G-600 Arranger Workstation

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "G-600 Arranger Workstation"

Transcriptie

1 R G-600 Arranger Workstation Aan de slag Bedankt voor uw aanschaf van het Roland G-600 Arranger Workstation. Sinds de introductie van de Intelligent Keyboard-serie is de naam Roland snel synoniem geworden voor de best klinkende en vooral de meest muzikale keyboards op de markt. De G-600 is de jongste telg uit de befaamde G-serie Arranger Workstations. Hij doet zijn stamboom duidelijk eer aan door alles te bieden wat een artiest (zowel professioneel als amateur) kan wensen, op het podium, in de studio, of thuis. Deze handleiding bestaat uit twee delen. In het eerste deel leren we u in een mum van tijd hoe u de G-600 moet aansluiten, inschakelen en gebruiken. Dit deel leest u best eens helemaal door nadat u de G-600 hebt uitgepakt. In het tweede deel ( Referentie ) vindt u een gedetailleerd overzicht van alle functies en parameters. Het is niet de bedoeling dat u dit deel meteen van a tot z leest. Het lijkt ons eerder aangewezen dat u de aanwezige informatie aanspreekt op het moment dat u ze nodig hebt. Opmerking: Aan het eind van deze handleiding vindt u een alfabetische index, die u kan helpen om een bepaald onderwerp snel te vinden. Opmerking: Om verwarring te vermijden refereren we in deze handleiding naar alle bedieningstoetsen als knoppen. Het woord toetsen kunnen we op die manier reserveren voor de klaviertoetsen van de G

2 G-600 Handleiding Voornaamste kenmerken van uw G hoge-definitie Music Styles Aan boord van de G-600 bevinden zich 128 hogedefinitie Music Styles (begeleidingen), waarmee u zowat ieder denkbaar muzikaal genre aankunt. Iedere Style biedt vier arrangementen (Basic, Advanced, Original en Variation), twee Intro s, twee Endings en nog een aantal componenten. U begrijpt dat de 128 Styles dus een veelvoud van 128 begeleidingspatronen kunnen genereren. User Style-geheugens die na het uitschakelen bewaard blijven In het RAM-geheugen van de G-600 passen 8 User Styles. Die kunt u zelf programmeren, of u kunt ze van bestaande MSA-, MSD- en MSE-diskettes halen (bibliotheken van dit soort diskettes worden aangeboden door Roland en andere merken). Bij het tot stand brengen van uw eigen User Styles kunt u met een volledig schone lei beginnen, maar soms is het ook een goed idee om te vertrekken van een bestaande Style en deze te wijzigen tot hij aan uw wensen beantwoord. Het resultaat kunt u zoals gezegd opslaan in de interne User Style geheugens of op diskette (als er geen User Style-geheugens meer vrij zijn). De inhoud van de User Style-geheugens blijft trouwens bewaard nadat u de G-600 uitschakelt. 192 Performance-geheugens Ook deze geheugens spelen een rol bij het personaliseren van User Styles. Een Performance-geheugen onthoudt namelijk alle instellingen die u met de knoppen op het frontpaneel hebt gemaakt. In het interne geheugen kunt u 192 sets van die instellingen kwijt. Blijkt dat nog niet voldoende, dan kunt u de Performance-geheugens naar een diskette kopiëren. Dat levert u de vrijheid op om de interne geheugens met nieuwe instellingen te overschrijven. De originele instellingen kunt u desgewenst opnieuw laden van zo n diskette. U kunt een Style totaal anders laten klinken door andere instrumenten aan de verschillende partijen van het arrangement (bas, drums, akkoorden enz.) toe te wijzen. Als u geen tijd of zin hebt om de partijen zelf aan te passen of opnieuw in te spelen is het wijzigen van de instrumenten wellicht de meest aangewezen manier om een Style te naar uw hand te zetten. De instrumentkeuze kunt u opslaan in één van de 192 Performance-geheugens. Bijzonder intelligent De intelligentie van de G-600 schuilt hem in het feit dat hij zijn begeleidingen aanpast aan de akkoorden die u speelt. Het leuke is dat de G-600 hierbij heel wat sneller reageert dan zijn soortgenoten. Om u een idee te geven: de G-600 verslikt zich niet als u op iedere achtste noot in een maat een ander akkoord speelt. Om de Arranger een majeurakkoord te laten weergeven volstaat het bovendien dat u de grondnoot van dat akkoord speelt. Voor complexere akkoorden zijn twee of drie noten doorgaans voldoende. We noemen dit Chord Intelligence. Verbeterde akkoordherkenning De akkoordherkenning is gewoonweg voorbeeldig. Laat maar komen die gealtereerde subdominanten en verminderde ( dim ) overgangsakkoorden, de Arranger herkent ze! Drie modes U kunt de begeleidingen van uw G-600 op drie manieren aansturen. We spreken in dit verband van drie modes : Standard, Intelligent of Piano Style. In de Standard mode werkt de akkoordherkenning zoals u van het gemiddelde keyboard-met-begeleidingen gewend bent: u speelt een akkoord in de linkerhand en de begeleiding past zich aan. In de Intelligent mode hoeft u slechts één, twee of drie (voor erg complexe akkoorden) toetsen in te drukken om een akkoord te spelen. De Piano Style mode zal vooral mensen met een meer pianistieke achtergrond bevallen. Dynamic Arranger Een interessante mogelijkheid die uw begeleidingen het nodige leven in kan blazen is de Dynamic Arranger. In die mode reageert het volume van bepaalde Parts namelijk op de kracht waarmee u de klaviertoetsen aanslaat. Door uw aanslag in de linkerhand te variëren wordt het dus mogelijk de speldynamiek van een levend orkest te benaderen. Music Styles met een hoge resolutie Alle Music Styles werden geprogrammeerd met een resolutie van 120CPT/ en voorzien van modulatie en Pitch Bend om het geheel wat minder steriel te laten klinken. 689 klanken van topkwaliteit De kwaliteit van de 689 klanken (waaronder 35 Variations uit de JV-serie) staat buiten kijf, want in hun stamboom treffen we Rolands professionele synthesizers en samplers aan. De klankverzameling blinkt trouwens uit door haar veelzijdigheid: het maakt niet uit wat voor muziek u speelt, de G-600 biedt altijd wel een geschikte klank Klanken wijzigen Als u tussen het voorgeprogrammeerde aanbod toch niet precies uw gading vindt, blijft er natuurlijk de voor Roland kenmerkende mogelijkheid om klanken (of Tones, zoals we ze bij Roland noemen) te wij- 2

3 zigen. Dat gebeurt door de weergaveparameters van de Part, waaraan een Tone is toegewezen, aan te passen. De parameterinstellingen kunt u opslaan in één van de 192 Performance-geheugens, samen met instellingen voor de Arranger enz. 3 effecten en een tweebands Equalizer Om het klankbeeld van uw arrangementen nog wat meer professionele finesse mee te geven kunt u gebruik maken van de ingebouwde Chorus-, Reverben Delay-effecten en de tweebands Equalizer. 64-stemmig polyfoon, 16-Parts multitimbraal De klankbron van uw G-600 is 64-stemmig polyfoon (met dynamische stemmentoewijzing). Zelfs de drukste arrangementen brengen de G-600 niet in ademnood. Als MIDI-klankmodule kan de G MIDI-Parts tegelijk weergeven, wat goed nieuws is als u graag veel instrumenten tegelijk gebruikt. 61-noten klavier met gewogen synthesizer-actie Het klavier van de G-600 is lichtjes gewogen, zodat het een ideaal compromis vormt tussen een zwaar pianoklavier en een licht synthesizerklavier. Drie klavierzones plus een Arranger-zone U kunt het klavier splitsen in drie zones waar u normale partijen kunt spelen. Los daarvan kunt u nog een zone vastleggen waarmee u de Arranger aanstuurt. De zones Upper 1/2 en Lower/M.Bass kunnen elkaar trouwens ook overlappen. Vijf Realtime Parts Zelfs tijdens het gebruik van de Arranger kunt u twee solo-parts (Upper 1 en Upper 2), een linkerhandpartij (Lower) en een baspartij (M.Bass) spelen. Met de vijfde Realtime-Part (Manual Drums) kunt u een reeks slagwerkgeluiden over het klavier verdelen. De Realtime-Parts blijven actief tijdens de weergave van Standard MIDI Files of Roland i -muziek, zodat u naar hartelust met deze muziek kunt meespelen. De Upper 2 Part kunt u in de Layer-, Split- of Melody Intelligence-mode gebruiken. Dit laatste is een duur woord dat staat voor de tweede stemmen die de Arranger automatisch aan uw melodieën toevoegt, op basis van de akkoorden die u met de linkerhand speelt. Intuïtieve bediening Het grote 240 x 64 pixel display houdt u op de hoogte van wat er zich in de G-600 afspeelt en geeft ook uitsluitsel over de functies die u met de functieknoppen kunt bedienen. Met functieknoppen bedoelen we de dubbele rij knoppen onder het display. Naar gelang de display-pagina waar u zich bevindt dienen deze knoppen respectievelijk om het volume, panorama, Chorus/Reverb/Delay-volume in te stellen, om Tones en Styles te kiezen of om parameterwaarden te wijzigen. Een aantal van de genoemde functies hebben natuurlijk ook een eigen knop op het frontpaneel van de G-600. Multitasking Uw G-600 kan meerdere taken tegelijk volbrengen. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om een diskette te formateren of vol te schrijven terwijl u op het klavier speelt of parameters wijzigt. Chord Sequencer De Chord Sequencer kan akkoordenreeksen onthouden. De bedoeling is dat u de akkoordenreeks van een song van tevoren, stap voor stap, in de Chord Sequencer programmeert. Als u die akkoordenreeks weergeeft, kunt u zich dus volledig concentreren op de melodie, het aanwezige publiek, De Chord Sequencer onthoudt trouwens niet enkel de akkoorden, maar ook het starten van overgangen, wisselen van begeleidingspatroon enz. MIDI File Player/Recorder De geavanceerde Chord Sequencer en de MIDI File Player/Recorder geven uw G-600 genoeg flexibiliteit om professioneel klinkende opnames te maken. In goede Roland-traditie kunt u alles opnemen wat de Arranger weergeeft en dit als een Standard MIDI File (SMF) gebruiken in gelijk welke SMF-compatibele sequencer, met gelijk welke GM/GS-compatibele klankmodule, zonder dat u daarbij iets kwijtspeelt van het originele arrangement. G-600 uitpakken In de verpakking van uw G-600 zou u de volgende items moeten aantreffen. Is dat niet het geval, of merkt u dat er iets beschadigd is, neem dan contact op met de dealer waarvan u de G-600 hebt gekocht. Deze handleiding De Demo en Music Style diskettes Een metalen muziekstandaard Een stroomkabel Nuttige opties FC-7 Foot Controller Een FC-7 Foot Controller stelt u in staat om verschillende Style-functies (Fill In To Original/To Variation, Start/Stop, etc.) met uw voeten aan te sturen. Deze Controller moet u aansluiten op de FC-7- ingang op het achterpaneel van uw G

4 G-600 Handleiding Opmerking: De FC-7 werkt niet als MIDI-pedaal,. Hij zendt namelijk pulsen uit in plaats van MIDI-commando s. Probeer de FC-7 dan ook nooit te verbinden met de MIDIingang van uw G-600, of van een ander instrument. EV-5 of FV-300L zwelpedaal Met een EV-5 of BOSS FV-300L zwelpedaal (los verkrijgbaar) kunt u verschillende functies aansturen, bijvoorbeeld het totaalvolume. DP-2, DP-6 of FS-5U voetschakelaar Eén voetschakelaar hebt u waarschijnlijk sowieso nodig als demper -pedaal (om noten aan te houden, zoals op een piano). Hiervoor dient de SUS- TAIN FOOTSWITCH-ingang. Style diskettes uit de MSA, MSD en MSE serie Deze diskettes bevatten Styles die u in de 8 User Style geheugens van uw G-600 kunt laden. De MSE-serie is nieuw en werd speciaal ontworpen voor de G-600/ G-800/RA-800. Let wel: diskettes uit deze serie kunt u niet weergeven op de E-serie of RA-serie. Omgekeerd gaat wel: de G-600 leest probleemloos diskettes uit de MSA en MSD serie. Versterking Een goedklinkend instrument als de G-600 is uiteraard gebaat bij een adequate versterking. Bedenk daarbij ook dat u waarschijnlijk één kanaal nodig hebt (eventueel met effecten) om uw stem te versterken. Een klein mengtafeltje (of een gecombineerde mixer/versterker) kan u dus goede diensten bewijzen. Bezit u nog niets van die aard, dan bevelen we u een kennismaking met het Roland-aanbod op dat vlak aan. Uw dealer weet er meer over. Compatibiliteit met andere instrumenten/formaten Op dit onderwerp gaan we uitvoerig in op blz

5 Voorzorgsmaatregelen Voorzorgsmaatregelen Voeding Schakel de G-600 en de overige instrumenten altijd uit voordat u ze op elkaar aansluit. Sluit het netsnoer van de G-600 nooit aan op een stopcontact waar andere apparaten, die brom of ruis veroorzaken (b.v. dimmers, motoren enz.) of veel vermogen trekken, op zijn aangesloten. Let, bij het aansluiten van het netsnoer op het lichtnet, op het voltage. Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en zorg dat er niemand over kan struikelen. Trek, bij het verbreken van de aansluiting op het lichtnet, altijd aan de stekker zelf en nooit aan het netsnoer om de draden niet te beschadigen. Als u de G-600 lange tijd niet wenst te gebruiken, verbreekt u best de aansluiting op het lichtnet. Het zou kunnen gebeuren dat de G-600 niet naar behoren werkt wanneer u hem onmiddellijk na uitschakelen weer inschakelt. Wacht dus telkens een paar seconden voordat u hem weer inschakelt. Plaatsing Om problemen te vermijden, dient u de G-600 te beschermen tegen direct zonlicht, hitte, vochtigheid en stof. Plaats de G-600 niet te dicht in de buurt van een neonlicht, een fluorescerende lamp, een TV-toestel of ander, gelijkaardig materiaal dat enerzijds ruis door interferentie, en anderzijds allerlei fouten kan veroorzaken. Stel de G-600 niet bloot aan overmatige trillingen terwijl de disk drive werkt. Behandeling van diskettes Gebruik de drive nooit op vochtige plaatsen omdat een hoge vochtigheidsgraad de werking van de drive in de war kan brengen. Soms leidt dit zelf tot een beschadiging van de diskette. Wacht, wanneer u de G-600 van een koude plaats (bv. een auto) naar een warme brengt, ongeveer één uur voordat u de drive gebruikt. Verwijder de diskette nooit uit de drive wanneer de indicator van de drive oplicht. Haal de diskette uit de drive voordat de G-600 in- of uitschakelt. Diskettes zijn heel gevoelig voor vet en stof. Raak daarom nooit het magnetisch oppervlak aan en open nooit zelf het metalen klepje. Diskettes kunnen na verloop van tijd onleesbaar worden. Sla uw belangrijke data daarom altijd op twee verschillende floppies op en bewaar één van de twee op een veilige plaats. Stel uw floppies nooit bloot aan temperaturen beneden de 10 en boven de 50 C. Kleef altijd de bijgeleverde sticker op de daarvoor voorziene plaats en noteer er de inhoud van de floppy op om uw data zo snel mogelijk terug te kunnen vinden. Onderhoud Gebruik, voor het reinigen van het instrument, enkel een zachte, droge of lichtjes bevochtigde doek. Om hardnekkig vuil te verwijderen, gebruikt u een neutraal reinigingsmiddel. Wrijf de G-600 daarna droog met een zachte doek. Gebruik nooit oplosmiddelen zoals bv. verfverdunners want deze kunnen de behuizing beschadigen. Zodra de spanning van de batterij niet meer voldoende is, beeldt het display onderstaande prompt af: Laat de batterij dan zo snel mogelijk vervangen. Andere voorzorgsmaatregelen Behandel de G-600 zachtjes. Laat geen voorwerpen (muntstukken, metalen draad enz.) of vloeistoffen (water, alcohol, sap enz.) in het inwendige terechtkomen. Neem contact op met de dichtstbijzijnde Roland hersteldienst voordat u de G-600 in het buitenland gebruikt. Als de G-600 niet naar behoren werkt, schakel hem dan onmiddellijk uit en neem contact op met uw dealer of de Roland hersteldienst. 5

6 G-600 Handleiding Inhoud 1. Opstellen Aansluitingen Demosongs Voorzieningen op de panelen Frontpaneel Achterpaneel Bediening [F5] (Exit) Master-pagina Navigeren door de display-pagina s Functieknoppen en [SHIFT]-knop, 16 Andere knoppen, 17 Geïnverteerde vs. normale afbeelding van waarden, 17 [PAGE] - en Part Select-knoppen, Realtime-display Realtime Parts Wat zijn Parts? Realtime Parts kiezen Upper2 kiezen en stapelen, 19 Lower- en M.Bass-Part selecteren, 20 Split en splitpunt, 20 Manual Drum- Part selecteren, Tones kiezen voor de Realtime Parts Tones kiezen met de TONE-knoppen, 22 Tones kiezen met de -knoppen, Drum Sets kiezen voor de M.Drums Part Wie kiest de Tones? Tone Change Algemene opmerkingen Speelhulpen Pitch Bend en Modulatie, 25 Transponeren en octaafligging wijzigen, 26 Sustain-pedaal (Hold), 27 Zwelpedaal, 27 Master Tune, Spelen met begeleiding Arranger Arranger en Music Styles Arranger Parts, Akkoordherkenningsgebied afbakenen Arranger Chord-mode selecteren Bass Inversion en Arr Hold Music Style-functies Music Style starten, 31 Music Style stoppen, 32 Andere Style-divisie kiezen, 32 Ritmische begeleiding wijzigen tijdens het spelen, 34 Andere nuttige weergavefuncties, Music Styles selecteren Externe (User) Styles gebruiken, Style-tempo Tempo-knoppen en -indicators, 36 Tap Tempo, Music Styles naat uw hand zetten Andere Tones kiezen voor de Arranger Parts, 37 Tone Change, Werken met User Style Sets Uw eigen Style Sets compileren en opslaan, 38 User Style Sets laden, Performance-geheugens Instellingen in een Performancegeheugen opslaan Geheugenbeveiliging (Memory Protect), 41 Naam geven aan een Performance, 42 Performance opslaan, Performance-geheugens selecteren FreePnl selecteren, 43 Resume, 43 Performance-geheugen kiezen (Groep, Bank, Nummer), 43 Performance-geheugens kiezen met de [ DOWN] [UP ] knoppen, 44 Instellingen van een Performance-geheugen selectief laden, Chord Sequencer Akkoordenschema van een volledig nummer opnemen Twee Chord Sequencer modes NTA (Note To Arranger), 46 Style Change, Chord Sequences in realtime opnemen Chord Sequence weergeven Recorder (GM/GS mode) Song opnemen Diskette formateren, Vóór de opname Attentie opname Songs weergeven Nuttige weergavefuncties voor de Recorder. 51 Lyrics-functie, 51 Voor- en terugspoelen, Reset, 51 Markeerpunten: herhaling van bepaalde passages, Spelen met een Standard MIDI File-begeleiding (Minus One) Song-tempo wijzigen, 52 Parts op diskette soleren/uitschakelen, 52 Song-instellingen wijzigen, Editen Volumebalans van de Parts Groep- en busfaders, 55 Mixer-mode: volume van de bus-leden, 57 6

7 Inhoud Parts uitschakelen, 57 Panpot (stereopositie), Effecten en Equalizer Reverb, Chorus of Delay aan een Part toevoegen, 58 Effectinstellingen, 58 Equalizer, Source: uw instellingen of die van de Arranger/Song? Parts editen Part-parameters editen Modulatie (Vibrato), 61 Timbre (Filter), 61 Envelope, Nog een Source-parameter: Tone Edit Upper2-instellingen Upper2-toonhoogte: Coarse en Fine, 63 Intelligente harmonieën weergeven met Upper2, Geavanceerde functies Instellingen die verband houden met de Arranger 65 Majeur-, mineur- of dominant-begeleiding?, 65 Music Style weergave: Wrap, 65 Dynamic Arranger: aanslaggevoeligheid van de Arranger Parts, Instellingen die verband houden met de Realtime Parts Aanslaggevoeligheid en -bereik, 67 Resolutie van roffels voor de M.Drums Part, 67 Monofoon/Polyfoon, met of zonder portamento (Upper1 en Upper2), 68 Pitch Bender Range, 68 Volume bepalen met een zwelpedaal, 69 Keyboard Scale: alternatieve toonladders, Source-schakelaars Song Sets Song Set compileren, 70 Song Set weergeven, User Styles programmeren Concept Divisies, 72 Sporen, 72 Looped vs. eenmalig, Volledig nieuwe User Styles opnemen Naar de User Style-mode gaan, 74 Spoor, Mode, Type en Divisie selecteren, 74 Record-mode, 75 Toonaard (Key) specifiëren, 76 Quantiseren, 76 Tones kiezen, 77 Maatsoort, 77 Length: lengte van het patroon bepalen, 77 Tempo, 78 Opnemen, 79 Weergave houden of wissen we dit?, 79 User Styles wegschrijven naar diskette, 79 Andere Parts en divisies programmeren, 80 Parts uitschakelen terwijl u andere Parts opneemt (Status), 80 Opmerkingen, Bestaande Styles kopiëren Volledige Style-divisies kopiëren (alle sporen, verschillende divisies), 82 Individuele User Style-sporen kopiëren, User Styles editen Editen tijdens de opname, User Styles programmeren via MIDI Welke data kunt u opnemen?, 87 Aansluiten en synchroniseren, 88 Sequence voorbereiden, 88 Voorbereidingen op de G-600, 88 Opnemen, 88 Opnemen met andere stuurbronnen, Nog meer editmogelijkheden User Style Edit-mode, 89 Editen in de Micro-mode, Voorbeeld: stap voor stap opnemen (Step Time) User Style wissen MIDI Algemene informatie omtrent MIDI Wat is er nodig om MIDI-data te zenden en te ontvangen?, 95 MIDI op de G-600, MIDI-aansluitingen MIDI-data van externe instrumenten ontvangen, 96 MIDI-data naar externe instrumenten of computers zenden, MIDI-data ontvangen Ontvangstkanalen (RX), Zendkanalen (TX) en zendschakelaars Andere MIDI-parameters Zenden/ontvangen uitschakelen, 99 Local-functie, Nog andere MIDI-instellingen Rx Velo, Tx Velo, 101 Soft Thru (voor digitale piano s), MIDI-synchronisatie MIDI Sets MIDI Set opslaan, 102 MIDI Set selecteren, 103 MIDI Sets opslaan op diskette, 103 MIDI Sets laden van diskette, Huishouding Algemene opmerkingen Disk Copy (backups maken) Bestanden op diskette een andere naam geven Bestanden op diskette wissen G-600 initialiseren (Factory Setup) Compatibiliteit

8 G-600 Handleiding REFERENTIE 1. Voordat u aan de slag gaat Master-pagina Master-pagina voor de GM/GS-mode Lyrics-functie (enkel in de GM/GS-mode), Part Select-knoppen G-600 modes Volume-pagina s en Volume-mode Volume regelen Global Volume, 112 Volume-pagina in de Song-mode, Tone-pagina s en Tone-mode Tones kiezen Tones editen (Part parameters) Tone Change, 115 Tone Edit (Source-schakelaar), Mixer-mode Mixer\RTime en Mixer\Arrng pagina s Mixer\Song-pagina Mixer\Effect-pagina s Reverb-pagina, 117 Chorus-pagina, 119 Delay-pagina, 119 Equalizer-pagina, 120 Source-pagina s, Parameter-mode Parameter\Glbal\1-pagina Memory (geheugenbeveiliging aan/uit) (Global-parameter), 122 Resume (Performance Memory-parameter), 122 Cursor Character (Performance Memory-parameter), Parameter\Glbal\2-pagina Split (C3~C6) (Realtime Parts, Arranger-parameter), 123 UP2Split (C#3~C#6) (Realtime Parts), 123 Roll (Manual Drums Part), 123 Stl Change (Chord Sequencer parameter), Parameter\Glbal\3-pagina Acc Wrap: Part en Range, 123 Song Set Play, Parameter\Glbal\4-pagina Chord Family Assign (Arranger-parameter), Param\Tune\1-pagina Master Tune (415.3Hz~466.2Hz) (Global-parameter), 125 Transpose Mode (Global-parameter), 125 (Transpose) Value ( 11~ 1, 1~11) (Global-parameter), Param\Tune\2-pagina Coarse (-24~24) (Upper2 Part), 126 Fine ( 99~99) (Upper2 Part), 126 Kbd Scale, Param\Tune\3-pagina Portamento en Mode (Realtime Parts), Param\Cntrl\1-pagina (Realtime Parts) Part (UP1, UP2, LWR, MBS, MDR), 127 Sensitivity (Low, Med, High), 127 Min en Max (1~127), Param\Cntrl\2-pagina Dynamic Arranger (Arranger-parameters), 127 Melody Intell Voices (1, 2) (Arranger-parameter), Param\Cntrl\3-pagina Pitch Bender (Realtime Parts), Param\Cntrl\4-pagina: Expression Pedal..128 Part, 128 Status (Realtime Part & Arranger-parameter), 129 Up (0~127), 129 Down (0~127), Source\Tune-pagina Source-schakelaars, Source\Cntrl-pagina User Style-mode UsrStl\Rec\1-pagina s Track (1ADR, 2ABS, 3AC1, 4AC2, 5AC3, 6AC4, 7AC5, 8AC6), 130 User Style-geheugen en -naam, 130 Tempo, 130 Style-patronen kiezen, 131 Style (1~8), UsrStl\Rec\2-pagina (Record) Mode (Erase, Merge), 132 Key (C~B), 132 (Metron) Mode, 132 (Quantize) Value, UsrStl\Rec\3-pagina UsrStl\Rec\4-pagina REC/PLAY-schakelaars, 133 Express (0~127), 133 Panpot (Rnd, 0~64~127), 133 Reverb (0~127), 133 Chorus (0~127), 134 Tone/Drum Set, 134 Algemene opmerking, UsrStl\Rec\5-pagina Pitch ( 64~64), Opmerkingen i.v.m. klonen Length-pagina s TSign-pagina (maatsoort) Track Copy User Style Edit mode Edit\Erase\1-pagina, 139 Edit\Erase\2-pagina, 140 Edit\Erase\3-pagina, 140 Edit\Dlete\1-pagina, 141 Edit\Dlete\2-pagina, 141 Edit\Insrt\1-pagina, 141 Edit\Insrt\2-pagina, 142 Edit\Trnsp\1-pagina, 142 Edit\Trnsp\2-pagina, 143 Edit\Trnsp\3-pagina, 143 Edit\Velo\1-pagina, 144 Edit\Velo\2-pagina, 144 Edit\Velo\3-pagina, 145 Edit\Quant\1-pagina, 145 Edit\Quant\2-pagina, 145 Edit\GateT\1-pagina, 145 8

9 Inhoud Edit\GateT\2-pagina, 146 Edit\Shift\1-pagina, 146 Edit\Shift\2-pagina, User Style Microscope-mode Track Microscope Edit Change, 148 Erase, 149 Insert, 150 Move, 151 Copy, Style Name User Style Delete Select, All, Mark, MIDI-mode SMF, General MIDI en General Standard. 153 Standard MIDI Files, 153 GM System m GS-formaat g 8.2 MIDI-commando s op de G MIDI op uw G MIDI\RTime RX, MIDI\Arrng RX en MIDI\Song RXpagina s, 158 MIDI\RTime TX, MIDI\Arrng TX en MIDI\Song TXpagina s, 159 MIDI\NTA-pagina (Note to Arranger ontvangstkanalen), 159 Basic Channel RX- en TX-pagina s, 160 Style Channel RX- en TX-pagina s, 161 MIDI-parameters (Param), 161 MIDI Sync RX/TX, Meldingen in het display Prompts i.v.m. Recorder- of Disk-functies Meldingen i.v.m. User Style-functies Algemene meldingen Music Styles MIDI-implementatie Tone-overzicht G-600 Tone Map (Bank A & B), 179 SC-55 Tone Map (Bank C & D), 181 SC-55 Map (CM-64 Tones), 182 GM Tones, 183 GS Tones, Specificaties Disk-mode Disk Load (data van diskette laden) User Style laden/rom Style kopiëren, 165 Style Set laden, 165 Performance Set laden, 166 MIDI Set laden, 166 Chord Sequence laden, Disk Save (data opslaan op diskette) User Style opslaan, 166 Performance Set opslaan, 167 MIDI Set opslaan, 167 Chord Sequence opslaan, Rename Rename User Style, 168 Rename Music Style Set, 168 Rename Performance Set, MIDI Set, Chord Sequence, 169 Rename Music Style Set, Delete Style Set Song Set Kopieerfuncties Song Copy, 171 Disk Copy, Diskettes formateren

10 G-600 Handleiding 1. Opstellen 1.1 Aansluitingen Sluit uw G-600 en de overige componenten van uw systeem aan zoals in de onderstaande afbeelding te zien is. 6) Druk op de [PLAY /STOP ] in het Recordergedeelte. Links LINE IN Actieve luidsprekers of mengtafel INPUT Rechts Stereo-installatie 1.2 Demosongs Op de bijgeleverde demo-diskette vindt u vier Tonedemosongs en één Style-demosong die u een idee geven van de veelzijdigheid van uw G-600. Deze demosongs kunt u op de volgende manier weergeven: 1) Verbind de G-600 met uw geluidssysteem of sluit een hoofdtelefoon aan op de PHONES-uitgang. Schakel vervolgens de G-600 in. 2) Druk tegelijk op de PERFORMANCE MEMORY [ DOWN] [UP ] knoppen om het Free Pnl Performance-geheugen te kiezen. 3) Steek de demodiskette in de disk drive. 7) Stel met de [VOLUME]-regelaar een aangenaam luistervolume in. In de All Song mode geeft de G-600 alle demosongs na elkaar weer. Om de weergave te stoppen moet u op de [PLAY /STOP ] knop drukken (de weergave stopt niet automatisch!). Opmerking: Alle demosongs 1997 Roland Europe in samenwerking met Luigi Bruti en Roberto Lanciotti. Alle rechten voorbehouden. Wilt u één specifieke song beluisteren, zie dan Weergave van één bepaalde song op de diskette op blz. 50. De naam van de song die u kiest verschijnt op de onderste regel en in de rechter bovenhoek van het display. Zodra u de weergave start of met Song Select [NEXT ] een andere song kiest, activeert de G-600 de GM/GS mode en beeld het display het tempo en de maatsoort van de song af. Songtempo Maatsoort Demosong-nummer Demosong-naam 4) Wacht enkele seconden tot de G-600 de diskette in de drive herkent. 5) Zet de [VOLUME]-regelaar in de minimumstand. 8) Druk op [PLAY /STOP ] om de weergave van de demosongs te stoppen. Doe dit nu nog niet. Laat de weergave lopen terwijl u naar het volgende hoofdstuk gaat. Opmerking: De demosongs maken gebruik van de voorgeprogrammeerde Music Styles en Tones van uw G-600 maar werden opgenomen in het Standard MIDI File-formaat. Misschien hebt u nog andere diskettes met GM/GS-compatibele Standard MIDI Files. Ook die kunt u weergeven door de bovenstaande procedure vanaf stap 3 te herhalen. 10

11 Voorzieningen op de panelen Frontpaneel 2. Voorzieningen op de panelen 2.1 Frontpaneel 1) VOLUME-regelaar Hiermee bepaalt u het uitgangsvolume van de G-600. Met uitgangsvolume bedoelen we het volume waarmee het signaal aan de STEREO OUTPUT R, L/MONO-uitgangen en de PHONES-uitgang wordt geleverd. 2) RECORDER-gedeelte Met de knoppen in dit gedeelte bedient u de ingebouwde Recorder/Standard MIDI File Player. Zie Recorder (GM/ GS mode) op blz ) CHORD SEQUENCER-gedeelte Met de knoppen in dit gedeelte bedient u de ingebouwde Chord Sequencer, waarmee u het akkoordenschema van een volledige begeleiding kunt opnemen. Zie Chord Sequencer op blz ) MUSIC STYLE/MIDI SET-gedeelte Met de knoppen in dit gedeelte kiest u uiteraard Music Styles (begeleidingen) (zie Music Styles selecteren op blz. 35). Als de USER-indicator oplicht kunt u met de knoppen [1]~[8] User Styles kiezen (zie blz. 35). Als de MIDI SET-indicator oplicht kunt u met diezelfde knoppen MIDI Sets kiezen (zie MIDI Sets op blz. 102). 11

12 G-600 Handleiding 5) Display en navigatieknoppen De 240 x 64 pixels van het display beelden alle mogelijk informatie af. Met de functieknoppen rechts van het display kunt u één van de vijf afgebeelde menu-opties kiezen. Met de -knoppen kunt u steeds de waarde wijzigen van de parameter die op de onderste regel van het display wordt afgebeeld. De Part Select-knoppen ([M.DRUMS], [M.BASS], [LOWER], [UPPER2] en [UPPER1]) dienen doorgaans om de Realtime Part te kiezen waaraan u een Tone wilt toewijzen, maar sturen in bepaalde gevallen ook displayfuncties aan. 6) ARR CHORD-knop Druk op deze knop om naar de Arranger Chord parameters te gaan. 7) SHIFT-knop In een aantal modes bevat het functiemenu meer dan vijf functies. In voorkomend geval kunt u door de [SHIFT]- knop ingedrukt te houden de verborgen functies bekijken en kiezen. 8) KEYBOARD MODE-gedeelte Met de knoppen in dit gedeelte kiest u de Realtime Parts die u wilt spelen (zie Realtime Parts kiezen op blz. 19). 9) TONE/PERFORMANCE MEMORY-gedeelte Met deze knoppen kiest u Tones (klanken) voor de Realtime Part die u met de Part Select-knoppen onder het display hebt gekozen (zie blz. 17). Deze knoppen werken altijd, u kunt dus op gelijk welke display-pagina Tones kiezen. Daarnaast dienen deze knoppen ook om Performance-geheugens te kiezen (zie Performance-geheugens op blz. 41). Met de [SELECT]-knop bepaalt u of u de knoppen Tones, dan wel Performance-geheugens wilt kiezen. 12

13 Voorzieningen op de panelen Frontpaneel 10)PERFORMANCE MEMORY-gedeelte Met deze knoppen kiest u Performance-geheugens. Deze geheugens bevatten alle instellingen die u maakt met de knoppen op het frontpaneel (Keyboard Mode, Arranger-instellingen, Style-keuze tempo, enz.) en in de Volume-, Mixer- en Parameter-mode. MIDI-instellingen moet u apart opslaan in zgn. MIDI-Sets. Met de drie HOLD-knoppen kunt u de waarden van een aantal parameters vrijwaren van wijzigingen wanneer u Performance-geheugens kiest (zie Instellingen van een Performance-geheugen selectief laden op blz. 44). 11) TEMPO-knoppen Met de TEMPO [+][-]-knoppen bepaalt u het weergavetempo van de Arranger of de Recorder. 12)[TRANSPOSE], OCTAVE [UP]/[DOWN]-knoppen Met deze knoppen kunt u een andere toonaard of octaafligging kiezen (zie blz. 26). 13)ONE TOUCH-knop Met deze knop activeert u de One Touch-functie (zie blz. 34). 14)[GM/GS MODE]-knop Met deze knop schakelt u de GM/GS-mode in (de indicator licht op) of uit (de indicator dooft). De GM/GS-mode wordt automatisch gekozen als u een Recorder-song weergeeft. Zolang de GM/GS-mode actief is kunt u de Arranger niet gebruiken. 15)[BASS INVERSION]-knop Met deze knop schakelt u de Bass Inversion-mode in of uit (zie blz. 31). 16)[MELODY INTELLIGENCE]-knop Met deze knop schakelt u de Melody Intelligence (automatische tweede en derde stem) in of uit. 17) Arranger-gedeelte Met deze knoppen kiest u Music Style-patronen (Intro, Ending, Fill-In s, enz.) (zie Music Style-functies op blz. 31). Aangezien de G-600 u toelaat deze keuze tijdens het spelen te maken, hebben we deze knoppen binnen handbereik, vlak boven het klavier, geplaatst. 18)RESET/TAP TEMPO-knop Deze knop biedt u een andere manier om het weergavetempo van de Arranger of Recorder in te stellen: eerst moet u de weergave stoppen, daarna drukt u herhaaldelijk in de maat van het gewenste tempo op deze knop. Als u tijdens de weergave op deze knop drukt, keert u terug naar de eerste tel van het begeleidingspatroon. 19) BENDER/MODULATION-hendel Met deze hendel kunt u toonhoogtebuigingen of vibrato toevoegen aan de Realtime Parts (zie Pitch Bend en Modulatie op blz. 25). 20)Disk Drive De disk drive van de G-600 dient om Recorder-songs op te nemen en weer te geven of voor het bewaren en laden van User Styles, Performance-geheugens, MIDI-sets en Chord Sequences. De drive leest zowel 2DD als 2HD diskettes. 13

14 G-600 Handleiding 2.2 Achterpaneel 21) MIDI-connectors Via deze connectors kunt u uw G-600 verbinden met andere MIDI-instrumenten (zie MIDI op blz. 95). 22)SUSTAIN FOOTSWITCH-connector Op deze ingang kunt u een (optionele) DP-2 of DP-6 aansluiten, waarmee u de noten van de Realtime Part die u speelt kunt laten doorklinken nadat u de toetsen hebt losgelaten. 23)EXPRESSION PEDAL-connector Op deze ingang kunt u een (los verkrijgbaar) EV-5 zwelpedaal aansluiten, waarmee u het volume van één of meerdere Parts tijdens het spelen aanstuurt (zie Zwelpedaal op blz. 27). 24)LCD CONTRAST-regelaar Met deze regelaar kunt u het contrast van het display aanpassen als dat moeilijk leesbaar blijkt. Draai de regelaar naar rechts om de karakters donkerder te maken of naar links om ze lichter te maken. 25) PHONES-uitgang Op deze uitgang kunt u een stereo-hoofdtelefoon aansluiten. Deze uitgang levert hetzelfde signaal als de STEREO OUTPUT R, L/MONO-connectors. Door een hoofdtelefoon aan te sluiten onderbreekt u trouwens niet het signaal dat naar de STEREO OUTPUT R, L/MONO-connectors wordt gezonden. 26)STEREO OUTPUT R, L/MONO-connectors Verbind deze uitgangen met de ingangen van uw stereo-versterker of mixer. Wilt u de G-600 in mono versterken, verbind dan enkel de L/MONO-uitgang. 27) AC-connector Hierop moet u de bijgeleverde stroomkabel aansluiten. 28) POWER-schakelaar Hiermee schakelt u de G-600 in of uit. 29)FC-7 PEDAL-connector Hierop kunt u een (los verkrijgbare) FC-7 voetschakelaar aansluiten, waarmee u de weergave kunt u starten/stoppen en Style-divisies met de voeten kunt kiezen. 14

15 Bediening [F5] (Exit) 3. Bediening Bij het ontwerpen van de G-600 stond de term bedieningsgemak centraal. De meeste functies zijn dan ook duidelijk en intuïtief via het display te bedienen. 3.1 [F5] (Exit) De Exit-functie is meestal toegewezen aan de [F5]- functieknop. Door één of twee keer op deze knop te drukken keert u steeds terug naar de Master-pagina. 3.2 Master-pagina De Master-pagina is de display-pagina die u steeds te zien krijgt nadat u de G-600 hebt ingeschakeld. Bij twijfel kunt u steeds uit het menu rechts in het display afleiden of u zich al dan niet op de Master-pagina bevindt. de G-600 gaan (Mixer, Param, MIDI, UsrStl of Disk) door op de overeenkomstige functieknop te drukken. Binnen de gekozen mode zult u merken dat de functieknoppen vijf nieuwe functies hebben, die relevant zijn voor de gekozen mode. In sommige modes zijn er meer dan vijf functies. De extra functies kunt u kiezen door de [SHIFT]-knop in combinatie met een functieknop te gebruiken. Ziehier een overzicht van de modes in de G-600: Display Mode Verklaring Mixer Param Mixer Parameter In de Mixer-mode kunt u de volumebalans, de effectniveaus en nog andere mengtafel -achtige functies instellen. In deze mode kunt u klankparameters, effectparameters en nog enkele andere functies instellen. Midi MIDI In deze mode kunt u uiteraard de MIDI-functies (kanaalkeuze en MIDI-filters) van de G-600 instellen. 1) Adres en naam van het Performance-geheugen Hier wordt het adres (Groep, Bank en Nummer) en de naam van het geselecteerde Performance-geheugen afgebeeld (zie blz. 41). 2) Tempo-venster In het tempo-venster wordt het weergavetempo van de geselecteerde Music Style (zie blz. 35) of Standard MIDI File afgebeeld. Met de knoppen uit het TEM- PO-gedeelte kunt u deze waarde aanpassen. 3) Adres en naam van de Music Style of song Hier worden het adres (Groep, Bank en Nummer) en de naam van de geselecteerde Music Style of de naam van de geselecteerde song afgebeeld. 4) Functiemenu In dit menu vindt u de functies van de vijf functieknoppen ([F1]~[F5]). Vanuit het functiemenu op de Master-pagina kunt u naar één van de vijf modes van UsrStl Disk User Style Disk In deze mode kunt u uw eigen begeleidingen (User Styles) programmeren. In deze mode kunt u data naar/van diskette schrijven/ lezen. Verder kunt u hier diskettes formateren en veiligheidskopieën van uw data maken. Er zijn nog drie andere modes, die elk hun eigen knop hebben: de Arranger Chord-mode (druk op [ARR CHORD] links onder het display), de Tonemode (druk op [TONE]) en de Volume-mode (druk op [VOLUME] naast de [TONE]-knop). 5) Schuifbalk De twee pijltjes in deze balk zijn in feite een grafische weergave van de [PAGE] -knoppen. Aangezien het display slechts drie Parts tegelijk kan afbeelden 15

16 G-600 Handleiding zijn deze knoppen nodig om de overige Parts in beeld te brengen. Opmerking: De zwarte cursor (die zich nu op UP1 bevindt) geeft aan voor welke Part u op dit moment een Tone kunt kiezen. Zoals u later zult merken, kunt u met de [PAGE] - knoppen andere Parts in beeld brengen zonder ze meteen te selecteren. Om een Part te selecteren moet u namelijk voornoemde cursor met de [DRUMS/PART] -knoppen of met de Part Select-knoppen op de gewenste Part plaatsen. 6) Part-informatievenster In dit venster ziet u welke Tones zijn toegewezen aan de Parts van de G-600. De informatie in het display moet u als volgt interpreteren: Bank (1~8) Variatie Sequencer de gespeelde akkoorden laten weergeven terwijl u ze overschrijft uit het akkoordvenster! 9) Style/Song-informatie In dit venster worden de geselecteerde Style-divisie en de maatsoort of de huidige maat/tel en de maatsoort van de Recorder-song, die u weergeeft, afgebeeld. 10)MIDI-set venster In dit venster wordt het nummer van de geselecteerde MIDI-set afgebeeld. 3.3 Navigeren door de display-pagina s Part Groep (A~D) Nummer (1~8) Tone-naam Het variatienummer wordt niet altijd afgebeeld. Zoals u in de afbeelding op de vorige bladzijde kunt zien, is aan de Upper1 (UP1) Part een normale Tone toegewezen (we noemen dit ook wel een Capital Tone). De onderverdeling in Capitals en Variations is nodig omdat de G-600 veel meer klanken bevat dan de MIDI-standaard kan hanteren. Een variatie (of Variation) is niet meer dan een klank die tot een bepaalde familie behoort (vandaar de naam). Zo is de St. FM EP Tone die aan Upper2 is toegewezen bijvoorbeeld een variatie van een elektrische pianoklank. 7) Grafische afbeelding van akkoorden In dit deel van het display kunt u zien welke toetsen u hebt ingedrukt in het akkoordherkenningsgebied (wat dat precies is, vertellen we u later, het komt meestal overeen met de linker klavierhelft). De akkoorden die u hier speelt worden gebruikt om de Arranger te sturen (zie Akkoordherkenningsgebied afbakenen op blz. 29). 8) Akkoordsymbolen In dit venster wordt de naam afgebeeld van het laatste akkoord dat u hebt gespeeld. Dat kan handige informatie zijn voor de gitarist van het orkest. Dit display kan ook goede diensten bewijzen als een improvisatie die u net hebt gespeeld u zo bevalt dat u de akkoorden ervan wilt uitschrijven. Voorwaarde is dan wel dat u tijdens het improviseren de Chord Sequencer (zie blz. 46) had meelopen. Die laatste onthoudt namelijk alle akkoorden die u speelt. Het is dan ook geen slecht idee om die Chord Sequencer steeds in te schakelen als u begint te improviseren. Zit er iets leuks tussen, dan kunt u de Chord Functieknoppen en [SHIFT]-knop Iedere functieknop komt overeen met een bepaalde regel in het functiemenu. Welke functies dat precies zijn hangt af van de mode, enz. waarin u werkt, maar de nummers van de functies komen steeds overeen met de nummers van de functieknoppen. Zo kiest u met [F2] steeds de tweede functie uit het menu, enz. Bepaalde menu s bevatten meer dan vijf functies en passen dus niet in één keer in het display. Dit wordt als volgt aangegeven: Dit symbool betekent dat u moet "omslaan" om de overige parameters op te roepen. Betekent dat dit de tweede pagina is. Om menu-opties te kiezen die niet bij de eerste vijf worden afgebeeld gaat u als volgt te werk: 1) Houd [SHIFT] ingedrukt en 2) druk, zonder [SHIFT] los te laten, op de functieknop die is toegewezen aan het item dat u nodig hebt. Laten we echter terugkeren naar de Master-pagina. 3) Druk op [F5] (Exit) tot u opnieuw op de Masterpagina terechtkomt: 16

17 Bediening Navigeren door de display-pagina s Andere knoppen We hebben hierboven reeds gewag gemaakt van enkele modes in de G-600 die u niet met de functieknoppen kunt kiezen, maar die hun eigen knop hebben meegekregen. Het gaat om de volgende knoppen: Druk op ARR CHORD TONE VOLUME als u de -knoppen wilt gebruiken om Arranger-verwante functies aan te spreken (zie Arranger Chord-mode selecteren op blz. 30). naar de Tone Select-pagina te gaan. Op deze pagina kunt u met de - knoppen onder het display Parts, Tone-groepen (A~D), Banken (1~8), Nummers (1~8) en Variations selecteren. Druk nogmaals op TONE of op [F5] (Exit) als u deze pagina wilt verlaten. naar de mixer-pagina te gaan, waar u de volumebalans voor alle Part s van de G-600 (zowel Realtime als Arranger Parts) kunt instellen. Enkel de Realtime Parts hebben eigen knoppen waarmee u ze kunt selecteren (zie hieronder). Druk nogmaals op VOLUME of op [F5] (Exit) als u deze pagina wilt verlaten. De -knoppen onder het display zijn steeds gekoppeld aan een functie die in het display wordt afgebeeld. Meestal gebeurt de verdeling van links naar rechts, met andere woorden: het uiterst linkse knoppenpaar hoort bij de uiterst linkse functie in het display, enz. Opmerking: Als u geen specifieke functie hebt gekozen of niet op de [TONE]-knop hebt gedrukt, dan belandt u bij het drukken op één van de -knoppen op de Volume-pagina (u gaat enkel naar de pagina, het volume van de betreffende regelaar blijft voorlopig ongewijzigd). De indicator van de [VOLUME]-knop begint te knipperen om aan te geven dat deze pagina na enkele seconden zal verdwijnen. Door nogmaals op dezelfde (of een andere) -knop te drukken wijzigt u de stand van de overeenkomstige volumeregelaar op het scherm. U kunt in versneld tempo door de waarden stappen door (of ) ingedrukt te houden en op de tegenoverliggende knop ( of ) te drukken. Geïnverteerde vs. normale afbeelding van waarden U hebt zich misschien al afgevraagd waarom sommige waarden blauw-op-wit worden afgebeeld en andere wit-op-blauw. Daar is uiteraard een goede reden voor: Display Negatief (witop-blauw) Positief (blauw-opwit) Betekenis De betreffende Part gebruikt uw eigen instellingen of de instellingen van het actieve Performance-geheugen. De betreffende Part gebruikt de instellingen van de Music Style of Song. Deze manier van parameterwaarden afbeelden wordt consequent gebruikt op alle display-pagina s van de G-600. Zo weet u steeds of een Part uw eigen instellingen of die van de geselecteerde Music Style of SMF gebruikt. [PAGE] - en Part Selectknoppen Op de Master-pagina kunt u met de [PAGE] - knoppen door de Parts van de G-600 stappen. Op die manier kunt u snel zien welke Tones aan welke Realtime Parts zijn toegewezen. Door op deze manier door de Parts te stappen selecteert u ze trouwens niet. De geselecteerde Part blijft nog steeds die waar de zwarte cursor zich bevindt. Die cursor bevindt zich doorgaans op één Part. Voor die Part kunt u op dat moment Tones kiezen en parameters editen. Die cursor is overigens niet het enige waaruit u kunt afleiden welke Part is geselecteerd. De indicators van de Part Select-knoppen geven namelijk dezelfde informatie. Zo ziet u misschien dat op dit moment de indicator van de [UPPER1]-knop brandt. 17

18 G-600 Handleiding 3.4 Realtime-display Als u op een andere Part Select-knop drukt, gebeuren er drie dingen: De indicator van de ingedrukte knop licht op. De cursor duidt de geselecteerde Part aan in het Partinformatievenster. De geselecteerde Part komt op de eerste regel van het Part-informatievenster terecht. Opmerking: Om te kijken welke Tones aan de verschillende Parts zijn toegewezen kunt u in plaats van de [PAGE] - knoppen te gebruiken ook rechtstreeks op de Part Select-knop drukken van de Part die u wilt bekijken. Dat heeft als voordeel dat die Part ook meteen wordt geselecteerd, wat niet het geval is als u de [PAGE] -knoppen gebruikt. In de Mixer-mode fungeren de Part Select-knoppen onder het display als aan/uit-schakelaars. Zo kunt u op het volgende display met Part Select [UPPER1] de Equalizer in- of uitschakelen. Het is u misschien al opgevallen dat de meeste regelaars in het display mee bewegen met de volume-, pan-, Effect Send- enz. commando s die de overeenkomstige Part ontvangt vanuit de Arranger (in de Arranger mode) of van de Standard MIDI File (in de GM/GS mode). Dit is weer zo n staaltje van intuïtieve bediening: uit de stand van de regelaars in het display kunt u steeds de daadwerkelijke waarde van de parameters afleiden. Opmerking: Als een regelaar niet beweegt terwijl hij dat wel zou moeten doen, lees dan even Geïnverteerde vs. normale afbeelding van waarden op blz. 17. Dan weet u meteen wat er aan de hand is. Opmerking: Als de Part Select-knoppen als aan/uit-schakelaars fungeren, kunt u ze niet meer gebruiken om Parts te selecteren. In dergelijke gevallen moet u dus de [PAGE] -knoppen gebruiken. Vandaar dat in de schuifbalk van het bovenstaande display de naam van de geselecteerde Part verschijnt. Opmerking: Op de Master-pagina kunt u de Part Select [UPPER1]- en [UPPER2]-knop tegelijk indrukken om beide Parts te activeren. De Tone die u dan kiest wordt aan beide Parts toegewezen. De waarden van de Tone-parameters (bv. Detune enz.) veranderen echter niet. Eventuele verschillen blijven dus bewaard, zodat deze werkwijze een handige manier is om klanken te maken met twee identieke Tones die lichtjes tegenover elkaar zijn ontstemd of verschillende posities in het stereobeeld hebben, enz. Voor alle duidelijkheid: u hoeft zelfs niet expliciet een Tone te kiezen. Zodra u namelijk Part Select [UPPER1] en [UPPER2] tegelijk indrukt, wijst de G-600 automatisch de voor Upper1 geselecteerde Tone toe aan de Upper2-Part. 18

19 Realtime Parts Wat zijn Parts? 4. Realtime Parts 4.1 Wat zijn Parts? Uw G-600 is een multitimbraal instrument. Dit betekent dat hij verschillende klanken tegelijk kan weergeven. In feite bestaat de G-600 uit twee gedeeltes: Realtime-gedeelte In dit gedeelte vinden we de Parts die u op het klavier kunt spelen. Een Part staat in dit geval voor partij, zoals de melodie, een solo enz. Het gaat meer bepaald om de volgende Realtime Parts: Part Upper1 Upper2 Lower M.Bass M.Drums Verklaring Upper1 en Upper2 zijn grotendeels identiek. Toch is Upper1 doorgaans de Part waarmee u de melodie, solo s enz. speelt. Deze Part kunt u gebruiken als een tweede melodie-/solo-part, of als een extra klank die u op de Upper1 Part stapelt. Verder kan deze Part de tweede stem weergeven die automatisch wordt gegenereerd door de Arranger (de Melody Intelligencefunctie). De Lower Part geeft de akkoorden weer die u met de linkerhand speelt en is dus aangewezen om de begeleiding weer te geven voor de melodie die u in de rechterhand speelt. Het hoeft waarschijnlijk geen betoog dat u de Lower Part enkel moet aanspreken als u die akkoorden met een andere klank wilt weergeven dan u voor de Upper Part(s) hebt geselecteerd. De Manual Bass (of M.Bass) Part dient om baspartijen weer te geven. Kies deze Part als u zelf de baslijn bij uw muziek wilt spelen (in plaats van dit aan de Arranger over te laten). De Manual Drums (of M.Drums) Part onderscheidt zicht op een belangrijk punt van de overige Parts: u kunt voor deze Part enkel Drum Sets selecteren. Die Drum Sets wijzen aan iedere klaviertoets een andere slagwerkklank toe. Kies deze Part dus als u op het klavier wilt drummen. De G-600 kan voor elk van deze Parts een andere klank (Tone) weergeven. Voor de M.Drums Part geldt daarbij de genoemde restrictie dat u enkel Drum Sets kunt kiezen. Die Drums Sets kunt u overigens niet aan de overige Realtime Parts (Upper1, Upper2, Lower, M.Bass) toewijzen. Arranger-gedeelte Dit gedeelte staat in voor de automatische begeleidingen. Wat dat betreft zijn er enorm veel mogelijkheden, die we uit de doeken doen vanaf blz Realtime Parts kiezen Bij het inschakelen van de G-600 wordt de Upper1- Part automatisch toegewezen aan het volledige klavier en wordt voor die Part de Tone A11 Piano 1 gekozen. De indicators van de Part Select [UPPER1]- en [WHOLE RIGHT]-knoppen lichten op. U kunt Upper1 uitschakelen door op de [UPPER1]- knop te drukken (de indicator dooft). U hoort dan niets meer, aangezien geen enkele andere Realtime Part op dit moment actief. Schakel Upper1 dus maar opnieuw in. Upper2 kiezen en stapelen We kiezen nu de Upper2 Part: Druk op RIGHT [UPPER2] om de Upper2-Part in te schakelen. De Upper1-Part wordt hierdoor niet uitgeschakeld, zodat de Upper1- en Upper2-Part nu zijn gestapeld. Wilt u enkel de Upper2-Part horen, druk dan op [UPPER1] om die Part uit te schakelen. Speel enkele noten op het klavier om de Tone te beluisteren die aan Upper2 is toegewezen. Zoals u in het display ziet heet deze Tone A162 FM EP. 19

20 G-600 Handleiding Lower- en M.Bass-Part selecteren Met de knoppen uit het ASSIGN-gedeelte (dat deel uitmaakt van het Keyboard Mode-gedeelte) bepaalt u op welk deel van het klavier u de Realtime Parts wilt spelen. Whole Right Als u op de [WHOLE RIGHT]-knop drukt kunt u de Upper1- en/of Upper2-Part over het volledige klavier spelen. Even ter herinnering: we zeggen hier en/ of omdat het ook mogelijk is beide Parts tegelijk te laten klinken. Whole Left Met deze knop wijst u de Lower of M.Bass Part toe aan het volledige klavier. Als u nu op [WHOLE LEFT] drukt en op het klavier speelt, hoort u niets. Dat is logisch, want noch de Lower-, noch de M.Bass-Part is actief. Knippert De indicator(s) van de actieve Upper-Part(s) begint/ beginnen te knipperen, om aan te geven dat Upper1 en/of Upper2 actief zijn, maar onhoorbaar blijven omdat het klavier gekoppeld is aan de Lower- en/of M.Bass-Part. Om de Lower Part te horen moet u de Keyboard Mode [LOWER]-knop indrukken (de indicator licht op). Wilt u opnieuw de laatstgekozen Upper Part horen, dan volstaat een druk op de [WHOLE RIGHT]-knop. Als u dat doet, begint de indicator op de [LOWER]-knop te knipperen, terwijl de indicator van [UPPER1] en/of [UPPER2] blijft branden. Om de M.Bass-Part te horen moet u [WHOLE LEFT], gevolgd door Keyboard Mode [M.BASS] indrukken. Merk op dat u hierdoor de Lower Part niet uitschakelt. Als u nu op het klavier speelt, hoort u de strijkersklank van de Lower-Part gecombineerd met de basklank van de M.Bass-Part. Opmerking: Als zowel de Lower als de M.Bass Parts actief zijn, werkt de Manual Bass Part monofoon: enkel de laagste noot van het akkoord dat u speelt wordt dan door deze Part weergegeven. Hoort u liever steeds de grondnoot (de tonica, die niet noodzakelijk gelijk is aan de laagste noot die u speelt), druk dan op de [BASS INVERSION]-knop (de indicator dooft). Als de M.Bass Part alleen is geselecteerd (dus niet in combinatie met de Lower Part), dan kunt u met deze Part ook polyfone partijen (akkoorden en dergelijke) spelen. Split en splitpunt Door op de [SPLIT]-knop te drukken verdeelt u het klavier in twee helften. De Lower- en/of M.Bass-Part wordt toegewezen aan de linkerhelft van het klavier, terwijl de rechterhelft de Upper 1/2 Parts toebedeeld krijgt. Druk op [SPLIT] en speel met beide handen over het volledige klavier, dan hoort u meteen waarover we het hebben. Lower en/of M(anual) Bass Upper 1 en/of Upper 2 Het splitpunt (de noot waarop de grens tussen de twee helften zich bevindt) ligt momenteel op de centrale C (C4). Het splitpunt zelf hoort nog bij de rechter klavierhelft. Splitpunt instellen Desgewenst kunt u een ander splitpunt kiezen. Dat doet u door de [SPLIT]-knop ingedrukt te houden tot zijn indicator begint te knipperen en vervolgens op de klaviertoets te drukken waarvan u het splitpunt wilt maken. Laat daarna de [SPLIT]-knop los. De toets die u hebt ingedrukt wordt nu de laagste noot van de rechter klavierhelft. U kunt gelijk welke noot van C3~C6 kiezen. Waarom kan ik niet kiezen uit het volledige MIDI-nootbereik?, vraagt u misschien. We hebben het bereik bewust beperkt zodat het geluid van de linker- of rechterhelft niet verdwijnt door een te laag of te hoog splitpunt. Om een geluid aan het volledige klavier toe te wijzen zijn er tenslotte reeds de Whole Left/Whole Right-knoppen. Niets belet u overigens om de respectievelijke Parts van de twee klavierhelften binnen hun helft te stapelen (Lower + M.Bass voor links, Upper1 + Upper2 voor rechts). Upper2 Split De G-600 houdt niet op bij één Split! U kunt namelijk tussen Upper1 en Upper2 nog een tweede splitpunt programmeren. Het werkt op dezelfde manier als voor de standaard Split, alleen moet u ditmaal de [UP2SPLIT]-knop ingedrukt houden. De fabriekswaarde voor dit tweede splitpunt is G5, het instelbereik bedraagt C#3~C#6 (deze toets vormt dus de laagste noot van de Upper1 Part). 20

21 Realtime Parts Realtime Parts kiezen Lower en/of M(anual) Bass Upper 2 Upper1 Samengevat komt het er dus op neer dat u het klavier van de G-600 in drie zones kunt verdelen, waaraan telkens een andere klank is toegewezen. Vergeet bovendien niet dat u nog een akkoordherkenningsgebied kunt vastleggen, waarmee u de Arranger aanstuurt (zie blz. 29). Opmerking: Theoretisch kunt u voor UP2SPLIT gelijk welke noot tussen C#3~C#6 kiezen. In de ASSIGN Split-mode wordt de laagste noot die u kunt kiezen echter bepaald door het gekozen hoofd-splitpunt. Het UP2 splitpunt moet namelijk minstens een halve toon hoger liggen dan het hoofdsplitpunt. Kiest u een waarde die lager ligt, dan verplaatst u meteen het hoofdsplitpunt. Opmerking: Als u op [UP2SPLIT] drukt dooft de [UPPER2]-indicator. Dit wilt echter niet zeggen dat u de Upper2-Part niet meer hoort. Opmerking: Upper2 Split werkt als de Upper1 Part actief is. Schakelt u Upper1 uit, dan hoort u noch de Tone die aan Upper1 is toegewezen, noch de Tone die aan Upper2 is toegewezen. Met andere woorden: het is onmogelijk een Upper Split te programmeren zonder gebruik te maken van de Upper1-klank. Vandaar ook dat de [UP2SPLIT]-indicator begint te knipperen zodra u bij geactiveerde UP2SPLIT de Upper1 Part uitschakelt. Opmerking: Ook in de ASSIGN Whole Right-mode kunt u tussen Upper2 en Upper1 een splitpunt kiezen. Opmerking: Als u tevreden bent met de gekozen splitpunten slaat u ze best op in een Performance-geheugen (zie blz. 41). Splitpunten via het display instellen Naast de hierboven beschreven werkwijze bestaat er nog een andere manier om de splitpunten in te stellen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van het display. 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar het Parameter-menu te gaan. 2) U komt nu waarschijnlijk automatisch bij de Global parameters terecht, zodat een druk op [F1] in feite overbodig is. Toch is het geen slecht idee om even op deze knop te drukken, omdat de G-600 deze pagina dan onthoudt voor later. 3) Druk op [PAGE] om naar de tweede Globalpagina te gaan. 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen het gewenste hoofd-splitpunt (het punt dat de grens vormt tussen de linker- en rechterhelft). Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen het UP2- splitpunt (het punt tussen Upper2 en Upper1). 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Keyboard Mode Hold Op de G-600 kunt u heel wat instellingen tijdens het spelen (dat heet dan in realtime) wijzigen. Als u met de linkerhand de Arranger aanstuurt, stelt zich daarbij het volgende probleem: zodra u uw hand van de toetsen haalt om een andere Style-divisie te kiezen stopt de begeleiding. Voor dit soort scenario s hebben we Keyboard Mode Hold bedacht. Als deze functie is ingeschakeld (in de Whole Left of Split mode), gaat de begeleiding door wanneer u alle toetsen in de linker klavierhelft loslaat. U kunt deze functie activeren door op de [HOLD]-knop te drukken (de indicator licht op). Eens u ze hebt gebruikt zult u ze waarschijnlijk nooit meer uitschakelen. WHOLE LEFT of SPLIT moet oplichten Als zowel de Lower als de M.Bass Parts zijn ingeschakeld houdt de Hold-functie de noten van beide Parts aan. Manual Drum- Part selecteren Druk op de Keyboard Mode [M.DRUMS]-knop. Als u nu op het klavier speelt, hoort u een reeks slagwerkklanken (we spreken van een Drum Set), gespreid over het volledige klavier. Zoals u merkt, is hier van de zone-verdeling die u als Keyboard Mode hebt geselecteerd geen sprake meer. Met andere woorden: de Upper1-, Upper2-, Lower- en M.Bass- Part kunt u nu niet meer spelen. U merkt dat aan de knipperende indicators op de knoppen van de Parts die u had geselecteerd voordat u de M.Drums Part activeerde. Het grote verschil van de M.Drums Parts ten opzichte van andere Parts is u natuurlijk niet ontgaan: deze Part wijst aan iedere toets een andere klank toe. Zo hoort u een basdrum als u op C2 (de uiterst linkse C) 21

22 G-600 Handleiding drukt, een Snare als u op D2 (de D rechts van C2) drukt enz. Melodieën spelen is er hier dus niet bij. Snare Roll Finger Snap High Q Slap Scratch Push [EXC7] Scratch Pull [EXC7] Sticks Square Click Metronome Click Metronome Bell Standard 1 Kick 2 Standard 1 Kick 1 Side Stick Standard 1 Snare 1 Hand Clap Standard 1 Snare 2 Low Tom2 * Closed Hi-hat1 [EXC1] Low Tom1 * Pedal Hi-hat [EXC1] Mid Tom2 * Open Hi-hat1 [EXC1] Mid Tom1 * High Tom2 * Crash Cymbal1 High Tom1 * Ride Cymbal1 Chinese Cymbal Ride Bell Tambourine Splash Cymbal Cowbell 4.3 Tones kiezen voor de Realtime Parts Uw G-600 bevat 689 klanken (of Tones). Om het een beetje overzichtelijk te houden hebben we die onderverdeeld in de volgende hiërarchie: Naam Betekenis C C Groepen (A~D) De top van de hiërarchie. Iedere groep bevat elk van de volgende categorieën. Roll Een klavier werd niet ontworpen om drumroffels op te spelen, dat merkt u meteen als u een poging in die richting onderneemt. Daarom hebben we de G-600 een Roll -functie meegegeven, die het vuile werk voor u opknapt. Houd de [ROLL]-knop ingedrukt en druk vervolgens gedurende enkele seconden op een klaviertoets, dan hoort u meteen wat we bedoelen. Bevalt de roffel u niet, probeer dan eens de resolutie van de Roll-functie aan te passen (zie blz. 67). De snelheid van de roffel volgt steeds het tempo dat in het tempovenster staat afgebeeld. Gebruik dus de [TEMPO]-knoppen als u de roffel wilt versnellen of vertragen. Nog een aardigheidje: met de modulatiefunctie (naar voren drukken) van de BENDER/ MODULATION-hendel kunt u het volume van de drumroffel wijzigen. Probeer het maar eens uit! Banken Nummers Variatie (1~8) Dit zijn instrumentfamilies (zoals Brass, Chromatic Percussion enz.). Iedere groep bevat elk van de volgende categorieën. (1~8) Dit zijn instrumenten uit een bepaalde familie (bijvoorbeeld trompet, trombone enz. uit de Brass bank). (1~ ) Zoals de naam reeds aangeeft, zijn dit variaties van een bepaalde instrumentklank (bijvoorbeeld een gedempte trompet). Opmerking: Het verschil tussen A/B en C/D is dat de groepen A en B de klanken van de G-600 bevatten, terwijl de groepen C en D uitsluitend klanken van de SC-55, MT-32/CM- 64 bevatten. Voor iedere Tone zijn er dus twee versies: een oude (SC-55, C/D) en een nieuwe (G-600, A/B). Tones kiezen met de TONEknoppen Laten we bij wijze van voorbeeld een andere Tone kiezen voor de Upper1 Part. 1) Druk op Part Select [UPPER1] om aan te geven dat u voor Upper1 Part een Tone wilt kiezen. 2) Druk, indien nodig, op [SELECT], zodat de TONEindicator oplicht. Met de [SELECT]-knop bepaalt u of u met de TONE/PERFORMANCE MEMORY-knoppen Tones of Performance-geheugens kiest. 22

23 Realtime Parts Tones kiezen voor de Realtime Parts 3) Druk op de GROUP-knop (de indicator licht op) om Groep B te selecteren. U keert nu terug naar de Nummer-pagina, waarin de Tone wordt afgebeeld die u hebt geselecteerd door op VARIATION te drukken. Naast B** ziet u nog steeds de naam van de laatst geselecteerde Tone, namelijk Piano 1. Groep B bevat helemaal geen pianoklanken. In het informatievenster ziet u echter Banken er wél in Groep B zitten (REED, PIPE enz.). 4) Druk in het TONE/PERFORMANCE-gedeelte op [5] (de indicator licht op) om naar Bank 5 te gaan. U hebt nu de SYNTH FX Bank geselecteerd. Daarmee bevindt u zich in Bank 5 van Groep B. U hoort echter nog steeds de pianoklank. 5) Druk op [2] om de Tone Soundtrack te kiezen. De G-600 kiest meteen een Variatie van deze Tone ( Ancestral ). Als u met de knoppen uit het TONE/ PERFORMANCE MEMORY-gedeelte een Tone kiest, wordt namelijk onmiddellijk de beste Variatie uit de betreffende Tone familie geselecteerd, kwestie van geen tijd te verliezen. Vandaar ziet u nu het cijfer 2 wit-op-blauw (deze negatieve afbeelding geeft aan dat dit het geselecteerde item is). U keert nu automatisch terug naar de Master-pagina. De [TONE]-indicator linksonder in het display dooft kort nadat u het Tone-nummer hebt gekozen. Wilt u liever de Soundtrack Tone zelf horen (in plaats van een Variatie), druk dan éénmaal op VARIATION. Het symbool geeft aan dat het hier om de Capital Tone uit de Soundtrack-familie gaat. Opmerking: Normaal keert u nu weer terug naar de Master-pagina. Wilt u dat niet, druk dan op [TONE] (de indicator licht op) links van het display. De enige manier om nu terug te keren naar de Master-pagina bestaat erin om nogmaals op de [TONE]-knop te drukken (de indicator dooft). Tones kiezen voor andere Parts Om Tones te kiezen voor de overige Realtime Parts (Upper2, Lower, M.Bass) moet u eerst op de relevante Part Select knop drukken. Vervolgens herhaalt u het voorgaande vanaf stap (3). Hoort u nu nog steeds de Upper1-Part als u op het klavier speelt? Zie dan Realtime Parts kiezen op blz. 19. Opmerking: Voor de hierbovenvermelde Parts (Upper1, Upper2, Lower, M.Bass) kunt u gelijk welke Tone kiezen. Bedenk enkel dat de M.Bass-Part monofoon werkt als u hem tegelijk met de Lower Part gebruikt. Opmerking: Om een andere Bank binnen dezelfde Groep te kiezen is het niet nodig dat u nogmaals de Groep specifieert. Enkel de Bank en het Nummer volstaan. Opmerking: Als u wilt weten hoe u de Tones van effecten kunt voorzien moet u Effecten en Equalizer op blz. 58 lezen. Symbolen in het display Ziehier de betekenis van de symbolen naast de namen van de Tones: Symbool Betekenis + (1 Piano1) Er bestaan een aantal variaties voor deze Tone, die u kunt kiezen met de VARIATION -knoppen. In het Variatie-venster betekent dit symbool dat de betreffende Tone de Capital is. (1 Piano1) (enkel in Groep C en D). Deze Tone is een SC-55 Sound Canvas Tone. (1+Trumpet) (enkel in Groep C en D). Dit is een sample van de overeenkomstige MT-32 of CM-64 Tone. 23

24 G-600 Handleiding Tones kiezen met de -knoppen Laten we nu eens een Tone kiezen met de - knoppen. 1) Druk op [TONE] links onder het display (de indicator licht op). 2) Kies de Part waaraan u een Tone wilt toewijzen. U kunt hiervoor de Part Select-knoppen of de [DRUMS/PART] -knoppen gebruiken. Zorg wel dat u geen Arranger-Part (ADR, ABS, AC1~ AC6) kiest met de -knoppen. Met die Parts gaan we ons later nog bezighouden. 3) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de gewenste Groep. Opmerking: Bij deze werkwijze wordt de Tone onmiddellijk gekozen. Zodra u op de [ACCOMP/GROUP]-knop drukt, belandt u bij de Tone in de nieuwe Groep met hetzelfde adres (Bank/Nummer) als de Tone in de laatst geselecteerde Groep. Bij de vorige werkwijze (gebruik van de TONE/PERFOR- MANCE MEMORY-knoppen) wacht de G-600 steeds tot u een Nummer kiest alvorens de Tone (of zijn beste Variatie) te selecteren. 4) Kies met de [BASS/BANK] -knoppen de gewenste Bank. 5) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen het gewenste Nummer. Opmerking: Bij deze werkwijze wordt steeds de Capital van de betreffende Tone-familie geselecteerd, dus niet de beste Variatie zoals bij de vorige werkwijze. 6) Kies desgewenst met de [UPPER/VARIATION] -knoppen een andere Variatie. Opmerking: Variaties zijn enkel beschikbaar voor Tones die worden voorafgegaan door een pagina-icoon. Probeert u bij andere Tones op de [UPPER/VARIATION]-knoppen te drukken, dan gebeurt er niets. Opmerking: U kunt ook een combinatie van de twee beschreven methodes (knoppen uit het TONE-gedeelte en -knoppen onder het display) gebruiken om Tones te kiezen. 7) Druk nogmaals op [TONE] om terug te keren naar de Master-pagina. Opmerking: Door uw Tone-keuze op te slaan in een Performance-geheugen kunt u ze automatiseren (zie blz. 41). 4.4 Drum Sets kiezen voor de M.Drums Part Volg de onderstaande stappen om Drum Sets te kiezen voor de M.Drums Part. 1) Druk op de Keyboard Mode [M.DRUMS]-knop om de M.Drums Part aan het klavier toe te wijzen. 2) Druk op Part Select [M.DRUMS] om van M.Drums de editeerbare Part te maken. 3) Druk op [SELECT], zodat de TONE-indicator oplicht. 4) Druk op de GROUP-knop om Groep A, C of D te kiezen. Groep A bevat de Drum Sets van de G-600, terwijl Groep C de Drum Sets van de SC-55, de MT-32 en de CM-64 bevat. 5) Kies met de [1]~[8]-knoppen de gewenste Bank (in dit voorbeeld Bank 2). 6) Zoals u merkt bevat deze Bank slechts één Drum Set. Druk op [1] om deze te kiezen. Opmerking: In dit soort situaties steekt de G-600 een handje toe: zelfs als u een andere cijferknop indrukt, kiest hij de Room Set, aangezien hij beseft dat dit de enige beschikbare Set in deze Bank is. Opmerking: Het heeft hier geen zin om Groep B te kiezen, want die bevat geen Drum Sets. Opmerking: Net zoals de gekozen Tone kunt u de Drum Setkeuze opslaan in een Performance-geheugen (voor alle duidelijkheid: het gaat hierbij om het adres van de Tone/Drum Set, niet om de klankdata zelf). Dat doet u best nadat u Tones aan alle Realtime Parts hebt toegewezen, op die manier kunt u in de toekomst zo n volledige set keuzes voor alle Part tegelijk oproepen (zie blz. 41). 24

25 Realtime Parts Wie kiest de Tones? Tone Change 4.5 Wie kiest de Tones? Tone Change Vanuit verschillende hoeken van de G-600 worden commando s gezonden die automatisch Tones kiezen. Songdata van de Recorder doen dat voor de Realtime Parts, Music Styles voor de Arranger Parts en Performance-geheugens voor alle Parts. Wees dus niet verbaasd als u bij de weergave van een Standard MIDI File plots andere Tones hoort dan degene die u het laatst had gekozen. Misschien bent u niet verbaasd maar wel verbolgen, omdat u liever zelf bepaalt wanneer er andere Tones moeten worden gekozen. In dat geval kunt u de Tone Change-schakelaar op Prf zetten. Hiermee bepaalt u dat er enkel andere Tones worden gekozen als u dat zelf doet of als u een Performance-geheugen selecteert. 4.6 Algemene opmerkingen Voordat we met de speelhulpen van de G-600 gaan stoeien willen we nog even het volgende kwijt: Met de knoppen uit het Tone-gedeelte kunt u altijd Tones kiezen. Het maakt dus niet uit welke functie of mode u hebt geselecteerd, de knoppen uit het Tone-gedeelte behouden steeds hun functie. Music Styles kunt u altijd kiezen. Hetzelfde verhaal als daarnet: Music Styles kunt u altijd kiezen (zie blz. 35), ongeacht in welke mode enz. u zich bevindt. Daarbij springt de G-600 weliswaar niet altijd naar de relevante Tone/Style-keuzepagina, maar hij voert de keuze wel uit. Opti e Prf Sng Betekenis De geselecteerde Tone blijft actief tot u een andere Tone of een ander Performance-geheugen kiest. Tones kunnen worden gekozen door programmakeuze-commando s in Standard MIDI Files die u van diskette weergeeft. 4.7 Speelhulpen De G-600 is uitgerust met een reeks speelhulpen waarmee u wat meer leven kunt brengen in uw muziek. Opmerking: Zolang u geen Standard MIDI Files weergeeft is er in feite weinig verschil tussen Prf en Sng. Opmerking: De Tone Change-parameter heeft enkel betrekking op interne commando s. Programmakeuze-commando s, die via MIDI IN worden ontvangen, worden steeds uitgevoerd. Volg de onderstaande stappen om de Tone Changeparameter in te stellen: 1) Druk op [TONE] om naar de Tone-mode te gaan. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F1] (RTime) om naar de Realtime Part-pagina te gaan. 3) Kies met de [PAGE] -knoppen de Part waarvoor u de Tone Change-parameter wilt wijzigen. Pitch Bend en Modulatie Verlaagt de toonhoogte Modulatie BENDER Verhoogt de toonhoogte Door de BENDER-hendel naar rechts te schuiven verhoogt u de toonhoogte, door hem naar links te schuiven verlaagt u ze. Zodra u de hendel loslaat, springt hij automatisch terug naar de middenpositie (standaardtoonhoogte). Door de hendel van u weg te drukken voorziet u de noten die u speelt van vibrato. Laat de hendel weer los als u wilt dat de vibrato ophoudt. De naam van de geselecteerde Part verschijnt in de schuifbalk. 4) Stel met de [DRUMS/PART] -knoppen de Tone Change-schakelaar op Prf of Sng in. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 25

26 G-600 Handleiding Transponeren en octaafligging wijzigen Transpose De Transpose-functie komt goed van pas als u een song die u in een bepaalde toonaard goed beheerst plots in een andere toonaard moet spelen (bijvoorbeeld omdat de zanger(es) waarmee u werkt dat vraagt). Deze functie laat namelijk toe de song in de vertrouwde toonaard te spelen, terwijl u hem in een andere toonaard hoort. Opmerking: De Transpose-functie werkt op alle Parts, behalve de MDR- (Manual Drums) en ADR- (Accompaniment Drums) Part. Dat is ook logisch, want door deze Parts te transponeren zouden alle drumklanken plots op andere toetsen komen te liggen, zodat u er het noorden bij zou kwijtraken. Transpositie-interval kiezen tijdens het spelen De snelste manier om het transpositie-interval te kiezen bestaat erin om de [TRANSPOSE]-knop ingedrukt te houden (de indicator licht op) en op de OCTAVE [UP]-knop (om naar omhoog te transponeren) of OCTAVE [DOWN]-knop (om naar omlaag te transponeren) te drukken. Iedere druk op één van deze knoppen komt overeen met een halve toon. Voorbeelden: om naar de toonaard G te transponeren houdt u [TRANSPOSE] ingedrukt en drukt u zes maal op OCTAVE [UP] (of vijf maal op OCTA- VE [DOWN]). Vlotte rekenaars roepen nu waarschijnlijk: Fout! Een reine kwint staat voor 7 halve tonen, dus moet er zeven maal op OCTAVE [UP] worden gedrukt. Dat van die kwint is waar, maar er moet wel degelijk zes maal worden gedrukt, omdat de fabriekswaarde voor de Transpose-parameter +1 is. De waarde 0 bestaat namelijk niet voor deze parameter. Wilt u geen transpositie, dan schakelt u de functie gewoon uit. Bij het naar omlaag transponeren springt u van +1 gelijk naar 1, daarom moet er slecht vijf maal op OCTAVE [DOWN] worden gedrukt. Om de transpositie op te heffen drukt u op de [TRANSPOSE]-knop (de indicator dooft). De daarnet ingestelde transpositie kunt u op gelijk welk moment activeren door op de [TRANSPOSE]-knop te drukken (de indicator licht op). Transpositie-interval kiezen via het display Als u van getalletjes op een scherm houdt, kunt u de transpositie ook als volgt instellen: 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter Mode te gaan. 2) Druk op [F2] (Tune). 3) Ga, indien nodig, met de [PAGE] -knoppen naar de eerste Param/Tune-pagina. 4) Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen het gewenste transpositie-interval ( 11~11). Met de [BASS/BANK] -knoppen kunt u ook nog andere Transpose Modes kiezen: Transpose mode Int Song MIDI Int+Song Int+MIDI Song+MIDI All Verklaring Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht, worden enkel de Realtime- en Arranger-Parts getransponeerd. Enkel de Parts van de Recorder Song worden getransponeerd. Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht, worden enkel de noten getransponeerd die via MIDI IN worden ontvangen. Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht worden de Realtime- en Arranger-Parts alsook de Parts van de Recorder Song getransponeerd. Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht, worden de Realtime- en Arranger-Parts alsook de noten, die via MIDI IN worden ontvangen, getransponeerd. Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht, worden de Parts van de Recorder Song alsook de noten, die via MIDI IN worden ontvangen, getransponeerd. Alle Parts en ontvangen noten worden getransponeerd. Zoals u merkt ontbreekt het de Transpose-functie niet aan flexibiliteit. Waarschijnlijk zult u meestal de Int+Song en All optie gebruiken. Int kan handig zijn als u wilt meespelen met een song in een bepaalde toonaard, maar daarbij gebruik wilt maken van de vingerzetting van een andere toonaard. 26

27 Realtime Parts Speelhulpen Opmerking: De Transpose-functie werkt op alle Parts, behalve de MDR- (Manual Drums) en ADR- (Accompaniment Drums) Part. Dat is ook logisch, want door deze Parts te transponeren zouden alle drumklanken plots op andere toetsen komen te liggen, zodat u er het noorden bij zou kwijtraken. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Octave Up/Down Met de OCTAVE [UP]/[DOWN]-knoppen verandert u de octaafligging van de Realtime-Parts. Kies eerst met de Part Select-knoppen op de Master-pagina de Realtime-Part waarvan u de octaafligging wilt wijzigen en kies vervolgens met de OCTAVE [UP]/ [DOWN]-knoppen het gewenste octaaf. Bijvoorbeeld: om de Lower Part één octaaf lager te laten klinken drukt u op Part Select [LOWER] (de indicator licht op) en vervolgens op OCTAVE [DOWN] (de indicator licht op). U kunt nu op andere Part Select-knoppen drukken als u de gekozen octaafligging van de betreffende Parts ook wilt aanpassen. Met andere woorden: het gekozen octaaf wordt behouden als u andere Realtime Parts kiest. De octaafligging wordt ook behouden als u een andere Tone aan een Realtime-Part toewijst. Blijkt het octaaf voor de nieuwe Tone niet zo n gelukkige keuze, dan moet u Octave Up (of Down) voor de betreffende Part uitschakelen. Opmerking: De octaafligging van de MDR-Part kunt u niet wijzigen, om de inmiddels bekende reden. Master Tune Dit is in feite geen speelhulp maar een noodzakelijke functie om uw G-600 op andere instrumenten af te stemmen. Het werkt als volgt: 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter mode te gaan. 2) Druk op [F2] (Tune). 3) Kies met de [PAGE] -knoppen de eerste Param/Tune-pagina. 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de gewenste stemming. De afgebeelde waarde (440.0 Hz) is de toonhoogte van de noot A4. Opmerking: De instelling van deze parameter kunt u, samen met de overige instellingen, opslaan in een Performance-geheugen. Dat is handig om achteraf moeilijke stemmingen met één knopdruk opnieuw te laden. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Sustain-pedaal (Hold) De Hold-functie kunt u voor elk van de volgende Parts apart in- of uitschakelen: Upper1, Upper2, Lower en M.Bass. Voorwaarde is wel dat u de WHO- LE LEFT of WHOLE RIGHT Keyboard Mode hebt geselecteerd. In de SPLIT-mode werkt de Holdfunctie enkel op de uiterst rechtse Part. Als Upper1 en Upper2 zijn gestapeld, geldt de functie echter voor beide Parts. In de UP2 Split-mode geldt de Hold-functie enkel voor de Upper1 Part. Zwelpedaal Op de EXPRESSION PEDAL-ingang op het achterpaneel kunt u een EV-5 of EV-10 zwelpedaal (los verkrijgbaar) aansluiten, waarmee u het volume van alle Parts kunt aansturen. U kunt kiezen welke Parts al dan niet worden aangestuurd en bovendien kunt u de werking van het pedaal omkeren (zie blz. 69). 27

28 G-600 Handleiding 5. Spelen met begeleiding Arranger Voordat we aan de slag gaan met de Music Styles (begeleidingen), tonen we eerst hoe ze georganiseerd zijn. 5.1 Arranger en Music Styles U kunt de Music Style van de Arranger beschouwen als het orkest dat u begeleidt. De onderstaande afbeelding laat zien dat dit niet zo n boude bewering is als u op het eerste gezicht zou denken. De G-600 kan namelijk verschillende variaties (of divisies) van een begeleiding spelen. Het is aan u om te beslissen in welke stijl er gespeeld zal worden: salsa, rhumba, pop-rock of big band? U bent de orkestleider, dus moet u de orkestleden vertellen wat ze moeten spelen. Met andere woorden: u moet uitleggen hoeveel maten de verschillende delen van de song tellen en hoe de begeleiding van de melodie of solo moet klinken. Original Fill-In To Original Intro Fill-In Ending Variation Fill-In To Variation Original Fill-In To Original Intro Fill-In Ending Variation Fill-In To Variation De witte vierkantjes in de bovenstaande afbeelding noemen we divisies. Dat woord is hier nog niet zo belangrijk, het gaat erom dat u begrijpt hoe u Music Styles kunt programmeren. Een divisie is één versie van de geselecteerde begeleiding (of Music Style). Zoals u ziet, zijn er twee hoofdniveaus: Basic en Advanced, die elk de keuze bieden uit twee divisies: Original en Variation. Zoals de naam aangeeft, is Basic de normale begeleiding, dus een spaarzaam uitgevoerd arrangement. Op het Advanced-niveau komen er doorgaans wat instrumenten en partijen bij, zodat het geheel wat drukker gaat klinken. Op elk van deze niveaus (Basic en Advanced) kunt u kiezen uit twee versies: Original en Variation. De Variation voegt doorgaans één of twee partijen toe aan het origineel. 28

29 Spelen met begeleiding Arranger Akkoordherkenningsgebied afbakenen Door te jongleren met de blokjes uit de bovenstaande afbeelding vertelt u uw muzikanten wat ze moeten spelen en wanneer ze dat moeten doen. Een goede opbouw van een song kan er bijvoorbeeld zo uitzien (hierbij wordt de begeleiding steeds complexer): Typische songstructuur 1ste Strofe 2de Strofe 1ste Refrein 3de Strofe 2de Refrein Basic Original Basic/ Variation Advanced/ Original Basic/ Variation Advanced/ Variation ADVANCED VARIATION ADVANCED VARIATION ADVANCED VARIATION ADVANCED VARIATION ADVANCED VARIATION Er zijn nog meer bouwstenen die uw arrangement extra kracht kunnen verlenen. Fill In To Variation en To Original zijn korte patronen die de overgang van bv. strofe naar refrein extra luister kunnen bijzetten. bevat het geheugen van de G-600 echter nog een akkoord, zodat u toch de volledige begeleiding hoort. 5.2 Akkoordherkenningsgebied afbakenen De Arranger van de G-600 werkt interactief. Hij transponeert namelijk korte patronen (de geselecteerde Music Style-divisie) in functie van de noten die u speelt in het akkoordherkenningsgebied (zie hieronder). Alle Style-divisies zijn zodanig geprogrammeerd dat ze alle akkoorden, die u in het akkoordherkenningsgebied speelt, kunnen volgen. Typische songstructuur 1ste Strofe (maat 1~7) Basic Original S1 2de Strofe 1ste Refrein 3de Strofe (maat 8) Basic/ Variation Advanced/ Original Basic/ Variation 2de Refrein Advanced/ Variation ADVANCED VARIATION TO VARIATION ADVANCED VARIATION ADVANCED VARIATION ADVANCED VARIATION ADVANCED VARIATION Op blz. 35 gaan we verder in op het kiezen van begeleidingspatronen. Volledig akkoord "Intelligent" akkoord Arranger Parts Iedere begeleiding kan bestaan uit maximaal vijf partijen (Parts): Part A.Drums Verklaring Accompaniment Drums. Deze Part speelt de drum- en percussiepartijen. Hij stuurt met andere woorden de Drum Set van de ADR Part aan. U moet de G-600 vertellen uit welke klavierhelft hij de akkoordinformatie moet halen. Normaal wilt u waarschijnlijk de linkerhelft gebruiken (ARR CHRD LEFT), maar desgewenst kan het ook de rechterhelft zijn (RIGHT). Kiest u WHOLE, dan analyseert de Arranger akkoorden op het volledige klavier. A.Bass Ac1~Ac6 Accompaniment Bass. Deze Part speelt de baslijn van de geselecteerde Music Style. Dit zijn melodische begeleidingspartijen. Hoeveel er actief zijn en wat ze spelen hangt af van de geselecteerde Music Style. Het kan gaan om een pianolijntje, een gitaarriff enz. Het is dus niet noodzakelijk een akkoordpartij. ARRCHR 1 Left De bas- en akkoordpartijen maken telkens gebruik van de akkoorden of noten die u in het akkoordherkenningsgebied van het klavier speelt (dit is het gebied links van het splitpunt). Als u de Arranger start zonder een akkoord in het akkoordherkenningsgebied te spelen, hoort u normaal enkel de drums van de begeleiding. Meestal ARRCHR 2 Right Het bereik van de linker en rechter klavierhelft kunt u instellen met de Keyboard Mode SPLIT-parameter 29

30 G-600 Handleiding (zie blz. 20). Met andere woorden: het splitpunt dat u voor de Realtime Parts instelt geldt ook als grens tussen het linker en rechter akkoordherkenningsgebied. Om het akkoordherkenningsgebied te kiezen gaat u als volgt te werk: 1) Druk op [ARR CHORD]. U komt op de volgende display-pagina terecht. 2) Druk op [F1] om Left te kiezen, op [F2] om Right te kiezen of op [F3] om Whole te kiezen. U kunt ook op [F4] drukken om Off te kiezen. Daarmee schakelt u de Arranger niet uit, maar u zorgt dat hij niet langer naar akkoorden zoekt op het klavier. Kies deze mode als u de Arranger wilt aansturen met akkoorden die u via MIDI ontvangt (zie ook NTAkanaal op blz. 97). 3) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. dus gewoon de traditionele vingerzettingen voor drie- en vierklanken gebruiken. Piano Style Als u de PianoStl-optie kiest kunt u op het klavier spelen zoals op een piano en toch de Arranger aansturen. De akkoordherkenning gebeurt namelijk over het volledige klavier, zodat ook brede, pianistieke voicings worden herkend. Om het pianogevoel compleet te maken activeert u best enkel de Upper1 Part (Whole Right mode), zodat u over het volledige klavier dezelfde klank hebt. Ook in deze mode wordt een akkoord pas herkend als u minstens een drieklank speelt. Meer dan drie noten mag natuurlijk ook, maar als u twee noten speelt beschouwt de Arranger deze niet als een akkoord, zodat de toonaard van de begeleiding niet verandert. In deze mode kiest u waarschijnlijk best de ARR CHRD Whole mode (druk op [F3]). Arranger blijft het vorige akkoord weergeven Arranger gaat naar C majeur 5.3 Arranger Chord-mode selecteren Voordat u met Music Styles aan de slag kunt moet u eerst enkele keuzes maken. De belangrijkste keuze is de manier waarop u nootinformatie naar de Arranger zendt, zodat deze de Music Style in de juiste toonaard kan weergeven. 1) Druk op [ARR CHORD] om naar de ARR CHRDpagina te gaan (zie hierboven). 2) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de gewenste Arr Chord mode. 3) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Dit zijn de drie modes waaruit u kunt kiezen: Intelligent Waarschijnlijk zult u meestal voor deze mode (Intellig in het display) kiezen. De Arranger werkt hier intelligent, hij vult namelijk de ontbrekende noten in van de akkoorden die u bedoelt. Hierdoor kunt u de meeste akkoorden spelen door maar één of twee noten op het klavier aan te slaan. Een overzicht van de vingerzettingen die u voor intelligente akkoorden moet gebruiken vindt u in het Referentie-deel. Standard Dit is de normale akkoordherkenning, wat inhoudt dat de begeleiding de akkoorden die u in het hierboven gekozen akkoordherkenningsgebied speelt letterlijk volgt. Speelt u dus maar één noot, dan geeft de begeleiding ook maar één noot weer (de begeleiding gaat er dus van uit dat u bewust geen volledig akkoord wilde spelen). In de Standard-mode moet u 30

31 Spelen met begeleiding Arranger Bass Inversion en Arr Hold 5.4 Bass Inversion en Arr Hold Bass Inversion Druk op de [BASS INVERSION]-knop (de indicator licht op) om een andere manier te kiezen waarop de Arranger uw akkoorden interpreteert. Licht de indicator niet op, speelt de A.Bass-Part gewoon de grondnoot van uw akkoorden, terwijl de noten van de melodische begeleiding (AC1~6) zo verdeeld worden dat intervallen van een halve (ook wel kakafonie genaamd) vermeden worden. Als u Bass Inversion inschakelt, bent u vrijer, omdat u dan zelf bepaalt welke noot de bas speelt. Deze functie moet u dus gebruiken voor stukken die voor een groot deel teren op de baslijn (bijvoorbeeld C-C/ B-C/Bb, enz.). wordt voortgegaan op het laatste akkoord dat u hebt gespeeld. De Arranger blijft met dit akkoord begeleiden tot u een volgend akkoord speelt. Als u de Holdfunctie niet inschakelt, stopt de weergave van de melodische Parts zodra u uw handen van het klavier haalt. 1) Druk op [ARR CHORD] om naar de Arranger Chord-pagina te gaan. 2) Schakel met de [BASS/BANK] -knoppen de Arr Hold-functie in of uit. 3) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Arr Hold Als u deze functie inschakelt, blijft de begeleiding doorgaan nadat u de klaviertoetsen loslaat (we hebben het dan over de melodische begeleidingspartijen de drums blijven sowieso doorgaan). Daarbij 5.5 Music Style-functies Music Style starten Er zijn verschillende manieren waarop u een Music Style kunt starten: 1) Druk op de [START/STOP]-knop (de indicator licht op) om de Arranger onmiddellijk te starten. OF: 2) Stop de weergave (zie hieronder) van de Style die nu speelt en druk op de [INTRO]-knop (de indicator licht op) om de Style weergave met een inleiding (Intro) te starten. De lengte van de Intro verschilt naar gelang de Style die u kiest. Na de Intro gaat de Arranger over naar de Style-divisie die u kiest tijdens de weergave van de Intro. Dat kan gelijk welke divisie zijn (Basic, Original enz.). OF: 3) Druk op Synchro [START] (de indicator knippert) en speel een akkoord (als u de Intelligent mode gebruikt zie blz. 30 volstaat één noot). De Arranger start zodra u een noot speelt in het akkoordherkenningsgebied (zie blz. 29). Opmerking: Speel geen akkoorden terwijl de Intro nog bezig is. In tegenstelling tot de normale begeleidingen (Basic, Advanced, Original, Variation) bevatten de meeste Intropatronen namelijk een voorgeprogrammeerde akkoordenreeks. De akkoordherkenning blijft echter ingeschakeld. Speelt u dus reeds tijdens de Intro akkoorden, dan springt de openingsfrase van de ene toonaard naar de andere, en dat is niet de bedoeling. 31

32 G-600 Handleiding Music Style stoppen Er zijn twee manieren waarop u een Music Style kunt stoppen: 1) Druk op de [START/STOP]-knop (de indicator licht op) om de Arranger onmiddellijk te stoppen. OF: 2) Druk op [ENDING] (de indicator knippert) om de Ending-functie in te schakelen. Op de eerste tel van de volgende maat begint dan een muzikaal aangepaste slotfrase (coda) die de begeleiding beëindigt. Opmerking: Speel geen akkoorden terwijl de Ending nog bezig is. In tegenstelling tot de normale begeleidingen (Basic, Advanced, Original, Variation) bevatten de meeste Ending-patronen namelijk een voorgeprogrammeerde akkoordenreeks. De akkoordherkenning blijft echter ingeschakeld. Speelt u dus nog tijdens de Ending akkoorden, dan springt de slotfrase van de ene toonaard naar de andere, en dat is niet de bedoeling. Als u de Sync Start-functie hebt ingeschakeld (de indicator licht op) start de Style automatisch opnieuw zodra u een noot in het akkoordherkenningsgebied speelt. U kunt de begeleiding ook laten eindigen in een Fade Out (zie blz. 34). Andere Style-divisie kiezen Voor de nodige afwisseling in de begeleiding moeten zoals inmiddels bekend de Style-divisies zorgen. Deze kunt u tijdens het spelen kiezen, zodat niets een levendig arrangement nog in de weg staat. Het gaat om de volgende divisies: Basic en Advanced Style oplevert (te vermenigvuldigen met drie, zoals u hieronder zult merken). Majeur, mineur, dominant Naast de hierboven geschetste vierdeling zijn er nog drie onzichtbare niveaus in de Style-hiërarchie. Het is u misschien al opgevallen dat het Intro- en Ending-patroon van een Music Style verschillen naar gelang het type akkoord dat u speelt. Er zijn drie mogelijkheden: Om het volgende te illustreren kiest u nu best even GROUP B, nummer 4, nummer 5 (B45 Musette Style, meer details over het kiezen van Styles vindt u op blz. 35). Druk op [INTRO] en Synchro [START] (de overeenkomstige indicators moeten oplichten). Akkoordtype Majeur (M) Mineur (m) Dominant (7) Wat er gebeurt Door een majeur-akkoord te spelen kiest u het eerste begeleidingsniveau. Hiermee kiest u het tweede begeleidingsniveau. Dat hoort u als u nu nogmaals op [INTRO] drukt en een mineur-akkoord speelt. Hiermee kiest u het derde begeleidingsniveau. U hoort dit het best als u een majeur-akkoord speelt, gevolgd door een dominant-akkoord. Voor een aantal divisies (zoals Intro s en Endings) kunnen we het beschikbare aantal dus met drie vermenigvuldigen! Opmerking: De G-600 beschikt ook nog over een functie waarmee u verschillende akkoordtypes (7/5, dim enz.) aan deze drie niveaus kunt toewijzen. Fills: To Original en To Variation Druk op de [ADVANCED]-knop (de indicator moet doven) om de Basic-versie van de Music Style te kiezen (op blz. 28 vindt u meer uitleg over Basic en Advanced). Druk nogmaals op deze knop (de indicator licht op) om de Advanced-begeleiding te kiezen. Op het Basic-niveau kunt u met de [VARIATION]- knop nog kiezen tussen de normale begeleiding (de indicator dooft) en een iets complexere variatie daarvan (de indicator licht op). Ook op het Advanced-niveau kunt u deze keuze maken, wat een totaal van vier mogelijke begeleidingen per Music Schakel Arranger Hold in (zie blz. 31) en start de weergave van de geselecteerde Style door op [START/STOP] te drukken. Fill In [TO ORIGINAL] en [TO VARIATION] zijn twee overgangen die u aan het einde van een muzi- 32

33 Spelen met begeleiding Arranger Music Style-functies kale frase (strofe, refrein, brug) kunt gebruiken. Deze knoppen doen twee dingen tegelijk: Half Bar is actief. De overgang duurt slechts twee tellen (2/4) Original: [VARIATION] Variation: [VARIATION] 1ste Strofe (maat 1~7) Basic Original S1 2de Strofe 1ste Refrein 3de Strofe (maat 8) Basic/ Variation Advanced/ Original Basic/ Variation 2de Refrein Advanced/ Variation TO ORIGI- NAL Original Fill Original Fill [VARIATION] ADVANCED VARIATION TO VARIATION ADVANCED VARIATION ADVANCED VARIATION ADVANCED VARIATION ADVANCED VARIATION HALF BAR TO VARIA- TION Variation Fill [VARIATION] Variation Fill U kunt in de 7de maat op [HALF BAR] drukken Probeer deze knoppen meteen uit. Begin met [TO VARIATION] en druk daarna op [TO ORIGINAL]. Een Fill In kunt u beschouwen als het moment in de song waarop de drummer even rondgaat over de toms en de bassist en toetsenist snel een paar hippe lijntjes in hun begeleiding verwerken. Fill In s duren normaal één maat, maar u kunt ze ook korter maken: als u de [TO VARIATION] of [TO ORIGINAL] knop op de eerste t/m de voorlaatste tel van de maat indrukt (dus op de 1ste, 2de of 3de tel van een 4/4-maat, of op de 1ste of 2de tel van een 3/4-maat) begint de Fill onmiddellijk en duurt hij tot aan het einde van de huidige maat. Drukt u de [TO VARIATION]- of [TO ORIGINAL]-knop op de laatste tel van de maat in, dan begint de Fill op de eerste tel van de volgende maat en duurt hij een volledige maat. Opmerking: U kunt de [TO ORIGINAL]- en [TO VARIA- TION]-knop ook gebruiken om de weergave van de Style te starten. De Arranger gaat na de Fill naar het niveau (Original of Variation) van diens bestemming. U kunt de Intro en Ending van de geselecteerde Style ook gebruiken als Fills. Zie Intro en Ending hieronder. Laat de weergave van de Style lopen terwijl u verderleest. Fill In Half Bar Soms hebt u in een song in 4/4 een maat nodig die slechts twee tellen duurt, bijvoorbeeld tussen de eerste en de tweede strofe, of aan het eind van een refrein of van de brug. Uw G-600 biedt de mogelijkheid om dit soort halve maten in te voegen. Druk op Fill In [HALF BAR] (de indicator licht op) om de Half Bar-functie te activeren. In eerste instantie gebeurt er dan niets. Pas wanneer u op [TO VARIA- TION] of [TO ORIGINAL] drukt treedt de functie in werking door een gehalveerde Fill in te voegen. Schakel Fill In [HALF BAR] opnieuw uit en stop de weergave van de Style. Intro en Ending Nu de weergave van de Style is gestopt, drukt u op de [INTRO]-knop. Als u de weergave opnieuw start, hoort u eerst een inleiding. De lengte van de Intro hangt af van de Style die u hebt geselecteerd. Sommige Intro s duren twee maten, andere acht enz. Een Intro kunt u zowel gebruiken in combinatie met de [START/STOP]- als met Synchro [START]-knop (zie hieronder). Opmerking: U kunt ook in het midden van een song op [INTRO] drukken. In dat geval knippert de indicator tot aan het eind van huidige maat en blijft hij vanaf de eerste tel van de volgende maat branden, om aan te geven dat de Arranger dan de Intro weergeeft. Als u tijdens de weergave van de Style op [ENDING] drukt, begint de indicator te knipperen. Vanaf de eerste tel van de volgende maat blijft hij branden, om aan te geven dat de Arranger dan de Ending weergeeft. Na die Ending houdt de weergave op. Ook de lengte van de Ending hangt af van de Style die u hebt geselecteerd. De Intro en Ending van de geselecteerde Style kunt u ook als Fills gebruiken. U kunt zelfs een song laten beginnen met de Ending en eindigen met de Intro. Dat probeert u wel best even uit voordat u er op een podium mee uitpakt, want de lengte van Intro s/ Endings verschilt naar gelang de gekozen Music Style. Als u een Ending als Intro wilt gebruiken, moet u er ook rekening mee houden dat de weergave na de Ending ophoudt. 33

34 G-600 Handleiding Ritmische begeleiding wijzigen tijdens het spelen Net zoals voor de melodische begeleiding kunt u ook voor de drums tijdens het spelen kiezen tussen verschillende variaties. Bij iedere variatie worden een aantal slagwerkinstrumenten toegevoegd c.q. weggelaten. Welke instrumenten dat zijn ligt vast, daar kunt u verder niets aan veranderen. Kies met de [DRUM VARIATION]-knop de gewenste Drum Variation. Als u DRUM VARIATION 4 kiest, hoort u alle slagwerkpartijen van de geselecteerde Style. Kiest u DRUM VARIATION 3, dan vallen er één of twee slagwerkgeluiden (bijvoorbeeld de conga s) weg. Met DRUM VARIATION 1 en 2 kiest u respectievelijk de eenvoudigste drumbegeleiding en een iets uitgebreidere. Andere nuttige weergavefuncties One Touch One Touch is een handige functie die u waarschijnlijk vaak zult gebruiken, want ze automatiseert heel wat taken. Druk op [ONE TOUCH] (uiterst rechts op de G-600) om de gelijknamige functie in te schakelen. In het display verschijnt naast de Style naam een pijl (bv. A11 Hardrock). Kiest u een Music Style terwijl de One Touch-functie actief is, dan stelt de G-600 automatisch de volgende dingen in: Arranger Chord Standard en Arr Hold On Voorgeprogrammeerd Style-tempo Synchro [START] (licht op) Tones voor Upper1 en Upper2 die passen bij de geselecteerde Style. Keyboard Mode [SPLIT]. Geschikte instellingen voor Reverb, Chorus en Delay van Upper1 en Upper2. One Touch blijkt vooral een godsgeschenk in van die situaties waarin u absoluut dit of dat verzoeknummer moet doen, terwijl u weet dat geen van uw Performance-geheugens daarvoor geschikte instellingen bevat. Voor uw eigen repertoire is het efficiënter om met Performance-geheugens (zie blz. 41) te werken. Melody Intelligence De Arranger van uw G-600 verzorgt niet enkel akkoorden, maar kan ook een tweede en derde stem aan uw melodie toevoegen. Die harmoniestemmen berusten op de akkoorden die u speelt in het akkoordherkenningsgebied. Voor de weergave van de harmonie wordt beroep gedaan op de Upper2 Part. Zodra u op [MELODY INTELLIGENCE] drukt (de indicator licht op) wordt de Upper2 Part voor dit doel ingeschakeld (de indicator van de Keyboard Mode [UPPER2]-knop dooft). De harmoniestemmen kunt u laten weergeven door gelijk welke Tone (die u kiest voor de Upper2 Part). Fade Out We hoeven u waarschijnlijk niet te vertellen hoeveel popsongs er met een Fade-out eindigen. De G-600 biedt de mogelijkheid om een song te laten eindigen met een Fade-out. Op het moment dat u wilt beginnen faden drukt u op de [FADE OUT]-knop (de indicator knippert). Het volume wordt dan geleidelijk teruggeregeld naar nul (bij nul blijft de indicator branden). Wilt u na een Fade-out opnieuw het originele volume kiezen, druk dan nogmaals op [FADE OUT] (de indicator dooft). De weergave houdt automatisch op aan het einde van een Fade-out. Opmerking: Druk [FADE OUT] nooit onmiddellijk na [START/STOP] in, want dan riskeert u dat het instellen van het basisvolume van de song en de volumeregeling van de Fade-out elkaar voor de voet lopen. Reset Bij ieder optreden daagt er wel iemand op die zijn favoriete nummer wilt zingen met u als begeleider. Niet-getrainde stemmen hebben daarbij vaak last van timing-problemen, zodat de begeleiding na een tijdje uit de pas loopt. Lijkt het tussen de timing van de zanger(es) en die van uw begeleiding niet meer goed te komen, dan kunt u op de [RESET]-knop (rechts van de [ENDING]-knop) drukken. De Style wordt dan meteen herstart (en begint dus weer op de eerste tel van een nieuwe maat). 34

35 Spelen met begeleiding Arranger Music Styles selecteren Dynamic Arranger De Dynamic Arranger-functie zorgt dat het volume van de Arranger Parts wordt gestuurd door de kracht waarmee u de klaviertoetsen in het akkoordherkenningsgebied aanslaat. Op blz. 66 vindt u hoe u die aanslaggevoeligheid kunt aanpassen. 1) Druk op [ARR CHORD]. van alle Style-banken van de geselecteerde Groep. De controle- (CC) en programmanummers (PC) verwijzen naar het MIDI-adres van de Style. Inderdaad, u kunt Styles ook via MIDI selecteren (dat gebeurt op het Style Select-kanaal, zie blz. 98). De controlenummers kiezen de Style, terwijl het programmanummer op de divisie (Intro, Ending enz.) slaat. Dat merkt u meteen als u een andere divisie selecteert: druk bijvoorbeeld op [TO VARIATION] en kijk hoe het programmanummer verandert. 2) Kies met de [1]~[8] knoppen de gewenste Bank. Voor ons voorbeeld kiezen we nummer 8. 2) Druk op [UPPER/VARIATION] om Dynamic Arr in te schakelen. Door de aanslaggevoeligheid voor verschillende Parts anders in te stellen kunt u leuke truukjes uithalen. Zo kunt u bijvoorbeeld zorgen dat sommige Parts klinken op het moment dat andere onhoorbaar zijn en vice versa. 3) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 3) Kies nu met diezelfde [1]~[8] knoppen het gewenste Nummer. Voor ons voorbeeld wordt dat nummer 5, waarmee we de C Boogie Style kiezen. Het display keert terug naar de Master-pagina en de naam en het tempo van de nieuwe Style verschijnen in de bovenste regel. 5.6 Music Styles selecteren De Music Styles van de G-600 zijn onderverdeeld in twee Groepen: A en B. Iedere Groep bevat 8 banken van elk 8 Styles. Als u de G-600 inschakelt, wordt automatisch A21 Progress gekozen. Andere Styles kiest u als volgt: Opmerking: Als u een andere Groep wilt kiezen, moet u ook een andere Bank en Nummer specifiëren, anders werkt het niet. Anderzijds is een nieuwe Groep specifiëren enkel nodig wanneer de gewenste Style zich in een andere Groep bevindt, zoniet volstaat het dat u de Bank en het Nummer specifieert. De geselecteerde Style kunt u opslaan in een Performancegeheugen. Roept u het betreffende Performance-geheugen achteraf weer op, dan wordt automatisch de gememoriseerde Style gekozen. 1) Druk op de [GROUP]-knop in het MUSIC STYLEgedeelte om Groep A of B te selecteren. Bij wijze van voorbeeld kiezen we hier Groep B. Met dit soort display zou u inmiddels al vertrouwd moeten zijn. In het grote venster ziet u een overzicht Externe (User) Styles gebruiken Naast de interne Styles in het ROM-geheugen van de G-600 kunt u ook werken met Styles van een diskette. Bij de G-600 wordt een Demo/Style-diskette geleverd met daarop nieuwe Styles. Uw Roland dealer heeft nog meer MSA, MSD en MSE Style-diskettes in de aanbieding. U kunt ook uw eigen Styles programmeren en laden (zie blz. 72). Vanaf nu noemen we alle Styles die niet uit de interne ROM komen User Styles. Het geheugen van de G-600 biedt plaats aan 8 User Styles. Het gaat hier om een RAM-geheugen, wat betekent dat het aanvankelijk leeg is. De inhoud van 35

36 G-600 Handleiding de User Style-geheugens moet u van diskette laden. Let wel: nadat u de G-600 uitschakelt blijft een batterij deze geheugens van voeding voorzien. De Styles die u van diskette hebt geladen blijven op die manier bewaard tot u de G-600 de volgende keer inschakelt! User Styles laden Opmerking: Door User Styles van diskette te laden overschrijft u eventueel aanwezige User Styles in het interne geheugen. Hebt u daarin wijzigingen aangebracht, dan kunt u de inhoud van de User-geheugens best even opslaan voor u nieuwe Styles laadt. Hoe dat opslaan in zijn werk gaat leest u op blz. 38. Volg de onderstaande stappen om User Styles te laden. 1) Steek de bijgeleverde Demo/Style-diskette in de disk drive. 2) Druk op de Master-pagina op [F5] (Disk) om naar de Disk-mode te gaan. 3) Als de 1 Load-optie niet is geselecteerd moet u dat nu doen door op [F1] (Load) te drukken. In de schuifbalk links zou nu USR STL moeten staan. Is dat niet zo 4) druk dan op [PAGE] tot u USR STL te zien krijgt. 5) Stel met de [DRUMS/PART] -knoppen de Source-parameter op Dsk in. Als u dat niet doet, wordt er een interne Style gekopieerd naar het User Style-geheugen. Dat is enkel nodig als u de betreffende interne Style wilt wijzigen, en daar zijn we nu nog niet aan toe. In het Music Style-infovenster ziet u een overzicht van de Styles op de diskette. De laatste regel in dit venster duidt op de hoeveelheid beschikbaar Usergeheugen. 6) Met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen kunt u door de lijst met beschikbare Styles stappen. De Style waar de selectiebalk zich op bevindt zal worden geladen. Nu moet u nog even beslissen welke divisies van de Style u wilt laden. 7) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de gewenste Style-divisie. In ons voorbeeld willen we enkel een Style laden en gebruiken zoals een interne Style, dus kiezen we ALL (alle divisies). 8) Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen het User-geheugen waarin u de Style wilt laden. Laten we nummer 1 kiezen. Opmerking: De G-600 waarschuwt u niet wanneer u een intern geheugen dreigt te overschrijven dat reeds een User Style bevat. Laad dus nooit een Style in een geheugennummer dat reeds een Style bevat (tenzij u de aanwezige Style niet meer nodig hebt uiteraard). 9) Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om de Style te laden. 10)Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. U hebt nu een User Style in het eerste User Stylegeheugen geladen (zie Werken met User Style Sets op blz. 38 als u acht Styles in één keer wilt laden). Nu komt het erop aan de geladen Style te gebruiken. Dat gaat als volgt: User Styles kiezen 1) Druk op MUSIC/STYLE/MIDI SET [GROUP] tot de USER-indicator oplicht. 2) Druk op het nummer van het gewenste User Stylegeheugen. Opmerking: Nadat u de Styles hebt geladen moet u nogmaals op [GROUP] drukken om weer Groep A of B te kiezen. Opmerking: De Style-keuze die u maakt kunt u opslaan in een Performance-geheugen (zie blz. 41). 5.7 Style-tempo Tempo-knoppen en -indicators Voor iedere Music Style is reeds een aangepast basistempo vastgelegd. Dit kunt u echter desgewenst aanpassen met de [TEMPO]-knoppen. De nieuwe tempowaarde die u kiest kan worden opgeslagen in een Performance-geheugen. De TEMPO-indicators knipperen in de maat van het geselecteerde tempo. De eerste indicator knippert in het rood om duidelijk de eerste tel van iedere maat 36

37 Spelen met begeleiding Arranger Music Styles naat uw hand zetten aan te geven. Voor maatsoorten zoals 6/8 knippert de vierde indicator enkele keren na elkaar om de ontbrekende tellen aan te geven. Ziehier enkele belangrijke opmerkingen in verband met het Style-tempo: Telkens als u een Style kiest wordt opnieuw zijn voorgeprogrammeerde basistempo geselecteerd, tenzij u een ander tempo kiest en dit opslaat in een Performance-geheugen. Als u een andere Style kiest terwijl de weergave van de Arranger loopt, dan krijgt die nieuwe Style hetzelfde tempo als de vorige Style. Wilt u liever het originele tempo van die Style gebruiken, druk dan tegelijk op de TEMPO [+] en [ ] knoppen. Om opnieuw het originele tempo te kiezen moet u tegelijk op de TEMPO [+] en [ ] knoppen drukken. In feite kunnen we spreken van twee voorgeprogrammeerde tempo s: het tempo dat vastligt voor iedere interne en User Style en het tempo dat deel uitmaakt van een Performance-geheugen. Als u een Style kiest door een Performance-geheugen op te roepen, en u wijzigt het tempo, dan kunt u door de TEMPO [+] en [ ] knoppen tegelijk in te drukken opnieuw het tempo kiezen dat in dat Performancegeheugen is vastgelegd. Kiest u echter een Style met de MUSIC STYLE/MIDI SET-knoppen, dan dienen TEMPO [+] en [ ] om het voorgeprogrammeerde tempo van de Style zelf te kiezen. Wat dan als u een Style via een Performance-geheugen hebt gekozen, maar u wilt het originele tempo van de Style kiezen? Dat kan door eerst PERFOR- MANCE MEMORY [ DOWN] en [UP ] tegelijk in te drukken en vervolgens hetzelfde te doen met TEMPO [+] en [ ]. Tap Tempo Tap Tempo is een erg leuke en muzikale manier om een tempowaarde te specifiëren: stop de weergave van de Arranger en tik in de maat van de muziek op de [RESET/TAP TEMPO]-knop (zoals een drummer die aftelt). Na de tweede tik ziet u in het display reeds een nieuwe tempowaarde verschijnen. In feite is het dus voldoende dat u twee keer op de knop drukt. Om in de maat te komen is het echter meestal waarschijnlijk handiger als u 4 keer (voor een 4/4 maat) of 3 keer (voor een 3/4 maat), of zelfs nog meer keer drukt. 5.8 Music Styles naat uw hand zetten Andere Tones kiezen voor de Arranger Parts Zoals u weet, werden voor alle Parts van alle Music Styles reeds aangepaste Tones/Drum Sets vastgelegd. Eén van de eerste dingen die u kunt doen om een Style te personaliseren is het wijzigen van die keuze. Tones kiezen voor de Arranger Parts werkt op dezelfde manier als Tones kiezen voor de Realtime Parts, met dit verschil: om naar de Arranger Parts te gaan kunt u in dit geval geen gebruik maken van de Part Select-knoppen onder het display. U moet daarvoor de [DRUMS/PART] -knoppen in de Tonemode gebruiken (zie Tones kiezen met de - knoppen op blz. 24). Opmerking: Stop de weergave van de Arranger voordat u andere Tones aan de Arranger Parts toewijst (zie ook volgende paragraaf). Tone Change Normaal kiest de Music Style bij herstarten e.d. opnieuw de Preset Tones. Wilt u dat niet, dan moet u de waarde van de Tone Change-parameter wijzigen (zie Wie kiest de Tones? Tone Change op blz. 25). Opti e Prf Sng Betekenis De geselecteerde Tone blijft actief tot u een andere Tone of een ander Performance-geheugen kiest. Tones kunnen ook worden gekozen door programmakeuze-commando s in Standard MIDI Files die u van diskette weergeeft. Opmerking: De Tone Change parameter heeft enkel betrekking op interne commando s. Programmakeuze-commando s die via MIDI IN worden ontvangen worden altijd uitgevoerd. Volg de onderstaande stappen om de Tone Change parameter in te stellen: 1) Druk op [TONE] om naar de Tone-mode te gaan. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F2] (Arrang) om naar de Arranger-pagina te gaan. 37

38 G-600 Handleiding 3) Kies met de [PAGE] -knoppen de Part waarvoor u de Tone Change-parameter wilt wijzigen. de kans om dit te doen. Is de diskette al geformateerd voor IBM PC, dan mag u gelijk naar stap 3. 3) Druk op de Disk-pagina op [F2] (Save). 4) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de onderstaande display-pagina: De naam van de geselecteerde Part verschijnt in de schuifbalk. 4) Stel met de [DRUMS/PART] -knoppen de Tone Change-schakelaar op Prf of Sng in. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Opmerking: Style- en Tone-keuze kunt u (samen met nog heel wat andere instellingen) opslaan in een Performancegeheugen. Dat doet u best nadat u andere Tones voor de Arranger Parts hebt gekozen en eventueel de instellingen van de Tone Change-parameter hebt gewijzigd. 5.9 Werken met User Style Sets 5) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen User Style geheugen 1. 6) De naam van de Style wilt u waarschijnlijk niet veranderen, dus daar gaan we ons hier niet mee bezighouden. Wilt u echter toch de naam wijzigen, kies dan met de [LOWER/UPPER] -knoppen het karakter dat u wilt wijzigen en kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen het gewenste karakter. 7) Druk op Part Select [M.BASS] (Execute) om de Style op diskette op te slaan. Uw eigen Style Sets compileren en opslaan User Style Sets vormen de meest efficiënte manier om alle Styles die u voor een bepaald(e) song, optreden enz. nodig hebt bij elkaar te houden. We raden u ten zeerste aan om even wat tijd in het samenstellen van User Style Sets te steken, want eens dit is gebeurd hebt u er enorm veel plezier aan. Denk bijvoorbeeld maar aan het eindeloze gejongleer met diskettes, dat u uitspaart door samenhorende Styles als één Set op een nieuwe diskette te zetten. 1) Laad acht Styles waarvan u een Set wilt maken in de User Style-geheugens van de G-600 (zie stap (2)~ (9) op blz. 36 en herhaal stap (5)~(9) tot alle acht User Style-geheugens Music Styles bevatten). Vergeet niet op het juiste moment van diskette te wisselen als u Styles van verschillende diskettes wilt gebruiken. Opmerking: Druk NIET op [F5] (Exit) zodra u klaar bent. Style Sets bevatten slechts verwijzingen naar de Styles op diskette. Om deze Styles achteraf te kunnen gebruiken moeten we ze dus opslaan op diskette. 8) Herhaal stap (5)~(7) om de Styles 2~8 op diskette te zetten. In stap (5) moet u uiteraard telkens het relevante Style-nummer specifiëren: 2, 3, 8. User Style Set opslaan Nu u acht Styles op diskette hebt staan kunt u ze samenvoegen tot een Style Set. Als u van een lege diskette bent uitgegaan om de Styles op te slaan, blijft er natuurlijk nog heel wat plaats over om andere Sets op te slaan. Een Style Set compileren en wegschrijven gaat als volgt: 9) (We gaan er van uit dat u zich nog in de Disk-mode bevindt:) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F1] (StlSt). User Styles op diskette bewaren 2) Steek een nieuwe 2DD of 2HD diskette in de disk drive. Al deze nog niet is geformateerd krijgt u nu 38

39 Spelen met begeleiding Arranger Werken met User Style Sets Het Style Set-venster van deze display-pagina vertoont nu nog weinig overeenkomst met dat van de interne geheugens van de G-600, omdat er nog geen User Style Sets op de diskette staan. Die gaan we er nu opzetten: 10)Druk op Part Select [M.DRUMS] (New) om een nieuwe Style Set aan te maken. 11)Kies met de [BASS/BANK] -knoppen de gewenste Style Position. De Position geeft het User Style-geheugen aan waarnaar de Style wordt gekopieerd als u de User Style Set laadt. Met andere woorden: de User Style waarvoor u 1 kiest komt bij het laden van de Style op User Style-geheugennummer 1 terecht enz. 12)Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de Style die u op de zonet gekozen positie wilt plaatsen. In het Disk Style-venster ziet u een overzicht van alle beschikbare Styles op de diskette. 13)Herhaal stap (11) en (12) tot uw Set compleet is. Opmerking: Voor de Position-parameter kunt u ook *** kiezen. Dat betekent dat het overeenkomstige User Stylegeheugen niet wordt overschreven als u deze Style Set laadt. Op die manier kunt u het betreffende User Style-geheugen nog aanspreken vanuit Performance-geheugens. 14)Door op Part Select [UPPER1] (Save) te drukken belandt u op de volgende display-pagina: Het display meldt nu: De G-600 is in staat om meerdere taken tegelijk uit te voeren (we spreken dan van een multitasking-instrument). Daarom kunt u nu zonder probleem op [F5] (Exit) drukken en iets anders gaan doen, terwijl de G-600 uw Style Set op diskette schrijft. Zodra de User Style Set is weggeschreven krijgt u de prompt OK Function Complete te zien. User Style Sets laden Laten we de Set die we daarnet hebben gemaakt maar meteen opnieuw laden, dan merkt u hoeveel eenvoudiger deze methode is t.o.v. het één voor één laden van Styles van verschillende diskettes. 1) Steek uw diskette in de disk drive. 2) Druk op de Master-pagina op [F5] (Disk) om naar de Disk-mode te gaan. 3) Als de 1 Load menu-optie niet is geselecteerd, druk dan op [F1] of op [SHIFT]+ [F1] (Load) om naar de Load-pagina te gaan. In de schuifbalk links zou u nu STL SET moeten zien. Is dat niet het geval 4) druk dan op [PAGE]. In dit Style Set-venster vindt u alle nodige informatie over de omvang van de Style (Size, in bytes) en de vrije ruimte op de diskette (Free Disk, ook in bytes). De standaardnaam van de Style Set die u gaat wegschrijven is STLSET, gevolgd door een nummer (in dit geval waarschijnlijk 001 ), tenzij u die naam nu verandert. Om de naam te wijzigen kiest u met de [LOWER/ NUMBER] -knoppen de gewenste karakterpositie en met de [UPPER/VARIATION]-knoppen het karakter dat u op die positie wilt zetten. Zodra de naam volledig is 15) drukt u op Part Select [M.BASS] (Execute) om de Style Set op diskette te schrijven. 5) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de gewenste Style Set. In het informatievenster rechts (Destination) leest u welke User Style-geheugens door de Set zullen worden overschreven. Een koppelteken ( ) betekent dat de Style Set geen data bevat voor het betreffende User Style-geheugen (in de bovenstaande afbeelding voor 1 en 4). De User Style-geheugens die overeenkomen met de koppeltekens worden niet overschreven. 6) Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om de Style Set te laden. 7) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 39

40 G-600 Handleiding Terwijl de Set wordt geladen, wordt in de rechter bovenhoek van de Master-pagina de prompt LOA- DING afgebeeld. 40

41 Performance-geheugens Instellingen in een Performance-geheugen opslaan 6. Performance-geheugens De G-600 biedt 192 Performance-geheugens waarin u zowat alle instellingen die u op het frontpaneel maakt kunt opslaan. Wat het wijzigen van de standaardinstellingen betreft hebben we het tot nu toe nog erg eenvoudig gehouden. Later zult u ontdekken dat er nog heel wat gedetailleerdere wijzigingen mogelijk zijn in de G-600, die u ook allemaal kunt u opslaan in zo n Performance-geheugen. Voordat we de Performance-geheugens van naderbij gaan bekijken nog even dit: alle MIDI-verwante instellingen moet u opslaan in een MIDI Set (zie blz. 102). Waarom worden die MIDI-instellingen niet gewoon mee opgeslagen in een Performance-geheugen? Het antwoord hierop is eenvoudig: omdat u waarschijnlijk veel meer geheugens nodig hebt voor Performance-instellingen dan voor MIDI-instellingen. Deze twee data-types samen opslaan zou betekenen dat het merendeel van de Performance-geheugens dezelfde MIDI-data aan boord hebben. Dat zou een heleboel overbodige data opleveren en de laadtijden onnodig verlengen. We willen u er ook even op wijzen dat de G-600 de naam onthoudt van de User Style die u in een bepaalde situatie gebruikt. Als deze Style zich op het moment dat u een Performance-geheugen laadt niet in het interne User Style-geheugen bevindt beeldt het display de volgende prompt af: Onder Automatisch User Styles kiezen op blz. 44 vindt u wat u in zo n geval moet doen. u de Performance-geheugens dus als een soort Undo -buffer. U slaat uw instellingen best op nadat u Tones hebt gekozen voor de Realtime Parts. een Style hebt gekozen, de eerste divisie hebt gekozen, en het tempo hebt ingesteld. andere Tones hebt gekozen voor de Arranger Parts. de volumebalans en de effectinstellingen hebt gewijzigd. de Source-instellingen hebt gewijzigd. Eigenlijk kunnen we het als volgt samenvatten: telkens als de huidige instellingen u wel bevallen, maar u nog even iets wilt proberen, slaat u best alles op in een Performance-geheugen. Als het experiment dan tegenvalt, kunt u nu steeds terug naar de vorige versie. Geheugenbeveiliging (Memory Protect) De G-600 is uitgerust met een geheugenbeveiliging die telkens wanneer u het instrument inschakelt wordt geactiveerd. Zolang de beveiliging is ingeschakeld, kunt u geen Performance-geheugens of MIDI Sets wegschrijven, dit om te voorkomen dat u per ongeluk belangrijke gegevens uit het geheugen wist. Vóór u uw instellingen in een Performance-geheugen opslaat, krijgt u de kans om de geheugenbeveiliging uit te schakelen. Als de beveiliging is ingeschakeld op het moment dat u op de [WRITE]-knop drukt, krijgt u namelijk het onderstaande display te zien. 6.1 Instellingen in een Performance-geheugen opslaan Het is een goed idee om uw instellingen regelmatig op te slaan, zelfs al moet u achteraf nog één en ander editen. Door tussentijds op te slaan houdt u de optie open om bepaalde wijzigingen op te heffen door een vorige versie opnieuw te laden. In dat geval gebruikt Druk op Part Select [UPPER1] (Yes) om de geheugenbeveiliging uit te schakelen. Wilt u de geheugenbeveiliging niet uitschakelen, druk dan op Part Select [M.DRUMS] (No). Als u na het inschakelen van uw G-600 de geheugenbeveiliging meteen wilt uitschakelen kunt u als volgt te werk gaan: 41

42 G-600 Handleiding 1) Druk op de Master-pagina op [F2] om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F1] (Glbal) om de Global-mode te selecteren. 3) Druk op [PAGE] om naar de eerste Globalpagina te gaan. 4) Schakel met de [DRUMS/PART] -knop de geheugenbeveiliging van de G-600 uit. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Naam geven aan een Performance Voordat u uw instellingen in een Performancegeheugen opslaat schrijft moet u er nog een naam aan geven. Dit hoeft u enkel te doen als u het betreffende Performance-geheugen voor de eerste keer opslaat. Bovendien kunt u de naam ook na het opslaan nog wijzigen. Doet u het echter nu, dan hoeft u er niet meer aan te denken. Om één en ander vlot uit elkaar te kunnen houden kiest u best een naam die u een idee geeft over de inhoud van het Performance-geheugen. De naam van de song waarvoor u dit geheugen gebruikt is een goed voorbeeld. Een naam geven gaat als volgt: 1) Ga, indien nodig, naar de Parameter\Global-pagina (zie stap (1)~(3) hierboven). 2) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de karakterpositie die u wilt wijzigen en specifieer met de [UPPER/VARIATION] -knoppen het gewenste teken. 3) Herhaal stap (2) tot de naam volledig is. 4) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Performance opslaan We willen hier nog even opmerken dat het best mogelijk is om verschillende Performance-geheugens voor één song te gebruiken. Tijdens het spelen werkt het kiezen van zo n Performance-geheugen heel wat sneller dan u een weg te moeten banen door menu s en parameters. Zo zou u één Performancegeheugen voor het eerste deel van de song kunnen programmeren, nog eentje voor de brug en een derde voor het slot. Op die manier kunt u bijvoorbeeld met de effectinstellingen van de Realtime en/of Arranger Parts spelen. 1) Druk op de [WRITE]-knop en houd deze ingedrukt. Het display vraagt of u uw instellingen wel degelijk in een Performance-geheugen wilt opslaan. Is dat het geval, ga dan naar stap (2). Zoniet, laat dan de [WRITE]-knop los. Misschien vraagt u zich af waarom u [WRITE] moet ingedrukt houden. We hebben dat bewust zo geïmplementeerd, om te voorkomen dat u per ongeluk gegevens zou wissen. Aangezien u nu twee knoppen tegelijk moet indrukken, is het onwaarschijnlijk dat u door tijdens het spelen op het verkeerde knopje te drukken een geheugen wist. 2) Druk op de TONE/PERFORMANCE MEMORY [SELECT]-knop om PRF MEM te selecteren. 3) Druk op de [GROUP]-knop A, B of C (de indicator licht op) om een Groep te selecteren. Groep D is enkel beschikbaar bij het kiezen van Tones. 4) Kies met de knoppen [1]~[8] het gewenste banknummer. 5) Kies met diezelfde knoppen het gewenste geheugennummer binnen die Bank. Het display laat kort weten dat uw instellingen in het geselecteerde geheugen werden opgeslagen. 6) Laat de [WRITE]-knop los. 42

43 Performance-geheugens Performance-geheugens selecteren 6.2 Performancegeheugens selecteren 00 FreePnl selecteren Als u een echt Performance-geheugen laadt, kan er soms verwarring ontstaan: waarom reageert een Realtime Part bijvoorbeeld op de programmakeuzecommando s die door een Standard MIDI File worden gezonden, terwijl u zeker bent dat u de betreffende Tone Change-schakelaar hebt uitgeschakeld? Door het FreePnl-geheugen te kiezen stelt u de parameters van de G-600 op hun standaardwaarden in en vermijdt u dit soort verwarring. Dat is meteen ook de enige manier waarop u het echte voorgeprogrammeerde tempo van een Music Style kunt kiezen die u via een Performance-geheugen hebt opgeroepen (zie blz. 35 voor details). Ook om Songs weer te geven met de Recorder moet u steeds het Performance-geheugen 00 FreePnl kiezen (dat hebben we trouwens ook gedaan voordat we de demosongs weergaven, zoals u zich misschien herinnert). Druk tegelijk op de Performance Memory [ DOWN] en [UP ] (Cancel) om de 00 FreePnlinstellingen te selecteren. Opmerking: Dit Performance-geheugen kunt u enkel lezen. U kunt geen data in 00 FreePnl opslaan. Resume De Resume-functie laadt opnieuw de instellingen uit 00 FreePnl en heft daarmee alle wijzigingen op die u hebt aangebracht sinds u de G-600 hebt ingeschakeld. Verder kunt u voor de Resume-functie specifiëren welke instellingen van het geheugen 00 u wilt laden: Instellingen Tone Mixer Parameter All Betekenis Enkel de Tone-keuze en de instelling van de Tone Change-parameter worden geladen (zie blz. 22 en 25). Enkel de Mixer-instellingen worden geladen (zie blz. 57). Enkel de instellingen uit de Parameter-mode worden geladen (zie blz. 61). Alle instellingen van het Performancegeheugen 00 worden geladen. De Resume-functie kunt u als volgt gebruiken: 1) Druk op de Master-pagina op [F2] om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F1] (Glbal) om de Global-mode te selecteren. 3) Druk op [PAGE] om naar de eerste Globalpagina te gaan. 4) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de instellingen die u wilt laden (zie de tabel hierboven). 5) Druk op [M.BASS] (Execute) om de instellingen te laden. 6) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Opmerking: Nog een andere manier om de 00 FreePnlinstellingen te laden is om de G-600 uit en opnieuw in te schakelen. Deze werkwijze levert hetzelfde resultaat als wanneer u in stap (4) hierboven de All-optie kiest. Performance-geheugen kiezen (Groep, Bank, Nummer) 1) Druk op de [SELECT]-knop in het TONE/PER- FORMANCE-gedeelte (de PRF MEM-indicator moet oplichten). 2) Kies met de [GROUP]-knop de gewenste groep (A~ C). 3) Kies met de [1]~[8] knoppen de gewenste Bank. Opmerking: Deze stappen kunt u eventueel al uitvoeren vóór u het punt in de song hebt bereikt waarop u wilt dat de nieuwe instellingen actief worden. Pas zodra u het geheugennummer van de Performance specifieert worden de overeenkomstige instellingen geladen. 4) Kies met de [1]~[8] knoppen het gewenste Nummer. De instellingen van het geselecteerde Performancegeheugen worden geladen. Opmerking: U bent niet verplicht om alle instellingen van het Performance-geheugen te laden. Onder Instellingen van een Performance-geheugen selectief laden op blz. 44 leest u hoe u ook delen van zo n geheugen kunt laden. 43

44 G-600 Handleiding Automatisch User Styles kiezen Zoals we hier en daar reeds hebben aangehaald, vormt een Performance-geheugen een uitstekende mogelijkheid om automatisch een Style te kiezen die bij een bepaalde song hoort. Gaat het om een User Style, dan moet die uiteraard wel in het User Stylegeheugen aanwezig zijn. Vindt de G-600 in dit geheugen niet de Style die door het Performancegeheugen werd gespecifieerd, dan krijgt u de volgende prompt te zien: De hieronder beschreven werkwijze is vooral nuttig als u twee of meer Performance-geheugens voor een song hebt geprogrammeerd of wanneer de volgorde van de Performance-geheugens exact overeenstemt met de volgorde van de songs die u gaat spelen (m.a.w. de instellingen voor de eerste song in geheugen A11, die voor de tweede song in geheugen A12 enz.). Met de [ DOWN] [UP ] knoppen kunt u met één knopdruk het vorige of volgende Performance-geheugen kiezen. U hoeft zich dus geen zorgen te maken over de [GROUP]- en nummerknoppen. Knop [UP ] [ DOWN] Betekenis Hiermee kiest u het volgende Performance-geheugen (bv. A13 als u zich op A12 bevindt). Hiermee kiest u het vorige Performance-geheugen (bv. A11 als u zich op A12 bevindt). Opmerking: Als u op [UP ] drukt terwijl u zich op A88 bevindt, dan gaat u naar B11. Drukt u op [ DOWN] terwijl u zich op B11 bevindt, dan gaat u naar A88 enz. De naam van de Style in de bovenstaande afbeelding is uiteraard slechts een voorbeeld. U kunt nu op Part Select [M.DRUMS] drukken om de ontbrekende Style in het gespecifieerde geheugen te laden. Blijkt de Style in kwestie zich echter niet op de diskette in de G-600 te bevinden, dan krijgt u de volgende prompt te zien: Instellingen van een Performance-geheugen selectief laden Bent u zeker dat de gevraagde Style zich op de diskette in de drive bevindt, dan kunt u eens proberen op RETRY te drukken. Waarschijnlijk bevindt de Style zich echter op een andere diskette. Steek de juiste diskette in de drive en druk dan op RETRY. Vindt u de diskette niet waarop de Style zich bevindt, dan mag u op Part Select [UPPER2] (Exit) drukken om de prompt weg te halen en terug te keren naar de vorige display-pagina. Opmerking: Die Exit-knop kunt u ook al bij de eerste prompt hierboven gebruiken. De functie waarover we het hier hebben vertoont veel gelijkenissen met de Resume-functie voor Performance-geheugen 00 (zie hierboven). Het gaat om de Performance Memory Hold-functie, die werkt op gewone Performance-geheugens. Performance Memory Hold biedt u de mogelijkheid om verschillende instellingen van het vorige Performance-geheugen te behouden wanneer u een nieuw Performance-geheugen selecteert. Op die manier kunt u bijvoorbeeld snel andere Tones toewijzen aan de Realtime en/of Arranger Parts zonder de Styleparameters uit het betreffende Performance-geheugen te laden. Performance-geheugens kiezen met de [ DOWN] [UP ] knoppen 44

45 Performance-geheugens Performance-geheugens selecteren Met de volgende knoppen op het frontpaneel kunt u verschillende onderdelen van een Performancegeheugen vasthouden : Knop [STYLE] [TONES] [KBD MODE] Betekenis Druk op deze knop (de indicator licht op) om de Arranger-verwante instellingen (Style en Divisie) van het vorige Performance-geheugen te behouden. Druk op deze knop (de indicator licht op) om de Tone-keuze voor de Realtime, Arranger en Song Parts van het vorige Performance-geheugen te behouden. Druk op deze knop (de indicator licht op) om de ASSIGN (Whole Left, Split, Whole Right enz.) en ARR CHORD (Standard, Piano Style, Left, Right enz.) instellingen van het vorige Performance-geheugen te behouden. Als u enkel op een Performance Memory Hold-knop drukt, zonder daarna een Performance-geheugen te kiezen, gebeurt er niets. Het ingestelde datafilter (want dat is de Performance Memory Hold-functie) begint pas te werken zodra u een ander Performance-geheugen kiest. Wilt u toch alle instellingen van het nieuwe Performance-geheugen laden, schakel dan de Performance Memory Hold-knoppen waarvan de indicators branden uit (indicators moeten doven) vóór u het nieuwe Performance-geheugen selecteert. 45

46 G-600 Handleiding 7. Chord Sequencer De Chord Sequencer van de G-600 onthoudt akkoordenreeksen en kan die herhaald weergeven, terwijl u een melodie of solo speelt. Op die manier kunt u bijvoorbeeld het akkoordenschema van een volledige song in het geheugen steken en dat vervolgens gebruiken om de Arranger te sturen, terwijl u de melodie erbij speelt en het geheel opneemt met de Recorder. Een Chord Sequence is in feite een reeks instructies die de Arranger opdragen bepaalde akkoorden te spelen. 7.1 Akkoordenschema van een volledig nummer opnemen Laten we eens kijken hoe we met behulp van de Chord Sequencer de begeleiding voor een volledige song kunnen invoeren. 1) Kies de Style, de divisie en het niveau (Advanced of Basic) van de Music Style die u wilt gebruiken (zie blz. 32). (U kunt natuurlijk ook een Performancegeheugen kiezen (zie blz. 43) om deze instellingen te maken). 2) Kies het gewenste tempo (tenzij het voorgeprogrammeerde tempo van de Style u bevalt). De tempowaarde die u kiest wordt mee opgenomen. 3) Als u de weergave wilt starten met behulp van Sync Start, activeer dan deze functie. 4) Druk op de [REC ]-knop van de Chord Sequencer (de indicator begint te knipperen). 5) Speel het eerste akkoord in het akkoordherkenningsgebied (zie blz. 29) of druk op de [START/ STOP]-knop om de weergave manueel te starten. Doe verder wat u normaal zou doen als u de op te nemen song speelt (Styles kiezen enz.). 6) Druk aan het einde van de song op [START/STOP] (in het Arranger-gedeelte). Als u de song met een Ending of Fade Out stopt, hoeft u niet op [START/STOP] te drukken. 7) Druk op de [PLAY /STOP ]-knop van de Chord Sequencer (de indicator knippert). 8) De weergave van de Chord Sequence kunt u op dezelfde manieren starten als de weergave van een Music Style (zie Music Style starten op blz. 31). 7.2 Twee Chord Sequencer modes Wat betreft de informatie die de Chord Sequencer opneemt kunt u kiezen uit twee opties. Om u die duidelijk te maken moeten we u eerst het concept Note To Arranger uitleggen. NTA (Note To Arranger) De Arranger reageert op de noten en akkoorden die u in het akkoordherkenningsgebied speelt (zie blz. 29), maar dat wist u al. Note To Arranger verwijst precies naar het feit dat iedere noot die u speelt de weergave van een nieuw akkoord in de Arranger aanstuurt. Aan de hand van de noot die u speelt bepaalt de Arranger welk akkoord er moet worden weergegeven en past de partijen van alle Arranger Parts (uitgezonderd de Drum Part) aan. Het voordeel van het NTA-systeem is dat het weinig geheugen vraagt van de Chord Sequencer of van een externe sequencer, aangezien de begeleiding zelf (de noten van alle partijen) niet wordt opgenomen. Dat houdt echter meteen in dat u tijdens de weergave precies dezelfde Style-instellingen moet gebruiken als tijdens de opname. Bovendien werkt het enkel wanneer u voor de weergave een instrument gebruikt met een Intelligent Arranger. Opmerking: De Recorder (zie blz. 48) van de G-600 neemt geen NTA-noten op, maar werkt als een gewone MIDIrecorder: alle partijen (van de Style en die u zelf speelt) worden noot voor noot onthouden. Voor de weergave van een Standard MIDI File die u met de Recorder hebt opgenomen komt dan ook gelijk welke GM/GS-compatibele klankmodule in combinatie met een MIDI-sequencer in aanmerking. 46

47 Chord Sequencer Chord Sequences in realtime opnemen Style Change Dit is de daarnet aangehaalde functie waarmee u bepaalt wat de Chord Sequencer opneemt. Het werkt als volgt: 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk vervolgens op [F1] (Glbal) om naar de Global-pagina te gaan. 3) Druk herhaaldelijk op [PAGE] tot u op de onderstaande pagina terechtkomt. 4) Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen de optie On of Off. Stl Change On Off Betekenis Alle acties die verband houden met de Arranger worden opgenomen in de Chord Sequencer: Style-keuze Divisie-keuze (als u op [ENDING], [VARIATION] enz. drukt). Tempowaarde en wijzigingen Weergavevolume van de Accompaniment Parts (aangestuurd door de Dynamic Arranger functie). Alle Performance-geheugens die verband houden met de Arranger. NTA-noten De Chord Sequencer neemt enkel NTAnoten op. Op die manier hebt u de vrijheid om bij de weergave van de Chord Sequence andere Music Styles enz. te kiezen. Doorgaans kiest u waarschijnlijk de On optie, zodat alle Arranger-verwante handelingen worden opgenomen door de Chord Sequencer. On is om die reden ook de standaardinstelling. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 7.3 Chord Sequences in realtime opnemen U kunt een Chord Sequence ook opnemen terwijl de Arranger loopt. De Stl Change-parameter moet dan op Off staan. 1) Start de weergave van de Arranger (zie blz. 31). 2) Druk op de [REC ] knop van de Chord Sequencer één of twee tellen voor de maat waarop u de opname wilt starten. De indicator van de [REC ] knop begint te knipperen en blijft vanaf de eerste tel van de volgende maat branden om aan te geven dat de Chord Sequencer opneemt. 3) Zodra u de akkoordenreeks hebt voltooid, drukt u op [PLAY /STOP ] van de Chord Sequencer. Vanaf de eerste tel van de volgende maat blijft de Chord Sequencer de akkoordenreeks herhalen tot u nogmaals op [PLAY /STOP ] drukt. Opmerking: De hierboven beschreven mogelijkheden kunt u enkel gebruiken als de Stl Change-parameter op Off staat. Als u de Chord Sequence niet wilt weergeven vlak nadat u ze hebt opgenomen, druk dan op de Chord Sequencer [PLAY /STOP ]-knop. Opmerking: De laatste Chord Sequence die u opneemt voordat u de G-600 uitschakelt blijft bewaard tot u een nieuwe Chord Sequence opneemt. Chord Sequences kunt u opslaan op en laden van diskette. Als u de Chord Sequence in het geheugen wilt bewaren moet u ze op diskette zetten vóór u een nieuwe Chord Sequence opneemt. 7.4 Chord Sequence weergeven Om een Chord Sequence weer te geven moet u op de Chord Sequencer [PLAY /STOP ]-knop drukken (de indicator licht op) en op één of andere manier de weergave van de Music Style starten (zie blz. 31). Druk op de Chord Sequencer [PLAY /STOP ]- knop zodra u de weergave van de Chord Sequence wilt stoppen. Let wel: hiermee stopt u niet de weergave van de Arranger. Hoe u die kunt stoppen leest u op blz

48 G-600 Handleiding 8. Recorder (GM/GS mode) Met de Recorder van de G-600 kunt u Standard MIDI Files opnemen en weergeven. Dat gebeurt in het SMF-formaat 0, wat inhoudt dat alle partijen van de song op één spoor terechtkomen en rechtstreeks op diskette worden opgenomen. Het voordeel van het SMF-formaat is dat u de songs achteraf ook rechtstreeks van diskette kunt weergeven, zonder ze in het interne geheugen te laden, zodat dat laatste niet onnodig wordt belast (bij de meeste normale sequencers moet u de songs eerst laden voordat u ze kunt weergeven). We willen u in dit verband ook nog even herinneren aan de Chord Sequencer uit het vorige hoofdstuk (zie blz. 46). Die is in staat om het volledige akkoordenschema van een song te memoriseren. Als u bij het opnemen met de Recorder de begeleiding (Arranger) laat sturen door de Chord Sequencer, levert dat een SMF op met een kant en klare begeleiding, waarbij u zelf enkel nog de melodie hoeft te spelen. De Recorder van de G-600 leest GM/GS-compatibele Standard MIDI Files en i -files. i is een speciaal Roland song-formaat voor educatieve doeleinden. In dit formaat liggen de toewijzingen van Parts aan sporen vast. Opmerking: We gebruiken in dit hoofdstuk de termen song en Standard MIDI File door elkaar, zodat u zich misschien afvraagt wat het verschil is. Wel, in het geval van de G-600 is er geen verschil, want de Recorder neemt songs steeds als Standard MIDI Files op. Alle weergavefuncties die hieronder de revue passeren zijn dus net zo goed van toepassing op in de handel verkrijgbare Standard MIDI Files. 8.1 Song opnemen Diskette formateren Aangezien de songs rechtstreeks op diskette worden opgenomen, moet u een diskette formateren voordat u de Recorder van de G-600 kunt gebruiken. Dat kan zowel een 2DD als een 2HD diskette zijn. Beknibbel liefst niet al té veel op de aanschaf van diskettes. De goedkoopste soorten kunnen al eens onbetrouwbaar zijn. Het zou natuurlijk jammer zijn, als u een belangrijke opname verliest omdat de diskette onleesbaar is geworden. Als u diskettes in huis hebt die voor IBM PC zijn geformateerd, hoeft u ze niet meer met de G-600 te formateren. Voor andere diskettes gaat u als volgt te werk: 1) Steek de diskette in de disk drive. Gaat het om een diskette die nog niet werd geformateerd voor de G-600 (of voor een IBM PC), dan krijgt u één van de volgende meldingen te zien: In het eerste geval (Unformatted Disk) kunt u twee dingen doen: ofwel drukt u op Part Select [M.DRUMS] om de diskette te formateren, ofwel drukt u op de Part Select-knop voor de Exit-functie om de prompt te doen verdwijnen, zonder de diskette te formateren. In het tweede geval (Unknown Disk Format) valt er niets te kiezen, want de G-600 herkent de diskette niet. Druk op Exit om de pagina te verlaten, haal de diskette uit de drive en steek er een andere diskette in. U kunt de G-600 ook dwingen de niet-herkende diskette te formateren, door de Format-functie te gebruiken: druk op de Master-pagina op [F5] (Midi), houd [SHIFT] ingedrukt terwijl u op [F4] (Format) drukt en volg de instructies op het scherm. Opgelet: doe dit enkel als u zeker bent dat de diskette geen belangrijke data van een ander systeem (bv. uw computer) bevat, want die data bent u na het formateren onherroepelijk kwijt! We gaan er nu even van uit dat de diskette die u gebruikt ongeformateerd is (Unformatted Disk). 2) Druk op Part Select [M.DRUMS] om de diskette te formateren. De G-600 begint de diskette te formateren. In het display ziet u hoever hij daarmee staat: 48

49 Recorder (GM/GS mode) Vóór de opname U kunt dit display verlaten zonder het formateren te onderbreken door op [F5] (Exit) te drukken. Terwijl de G-600 doorgaat met formateren kunt u iets anders doen. Rechts op de pagina waar u naartoe gaat ziet u FORMATTING staan, zodat u weet waar de G-600 op de achtergrond mee bezig is. Het display vraagt nu of u uw song wilt opslaan en onder welke naam u dat wilt doen. 8.2 Vóór de opname Het is best mogelijk om opnames te maken zonder de Arranger, maar we gaan er van uit dat u die Arranger wél wilt gebruiken. In dat geval moet u de volgende voorbereidingen treffen: 1) Neem de akkoordenreeks van de song op met de Chord Sequencer (zie blz. 46), tenzij u de Arranger in realtime wilt aansturen. 2) Stop de weergave van de actieve Style. 3) Kies voor de Realtime Parts de Tones die u wilt gebruiken voor de opname. 4) Kies de gewenste Keyboard ASSIGN-mode (zie blz. 19). 5) Kies de gewenste ARR CHORD-mode (zie blz. 30). Stap (4) en (5) zijn enkel nodig als u de begeleiding niet wilt laten sturen door de Chord Sequence. 6) Kies de gewenste Style, divisie enz. OF: Druk op de [PLAY /STOP ]-knop van de Chord Sequencer (de indicator knippert). 7) Druk op SYNCHRO [START] (de indicator licht op). Opmerking: Al deze stappen (uitgezonderd het indrukken van [PLAY /STOP ] mag u vergeten als u een Performance-geheugen paraat hebt dat de nodige instellingen voor de op te nemen song bevat (zie blz. 43). 8.3 Attentie opname 8) Druk op [REC ] in het Recorder-gedeelte. 9) Druk op [START/STOP] in het Arranger-gedeelte of speel een noot in het akkoordherkenningsgebied (dat laatste in het geval u de Synchro START-functie hebt geactiveerd). 10)Begin te spelen. 11)Aan het einde van de song drukt u nogmaals op [START/STOP] om te stoppen met opnemen. Opmerking: Als de opname u niet bevalt kunt u op Part Select [UPPER1] drukken om dit scherm te verlaten zonder de song op te slaan. 12)Laten we er van uitgaan dat de opname u bevalt en dat u ze naar een diskette wilt wegschrijven. U kunt dan best beginnen met de song een naam te geven. Song-naam De G-600 stelt de standaardnaam SONG_001 voor. Dat zegt natuurlijk weinig, dus kiest u beter een naam die u een idee geeft van de inhoud van de song. Als u al eens hebt geprobeerd tussen tientallen namen van het type SONG_1, SONG_2 enz. een stukje muziek te zoeken weet u perfect waarover we het hebben. 13)Plaats met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de cursor onder het teken dat u wilt wijzigen. 14)Kies met de [BASS/BANK] -knoppen het gewenste teken voor de cursorpositie. 15)Plaats de cursor op het volgende teken dat u wilt wijzigen enz. Om de bestanden MS-DOS -compatibel te houden worden enkel de eerste acht karakters op diskette bewaard. Met andere woorden: de song namen ANDILOVEHER en ANDILOVEHERSO komen allebei als ANDILOVE op diskette terecht. Twee keer dezelfde naam op één diskette kan echter niet. Zorg dus dat de eerste acht tekens van de naam volstaan om bestanden te onderscheiden. 16)Druk op Part Select [M.DRUMS] om uw song naar diskette weg te schrijven. Het display meldt nu: U hoeft ook hier niet te wachten tot het bestand is weggeschreven. Druk op [F5] (Exit) om naar de Master-pagina te gaan en ga verder met wat u wilt doen. Rechts in het display verschijnt SAVING om aan te geven waarmee de G-600 op de achtergrond bezig is. 49

50 G-600 Handleiding 8.4 Songs weergeven Aangezien de G-600 steeds rechtstreeks van diskette weergeeft, moet de diskette met de song die u wilt weergeven zich in de disk drive bevinden. Als u een diskette in de drive steekt, hoort u hoe de drive begint te draaien, maar het display beeldt geen overzicht af van de inhoud van de diskette. Dat is een bewuste keuze van Roland op die manier bent u namelijk in staat om diskettes te wisselen terwijl u met de Arranger meespeelt. Tijdens de weergave van Recorder-songs wordt de G-600 in feite omgetoverd tot een GM/GS-klankmodule. De Arranger-functies werken dan niet meer. De GM/GS-mode wordt enkel geselecteerd wanneer u de weergave start of wanneer u op de [GM/GS]-mode knop drukt. U hoeft dus niet bang te zijn dat de GM/GS-mode plots wordt gekozen als u een diskette insteekt terwijl u nog met de Arranger speelt. De Parts die tijdens de weergave van een Recordersong worden gebruikt kunt u individueel uitschakelen. Bovendien blijven de Realtime Parts in de Recorder-mode actief, zodat u de Part waarvan u de weergave hebt uitgeschakeld bijvoorbeeld zelf kunt spelen. De Standard MIDI File wordt op die manier een kant-en-klare begeleiding! 1) Druk tegelijk op Performance Memory [ DOWN] [UP ] (Cancel) om naar het Free Pnl Performance-geheugen te gaan. Het 00 FreePnl Performance-geheugen bevat de fabrieksinstellingen voor alle Parts en garandeert als dusdanig dat de songs van diskette zullen klinken zoals ze bedoeld zijn. Zal de bedoeling van de artiest u echter worst wezen, dan biedt de G-600 ook de mogelijkheid om de weergaveparameters van een Standard MIDI File te wijzigen en deze wijzigingen op te slaan in een Performance-geheugen. Op die manier wordt de Recorder een alternatief voor de Arranger, met kant-en-klare begeleidingen. We gaan hier zo meteen dieper op in, maar nu willen we u eerst laten zien hoe u de weergave van een song kunt starten. Dat kan op twee manieren: All Song-weergave 2) Druk op de [PLAY /STOP ]-knop van de Recorder. Daarmee hebt u de All Song weergavemode gekozen, wat betekent dat alle songs op de diskette in volgorde zullen worden weergegeven en dat de weergave niet automatisch ophoudt. Opmerking: Zodra u op de Recorder [PLAY /STOP ]- knop drukt, licht de indicator van de [GM/GS MODE]-knop op om aan te geven dat u de Arranger niet meer kunt gebruiken en dat de G-600 nu als een GM/GS-klankmodule werkt. 3) Druk nogmaals op de Recorder [PLAY /STOP ]- knop als u de weergave wilt stoppen. 4) Druk op [GM/SG MODE] als u de GM/GS-mode wilt verlaten om terug te keren naar de Arrangermode. Weergave van één bepaalde song op de diskette Druk op [GM/GS] (de indicator licht op en alle indicators die met de Arranger verband houden doven) om naar de GM/GS-mode te gaan. Opmerking: Bij de GM/GS-mode houdt het multitaskingverhaal op. Op de [GM/GS]-knop drukken heeft geen effect zolang de Arranger nog loopt. U moet dus de weergave van de Arranger stoppen voordat u de GM/GS-mode kunt selecteren. Omgekeerd kan ook niet: zolang de [GM/GS]-indicator oplicht, kunt u de Arranger niet starten. In de onderste regel van het display verschijnt nu de volledige naam van de eerste song op de diskette. De bestandsnaam (in MS-DOS formaat) verschijnt in het Music Style/Song-adresvenster (bovenaan het display, rechts van het tempovenster). 2) Druk indien nodig op de [SONG SELECT]-knop (de indicator licht op). 3) Kies met de [ REW] (Previous) en [FF ] (Next) knoppen de song die u wilt weergeven. De GM/GS-mode wordt automatisch gekozen, u hoeft hem dus niet te activeren met de [GM/GS MODE]-knop. 4) Druk op de Recorder [PLAY /STOP ]-knop om de weergave van de geselecteerde song te starten. De song wordt tot het einde weergegeven, waarna de weergave automatisch ophoudt. U kunt de weergave ook voor het einde van de song stoppen door nogmaals op de [PLAY /STOP ]-knop te drukken. Opmerking: In de G-600 kunt u ook songketens programmeren. In het Referentie-deel vindt u meer details. 50

51 Recorder (GM/GS mode) Nuttige weergavefuncties voor de Recorder 5) Kies met de [ REW] (Previous) en [FF ] (Next) knoppen de volgende song die u wilt weergeven of druk op [GM/GS MODE] om terug te keren naar de Arranger-mode. 8.5 Nuttige weergavefuncties voor de Recorder Lyrics-functie Zodra u zich in de GM/GS-mode bevindt, verandert de vierde optie op de Master-pagina van UsrSt in [F4] Lyrcs. Bij Standard MIDI Files die Lyrics -data bevatten (uw Roland verdeler weet hier meer over) biedt deze functie de mogelijkheid om de tekst van de song af te lezen in het display. Dat gebeurt in karaoke-stijl: op het moment dat u een woord of lettergreep moet zingen wordt deze geïnverteerd afgebeeld. dat u de weergave moet stoppen voor u de [ RESET]-knop kunt gebruiken. Opmerking: Deze knoppen werken enkel in de GM/GSmode. Bevindt u zich in de Arranger-mode, dan moet u eerst op [GM/GS MODE] drukken voordat u de voorspoel/terugspoel/reset-knoppen kunt gebruiken. Opmerking: Na een stukje voorspoelen kan het even duren voordat de weergave herneemt. De G-600 moet de data tenslotte van diskette lezen, en dat kan even duren. Markeerpunten: herhaling van bepaalde passages U kunt twee plaatsen in de Song markeren en het gedeelte tussen die plaatsen herhaald laten weergeven. Markeerpunten plaatsen kan zowel tijdens de weergave als bij gestopte weergave. Deze functie bewijst ook zijn nut wanneer u tijdens de Minus-One-weergave een moeilijk stukje keer op keer wilt laten voorbijkomen, tot u het onder de knie hebt. 1) Ga naar de maat waar u de lus wilt laten beginnen en druk dan op [MARKER A B] (de indicator knippert) : Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 2) Spoel vooruit naar de maat waar de lus moet eindigen en druk nogmaals op [MARKER A B] (de indicator dooft). Voor- en terugspoelen, Reset Om binnen de geselecteerde song voor of terug te spoelen drukt u eerst op [PLAY /STOP ] en vervolgens op [FF ] (voorspoelen) of [REW ] (terugspoelen). Druk eventueel op de [SONG SELECT]-knop zodat de indicator dooft. Door één keer op [FF ] te drukken gaat u naar de volgende maat van de song, door één keer op [REW ] te drukken naar de vorige maat. Als u één van deze knoppen ingedrukt houdt, spoelt u sneller vooruit, resp. terug. In het display kunt u steeds zien in welke maat u zich bevindt: Deze handelingen kunt u zoals gezegd ook tijdens de weergave uitvoeren. Bedenk daarbij dat de Recorder een markeerpunt steeds aan het begin (de eerste tel) van de volgende maat plaatst. 3) Om de lus waarvan u zonet de grenzen hebt vastgelegd weer te geven houdt u de [ RESET]-knop ingedrukt en drukt u op [PLAY /STOP ]. Aan het einde van de B -maat springt de Recorder onmiddellijk terug naar het begin van de A -maat. 4) Om de weergave te stoppen drukt u op de [PLAY / STOP ]-knop. Door op de [ RESET]-knop te drukken springt u terug naar de eerste maat van de song. Ook hier geldt 51

52 G-600 Handleiding 8.6 Spelen met een Standard MIDI Filebegeleiding (Minus One) De G-600 stelt u in staat om de weergave van gelijk welke Part in een song uit te schakelen. Deze mogelijkheid is vooral interessant als u kant-en-klare muziekdiskettes hebt gekocht en daarvan bepaalde partijen zelf wilt spelen. U schakelt dan gewoon het spoor, dat de betreffende partij bevat, uit en u speelt er zelf iets voor in de plaats. Deze manier van werken noemen we bij Roland Minus One-weergave (letterlijk min één, omdat één van de partijen wordt uitgeschakeld). Vindt u na het uitschakelen van een Part dat het overblijvende arrangement nog te druk is om als begeleiding te fungeren, dan kunt u nog meer Parts uitschakelen. Er is ook een Solo-functie, waarmee u individuele Parts even apart kunt beluisteren. De vervangende partij voor de Part die u uitschakelt kunt u spelen met één van de Realtime Parts ze staan allemaal tot uw beschikking in de Recorder- (oftewel GM/GS-) mode: Upper1, Upper2, Lower en Manual Bass, eventueel met splits of layers (zie blz. 19). Zelfs de Manual Drums Part behoort tot de keuzemogelijkheden. Bedenk echter wel dat u de M.Drums Part niet met andere Realtime Parts kunt combineren. Opmerking: Als u de weergave van een nieuwe song start of terugkeert (met [ RESET]) naar het begin van de huidige song, dan worden alle Realtime Parts (met uitzondering van Upper1) uitgeschakeld en kiest de G-600 de Whole Right Keyboard-mode. Opmerking: U kiest best niet het FreePnl Performancegeheugen als u de controle over de Keyboard Mode en de Tone-keuze wilt behouden. Dat lukt alleen als u een ander Performance-geheugen kiest. De gemaakte keuze slaat u dan gewoon op in het betreffende geheugen, zodat u ze achteraf samen met de bijbehorender SMF kunt laden. Tones kiezen werkt op dezelfde manier als in de Arranger-mode (zie Tones kiezen voor de Realtime Parts op blz. 22). Er is echter ook nog een functie waarmee u de Tone-keuze kunt koppelen aan de parameterinstellingen van de Song Parts, zodat de Realtime Parts, die u voor Minus One gebruikt, steeds dezelfde klank gebruiken als de Part van diskette die u vervangt (zie Tone Change: Old en New op blz. 54). voorgeprogrammeerde tempo gekozen wanneer u met de [ RESET]-knop naar het begin van de song gaat. Parts op diskette soleren/uitschakelen Voordat u met Minus One aan de slag gaat, moet u natuurlijk even uitzoeken wélke partij u wilt uitschakelen. Dat is niet altijd even eenvoudig, want het Standard MIDI File-formaat laat de programmeurs nog behoorlijk wat vrijheid wat het indelen van sporen enz. betreft. Over het algemeen ziet de kanaalverdeling van een SMF er als volgt uit: SMF Part MIDIkanaal G-600 Realtime Part Drums 10 Manual Drums Piano 1 -- Bas 2 Manual Bass Akkoordbegeleiding 3 Lower Solo/melodie 4 Upper1 Tweede stem 5 Upper2 Bij complexere songs komen echter nog meer partijen van pas, die geen vaste kanaalindeling volgen. In die gevallen kan de Solo-functie u nuttige diensten bewijzen: Parts soleren De Solo-functie is een ideaal hulpmiddel om er achter te komen welke Part aan welk MIDI-kanaal is toegewezen. Deze functie schakelt namelijk de weergave van alle Parts uit, met uitzondering van de geselecteerde Part. Soleren werkt als volgt: Song-tempo wijzigen Met de [TEMPO]-knoppen kunt u het voorgeprogrammeerde songtempo wijzigen. Eventuele tempowijzigingen die in de song zijn geprogrammeerd blijven echter wel actief. Bovendien wordt steeds het 52

53 I/X??7H? V/KO.Y V/KO.Y V/KO.Y O&>5 Recorder (GM/GS mode) Spelen met een Standard MIDI File-begeleiding (Minus One) 1) Druk op de Master-pagina op [F1] (Mixer). U kunt dit ook tijdens de weergave van de Recorder doen. 2) Druk op [F3] (Song) om naar de volgende displaypagina te gaan: 3) Druk op de Part Select [UPPER1]-knop om Sng Part 1 (spoor 1) te soleren (apart beluisteren). Door dit te doen schakelt u alle andere Song Parts uit. Misschien hoort u nu plots niets meer, omdat de gesoleerde Part op dit moment toevallig niets speelt. Even geduld dus 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen Song Part 2. 5) Druk nogmaals op Part Select [UPPER1] om het betreffende spoor te soleren. Nu hoort u waarschijnlijk de baslijn. Zoals u merkt, blijft de Solo-functie actief u kunt dus met de [DRUMS/PART] -knoppen van de ene naar de andere Part springen en telkens de geselecteerde Part in isolatie beluisteren. Opmerking: Als u, na het soleren van een Part, terugkeert naar de Master-pagina, hoort u enkel de laatstgeselecteerde Song Part. Het is, met andere woorden, niet mogelijk om twee of meer sporen te soleren. 6) Ga terug naar stap (4) en soleer de verschillende Parts tot u de Part hebt gevonden die u zocht. 7) Druk op [F5] (Exit) om de Mixer\Song-pagina te verlaten. Song Parts uitschakelen (Status) Op de Mixer\Song-pagina kunt u ook Song Parts uitschakelen. 1) Ga naar de Mixer\Song-pagina (zie hierboven). 2) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de Song Part die u wilt uitschakelen. 3) Schakel de geselecteerde Part uit met de [UPPER/ VARIATION] -knop. U kunt kiezen tussen MuteNt en MuteAl. MuteNt betekent dat enkel de weergave van de noten wordt uitgeschakeld. Programmakeuze, modulatie enz. blijven actief. Wilt u die ook uitschakelen, kies dan MuteAl. Opmerking: De Solo-status heeft voorrang op de Mute-status. Een gesoleerde Part kunt u pas muten (uitschakelen) nadat u de Solo-functie hebt uitgeschakeld (Solo-Off). 4) Verlaat de Mixer\Song-pagina door op [F5] (Exit) te drukken of ga naar het volgende hoofdstuk. Song-instellingen wijzigen Op de Mixer\Song-pagina (zie hierboven) kunt u twee parameters wijzigen. De waarden die u kiest zijn van toepassing op de Song Part die u met de [DRUMS/PART] -knoppen selecteert. (Song Part) Volume Deze parameter staat voor een relatieve volumewaarde. Door een positieve of negatieve waarde in te stellen verhoogt, resp. verlaagt u het voorgeprogrammeerde volume van de geselecteerde Song Part. Met relatief bedoelen we dan ook dat de waarde die u hier instelt wordt toegevoegd bij (of afgetrokken van) de volumewaarde van het betreffende spoor (die waarde wordt ingesteld door MIDI-controlenummer 7). Druk op [BASS/BANK] om het volume van de geselecteerde Part te verlagen, of op om het te verhogen. Bij de meeste Standard MIDI Files is een correcte balans tussen de verschillende Parts van tevoren ingesteld. De volumeregeling zult u dus niet zo snel nodig hebben voor correcties, maar voor oefendoeleinden kan ze wel handig zijn. U kunt bijvoorbeeld de Part die u wilt instuderen op een lager volume zetten en de betreffende partij zelf spelen, met één van de Realtime Parts. Eéns u de partij volledig onder knie hebt, kunt u dan de leidraad (de originele Part) volledig uitschakelen. Song- volume Stel dat u het volume van de Realtime Part waarmee u speelt op 127 hebt ingesteld en dat die Part daarna nog steeds door de begeleiding wordt overstemd. In dat geval bestaat de oplossing erin om het totaalvolume van de begeleiding (de SMF-song) te verlagen. Dat kan als volgt: 1) Druk op de Master-pagina in de GM/GS-mode op [VOLUME] om naar de Volume-mode te gaan. 2) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen een waarde tussen -1 en -127 als u het volume van de song wilt verlagen (u kunt uiteraard ook positieve waarden kiezen als u het song-volume wilt verhogen). 3) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 53

54 G-600 Handleiding Tone Change: Old en New Met de Tone Change-parameter bepaalt u uit welke Tone-groep een Standard MIDI File zijn klanken mag putten. Zoals u zich waarschijnlijk herinnert (zie blz. 19) bevat de G-600 vier Tone-groepen: A, B, C en D. De groepen A en B bevatten nieuwe Tones, terwijl de groepen C en D Tones uit de Roland SC-55 (E-70) bevatten. Daarom noemen we de groepen C en D hier Old, terwijl de groepen A en B als New door het leven gaan. Die keuzemogelijkheid is nodig omdat de Roland GM/GS MIDI-bankkeuze vanaf de Sound Canvas SC-88 gebruik maakt van twee controlenummers (CC00 en CC32). Voordien (bij de SC-55 enz.) werd slechts gebruik gemaakt van één controlenummer (CC00) en heel wat Standard MIDI Files bevatten nog steeds enkel een bankkeuze-waarde voor CC00. De tweede bankkeuze-waarde (CC32) wordt gebruikt om tussen de nieuwe (CC32=2) en de oude G-600 Tones (CC32=1) te kiezen. Als CC32 is ingesteld op 0 of wanneer het commando niet wordt ontvangen, dan gaat de G-600 ervan uit dat u het gekozen groepenpaar (A/B of C/D) niet wilt verlaten en kiest de Tone die overeenkomt met de programmakeuze en de bankkeuze CC00-commando s in de betreffende groep. Kiest een Tone uit Groep A of B (New) Kiest een Tone uit Groep C of D (Old) Kiest een Tone uit het geselecteerde groepenpaar (A/B of C/D) Deze keuze maakt u met de CC32= 0 Old/New parameter CC0, waarde X + CC0, waarde X + CC0, waarde X + CC32, waarde 2 CC32, waarde 1 CC32, waarde 0 + PC #Y + PC #Y + PC #Y Met de Tone Change-parameter op de Mixer\Songpagina kunt u dit standaardgedrag wijzigen en zorgen dat de G-600 zijn eigen Tones (New), dan wel de SC-55 Tones (Old) kiest. Opmerking: Het voorgaande werkt enkel als de Standard MIDI File die u door de Recorder laat weergeven geen CC32- commando of een CC32-commando bevat waarvan de waarde op 0 staat. De CC32=0 prompt betekent in feite wat moet ik (=G-600) doen wanneer controlenummer #32 op 0 is ingesteld of ontbreekt? Druk op [LOWER/NUMBER] om Old te kiezen en op om New te kiezen. 54

55 Editen Volumebalans van de Parts 9. Editen Alle dingen die u op de G-600 kunt instellen noemen we parameters. Het wijzigen van deze parameters heet editen. In feite bent u al aan het editen wanneer u andere Tones kiest voor de Realtime Parts (zie blz. 19). De instellingen van alle parameters die we in dit hoofdstuk bespreken kunt u opslaan in een Performance-geheugen, dat u achteraf opnieuw kunt laden (zie Performance-geheugens op blz. 41). 9.1 Volumebalans van de Parts Het volume van de Parts heeft waarschijnlijk de grootste invloed op het totale klankbeeld. Een Part die te zacht staat hoort u niet, terwijl een Part die te hard staat de mix dreigt te domineren. Opmerking: We raden u ten zeerste aan eerst de gewenste Tones aan de Parts toe te wijzen en pas dan de mix te maken. Het soort Tone dat u kiest heeft namelijk een grote invloed op het subjectieve volume van een Part. Zo lijkt een trompet steeds luider dan een fluit omdat de klank van die trompet meer harmonischen (boventonen) bevat. U kunt op twee manieren naar de Volume-pagina van de G-600 gaan: Druk op één van de -knoppen terwijl u zich op de Master-pagina bevindt. OF: Druk op de [VOLUME]-knop linksonder in het display. In beide gevallen komt u op de onderstaande display-pagina terecht (in de Arranger-mode): Als u de Volume-pagina met de -knoppen oproept, verdwijnt ze zodra u gedurende enkele seconden niets meer hebt gewijzigd. Aangezien we nu wat meer tijd op deze pagina willen doorbrengen kiest u ze nu best door op [VOLUME] te drukken. schuilt m in de ACC-fader. Die regelt namelijk het volume voor een groep van zes Parts (ACC1~ ACC6). Mensen die wat ervaring met mengtafels hebben roepen nu waarschijnlijk al groepfader!, maar omdat groep al een cruciale term is voor andere dingen van de G-600 verkiezen we de term bus. Die gebruiken we vanaf nu voor alle knoppen, regelaars enz. die verschillende elementen (Parts, enz.) tegelijk aansturen. Gewoon om onnodige verwarring te vermijden Opmerking: Busfaders of -regelaars geven steeds de hoogste waarde binnen de bus aan. Als het volume van vijf ACC- Parts op 60 staat en de zesde Part staat op 79, dan geeft de ACC-busfader op de Volume-pagina de waarde 79 aan. Met andere woorden: u kunt de busfader niet op 127 zetten zonder dat minstens één van de onderliggende Parts op 127 staat (op een echte mengtafel kan zoiets wél). Laten we eens proberen het volume van de Upper1 Part aan te passen: 1) Druk op [UPPER/VARIATION] en houd het display in de gaten. Zoals u ziet, beweegt het volume van de Upper2 Part parallel mee met dat van de Upper1 Part. Als het volume van Upper1 bijvoorbeeld op 127 staat en dat van Upper2 op 90 (dit is de standaardinstelling), en u stelt vervolgens het Upper1-volume in op 90, dan gaat het Upper2-volume naar 53. De reden hiervoor is dat deze faders tot dezelfde groep behoren. Zoals u in de onderstaande afbeelding ziet, is dat ook het geval voor de MDR (Manual Drums) en ADR (Accompaniment Drums) fader en voor de MBS (Manual Bass) en ABS (Accompaniment Bass) fader. Dat merkt u ook als u met de [DRUMS/PART] or [BASS/BANK] -knoppen op en neer stapt. Groep- en busfaders U krijgt hier een acht-kanaals mixer te zien, wat op zich misschien verwonderlijk lijkt: er zijn tenslotte meer Parts (als we de Realtime en Arranger Parts optellen) dan regelaars. De oplossing van het raadsel 55

56 G-600 Handleiding Laten we de faderfuncties op deze display-pagina even op een rijtje zetten: Fader-type Betekent Regelaar/Fader Individueel Stuurt het volume van één Part aan. Lower/LWR Gegroepeerd In de -mode (zie hieronder) bestuurt één regelaar de stand van twee faders. Upper/UP1 & UP2 Bass/MBS & ABS Drums/MDR & ADR Bus Stuurt het volume van verschillende Parts aan. Accomp/ACC Opmerking: De relatieve volumeverhouding tussen twee gegroepeerde faders blijft behouden zolang u het volume van de betreffende Parts niet verhoogt of verlaagt nadat één van de faders reeds op 0 (of 127) staat. Probeert u het volume van een gegroepeerd paar, waarin één fader reeds op 127 staat, nog verder te verhogen, dan verhoogt u enkel het volume van de fader die nog niet op 127 staat. Het omgekeerde verhaal geldt wanneer u het volume van een faderpaar waarvan één fader reeds op 0 staat probeert te verlagen. Er bestaat trouwens ook een manier om slechts één fader van een groep te selecteren. Druk op [F2] (_ ) als u enkel de rechter fader van een groep wilt bewegen. Het display geeft dit als volgt aan: relatieve balans tussen de Parts van een sectie goed vindt, maar u die sectie in zijn geheel wat luider of zachter wilt maken. Nog even een mix-tip : probeer, als de mix u niet bevalt de partijen die de balans verstoren wat zachter te zetten. Dat werkt vaak beter dan meteen alles omhoog te willen schroeven. In dat verband kunnen de master-regelaars ook nuttige diensten bewijzen. Toegang tot deze regelaars krijgt u als volgt: 1) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 2) Druk op [VOLUME] linksonder in het display (de indicator licht op). 3) Druk op [F4] (Glbal) om naar de volgende pagina te gaan: Met de -knoppen onder het display bepaalt u nu enkel het volume van de Upper1-, Accompaniment Bass- en Accompaniment Drums-Part. De andere faders van de betreffende groepen worden ongemoeid gelaten. U merkt dan ook dat deze in het grijs worden afgebeeld. Druk op [F3] (_ ) als u enkel de linker fader van een groep wilt bewegen. Het display geeft dit als volgt aan: Nu werken de -knoppen enkel op de Upper2, Manual Bass en Manual Drums Parts. Mastervolume voor de secties De G-600 kan twee displayregelaars afbeelden waarmee u het totaalvolume van de Realtime- en Arranger-sectie kunt regelen. Dat kan handig zijn als u de Opmerking: Glbal kunt u niet kiezen in de GM/GSmode. U krijgt nu twee regelaars te zien waarmee u het totaalvolume van de Realtime- (Upper1, Upper2, Lower, M.Bass en M.Drums) en Arranger- (A.Bass, A.Drums, Accompaniment 1~6) sectie kunt regelen. 4) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen het gewenste volume voor de Arranger-sectie of met de [LOWER/NUMBER] -knoppen het volume voor de Realtime-sectie (RTime). Opmerking: Ook hier geldt dat u de relatieve volumeverhoudingen binnen een sectie verstoort als u het globale volume nog verder verhoogt (c.q. verlaagt) wanneer één van de Parts in die sectie het volume 127 (resp. 0 ) heeft bereikt. Houd dus bij het bedienen van de master-regelaars de volumewaarden in de gaten en laat deze niet voorbij 127, resp. 0 gaan, tenzij u bewust de volumeverhouding in de sectie wilt aanpassen. 56

57 Editen Volumebalans van de Parts Mixer-mode: volume van de busleden Stel dat u de B11 Bossa! Style hebt geselecteerd (druk op [GROUP] om B te selecteren, op 1 en nogmaals op 1) en u vindt dat de nylonsnarige gitaar van de Basic/Original divisie wat te prominent in de begeleiding zit. Start eerst de weergave van de B11 Bossa1- Style en speel een akkoord in het akkoordherkenningsgebied, zodat u het volume van de gitaar kunt beoordelen terwijl u het wijzigt. 1) Druk op de Master-pagina op [F1] (Mixer) om naar de Mixer-mode te gaan. 2) Druk op [F2] (Arrng) om naar de Arranger Mixerpagina te gaan. 3) Druk op de [PAGE] -knoppen tot in de schuifbalk links ACC1 verschijnt. 4) Stel met de [DRUMS] -knoppen het gewenste volume in voor de gitaar. Het volume van de overige ACC Parts kunt u op dezelfde manier wijzigen: eerst kiest u ze met de [PAGE] -knoppen en vervolgens stelt u het gewenste volume in met de [DRUMS] -knoppen. Parts uitschakelen Op de Mixer-pagina kunt u met Part Select [M.DRUMS] de geselecteerde Part uitschakelen. Als u dat doet, verschijnt er Off in het vakje waar nu On staat, terwijl de naam in de schuifbalk vanaf dan in kleine letters wordt afgebeeld (bv. acc1). 1) Druk op [F1] (RTime) of [F2] (Arrng), afhankelijk van het soort Part dat u wilt uitschakelen (Realtime of Arranger). Laten we eens proberen de Upper1 Part uit te schakelen. Druk dus op [F1] om naar de volgende pagina te gaan: Kies de UP1-pagina. 3) Schakel met de Part Select [M.DRUMS]-knop de Part uit. 4) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Panpot (stereopositie) Ook de stereopositie kunt u voor iedere Part apart instellen. Een typische toepassing is om de Upper1 Part links en de Upper2 Part rechts te zetten. Als u dan de twee Parts stapelt (door op [SPLIT] of [WHOLE RIGHT] in combinatie met [UPPER1] en [UPPER2] te drukken), levert dat een mooi, breed geluid op. De stereopositie van een Part kunt u als volgt instellen: 1) Druk op de Master-pagina op [F1] (Mixer) om naar de Mixer-pagina te gaan. 2) Kies met [F1] (RTime) en [F2] (Arrng) de gewenste Part-groep (Realtime of Arranger). 3) Kies met de [PAGE] -knoppen de Part waarvoor u de Pan-parameter wilt instellen. 4) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de gewenste stereopositie. Kies een waarde tussen 1~63 als u de Part meer naar links wilt plaatsen, of een waarde tussen 65~127 als u de Part meer naar rechts wilt plaatsen. Als u Rnd (Random) kiest (door de [ACCOMP/GROUP] - knop ingedrukt te houden tot Rnd verschijnt) komt de Part voortdurend op een andere, willekeurige positie in het stereobeeld terecht. Opmerking: Bij al dit soort editoperaties werkt het volgende truukje: houd de knop ingedrukt die overeenkomt met de richting die u wilt uitgaan ( of ) en druk op de tegenoverliggende knop ( of ) om sneller naar de maximumof minimumwaarde te springen. 5) Verlaat de Mixer-pagina niet, want we gaan hier nog één en ander bekijken. 2) Gebruik indien nodig de [PAGE] -knoppen om naar de display-pagina te gaan met de Part die u wilt uitschakelen. 57

58 G-600 Handleiding 9.2 Effecten en Equalizer De G-600 heeft drie programmeerbare effecten aan boord: Reverb, Chorus en Delay. Verder kunt u nog gebruik maken van een tweebands parametrische Equalizer. Opmerking: Eventuele wijzigingen die u aanbrengt in de effecten zijn steeds van toepassing op alle Parts, aangezien er slechts één Reverb, één Chorus, één Delay en één Equalizer (EQ) zijn. U kunt wél voor iedere individuele Part specifiëren in welke mate u die Part naar bepaalde effecten wilt zenden. Reverb, Chorus of Delay aan een Part toevoegen 1) Kies op de Mixer-pagina de Part-groep en de Part waarvoor u effectinstellingen wilt wijzigen (hoe u dat doet kunt u nalezen onder stap (1)~(3) van Panpot (stereopositie) ). Met de effectregelaars op de Mixer-pagina bepaalt u in welke mate de betreffende Part naar het betreffende effect (Reverb, Chorus en Delay) wordt gestuurd. In feite zijn deze regelaars een vertaling van het akoestische principe dat u in een kathedraal enz. waarneemt: als u daar luider zingt, hoort u meer galm. In feite doet u dan hetzelfde als wanneer u een effectregelaar in de G-600 in wijzerzin draait: u verhoogt het volume van het signaal (in dit geval uw stem) dat naar het effect (in dit geval de akoestiek van de kathedraal) gaat. 2) Kies met de [BASS/BANK] -knoppen het gewenste Reverb-volume. 3) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen het gewenste Chorus-volume. 4) Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen het gewenste Delay-volume. Opmerking: Het Delay-effect kunt u enkel gebruiken voor de Realtime Parts. Effectinstellingen De effecten van de G-600 zijn editeerbaar, u kunt ze dus aanpassen op uw eigen wensen. Vindt u bijvoorbeeld dat de Reverb niet goed aansluit bij de song waarmee u werkt, pas dan gewoon de instellingen van het Reverb-effect aan. 5) Druk op de Master-pagina op [F1] (Mixer). 6) Druk op [F4] (Effct) om naar de effectpagina s te gaan. Opmerking: Het is u misschien al opgevallen dat, wanneer u naar de Mixer-mode gaat, de G-600 terugkeert naar de Mixer-pagina die u het laatste hebt gebruikt (in dit geval waarschijnlijk de 2 Arrng-pagina). Dat is een handige, tijdsbesparende functie, die u toelaat snel heen en weer te springen tussen display-pagina s uit verschillende modes. Dat dit het eerste van de vier effecten is, merkt u aan de 1 in de schuifbalk. 7) Met de [PAGE] -knoppen kunt u kiezen welk van de effecten u wilt editen. Dit is de volgorde van de effecten: Effect Display-pagina 1 Reverb-parameters 2 Chorus-parameters 3 Delay-parameters 4 Equalizer (EQ)-parameters Op de eerste drie van deze pagina s (Reverb, Chorus en Delay) kunt u met de uiterst linkse -knoppen ([DRUMS/PART]) het effecttype kiezen. Voor ieder effect staan verschillende types ter beschikking. Zo kunt u voor het Chorus-effect u bijvoorbeeld ook een Flanger kiezen. Met de [BASS/BANK] - knoppen kiest u de parameter die u wilt editen en met de [UPPER/VARIATION] -knoppen stelt u de waarde voor die parameter in. In het Referentie -deel vindt u een gedetailleerd overzicht van de beschikbare parameters. 8) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen het gewenste effecttype. Opmerking: Telkens wanneer u een ander effecttype kiest worden de effectparameters (zie hieronder) opnieuw op hun standaardwaarden ingesteld. De instellingen die u zelf had gemaakt bent u dus kwijt. Het gaat dus spijtig genoeg niet op om even een ander type te beluisteren en dan te beslissen dat het eerste type en de zelf gemaakte instellingen u beter bevielen (als u terugkeert naar dat eerste type, hoort u namelijk opnieuw de standaardinstellingen). 9) Kies met de [BASS/BANK] -knoppen de gewenste effectparameter. Zoals gezegd, komen deze parameters uitgebreid aanbod in het Referentie -deel. 58

59 Editen Source: uw instellingen of die van de Arranger/Song? 10)Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen de gewenste waarde voor de parameter die u in de vorige stap hebt gekozen. Opmerking: Houd er rekening mee dat de wijzigingen die u hier aanbrengt van toepassing zijn op alle Parts die van het betreffende effect gebruik maken. Controleer dus even hoe het effect op andere Parts klinkt. Opmerking: Tussen de Reverb- en Chorus-effecttypes vindt u ook Delay -types (Delay Pan-Delay, SDelayFb). Vergeet echter niet dat de G-600 nog een apart Delay-effect heeft. Reverb en Chorus gebruikt u daarom misschien beter als globale effecten voor alle Parts, dan houdt u nog steeds het Delay-effect over om een echootje op de ene of andere Part te zetten. Parts kiezen die u door de Equalizer wilt halen Als u de G-600 inschakelt, zijn alle Parts automatisch met de Equalizer verbonden. De Equalizer werkt dan in feite als een master-toonregeling, waarmee u de klankkleur van de G-600 in zijn geheel kunt aanpassen. Vaak is het echter interessanter om de Equalizer te gebruiken om één specifiek instrument bij te kleuren, zodat het bijvoorbeeld niet in de weg zit van de overige instrumenten. Om de Equalizer op die manier te kunnen gebruiken moeten we hem eerst uitschakelen voor alle Parts die we niet willen bijkleuren. 1) Druk op de Master-pagina op [F1] (Mixer). 2) Druk op [F1] (RTime) om naar de Mixer\RTimepagina te gaan. Equalizer 1) Druk op [PAGE] om naar de onderstaande display-pagina te gaan. 3) Kies met de [PAGE] -knoppen de Part waarvoor u de Equalizer wilt uitschakelen. 4) Druk op Part Select [UPPER1] onder het display om EQ-ON of EQ-OFF te kiezen. 5) Ga terug naar stap (3), kies de overige Parts en schakel de Equalizer telkens in of uit. 6) Druk op [F5] (Exit) om de Mixer-mode te verlaten en terug te keren naar de Master-pagina. Op deze pagina kunt u de tweebands Equalizer instellen. De twee banden werken respectievelijk op de hoge en lage tonen, een beetje zoals de Bass en Treble regelaars op uw stereo-installatie. De Equalizer van de G-600 gaat echter nog een stap verder: naast het versterken/verzwakken van de hoge/ lage tonen kunt u ook nog instellen wat u onder hoge en lage tonen verstaat (m.a.w. de frequenties van de twee banden). 2) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de frequentie van de lage tonen (L-Freq) die u wilt versterken/verzwakken. 3) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de gewenste versterking (positieve waarden) of verzwakking (negatieve waarden) voor de L-Gainparameter. 4) Herhaal deze stappen voor de hoge tonen met de [BASS/BANK] (H-Freq) en [LOWER/NUMBER] (H-Gain) -knoppen. 9.3 Source: uw instellingen of die van de Arranger/ Song? Het laatste dat we in dit hoofdstuk moeten behandelen is de Source-functie. Hiermee bepaalt u of uw eigen instellingen al dan niet worden gebruikt. De Source-pagina s kiest u als volgt: 1) Druk op de Master-pagina op [F1] (Mixer) om naar de Mixer-mode te gaan. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F1] (RTime), [F2] (Arrng) of [F4] (Effct). 59

60 G-600 Handleiding Realtime (RTime) Source Op de eerste pagina (RTime) treft u de opties Prf en Sng aan. Deze betekenen het volgende: Prf Sng De instellingen die u voor de volgende parameters (zie hieronder) maakt blijven geldig tot u ze opnieuw wijzigt of een ander Performancegeheugen kiest (Prf is de afkorting van Performance-geheugen). In dit geval worden de Realtime Parts gestuurd door controlecommando s in de Standard MIDI File die u weergeeft. Met andere woorden, een CC10 (Pan) commando op MIDI-kanaal 4 van een Standard MIDI File wijzigt de stereopositie van de Upper1 Part. Zolang u geen Standard MIDI Files weergeeft is er nauwelijks verschil tussen Prf en Sng. Opmerking: De optie Prf houdt niet in dat uw instellingen automatisch worden opgeslagen in een Performance-geheugen. U moet dat nog altijd manueel doen (zie blz. 41), voordat u een ander Performance-geheugen kiest of de G-600 uitschakelt. Opmerking: De Source Delay-parameter krijgt u niet te zien op de MDR-pagina. Kies met de -knoppen onder het display de gewenste Source-instellingen. Voor de volgende parameters van de Realtime Parts kunt u een Source definiëren: Volume, Panpot, Reverb (Send), Chorus (Send) en Delay (Send). Zo kunt u bijvoorbeeld specifiëren dat het volume van een Part moet luisteren naar de MIDI-commando s van een Standard MIDI File (kies in dat geval Volume= Sng), terwijl de overige parameters de commando s van die SMF moeten negeren (kies voor die parameters Prf ). De Source die u kiest wordt steeds in een voor alle pagina s consistente kleurcode onder de parameter afgebeeld: Prf in wit-op-blauw en Sng in blauw-opwit. Stel de Volume Source-parameter in op Sng. We willen nu wel eens weten of de G-600 dit systeem ook werkelijk toepast. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F1] om naar de Mixer\RTime-pagina. Kies vervolgens met de [PAGE] -knoppen de UP1- pagina. De volumewaarde wordt blauw-op-wit afgebeeld. Blauw-op-witte waarden kunt u wel editen, maar dat komt steeds neer op haasje-over spelen met de commando s in de song, die ook toegang tot deze parameters hebben. Als u goed hebt gevolgd, weet u dat u de Source-parameter moet wijzigen om hier verandering in te brengen. Houd nu [SHIFT] ingedrukt en druk op [F2] (Arrng). Arranger (Arrng) Source Music Styles bevatten niet enkel noten (drum, bas en andere begeleidingsparts), maar ook een reeks commando s die de weergave van de Parts beïnvloeden, zoals programmakeuze, panorama, volume enz. Deze informatie bevindt zich aan het begin van een Style. Aangezien zo n Style in feite een voortdurend herhalend patroon is, komt deze informatie steeds terug wanneer de Style opnieuw vanaf maat 1 start (meestal om de vier maten) of wanneer u een andere Style-divisie (bv. Fill In To Variation ) kiest. Kiest u Arr als Source, dan wordt die informatie op dat moment ook naar de Mixer-pagina gestuurd. Wijzigingen die u tijdens de weergave van één cyclus van de Style in de Mixer-pagina hebt aangebracht worden op dat moment ongedaan gemaakt. Wilt u dat niet, kies dan Prf. De commando s uit de Style worden dan genegeerd. Met de -knoppen kiest u de gewenste optie: Prf Arr Effect Source Op deze Source-pagina specifieert u of effectparameters al dan niet reageren op MIDI-commando s van Standard MIDI Files die u weergeeft met de interne Recorder. Prf Sng De waarden die u instelt voor de parameters op de Mixer-pagina blijven geldig tot u ze opnieuw wijzigt of een ander Performance-geheugen selecteert. (Prf is de afkorting van Performancegeheugen). De instellingen van de Music Styles krijgen voorrang op uw eigen instellingen of op die van het Performance-geheugen. De effecten volgen uw eigen instellingen of die van het Performance-geheugen dat u kiest. De effectinstellingen (Macro en Parameter, zie blz. 58) reageren op MIDI-commando s die deel uitmaken van de Standard MIDI File die u weergeeft. Opmerking: De instellingen van de Source-parameter op deze drie pagina s (RTime, Arrng en Effct) doen niets met de MIDI-commando s die de G-600 via zijn MIDI IN-connector ontvangt. Als u de Source-parameters op Prf zet, kunt u dus nog steeds volume, panorama, effecten enz. instellen via MIDI. Wilt u dat bepaalde van die MIDI-commando s worden genegeerd, dan bestaat daar ook weer een datafilter voor! Hier komen nog op terug als we het uitgebreider over MIDI hebben. 60

61 Parts editen Part-parameters editen 10. Parts editen In dit hoofdstuk gaan we het hebben over een aantal parameters waarmee u kunt bepalen hoe de diverse Parts moeten klinken. We hebben het dan niet over het aanpassen van de noten enz. (want daarvoor dient de Arranger), maar wel over pure klankeigenschappen zoals helderheid, modulatie (vibrato) enz. We hebben het hier over de klank van Parts (Upper1, Upper2, Lower enz.) en niet van Tones. Als u een Tone kiest voor een Part, gebeurt namelijk het volgende: de Tone heeft zijn eigen reeks basisinstellingen, waaraan u niet kunt raken. Deze basis-klankeigenschappen worden echter aangepast in functie van de instellingen die u voor een Part maakt. Kiest u een andere Tone voor die Part, dan wordt die Tone aan dezelfde instellingen onderworpen. Het is dus niet zo dat, wanneer u een piano-tone voor de Upper1- Part wat scherper laat klinken, die Tone vanaf nu in alle Parts waaraan u hem toewijst automatisch scherper klinkt. Dat hangt namelijk volledig af van de instellingen van de betreffende Parts. Iedere Tone heeft dus een reeks vaste basisinstellingen die aangepast zijn aan het soort klank. Zo zal een piano steeds percussief klinken, terwijl bepaalde strijkersklanken langzaam aanzwellen. Opmerking: De waarden die u instelt voor de Part-parameters die we hieronder bespreken zijn geen absolute, maar relatieve waarden. Dat betekent dat ze worden opgeteld bij of afgetrokken van de basisinstellingen van een Tone. Vandaar dat u steeds positieve ( meer ) en negatieve ( minder ) waarden kunt specifiëren Part-parameters editen Zoals de meeste parameters in de G-600 kunt u ook de Part-parameters editen met regelaars in het display. 1) Druk op de Master-pagina op de [TONE]-knop links onder het display. 2) Druk op [F4] (Edit) om naar de Tone\Edit-pagina te gaan. 3) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de Part die u wilt editen. Opmerking: U kunt enkel de volgende Realtime Part editen: Upper1, Upper2, Lower, Manual Bass. 4) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen (Parameter) de parameter waarvan u de waarde wilt aanpassen. 5) Kies met de -knoppen die bij VALUE horen de gewenste waarde voor de geselecteerde parameter. 6) Keer terug naar stap (3) en kies de volgende Part die u wilt editen. Dit zijn de parameters die u kunt editen: Modulatie (Vibrato) Vibrato berust op een modulatie van de toonhoogte. Veel geluiden varen wel bij een vleugje vibrato, omdat ze er levendiger en expressiever door gaan klinken. Als de voorgeprogrammeerde vibrato van een Tone u niet bevalt (of u wilt vibrato toevoegen waar er geen is), dan kunt u met de onderstaande parameters de nodige veranderingen aanbrengen. Vibrato Rate (-64~+63) Hiermee bepaalt u de snelheid van de toonhoogtemodulatie. Met positieve (+) waarden verhoogt u die snelheid, met negatieve ( ) waarden vermindert u ze. Vibrato Depth (-64~+63) Hiermee bepaalt u de intensiteit van de toonhoogtemodulatie. Met positieve (+) waarden verhoogt u die intensiteit, met negatieve ( ) waarden vermindert u ze. Vibrato Delay (-64~+63) Hiermee bepaalt u hoeveel tijd er voorbijgaat tussen het indrukken van een noot en het begin van de vibrato. Positieve (+) waarden zorgen voor een langere vertraging, negatieve ( ) waarden voor een kortere. Timbre (Filter) Met het filter wijzigt u de klankkleur van het geluid. De filters in de G-600 zijn van het hoog-af type (LPF- Low Pass Filter). Dat betekent dat ze enkel frequenties onder een bepaalde grensfrequentie doorlaten. Deze grensfrequentie noemen we de Cutoff Frequen- 61

62 G-600 Handleiding cy (afsnijfrequentie). Die frequentie kan ook over de tijd variëren, als ze wordt gestuurd door de envelope. Door met de filter- en envelope-instellingen te experimenteren kunt u geluiden die op zich nogal statisch zijn het nodige leven inblazen. TVF Cutoff ( 64~+63) Door een positieve filterwaarde te kiezen voegt u hoge tonen toe aan het signaal, waardoor het geluid helderder wordt. Negatieve waarden halen hoge tonen weg en maken het geluid doffer. invloed op de envelope. Zo klinkt een trompet die hard wordt aangeblazen scherper en percussiever. Wordt ze zacht aangeblazen, dan zwelt de toon langzamer aan en klinkt doffer. Die verschillen in aanzweltijd kunnen we op een electronisch muziekinstrument nabootsen door de Attack Time ( aanzweltijd ) van de envelope te variëren. Het helder/dofverhaal wordt dan weer bepaalt door het filter van daarnet. Hieronder merkt u dat er naast de aanzweltijd nog andere componenten van de envelope kunnen worden ingesteld, zodat u zowat gelijk welke curve kunt nabootsen. Hoge tonen Low Pass Filter Afsnijfrequentie Volume Geluid houdt op Sustain Level Lage tonen Opmerking: Bij sommige klanken zal een verhoging van de filterfrequentie geen hoorbaar effect opleveren, omdat het filter voor die klank reeds op het maximum staat. TVF Resonance ( 64~+63) Dit is een parameter die meestal met synthesizers wordt geassocieerd. Door de Resonance-waarde te verhogen versterkt u de frequentie rond de afsnijfrequentie die u met de vorige parameter hebt gekozen. Dat geeft het geluid een uitgesproken, vaak synthesizer-achtige kleuring. Een mogelijke toepassing van de Resonance-parameter is om het signaal uit te dunnen, met andere woorden: om lage tonen uit het signaal te halen. Let wel: dit werkt enkel als de afsnijfrequentie relatief hoog is ingesteld (anders krijgt u een erg nasaal geluid) en voor waarden tussen +1 en +15. Nog hogere waarden leveren een te sterke resonantie op als het u alleen maar te doen is om lage tonen weg te filteren. Opmerking: Bij sommige klanken staat de resonantie al op het minimum en zal het kiezen van een negatieve waarde dus geen hoorbaar effect hebben. Hier slaat u een noot aan (Noot-aan) Attack Decay Release Hier laat u de toets los (Noot-uit) Tijd Env Attack (-64~+63) Met deze parameter bepaalt u dus de aanzweltijd van het geluid. Negatieve waarden maken die tijd sneller, waardoor het geluid percussiever, agressiever wordt. Env Decay (-64~+63) Met deze parameter bepaalt u hoe lang het volume erover doet om te dalen van de piekwaarde naar het Sustain Level (zie diagram hierboven). Opmerking: Bij percussieve geluiden (zoals piano en gitaar) is het Sustain Level meestal gelijk aan 0. Het geluid sterft dus na een zekere tijd (die u instelt met de Decay-waarde) gewoon uit, of u nu de toets ingedrukt houdt of niet. Env Release ( 64~+63) Met deze parameter bepaalt u hoe lang het geluid nog naklinkt (uitsterft) nadat u de toets hebt losgelaten. Tegelijk bepaalt deze parameter het neerwaartse verloop van de afsnijfrequentie. Envelope Het volume van de meeste instrumenten blijft tussen het moment dat een noot wordt aangeslagen en het moment dat ze uitsterft niet statisch, maar kent een zeker verloop. We noemen dit met een mooi Engels woord de envelope. Een voorbeeld van zo n envelope ziet u uitgetekend in het diagram hieronder. De envelope van ieder instrument is uniek en speelt een belangrijke rol bij de akoestische identificatie van een geluid. Niet enkel het type instrument, maar ook de manier waarop het wordt bespeeld heeft een 10.2 Nog een Sourceparameter: Tone Edit Iedere Realtime Part heeft een Tone Edit-schakelaar, waarmee u kiest of die Part al dan niet luistert naar NRPN-commando s (deze veranderen parameterwaarden) van Standard MIDI Files. Zoals voor de 62

63 Parts editen Upper2-instellingen overige Source-schakelaars hebt u hier twee mogelijkheden: Prf Sng De Part-parameters volgen uw eigen instellingen of die van het Performance-geheugen dat u kiest. De Part-parameters reageren op MIDI-commando s die deel uitmaken van de Standard MIDI File die u weergeeft. Opmerking: Zolang u geen SMF s (intern noemen we ze ook wel SMurFen) weergeeft is er in feite weinig verschil tussen Prf en Sng. Voordat we u laten zien hoe u de Tone Edit-parameter kunt instellen geven nog snel een overzicht van de Source-schakelaars die u in de G-600 kunt tegenkomen. Dat is niet enkel handig als geheugenopfrissertje, maar door de bladzijdereferenties weet u ook meteen waar u extra informatie omtrent een bepaalde schakelaar kunt vinden. Tone Change (zie blz. 25 en 37). Volume, Panpot, Reverb, Chorus, Delay voor de Realtime Parts (zie blz. 60) en Panpot, Reverb, Chorus voor de Arranger Parts (zie blz. 60). Effectinstellingen (zie blz. 60). Pitch Bend Range (zie blz. 68). Al die schakelaars instellen lijkt u misschien een nogal omslachtige bedoening, maar eens u er een beetje mee vertrouwd, raakt zult u merken dat ze u behoorlijk wat tijdswinst kunnen opleveren. Bij het instellen van uw Performance-geheugens hoeft u namelijk enkel nog die parameters in te stellen die u niet wilt laten aanpassen door de commando s uit de Standard MIDI Files. Kies Sng of Arr voor de parameters die u niet zelf wilt instellen en klaar is kees! Zoals beloofd geven u hier nog de werkwijze om de Tone Edit-parameters in te stellen: 1) Druk in de Tone-mode op [TONE]. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F4] (Edit) om naar de Source\Edit-pagina te gaan. 3) Kies met de [PAGE] -knoppen de Part waarvoor u de Tone Edit-schakelaar wilt instellen. 5) Druk tweemaal op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina Upper2-instellingen Upper2-toonhoogte: Coarse en Fine De Upper2-Part kunt u gebruiken als een aparte solo- of melodieklank, maar hij kan ook dienen als aanvulling bij Upper1, om deze laatste aan te dikken of van een tweede stem te voorzien. Voor dat aandikken is het nodig dat u Upper1 en Upper2 in een Layer gebruikt. Zo n Layer houdt in dat u de Tones van de Upper1 en Upper2 Parts tegelijk hoort wanneer u een toets indrukt op de rechter klavierhelft (als u de Assign Split-mode hebt gekozen, zie blz. 20) of gelijk waar op het klavier (in de Whole Right mode). Zie ook Upper2 kiezen en stapelen op blz. 19. Door één Part (bij de G-600 is dat altijd Upper2) van een gestapeld paar te onstemmen maakt u het geluid nog vetter, of creëert u allerlei speciale effecten. En daarvoor dienen nu precies de Coarse- en Fine-parameter. Coarse past de toonhoogte aan in stappen van een halve toon. Een interessante toepassing voor bv. blazersklanken en gitaar- power chords is om de Upper2 Part een kwint (7 halve tonen) hoger te laten klinken. Vergeet niet dat zowel de Upper1 al de Upper2 Part moeten zijn ingeschakeld. Hebt u bijvoorbeeld enkel de Upper2 Part ingeschakeld, dan hoort u uitsluitend de getransponeerde klank, waardoor alle noten die u speelt plots een kwint te hoog klinken! De Fine-parameter past de toonhoogte aan in cents (1/100ste van een halve toon) en is dus geschikt voor lichte ontstemmingen. Een lichte ontstemming werkt vooral goed als u twee identieke of gelijkaardige Tones hebt toegewezen aan Upper1 en Upper2. Fine creëert daarbij een natuurlijk Chorus-effect, dat u nog sterker in de verf kunt zetten door Upper1 links en Upper2 rechts in het stereobeeld te plaatsen (zie blz. 57). 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om de Parameter-mode te selecteren. 2) Druk op [F2] (Tune). De naam van de Part die u selecteert verschijnt in de schuifbalk. 4) Stel met de uiterst linkse -knoppen de Tone Edit-schakelaar in op Prf of Sng (of Arr). 63

64 G-600 Handleiding 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de tweede Tune-pagina. 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen het gewenste Coarse-interval voor Upper2. 5) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de gewenste Fine-waarde voor Upper2. Opmerking: Als u nu meteen de Upper2 Tune Source-schakelaar wilt instellen, hoeft u de Param\Tune-pagina niet te verlaten. Anders 6) mag u nu op [F5] (Exit) drukken om terug te keren naar de Master-pagina. Upper2 Tune Source Jawel, hier is weer een Source-schakelaar. Hiermee bepaalt u of de Coarse/Fine-parameter van de Upper2 Part al dan niet door commando s van de Standard MIDI File die u weergeeft kunnen worden gewijzigd. Zie blz. 59 voor meer informatie omtrent Source-schakelaars. Voor de Coarse/Fine-parameter van Upper2 stelt u ze als volgt in. 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om de Parameter-mode te selecteren. Deze stap hoeft u enkel uit te voeren als u de Param\Tune-pagina daarnet hebt verlaten (zie hierboven). 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F2] (Tune). Intelligente harmonieën weergeven met Upper2 U herinnert zich waarschijnlijk nog dat de Upper2 Part kan fungeren als Realtime Part (Layer of Split) maar ook kan worden gebruikt om automatische harmonieën weer te geven. Wilt u hem voor dat laatste gebruiken, dan moet u op de [MELODY INTEL- LIGENCE]-knop drukken. De Arranger voegt dan een tegenmelodie toe aan wat u speelt met de Upper1 Part. Zoals we op blz. 34 reeds hebben uitgelegd, wordt de tweede stem gebaseerd op de akkoorden die u in de linkerhand (het akkoordherkenningsgebied) speelt. Er is ook nog een parameter waarmee u kunt bepalen hoeveel stemmen de Melody Intelligence-functie moet gebruiken. Dat aantal kunt u als volgt instellen: 1) Druk op de Master-pagina om [F2] (Param) om de Parameter-mode te selecteren. 2) Druk op [F3] (Cntrl). 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de tweede Cntrl-pagina: 4) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen hoeveel stemmen (1 of 2) de Melody Intelligencefunctie moet spelen. Deze stemmen worden dus weergegeven door de Upper2 Part. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Opmerking: De Melody Intelligence-functie werkt enkel in de Arranger-mode. U kunt ze niet in de GM/GS-mode gebruiken. 3) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen Prf of Sng voor UP2Tune. Kies Prf als u niet wilt dat uw Coarse/Fine-instellingen worden gewijzigd door commando s van een Standard MIDI File. 4) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 64

65 Geavanceerde functies Instellingen die verband houden met de Arranger 11. Geavanceerde functies In dit hoofdstuk komen parameters aan bod die wel verband houden met reeds besproken functies, maar waarbij dat verband misschien niet meteen duidelijk is. Het gaat om parameters die u normaal zelden hoeft in te stellen, en waar u zich waarschijnlijk pas mee gaat bezighouden als u de G-600 wat beter kent. De instellingen van alle parameters die hier aan bod komen kunt u opslaan in een Performance-geheugen (zie Performance-geheugens op blz. 41) Instellingen die verband houden met de Arranger Majeur-, mineur- of dominantbegeleiding? Op blz. 32 hebben we reeds uitgelegd dat er drie soorten Style divisies zijn: één voor majeur, één voor mineur en één voor septiemakkoorden. Als u goed naar de interne Styles van uw G-600 luistert, merkt u dat de begeleiding voor mineur-akkoorden soms anders is dan die voor majeur- en dominant-akkoorden. Dat is zo omdat u deze begeleidingen apart kunt programmeren. Met de Chord Family Assign-functie kunt u specifiëren welke mode (majeur, mineur of dominant) er voor welke akkoordtypes moet worden gebruikt. Hebt u bijvoorbeeld liever dat de Arranger de mineurbegeleiding gebruikt voor 6 -akkoorden (bijvoorbeeld C6, Am6 enz.) dan moet u die akkoordfamilie middels de Chord Family Assignfunctie toewijzen aan het mineur -begeleidingsniveau. 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F1] (Glbal). 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de vierde Param\Global-pagina. 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen één van de 8 beschikbare akkoordgeheugens. Als u nog geen toewijzigingen hebt geprogrammeerd, wordt akkoordgeheugen 1 geselecteerd. Zijn alle geheugens reeds toegewezen (dat merkt u aan de aanwezigheid van een akkoordnaam rechts van het geheugennummer), dan kunt u bestaande toewijzingen wissen door op Part Select [M.DRUMS] (Cancel) te drukken. 5) Speel het akkoord dat u aan een andere familie wilt toewijzen. De naam van dat akkoord verschijnt rechts van het akkoordgeheugennummer. 6) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de familie majeur (M), mineur (m) of dominant (7) waaraan u het gespeelde akkoord wilt toewijzen. Stel nu dat de begeleiding waaraan u het akkoord hebt toegewezen u wel bevalt, maar dat u de Intro en Ending maar vreemd vindt klinken als u ze voedt met dat akkoord. Laten we dat even met een concreet voorbeeld verduidelijken: u hebt een C4 akkoord toegewezen aan de majeur-familie en de Intro van de Style die u gebruikt bevat de volgende progressie: C Am F G Als u deze Intro start met het C4-akkoord in het geheugen ziet de progressie er als volgt uit: C4 Am7 F G7 Dit soort veranderingen is maar gedeeltelijk voorspelbaar. Daarom kunt u de Alteration-functie uitschakelen. Op die manier kunt u het C4-akkoord wel in een akkoordgeheugen steken, maar de Intro of Ending met de normale progressie weergeven (in het voorbeeld hierboven was dat C, Am, F, G). De Arranger gaat pas naar het C4-akkoord zodra de Intro/Ending is afgelopen. 7) Schakel met [UPPER/VARIATION] de Alteration-functie (ALTERATN) in (On) of uit (Off). 8) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Music Style weergave: Wrap Met de Wrap-functie kunt u de weergave van de baslijn en de begeleidingspartijen aanpassen. Is de bas bijvoorbeeld geprogrammeerd om stijgende lijnen te spelen, dan klinken bepaalde noten misschien te 65

66 G-600 Handleiding hoog of te laag. De G-600 kan ze wel weergeven, maar ze zitten niet mooi in het arrangement. U hebt die Wrap-functie trouwens al regelmatig aan het werk gehoord. De standaardinstelling is namelijk Natural. Dat betekent dat de partijen van alle Parts binnen hun natuurlijke toonomvang worden gehouden. De Wrap-functie transponeert in dit geval alle noten die te laag (bv. voor een piccolo-klank) of te hoog (bv. voor een bas) uitvallen een octaaf naar omhoog of naar beneden. Vanaf welke noten er wordt getransponeerd ligt vast voor iedere Tone, daar kunt u verder niets aan veranderen. Wat u wel kunt doen is de Wrap-functie in- of uitschakelen. Dat doet u met de Acc Wrap-parameter. Natural betekent hier aan, terwijl Full staat voor uit. Natural is over het algemeen de beste keuze voor Styles, terwijl Full zijn nut kan bewijzen als u de User Style-geheugens voor het opnemen van volledige stukken gebruikt. 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F1] (Glbal). 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de derde Param\Global-pagina. 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de begeleidings-part (ABS, (ACC1~ACC6). waarvoor u de Wrap-functie wilt instellen. 5) Kies met [ACCOMP/GROUP] de gewenste optie (Natural of Full). Natural Full Alle noten die door de betreffende Part worden weergegeven klinken in het natuurlijke bereik van de geselecteerde Tone. Te hoge of te lage noten worden getransponeerd. Alle noten van de betreffende Part worden exact zo weergegeven als ze werden geprogrammeerd. Kies deze optie als de akkoordprogressie die u speelt een stijgende of dalende baslijn of een consistente stemvoering in de akkoorden nodig heeft. Dynamic Arranger: aanslaggevoeligheid van de Arranger Parts Op blz. 35 hebben we het reeds over de Dynamic Arranger-functie gehad: de kracht waarmee u de klaviertoetsen aanslaat kan het volume van de Arranger Parts sturen. De aanslaggevoeligheid van deze Parts bepaalt u met de Dynamic Arranger-parameter op de Param\Cntrl-pagina. 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F3] (Cntrl). 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de tweede Param\Cntrl-pagina. 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de Arranger Part waarvoor u de aanslaggevoeligheid wilt instellen. 5) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de gewenste aanslaggevoeligheid. U kunt zowel positieve als negatieve aanslaggevoeligheidswaarden specifiëren. Bij een positieve waarde gaat het volume van de Part omhoog als u de toetsen in het akkoordherkenningsgebied harder aanslaat. Bij negatieve waarden daarentegen gaat het volume omhoog wanneer u zachter aanslaat. Door extreme aanslaggevoeligheidswaarden te kiezen kunt u de toetsaanslag gebruiken om af te wisselen tussen twee Parts. De ene Part stelt u op 127 in, zodat hij enkel hoorbaar is wanneer u zacht aanslaat, terwijl u de tweede Part op +127 instelt, zodat hij enkel bij harde aanslagen klinkt. Uiteraard kunt u ook subtielere waarden gebruiken (bijvoorbeeld +20 en 20). Voor Parts die u niet met de aanslaggevoeligheid wilt sturen moet u de waarde 0 kiezen. Opmerking: De Status-parameter op deze pagina is gekoppeld aan de Dynamic Arr-parameter op de ARR CHORDpagina. 6) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 6) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 66

67 Geavanceerde functies Instellingen die verband houden met de Realtime Parts 11.2 Instellingen die verband houden met de Realtime Parts Aanslaggevoeligheid en -bereik De Velocity-parameters die we hieronder bespreken gelden enkel voor de Realtime Parts (Upper1, Upper2, Lower, M.Bass, M.Drums). Met deze parameters kunt u de aanslaggevoeligheid en het aanslagbereik van de geselecteerde Part instellen. (De aanslaggevoeligheid van de Arranger Parts hebben we hierboven behandeld.) Aanslaggevoeligheid (Velocity) 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F3] (Cntrl). 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de eerste Param\Cntrl-pagina. Aanslagbereik 6) Met de [LOWER/NUMBER] en [UPPER/VARIA- TION] -knoppen kunt u de boven- (Min) en ondergrens (Max) van de geselecteerde Part instellen. Deze parameters zijn enkel nuttig wanneer u de Upper1 en Upper2 Part in Layer-mode gebruikt. Bent u dat niet van plan, dan laat u deze parameters best ongemoeid, want anders komt u voor verwarrende situaties te staan, zoals: waarom hoor ik de Lower Part enkel als ik erg zacht aansla enz.? Hoe moet u de Min/Max-parameters dan wél gebruiken? Ziehier een voorbeeld: Part Min Max Klank Upper Mute Trumpet Upper Trumpet 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de Realtime Part waarvoor u de aanslaggevoeligheid wilt instellen. 5) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de gewenste gevoeligheidcurve (de overeenkomstige parameter heet hier Sensitivity). Sensitivity High Med Low Verklaring Als u deze optie kiest, zorgen zelfs kleine verschillen in aanslag voor hoorbare volumeverschillen. Dat levert u een expressief klavier op, maar het nadeel is dat u erg hard moet aanslaan om het maximale volume te bekomen. Toch is dit de standaardinstelling. De gulden middenweg : u hebt nog een behoorlijk dynamisch bereik, maar voor het maximale volume is wat minder kracht nodig. Deze optie kiest u best als u het klavier van een electronisch orgel gewend bent of als u wilt dat kracht waarmee u aanslaat weinig invloed heeft op het volume. Zorg dat beide Parts zijn ingeschakeld. De instellingen uit de tabel zorgen dat aanslagwaarden tussen 1 en 85 (zachte tot middelsterke aanslag) de Mute Trumpet-klank aansturen, terwijl aanslagwaarden boven 86 de klank Trumpet aansturen. Met andere woorden: als u zacht aanslaat hoort u een gedempte trompet, bij hardere aanslagen een normale trompet. Het is zelfs niet nodig dat u twee verschillende Tones kiest. U kunt ook dezelfde Tone toewijzen aan Upper1 en Upper2 en enkel de afsnijfrequentie (Cutoff) wijzigen (zie blz. 62). Op die manier maakt u bijvoorbeeld de Upper1 Tone doffer en de Upper2 Tone helderder. Dit werkt ook goed voor de meeste synthesizerklanken. 7) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Resolutie van roffels voor de M.Drums Part Met de Roll-parameter bepaalt u de waarde van de noten in een roffel die u met de automatische Rollfunctie (zie blz. 22) voor de M.Drums Part start. 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F1] (Glbal). 67

68 G-600 Handleiding 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de tweede Param\Global-pagina. Portamento time Portamento zorgt voor een glijdende toonhoogte tussen de noten die u speelt. 4) Kies met [LOWER/NUMBER] de gewenste nootwaarde voor de Roll-functie. Opmerking: Naast de hier ingestelde nootwaarde hangt de snelheid van een roffel ook af van het tempo (dat u kunt aflezen in het tempovenster). 1/32 is waarschijnlijk niet zo n gelukkige keuze als het tempo relatief hoog ligt. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Monofoon/Polyfoon, met of zonder portamento (Upper1 en Upper2) Mono/Poly Voor de Upper1 en Upper2 Part laat de G-600 u beslissen of u ze monofoon dan wel polyfoon wilt gebruiken. Mono(foon) betekent dat u telkens één noot tegelijk kunt spelen (als u meer noten speelt, geeft de G-600 die niet weer). Dat levert doorgaans meer realistische partijen op voor instrumenten die van nature monofoon zijn, zoals trompet, sax enz. Kiest u Poly(foon), dan kunt u met de betreffende Part ook akkoorden spelen. 1) Druk op de Master-pagina op [F2] om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F2] (Tune) om naar de Parameter\Tunepagina te gaan. 3) Kies met [PAGE] de derde Tune-pagina. 4) Kies met de [DRUMS/PART] of [BASS/BANK] -knoppen de Upper1 of Upper2 mode. Portamento-tijd=0 Toonhoogte verandert in stappen van een halve toon (normaal) Als u verschillende noten speelt, springt de toonhoogte normaal van de ene naar de andere noot (de minimumsprong is een halve toon). Schakelt u het Portamento-effect in (door een hogere waarde dan 0 te kiezen), dan glijdt de toonhoogte van de ene noot naar de volgende noot die u aanslaat. Hoe hoger de waarde die u kiest, hoe langzamer de toonhoogte glijdt. Dit effect werkt vooral goed voor synthesizerpartijen, of bijvoorbeeld op een zigeunerviool. 5) Kies met [ACCOMP/GROUP] (voor Upper1) en [LOWER/NUMBER] (voor Upper2) de gewenste Portamento-tijd. 6) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Pitch Bender Range Toonhoogte glijdt over de gespeelde noten Portamento-tijd> 0 Toonhoogte "glijdt" (geleidelijke verandering) Het Pitch Bend-bereik kunt u voor iedere Realtime Part individueel instellen. In de meeste gevallen is de fabrieksinstelling (2 halve tonen) waarschijnlijk de beste keuze, maar als u een ander interval wilt, kan dat natuurlijk ook. Voor een fretloze basklank werkt een interval van één halve toon (Range=1) bijvoorbeeld handiger, omdat u hiermee de subtiele toonafwijkingen van zo n instrument beter kunt nabootsen. 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F3] (Cntrl) om naar de Param\Cntrlpagina te gaan. 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de derde pagina: 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de Part waarvoor u het Bend-bereik wilt instellen. 68

69 Geavanceerde functies Instellingen die verband houden met de Realtime Parts 5) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen het gewenste interval (Range). Om bijvoorbeeld een kwint-interval te kiezen stelt u de Range op 7 (zeven halve tonen) in. De waarde 12 komt overeen met een octaaf. De Range-waarde geldt zowel voor een opwaartse als een neerwaartse buiging. Opmerking: Kies voor Upper1 en Upper2 hetzelfde bereik als u van plan bent ze samen (Layer) te gebruiken. 6) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Opmerking: Met de Resume-functie (zie blz. 43) kunt u alle parameters opnieuw op hun fabriekswaarden instellen. Volume bepalen met een zwelpedaal Met een zwelpedaal (EV-5 of EV-10, optie) dat u op de EXPRESSION PEDAL-ingang van de G-600 aansluit kunt u het volume van geselecteerde (Status= On) Parts bepalen. Volgens de standaardinstellingen worden alle Parts aangestuurd, maar dat hoeft niet zo te zijn. Naast de normale volumesturing kunt u ook de volumebalans tussen de Upper1 en Upper2 Parts bepalen. We hebben daarnet (zie blz. 67) gezien hoe u die balans met uw aanslag kunt bepalen, maar dat mikt nogal nauw misschien doet u het liever met uw voet. Dat kan als volgt: 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F3] (Cntrl). 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de vierde Param\Cntrl-pagina: 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de Part waarvoor u instellingen wilt maken. 5) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen of u die Part al (Status= On) dan niet (Status= Off) op commando s van het zwelpedaal wilt laten reageren. 6) Kies met de [LOWER/NUMBER] en [UPPER/ VARIATION] -knoppen het volume voor de Part wanneer het pedaal is ingedrukt (Down) en wanneer het omhoog staat (Up). Een beetje experimenteren is hier wel op zijn plaats. U hoeft zich namelijk niet verplicht te voelen om steeds extreme waarden (0 en 127) te kiezen. Opmerking: De waarden die u voor Down en Up kiest worden gezonden in de vorm van MIDI Expression-commando s (CC11). 7) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Keyboard Scale: alternatieve toonladders Met deze parameter kunt u de stemming van geselecteerde Parts aanpassen zoals u dat op een piano doet. Met andere woorden: iedere noot van de toonladder is individueel te stemmen, zodat in plaats van de westerse, gelijkzwevende, stemming ook arabische stemmingen e.d. mogelijk worden. Let wel: we zeggen bewust iedere noot van de toonladder, omdat de instellingen die u maakt in ieder octaaf worden herhaald. Als u de C iets lager stemt, komt die in alle octaven evenveel lager te liggen (in tegenstelling tot een echte piano, waarbij u werkelijk iedere noot individueel kunt stemmen). 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om de Parameter-mode te selecteren. 2) Druk op [F2] (Tune). 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de tweede Tune-pagina. Met de eerste Kbd Scale-parameter (Assign) bepaalt u voor welke Parts de aangepaste stemming geldt. 4) Stel met de [BASS/BANK] -knoppen de Assign-parameter in op UP1-2, All of Off. Met deze parameter bepaalt u welke Parts beroep doen op de stemming die u hieronder instelt. 5) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de noot die u wilt stemmen. Bedenk wat we daarnet hebben gezegd over de octaven: aangezien de waarde, die u instelt, geldt voor alle noten met dezelfde naam, kunt u iedere noot slechts één keer selecteren. 6) Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen de gewenste stemming. Negatieve waarden verlagen de toonhoogte van de noot, terwijl positieve waarden ze verhogen (allebei ten opzichte van de gelijkzwevende stemming). Het instelbereik gaat van -128~+128 cent. 100 cent is gelijk aan één halve toon, wat betekent dat u iedere noot iets meer dan een halve toon omhoog of omlaag kunt stemmen. 69

70 G-600 Handleiding 7) Herhaal stap (5) en (6) om de overige noten van de toonladder te stemmen (C#, D, D#, E enz.). 8) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina Source-schakelaars Ook in verband met de parameters die we zonet hebben besproken kunt u bepaalde Source-schakelaars instellen. Zie Nog een Source-parameter: Tone Edit op blz. 62 voor meer informatie over Sourceschakelaars en hoe u ze kunt instellen. Om naar de Source\Tune-pagina te gaan doet u het volgende: 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F2] (Tune). 3) Kies met de -knoppen de benodigde instellingen voor de Source-schakelaars Song Sets We maken het de muzikant graag gemakkelijk bij Roland. Song Sets vormen een perfect voorbeeld om deze bewering te staven. Stel dat u met uw G-600 een lange avond moet opluisteren. Dan wilt u op gezette tijden uiteraard even pauzeren, maar het probleem is dat uw publiek dan zonder muziek komt te zitten. Song Sets bieden in zo n geval soelaas. Het zijn in feite kleine sequences die de volgorde specifiëren waarin Standard MIDI Files van diskette moeten worden weergegeven. De weergave van zo n songketen gebeurt dus automatisch, waardoor u even de handen vrij hebt. U kunt de G-600 alle songs (maximaal 99) van diskette zonder ophouden laten weergeven (Auto), of u kunt hem na iedere song laten wachten (Manual) tot u de weergave van de volgende song start. Met de Pause-parameter bepaalt u de lengte van de pauzes tussen de songs. 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Druk op [F1] (Glbal). 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de derde Param\Global-pagina. Zie Master Tune op blz. 27. Om naar de Source\Cntrl-pagina te gaan doet u het volgende: 1) Druk op de Master-pagina op [F2] (Param) om naar de Parameter-mode te gaan. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F3]. 4) Kies met [LOWER/NUMBER] en [UPPER/ VARIATION] de gewenste waarden voor de Mode en Pause parameters. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 3) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Song Set compileren 1) Steek de diskette die de songs bevat waarvan u een Set wilt maken in de drive. Opmerking: Gebruik geen origineel aangekochte diskettes met Standard MIDI Files. Als u songs van uw aangekochte diskettes wilt gebruiken, moet u deze eerst naar een andere diskette kopiëren middels de Song Copy- of Disk Copy-functie (zie blz. 105). 2) Druk op de Master-pagina op [F5] (Disk). 70

71 Geavanceerde functies Song Sets 3) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F2] (SngSt). In het SngSt-venster ziet u hoeveel Song Sets er reeds op de diskette staan. In het Position-venster kunt u de volgorde programmeren waarin u de songs wilt weergeven. 4) Druk op Part Select [M.DRUMS] om een nieuwe Song Set aan te maken. 5) Kies met de [BASS/BANK] -knoppen de song waarmee u de keten wilt beginnen (deze krijgt Position 1). 6) Ga met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen naar Position 2. 7) Kies met de [BASS/BANK] -knoppen de song die u op de tweede plaats wilt zetten. 8) Herhaal stap (6) en (7) tot de Song Set volledig is. Kies voor de laatste Position End. De songs die na deze regel komen worden niet meer opgenomen in de Set. 9) Druk op Part Select [UPPER1] om de Song Set op te slaan. Uw Song Set wordt opgeslagen onder het eerste beschikbare nummer. Song Sets kunt u geen naam geven. 10)Wacht tot u de OK Save Complete -prompt te zien krijgt en druk dan op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Song Set weergeven 1) Steek de diskette in de drive. 2) Druk op [SONG/SELECT] (de indicator licht op). 3) Kies met de [ PREVIOUS] en [NEXT ] knoppen de gewenste Song Set (01~xx). 4) Druk op Recorder [PLAY /STOP ] om de weergave van de Song Set te starten. Voordat u aan het volgende hoofdstuk begint, moet u uw G-600 even uit- en weer inschakelen. 71

72 G-600 Handleiding 12. User Styles programmeren Eén van de grootste troeven van de G-600 is dat u uw eigen Styles (begeleidingen) kunt programmeren. We spreken dan van User Styles, Styles die gemaakt zijn door een gebruiker (in casu uzelf of iemand anders). Waarschijnlijk zoekt u normaal eerst of u tussen de Styles in het interne geheugen of op de MSA-, MSD- en MSE-diskettes iets naar uw gading vindt. Is dat niet het geval, dan kunt u beslissen om zelf een User Style te programmeren Concept Nieuwe Styles aanmaken kan op twee manieren gebeuren: Door van nul te beginnen (zie blz. 74). Door bestaande Styles aan te passen; dit houdt in dat u een bestaande Style kopieert naar een User Stylegeheugen, waarna u in die kopie de gewenste wijzigingen aanbrengt (zie blz. 81). De tweede methode werkt veel sneller dan de eerste, aangezien u enkel de Parts hoeft te vervangen die niet passen bij de song waarvoor u de Style wilt gebruiken. Toch moet u er ook niet voor terugschrikken om aan een volledig nieuwe Style te beginnen, want zoals u zult merken, heeft de G-600 heel wat handige functies in petto die het programmeren aanzienlijk vergemakkelijken. Divisies Styles (zowel intern als User) zijn opgebouwd uit een reeks korte patronen van vier tot acht maten. Zoals we in het hoofdstuk Spelen met begeleiding Arranger op blz. 28 hebben verteld, kunt u deze patronen tijdens de weergave kiezen. Als u ooit met een drummachine (zoals de Roland R-8MkII) hebt gewerkt, bent u waarschijnlijk wel vertrouwd met het patroon-principe: eens u een patroon hebt geprogrammeerd kunt u dat op verschillende plaatsen in de song laten terugkomen. U zou zelfs een hele song kunnen vullen met een patroon van enkele maten, maar dat soort gemakzucht leidt doorgaans tot erg saaie begeleidingen. Vandaar dat een overlevingspakket patronen voor een song het volgende zou moeten bevatten: Het basisritme Een aantal variaties op het basisritme om het arrangement boeiend te houden. Fill-In s (overgangen) om het begin van een nieuwe sectie in de song aan te kondigen. Een begin- en slotfrase voor de song. Met vier tot acht patronen hebt u in de regel voldoende materiaal voor een song van drie minuten. Maar nu terug naar de G-600: wat we in het voorgaande een song hebben genoemd, is in de G-600 een Music Style. De patronen waarover we het hebben heten op de G-600 divisies. Het verschil met een drummachine e.d. zit hem trouwens niet enkel in de terminologie: het grote voordeel van de G-600 is dat u de volgorde van de divisies niet op voorhand hoeft te programmeren maar dat u ze tijdens de weergave kunt selecteren met de Arranger-knoppen. Per Style kunt u op de G verschillende patronen (of divisies) programmeren. Een aantal daarvan hebben een eigen knop waarmee u ze tijdens de weergave kunt selecteren ([VARIATION], [ADVANCED] enz.), terwijl andere (majeur, mineur, dominant) automatisch worden gekozen op basis van de akkoorden die u speelt in het akkoordherkenningsgebied van het klavier. Sporen In tegenstelling tot onze drummachine van daarnet bevat een Style niet enkel ritmepartijen (drums & percussie), maar ook een melodische begeleiding bestaande uit twee tot drie partijen, zoals piano, gitaar, bas, strijkers. Deze partijen zijn ondergebracht in verschillende sporen, acht in totaal: Spoor Part Verklaring 1 ADR 2 ABS 3 ACC1 8 ACC6 Accompaniment Drums: drum- & percussiepartijen van de begeleiding. Accompaniment Bass: baspartij van de begeleiding. Accompaniment 1: 1ste begeleidingspartij Accompaniment 6: 6de begeleidingspartij 72

73 User Styles programmeren Concept De toewijzing van de Parts aan de sporen ligt vast. Zo kunt u bijvoorbeeld niet beslissen dat u de ADR Part liever op spoor 6 hoort. Er zit trouwens wel enige logica in die spoortoewijzing: programmeurs/arrangeurs/muzikanten beginnen meestal met het ritmisch fundament. Vandaar dat drums en bas respectievelijk op spoor 1 en 2 zijn terechtgekomen. Uiteraard bent u op geen enkele manier verplicht om deze standaardwerkwijze te volgen. Niets belet u bijvoorbeeld om eerst aan een pianopartij te werken. Opmerking: Er staan zes ACC Parts tot uw beschikking, hoewel voor de meeste songs twee of drie melodische begeleidingspartijen volstaan. In dat verband geldt ook: minder is meer. Met andere woorden: u weerstaat best aan de verleiding om al uw arrangementen te overladen met 6 begeleidingspartijen, gewoon omdat er zoveel Parts beschikbaar zijn. Luister maar eens naar een aantal van uw favoriete popnummer. Vaak zult u (misschien tot uw verbazing) merken dat de kracht van een indrukwekkend arrangement niet afhangt van het aantal partijen, maar wel van de efficiënte plaatsing ervan. Looped vs. eenmalig Tussen de divisies van de G-600 kunnen we twee soorten onderscheiden: Loops en eenmalige divisies. loop-divisies met elk drie variaties. Laten we die variaties vanaf nu modes noemen: Divisie Mode Verklaring Basic/Original Basic/Variation Advanced/ Original Deze begeleiding is complexer dan het Basic-niveau. Advanced bevat doorgaans meer instrumenten. Niets belet u overigens om deze begeleiding voor een volledige song te gebruiken. Advanced/Variation Majeur Mineur Septiem Majeur Mineur Septiem Majeur Mineur Septiem Majeur Mineur Septiem Dit is het eenvoudigste begeleidingsniveau. Dit is een variant op de Basic/Originalbegeleiding. Dit is een variant op de Advanced/Original-begeleiding. Loop-divisies blijven dus spelen tot u manueel (of met een optionele FC-7 voetschakelaar) een andere divisie kiest. Eenmalige divisies One-shot divisies worden maar één keer weergegeven en gaan dan over in een loop-divisie of doen de weergave van de Arranger ophouden. Divisie Mode Verklaring Loop-divisies Loop-divisies worden herhaald zolang u geen andere divisie kiest of op [START/STOP] drukt om de weergave van de Arranger te stoppen. De G-600 biedt vier Intro (Basic of Advanced) Ending (Basic of Advanced) Majeur Mineur Septiem Majeur Mineur Septiem Inleiding. Gaat automatisch naar de Original-divisie van het niveau (Basic of Advanced) dat u hebt geselecteerd. Slot (coda). Zodra dit voorbij is, houdt de Arranger op met spelen. Fill-In To Original Majeur Mineur Septiem Muzikale overgang die de Original-divisie van de het geselecteerde niveau inleidt. Fill-In To Variation Majeur Mineur Septiem Muzikale overgang die de Variation-divisie van de het geselecteerde niveau inleidt. 73

74 G-600 Handleiding Het type divisie (loop of eenmalig) heeft een invloed op de manier waarop de sporen worden weergegeven. Bekijk in dit verband de onderstaande illustratie: Eenmalige" divisies: De lengte van alle sporen is steeds gelijk aan de lengte van het langste spoor. Naar de User Style-mode gaan 1) Druk op de Master-pagina van de Arranger-mode op [F4] (UsrSt) om naar de User Style-mode te gaan. 2) Druk op [F1] (Rec) als de 1Rec menu-optie niet is geselecteerd. 3) Ga met de [PAGE] -knoppen naar de eerste User Style\Rec-pagina. Maten die data bevatten. Rustmaten die worden toegevoegd in functie van het langste spoor. Loop-divisies: Kortere sporen worden herhaald tot de weergave van het langste spoor is afgelopen. Maten die data bevatten. Plaats waar het spoor opnieuw naar het begin springt (lus). Als een eenmalig spoor korter is dan het langste spoor in het arrangement voegt de Arranger dus de nodige maten rust in. Bij een spoor van een loop-divisie gaat het anders: als het spoor korter is dan het langste spoor, wordt het patroon herhaald tot aan het einde van dat langste spoor. Dat betekent meteen dat u een herhalende frase voor een loop-divisie slechts één keer hoeft op te nemen, aangezien ze toch automatisch wordt herhaald tot het langste spoor van die divisie is afgelopen. Eens het zover is, wordt de volledige divisie herhaald (inclusief interne lussen ). Een voorbeeld: de ADR-partij is slechts vier maten lang, terwijl de ABSbaslijn uit acht maten bestaat. In dat geval wordt de ADR-partij één keer herhaald, terwijl de Arranger maat 5~8 van de baslijn speelt. Opmerking: We noemen deze pagina vanaf nu de eerste User Style\Rec-pagina. In de linker bovenhoek kan namelijk vanalles staan (User Style, Play, Record Erase of Record Merge, afhankelijk van de functie die u kiest), maar rechts staat duidelijk Rec. Links leest u op dit moment User Style, wat betekent dat de G-600 wacht tot u de weergave of de opname start. Spoor, Mode, Type en Divisie selecteren Laten we beginnen met de drums van het Basic/Original-patroon. 4) Ga met de [DRUMS/PART] -knoppen naar 1ADR (het eerste spoor, de drums van de begeleiding). Kies een divisie. Laten we met Basic/Original beginnen. 5) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen Or voor de Division-parameter Volledig nieuwe User Styles opnemen Opmerking: Wat nu volgt kunt u op twee manieren lezen: wilt u snel, zonder al te veel achtergrondinformatie een User Style opnemen, lees dan enkel de vetgedrukte tekst. De overige tekst kunt u eventueel achteraf lezen als u iets niet begrijpt (ook in het Referentie -deel vindt u meer uitleg). Wilt u meteen het hele verhaal, lees dan ook de normaal gedrukte tekst. Hierin vindt u extra commentaar en mogelijke opties bij wat we aan het doen zijn. Opmerking: Als het User Style-geheugen dat u selecteert al een User Style bevat, dan moet u die eerst wissen. Zie blz. 94 voor meer details. 74

75 User Styles programmeren Volledig nieuwe User Styles opnemen Werken met klonen We hebben het hier over een handige functie waarmee u de partij die u opneemt meteen naar drie divisies met elk drie modes kunt kopiëren. Het werkt als volgt: Display-functie Opties Verklaring Mode M M=m M=m=7 Enkel het majeur-patroon wordt opgenomen. Het majeur-patroon wordt opgenomen en gekopieerd naar het mineurpatroon. Het majeur-patroon wordt opgenomen en gekopieerd naar het mineurpatroon en het septiempatroon. Andere opties: m, m=m, m=7, m=m=7, 7=M, 7=m, 7=M=m Type Division Bsc Adv B=A Andere opties: A=B Or Var Fo Fv In Ed Enkel de Basic-divisie wordt opgenomen. Enkel de Advanced-divisie wordt opgenomen. De Basic-divisie wordt opgenomen en gekopieerd naar de Advanced-divisie. Enkel de Original-divisie wordt opgenomen. Enkel de Variation-divisie wordt opgenomen. Enkel de Fill-In To Original wordt opgenomen. Enkel de Fill-In To Variation wordt opgenomen. Enkel de Intro wordt opgenomen. Enkel de Ending wordt opgenomen. Andere opties: Or=Va, Va=Or, Fo=Fv, Fv=Fo, In=Ed, Ed=In 6) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de gewenste mode en met de [BASS/BANK] - knoppen het (de) gewenste type(s). De display-instellingen in stap (4) hierboven staan voor: neem het Basic/Original/Majeur-patroon op en kopieer dit naar alle loop-divisies. Dat levert ons 3 (M, m, 7) x 2 (Bsc, Adv) x 2 (Or, Va) = 12 identieke drumpatronen op! Opmerking: Voor eenmalige divisies kunt u slechts vijf delen kopiëren, aangezien er geen Original/Variation-niveau is voor Intro, Ending, To Original, To Variation; voor deze divisies kunt u enkel kiezen uit het Basic- en Advancedniveau (zie de afbeelding op blz. 74). Met de eerste parameter (Mode) kunt u de Recordmode instellen. Afhankelijk van de mode die u kiest ziet de eerste User Style\Rec-pagina er als volgt uit of als volgt Record-mode 7) Druk op [PAGE] om naar de tweede User Style Rec-pagina te gaan: wanneer u op de [REC ]-knop van de Recorder drukt. Record Erase betekent dat nieuwe opnames de aanwezige data van het spoor overschrijven. Deze mode wordt automatisch geselecteerd als u de Recordfunctie inschakelt voor een spoor dat nog geen data 75

76 G-600 Handleiding bevat. Als u een spoor kiest dat al data bevat, gaat de G-600 er van uit dat u deze data niet wilt wissen en kiest in eerste instantie voor Record Merge (hoewel u die keuze uiteraard kunt aanpassen). Record Merge betekent dat de muziek of de data die u opneemt bij de reeds aanwezige data worden gevoegd, zonder deze laatste te overschrijven (bij de weergave hoort u dus een mix van oud en nieuw). 8) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de optie Erase of Merge. Toonaard (Key) specifiëren Zoals u weet, transponeert de Arranger de begeleiding tijdens de weergave, in functie van de noten die u in het akkoordherkenningsgebied speelt. Om dat te kunnen doen, moet de Arranger tijdens de opname weten in welke toonaard u speelt (zie Opmerkingen op blz. 80). De onderstaande afbeelding illustreert hoe belangrijk het is dat u de correcte toonaard specifieert: Als u dit speelt tijdens een opname waarvoor u "C" als toonaard hebt gespecifieerd, dan hoort u tijdens de weergave een D-akkoord (D-F#-A) wanneer u in het akkoordherkenningsgebied een C-akkoord speelt. Als u dit speelt tijdens een opname waarvoor u "D" als toonaard hebt gespecifieerd, dan hoort u tijdens de weergave een C-akkoord (C-E-G) wanneer u in het akkoordherkenningsgebied een C-akkoord speelt. In dit voorbeeld hebben we een resolutie van 1/4 ( ) geselecteerd. De G-600 biedt in dat verband de volgende opties: 1/16, 1/16t, 1/32, 1/32t, 1/64 en Off (de t staat voor triool ). Zo hebt u het gespeeld: Zo wordt het gequantiseerd Als we voor het voorbeeld van daarnet een resolutie van 1/16 hadden gekozen, zou de gequantiseerde versie er als volgt uitzien: Zo hebt u deze noten gespeeld: Zo worden ze gequantiseerd: De timing van de noten is hier mathematisch wel correct, maar het resultaat kan normaal niet de bedoeling zijn. We laten u deze voorbeelden zien om aan te geven hoe belangrijk het is dat u een resolutie kiest die klein genoeg is om alle noten te bevatten die u speelt, maar tegelijkertijd niet kleiner dan de kortste noot. Met andere woorden: als de kleinste nootwaarde in uw opname 16de noot-triolen zijn, kies dan een Quantize-waarde van 1/16t. De Quantize-waarde kunt u als volgt instellen: Zoals u merkt, is het van cruciaal belang dat u voor de opname de juiste toonaard specifieert. 9) Stel met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de juiste toonaard (Key) in. Wilt u iets opnemen in F#, kies dan F# enz. Opmerking: Voor de ADR Part hoeft u geen toonaard te specifiëren, aangezien deze Part toch nooit wordt getransponeerd. Quantiseren Quantiseren betekent dat u de starttijd van opgenomen noten verschuift naar hun mathematisch correcte positie (welke die positie is hangt af van maatsoort, nootwaarde enz.). Op die manier kunt u kleine foutjes in de timing corrigeren, waardoor een partij strakker gaat klinken. Neem het onderstaande voorbeeld: 10)Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de gewenste Quantize-waarde. Voor de meeste gevallen komt u met de standaardinstelling (1/16) wel terecht. Kies Off als u niet wilt dat er tijdens de opname al iets wordt gecorrigeerd. Dat laatste is waarschijnlijk nog niet zo n slecht idee. Quantiseren is namelijk voor een stuk een esthetische keuze, die u misschien beter uitstelt tot na de opname (wat op de G-600 mogelijk is, blz. 91). Sterk gequantiseerde partijen klinken al snel te mechanisch, omdat ons oor de typisch menselijke imperfecties verwacht. Voor bepaalde muziekstijlen kan zo n mechanisch karakter dan weer net de bedoeling zijn. Vandaar onze raad: neem op zonder quantise- 76

77 User Styles programmeren Volledig nieuwe User Styles opnemen ring en bepaal achteraf in functie van de muzikale context of (en hoe strak) u wilt quantiseren. De User Style\Rec\3-pagina slaan we nu even over, aangezien u hier Parts kunt uitschakelen die u reeds hebt opgenomen, maar dat laatste is tot nu toe nog niet gebeurd. Meer uitleg hieromtrent krijgt u onder Parts uitschakelen terwijl u andere Parts opneemt (Status) op blz )Druk tweemaal op [PAGE] om naar de volgende display-pagina in ons verhaal te gaan. Tones kiezen Het adres (Groep, Bank, Nummer, Variatie) van de Tones en de Drum Sets die u kiest wordt opgeslagen aan het begin van iedere divisie die u opneemt. Het is dus belangrijk daar even bij stil te staan. We gingen eerst de drums opnemen. Dus moeten we nu in plaats van een Tone een Drum Set kiezen, net zoals we dat voor de MDR-Part doen. Drums Sets kiezen kan op twee manieren (dat geldt trouwens ook voor Tones): Met de knoppen uit het TONE/PERFORMANCE MEMORY-gedeelte of: Met de [UPPER/VARIATION] -knoppen op de display-pagina waar we ons nu bevinden. De eenvoudigste manier om uit te maken of een Drum Set al dan niet past bij de muziek die u wilt opnemen is om even een paar noten (in dit geval dus drumklanken) op het klavier te spelen. Opmerking: De Expression-, Panpot-, Reverb- en Chorusparameter hebben we hier niet nodig. Daar komen we later nog op terug (zie blz. 86). Maatsoort Voordat we aan de opname beginnen moeten we de Arranger natuurlijk ook even vertellen in welke maatsoort we gaan spelen. De mogelijkheden zijn behoorlijk uitgebreid: 4/4, 3/4 (voor walsen), 2/4 (voor polka s), 6/8 (voor marsen) enz. Ook minder frequente maatsoorten zoals 5/4 en 7/4 zijn mogelijk, en de G-600 aanvaardt zelfs polyritmische begeleidingen. 12)Druk op [F3] (TSign). 13)Druk op [F2] (Change). Zoals u in het uiterst linkse venster kunt zien, staat hier reeds 4/4 geselecteerd, de kans is dus groot dat u hier niets meer hoeft in te stellen. Moet dat toch gebeuren, kies dan met de [DRUMS/PART] - knoppen de gewenste maatsoort. 14)Als de divisie die u wilt opnemen (Basic) nog niet is geselecteerd, doe dit dan met de [BASS/BANK] en [ACCOMP/GROUP] -knoppen. Om de gekozen maatsoort te kopiëren naar de 11 klonen van het op te nemen patroon, kunt u hier Bsc/Adv en Or/Va kiezen. Bsc en Or volstaat hier echter, omdat het patroon sowieso wordt gekopieerd. Op deze pagina kunt u met de [LOWER/NUMBER] -knoppen een ander User Style-geheugen kiezen om te programmeren, maar dat willen we nu niet doen. 15)Bevestig uw keuze van de (nieuwe) maatsoort door op Part Select [UPPER1] (Execute) te drukken. Opmerking: Als u de lengte van het op te nemen patroon niet wilt specifiëren, kunt u nu op [F4] drukken om terug te keren naar de eerste User StyleRec-pagina. Maar we hebben natuurlijk veel liever dat u samen met ons naar de volgende stap gaat. Length: lengte van het patroon bepalen Aangezien we bij het maken van een User Style patronen opnemen, die later herhaald zullen worden, moeten we nu de lengte van het op te nemen patroon specifiëren. Zo is een Intro van vijf maten geen gelukkige keuze voor een song waarvan de Intro in feite maar vier maten mag duren. Als u de lengte nu correct instelt bespaart u dat heel wat verwarring achteraf. U kunt de lengte ook na de opname op maat knippen (met diezelfde Length-parameter), maar we raden u toch aan om de lengte vast te leggen voordat u begint op te nemen. Drukt u namelijk aan het eind van de opname iets te laat op [START/STOP] (zodat u zich reeds in volgende maat bevindt), dan voegt de Arranger een lege maat toe. In het onderstaande 77

78 G-600 Handleiding voorbeeld worden in dat geval vijf maten opgenomen in plaats van vier. Opneme zonder Length te specifiëren Als u hier stopt met opnemen, duurt het spoor vier maten. Maat 1 Maat 2 Maat 3 Maat 4 Maat 1 Maat 2 Maat 3 Maat 4 Als u hier stopt met opnemen, duurt het spoor vijf maten. Maat 5 Bovendien worden in de User Style Record-mode alle patronen in een lus (loop) weergegeven tot u op [START/STOP] drukt. Een lus van vijf maten werkt verwarrend en haalt u uit de groove. 16)Druk op [F2] (Lengt). Om vanuit een andere pagina naar een Length-pagina te gaan houdt u [SHIFT] ingedrukt en drukt u op [F2]. Het display ziet er dan als volgt uit: Het is mogelijk om voor ieder spoor en iedere divisie een andere lengte en maatsoort te specifiëren. Bedenk echter wel dat de Basic en Advanced (Original en Variation) sporen in de uiteindelijke begeleiding steeds in lussen worden weergegeven. Gaat het om sporen met verschillende maatsoorten en lengtes die geen veelvouden van elkaar zijn, dan kan dat tot onbruikbare resultaten leiden. Opmerking: Zelfs eenmalige patronen worden tijdens het opnemen van User Styles in een lus weergegeven. Later, tijdens de normale, alledaagse weergave van de Arranger, is dat niet meer het geval. 17)Stel met [PAGE] de lengte in van de divisie die u wilt opnemen. Op de tweede Length-pagina vindt u de Lengthwaarden van de Intro s en Endings. De derde Length-pagina bevat de Length-parameters van de Fill-In s. Verder vindt u op deze pagina de opties [F1] (Share) en [F2] (Singl). Met Share kunt u alle patronen selecteren die worden gedeeld, dit zijn alle patronen die klonen vormen (of zullen vormen), denk aan de M=m=7, B=A, enz. opties (zie blz. 75). Single stelt u daarentegen in staat om alle divisies als onafhankelijke patronen te behandelen, zodat u na de opname de lengte van specifieke patronen kunt aanpassen. Maar dat is voor later. 18)Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen het spoor waarvan u de lengte wilt vastleggen. Door ingedrukt te houden haalt u ALL te voorschijn. Hiermee kunt u de lengte voor alle acht sporen instellen. 19)Kies met [UPPER/VARIATION] de optie All, zodat uw instellingen voor alle Style-divisies gelden. De lengte die u nu kiest geldt voor alle divisies die op deze pagina verschijnen. Wilt u de lengte van één specifiek patroon specifiëren, plaats de cursor dan met de [ACCOMP/ GROUP] -knoppen op dat patroon. U kunt ook meerdere patronen tegelijk selecteren door er met [ACCOMP/GROUP] langs te gaan en dan op [F3] (Mark) te drukken. De patronen die u op die manier markeert worden voorafgegaan door een sterretje (*). 20)Kies met de [BASS/BANK] (Bar) -knoppen het aantal maten. Het patroon dat we willen opnemen moet vier maten duren, dus kiezen we de waarde 4. Opmerking: Met de [LOWER/NUMBER] -knoppen kunt u ook een CPT-waarde specifiëren. De lengte van de maat wordt vermeerderd met de CPT-waarde ( =120CPT). Alles is mogelijk, maar een lengte van 4 (maten): 96 (CPT) zult u waarschijnlijk niet iedere dag gebruiken. 21)Druk op Part Select [M.DRUMS] (Execute) om de gespecifieerde lengte te bevestigen. In het display leest u nu: Zodra de lengte is vastgelegd, krijgt u de OK Function Complete prompt te zien. De naam van het 1adr-spoor verschijnt nu in hoofdletters (1ADR) omdat dit spoor data bevat (namelijk de lengtewaarde in feite het equivalente aantal rusten). 22)Druk op [F4] om terug te keren naar de eerste User StyleRec-pagina. Deze laatste stap is niet echt nodig, want u kunt op gelijk welke User Style-pagina beginnen opnemen. Tempo 23)Het tempo staat momenteel op =120. Dat is waarschijnlijk wat te snel om op te nemen. Kies dus met de TEMPO [+][ ]-knoppen een lager tempo. De tempowaarde die u hier instelt wordt mee opgenomen en beschouwd als het standaardtempo. U kunt dit achteraf echter nog veranderen. Kies daarom nu een tempo dat u aankunt. Eens u alle sporen 78

79 User Styles programmeren Volledig nieuwe User Styles opnemen en divisies hebt geprogrammeerd, kunt u het tempo aanpassen. 25)Druk op [START/STOP] (van de Arranger) of [PLAY /STOP ] (van de Recorder). De metronoom telt één maat af (vier tellen, tenzij u de 4/4- maatsoort hebt gewijzigd). De opname start vanaf de eerste tel van de volgende maat. Als u hierboven onze raad hebt gevolgd en de lengte van het patroon hebt ingesteld, kunt u nu in een lus opnemen. Dat werkt vooral voor drums erg praktisch: eerst speelt u de basdrum in, in het volgende rondje de Snare-drum, enz. Bent u een geroutineerde klavierdrummer, dan belet niets u uiteraard om basdrum, snaredrum, HiHat, (?) in één keer in te spelen. Gebruik bij het opnemen van de overige sporen (ABS~AC6) alle speltechnieken die u live zou gebruiken, dus inclusief modulatie, Pitch Bend, indrukken van het pedaal enz. Opmerking: Vergeet niet voor ieder nieuw patroon dat u opneemt de Length-parameter (zie blz. 77) in te stellen. Opmerking: Misschien merkt u een korte vertraging voordat de Arranger aan het einde van een patroon weer naar het begin springt. Die vertraging ligt aan het feit dat de data die u zonet hebt ingespeeld worden verwerkt. Tijdens de weergave hoeft dat niet meer te gebeuren en zal er dus ook geen vertraging meer zijn. 26)Druk op [START/STOP] of [PLAY /STOP ] om de opname te stoppen. Als u met de Mode-, Type- en Division-instellingen hierboven niet alle patronen hebt gespecifieerd die u wilt klonen, dan kunt u dat alsnog doen. Stel Mode, Type en Division zo in dat ze alle nog te klonen patronen omvatten. Druk vervolgens op [REC ] en [START/STOP] of Recorder [PLAY /STOP ] om de opname te starten. Stop de opname na de eerste of tweede tel (vergeet niet pas na de aftel te beginnen tellen). Voor alle duidelijkheid: we gaan hier niet in opname om een partij toe te voegen of bestaande partijen te wissen (dat kan trouwens niet op deze manier), maar enkel om een reeks extra klonen te maken. Opnemen 24)Druk op [F4] om terug te keren naar de eerste User Style\Rec-pagina en druk op de Recorder [REC ]- knop (de indicator licht op). Dat u zich opnieuw op de eerste User Style\Rec pagina bevindt merkt u aan de linker bovenhoek van het display: Weergave houden of wissen we dit? 1) Druk op [START/STOP] of Recorder [PLAY / STOP ] om uw opname te beluisteren. De eerste User Style\Rec-pagina ziet er als volgt uit: Als uw drumpartij u bevalt, lees dan hieronder verder: User Styles wegschrijven naar diskette. Bent u niet tevreden, dan kunt u de opname overdoen: 2) Druk op [F4] (Edit) en vervolgens op [F1] (Erase). Voordat we een nieuwe opname beginnen, wissen we de bestaande. Als we dit met Track Erase doen blijft de ingestelde Length-waarde bewaard. Het spoor ( 1ADR Track ) en het patroon hoeven we niet opnieuw te selecteren. 3) Druk op Part Select [M.DRUMS] (Execute) om het patroon te wissen. 4) Druk op Part Select [UPPER1] om terug te keren naar de eerste User Style\Rec-pagina. 5) Ga verder met stap (25) hierboven. User Styles wegschrijven naar diskette Kopieer uw zelfgemaakte Styles regelmatig naar diskette. De User Styles in het interne geheugen worden weliswaar bewaard wanneer u de G-600 uitschakelt, maar het is niet uitgesloten dat u per ongeluk een interne User Style overschrijft door er een nieuwe van diskette te laden. In zo n geval is een reservekopie op diskette uiteraard een redder in nood. Het verdient zelfs aanbeveling dat u de data wegschrijft na iedere partij die u toevoegt. Op die manier beschikt u steeds over de vorige versie als u ooit de laatst toegevoegde partij ongedaan wilt maken. 79

80 G-600 Handleiding User Styles een naam geven 1) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F3] (Name). kloon -functie (zie blz. 75) kan u daarbij veel tijd besparen. Vergeet niet Fill-in s en Ending(s) op te nemen, zodat uw User Style over een volledig palet aan divisies beschikt. Opmerking: De ABS Part is monofoon, u kunt voor deze Part niet meer dan één noot tegelijk spelen. Voordat u een Style op diskette bewaart moet u hem een naam geven. Kies een betekenisvolle naam, die u iets vertelt over de inhoud van de Style. Ga met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen naar de gewenste tekenpositie en kies met de [BASS/BANK] -knoppen het gewenste karakter. Style bewaren 2) Druk op Part Select [M.DRUMS] om naar de Save User Style-pagina te gaan: Parts uitschakelen terwijl u andere Parts opneemt (Status) Misschien zijn er bepaalde reeds opgenomen sporen die u wel in het arrangement wilt houden, maar die u storen bij het opnemen van nieuwe sporen. Met de Status-parameter kunt u de weergave van deze sporen tijdelijk uitschakelen. Opmerking: Voor alle duidelijkheid: de Status-functie werkt enkel inde User Style-mode. In de normale weergavemode laat de Arranger steeds alle partijen horen, tenzij u een Part specifiek in die mode uitschakelt (zie blz. 57). In de User Style-mode werkt het uitschakelen van Parts als volgt: 7) Druk op de User Style\Rec-pagina op [PAGE] tot u bij de onderstaande display-pagina terechtkomt: De Style-naam hebben we zonet gespecifieerd, dus dat hoeft u hier niet meer te doen. 3) Kies met [DRUMS/PART] de Style die u wilt opslaan. De Style is ook al geselecteerd, dus daar hoeven we ons ook al niet mee bezig te houden. 4) Steek een diskette in de drive en druk op Part Select [M.BASS] (Execute) om uw Style naar diskette weg te schrijven. Vergeet niet dat de G-600 een multitasking-instrument is. U kunt dus ongestraft deze pagina verlaten terwijl de G-600 de Style naar diskette schrijft. 5) Druk op Part Select [LOWER] om terug te keren naar de User Style-mode. 6) Druk op [SHIFT]+[F1] om naar de eerste User Style\Rec-pagina te gaan. Andere Parts en divisies programmeren Na de drums wilt u waarschijnlijk de bas opnemen. Misschien weet u intussen al hoe het werkt. Anders gaat u terug naar blz. 74. Vergeet niet een toonaard voor de baspartij te kiezen (zie blz. 76). Ook voor de overige Parts (ACC1~ACC6) volgt u deze procedure. Eens u een divisie hebt afgewerkt, kunt u gewoon met de volgende beginnen. Gericht gebruik van de 8) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen het spoor/de Part die/dat u wilt uitschakelen. 9) Zet de Status-parameter met de [ACCOMP/ GROUP] -knoppen op On of Off (weergave uitgeschakeld). Opmerkingen Programmeertips Bij aandachtige beluistering van de voorgeprogrammeerde Styles zal u waarschijnlijk niet ontgaan dat de divisies niet zo erg veel van elkaar verschillen: doorgaans komt het er op neer dat enkele instrumenten worden toegevoegd aan een voor het overige identieke begeleiding. Zo voegt de Advanced/Original-divisie bijvoorbeeld een elektrische gitaar toe aan de drums-, bas- en orgelpartij van het Basic-niveau. U kunt dit principe ook in uw eigen Styles gebruiken, door van boven naar onder te programmeren: neem eerst de meest complexe begeleiding op die u wilt gebruiken dat wordt waarschijnlijk de Advanced/Variation-divisie. Zorg dat deze opname wordt 80

81 User Styles programmeren Bestaande Styles kopiëren gekloond naar alle andere divisies (zie blz. 75). U beschikt dan over een reeks identieke divisies met een gezonde dosis toeters en bellen in het arrangement. Voor wat uiteindelijk de lagere niveaus in de divisie-hiërarchie moeten worden zijn die toeters en bellen wat te veel van het goede, dus gaan we nu naar stap 2: daal de niveaus van de hiërarchie af en verwijder telkens systematisch enkele partijen. Zo wordt het Advanced/Original-niveau bijvoorbeeld minder druk dan het Advanced/Variation-niveau enz. Deze werkwijze heeft het voordeel dat u eerst lekker uit de bol kunt gaan en naar hartelust partijen kunt toevoegen, om achteraf rustig na te gaan welke partijen u voor welke niveaus wilt gebruiken. Metronoom In de User Style-mode hoort u de metronoom tijdens de opname. Wilt u de metronoom ook horen terwijl u een gemaakte opname beluistert, dan moet u een andere metronoom-optie kiezen. Dat gaat als volgt: 1) Druk op de eerste User StyleRec-pagina op [PAGE]. Bovendien wordt automatisch Record Merge (zie blz. 75) gekozen als u op [REC ] drukt voor een spoor dat reeds data bevat tenzij u op de tweede REC-pagina expliciet Erase kiest. Weergave in de Arranger-mode Laten we nog eens teruggaan naar de analogie met een drummachine die we op blz. 72 maakten, en hoe we daarbij het grote verschil tussen de twee aanhaalden: op de G-600 hoeft u de volgorde van de patronen niet vooraf te programmeren. Kies gewoon tijdens het spelen de divisies op het moment dat u ze nodig hebt en speel de juiste akkoorden zodat de Arranger de divisies naar de gewenste toonaard transponeert. Kort gezegd: gebruik uw eigen Styles zoals u de interne Styles zou gebruiken. Opmerking: Als de weergave in de Arranger-mode onverwacht ophoudt, probeer dan de verschillende akkoordniveaus eens uit. Misschien hebt u enkel de majeur-divisie geprogrammeerd, zodat de Arranger een leeg patroon kiest op het moment dat u een mineur- of dominant-akkoord speelt. De Mode-parameter laat u bij het opnemen van nieuwe Styles best steeds op M=m=7 staan, tot u wat beter vertrouwd raakt met het indrukwekkende aantal mogelijkheden van de Arranger. De patronen voor de drie akkoordfamilies klinken op die manier weliswaar identiek, maar u bent tenminste zeker dat er geen akelige pauzes in uw arrangement vallen! 2) Kies met de [BASS/BANK] -knoppen één van de volgende opties voor de Mode-parameter: Record Play Rec&Ply Always De metronoom klinkt enkel tijdens de opname van een User Style. De metronoom klinkt enkel tijdens de weergave van een User Style in de User Style-mode. De metronoom klinkt zowel tijdens de opname als tijdens de weergave. De metronoom klinkt zelfs wanneer de User Style niet loopt. Lege sporen Eens u een aantal begeleidingspartijen hebt opgenomen, herinnert u zich misschien niet meer precies welke sporen reeds data bevatten. Daar is echter gemakkelijk achter te komen: voor sporen die data bevatten wordt de naam van de overeenkomstige Part in hoofdletters (bv. ADR) afgebeeld. Staat die naam in kleine letters afgebeeld, dan wilt dit zeggen dat het overeenkomstige spoor geen data bevat (bv. adr) Bestaande Styles kopiëren Als u het zichzelf wat het programmeren van nieuwe Styles betreft nog gemakkelijker wilt maken, kunt u vertrekken van een bestaande Style (in het interne geheugen of een User Style van diskette). In dat verband beschikt de G-600 over de volgende handige functies: Styles kopiëren naar een User Style-geheugen. Een geselecteerde divisie van één of meerdere sporen kopiëren naar een User Style-geheugen. Enkele noten van een bestaande Part kopiëren naar een User Style-geheugen. Sporen of noten kopiëren tussen verschillende divisies van de geselecteerde User Style. Nieuwe Styles distilleren uit sporen van verschillende bestaande Styles (bv. de drums van Style B34, de bas van User Style 8 enz.). Opmerking: Een ADR-spoor (drums) kunt u niet kopiëren naar een ander spoor (ABS~ACC6). Ook de baspartij (ABS) kunt u enkel naar een ander ABS-spoor kopiëren. Tussen verschillende ACC-sporen kunt u wel naar hartelust kopiëren. 81

82 G-600 Handleiding Opmerking: Als het User Style-geheugen waarnaar u wilt kopiëren reeds data bevat, zet u die data best op diskette voordat u de kopie maakt. De G-600 heeft geen Undo-functie. Door een Style naar diskette weg te schrijven voordat u de kopie uitvoert kunt u nog steeds terugkeren naar de vorige versie als er iets misgaat. Zie User Styles wegschrijven naar diskette op blz ) Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om de Style (of een divisie ervan) te laden. Volledige Style-divisies kopiëren (alle sporen, verschillende divisies) 1) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 2) Druk op [F5] (Disk) om naar de Disk-mode te gaan. 3) Als de 1 Load -optie nog niet is geselecteerd, moet u dat nu doen door op [F1] (Load) te drukken. In de schuifbalk links zou nu USR STL moeten staan. Is dat niet het geval 4) druk dan op [PAGE] tot u USR STL ziet verschijnen. 5) Zet de Source-parameter met de [DRUMS/PART] -knoppen op Int. U kunt nu gelijk welke Style uit het interne geheugen (A11~B88) kiezen. Wilt u een User Style kopiëren, steek dan de diskette in de drive waarop die Style zich bevindt en zet Source op Dsk. In het venster in het midden van deze display-pagina ziet u een overzicht van de Styles in het interne geheugen (Int) of op de diskette (Dsk). Onderaan deze lijst kunt u aflezen hoeveel geheugen er nog vrij is voor User Styles. Opmerking: Dsk kunt u enkel selecteren als u eendiskette in de drive steekt die User Styles bevat. 6) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de Style die u wilt laden. Nu moet u beslissen welke divisies van de Style u wilt laden (of kopiëren). 7) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de gewenste divisie. Als u ALL kiest, worden alle divisies gekopieerd. 8) Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen het User Style-geheugen waarnaar u de Style wilt kopiëren. Laten we het User Style-geheugen 2 kiezen. Opmerking: Zorg dat u geen Styles laadt in een User-geheugen dat reeds data bevat. De G-600 waarschuwt u niet als u op het punt staat om een User Style te overschrijven! 10)Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. U hebt nu een User Style in het tweede User Stylegeheugen geladen. Daarmee hebt u het meteen ook gekopieerd. 11)Druk op [F4] (UsrStl) om terug te keren naar de User Style-mode. Individuele User Style-sporen kopiëren Met de vorige functie kunt u volledige Styles of Styledivisies kopiëren. Hieronder bespreken we de Track Copy-functie, waarmee u individuele sporen, modes, types en divisies kunt kopiëren naar het geselecteerde User Style-geheugen. 1) Houd op de eerste User Style\Rec-pagina [SHIFT] ingedrukt en druk op [F1] (Copy). 2) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen het spoor dat u wilt kopiëren. 3) Kies met de [ACCOMP/GROUP], [BASS/BANK] en [LOWER/NUMBER] -knoppen de mode (Maj, min, 7th), het Type (Bsc, Adv) en de Division (Or, Va, Fo, Fv, In, Ed). 4) Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen de Style die het spoor bevat dat u wilt kopiëren. Opmerking: U kunt hiervoor ook de MUSIC STYLE/MIDIknoppen gebruiken. Opmerking: Het is ook mogelijk om sporen van User Styles te kopiëren. 5) Druk op Part Select [M.DRUMS] (Listen) om het fragment te beluisteren dat u wilt kopiëren. 82

83 User Styles programmeren Bestaande Styles kopiëren 6) Druk op [PAGE] om naar de From 2-pagina te gaan. Copy-mode Kopiëren kan in twee modes gebeuren: Mode Replace Verklaring De data in het geselecteerde bereik worden gekopieerd naar het bestemmingsspoor en overschrijven eventueel aanwezige data in het gekozen gedeelte van dat spoor. From Kies eerst de positie van het eerste Event (of noot) dat (die) u wilt kopiëren. Opmerking: Een Event is een overkoepelende term voor alle acties die op een spoor worden opgenomen, zoals noten, pedaalbewegingen, klankkeuze, Pitch Bend-bewegingen enz. 7) Kies met de [DRUMS/PART] -knop het Fromveld. Het woord From en de bijbehorende waarden (bovenste display-regel) worden nu wit-op-blauw afgebeeld. 8) Kies met de [ACCOMP/GROUP], [BASS/BANK] en [LOWER/NUMBER] -knoppen de Bar, Beat en CPT waarden. De standaardinstellingen voor deze parameters zijn: Bar=1, Beat=1, CPT=0 Houd het aanvankelijk best bij het kopiëren van volledige maten. Daarna kunt u eventueel met de Beaten CPT-waarden experimenteren. Die Beat- en CPT-waarden kunnen handig zijn als u slechts enkele noten wilt kopiëren. To 9) Kies met de [DRUMS/PART] -knop het To-veld. In dit veld wordt het einde van het te kopiëren fragment aangegeven. Volgens de standaardinstellingen is dit steeds het einde van het spoor. 10)Kies met de [ACCOMP/GROUP], [BASS/BANK] en [LOWER/NUMBER] -knoppen de Bar-, Beat- en CPT-waarden. Wilt u één maat kopiëren, kies dan de Bar-Beat-CPT 0 positie van de volgende maat. Bijvoorbeeld: om maat 1~4 te kopiëren specifieert u From 1-1-0/To )Druk op Part Select [M.DRUMS] (Listen) als u het gekozen fragment wilt beluisteren. Mix De data in het geselecteerde bereik worden toegevoegd aan de aanwezige data in het bestemmings-spoor. In beide gevallen wordt de lengte van het bestemmings-spoor eventueel aangepast om plaats te maken voor de te kopiëren data. Met andere woorden: het is best mogelijk dat het bestemmings-spoor na het kopiëren langer is. Opmerking: Als het User Style-geheugen waarnaar u wilt kopiëren reeds data bevat, moet u deze opslaan voordat u de kopie maakt. De G-600 heeft namelijk geen Undo -functie, waarmee u de laatst aangebrachte wijzigingen ongedaan kunt maken. Door een kopie op diskette te zetten voordat u een bepaalde handeling uitvoert houdt u steeds een vorige versie ter beschikking. 12)Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen de gewenste Copy-mode (Replace of Mix). Bestemming (To 1) 13)Druk op [PAGE] om naar de To 1-pagina te gaan. Deze pagina vertoont veel gelijkenissen met de From 1-pagina (zie hierboven). Hier gaat het echter om de bestemming van de kopie. 14)Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen het spoor dat u wilt kopiëren. Opmerking: Een ADR-spoor (drums) kunt u niet kopiëren naar een ander spoor (ABS~ACC6). Ook de baspartij (ABS) kunt u enkel naar een ander ABS-spoor kopiëren. Tussen verschillende ACC-sporen kunt u wel naar hartelust kopiëren. 15)Kies met de [ACCOMP/GROUP], [BASS/BANK] en [LOWER/NUMBER] -knoppen de mode (Maj, min, 7th), het Type (Bsc, Adv) en de Division (Or, Va, Fo, Fv, In, Ed). 83

84 G-600 Handleiding Opmerking: Het is niet mogelijk om tussen loop- en eenmalige divisies heen en weer te kopiëren. Voor een geheugenopfrissertje omtrent de precieze betekenis van deze divisies kunt u terecht op blz )Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen de User Style waarnaar u de data wilt kopiëren. Opmerking: U kunt hiervoor enkel User Style-geheugens selecteren. 17)Druk op Part Select [M.DRUMS] (Listen) om het bestemmings-spoor te beluisteren. 18)Druk op [PAGE] om naar de To 2-pagina te gaan. De Into-positie geeft het begin aan van het fragment dat u gaat kopiëren. Wilt u de te kopiëren data aan het begin van het geselecteerde spoor plaatsen, kies dan Bar=1, Beat=1 en CPT=0. 19)Kies met de [ACCOMP/GROUP], [BASS/BANK] en [LOWER/NUMBER] -knoppen de Bar-, Beat- en CPT-waarden. 20)Druk op Part Select [M.DRUMS] (Listen) als u het gekozen fragment nogmaals wilt beluisteren. 21)Specifieer met de [UPPER/VARIATION] - knoppen het aantal kopies (Times) dat u wilt maken. Kies 1 als u het geselecteerde fragment maar één keer wilt kopiëren. Controleer vóór het kopiëren nog even of alle instellingen nu wel degelijk kloppen. Loop daarvoor even met de [PAGE] -knoppen alle Copy-pagina s langs en keer vervolgens terug naar deze pagina. 22)Druk op Part Select [M.DRUMS] (Execute) om de data te kopiëren. Het display beeldt nu de volgende boodschap af: Zodra de data zijn gekopieerd, verschijnt de volgende prompt in beeld: U kunt nu op Part Select [UPPER1] drukken om de nieuwe data in hun nieuwe context te beluisteren User Styles editen Editen tijdens de opname Noten toevoegen in realtime Om noten toe te voegen aan een bestaande Part, kiest u Record Merge (op de tweede User Style-pagina), vervolgens selecteert u de Part en start u de opname door [REC ] (Recorder-gedeelte) en [START/ STOP] (Arranger-gedeelte) of [PLAY /STOP ] (Recorder-gedeelte) te drukken. Speel de noten die u wilt toevoegen op de plaats waar u ze wilt hebben. Opmerking: Vergeet niet de juiste Divisie, Mode en Type te kiezen (zie blz. 74). Controle-data toevoegen in realtime Om controle-data (Modulatie, Pitch Bend, Hold, expressie) toe te voegen aan een bestaande Part, kiest u Record Merge (op de tweede User Style-pagina), vervolgens selecteert u de Part en de divisie en start u de opname door op [REC ] (Recorder-gedeelte) en [START/STOP] (Arranger-gedeelte) of [PLAY / STOP ] (Recorder-gedeelte) te drukken. Beweeg de relevante speelhulp (Bender/Modulation-hendel, voetschakelaar voor Hold-data, zwelpedaal voor expressie-data) op de plaatsen waar u controle-data wilt invoegen. Opmerking: Vergeet niet de juiste Divisie, Mode en Type te kiezen (zie blz. 74). Instellingen wijzigen/toevoegen Bij de functies die we hieronder bespreken moet u in de Record Merge-mode opnemen, maar dan zonder het klavier of de speelhulpen aan te raken. Kies dus het spoor en de divisie waaraan u wilt werken, schakel Record Merge in en start de opname. Na de eerste tel mag u de opname weer stoppen, tenzij u dynamische waardeveranderingen (bijvoorbeeld panorama-data) wilt opnemen. De overige instellingen zijn namelijk statisch en worden opgenomen aan het begin van een spoor. Tone/Drum Set Expression Panpot Reverb Send Chorus Send enz. Naast nootinformatie bevat iedere divisie ook nog een aantal andere gegevens, die zich meestal aan het begin de divisie bevinden. 84

85 User Styles programmeren User Styles editen Tone/Drum Set kiezen Nadat u een Style of een divisie hebt afgewerkt, valt u misschien op dat de gekozen basklank intussen niet meer past bij de Tones die u voor de overige Parts hebt gekozen, of dat u voor deze Style liever een akoestische piano hoort dan een elektrische. Volg in dergelijke gevallen de onderstaande stappen om een andere Tone of Drum Set te kiezen. 1) Kies op de eerste User Style\Rec-pagina met de [DRUMS/PART] -knoppen het spoor waaraan u een andere Tone of Drum Set wilt toewijzen. 2) Kies de divisie waarvoor u de instellingen wilt wijzigen en specifieer eventueel gewenste klonen (zie blz. 75). 3) Druk op [PAGE] om naar de volgende pagina te gaan: 4) Gebruik de [DRUMS/PART] -knoppen om Merge te kiezen. (We gaan er van uit dat het geselecteerde spoor reeds data bevat, hoewel het onderstaande ook werkt voor lege sporen). 5) Druk op [PAGE] tot u bij de volgende pagina terechtkomt: 8) Kies met [UPPER/VARIATION] of met de knoppen uit het Tone-gedeelte de nieuwe Tone die u aan het geselecteerde spoor en divisie wilt toewijzen 9) Druk op de [REC ]-knop van de Recorder. 10)Druk op [START/STOP] of op Recorder [PLAY / STOP ] om de opname te starten. 11)Druk nogmaals op [START/STOP] na de eerste of tweede tel (vergeet niet te wachten tot de aftel één maat is afgelopen). Hiermee hebt u een nieuwe Tone-keuze voor het geselecteerde spoor geprogrammeerd. Het nieuwe Tone-adres (Groep, Bank, Nummer, Variatie) vervangt automatisch het vorige. U kunt verschillende Tones gebruiken voor iedere divisie van een User Style. Zo zou u bijvoorbeeld de electrische pianopartij van de 3AC1 Basic/Originaldivisie door een akoestische piano kunnen laten weergeven in de Basic/Variation-divisie enz. Geef uzelf echter ook niet al te veel artistieke vrijheid. Het werkt misschien minder verwarrend als u een ander ACC-spoor gebruikt voor die akoestische piano. Drumklanken aanpassen Op de vijfde User Style\Rec-pagina kunt u de toonhoogte van een aantal klanken van de geselecteerde Drum Set aanpassen. Ziehier de klanken die hiervoor in aanmerking komen en hun nootnummers: Noot C#2/37 Klank Side Stick D2/38 Snare Drum 1 E2/40 Snare Drum 2 Eerst een woordje uitleg over de informatie die u op deze display-pagina te zien krijgt. Zoals u merkt, worden de Expression-, Panpot- en Chorus-waarden hierboven geïnverteerd afgebeeld. De Play/Rec-schakelaars onderaan het scherm staan voor deze parameters op REC. Dat betekent dat deze waarden zullen worden opgenomen. De Reverb- en Tone-waarden worden blauw-op-wit afgebeeld. De Play/Recschakelaars staan voor deze parameters op PLAY hun instellingen worden dus niet opgenomen. De afkorting 3AC1 staat in hoofdletters, wat betekent dat het betreffende spoor reeds data bevat. 6) Stel met de Part Select [M.DRUMS]-, [M.BASS]-, [LOWER]- en [UPPER2]-knop de Play/Rec-schakelaars voor alle parameters waarvan u de waarden niet wilt opnemen op PLAY. 7) Druk op Part Select [UPPER1] om de Play/Recschakelaar voor Tone op REC te zetten. F2/41 Low Tom 2 E3/52 Chinese Cymbal G#3/56 Cowbell A3/57 Crash Cymbal 2 F4/65 High Timbale Opmerking: De User Style\Rec\5-pagina verschijnt enkel als u het 1ADR-spoor kiest voordat u deze functie oproept. 1) Kies op de eerste User Style\Rec-pagina het 1ADRspoor. 2) Kies de divisie waarvoor u de instellingen wilt wijzigen en eventuele klonen (zie blz. 75). 85

86 G-600 Handleiding 3) Druk op [PAGE] om naar de volgende pagina te gaan: volume dat u voor Volume (CC7) hebt gespecifieerd. Alle andere waarden betekenen dus minder dan de Volume (CC7)-waarde. VOLUME (CC7) Expression=127 (resulterend volume= 75) Expression=90 (resulterend volume= 60) Expression=70 (resulterend volume= 45) 4) Stel met de [DRUMS/PART] -knoppen de Mode in op Merge. (We gaan er van uit dat het geselecteerde spoor reeds data bevat, hoewel het onderstaande ook werkt voor lege sporen). 5) Druk op [PAGE] tot u bij de volgende pagina terechtkomt: 6) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de drumklank waarvan u de toonhoogte wilt wijzigen. 7) Kies met [UPPER/VARIATION] de gewenste toonhoogte ( 64~+63). U kunt op het klavier spelen om het resultaat te beoordelen. 8) Druk op Part Select [UPPER1] om de Play/Recschakelaar op REC te zetten. 9) Druk op de [REC ]-knop van de Recorder. 10)Druk op [START/STOP] of op Recorder [PLAY / STOP ] om de opname te starten. 11)Druk nogmaals op [START/STOP] na de eerste of tweede tel (vergeet niet te wachten tot de aftel één maat is afgelopen). Expression, Panpot, Reverb, Chorus Wijzigingen voor deze parameters opnemen werkt volgens hetzelfde principe als nieuwe Tones kiezen (zie Tone/Drum Set kiezen op blz. 85). De Reverb en Chorus die hier worden vermeld zijn Send-waarden. Ze specifiëren dus het volume waarmee de geselecteerde Part naar het de effecten wordt gestuurd (zie blz. 58). De instellingen van de effecten zelf (Type, Time enz.) kunt u enkel in een Performance-geheugen opslaan. Dat houdt meteen in dat een Music Style al eens anders kan gaan klinken op het moment dat u een ander Performance-geheugen kiest. Expression (controlenummer #11) is een vorm van volumecontrole die relatief werkt ten opzichte van het volume -commando (controlenummer #7). Als u Expression op 127 instelt krijgt de Part het 0 (De bovenstaande waarden zijn slechts benaderingen, maar aan de hand hiervan begrijpt u tenminste waarom instellingen als Volume=0/Expression=127 betekenen dat u de betreffende Part niet hoort.) De Volume-waarden van de Arranger Parts kunt u instellen in de Mixer- (zie blz. 57) of Volume-mode (zie blz. 55). Het voordeel van in de User Style-mode Expression-commando s te gebruiken is dat u deze kunt laten samenwerken met de Volume-commando s: Controlewaarde CC7 (Volume) CC11 (Expression) Kunt u instellen in de Volume- en Mixer-mode. Deze waarden bepalen de bovengrens van het volume. Kunt u instellen in de User Stylemode. Deze waarden specifiëren een percentage van de Volumewaarde, waarbij 127 = 100%. Maar nu genoeg van dit MIDIees, zolang u maar onthoudt dat Expression een volumewaarde is die op dezelfde manier werkt als de Part-parameters, namelijk een relatieve aanpassing van een bestaande parameterwaarde (namelijk Volume). Daar waar Partparameters echter in twee richtingen werken ( meer en minder ), werkt Expression slechts in één richting: 127 betekent gelijk aan, terwijl alle andere Expression-waarden staan voor minder. Kies met de [DRUMS/PART], [ACCOMP/ GROUP], [BASS/BANK] en [LOWER/NUMBER] -knoppen de waarde die u wilt opnemen. Een interessant effect bestaat erin om het geselecteerde spoor in de loop van een patroon langzaam van links naar rechts door het stereobeeld te schuiven. Dat werkt vooral goed voor synthesizer- of gitaarriffs. Aangezien het hier om continue wijzigingen gaat, moet u blijven opnemen tot aan het eind van het patroon. 86

87 User Styles programmeren User Styles programmeren via MIDI Style-tempo programmeren Het Style-tempo is het tempo dat de Arranger kiest in de One Touch-mode. U weet intussen dat u het tempo kunt aanpassen met de [TEMPO]-knoppen en de nieuwe tempowaarde kunt opslaan in een Performance-geheugen. Het verdient in ieder geval aanbeveling om uw Style met het door u gewenste tempo op diskette te zetten (dus geen ballad met tempo =130 bv.), al was het maar om de One Touch Program-functie op een zinvolle manier te kunnen gebruiken (zie blz. 34). Om een nieuwe tempowaarde te programmeren moet u het eerst met de [TEMPO]-knoppen instellen, vervolgens op de eerste User Style\Rec-pagina een willekeurige Part kiezen, Record Merge activeren en u één of twee maten opnemen. Let wel: speel tijdens deze opname niet op het klavier en gebruik geen speelhulpen, want deze worden mee opgenomen met de tempo-informatie! Opmerking: De laatste tempowaarde die u opneemt wordt automatisch het basistempo van de Style. Leg daarom het tempo pas vast wanneer u alle Parts hebt opgenomen User Styles programmeren via MIDI Er bestaat nog een derde manier om User Styles te programmeren: via MIDI. Daarbij haalt u de data uit een externe sequencer (een computer met sequencer-software of een MC-50MkII) en zendt u deze data in realtime, terwijl de Arranger opneemt. Het gebruik van een externe sequencer heeft twee voordelen: U kunt uw muziek stap voor stap op de sequencer programmeren voordat u ze als Style in de G-600 opneemt. U kunt bestaande partijen (van Standard MIDI Files of van songs die u had opgenomen vóór u de G-600 kocht) integreren in uw Music Styles. U zou zelfs Styles kunnen kopiëren van een ouder model Intelligent Arranger, dat nog niet is uitgerust met een disk drive. Opmerking: Als u uw User Styles baseert op in de handel gekochte Standard MIDI Files, vergeet dan niet dat dit materiaal auteursrechtelijk is beschermd. U mag de sporen van een Standard MIDI File kopiëren voor persoonlijk gebruik, maar u mag de aldus gecreëerde User Styles onder geen beding verkopen of er kopies van uitdelen aan uw vrienden en/of collegae. Opmerking: Voordat u een GM/GS Standard MIDI File vanuit een sequencer naar uw G-600 zendt, moe u het GM System On- of GS Reset-commando uit deze data wissen. Het gaat hier namelijk om twee SysEx-commando s (System Exclusive), die zich aan het begin van een sequence bevinden en de G-600 in GM/GS-mode schakelen. De Arranger wordt in dat geval uitgeschakeld, wat niet de bedoeling is. Hoe u MIDI-commando s uit een sequence kunt halen leest u in de handleiding van uw sequencer. Welke data kunt u opnemen? Naast noot aan/uit-informatie kunt u de volgende MIDI-commando s opnemen: MIDI-commando Nummer Naam Controlecommando 0 Bankkeuze MSB Controlecommando 1 Modulatie Controlecommando 6 Data Entry Controlecommando 7 Volume Controlecommando 10 Pan Controlecommando 11 Expressie Controlecommando 32 Bankkeuze LSB Controlecommando 64 Hold (*) Controlecommando 91 Reverb-diepte Controlecommando 93 Chorus-diepte PC PB Programmakeuze Pitch Bend Controlecommando 98 NRPN MSB Controlecommando 99 NRPN LSB (*) Arranger-sporen bevatten nooit Hold-commando s. Tijdens de conversie worden Hold aan/uit-commando s verrekend in de lengte van de noten. Met andere woorden: de verlengde noot eindigt waar oorspronkelijk het Hold-uit commando zich bevond. Tenzij u met GM/GS-compatibele sequences werkt, raden we u aan alle data te wissen, met uitzondering van modulatie (CC1), Pitch Bend en Hold (CC64). Andere instellingen kunt u dan manueel specifiëren op de G-600 (zie User Styles editen op blz. 84). Bankkeuze- en programmakeuze-commando s uit de originele sequence kunnen in bepaalde gevallen wel resultaten opleveren, toch raden we aan ook deze commando s manueel in te voeren. Op die manier kunt u namelijk optimaal gebruik maken van de uitgebreide klankmogelijkheden van de G

88 G-600 Handleiding Aansluiten en synchroniseren 1) Verbind de MIDI OUT-connector van uw sequencer of computer met de MIDI IN-connector van uw G-600. De volgende stap is om de G-600 met uw sequencer te synchroniseren of omgekeerd. Kiest u voor het eerste, dan volgt de G-600 het tempo van de sequencer, terwijl in het tweede geval de G-600 het tempo dicteert aan de sequencer. Laten we in dit geval voor de eerste optie kiezen. Dat heeft hier als voordeel dat we geen extra MIDI-kabel hoeven te steken, want de tempo-commando s ( clock ) worden over dezelfde MIDI-kabel gezonden als de MIDI-data. 2) Druk op de Master-pagina van de G-600 op [F3] (Midi) om naar de MIDI-mode te gaan. 3) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F4] (Sync). 4) Druk, indien nodig, op [PAGE] om naar het volgende display te gaan: 5) Stel met de [DRUMS/PART] -knoppen de Style-parameter in op Auto1: Play Arrng, Rec Song. 6) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Sequence voorbereiden 7) Isoleer de maten die u wilt opnemen. Dat houdt in dat u het gewenste aantal maten naar een nieuwe song moet kopiëren. Stel bijvoorbeeld dat de User Style-divisie die u wilt maken 4 maten lang moet zijn. In dat geval moet u vier maten uit de sequence kiezen die u wilt gebruiken en deze naar het begin van een nieuwe song kopiëren. 8) Controleer of de spoor/midi-kanaal-toewijzing op de sequencer overeenkomt met de onderstaande tabel en breng de nodige wijzigingen aan. Hieronder ziet u aan welke MIDI-kanalen de Arranger-sporen zijn toegewezen. Part Voorbereidingen op de G-600 User Stylespoor MIDIkanaal 1 ADR (Drums) 10 2 ABS (Bass) 2 3 ACC1 (melodische begeleiding) 4 ACC2 3 5 ACC3 5 6 ACC4 7 7 ACC5 8 8 ACC6 9 9) Druk op [F4] (UserStl) om naar de User Style-mode te gaan. 10)Druk op [F1] (Rec) als de 1Rec menu-optie niet is geselecteerd. 11)Stel de volgende parameters in voor de Part die u wilt opnemen: Kies een Part (zie blz. 74). Kies een Tone of Drum Set (*) (zie blz. 77). Kies een divisie (zie blz. 74). Specifieer de maatsoort (zie blz. 77). Specifieer de toonaard van de sporen waarvoor dit nodig is (ABS, ACC1~ACC6) (zie blz. 76). Specifieer de lengte van het patroon (zie blz. 77). Schakel Quantize uit (Off) (**) (zie blz. 76). (*) Dit is enkel nodig als u de originele bankkeuzeen programmakeuze-commando s niet mee opneemt. Zoals we hierboven opmerkten, loont het de moeite om even te controleren of de G-600 geen betere klanken in huis heeft dan de klanken die door de originele sequence (zouden) worden gekozen. (**) Het is mogelijk dat de MIDI-data met een korte vertraging worden opgenomen. Om dit te compenseren gebruikt u echter beter de Shift-functie (zie blz. 91), aangezien quantiseren al snel onnatuurlijk strakke partijen oplevert. 1 Opnemen 12)Zet de eerste Part die u op uw sequencer of computer wilt opnemen solo (of schakel de overige Parts uit). 13)Druk op de Recorder [REC ]-knop. 14)Start de weergave op u w sequencer of computer. 88

89 User Styles programmeren Nog meer editmogelijkheden 15)Zodra het patroon volledig is weergegeven, mag u de weergave op de sequencer stoppen. 16)Ga terug naar stap (11) om de overige partijen van de divisie op te nemen. 17)Ga terug naar stap (7) als u nog andere divisies wilt opnemen. 18)Zodra u klaar bent, drukt u op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina en zet u de Style Sync-parameter opnieuw op Auto1 of INTERNAL (zie blz. 102). Opmerking: Vergeet niet de Style tijdens het werken af en toe op diskette op te slaan (zie blz. 79). Opmerking: Als u aan de opgenomen Style nog één en ander wilt wijzigen, lees dan User Styles editen op blz. 84. Opnemen met andere stuurbronnen We zijn tot nu toe uitgegaan van een sequencer als externe MIDI-bron, maar dat kan ook een andere stuurbron zijn. De informatie en werkwijze van hierboven blijven in dat geval geldig, uiteraard met uitzondering van de opmerkingen over synchronisatie. Drums kunt u (laten) inspelen met een TD-10, TD-7, TD-5, SPD-11 of PAD-80 (Octapad II). Dit zijn allemaal instrumenten die triggersignalen (de meppen van een drummer) omzetten in MIDI-commando s. Gitaarpartijen klinken doorgaans realistischer als u ze met een MIDI-gitaar inspeelt, of dit door een collega gitarist laat doen. Instrumenten die hiervoor in aanmerking komen zijn de GR-30, GR-1 en GR-09 gitaarsynthesizers of de GI-10 Pitch-to-MIDI convertor. De GI-10 kunt u trouwens ook met een microfoon aansturen. Op die manier kunt u partijen die u moeilijk op een MIDI-klavier gespeeld krijgt misschien eens proberen te zingen! De GI-10 is namelijk in staat om de gezongen noten om te zetten in MIDInootcommando s. Het hoeft waarschijnlijk geen betoog dat het realisme van uw Styles er danig op vooruitgaat als u drums, bas, gitaar enz. via voornoemde technieken laat inspelen door een drummer, bassist enz. Op die manier zijn trouwens veel interne Styles tot stand gekomen vandaar dat ze zo overtuigend klinken. Het enige waarover u zich zorgen hoeft te maken wanneer u User Styles opneemt met externe MIDIstuurbronnen is het MIDI-kanaal van uw externe stuurbron. De meeste gitaarsynthesizers zenden op zes MIDI-kanalen (eentje per snaar), maar bieden een optie om over één kanaal te zenden. Kies die optie als u de G-600 wilt aansturen. Verder komt het er gewoon op neer dat u MIDI OUT-connector van de stuurbron verbindt met de MIDI IN-aansluiting van uw G-600, en opnemen maar! (De volledige opnameprocedure voor User Styles vindt u vanaf blz. 74) Nog meer editmogelijkheden User Style Edit-mode In de User Style Edit-mode treffen we acht functies aan: Erase, Delete, Insert, Quantize, Transpose, Change Velo, Change Gate Time en Track Shift. In het Referentie -deel vindt u een gedetailleerde beschrijving van de beschikbare parameters en hun instelbereiken. De genoemde editfuncties kunt u als volgt selecteren: 1) Druk op de Master-pagina op [F4] (UsrStl) om naar de Master-pagina te gaan. 2) Druk op [F4] (Edit) om naar de User Style Editmode te gaan. 3) Kies met [SHIFT] en de functieknoppen de gewenste functie: Functie Erase Delete Insert Transpose Change Velocity Quantize Change Gate Time Track Shift Hoe u ze moet kiezen [F1] (Erase) (of [SHIFT]+ [F1]) [F2] (Dlte) (of [SHIFT]+ [F2]) [F3] (Insrt) (of [SHIFT]+ [F3] [F4] (Trnsp) (of [SHIFT]+ [F4]) [SHIFT]+[F1] (Velo) (of [F1]) [SHIFT]+ [F2] (Quant) (of [F2]) [SHIFT]+ [F3] (GateT) (of [F3]) [SHIFT]+ [F4] (Shift) (of [F4]) Als u één van deze functies hebt gekozen en u beslist, ze toch niet te gebruiken, druk dan op Part Select [UPPER1] (Rec) of [F5] (Exit) voordat u op Part Select [M.DRUMS] (Execute) drukt. De parameters van de editfuncties zijn verspreid over twee of drie pagina s, die u kunt kiezen met de [PAGE] -knoppen. Aanvankelijk lijken deze functies misschien niet zo eenvoudig te gebruiken. We geven u hier alvast enkele richtlijnen: Begin steeds met de User Style te kiezen die u wilt gebruiken. Dit kunt u doen op de eerste User 89

90 G-600 Handleiding Style\Rec-pagina of op de eerste pagina van de geselecteerde Edit-functie. Kies vervolgens het spoor dat u wilt wijzigen (1- ADR, 2-ABS, 3-AC1~8-AC6, of All). Vergeet niet ook het patroon te specifiëren. Specifieer daarbij de Mode (M, m, 7), het Type (B, A) en de Divisie (Or, Va, In, Ed, Fo, Fv of All). Kies het bereik (From Bar, Beat, CPT~To Bar, Beat, CPT) dat u wilt editen. Stel de parameters van de Edit-functie in op de gewenste waarden. Voer de operatie uit door op Part Select [M.DRUMS] (Execute) te drukken. Voorbeeld: Panpot-waarden verwijderen met Erase Opmerking: Wilt u de originele Style achteraf nog kunnen gebruiken, bewaar hem dan op diskette voordat u verdergaat. Zie User Styles wegschrijven naar diskette op blz ) Druk op gelijk welke User Style Edit-pagina op [F1] (Erase) (of op [SHIFT]+ [F1] om de Erase-functie te selecteren. 2) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen het spoor waarop u data wilt wissen. De standaardinstelling is het laatstgeselecteerde spoor. Voor ons voorbeeld kiezen we 3AC1 (het eerste begeleidingsspoor). 3) Kies met de [ACCOMP/GROUP], [BASS/BANK] en [LOWER/NUMBER] -knoppen de Mode (M, m, 7), het Type (B, A) en de Divisie (Or, Va, Fo, Fv, In, Ed). 4) Als u nog niet hebt gekozen welke User Style u wilt editen, moet u dat nu doen; Gebruik hiervoor de [UPPER/VARIATION] -knoppen. Kies bv. User Style 1. 5) Druk op [PAGE] om naar de Edit\Erase\2-pagina te gaan. 6) Kies met de [DRUMS/PART] -knop het Fromveld en met de [ACCOMP/GROUP], [BASS/ BANK] en [LOWER/NUMBER] -knoppen de Bar-, Beat- en CPT-waarden van waaraf u wilt beginnen wissen. 7) Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen het Data Type dat u wilt wissen. Kies voor ons voorbeeld PanPt. 8) Druk op Part Select [M.DRUMS] (Execute) om de geselecteerde data te wissen. Track Erase ([F1]) Met Track Erase kunt u alle noten en/of andere MIDI-events (Note, Modul, PanPt, Expre, Revrb, Chorus, Pchang, Pbend, NRPN) van het geselecteerde spoor verwijderen zonder de maten zelf weg te halen (deze blijven dus leeg achter). Erase: de noten van deze twee maten worden gewist. Met Erase kunt u ook één welbepaald type data weghalen (bijvoorbeeld de PanPot-waarden die u hebt opgenomen op blz. 86). Erase is met andere woorden een selectief wiscommando. Opmerking: Deze functie doet hetzelfde als de Micro\Erasefunctie. Track Delete ([F2]) Deze functie wist niet enkel de data, maar verwijdert ook de maten waarin die data zich bevonden. Aangezien Delete alles wist, kunt u niet kiezen welk type data u wilt wissen. Delete: deze twee maten worden gewist. Op het eerste zicht lijkt Delete misschien hetzelfde te doen als de Length-functie (zie blz. 77), toch is Delete flexibeler: daar waar Length steeds het begin van een patroon intact laat, kunt u met de Deletefunctie From/To-punten vastleggen en op die manier bijvoorbeeld enkel de eerste maat van een patroon wissen. Delete betekent zoveel als wis alle maten binnen het gespecifieerde bereik (bv. maat 1 en 2 van een patroon, zodat maat 3 de nieuwe maat 1 wordt). Track Insert ([F3]) Met Insert kunt u een bestaand patroon langer maken door rusten in te voegen. Die rusten maken 90

91 User Styles programmeren Nog meer editmogelijkheden dus lege stukken aan waarin u nieuwe data kunt opnemen. Data die achter de From-positie liggen worden verder naar rechts geschoven. Nieuwe data kunt u op verschillende manieren invoeren: in realtime (kies in dat geval Record Merge), door ze naar een geselecteerde plaats te kopiëren, of in de Microscope-mode (zie blz. 91). Opmerking: De Insert-functie biedt geen To-positie. In de plaats daarvan moet u de lengte van het in te voegen stuk specifiëren met de For-waarde. For 2 Bars, 2 Beats 240 CPT betekent dan: voeg 2 maten, 2 tellen en 2 tellen (aangezien 120 CPT= ) in. Opmerking: Deze functie doet hetzelfde als de Micro\Insertfunctie. Track Transpose ([F4]) Met de Transpose-functie kunt u reeds gemaakte opnames transponeren. Op die manier kunt u bijvoorbeeld een moeilijk Intro/Ending-riffje transponeren naar een andere toonaard, zodat u de betreffende partijen niet opnieuw hoeft in te spelen. Track Velocity Change ([SHIFT]+ [F1]) Met deze functie kunt u de aanslagwaarden in een gemaakte opname verhogen (positieve waarden) of verlagen (negatieve waarden). Daarmee laat u de bewerkte muziek dus luider of zachter klinken. Track Quantize ([SHIFT]+ [F2]) Hiermee kunt u gemaakte opnames quantiseren. Tegenover quantiseren tijdens de opname heeft dit het voordeel dat u eerst het origineel kunt beluisteren om te beslissen welke noten daadwerkelijk moeten worden gecorrigeerd. Quantiseren tijdens de opname corrigeert alle noten, waardoor een partij al snel te mechanisch gaat klinken. Track Change Gate Time ([SHIFT]+ [F3]) We hebben reeds aangestipt hoe Hold-commando s (CC64), afkomstig van een DP-2, DP-6 of FS-5U voetschakelaar, worden omgerekend in de duur van de noot. Met Gate Time kunt u de duur van noten aanpassen, dus als u tijdens de opname ergens het pedaal te lang hebt ingedrukt, kunt u dat hiermee corrigeren. Er zijn nog meer redenen denkbaar waarom u noten korter of langer zou willen maken. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van een Tone met een lange uitsterftijd (Release) door een Tone met een korte uitsterftijd, of vice versa. compenseren die optreedt wanneer u User Styles opneemt vanuit een sequencer (zie User Styles programmeren via MIDI op blz. 87), of wanneer u Tones gebruikt met een trage Attack (in dat laatste geval verschuift u de noten iets vóór hun mathematisch correcte positie). Ook de Shift-functie wordt toegepast op het geselecteerde From/To-bereik. Opmerking: Deze functie doet hetzelfde als de Micro\Movefunctie. Editen in de Micro-mode Als u ooit hebt kennisgemaakt met de Microscopemode van een sequencer van de Roland MC-serie of met de Grid Edit-functie van een software-sequencer, dan is de Micro-mode van de G-600 bekend terrein. In deze mode kunt u ieder opgenomen event (noten, modulatiedata, programma- en bankkeuze enz.) individueel bekijken en wijzigen. Een typische pagina van de Micro-mode ziet er als volgt uit: Event-positie Type commando Waarde Naam van het commando/ Duur van de noot Op de meeste Micro-pagina s treft u een PLAY-functie aan (druk op de overeenkomstige Part Selectknop om deze te activeren) waarmee u de geselecteerde noot kunt weergeven (bankkeuze-commando s e.d. kunt u uiteraard niet weergeven, maar ze worden wel uitgevoerd als u op PLAY drukt). Events worden trouwens ook weergegeven wanneer u er met de [PAGE] -knoppen overheen stapt. Zoals de naam reeds suggereert, laat de Micro-mode preciezere correcties toe dan de Edit-functies. Daar staat tegenover dat deze correcties meer tijd in beslag nemen, het is dus maar wat u wilt Om naar de Micro-mode te gaan doet u het volgende: Track Shift ([SHIFT]+ [F4]) Met Shift kunt u reeds opgenomen noten verplaatsen. Daarmee kunt u bijvoorbeeld de vertraging 91

92 G-600 Handleiding 1) Druk op [F4] (UsrStl) om naar de Micro-mode te gaan. 2) Vanuit gelijk welke User Style\Rec-pagina kunt u [SHIFT] ingedrukt houden en op [F2] (Micro) drukken. In het Referentie-deel vindt u een gedetailleerde uitleg over deze functies. Voor een stapsgewijze rondleiding omtrent het invoegen van events kunt u terecht op blz. 92. Telkens wanneer u een Micro-pagina verlaat om naar een andere functie te gaan of wanneer u de Micro-mode in zijn geheel verlaat (door op [F5] (Exit) te drukken), beeldt het display een Executing prompt af, om aan te geven dat de aangebrachte wijzigingen worden berekend. U kunt de Micromode niet verlaten zonder de gemaakte instellingen te bevestigen (er is dus geen Undo ). Met [F4] keert u terug naar de eerste Micro-pagina Voorbeeld: stap voor stap opnemen (Step Time) 3) Kies het spoor en het patroon (Mode, Type, Divisie) dat u in de Micro-mode wilt editen. 4) Druk op Part Select [M.DRUMS] (Proceed) om verder te gaan of op [UPPER1] om het geselecteerde patroon te beluisteren. U kunt de Micro-functie ook gebruiken om Step Time -opnames te maken. Laten we bijvoorbeeld het volgende drumpatroon programmeren: 5) Kies met de functieknoppen de gewenste edit-functie. Functie Change Erase Insert Move Copy Hoe u ze moet kiezen [F1] (Chnge) [F2] (Erase) (of [SHIFT] + [F2]) ([F3] (Insrt) of [SHIFT]+ [F3]) om een event in te voegen. [SHIFT]+[F1] (Insrt) om het type en de waarde van het geselecteerde event te specifiëren. [SHIFT]+[F1] (Move) (of [F1]) om het event te kiezen dat u wilt verplaatsen. [SHIFT]+[F1] (Move) om de nieuwe positie voor het event te specifiëren. [SHIFT]+ [F2]) (Copy) (of [F2]) om het event te kiezen dat u wilt kopiëren. [SHIFT]+[F1] (Copy) om de bestemming van de kopie te specifiëren. Het gaat hier om een simpele groove, bestaande uit een basdrum (C2 of MIDI-nootnummer 36), een snare (D2 of nootnummer 38) en een HiHat (F#2 of nootnummer 41). We gaan er van uit dat de User Style-geheugens geen data bevatten. Is dat niet zo, lees dan op blz. 94 hoe u User Style-geheugens kunt wissen. Om te beginnen maken we met de Length-functie een lege maat aan. Lengte van het patroon specifiëren 1) Druk op de Master-pagina op [F4] (UsrStl). 2) Druk op [F2] (Length). 3) Ga met [PAGE] naar de In/Ed Length-pagina. 4) Kies met [DRUMS/PART] All (alle sporen) of 1ADR. 5) Plaats met [ACCOMP/GROUP] de cursor op de M-B regel van de In-kolom. 6) Druk op [BASS/BANK] om de waarde 1 in te voeren (we gingen tenslotte een patroon van één maat maken). 7) Druk op Part Select [M.DRUMS] (Execute) om de gespecifieerde lengte te bevestigen. 92

93 User Styles programmeren Voorbeeld: stap voor stap opnemen (Step Time) Wacht tot de OK Function Complete prompt is verdwenen. 8) Druk op [F4] om naar de eerste User Style-pagina te springen. Stap voor stap opnemen 9) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F2] om naar de User Style\Micro-mode te gaan. 16)Pas met de [LOWER/NUMBER] -knoppen indien nodig de aanslagwaarde aan (127 is een goede keuze). Als u de noot via het klavier invoert, wordt ook de aanslagwaarde mee opgenomen. 17)Stel de GateTime-waarde (duur van de noot) met de [UPPER/VARIATION] -knoppen in op 1. Aangezien één kwartnoot gelijk is aan 120 CPT, worden de noten op deze manier extreem kort. Dat maakt hier niet uit omdat het om drumklanken gaat, die sowieso volledig worden weergegeven. Voor melodische klanken moet u Gate Time wat gerichter instellen. Deze tabel kan u daarbij helpen: 10)Kies het 1ADR-spoor en maak de volgende instellingen: Mode= Maj, Typ= Bsc en Division=In. De naam van het ADR-spoor moet in hoofdletters worden afgebeeld. 11)Druk op Part Select [M.DRUMS] (Proceed) om naar de volgende Micro-pagina te gaan. 12)Druk op [F3] (Insert). Aangezien er geen Create Event -functie is, misbruiken we de Insert-functie voor dit doel. Laten we eerst de basdrum uit onze groove programmeren. 13)Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen Bar= 1. De Beat- en CPT-waarden staan reeds ingesteld op respectievelijk 1 en 0, die hoeft u dus al niet meer aan te passen. 14)Druk op Part Select [UPPER1] (Proceed). Noot CPT Noot CPT )Druk op Part Select [M.DRUMS] (Execute) om de instellingen te bevestigen. 19)Voer de waarden Bar= 1, Beat= 1, CPT= 60 in, respectievelijk met de [DRUMS/PART], [ACCOMP/ GROUP] en [BASS/BANK] -knoppen. U hebt zonet de tweede achtste noot van de eerste tel ingevoerd. 20)Druk op Part Select [UPPER1] om een leeg event in te voeren en naar de tweede Insert-pagina te gaan. 21)Druk op C2 op het klavier. 22)Stel met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de aanslagwaarde in op )Stel de GateTime-waarde (duur van de noot) met de [UPPER/VARIATION] -knoppen in op 1. 24)Druk op Part Select [M.DRUMS] (Execute) om de instellingen te bevestigen. 25)Voer nu de resterende noten in. Om het u gemakkelijk te maken geven we hier de posities die u moet specifiëren en de toetsen die u moet indrukken. 15)Druk op de C2-toets van het klavier. Als u nu een basdrum hoort, hebt u de juiste C ingedrukt. U kunt deze noot ook selecteren met de [BASS/BANK] -knoppen, maar dat duurt wat langer. Instrument Aanslagwaarde Basdrum Snare Positie (Bar- Beat-CPT) Noot C2 (36) D2 (38) 93

94 G-600 Handleiding Instrument HiHat Positie (Bar- Beat-CPT) Aanslagwaarde Noot F#2 U kunt bv. ook Style 1, 5 en 8 kiezen. Dat doet u door ze te selecteren en vervolgens op [F3] (Mark) te drukken om ze te markeren met een *. 3) Controleer nogmaals of u wel de juiste Styles hebt geselecteerd en druk vervolgens op Part Select [M.DRUMS] (Execute) om de geselecteerde Style(s) te wissen. Het display meldt nu: )Druk op [F4] (Micro) om terug te keren naar de Track Microscope edit-pagina. 27)Druk op [SHIFT]+[F1] om terug te keren naar de User Style\Rec-pagina. 28)Druk op [START/STOP] of Recorder [PLAY / STOP ] om uw patroon te beluisteren. Opmerking: Met de [PAGE] -knoppen kunt u desgewenst doorheen de patronen stappen. Zodra de Styles zijn gewist meldt het display: U keert nu terug naar de eerste User Style\Rec-pagina User Style wissen Met de Delete-functie kunt u een User Style uit het interne geheugen van de G-600 wissen. Schrijf, vóór u daar aan begint, de aanwezige Style weg op een diskette, tenzij u absoluut zeker bent dat u die Style nooit meer nodig zult hebben. en zeg niet dat we u niet hebben gewaarschuwd! Als u dan toch toe bent aan het wissen van een User Style, ga dan als volgt verder: 1) Houd in de User Style-mode [SHIFT] ingedrukt en druk op [F4] (Dlete) (of druk gewoon op [F4] als de 4 Dlete functie op het menu staat). 2) Plaats de cursor met de [ACCOMP/GROUP] - knoppen op de User Style die u wilt wissen, of kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen de eerste vier Styles (1~4), de volgende vier (5~8), of alle Styles. 94

95 MIDI Algemene informatie omtrent MIDI 13. MIDI MIDI is de afkorting van Musical Instruments Digital Interface. Het staat voor heel wat dingen, maar het meest voor de hand liggen natuurlijk de connectors waarmee u instrumenten en effectapparaten kunt verbinden. Telkens wanneer u op de G-600 speelt, zendt deze MIDI-commando s naar de MIDI OUTconnector. Als u deze verbindt met de MIDI IN-connector van een ander instrument, kan dat instrument de noten dubbelen die u op de G-600 speelt. MIDI is een taal die alles wat u op een muziekinstrument doet vertaalt in binaire codes, die kunnen worden verzonden via een MIDI-kabel. Het is een universele standaard, wat inhoudt dat de data kunnen worden verzonden en ontvangen door instrumenten van verschillende merken en types. Bovendien kunt u via MIDI uw G-600 verbinden met een computerof hardware-sequencer Algemene informatie omtrent MIDI Wat is er nodig om MIDI-data te zenden en te ontvangen? MIDI-connectors MIDI-commando s worden gezonden en ontvangen via de volgende connectortypes, die u moet verbinden met speciale MIDI-kabels. Connector MIDI IN MIDI OUT MIDI THRU Functie Ontvangt MIDI-commando s die door externe MIDI-instrumenten worden verzonden. De G-600 zal op deze commando s reageren door bijvoorbeeld bepaalde noten te spelen of een andere klank te kiezen. Van hieruit wordt alle informatie die van de G-600 komt naar andere instrumenten gezonden (bijvoorbeeld gegevens over wat u speelt). Deze connector zendt alle informatie die via de MIDI IN wordt ontvangen. Voor een uitgebreide behandeling van het fenomeen MIDI hebben we in deze handleiding helaas niet genoeg plaats. Als u serieus met MIDI aan de slag wilt, neemt u best eens contact op met Roland. We hebben dan voor u een boekje met de volledige MIDI-implementatie (alle MIDI-mogelijkheden in detail) van de G-600 klaarliggen. Kanalen MIDI kan informatie zenden en ontvangen op 16 kanalen tegelijk, zodat u tot 16 instrumenten tegelijk kunt aansturen. De meeste nieuwere instrumenten zoals de G-600 kunnen met die informatie ook iets doen. Ze zijn namelijk multitimbraal, wat wilt zeggen dat ze verschillende muzikale partijen met verschillende klanken kunnen weergeven. Multitimbraal is niet zo n moeilijk concept om te begrijpen, denk maar eens aan de G-600: zijn Arranger kan drums, bas en tot zes begeleidingspartijen weergeven, terwijl u daar nog eens tot vier Realtime Parts (Upper1, Upper2, Lower en Manual Bass) kunt bijspelen. Dat zijn heel wat instrumenten, die toch allemaal tegelijk door dezelfde klankopwekking worden voortgebracht. Andere voorbeelden van multitimbrale toongenerators zijn de Sound Canvas-serie, de JV-2080 en de synthesizers uit de XP-serie. MIDI-data De essentie van MIDI is dat via deze taal een instrument in staat is om een ander instrument bevelen te geven, van het type speel deze noot, zo lang en zo luid. We hebben het dan concreet over noot-aan-, noot-uit en aanslagcommando s, hoewel het daar niet bij ophoudt. Ook voor modulatie, Pitch Bend, volume, panorama enz. bestaan er MIDI-commando s. De MIDI-implementatiekaart van een instrument geeft u een volledig overzicht van de commando s die de G-600 ontvangt en zendt. Nog een andere groep MIDI-commando s dient om de ontvanger te vertellen wanneer hij een andere klank moet kiezen en welke klank dat moet zijn. We spreken dan van programmakeuze- en bankkeuzecommando s. Deze commando s worden trouwens automatisch opgenomen aan het begin van iedere Style-divisie, of ze worden opgeslagen in een Performance-geheugen, zodat u met enkele knopdrukken de gewenste Tones voor de beschikbare Parts kunt kiezen. Met die programmakeuze- en bankkeuzecommando s kunt u trouwens niet enkel Tones kiezen, maar ook Performance-geheugens, Styles en Drum Sets (voor de MDR- en ADR-Part). Nog een andere verzameling MIDI-commando s dient om twee instrumenten te synchroniseren, 95

96 G-600 Handleiding zodat ze samen starten en stoppen en aan hetzelfde tempo weergeven/opnemen. U herinnert zich misschien nog dat we hiervan gebruik hebben gemaakt bij het opnemen van User Styles via MIDI (zie blz. 87). Tenslotte kunt u via MIDI ook nog parameterwaarden uitwisselen. MIDI op de G-600 Nogmaals: met deze inleiding is het laatste woord over MIDI zeker niet gezegd. We hebben u enkel een idee willen geven van de uitgebreide mogelijkheden die het MIDI-systeem biedt. MIDI-kanalen en RX-Parts Voordat we u de fabriekstoewijzing van Parts aan MIDI-kanalen laten zien moeten we u nog laten kennismaken met de RX Parts. De G-600 beschikt over drie Parts die u enkel via MIDI kunt aansturen. Verder werken ze op dezelfde manier als de overige Realtime Parts, maar u kunt ze dus niet op de G-600 selecteren en ook niet op het klavier van de G-600 spelen. Uiteraard zijn deze Parts in eerste instantie bedoeld om vanuit een externe sequencer te worden aangestuurd. U zou ze ook kunnen laten luisteren naar de informatie van een extern MIDI-masterklavier (zoals de A-33 of A-90) dat u met de MIDI INconnector van de G-600 verbindt. Met andere woorden, voor een uitbreiding van uw systeem hoeft u niet meteen aan een andere klankmodule of zo te denken. Een masterklavier is misschien een betere keuze, aangezien de G-600 nog drie Parts op reserve heeft. Ziehier de beloofde kanaaltoewijzingen: Part Part Upper1 4 A.Drums 10 Upper2 6 A.Bass 2 Lower 11 Ac1 1 M.Bass 12 Ac2 3 M.Drums 16 Ac3 5 RX1 13 Ac4 7 RX2 14 Ac5 8 MIDIkanaal MIDIkanaal * Dit is mogelijk omdat de Drum Sets zijn toegewezen aan de CC0=0 nummers, terwijl de Style Selectcommando s zijn toegewezen aan CC0 0 nummers. ** On in de TX-mode. Deze fabriekstoewijzingen gelden zowel voor het zenden (TX) als het ontvangen (RX) van MIDI-data, maar u kunt ze wel individueel aanpassen. We raden u trouwens aan om hiervan af te zien, tenzij u een erg goede reden hebt om de standaardinstellingen te wijzigen. Zo n goede reden kan bijvoorbeeld zijn dat u de G-600 compatibel wilt maken met oudere Roland Intelligent Arrangers of met sequences die u hebt opgenomen voordat u de G-600 kocht MIDI-aansluitingen MIDI-data van externe instrumenten ontvangen Als u de klanken van de G-600 wilt aansturen vanuit een extern klavier, moet u de volgende aansluitingen maken: Computer met MIDI-interface MIDI IN Sythesizer, digitale piano enz. MIDI OUT G-600 MIDI IN Naast een klavier kunt u uiteraard nog andere stuurbronnen gebruiken, zoals trigger-naar-midi instrumenten (TD-10, TD-7, TD-5, SPD-11, Octapad II), gitaar-naar-midi instrumenten (GR-30, GR-1, GR-09, GI-10) of MIDI-blaasinstrumenten, een MCR-8 faderbox enz. Opmerking: Alle G-600 Parts (met uitzondering van het basiskanaal en RX1~RX3) kunnen volgens hun standaardinstellingen MIDI-commando s ontvangen. Lijken ze niet te reageren op de commando s die u vanuit een externe stuurbron zendt, dan ligt dat waarschijnlijk aan een foute kanaalkeuze. Kijk één en ander even na. RX3 15 Ac6 9 Style Select 10 * Basiskanaal 12 (Off) ** 96

97 MIDI MIDI-data ontvangen MIDI-data naar externe instrumenten of computers zenden Wilt u dat een extern instrument meeklinkt met de noten die u op de G-600 speelt, of wilt u deze noten opnemen met een sequencer, dan moet u de volgende aansluitingen maken: Ontvangstkanalen (RX) Realtime Parts (RTime) Laten we het ontvangstkanaal van de Upper1 Part eens op MIDI-ontvangstkanaal 16 instellen. 1) Druk op de Master-pagina op [F3] (Midi). MIDI OUT MIDI OUT MIDI-klavier Computer met MIDI-interface MIDI IN G-600 Om een externe module te laten meeklinken met de Upper1 Part moet u de MIDI IN-aansluiting van de module verbinden met de MIDI OUT-connector van de G-600. Opmerking: Alle G-600 Parts (met uitzondering van RX1~ RX3, waarmee u uitsluitend kunt ontvangen) kunnen volgens hun standaardinstellingen MIDI-commando s zenden. Lijken externe modules e.d. niet te reageren op de commando s die u vanuit de G-600 zendt, dan ligt dat waarschijnlijk aan een foute kanaalkeuze. Kijk één en ander even na MIDI-data ontvangen We hebben u hierboven aangeraden om de fabriekstoewijzingen van de MIDI-kanalen ongemoeid te laten. Soms kan het echter wél nodig zijn om deze instellingen te wijzigen. Gewijzigde kanaalverdelingen kunt u opslaan in een MIDI Set, zodat u ze achteraf opnieuw kunt oproepen (zie blz. 102). Dat betekent meteen dat deze instellingen niet automatisch bewaard blijven als u de G-600 uitschakelt. Ze worden ook niet opgeslagen in Performance-geheugens. 2) Druk op [F1] (RTime) om het Realtime-niveau te selecteren. De RX-pagina is reeds geselecteerd. Mocht dat niet zo zijn, kies dan met de [PAGE] -knoppen deze pagina (RX is de afkorting voor MIDI-ontvangst). 3) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de Upper1 (UP1) Part. 4) Stel met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de Channel-parameter in op 16. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Arranger Parts (Arrang) De MIDI-ontvangstkanalen van de Arranger Parts (ADR, ABS, AC1~AC6) kunt u op dezelfde manier wijzigen als die van de Realtime Parts, alleen moet u hiervoor in stap (2) op [F2] (Arrng) drukken. Opmerking: Op de Arrang-pagina kunt u ook de drie RX Parts (1, 2 en 3) selecteren. Dit zijn de Realtime Parts die u enkel via MIDI kunt aansturen. De overige Realtime Parts kunt u hier niet selecteren. NTA-kanaal U herinnert zich misschien nog (zie blz. 46) dat NTA staat voor Note To Arranger, m.a.w. de noten die u speelt in het akkoordherkenningsgebied. U kunt deze noten ook ontvangen via MIDI. Wilt u dat de Arranger ook van deze noten gebruik maakt, dan moet u ze naar de MIDI-kanalen zenden die aan de NTA-functie zijn toegewezen. Het meervoud in NTA- kanalen is u waarschijnlijk niet ontgaan. Er zijn inderdaad twee NTA-ontvangstkanalen, waardoor u de Arranger van de G-600 zou kunnen sturen vanuit een MIDI-accordeon of een ander MIDI-instrument dat op twee kanalen kan zenden. (MIDI-accordeons zenden akkoord- en basnoten op twee verschillende MIDIkanalen, wat dus geen probleem is voor de G-600). 97

98 G-600 Handleiding Opmerking: Andere mogelijke toepassingen van de twee NTA-kanalen zijn het gebruik van twee master keyboards of een master keyboard en een PK-5 MIDI-baspedaal. 1) Druk op de Master-pagina op [F3] (Midi). 2) Druk op [F4] (NTA) om het NTA-niveau te selecteren. Het Basic-ontvangstkanaal kunt u als volgt instellen: 1) Druk op de Master-pagina op [F3] (Midi). 2) Houd [SHIFT] ingedrukt terwijl u op [F1] (Basic) drukt. De RX-pagina hoeft u hier niet te selecteren, want er is helemaal geen TX-pagina voor het NTA-niveau. Dat is ook niet nodig, want de noten die u in het akkoordherkenningsgebied speelt worden naar de Arranger gezonden, die daarmee de Arranger Parts naar de juiste toonhoogte te transponeert. De noten van de Arranger Parts worden via MIDI verzonden, wat het zenden van de NTA-noten overbodig maakt. Voordat u een NTA-ontvangstkanaal (of twee) instelt moet u even de handleiding van uw externe MIDI-stuurbron raadplegen om er achter te komen op welke MIDI-kana(a)l(en) deze zendt. 3) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen het eerste NTA-ontvangstkanaal (1 rx Ch) en met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen het tweede NTA-ontvangstkanaal (2 rx Ch). 4) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Basiskanaal Het basiskanaal (Basic Channel) is het MIDI-kanaal waarover de programmakeuze- en bankkeuzecommando s voor het kiezen van Performance-geheugens worden gezonden en ontvangen. Met andere woorden, telkens wanneer u op uw G-600 een Performance-geheugen kiest, zendt de G-600 een reeks MIDI-commando s op het MIDI-kanaal dat u op de TX-pagina kiest. Wanneer de G-600 dit soort commando s op het basiskanaal ontvangt, kiest hij het Performancegeheugen dat overeenkomt met de nummers die de ontvangen MIDI-commando s bevatten. De Basic zend- en ontvangstkanalen hoeven niet aan elkaar gelijk te zijn (net zoals voor de Realtime en Arranger Parts). Zo is bijvoorbeeld Basic RX= 10 en Basic TX= 4 best mogelijk. Toch raden we u aan om identieke kanalen te kiezen, anders dreigt u alleen maar verwarring te zaaien. U maakt best even een plannetje met alle kanaaltoewijzingen van alle secties (Realtime, Arranger enz.), dan blijft alles duidelijk. Als de RX-pagina nog niet is geselecteerd, kunt u dat nu doen met de [PAGE] -knoppen. Op de TXpagina kunt u het zendkanaal specifiëren. 3) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen het Basic-ontvangstkanaal. 4) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Om het Basic-zendkanaal te specifiëren, gaat u met de [PAGE] -knoppen naar de Basic TX-pagina. Style Select-kanaal Zoals u uit de naam kunt afleiden, is dit het kanaal waarover programmakeuze-commando s worden gezonden en ontvangen die andere Music Styles kiezen op de G-600 of de ontvanger. User Style-geheugens kunnen eveneens via MIDI gekozen worden. Laten we het Style Select-zendkanaal (TX) bijvoorbeeld eens op 1 setten: 1) Druk op de Master-pagina op [F3] (Midi). 2) Houd [SHIFT] ingedrukt terwijl u op [F2] (Style) drukt. 3) Druk op [PAGE] om naar de MIDI\Style\TXpagina te gaan: 4) Stel met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de Channel-parameter in op 1. 5) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 98

99 MIDI Zendkanalen (TX) en zendschakelaars 13.4 Zendkanalen (TX) en zendschakelaars De zendkanalen van het Realtime- en Arrangergedeelte en van de Basic- en Style Select-functie worden gebruikt voor het doorseinen van MIDI-data. Het instellen van deze kanalen gebeurt op dezelfde manier als voor de ontvangstkanalen, alleen moet u in dit geval telkens de TX-pagina kiezen. Een typische TX-pagina ziet er als volgt uit: Wilt u dat een Part geen MIDI-commando s zendt, zet de Channel-schakelaar dan op Off Andere MIDIparameters Zenden/ontvangen uitschakelen We hebben hierboven reeds opgemerkt dat de Parts van de G-600 volgens hun standaardinstellingen MIDI-data zowel kunnen zenden als ontvangen. In bepaalde gevallen wilt u misschien niet dat een bepaalde Part reageert op MIDI-commando s vanuit een externe stuurbron. Ook is het mogelijk dat u met een Part wilt spelen zonder dat de noten als MIDIdata naar externe instrumenten worden gezonden. Deze twee situaties kunt u oplossen door het ontvangen c.q. zenden van MIDI-commando s voor de betreffende Part(s) uit te schakelen. Dat doet u met de ON/OFF-schakelaar onder het MIDI-kanaal van de geselecteerde Part. Stel bijvoorbeeld dat u de ADR Part geen MIDI-data wilt laten zenden doe dan het volgende: 1) Druk op de Master-pagina op [F3] (Midi). 2) Druk op [F1] (RTime) om het Realtime-niveau te selecteren. 3) Ga met [PAGE] naar de MIDI\RTime\RXpagina: 4) Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de Upper1 (UP1) Part. 5) Kies, indien nodig, met de [LOWER/NUMBER] -knoppen Filter= PChng. 6) Druk op Part Select [UPPER2] om de Filter-schakelaar op Off te zetten. Wilt u nog andere MIDI-commando s filteren, selecteer ze dan met de [LOWER/NUMBER] - knoppen en druk op Part Select [UPPER2] om de ontvangst uit te schakelen. Om de ontvangst van één van deze commando s te activeren drukt u op Part Select [UPPER2], zodat Off opnieuw verandert in On. Opmerking: Met het bovenstaande filter (PChng) hebben we de Upper1 Part ook gevrijwaard van bankkeuzecommando s. Met de CC32=0 schakelaar bepaalt u of er Old of New Tones worden gekozen. Deze schakelaar herinnert u zich misschien nog van de Recorder-mode (zie blz. 54): New staat voor G-600 Tones in de A/ B-groep, terwijl Old staat voor Tones van oudere Roland instrumenten, in de C/D-groep. Deze schakelaar stelt u dus in staat om sequences om te schakelen naar G-600 klanken, zonder dat u de sequence zelf hoeft te editen. 7) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Shift en TX Octave De Shift-functie op de RX- en TX-pagina s stelt u in staat om MIDI-nootcommando s in stappen van een halve toon te transponeren voordat u ze naar de klankbron van de G-600 (RX) of de MIDI OUT-connector zendt. MIDI IN MIDI OUT Shift Transpositie Transpositie Shift Klankbron RX SHIFT TX SHIFT 99

100 G-600 Handleiding Wilt u bijvoorbeeld in D spelen, maar de overeenkomstige MIDI-nootnummers in A zenden, stel de TX Shift-parameter van de overeenkomstige Part dan in op +7. Hetzelfde geldt voor noten die via MIDI IN worden ontvangen: u kunt de noten van een extern MIDI-Masterkeyboard of sequencer transponeren voordat u ze naar de toongenerator van de G-600 zendt, zodat een melodie in A door de G-600 bijvoorbeeld in C# wordt weergegeven. 1) Druk op de Master-pagina op [F3] (Midi). 2) Houd [SHIFT] ingedrukt terwijl u op [F3] (Param). De TX Octave-parameter heeft twee mogelijke waarden: Absolute en Relative. Deze hebben te maken met de Tone-keuze. Het is u misschien al opgevallen dat de noten van de basklank die u toewijst aan de Upper1 Part in de Split Keyboard-mode automatisch worden getransponeerd, zodat het klavierbereik laag genoeg ligt om een realistische baspartij te spelen. Relative wilt zeggen dat deze interne transpositie wordt vertaald in nootnummers. Een C4 (nootnummer 60) die u op het klavier speelt wordt dan bijvoorbeeld als nootnummer 36 naar MIDI OUT gezonden. De precieze transpositie hangt af van de Tone die u voor de Upper1 Part kiest. Kiest u Absolute, dan wordt steeds het nootnummer naar de MIDI OUT-connector gezonden dat overeenkomt met de toets die u indrukt (in het voorbeeld van hierboven nootnummer 60). Het voordeel van Absolute en Relative bestaat erin dat u bv. een baslijn kunt spelen met de Upper1 Part van de G-600 en deze kunt laten dubbelen door een trompet van een extern instrument. Opmerking: Beslist u de TX of RX Shift-waarden niet te gebruiken, dan kunt u de overeenkomstige schakelaar op Off zetten. Dat werkt sneller dan alle Shift-waarden opnieuw op 0 te moeten zetten. Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht, betekent dit dat alle Parts worden getransponeerd voordat ze door de TX Shiftparameter worden verstuurd. Met andere woorden, de transpositie vindt plaats vóór de TX Shift-functie haar werk doet. [TRANSPOSE] heeft het voordeel dat alle Realtime- en Arranger-Parts tegelijk naar deze waarde luisteren, daar waar u TX Shift voor iedere Part individueel moet instellen. Zones (Low/High Limits) Op alle Realtime en Arranger MIDI/RX-pagina s, alsook de MIDI/NTA-pagina vindt u twee Limitparameters, waarmee u het nootbereik kunt instellen waarbinnen de Parts reageren op MIDI-nootcommando s. Zoals u ziet, heet de schakelaar onder de Limit-regelaar op dit moment High. Dat betekent dat u met de [UPPER/VARIATION] -knoppen op dit moment de bovengrens van het nootbereik kunt instellen. De waarde in de bovenstaande afbeelding betekent dat de ADR Part geen noten boven C#6 zal weergeven. Een D6 op MIDI-kanaal 10 wordt dus niet weergegeven. Druk op Part Select [UPPER1] om Low te selecteren. Nu kunt u de ondergrens van de ADR Part instellen. Kiest u hiervoor bijvoorbeeld C4, dan sturen alle noten in het bereik B3~C1 de ADR Part niet meer aan. Stel met de [UPPER/VARIATION] -knoppen de Low Limit in. Het grootste voordeel van de Limit-parameters is dat ze u in staat stellen binnenkomende MIDI-informatie uit te splitsen. Gebruikt u een gewone digitale piano als klavier, keyboard, dan krijgt dat instrument plots mogelijkheden die u normaal enkel bij een Masterkeyboard zou verwachten. U kunt bijvoorbeeld de Upper1, Upper2 en Lower Part als volgt verdelen: 1) Kies voor Upper1, Upper2 en Lower hetzelfde ontvangstkanaal (zie blz. 97). 2) Kies op de MIDI\RTime\RX-pagina de volgende Limit-waarden: Part Limit High Limit Low Upper1 G8 C#5 Upper2 C5 C4 Lower B3 C-1 U hebt nu drie zones op uw pianoklavier gemaakt. U zou nog verder kunnen gaan, door voor de Manual Bass Part een ander bereik te specifiëren en daarbij nog een octaaf te reserveren voor de Arranger (NTA) 100

101 MIDI Nog andere MIDI-instellingen Local-functie De Local-parameter treft u op alle Realtime en Arranger MIDI\TX-pagina s aan. Met deze parameter maakt of verbreekt u de verbinding tussen het klavier van de G-600 en zijn interne toongenerator. Klankbron (drum)loops of koorstemmetjes op het klavier van de G-600 wilt spelen Nog andere MIDIinstellingen LOCAL ON Klankbron MIDI OUT Rx Velo, Tx Velo Op de MIDI\Param-pagina kunt u specifiëren of MIDI-aanslagwaarden al dan niet worden gezonden of ontvangen. Kiest u om ze niet te zenden/ontvangen, dan kunt u een vaste aanslagwaarden specifiëren die aan alle noten wordt toegekend. 1) Druk op de Master-pagina op [F3] (Midi). 2) Houd [SHIFT] ingedrukt terwijl u op [F3] (Param) drukt. LOCAL OFF MIDI OUT Zet u deze parameter op On (dat is ook de fabrieksinstelling), dan worden de noten die u op het klavier speelt weergegeven door de klankbron van de G-600. Kiest u Off, dan worden de MIDI-data van de betreffende Part niet langer naar de interne toongenerator gezonden. De data worden wel nog naar MIDI OUT gezonden; op die verbinding heeft de Local-parameter geen invloed. Zet de Local-parameter met de [UPPER/VARIA- TION] -knoppen op Off als u niet wilt dat de G-600 de noten die u speelt weergeeft. Off zult u vooral willen gebruiken in gevallen waarbij de G-600 een externe synthesizer (zoals de JP-8000) of sampler aanstuurt, terwijl andere G-600 Parts de interne toongenerator aansturen. Op die manier kunt u de Upper1-melodie of solo spelen op het klavier van de G-600, maar met de klank van een extern instrument. Een sampler (zoals de Roland DJ-70MkII of het JS-30 Sampling Workstation) in Local Off aansturen kan interessant zijn wanneer u gesampelde 3) Schakel met de Part Select [M.BASS] of Part Select [LOWER] knoppen de rxvelo (aanslagwaarden ontvangen) of txvelo (aanslagwaarden zenden) parameter respectievelijk in (On) of uit (Off). Als u Off kiest moet u ook de vaste aanslagwaarde specifiëren die in de plaats komt van de genegeerde MIDI-commando s: 4) Kies met de [ACCOMP/GROUP] of [BASS/BANK] -knoppen de vaste aanslagwaarde die u wilt laten zenden en ontvangen. Deze parameter kunt u ook gebruiken om de vaste aanslagwaarde aan te passen die wordt gezonden door MIDI-orgels en dergelijke. Dat kan nodig zijn als die vaste waarden te hoog of te laag is voor het soort klank dat u wilt aansturen (als de aanslag ook het filter stuurt zullen bepaalde Tones bijvoorbeeld te dof klinken bij een te lage aanslagwaarde). Oudere drummachines en niet-aanslaggevoelige instrumenten (bijvoorbeeld een Juno-106) gebruiken vaak de vaste aanslagwaarde 64, wat in veel gevallen te laag is. De hierboven besproken parameter stelt u dus in staat om het volume in zo n geval wat op te krikken. Soft Thru (voor digitale piano s) Deze functie bewijst vooral zijn nut als u in het bezit bent van een electronische piano. Als u Soft Thru op On zet, worden alle ontvangen noten buiten High 101

102 G-600 Handleiding en Low Limit van een NTA-kanaal (zie blz. 97) doorgezonden naar de MIDI OUT-connector. Stelt u de NTA Limits bijvoorbeeld in op Low= C2/High= C4, dan worden alle noten links van C2 en rechts van C4 naar MIDI OUT gezonden en kunnen dus andere MIDI-instrumenten aansturen. Ook deze parameter stelt u in staat om splits te creëren op instrumenten die daar van huis uit geen mogelijkheid toe hebben. Zoals u zich misschien herinnert, hebben we deze toepassing reeds aangehaald toe we het over de Limit-parameters hadden (zie blz. 100). Het principe is hier hetzelfde, maar aangezien we met het NTA-kanaal werken ziet de toepassing er iets anders uit. Door Soft Thru te activeren kunt u namelijk een stuk op het klavier van uw digitale piano reserveren voor het aansturen van de Arranger, terwijl u op de overblijvende toetsen gewoon piano kunt blijven spelen! De concrete werkwijze gaat als volgt: 1) Verbind de MIDI OUT-connector van de digitale piano met de MIDI IN-aansluiting van de G ) Verbind de MIDI IN-connector van de G-600 met de MIDI OUT-aansluiting van de digitale piano. 3) Schakel met de [UPPER/VARIATION] -knoppen de Soft Thru-functie in ( On ). De G-600 zendt nu een Local-commando (CC122) met de waarde 0 (Local Off) naar de digitale piano, zodat de klankbron van de piano niet langer luistert naar de informatie van het klavier. Alle noten die u op het klavier van de piano speelt gaan naar de G-600. Deze kijkt of ze al dan niet binnen het bereik van de NTA Low/High Limit vallen. Is dat het geval, dan stuurt hij ze naar de Arranger. Is dat niet het geval, dan stuurt hij ze terug naar de piano. Dat Local Off-commando is dus nodig, anders zouden de noten buiten het Low/High-bereik dubbel worden aangestuurd: één keer door de rechtstreekse verbinding tussen pianoklavier en -toongenerator, één keer via de G-600. Zodra u Soft Thru opnieuw op Off zet, stuurt de G-600 een Local-commando met de waarde 127 (Local On), om de Local-functie van de piano opnieuw in te schakelen MIDI-synchronisatie We hebben reeds gebruik gemaakt van MIDI-synchronisatie toen we User Styles via MIDI hebben opgenomen (zie Aansluiten en synchroniseren op blz. 88). Opmerking: De Recorder zendt en ontvangt ook Song Position Pointer-commando s. Druk op de Master-pagina op [F3] (Midi), houd vervolgens [SHIFT] ingedrukt en druk op [F4] (Sync) om een Sync-pagina te selecteren. Met [PAGE] kiest u tussen de RX- of TX-pagina. Kies RMTE1 als u wilt dat de Arranger van de G-600 enkel reageert op MIDI Start/Stop-commando s, zonder naar MIDI Clock-commando s (die de synchronisatie continu bijsturen) te luisteren. Opmerking: Als u MIDI1 of MIDI2 kiest (RX) kunt u de weergave van de Arranger of van een Song niet meer op de G-600 starten. Dat moet dan gebeuren via de externe bron die de MIDI Clock levert MIDI Sets MIDI Sets kunt u beschouwen als Performancegeheugens voor MIDI-instellingen (dit zijn alle instellingen die u in de MIDI-mode maakt). De G-600 heeft acht van die geheugens aan boord, zodat u mits een simpele knopdruk uw volledige MIDIconfiguratie kunt wijzigen. Net als Performancegeheugens kunt u MIDI Sets ook ter archivering opslaan op diskette. MIDI Set opslaan Geheugenbeveiliging (Memory Protect) Telkens wanneer u de G-600 inschakelt, wordt ook de geheugenbeveiliging automatisch ingeschakeld. Deze zorgt dat u uw Performance-geheugens en MIDI Sets niet per ongeluk wist. Zie blz. 41 voor meer details. 102

103 MIDI MIDI Sets Instellingen opslaan in een MIDI Set 4) Druk op [WRITE] en houd de knop ingedrukt (de [MIDI SET]-indicator licht op). Het display vraagt of u zeker bent dat u instellingen naar een MIDI Set wilt schrijven. Bent u zeker, ga dan verder. Laat anders de [WRITE]-knop los. 5) Kies met de [PAGE] -knoppen de Save\MIDI Set-pagina: Misschien vraagt u zich af waarom u [WRITE] moet ingedrukt houden. We hebben dat bewust zo geïmplementeerd, om te voorkomen dat u per ongeluk geheugens zou wissen. Aangezien u twee knoppen tegelijk moet indrukken, is het onwaarschijnlijk dat u door tijdens het spelen op het verkeerde knopje te drukken een geheugen wist. 5) Druk op een MUSIC STYLE/MIDI SET-knop om uw MIDI-instellingen in de betreffende MIDI SET op te slaan. Het display laat kort weten dat uw instellingen in het geselecteerde geheugen werden opgeslagen. 6) Laat de [WRITE]-knop los. MIDI Set selecteren 1) Druk op de [MIDI SET]-knop in het Music Stylegedeelte (de indicator licht op). 2) Druk op één van de Music Style [1]~[8] knoppen om de overeenkomstige MIDI Set te selecteren. MIDI Sets opslaan op diskette Wat doet u, eens u de 8 MIDI Set-geheugens hebt opgebruikt? Dan schrijft u ze natuurlijk weg op diskette om plaats te maken voor nieuwe MIDI Sets. Zelfs als u niet meer als 8 MIDI Sets nodig hebt, is het uiteraard een gezond idee om een veiligheidskopie te maken van de Sets in het interne geheugen. 3) Druk op de Master-pagina op [F5] (Disk). 4) Druk op [F2] (Save) om naar de Disk\Save-pagina te gaan. Voordat u MIDI-instellingen in een MIDI Set opslaat moet u er nog een naam aan geven. Om één en ander vlot uit elkaar te kunnen houden kiest u best een naam die u een idee geeft over de inhoud van de MIDI Set. Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de karakterpositie die u wilt wijzigen en specifieer met de [UPPER/VARIATION] - knoppen het gewenste teken. 6) Steek een geformateerde diskette in de disk drive en druk op Part Select [M.BASS] (Execute) om uw MIDI Set op diskette op te slaan. Vergeet niet dat uw G-600 een multitasking instrument is: zodra de G-600 de Style op diskette begint te schrijven, mag u deze pagina verlaten om iets anders te doen. 7) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Opmerking: Tijdens het wegschrijven refereert de term Set in het display naar alle 8 MIDI Set-geheugens. Met andere woorden: als u een MIDI Set op diskette schrijft, gaat het om de inhoud van alle acht MIDI Set-geheugens. Bij het laden kunt u daarentegen wel selectief te werk gaan, zoals u meteen zult merken: MIDI Sets laden van diskette Bij het laden is het dus mogelijk om één MIDI Set uit een MIDI Set set (verzameling van 8 MIDI Sets) op diskette te plukken. Dat gaat als volgt: 1) Druk op de Master-pagina op [F5] (Disk). 2) Druk op [F1] (Load) om naar de Disk\Load-pagina s te gaan. 3) Kies met de [PAGE] -knoppen de Load\MIDI Set-pagina. 4) Steek de diskette die de MIDI Sets bevat in de disk drive. 5) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de gewenste MIDI Set (d.i. de groep van MIDI Sets) in het geval de diskette meerdere groepen bevat. 103

104 G-600 Handleiding 6) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de individuele MIDI Set die u wilt laden. U kunt ook ALL kiezen, om alle acht MIDI Sets uit een groep te laden. In dat geval kunt u geen bestemmingsgeheugen (zie hieronder) kiezen. 7) Kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen het interne MIDI Set-geheugen dat de instellingen moet bevatten. U hebt hier de keuze uit Int= 1, 2, 3,, 8. 8) Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om de MIDI Set-data te laden. 9) Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Opmerking: Aangezien het mogelijk is om individuele MIDI Sets te laden, kunt u ook nieuwe groepen samenstellen, door Sets uit verschillende bestaande groepen op diskette in verschillende interne MIDI Set-geheugens te laden en de nieuwe groep vervolgens op te slaan op diskette. 104

105 Huishouding Algemene opmerkingen 14. Huishouding 14.1 Algemene opmerkingen Backups Een heel belangrijke discipline die u bij het werken met een instrument als de G-600 moet kweken is het maken van backups (veiligheidskopies). Misschien zult u ze nooit nodig hebben, maar de dag dat u op het podium (of in de studio) merkt dat u de User Styles, waar u zolang op hebt gezwoegd, niet kunt laden omdat de diskette onleesbaar is geworden zult u uzelf vervloeken als u geen backups hebt gemaakt. Een muzikant met een beetje gezond verstand gaat nooit op pad zonder een kopie van iedere kaart of diskette die essentiële gegevens bevat voor het optreden of de studio-sessie. Neem daarom op gezette tijden even de tijd om veiligheidskopies te maken. Hoe dat moet gebeuren leest u hiernaast, onder Disk Copy (backups maken). Vergeet ook niet alle instellingen in het RAM-geheugen (Performance-geheugens, MIDI Sets en de Chord Sequence) op diskette te zetten voor u op pad gaat. Maak ook van deze diskette een veiligheidskopie. Kortom: zorg dat alle data die u gebruikt op minstens twee diskettes zijn opgeslagen en bewaar deze op verschillende plaatsen. Gebeurt er iets met één van deze diskettes, maak dan onmiddellijk een nieuwe veiligheidskopie. Onze excuses als we wat belerend overkomen, maar we hebben het zelf meegemaakt een glas bier, een helpende hand die een cruciale diskette te dicht bij een luidspreker legt de data op de diskettes zijn uw kapitaal, spring er dus niet lichtzinnig mee om. Schijfbeheer We gaan hier geen vaste regeltjes propageren in verband met de indeling van uw diskettes, maar we raden u aan met minstens twee sets diskettes te werken: eentje voor uw Recorder songs en een andere voor alle instellingen (Performance-geheugens, MIDI Sets, User Styles, Chord Sequences) Disk Copy (backups maken) KIJK UIT: de Disk Copy-functie maakt gebruik van het User Style RAM-geheugen en wist alle User Styles die zich in het interne geheugen van de G-600 bevinden. Schrijf daarom, vóór u deze functie gebruikt, alle User Styles weg naar diskette als u dat tenminste nog niet hebt gedaan (zie blz. 79). Disk Copy kopieert alle bestanden van de brondiskette naar de doeldiskette. 1) Druk op de Master-pagina op [F5] (Disk). 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk tegelijk op [F3] (Copy). 3) Druk op [PAGE] om naar de Disk-pagina s te gaan. Opmerking: De G-600 biedt ook nog een Song Copy-functie, waarmee u Standard MIDI Files of Recorder Songs naar een andere diskette kunt kopiëren. Wilt u hiervan gebruikt maken, ga dan naar Disk\Song\Copy. 4) Druk op Part Select [UPPER2] (Proceed) om naar de volgende pagina te gaan. Deze prompt vraagt u om de originele (of Source) diskette in de drive te steken. Schakel echter eerst de schrijfbeveiliging van deze diskette in. 5) Steek de originele diskette in de drive. 6) Druk op Part Select [LOWER] om het eerste datablok van de brondiskette te laden. Beslist u nu dat u toch geen diskette wilt kopiëren, druk dan op Part Select [UPPER1] (Abort) in plaats 105

106 G-600 Handleiding van op [LOWER]. Als u op [LOWER] drukt, komt u in de volgende display-pagina terecht: U keert nu terug naar Disk\Copy. 10)Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. Opmerking: Terwijl de diskette wordt gekopieerd kunt u met de G-600 andere dingen doen. Deze prompt geeft aan dat de G-600 het eerste pakket gegevens van de diskette laadt. Het is mogelijk dat u deze prompt nog enkele keren te zien zult krijgen. Dat hangt af van het aantal bestanden op de diskette. Zodra het eerste data-pakket is geladen, krijgt u de volgende prompt te zien: Deze prompt vraagt u een lege diskette in de drive te steken. Deze diskette heet Destination Disk (doeldiskette) omdat hierop de kopie van de originele data zal terechtkomen. Als deze diskette nog niet is geformateerd, krijgt u nu de kans om dat te doen. Opmerking: Gebruik steeds een lege diskette als doeldiskette, aangezien alle data op deze diskette zullen worden gewist. 7) Haal de brondiskette uit de drive en vervang ze door de doeldiskette. 8) Druk op Part Select [LOWER] (Execute) om de data naar de doeldiskette te kopiëren. Druk op Part Select [UPPER1] als u nu beslist dat u toch geen diskettes wilt kopiëren. Als u op [LOWER] drukt, komt u op de volgende display-pagina terecht: Misschien krijgt u nu opnieuw de Insert Source Disk -prompt te zien. Is dat zo 9) haal dan de doeldiskette uit de drive en ga verder met stap (5) tot het display meldt: 14.3 Bestanden op diskette een andere naam geven Wat de Rename-functie doe, t kunt u waarschijnlijk al vermoeden: ze stelt u in staat om de naam te wijzigen van een User Style, User Style Set, MIDI Set of Song die zich reeds op diskette bevindt. Dat kan nodig zijn als de huidige naam u niets vertelt over de inhoud van het bestand, of wanneer u een ander bestand met dezelfde naam, maar andere data, wilt opslaan. 1) Steek de diskette met het bestand waaraan u een nieuwe naam wilt geven in de drive. Als de kopieerbeveiliging op PROTECT is ingesteld, zet ze dan op WRITE. 2) Druk op de Master-pagina op [F5] (Disk). 3) Druk op [F3] (Rname). 4) Ga met de [PAGE] -knoppen naar het bestandstype waaraan u een nieuwe naam wilt geven: User Style, User Style Set, Performance Set, MIDI Set, Chord Sequence, Song of Song Set. 5) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen het bestand waaraan u een nieuwe naam wilt geven. Plaats de cursor op de naam van het bestand, zodat die in wit-op-blauw wordt afgebeeld. Kiest u een Music Style of een Song, dan moet u na het maken van uw keuze op Part Select [UPPER2] (Proceed) drukken. 6) Kies met de [LOWER/NUMBER] -knoppen de positie die u wilt wijzigen en specifieer met de [UPPER/VARIATION] -knoppen het gewenste teken. Voor User Styles en Songs kunt u twee namen specifiëren: de Style/Song-naam en de bestandsnaam. De bestandsnaam (File Name) is de naam die u te zien krijgt wanneer u de dir functie op een MS- DOS computer gebruikt (alle diskettes van de G-600 zijn MS-DOS compatibel). De Style/Songnaam krijgt u te zien op de betreffende display-pagina s. Style/Song-namen noemen we meta-tekst events, een specifieke vorm van tekstgegevens die enkel door de G-600 kunnen worden gelezen. De bestandsnaam is belangrijker dan de Style/Songnaam, aangezien de bestandsnaam op diskette wordt 106

107 Huishouding Bestanden op diskette wissen geschreven. De bestandsnaam kan echter maximaal 8 tekens lang zijn. 7) Druk op Part Select [M.DRUMS] (Execute) om een nieuwe naam te geven aan het geselecteerde bestand/de geselecteerde Set. Als de nieuwe naam al op de diskette bestaat, krijgt u de volgende waarschuwing te zien: U kunt de naam die u had gekozen behouden, maar dan wist u het gelijknamige bestand dat reeds op de diskette aanwezig is. Wilt u dat doen, druk dan op Part Select [M.DRUMS] (Replace). Wilt u dat niet doen, druk dan op Part Select [UPPER2] (Exit) om een andere naam te specifiëren. Bestaat de gekozen naam nog niet op de diskette, dan voert de G-600 de Rename-functie zonder verwijl uit: 3) Druk op [F4] (Dlete). 4) Ga met de [PAGE] -knoppen naar het bestandstype dat u wilt wissen: User Style, User Style Set, Performance Set, MIDI Set, Chord Sequence, Song of Song Set. 5) Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen het bestand dat u wilt wissen. Plaats de cursor op de naam van het bestand, zodat die in wit-op-blauw wordt afgebeeld. 6) Druk op Part Select [LOWER] (Execute) om het geselecteerde bestand of de geselecteerde Set te wissen. 7) Zoals steeds kunt u nu op [F5] (Exit) drukken om terug te keren naar de Master-pagina, terwijl de G-600 zich verder bezighoudt met de Delete-operatie. 8) Zoals steeds kunt u nu op [F5] (Exit) drukken om terug te keren naar de Master-pagina, terwijl de G-600 zich verder bezighoudt met de Rename-operatie Bestanden op diskette wissen Met deze functie is het uiteraard opletten geblazen. Door een bestand te wissen verwijdert u het definitief van de diskette. De G-600 biedt niet zoiets als een Recall of Undo functie, waarmee u een gewist bestand alsnog terug kunt halen. Bestanden wissen kan echter nodig zijn als u op een diskette plaats wilt maken voor nieuwe bestanden. Zorg dat u steeds een reservekopie op een andere diskette hebt van het bestand dat u gaat wissen. U weet maar nooit 1) Steek de diskette met het bestand waaraan u een nieuwe naam wilt geven in de drive. Als de kopieerbeveiliging op PROTECT is ingesteld, zet ze dan op WRITE. 2) Druk op de Master-pagina op [F5] (Disk) G-600 initialiseren (Factory Setup) Nadat u een tijdje met uw G-600 hebt gewerkt wilt u misschien de originele fabrieksinstellingen opnieuw laden. We noemen dit initialiseren. Dat is niet altijd nodig, soms kunt u het beoogde effect ook bereiken door met het 00 FreePnl Performance-geheugen te werken (zie blz. 43). Als u de G-600 initialiseert, worden alle Performance-geheugens, de Chord Sequence, de MIDI Set en de User Style-instellingen opnieuw op hun fabriekswaarden ingesteld met uitzondering van de User Style-geheugens: die blijven na een initialisatie leeg achter. Initialiseren gaat als volgt: 1) Schakel uw G-600 uit. 2) Houd [WRITE] ingedrukt terwijl u de G-600 opnieuw inschakelt. 107

108 G-600 Handleiding Zodra u de fabrieksinstellingen opnieuw hebt geladen meldt het display: een E-96, E-86 en E-68, alsook uiteraard Standard MIDI Files. GM/GS-compatibele Standard MIDI Files Als u de Recorder gebruikt om GM-compatibele Standard MIDI Files te op te nemen, moet u rekening houden met de onderstaande opmerkingen. Doet u dat niet, dan klinkt de weergave van de Standard MIDI Files op een GM-module niet zoals bedoeld. Gebruik daarom enkel het volgende: 14.6 Compatibiliteit Diskette Formaat Enkel DD DOS De G-600 is een Arranger Workstation met 689 en 25 Drum Sets, waaruit u vrij kunt kiezen en die worden gebruikt door de 128 ingebouwde Music Styles. Bij het ontwerpen van de G-600 werd rekening gehouden met compatibiliteit met vroegere modellen. Het gevolg hiervan is dat de G-600 alle muziekdata kan lezen van Roland Style-diskettes: MSA (Atelier, E-500 en KR-serie), MSD (E-96, E-86, E-66 en RA-95) en MSE (G-800, RA-800, G-600 en volgende modellen). De G-600 leest ook Standard MIDI Files in formaat 0 en formaat 1. Aangezien de G-600 klanken (Tones) bevat die niet worden ondersteund door het GM- of GS-formaat, klinken songs die u op de G-600 hebt opgenomen misschien niet zoals u verwacht wanneer u ze weergeeft met een externe sequencer en een GM/GScompatibele klankmodule. Hecht u veel belang aan een dergelijke compatibiliteit (bijvoorbeeld als u vaak bestanden uitwisselt met vrienden en/of collega s), gebruik dan enkel Tones die door het GM of GS formaat worden ondersteund. Dit verhaal geldt ook voor de Tones die de Arranger Parts gebruiken. Soms kiezen deze Parts ook G-600 Tones, die niet beschikbaar zijn op GM- of GS-compatibele klankmodules. De Tone-lijst aan het einde van deze handleiding vermeld welke Tones compatibel zijn en welke niet. Zoals u intussen wellicht weet, kan de G-600 de volgende data-formaten lezen en schrijven: Song-data, Style-data, Performance-geheugendata, MIDI Setdata, Song Set-data, Style Set-data en Chord Sequencer-data. Uw G-600 aanvaardt ook Lyricsdata in het Karaoke Type 0-formaat (dat bijvoorbeeld door Tune 1000 wordt gebruikt). Zelfs Harmony-data worden herkend (dit zijn MIDI-data die instrumenten aansturen die harmoniestemmen genereren bij wat u zingt). De dataformaten van de G-600 zijn 100% compatibel met de volgende modellen: G-800 en RA-800. De G-600 leest bovendien data die afkomstig zijn van Tones Wilt u uw song als GS-compatibele Standard MIDI File opslaan, gebruik dan de hierboven vermelde diskette en formaat, maar kies enkel GS Tones. Opmerking: Als u volgens de bovenstaande criteria een opname maakt waarbij de G-600 de begeleiding verzorgt, zorg dan dat de Styles enkel Tones gebruiken die deel uitmaken van de GM/GS-klanktabellen. Aangezien de G-600 ook Tones bevat die geen deel uitmaken van het GM of GS formaat (de 35 extra klanken), moet u deze Tones vervangen door gelijkaardige of evenwaardige GM/GS Tones, voordat u aan de opname begint. Zie Andere Tones kiezen voor de Arranger Parts op blz. 37 voor meer details. Welke User Styles kunt laden Diskette Formaat Style-formaat G-600 Style-formaat Disk Type Formaat Tones Enkel GM-klanken (zie de Tone-lijst) DD/HD DOS/Atari MSA (KR, Atelier), MSD (E-96, E-86, E-66 en RA-95) en MSE (G-800, RA-800, G-600) DD/HD DOS MSE (G-800, RA-800, G-600); dit formaat kunt u niet laden in oudere modellen. Daarmee zijn we aan het einde van het eerste deel van deze handleiding gekomen. We hopen dat u nu een duidelijk idee hebt van de mogelijkheden van de G-600. Gebruik de index als u meer wilt weten over een specifieke functie, en lees ook de uitleg in het Referentie-deel voor een meer gedetailleerde beschrijving van bepaalde functies. Veel plezier! 108

109 R G-600 Arranger Workstation Referentie Welkom in het Referentie-gedeelte van uw G-600-handleiding. Voor we u vertellen wat u hierin aantreft laten we u even weten wat u hier niet zult vinden: het kiezen van Tones, Performance-geheugens, MIDI Sets, Music Style en User Style. Al deze onderwerpen zijn reeds aan bod gekomen in het eerste deel, alsook het opnemen van Songs, het wegschrijven van instellingen naar een Performance-geheugen, gebruik van de Chord Sequencer, enz. De naam zegt het al, dit deel moet u meer zien als een naslagwerk, waarin de verschillende parameters, hun instelbereiken en hun verwantschap op een rijtje worden gezet. Al bij al is dit deel dus een stuk technischer dat het eerste. Het is ook niet de bedoeling dat u dit deel van a tot z uitleest; u kunt beter de stukjes informatie opzoeken op het moment dat u ze nodig hebt. Nog even iets over de typografie in dit deel: de adressen van de verschillende pagina s worden aangeduid met backslashes (\), omdat dit tenslotte een gangbaar symbool is om in de computerwereld een hiërarchie van directories (of folders) aan te duiden. De uiterst linkse naam is altijd de meets belangrijke -- in het geval van de G-600 geeft deze de mode aan. 109

110 G-600 Handleiding Referentie 1. Voordat u aan de slag gaat 1.1 Master-pagina De voornaamste mode van uw G-600 is de Arrangermode. De G-600 kiest automatisch deze mode wanneer u hem inschakelt. In de Arranger-mode kunt u melodieën en akkoorden spelen op het klavier en begeleidingen aansturen met de akkoorden die u in het akkoordherkenningsgebied speelt. De G-600 bevat 128 interne Music Styles. Daarnaast kunt u nog 8 User Styles zelf maken of laden van diskette. Deze User Styles kunt u op dezelfde manier gebruiken als de ROM Styles (de Styles in het interne geheugen). In de Arranger-mode kunt u met de functieknoppen rechts van het display door de verschillende pagina s stappen. Bij het inschakelen van de G-600 komt u op de Master-pagina terecht. Zolang u zich in deze pagina bevindt, kunt u Music Styles kiezen met de MUSIC STYLE/MIDI SET-knoppen op het frontpaneel. Geselecteerd Performance-geheugen Arranger-tempo Geselecteerde Music Style Functiemenu Realtime Part Tones Grafisch akkoordvenster Herkend akkoord Geselecteerde MIDI Set Music Style-divisie Style-nummer en -naam Het nummer en de naam van de geselecteerde Style of Song worden afgebeeld in de bovenste regel van het display. De G-600 bevat 128 Styles, die verdeeld zijn in 2 Groepen (A en B). Iedere Groep bevat 8 Banken (1~8) en iedere Bank bevat 8 Styles (1~8). Als de USER-indicator van de [GROUP]-knop oplicht kunt u User Styles selecteren. Gebruik de Style-keuzeknoppen om de gewenste Style te kiezen. Zie Music Styles selecteren op blz. 35 voor meer details omtrent het selecteren van Styles. Performance-geheugens (A11~C88) Het nummer en de naam in de linker bovenhoek geven het geselecteerde Performance-geheugen aan. De G-600 biedt 192 Performance-geheugens. Een Performance-geheugen bevat alle instellingen die u op het frontpaneel maakt en alle waarden die de Part-parameters hebben op het moment dat u de Performance-instellingen opslaat. Performance-geheugens kiest u met de TONE/PER- FORMANCE MEMORY-knoppen Tempo (20~250) Met de TEMPO [-][+] knoppen kunt u het tempo van de begeleiding aanpassen over een bereik van 20~250. Het display beeldt steeds het actieve tempo (dus het tempo dat u hoort) af. Realtime Part Tones De velden in dit deel van het display beelden de Tones af die zijn toegewezen aan elk van de Realtime Parts. Zie Wat zijn Parts? op blz. 19 en Tones kiezen voor de Realtime Parts op blz. 22 voor meer details. Dit zijn de beschikbare Realtime Parts: Upper1, Upper2, Lower, M.Bass en M.Drums. Grafisch akkoordvenster, herkend akkoord In deze vensters ziet u een grafische afbeelding van de toetsen die u indrukt in het akkoordherkenningsgebied. Het veld naast het klaviertje beeldt de naam van het herkende akkoord af. Als u de Bass Inversion-functie hebt ingeschakeld (zie blz. 31) wordt bij de naam van de akkoord de laagste (uiterst linkse) noot die u speelt afgebeeld achter een schuine streep, bv. CMaj/G. Deze naam staat voor een C-akkoord met een G in de bas. MIDI Set (1~8) In dit veld wordt de geselecteerde MIDI Set afgebeeld. Zoals u weet, kunt u 8 MIDI Sets opslaan. MIDI Sets bevatten alle MIDI-verwante instellingen (deze worden namelijk niet opgeslagen in een Performance-geheugen). Divisie, maatsoort In dit venster worden de geselecteerde Style-divisie en de maatsoort van de geselecteerde Style afgebeeld. De informatie in dit venster komt steeds overeen met eventuele wijzigingen die u via het frontpaneel (of via een optionele FC-7) aanbrengt, alsook met de waarden die bij de geselecteerde divisie horen. 110

111 Voordat u aan de slag gaat Master-pagina voor de GM/GS-mode 1.2 Master-pagina voor de GM/GS-mode In de GM/GS-mode ziet de Master-pagina er iets anders uit. In plaats van de vierde optie [F4] UsrStl vindt u hier de Lyrics-functie. Let ook op het GS MODE-commando in de rechter benedenhoek: 1.4 G-600 modes Om de bediening van de G-600 enigszins overzichtelijk te houden hebben we verwante functies ondergebracht in groepen, die we modes noemen. Met de functieknoppen [F1]~[F5] kiest u tussen deze modes: [F1] Mixer (zie blz. 116) [F2] Param (zie blz. 122) [F3] Midi (zie blz. 153) [F4] UserStl (zie blz. 130) of Lyrics (zie blz. 111) [F5] Disk (zie blz. 165) Lyrics-functie (enkel in de GM/ GS-mode) Als u op [F4] (Lyrics) te drukt kunt u de tekst van de song die u weergeeft volgen in het display. Let wel: dit kan enkel voor Standard MIDI Files die Lyrics - data bevatten (uw Roland verdeler weet hier meer over). De tekst verschijnt in karaoke-stijl: op het moment dat u een woord of lettergreep moet zingen wordt deze geïnverteerd afgebeeld. Er zijn nog drie andere modes, die u met hun eigen knop kunt selecteren: Arranger Chord, Volume en Tone. In de Volume-mode (zie blz. 112) kunt u het volume van alle Parts van de G-600 instellen, terwijl de Tone-mode (zie blz. 114) aangewezen is wanneer u een andere Tone aan een Realtime of Arranger Part wilt toewijzen (dat laatste kan nodig zijn om GM/ GS-compatibiliteit te waarborgen), maar nog niet precies weet wat voor Tone u wilt gebruiken. In de Arranger Chord-mode bepaalt u hoe de Arranger reageert op de kracht waarmee u het klavier aanslaat en bakent u het akkoordherkenningsgebied af. Druk op [F5] (Exit) om terug te keren naar de Master-pagina. 1.3 Part Select-knoppen Met deze knoppen kiest u de Realtime Part waaraan u een andere Tone wilt toewijzen. Vergeet niet: met de [PAGE] -knoppen kunt u een Part op de bovenste regel plaatsen zonder er de Part van te maken waarvoor u een Tone kunt kiezen. 111

112 G-600 Handleiding Referentie 2. Volume-pagina s en Volume-mode Master-pagina: [VOLUME] Of gebruik de -knoppen onder het display. Op de Master-pagina dienen de 5 -paren voor het instellen van het volume van de Real Time Parts (Up1, Up2, Lower, M.Bass, M.Drums). Telkens als u op een of knop drukt, kiest u de Volume-pagina (en begint de [VOLUME]-indicator te knipperen). [F2] (enkel de rechter faders) [F3] (enkel de linker faders) Druk nogmaals op dezelfde of knop om het volume van de Part te wijzigen die bij het betreffende knoppenpaar hoort. Als u gedurende enkele seconden geen knoppen meer bedient, verdwijnt de Volume-pagina automatisch. Gaat u echter naar de Volume-pagina door op de [VOLUME]-knop te drukken, dan blijft de pagina in beeld tot u nogmaals op de [VOLUME]-knop drukt. Verder kunt u op deze pagina met de Part Selectknoppen Parts in- (hoofdletters) en uitschakelen (kleine letters). 2.1 Volume regelen Met de -knoppen onder ieder gedeelte kunt u het volume van de overeenkomstige Part regelen. Als u op [F1] drukt, worden bepaalde faders gegroepeerd, zodat ze vanaf dan twee of meer secties aansturen (MDR&ADR, MBS&ABS, UP1&UP2). Met de functieknoppen [F1]~[F4] kunt u de / Part-toewijzigingen veranderen, zodat u het volume ook individueel kunt regelen. Global Volume Druk op [F4] om naar de Global Volume-pagina te gaan. Op deze pagina kunt u de volumeverhouding tussen de Arranger Parts (Acc1~Acc6, Acc Drums, Acc Bass) en de Realtime Parts (Upp1, Upp2, Lower, MBass, MDrum) instellen. Met andere woorden: hier stelt u het master-volume in. 112

113 I/X??7H? V/KO.Y V/KO.Y V/KO.Y O&>5 Volume-pagina s en Volume-mode Volume regelen Volume-pagina in de Song-mode Als u naar de Volume-mode gaat terwijl de [GM/GS MODE]-indicator oplicht (dus wanneer u zich in de GM/GS-mode bevindt), dan ziet de Volume-pagina er als volgt uit: Het instelbereik en de groepfuncties zijn hetzelfde als in de Arranger mode, maar de ADR-, ABS- enz. parameters worden vervangen door een SNG-parameter. Deze regelt het totaalvolume van de Standard MIDI File die u weergeeft of gaat weergeven met de Recorder van de G

114 G-600 Handleiding Referentie 3. Tone-pagina s en Tonemode 3.1 Tones kiezen Master-pagina: [TONE]-knoppen. Of [TONE] + -knoppen onder het display. De Tone mode gedraagt zich in één opzicht hetzelfde als de Volume-mode: door een Tone te kiezen voor een Realtime Part gaat u automatisch naar de Tonemode pagina. De indicator van de [TONE]-knop begint te knipperen en de Tone-pagina verdwijnt automatisch zodra u er enkele seconden niets meer in uitvoert. Door op de [TONE]-knop te drukken (de indicator licht op) gaat u ook naar de Tone-mode, maar u blijft daar tot u nog een keer op de [TONE]-knop drukt. In de volgende gevallen krijgt u een lijst te zien met Banken die u in een bepaalde Groep kunt selecteren: Als u op de [GROUP]-knop drukt om Groep A, B, C, D te kiezen of als u vanuit de Tone-mode op [F1] of op de [ACCOMP/GROUP] -knoppen drukt: Met de [PAGE] -knoppen kunt u kijken wat er in de Banken van de overige Groepen zit. De Groepen die op deze manier in de schuifbalk verschijnen zijn op dat moment niet geselecteerd. Dat is slechts het geval als hun naam geïnverteerd wordt afgebeeld: ook verzonden of opgenomen als u een Tone kiest in de G-600. In het eerste deel van de handleiding vindt u meer details over Tones kiezen en de relevante displaypagina s. 3.2 Tones editen (Part parameters) Als u in de Tone-mode op [F4] (Edit) drukt, komt u terecht op de Part Edit-pagina. Hier kunt u de waarden van de Part-parameters instellen. Alle Part-parameters kunnen worden toegewezen aan een NRPN (dat is een niet-geregistreerd MIDIcontrolenummer) en op die manier vanuit een extern instrument worden aangestuurd. Zie blz. 155 voor meer details over NRPN-commando s. De waarden van deze parameters kunnen positief (+) of negatief ( ) zijn, omdat het hier om relatieve waarden gaat. Dat wilt zeggen dat ze de fabriekswaarden, die iedere Tone voor de betreffende parameters heeft meegekregen, vermeerderen of verminderen. Opmerking: Als u een andere Tone kiest nadat u de Partparameters hebt gewijzigd, verandert er niets aan de instellingen van die parameters. Opmerking: Zie blz. 61 voor meer details. Let ook op het MIDI-adres van de actieve Tone of Variatie (B5310 Choral Bells): om de bovenstaande Tone via MIDI te selecteren moet u de controlecommando s CC0=16, CC32= 2 en het programmakeuze-commando 99 (in die volgorde) naar de G-600 zenden (vanuit een extern MIDI-instrument of vanuit een Standard MIDI File). Deze waarden worden 114

115 Tone-pagina s en Tone-mode Tones editen (Part parameters) Tone Change Kies de Part met de [PAGE] -knoppen en Prf of Sng (voor Realtime Parts) of Prf of Arr (voor Arranger Parts). Prf De instellingen van de Part-parameters blijven ongewijzigd tot u een ander Performancegeheugen kiest (of de parameters manueel wijzigt). Met de Tone Change-schakelaar op deze pagina bepaalt u welke programmakeuze- en bankkeuzecommando s er worden uitgevoerd. Er is één pagina voor de Tone Change-schakelaars van de Realtime Parts (druk op [SHIFT]+ [F1]) en een andere met die van de Arranger Parts (druk op [SHIFT]+ [F2] of enkel op [F2]). Kies de Part met de [PAGE] -knoppen en Prf of Sng (voor Realtime Parts) of Prf of Arr (voor Arranger Parts). Sng Realtime Part-parameters worden gestuurd door NRPN-commando s n Standard MIDI Files die u van diskette weergeeft. Zolang u geen Standard MIDI Files weergeeft, is er in feite weinig verschil tussen deze twee opties. Prf Sng De geselecteerde Tone blijft actief tot u een andere Tone of een ander Performance-geheugen kiest. Tones kunnen ook worden gekozen door programmakeuze-commando s in Standard MIDI Files die u van diskette weergeeft. Als we het over Realtime Parts hebben, is er in feite weinig verschil tussen Prf en Sng, zolang u geen Standard MIDI File weergeeft. Arr De Tone-keuze voor de Arranger wordt bepaald door programmakeuze-commando s uit de Music Style die u weergeeft. Tone Edit (Source-schakelaar) Master-pagina: [TONE] [SHIFT]+ [F4] Met de Tone Edit-schakelaar op deze pagina kunt u zorgen dat uw instellingen niet worden gewijzigd door commando s van de Standard MIDI Files die u weergeeft (voor de Realtime Parts). 115

116 G-600 Handleiding Referentie 4. Mixer-mode Vanuit de Master-pagina kunt u naar de Mixermode gaan door op [F1] te drukken. U krijgt dan een pagina zoals die hieronder te zien. (Aangezien de G-600 is uitgerust met een paginageheugenfunctie, is het mogelijk dat u naar een andere pagina springt wanneer u de Mixer-mode selecteert). Met de functieknoppen [F1], [F2] en [F3] kunt u kiezen welke sectie u wilt editen. Nadat u de sectie (RTime, Arrng of Song) hebt gekozen kunt u met de [PAGE] -knoppen de Part kiezen die u wilt editen. Met de -knoppen onder de gewenste parameter kunt u de waarden van de geselecteerde Part gemakkelijk aanpassen. Selecteerbare Parts: (Realtime Parts) Upper1, Upper2, Lower, M.Bass, M.Drums, (Arranger Parts) A.Drum, A.Bass, Acc1~Acc6, (Song Parts) Sng1~Sng Mixer\RTime en Mixer\Arrng pagina s Master-pagina: [F1] (Mixer) [F1] (RTime) of [F2] (Arrng) Parts kiezen: [PAGE] Volume (0~127) Stel met de [DRUMS/PART] -knoppen het volume van de geselecteerde Part in. De waarde 0 betekent dat u de betreffende Part niet hoort, terwijl 127 het maximumvolume is. Opmerking: De G-600 zit niet bepaald verlegen om stemmen, toch moet u er rekening mee houden dat een Part waarvan u het volume op 0 zet nog steeds zijn partij speelt en dus stemmen gebruikt. Hoeft u een bepaalde Part niet te horen, schakel hem dan best gewoon uit met de ON/OFF-schakelaar. On/Off (Parts uitschakelen) Met de Part Select [M.DRUMS]-knop schakelt u de geselecteerde Part in (On) of uit (Off). Deze schakelaar is vergelijkbaar met de Local-schakelaar (zie blz. 159) in de MIDI-mode, aangezien On hier in feite betekent dat de betreffende Part niet klinkt, maar nog steeds MIDI-commando s naar de MIDI OUT-connector zendt (als de Part Switch-parameter (zie blz. 162) tenminste op Int is ingesteld). De On/Off-status van een Part kunt u opslaan in een Performance-geheugen. Als een Part is ingeschakeld (On), wordt zijn naam in de schuifbalk in hoofdletters afgebeeld (bv. UP1). Voor uitgeschakelde Parts verschijnt deze naam in kleine letters (bv. up1). Opmerking: Met de MIDI\Param-schakelaar (zie blz. 162) bepaalt u of een uitgeschakelde Part al dan niet MIDI-commando s blijft zenden. Panpot (0~64~127, Rnd) Hiermee bepaalt u de stereopositie van de geselecteerde Part. De waarde 0 plaatst het geluid van de Part uiterst links, de waarde 64 in het midden (zelfde volume voor linker en rechter kanaal) en de waarde 127 uiterst rechts. Rnd staat voor random ( willekeurig ) en kiest dus voortdurend een andere (onvoorspelbare) stereo-positie voor de Part. Reverb (0~127) Met de [BASS/BANK] -knoppen bepaalt u, voor iedere Part apart, het Reverb Send-volume. Deze parameter heeft dezelfde functie als de AUX Send-regelaars op de kanaalstrookjes van een mengtafel. De waarde 0 betekent dat de Part niet naar het Reverb-effect wordt gestuurd, terwijl bij 127 de Part met het maximale volume naar de galm wordt gestuurd. Chorus (0~127) Het Chorus Send-volume is toegewezen aan de [LOWER/NUMBER] -knoppen. U kunt voor iedere Part een andere waarde kiezen. 116

117 Mixer-mode Mixer\Song-pagina Delay (0~127) Het Delay Send-volume kunt u enkel instellen voor de Realtime Parts. De MDR en Arranger Parts kunnen geen gebruik maken van het Delay-effect. Equalizer (On/Off) Met de Part Select [UPPER1]-knop schakelt u de Equalizer voor de geselecteerde Part in (On) of uit (Off). Kies Off als u de geselecteerde Part niet door de Equalizer wilt sturen. 4.2 Mixer\Song-pagina Vanuit de Mixer-mode kunt u met [F3] de volgende pagina kiezen: Hier kunt u verschillende parameters instellen voor de Song Parts die door de Recorder worden weergegeven. Deze instellingen wijzigen de instellingen van de weergegeven Standard MIDI File, of vullen deze aan. In tegenstelling tot de absolute waarden op de RTime- en Arrng-pagina gaat het hier dus om relatieve waarden. Sng Part (1~16) Kies, voordat u de parameters op deze pagina begint te editen, met de [DRUMS/PART] -knoppen de gewenste Song Part. Volume (-127~+127) Met de [BASS/BANK] -knoppen wijzigt u het volume van de geselecteerde Part, door een waarde op te tellen bij of af te trekken van de volumewaarde die in de Standard MIDI File bevat zit. Vandaar dat we spreken van relatieve waarden -- ze corrigeren bestaande waarden, in plaats van ze te vervangen. Tone Change (Old, New) Met de [LOWER/NUMBER] -knoppen kiest u oude (Old) of nieuwe (New) Tones. Zoals u zich misschien nog herinnert uit het eerste deel van deze handleiding (zie blz. 22), bevat de G-600 twee soorten Tones: New Tones, die specifiek zijn voor de G-600, en Old Tones, dit zijn Tones van de SC-55. Let op! Met de waarde die u hier specifieert wordt enkel rekening gehouden als de waarde voor CC32 (bankkeuze) in de Standard MIDI File gelijk is aan 0, of ontbreekt. Bent u ook in het bezit van een SC-88 Sound Canvas, dan weet u waarschijnlijk waarover we het hebben. CC32= 0 betekent zoveel als blijf bij de huidige groep Tones (dat kan A/B= New of C/D= Old zijn). Status (On/Off) (Minus One) Met de Status-parameter kiest u de Status van het geselecteerde spoor (aan of uit). Het spoor uitschakelen heeft hetzelfde effect als het activeren van de Minus One-weergavefunctie op andere instrumenten. Zet de Status-parameter op On voor alle Song Parts die u wilt weergeven. Solo On/Off Met de Part Select [UPPER1]-knop schakelt u de Solo-functie voor de geselecteerde Part in of uit. Solo betekent dat u de weergave van alle Parts, met uitzondering van de geselecteerde Part, uitschakelt. U kunt verschillende Parts tegelijk in solo schakelen, maar wanneer u de Mixer-mode verlaat, blijft enkel die Part gesoleerd waarvan de naam in de schuifbalk van de Mixer\Song-pagina wordt afgebeeld. 4.3 Mixer\Effect-pagina s Er zijn vier Effect-pagina s: 1 Reverb, 2 Chorus, 3 Delay en 4 Equalizer. Deze pagina s kiest u met de [PAGE] -knoppen. Er is één Reverb, één Chorus, één Delay en één Equalizer. De instellingen van deze effecten gelden dus steeds voor alle Parts die u er naartoe stuurt. Dat doet u met de Reverb Send-, Chorus Send-, Delay Send- (voor zover beschikbaar) en Equalizer On/ Off-schakelaar (zie blz. 120). Reverb-pagina Master-pagina: [F1] (Mixer) [F4] (Effct) Effect: [PAGE] (kies pagina 1) U kunt telkens één parameter instellen. Dat betekent echter niet dat de onzichtbare parameters niet meer geldig zijn wanneer u een andere parameter kiest. Let 117

118 G-600 Handleiding Referentie wel: als u een Macro (een voorgeprogrammeerd effect) kiest, worden alle parameters op de voorgeprogrammeerde instellingen voor die Macro ingesteld. In dat geval bent u uw eigen instellingen dus kwijt. Dit zijn de Macro s waaruit u kunt kiezen: Macro Room 1, 2, 3 Hall 1, 2 Plate Delay Panning Delay Deze Reverbs bootsen de galmkarakteristiek van kleine tot middelgrote ruimtes na. Kies één van deze opties als u een relatief korte, goed gedefinieerde galm wilt. Deze Reverbs bootsen de galmkarakteristiek van een zaal na. Deze opties klinken donkerder en langer dan de Room -opties. Deze Reverb bootst een plaatgalm na (dit is een mechanische constructie waarin galm wordt opgewekt door een trillende metalen plaat). Dit is een Delay die een standaard echo -effect levert. Bij deze Delay beweegt het vertraagde geluid van links naar rechts door het stereobeeld. Uiteraard hoort u daar enkel iets van wanneer u de G-600 in stereo versterkt. Een Macro bevat, naast de keuze van een effecttype (de Character-parameter van hieronder), gepaste instellingen voor de overige parameters van het betreffende type. Het verschil tussen een Macro en de Character-parameter op zichzelf bestaat er dus in dat u met Character enkel een effecttype kiest, terwijl een Macro ook instellingen voor de overige parameters bevat. Opmerking: Aangezien een Delay doorgaans maar voor één Part wordt gebruikt, kunt u hiervoor beter beroep doen op het aparte Delay-effect. Op die manier kunt u het Reverb-effect gebruiken om de totaalmix wat meer diepte te verlenen. parameters te veranderen. Zou u de Macro Delay kiezen, dan worden meteen de waarden van alle andere parameter gewijzigd. Pre-LPF (0~7) Dit is een hoog-af filter (LPF) voor het signaal dat naar het Reverb-effect gezonden wordt. Hoe groter deze waarde, hoe meer hoge tonen er uit het signaal worden gefilterd. Rev Level (0~127) Met deze parameter stelt u het uitgangsvolume van de galm in. Hoe groter deze waarde, hoe luider de galm. Rev Time (0~127) Met deze parameter stelt u de lengte van de galm of de herhalingen in. Hoe groter deze waarde, hoe langer de galm/hoe trager de herhalingen. Rev Delay Fb (0~127) Dit is de terugkoppeling van het Delay-signaal (Rev Charac 6 en 7). Hoe groter deze waarde, hoe groter het aantal herhalingen. RevPreDlyT (0ms~127ms) Dit is de vertraging tussen het oorspronkelijke signaal en de galm. Hoe groter deze waarde, hoe groter de ruimte lijkt. Value Met de [UPPER/VARIATION] -knoppen kunt u de waarde van de geselecteerde parameter aanpassen. Zoals u hierboven reeds hebt kunnen merken, schrijven we naast de naam van de parameter steeds zijn instelbare bereik. Reverb parameters Rev Charac (0~7) Met deze parameter kiest u het galmtype. Op het eerste zicht lijkt deze parameter misschien identiek aan de Macro-functie. Toch is dat niet zo: Character kiest enkel het effecttype, terwijl Macro s instellingen bevatten voor alle Reverb-parameters. In feite is Character zelf een Macro-parameter. Vandaar dat u bijvoorbeeld de Room 2-Macro kunt kiezen en daarin de Character-parameter op Delay kunt instellen, zonder iets aan de instellingen van de overige 118

119 Mixer-mode Mixer\Effect-pagina s Chorus-pagina Master-pagina: [F1] (Mixer) [F4] (Effct) Effect: [PAGE] (kies pagina 2) Macro Chorus maakt het geluid breder, rijker en kan de indruk geven dat er meerdere instrumenten tegelijk dezelfde partij spelen. U kunt kiezen uit acht types: Chorus1~4 FB Chorus Flanger S Delay S Delay FB Dit zijn verschillende versies van een standaard Chorus. Ze verschillen echter qua diepte en toonhoogtemodulatie. Die is een Chorus met feedback (terugkoppeling), zodat u er een soort Flanger van kunt maken. Dit is een effect dat bijzonder goed bij bassen en gitaren past. Maar ook strings klinken er levendiger door. Ook dit is weer een Delay maar wel een heel korte Een korte Delay met een groot aantal herhalingen. Cho Pre-LPF (0~7) Dit is een hoog-af filter (LPF) voor het signaal dat naar het Chorus-effect gezonden wordt. Hoe groter deze waarde, hoe meer hoge tonen er uit het signaal worden gefilterd. Cho Level (0~127) Met deze parameter stelt u het uitgangsvolume van de Chorus in. Hoe groter deze waarde, hoe luider de Chorus. Cho Rate (0~127) Met deze parameter bepaalt u de modulatiesnelheid van de Chorus. Hoe groter deze waarde, hoe sneller de Chorus begint te draaien. Dan wordt het effect ook echt opvallend en waarschijnlijk minder bruikbaar. Cho Depth (0~127) Met deze parameter bepaalt u de diepte van het Chorus-effect, d.w.z. de intensiteit waarmee de toonhoogte gemoduleerd wordt. Cho Reverb (0~127) Met deze parameter stelt u het volume in van het Chorus-signaal dat naar de Reverb wordt gezonden. Op die manier kunt u het Chorus-signaal dus ook nog naar de galm sturen. Cho Delay (0~127) Met deze parameter stelt u het volume in van het Chorus-signaal dat naar de Delay wordt gezonden. Deze parameter levert tevens een omwegje om Arranger Parts van Delay te voorzien. De Arranger Parts waarmee u dat wilt doen kunt u naar de Chorus sturen. Van daaruit regelt u het signaal dat naar de Delay wordt gestuurd. Wilt u van dat Chorus-effect zelf niets horen, stel dan de Chor Delay, Cho Rate en Cho Depth parameters op 0 in. Het nadeel van dit truukje is dat u nu niet meer over een apart aan te sturen Chorus-effect beschikt. Value Met de [UPPER/VARIATION] -knoppen kunt u de waarde van de geselecteerde parameter aanpassen. Zoals u hierboven reeds hebt kunnen merken, schrijven we naast de naam van de parameter steeds zijn instelbare bereik. Delay-pagina Master-pagina: [F1] (Mixer) [F4] (Effct) Effect: [PAGE] (kies pagina 3) ChoFeedback (0~127) Met deze parameter bepaalt u het volume van het Chorus-signaal dat nog een keer naar de Chorus gezonden wordt. In dit geval zorgt de terugkoppeling voor een vetter Chorus-effect. Cho Delay (0~127) Met deze parameter bepaalt u de vertragingstijd van de Chorus. Hoe groter de waarde, hoe uitgesprokener de afwijking van de toonhoogte wordt. Chorus is namelijk een regelmatige variatie van de toonhoogte. Macro Het Delay-effect creëert echo s, dus herhalingen van het ingangssignaal. Kiest u voor een erg korte herhaling, dan zorgt het effect veeleer voor een aandikking 119

120 G-600 Handleiding Referentie van het geluid in plaats van een duidelijk waarneembare echo. U kunt kiezen uit 10 types Delay: Delay 1~3 Delay 4 Pan Delay 1~3 Pan Delay 4 Dly To Rev Dit zijn conventionele Delays. Ze verschillen echter qua vertragingstijd. Dit is een uitgesproken korte Delay. Dit zijn stereo Delays, die via het linker en rechter kanaal worden weergegeven. Dit is weer de korte versie van de drie voorgaande effecten. Dit is een stereo Delay waar galm aan wordt toegevoegd. Dly Level (0~127) Dit is het algemene uitgangsvolume van het Delayeffect. Eens u dus de afzonderlijke herhalingen (links, midden, rechts) ingesteld hebt, kunt u nog steeds beslissen ze een beetje op te halen (als dat tenminste nog kan, want de maximale waarde is en blijft 127) of het volume ervan te verminderen. Dly FBack ( 64~0~63) Met deze parameter stelt u de terugkoppeling en dus het aantal herhalingen voor de drie Delay-lijnen. De waarde 0 betekent dat elke vertraging maar één keer weergegeven wordt. Als u een negatieve waarde instelt, dan wordt de fase van de middelste Delay-lijn omgekeerd. Negatieve waarden zijn vooral geschikt voor betrekkelijk korte Delays. Dly Rev (0~127) Met deze parameter stelt u het volume in van het Delay-signaal dat naar de galm wordt gezonden. Pan Repeat Ook deze Delay beweegt heen en weer tussen de linker en rechter speaker. De stereopositie van de herhalingen verschilt echter van die van de Pan Delays. Equalizer-pagina Master-pagina: [F1] (Mixer) [F4] (Effct) Effect: [PAGE] (kies pagina 4) Dly Pre-LPF (0~7) Dit is een hoog-af filter (LPF) voor het signaal dat naar het Delay-effect gezonden wordt. Hoe groter deze waarde, hoe meer hogetonen er uit het signaal worden gefilterd. Dly Time C (0.1ms~1.0s) De Delay van de G-600 is een driekanaalsuitvoering (links, midden, rechts). Met deze parameter stelt u de vertragingstijd voor het middelste kanaal in. DlyTRatioL (4%~500%) Met deze parameter bepaalt u de vertragingstijd van het linker kanaal. Dit is een procentwaarde van Dly Time C. DlyTRatioR (4%~500%) Met deze parameter bepaalt u de vertragingstijd van het rechter kanaal. Dit is een procentwaarde van Dly Time C. Dly LevelC/L/R (0~127) Hier stelt u het volume van de herhalingen in het midden, links en rechts in. Hoe groter deze waarde, hoe luider de betreffende herhalingen. Op deze Effect-pagina vindt u de parameters voor de Equalizer. Deze zijn van toepassing op alle Parts waarvoor de EQ-schakelaar (zie blz. 117) op On staat. Er is dus maar één Equalizer, net zoals er maar één Reverb, Chorus en Delay is. L-Freq (Lage tonen: 200Hz, 400Hz) Met deze parameter kiest u de frequentie van de lage tonen die u met de L-Gain parameter wilt versterken of verzwakken. Het gaat hier om een filter van het shelving type, wat betekent dat alle frequenties beneden de ingestelde grensfrequentie worden beïnvloed. L-Gain ( 12~0~+12dB) Hiermee bepaalt u hoe sterk de lage tonen (de L-Freq en alle frequenties daaronder) moeten worden gefilterd of opgehaald. Positieve waarden betekenen dat u de betreffende frequentie ophaalt, terwijl negatieve waarden betekenen dat u de frequentie afzwakt. De waarde ±0 betekent dat de betreffende frequentie noch opgehaald noch afgezwakt wordt. Opmerking: Lage tonen weghalen brengt een merkbare vermindering in het volume van de klank met zich mee. Bij kwistig gebruik van negatieve L-Gain waarden controleert u daarom best even of de volumebalans tussen de Parts nog klopt. Pas de balans indien nodig aan (zie Volume regelen op blz. 112). 120

121 Mixer-mode Mixer\Effect-pagina s H-Freq (Hoge tonen: 3kHz, 6kHz) Met deze parameter kiest u de frequentie van de hoge tonen die u met de H-Gain parameter wilt versterken of verzwakken. Het gaat hier om een filter van het shelving type, wat betekent dat alle frequenties boven de ingestelde grensfrequentie worden beïnvloed. Master-pagina: [F1] (Mixer) [SHIFT]+ [F1] (RTime), [F2] (Arrng) of [F4] (Effct): H-Gain ( 12~0~+12dB) Hiermee bepaalt u hoe sterk de hoge tonen (de H- Freq en alle frequenties daarboven) moeten worden gefilterd of opgehaald. Positieve waarden betekenen dat u de betreffende frequentie ophaalt, terwijl negatieve waarden betekenen dat u de frequentie afzwakt. De waarde ±0 betekent dat de betreffende frequentie noch opgehaald noch afgezwakt wordt. Source-pagina s Op de Source-pagina s van de Realtime, Arranger en Song Parts vindt u een aantal schakelaars waarmee u bepaalt of de Part, die u met de [PAGE] -knoppen hebt geselecteerd, gebruik moet maken van uw eigen instellingen (eventueel uit een Performancegeheugen) of moet luisteren naar de commando s uit de Music Style of de Standard MIDI File die u weergeeft. Als u Prf kiest, gebruikt de G-600 de instellingen die u zelf hebt gemaakt of de instellingen uit het laatstgeselecteerde Performance-geheugen. Kiest u echter Arr of Sng, dan neemt de betreffende Part de parameterinstellingen over die in de vorm van MIDI-commando s worden gezonden vanuit Music Styles of Song die u weergeeft. Opmerking: Arr kunt u enkel kiezen voor Arranger Parts, niet voor de Realtime Parts- en effectparameters. Omgekeerd geldt ook dat u Sng niet kunt kiezen voor de Arranger Parts, aangezien er geen interne verbinding is tussen de Recorder en de Arranger van de G-600. Welke schakelaars er beschikbaar zijn hangt af van de Source-pagina die u selecteert. Niet alle parameters kunnen overigens worden beschermd tegen invloeden van buitenaf. Nu u het algemene principe van Source-schakelaars kent, spreken de parameters op deze pagina s voor zichzelf. We gaan ze daarom ook niet allemaal in detail bespreken. Met uitzondering van de Effect Source-schakelaars worden ze trouwens allemaal uitvoerig behandeld in het eerste deel van de handleiding. We willen wel nog even de volgende opmerkingen kwijt: 1) Reverb, Chorus en Delay staan voor de respectievelijke Send Level-parameters van de geselecteerde Part. De schakelaars dienen dus niet om de effecten in en uit te schakelen, maar bepalen of het volume waarmee het geluid van een Part naar een effect wordt gezonden wordt beïnvloed door Arrangerof Song-data. 2) Aangezien u de Arranger Parts niet (rechtstreeks) naar de Delay kunt sturen is er geen Delay Send Source-schakelaar op de Arrng Source-pagina. 3) De Type-parameters op de Source-pagina van de effecten hebben betrekking op de Macro s. 4) Instellingen van Source-schakelaars worden mee opgeslagen in Performance-geheugens. 121

122 G-600 Handleiding Referentie 5. Parameter-mode Eerst even ter herinnering: de parameters van de G-600 kunnen we onderverdelen in de volgende groepen: 1) Global-parameters Master Tune, Memory Protect enz. 2) Arranger-parameter Chord Family Assign, Part Range enz. 3) Realtime Parts-parameters Upper2 Tune, Upper1&2 Portamento enz. 4) Speelhulp-parameters Toewijzing van het zwelpedaal enz. 5) Parameters i.v.m. Performance-geheugens Resume, Performance naam 6) Source-schakelaars voor een aantal van deze parameters Resume (Performance Memory-parameter) Met de Resume-functie specifieert u welke instellingen van het Performance-geheugen 00 er moeten worden geladen. Het Performance-geheugen 00 FreePnl bevat een aantal standaardinstellingen en, belangrijker, instellingen voor de Source-schakelaars die bepaalde parameters toegankelijk kunnen maken voor de commando s van een Standard MIDI File of Music Style. De parameterwaarden van het Performance-geheugen 00 kunt u in blokken laden, zo hoeft u geen instellingen te overschrijven die u in feite wilt behouden. Optie Tone Betekenis Enkel de Tones van het Performancegeheugen 00 worden geladen. 5.1 Parameter\Glbal\1- pagina Master-pagina: [F2] (Param) [F1] (Glbal) [PAGE] (kies pagina 1) Mixer Parameter All Enkel de mixer-instellingen van het Performance-geheugen 00 worden geladen. Enkel de instellingen van het Parameter-niveau worden geladen. Alle instellingen van het Performance-geheugen 00 worden geladen. Cursor Character (Performance Memory-parameter) Met deze twee parameters kunt u de geselecteerde Performance een naam geven, of zijn bestaande naam wijzigen. Dit zijn de beschikbare tekens: Memory (geheugenbeveiliging aan/uit) (Global-parameter) Met deze parameter schakelt u de geheugenbeveiliging (Memory Protect) in of uit. Bij het inschakelen van de G-600 wordt ook deze beveiliging steeds geactiveerd om te voorkomen dat data per ongeluk worden gewist. Dat is trouwens niet zo waarschijnlijk, aangezien u de [WRITE]-knop moet ingedrukt houden terwijl u het geheugennummer specifieert. Als u data in het geheugen van de G-600 wilt opslaan, krijgt u steeds de kans om de geheugenbeveiliging tijdelijk uit te schakelen. Opmerking: Deze parameter biedt geen bescherming voor de User Style-geheugens !"#$%&'()*+,-. ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ [\]^_` abcdefghijklmnopqrstuvwxyz 122

123 Parameter-mode Parameter\Glbal\2-pagina 5.2 Parameter\Glbal\2- pagina Master-pagina: [F2] (Param) [F1] (Glbal) [PAGE] (kies pagina 2) Met deze parameter bepaalt u wat er wordt opgenomen door de Chord Sequencer (zie blz. 46). Kies On als u wilt dat de Chord Sequencer alle instellingen opneemt die verband houden met de Arranger (Style-keuzes, volumewijzigingen voor de Arranger Parts, enz.). Kies Off als de Chord Sequencer enkel de NTA-noten moet opnemen. Optie Wat wordt er opgenomen On Off Akkoordenschema, Style-keuze, Divisiekeuze (Fill s, Intro, Ending, Variation/Original, Basic/Advanced), volumewijzigingen voor alle Accomp Parts. Enkel het akkoordenschema (NTA-noten). Split (C3~C6) (Realtime Parts, Arranger-parameter) Met deze parameter specifieert u het splitpunt tussen de linker en rechter klavierhelft in de Arranger en Split Keyboard-mode. Dat splitpunt kunt u kiezen tussen C3 en C6. De standaardinstelling is C4. UP2Split (C#3~C#6) (Realtime Parts) Met deze parameter specifieert u het splitpunt tussen de Upper1- en Upper2-sectie. Dit wordt enkel actief wanneer de indicator van de [UPPER2 SPLIT]-knop oplicht. Het Upper2 splitpunt kunt u tussen C#3 en C#6 kiezen. De standaardwaarde is G5. Opmerking: Meer details over NTA vindt u onder Style Change op blz Parameter\Glbal\3- pagina Master-pagina: [F2] (Param) [F1] (Glbal) [PAGE] (kies pagina 3) Roll (Manual Drums Part) Met deze parameter specifieert u de resolutie van de Roll-functie (drumroffels). Dit zijn de opties: 1/16 Zestienden 1/32 Tweeëndertigsten 1/16t Zestiende triolen 1/32t Tweeëndertigste triolen 1/16s Zestiende swing-noten 1/32s Tweeëndertigste swing-noten De standaardinstelling is 1/16. Zoals we reeds in het eerste deel hebben gesteld, levert de optie 1/32 bij hogere tempi vaak roffels in machinegeweer-stijl op. Kies daarom de Roll-resolutie pas nadat u het weergavetempo van de Style of de Song hebt ingesteld, of kies een lagere resolutie. Acc Wrap: Part en Range Met de Wrap-parameter past u het weergavebereik van een geselecteerde Music Style aan. Natural betekent dat de weergave van bv. een baslijn niet buiten het natuurlijk klinkende bereik van een bas gaat; noten die te hoog of te laag zijn worden getransponeerd zodat ze binnen het natuurlijke bereik van de (meestal automatisch) geselecteerde klank kunnen worden weergegeven. Over het algemeen laat u deze optie best ingeschakeld. Blijkt dat in bepaalde gevallen storende octaafsprongen op te leveren, probeer dan eens Full. Part (ABS, AC1~AC6) (Arranger-parameter) Onder Part kiest u de Part waarvoor u de Rangeparameter wilt instellen. Stl Change (Chord Sequencer parameter) 123

124 G-600 Handleiding Referentie Range Range Natural Betekenis Alle noten die door de betreffende Part worden weergegeven klinken in het natuurlijke bereik van de geselecteerde Tone. Te hoge of te lage noten worden getransponeerd. 5.4 Parameter\Glbal\4- pagina Master-pagina: [F2] (Param) [F1] (Glbal) [PAGE] (kies pagina 4) Full Song Set Play Alle noten van de betreffende Part worden exact zo weergegeven als ze werden geprogrammeerd. Kies deze optie als de akkoordprogressie die u speelt een stijgende of dalende baslijn of een consistente stemvoering in de akkoorden nodig heeft (dat kan bijvoorbeeld gewenst zijn als u een User Style gebruikt om opnames met de Recorder te maken). De Song Set Play-parameters bepalen hoe een Song Set (zie blz. 170) wordt weergegeven. Mode (Auto, Manual) Kies Auto als u wilt dat de volgende Song in de Set automatisch wordt gestart na het verstrijken van de Pause-tijd (zie hieronder). Kies Manual als u wilt dat de G-600 na afloop van een song wacht tot u de volgende Song manueel start. Pause (0~99 seconden) Deze waarde bepaalt hoelang de pauzes tussen twee Songs in een Song Set (songketen) duren. Uiteraard is deze waarde enkel relevant als u hierboven de optie Auto hebt gekozen. Chord Family Assign (Arranger-parameter) De vierde Param\Glbal-pagina staat volledig in functie van het toewijzen van complexe (bv. 6, 7/ 11, enz.) akkoorden aan één van de drie modes (majeur, mineur, dominant) van de Arranger van de G-600. Als er in het actieve Performance-geheugen (of in de instellingen van het frontpaneel) nog geen dergelijke toewijzingen zijn gemaakt, kunt u enkel het akkoordgeheugen 1 kiezen. Zodra u daarin iets hebt vastgelegd, kunt u geheugen 2 kiezen (of geheugen 1, door een stapje terug te doen ) enz. Chord Hiermee kiest u een akkoordgeheugen. Speel het gewenste akkoord in het akkoordherkenningsgebied. De naam van dit akkoord wordt rechts van het geheugennummer afgebeeld. Family De Family-parameter dient om het akkoord dat u zonet hebt gespecifieerd toe te wijzen aan één van drie modes: kies Maj (majeur), min (mineur) of 7th (septiem). De volgende keer dat u het toegewezen akkoord in het akkoordherkenningsgebied speelt wordt automatisch het begeleidingspatroon gekozen van de mode die u hier specifieert. Zoals u zich misschien herinnert, hebben we de modes als onzichtbare divisies bestempeld, die u niet via het frontpaneel of met een FC-7 kunt selecteren (wat wel het geval is voor andere divisies, zoals Basic/Original, Advanced/Variation enz.). Alteratn Met de Alteration-parameter bepaalt u wat er gebeurt als u complexe akkoorden speelt tijdens een Intro (In) of Ending (Ed). Kiest u On, dan beïnvloeden de complexe akkoorden die u tijdens een Intro of Ending speelt de voorgeprogrammeerde akkoordprogressie s van die divisies. In bepaalde gevallen 124

125 Parameter-mode Param\Tune\1-pagina leidt dat tot zodanig vreemde resultaten dat u zich misschien afvraagt of er iets scheelt met uw G-600. Doorgaans kiest u dan ook beter Off, zodat al uw G7 5 enz. akkoorden de Intro/Ending ongemoeid laten. Transpose Mode (Global-parameter) Met deze parameter bepaalt u welke secties van de G-600 worden getransponeerd wanneer u op de [TRANSPOSE]-knop drukt (de indicator licht op). Mode Verklaring 5.5 Param\Tune\1-pagina Master-pagina: [F2] (Param) [F2] (Tune) [PAGE] (kies pagina 1) Int Song MIDI Int+Song Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht, worden enkel de Realtime en Arranger Parts getransponeerd. Enkel de Parts van de Recorder Song worden getransponeerd. Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht, worden enkel de noten getransponeerd die via MIDI IN worden ontvangen. Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht worden de Realtime en Arranger Parts alsook de Parts van de Recorder Song getransponeerd. Master Tune (415.3Hz~466.2Hz) (Global-parameter) De Master Tune-parameter bepaalt de toonhoogte van de G-600 in zijn geheel. Dit is dan ook de parameter die u moet gebruiken als u de G-600 wilt afstemmen op akoestische instrumenten die zelf niet (of moeilijk) kunnen worden gestemd. In alle andere gevallen laat u de Master Tune-standaardwaarde (440.0 Hz) best ongemoeid. De instellingen van de Master Tune-parameter wordt mee opgeslagen in een Performance-geheugen. In theorie zou u dus 192 verschillende stemmingen in uw G-600 kunnen opslaan. Int+MIDI Song+MIDI All Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht, worden de Realtime en Arranger Parts alsook de noten die via MIDI IN worden ontvangen getransponeerd. Als de [TRANSPOSE]-indicator oplicht worden de Parts van de Recorder Song alsook de noten die via MIDI IN worden ontvangen getransponeerd. Alle Parts en ontvangen noten worden getransponeerd. (Transpose) Value ( 11~ 1, 1~11) (Global-parameter) Hiermee bepaalt u volgens welk interval er wordt getransponeerd wanneer de indicator van de [TRANSPOSE]-knop oplicht. 0 kunt u niet kiezen, omdat u daarmee de transpositie in feite zou uitschakelen, en dat kunt u alleen doen met de [TRANSPO- SE]-knop. 125

126 G-600 Handleiding Referentie 5.6 Param\Tune\2-pagina Master-pagina: [F2] (Param) [F2] (Tune) [PAGE] (kies pagina 2) Parts. Kiest u All, dan worden alle Realtime, Song en Arranger Parts gestemd volgens de instellingen die u met de onderstaande parameters maakt. Tussen de meegeleverde Styles zijn er waarschijnlijk slechts enkele die hier wel bij varen, maar vergeet niet dat u uw eigen Styles kunt programmeren of User Styles kunt laden. Opmerking: Zodra u een andere optie dan Off kiest worden E en B automatisch op 50 ingesteld. Coarse (-24~24) (Upper2 Part) Met de Coarse-parameter kunt u de Upper2 Part in stappen van een halve toon stemmen, zodat er een interval ontstaat ten opzichte van de Upper1 Part. Zoals we in deel 1 reeds hebben uitgelegd, heeft Upper2 Coarse (en Fine) enkel nut wanneer u Upper1 en Upper2 samen gebruikt. Typische voorbeelden zijn 12 (een octaaf lager dan Upper1) of 7 (een kwint hoger dan Upper1). Heel wat gebruikers wijzen Piano Tones toe aan Upper1 en Upper2 en stemmen Upper2 dan een octaaf hoger ( 12 ). Het instelbereik van deze parameter gaat van 24 (twee octaven lager) tot +24 (twee octaven hoger). Fine ( 99~99) (Upper2 Part) Daar waar de Coarse-parameter dient om een interval van minstens een halve toon tussen Upper1 en Upper2 te creëren, kunt u met Fine lichte ontstemmingen in stappen van cents (100 cent= één halve toon) programmeren. Waarden als +10 of 10 geven bijvoorbeeld een lichte zweving in het geluid. Kbd Scale Bij de Kbd Scale-parameters kunt u terecht als u een niet-gelijkzwevende stemming wilt gebruiken. Bij een gelijkzwevende stemming is het interval dat de ene halve toon van de volgende scheidt steeds identiek. Dat is bijvoorbeeld niet het geval in oosterse muziek of in barokmuziek. Voor ongeoefende oren klinken deze afwijkende stemmingen misschien gewoon vals, maar bedenk daarbij dat onze gelijkzwevende stemming voor andere muzikanten even vals klinkt. Assign (Off, UP1-2, All) (Global-parameter) Met deze parameter bepaalt u welke Parts gebruik maken van de alternatieve stemming die u programmeert. Off betekent dat geen enkele Part gebruik maakt van de afwijkende stemming. Kiest u UP1-2, dan geldt de stemming enkel voor de twee Upper Note (C~B) (Global-parameter) Hiermee kiest u de noot waarvoor u de stemming wilt aanpassen. Iedere noot kunt u slechts één keer kiezen, want de waarde die u instelt geldt voor alle octaven van het klavier (C2 krijgt dus steeds dezelfde waarde als C3, C4, enz.). Value ( 128~+128) (Global-parameter) Hiermee past u de stemming van de geselecteerde noot aan. Dit is een relatieve waarde: u kunt zowel positieve als negatieve waarden specifiëren, die worden opgeteld bij of afgetrokken van de standaardwaarde (d.i. de gelijkzwevende stemming voor die noot). Als u 0 kiest, behoudt u dus de gelijkzwevende stemming. 100 staat voor een aanpassing van een halve toon. Tussen die uitersten ligt er natuurlijk heel wat ruimte voor experimenten. 5.7 Param\Tune\3-pagina Master-pagina: [F2] (Param) [F2] (Tune) [PAGE] (kies pagina 3) Portamento en Mode (Realtime Parts) Mode UP1 en UP2 (Poly, Mono) Met deze parameters maakt u de Upper Parts polyof monofoon. Polyfone Parts kunnen meerdere noten tegelijk (dus akkoorden) weergeven, monofone Parts slechts één. In de mono-mode werkt de G-600 volgens het laatste noot eerst principe. Dit houdt in dat, wanneer u meerdere noten tegelijk aanslaat, enkel de laatstgespeelde noot wordt weergegeven. Mono kan een 126

127 Parameter-mode Param\Cntrl\1-pagina (Realtime Parts) goede keuze zijn voor instrumenten die van nature niet meer dan één noot tegelijk kunnen weergeven, zoals hout- en koper-blaasinstrumenten. Time (0~127) Hiermee bepaalt u de snelheid van het Portamentoeffect. In het eerste deel hebben we uitgelegd hoe dit effect de toonhoogte van de noten, die u speelt, in elkaar doet overglijden. Hogere waarden werken het best voor synthesizergeluiden, vooral wanneer u grote intervallen speelt (bv. C1 gevolgd door C6). Bij de waarde 0 hoort u geen Portamento-effect. 5.8 Param\Cntrl\1-pagina (Realtime Parts) Master-pagina: [F2] (Param) [F3] (Cntrl) [PAGE] (kies pagina 1) klanken verder nauwelijks een invloed op het timbre heeft, kunt u misschien beter High kiezen, want dat levert u een bruikbare controle van de draaiende luidspreker op. Min en Max (1~127) Met Min kiest u de laagste aanslagwaarde waarop de betreffende Realtime Part reageert. Laat deze waarde op 1 staan, tenzij u het aanslagbereik wilt verdelen over deze en nog een andere Part (meestal Upper1 of Upper2). De waarde 0 kunt u niet kiezen omdat deze waarden door de meeste MIDI-instrumenten wordt gebruikt om het einde van een noot (noot-uit) aan te geven. De Min-waarde kan nooit hoger zijn dan de Max-waarde. Max staat voor de hoogste aanslagwaarde waarop de betreffende Part reageert. Hoe u deze parameters in de praktijk kunt gebruiken leest u onder Aanslagbereik op blz. 67. De Max-waarde kan nooit lager zijn dan de Min-waarde. 5.9 Param\Cntrl\2-pagina Op deze pagina zijn een reeks instellingen gegroepeerd die verband houden met de aanslaggevoeligheid van de Realtime Parts. Op de Param\Cntrl\2- pagina vindt u de gevoeligheidsinstellingen voor de Arranger Parts. Master-pagina: [F2] (Param) [F3] (Cntrl) [PAGE] (kies pagina 2) Part (UP1, UP2, LWR, MBS, MDR) Hiermee kiest u de Realtime Part waarvoor u de instellingen wilt aanpassen. Sensitivity (Low, Med, High) High (de hoogste aanslaggevoeligheid) is de standaardinstelling. Med is een tussenwaarde, die het klavier wat lichter bespeelbaar maakt maar nog steeds voldoende dynamiek garandeert. De derde optie, Low zorgt voor een erg licht bespeelbaar klavier, dat zelfs bij relatief zachte aanslagen al de maximale aanslagwaarde uitstuurt. Aangezien Low de laagste aanslaggevoeligheid van de drie biedt, zou u kunnen denken dat dit de aangewezen optie voor orgelklanken enz. is. Toch is dat niet noodzakelijk zo. Heel wat orgelklanken in de G-600 maken namelijk van de aanslaggevoeligheid gebruik om tussen een langzaam en snel draaiend luidsprekereffect te schakelen. Aangezien de aanslag bij deze Dynamic Arranger (Arranger-parameters) Part (ADR, ABS, AC1~AC6) Met deze parameter kiest u de Arranger Part waarvoor u de aanslaggevoeligheid wilt aanpassen. Zoals we in deel 1 hebben uitgelegd, kunt u deze parameter gebruiken om de begeleiding te variëren: via de kracht waarmee u de toetsen in het akkoordherkenningsgebied aanslaat bepaalt u namelijk welke van twee Parts in de begeleiding te horen is. Value ( 127~+127) Kies de waarde 0 als u niet wilt dat de betreffende Part reageert op de kracht waarmee u de toetsen in het akkoordherkenningsgebied aanslaat. Hoe hoger de positieve waarde die u hier instelt, hoe meer kracht u moet uitoefenen om de betreffende Part op 127

128 G-600 Handleiding Referentie zijn maximumvolume te laten klinken. Bij negatieve waarden gaat het volume omhoog naarmate u zachter aanslaat. Opmerking: De aanslagwaarde die u hier specifieert wordt enkel actief als u de Status-parameter (zie hieronder) op On instelt. Status (On, Off) Met deze parameter kunt u de Dynamic Arrangerfunctie in- (On) of uitschakelen (Off). Deze parameter doet hetzelfde als de Dynamic Arr-parameter die u te zien krijgt wanneer u op de [ARR CHORD]- knop drukt. Met andere woorden: als u Dynamic Arranger uitschakelt, staat de Status-parameter automatisch ook op Off en vice versa. Dat deze parameter twee keer, onder verschillende namen, beschikbaar is heeft te maken met het feit dat u na het indrukken van [ARR CHORD] sneller de Dynamic Arr-parameter kunt instellen dan helemaal naar de Param\Cntrl\2-pagina te gaan. Melody Intell Voices (1, 2) (Arranger-parameter) Met de Voices-parameter bepaalt u of de Melody Intelligence-functie één of twee harmoniestemmen toevoegt. Zoals u weet, worden deze harmoniestemmen bij de melodie gevoegd die u met de Upper1 Part speelt. Dat gebeurt op basis van de akkoorden die u speelt in het akkoordherkenningsgebied. De automatische harmoniestemmen worden verzonnen door de Arranger en weergegeven door de Upper2 Part. Om van deze stemmen gebruik te maken moet u op de [MELODY INTELLIGENCE]- knop op het frontpaneel drukken (de indicator licht op). Als de Upper2 Part op dat moment actief is, dooft de indicator van de [UPPER2]-knop om aan te geven dat deze Part nu wordt aangestuurd door de Arranger. U kunt dan echter nog steeds Tones kiezen voor de Upper2 Part Param\Cntrl\3-pagina Master-pagina: [F2] (Param) [F3] (Cntrl) [PAGE] (kies pagina 3) Pitch Bender (Realtime Parts) Part (UP1, UP2, LWR, MBS, MDR) Met deze parameter kiest u de Realtime Part waarvoor u het Pitch Bend-bereik wilt instellen. Het zal u misschien verbazen, maar de Manual Drums Part behoort ook tot de opties. Wilt u weten wat het nut hiervan is, probeer dan bijvoorbeeld eens een paukensolo te geven met gebruik van Pitch Bend, nadat u de Range (zie hieronder) op een waarde tussen 2 en 7 hebt ingesteld. Range (0~24) Met deze parameter specifieert u de maximale Pitch Bend-waarde; dit is de waarde die u bekomt door de Pitch Bend-hendel helemaal naar links of naar rechts te buigen. Met andere woorden: de waarde die u hier instelt geldt zowel voor opwaartse als voor neerwaartse buigingen en bakent op die manier dus het volledige Bend-bereik af Param\Cntrl\4-pagina: Expression Pedal Master-pagina: [F2] (Param) [F3] (Cntrl) [PAGE] (kies pagina 4) Part Met de eerste parameter op deze pagina kiest u de Realtime (UP1, UP2, LWR, MBD of MDR) of Arran- 128

129 Parameter-mode Source\Tune-pagina ger (ADR, ABS, AC1~AC6) Part waarvoor u de instellingen van het zwelpedaal wilt editen. Opmerking: Deze parameters hoeft u niet in te stellen als u geen EV-5 of EV-10 zwelpedaal hebt aangesloten op de EXPRESSION PEDAL-ingang. Status (Realtime Part & Arranger-parameter) Kies On als u het volume van de geselecteerde Part met uw voet wilt aansturen, of Off als u wilt dat het volume niet op de bewegingen van het zwelpedaal reageert. Up (0~127) Met deze parameter specifieert u de expressiewaarde (volume) die wordt gezonden wanneer het pedaal volledig omhoog (niet ingedrukt) staat. Deze parameter doet in feite hetzelfde als de draaiknop op de linkerflank van een EV-5, bijvoorbeeld. Down (0~127) Met deze parameter specifieert u de Expressie-waarde (volume) die wordt gezonden wanneer het pedaal volledig is ingedrukt. Opmerking: Het is best mogelijk om de Up-waarde op 127 in te stellen en de Down-waarde op 0, zodat de betreffende Part enkel hoorbaar wordt als het zwelpedaal omhoog staat Source\Tune-pagina Master-pagina: [F2] (Param) [F2] (Tune) Source-schakelaars Aangezien alle Source-schakelaars op deze pagina hetzelfde werken, behandelen we ze in één keer. Prf moet u kiezen als u niet wilt dat de betreffende parameters reageren op MIDI-commando s van Standard MIDI Files die u weergeeft met de Recorder. Prf betekent dat ofwel uw eigen instellingen of die van het geselecteerde Performance-geheugen worden gebruikt. Sng betekent dat de parameter wel reageren op commando s uit Standard MIDI Files. Source MTune UP2Tune Scale UP1Port UP2Port Betekenis De instellingen van de Master Tuneparameter (zie blz. 125). De Coarse- en Fine-waarden van de Upper2 Part (zie blz. 126). De stemming die u met de Kbd Scalefunctie hebt ingesteld (zie blz. 126). De Portamento Time-waarde voor de Upper1 Part (zie blz. 127). De Portamento Time-waarde voor de Upper2 Part (zie blz. 127) Source\Cntrl-pagina De Source-schakelaar op deze pagina geldt enkel voor de Realtime Parts. Met [PAGE] kiest u de Part waarvoor u deze parameter wilt wijzigen (naam verschijnt in de schuifbalk). Master-pagina: [F2] (Param) [F3] (Cntrl) Hier zijn nog enkele Source-schakelaars waarmee u uw Param-instellingen kunt beschermen tegen data afkomstig van de Standard MIDI File die u weergeeft met de Recorder van de G-600. Dat u enkel Prf en Sng kunt selecteren is een illustratie van het feit dat alle Source-schakelaars, met uitzondering van de MTune-schakelaar, enkel op de Realtime Parts werken. Onder Source-schakelaars hierboven vindt u een beschrijving van de opties. Met de schakelaar op deze pagina bepaalt u waar de geselecteerde Part de definitie van zijn Pitch Bend-bereik vandaan moet halen. 129

130 G-600 Handleiding Referentie 6. User Style-mode In de User Style-mode kunt u uw eigen begeleidingen programmeren. Dat wilt niet noodzakelijk zeggen dat u alle partijen van die Style één voor één moet opnemen: u kunt namelijk ook stukken van bestaande Music Styles of van andere User Styles kopiëren. Houd er bij het programmeren van een User Style rekening mee dat u een begeleiding opneemt, geen song. Het heeft dus geen zin de melodie van een bepaalde song, die u met die Style wilt spelen, op te nemen, want op die manier beperkt u het toepassingsgebied van uw Style tot één song. Zoals de naam User Style reeds aangeeft, moet u eerder denken in termen van stijl (dance, Rave, samba, polka enz.). Het is de bedoeling dat u een gemaakte begeleiding voor een hele reeks songs in die stijl kunt gebruiken. Het is ook geen goed idee (hoewel best mogelijk) om de Basic/Original, Basic/Variation, Advanced/Original en Advanced/Variation patronen van akkoordenreeksen te voorzien. Akkoorden kunt u tenslotte in realtime in het akkoordherkenningsgebied te spelen of door ze met de Chord Sequencer te programmeren. Misschien vindt u al deze opmerkingen nogal voor de hand liggend, maar u zult merken dat er heel wat aandacht en discipline nodig is om te werken op basis van patronen in plaats van song-partijen. Maar zelfs als u de bovenstaande raadgevingen in de wind slaat en een Style per song wilt programmeren, is dat niet zo n probleem dankzij de vlot bedienbare User Style-functies van de G-600. Opmerking: Laten we afspreken dat we het woord patroon gebruiken voor gelijk welke Mode/Type/Divisiecombinatie. Bijvoorbeeld: Basic/Original, M of Advanced, Fill-In To Original zijn beide patronen. Opmerking: De User Style-mode kunt u enkel selecteren vanuit de Arranger-mode. Als u merkt dat voor de functie van [F4] Lyrics wordt afgebeeld, druk dan op de [GM/GS]- mode knop (de indicator moet doven). 6.1 UsrStl\Rec\1-pagina s Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F1] (Rec) [PAGE] (kies pagina 1) Track (1ADR, 2ABS, 3AC1, 4AC2, 5AC3, 6AC4, 7AC5, 8AC6) Verschijnt als het gekozen User Stylegeheugen nog geen data bevat. Verschijnt als u op [REC ] drukt nadat u een spoor gekozen hebt dat nog geen data bevat of nadat u Erase gekozen hebt. Verschijnt als u op [REC ] drukt na het kiezen van een spoor dat al data bevat of als u Merge gekozen hebt. Verschijnt als u op [START/ STOP] of Recorder [PLAY /STOP ] drukt om het patroon in de User Style-mode te beluisteren. Met deze parameter kiest u een spoor van het geselecteerde patroon (zie Mode, Type en Division). Wordt de naam van het geselecteerde spoor in kleine letters afgebeeld (bv. 3ac1), dan bevat het spoor nog geen data. Let wel: een spoor waarvoor u de lengte hebt gespecifieerd (zie blz. 135) wordt niet meer als leeg beschouwd (en wordt dus in hoofdletters afgebeeld, bv. 3AC1), omdat de lengte die u specifieert wordt vertaald in een reeks rusten die in het spoor worden geplaatst. User Style-geheugen en -naam Bovenaan in deze display-pagina s worden het nummer en de naam van de geselecteerde User Style afgebeeld. Als u geen naam hebt gespecifieerd, kiest de G-600 automatisch de naam USERSTL, gevolgd door het nummer van het geselecteerde geheugen. Tempo In hetzelfde venster van daarnet kunt u ook het huidige weergave- en opnametempo aflezen. Desge- 130

131 User Style-mode UsrStl\Rec\1-pagina s wenst kunt u dit met de [TEMPO]-knoppen wijzigen. Bedenk daarbij wel dat de volgende keer dat u iets opneemt de gewijzigde tempowaarde mee wordt opgenomen en op die manier het nieuwe voorgeprogrammeerde tempo voor die User Style wordt. Style-patronen kiezen Mode Met deze parameter kiest u tussen majeur-, mineuren septiem-niveau. Als de gekozen optie = -tekens bevat, betekent dit dat het eerste patroon dat u opneemt (wit-op-blauw) automatisch wordt gekopieerd naar de andere modes (blauw-op-wit). In het eerste deel hebben we dit klonen genoemd. Dit zijn de beschikbare opties: Displayfunctie Mode Opties M M=m M=m=7 Verklaring Enkel het majeur-patroon wordt opgenomen. Het majeurpatroon wordt opgenomen en gekopieerd naar het mineurpatroon. Het majeurpatroon wordt opgenomen en gekopieerd naar het mineurpatroon en het septiempatroon. Andere opties: m, m=m, m=7, m=m=7, 7=M, 7=m, 7=M=m Type Met deze parameter kiest het zogenaamde Type. Type staat voor de graad van complexiteit in de Style. Basic is de eenvoudigste begeleiding, terwijl Advanced complexeren arrangementen bevat. Zoals u zich waarschijnlijk herinnert uit het eerste deel, zijn er voor elk van deze niveaus twee patronen: Original en Variation. Division Een divisie vervult een specifieke functie in het arrangement, zoals Intro, Fill, Ending, enz. Displayfunctie Division Opties Or Var Fo Fv In Ed Verklaring Enkel de Original-Division wordt opgenomen. Enkel de Variation-Division wordt opgenomen. Enkel Fill-In To Original wordt opgenomen. Enkel Fill-In To Variation wordt opgenomen. Enkel de Intro wordt opgenomen. Enkel de Ending wordt opgenomen. Andere opties: Or=Va, Va=Or, Fo=Fv, Fv=Fo, In=Ed, Ed=In Opmerking: Het heeft geen belang in welke volgorde u de Mode, Type en Division kiest. Eens u een patroon hebt opgenomen kunt u andere patronen daar desgewenst van klonen. Kies gewoon de relevante = -opties voor de Mode, Type en Divisie en start de opname. Wacht tot de aftel is afgelopen en stop de opname na de eerste of de tweede tel (door op Recorder [PLAY /STOP ] of [START/ STOP] te drukken). Speel niets op het klavier. Deze enkele maten opname volstaan om het volledige patroon te kopiëren naar de geselecteerde klonen. Opmerking: De kloonfunctie werkt altijd in Erase-mode, zelfs wanneer u voor het originele patroon Merge hebt gekozen. Vóór u kloont controleert u dus best even of de te klonen patronen geen data bevatten die u wilt behouden. Opmerking: De kloon-functie maakt automatisch de nodige aanpassingen voor de mineur- en septiem-mode. Majeurakkoorden en -toonladders worden automatisch aangepast. Displayfunctie Opties Verklaring Style (1~8) Type Bsc Adv B=A Enkel de Basic-divisie wordt opgenomen. Enkel de Advanced-divisie wordt opgenomen. De Basic-divisie wordt opgenomen en gekopieerd naar de Advanced-divisie. Met de -knoppen die zijn toegewezen aan de Style-parameter ([UPPER/VARIATION]) kiest u het User Style-geheugen dat u wilt programmeren. Andere opties: A=B 131

132 G-600 Handleiding Referentie 6.2 UsrStl\Rec\2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F1] (Rec) [PAGE] (kies pagina 2) (Metron) Mode De standaardinstellingen van deze parameter is Record, dit betekent dat de User Style-metronoom enkel hoorbaar is als u een nieuw spoor opneemt. Tijdens de weergave van dat spoor klinkt de metronoom niet. Dit zijn de andere metronoom-modes: Record De metronoom klinkt enkel tijdens de opname van een User Style. (Record) Mode (Erase, Merge) Met deze parameter kiest u de opnamemode. Die bepaalt wat er tijdens een opname gebeurt met de data van het geselecteerde patroon. In de Erase-mode worden alle data van het geselecteerde spoor gewist door de nieuwe data die u opneemt. Deze optie wordt automatisch gekozen voor alle lege sporen. Merge betekent dat de nieuw opgenomen data bij de bestaande data op het spoor worden gevoegd. Dit is de aangewezen keuze wanneer u hier en daar een paar noten wilt toevoegen, het adres van een andere Tone of Drum Set in een patroon wilt opslaan, of de instellingen op pagina 4 wilt wijzigen (zie hieronder). Key (C~B) Met deze parameter vertelt u de G-600 in welke toonaard u het spoor gaat opnemen. Het is belangrijk dat u vóór de opname de juiste toonaard specifieert. De akkoordherkenning van de G-600 gaat er namelijk van uit dat alle patronen in de toonaard C staan. Als u dus bij het gebruik van een User Style een C (in de Arranger Intelligent-mode) of een C- akkoord in het akkoordherkenningsgebied speelt, dan gebruikt de Arranger de originele noten van het patroon dat u hebt opgenomen (er is dan geen transpositie nodig). Stel nu dat u dit patroon had opgenomen in F#, zonder de G-600 hiervan op de hoogte te brengen. In dat geval zou u het patroon in F# horen wanneer u in de Arranger-mode een C of een C- akkoord speelt. Kortom: wilt u de partij inspelen in de toonaard D, kies dan D. Als u dat niet doet, merkt u daar weinig van in de User Style-mode, maar des te meer in de Arranger-mode! Opmerking: Voor de 1ADR-sporen hoeft u geen toonaard te specifiëren. Play Rec&Ply Always (Quantize) Value De metronoom klinkt enkel tijdens de weergave van een User Style in de User Style-mode. De metronoom klinkt zowel tijdens de opname als tijdens de weergave. De metronoom klinkt zelfs wanneer de User Style niet loopt. Met deze parameter bepaalt u volgens welke resolutie de opnames, die u in een User Style maakt, worden gequantiseerd. Zoals we hebben uitgelegd in deel 1 kunt u er ook voor kiezen om niet te quantiseren tijdens de opname (optie Off ), zodat u achteraf enkel de werkelijk slecht getimede partijen kunt corrigeren (middels de Track Quantize-functie, blz. 145). Dit zijn de opties voor automatisch quantiseren: 1/8 Achtste noot 1/8t Achtste noot triool (1/12) 1/16 Zestiende noot 1/16t Zestiende noot triool (1/24) 1/32 Tweeëndertigste noot 1/32t Tweeëndertigste noot triool (1/48) 1/64 Vierenzestigste noot Off Geen quantisering Opmerking: Kies steeds de waarde die gelijk is aan de kortste noot die u wilt opnemen, anders dreigt de Quantize-functie uw muziek ingrijpend te veranderen. 132

133 User Style-mode UsrStl\Rec\3-pagina 6.3 UsrStl\Rec\3-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F1] (Rec) [PAGE] (kies pagina 3) Deze pagina bevat één parameter, waarmee u de weergave van de sporen, die u tijdens de opname niet wilt horen, tijdelijk kunt uitschakelen. Uiteraard heeft dat enkel zin als die sporen reeds data bevatten. Opmerking: Deze functie heeft enkel gevolgen binnen de User Style-mode. De sporen die u hier uitschakelt blijven hoorbaar in de Arranger-mode. Wilt u een bepaalde Part permanent verwijderen, gebruik dan de Delete-functie (zie blz. 141). Track (1ADR~8AC6) Met deze parameter kiest u het spoor dat u wilt uitschakelen. Status Kies Off voor de sporen die u wilt uitschakelen. Kies On als u ze opnieuw wilt inschakelen. REC/PLAY-schakelaars Met de schakelaars onder iedere parameter bepaalt u of de overeenkomstige waarde al (REC) dan niet (PLAY) mee wordt opgenomen. Als u een spoor de eerste keer selecteert voor opname, staan deze schakelaars automatisch op REC. De tweede en volgende keren dat u op dit spoor opneemt (in Merge-mode) worden alle schakelaars op PLAY ingesteld. De wijzigingen die u in deze parameters aanbrengt worden in dat geval niet meer opgenomen, maar aan het begin van het patroon op opnieuw op hun geprogrammeerde waarde ingesteld. Kies REC wanneer u één van de parameters op deze pagina blijvend een andere waarde wilt geven. De waarde die u kunt instellen wordt in wit-op-blauw afgebeeld (in de PLAY-mode wordt ze blauw-op-wit afgebeeld). Express (0~127) Met de Express(ion) parameter kunt u het volume wijzigen van het spoor waarvan de naam wordt afgebeeld in de linkerhoek. Dit spoor moet u selecteren op de UsrStl\Rec\1-pagina. Dit spoor is momenteel geselecteerd 6.4 UsrStl\Rec\4-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F1] (Rec) [PAGE] (kies pagina 4) Zoals we in deel 1 reeds hebben gesteld heeft het wijzigen van deze parameter pas zin nadat u enkele sporen hebt opgenomen. Eerder kunt u immers geen balans tussen verschillende sporen maken. User Style-patronen bevatten niet enkel noot- en Pitch Bend-data, maar ook een aantal andere instellingen, zoals volume, stereopositie (pan), Reverb en Chorus Send-waarden. Met de parameters op deze pagina kunt u deze niet-nootgegevens wijzigen. Wanneer u voor de eerste keer iets opneemt op een spoor, worden de standaardwaarden van deze parameters samen met de noten opgenomen. Panpot (Rnd, 0~64~127) Met de Panpot-parameter geeft u het geselecteerde spoor zijn plaats in het stereobeeld. Waarden tussen 0 en 63 plaatsen de Part meer naar links, terwijl waarden tussen 65 en 127 de Part meer naar rechts verschuiven. 64 betekent dat het geluid in het midden staat (standaardwaarde). U zou ook Rnd kunnen kiezen het geluid krijgt dan telkens een andere, willekeurige positie in het stereobeeld. Reverb (0~127) Met deze parameter bepaalt u het Reverb Send-volume voor het geselecteerde spoor. 0 betekent dat het 133

134 G-600 Handleiding Referentie spoor niet naar de Reverb wordt gezonden, terwijl 127 het maximale volume is waarmee u het effect kunt aansturen. Chorus (0~127) Met deze parameter bepaalt u het Chorus Sendvolume voor het geselecteerde spoor. 0 betekent dat het spoor niet naar de Chorus wordt gezonden, terwijl 127 het maximale volume is waarmee u het effect kunt aansturen. Tone/Drum Set Onder de naam van het spoor staat er Drum Set als u het 1ADR-spoor hebt geselecteerd, Tone als u één van de overige sporen hebt geselecteerd. Wilt u een andere Tone of Drum Set kiezen, gebruik dan de TONE-keuzeknoppen op het frontpaneel of de [UPPER/VARIATION] -knoppen. Algemene opmerking Dit zijn de standaardwaarden voor de hierboven besproken parameters: Expression 127 Pan 64 Reverb 100 Chorus 0 Tone/Drum Set 1ADR 2ABS 3AC1 4AC2 5AC3 6AC4 7AC5 8AC6 A11 Deze waarden worden automatisch mee opgenomen wanneer u voor de eerste keer iets opneemt op een spoor. U kunt op zowat iedere UsrStl/Rec-pagina andere Tones/Drum Sets kiezen (maar enkel met de TONE-knoppen). Voordat u begint op te nemen kiest u best een Tone of Drum Set die goed in de sfeer van de opname past, dat werkt inspirerend. De overige instellingen kunt u later nog maken. 6.5 UsrStl\Rec\5-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F1] (Rec) [PAGE] (kies pagina 5) Deze pagina is volledig toegewijd aan het 1ADR (Accompaniment Drums) spoor. Hier kunt u de toonhoogte van bepaalde drum- en percussieklanken wijzigen. Opmerking: De UsrStl\Rec\5-pagina verschijnt enkel als u het 1ADR-spoor hebt geselecteerd voor u deze functie activeert. Nootnaam-nummer-klanknaam Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen de drum- of percussieklank waarvan u de toonhoogte wilt wijzigen. Noot C#2/37 Pitch ( 64~64) Klank Side Stick D2/38 Snare Drum 1 E2/40 Snare Drum 2 F2/41 Low Tom 2 E3/52 Chinese Cymbal G#3/56 Cowbell A3/57 Crash Cymbal 2 F4/65 High Timbale Met deze parameter stelt u de toonhoogte in van de geselecteerde drum- of percussieklank. Kies 0 als u de originele toonhoogte van de klank wilt gebruiken. Positieve waarden staan voor een hogere toonhoogte, negatieve waarden voor een lagere. 134

135 User Style-mode Opmerkingen i.v.m. klonen 6.6 Opmerkingen i.v.m. klonen Als u een patroon uit een gekloonde groep opnieuw opneemt of er wijzigingen in aanbrengt, dan is het mogelijk dat u de volgende waarschuwing te zien krijgt: 6.7 Length-pagina s Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F2] (Lengt) [PAGE] (kies de Or/Va, In/Ed of Fo/Fv-pagina) Dit betekent dat u op het punt staat de uniformiteit van een reeks klonen te doorbreken. Deze pagina krijgt u dus enkel te zien wanneer u na het klonen van een aantal patronen bijvoorbeeld het M/Bsc/Or (of Or-M-Bsc) patroon opnieuw wilt opnemen of er wijzigingen in wilt aanbrengen. De G-600 weet welke sporen klonen zijn en waarschuwt u dat u op het punt staat om wijzigingen aan te brengen die niet in de gekloonde patronen zullen opduiken. De namen van deze gekloonde patronen verschijnen in twee vensters (één voor Original en één voor Variation). Dit levert u de vrijheid op om enkel het geselecteerde patroon te wijzigen (en de klonen ongemoeid te laten) of om de wijziging in alle gekloonde patronen door te voeren: Druk op Part Select [M.DRUMS] (Single) als u enkel het geselecteerde patroon wilt editen, zonder aan de klonen te raken. Druk op Part Select [M.BASS] (All) als de klonen de wijzigingen in het geselecteerde patroon moeten volgen. Druk op Part Select [LOWER] (Abort) als u deze pagina wilt verlaten zonder iets te wijzigen. Met de Length-functie kunt u zowel vóór als na de opname de lengte (het aantal maten, tellen en tikken) wijzigen. Opmerking: Data die u hebt gewist kunt u niet meer terughalen, dus denkt u beter even goed na voordat u de Lengthfunctie gebruikt. Laten we even kijken welke informatie u op deze pagina s krijgt aangeboden: Modes van het Basicen Advanced-niveau Keuze van een patroon Intro/Ending-kolom Lengte (maten, CPT) Keuze van alle patronen Track (1ADR~8AC6, All) Hiermee kiest u het spoor waarvan u de lengte wilt wijzigen. Als de lengte niet voor alle sporen gelijk hoeft te zijn, gebruik dan gehele veelvouden of delen van de andere sporen (bv. 4 maten, terwijl de andere sporen 8 maten lang zijn). De reden? Zoals u weet, worden deze patronen in een lus weergegeven, en een lus van drie maten werkt nu eenmaal niet zo goed voor een spoor van 8 maten. 135

136 G-600 Handleiding Referentie [F1] Share Druk op [F1] om alle patronen te selecteren. Op die manier bent u zeker dat alle klonen gelijk zijn aan het origineel. [F2] Singl Druk op [F2] als u slechts één patroon van een gekloonde groep wilt selecteren. De G-600 vraagt u om bevestiging als u de lengte één patroon uit een gekloonde groep wilt wijzigen (zie Opmerkingen i.v.m. klonen op blz. 135). [F3] Mark* Als u verschillende (maar niet alle) patronen wilt selecteren, moet u ze eerste markeren. Ga met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen naar het eerste patroon dat u wilt selecteren en druk op [F3]. Kies daarna het volgende patroon en druk nogmaals op [F3] enz. All Met All ([UPPER/VARIATION] -knoppen) kiest u alle patronen op de afgebeelde display-pagina (dus alle Original/Variation, Intro/Ending of Fill-In To Original/To Variation patronen). Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om de nieuwe lengtewaarde toe te passen op alle patronen op deze pagina. 6.8 TSign-pagina (maatsoort) Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F3] (Tsign) [F1] (View) of [F2] (Chnge) [F4] Rec Door op deze knop te drukken keert u terug naar het UsrStl\Rec-niveau (zie blz. 130). [F5] Exit Hiermee keert u terug naar de Master-pagina. Select De Select-functie is toegewezen aan de [ACCOMP/ GROUP] -knoppen. Hiermee plaatst u de cursor op het patroon waarvan u de lengte wilt wijzigen. Bar Met de [BASS/BANK] -knoppen kunt u de lengte van de geselecteerde patronen wijzigen in stappen van één maat. Op die manier kunt u een spoor ook langer maken, door een Bar-waarde te specifiëren die verder gaat dan het huidige einde van het spoor. CPT Ook hiermee wijzigt u ook de lengte, maar dan in kleinere stapjes. In de meeste gevallen zult u waarschijnlijk werken met veelvouden van kwartnoten (een kwartnoot= 120CPT), omdat 120CPT gelijk is aan één tel van een X/4-maat (1/4, 2/4, 3/4, 4/4 enz.). Tussenwaarden kunt u echter ook kiezen, maar of een patroon met een lengte van x-maten-en-ietsmeer functioneel te gebruiken valt is nog maar de vraag Op deze pagina kunt u de maatsoort van bepaalde patronen bekijken en wijzigen. Zoals u op de Viewpagina (zie hieronder) zult merken, moet de maatsoort van de majeur- (M), mineur - (m) en septiempatronen (7) steeds identiek zijn. Dat is een ingebouwde veiligheid, die voorkomt dat u plots naar een andere maatsoort overschakelt wanneer u een majeur, mineur of dominant akkoord speelt in het akkoordherkenningsgebied van het klavier. Value (maatsoort) Met deze parmeter specifieert u de maatsoort van het geselecteerde patroon (Division, zie hieronder). De meest frequente maatsoorten zijn 2/4, 3/4, 4/4, 6/8 en 12/8. Minder voor de hand liggende keuzes (bijvoorbeeld 7/4, 13/8 enz.) zijn ook mogelijk. Opmerking: Als u de maatsoort wijzigt van een reeds opgenomen patroon, dan worden alle noten en overige events verschoven naar tijdsposities die in de nieuwe maatsoort passen. Hierdoor kunnen er onvolledige maten ontstaan. Geen van de bestaande data worden echter gewist. Division (Basc/Adv, Basic, Advanced; Or, Var) Met de [ACCOMP/GROUP] en [BASS/BANK] -knoppen kunt u het patroon/de patronen selecteren die u wilt editen. De keuze die u maakt geldt steeds voor zowel de majeur-, mineur- als septiem-mode. 136

137 User Style-mode Track Copy Style Met deze parameter kiest u de User Style waarvan u de maatsoort wilt aanpassen. [F1] View Druk op [F1] als u de maatsoorten van de verschillende patronen wilt bekijken. Track (1ADR~8AC6) Hiermee kiest u het spoor waarvan u de data wilt kopiëren. Vergeet niet de juiste Style te kiezen (als dat nog niet is gebeurd). Nogmaals: u kunt telkens maar één spoor selecteren. Mode Hiermee specifieert u één derde van het adres van het te kopiëren patroon: Maj (majeur), min (mineur) of 7 (septiem). Type Hiermee specifieert u het type patroon: Bsc (Basic) of Adv (Advanced). [F2] Chnge Druk op [F2] om naar de pagina te gaan waar u de maatsoorten kunt wijzigen (op de eerste pagina hierboven kunt u de maatsoorten enkel bekijken). [F4] Rec Door op deze knop te drukken keert u terug naar het UsrStl\Rec-niveau (zie blz. 130). Execute Druk op Part Select [UPPER1] om de nieuwe maatsoort toe te passen op alle patronen op deze pagina. 6.9 Track Copy User Stl\Copy\From 1-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [SHIFT]+[F1] (Copy) [PAGE] (kies From 1) Division Met deze parameter kiest u de divisie die u wilt kopiëren: Or (Original) of Var (Variation). Style (A11~B88, U1~U8) Hiermee kiest u de ROM- of User Style die het te kopiëren patroon bevat. De naam van de geselecteerde Style verschijnt in de tweede regel van het display. Listen Druk op Part Select [UPPER1] om het geselecteerde patroon te beluisteren. Listen geeft steeds het volledige patroon weer. User Stl\Copy\From 2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [SHIFT]+[F1] (Copy) [PAGE] (kies From 2) Met de Track Copy-functie kunt u sporen van een Style-patroon (A11~B88, U1~U8) kopiëren naar het geselecteerde User Style-patroon. U kunt slechts één spoor tegelijk kopiëren (vandaar dat deze functie Track Copy heet). Zie User Style laden/rom Style kopiëren op blz. 165 als u volledige Style-patronen van diskette of uit het interne ROM Style-geheugen wilt kopiëren. From/To Met de [DRUMS/PART] -knoppen kiest u tussen de From- en To-velden. From specifieert het begin van het fragment dat u wilt bewerken, To het einde. Deze punten worden uitgedrukt in het Bar- Beat-CPT (maten-tellen-tikken) formaat (zie volgende parameters). Controleer steeds of u zich in de juiste regel bevindt (From of To) voordat u de onderstaande parameters instelt. 137

138 G-600 Handleiding Referentie Bar (1~9999) Hiermee specifieert u de maat. De standaarkeuze voor From en To is respectievelijk het begin en het einde van het geselecteerde spoor. Bij de To waarde is dat steeds het einde van het langste spoor. Beat (1~[aantal tellen per maat]) Hiermee specifieert u de tel. Het aantal selecteerbare tellen hangt uiteraard af van de maatsoort van het geselecteerde patroon. CPT Hiermee specifieert u de CPT-positie. Laat deze parameter op de standaardwaarde staan, tenzij u niet alle noten van de laatste maat wilt selecteren. Mode (Replace, Merge) Hiermee kiest u de kopieermode: Kopieermode Replace Mix Verklaring De data in het geselecteerde bereik worden gekopieerd naar het bestemmingsspoor en overschrijven eventueel aanwezige data in het bestemmingsgedeelte van dat spoor. De data in het geselecteerde bereik worden toegevoegd aan de aanwezige data op de plaats van bestemming. In beide gevallen wordt de lengte van het bestemmings-spoor eventueel aangepast om plaats te maken voor de te kopiëren data. Met andere woorden: het is best mogelijk dat het bestemmings-spoor na het kopiëren langer is. Vandaar deze Opmerking: Als het User Style-geheugen waarnaar u wilt kopiëren reeds data bevat, moet u deze opslaan voordat u de kopie maakt. De G-600 heeft namelijk geen Undo -functie, waarmee u de laatst aangebrachte wijzigingen ongedaan kunt maken. Door een kopie op diskette te zetten voordat u een bepaalde handeling uitvoert, houdt u steeds een vorige versie ter beschikking. User Stl\Copy\To 1-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [SHIFT]+[F1] (Copy) [PAGE] (kies To 1) Op deze pagina kunt u het adres kiezen waarnaar het geselecteerde patroon moet worden gekopieerd. Houd daarbij rekening met de volgende beperkingen: 1) 1ADR-patronen kunt u enkel kopiëren naar 1ADRsporen. 2) 2ABS-patronen kunt u enkel kopiëren naar 2ABSsporen. 3) Een AC-spoor (bv. 3AC1~8AC6) kunt u kopiëren naar gelijk welk AC-spoor, maar nooit naar een 1ADR- of 2ABS-spoor. 4) Loop-patronen kunt u niet kopiëren naar eenmalige patronen. 5) Intro s kunt u enkel kopiëren naar Intro s, Endings enkel naar Endings, Fill-In s enkel naar Fill-In s. 6) Als u voor de kopieerbestemming een verboden spoor of divisie hebt geselecteerd, kiest de G-600 automatisch de overeenkomstige bron. Bijvoorbeeld: u wilt een 1ADR-spoor kopiëren en kiest daarvoor het 3AC1-spoor als bestemming. De G-600 kiest dan automatisch 3AC1 als het te kopiëren spoor. Track, Mode, Type, Division Zie blz. 137 voor meer details. Style (U1~U8) Hiermee kiest u het User Style-geheugen waar de kopie terechtkomt. Buiten User Style-geheugens kunt u hier niets kiezen. Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om de geselecteerde data te kopiëren, tenminste als u slechts één kopie wilt maken. Zoniet moet u naar de volgende displaypagina gaan. Listen Druk op Part Select [UPPER1] om het patroon dat u gaat overschrijven te beluisteren. Listen geeft steeds het volledige patroon weer. 138

139 User Style-mode User Style Edit mode User Stl\Copy\To 2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [SHIFT]+[F1] (Copy) [PAGE] (kies To 2) Op deze pagina kunt u de Into-positie instellen. Dit is de Bar-, Beat- en CPT-waarde waar de eerste data van het te kopiëren patroon terecht zullen komen. Parameter Revrb Chrus PChng PBend NRPN Betekenis Enkel Reverb Send-commando s (CC91). Enkel Chorus Send-commando s (CC93). Enkel programmakeuze-commando s. Het Pitch Bend-bereik (de Pitch Bendwaarde die u aanstuurt door de Benderhendel volledig naar links of naar rechts te buigen. Niet-geregistreerde parameternummers (zie blz. 155). Bar, Beat, CPT Zie blz. 138 voor meer details. Times (1~ 99) Hiermee kiest u het aantal kopies dat u wilt maken. De waarde 3 betekent dat er drie opeenvolgende kopies worden gemaakt, waarbij de tweede onmiddellijk volgt op de eerste, enz. Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om de geselecteerde data te kopiëren User Style Edit mode Op de meeste display-pagina s van de User Style Edit-mode vindt u een functie, waarmee u terug kunt springen naar de eerste User Style\Recpagina. Gebruik deze functie als u na het editen van een spoor (of alle sporen) onmiddellijk nieuw materiaal wilt opnemen. Voordat we de verschillende User Style Edit-functies bespreken, willen we u nog even hieraan herinneren: voor bepaalde functies kunt u het data-type kiezen dat u wilt editen. U beschikt in die gevallen over de volgende opties (we spreken in het vervolg van data-types): Parameter All Note Modul PanPt Betekenis Alle editeerbare parameters die hieronder aan bod komen. Enkel nootcommando s. Enkel modulatiecommando s (CC1). Enkel pan (Panpot, CC10) commando s. Edit\Erase\1-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [F1] (Erase); [PAGE] (kies pagina 1) Met Track Erase kunt u de data wissen van een deel van een spoor of van een volledig spoor. In de Allmode plaatst de Erase-functie in de plaats van de data die u wist het equivalente aantal lege maten. Wilt u ook de maten zelf wissen, gebruik dan Track Delete (zie blz. 141). Track (1ADR~8AC6, All) Hiermee kiest u het spoor dat u wilt bewerken. Vergeet niet de juiste Style te kiezen (als dat nog niet is gebeurd). Kiest u All, dan wordt de bewerking op alle sporen van het geselecteerde patroon uitgevoerd. Mode Hiermee specifieert u één derde van het adres van het te bewerken patroon: Maj (majeur), min (mineur) of 7 (septiem). Type Hiermee specifieert u het type patroon: Bsc (Basic) of Adv (Advanced). Division Met deze parameter kiest u de divisie die u wilt kopiëren: Or (Original) of Var (Variation). Expre Enkel Expression-commando s (CC11). 139

140 G-600 Handleiding Referentie Style (U1~U8) Hiermee kiest u de User Style die het te bewerken patroon bevat. De naam van de geselecteerde Style verschijnt in de tweede regel van het display. Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om de geselecteerde data te bewerken. Hieronder vindt u nog een aantal parameters waarmee u de selectie kunt verfijnen. Wilt u echter sowieso het volledige patroon bewerken, dan mag u nu meteen op Part Select [M.DRUMS] drukken om de bewerking uit te voeren. Edit\Erase\2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [F1] (Erase); [PAGE] (kies pagina 2) niet het geval is. Kortom: als u slechts één event wilt bewerken, dan opteert u beter voor de Microscopemode (zie blz. 148). Data Type Hiermee kiest u de data die u wilt bewerken. In de tabel op blz. 139 vindt u een overzicht van de types die u kunt kiezen. Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om de geselecteerde data nu te bewerken. Hieronder vindt u nog een aantal parameters waarmee u de selectie kunt verfijnen. Wilt u echter sowieso het volledige patroon bewerken, dan mag u nu meteen op Part Select [M.DRUMS] drukken om de bewerking uit te voeren. Edit\Erase\3-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [F1] (Erase); [PAGE] (kies pagina 3) From/To Met de [DRUMS/PART] -knoppen kiest u tussen de From- en To-velden. From specifieert het begin van het fragment dat u wilt bewerken, To het einde. Deze punten worden uitgedrukt in het Bar- Beat-CPT (maten-tellen-tikken) formaat (zie volgende parameters). Controleer steeds of u zich in de juiste regel bevindt (From of To) voordat u de onderstaande parameters instelt. Bar (1~9999) Hiermee specifieert u de maat. De standaarkeuze voor From en To zijn respectievelijk het begin en het einde van het geselecteerde spoor. Bij de To-waarde is dat steeds het einde van het langste spoor. Beat (1~[aantal tellen per maat]) Hiermee specifieert u de tel. Het aantal selecteerbare tellen hangt uiteraard af van de maatsoort van het geselecteerde patroon. CPT Hiermee specifieert u de CPT-positie. Laat deze parameter op de standaardwaarde staan, tenzij u niet alle noten van de laatste tel wilt selecteren. Vergeet ook niet dat er nog de Micro-mode is, waarin u de data event-per-event kunt editen. Het werkt bovendien preciezer omdat u de events kunt zien, wat hier De parameters op deze pagina hoeft u enkel in te stellen als u hierbovenhet datatype Note hebt gekozen. From Note (C-1~G9) Hiermee specifieert u de ondergrens van het nootbereik dat u wilt bewerken (binnen het met From/To op de tweede Edit/Erase-pagina gekozen fragment). Wilt u slechts één noot editen, stel dan dezelfde waarde in voor From Note en To Note. Opmerking: Als u Octave=Multiple instelt, dan hoeft u zich niets aan te trekken van het octaaf dat u bij de From Note/To Note-waarden specifieert. Kiest u bijvoorbeeld C-1~G-1, dan wordt het bereik C~G in alle octaven bewerkt. Opmerking: De instellingen in de bovenstaande afbeelding (37 C#4) zijn slechts voorbeelden. De juiste nootnaam voor 37 is uiteraard C#2. To Note (C-1~G9) Hiermee specifieert u de bovenlimiet van het nootbereik dat u wilt bewerken (binnen het met From/To op de tweede Edit/Erase-pagina gekozen fragment). Wilt u slechts één noot editen, stel dan dezelfde waarde in voor From Note en To Note. Zie ook de twee opmerkingen onder From Note (C-1~G9). 140

141 User Style-mode User Style Edit mode Octave (Multiple, Single) Als u het geselecteerde nootbereik in alle octaven wilt bewerken, kies dan Multiple. Wilt u de bewerking enkel op de geselecteerde noten uitvoeren, stel deze parameter dan in op Single. Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om uw instellingen te bevestigen en de data te bewerken. Edit\Dlete\1-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [F2] (Dlete); [PAGE] (kies pagina 1) Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om de geselecteerde data nu te bewerken. Hieronder vindt u nog een aantal parameters waarmee u de selectie kunt verfijnen. Wilt u echter sowieso het volledige patroon bewerken, dan mag u nu meteen op Part Select [M.DRUMS] drukken om de bewerking uit te voeren. Edit\Dlete\2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [F2] (Dlete) [PAGE] (kies pagina 2) In tegenstelling tot Track Erase wist Track Delete ook de maten zelf. Alle maten achter de To-positie worden naar het begin van het spoor verschoven. Aangezien Delete alles wist kunt u ook niet kiezen welk data-type u wilt bewerken. Track (1ADR~8AC6, All) Hiermee kiest u het spoor dat u wilt bewerken. Vergeet niet de juiste Style te kiezen (als dat nog niet is gebeurd). Kiest u All, dan wordt de bewerking op alle sporen van het geselecteerde patroon uitgevoerd. Mode Hiermee specifieert u één derde van het adres van het te bewerken patroon: Maj (majeur), min (mineur) of 7 (septiem). Type Hiermee specifieert u het type patroon: Bsc (Basic) of Adv (Advanced). Division Met deze parameter kiest u de divisie die u wilt kopiëren: Or (Original) of Var (Variation). Style (U1~U8) Hiermee kiest u de User Style die het te bewerken patroon bevat. De naam van de geselecteerde Style verschijnt in de tweede regel van het display. From/To Zie blz Bar (1~9999) Zie blz Beat (1~[aantal tellen per maat]) Hiermee specifieert u de tel. Het aantal selecteerbare tellen hangt uiteraard af van de maatsoort van het geselecteerde patroon. CPT Zie blz Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om uw instellingen te bevestigen en de data te bewerken. Edit\Insrt\1-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [F3] (Insrt); [PAGE] (kies pagina 1) Met de Insert-functie voegt u lege ruimtes in bij een bestaand patroon. Alle data die zich bevinden achter het punt dat door de For-parameter wordt berekend 141

142 G-600 Handleiding Referentie worden verder naar het einde van het patroon verschoven, waardoor het patroon dus langer wordt. U kunt hier enkel lege maten invoeren. Track (1ADR~8AC6, All) Zie blz Mode Zie blz Type Hiermee specifieert u het type patroon: Bsc (Basic) of Adv (Advanced). Division Met deze parameter kiest u de divisie die u wilt kopiëren: Or (Original) of Var (Variation). Style (U1~U8) Zie blz Execute Zie blz Opmerking: In de Microscope mode vindt u ook een Insertfunctie (zie blz. 150). Deze biedt de mogelijkheid om events toe te voegen zonder de daaropvolgende events op te schuiven. Wilt u die data wél opschuiven, dan moet u dus van Track Insert gebruik maken. Bar (1~9999) Zie blz Beat (1~[aantal tellen per maat]) Zie blz CPT Zie blz Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om uw instellingen te bevestigen en de gewenste lege ruimte in te voeren. Edit\Trnsp\1-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [F4] (Trnsp) [PAGE] (kies pagina 1) Edit\Insrt\2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [F3] (Insrt); [PAGE] (kies pagina 2) From/For Met de [DRUMS/PART] -knoppen kiest u tussen de From- en For-regel. From specifieert het begin van het fragment dat u wilt bewerken. For specifieert hoeveel maten, tellen en tikken er worden ingevoegd. Het werkt dus iets anders dan de From/To parameters bij de overige functies. Track Insert werkt ongeveer zoals Length (zie blz. 135), met één belangrijk verschil: daar waar Length enkel maten, tellen en tikken kan toevoegen aan het einde van een patroon, kunt u met Track Insert ook plaats maken in het midden van een patroon. (Uiteraard kan Length ook iets wat Track Insert niet kan, namelijk patronen korter maken.) Track Transpose transponeert de noten van het geselecteerde patroon (niet-nootdata kunt u uiteraard niet transponeren). Kijk uit: deze functie zorgt niet voor een automatische aanpassing van de Key-waarde (zie blz. 132) zelfs niet wanneer u een volledig spoor transponeert. We raden u daarom aan deze functie enkel voor Intro s of Endings te gebruiken, bijvoorbeeld om een moeilijk Intro-fragment dat u naar een andere maat hebt gekopieerd (met de Track Copy-functie, blz. 137) te transponeren. Dan hoeft u het riffje namelijk geen tweede keer te spelen. Met andere woorden: transponeer nooit een volledig patroon, want dat leidt tot veel verwarring in de Arranger-mode. Track (1ADR~8AC6, All) Hiermee kiest u het spoor dat u wilt bewerken. Vergeet niet de juiste Style te kiezen (als dat nog niet is gebeurd). Kiest u All, dan wordt de bewerking op alle sporen van het geselecteerde patroon uitgevoerd. Gecombineerd met de From Note- en To Notewaarden (zie hieronder) kan Track Transpose ook nuttige diensten bewijzen voor het 1ADR-spoor. U 142

143 User Style-mode User Style Edit mode kunt er bijvoorbeeld een andere Snare drum of basdrum mee kiezen. De meeste Drum Sets bevatten twee Snares, een die aan nootnummer 38 (D2) en een tweede die aan nootnummer 40 (E2) is toegewezen. Door From Note= 38 (D2), To Note= 38 (D2) te kiezen en de Value-parameter op +2 in te stellen kunt u van de D2 Snare een E2 Snare maken. Mode Zie blz Type Hiermee specifieert u het type patroon: Bsc (Basic) of Adv (Advanced). Division Met deze parameter kiest u de divisie die u wilt kopiëren: Or (Original) of Var (Variation). Style (U1~U8) Zie blz Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om de geselecteerde data te bewerken. Hieronder vindt u nog een aantal parameters waarmee u de selectie kunt verfijnen. Wilt u echter sowieso het volledige patroon bewerken, dan mag u nu meteen op Part Select [M.DRUMS] drukken om de bewerking uit te voeren. Beat (1~[aantal tellen per maat]) Hiermee specifieert u de tel. Het aantal selecteerbare tellen hangt uiteraard af van de maatsoort van het geselecteerde patroon. CPT Zie blz Value ( 24~+24) Hiermee kiest u het transpositie-interval, in stappen van een halve toon. Om van C naar D te transponeren moet u dus +2 instellen. Opmerking: Kijk uit wanneer u de 1ADR Part transponeert. Dat levert namelijk een drumpartij met volledig andere klanken op. Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om de geselecteerde data nu te bewerken. Hieronder vindt u nog een aantal parameters waarmee u de selectie kunt verfijnen. Wilt u echter sowieso alle noten bewerken, dan mag u nu meteen op Part Select [M.DRUMS] drukken om de bewerking uit te voeren. Edit\Trnsp\3-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [F4] (Trnsp); [PAGE] (kies pagina 3) Edit\Trnsp\2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [F4] (Trnsp); [PAGE] (kies pagina 2) From Note (C-1~G9) Zie blz To Note (C-1~G9) Zie blz From/To Zie blz Bar (1~9999) Zie blz Octave (Multiple, Single) Zie blz Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om uw instellingen te bevestigen en de data te bewerken. 143

144 G-600 Handleiding Referentie Edit\Velo\1-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [SHIFT]+[F1] (Velo); [PAGE] (kies pagina 1) Edit\Velo\2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [SHIFT]+[F1] (Velo); [PAGE] (kies pagina 2) Met de Velocity Change-functie kunt u de dynamiek (in feite de aanslagwaarden) van een spoor of een deel daaruit wijzigen. Als u de aanslagwaarden verhoogt, klinken de noten luider en helderder. Kiest u lagere aanslagwaarden, dan gebeurt het omgekeerde. De wijziging gebeurt steeds proportioneel: From/To Zie blz Bar (1~9999) Zie blz Beat (1~[aantal tellen per maat]) Hiermee specifieert u de tel. Het aantal selecteerbare tellen hangt uiteraard af van de maatsoort van het geselecteerde patroon. E3 89 C3 48 C3 D E3 87 C3 96 Originele aanslagwaarden 127 C3 D3 70 Aanslagwaarden +20 C3 D3 E3 C3 C3 D3 E3 C Verandert niet ("127" is het maximum) CPT Zie blz Track (1ADR~8AC6, All) Zie blz Mode Zie blz Type Hiermee specifieert u het type patroon: Bsc (Basic) of Adv (Advanced). Division Met deze parameter kiest u de divisie die u wilt kopiëren: Or (Original) of Var (Variation). Style (U1~U8) Zie blz Execute Zie blz Value (-99~+99) Hiermee kiest de waarde waarmee de aanslagwaarden worden vermeerderd (positieve waarde) of verminderd (negatieve waarde). De Value-parameter kan vooral handig van pas komen bij klanken die op basis van aanslagwaarden tussen twee Tones heen- en weerschakelen (dat is bijvoorbeeld het geval bij de meeste orgelklanken in de G-600): door de aanslagwaarde lichtjes te verhogen of te verlagen kunt u alle noten naar de andere klank verschuiven. Opmerking: Waarden beneden 1 en boven 127 zijn niet mogelijk. 0 is niet mogelijk omdat die waarde wordt gebruikt om het einde van een noot aan te geven (noot-uit). Aan de andere kant van de schaal is 127 de hoogste aanslagwaarde die de MIDI-standaard kan verwerken. Bijvoorbeeld: met een aanslagwaarde van 127 gebeurt niets als u een Value van +70 specifieert. Zo n hoge waarde heeft echter wel tot gevolg dat de meeste noten aan 127 worden weergegeven, en dat was waarschijnlijk niet de bedoeling. Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om de geselecteerde data nu te bewerken. Hieronder vindt u nog een aantal parameters waarmee u de selectie kunt verfijnen. Wilt u echter sowieso alle noten bewerken, dan mag u nu meteen op Part Select [M.DRUMS] drukken om de bewerking uit te voeren. 144

145 User Style-mode User Style Edit mode Edit\Velo\3-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [SHIFT]+[F1] (Velo); [PAGE] (kies pagina 3) Edit\Quant\2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [SHIFT]+[F2] (Quant); [PAGE] (kies pagina 2) From Note (C-1~G9) Zie blz To Note (C-1~G9) Zie blz Octave (Multiple, Single) Zie blz Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om uw instellingen te bevestigen en de data te bewerken. Edit\Quant\1-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [SHIFT]+[F2] (Quant); [PAGE] (kies pagina 1) From, To, Bar, Beat, CPT, Execute Zie blz. 137 ff. Voor meer details over deze parameters. Value Met deze parameter kiest u de resolutie van de Quantize-functie. Dit zijn de beschikbare opties: 1/8 Achtste noot 1/8t Achtste noot triool (1/12) 1/16 Zestiende noot 1/16t Zestiende noot triool (1/24) 1/32 Tweeëndertigste noot 1/32t Tweeëndertigste noot triool (1/48) 1/64 Vierenzestigste noot Opmerking: Kies steeds de waarde die gelijk is aan de kortste noot die u hebt opgenomen. Als u dit verzuimt, zal uw muziek na bewerking misschien onherkenbaar klinken. Met de Track Quantize-functie kunt u de timing van noten in een bestaande opname corrigeren. Ook hierbij kunt u de From/To-parameters op de tweede pagina gebruiken om het quantiseren te beperken tot een bepaalde reeks noten. Quantiseren doet u best met mate, anders levert het al snel onnatuurlijk klinkende partijen op. Quantiseren na de opname heeft het voordeel dat u de functie perfect kunt doseren. Wilt u echter liever reeds tijdens de opname quantiseren, dan kan dat ook, met de (Quantize) Value-parameter op blz Track, Mode, Type, Division, Style, Execute Zie blz. 137 ff. voor meer details over deze parameters. Edit\GateT\1-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [SHIFT]+[F3] (GateT); [PAGE] (kies pagina 1) Met de Gate Time Change-functie kunt u de duur van de noten in het geselecteerde From/To-bereik wijzigen. We raden u aan deze functie enkel te gebruiken om noten te verkorten die te lang klinken als gevolg van de Tone die u voor het betreffende spoor hebt geselecteerd. Op deze twee pagina s kunt u namelijk de duur van de noten niet bekijken. Bovendien is het riskant om de data en bloc te wijzigen. Om de duur van individuele noten te wijzigen gebruikt u beter de Change -functie (zie blz. 148). 145

146 G-600 Handleiding Referentie Track Gate Time Change werkt zoals gezegd goed als u noten met een lange uitsterftijd wat korter wilt maken om te voorkomen dat ze door elkaar klinken. Track, Mode, Type, Division, Style, Execute Zie blz. 137 ff. voor meer details over deze parameters. Edit\GateT\2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [SHIFT]+[F3] (GateT); [PAGE] (kies pagina 2) zijn om de noten wat vroeger te laten starten. Door de trage aanzweltijd lijken noten die op hun mathematisch correcte positie starten immers te laat te komen. Deze techniek wordt in popmuziek vaak gebruikt om strijkersarpeggio s van 16de noten op de tijd te plaatsen. Door een noot iets vroeger te laten beginnen (bijvoorbeeld op in plaats van 2-1-0) komt de volumepiek op het begin van de volgende tel terecht: Attack van de Tone die u voor de opname gebruikt. Timing klopt Attack van de nieuw gekozen Tone. Timing klopt niet meer. Door te noten te verschuiven (Value 10) klopt de timing opnieuw. From, To, Bar, Beat, CPT, Execute Zie blz. 137 ff. voor meer details over deze parameters. Value (-9999~+9999) Hiermee bepaalt u in welke mate u de geselecteerde noten wilt verkorten of verlengen. De kleinst mogelijk Gate Time waarde is 1 (deze waarde wordt trouwens steeds gebruikt voor alle noten van het 1ADR-spoor). Als u 1000 kiest voor een noot waarvan Gate Time reeds 1 is, dan verandert u dus niets. De waarde 0 is niet mogelijk, omdat u daarmee de noten zou wissen, en daarvoor dient tenslotte de Track Erase-functie (zie blz. 139). Edit\Shift\1-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [SHIFT]+[F4] (Shift); [PAGE] (kies pagina 1) 2) De timing corrigeren van noten die u via MIDI hebt opgenomen, zonder ze daarom te quantiseren. We hebben in deel 1 gezien hoe u sequences enz. kunt gebruiken als uitgangsmateriaal voor nieuwe User Styles. Als u dat uitgangsmateriaal opneemt via MIDI kan er een kleine tijdsvertraging ontstaan (bv. zo n 5 CPT). Blijkt die hoorbaar, dan kunt u met Track Shift alle noten naar links verschuiven (kies 5 ). Op die manier corrigeert u de timing zonder het gevoel uit een partij te halen door ze strak te quantiseren. Opmerking: Om erachter te komen welke Shift-waarde u moet gebruiken kunt u best even het betreffende spoor in de Microscope-mode (zie blz. 148) bekijken. Start de eerste noot van een spoor bijvoorbeeld op 1-1-6, kies dan de Track Shiftwaarde 6. Zorg wel dat u voor alle sporen dezelfde Shiftwaarde kiest, anders verstoort u de timing van het origineel! Track, Mode, Type, Division, Style, Exexute Zie blz. 137 ff. voor meer details over deze parameters. Met de Track Shift-functie kunt u positie van de noten binnen het geselecteerde From/To-bereik verschuiven. Daarmee kunt u twee dingen doen: 1) Noten met een trage attack op de tijd plaatsen. Als u een Tone aan een spoor toewijst met een Attack die beduidend langer is dan de attack van de Tone waarmee u dat spoor had opgenomen, kan het nodig 146

147 User Style-mode User Style Edit mode Edit\Shift\2-pagina Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Edit) [SHIFT]+[F4] (Shift); [PAGE] (kies pagina 2) From, To, Bar, Beat, CPT, Execute Zie blz. 137 ff. voor meer details over deze parameters. Value (-9999~+9999) Hiermee bepaalt u hoeveel CPT-eenheden u de noten wilt verschuiven (1 CPT=1/120 ). Opmerking: U kunt geen noten vóór de eerste tel van de eerste maat plaatsen (u zou ze dan naar de maat 0 schuiven, en die bestaat niet). 147

148 G-600 Handleiding Referentie 7. User Style Microscopemode De User Style Microscope-mode lijkt op de Microscope-mode van de sequencers uit de Roland MCserie. Zoals de naam reeds aangeeft, kunt u in deze mode met microscopische precisie ingrijpen in opgenomen data. Vandaar dat deze mode zich vooral leent om kleine foutjes binnen een voor de rest uitstekende User Style (of gekopieerde ROM-Style) te corrigeren. In de rest van dit hoofdstuk gebruiken we het woord event voor alle soorten MIDI-commando s die instructies geven aan de Arranger. Een event is dus een commando (of een instructie) voor de Arranger. U kunt slechts één spoor tegelijk bekijken en wijzigen (vandaar ook de naam Track Microscope Edit). Vergeet dus niet het juiste spoor/patroon te kiezen vóór u een Micro-functie aanspreekt. Proceed Druk op Part Select [M.DRUMS] om naar de Microscope Edit-pagina te gaan. Listen Met deze functie kunt u het geselecteerde spoor/ patroon beluisteren. Change Master-pagina: [F4] (UsrStl) [SHIFT]+[F2] (Micro) Part Select [M.DRUMS] (Proceed) [F1] (Chnge) 7.1 Track Microscope Edit Master-pagina: [F4] (UsrStl) [SHIFT]+[F2] (Micro) Op deze pagina vindt u de inmiddels vertrouwde selectiecriteria waarmee u het gewenste spoor en patroon kunt kiezen. Zoals hierboven werd gesteld, kunt u een patroon pas editen nadat u het hebt geselecteerd. U kunt nooit alle data van een patroon tegelijk bekijken. Naar deze pagina keert u steeds terug nadat u de geselecteerde Micro Edit-functie hebt verlaten. Track, Mode, Type, Division, Style, Exexute Zie blz. 137 ff. voor meer details over deze parameters. Op deze pagina wijzigt u bestaande events. Voorbeelden: van een C#2 een D2 maken, aanslagwaarde 35 opdrijven tot 70, of van controlenummer CC1 een controlenummer CC10 maken. Events kiezen: Bar-Beat-CPT In dit veld kunt u door de events stappen. U kunt enkel Bar-Beat-CPT posities kiezen die reeds data bevatten. U kunt met de [PAGE] -knoppen ook door de events stappen. Dat werkt stap voor stap u hoort iedere noot die voorbijkomt. Status-kolom In deze kolom vindt u alle commando s die u aan een event kunt toewijzen: Status CC1 PC CC6 Betekenis Modulatiedata Programmakeuze (meestal aan het begin van een patroon). Data Entry (nodig voor NRPN-commando s). PB CC10 Pitch Bend-commando Pan-commando 148

149 User Style Microscope-mode Track Microscope Edit Status CC91 CC11 CC93 CC0 CC98/ 99 CC32 Betekenis Effect 1 Send-volume (Reverb) Expressie (volume) Effect 1 Send-volume (Chorus) Bankkeuze (MSB) NRPN Bankkeuze (kiezen van Old of New). [PLAY] (Part Select [M.BASS]) Met de Play-functie kunt u het geselecteerde event beluisteren (als het tenminste een noot is). Op die manier kunt u bijvoorbeeld een gewijzigde aanslagwaarde beoordelen en ze desnoods opnieuw wijzigen tot het goed zit. U kunt nu een andere functie (Erase of Insert) kiezen in het menu of op [F4] drukken om terug te keren naar de eerste Microscope-pagina om daar een ander spoor/patroon te kiezen, of om helemaal terug te keren naar de Master-pagina. Zodra u de huidige pagina verlaat geeft het display aan dat uw wijzigingen worden verwerkt: Opmerking: NRPN-commando s zijn enkel van toepassing op de A.Drums Part (CC99= 24) en enkel voor de nootnummers (CC98=) 73, 38, 40, 41, 52, 56, 57, 65. In de tabel op blz. 134 kunt u lezen aanwelke drumklanken deze nootnummers zijn toegewezen. Opmerking: Ga niet op zoek naar CC64 (Hold of Sustain) events, want die zult u niet vinden. Zoals we in deel 1 hebben uitgelegd, wordt de informatie van het pedaal dat u op de SUSTAIN FOOTSWITCH hebt aangesloten vertaald naar de equivalente Gate Time-waarden. Om de lengte van noten die met het Hold-pedaal werden aangehouden te wijzigen moet u dus hun Gate Time te lijf gaan. Velo Laat u niet misleiden door de naam van deze kolom. U vindt hier de waarden van de overeenkomstige events in de Status-kolom. Daar horen uiteraard aanslagwaarden (Velocity) voor noten bij, maar ook waarden voor controlenummers, programmakeuzecommando s, Pitch Bend enz. Met de [LOWER/NUMBER] -knoppen kunt u de waarde van het geselecteerde event wijzigen. Gate Time Als u in deze kolom een waarde ziet, heeft die altijd betrekking op een noot-event. Hier wordt namelijk de duur (Gate Time) van de noten afgebeeld. Voor niet-noot events wordt die dus niet afgebeeld (dat is bijvoorbeeld het geval voor het PC-33 event in de illustratie hierboven). Opmerking: De Gate Time-waarde van drumnoten is steeds gelijk aan 1. Het gaat hier tenslotte om one-shot samples, die slechts even moeten worden aangestuurd en dan steeds volledig tot het einde worden weergegeven, ongeacht de Gate Time. Door een langere Gate Time voor drumnoten (1ADRspoor) te kiezen maakt u ze dus niet langer. Met andere woorden: u hoeft uw instellingen niet te bevestigen. Alle wijzigingen worden uitgevoerd zodra u terugkeert naar de eerste Microscope-pagina. (Dat betekent meteen dat er dan geen terugkeer zonder wijziging mogelijk is, opletten dus!) Erase Master-pagina: [F4] (UsrStl) [SHIFT]+[F2] (Micro) Part Select [M.DRUMS] (Proceed) [F2] (Erase) Met de Erase-functie kunt u ongewenste events wissen. De plaats waarop dat event zich bevindt blijft daarbij leeg achter, m.a.w. de daaropvolgende events worden niet naar voren geschoven. Events kiezen: Bar-Beat-CPT Hiermee kiest u het event dat u wilt wissen. Zie blz. 148 voor details. [PLAY] Zie hiernaast. Execute Het Erase-commando moet u bevestigen. Bent u zeker dat u het juiste event hebt gekozen, druk dan op deze knop om het te wissen. 149

150 G-600 Handleiding Referentie Insert Master-pagina: [F4] (UsrStl) [SHIFT]+[F2] (Micro) Part Select [M.DRUMS] (Proceed) [F3] (Insert) Proceed Nadat u de positie van het nieuwe event hebt gespecifieerd mag u op Part Select [UPPER1] drukken om naar de tweede Insert-pagina te gaan, waar u een functie (Status) en een waarde aan het nieuwe event kunt toewijzen: De Insert-functie dient om events toe te voegen in een bestaand spoor of om een spoor stap voor stap op te nemen. In deel 1 vindt u een voorbeeld vanstap-voor-stap opnemen met de Microscope Insertfunctie. De Insert-functie is verdeeld over twee pagina s: op de eerste kunt u een event toevoegen op de geselecteerde positie (door Bar, Beat en CPT te specifiëren), terwijl u op de tweede pagina de Status (noot, controlecommando enz.) van dat event kunt bepalen. Opmerking: Het is perfect mogelijk om een event in te voegen op een positie waar zich al een event bevindt. Op die manier kunt u bijvoorbeeld een ontbrekende noot bij een akkoord aanvullen. Let wel: voeg nooit twee controle-commando s met hetzelfde nummer (bv. Pan, CC10) en verschillende waarden in op dezelfde positie. Bar (1~9999) [DRUMS/PART] Hiermee specifieert u de maat waarop het event moet worden ingevoegd. Beat (1~[aantal tellen per maat]) Hiermee specifieert u de tel binnen de hierboven geselecteerde maat. Het aantal selecteerbare tellen hangt uiteraard af van de maatsoort van het geselecteerde patroon. CPT Hiermee specifieert u de CPT-waarde van het nieuwe event. Ziehier een tabel van de meest voorkomende noten en hun CPT-waarden: Noot CPT Noot CPT Bekijk even de bovenstaande illustratie: de streepjes in de Status, Value en Gate Time velden zijn geïnverteerd afgebeeld (terwijl dat op de vorige pagina enkel voor de positie het geval was). Hiermee geeft de G-600 aan dat hij wacht op uw instructies omtrent Status enz. Status Kies met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen de Status van het nieuwe event (noot, controle enz., zie de tabel op blz. 148). Wilt u een noot invoegen, dan kunt u ook op de overeenkomstige toets op het klavier van de G-600 drukken. In dat geval wordt meteen de aanslagwaarde die u gebruikt aan het gecreëerde event toegewezen. Wilt u die aanslagwaarde aanpassen, sla diezelfde klaviertoets dan nogmaals (zachter of harder) aan, of kies met de [BASS/ BANK] -knoppen de gewenste aanslagwaarde. Opmerking: U kunt niet meer dan één noot tegelijk invoeren. Als u een akkoord speelt, wordt enkel de laatste noot die u aanslaat ingevoerd. Data-1 Met deze functie kunt u enkel de nootnaam:nootnummer (bv. C#2:37) van noot-events instellen. Als u met de Status -knoppen een ander event kiest (zie hierboven), kunt u de [BASS/BANK] - knoppen niet gebruiken. Velo (Data-2) We hebben het hierboven reeds uitgelegd: de Velowaarde staat niet noodzakelijk voor een aanslagwaarde (Velocity). In deze kolom vindt u namelijk ook de waarden van de overeenkomstige controlecommando s e.d. in de andere kolom. Daarom heet de functie van de [LOWER/NUMBER] -knoppen Data-2 in plaats van Velo. Gate Time (Data-3) De Gate Time-waarde kunt u enkel instellen voor noot-events. Met deze waarde bepaalt u de duur van 150

151 User Style Microscope-mode Track Microscope Edit de nieuwe noot. Vergeet niet dat voor 1ADR nootevents de Gate Time-waarde 1 volstaat. Opmerking: Druk op [F3] om terug te keren naar de eerste Insert-pagina, als u daar nog iets wilt veranderen. Execute Druk op Part Select [M.DRUMS] om uw instellingen te bevestigen en ze toe te wijzen aan het event. Move Master-pagina: [F4] (UsrStl) [SHIFT]+[F2] (Micro) Part Select [M.DRUMS] (Proceed) [SHIFT]+[F1] (Move) Met de parameters op deze pagina specifieert u de nieuwe positie (Into) van het eerste event dat u op de vorige display-pagina hebt geselecteerd. Alle daaropvolgende events behouden hun relatieve afstand ten opzichte van het eerste event. Bar, Beat, CPT Met deze parameters specifieert u de positie waarnaar de geselecteerde events worden verplaatst. Ter informatie: de Move-functie wordt automatisch op Mix ingesteld, zodat u door het verplaatsen van events nooit reeds aanwezige events kunt overschrijven. Execute Druk op Part Select [UPPER1] om uw instellingen te bevestigen en de geselecteerde events naar hun nieuwe positie te verplaatsen. U zou nu op [F3] kunnen drukken om naar de Copy-functie te springen, of op [F4] om naar de Microscope-pagina te gaan. Met de Move-functie kunt u de geselecteerde events een andere plaats geven. Dat is dus ongeveer hetzelfde als de Track Shift-functie (zie blz. 146) doet, alleen werkt Move slechts op één of enkele events. From Kies met de [DRUMS/PART] -knoppen het eerste event dat u wilt verplaatsen. Is dat meteen het enige event dat u wilt verplaatsen, druk dan vervolgens op [PROCEED]. Zoniet, kies dan het laatste event dat u wilt verplaatsen: To Hiermee kiest u het laatste event dat u wilt verplaatsen. Met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen stapt u door de events. Het geselecteerde event wordt geïnverteerd afgebeeld. Proceed Nu u de reeks events die u wilt verplaatsen hebt geselecteerd moet u op Part Select [UPPER1] drukken om naar de tweede Move-pagina te gaan: Copy Master-pagina: [F4] (UsrStl) [SHIFT]+[F2] (Micro) Part Select [M.DRUMS] (Proceed) [SHIFT]+[F2] (Copy) Met de Copy-functie kunt u de geselecteerde events naar een andere positie verplaatsen. Dat is dus eigenlijk ook een vorm van verplaatsen, maar eentje waarbij het origineel op zijn plaats blijft. From, To Uitleg over deze parameters vindt u in de kolom hiernaast. Nadat u de te kopiëren events hebt geselecteerd drukt u op Part Select [UPPER1] (Proceed) om naar de tweede Copy-pagina te gaan: Kies met de [DRUMS/PART], [ACCOMP/GROUP] en [BASS/BANK] -knoppen de gewenste Intopositie (zoals u intussen wel weet is dat de plaats waarop het eerste event van de geselecteerde reeks terechtkomt. 151

152 G-600 Handleiding Referentie Let ook op het Copy Mix-melding in het functiemenu. Net als op de tweede Move-pagina wordt hiermee aangegeven dat de gekopieerde events geen events zullen wissen die eventueel op de bestemming reeds aanwezig zijn. 7.2 Style Name Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F3] (Name) Select, All, Mark Plaats de cursor met de [ACCOMP/GROUP] - knoppen op de User Style die u wilt wissen, of kies met de [UPPER/VARIATION] -knoppen de eerste vier Styles (1~4), de volgende vier Styles (5~ 8), of alle Styles. U kunt bijvoorbeeld ook de Styles 1, 5 en 8 kiezen. Om dat te doen moet u ze markeren: plaats de cursor op de eerste Style die u wilt markeren, druk op [F3] (Mark), plaats de cursor op de volgende Style, druk op [F3] enz. Nadat u de benodigde Style(s) hebt geselecteerd drukt u op Part Select [M.DRUMS] om ze te wissen. Het display reageert als volgt: Nadat u een User Style hebt geëdit wilt u er misschien een naam aan geven. Dat kunt u doen op de Style Name-pagina. Kies eerst het User Style-geheugen dat de Style bevat waarvan u de naam wilt wijzigen. Zoals steeds kiest u met de [ACCOMP/ GROUP] -knoppen de gewenste cursorpositie en voert u met de [BASS/BANK] -knoppen het gewenste karakter in. Eens de naam volledig is kunt u door op de Part Select [M.DRUMS]-knop te drukken naar de Save Disk-pagina springen om uw User Style op diskette op te slaan. Nog even ter herinnering: bij het uitschakelen van uw G-600 worden alle User Styles uit het interne geheugen gewist. Opslaan op diskette is dus de enige manier om zo n Style bij te houden. Zodra de Styles zijn gewist krijgt u dit te zien: U keert nu terug naar de eerste User Style\Rec-pagina. 7.3 User Style Delete Master-pagina: [F4] (UsrStl) [F4] (Delete) In tegenstelling tot Track Delete op blz. 141, waarmee u sporen wist, dient deze functie om (een) volledige User Style(s) te wissen. Hebt u een Style dus echt niet meer nodig, dan kunt u hem hier wissen. 152

153 MIDI-mode SMF, General MIDI en General Standard 8. MIDI-mode 8.1 SMF, General MIDI en General Standard Voordat we de MIDI-parameters van de G-600 van naderbij gaan bekijken willen we nog even het volgende kwijt: de G-600 is GM (General MIDI) en GS (General Standard) compatibel. Het voornaamste voordeel hiervan is dat u met de Recorder Standard MIDI Files kunt weergeven (en opnemen) die op alle andere GM/GS-compatibele instrumenten kunnen worden weergegeven. Dat lijkt u misschien niet zo spectaculair, maar vóór de komst van GS (en GM) leverde de weergave van sequences op verschillende instrumenten de meest uiteenlopende resultaten op, omdat geheugen A op instrument 1 bijvoorbeeld een synthesizertapijt bevatte, terwijl in datzelfde geheugen op instrument B een vleugelpiano zat. Standard MIDI Files Vroeger was het zelfs niet mogelijk om uw sequence in de sequencer van een ander merk te laden, omdat er toen evenveel data-formaten als fabrikanten van sequencers waren. In die toestand kwam verbetering toen een aantal fabrikanten de koppen bij elkaar staken om een universeel formaat te ontwerpen. Het Standard MIDI File-formaat kunt u in die zin vergelijken met het TXT-formaat voor tekstbestanden in de computerwereld: een eenvoudig formaat waar alle computers en programma s mee overweg kunnen. In tegenstelling tot het TXT-formaat is het Standard MIDI File-formaat (afgekort SMF) echter behoorlijk uitgebreid: zelfs System Exclusive (SysEx) commando s, zowat de meest complexe vorm van MIDI-data, blijven in een SMF bewaard. Hierdoor blijft het formaat (vergelijk dit met de layout van een tekst) van een sequence intact wanneer u hem naar SMF converteert. Het SMF-formaat is zodanig uitgebreid dat een aantal sequencers het merk-eigen data-formaat maar meteen helemaal achterwege laten de Recorder van de G-600 is zo n sequencer. Het feit dat een sequencer Standard MIDI Files kan lezen is ook een vereiste om met de twee volgende data-formaten om te kunnen. GM System m Het GM (General MIDI) systeem is een reeks aanbevelingen die de beperkingen van merkgebonden specificaties willen omzeilen, om op die manier de MIDI-mogelijkheden van elektronische klankbronnen te standaardiseren. Instrumenten en klankdata die compatibel zijn met de GM-standaard dragen het GM-logo. Song-data die dit logo dragen kunt u weergeven op gelijk welke GM-compatibele klankbron, het resultaat zal ruwweg hetzelfde klinken. GS-formaat g Het GS formaat is Rolands eigen set universele specificaties voor MIDI-klankbronnen. Song-data die het GS-logo dragen kunt u via gelijk welke GS-compatibele klankbron weergeven. De G-600 ondersteunt zowel GM als GS en kan dus songdata weergeven die één van deze logo s (of beide) dragen. Opmerking: Onder Compatibiliteit op blz. 108 geven we u een aantal tips waarmee u GM/GS-compatibiliteit van uw songs kunt waarborgen. 8.2 MIDI-commando s op de G-600 De manier waarop een instrument op MIDI-commando s reageert hangt af van de specificaties van dat instrument. Kan het ontvangende instrument de functie die door het MIDI-commando wordt gespecifieerd niet uitvoeren, dan zal de weergave niet klinken zoals u verwacht. In feite komt het hier op neer: er zijn verschillende niveaus van MIDI-compatibiliteit, en niet alle MIDI-compatibele instrumenten begrijpen alle MIDI-commando s. Opmerking: MIDI-commando s die moeten worden herkend om compatible te zijn met het GM systeem (niveau 1) worden aangeduid door een asterisk (*). Nootcommando s* Nootcommando s worden verzonden wanneer u op een MIDI-klavier speelt. Elk commando vertelt welke toets ingedrukt werd (nootnummer) en hoe hard deze aangeslagen werd (aanslag). Wanneer u de toets 153

154 G-600 Handleiding Referentie loslaat, wordt een gelijkaardig commando verzonden dat vertelt welke toets losgelaten werd. Nootnummer Noot-aan Noot-uit Aanslag Noten worden genummerd van 0~127, waarbij de middelste do (C4) op het klavier overeenkomt met nummer 60. Drumcomputers (en de Drum Part van de G-600) wijzen gewoonlijk aan elk nootnummer een aparte klank toe. Met andere woorden: het nootnummer bepaalt welk percussie-instrument te horen is. Opmerking: Op heel wat instrumenten (waaronder uw G-600) wordt een noot-aan commando met de aanslagwaarde 0 gebruikt om het einde van een noot aan te geven (de aanslagwaarde 0 fungeert hier dus eigenlijk als noot-uit commando). Pitch Bend commando s* De Pitch Bend commando s worden verzonden wanneer de Bender hendel bewogen wordt. Programmakeuze* Een waarde die aanduidt welke noot aangeslagen of losgelaten werd. Een waarde die vertelt dat een toets ingedrukt werd. Een waarde die vertelt dat een toets losgelaten werd. Een waarde die aanduidt hoe hard de noot aangeslagen werd. Programmakeuze-commando s kunnen door middel van de programmanummers 1~128 klanken kiezen. Op de G-600 kiest u met deze commando s Tones, Styles en Performance-geheugens. Door bankkeuzecommando s (een vorm van controlecommando s) te gebruiken kunt u nog meer geheugens kiezen. Bankkeuze werd toegevoegd aan het MIDI-protocol toen duidelijk werd dat de 128 programmanummers niet meer volstonden om alle klanken van een MIDI-instrument te kiezen. Opmerking: Vergeet niet dat u na een bankkeuzecommando steeds een programmakeuze-commando moet zenden. Met een bankkeuzecommando op zich kunt u namelijk geen klanken kiezen. Ziehier de juiste volgorde waarin u deze commando s moet zenden (let ook op de CPT-waarden): Bankkeuze CC0 + waarde Bankkeuze CC32 + waarde (0, 1 of 2) Programmakeuze Opmerking: Op de G-600 worden CC32-commando s gebruikt om de Tone-mode te kiezen: 0 (huidige Tonemode), 1 (Old, dus SC-55 klanken, Groepen C en D) en 2 (New, G-600 Tone-mode, Groepen A en B). Controlecommando s Controlecommando s (Control Change) maken het mogelijk om de muzikale partijen te verlevendigen met vibrato, Sustain, volumewijzigingen, stereobewegingen (panorama) en andere soorten modulatie van klankparameters. Controlecommando s bevatten een basisgetal dat hun functie aanduidt (het zgn. CC-nummer). Welke parameters allemaal gecontroleerd kunnen worden, hangt af van het toestel dat de commando s ontvangt. Modulatie (controlenummer: 1)* Bepaalt de diepte van het vibrato. Het effect kan voor elke Part anders ingesteld worden. Volume (controlenummer: 7)* Bepaalt het volume voor elke Part apart, zodat een mix samengesteld kan worden. Het uiteindelijke volume wordt bepaald door het samenspel van de volumecontrole (nummer 7), expressie (nummer 11), het globale volume en de instelling van de VOLUME-regelaar. Expressie (controlenummer: 11)* Deze functie bepaalt het relatieve geluidsvolume van elke Part (of de balans). Het uiteindelijke volume wordt bepaald door het samenspel van de volumecontrole (nummer 7), expressie (nummer 11), het globale volume (SysEx) en de instelling van de VOLUME-regelaar. Volume versus Expressie Misschien vraagt u zich af waarom er twee controlecommando s zijn voor het volume. Daar is een goede reden voor, want de werking van deze twee commando s is niet volledig identiek. U gebruikt ze best op de volgende manier: Volume Expressie Om de volumebalans tussen de individuele Parts aan te passen. Om volumeveranderingen in de song te programmeren (crescendo s, decrescendo s enz.). Het verschil zit hem in het feit dat Volume-commando s absolute waarden zenden, terwijl Expressiecommando s zorgen voor een relatieve aanpassing van de bestaande volumewaarden. Vandaar ons advies (in de tabel hierboven) over de toepassingen: als u Volume-commando s gebruikt om volumewijzigingen in een song te programmeren en u beslist later dat u de balans tussen de Parts wilt aanpassen, dan moet u alle Volume-data voor alle Parts herschrijven. Dat is uiteraard een hele klus, dus reserveert u die Volume-commando s best om aan het 154

155 MIDI-mode MIDI-commando s op de G-600 begin van de song het volume van de Parts in te stellen. In de loop van de song gebruikt u dan enkel expressie. Beslist u nu aan het eind van het verhaal dat die piano iets luider moet ten opzichte van de bas, dan kunt u ongestraft het volume aan het begin van de song aanpassen, want u verandert niets aan de relatieve dynamiekwijzigingen in de song (die door de expressiecommando s worden gestuurd). Stereopositie of Pan (controlenummer: 10)* Bepaalt de positie van het instrument in het stereobeeld. Deze positie kan voortdurend over en weer gaan, volgens de waarden die ontvangen worden. Hold 1 (controlenummer: 64)* Dit commando geeft door wanneer het demperpedaal wordt ingedrukt en weer losgelaten. Zodra er een Hold-aan commando wordt ontvangen, worden de noten die reeds klinken aangehouden. Klanken met een natuurlijke uitsterftijd (zoals piano) sterven iets trager uit wanneer een Hold-aan commando wordt ontvangen. Klanken die normaal niet uitsterven (zoals orgel) blijven klinken tot een Hold-uit commando wordt ontvangen. Sostenuto (controlenummer: 66) Deze commando s geven de bewegingen van het sostenuto-pedaal door. Dit pedaal doet de noten doorklinken die reeds zijn ingedrukt op het moment dat u het pedaal indrukt. Klanken met een natuurlijke uitsterftijd (zoals piano) sterven iets trager uit wanneer een Sostenutoaan commando wordt ontvangen. Klanken die normaal niet uitsterven (zoals orgel) blijven klinken tot een Sostenuto-uit commando wordt ontvangen. Soft (controlenummer: 67) Deze commando s geven de bewegingen door van het pedaal waarmee u op een piano de noten zachter doet klinken. Bij ontvangst van een Soft-aan commando wordt in het filter een iets lagere afsnijfrequentie gekozen, waardoor de klank wat doffer gaat klinken. Zodra een soft off commando wordt ontvangen, wordt opnieuw de originele afsnijfrequentie ingesteld. Reverb-diepte (controlenummer: 91) Regelt de diepte van het galmeffect voor elke Part op de G-600. Chorus-diepte (controlenummer: 93) Regelt de diepte van het Chorus-effect voor elke Part op de G-600. Delay-diepte (controlenummer: 94) Regelt de diepte van het Delay-effect voor elke Part op de G-600. Portamento (controlenummer: 65) Portamento-tijd (controlenummer: 5) Portamento-sturing (controlenummer: 84) De Portamento-functie zorgt voor een geleidelijke toonhoogteverandering van de laatste toets die u had ingedrukt naar de toets die u nu indrukt. Met het Portamento-commando schakelt u deze functie in en uit. Met Portamento-tijd bepaalt u de snelheid van de toonhoogteverandering. Met Portamentosturing specifieert u het nootnummer van de noot waarvan het Portamento-effect vertrekt. RPN LSB, MSB (controlenummer: 100, 101)* Data Entry (controlenummer: 6, 38)* RPN (geregistreerd parameternummer) biedt de mogelijkheid om via controlecommando s parameters uitgebreid te editen op het ontvangende instrument. In tegenstelling tot NRPN, werden deze parameters wel door het MIDI-protocol vastgelegd: Pitch Bend bereik, transpositie en fijnstemming. Kies de parameters die gecontroleerd moeten worden en voer dan de waarde in. Opmerking: De instellingen die voortvloeien uit een RPNcommando worden niet gewijzigd wanneer na de ontvangst van een programmakeuze-commando een andere klank wordt gekozen. NRPN LSB, MSB (controlenummer: 98, 99) Data-ingave (controlenummer: 6, 38) NRPN (niet geregistreerd parameternummer) biedt de mogelijkheid om via controlecommando s parameters op het ontvangende instrument uitgebreid te moduleren. Kies de parameters die gestuurd moet worden met de NRPN MSB en de NRPN LSB en voer dan de waarde in met de data-ingave (Data Entry). De G-600 behandelt NRPN volgens de bepalingen van het GS-formaat. De parameters op de klankbron kunnen gevarieerd worden met software of externe speelhulpen die compatibel zijn met het GS-formaat. Zie de MIDI-implementatie om na te gaan welke parameters aangestuurd kunnen worden. Opmerking: De instellingen die voortvloeien uit een NRPNcommando zullen niet gewijzigd worden, wanneer door middel van een programmakeuze-commando een andere klank wordt gekozen. De G-600 herkent NRPN alleen wanneer een GS Reset-commando ontvangen wordt (of wanneer de ontvangst van NRPN geactiveerd werd via een Sys- Ex-commando). U kunt de ontvangst van NRPN- 155

156 G-600 Handleiding Referentie commando s ook manueel inschakelen met Rx NRPN (NRPN-ontvangstschakelaar). Aftertouch (enkel monofone aftertouch*) Aftertouch-commando s worden verzonden wanneer u een toets na de eigenlijke aanslag nog verder indrukt (tenminste als het klavier is staat is om Aftertouch te verzenden). Er zijn twee soorten aftertouch: monofone en polyfone. Monofone (of kanaal) aftertouch wordt verzonden als een waarde die geldt voor het gehele klavier en dus voor het hele MIDI-kanaal. Alle noten die op dat kanaal aangestuurd worden zullen op dezelfde manier reageren op de aftertouch, welke noot u ook speelt. Polyfone aftertouch wordt voor elke noot apart uitgestuurd. Alleen de noten die overeenkomen met de noten die ingedrukt worden zullen reageren. Alle klanken uit (All Sound Off) (controlenummer: 120) Alle noten die weerklinken op gelijk welk kanaal, worden uitgeschakeld. Alle noten uit (All Note off) (controlenummer: 123)* Alle noten die gespeeld worden op het betreffende MIDI-kanaal, worden uitgeschakeld (behalve de uitstervende klanken). Wanneer Hold of Sostenuto actief zijn, blijft het geluid doorklinken tot deze functies uitgeschakeld worden. Alle controlecommando s op 0 (controlenummer: 121)* Dit commando zorgt dat onderstaande commando s weer op een voorgeprogrammeerde waarde gezet worden: Controlecommando Ingestelde waarde Pitch Bend Nulpunt (midden). Polyfone Aftertouch 0 (minimum) Kanaal-Aftertouch Modulatie Expressie Sustain (Hold 1) Portamento 0 (minimum) 0 (minimum) 127 (maximum) 0 (uit) 0 (uit) Soft Sostenuto RPN NRPN Opmerking: Parameters die werden gewijzigd via een RPNof NRPN-commando worden door het Reset All Controllerscommando ongemoeid gelaten. Active Sensing Deze commando s worden om de 420ms verzonden om de MIDI-verbinding te controleren. Sommige MIDI-instrumenten weten geen weg met Active Sensing. Blijkt de verbinding verbroken te zijn (omdat er geen antwoord komt op het Active Sensing commando), dan worden alle noten uitgeschakeld enz., net zoals bij Alle controlecommando s op 0 (controlenummer: 121)* op blz SysEx-commando s 0 (af) 0 (af) Neutrale status Neutrale Status System Exclusive commando s worden gebruikt om functies aan te sturen die specifiek zijn voor één bepaald instrument. De meeste van dit soort commando s kunt u dan ook niet uitwisselen tussen instrumenten van verschillende merken, hoewel hier één uitzondering op bestaat: Universal Exclusivecommando s. SysEx-commando s bevatten niet alleen een instructie voor het activeren van de SysEx mode, maar ook het Manufacturer ID (merknummer), Device ID (instrumentnummer) en een Model ID (modelnummer). Opmerking: Een succesvolle uitwisseling van gegevens is slechts mogelijk wanneer de twee communicatiepartners op hetzelfde ID zijn ingesteld. De G-600 zendt en ontvangt ook SysEx-data met het ID-nummer 41H, voor Lyrics-data. GM System On* (universeel SysExcommando) GM System On is een SysEx-commando dat de G-600 instelt als een GM klankbron (uitgezonderd de stemming). Wanneer u GM-compatibele Songs wil maken, kunt u dit commando in het begin van het nummer opnemen zodat een korrekte GM-weergave verzekerd is. Onthoud dit goed, want als u een GM-song weergeeft, zorgt dit commando voor de initialisatie van de G-600, met als gevolg dat u misschien belangrijke instellingen verliest. Wanneer de G-600 een GM System On-commando ontvangt, kan hij geen NRPN s en bankkeuze meer ontvangen. 156

157 MIDI-mode MIDI op uw G-600 GS Reset GS Reset is een SysEx-commando dat de G-600 initialiseert als een GS-klankbron (uitgezonderd de stemming). Wanneer u GS-compatibele nummers wilt maken, kunt u dit commando aan het begin van het nummer opnemen zodat een correcte GS weergave verzekerd is. Ook hier geldt weer dat voorgeprogrammeerde GS-bestanden (die in de handel verkrijgbaar zijn) dit commando bevatten en dat ze de G-600 volgens het GS-formaat initialiseren, wat ook weer tot het verlies van data kan leiden. Wanneer de G-600 een GS Reset commando ontvangt, kan hij de NRPN s en bankkeuze ontvangen, zoals deze gedefinieerd zijn volgens het GS-formaat. Master Volume Dit is een SysEx-commando, dat door de meeste MIDI-instrumenten wordt ondersteund en dat het algemene volume (van alle Parts samen dus) bepaalt. Andere SysEx commando s De G-600 is compatibel met SysEx-commando s die algemeen gelden voor GS klankbronnen (model ID 42H). U kunt de instellingen van de klankbron gedetailleerd bewerken met behulp van externe speelhulpen of editeersoftware die GS compatibel is. Verder aanvaardt de G-600 SysEx commando s voor de SC- 88 (model ID 45H). afleiden wat het instrument met het betreffende commando kan doen. Om een bepaald MIDI-commando van het ene instrument naar het andere te kunnen sturen moet er dus een o staan in de zenden -kolom van de master en in de ontvangen - kolom van de slave. Aangezien de implementatiekaarten steeds volgens dezelfde standaard zijn ingedeeld, kunt u ze makkelijk naast elkaar leggen om een beeld te krijgen van de communicatiemogelijkheden tussen twee instrumenten. 8.3 MIDI op uw G-600 De G-600 is uitgerust met een indrukwekkend aantal MIDI-parameters. Een aantal daarvan dient om de MIDI-ontvangst- (RX) of MIDI-zendkanalen (TX) in te stellen, maar de meeste houden verband met het in- of uitschakelen van de ontvangst van bepaalde MIDI-commando s. Deze instellingen laat u best ongemoeid, tenzij u weet wat u doet. Zomaar een beetje rommelen kan nadelige gevolgen hebben voor de compatibiliteit met andere MIDI-instrumenten. Gewijzigde MIDI-parameters kunt u opslaan in een MIDI Set en op die manier weer oproepen als u ze nodig hebt. MIDI-implementatiekaart We hebben reeds uitgelegd hoe MIDI de uitwisseling van informatie tussen instrumenten van allerlei slag mogelijk heeft gemaakt. Dit betekent echter niet dat alle soorten MIDI-instrumenten alle soorten informatie kunnen uitwisselen. Wanneer u bijvoorbeeld een synthesizer gebruikt om een digitale piano aan te sturen, heeft de informatie van de Pitch Bender (hendel of wiel waarmee u de toonhoogte buigt) geen invloed op de toonhoogte van de pianoklank. Het is belangrijk dat u bij het gebruik van MIDI steeds in de gaten houdt of het instrument dat u aanstuurt (slave) de commando s van het instrument waarmee u aanstuurt (master) kan begrijpen. De commando s die u wilt gebruiken moeten dus gemeengoed zijn voor master en slave. U kunt er snel achter komen welk soort MIDI-commando s u tussen master en slave kunt uitwisselen. Hiervoor raadpleegt u de MIDI-implementatiekaart die in de handleiding van ieder MIDI-instrument staat afgedrukt. Deze kaart geeft uitsluitsel over de commando s die het betreffende instrument kan zenden en ontvangen. Links op de kaart ziet u een lijst met commando s en in de kolommen zenden en ontvangen kan u uit de symbolen o en x 157

158 G-600 Handleiding Referentie MIDI\RTime RX, MIDI\Arrng RX en MIDI\Song RX-pagina s Master-pagina: [F3] (MIDI) [F1] (RTime), [F2] (Arrng) [PAGE] (kies de RX-pagina) een song die u vanuit een externe sequencer weergeeft te transponeren naar de toonaard waarin u hem op de G-600 wilt spelen. De maximaal mogelijke transpositie is vier octaven naar omhoog (48) of omlaag ( 48), waarbij iedere stap staat voor een halve toon. Specifieer met de Part Select [LOWER]-knop of het ingestelde Shift-interval al (On) dan niet (Off) moet worden toegepast. Aangezien deze drie pagina s dezelfde parameters bevatten zullen we ze tegelijk bespreken. Houd er wel rekening mee dat u op [F1] moet drukken om het Realtime (RTime) niveau te kiezen of op [F2] om het Arranger (Arrng) niveau te kiezen. Filter Met deze parameter kunt u de ontvangst van verschillende MIDI-commando s in- of uitschakelen (resp. On of Off). Dat in- en uitschakelen doet u met de Part Select [UPPER2]-knop. Dit zijn de MIDIcommando s die u kunt filteren: Part Met deze parameter kiest u de Part waarvoor u MIDI RX-instellingen wilt veranderen. Dit zijn de Parts waaruit u kunt kiezen: Commando PChng Betekenis Programmakeuze-commando s (inclusief bankkeuze). Functieknop Parts die u kunt kiezen PBend Pitch Bend-commando s [F1] (RTime) UP1, UP2, LOW, MBS, MDR Modul Volum Modulatiecommando s (CC1) Volumecommando s (CC7) [F2] (Arrng) ADR, ABS, AC1~AC6 PanPt Pan(pot)-commando s (CC10) Het nummer naast de naam van de Part geeft het vanuit de fabriek ingestelde MIDI-ontvangst/zendkanaal aan. Channel (1~16) Hiermee stelt u het MIDI-ontvangstkanaal van de geselecteerde Part in (dit is het kanaal waarop die Part MIDI-data ontvangt van externe instrumenten, sequencers, of computers). Bij levering is zowel het zenden als het ontvangen van MIDI-commando s voor alle Realtime en Arranger Parts geactiveerd. Opmerking: Zolang de weergave van de Arrange niet loopt, kunt u de Arranger Parts op dezelfde manier gebruiken als de Parts van gelijk welke multitimbrale module. (Om te voorkomen dat de Arranger begint weer te geven is het misschien nodig dat u de waarde van de Style Sync-parameter (zie blz. 163) wijzigt.) Druk op Part Select [M.BASS] als u de ontvangst van MIDI-commando s voor de geselecteerde Part wilt uitschakelen (Off). Kies On als u dat niet wilt. Shift (-48~48) Met deze parameter transponeert u ontvangen nootcommando s voordat ze naar de toongenerator van de G-600 worden gezonden. Dat kan nuttig zijn om Expre Hold Sostn Soft Revrb Chrus Delay RPN NRPN SysEx C32=0 Expression-commando s (CC11) Hold (Sustain, Damper) commando s (CC64) Sostenuto-commando s (CC66) Soft-commando s (CC67) Reverb Send-commando s (CC91) Chorus Send-commando s (CC93) Delay Send-commando s (CC94) Geregistreerd parameternummer (CC100/101) Niet-geregistreerd parameternummer (CC98/99) SysEx-commando s (System Exclusive) Wat gebeurt er wanneer het ontvangen CC32-commando gelijk is aan 0 of ontbreekt. Opmerking: Voor deze parameter kunt u enkel Old of New selecteren. M.a.w. u kunt dit bankkeuze-commando niet filteren. 158

159 MIDI-mode MIDI op uw G-600 Opmerking: Onder MIDI-commando s op de G-600 op blz. 153 vindt u meer details over deze MIDI-commando s. Limit (High, Low: C-1~G9) Met deze parameters (High en Low) kunt u het te ontvangen nootbereik instellen. Wilt u dat de geselecteerde Part niet op alle nootcommando s reageert, stel dat de relevante limieten in. Om de bovenlimiet (High) in te stellen drukt u op Part Select [UPPER1] tot de regelaar op het scherm High heet. Kies vervolgens met [UPPER/VARIA- TION] de gewenste waarde. Voor de bovengrens doet u hetzelfde, maar ditmaal moet de regelaar Low heten. Opmerking: De noot die u voor Low kiest kan nooit hoger zijn dan de noot die u voor High kiest (en vice versa). Eens de Low-waarde gelijk is aan de High-waarde resulteert een hogere Low-waarde automatisch in een hogere High-waarde. Opmerking: Bepaalde instrumenten beginnen bij C-2 en eindigen bij G8 (in plaats van C-1 en G9). In die gevallen moet u een octaaf toevoegen aan de waarde die u afleest op het scherm van uw computer of externe sequencer. klavier speelt. Kies Local Off als u de verbinding tussen het klavier en de betreffende Part wilt opheffen. Als u werkt met een sequencer die is uitgerust met een Soft Thru-functie (MIDI Echo) functie en enkel als u (i) de MIDI IN en OUT-connector van de G-600 met de externe sequencer of computer verbindt en (ii) de G-600 gebruikt als master keyboard bij het sequencen moet u deze parameter op Off zetten, om te voorkomen dat iedere noot dubbel klinkt. Kies in alle andere gevallen On. Opmerking: Een vergelijkbaar effect (Local Off dus) bereikt u door de weergave van een Part uit te schakelen (zie blz. 116) en de Part-schakelaar (zie blz. 162) op Int te zetten. MIDI\NTA-pagina (Note to Arranger ontvangstkanalen) Master-pagina: [F3] (MIDI) [F4] (NTA) MIDI\RTime TX, MIDI\Arrng TX en MIDI\Song TX-pagina s Master-pagina: [F3] (MIDI) [F1] (RTime), [F2] (Arrng) of [F3] (Song) [PAGE] (kies de TX-pagina) Part, Channel, Shift, Filter Met uitzondering van het feit dat deze parameters verband houden met het zenden van MIDI-commando s (dat gebeurt wanneer u op de G-600 speelt, wanneer u Tones kiest, enz.) zijn deze parameters gelijk aan de RX-parameters (zie blz. 158). Opmerking: Als u geen goede reden hebt om de TX (zenden) en RX (ontvangen) kanaalnummers voor een Part te wijzigen laat u ze best ongemoeid. Op die manier kunt u sneller het probleem localiseren wanneer de betreffende Part geen MIDI-commando s ontvangt of MIDI-data op het verkeerde kanaal zendt. Opmerking: Op de Arrng RX-pagina vindt u ook de drie RX Parts. In deel 1 van de handleiding vindt u meer details. Local (On, Off) Kies Local On (dit is ook de standaardinstelling) als u wilt dat de G-600 reageert op noten die u op het Er is maar één NTA-pagina, omdat de NTA-noten enkel relevant zijn voor de G-600 wanneer ze vanuit een extern MIDI-instrument worden ontvangen. Wat u speelt in het akkoordherkenningsgebied van het klavier wordt automatisch naar de Arranger gezonden en vertaald naar de overeenkomstige MIDI-nootnummers. In tegenstelling tot gelijkaardige instrumenten van andere fabrikanten, is uw G-600 in staat om de nootnummers van alle Arranger Parts te zenden, zodat u een interne of zelfgemaakte Style kunt gebruiken om een Song op te nemen met een externe sequencer. Aangezien deze mogelijkheid er is heeft het weinig zin enkel de NTAnoten te zenden. 1 rx Ch, 2 rx Ch (1~16) U kunt de NTA-noten op twee MIDI-kanalen zenden. Op die manier kunt u de Arranger van de G-600 aansturen met een MIDI-accordeon of een ander instrument dat data op twee kanalen kan zenden (bv. een orgel met baspedalen). Opmerking: Het is niet mogelijk om aan 1 rxch en 2 rxch hetzelfde MIDI-kanaal toe te wijzen. Shift (-48~48) Met deze parameter transponeert u ontvangen nootcommando s voordat ze naar de Arranger van de G-600 worden gezonden. Dat kan nuttig zijn om een song die u vanuit een externe sequencer weergeeft te 159

160 G-600 Handleiding Referentie transponeren naar de toonaard waarin u hem op de G-600 wilt spelen. De maximaal mogelijke transpositie is vier octaven naar omhoog (48) of omlaag ( 48), waarbij iedere stap staat voor een halve toon. Specifieer met de Part Select [LOWER]-knop of het ingestelde Shift-interval al (On) dan niet (Off) moet worden toegepast. 1 ch Limit, 2 ch Limit (High, Low: C-1~G9) Met deze parameters (High en Low) kunt u het te ontvangen nootbereik instellen. Wilt u dat de geselecteerde NTA Part niet op alle nootcommando s reageert, stel de relevante limieten in. Om de bovengrens (High) in te stellen drukt u op Part Select [UPPER1] tot de regelaar op het scherm High heet. Kies vervolgens met [UPPER/VARIA- TION] de gewenste waarde. Voor de ondergrens doet u hetzelfde, maar ditmaal moet de regelaar Low heten. Opmerking: De noot die u voor Low kiest kan nooit hoger zijn dan die voor High (en vice versa). Eens de Low-waarde gelijk is aan de High-waarde resulteert een hogere Low-waarde automatisch in een hogere High-waarde. Opmerking: Bepaalde instrumenten beginnen bij C-2 en eindigen bij G8 (in plaats van C-1 en G9). In die gevallen moet u een octaaf toevoegen aan de waarde die u afleest op het scherm van uw computer of externe sequencer. Channel (1~16) Met deze parameter stelt u het basis zend- (RX) of ontvangstkanaal (TX) in. Wilt u geen Basic Channelcommando s zenden of ontvangen, schakel ze dan uit met de [ACCOMP/GROUP] -knoppen. Filter Met deze parameter kunt u de ontvangst van verschillende MIDI-commando s in- of uitschakelen (resp. On of Off): Filter PartSwtc PrfMem PC Betekenis Als u op de Volume-pagina s een Part inof uitschakelt, zendt de G-600 een NRPN-commando dat beschrijft wat u doet. Met deze parameter bepaalt u of dat commando al (On) dan niet (Off) wordt ontvangen/gezonden. Waarschijnlijk wilt u soms het zenden (TX) uitschakelen om te voorkomen dat deze commando s worden opgenomen door een externe sequencer, of dat de ontvangende GSmodule de Part uitschakelt die aan het betreffende kanaal is toegewezen. Met deze parameter filtert u de programmakeuze- en bankkeuzecommando s die worden gebruikt om Performancegeheugens te selecteren. Basic Channel RX- en TX-pagina s Master-pagina: [F3] (MIDI) [SHIFT]+[F1] (Basic) [PAGE] (kies de RX- of TX-pagina) Mst Volum* Lyrics** Met deze parameter filtert u Master Volume-commando s (dit zijn commando s die het totaalvolume van de G-600 wijzigen, zie blz. 157). Hiermee filtert u de Lyrics-data die deel uitmaken van Standard MIDI Files (als meta-tekst events). Lyrics-data zijn een nieuw soort MIDI-commando waarmee songteksten via MIDI kunnen worden gezonden. Dat gebeurt normaal over het basiskanaal tenzij u dus dit filter of Off instelt. (*) Enkel op de Basic Channel RX-pagina. (**) Enkel op de Basic Channel TX-pagina. Het basiskanaal dient voor verschillende dingen: om de programmakeuze- en bankkeuzecommando s te ontvangen waarmee Performance-geheugens worden gekozen, alsook voor het zenden en ontvangen van een reeks andere commando s die niet direct verband houden met een specifiek MIDI-kanaal maar wel een invloed kunnen hebben op de Parts van de G-600 (bijvoorbeeld de Part Switch-functie). 160

161 MIDI-mode MIDI op uw G-600 Style Channel RX- en TX-pagina s Master-pagina: [F3] (MIDI) [SHIFT]+[F2] (Style) [PAGE] (kies de RX- of TX-pagina) Channel (1~16) Hiermee kiest u het MIDI-kanaal waarop Styles worden gekozen (het zendkanaal op de TX-pagina en het ontvangstkanaal op de RX-pagina). Wilt u geen Style Channel-commando s ontvangen (of zenden), moet u met de [M.BASS]-knop Off selecteren. Filter (enkel op de RX-pagina) Met deze parameter kunt u de ontvangst van verschillende MIDI-commando s in- of uitschakelen (resp. On of Off): Style Filter Betekenis Het Style Channel is een MIDI-kanaal waarop u programmakeuze- en bankkeuzecommando s kunt zenden om Styles via MIDI te kiezen, alsook volumecommando s om het volume van een Style in te stellen. Van deze twee commando-types kunt u enkel de ontvangst (dus op de RX-pagina) filteren. Styles kiezen via MIDI Eerst moeten we u iets vertellen over de manier waarop Music Styles worden gekozen via MIDI. De onderstaande afbeelding helpt één en ander verduidelijken: StlVolum StylePC Met deze parameter filtert u commando s die het Volume van een Style. Met deze parameter filtert u de programmakeuze- en bankkeuzecommando s die Styles kiezen. MIDI-parameters (Param) Master-pagina: [F3] (MIDI) [SHIFT]+[F3] (Param) MIDI-adres van de geselecteerde Style Op deze pagina vindt u verschillende parameters die in feite geen verband met elkaar houden (in tegenstelling tot de andere MIDI-pagina s, die zich steeds op één bepaald aspect concentreren): Zoals u merkt, bestaat het MIDI-adres van een Style uit drie onderdelen: een programmanummer (hier 1 ), een CC00-nummer ( 1 ) en een CC32 nummer ( 15 ). CC00 en CC32 zijn bankkeuzecommando s. De waarden die aan CC00 en CC32 zijn toegewezen kiezen de Style, terwijl het programmanummer bepaalt welk patroon (Intro, Ending enz.) er wordt gekozen. Met andere woorden: als u enkel een programmanummer zendt wordt er een ander patroon binnen de actieve Style gekozen. Enkel wanneer het programmanummer wordt voorafgegaan door waarden voor CC00 en CC32 kiest de G-600 een andere Music Style. Opmerking: Als u een andere Style kiest op de G-600 zendt deze een CC00-CC32-PC cluster naar de MIDI OUT-connector. In het Style-overzicht aan het einde van deze handleiding vindt u een volledige lijst van alle beschikbare Styles en hun adressen. 161

162 G-600 Handleiding Referentie Tx Octave (Absolute, Relative) Parameter Absolute Relative Betekenis De Parts zenden de MIDI-nootnummers die overeenkomen met de toetsen die u hebt ingedrukt. De interne (en automatische) transpositie die een gevolg is van de toewijzing van bepaalde Tones aan bepaalde Parts wordt vertaald in nootnummers. Als u een C4 (nootnummer 60) speelt, wordt er bijvoorbeeld een nootnummer 36 weergegeven en naar MIDI OUT gezonden. In deel 1 van de handleiding vindt u voorbeelden van dit soort situaties. rxvelo,txvelo, On/Off-schakelaars De G-600 is uitgerust met een aanslaggevoelig klavier en een toongenerator die op aanslagwaarden kan reageren. Dat draagt bij tot de expressiviteit van het instrument: door hard of zacht aan te slaan kunt u de luisteraar namelijk iets vertellen over hoe u zich voelt, want die aanslagwaarden worden vertaald in een luide, scherpe of een zachte, doffe klank. Nu is het niet steeds wenselijk dat aanslagverschillen worden omgezet in een bepaalde klankinhoud, bijvoorbeeld wanneer u instrumenten wilt nabootsen die van nature niet aanslaggevoelig zijn (bv. een orgel). In dat geval kunt u het zenden en/of ontvangen van aanslagwaarden in- of uitschakelen. Dat doet u met de Part Select [M.BASS] (voor RX) en Part Select [LOWER] (voor TX) knoppen. Kiest u Off, dan moet u de G-600 vertellen welke vaste aanslagwaarde u in de plaats wilt zetten van de genegeerde aanslagwaarden (namelijk de aanslagwaarden die het klavier uitstuurt of die via MIDI worden ontvangen). Deze vaste waarden stelt u in met de rxvelo en txvelo parameters (respectievelijk met de [ACCOMP/GROUP] en [BASS/BANK] -knoppen). De waarden die u instelt wordt toegewezen aan alle noten die worden ontvangen (RX) of verzonden (TX) via MIDI. Maar, zoals gezegd: dit gebeurt enkel als het overeenkomstige Velo-filter op Off is ingesteld. PartSwtc Met de Part Switch-parameter (Part-schakelaar) bepaalt u wat er gebeurt als u een Part uitschakelt op de eerste Realtime of Arranger Mixer-pagina (zie blz. 116). Wat er altijd gebeurt is dat u de uitgeschakelde Part niet meer hoort als u op het klavier speelt zelfs niet wanneer de Keyboard Mode-indicator oplicht, of wanneer de weergave van de Arranger loopt. Wat echter niet meteen duidelijk is, is of een uitgeschakelde Part al dan niet MIDI-commando s blijft zenden. Die keuze kunt u maken met de PartSwtc-parameter: Part Switch Int Int+Mid Betekenis Een uitgeschakelde Part kunt u niet meer aansturen met het klavier van de G-600 maar de Part zendt wel nog MIDI-commando s. Een uitgeschakelde Part kunt u niet meer aansturen met het klavier van de G-600 en de Part zendt ook geen MIDI-commando s meer. Door Int te kiezen en een Part uit te schakelen bereikt u dus hetzelfde effect als met Local Off (zie blz. 159). Welk van deze twee werkwijzes u moet kiezen hangt een beetje af van de situatie: de aan/uit status van een Part kunt u opslaan in een Performance-geheugen, terwijl u de Local- en Part Switch-instellingen enkel kunt opslaan in een MIDI Set. Soft Thru (On, Off) In feite gaat deze functie voorbij aan het MIDI-protocol. Dit specifieert namelijk dat de MIDI OUTconnector van een instrument enkel commando s zendt die in dat instrument worden gegenereerd. Als u Soft Thru op On instelt, worden alle ontvangen noten die buiten de High en Low Limits van een NTA-kanaal vallen doorgezonden naar MIDI OUT. Deze parameter stelt u dus in staat om splits te creëren op instrumenten die daar van huis uit geen mogelijkheid toe hebben (zoals de meeste digitale piano s). Als u Soft Thru op On instelt zendt de G-600 een Local-commando (CC122) met de waarde 0 (Local Off) naar de digitale piano, zodat de klankbron van de piano niet langer luistert naar de informatie van het klavier. Alle noten die u op het klavier van de piano gaan naar de G-600. Deze kijkt of ze al dan niet binnen het bereik van de NTA Low/High Limit vallen. Is dat het geval, dan stuurt hij ze naar de Arranger. Is dat niet het geval, dan stuurt hij ze terug naar de piano. Dat Local Off-commando is dus nodig, anders zouden de noten buiten het Low/ High-bereik dubbel worden gespeeld: één keer door de rechtstreekse verbinding tussen pianoklavier en - toongenerator, één keer via de G-600. Zodra u Soft Thru opnieuw op Off instelt, stuurt de G-600 een Local-commando met de waarde 127 (Local On) om de Local-functie van de piano opnieuw in te schakelen. 162

163 MIDI-mode MIDI op uw G-600 MIDI Sync RX/TX Master-pagina: [F3] (MIDI) [SHIFT]+[F4] (Sync) [PAGE] (kies de RX- of TX-pagina) Optie Auto1: Play Arrng, Rec Song Betekenis Deze optie doet hetzelfde als de MIDI1-optie, met dit verschil: de weergave van de Arranger en de opname van de Recorder worden enkel gesynchroniseerd wanneer de G-600 MIDI Start- en Clock-commando s ontvangt. Bovendien kunt u ze allebei vanop de G-600 bedienen. De G-600 weet met andere woorden wanneer hij moet luisteren naar een extern tempo of wanneer hij zijn eigen tempo mag volgen. Style Sync (RX) Met de Style Sync-parameter op de RX-pagina kunt u specifiëren of en hoe de Arranger of Recorder worden gesynchroniseerd met externe sequencers of drummachines. Dit zijn de beschikbare opties: Optie Internal MIDI1: Play Arrng, Rec Song MIDI2: Play Song, Rec Song Betekenis De G-600 wordt niet gesynchroniseerd met andere MIDI-instrumenten. U kunt de weergave/opname ook niet starten of stoppen via MIDI. De Arranger wordt tijdens de weergave gesynchroniseerd, de Recorder tijdens de opname. Starten en stoppen moet via MIDI Clock-commando s gebeuren. Nadat u op [REC ] hebt gedrukt, moet u de weergave op het externe instrument starten om de opname te starten. De weergave van de Arranger wordt op hetzelfde moment gestart, wat deze optie ideaal maakt voor opnames waarbij u zowel de Arranger (of Chord Sequencer) en de Recorder van de G-600 wilt gebruiken. Opmerking: In de MIDI1-mode kunt u noch de Arranger, noch de Recorder starten met de knoppen op het frontpaneel van de G-600. De weergave van de Recorder kunt u echter wél nog vanop de G-600 starten. Deze weergave luistert overigens niet naar MIDI Clock-commando s. Enkel de Recorder wordt gesynchroniseerd, zowel tijdens de opname als tijdens de weergave. Start en stop moet u dus ook vanuit een extern instrument bedienen. Auto2: Play Song, Rec Song Remote1: Play Arrng, Rec Song Remote2: Play Song, Rec Song Deze optie doet hetzelfde als de MIDI2-optie, met dit verschil: de opname van de Recorder wordt enkel gesynchroniseerd wanneer de G-600 MIDI Start- en Clock-commando s ontvangt. Zolang er geen MIDI Clock-commando s worden ontvangen volgt de Recorder zijn eigen tempo. De Arranger en de Recorder wachten op een Start-commando om de weergave/opname te starten en gaan vervolgens voort op hun eigen tempo. De weergave/opname stopt zodra de G-600 een Stop-commando ontvangt. Hier geldt hetzelfde als voor Remote1, alleen is het hier van toepassing op de weergave en opname van de Recorder. De Arranger luistert in dit geval niet naar Start/ Stop-commando s die via MIDI worden ontvangen. On/Off Hiermee schakelt u de ontvangst van MIDI-synchronisatiecommando s in (On) of uit (Off). Style (Sync) TX Met de Style Sync-parameter op de TX-pagina specifieert u of de G-600 al dan niet MIDI-realtime commando s moet zenden als u de Arranger start. Het zenden van MIDI-realtime commando s (Start, Stop, Clock) heeft het voordeel dat u externe instrumenten of computers met de G-600 kunt synchroniseren. 163

164 G-600 Handleiding Referentie Optie Start/Stop Clock Betekenis De G-600 zendt enkel Start- of Stopcommando s wanneer u de weergave van de Arranger of de Recorder start of stopt. De Arranger zendt Clock-commando s. Opmerking: Met de [M.BASS]-knop kunt u de bovenstaande opties individueel in- of uitschakelen. Song (Sync) TX Als u een song weergeeft met de Recorder van de G-600, zijn er ook verschillenden opties omtrent het zenden van MIDI-realtime commando s. Optie Start/Stop/ Continue Clock Song Position Pointer Song Select Betekenis De Recorder zendt enkel Start-, Stop- en Continue-commando s. Het Continue-commando zorgt dat de weergave opnieuw wordt gestart waar ze werd gestopt (dus niet vanaf het begin, zoals bij Start het geval is). De Recorder zendt Clock-commando s. De Recorder zendt Song Position Pointer-commando s (SPP). Deze commando s geven de actuele weergavepositie aan, zodat de gesynchroniseerde drummachine, sequencer enz. automatisch naar de juiste plaats kan springen. De Recorder zendt Song Selectcommando s. Deze commando s specifiëren welk Song-geheugen er gekozen moet worden. Opmerking: Met de [UPPER2]-knop kunt u de bovenstaande opties individueel in- of uitschakelen. Opmerking: Vergeet niet in de handleiding van uw sequencer enz. of deze wel Song Position Pointer- of Song Select-commando s begrijpt. Eens u al deze parameters hebt ingesteld wilt u ze misschien opslaan in een MIDI Set. Hoe u dat kunt doen leest u in deel 1 van deze handleiding. 164

165 Disk-mode Disk Load (data van diskette laden) 9. Disk-mode In de Disk-mode vindt u alle functies die verband houden met het bewaren, laden en wissen van bestanden, alsook met het formateren van diskettes. De G-600 aanvaardt zowel 2DD (Double Density) als 2HD (High Density) diskettes. Een HD diskette heeft twee keer de capaciteit van een DD diskette. Opmerking: Hoewel uw G-600 probleemloos MS-DOS - geformateerde diskettes leest, raden we u aan al uw G-600 diskettes op het instrument zelf te formateren, aangezien dat alle diskette-operaties sneller doet verlopen. 9.1 Disk Load (data van diskette laden) User Style laden/rom Style kopiëren Master-pagina: [F5] (Disk) [F1] (Load) [PAGE] (kies USR STL) To User (1~8) Hiermee kiest u het User Style-geheugen waarnaar u de geselecteerde Style-patronen wilt kopiëren. Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de data te laden. Style Set laden Master-pagina: [F5] (Disk) [F1] (Load) [PAGE] (kies STL SET) Op de eerste Load-pagina kunt u User Styles van diskette laden of een ROM Style naar een User Stylegeheugen kopiëren. Source (Int, Disk) Hiermee kiest u het interne geheugen (ROM Styles) of de diskette (Dsk) die in de disk drive steekt. Kies Int wanneer u een ROM Style (één van de 128 fabrieks-styles) naar een User Style-geheugen wilt kopiëren. Kies Dsk als u een Style van diskette wilt laden. Select Hiermee plaatst u de cursor op de Style die u wilt laden of kopiëren. Division Hiermee kiest u welk patroon (divisie) van de geselecteerde (ROM of User) Style u wilt laden: All (alle patronen), Int (Intro), End (Ending), Fo (Fill-In To Original), Fv (Fill-In To Variation), Bsc (Basic), Adv (Advanced), Or (Original), Var (Variation) of andere mogelijke combinaties. User Sets kunnen tijdsbesparend werken omdat ze acht User Styles tegelijk in het interne geheugen laden. User Style Sets kunt u enkel opslaan op diskette en ze kunnen enkel User Styles van die diskette bevatten. Select Hiermee plaatst u de cursor op de Style die u wilt laden. Destination Dit is een informatievenster dat u vertelt welke User Style-geheugens zullen worden overschreven wanneer u de geselecteerde User Style Set laadt. Een streepje ( ) betekent dat het betreffende User Stylegeheugen niet zal worden overschreven. Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de data te laden. 165

166 G-600 Handleiding Referentie Performance Set laden Master-pagina: [F5] (Disk) [F1] (Load) [PAGE] (kies PRF MEM) Bij het laden van Performance Sets van diskette kunt u naar keuze één Performance-geheugen laden, of de volledige Set. Select Hiermee plaatst u de cursor op het Performancegeheugen dat u wilt laden. Disk (1~192, All) Hiermee kiest u het Performance-geheugen van da Performance Set dat u wilt laden wilt laden. Kies All als u de volledige Set wilt laden. To Int (1~192, All) Hiermee kiest u het Performance-geheugen waarnaar u de geselecteerde data wilt kopiëren. Als u voor Disk All hebt gekozen, dan is All hier de enige optie. Hebt u voor Disk één bepaald Performancegeheugen gekozen, dan kunt u hier alles behalve All kiezen. Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de data te laden. MIDI Set laden Master-pagina: [F5] (Disk) [F1] (Load) [PAGE] (kies MDI SET) Disk (1~8, All) Hiermee kiest u de MIDI Set die u uit de MIDI Set op diskette wilt laden. Kies All als u de volledige Set wilt laden. To Int (1~8, All) Hiermee kiest u de MIDI Set waarnaar u de geselecteerde data wilt kopiëren. Als u voor Disk All hebt gekozen, dan is All hier de enige optie. Hebt u voor Disk één bepaald MIDI Set-geheugen gekozen, dan kunt u hier alles behalve All kiezen. Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de data te laden. Chord Sequence laden Master-pagina: [F5] (Disk) [F1] (Load) [PAGE] (kies CHR SEQ) Hiermee kunt u een Chord Sequence van diskette laden, waarmee u dan de Chord Sequence in het interne geheugen overschrijft. Opmerking: De laatste Chord Sequence die u opneemt of laadt wordt bewaard nadat u de G-600 uitschakelt. 9.2 Disk Save (data opslaan op diskette) User Style opslaan Master-pagina: [F5] (Disk) [F2] (Save) [PAGE] (kies USR STL) Bij het laden van MIDI Sets van diskette kunt u naar keuze één MIDI Set van een MIDI Set (die uit acht MIDI Sets bestaat) laden, of de volledige Set. Select Hiermee plaatst u de cursor op de MIDI Set die u wilt laden. Met deze functie kunt u nieuwe geprogrammeerde of gewijzigde User Styles op diskette opslaan. We hebben er in deel 1 hopelijk voldoende op gedrukt dat u dit zo vaak mogelijk moet doen. Om dat een- 166

167 Disk-mode Disk Save (data opslaan op diskette) voudig te maken hebben we de User Style-pagina s voorzien van een jump -functie, zodat u met één knopdruk naar de bovenstaande pagina kunt springen als u even uw User Style-data wilt opslaan. Dat bespaart u de hele omweg van de Disk-mode te moeten verlaten, enz. MIDI Set opslaan Master-pagina: [F5] (Disk) [F2] (Save) [PAGE] (kies MDI SET) Number (1~8) Hiermee kiest u het interne User Style-geheugen waarvan u de data wilt opslaan op diskette. Cursor/Character Met deze twee regelaars kiest u een tekenpositie (Cursor) en wijst u er het gewenste teken aan toe (Character). Dit zijn de beschikbare tekens: !"#$%&'()*+,-. ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ [\]^_` abcdefghijklmnopqrstuvwxyz Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de data op diskette op te slaan. Performance Set opslaan Master-pagina: [F5] (Disk) [F2] (Save) [PAGE] (kies PRF MEM) Met deze functie kunt u alle 8 MIDI Sets opslaan als een Set. De Size-waarde geeft aan hoeveel geheugen er nodig is om de MIDI Set-Set op diskette te zetten, terwijl Free Disk u vertelt hoeveel ruimte er nog vrij is op de diskette. Cursor/Character Zie hierboven. Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de data op diskette op te slaan. Chord Sequence opslaan Master-pagina: [F5] (Disk) [F2] (Save) [PAGE] (kies CHR SEQ) Met deze functie kunt u alle 192 Performancegeheugens opslaan als een Set. De Size-waarde geeft aan hoeveel geheugen er nodig is om de Performance Set op diskette te zetten, terwijl Free Disk u vertelt hoeveel ruimte er nog vrij is op de diskette. Cursor/Character Zie hierboven. Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de data op diskette op te slaan. Met deze functie kunt u de Chord Sequence in het interne geheugen opslaan op diskette. De Size-waarde geeft aan hoeveel geheugen er nodig is om de MIDI Set-Set op diskette te zetten, terwijl Free Disk u vertelt hoeveel ruimte er nog vrij is op de diskette. Cursor/Character Zie blz Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de data op diskette op te slaan. 167

168 G-600 Handleiding Referentie 9.3 Rename Met de Rename-functie kunt u de naam wijzigen van een bestand op de diskette die in de drive steekt. Houd er rekening mee dat u aan het geselecteerde bestand geen naam kunt geven die reeds door een ander bestand op dezelfde diskette wordt gebruikt. Probeert u dat toch te doen, dan maakt de volgende prompt u duidelijk dat dit onmogelijk is: Druk op Part Select [M.DRUMS] als u het andere bestand wilt overschrijven, of op Part Select [UPPER2] (Exit) als u aan het geselecteerde bestand een andere naam wilt geven. Rename User Style Master-pagina: [F5] (Disk) [F3] (Rname) [PAGE] (kies STYLE) bevindt. Deze naam verschijnt op iedere pagina die een Style-naam venster bevat, bijvoorbeeld: Waarin zit hem nu het verschil? Wel, de bestandsnaam is een MS-DOS parameter, wat inhoudt dat u hiervoor enkel hoofdletters kunt gebruiken. Dat is niet altijd even praktisch, vandaar dat de Style-naam u de mogelijkheid geeft om ook kleine letters te gebruiken. Opmerking: Het is weliswaar mogelijk, maar weinig raadzaam om voor de Style-naam en de bestandsnaam verschillende namen te specifiëren. Dat leidt namelijk alleen maar tot verwarring. Cursor/Character Zie blz Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de nieuwe namen op diskette op te slaan. Op de eerste Rename User Style-pagina kiest u de User Style op diskette waaraan u een andere naam wilt geven. Druk, nadat u die Style hebt geselecteerd, op [UPPER2] (Proceed) om naar de tweede pagina te gaan. Rename Music Style Set Master-pagina: [F5] (Disk) [F3] (Rname) [PAGE] (kies STL SET) Op deze pagina kunt u een User Style Set op diskette een nieuwe naam geven. Style-naam vs. bestandsnaam De Style-naam is de naam die de G-600 intern gebruikt. Het is niet de officiële naam van de Style (daarmee bedoelen we de naam waarmee het bestand op de diskette wordt geïdentificeerd). De Style-naam is in feite niet meer dan een User Styleparameter, die zich toevallig op deze display-pagina Select Hiermee kiest u het bestand waaraan u een nieuwe naam wilt geven. Cursor/Character Zie blz Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de nieuwe naam op diskette op te slaan. 168

169 Disk-mode Delete Rename Performance Set, MIDI Set, Chord Sequence Master-pagina: [F5] (Disk) [F3] (Rname) [PAGE] Proceed Druk, nadat u het bestand hebt geselecteerd, op [UPPER2] (Proceed) om naar de tweede pagina te gaan. We nemen hier een aantal functies samen onder de loep omdat ze, met uitzondering van hun verschillende bestandstypes, op dezelfde manier werken. Kies met de [PAGE] -knoppen de juiste pagina: PRF MEM (Performance Memory Sets), MDI SET (MIDI Set) of CHR SEQ (Chord Sequence). Op deze pagina kunt u het geselecteerde bestand van het gekozen type een nieuwe naam geven. Select Hiermee kiest u het bestand waaraan u een nieuwe naam wilt geven. Cursor/Character Zie blz Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de nieuwe naam op diskette op te slaan. Ook hier kunt u weer twee namen instellen. Het verschil wordt uitgelegd op blz In tegenstelling tot de bestandsnaam van een User Style verschijnt de bestandsnaam van een song wel in het display. Cursor/Character Zie blz Execute Druk op Part Select [UPPER1] (Execute) om uw instellingen te bevestigen de nieuwe naam op diskette op te slaan. 9.4 Delete Master-pagina: [F5] (Disk) [F3] (Rname) [PAGE] Rename Music Style Set Master-pagina: [F5] (Disk) [F3] (Rname) [PAGE] (kies SONG) Op de volgende twee pagina s kunt u een Song op diskette een nieuwe naam geven. Met de Delete-functie kunt u een geselecteerd bestand wissen van de diskette die in de disk drive steekt. Kies eerst met [PAGE] het juiste bestandstype, vervolgens het gewenste bestand en druk dan op Execute. Bestandstype Verklaring Select Hiermee kiest u het bestand waaraan u een nieuwe naam wilt geven. STYLE STL SET PRF MEM User Style User Style Set Performance Memory Set (192 Performance-geheugens!) 169

170 G-600 Handleiding Referentie Bestandstype MDI SET CHRD SEQ SONG SNG SET Verklaring MIDI Set (acht MIDI Sets!) Chord Sequence Recorder Song (Standard MIDI File) Song Set Set geen User Style-geheugen overschrijven, kies dan ******** (er wordt dan niets toegewezen aan de geselecteerde Position). Save Druk op Part Select [UPPER1] om naar de Style Set Save-pagina te springen: 9.5 Style Set Met de Style Set-functie compileert u Sets van acht Styles, die u dan in één keer kunt laden. Een Style Set is in feite niet meer dan een bestand dat een aantal namen van te laden User Styles bevat. Met andere woorden, een User Style Set bevat niet de Styles zelf, enkel verwijzingen ernaar. De Styles waarnaar wordt verwezen moeten zich op dezelfde diskette bevinden als de Set. U kunt geen User Styles van een andere diskette aan een Style Set toewijzen. Master-pagina: [F5] (Disk) [SHIFT]+ [F1] (StlSt) Style Set Hiermee kunt u een bestaande Style Set kiezen, om deze vervolgens te editen door andere Styles aan bepaalde Positions (zie hieronder) toe te wijzen. Cursor/Character Zie blz Execute Druk op Part Select [M.BASS] (Execute) om de Style Set op diskette op te slaan. 9.6 Song Set Net als User Style Sets bestaan Song Sets enkel uit referenties naar Songs op dezelfde diskette. In een Song Set legt u de weergavevolgorde vast van een programmeerbaar aantal Songs. In combinatie met Song Set Play op blz. 124 kunt u Song Sets gebruiken om het publiek van muziek te voorzien als u even pauzeert, of wanneer u liever Standard MIDI Files als begeleiding gebruikt. Master-pagina: [F5] (Disk) [SHIFT]+ [F2] (SngSt) New Druk op Part Select [M.DRUMS] (New) om een nieuwe Style Set aan te maken. Deze wordt hier ***New*** genoemd, maar op de tweede pagina kunt u er een andere naam aan geven. Position (1~8) Hiermee kiest u het User Style-geheugen waarnaar de betreffende Style wordt gekopieerd wanneer u deze User Style Set laadt. Met andere woorden: Position 1=User Style-geheugen 1, 2= 2 enz. Disk Style (enkel Styles op de diskette in de drive) Hiermee wijst u een User Style toe aan de geselecteerde Position. Wilt u bij het laden van deze User Style Sng Set Hiermee kunt u een bestaande Song Set kiezen, om deze vervolgens te editen (bv. Songs toevoegen, hun volgorde veranderen, of de Song Set inkorten). New Druk op Part Select [M.DRUMS] (New) om een nieuwe Song Set aan te maken. 170

171 Disk-mode Kopieerfuncties Position Hiermee kiest u de plaats in de keten waaraan u een Song wilt toewijzen. Bij nieuwe Song Sets kunt u de Position niet kiezen, maar moet u de eerste Song aan de eerste positie toewijzen. Disk Song Hiermee wijst u een Song toe aan de geselecteerde Position. In dat geval verspringt het ***End*** event automatisch naar de volgende Position (er wordt dus een nieuw Position tussengevoegd). U kunt dan een nieuwe Song toewijzen aan het ***End*** event enz. Om een bestaande Song Set in te korten kiest u ***End*** in plaats van de Song-naam voor de Position die volgt op de Song waarvan u de laatste Song van uw Set wilt maken. Save Druk op Part Select [UPPER1] om de Song Set op diskette op te slaan. Opmerking: Song Sets kunt u geen naam geven, zorg dus dat u hun nummers onthoudt. Druk op Part Select [UPPER2] om verder te gaan: Song Name Select Met deze functie kiest u de Song (op diskette) die u naar een andere diskette wilt kopiëren. Vindt u de Song die u wilt kopiëren niet, controleer dan of de juiste diskette in de drive steekt. Opmerking: Op deze pagina ziet u de Song-namen in plaats van de bestandsnamen, op die manier kunt u de gewenste Song makkelijker vinden. Het verschil tussen Song- en bestandsnamen wordt uitgelegd op blz Execute Druk op Part Select [LOWER] (Execute) om uw keuze te bevestigen en naar de volgende pagina te gaan. 9.7 Kopieerfuncties Song Copy Master-pagina: [F5] (Disk) [SHIFT]+ [F3] (Copy) [PAGE] (kies SONG) Als u de Copy-functie kiest, vertelt de G-600 u iets wat u al weet maar soms dreigt te vergeten: De G-600 begint nu de geselecteerde Song te kopiëren naar het interne geheugen. U kunt op Part Select [UPPER1] (Abort) drukken als u beslist de Song toch niet te kopiëren. Eens het eerste deel van de Song-data (of de volledige Song) zijn gekopieerd, vraagt het display u om de diskette in te brengen waarnaar u de Song wilt kopiëren (de Destination Disk). Songs kopiëren van in de handel gekochte Standard MIDI Files mag zolang u het origineel bewaart (als veiligheid). U mag echter nooit kopies van auteursrechtelijk beschermd materiaal aan uw vrienden geven. De tweede waarschuwing op deze pagina vertelt u dat de Song Copy-functie gebruik maakt van het beschikbare RAM-geheugen. Dit is het geheugen dat normaal voor User Styles dient. Druk, zodra u de diskette hebt ingebracht, op Part Select [LOWER]. Om aan te geven dat alles naar wens verloopt meldt het display: Door de Song Copy functie te kiezen (wat tot hiertoe nog niet is gebeurd) wist u alle User Styles in het interne geheugen. Bewaar deze op diskette voordat u verdergaat (zie blz. 166). 171

172 G-600 Handleiding Referentie Als de G-600 niet in staat was om de volledige Song in één keer te laden, vraagt hij u nu om de diskette met de originele data (de Source Disk) nogmaals in de drive te steken: 9.8 Diskettes formateren Master-pagina: [F5] (Disk) [SHIFT]+ [F4] (Formt) Volg de instructies op het scherm tot u de onderstaande prompt te zien krijgt. Op dat moment weet u dat het bestand is gekopieerd: Disk Copy Master-pagina: [F5] (Disk) [SHIFT]+ [F3] (Copy) [PAGE] (kies DISK) De Disk Copy-functie werkt op dezelfde manier als de Song Copy-functie. Ditmaal gaat het echter om het kopiëren van een volledige diskette (waarop zich misschien User Styles, Performance Memory Sets enz. bevinden) te kopiëren. Ook de waarschuwing omtrent het auteursrecht krijgt u te zien en ook deze functie maakt gebruik van het interne RAMgeheugen; alle User Styles worden dus gewist. Met deze functie kunt u de diskette die in de disk drive steekt formateren. Deze functie zal u niet zo vaak nodig hebben, want als u een diskette in de drive steekt die de G-600 niet kan lezen, brengt het display u daarvan op de hoogte en stelt meteen voor de betreffende diskette te formateren (of om de diskette uit de drive te werpen). Het is geen slecht idee om tijdens een dood moment even een paar diskettes te formateren op die manier hebt u ze steeds klaarliggen als u plots de inspiratie voelt opwellen en meteen aan de slag wilt. Formateren werkt als volgt: kies eerst de Formatfunctie, lees vervolgens de hierboven afgebeelde prompt (die maakt u opmerkzaam op het feit dat alle data op de diskette, die u gaat formateren, zullen worden gewist. Controleer dus of de diskette geen belangrijke data bevat) en druk tenslotte op Part Select [LOWER]. Tijdens het formateren ziet het display er als volgt uit: Zodra de diskette is geformateerd krijgt u de volgende prompt te zien: De werkwijze kunt u hierboven nalezen, want ze is hetzelfde als die van Song Copy (het kopiëren van volledige diskettes duurt alleen wat langer). 172

173 Meldingen in het display Prompts i.v.m. Recorder- of Disk-functies 10. Meldingen in het display Van tijd tot tijd krijgt u misschien een prompt te zien die u niet begrijpt. Hieronder vindt u een overzicht van deze meldingen! 10.1 Prompts i.v.m. Recorder- of Disk-functies een diskette met Song-bestanden in de drive en druk op [PLAY /STOP ]. Dit display krijgt u te zien wanneer u op [PLAY / STOP ] drukt om de opname van een Recorder Song te beëindigen. Wilt u de gemaakte opname bewaren, geef ze dan een naam en druk op Part Select [M.DRUMS] (Save) om de Song op diskette op te slaan. Wilt u de opname niet bewaren, druk dan op Part Select [UPPER2] (Exit). De diskette die u in de drive hebt gestoken kan niet worden gelezen of kan geen data opslaan. Steek een andere diskette in de drive. U probeert de Recorder of een Disk-functie te gebruiken terwijl de disk drive leeg is. Steek een diskette in de drive. De Standard MIDI File bevat meer dan 17 sporen. Dat beantwoordt niet aan de vereisten voor een SMF van formaat 1. De Recorder kan dit bestand niet weergeven. De diskette die u in de drive hebt gestoken bevat geen Song-bestanden. Vervang de diskette door eentje die wél Recorder Songs bevat. U probeert een diskette waarvan de schrijfbeveiliging is ingeschakeld te beschrijven of te formateren. Verwijder de diskette uit de drive, zet het wisbeveiligingsnokje in de stand WRITE en druk op Part Select [M.DRUMS] (Retry). Wilt u de data niet op deze diskette opslaan, druk dan op Part Select [UPPER2] (Abort). U probeert de weergave van de Recorder te starten terwijl er geen diskette in de disk drive steekt. Steek Deze prompt betekent hetzelfde als de vorige, alleen verdwijnt hij ditmaal automatisch. Daarom vindt u hier ook geen Retry- of Abort-functie. 173

174 G-600 Handleiding Referentie De schrijfbeveiliging van de diskette waarvan u data wilt kopiëren is niet ingeschakeld. Haal de diskette uit de drive, schakel de schrijfbeveiliging in en druk op Part Select [M.DRUMS] (Retry). Wilt u geen data van deze diskette laden, druk dan op Part Select [UPPER2] (Abort). U hebt een niet-geformateerde diskette in de drive gestoken. Wilt u ze nu formateren, druk dan op Part Select [M.DRUMS] (Format). Wilt u dat niet, druk dan op Part Select [UPPER2] (Exit). Beide meldingen betekenen dat u geen data op deze diskette kunt opslaan. De eerste melding vertelt u dat de diskette niet genoeg ruimte vrij heeft voor het bestand dat u wilt opslaan, terwijl de tweede inhoudt dat het maximale aantal bestanden dat MS-DOS (en dus de G-600) aanvaardt zou worden overschreden als u het geselecteerde bestand op deze diskette opslaat. Druk in beide gevallen op Part Select [UPPER2] (Exit). De diskette die u in de drive hebt gestoken is geformateerd, maar het gaat om een formaat dat de G-600 niet kan lezen. Druk op Part Select [UPPER2] (Exit) en haal de diskette uit de drive. Bent u echter zeker dat u de data op deze diskette niet meer nodig hebt, dan kunt u ze ook formateren met de Format-functie (zie blz. 172). De naam die u hebt toegewezen aan een bestand dat u wilt opslaan of herbenoemen (Rename) bestaat reeds op deze diskette. Druk, indien mogelijk (eerste melding), op Part Select [M.DRUMS] om het bestand met dezelfde naam te overschrijven, of op Part Select [UPPER2] (Exit) om het geselecteerde bestand een andere naam te geven. In het tweede geval verdwijnt de prompt na enkele seconden. U probeert een Disk-functie aan te spreken terwijl u een Recorder Song weergeeft (of vice versa). Dit is niet mogelijk. De diskette die u hebt ingebracht na het verwijderen van de Destination diskette (tijdens Song of Disk Copy) is niet de diskette die u de eerste keer hebt gebruikt. Steek de juiste diskette in de drive. De diskette die u hebt ingebracht nadat u de brondiskette hebt verwijderd (tijdens Song of Disk Copy) is 174

175 Meldingen in het display Meldingen i.v.m. User Style-functies niet dezelfde die u bij de eerste Insert Destination Disk-prompt hebt gebruikt. Steek de juiste diskette in de drive Meldingen i.v.m. User Style-functies Het User Style-bestand dat u probeert te laden is beschadigd. Probeer het eens met uw veiligheidskopie en vergeet niet daar opnieuw een veiligheidskopie van te maken. De User Style die u probeert te laden is geen MSA, MSD of MSE User Style en kan dus niet worden geladen. U probeert een User Style in het vermelde geheugen te laden, terwijl de Style in dat geheugen in gebruik is. Dat is niet mogelijk Algemene meldingen Het Performance-geheugen dat u hebt geselecteerd kon de User Style, waarvan de naam in de bovenste regel wordt afgebeeld, niet vinden in het gespecifieerde User Style-geheugen. Druk op Part Select [M.DRUMS] om de betreffende Style nu te laden. Hebt u die User Style niet nodig, druk dan op Part Select [UPPER2] (Exit). Als u op Part Select [M.DRUMS] (Load) drukt, is het mogelijk dat u de volgende melding te zien krijgt, om aan te geven dat de diskette in de drive deze User Style niet bevat: Dit verschijnt wanneer u uw G-600 initialiseert: houd de [WRITE]-knop ingedrukt terwijl u de G-600 inschakelt. Opmerking: Door dit te doen wist u alle Performancegeheugens en MIDI Sets alsook de Chord Sequence. Druk op Part Select [M.DRUMS] (Retry) om het nogmaals te proberen, of op Part Select [UPPER2] (Exit). De lithium-batterij die de geheugens (User Styles, Performance-geheugens, MIDI Sets en Chord Sequence) onder stroom houdt is bijna leeg. Laat ze vervangen door uw Roland dealer. Deze melding verschijnt als u een leeg User Stylegeheugen selecteert. Wacht tot de prompt verdwijnt en ga dan verder. 175

176 G-600 Handleiding Referentie 11. Music Styles A Tempo Maats. A 11 HardRock 90 4/4 A 12 HardEdge 97 4/4 A 13 BritRock 120 4/4 A 14 Rock /4 A 15 Rock /4 A 16 Sh Rock /4 A 17 Sh Rock /4 A 18 Sh Rock /4 A 21 Progress 134 4/4 A 22 Undergrd 126 4/4 A 23 Techno 130 4/4 A 24 Dance /4 A 25 Dance /4 A 26 PopRap 84 4/4 A 27 Rap 92 4/4 A 28 AcidJazz 100 4/4 A 31 Funk /4 A 32 Funk /4 A 33 CoolGrv /4 A 34 CoolGrv /4 A 35 CoolGrv3 95 4/4 A 36 CoolGrv /4 A 37 Contemp /4 A 38 Contemp2 98 4/4 A 41 8B Pop1 60 4/4 A 42 8B Pop2 70 4/4 A 43 8B Pop3 75 4/4 A 44 8B Pop4 84 4/4 A 45 8B Pop5 85 4/4 A 46 8B Pop6 92 4/4 A 47 8B Pop7 96 4/4 A 48 8B Pop8S 75 4/4 A 51 16B Pop1 65 4/4 A 52 Bld Rock 75 4/4 A 53 16B Pop2 85 4/4 A 54 16B Pop /4 A 55 16B Pop /4 A 56 16B Pop /4 A 57 Bld RckS 78 4/4 A 58 16B PopS 100 4/4 A 61 Boogie 165 4/4 A 62 Rock'N /4 A 63 Rock'N /4 A 64 Twist 164 4/4 A 65 SlRock1 58 6/8 A 66 SlRock2 75 6/8 A 67 SlRock3 70 4/4 A 68 SlRock4 83 4/4 Tempo Maats. A 71 Sh Bald1 88 4/4 A 72 Sh Bald /4 A 73 Sh Bald /4 A 74 Blues 60 4/4 A 75 BlueBeat 110 4/4 A 76 R&B 114 4/4 A 77 BigBand 135 4/4 A 78 Shuffle 180 4/4 A 81 SlSwing1 56 4/4 A 82 SlSwing2 60 4/4 A 83 SlSwing /4 A 84 MedSwing 110 4/4 A 85 Swing /4 A 86 Swing /4 A 87 CoolJazz 160 4/4 A 88 SwCombo 184 4/4 B B 11 Bossa1 63 2/4 B 12 Bossa2 75 2/4 B 13 LatinRk 84 4/4 B 14 Latin 92 4/4 B 15 SambaRio 130 4/4 B 16 MdnSamba 114 4/4 B 17 DscSamba 125 4/4 B 18 Calypso 155 4/4 B 21 Mambo /4 B 22 Mambo /4 B 23 Mereng /4 B 24 Mereng /4 B 25 Salsa1 90 4/4 B 26 Salsa2 95 4/4 B 27 ChaCha /4 B 28 ChaCha /4 B 31 Reggae /4 B 32 Reggae /4 B 33 PopRock 132 4/4 B 34 Rhumba 110 4/4 B 35 Bolero 109 4/4 B 36 Beguine 105 4/4 B 37 Dixie 180 4/4 B 38 Charlest 212 4/4 B 41 SlWaltz1 85 3/4 B 42 SlWaltz2 90 3/4 B 43 JazzWltz 150 3/4 B 44 Waltz 180 3/4 B 45 Musette 180 3/4 B 46 FrWaltz 205 6/8 B 47 Mazurka 155 3/4 B 48 Baroque 140 4/4 Tempo Maats. B 51 ArgTango 120 4/4 B 52 EurTango 120 4/4 B 53 Polka 130 4/4 B 54 Quadrgl 135 4/4 B 55 Tarantel 135 4/4 B 56 SlFoxtrt 120 4/4 B 57 Foxtrot 185 4/4 B 58 March 115 4/4 B 61 DiscoFox 120 4/4 B 62 Schlagr /8 B 63 Schlagr /4 B 64 Schlagr /4 B 65 DWalzer 180 3/4 B 66 DMarsch /8 B 67 DMarsch /4 B 68 VlkMusik 123 4/4 B 71 Balle 171 4/4 B 72 RumSalsa 99 4/4 B 73 Jota 210 3/4 B 74 Habanera 106 4/4 B 75 SCountry 86 4/4 B 76 S Waltz 171 3/4 B 77 S Ballad 112 4/4 B 78 S Boogie 160 4/4 B 81 Gospel 60 6/8 B 82 C'Ballad 82 4/4 B 83 C'Westrn 130 4/4 B 84 C'Swing 160 4/4 B 85 C'Boogie 182 4/4 B 86 Country 129 4/4 B 87 Cajun 114 4/4 B 88 B'Grass 152 4/4 176

177 MIDI-implementatie Algemene meldingen 12. MIDI-implementatie [ARRANGER WORKSTATION] (Arranger) Date: February 1997 Model: G-600 Version: 1.00 Basic Channel Mode Note Number Velocity After Touch Function... Transmitted Recognized Remarks Default Changed Default Message Altered True Voice Note ON Note OFF Key s Ch s 1~12, 14, 16 1~16, Off Mode 3 Mode 3, 4 (M=1) ***** 0~127 ***** O *1 X X X 1~16 1~16, Off Mode 3 Mode 3, 4 (M=1) *2 0~127 *1 0~127 O *1 X O *1 O *1 Pitch Bend O *1 O *1 Control Change 0, , , , Program Change True # O *1 O *1 O O O *1 O *1 O *1 O *1 O O *1 O *1 O O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 X X X *1 ***** System Exclusive O O System Common System Real Time Aux Messages Notes Song Pos Song Sel Tune Clock Commands Local On/Off All Notes Off Active Sense Reset Mode 1: OMNI ON, POLY Mode 3: OMNI OFF, POLY X X X O *1 O *1 O *1 X O X O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O (Reverb) *1 O (Chorus) *1 O (Delay) *1 O *1 O *1 O O O *1 0~127 X X X O *1 O *1 O O ( ) O X *1 O X is selectable *2 Recognized as M=1 even if M 1 Mode 2: OMNI ON, MONO Mode 4: OMNI OFF, MONO 1= Acc1 / 2= A Bass, 3= Acc2, 4= Upper1, 5= Acc3, 6= Upper2, 7= Acc4, 8= Acc5, 9= Acc6, 10= A Drums/Stl PG, 11= Lower, 12= Man Bass, 13=Rx1 / Basic MIDi ch, 14= Rx2 / NTA1, 15= Rx 3 / NTA2, 16= M Drum Bank Select Modulation Portamento Time Data Entry Volume Panpot Expression Hold 1 Portamento Sostenuto Soft Portamento Control Effect 1 Depth Effect 3 Depth Effect 4 Depth NRPN LSB, MSB RPN LSB, MSB All Sound Off Reset All Controllers Program Number 1~128 MIDI File Record/Play O: Yes X: No 177

178 G-600 Handleiding Referentie [ARRANGER WORKSTATION] (Sound Module, Keyboard Section, SMF Player) Date: February 1997 Model: G-600 Version: 1.00 Basic Channel Mode Note Number Velocity After Touch Function... Transmitted Recognized Remarks Default Changed Default Message Altered True Voice Note ON Note OFF Key s Ch s 4, 6, 11, 12, 16 1~16, Off Mode 3 Mode 3, 4 (M=1) ***** 0~127 *1 ***** O *1 X X X 1~16 1~16, Off Mode 3 Mode 3, 4 (M=1) *2 0~127 0~127 O X O *1 O *1 Pitch Bend O *1 O *1 Control Change 0, , , , Program Change True # O *1 O *1 O O O *1 O *1 O *1 O *1 O O *1 O *1 O O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O O O *1 ***** System Exclusive O O System Common System Real Time Aux Messages Notes Song Pos Song Sel Tune Clock Commands Local On/Off All Notes Off Active Sense Reset Mode 1: OMNI ON, POLY Mode 3: OMNI OFF, POLY O *1 O *1 X O *1 O *1 O *1 X O X O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O *1 O (Reverb) *1 O (Chorus) *1 O (Delay) *1 O *1 O *1 O O O *1 0~127 O *1 O *1 X O *1 O *1 O O ( ) O X *1 O X is selectable *2 Recognized as M=1 even if M 1 Mode 2: OMNI ON, MONO Mode 4: OMNI OFF, MONO 4= Upper1, 6= Upper2 11= Lower, 12= Man. Bass 16= Man. Drums Bank Select Modulation Portamento Time Data Entry Volume Panpot Expression Hold 1 Portamento Sostenuto Soft Portamento Control Effect 1 Depth Effect 3 Depth Effect 4 Depth NRPN LSB, MSB RPN LSB, MSB All Sound Off Reset All Controllers Program Number 1~128 MIDI File Record/Play O: Yes X: No 178

179 Tone-overzicht G-600 Tone Map (Bank A & B) 13. Tone-overzicht G-600 Tone Map (Bank A & B) PC CC00 Instrument Stemmen Opmerking Piano Piano Piano 1w Piano 1d Piano Piano 2w Piano EG+Rhodes EG+Rhodes Piano 3w Honky-tonk Old Upright E.Piano St.Soft EP SA E. Piano 2 G-/RA-800/G FM+SA EP Stiky Rhodes 2 G-/RA-800/G 's E.Piano Hard Rhodes MellowRhodes 's Piano 2 2 G-/RA-800/G E.Piano Detuned EP St.FM EP Hard FM EP Harpsichord Coupled Hps Harpsi.w Harpsi.o Clav. 1 Chromatic percussion Celesta Glockenspiel Music Box Vibraphone Hard Vibe Vib.w Marimba Marimba w Barafon Barafon Log drum Xylophone Tubular-bell Church Bell Carillon Santur Santur Cimbalom 2 Organ Organ Organ Detuned Or Organ 's Organ 's Organ 's Organ Cheese Organ Organ Even Bar Organ Bass Organ Oct 1 2 G-/RA-800/G Organ Organ Detuned Or Organ Organ 3 2 * 008 Rotary Org. 1 V-SW 016 Rotary Org.S Rotary Org.F Church Org Church Org Organ Oct 2 2 G-/RA-800/G Church Org Organ Flute Trem.Flute Reed Organ 1 * Accordion Fr Accordion It Detuned Acc 2 G-/RA-800/G-600 PC CC00 Instrument Stemmen Opmerking 024 Accordion 1 2 G-/RA-800/G Accordion 2 2 G-/RA-800/G Harmonica 1 G-/RA-800/G Harmonica Bandoneon Acc Juno Detuned Acc2 2 G-/RA-800/G-600 Guitar Nylon-str.Gt Ukulele Nylon Gt.o Velo Harmnix 1 V-SW 032 Nylon Gt Lequint Gt Steel-str.Gt str.Gt Nylon+Steel Mandolin Mandolin 2 1 G-/RA-800/G Mandolin Trem 1 G-/RA-800/G Steel Gt Jazz Gt. 1 * 001 Mellow Gt Pedal Steel Clean Gt Clean Gt 2 2 G-/RA-800/G OpenHard Gt 2 G-/RA-800/G Chorus Gt JC Strat Gt 2 G-/RA-800/G Muted Gt Muted Dis.Gt Muted GT 2 1 G-/RA-800/G Funk Pop Funk Gt.2 1 V-SW Overdrive Gt DistortionGt Dist. Gt Dazed Guitar Feedback Gt Feedback Gt Power Guitar Power Gt th Dist Rock Rhythm Rock Rhythm Gt.Harmonics Gt. Feedback Ac.Gt.Harmnx 1 Bass Acoustic Bs Fingered Bs Fingered Bs Jazz Bass Picked Bass Mute PickBs Fretless Bs Fretless Bs Fretless Bs Fretless Bs Syn Fretless Mr.Smooth Slap Bass Reso Slap Slap Bass Synth Bass SynthBass Acid Bass TB303 Bass Tekno Bass Reso SH Bass Synth Bass SynthBass Modular Bass Seq Bass Beef FM Bass X Wire Bass Rubber Bass SH101 Bass SH101 Bass Smooth Bass 2 PC CC00 Instrument Stemmen Opmerking Strings / orchestra Violin Slow Violin Viola Cello Contrabass Tremolo Str Slow Tremolo Suspense Str PizzicatoStr Harp Timpani 1 Ensemble Strings Strings Orchestra Orchestra Tremolo Orch Choir Str St.Strings Velo Strings Strings Oct 2 G-/RA-800/G Slow Strings SlowStrings Legato Str Warm Strings St.Slow Str Syn.Strings OB Strings Syn.Strings Syn.Strings Choir Aahs St.Choir Mello Choir Choir Aahs Voice Oohs SynVox Syn.Voice OrchestraHit Impact Hit Philly Hit Double Hit Lo Fi Rave 2 Brass Trumpet Trumpet Flugel Horn Bright Tp Warm Tp Trombone Trombone Tuba Tuba MutedTrumpet French Horns 1 V-SW 001 Fr.Horn Fr.Horn Solo Horn Orch Brass 1 1 * 008 Brass Brass Fall Brass Oct 2 G-/RA-800/G Synth Brass Poly Brass Synth Brass Quack Brass Octave Brass Synth Brass Soft Brass Synth Brass Velo Brass Velo Brass 2 2 Reed Soprano Sax Alto Sax Hyper Alto 1 V-SW 009 Alto Sax 2 1 G-/RA-800/G-600 V-SW *: Zelfde klank als in de SC-55 map **: Percussieklank die u niet melodisch kunt gebruiken, speel een noot in de buurt van C4 (nootnummer 60). 179

180 G-600 Handleiding Referentie PC CC00 Instrument Stemmen Opmerking Tenor Sax Tenor Sax 2 1 G-/RA-800 V-SW 008 BreathyTenor Baritone Sax Oboe English Horn Bassoon Clarinet Bs Clarinet 1 Pipe Piccolo Nay 1 G-/RA Nay Oct 2 G-/RA Flute Recorder Pan Flute Kawala Kawala 2 1 G-/RA Kawala Oct 2 G-/RA Bottle Blow Shakuhachi Whistle Ocarina 1 Synth Lead Square Wave Square Hollow Mini Mellow FM CC Solo Shmoog LM Square Sine Wave Saw Wave Saw Pulse Saw Feline GR Big Lead Velo Lead GR LA Saw Doctor Solo Waspy Synth Syn.Calliope Vent Synth Pure PanLead Chiffer Lead Charang Dist.Lead Solo Vox th Saw Wave Big Fives Bass & Lead Big & Raw Fat & Perky 2 Synth Pad, etc Fantasia Fantasia Warm Pad Thick Pad Horn Pad Rotary Strng Soft Pad Polysynth 's PolySyn Space Voice Heaven II Bowed Glass Metal Pad Tine Pad Panner Pad Halo Pad Sweep Pad Polar Pad Converge Shwimmer Celestial Pd 2 Synth SFX Ice Rain 2 PC CC00 Instrument Stemmen Opmerking 001 Harmo Rain African wood Clavi Pad Soundtrack Ancestral Prologue Rave Crystal Syn Mallet Soft Crystal Round Glock Loud Glock GlockenChime Clear Bells ChristmasBel Vibra Bells Digi Bells Choral Bells Air Bells Bell Harp Gamelimba Atmosphere Warm Atmos Nylon Harp Harpvox HollowReleas Nylon+Rhodes Ambient Pad Brightness Goblin Goblinson 's Sci-Fi Echo Drops Echo Bell Echo Pan Echo Pan Big Panner Reso Panner Water Piano Star Theme Star Theme 2 2 Ethnic, etc Sitar Sitar Detune Sitar Tambra Tamboura Banjo Muted Banjo Rabab Gopichant Oud Oud 2 1 G-/RA Oud Tremolo 1 G-/RA Oud V-Switch 2 G-/RA Oud & Strings 2 G-/RA Shamisen Tsugaru Koto Taisho Koto Kanoon Kanoon 2 1 G-/RA Kanoon Oct 2 G-/RA Kanoon & Choir 2 G-/RA Kalimba Bagpipe Mizmar 1 G-/RA Mizmar Oct Mizmar Dual 2 G-/RA Fiddle Rababa 1 G-/RA Shanai Shanai 2 1 V-SW 008 Pungi Hichiriki 2 Percussive Tinkle Bell Bonang Gender Gamelan Gong 1 PC CC00 Instrument Stemmen Opmerkin 011 St.Gamelan RAMA Cymbal Agogo Atarigane Steel Drums Woodblock Castanets Taiko Concert BD Melo. Tom Real Tom Melo. Tom Rock Tom Synth Drum Tom Elec Perc Reverse Cym Reverse Cym Rev.Snare Rev.Snare Rev.Kick Rev.ConBD Rev.Tom Rev.Tom 2 1 SFX Gt.FretNoise Gt.Cut Noise String Slap Gt.CutNoise Dist.CutNoiz Bass Slide Pick Scrape Breath Noise Fl.Key Click Seashore Rain Thunder Wind Stream Bubble Bird 2 *** 001 Dog 1 *** 002 Horse-Gallop 1 *** 003 Bird 2 1 *** 004 Kitty 1 ** 005 Growl 1 ** Telephone 1 1 *** 001 Telephone 2 1 *** 002 DoorCreaking 1 *** 003 Door 1 *** 004 Scratch 1 *** 005 Wind Chimes 2 *** 007 Scratch 2 1 ** Helicopter 1 *** 001 Car-Engine 1 *** 002 Car-Stop 1 *** 003 Car-Pass 1 *** 004 Car-Crash 2 *** 005 Siren 1 *** 006 Train 1 *** 007 Jetplane 2 *** 008 Starship 2 *** 009 Burst Noise 2 *** Applause 2 *** 001 Laughing 1 *** 002 Screaming 1 *** 003 Punch 1 *** 004 Heart Beat 1 * 005 Footsteps 1 *** 006 Applause 2 2 ** Gun Shot 1 *** 001 Machine Gun 1 *** 002 Lasergun 1 *** 003 Explosion 2 *** *: Zelfde klank als in de SC-55 map **: Percussieklank die u niet melodisch kunt gebruiken, speel een noot in de buurt van C4 (nootnummer 60). 180

181 Tone-overzicht SC-55 Tone Map (Bank C & D) SC-55 Tone Map (Bank C & D) PC CC00 Instrument Stemmen Opmerking Piano Piano Piano 1w Piano 1d Piano Piano 2w Piano Piano 3w Honky-tonk HonkyTonk w E.Piano Detuned EP E.Piano 1v s E.Piano E.Piano Detuned EP E.Piano 2v Harpsichord Coupled Hps Harpsi.w Harpsi.o Clav. 1 Chromatic percussion Celesta Glockenspl Music Box Vibraphone Vib.w Marimba Marimba w Xylophone Tubularbell Church Bell Carillon Santur 1 Organ Organ Detuned Or 's Organ Organ Organ Detuned Or Organ Organ Church Org Church Org Church Org Reed Organ Accordion F Accordion I Harmonica Bandoneon 2 Guitar Nylon Gt Ukulele Nylon Gt.o Nylon Gt Steel Gt str.Gt Mandolin Jazz Gt Hawaiian Gt Clean Gt Chorus Gt Muted Gt Funk Gt Funk Gt OverdriveGt Dist.Gt Feedback Gt Gt.Harmonix Gt.Feedback 1 Bass Acoustic Bs Fingered Bs Picked Bass Fretless Bs Slap Bass Slap Bass Syn.Bass Syn.Bass Syn.Bass Syn.Bass Syn.Bass 4 2 PC CC00 Instrument Stemmen Opmerking 016 Rubber Bass 2 Strings / Orchestra Violin Slow Violin Viola Cello Contrabass Tremolo Str Pizzicato Harp Timpani 1 Ensemble Strings Orchestra SlowStrings SynStrings SynStrings SynStrings Choir Aah Choir Aahs Voice Oohs SynVox Orchest.Hit 2 Brass Trumpet Trombone Trombone Tuba MuteTrumpet French Horn Fr.Horn Brass Brass Syn.Brass Syn.Brass Analog Brs Syn.Brass Syn.Brass Analog Brs2 2 Reed Soprano Sax Alto Sax Tenor Sax BaritoneSax Oboe EnglishHorn Bassoon Clarinet 1 Pipe Piccolo Flute Recorder Pan Flute Bottle Blow Shakuhachi Whistle Ocarina 1 Synth lead Square Wave Square Sine Wave Saw Wave Saw Doctor Solo SynCalliope ChifferLead Charang Solo Vox th Saw Bass & Lead 2 Synth Pad, etc Fantasia Warm Pad Polysynth Space Voice Bowed Glass Metal Pad Halo Pad Sweep Pad 1 PC CC00 Instrument Stemmen Opmerkin Synth SFX Ice Rain Soundtrack Crystal Syn Mallet Atmosphere Brightness Goblin Echo Drops Echo Bell Echo Pan Star Theme 2 Ethnic, etc Sitar Sitar Banjo Shamisen Koto Taisho Koto Kalimba Bagpipe Fiddle Shanai 1 Percussive Tinkle Bell Agogo Steel Drums Woodblock Castanets Taiko Concert BD Melo. Tom Melo. Tom Synth Drum Tom Elec Perc Reverse Cym 1 SFX Gt.FretNoiz Gt.CutNoise String Slap BreathNoise Fl.KeyClick Seashore Rain Thunder Wind Stream Bubble Bird Dog HorseGallop Bird Telephone Telephone Creaking Door Scratch Wind Chimes Helicopter Car-Engine Car-Stop Car-Pass Car-Crash Siren Train Jetplane Starship Burst Noise Applause Laughing Screaming Punch Heart Beat Footsteps Gun Shot Machine Gun Lasergun Explosion 2 181

182 G-600 Handleiding Referentie SC-55 Map (CM-64 Tones) PC CC00 Instrument Stemmen Opmerking Piano Piano Piano 1w Piano 1d Piano Piano 2w Piano Piano 3w Honky-tonk HonkyTonk w E.Piano Detuned EP E.Piano 1v s E.Piano E.Piano Detuned EP E.Piano 2v Harpsichord Coupled Hps Harpsi.w Harpsi.o Clav. 1 Chromatic percussion Celesta Glockenspl Music Box Vibraphone Vib.w Marimba Marimba w Xylophone Tubularbell Church Bell Carillon Santur 1 Organ Organ Detuned Or 's Organ Organ Organ Detuned Or Organ Organ Church Org Church Org Church Org Reed Organ Accordion F Accordion I Harmonica Bandoneon 2 Guitar Nylon Gt Ukulele Nylon Gt.o Nylon Gt Steel Gt str.Gt Mandolin Jazz Gt Hawaiian Gt Clean Gt Chorus Gt Muted Gt Funk Gt Funk Gt OverdriveGt Dist.Gt Feedback Gt Gt.Harmonix Gt.Feedback 1 Bass Acoustic Bs Fingered Bs Picked Bass Fretless Bs Slap Bass Slap Bass Syn.Bass Syn.Bass Syn.Bass Syn.Bass Syn.Bass 4 2 PC CC00 Instrument Stemmen Opmerking 016 Rubber Bass 2 Strings / Orchestra Violin Slow Violin Viola Cello Contrabass Tremolo Str Pizzicato Harp Timpani 1 Ensemble Strings Orchestra SlowStrings SynStrings SynStrings SynStrings Choir Aah Choir Aahs Voice Oohs SynVox Orchest.Hit 2 Brass Trumpet Trombone Trombone Tuba MuteTrumpet French Horn Fr.Horn Brass Brass Syn.Brass Syn.Brass Analog Brs Syn.Brass Syn.Brass Analog Brs2 2 Reed Soprano Sax Alto Sax Tenor Sax BaritoneSax Oboe EnglishHorn Bassoon Clarinet 1 Pipe Piccolo Flute Recorder Pan Flute Bottle Blow Shakuhachi Whistle Ocarina 1 Synth lead Square Wave Square Sine Wave Saw Wave Saw Doctor Solo SynCalliope ChifferLead Charang Solo Vox th Saw Bass & Lead 2 Synth Pad, etc Fantasia Warm Pad Polysynth Space Voice Bowed Glass Metal Pad Halo Pad Sweep Pad 1 PC CC00 Instrument Stemmen Opmerkin Synth SFX Ice Rain Soundtrack Crystal Syn Mallet Atmosphere Brightness Goblin Echo Drops Echo Bell Echo Pan Star Theme 2 Ethnic, etc Sitar Sitar Banjo Shamisen Koto Taisho Koto Kalimba Bagpipe Fiddle Shanai 1 Percussive Tinkle Bell Agogo Steel Drums Woodblock Castanets Taiko Concert BD Melo. Tom Melo. Tom Synth Drum Tom Elec Perc Reverse Cym 1 SFX Gt.FretNoiz Gt.CutNoise String Slap BreathNoise Fl.KeyClick Seashore Rain Thunder Wind Stream Bubble Bird Dog HorseGallop Bird Telephone Telephone Creaking Door Scratch Wind Chimes Helicopter Car-Engine Car-Stop Car-Pass Car-Crash Siren Train Jetplane Starship Burst Noise Applause Laughing Screaming Punch Heart Beat Footsteps Gun Shot Machine Gun Lasergun Explosion 2 182

183 Tone-overzicht GM Tones GM Tones Piano Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Piano 1 A Piano 2 A Piano 3 A Honky-tonk A E.Piano 1 A E.Piano 2 A Harpsichord A Clav. TONES en VARIATIES / DRUM SETS Ensemble Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Strings A Slow Strings A Syn.Strings1 A Syn.Strings2 A Choir Aahs A Voice Oohs A SynVox A OrchestraHit Synth Sfx Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Ice Rain B Soundtrack B Crystal B Atmosphere B Brightness B Goblin B Echo Drops B Star Theme Chr Perc. Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Celesta A Glockenspiel A Music Box A Vibraphone A Marimba A Xylophone A Tubular-bell A Santur Brass Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Trumpet A Trombone A Tuba A MutedTrumpet A French Horn A Brass 1 A Synth Brass1 A Synth Brass2 Ethnic Misc Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Sitar B Banjo B Shamisen B Koto B Kalimba B Bag Pipe B Fiddle B Shanai Organ Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Organ 1 A Organ 2 A Organ 3 A Church Org.1 A Reed Organ A Accordion Fr A Harmonica A Bandoneon Reed Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Soprano Sax B Alto Sax B Tenor Sax B Baritone Sax B Oboe B English Horn B Bassoon B Clarinet Percussive Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Tinkle Bell B Agogo B Steel Drums B Woodblock B Taiko B Melo. Tom 1 B Synth Drum B Reverse Cym. Guitar Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Nylon-str.Gt A Steel-str.Gt A Jazz Gt. A Clean Gt A Muted Gt. A Overdrive Gt1 A DistortionGt1 A Gt.Harmonics Pipe Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Piccolo B Flute B Recorder B Pan Flute B Bottle Blow B Shakuhachi B Whistle B Ocarina Sfx Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Gt.FretNoise B Breath Noise B Seashore B Bird B Telephone 1 B Helicopter B Applause B Gun Shot Bass Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Acoustic Bs. A Fingered Bs. A Picked Bs. A Fretless Bs. A Slap Bass 1 A Slap Bass 2 A Synth Bass 1 A Synth Bass 2 Strings Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Violin A Viola A Cello A Contrabass A Tremolo Str A PizzicatoStr A Harp A Timpani Synth Lead Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Square Wave B Saw Wave B Syn.Calliope B Chiffer Lead B Charang B Solo Vox B th Saw Wave B Bass & Lead Synth Pad Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Fantasia B Warm Pad B Polysynth B Space Voice B Bowed Glass B Metal Pad B Halo Pad B Sweep Pad DRUM SETS Drum Set# Pg# CC0# Set Name Standard Room Power Electronic TR Brush Orchestra SFX Jazz Tone# = Groep / Bank / Nummer / Variatie Pg# = MIDI-programmanummer (1-128) CC0#= MIDI-controlenummer 0, waarde (0-127) 183

184 G-600 Handleiding Referentie GS Tones TONES en VARIATIES / DRUM SETS Piano Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone Bass Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone Pipe Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone Percussive Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Piano 1 A Piano 1w A Piano 1d A Piano 2 A Piano 2w A Piano 3 A Piano 3w A Honky-tonk A Honky-tonk w A E.Piano 1 A Detuned EP 1 A E.Piano 1v A s E.Piano A E.Piano 2 A Detuned EP 2 A E.Piano 2v A Harpsichord A Coupled Hps. A Harpsi.w A Harpsi.o A Clav. Chr Perc. Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Celesta A Glockenspiel A Music Box A Vibraphone A Vib.w A Marimba A Marimba w A Xylophone A Tubular-bell A Church Bell A Carillon A Santur Organ Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Organ 1 A Detuned Or.1 A s Organ 1 A Organ 4 A Organ 2 A Detuned Org.2 A Organ 5 A Organ 3 A Church Org.1 A Church Org.2 A Church Org.3 A Reed Organ A Accordion Fr A Accordion It A Harmonica A Bandoneon A Acoustic Bs. A Fingered Bs. A Picked Bs A Fretless Bs. A Slap Bass 1 A Slap Bass 2 A Synth Bass 1 A SynthBass101 A Synth Bass 3 A Synth Bass 2 A Synth Bass 4 A Rubber Bass Strings Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Violin A Slow Violin A Viola A Cello A Contrabass A Tremolo Str A PizzicatoStr A Harp A Timpani Ensemble Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Strings A Orchestra A Slow Strings A Syn.Strings1 A Syn.Strings3 A Syn.Strings2 A Choir Aahs A Choir Aahs 2 A Voice Oohs A SynVox A OrchestraHit Brass Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Trumpet A Trombone A Trombone 2 A Tuba A MutedTrumpet A French Horn A French Horn 2 B Piccolo B Flute B Recorder B Pan Flute B Bottle Blow B Shakuhachi B Whistle B Ocarina Synth Lead Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Square Wave B Square B Sine Wave B Saw Wave B Saw B Doctor Solo B Syn.Calliope B Chiffer Lead B Charang B Solo Vox B th Saw Wave B Bass & Lead Synth Pad Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Fantasia B Warm Pad B Polysynth B Space Voice B Bowed Glass B Metal Pad B Halo Pad B Sweep Pad Synth Sfx Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Ice Rain B Soundtrack B Crystal B Syn Mallet B Atmosphere B Brightness B Tinkle Bell B Agogo B Steel Drums B Woodblock B Castanets B Taiko B Concert BD B Melo. Tom 1 B Melo. Tom 2 B Synth Drum B Tom B Elec Perc B Reverse Cym. Sfx Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Gt.FretNoise B Gt.Cut Noise B String Slap B Breath Noise B Fl.Key Click B Seashore B Rain B Thunder B Wind B Bubble B Bird B Dog B Horse-Gallop B Bird 2 B Telephone 1 B Telephone 2 B DoorCreaking B Door B Scratch B Helicopter B Car-Engine B Car-Stop B Car-Pass B Car-Crash B Siren B Train B Jetplane B Starship B Burst Noise B Applause B Screaming B Punch B Heart Beat B Footsteps B Gun Shot B Machine Gun B Lasergun B Explosion Guitar A Brass 1 A Brass 2 A Synth Brass1 B Goblin B Echo Drops B Echo Bell Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone A Synth Brass3 B Echo Pan A Nylon-str.Gt A AnalogBrass1 A Synth Brass2 B Star Theme A Ukulele A Synth Brass4 A Nylon Gt.o A Nylon Gt.2 A Steel-str.Gt A str.Gt A Mandolin A Jazz Gt. A Hawaiian Gt. A Clean Gt A Chorus Gt. A Muted Gt. A Funk Gt. A Funk Gt.2 A Overdrive Gt1 A DistortionGt1 A Feedback Gt. A Gt.Harmonics A Gt. Feedback Reed Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Soprano Sax B Alto Sax B Tenor Sax B Baritone Sax B Oboe B English Horn B Bassoon B Clarinet Ethnic Misc Tone # Pg# CC0# Naam v.d. Tone B Sitar B Sitar 2 B Banjo B Shamisen B Koto B Taisho Koto B Kalimba B Bag Pipe B Fiddle B Shanai DRUM SETS Drum Set# Pg# CC0# Set Name Standard Room Power Electronic TR Brush Orchestra SFX 9 * Jazz * (Only via MIDI) Tone# = Groep / Bank / Nummer / Variatie Pg# = MIDI-programmanummer (1-128) CC0#= MIDI-controlenummer 0, waarde (0-127) Vet: Capital Tones 184

185 Specificaties GS Tones 14. Specificaties Arranger Workstation G-600 Klavier Klankbron Maximale polyfonie Tones Macro Editing Ingebouwde Music Styles User Styles 61 toetsen, aanslaggevoelig, gewogen synthesizer-type actie Nieuw ontwikkelde klankbron met TVF (GM/GS formaat) 64 stemmen 689 Enhanced Variation Tones + 25 Drum Sets Vib Rate, Vib Depth, Vib Delay, Cutoff Freq, Resonance, Attack Time, Decay Time, Release Time 128 hoge-definitie Styles (120 CPT/ ), inclusief Pitch Bends, modulatie enz.; 8 polyfone sporen voor iedere divisie 8, volledig programmeerbaar (8 sporen per Style), met geheugenvoeding (Save: MSE-formaat, Load: MSA, MSD, MSE formaten) Performance-geheugens 192 MIDI Sets 8 Recorder Ingebouwde effecten HD floppy disk drive Display Achterpaneel Afmetingen Gewicht Bedieningsknoppen van het display Direct-naar-diskette Digitale Reverb, Chorus, Delay (Realtime Parts), Equalizer SMF-weergave zonder laden, User Style, User Style Set, Performance-geheugens, MIDI Set, Chord Sequences [Load/Save] Grafisch 240 x 64 pixels, achtergrondverlicht LCD met software-gestuurd vensterbeheer Phones, Output L(Mono)/R, Sustain Footswitch, Expression Pedal, Extern multi-pedaal (FC-7), MIDI (In, Out, Thru), LCD Contrast, AC-ingang, Power On/Off-schakelaar 1150 (B) x 410 (D) x 140 (H) mm 12kg [PAGE], Alfa -knoppen (x5), functieknoppen ([F1]~[F5]), Tone/Performancekeuze, Volume, Shift, Write, Part-keuze (MDrums, MBass, Lower, Up2, Up1) De specificaties en de vormgeving zijn onderhevig aan wijzigingen zonder voorafgaande kennisgeving. 185

186 G-600 Handleiding Index A Aanslag Bereik, 67 Aanslaggevoeligheid, 66, 91, 127, 162 MIDI, 101 Realtime-Parts, 67 Aanslagwaarde, 144 Aansluitingen, 10 ABS, 29 Absolute, 100 AC1~6, 29 Acc Wrap, 123 Accompaniment, 29 Accordeon (MIDI-gebruik), 97 ADR, 29 Adv, 165 Advanced, 32, 73, 131 Aftertouch, 156 Akkoord Aan begeleiding toewijzen, 65 Akkoordherkenningsgebied, 29 Akkorden Opnemen, 46 ALL, 36 All, 26, 78, 122, 152 Song, 50 Alteration, 65, 124 Always, 132 Arabische stemming, 69, 126 Arr, 115 ARR CHRD, 29 Arranger Aanslaggevoeligheid, 66 Chord, 31 Chord mode, 30 Dynamic, 127 Hold, 31 MIDI-kanalen, 96 Note to, 46 Source, 60 Voorstelling, 29 Assign, 65, 69, 124, 126 Attack, 62 Auto, 124, 163 B Backups, 105 Bank, 22 Bankkeuze, 54 Bar, 136 Bas, 29 Basic, 32, 73, 131 Basiskanaal, 98 Basiskanaal (Basic Channel), 160 Bass Inversion, 31 Begeleiding, 29 Andere drumpartij, 34 Bsc, 165 Buigen v.d. toonhoogte, 25 C CC32, 117 Change, 117 Microscope, 148 Channel, 158 Charac, 118 Chnge, 137 Cho ->Delay, 119 ->Reverb, 119 Delay, 119 Depth, 119 Feedback, 119 Level, 119 Pre-LPF, 119 Rate, 119 Chord Family Assign, 65, 124 Sequence laden, 166 Sequence opslaan (diskette), 167 Sequencer, 46 Chorus, 58, 116, 119 User Style, 134 Clock, 164 CM-64, 182 Cntrl, 127 Pagina, 68 Coarse, 63, 126 Compatibiliteit, 108 Continue, 164 Controlecommando, 154 Tabel, 87 Copy Disk, 172 Microscope, 151 Mix, 152 Song, 171 Track, 137 Zie Kopiëren CPT, 136, 150 Cursor Character, 122 Cutoff, 62 D Data Type, 90 Decay, 62 Delay, 58, 117, 119 FB, 118 Reverb, 118 Delete, 90, 107, 141 User Style, 152 Demosongs, 10 Destination, 39, 106 Device ID, 156 Disk Copy, 172 Load, 165 Save, 166 Disk Copy, 105 Diskette Bestanden wissen, 107 Formateren, 48, 172 MIDI Sets, 103 Styles, 35 User Style opslaan, 79 User Styles opslaan, 38 Disk-mode, 165 Display Meldingen, 173 Negatief/positief, 17 Divisie, 72 Divisies, 73 Division, 131 Dly ->Rev, 120 FBack, 120 Level, 120 LevelC, 120 Pre-LPF, 120 Time C, 120 TRario, 120 Dly To Rev, 120 Down, 129 Drum, 29 Drum Set Kiezen, 24 Klanken anders stemmen, 85 User Style, 134 Voorstelling, 21 Drum Variation, 34 Drums, 24 Andere begeleiding, 34 Duur (noten), 91 Duur van noten, 145 Dynamic Arranger, 35, 66, 127 E Echo, 119 MIDI, 159 Edit User Style, 139 Editen, 55 Micro-mode, 91 Parts, 61 Tone, 114 User Style, 89 User Styles, 84 1 ch Limit, rx, 159 Effect Source, 60 Ending, 32, 33 Envelope, 62 Equalizer, 59, 117, 120 Erase, 90, 139, 149 Record, 75 Record mode, 132 EV-5, 69 EV-5/10, 129 Event, 83,

187 Index Exit, 15 Express, 133 Expression, 27, 86, 128 Expression-pedaal, 69 F Factory Setup, 107 Fade Out, 34 Family, 65, 124 FB Chorus, 119 FC-7, 14 Feedback, 118, 119 File Name, 106 Fill-In, 32 Half Bar, 33 Filter, 61 MIDI, 158 Style-kanaal, 161 Filters, 99 Fine, 63, 126 Flanger, 58, 119 Floppy disk, 165 Fo, 165 Formateren, 172 Free Panel, 122 Free Panl, 43 Freq, 120 From, 83 Frontpaneel, 11 Full, 66, 123 Functieknoppen, 15 Fv, 165 G Gain, 120, 121 Galmtype, 118 Gate Time, 91, 149 Gate Time Change, 145 Geheugenbeveiliging, 41 Geheugens, 41 GI-10, 89 Global, 56, 122 Global Volume, 112 GM, 153 Tones, 183 GM System On, 156 GM/GS, 111 GM/GS mode, 48 GR-30, 89 Groep, 22 GS, 153 Tones, 184 GS Reset, 157 H Half Bar, 33 Hall, 118 Harmony, 108 High, 67, 127 High Limit, 100 Hold, 27, 91, 149, 155 Arranger, 31 Keyboard Mode, 21 Performance Memory, 44 I i (formaat), 48 ID, 156 Initialiseren, 107 Insert, 90, 141, 150 Int, 26, 165 Intelligence Melody, 34 Intelligent, 30 Internal, 163 Interval Transpositie, 26 Intro, 31, 33 Inversion, 31 ism, 48 K Kanalen (MIDI), 96 Kbd Scale, 126 Key, 76, 132 Keyboard Mode Hold, 21 Keyboard Scale, 69 Kiezen Music Styles, 35 Performance, 43 User Style, 35 Klonen, 75, 131 Opmerkingen, 135 Kopiëren Diskettes, 105 ROM Style, 165 User Styles, 81 User Style-sporen, 82 L Laden MIDI Sets, 103 User Style Set, 39 User Styles, 36 Left, 29 Lengte (noten), 91 Length, 77, 135 Limit, 100, 159 NTA, 160 Listen, 83 Load Disk, 165 Style (kopiëren), 82 Local, 101, 159 Looped, 73 Low, 67, 127 Low Limit, 100 Lower, 20 LPF, 118, 119, 120 Lyrics, 51, 111 Filter (MIDI), 160 M M.Bass, 20 Maatsoort, 77, 136 Macro, 118, 119 Delay, 119 Manual, 124 Manual Drums, 21 Set kiezen, 24 Manufacturer ID, 156 Mark, 152 Markers, 51 Master, 15 Tune, 125 Volume, 56 Master Tune, 27 Master Volume, 157 Master-pagina, 110 Max, 67, 127 Med, 67, 127 Melody Intell Voices, 128 Melody Intelligence, 34, 64 Memory Protect, 41 Merge, 76 Record mode, 132 Track Copy, 138 Metronoom, 81 Mode, 132 Micro-mode, 91 Microscope-mode, 148 MIDI Aan/uit, 99 Aansluitingen, 96 Algemeen, 95 Basiskanaal, 98, 160 Commando, 153 Controlecomando s (tabel), 87 Data voor User Style, 87 Filter, 158 Filters, 99 Kanalen, 96 Local, 159 Mode, 153 Ontvangstkanaal, 158 Ontvangstkanalen, 97 Parameters, 99 Set laden, 166 Sets, 102 Soft Thru, 101 Style Channel, 161 Sync, 163 Synchronisatie, 88 Transpositie, 26 User Styles programmeren, 87 Zendkanaal, 159 Zendkanalen, 99 Min, 67, 127 Minus One, 51, 52, 117 Mix, 83, 152 Mixer, 57 Mode, 116 Mode, 75, 132 Copy, 83 Disk, 165 Metronoom, 132 Record, 132 Song Set, 124 Track Copy, 138 User Style, 130 Model ID, 156 Modes, 111 Modulatie Hendel, 25 Parameters, 61 User Style, 84 Mono, 68, 126 Move,

188 G-600 Handleiding Multiple, 141 Music Style Aanpassen, 37 Functies, 31 Kiezen, 35 Overzicht, 176 Starten, 31 Stoppen, 32 Tempo, 36 Wrap, 65 Music Styles MIDI-kanalen, 161 Mute, 52 MuteAl, 53 MuteNt, 53 N Naam Performance, 42 Song, 49 Style Set, 168 User Style, 80, 168 Veranderen op diskette, 106 Natural, 66 Wrap, 123 Navigeren, 16 New, 54, 117 Nootcommando, 153 Nootlengte, 145 Note, 126 Note Pitch, 85 Note to Arranger, 46, 159 NRPN, 62, 114, 149, 155 NTA, 46, 123, 159 Kanaal, Free Panl, 43 Nummer, 22 O Octaafligging, 26 Octave, 99 Tx, 162 User Style Edit, 141 Octave Up/Down, 27 Old, 54, 117 Omkering (bas), 31 On/Off, 116 One Touch, 34 One-shot, 73 Ontvangstkanaal, 158 Opname User Style, 74 Opslaan Diskette, 166 MIDI Set, 103 Performance, 41, 42 Opties, 3 Or, 165 Original, 32, 73 P PAD-80, 89 PAGE-knoppen, 17 Pan Delay, 120 Repeat, 120 Panning Delay, 118 Panpot, 57, 116, 133 Parameter, 61 Mode, 122 Part Aan/uit, 116 Arranger, 29 Editen, 61 MIDI-kanaal, 96 parameters, 61 Realtime, 19 Select-knoppen, 17 Uit, 57 Wrap, 123 Part Select, 111 Part Switch, 162 PartSwtc, 160 Pause, 124 Pedaal, 128 Performance, 41 00, 43 Hold, 44 Kiezen, 43 Naam, 42 Opslaan, 41, 42 Programmakeuze, 160 Set laden, 166 Set opslaan (diskette), 167 Piano Style, 30 Pitch, 134 Drum Set Note, 85 Pitch Bend, 154 Hendel, 25 Range, 68, 128 User Style, 84 Plaatgalm, 118 Plate, 118 Play Metronoom mode, 132 Micro-mode, 91 Schakelaar, 133 Song Set, 124 Poly, 68, 126 Portamento, 68, 126, 155 Position, 71, 170 Prf, 25, 60, 115 Proceed, 150 Programmakeuze, 154 Q Quantize, 91 Tijdens opname, 76 Track, 145 Value, 132 R Range, 68, 123, 128 Realtime Parts, 19 REC, 48 Schakelaar, 133 REC&Ply, 132 Record Erase, 75 Merge, 76 Metronoom mode, 132 Mode, 132 Record mode, 75 Recorder, 48 Regstratiegeheugens, 41 Relative, 100 Release, 62 Remote, 163 Rename, 106, 168 Replace, 83 Track Copy, 138 Reset, 34 Resolutie (Quantize), 132 Resolutie (roffels), 67 Resonance, 62 Resume, 43, 122 Retry, 44 Rev Charac, 118 Delay FB, 118 Level, 118 PreDlyT, 118 Pre-LPF, 118 Time, 118 Reverb, 58, 116 Macro, 118 Parameters, 118 User Style, 133 Revolving Bass, 31 Right, 29 RMTE1, 102 Rnd, 57, 116, 133 Roll, 22, 67, 123 Resolutie, 67 Room, 118 RPN, 155 RX, 97, 158 Velo, 101, 162 RX Parts, 96 S S Delay, 119 Save, 166 SC-55 Klanken, 181 Scale, 69, 126 Select, 152, 165 Sensitivity, 67, 127 Sequencer Chord, 46 Set Song, 170 User Style, 38 Share, 78, 136 Shift, 91 MIDI, 99 NTA, 159 RX, 158 Track, 146 TX, 159 Singl, 78 Single, 135 SMF, 48, 108, 153 Sng, 60, 115 Sng Part, 117 Soft Thru, 101, 162 Solo, 52,

189 Index Song, 26 Allemaal weergeven, 50 Copy, 171 Eén Song beluisteren, 50 Naam, 49 Opnemen, 48 Parts uitschakelen, 52 Part-volume, 53 Set, 70, 170 Set Song, 124 Set Play, 124 Tempo, 52 Volume, 53 Weergeven, 50 Song Position Pointer, 164 Song Select, 164 Source, 59, 115, 165 Mixer, 121 Tone Edit, 62 Tune, 70, 129 Upper2 Tune, 64 SPD-11, 89 Specificaties, 185 Speelhulpen, 25 Split, 20, 123 Punt, 20 Upper2, 20 Via MIDI, 159 Sporen, 72 Zie ook Track, 91 Standard, 30 Standard MIDI File, 52, 108 Start, 164 Music Style, 31 Recorder, 50 Synchro, 31 Status, 53, 66, 69, 80, 117, 128, 148 Expression, 129 Sporen (User Style), 133 Stemmen, 27, 125 Anders, 69 Upper 2, 63 Step Time, 92 Stereopositie, 57, 133 Stop, 164 Music Style, 32 Style, 131 Channel, 161 Filter, 161 Set (functies), 170 Set laden, 165 Set naam, 168 Sync, 163 Style Change, 47, 123 Style Select-kanaal, 98 Style Sync, 89 Style-diskettes, 35 Styles Kiezen via MIDI, 161 Sustain, 27, 62, 149 Synchro Start, 31 Synchronisatie, 88, 102, 163 SysEx, 156 T Tabel Controlecommando s, 87 Divisies, 73 Parts/MIDI-kanaal, 96 Sporen/MIDI-kanalen, 88 User Style-sporen, 72 Tap Tempo, 37 TD-10/7/5, 89 Tempo, 36 Preset (voor US), 87 Song, 52 Tap (intikken), 37 User Style, 78, 130 Terugspoelen, 51 Timbre, 61 Time, 127 Time Signature, 77 To, 83 Original, 32 Variation, 32 Toevoegen, noten aan User Style, 84 Tone Algemeen (adres), 16 Change, 25, 37, 54, 115, 117 Edit, 115 Editen, 114 Kiezen, 22 Kiezen (User Style), 77 Mode, 114 Overzicht, 179 User Style, 134 Tone Edit, 62 Toonaard, 76, 132 Toonhoogte, 134 Toonhoogte buigen, 25 Track, 91, 130 Change Gate Time, 91 Copy, 82, 137 Delete, 90, 141 Erase, 90, 139 Gate Time Change, 145 Insert, 90, 141 Microscope Edit, 148 Quantize, 91, 145 Shift, 91 shift, 146 Transpose, 91, 142 Velocity Change, 144 Transponeren, 26 Interval, 26 MIDI-data, 99, 158 Octaven, 27 Uper 2, 63 Transpose, 91 Track, 142 Transpose Mode, 125 TSign, 136 Tune, 125 Tune (Master), 27 TVF, 62 2 ch Limit, rx Ch, 159 TX, 99, 159 Octave, 99, 162 Velo, 101 Tx Velo, 162 U Uitschakelen, Parts, 57 Up, 129 UP2Split, 123 Upper1 Kiezen, 19 Upper2 Coarse, 126 Kiezen, 19 Melody Intelligence, 64 Split, 20 Toonhoogte, 63 User Style Aanv. tempo, 87 Delete, 152 Divisies, 73 Edit mode, 89 Edit-mode, 139 Gebruiken, 35 Laden, 165 Micro-mode, 91 MIDI-commando s, 148 MIDI-data, 87 MIDI-kanalen, 161 Mode, 72, 130 Naam, 168 Op diskette opslaan, 79 Opnemen, 74 Opslaan (diskette), 166 Programmeren via MIDI, 87 Sets, 38 Sporen, 72 Sporen/MIDI-kanalen, 88 Tempo, 78, 130 Tone/Drum Set kiezen, 134 Tones kiezen, 77 Wissen, 94 User Styles Kopiëren, 81 V Value, 76, 125 Kbd Scale, 126 Var, 165 Variatie, 16, 22 VARIATION, 23 Variation, 32, 73 Velo, 101, 149 Rx, 162 Tx, 162 Velocity, 67 Change, 91 Velocity Change, 91, 144 Vibrato, 25, 61 Voices, 128 Volume, 116, 117 Master, 56 Mode, 112 Parts, 55 Song, 53, 113 Song-parts, 53 Zwelpedaal, 69 Voorspoelen,

190 G-600 Handleiding W Whole, 29 Left, 20 Right, 20 Wissen Bestanden op diskette, 107 Wissen, User Style, 94 Wrap, 65 Write Performance, 42 Z Zendkanaal, 159 Zendkanalen, 99 Zones, 100 Zwelpedaal, 27, 69,

191

192 Wijzigingen van de specificaties en het uiterlijk zonder voorafgaande kennisgeving voorbehouden LW/CS

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND G-600 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1222419

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND G-600 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1222419 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

EM-2000. Creative Keyboard. Gebruikershandleiding

EM-2000. Creative Keyboard. Gebruikershandleiding EM-2000 Creative Keyboard Gebruikershandleiding Van harte bedankt voor en gefeliciteerd met uw aankoop van de Roland EM-2000 Creative Keyboard. Dankzij zijn letterlijk te nemen gebruiksvriendelijkheid

Nadere informatie

Bij de E-96 worden twee handleidingen geleverd: de Gebruikshandleiding en de Referentiehandboek.

Bij de E-96 worden twee handleidingen geleverd: de Gebruikshandleiding en de Referentiehandboek. Inleiding, Welkom Inleiding Welkom Bedankt voor uw aankoop van het Roland E-96 Intelligent Keyboard. De Roland Intelligent Synthesizer keyboards hebben na hun introductie al snel de reputatie van best

Nadere informatie

Showmaster 24 ORDERCODE 50335

Showmaster 24 ORDERCODE 50335 Showmaster 24 ORDERCODE 50335 1. Inleiding De DC-1224 is een digitale lichtcontroller, 24 DMX kanalen en 48 geheugenplaatsen voor scenes of chases met ieder 999 stappen en een MIDI in- en uitgang. Lees

Nadere informatie

Handleiding Roland TR-808 sequencer

Handleiding Roland TR-808 sequencer Handleiding Roland TR-808 sequencer Omdat er eigenlijk geen Nederlandstalige beschrijving te vinden was, heb ik voor mezelf een opzetje gemaakt hoe de (sequencer van de) TR- 808 nu precies werkt. Dit,

Nadere informatie

VA-7 VA-5 V-Arranger Keyboard 128-voice polyphony

VA-7 VA-5 V-Arranger Keyboard 128-voice polyphony VA-7 VA-5 V-Arranger Keyboard 128-voice polyphony Handleiding Bedankt voor en gefeliciteerd met uw aankoop van het VA-7/VA-5 V-Arranger Keyboard van Roland. Het V -symbool (van V-Arranger ) is een heel

Nadere informatie

STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE. Firmware Version 1.20 Addendum. Rev D Line 6, Inc.

STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE. Firmware Version 1.20 Addendum. Rev D Line 6, Inc. STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE Rev D Firmware Version 1.20 Addendum 2013 Line 6, Inc. Inhoudsopgave Appendix D: Fader View... D 1 Fader View Werkbalk...D 2 Menu voor het toewijzen van Faders...D 3 Menu

Nadere informatie

VA-76 V-Arranger Keyboard 128-voice polyphony

VA-76 V-Arranger Keyboard 128-voice polyphony VA-76 V-Arranger Keyboard 128-voice polyphony Handleiding Bedankt voor en gefeliciteerd met uw aankoop van het VA-76 V-Arranger Keyboard van Roland. De VA-76 is de professionele 76-toetsen-versie (met

Nadere informatie

Bedieningen Dutch - 1

Bedieningen Dutch - 1 Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts

Nadere informatie

Aansluitingen achterkant. Voedingsspanning. Midi THRU. Midi OUT. Audio IN 100 mv mono cinch. Voetschakelaar jack 6,3mm STEP.

Aansluitingen achterkant. Voedingsspanning. Midi THRU. Midi OUT. Audio IN 100 mv mono cinch. Voetschakelaar jack 6,3mm STEP. BOTEX Scene Setter DC-1224 P 1/6 De Botex Scène Setter is een digitale lichtstuurtafel met 24 kanalen, 48 geheugens of looplichtprogramma s van telkens maximum 99 stappen. De uitgang is DMX (de fasen kunnen

Nadere informatie

Gebruik van de combinatie FC-300/GT-PRO

Gebruik van de combinatie FC-300/GT-PRO Wat u met de combinatie FC-300/GT-PRO kunt doen U kunt GT-PRO Patch wijzigingen aanbrengen. Nadat u gereed bent met Instellingen voor de FC-300 maken (Voorbereidingen voor het gebruik van de combinatie),

Nadere informatie

EM-15BNL. Creative Keyboard. Handleiding

EM-15BNL. Creative Keyboard. Handleiding r EM-15BNL Creative Keyboard Handleiding Van harte bedankt voor uw keuze van een EM-15BNL Creative Keyboard van Roland, het ideale keyboard voor talloze uren van puur muziekplezier. m de functies van uw

Nadere informatie

KR-177. DIGITAL Intelligent PIANO. Voornaamste kenmerken. Handleiding

KR-177. DIGITAL Intelligent PIANO. Voornaamste kenmerken. Handleiding r mg KR-177 DIGITAL Intelligent PIAN Handleiding Bedankt voor uw aankoop van de Roland KR-177 Digital Intelligent Piano. Uitstekende klanken, een eenvoudige bediening en automatische begeleidingsmogelijkheden

Nadere informatie

CN27 MIDI-handleiding MIDI instellingen

CN27 MIDI-handleiding MIDI instellingen De afkorting MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface, een internationale standaard voor de verbinding van muziekinstrumenten, computers en andere apparaten, waardoor deze apparaten onderling

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing DM-16 DJ MINGLE

Gebruiksaanwijzing DM-16 DJ MINGLE Gebruiksaanwijzing DM-16 DJ MINGLE 16 Kanaals vrij te programmeren dimmer en schakel Controller DMX-512 DJ MINGLE DM-16 C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7 C8 M MASTER A LEVEL SPEED AUDIO FADE TiME 6.99 Manual Midi Channel

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING Informatie voor de gebruiker: HD (High Definition) en HFR (High Frame Rate) video-opname apparaten, zijn een zware belasting voor geheugenkaarten. Afhankelijk van de gebruikersinstellingen,

Nadere informatie

VEILIGHEIDSINFORMATIE!!

VEILIGHEIDSINFORMATIE!! Gebruiksaanwijzing VEILIGHEIDSINFORMATIE!! 2 INHOUDSOPGAVE 3 PANEELOMSCHRIJVING Frontpaneel Achterpaneel Pedalen 4 PANEELOMSCHRIJVING 5 VOORBEREIDING Dit hoofdstuk bevat informatie over het opbouwen van

Nadere informatie

KR-570. Digital Intelligent Piano. Handleiding

KR-570. Digital Intelligent Piano. Handleiding KR-570 Digital Intelligent Piano Handleiding KR-570 Handleiding 1. Inleiding Bedankt voor uw aankoop van de Roland KR-570 Digital Piano. Een uitstekend klavier, een eenvoudige bediening en automatische

Nadere informatie

VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en GarageBand

VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en GarageBand About This Plug-in VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en is plug-in software die toelaat om de Cakewalk V-Studio 20 (hierna kortweg de VS-20 genoemd) te gebruiken met de muziekproductiesoftware Logic

Nadere informatie

Kristof Mertens Product Specialist & Demonstrator Roland Central Europe

Kristof Mertens Product Specialist & Demonstrator Roland Central Europe Quickstart Kristof Mertens Product Specialist & Demonstrator Roland Central Europe 1. Music Assistant De Music Assistant is een database van een 700-tal songtitels. Wanneer je een titel selecteert, kiest

Nadere informatie

Actieve stereo speaker met uniek LED sfeerlicht

Actieve stereo speaker met uniek LED sfeerlicht Handleiding Actieve stereo speaker met uniek LED sfeerlicht Belangrijk Wanneer het product is ingeschakeld, ziet u de functie On Mode geactiveerd. Echter, wanneer het product is aangesloten op een extern

Nadere informatie

Handleiding voor Smart Pianist

Handleiding voor Smart Pianist Handleiding voor Smart Pianist Smart Pianist is een speciale app voor smartapparaten en biedt diverse muziekfuncties voor verbonden compatibele muziekinstrumenten. LET OP Als u Smart Pianist activeert

Nadere informatie

EERSTE KENNISMAKING OPBOUW VAN DE V-ACCORDION IN- EN UITSCHAKELEN

EERSTE KENNISMAKING OPBOUW VAN DE V-ACCORDION IN- EN UITSCHAKELEN FR-s/, FR-sb/b OPBOUW VAN DE V-ACCORDION Alvorens u te tonen hoe u de FR-s/ of FR-sb/b kunt bedienen willen we even de structuur van uw V-Accordion uiteenzetten. De FR-s/ of FR-sb/b is een virtuele accordeon

Nadere informatie

CN37 MIDI handleiding MIDI Settings (MIDI instellingen)

CN37 MIDI handleiding MIDI Settings (MIDI instellingen) MIDI overzicht De afkorting MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface, een internationale standaard voor de verbinding van muziekinstrumenten, computers en andere apparaten, waardoor deze apparaten

Nadere informatie

CN25 MIDI handleiding MIDI instellingen

CN25 MIDI handleiding MIDI instellingen De afkorting MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface, een internationale standaard voor de verbinding van muziekinstrumenten, computers en andere apparaten, waardoor deze apparaten onderling

Nadere informatie

FR-8x Versie 2.0 Wijzigingen & Verbeteringen

FR-8x Versie 2.0 Wijzigingen & Verbeteringen Deze bijlage bij de handleiding van de FR-8x beschrijft de verbeteringen die aangebracht zijn met Versie 2.0 van de software. New 11. Drum Edit Drum Setupparameters toegevoegd Versie 2.0 voegt nieuwe Drum

Nadere informatie

Bediening van de Memory Stick-speler

Bediening van de Memory Stick-speler Bediening Bediening van de Memory Stick-speler Over Memory Sticks Stel Memory Sticks niet bloot aan statische elektriciteit en elektrische bronnen. Dit om te voorkomen dat gegevens op de stick verloren

Nadere informatie

Aanvullende handleiding

Aanvullende handleiding MUSIC SYNTHESIZER Aanvullende handleiding Inhoud Nieuwe functies in MODX versie 1.10... 2 Play/Rec... 3 Part Edit (Edit)... 4 Utility... 5 Dialoogvenster Control Assign... 6 Functie Panel Lock... 7 NL

Nadere informatie

MK MIDI KEYBOARD HANDLEIDING 1. STROOMVOORZIENING

MK MIDI KEYBOARD HANDLEIDING 1. STROOMVOORZIENING KEYBOARD FOR COMPUTER MUSIC PITCH BEND MODULATION OF F ON MIN MA WHEEL ASSIGN. VEL. C UR VE BA NK L BA NK M RESET-A C G M -RESET CHANNEL PROGRAM ME MO RY 'POS ER OCTAVE MULTI DISPLAY 1 2 3 4 5 6 7 8 9

Nadere informatie

TREX 2G Handleiding Pagina 2

TREX 2G Handleiding Pagina 2 Informatie in deze handleiding is onderhevig aan verandering zonder voorafgaande kennisgeving. NEAT Electronics AB behoudt zich het recht hun producten te wijzigen of te verbeteren en wijzigingen aan te

Nadere informatie

va-3 V-arranger keyboard Nederlandstalige handleiding

va-3 V-arranger keyboard Nederlandstalige handleiding va-3 V-arranger keyboard Nederlandstalige handleiding Handleiding Bedankt voor en gefeliciteerd met uw aankoop van het VA-3 V-Arranger Keyboard van Roland. De VA-3 hoort thuis in een nieuwe generatie

Nadere informatie

Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker

Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker 1 STARTSCHERM START->Datum/Tijd aanpassen Algemeen Druk op de klok linksonder het scherm om te instellingen van de klok op te roepen. Wijzigingen bevestigen

Nadere informatie

LET OP Een verandering / modificatie aan de piano zonder toestemming van de fabrikant doet het recht op garantie vervallen.

LET OP Een verandering / modificatie aan de piano zonder toestemming van de fabrikant doet het recht op garantie vervallen. Stage Piano Gefeliciteerd met de aanschaf van de Medeli SP5100. De SP5100 is een gebruiksvriendelijke piano met moderne functies en een geweldig geluid! Daarnaast kun je hem ook als Midi controller gebruiken,

Nadere informatie

IDPF-700 HANDLEIDING

IDPF-700 HANDLEIDING IDPF-700 HANDLEIDING Kenmerken product: Resolutie: 480x234 pixels Ondersteunde media: SD/ MMC en USB-sticks Fotoformaat: JPEG Foto-effecten: kleur, mono, en sepia Zoomen en draaien van afbeeldingen Meerdere

Nadere informatie

Praktijk voorbeeld 1: het begin

Praktijk voorbeeld 1: het begin Dit voorbeeld gaat over hoe je: - een project opent en afspeelt - het project automatisch herhalend kan laten afspelen. - markers gebruikt - het tempo aanpast - tracks kan uitzetten of solo laten spelen.

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING Inhoudsopgave 02 INHOUDSOPGAVE 03 INFORMATIE 04 OVERZICHT FRONTPANEEL 06 OVERZICHT ACHTERPANEEL 08 BEDIENING VAN DE R5 08 WEKKERINSTELLINGEN 09 SLEEP TIMER INSTELLINGEN 09 DIM 09

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND G-70 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1222420

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND G-70 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1222420 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor ROLAND G-70. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de ROLAND G-70 in de gebruikershandleiding (informatie,

Nadere informatie

Evolution MK MIDI KEYBOARD HANDLEIDING

Evolution MK MIDI KEYBOARD HANDLEIDING Evolution MK - 261 www.evolution.co.uk MIDI KEYBOARD HANDLEIDING 1. STROOMVOORZIENING 1-1 Geluideskaart als voedingsbron Gebruik de meegeleverde kabel, sluit de 5 poige plug aan op het MIDI toetsenbord

Nadere informatie

MC-80/mc-80ex micro composer

MC-80/mc-80ex micro composer r MC-80/mc-80ex micro composer Bedankt voor en gefeliciteerd met uw keuze van de Roland MC-80 Micro Composer. We raden u aan om deze handleiding helemaal door te lezen. Op die manier ziet u geen enkele

Nadere informatie

SC-88Pro MIDI Sound GENERATOR

SC-88Pro MIDI Sound GENERATOR SC-88Pro MIDI Sound GENERATOR Nederlandstalige handleiding Van harte bedankt voor uw aankoop van de SC-88Pro MIDI Sound Generator. Lees a.u.b. de volgende pagina als u graag in een oogopslag wilt weten

Nadere informatie

Praktijk voorbeeld 2: midi opnemen

Praktijk voorbeeld 2: midi opnemen ' Bij dit praktijkvoorbeeld leer je hoe je midi informatie kunt opnemen in Sonar. Aan bod komt ondermeer: - de metronoom - Midi sporen opnemen - Loop recording - punch in en punch out Nieuw Project: Voordat

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND HP-136

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND HP-136 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

Bedieningspaneel. Drukknoppen en Ds

Bedieningspaneel. Drukknoppen en Ds Bedieningspaneel Dit hoofdstuk bechrijft de het bedieningspaneel en de funktie van de LEDS. Note: de labels van de knoppen en de leds kunnen iets afwijken van de tekst echter de funkties blijven hetzelfde

Nadere informatie

G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1

G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1 DMX ADRES INSTELLINGEN 1 Freekie Nederlandse handleiding Iedere fixture dat verbonden is met serial link moet voorzien worden van een DMX startadres, welke het eerste kanaal is dat de controller gebruikt

Nadere informatie

1 enerwaslicht Elation Professional - DMX OPERATOR User Manual

1 enerwaslicht Elation Professional - DMX OPERATOR User Manual 1 enerwaslicht Elation Professional - DMX OPERATOR User Manual Inhoud Blz Diagram: 3 Knoppen en functies: 3 Aansluitingen: 5 DMX-512 adres instellen: 6 Scene programmeren: 6 Scene programmeren samengevat:

Nadere informatie

HP-730/530e/330e Roland Digital Piano

HP-730/530e/330e Roland Digital Piano r HP-730/530e/330e Roland Digital Piano Gefeliciteerd met en bedankt voor uw keuze van de digitale piano HP-730/530e/330e van Roland. De hoge geluidskwaliteit en het speciale hammer-action klavier (gewogen

Nadere informatie

8 CHANNEL MUSIC MIXER CHANNEL MUSIC MIXER

8 CHANNEL MUSIC MIXER CHANNEL MUSIC MIXER 8 CHANNEL MUSIC MIXER 172.580 12 CHANNEL MUSIC MIXER 172.583 Instruction Manual Gebruiksaanwijzing Mode d Emploi Gebrauchsanleitung Brugsanvisning NL Hartelijk dank voor de aanschaf van dit SkyTec mengpaneel.

Nadere informatie

PLL ALARM CLOCK RADIO Model : FRA252

PLL ALARM CLOCK RADIO Model : FRA252 PLL ALARM CLOCK RADIO Model : FRA252 NL HANDLEIDING NL HANDLEIDING WAARSCHUWING: OM HET RISICO OP BRAND OF ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE REDUCEREN, STEL HET APPARAAT NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT. LET OP Het

Nadere informatie

WERKINGSINSTRUCTIES VOOR DE ST-950 TRAININGSCOMPUTER

WERKINGSINSTRUCTIES VOOR DE ST-950 TRAININGSCOMPUTER Infiniti ST-950 Computerhandleiding Hoofdscherm Staafgrafiek Programma profielen Start/Stop knop SELECT knoppen RESET knop om gegevens te wissen RECOVERY knop om de recovery functie te activeren ENTER

Nadere informatie

CDN35. Professionele CD Speler. Quick Start Gebruiksaanwijzing

CDN35. Professionele CD Speler. Quick Start Gebruiksaanwijzing CDN35 Professionele CD Speler Quick Start Gebruiksaanwijzing DOOS INHOUD CD SPELER TRANSPORT UNIT CD SPELER CONTROL UNIT IEC STROOMSNOER RCA CINCH AANSLUISNOEREN (2 paar) MINI DIN CONTROLE SNOER Kenmerken

Nadere informatie

Computer Instructies voor de SM-5062

Computer Instructies voor de SM-5062 Hoofdscherm Staafgrafiek Recovery Knop om de Recovery functie te activeren Programma Profielen Select Knoppen Enter Knop om keuzes te bevestigen Reset Knop om gegevens te wissen Start/Stop Knop Computer

Nadere informatie

Video Intercom Systeem

Video Intercom Systeem Video Intercom Systeem VM-320 VM-670 VM-372M1 VM-670M1 / VM-670M4 AX-361 GEBRUIKERS HANDLEIDING 2 Functies VM-320 VM-670 VM-372M1 VM-670M1 / VM-670M4 AX-361 1 Microfoon 8 Luidspreker 2 Indicatie-led s

Nadere informatie

AR280P Clockradio handleiding

AR280P Clockradio handleiding AR280P Clockradio handleiding Index 1. Beoogd gebruik 2. Veiligheid o 2.1. Pictogrammen in deze handleiding o 2.2. Algemene veiligheidsvoorschriften 3. Voorbereidingen voor gebruik o 3.1. Uitpakken o 3.2.

Nadere informatie

Dit apparaat is een programmeerbare magnetische fiets. Het apparaat bestaat uit drie delen: de motor & controller en het magnetische remsysteem.

Dit apparaat is een programmeerbare magnetische fiets. Het apparaat bestaat uit drie delen: de motor & controller en het magnetische remsysteem. Computerhandleiding Proteus PEC 4250/4255/4350/4355 Dit apparaat is een programmeerbare magnetische fiets. Het apparaat bestaat uit drie delen: de motor & controller en het magnetische remsysteem. Opstarten

Nadere informatie

Zorg voor je digitale drumstel

Zorg voor je digitale drumstel Handleiding Gefeliciteerd! Gefeliciteerd met de aanschaf van je DD-501 digitale drumstel. Dit drumstel is gemaakt om te klinken en te spelen als een traditioneel akoestisch drumstel. Voordat je met dit

Nadere informatie

Inhoud van de handleiding

Inhoud van de handleiding BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen zich vertrouwd te maken met uw Bang & Olufsen-product. De Het bedie- referentiehandboeningshandleiding

Nadere informatie

InteGra Gebruikershandleiding 1

InteGra Gebruikershandleiding 1 InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.

Nadere informatie

Proteus EEC 2505 / 3000 / 3005

Proteus EEC 2505 / 3000 / 3005 Proteus EEC 2505 / 3000 / 3005 Korte handleiding van het computergedeelte Dit systeem is ontworpen voor een programmeerbare magnetische elliptical trainer. Er zijn 3 onderdelen die tot dit systeem behoren,

Nadere informatie

AIR CONDITIONER HANDLEIDING AFSTANDSBEDIENING

AIR CONDITIONER HANDLEIDING AFSTANDSBEDIENING AIR CONDITIONER HANDLEIDING AFSTANDSBEDIENING LMD-AE-09HDI-SET LMD-AE-12HDI-SET LMD-AE-18HDI-SET LMD-AE-24HDI-SET Pag 1 Inhoud: Afstandsbediening specificatie.. 3 Afstandsbediening functies.. 4 Betekenis

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing NL Unox Line Miss Elena & Rosella ELENA ROSELLA

Gebruiksaanwijzing NL Unox Line Miss Elena & Rosella ELENA ROSELLA Gebruiksaanwijzing NL Unox Line Miss Elena & Rosella ELENA ROSELLA AAN EN UITSCHAKELEN Het bedieningspaneel van de oven kan in twee standen werken, de handmatige stand, en de geprogrammeerde stand. In

Nadere informatie

EERSTE KENNISMAKING OPBOUW VAN DE V-ACCORDION

EERSTE KENNISMAKING OPBOUW VAN DE V-ACCORDION FR-/ FR-b/b OPBOUW VAN DE V-ACCORDION Alvorens u te tonen hoe u de FR-/ of FR-b/b kunt bedienen willen we even de structuur van uw V-Accordion uiteenzetten. De FR-/ of FR-b/b is een virtuele accordeon

Nadere informatie

AMPLIFi 30 / AMPLIFi 75 / AMPLIFi 150 Pilotenhandboek

AMPLIFi 30 / AMPLIFi 75 / AMPLIFi 150 Pilotenhandboek AMPLIFi 30 / AMPLIFi 75 / AMPLIFi 150 Pilotenhandboek 40-00-0484-A Firmwareversie 2.50.2 line6.com/support/manuals 2016 Line 6, Inc. Opgelet: Line 6 en AMPLIFi zijn in de VS en andere landen geregistreerde

Nadere informatie

Smart Professional Surveillance System Gebruikers Handleiding Nederlands

Smart Professional Surveillance System Gebruikers Handleiding Nederlands Smart Professional Surveillance System Gebruikers Handleiding Nederlands 1 Inhoudsopgave Live view Camera... 3 Real-time beelden bekijken... 3 Record/Opnemen... 6 Snapshot/schermafdruk... 6 PTZ functie...

Nadere informatie

E-68 Intelligent Keyboard

E-68 Intelligent Keyboard E-68 Intelligent Keyboard E-68 Handleiding Inleiding. Welkom bij de E-68 PERFRMANCE NE TUCH E- DISK TRANSPSE DRUMS BASS ACCMP LWER REPEAT KBD VEL CHRUS UP2 MEL INT DISK CPY 3 N FF N FF N FF N FF N FF N

Nadere informatie

WWW.TECHGROW.NL. TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00

WWW.TECHGROW.NL. TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER HANDLEIDING. software versie: 1.00 WWW.TECHGROW.NL TechGrow HS-1 PORTABLE CO 2 METER software versie: 1.00 HANDLEIDING TechGrow HS-1 handleiding GEFELICITEERD! U heeft de TechGrow HS-1 Portable CO 2 Meter aangeschaft. De HS-1 CO 2 Meter

Nadere informatie

Module 3g. Liedbegeleidingen met band in a box.

Module 3g. Liedbegeleidingen met band in a box. Module 3g Liedbegeleidingen met band in a box. Studielast: 7 uur Doel: kunnen maken van liedbegeleiding aan de hand van een zogenaamde begeleidingsautomaat, op basis van melodie met akkoordschema. De begeleiding

Nadere informatie

CS11/CS8 MIDI-handleiding MIDI Settings (MIDI instellingen)

CS11/CS8 MIDI-handleiding MIDI Settings (MIDI instellingen) MIDI overzicht De afkorting MIDI betekent Musical Instrument Digital Interface, een internationale standaard voor de verbinding van muziekinstrumenten, computers en andere apparaten, waardoor men de mogelijkheid

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing. Memorecorder DVR-130 HP/LP REPEAT FILE/ ERASE STOP

Gebruiksaanwijzing. Memorecorder DVR-130 HP/LP REPEAT FILE/ ERASE STOP Gebruiksaanwijzing FILE/ ERASE HP/LP REPEAT STOP Memorecorder DVR-130 2 NL Introductie De Profoon DVR-130 is een Memorecorder geschikt voor het opnemen van spraak. Deze kan gebruikt worden als persoonlijke

Nadere informatie

De VS-100 gebruiken om Logic Pro/Express of GarageBand te bedienen

De VS-100 gebruiken om Logic Pro/Express of GarageBand te bedienen De VS-100 gebruiken om Logic Pro/Express of GarageBand te bedienen De VS-100 is compatibel met muziekproductiesoftware van Apple, zoals Logic Pro/Express en GarageBand. Nadat u de betreffende VS-100 control

Nadere informatie

Handleiding. Versie 2.0 www.qwiek.nl

Handleiding. Versie 2.0 www.qwiek.nl Handleiding Versie 2.0 www.qwiek.nl Onverhoopt problemen met uw Qwiek.melody? www.qwiek.eu/faq Lees deze voorschriften voor het aansluiten en gebruiken van de Qwiek.up aandachtig door. Algemeen Lees deze

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND VA-5

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND VA-5 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor ROLAND VA-5. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de ROLAND VA-5 in de gebruikershandleiding (informatie,

Nadere informatie

Handleiding: instelling en werking E-Drive LCD display

Handleiding: instelling en werking E-Drive LCD display Handleiding: instelling en werking E-Drive LCD display 1 Product en type naam 1.1 Intelligent LCD Display 1.2 Model: APT12LCD800S 2 Elektrische Parameters 24V/36V/48V batterij ondersteuning Rated operating

Nadere informatie

Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL

Syncro AS. Analoge Brandmeldcentrale. Gebruikershandleiding. Man V1.0NL Syncro AS Analoge Brandmeldcentrale Gebruikershandleiding Man-1100 030209V1.0NL Index Section Page 1. Inleiding...2 2. Bediening...2 3.1 Bedieningsniveau 1...2 3.2 Bedieningsniveau 2...2 3. Alarmen...2

Nadere informatie

Programmeerhandleiding Nelson Turf EZ Pro Jr. voor de types 8304, 8306, 8309, 8312, 8374, 8376, 8379, 8382

Programmeerhandleiding Nelson Turf EZ Pro Jr. voor de types 8304, 8306, 8309, 8312, 8374, 8376, 8379, 8382 Programmeerhandleiding Nelson Turf EZ Pro Jr. voor de types 8304, 8306, 8309, 8312, 8374, 8376, 8379, 8382 Overzicht U kunt een onderdeel slechts wijzigen wanneer het knippert in het display. Duw de knoppen

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

Snelstart Gids. Menustructuur. Opstarten en Afsluiten. Formatteren van Disk. 72xxHVI-ST Series DVR

Snelstart Gids. Menustructuur. Opstarten en Afsluiten. Formatteren van Disk. 72xxHVI-ST Series DVR Menustructuur De menustructuur van de DS-72xxHVI-ST Serie DVR is als volgt: Opstarten en Afsluiten Het juist opstarten en afsluiten is cruciaal voor de levensduur van uw DVR. Opstarten van uw DVR: 1. Plaats

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. LENCO SCD-37 USB http://nl.yourpdfguides.com/dref/2822930

Uw gebruiksaanwijzing. LENCO SCD-37 USB http://nl.yourpdfguides.com/dref/2822930 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor LENCO SCD-37 USB. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de LENCO SCD-37 USB in de gebruikershandleiding (informatie,

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING Ampèremeter PCE-CM 4

GEBRUIKSAANWIJZING Ampèremeter PCE-CM 4 PCE Brookhuis B.V. Institutenweg 15 7521 PH Enschede The Netherlands Telefoon: +31 (0)900 1200 003 Fax: +31 53 430 36 46 [email protected] www.pce-instruments.com/dutch GEBRUIKSAANWIJZING Ampèremeter

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing MA

Gebruiksaanwijzing MA Gebruiksaanwijzing -1- Het opstarten van de computer De loopband werkt met behulp van een adapter. Plaats de stekker van de adapter in het stopcontact en plug de pin van de adapter in de aansluiting aan

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over Smart Pianist

Veelgestelde vragen over Smart Pianist Veelgestelde vragen over Smart Pianist Hieronder vindt u een lijst met veelgestelde vragen en de antwoorden. Meer informatie over het instrument en gebruiksinstructies vindt u in de gebruikershandleiding.

Nadere informatie

Handleiding Plextalk PTN1. Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1

Handleiding Plextalk PTN1. Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1 Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1 1 DAISYSPELER PLEXTALK PTN1 Korte inleiding: Wij hopen dat u plezier zult beleven aan het beluisteren van de digitale boeken. Dit document beschrijft de hoofdfuncties

Nadere informatie

Digitale Piano. Nederlandse handleiding

Digitale Piano. Nederlandse handleiding Digitale Piano Nederlandse handleiding Gefeliciteerd met de aanschaf van de Medeli SP3! De SP3 is een professionele maar toch gemakkelijk te bedienen digitale piano met fantastische mogelijkheden. De top

Nadere informatie

Veiligheidsvoorschrift

Veiligheidsvoorschrift Waarschuwing Om schade aan de kaart of het toestel te voorkomen, moet u de stroom uitschakelen voor u de kaart verwijderd of plaatst Veiligheidsvoorschrift 1) Gebruik een 12V DC stroom adapter. 2) Zorg

Nadere informatie

HANDLEIDING VASCO TIMER MODULE TIMER MODULE

HANDLEIDING VASCO TIMER MODULE TIMER MODULE HANDLEIDING VASCO TIMER MODULE TIMER MODULE INHOUDSTABEL 1. INLEIDING 01 2. VEILIGHEID 01 3. WERKING 01 4. OBOUW 02 ALGEMEEN 02 MAATTEKENING 02 MONTAGE 02 ELEKTRISCH SCHEMA 04 4.1 AANSLUITING D300E II

Nadere informatie

De Deskline configurator Advanced handleiding

De Deskline configurator Advanced handleiding De Deskline configurator Advanced handleiding Deze handleiding is voor versie 1.2.3 en hoger Zorg dat er een USB2LIN is aangesloten op de computer ( Gebruik versie 1.66 en hoger ) Zorg dat er geen andere

Nadere informatie

HANDLEIDING NEDERLANDS ( 1 4 )

HANDLEIDING NEDERLANDS ( 1 4 ) 1 HANDLEIDING NEDERLANDS ( 1 4 ) ::: DMC2 Handleiding ::: Deze handleiding geeft uitleg hoe u de Numark DMC2 controller snel kunt aansluiten en bedienen. Neem svp een paar minuten de tijd om deze handleiding

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing LivingColors Iris

Gebruiksaanwijzing LivingColors Iris Gebruiksaanwijzing LivingColors Iris Uitpakken en installeren Aan de slag met uw LivingColors Als u de LivingColors uitpakt, is deze al gekoppeld aan de afstandsbediening. U hoeft alleen nog maar de stekker

Nadere informatie

Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale. MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b.

Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale. MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. zorgvuldig door, zodat u het correct weet te gebruiken. A. Opgelet 1) Schakel

Nadere informatie

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen.

Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL. 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Gebruikershandleiding AT-300T/R UHF-PLL 40 kanaals rondleidingsysteem & draadloze microfoon systemen. Introductie: Bedankt voor het aanschaffen van deze UHF- PLL 40 kanaals rondleidingsysteem en draadloze

Nadere informatie

WAARSCHUWING Om het risico op brand of elektrocutie te voorkomen mag u dit apparaat nooit blootstellen aan vochtigheid of regen.

WAARSCHUWING Om het risico op brand of elektrocutie te voorkomen mag u dit apparaat nooit blootstellen aan vochtigheid of regen. r Handleiding WAARSCHUWING Om het risico op brand of elektrocutie te voorkomen mag u dit apparaat nooit blootstellen aan vochtigheid of regen. CAUTION RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN De bliksemschicht

Nadere informatie

NL Jam Plus. Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest!

NL Jam Plus. Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest! NL Jam Plus Hartelijk dank voor de aanschaf van de HMDX Jam Plus draadloze luispreker. Waar je een Jam vindt, vind je een feest! Lees deze instructies door en bewaar ze om ze later te kunnen raadplegen.

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de SJ4000 WIFI Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

I. Specificaties. II Toetsen en bediening

I. Specificaties. II Toetsen en bediening I. Specificaties Afmetingen Gewicht Scherm Audioformaat Accu Play time Geheugen 77 52 11mm (W*H*D) 79g 1,3inch OLED-scherm MP3: bitrate 8Kbps-320Kbps WMA: bitrate 5Kbps-384Kbps FLAC:samplingrate 8KHz-48KHz,16bit

Nadere informatie

VQS4CRT2 KLEUREN QUAD PROCESSOR

VQS4CRT2 KLEUREN QUAD PROCESSOR KLEUREN QUAD PROCESSOR 1. Veiligheidsvoorschriften Het toestel werkt op 12Vdc / 500mA Stel het toestel niet bloot aan water of regen om elk gevaar voor electroshocks te vermijden. Laat het toestel onderhouden

Nadere informatie

MEDELI MC49/MC36 HANDLEIDING. 2.Fingered A. GARANTIE: 1 jaar Service centrum: Calimex B.V. Windmolen 32, 3642 DB Mijdrecht. (www.calimex.

MEDELI MC49/MC36 HANDLEIDING. 2.Fingered A. GARANTIE: 1 jaar Service centrum: Calimex B.V. Windmolen 32, 3642 DB Mijdrecht. (www.calimex. 2.Fingered A. HANDLEIDING MEDELI MC49/MC36 DIMINISHED AUGMENTED NINTH GARANTIE: 1 jaar Service centrum: Calimex B.V. Windmolen 32, 3642 DB Mijdrecht. (www.calimex.nl) VERTALING: www.fraknoise.nl 11 Art

Nadere informatie

EnVivo EZ Converter. Gebruikershandleiding

EnVivo EZ Converter. Gebruikershandleiding EnVivo EZ Converter Gebruikershandleiding op met Teknihall support: 0900 400 2001 2 INHOUDSOPGAVE INTRODUCTIE... 4 OPMERKINGEN... 4 FUNCTIES... 5 SPECIFICATIES... 5 SYSTEEMEISEN... 5 INHOUD VAN DE VERPAKKING

Nadere informatie

BeoSound Handleiding

BeoSound Handleiding BeoSound 3000 Handleiding BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen vertrouwd te raken met uw Bang & Olufsen-product.

Nadere informatie