van werkzoekenden naar profiel in de binnenscheepvaartsector wordt vergeleken met de totale instroom van werkzoekenden in alle sectoren samen en met het profiel van de totale populatie werkzoekenden. Tabel 8: Instroom van werkzoekenden naar achtergrondkenmerken (Vlaams Gewest, 2007) Alle sectoren Totale populatie werkzoekenden 7 n % % % Totaal ,0 100,0 (n= ) 100,0 (n= ) Geslacht Mannen ,6 47,1 46,6 Vrouwen 31 14,4 52,9 53,4 Leeftijdsklasse -25 jaar 22 10,2 31,3 20, jaar 77 35,8 39,6 32, jaar 78 36,3 18,3 21,7 +50 jaar 38 17,7 10,8 25,3 Studieniveau 8 Laag ,9 42,2 51,9 Midden 73 34,0 35,3 32,8 Hoog 24 11,2 22,6 15,4 Allochtoon ,0 14,9 19,7 Arbeidsgehandicapt ,0 7,7 15,3 Werkloosheidsduur < 3 maanden 47 21,9 39,7 24,6 3-6 maanden 48 22,3 18,2 13,7 6 maanden - 1 jaar 37 17,2 16,6 15,1 1-2 jaar 22 10,2 12,7 14,7 2-5 jaar 60 27,9 10,8 23,0 + 5 jaar 1 0,5 1,9 8,9 Bron: VDAB (Bewerking departement WSE) 6 Deze jaargegevens worden berekend door het aantal instromers van de 12 maanden op te tellen. Dubbeltellingen zijn mogelijk. 7 Gemiddelde voor alle bij VDAB ingeschreven werkzoekenden in Definitie onderwijsniveau: (1) laag: max. secundair onderwijs 2de graad of wanneer geen minimum studieniveau vermeld werd door de werkgever; (2) midden: secundair 3de of 4de graad; (3) hoog: hoger onderwijs 9 Definitie allochtoon: nationaliteit niet EU of op basis van naamherkenningsprogramma (voor Maghrebijnen en Turken) of op basis van eigen verklaring. 10 Definitie arbeidsgehandicapt: werkzoekende met Vlaams Fondsnummer of gedeeltelijk of zeer beperkt geschikt of studies BLO of BUSO. 13
14 In de binnenscheepvaart is de instroom van werkzoekende jongeren relatief beperkt (10%) in vergelijking met het gemiddeld aandeel werkzoekende jongeren die instromen naar werk (31%). Anderzijds is er een duidelijke oververtegenwoordiging van werkzoekende 50-plussers die instromen in de binnenscheepvaart: 18%, tegenover 11% gemiddeld in Vlaanderen. Ook de instroom van jarige werkzoekenden ligt in de binnenscheepvaart (36%) opmerkelijk hoger dan gemiddeld (18%). 55% van de werkzoekenden die instromen in de binnenscheepvaart zijn laaggeschoold, tegenover 42% gemiddeld in Vlaanderen, toch is er sprake van een ondervertegenwoordiging in vergelijking met het aandeel vacatures bestemd voor de laaggeschoolden (73%). 6% van de werkzoekenden die instromen in de binnenscheepvaart is allochtoon, wat veel minder is dan de gemiddelde instroom van allochtone werkzoekenden naar werk (15%) en een sterke ondervertegenwoordiging in vergelijking met de referentiepopulatie werkzoekende allochtonen (20%). Langdurige werkzoekenden (> 2 jaar werkloos) hebben meer kans om in te stromen in de binnenscheepvaart (28%) dan gemiddeld over alle sectoren heen (13%). Ook aan de hand van het Datawarehouse van de KSZ kunnen in- en uitstroomgegevens berekend worden. De meest recente gegevens zijn van Deze gegevens hebben het voordeel dat ze niet beperkt zijn tot instroom van werkzoekenden (zie hoger), en dat ook de interne mobiliteit en de uitstroom uit de sector in beeld komt. De sectoren worden afgebakend naar paritair comité, in dit geval paritaire comité 139. Tabel 9: Werknemersstromen in de binnenscheepvaart (Vlaams Gewest, ) Alle sectoren n % % Instroom ,1 14,2 < 25 jaar 31 59,6 48, jaar 79 23,2 11,3 > 50 jaar 24 12,8 4,8 Interne mobiliteit 41 7,3 5,5 < 25 jaar 2 4,9 10, jaar 14 4,3 5,5 > 50 jaar 25 13,2 3,1 Uitstroom 90 16,8 13,1 < 25 jaar 8 27,6 34, jaar 56 17,7 10,8 > 50 jaar 26 13,7 11,9 Bron: Datawarehouse AM&SB bij de KSZ (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) 14
15 Tussen 30 juni 2003 en 30 juni 2004 stroomden 134 werknemers de sector van de binnenscheepvaart in. Samen vormden zij 23% van alle werknemers in de sector. 90 werknemers, of 17% van alle loontrekkenden, verlieten in deze periode de sector. Nog eens 41 mensen (7,3%) waren intern mobiel. Het gaat om werknemers die ofwel van werkgever veranderden binnen de sector, ofwel in een speciaal regime werkzaam waren (seizoensarbeid), ofwel tijdelijk in een andere sector of in een niet-loontrekkend statuut zaten, maar op 30 juni 2004 terug aan de slag waren binnen de binnenscheepvaartsector. In vergelijking met het gemiddelde in Vlaanderen, heeft de binnenscheepvaartsector relatief hoge mobiliteitsgraden (zie figuur 3). Figuur 3: Werknemersstromen in de binnenscheepvaart (Vlaams Gewest, ) 23,1 25% 16,8 20% 14,2 13,1 15% 7,3 5,5 10% 5% Totaal Totaal Totaal 0% Instroom Interne mobiliteitsgraad Uitstroom Bron: Datawarehouse AM&SB bij de KSZ (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) 15
16 Tabel 10: Werknemersstromen naar statuut (Vlaams Gewest, ) Alle sectoren Instroom (n) (%) (%) Totaal ,0 100,0 Instroom uit ander paritair comité 42 31,3 41,3 Instroom uit de bouwsector (PC 124) (8) (19,0) (-) Instroom uit de overheidssector/geen PC (7) (16,7) (-) Instroom uit zelfstandig statuut 10 7,5 3,7 Instroom uit werkloosheid 12 9,0 14,7 Instroom uit tijdskrediet/loopbaanonderbreking 0 0,0 2,0 Instroom uit (brug)pensioen 1 0,7 0,7 Instroom uit ander statuut ,1 37,6 Uitstroom Totaal ,0 100,0 Uitstroom naar ander paritair comité 29 32,2 45,2 Uitstroom naar de vervoersector (PC 140) (10) (34,5) (-) Uitstroom naar de overheidssector/geen PC (5) (17,2) (-) Uitstroom naar zelfstandig statuut 5 5,6 5,5 Uitstroom naar werkloosheid 19 21,1 17,5 Uitstroom naar tijdskrediet/loopbaanonderbreking 0 0,0 3,0 Uitstroom naar conventioneel brugpensioen 1 1,1 4,1 Uitstroom naar pensioen 3 3,3 6,5 Uitstroom naar ander statuut 33 36,7 18,3 Bron: Datawarehouse AM&SB bij de KSZ (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) Meer dan de helft van nieuw ingestroomde werknemers was één jaar voordien actief in een ander statuut, tegenover 38% gemiddeld in Vlaanderen. De instroom uit werkloosheid ligt in de binnenscheepvaartsector (9%) opmerkelijk lager dan de globale instroom uit werkloosheid (15%), terwijl de instroom uit zelfstandig statuut veel hoger ligt in de sector van de binnenscheepvaart (8%) dan gemiddeld in Vlaanderen (4%). De uitstroom van ex-werknemers naar een ander paritair comité ligt in binnenscheepvaart-sector veel lager dan gemiddeld voor alle sectoren samen (32% tegenover 45%). Ongeveer de helft van deze ex-werknemers zijn uitgestroomd naar de vervoersector en de overheidssector en sectoren die geen PC hebben. De uitstroom naar ander statuut ligt in de sector van de binnenscheepvaart dubbel zo hoog als over alle sectoren samen: 37%, tegenover 18% gemiddeld in Vlaanderen. 11 De groep van andere statuten is een verzamelnaam van statuten die niet gekend waren in het Datawarehouse AM&SB bij de redactie van de tabellen; het gaat onder andere over arbeidsongeschiktheid en huishouden (inactieven), maar ook over schoolverlaters in wachttijd. 16
17 Figuur 4: Werknemersstromen naar statuut (Vlaams Gewest, ) 100% 80% 60% Ander statuut pensioen/brugpensioen 40% Tijdskrediet/ loopbaanonderbreking Werkloosheid 20% Zelfstandig statuut Alle sectoren Alle sectoren 0% ander paritair comité Instroom Uitstroom Bron: Datawarehouse AM&SB bij de KSZ (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) 17
18 6. De opleidingsinspanningen Hieronder vinden we de opleidingsinspanningen in de binnenscheepvaart. In tegenstelling tot de voorgaande hebben deze cijfers betrekking op België in z n geheel, en niet enkel op het Vlaams Gewest. De binnenscheepvaart werd hier afgebakend aan de hand van naceactiviteit Deze gegevens zijn gebaseerd op de Sociale Balansen van 116 bedrijven, 40,7% van alle bedrijven uit de sector die hun jaarrekeningen hebben ingediend 13. Tabel 11: Opleidingsinspanningen in de bedrijven in de binnenscheepvaart (België, 2006) Ondernemingen met opleidings-activiteiten % van totaal aantal ondernemingen Deelnemers aan een opleiding Opleidingskost Opleidingsuren % van de % van % van Gemiddelde gemiddelde personeelskosten Gemiddelde gewerkte per werkgelegenheid per uur ( ) uren deelnemer 11,2 29,2 0,64 50,7 0,50 29,5 Privésector totaal 4,8 32,5 1,08 46,8 0,71 29,6 Bron: Nationale Bank van België (Sociale Balansen CD-rom 2006) (Bewerking Steunpunt WSE/Departement WSE) 29,2% van de loontrekkende werknemers in de sector hebben in 2006 een opleiding genoten, tegenover 32,5% van alle Belgische loontrekkenden samen. Het aantal opleidingsuren per deelnemers in de binnenvaart (29,5 uren) komt overeen met het gemiddelde in België (29,6 uren). De opleidingen in de binnenvaart nemen t.o.v. de totale personeelskosten een beperkt deel van het budget in: 0,64%, tegenover 1,08% gemiddeld in België. 12 Zee- en kustvaart zijn ook opgenomen in de cijfers. 10 Meer informatie over welke bedrijven jaarrekeningen en/of sociale balansen moeten indienen vindt u op de website van de Nationale Bank van België ( 18
19 7. De individuele beroepsopleiding in de onderneming De tewerkstellingsmaatregel IBO staat voor individuele beroepsopleiding in de onderneming. Dit is een opleiding waarbij de cursist door de onderneming op de werkplek wordt getraind en begeleid. De IBO kan 1 tot 6 maanden duren, en tijdens deze opleiding betaalt de werkgever geen loon of RSZ, enkel een productiviteitsvergoeding. Na deze opleiding is het bedrijf verplicht de cursist een contract van onbepaalde duur te geven. Tabel 12: Kenmerken van de opgestarte IBO s (Vlaams Gewest, 2007) Vlaanderen n % Totaal aantal IBO s ,0 (n=14.718) Man 22 69,3 Vrouw 1 30,7 Studieniveau Laag 10 40,7 Midden 11 44,7 Hoog 2 14,6 Leeftijd -25 jaar 6 52, jaar 16 44,9 +50 jaar 1 2,7 Woonplaats Antwerpen 12 21,7 Vlaams-Brabant 0 12,5 West-Vlaanderen 6 19,1 Oost-Vlaanderen 2 25,5 Limburg 3 19,6 Buiten Vlaanderen 0 1,6 Werkloosheidsduur < 3 maanden 4 47,1 3-6 maanden 4 17,7 6 maanden - 1 jaar 6 16,4 1-2 jaar 7 11,0 2-5 jaar 1 6,5 + 5 jaar 1 1,3 Ondernemingsgrootte <10 werknemers 23 54, werknemers 0 25, werknemers 0 8, werknemers 0 4,6 >499 werknemers 0 7,1 Allochtonen 1 16,7 Arbeidsgehandicapten 0 6,4 Ongunstige stopzettingen 2 19,4 Bron: VDAB 19
20 In de binnenscheepvaartsector zijn in IBO s gestart of 0,2% van alle opgestarte IBO s in Vlaanderen, wat relatief veel is in vergelijking met het aandeel van de binnenscheepvaart in de totale Vlaamse privésector (0,03%). De meerderheid van de IBO s (20 van de 23 ) zijn opgestart in het bedrijf URS. 20
21 8. Diversiteitsplannen Met een subsidiëring van diversiteitsplannen moedigt de Vlaamse Overheid ondernemingen en organisaties aan om werk te maken van een divers personeelsbeleid. Een diversiteitsplan kan afgesloten worden voor een enkele vestiging of voor een gans bedrijf met al haar vestigingen samen. In een diversiteitsplan worden streefcijfers voor de instroom, doorstroom en opleiding van doelgroepwerknemers vooropgesteld. Organisaties kunnen onder bepaalde voorwaarden een subsidie verkrijgen voor verschillende soorten plannen. Zo zijn er: Instapdiversiteitsplannen: opstap naar HR-beleid Diversiteitsplannen: meerdere diversiteitsbevorderende acties Groeidiversiteitsplannen: verankering van diversiteitsbeleid door opvolgacties Clusterdiversiteitsplannen: in meerdere bedrijven of bedrijfseenheden Tabel 13: Diversiteitsplannen in de binnescheepvaart (Vlaams Gewest, 2007) Instapplan Diversiteitsplan Clusterplan Groeiplan Totaal Alle sectoren Alle sectoren Bron: Departement WSE In 2007 diende voor het eerst een Vlaams bedrijf uit de binnenscheepvaart, met name URS, een diversiteitsplan in, hiermee heeft de binnenscheepvaartsector een aandeel van 0,2% in het totaal. 21
22 Samen talent in goede banen leiden Departement Werk en Sociale Economie
SECTORFOTO Verhuissector 2008 DEpaRTEmEnT WERk En SOCialE ECOnOmiE
SECTORFOTO Verhuissector 2008 Departement Werk en Sociale Economie Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert II-laan
Grafische nijverheid 2008
SECTORFOTO Grafische nijverheid 2008 Departement Werk en Sociale Economie Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert
Scheikundige nijverheid 2008
SECTORFOTO Scheikundige nijverheid 2008 Departement Werk en Sociale Economie Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert
SECTORFOTO Horeca 2008 DEpaRTEmEnT WERk En SOCialE ECOnOmiE
SECTORFOTO Horeca 2008 Departement Werk en Sociale Economie Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert II-laan 35
Metaal arbeiders 2008
SECTORFOTO Metaal arbeiders 2008 Departement Werk en Sociale Economie Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert II-laan
Voedingsindustrie 2008
SECTORFOTO Voedingsindustrie 2008 Departement Werk en Sociale Economie Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert
SECTORFOTO 2012 LOKALE BESTUREN
SECTORFOTO 2012 LOKALE BESTUREN Inleiding Sectoren spelen een belangrijke rol in het Vlaamse arbeidsmarktbeleid. Via de sectorconvenants (protocollen tussen de Vlaamse Regering en sectoren) engageren de
SECTORFOTO 2012 GROENE SECTOREN
SECTORFOTO 2012 GROENE SECTOREN Synthese De groene sectoren telden in het tweede kwartaal van 2010 10.957 loontrekkenden in Vlaanderen. Over alle sectoren heen waren op dat moment 2.083.512 loontrekkenden
SECTORFOTO 2012 SECTOR VAN DE KAPPERS, FITNESS EN SCHOONHEIDSZORGEN
SECTORFOTO 2012 SECTOR VAN DE KAPPERS, FITNESS EN SCHOONHEIDSZORGEN Synthese De sector van de kappers, fitness en schoonheidszorgen telde in het tweede kwartaal van 2010 8.935 loontrekkenden in Vlaanderen.
VERSO- Cahier 2/ 2014 Profiel van de medewerkers in de social profit
VERSO- Cahier 2/ 2014 Profiel van de medewerkers in de social profit Een beschrijvende analyse van de kenmerken van de social profitmedewerker Voor vragen en toelichting [email protected] Zie verder
I B O. Een werknemer op maat gemaakt. 1. IBO = training-on-the-job. IBO = 'werkplekleren' IBO = 'een werknemer op maat'
I B O Een werknemer op maat gemaakt Eén van de kernopdrachten van de VDAB bestaat uit het verstrekken van opleiding. Het tekort aan specifiek geschoold personeel en de versnelde veranderingen in de werkomgeving
Invoegbedrijven. Maatregel. De begunstigden en bestedingen
Invoegbedrijven Maatregel Het programma invoegbedrijven beoogt de creatie van duurzame tewerkstelling voor kansengroepen binnen de reguliere economie. Aan ondernemingen die de principes van Maatschappelijk
2.2.1 Aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt
2.2 Uitdagingen op het vlak van werkgelegenheid 2.2.1 Aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt Het wordt steeds belangrijker om met voldoende kwalificaties naar de arbeidsmarkt te kunnen gaan. In Europees
Korte schets van de problematiek
Korte schets van de problematiek 1 Hoofdstuk Titel Enkele cijfers WERKZAAMHEIDSGRAAD NAAR LEEFTIJD EN PER OPLEIDINGSNIVEAU (2007-2012) Bron: VDAB (Bewerking Departement WSE/Steunpunt WSE) 2 Hoofdstuk Titel
NOVEMBER 2014 BAROMETER
NOVEMBER 2014 BAROMETER In deze nieuwe editie van de barometer staan we stil bij de Census 2011 die afgelopen maand werd gepubliceerd door Statistics Belgium, onderdeel van de FOD Economie. We vertalen
Sectoren / paritaire comités Methodologie
Sectoren / paritaire comités Methodologie Wouter Vanderbiesen Mei 2014 Methodologie Steunpunt Werk en Sociale Economie Parkstraat 45 bus 5303-3000 Leuven T:+32 (0)16 32 32 39 [email protected] www.steunpuntwse.be
Lerend werken, werkend leren
Lerend werken, werkend leren De versterking van het arbeidsaanbod is een kernopdracht voor de VDAB. In dit perspectief wordt bijzondere aandacht besteed aan de verschillende formules van opleiding en begeleiding
SECTOR HOUT- EN MEUBELINDUSTRIE
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR HOUT- EN MEUBELINDUSTRIE SECTORRAPPORT HOUT- EN MEUBELINDUSTRIE VOORJAAR 2012 SECTORRAPPORT HOUT- EN MEUBELINDUSTRIE Inhoudstafel 3-4 VDAB Sectorrapporten: Inleiding 5-6 Binnenlandse
Diversiteitsplannen. Volgende tabel geeft een beknopt overzicht van de soorten loopbaan- en plannen (LDP s). SUBSIDIE LOOPTIJD VOOR WIE
Diversiteitsplannen Maatregel Met een Loopbaan- en diversiteitsplan worden ondernemingen, organisaties en lokale besturen ondersteund om werk te maken van een loopbaan-en diversiteitsbeleid. Bijzondere
SECTORFOTO Social profit 2008 DEpaRTEmEnT WERk En SOCialE ECOnOmiE
SECTORFOTO Social profit 2008 Departement Werk en Sociale Economie Colofon Samenstelling: Vlaamse overheid Beleidsdomein Werk en Sociale Economie Departement Werk en Sociale Economie Koning Albert II-laan
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR TRANSPORT, LOGISTIEK EN POST
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR TRANSPORT, LOGISTIEK EN POST SECTORRAPPORT TRANSPORT, LOGISTIEK EN POST VOORJAAR 2012 SECTORRAPPORT TRANSPORT, LOGISTIEK EN POST Inhoudstafel 3-4 VDAB Sectorrapporten: Inleiding
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING SECTORRAPPORT MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING VOORJAAR 2012 SECTORRAPPORT MAATSCHAPPELIJKE DIENSTVERLENING Inhoudstafel 3-4 VDAB Sectorrapporten:
Gemeentefoto. De Panne
DEPARTEMENT WERK EN SOCIALE ECONOMIE Gemeentefoto De arbeidsmarktsituatie in De Panne in samenwerking met Inhoud 0. Woord vooraf...3 1. Inleiding...4 2. Kenmerken van de bevolking op arbeidsleeftijd...6
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR GRAFISCHE NIJVERHEID, PAPIER EN KARTON
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR GRAFISCHE NIJVERHEID, PAPIER EN KARTON SECTORRAPPORT GRAFISCHE NIJVERHEID, PAPIER EN KARTON VOORJAAR 2012 SECTORRAPPORT GRAFISCHE NIJVERHEID, PAPIER EN KARTON Inhoudstafel 3-4
Sectoranalyse Horeca 2012
HIER FOTO INVOEGEN BREEDTE 210mm x HOOGTE 99mm Sectoranalyse Horeca 2012 Arbeidsmarkt en tewerkstelling 2012 Guidea - Kenniscentrum voor Toerisme en Horeca vzw Deze informatie werd met de grootste zorg
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR CHEMIE, RUBBER & KUNSTSTOF
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR CHEMIE, RUBBER & KUNSTSTOF SECTORRAPPORT CHEMIE, RUBBER & KUNSTSTOF VOORJAAR 2012 SECTORRAPPORT CHEMIE, RUBBER EN KUNSTSTOF Inhoudstafel 3-4 VDAB Sectorrapporten: Inleiding
Enkele cijfers Vaststellingen en antwoorden. Focus op. Jobkanaal Diversiteitsplannen Jobcoaching IBO Financiële tewerkstellingsmaatregelen
Kunnen kansengroepen de krapte doen vergeten? Steve Vanhorebeek. Enkele cijfers Vaststellingen en antwoorden Jobkanaal Diversiteitsplannen Jobcoaching IBO Financiële tewerkstellingsmaatregelen Focus op
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR HORECA & TOERISME
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR HORECA & TOERISME SECTORRAPPORT HORECA EN TOERISME VOORJAAR 2012 SECTORRAPPORT HORECA EN TOERISME Inhoudstafel 3-4 VDAB Sectorrapporten: Inleiding 5-6 Binnenlandse werkgelegenheid:
Resultaten van de socioeconomische. Valérie Gilbert Virginie Vaes FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg
Resultaten van de socioeconomische monitoring Valérie Gilbert Virginie Vaes FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg ORIGINE EN MIGRATIEACHTERGROND CONCEPTEN 2 Origine Identificatie van personen
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR ENERGIE, WATER EN AFVALVERWERKING
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR ENERGIE, WATER EN AFVALVERWERKING SECTORRAPPORT ENERGIE, WATER EN AFVALVERWERKING VOORJAAR 2012 SECTORRAPPORT ENERGIE, WATER EN AFVALVERWERKING Inhoudstafel 3-4 VDAB Sectorrapporten:
De 50-plussers op de Limburgse arbeidsmarkt in de logistiek
De 50-plussers op de Limburgse arbeidsmarkt in de logistiek APRIL 2012 INHOUD Blz 1. Loontrekkende werkgelegenheid 2 1.1 Algemeen 2 1.2 Hoofdsectoren 2 1.3 Logistiek 3 1.3.1 Algemeen 3 1.3.2 Limburgse
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR TEXTIEL, KLEDING EN SCHOEISEL
VDAB SECTORRAPPORT SECTOR TEXTIEL, KLEDING EN SCHOEISEL SECTORRAPPORT TEXTIEL, KLEDING EN SCHOEISEL VOORJAAR 2012 SECTORRAPPORT TEXTIEL, KLEDING EN SCHOEISEL Inhoudstafel 3-4 VDAB Sectorrapporten: Inleiding
Werknemersstromen op de sectorale arbeidsmarkt
Sectoren in beweging Werknemersstromen op de sectorale arbeidsmarkt De Vlaamse overheid en de bedrijfssectoren leveren de laatste jaren belangrijke inspanningen om het beleid van sectoren op het vlak van
