MC-80/mc-80ex micro composer

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "MC-80/mc-80ex micro composer"

Transcriptie

1 r MC-80/mc-80ex micro composer Bedankt voor en gefeliciteerd met uw keuze van de Roland MC-80 Micro Composer. We raden u aan om deze handleiding helemaal door te lezen. Op die manier ziet u geen enkele mogelijkheid van uw nieuwe aanwinst over het hoofd en kunt u er jarenlang plezier aan beleven. Vergeet vooral niet de voorzorgsmaatregelen (onder meer omtrent het gebruik van de disk drive) op blz. 2 te lezen. Ongeduldige mensen die een instrument recht uit de doos willen gebruiken (dat geldt waarschijnlijk voor de meesten onder ons) lezen best meteen Aan de slag. In dit hoofdstuk passeren de voornaamste functies van de MC-80 de revue, zonder dat daarbij op details wordt ingegaan. Die details vindt u wél in de overige hoofdstukken, waarin werkelijk iedere functie aan bod komt en u verder nog aanvullende informatie zoals MIDI-implementatie e.d. vindt. Opmerking: Als we het in deze handleiding over de bedieningstoetsen van de MC-80 hebben gebruiken we het woord knoppen. Op die manier vermijden we verwarring met de toetsen van het klavier dat u op de MC-80 aansluit. Opmerking: Een MC-80EX is in feite een MC-80 waarin een (ook los verkrijgbaar) VE-GS Pro Voice Expansion Board is geïnstalleerd. In deze handleiding wordt met MC-80 naar beide modellen verwezen. Als we het expliciet over de MC-80EX hebben gaat het om functies die enkel voor dat model beschikbaar zijn.

2 MC-80 Handleiding Voorzorgsmaatregelen Voeding Schakel de MC-80 en de overige instrumenten altijd uit voordat u ze op elkaar aansluit. Sluit het netsnoer van de MC-80 nooit aan op een stopcontact waar andere apparaten, die brom of ruis veroorzaken (b.v. dimmers, motoren enz.) of veel vermogen trekken, op zijn aangesloten. Let, bij het aansluiten van het netsnoer op het lichtnet, op het voltage. Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer en zorg dat er niemand over kan struikelen. Trek, bij het verbreken van de aansluiting op het lichtnet, altijd aan de stekker zelf en nooit aan het netsnoer om de draden niet te beschadigen. Als u de MC-80 lange tijd niet wenst te gebruiken, verbreekt u best de aansluiting op het lichtnet. Het zou kunnen gebeuren dat de MC-80 niet naar behoren werkt wanneer u hem onmiddellijk na uitschakelen weer inschakelt. Wacht dus telkens een paar seconden voordat u hem weer inschakelt. Plaatsing Om problemen te vermijden, dient u de MC-80 te beschermen tegen direct zonlicht, hitte, vochtigheid en stof. Plaats de MC-80 niet te dicht in de buurt van een neonlicht, een fluorescerende lamp, een TV-toestel of ander, gelijkaardig materiaal dat enerzijds ruis door interferentie, en anderzijds allerlei fouten kan veroorzaken. Stel de MC-80 niet bloot aan overmatige trillingen terwijl de disk drive werkt. Onderhoud Gebruik, voor het reinigen van het instrument, enkel een zachte, droge of lichtjes bevochtigde doek. Om hardnekkig vuil te verwijderen, gebruikt u een neutraal reinigingsmiddel. Wrijf de MC-80 daarna droog met een zachte doek. Gebruik nooit oplosmiddelen zoals bv. verfverdunners want deze kunnen de behuizing beschadigen. Behandeling van (Zip) diskettes Gebruik de drive nooit op vochtige plaatsen omdat een hoge vochtigheidsgraad de werking van de drive in de war kan brengen. Soms leidt dit zelf tot een beschadiging van de diskette. Wacht, wanneer u de MC-80 van een koude plaats (bv. een auto) naar een warme brengt, ongeveer één uur voordat u de drive gebruikt. Verwijder de diskette nooit uit de drive wanneer de indicator van de drive oplicht. Haal de diskette uit de drive voordat de MC-80 in- of uitschakelt. Diskettes zijn heel gevoelig voor vet en stof. Raak daarom nooit het magnetisch oppervlak aan en open nooit zelf het metalen klepje. Diskettes kunnen na verloop van tijd onleesbaar worden. Sla uw belangrijke data daarom altijd op twee verschillende diskettes op en bewaar één van de twee op een veilige plaats. Stel uw floppies nooit bloot aan temperaturen beneden de 10 en boven de 50 C. Voor Zip-diskettes mag het iets frisser: -22~51 C. Kleef altijd de bijgeleverde sticker op de daarvoor voorziene plaats en noteer er de inhoud van de diskette op om uw data zo snel mogelijk terug te kunnen vinden. Zet het wisbeveiligingsnokje van diskettes best in de stand veilig (schrijven niet mogelijk), zo voorkomt u dat u per ongeluk data wist. Kies de stand beschrijfbaar enkel wanneer u data op de diskette wilt schrijven. Beveiligingsnokje "Schrijven" "Veilig" Andere voorzorgsmaatregelen Behandel de MC-80 zachtjes. Laat geen voorwerpen (muntstukken, metalen draad enz.) of vloeistoffen (water, alcohol, sap enz.) in het inwendige terechtkomen. Neem contact op met de dichtstbijzijnde Roland hersteldienst voordat u de MC-80 in het buitenland gebruikt. Als de MC-80 niet naar behoren werkt, schakel hem dan onmiddellijk uit en neem contact op met uw dealer of de Roland hersteldienst. Paniek! De Quick Play en Song Play pagina s vormen het uitgangspunt van alles wat u met de MC-80 kunt doen. Raakt u op een bepaald moment het noorden kwijt, dan kunt u best terugkeren naar één van deze pagina s en het even opnieuw proberen. Terugkeren kan op twee manieren: 1. Druk herhaaldelijk op [EXIT], tot u in één van de voornoemde pagina s terechtkomt. U stapt dan in achterwaartse volgorde door alle schermen die u hebt doorlopen om bij het probleemscherm terecht te komen. 2. Druk op [QUICK PLAY] of [SONG PLAY]. 2

3 Voornaamste kenmerken Voornaamste kenmerken Talloze nuttige voorzieningen Quick Play De MC-80 kan songs rechtstreeks van diskette weergeven. U hoeft ze dus niet eerst in het interne geheugen te laden. File Sort functie U kunt in uw MC-80 een harde schijf of Zip drive (beide optioneel) inbouwen. Aangezien deze media enorme aantallen bestanden kunnen bevatten hebben we voorzien in een functie waarmee u bestanden en songs volgens bepaalde criteria kunt rangschikken. Tap Tempo Om het juiste tempo in te stellen volstaat het dat u in de maat op een knop tikt. Twee onafhankelijke MIDI-uitgangen Dit betekent dat u 32 MIDI-kanalen apart kunt aansturen. Compatibel met verschillende song-types De MC-80 kan overweg met songs uit een Roland XP-80/60/50 alsook uit een MC-50/300/500. Bovendien is het mogelijk om songs zowel te lezen als op te slaan in het SMF formaat 0 en 1. Synchroniseren met Roland VS-hard disk recorders Via MIDI kunt u uw MC-80 synchroniseren met de populaire VS-recorders van Roland. Op die manier kan de VS instaan voor de akoestische partijen (zang enz.), terwijl de MC-80 de MIDI-partijen voor zijn rekening neemt. Flexibele weergavefuncties Ononderbroken weergeven De Chain Play-functie werkt ongeveer zoals de programmeerfunctie op uw CD-speler: u kiest de gewenste volgorde van de nummers en de MC-80 geeft ze zonder onderbreken weer. Mark Jump Deze functie laat u bepaalde posities in een song markeren ( Mark ), zodat u er met één knopdruk naartoe kunt springen ( Jump ). Dat werkt uitermate handig als u een bepaald fragment steeds opnieuw wilt weergeven of opnemen. Solo/Minus One Met deze functies kunt u respectievelijk een partij los van de overige partijen beluisteren of de weergave van één partij uitschakelen en daar zelf iets voor in de plaats spelen. Realtime transpose Hiermee kunt u een song zelfs tijdens de weergave naar een andere toonaard transponeren. Repeat Play Uiteraard kunt u een stukje in een lus weergeven, maar minder voor de hand liggend is dat u met een voetschakelaar naar de eerste maat na de lus kunt springen. Net zo eenvoudig kunt u van gelijk waar in de song terug naar de lus springen. Geschikt voor live-gebruik Phrase Sequence Deze functie koppelt stukjes muziek aan toetsen op uw klavier, zodat u loops, breaks enz. vlot en intuïtief kunt laten voorbijkomen. Want in de hitte van de strijd wilt u uiteraard niet door display-pagina s liggen struinen! Arpeggiator Hiermee maakt u van de akkoorden die u op het klavier speelt strakke arpeggio s. Gebruiksvriendelijke opname-/ editfuncties Hoge resolutie (480:1) De MC-80 verdeelt iedere tel die hij opneemt in 480 stukjes. Dat betekent dat hij precies onthoudt waar u de noten hebt gespeeld en dat hij alle nuances kan weergeven. Opnemen in een lus U kunt spoor na spoor opnemen zonder telkens de opname te moeten stoppen. Op die manier kunt u een ritmesectie opbouwen terwijl u in de groove blijft. Quantize Met Grid, Shuffle en Group Quantize beschikt u over een palet krachtige werktuigen om de timing van uw opnames recht te trekken. Undo/Redo Hiermee maakt u de laatste wijziging die u hebt aangebracht ongedaan. Met Redo kunt u die wijziging 3

4 MC-80 Handleiding weer herstellen voor/na vergelijkingen worden dus kinderspel. Uitbreidingsmogelijkheden Voice Expansion Board voegt interne klanken toe Door een (los verkrijgbaar) VE-GS Pro Voice Expansion Board te installeren voorziet u de MC-80 van een interne klankbron die rechtstreeks is afgeleid van de SC-88 Pro (64 stemmen, 32 Parts). Mogelijkheid om harde schijf of Zip drive in te bouwen De MC-80 is intern voorzien op de inbouw van een 2.5 harde schijf (HDP-88 serie) of een Zip drive (ZIP-EXT-2S). De media kunnen enorme hoeveelheden data bevatten. Bovendien kunt u nog meer opslagcapaciteit in stelling brengen door een (los verkrijgbaar) SCSI Board te installeren. Dat laatste is ook interessant als u backups wilt maken van de interne harde schijf. Opmerking: De MC-80 kan met harde schijven van gelijk welke capaciteit overweg, maar kan nooit meer dan 2.1 GB van de beschikbare opslagruimte gebruiken. 4

5 Inhoud, Inhoud Voorzorgsmaatregelen...2 Voornaamste kenmerken...3 Inhoud Voorzieningen op de panelen Frontpaneel Achterpaneel Aan de slag Aansluiten en bedienen GM en GS...15 MC-80 inschakelen...15 Opgelet bij het uitschakelen...16 MIDI-kanalen selecteren...16 Navigeren binnen de MC Contrast van het display aanpassen (Demo)songs beluisteren Song weergeven...17 Tempo wijzigen...19 Instrumenten uitschakelen Eerste opname Verschillende opnamemethodes...20 Voorbereiding...21 Drums opnemen (Realtime opname)...21 Bas opnemen (stapsgewijze opname)...23 Melodie opnemen...25 Song opslaan...25 Eenvoudige editfuncties MC-80 live gebruiken Tempo intikken met de [TAP]-knop...28 Tijdens het spelen de volgende song kiezen (Next Song)...28 Transponeren tijdens de weergave...29 Songs uitfaden...29 Moeilijke riffs, licks enz. met één toets aansturen...30 Naar een gemarkeerde maat springen (Mark Jump)...31 Markeringen plaatsen Overzicht van de MC Wat kan de MC-80? Hoe werkt een sequencer? Wat is een sequencer?...32 Wat is een spoor?...33 Wat is een Song?...33 Wat is een MIDI-kanaal?...33 Intern geheugen versus diskettes Bediening via het frontpaneel Display-pagina s kiezen...34 Parameterwaarden wijzigen

6 MC-80 Handleiding 3.4 Andere nuttige functies Undo/Redo Help-functie File Sort-functie Panic-functie MIDI-connectors en MIDI-kanalen instellen MIDI IN-connector selecteren MIDI OUT-connector/interne klankbron selecteren Enkel externe klankbronnen aansturen Externe en interne klankbronnen aansturen Enkel de interne klankgenerator aansturen Functie van MIDI THRU Thru Select Soft Thru MIDI-kanaal per spoor kiezen Weergavefuncties Basisinstellingen Metronoominstellingen Overzicht van de sporen Twee weergavemethodes Quick Play Song Play Songs of Patterns weergeven Voornaamste transportfuncties Songs weergeven Patterns weergeven Weergavetempo wijzigen Tempowijzigingen opnemen Weergave na het begin van de song starten (MIDI Update) Transponeren tijdens de weergave (Realtime Transpose) Transponeren Kanaal vrijwaren van transpositie Song laten uitfaden Herhaalde weergave (Repeat) Volgende song klaarzetten (Next Song) Sporen in- en uitschakelen Sporen uitschakelen (Track Mute) Spoor geïsoleerd beluisteren (Solo) Eén spoor uitschakelen (Minus One) Naar een gemarkeerde positie springen (Mark Jump) Marker plaatsen en er naartoe springen Marker wissen Marker verplaatsen Markers automatisch op de juiste plaats zetten Muzikaal springen Ononderbroken weergave van songs (Chain Play) Volgorde vastleggen Chains weergeven Chains bewaren Chains laden Plaats opzoeken van songs in een Chain Volgorde van songs in een Chain wijzigen

7 Inhoud, 5.11 Song Info Opnamefuncties Basisinstellingen Metronoominstellingen...50 Overzicht van de sporen Opname voorbereiden Song Initialize...50 Maatsoort kiezen...50 Aftel voor de opname...50 MIDI-kanaal voor opname specifiëren Opnemen terwijl u speelt (Realtime) Realtime-opnameparameters...51 Realtime opnemen...53 Auto Punch In...53 Manual Punch In...53 Tijdens de opname naar een ander spoor gaan...54 Even uit opname gaan om te oefenen (Rehearsal-functie)...54 Data wissen tijdens het opnemen...54 Tempowijzigingen opnemen...55 Opname wissen (Undo/Redo) Stap voor stap opnemen Noten en rusten stapsgewijs invoeren...55 Patterns gebruiken in een song...56 Invoer annuleren (Undo/Redo) Songs bewaren op diskette Song bewaren...57 Folder aanmaken Werken met Patterns Wat is een Pattern? Verschil tussen een Pattern-spoor en een Song-spoor Waarvoor zijn Patterns nuttig? Patterns in een song gebruiken...59 Patterns in een Phrase Sequence gebruiken Patterns weergeven Patterns kiezen uit een lijst Frases met één toets aansturen (Phrase Sequence) Wat is Phrase Sequence? Voorbereidingen voor Phrase Sequence Phrase Sequences gebruiken Phrase Sequence-partijen opnemen Arpeggiator Wat is een arpeggiator? Eerste kennismaking Tempo van de arpeggio wijzigen Arpeggio-parameters Andere mogelijkheden Arpeggio s laten doorklinken...67 Arpeggio s opnemen

8 MC-80 Handleiding 10.Songs en Patterns editen Song laden Instellingen per song Naam van de song Auteursgegevens toevoegen Naam van een Pattern Gedetailleerde wijzigingen aanbrengen (MICRO EDIT) Nootnummers als klaviertoetsen afbeelden Individuele nootcommando s beluisteren Welke data ziet u in de MICROSCOPE-pagina? Enkel bepaalde types data afbeelden Data wijzigen Maatwijzigingen invoeren Tempowijzigingen invoeren Nieuwe data aanmaken (Create) Events wissen (Erase) Events verplaatsen (Move) Events kopiëren (Copy) Hele maten en sporen bewerken (Track Edit) Maten wissen (Erase) Maten verwijderen (Delete) Pauzes aan het begin van de song verwijderen (Truncate) Maten kopiëren (Copy) Maten invoegen (Insert) Maten transponeren (Transpose) Aanslagwaarden wijzigen (Change Velocity) Data naar een ander MIDI-kanaal sturen (Change Channel) Duur van de noten wijzigen (Gate Time) Twee sporen of Patterns samenvoegen (Merge) Data uit één spoor of Pattern over verschillende sporen of Patterns verdelen (Extract) Data verschuiven (Shift Clock) Overbodige data wissen (Data Thin) Sporen of Patterns uitwisselen (Exchange) Duur van de hele song aanpassen (Time Fit) Data converteren (Modify Value) Timing corrigeren (Quantize) Wat is Quantize? Grid Quantize Shuffle Quantize Groove Quantize SMF als User-sjabloon gebruiken SMF laden als groove-sjabloon User sjablonen in sets op diskette bewaren User Groove Template-bestand laden Huishouding Welke media kunt u in de MC-80 gebruiken? Diskettes Zip-schijven Harde schijven Bestanden opslaan (Save) Welke data kunt u opslaan? Song (.SVQ)/Standard MIDI File (.MID) Chain-bestanden (.SVC) User Groove Template-bestanden (.SVT) Configuration-bestanden (.SVF)

9 Inhoud, 11.3 Bestanden laden (Load) Song (.SVQ)/Standard MIDI File (.MID)...92 Chains (.SVC)...92 User Groove Templates (.SVT)...92 Configurations (.SVF) Songs van andere Roland-instrumenten laden Rechtstreeks laden...93 Via SMF-omweg...93 Fragment van een bestaande song laden Songs van de MC-80 op andere instrumenten gebruiken Functies die verband houden met bestanden en folders Bestanden en folders kopiëren (Copy)...94 Bestanden en folders wissen (Delete)...94 Bestanden en folders verplaatsen (Move)...95 Nieuwe naam geven aan bestanden en folders (Rename)...95 Nieuwe folder aanmaken (Folder) Functies die verband houden met opslagmedia Inhoud van een schijf bekijken (Disk Info)...96 Andere naam geven aan een schijf (Volume Label)...96 Schijf kopiëren (Disk Copy)...97 Diskette formateren (Format)...97 Schrijfbeveiliging in- en uitschakelen Interne of externe schijven toevoegen Extra schijf inbouwen...98 Externe schijven Globale instellingen voor de MC Opgelet bij het uitschakelen Contrast van het display aanpassen Wat is een Configuration-bestand? Voetschakelaars gebruiken Basisinstellingen MIDI-data filteren Metronoominstellingen Voorrang geven aan MIDI-kanaal Werken met de interne klankgenerator (VE-GS Pro) VE-GS Pro installeren Demosongs van de VE-GS Pro beluisteren Structuur van de VE-GS Pro VE-GS Pro initialiseren Globale instellingen zenden Toonhoogte Transpositie Instellingen per Part Programmakeuze Volume Stereopositie Diepte van de Reverb Diepte van de Chorus Diepte van de Delay Transpositie Parts uitschakelen

10 MC-80 Handleiding 13.7 Tones editen Afsnijfrequentie (TVF CutOff) Resonantie (TVF Reso) Attack Time (TVF&TVA Attack) Decay Time (TVF&TVA Decay) Release Time (TVF&TVA Release) Vibrato Rate (Vib Rate) Vibrato Depth (Vib Depth) Vibrato Delay (Vib Delay) Effecten gebruiken Effecten in- en uitschakelen Effecttype kiezen Instellingen van de VE-GS Pro bewaren VE-GS Pro als externe klankgenerator gebruiken Klankmodule met 32 Parts Klankmodule met 16 Parts MC-80 combineren met externe instrumenten Combinatie met MIDI-klavier en externe klankmodule MIDI-klavier zonder Local Control gebruiken Verbinden met twee externe klankmodules Verbinden met drie of meer klankmodules Instellingen van een externe module bewaren in de MC Synchroniseren met een andere sequencer Externe sequencer volgt het tempo van de MC MC-80 volgt het tempo van de externe sequencer MC-80 synchroniseren met recorders uit de Roland VS-serie Synchroniseren met songs die geen tempowijzigingen bevatten Synchroniseren met songs die temposprongen bevatten Synchroniseren met songs die continue tempowijzigingen bevatten MIDI Clock, MTC, MMC? MIDI Clock versus MTC MMC? Parameters op de SYNC -pagina Appendix Mogelijke problemen Foutmeldingen Wat is SCSI? Aansluitingen en kabels Terminator SCSI ID MIDI-implementatie Specificaties Index

11 Voorzieningen op de panelen 1. Voorzieningen op de panelen 1.1 Frontpaneel ) EXPANSION OUTPUT LEVEL-regelaar Hiermee regelt u het volume van de interne klankgenerator (enkel wanneer u een VE-GS Pro Voice Expansion Board hebt geïnstalleerd (zie blz. 105). 2) [TEMPO/BEAT]-knop Hiermee schakelt u het spoor waarop tempowijzigingen worden opgenomen (het tempo-spoor ) in en uit. Tijdens het editen schakelt u hiermee tussen het Tempo-spoor en het Beat-spoor (in dit laatste worden veranderingen van maatsoort opgeslagen). Opmerking: Na het inschakelen van de MC-80 licht deze knop steeds op. Aan het begin van een song bevindt zich namelijk per definitie informatie over het tempo en de maatsoort. 3) [PATTERN]-knop Druk hierop als u Patterns wilt weergeven, opnemen of editen. 4) [TRACK]-knoppen [1]~[16] Hiermee kiest u welke sporen u wilt opnemen of welke sporen u al dan niet wilt horen tijdens de weergave. 5) [SOLO]-knop Druk hierop om een spoor apart te beluisteren (zie blz. 46). 6) [MINUS ONE]-knop Druk hierop om de Minus One partij uit te schakelen (zie blz. 47). 7) [ARPEGGIATOR]-knop Hiermee schakelt u de Arpeggiator in en uit (zie blz. 64). 8) [PHRASE SEQUENCE]-knop Hiermee schakelt u de Phrase Sequencer-functie in. Deze knop heeft ook een functie bij het editen van parameters (zie blz. 61). 11

12 MC-80 Handleiding 9) Display Hierin worden de namen van Songs en Patterns afgebeeld. Tijdens het editen krijgt u bovendien nuttige afbeeldingen en teksten te zien. 10)[TOOLS]-knop Onder deze knop zitten de hulpfuncties, MIDI- en disk-verwante functies en algemene instellingen. 11)[F1]~[F6] knoppen Deze knoppen kunnen verschillende functies hebben, naar gelang de inhoud van het display. De namen van de huidige functies worden steeds onderaan in het display afgebeeld. 12)[EXIT (UNDO/REDO)]-knop Door één keer op deze knop te drukken keert u terug naar het vorige scherm. Blijft u drukken, dan komt u uiteindelijk terecht in het sequencer-scherm. In combinatie met [SHIFT] wordt dit een Undo/ Redo-knop, waarmee u opnames/wijzigingen kunt annuleren of herstellen (zie blz. 35). 13)[SEQUENCER]-knop Druk hierop als u songs wilt weergeven, opnemen en editen. 14)[CHAIN PLAY]-knop Hiermee gaat u naar de Chain Play-functie, waarmee u kunt bepalen in welke volgorde de songs worden weergegeven. 15)[BEAT]-indicator Deze indicator knippert in de maat van de song. 16)[TRANSPOSE]-knop Druk op deze knop als u de song in een andere toonaard wilt weergeven. 17)[TEMPO]-knop Druk hierop als u het tempo van de song wilt wijzigen (zie blz. 43). 18)[SELECT]-knop Druk hierop als u songs of Chain Play-bestanden wilt kiezen. 19)[VALUE]-regelaar Hiermee kunt u snel waarden van parameters e.d. wijzigen. Wilt u iets preciezer inregelen, dan kiest u best voor de [INC/+][DEC/-]-knoppen. 20)[TOP]-knop Druk hierop om naar het begin van een Song of Pattern te gaan (zie blz. 41). 21)[BWD]-knop Druk hierop om naar de vorige maat in een Song of Pattern te gaan. Als u één keer drukt gaat u één maat terug; door de knop ingedrukt te houden spoelt u doorlopend terug (zie blz. 41). 22)[FWD]-knop Druk hierop om naar de volgende maat in een Song of Pattern te gaan. Als u één keer drukt gaat u één maat vooruit; door de knop ingedrukt te houden spoelt u doorlopend vooruit (zie blz. 41). 23)[END]-knop Druk op deze knop om naar het einde van een Song of Pattern te gaan (zie blz. 41). 24)[STOP]-knop Druk hierop om de opname of weergave te stoppen (zie blz. 41). 25)[PLAY]-knop Hiermee start u de weergave van een Song of Pattern (zie blz. 41). 26)[REC]-knop Hiermee start u de opname van een Song of Pattern (zie blz. 41). 27)[REPEAT]-knop Druk hierop om de Repeat-functie te activeren (zie blz. 45). 28)[SHIFT]-knop Bepaalde knoppen hebben een tweede functie, die u aanspreekt door ze tegelijk met [SHIFT] in te drukken. 29)MARK JUMP [1]~[4] knoppen Hiermee kunt u posities markeren of naar gemarkeerde posities springen (zie blz. 47). 30)[TAP]-knop Tik in de maat van de song op deze knop om het tempo in te stellen (zie blz. 43). 31)[CURSOR]-knoppen Hiermee beweegt u de cursor in het scherm (zie blz. 34). 32)[INC/+][DEC/-]-knoppen Hiermee kunt u songs kiezen en parameterwaarden wijzigen. Druk op [INC/+] om een hogere waarde te kiezen en op [DEC/-] om een lagere waarde te kiezen (zie blz. 34). 33)Numeriek toetsenblok Ook hiermee kunt u songs kiezen en waarden wijzigen. Vergeet niet op [ENTER] te drukken nadat u de gewenste waarde hebt ingetikt (zie blz. 34). 34)[ENTER]-knop Hiermee voert u dus de waarden in die u met het numerieke blok hebt gespecifieerd (zie blz. 34). 35)Disk drive Steek hier diskettes in die muziekdata bevatten (zie blz. 89). 36)Uitsparing voor drives Hierin kunt u een Zip drive (ZIP-EXT-2S, los verkrijgbaar) of een harde schijf (HDP-88, los verkrijgbaar) installeren (zie blz. 89). 12

13 Voorzieningen op de panelen 1.2 Achterpaneel CAUTION 1) [POWER]-schakelaar Hiermee schakelt u de MC-80 in en uit. Opmerking: Schakel de MC-80 nooit zo maar uit volg steeds de procedure zoals beschreven op blz ) AC IN Verbind de bijgeleverde stroomkabel met deze ingang (zie blz. 15). 3) MIDI IN 1/IN 2 connectors Sluit hier de uitgangen van externe MIDI-keyboards en -klankmodules op aan (zie blz. 37). 4) MIDI THRU-connector Deze uitgang levert een ongewijzigde kopie van het signaal dat via MIDI IN wordt ontvangen. 5) MIDI OUT1/OUT 2 connectors Verbind deze connectors met de MIDI-ingangen van externe klankmodules, samplers, hard disk recorders, enz. (zie blz. 37). 6) SCSI-slot Hierin kunt u de (los verkrijgbare) SCSI-aansluiting (VS4S-1) installeren (zie blz. 99). 7) FOOT SW-connector Hier kunt u een voetschakelaar (bijvoorbeeld een DP-2, los verkrijgbaar) op aansluiten (zie blz. 102). 8) CLICK LEVEL-regelaar Hiermee regelt u het volume van de metronoomklik. 9) OUTPUT (R/L (MONO))-connectors Als u een VE-GS Pro Voice Expansion Board hebt geïnstalleerd kunt u het geluid daarvan via deze connectors naar een mengtafel e.d. sturen (zie blz. 105). 10) PHONES-uitgang Hierop kunt u een hoofdtelefoon aansluiten, waarmee u de metronoom van de MC-80 of het geluid van het VE-GS Pro Voice Expansion Board kunt beluisteren. Opmerking: Als u een hoofdtelefoon aansluit wordt het signaal van de OUTPUT (R/L (MONO))-connectors niet onderbroken. 11)Bevestiging voor veiligheidsslot Hierop kunt u een in de handel verkrijgbaar veiligheidsslot (bv. Kensington) bevestigen. Deze aansluiting is compatibel met het Kensington Micro Saver systeem. Opmerking: Microsaver en Kensington zijn geregistreerde handelsmerken van Kensington Microware Limited Kensington Microware Limited. Kensington Microware Limited 2855 Campus Drive San Mateo, CA U.S.A. 13

14 MC-80 Handleiding 2. Aan de slag In dit hoofdstuk nemen we u in sneltreinvaart mee langs de voornaamste functies van de MC-80, zodat u binnen de kortste keren een stukje muziek kunt opnemen en weergeven. We raden u echter aan achteraf ook tijd te maken voor de overige hoofdstukken, dan ontdekt u waarschijnlijk heel wat creatieve mogelijkheden die u op het eerste zicht niet had vermoed. Maar laten we eerst eens kijken hoe u één en ander moet 2.1 Aansluiten en bedienen We gaan hier uit van een relatief simpele opstelling. Voor complexere scenario s met veel MIDI-instrumenten verwijzen we naar blz Opmerking: Een standaardregel bij electronische apparatuur is dat u best alle volumes in de minimumstand zet en alle instrumenten uitschakelt voor u aansluitingen maakt, verandert, enz. We raden u aan deze regel ook in het geval van de MC-80 toe te passen. Voorbeeld 1: U gebruikt een MIDI-klavier (zonder interne klankgenerator) en een externe klankmodule MIDI-verbindingen MIDI hebt u zeker nodig. Tenslotte wordt via deze verbinding alles wat u op uw klavier speelt naar de MC-80 gestuurd. Bij de weergave stuurt de MC-80 de opgenomen data naar een klankbron; in het bovenstaande scenario is dat een externe klankmodule. De MIDI-data leggen dus de volgende weg af: klavier sequencer (MC-80) klankmodule. Audiokabels U wilt uiteraard ook iets horen, daarom moet u de klankmodule middels audiokabels verbinden met een versterker+luidspreker(s). Voorbeeld 2: U gebruikt een MIDI-klavier (zonder interne klankgenerator) en de VE-GS Pro kaart MIDI-klavier (zonder klankgenerator) MIDI-klavier (zonder klankgenerator) MIDI OUT MIDI OUT Klankmodule MIDI IN AC IN MIDI IN1 OUTPUT AC IN MIDI IN 1 MIDI OUT 1 MC-80 naar stopcontact MC-80 Actieve luidsprekers, hoofdtelefoon, enz. naar stopcontact Actieve luidsprekers, hoodtelefoon, enz. MIDI-verbindingen De klankgenerator uit het vorige voorbeeld zit dit keer in de MC-80, dus hoeft u enkel het klavier met de MC-80 te verbinden. VE-GS Pro installeren Op blz. 105 laten we zien hoe u de VE-GS Pro moet installeren. Deze instructies vindt u overigens ook in de handleiding die bij de VE-GS Pro wordt geleverd. 14

15 Aan de slag Opmerking: Een MC-80EX heeft reeds een VE-GS Pro aan boord, daarbij hoeft u dus niets te installeren. Audiokabels In dit geval moet u de OUTPUT L(MONO)/R-connectors op het achterpaneel van de MC-80 verbinden met de versterker, luidsprekers, enz. Voorbeeld 3: U gebruikt een MIDI-klavier met interne klankgenerator MIDI-klavier (met klankgenerator) MIDI OUT AC IN Klaviergedeelte MIDI IN MIDI IN1 MIDI OUT1 Klankgedeelte GM en GS Wat is General MIDI System? General MIDI System (kortweg GM) is een aanvullende norm voor de MIDI-standaard, die door de Japanese MIDI Standards Committee en de Amerikaanse MMA (MIDI Manufacturers Association) officieel wordt ondersteund. Maar MIDI is toch al een algemene norm, denkt u nu? Het antwoord hierop is ja en nee. Natuurlijk worden de opgenomen MIDI-data door gelijk welke klankbron aanvaard en uitgevoerd. Er is echter één belangrijk probleem. Vroeger hield iedere fabrikant van muziekinstrumenten er een eigen geheugenindeling op na, met als gevolg dat klankgeheugen 3 van het ene instrument een bas bevatte, terwijl dat bij een andere een trompet was. De specificaties van General MIDI zorgen echter dat u een sequence (een stuk dat u met een sequencer hebt opgenomen) op gelijk welk GM compatibel instrument kunt afspelen. Er zijn weliswaar nog verschillen tussen de geluiden onderling, maar er zijn geen (onaangename) verrassingen meer. naar stopcontact MC-80 Actieve luidsprekers, hoofdtelefoon, enz. Ook hier kunnen we analogie met voorbeeld 1 nog eens bovenhalen, zij het dat ditmaal de klankgenerator in het klavier zit. Dat levert automatisch het volgende probleem op: het klavier en de klankgenerator van het MIDI-keyboard zijn normaal intern met elkaar verbonden, anders zou u niets horen als u speelde. Die verbinding kunt u bij de meeste instrumenten echter opheffen (we spreken dan van Local Off in tegenstelling tot Local On ). Dat is in het bovenstaande aansluitschema ook nodig, want anders krijgt de interne klankgenerator tweemaal dezelfde noten voor de kiezen: éénmaal vanuit het klavier en éénmaal via de MC-80. De functie die verantwoordelijk is voor het opheffen van de verbinding tussen klavier en klankgedeelte heet Local Control of Local Switch. Zowel de precieze naam van de functie als de procedure om ze in te stellen verschillen van fabrikant tot fabrikant, raadpleeg dus best even de handleiding van het instrument waarmee u werkt. Werkt u met een instrument dat niet over een Local Control -parameter beschikt, zie dan blz Wat is het Roland GS formaat? Het GS formaat gaat nog iets verder dan GM. Ook de functies voor het wijzigen van de parameters worden namelijk gestandaardiseerd, net zoals de parameters voor het instellen van de effecten en de aard van de MIDI-commando s die een GS-compatibel instrument moet kunnen uitvoeren. In de regel kan een GS-compatibel instrument alle GM-commando s aan. Vandaar dat op de behuizing van een GS-instrument naast het GS logo ook het GM logo pronkt (dat is bv. het geval op de MC-80). Bij de dingen die alleen in het GS formaat kunnen, horen parameters voor het editen van klanken en de effecten (Chorus en Reverb) en ook een aantal gegevens i.v.m. de manier waarop een klankbron op MIDI-commando s reageert. Elk instrument dat voorzien is van het GS logo, kan natuurlijk ook sequences in het GS formaat weergeven (sequences die speciaal voor GS-klankbronnen gemaakt zijn). Instrumenten die van beide logo s voorzien zijn (zoals de MC-80) kunnen zowel GM als GS data zonder problemen weergeven. MC-80 inschakelen Respecteer bij het inschakelen steeds de volgorde die we hieronder aangeven, anders riskeert u luidsprekers e.d. te beschadigen. 1) Controleer voor het inschakelen de volgende punten: 15

16 MC-80 Handleiding Zorg dat alle apparaten correct zijn aangesloten. Zet de EXPANSION OUTPUT LEVEL-regelaar of het volume van de aangesloten mixer in de minimumstand. Zorg dat er geen diskette in de drive zit. 2) Schakel eerst de externe klankgenerator in en vervolgens de MC-80. Na enkele seconden komt u in de SONG PLAY-pagina terecht. Achterpaneel van de MC-80 Na enkele seconden 3) Schakel de versterker in. 4) Speel op het klavier of start een demosong (zie blz. 17) en stel vervolgens een aangenaam luistervolume in op de externe klankgenerator. 5) Maakt u gebruik van de VE-GS Pro, kies dan met de EXPANSION OUTPUT LEVEL-regelaar het gewenste volume. 3) In het display verschijnt nu The MC-80 may now be shut down safely. U mag nu op de POWERschakelaar drukken om de MC-80 uit te schakelen. Opmerking: De Shut Down-procedure kunt u niet in gang zetten tijdens de opname of weergave. In voorkomend geval moet u eerst op [STOP] drukken. MIDI-kanalen selecteren De data die de MC-80 verlaten doen dat via een bepaald MIDI-kanaal. Het nummer van dat kanaal bepaalt door welke aangesloten klankmodule de partij wordt weergegeven. De meeste klankmodules kunnen tegenwoordig verschillende klanken op verschillende MIDI-kanalen weergeven. We spreken dan van multitimbrale instrumenten (ook de VE-GS Pro kaart behoort hiertoe). In de praktijk beschikt u dan over bv. 16 onafhankelijke klankbronnen in één instrument. Laten we bij wijze van voorbeeld even aannemen dat u een klankmodule gebruikt die op dit moment een pianoklank heeft klaarstaan op kanaal 1. Om die aan te spreken moeten we de MC-80 op kanaal 1 laten zenden: Opmerking: De communicatie van het klavier naar de MC-80 gebeurt natuurlijk ook over een bepaald zendkanaal, maar daar houden we ons nu even niet mee bezig). Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op de TRACKknop [1]. Opmerking: Kies steeds een redelijk luistervolume. Zo houd u uw buren te vriend en vermijd u schade aan versterkers, luidsprekers maar vooral aan uw oren! Informatie over wat u speelt Opgelet bij het uitschakelen De MC-80 is geen instrument wat u zo maar op gelijk welk moment mag uitschakelen door op de [POWER]-schakelaar te drukken. U moet steeds de hieronder beschreven procedure volgen, anders is het mogelijk dat u data verliest of de diskette/disk drive beschadigt. 1) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [STOP]. Het display vraagt dat u uw keuze bevestigt. Druk op [F6 (SHUTDOWN)] om de procedure uit te voeren of op [F1 (CANCEL)] als u dat niet wilt. Opmerking: Zip-diskettes worden bij het uitschakelen automatisch uitgeworpen. 2) Zodra het display Please remove the floppy disk meldt drukt u op de uitwerpknop en neemt u de diskette uit de drive. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op 1. Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op 2. Klankgenerator De data worden ontvangen op kanaal 1. De data worden ontvangen op kanaal 2. Piano Bas Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op 3. De data worden ontvangen op kanaal 3. Gitaar While holding down [SHIFT], press 16. De data worden ontvangen op kanaal 16. Piano 16

17 Aan de slag Navigeren binnen de MC-80 De SONG PLAY- en QUICK PLAY-pagina s van de MC-80 vormen een soort uitvalsbasis van waaruit u de meeste functies kunt aanspreken. Naam van de display-pagina 1 3 Bent u op een bepaald moment het noorden kwijt, dan kunt u steeds terugkeren naar deze pagina s door herhaaldelijk op [EXIT] te drukken. Vanuit sommige pagina s kunt u hiervoor ook de [SEQUENCER]- knop gebruiken. Contrast van het display aanpassen Als het display slecht leesbaar is heeft dat in de regel te maken met de intensiteit en invalshoek van het omgevingslicht. In voorkomend geval kunt u het contrast van het display aanpassen door de [CHAIN PLAY]-knop ingedrukt te houden en aan het [VALUE]-wiel te draaien. 2.2 (Demo)songs beluisteren Song weergeven Hieronder laten we zien hoe u de MC-80 songs kunt laten weergeven. Uiteraard geldt deze procedure niet enkel voor de demosongs, maar het is wel handig om die songs (op de bijgeleverde diskette) als lesmateriaal te gebruiken. De songs op de diskette werden opgenomen volgens de GM (General MIDI) specificaties. Het is dus wel zo handig als u een GM-compatibele klankmodule gebruikt om een en ander uit te proberen. Werkt u met een VE-GS Pro, SC-880 of SC-88 Pro dan is het helemaal feest, want de diskette bevat een aantal songs die speciaal op maat van deze instrumenten zijn gesneden (inclusief effectinstellingen e.d.). Opmerking: Meer details over de demosongs vindt u op blz ) Druk op [SELECT]. 2) Steek de bijgeleverde diskette met demosongs in de drive, zorg daarbij dat het label zich aan de bovenkant bevindt. Als u een klik hoort zit de diskette goed. Na enkele ogenblikken verschijnt een lijst met songs op het scherm. 3) Kies met het [VALUE]-wiel de gewenste song blz ) Druk op [PLAY] om de weergave te starten. Hieronder ziet u wat u met de overige transportknoppen kunt doen. 4 Hiermee gaat u naar de vorige maat. Hiermee gaat u naar het begin van de song. 2 Hiermee stopt u de sequencer. Mogelijke problemen Uitwerpknop Label Deze indicator geeft het tempo van de weergave aan. Hiermee start u de weergave. Hiermee gaat u naar de volgende maat. Hiermee gaat u naar het einde van de song. Hiermee kunt u opnemen. De externe klankmodule brengt geen geluid voort Hebt u alle MIDI-verbindingen correct aangesloten (blz. 14)? Hebt u de klankmodule wel verbonden met een mixer, versterker, enz.? Misschien gebruikt u een defecte kabel? Staat het volume van de klankmodule, de mixer, versterker enz. wel open? 17

18 MC-80 Handleiding De VE-GS Pro brengt geen geluid voort Hebt u de VE-GS Pro op de juiste manier geïnstalleerd (zie blz. 105)? Staat de EXPANSION OUTPUT LEVEL-regelaar misschien in de minimumpositie? De klanken kloppen niet Gebruikt u wel een GM/GS-compatibele klankmodule? Hebt u in uw klankmodule de GM/GS-mode gekozen? Overzicht van de demosongs Nr. Song-naam Bestandsnaam Componist 1 Ac. Piano Solo 1 01PIANO1.MID Tohru AKI 2 Ac. Piano Solo 2 02PIANO2.MID Tohru AKI 3 Ac. Piano Solo 3 03PIANO3.MID Tohru AKI 4 Piano + Rhythm 04PIANOD.MID Idecs 5 Rhodes + Effect 05EPIANO.MID Idecs 6 Organ + Rotary 06ORGANA.MID Idecs 7 Organ + Rhythm 07ORGANB.MID Music Brains 8 Accordion Demo 08ACDION.MID Team-khy 9 Nylon Gtr. Solo 09NYLON1.MID Music Brains 10 Steel Gtr. Solo 10STEEL1.MID Music Brains 11 Guitar EFX Menu 11GT_EFX.MID Idecs 12 Distortion Gtr. 12DISTG1.MID Music Brains 13 Wah Guitar Demo 13WAH_G.MID Music Brains 14 Funk Guitar 14FUNKG1.MID Music Brains 15 Jazz Guitar 15JAZZG1.MID Music Brains 16 Blues Guitar 16BLUSG1.MID Music Brains 17 Bass Demo 17BASS.MID Naoki Matsuura 18 Choir Demo 18CHOIR.MID Idecs 19 Strings Quart 19STRING.MID Team-khy 20 Str.s Ensemble 20STENS1.MID Team-khy 21 Orchestra 21OCHSTR.MID Team-khy 22 Alto&Tenor Sax 22SAX1.MID Music Brains 23 TP & TB 23BRASS1.MID Music Brains 24 Samba & Salsa 24LATIN.MID Idecs 25 Japanese 25JAPAN.MID Idecs 26 Chinese 26CHINA.MID Team-khy 27 Lo-Fi Dance 27LOFI_D.MID Idecs 28 Lo-Fi Jazz 28LOFI_J.MID Idecs 29 Lo-Fi Synth 29LOFI_S.MID Music Brains 30 Synth+Humanizer 30SYN_H1.MID Idecs 31 Demo for VE-GS 31DEMO_A.SVQ Yuki Kato 32 Demo for GM 32DEMO_B.SVQ Yuki Kato 33 PhraseSeqDemoGS 33PSEQ_A.SVQ Yuki Kato 34 PhraseSeqDemoGM 34PSEQ_B.SVQ Yuki Kato Nr. 1~34 : Copyright 1999, Roland Corporation Opmerkingen Nrs. 1~33 en 34 zijn demosongs die speciaal voor de VE-GS Pro werden geschreven (ook geschikt voor de SC-88 Pro). Nrs. 32 en 34 kunnen door gelijk welke GM-compatibele klankbron worden weergegeven (met een polyfonie van 64 noten of meer). De diskette bevat ook een Chain-bestand (VE-GSPRO.SCV), dat een volgorde van weer te geven songs bevat. Het gaat met name om alle VE-GS Pro songs op een rijtje gezet. Zie Chains weergeven op blz. 48. Deze demosongs zijn enkel bedoeld voor uw persoonlijk gebruik. Publieke vertoning, verspreiding enz. van dit materiaal mag enkel mits uitdrukkelijke toestemming van Roland Corporation. 18

19 Aan de slag Tempo wijzigen U kunt de MC-80 naar wens sneller of trager laten weergeven. Het leuke van een sequencer is dat niet zoals bij een bandopnemer gepaard gaat met verhoging resp. verlaging van de toonhoogte. Gebruikt u de sequencer bijvoorbeeld als begeleiding bij het oefenen, dan belet niets u om aanvankelijk traag te spelen en het tempo op te voeren naarmate u de partijen in de vingers krijgt. Nog een mogelijke toepassing: u neemt een moeilijke partij traag op, zodat u ze makkelijker kunt inspelen. Achteraf geeft u ze aan het normale tempo weer. apart uitschakelen, waardoor het geen deel meer uitmaakt van de weergave. Dat gaat als volgt: ) Druk op [TEMPO] om het tempo-venster te openen. 2) Kies met het [VALUE]-wiel het gewenste tempo. 3) Druk op [EXIT] zodra u klaar bent (het tempo-venster wordt gesloten). Opmerking: Deze waarde wordt mee opgeslagen als u een song op diskette bewaart (zie blz. 90). Opmerking: Zolang u zich nog in het Tempo-venster bevindt kunt u opnieuw het originele tempo kiezen door op [F6] te drukken. 1) Start de weergave van de Demo for VE-GS (zie blz. 17). Gebruikt u geen VE-GS Pro, SC-880 of SC-88 Pro, kies dan de demosong Demo for GM. 2) Druk op de Track 10 (RHYTHM) knop. De weergave van de drums wordt uitgeschakeld. De indicator op de knop knippert. Door nogmaals op deze knop te drukken schakelt u de weergave opnieuw in (de knop blijft branden). Zelf een partij meespelen (Minus One) Bij Minus One wordt de weergave van een spoor uitgeschakeld, maar kunt u meteen met de klank van dat spoor zelf een partij meespelen op het klavier. Een voor de hand liggende kandidaat voor deze behandeling is uiteraard het melodiespoor, maar ook andere sporen zijn mogelijk. Druk op [F6 (RESET)]. Originele tempo (toen de song werd geladen). 3 2 Instrumenten uitschakelen Individuele partijen uitschakelen Een song in de MC-80 is doorgaans opgebouwd uit verschillende partijen (maximaal 16), die zich elk op een eigen spoor bevinden. Elk van die sporen kunt u 1) Start de weergave van de Demo for VE-GS (zie blz. 17). Gebruikt u geen VE-GS Pro, SC-880 of SC-88 Pro, kies dan de demosong Demo for GM. 2) Druk op de [MINUS ONE]-knop (de indicator licht op). 19

20 MC-80 Handleiding 3) Druk op de knop van het spoor dat u wilt uitschakelen. 4) Speel op het klavier dat u met de MC-80 hebt verbonden. U hoort nu de klank van het uitgeschakelde spoor. Druk nogmaals op [MINUS ONE] als u de functie wilt uitschakelen (de indicator dooft). Spoor apart beluisteren (Solo) Solo betekent dat u één spoor apart beluistert en de weergave van de overige sporen uitschakelt. Dat kan handig zijn als u probeert uit te vissen welk spoor welke klank weergeeft. 1) Start de weergave van de Demo for VE-GS (zie blz. 17). Gebruikt u geen VE-GS Pro, SC-880 of SC-88 Pro, kies dan de demosong Demo for GM. 2) Druk op de [SOLO]-knop (de indicator licht op). 3) Druk op de knop van spoor 10. U hoort nu enkel nog de drums. 4) Druk op de knop van spoor 2. Nu hoort u enkel nog de bas. Zo kunt u uiteraard het hele rijtje afgaan en de sporen één voor één beluisteren. Wilt u opnieuw het hele arrangement horen, druk dan nogmaals op [SOLO] Eerste opname Nu we kennis hebben gemaakt met de voornaamste transportfuncties kunnen we ons aan een eerste opname wagen. Verschillende opnamemethodes De MC-80 kan op verschillende manieren opnemen. Alle beschikbare methodes komen in de onderstaande song aan bod, zo leert u meteen de mogelijkheden kennen. 2 De baspartij nemen we noot voor noot op. 3 De melodie kunnen we nu "live" inspelen omdat we intussen een begeleiding van drums en bas hebben. 1 4 De eerste maat blijft leeg omdat hier de klankkeuze-data voor de toongenerator worden opgenomen. De drums bestaan ten dele uit een herhalend patroon. Het volstaat dat we dit n keer opnemen en achteraf kopi ren. Bovendien kunnen we individuele (foute) noten wissen, verplaatsen, enz. 20

21 Aan de slag Laten we, voor alle duidelijkheid, het verloop van onze eerste opname even op een rijtje zetten: 1) We maken de nodige voorbereidingen. 2) We nemen de drums op. 3) We nemen de bas stap voor stap op. 4) We nemen de melodie op terwijl we naar drums en bas luisteren. 5) We bewaren de afgewerkte song op diskette. Voorbereiding Opnemen doen we steeds vanuit de SONG PLAYpagina. Daar komt u als volgt terecht: 2 1 1) Druk op [SEQUENCER]. Waarschijnlijk bevindt u zich nu reeds op de SONG PLAY-pagina, u kunt dat zien in de linker bovenhoek van het display: plaatsen zorgt u dat bij de weergave automatisch de juiste drumset wordt gekozen , 8 9 Laten we even stap voor stap bekijken hoe u zo n programmakeuze-commando aan het begin van de song plaatst: Ga naar de Microscope-pagina voor spoor 10 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de Microscopepagina te gaan. 3) Druk op TRACK [10] (RHYTHM) om naar de pagina voor spoor 10 te gaan. Aangezien er nog niets is opgenomen blijft het scherm voorlopig leeg ) Blijkt er linksboven QUICK PLAY te staan, druk dan op [F1 (INT SONG)] om naar de SONG PLAYpagina te gaan. Drums opnemen (Realtime opname) Beginnen met de drums is een logische keuze: zo hebt u straks meteen een ritmische referentie waarover u de andere partijen kunt inspelen. Drum Set kiezen De meeste klankmodules hebben verschillende drumkits aan boord, gaande van een akoestisch jazz-setje tot de vette beats van een vintage drummachine. De MC-80 kiest deze sets op dezelfde manier als hij bv. een piano- of basklank kiest, namelijk middels MIDI-programmakeuzecommando s. Door het relevante commando aan het begin van een song te Voer het programmakeuze-commando in 4) Druk op [F1 (CREATE)] om naar de pagina te gaan waarin u het type data kunt kiezen. 5) Plaats de cursor op Program Change. 6) Druk op [F6 (EXECUTE)]. Hiermee voegt u een programmakeuze-commando in op (het begin van de eerste tel van de eerste maat). 7) Plaats de cursor op Prog en kies met het [VALUE]-wiel 9. U hebt nu een programmakeuze ingevoerd die 9[Room] kiest. 8) Druk op [SEQUENCER] om terug te keren naar de SEQUENCER-pagina. 21

22 MC-80 Handleiding Zend de programmakeuze naar de klankgenerator 9) Druk op [TOP] en vervolgens op [PLAY]. De song wordt nu vanaf maat 1 weergegeven en de programmakeuze wordt naar de klankmodule gezonden. Als alles goed gaat merkt u nu dat deze laatste Drum Set nr. 9 kiest. Voorbereidingen voor realtime opnemen 3, 5 Opmerking: Op dit moment zijn alle sporen nog gekoppeld aan het MIDI-kanaal met hetzelfde nummer, dus spoor 1 aan kanaal 1 enz. We kiezen dan ook spoor 10 omdat GM/ GS-compatibele klankmodules de drums in de regel aan kanaal 10 toewijzen. 7) Maak de onderstaande instellingen. Plaats eerst de cursor op een parameter en kies vervolgens met het [VALUE]-wiel de gewenste waarde. Count in: 1 Meas Hiermee zorgt u dat er voor het begin van de opname n maat wordt afgeteld. Loop/Punch: Loop (4 Meas) Hiermee zorgt u dat er vanaf maat 2 vier maten worden herhaald, zodat u "in een lus" kunt opnemen. 6 Tempo: Hiermee stelt u het tempo in. Qntz: OFF Hiermee schakelt u de automatische timing-correctie (quantisering) uit. Rec Mode: Mix Hiermee specifieert u dat de nieuwe noten die u bij iedere herhaling speelt bij de vorige noten worden gevoegd, zodat bv. de basdrum niet wordt gewist door de snare-drum die u er bij het volgende "rondje" aan toevoegt Realtime opnemen Nu we de nodige voorbereidingen hebben getroffen kunnen we gaan opnemen. 1) Druk op [SEQUENCER] om naar de sequencerpagina te gaan. 2) Ga met [BWD] en [FWD] naar het begin van de tweede maat (we beginnen pas op te nemen vanaf maat 2 omdat maat 1 de programmakeuze van daarnet bevat) ) Draai de [CLICK LEVEL]-regelaar op het achterpaneel naar de stand 0. 1) Druk op [PLAY]. De metronoom telt één maat af, daarna mag u beginnen drummen. Hieronder ziet u welke drumklanken volgens de GM/GS-standaard aan welke toetsen zijn toegewezen. Gesloten Hi-Hat Open Hi-Hat <Drum> Hi-Hat Middentom Lage tom THIS DEVICE COMPLIES WITH PART 15 OF THE FCC RULES. OPERATION IS SUBJECT TO THE FOLLOWING TWO CONDITIONS: (1) THIS DEVICE MAY NOT CAUSE HARMFUL INTERFERENCE, AND (2) THIS DEVICE MUST ACCEPT ANY INTERFERENCE RECEIVED, INCLUDING INTERFERENCE THAT MAY CAUSE UNDESIRED OPERATION. Snare CAUTION ATTENTION: RISQUE DE CHOC ELECTRIQUE NE PAS OUVRIR Basdrum Snare Hoge tom Middentom Lage tom Basdrum 4) Druk op [REC] om de MC-80 klaar te maken voor opname. 5) Kies nu met de [CLICK LEVEL]-regelaar een aangenaam metronoomvolume. 6) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op de TRACK [10] (RHYTHM) knop. U hebt nu spoor 10 voor opname geselecteerd. Als u nu op het klavier speelt zou u drumklanken moeten horen. Het staat u uiteraard vrij om een drumpartij op te bouwen zoals u dat het liefst doet, maar laten we voor dit voorbeeld even beginnen met een basdrumsnare patroon. Niet vergeten op de metronoom te letten! Zoals u merkt keert u na het einde van maat 5 automatisch terug naar het begin van maat 2 en hoort u wat u daarnet hebt gespeeld. Dat geeft u de kans om de 2) hi-hat, toms enz. op te nemen. 22

23 Aan de slag Bij iedere herhaling kunt u een partij toevoegen, die bovenop de aanwezige partijen wordt gestapeld. 3) Zodra de drumpartij naar wens is mag u op [STOP] drukken. Hebt u een foutje gespeeld of bent u niet tevreden met de opname? Lees dan even verder, want hieronder leggen we uit hoe u fouten kunt corrigeren. Op blz. 68 laten we bovendien zien hoe u een bestaande opname nog ingrijpend kunt wijzigen. Fouten corrigeren Misschien vindt u uw eerste drumpogingen maar niets en wilt u ze meteen wissen. Dat kan door [SHIFT] ingedrukt te houden en op [EXIT] te drukken. De [EXIT]-knop fungeert in dit geval als Undo -knop. Door nogmaals op [SHIFT]+[EXIT] te drukken herstelt u de opname die u net had gewist (Redo). In feite wisselt u dus steeds tussen de volgende scenario s: V r de opname Opnemen (of Redo) [SHIFT]+[EXIT] (Undo) Na de opname Bas opnemen (stapsgewijze opname) De baspartij van ons voorbeeld is relatief eenvoudig en strak, en is daarom bij uitstek geschikt om stap voor stap (Step Time) op te nemen. Ga naar de Microscope-pagina voor spoor 2 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Druk op [TOP] om terug te keren naar het begin van de song. 3) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE-pagina te gaan. 4) Druk op TRACK [2] (BASS) om naar de pagina voor spoor 2 te gaan. Aangezien er nog niets is opgenomen blijft het scherm voorlopig leeg. Voer het programmakeuze-commando in 5) Druk op [F1 (CREATE)] om naar de pagina te gaan waarin u het type data kunt kiezen. 6) Plaats de cursor op Program Change. 7) Druk op [F6 (EXECUTE)]. Hiermee voegt u een programmakeuze-commando in op (het begin van de eerste tel van de eerste maat). 8) Plaats de cursor op Prog en kies met het [VALUE]-wiel 34. U hebt nu een programmakeuze ingevoerd die Fingered Bass kiest. Basklank kiezen Net als voor de drums zoeken we eerst een programmakeuze-commando dat aan het begin van de song de juiste basklank oproept. Bij GM/GS-klankmodules zitten de bassen van nummer 33~40. Kies voor ons voorbeeld nr. 34, Fingered Bass (misschien heeft dit nummer op uw GM/GS-module een iets andere naam, maar het gaat in principe om hetzelfde soort klank). 4 1, ) Druk op [SEQUENCER] om terug te keren naar de SONG PLAY-pagina. Zend de programmakeuze naar de klankgenerator 10)Druk op [TOP] en vervolgens op [PLAY]. De song wordt nu vanaf maat 1 weergegeven en de programmakeuze wordt naar de klankmodule gezonden. Deze laatste kiest nu Fingered Bass op MIDI-kanaal 2. 23

24 MC-80 Handleiding Voorbereidingen voor stapsgewijs opnemen 2) Druk op de G2-toets. De noot wordt ingevoerd en de teller springt één stap verder. Rechts van de nootnaam ziet u de aanslagwaarde waarmee de noot werd gespeeld (in het onderstaande voorbeeld is dat 100) ) Ga met [BWD] en [FWD] naar het begin van de tweede maat (we beginnen pas op te nemen vanaf maat 2 omdat maat 1 de programmakeuze van daarnet bevat). 2) Houd [SHIFT] in gedrukt en druk op [REC] om de MC-80 klaar te maken voor opname. 3) Plaats de cursor op Track en kies Trk 2. Plaats de cursor vervolgens op Mode en kies Mix. 4) Druk op [F6 (STEP REC)] om naar de gelijknamige pagina te gaan. Hebt u zonet een foute noot ingevoerd, druk dan op [F3 (BACK DEL)]. De laatst ingevoerde noot wordt daarmee gewist en u bevindt zich meteen op de juiste plaats om het nog eens te proberen. Het volgende wat we op de partituur tegenkomen is een achtste rust. 3) Plaats de cursor op Step Time en kies 1/8 ( ). Aangezien het hier om een rust gaat, hoeft u hier verder niets te specifiëren. Stapsgewijs opnemen De eerste noot van de baspartij is een kwartnoot op de toets G2. 4) Druk op [F5 (REST)]. U komt nu terecht op positie ; er werd dus een achtste rust ingevoerd. 1) Plaats de cursor op Step Time en kies 1/4 ( ). Opmerking: Binnen één tel kan de MC-80 nog 480 verschillende posities onderscheiden. We spreken daarom van een resolutie van 480 tikken per tel. Aangezien een achtste noot een halve tel beslaat, is het dus logisch dat de teller hierboven 240 tikken vooruitgaat. We zijn nu toe aan een koppel 16de noten (G2). 5) Plaats de cursor op Step Time en kies 1/16 ( ). 24

25 Aan de slag 6) Druk twee maal op G2. Hiermee voegt u twee G2 noten in en gaat u naar het begin van de derde tel (2-3-0). Vervolgens voeren we een halve rust in. 7) Plaats de cursor op Step Time en kies 1/2 ( ). 8) Druk op F5 (REST). U komt nu terecht aan het begin van maat 3 (3-1-0). U hebt nu gezien hoe het werkt nu kunt u op eigen houtje de overige maten van de baspartij invoeren (tot en met maat 5). Bent u hiermee klaar 9) druk dan op [STOP] om terug te keren naar de SONG PLAY-pagina. Opmerking: Stapsgewijs opnemen kan zelfs zonder MIDIklavier. Zie hiervoor blz. 56. Opmerking: Ook bij Step Recording (de officiële naam voor stap-voor-stap opnemen) kunt u de volledige opname in één klap wissen m.b.v. de Undo-functie. Dat werkt op dezelfde manier als bij Realtime opnemen (zie blz. 23). Melodie opnemen Nu we de basis van bas en drums hebben afgewerkt kunnen we er een melodie aan toevoegen. Gebruik hiervoor de Realtime en Step technieken die u in het voorgaande hebt geleerd. B3 G4 D4 C4 B3 A3 C4 A3 G3 B3 C4 C#4 D4 In het geval u Step Recording gebruikt zou h et resultaat er zo moeten uitzien: Song opslaan Als u de MC-80 nu uitschakelt bent u alles wat we daarnet hebben gedaan kwijt. Het is daarom een beter idee een en ander even op diskette te schrijven. 1) Zet het wisbeveiligingsnokje van de diskette in de stand beschrijfbaar. Diskette formateren Net zoals een computer houdt de MC-80 er zijn eigen systeem van databeheer op na. Dat moet eerst even aan de diskette worden meegedeeld voor u er songs e.d. op kunt schrijven. We noemen dit proces formateren. LET OP! tijdens het formateren worden alle op de diskette aanwezige data gewist. Controleer dus steeds of de diskette die u wilt formateren geen belangrijke data bevat! Het formateren gaat als volgt in zijn werk: Beveiligingsnokje "Schrijven" "Veilig" 2) Steek een diskette in de disk drive. 3) Druk op [TOOLS], vervolgens op [F5 (DISKUTIL)] en tenslotte op [F6 (MENU)] om naar het DISK MENU te gaan. Hierin kiest u [F4 (FORMAT)]. U komt nu terecht in de DISK UTILITY/9 FOR- MAT -pagina. 25

26 MC-80 Handleiding 4) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de diskette (dit is enkel nodig wanneer u nog andere media, bv. harde schijven, op de MC-80 hebt aangesloten). 5) Druk op [F6 (FORMAT)]. 6) U moet de diskette een naam geven voor u ze formateert. Met de cursor stapt u doorheen de verschillende karakters en met het [VALUE]-wiel kiest u telkens het gewenste karakter. 4) Druk op F6 (MC-80). De song wordt dan in het eigen formaat van de MC-80 opgeslagen. Kies [F4 (SMF 0)] of [F5 (SMF 1)] enkel als u bestanden met sequencers of computers wilt uitwisselen, want bij deze opties wordt niet alle informatie opgeslagen die bij de MC-80 -optie wél op de diskette belandt. 5) Geef de song een naam. Met de cursor stapt u doorheen de verschillende karakters en met het [VALUE]-wiel kiest u telkens het gewenste karakter. 7) Druk op [F6 (FORMAT)]. Het display vraagt nu of u wel degelijk de diskette wilt formateren: Are you sure? Druk op F1 (CAN- CEL) als u beslist toch niet te formateren. 8) Druk op [F6 (FORMAT)]. De diskette wordt nu geformateerd. In het display kunt u de geboekte vooruitgang volgen (van 0~ 100%). Zodra de diskette is geformateerd meldt het display Completed. 9) Druk op [F6 (ACCEPT)]. 6) Druk op [F6 (OK)] zodra de naam volledig is. U komt nu terecht in een pagina waarin u de schrijfbestemming kunt specifiëren. 7) Druk op [F6 (SAVE)]. De song wordt op diskette geschreven. Zodra dit is gebeurd keert u terug naar de SONG PLAY-pagina. Song wegschrijven 4,6, Eenvoudige editfuncties De MC-80 biedt uitgebreide mogelijkheden om in een bestaande opname wijzigingen aan te brengen. We laten u hier kennismaken met de twee voornaamste, de rest komt in de overige hoofdstukken van deze handleiding aan bod ) Steek een geformateerde (zie hierboven) diskette in de disk drive. 2) Druk op [SEQUENCER]. 3) Druk op [F5 (SAVE)] om naar de FILETYPE - pagina te gaan. Fouten uit een opname halen (Micro Edit) We hebben tijdens onze eerste stap-voor-stap opname al kennisgemaakt met de Microscope-pagina, de pagina waarin de primaire gegevens voor iedere opgenomen noot staan afgebeeld. Al die gegevens kunt u wijzigen, we spreken dan van Micro Edit. 26

27 Aan de slag Om de mogelijkheden te illustreren gaan we enkele foutjes uit een opname halen. 5 Timing strakker maken (Quantize) De ene muzikant is technisch al wat beter onderlegd dan de andere, en soms is het moeilijk om een partij echt strak te spelen, terwijl die partij daar misschien wel om vraagt. In dergelijke gevallen kan de Quantize-functie uitkomst bieden. Hiermee kunt u namelijk kleine timing-afwijkingen rechttrekken, zodat alles ritmisch perfect zit , ,6 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Druk op [TOP]. 3) Druk op F4 (MICRO) om naar de Microscopepagina te gaan. 4) Druk op de TRACK-knop van het spoor dat u wilt editen om naar de Microscope-pagina voor dat spoor te gaan. 5) Plaats de cursor op de data die u wilt wissen. In de linkerkolom wordt de plaats van het geluid in de song aangegeven. Zo betekent dat dit geluid zich aan het begin van de derde tel van de tweede maat bevindt. 6) Door op [F2 (ERASE)] te drukken wist u de data die u met de cursor hebt geselecteerd. 7) Druk op [SEQUENCER] om terug te keren naar de SONG PLAY-pagina. Maat, tel, tik Nootdata Aanslagwaarde (playing force) Hoe lang de toets ingedrukt blijft Snelheid waarmee de toets wordt losgelaten 1) Druk op de [SEQUENCER]-knop. 2) Druk op [F2 (QUANTIZE)]. 3) Druk op [F1 (GRID)] om naar de GRID QUANTI- ZE -pagina te gaan. 4) Druk op de TRACK [10]-knop. Laten we de drums quantiseren. 5) Plaats de cursor op Resolution en kies met het [VALUE]-wiel 1/16, Als vuistregel bij het quantiseren geldt dat u steeds de kortste nootwaarde moet kiezen die in de partij voorkomt, in dit geval is dan een zestiende noot. 6) Plaats de cursor op Strength en kies met het [VALUE]-wiel 100%, Dit wil zeggen dat alle noten worden verplaatst naar de dichtstbijzijnde 16de nootwaarde. Blijkt dit een te mechanische feel op te leveren, kies dan een lagere Strength-waarde. 7) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de noten te quantiseren. Bent u niet tevreden met het resultaat, dan kunt u de bewerking annuleren door [SHIFT] ingedrukt te houden en op [EXIT] te drukken. Dit was slechts een summiere kennismaking met de Quantize-functie. Naast de hier gebruikte Grid Quantize bestaat er nog een Groove Quantize. Die trekt de noten niet zonder meer recht, maar kan een bepaalde feel aan een partij verlenen door nootwaarden te verplaatsen. Verder zijn er nog mogelijkheden om slechts een beperkt aantal maten te quantiseren of om de gequantiseerde partij op een ander spoor te schrijven. Meer over dit alles leest u vanaf blz

28 MC-80 Handleiding 2.4 MC-80 live gebruiken We hebben de MC-80 heel wat functies meegegeven waarmee hij uitstekend zijn mannetje kan staan op het podium. Met n toets kunt u complexe notenreeksen aansturen Hiermee kunt u de volgende song al selecteren terwijl u de vorige nog speelt Hiermee kunt u tijdens de weergave transponeren. Hiermee kunt u een song "uitfaden". Hiermee kunt u meteen naar een bepaalde maat springen. Door de maat op deze knop te tikken kunt u het tempo instellen. Tempo intikken met de [TAP]-knop Op blz. 19 hebben we al gezien hoe u het tempo kunt wijzigen met het [VALUE]-wiel. Dit kan echter ook intuïtiever, door in de maat op de [TAP]-knop te drukken. 1 2 Opmerking: Door op de [TEMPO]-knop te drukken gaat u naar de Tempo-pagina, waarin u de tempo-gegevens meer in detail kunt bekijken. Tijdens het spelen de volgende song kiezen (Next Song) Stel: u wilt een optreden ten beste geven waarbij u niet van tevoren bepaalt in welke volgorde u de nummers speelt, maar u wilt wél een strakke set met naadloos aansluitende songs. In dat geval biedt de Next Song -functie soelaas: hiermee kunt u tijdens de weergave van een song reeds de volgende song 1) Druk op [SEQUENCER] en start de weergave (zie blz. 17). 2) Tik in het gewenste tempo een vierkwartsmaat op de [TAP]-knop. U hoort nu hoe het tempo verandert naarmate u sneller of trager tikt. 28

29 Aan de slag opzoeken, zodat die straks meteen kan worden gestart ) Start de weergave van een song (zie blz. 17). 2) Druk op [SELECT] om naar de SONG SELECTpagina te gaan. 3) Druk op [F1 (DRIVE)] om de diskette te selecteren. 4 5 de MC-80 kunt u die song tijdens de weergave transponeren, tot u de passende toonaard hebt gevonden ) Start de weergave van een song. 2) Druk op [TRANSPOSE]. U komt terecht in de Settings -pagina. 3) Kies met [INC/+][DEC/-] of met het [VALUE]-wiel de gewenste transpositie. Transponeren gebeurt in stappen van een halve toon (positieve waarden transponeren omhoog, negatieve omlaag). 4) Plaats de cursor op de naam van de song die u als volgende wilt weergeven. 5) Druk op [ENTER]. De naam van de song verschijnt in het Next-venster, zoals in de onderstaande afbeelding. dit wordt de volgende song Wilt u de gemaakte keuze annuleren, druk dan op [EXIT]. Opmerking: Wilt u toch van tevoren de volgorde van alle songs vastleggen, gebruik dan de Chain Play-functie (zie blz. 48). 4) Hebt u de gewenste transpositie gevonden, druk dan op [EXIT] om terug te keren naar de SONG PLAY- of QUICK PLAY-pagina. Opmerking: De transpositie-waarde wordt onthouden wanneer u de song op diskette schrijft. Songs uitfaden De MC-80 kan songs laten eindigen met een fade-out, net zoals op de plaat. Opmerking: Het is mogelijk dat deze functie niet werkt in combinatie met niet-gs-compatibele klankmodules. Transponeren tijdens de weergave Nog zo n live-scenario: de zanger(es) is die dag niet goed bij stem en de toonaard waarin u song x normaal speelt blijkt plots te hoog. Geen probleem, met 2, 5 4 1) Start de weergave van een song. 2) Op de plaats waar u de fade-out wilt laten beginnen houdt u [SHIFT] ingedrukt en drukt u op [END]. De MC-80 start nu de fade-out. 29

30 MC-80 Handleiding 3) Na 10 seconden hoort u niets meer. 4) Druk op [STOP] om de weergave te stoppen. 5) Druk nogmaals op [SHIFT]+[END] om het originele volume te herstellen. Opmerking: Tijdens de weergave kunt u het originele volume niet herstellen. Moeilijke riffs, licks enz. met één toets aansturen Naast volledige songs kunt u met de MC-80 ook korte frases, riffs, melodietjes enz. opnemen en aan een klaviertoets koppelen. Dat kan handig zijn voor partijen die u niet kunt spelen (wegens te weinig handen of gewoon te moelijk). Bovendien is er ook nog een krachtige arpeggiator aan boord die u uw akkoorden omvormt tot notenreeksen. Frases met één toets aansturen (Phrase Sequence) We demonstreren deze functie aan de hand van een demosong. druk dan nogmaals op dezelfde toets of op de stop - toets (in dit geval is dat C2). 7) Voeg op dezelfde manier andere partijen toe. Zoals u uit de 7 -toetsen uit de onderstaande afbeelding kunt opmaken, zijn er naast baspatronen in deze song ook nog frases voor percussie, orgel, blazers, enz. beschikbaar. Uitproberen is hier de boodschap! 7. Clav Backing EP Syn Lead Seq Hit Organ Mute TP Mute GT Filter Clean GT Brass2 Brass Tamb Shaker Drum Fill Bass Vari8 Bass Vari7 Bass Vari6 Bass Vari5 Bass Vari4 Bass Vari3 Bass Vari2 Bass Vari1 Bass Basic Stop-toets Opmerking: Vanaf blz. 61 komen nog meer mogelijkheden aan bod. Zo kunt u uw eigen frases maken en het klavier kiezen van waaruit u de frases wilt aansturen. Arpeggiator De arpeggiator van de MC-80 vormt de akkoorden die u op het klavier speelt om tot gebroken notenreeksen. Daarbij zijn er heel wat opties aangaande maatsoort, stijl, enz. C4 C3 C ) Steek de diskette met demosongs in de disk drive. 2) Druk op [SEQUENCER]. 3) Druk op [SELECT]. 4) Kies met het [VALUE]-wiel 33PhraseSeqDemoGS (werkt u met een GMcompatibele klankmodule, kies dan 34PhraseSeqDemoGM. 5) Druk op [PLAY] om de drumbegeleiding te starten. 6) Stuur met de klaviertoetsen de basfrases aan. Met de toetsen die hieronder naast 6 zijn afgebeeld kunt u een reeks baspatronen weergeven. U hoeft de toets slechts kort in te drukken, het patroon gaat daarna vanzelf verder. Wilt u het patroon stoppen, 1) Druk op [SEQUENCER] om naar de SONG PLAYpagina te gaan. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op een TRACKknop. Door een spoor te kiezen kiest u meteen het overeenkomstige MIDI-kanaal. 3) Druk op [ARPEGGIATOR] (de indicator licht op). 4) Speel een akkoord op het klavier. U hoort nu hoe het akkoord wordt omgezet in een arpeggio. Laten we nu even kijken hoe we die arpeggio kunnen wijzigen. 30

31 Aan de slag 5) Druk op [TOOLS] en vervolgens op [ARPEGGIA- TOR] om naar de ARPEGGIO-pagina te gaan. 6) Plaats de cursor op Style en kies met het [VALUE]-wiel een andere Style. bevindt. In de onderstaande afbeelding ziet u welke posities in de demosong zijn gemarkeerd. 7) Druk nogmaals op [ARPEGGIATOR] om de arpeggio uit te schakelen (de indicator dooft). Hoofdthema van de song Tussenstuk met maatwijziging Einde Herhaling van het hoofdthema Naar een gemarkeerde maat springen (Mark Jump) U kunt bepaalde posities in een song markeren en er dan met één knopdruk naartoe springen. Om dat te demonstreren maken we gebruik van een demosong waarin reeds dergelijke markeerpunten zijn geplaatst. Opmerking: Gemarkeerde posities worden onthouden wanneer u de song opslaat (zie blz. 26). Markeringen plaatsen We gaan nu in de song van daarnet een markering verwijderen (Mark 1 aan het begin van maat 14) en er op een andere plaats (aan het begin van het thema, maat 2) een nieuwe aanbrengen ) Druk op [SEQUENCER]. 2) Druk op [SELECT]. 3) Steek de diskette met demosongs in de disk drive. 4) Kies met het [VALUE]-wiel 31Demo for VE-GS (werkt u met een GM-compatibele klankmodule, kies dan 32Demo for GM. 5) Druk op F6 (LOAD) om de song te laden. 6) Druk op [PLAY] om de weergave te starten. 7) Druk tijdens de weergave op MARK JUMP [1]~[4]. Aan het einde van de huidige maat springt de weergave naar de plaats waarop het markeerpunt zich 1) Druk op [STOP] om de weergave te stoppen. Opmerking: U kunt ook tijdens de weergave markeringen plaatsen, maar hier beschrijven we hoe het werkt als u de weergave stopt. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op MARK JUMP [1]. De indicator dooft om aan te geven dat deze markering werd gewist. 3) Ga met [BWD] of [FWD] naar maat 2. 4) Druk op MARK JUMP [1]. De indicator licht op om aan te geven dat deze positie werd gemarkeerd. Maat 14 Maat 2 Maat 30 Maat 38 Maat 46 Als u nu tijdens de weergave op MARK JUMP [1] drukt springt u naar het begin van maat 2. 31

32 Overzicht van de MC Overzicht van de MC-80 In dit hoofdstuk maakt u kennis met een aantal basisbegrippen, werkwijzen, enz. die essentieel zijn voor de MC-80. Als u nog nooit met een sequencer hebt gewerkt is dit verplichte leeskost, anders raakt u in het vervolg van de handleiding mogelijk het noorden kwijt. 3.1 Wat kan de MC-80? De MC-80 kadert in de rijke familietraditie van de Roland MC-serie, een serie die uitblinkt in betrouwbaarheid en veelzijdigheid. Dit zijn de voornaamste eigenschappen van de jongste telg: Sequencer] Uiteraard is de MC-80 in eerste instantie een sequencer, waarmee u muziek kunt opnemen, weergeven, editen enz. Creatieve begeleidingsfuncties Met de Phrase Sequencer en de Arpeggiator heeft de MC-80 goed nieuws in huis voor wie graag live speelt en improviseert. Eigentijdse opslagmedia Naast de vertrouwde floppy disk drive biedt de MC-80 plaats aan een optionele Zip-drive (capaciteit 100 MB per schijf, equivalent aan ±70 2HD diskettes) of een harde schijf (capaciteit 1~2.1GB, equivalent aan ±730~1460 2HDdiskettes). Bovendien kunt u via het (los verkrijgbare) SCSI-interface externe Zip-drives of harde schijven aansluiten. Opmerking: De MC-80 herkent harde schijven van gelijk welke capaciteit, maar kan er maximaal 2.1 GB van gebruiken. Optionele interne klankgenerator Via MIDI kan de MC-80 met externe klavieren, drumpads, gitaren, klankmodules enz. communiceren. Bovendien kunt u uw MIDI-sporen synchroniseren met de audiosporen die u op uw Roland VS hard disk-recorder opneemt. Installeert u de VE-GS Pro uitbreiding, dan hebt u zelfs geen externe klankbron meer nodig. 3.2 Hoe werkt een sequencer? Wat is een sequencer? Een MIDI-sequencer onthoudt wat u speelt op uw MIDI-klavier, -gitaar, -drumstel, enz., inclusief de bewegingen die u uitvoert met modulatiehendels, pedalen, enz. Al deze informatie wordt opgeslagen in de vorm van MIDI-commando s. Bij de weergave wordt deze informatie opnieuw naar de aangesloten klankmodules e.d. gezonden. Deze voeren de commando s uit en imiteren dus eigenlijk wat u tijdens de opname hebt gespeeld. Voor een goed begrip: de MC-80 neemt geen geluid op, zoals een bandopnemer dat doet, maar enkel informatie. Dat heeft verschillende voordelen: informatie is manipuleerbaar, dus kunt u achteraf nog beslissen dat u een bepaalde partij liever met een andere klank hoort, het geheel liever wat sneller had (zónder de toonhoogte te wijzigen), graag een extra refrein had tussengevoegd, enz. De mogelijkheden zijn eindeloos, en aangezien het geluid steeds uit de klankmodules komt gaat de geluidskwaliteit er niet bij iedere manipulatie op achteruit, zoals bij magneetband wel het geval is. MC-80 MIDI OUT 1 of 2 Weergave van de MC-80 Commando s vertellen welke toetsen moeten worden ingedrukt enz. Klankmodule MIDI IN De klankmodule voert de commando s uit 32

33 Overzicht van de MC-80 Wat is een spoor? Een spoor (Track in het Engels) bevat een bepaalde partij: een melodische partij, een ritme, tempoinformatie, enz. Sporen kunt u het best vergelijken met muzikanten in een orkest: er is een bassist, een drummer, enz. Eventueel een dirigent, die u als equivalent van het tempospoor zou kunnen zien. De MC-80 maakt gebruik van verschillende soorten sporen: Phrase Tracks 1~16, Tempo Tracks, Beat Tracks en Patterns. SONG (MC-80 formaat) Spoor 1 Spoor 2 Spoor 3 Phrase Tracks 1~16 Deze 16 sporen bevatten instrumentale partijen (noten dus). Dat kunnen zowel melodische als ritmische partijen zijn. Elk van de 16 Phrase Tracks heeft een eigen knop, waarmee u de weergave van dat spoor kunt in- of uitschakelen. Track-knoppen Spoor 16 Tempo-spoor Beat-spoor Pattern (1~100) Pattern 001 Phrase Sequence Transpositie Mark 1/2/3/4 TRK INFO Tempo Tracks Tempo-sporen sturen eventuele tempoveranderingen die u in de loop van de song wilt opnemen. Tempo/Beat-knop De weergave van de song doet beroep op de sporen 1~16 en op eventuele Tempo- of Beat-sporen. Patterns zijn losse patronen die in principe los van de song staan, maar desgewenst in n van de sporen 1~16 kunnen worden geplaatst. Opmerking: Naast de hierboven vernoemde informatie worden in een song ook markeerpunten (zie blz. 47), Repeatinstellingen (zie blz. 45) en Track Mute-instellingen opgeslagen. Let wel: dit is enkel het geval wanneer u een song opslaat als MC-80 song. Gebruik u het Standard MIDI File-formaat, dan gaat deze extra informatie verloren. Beat Tracks Dit spoor onthoudt de maatsoort van de song, en eventuele maatwijzigingen. Tempo/Beat-knop Wat is een MIDI-kanaal? We hebben daarnet gezien dat de MC-80 volledige arrangementen kan onthouden, met voor ieder instrument een partij. Dat alles gaat via één MIDIkabeltje naar de klankmodules, synthesizers, enz. Gelukkig werkt MIDI met verschillende kanalen, op die manier weten de klankmodules welke partij voor welk instrument bedoeld is. Zo wordt bijvoorbeeld de pianopartij op MIDI-kanaal 1 gezonden, de bas op kanaal 2, enz. MIDI-kanaal Wat is een Song? Dat een song in het Engels een lied betekent weet u waarschijnlijk wel. In MC-80 jargon is een Song de verzamelde informatie voor één muziekstuk van alle Als u wilt u kunt u ieder spoor data voor alle 16 MIDI-kanalen laten ontvangen. Mensen die vroeger reeds met een MC-50, MC-500 of MC-300 hebben gewerkt kunnen dus hun vertrouwde gang van zaken op deze instrumenten nabootsen (zie blz. 51). 33

34 MC-80 Handleiding Intern geheugen versus diskettes Tijdens de opname bewaart de MC-80 data in zijn interne geheugen. Ook wanneer u songs die zich op diskette bevinden wilt editen moeten die eerst in het interne geheugen worden geladen. Het resultaat van uw werkzaamheden kunt u dan opnieuw op diskette schrijven. Opnemen/Editen [F1]~[F6]. Door op zo n functieknop te drukken gaat u naar de overeenkomstige pagina. Druk op de functieknop voor de pagina waar u naartoe wilt gaan. schrijven laden Zip disk Diskette Opmerking: Haal de diskette nooit uit de drive terwijl de indicator op het frontpaneel nog knippert. 3.3 Bediening via het frontpaneel Parameterwaarden wijzigen Alle variabelen die u in de MC-80 kunt instellen noemen we parameters. Alle pagina s bevatten verschillende parameters, waartussen u kunt navigeren met de cursor. Plaats eerst de cursor op de parameter die u wilt wijzigen en kies vervolgens de gewenste waarde. Om de cursor te bewegen gebruikt u de volgende knoppen: Omhoog Display-pagina s kiezen Naar links Naar rechts Samenhorende functies zijn in principe gegroepeerd onder éénzelfde pagina, zodat u niet lang hoeft te zoeken. Zo bevindt de naam van de song (Song Name) zich op de Setup-pagina van de Sequencerfuncties: Omlaag Cursor F1 (SONG NAME) F2 (CPY RIGHT) F3 (PHRASE) F4 (ARPEGGIO) F5 (MARK JUMP) F6 (SONG INFO) Om een waarde te wijzigen kunt u gebruik maken van: SEQUENCER F1 (SETUP) F2 (QUANTIZE) F3 (TRK EDIT) F4 (MICRO) F5 (SAVE) F6 (TRK INFO) F1 (GRID) F2 (SHUFFLE) F3 (GROOVE) Het [VALUE]-wiel Om de Song Name te bereiken drukt u dus eerst op [SEQUENCER] om naar de basispagina van de sequencer (dit is de SONG PLAY-pagina) te gaan. De verschillende functies die u vanuit deze pagina kunt kiezen worden afgebeeld boven de functieknoppen Hiervoor kiest u best wanneer u grote waardesprongen wilt overbruggen. Door naar rechts (in wijzer- 34

35 Overzicht van de MC-80 zin) te draaien verhoogt u de waarde, door naar links te draaien (tegenwijzerzin) verlaagt u ze. [INC/+][DEC/-]-knoppen Deze zijn handig als u waarden stap voor stap wilt wijzigen. Druk op [INC/+] om een hogere waarde te kiezen en op [DEC/-]om een lagere waarde te kiezen. Houd de betreffende knop ingedrukt als u de waarde doorlopend wilt verhogen resp. verlagen. Wilt u nog sneller door de waarden stappen, houd dan [INC/+] (of [DEC/-]) ingedrukt en druk tegelijk op [DEC/-] (of [INC/+]). [0]~[9] knoppen (cijferklavier) 3.4 Andere nuttige functies Undo/Redo De laatste waarde die u hebt ingevoerd of gewijzigd, of de laatste opname die u hebt gemaakt kunt u steeds annuleren door [SHIFT] ingedrukt te houden en op [UNDO/REDO] te drukken. Beslist u vervolgens dat de situatie vóór u de Undo uitvoerde u beter bevalt, druk dan nogmaals op [SHIFT]+[UNDO/REDO]. In dat geval wordt de geannuleerde wijziging hersteld. Voor de opname Opname Na de opname Gebruik deze knoppen als u precies weet welk waarde u wilt invoeren. Als u met de cijferknoppen een waarde intikt, wordt die eerst in een kadertje afgebeeld. Om de waarde effectief in te voeren moet u op [ENTER] drukken. Help-functie De Help-functie verschaft u uitleg bij de voornaamste functies van de MC-80. De verklaringen zijn georganiseerd volgens trefwoorden. Het werkt als volgt: 1) Druk op [TOOLS] (de indicator licht op) en vervolgens op [F6 (HELP)]. U komt terecht in het onderstaande scherm: Met [SHIFT]+[0] kunt u bovendien wisselen tussen positieve (+) en negatieve waarden (-). Enkele voorbeelden: Om 38 in te voeren: druk op [3] [8] [ENTER] Om -60 in te voeren: druk op [0] [6] [0] [ENTER] Opmerking: Bij sommige parameters hoeft u niet op [ENTER] te drukken om de waarde in te voeren. Opmerking: Zolang u nog niet op [ENTER] hebt gedrukt kunt u nog steeds tussen + en - wisselen. Druk op [F1 (CANCEL)] als u wilt terugkeren naar de SONG PLAY- of QUICK PLAY-pagina. 2) Kies met [F2 (UP)] of [F3 (DOWN)] het gewenste trefwoord. 3) Druk op [F6 (SELECT)]. In het display wordt nu de uitleg voor het gekozen trefwoord afgebeeld. Opmerking: Door op [F1 (INDEX)] te drukken kunt u terugkeren naar de HELP INDEX. 4) Wilt u meteen naar de pagina met de parameters voor de gekozen functie, druk dan op [F6 (GO NOW)]. 35

36 MC-80 Handleiding Opmerking: Als er geen corresponderende pagina is voor de gekozen functie verschijnt [F6 (GO NOW)] niet in beeld. File Sort-functie Met deze functie kunt u in de SONG SELECT-pagina kiezen of u de afbeelding van de bestanden wilt rangschikken volgens song-naam of volgens bestandsnaam. 1) Druk op [SELECT] om naar de SONG SELECTpagina te gaan. 2) Druk op [F2 (SORT)] om afwisselend by song name of by file name te kiezen. Panic-functie In een MIDI-setup kan het al eens voorkomen dat er noten blijven hangen, d.w.z. dat ze niet ophouden wanneer u de weergave stopt. In dat geval kunt u met de Panic-functie Note Off en Hold Off MIDI-commando s naar de aangesloten klankmodules zenden. 1) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [TOP] om de genoemde commando s te zenden. 36

37 MIDI-connectors en MIDI-kanalen instellen 4. MIDI-connectors en MIDI-kanalen instellen Op de MC-80 vindt u twee MIDI IN- en twee MIDI OUT-connectors. Elk van deze connectors kan 16 kanalen verwerken. In totaal beschikt u dus over 32 in- en uitgangskanalen. Hieronder laten we zien hoe u de juiste MIDI-connector en het juiste MIDIkanaal kunt kiezen. In de praktijk bieden de twee ingangen u de mogelijkheid om twee MIDI-stuurbronnen tegelijk aan te sluiten (MIDI-klavier, MIDI-gitaar, MIDI-percussie, enz.) en vervolgens tussen die twee heen en weer te schakelen. Twee uitgangen betekent dat u 32 MIDI-kanalen tegelijk kunt aanspreken, wat tegenwoordig geen overbodige luxe is, aangezien de meeste klankmodules 16 multitimbrale partijen kunnen verwerken. Opmerking: Als voorbeeld wordt in de uitleg hieronder een verbinding met de VE-GS Pro gehanteerd. Als u die niet hebt geïnstalleerd zal de scherminhoud van uw MC-80 er uiteraard anders uit zien. Opmerking: De MIDI SETUP-instellingen die u maakt worden opgeslagen in de System Configuration File. Meer gedetailleerde informatie vindt u op blz Opmerking: De instellingen van de TRACK INFO-pagina worden mee opgeslagen wanneer u de song bewaart. Opmerking: Tijdens de weergave wordt in de TRACK INFOpagina Now Playing wordt afgebeeld. Wilt u informatie over de inhoud van de sporen zien, dan moet u de weergave eerst stoppen. 4) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de vorige pagina. Opmerking: De instellingen in de MIDI SETUP-pagina worden opgeslagen in de System Configuration File (zie blz. 101). 4.2 MIDI OUT-connector/interne klankbron selecteren U kunt kiezen of u de informatie van de MC-80 naar externe klankmodules (via MIDI OUT), naar de interne klankbron (VE-GS Pro) of naar beide wilt sturen. Als u de fabrieksinstellingen ongemoeid laat worden zowel interne als externe klankbronnen aangestuurd. Opmerking: Meer over de VE-GS Pro vindt u vanaf blz Enkel externe klankbronnen aansturen Om enkel externe klankbronnen aan te sturen moeten we eerst de beide MIDI OUT-connectors activeren. 1) Druk op [TOOLS] (de indicator licht op) en vervolgens op [F3 (MIDI)] om naar de MIDI Setup - pagina te gaan. 4.1 MIDI IN-connector selecteren 1) Druk op [TOOLS] (de indicator licht op) en vervolgens op [F3 (MIDI)] om naar de MIDI Setup - pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op MIDI IN. 3) Kies met het [VALUE]-wiel de gewenste connector: IN1 als u uw MIDI-klavier, -gitaar, enz. op MIDI IN 1 hebt aangesloten, IN2 als u voor MIDI IN 2 hebt geopteerd. 2) Kies voor MIDI OUT de optie 1&2 en voor To V- EXP OFF. Vervolgens kunt u voor ieder spoor de te gebruiken connector kiezen. 3) Laad de song waarvoor u instellingen wilt maken (zie blz. 92). 37

38 MC-80 Handleiding 4) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F6 (TRK INFO)] om naar de TRACK INFO -pagina te gaan. Zorg eerst dat er in de VE-GS Pro twee Part-groepen (A en B) actief zijn (meer over Part-groepen en hoe u ze activeert vindt u op blz. 106). 1) Druk op [TOOLS] (de indicator licht op) en vervolgens op [F3 (MIDI)] om naar de MIDI Setup - pagina te gaan. 5) Plaats de cursor op OUTPUT. Kies 1, 2 of 1 2 naar gelang u het betreffende spoor naar MIDI OUT 1, 2 of beide wilt sturen. Externe en interne klankbronnen aansturen U kunt aparte instellingen maken voor de interne en externe klankgenerators. Opmerking: In het onderstaande voorbeeld is de externe klankmodule met MIDI OUT 1 verbonden. 1) Druk op [TOOLS] (de indicator licht op) en vervolgens op [F3 (MIDI)] om naar de MIDI Setup - pagina te gaan. 2) Kies voor MIDI OUT de optie OFF en voor To V- EXP A&B. Vervolgens kiest u voor ieder spoor naar welke Partgroep van de VE-GS Pro wordt aangesproken. 3) Laad de song waarvoor u instellingen wilt maken (zie blz. 92). 4) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F6 (TRK INFO)] om naar de TRACK INFO -pagina te gaan. Kies "1" om Part-groep A aan te sturen en "2" om Part-groep B aan te sturen. 2) Kies voor MIDI OUT de optie 1 Only en voor To V-EXP B Only. Vervolgens kiest u voor ieder spoor de interne of externe klankgenerator. 3) Laad de song waarvoor u instellingen wilt maken (zie blz. 92). 4) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F6 (TRK INFO)] om naar de TRACK INFO -pagina te gaan. Kies"1" als u het spoor naar de MIDI OUT wilt zenden en "2" als u het naar de VE-GS Pro wilt zenden. 5) Plaats de cursor op OUT. Kies 1, 2 of 1 2 naar gelang u het betreffende spoor naar de interne, externe of beide klankgeneratoren wilt sturen. Enkel de interne klankgenerator aansturen Volg de onderstaande procedure als u enkel de interne klankbron (VE-GS Pro) wilt aanspreken. De MIDI OUT-connectors blijven in dit geval werkloos. 5) Plaats de cursor op OUT. Kies 1, 2 of 1 2 naar gelang u het betreffende spoor naar Part-groep A, B of beide wilt sturen. 4.3 Functie van MIDI THRU Thru Select De MIDI THRU-connector stuurt normaal de gegevens die via MIDI IN worden ontvangen verder naar andere instrumenten. U kunt deze connector echter ook laten fungeren als MIDI OUT voor de VE-GS Pro. Vanuit de fabriek is voor THRU gekozen, omdat u deze instelling waarschijnlijk het meest zult gebruiken. 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS], [F3 (MIDI)] en [F1 (SETUP)] om naar de MIDI SETUP-pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op Thru Select. 3) Kies met het [VALUE]-wiel de gewenste waarde. THRU EXP OUT De connector fungeert als MIDI THRU. De connector fungeert als MIDI OUT voor de VE-GS Pro. 38

39 MIDI-connectors en MIDI-kanalen instellen 4) Druk op [SEQUENCER] om terug te keren naar de SONG PLAY-pagina. Soft Thru Deze parameter hoeft u slechts in bepaalde gevallen in te stellen, bijvoorbeeld wanneer uw MIDI-klavier geen Local Off-functie heeft. Normaal mag u deze parameter op ON laten staan. 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS], [F3 (MIDI)] en [F1 (SETUP)] om naar de MIDI SETUP-pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op Soft Thru. 3) Schakel het [VALUE]-wiel ON of OFF. 4) Druk op [SEQUENCER] om terug te keren naar de SONG PLAY-pagina. 4.4 MIDI-kanaal per spoor kiezen Per spoor kunt het MIDI-kanaal definiëren waarop er data worden ontvangen. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F6 (TRK INFO)] om naar de TRACK INFO -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op Ch. 3) Ga vervolgens met de cursorknoppen naar het spoor waarvoor u het MIDI-kanaal wilt instellen. 4) Kies het gewenste MIDI-kanaal. Ch1~Ch16 ALL Het spoor ontvangt enkel data op het gekozen MIDI-kanaal. Het spoor ontvangt data op alle MIDIkanalen. Opmerking: Bij de weergave worden de data ook op de hierboven gedefinieerde kanalen gezonden. 39

40 MC-80 Handleiding 5. Weergavefuncties De MC-80 biedt heel wat mogelijkheden bij het weergeven van Songs en Patterns. Die leert u kennen in het nu volgende hoofdstuk. Voor zover we geen expliciet onderscheid tussen Songs en Patterns maken geldt de uitleg voor beide. 5.1 Basisinstellingen Metronoominstellingen Opmerking: In de fabriek werd het volume van de metronoom relatief hoog afgeregeld, opdat u hem ook tijdens het spelen duidelijk zou kunnen horen. Desgewenst kunt u met de [CLICK LEVEL]-regelaar een lager volume kiezen. Om naar de METRONOME SETUP -pagina te gaan drukt u achtereenvolgens op [TOOLS] en op [F2 (METRONOME)]. Eens u de nodige instellingen hebt gemaakt kunt u op [F6 (OK)] drukken om terug te keren naar de vorige pagina. Dit zijn de parameters die u op deze pagina kunt instellen: Mode Hiermee bepaalt u wanneer de metronoom tikt. OFF PLAY Only REC Only REC&PLAY Interval Hiermee bepaalt u de nootwaarde van de metronoomtikken: Auto De metronoom tikt nooit. De metronoom tikt enkel tijdens de weergave. De metronoom tikt enkel tijdens de opname. De metronoom tikt enkel tijdens opname en weergave. De metronoom neemt de maatsoort van de geselecteerde song over. Auto wordt automatisch gekozen als u een nieuwe song selecteert. 1/2 halve noot 3/8 gepunte kwartnoot 1/4 kwartnoot 1/8 achtste noot 1/12 achtste noot triool 1/16 zestiende noot Beep (ON, OFF) Hiermee schakelt u het interne metronoomgeluid van de MC-80 in (ON) of uit (OFF). MIDI Output Hiermee bepaalt u of de metronoomklik naar MIDI OUT 1 of 2 wordt gezonden. OFF 1 Only 2 Only 1&2 De klik wordt naar geen van beide MIDI-uitgangen gezonden. De klik wordt enkel naar MIDI OUT 1 gezonden. De klik wordt enkel naar MIDI OUT 2 gezonden. De klik wordt naar beide MIDI-uitgangen gezonden. Channel (1~16) Hiermee bepaalt u op welk MIDI-kanaal de klik wordt gezonden. Gate Time (1~5) Hiermee bepaalt u de duur van de metronoomtikken (dus hoe lang de externe klankmodule bij iedere tik blijft doorklinken). Note (0~127 (C-1~G9)), Velo (1~127) Hiermee kiest u het nootnummer (Note) en de aanslagwaarde (Velo) waarmee de klik in de externe klankmodule wordt weergegeven. Overzicht van de sporen Het grote display van de MC-80 biedt plaats aan handige overzichtspagina s waarin u in één oogopslag de voornaamste gegevens voor een aantal sporen kunt zien. Let wel: als u tijdens de weergave op [F6 (TRK INFO)] drukt wordt de aan- of afwezigheid van data op de sporen misschien niet aangeduid. U 40

41 Weergavefuncties kunt hier een mouw aan passen door de weergave even te stoppen. We gaan er van uit dat u de song die u wilt bekijken hebt geladen. Druk nu op [SEQUENCER], gevolgd door [F6 (TRK INFO)] om naar de TRACK INFO - pagina te gaan. PLAY/MUTE Opnamekanaal Geselecteerde MIDI OUT-connector Zijn er al dan niet data aanwezig Mute: In deze kolom wordt aangeduid of het spoor is in- of uitgeschakeld. Ch: Hiermee kiest u op welk kanaal het betreffende spoor opneemt (zie blz. 40). Out: Hiermee kiest u naar welke MIDI-uitgang het spoor wordt gezonden. 1 8, 9 16: Deze kolom geeft aan voor welk(e) MIDI-kana(a)l(en) het spoor data bevat. Een geeft aan dat er data aanwezig zijn. Ex: Deze kolom dient om System Exclusive-data te signaleren. Een geeft aan waar deze data aanwezig zijn. Pt: Deze kolom dient om Pattern Call-commando s te signaleren. Een geeft aan waar deze commando s aanwezig zijn. Quick Play Bij deze methode worden songs rechtstreeks van diskette weergegeven. Dat gaat dus snel (vandaar de naam ) de song hoeft tenslotte niet in het interne geheugen te worden geladen maar impliceert meteen dat editen en opnemen niet mogelijk is. Bovendien kunt u de Marker en Repeat functies niet gebruiken. Dit is dan ook de aangewezen methode als u een song gewoon wilt weergeven, zonder er nog iets aan te veranderen, bij op te nemen, enz. Song Play Bij deze weergavemethode moet de song eerst in het interne geheugen van de MC-80 worden geladen. Daar staat tegenover dat u in dit geval wel naar hartelust kunt editen en opnemen, en dat ook de Marker- en Repeat-functies bruikbaar zijn. Vooruit- en terugspoelen gebeuren bovendien sneller, aangezien de diskette niet hoeft te worden aangesproken. 5.2 Twee weergavemethodes De MC-80 kan weergeven op twee manieren volgens twee methodes, zo u wilt. Welke van de twee u kiest hangt af van de toepassing die u voor ogen hebt, beide hebben namelijk specifieke voordelen. We kunnen hier alvast verklappen dat Song Play-mode een stabielere weergave garandeert als de song erg veel data bevat of met een resolutie van 480 of meer werd opgenomen. Maar laten we even kijken wat het fundamentele verschil tussen de twee methodes is. 5.3 Songs of Patterns weergeven Voornaamste transportfuncties Laten we even de transportknoppen overlopen: [TOP]: Hiermee gaat u naar het begin van de Song of het Pattern. [BWD]: Druk hierop om naar de vorige maat in een Song of Pattern te gaan. Als u één keer drukt gaat u één maat terug; door de knop ingedrukt te houden spoelt u doorlopend terug. Houdt u tegelijk ook de 41

42 MC-80 Handleiding [FWD]-knop ingedrukt, dan verloopt het terugspoelen nog sneller terug. [FWD]: Druk hierop om naar de volgende maat in een Song of Pattern te gaan. Als u één keer drukt gaat u één maat vooruit; door de knop ingedrukt te houden spoelt u doorlopend vooruit. Houdt u tegelijk ook de [BWD]-knop ingedrukt, dan verloopt het terugspoelen nog sneller terug. [END]: Druk op deze knop om naar het einde van een Song of Pattern te gaan. In Chain Play (zie blz. 48) start u hiermee ook de weergave van de volgende song. [STOP]: Druk hierop om de opname of weergave te stoppen. [PLAY]: Hiermee start u de weergave van een Song of Pattern. [REC]: Hiermee start u de opname van een Song of Pattern. [BEAT]: Deze indicator geeft de maat aan middels rode en groene indicators. Songs weergeven 1) Steek een diskette in de disk drive. 2) Druk op [SELECT] om naar de Song Select -pagina te gaan. Opmerking: Door op [F3 (VIEW SW)] te drukken komt u terecht in een pagina voor het selecteren van de bestandstypes die u in de SONG SELECT -pagina te zien wilt krijgen. Nadat u de cursor op een bestandstype hebt geplaatst kunt u met [INC/+][DEC/-] kiezen of u dat type al dan niet wilt laten afbeelden (aangekruiste types worden afgebeeld). Druk op [EXIT] als u wilt terugkeren naar de SONG SELECT - pagina. 3) Druk op [F1 (DRIVE)] om de drive te selecteren. 4) Als u een song wilt weergeven die zich in een folder bevindt, plaats dan de cursor op die folder en druk op [F5 (OPEN)]. 5) Plaats de cursor op de song die u wilt weergeven. 6) Druk op [PLAY] als u de song rechtstreeks van de schijf wilt weergeven (Quick Play, zie vorige blz.). Verkiest u de Song Play-methode (zie vorige blz.), druk dan eerst op [F6 (LOAD)] om de song te laden en vervolgens op [PLAY]. Standard MIDI Files De bovenstaande werkwijze kunt u ook gebruiken om songs in het Standard MIDI File-formaat (SMF) te laden en weer te geven. SMF is een standaard-formaat, dat abstractie maakt van merk- en type-gebonden sequencerfuncties. Dat betekent dat u MC-80 songs, die u als SMF opslaat, op zowat iedere sequencer kunt weergeven. Het werkt ook in de andere richting: songs die u op gelijk welke andere sequencer als SMF exporteert kunt u probleemloos op de MC-80 weergeven. In feite onderscheiden we bij SMF s nog twee subformaten : formaat 0 en formaat 1. Dit is het verschil tussen de twee: SMF Formaat Aantal sporen 0 1 spoor 1 1~255 sporen Spoorverdeling in de MC-80 Alle MIDI-kanalen komen op 1 spoor terecht. Sporen worden één op één naar de MC-80 gekopieerd. Opmerkingen in verband met SMF Formaat 0 en 1 Als u een song laadt die meer dan 16 sporen bevat, dan worden alle spoornummers hoger dan 16 samengebracht op spoor 16. Bij de weergave van een SMF Formaat 1 song volgens de Quick Play-methode krijgt u spoor 17 en hoger niet te horen. U kunt deze sporen beschikbaar maken door de song eerst te laden. Zoals gezegd komen bij een formaat 0 song alle data op spoor 1 terecht. Desgewenst kunt u deze data na het laden echter uitsplitsen over verschillende sporen. Zie SMF uitsplitsen op blz. 93. Bij een QUICK PLAY-weergave van een formaat 0 song lichten alle spoorknoppen op. U kunt er in dit geval individuele MIDI-kanalen mee in- of uitschakelen. Een correcte QUICK PLAY-weergave van SMF s met een resolutie van 480 of meer is niet mogelijk op de MC-80. Dergelijke songs moet u eerst in de MC-80 laden en vervolgens weergeven (zie blz. 92). 42

43 Weergavefuncties Songs uit de XP-50/60/80 Ook voor songs die met een instrument uit de Roland XP-serie zijn gemaakt kunt u de bovenstaande werkwijze volgen. Songs uit de MC-50mkII,... Songs uit de Roland MC-50, MC-50mkII, MC-500, MC-500mkII en MC-300 (Super MRC-bestanden) kunt u niet zonder meer volgens de QUICK PLAYmethode weergeven. In stap 6 van de bovenstaande procedure moet u de song dus eerst laden alvorens u hem weergeeft. Bewaart u de geladen song vervolgens als MC-80 Song, dan kunt u hem achteraf wél rechtstreeks van diskette weergeven. Patterns weergeven Iedere song kan tot 100 verschillende Patterns bevatten. Die Patterns worden steeds samen opgeslagen met de song waarin ze thuishoren. Om een bepaald Pattern weer te geven bent u dus verplicht eerst de bijbehorende song te laden. Opmerking: Een Pattern neemt steeds de MIDI OUT-toewijzing over van het song-spoor waarop het zich bevindt. 1) Laad de song die het Pattern bevat dat u wilt weergeven (zie blz. 92). 2) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [PAT- TERN] om naar de PATTERN PLAY -pagina te gaan. Onder Tempowijzigingen opnemen hiernaast laten we zien hoe u een bepaald fragment van de song sneller of trager kunt weergeven. Tempo wijzigen in het Tempo-venster 1) Druk op [TEMPO] om naar het TEMPO -venster te gaan. 2) Kies met het [VALUE]-wiel, de [INC/+][DEC/-] knoppen of het cijferklavier het gewenste tempo (5~300). 3) Druk op [EXIT] om het venster te verlaten. Tempo tikken op de [TAP]-knop 1) Start de weergave van de song. 2) (Druk op [TEMPO] om naar het TEMPO -venster te gaan.) Deze stap is in feite niet nodig, maar het is wel zo handig om de tempowaarde te zien terwijl u ze intikt. 3) Tik een vierkwartsmaat op de [TAP]-knop. De intervallen die u tussen de tikken laat bepalen het nieuwe tempo, dat u meteen kunt aflezen in het Tempo-venster. 3) Plaats de cursor op het Pattern-nummer: PTN***. 4) Kies met het [VALUE]-wiel het gewenste Pattern. 5) Druk op [PLAY] om de weergave van het Pattern te starten. Weergavetempo wijzigen Dit doet u door de gewenste tempowaarde te specifiëren in het Tempo-venster. Nog makkelijker kan het door gewoon in de maat op de [TAP]-knop te tikken. Wilt u opnieuw het originele tempo kiezen, druk dan in het Tempo-venster op [F6 (RESET)]. Als u op de bovenstaande manier het tempo wijzigt, geldt dat voor de hele song. Bovendien is deze wijziging slechts tijdelijk. Slechts indien u de song met het gewijzigde tempo opslaat blijft de nieuwe waarde behouden. Tempowijzigingen opnemen Stel dat u aan een song werkt waarin u de strofes traag en slepend wilt houden, maar de refreinen telkens snel en geagiteerd wilt laten klinken. Het goede nieuws is dan dat u de MC-80 opdracht kunt geven om vanaf een bepaalde maat naar een ander tempo te gaan. Deze zogenaamde tempowijzigingen worden opgenomen op het tempospoor. Net zoals de overige sporen kunt u dit spoor in detail bekijken op de MICROSCOPE -pagina. Maat Tik Tel Tempo 1) Laad de song waarin u tempowijzigingen wilt aanbrengen. 2) Druk op [SEQUENCER] en vervolgen sop [F4 (MICRO)] om naar de Microscope -pagina te gaan. 3) Druk op [TEMPO/BEAT] om het tempospoor te selecteren. 43

44 MC-80 Handleiding Opmerking: Met de [TEMPO/BEAT]-knop kiest u afwisselend het Tempo-spoor en het Beat-spoor. 4) Plaats de cursor op de maat, tik of tel-waarde. 5) Kies met het [VALUE]-wiel de plaats waarop u de tempowijziging wilt invoeren. 6) Druk op [F1 (CREATE)]. 7) Plaats de cursor op de tempowaarde en kies het gewenste tempo. Opmerking: Als u een nieuwe globaal tempo kiest (zie Weergavetempo wijzigen hierboven) voor een song waarin tempowijzigingen zijn aangebracht, dan worden alle tempo s in de song relatief verhoogd of verlaagd. Bv.: als u in een song met de tempo s 90 en 110 het globale tempo met 10 verhoogt worden de nieuwe tempo s 100 en 120. Opmerking: Patterns hebben geen eigen Tempo-spoor. Ze volgen steeds het tempo van de song waarin ze zich bevinden. Opmerking: Op de positie van de Microscope-pagina ziet u steeds het standaardtempo van de song. Dit is dus het tempo dat wordt gekozen wanneer u in de TEMPO-pagina op [F6 (RESET)] drukt. Opmerking: Op blz. 55 leest u hoe u tempowijzigingen in realtime kunt opnemen. Tempowijzigingen tijdelijk opheffen U kunt het tempospoor even uitschakelen als u de song zonder tempowijzigingen wilt horen. 1) Druk op [SEQUENCER] om naar de SONG PLAYpagina te gaan. 2) Zorg dat de weergave gestopt is (tijdens de weergave kunt het tempospoor niet uitschakelen). 3) Druk op [TEMPO/BEAT] (de indicator dooft). Om het tempospoor weer in te schakelen drukt u nogmaals op [TEMPO/BEAT] (de indicator licht op). Weergave na het begin van de song starten (MIDI Update) Naast nootinformatie bevat een song uiteraard nog heel wat andere MIDI-commando s, bv. pitchbends, klankkeuzes, enz. Als u de weergave ergens in het midden van een song start (door eerst vooruit of terug te spoelen) worden waarschijnlijk een aantal van die commando s overgeslagen. U hoort dan misschien foute klanken, of de toonhoogte klopt niet, enz. De MIDI Update-functie van de MC-80 gaat even kijken welke commando s er vanaf het begin van de song tot aan de plaats waar u de weergave start zijn overgeslagen en stuurt deze commando s alsnog naar de klankmodules. 1) Druk op [SEQUENCER] om naar de SONG PLAYpagina te gaan. 2) Zorg dat de weergave gestopt is (tijdens de weergave kunt de MIDI Update-functie niet gebruiken). 3) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [PLAY]. Het display beeldt even MIDI UPDATE af en vervolgens Completed. Daarmee geeft het aan dat alle overgeslagen commando s inmiddels naar de klankmodules zijn gezonden. 5.4 Transponeren tijdens de weergave (Realtime Transpose) Transponeren De MC-80 laat toe een andere toonaard te kiezen zonder de weergave te stoppen. Dat is bijvoorbeeld handig als de zanger(es) die u begeleidt even enkele toonaarden wilt laten langskomen tot hij/zij de juiste heeft gevonden. 1) Druk op [TRANSPOSE] om naar de TRANSPO- SE -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op het Value -veld. 3) Kies met het [VALUE]-wiel de gewenste transpositie (-24~+24. Iedere stap staat voor een halve toon. +2 betekent dus een toon hoger; -3 is anderhalve toon lager. Opmerking: Door op [F6(CENTER)] te drukken kiest u opnieuw 0 (geen transpositie). 4) Druk op [EXIT] zodra u de nodige instellingen hebt gemaakt. U keert dan terug naar de vorige pagina. Als u liever transponeert door meteen een nieuwe toonaard te specifiëren, dan moet u stap 1~3 hierboven vervangen door het onderstaande trio: 1) Druk op [TRANSPOSE]. 2) Plaats de cursor op het Transpose -veld. 3) Kies met het [VALUE]-wiel de gewenste transpositie (-24~+24. Wilt u bijvoorbeeld van C naar F transponeren, kies dan C1->F1 of C2->F2. In het Value -veld verschijnt dan automatisch +5. Kanaal vrijwaren van transpositie U kunt de transpositie voor ieder MIDI-kanaal apart in- en uitschakelen. Dat laatste werd in de fabriek 44

45 Weergavefuncties reeds gedaan voor kanaal 10, aangezien dat in de regel voor drums en percussie dient. Zou u die transponeren, dan zou de basdrum bv. plots een hi-hat worden enz., wat weinig nuttig lijkt. In de onderstaande pagina kunt u zoals gezegd ook voor andere kanalen de transpositie uitschakelen. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F1 (SETUP)] om naar de SONG INFO -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op Fade out time. 3) Stel de gewenste duur (1~30) voor de fade-out in. 4) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de SONG PLAY-pagina. Opmerking: Deze parameter kunt u enkel instellen voor songs die zich in het interne geheugen bevinden (zie blz. 41). Hij werkt dus niet in Quick Play. 1) Druk op [TRANSPOSE] om naar de TRANSPO- SE -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op de On/Off -rij onder Transpose Switch. 3) Kies achtereenvolgens de kanalen 1~16 en schakel met [INC/+][DEC/-] de transpositie in ( ) of uit (_). 4) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de SONG PLAY-pagina. 5.5 Song laten uitfaden Heel wat professionele opnames eindigen met een fade-out, waarbij het volume geleidelijk daalt. De MC-80 biedt een functie waarmee u een song op deze manier kunt laten eindigen. 1) Start de weergave van de song. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [END]. Het volume daalt geleidelijk, tot u niets meer hoort. Tijdens de fade-out kunt u enkel de [STOP]-knop gebruiken. 3) Druk, zodra u niets meer hoort, op [STOP] om de weergave te stoppen. 4) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [END] om opnieuw het originele volume te kiezen. Opmerking: Ook als u op [TOP], [BWD], [FWD] of [END] drukt wordt het originele volume herstel.d. Opmerking: Als u een andere song kiest wordt het originele volume herstel.d. Opmerking: Deze functie werkt enkel op voorwaarde dat de aangesloten klankmodule Master Volume -commando s herkent. Dit commando hoort thuis onder de zgn. Universal Realtime System Exclusive Messages. Duur van de fade-out instellen Volg de onderstaande stappen als u de duur van de fade-out wilt aanpassen. 5.6 Herhaalde weergave (Repeat) Met de hieronder beschreven functie kunt u de volledige song, of een deel ervan, herhaald weergeven. 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Ook deze functie werkt enkel voor songs die zich in het interne geheugen bevinden. Indien nodig moet u de song dus eerst laden (zie blz. 92). Opmerking: Voor songs in het MC-80 formaat kunt u de ingestelde herhaling ook bewaren, zodat ze bij de volgende weergave automatisch wordt uitgevoerd. 3) Plaats de cursor op Repeat en kies het gewenste aantal herhalingen. 1~99 OFF De song of het fragment wordt het gespecifieerde aantal keren herhaald. De song wordt eindeloos herhaald, tot u OFF kiest. 4) Plaats de cursor op a (zie bovenstaande afbeelding) en kies het begin van het te herhalen fragment. 5) Plaats de cursor op b (zie bovenstaande afbeelding) en kies het einde van het te herhalen fragment. Voor a en b kunt u enkel maten en tellen specifiëren. 6) Druk op [REPEAT] (de indicator licht op). 7) Druk op [PLAY] om de weergave te starten. Het gespecifieerde fragment wordt hierbij herhaald. Opmerking: Door tijdens de weergave op [REPEAT] te drukken maakt u een einde aan de herhaalde weergave. Aanpassen van andere Repeat-parameters gaat enkel indien u de weergave stopt. a b 45

46 MC-80 Handleiding Opmerking: De Repeat-instellingen worden mee bewaard als u de song opslaat in het MC-80 formaat (dat is dus niet het geval als u voor het SMF-formaat opteert). Opmerking: Tijdens Quick Play-weergave kunt u enkel de volledige song herhalen. Hebt u echter eerder een te herhalen fragment gespecifieerd en samen met de song (in MC-80 formaat) opgeslagen, dan wordt dat fragment ook tijdens Quick Play herhaald. Wilt u een nieuw fragment specifiëren, dan moet u de song eerst in het interne geheugen laden (druk hiervoor op [F6 (LOAD)]. 5.7 Volgende song klaarzetten (Next Song) Opmerking: Bij de weergave van Patterns gelden bovenstaande functies niet voor sporen, maar voor individuele MIDI-kanalen. Opmerking: Als u SMF Formaat 0-songs weergeeft lichten alle spoorknoppen op, ongeacht of u ze had in- of uitgeschakeld. Deze knoppen dienen in dit geval om individuele MIDIkanalen in of uit te schakelen. Op blz. 93 leest u trouwens hoe u de individuele partijen van zo n SMF over verschillende sporen kunt uitsplitsen. Sporen uitschakelen (Track Mute) Om de weergave van individuele sporen uit te schakelen gaat u als volgt te werk: Tijdens de weergave van een song kunt u reeds kiezen wat de volgende song gaat worden. 1) Druk tijdens de weergave van een song op [SELECT] om naar de SELECT -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op de song die u hierna wilt weergeven. 3) Druk op [ENTER]. De naam van de geselecteerde song verschijnt in het Next -veld. 1) Druk op TRACK [1]~[16]. De indicators van sporen die u op deze manier uitschakelt beginnen te knipperen. 2) Druk nogmaals op de knop van een knipperend spoor als u de weergave opnieuw wilt inschakelen. Opmerking: Sporen waarvan de indicators niet oplichten bevatten geen data. Opmerking: De aan/uit-status van de sporen wordt onthouden als u de song opslaat in het MC-80 formaat. Dat is niet het geval indien u opteert voor het SMF formaat. Opmerking: Een dergelijke preselectie kunt u enkel tijdens de weergave maken. Opmerking: Door op [EXIT] te drukken heft u de preselectie op. Opmerking: Als u op [PLAY] drukt in plaats van [ENTER], dan stopt de weergave van de huidige song en wordt meteen de nieuwe song gestart. Dit heeft dan ook niets meer met preselectie te maken, maar is de normale manier om een nieuwe song te selecteren. Spoor geïsoleerd beluisteren (Solo) Solo schakelt de weergave van alle sporen uit, behalve van het spoor dat u selecteert. Deze functie kan bijvoorbeeld handig zijn als u in een arrangement een partij hoort maar niet zeker bent door welk spoor die wordt weergeven: u soleert dan gewoon spoor voor spoor tot u de partij hebt gevonden. 1) Druk op [SOLO] (de indicator licht op). 5.8 Sporen in- en uitschakelen U kunt voor ieder spoor de weergave in- en uitschakelen (Track Mute). Verder kunt u ieder gewenst spoor in isolatie beluisteren (Solo) en de bekende Roland Minus One -functie gebruiken (waarbij u één spoor uitschakelt en vervangt door wat u zelf speelt). Hieronder bekijken we al deze mogelijkheden in detail. 2) Druk vervolgens op de knop van het spoor (TRACK [1]~[16]) dat u apart wilt beluisteren. U hoort nu enkel het spoor waarvan u de knop hebt ingedrukt. Druk nogmaals op [SOLO] als u opnieuw de overige sporen wilt horen. 46

47 Weergavefuncties Eén spoor uitschakelen (Minus One) Met deze functie schakelt u de weergave van één spoor tijdelijk uit, zodat u hier zelf een partij voor in de plaats kunt spelen. 1) Druk op [MINUS ONE] (de indicator licht op). 2) Druk vervolgens op de knop van het spoor (TRACK [1]~[16]) dat u wilt uitschakelen. Druk nogmaals op [MINUS ONE] om de functie te verlaten (het spoor wordt dan opnieuw ingeschakeld). 5.9 Naar een gemarkeerde positie springen (Mark Jump) Markers zijn merktekens die u aan iedere gewenste positie in een song (bijvoorbeeld het begin van strofe, refrein, enz.) kunt toekennen. De Jump-functie laat toe om met één knopdruk naar zo n Marker te springen. Met positie bedoelen we een combinatie van maat en tel, tikken kunt u in dit geval niet specifiëren. Bovendien kunt u enkel Markers plaatsen in Songs, niet in Patterns. Marker plaatsen en er naartoe springen De MC-80 kan vier Markers onthouden. Elke Marker heeft een eigen MARK JUMP-knop (1~4). Knoppen waarvan de indicator oplicht bevatten reeds een Marker. Voor de onderstaande werkwijze moet u dus een knop kiezen waarvan de indicator nog niet oplicht. 4) Zodra het punt dat u wilt markeren voorbijkomt drukt u op een MARK JUMP-knop [1]~[4] waarvan de indicator nog niet oplicht. De indicator van de knop licht nu op om aan te geven dat de positie werd vastgelegd. 5) Door op een MARK JUMP-knop waarvan de indicator oplicht te drukken kunt u nu naar de positie springen die onder die knop is vastgelegd. Opmerking: Tijdens Quick Play of Chain Play kunt u de Mark Jump-functie niet gebruiken. Opmerking: Ook bij gestopte weergave kunt u Markers plaatsen en er naartoe springen. Marker wissen Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op de MARK JUMP-knop van de Marker die u wilt wissen. De indicator van de knop dooft om aan te geven dat de Marker werd gewist. Opmerking: U kunt de gewiste Marker nog herstellen door [SHIFT] ingedrukt te houden en nogmaals op de Markerknop te drukken. Marker verplaatsen Ga als volgt te werk indien u een reeds gedefinieerde Marker wilt verplaatsen. 1) Druk op [TOOLS] (de indicator licht op) en vervolgens op MARK JUMP [1]~[4]. Het maakt niet uit op welke van de vier knoppen u drukt, u komt in alle gevallen op de MARK JUMP SETUP -pagina terecht. In deze pagina worden de coördinaten van de vier markers afgebeeld. Mark-nummer Maat - Tik - Tel Uren, minuten, seconden, frames (enkel in het display) 2) Plaats de cursor achtereenvolgens op de coördinaten van de Marker die u wilt verplaatsen en voer met het [VALUE]-wiel of [INC/+][DEC/-] de gewenste waarde in. 1) Druk op [SEQUENCER] om naar de SONG PLAY -pagina te gaan. 2) Laad de song waarin u Markers wilt plaatsen (zie blz. 92). 3) Start de weergave van de song. Markers automatisch op de juiste plaats zetten Tijdens de weergave moet u uiteraard al nauw mikken om een Marker precies aan het begin van een maat te plaatsen. Lukt dat niet zo goed, dan raden we u aan de Mark Set Timing -functie te activeren. 47

48 MC-80 Handleiding Deze plaats Markers automatisch op de dichtstbijzijnde maat of tel. 1) Druk op [TOOLS] (de indicator licht op) en vervolgens op MARK JUMP [1]~[4]. Het maakt niet uit op welke van de vier knoppen u drukt, u komt in alle gevallen op de MARK JUMP SETUP -pagina terecht. In deze pagina worden de coördinaten van de vier markers afgebeeld. 2) Plaats de cursor op Mark Set Timing. 3) Kies de gewenste optie: At Beat At Bar Line Muzikaal springen Deze functie zorgt het fragment waarnaar u met de MARK JUMP-knoppen springt automatisch op de dichtstbijzijnde maat of tel terechtkomt. Op die manier blijft de muziek steeds in de maat en lijkt het niet alsof de sequencer zich verslikt. 1) Druk op [TOOLS] (de indicator licht op) en vervolgens op MARK JUMP [1]~[4]. Het maakt niet uit op welke van de vier knoppen u drukt, u komt in alle gevallen op de MARK JUMP SETUP -pagina terecht. In deze pagina worden de coördinaten van de vier markers afgebeeld. 2) Plaats de cursor op Mark Jump Timing. 3) Kies de gewenste optie: At Beat At Bar Line De marker wordt op de dichtstbijzijnde tel geplaatst. De marker wordt op de dichtstbijzijnde maatgrens geplaatst. De weergave van het gemarkeerde fragment begint vanaf de volgende tel. De weergave van het gemarkeerde fragment begint vanaf de volgende maat Ononderbroken weergave van songs (Chain Play) Net zoals de Program -functie op uw CD-speler laat Chain Play toe de weergavevolgorde van de songs vast te leggen en ze dan ononderbroken van diskette weer te geven. Van diskette, dat betekent at Chain Play enkel in Quick Play werkt. Volgorde vastleggen 1) Steek een diskette in de disk drive. 2) Druk op [CHAIN PLAY]. 3) Druk op [F6 (EDIT)] om naar de CHAIN EDIT - pagina te gaan. 4) Plaats de cursor daar waar u een song wilt toevoegen. 5) Druk op [F3 (INSERT)] of op [SELECT] om naar de SONG SELECT -pagina te gaan. 6) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de drive waarop de gewenste song zich bevindt. 7) Bevindt de song zich in een folder, plaats de cursor dan op de betreffende folder en druk op [F3 (OPEN)] om de inhoud van de folder af te beelden. 8) Plaats de cursor op de gewenste song. 9) Druk op [ENTER] om de song toe te voegen aan de Chain. Tijdens het samenstellen van een Chain kunt u met de [F1], [F4], [F5] en [F6] knoppen een aantal handige functies aanspreken: F1 (INFO) F4 (DELETE) F5 (CLEAR ALL) F6 (WAIT) In de CHAIN SONG SELECT -pagina zijn de volgende functieknoppen vermeldenswaard: F2 (SORT) F3 (VIEW SW) F6 (ADD ALL) Chains weergeven Hiermee roept u informatie op over de song waarop de cursor zich bevindt. FD:\LIVE wilt bijvoorbeeld zeggen dat de song zich in de LIVE -folder op de diskette bevindt. Hiermee wist u de song waarop de cursor zich bevindt. Hiermee wist u alle songs uit de Chain, zodat u overnieuw kunt beginnen. Hiermee last u een pauze in na de weergave van de song waarop de cursor zich bevindt. (Deze functie doet hetzelfde als [F2 (WAIT)] in de CHAIN PLAYpagina.) Als u hierop drukt kunt u de songs naar keuze volgens song naam of bestandsnaam ordenen. Hiermee kiest u het display-type. Hiermee voegt u alle songs binnen de geselecteerde folder toe aan de Chain. 1) Druk op [CHAIN PLAY]. 2) Maak een nieuwe Chain (zie hierboven) of laad een Chain die u reeds eerder had gemaakt. 48

49 Weergavefuncties 3) Kies met het [VALUE]-wiel de song waarmee u de weergave wilt laten beginnen. 4) Druk op [PLAY] om de weergave van de Chain te starten. In de Chain Play-pagina hebben de functieknoppen [F1]~[F5] de volgende functies: F1 (CHAINTOP) F2 (WAIT) F3 (ALL RPT) F4 (LOAD CHN) F5 (SAVE CHN) Opmerking: Op de bijgeleverde demodiskette vindt u een Chain-bestand dat alle demosongs voor de VE-GS Pro of de SC-88 Pro in volgorde weergeeft. De Chain onthoudt de diskettes of folder waarin de songs zich bevinden. Correcte weergave van een Chain is dus enkel mogelijk wanneer de songs zich nog op hun oorspronkelijk plaats bevinden. Chains bewaren Om uw zelfgemaakte Chain op diskette te bewaren doet u het volgende: 1) Druk op [CHAIN PLAY]. 2) Druk op [F5 (SAVE CHN)]. Opmerking: Bevat de Chain geen songs, dan beeldt het display Chain Empty! af. U komt nu terecht in een venster waarin u de Chain een naam kunt geven. Kies met de cursorknoppen en het [VALUE]-wiel de gewenste naam. 3) Zodra u de gewenste naam hebt gespecifieerd mag u op [F6 (OK)] drukken. 4) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de drive waarop u de Chain wilt bewaren. 5) Wilt u de Chain in een folder opslaan, plaats dan de cursor op de gewenste folder en druk op [F5 (OPEN)] om deze te openen. 6) Druk op [F6 (SAVE)] om de Chain te bewaren. Chains laden Bij gestopte weergave kunt u hiermee naar de eerste song in de Chain springen. Na de weergave van de huidige song wordt de Chain onderbroken tot u op [PLAY] drukt. Hiermee herhaalt u de Chain vanaf de eerste song. Hiermee laad u een Chain. Hiermee bewaart u een Chain. Zo laadt u een Chain van diskette: 1) Druk op [CHAIN PLAY]. 2) Druk op [F4 (LOAD CHN)] om naar de LOAD CHAIN -pagina te gaan. 3) Kies met het [VALUE]-wiel de gewenste Chain. 4) Druk op [F6 (LOAD)] om de Chain te laden. Opmerking: De bovenstaande werkwijze kunt u bijvoorbeeld eens uitproberen op het VE-GSPRO.SVC -bestand op de demodiskette. Plaats opzoeken van songs in een Chain Zo kunt u kijken op welke diskette en/of in welke folder een song uit een Chain zich bevindt. 1) Druk op [CHAIN PLAY]. 2) Druk op [F6 (EDIT)]. 3) Druk op [F3 (INFO)] om naar de CHAIN INFO - pagina te gaan. 4) Kies met het [VALUE]-wiel de song waarover u meer informatie wilt. Die informatie wordt prompt afgebeeld. 5) Druk op [F6 (OK)] als u genoeg hebt gezien. 6) Druk herhaaldelijk op [EXIT] om terug te keren naar de CHAIN PLAY -pagina. Volgorde van songs in een Chain wijzigen In een bestaande Chain kunt u alsnog de volgorde van de songs wijzigen. 1) Maak een nieuwe Chain (zie hierboven) of laad een Chain die u reeds eerder had gemaakt. 2) Druk op [CHAIN PLAY] en vervolgens op [F6 (EDIT)] om naar de CHAIN EDIT -pagina te gaan. 3) Plaats de cursor op de song die u wilt verplaatsen. 4) Houd [SHIFT] ingedrukt en kies met het [VALUE]- wiel de nieuwe plaats voor die song Song Info Op de volgende manier roept u een tekstblokje te voorschijn met daarin de naam van de song, informatie over het auteursrecht, en de totale speelduur. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op {F1 (SETUP)] om naar de SONG INFO-pagina te gaan. 2) Als u genoeg gezien hebt kunt u op [EXIT] drukken om terug te keren naar de SONG PLAY-pagina. 49

50 MC-80 Handleiding 6. Opnamefuncties 6.1 Basisinstellingen Metronoominstellingen Zie Metronoominstellingen op blz. 40. Overzicht van de sporen Zie Overzicht van de sporen op blz Opname voorbereiden Waarschijnlijk wilt u noten spelen of stapsgewijs invoeren met een MIDI-klavier. Dat moet u dan om te beginnen even aansluiten. Hoe dat in zijn werk gaat kunt u nalezen op blz. 14. Song Initialize Als er reeds een song in de MC-80 is geladen moet u die eerst leeg maken, zodat u aan een nieuwe song kunt beginnen. We noemen dit initialiseren. 1) Druk op [TOOLS]. 2) Druk op [F4 (CLEAR)]. 3) Kies de gewenste initialisatiemethode: Maatsoort kiezen Als u een song initialiseert of de MC-80 inschakelt wordt automatisch de maatsoort 4/4 gekozen. Desgewenst kunt u op de volgende manier een andere maatsoort kiezen. Opmerking: Op blz. 72 leest u hoe u de maatsoort in de loop van de song kunt laten veranderen. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F4 (Micro)] om naar de MICROSCOPE -pagina te gaan. 2) Druk herhaaldelijk op [TEMPO/BEAT] om Trk Beat te kiezen. 3) Plaats de cursor achtereenvolgens op teller (1~32) en noemer (2, 4, 8, 16) en kies de gewenste maatsoort. 4) Druk op [SEQUENCER] om terug te keren naar de SONG PLAY -pagina. Opmerking: Als u Patterns in een song gebruikt kunt u er best voor zorgen dat die dezelfde maatsoort hebben als de song waarin ze thuishoren. Heeft de Pattern namelijk een andere maatsoort, dan krijgt die voorrang op de maatsoort van de song, en dan klinkt niet altijd even fraai 1 NEW SONG 2 GM SETUP 3 GS SETUP 4 Demo for GS Pro U vertrekt van een volledig lege song. Bij de initialisatie worden reeds de GM-standaardinstellingen aangemaakt. Bij de initialisatie worden reeds de GS-standaardinstellingen aangemaakt. De demosong voor de VE-GS Pro wordt geladen. Aftel voor de opname Als de partij die u wilt opnemen vanaf maat 1 begint hoort u waarschijnlijk graag een aftel, zodat u weet wanneer u moet beginnen spelen. 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Druk op [REC] om naar de REC STANDBY -pagina te gaan. 3) Plaats de cursor op Count In. 4) Kies de gewenste aftel. 4) Druk op [F6 (SELECT)]. 5) Het display vraagt naar bevestiging. 6) Druk op [F6 (CLEAR)] om de initialisatie uit te voeren. OFF 1 Meas 2 Meas Wait Note De opname begint op het moment dat u op [PLAY] drukt. De metronoom telt 1 maat af voor het begin van de opname. De metronoom telt 2 maten af voor het begin van de opname. De opname begint zodra u een noot op het klavier speelt of een pedaal indrukt. 50

51 Opnamefuncties 5) Druk op [PLAY] op de opname te starten. MIDI-kanaal voor opname specifiëren Als u de fabrieksinstellingen ongemoeid laat neemt spoor 1 op via MIDI-kanaal 1, spoor 2 via MIDIkanaal 2, enz. Het staat u echter vrij om andere kanalen te kiezen. Opmerking: Het MIDI-kanaal maakt deel uit van de opgenomen data. Na de opname kunt u de kanaaltoewijzing dan ook niet meer wijzigen. Opmerking: De toewijzing van opnamekanalen wordt samen met de song opgeslagen. bewegingen die u uitvoert met speelhulpen (pitchbend hendel, enz.). Laten we eerst even overlopen welke parameters u kunt instellen voor u aan zo n opname begint. Realtime-opnameparameters Al deze parameters vindt u terug in de REC STAND- BY-pagina, die u bereikt door achtereenvolgens te drukken op [SEQUENCER], [REC] en tenslotte op de TRACK-knop van het spoor waarop u wilt opnemen. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F6 (TRK INFO)] om naar de TRACK INFO -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor in de Ch -kolom van het spoor dat u op een ander kanaal wilt laten opnemen. 3) Kies het gewenste kanaal. Als u Ch 1 ~ Ch 16 kiest plaatst het betreffende spoor alle opgenomen data op het gekozen kanaal. Bijvoorbeeld: u kiest voor spoor 1 het MIDI-kanaal 3 en maakt een opname met een multitimbraal keyboard dat tegelijk op kanaal 4 en 5 zendt. Alle noten die u op dat keyboard speelt komen op MIDI-kanaal 3 terecht. Wilt u dat de aparte informatie voor kanaal 4 en 5 behouden blijft, kies dan ALL in de Ch - kolom. In dat gevallen neemt het betreffende spoor informatie voor alle MIDI-kanalen op. In het voorbeeld van daarnet bevat spoor 1 dan data voor MIDIkanaal 4 en 5. Opmerking: Voor mensen die nog met een MC-50mkII hebben gewerkt hebben waarschijnlijk al gemerkt dat de ALL - optie in feite het opnamegedrag van deze illustere telg van het MC-geslacht emuleert. Opmerking: Patterns bestaan uit slechts één spoor. De bovenstaande pagina krijgt u dan ook niet te zien als u met Patterns werkt. Wanneer een Pattern in opname-pauze staat kunt u wél kiezen welke MIDI-kanalen al dan niet worden opgenomen. 6.3 Opnemen terwijl u speelt (Realtime) Realtime opnemen wilt zeggen dat de MC-80 alles precies onthoudt zoals u het speelt, inclusief de Track Hiermee kiest u het spoor waarop u wilt opnemen. Eens u de cursor op dit veld hebt geplaatst kunt u met [SHIFT]+TRACK [1]~[16] knoppen het gewenste spoor kiezen. Wilt u in een Pattern opnemen, druk dan op [PATTERN] en kies vervolgens met het [VALUE]-wiel het gewenste Pattern. Count In Hiermee bepaalt u welke aftel u voor het begin van de opname wilt horen. OFF 1 Meas 2 Meas Wait Note De opname begint op het moment dat u op [PLAY] drukt. De metronoom telt 1 maat af voor het begin van de opname. De metronoom telt 2 maten af voor het begin van de opname. Rec Mode Hiermee kiest u de gewenste opnamemethode: Replace Mix De opname begint zodra u een noot op het klavier speelt of een pedaal indrukt. Bij deze methode worden aanwezige data op een spoor gewist wanneer u er nieuwe data over opneemt. Dit is de aangewezen keuze als u foutjes wilt corrigeren of als de eerste opname u gewoonweg niet bevalt. Dit is de meest gangbare opnamemethode. Hierbij worden nieuwe opnames bij de bestaande data op een spoor gevoegd. Deze werkwijze kunt u bijvoorbeeld gebruiken om een drumpartij op te bouwen, waarbij u eerst de basdrum speelt, vervolgens de snare, enz. Of wat dacht u van een strijkje waarbij u eerst de cello s speelt, dan de altviolen, enz. Nog leuker wordt het wanneer u bij deze methode de Loop-functie activeert. 51

52 MC-80 Handleiding Measure Hiermee bepaalt u vanaf welke maat u wilt beginnen opnemen. Beat Hiermee wordt de gekozen maatsoort aangeduid. Die kunt u hier niet instellen, daarvoor moet u naar de MICROSCOPE -pagina (zie blz. 72). Ch Hiermee bepaalt u op welk MIDI-kanaal dit spoor opneemt. Bij Songs kunt u voor ieder spoor het gewenste kanaal kiezen; Patterns gebruiken slechts één spoor, dus kunt u ook maar één kanaal kiezen. Tempo Hiermee kiest u het tempo. Loop/Punch Hieronder zijn een aantal opties gegroepeerd met betrekking tot Loop-opnames en Punch-In/Out. Loop wilt zeggen dat u een start- en eindpunt definieert, waartussen ononderbroken wordt opgenomen. Bij iedere herhaling kunt u nieuwe partijen toevoegen. Bij Punch-In/Out definieert u ook een start- en een eindpunt, alleen wordt er in dit geval niets herhaald, maar wordt er bij het startpunt automatisch in opname gegaan en bij het eindpunt automatisch uit opname. Dit zijn de mogelijke opties: OFF Loop(POINT) Loop(1 Meas) Loop(2 Meas) Loop(4 Meas) Loop(8 Meas) Loop(16 Meas) Loop(ALL) Er wordt geen Loop gebruikt. De Loop bevindt zich tussen het start- en eindpunt dat u hebt gedefinieerd. Die punten worden ook afgebeeld. Plaats de cursor erop als u ze wilt wijzigen. De eerste maat vanaf het begin van de opname wordt geloopt. De eerste twee maten vanaf het begin van de opname wordt geloopt. De eerste vier maten vanaf het begin van de opname wordt geloopt. De eerste acht maten vanaf het begin van de opname wordt geloopt. De eerste zestien maten vanaf het begin van de opname wordt geloopt. De volledige song wordt geloopt. Auto Punch In Manual Punch In Loop Hiermee specifieert u de omvang van de loop in maten en tellen (tikken kunt u niet specifiëren). De bovenste coördinaat bepaalt het startpunt, de onderste het eindpunt. Deze coördinaten kunt u logischerwijze enkel instellen indien u Loop (Point) of Auto Punch In hebt geselecteerd. De minimumomvang van een loop is één maat. Tempo Rec Schakel deze optie in als u tijdens het spelen tempowijzigingen wilt opnemen op het tempospoor. Door achtereenvolgens op [SEQUENCER], [F4 (MICRO)] en [TEMPO/PATTERN] te drukken gaat u naar de TEMPO TRACK -pagina, waarin u de opgenomen tempo-informatie kunt bekijken. Qntz (Quantize) De Quantize-functie is een timing-correctie die de noten die u speelt automatisch op hun mathematisch juiste positie plaatst (Grid Quantize) of uw partij van een bepaalde feel voorziet (Shuffle Quantize). Let wel: we hebben het hier over quantiseren tijdens de opname. De correcties die hier worden uitgevoerd zijn dus onherroepelijk. Niets belet u om zonder quantisering op te nemen en achteraf met deze functie te experimenteren (zie blz. 83). Dit zijn de beschikbare opties bij opname: OFF Grid Shuffle Hierbij legt u de Punch-punten van tevoren vast. De MC-80 gaat dan automatisch in opname zodra het Punch In punt wordt bereikt. Hierbij drukt u een knop of een pedaal in om afwisselend in en uit opname te gaan. Er wordt niet gequantiseerd tijdens de opname. Tijdens de opname wordt Grid Quantize gebruikt. Tijdens de opname wordt Shuffle Quantize gebruikt. Voor beide quantiseringstypes kunt u nog een aantal gedetailleerde parameters instellen: 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [REC] om naar de REC STANDBY -pagina te gaan. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en kies met TRACK [1]~ [16] het spoor waarop u wilt opnemen. Opmerking: Wilt u een Pattern opnemen, druk dan op [PATTERN] en kies met het [VALUE]-wiel het gewenste Pattern. Door de cursor op Ch te plaatsen kunt u ook nog het MIDI-kanaal specifiëren waarop het Pattern opneemt. 52

53 Opnamefuncties 3) Kies de gewenste quantize-optie. Voor Grid kunt u de volgende parameters instellen: Reso: Hiermee kiest u de resolutie. Kiest u bijvoorbeeld 1/8, dan worden alle noten naar de dichtstbijzijnde achtste nootwaarde verplaatst. Als vuistregel mag u er van uitgaan dat de resolutie niet groter mag zijn dan de kleinste nootwaarde in de partij die u speelt. Speelt u bv. veel zestiende noten kies dan 1/16. Dit zijn de opties voor de Reso-parameter: 1/32 Tweeëndertigste noot 1/16T Zestiende noot triool 1/16 Zestiende noot 1/8T Achtste noot triool 1/8 Achtste noot 1/4T Kwartnoot triool 1/4 Kwartnoot Str (Strength): Hiermee bepaalt u de mate waarin de timing van de noten wordt gecorrigeerd. Kiest u 100%, dan wordt het begin van de noot exact op de dichtstbijzijnde nootwaarde (afhankelijk van uw keuze voor Reso) geplaatst. Mindere procenten trekken de noot in de juiste richting, zonder ze perfect juist te plaatsen, wat soms een natuurlijker klinkend resultaat kan opleveren. Voor Shuffle kunt u de volgende parameters instellen: Realtime opnemen Nu we alle voorbereidende instellingen hebben gemaakt kunnen we ons aan de eerste realtime opname wagen. 1) Druk op [SEQUENCER]. Vergeet niet Song Initialize (zie blz. 50) te gebruiken als u een nieuwe song wilt beginnen, of de gewenste song te kiezen als u opnames aan een bestaande song wilt toevoegen. Wilt u een Pattern opnemen, druk dan op [Pattern], plaats de cursor op het gewenste Pattern-nummer, en druk op [ENTER]. 2) Druk op [REC] om naar de REC STANDY -pagina te gaan. 3) Plaats de cursor op Track, houd [SHIFT] ingedrukt en kies met TRACK [1]~[16] het spoor waarop u wilt opnemen (gaat het om een Pattern, kies dan voor Ch het MIDI-kanaal waarop u wilt opnemen). De indicator van het gekozen spoor licht op. 4) Druk op [PLAY] om de opname te starten. De [REC]-indicator licht op. Bovendien knippert de BEAT-indicator (rood op de eerste tel, groen op de overige tellen). 5) Druk op [STOP] zodra u klaar bent met opnemen. Auto Punch In Zoals gezegd bakent u bij deze manier van inprikken van tevoren waar u in en uit opname wilt gaan. Wilt u bijvoorbeeld maat 1~16 van een song weergeven, maar enkel maat 5 opnemen, kiezen dan de prikpunten ~ ) Volg stap 1~2 uit de werkwijze van hierboven om naar de REC STANDBY -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op Loop/Punch en kies Auto Punch In. 3) Specifieer begin (a) en einde (b) van de punch. Reso: Zie hierboven, alleen zijn hier enkel de opties 1/ 8 en 1/16 beschikbaar. Rate: Hiermee bepaalt u volgens welke verhoudingen de afstand tussen de noten wordt bepaald, m.a.w. hoe de groove wordt gemaakt. Kiest u 50%, dan zijn de eerste en derde tel van de maat exact even ver verwijderd van de tweede als van de vierde tel. Als u andere percentages kiest worden deze afstanden onevenredig, waardoor de shuffle-feel ontstaat. 4) Ga naar een maat die zich vóór het a -punt bevindt en druk op [PLAY]. Zodra het punt a voorbijkomt gaat de MC-80 in opname. Bij punt b gaat hij weer uit opname. 5) Druk op [STOP] zodra u klaar bent met opnemen. a b Manual Punch In Bij deze manier van inprikken gebruikt u een knop of een pedaal om in en uit opname te gaan. Opteert u 53

54 MC-80 Handleiding voor een pedaal, lees dan eerst de instructies op blz. 102 omtrent het gebruik van pedalen. 1) Volg stap 1~2 uit de werkwijze van hierboven om naar de REC STANDBY -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op Loop/Punch en kies Manual Punch In. 3) Druk op [PLAY] om de weergave te starten. 4) Druk, op de plaats waar u wilt beginnen opnemen, op [F6 (PUNCH IN)]. Rechtsboven in het display verschijnt REC om aan te geven dat de MC-80 intussen opneemt. 5) Druk nogmaals op [F6 (PUNCH IN)] op het moment dat u uit opname wilt gaan. Het staat u vrij om verderop in de weergave nog meedere keren in te prikken, telkens met de [F6}- knop. Tijdens de opname naar een ander spoor gaan U kent dat waarschijnlijk wel: u begint met een eenvoudig drumpatroontje en plots slaat de inspiratie toe, u hoort meteen passende partijen voor bas, piano, percussie, enz. in uw hoofd en u wilt die zo snel mogelijk opnemen. Voor dergelijke momenten biedt de MC-80 een interessante opnamemethode we noemen ze Nonstop Loop Recording. Het komt er op neer dat u opneemt in een lus (loop) en, zonder die lus te onderbreken, vrij van spoor kunt wisselen. U kunt dus binnen een fragment partij na partij toevoegen zonder de opname stil te leggen. Opmerking: Tijdens zo n ononderbroken loop kunt u niet tussen Patterns en Phrase Tracks wisselen. Opmerking: Als u voortdurend snel na elkaar van spoor wisselt kan dat tot storingen in de weergave leiden. Om op deze manier op te nemen hoeft u geen speciale functie te activeren. Start gewoon een loop-opname (zie blz. 52) en kies met [SHIFT]+TRACK [1]~ [16] telkens het spoor waar u naartoe wilt gaan. Bij de opname van Patterns kunt u geen sporen kiezen (Patterns gebruiken slechts één spoor). Als u de cursor op Ch plaatst kunt u wel MIDI-kanalen kiezen. Even uit opname gaan om te oefenen (Rehearsal-functie) Stel dat u in het scenario van daarnet een drumpartij hebt opgenomen, en daar nu een baslijn aan toe wilt voegen. U wilt nog even experimenteren met partijen en klanken, maar u wilt de opname niet stoppen, want u zit nu net lekker in de groove. Door de MC-80 in Rehearsal te schakelen kunt u blijven spelen terwijl u de overige sporen hoort, maar er wordt even niets opgenomen. 1) Druk tijdens de (Realtime) opname op [REC]. De indicator begint te knipperen om aan te geven dat er op dat spoor even niets wordt opgenomen. 2) Druk nogmaals op [REC] als u opnieuw in opname wilt gaan. Data wissen tijdens het opnemen Ook data wissen kan zonder dat u de Loop-opname stopt. Hebt u bijvoorbeeld net een hi-hat ingespeeld die niet zo geslaagd blijkt, dan kunt u die verwijderen zonder de opname te stoppen en zonder de rest van de drumpartij (die u wel bevalt) te beïnvloeden. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [REC]. 2) Plaats de cursor op Rec Mode en kies hiervoor MIX. 3) Houd [SHIFT] ingedrukt en kies met TRACK [1]~ [16] het spoor waarop u data wilt wissen. 4) Druk op [PLAY]. 5) Druk op [F6 (ERASE)] om naar de REALTIME ERASE -pagina te gaan. 6) Wis de gewenste data. Dit kan op vier manieren: Wilt u enkel de noten wissen die met een bepaalde toets werden gespeeld (denk bv. aan de hi-hat van daarnet), houd dan die toets ingedrukt. Zolang u dit doet worden alle noten voor die toets ingedrukt. Hetzelfde kunt u doen met een reeks toetsen door de hoogste en laagste toets van de reeks ingedrukt te houden. Zolang u [F4 (ALL NOTE)] ingedrukt houdt worden alle noten van alle toetsen gewist. Wilt u niet enkel alle noten, maar ook alle overige MIDI-commando s wissen, houd dan [F5 (ALLE- VENT)] ingedrukt (Pattern Call-commando s worden hierdoor niet gewist). 7) Druk op [F6 (DONE)] om de REALTIME ERASEpagina te verlaten en terug te keren naar de opname. Opmerking: Data worden enkel gewist op het MIDI-kanaal dat u in de TRACK INFO-pagina (zie blz. 40) hebt gekozen. Hebt u ALL gekozen, dan wordt het kanaal waarop de data werden gezonden gekozen. Opmerking: Werkt u met een Pattern, dan worden data voor alle MIDI-kanalen gewist. Opmerking: Zolang u zich in de REALTIME ERASE-pagina bevindt kunt u geen ander spoor kiezen. 54

55 Opnamefuncties Tempowijzigingen opnemen Net zoals u noten opneemt op de Phrase Tracks kunt u tempowijzigingen in realtime opnemen op een tempospoor. Dat is enkel mogelijk voor songs, niet voor Patterns. Bovendien moeten de maten waarvoor u tempowijzigingen wilt opnemen ook noten bevatten op andere sporen. Tempowijzigingen opnemen in een leeg stukje song kan dus niet. 1) Laad de song waarin u tempowijzigingen wilt opnemen (zie blz. 92). 2) Plaats de cursor op Measure en kies de maat waarin de tempowijzigingen moeten beginnen. 3) Druk op [REC]. 4) Plaats de cursor op Tempo Rec en kies ON. 5) Plaats de cursor op Count In en kies de gewenste aftel (zie blz. 50). 6) Druk op [PLAY] om de opname te starten. 7) Voer de gewenste tempowijzigingen uit. U kunt nu op twee manieren werken: wilt u een plotse temposprong, kies dan met [INC/+][DEC/-] het nieuwe tempo en druk op de plaats waar u het wilt invoeren op [ENTER]. Geleidelijk versnellen of vertragen kan door aan het [VALUE]-wiel te draaien. Tenslotte kunt u het nieuwe tempo ook invoeren door op de TAP TEMPO-knop te tikken. 8) Druk op [STOP] om de opname te stoppen. Opmerking: Hierboven hebt u gezien hoe u realtime tempowijzigingen kunt invoeren. Het kan echter ook iets preciezer, in de MICROSCOPE-pagina. Zie blz. 43. Opname wissen (Undo/Redo) Vindt u het hele arrangement dat u zonet in realtime hebt opgenomen eigenlijk maar niks, dan kunt u het in één klap wissen door [SHIFT] ingedrukt te houden en op [UNDO/REDO] te drukken. Door nogmaals op deze combinatie te drukken herstelt u de zonet gewiste opname. 6.4 Stap voor stap opnemen Op de voorgaande bladzijden hebben we ons beziggehouden met realtime opnemen. Dit is de meest intuïtieve manier van opnemen, maar vereist tegelijk enige speeltechnische vaardigheid. Alles wordt immer exact opgenomen zoals u het speelt. Achteraf kunt u weliswaar nog één en ander corrigeren, maar voor bepaalde moeilijke of uiterst strakke partijen is het misschien een beter idee om meteen voor stapsgewijze opname te opteren. Hierbij specifieert u voor iedere noot apart de toonhoogte, duur, enz. Het werkt wat omslachtiger, maar daar staat tegenover dat u geen virtuoos op MIDI-klavier, -gitaar, -drum, enz. hoeft te zijn om superstrakke partijen neer te zetten. Noten en rusten stapsgewijs invoeren 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Laad de song waarin u wilt opnemen (zie blz. 92). 3) Plaats de cursor op Measure en kies de maat waarin u wilt beginnen opnemen. 4) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [REC] om naar de STEP REC -pagina te gaan. 5) Plaats de cursor op TRACK en kies het spoor waarop u wilt opnemen. Misschien wilt u voor dat spoor meteen een ander MIDI-kanaal kiezen; dat kunt u doen met de Rec Ch -parameter. 6) Plaats de cursor op Rec Mode en kies de gewenste opnamemethode. 7) Druk op [F6 (STEP REC)] om naar de STEP REC - pagina te gaan. 8) Druk op [F1 (NOTE)]. 9) Plaats de cursor op Step Time en kies de gewenste nootwaarde (hiervoor kunt u ook de cijferknoppen gebruiken). 10)Plaats de cursor op Gate Ratio en kies de gewenste duur. Ratio betekent verhouding ; deze waarde staat dan ook voor een percentage van de zonet gekozen nootwaarde. Hoe lager deze waarde, hoe meer staccato de noten klinken. Hogere waarden gaan meer richting tenuto. Misschien zijn deze muziektermen u vreemd, maar als u even experimenteert met enkel percentages hoort u meteen wat we bedoelen. 11)Plaats de cursor op Velocity en kies de gewenste aanslagwaarde. Als u Real kiest wordt gewoon de aanslagwaarde gebruikt waarmee u zo meteen de toets indrukt. Wilt u bv. dat alle noten precies even hard klinken, dan is het waarschijnlijk handiger om hier een vaste waarde (1~127) te specifiëren. Voor wie hier ook liever in muziekjargon denkt de volgende vuistregel: 60=piano, 90=mf (mezzoforte) en 120=f (forte). 12)Druk op de toets van de noot die u wilt invoeren. 55

56 MC-80 Handleiding In het display worden het MIDI-kanaal (Ch), de nootnaam (Note), de aanslagwaarde (Vel) en de duur (Gate) van de noot afgebeeld. Wilt u een akkoord invoeren, druk dan alle noten van het akkoord in. Om een rust in te voeren drukt u op [F5 (Del)]. Hebt u geen MIDI-klavier aangesloten, kies dan het gewenste nootnummer en druk op [ENTER]. Wilt u u zonder klavier akkoorden invoeren, druk dan eerst op [F6 (KEY HOLD)], specifieer de eerste noot van het akkoord en druk op [ENTER]. Vervolgens specifeert u de tweede noot van het akkoord en drukt nogmaals op [ENTER], enz. Alle noten die u op deze manier invoert komen op dezelfde plaats terecht en vormen dus een akkoord. Eens u de laatste noot van het akkoord hebt ingevoerd drukt u nogmaals op [F6 (KEY HOLD)] om naar de volgende positie te gaan. 13)Zodra u alle toetsen hebt losgelaten of op [ENTER] (en eventueel op [F6 (KEY HOLD)] hebt gedrukt springt u automatisch naar de volgende noot, in functie van de gekozen nootwaarde. Zo merkt u in het onderstaande voorbeeld dat u op positie (tweede tel van de eerste maat) terechtkomt. Dat is logisch want hierboven hadden we de nootwaarde 1/4 gekozen. 14)Herhaal stap 8~12 voor de andere noten die u wilt invoeren. 15)Is de partij volledig, druk dan op [EXIT] of [STOP] om terug te keren naar de SONG PLAY-pagina. Noten overbinden Kies eerst de nootwaarde (Step Time) voor de noten die u wilt overbinden en druk vervolgens op [F4 (Tie)]. De gebonden noot wordt ingevoerd en u gaat automatisch naar de plaats voor de volgende noot. Bijvoorbeeld: u wilt een halve noot overbinden naar een kwartnoot. Voer eerst de halve noot in, specifieer vervolgens de Step Time voor de kwartnoot en druk tenslotte op [F4 (Tie)]. Gepunte noten Voer eerst de ongepunte nootwaarde in en bindt deze vervolgens over met een noot die de halve lengte heeft. Bijvoorbeeld: om een gepunte kwartnoot in te voeren begint u met een ongepunte kwartnoot. Daarna kiest u een Step Time van 1/8 en drukt u op [F4 (Tie)]. Noten wissen Door op [F3 (BACK DEL)] te drukken wist u de voorgaande noot. Patterns gebruiken in een song In plaats van een noot kunt u ook een volledig Pattern op een stap plaatsen. In feite wordt dan niet het volledige Pattern zelf, maar een zogenaamd Pattern Call Event ingevoerd. Een verwijzend commando dus, dat opdracht geeft om op die plaats het Pattern weer te geven. 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Plaats de cursor op Measure en kies de maat waarin u wilt beginnen opnemen. 3) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [REC] om naar de STEP REC -pagina te gaan. 4) Plaats de cursor op TRACK, houd [SHIFT] ingedrukt en kies met de TRACK [1]~[16] knoppen het spoor waarop u wilt opnemen. 5) Druk op [F2 (Pattern)]. 6) Kies het nummer van het Pattern dat u wilt invoeren. 7) Druk op [F6 (Put Ptn)]. Het voornoemde Pattern Call-commando wordt nu ingevoerd en u springt automatisch naar de volgende positie, die evenveel maten verder ligt als het Pattern lang is. Opmerking: Een leeg Pattern kunt u niet plaatsen. 8) Herhaal stap 7 en 8 als u nog meer Patterns wilt invoeren. Door op [F3 (DEL)] te drukken wist u het voorgaande Pattern. Zodra u alle gewenste Patterns hebt geplaatst kunt u op [EXIT] of [STOP] drukken om terug te keren naar de SONG PLAY-pagina. Opmerking: Patterns die u op de bovenstaande manier toewijst volgen steeds de maatsoort van de song waarin ze terechtkomen. De maatsoort van het Pattern zelf wordt dus genegeerd. Is dat een andere maatsoort dan die van de song, dan past het Pattern misschien niet in de matenstructuur van de song. In dat geval zit er niets anders op dan de maatsoort in het Beat-spoor aan te passen (zie blz. 50). 56

57 Opnamefuncties Opmerking: Achteraf een Pattern Call-commando verplaatsen kan, in de Microscope-pagina. Zie Pattern Call op blz. 71. Opmerking: Binnen één spoor kunt u slechts één Pattern tegelijk weergeven. Wilt u verschillende Patterns tegelijk weergeven, voer dan Pattern Call-commando s in op andere sporen. Opmerking: In een Pattern kunt u niet nog eens een Pattern Call-commando plaatsen, maar dat had u waarschijnlijk ook niet verwacht. Invoer annuleren (Undo/Redo) Door [SHIFT] ingedrukt te houden en op [UNDO/ REDO] te drukken wist u de laatst toegevoegde data (noot, Pattern Call-commando, enz.). U kunt deze data herstellen door nogmaals op de combinatie [SHIFT]+[UNDO/REDO] te drukken. 6.5 Songs bewaren op diskette Alles wat u in de MC-80 opneemt komt terecht in een tijdelijke geheugenbuffer. Die wordt leeggemaakt wanneer u een andere song kiest of de MC-80 uitschakelt. Als u de opname wilt bijhouden moet u ze dan ook eerst op diskette, harde schijf, enz. schrijven. Song bewaren U kunt een song opslaan in het MC-80 formaat of in het SMF-formaat. Zoals uit de onderstaande tabel mag blijken, heeft dat implicaties voor de data die al dan niet worden opgeslagen. MC-80 Song Ja Ja Patterns in de song Ja *1 SMF Marker-instellingen Ja Nee Repeat-instellingen Ja Nee TRACK INFO-instellingen Ja *2 Phrase Sequence-instellingen Ja Nee Transpositie-instellingen Ja Nee *1: In een SMF worden Patterns opgeslagen als gewone spoordata. *2: Uitgeschakelde sporen worden in een SMF niet opgeslagen. Opmerking: De aan/uit-status van het Tempo-spoor wordt in geen van beide formaten opgeslagen. 1) Steek een diskette in de disk drive. 2) Druk op [SEQUENCER]. 3) Druk op [F5 (SAVE)]. 4) Kies met [F4]~[F6] het gewenste bestandstype: F6 MC-80 song F5 Standard MIDI File formaat 1 F6 Standard MIDI File formaat 0 5) Druk op [F6 (OK)]. Als dit de eerste keer is dat u deze song opslaat komt u nu terecht in een venster waarin u het bestand een naam kunt geven. Hoe dat gaat leest u in stap 6 en 7 hieronder. Hebt u deze song al eens opgeslagen, ga dan onmiddellijk naar stap 9. 6) Plaats de cursor op het eerste karakter dat u wilt wijzigen en kies met [INC/+][DEC/-], het [VALUE]-wiel of de cijferknoppen het gewenste karakter. 7) Ga zo verder voor de overige karakters. Als de naam volledig is drukt u op [F6 (OK)]. 8) Kies de folder waarin u het bestand wilt opslaan. Linksboven in het display ziet u de naam van de geselecteerde folder. Had u deze song al eens opgeslagen, dan wordt de folder afgebeeld die u daarvoor hebt gebruikt. U kunt nu twee dingen doen: Als u een subfolder van de geselecteerde folder wilt gebruiken, plaats de cursor dan op de folder en druk op [F5 (OPEN )]. Wilt u een niveau hoger gaan (dus naar de folder waarbinnen de geselecteerde folder thuishoort), druk dan op [F4 ( CLOSE)]. 9) Druk op [F6 (SAVE)]. 10)Bestaat er reeds een bestand met dezelfde naam op de diskette, dan beeldt het display File (bestandsnaam) already exists! af. Druk op [F6 (REPLA- CE)] als u het bestaande bestand wilt vervangen. Druk op [F1 (CANCEL)] als u dat niet wilt. Probeer in het laatste geval het bestand nogmaals op te slaan nadat u het een nieuwe naam hebt gegeven. Het bestand krijgt automatisch de extensie.svq mee (gaat het om een SMF, dan wordt de extensie.mid gebruikt). Opmerking: Sommige SMF s zijn auteursrechtelijk beschermd (zie blz. 68). Deze kunt u enkel in het MC-80 formaat opslaan, niet als SMF. 57

58 MC-80 Handleiding Folder aanmaken Desgewenst kunt u ook een nieuwe folder aanmaken, wat nodig kan zijn als u een reeks samenhorende songs op dezelfde plaats wilt bewaren. 1) Druk op [TOOLS] en vervolgens op [F5 (DISKUT- IL)]. 2) Druk op [F6 (MENU)], kies FILE MENU en druk vervolgens op [F5 (FOLDER)] om naar de DISK UTILITY/FOLDER -pagina te gaan. Linksboven ziet u de naam van de folder waarin de nieuwe folder zal terechtkomen. Wilt u een andere folder kiezen, druk dan op [F5 (OPEN )] om een subfolder te kiezen of op [F4 ( CLOSE)] om hoger in de hiërarchie te gaan. 3) Zodra u de juiste plaats voor de nieuwe folder hebt gevonden drukt u op [F6 (FOLDER)]. 4) U kunt nu de nieuwe folder een naam geven. Plaats de cursor op het eerste karakter dat u wilt wijzigen en kies met [INC/+][DEC/-], het [VALUE]-wiel of de cijferknoppen het gewenste karakter. 5) Ga zo verder voor de overige karakters. Als de naam volledig is drukt u op [F6 (OK)]. De nieuwe folder wordt nu aangemaakt. Opmerking: De folderhiërarchie van de MC-80 kan uit maximaal 9 niveaus bestaan. Opmerking: Folders die u aanmaakt op diskettes die u in de MC-80 hebt geformateerd worden herkend door Mac OS en Microsoft Windows. 58

59 Werken met Patterns 7. Werken met Patterns 7.1 Wat is een Pattern? Een Pattern is een stukje opname dat slechts één spoor gebruikt en dat over het algemeen gebruikt wordt om herhalende riffs, motiefjes, lijntje of hoe u het wilt noemen op te nemen. De voornaamste verschillen met een song kunnen we als volgt samenvatten: Patterns gebruiken slechts één spoor Het is mogelijk om verschillende Patterns op verschillende sporen te plaatsen, maar binnen een Pattern kunt u niet meerdere sporen combineren. Een Pattern kan wel informatie voor verschillende MIDIkanalen (16 als het moet) tegelijk bevatten. U kunt maximaal 100 Patterns maken Binnen een song kunt u maximaal 100 Patterns aanmaken. Patterns worden samen met de song opgeslagen Patterns bestaan niet onafhankelijk van songs. Ze worden steeds samen opgeslagen met de song waaraan ze gerelateerd zijn. Het is dus niet mogelijk om een reeks losse Patterns op te nemen en apart op diskette te zetten u moet ze allemaal samen opslaan bij de song waarin u ze hebt gemaakt. Als u de song opslaat als SMF wordt de inhoud van de Patterns geconverteerd naar gewone spoordata. Als u die song in een andere sequencer laadt verschillen deze data dus niet meer van de overige sporen. Bovendien worden Patterns die niet in een song aan bod komen niet opgeslagen in de SMF. Met de spoorknoppen schakelt u MIDI-kanalen in of uit Track Mute, Solo en Minus One werken in het geval van Patterns niet op sporen maar op MIDI-kanalen. Merk trouwens op dat zodra u een Pattern kiest alle spoorknoppen oplichten, of er zich nu iets op het overeenkomstige MIDI-kanaal bevindt of niet. 7.2 Verschil tussen een Patternspoor en een Song-spoor Algemene aanwijzigingen omtrent de opnamemogelijkheden kunt u nalezen vanaf blz. 50. Hieronder gaan we dieper in op de specifieke verschillen tussen het opnemen van Patterns en Songs. Pattern Play-pagina Op deze pagina komt u terecht door op [SEQUEN- CER] en vervolgens op [PATTERN] te drukken. Door nogmaals op [PATTERN] te drukken keert u terug naar de SONG PLAY-pagina. Sporen Alle MIDI-kanalen komen op één spoor terecht. De werkwijze voor het opnemen staat beschreven vanaf blz. 50. Maatsoort Net als voor de overige sporen kiest u de maatsoort in de MICROSCOPE-pagina van het Beat-spoor (zie blz. 50). Tempo Pattern hebben geen eigen Tempo-spoor. Ze nemen steeds de tempo-informatie over van de song waartoe ze behoren. 7.3 Waarvoor zijn Patterns nuttig? Patterns in een song gebruiken Zoals gezegd worden Patterns doorgaans gebruikt voor korte, herhalende patronen. Zo kunt u bijvoorbeeld een drumpatroon van één maat in een Pattern opnemen en dit steeds laten herhalen. Op een ander spoor neemt u dan accenten, roffels enz. op die de overgangen (bv. strofe naar refrein) in de song accentueren. De voordelen zijn legio: u hoeft de basisbeat slechts één keer in te spelen en bovendien neemt het Pattern veel minder geheugen in beslag. Die geheugenbesparing wordt duidelijk als u de onderstaande afbeelding even bekijkt: het Pattern 59

60 MC-80 Handleiding spoor bevat slechts één maat noten. In de overige maten wordt telkens een zogenaamd Pattern Callcommando geplaatst dat de MC-80 opdraagt het betreffende Pattern nogmaals weer te geven. Enkel noten Maat 1 Maat 2 Maat 3 Met Pattern Call-commando s Maat 1 Maat 2 Maat 3 Pattern 001 Pattern 001 Patterns in een Phrase Sequence gebruiken Met de Phrase Sequence-functie kunt u volledige frases (muzikale motiefjes) koppelen aan klaviertoetsen. Met andere woorden: door één toets in te drukken geeft u een volledig stukje muziek weer. Het materiaal voor die frases haalt u uit de Patterns aan boord van de MC-80. Zo kunt u voor iedere toets specifiëren welk Pattern-nummer er wordt weergegeven. In de hitte van de strijd kunt u desgewenst verschillende Pattern tegelijk starten door verschillende toetsen in te drukken. De toetsverdeling zou er als volgt kunnen uitzien: Voorbeeld Pattern 001 In iedere maat wordt een Pattern Call-commando geplaatst 7.4 Patterns weergeven Dit gaat iets anders in zijn werk dan het weergeven van songs. Ziehier de voornaamste verschillen: De TRACK-knoppen werken als aan/uit-knoppen voor de verschillende MIDI-kanalen. U kunt Patterns niet weergeven volgens de Quick Play-methode. 1) Druk op [SEQUENCER] om naar de SONG PLAYpagina te gaan. 2) Wilt u een Pattern weergeven dat bij een song op diskette hoort, laad dan de betreffende song (zie blz. 92). 3) Druk op [SEQUENCER] (de indicator licht op) en vervolgens op [PATTERN] om naar de PATTERN PLAY -pagina te gaan. 4) Plaats de cursor op het Pattern-nummer PTN 000 en kies het nummer van het Pattern dat u wilt weergeven. 5) Druk op [PLAY] om de weergave te starten. Druk op [STOP] zodra u de weergave wilt stoppen. Opmerking: De overige transportknoppen werken op dezelfde manier als voor songs (zie blz. 41). 7.5 Patterns kiezen uit een lijst Een handige manier om Patterns te kiezen is de volgende, waarbij een overzichtelijke lijst te voorschijn roept: Pattern006 (Bass 2) Pattern005 (Bass 1) Pattern004 (Fill 2) Pattern003 (Fill 1) Pattern002 (Rhythm 2) Pattern001 (Rhythm 1) Stop-toets 1) Wilt u een Pattern kiezen dat bij een song op diskette hoort, laad dan de betreffende song (zie blz. 92). 2) Druk op [SEQUENCER] (de indicator licht op) en vervolgens op [PATTERN] om naar de PATTERN PLAY -pagina te gaan. 3) Druk op [F6 (PTN SEL)] om naar de PATTERN SELECT -pagina te gaan. 4) Kies met het [VALUE]-wiel het Pattern dat u wilt weergeven. 5) Druk op [F6 (SELECT)] om het Pattern te kiezen en terug te keren naar de PATTERN PLAY -pagina. Opmerking: In plaats van stap 5 kunt u ook rechtstreeks in de PATTERN SELECT -pagina op [PLAY] drukken om het Pattern weer te geven. 60

61 Frases met één toets aansturen (Phrase Sequence) 8. Frases met één toets aansturen (Phrase Sequence) 8.1 Wat is Phrase Sequence? Phrase Sequencing is een bijzonder interessante functie. Ze stelt u namelijk in staat om Patterns uit de Pattern spoor van een song weer te geven door op vrij te definiëren klaviertoetsen te drukken. Zo zou u, om een slagwerkpartij te spelen, een bepaalde Fill-in in een Pattern kunnen opnemen en deze Pattern in de Phrase Sequence-functie kunnen registreren. Als u dan op het klavier zit te drummen kunt u met één toetsdruk die wereldse fill-in door de luidsprekers laten knallen. U kunt maximaal acht Patterns tegelijk weergeven. Dat biedt u de mogelijkheid om Patterns op te nemen voor drums, bas, klavier, enz. en deze al spelend te combineren tot een nieuwe song. Aangezien de sequencer kan onthouden welke toetsen u indrukt kunt u die song ook meteen opnemen! 8.2 Voorbereidingen voor Phrase Sequence Eerst moet u natuurlijk de nodige Patterns opnemen (zie blz. 50), deze aan klaviertoetsen toewijzen en het geheel opslaan als onderdeel van een song. 1) Druk op [SEQUENCER] om naar de SONG PLAY -pagina te gaan. 2) Wilt u met een song werken die zich op diskette bevindt, laad dan eerst de song (zie blz. 92). 3) Druk op [F1 (SETUP)]. 4) Druk op [F3 (PHRASE)] om naar de PHRASE SEQUENCE-pagina te gaan. Maak de volgende instellingen voor iedere toets: 5) Druk op de toets waarvoor u instellingen wilt maken. 6) Plaats de cursor op Pattern en kies het gewenste Pattern: PTN 1~100 OFF Het Pattern met het nummer dat u kiest wordt aan de toets toegewezen. De naam van het Pattern verschijnt tussen haakjes. Er wordt geen Pattern aan deze toets toegewezen. STOP Opmerking: Het display in het klavier geeft een overzicht van alle toewijzingen. Op de toetsen waaraan een Pattern is toegewezen staat een, de STOP-toets wordt aangeduid met een +. Aan alle overige toetsen is geen Pattern toegewezen (OFF). 7) Plaats de cursor op Playback Mode en kies de gewenste weergavemethode: Loop1 Loop2 One Shot Met deze toets kunt u de weergave van het Pattern stoppen Het Pattern wordt herhaald zolang u de toets ingedrukt houdt. 8) Plaats de cursor op Mute Group en definieer de gewenste groepen: OFF 1~31 Het Pattern wordt herhaald, ook nadat u de toets loslaat. Druk nogmaals op de toets waarmee u het Pattern hebt gestart of op de STOP-toets om de weergave te stoppen. Het Pattern wordt slechts één keer weergegeven. Nadat u de toets loslaat gaat de weergave door tot aan het einde van het Pattern. Het Pattern wordt niet aan een Mute Group toegewezen. Stel de volgende parameters voor het volledige klavier in. 9) Plaats de cursor op Trigger Quantize en kies de gewenste optie:. Realtime Patterns die aan dezelfde groep zijn toegewezen kunt u niet tegelijk weergeven. Wilt u bijvoorbeeld dat een Pattern dat is toegewezen aan de toets C3 nooit samen klinkt met een Pattern dat is toegewezen aan G5, wijs dan C3 en G5 toe aan dezelfde Mute Group (bijvoorbeeld 1 ). Op die manier kunt u dus tot 31 groepen gebruiken. De weergave van de Pattern begint onmiddellijk als u een toets indrukt. 61

62 MC-80 Handleiding At Beat At Measure Als u tijdens de weergave van een Song ergens in het midden van een tel op een toets drukt, wordt het corresponderende Pattern weergegeven vanaf het begin van de volgende tel. Als u tijdens de weergave van een Song ergens in het midden van een maat op een toets drukt, wordt het corresponderende Pattern weergegeven vanaf het begin van de volgende maat. U kunt Phrase Sequences zowel bij gestopte als bij lopende weergave gebruiken. Bevinden de Phrase Sequences zich in een song die u in het MC-80 formaat op diskette hebt geschreven, dan kunt u ze zelfs tijdens Quick Play weergeven. 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Zorg dat u alle daarnet besproken parameters correct hebt ingesteld. 3) Druk op [PHRASE SEQUENCE] (de indicator licht op). 4) Wilt u meespelen met de song, start dan de weergave door op [PLAY] te drukken. 5) Druk nu op een toets waaraan een Pattern is toegewezen. Om de weergave van een Pattern te onderbreken drukt u op de als STOP gedefinieerde toets. Hebt u de Playback Mode-parameter op LOOP2 ingesteld, dan kunt u de weergave ook onderbreken door nogmaals op de toets te drukken waarmee u dat Pattern in gang hebt gezet. Opmerking: Als u de song in het MC-80 formaat opslaat terwijl de Phrase Sequence-functie actief is, dan wordt de status van de functie mee opgeslagen. Als u later deze song selecteert kunt u dus meteen gebruik maken van de Phrase Sequencefunctie. Bewaart u de song echter als SMF, dan wordt de status noch de Patterns van de Phrase Sequence-functie opgeslagen. 10)Plaats de cursor op Velocity Sens en kies de gewenste optie: OFF LOW, MID en HIGH Het Pattern wordt steeds weergegeven aan het volume waarmee u het hebt opgenomen. Het weergavevolume van de Pattern wordt in toenemende mate afhankelijk van de kracht waarmee u de overeenkomstige toets aanslaat. 11)Druk op [EXIT] om terug te keren naar de SONG PLAY -pagina. 12)Druk op [PHRASE SEQUENCE] (de indicator licht op). 13)Druk op een toets waaraan een Phrase Sequence is toegewezen. Opmerking: Druk op [PHRASE SEQUENCE] (de indicator dooft) als u de Phrase Sequence-functie niet langer wilt gebruiken. 8.3 Phrase Sequences gebruiken 8.4 Phrase Sequence-partijen opnemen Alles wat u met Phrase Sequences uitvoert kunt u in realtime opnemen. Die mogelijkheid is uiteraard vooral interessant om snel een arrangement te bouwen met een reeks Patterns die u van tevoren hebt opgenomen. Let wel: hier worden geen Pattern Call commando s opgenomen (zoals bij Step opname), maar de Patterns worden omgezet in realtime opnamedata, alsof u dus alle noten e.d. uit zo n Pattern daadwerkelijk zou spelen. 1) Volg de aanwijzigingen onder Voorbereidingen voor Phrase Sequence op blz. 61 om de juiste Phrase Sequence-instellingen te maken. 2) Volg de aanwijzigingen onder Opnemen terwijl u speelt (Realtime) op blz. 51 om de MC-80 klaar te maken voor Realtime-opnemen. 3) Start de opname Opmerking: De Count In-parameter (zie blz. 51) mag niet op Wait Note zijn ingesteld, want dan start de opname niet, zelfs niet wanneer u drukt op de toets waaraan het Pattern is toegewezen of op de STOP toets. Op de toetsen waaraan u geen Pattern hebt toegewezen (OFF) kunt u normaal spelen. Met de toets die u als STOP toets hebt gedefinieerd kunt u de weergave van alle Patterns stoppen. 4) Druk op [STOP/PLAY] om de opname te stoppen. Tips bij het gebruik van de Phrase Sequencefunctie Neem enkel nootcommando s op in een Pattern dat u als Phrase Sequence wilt gebruiken Als u ook nog andere commando s opneemt (modulatie, Pitch Bend e.d.), loopt de weergave van de noten misschien vertraging op. Niet-nootcommando s neemt u dan ook best op in een Phrase spoor. 62

63 Frases met één toets aansturen (Phrase Sequence) Patterns synchroon weergeven Dit kan enkel wanneer de weergave van de song loopt, aangezien de Patterns zich in dat geval richten naar de maatsoort (op het Beat spoor) van de song. Gaat het nu om een song waarbij er geen data op de Phrase sporen aanwezig zijn, dan kunt u geen Patterns synchroon weergeven. In dat geval kunt u best enkele lege maten opnemen op een Phrase spoor en deze vervolgens in een Loop weergeven. 63

64 MC-80 Handleiding 9. Arpeggiator 9.1 Wat is een arpeggiator? De Arpeggiator van de MC-80 vormt de akkoorden die u speelt om tot arpeggio s (gebroken akkoorden). Speelt u bijvoorbeeld het onderstaande C majeur akkoord, dan krijgt u een arpeggio te horen van de noten C3, E3, G3, C3, E3, G3 De arpeggio s volgens steeds het tempo van de song. Bovendien zult u hieronder merken dat de mogelijkheden ver uitstijgen boven wat u van een arpeggiator gewend bent. 9.3 Tempo van de arpeggio wijzigen De arpeggio volgt steeds het tempo van de geselecteerde song. Om de arpeggio te versnellen/vertragen moet u dus het globale songtempo wijzigen: 1) Druk op [TE MPO]. 2) Kies met het [VALUE]-wiel of met [INC/+][DEC/-] het gewenste tempo. 3) Druk nogmaals op [TEMPO] om het Tempo-venster te sluiten. 9.2 Eerste kennismaking Misschien hebt u nog nooit met een arpeggiator gewerkt, daarom laten we u meteen even kennismaken. 1) Druk op [ARPEGGIATOR] (de indicator licht op) om de arpeggiator in te schakelen. 2) Speel een akkoord en luister hoe hiervan een arpeggio wordt gemaakt. Laten we nu de arpeggio variëren. 3) Druk op [SEQUENCER], vervolgens op [F1 (SET- UP)] en tenslotte op [F4 (ARPEGGIO)] om naar de Arpeggio -pagina te gaan. 4) Plaats de cursor op Style en kies met het [VALUE]-wiel of met [INC/+][DEC/-] een andere stijl voor de arpeggio. Druk op [EXIT] om terug te keren naar de vorige pagina. Druk nogmaals op [ARPEGGIATOR] als u de arpeggiator wilt uitschakelen (de indicator dooft). U kunt dan opnieuw normaal op het klavier spelen. 9.4 Arpeggio-parameters Er zijn in totaal zes parameters die u voor de Arpeggiator kunt instellen. De belangrijkste daarvan is de Arpeggio Style-parameter, want die heeft het meeste invloed op het soort arpeggio dat u te horen krijgt. Als u een Arpeggio Style kiest worden automatisch de Accent Rate, Motif, Beat Pattern, en Shuffle Rate parameters ingesteld. Op die manier hebt u door een Arpeggio Style te kiezen al de meeste parameters ingesteld en hoeft u enkel nog het Tempo, de Octave Range enz. te bepalen. Vandaar dat u we u aanraden om eerst de Style te kiezen, dat is meestal de snelste manier van werken. Kunt u echter met de automatisch gekozen waarden niet tot het patroon komen dat u in gedachten had, wijzig dan ook de waarden van de vier basisparameters. 64

65 Arpeggiator Style We hebben daarnet al even gestoeid met de Style-parameter. Ziehier de uitgebreide waslijst opties die de MC-80 voor deze parameter biedt: 1/4 Het ritme wordt verdeeld in kwartnoten. 1/6 Het ritme wordt verdeeld in kwartnoot-triolen. 1/8 Het ritme wordt verdeeld in achtste noten. 1/12 Het ritme wordt verdeeld in triolen van achtste noten. 1/16 Het ritme wordt verdeeld in zestiende noten. 1/32 Het ritme wordt verdeeld in tweeëndertigste noten. PORTAMENTO A, B GLISSANDO SEQUENCE A~D ECHO SYNTH BASS, HEAVY SLAP, LIGHT SLAP, WALK BASS RHYTHM GTR A~E 3FINGER STRUMMING GTR KBD COMPING A~E PERCUSSION HARP SHAMISEN BOUND BALL RANDOM BOSSANOVA SALSA MAMBO LATIN PERCUSSION SAMBA TANGO HOUSE LIMITLESS Deze Style maakt gebruik van een Portamento-effect. Glissando stijl. Deze vier stijlen hebben veel weg van sequencerpatronen. Echo-achtige stijl. Met deze stijlen kunt u baspartijen spelen. Dit zijn stijlen voor slaggitaar-partijen. Optie 2~5 moet u kiezen als u een akkoord van 3 of 4 noten indrukt. Om met drie vingers gespeelde gitaarpartijen na te bootsen. Deze stijl bootst het opwaarts of neerwaarts tokkelen van akkoorden op een gitaar na. Aan te bevelen wanneer u akkoorden van 5 of 6 noten speelt. Zoals hun naam al doet vermoeden werken deze stijlen goed op klavierinstrumenten. C is een wals, D een swing-wals en E een reggae-stijl. Een stijl die zich goed leent voor percussie-instrumentklanken. Deze stijl bootst de speeltechniek van een harp na; Deze stijl bootst de speeltechniek van een shamisen na; Deze stijl heeft het gevoel van een op- en neerkaatsende bal. Bij deze stijl worden de noten willekeurig geordend. Stijl met onmiskenbare bossa-nova gitaarlicks. Het beste resultaat krijgt u als u 3~4 noten ingedrukt houdt. Door het tempo op te voeren maakt u hiervan een samba. Typische salsa-stijl. Houd ook hier 3~4 noten aan voor een optimaal resultaat. Typische mambo-stijl. Houd ook hier 3~4 noten aan voor een optimaal resultaat. Dit is een Rhythm Style waarbij latijns-amerikaanse percussie-instrumenten zoals Clave, Cowbell, Clap, Bongo, Conga, Agogo, enz. de revue passeren. Typische samba-stijl. Geschikt voor ritmische patronen of baslijnen. Typische tango-ritmes. Houd de grondnoot, terts en kwint ingedrukt voor het beste resultaat. Met deze stijl kunt u House-pianobegeleidingen spelen. Het beste resultaat krijgt u door 3~4 noten ingedrukt te houden. Bij deze stijl kunt u de waarden voor de Accent Rate, Motif, Beat Pattern, en Shuffle Rate parameters zelf instellen en ze ook als dusdanig opslaan. 65

66 MC-80 Handleiding Volgorde van de noten (Motif) Met deze parameter bepaalt u de volgorde waarin de Arpeggiator de noten van het akkoord weergeeft. SINGLE UP SINGLE DOWN SINGLE UP&DOWN SNGLE RANDOM DUAL UP DUAL DOWN DUAL UP&DOWN DUAL RANDOM TRIPLE UP TRIPLE DOWN TRIPLE UP&DOWN TRIPLE RANDOM NOTE ORDER GLISSANDO CHORD BASS+CHORD1~5 BASS+UP 1~8 BASS+RANDOM 1~3 TOP+UP 1~6 BASS+UP+TOP De noten worden één voor één weergegeven, te beginnen met de laagste noot die u op het klavier indrukt. De noten worden één voor één weergegeven, te beginnen met de hoogste noot die u op het klavier indrukt. De noten worden één voor één weergegeven, te beginnen met de laagste noot die u op het klavier indrukt, tot aan de hoogste en dan weer naar beneden. De noten worden één voor één weergegeven in een willekeurige volgorde. De noten worden twee per twee weergegeven, te beginnen met de laagste. De noten worden twee per twee weergegeven, te beginnen met de hoogste. De noten worden twee per twee weergegeven, te beginnen met de laagste noten die u op het klavier indrukt, tot aan de hoogste en dan weer naar beneden. De noten worden twee per twee weergegeven in een willekeurige volgorde. De noten worden drie per drie weergegeven, te beginnen met de laagste. De noten worden drie per drie weergegeven, te beginnen met de hoogste. De noten worden drie per drie weergegeven, te beginnen met de laagste noten die u op het klavier indrukt, tot aan de hoogste en dan weer naar beneden. De noten worden drie per drie weergegeven in een willekeurige volgorde. De noten worden weergegeven in de volgorde waarin u ze hebt ingedrukt. Door de toetsen in de juiste volgorde in te drukken kunt u melodieën maken. Dat kunnen zelfs behoorlijk complexe melodieën zijn, want de Arpeggiator kan tot 128 noten onthouden! De Arpeggiator speelt stijgende en dalende chromatische toonladders tussen de laagste en de hoogste noot die u speelt. U hoeft dus maar twee noten in te drukken: de hoogste en de laagste. Alle noten die u speelt worden tegelijk weergegeven. De Arpeggiator geeft eerst de laagstgespeelde noot weer en vervolgens de overige noten als een akkoord. Hierdoor ontstaat een soort stride piano stijl (cf. Scott Joplin). De Arpeggiator geeft eerst de laagstgespeelde noot weer en vervolgens de overige noten als een arpeggio. De Arpeggiator geeft eerst de laagstgespeelde noot weer en vervolgens de overige noten in een willekeurige volgorde. De Arpeggiator geeft eerst de hoogstgespeelde noot weer en vervolgens de overige noten als een arpeggio. U hoort afwisselend de hoogste+laagste noot die u indrukt en de overige noten. Maatsoort (Beat Pattern) Hiermee bepaalt u de maatsoort van de arpeggio. Deze parameter beïnvloedt de lengte van de noten en de plaats van de geaccentueerde tellen en bepaalt op die manier de maatsoort en het ritmische gevoel van de arpeggio. Opties: 1/4, 1/6, 1/8, 1/12, 1/16 1~3, 1/32 1~3, SEQ- A 1~7, SEQ-B 1~4, SEQ-C 1~2, SEQ-D 1~8, ECHO 1~3, MUTE 1~16, STRUM 1~8, REGGAE 1~2, REFRAIN 1~2, PERC 1~4, WALKBS, HARP, BOUND, RANDOM, BOSSA G, SALSA B, SALSA-P 1~3, MAMBO B, MAMBO BRS, CLAVE, REV CLA, GUIRO, SAMBA AGO, SAMBA B, TANGO-B 1~2, TANGO-ACD, TANGO-SNA, HOUSE P, HOUSE B Opmerking: De opties die u voor deze parameter hebt hangen samen met de arpeggio Style die u kiest. Kiest u LIMITLESS, dan kunt u gelijk welke Beat Pattern kiezen. Bij andere Stylekeuzes zijn enkel de meest geschikte Beat Pattern-opties beschikbaar. Shuffle Rate (50~90%) Met deze parameter kunt u de timing van de gearpeggieerde noten verschuiven, zodat er Shuffle patronen ontstaan. Het instelbereik gaat van 50~ 90%. Bij een waarde van 50% staan alle noten even 66

67 Arpeggiator ver van elkaar. Naarmate u een hogere waarde kiest wordt het Shuffle effect meer uitgesproken. Accent Rate (0~100) Met deze parameter wijzigt u de sterkte van de accenten en de nootlengtes. Op die manier wijzigt u de groove of Feel van de arpeggio. Het instelbereik gaat van 0~100. Octave Range (-3~+3) Hiermee bepaalt u over hoeveel octaven de Arpeggiator actief is. 1) Maak de MC-80 klaar voor Realtime-opname (zie blz. 50). 2) Druk op [ARPEGGIATOR] om de arpeggiator in te schakelen. 3) Druk op [F5 (ARPEGGIO)] om naar de pagina te gaan waarin u de gewenste instellingen voor de arpeggiator (zie blz. 64) kunt maken. 4) Start de opname. De arpeggio s die u aanstuurt worden opgenomen. 5) Druk op [STOP] als u klaar bent met opnemen. +1~+3 0-3~-1 De arpeggio wordt tot 3 octaven hoger getransponeerd. De arpeggio blijft beperkt tot het octaaf waarin u het akkoord speelt. De arpeggio wordt tot 3 octaven lager getransponeerd. Key Velocity Hiermee bepaalt u de aanslagwaarde waarmee de arpeggiator de noten weergeeft. Velocity staat voor de kracht waarmee de toetsen worden aangeslagen en heeft in de eerste plaats een invloed op het volume waarop de noten wordt weergegeven. REAL 1~127 De arpeggiator neemt de aanslagwaarden overwaarmee u de noten op het klavier aanslaat. Alle noten worden met de gekozen waarde weergegeven en de reële aanslagwaarde wordt genegeerd. 9.5 Andere mogelijkheden Arpeggio s laten doorklinken Als u een Hold- (of Sustain-)pedaal op uw MIDIklavier hebt aangesloten kunt u de arpeggio s laten doorklinken nadat u de toetsen loslaat. 1) Verbind een Hold-pedaal (DP-2, DP-6 of FS-5U, los verkrijgbaar) met de HOLD-ingang van uw MIDI-klavier. 2) Sla een akkoord en druk daarna het pedaal in. 3) Laat de toetsen los. De arpeggio blijft doorklinken tot u het pedaal loslaat. Arpeggio s opnemen U kunt de partij van de arpeggiator opnemen op één van de Phrase Tracks 1~16. 67

68 Songs en Patterns editen 10. Songs en Patterns editen In dit hoofdstuk maken we kennis met de uitgebreide mogelijkheden die de MC-80 in huis heeft om opnames te bewerken. Voor we daarmee van start gaan, moeten we de song die we willen bewerken laden. laadt, bijvoorbeeld met de melding (C) 1998 Roland Corporation. Namen van auteursrechtelijk beschermde songs kunt u niet wijzigen Song laden 1) Steek de diskette waarop de song zich bevindt in de disk drive. 2) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [SELECT] om naar de SONG SELECT -pagina te gaan. 3) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de gewenste drive. 4) Wilt u een song in een folder kiezen, plaats de cursor dan op die folder en druk op [F5 (OPEN )]. De inhoud van de folder verschijnt in het display: 5) Plaats de cursor op de naam van de song die u wilt laden. 6) Druk op [F6 (LOAD)] om de song te laden Instellingen per song De onderstaande instellingen worden samen met de song op diskette bewaard. Naam van de song Via de onderstaande stappen kunt u de song een nieuwe naam geven of de bestaande naam wijzigen. De MC-80 maakt een onderscheid tussen de naam van het bestand en de naam van de song. De bestandsnaam is de naam waarmee de song op diskette wordt geschreven (zie blz. 90). Hij kan uit maximaal acht karakters bestaan. De song naam mag iets langer zijn, tot vijftien karakters. Deze naam krijgt u te zien als u de song in de MC-80 bewerkt. Sommige SMF s zijn auteursrechtelijk beschermd. U wordt daarop attent gemaakt wanneer u zo n SMF 1) Laad de song waarvan u de naam wilt wijzigen (zie blz. 92). 2) Druk op [SEQUENCER], vervolgens op [F1 (SET- UP)] en tenslotte op [F1 (SONG NAME)] om naar de SONG NAME -pagina te gaan. 3) Plaats de cursor achtereenvolgens op de karakters die u wilt wijzigen en kies met het [VALUE]-wiel of de [INC/+][DEC/-] knoppen telkens het gewenste karakter. Karakters invoeren kan ook met de cijferknoppen: telkens wanneer u bijvoorbeeld op 1 drukt kiest u achtereenvolgens 1 A B C 1. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt kunt u bovendien met de cijferknoppen 1~5 het lettertype in de SONG PLAYen PATTERN PLAY-pagina s kiezen. Het gekozen lettertype blijft actief tot u de MC-80 uitschakelt. 4) Zodra de naam volledig is kunt u door op [F6 (OK)] te drukken terugkeren naar de SONG PLAY - pagina. Auteursgegevens toevoegen Als u zelf songs maakt wilt u daar misschien graag informatie over het auteursrecht aan toevoegen. Dat kan als volgt: Opmerking: In de handel verkrijgbare SMF s bevatten soms al auteursgegevens. Deze kunt u niet wijzigen. Auteursrechtelijk beveiligde songs kunt u bovendien niet kopiëren naar een andere diskette of opslaan als SMF. 1) Laad de song waaraan u de auteursgegevens wilt toevoegen (zie blz. 92). 2) Druk op [SEQUENCER], vervolgens op [F1 (SET- UP)] en tenslotte op [F2 (CPYRIGHT)] om naar de SONG NAME -pagina te gaan. 3) Plaats de cursor achtereenvolgens op de karakters die u wilt wijzigen en kies met het [VALUE]-wiel of de [INC/+][DEC/-] knoppen telkens het gewenste karakter. Karakters invoeren kan ook met de cijferknoppen: telkens wanneer u bijvoorbeeld op 1 drukt kiest u achtereenvolgens 1 A B C 1. 68

69 Songs en Patterns editen 4) Zodra de gegevens volledig zijn kunt u door op [F6 (OK)] te drukken terugkeren naar de SONG PLAY -pagina. Naam van een Pattern Ook de namen van Patterns kunt u wijzigen. Zo n naam kan uit maximaal tien karakters bestaan. 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Druk op [PATTERN]. 3) Plaats de cursor op het Pattern-nummer en kies het Pattern waaraan u een naam wilt geven. 4) Druk op [F1 (PTN NAME)] om naar de PATTERN NAME -pagina te gaan. 5) Plaats de cursor achtereenvolgens op de karakters die u wilt wijzigen en kies met het [VALUE]-wiel of de [INC/+][DEC/-] knoppen telkens het gewenste karakter. 6) Zodra de gegevens volledig zijn kunt u door op [F6 (OK)] te drukken terugkeren naar de PATTERN PLAY -pagina. Op de verschillende types data die u te zien krijgt gaan we verder nog dieper in, maar laten we eerst even kijken hoe het werkt: 1) Laad de song die u wilt bewerken (zie blz. 92). 2) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE -pagina te gaan. 3) Kies het spoor of het Pattern dat u wilt afbeelden. Sporen kunt u kiezen met de TRACK [1]~[16] knoppen. Om een Pattern te kiezen drukt u eerst op [PATTERN] om naar de PATTERN SELECT - pagina te gaan, vervolgens kiest u het gewenste Pattern-nummer. Wilt u het Tempo- of Beat-spoor bekijken, druk dan op [TEMPO/BEAT] tot u het gewenste spoor ( Trk Tempo of Trk Beat ) te zien krijgt. 4) Met de cursor knoppen beweegt u op en neer door de lijst. Het -pijltje geeft aan welke data geselecteerd zijn. Dit pijltje kunt u verplaatsen met het [VALUE]- wiel of de [INC/+][DEC/-] knoppen. Wilt u maat per maat vooruitgaan, plaats de cursor dan op de maatwaarde en ga met het [VALUE]-wiel of de [INC/+][DEC/-] knoppen naar de gewenste maat. Zoals u zich misschien herinnert kunt u ook de [BWD] en [FWD] knoppen gebruiken om maat per maat vooruit of terug te gaan. Stapt u liever tel per tel door de data, plaats dan de cursor op de tel en kies met [INC/+][DEC/-] of het [VALUE]-wiel de gewenste tel Gedetailleerde wijzigingen aanbrengen (MICRO EDIT) We hebben al enkele keren kennis gemaakt met de MICROSCOPE-pagina. Het ging dan om het invoeren van programmakeuze-commando s, tempowijzigingen, enz.daarbij hebt u al kunnen zien waar het in deze pagina om draait: per spoor worden hier een gedetailleerde lijst van alle gebeurtenissen (in het Engels wordt vaak de term events gebruikt) afgebeeld. Zo n gebeurtenis kan een gespeelde noot zijn, maar ook een ingedrukt pedaal en ga zo maar door. Niet alleen de gebeurtenis, maar ook het tijdstip waarop die gebeurt en andere randgegevens zoals aanslagwaarde (voor noten), controlenummer (voor speelhulpen) enz. worden afgebeeld. Als we er nog bij vertellen dat u al deze gegevens individueel kunt wijzigen begrijpt u waarschijnlijk waarom deze pagina de Microscope-pagina wordt genoemd. 5) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de SONG PLAY -pagina. Als u net een Pattern onder de loep nam in de Microscope-pagina moet u twee keer op [EXIT] drukken om terug te keren naar de SONG PLAY -pagina, want de eerste keer komt u in de PATTERN PLAY - pagina terecht. Nootnummers als klaviertoetsen afbeelden Een handige functie van de Microscope-pagina is de mogelijkheid om een klavier af te beelden waarop u de noten kunt aflezen. Als u dit principe al kent van software-sequencers weet u dat het vaak overzichtelijker werkt dan een droge opsomming van nootnamen of -nummers. 1) Druk op [SEQUENCER] om naar de SONG PLAY -pagina te gaan. 2) Laad de song die u wilt bewerken (zie blz. 92). 69

70 MC-80 Handleiding 3) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE -pagina te gaan. 4) Druk op [F6 (VIEW SW)] om naar de VIEW SW - pagina te gaan. 5) Druk op [F1 (NOTE MAP)]. Zoals u merkt verandert de waarde voor Note Map in ON. In het display wordt een klaviertje afgebeeld. 6) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de MICROSCOPE -pagina. Het klaviertje blijft afgebeeld. Opmerking: U kunt de afbeelding van het klaviertje op ieder gewenst moment in- en uitschakelen door [SHIFT] ingedrukt te houden en op [F6 (VIEW SW)] te drukken. Individuele nootcommando s beluisteren Het is u waarschijnlijk al opgevallen dat u, zodra u de cursor op een noot plaatst, die noot ook hoort. Dit bewijst bijvoorbeeld zijn nut als u een drumpartij bewerkt en even wilt controleren welke klank aan dit nootnummer is toegewezen. Wilt u de noot waarop de cursor zich bevindt nogmaals horen, druk dan op [ENTER]. Welke data ziet u in de MICROSCOPEpagina? We hebben aan het begin van dit hoofdstuk beloofd dat we u in detail zouden uitleggen waar al die cryptische letter en cijfers in de MICROSCOPE-pagina voor staan. Laten we die belofte nu maar meteen nakomen ziehier een overzicht van alle soorten muzikale events die u te zien kunt krijgen. Noten MIDI noot-aan en noot-uit commando s worden opgenomen wanneer u een toets indrukt, respectievelijk loslaat. MIDI-kanaal Nootnummer Duur ("Gate Time") (Tel - tik) On Velocity Off Velocity Polyfone Aftertouch Een aantal MIDI-klavieren zijn uitgerust met aftertouch: dat is de controlewaarde die aangeeft in welke mate u een toets verder indrukt, nádat u ze hebt aangeslagen. Bovendien gaat het hier om polyfone aftertouch, dat is de variant waarbij de toetsdruk voor iedere noot apart kan worden bepaald. MIDI-kanaal Nootnummer Waarde Controlecommando s (Control Change) Dit is een bonte verzameling MIDI-commando s die modulatie, volume, enz. aansturen. Opmerking: Een uitgebreid overzicht van de verschillende controlenummers en hun functies vindt u in de MIDI-implementatie van de MC-80 (zie blz. 125; voor een uitgebreide implementatie verwijzen we naar de Engelstalige handleiding). MIDI-kanaal Controlenummer Waarde MIDI-kanaal Nootnummer Waarde MIDI-kanaal Programmakeuze (Program Change) Met deze MIDI-commando s worden klanken gekozen. MIDI-kanaal Het MIDI-kanaal waarop dit commando werd opgenomen. Toonhoogte van de noot waarvoor de toetsdrukwaarde geldt. Mate waarin u de toets indrukt. Controlenummer (Naam van de functie) Het MIDI-kanaal waarop dit commando werd opgenomen. Welke controlefunctie wordt er gebruikt. Welke waarde wordt voor deze functie gestuurd. Programmanummer (Tone-naam) Waarde MIDI-kanaal Nootnummer On Velocity Gate Time Off Velocity Het MIDI-kanaal waarop deze noot werd opgenomen. Toonhoogte van de noot. Kracht waarmee u de noot aanslaat. Tijd tussenhet moment dat u de noot aanslaat en het moment dat u ze loslaat. Kracht waarmee u de toets loslaat. MIDI-kanaal Programmanummer Het MIDI-kanaal waarop dit commando werd opgenomen. Nummer en naam van de gekozen klank. Hierbij wordt gebruik gemaakt van diverse klankindelingen (zie blz. 73). Kanaal Aftertouch Wat aftertouch is hebben we daarnet uitgelegd. Hier gaat het om de variant waarbij een globale waarde 70

71 Songs en Patterns editen voor alle noten van een bepaald MIDI-kanaal wordt gezonden. MIDI-kanaal Waarde Data in het Tempo-spoor In het tempo-spoor worden tempo-commando s opgetekend. De hier vastgelegde waarde bepaalt het tempo waaraan de song wordt weergegeven. MIDI-kanaal Waarde Pitch Bend Deze commando s geven de bewegingen van de Pitch Bend-hendel door en sturen dus buigingen van de toonhoogte aan. MIDI-kanaal Waarde Tune (Tune Request) Deze commando s dienen om bepaalde modellen analoge synthesizers te stemmen. Pattern Call Een Pattern Call-commando start de weergave van een bepaald Pattern in de loop van de song. Tussen haakjes staat de plaats aangegeven waar de weergave ophoudt. Pattern-nummer Einde van het Pattern MIDI-kanaal Het MIDI-kanaal waarop dit commando werd opgenomen. Mate waarin u de toets indrukt. Het MIDI-kanaal waarop dit commando werd opgenomen. De waarde van de toonhoogte. Pattern nummer: Pattern-naam Welk Pattern moet worden weergegeven. Op deze plaats bevindt zich eventueel het Pattern Call-commando voor het volgende Pattern dat moet worden weergegeven. SysEx (System Exclusive) Hiermee kunnen heel wat uiteenlopende functies worden aangestuurd, die specifiek zijn voor een bepaald merk of type instrument. Soms worden deze data niet regel voor regel afgebeeld. In dat geval verschijnt er een > rechts in het display. Data Waarde Einde van het Pattern Data in het Beat-spoor Beat Change Met deze commando s voert u maatwisselingen in op het daarvoor bestemde spoor. Enkel bepaalde types data afbeelden Bij een gemiddelde opname komen grote tot enorme hoeveelheden data op de sporen terecht. Denk maar eens aan de lange reeksen individuele waarden waaruit een Pitch Bend- of aftertouch-beweging is opgebouwd. De MICROSCOPE-pagina wordt dan al snel onoverzichtelijk. Vandaar dat we een mogelijkheid hebben voorzien om slechts een bepaald soort data af te beelden. 1) Ga naar de MICROSCOPE-pagina. 2) Druk op [F6 (VIEW)] om naar de VIEW SWITCHpagina te gaan. 3) Plaats de cursor op MIDI Ch en kies het MIDIkanaal waarvoor u data wilt kiezen. Wilt u alle data van alle kanalen afbeelden, kies dan ALL. Wilt u de data van slechts één kanaal afbeelden, kies dan het nummer van het gewenste kanaal (1~ 16). 4) Plaats de cursor op de naam van de gewenste data en druk op [INC/+] als u die data wilt afbeelden (er verschijnt dan een voor de naam). Druk op [DEC/-] als u de data niet wilt afbeelden. Met de opties [F6 (ALL ON)] en [F5 (ALL OFF)] kunt u respectievelijk alle data selecteren of deselecteren. 5) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de MICRO- SCOPE-pagina. Data wijzigen Maatsoort Nu komen we tot de essentie van de MICROSCOPEpagina: al die gedetailleerde gegevens kunt u niet enkel bekijken, maar ook wijzigen (met uitzondering van het Tune Request-commando, want dat heeft geen parameters). 71

72 MC-80 Handleiding 1) Laad de song die u wilt bewerken (zie blz. 92). 2) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE -pagina te gaan. 3) Kies het spoor of het Pattern dat u wilt bewerken. Sporen kunt u kiezen met de TRACK [1]~[16] knoppen. Om een Pattern te kiezen drukt u eerst op [PATTERN] om naar de PATTERN SELECT - pagina te gaan, vervolgens kiest u het gewenste Pattern-nummer. 4) Met de cursor knoppen beweegt u op en neer door de lijst. Het -pijltje geeft aan welke data geselecteerd zijn. 5) Kies met de cursor knoppen de parameter die u wilt wijzigen en stel de gewenste waarde in. Opmerking: Overal waar noten moeten worden gespecifieerd (dus ook bij polyfone aftertouch) kunt u de waarde ook instellen door op de overeenkomstige toets van het klavier te drukken of door [SHIFT] ingedrukt te houden en met de cijferknoppen te werken. Opmerking: Ook de On Velocity en Off Velocity waarden kunt u wijzigen door de toetsen met de gewenste kracht aan te slaan resp. los te laten. Opmerking: Undo/Redo (zie blz. 35) werkt op alle wijzigingen die u hebt uitgevoerd vanaf het moment dat u bent beginnen editen tot wanneer u de MICROSCOPE-pagina hebt verlaten. System Exclusive-commando s wijzigen Dit werkt iets anders als voor de overige commando s: 1) Kies met de cursor knoppen het System Exclusive-commando dat u wilt wijzigen. 2) Kies met de cursor knop de data die uw wilt wijzigen. U komt automatisch in de SYSEX EDIT - pagina terecht. Door [SHIFT] ingedrukt te houden en op cursor of te drukken springt u meteen naar het begin, respectievelijk het einde van de data. Opmerking: F0 en F7 geven het begin en het einde van een SysEx-commando aan en kunnen als dusdanig niet worden gewijzigd. Daarom komt u met de zonet beschreven cursorbewegingen steeds op de eerste data na F0 of de laatste data voor F7 terecht. 3) Kies de gewenste waarde. A~F kunt u invoeren door [SHIFT] ingedrukt te houden en op [0]~[5] te drukken. Om tussen F0 en F7 een waarde toe te voegen drukt u op [F3 (Insert)]. Aanvankelijk wordt dan 00 ingevoegd, maar u kunt daar uiteraard iedere gewenste waarde van maken. U kunt een waarde wissen door de cursor erop te plaatsen en op [F4 (Delete)] te drukken. 4) Hebt u alle instellingen gemaakt, druk dan op [F6 (WRITE)] om het System Exclusive-commando vast te leggen. U kunt nu nog op [EXIT] drukken om de wijzigingen te annuleren en terug te keren naar de MICRO- SCOPE-pagina. Als de cursor zich aan het begin van het SysEx-commando bevindt kunt u de wijzigingen ook opheffen door op cursor te drukken. Opmerking: Door op [F1 (CHECKSUM)] te drukken voert u een automatische berekening van de Checksum uit. Dit wordt aangegeven door AUTO CSUM bovenaan in het display. Wilt u dat de checksum niet automatisch wordt berekend, druk dan op [F1 (CHECKSUM)], zodat AUTO CSUM verdwijnt. Maatwijzigingen invoeren Om in de loop van de song naar een andere maatsoort te gaan moet u op het Beat-spoor een maat invoegen met de nieuwe maatsoort. Hoe u een maat invoegt leest u op blz. 77. Opmerking: Als een Pattern een andere maatsoort heeft dan de song waarin hij terechtkomt, dan krijgt de maatsoort van de song voorrang. Dat leidt waarschijnlijk tot ongewenste ritmische afwijkingen (bv. een 3/4 Pattern weergeven in een 4/4 song). Wilt u dit Pattern in de originele maatsoort weergeven, voer dan een maatwisseling naar 3/4 in op het Beat-spoor. Maatwijzigingen editen 1) Laad de song die u wilt bewerken (zie blz. 92). 72

73 Songs en Patterns editen 2) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE-pagina te gaan. 3) Druk op [TEMPO/BEAT] om Trk Beat te selecteren. Telkens als u op deze knop drukt kiest u afwisselend Trk Tempo en Trk Beat. 4) Kies met de cursor knoppen de maatwijziging die u wilt aanpassen. 5) Plaats de cursor met en rechts op teller en noemer en kies de gewenste maatsoort. Maatsoort van een Pattern wijzigen Ook voor ieder Pattern kunt u een maatsoort kiezen. Deze dient enkel als referentie bij het opnemen en weergeven (in plaats van de maatsoort voor de song die is opgeslagen op het Beat-spoor). Normaal heeft een Pattern de maat 4/4, maar door de Pattern Beat-waarde te wijzigen kunt u een andere maatsoort kiezen. Deze waarde kunt u aan het begin van iedere Pattern instellen. U kunt hem niet wissen, verplaatsen of kopiëren. 1) Laad de song die u wilt bewerken (zie blz. 92). 2) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE-pagina te gaan. 3) Druk op [TEMPO/BEAT]. 4) Kies de gewenste maatsoort voor het Pattern. Opmerking: De maatsoort kunt u niet in de loop van het Pattern laten wijzigen. Nieuwe data aanmaken (Create) 1) Laad de song die u wilt bewerken (zie blz. 92). 2) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE -pagina te gaan. 3) Kies het spoor of het Pattern dat u wilt afbeelden. Sporen kunt u kiezen met de TRACK [1]~[16] knoppen. Om een Pattern te kiezen drukt u eerst op [PATTERN] om naar de PATTERN SELECT - pagina te gaan, vervolgens kiest u het gewenste Pattern-nummer. 4) Ga met de cursor knoppen naar de plaats waar u de data wilt invoegen. Misschien wordt de gewenste plaats niet in het display afgebeeld. Plaats in dat geval de cursor op een positie (maat - tel - tik) en kies met de cijferknoppen de gewenste coördinaten. 5) Druk op [F1 (CREATE)] om naar de CREATE EVENT -pagina te gaan. 6) Plaats de cursor op het type data dat u wilt invoeren. Kiest u hier Program Change, dan kunt u op [F5 (LIST)] drukken om een overzicht van de klanken in de VE-GS Pro af te beelden. Tempowijzigingen invoeren Zie Tempowijzigingen opnemen op blz. 43. Tempowijzigingen editen Als u een tempowaarde in het Tempo-spoor aanpast geldt de gewijzigde waarde slechts tot aan de volgende tempowaarde. Om het globale tempo van de song te wijzigen wijzigt u beter de tempowaarde in de SONG PLAY -pagina. 1) Laad de song die u wilt bewerken (zie blz. 92). 2) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE-pagina te gaan. 3) Druk op [TEMPO/BEAT] om Trk Tempo te selecteren. Telkens als u op deze knop drukt kiest u afwisselend Trk Tempo en Trk Beat. 4) Kies met de cursor knoppen de tempowijziging die u wilt aanpassen. 5) Plaats de cursor met rechts van = en kies het gewenste tempo. Als u de cursor op een klank plaatst worden de overeenkomstige bankkeuze- en programmakeuze-commando s gezonden, zodat u de klank meteen op uw klavier kunt spelen. Zodra u de gewenste klank hebt gevonden drukt op [F6 (CREATE)] om de voornoemde commando s in de partij te schrijven. In het venster met klanklijsten kunt u bovendien de volgende functies gebruiken: [F3 (55 MAP)] [F4 (88 MAP)] [F5 (88 PRO)] Hiermee beeldt u de klankindeling van de SC-55 af. Hiermee beeldt u de klankindeling van de SC-88 af. Hiermee beeldt u de klankindeling van de SC-88 Pro af. Opmerking: Klanken waarvan de naam eindigt met een : zijn legato -klanken: als u gebonden noten speelt hoort u enkel bij de eerst noot de attack. 7) Druk op [F6 (EXECUTE)] om een Event in te voeren. 73

74 MC-80 Handleiding 8) U komt terecht in de MICROSCOPE-pagina, waarin u eventueel de parameters van het Event kunt wijzigen. Zie Welke data ziet u in de MICROSCOPE-pagina? op blz. 70 voor een overzicht van de events die u kunt invoegen. Wat SysEx-commando s betreft zijn er de volgende mogelijkheden: Sys.Ex: Dit is een aankondiging dat er een System Exclusive-commando volgt. Sys.Ex(GM ON): Hiermee initialiseert u de aangesloten klankmodule volgens de GM-instellingen. Sys.Ex(GM OFF): Hiermee verwijdert u de GM-standaardinstellingen. Sys.Ex(GS Reset): Hiermee initialiseert u de aangesloten klankmodule volgens de GS-instellingen. We moeten hier ook nog enkele opmerkingen omtrent Pattern Call-commando s kwijt: Een Pattern Call-commando kunt u niet in een Pattern plaatsen. Als het einde van het Pattern dat u invoegt voorbij het einde van de song ligt wordt het gedeelte dat de song-grens overschrijdt verwijderd. Er kan slechts één Pattern tegelijk door een Pattern Call-commando worden aangestuurd. Als u een Pattern Call-commando plaatst voor het einde van een ander Pattern, dan wordt de weergave van dat Pattern onderbroken om plaats te maken voor het nieuwe Pattern. Bevinden er zich meerdere Pattern Callcommando s op dezelfde plaats, dan wordt enkel het commando uitgevoerd dat het laatst in de MICRO- SCOPE-pagina wordt afgebeeld. Events wissen (Erase) Met uitzondering van de eerste tempowaarde aan het begin van het Tempo-spoor, alsook de eerste maatsoort aan het begin van het Beat-spoor, kunt u alle events individueel wissen. 1) Laad de song die u wilt bewerken (zie blz. 92). 2) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE -pagina te gaan. 3) Kies een spoor of Pattern. Sporen kunt u kiezen met de TRACK [1]~[16] knoppen. Om een Pattern te kiezen drukt u eerst op [PATTERN] om naar de PATTERN SELECT - pagina te gaan, vervolgens kiest u het gewenste Pattern-nummer. Wilt u het Tempo- of Beat-spoor bekijken, druk dan op [TEMPO/BEAT] tot u het gewenste spoor ( Trk Tempo of Trk Beat ) te zien krijgt. 4) Kies met de cursor knoppen het event dat u wilt wissen. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt worden alle events waarover u de cursor beweegt geselecteerd. 5) Druk op [F2 (ERASE)] om de data te wissen. Events verplaatsen (Move) 1) Laad de song die u wilt bewerken (zie blz. 92). 2) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE -pagina te gaan. 3) Kies een spoor of Pattern. Sporen kunt u kiezen met de TRACK [1]~[16] knoppen. Om een Pattern te kiezen drukt u eerst op [PATTERN] om naar de PATTERN SELECT - pagina te gaan, vervolgens kiest u het gewenste Pattern-nummer. Wilt u het Tempo- of Beat-spoor bekijken, druk dan op [TEMPO/BEAT] tot u het gewenste spoor ( Trk Tempo of Trk Beat ) te zien krijgt. 4) Kies met de cursor knoppen het event dat u wilt verplaatsen. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt worden alle events waarover u de cursor beweegt geselecteerd. 5) Druk op [F3 (MOVE)] om naar de MOVE EVENT -pagina te gaan. Hierin wordt enkel het event dat u wilt verplaatsen afgebeeld. Gaat het om meerdere events, dan worden begin- en eindpositie van de reeks afgebeeld. 6) Specifieer de positie (maat, tel, tik) waarnaar u het event wilt verplaatsen. 7) Druk op [F6 (EXECUTE)] om het event te verplaatsen en terug te keren naar de MICROSCOPE-pagina. Events kopiëren (Copy) 1) Laad de song die u wilt bewerken (zie blz. 92). 74

75 Songs en Patterns editen 2) Druk op [F4 (MICRO)] om naar de MICROSCO- PE -pagina te gaan. 3) Kies een spoor of Pattern. Sporen kunt u kiezen met de TRACK [1]~[16] knoppen. Om een Pattern te kiezen drukt u eerst op [PATTERN] om naar de PATTERN SELECT - pagina te gaan, vervolgens kiest u het gewenste Pattern-nummer. Wilt u het Tempo- of Beat-spoor bekijken, druk dan op [TEMPO/BEAT] tot u het gewenste spoor ( Trk Tempo of Trk Beat ) te zien krijgt. 4) Kies met de cursor knoppen het event dat u wilt kopiëren. Als u [SHIFT] ingedrukt houdt worden alle events waarover u de cursor beweegt geselecteerd. 5) Druk op [F3 (COPY)] om de selectie vast te leggen. 6) Kies met de cursor knoppen de plaats waarop u de kopie wilt invoegen. Misschien wordt de gewenste plaats niet in het display afgebeeld. Plaats in dat geval de cursor op een positie (maat - tel - tik) en kies met de cijferknoppen de gewenste coördinaten. Wilt u de data naar een ander spoor of Pattern kopiëren, kies dan eerst het betreffende spoor of Pattern en specifieer vervolgens de positie. 7) Druk op [F5 (PLACE)] om de kopie uit te voeren. gewenste functie en druk op [ENTER] om deze te kiezen. De te bewerken data worden bij deze functies gespecifieerd als een reeks maten. Bijvoorbeeld Measure 5, for 4 betekent: bewerk de vier maten die beginnen bij maat 5. Met andere woorden: maat 5~8 worden bewerkt. 1) Plaats de cursor op Measure en specifieer de eerste maat die u wilt bewerken. 2) Plaats de cursor op for en stel het aantal maten in dat u vanaf de in stap 1 gekozen maat wilt bewerken. Kies ALL als u alle maten vanaf de in stap1 gekozen maat tot aan het einde van de song wilt bewerken. Maten wissen (Erase) Hiermee wist u de geselecteerde maten. De maten blijven leeg achter, met andere woorden: de song wordt niet korter, enkel de data uit de geselecteerde maten worden gewist (niet de maten zelf). Opmerking: De eerste tempowaarde en de eerste maatwaarde (respectievelijk uit het Tempo-spoor en het Beat-spoor) kunt u niet wissen Hele maten en sporen bewerken (Track Edit) Voor het bewerken (wissen, verplaatsen, kopiëren, enz.) van grotere fragmenten in een song is het werken met individuele events niet de meest handige manier. Daarom kan de MC-80 ook hele maten of sporen bewerken. 1) Druk op [SEQUENCER] om naar de SONG PLAY -pagina te gaan. 2) Wilt u een song bewerken die zich op diskette bevindt, laad dan deze song. Ook een song die u volgens de Quick Play-methode weergeeft moet u eerst laden door op [F6 (LOAD)] te drukken. 3) Druk op [F3 (TRK EDIT)] om naar de TRK EDIT MENU -pagina te gaan. Op deze pagina worden 15 functies afgebeeld die u op sporen kunt toepassen. Plaats de cursor op de 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 1 en druk op [F1 (ERASE)]]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 1 Erase plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknop [1] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt wissen. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen, inclusief het Beat-spoor en het Tempo-spoor geselecteerd. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u één Pattern. 4) Kies voor Measure de eerste maat die u wilt wissen en voor for het aantal maten vanaf die maat. 5) Plaats de cursor op Status en kies het type data dat u wilt wissen. ALL Note Poly Aft CC Alle data Enkel noten Polyfone aftertouch Controledata 75

76 MC-80 Handleiding PC Ch Af P.BEND SysEx TuneReq PTNCall Programmakeuzes Kanaal aftertouch Pitch Bend-data System Exclusive data Tune Request-data Pattern Call-commando s Opmerking: Deze parameters kunt u niet selecteren indien u het Tempo-spoor hebt gekozen. Als u zonet Note, Poly Af, CC of PC hebt gekozen mag u niet vergeten het bereik (Range) te specifiëren waarover u deze data wilt wissen. Om alle noten of polyfone aftertouch-commando s te wissen specifieert u 0(C-1)~127(G9). Wilt u enkel C4 wissen, kies dan 60(C4)~60(C4), enz. Bij de controlenummers kunt u selecteren uit de reeks 0~127, bij de programmanummers is dat 1~128. Om bv. enkel programmanummer 4 te wissen specifieert u 4~4 ; om nummer 3~14 te wissen specifieert u 3~14 enz. 6) Plaats de cursor op Channel en kies het MIDIkanaal waarop u de data wilt wissen. Kies ALL als u alle data van alle kanalen wilt wissen. Wilt u enkel de data van een specifiek MIDIkanaal wijzigen, specifieer dan het betreffende kanaal. Opmerking: Deze parameter kunt u niet instellen indien u het Tempo-spoor als bestemming hebt gekozen of indien u voor de Status-parameter SysEx, TuneReq of PTNCall hebt gekozen. 7) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de data te wissen. 3) Druk op [F1 (DELETE)]. 4) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt verwijderen. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen, inclusief het Beat-spoor en het Tempo-spoor geselecteerd. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u één Pattern. 5) Kies voor Measure de eerste maat die u wilt verwijderen en voor for het aantal maten vanaf die maat. Opmerking: 6) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de data te verwijderen. Pauzes aan het begin van de song verwijderen (Truncate) Door het gebruik van de Copy-functie en dergelijke zit u misschien plots met een aantal lege maten aan het begin van het spoor of het Pattern opgescheept. De Truncate-functie verwijdert lege ruimte tussen het begin van de song en het eerste noot-aan commando. Opmerking: Van de aanwezige programmakeuze-, controleen dergelijke commando s wordt enkel het laatste commando voor het eerste noot-aan commando behouden. Maten verwijderen (Delete) Hiermee verwijdert u de geselecteerde maten. De maten worden uit de song weggehaald, met andere woorden: de achterliggende maten schuiven naar voren en de song wordt korter. Opmerking: De eerste tempowaarde en de eerste maatwaarde (respectievelijk uit het Tempo-spoor en het Beat-spoor) kunt u niet wissen. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 1 en druk op [F2 (DELETE)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 2 Delete plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknop [2] drukken, gevolgd door [ENTER]. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 1 en druk op [F2 (DELETE)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 2 Delete plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknop [2] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Druk op [F2 (TRUNCATE)]. 4) Kies voor Track het spoor of Pattern waarop u blanco s wilt verwijderen. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Kies TRK 1 ~ TRK 16 of PTN 1 ~ PTN ) De From en To velden geven de grenzen aan waarbinnen data zullen worden weggehaald. Opmerking: Het invullen van de From en To velden kan even duren. 6) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de data te verwijderen. 76

77 Songs en Patterns editen Maten kopiëren (Copy) De toepassingsmogelijkheden van deze functie zijn natuurlijk legio: een refreintje herhalen, de beste stukken uit verschillende solo s samenplakken, enz. Een leuk detail is dat u van een spoor naar een Pattern en vice versa kunt kopiëren. Ch Af P.BEND SysEx TuneReq PTNCall Kanaal aftertouch Pitch Bend-data System Exclusive data Tune Request-data Pattern Call-commando s 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 1 en druk op [F3 (COPY)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 3 Copy plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknop [3] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat waaruit u wilt kopiëren. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen, inclusief het Beat-spoor en het Tempo-spoor geselecteerd. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u één Pattern. 4) Kies voor Measure de eerste maat die u wilt kopiëren en voor for het aantal maten vanaf die maat. 5) Herhaal stap 3 en 4 voor het DESTINATION - blok om de bestemming van uw kopie te specifiëren. Wilt u dat de kopie na de laatste maat van de song terechtkomt, kies dan END voor de Measureparameter. Hebt u voor SOURCE ALL gekozen, doe dit dan ook voor DESTINATION. U kunt ook PTN 1~PTN 100 kiezen, in dat geval worden de data van zestien sporen samengebracht in één Pattern. Als u voor SOURCE het Tempo-spoor hebt gekozen is dat ook voor DESTINATION de enige mogelijke keuze. 6) Plaats de cursor op Times en specifieer hoe vaak u het fragment wilt kopiëren. 7) Plaats de cursor op Status en kies het type data dat u wilt kopiëren. ALL Note Poly Aft CC PC Alle data Enkel noten Polyfone aftertouch Controledata Programmakeuzes Opmerking: Deze parameters kunt u niet selecteren indien u het Tempo-spoor hebt gekozen. Als u zonet Note, Poly Af, CC of PC hebt gekozen mag u niet vergeten het bereik (Range) te specifiëren. Om alle noten of polyfone aftertouch-commando s te kopiëren specifieert u 0(C-1)~127(G9). Wilt u enkel C4 kopiëren, kies dan 60(C4)~60(C4), enz. Bij de controlenummers kunt u selecteren uit de reeks 0~127, bij de programmanummers is dat 1~ 128. Om bv. enkel programmanummer 4 te kopiëren specifieert u 4~4 ; om nummer 3~14 te kopiëren specifieert u 3~14 enz. 8) Plaats de cursor op Channel en kies het MIDIkanaal waarop u de data wilt kopiëren. Kies ALL als u alle data van alle kanalen wilt kopiëren. Wilt u enkel de data van een specifiek MIDIkanaal kopiëren, specifieer dan het betreffende kanaal. Opmerking: Deze parameter kunt u niet instellen indien u het Tempo-spoor als bestemming hebt gekozen of indien u voor de Status-parameter SysEx, TuneReq of PTNCall hebt gekozen. 9) Plaats de cursor op Mode en kies de kopieermethode: Mix Replace De gekopieerde data worden toegevoegd aan de reeds aanwezige data op de kopieerbestemming. De aanwezige data op de kopieerbestemming worden gewist en vervangen door de gekopieerde data. Let wel: hierbij wordt enkel de data op het gespecifieerde MIDI-kanaal vervangen. 10)Druk op [F6 (EXECUTE)] om de data te kopiëren. Maten invoegen (Insert) Hiermee plaatst u een nieuwe, lege maat op de gespecifieerde positie. Voor ingevoegde maten kunt u een andere maatsoort specifiëren, wat dit dus meteen 77

78 MC-80 Handleiding ook de aangewezen functie maakt om maatwisselingen te programmeren. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 1 en druk op [F4 (INSERT)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 4 Insert plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknop [4] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern waarop u een maat wilt invoegen. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen, inclusief het Beat-spoor en het Tempo-spoor geselecteerd. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u één Pattern. 4) Kies met Measure de maat waarna u maten wilt invoegen en met for het aantal maten dat u wilt invoegen. 5) Als u als Target ALL hebt gekozen kunt u desgewenst de cursor op Beat plaatsen en een andere maatsoort kiezen. 6) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de maten in te voegen. Maten transponeren (Transpose) Hiermee transponeert u de geselecteerde data, over een bereik van 127 halve tonen. Een mogelijke toepassing is het laten moduleren van de song vanaf een bepaalde maat. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 1 en druk op [F5 (TRANSPOSE)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 5 Transpose plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknop [5] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen geselecteerd. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u één Pattern. Uiteraard heeft het geen zin om het Tempo- of Beat-spoor te transponeren. 4) Kies met Measure en for de maten die u wilt transponeren. 5) Kies voor Note Range het nootbereik dat u wilt transponeren en voor Channel op welk kanaal (ALL, 1~16) u dit bereik wilt transponeren. 6) Kies met Bias het aantal halve tonen dat u wilt transponeren. Bv. -1 transponeert de song een halve toon lager, +1 een halve toon hoger. 7) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de data te transponeren. Voorbeelden Bas één octaaf lager transponeren Typische situatie: u hebt een baspartij ingespeeld en u kiest hiervoor achteraf een andere klank, die echter een octaaf hoger blijkt te klinken. Om die bas een octaaf lager te doen klinken kiest u het volledige nootbereik en stelt u de Bias -parameter op -12 in. Andere slagwerkklanken kiezen Aangezien slagwerksets volgens het klank-per-toets principe zijn opgebouwd kunt u een slagwerkklank door een andere vervangen door één noot te transponeren. Stel bijvoorbeeld dat aan de noot D4 een conga is toegewezen, en u wilt die voor de hele partij vervangen door een trommel, die zich op C3 bevindt. Kies in dat geval de Note Range D4~D4 en de Bias -14. Aanslagwaarden wijzigen (Change Velocity) U kunt de aanslagwaarden waarmee u een partij hebt ingespeeld achteraf wijzigen, waardoor het mogelijk wordt die partij harder, zachter, dynamischer of juist strakker, enz. te laten klinken. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 2 en druk op [F1 (CHG VELO)]. 78

79 Songs en Patterns editen Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 6 Chg Velocity plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknop [6] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen geselecteerd. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u één Pattern. Uiteraard heeft het hier geen zin om het Tempo- of Beat-spoor te bewerken. 4) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. 5) Plaats de cursor op Curve en kies volgens welke curve u de aanslagwaarden wilt bewerken. Linear: alle aanslagwaarden worden in dezelfde mate verhoogd of verlaagd. 7) Plaats de cursor op Magnify en kies de mate waarin u de dynamiek (het verschil tussen de kleinste en de grootste aanslagwaarde) wilt verkleinen of vergroten. Door een waarde van 99% of lager te kiezen verkleint u de dynamiek. Het hoorbare effect heeft wat weg van de werking van een compressor: zachte signalen worden luider, terwijl de luidste pieken worden ingeperkt. 8) Kies voor Note Range het nootbereik dat u wilt transponeren en voor Channel op welk kanaal (ALL, 1~16) u dit bereik wilt transponeren. 9) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de aanslagwaarden te wijzigen. Data naar een ander MIDI-kanaal sturen (Change Channel) Met de onderstaande functie kunt u bepaalde data uit een partij selecteren en deze naar een ander MIDI-kanaal sturen. EXP1, EXP2: vooral gemiddelde waarden worden extra verlaagd. LOG1, LOG2: vooral gemiddelde waarden worden extra verhoogd. Spline: hoge aanslagwaarden worden nog hoger, lage aanslagwaarden nog lager. Loud 1, Loud 2: vooral lage aanslagwaarden worden verhoogd, waardoor het geheel subjectief luider gaat klinken. 6) Plaats de cursor op Bias en kies de mate waarin u de aanslagwaarden wilt verhogen of verlagen. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 2 en druk op [F2 (CHG CH)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 7 Chg Channel plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknop [7] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen geselecteerd. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u een Pattern. 4) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. 5) Kies voor Status het type data waarvoor u een ander MIDI-kanaal wilt kiezen: ALL (alle data), Note, Poly Af, CC, PC, Ch Af, P.Bend (zie blz. 70 voor een beschrijving van deze types). Als u zonet Note, Poly Af, CC of PC hebt gekozen mag u niet vergeten het bereik (Range) te specifiëren waarover u deze data wilt bewerken. Om alle noten of polyfone aftertouch-commando s te bewerken specifieert u 0(C-1)~127(G9). Wilt u enkel C4 bewerken, kies dan 60(C4)~60(C4), enz. Bij de controlenummers kunt u selecteren uit de reeks 0~ 127, bij de programmanummers is dat 1~128. Om 79

80 MC-80 Handleiding bv. enkel programmanummer 4 te bewerken specifieert u 4~4 ; om nummer 3~14 te bewerken specifieert u 3~14 enz. 6) Kies met Channel de gewenste MIDI-kanalen. Links van de pijl ( ) kiest u welk MIDI-kanaal u wilt bewerken (ALL, 1~16). Rechts van de pijl specifieert u het nieuwe kanaal waarop de data terechtkomen (1~16, ALL is hier niet mogelijk). 7) Druk op [F6 (EXECUTE)] om het nieuwe kanaal toe te wijzen. 9) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de Gate Time van de geselecteerde data te wijzigen. Twee sporen of Patterns samenvoegen (Merge) Hiermee schrijft u de data van twee sporen of Patterns samen naar één spoor of Pattern. Duur van de noten wijzigen (Gate Time) Gate Time bepaalt de tijd tussen een noot-aan en een noot-uit commando. Door deze parameter te variëren maakt u de geselecteerde noten korter, percussiever (meer staccato) of juist langgerekter (tenuto). 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 2 en druk op [F3 (CHG GATE)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 8 Chg Gate Time plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknop [8] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen geselecteerd. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u een Pattern. 4) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. 5) Plaats de cursor op Bias en kies met hoeveel eenheden u de Gate Time wilt verhogen of verlagen. De waarde die u hier specifieert wordt bij de Gate Time van alle geselecteerde data opgeteld of er van afgetrokken. 6) Met Magnify kunt u een proportionele vergroting of verkleining van de Gate Time specifiëren. Door een waarde van 99% of lager maakt u alle Gate Times proportioneel kleiner. Met waarden boven 100% maakt u ze groter. 7) Kies voor Note Range het nootbereik dat u wilt transponeren en voor Channel op welk kanaal (ALL, 1~16) u dit bereik wilt transponeren. 8) Kies met Channel het MIDI-kanaal waarop u Gate Times wilt wijzigen. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 2 en druk op [F4 (MERGE)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 9 Merge plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknop [9] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies onder SOURCE het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u een spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u een Pattern. 4) Kies onder DESTINATION het spoor of Pattern dat u wilt combineren met het vorige en dat meteen het resultaat van de combinatie zal bevatten. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u een spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u een Pattern. 5) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de sporen te combineren. Data uit één spoor of Pattern over verschillende sporen of Patterns verdelen (Extract) Hiermee selecteert u bepaalde data uit een spoor/ Pattern en verplaatst deze naar dezelfde plaats op een ander spoor/pattern. Deze functie kunt u ook gebruiken om de data van een Standard MIDI File (SMF) formaat 0 uit te splitsen over verschillende sporen (zoals u weet worden bij SMF formaat 0 data voor alle MIDI-kanalen aanvankelijk op één spoor geschreven). 80

81 Songs en Patterns editen 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 2 en druk op [F5 (EXTRACT)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 10 Extract plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknoppen [1] en [0] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen geselecteerd. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u een Pattern. 4) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. 5) Kies onder DESTINATION het spoor of Pattern waarnaar u de data wilt verplaatsen. Als u ALL kiest worden de data van MIDI-kanaal 1 naar spoor 1 geschreven, die van MIDI-kanaal 2 naar spoor 2, enz. Dit is dus de aangewezen optie om een SMF formaat 0 uit te splitsen. Kiest u TRK 1 ~ TRK 16 of PTN 1 ~ PTN 100, dan worden de data naar het betreffende spoor of Pattern verplaatst. 6) Kies voor Status het type data waarvoor u een ander MIDI-kanaal wilt kiezen: ALL (alle data), Note, Poly Af, CC, PC, Ch Af, P.Bend, SysEx, Tune- Req of PTNCall (zie blz. 70 voor een beschrijving van deze types). Als u zonet Note, Poly Af, CC of PC hebt gekozen mag u niet vergeten het bereik (Range) te specifiëren waarover u deze data wilt bewerken. Om alle noten of polyfone aftertouch-commando s te bewerken specifieert u 0(C-1)~127(G9). Wilt u enkel C4 bewerken, kies dan 60(C4)~60(C4), enz. Bij de controlenummers kunt u selecteren uit de reeks 0~ 127, bij de programmanummers is dat 1~128. Om bv. enkel programmanummer 4 te bewerken specifieert u 4~4 ; om nummer 3~14 te bewerken specifieert u 3~14 enz. 7) Kies met Channel het MIDI-kanaal waarop u data wilt bewerken. Opmerking: Deze parameter kunt u niet instellen als u voor Status één van de opties SysEx, TuneReq of PTNCall hebt geselecteerd. 8) Druk op [F6 (EXECUTE)] om het nieuwe kanaal toe te wijzen. Data verschuiven (Shift Clock) Hiermee verschuift u de timing van data in stappen van 1 tik (1 clock). Op die manier kunt u partijen wat meer voor de tijd of juist laid back laten klinken. Opmerking: Data kunnen nooit vóór het begin van de song terechtkomen. Probeert u ze toch zo ver terug te schuiven, dan komen ze helemaal aan het begin van de song terecht. Schuift u data voorbij het einde van de song, dan wordt er automatisch een extra maat aangemaakt waarin de verschoven data terecht kunnen. Deze maat heeft steeds dezelfde maatsoort als de rest van de song. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 3 en druk op [F1 (SHIFTCLK)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 11 Shift Clock plaatsen en op [ENTER] drukken, of tweemaal op de cijferknop [1] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen geselecteerd, inclusief het Tempo-spoor. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Kies Tempo als u enkel het Tempo-spoor wilt bewerken. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u een Pattern. 4) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. 5) Kies voor Bias het aantal tikken waarmee u de data naar voor (negatieve waarden) of naar achter (positieve waarden) wilt verplaatsen. 6) Kies voor Status het type data dat u wilt verplaatsen: ALL (alle data), Note, Poly Af, CC, PC, Ch Af, P.Bend, SysEx, TuneReq of PTNCall (zie blz. 70 voor een beschrijving van deze types). Als u zonet Note, Poly Af, CC of PC hebt gekozen mag u niet vergeten het bereik (Range) te specifiëren waarover u deze data wilt bewerken. Om alle noten of polyfone aftertouch-commando s te bewerken specifieert u 0(C-1)~127(G9). Wilt u enkel C4 bewerken, kies dan 60(C4)~60(C4), enz. Bij de controlenummers kunt u selecteren uit de reeks 0~ 127, bij de programmanummers is dat 1~128. Om bv. enkel programmanummer 4 te bewerken specifieert u 4~4 ; om nummer 3~14 te bewerken specifieert u 3~14 enz. 7) Kies met Channel het MIDI-kanaal waarop u data wilt bewerken. Opmerking: Deze parameter kunt u niet instellen als u voor Status één van de opties SysEx, TuneReq of PTNCall hebt geselecteerd. 8) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de data te verplaatsen. 81

82 MC-80 Handleiding Overbodige data wissen (Data Thin) Bij aftertouch-, volume-, Pitch Bend-bewegingen enz. worden enorme hoeveelheden data gegenereerd. Zo n beweging is tenslotte opgebouwd uit een lange reeks individuele waarden. Data Thin haalt hier en daar enkele van die waarden weg. Dat heeft geen hoorbare gevolgen voor de beweging, maar scheelt wel een flinke hap intern geheugen! 9) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de data te verplaatsen. Sporen of Patterns uitwisselen (Exchange) Hiermee laat u hele sporen of Patterns van plaats wisselen. Opmerking: Hoeveel data u kunt weghalen valt niet in algemene regels te vatten. Het is dus een kwestie van een beetje experimenteren. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 3 en druk op [F2 (DATATHIN)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 12 Data Thin plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknoppen [1] en [2] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen geselecteerd. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u een Pattern. 4) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. 5) Kies voor Value de mate waarin u data wilt uitdunnen. Hoe hoger deze waarde, hoe meer data er worden weggehaald. 6) Kies voor Time een hoge waarde als u met lange tijdsintervallen wilt uitdunnen, of een lage waarde als u liever korte tijdsintervallen gebruikt. 7) Kies voor Status het type data dat u wilt uitdunnen: ALL (alle data), Poly Af, CC, Ch Af, P.Bend (zie blz. 70 voor een beschrijving van deze types). Als u zonet Poly Af of CC hebt gekozen mag u niet vergeten het bereik (Range) te specifiëren waarover u deze data wilt bewerken. Om alle polyfone aftertouch-commando s te bewerken specifieert u 0(C-1)~ 127(G9). Wilt u enkel C4 bewerken, kies dan 60(C4)~60(C4), enz. Bij de controlenummers kunt u selecteren uit de reeks 0~127. 8) Kies met Channel het MIDI-kanaal waarop u data wilt bewerken. Opmerking: Deze parameter kunt u niet instellen als u voor Status één van de opties SysEx, TuneReq of PTNCall hebt geselecteerd. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 3 en druk op [F3 (EXCHANGE)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 13 Exchange plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknoppen [1] en [3] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies achtereenvolgens voor TARGET A en TAR- GET B de twee sporen of Patterns die u wilt uitwisselen. 4) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de data uit te wisselen. Duur van de hele song aanpassen (Time Fit) Hiermee kunt u de song in een van tevoren gespecifieerde totaalduur doen passen. Daar doet u bijvoorbeeld uw voordeel mee als u muziek voor een reclamespot e.d. maakt. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 3 en druk op [F4 (TIME FIT)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 14 Time Fit plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknoppen [1] en [4] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. 4) Kies voor Time de nieuwe totaalduur waarin de song moet passen. Links van de pijl staat de originele speelduur van het gekozen fragment. Rechts kunt u de nieuwe speelduur specifiëren. 82

83 Songs en Patterns editen Opmerking: Een song is uiteraard niet eindeloos samendrukbaar of uitrekbaar. Als u de limiet van wat haalbaar is overschrijdt, verschijnt Playback Tempo Range Over! in het display. In dat geval wordt de dichtstbijzijnde haalbare waarde gekozen. 5) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de speelduur aan te passen. Data converteren (Modify Value) Hiermee kunt u verschillende bewerkingen. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F3 (TRK EDIT)]. 2) Ga met [F6 (MENU)] naar MENU 3 en druk op [F5 (MODIFY)]. Opmerking: U kunt ook gewoon de cursor op 15 Time Fit plaatsen en op [ENTER] drukken, of op de cijferknoppen [1] en [5] drukken, gevolgd door [ENTER]. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PATTERN] drukken. Als u ALL kiest worden alle sporen geselecteerd, inclusief het Tempo-spoor. Met TRK 1 ~ TRK 16 selecteert u enkel het betreffende spoor. Kies Tempo als u enkel het Tempo-spoor wilt bewerken. Met PTN 1 ~ PTN 100 selecteert u een Pattern. 4) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. Verder hangt het er nu van af of u met MODIFY of SHIFT# wilt werken. Met MODIFY 5) Druk op [F1 (MODIFY)]. 6) Plaats de cursor op TYPE en kies de gewenste optie. Compand Reverse Deze optie laat u de waarde vermenigvuldigen met een factor 0.00~2.00. Bij deze optie worden alle waarden rond een centrale waarde gespiegeld. 7) Kies voor Status het type data dat u wilt bewerken: Note, Velocity (aanslagwaarde van de noot) Poly Af, CC, Ch Af, P.Bend(zie blz. 70 voor een beschrijving van deze types). Als u zonet Note, Poly Af of CC hebt gekozen mag u niet vergeten het bereik (Range) te specifiëren waarover u deze data wilt bewerken. Om alle noten of polyfone aftertouch-commando s te bewerken specifieert u 0(C-1)~127(G9). Wilt u enkel C4 bewerken, kies dan 60(C4)~60(C4), enz. Bij de controlenummers kunt u selecteren uit de reeks 0~127. 8) Plaats de cursor op Channel en kies het MIDIkanaal waarop u data wilt bewerken. 9) Druk op [F6 (EXECUTE)]. Met SHIFT 10)Druk op [F2 (SHIFT)]. 11)Kies voor Source welke originele waarde u wilt wijzigen. 12)Kies voor Destination tot welke nieuwe waarde u de Source -waarde wilt converteren. 13)Kies voor Status het type data dat u wilt bewerken: Note, Velocity (aanslagwaarde van de noot), CC, PC, All Oct (de geselecteerde noot in alle octaven) (zie blz. 70 voor een beschrijving van deze types). Als u zonet Note, Poly Af of CC hebt gekozen mag u niet vergeten het bereik (Range) te specifiëren waarover u deze data wilt bewerken. Om alle noten of polyfone aftertouch-commando s te bewerken specifieert u 0(C-1)~127(G9). Wilt u enkel C4 bewerken, kies dan 60(C4)~60(C4), enz. Bij de controlenummers kunt u selecteren uit de reeks 0~ )Plaats de cursor op Channel en kies het MIDIkanaal waarop u data wilt bewerken. 15)Druk op [F6 (EXECUTE)] Timing corrigeren (Quantize) Wat is Quantize? De Quantize-functie verplaatst de starttijd van de noten. Naar gelang de opties en instellingen die u kiest stelt u dat in staat uw muziek strak of juist los en swingend te laten klinken. De MC-80 biedt drie soorten quantisering, die elk een ander effect op de muziek hebben. Welk type u in een bepaalde situatie kiest hangt af van het soort muziek en het effect dat u wilt bereiken: Grid Quantize Grid Quantize verplaatst het startpunt van de opgenomen noten naar het dichtstbijzijnde stapje in de resolutie waarmee u opneemt (dus bijvoorbeeld zestiende noten, achtste noten enz.). 83

84 MC-80 Handleiding Shuffle Quantize Shuffle Quantize is een type quantisering dat een swing Feel aan de muziek geeft, door de tweede en vierde tel van iedere maat te verschuiven. Groove Quantize Hierbij wordt gebruik gemaakt van een reeks quantiseringssjablonen. Elk van deze sjablonen bevat andere timing- en velocity-instellingen en geeft u de mogelijkheid verschillende ritmische Feels aan een partij te geven. Preview-functie De resultaten van uw Quantize-instellingen kunt u reeds beluisteren terwijl u ze maakt. We noemen dit de Preview-functie. Opmerking: Preview is niet mogelijk voor Pattern Call-commando s. Ook sporen waarvoor de weergave is uitgeschakeld (Mute) kunt u niet op deze manier beluisteren. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F2 (QUANTIZE)]. 2) Ga met [FWD] en [BWD] naar het begin van het fragment dat u wilt voorbeluisteren. Opmerking: In Grid Quantize en Shuffle Quantize worden, ter voorbeluistering, steeds de volgende twee maten vanaf deze positie herhaald. In Groove Quantize zijn dat vier maten. Uiteraard hoort u niets als er in de betreffende maten niets is opgenomen. 3) Druk op [PLAY] om de voorbeluistering te starten. 4) Druk op [STOP] als u de weergave wilt stoppen. Grid Quantize Aangezien hierbij alle noten op hun mathematisch perfecte positie worden geplaatst is dit de aangewezen optie om een partij superstrak te maken. Opmerking: Een te strak gequantiseerde partij klinkt niet altijd even fraai, omdat onze oren de menselijke imperfectie van een mathematisch niet correcte timing missen. Wilt u iets van die menselijke imperfectie behouden en toch de timing van een Pattern corrigeren, kies dan een kleine resolutie of stel de Strength parameter op een relatief lage waarde in. 1) Druk in de SONG PLAY -pagina op [F2 (QUAN- TIZE)]. 2) Druk op [F1 (GRID)] om naar de GRID QUANTI- ZE -pagina te gaan. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Met TRACK [1]~[16] kies t u het gewenste spoor. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PAT- TERN] drukken en daarna het gewenste nummer kiezen. 4) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. 5) Kies voor Channel op welk kanaal (ALL, 1~16) u data wilt bewerken. 6) Kies voor Note Range het nootbereik dat u wilt bewerken. U kunt dit eventueel doen door toetsen op het klavier in te drukken. 7) Kies de gewenste Resolution. Hiermee bepaalt u het tijdsinterval waarmee wordt gequantiseerd (dit is het kleinste stapje waarnaar de noten worden verplaatst). De resolutie stelt u in als een nootwaarde. 8) Kies de gewenste Strength. Met deze parameter bepaalt u in welke mate de noten naar het dichtstbijzijnde interval (dat u met de resolutie-parameter instelt) worden verplaatst. Wilt u dat de noten vlak op dit interval worden geplaatst, kies dan 100%. Bij lagere waarden komt de noot steeds verder van het dichtstbijzijnde timing interval te liggen. Als u 0% kiest wordt er helemaal niets gecorrigeerd. 9) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de geselecteerde data te quantiseren. Shuffle Quantize Deze manier van quantiseren dient niet zozeer om een partij strak te maken maar net om er een losse, swingende feel aan te geven. 1) Druk in de SONG PLAY -pagina op [F2 (QUAN- TIZE)]. 2) Druk op [F2 (SHUFFLE)] om naar de SHUFFLE QUANTIZE -pagina te gaan. 3) Kies de gewenste Resolution (zie uitleg hierboven). 4) Kies de gewenste Rate. Met deze parameter bepaalt u waar u de tweede en de vierde tel in de maat plaatst ten opzichte van de eerste en de derde tel. Een waarde van 50% betekent dat de even tellen zich in het exacte midden tussen twee oneven tellen bevinden (waarbij u dus gewoon binair, dus niet-swingend quantiseert, vergelijkbaar met Grid Quantize). De waarde 0% plaatst iedere even tel steeds op dezelfde plaats als de voorgaande oneven tel. Met waarden die voldoende afwijken 84

85 Songs en Patterns editen van 0% en 50% krijgt u een hele waaier aan ternaire, swing Feel quantiseringen. l Als u quantiseert op achtste noten Bovendien kunt u 16 sjablonen van eigen makelij opslaan, bijvoorbeeld een toevallig goed geslaagde feel die u uit een eigen song hebt geplukt l ziet het bovenstaande patroon en bij Rate=50~67% z uit: 5) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Met TRACK [1]~[16] kies t u het gewenste spoor. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PAT- TERN] drukken en daarna het gewenste nummer kiezen. 6) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. 7) Kies voor Channel op welk kanaal (ALL, 1~16) u data wilt bewerken. 8) Kies voor Note Range het nootbereik dat u wilt bewerken. U kunt dit eventueel doen door toetsen op het klavier in te drukken. 9) Druk op [F6 (EXECUTE)] om de geselecteerde data te quantiseren. Groove Quantize Naarmate de Rate-waarde dichter in de buurt van 67% komt begint het zaakje meer te swingen. l Achtste-noot triolen komen overeen met een Rate-waarde van 67%) noten De MC-80 biedt 71 quantiseringssjablonen. Elk van deze sjablonen bevat andere timing- en velocityinstellingen en geeft u de mogelijkheid verschillende ritmische Feels aan een Pattern te geven. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F2 (QUANTIZE)]. 2) Druk op [F3 (GROOVE)] om naar de GROOVE QUANTIZE -pagina te gaan. 3) Kies voor Track het spoor of Pattern dat u wilt bewerken. Met TRACK [1]~[16] kies t u het gewenste spoor. Als u een Pattern wilt kiezen moet u eerst op [PAT- TERN] drukken en daarna het gewenste nummer kiezen. 4) Kies met Measure en for de maten die u wilt bewerken. 5) Kies voor Channel op welk kanaal (ALL, 1~16) u data wilt bewerken. 6) Kies voor Note Range het nootbereik dat u wilt bewerken. U kunt dit eventueel doen door toetsen op het klavier in te drukken. 7) Kies voor Template het gewenste sjabloon. Op de volgende bladzijde vindt u een overzicht van de sjablonen waaruit u kunt kiezen. De Preset-sjablonen volgen de nummering Preset 1 ~ Preset 71, voor de User-sjablonen wordt dat User 1 ~ User 16. Opmerking: Bij het inschakelen van de MC-80 bevatten de User-sjablonen nog de standaardinstellingen. Vandaar dat ieder sjabloon op dat moment nog Initial Template heet. Om een set User-sjablonen effectief te gebruiken moet u die eerst laden. 8) Kies de gewenste Strength Timing. Met deze parameter bepaalt u in welke mate de noten worden verplaatst naar het timing-interval van het sjabloon dat u kiest. De waarde 100% betekent dat de noot perfect wordt gequantiseerd. Bij de waarde 0% worden er geen noten verplaatst. 9) Kies de gewenste Strength Velocity. Met deze parameter bepaalt u in welke mate de noten worden aangepast aan de aanslagwaarden van het sjabloon dat u kiest. De waarde 100% betekent dat de aanslag exact gelijk wordt aan die van het sjabloon. Bij de waarde 50% krijgen de noten waarden die het gemiddelde vormen tussen de originele aanslag en die van het sjabloon. Bij de waarde 0% worden den aanslagwaarden niet gewijzigd. 10)Druk op [F6 (EXECUTE)] om de geselecteerde data te quantiseren. 85

86 MC-80 Handleiding U kunt kiezen uit de volgende Preset-sjablonen: 16Beat Dance Kleine dynamiek Grote dynamiek Lichte swing Zware swing Normal 001: 16 Norm. Dance L.Acc 002: 16 Norm. Dance H.Acc 003: 16 Norm. Dance L.Swg 004: 16 Norm. Dance H.Swg Heavy 005: 16 Heavy Dance L.Acc 006: 16 Heavy Dance H.Acc 007: 16 Heavy Dance L.Swg 008: 16 Heavy Dance H.Swg Pushed 009: 16 Pushed Dance L.Acc 010: 16 Pushed Dance H.Acc 011: 16 Pushed Dance L.Swg 012: 16 Pushed Dance H.Swg 16Beat Fusion Kleine dynamiek Grote dynamiek Lichte swing Zware swing Normal 013: 16 Norm. Fusion L.Acc 014: 16 Norm. Fusion H.Acc 015: 16 Norm. Fusion L.Swg 016: 16 Norm. Fusion H.Swg Heavy 017: 16 Heavy Fusion L.Acc 018: 16 Heavy Fusion H.Acc 019: 16 Heavy Fusion L.Swg 020: 16 Heavy Fusion H.Swg Pushed 021: 16 Pushed Fusion L.Acc 022: 16 Pushed Fusion H.Acc 023: 16 Pushed Fusion L.Swg 024: 16 Pushed Fusion H.Swg 16Beat Reggae Kleine dynamiek Grote dynamiek Lichte swing Zware swing Normal 025: 16 Norm. Reggae L.Acc 026: 16 Norm. Reggae H.Acc 027: 16 Norm. Reggae L.Swg 028: 16 Norm. Reggae H.Swg Heavy 029: 16 Heavy Reggae L.Acc 030: 16 Heavy Reggae H.Acc 031: 16 Heavy Reggae L.Swg 032: 16 Heavy Reggae H.Swg Pushed 033: 16 Pushed Reggae L.Acc 034: 16 Pushed Reggae H.Acc 035: 16 Pushed Reggae L.Swg 036: 16 Pushed Reggae H.Swg 8Beat Pops Kleine dynamiek Grote dynamiek Lichte swing Zware swing Normal 037: 8 Norm. Pops L.Acc 038: 8 Norm. Pops H.Acc 039: 8 Norm. Pops L.Swg 040: 8 Norm. Pops H.Swg Heavy 041: 8 Heavy Pops L.Acc 042: 8 Heavy Pops H.Acc 043: 8 Heavy Pops L.Swg 044: 8 Heavy Pops H.Swg Pushed 045: 8 Pushed Pops L.Acc 046: 8 Pushed Pops H.Acc 047: 8 Pushed Pops L.Swg 048: 8 Pushed Pops H.Swg 8Beat Rhumba Kleine dynamiek Grote dynamiek Lichte swing Zware swing Normal 049: 8 Norm. Rhumba L.Acc 050: 8 Norm. Rhumba H.Acc 051: 8 Norm. Rhumba L.Swg 052: 8 Norm. Rhumba H.Swg Heavy 053: 8 Heavy Rhumba L.Acc 054: 8 Heavy Rhumba H.Acc 055: 8 Heavy Rhumba L.Swg 056: 8 Heavy Rhumba H.Swg Pushed 057: 8 Pushed Rhumba L.Acc 058: 8 Pushed Rhumba H.Acc 059: 8 Pushed Rhumba L.Swg 060: 8 Pushed Rhumba H.Swg Samba 061: Samba 1 (Pandero enz.) 062: Samba 2 (Surdo/Timba) Axe 063: Axe 1 (Caixa) 064: Axe 2 (Surdo) Tuplets 067: Triplets (triolen) 068: Quintuplets (kwintolen) 069: Sextuplets (sextolen) 070: 7 Against 2 QuaterNo 071: Lagging Triplets ( slepende triolen) Salsa 065: Salsa 1 (Cascala) 066: Salsa 2 (Conga) 86

87 Songs en Patterns editen Hoe kiest u het juiste sjabloon? 1) Kies eerst een genre. Zoals u kunt opmaken uit de tabellen zijn de sjablonen onderverdeeld volgens de stijlen Dance, Fusion, Reggae (deze sjablonen zijn onderverdeeld in zestiende noten) en Pops, Rhumba, Samba, Axe en Salsa (deze zijn onderverdeeld in achtste noten). 2) Kies op de verticale as de gewenste groove. Wilt u de feel van de opname behouden, kies dan Normal. Wilt u dat de noten iets voor de tijd zitten, kies dan Pushed. Heavy, tenslotte, moet u kiezen als u de noten iets na de tijd wilt laten klinken, voor een laid back feel. 3) Kies op de horizontale as de gewenste variatie. Dynamiek is het verschil tussen de zachtste en luidste noot. Wilt u dat alle noten ongeveer even hard klinken, kies dan kleine dynamiek. Hebt u liever dat bepaalde accenten duidelijk luider klinken dan de rest, kies dan grote dynamiek. Bij de swing-opties gaat het van een milde swing tot werkelijk uit de pan. 4) De combinatie van genre en uw verticale en horizontale keuze zou u bij het juiste sjabloon moeten brengen. Tik het nummer van dit sjabloon in met de cijferknoppen. Een praktijkvoorbeeld: u bent op zoek naar een Fusion-groove met een lichte swing, die een beetje na de tel sleept. De aangewezen stijl is dan 16 Heavy Fusion L. Swing. Mag het iets jazzier, kies dan 16 Heavy Fusion H. Swing. Wilt u meer richting 70 s, ga dan voor 8 Norm. Pops L.Acc. Tips bij het gebruik van Groove-sjablonen De muzikale genres in de bovenstaande tabel moet u louter als een richtlijn zien. Experimenteren levert vaak interessante resultaten op! Bij een erg slordige timing kan Groove Quantize ook niet veel meer goedmaken. Dan is het beter dat u de partij eerst rechttrekt met Grid Quantize en er vervolgens met Groove Quantize weer wat leven in brengt. Al deze sjablonen zijn bedoeld voor de maatsoort 4/ 4. Als u ze op andere maatsoorten toepast leveren ze waarschijnlijk niet het gewenste effect op. Voor de sjablonen uit de categorieën Samba, Axe, Salsa en Tuplets kunt u geen groove - of variatie - opties kiezen. Groove Quantize werkt vooral goed op drums en bas, instrumenten die de Groove van een Song bepalen. Als u de functie op andere instrumenten toepast doet u dat best in mindere mate. Over het algemeen zijn de sjablonen patronen van vier maten met een zekere dynamische opbouw. Met andere woorden: het gaat niet om een herhaling van vier keer dezelfde maat. Dat heeft consequenties voor de manier waarop u zo n sjabloon best toepast. Stel dat maat 1 van uw song geen muziek, maar enkel programmakeuzes e.d. bevat. De muziek begint dus vanaf maat 2. Start u nu de quantisering vanaf maat 1, dan komt de tweede maat van het sjabloon terecht op de eerst maat van de muziek enz., en klinkt het sjabloon anders dan bedoeld. Dat kan verrassende en soms misschien interessante resultaten opleveren, maar over het algemeen valt het in voorkomend geval toch aan te raden de quantisering vanaf maat 2 te starten. Deze sjablonen zijn bedoeld voor tempo s tussen 120~140 BPM. Wilt u ze met een sneller tempo gebruiken, zet dan de Strength-parameter op 100%. Voor een trager tempo kiest u best een Strength waarde onder 100%. Bij het gebruik van sjablonen die de muziek van een swing feel voorzien moet u de sterkte van de quantisering aanpassen aan het soort muziek. Een trage jazz ballad mag u intenser bewerken als een snel bebop nummer. Een hoge intensiteit geeft bij snelle dansmuziek een kaatsend effect. SMF als User-sjabloon gebruiken Hoe zit het nu met die User-sjablonen, vraagt u zich intussen misschien af. We houden u niet langer in spanning. Een User-sjabloon is in feite niets meer dan een SMF die voor dat doel wordt gebruikt. Niets belet u dus om een SMF te maken van een eigen song met een goeie groove, om deze te recycleren als sjabloon voor andere songs. Een tip: maak minstens één sjabloon voor de bas en één voor de drums, want deze tandem bepaalt uiteraard voor het grootste deel de groove van de song. 1) Steek de diskette met de gewenste song in de disk drive. 2) Laad de song die u als User-sjabloon wilt gebruiken. 3) Kies de vier maten waaruit u het sjabloon wilt distilleren en wis de overige maten (zie Maten verwijderen (Delete) op blz. 76). 4) Druk op [F5 (SAVE)]. 5) Druk op [F4 (SMF-0)]. Enkel SMF s formaat 0 komen in aanmerking om als groove-sjabloon te fungeren. 6) Geef het sjabloon een naam. Kies met cursor de gewenste karakterpositie en met het [VALUE]-wiel het gewenste karakter. 7) Druk op [F6 (OK)]. 8) Kies de bestemming waar u het sjabloon wilt opslaan en druk op [F6 (SAVE)]. 87

88 MC-80 Handleiding Als de bestandsnaam die u hebt gekozen reeds bestaat meldt het display File Name duplicate. Overwrite? Druk op [F6 (REPLACE)] als u het vorige bestand met die naam wilt overschrijven of op [F1 (CANCEL)] als u bestaande bestand ongemoeid wilt laten en de operatie wilt afbreken. U hebt nu een SMF gemaakt die u als groove-sjabloon kunt gebruiken. zo n User Groove Template krijgen alle User-geheugens dus tegelijk een nieuwe inhoud. 1) Steek een diskette in de disk drive. 2) Druk op [SEQUENCER], vervolgens op [F2 (QUANTIZE)] en tenslotte op [F3 (GROOVE)]. 3) Druk op [F5 (SAVE GRV)] om naar de SAVE GROOVE TEMPLATE -pagina te gaan. SMF laden als groove-sjabloon We hebben daarnet een SMF gemaakt die als groovesjabloon kan dienst doen. Voor we hem kunnen gebruiken moeten we hem in één van de User 1~16 geheugens laden. Opmerking: De User 1~16 geheugens worden gewist wanneer u de MC-80 uitschakelt (als u opnieuw inschakelt heten ze allemaal Initial Templates ). Wilt u de inhoud van deze geheugens bewaren, schrijf ze dan op diskette (zie hieronder). Opmerking: Als u een SMF formaat 0 in een User-geheugen laadt zonder die eerst op maat te snijden, dan worden automatisch de eerste vier maten van de song tot sjabloon gemaakt. Dat is vaak niet wenselijk, omdat er in die maten bijvoorbeeld programmakeuzes, een intro-lijntje, dus allesbehalve groove zit. We raden u daarom toch aan om de werkwijze van daarnet te volgen om ee SMF voor Groove Quantize doeleinden aan te maken. 1) Steek een diskette in de disk drive. 2) Druk op [SEQUENCER], vervolgens op [F2 (QUANTIZE)] en tenslotte op [F3 (GROOVE)]. 3) Druk op [F4 (LOAD GRV)] om naar de LOAD GROOVE TEMPLATE -pagina te gaan. 4) Druk op [F5 (SMF)]. 5) Kies met het [VALUE]-wiel in welk User geheugen (1~16) u het sjabloon wilt laden en druk op [F6 (SELECT)]. 6) Kies met het [VALUE]-wiel de SMF die u wilt laden. 7) Druk op [F6 (LOAD SMF)] om het sjabloon te laden. 4) Geef het User Groove Template een naam. Kies met cursor de gewenste karakterpositie en met het [VALUE]-wiel of met [INC/+][DEC/-] het gewenste karakter. 5) Herhaal stap 4 als u nog andere User Groove Templates wilt benoemen. 6) Druk op [F6 (EXECUTE)]. De extensie.svt wordt toegevoegd. Als de bestandsnaam die u hebt gekozen reeds bestaat meldt het display File Already Exists! Druk op [F5 (OK)] als u het vorige bestand met die naam wilt overschrijven of op [F6 (CANCEL)] als u bestaande bestand ongemoeid wilt laten en de operatie wilt afbreken. 7) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de GROO- VE QUANTIZE -pagina. User Groove Template-bestand laden Hiermee wijzigt u zoals gezegd in één klap de inhoud van de User 1~16 geheugens. 1) Steek een diskette in de disk drive. 2) Druk op [SEQUENCER], vervolgens op [F2 (QUANTIZE)] en tenslotte op [F3 (GROOVE)]. 3) Druk op [F4 (LOAD GRV)] om naar de LOAD GROOVE TEMPLATE -pagina te gaan. 4) Druk op [F6 (TEMPLATE)]. 5) Kies met de cursor het template dat u wilt laden. 6) Druk op [F6 (LOAD SVT)] om het User Groove Template te laden. User sjablonen in sets op diskette bewaren U kunt de inhoud van alle User-geheugens (1~16) als een zgn. User Groove Template op diskette bewaren. De set sjablonen krijgt een eigen naam en wordt in een specifiek MC-80 bestandsformaat (met de extensie.svt) opgeslagen. Ook bij het laden van 88

89 Huishouding 11. Huishouding 11.1 Welke media kunt u in de MC-80 gebruiken? Naast de klassieke floppy disk drive biedt de MC-80 ook plaats aan een interne harde schijf of Zip-drive. Bovendien kunt u een VS4S-1 SCSI-interface installeren, waarop u tot zeven externe media kunt aansluiten. Diskettes De ingebouwde floppy disk drive kan overweg met 2DD (720 KB) en 2HD (1440KB = 1.4 MB) diskettes. Zip-schijven Een Zip-schijf is een relatief nieuw verwisselbaar medium dat niet veel groter is dan een gewone diskette, maar wel een veelvoud van de data van deze laatste kan bevatten (100 MB). De MC-80 biedt plaatst aan een interne Zip-drive (los verkrijgbaar), maar u kunt ook een VS4S-1 SCSI-interface (eveneens los verkrijgbaar) installeren en hierop tot twee externe Zip-drives aansluiten (de beperking tot twee externe drives vloeit voort uit het feit dat Zip-drives enkel de SCSI ID s 5 en 6 herkennen). Opmerking: Voor specifieke details omtrent de installatie en het gebruik van Zip-schijven neemt u best contact op met uw Roland dealer. Harde schijven HDP-88 serie Diskettes en Zip-schijven zijn verwisselbare media. U kunt ook opteren voor een vast medium, in de vorm van een interne harde schijf (HDP-88 serie, los verkrijgbaar). De capaciteit hiervan kan variëren van enkele honderden Megabytes tot verschillende Gigabytes. Her voordeel van een harde schijf is dat ze steeds in de MC-80 aanwezig blijft en u dus nooit naar het juiste schijfje hoeft te zoeken. Bovendien biedt zo n schijf heel wat meer opslagruimte dan een diskette of Zip-schijf. Verwisselbare media hebben het voordeel dat u steeds een nieuw medium kunt kopen als het oude vol zit. Ook als u veel data moet uitwisselen met collega-muzikanten biedt een verwisselbaar medium onmiskenbare voordelen. Hoe u de harde schijf moet installeren leest u op blz. 98. Opmerking: Hoewel in de handleiding van de HDP88 geen gewag wordt gemaakt van de MC-80, kunt u deze harde schijven probleemloos in de MC-80 gebruiken Bestanden opslaan (Save) Welke data kunt u opslaan? Naast Songs kan de MC-80 ook Chains en User Groove Templates op schijf kwijt. Data worden steeds op schijf gezet als een bestand (file in het Engels). Om de verschillende bestandstypes uit elkaar te houden wordt aan het einde van iedere bestandsnaam een extensie toegevoegd, bijvoorbeeld.svq voor een song. Dit zijn de bestandsformaten waarvan de MC-80 gebruik maakt: Song (.SVQ): Songs, inclusief alle bijbehorende Patterns, Marker-, Track Mute- en Repeat-instellingen. Standard MIDI File: (.MID): Dezelfde song, maar dan minus de typische MC-80 instellingen (Marker, 89

90 MC-80 Handleiding Mute, Repeat, ), zodat u hem ook in andere instrumenten kunt weergeven. Chain (.SVC): Chain Play-bestanden (zie blz. 48). User Groove Template (.SVT): Sets van zelfgemaakte User Groove Sjablonen (zie blz. 88). Configuration (.SVF): Alle algemene instellingen van de MC-80. Voor alle duidelijkheid laten we hier nog even zien wat er wel en niet wordt opgeslagen wanneer u respectievelijk het MC-80 of het SMF formaat gebruikt. MC-80 Song Ja Ja Patterns in de song Ja *1 *1: In een SMF worden Patterns opgeslagen als gewone spoordata. *2: Uitgeschakelde sporen worden in een SMF niet opgeslagen. Opmerking: De aan/uit-status van het Tempo-spoor wordt in geen van beide formaten opgeslagen. Song (.SVQ)/Standard MIDI File (.MID) SMF Marker-instellingen Ja Nee Repeat-instellingen Ja Nee TRACK INFO-instellingen Ja *2 Phrase Sequence-instellingen Ja Nee Transpositie-instellingen Ja Nee Volg de onderstaande werkwijze om een song op diskette te bewaren. 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Druk op [F5 (SAVE)] om naar de SAVE SONG - pagina te gaan. 3) Kies met [F4~F6] het gewenste bestandstype. MC-80 SMF-1 SMF-0 MC-80 formaat, waarbij ook de Patterns en de Marker- en Repeat-instellingen worden onthouden. Meersporen Standard MIDI File. Standard MIDI File waarbij alle MIDI-kanalen op één spoor terechtkomen. Nu moeten we het bestand nog een naam geven. 4) Plaats de cursor achtereenvolgens op de karakters die u wilt wijzigen en kies met het [VALUE]-wiel of de [INC/+][DEC/-] knoppen telkens het gewenste karakter. Hierbij kunt u handig gebruik maken van de F3 en F4 knoppen. [F3 (INSERT)] [F4 (DELETE)] 5) Zodra de naam volledig is mag u op [F6 (OK)] drukken. 6) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de drive waarin u het bestand wilt opslaan. 7) Kies de folder waarin u het bestand wilt opslaan. Linksboven in het display ziet u de naam van de geselecteerde folder. Had u deze song al eens opgeslagen, dan wordt de folder afgebeeld die u daarvoor hebt gebruikt. U kunt nu twee dingen doen: Als u een subfolder van de geselecteerde folder wilt gebruiken, plaats de cursor dan op de folder en druk op [F5 (OPEN )]. Wilt u een niveau hoger gaan (dus naar de folder waarbinnen de geselecteerde folder thuishoort), druk dan op [F4 ( CLOSE)]. 8) Druk op [F6 (SAVE)]. Bestaat er reeds een bestand met dezelfde naam op de diskette, dan beeldt het display File (bestandsnaam) already exists! af. Druk op [F6 (REPLACE)] als u het bestaande bestand wilt vervangen. Druk op [F1 (CANCEL)] als u dat niet wilt. Probeer in het laatste geval het bestand nogmaals op te slaan nadat u het een nieuwe naam hebt gegeven. Het bestand krijgt automatisch de extensie.svq mee (gaat het om een SMF, dan wordt de extensie.mid gebruikt). Opmerking: Sommige SMF s zijn auteursrechtelijk beschermd (zie blz. 68). Deze kunt u enkel in het MC-80 formaat opslaan, niet als SMF. Chain-bestanden (.SVC) Hiermee voegt u een karakter in op de plaats van de cursor. Hiermee wist u het karakter op de cursorpositie. Chains kunt u bewaren vanuit de CHAIN PLAY - pagina. 1) Druk op [CHAIN PLAY]. 2) Druk op [F5 (SAVE CHN)]. Opmerking: Bevat de Chain geen songs, dan beeldt het display Chain Empty! af. U komt nu terecht in een venster waarin u de Chain een naam kunt geven. Kies met de cursorknoppen en 90

91 Huishouding het [VALUE]-wiel de gewenste naam. Hierbij kunt u handig gebruik maken van de F3 en F4 knoppen. [F3 (INSERT)] [F4 (DELETE)] Hiermee voegt u een karakter in op de plaats van de cursor. Hiermee wist u het karakter op de cursorpositie. 3) Zodra u de gewenste naam hebt gespecifieerd mag u op [F6 (OK)] drukken. 4) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de drive waarop u de Chain wilt bewaren. 5) Kies de folder waarin u het bestand wilt opslaan. Linksboven in het display ziet u de naam van de geselecteerde folder. Had u dit bestand al eens opgeslagen, dan wordt de folder afgebeeld die u daarvoor hebt gebruikt. U kunt nu twee dingen doen: Als u een subfolder van de geselecteerde folder wilt gebruiken, plaats de cursor dan op de folder en druk op [F5 (OPEN )]. Wilt u een niveau hoger gaan (dus naar de folder waarbinnen de geselecteerde folder thuishoort), druk dan op [F4 ( CLOSE)]. 3) Druk op [F6 (OK)]. De extensie.svt wordt toegevoegd. 4) Kies de folder waarin u het bestand wilt opslaan. Linksboven in het display ziet u de naam van de geselecteerde folder. Had u dit bestand al eens opgeslagen, dan wordt de folder afgebeeld die u daarvoor hebt gebruikt. U kunt nu twee dingen doen: Als u een subfolder van de geselecteerde folder wilt gebruiken, plaats de cursor dan op de folder en druk op [F5 (OPEN )]. Wilt u een niveau hoger gaan (dus naar de folder waarbinnen de geselecteerde folder thuishoort), druk dan op [F4 ( CLOSE)]. 5) Druk op [F6 (SAVE)]. Bestaat er reeds een bestand met dezelfde naam op de diskette, dan beeldt het display File (bestandsnaam) already exists! af. Druk op [F6 (REPLACE)] als u het bestaande bestand wilt vervangen. Druk op [F1 (CANCEL)] als u dat niet wilt. Probeer in het laatste geval het bestand nogmaals op te slaan nadat u het een nieuwe naam hebt gegeven. 6) Druk op [F6 (SAVE)]. Bestaat er reeds een bestand met dezelfde naam op de diskette, dan beeldt het display File (bestandsnaam) already exists! af. Druk op [F6 (REPLACE)] als u het bestaande bestand wilt vervangen. Druk op [F1 (CANCEL)] als u dat niet wilt. Probeer in het laatste geval het bestand nogmaals op te slaan nadat u het een nieuwe naam hebt gegeven. User Groove Template-bestanden (.SVT) User Groove Templates kunt u bewaren vanuit de GROOVE QUANTIZE -pagina. 1) Druk op [F5 (SAVE GRV)] om naar de SAVE GROOVE TEMPLATE -pagina te gaan. 2) Geef het User Groove Template een naam. Kies met cursor de gewenste karakterpositie en met het [VALUE]-wiel of met [INC/+][DEC/-] het gewenste karakter. Hierbij kunt u handig gebruik maken van de F3 en F4 knoppen. [F3 (INSERT)] [F4 (DELETE)] Hiermee voegt u een karakter in op de plaats van de cursor. Hiermee wist u het karakter op de cursorpositie. Configuration-bestanden (.SVF) Hiermee bewaart u alle instellingen die niet met een specifieke song verband houden maar voor de MC-80 in zijn geheel gelden. 1) Druk op [TOOLS}. 2) Druk op [F1 (SYSTEM)]. 3) Druk op [F5 (SAVE CFG)] om naar de SAVE SYS- TEM CONFIG -pagina te gaan. 4) Geef het Configuration-bestand een naam. Kies met cursor de gewenste karakterpositie en met het [VALUE]-wiel of met [INC/+][DEC/-] het gewenste karakter. Hierbij kunt u handig gebruik maken van de F3 en F4 knoppen. [F3 (INSERT)] [F4 (DELETE)] Hiermee voegt u een karakter in op de plaats van de cursor. Hiermee wist u het karakter op de cursorpositie. 5) Druk op [F6 (OK)]. De extensie.svf wordt toegevoegd. 6) Kies de folder waarin u het bestand wilt opslaan. Linksboven in het display ziet u de naam van de geselecteerde folder. Had u dit bestand al eens opgeslagen, dan wordt de folder afgebeeld die u daarvoor hebt gebruikt. U kunt nu twee dingen doen: 91

92 MC-80 Handleiding Als u een subfolder van de geselecteerde folder wilt gebruiken, plaats de cursor dan op de folder en druk op [F5 (OPEN )]. Wilt u een niveau hoger gaan (dus naar de folder waarbinnen de geselecteerde folder thuishoort), druk dan op [F4 ( CLOSE)]. 7) Druk op [F6 (SAVE)]. Bestaat er reeds een bestand met dezelfde naam op de diskette, dan beeldt het display File (bestandsnaam) already exists! af. Druk op [F6 (REPLACE)] als u het bestaande bestand wilt vervangen. Druk op [F1 (CANCEL)] als u dat niet wilt. Probeer in het laatste geval het bestand nogmaals op te slaan nadat u het een nieuwe naam hebt gegeven Bestanden laden (Load) Laten we eerst even een overzicht geven van wat u allemaal kunt laden: Song (.SVQ): Songs, inclusief alle bijbehorende Patterns, Marker-, Track Mute- en Repeat-instellingen. Standard MIDI File: (.MID): In de handel verkrijgbare SMF s of songs die u in een andere sequencer onder dat formaat hebt opgeslagen. Super MRC songbestanden: Dit is een formaat dat in de Roland MC-50, 300/500 serie werd gebruikt. Songs die u in één van deze sequencers als Super MRC-song hebt bewaard kunt u dus zonder meer in de MC-80 laden. Chain (.SVC): Chain Play-bestanden (zie blz. 48). User Groove Template (.SVT): Sets van zelfgemaakte User Groove Sjablonen (zie blz. 88). Configuration (.SVF): Alle algemene instellingen van de MC-80. Song (.SVQ)/Standard MIDI File (.MID) Volg de onderstaande werkwijze om een MC-80 song of een SMF te laden. 1) Steek een diskette in de drive. 2) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [SELECT] om naar de SONG SELECT -pagina te gaan. 3) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de gewenste drive. Met [F2 (SORT)] kiest u of u de bestanden volgens song-naam of bestandsnaam wilt ordenen. 4) Wilt u een song in een folder kiezen, plaats de cursor dan op die folder en druk op [F5 (OPEN )]. De inhoud van de folder verschijnt in het display. 5) Plaats de cursor op de naam van de song die u wilt laden. 6) Druk op [F6 (LOAD)] om de song te laden. U kunt ook meteen op [PLAY] drukken. In dat geval wordt de song weergegeven zonder dat u hem eerst in de MC-80 hoeft te laden (dit heet Quick Play, zie blz. 41). Chains (.SVC) Zo laadt u een Chain: 1) Druk op [CHAIN PLAY] om naar de CHAIN PLAY -pagina te gaan. 2) Druk op [F4 (LOAD CHN)] om naar de LOAD CHAIN -pagina te gaan. 3) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de gewenste drive. 4) Wilt u een Chain in een folder kiezen, plaats de cursor dan op die folder en druk op [F5 (OPEN )]. De inhoud van de folder verschijnt in het display. 5) Plaats de cursor op de naam van de Chain die u wilt laden. 6) Druk op [F6 (LOAD)] om de Chain te laden. Opmerking: Als een bepaalde song uit de Chain zich niet op de diskette bevindt, dan beeldt het display NO SONG af. Druk op de uitwerptoets van de disk drive om de diskette uit te werpen en steek de diskette met de betreffende song erin. U kunt ook op [END] drukken om de ontbrekende song over te slaan en meteen naar de volgende song te springen. Opmerking: Chain-bestanden uit de XP-50/60/80 kunt u niet in de MC-80 laden. User Groove Templates (.SVT) 1) Druk op [SEQUENCER], vervolgens op [F2 (QUANTIZE)]. Wordt de song weergegeven volgens de Quick Playmethode, dan vraagt de MC-80 u om die song te laden. Druk op [F6 (LOAD)] om de song te laden of op [F1 (CANCEL)] om ermee op te houden. 2) Druk op [F3 (GROOVE)]. 3) Druk op [F4 (LOAD GRV)] om naar de LOAD GROOVE TEMPLATE -pagina te gaan. 4) Druk op [F6 (TEMPLATE)]. 92

93 Huishouding 5) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de gewenste drive. 6) Wilt u een Template in een folder kiezen, plaats de cursor dan op die folder en druk op [F5 (OPEN )]. De inhoud van de folder verschijnt in het display. 7) Kies met de cursor het template dat u wilt laden. 8) Druk op [F6 (LOAD SVT)] om het User Groove Template te laden. Configurations (.SVF) 1) Druk op [TOOLS}. 2) Druk op [F1 (SYSTEM)]. 3) Druk op [F4 (LOAD CFG)] om naar de LOAD SYSTEM CONFIG -pagina te gaan. 4) Druk op [F1 (DRIVE)] om de drive te kiezen waarvan u het bestand wilt halen. 5) Wilt u een bestand in een folder kiezen, plaats de cursor dan op die folder en druk op [F5 (OPEN )]. De inhoud van de folder verschijnt in het display. 6) Kies met de cursor of met het [VALUE]-wiel het bestand dat u wilt laden. 7) Druk op [F6 (LOAD)] om het bestand te laden. SB-55, SD-35, MV-30, JW-50, G-1000, G-800, MTserie, KR-serie, HP-serie, enz. De MC-80 kan geen songs laden van instrumenten die niet in de bovenstaande lijst staan en die bovendien geen songs als SMF kunnen opslaan. SMF uitsplitsen Vergeet niet dat bij een SMF formaat 0 data voor alle MIDI-kanalen op één spoor zijn geconcentreerd. Wilt u die data uitsplitsen op een kanaal-per-spoor basis, doe dan het volgende: 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS]-[F1 (SYS- TEM)]-[F2 (OPTION)]. 2) Plaats de cursor op SMF FORMAT 0 ch Extract Switch. 3) Kies ON. 4) Laad de song in het SMF formaat0 (zie blz. 90). Bij een SMF formaat 1 zitten de data voor verschillende kanalen al op verschillende sporen, tenminste, voor de eerste 16 sporen. Bij een SMF die uit meer sporen bestaat worden spoor 17 en volgende samengeschreven op spoor 16 van de MC-80. Bovendien worden vanaf spoor 34 alle data genegeerd Songs van andere Roland-instrumenten laden De MC-80 kan bepaalde songs van andere Rolandinstrumenten laden en weergeven. Voor zover dat niet rechtstreeks kan, kunt u uiteraard nog altijd de omweg via SMF s gebruiken. Rechtstreeks laden De MC-80 kan zonder meer songs laden van de volgende instrumenten. Let wel: specifieke instellingen zoals Markers en Repeats worden hierbij niet geladen. XP-80, XP-60, XP-50, MC-500mkII, MC-50, MC- 50mkII, JV-1000 MC-300, MC-500 (enkel Super MRC-bestanden). Via SMF-omweg Songs uit de volgende instrumenten kunt u bewaren als SMF s en in die vorm in de MC-80 laden. De lijst is niet exhaustief, bovendien zijn er ook heel wat instrumenten van andere merken die deze mogelijkheid bieden. Fragment van een bestaande song laden Het is mogelijk om een deel van een bestaande song in de interne song van de MC-80 te laden. Op die manier kunt u bijvoorbeeld een toffe baslijn of een leuke drumgroove zonder al te veel omhaal in een nieuwe song gebruiken. Voorwaarde is wel dat de song waaruit u het fragment wilt halen in het MC-80 formaat of SMF formaat 0 is opgeslagen. 1) Steek een diskette in de disk drive. 2) Druk op [SEQUENCER], gevolgd door [SELECT] om naar de SONG SELECT -pagina te gaan. 3) Druk op [F1 (DRIVE)] om de gewenste drive te selecteren. Met [F2 (SORT)] kunt u als vanouds kiezen tussen een rangschikking op song naam of bestandsnaam. 4) Wilt u een song in een folder kiezen, druk dan op [F5 (OPEN)] om die folder te openen. 5) Plaats de cursor op de song waaruit u een fragment wilt laden. 6) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [F6 (IMPORT)] (zodra u [SHIFT] indrukt verandert F6 93

94 MC-80 Handleiding van LOAD naar IMPORT ) om naar de LOAD TRACK/PATTERN -pagina te gaan. 7) Gaat het om een song in het MC-80 formaat, specifieer dan het spoor (of het Pattern) dat u wilt laden ( a in de afbeelding hierboven). Bij een song in het SMF-formaat hoeft u dit niet te specifiëren. 8) Kies voor b het spoor van de interne song waarop u de data wilt plaatsen. 9) Druk op [F6 (IMPORT)]. Als het spoor dat u in stap 8 hebt gekozen reeds data bevat wordt u gevraagd of u die data wilt wissen. Druk op [F6 (IMPORT)] als u de bestaande data wilt vervangen door de nieuwe data of op [F1 (CAN- CEL)] als u de bestaande data ongemoeid wilt laten. 10)Zodra alle data zijn geladen meldt het display Completed! Songs van de MC-80 op andere instrumenten gebruiken Als u een MC-80 song als SMF opslaat (zie blz. 90) kunt u hem laden in gelijk welke andere sequencer die met SMF s overweg kan. Het instrument moet dus wel degelijk compatibel zijn met het SMF formaat. De diskette waarop u de data schrijft moet van het 2DD of 2HD type zijn en moet uiteraard door het instrument waarin u de data wilt laden kunnen worden gelezen. Als u een song in de MC-80 opslaat als SMF, mag u hem niet in een folder onderbrengen Functies die verband houden met bestanden en folders Bestanden en folders kopiëren (Copy) a b U kunt één enkel bestand of een volledige folder kopiëren. In dat laatste geval worden ook alle bestanden die deel uitmaken van die folder gekopieerd. 1) Steek de diskette met het bestand dat u wilt kopiëren in de disk drive. Opmerking: Als u slechts één drive gebruikt is het niet mogelijk om bestanden van verschillende schijven te kopiëren. 2) Druk op [TOOLS]. 3) Druk op [F5 (DISKUTIL)]. 4) Druk op [F6 (MENU)] om naar het FILE MENU te gaan. 5) Druk op [F1 (COPY)] om naar het selectievenster te gaan. 6) Plaats de cursor op het bestand of de folder dat/die u wilt kopiëren. Wilt u verschillende bestanden kopiëren, plaats dan de cursor op het eerste bestand en druk op [ENTER]. Plaats de cursor nu op het volgende bestand en druk weer op [ENTER], enz. Alle bestanden die u op deze manier selecteert worden nu voorafgegaan door een merkteken en zullen worden gekopieerd. Wilt u de selectie van een bestand opheffen, plaats de cursor er dan op en druk op [ENTER]. Wilt u opnieuw één bestand kiezen, druk dan op [EXIT]. 7) Druk op [F6 (COPY SRC)]. 8) U komt nu in een venster waarin u de bestemming van de kopie kunt kiezen. Doe dat en druk vervolgens op [F6 (COPY DST)] om de kopie uit te voeren. In het onderstaande voorbeeld wordt de kopie in de LIVE -folder geplaatst. Als de bestemming een bestand of een folder met dezelfde naam bevat, dan meldt het display Path Duplicate! en wordt de kopie niet uitgevoerd. Bestanden en folders wissen (Delete) U kunt één enkel bestand of een volledige folder wissen. In dat laatste geval worden ook alle bestanden die deel uitmaken van die folder gewist. 1) Druk op [TOOLS]. 2) Druk op [F5 (DISKUTIL)]. 3) Druk op [F6 (MENU)] om naar het FILE MENU te gaan. 4) Druk op [F2 (DELETE)] om naar het selectievenster te gaan. 94

95 Huishouding 5) Plaats de cursor op het bestand of de folder dat/die u wilt wissen. In het onderstaande voorbeeld wordt het bestand naar de LIVE -folder geplaatst. Wilt u verschillende bestanden wissen, plaats dan de cursor op het eerste bestand en druk op [ENTER]. Plaats de cursor nu op het volgende bestand en druk weer op [ENTER], enz. Alle bestanden die u op deze manier selecteert worden nu voorafgegaan door een merkteken en zullen worden gewist. Wilt u de selectie van een bestand opheffen, plaats de cursor er dan op en druk op [ENTER]. Wilt u opnieuw één bestand kiezen, druk dan op [EXIT]. 6) Druk op [F6 (DELETE)]. Een prompt vraagt dat u uw keuze bevestigt. 7) Druk op [F6 (DELETE)] om het bestand/de folder te wissen. Bestanden en folders verplaatsen (Move) U kunt één enkel bestand of een volledige folder verplaatsen. In dat laatste geval worden ook alle bestanden die deel uitmaken van die folder verplaatst. 1) Druk op [TOOLS]. 2) Druk op [F5 (DISKUTIL)]. 3) Druk op [F6 (MENU)] om naar het FILE MENU te gaan. 4) Druk op [F3 (MOVE)] om naar het selectievenster te gaan. 5) Plaats de cursor op het bestand of de folder dat/die u wilt verplaatsen. Wilt u verschillende bestanden verplaatsen, plaats dan de cursor op het eerste bestand en druk op [ENTER]. Plaats de cursor nu op het volgende bestand en druk weer op [ENTER], enz. Alle bestanden die u op deze manier selecteert worden nu voorafgegaan door een merkteken en zullen worden gekopieerd. Wilt u de selectie van een bestand opheffen, plaats de cursor er dan op en druk op [ENTER]. Wilt u opnieuw één bestand kiezen, druk dan op [EXIT]. 6) Druk op [F6 (MOVE SRC)]. 7) U komt nu in een venster waarin u de bestemming kunt kiezen. Doe dat en druk vervolgens op [F6 (MOVE)] om de verplaatsing uit te voeren. Als de bestemming een bestand of een folder met dezelfde naam bevat, dan meldt het display Path Duplicate! en wordt de kopie niet uitgevoerd. Nieuwe naam geven aan bestanden en folders (Rename) 1) Druk op [TOOLS]. 2) Druk op [F5 (DISKUTIL)]. 3) Druk op [F6 (MENU)] om naar het FILE MENU te gaan. 4) Druk op [F4 (RENAME)] om naar de DISK UTI- LITY/4 RENAME -pagina te gaan. 5) Druk op [F1 (DRIVE)] om de gewenste drive te kiezen en ga vervolgens met [F4 (CLOSE)] en [F5 (OPEN)] naar de gewenste folder. Plaats tenslotte de cursor op het bestand dat u wilt herbenoemen. 6) Druk op [F6 (RENAME)]. 7) Plaats de cursor op de gewenste karakterpositie en kies met het [VALUE]-wiel of de [INC/+][DEC/-] knoppen het gewenste karakter. 8) Druk, zodra de naam volledig is, op [F6 (WRITE)] om de nieuwe naam vast te leggen. Nieuwe folder aanmaken (Folder) Met de Folder -functie kunt u nieuwe folder aanmaken. Op die manier kunt u uw bestanden organiseren volgens een boomstructuur, met bv. voor ieder genre een folder. Vooral wanneer u met media zoals Zip-schijven of harde schijven werkt die grote hoeveelheden data kunnen verwerken blijkt deze functie van onschatbare waarde. 95

96 MC-80 Handleiding Zo maakt u een nieuwe folder aan: 1) Druk op [TOOLS]. 2) Druk op [F5 (DISKUTIL)]. 3) Druk op [F6 (MENU)] om naar het FILE MENU te gaan. 4) Druk op [F5 (FOLDER)]. 5) Plaats de cursor daar waar u een nieuwe folder wilt aanmaken. In het onderstaande voorbeeld zal de nieuwe folder in de LIVE -folder worden aangemaakt. 6) Druk op [F6 (FOLDER)]. 7) Geef de folder een naam. Plaats de cursor op de gewenste karakterpositie en kies met het [VALUE]- wiel of de [INC/+][DEC/-] knoppen het gewenste karakter. 8) Druk, zodra de naam volledig is, op [F6 (OK)] om de nieuwe folder aan te maken. Opmerking: Ook tijdens de procedure voor het opslaan van een bestand bestaat er een mogelijkheid om een nieuwe folder aan te maken Functies die verband houden met opslagmedia Volume Name: naam van de schijf. Device Name: het type drive. Protect: status van de schrijfbeveiliging (aan of uit). Size: beschikbare schijfruimte/totale schijfruimte. Opmerking: Bij diskettes kunt u met [F6 (VERIFY)] een controle uitvoeren op beschadigingen. Als u na de controle Completed te zien krijgt weet u dat er niets mis is met de diskette. Opmerking: Bij Zip-schijven kunt u met [F5 (PROTECT)] de schrijfbeveiliging in- en uitschakelen. 6) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de drive die u wilt bekijken. 7) Als u genoeg hebt gezien kunt u op [SEQUENCER] drukken om terug te keren naar de SONG PLAY - pagina. Andere naam geven aan een schijf (Volume Label) Hiermee geeft u een naam aan de volledige schijf. 1) Steek de schijf waarvan u de naam wilt veranderen in de disk drive. 2) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [TOOLS]. 3) Druk op [F5 (DISKUTIL)]. 4) Druk op [F6 (MENU)] om naar het DISK MENU te gaan. 5) Druk op [F2 (LABEL)] om naar de DISKUTILITY/ 7 VOLUME LABEL -pagina te gaan. Inhoud van een schijf bekijken (Disk Info) In dit venster kunt u de naam van de schijf en van het type drive zien, of de schrijfbeveiliging al dan niet is ingeschakeld, de capaciteit van de schijf en hoeveel ruimte er nog vrij is op die schijf. 1) Steek de diskette die u wilt bekijken in de disk drive. 2) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [TOOLS]. 3) Druk op [F5 (DISKUTIL)]. 4) Druk op [F6 (MENU)] om naar het DISK MENU te gaan. 5) Druk op [F1 (DISKINFO)] om naar de DISKUTI- LITY/6 DISK INFO -pagina te gaan. Hierin ziet u: 6) Kies de drive waarvan u de naam wilt wijzigen. 7) Als u genoeg hebt gezien kunt u op [SEQUENCER] drukken om terug te keren naar de SONG PLAY - pagina. 8) Plaats de cursor op de gewenste karakterpositie en kies met het [VALUE]-wiel of de [INC/+][DEC/-] knoppen het gewenste karakter. Hierbij kunt u handig gebruik maken van de F3 en F4 knoppen. [F3 (INSERT)] [F4 (DELETE)] Hiermee voegt u een karakter in op de plaats van de cursor. Hiermee wist u het karakter op de cursorpositie. 9) Druk, zodra de naam volledig is, op [F6 (WRITE)] om de nieuwe naam vast te leggen. Zodra dat is gebeurd meldt het display Completed. 96

97 Huishouding Opmerking: Door op [F5 (FILELIST)] te drukken kunt u de inhoud van de schijf bekijken. 10)Druk op [SEQUENCER] om terug te keren naar de SONG PLAY -pagina. Schijf kopiëren (Disk Copy) Hiermee kopieert u een volledige diskette of Zipschijf. Enkele belangrijke opmerkingen in dit verband: Alle data op de schijf waar u naartoe kopieert worden gewist. Controleer dus of er geen belangrijke bestanden op die schijf staan. Schijven met in de handel aangekochte SMF-data zijn auteursrechtelijk beschermd, die kunt u niet kopiëren. U kunt enkel diskettes naar diskettes en Zip-schijven naar Zip-schijven kopiëren. Voor dat laatste hebt u trouwens twee of meer Zip-drives nodig. Kopieer een 2HD diskette steeds naar een ander 2HD diskette en een 2DD diskette naar een andere 2DD diskette. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [TOOLS]. 2) Druk op [F5 (DISKUTIL)]. 3) Druk op [F6 (MENU)] om naar het DISK MENU te gaan. 4) Druk op [F3 (DISKCOPY)]. 5) Druk op [F5 (FD)] als u een diskette wilt kopiëren of op [F6 (ZIP)] als u een Zip-schijf wilt kopiëren. De rest van het verhaal ziet er iets anders uit naar gelang u diskettes of Zip-schijven kopieert. Voor diskettes 6) Steek de diskette die u wilt kopiëren in de disk drive. De naam van de diskette wordt afgebeeld. Controleer of dit de diskette is die u wilt kopiëren. U kunt bijvoorbeeld even op [F5 (FILELIST)] drukken om te zien welke bestanden die diskette bevat. Druk daarna op [F6 (OK)] om terug te keren naar de vorige pagina. 7) Druk op [F6 (OK)]; de diskette wordt geladen. Opmerking: Als u om één of andere reden het laden wilt onderbreken moet u op [F1 (ABORT)] drukken. Na enkel ogenblikken meldt het display Insert Destination Disk. 8) Steek de diskette in waarop u de kopie wilt plaatsen. De naam van de diskette wordt afgebeeld. Controleer of dit de juiste diskette is. U kunt bijvoorbeeld even op [F5 (FILELIST)] drukken om te zien welke bestanden die diskette bevat. Druk daarna op [F6 (OK)] om terug te keren naar de vorige pagina. 9) Druk op [F6 (OK)]. 10)Er verschijnt een prompt die u attent maakt op het feit dat de inhoud van de diskette waarnaar u kopieert zal worden gewist. Druk op [F6 (DISKCOPY)] om de kopie uit te voeren of op [F1 (CANCEL)] om de operatie te annuleren. De data worden nu op de bestemmings -diskette geschreven. Opmerking: Als het om erg veel data gaat is het mogelijk dat u nog enkele malen diskettes moet wisselen. Het display maakt u daarop attent met de prompts Insert Source Disk en Insert Destination Disk. Eens alles is gekopieerd krijgt u DISK COPY Completed te zien. 11)Druk op [F6 (ACCEPT)]. Voor Zip-schijven 6) Steek de Zip-schijf die u wilt kopiëren in de eerste Zip drive. Bevindt de schijf zich al in de drive, druk dan op [F1 (DRIVE)] om de juiste drive te kiezen. Opmerking: U kunt op [F5 (FILELIST)] drukken om te zien welke bestanden de geselecteerde drive bevat. Blijkt het om de juist drive te gaan, druk dan op [F6 (OK)] om terug te keren naar de vorige pagina. 7) Druk op [F6 (OK)]. 8) Steek de Zip-schijf waarop u de kopie wilt plaatsen in de tweede Zip drive. Bevindt de schijf zich al in de drive, druk dan op [F1 (DRIVE)] om de juiste drive te kiezen. Opmerking: U kunt op [F5 (FILELIST)] drukken om te zien welke bestanden de geselecteerde drive bevat. Blijkt het om de juist drive te gaan, druk dan op [F6 (OK)] om terug te keren naar de vorige pagina. 9) Druk op [F6 (OK)]. 10)Er verschijnt een prompt die u attent maakt op het feit dat de inhoud van de Zip-schijf waarnaar u kopieert zal worden gewist. Druk op [F6 (DISKCO- PY)] om de kopie uit te voeren of op [F1 (CAN- CEL)] om de operatie te annuleren. De data worden nu van de ene naar de andere Zipschijf geschreven. 11)Zodra alles is gekopieerd krijgt u DISK COPY Completed te zien. 12)Druk op [F6 (ACCEPT)]. Diskette formateren (Format) Net zoals een computer houdt de MC-80 er zijn eigen systeem van databeheer op na. Dat moet eerst even aan de diskette worden meegedeeld voor u er songs e.d. op kunt schrijven. We noemen dit proces formateren. 97

98 MC-80 Handleiding LET OP! tijdens het formateren worden alle op de diskette aanwezige data gewist. Controleer dus steeds of de diskette die u wilt formateren geen belangrijke data bevat! Het formateren gaat als volgt in zijn werk: 1) Zet het wisbeveiligingsnokje van de diskette in de stand beschrijfbaar. Beveiligingsnokje "Schrijven" "Veilig" 2) Steek een diskette in de disk drive. 3) Druk op [TOOLS], vervolgens op [F5 (DISKUTIL)] en tenslotte op [F6 (MENU)] om naar het DISK MENU te gaan. Hierin kiest u [F4 (FORMAT)]. U komt nu terecht in de DISK UTILITY/9 FOR- MAT -pagina. 4) Druk op [F1 (DRIVE)] en kies de diskette (dit is enkel nodig wanneer u nog andere media, bv. harde schijven, op de MC-80 hebt aangesloten). Hoe u voor een gewone diskette de schrijfbeveiliging (des)activeert hebben we daarnet gezien. Voor Zipschijven werkt dit niet via een schakelaartje, maar softwarematig: 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [TOOLS]. 2) Druk op [F5 (DISKUTIL)]. 3) Druk op [F6 (MENU)] om naar het DISK MENU te gaan. 4) Druk op [F1 (DISKINFO)]. 5) Steek de Zip-schijf waarvoor u de beveiliging wilt in-/uitschakelen in de drive. Aan de status van de Protect-parameter kunt u zien of de schrijfbeveiliging al (ON) dan niet (OFF) is ingeschakeld. Opmerking: Als het display Password afbeeldt wilt dat zeggen dat er vanuit een ander instrument een beveiliging is aangebracht die u met de MC-80 niet kunt verwijderen. 6) Druk op [F5 (PROTECT)] om de schrijfbeveiliging in of uit te schakelen. 7) Druk op [SEQUENCER] om terug te keren naar de SONG PLAY -pagina Interne of externe schijven toevoegen 5) Druk op [F6 (FORMAT)]. 6) U moet de diskette een naam geven voor u ze formateert. Met de cursor stapt u doorheen de verschillende karakters en met het [VALUE]-wiel kiest u telkens het gewenste karakter. Om de opslagcapaciteit van de MC-80 uit te breiden kunt u een Zip drive of harde schijf toevoegen. Dat kan zowel intern (instructies omtrent de installatie vindt u hieronder) als extern, via het los verkrijgbare VS4S-1 SCSI-interface. Extra schijf inbouwen 7) Druk op [F6 (FORMAT)]. Het display vraagt nu of u wel degelijk de diskette wilt formateren: Are you sure? Druk op [F1 (CAN- CEL)] als u beslist toch niet te formateren. 8) Druk op [F6 (FORMAT)]. De diskette wordt nu geformateerd. In het display kunt u de geboekte vooruitgang volgen (van 0~ 100%). Zodra de diskette is geformateerd meldt het display Completed. 9) Druk op [F6 (ACCEPT)]. Schrijfbeveiliging in- en uitschakelen Zip drive Het inbouwen van een Zip drive is een klus voor de Roland hersteldienst in uw buurt. Harde schijf De interne harde schijf (Roland HDP88 serie) kunt u zelf installeren. We laten u meteen zien hoe dat in zijn werk gaat. Eerst echter enkele belangrijke waarschuwingen: Gebruik een kruisschroevendraaier met dezelfde breedte als de schroeven, anders riskeert u het schroefkruis te beschadigen. Bevestig de harde schijf enkel met de schroeven die we in de onderstaande aanwijzingen vermelden. Zorg dat er geen schroeven in het inwendige van de MC-80 terechtkomen. Raak nooit aan de connectors of de circuits. 98

99 Huishouding Zorg dat u uw hand niet snijdt aan de opening van de uitsparing voor de harde schijf. Vergeet niet na de installatie het afdekplaatje opnieuw over de uitsparing aan te brengen. 1) Schakel de MC-80 en alle aangesloten instrumenten uit en verbreek alle kabelverbindingen. 2) Wikkel de kop van een platte schroevendraaier in een vod of iets dergelijks en schuif deze zachtjes in de uitsparing die op de onderstaande afbeelding wordt aangegeven. 6) Gebruik de schroeven die u in stap 4 hebt losgemaakt om de harde schijf vast te schroeven. 7) Klap de handgreep van de harde schijf naar binnen en breng het klepje van het frontpaneel opnieuw aan. a. b. c. a. Breng eerst het bovenste gedeelte in positie. Probeer het klepje zo verticaal mogelijk te houden, dan valt het makkelijker te installeren. b. Druk op de plaats van het pijltje. c. Klik het klepje op zijn plaats. 8) Initialiseer de harde schijf (zie blz. 97). 9) Schakel de MC-80 uit en weer in en controleer of hij normaal opstart. In dat geval moet u ook het icoon van de nieuwe harde schijf te zien krijgen: Steek een platte schroevendraaier waarrond een vod is gewikkeld in de gleuf onder het klepje. Opmerking: Wikkel steeds iets rond de kop van de schroevendraaier, anders dreigt u de behuizing van de MC-80 te beschadigen. 3) Duw de schroevendraaier lichtjes naar beneden om het klepje te verwijderen. Dwarsdoorsnede Wip het klepje omhoog door de schroevendraaier zachtjes naar beneden te drukken. Schroevendraaier met vod rond de kop. 4) Verwijder de schroeven die we in de onderstaande afbeelding hebben aangeduid (deze schroeven zullen in stap 6 dienen om de harde schijf te bevestigen). Externe schijven De (los verkrijgbare) VS4S-1 SCSI-kaart voorziet de MC-80 van een SCSI-interface, waarop u een externe Zip drive kunt aansluiten. De installatie van de VS4S-1 moet u laten uitvoeren bij de dichtstbijzijnde Roland hersteldienst. Opmerking over de handleiding van de VS4S-1 Waarschijnlijk staat in de handleiding van uw VS4S-1 vermeld dat de kaart enkel geschikt is voor de Roland VS-840. Op het moment dat de handleiding voor de VS4S-1 werd geschreven was er namelijk nog geen sprake van een MC-80. Geen nood echter, de VS4S-1 is zonder meer geschikt voor gebruik in de MC-80. Bovendien heeft de uitleg in de handleiding van de VS4S-1 betrekking op functies van de VS-840. Specifieke instructies voor de MC-80 vindt u hieronder. 5) Steek de harde schijf zachtjes in de uitsparing, met het label naar de bovenkant. Zorg dat de schijf volledig in de uitsparing zit. Wat hebt u nodig om de VS4S-1 te gebruiken? Uiteraard een Zip drive, maar niet te vergeten een SCSI-kabel met (mannelijke) DB-25 connectors (deze kabel wordt doorgaans bij de Zip drive geleverd). 99

100 MC-80 Handleiding Schakel de Termination op de achterzijde van de Zip drive in ( ON ). dan alle apparaten uit, controleer de verbindingen en probeer het nog eens. Zip drive aansluiten 1) Schakel de MC-80 en de Zip drive uit. 2) Verbind de SCSI-connector van de VS4S-1 met die van de Zip drive. Vergeet niet de schroefjes vast te draaien, zodat de connector stevig op zijn plaats zit. SCSI ID instellen Het SCSI ID is een identificatienummer dat de verschillende apparaten die u eventueel op de MC-80 aansluit uit elkaar houdt. Ieder apparaat in de keten krijgt namelijk een ander SCSI ID-nummer. Zip drives hebben hiervoor een speciale schakelaar, waarmee u het SCSI ID 5 of 6 kunt kiezen. Achterpaneel (Zip drive) Termination Off - 0 On - 1 SCSI ID 6 5 Zip-schijf formateren Zoals alle media moet u een Zip-schijf formateren voor u ze in combinatie met de MC-80 kunt gebruiken. Aangezien het om een verwisselbaar medium gaat, moet u dit bovendien doen voor iedere nieuwe Zip-schijf die u in gebruik neemt. We herinneren u er nog even aan dat tijdens het formateren alle data op de schijf verloren gaan. Controleer dus even of er geen belangrijke data op de schijf staan. Voor de werkwijze, zie blz. 97. Volgorde bij het inschakelen Bij het inschakelen moet u steeds de onderstaande volgorde respecteren, anders wordt de Zip drive niet herkend. 1) Schakel de Zip drive in. 2) Schakel de MC-80 in. Als de MC-80 de Zip drive herkent krijgt u het onderstaande display te zien. Let op het icoon in de rechter benedenhoek. Krijgt u dit niet te zien, schakel 100

101 Globale instellingen voor de MC Globale instellingen voor de MC Opgelet bij het uitschakelen U mag de MC-80 nooit zomaar uitschakelen. Net als bij een computer moet u de MC-80 eerst even laten weten dat u hem wilt uitschakelen, zodat de interne huishouding nog even in orde kan worden gebracht. Zonder meer uitschakelen kan verlies van data en beschadiging van de harde schijf tot gevolg hebben. 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Houd [SHIFT] ingedrukt en druk op [STOP]. 3) Het display vraagt om bevestiging. Druk op [F6 (SHUTDOWN)] als u de MC-80 wilt uitschakelen. Opmerking: Zip-schijven worden bij het uitschakelen automatisch uitgeworpen. 4) Als het display u aanspoort om de diskette uit te werpen ( Please remove the floppy disk ) mag u op de uitwerptoets drukken. 5) Schakel de [POWER]-knop pas uit nadat de melding The MC-80 may now be shut down safely in het display verschijnt. Opmerking: Tijdens een opname of weergave kunt u niet zonder meer aan bovenstaande procedure beginnen. Druk eerst op [STOP] Contrast van het display aanpassen Als het display slecht leesbaar blijkt moet u het contrast aanpassen aan de hoek van waaruit u kijkt. 1) Druk op [TOOLS], vervolgens op [F1 (SYSTEM)] en tenslotte op [F1 (DISPLAY)]. 2) Kies met het [VALUE]-wiel het gewenste contrast. Naarmate u meer naar rechts draait wordt het contrast groter. 3) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de vorige pagina. Opmerking: U kunt het contrast ook bijregelen door [SEQUENCER] of [CHAIN PLAY] ingedrukt te houden en aan het [VALUE]-wiel te draaien Wat is een Configuration-bestand? Dit bestand bevat een reeks instellingen die met de MC-80 in zijn geheel verband houden en dus voor alle songs gelden. Zo n bestand wordt dus niet samen met de song opgeslagen, maar u kunt het wel apart op een schijf plaatsen (zie blz. 91). Op die manier kunt u instellingen bewaren die u nog ooit denkt nodig te hebben. Dit zijn de parameters die in een Configurationbestand worden opgeslagen: OPTION-pagina ([TOOLS]-[F1 (SYSTEM)]-[F2 (OPTION)]) SMF Format0 Ch Extract Switch FOOT SWITCH SETUP-pagina ([TOOLS]-[F1 (SYSTEM)]-[F3 (FOOT SW)]) Foot SwL Mode Foot SwL Polarity Foot SwR Mode Foot SwR Polarity METRONOME SETUP-pagina ([TOOLS]-[F2 (METRONOME)]) Mode Interval Beep MIDI Output Channel Gate time Accented Note Accented Note Velocity Normal Note Normal Note Velocity MIDI INPUT SWITCH-pagina ([TOOLS]-[F3 (MIDI)]-[F2 (INPUT SW)]) 101

102 MC-80 Handleiding Note PAf PC CAf PB SysEx CC Mod Foot Volume Pan Exp Hold Sost Soft Breath Effect RPN/NRPN Uiteraard kunt u het ook bij één voetschakelaar houden, die u met een gewone mono-kabel aansluit. In dat geval zijn enkel de functies die we hieronder voor FOOT SW 1 opsommen beschikbaar. 1) Stel de polariteitsschakelaar in zoals op de onderstaande afbeelding is aangegeven. Voorkant van de FS-5U 2) Sluit de voetschakelaar(s) aan zoals op de onderstaande afbeelding: Kabel (PCS-31) Polariteitsschakelaar MIDI SETUP-pagina ([TOOLS]-[F3 (MIDI)]-[F1 (SETUP)]) MIDI Patch Mode SEQ MIDI IN SEQ MIDI Out SEQ To V-EXP Thru Select Soft Thru SYNC-pagina ([TOOLS]-[F3 (MIDI)]-[F3 (SYNC)]) Sync Mode MIDI Sync Out MTC Sync Out MTC Frame Rate MTC Offset Time MTC Error Level MMC Mode MMC Output Wit Voetschakelaar 2 (links) Voetschakelaar (FS-5U) Rood Voetschakelaar 1 (rechts) 3) Druk achtereenvolgens op [TOOLS], [F1 (SYS- TEM)] en [F3 (FOOT SW)] om naar de FOOTS- WITCH SETUP -pagina te gaan. 4) Druk op de voetschakelaar waarvoor u een functie wilt kiezen: L(inks) of R(echts). 5) Plaats de cursor op Mode en kies met het [VALUE]-wiel of de [INC/+][DEC/-] knoppen de gewenste functie Voetschakelaars gebruiken Met een BOSS FS-5U voetschakelaar (los verkrijgbaar) die u aansluit op de FOOT SW-connector op het achterpaneel kunt u bepaalde functies van de MC-80 aansturen. Basisinstellingen Op de FOOT SW-connector kunt u in feite twee voetschakelaars aansluiten. U hebt daar wel de (los verkrijgbare) PCS-31 adapter voor nodig. Aan elke voetschakelaar kunt u een aparte functie toewijzen. Play/Stop Punch In/Out Top End Repeat ON/OFF Mark Jump 1 Mark Jump 2 Mark Jump 3 Mark Jump 4 Weergave starten en stoppen. In en uit opname gaan tijdens manueel inprikken. Naar het begin van de song springen. Naar het einde van de song springen. Herhalen in- en uitschakelen. Naar marker 1 springen. Naar marker 2 springen. Naar marker 3 springen. Naar marker 4 springen. 102

103 Globale instellingen voor de MC-80 Fade Out Tap Fade out starten. Tempo instellen door te tikken. 6) Plaats de cursor op Polarity en kies Standard. Sommige pedalen van andere merken hebben de omgekeerde polariteit van de Roland-pedalen. In dat geval moet u Reverse kiezen. 7) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de SONG PLAY -pagina. Opmerking: Zodra u één keer op [EXIT] drukt om naar de vorige pagina te gaan wordt de nieuwe functie van de voetschakelaar actief Metronoominstellingen Opmerking: In de fabriek werd het volume van de metronoom relatief hoog afgeregeld, opdat u hem ook tijdens het spelen duidelijk zou kunnen horen. Desgewenst kunt u met de [CLICK LEVEL]-regelaar een lager volume kiezen. Om naar de METRONOME SETUP -pagina te gaan drukt u achtereenvolgens op [TOOLS] en op [F2 (METRONOME)]. Eens u de nodige instellingen hebt gemaakt kunt u op [F6 (OK)] drukken om terug te keren naar de vorige pagina MIDI-data filteren De MC-80 kan een reeks filters activeren waarmee u de ontvangst van bepaalde MIDI-data kunt weren. Stel bijvoorbeeld dat u de enorme stromen aftertouch-informatie die uw klavier zendt niet nodig hebt, dan kunt u geheugen sparen door deze data te laten negeren. 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS], [F3 (MIDI)] en [F2 (INPUT SW)] om naar de SEQ MIDI INPUT SWITCH -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op het type MIDI-commando waarvoor het filter wilt (des)activeren. 3) Druk op [INC/+] om de ontvangst van die commando s te activeren of op [DEC/-] om ze te desactiveren. Commando s waarvoor de ontvangst is geactiveerd worden voorafgegaan door een. Dit zijn de commando s die u kunt filteren: Note Poly Af (polyfone aftertouch) PC (programmakeuze) Ch Af (kanaal aftertouch) PB (Pitch Bend) SysEx (system exclusive) CC (controle): 0, 1, 2, 4, 7, 10, 11, 64, 65, 66, EFFECTS (91~95), RPN/NRPN (101, 100, 98, 99, 6) Opmerking: Met EFFECTS schakelt u de controlenummers 91~95 tegelijk in of uit. Opmerking: Met RPN/NRPN schakelt u de controlenummers 101, 100, 98, 99 en 6 tegelijk in of uit. 4) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de vorige pagina. Dit zijn de parameters die u op deze pagina kunt instellen: Mode Hiermee bepaalt u wanneer de metronoom tikt. OFF PLAY Only REC Only REC&PLAY De metronoom tikt nooit. De metronoom tikt enkel tijdens de weergave. Interval Hiermee bepaalt u de nootwaarde van de metronoomtikken: Auto De metronoom tikt enkel tijdens de opname. De metronoom tikt enkel tijdens opname en weergave. De metronoom neemt de maatsoort van de geselecteerde song over. Auto wordt automatisch gekozen als u een nieuwe song selecteert. 1/2 halve noot 3/8 gepunte kwartnoot 1/4 kwartnoot 1/8 achtste noot 1/12 achtste noot triool 1/16 zestiende noot Beep (ON, OFF) Hiermee schakelt u het interne metronoomgeluid van de MC-80 in (ON) of uit (OFF). 103

104 MC-80 Handleiding MIDI Output Hiermee bepaalt u of de metronoomklik naar MIDI OUT 1 of 2 wordt gezonden. OFF 1 Only 2 Only 1&2 De klik wordt naar geen van beide MIDI-uitgangen gezonden. De klik wordt enkel naar MIDI OUT 1 en Part Groep A van de VE-GS Pro gezonden. De klik wordt enkel naar MIDI OUT 2 en Part Groep B van de VE-GS Pro gezonden. De klik wordt naar beide MIDI-uitgangen en beide Part Groepen gezonden. Channel (1~16) Hiermee bepaalt u op welk MIDI-kanaal de klik wordt gezonden. Gate Time (1~10) Hiermee bepaalt u de duur van de metronoomtikken (dus hoe lang de externe klankmodule bij iedere tik blijft doorklinken). Note (0~127 (C-1~G9)), Velo (1~127) Hiermee kiest u het nootnummer (Note) en de aanslagwaarde (Velo) waarmee de klik in de externe klankmodule wordt weergegeven. Maak deze instellingen zowel voor Accent (de eerste van de maat) als voor Normal (de overige tellen). Voorrang geven aan MIDI-kanaal 10 MIDI is een serieel protocol. In gewone mensentaal betekent dit dat MIDI-commando s steeds ná elkaar worden gezonden, dus nooit tegelijk. Dat gaat echter zo snel dat u in de praktijk de indruk hebt dat bv. de noten van een akkoord op precies hetzelfde moment worden weergegeven. Toch kunnen er bij een intensieve MIDI-datastroom hoorbare vertragingen optreden, in eerste instantie bij percussieve geluiden zoals drums. Aangezien drums in de regel op kanaal 10 worden gezonden heeft de MC-80 een functie aan boord waarmee u de commando s voor dit kanaal vooraan in de rij kunt plaatsen. Hierdoor bent u zeker dat tijdkritische partijen geen last hebben van MIDI-vertraging. 1) Druk op [SEQUENCER] en vervolgens op [F1 (SETUP)] om naar de SONG INFO -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op TRK10 High Priority Play Switch. 3) Druk op [INC/+] om de functie in te schakelen. 4) Druk op [SEQUENCER] en om naar de SONG PLAY - of QUICK PLAY -pagina terug te keren. 104

105 Werken met de interne klankgenerator (VE-GS Pro) 13. Werken met de interne klankgenerator (VE-GS Pro) De (los verkrijgbare) VE-GS Pro is een GS-compatibele uitbreidingskaart die de MC-80 van een interne klankgenerator voorziet. De kwaliteit van de kaart valt te vergelijken met de SC-88 Pro. De VE-GS Pro biedt 32 Parts en kan in de praktijk dus als twee 16voudig multitimbrale klankmodules dienst doen. Dat is uiteraard goed nieuws voor wie complexe arrangementen componeert of live wilt uitvoeren VE-GS Pro installeren In het onderpaneel van de MC-80 vindt u een uitsparing (afgedekt door een verwijderbaar paneel) dat plaats kan bieden aan de VE-GS Pro. Eigenaars van een MC-80EX kunnen de onderstaande uitleg laten voor wat hij is, want bij hun instrument is de VE-GS Pro al ingebouwd. Opmerking: De VE-GS Pro is het enige Roland Expansion Board dat u in de MC-80 kunt installeren. Kaarten voor de XP/JV-serie, de VS-serie of de TD-10 zijn in dit verband dus nutteloos. Statische elektriciteit kan schade aan de interne componenten veroorzaken. Door bij het omgaan met de uitbreidingskaart de volgende adviezen in acht te nemen, minimaliseert u het risico op statische ladingen. Grijp, voor u de kaart vastneemt, een metalen voorwerp (zoals een buis van de waterleiding) beet, om eventueel bij uzelf aanwezige statische elektriciteit te ontladen. Neem de kaart enkel bij de rand vast. Raak niet aan de electrische componenten of connectors. Bewaar de originele verpakking van de kaart. Gebruik deze als u de kaart wilt opbergen of transporteren. Ga als volgt te werk om de kaart te installeren: 1) Schakel de MC-80 steeds uit en verbreek de verbinding met het lichtnet voor u een uitbreidingskaart probeert te installeren. 2) Verwijder enkel de vier schroeven die hieronder worden aangegeven en neem de bodemplaat van de MC-80. 3) Controleer of de plastic klemmen zich in de posities bevinden die op de onderstaande afbeelding te zien zijn. Draai ze indien nodig naar de juiste positie. Onderpaneel Onderpaneel Plastic klem 4) Zorg dat de gaten in de kaart zich boven de klemmen bevinden en steek de connector op de kaart zachtjes in de stekker op de MC-80. Controleer of de connector goed vastzit en of de drie houders door de gaten komen. Connector Klem Opmerking: Raak niet aan de geprinte circuits of aan de pinnetjes van de connectors. 105

106 MC-80 Handleiding Opmerking: Probeer de kaart nooit op haar plaats te forceren. Lukt het niet van de eerste keer, verwijder dan de kaart en probeer het nog eens. 5) Gebruik de bij de kaart geleverde sleutel om de klemmen een kwartslag in wijzerzin te geven, zodat de kaart goed vast komt te zitten. Ga na het uitvoeren van de bovenstaande stappen nog eens na of alles goed vast zit. (Als u ooit de uitbreidingskaart wilt verwijderen moet u de klemmen met de bijgeleverde sleutel een kwartslag in tegenwijzerzin draaien, en vervolgens de kaart optillen. Verwijder de kaart en breng de bodemplaat opnieuw aan.) 6) Maak de bodemplaat opnieuw vast met de vier schroeven die u in stap 2 hebt verwijderd. VE-GS Pro Part-groep A Part 1 (Kanaal 1) Part 2 (Kanaal 2) Part 3 (Kanaal 3) Part 15 (Kanaal 15) Part 16 (Kanaal 16) Part-groep B Part 1 (Kanaal 1) Part 2 (Kanaal 2) Part 3 (Kanaal 3) Part 15 (Kanaal 15) Part 16 (Kanaal 16) 13.2 Demosongs van de VE-GS Pro beluisteren 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS] en op [F3 (MIDI)]. 2) Druk op [F6 (EXPBOARD)]. 3) Druk op [F6 (DEMOPLAY)] om de demosong te starten. 4) Druk op [F5 (DEMOSTOP)] om de demosong te stoppen. 5) Druk herhaaldelijk op [EXIT] om terug te keren naar de SONG PLAY -pagina. Opmerking: Alle rechten voorbehouden. Deze demosongs zijn enkel bedoeld voor persoonlijk gebruik. Ongeoorloofde distributie, onder welke vorm dan ook, kan strafrechtelijk worden vervolgd. Opmerking: Tijdens de weergave van de demosongs worden er geen data naar de MIDI-uitgangen gezonden Structuur van de VE-GS Pro De VE-GS Pro is een klankmodule met 32 Parts, die qua opbouw vergelijkbaar is met een SC-88 Pro. Er wordt dan ook gebruik gemaakt van twee Part-groepen, A en B, met elk 16 Parts. Voor wie niet zo vertrouwd is met Roland multitimbrale synthesizers: een Part kunt u vergelijken met een muzikant in een orkest. Iedere Part kan een eigen partij weergeven met een eigen klank op een eigen MIDI-kanaal. Als we spreken over een multitimbrale klankmodule bedoelen we dat die module verschillende klanken tegelijk kan weergeven (in dit geval dus 32). De MC-80 kan twee blokken van 16 MIDI-kanalen aanspreken. Die mogelijkheid kunt u gebruiken om alle 32 Parts van de VE-GS Pro aan te spreken, of om 16 Parts (één Part-groep) van de VE-GS Pro en 16 Parts van externe klankmodules te sturen (zie MIDI OUT-connector/interne klankbron selecteren op blz. 37) VE-GS Pro initialiseren Misschien hebt u al wat in het wilde weg gestoeid met de VE-GS Pro en wilt u nu opnieuw de originele instellingen laden om serieus aan de slag te gaan. Dat kan door een GM- of GS-initialisatie uit te voeren. 1) Druk achtereenvolgens op [SEQUENCER], [TOOLS], [F3 (MIDI)] en F6 (EXPBOARD)] om naar de EXPANSION BOARD -pagina te gaan. 2) Druk op [F3 (GS RESET)] of op [F2 (GM SYSON)] naar gelang u de VE-GS Pro volgens de GS- of GMinstellingen wilt initialiseren. 3) Druk op [SEQUENCER] om terug te keren naar de SONG PLAY - of QUICK PLAY -pagina. De opdracht voor zo n initialisatie kunt u ook aan het begin van een song plaatsen. Op die manier bent u tenminste voor songs die van de GM/GS-klankindeling gebruik maken er zeker van dat alle klanken op de juiste plaats zitten enz. Hoe u zo n initialisatiecommando moet programmeren valt na te lezen onder Nieuwe data aanmaken (Create) op blz. 73. Het specifieke SysEx-commando dat u voor een GS Reset moet zenden ziet er als volgt uit: SysEx F F F7 106

107 Werken met de interne klankgenerator (VE-GS Pro) 13.5 Globale instellingen zenden Naast een algemene reset kunt u ook globale waarden voor toonhoogte en transpositie aan het begin van de song plaatsen. De commando s die hieronder aan bod komen kunt u trouwens ook voor externe GS-compatibele klankmodules gebruiken. Toonhoogte De toonhoogte kunt u aanpassen in stappen van één cent (dit is 1/100ste van een halve toon), door de volgende waarden te zenden: Commando CC #101 0 CC #100 1 CC #38 CC #6 De toonhoogte wordt bepaald door de waarden voor x en y: Standaardwaarde: (y=64, x=100) Instelbereik: -100~+100 Transpositie Waarde Frequentie x y x y GS-compatibele instrumenten kunt u transponeren in stappen van een halve toon, door de volgende waarden te zenden: Commando CC # CC # CC #6 Waarde x 13.6 Instellingen per Part De SysEx-commando s die we daarnet hebben besproken gelden voor alle Parts. Het is echter ook mogelijk instellingen voor individuele Parts in de song te plaatsen. Ook de commando s die hier de revue passeren kunt u voor externe GS-compatibele klankmodules gebruiken. Opmerking: Voor gedetailleerde MIDI-specificaties van de VE-GS Pro vraagt u best even bij de technische dienst van Roland Benelux de VE-GS Pro MIDI-implementatie aan. Programmakeuze De VE-GS Pro bevat de klankensets van de SC-55mkII, de SC-88 en de SC-88 Pro. Aangezien de VE-GS Pro maar liefst 1117 klanken bevat schieten de programmanummers 1~128 duidelijk tekort om deze te kiezen. Het wordt wel mogelijk wanneer u bankkeuze-commando s combineert met programmakeuze-commando s. Voorbeeld: u wilt St.Soft EP (programmanummer 5, banknummer 8) kiezen. In dat geval moet u de volgende commando s zenden: Commando CC #0 8 CC #32 3 PC #6 5 De juiste CC#0 en PC nummers vindt u terug in het klankoverzicht in de handleiding van de VE-GS Pro. Met CC#32 kiest u tussen de klankindeling van de SC-55 ( 1 ), SC-88 ( 2 ), SC-88 Pro ( 3 ). Opmerking: Als u een geheugennummer kiest waarin geen klank is opgeslagen hoort u uiteraard niets. Volume Hiermee kunt u voor iedere Part het volume instellen. De standaardinstelling voor alle Parts is 100. Commando Stereopositie Waarde Waarde CC #7 0~127 Hiermee kunt u iedere Part een plaats in het stereobeeld geven. De standaardinstelling voor alle Parts is 64. De waarde x bepaalt dus de transpositie. Het waardebereik van x is 40~64~88 (-2 octaven~0~+2 octaven). Als x=64 wordt er niet getransponeerd. Commando CC #10 Waarde 0 (links)~64 (midden)~127 (rechts) 107

108 MC-80 Handleiding Diepte van de Reverb Hiermee kunt u voor iedere Part de intensiteit van het Reverb-effect instellen. De standaardinstelling voor alle Parts is 40. Commando Diepte van de Chorus Hiermee kunt u voor iedere Part de intensiteit van het Chorus-effect instellen. De standaardinstelling voor alle Parts is 0. Diepte van de Delay Hiermee kunt u voor iedere Part de intensiteit van het Delay-effect instellen. De standaardinstelling voor alle Parts is 0. Transpositie Waarde CC #91 0~127 Commando Waarde CC #93 0~127 Commando Waarde CC #94 0~127 Commando F x 16 yy cs F7 Waarde zie hieronder x bepaalt welke Part wordt getransponeerd: 1~9 (Parts 1~9) 0 (Part 10) A~F (Part 11~16) yy bepaalt de mate van transpositie: 28~40~58 (-24~0~+24) Opmerking: Als u voor x en yy geschikte waarden invoert en u drukt daarna op [F5 (ENTER)], dan berekent de MC-80 automatisch de checksum. Opmerking: Als u voor x en yy geschikte waarden invoert en u drukt daarna op [F5 (ENTER)], dan berekent de MC-80 automatisch de checksum Tones editen Zoals we reeds aanhaalden kan iedere Part in de VE-GS Pro zijn partij met een andere klank weergeven. Zo n klank noemen we in VE-GS Pro jargon een Tone. Ook de klankinstellingen van zo n Tone kunt u middels controlecommando s wijzigen. Dat kan trouwens eveneens voor andere aangesloten GScompatibele klankmodules (hoewel voor sommige klankmodules het instelbereik beperkter is). Afsnijfrequentie (TVF CutOff) Hiermee maakt u het geluid helderder of doffer: Commando CC #99 1 CC #98 32 Waarde CC #6 0~127 Resonantie (TVF Reso) Hiermee accentueert u de afsnijfrequentie, wat een typisch synthesizerachtig geluid geeft: Commando CC #99 1 CC #98 33 Waarde CC #6 0~127 Attack Time (TVF&TVA Attack) Hiermee bepaalt u hoe snel de maximale filter- en volumewaarden worden bereikt: Parts uitschakelen Commando F x 08 0y cs F7 Waarde zie hieronder Commando Waarde CC #99 1 CC #98 99 CC #6 0~127 x bepaalt welke Part wordt in/uitgeschakeld: 1~9 (Parts 1~9) 0 (Part 10) A~F (Part 11~16) yy bepaalt of de Part in ( 1 ) of uit ( 0 ) wordt geschakeld. Decay Time (TVF&TVA Decay) Hiermee bepaalt u hoe snel de filter- en volumewaarden terugvallen naar een constant niveau: Commando Waarde 108

109 Werken met de interne klankgenerator (VE-GS Pro) CC #99 1 CC # CC #6 0~127 Release Time (TVF&TVA Release) Hiermee bepaalt u hoe lang het geluid naklinkt (en het filter geopend blijft) nadat u de toets loslaat: Commando CC #99 1 CC # Waarde CC #6 0~127 Vibrato Rate (Vib Rate) Hiermee bepaalt u de snelheid van het vibrato-effect: Commando CC #99 1 CC #98 8 Waarde CC #6 0~127 Vibrato Depth (Vib Depth) Hiermee bepaalt u de intensiteit van het vibratoeffect: Commando CC #99 1 CC #98 9 Waarde CC #6 0~127 Vibrato Delay (Vib Delay) Hiermee bepaalt u de tijd tussen het begin van de noot en het begin van het vibrato-effect: Commando CC #99 1 CC #98 10 Waarde CC #6 0~ Effecten gebruiken De VE-GS Pro is voorzien van dezelfde krachtige effectprocessor als de SC-88 Pro. Dat betekent dat u kunt kiezen uit 64 uiteenlopende effecten om individuele Parts op te smukken. Effecten in- en uitschakelen U kunt voor iedere Part kiezen of die al dan niet gebruik maakt van het geselecteerde effect. Commando F x 22 0y cs F7 y bepaalt of het effect is in (1) of uit (0) wordt geschakeld. x bepaalt de Part waarvoor u het effect in- of uitschakelt: 1~9 (Parts 1~9) 0 (Part 10) A~F (Part 11~16) Effecttype kiezen Waarde zie hieronder Ziehier een overzicht van de 64 effecten waaruit u kunt kiezen (voor een gedetailleerde beschrijving van de effecten verwijzen we naar de handleiding van de VE-GS Pro). Ook de keuze van het effect wordt bepaald door een combinatie van de waarden xx en yy in het onderstaande SysEx-commando: F xx yy cs F7 Thru Stereo-EQ Spectrum Enhancer Humanizer Overdrive Distortion Phaser Auto Wah Rotary Stereo Flanger Step Flanger Tremolo Auto Pan Compressor Limiter Hexa Chorus xx yy 109

110 MC-80 Handleiding xx yy Tremolo Chorus Stereo Chorus Space D D Chorus Stereo Delay Mod Delay Tap Delay Tap Delay Time Control Delay Reverb Gate Reverb D Delay Pitch Shifter Feedback Pitch Shifter D Auto D Manual Lo-Fi Lo-Fi Overdrive Chorus Overdrive Flanger Overdrive Delay Distortion Chorus Distortion Flanger Distortion Delay Enhancer Chorus Enhancer Flanger Enhancer Delay Chorus Delay Flanger Delay 02 0A Chorus Flanger 02 0B Rotary Multi Guitar Multi Guitar Multi Guitar Multi Clean Guitar Multi Clean Guitar Multi Bass Multi Rhodes Multi Keyboard Multi Chorus/Delay Flanger/Delay Chorus/Flanger OD/OD OD/Rotary OD/Phaser OD/AutoWah PH/Rotary PH/Auto Wah Instellingen van de VE-GS Pro bewaren Heel het rijtje instellingen waarmee we daarnet hebben kennisgemaakt kunt u opnemen in een song en opslaan op diskette. Dat is handig wanneer u een song samen met de bijbehorende klankinstellingen wilt bewaren. U zou echter ook een lege song kunnen aanmaken, die u puur misbruikt als geheugen voor VE-GS Pro klanken. Via de MIDI THRU-connector kunt u de instellingen naar een extern instrument (bv. een ander sequencer) zenden. Die MIDI THRU dient normaal om de signalen van MIDI IN onveranderd door te geven, maar in het geval van de MC-80 heeft hij dus een speciale tweede functie: het zenden van VE-GS Pro-instellingen. Dat laatste gebeurt wanneer de VE-GS Pro een Dump Request-commando ontvangt van de MC-80 of van een externe sequencer. Voor u de instellingen kunt opslaan moet u dus de functie van de MIDI THRU-connector aanpassen: 1) Druk op [SEQUENCER]. 2) Druk op [TOOLS] en vervolgens op [F3 (MIDI)]. 3) Plaats de cursor op Thru Select. 4) Kies met het [VALUE]-wiel de optie EXP OUT. Opmerking: De bovenstaande procedure is overbodig als u de MIDI Patch Mode op SOUND MODULE (32 Part) hebt ingesteld. Het eigenlijke opslaan van de instellingen gebeurt dan als volgt: 1) Verbind de MIDI THRU en MIDI IN van de MC-80 met elkaar. 2) Druk in de SONG PLAY -pagina op [F4 (MICRO)]. 3) Druk op [F1 (CREATE)] en kies SysEx. xx yy 110

111 Werken met de interne klankgenerator (VE-GS Pro) 4) Voer het onderstaande SysEx-commando in: F C F7 Nu kunt u data zenden 5) Maak een spoor klaar voor opname. Kies niet het spoor waarop u in stap 3 het SysEx-commando hebt aangemaakt. 6) Start de opname. Bij het begin van de opname wordt het SysEx-commando uit stap 4 naar de VE-GS Pro gezonden. Deze reageert op dit commando door data te zenden, die op hun beurt door de MC-80 worden opgenomen. Een volledige dump van alle data neemt zo n 40 seconden in beslag. 7) Wis het SysEx-commando dat u in stap 4 hebt gemaakt (zie Events wissen (Erase) op blz. 74). 8) Bewaar desgewenst de song op diskette (zie blz. 90). voor de begeleiding, de overige Parts gebruikt u voor aanvullende partijen die u zelf op het klavier speelt. 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS} en [F3 (MIDI)]. 2) Plaats de cursor onder MIDI Patch Mode. 3) Kies SOUND MODULE (16 Part). 4) Druk op [ENTER]. 5) Plaats de cursor naast SEQ MIDI IN. 6) Kies IN 1. 7) Plaats de cursor naast ToV-EXP. 8) Kies A Only. 9) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de vorige pagina. Nu kunt u de zestien Parts uit Part-groep A aansturen via MIDI IN 1. Part-groep B luistert naar de sequencer, maar kan ook nog worden aangestuurd via MIDI IN VE-GS Pro als externe klankgenerator gebruiken Het meest voor de hand liggend is natuurlijk dat u de VE-GS Pro door de MC-80 laat sturen, maar niets belet u om de klankkaart als een externe klankgenerator voor keyboards, sequencers, enz. te gebruiken. Klankmodule met 32 Parts In dit geval gebruikt u MIDI 1 en 2 om twee groepen van 16 Parts/MIDI-kanalen aan te sturen. 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS} en [F3 (MIDI)]. 2) Plaats de cursor onder MIDI Patch Mode. 3) Kies SOUND MODULE (32 Part). 4) Druk op [ENTER]. 5) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de vorige pagina. Nu kunt u de zestien Parts uit Part-groep A aansturen via MIDI IN 1 en de zestien Parts uit Part-groep B via MIDI IN 2. Opmerking: In tegenstelling tot de SEQUENCER en SOUND MODULE (16 Part) opties heft de bovenstaande keuze iedere verbinding tussen de MC-80 en de VE-GS Pro op. Klankmodule met 16 Parts In dit geval worden 16 Parts aangestuurd door de MC-80, terwijl de overige 16 beschikbaar zijn voor een extern(e) sequencer/klavier. Dit is een handige optie voor live-situaties. De eerste 16 Parts zorgen 111

112 MC-80 Handleiding 14. MC-80 combineren met externe instrumenten 14.1 Combinatie met MIDI-klavier en externe klankmodule Voor het juiste aansluitschema s voor deze toepassing verwijzen we u naar blz. 14. Vergeet niet alle instrumenten uit te schakelen voor u ze op elkaar aansluit. MIDI-klavier zonder Local Control gebruiken Aansluitvoorbeeld voor een klavier zonder Local Control MIDI-klavier (met interne klankgenerator) MIDI OUT AC IN Klavier Naar stopcontact MIDI IN MIDI IN MIDI OUT MC-80 Klankgenerator Versterker, luidsprekers, hoofdtelefoon Om Soft Thru uit te schakelen doet u het volgende: 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS], [F3 (MIDI)] en [F2 (SETUP)] om naar de MIDI SETUP -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op Soft Thru. 3) Druk op [DEC/-] om de functie uit te schakelen. 4) Druk op [EXIT] om terug te keren naar de SONG PLAY -pagina. Opnemen gaat in dit geval als volgt in zijn werk: 1) Zorg dat de klankgenerator in het klavier op het gewenste kanaal ontvangt. Deze stap mag u overslaan als uw klavier wél met Local Control is uitgerust. 2) Druk op [REC] om naar de REC STANDBY -pagina te gaan. 3) Kies met [SHIFT]+TRACK [1]~[16] het spoor waarop u wilt opnemen. Zorg dat dit gelijk is aan het kanaal dat u in stap 1 hebt gekozen. 4) Druk op [PLAY] om de opname te starten. Opmerking: Als u stapsgewijs wilt opnemen moet u [SHIFT] ingedrukt houden en op [REC] drukken om naar de MICROSCOPE -pagina te gaan. Opmerking: Herhaal stap 1~3 voor ieder nieuw spoor dat u wilt opnemen. Opmerking: Voor meer info over Local Control, zie blz. 15. Zoals u misschien is opgevallen is dit scenario gelijk aan het aansluitvoorbeeld op blz. 15, met uitzondering van de verbinding tussen klavier en klankgenerator die wordt hier intact gelaten. Aangezien het klavier niet over Local Control beschikt kunt u die verbinding namelijk niet opheffen. Bijgevolgd moet u in de MC-80 de Soft Thru -functie uitschakelen (volgens de fabrieksinstellingen is die geactiveerd). Deze functie zorgt namelijk dat alle commando s die via MIDI IN worden ontvangen onveranderd naar MIDI OUT worden gestuurd. Dat zou in dit geval dubbele noten opleveren, aangezien de klankgenerator twee keer wordt aangestuurd: één keer intern, door het klavier en een tweede keer via de MC

113 MC-80 combineren met externe instrumenten Verbinden met twee externe klankmodules Aansluitvoorbeeld met twee externe klankmodules Klavier (zonder klankgenerator) Instellingen van een externe module bewaren in de MC-80 Maak de volgende verbinding als u met de MC-80 instellingen van externe modules wilt opnemen. MC-80 MC-80 MIDI OUT MIDI IN1 of 2 MIDI IN 1 Klankmodule MIDI OUT Klankmodule A MIDI OUT 1 MIDI IN MIDI THRU MIDI OUT 2 MIDI IN Klankmodule B Klankmodule C MIDI IN In dit scenario spreekt het voor zich dat u MIDI OUT 1 met de eerste en MIDI OUT 2 met de tweede klankmodule verbindt. Op die manier kunt u 32 Parts onafhankelijk aanspreken. Verbinden met drie of meer klankmodules De derde en volgende klankmodules kunt u via een klassieke THRU IN verbinding in het systeem integreren. Bekijk even de afbeelding hierboven: klankmodule C ontvangt dezelfde informatie als klankmodule A. Het is dus een kwestie van per MIDI-kanaal te beslissen voor welke module die informatie bestemd is en vervolgens de overeenkomstige filters te programmeren. Wilt u bijvoorbeeld dat kanaal 1 enkel door module A wordt ontvangen, dan blokkeert u de ontvangst van kanaal 1 in module C, enz. De meeste klankmodules kunnen een zgn. Bulk Dump uitvoeren. Dat wilt zeggen dat ze hun klankgegevens via de MIDI OUT versturen. Als u die MIDI OUT met de MIDI IN van de MC-80 verbindt kunt u die data opnemen en bewaren op een diskette. Let wel: misschien is de MIDI OUT van de MC-80 ook nog verbonden met de MIDI IN van de klankmodule. Om problemen tijdens de Bulk Dump te vermijden moet u in dat geval de Soft Thru -functie even uitschakelen. Dat gaat als volgt: 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS] and [F3 (MIDI)] om naar de MIDI SETUP -pagina te gaan. 2) Plaats de [CURSOR] op Soft Thru. 3) Kies OFF. Na de dump mag u Soft Thru weer inschakelen door ON te kiezen. Opmerking: Zie blz. 110 als u de instellingen van de VE-GS Pro wilt bewaren. Om een Bulk Dump naar de MC-80 uit te voeren gaat u als volgt te werk: 1) Maak de MC-80 klaar voor opname (zie blz. 50). 2) Kies met [SHIFT]+TRACK [1]~[16] het spoor waarop u de data wilt opnemen. 3) Druk op [PLAY] om de opname te starten. 4) Zodra de Measure -teller 0001 aangeeft mag u de Bulk Dump op de klankmodule starten. Opmerking: Hoe u een Bulk Dump op uw klankmodule moet u starten vindt u ongetwijfeld in de handleiding van dat instrument. 5) Zodra alle data zijn gezonden drukt u op de MC-80 op [STOP]. 6) Bewaar de data eventueel op diskette. Wilt u die gegevens ooit weer in de module laden, dan geeft u gewoon de song die u daarnet hebt opgeslagen opnieuw weer. Zorg daarbij dat de MIDI OUT van de MC-80 verbonden is met de MIDI IN van de 113

114 MC-80 Handleiding module en dat de song precies aan het tempo wordt weergegeven dat u bij de opname hebt gebruikt. Uiteraard is ook knippen en plakken in de data van een Bulk Dump uit den boze Synchroniseren met een andere sequencer Met behulp van MIDI Clock-commando s kunt u de MC-80 synchroniseren met een andere sequencer. Externe sequencer volgt het tempo van de MC-80 In het eerste scenario dat we bekijken is de MC-80 de baas, de master in het MIDIees. De externe sequencer is in dit geval de slave. Zoek in de handleiding van uw externe sequencer op welke instellingen u moet maken om het tempo van MIDI Clock afhankelijk te maken. Op de MC-80 hoeft u niets speciaals in te stellen, want die geeft gewoon weer. Laten we echter voor alle zekerheid even controleren of alle parameters op de juiste waarden zijn ingesteld. 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS], [F3 (MIDI)] en [F3 (SYNC)] om naar de SYNC -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor eventueel op de volgende parameters en om de nodige instellingen te maken. Mode MIDI Sync Out 3) Maak de volgende verbinding: MIDI OUT 1 Master Kies hier de MIDI OUT-connector waarop u de andere sequencer hebt aangesloten. MIDI Clock MIDI IN MC-80 volgt het tempo van de externe sequencer In dit scenario is de MC-80 slave en de externe sequencer master. Nu moet er wel één en ander worden ingesteld. Zorg dat de externe sequencer MIDI Clock-commando s zendt (raadpleeg de handleiding). Maak voor de MC-80 de volgende instellingen: 1) Druk achtereenvolgens op [TOOLS], [F3 (MIDI)] en [F3 (SYNC)] om naar de SYNC -pagina te gaan. 2) Plaats de cursor op Mode en kies Slave (MIDI). 3) Maak de volgende verbinding: MIDI OUT 1 Externe sequencer (Master) MIDI Clock MIDI IN MC-80 (Slave (MIDI)) 4) Gebruik de transportknoppen van de externe sequencer om de weergave te starten/stoppen. Wilt u op de MC-80 opnemen terwijl hij het tempo van de master volgt, plaats de MC-80 dan eerst in opname-pauze en start vervolgens de weergave op de master MC-80 synchroniseren met recorders uit de Roland VS-serie Hard disk recorders kunnen niet zonder meer op MIDI Clock-commando s reageren. Welke instellingen u precies moet kiezen om uw MC-80 te synchroniseert met hard disk recorders uit de Roland VSserie hangt dan ook af van de manier waarop u tempowijzigingen gebruikt. MC-80 (Master) Externe sequencer (Slave (MIDI)) 4) Gebruik de transportknoppen van de MC-80 om de weergave te starten/stoppen. Wilt u op de slave opnemen terwijl hij het tempo van de MC-80 volgt, plaats de slave dan eerst in opnamepauze en start vervolgens de weergave op de MC-80. Synchroniseren met songs die geen tempowijzigingen bevatten Als de song een vast tempo heeft kunt u de MC-80 op MIDI Time Code (MTC) commando s uit de VSrecorder laten reageren. De VS en de MC geven dan synchroon weer, op voorwaarde dat u de opnames in de VS aan maten en tellen hebt gerefereerd. Met andere woorden: als u de opnames die u in de VS maakt achteraf comfortabel met een sequencer wilt synchroniseren moet u tijdens het opnemen de 114

115 MC-80 combineren met externe instrumenten metronoom van de VS gebruiken. Als u zonder metronoom opneemt kan de maatstructuur in de VS nooit overeenstemmen met die van de sequencer. Let wel: zelfs zonder metronoomreferentie lopen de MC en de VS nog steeds synchroon alleen kunt u niet meer knippen en plakken op maatgrenzen enz. Stel bijvoorbeeld dat u een live-opname met een volledige band doet, waarbij drums en gitaren in de VS worden opgenomen en uw keyboards in de MC, via MIDI. U gebruikt daarbij geen metronoomklik. Als u de MC volgende de onderstaande procedure hebt gesynchroniseerd met de VS zal de weergave net zo klinken als de opname beide apparaten geven dus synchroon weer. Alleen is knippen en plakken op maatgrenzen, synchrone arpeggio s sturen enz. nu niet mogelijk. Druk eerst op [PLAY] om de MC-80 klaar te maken voor weergave. Vanaf nu worden alle transportfuncties (starten, stoppen, enz.) gestuurd door de VS. Voor de meest stabiele weergave opteert u op de MC-80 best voor Song Play (zie blz. 41). Laad eventueel de song (zie blz. 90) voor u de gesynchroniseerde weergave start. Opmerking: Als u niet zo vertrouwd bent met het jargon van MMC, MTC, enz., lees dan even de beknopte uitleg op blz Scenario 2: VS-recorder is slave, MC-80 is master 1) Maak de volgende aansluitingen. Synchronisatiesignaal (MTC) Scenario 1: VS-recorder is master, MC-80 is slave 1) Maak de volgende aansluitingen. Synchronisatiesignaal (MTC) MC-80 (Master) MIDI OUT 1 MIDI IN MIDI IN MC-80 (Slave (MTC)) MIDI OUT VS-recorder (Slave (MTC)) 2) Stel de VS in als master. Hoe u dat doet leest u in de handleiding van uw VS-recorder. 3) Druk achtereenvolgens op [TOOLS], [F3 (MIDI)] en [F3 (SYNC)] om naar de SYNC -pagina te gaan. 4) Maak de volgende instellingen. Mode Slave (MTC) *1 MMC Mode OFF *2 Frame Mode VS-recorder (Master) Kies de waarde die u in de VS voor deze parameter hebt gekozen. *1: Als u Slave (MTC) kiest wordt het standaardtempo van de song gekozen. Dit tempo kunt u ook kiezen door een Tempo Reset (zie blz. 43) uit te voeren. *2: Schakel de MMC Mode steeds uit als u Slave (MTC) kiest, anders riskeert u een onstabiele weergave. 2) Stel de VS in als slave. Hoe u dat doet leest u in de handleiding van uw VS-recorder. 3) Druk achtereenvolgens op [TOOLS], [F3 (MIDI)] en [F3 (SYNC)] om naar de SYNC -pagina te gaan. 4) Maak de volgende instellingen. Mode MMC Mode MMC Output MTC Sync Out Frame Mode Master Master Kies hier de MIDI OUT-connector waarmee u de VS-recorder hebt verbonden. Kies hier de MIDI OUT-connector waarmee u de VS-recorder hebt verbonden. Kies de waarde die u in de VS voor deze parameter hebt gekozen. In dit geval moet u de transportfuncties (starten, stoppen, enz.) op de MC-80 gebruiken. De VS volgt. 115

116 MC-80 Handleiding Synchroniseren met songs die temposprongen bevatten We hebben het hier over songs die geen graduele tempowijzigingen bevatten maar plotse temposprongen, bv. vanaf maat 17 wordt het tempo 124. Die temposprongen kunt u bekijken in de MICRO- SCOPE -pagina. Ga daar dus naartoe (zie blz. 69), zoek de tempowijzigingen op en voer exact dezelfde waarden op exact dezelfde plaatsen in voor de Tempo Map van de VS-recorder. De overige instellingen zijn dezelfde als die onder Synchroniseren met songs die geen tempowijzigingen bevatten. Synchroniseren met songs die continue tempowijzigingen bevatten Onder Tempowijzigingen opnemen op blz. 43 hebben we laten zien hoe u continue tempowijzigingen kunt opnemen op het Tempo-spoor. Om de VSrecorder dit soort tempowijzigingen te laten volgen moet u de inhoud van het tempospoor kopiëren naar het Sync-spoor van de VS. Vervolgens maakt u van de VS de master en van de MC-80 de slave (de VS kan in dit scenario niet als slave fungeren). Ga als volgt te werk om de tempo-informatie van de MC-80 te kopiëren naar het Sync-spoor van de VSrecorder en vervolgens synchroon weer te geven. 1) Maak de volgende aansluiting: 3) Maak de volgende instellingen. Mode MIDI Sync Out Master Kies de MIDI OUT waarmee u de VS hebt verbonden. 4) Maak het sync-spoor van de VS klaar voor opname. 5) Start de weergave op de MC-80. De VS begint nu synchroon op te nemen. 6) De VS houdt automatisch op met opnemen zodra de MC-80 klaar is met weergeven. 7) Maak nu de volgende aansluiting: Tempo-informatie van het VS sync-spoor naar de MC-80 zenden. MC-80 (Slave (MIDI)) Synchronisatiesignaal (MIDI Clock) MIDI IN MIDI OUT Opnemen op het Sync-spoor VS-recorder (Master) MC-80 (Master) Synchronisatiesignaal (MIDI Clock) MIDI OUT 1 MIDI IN 8) Zorg nu dat de VS master is. Maak ook de nodige instellingen om het Sync-spoor van de VS naar zijn MIDI OUT wordt gezonden. Instructies hieromtrent vindt u in de handleiding van de VS. 9) Maak voor de MC-80 de volgende instellingen. Mode Slave (MIDI) Starten, stoppen, enz. moet u in dit scenario met de transportknoppen van de VS doen. De MC-80 volgt de tempowijzigingen van het sync-spoor, die overeenkomen met de wijzigingen op zijn eigen Tempospoor. VS-recorder (Slave (MIDI)) 2) Druk achtereenvolgens op [TOOLS], [F3 (MIDI)] en [F3 (SYNC)] om naar de SYNC -pagina te gaan MIDI Clock, MTC, MMC? De uitleg in de vorige stukjes is in feite bedoeld voor mensen die gewoon de boel synchroon willen krijgen, en niet meteen willen weten waar al die termen 116

117 MC-80 combineren met externe instrumenten en parameters nu eigenlijk voor staan. Bent u wel geïnteresseerd in deze terminologie, lees dan vooral verder. Hieronder verklaren we de voornaamste termen en geven een systematisch overzicht van alle parameters op de SYNC -pagina. MIDI Clock versus MTC MIDI Clock en MTC (MIDI Time Code) zijn twee vormen van MIDI-timinginformatie. De MIDI-standaard was in oorsprong bedoeld om verschillende klavieren met elkaar te laten communiceren, en niet veel meer dan dat. Toen er geavanceerde sequencers op de markt verschenen werd aan het MIDI-protocol een elementaire vorm van tempo-informatie toegevoegd, MIDI Clock. Professionele studio s wilden uiteraard hun uitgebreide MIDI-setup synchroniseren met de analoge meersporenmachine. Er waren manieren om dat via MIDI Clock te doen, maar die bleken omslachtig, onbetrouwbaar en weinig flexibel. Voor het synchroniseren van bandopnemers onderling maakte het opnamewereldje al geruime tijd gebruik van een techniek uit de filmindustrie: SMPTE-tijdcode. Deze code is gebaseerd op een absolute tijdsreferentie in uren, minuten, seconden en frames. Dat werkt heel wat nauwkeuriger dan MIDI Clock, dus werd er gezocht om deze techniek in een MIDI-omgeving te integreren. De oplossing heette MIDI Time Code (MTC). MTC is in feite een MIDI-vertaling van SMPTE, en dus ook op absolute tijdwaarden gebaseerd. Hard disk recorders zoals de Roland VS-serie kunnen als dusdanig geen MIDI Clock zenden, maar hebben wel een absolute klok die naar MTC kan worden vertaald. Vandaar dat u normaal MTC kiest als u een VS met uw MC-80 wilt synchroniseren. De VS-recorders hebben echter een speciaal spoor waarop ze MIDI Clock-informatie kunnen opnemen. Bij de weergave daarvan lijkt het alsof de VS MIDI Clock zendt, hoewel er in feite gewoon een opname wordt weergegeven. Het is echter een handige manier om de VS te synchroniseren met een song die veel tempowisselingen bevat. MTC-types We vertelden daarnet dat MTC is afgeleid van de SMPTE-code uit de film- en video-industrie. We maakten daarbij gewag van de onderverdeling in uren, minuten, seconden en frames. Die frames staan voor de individuele beeldjes in een videobeeld. Het aantal beeldjes per seconde noemen we de frame rate. Aangezien iedere industrietak er zo n beetje zijn eigen frame rate op nahoudt zijn er ook verschillende soorten SMPTE-codes, en dus evenveel MTC-derivaten: 30 29N 29D U merkt dat er voor de NTSC-videoformaten een onderscheid wordt gemaakt tussen non-drop en drop. Bij non-drop wordt gewoon het gespecifieerde aantal frames per seconde gebruikt. Een dropcode laat de eerste twee frames van iedere minuut vallen, behalve voor iedere tiende minuut. Waar is dat goed voor? Wel, bij SMPTE-toepassingen blijkt de afgebeelde tijd op den duur iets af te wijken van de reële tijd. Door op gezette intervallen een frame te laten vallen wordt gecompenseerd voor die discrepantie. Dat verklaart meteen waarom drop-formaten worden gebruikt in omroeptoepassingen, waar de tijd op de klok uiteraard exact overeen moet komen met de tijdcode in het display. Bij video- en audiotoepassingen is dat minder kritisch en worden derhalve doorgaans non-drop formaten gebruikt. MMC? 30 frames per seconde, non-drop (zie hieronder). Deze standaard wordt gehanteerd voor analoge bandopnemers en voor zwart-wit videobeelden in het NTSC-formaat (USA en Japan) frames per seconde, non-drop. Wordt gebruikt voor kleur-videobeelden in het NTSCformaat (USA en Japan) frames per seconde, drop. Wordt gebruikt voor kleurvideobeelden in het NTSC-formaat (USA en Japan) voor omroeptoepassingen. 25 frames per seconde. Wordt gebruikt voor SECAM- en PAL- videobeelden, geluidstoepassingen en film (o.a. in Europa). 24 frames per seconde. Wordt gebruikt voor video, film en geluid in de USA. MMC staat voor MIDI Machine Control. Daar waar MIDI Clock en MTC tijdsinformatie doorgeven, communiceert MMC enkel transportcommando s: start, stop, continue (ga voort), vooruit- en terugspoelen, enz. MMC kan op die manier op afstand het transport sturen van bandopnemers, videorecorders, hard disk recorders, enz. Net als bij synchronisatiesignalen is er hier sprake van een master, die de transportcommando s zendt, en een slave, die ze opvolgt. Voor de MC-80 maakt u deze keuze met de MMC Modeparameter, die u in de SYNC -pagina vindt. Als u van de MC-80 de master maakt moet u met de MMC Output-parameter kiezen of u de MMC-commando s niet (OFF), naar MIDI OUT 1 (OUT1) of naar MIDI OUT 2 (OUT2) zendt. 117

118 MC-80 Handleiding Parameters op de SYNC -pagina Alle parameters die te maken hebben met synchronisatie zijn gegroepeerd op de SYNC -pagina. We hebben er op de voorgaande bladzijden al regelmatig mee te maken gehad, maar hier zetten we ze allemaal nog eens op een rijtje. De SYNC -pagina bereikt u door achtereenvolgens op [TOOLS], [F3 (MIDI)] en [F3 (SYNC)] te drukken. Welke parameters moet u instellen als u MTC gebruikt? Sync Out Hiermee kiest u naar welke MIDI-uitgang de MC-80 (als master) synchronisatiecommando s zendt. Mode Hiermee bepaalt u of de synchronisatie gebeurt op basis van MTC of MIDI Clock. OFF MIDI OUT 1 MIDI OUT 2 De MC-80 zendt geen synchronisatiecommando s. De MC-80 zendt synchronisatiecommando s naar MIDI OUT 1. De MC-80 zendt synchronisatiecommando s naar MIDI OUT 2. Master Slave (MTC) Slave (MIDI) Remote Externe instrumenten luisteren naar de MIDI Clock van de MC-80. De MC-80 luistert naar MTC uit een extern instrument. De MC-80 luistert naar MIDI Clock uit een extern instrument. De MC-80 luistert enkel naar MMC (transportcommando s) uit een extern instrument. Het tempo wordt nog steeds intern bepaald. Welke parameters moet u instellen als u MIDI Clock gebruikt? MIDI Sync Output Hiermee kiest u naar welke MIDI-uitgang de MC-80 (als master) Clock-commando s zendt. OFF OUT 1 OUT 2 1&2 De MC-80 zendt geen Clock-commando s. De MC-80 zendt Clock-commando s naar MIDI OUT 1. De MC-80 zendt Clock-commando s naar MIDI OUT 2. De MC-80 zendt Clock-commando s naar MIDI OUT 1 en 2. Frame Rate Master en slave in een synchrone setup moeten steeds aan dezelfde frame rate werken. Als u een hard disk recorder zoals de VS wilt synchroniseren met de MC-80 maakt het niet uit welke frame rate u kiest, zolang u maar voor VS en MC dezelfde rate kiest. Wilt u synchroniseren met een videorecorder, dan wordt het al iets kritischer, want voor die videomachine kunt u de frame rate niet kiezen. Kies daarom in de MC-80 de rate die de videorecorder uitstuurt. Mogelijke waarden: 24, 25, 29N, 29D, 30 (voor meer uitleg, zie hierboven). Offset Time Hiermee bepaalt u de afwijking van de tijdsafbeelding in het display ten opzichte van de reële SMPTEtijd. Bijvoorbeeld: een song in de VS begint op 00h50m00s00f. U wilt dat het display van de MC-80 begint te tellen op 00h00m00s00f. Kies in dat geval een Offset-waarde van 00h50m00s00f. ( h staat voor uren, m voor minuten, s voor seconden en f voor frames.) Mogelijke waarden: 00h00m00s00f~23h59m59s29f Error Level Hiermee bepaalt u hoe vaak de MC-80 controleert of er nog MTC wordt ontvangen uit het externe instrument. Als er grote hiaten in de ontvangst zitten wordt de weergave gestopt. Mogelijke waarden: 1~10 (hoe hoger de waarde hoe groter het interval tussen de controles ). Opmerking: Strikt gezien zorgen lagere waarden voor een betrouwbaarder resultaat. Een te rigoureuze controle kan echter tot gaten in de weergave leiden. Hogere waarden zorgen in dat geval dat fouten die toch geen merkbare invloed op de weergave hebben over het hoofd worden gezien. 118

119 Appendix 15. Appendix 15.1 Mogelijke problemen Lijkt uw MC-80 het soms niet te doen, overloop dan in eerste instantie de onderstaande lijst. De kans is groot dat u een kleine vergissing hebt gemaakt die u aan de hand van de onderstaande informatie kunt rechtzetten. Kunt u het probleem niet oplossen, neem dan contact op met de dichtstbijzijnde Roland hersteldienst. Geen geluid uit de externe klankmodule Hebt u wel de juiste MIDI-verbindingen gemaakt (zie blz. 14)? Hebt u de mixer, versterker enz. correct aangesloten en zijn ze ingeschakeld? Misschien werden er in de song lage waarden voor controlenummers 7 (Volume) of 11 (Expressie) gezonden. Controleer dat even in de MICROSCO- PE-pagina (zie blz. 69). Hebt u de juiste MIDI OUT-connector geselecteerd (zie blz. 37)? Hebt u de juiste MIDI IN-connector geselecteerd (zie blz. 37)? Gebruikt u misschien de Track Mute (blz. 46), Minus One (blz. 47) of Solo (blz. 46) functies? Hebt u een fade-out geprogrammeerd die het volume tot het minimum heeft herleid (blz. 45)? U hoort niet de klank die u op de externe module dacht te hebben gekozen Controleer de configuratie van de MIDI-connectors (blz. 38). Speelt u mee met een song? Die song bevat misschien programmakeuzes vandaar de onverwachte klankwisselingen. Even nakijken in de MICROSCOPEpagina (zie blz. 69). Misschien hebt u op de externe module niet de juiste Part gekozen? U kunt niet weergeven wat u hebt opgenomen Misschien hebt u opgenomen op een spoor waarvoor de weergave is uitgeschakeld. Kijk of dat zo is (blz. 46) en schakel desnoods de weergave opnieuw in. Vorige weergave gebeurde aan een ander tempo Een nieuw tempo wordt pas vastgelegd zodra u de song opnieuw wegschrijft. Controleer bij het wegschrijven (blz. 90) dus steeds even of u wel het juiste weergavetempo hebt ingesteld. Markers zijn plots verdwenen Hebt u de song in het SMF 0 of 1 formaat opgeslagen? Markers worden enkel bewaard wanneer u de song in het MC-80 formaat opslaat (blz. 90). Geeft u de song weer in Quick Play (blz. 41)? Markers kunt u enkel gebruiken als u de song in de MC-80 laadt. Patterns blijken niet op de diskette te staan Hebt u de song in het SMF 0 of 1 formaat opgeslagen? Patterns worden enkel bewaard wanneer u de song in het MC-80 formaat opslaat (blz. 90). Geeft u de song weer in Quick Play (blz. 41)? Patterns kunt u enkel gebruiken als u de song in de MC-80 laadt. Bepaalde toetsen sturen volledige partijen aan Waarschijnlijk hebt u de Phrase Sequence-functie geactiveerd (blz. 61). Geen geluid uit de VE-GS Pro Hebt u de VE-GS Pro correct geïnstalleerd (blz. 105)? Hebt u de MIDI-uitgangen exclusief aan externe klankmodules toegewezen (blz. 37)? Hebt u de juiste MIDI OUT-connector gekozen (blz. 37)? Misschien werden er in de song lage waarden voor controlenummers 7 (Volume) of 11 (Expressie) gezonden. Controleer dat even in de MICROSCO- PE-pagina (zie blz. 69). Misschien staat de EXPANSION LEVEL OUTPUTregelaar op het minimum. Kies hiermee een aangenaam luistervolume. Hebt u de mixer, versterker enz. correct aangesloten en zijn ze ingeschakeld? Gebruikt u misschien de Track Mute (blz. 46), Minus One (blz. 47) of Solo (blz. 46) functies? 119

120 MC-80 Handleiding Hebt u in de MIDI SETUP-pagina de juiste instellingen gemaakt (blz. 37)? Sommige modules kiezen overwacht andere klanken De song bevat misschien programmakeuzes vandaar de onverwachte klankwisselingen. Even nakijken in de MICROSCOPE-pagina (zie blz. 69). Controleer meteen of u die programmakeuzes wel op het juiste MIDI-kanaal hebt geprogrammeerd. U krijgt bepaalde data niet te zien in de MICROSCOPE-pagina Misschien hebt u de verkeerde sporen geselecteerd (zie blz. 69)? Misschien hebt u een VIEW SW geprogrammeerd die de afbeelding van bepaalde data bewust tegenhoudt (blz. 71). Synchronisatie is niet mogelijk Is alles correct aangesloten (blz. 114)? Hebt u wel de juiste MIDI-verbindingen gemaakt (zie blz. 14)? Bent u zeker dat het externe instrument overweg kan met MTC en MMC? Geeft u de song weer in Quick Play (blz. 41)? Laad de song in de MC-80 (blz. 92). U vindt bepaalde songdata op schijf niet terug Misschien zoekt u in de verkeerde folder (blz. 92). Misschien hebt u niet de juiste schijf geselecteerd. U kunt een song niet laden in de SONG PLAYpagina Zoekt u wel op de juiste schijf en in de juiste folder? U hoort de metronoomklik niet Hebt u de juiste instellingen voor de klik gemaakt (blz. 40)? Staat de [CLICK LEVEL]-regelaar op het achterpaneel misschien in de minimumstand? 120

121 Appendix 15.2 Foutmeldingen Als u probeert de MC-80 dingen te laten doen die niet mogelijk zijn maakt hij u daarop attent met een foutmelding. Hieronder ziet u welke meldingen dat kunnen zijn en hoe u er best op reageert. Chain Empty! De Chain bevat geen songs, dus kunt u ze niet bewaren. Maak eerst een Chain die songs bevat en probeer deze op te slaan. Memory is Getting Low!! So You Cannot UNDO. Execute Anyway? Het geheugen is bijna vol. De bewerking die u wilt gaan uitvoeren is niet meer middels UNDO te herropen. Druk op [F1 (CANCEL)] als u wilt afzien van de bewerking of op [F6 (EXECUTE)] als u ze toch wilt uitvoeren. Empty Pattern! U kunt dit Pattern Call-commando niet plaatsen omdat het om een leeg Pattern gaat. Folder Name Duplicate! Er bestaan al een folder met deze naam. Geeft nieuwe folder die u wilt aanmaken een anderen naam. CHAIN PLAY MODE Tijdens Chain Play kunt u niet doen wat u wilde doen. Ga naar de Song Play-mode (blz. 41). QUICK PLAY MODE Tijdens Quick Play kunt u niet doen wat u wilde doen. Ga naar de Song Play-mode (blz. 41). You Cannot Quick-Play S-MRC Song! Een SuperMRC song kunt u niet weergeven in Quick Play. Sla deze song op in het MC-80 formaat als u hem in Quick Play wilt weergeven. You Cannot Erase This Message! Dit commando kunt u niet wissen. You Cannot Copy This Message! Dit commando kunt u niet kopiëren. You Cannot Move This Message! Dit commando kunt u niet verplaatsen. MIDI OFFLINE! De verbinding met MIDI IN werd verbroken. Controleer de kabels: misschien werd de kabel per ongeluk uitgetrokken of gaat het gewoon om een slechte kabel. MIDI Communication Error! Er is een intern probleem in de MC-80. Neem contact op met de Roland hersteldienst. REC PARAMETER ERROR! U probeert een opname te starten binnen of voor een lus. Kies een andere plaats om de opname te starten. SONG FORMAT ERROR! Deze song is beschadigd. U kunt deze song niet meer gebruiken. SONG NOT FOUND! De geselecteerde song blijkt onvindbaar. DISK NOT READY! De schijf die u wilt aanspreken werd niet gevonden. DISK FULL! De schijf zit vol. Maak ruimte vrij op de schijf door onnodige data te wissen of formateer een nieuwe schijf. FILE NOT FOUND! Het bestand dat hiervoor nodig is blijkt onvindbaar. File/Folder Name Duplicate! Er bestaat reeds een bestand of folder met deze naam. Overschrijf het bestaande bestand of geef het nieuwe bestand een andere naam of sla het nieuwe bestand op een andere schijf op. Improper Filename! Het bestand heeft nog geen naam. Geef het bestand een naam voor u verdergaat. FILE READ ERROR! Dit bestand is beschadigd. U kunt dit bestand niet meer gebruiken. SYSTEM ERROR #1 Er is een storing van onbekende oorsprong opgetreden. Neem contact op met de Roland hersteldienst. SYSTEM ERROR #2 Er is een storing van onbekende oorsprong opgetreden. Neem contact op met de Roland hersteldienst. Data not found! Er ontbreken data om de bewerking uit te voeren. 121

122 MC-80 Handleiding Microscope Memory Full! Er blijft te weinig geheugen over om de data te editen. Maak plaats vrij op de schijf door onnodige data te wissen. Movable onto Bar Line Only. Maatwisselingen kunt u enkel naar maatgrenzen verplaatsen. MIDI, Buffer Full! Er worden te veel MIDI-data in één keer gezonden. DISK, Not Ready or Unavailable! Er is iets misgelopen met de diskette of de disk drive. Probeer het eens met een andere diskette. Lukt het dan nog niet, neem dan contact op met de Roland hersteldienst. DISK, Not Initialized! Deze schijf is niet geformateerd voor gebruik in de MC-80. Formateer de schijf. DISK, Write Protected! De schrijfbeveiliging van deze schijf is ingeschakeld, daarom kunt u er geen data op kwijt. Schakel de schrijfbeveiliging uit of neem een andere schijf. Memory No Room! De data kunnen niet meer worden verwerkt omdat het interne geheugen vol zit. Wis onnodige data (blz. 74) om geheugenruimte vrij te maken. IMPROPER DISK, This Disk is not for the MC-80. Deze schijf is niet geformateerd voor gebruik in de MC-80. Gebruik een schijf die voor de MC-80 is geformateerd of formateer de schijf. DISK, Read Error! Bij het lezen van deze schijf trad er een storing op. Deze schijf kunt u niet gebruiken. DISK, Write Error! Bij het beschrijven van deze schijf trad er een storing op. Deze schijf kunt u niet gebruiken. PASSWORD PROTECTED, This Zip Disk is Protected by Password! Deze Zip-schijf is via een paswoord beveiligd tegen schrijven. Deze beveiliging kunt u niet in de MC-80 verwijderen. Verwijder de beveiliging in het apparaat (waarschijnlijk een computer) waarmee ze werd aangebracht of gebruik een onbeveiligde Zip-schijf. CHAIN STEP FULL U kunt geen stappen meer toevoegen aan deze Chain. De enige manier waarop u hier nog stappen kunt toevoegen is door andere stappen te wissen. EMPTY PATTERN, Pattern xxx (xxxxxxxxxx) is Empty. You Cannot Edit This Pattern! U kunt dit Pattern niet editen omdat het geen data bevat. FILENAME DUPLICATE, FILE (File Name) Already Exists! Er bestaat reeds een bestand met deze naam. Overschrijf het bestaande bestand of geef het nieuwe bestand een andere naam of sla het nieuwe bestand op een andere schijf op. CLEAR SONG, The Internal Song will be Cleared. (Song Name) (File Name) Are You Sure? De song in het interne geheugen zal worden gewist. Gaat u hiermee akkoord? DISK FORMAT, All the Data on the Disk (Disk Name) will be lost. Are You Sure? Alle data op deze schijf zullen worden gewist. Gaat u hiermee akkoord? Formatting the Disk will Take Approximately 30 Minutes. Het formateren van deze schijf zal ongeveer 30 minuten in beslag nemen. LOAD SONG, (Song Name) (File Name) is not the Internal Song. Load anyway for xxxxx. Om deze bewerking te kunnen uitvoeren moet u de song eerst laden. SHUTDOWN, Shutdown OK? Wilt u de MC-80 uitschakelen? COPYRIGHT PROTECTED, Copyright Notice Exists. U kunt deze song niet opslaan als een Standard MIDI File omdat de schijf auteursrechtelijk beveiligd is. Sla de song op in het MC-80 formaat. 122

123 Appendix CLEAR CHAIN ALL STEPS, All the Chain Steps will be Cleared. Are You Sure? Alle stappen in deze Chain zullen worden gewist. Gaat u hiermee akkoord? DELETE, The File(s)/Folder(s) will be Deleted. Are You Sure? Alle bestanden en folders zullen worden gewist. Gaat u hiermee akkoord? SYSEX MODIFIED, System Exclusive Message Was Modified. Select F1='CANCEL' or F6='WRITE'. U probeert een venster te sluiten waarin u een SysExcommando hebt gewijzigd. Druk op [F6(WRITE)] als u de wijziging wilt behouden of op [F1(CANCEL)] als u het commando in zijn originele staat wilt herstellen. Too Many Files in This Folder Het maximale aantal bestanden dat deze folder kan bevatten is bereikt. Wis onnodige bestanden of sla het bestand op in een andere folder. Too Many Folders in This Folder Het maximale aantal folders dat deze folder kan bevatten is bereikt. Wis onnodige folders of sla de folder op in een andere folder. Level Too Deep to Create Folder Het diepst mogelijke niveau in de folder-boomstructuur is bereikt. Maak de subfolder op een ander niveau aan. You Cannot Use This Device! Dit SCSI-apparaat kunt u niet in combinatie met de MC-80 gebruiken. Verbind enkel een Zip drive met het SCSI-interface. 123

124 MC-80 Handleiding 15.3 Wat is SCSI? SCSI is de afkorting voor Small Computer System Interface. Deze interface werd een aantal jaren geleden in het leven geroepen om een massa s data op heel korte tijd te kunnen verzenden. In de MC-80 kunt u een SCSI-interface installeren (VS4S-1, los verkrijgbaar), waarop u een Zip drive kunt aansluiten. Aansluitingen en kabels De SCSI standaard laat toe om maximaal 7 apparaten met elkaar te verbinden. Er bestaan twee soorten SCSI kabels: enkelvoudig afgeschermde en dubbel afgeschermde. In de regel zijn de dubbel afgeschermde kabels betrouwbaarder (maar ook duurder). De meeste SCSI opslagmedia zijn met twee SCSI connectors uitgerust die beide als in- en uitgang kunnen werken. Het maakt dus weinig uit op welke connector u een kabel aansluit. Sluit de externe SCSI apparaten op de volgende manier aan: Een SCSI keten moet aan beide zijden worden afgesloten met een zgn. Terminator. Om het aantal connectors tot een minimum te beperken is de MC-80 intern voorzien van een dergelijke Terminator (bij computers is dat ook het geval). SCSI drives zijn in de regel echter open, wat dus betekent dat ze via beide SCSI connectors signalen ontvangen c.q. doorseinen. Daarom moet u de laatste vrije SCSI-aansluiting (de SCSI connector waar u geen kabel op aansluit) voorzien van een meestal bij de drive geleverde Terminator. Meer hierover vindt u in de handleiding bij de drive. Opmerking: Sommige drives zijn maar van één SCSI connector voorzien. In dat geval bevatten ze een interne Terminator en moeten ze zich helemaal achteraan in het SCSI rijtje bevinden. Opmerking: Gebruik altijd een Terminator van degelijke kwaliteit. Als u de SCSI-keten niet afsluit, zou het kunnen dat het geheel misschien wel werkt, maar echt betrouwbaar zal het niet zijn. Een Terminator is dus echt wel belangrijk. Actieve Terminators Als u een externe terminator gebruikt opteert u best voor een actieve terminator. Gaat het om een disk drive waarbij u de voeding van de terminator kunt in- en uitschakelen, vergeet dan niet deze in te schakelen. MC-80 Disk drive1 (Zip drive) Disk drive 2 (Zip drive, Terminator On) Vaak wordt de drive met een SCSI kabel geleverd. Is dat bij u niet het geval, dan moet u een kabel kopen die geschikt is voor de gebruikte drive: Om de MC-80 met een Zip drive en die Zip drive eventueel met een tweede Zip drive te verbinden moet u kabels van het DB-25 type gebruiken (stekkers met 25 pennen). Let bovendien op de volgende dingen: Gebruik altijd zo kort mogelijke SCSI kabels met een impedantie van 110Ω (±10%) die bovendien volledig afgeschermd zijn (zie hierboven). De totale lengte van alle gebruikte SCSI kabels mag nooit groter zijn dan 6,5m. SCSI aansluitingen mag u enkel maken/verbreken als alle apparaten uitgeschakeld zijn. SCSI ID Elke drive van een SCSI keten moet een nummer hebben (0~7) dat u aan geen enkel ander apparaat van die keten gegeven hebt. Als twee SCSI apparaten namelijk hetzelfde nummer hebben, werkt de SCSI verbinding niet (of, als u geluk hebt, wordt er maar één van de twee drives herkend). Ook de MC-80 heeft een SCSI ID nummer dat bij levering 7 luidt. Meteen weet u dus dat alle andere drives een ander nummer dan 7 moeten hebben. Zie de handleiding bij de gebruikte drive(s) voor het instellen van het SCSI ID nummer. Terminator 124

125 Appendix 15.4 MIDI-implementatie MICRO COMPOSER Model MC-80/80EX Function... MIDI Implementation Chart Date : Jan. 23, 1999 Version : 1.00 Transmitted Recognized Remarks Basic Channel Default Changed All channel X All channnel 1 16 There is no specific basic channel. Mode Default Messages Altered X X ************** X X Note Number : True Voice ************** Velocity Note ON Note OFF O O O O After Touch Key's Ch's O O O *1 O *1 Pitch Bend O O *1 Control Change 0, 32 O O *1 Bank Select 1 O O *1 2 O O *1 4 O O *1 6, 38 O O *1 7 O O *1 10 O O *1 11 O O *1 64 O O *1 66 O O *1 67 O O * O O *1 98, 99 O 100, 101 O O O *1 O *1 O *1 Modulation Breath Type Foot Type Data Entry Volume Panpot Expression Hold1 Sostenute Soft Effects 1-5 NRPN LSB,MSB RPN LSB,MSB Other Message Program Change : True # O ************** O * System Exclucive System Common : Quarter Flames : Song Pos : Song Sel : Tune O O O O O O *1 O O *2 O *1 O System Real Time Aux Message Notes : Clock : Commands : All Sound Off : Reset all controllers : Local ON/OFF : All Notes OFF : Active Sense : Sysyem Reset O *1 O *1 O O X *2 O *3 O X O *1 O *1 O O X O ( ) *3 O X *1 O X is selectable. *2 Not stored/transmitted when received, but can be created and transmitted using Microscope. *3 Mode Messages ( ) are recorded and transmitted, after all currently sounding notes are turned off. The All Note Message itself is not recorded or transmitted. However, it can be created in Microscope and transmitted. Mode 1 : OMNI ON, POLY Mode 3 : OMNI OFF, POLY Mode 2 : OMNI ON, MONO Mode 4 : OMNI OFF, MONO O : Yes X : No 125

126 MC-80 Handleiding 15.5 Specificaties Sequencergedeelte Klankgenerator (enkel voor de MC-80EX) Sporen Phrase-sporen (16 MIDI-kanalen per spoor): 16 Pattern-sporen (16 MIDI-kanalen per spoor): 1 Tempo-spoor: 1 Beat-spoor: 1 Opmerking: Een song kan maximaal 100 Patterns bevatten. Songdata (intern geheugen) Songs: 1 Nootcapaciteit: ongeveer noten Lengte: 9998 maten Opslagmedia: 3.5 diskettes (2DD/2HD) Disketteformaat: 720 Kbytes, 1.44 Mbytes Nootcapaciteit: ongeveer noten (2DD), noten (2HD) Songbestanden: 99 Parts 32 Maximale polyfonie 64 stemmen Intern geheugen Preset Tones: 1117 Rhythm Sets: 42 Preset Patches: 128 Effecten Reverb (8 types) Chorus (8 types) Delay (10 types) 2-bands equalizer Multi-effecten (64 types) Resolutie 480 tikken per kwartnoot Tempo Kwartnoot = 5~300 Maatsoorten 1/6~32/16, 1/8~32/8, 1/4~32/4, 1/2~32/2 Opnamemethodes Realtime, Step (stapsgewijs) Maximaal aantal gelijktijdig opgenomen noten (tijdens Realtime opnemen) 64 noten Maximaal aantal gelijktijdig weergegeven noten 64 noten Songtypes die kunnen worden geladen MC-80 songs (MC-80, MC-80EX) MRC Pro (XP-80, XP-60, XP-50) Standard MIDI Files formaat 0 Standard MIDI Files formaat 1 SuperMRC songs (MC-50mkII, MC-50) Songtypes die kunnen worden opgeslagen MC-80 songs (MC-80, MC-80EX) Standard MIDI Files formaat 0 Standard MIDI Files formaat 1 Synchronisatiemethode MIDI Clock, MTC (MMC compatibel) Andere Display 320 x 80 beeldpunten LCD (achtergrondverlicht) Aansluitingen MIDI-connectors (IN x 2, OUT x 2, THRU) FOOTSWITCH-connector (stereo-jack) OUTPUT-connectors (stereo) PHONES-connector (stereo-jack) Stroomvoorziening AC 117V, AC 230V of AC 240V Stroomverbruik 13 W Afmetingen 358 (W) x 303 (D) x 88 (H) mm Gewicht 3.3 kg Toebehoren Handleiding (Engels en Nederlands) Diskette met demosongs Stroomkabel Handleiding voor de VE-GS Pro (MC-80EX) Overzicht van de multi-effectparameters (MC-80EX) Optionele toebehoren Voice Expansion Board: VE-GS Pro SCSI Board: VS4S-1 Interne Zip drive: ZIP-INT-1A 2.5 interne harde schijf: HDP-88 serie Opmerking: Wijzigingen in de specificaties voorbehouden. 126

127 Index Index A Aanslaggevoeligheid, 85 Aanslagwaarden, 78 Aansluitingen, 14 Accent Rate, 67 Aftel, 50 Aftertouch, 70 Arpeggiator, 64 Arpeggio Style, 64 Tempo, 64 Attack, 108 Auteursrecht, 49, 68 Auto Punch In, 53 B Baspartijen, 65 Beat, 62 Beat Change, 71 Beat Ptrn, 66 BEAT-indicator, 42 Bestandstypes, 89 Bulk Dump, 113 BWD, 41 C Chain Bewaren, 90 Laden, 92 Naam, 90 Chain Play, 48 Chains, 48 Bewaren, 49 Laden, 49 Weergeven, 48 Change Channel, 79 Change Velocity, 78 Chorus, 108 Cijferklavier, 35 Click Level, 22 Configuration, 101 Bewaren, 91 Laden, 93 Contrast, 17, 101 Control Change, 70 Copy, 94 Disk, 97 Events, 74 Folders, 94 Measures, 77 Count In, 50 Create, 73 Cursor, 34 Curve, 79 CutOff, 108 D Data Thin, 82 DB-25, 99, 124 Decay, 108 Delay, 108 Delete, 76, 94 Folders, 94 Demosongs, 17 Disk Copy, 97 Disk drive, 2 Disk Info, 96 Diskettes, 2, 89 Display Contrast, 17, 101 Display-pagina s, 34 DP-2, 67 DP-6, 67 Drop frame, 117 E Editen, 68 Tones, 108 Effecten, 109 END, 42 Erase Events, 74 Error Level, 118 Extensie, 89 Extract, 80 F Fade-out, 45 Folder, 57 Aanmaken, 58 Nieuw, 95 FOOT SW, 102 Format, 97 Formateren, 97 Frame Rate, 118 Frases, 61 FS-5U, 67, 102 Functieknoppen, 34 FWD, 42 G Gate Ratio, 55 Gate Time, 80 General MIDI, 15 Glissando, 65 GM, 15 Setup, 50 Grid Quantize, 52, 84 Groove, 87 Quantize, 84, 85 Groove Quantize, 85 GS, 15 Setup, 50 GS Reset, 106 H Harde schijf, 89 Extern, 99 Installeren, 98 HDP-88, 89 Help, 35 Hold, 67 I ID, 124 Import, 94, 35 Initialiseren Song, 50 Initialize Song, 50 Inschakelen, 15 Insert Measure, 77 Invoegen Maten, 77 J Jump, 47 JV-1000, 93 K Kensington, 13 Key Velocity, 67 Kopiëren Bestand/folder, 94 Maten, 77 Noten, 74 Schijf, 97 L Load, 92 Chain, 92 Chains, 49 Configuration, 93 Song, 92 User Groove Template, 92 Local Control, 15, 112 Loop, 52 M Maat Erase, 75 Maatsoort, 50 Maatwijziging, 72 Mac OS, 58 Manual Punch In, 53 Mark Jump, 47 Mark Set Timing, 47 Marker, 41 Markers, 47 Plaatsen, 47 Verplaatsen, 47 Wissen, 47 Maten Wissen, 75 MC-300, 43, 93 MC-50, 43, 93 MC-500, 43, 93 MC-500mkII, 43,

128 MC-80 Handleiding MC-50mkII, 43, 93 Measure, 62 Media, 89 Merge, 80 Metronoom, 40 Instellen, 40 MICRO EDIT, 69 MICROSCOPE, 43, 69 MIDI Data filteren, 103 MIDI Clock, 117 MIDI Machine Control, 117 MIDI OUT, 113 selecteren, 37 MIDI Sync Output, 118 MIDI THRU, 38, 113 MIDI Time Code, 117 MIDI Update, 44 MIDI-kanaal Per spoor, 39 MIDI-kanalen, 51 MIDI-klavier, 112 Minus One, 47 Mix, 51 MMC, 117 Modify Value, 83 Motif, 66 Move Bestand/folders, 95 Events, 74 MTC, 117 Multitimbraal, 106 Mute Group, 61 N Naam Chain, 90 Configuration-bestand, 91 Schijf, 96 Song, 90 User Groove Template, 91 Next Song, 46 Non-drop, 117 Nonstop Loop Recording, 54 Noten Gepunte, 56 Overbinden, 56 Wissen, 56 O Octave Range, 67 Offset Time, 118 One Shot, 61 Opname Realtime, 51 Spoor wisselen, 54 Stapsgewijs, 55 Voorbereiden, 50 Wissen, 55 Opnemen Data wissen, 54 P Panic, 36 Part, 106 Part groep, 106 Parts Uitschakelen, 108 Pattern Naam, 69 Pattern Call, 56, 74 PATTERN NAME, 69 Patterns, 59 Samenvoegen, 80 Selecteren, 60 Weergeven, 43, 60 PCS-31, 102 Phrase Sequence, 60, 61 Pitch Bend, 71 PLAY, 42 Playback Mode, 61 Polariteit, 102 Preview, 84 Program Change, 70 Programmakeuze, 107 Punch In Auto, 53 Manual, 53 Punch In/Out, 52 Q Quantize, 83 Grid, 52 Groove, 84, 85 Shuffle, 52, 84 Sjablonen, 86 Quick Play, 41 R Real, 61 Realtime Transpose, 44 REC, 42 Rec Mode, 55 REC STANDBY, 51 Redo, 35, 55 Rehearsal, 54 Release, 109 Rename Bestand/folder, 95 Repeat, 41, 45 Replace, 51 Reso, 108 Resolutie, 24 Reverb, 108 S Save, 89 Chain, 90 Chains, 49 Configuration, 91 Instellingen van externe module, 113 SMF, 90 Song, 57, 90 User Groove Template, 91 VE-GS Pro instellingen, 110 SC-55, 73 SC-55mkII, 107 SC-88, 73, 107 SC-88 Pro, 17, 73, 107 SC-880, 17 Schrijfbeveiliging, 98 SCSI, 124 ID, 124 SCSI ID, 89, 100, 124 SCSI-interface, 89, 99 Shift Clock, 81 Shuffle, 84 Quantize, 84 Shuffle Quantize, 52, 84 Shuffle Rate, 66 Shut Down, 101 Shutdown, 16 Sjabloon, 85 Bewaren, 88 Laden, 88 Preset, 86 User, 87 SMF, 93 Formaat 0, 42, 46 Formaat 1, 42 Uitsplitsen, 93 SMPTE, 117 Soft Thru, 39, 112, 113 Solo, 46 Song Bewaren, 57, 90 Laden, 92 Naam, 68, 90 Song Info, 49 SONG NAME, 68 Song Play, 41 Sporen Apart beluisteren, 46 Inschakelen, 46 Samenvoegen, 80 Uitschakelen, 46 Staccato, 80 Standard MIDI Files, 42 STEP REC, 55 Step Time, 55 Stereopositie, 107 STOP, 42 Strength Timing, 85 Velocity, 85 Style, 64, 65 Super MRC, 43, 93 Swing, 85 SYNC, 118 Sync Out, 118 Synchroniseren, 114 SysEx, 71, 107 GM OFF, 74 GM ON, 74 GS Reset, 74 System Exclusive, 71 T TAP, 43 Template, 85 Tempo, 43 TAP, 43 Wijzigen, 43 Wijzigingen editen, 73 Wijzigingen opheffen, 44 Wijzigingen opnemen, 43, 52, 55 Tempo-spoor, 43 Tenuto, 80 Terminator, 100, 124 Thru Select,

129 Index Time Fit, 82 Toonhoogte, 107 TOP, 41 Track Edit, 75 TRACK INFO, 51 Track Info, 41 Track Mute, 46 Transponeren Maten, 78 Transportfuncties, 41 Transpose Measures, 78 Transpositie, 44, 107, 108 Uitschakelen, 44 Trefwoord, 35 Trigger Quantize, 61 Truncate, 76 Tune Request, 71 XP-80, 93 Z Zip-drive, 2 Zip-schijf, 89 Zip-schijven, 2 U Uitschakelen, 16, 101 Undo, 35, 55 Undo/Redo, 35 User Groove Template, 88 Bewaren, 91 Laden, 92 V VALUE-wiel, 34 VE-GS Pro, 17, 105 VE-GS Pro Initialiseren, 106 Installeren, 105 Opbouw, 106 Velocity, 55 Velocity Sens, 62 Verplaatsen Noten, 74 Verwijderen Maten, 76 Vib Delay, 109 Depth, 109 Rate, 109 VIEW SW, 42, 70 Voetschakelaar, 102 Volume, 107 Volume Label, 96 VS4S-1, 89, 99 VS-serie, 114 W Wait Note, 50 Weergave, 40 Herhalen, 45 Methodes, 41 Patterns, 43, 60 Songs, 42 Volgorde vastleggen, 48 Windows, 58 Wissen Bestand/folder, 94 Noten, 74 X XP-50/60/80, 43,

Inhoud van de handleiding

Inhoud van de handleiding BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen zich vertrouwd te maken met uw Bang & Olufsen-product. De Het bedie- referentiehandboeningshandleiding

Nadere informatie

Praktijk voorbeeld 2: midi opnemen

Praktijk voorbeeld 2: midi opnemen ' Bij dit praktijkvoorbeeld leer je hoe je midi informatie kunt opnemen in Sonar. Aan bod komt ondermeer: - de metronoom - Midi sporen opnemen - Loop recording - punch in en punch out Nieuw Project: Voordat

Nadere informatie

Bedieningen Dutch - 1

Bedieningen Dutch - 1 Bedieningen 1. Functieschakelaar Cassette/ Radio/ CD 2. Golfband schakelaar 3. FM antenne 4. CD deur 5. Schakelaar om zender af te stemmen 6. Bass Boost toets 7. CD skip/ voorwaarts toets 8. CD skip/ achterwaarts

Nadere informatie

BeoSound 9000. Bedieningshandleiding

BeoSound 9000. Bedieningshandleiding BeoSound 9000 Bedieningshandleiding BeoVision Avant Guide BeoVision Avant Reference book Inhoud van de bedieningshandleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen vertrouwd te raken met

Nadere informatie

Bediening van de Memory Stick-speler

Bediening van de Memory Stick-speler Bediening Bediening van de Memory Stick-speler Over Memory Sticks Stel Memory Sticks niet bloot aan statische elektriciteit en elektrische bronnen. Dit om te voorkomen dat gegevens op de stick verloren

Nadere informatie

BeoSound Handleiding

BeoSound Handleiding BeoSound 3000 Handleiding BeoSound 3000 Guide BeoSound 3000 Reference book Inhoud van de handleiding 3 U hebt de beschikking over twee boekjes die u helpen vertrouwd te raken met uw Bang & Olufsen-product.

Nadere informatie

G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1

G. Schottert Handleiding Freekie 1. Nederlandse handleiding. Freekie DMX ADRES INSTELLINGEN 1 DMX ADRES INSTELLINGEN 1 Freekie Nederlandse handleiding Iedere fixture dat verbonden is met serial link moet voorzien worden van een DMX startadres, welke het eerste kanaal is dat de controller gebruikt

Nadere informatie

Module 3g. Liedbegeleidingen met band in a box.

Module 3g. Liedbegeleidingen met band in a box. Module 3g Liedbegeleidingen met band in a box. Studielast: 7 uur Doel: kunnen maken van liedbegeleiding aan de hand van een zogenaamde begeleidingsautomaat, op basis van melodie met akkoordschema. De begeleiding

Nadere informatie

Aansluitingen achterkant. Voedingsspanning. Midi THRU. Midi OUT. Audio IN 100 mv mono cinch. Voetschakelaar jack 6,3mm STEP.

Aansluitingen achterkant. Voedingsspanning. Midi THRU. Midi OUT. Audio IN 100 mv mono cinch. Voetschakelaar jack 6,3mm STEP. BOTEX Scene Setter DC-1224 P 1/6 De Botex Scène Setter is een digitale lichtstuurtafel met 24 kanalen, 48 geheugens of looplichtprogramma s van telkens maximum 99 stappen. De uitgang is DMX (de fasen kunnen

Nadere informatie

FR-8x Versie 2.0 Wijzigingen & Verbeteringen

FR-8x Versie 2.0 Wijzigingen & Verbeteringen Deze bijlage bij de handleiding van de FR-8x beschrijft de verbeteringen die aangebracht zijn met Versie 2.0 van de software. New 11. Drum Edit Drum Setupparameters toegevoegd Versie 2.0 voegt nieuwe Drum

Nadere informatie

Zorg voor je digitale drumstel

Zorg voor je digitale drumstel Handleiding Gefeliciteerd! Gefeliciteerd met de aanschaf van je DD-501 digitale drumstel. Dit drumstel is gemaakt om te klinken en te spelen als een traditioneel akoestisch drumstel. Voordat je met dit

Nadere informatie

Handleiding Plextalk PTN1. Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1

Handleiding Plextalk PTN1. Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1 Handleiding Daisyspeler Plextalk PTN1 1 DAISYSPELER PLEXTALK PTN1 Korte inleiding: Wij hopen dat u plezier zult beleven aan het beluisteren van de digitale boeken. Dit document beschrijft de hoofdfuncties

Nadere informatie

EnVivo EZ Converter. Gebruikershandleiding

EnVivo EZ Converter. Gebruikershandleiding EnVivo EZ Converter Gebruikershandleiding op met Teknihall support: 0900 400 2001 2 INHOUDSOPGAVE INTRODUCTIE... 4 OPMERKINGEN... 4 FUNCTIES... 5 SPECIFICATIES... 5 SYSTEEMEISEN... 5 INHOUD VAN DE VERPAKKING

Nadere informatie

VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en GarageBand

VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en GarageBand About This Plug-in VS-20 Control Surface Plug-in voor Logic en is plug-in software die toelaat om de Cakewalk V-Studio 20 (hierna kortweg de VS-20 genoemd) te gebruiken met de muziekproductiesoftware Logic

Nadere informatie

STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE. Firmware Version 1.20 Addendum. Rev D Line 6, Inc.

STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE. Firmware Version 1.20 Addendum. Rev D Line 6, Inc. STAGESCAPE M20d ADVANCED GUIDE Rev D Firmware Version 1.20 Addendum 2013 Line 6, Inc. Inhoudsopgave Appendix D: Fader View... D 1 Fader View Werkbalk...D 2 Menu voor het toewijzen van Faders...D 3 Menu

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing DM-16 DJ MINGLE

Gebruiksaanwijzing DM-16 DJ MINGLE Gebruiksaanwijzing DM-16 DJ MINGLE 16 Kanaals vrij te programmeren dimmer en schakel Controller DMX-512 DJ MINGLE DM-16 C1 C2 C3 C4 C5 C6 C7 C8 M MASTER A LEVEL SPEED AUDIO FADE TiME 6.99 Manual Midi Channel

Nadere informatie

SD1541-II Gebruikershandleiding

SD1541-II Gebruikershandleiding SD1541-II Gebruikershandleiding Voeding De SD1541-II vereist een externe voeding. Dit komt het esthetisch design ten goede en voorkomt computer- en circuitstoringen in geval van een defecte (interne) voeding.

Nadere informatie

Inhoud. De Beo4-afstandsbediening gebruiken, 3. De Beo4-knoppen in detail, 4 Dagelijkse en geavanceerde bediening met Beo4-knoppen

Inhoud. De Beo4-afstandsbediening gebruiken, 3. De Beo4-knoppen in detail, 4 Dagelijkse en geavanceerde bediening met Beo4-knoppen Beo4 Handleiding Inhoud De Beo4-afstandsbediening gebruiken, 3 De Beo4-knoppen in detail, 4 Dagelijkse en geavanceerde bediening met Beo4-knoppen De Beo4 aanpassen, 5 Een extra 'knop' toevoegen Extra 'knoppen'

Nadere informatie

Gebruik van de combinatie FC-300/GT-PRO

Gebruik van de combinatie FC-300/GT-PRO Wat u met de combinatie FC-300/GT-PRO kunt doen U kunt GT-PRO Patch wijzigingen aanbrengen. Nadat u gereed bent met Instellingen voor de FC-300 maken (Voorbereidingen voor het gebruik van de combinatie),

Nadere informatie

Handleiding Roland TR-808 sequencer

Handleiding Roland TR-808 sequencer Handleiding Roland TR-808 sequencer Omdat er eigenlijk geen Nederlandstalige beschrijving te vinden was, heb ik voor mezelf een opzetje gemaakt hoe de (sequencer van de) TR- 808 nu precies werkt. Dit,

Nadere informatie

Cd-speler CD S LADEN CD 1 14 : 54 CD 2 14 : 54. Please Wait. Eén cd in de speler doen. Meerdere cd s in de speler doen

Cd-speler CD S LADEN CD 1 14 : 54 CD 2 14 : 54. Please Wait. Eén cd in de speler doen. Meerdere cd s in de speler doen CD S LADEN Eén cd in de speler doen VOORZICHTIG U mag de cd niet in de sleuf forceren. Zorg dat het label van de cd zich aan de bovenkant bevindt, waarna u de cd gedeeltelijk in de sleuf steekt. Het mechanisme

Nadere informatie

Veelgestelde vragen over Smart Pianist

Veelgestelde vragen over Smart Pianist Veelgestelde vragen over Smart Pianist Hieronder vindt u een lijst met veelgestelde vragen en de antwoorden. Meer informatie over het instrument en gebruiksinstructies vindt u in de gebruikershandleiding.

Nadere informatie

Aanvullende handleiding

Aanvullende handleiding MUSIC SYNTHESIZER Aanvullende handleiding Inhoud Nieuwe functies in MODX versie 1.10... 2 Play/Rec... 3 Part Edit (Edit)... 4 Utility... 5 Dialoogvenster Control Assign... 6 Functie Panel Lock... 7 NL

Nadere informatie

AR280P Clockradio handleiding

AR280P Clockradio handleiding AR280P Clockradio handleiding Index 1. Beoogd gebruik 2. Veiligheid o 2.1. Pictogrammen in deze handleiding o 2.2. Algemene veiligheidsvoorschriften 3. Voorbereidingen voor gebruik o 3.1. Uitpakken o 3.2.

Nadere informatie

I. Specificaties. II Toetsen en bediening

I. Specificaties. II Toetsen en bediening I. Specificaties Afmetingen Gewicht Scherm Audioformaat Accu Play time Geheugen 77 52 11mm (W*H*D) 79g 1,3inch OLED-scherm MP3: bitrate 8Kbps-320Kbps WMA: bitrate 5Kbps-384Kbps FLAC:samplingrate 8KHz-48KHz,16bit

Nadere informatie

CN27 MIDI-handleiding MIDI instellingen

CN27 MIDI-handleiding MIDI instellingen De afkorting MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface, een internationale standaard voor de verbinding van muziekinstrumenten, computers en andere apparaten, waardoor deze apparaten onderling

Nadere informatie

Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL

Innovative Growing Solutions. Datalogger DL-1. software-versie: 1.xx. Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL Innovative Growing Solutions Datalogger DL-1 software-versie: 1.xx Uitgifte datum: 01-09-2015 HANDLEIDING WWW.TECHGROW.NL DL-1 Datalogger gebruikershandleiding Bedankt voor het aanschaffen van de TechGrow

Nadere informatie

De Konftel 250 Korte handleiding

De Konftel 250 Korte handleiding Conference phones for every situation De Konftel 250 Korte handleiding NEDERLANDS Beschrijving De Konftel 250 is een conferentietelefoon die kan worden aangesloten op analoge telefoonaansluitingen. Zie

Nadere informatie

InteGra Gebruikershandleiding 1

InteGra Gebruikershandleiding 1 InteGra Gebruikershandleiding 1 Algemeen Met dank voor de keuze van dit product aangeboden door SATEL. Hoge kwaliteit en vele functies met een simpele bediening zijn de voordelen van deze inbraak alarmcentrale.

Nadere informatie

Showmaster 24 ORDERCODE 50335

Showmaster 24 ORDERCODE 50335 Showmaster 24 ORDERCODE 50335 1. Inleiding De DC-1224 is een digitale lichtcontroller, 24 DMX kanalen en 48 geheugenplaatsen voor scenes of chases met ieder 999 stappen en een MIDI in- en uitgang. Lees

Nadere informatie

IDPF-700 HANDLEIDING

IDPF-700 HANDLEIDING IDPF-700 HANDLEIDING Kenmerken product: Resolutie: 480x234 pixels Ondersteunde media: SD/ MMC en USB-sticks Fotoformaat: JPEG Foto-effecten: kleur, mono, en sepia Zoomen en draaien van afbeeldingen Meerdere

Nadere informatie

Actieve stereo speaker met uniek LED sfeerlicht

Actieve stereo speaker met uniek LED sfeerlicht Handleiding Actieve stereo speaker met uniek LED sfeerlicht Belangrijk Wanneer het product is ingeschakeld, ziet u de functie On Mode geactiveerd. Echter, wanneer het product is aangesloten op een extern

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING Inhoudsopgave 02 INHOUDSOPGAVE 03 INFORMATIE 04 OVERZICHT FRONTPANEEL 06 OVERZICHT ACHTERPANEEL 08 BEDIENING VAN DE R5 08 WEKKERINSTELLINGEN 09 SLEEP TIMER INSTELLINGEN 09 DIM 09

Nadere informatie

PRO CAMERASYSTEEM HANDLEIDING BSM-DVRPNL V2.1

PRO CAMERASYSTEEM HANDLEIDING BSM-DVRPNL V2.1 PRO CAMERASYSTEEM HANDLEIDING BSM-DVRPNL V2.1 INHOUD Inleiding Benodigdheden Pagina 3 Aansluiten Stap 1: aansluiten van de recorder Pagina 4 Stap 2: aansluiten van de monitor Pagina 4 Stap 3A: bekabelde

Nadere informatie

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS

GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS RC UNIVERS34 8-in-1 LCD afstandsbediening GEBRUIKSAANWIJZING NEDERLANDS www.hqproducts.com 2 De RC UNIVERS34 universele afstandsbediening bedient vrijwel alle merken TV s (TV), DVD spelers en DVR spelers

Nadere informatie

1 enerwaslicht Elation Professional - DMX OPERATOR User Manual

1 enerwaslicht Elation Professional - DMX OPERATOR User Manual 1 enerwaslicht Elation Professional - DMX OPERATOR User Manual Inhoud Blz Diagram: 3 Knoppen en functies: 3 Aansluitingen: 5 DMX-512 adres instellen: 6 Scene programmeren: 6 Scene programmeren samengevat:

Nadere informatie

INTERFACE-ADAPTER voor ipod KS-PD100 Alvorens gebruik van deze adapter

INTERFACE-ADAPTER voor ipod KS-PD100 Alvorens gebruik van deze adapter INTERFACE-ADAPTER voor ipod KS-PD100 Alvorens gebruik van deze adapter Laatste update: 1 maart 2006 1 Geschikte JVC auto-receivers Deze adapter is geschikt voor de volgende JVC auto-receivers* 1 : Auto-receivers

Nadere informatie

Hi-Fi Muzieksysteem. Gebruikershandleiding

Hi-Fi Muzieksysteem. Gebruikershandleiding Hi-Fi Muzieksysteem Gebruikershandleiding Lees deze handleiding aandachtig alvorens het apparaat te gebruiken en bewaar hem voor toekomstig gebruik. op met Teknihall support: 0900 400 2001 2 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND G-600 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1222419

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND G-600 http://nl.yourpdfguides.com/dref/1222419 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

Controlelijst bij het uitpakken

Controlelijst bij het uitpakken Onderdeelnummer: 67P4583 Controlelijst bij het uitpakken Hartelijk gefeliciteerd met uw nieuwe IBM ThinkPad X Series computer. Controleer of u alle items in deze lijst hebt ontvangen. Mocht een van de

Nadere informatie

BEKNOPTE HANDLEIDING FRESHMARX 9417

BEKNOPTE HANDLEIDING FRESHMARX 9417 BEKNOPTE HANDLEIDING FRESHMARX 9417 Raadpleeg voor uitgebreidere informatie de Bedieningshandleiding op onze website (www.monarch.averydennison.com). Lees de veiligheidsinformatie over de printer in het

Nadere informatie

Praktijk voorbeeld 3: audio opnemen

Praktijk voorbeeld 3: audio opnemen Om digitale audio op te nemen is een apparaat of instrument nodig dat op de lijningang of microfooningang van de geluidskaart is aangesloten; bijvoorbeeld een elektrische gitaar, een voorversterker of

Nadere informatie

Praktijk voorbeeld 1: het begin

Praktijk voorbeeld 1: het begin Dit voorbeeld gaat over hoe je: - een project opent en afspeelt - het project automatisch herhalend kan laten afspelen. - markers gebruikt - het tempo aanpast - tracks kan uitzetten of solo laten spelen.

Nadere informatie

CDN35. Professionele CD Speler. Quick Start Gebruiksaanwijzing

CDN35. Professionele CD Speler. Quick Start Gebruiksaanwijzing CDN35 Professionele CD Speler Quick Start Gebruiksaanwijzing DOOS INHOUD CD SPELER TRANSPORT UNIT CD SPELER CONTROL UNIT IEC STROOMSNOER RCA CINCH AANSLUISNOEREN (2 paar) MINI DIN CONTROLE SNOER Kenmerken

Nadere informatie

Hoe is deze handleiding opgebouwd?

Hoe is deze handleiding opgebouwd? Bedankt voor en gefeliciteerd met uw keuze van de Roland MC-505 Groovebox. De MC-505 is de uitgebreide en verbeterde opvolger van de MC-303 Groovebox, die in 1996 zijn sensationele entree in de danswereld

Nadere informatie

PROS1E1 Handleiding ( ) Kf/Dd/Bd

PROS1E1 Handleiding ( ) Kf/Dd/Bd 1 Inleiding De eerste oefening In deze eerste oefening wordt het voorbeeld 2-1 van bladzijde 11 uit het boek De taal C van PSD tot C-programma (enigszins aangepast) ingevoerd in de computer. Tevens wordt

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING

GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING Informatie voor de gebruiker: HD (High Definition) en HFR (High Frame Rate) video-opname apparaten, zijn een zware belasting voor geheugenkaarten. Afhankelijk van de gebruikersinstellingen,

Nadere informatie

EERSTE KENNISMAKING OPBOUW VAN DE V-ACCORDION

EERSTE KENNISMAKING OPBOUW VAN DE V-ACCORDION FR-/ FR-b/b OPBOUW VAN DE V-ACCORDION Alvorens u te tonen hoe u de FR-/ of FR-b/b kunt bedienen willen we even de structuur van uw V-Accordion uiteenzetten. De FR-/ of FR-b/b is een virtuele accordeon

Nadere informatie

Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker

Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker Galaxy Dimension TOUCHCENTER Handleiding gebruiker 1 STARTSCHERM START->Datum/Tijd aanpassen Algemeen Druk op de klok linksonder het scherm om te instellingen van de klok op te roepen. Wijzigingen bevestigen

Nadere informatie

G-600 Arranger Workstation

G-600 Arranger Workstation R G-600 Arranger Workstation Aan de slag Bedankt voor uw aanschaf van het Roland G-600 Arranger Workstation. Sinds de introductie van de Intelligent Keyboard-serie is de naam Roland snel synoniem geworden

Nadere informatie

1. Beluisteren van de voorgeprogrammeerde patronen (blz. 15):

1. Beluisteren van de voorgeprogrammeerde patronen (blz. 15): Online-handleiding 2009 Roland Corporation * Alle rechten voorbehouden. Het kopiëren, verveelvoudigen of openbaar maken van dit document, hetzij gedeeltelijk, hetzij in z n geheel, is zonder de schriftelijke

Nadere informatie

Bediening van de CD-speler

Bediening van de CD-speler Bediening van de CD-speler Over compact discs De cd wordt door een laserstraaltje gelezen; het CD-oppervlak komt dus met niets in aanraking. Krassen op de cd of een kromme cd veroorzaken een slechte geluidskwaliteit

Nadere informatie

2.1-KANAALS TORENLUIDSPREKER MET CD/MP3/USB/ BLUETOOTH/AUX IN/FM-RADIO T600CD HANDLEIDING

2.1-KANAALS TORENLUIDSPREKER MET CD/MP3/USB/ BLUETOOTH/AUX IN/FM-RADIO T600CD HANDLEIDING 2.1-KANAALS TORENLUIDSPREKER MET CD/MP3/USB/ BLUETOOTH/AUX IN/FM-RADIO T600CD HANDLEIDING Inhoudsopgave Veiligheidsinstructies... 27 Beschrijving van onderdelen... 28 Afstandsbediening & installatie...

Nadere informatie

Samsung SHR-serie digitale CCTV recorders. Handleiding voor de gebruiker

Samsung SHR-serie digitale CCTV recorders. Handleiding voor de gebruiker Samsung SHR-serie digitale CCTV recorders Handleiding voor de gebruiker Samsung SHR-serie digitale recorders Hoofdstuk 1: Mogelijkheden 2 Omschrijving van de onderdelen (SHR-2040) 3 Omschrijving van de

Nadere informatie

CN25 MIDI handleiding MIDI instellingen

CN25 MIDI handleiding MIDI instellingen De afkorting MIDI staat voor Musical Instrument Digital Interface, een internationale standaard voor de verbinding van muziekinstrumenten, computers en andere apparaten, waardoor deze apparaten onderling

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de gloednieuwe SJ5000 Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

EERSTE KENNISMAKING OPBOUW VAN DE V-ACCORDION IN- EN UITSCHAKELEN

EERSTE KENNISMAKING OPBOUW VAN DE V-ACCORDION IN- EN UITSCHAKELEN FR-s/, FR-sb/b OPBOUW VAN DE V-ACCORDION Alvorens u te tonen hoe u de FR-s/ of FR-sb/b kunt bedienen willen we even de structuur van uw V-Accordion uiteenzetten. De FR-s/ of FR-sb/b is een virtuele accordeon

Nadere informatie

Welkom bij de Picture Package Producer 2. Picture Package Producer 2 starten en afsluiten. Stap 1: Beelden selecteren

Welkom bij de Picture Package Producer 2. Picture Package Producer 2 starten en afsluiten. Stap 1: Beelden selecteren Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap 2: Geselecteerde beelden controleren Stap 3: Voorbereidingen treffen om een korte

Nadere informatie

TREX 2G Handleiding Pagina 2

TREX 2G Handleiding Pagina 2 Informatie in deze handleiding is onderhevig aan verandering zonder voorafgaande kennisgeving. NEAT Electronics AB behoudt zich het recht hun producten te wijzigen of te verbeteren en wijzigingen aan te

Nadere informatie

2015 Multizijn V.O.F 1

2015 Multizijn V.O.F 1 Dank u voor de aanschaf van de SJ4000 WIFI Camera. Lees deze handleiding aandachtig door voordat u de camera gaat gebruiken en wij hopen dat u snel vertrouwd zal zijn met de camera en u veel spannende

Nadere informatie

Installatiehandleiding

Installatiehandleiding ICY1801TP Thermostat Programmer Installatiehandleiding en gebruiksaanwijzing I.C.Y. B.V. Introductie De Thermostat Programmer vergemakkelijkt het programmeren van de Timer-Thermostaat, doordat u één keer

Nadere informatie

SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing. SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe

SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing. SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe SingStar Microphone Pack Gebruiksaanwijzing SCEH-0001 7010521 2010 Sony Computer Entertainment Europe Bedankt voor het aanschaffen van het SingStar Microphone Pack. Lees voor u dit product gaat gebruiken

Nadere informatie

SC-88Pro MIDI Sound GENERATOR

SC-88Pro MIDI Sound GENERATOR SC-88Pro MIDI Sound GENERATOR Nederlandstalige handleiding Van harte bedankt voor uw aankoop van de SC-88Pro MIDI Sound Generator. Lees a.u.b. de volgende pagina als u graag in een oogopslag wilt weten

Nadere informatie

Beo4-toetsen in detail, 6 Dagelijkse en geavanceerde bediening met Beo4-toetsen

Beo4-toetsen in detail, 6 Dagelijkse en geavanceerde bediening met Beo4-toetsen Beo4 Handleiding Inhoud 3 De Beo4-afstandsbediening gebruiken, 4 Beo4-toetsen in detail, 6 Dagelijkse en geavanceerde bediening met Beo4-toetsen De Beo4 aanpassen, 9 De Beo4 instellen Een extra toets

Nadere informatie

THRUSTMASTER CHEATCODE S GBA HANDLEIDING ENGLISH ITALIANO NEDERLAND HOTLINE

THRUSTMASTER CHEATCODE S GBA HANDLEIDING ENGLISH ITALIANO NEDERLAND HOTLINE THRUSTMASTER HANDLEIDING CHEATCODE S GBA Elektronisch Cheat Code Systeem voor de Game Boy Advance CHEATCODE S GBA is een eenvoudig te gebruiken cheat cartridge voor de Game Boy Advance, die honderden cheats

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND HP-136

Uw gebruiksaanwijzing. ROLAND HP-136 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de in de gebruikershandleiding (informatie, specificaties, veiligheidsaanbevelingen,

Nadere informatie

Owner s Guide Brugervejledning Bedienungsanleitung Guía de usuario Notice d utilisation Manuale di istruzioni Gebruiksaanwijzing Bruksanvisningen

Owner s Guide Brugervejledning Bedienungsanleitung Guía de usuario Notice d utilisation Manuale di istruzioni Gebruiksaanwijzing Bruksanvisningen B2 Bass Module Owner s Guide Brugervejledning Bedienungsanleitung Guía de usuario Notice d utilisation Manuale di istruzioni Gebruiksaanwijzing Bruksanvisningen Svenska Nederlands Italiano Français Español

Nadere informatie

Handleiding bij de Booktest Generator

Handleiding bij de Booktest Generator Handleiding bij de Booktest Generator Het programma voor het maken van toetsen bij boeken. (c) 2005/2009 Visiria Uitgeversmaatschappij Twisk Inleiding Onze dank voor het aanvragen van de Booktest Generator.

Nadere informatie

Gebruiksaanwijzing LivingColors Iris

Gebruiksaanwijzing LivingColors Iris Gebruiksaanwijzing LivingColors Iris Uitpakken en installeren Aan de slag met uw LivingColors Als u de LivingColors uitpakt, is deze al gekoppeld aan de afstandsbediening. U hoeft alleen nog maar de stekker

Nadere informatie

VEILIGHEIDSINFORMATIE!!

VEILIGHEIDSINFORMATIE!! Gebruiksaanwijzing VEILIGHEIDSINFORMATIE!! 2 INHOUDSOPGAVE 3 PANEELOMSCHRIJVING Frontpaneel Achterpaneel Pedalen 4 PANEELOMSCHRIJVING 5 VOORBEREIDING Dit hoofdstuk bevat informatie over het opbouwen van

Nadere informatie

BR-800 Rhythm Editor handleiding

BR-800 Rhythm Editor handleiding BR-800 Rhythm Editor handleiding Copyright 00 BOSS Corporation Alle rechten voorbehouden. Niets van deze publicatie mag, in welke vorm dan ook, zonder schriftelijke toestemming van BOSS Corporation gereproduceerd

Nadere informatie

DIGITAL VOICE RECORDER

DIGITAL VOICE RECORDER DIGITAL VOICE RECORDER Schakel de recorder in middels de Power OFF-ON schakelaar aan de rechterzijkant. Instellen taal: - Druk een paar keer op >> of

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Polycom IP321 en IP331

Gebruikershandleiding Polycom IP321 en IP331 Gebruikershandleiding Polycom IP321 en IP331 1 Inhoudsopgave 1. 2. 3. Installatie Gebruik van uw toestel Problemen oplossen Basis IP321 en IP331 telefoon Voeding (24Volt, 500mA) Ethernet kabel Telefoonhoorn

Nadere informatie

Uw gebruiksaanwijzing. LENCO SCD-37 USB http://nl.yourpdfguides.com/dref/2822930

Uw gebruiksaanwijzing. LENCO SCD-37 USB http://nl.yourpdfguides.com/dref/2822930 U kunt de aanbevelingen in de handleiding, de technische gids of de installatie gids voor LENCO SCD-37 USB. U vindt de antwoorden op al uw vragen over de LENCO SCD-37 USB in de gebruikershandleiding (informatie,

Nadere informatie

Dit is een artikel uit de Peter van Olmen serie: Handleidingen Voor Iedereen AUDACITY HANDLEIDING. Voor audacity versie 1.2.6

Dit is een artikel uit de Peter van Olmen serie: Handleidingen Voor Iedereen AUDACITY HANDLEIDING. Voor audacity versie 1.2.6 AUDACITY HANDLEIDING Voor audacity versie 1.2.6 Inhoudsopgave 1.1: Installatie 1.2: Mp3 bestanden mogelijk maken 2.1: Een bestand openen 2.2: Uitleg knoppen 2.3: Een deel selecteren 2.4: Verwijderen 2.5:

Nadere informatie

Schijfeenheden. Gebruikershandleiding

Schijfeenheden. Gebruikershandleiding Schijfeenheden Gebruikershandleiding Copyright 2006 Hewlett-Packard Development Company, L.P. De informatie in deze documentatie kan zonder kennisgeving worden gewijzigd. De enige garanties voor HP producten

Nadere informatie

Analoog telefoontoestel

Analoog telefoontoestel Gebruikershandleiding Analoog telefoontoestel COMfort 200 Hoorn Basiseenheid Toetsenklavier Haak Krulsnoer Aansluiting krulsnoer Lijnsnoer Aansluiting lijnsnoer Eerste gebruik Verbindt het krulsnoer met

Nadere informatie

Welkom bij de Picture Package Producer 2

Welkom bij de Picture Package Producer 2 Handleiding voor Picture Package Producer2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Welkom bij de Picture Package Producer 2 Picture Package Producer 2 starten en afsluiten Stap 1: Beelden selecteren Stap

Nadere informatie

Bedieningspaneel. Drukknoppen en Ds

Bedieningspaneel. Drukknoppen en Ds Bedieningspaneel Dit hoofdstuk bechrijft de het bedieningspaneel en de funktie van de LEDS. Note: de labels van de knoppen en de leds kunnen iets afwijken van de tekst echter de funkties blijven hetzelfde

Nadere informatie

QUICK GUIDE - RSE REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM VOLVO WEB EDITION

QUICK GUIDE - RSE REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM VOLVO WEB EDITION VOLVO QUICK GUIDE - RSE WEB EDITION REAR SEAT ENTERTAINMENT SYSTEM Uw auto is voorzien van een exclusief multimediasysteem. Het Rear Seat Entertainment System (dat verder wordt aangeduid als het RSE-systeem)

Nadere informatie

AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED

AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED AAN DE SLAG MET DJCONSOLE RMX2 EN DJUCED INSTALLATIE Plaats de cd. Voer het installatieprogramma uit. Volg de instructies. De applicaties DJUCED en VirtualDJ LE zijn op uw system geïnstalleerd. 1 7 8 2

Nadere informatie

Magic Remote GEBRUIKERSHANDLEIDING

Magic Remote GEBRUIKERSHANDLEIDING GEBRUIKERSHANDLEIDING Magic Remote Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u de afstandsbediening gebruikt en bewaar de handleiding om deze naderhand te kunnen raadplegen. AN-MR650A www.lg.com ACCESSOIRES

Nadere informatie

Bluetooth wireless headset. User s manual

Bluetooth wireless headset. User s manual GB F Bluetooth wireless headset D I E GR RU HU HR User s manual DECLARATION OF CONFORMITY We, the undersigned Company: Address: TE-GROUP nv Kapelsestraat 61, 2950 Kapellen - BELGIUM declare, that the following

Nadere informatie

Gebruik van de afstandsbediening

Gebruik van de afstandsbediening Gebruik van de afstandsbediening Voorzorgsmaatregelen voor het gebruik van de afstandsbediening Wees voorzichtig met de afstandsbediening, hij is licht en klein. Als hij valt kan hij kapot gaan, de batterij

Nadere informatie

Welch Allyn Connex Spot Monitor - Snelzoekkaart

Welch Allyn Connex Spot Monitor - Snelzoekkaart Welch Allyn Connex Spot Monitor - Snelzoekkaart Inhoudsopgave Aan/uit-knop...2 Uitschakelen...2 Aanmelden en een profiel selecteren...2 Batterijstatus...2 Profiel wijzigen...2 Bloeddrukmeting starten/stoppen...2

Nadere informatie

RECORDING PEN GEBRUIKSAANWIJZING

RECORDING PEN GEBRUIKSAANWIJZING RECORDING PEN GEBRUIKSAANWIJZING 1. Bedieningsknop 2. Camera 3. Microfoon 4. Reset schakelaar 5. Statusindicator 6. Balpen 7. Wisselen van Foto A naar Video V 8. USB Dit is de eerste balpen voorzien van

Nadere informatie

Dag. Maand. Selecteer het jaar met de pijltoetsen. Jaar

Dag. Maand. Selecteer het jaar met de pijltoetsen. Jaar 1. Agenda Met de Agenda van de Milestone 312 kunt u afspraken, verjaardagen, taken, enz. vastleggen en bijhouden. U regelt uw dagelijkse zaken goed en overzichtelijk met deze krachtige toepassing van de

Nadere informatie

DUTCH GEBRUIKSAANWIJZING SCD-21 MP3 PORTABLE RADIO CD/MP3 PLAYER LENCO

DUTCH GEBRUIKSAANWIJZING SCD-21 MP3 PORTABLE RADIO CD/MP3 PLAYER LENCO DUTCH GEBRUIKSAANWIJZING SCD-21 MP3 PORTABLE RADIO CD/MP3 PLAYER LENCO WAARSCHUWING STEL DIT APPARAAT NOOIT BLOOT AAN REGEN OF VOCHT, OM HET ONTSTAAN VAN BRAND EN ELEKTRISCHE SCHOKKEN TE VOORKOMEN. BELANGRIJK

Nadere informatie

PlayNow Box. 1. Uitpakken en aansluiten. 2. Afstandsbediening leren kennen. 3. Opstarten. 4. Internet instellen. 5.

PlayNow Box. 1. Uitpakken en aansluiten. 2. Afstandsbediening leren kennen. 3. Opstarten. 4. Internet instellen. 5. Pagina 1 van 24 PlayNow Box 1. Uitpakken en aansluiten 2. Afstandsbediening leren kennen 3. Opstarten 4. Internet instellen 5. In gebruik nemen 6. Een film of serie aanzetten 7. PlayNow Box besturen met

Nadere informatie

Algemene aanwijzingen bij set 5, 7 en 8

Algemene aanwijzingen bij set 5, 7 en 8 Algemene aanwijzingen bij set 5, 7 en 8 Al deze apparatuur is digitaal. Dit houdt in dat de apparaten enkele seconden nodig hebben voordat de instellingen opgeslagen zijn. Vervolgens wordt het beeld pas

Nadere informatie

GEBRUIKERSHANDLEIDING CDC300

GEBRUIKERSHANDLEIDING CDC300 GEBRUIKERSHANDLEIDING CDC300 Product overzicht 1. TF kaart sleuf 7. HDMI out poort 12. RESET 2. Omhoog knop 8. OK knop 13. Microfoon 3. Menu knop 9. Modus knop 14. Luidspreker 4. Omlaag knop 10. Vergrendeling

Nadere informatie

Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale. MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b.

Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale. MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. Wij willen u graag bedanken voor het aanschaffen van onze digitale MP3 speler. Lees deze handleiding vóór ingebruikname a.u.b. zorgvuldig door, zodat u het correct weet te gebruiken. A. Opgelet 1) Schakel

Nadere informatie

HP Roar Plus-luidspreker. Overige functies

HP Roar Plus-luidspreker. Overige functies HP Roar Plus-luidspreker Overige functies Copyright 2014 Hewlett-Packard Development Company, L.P. Microsoft, Windows en Windows Vista zijn in de VS geregistreerde handelsmerken van de Microsoft-bedrijvengroep.

Nadere informatie

Veiligheidsvoorschrift

Veiligheidsvoorschrift Waarschuwing Om schade aan de kaart of het toestel te voorkomen, moet u de stroom uitschakelen voor u de kaart verwijderd of plaatst Veiligheidsvoorschrift 1) Gebruik een 12V DC stroom adapter. 2) Zorg

Nadere informatie

Badge it. Inhoudsopgave. 1. Installatie... 3

Badge it. Inhoudsopgave. 1. Installatie... 3 Badge it voor Windows 95/98/NT/2000/XP Inhoudsopgave 1. Installatie... 3 2. Start... 4 2.1. Nieuwe database maken... 5 2.2. De geselecteerde database openen... 5 2.3. De naam van de geselecteerde database

Nadere informatie

De VS-100 gebruiken om Logic Pro/Express of GarageBand te bedienen

De VS-100 gebruiken om Logic Pro/Express of GarageBand te bedienen De VS-100 gebruiken om Logic Pro/Express of GarageBand te bedienen De VS-100 is compatibel met muziekproductiesoftware van Apple, zoals Logic Pro/Express en GarageBand. Nadat u de betreffende VS-100 control

Nadere informatie

Gebruikershandleiding Cassette Converter

Gebruikershandleiding Cassette Converter Gebruikershandleiding Cassette Converter INHOUD NL INTRODUCTIE 3 PRODUCTEIGENSCHAPPEN 5 DE CASSETTE CONVERTER UITPAKKEN 6 PLAATSEN/VERVANGEN VAN DE BATTERIJEN 7 DE SOFTWARE INSTALLEREN 7 BESCHRIJVING VAN

Nadere informatie

Audiobestanden. maken. Inleiding

Audiobestanden. maken. Inleiding maken Audiobestanden Bron afbeelding: http://web.uvic.ca/hcmc/clipart/ Inleiding In deze handleiding leert u hoe u digitale audiobestanden kunt creëren en hoe u streaming audiobestanden van een website

Nadere informatie

Bedieningshandleiding Bijvoegsel

Bedieningshandleiding Bijvoegsel Bedieningshandleiding Bijvoegsel Snijmachine Product Code: 891-Z01 Lees dit document voordat u de machine gebruikt. Houd dit document bij de hand, zodat u het kunt raadplegen. Inleiding In deze handleiding

Nadere informatie