B1. Cariësdiagnostiek
|
|
|
- Vera Hermans
- 9 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 B1. Cariësdiagnostiek M.C.D.N.J.M. Huysmans Praktijkboek tandheelkunde (mei 2004) Leeswijzer Het is gebleken dat cariës het gehele leven actief kan zijn. Cariës is het beste te bestrijden met preventieve maatregelen. Dit heeft het karakter van de cariësdiagnostiek veranderd. De nadruk ligt tegenwoordig op het vroeg waarnemen van cariësactiviteit door detectie van kleine laesies of het beoordelen van de progressie van bestaande laesies. Er zijn methoden om de activiteit van een laesie in te schatten en er zijn nieuwe technieken voor kwantitatieve cariësdetectie beschreven. Toch komen visuele en röntgenologische inspectie nog steeds tegemoet aan de huidige eisen. Inhoud Inleiding Veranderingen in de cariësdiagnostiek Gevolgen voor de cariësdiagnostiek De laesie als basis van de cariësdiagnostiek Tot slot Samenvatting Literatuur Inleiding In de laatste decennia is er veel veranderd in de beschouwing van cariës. Voorheen werd cariës min of meer gelijkgesteld aan caviteiten. Cariës hebben betekende caviteiten hebben. Dat werd heel duidelijk weerspiegeld in de epidemiologische benadering van cariës, waarbij alle cariëslaesiestadia vóór cavitatie niet eens werden genoteerd. In artikelen over de prevalentie van cariës in Nederland gebruikt men DMFT-of DMFS-getallen (Decayed, Missing, Filled Teeth of Surfaces) waarbij de Decayed-fractie is gebaseerd op caviteiten en laesies tot in het dentine. Maar ook in de algemene praktijk was door tijdgebrek en een restauratieve'benadering van cariës eigenlijk weinig aandacht voor de vroege stadia van cariëslaesies. Ik kan me nog herinneren dat ik bij de tandarts kwam voor periodiek mondonderzoek en als diagnose alleen te horen kreeg: '24DO, 25DO, enzovoort. Dat had te maken met de stilzwijgende overtuiging dat cariësprogressie eigenlijk alleen was te stoppen door het maken van een restauratie. Bovendien kreeg eigenlijk iedereen gaatjes, en zou preventie, bijvoorbeeld via intensieve mondhygiënebegeleiding, veel te veel tijd kosten. En zou dat wel helpen? De veranderingen in het cariësbeeld van de laatste dertig jaar hebben een grote invloed op de wijze waarop nu met cariësdiagnostiek moet worden omgegaan. Een aantal factoren daarin verdient specifieke aandacht. Veranderingen in de cariësdiagnostiek Cariësprevalentiedaling, cariësincidentie door het leven In de afgelopen dertig tot veertig jaar is de prevalentie van cariës in de ontwikkelde, westerse landen sterk gedaald. De meeste aandacht ging uit naar de daling in de kinderpopulatie. De gemiddelde DMFTindex bij twaalfjarigen in Nederland is tussen 1970 en 1995 bijvoorbeeld gedaald van circa 7,5 tot circa 1,5. Daarbij is de verdeling van de cariëslaesies over de kinderen scheef verdeeld. In 1998 was 87 procent van de twaalfjarigen cariësvrij (geen caviteiten of restauraties). De concentratie op de kinderleeftijd is het gevolg van het feit dat cariës vroeger werd beschouwd als een kinderziekte. Immers, bijna alle kinderen hadden tegen dat ze de volwassenheid bereikten restauraties in bijna alle elementen. Als vervolgens wordt gekeken naar de DMFT-index, kan deze niet meer hoger worden, terwijl er zeker nog wel cariëslaesies bij kunnen komen. De gegevens met betrekking tot kinderen kunnen het beeld doen ontstaan dat cariës goeddeels onder controle is, met slechts een kleine risicogroep die nog problemen heeft. Dat beeld wordt echter niet ondersteund door onderzoek waarbij hogere leeftijdscategorieën worden meegenomen. Epidemiologisch onderzoek in Nederland laat zien dat er bij alle leeftijdscohorten een vrijwel constante fractie van Decayed-oppervlakken aanwezig is. De cariësaanval gaat dus het gehele leven door, met waarschijnlijk ongeveer dezelfde sterkte. Bovendien is
2 de scheve verdeling van cariëservaring bij twaalfjarigen tien jaar later vrijwel verdwenen, zoals aangetoond in een onderzoek in een zeer goed preventief begeleide populatie (Mejare et al., 1998). De conclusie moet zijn dat cariës in de afgelopen decennia niet bedwongen is, maar dat de progressie ervan vertraagd is; dat cariës niet een probleem is van een kleine risicogroep, maar in enige mate van de gehele populatie; en dat het een probleem is dat gedurende het gehele leven een rol kan spelen. Cariës als controleerbare ziekte Fluoride, vooral in de vorm van gefluorideerde tandpasta, heeft een grote rol gespeeld in de afname van de cariësprevalentie. In het onderzoek van Backer-Dirks in de jaren zestig van de vorige eeuw rees het vermoeden dat later in vele laboratorium -en klinische onderzoeken werd bevestigd, namelijk dat cariëslaesies niet noodzakelijkerwijs voortschrijden maar ook, zeker gedeeltelijk, kunnen herstellen en in elk geval tot stilstand kunnen komen. Er is niet alleen sprake van demineralisatie van tandweefsel, ook remineralisatie is mogelijk. De beschikbaarheid van fluoride tijdens de zuuraanval in de plaque is hierbij van groot belang. Dit heeft geleid tot een volledig nieuwe benadering van het cariësproces als een ziekte. Het cariësproces is een interactie tussen de plaque en het tandweefsel aan en onder het tandoppervlak. Cariës is een ziekte waarbij sprake is van een disbalans tussen de- en remineralisatie en die resulteert in een netto demineralisatie van gebitselementen. De cariëslaesie is een manifestatie van dit proces op een bepaald tijdstip. Het vermogen tot volledig remineraliseren van bestaande laesies is helaas beperkt. Als het cariësproces stopt, bijvoorbeeld door betere plaqueverwijdering, het veranderen van eetgedrag of het beschikbaar komen van fluoride, zal de laesie niet verder groeien. Laesies in ieder stadium van progressie kunnen bij de juiste omstandigheden tot stilstand komen. Dit geldt zelfs voorgecaviteerde dentinelaesies. Echter, alleen de zeer vroege laesies zijn waarschijnlijk geheel remineraliseerbaar. Waarneembare cariëslaesies in een gebit kunnen dus het gevolg zijn van een ziekteproces dat al lang is gestopt. Dat maakt cariësdiagnostiek een lastige zaak. Cariës als multifactoriële ziekte Het zou aantrekkelijk zijn als cariës een ziekte was met een enkele oorzakelijke factor. Men is in de verleiding gekomen om besmetting met Streptococcus mutans als dé oorzaak van cariës te zien, en daarmee de bestrijding van deze bacterie als de oplossing van het probleem te beschouwen. Steeds duidelijker wordt echter dat veel méérbacteriën geassocieerd zijn met cariës en dat er veeleer sprake is van een normale plaque die onder bepaalde omstandigheden pathogeen kan worden. Die omstandigheden houden dan bijvoorbeeld in het veelvuldig bereiken van een lage ph, door fermentatie van koolhydraten. Dat bevoordeelt dıé bacteriën die goed tegen een zuur milieu kunnen. Zo treedt er selectie op van zuurproducerende en zuurresistente bacteriën, waarvan S. mutans er een is (Marsh, 1994). Zo leidt veelvuldig gebruik van suiker tot een cariogene plaque, maar een hoog suikergebruik leidt niet zonder meer tot cariës. Veel factoren hebben een modificerende invloed op de relatie tussen suikergebruik en cariës, zoals fluoridegebruik, speekselvloed en samenstelling, plaqueverwijdering, andere voedingscomponenten dan suiker, enzovoort. Het vaststellen van risicofactoren die een oorzakelijk verband hebben met cariës, en risico-indicatoren (anders dan cariëslaesies) die wel een verband hebben met cariës maar geen direct oorzakelijk verband (tabel B1.1), leidt dan ook niet tot een betrouwbare inschatting van cariësactiviteit of -risico. Tabel B1.1 Risicofactoren en -indicatoren van cariës. Risicofactoren grote hoeveelheid plaque. frequente suikerinname hoge speekseltellingen van Streptococcus mutans and Lactobacillen. lage speekselvloed.lage buffercapaciteit speeksel fluoridevrije tandpasta Risico-indicatoren nieuwe laesies lage SES (sociaal-economische status) stress gingivitis (chronisch) gebruik medicijnen Gevolgen voor de cariësdiagnostiek De veranderingen in de prevalentie en progressie van cariës hebben tot gevolg dat cariësdiagnostiek niet beperkt kan worden tot de kindertijd, maar gedurende het hele leven moet worden voortgezet. De laatste tijd lijkt het nog wel eens of de tandarts, als een jonge patiënt op 12-of 14-jarige leeftijd nog geen zichtbare cariëslaesies heeft, ervan uitgaat dat deze ook de rest van zijn leven cariësvrij blijft. Dit is echter zeer onwaarschijnlijk.
3 De behandelbaarheid van de ziekte cariës heeft tot gevolg dat restauratie slechts gezien mag worden als een uiterste noodgreep, maar dat de echte curatieve ofwel genezende behandeling bestaat uit primaire en secundaire preventie. Om cariës effectief te kunnen behandelen en de schade die de ziekte aanricht te beperken, is het gewenst cariëslaesies in een vroeg stadium te detecteren. De gewenste vroegdiagnostiek is zeker niet eenvoudiger, omdat dergelijke kleine laesies vaak moeilijk waarneembaar zijn. Hiermee is ook de vraag om ondersteunende diagnostische technieken sterk gegroeid. Maar dat is niet het enige probleem. Het hebben van cariëslaesies betekent immers niet dat het cariësproces ook actief is. Het ontstaan van nieuwe laesies óf laesieprogressie is de enige echte maat voor cariësactiviteit, voor de diagnose cariës. Het detecteren van nieuwe laesies is dus op zichzelf al een vaststellen van cariësactiviteit. Daarnaast zou een gedetecteerde laesie informatie moeten blijven opleveren omtrent activiteit van het proces, door de progressie ervan te monitoren: is de laesie groter en/of dieper geworden in de afgelopen tijd? Hiervoor is het dus nodig dat we verschillende stadia in de laesieprogressie kunnen onderscheiden of meten. Moeten wachten op een tweede meting na enige tijd om progressie te kunnen vaststellen is niet aantrekkelijk of eenvoudig. De wens bestaat dus om ook in éénoogopslag te zien of een laesie actief is. Er worden momenteel veel pogingen ondernomen om dergelijke activiteitsinschattingen via de uiterlijke kenmerken van de laesie of via bepaalde meetmethoden voor klinisch gebruik te ontwikkelen. Helaas is er nog weinig bekend over de validiteit van de methoden. De veelheid van factoren in het cariësproces maakt dat diagnostiek via waarneming van risicofactoren weinig betrouwbaar is. Dat betekent dat de belangrijkste factor in de cariësdiagnostiek toch de beoordeling van de laesies blijft. Echte voorspelling van cariës, op een moment dat nog geen laesies detecteerbaar zijn (vooral bij jonge kinderen dus), is echter aangewezen op risicofactoren en - indicatoren. Daarnaast zijn risicofactoren zeker van belang in de keuze van preventieve maatregelen. Op het moment dat bij een patiënt cariës wordt geconstateerd, is het zeker van belang in te schatten welke combinatie van factoren tot dit resultaat heeft geleid, om zo tot een individueel preventieplan te kunnen komen. Casus explosieve cariës In 2003 verscheen in de kliniek een 18-jarige vrouw voor consult en behandeling. Zij was verwezen door haar huistandarts in verband met explosieve cariësontwikkeling zonder duidelijke oorzaak. De praktijk was onlangs overgenomen door een nieuwe tandarts, die bij Inge (fictieve naam) nieuwe bitewings maakte en veel caviteiten constateerde. Inge schrok hier enorm van en tijdens de vervolgafspraken, voornamelijk voor het restaureren van diepe cariëslaesies, werd geen duidelijke oorzaak voor het probleem gevonden. Inge had vroeger altijd wel gaatjes, maar de laatste tijd ging het juist prima. Ze had weinig vullingen in haar blijvende gebit. Ten tijde van dit consult waren de meeste caviteiten al gerestaureerd, en werd een uitgebreide anamnese afgenomen. Hieruit bleken geen duidelijke risicofactoren: ze had op de lagere school fluoridespoelingen gehad, en poetsinstructie bij de orthodontist. Ze poetste ten minste tweemaal per dag met fluoridetandpasta, met een elektrische borstel. Het voedingspatroon dat uit de 24-uurs anamnese naar voren kwam, gaf wellicht aanleiding tot verhoogd risico: tussendoortjes (koekjes en chocola) en ook 's avonds frisdrank/sapjes. De verwijzende tandarts had oude bitewings meegegeven. Hierop is duidelijk zichtbaar dat enkele cariëslaesies al in 1999 waarneembaar waren (afb. B1.1a en afb. B1.1b), en dat in 2001 al progressie van laesies zichtbaar was (afb. B1.2a en afb. B1.2b). De bitewings van 2003 ziet u in afb. B1.3a en B1.3b. Het nadere onderzoek van de voeding door middel van het voedingsdagboekje leverde nauwelijks een verhoogd risico op: (suikerhoudende) zoetmomenten 7 per dag. Bij het bespreken van dit dagboekje werd echter wel duidelijk dat Inge in het verleden wel degelijk veel frequenter suiker binnenkreeg. De oude bitewings laten zien dat er geen sprake was van een cariësexplosie, maar eerder van het missen door de tandarts van een actief cariësproces in de afgelopen zes jaren. In combinatie met het matige risicoprofiel van dit moment leidt dit tot de conclusie dat als de gecaviteerde laesies zijn gerestaureerd, de kans op tot stilstand komen van het cariësproces groot is.
4 Afb. B1.1a Bitewing rechts Afb. B1.1b Bitewing links 1999.
5 Afb. B1.2a Bitewing rechts Afb. B1.2b Bitewing links 2001.
6 Afb. B1.3a Bitewing rechts Afb. B1.3b Bitewing links Cariës: risicoschatting en voorspelling Bij de hierboven beschreven visie op cariës en cariësdiagnostiek treedt een vermenging op van diagnostiek met risicoschatting en voorspelling. In de traditionele opvatting betroffen risicoschatting en voorspelling immers het inschatten van het risico op de ontwikkeling van nieuwe caviteiten, of het voorspellen van het optreden van nieuwe caviteiten. Op het moment dat cariës als ziekte wordt gedefinieerd, en progressie van laesies als het kenmerk daarvan, wordt een diagnose cariës eigenlijk gelijk aan een voorspelling dat er, bij gelijkblijvende omstandigheden, nieuwe caviteiten zullen ontstaan. Maar als we ervan uitgaan dat cariës een ziekte is die in veel verschillende graden van ernst kan optreden, die zich vertalen in verschillende progressiesnelheden, dan kan risicoschatting of voorspelling weer een aanvulling worden op de diagnose. Het maakt immers nogal wat uit of iemand één laesie per vijf jaar, of vijf laesies per jaar ontwikkelt. Naast het inschatten van de progressiesnelheid van laesies, via monitoring of anderszins beoordelen van de laesies, kan de beoordeling van risicofactoren ook een rol spelen bij de risicoschatting.
7 De laesie als basis van de cariësdiagnostiek Visuele beoordeling De meest gebruikelijke methode om cariëslaesies te detecteren is visuele inspectie. In de Verenigde Staten werd bij de visuele inspectie meestal ook een scherpe sonde gebruikt om sticky fissures en zachte glazuuroppervlakken te detecteren, maar gezien de schade die dit aan laesies kan veroorzaken wordt dit niet geadviseerd. Het moge duidelijk zijn dat we, als we progressie van laesies willen kunnen vaststellen met visuele inspectie, ten minste enkele fasen in het proces van laesieprogressie moeten kunnen benoemen en waarnemen. In de tandheelkunde kijkt men al geruime tijd naar cariëslaesies en bepaalde kenmerken daarvan zijn al lang geleden beschreven. Ofschoon beginnende en voortgeschreden laesies vaak worden onderscheiden, zijn de criteria waarop dit onderscheid wordt gemaakt lang niet altijd eenduidig beschreven. Als al gebruikgemaakt wordt van een scoresysteem voor cariësprogressie, dan is de omschrijving daarvan vaak niet meer dan: 0 = gaaf; 1 = initiële laesie; 2 = diepe glazuurlaesie; 3 = laesie tot in het dentine, enzovoort. Het ligt dan maar aan degene die kijkt hoe de scores worden toegekend, aan de plaats waar hij/zij is opgeleid, aan de patiëntenpopulatie die hij/zij voornamelijk heeft gezien en dergelijke. Visuele inspectie van cariëslaesies is gebaseerd op het waarnemen van optische veranderingen in het tandweefsel. Deze veranderingen betreffen vooral het oppervlak van het weefsel, maar door de translucentie van het glazuur kunnen ook diepere processen waarneembaar zijn. Door deze optische veranderingen systematisch te relateren aan de progressiediepte van de laesie, kan een objectiever scoresysteem voor laesiedetectie worden opgesteld. Twee van dergelijke systemen worden verderop toegelicht. Het vooruitstrevende van de genoemde geformaliseerde systemen is dat visuele inspectie serieus genomen wordt als diagnostisch systeem, dat geprobeerd wordt objectieve criteria te formuleren die validatie mogelijk maken, en dat de niet-gecaviteerde laesies nadrukkelijk zijn meegenomen. Men hoopt daarmee meer greep op laesieprogressie te krijgen. Visuele inspectie heeft de reputatie een erg insensitieve maar wel specifieke methode te zijn: weliswaar scoor je zelden een vlak als carieus terwijl er geen laesie is, maar heel veel bestaande laesies worden gemist. Dat gold vooral voorzover het laesies tot in het dentine betrof. Voor de vroege (glazuur)laesies heeft visuele inspectie het eigenlijk nooit zo slecht gedaan, met sensitiviteit in vitro tot wel 90 procent. Nu we meer geïnteresseerd raken in de vroege laesies, wordt visuele inspectie met de geformaliseerde scoringssystemen dus opnieuw een reële optie. Een enigszins objectief en universeel toepasbaar scoresysteem voor visuele cariësdetectie vereist een nauwkeurige en systematische beschrijving van de visuele criteria en vervolgens een validatie ten opzichte van werkelijke laesiedieptes, bijvoorbeeld door de methode toe te passen in onderzoek met geëxtraheerde tanden die daarna worden doorgeslepen om laesiediepte vast te stellen. De afgelopen jaren zijn twee van deze geformaliseerde systemen voor visuele beoordeling van cariëslaesies beschreven en initieel gevalideerd. De eerste methode is beschreven door Ekstrand en anderen (1997) en is in eerste instantie ontwikkeld om de diepte te schatten van occlusale laesies. Allereerst werd het uiterlijk van occlusale vlakken van geëxtraheerde elementen zeer nauwkeurig beschreven, wat leidde tot een indeling in elf categorieën, die een hoge correlatie vertoonde met histologische laesiediepte. Het bleek dus zeer goed mogelijk om aan de hand van specifieke uiterlijke kenmerken de diepte van een occlusale laesie in te schatten. Klinisch was een systeem met elf categorieën niet werkbaar, dus werd het aantal teruggebracht tot vijf(afb. B1.4). De correlatie van de scores met laesiediepte bleek ongeveer 0,75 in klinisch onderzoek. Dat is een correlatie die niet perfect is, maar wel tot de hoogste in de cariësdiagnostiek behoort.
8 Afb. B1.4 Een illustratie van het visuele scoresysteem van Ekstrand, Ricketts en Kidd. Nyvad en medewerkers (1999) introduceerden een systeem voor visuele laesiebeoordeling dat in eerste instantie gericht was op het vaststellen van de activiteit van laesies(tabel B1.2). De methode bleek redelijk reproduceerbaar en toepasbaar. Dit systeem bevat tevens een onderverdeling van de activiteitscategorieën in dieptescores, terwijl aan het systeem van Ekstrand en medewerkers ook een activiteitsparameter werd toegevoegd (score 1a en 2a in afb. B1.4). Een vergelijking laat zien dat de beide systemen daarmee erg op elkaar zijn gaan lijken. Overigens is het interessant te zien dat in dit laatste systeem een duidelijke rol is weggelegd voor tactiele detectie met de sonde. Het betreft hier echter geen prikkende beweging,zoals die in de Amerikaanse methode werd geïnstrueerd, maar een voorzichtig aftasten van de laesie. Hiervoor wordt dan ook een stompe sonde gebruikt, voornamelijk in zijdelingse bewegingen. Tabel B1.2 Beschrijving van het visuele scoresysteem voor cariëslaesies (Nyvad et. al., 1999). n.b. scores voor secundaire cariëslaesies zijn buiten beschouwing gelaten. Score categorie beschrijving 0 gaaf Normale glazuurtranslucentie en oppervlaktekenmerken (lichte verkleuring in overigens gave fissuur toegestaan). 1 actief Glazuur is wit/geel opaak en dof; oppervlak voelt ruw (met sondepunt voorzichtig strijken); gewoonlijk plaque op oppervlak. Geen klinisch detecteerbaar verlies van weefsel. Gladde vlakken: meestal dicht bij gingivarand. Fissuur/pit: intacte morfologie, laesie in de wanden van de fissuur. 2 actief Dezelfde criteria als 1. Bovendien lokaal glazuurdefect (microcaviteit).
9 Score categorie beschrijving Geen ondermijning of zachte caviteitsbodem detecteerbaar met sonde. 3 actief Duidelijke glazuur/dentinecaviteit, caviteitsoppervlak voelt zacht of leerachtig bij voorzichtig sonderen. Er kan sprake zijn van betrokkenheid pulpa. 4 inactief Glazuur is wit, bruin of zwart; oppervlak kan glanzend zijn en voelt glad en hard (met sondepunt voorzichtig strijken). Geen klinisch detecteerbaar verlies van weefsel. Gladde vlakken: meestal op enige afstand van gingivarand. 5 inactief Dezelfde criteria als 4. Bovendien lokaal glazuurdefect (microcaviteit). Geen ondermijning of zachte caviteitsbodem detecteerbaar met sonde. 6 inactief Duidelijke glazuur/dentinecaviteit, caviteitsoppervlak kan glanzend zijn en voelt hard bij voorzichtig sonderen. Geen pulpabetrokkenheid. Aan een dergelijke nauwkeurige visuele beoordeling zijn enkele voorwaarden verbonden: scherpe ogen, goede verlichting en schone tandoppervlakken. Het proces van drogen maakt integraal onderdeel uit van het beoordelingssysteem, en men dient dus met een vochtig oppervlak te starten. De kwestie van schone, plaquevrije oppervlakken heeft helaas twee kanten. Ofschoon er geen goede beoordeling van de laesie mogelijk is als er plaque aanwezig is, is kennis over de aanwezigheid van plaque op de laesie juist belangrijk voor de inschatting van de activiteit van de laesie: een plaquebedekte laesie heeft meer kans actief te zijn. Als u dus inspecteert nadat iemand anders voor u het gebit heeft gereinigd, mist u wellicht vitale informatie. Over de validiteit van de activiteitsinschatting is helaas nog zeer weinig te zeggen. Ofschoon het waarschijnlijk bewust of onbewust veel wordt toegepast, is er nog nauwelijks onderzoek naar verricht. Om een score van activiteit te valideren, moet je klinisch onderzoek doen en enige tijd nadat de score is toegekend kijken of inderdaad laesieprogressie is opgetreden. Hierover is alleen een studie bekend van het systeem van Nyvad. Daarbij is gekeken hoeveel actieve en hoeveel niet actieve niet-gecaviteerde laesies na drie jaar waren voortgeschreden tot een caviteit of restauratie. De kans daarop bleek voor een actieve laesie slechts 1,24 maal zo groot als voor een inactieve laesie in een controlegroep zonder preventie, en zelfs gelijk in een groep kinderen die onder supervisie poetsten met fluoridetandpasta (Nyvad et al., 2003). Het is dus nog allerminst duidelijk dat een activiteitsscore valide is. Wortelcariëslaesies zijn in principe'normale cariëslaesies, met als onderscheid dat glazuur hier niet aanwezig is en we direct te maken hebben met dentinecariës (wortelcement is meestal een verwaarloosbare factor). Detectie van een wortelcariëslaesie berust vaak op kleurveranderingen en cavitatie. Het inschatten van de diepte ervan is erg moeilijk (merk op dat daarvoor geen criteria zijn genoemd in de scoresystemen) en misschien krijgt inschatting van activiteit juist daarom hier veel aandacht. Het scoresysteem van Nyvad en medewerkers kan enigszins worden toegepast op wortellaesies, voorzover het dentine kenmerken beschrijft. Het verbaast wellicht dat bij de criteria voor de activiteit van dentinecariës niet de kleur van het oppervlak staat vermeld. Veelal wordt gedacht dat donkerbruine of zwarte laesies tot stilstand zijn gekomen. Voor glazuur is dat een redelijke veronderstelling. Kleur is bij dentine (en dus de wortel) echter een onbetrouwbaar criterium voor activiteit. Beter is het te kijken naar de glans, gladheid en hardheid van het oppervlak,en dus voorzichtig de sonde te gebruiken bij de inspectie (afb.b1.5).omdat onderzoek heeft uitgewezen dat wortellaesies kunnen worden gestopt door goede plaqueverwijdering met fluoridetandpasta en eventueel extra fluorideapplicatie, en omdat restauratie van wortellaesies zeer lastig is, is een preventief beleid dus in de meeste gevallen geïndiceerd.
10 Afb. B1.5 Illustratie van wortelcariëslaesies. Afgaan op de kleur van laesies kan verraderlijk zijn. De buccale laesies in het worteldentine ter hoogte van de glazuur-cementgrens waren leerachtig zacht, ondanks de zwarte kleur van de meeste laesies. Hier is overigens voor restauratie gekozen, ondanks verwacht succes van preventieve behandeling, vanwege redenen van esthetiek. Preventie blijft echter noodzakelijk om hernieuwde, secundaire laesies te voorkomen. Bitewings Behalve visuele inspectie is beoordeling van bitewings een veel gebruikte cariësdiagnostische methode, aanvullend op visuele inspectie doordat het vooral toepasbaar is voor laesies in approximale vlakken die visueel wat minder toegankelijk zijn. Daarnaast levert de röntgenopname belangrijke aanwijzingen omtrent de diepte van occlusale en approximale cariëslaesies. Het schatten van de diepte van een radiolucentie op een röntgenopname is ook iets eenvoudiger dan het interpreteren van kleur, glans of ruwheid van een laesie. Bij de indicatie van bitewings wordt binnen de kliniek van de Disciplinegroep Tandheelkunde en Mondhygiëne in Groningen de volgende richtlijn gebruikt. hoog risico alle leeftijden 1 jaar interval matig risico alle leeftijden 2 jaar interval laag risico 25 jaar 3 jaar interval laag risico > 25 jaar 4 jaar interval Risicocriteria recente cariësprogressie (nieuwe laesies of laesieprogressie) risicofactoren (volgt fluoride basisadvies niet, risicovol voedingspatroon, orthodontische behandeling, lage speekselvloed, medisch gecompromitteerd, enz.) Bij beoordeling van cariëslaesies op röntgenopnamen wordt bijna altijd een scoringssysteem gehanteerd dat is gebaseerd op de waargenomen diepte van de radiolucentie: 0 geen radiolucentie; 1 radiolucentie in buitenste helft van het glazuur; 2 radiolucentie in binnenste helft van het glazuur; 3 radiolucentie in buitenste helft dentine; 4 radiolucentie in binnenste helft dentine (afb. B1.6). Soms wordt de diepte in dentine in drie scores verdeeld. Die derde score kan worden gebruikt als hulp bijde indicatie van operatief ingrijpen. Laesies die juist in het dentine zichtbaar zijn op de röntgenfoto, zijn in veel gevallen nog niet gecaviteerd en daarmee nog gevoelig voor preventieve behandeling en tot stilstand te brengen. Als de laesie dieper in het dentine is doorgedrongen (bijv. dieper dan een derde van de afstand tot de pulpa), is de kans op cavitatie groter en zou operatief ingrijpen geïndiceerd zijn. Echter, hierbij moet altijd het individuele en lokale cariësrisico worden meegewogen. Helaas valt de gemeten correlatie van de röntgenscore met histologische laesiediepte nog steeds tegen: ongeveer 0,7. De drempelwaarde voor verloren gegaan mineraal waarboven een radiolucentie zichtbaar is, is bovendien vrij hoog, zodat röntgenopnamen bijvoorbeeld voor detectie van kleine glazuurlaesies vrijwel onbruikbaar worden geacht. Verder is het op een enkele röntgenfoto niet mogelijk om cariësprogressie vast te stellen, tenzij met zekerheid kan worden gesteld dat een bepaald vlak voordien gaaf was en nu een laesie vertoont. De afbeelding van de diepte van de laesie maakt monitoring van progressie wel mogelijk, en röntgen-opnamen zijn hiervoor momenteel het beste
11 instrument. Door de beperkingen van de techniek en van ons menselijke waarnemingsvermogen blijft het monitoren echter een vrij grof en foutengevoelig instrument. Ook hier groeit de behoefte aan nauwkeurigere, kwantitatieve en objectieve meetmethoden. Afb. B1.6 Voorbeeld van bitewing met zichtbare stadia van laesieprogressie (N.B.Ingeval van twijfel wordt de lagere score toegekend) 1 geen laesie zichtbaar. Bijvoorbeeld 44 mesiaal 2 laesie in de buitenste helft van het glazuur. Bijvoorbeeld 16 mesiaal 3 laesie in de binnenste helft van het glazuur tot maximaal glazuur-dentinegrens, bijvoorbeeld 15 mesiaal 4 laesie in de buitenste helft van het dentine. Bijvoorbeeld 45 distaal 5 laesie in de binnenste helft van het dentine. Bijvoorbeeld 14 distaal Nieuwe, kwantitatieve detectiemethoden De grote belofte van digitale radiologie voor een verbetering van de cariësdiagnostiek is het evalueren van bitewings met behulp van beeldbewerkingssoftware. Momenteel is dat nog steeds gebaseerd op een visuele evaluatie door de behandelaar, maar de computer zelf kan een objectiever en gevoeliger meetinstrument zijn. Er bestaat bijvoorbeeld inmiddels een kansberekeningsprogramma dat de diepte van een laesie inschat (Logicon Caries Detector TM, Logicon Inc. USA). Helaas lijkt het niet reproduceerbaar te zijn en is de validiteit van de inschatting afhankelijk van de prevalentie binnen de populatie waarin het wordt toegepast. Vooral veelbelovend is subtractie van twee opnamen om progressie te kunnen waarnemen. Dit is inmiddels zodanig ontwikkeld dat het is toegepast in klinische studies, maar voor de algemene praktijk is nog geen bruikbaar en gevalideerd systeem beschikbaar. Onlangs is een apparaat op de markt gebracht dat via laserfluorescentie occlusale cariëslaesies meet : de DIAGNOdent (KaVo, Duitsland). Het apparaat maakt gebruik van de nabij-infrarode fluorescentie (golflengte > 680 nm) die optreedt als cariëslaesies worden belicht met rood laserlicht (golflengte +658 nm), en die veel hoger is dan bij belichting van gaaf tandweefsel. De hoeveelheid fluorescentielicht die door de lichtsonde wordt ontvangen, wordt vertaald naar een score tussen 0 en 100. De fluorescentie wordt waarschijnlijk vooral veroorzaakt door bacterieproducten (porfyrines). In termen van diagnostische waarde, vooral voor dentinelaesies, scoort de DIAGNOdent in onderzoeken redelijk hoog met een sensitiviteit tussen 0,7 en 0,9, en specificiteit tussen 0,7 en 1,0. Ook wordt als een van de voordelen van de methode gezien de uitstekende reproduceerbaarheid van de meting (Lussi et al., 2001). Dit is een belangrijke voorwaarde voor monitoring. Echter, inmiddels is duidelijk dat deze reproduceerbaarheid sterk afhankelijk is van het apparaat, de lichttip, zeer frequente calibratie en gelijke meetomstandigheden. De relatie tussen de aanwezigheid van bacterieproducten en cariëslaesieprogressie (demineralisatie) is niet duidelijk. De correlatie van de DIAGNOdent-metingen met laesiediepte is dan ook nog een punt van discussie. Enkele studies rapporteren een hoge correlatie van rond de 0,8. Maar dat de correlatie voor laesies in het dentine slecht is, is duidelijk. Detectie van activiteit van een laesie lijkt voorlopig ook niet mogelijk. Integendeel, verkleuringen (die kunnen duiden op stilstand) leiden tot meer fout-positieve resultaten (Cortes et al., 2003), net zoals de aanwezigheid van plaque en tandsteen. Daarbij komt ook nog dat de variatie in DIAGNOdentwaarden bij een gegeven laesiestadium erg groot is. Kortom, voor detectie van cariëslaesieprogressie lijkt dit instrument ongeschikt. Waarschijnlijk is op het moment van verschijnen van deze bijdrage een nieuwe kwantitatieve methode voor cariësdiagnostiek op de markt gekomen, vooralsnog bekend onder de naam Quantitative Light-induced Fluorescence (QLF: Inspektor Research Systems, Amsterdam). Deze methode is bedacht
12 in Zweden en verder ontwikkeld in Nederland, en inmiddels een geaccepteerde methode in wetenschappelijk onderzoek (De Josselin de Jong et al., 1995). De fluorescentie waarvan in dit geval gebruik wordt gemaakt, is de natuurlijke fluorescentie van tandweefsel bij blootstelling aan licht met een golflengte van 488 nm (blauw licht). De tand fluoresceert dan in het gele gebied (golflengte > 520 nm). Op het moment dat een cariëslaesie wordt belicht, wordt deze zichtbaar als een donkere vlek in het geel oplichtende tandoppervlak. Deze fluorescentieafname is waarschijnlijk het gevolg van toegenomen lichtverstrooiing in de laesie. Omdat deze methode gebruikmaakt van digitale beelden van de oppervlakken, kunnen parameters als afmeting en totaal en maximaal fluorescentieverlies van de laesie worden berekend. Fluorescentieverlies bleek zeer goed gecorreleerd te zijn met mineraalverlies van kleine laesies. Vanwege de benodigde bereikbaarheid van het oppervlak voor afbeelding is de methode aanvankelijk alleen voor gladde vlakken, vooral buccaal, ontwikkeld. Inmiddels is ook de toepassing voor occlusale laesies gevalideerd. Een belangrijke beperking van deze methode is echter de geringe doordringbaarheid van tandweefsel voor zichtbaar licht, waardoor een maximale diepte van ongeveer 0,5 mm wordt bereikt. De methode kan dus alleen bij vroege glazuurlaesies worden toegepast. Vanwege de goede reproduceerbaarheid en hoge gevoeligheid van QLF is monitoring van dergelijke laesies wel bij uitstek mogelijk. Tot slot Concluderend kan gesteld worden dat cariësdiagnostiek van een statische tot een dynamische vaardigheid is geworden, de dynamiek in het cariësproces zelf reflecterend. Dit vraagt van de practicus een lange termijn instelling. Gelukkig zijn de traditionele hulpmiddelen die ons ter beschikking staan (visuele inspectie en röntgenopnamen), mits op de juiste manier toegepast, geschikt om in een dergelijke benadering te functioneren. Betere, kwantitatieve en objectieve methoden moeten nog breed beschikbaar komen. Het is daarbij nog niet te verwachten dat zij de traditionele methoden overbodig zullen maken. Eerder zullen zij deze gaan aanvullen. Samenvatting Cariësdiagnostiek is méér dan het constateren van caviteiten die gerestaureerd moeten worden. Cariës is een ziekte, veroorzaakt door een disbalans in het orale milieu in relatie tot het tandweefsel, die voorkomen en tot stilstand gebracht kan worden door cariësmanagement. De diagnostiek van deze ziekte is in hoge mate afhankelijk van de vroege detectie van cariësactiviteit. Dat betekent het vroeg waarnemen van nieuwe laesies of progressie van bestaande laesies. De belangrijkste middelen die hiervoor ter beschikking van de tandarts staan zijn visuele inspectie en röntgenopnamen. Twee onlangs beschreven methoden van visuele beoordeling van cariëslaesies zijn hier besproken. Ze leggen de nadruk op de inschatting van zowel de progressie van het proces (diepte van de laesie) alsook de activiteit van het proces (de waarschijnlijkheid dat recentelijk mineraalverlies is opgetreden). Deze visuele scoresystemen verdienen een bredere toepassing in de algemene praktijk. Ook de vroege detectie en monitoring van laesies op bitewings is een belangrijke ondersteuning van cariësdiagnostiek. Helaas zijn goede kwantitatieve methoden, zoals röntgensubtractie om laesieprogressie vast te stellen, nog niet beschikbaar voor de algemene praktijk. Literatuur 1. Cortes DF, Ellwood RP, Ekstrand KR. An in vitro comparison of a combined FO-TI/visual examination of occlusal cariëswithother cariës diagnostic methods and the effect of stain on their diagnostic performance. Caries Res 2003;37: De Josselin de Jong E, Sundström F, Westerling H, Tranaeus S, Ten Bosch JJ, Ang-mar-Mansson B. A new method for in vivo quantification of mineral loss in enamel with laser fluorescence. Caries Res 1995;29: Ekstrand KR, Ricketts DNJ, Kidd EAM. Reproducibility and accuracy of three methods for assessment of demineralisation depth on the ooclusal surface: an in vitro examination. Caries Res 1997;31: Kidd EAM, Mejare I, Nyvad B. Clinical and radiographic diagnosis. In: O Fejerskov, E Kidd (eds). Dental Caries. The disease and its management. Kopenhagen: Blackwell Munksgaard, Lussi A, Megert B, Longbottom C, Reich E, Francescut P. Clinical performance of a laser fluorescence device for detection of occlusal cariëslesions.eur JOral Sci 2001;109: Marsh PD. Microbial ecology of dental plaque and its significance in health and disease. Adv Dent Res 1994;8: Mejare I, Kallestal C, Stenlund H, Johansson H. Caries development from 11 to 22 years of age: a prospective radiographic study. Prevalence and distribution. Caries Res 1998; 32: Nyvad B, Machiulskiene V, Baelum V. Construct and predictive validity of clinical cariës diagnostic criteria assessing lesion activity. J Dent Res 2003;82:
13 9. Nyvad B, Machiulskiene V, Baelum V. Reliability of new cariës diagnostic system differentiating between active and inactive cariës lesions. Caries Res 1999;33: Een volledige literatuurlijst van deze bijdrage kan worden opgevraagd bij de auteur. Copyright 2005, Bohn Stafleu van Loghum, Houten
Cariësdiagnostiek: de laesie staat centraal
Huysmans e.a.: Cariësdiagnostiek M.C.D.N.J.M. Huysmans 1 E.H. Verdonschot 2 J.P. van Amerongen 3 Cariësdiagnostiek: de laesie staat centraal Samenvatting Trefwoorden: Cariologie Cariësdiagnostiek Uit 1
Stappenplan Gewoon Gaaf 4-12 jaar
Stappenplan Gewoon Gaaf 4-12 jaar Vooraf De preventiemethode Gewoon Gaaf legt de nadruk op het stimuleren van goede zelfzorg bij de (ouder van de) patiënt van 0-18 jaar. Gewoon Gaaf begint bij de doorbraak
Lasers in de tandheelkunde 2
Oorspronkelijke bijdragen Serie: Lasers in de tandheelkunde E.H. Verdonschot 1 M.H. van der Veen 2 Lasers in de tandheelkunde 2 Cariësdiagnostiek met lasers Samenvatting Trefwoorden: Laser Cariësdiagnostiek
Vroegdiagnostiek van cariës
A.J.P. van Strijp Vroegdiagnostiek van cariës kennistoets q-keurmerk redactie ntvt Een vroegtijdige detectie van carieuze laesies stelt een mondzorgverlener in staat in te spelen op het verloop van de
Vroegdiagnostiek van cariës
Klinische vraag Vroegdiagnostiek van cariës Samenvatting In deze bijdrage wordt aandacht besteed aan de detectie en vroegdiagnostiek van carieuze laesies. Behalve aan traditionele detectiemethoden zal
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-18 jaar
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-18 jaar Vooraf De preventiemethode Gewoon Gaaf legt de nadruk op het stimuleren van goede zelfzorg bij de (ouder van de) patiënt van 0-18 jaar. Gewoon Gaaf begint bij de doorbraak
Diagnostiek van occlusale cariëslaesies met behulp van laserfluorescentiemetingen
Oorspronkelijke bijdragen Naphausen e.a.: Lasermetingen bij occlusale cariëslaesies Diagnostiek van occlusale cariëslaesies met behulp van laserfluorescentiemetingen M.T.P. Naphausen M. Riemersma E.H.
Als basis volgt u het PMO-protocol en het Advies Cariëspreventie van het Ivoren Kruis.
Als basis volgt u het PMO-protocol en het Advies Cariëspreventie van het Ivoren Kruis. 1 Stappenplan Gewoon Gaaf 12-18 jaar Als basis volgt u het PMO-protocol en het Advies Cariëspreventie van het Ivoren
Cariësmanagement. Thema: Kindertandheelkunde en cariës. Inleiding. Biofilm: de sleutel in cariësetiologie
M.C.M. van Gemert-Schriks, J.P. van Amerongen Cariësmanagement kennistoets q-keurmerk redactie ntvt Binnen de tandheelkunde lijkt een duidelijke verschuiving zichtbaar van invasieve naar non-invasieve
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-4 jaar. Als basis volgt u het PMO-protocol en het Advies Cariëspreventie van het Ivoren Kruis.
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-4 jaar Als basis volgt u het PMO-protocol en het Advies Cariëspreventie van het Ivoren Kruis. 2 Toelichting bij het stappenplan Gewoon Gaaf 0-4 jaar Begin bij de doorbraak van
Onderzoeksmethoden in de tandheelkunde 6 Methoden om de progressie van cariëslaesies in vivo en in vitro te onderzoeken
Onderzoeksmethoden in de tandheelkunde 6 Methoden om de progressie van cariëslaesies in vivo en in vitro te onderzoeken Bron: NTVT december 2004; 111: 471-476 Auteurs: M.C.D.N.J.M. Huysmans, R.Z. Thomas
Individuele preventie voor een gaaf gebit. Voor kinderen van 0-18 jaar
Individuele preventie voor een gaaf gebit Voor kinderen van 0-18 jaar Vanaf eerste tand Individuele cariëspreventie Samenspel ouder, kind en mondzorgverlener Beloning: een gaaf gebit Individuele Preventie
Stappenplan Gewoon Gaaf jaar
Stappenplan Gewoon Gaaf 12-18 jaar Vooraf De preventiemethode Gewoon Gaaf legt de nadruk op het stimuleren van goede zelfzorg bij de (ouder van de) patiënt van 0-18 jaar. Gewoon Gaaf begint bij de doorbraak
Samenvatting. Richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen
Samenvatting Richtlijn Mondzorg voor Jeugdigen Initiatief: Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde Wetenschappelijke verantwoording: Nederlandse Vereniging voor Kindertandheelkunde (NVvK)
Stappenplan Gewoon Gaaf jaar
Stappenplan Gewoon Gaaf 12-18 jaar Vooraf De preventiemethode Gewoon Gaaf legt de nadruk op het stimuleren van goede zelfzorg bij de (ouder van de) patiënt van 0-18 jaar. Gewoon Gaaf begint bij de doorbraak
Meer succes in uw praktijk en meer omzet met de DIAGNOcam.
Praktijkadvies Gebruikerservaringen Deel 1: Drie succesvolle gebruiksmogelijkheden van de DIAGNOcam in uw praktijk. Meer succes in uw praktijk en meer omzet met de DIAGNOcam. Drie succesvolle gebruiksmogelijkheden
Knobbelvervangende composietrestauraties bij endodontisch behandelde elementen
Knobbelvervangende composietrestauraties bij endodontisch behandelde elementen Willem Fennis and Cees Kreulen Keywords Composiet Esthetiek Knobbelvervangende restauratie Natriumperboraat Vezelversterking
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-4 jaar. Als basis volgt u het PMO-protocol en het Advies Cariëspreventie van het Ivoren Kruis.
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-4 jaar Als basis volgt u het PMO-protocol en het Advies Cariëspreventie van het Ivoren Kruis. 2 Toelichting bij het stappenplan Gewoon Gaaf 0-4 jaar Begin bij de doorbraak van
Onderzoeksmethoden in de. Tandheelkunde en. Methoden om de progressie van cariëslaesies in vivo en in vitro te onderzoeken. Oorspronkelijke bijdragen
Oorspronkelijke bijdragen Huysmans en Thomas: Progressie van cariëslaesie onderzoeken Onderzoeksmethoden in de tandheelkunde 6 M.C.D.N.J.M. Huysmans R.Z. Thomas Methoden om de progressie van cariëslaesies
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-4 jaar
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-4 jaar Vooraf De preventiemethode Gewoon Gaaf legt de nadruk op het stimuleren van goede zelfzorg bij de (ouder van de) patiënt van 0-18 jaar. Gewoon Gaaf begint bij de doorbraak
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-4 jaar
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-4 jaar Vooraf De preventiemethode Gewoon Gaaf legt de nadruk op het stimuleren van goede zelfzorg bij de (ouder van de) patiënt van 0-18 jaar. Gewoon Gaaf begint bij de doorbraak
Gewoon Gaaf. Individuele preventie voor een gaaf gebit
Gewoon Gaaf Individuele preventie voor een gaaf gebit Wil jij ook een gaaf gebit voor je kind? En dat je kind met een gezonde mond opgroeit? De Gewoon Gaaf-methode voor kinderen van 0-18 jaar bij je tandarts
Dutch Periodontal Screening Index - DPSI. Categorie B Index 3 Negatief = zonder recessies boven de diepste pocket
Dutch Periodontal Screening Index - DPSI Categorie A Index 0, 1, 2 Categorie B Index 3 Negatief = zonder recessies boven de diepste pocket Categorie C Index 3 Positief = met recessies boven de diepste
De historische ontwikkelingen in de mondverzorging worden in Hoofdstuk 1. beschreven. Ondanks dat tandenpoetsen en het gebruik van tandpasta en
SAMENVATTING 109 De historische ontwikkelingen in de mondverzorging worden in Hoofdstuk 1 beschreven. Ondanks dat tandenpoetsen en het gebruik van tandpasta en mondspoelmiddelen al eeuwen een bekend gebruik
Chapter 10. Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland
Claw Health in Dairy Cows in the Netherlands Chapter 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 - Chapter 10 - Klauwgezondheid bij melkkoeien in Nederland Subtitel: Epidemiologische aspecten van verschillende klauwaandoeningen
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-18 jaar
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-18 jaar Vooraf De preventiemethode Gewoon Gaaf legt de nadruk op het stimuleren van goede zelfzorg bij de (ouder van de) patiënt van 0-18 jaar. Gewoon Gaaf begint bij de doorbraak
Nexø aan de Noordzee NOCTP en de rol van de Nederlandse mondhygiënist
Nexø aan de Noordzee NOCTP en de rol van de Nederlandse mondhygiënist Erik Vermaire, tandarts-onderzoeker Lustrumsymposium Mondzorgkunde Hogeschool Utrecht, 4 oktober 2013 Achtergrond - RCT uitgevoerd
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-18 jaar
Stappenplan Gewoon Gaaf 0-18 jaar Vooraf De preventiemethode Gewoon Gaaf legt de nadruk op het stimuleren van goede zelfzorg bij de (ouder van de) patiënt van 0-18 jaar. Gewoon Gaaf begint bij de doorbraak
hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5
SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de
The Outcome of Root-Canal Treatments Assessed by Cone-Beam Computed Tomography Y. Liang
The Outcome of Root-Canal Treatments Assessed by Cone-Beam Computed Tomography Y. Liang Samenvatting en Conclusies In dit onderzoek zijn zowel in-vivo als ex-vivo methoden gebruikt om de resultaten van
Nederlandse Samenvatting
Nederlandse Samenvatting Het aantal mensen met een gestoorde nierfunctie is de afgelopen decennia sterk toegenomen. Dit betekent dat er steeds meer mensen moeten dialyseren of een niertransplantatie moeten
Zonder recessie geen tandhalsgevoeligheid
Zonder recessie geen tandhalsgevoeligheid Schelte Fokkema kenmerken en prevalentie etiologie en risicofactoren diagnose en klinisch management primaire en secundaire preventie curatie Terminologie tandhalsgevoeligheid
MONDHYGIËNISTEN. Antonius Deusinglaan 1, 9713 AV Groningen
MONDHYGIËNISTEN 1. Cursus Sealen Eén hele dag en een halve dag Kosten: 495,=, inclusief lunch en materialen Doelgroep: Tandartsassistenten en mondhygiënisten Data: Voorjaar 2009 Lokatie: Docenten: Inhoud:
De niet-restauratieve cariësbehandeling
Modern cariësmanagement in restauratief perspectief De niet-restauratieve cariësbehandeling Samenvatting In de tandheelkundige literatuur wordt steeds meer geschreven over non-invasieve strategieën als
Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een diagnostische test of screeningsinstrument.
Formulier voor het beoordelen van de kwaliteit van een artikel over een diagnostische test of screeningsinstrument. Behorend bij: Evidence-based logopedie, hoofdstuk 3. Toelichting bij de criteria voor
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting Sinds enkele decennia is de acute zorg voor brandwondenpatiënten verbeterd, hetgeen heeft geresulteerd in een reductie van de mortaliteit na verbranding, met name van patiënten
Een ongeluk zit in een klein hoekje
restauratieve tandheelkunde - door Marco Gresnigt, tandarts Een ongeluk zit in een klein hoekje Er gebeuren heel wat ongelukken in de zomer. In Drenthe (waar ik woon) zijn trampolines erg geliefd onder
Tips voor een gezonde lach
Tips voor een gezonde lach Gezonde tanden, een leven lang Door dagelijks een paar minuten aandacht aan uw tanden te besteden, kunt u veel winst behalen. Onderzoek toont aan dat mondgezondheid ook van
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting Plaque, of orale biofilm, kan worden gedefinieerd als een complexe microbiële samenleving. In een gezonde mond draagt de zogenaamde residente orale microflora bij aan de algemene
FYSIOTHERAPIE en het behandelen van patiënten met SCHOUDERKLACHTEN. Januari 2014, blok 3, Gerard Koel.
FYSIOTHERAPIE en het behandelen van patiënten met SCHOUDERKLACHTEN. Januari 2014, blok 3, Gerard Koel. INHOUD : 1. Enige statistische begrippen omtrent studies naar diagnostische middelen. 2. Diagnostische
Mondgezondheidsrapport
Mondgezondheidsrapport sensibiliseringproject Glimlachen.be 2014 Effectevaluatie van een 4-jaar longitudinaal sensibiliseringproject in scholen in Vlaanderen Samenvatting J Vanobbergen Glimlachen - Souriez
Tandheelkunde. Inspectie en palpatie van de mondholte
Tandheelkunde Inspectie en palpatie van de mondholte Inspectie en palpatie van de mondholte Inleiding Dieren met gebitsaandoeningen komen vaak voor in de dierenartsenpraktijk. Vaak zijn de eigenaren hier
Infectie bij een implantaat
Infectie bij een implantaat Patiënteninformatie 1. Wat is het? U heeft een implantaat gekregen. Sommige mensen krijgen een ontsteking in de mond rondom dit implantaat. De oorzaken en gevolgen worden in
Samenvatting (Summary in Dutch)
Samenvatting (Summary in Dutch) Zowel beleidsmakers en zorgverleners als het algemene publiek zijn zich meer en meer bewust van de essentiële rol van kwaliteitsmeting en - verbetering in het verlenen van
Bleken. Bleken. De kleur van uw tanden
Bleken Bleken Een wit en stralend gebit. Wie wil dat niet? Mooie witte tanden zijn populair en het aanbod om ze te krijgen is enorm. De reclames beloven hagelwitte tanden, vaak zelfs binnen een uur. Tanden
NEDERLANDSE SAMENVATTING
NEDERLANDSE SAMENVATTING Analyse van chromosomale afwijkingen in gastrointestinale tumoren In het ontstaan van kanker spelen vele moleculaire processen een rol. Deze processen worden in gang gezet door
Elektrisch poetsen. Tandenpoetsen is de basis voor een goede mondhygiëne
Elektrisch poetsen Tandenpoetsen is de basis voor een goede mondhygiëne Met een goede mondhygiëne houdt u tanden, kiezen en tandvlees gezond. Tandenpoetsen vormt hiervoor de basis. Maar goed tandenpoetsen
Patiëntfolder. Eenvoudige tips voor een gezonde lach
Patiëntfolder Eenvoudige tips voor een gezonde lach 2 Gezonde tanden, een leven lang Door dagelijks een paar minuten aandacht aan uw tanden te besteden, kunt u veel winst behalen. Wist u dat een frisse,
tandglazuur kroon tandvlees zenuwholte wortel kaakbot bloedvat en zenuw r tandbeen
Een wit en stralend gebit. Wie wil dat niet? Mooie witte tanden zijn populair en het aanbod om ze te krijgen is enorm. De reclames beloven hagelwitte tanden, vaak zelfs binnen een uur. Tanden wit maken
Één Bulk-Fill Composiet - Twee Viscositeiten
Één Bulk-Fill Composiet - Twee Viscositeiten Praktisch, snel en betrouwbaar Incrementele plaatsing is de methode bij uitstek om de krimpspanning, ontwikkeld door conventionele composietmaterialen, te compenseren.
Summery. Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers
ummery amenvatting Effectiviteit van een interventieprogramma op arm-, schouder- en nekklachten bij beeldschermwerkers 207 Algemene introductie Werkgerelateerde arm-, schouder- en nekklachten zijn al eeuwen
samenvatting 127 Samenvatting
127 Samenvatting 128 129 De ziekte van Bechterew, in het Latijn: Spondylitis Ankylopoëtica (SA), is een chronische, inflammatoire reumatische aandoening die zich vooral manifesteert in de onderrug en wervelkolom.
Zoom! 1 uur whitening. Professioneel Whitening Systeem. witste glimlach... na slechts. één bezoek aan de praktijk
Zoom! 1 uur whitening Zoom! 1 uur whitening Professioneel Whitening Systeem uw witste glimlach... na slechts één bezoek aan de praktijk Wilt u Zoomen!? Het Zoom! whitening systeem voor aan de stoel is
Samenvatting. Een complex beeld
Samenvatting Een complex beeld Vroeg herkende lymeziekte na een tekenbeet is goed te behandelen met antibiotica. Het beeld wordt echter complexer als de symptomen minder duidelijk zijn of als de patiënt
SAMENVATTING. Samenvatting
Samenvatting SAMENVATTING PSYCHOMETRISCHE EIGENSCHAPPEN VAN ADL- EN WERK- GERELATEERDE MEETINSTRUMENTEN VOOR HET METEN VAN BEPERKINGEN BIJ PATIËNTEN MET CHRONISCHE LAGE RUGPIJN. Chronische lage rugpijn
Proefopstelling in de mond
DE PATIËNT ALS GIDS Proefopstelling in de mond Mooi is een subjectief begrip. Over smaak valt immers niet te twisten! Maar waar het gaat om een esthetisch doel in de tandheelkunde is het wel heel aanbevelenswaard
NEDERLANDSE SAMENVATTING DUTCH SUMMARY
NEDERLANDSE SAMENVATTING DUTCH SUMMARY Introductie De ziekte van Parkinson werd als eerste beschreven door James Parkinson in 1817. Inmiddels is er veel onderzoek gedaan naar de ziekte van Parkinson, maar
Samenvatting (summary in Dutch)
Samenvatting (summary in Dutch) 149 Samenvatting (summary in Dutch) Één van de meest voorkomende en slopende ziektes is depressie. De impact op het dagelijks functioneren en op de samenleving is enorm,
Injecteerbare, hybride composiet in twee viscositeiten
Injecteerbare, hybride composiet in twee viscositeiten Voor universeel gebruik met bioactieve werking Beautifil Flow Plus X is een belastbare vulcomposiet van de nieuwste generatie en geschikt voor gebruik
Red Fluorescent Dental Plaque C.M.C. Volgenant
Red Fluorescent Dental Plaque C.M.C. Volgenant Nederlandse samenvatting Dit proefschrift beschrijft onderzoek naar rood fluorescerende tandplaque (RFP) en de mogelijkheden om dit fenomeen toe te passen
Validatiedossier van een IHC onderzoeksmethode HER2 -
Validatiedossier van een IHC onderzoeksmethode HER2 - K Zwaenepoel, klinisch wetenschappelijk medewerker, dienst pathologie, UZ Antwerpen 17 NOV 2018 HER2 IHC klinisch belang HER2 IHC als (pre)screen voor
Samenvatting (Dutch summary)
De SMOKE studie Achtergrond Chronisch obstructief longlijden, ook wel Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) genoemd, word gezien als een wereldwijd gezondheidsprobleem. Ten gevolge van onder andere
FYSIOTHERAPIE en het behandelen van patiënten met SCHOUDERKLACHTEN. Januari 2015, blok 3, Gerard Koel.
FYSIOTHERAPIE en het behandelen van patiënten met SCHOUDERKLACHTEN. Januari 2015, blok 3, Gerard Koel. INHOUD : 1. Enige statistische begrippen omtrent studies naar diagnostische middelen. 2. Diagnostische
Cariës: diagnostiek, monitoren en begeleiden naar goed mondzorggedrag. Een heroriëntatie.
W.H. van Palenstein Helderman, J.P. van Amerongen, D. Bittermann, A.J.P. van Strijp, W.E. van Amerongen Cariës: diagnostiek, monitoren en begeleiden naar goed mondzorggedrag. Een heroriëntatie. Cariës
Bio Impedantie Spectroscopie. Medisch Centrum Zuid (Oedeem) fysiotherapie 2013
Bio Impedantie Spectroscopie Medisch Centrum Zuid (Oedeem) fysiotherapie 2013 Lymf oedeem Verminder het risico dankzij vroege ontdekking en behandeling. Lymfoedeem Lymfoedeem ontstaat wanneer de lymflast
Wisselen: van melkgebit naar blijvend gebit. Blijvend gebit vervangt melkgebit
Wisselen: van melkgebit naar blijvend gebit Blijvend gebit vervangt melkgebit De meeste kinderen wisselen hun tanden vanaf hun zesde jaar. De wisselperiode is een heel belangrijke fase in de ontwikkeling
NEDERLANDSE SAMENVATTING
NEDERLANDSE SAMENVATTING Nederlandse samenvatting Wereldwijd zijn er miljoenen mensen met diabetes mellitus, hetgeen resulteert in aanzienlijke morbiditeit en mortaliteit. Bekende oogheelkundige complicaties
Java Project on Periodontal Disease. Periodontal Condition in Relation to Vitamin C, Systemic Conditions and Tooth Loss Amaliya
Java Project on Periodontal Disease. Periodontal Condition in Relation to Vitamin C, Systemic Conditions and Tooth Loss Amaliya Samenvatting en conclusie In vele studies is een verband aangetoond tussen
NEDERLANDSE SAMENVATTING
NEDERLANDSE SAMENVATTING Moleculaire analyse van sputum voor de diagnostiek van longkanker Motivering van dit proefschrift Longkanker kent de hoogste mortaliteit van alle kankers. Dit komt doordat de ziekte
Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG)
Patient reported Outcomes in Cognitive Impairement (PROCOG) Bowman, L. (2006) "Validation of a New Symptom Impact Questionnaire for Mild to Moderate Cognitive Impairment." Meetinstrument Patient-reported
Diagnostiek en het gebruik van meetinstrumenten
4. Diagnostiek en het gebruik van meetinstrumenten 4.1. VRAAGSTELLINGEN Voor dit hoofdstuk heeft de werkgroep gezocht naar antwoord op de volgende uitgangsvragen: Met behulp van welke instrumenten kan
SANDWICHSCHOLING COPD Goede COPD zorg: resultaat van goede samenwerking 28 juni Scharnierconsult. Uitgangspunt
SANDWICHSCHOLING COPD Goede COPD zorg: resultaat van goede samenwerking 28 juni 2012 Scharnierconsult, ziektelast en persoonlijk behandelplan Marion Teunissen en Rudy Bakker Werkgroep COPD Synchroon Scharnierconsult
NEDERLANDSE SAMENVATTING (DUTCH SUMMARY)
NEDERLANDE AMENVATTING (DUTCH UMMARY) 189 Nederlandse amenvatting (Dutch ummary) trekking van proefschrift Patiënten met een chronische gewrichtsontsteking, waaronder reumatoïde artritis (RA), de ziekte
De granulometer. Is de granulometer een effectief meetinstrument voor wond heling van patiënten? Iris van Rijnbach
De granulometer Is de granulometer een effectief meetinstrument voor wond heling van patiënten? Iris van Rijnbach Voorblad Naam: Iris van Rijnbach Studentnummer: 500642240 Groep_LV14-4AGZ5 Opleiding: hbo-verpleegkunde
Chapter 10 Achtergrond en samenvatting
Chapter 10 95 Chapter 10 Achtergrond en samenvatting 10.1 ACHTERGROND VAN HET ONDERZOEK In de westerse wereld is de rol van het individu belangrijk. Mensen willen zelfstandig en onafhankelijk zijn en zich
Wisselen: van melkgebit naar blijvend gebit
Wisselen: van melkgebit naar blijvend gebit Blijvend gebit vervangt melkgebit De meeste kinderen wisselen hun tanden vanaf hun 6 e jaar. De wisselperiode is een heel belangrijke fase in de ontwikkeling
23-1-2014. Classificeren en meten. Overzicht van de officiële definities van de meter sinds 1795. Raymond Ostelo, PhD. Klinimetrie
Raymond Ostelo, PhD Professor of Evidence-Based Physiotherapy Dept. Health Sciences EMGO+ Institute for Health and Care Research VU University Amsterdam, the Netherlands [email protected] 1 Classificeren
Hoofdstuk 2: Preprocedurele serum waarden van acute-fase reagentia en de prognose na percutane coronaire interventie
Samenvatting 111 CHAPTER 10 Ondanks verbeteringen in de techniek van percutane coronaire interventie (PCI), blijft restenose een belangrijk probleem. De reactie van de vaatwand op beschadiging speelt een
samenvatting Peri-implantaire infecties vormen een risico voor de overleving en het succes op lange termijn van tandheelkundige implantaten. Infectie beperkt tot de peri-implantaire mucosa wordt peri-implantaire
NEDERLANDSE SAMENVATTING. Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting 121 Dit proefschrift beschrijft een onderzoek naar nieuwe biomarkers voor het beter classificeren van rectumtumoren. Hoofdstuk 1 betreft een algemene inleiding. Rectum- of endeldarmkanker
De ziekte van Alzheimer. Diagnose
De ziekte van Alzheimer Bij dementie is er sprake van een globale achteruitgang van de cognitieve functies, zoals het geheugen of de taalfuncties. Deze achteruitgang leidt tot functionele beperkingen in
Oral Health Assessment Tool
Oral Health Assessment Tool (OHAT) Chalmers JM., King PL., Spencer AJ., Wright FAC., Carter KD. (2005) The Oral Health Assessment Tool Validity and Reliability Meetinstrument Afkorting Auteur Onderwerp
DIAGNOSTIEK. Hans Reitsma, arts-epidemioloog Afd. Klinische Epidemiologie, Biostatistiek & Bioinformatica Academisch Medisch Centrum
DIAGNOSTIEK Hans Reitsma, arts-epidemioloog Afd. Klinische Epidemiologie, Biostatistiek & Bioinformatica Academisch Medisch Centrum Test Evaluatie Meer aandacht voor de evaluatie van testen Snelle groei
Chapter 9. Nederlandse Samenvatting
Chapter 9 Nederlandse Samenvatting Summary and Nederlandse samenvatting SAMENVATTING Baarmoederhalskanker is de vierde meest voorkomende kanker bij vrouwen wereldwijd. Deze ziekte wordt gedurende een periode
Demineralisatie/remineralisatie: een update
Demineralisatie/remineralisatie: een update Mark E. Jensen, MSc, DDS, PhD Gereviseerd door RV Faller, Procter & Gamble Co., Mason, OH, V.S. Continuous Education Studie-uren: 3 uur Deze permanente cursus
Huizinga MM, Elasy TA, Wallston KA, Cavanaugh K, Davis D, Gregory RP, Fuchs L, Malone R, Cherrington A, DeWalt D, Buse J, Pignone M, Rothman RL (2008)
The Diabetes Numeracy Test (DNT) Huizinga MM, Elasy TA, Wallston KA, Cavanaugh K, Davis D, Gregory RP, Fuchs L, Malone R, Cherrington A, DeWalt D, Buse J, Pignone M, Rothman RL (2008) Development and validation
Kan ik tijdens de bleekbehandeling alles eten en drinken? Welk resultaat zal het bleken opleveren? Bleken
Bleken Bleken Bleek uw tanden altijd onder begeleiding van uw tandarts of mondhygiënist Een wit en stralend gebit. Wie wil dat niet? Mooie witte tanden zijn populair en het aanbod om ze te krijgen is enorm.
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
168 Samenvatting 169 HOOFDSTUK 1: INLEIDING Bij circa 13.5% van de ouderen komen depressieve klachten voor. Met de term depressieve klachten worden klachten bedoeld die klinisch relevant zijn, maar niet
KPR Peri-implantaire infecties SAMENVATTING
KPR Peri-implantaire infecties SAMENVATTING In de klinische praktijkrichtlijn Peri-implantaire infecties komen de volgende onderwerpen aan de orde: 1. Preventie van peri-implantaire infecties 2. Diagnostiek
opgesteld die in de volgende hoofdstukken worden beantwoord.
SAMENVATTING Introductie In dit proefschrift wordt volhoudtijd van mantelzorgers geïntroduceerd als een nieuw concept in de zorg voor mensen met dementie. De introductie in Hoofdstuk 1 wordt gestart met
Standaard Mondgezondheid Stand van zaken. Roos Leroy VWVJ referatendag 7 december 2007
Standaard Mondgezondheid Stand van zaken Roos Leroy VWVJ referatendag 7 december 2007 Standaard Mondgezondheid DE NORMALE ONTWIKKELING EN ANATOMIE VAN MOND & GEBIT PATHOLOGIE VAN DE MOND BIJ KINDEREN EN
Visual Analogue Scale for Fatigue (VAS-F)
Visual Analogue Scale for Fatigue (VAS-F) Lee KA, Hicks G, Nino-Murcia G. (1991) Validity and reliability of a scale to assess fatigue. Meetinstrument Visual Analogue Scale for Fatigue (parfois Lee Fatigue
Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen
SAMENVATTING Aandachtsklachten en aandachtsstoornissen worden geobserveerd in verschillende volwassen klinische populaties, waaronder ook de Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD). Ook al wordt
Optimalisatie van de eerste klinische studies in bi ondere patie ntengroepen: op weg naar gebruik van semifysiologische
Nederlandse samenvatting Optimalisatie van de eerste klinische studies in bi ondere patie ntengroepen: op weg naar gebruik van semifysiologische farmacokinetische modellen Algemene inleiding Klinisch onderzoek
hand tips & adviezen voor een gezonde mond
hand tips & adviezen voor een gezonde mond Het belang van een gezond gebit Niet iedereen heeft even veel kans op een gaatje. Soms blijkt het best heel lastig om het (melk)gebit gezond te houden. Maar zelfs
Les cinq mots (5W) Meetinstrument Les cinq mots Afkorting. Beoordeling van de cognitieve functies
Les cinq mots (5W) Dubois, B., Touchon, J., Portet, F., Ousset, P. J., Vellas, B., and Michel, B. 9-11- (2002) "["The 5 Words": a Simple and Sensitive Test for the Diagnosis of Alzheimer's Disease]." Meetinstrument
