Gezondheidsmonitor. Den Haag 2014

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Gezondheidsmonitor. Den Haag 2014"

Transcriptie

1 Gezondheidsmonitor Den Haag 2014

2 Gezondheidsmonitor Den Haag 2014 Uitgave van gemeente Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Productgroep Epidemiologie en Gezondheidsbevordering Afdeling Epidemiologie Den Haag, 14 januari 2014.

3 2

4 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 3 Inleiding 5 Hoofdstuk 1 De bevolking van Den Haag Haagse bevolking naar leeftijd en geslacht Haagse bevolking naar etnische achtergrond en leeftijd Sociaal-economische status Opleiding Inkomen Werk en werkloosheid Wijken naar achterstandscore 16 Hoofdstuk 2 Levensverwachting en sterfte Levensverwachting Sterfte Sterfte naar sociaal-economische status Sterfte naar etniciteit 24 Hoofdstuk 3 Lichamelijke gezondheid Ervaren gezondheid Zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen Infectieziekten Tuberculose Hiv / Aids Overige Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (Soa) Bof Mazelen Kinkhoest Lichamelijke beperkingen Beperkingen in de huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen Beperkingen in de algemene dagelijkse levensverrichtingen Valongelukken Valongelukken bij ouderen Overlijden ten gevolge van een val 51 Hoofdstuk 4 Geestelijke gezondheid Risico op angst en depressie Suïcidaal gedrag Suïcide Parasuïcide 57 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 Inhoudsopgave 3

5 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk 5 Sociale gezondheid Geluk Eenzaamheid Regie eigen leven Sociale uitsluiting Sociaal kwetsbaren achter de voordeur, in opvang en op straat Huiselijk geweld 71 Hoofdstuk 6 Leefstijl Lichamelijke activiteit Bewegen Sport Voeding Overgewicht Genotmiddelengebruik en verslaving Roken Alcoholgebruik Cannabis Harddrugs Gokken Intentie gedragsverandering 92 Hoofdstuk 7 Leefomgeving Beleving woning en woonomgeving Tevredenheid met woning en woonomgeving Tevredenheid met groen in de buurt Beleving zomerse omstandigheden in woning en woonomgeving Luchtkwaliteit Geluidshinder Geur- en lichthinder Geurhinder Lichthinder Binnenmilieu Binnenmilieu in woningen Koolmonoxide 104 Hoofdstuk 8 Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod Zorggebruik Zorgaanbod Huisarts Verloskundige Mantelzorg Psychiatrische zorgverlening Bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker 117 Literatuur en andere bronnen 121 Afkortingen- en begrippenlijst 129 Colofon 131 4

6 Inleiding Voor u ligt de vijfde Haagse Gezondheidsmonitor. De Haagse Gezondheidsmonitor verschijnt eens in de vier jaar en geeft een actuele stand van zaken van de gezondheid van de inwoners van Den Haag. U vindt in deze Gezondheidsmonitor informatie over tal van onderwerpen op het gebied van de gezondheid zoals de lichamelijke en psychosociale gezondheid van Hagenaars, leefstijl, zorggebruik en zorgaanbod. Nieuw bij deze Gezondheidsmonitor is dat de gezondheidsinformatie over jeugd gebundeld is in een aparte bijlage. Over de jeugd is informatie beschikbaar over tal van specifieke jeugdgezondheidsaspecten zoals vaccinatiegraad, perinatale sterfte, tienermoeders, contacten met de Jeugdgezondheidszorg en kindermishandeling. Informatie waarover in eerdere versies van de Haagse Gezondheidsmonitor, vanwege de beperkte ruimte, slechts beknopt werd gerapporteerd. Net als in eerdere edities van de Gezondheidsmonitor is in de Gezondheidsmonitor Den Haag 2014 zo veel mogelijk de vergelijking getrokken met de andere grote steden en met de landelijke situatie. Vergelijking met Amsterdam, Rotterdam en Utrecht lukt sinds de vierde Gezondheidsmonitor 2010 veel beter dan in het verleden, omdat de vier grote steden in zowel 2008 als in 2012 tegelijkertijd een gezamenlijke gezondheidsenquête hebben gehouden. Door deze samenwerking zijn er uniforme, vergelijkbare gegevens beschikbaar over tal van gezondheidsonderwerpen en is ook vergelijking tussen 2012 en 2008 mogelijk. Omdat de gezondheidsenquête in 2012 landelijk door alle GGD en is uitgevoerd, is ook de vergelijking met landelijke gegevens veel meer en veel beter mogelijk. In het kader van die landelijke gezondheidsenquête is nauw samengewerkt met GGD Zuid-Holland West om tot afstemming over aanvullende informatie te komen. Daardoor kunnen veel gezondheidsgegevens niet alleen op Haags niveau maar op termijn ook op het niveau van de nieuw te vormen GGD Haaglanden worden gepresenteerd. Net als in de voorgaande Haagse gezondheidsmonitoren vormt het thema sociaal-economische gezondheidsverschillen een belangrijke rode draad. Het aanpakken en bestrijden van deze gezondheidsverschillen is een centraal thema in de Nota Volksgezondheid , Gezond aan de slag!, net zoals dat ook al was in eerdere Haagse nota s Volksgezondheid. Ook in deze Gezondheidsmonitor komt zeer duidelijk naar voren dat groepen in een sociaal-economische zwakke positie op vele gezondheidsgebieden een achterstand hebben en dat gezondheidsachterstanden hardnekkig zijn en moeilijk terug te dringen. De Gezondheidsmonitor laat zien dat het beleid gericht op het terugdringen van deze achterstanden voortgezet dient te worden. Het laat ook zien welke aanknopingspunten er zijn voor het gemeentelijk gezondheidsbeleid om gezondheidsachterstanden te verminderen. Resultaten van gemeentelijk gezondheidsbeleid zijn veelal pas op langere termijn zichtbaar. Immers, ook als verbeteringen in gezondheidsgedrag zijn gerealiseerd zal het effect op de gezondheid meestal pas (veel) later meetbaar zijn. Het blijft daarom van groot belang de gezondheid van Hagenaars in de toekomst te blijven volgen. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 Inleiding 5

7 Hoofdstuk 1 De bevolking van Den Haag Voor een deel wordt de gezondheid van de Haagse bevolking bepaald door demografische factoren. Zo heeft een jonge stad logischerwijs een lager sterftecijfer dan een stad met relatief oude inwoners. Maar ook andere demografische factoren zijn van invloed op de gezondheid. Zo blijken personen met een laag opleidingsniveau andere gezondheidsproblemen te hebben dan personen met een hoger opleidingsniveau. Ook blijken personen van niet-nederlandse afkomst soms specifieke gezondheidsproblemen te hebben. In het eerste hoofdstuk van deze Gezondheidsmonitor wordt de Haagse bevolking gepresenteerd aan de hand van kerngetallen die indirect van belang zijn voor de staat van de volksgezondheid in de gemeente Den Haag.

8 1.1 Haagse bevolking naar leeftijd en geslacht Volgens de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA) woonden er op 1 januari 2013 in Den Haag personen: mannen en vrouwen. In 2009 telde Den Haag inwoners, ten opzichte van 2009 zijn er inwoners bijgekomen. Figuur 1.1 geeft de verdeling per geslacht naar leeftijdsklassen van vijf jaar weer. 1 Leeftijd (in jaren) Figuur Mannen % Vrouwen Percentage inwoners naar leeftijd en geslacht: de staven geven de waarden weer voor de Haagse bevolking, terwijl de stippellijnen de waarden voor de landelijke bevolking weergeven. Den Haag en Nederland, 1 januari Op jongere leeftijd (0-20-jarigen) telt de Haagse bevolking meer jongens dan meisjes en onder de jarigen meer mannen dan vrouwen. Onder de jarigen en vanaf 60 jaar zijn er echter meer vrouwen dan mannen. Onder de 80-plussers in Den Haag bevinden zich ruim twee keer zoveel vrouwen als mannen. 1 De Haagse bevolking kenmerkt zich als iets jonger dan de Nederlandse bevolking doordat het percentage 0-64-jarigen iets hoger ligt dan het landelijk gemiddelde (tabel 1.1). Voor alle vier grote steden geldt dat het percentage jarigen hoger is dan het landelijk gemiddelde en het percentage 65-plussers lager dan het landelijk gemiddelde ligt. 2 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor De bevolking van Den Haag 7

9 Tabel 1.1 Percentage 0-19-jarigen, jarigen en 65-plussers in de bevolking. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Nederland, 1 januari Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Nederland Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor De bevolking van Den Haag 0-19 jaar jaar ,0 63,5 13,5 Haagse 65-plussers wonen niet gelijkmatig verdeeld over de stad. De wijken met het hoogste percentage 65- plussers zijn Westbroekpark/Duttendel (42%), Bohemen, Meer en Bos (35%), Van Stolkpark en Scheveningse Bosjes (34%) en Waldeck (31%). Figuur 1.2 geeft de verdeling van de wijken naar percentage 65-plussers weer ,4 68,0 11, ,1 63,2 14,7 Figuur 1.2 Percentage 65-plussers in Haagse wijken. Den Haag, 1 januari Oostduinen 02. Belgisch Park 03. Westbroekpark/Duttendel 04. Benoordenhout 05. Archipelbuurt 06. Van Stolkpark en Schev. Bos 07. Scheveningen 08. Duindorp 09. Geuzen- en Statenkwartier 10. Zorgvliet 11. Duinoord 12. Bomen- en Bloemenbuurt 13. Vogelwijk 14. Bohemen, Meer en Bos 15. Kijkduin en Ockenburgh Kraayenstein 17. Loosduinen 18. Waldeck 19. Vruchtenbuurt 20. Valkenboskwartier 21. Regentessekwartier 22. Zeeheldenkwartier 23. Willemspark 24. Haagse Bos 25. Mariahoeve en Marlot 26. Bezuidenhout 27. Stationsbuurt 28. Centrum 29. Schildersbuurt 30. Transvaalkwartier ,4 67,5 10, ,1 60,1 16,8 onvoldoende inwoners < 15% 15% - 30% > 30% Rustenburg en Oostbroek 32. Leyenburg 33. Bouwlust/Vrederust 34. Morgenstond 35. Zuiderpark 36. Moerwijk 37. Groente- en Fruitmarkt 38. Laakkwartier en Spoorwijk 39. Binckhorst 40. Wateringse Veld 41. Hoornwijck 42. Ypenburg 43. Forepark 44. Leidschenveen 8

10 Volgens de Haagse bevolkingsprognose zal de bevolkingsomvang van Den Haag toenemen naar ruim inwoners in Het percentage 0-19-jarigen blijft gelijk en het percentage jarigen neemt licht af naar 62%. Het percentage 65-plussers neemt licht toe naar 15% Haagse bevolking naar etnische achtergrond en leeftijd Op 1 januari 2013 had 50% van de Haagse bevolking een niet-nederlandse afkomst. Dit percentage ligt iets hoger dan vier jaar geleden. Van de groep klassieke migranten (personen uit Suriname, de Antillen, Turkije en Marokko) vormen personen van Surinaamse afkomst de grootste groep, gevolgd door personen van Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse afkomst. Ongeveer driekwart van de Surinaamse bevolking in Den Haag is Hindostaans. 4 Tabel 1.2 presenteert het aantal Hagenaars naar etnische achtergrond en leeftijd. 1 Tabel 1.2 Aantal Hagenaars naar etnische achtergrond en leeftijd, 1 januari Leeftijd Totaal % van het totaal Autochtoon Surinaams Antilliaans Turks Marokkaans , , , , ,7 Overig westers allochtoon ,6 Overig nietwesters allochtoon ,6 Totaal Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor De bevolking van Den Haag 9

11 Een groep die de laatste jaren in Den Haag snel in omvang toeneemt, is de groep arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa, de zogenoemde MOE-landers. Sinds de toetreding van nieuwe lidstaten uit Midden- en Oost-Europese landen (MOE-landen) tot de Europese Unie is er landelijk en in Den Haag sprake van een flinke groei van migranten uit deze nieuwe EU-landen a. 5 Met de meerderheid van de MOE-landers gaat het goed: ze nemen deel aan het arbeidsproces en integreren geleidelijk. Er zijn echter ook knelpunten: de arbeids- en woonomstandigheden zijn niet altijd optimaal en door taalproblemen en onbekendheid met de Nederlandse wet- en regelgeving zijn zij bovendien extra kwetsbaar voor uitbuiting. Ook is een deel dakloos en/of verslaafd. 6 De helft van de Haagse bevolking is van niet- Nederlandse afkomst. 10 a In 2004 zijn Estland, Letland, Litouwen, Polen, Tsjechië, Slowakije, Slovenië en Hongarije tot de EU toegetreden en in 2007 kwamen daar Roemenië en Bulgarije bij.

12 Het daadwerkelijke aantal migranten uit Midden- en Oost-Europa dat in Nederland en dat in Den Haag woont, is niet bekend omdat niet alle arbeidsmigranten formeel staan ingeschreven b. Op 1 januari 2013 stonden er in Nederland Midden- en Oost-Europeanen ingeschreven bij de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). 7 In Den Haag zijn dat er volgens het GBA Dit is een toename van 10% ten opzichte van 2012 en een verdrievoudiging ten opzichte van Volgens schattingen laat ongeveer de helft van de Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten zich registreren wat zou betekenen dat het werkelijke aantal MOE-landers in Den Haag rond de ligt. 8-9 Daarmee is het een groep die ongeveer even groot is als de Marokkaanse bevolkingsgroep in Den Haag. In 2013 is ruim de helft (60%) van de in het GBA ingeschreven MOE-landers tussen de 20 en de 39 jaar oud, 21% is jonger dan 20 jaar en 19% is ouder dan 40 jaar. Relatief gezien zijn de 0-19-jarigen de sterkst groeiende leeftijdscategorie in Den Haag. De wijken waar de meeste MOE-landers wonen zijn Laakkwartier en Spoorwijk, Rustenburg en Oostbroek, Transvaalkwartier, Valkenboskwartier en de Schildersbuurt. Zowel landelijk als in Den Haag komen de grootste groepen MOE-landers uit Polen en Bulgarije. 1,7,8 Bevolkingsprognose Volgens de bevolkingsprognose zal in Den Haag het percentage autochtone Hagenaars dalen tot 44% in In 2020 zullen de overige westerse allochtonen (12%) na de autochtone Hagenaars de grootste groep in Den Haag vormen (figuur 1.3). Zij worden gevolgd door Hagenaars uit overig niet-westerse landen (12%), Surinaamse Hagenaars (9%) en Turkse Hagenaars (8%). Volgens de prognose verdubbelt het aantal Hagenaars afkomstig uit de MOE-landen bijna; een groei van 95% ten opzichte van Ook het aantal Hagenaars uit overig niet-westerse landen laat een sterke groei zien (een groei van 28% ten opzichte van 2012). 3 % Figuur Turks Marokkaans Surinaams Antilliaans MOE-landers Overig westers allochtoon Overig niet-westers allochtoon Prognose van het percentage niet-nederlandse Hagenaars naar etniciteit voor Den Haag Sociaal-economische status De sociaal-economische status staat voor de positie van mensen in de rangordening in sociaal aanzien. Sociaal-economische status hangt samen met gezondheid. Omdat sociaal-economische status niet op een directe manier gemeten kan worden, wordt een aantal indicatoren zoals opleiding, werk en inkomen hiervoor gebruikt. 10 Achtereenvolgens zullen deze onderwerpen worden beschreven voor de Haagse bevolking en de G4. Daar waar mogelijk worden ook landelijke cijfers beschreven. b Een registratie in het GBA is alleen noodzakelijk bij een verblijf langer dan vier maanden gemeten over een periode van zes maanden. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor De bevolking van Den Haag 11

13 1.3.1 Opleiding Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor De bevolking van Den Haag Uit de Gezondheidsenquête 2012 blijkt dat 36% van de Haagse bevolking van 19 jaar en ouder een hoog opleidingsniveau heeft en 12% een laag opleidingsniveau (box 1.1). In Den Haag wonen in vergelijking met Amsterdam en Utrecht minder hoog opgeleiden en iets meer laag opgeleiden (figuur 1.4). In vergelijking met Rotterdam heeft Den Haag meer hoog opgeleiden. 11 Net zoals landelijk is ook in Den Haag het opleidingsniveau verbeterd. Ten opzichte van 2008 zijn er in 2012 in Den Haag minder inwoners met een laag opleidingsniveau (15% in 2008 versus 12% in 2012). Het aantal inwoners met een gemiddeld opleidingsniveau is ongeveer gelijk gebleven (54% in 2008 versus 52% in 2012) en het aantal inwoners met een hoog opleidingsniveau is toegenomen (32% in 2008 versus 36% in 2012) Laag opgeleid: Gemiddeld opgeleid 1: Gemiddeld opgeleid 2: Hoog opgeleid: Box 1.1 % Figuur Geen opleiding, Basisonderwijs, Lager Onderwijs (LO) MAVO, Lager Beroepsonderwijs (LBO) HAVO, VWO, Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) Hoger Beroepsonderwijs (HBO), Universitair Onderwijs (WO) Omschrijvingen van een laag, gemiddeld en hoog opleidingsniveau. Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Hoog Gemiddeld 2 Gemiddeld 1 Laag Percentage laag, gemiddeld en hoog opgeleide inwoners van 19 jaar en ouder in de vier grote steden. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, Het opleidingsniveau van mannen en vrouwen in Den Haag in 2012 is vrijwel gelijk. Tussen de verschillende leeftijdsklassen is wel een verschil in opleiding te zien. Vergeleken met oudere inwoners van Den Haag hebben meer jongere stadsgenoten een hoger opleidingsniveau (figuur 1.5)

14 % Figuur 1.5 Tabel Hoog Gemiddeld 2 Gemiddeld 1 Laag Percentage laag, gemiddeld en hoog opgeleide Haagse inwoners van 19 jaar en ouder naar leeftijdscategorie. Den Haag In de Haagse wijken met achterstand is in vergelijking met de wijken zonder achterstand het percentage laag opgeleiden hoger (22% versus 7%) en het percentage hoog opgeleiden lager (23% versus 43%). Het opleidingsniveau van autochtone Hagenaars is gemiddeld hoger dan dat van niet-westerse allochtonen, maar niet hoger dan dat van westerse allochtonen. Van de autochtonen is 42% hoog opgeleid en 7% laag opgeleid. Bij de niet-westerse allochtonen is 20% hoog opgeleid en 24% laag opgeleid en bij de westerse allochtonen is 47% hoog opgeleid en 6% laag opgeleid Inkomen Het gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen per huishouden c in Den Haag was in euro. Het besteedbaar inkomen per huishouden ligt in Den Haag lager dan het landelijk gemiddelde ( euro) en lager dan in Utrecht en Amsterdam, maar hoger dan in Rotterdam. In 2010 had 49% van de huishoudens in Den Haag een laag inkomen, 34% een midden inkomen en 17% een hoog inkomen d (tabel 1.3). 1,13 Gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen per huishouden en percentage particuliere huishoudens met laag, midden en hoog besteedbaar huishoudinkomen. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Nederland, Gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar huishoudinkomen in euro s Inkomensverdeling Laag (< euro) Midden ( euro) Hoog (> euro) Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Nederland % 34% 17% Er bestaan in Den Haag forse inkomensverschillen tussen de wijken. Het hoogste gemiddelde gestandaardiseerde inkomen per huishouden werd in 2010 verdiend door de inwoners van Westbroekpark/Duttendel ( euro) e. Andere wijken waar bewoners gemiddeld een hoog inkomen per huishouden hebben zijn Van Stolkpark en Scheveningse Bosjes en Benoordenhout. Het laagste gemiddelde gestandaardiseerde inkomen per huishouden werd verdiend door de inwoners van Transvaalkwartier ( euro). Andere wijken waar inwoners gemiddeld een laag inkomen per huishouden hebben zijn Schildersbuurt en Moerwijk % 32% 16% c Het gemiddeld gestandaardiseerd besteedbaar inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van d het huishouden. De inkomensverdeling wordt gemaakt met de landelijke inkomensverdeling als uitgangspunt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een indeling naar e lage, midden- en hoge inkomens. Landelijk is dit per definitie 40%, 40% en 20%. Hierbij zijn alleen wijken met meer dan 500 inwoners meegenomen % 34% 13% % 36% 21% % 40% 20% Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor De bevolking van Den Haag

15 1 De bevolking van Den Haag Volgens de Gezondheidsenquête 2012 heeft 33% van de Haagse bevolking in het afgelopen jaar moeite gehad met rondkomen met het huishoudinkomen. Landelijk geeft 23% van de bevolking aan moeite te hebben met rondkomen. Het percentage inwoners in Den Haag dat moeite heeft met rondkomen is hoger dan landelijk maar vergelijkbaar met de andere drie grote steden (percentages tussen de 29% en de 34%). Relatief veel lager opgeleide Hagenaars, jarigen, niet-werkenden, bewoners van Haagse wijken met achterstand en gescheiden Hagenaars geven aan moeite te hebben met rondkomen, evenals Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en overig niet-westerse allochtone Hagenaars (tabel 1.4). Relatief weinig ouderen hebben moeite met rondkomen, 22% van de 65-plussers heeft moeite met rondkomen en dit neemt af naarmate de leeftijd toeneemt. 11 Een derde van de Haagse bevolking heeft moeite om rond te komen met het huishoudinkomen. Tabel 1.4 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat in het afgelopen jaar moeite heeft gehad om rond te komen met het huishoudinkomen naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 85+ Etniciteit Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig niet-westers Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd Gescheiden Weduwe, weduwnaar * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten

16 In de Gezondheidsenquête is ook gevraagd of men in staat was om een onverwachte noodzakelijke uitgave van euro te doen zonder daarvoor schulden te maken of een lening aan te gaan. Van de Haagse bevolking gaf 37% aan dit meestal niet of nooit te kunnen. Dit percentage komt overeen met de percentages uit Rotterdam (39%) en Amsterdam (34%). In Utrecht (29%) ligt dit percentage lager (figuur 1.6). 11 % 100 Figuur Volgens de Gezondheidsenquête heeft 9% van de Haagse inwoners meestal niet voldoende geld om het huis te verwarmen, 28% om een lidmaatschap bij sportclub of vereniging te betalen en 13% om bij vrienden of familie op visite te gaan. De percentages in Utrecht zijn op alle drie de aandachtsvelden gunstiger dan in Den Haag. In Amsterdam is alleen het percentage inwoners dat onvoldoende geld heeft om het huis te verwarmen lager dan in Den Haag. Op de andere twee punten zijn de percentages vergelijkbaar met Den Haag. De percentages in Rotterdam komen overeen met de percentages die in Den Haag gevonden worden Werk en werkloosheid Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Meestal/altijd Soms Nooit/meestal niet Percentage inwoners van 19 jaar en ouder dat in staat is om een onverwachte noodzakelijke uitgave van euro te doen zonder daarvoor schulden te maken of een lening aan te gaan. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, In 2012 had 67% van de beroepsbevolking (15-65-jarigen) in Nederland een betaalde baan van twaalf uur per week of meer. In Den Haag was dit 63%, vergelijkbaar met het percentage in Rotterdam (62%). In Amsterdam (68%) en Utrecht (69%) heeft een hoger percentage van de beroepsbevolking een betaalde baan Het deel van de bevolking dat geen werk heeft of minder dan twaalf uur per week werkt, maar wel actief op zoek is naar betaald werk voor twaalf uur per week of meer wordt tot de werkloze beroepsbevolking gerekend. In de afgelopen jaren is in Nederland een stijging van het percentage werklozenonder de beroepsbevolking zichtbaar. Deze stijging hangt samen met de verslechterde economische situatie in Nederland. Landelijk was in ,8% van de beroepsbevolking werkloos, in 2012 was dit 6,4%. Ook in Den Haag en de andere grote steden stijgt de laatste jaren het percentage werklozen. Zo was in ,5% van de Haagse jarigen werkloos en in 2012 is dit verdubbeld naar 10,9%. Sinds 2010 ligt het percentage werklozen in de beroepsbevolking in Den Haag hoger dan in Amsterdam en Utrecht, maar lager dan in Rotterdam (figuur 1.7). 14 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor De bevolking van Den Haag 15

17 14 12 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor De bevolking van Den Haag % Figuur Wijken naar achterstandscore Den Haag Utrecht Amsterdam Nederland Rotterdam Percentage werklozen in de beroepsbevolking. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Nederland, Sinds 1995 kent Den Haag een indeling van wijken op basis van achterstandscores. De achterstandscore wordt bepaald door: het percentage etnisch-culturele groepen, het gemiddelde inkomen, het percentage langdurig werklozen, de gemiddelde WOZ-waarde van huizen en het aandeel verhuizingen in drie jaar. Deze laatste indicator is een maat voor sociale stabiliteit; in wijken met veel nieuwe bewoners is meer werk te doen voor bewonersorganisaties om de sociale samenhang te bevorderen dan in een wijk waar niemand verhuist. Wijken met de laagste achterstandscores kennen de minste achterstand en wijken met de hoogste scores de meeste achterstand (figuur 1.8). Aan de wijken met minder dan 500 inwoners worden geen achterstandscores toegekend. Aan de hand van de achterstandscores zijn de wijken in vijf groepen verdeeld, lopend van 1, wijken met de meeste achterstand tot 5, wijken met de minste achterstand. In 2012 zijn ten opzichte van 2008 enkele veranderingen te zien. De wijken Waldeck en Wateringse Veld gaan van klasse 3 naar 4 en de wijk Rustenburg en Oostbroek gaat van klasse 2 naar klasse 3. Deze verschuivingen naar een hogere klasse houden in dat er in deze wijken minder achterstand is dan in In de Schildersbuurt is een verschuiving te zien van klasse 2 naar klasse 1, wat inhoudt dat er in deze wijk meer achterstand is. In 2012 zijn de wijken met de hoogste achterstandscores de wijken Transvaalkwartier (+17,4), Schildersbuurt (+16,0) en Moerwijk (+14,2). De wijken met de minste achterstand zijn Vogelwijk (-25,0), Westbroek/Duttendel (-23,6) en Kijkduin/Ockenburgh (-19,7) (figuur 1.8). Ten opzichte van 2008 zijn de achterstandscores voor de wijken Kraayenstein, Ypenburg en Morgenstond het meest gedaald en is er minder achterstand. De achterstandscores zijn het meest toegenomen (meer achterstand) in de wijken Mariahoeve en Marlot, Kijkduin en Ockenburgh en Schildersbuurt. De wijken kunnen gegroepeerd worden in acht stadsdelen. In drie stadsdelen is er op stadsdeelniveau sprake van achterstand, in de andere vijf niet. De stadsdelen met achterstand zijn Laak, Centrum en Escamp. 1 16

18 onvoldoende inwoners 01 > tot 15-5 tot 5-15 tot -5 < Figuur 1.8 Haagse wijken naar achterstandscore. Den Haag 2012 (voor wijknummers: zie figuur 1.2). Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor De bevolking van Den Haag 17

19 Hoofdstuk 2 Levensverwachting en sterfte Levensverwachting en sterfte zijn belangrijke indicatoren voor de volksgezondheid. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op deze onderwerpen. Allereerst worden cijfers gepresenteerd over de levensverwachting in Den Haag. Vervolgens wordt de sterfte in Den Haag gepresenteerd met daarbij vooral aandacht voor de invloed van sociaal-economische status op sterfte en verschillen in sterfte tussen etnische groepen. 18

20 2.1 Levensverwachting De levensverwachting kan op verschillende manieren berekend worden. Een veelgebruikte maat is de levensverwachting bij de geboorte, deze geeft het aantal verwachte levensjaren bij de geboorte weer. Een andere maat is de levensverwachting bij 65 jaar: deze geeft het aantal verwachte levensjaren op 65-jarige leeftijd. Een maat voor levensverwachting waarbij de kwaliteit van leven wordt meegenomen is de levensverwachting in goede ervaren gezondheid. Dit is het gemiddeld aantal levensjaren dat mensen mogen verwachten in goede ervaren gezondheid door te brengen bij geboorte of op 65-jarige leeftijd. Levensverwachting bij geboorte In Nederland en ook in Den Haag leven vrouwen langer dan mannen. Het verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen wordt echter steeds kleiner. Dit wordt vooral toegeschreven aan het kleiner worden van het verschil in rookgedrag tussen mannen en vrouwen. Hierdoor zijn ook de verschillen in sterfte aan roken-gerelateerde ziekten zoals longkanker en hart- en vaatziekten bij mannen en vrouwen afgenomen. In de periode was de gemiddelde levensverwachting van Haagse mannen 78,1 jaar, die van Haagse vrouwen 82,2 jaar (tabel 2.1). In Nederland was de gemiddelde levensverwachting in 2012 hoger dan in Den Haag: voor mannen was deze 79,1 jaar en voor vrouwen 82,8 jaar. De levensverwachting van Haagse mannen en vrouwen is toegenomen ten opzichte van de periode : voor mannen was deze toen 76,9 jaar en voor vrouwen 81,8 jaar. Landelijk is de levensverwachting in de afgelopen jaren ook toegenomen, bij zowel mannen als vrouwen. Er is een verschil in levensverwachting tussen inwoners van achterstandswijken en niet-achterstandswijken. Voor mannen is de levensverwachting in de achterstandswijken 76,8 jaar tegenover 78,8 jaar in de nietachterstandswijken (figuur 2.1). Ten opzichte van de periode is er sprake van een lichte toename in levensverwachting bij mannen in zowel de achterstandswijken als niet-achterstandswijken (in ,4 versus 78,1). In de achterstandswijken is de levensverwachting voor vrouwen 81,4 jaar tegenover 82,5 jaar in de niet-achterstandswijken. Voor vrouwen is er niet veel veranderd ten opzichte van : in de achterstandswijken is het een half jaar toegenomen (was 80,9) en in de niet-achterstandswijken is het gelijk gebleven. 1-4 Levensverwachting bij 65 jaar De levensverwachting bij 65 jaar is in Den Haag eveneens lager dan landelijk. Deze was in de periode ,4 jaar bij de Haagse mannen en 20,4 jaar bij de Haagse vrouwen. Landelijk was deze in ,3 jaar voor mannen en 21,2 jaar voor vrouwen (tabel 2.1). Ten opzichte van is de levensverwachting bij 65 jaar toegenomen met bijna een jaar bij de Haagse mannen (was 16,6); bij de Haagse vrouwen is deze nauwelijks veranderd (was 20,3). De levensverwachting bij 65 jaar is bij mannen in achterstandswijken lager dan bij mannen in niet-achterstandswijken (15,7 versus 17,1). Bij vrouwen is het verschil kleiner: in de achterstandswijken is de levensverwachting bij 65 jaar voor vrouwen 19,9 jaar, in de niet-achterstandswijken 20, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Levensverwachting en sterfte 19

21 Levensverwachting in goede ervaren gezondheid 2 Levensverwachting en sterfte Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 In Den Haag is de levensverwachting in goede ervaren gezondheid bij geboorte voor mannen 63,5 jaar, voor vrouwen 62,3 jaar (tabel 2.1). Op 65-jarige leeftijd is de levensverwachting in goede ervaren gezondheid bij mannen 11,4 jaar, bij vrouwen 11,9 jaar. Dit is vergelijkbaar met landelijke cijfers. De levensverwachting in goede ervaren gezondheid is landelijk voor mannen bij geboorte 63,7 jaar, voor vrouwen 63,3 jaar. Op 65- jarige leeftijd leven mannen nog 10,9 jaar in goede ervaren gezondheid, vrouwen nog 11,3 jaar. Vrouwen leven langer, maar hebben bijna even veel jaren in goede ervaren gezondheid als mannen en leven dus langer in minder goede ervaren gezondheid. Ook bij levensverwachting in goede ervaren gezondheid is er een verschil tussen wijken met en zonder achterstand; deze is veel groter dan bij levensverwachting in het algemeen. Onder bewoners van Haagse achterstandswijken is de levensverwachting in goede ervaren gezondheid bij geboorte bij mannen 58,9 jaar, bij vrouwen 56,4 jaar (figuur 2.1). Bij bewoners van de niet-achterstandswijken is dat bij mannen 70,5 jaar en bij vrouwen 70,2 jaar. Een verschil van 11,6 jaar bij mannen en 13,8 jaar bij vrouwen. Het verschil tussen inwoners van wijken met en zonder achterstand is groter geworden ten opzichte Inwoners van wijken met achterstand van ; in deze periode was het verschil bij mannen 7,7 jaar en bij vrouwen 9,2 jaar. leven minder lang in goede ervaren In de achterstandswijken is de levensverwachting in goede ervaren gezondheid gedaald ten opzichte van gezondheid dan inwoners van wijken : deze was in de achterstandswijken voor mannen 60,4 jaar en voor vrouwen 60,5 jaar. In de zonder achterstand. In de wijken met niet-achterstandswijken is er bij mannen sprake van achterstand is de levensverwachting een stijging ten opzichte van (was 68,1); bij vrouwen is het ongeveer gelijk gebleven (was 69,7). Bij 65-jarigen is de levensverwachting in goede ervaren gezondheid bij mannen in achterstandswijken 10,1 jaar en bij vrouwen 10,4 jaar. Mannen in niet-achterstandswijken hebben nog 13,5 jaar in goede ervaren gezondheid vanaf hun vijfenzestigste, vrouwen nog 14 jaar. Een verschil van respectievelijk 3,4 en 3,6 jaar (figuur 2.2). 1-4 Tabel 2.1 in goede ervaren gezondheid zelfs gedaald. Levensverwachting bij geboorte, bij 65 jaar en in goede ervaren gezondheid bij geboorte en bij 65 jaar naar geslacht. Den Haag en Nederland 2011, Levensverwachting bij geboorte* Levensverwachting bij 65 jaar* Levensverwachting in goede ervaren gezondheid bij geboorte** Levensverwachting in goede ervaren gezondheid bij 65 jaar** * Den Haag , Nederland ** Den Haag , Nederland Man Vrouw Den Haag Nederland Den Haag Nederland 78,1 79,1 82,2 82,8 17,4 18,3 20,4 21,2 63,5 63,7 62,3 63,3 11,4 10,9 11,9 11,3 20

22 Aantal jaren Figuur 2.1 Aantal jaren Figuur Sterfte Wijken met achterstand Wijken zonder achterstand Wijken met achterstand Wijken zonder achterstand Mannen Levensverwachting bij geboorte Levensverwachting bij geboorte en levensverwachting in goede ervaren gezondheid bij geboorte naar geslacht en wijk. Den Haag Levensverwachting bij 65 jaar en levensverwachting in goede ervaren gezondheid bij 65 jaar naar geslacht en wijk. Den Haag Vrouwen Levensverwachting in goede ervaren gezondheid bij geboorte Wijken met achterstand Wijken zonder achterstand Wijken met achterstand Wijken zonder achterstand Mannen Levensverwachting bij 65 jaar Vrouwen Levensverwachting in goede ervaren gezondheid bij 65 jaar In 2012 overleden in Den Haag personen: mannen en vrouwen. Dit komt overeen met 762 per mannen en 886 per vrouwen. In 2011 lag de sterfte iets lager. Deze was toen 744 per mannen en 851 per vrouwen. Landelijk gezien was de sterfte in per mannen en 836 per vrouwen. 2,5, Sterfte naar sociaal-economische status Er zijn verschillen in sterftecijfers tussen de Haagse wijken. Deze verschillen hangen samen met sociaaleconomische status: in wijken met achterstand is de sterftekans hoger dan in de wijken zonder achterstand. Dit verschil in sterftekans tussen wijken met en zonder achterstand is bij mannen over de jaren heen stabiel gebleven (figuur 2.3). Bij vrouwen nam het verschil af: in 2008 was het sterftecijfer in wijken met achterstand vergelijkbaar met dat van het Haagse gemiddelde. Hierna nam het sterftecijfer in de wijken met achterstand echter weer toe, waardoor het verschil tussen wijken met en zonder achterstand ook weer toenam bij de vrouwen (figuur 2.4). 2,5 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Levensverwachting en sterfte 21

23 22

24 Landelijk zijn de sterfteverschillen als gevolg van sociaal-economische status het grootst op middelbare leeftijd en de verschillen zijn groter bij mannen dan bij vrouwen. Vooral mensen met alleen lagere school sterven eerder dan hoger opgeleiden. Voor een deel worden deze verschillen tussen hoge en lage sociaal-economische status veroorzaakt door een minder gezonde leefstijl en slechtere woon- en werkomstandigheden. Daarnaast zullen mensen met een minder goede gezondheid eerder beperkingen ondervinden om door opleiding en loopbaan een hogere sociale status te verwerven. Een deel van de oorzaken van sociaal-economische gezondheidsverschillen blijft onverklaard. 7 Figuur 2.3 Figuur 2.4 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 2,0 1,5 1,0 0,5 0, Gestandaardiseerde sterfte onder 0-65-jarige Haagse mannen voor Den Haag totaal en in Haagse wijken met en zonder achterstand. Den Haag Den Haag Den Haag totaal Wijken zonder achterstand Wijken met achterstand Den Haag Den Haag totaal Wijken zonder achterstand Wijken met achterstand Gestandaardiseerde sterfte onder 0-65-jarige Haagse vrouwen voor Den Haag totaal en in Haagse wijken met en zonder achterstand. Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Levensverwachting en sterfte 23

25 2.2.2 Sterfte naar etniciteit 2 Levensverwachting en sterfte Gemiddeld gezien is de sterftekans a van allochtonen hoger dan die van autochtonen. Het beeld verschilt echter per etnische groep en per leeftijdscategorie. In Den Haag hebben Turkse en Marokkaanse mannen vanaf respectievelijk 20 en circa 30 jaar een lagere sterftekans dan autochtone mannen (figuur 2.5). Bij Surinaamse mannen daarentegen is het risico op sterfte na hun twintigste jaar groter dan bij autochtone mannen, rond 70 jaar is dit cijfer gelijk aan autochtone mannen. Bij Antilliaanse mannen is de sterftekans vanaf de geboorte hoger dan die van autochtone mannen. Na 65 jaar is hun sterftekans echter lager dan bij autochtone mannen. Ook bij vrouwen varieert de sterftekans per etnische groep en leeftijdscategorie (figuur 2.6). Tot hun dertigste jaar is de sterftekans onder Turkse en Marokkaanse vrouwen hoger dan die onder autochtone vrouwen; hierna is hun sterftekans lager dan onder autochtone vrouwen. Bij Surinaamse en Antilliaanse vrouwen geldt hetzelfde, maar is de sterfte pas vanaf het veertigste jaar lager dan bij autochtone vrouwen. 2,5 De landelijke cijfers naar leeftijd laten, evenals in Den Haag, een genuanceerd beeld zien. Onder jongere Turkse, Marokkaanse en Antilliaanse allochtonen is de sterfte hoger dan onder jongere autochtonen (bij Surinaamse allochtonen is dit beeld tot 20 jaar minder eenduidig). Maar vanaf een bepaalde leeftijd is dat omgekeerd en is de sterfte bij allochtonen juist lager. Bij Marokkaanse mannen ligt dit omslagpunt op 45 jaar, bij Turkse, Antilliaanse en Surinaamse mannen ligt dit omslagpunt op 75 jaar. Bij allochtone vrouwen is de sterftekans vanaf 40 jaar gelijk of iets lager dan die van de autochtone vrouwen, stijgt het vanaf 65 jaar om bij 70 jaar weer lager uit te komen dan dat van autochtone vrouwen. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 De op sommige leeftijden hogere sterfte onder allochtonen kan deels worden verklaard door een gemiddeld lagere sociaal-economische status bij allochtonen. Mensen met een lagere sociaal-economische status hebben gemiddeld een hogere sterftekans. Wanneer hiermee rekening gehouden wordt, zijn de verschillen in sterfte tussen allochtonen en autochtonen kleiner. Landelijk zijn de verschillen in sterfterisico s naar etnische afkomst in afgenomen ten opzichte van Dit komt doordat de sterfte onder niet-westerse allochtonen naar verhouding sterker is gedaald dan onder autochtonen. 8 Figuur 2.5 1,4 1,2 1,0 0,8 0,6 0, jr jr jr jr jr jr jr 75+ Surinaams Antilliaans Turks Marokkaans Autochtoon Sterfte onder Haagse mannen naar etniciteit en leeftijd (sterfte onder autochtone Haagse mannen=1). Den Haag a De kans dat iemand uit een bepaalde leeftijdsgroep in een bepaalde periode komt te overlijden. 24

26 2,5 2,0 1,5 1,0 0,5 0,0 Figuur jr jr jr jr jr jr jr 75+ Surinaams Antilliaans Turks Marokkaans Autochtoon Sterfte onder Haagse vrouwen naar etniciteit en leeftijd (sterfte onder autochtone Haagse vrouwen=1). Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Levensverwachting en sterfte 25

27 Hoofdstuk 3 Lichamelijke gezondheid In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de lichamelijke gezondheid van de Hagenaar. Allereerst wordt stilgestaan bij de ervaren gezondheid en een aantal zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen van de Haagse burger. De GGD houdt zich onder andere intensief bezig met vroege opsporing en preventie van infectieziekten die een bedreiging vormen voor de volksgezondheid; een aantal van deze ziekten komt in dit hoofdstuk aan bod. Vervolgens worden lichamelijke beperkingen en beperkingen in de huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen en de algemene dagelijkse levensverrichtingen besproken. De percentages die in dit hoofdstuk worden genoemd bij ervaren gezondheid, zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen en beperkingen gaan over zelfstandig wonende inwoners van Den Haag.

28 3.1 Ervaren gezondheid Ervaren gezondheid, ook wel subjectieve gezondheid of gezondheidsbeleving genoemd, zegt iets over de eigen beleving van de eigen lichamelijke of psychische gezondheid. Ervaren gezondheid wordt beschouwd als een goede indicator van de werkelijke gezondheid. Volgens de Gezondheidsenquête 2012 beoordeelt bijna drie kwart van de Hagenaars (73%) de eigen gezondheid als goed of zeer goed, 21% antwoordt gaat wel en 7% van de Hagenaars beoordeelt de eigen gezondheid als slecht tot zeer slecht. Landelijk beoordeelt 77% van de bevolking de eigen gezondheid als goed of zeer goed. Het percentage Haagse inwoners dat de gezondheid als goed of zeer goed beoordeelt is vergelijkbaar met het percentage in Rotterdam, en ligt lager dan in Amsterdam Bijna drie kwart van (75%) en Utrecht (78%). 1 De Haagse resultaten uit 2012 zijn vergelijkbaar met de resultaten van In Den Haag geldt dat relatief meer mannen, autochtone en overige westerse Hagenaars, bewoners van wijken zonder achterstand, hoger opgeleiden en werkenden een positief oordeel geven over de ervaren gezondheid (tabel 3.1). Ook hebben relatief meer gehuwde of samenwonende Hagenaars en ongehuwde Hagenaars een positief oordeel over de ervaren gezondheid dan gescheiden Hagenaars of weduwen/weduwnaars. Het percentage Hagenaars dat positief oordeelt over de eigen gezondheid daalt naarmate de leeftijd toeneemt. 1 Tabel 3.1 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat de gezondheid als goed of zeer goed ervaart naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ Etniciteit Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig niet-westers Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. de Haagse bevolking beoordeelt de eigen gezondheid als goed Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 27

29 3 Lichamelijke gezondheid In de Haagse Stadsenquête wordt elk jaar aan de Haagse inwoners gevraagd om de eigen gezondheid te beoordelen met een rapportcijfer. In 2013 beoordelen Hagenaars hun gezondheid gemiddeld met een 7,4 (tabel 3.2). Dit cijfer is sinds 2009 gelijk gebleven. Hoe hoger het opleidingsniveau, hoe beter de gezondheid beoordeeld wordt. Ook beoordelen jonge mensen hun gezondheid beter dan oudere mensen. 3 Tabel 3.2 Gemiddeld rapportcijfer voor de ervaren gezondheid naar geslacht, leeftijd, etniciteit en opleiding. Den Haag Rapportcijfer 2013 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar jaar 65+ 7,4 7,5 7,4 7,9 7,6 7,2 7,1 Etniciteit Autochtoon Allochtoon 1e generatie Allochtoon 2e generatie Opleiding Laag (geen, LO, LBO, MAVO, MULO, VMBO) Midden (HAVO, VWO, MBO) Hoog (HBO, WO) 7,5 7,3 7,5 7,0 7,4 7,7 3.2 Zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen In de Gezondheidsenquête 2012 is aan de inwoners van Den Haag en de drie andere grote steden gevraagd naar het vóórkomen van negentien chronische ziekten en aandoeningen in het afgelopen jaar. Het gaat hierbij om chronische zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen die niet door een arts hoeven te zijn vastgesteld. In Den Haag geeft 58% van de bevolking aan in de afgelopen twaalf maanden ten minste één zelfgerapporteerde chronische ziekte of aandoening te hebben gehad. Dit is vergelijkbaar met Rotterdam (58%) en Amsterdam (57%), maar iets hoger dan in Utrecht (54%). In Den Haag is 44% van de inwoners onder behandeling bij een arts of specialist voor één of meer van deze negentien chronische ziekten of aandoeningen. Het percentage Haagse inwoners dat gedurende het afgelopen jaar onder behandeling is geweest van een arts of specialist is geweest voor een chronische ziekte of aandoening is vergelijkbaar met het percentage in Rotterdam (44%) en Amsterdam (42%), maar iets hoger dan in Utrecht (40%). In Den Haag komen zelfgerapporteerde chronische ziekten en aandoeningen meer voor bij vrouwen, ouderen, Turkse en Marokkaanse Hagenaars, inwoners van wijken met achterstand, laagopgeleiden, niet-werkenden, gescheiden Hagenaars en weduwen/weduwnaars (tabel 3.3). 1 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor

30 Tabel 3.3 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat ten minste één zelfgerapporteerde ziekte of aandoening heeft gehad in het afgelopen jaar naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ Etniciteit Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig niet-westers Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. Het voorkomen van de negentien zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen in de vier grote steden staat weergegeven in figuur 3.1. Migraine of regelmatig ernstige hoofdpijn wordt het meest gerapporteerd, gevolgd door hoge bloeddruk en gewrichtsslijtage van heupen of knieën. Tussen Den Haag en de drie andere grote steden zijn er geen grote verschillen in het voorkomen van de negentien zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 29

31 3 Lichamelijke gezondheid Gezondheidsmonitor 2014 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Figuur 3.1 Percentage inwoners van 19 jaar en ouder met een zelfgerapporteerde ziekte of aandoening in het afgelopen jaar naar soort aandoening. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Migraine of regelmatige hoofdpijn Hoge bloeddruk Gewrichtsslijtage (artrose, slijtagereuma) Ernstige of hardnekkige aandoening van de rug Andere ernstige of hardnekkige aandoening van nek of schouder Astma of COPD (chronische bronchitis, longemfyseem) Andere ernstige of hardnekkige van elleboog, pols of hand Onvrijwillig urineverlies (incontinentie) Suikerziekte Duizeligheid met vallen Chronisch eczeem Ernstige of hardnekkige darmstoornissen Chronische gewrichtsontsteking Vernauwing bloedvaten in buik of benen Psoriasis Andere ernstige hartaandoening Een vorm van kanker Hartinfarct Beroerte, hersenbloeding of herseninfarct %

32 % Migraine of regelmatige hoofdpijn Hoge bloeddruk Gewrichtsslijtage (artrose, slijtagereuma) Ernstige of hardnekkige aandoening van de rug Andere ernstige of hardnekkige aandoening van nek of schouder Astma of COPD (chronische bronchitis, longemfyseem) Andere ernstige of hardnekkige van elleboog, pols of hand Onvrijwillig urineverlies (incontinentie) Suikerziekte Duizeligheid met vallen Chronisch eczeem Ernstige of hardnekkige darmstoornissen Chronische gewrichtsontsteking Vernauwing bloedvaten in buik of benen Psoriasis Andere ernstige hartaandoening Een vorm van kanker Hartinfarct Beroerte, hersenbloeding of herseninfarct Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Figuur 3.2 Voorkomen van zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen in het afgelopen jaar bij Haagse inwoners van 19 jaar en ouder in wijken met achterstand en wijken zonder achterstand. Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 31

33 3 Lichamelijke gezondheid De meeste zelfgerapporteerde ziekten en aandoeningen komen meer voor bij inwoners van wijken met achterstand dan bij inwoners van wijken zonder achterstand (figuur 3.2). Dit geldt niet voor alle chronische ziekten en aandoeningen; chronisch eczeem en psoriasis komen ongeveer even veel voor bij bewoners van wijken met achterstand als bij bewoners van wijken zonder achterstand. Kanker in welke vorm dan ook komt iets meer voor bij inwoners van wijken zonder achterstand. 1 Aan de respondenten is gevraagd in welke mate zij door een chronische ziekte of aandoening belemmerd worden in hun dagelijkse werkzaamheden thuis, op school of op het werk of in hun vrijetijdsbesteding. Van de Hagenaars met ten minste één zelfgerapporteerde ziekte of aandoening in het afgelopen jaar geeft twee derde (69%) aan zich hierdoor licht of sterk belemmerd te voelen. Het totale percentage inwoners dat zich belemmerd voelt ligt in Den Haag hoger dan in Amsterdam, maar is vergelijkbaar met het percentage in de andere steden (figuur 3.3). In Den Haag voelt 24% van de inwoners met een chronische aandoening zich sterk belemmerd. Dit percentage is hoger dan in de andere drie grote steden % Figuur 3.3 Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Licht belemmerd Sterk belemmerd Percentage inwoners van 19 jaar en ouder met ten minste één zelfgerapporteerde ziekte of aandoening in het afgelopen jaar dat aangeeft zich hierdoor licht of sterk belemmerd te voelen. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, In Den Haag geven meer laagopgeleiden, Turkse en Marokkaanse Hagenaars, bewoners van wijken met achterstand, niet-werkenden en gescheiden Hagenaars aan belemmerd te worden door een chronische ziekte of aandoening (tabel 3.4). 1 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor

34 Tabel 3.4 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder met ten minste één zelfgerapporteerde ziekte of aandoening in het afgelopen jaar dat aangeeft zich hierdoor licht of sterk belemmerd te voelen naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ Etniciteit Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig niet-westers 3.3 Infectieziekten Tuberculose Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. Tuberculose is een ernstige infectieziekte die wordt veroorzaakt door de tuberculosebacterie. De bacterie veroorzaakt ontstekingen in het lichaam. Longtuberculose is de meest voorkomende vorm, maar de ziekte kan voorkomen in alle organen zoals gewrichten, botten, hersenen of lymfeklieren. Open longtuberculose is de meest besmettelijke vorm. Het kan jaren duren voordat een besmet persoon tuberculose ontwikkelt. De bacterie wordt via de lucht verspreid door hoesten en niezen. Bij ongeveer 10% van de besmette personen treedt uiteindelijk de ziekte tuberculose op. Mensen met een slecht functionerend afweersysteem lopen meer kans om de ziekte na een besmetting echt te ontwikkelen. De ziekte is in Nederland bijna altijd goed te behandelen met medicijnen. De behandeling duurt echter lang (minimaal zes maanden) en is voor veel patiënten moeilijk vol te houden. Bij voortijdig afbreken van de behandeling is het risico groot dat de ziekte weer terugkeert of dat de bacterie resistent (ongevoelig) wordt voor medicijnen. Daarom worden patiënten begeleid door de GGD. De GGD voert ook contactonderzoek uit rond de besmettelijke tuberculosepatiënten en behandelt personen die besmet zijn nog voordat ze ziek worden. Resistentie tegen de antibiotica die bij de behandeling van tuberculose worden gebruikt is wereldwijd een toenemend probleem. Bij multi(drug)resistente tuberculose (MDR) is sprake van resistentie tegen de twee belangrijkste antibiotica; bij extensieve (drug)resistente tuberculose (XDR) is er resistentie tegen nog meer antibiotica. Deze vormen van resistentie zijn zeer moeilijk te behandelen. In Nederland is MDR- en XDRtuberculose tot nu toe een beperkt probleem. In Nederland is sinds het begin van de vorige eeuw het aantal personen met tuberculose en de sterfte aan tuberculose sterk gedaald; gemiddeld sterft nu 1-2% van de tuberculosepatiënten aan de ziekte. Tuberculose komt vooral voor bij personen die afkomstig zijn uit landen waar tuberculose veel voorkomt, bij personen in slechte sociaal-economische omstandigheden (dak- en thuislozen, alcohol- en drugsverslaafden, illegalen) en bij personen die (bijvoorbeeld beroepsmatig) in contact komen met een besmettelijke patiënt Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 33

35 Omdat in de grote steden relatief meer inwoners tot deze risicogroepen behoren, is het aantal mensen met tuberculose er groter. 4-5 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid In Den Haag varieerde in de periode het aantal meldingen van personen bij wie tuberculose werd vastgesteld tussen de 78 en 96 per jaar (figuur 3.4). In 2012 werd bij 78 personen tuberculose vastgesteld. 6 Landelijk is sinds 2002 het aantal patiënten met 32% gedaald van 1415 in 2002 naar 958 patiënten in MDR-tuberculose werd in Nederland in 2012 bij 12 personen vastgesteld. Sinds 2009 zijn er geen patiënten met XDR-tuberculose gediagnosticeerd in Nederland. In 2012 was 34% van alle nieuw gediagnosticeerde tuberculosepatiënten in Nederland afkomstig uit de vier grote steden. 7 Aantal Figuur Aantal door artsen gemelde patiënten met tuberculose bij de GGD Den Haag. Den Haag Het aantal nieuwe tuberculosepatiënten in Den Haag ligt de laatste jaren rond de per personen per jaar. Tuberculose komt vooral Dit is ongeveer drie maal zo hoog als de landelijke cijfers in voor in de grote steden; die periode (rond de 6 per personen per jaar), maar is vergelijkbaar met de cijfers in Amsterdam en Rotterdam. 5 in 2012 was een op de drie In Den Haag komt tuberculose weinig voor bij autochtone nieuwe tuberculosepatiënten inwoners (14% van alle nieuwe tuberculosepatiënten in 2012). Tuberculose wordt in Den Haag vooral gediagnosticeerd bij afkomstig uit de inwoners van Somalische, Marokkaanse, Surinaamse of overig niet-westerse afkomst. Landelijk is in 2012 bijna driekwart vier grote steden. (73%) van het aantal nieuwe tuberculosepatiënten geboren in het buitenland. Relatief de grootste groep is afkomstig uit Somalië. 7 Tuberculose komt, vergeleken met autochtonen, niet alleen meer voor bij eerste generatie allochtonen (in het buitenland geboren) maar ook bij tweede generatie allochtonen (zelf in Neder land geboren maar één of beide ouders in het buitenland geboren). Het aantal nieuwe tuberculosepatiënten in Nederland was in 2011 in de eerste generatie allochtonen 40,3 per personen, onder de tweede generatie 4,6 en onder autochtone Nederlanders 1,5 per personen. Dat tuberculose ook bij tweede generatie allochtonen vaker voorkomt dan bij autochtonen, is het gevolg van besmetting door familieleden en/of tijdens bezoek aan het herkomstland van de ouders. 4 34

36 3.3.2 Hiv/ Aids Aids wordt veroorzaakt door het humane immuundeficiëntie virus (hiv) ook wel aidsvirus genoemd. Hiv is seksueel overdraagbaar en kan ook via bloed worden overgedragen. Overdracht van moeder op kind is mogelijk gedurende de zwangerschap, bij en na de geboorte (via borstvoeding). Het virus breekt het afweersysteem af en het lichaam wordt daardoor vatbaar voor allerlei infecties en bepaalde vormen van kanker. Het kan twee tot meer dan tien jaar duren voordat er klachten ontstaan zoals extreme moeheid, nachtzweten, veel gewichtsverlies, koorts, hardnekkige diarree en kortademigheid. De diagnose aids wordt gesteld als de afweer door hiv zo ernstig is aangetast dat men ziek wordt door een infectie die door een gezonde afweer normaal gesproken wordt bestreden. In Nederland komen hiv en aids relatief veel voor bij homo- en biseksuele mannen en personen afkomstig uit landen waar aids veel voorkomt (vooral sub-sahara Afrika). Aids is niet te genezen maar wel te behandelen. Sinds medio jaren negentig zijn er medicijnen beschikbaar (hiv-remmers) die de vermenigvuldiging van het hiv in het lichaam kunnen remmen. Hierdoor leidt een hiv-besmetting minder of veel later tot aids. Door het gebruik van deze hiv-remmers is in Neder-land in de tweede helft van de jaren negentig het aantal nieuwe patiënten met aids en daarmee de sterfte aan aids drastisch gedaald, vooral onder homo- en biseksuele mannen. De daling van het aantal aids-patiënten betekent echter niet dat ook het aantal hiv-infecties is gedaald. 8 In 2012 zijn in Nederland 358 nieuwe aidsdiagnoses gesteld, in 2011 waren dit er 415. Het aantal nieuwe gediagnosticeerde hiv-infecties is de laatste jaren stabiel, circa 1100, daarbinnen is wel een toename van het aantal nieuwe diagnoses onder jongvolwassen homo- en biseksuele mannen te zien. 9 Eind 2012 waren er in Nederland in totaal personen met hiv geregistreerd. Het aantal mensen met een hiv infectie wordt geschat op In 2012 zijn 131 mensen overleden ten gevolge van hiv. 10 In Den Haag worden gegevens over hiv en aids bijgehouden door de twee hiv-behandelcentra (Hagaziekenhuis, locatie Leyenburg en Medisch Centrum Haaglanden, locatie Westeinde) De gegevens betreffen alle patiënten, ook patiënten woonachtig buiten Den Haag; in de periode was driekwart van de patiënten inwoner van Den Haag, in 2012 was dit ruim 60%. In de periode is het aantal, door beide Haagse behandelcentra, geregistreerde nieuwe hiv-infecties licht gedaald (figuur 3.5). Het aandeel vrouwen onder nieuwe hiv-geïnfecteerden is laag, het aandeel homo- en biseksuele mannen hoog. In 2012 werden 86 nieuwe hiv-geïnfecteerden geregistreerd: 79% van hen was man, de leeftijd varieerde tussen de 18 en 62 jaar en 58% behoorde tot de homo- en biseksuele mannen. In 2012 was het aandeel patiënten van autochtone afkomst 47% en eveneens 47% was van niet-westerse afkomst; de meesten van deze laatste groep kwamen uit Sub-Sahara Afrika. Aantal Figuur Aantal nieuw geregistreerde patiënten met hiv in de twee Haagse hiv-behandelcentra. Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 35

37 36

38 In het Regionaal soa-centrum van de GGD Den Haag (zie ook de volgende paragraaf 3.3.3) werd in 2012 elf keer de diagnose hiv gesteld bij Haagse inwoners van 19 jaar en ouder, minder dan in voorgaande jaren (20 in 2011, 14 in 2010 en 16 in 2009). In 10 van de 11 gevallen (91%) betrof het homo- en biseksuele mannen. Bij 42% van de consulten bij hiv-positieve bezoekers (inclusief degenen die bekend hiv-positief zijn) werd minimaal één andere soa gediagnosticeerd, veel meer dan bij de overige bezoekers (15%). Het soa-centrum voert sinds 2007 een actiever hiv-testbeleid. In 2012 werd bij 92% van de consulten ook op hiv getest Overige Seksueel Overdraagbare Aandoeningen (soa) Seksueel overdraagbare aandoeningen (soa) zijn infectieziekten die meestal overgedragen worden door onbeschermd seksueel contact. De besmetting wordt overgebracht via besmet sperma, vaginaal vocht, bloed of via slijmvliescontact. Een aantal soa kan via andere routes overgedragen worden zoals van moeder op kind tijdens zwangerschap of bevalling. Ook kan overdracht plaatsvinden via bloed bij bloedtransfusies of door gebruik van besmette naalden. Soa kunnen ernstige complicaties veroorzaken, zoals onvruchtbaarheid bij vrouwen. Bij syfilis kunnen hart en bloedvaten of het zenuwstelsel worden aangetast. Tijdens een zwangerschap kunnen soa leiden tot aandoeningen bij het ongeboren kind. Risicogroepen voor het krijgen van soa zijn vooral personen die relatief vaak onbeschermd seksueel contact hebben, zoals bij homo- en biseksuele mannen, bepaalde allochtone bevolkingsgroepen, met name personen van Surinaamse en Antilliaanse/Arubaanse afkomst en jonge heteroseksuele mannen en vrouwen. Ook personen die bekend hiv-positief zijn of die al eerder een bacteriële soa hebben gehad zijn belangrijke risicogroepen. 14 Gegevens over soa in Nederland zijn gebaseerd op de registratie van nieuwe soa-consulten bij acht soacentra in het land. Deze registratie geeft een indicatie van het vóórkomen van soa, maar is niet volledig, omdat in Nederland naar schatting 70% van de soa-consulten wordt uitgevoerd door huisartsen. 15 Haagse gegevens zijn afkomstig van het Regionaal soa-centrum Den Haag (onderdeel van de afdeling soabestrijding van de GGD Den Haag) dat sinds eind 2006 functioneert. 13 De hieronder gepresenteerde gegevens over de soa-consulten in het soa-centrum van de GGD Den Haag betreffen die van de Haagse bezoekers van 19 jaar en ouder. De gegevens over de jongere bezoekers zijn te vinden in de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd'. 16 In de periode is het aantal consulten in het regionaal soa-centrum Den Haag bij Hagenaars van 19 jaar en ouder gestegen met 26%. Ook landelijk wordt een dergelijke stijging gezien. In 2012 betrof 59% van de Haagse consulten mannen. Van de mannelijke bezoekers was 35% homo- of biseksueel. Iets meer dan de helft van de vrouwelijke (52%) en ruim een kwart van de mannelijke bezoekers (27%) was jonger dan 25 jaar. De homo- en biseksuele mannen zijn gemiddeld een stuk ouder; meer dan de helft (52%) is ouder dan 35 jaar. De helft (49%) van de bezoekers is van autochtone afkomst. Tien procent van de bezoekers is van Surinaamse en 7% van Arubaanse/Antilliaanse afkomst. Drie procent van de bezoekers is van Turkse afkomst, 3% van Marokkaanse en 3% van sub-sahara Afrikaanse afkomst, (veel) minder dan op grond van hun aandeel in de Haagse bevolking verwacht mag worden. Twee procent van de bezoekers is van Poolse, Bulgaarse of Roemeense afkomst. In 2012 werd in 15% van de consulten in Den Haag één of meer soa (chlamydia, gonorroe, infectieuze syfilis, hepatitis B en hiv) gediagnosticeerd. Een kleine toename vergeleken met 2011 (14%) maar vergelijkbaar met landelijk (15%). De meeste soa worden bij homo- en biseksuele mannen gevonden (21%), gevolgd door heteroseksuele mannen (15%) en vrouwen (13%); dit beeld wordt ook landelijk gezien. Chlamydia is zowel landelijk als in Den Haag de meeste gestelde diagnose bij zowel mannen als vrouwen; het komt vooral veel voor onder heteroseksuele mannen en vrouwen (figuur 3.6). Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 37

39 Lichamelijke gezondheid Aantal Vrouwen Heteroseksuele mannen Homo- en biseksuele mannen Totaal Figuur 3.6 Aantal diagnoses chlamydia bij Haagse inwoners van 19 jaar en ouder die het Regionaal soa-centrum van de GGD Den Haag bezochten naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag In 2012 werd in Den Haag bij 11% van alle consulten de diagnose chlamydia gesteld, iets lager dan landelijk (12%). In de periode variëren de vindpercentages in Den Haag tussen de 11 en 12% (figuur 3.7). Landelijk is het totale vindpercentage iets gestegen naar 12% in % Gezondheidsmonitor 2014 Figuur Chlamydia Gonorroe Infectieuze syfillis Vindpercentages chlamydia, gonorroe en infectieuze syfilis bij Haagse inwoners van 19 jaar en ouder die het Regionaal soa-centrum van de GGD Den Haag bezochten. Den Haag Het aantal diagnoses gonorroe en het vindpercentage neemt in Den Haag in de periode flink toe (figuren 3.7 en 3.8). Vergeleken met 2009 is in 2012 het aantal diagnoses gonorroe meer dan verdubbeld en het vindpercentage gestegen van 2% naar 4%. Dit beeld wordt landelijk ook gezien. Gonorroe komt vooral bij homo- en biseksuele mannen voor, in 2012 was het vindpercentage van gonorroe in Den Haag bij homoen biseksuele mannen 11% en bij vrouwen en heteroseksuele mannen 3%. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Aantal Figuur Vrouwen Heteroseksuele mannen Homo- en biseksuele mannen Aantal diagnoses gonorroe bij Haagse inwoners van 19 jaar en ouder die het Regionaal soa-centrum Totaal van de GGD Den Haag bezochten naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag

40 Het aantal diagnoses en het vindpercentage gonorroe is de laatste jaren zowel in Den Haag als landelijk fors toegenomen. Aantal Figuur Bof Tussen 2006 en 2008 was het aantal diagnoses syfilis flink gedaald maar in de periode is weer sprake van een stijging in het aantal diagnoses, het vindpercentage is niet veel veranderd (figuren 3.7 en 3.9). Landelijk was tot en met 2011 een daling in het vindpercentage te zien, in 2012 is er weer sprake van een lichte stijging. Syfilis komt in Den Haag en landelijk vooral voor bij homo- en biseksuele mannen en het aantal diagnoses neemt toe met de leeftijd. In 2012 was in Den Haag het vind percentage onder homo- en biseksuele mannen 2% en onder vrouwen en heteroseksuele mannen minder dan 0,5% Vrouwen Heteroseksuele mannen Homo- en biseksuele mannen Aantal diagnoses infectieuze syfilis bij Haagse inwoners van 19 jaar en ouder die het Regionaal soacentrum van de GGD Den Haag bezochten naar geslacht en seksuele voorkeur. Den Haag Bof is een zeer besmettelijke infectieziekte die wordt veroorzaakt door het bofvirus. Het bofvirus wordt overgebracht door hoesten, niezen en speekseluitwisseling. Een derde van de kinderen en volwassenen die geïnfecteerd zijn merkt niets van de ziekte, maar kan wel anderen besmetten. Symptomen van bof zijn koorts en zwelling van het weefsel rond de speekselklier bij het oor. Complicaties die kunnen optreden zijn teelbalontsteking bij mannen (voornamelijk na de puberteit) en eierstokontsteking bij vrouwen. Ook hersenweefselontsteking of hersenvliesontsteking kan optreden bij bof. De laatstgenoemde complicaties worden voornamelijk bij jonge kinderen gezien, maar hebben meestal een goede afloop. Sinds 1987 zit bof in het Rijksvaccinatieprogramma als onderdeel van het BMR-vaccin (tegen bof, mazelen en rodehond). Voor 1987 waren er gevallen van bof per jaar, na de introductie van de vaccinatie is het aantal gedaald tot onder de 50 per jaar. Eind 2009 begon echter een uitbraak onder studenten, die zich in maart 2010 over verschillende studentensteden verspreidde. Vanaf 1 september 2009 tot en met 31 augustus 2012 zijn er in Nederland in totaal meldingen van patiënten met bof bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) binnengekomen. Het betrof hier ook studenten die als kind volledig waren gevaccineerd. Een mogelijke verklaring voor de epidemie is dat de bescherming door het bof-vaccin in de tijd is afgenomen, waardoor jongvolwassenen die onderling veel nauwe contacten hebben (studentenhuizen, feesten van studentenverenigingen), na blootstelling toch de ziekte kunnen ontwikkelen. Onderzoek naar de verklaring van de afgenomen bescherming tegen bof bij deze jongeren is nog in gang In Den Haag waren er in 2009 geen gevallen van bof onder Haagse inwoners van 19 jaar en ouder. In 2010 waren er 7 gevallen en in 2011 was het aantal gestegen tot 29. Het overgrote deel (79%) van deze patiënten was tussen de 19 en 24 jaar. Er waren ongeveer evenveel mannen als vrouwen en de meerderheid (86%) was gevaccineerd tegen de bof. In 2012 is het aantal bofgevallen weer gedaald naar vijf. Twee van de vijf gevallen waren tussen de 19 en 24 jaar. 20 Voor cijfers over bof onder de 19 jaar wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd'. 16 Totaal Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 39

41 3.3.5 Mazelen 3 Lichamelijke gezondheid Gezondheidsmonitor 2014 Mazelen is een zeer besmettelijke ziekte, die wordt veroorzaakt door een luchtwegvirus. Overdracht vindt plaats via direct contact en via druppeltjes in de lucht, ook op grote afstand. De ziekte begint met hoge koorts, hoesten, verkoudheid en rode ogen. Kenmerkend is de huiduitslag; die begint met vlekjes aan de binnenkant van de wangen, later volgt huiduitslag in gezicht, nek en hals en nog later huiduitslag op het onderlichaam. Kinderen zijn meestal erg ziek. Er kunnen ernstige complicaties optreden, zoals een ernstige oorontsteking of een mogelijke levensbedreigende longontsteking. Ongeveer één op de duizend ziektegevallen krijgt acute hersenontsteking met vaak blijvende hersenschade als gevolg. 21 In Nederland is in 1976 de mazelenvaccinatie ingevoerd. In dat jaar werden nog ruim gevallen van mazelen gemeld, maar sindsdien is het aantal gevallen gedaald tot enkele tientallen gevallen per jaar. Onder bevolkingsgroepen die zich niet laten vaccineren, breken van tijd tot tijd nog mazelenepidemieën uit. In was er een landelijke epidemie van mazelen met meer dan gemelde patiënten, waarvan 94% niet gevaccineerd bleek. Ook in 2008 was er een kleine uitbraak in Nederland, met 100 meldingen van mazelen. Meer dan de helft (53) van de patiënten was afkomstig uit Den Haag. Het overgrote deel van deze Haagse patiënten waren kinderen van 5-14 jaar en de meerderheid bleek niet gevaccineerd tegen mazelen (voornamelijk vanwege een kritische houding ten opzichte van vaccineren). Sinds eind mei 2013 is er sprake van een nieuwe epidemie, ditmaal vooral in de Biblebelt waar veel gereformeerden wonen en de vaccinatiegraad laag is. Vanaf 1 mei 2013 tot 1 november 2013 zijn er patiënten met mazelen gemeld. Gezien de lage vaccinatiegraad in de Biblebelt a is het aannemelijk dat de ziekte zich de komende tijd nog verder verspreidt onder ongevaccineerde kinderen in deze regio. 22 In Den Haag zijn er in 2009, 2010 en 2012 geen gevallen van mazelen gemeld bij 19-plussers. In 2011 waren er twee meldingen onder Haagse inwoners van 19 jaar en ouder. In februari 2013 hebben in Den Haag drie volwassenen en twee kinderen mazelen gekregen. De bron was een vierde volwassene uit Den Haag die in Italië besmet is. Buiten Den Haag hebben naar aanleiding hiervan nog één kind en twee volwassenen de mazelen opgelopen. 20 Voor cijfers over mazelen onder de 19 jaar wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd' Kinkhoest Kinkhoest is zeer besmettelijk en wordt veroorzaakt door een bacterie, die door hoesten wordt overgebracht. Het is een ziekte van de bovenste luchtwegen gekenmerkt door aanvallen van heftig langdurig hoesten en een lange gierende inademing. Vaak leidt dit tot hevige benauwdheid en blauw aanlopen. Door de heftige, langdurige hoestbuien kan hersenletsel optreden als gevolg van zuurstoftekort en hersenbloedingen; ook kunnen de longen en het hersenweefsel blijvende schade oplopen. De aanvallen kunnen weken aanhouden en het hoesten kan nog maanden doorgaan. Vooral bij baby s kan de ziekte zeer ernstige gevolgen hebben en zelfs dodelijk zijn. 23 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag 40 Na de invoering van de kinkhoestvaccinatie in Nederland in 1953 is het aantal ziektegevallen sterk gedaald tot circa 300 per jaar in de periode Sinds 1996 is het aantal kinkhoestgevallen weer sterk gestegen en is er elke twee tot drie jaar een piek in het aantal gevallen. De meeste kinkhoestgevallen komen voor bij jarigen. De toename in het aantal kinkhoestgevallen sinds 1996 komt doordat het vaccin geen levenslange bescherming biedt. In 2001 is een herhalingsvaccinatie op 4-jarige leeftijd ingevoerd. Hierdoor is het aantal kinkhoestgevallen bij kinderen onder de tien jaar afgenomen. In 2005 is ook het vaccin tegen kinkhoest aangepast In Den Haag zijn in gevallen gemeld van kinkhoest onder Haagse inwoners van 19 jaar en ouder, in 2009 waren dit er 145. In 2010 nam het aantal kinkhoest gevallen af om vervolgens in 2011 weer toe te nemen (figuur 3.10). 20 Ook landelijk was er in 2011 een toename in het aantal gevallen van kinkhoest die zich doorzette in In Nederland zijn er in 2012 in de gehele bevolking gevallen van kinkhoest gemeld; in 2011 waren dit er bijna Voor cijfers over kinkhoest onder de 19 jaar wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd'. 16 a De Biblebelt is een aanduiding voor de geografische band in Nederland die loopt van het westen van Overijssel naar Zeeland.

42 Aantal Lichamelijke gezondheid Figuur 3.10 Aantal kinkhoestgevallen onder Haagse inwoners van 19 jaar en ouder. Den Haag, Lichamelijke beperkingen Het hebben van lichamelijke beperkingen brengt de nodige gevolgen met zich mee. Voor sommige mensen betekent dit dat een aantal handelingen lastiger zal gaan dan bij anderen, voor anderen dat bepaalde handelingen zelfs helemaal niet meer worden verricht. Beperkingen die in deze paragraaf besproken zullen worden zijn beperkingen in horen, zien en mobiliteit (box 3.1). 26 Gehoor-, gezichts- en mobiliteitsbeperkingen kunnen een obstakel vormen voor deelname aan het maatschappelijk leven. Ook kunnen deze beperkingen zorgen voor sociaal isolement omdat men minder vaak buitenshuis komt. 27 In Den Haag woonden in 2012 ruim mensen in een zorginstelling. Ook woonden ruim mensen met een beperking zelfstandig. In Den Haag is de verhouding van het aantal inwoners dat in een zorginstelling woont ten opzichte van het aantal mensen met een beperking dat zelfstandig woont 1 staat tot 4,3. 28 In de Gezondheidsenquête 2012 is alleen aan zelfstandig wonende inwoners gevraagd of zij last hebben van beperkingen in horen, zien en mobiliteit. Het gaat daarbij niet om problemen van voorbijgaande aard. 1 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor

43 Gehoorbeperking: Beperkingen in het horen: grote moeite hebben met of helemaal niet in staat om een gesprek te volgen met één ander persoon of in een groep van drie of meer personen (zo nodig met een gehoorapparaat). 3 Lichamelijke gezondheid Gezichtsbeperking: Beperkingen in het zien: grote moeite met of niet in staat zijn de kleine letters in de krant te lezen of op een afstand van vier meter het gezicht van iemand te herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen). Mobiliteitsbeperking: Langdurige beperkingen in de mobiliteit: grote moeite of niet in staat een voorwerp van vijf kilo tien meter te dragen; te buigen en iets van de grond te pakken of vierhonderd meter aan een stuk te lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok). Box 3.1 Omschrijving van beperkingen in horen, zien en mobiliteit volgens een veelgebruikte maat voor het vaststellen van beperkingen. Volgens de Gezondheidsenquête 2012 heeft in Den Haag 19% van de zelfstandig wonende Haagse bevolking van 19 jaar en ouder een zelfgerapporteerde beperking in horen, zien of mobiliteit. Dit percentage is vergelijkbaar met het percentage in Rotterdam en Amsterdam, maar hoger dan in Utrecht en hoger dan het landelijk gemiddelde. In Den Haag heeft 13% van de bevolking een mobiliteitsbeperking, 9% een gezichtsbeperking en 5% een gehoorbeperking (tabel 3.5). Zowel in Den Haag als in de andere drie grote steden en landelijk komen mobiliteitsbeperkingen het meest voor. Het percentage Haagse inwoners met een gezichtsbeperking en een mobiliteitsbeperking is vergelijkbaar met het percentage inwoners in Rotterdam en Amsterdam, maar hoger dan in Utrecht en hoger dan het landelijk gemiddelde. Het percentage gehoorbeperkingen is vergelijkbaar met de andere steden en het landelijk gemiddelde. 1 Gezondheidsmonitor 2014 Tabel 3.5 Percentage zelfstandig wonende inwoners van 19 jaar en ouder met een beperking in horen, zien of mobiliteit in de vier grote steden en Nederland. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Nederland, Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Nederland Ten minste één beperking in horen, zien of mobiliteit Gehoorbeperking Gezichtsbeperking Mobiliteitsbeperking Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Voor zowel gehoor-, gezichts- als mobiliteitsbeperkingen geldt dat deze vaker voorkomen bij nietwesterse allochtone Hagenaars, bewoners van wijken met achterstand en lager opgeleiden (tabel 3.6). Gehoorbeperkingen komen vaker voor bij 65-plussers. Ook voor gezichts- en mobiliteitsbeperkingen geldt dat naarmate de leeftijd toeneemt, het aantal Hagenaars met deze beperkingen toeneemt. Meer vrouwen dan mannen hebben een mobiliteitsbeperking. 1 42

44 Eén op de vijf Hagenaars Tabel 3.6 Voorkomen van ten minste één gehoorbeperking, gezichtsbeperking of mobiliteitsbeperking bij zelfstandig wonende Haagse inwoners van 19 jaar en ouder naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk en opleiding. Den Haag Totaal Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ ervaart een beperking in horen, zien of mobiliteit, waarbij een beperking in de mobiliteit het meest voorkomt. Etniciteit Autochtoon Westers allochtoon Niet-westers allochtoon Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Gehoorbeperking Gezichtsbeperking Mobiliteitsbeperking De activiteiten waar relatief gezien de meeste 65-plussers grote moeite mee hebben of die ze helemaal niet kunnen uitvoeren zijn het tillen van een voorwerp van vijf kilo over een afstand van tien meter en vierhonderd meter lopen zonder stil te staan (figuur 3.11). Voor jarigen is dat het tillen van een voorwerp van vijf kilo over een afstand van tien meter en het lezen van kleine letters in de krant. Met het voeren van een gesprek met één persoon en iemand herkennen op vier meter afstand hebben de minste Hagenaars moeite Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 43

45 Een gesprek voeren met één persoon Iemand herkennen op vier meter afstand jarigen Lichamelijke gezondheid Een gesprek volgen met drie of meer mensen Buigen en iets van de grond pakken Kleine letters in de krant lezen Vierhonderd meter lopen zonder stil te staan Een voorwerp van vijf kilo tien meter dragen Figuur % Percentage zelfstandig wonende Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat een activiteit met grote moeite of helemaal niet kan uitvoeren. Den Haag Beperkingen in de huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen Ouderen worden vaak geconfronteerd met lichamelijke gebreken of beperkingen. Door een beperking kunnen bepaalde dagelijkse activiteiten niet meer (zonder moeite) uitgevoerd worden en ook in het huishouden kunnen bepaalde activiteiten op den duur niet meer zelfstandig uitgevoerd worden. Naarmate men ouder wordt komen er meer beperkingen op dit gebied voor. Gezondheidsmonitor 2014 In de Gezondheidsenquête 2012 is aan zelfstandig wonende Haagse inwoners van 65 jaar en ouder gevraagd of zij al dan niet moeite hebben met het uitvoeren van een aantal dagelijkse bezigheden. Het gaat hierbij om beperkingen in huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen (HDL-beperkingen) en het gebruik maken van eigen of openbaar vervoer. Van de zelfstandig wonende Hagenaars van 65 jaar en ouder ervaart 30% een beperking bij ten minste één huishoudelijke dagelijkse levensverrichting (tabel 3.7). Dit komt relatief gezien meer voor bij vrouwen, lager opgeleiden, alleenstaanden, bewoners uit wijken met achterstand en niet-westerse allochtone Hagenaars. Ook stijgt het percentage Hagenaars dat een HDL-beperking heeft, naarmate de leeftijd toeneemt. 1 Tabel 3.7 Percentage zelfstandig wonende Haagse inwoners van 65 jaar en ouder dat aangeeft ten minste één HDL- beperking te hebben naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding en burgerlijke staat. Den Haag Totaal Wijk Wijk met achterstand 40 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 85+ Etniciteit Autochtoon Westers allochtoon Niet-westers allochtoon Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Alleenstaand

46 Dertig procent van de zelfstandig wonende Haagse 65-plussers ervaart een beperking bij het uitvoeren van huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen. Figuur 3.12 Hulp bij de huishouding Ontbijt of lunch klaarmaken Warm eten klaarmaken 'Lichte' huishoudelijke werkzaamheden* Gebruik maken van eigen of openbaar vervoer Boodschappen doen Kleren wassen en strijken Bedden verschonen of opmaken 'Zware' huishoudelijke werkzaamheden** De huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen waar de meeste zelfstandig wonende Haagse 65-plussers veel moeite mee hebben of die ze alleen met hulp van anderen kunnen uitvoeren zijn zware huishoudelijke werkzaamheden, bedden verschonen of opmaken en kleren wassen en strijken (figuur 3.12). Ontbijt of lunch of warm eten klaarmaken werd het minst genoemd. Zestien procent van de Haagse 65-plussers kan alleen met veel moeite gebruik maken van eigen vervoer of openbaar vervoer of kan dit alleen met hulp van anderen * Bijvoorbeeld stof afnemen of prullen opruimen % ** Bijvoorbeeld dweilen, ramen lappen of stofzuigen Percentage zelfstandig wonende Haagse inwoners van 65 jaar en ouder dat een bepaalde huishoudelijke dagelijkse levensverrichting met veel moeite of alleen met hulp van anderen kan uitvoeren. Den Haag Ruim een derde van de zelfstandig wonende Haagse 65-plussers (36%) krijgt hulp in de huishouding. Bij de Haagse 65-plussers met ten minste één HDL-beperking is dit 79%; hiervan heeft 14% behoefte aan meer hulp. Eenentwintig procent van de 65-plussers met ten minste één HDL-beperking krijgt geen hulp bij de huishouding; hiervan geeft 7% aan hier wel behoefte aan te hebben. Haagse 65-plussers met ten minste één HDL-beperking krijgen meer professionele hulp dan hulp van mantelzorgers. Achttien procent ontvangt een combinatie van professionele zorg en mantelzorg. De hulp wordt voornamelijk verkregen van een professionele zorginstelling, van kinderen en van professionele hulp die zelf betaald wordt (tabel 3.8). 1 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 45

47 Tabel 3.8 Percentage zelfstandig wonende Haagse inwoners van 65 jaar en ouder met ten minste één HDL-beperking dat hulp krijgt bij de huishouding naar soort hulp. Den Haag Lichamelijke gezondheid Hulp bij de huishouding Professionele zorg Professionele zorginstelling (bijvoorbeeld thuiszorg) Professionele hulp die zelf betaald wordt Professionele hulp op basis van persoonsgebonden budget (pgb) Mantelzorg Kinderen Partner of andere huisgenoot Familieleden, vrienden, buren of kennissen Vrijwilligers Beperkingen in de algemene dagelijkse levensverrichtingen Om zelfstandig te kunnen blijven wonen is het van belang dat ouderen zelf een aantal taken kunnen uitvoeren of daar adequate hulp bij krijgen. In de Gezondheidsenquête 2012 is aan zelfstandig wonende Haagse 65-plussers gevraagd of ze al dan niet moeite hadden met het uitvoeren van activiteiten die nodig zijn om zich te redden in het dagelijks leven. Een beperking in het uitvoeren van deze algemene dagelijkse levensverrichtingen wordt een ADL-beperking genoemd. Bij een ADL-beperking kan iemand met grote moeite of alleen met hulp van anderen bepaalde dagelijkse activiteiten uitvoeren zoals gaan zitten en opstaan uit een stoel, in en uit bed stappen en de trap op- en aflopen. 26 Lichamelijke beperkingen kunnen het gevolg zijn van ongevallen, veroudering, ziekten en (aangeboren) aandoeningen. Het grootste deel van de ADLen mobiliteitsbeperkingen in de bevolking is het gevolg van artrose of chronische gewrichtsontsteking en rugaandoeningen. 29 Ouderen die bij minimaal één algemene dagelijkse levensverrichting aangaven hier grote moeite mee te hebben of dit alleen met hulp van anderen uit te kunnen voeren, worden als ADL-beperkt beschouwd. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor

48 Twintig procent van de zelfstandig wonende Hagenaars van 65 jaar en ouder ervaart een ADL-beperking (tabel 3.9). Dit komt relatief gezien meer voor bij vrouwen, lager opgeleiden, alleenstaanden, bewoners uit wijken met achterstand en niet-westerse allochtone Hagenaars. Ook stijgt het percentage Hagenaars met een ADL-beperking, naarmate de leeftijd toeneemt. 1 Tabel 3.9 Percentage zelfstandig wonende Haagse inwoners van 65 jaar en ouder dat aangeeft ten minste één ADL-beperking te hebben naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding en burgerlijke staat. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 85+ Etniciteit Autochtoon Westers allochtoon Niet-westers allochtoon Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Alleenstaand De algemene dagelijkse levensverrichtingen waar de meeste zelfstandig wonende Haagse 65-plussers grote moeite mee hebben of die ze alleen met hulp kunnen uitvoeren zijn de trap op- of aflopen, zich verplaatsen buitenshuis en zich volledig wassen (figuur 3.13). Eten en drinken en het wassen van het gezicht en de handen worden het minst genoemd. 1 Eten en drinken Het gezicht en handen wassen Zich verplaatsen naar een andere kamer op dezelfde verdieping In en uit bed stappen Gaan zitten en opstaan uit een stoel Aan- en uitkleden De woning verlaten en binnengaan Figuur 3.13 Zich volledig wassen Zich verplaatsen buitenshuis De trap op- en aflopen % Percentage zelfstandig wonende Haagse inwoners van 65 jaar en ouder dat een bepaalde algemene dagelijkse levensverrichting met grote moeite of alleen met hulp van anderen kan uitvoeren. Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 47

49 Hulp bij de persoonlijke verzorging 3 Lichamelijke gezondheid Van de zelfstandig wonende Haagse 65-plussers krijgt 12% hulp bij de persoonlijke verzorging. Bij de Haagse 65-plussers met ten minste één ADL-beperking krijgt 43% hulp bij de persoonlijke verzorging; hiervan heeft 7% behoefte aan meer hulp. Ruim de helft (57%) van de Hagenaars met ten minste één ADL-beperking krijgt geen hulp; hiervan geeft 11% aan hier wel behoefte aan te hebben. Haagse 65-plussers met ten minste één ADL-beperking krijgen meer professionele hulp dan hulp van mantelzorgers. Twaalf procent ontvangt een combinatie van professionele zorg en mantelzorg. De hulp wordt voornamelijk verkregen van een professionele zorginstelling, van kinderen en van een partner of andere huisgenoot (tabel 3.10). 1 Tabel 3.10 Percentage zelfstandig wonende Haagse inwoners van 65 jaar en ouder met ten minste één ADL-beperking dat hulp krijgt bij de persoonlijke verzorging naar soort hulp. Den Haag Hulp bij de persoonlijke verzorging 43 Professionele zorg Professionele zorginstelling (bijvoorbeeld thuiszorg) Professionele hulp op basis van persoonsgebonden budget (pgb) Professionele hulp die zelf betaald wordt Gezondheidsmonitor Valongelukken Mantelzorg Kinderen Partner of andere huisgenoot Familieleden, vrienden, buren of kennissen Vrijwilligers In de volgende paragraaf worden achtereenvolgens valongelukken bij ouderen en overlijden ten gevolge van een val besproken. Bij overlijden ten gevolge van een val worden naast de cijfers voor 65-plussers ook cijfers voor de gehele Haagse bevolking vermeld Valongelukken bij ouderen Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Valongelukken bij ouderen kunnen leiden tot verwondingen, opnames in een ziekenhuis en/of vroegtijdig overlijden. 30 De meest voorkomende oorzaak van letsel door een ongeval bij ouderen is een valongeval. Naar schatting zijn er in Nederland in 2011 naar aanleiding van een valongeval ruim plussers op de Spoedeisende Hulpafdeling behandeld en in het ziekenhuis opgenomen. Bij Bijna een derde van de 90% van de privé-ongevallen onder 65-plussers waarvoor ziekenhuisopname geïndiceerd was, was een valongeval de oorzaak Haagse 65-plussers is in van het letsel. Bij behandeling van privé-ongevallen op de Spoedeisende Hulp-afdeling was dit ruim 80%. 31 In de Gezondheidsenquête 2012 geeft 31% van de Haagse 65-plussers aan in het afgelopen jaar te zijn gevallen (tabel 3.11). Van de Haagse 65-plussers is 19% één keer gevallen, 7% twee keer gevallen en 5% drie keer of vaker gevallen. Iets meer vrouwen dan mannen geven aan te zijn gevallen. Hoe hoger de leeftijd, hoe meer ouderen aangeven het afgelopen jaar te zijn gevallen. 1 het afgelopen jaar een keer gevallen. 48

50 Tabel 3.11 Percentage Haagse inwoners van 65 jaar en ouder dat in het afgelopen jaar ten minste één keer gevallen is naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk en opleiding. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 85+ Etniciteit Autochtoon Westers allochtoon Niet-westers allochtoon Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Een val leidt bij ouderen niet alleen tot lichamelijk letsel, maar kan ook leiden tot angst om nogmaals te vallen. Valangst komt echter ook voor bij ouderen die nog nooit zijn gevallen. 30 Valangst, en de daaraan gerelateerde vermijding van fysieke activiteiten, kan negatieve consequenties hebben, zoals een beperking van sociale participatie, een afname van de kwaliteit van leven en verhoogde kans op vallen en institutionalisering. 32 Van de Haagse 65-plussers geeft 37% aan bang te zijn om te vallen. Relatief meer vrouwen dan mannen zijn bang om te vallen, maar voor beiden geldt dat hoe ouder men is, hoe meer men aangeeft bang te zijn om te vallen (figuur 3.14). Ook meer Hagenaars met een laag opleidingsniveau en meer bewoners van wijken met achterstand geven aan bang te zijn om te vallen, evenals Hagenaars die in het afgelopen jaar zijn gevallen Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 49

51 Lichamelijke gezondheid % Leeftijd 85+ Man Vrouw Figuur 3.14 Percentage Hagenaars van 65 jaar en ouder dat aangeeft bang te zijn om te vallen naar leeftijd en geslacht. Den Haag In Den Haag worden verschillende cursussen aangeboden op het gebied van valpreventie. In deze cursussen krijgen deelnemers informatie en tips over het voorkomen van vallen waardoor ook de valangst kan verminderen. Drie procent van de Haagse 65-plussers heeft een cursus valpreventie gevolgd. Ruim driekwart (80%) heeft geen cursus gevolgd en heeft er ook geen belangstelling voor (tabel 3.12). Achttien procent van de Haagse 65-plussers heeft de cursus niet gevolgd, maar heeft er wel belangstelling voor. Onder degenen die in het afgelopen jaar zijn gevallen is de belangstelling voor een valcursus groter dan onder degenen die niet zijn gevallen. 1 Tabel 3.12 Percentage Haagse inwoners van 65 jaar en ouder dat een cursus valpreventie heeft gevolgd of geen cursus heeft gevolgd en daar al dan niet belangstelling voor heeft naar al dan niet gevallen in het afgelopen jaar. Den Haag Cursus gevolgd Ja Nee, maar wel belangstelling Nee, geen belangstelling Totaal Gevallen Niet gevallen Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor

52 3.7.2 Overlijden ten gevolge van een val In de periode vonden in de totale Haagse bevolking ten minste b 235 fatale valincidenten plaats (114 mannen en 121 vrouwen). Deze aantallen zijn gebaseerd op de medische verslagen van de Haagse forensisch artsen. Zij schouwen overledenen bij wie geen verklaring van een natuurlijk overlijden is afgegeven. Een fataal valincident is een eenzijdig ongeluk in de privésfeer (geen directe betrokkenheid van derden vast-gesteld; geen opzet en geen bedrijfs- of verkeersongeval). Gedurende de periode hebben zich in Den Haag per mannen 9,5 fatale valincidenten voorgedaan; bij de vrouwen was dit aantal 9,8. 33 In Nederland ( ) was dit 10,8 per mannen en 15,5 per vrouwen. 34 In vergelijking tot de Nederlandse sterftecijfers ligt het relatieve aantal bij de vrouwen in Den Haag dus lager. In Den Haag zijn er in de periode personen (90 mannen en 109 vrouwen) van 65 jaar en ouder overleden ten gevolge van een valongeval. In Nederland zijn er in personen van 65 jaar en ouder overleden als gevolg van een valongeval. Een valongeval is de meest voorkomende oorzaak van een ongevalletsel bij ouderen: 91% van alle fatale privé-ongevallen c onder 65-plussers in Nederland in 2011 was een valongeval. 31 Ook in Den Haag ( ) waren verreweg de meeste slachtoffers bij overlijden na een valongeval ouder dan 65 jaar. Respectievelijk 79% van de mannelijke en 90% van de vrouwelijke slachtoffers was ouder dan 65 jaar (68,6 per mannelijke 65-plussers per jaar en 57,2 per vrouwelijke 65- plussers per jaar). Het betreft ruim 1% van het totale aantal sterfgevallen onder 65-plussers in Den Haag (mannen 1,3% en vrouwen 1,1%). Met het stijgen van de leeftijd neemt het relatieve aantal sterfgevallen als gevolg van een valongeval aanzienlijk toe naar 338,9 per Haagse mannen van 85 jaar en ouder en 195,4 per Haagse vrouwen van 85 jaar en ouder (tabel 3.13). Tabel 3.13 Fatale valincidenten per Haagse mannen en vrouwen van 65 jaar en ouder met het percentage van de totale sterfte per leeftijdsgroep voor mannen en vrouwen. Den Haag Leeftijd Totaal aantal fatale valongevallen onder 65-plussers jaar jaar 85+ Aantal per % van alle sterfgevallen Aantal per b Exclusief vijf fatale valincidenten (vier vrouwen en één man) waarbij de gemeente waar het ongeluk had plaatsgevonden onbekend was. c Andere oorzaken zijn: geraakt worden door een object, een niet opzettelijke verbranding, verdrinking, verstikking en verslikking. 68,6 18,2 71,5 338,9 Man 1,3 0,8 1,0 2,0 57,2 4,7 45,1 195,4 Vrouw % van alle sterfgevallen 1,1 0,3 1,0 1,4 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Lichamelijke gezondheid 51

53 Hoofdstuk nr4 Geestelijke gezondheid In het vorige hoofdstuk stond de lichamelijke gezondheid van de Hagenaar centraal. Dit hoofdstuk gaat dieper in op de geestelijke gezondheid van de Haagse bevolking. Er wordt aandacht besteed aan het risico op angst en depressie en cijfers over suïcidaal gedrag worden gepresenteerd. Titel Borrorrunt autam acia solorum que peratiis es quiae. Ita nes moluptia velenda ersperiaest vent, corro consed quatur? Mus etum vendeli tibus, nullupi ciaecuptatio conet et fugit es minvenis ipsapitiusam invelit vit magnima gnatiat iuntiam que nulparit vel ilitiunt ditiis int officia doluptatem rem harum quos dem que non repereces explacc atiore est everspitem rerferis estius alis rae pa quibus. Puditae ptatem inus, si utam resenimi, officiet faciissitate estis dolupta tiustrum ratiument, earum dem liberro blaboreri doluptas aut aute vendis re, aut ut recto dolut que aut et etus molupta solorep taquia sa inciusdam, officimincia cullect ibustiur aut rempeles estis ea aut eicipsantius iur? 52

54 4.1 Risico op angst en depressie In de Gezondheidsenquête van 2012 zijn enkele vragen gesteld om het vóórkomen van psychische klachten in kaart te brengen. Hierbij is gebruik gemaakt van een vragenset dat de psychische gezondheid meet, met name angst en depressieve klachten. Deze set bestaat uit tien vragen waarin voor een aantal gevoelens die samenhangen met angst en depressie wordt gevraagd hoe vaak deze zich in de afgelopen maand voordeden a. Op grond van de antwoorden op deze vragen is een indeling gemaakt in drie groepen: een groep die geen verhoogd risico heeft op angst of depressie, een groep met een matig verhoogd risico en een groep met een sterk verhoogd risico. 1 In Den Haag heeft 49% een matig of sterk verhoogd risico, waarvan 11% een sterk verhoogd risico (tabel 4.1). Landelijk liggen de cijfers lager: 40% heeft een matig of sterk verhoogd risico, waarvan 6% een sterk verhoogd risico heeft. Binnen de G4 hebben Den Haag en Rotterdam het hoogste percentage inwoners met een matig of sterk verhoogd risico op angst of depressie. Den Haag heeft het hoogste percentage inwoners met een sterk verhoogd risico. 2 De Haagse resultaten van 2012 zijn vergelijkbaar met de resultaten van Tabel 4.1 Figuur 4.1 a Percentage inwoners van 19 jaar en ouder met een matig of sterk verhoogd risico op angst of depressie. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, Matig verhoogd risico Sterk verhoogd risico Totaal verhoogd risico Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Net als in 2008 hebben in Den Haag in vergelijking met autochtonen relatief veel niet-westerse allochtonen een matig of sterk verhoogd risico op angst of depressie (63% voor niet-westerse allochtonen versus 42% voor autochtonen). De hoogste cijfers worden gevonden bij Hagenaars van Turkse afkomst (figuur 4.1): 80% van hen heeft een matig of sterk verhoogd risico op angst of depressie. % Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Sterk verhoogd Matig verhoogd Overig nietwesters Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder met een matig of sterk verhoogd risico op angst of depressie naar etniciteit. Den Haag Bijvoorbeeld Hoe vaak voelde u zich vermoeid zonder duidelijke reden? Of zenuwachtig? Of hopeloos?. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Geestelijke gezondheid 53

55 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Geestelijke gezondheid Een matig of sterk verhoogd risico op angst of depressie komt het meest voor onder laagopgeleiden: 71% ten opzichte van 37% bij de hoogopgeleiden (tabel 4.2). Ook komt het meer voor onder vrouwen, onder jarigen, onder niet (meer) gehuwden, onder niet-werkenden en onder inwoners van wijken met achterstand. Een sterk verhoogd risico op angst of depressie komt vooral voor onder mensen met geen of alleen lager onderwijs, gescheiden mensen, niet-werkenden en inwoners van wijken met achterstand. 2 Bijna de helft van de Hagenaars (49%) heeft een verhoogd risico op angst of depressie. Dit risico is hoger bij niet-westerse Hagenaars. 54

56 Tabel 4.2 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder met een matig of sterk verhoogd risico op angst of depressie naar geslacht, leeftijd, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar 65+ Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar 4.2 Suïcidaal gedrag Matig verhoogd risico Sterk verhoogd risico Totaal verhoogd risico * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten Een bovengemiddeld vóórkomen van suïcidaal gedrag in een bevolkingsgroep is een signaal voor mogelijk collectief psychisch onwelbevinden binnen een gemeenschap. De GGD Den Haag houdt daarom sinds vele jaren een registratie bij van het aantal gevallen van suïcidaal gedrag. Dit geldt zowel voor het monitoren van gebeurtenissen van zelfdoding als voor gevallen van ernstig zelfbeschadigend gedrag zonder dodelijke afloop (respectievelijk suïcide en parasuïcide) Suïcide Suïcidecijfers worden ontleend aan de verslagen van de forensische artsen bij (vermoeden op) onnatuurlijk overlijden. De GGD Den Haag heeft in 2013 een onderzoek gedaan naar beïnvloedende factoren van suïcide in samenwerking met en met gebruikmaking van gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek. 5 In de periode vonden onder inwoners van Den Haag van 15 jaar en ouder gemiddeld 48 suïcides per jaar plaats. Dit komt overeen met jaarlijks 12 suïcides per Hagenaars in deze leeftijdsgroep. Het Haagse suïcidecijfer ligt iets hoger dan het landelijke (11,3 per ), het Rotterdamse (11,8 per ) en het Utrechtse suïcidecijfer (11,7 per ) en lager dan het suïcidecijfer van Amsterdam (14,3 per ). 4 Sinds 1987 is er een dalende trend van aantallen suïcides per Hagenaars (van 15 jaar en ouder), dit lijkt in 2010 vooral bij mannen te stagneren (figuur 4.2) Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Geestelijke gezondheid 55

57 Aantal suïcides per inwoners Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Geestelijke gezondheid Het is een bekend fenomeen dat meer mannen (ongeacht hun leeftijd) dan vrouwen suïcide plegen. 6 In de periode lag het suïcidecijfer in Den Haag onder mannen twee keer zo hoog als onder vrouwen: 16 per bij mannen versus 9 per bij vrouwen. In absolute aantallen gaat het in Den Haag jaarlijks gemiddeld om 32 suïcides onder mannen en 16 onder vrouwen van 15 jaar en ouder. De cijfers voor Nederland (exclusief de vier grote steden) naar geslacht verschillen niet veel van de Haagse cijfers: in dezelfde periode vonden landelijk jaarlijks gemiddeld 16 suïcides per mannen en 7 per vrouwen van 15 jaar en ouder plaats (figuur 4.2). Onder jongvolwassenen is suïcide een belangrijke doodsoorzaak: één op de zes à zeven overlijdensgevallen van jarigen in Den Haag is het gevolg van suïcide. Op die leeftijd is de kans te overlijden door suïcide het grootst. Dit aandeel is zo groot doordat de natuurlijke sterftekans op die leeftijd klein is. Suïcide komt relatief meer voor onder jarigen en 85-plussers. Hoogbejaarde mannen ouder dan 85 jaar laten een opvallend hoog suïcidecijfer zien, dit is ook landelijk te zien. Suïcide beneden de 15 jaar is bijzonder zeldzaam. Zelfdoding komt in Nederland meer voor bij mannen en vrouwen die ongehuwd, gescheiden, of verweduwd zijn in vergelijking tot gehuwden. Ook bij mensen die alleen wonen of in een instelling verblijven, komt suïcide meer voor. Hiernaast wordt een sterk verhoogde suïcidesterfte gevonden bij mannen en vrouwen die een arbeidsongeschiktheids-, werkloosheids-, of bijstandsuitkering ontvangen (bij mannen en vrouwen met uitkering respectievelijk 4,6 en 6,1 keer meer suïcides dan bij mannen en vrouwen zonder uitkering). 5 Figuur Man Den Haag Man G4 Man Nederland overig Vrouw Den Haag Vrouw G4 Vrouw Nederland overig Aantal suïcides per mannen en vrouwen per jaar (15 jaar en ouder) naar woongemeente. Den Haag, G4 en Nederland overig (exclusief G4),

58 4.2.2 Parasuïcide Na registraties over de periodes en is de GGD Den Haag in 2008 opnieuw gestart met een registratie van gebeurtenissen van parasuïcide. Alle Haagse ziekenhuizen, de 24-uurs spoedeisende psychiatrische dienst in Den Haag en de ambulancediensten Haaglanden melden gevallen van parasuïcide onder Hagenaars. Bij parasuïcide is sprake van een leeftijds- en geslachtsverdeling die tegenovergesteld is aan suïcide; een hoger voorkomen bij vrouwen en op jongere leeftijd (tot circa 55 jaar), zo ook in Den Haag (figuren 4.3 en 4.4). De groep met het hoogste risico voor parasuïcide wordt gevormd door de jarige Haagse vrouwen. 4 In veel Europese landen zijn deze jonge vrouwen eveneens een risicogroep voor parasuïcide. 6 In alle onderzoeksperiodes waren in Den Haag verhoogde parasuïcidecijfers te zien bij Turkse jarige vrouwen. Het risico was ook verhoogd bij Surinaamse (vooral Hindostaanse) jarige vrouwen (met uitzondering van de laatste onderzoeksperiode ). Turkse en Surinaamse vrouwen zijn (weliswaar minder consistent) ook boven de leeftijd van 25 jaar een risicogroep voor parasuïcide. Het risico voor suïcide of herhaalde parasuïcide blijkt voor Haagse Turkse en Surinaamse vrouwen echter niet verhoogd te zijn. Ook leidt parasuïcide onder Turkse en Surinaamse vrouwen minder vaak tot een opname in een somatisch ziekenhuis, dat kan duiden op mogelijk minder ernstig zelfbeschadigend gedrag. 4 Turkse jarige vrouwen laten een verhoogd parasuïcidecijfer zien, echter geen verhoogd suïcidecijfer. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Geestelijke gezondheid 57

59 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Geestelijke gezondheid Ook in Rotterdam, Utrecht, Duitsland en Basel werden verhoogde parasuïcidecijfers gevonden onder jonge Turkse vrouwen. 7-9 Onderzoek uitgevoerd in Turkije wees uit dat jonge Turkse vrouwen ook in hun thuisland de grootste risicogroep vormen voor parasuïcide. 10,11 In Rotterdam werden verhoogde parasuïcidecijfers gezien bij Hindostaanse meisjes, wat ook wordt gezien in Londen waar veel Hindostanen wonen. 7,12 In Suriname worden überhaupt hoge parasuïcidecijfers gemeten, ongeacht leeftijd en geslacht. 13 De verhoogde Haagse parasuïcidecijfers bij (jonge) Turkse en Surinaamse vrouwen kunnen niet worden verklaard door sociaal-economische factoren of het vóórkomen van psychiatrische ziekten. Ze worden vooral in verband gebracht met psychosociale problematiek die voorvloeit uit het leven tussen culturen, zoals een beperkte autonomie als vrouw, identiteitscrisis, gemis aan verbondenheid en gebondenheid binnen het gezin, miscommunicatie tussen generaties, gebrek aan affectie, het ontbreken van sociale support (van peers) of disharmonie in nauwe familieverbanden. 7, Vooral dochters van migrantenouders hebben hier veel last van. 17 Aantal per mannen Figuur Leeftijd jaar e.o Totaal Aantal gebeurtenissen van parasuïcide per Haagse mannen van 15 jaar en ouder naar leeftijd en etniciteit. Den Haag Nederlands Surinaams Turks Marokkaans Antilliaans Overig Totaal 58

60 600 Aantal per vrouwen Figuur jaar e.o Totaal Leeftijd Aantal gebeurtenissen van parasuïcide per Haagse vrouwen van 15 jaar en ouder naar leeftijd en etniciteit. Den Haag Nederlands Surinaams Turks Marokkaans Antilliaans Overig Totaal Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Geestelijke gezondheid 59

61 Hoofdstuk 5 Sociale gezondheid Gezondheid is een toestand van lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn. In de vorige hoofdstukken zijn de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de Haagse inwoners besproken. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de sociale gezondheid. Allereerst wordt in dit hoofdstuk aandacht besteed aan het aandeel Hagenaars dat aangeeft zich gelukkig te voelen. Vervolgens worden de cijfers over eenzaamheid, regie over eigen leven en sociale uitsluiting gepresenteerd. Hierna wordt ingegaan op sociaal kwetsbaren achter de voordeur, in opvang en op straat. Tot slot, worden in de laatste paragraaf cijfers gepresenteerd over huiselijk geweld in Den Haag.

62 5.1 Geluk Uit onderzoek is bekend dat er een relatie bestaat tussen geluk en gezondheid. Mensen die gezond zijn, voelen zich vaker gelukkig dan mensen met een minder goede gezondheid. Gelukkige mensen leven bovendien langer. 1-3 In de Gezondheidsenquête van 2012 is gevraagd naar hoe gelukkig mensen zich voelen. De meerderheid (86%) van de Haagse inwoners voelt zich tamelijk of heel gelukkig, waarvan 37% zich heel gelukkig voelt (tabel 5.1). Elf procent voelt zich niet zo gelukkig en drie procent voelt zich helemaal niet gelukkig. Er is geen verschil tussen Haagse mannen en vrouwen of tussen de verschillende leeftijdsgroepen. Er is echter wel een verschil tussen autochtone en allochtone Hagenaars: een lager percentage allochtone Hagenaars geeft aan zich gelukkig te voelen. Bij vooral de Turkse en Surinaamse Hagenaars is dit percentage laag (figuur 5.1). Ook minder inwoners van achterstandswijken geven aan gelukkig te zijn, evenals laagopgeleiden, niet-werkenden en gescheiden Hagenaars (tabel 5.1). 4 5 Sociale gezondheid Tabel 5.1 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat zich tamelijk of heel gelukkig voelt naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal Opleiding Geen, LO 67 MAVO, LBO 82 Geslacht HAVO, VWO, MBO 89 Man 85 HBO, WO 92 Vrouw 87 Werksituatie Leeftijd Werkenden* Etniciteit Autochtoon Allochtoon Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar Gezondheidsmonitor 2014 Wijk Wijk met achterstand 77 Wijk zonder achterstand 91 * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. De meeste Hagenaars (86%) voelen zich gelukkig. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag 61

63 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Sociale gezondheid In Den Haag is er een verband te zien tussen geluk en ervaren gezondheid. Onder Hagenaars die hun gezondheid als (zeer) slecht ervaren is het percentage dat zich gelukkig voelt lager (31%) dan bij Hagenaars die hun gezondheid als matig (72%) of (zeer) goed (95%) ervaren (figuur 5.2). 4 Percentage dat zich gelukkig voelt % Figuur 5.1 Figuur Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat zich tamelijk of heel gelukkig voelt naar etniciteit. Den Haag (Zeer) goed Gaat wel (Zeer) slecht Ervaren gezondheid Overig nietwesters Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat zich tamelijk of heel gelukkig voelt, uitgesplitst naar personen die hun gezondheid als (zeer) goed ervaren, als matig ( gaat wel ) of als (zeer) slecht. Den Haag

64 5.2 Eenzaamheid Eenzaamheid is een situatie van enige duur waarbij het aan gewenste kwaliteit in sociale steun ontbreekt door gemis aan contacten of gemis in contacten. 5 Het is de uitkomst van een persoonlijke waardering van een situatie, waarin iemand zijn bestaande relaties afweegt tegen zijn eigen wensen of verwachtingen ten aanzien van relaties. Eenzaamheid is dus een persoonlijke, subjectieve ervaring. Er kunnen twee soorten eenzaamheid onderscheiden worden: emotionele of sociale eenzaamheid. Er is sprake van emotionele eenzaamheid als iemand een sterk gemis ervaart van een intieme relatie of een emotioneel hechte band met een partner of vriend(in). Van sociale eenzaamheid is er sprake als iemand betekenisvolle relaties met een bredere groep mensen, zoals collega s, kennissen, buurtgenoten of mensen met dezelfde belangstelling mist. Een intieme partnerrelatie kan sociale eenzaamheid niet opheffen. 6 5 Sociale gezondheid Langdurige eenzaamheid bedreigt het persoonlijk welbevinden en kan in allerlei opzichten ziekmakend zijn, zowel lichamelijk (onder andere hoofdpijn, maagpijn, slaapproblemen en overmatig middelengebruik) als geestelijk (onder andere verminderd zelfrespect, pessimistisch toekomstperspectief, depressie en angst). 5 Uit de Gezondheidsenquête van 2012 blijkt dat volgens een veel gebruikte eenzaamheidsschaal 46% van de Hagenaars van 19 jaar en ouder zich (matig tot zeer ernstig) eenzaam voelt, waarvan 14% ernstig tot zeer ernstig (figuur 5.3). Landelijk liggen de cijfers lager: 39% voelt zich eenzaam, waarvan 8% ernstig tot zeer ernstig. Binnen de G4 heeft Utrecht het laagste percentage inwoners dat zich eenzaam voelt (35%). Amsterdam en Rotterdam kennen vergelijkbare cijfers als Den Haag. 4 In vergelijking met 2008 is het percentage dat zich (matig tot zeer ernstig) eenzaam voelt gestegen in Den Haag, evenals in Rotterdam en Amsterdam. In Utrecht is het vergelijkbaar gebleven. 7 In Den Haag komt eenzaamheid meer voor onder laagopgeleiden, niet-westerse allochtonen, niet-werkenden, alleenstaanden, inwoners van achterstandswijken en 65-plussers (tabel 5.2). Sociale eenzaamheid komt meer voor dan emotionele eenzaamheid (46% versus 34%) Gezondheidsmonitor 2014 % Figuur Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Percentage inwoners van 19 jaar en ouder dat zich matig tot zeer ernstig eenzaam voelt. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, 2008 en Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag 63

65 Bijna de helft (46%) van de Haagse inwoners voelt zich eenzaam. 64

66 Tabel 5.2 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat zich matig tot zeer ernstig eenzaam voelt naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO Sociale gezondheid MAVO, LBO 51 Leeftijd HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* 38 Etniciteit Niet-werkenden 58 Autochtoon 34 Westers allochtoon 44 Burgerlijke staat Niet-westers allochtoon 65 Gehuwd, samenwonend 39 Ongehuwd, nooit gehuwd geweest 51 Gescheiden 63 Weduwe, weduwnaar 56 * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. 5.3 Regie eigen leven Mensen die het gevoel hebben controle (regie) te hebben over hun eigen leven, kunnen beter omgaan met problemen, waaronder gezondheidsproblemen. Het gevoel controle te hebben over het leven is een beschermende factor tegen achteruitgang in lichamelijk functioneren bij mensen met en zonder chronische ziekten en heeft een direct beschermend effect tegen depressie. 8 In de Gezondheidsenquête zijn enkele vragen gesteld om na te gaan hoeveel mensen in Den Haag het gevoel hebben te weinig regie te hebben over hun leven. Met behulp van deze vragen kan een beeld worden verkregen van de mate van controle over het leven die mensen ervaren. Er kan bepaald worden of mensen denken zelf invloed te hebben op de dingen die hen overkomen. 9 Gezondheidsmonitor 2014 Twaalf procent van de Hagenaars heeft het gevoel te weinig regie te hebben over hun leven. In Rotterdam (12%) en Utrecht (11%) is het percentage vergelijkbaar en in Amsterdam ligt het percentage iets lager (10%). Het percentage Hagenaars dat het gevoel heeft te weinig regie te hebben over hun leven is het hoogst onder de laagopgeleiden: een derde van hen heeft het gevoel geen regie te hebben over hun leven (tabel 5.3). Ook is dit percentage hoger onder 65-plussers, niet-werkenden en mensen die gescheiden of weduwnaar/weduwe zijn. Onder niet-westerse allochtonen ligt het percentage eveneens hoger: vooral onder Turkse en Marokkaanse Hagenaars is dit het geval (figuur 5.4). In alle vier de grote steden is het percentage dat het gevoel heeft te weinig regie te hebben over hun leven hoger in de achterstandswijken dan in de niet-achterstandswijken. Dit percentage is in de Haagse achterstandswijken het hoogst, alleen Utrecht kent vergelijkbare cijfers. In Den Haag is er een duidelijk verband te zien tussen ervaren gezondheid en regie hebben over je eigen leven. Zestig procent van de Hagenaars die hun gezondheid als (zeer) slecht ervaren heeft het gevoel te weinig regie te hebben over hun eigen leven tegenover vijf procent van degenen die hun gezondheid als (zeer) goed ervaren. 4 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag 65

67 Tabel 5.3 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat het gevoel heeft te weinig regie te hebben over hun leven naar geslacht, leeftijd, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Sociale gezondheid % Figuur Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat het gevoel heeft te weinig regie te hebben over hun leven naar etniciteit. Den Haag Sociale uitsluiting Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig nietwesters Sociale uitsluiting is een breed begrip dat verwijst naar het onvermogen van groepen of individuen om als gevolg van individuele en maatschappelijke factoren volledig deel te nemen aan het maatschappelijk leven. Dit onvermogen uit zich op meerdere dimensies: sociale participatie (onvoldoende sociale netwerken, eenzaamheid), materiële deprivatie (onvoldoende financiële middelen), toegang tot sociale rechten (drempels voor zorg, ontevreden over woonomgeving en discriminatie in het algemeen) en normatieve integratie (onvoldoende naleving van algemene waarden en normen). Een persoon is sociaal uitgesloten als hij of zij op meerdere dimensies uitgesloten is. Sociale uitsluiting hangt sterk samen met een slechte gezondheid

68 Twaalf procent van de Haagse bevolking voelt zich sociaal uitgesloten. Vooral laagopgeleide en niet-westerse Hagenaars voelen zich sociaal uitgesloten. In Den Haag voelt 12% van de bevolking zich matig tot sterk uitgesloten. Dit is vergelijkbaar met Rotterdam (13%), maar hoger dan in Amsterdam (9%) en Utrecht (8%). In Den Haag voelen relatief veel lager opgeleiden, niet-werkenden en inwoners van wijken met achterstand zich sociaal uitgesloten. Ook relatief veel jarige en ongehuwde of gescheiden Hagenaars voelen zich sociaal uitgesloten. Wat betreft etniciteit zijn er duidelijke verschillen: bij alle onderscheiden allochtone groepen is het percentage dat zich sociaal uitgesloten voelt hoger dan bij autochtone Hagenaars, vooral bij Hagenaars van Turkse afkomst ligt het percentage hoog (tabel 5.4). 5 Sociale gezondheid Tabel 5.4 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat zich matig tot sterk sociaal uitgesloten voelt naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd Etniciteit Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig niet-westers Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. In Den Haag is er een verband te zien tussen sociale uitsluiting en ervaren gezondheid. Ongeveer de helft van de Hagenaars die de eigen gezondheid als (zeer) slecht ervaart, voelt zich sociaal uitgesloten. Bij Hagenaars die hun gezondheid als matig of goed ervaren ligt dit percentage veel lager (figuur 5.5) Gezondheidsmonitor 2014 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag 67

69 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Sociale gezondheid 5.5 Sociaal kwetsbaren achter de voordeur, in opvang en op straat Achter de voordeur Het Centraal Coördinatiepunt (CCP) van de GGD Den Haag organiseert de zorg aan en opvang van sociaal kwetsbare mensen in de regio Den Haag a. Het CCP coördineert onder meer de zorg voor mensen die niet goed voor zichzelf zorgen en problemen hebben op verschillende terreinen, maar (nog) niet dakloos zijn; de zogenaamde hoogrisicogroep achter de voordeur. Er zijn verspreid over Den Haag tien signaleringsoverleggen, waarin deze mensen worden besproken. Aan het overleg nemen instellingen deel als Centrum voor Jeugd en Gezin, Parnassia, Den Haag OpMaat, Algemeen Maatschappelijk Werk, woningbouwverenigingen en wijkagenten van de desbetreffende politiebureaus. Het doel van de overleggen is zorgwekkende zorgmijders op te sporen en toe te leiden naar zorg. In de periode van zijn er per jaar gemiddeld 143 nieuwe aanmeldingen via het signaleringsoverleg bij het CCP binnengekomen. In 2012 waren dit er 131 (figuur 5.6). 13 Figuur 5.6 a Aantal Percentage dat zich sociaal uitgesloten voelt Figuur (Zeer) goed Gaat wel (Zeer) slecht Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat zich matig tot sterk sociaal uitgesloten voelt uitgesplitst naar personen die hun gezondheid als (zeer) goed ervaren, als middelmatig ( gaat wel ) of als (zeer) slecht. Den Haag Ervaren gezondheid Aantal nieuwe aanmeldingen van kwetsbaren achter de voordeur in Den Haag via het Signaleringsoverleg. Den Haag De regio Den Haag omvat Den Haag, Zoetermeer, Rijswijk, Wassenaar en Leidschendam-Voorburg. 68

70 Maatschappelijke opvang Naast de zorg voor de hoogrisicogroep achter de voordeur organiseert, coördineert en monitort het CCP van de GGD Den Haag ook de zorg aan en opvang van dak- en thuislozen in de regio Den Haag. Het CCP verwijst dak- en thuislozen, indien nodig, door naar één van de instellingen voor maatschappelijke opvang. In 2012 zijn personen aangemeld bij het CCP. Er bestaan geen grote verschillen tussen het aantal aanmeldingen in de jaren (figuur 5.7). Gemiddeld is 71% man. Ruim de helft van de aangemelde personen bij het CCP is tussen de 23 en 45 jaar Sociale gezondheid Aantal Man Vrouw Figuur 5.7 Aantal nieuw gemelde personen bij het CCP naar geslacht. Regio Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor

71 5 Sociale gezondheid Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor De maatschappelijke opvang van dak- en thuislozen in Den Haag kent diverse voorzieningen: doorstroom-, verblijfs-, dagopvang-, en nachtopvangvoorzieningen. Tot de belangrijkste aanbieders van de Haagse voorzieningen voor dak- en thuislozen behoren de Kessler Stichting, het Goodwillwerk Leger des Heils en Stichting Limor. In de zorg voor dak- en thuislozen is naast een dak boven het hoofd en hulp bij psychische en verslavingsproblemen, schulden of sociaal isolement ook aandacht voor de fysieke gezondheid. Daartoe werkt de GGD samen met huisartsen, tandartsen, wijkverpleegkundigen, apotheken en ziekenhuizen. Om meer inzicht te krijgen in de kenmerken van feitelijk daklozen b is in de vier grote steden tijdens de winterregelingen van en het zogenoemde Winterkoudeonderzoek uitgevoerd. De winterregeling houdt in dat bij langdurige kou de nachtopvangvoorzieningen kosteloos worden opengesteld voor alle typen daklozen, waardoor de toeloop groter is. Dit biedt de mogelijkheid om in een korte tijd met veel feitelijk daklozen te spreken, ook met daklozen die normaal gesproken buiten slapen. De meesten van de feitelijk daklozen in Den Haag waren mannen in de leeftijd van 23 tot 54 jaar. Bijna de helft (48%) had de Nederlandse nationaliteit en 33% had een nationaliteit uit één van de nieuwe EU-staten (Midden- en Oost-Europa), wat duidelijk hoger is dan het G4-gemiddelde van 22%. Deze MOE-landers zijn relatief kort geleden dakloos geworden. Bijna de helft (45%) van de feitelijk daklozen in Den Haag vertelde schulden te hebben, dit is vergelijkbaar met het percentage in Amsterdam en Utrecht. In Rotterdam lag het percentage feitelijk daklozen met schulden hoger (66%). Naast problematiek rond schulden is gevraagd naar het middelengebruik. Ruim tweederde van de feitelijk daklozen in Den Haag (69%) gaf aan wel eens alcohol of drugs te gebruiken. Dit is vergelijkbaar met Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Een derde van de Haagse feitelijk daklozen geeft aan in de laatste maand cannabis te hebben gebruikt en 7% gebruikt dagelijks cannabis. In de laatste maand heeft 4% van de Haagse daklozen cocaïne gebruikt en 6% opiaten (heroïne/methadon). Intraveneus druggebruik komt vrijwel niet voor. Bijna een derde van de feitelijk daklozen in Den Haag gaf aan zich op het moment van het winterkoude-onderzoek ziek te voelen en/of medicijnen te gebruiken die door een arts waren voorgeschreven. De meest voorkomende klachten en/of ziekten waarvoor medicijnen werden gebruikt, waren maagklachten, rust/slaapproblemen en suikerziekte. Bijna de helft van de feitelijk daklozen (46%) gaf aan in het afgelopen jaar zorg te hebben ontvangen van de huisarts, 29% van de eerste hulp in een ziekenhuis, 15% van een tandarts, en 21% gaf aan in het afgelopen jaar zorg te hebben ontvangen van een GGZ-instelling. 14 Op straat Kenmerkend voor feitelijke dakloosheid is de instabiele aard van de huisvesting; de nachtopvang, een overnachting bij kennissen en het verblijf op straat wisselen elkaar af. Uit het Winterkoudeonderzoek bleek dat de overgrote meerderheid van de daklozen in Den Haag (82%) wel eens op straat slaapt (bijvoorbeeld in portiek, onder brug, of geïmproviseerde schuilplaats). 14 Op basis van een schattingsmethode van de GGD Amsterdam waren er in de winter van 2011/2012 rond de 40 buitenslapers per nacht in Den Haag. Het aantal buitenslapers blijkt sterk gedaald ten opzichte van de schatting van het jaar ervoor (toen rond de 70 buitenslapers per nacht). Het aantal buitenslapers in de vier steden gezamenlijk wordt in 2011/2012 op 250 geschat, een daling ten opzichte van 2010/2011 (tabel 5.5). Den Haag en Amsterdam zijn verantwoordelijk voor deze daling; in Den Haag is de daling relatief sterker dan in Amsterdam. In Rotterdam is juist sprake van een stijging. Deze stijging betreft vooral mensen van buiten Rotterdam. In Utrecht is het aantal buitenslapers stabiel laag gebleven. 15 b Een derde van de feitelijk daklozen in Den Haag is afkomstig uit één van de nieuwe EU-landen (Midden- en Oost-Europa). Feitelijk daklozen zijn mensen die niet beschikken over een eigen woonruimte en die voor een slaapplek gedurende de nacht ten minste één nacht waren aangewezen op: buiten slapen en/of overnachten in de open lucht en in overdekte openbare ruimten (zoals portieken, fietsenstallingen) en/of binnen slapen in passantenverblijven van de maatschappelijke opvang, inclusief eendaagse opvang en/of binnen slapen bij vrienden, kennissen of familie, zonder vooruitzichten op een slaapplek voor de daaropvolgende nacht.

72 Tabel 5.5 Schatting aantal buitenslapers op een gemiddelde nacht. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, winter 2010/2011 en winter 2011/2012. Winter 2010/2011 Winter 2011/2012 Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Totaal G Sociale gezondheid 5.6 Huiselijk geweld Huiselijk geweld is geweld (aantasting van de persoonlijke integriteit) dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd. Hieronder vallen alle vormen van relationeel geweld: geestelijk, lichamelijk en seksueel geweld en kindermishandeling. 16 De huiselijke kring omvat (ex)partners, gezinsleden, familieleden en huisvrienden. Huiselijk geweld kan leiden tot langdurige psychische en lichamelijke klachten. Dit geldt voor diegene die het geweld ondergaat, maar ook voor de kinderen die getuige zijn geweest van huiselijk geweld. Om een indruk te krijgen over het vóórkomen van huiselijk geweld in Den Haag zijn in de Gezondheidsenquête vragen gesteld over huiselijk geweld. In 2012 geeft 9% van de Haagse inwoners van 19 jaar en ouder aan ooit slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld en geeft 1% aan in het afgelopen jaar slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld. Deze percentages liggen iets hoger dan het landelijk gemiddelde en hoger dan in Utrecht, maar zijn vergelijkbaar met de percentages uit Amsterdam en Rotterdam (tabel 5.6). 4 Het percentage Hagenaars dat in 2012 aangeeft slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld komt overeen met de percentages uit In Den Haag geven relatief meer vrouwen dan mannen aan ooit slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld (13% versus 5%), meer jarigen dan 65-plussers (12% versus 4%) en meer alleenstaanden dan gehuwden of samenwonenden (14% versus 6%). Iets meer allochtone Hagenaars dan autochtone Hagenaars geven aan slachtoffer te zijn geweest van huiselijk geweld (10% versus 8%). 4 Tabel 5.6 Percentage inwoners van 19 jaar en ouder dat ooit slachtoffer is geweest van huiselijk geweld. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Nederland, Gezondheidsmonitor 2014 Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Nederland Ooit slachtoffer geweest van huiselijk geweld Afgelopen jaar slachtoffer geweest van huiselijk geweld 9,0 9,5 8,2 6,7 7,4 1,2 1,0 1,1 0,4 0,8 De vormen van huiselijk geweld die het meest worden genoemd, zijn emotioneel geweld (71%) en/of lichamelijk geweld (61%). Twaalf procent geeft aan seksueel misbruikt te zijn. Een derde van de slachtoffers van huiselijk geweld meldt dat de pleger van het geweld een ex-partner was, een even hoog percentage (33%) dat het een (stief)ouder was en in 21% van de gevallen was de eigen partner de pleger van het geweld. De percentages in Den Haag komen overeen met de percentages in de drie andere grote steden. In de Gezondheidsenquête is eveneens de vraag gesteld om op een schaal van 1 tot 10 aan te geven hoe ernstig men het huiselijk geweld heeft ervaren, waarbij het cijfer 1 staat voor heel licht geweld en het cijfer 10 voor zeer ernstig geweld met doodsbedreiging. Opvallend is dat 21% van de Hagenaars dat aangeeft ooit huiselijk geweld meegemaakt te hebben dit als zeer ernstig geweld met doodsbedreiging heeft ervaren (figuur 5.8). 4 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag 71

73 25 20 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Sociale gezondheid % Figuur Heel licht geweld Ervaren ernst van huiselijk geweld op een schaal van 1 (heel licht geweld) tot 10 (zeer ernstig geweld met doodsbedreiging). Den Haag Ook in de Stadsenquête worden jaarlijks vragen gesteld over huiselijk geweld. In de periode 2005 tot en met 2013 kende gemiddeld 7% van de Haagse bevolking één of meer gevallen van huiselijk geweld in de buurt. Dit percentage bleef redelijk constant in deze negen jaar. 17 Incidenten geregistreerd als huiselijk geweld bij Politie Haaglanden De politie registreert systematisch de bij hen gemelde incidenten van huiselijk geweld. In tabel 5.7 staat het aantal gevallen dat geregistreerd is als een incident huiselijk geweld bij de politie Haaglanden in 2011 en Tabel 5.7 Aantal incidenten van huiselijk geweld geregistreerd door de politie Haaglanden. Regio Haaglanden en Den Haag, 2011 en Incidenten huiselijk geweld regio Haaglanden (incl. Den Haag) Incidenten huiselijk geweld gemeente Den Haag In 2012 waren er gerapporteerde incidenten van huiselijk geweld in Den Haag. Dit komt neer op 8,6 incidenten per Haagse inwoners. 18 Meldingen bij Steunpunt Huiselijk Geweld regio Den Haag Zeer ernstig geweld met doodsbedreiging Met vragen over huiselijk geweld of voor hulp na huiselijk geweld kan men terecht bij het Steunpunt Huiselijk Geweld regio Den Haag (SHG). Bellers kunnen informatie krijgen, directe hulp door middel van een gesprek of (indien nodig) snel worden doorverwezen. In 2008 is gestart met De Haaglandse Aanpak, waarbij de politie zoveel mogelijk situaties van huiselijk geweld waar zij mee in aanraking komt, meldt bij het SHG. In figuur 5.9 staat het aantal meldingen van geweldsituaties bij het SHG over de periode Het aantal meldingen via de politie is elk jaar gestegen, terwijl het aantal meldingen van publiek en professionals vrijwel gelijk bleef. Nieuw sinds 2012 is de aanpak van het Veilig Verder Team (VVT). Betrokkenen bij een situatie van huiselijk geweld, die door de politie zijn aangemeld, worden door het SHG uitgenodigd voor het VVT. Slachtoffer, pleger en eventueel kinderen zitten samen met hulpverleners om de tafel waarbij de problematiek rond het huiselijk geweld, maar ook overige problematiek binnen het gezin in kaart worden gebracht. De veiligheid van alle betrokkenen staat daarbij centraal

74 Aantal Sociale gezondheid Meldingen door publiek en professionals Meldingen door politie Figuur 5.9 Aantal meldingen over geweldsituaties bij het Steunpunt Huiselijk Geweld naar melder. Regio Den Haag c Tijdelijk huisverbod Begin 2009 is in Nederland gestart met de uitvoering van de Wet Tijdelijk Huisverbod. Het tijdelijk huisverbod houdt in dat in een situatie waarbij een persoon die een ernstig gevaar oplevert voor de veiligheid van personen met wie deze persoon een huishouden deelt een tijdelijk huisverbod kan worden opgelegd. De uithuisgeplaatste mag gedurende een periode van 10 dagen de woning niet betreden en ook geen contact hebben met de achtergebleven huisgenoten. Het huisverbod kan tot maximaal 28 dagen worden verlengd. In de 10 dagen dat het huisverbod van kracht is wordt een hulpverleningstraject opgestart voor zowel de uithuisgeplaatste als de partner en/of de kinderen. In 2012 werden er in Nederland huisverboden opgelegd (gemiddeld 294 per maand). In Den Haag was dit 258 keer over heel 2012, wat neerkomt op gemiddeld 22 huisverboden per maand. Dit is een toename van 15% vergeleken met de 224 opgelegde huisverboden in Het aantal huisverboden in 2012 in Den Haag is vergelijkbaar met het aantal in Amsterdam (267), lager dan in Rotterdam (414) en hoger dan in Utrecht (61). Opgemerkt moet worden dat het aantal huisverboden de mate van toepassing van het instrument weergeeft en geen indicatie geeft voor het meer of minder voorkomen van huiselijk geweld. 20 Gezondheidsmonitor 2014 c Regio Den Haag omvat Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Rijswijk, Wassenaar en Zoetermeer. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag 73

75 Hoofdstuk 6 Leefstijl Iemands leefstijl is van invloed op zijn gezondheid. In dit hoofdstuk zal ingegaan worden op een aantal belangrijke leefstijlfactoren, namelijk lichamelijke activiteit, voeding, overgewicht en genotmiddelengebruik en verslaving. Dit zijn leefstijlfactoren die zich goed lenen voor beïnvloeding door gemeentelijk gezondheidsbeleid. In de laatste paragraaf zal worden ingegaan op de voornemens die de inwoners van Den Haag hebben om de gezondheid te verbeteren.

76 6.1 Lichamelijke activiteit De ruime definitie van lichamelijke activiteit is elke krachtinspanning van skeletspieren resulterend in méér energieverbruik dan in rustende toestand. 1 Voldoende bewegen heeft een gunstig effect op onder andere bloeddruk, botdichtheid, overgewicht en vetpercentage en mede daardoor een gunstig effect op het voorkómen en het verloop van tal van chronische ziekten waaronder hart- en vaatziekten, depressie, suikerziekte en verschillende vormen van kanker Bewegen Het gunstige effect van lichamelijke activiteit op de gezondheid treedt op als men voldoende beweegt. De Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) stelt dat voor het onderhouden van de gezondheid volwassenen ten minste vijf dagen en het liefst alle dagen van de week minimaal 30 minuten matig intensief lichamelijk actief zijn. Voor ouderen (55 jaar en ouder) geldt dezelfde norm, maar met een lager intensiteitsniveau. Voor niet-actieve ouderen, met of zonder beperkingen, is elke extra hoeveelheid lichaamsbeweging zinvol. Naast sport vallen activiteiten als fietsen, wandelen, tuinieren, klussen, inspanning bij huishoudelijk werk en lichamelijke activiteit tijdens het werk onder de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Naast de NNGB worden ook de fitnorm en de combinorm gebruikt om uit te drukken of iemand genoeg beweegt (box 6.1). 2 Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB): Fitnorm: Combinorm: Box 6.1 Dagelijks minstens een half uur matig intensieve lichamelijke activiteit, op minimaal vijf dagen. Ten minste drie keer per week minimaal 20 minuten zwaar intensieve activiteit. Iemand voldoet aan de combinorm als hij of zij ten minste aan één van de twee bovenstaande normen voldoet (NNGB of fitnorm). Beschrijving van de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB), de fitnorm en combinorm voor volwassenen. Volgens de Gezondheidsenquête 2012 voldoet 63% van de Hagenaars van 19 jaar en ouder aan de NNGB. Landelijk zegt 66% van de Nederlanders van 19 jaar en ouder aan deze norm te voldoen. Het percentage inwoners dat in Den Haag aan de beweegnorm voldoet ligt iets hoger dan in Rotterdam (59%), is vrijwel gelijk aan Utrecht (64%) en iets lager dan in Amsterdam (67%). 3 Ten opzichte van 2008 is het percentage Hagenaars dat voldoet aan de beweegnorm iets toegenomen (toen voldeed 59% van de Hagenaars aan de beweegnorm). 4 In Den Haag voldoen bewoners van wijken zonder achterstand, hoog opgeleiden en autochtone Hagenaars vaker aan de beweegnorm. Turkse, Zes op de tien Hagenaars Marokkaanse en Surinaamse Hagenaars voldoen relatief gezien het minst vaak aan de beweegnorm (tabel 6.1). 3 voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl 75

77 Tabel 6.1 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB) naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 85+ Etniciteit Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig niet-westers Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Alleenstaand Naast de Nederlandse Norm Gezond Bewegen is er ook een fitnorm die ten minste drie keer per week minimaal 20 minuten zwaar intensieve activiteit voorschrijft. 2 In Den Haag voldoet 20% van de bevolking van 19 jaar en ouder aan de fitnorm. 3 Daarnaast wordt door het ministerie van Volksgezondheid en Welzijn ook de zogeheten combinorm gebruikt. De combinorm is een combinatie van de NNGB en de fitnorm. Iemand voldoet aan de combinorm wanneer hij of zij ten minste aan één van beide normen voldoet. 2 Meer dan de helft (64%) van de Hagenaars van 19 jaar en ouder voldoet aan de combinorm Sport * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. Onder sport wordt verstaan: activiteiten die verricht worden volgens gebruiken en regels uit de sportwereld. Voorbeelden hiervan zijn voetbal, badminton, tennis en zwemmen, maar niet puzzelen of tuinieren. Sporten tijdens de lessen lichamelijke opvoeding op school onder schooltijd valt evenmin onder deze definitie. In de Haagse Stadsenquête 2013 is gevraagd naar sportdeelname van Hagenaars. Volgens de Richtlijn Sportdeelname Onderzoek (RSO) is iemand een sporter als hij of zij in twaalf maanden minstens twaalf keer aan sport heeft gedaan. Ruim de helft van de Hagenaars in de leeftijdscategorie 16 tot 70 jaar (57%) gaf aan in de afgelopen twaalf maanden twaalf keer of vaker te hebben gesport (in 2008 was dit 52%). Daarnaast is er in de Stadsenquête ook gekeken naar mensen die regelmatig sporten (60 keer per jaar of meer: gemiddeld dus één à twee keer per week). Ruim éénderde van de Hagenaars (37%) is een regelmatige sporter; dit is gelijk aan In de stadsdelen Haagse Hout (68%), Scheveningen (66%) en Leidschenveen- Ypenburg (65%) wordt het meest gesport; in Escamp (47%) en Laak (48%) het minst. Relatief meer mannen en hoger opgeleiden doen aan sport. Naarmate de leeftijd toeneemt, neemt de sportdeelname af. In vergelijking met allochtone Hagenaars van de eerste generatie sporten meer allochtone Hagenaars van de tweede generatie en meer autochtone Hagenaars (tabel 6.2)

78 77

79 Tabel 6.2 Percentage Haagse inwoners van 16 tot 70 jaar dat minstens twaalf keer per jaar sport naar geslacht, leeftijd, etniciteit en opleiding. Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl Totaal 2013 In de Stadsenquête is ook gevraagd welke sporten door de Haagse bevolking worden beoefend. Hieruit blijkt dat fitness (cardio- en krachttraining) de meest beoefende sport is (27%), gevolgd door hardlopen (22%) en zwemmen (12%). 5 Sporten onder jeugdigen Twee derde van de Haagse jongeren tussen de 4 en 23 jaar oud sport regelmatig. Dit percentage is hoger bij de autochtone jeugd dan bij de allochtone jeugd. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd' Voeding Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar jaar Etniciteit Autochtoon Allochtoon 1e generatie Allochtoon 2e generatie Opleiding Laag (geen, LBO, MAVO, MULO, VMBO) Midden (HAVO, VWO, MBO) Hoog (HBO, WO) Een ongezond voedingspatroon is een belangrijke risicofactor voor verschillende gezondheidsproblemen, waaronder hart- en vaatziekten, suikerziekte, overgewicht, gebitsaandoeningen, botontkalking en sommige vormen van kanker. 7 Ongezonde voeding is rijk aan ongezonde vetten (verzadigd vet en transvetzuren) en is arm aan vis, groente en fruit. Volgens de Richtlijnen goede voeding van de Gezondheidsraad moeten volwassenen dagelijks minimaal gram groente en 200 gram (twee stuks) fruit eten. 8 Mensen die ontbijten hebben minder vaak overgewicht. Regelmatig ontbijten wordt bij kinderen geassocieerd met betere concentratie en schoolprestaties. 9 Resultaten van de Gezondheidsenquête 2012 onder Hagenaars van 19 jaar en ouder laten zien dat 50% van de Hagenaars voldoet aan de richtlijn voor groenteconsumptie en 41% aan de richtlijn voor fruitconsumptie. Het percentage inwoners in Den Haag dat voldoet aan de richtlijn groenteconsumptie is vergelijkbaar met het percentage in Amsterdam en Utrecht (beide 49%) maar hoger dan in Rotterdam (46%). Het percentage inwoners dat voldoet aan de richtlijn fruitconsumptie ligt in Den Haag iets lager dan in Amsterdam (43%) en Rotterdam (44%) en is vergelijkbaar met het percentage in Utrecht (40%). 3 Recente landelijke cijfers over het voldoen aan de richtlijnen voor groenteconsumptie en fruitconsumptie ontbreken. In Den Haag voldoen relatief meer gehuwden of samenwonenden dan alleenstaanden aan de richtlijn voor groenteconsumptie (tabel 6.3). Hagenaars in de leeftijdscategorie (30%) voldoen het minst aan deze richtlijn. Relatief meer niet-werkenden, 65-plussers en in-woners van wijken met achterstand voldoen aan de richtlijn voor fruitconsumptie. Als ontbijten op minimaal vijf dagen van de week wordt beschouwd als richtlijn voor ontbijt, dan voldoet 80% van de Hagenaars van 19 jaar en ouder hieraan. Relatief meer vrouwen en gehuwden of samenwonenden dan mannen en alleenstaanden ontbijten op minimaal vijf dagen per week. Ook neemt het aantal Hagenaars dat minimaal vijf dagen per week ontbijt toe met de leeftijd

80 Tabel 6.3 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat voldoet aan de richtlijn voor groente, fruit of ontbijt naar geslacht, leeftijd, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Alleenstaand Voldoen aan richtlijn groente Voldoen aan richtlijn fruit 41 * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. Voldoen aan richtlijn ontbijt 80 In figuur 6.1 staat voor de verschillende etnische groepen weergegeven hoe vaak ze voldoen aan de richtlijnen voor groente, fruit en ontbijten. Meer overig westerse, overig niet-westerse en Turkse Hagenaars dan autochtone Hagenaars voldoen aan de richtlijn voor groenteconsumptie. Relatief meer allochtone Hagenaars en dan vooral Turkse en Marokkaanse Hagenaars dan autochtone Hagenaars, voldoen aan de richtlijn voor fruitconsumptie. Tot slot voldoen relatief meer autochtone Hagenaars en Hagenaars uit overig westerse landen aan de richtlijn voor ontbijt Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl 79

81 Allochtone Hagenaars voldoen vaker aan de richtlijn voor fruitconsumptie dan autochtone Hagenaars. 80

82 % Figuur Overgewicht 0 Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Groente Fruit Ontbijt Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat voldoet aan de richtlijn voor groenteconsumptie, fruitconsumptie of ontbijt naar etniciteit. Den Haag Voldoen aan richtlijnen voeding onder jeugdigen Overig nietwesters Van de Haagse 4-12-jarigen voldoet 26% aan de richtlijn voor fruitconsumptie, bij de jarigen is dit gedaald naar 13%. Iets minder dan de helft (44%) van de Haagse jeugd (zowel de 4-12-jarigen als de jarigen) voldoet aan de richtlijn voor groenteconsumptie. Van de Haagse 4-12-jarigen ontbijt 91% dagelijks, bij de jarigen is dit 74%. Voor verdere informatie wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd'. 6 Overgewicht wordt in verband gebracht met verschillende (chronische) aandoeningen zoals suikerziekte, hart- en vaatziekten en bepaalde vormen van kanker. Het risico op aandoeningen wordt groter naarmate het overgewicht toeneemt. Naar schatting kan ongeveer één op de zeven gevallen van hart- en vaatziekten in Nederland toegeschreven worden aan overgewicht. Overgewicht kan ook samengaan met lichamelijke beperkingen en psychosociale problemen zoals depressie bij volwassenen of lage zelfwaardering bij kinderen. In de afgelopen 30 jaar is het aantal Nederlanders met overgewicht flink toegenomen. Deze toename in matig en ernstig overgewicht is zichtbaar bij alle leeftijdsgroepen en binnen alle opleidingsniveaus Of iemand overgewicht heeft, wordt bepaald aan de hand van de Body Mass Index (BMI). De BMI wordt berekend door het gewicht (in kilogram) te delen door de lengte (in meters) in het kwadraat. Er is sprake van overgewicht als iemand een te hoog lichaamsgewicht heeft in verhouding tot zijn of haar lengte. Bij volwassenen is sprake van overgewicht bij een BMI van 25 of hoger. Bij een BMI tussen 25 en 30 is er sprake van matig overgewicht; bij een BMI van 30 of hoger spreekt men van ernstig overgewicht (obesitas). 12 In 2012 heeft ongeveer de helft (49%) van de Haagse bevolking van 19 jaar en ouder overgewicht. Hiervan heeft 34% matig overgewicht en 14% ernstig overgewicht. Dit komt overeen met de landelijke cijfers: 48% van de bevolking heeft overgewicht, waarvan 13% ernstig overgewicht heeft. De percentages in Den Haag komen overeen met de percentages in Rotterdam, maar liggen hoger dan de percentages in Amsterdam en Utrecht (tabel 6.4). 3 Het percentage Hagenaars dat in 2012 overgewicht heeft is vergelijkbaar met het percentage uit 2008; dit geldt ook voor de percentages matig en ernstig overgewicht. 4 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl 81

83 Tabel 6.4 Percentage inwoners van 19 jaar en ouder met matig en ernstig overgewicht in de vier grote steden en Nederland. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Nederland, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl Matig overgewicht (BMI > = 25 en <30) Ernstig overgewicht (BMI > = 30) Totaal overgewicht (BMI > = 25) Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Nederland In Den Haag komt overgewicht meer voor bij mannen, lager opgeleiden, bewoners van wijken met achterstand en niet-werkenden. Overgewicht komt minder voor bij jarigen en ongehuwden (tabel 6.5). Matig overgewicht komt meer voor bij mannen en 65-plussers. Ernstig overgewicht komt meer voor onder bewoners van wijken met achterstand, niet-werkenden en gescheiden Hagenaars. In vergelijking met hoogopgeleiden hebben laagopgeleiden drie maal zoveel ernstig overgewicht (26% versus 8%). Ook komt ernstig overgewicht meer voor onder Haagse inwoners van 35 jaar en ouder dan onder jarige Hagenaars. 3 Tabel 6.5 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder met matig en ernstig overgewicht naar geslacht, leeftijd, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar Matig overgewicht Ernstig overgewicht Totaal overgewicht * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten

84 Bijna de helft van de Haagse bevolking heeft overgewicht. Ernstig overgewicht komt veel meer voor bij laagopgeleiden. % Figuur Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Matig overgewicht Ernstig overgewicht In Den Haag komt overgewicht meer voor onder nietwesterse allochtonen (57%) dan onder autochtonen (44%) en westerse allochtonen (47%). Vooral onder Hagenaars van Marokkaanse, Turkse en overig niet-westerse afkomst komt overgewicht veel voor. Ernstig overgewicht komt vooral voor bij Turkse Hagenaars: één op de vijf (22%) heeft ernstig overgewicht (figuur 6.2). 3 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder met matig en ernstig overgewicht naar etniciteit. Den Haag Overgewicht onder jeugdigen Overig nietwesters In de periode had 18% van de Haagse kinderen tussen de 2 en 15 jaar matig overgewicht (14%) of ernstig overgewicht (4%). Overgewicht komt relatief gezien minder voor bij autochtone Haagse kinderen (10% matig overgewicht en 2% ernstig overgewicht) en meer voor bij Turkse kinderen (22% matig overgewicht en 10% ernstig overgewicht). 13 Voor verdere informatie wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd'. 6 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl 83

85 6.4 Genotmiddelengebruik en verslaving Roken Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl Roken vergroot de sterftekans als gevolg van longkanker, aandoeningen van de luchtwegen, coronaire hartziekten en beroertes. Bij mannen die aan één van deze ziekten overlijden kan in 55% van de gevallen een relatie gelegd worden met roken, bij vrouwen is dit 29%. 14 Roken gaat gepaard met een slechtere kwaliteit van leven, meer ziekteverzuim en een hoger zorggebruik. Ten opzichte van niet-rokers verliezen rokers in Nederland gemiddeld 4,1 levensjaren en 4,6 gezonde levensjaren. In 2011 overleden in totaal bijna mensen ten gevolge van een aan roken gerelateerde aandoening. 15 In 2012 rookte 28% van de Haagse bevolking van 19 jaar en ouder. Landelijk rookt 23% van de bevolking. Het percentage rokers in Den Haag is vergelijkbaar met het percentage rokers in Amsterdam (28%) en Rotterdam (27%), maar hoger dan in Utrecht (24%). 3 Het percentage Haagse rokers is ten opzichte van 2008 gelijk gebleven. 4 In Den Haag geven meer mannen, lager opgeleiden en alleenstaanden aan te roken (tabel 6.6). Het percentage Hagenaars dat rookt neemt af met de leeftijd. Bij de mannen roken vooral Surinaamse en Turkse Hagenaars en minder overig niet-westerse Haagse mannen. Bij de vrouwen roken vooral Turkse Hagenaars en minder Marokkaanse en overig niet-westerse Haagse vrouwen. 3 Tabel 6.6 Percentage Haagse rokers van 19 jaar en ouder naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding en burgerlijke staat. Den Haag Totaal Leeftijd jaar jaar 65+ Etniciteit Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig niet-westers Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Alleenstaand Totaal Mannen Vrouwen

86 Een derde van de Haagse Roken onder jeugdigen mannen en een kwart van de Haagse vrouwen rookt. In 2011 had één op de vijf (19%) Haagse middelbare scholieren recent (in de laatste maand) gerookt, vergelijkbaar met landelijk en met In de twee hoogste klassen van het basisonderwijs had vrijwel niemand recent gerookt, dit was ook landelijk en in 2007 te zien. Ruim een derde (35%) van de middelbare scholieren had ooit gerookt, vergelijkbaar met landelijk (36%) maar lager dan in 2007 (38%) en 2003 (47%). Ook in de twee hoogste klassen van het basisonderwijs was een duidelijke daling in het ooit roken te zien: 3% in 2011, 9% in 2007 en 13% in Landelijk had in % ooit gerookt Voor verdere informatie wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd' Alcoholgebruik Alcoholgebruik heeft negatieve effecten op bijna alle organen van het menselijk lichaam en hangt samen met ongeveer zestig verschillende aandoeningen. Overmatig alcoholgebruik verhoogt onder andere het risico op hart- en vaatziekten, op beschadiging van lever, hersenen, nieren en zenuwen en op verschillende vormen van kanker (mond, keel, slokdarm, borst, darm en lever) a. In een enkel geval heeft (zeer matig) alcoholgebruik een risicoverlagend effect, maar dit geldt slechts voor een klein aantal aandoeningen en voor een kleine groep mensen zodat alles bij elkaar genomen alcoholgebruik meer negatieve dan positieve gevolgen heeft. Vijf procent van de ziektelast in Nederland kan worden toegeschreven aan overmatig alcoholgebruik. Ziektelast als gevolg van overmatig alcoholgebruik staat daarmee op de vierde plaats (na roken, overgewicht en verhoogde bloeddruk). Het aantal opnames in algemene ziekenhuizen waarbij een alcoholgerelateerde aandoening een rol speelt blijft stijgen. In 2010 waren dat er Daarnaast zijn er maatschappelijke nadelen aan alcoholgebruik, zoals overlast, geweld en verkeersongevallen. Zo vindt meer dan de helft (sommige schattingen gaan tot 86%) van het uitgaansgeweld plaats onder invloed van alcohol en wordt het aantal verkeersdoden in Nederland veroorzaakt door alcoholgebruik geschat op 20% van het totaal aantal verkeersdoden. Dit komt neer op ongeveer 130 verkeersdoden per jaar. Twintig procent van de ernstig gewonde autobestuurders was in 2010 onder invloed van alcohol. 14,19 a Het risico op gezondheidsschade door alcohol hangt af van het totale alcoholgebruik en het drinkpatroon van de gebruiker. Over het algemeen geldt dat hoe hoger de totale consumptie, hoe groter het risico op schade én hoe meer alcohol per keer wordt gedronken des te ernstiger de schade. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl 85

87 In 2012 heeft 76% van de Hagenaars van 19 jaar of ouder alcohol gedronken in het afgelopen jaar. Dit is lager dan landelijk (82%) en lager dan in Utrecht (80%), maar hoger dan in Rotterdam (73%). 3 Amsterdam kent een vergelijkbaar percentage. Er is nauwelijks verschil met de cijfers van Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl In Den Haag geven vooral mannen, hoger opgeleiden, inwoners van wijken zonder achterstand en werkenden aan in het afgelopen jaar alcohol gedronken te hebben (tabel 6.7). Tussen de verschillende etnische groepen worden grote verschillen gevonden: een relatief laag percentage van de Turkse en Marokkaanse Hagenaars geeft aan in het afgelopen jaar alcohol gedronken te hebben. Dit is aanzienlijk hoger bij autochtone en overig westerse Hagenaars. 3 Dit kan te maken hebben met de (islamitische) geloofsovertuiging van de meeste Turkse en Marokkaanse inwoners van Den Haag die het gebruik van alcohol verbiedt. Tabel 6.7 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat in het afgelopen jaar alcohol heeft gedronken naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ Etniciteit Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig niet-westers Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. Ruim drie kwart van de Haagse bevolking drinkt alcohol. Problematisch drankgebruik kan vanuit verschillende perspectieven bekeken worden. Zo kan dit uitgedrukt worden in de hoeveelheid alcohol die gedronken wordt, de problemen die ontstaan door het alcoholgebruik of een combinatie hiervan (box 6.2)

88 Overmatig drinken: Bij mannen 21 glazen of meer per week en voor vrouwen 14 glazen of meer per week. Zwaar drinken: Problematisch drinken Er is sprake van overmatig of zwaar drinken. Daarnaast leidt het alcoholgebruik tot diverse alcoholen overmatig of zwaar drinken: Box 6.2 Voor mannen minstens één dag per week zes of meer glazen en voor vrouwen minstens één dag per week vier of meer glazen. gerelateerde problemen zoals fysiologische gevolgen (bijvoorbeeld dronkenschap of niet meer kunnen stoppen indien begonnen met drinken), indirecte gevolgen (zoals ongelukken vanwege drankgebruik) en/of verminderd psychologisch functioneren en/of sociale problemen (bijvoorbeeld problemen met partner of op het werk). Omschrijving overmatig drinken, zwaar drinken en problematisch drinken en overmatig of zwaar drinken. Overmatig alcoholgebruik komt voor bij 7% van de Hagenaars. Dit wijkt niet sterk af van de landelijke cijfers en van Rotterdam en Utrecht. In Amsterdam (11%) ligt het percentage hoger (figuur 6.3). 3 In vergelijking met 2008 (toen 11%) is het percentage overmatige alcoholgebruikers in Den Haag gedaald. 4 Overmatig alcoholgebruik komt in Den Haag relatief veel voor bij mannen en inwoners van wijken zonder achterstand (tabel 6.8). 3 Figuur 6.3 % Overmatige drinker Zware drinker Problematische en overmatige of zware drinker* Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Nederland *Voor problematische en overmatige of zware drinker zijn geen landelijke cijfers beschikbaar. Percentage inwoners van 19 jaar en ouder dat een overmatige drinker, zware drinker of problematische drinker en overmatige of zware drinker is. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Nederland Tien procent van de Hagenaars is een zware drinker. Dit is vergelijkbaar met landelijk, Utrecht en Rotterdam. In Amsterdam (13%) ligt het percentage zware drinkers hoger (figuur 6.3). 3 Het percentage zware drinkers was in 2008 in Den Haag vergelijkbaar. 4 Relatief meer mannen, jarigen, autochtone en westerse allochtone Hagenaars zijn zware drinker (tabel 6.8). 3 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl 87

89 Tabel 6.8 Percentage Haagse overmatige, zware en problematische en overmatige of zware drinkers van 19 jaar en ouder naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werk- situatie en burgerlijke staat. Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl Totaal Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ Etniciteit Autochtoon Westers allochtoon Niet-westers allochtoon Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Alleenstaand Overmatige drinker Zware drinker 10 * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten Problematische en overmatige of zware drinker Wanneer het drankgebruik leidt tot diverse alcoholgerelateerde problemen, is er sprake van probleemdrinken b. 20 In Den Haag is 5% van de inwoners een problematische en overmatige of zware drinker (tabel 6.8). Dit is vergelijkbaar met Utrecht en Rotterdam. In Amsterdam (7%) ligt het percentage problematische en overmatige of zware drinkers hoger (figuur 6.3). 3 In 2012 stonden Hagenaars ingeschreven bij de verslavingszorg met alcoholgebruik als primair probleem. Dat waren vooral jarige Hagenaars. In 2008 stonden er Hagenaars ingeschreven bij de verslavingszorg met alcoholgebruik als primair probleem. 21 b Probleemdrinken hoeft niet hetzelfde te zijn als alcoholverslaving (afhankelijkheid)

90 Alcoholgebruik onder jeugdigen In 2011 hadden vier op de tien middelbare scholieren (38%) in Den Haag recent (in de laatste maand) alcohol gedronken. Dit is minder dan in 2007 en in 2003 en ook minder dan landelijk (43%). In de twee hoogste klassen van het basisonderwijs had 4% van de leerlingen recent alcohol gedronken, een halvering vergeleken met 2007 en veel minder dan in 2003 (15%). Landelijk had in % recent alcohol gedronken, eveneens een halvering vergeleken met In het Haagse middelbaar onderwijs geeft 60% van de leerlingen aan ooit alcohol te hebben gedronken. Dit is lager dan in 2007 en 2003 en lager dan landelijk in 2011 (70%). In het basisonderwijs had 22% van de leerlingen ooit alcohol gedronken, dit is een halvering ten opzichte van 2007 en meer dan een halvering ten opzichte van 2003 (51%). Ook landelijk is een daling te zien: in 2011 had 19% van de leerlingen in het basisonderwijs ooit alcohol gedronken tegen 36% in Voor verdere informatie wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd' Cannabis Van alle drugs wordt cannabis het meest gebruikt. Cannabis wordt doorgaans gerookt in sigaretten, al dan niet met tabak, en soms via een verdamper. Eten, in de vorm van spacecake, komt over het algemeen weinig voor. Het roken van cannabis komt het meest voor onder jongeren en jongvolwassenen en meer in de grote stad dan op het platteland. Consumenten ervaren cannabis meestal als rustgevend, ontspannend en geestverruimend. In hoge dosis kan cannabis angst, paniek en psychotische symptomen veroorzaken. In 2009 gaf 7% van de Nederlandse bevolking van 15 tot 65 jaar oud aan in het afgelopen jaar cannabis te hebben gebruikt, hiervan had 4% in de afgelopen maand cannabis gebruikt. Omgerekend naar de Nederlandse bevolking bedroeg het aantal personen dat in de afgelopen maand cannabis had gebruikt in In de Gezondheidsenquête 2012 geeft 7% van de Haagse inwoners van 19 tot 65 jaar aan in het afgelopen jaar cannabis te hebben gebruikt en 5% in de afgelopen maand. Dit is lager dan in de andere drie grote steden. In Amsterdam ligt het percentage cannabisgebruikers ruim twee keer zo hoog (figuur 6.4). Onder 65-plussers ligt het gebruik van cannabis erg laag: minder dan 1% van de Haagse 65-plussers geeft aan in de afgelopen maand cannabis te hebben gebruikt. 3 % Figuur Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Afgelopen jaar Afgelopen maand Percentage inwoners van 19 tot 65 jaar dat in het afgelopen jaar of de afgelopen maand cannabis heeft gebruikt in de vier grote steden. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl 89

91 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl In Den Haag hebben meer jarigen en alleenstaanden cannabis gebruikt in de afgelopen maand of in het afgelopen jaar. Ook geven iets meer mannen, bewoners van wijken met achterstand en Haagse inwoners met als hoogst behaalde opleiding HAVO, VWO of MBO aan cannabis te hebben gebruikt (tabel 6.9). 3 Landelijk gaven in 2009 eveneens meer mannen en jongvolwassenen aan in de afgelopen maand of in het afgelopen jaar cannabis te hebben gebruikt. 14 Tabel 6.9 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat in het afgelopen jaar of de afgelopen maand cannabis heeft gebruikt naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ Etniciteit Autochtoon Allochtoon Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Alleenstaand Cannabisgebruik onder jeugdigen Afgelopen jaar Afgelopen maand * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. Eén op de vijf middelbare scholieren (21%) in Den Haag meldde in 2011 ooit wel eens cannabis te hebben gebruikt, iets meer dan in 2007 (19%) en meer dan landelijk (17%). Recent cannabisgebruik (in de laatste maand) werd gemeld door één op de tien middelbare scholieren (10%), vergelijkbaar met 2007 en landelijk Voor verdere informatie wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd' < <

92 6.4.4 Harddrugs Onder harddrugs vallen opiaten (bijvoorbeeld heroïne, methadon, morfine), cocaïne, amfetamine ( speed ), XTC en GHB. Opiaten hebben een kalmerende en ontspannende werking. Cocaïne en amfetamine hebben een stimulerende werking, de gebruiker voelt zich tijdelijk energieker en alerter. Cocaïne wordt tijdens het uitgaan geregeld samen met alcohol geconsumeerd; cocaïne heeft mogelijk een ontnuchterend effect waardoor men langer en meer zou kunnen drinken. XTC (ecstasy) kent een gemengd effect: het is oppeppend, maar verandert ook de waarneming. GHB (gammahydroxyboterzuur) veroorzaakt een lichte roes maar kan ook hallucinaties veroorzaken en een stimulerende werking hebben. Van problematisch drugsgebruik is sprake indien lichamelijke, psychische of sociale problemen ontstaan of maatschappelijke overlast. 14 Over harddrugsgebruik onder volwassenen zijn alleen landelijke cijfers beschikbaar. Het gebruik van heroïne komt weinig voor onder de algemene bevolking; in 2009 had 0,5% van de Nederlandse bevolking van 15 tot en met 64 jaar ooit heroïne gebruikt c. 14 In 2009 had 5,2% van de Nederlandse bevolking van 15 tot en met 64 jaar ooit cocaïne gebruikt: 1,2% gaf aan in het afgelopen jaar cocaïne te hebben gebruikt en 0,5% in de afgelopen maand (actueel gebruik). Dit komt neer op actuele cocaïnegebruikers in Nederland in 2009 c. Meer inwoners van grote steden hebben ervaring met cocaïnegebruik; in 2009 had van de bevolking in zeer stedelijke gebieden 8,9% ooit en 2,0% in het afgelopen jaar cocaïne gebruikt; in niet stedelijke gebieden had 3,9% ooit en 0,7% in het afgelopen jaar gebruikt. Amfetamine was in 2009 door 3,1% van de Nederlandse bevolking van 15 tot en met 64 jaar ooit gebruikt, 0,4% had in het afgelopen jaar amfetamine gebruikt en 0,2% in de afgelopen maand. In 2009 gaf 6,2% van de Nederlandse bevolking tussen de 15 tot en met 64 jaar aan ooit XTC te hebben gebruikt, 1,4% had in het afgelopen jaar XTC gebruikt en 0,4% in de afgelopen maand. GHB wordt weinig gebruikt: in 2009 had 1,3% van de Nederlandse bevolking van 15 tot en met 64 jaar ooit GHB gebruikt, 0,4% had in het afgelopen jaar GHB gebruikt en 0,2% in de afgelopen maand. Naar schatting zijn er in Nederland actuele GHB gebruikers. Het gebruik van cocaïne, amfetamine, XTC en GHB komt meer voor onder mannen en onder degenen jonger dan 45 jaar. 14 Harddrugsgebruik onder jeugdigen In 2011 had vijf procent van de Haagse middelbare scholieren ten minste één van de harddrugs amfetamine, cocaïne, heroïne of XTC ooit gebruikt, dit was hoger dan in 2007 (4%) en landelijk in 2011 (4%). XTC is door 4% van de middelbare scholieren ooit gebruikt, amfetamine en cocaïne door 3%. Hallucinogene paddenstoelen (paddo s) veroorzaken een veranderde staat van bewustzijn en verandering in zintuiglijke waarneming en mentale processen. 21 Paddo s zijn door 2% van de scholieren gebruikt. Er zijn kleine verschillen in het gebruik van de diverse drugs door Haagse jeugd tussen 2007 en Voor verdere informatie wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd' Gokken Gokken kent vele vormen: de bekendste zijn loterijen, gokkasten en casinospelen (waaronder poker). Bij gokverslaving of probleemgokken wordt het gokken niet meer als een spelletje gezien. Men blijft maar doorspelen, kan geen weerstand bieden aan de drang om te gokken ook al zijn er bijvoorbeeld grote schulden, en het gokgedrag krijgt een dwangmatig karakter. Gokverslaving of probleemgokken wordt gezien als een chronische ziekte. Probleemgokken kan negatieve gevolgen hebben voor de lichamelijke gezondheid (hoofdpijn, slaapstoornissen, stress), sociale activiteiten, gezinsleven en werkomgeving. 22 In 2011 telde de Nederlandse bevolking van 16 jaar en ouder naar schatting 8,7 miljoen recreatieve spelers, risicospelers (spelers die niet gokverslaafd zijn maar daar wel een verhoogd risico op hebben) en probleemspelers (gokverslaafd). De risicospelers en probleemspelers vormen samen de risicovolle spelers. Relatief meer risicovolle spelers dan recreatieve spelers geven aan dat ze psychische klachten hebben (zoals somberheid, angst, concentratieproblemen, depressieve gevoelens) en de risicovolle spelers beoordelen hun lichamelijke en geestelijke gezondheid gemiddeld lager. 23 c Dit is waarschijnlijk een onderschatting, omdat (probleem)gebruikers van harddrugs in bevolkingsonderzoeken ondervertegenwoordigd zijn. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl 91

93 6 Leefstijl Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl In 2012 stonden 105 Hagenaars ingeschreven bij de verslavingszorg met gokken als primair probleem. In de periode schommelde het percentage Hagenaars dat hulp zoekt voor het gokken (op het totaal aantal Hagenaars ingeschreven bij de verslavingszorg) tussen de 3,9% en 4,5%. De meerderheid van de gokkers in de hulpverlening (61%) is 35 jaar of ouder. 21 Landelijk waren er in gokkers die hulp hebben gezocht bij de verslavingszorg. Ruim twee derde (68%) van hen is van autochtone afkomst, het overgrote deel is man (87%) en gemiddeld 38 jaar. Het aantal gokkers met hulpvraag blijft al jaren min of meer gelijk. 24 Gokken onder jeugdigen In 2011 is aan Haagse scholieren gevraagd of en hoe vaak ze geld in een gokkast of fruitautomaat hebben gegooid. In de twee hoogste klassen van het basisonderwijs heeft ruim een kwart van de leerlingen (28%) ooit geld in gokkast of fruitautomaat gegooid, van de middelbare scholieren heeft 40% dat ooit gedaan. Deze percentages zijn vergelijkbaar met landelijke cijfers en met Zes procent van de basisscholieren in de twee hoogste klassen en 7% van de middelbare scholieren heeft recent (in de laatste maand) gegokt. Voor recent gokken zijn de percentages ook vergelijkbaar met landelijke cijfers en Gokken op een gokkast of fruitautomaat wordt vooral door jongens gedaan Voor verdere informatie wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd' Intentie gedragsverandering Belangrijke gezondheidsrisico s, zoals roken, lichamelijke inactiviteit, overgewicht en obesitas zijn voor een groot deel gedragsgerelateerd. Ongezond gedrag is één van de belangrijkste oorzaken van vermijdbare ziekte en sterfte. 25 Het hebben van een (gedrags)intentie of voornemen is een belangrijke voorwaarde en voorspeller voor het veranderen van gedrag. Het is echter geen garantie voor het daadwerkelijk uitvoeren of volhouden van de gedragsverandering. Zo kunnen er barrières zijn die de uitvoering in de weg staan ( ik was van plan te gaan sporten maar ik ben te moe ), of mensen vallen al snel weer terug in hun oude gedrag ( minder alcohol drinken is niet vol te houden ). 25 In de Gezondheidsenquête 2012 is gevraagd of men van plan was om voor het eind van het jaar de gezondheid te verbeteren en hoe men dit zou willen bereiken. Hierbij kon gekozen worden uit verschillende intenties, zoals meer sporten/bewegen, beter met stress/spanning omgaan of minder alcohol drinken. Volgens de Gezondheidsenquête heeft ruim driekwart (81%) van de Haagse bevolking de intentie om de gezondheid te verbeteren. Relatief meer allochtone Hagenaars, jarigen en werkenden hebben de intentie om de gezondheid te verbeteren (tabel 6.10). Bij de 65-plussers neemt de intentie om de gezondheid te verbeteren af met de leeftijd; van de jarigen geeft 69% aan iets aan de gezondheid te willen verbeteren en bij de 85-plussers is dit nog 46%. 3 92

94 Tabel 6.10 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar met de intentie om de gezondheid te verbeteren naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ Etniciteit Autochtoon Allochtoon Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Alleenstaand De meeste Hagenaars hebben de intentie om meer te gaan bewegen/sporten, gewicht te verliezen/afvallen en gezonder te gaan eten (tabel 6.11). Meer allochtone dan autochtone Hagenaars geven aan meer te willen gaan bewegen/sporten (53% versus 43%), gezonder te willen gaan eten (38% versus 22%), persoonlijke problemen op te willen lossen (22% versus 11%), meer met andere mensen om te willen gaan (14% versus 9%) en beter met stress om te willen gaan (28% versus 21%). 3 Tabel 6.11 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat de intentie heeft een bepaalde gedragsverandering uit te gaan voeren. Den Haag Gedragsverandering Meer bewegen/sporten Gewicht verliezen/ afvallen Gezonder eten Beter met stress omgaan Rustiger aan doen Persoonlijke problemen oplossen Werkomstandigheden verbeteren Stoppen met roken Meer met andere mensen omgaan Minder alcohol drinken Percentage Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl 93

95 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl Voor enkele intenties zoals werkomstandigheden verbeteren, minder alcohol drinken en stoppen met roken, geldt dat ze niet op alle Haagse inwoners van toepassing zijn. Van de Hagenaars die ten minste één uur per week werken geeft 20% aan de werkomstandigheden te willen verbeteren. Van alle Hagenaars die alcohol drinken heeft 11% de intentie om minder te gaan drinken. Van de Hagenaars waarbij sprake is van problematisch alcoholgebruik en overmatig of zwaar drinken heeft 61% de intentie om minder alcohol te drinken. Veertig procent van de Hagenaars die in 2012 rookte, gaf aan de intentie te hebben om hiermee te stoppen. Naast intenties die niet op alle Haagse inwoners van toepassing zijn, zijn er ook intenties die voor een bepaalde doelgroep van groter belang zijn. Zo zijn de intenties meer te gaan bewegen/sporten, gezonder te eten en gewicht te verliezen/afvallen belangrijker voor Haagse inwoners met overgewicht (BMI van 25 of hoger) dan Haagse inwoners zonder overgewicht. Voor zowel meer bewegen/sporten als gezonder eten en gewicht verliezen/afvallen geldt dat het percentage Hagenaars dat de intentie heeft deze gedragsveranderingen uit te voeren hoger is bij Hagenaars met matig of ernstig overgewicht dan bij Hagenaars met een gezond gewicht (figuur 6.5). 3 % Figuur Meer bewegen/sporten Gezonder eten Gezond gewicht (BMI = <25) Matig overgewicht (BMI = >25 en <30) Ernstig overgewicht (BMI = >30) Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat aangeeft de intentie te hebben om meer te bewegen/sporten, gezonder te eten of gewicht te verliezen/af te vallen naar mate van (over)gewicht uitgedrukt in BMI. Den Haag Behoefte aan ondersteuning bij gedragsverandering Gewicht verliezen/afvallen Gedragsverandering kost moeite en vergt doorzettingsvermogen. In de Gezondheidsenquête is ook geïnventariseerd of er bij de Haagse bevolking behoefte is aan ondersteuning bij het verbeteren van hun gezondheid, zoals hulp van een deskundige of steun uit de omgeving. Eenenveertig procent van de Hagenaars die de intentie hebben om hun gezondheid te verbeteren heeft behoefte aan ondersteuning. De behoefte aan ondersteuning is hoger bij vrouwen, laag opgeleiden, allochtone Hagenaars, bewoners van wijken met achterstand en niet-werkenden (tabel 6.12).³ 94

96 Tabel 6.12 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder met de intentie om de gezondheid te verbeteren dat aangeeft behoefte te hebben aan ondersteuning naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag De Hagenaars die gezonder willen leven hebben de meeste behoefte aan hulp van een deskundige zoals een therapeut, diëtist, huisarts of arts en steun uit de directe omgeving. Hagenaars hebben het minst behoefte aan informatie en/of advies via de telefoon of een groepscursus (tabel 6.13). Allochtone Hagenaars hebben daarentegen juist wel behoefte aan informatie/advies via internet, informatie/advies via de telefoon en informatie op papier. Autochtone Hagenaars kiezen meer voor steun uit de directe omgeving. 3 Tabel 6.13 Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar 65+ Etniciteit Autochtoon Allochtoon Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat behoefte aan steun heeft bij de intentie om zijn of haar gezondheid te verbeteren naar gewenste steun. Den Haag Begeleiding door een deskundige (therapeut, diëtist, huisarts, arts) Steun uit de directe omgeving Informatie/advies via internet Informatie/advies op papier (brochure, folder) Groepscursus Informatie/advies via telefoon Totaal Autochtoon Allochtoon Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Alleenstaand * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten < Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefstijl 95

97 Hoofdstuk 7 Leefomgeving Grote steden zoals Den Haag bieden veel voorzieningen op het gebied van gezondheid, welzijn en ontspanning. Tegelijkertijd zetten de levendigheid en drukte in de grote stad de kwaliteit van de leefomgeving onder druk. De kwaliteit van de leefomgeving en hoe mensen deze ervaren wordt bepaald door een combinatie van kenmerken. In dit hoofdstuk ligt de nadruk vooral op de beleving van een aantal fysieke kenmerken van de leefomgeving, zoals de kwaliteit van woningen, groen, omgevingsgeluid en luchtkwaliteit.

98 7.1 Beleving woning en woonomgeving Tevredenheid met woning en woonomgeving Woontevredenheid is een belangrijke component van de kwaliteit van leven en verwijst naar het oordeel over de woning en de woonomgeving. Tevredenheid wordt beïnvloed door de fysieke en sociale kenmerken van de woonomgeving, maar ook door persoonlijke kenmerken. En omgekeerd heeft woontevredenheid weer invloed op de wijze waarop mensen met hun omgeving omgaan. Aan inwoners van Den Haag is gevraagd om een rapportcijfer a te geven voor de woning en de woonomgeving. Zij geven gemiddeld een 7,6 voor hun woning. Dertien procent geeft de woning een onvoldoende b. Dit is vergelijkbaar met de andere drie grote steden. Relatief meer inwoners van wijken met achterstand dan van wijken zonder achterstand geven een onvoldoende voor hun woning (23% versus 8%) (figuur 7.1). Het gemiddelde cijfer voor de woonomgeving is 7,2. Van de inwoners van Den Haag geeft 18% de woonomgeving een onvoldoende. Dit percentage is hoger dan in de andere grote steden (Amsterdam: 13%; Rotterdam: 15%; Utrecht: 14%). Ook voor woonomgeving geven relatief meer inwoners van wijken met achterstand dan van wijken zonder achterstand een onvoldoende (34% versus 9%) (figuur 7.1). 1 % Figuur Woning Wijk met achterstand Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat de woning of woonomgeving als onvoldoende beoordeelt naar wijk. Den Haag Tevredenheid met groen in de buurt Wijk zonder achterstand Woonomgeving Den Haag totaal Inwoners van wijken met achterstand geven hun woning en woonomgeving veel vaker een onvoldoende. Groen in de leefomgeving bevordert het gevoel van welbevinden, het woonplezier, herstel van stress en mentale vermoeidheid. Ook kan het uitnodigen tot spelen en bewegen (wandelen, fietsen, sporten) en tot sociaal contact. Uit onderzoek blijkt dat mensen zich gezonder voelen en minder vaak naar de huisarts gaan met angststoornissen en depressies als er meer (straat)groen in de omgeving is. Groen beïnvloedt ook indirect de gezondheid: omdat het schaduw geeft, een isolerende werking heeft en windhinder tegengaat, worden temperatuurschommelingen verminderd. Hierdoor ontstaan er minder gezondheidsklachten door hitte. 2 a 1=zeer ontevreden en 10=zeer tevreden b rapportcijfer van 5 of lager Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefomgeving 97

99 7 Leefomgeving In 2008 is een berekening gemaakt van de gemiddelde hoeveelheid groen per woning per buurt in Den Haag. Voor Den Haag leverde deze berekening een getal op van gemiddeld 96 vierkante meter per woning, wat hoger is dan het richtgetal van de overheid van 75 vierkante meter per woning voor steden. Het getal in Den Haag valt echter hoog uit als gevolg van grote groene gebieden zoals de duinen (figuur 7.2). In de wijken met achterstand ligt deze waarde beduidend lager.3 In de Gezondheidsenquête 2012 is gevraagd hoe belangrijk Haagse inwoners groen in hun buurt vinden en of zij vinden dat er voldoende groen aanwezig is in hun buurt. Drieënnegentig procent van de Haagse inwoners vindt groen in zijn of haar buurt belangrijk. Relatief iets minder inwoners van wijken met achterstand dan van wijken zonder achterstand geven aan groen in hun buurt belangrijk te vinden (tabel 7.1). Ongeveer één op de vijf inwoners van Den Haag vindt dat er onvoldoende groen aanwezig is in hun buurt. Er is hierbij een duidelijk verschil tussen de wijken: relatief meer inwoners van wijken met achterstand dan van wijken zonder achterstand vinden dat er onvoldoende groen in hun buurt is. strand 01 groen Gezondheidsmonitor Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Figuur 7.2 Hoeveelheid groen naar wijk. Den Haag 2013 (voor wijknummers zie figuur 1.2). Voor de gezondheid gaat het echter niet alleen om de aanwezigheid en omvang van het groen, maar vooral ook om de kwaliteit van het groen en de mogelijkheden om ervan te genieten. Daarom is ook gevraagd een rapportcijfer voor het groen in de buurt te geven. Het gemiddelde rapportcijfer dat Hagenaars geven voor het groen in hun buurt is een 6,9. Een kwart van de bewoners in Den Haag geeft het groen in hun buurt een onvoldoende. In de wijken met achterstand geven meer inwoners een onvoldoende voor het groen in hun buurt dan in de wijken zonder achterstand (tabel 7.1).1

100 Tabel 7.1 Percentage Hagenaars van 19 jaar en ouder dat groen in de buurt belangrijk vindt, dat vindt dat er onvoldoende groen is in hun buurt en dat een onvoldoende geeft voor het groen naar wijk. Den Haag Vindt groen belangrijk Vindt dat er onvoldoende groen is in hun buurt Geeft onvoldoende voor groen in hun buurt Beleving zomerse omstandigheden in woning en woonomgeving Totaal Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand In stedelijke gebieden kan de temperatuur aanzienlijk hoger zijn dan daarbuiten. Dit effect staat bekend als het stedelijk warmte-eiland of urban heat island. Na zonsondergang blijft het warmer in de stedelijke gebieden en ontstaat een warmte-eiland dat voortduurt tot na zonsopgang de volgende dag. Er zijn verschillende factoren die hier aan bijdragen, zoals veel verharde oppervlakken, dichte bebouwing en weinig groen. Op warme dagen kan de temperatuur binnenshuis de buitentemperatuur overstijgen. Bouwkundige kenmerken van een woning en bewonersgedrag dragen bij aan de warmtebelasting binnenshuis. 4 Wanneer de buitentemperatuur langdurig boven de 25 graden Celsius is, beginnen mensen last te krijgen van de hitte. Hoe hoger de buitentemperatuur en hoe langer de hitteperiode, hoe meer mensen last van de hitte zullen hebben. Dat wordt versterkt door hoge temperaturen s nachts, waardoor mensen niet uitrusten. Langdurig aanhoudende hitte kan, vooral bij kwetsbare groepen, leiden tot allerlei gezondheidsklachten, zoals vermoeidheid en hoofdpijn maar ook ademhalingsproblemen en hartfalen. Dit kan leiden tot ziekenhuisopname en sterfte. 5 Bewoners zijn gevraagd met een rapportcijfer aan te geven in welke mate zij tijdens aanhoudend warm weer verkoeling kunnen vinden binnen in de woning en buiten in de tuin of buurt. Vijftien procent geeft aan onvoldoende verkoeling te kunnen vinden zowel in de woning als buiten de woning bij aanhoudend warm weer. In de wijken met achterstand geeft men vaker aan onvoldoende verkoeling te kunnen vinden binnen in de woning en/of buiten in de tuin of buurt (tabel 7.2). In wijken met achterstand, waar in vergelijking met andere wijken meer inwoners van mening zijn dat er onvoldoende groen in de buurt is, wordt ook door meer inwoners aangegeven dat men buiten de woning in de tuin of buurt bij aanhoudend warm weer onvoldoende verkoeling kan vinden. 1 Tabel 7.2 Percentage Hagenaars van 19 jaar en ouder dat tijdens aanhoudend warm weer onvoldoende verkoeling kan vinden binnen en/of buiten de woning naar wijk. Den Haag Binnen de woning Buiten de woning Zowel binnen als buiten de woning Totaal Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefomgeving 99

101 7.2 Luchtkwaliteit Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefomgeving 100 Fijn stof, stikstofdioxide en ozon zijn de belangrijkste luchtverontreinigende stoffen als het gaat om de gezondheid. De afgelopen decennia zijn de concentraties van deze stoffen in het milieu sterk afgenomen, maar er blijven negatieve gezondheidseffecten door ontstaan. Uit onderzoek is bekend dat luchtverontreiniging de gezondheid nadelig beïnvloedt na zowel kortdurende (enkele uren tot meerdere dagen) als na langdurige blootstelling (enkele maanden tot jaren). De gezondheidseffecten van kortdurende blootstelling aan fijn stof in Nederland zijn in 2008 geschat op ongeveer sterfgevallen per jaar, waarvan 690 aan ziekten van de ademhalingswegen en 450 aan hart- en vaatziekten. Over het algemeen betrof het mensen die al aandoeningen hadden en bij wie de extra belasting als gevolg van luchtverontreiniging het moment van overlijden heeft vervroegd, zoals ouderen en mensen met luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten. 6 Een Nederlands onderzoek uit 2002 gaf aan dat mensen die binnen een afstand van 100 meter van een snelweg of 50 meter van een drukke stadsweg woonden een grotere kans hadden om te overlijden aan een long- of hartziekte dan mensen die verder van een drukke weg woonden. 7 Uit recent onderzoek is gebleken dat fijn stof ook een veroorzaker kan zijn van longkanker, ook onder de Europese grenswaarde. 8 Voldoen aan de huidige normen voor fijn stof en stikstofdioxide is daarom geen garantie dat er geen negatieve gezondheidseffecten optreden. Ook bij concentraties die aan de normen voldoen (voor stikstofdioxide is dit een jaargemiddelde concentratie van 40 μg/m3) kunnen gezondheidseffecten optreden. Dit geldt in het bijzonder voor gevoelige groepen, zoals kinderen, ouderen en mensen met luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten. 6 In Den Haag is wegverkeer de belangrijkste bron van luchtverontreiniging. Veel kleinere bronnen zijn onder andere de schepen in Scheveningen c en alle gasgestookte verwarmingsketels in de stad. De vervuiling door verkeer draagt ongeveer voor een derde bij aan de totale concentratie, de rest is achtergrondconcentratie d. Er zijn in Den Haag nog enkele knelpunten waar de Europese grenswaarde voor stikstofdioxide wordt overschreden. Het gaat in 2012 om knelpunten op de Neherkade, Lekstraat/Koningstunnel, Raamweg en Hubertustunnel. De Vaillantlaan benadert de grenswaarde, maar overschrijdt deze net niet. De verwachting is dat in 2015 overal in Den Haag aan de Europese normen e voldaan wordt Geluidshinder De belangrijkste gezondheidseffecten van blootstelling aan geluid in de woonomgeving zijn (ernstige) hinder en (ernstige) slaapverstoring. Hinder is een gevoel van afkeer, boosheid, onbehagen, onvoldaanheid of gekwetstheid dat optreedt wanneer geluid iemands gedachten, gevoelens of activiteiten beïnvloedt. 10 Hinder kan al optreden vanaf geluidsniveaus van 40 db (zie box 7.1) en is ook afhankelijk van het soort geluid en de context van het geluid. Bij een geluidsbelasting van meer dan 60 db neemt het risico op hart- en vaatziekten aantoonbaar toe. 11 Blootstelling aan geluid kan ook leiden tot een verminderd prestatievermogen en leerproblemen bij kinderen. 12 Wat betekent db? De sterkte van geluid wordt uitgedrukt in decibellen (db). Een geluidsniveau van 20 db is vergelijkbaar met stille natuur. In een stille woonstraat is het geluidsniveau s avonds ongeveer 40 db. De geluidssterkte van een gesprek is db. Vlak langs een drukke verkeersweg is 80 db een normaal geluidsniveau. Bij een popconcert zal meestal rond de 100 db aan geluid worden geproduceerd. De pijngrens ligt bij ongeveer db. Boven de 80 db kan bij langdurige blootstelling al gehoorschade optreden. Box 7.1 Uitleg geluidsniveau en decibellen c Als gevolg van dieselstook om elektriciteit op te wekken. De bijdrage van de varende zeeschepen is verwerkt in de achtergrondconcentratie. d De achtergrondconcentratie is de luchtverontreiniging die van elders wordt aangevoerd en niet afkomstig is van lokale bronnen. e In de normen is een correctie voor zeezout meegenomen, voor de kustprovincies is deze correctie iets groter.

102 In de Gezondheidsenquête is gevraagd hoeveel Hagenaars in de afgelopen twaalf maanden geluidshinder hebben ervaren. Van alle inwoners van Den Haag ervaart 63% hinder en 23% ernstige hinder f als gevolg van geluid. In de meeste gevallen gaat het om geluid van brommers/scooters, wegverkeer en geluid van de buren (figuur 7.3). Het percentage mensen dat hinder en ernstige hinder door brommers/scooters en buren ondervindt, is iets afgenomen ten opzichte van ,13 Figuur % wegverkeer treinverkeer Randstadrail brommer/scooter installaties buiten bouwen/verbouwen evenementen horeca Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat aangeeft gehinderd te worden door geluid naar bron van geluidshinder. Den Haag buren hinder ernstige hinder De gemeente heeft in 2012 geluidsbelastingskaarten voor onder andere wegverkeer g opgesteld. Op basis hiervan is berekend hoeveel inwoners van Den Haag kunnen worden beschouwd als gehinderd, ernstig gehinderd en slaapgestoord door wegverkeer h. De kaarten en berekeningen zijn gemaakt met behulp van modelberekeningen en verkeerstellingen uit 2011 en hebben betrekking op geluidsniveaus buiten op de gevel. Op basis van deze berekeningen blijkt dat 23% van de Haagse burgers (dit betreft ruim woningen) is blootgesteld aan geluid van 60 db en hoger op de gevel van de woning. Volgens de berekeningen wordt in totaal 11% van de Haagse burgers (bijna personen) hierdoor (ernstig) gehinderd (figuur 7.4). Deze groep heeft hiermee een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Naast woningen zijn er 138 andere locaties waar gevoelige groepen verblijven (zoals scholen) waarbij het geluidsniveau op de gevel 60 db of hoger is. Minder dan 1% van de Hagenaars is blootgesteld aan een geluidsbelasting van 70 decibel of meer. Ten opzichte van 2006 is er een stijging van het aantal inwoners dat is blootgesteld aan een geluidsbelasting van meer dan 65 db. Hierdoor zijn er meer ernstig gehinderden. De geluidsbelasting in de nacht is in totaal iets afgenomen. 14 f Op een schaal van 1 tot en met 10 heeft hinder een score van 3 tot en met 7, ernstige hinder een score van 8 of hoger. g Dit is inclusief trams, maar exclusief brommers. h Deze cijfers over geluidshinder uit de Gezondheidsenquête 2012 en de cijfers die op basis van de geluidskaarten zijn berekend kunnen niet zonder meer met elkaar vergeleken worden. Dit komt doordat verschillende definities van geluidshinder zijn gehanteerd en de gegevens op verschillende manieren zijn verkregen. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefomgeving 101

103 In Den Haag is geluidshinder nog steeds een aanzienlijk probleem: 86% van de Hagenaars ervaart geluidshinder. 102

104 Geluidsbelastingsklassen (db) gehinderden 2006 ernstig gehinderden 2006 gehinderden 2011 ernstig gehinderden 2011 Aantal inwoners Figuur Aantal inwoners Geur- en lichthinder Geurhinder 0 Hinder door geur is, net als bij geluidshinder, een gevoel van afkeer, boosheid, onbehagen, onvoldaanheid of gekwetstheid dat Geluidsbelastingsklassen optreedt wanneer (db) iemand erdoor wordt beïnvloed. Hout stoken in open haarden en houtkachels ernstig is in Nederland slaapgestoorden de 2006 meest genoemde bron van geuroverlast in de leefomgeving. Landelijk blijkt dat geurhinder door open haarden of allesbranders sinds 2002 is toegenomen. Houtrook kan naast hinder ernstig slaapgestoorden 2011 ook gezondheidseffecten veroorzaken. Bij de verbranding van hout in kachels en haarden komen verbrandingsproducten vrij. De gezondheidseffecten van het totale mengsel van houtrook zijn niet duidelijk vastgesteld, maar het inademen van rook is niet gezond. In de rook zit onder andere fijn stof waarvan bekend is dat het luchtwegklachten en hart- en vaatziekten kan verergeren. 15,16 In Den Haag geeft 9% van de inwoners aan hinder te ondervinden van geur van een open haard of allesbrander als zij thuis zijn. Er is geen verschil tussen inwoners van wijken met achterstand en zonder achterstand Lichthinder >75 Geluidsbelastingsklassen (db) gehinderden 2006 ernstig gehinderden 2006 gehinderden 2011 ernstig gehinderden 2011 Berekend aantal (ernstig) gehinderden en slaapgestoorden door wegverkeer naar geluidsbelastingsklasse. Den Haag 2006 en >70 ernstig slaapgestoorden 2006 ernstig slaapgestoorden 2011 Licht dat s nachts de woning in komt kan voor hinder zorgen. Naast hinder kan dit licht ook invloed hebben op de gezondheid: bij hoge lichtintensiteiten kan het dag-nachtritme verstoord worden. Meer dan de helft van de Haagse inwoners (56%) geeft aan thuis licht van wegverkeer, straatlantaarns of reclameborden waar te nemen. Zeventien procent zegt gehinderd te zijn door dit licht. Er is geen verschil tussen wijken met en wijken zonder achterstand. 1 Aantal inwoners Geluidsbelastingsklassen (db) >70 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Leefomgeving 103

105 7.5 Binnenmilieu Binnenmilieu in woningen In het binnenmilieu komen verschillende stoffen voor die gezondheidseffecten kunnen veroorzaken. De gezondheidsgevolgen zijn zeer divers: het varieert van klachten als vermoeidheid, hoofdpijn en geïrriteerde ogen tot (verergering van) astma en hart- en vaatziekten. Kleine kinderen en ouderen zijn het meest kwetsbaar, omdat ze meer tijd binnenshuis doorbrengen en hun afweersysteem (nog) niet optimaal is. Ook mensen met een aandoening aan de ademhalingswegen zijn gevoeliger voor een ongunstig binnenmilieu. Eén van de belangrijkste bronnen voor een slecht binnenmilieu is tabaksrook. Daarnaast spelen vooral de kwaliteit van de buitenlucht, vochtigheid en schimmels en de uitstoot van verbrandingstoestellen binnenshuis een belangrijke rol. 17 In de Gezondheidsenquête is gekeken naar twee belangrijke bronnen voor een ongunstig binnen-milieu, namelijk tabaksrook en vocht en/of schim-melproblematiek. Achttien procent van de Haagse inwoners geeft aan dat er dagelijks gerookt wordt in de woning. Dit percentage ligt hoger onder de inwoners van wijken met achterstand (23% versus 16% in wijken zonder achterstand). Elf procent van de Haagse inwoners geeft aan vocht en/of schimmel-problematiek te hebben in de woon- en/of slaapkamer. Zeven procent van Haagse inwoners geeft aan last te hebben van vocht of schimmel in de woonkamer en 9% in de slaapkamer. Relatief meer inwoners van wijken met achterstand dan van wijken zonder achterstand geven aan vocht en/of schimmelproblematiek te hebben in de woon- en/of slaapkamer. 1 Voor binnenmilieu op scholen wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd' Koolmonoxide In Den Haag zijn nog veel geisers zonder afvoer aanwezig. Op basis van informatie van Eneco en woningcorporaties heeft de GGD berekend dat er in 2013 nog ongeveer huurwoningen zijn met een geiser zonder afvoer. Het aantal koopwoningen met dit type geiser schat de GGD voor 2013 in op ongeveer Dit type geiser is ongunstig voor het binnenmilieu en geeft daarnaast ook een risico op het vrijkomen van koolmonoxide. Koolmonoxide veroorzaakt klachten die oplopen naarmate iemand meer wordt blootgesteld: hoofdpijn, misselijkheid, bewusteloosheid en het kan zelfs leiden tot de dood. De GGD Den Haag geeft voorlichting hierover en heeft in 2013 een nieuw actieplan opgesteld voor het verminderen van het aantal geisers in de stad. 19 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag 7 Leefomgeving Gezondheidsmonitor

106 105

107 Hoofdstuk nr 8 Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod In de monitor over de gezondheid van de Haagse inwoners wordt ook aandacht besteed aan zorgverlening. Immers, gezondheid wordt mede bepaald door de mate en kwaliteit van de zorgverlening. Dit hoofdstuk geeft inzicht in een aantal aspecten van zorggebruik en zorgaanbod. Daarnaast wordt stilgestaan bij mantelzorg, psychiatrische zorgverlening in Den Haag en bij de bevolkingsonderzoeken naar borstkanker en baarmoederhalskanker. Titel Borrorrunt autam acia solorum que peratiis es quiae. Ita nes moluptia velenda ersperiaest vent, corro consed quatur? Mus etum vendeli tibus, nullupi ciaecuptatio conet et fugit es minvenis ipsapitiusam invelit vit magnima gnatiat iuntiam que nulparit vel ilitiunt ditiis int officia doluptatem rem harum quos dem que non repereces explacc atiore est everspitem rerferis estius alis rae pa quibus. Puditae ptatem inus, si utam resenimi, officiet faciissitate estis dolupta tiustrum ratiument, earum dem liberro blaboreri doluptas aut aute vendis re, aut ut recto dolut que aut et etus molupta solorep taquia sa inciusdam, officimincia cullect ibustiur aut rempeles estis ea aut eicipsantius iur? 106

108 8.1 Zorggebruik In de Gezondheidsenquête 2012 zijn een aantal vragen gesteld over contact met de zorg. Achtereenvolgens worden hieronder de volgende onderwerpen besproken: contact met huisarts, tandarts, medisch specialist, geestelijke gezondheidszorg (GGZ), diëtist, fysiotherapeut, thuiszorg en het niet ontvangen van een noodzakelijke medische of tandheelkundige behandeling. Daar waar mogelijk worden ook de landelijke cijfers en de cijfers voor de drie andere grote steden beschreven. Contact met huisarts Huisartsen vormen de spil in de eerstelijnszorg. De huisarts is het eerste aanspreekpunt voor mensen met vragen over gezondheid en ziekte. Het is dan ook niet verbazingwekkend dat het merendeel van de bevolking contact heeft met de huisarts. Iets meer dan driekwart van de Hagenaars van 19 jaar en ouder (77%) geeft in de Gezondheidsenquête 2012 aan in het afgelopen jaar minimaal één keer contact te hebben gehad met de huisarts. 1 Landelijk is dit 71%. 2 Het percentage inwoners uit de andere drie grote steden dat in het afgelopen jaar contact heeft gehad met de huisarts is vergelijkbaar met Den Haag. 1 In de Gezondheidsenquête 2012 is ook gevraagd of men in de twee maanden voorafgaand aan de enquête contact heeft gehad met de huisarts. In Den Haag is dit voor 40% van de respondenten het geval. 1 Dit percentage ligt hoger dan in de andere grote steden (tussen de 35% en de 39%). De Haagse percentages uit 2012 zijn vergelijkbaar met die uit In Den Haag geldt dat meer lager opgeleiden, vrouwen, niet-werkenden en gescheiden Hagenaars aangeven in het afgelopen jaar minimaal één keer contact te hebben gehad met de huisarts. Naarmate de leeftijd stijgt, neemt het percentage Hagenaars dat aangeeft contact te hebben gehad met de huisarts toe (tabel 8.1). 1 Tabel 8.1 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat minimaal één keer in het afgelopen jaar contact heeft gehad met de huisarts naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 85+ Etniciteit Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig niet-westers Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod 107

109 Contact met tandarts 8 Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 In 2012 geeft 72% van de Hagenaars van 19 jaar en ouder aan minimaal één keer in het afgelopen jaar contact te hebben gehad met de tandarts. 1 Landelijk is dit 79%. 2 Het percentage Hagenaars dat in 2012 aangeeft contact te hebben gehad met de tandarts ligt hoger dan in 2008 (66%). 3 In Den Haag geldt dat relatief minder mannen, lager opgeleiden, niet-werkenden, bewoners van wijken met achterstand en weduwen/weduwnaars aangeven minimaal één keer in het afgelopen jaar contact te hebben gehad met de tandarts. Ook hebben in vergelijking met autochtone Hagenaars minder Turkse en overige niet-westerse allochtone Hagenaars contact gehad met de tandarts. In vergelijking met jarigen geven minder Haagse 65-plussers aan in het afgelopen jaar contact te hebben gehad met de tandarts; van de 85-plussers geeft slechts 35% aan contact te hebben gehad (tabel 8.2). 1 Dit komt vooral doordat op oudere leeftijd meer mensen een kunstgebit hebben. 4 Tabel 8.2 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat minimaal één keer in het afgelopen jaar contact heeft gehad met de tandarts naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 85+ Etniciteit Autochtoon Surinaams Turks Marokkaans Overig westers Overig niet-westers Contact met medisch specialist Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Ongehuwd, nooit gehuwd geweest Gescheiden Weduwe, weduwnaar * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. In 2012 geeft 43% van de Hagenaars van 19 jaar en ouder aan minimaal één keer in het afgelopen jaar contact te hebben gehad met een medisch specialist. 1 Dit ligt iets hoger dan het landelijk gemiddelde (38%). 2 Het Haagse percentage uit 2012 is vergelijkbaar met het percentage uit Naarmate de leeftijd stijgt, stijgt het percentage Hagenaars dat aangeeft in het afgelopen jaar contact heeft te hebben gehad met een medisch specialist. Zo geeft 32% van de jarigen, 43% van de jarigen en 62% van de 65-plussers aan contact te hebben gehad met een medisch specialist. Ook vrouwen en lager opgeleiden (figuur 8.1) geven vaker aan in het afgelopen jaar contact te hebben gehad met een medisch specialist

110 70 60 % Figuur Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat minimaal één keer in het afgelopen jaar contact heeft gehad met een medisch specialist naar opleiding. Den Haag Contact met de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) Ongeveer één op de tien Hagenaars (11%) van 19 jaar en ouder geeft in 2012 aan in het afgelopen jaar minimaal één keer contact te hebben gehad met de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Onder contact met de GGZ wordt contact met een psycholoog, psychiater of een instelling voor GGZ verstaan. Het percentage Haagse inwoners dat in 2012 contact heeft gehad met de GGZ komt overeen met het percentage uit Vrouwen, lager opgeleiden, overige niet-westerse allochtone Hagenaars en Hagenaars in de leeftijdscategorie jaar geven vaker aan contact te hebben gehad met de GGZ. 1 Contact met diëtist Acht procent van de Hagenaars van 19 jaar en ouder geeft in 2012 aan in het afgelopen jaar minimaal één keer contact te hebben gehad met een diëtist. Dit ligt iets hoger dan in 2008, toen had 6% van de Hagenaars contact gehad met een diëtist. 3 Lager opgeleiden, niet-westerse allochtone Hagenaars en inwoners van wijken met achterstand geven vaker aan contact te hebben gehad met een diëtist. 1 Contact met fysiotherapeut Een kwart (26%) van de Hagenaars van 19 jaar en ouder geeft in 2012 aan in het afgelopen jaar minimaal één keer contact te hebben gehad met een fysiotherapeut. Het aantal Hagenaars dat contact heeft gehad met een fysiotherapeut ligt in Den Haag hoger dan het landelijk gemiddelde (21%). 2 Ook is het percentage Hagenaars dat in 2012 contact heeft gehad met een fysiotherapeut hoger dan in 2008 (22%). 3 Er zijn geen verschillen tussen Haagse inwoners wat betreft contact met een fysiotherapeut. 1 Contact met de thuiszorg Eén op de twintig Hagenaars (5%) van 19 jaar en ouder geeft in 2012 aan minimaal één keer in het afgelopen jaar contact te hebben gehad met de thuiszorg. Onder thuiszorg wordt een wijkverpleegkundige, gezinsverzorging of Alphahulp verstaan. Het percentage Haagse inwoners dat in 2012 contact heeft gehad met de thuiszorg is vergelijkbaar met Vrouwen, lager opgeleiden, overige niet-westerse allochtone Hagenaars en bewoners van wijken met achterstand geven vaker aan contact te hebben gehad met de thuiszorg. Het percentage mensen dat het afgelopen jaar contact heeft gehad met de thuiszorg neemt toe met de leeftijd, vooral Hagenaars van 75 jaar en ouder geven vaker aan contact te hebben gehad met de thuiszorg (figuur 8.2). 1 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod 109

111 110

112 35 30 % Figuur Niet ontvangen noodzakelijke medische of tandheelkundige behandeling In de Gezondheidsenquête is ook gevraagd of diegene of een ander persoon uit zijn of haar huishouden in de afgelopen 12 maanden een medische of tandheelkundige behandeling nodig heeft gehad, maar deze niet heeft ontvangen. In Den Haag was dit voor 7% van de inwoners het geval. Dit is vergelijkbaar met het percentage in Utrecht (6%) en lager dan in Rotterdam (9%) en Amsterdam (10%). De belangrijkste redenen waarom een noodzakelijke medische of tandheelkundige behandeling niet werd ontvangen was in Den Haag vanwege eigen risico/ eigen bijdrage (42%) en het niet vergoeden van de behandeling door de verzekering (38%). Wachtlijsten en gebrek aan vervoer speelden in enkele gevallen een rol (beide 4%) Zorgaanbod 5 0 Het is van groot belang dat het zorgaanbod aansluit op de zorgvraag. Het gewenste zorgaanbod in een stad is afhankelijk van het aantal inwoners en van de kenmerken van deze inwoners. Vanwege de diversiteit aan bevolkingsgroepen en de vaak slechtere gezondheidstoestand in de grote steden in vergelijking met de rest van de Nederlandse bevolking, verdient goede en toegankelijke zorg in de grote steden extra aandacht Huisarts jaar jaar jaar jaar jaar jaar jaar 85+ Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat minimaal één keer in het afgelopen jaar contact heeft gehad met de thuiszorg naar leeftijd. Den Haag In februari 2013 waren er 287 huisartsen werkzaam in Den Haag. Iets meer dan de helft (52%) van de huisartsen in Den Haag is vrouw. 6 Dit percentage is hoger dan het landelijk percentage vrouwelijke huisartsen (43%), het blijkt dat relatief meer vrouwelijke huisartsen dan mannelijke huisartsen gevestigd zijn in zeer sterk stedelijke gemeenten. 7 Zowel in Den Haag als landelijk is het aantal vrouwelijke huisartsen sinds 2009 toegenomen. 6-7 In Den Haag werkt 18% van de huisartsen in een solopraktijk, 17% in een duopraktijk en 65% in een groepspraktijk (tabel 8.3). In Den Haag werken in vergelijking met het landelijk gemiddelde meer huisartsen in een groepspraktijk. Zowel landelijk als in Den Haag is in de afgelopen jaren het aantal huisartsen met een solopraktijk afgenomen. In Den Haag zijn er 117 praktijken, 44% is een solopraktijk, 21% een duopraktijk en 35% een groepspraktijk. In Den Haag zijn er in vergelijking met het landelijk gemiddelde meer solopraktijken en groepspraktijken, maar minder duopraktijken. Landelijk zijn er in 2012 gemiddeld inwoners per fulltime werkende huisarts. In de provincie Zuid- Holland is dit gemiddeld inwoners per fulltime werkende huisarts. Er zijn geen gegevens beschikbaar over het aantal patiënten per praktijk of per huisarts in Den Haag. 6-7 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod 111

113 Tabel 8.3 Aantal huisartsen en praktijken in Den Haag en Nederland uitgesplitst naar praktijkvorm. Den Haag en Nederland, Aantal Solopraktijk Duopraktijk Groepspraktijk 8 Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod Verloskundige Den Haag (februari 2013) Nederland (januari 2012) Huisartsen Praktijken Huisartsen* Praktijken* % 44% 17% 39% 17% 21% 28% 32% 65% 35% 55% 30% * Bij de bepaling van het aantal solo-, duo-, of groepspraktijken wordt het praktijkadres als uitgangspunt genomen. Huisartsen op hetzelfde adres tellen als één praktijk. In februari 2013 telde Den Haag 60 praktiserende verloskundigen. 6 Eén van hen is man. Ook landelijk zijn er weinig mannen werkzaam als verloskundigen; onder de praktiserende verloskundigen in 2012 in Nederland bevonden zich 42 mannen (1,6%). 8 In Den Haag werkt 6% van de verloskundigen in een solopraktijk, 6% in een duopraktijk en 88% in een groepspraktijk. In vergelijking met het landelijk gemiddelde werken er in Den Haag iets meer verloskundigen in een groepspraktijk (tabel 8.4). Den Haag telt in totaal 16 verloskundigenpraktijken: vier solopraktijken (25%), twee duopraktijken (13%) en tien groepspraktijken (63%). Landelijk is 16% van de praktijken een solopraktijk, 22% een duopraktijk en 61% een groepspraktijk (tabel 8.4). 6,8 Tabel 8.4 Aantal verloskundigen en praktijken in Den Haag en Nederland uitgesplitst naar praktijkvorm. Den Haag en Nederland, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 Den Haag (februari 2013) Nederland (januari 2012) Verloskundigen Praktijken Verloskundigen Praktijken Geboortekliniek en Geboortehotel Aantal Solopraktijk Duopraktijk Groepspraktijk % 25% 5% 16% 6% 13% 14% 22% 88% 63% 81% 61% De voorziening van poliklinisch bevallen in een ziekenhuis onder begeleiding van de eigen verloskundige is in het Medisch Centrum Haaglanden (locatie Westeinde) en het Haga ziekenhuis (locatie Sportlaan) vervangen door respectievelijk bevallen in de Geboortekliniek of het Geboortehotel. Hiermee kent Den Haag twee eerstelijns geboortecentra met een sterke verbinding met het ziekenhuis. In de Geboortekliniek of het Geboortehotel wordt een aantal van de voordelen van een thuisbevalling met die van de poliklinische bevalling gecombineerd (nabijheid van de specialisten en voorzieningen van het ziekenhuis). Poliklinisch bevallen kan in Den Haag alleen nog in het Bronovo. Het aantal bevallingen in de Geboortekliniek bij het MCH Westeinde of Geboortehotel bij het Haga ziekenhuis neemt toe (tabel 8.5)

114 Tabel 8.5 Aantal bevallingen die gestart zijn in de Geboortekliniek (MCH Westeinde) of het Geboortehotel (Haga ziekenhuis). Den Haag Jaar Geboortekliniek* MCH Westeinde Geboortehotel* Haga ziekenhuis ** 8.3 Mantelzorg Verlenen van mantelzorg Mantelzorg is de zorg die mensen vrijwillig en onbetaald verlenen aan mensen met een fysieke, verstandelijke of psychische beperking. Deze zorg kan verleend worden aan familieleden, huisgenoten of mensen uit het sociale netwerk (vrienden, kennissen, buren). De geboden hulp bestaat vaak uit huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging, verpleegkundige hulp, begeleiding bij bezoeken buitenshuis en het regelen van zaken. Het gaat hierbij om zorg die meer is dan in een persoonlijke relatie gebruikelijk is. 11 Vanwege de vergrijzing zal de druk op mantelzorgers de komende jaren toenemen. Ouderen hebben immers vaker beperkingen en chronische ziekten en zullen daardoor vaker zorg nodig hebben. 12 De omvang van het aantal mantelzorgers in Nederland is afhankelijk van de gehanteerde definitie. Als wordt gekeken naar mantelzorg in de ruimste zin, waarbij iedereen die zichzelf als mantelzorger beschouwt als mantelzorger telt, dan waren er in 2008 ongeveer 3,5 miljoen Nederlanders die mantelzorg verleenden. 13 De cijfers voor intensieve of langdurige zorg liggen lager; volgens de Gezondheidsenquête 2012 waren er landelijk naar schatting 1,5 miljoen mantelzorgers. Hierbij wordt intensieve of langdurige zorg gedefinieerd als onbetaalde zorg van meer dan acht uur per week of met een duur van minimaal drie maanden. 12 Volgens de Gezondheidsenquête 2012 verleent 10% van de Haagse inwoners van 19 jaar en ouder langer dan drie maanden of meer dan acht uur per week mantelzorg a. Dit percentage is vergelijkbaar met de drie andere grote steden, maar ligt onder het landelijk gemiddelde van 12%. In Den Haag verlenen relatief meer vrouwen dan mannen mantelzorg en meer autochtone en westerse allochtone Hagenaars dan niet-westerse allochtone Hagenaars (tabel 8.6). 1,12 Het aantal uren dat intensieve of langdurige mantelzorg wordt gegeven loopt erg uiteen. Ruim de helft (54%) van de Haagse mantelzorgers verleent vijf uur of minder zorg per week en 12% verleent 20 uur of meer zorg per week. 1 (gegevens niet beschikbaar) * Dit zijn de totale cijfers van de geleverde zorg, niet toegespitst op de woonplaats van de cliënten. Gezien de locatie van de Geboortekliniek en het Geboortehotel betreft het hier vooral Haagse vrouwen. ** Het wettelijk vastgestelde basiszorgpakket rekent een eigen bijdrage voor bevalling en kraamzorg. De Geboortekliniek hanteerde tot 2013 een lager tarief. Dit verklaart mogelijk het verschil in groei in Vanaf 2013 zijn de tarieven voor de Geboortekliniek en het Geboortehotel gelijk gesteld. a Vanwege definitieverschillen kunnen de cijfers uit 2012 niet vergeleken worden met de cijfers uit Tien procent van de Haagse inwoners van 19 jaar en ouder verleent intensieve of langdurige mantelzorg. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod 113

115 Tabel 8.6 Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat intensieve of langdurige mantelzorg verleent naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding en werk- situatie. Den Haag Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod Totaal 2012 Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar jaar Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Etniciteit Niet-werkenden 11 Autochtoon 11 Westers allochtoon 12 Niet-westers allochtoon 6 * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 Intensief en langdurig voor een ander zorgen kan als zwaar worden ervaren. In Den Haag geeft 15% van de mantelzorgers aan zich tamelijk zwaar tot zwaar belast te voelen. Omgerekend zou dit neerkomen op bijna zesduizend tamelijk tot zwaar belaste mantelzorgers van 19 jaar en ouder in Den Haag. Landelijk geeft ongeveer één op de zeven mantelzorgers (14%) aan zich tamelijk zwaar tot zwaar belast te voelen. 1,12 In Den Haag voelen meer vrouwen (17%) dan mannen (12%) zich tamelijk zwaar tot zwaar belast. Mantelzorgers die zich tamelijk zwaar tot zwaar belast voelen verlenen meer uren mantelzorg: 22 uur ten opzichte Vijftien procent van de van 12 uur door mantelzorgers die zich niet zwaar belast voelen. 1 Haagse mantelzorgers voelt zich (tamelijk) zwaar belast. 114

116 Volgens de Haagse Stadsenquête 2013 zorgen de meeste mantelzorgers voor hun ouders of schoonouders (32%), gevolgd door de zorg voor iemand uit het eigen gezin (18%), iemand uit de buurt (14%), een vriend of kennis (14%) of een ander familielid (14%). 14 Ontvangen van mantelzorg Volgens de Haagse Stadsenquête 2013 ontvangt ongeveer 8% van de Hagenaars van 16 jaar en ouder mantelzorg b. Hierbij gaat het vooral om 65-plussers en Hagenaars in de lagere inkomensgroepen. De Hagenaars die mantelzorg ontvangen, krijgen vooral huishoudelijke hulp (62%) en/of begeleiding c (48%). Bij iets minder dan een kwart (24%) heeft de zorg betrekking op persoonlijke verzorging. 14 Van de Hagenaars die mantelzorg ontvangen krijgt ongeveer de helft één tot vier uur zorg per week (46%). Eén op de vijf (19%) krijgt vijf tot acht uur per week mantelzorg en 35% meer dan negen uur per week Psychiatrische zorgverleningverlening in Den Haag In 2012 bood de Parnassia Groep psychiatrische zorg aan inwoners van Den Haag van 20 jaar en ouder, dat zijn 741 personen per inwoners. Dit aantal is lager dan in 2004 en 2008: in 2004 was het 770 per inwoners en in per inwoners. In tabel 8.7 is voor hoofdgroepen van diagnosen aangegeven hoeveel inwoners van Den Haag hiervoor in behandeling zijn geweest bij de Parnassia Groep in De meeste diagnoses vallen onder de categorie stemmingsstoornissen. Hier vallen stoornissen onder als depressie en bipolaire stoornis. Tabel 8.7 Aantal (absoluut en per inwoners) Haagse inwoners van 20 jaar en ouder in psychiatrische zorg bij Parnassia Groep naar hoofddiagnose. Den Haag Hoofdgroepen Stemmingsstoornissen Overige stoornissen Verslaving en middelenmisbruik Psychotische stoornissen Angststoornissen Psychosociale problematiek Organische hersenaandoeningen Aanpassingsstoornissen Geen diagnose Totaal Aantal Percentage Per inwoners Het relatieve aantal psychiatrische behandelingen ligt hoger in de Haagse wijken met achterstand: in deze wijken ontvingen in per inwoners psychiatrische zorg, terwijl dit in de wijken zonder achterstand 595 per inwoners was. Met uitzondering van organische hersenaandoeningen (zoals dementie) geldt voor vrijwel alle hoofdgroepen van diagnoses dat het aantal behandelingen hoger was in de wijken met achterstand (figuur 8.3). De verschillen tussen wijken kunnen deels worden verklaard door een hogere frequentie van voorkomen in bepaalde wijken en deels door verschillen in hulpzoekgedrag. b Hierbij is de ruime definitie van mantelzorg gebruikt: iedereen die aangaf mantelzorg te ontvangen is meegenomen, ongeacht de duur of intensiteit van de zorg. Het daadwerkelijke aantal Hagenaars dat mantelzorg ontvangt ligt waarschijnlijk hoger omdat bewoners van verzorgingstehuizen ondervertegenwoordigd zijn in de Stadsenquête. c Onder begeleiding wordt onder andere het regelen van zaken, troosten, luisteren, administratie en formulieren invullen en het vervoeren naar en/of het begeleiden bij activiteiten/bezoeken buitenshuis gerekend. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod 115

117 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod Aantal per Figuur 8.3 De afdeling spoedeisende psychiatrie van de Parnassia Groep verricht op verzoek van verwijzers zeven dagen per week 24 uur per dag spoedeisende psychiatrische beoordelingen in Den Haag en omstreken. In 2012 zijn er spoedeisende psychiatrische beoordelingen geweest (face-to-face contacten) in Den Haag. Dit komt overeen met 73 spoedeisende psychiatrische beoordelingen per inwoners van 20 jaar en ouder. In de wijken met achterstand waren er in 2012 meer spoedeisende psychiatrische beoordelingen dan in de wijken zonder achterstand (82 versus 61 per inwoners). In van de gevallen was de politie de verwijzer of vond de verwijzing plaats in het kader van het zogeheten politieprogramma (tabel 8.8). De kern van dit programma is dat verpleegkundigen van de Parnassia Groep op vaste basis aanwezig zijn op de politiebureaus in de stad. Andere belangrijke verwijzers waren de huisarts, de Geestelijke Gezondheidszorg d (GGZ) en de ziekenhuizen. Onder de categorie Overig vallen onder andere meldingen van de Doktersnachtdienst (SMASH) en meldingen vanuit de eigen afdelingen van Parnassia. Het aantal spoedeisende psychiatrische beoordelingen is licht gestegen ten opzichte van 2008; er waren toen beoordelingen. Tabel Stemmingsstoornissen Overige stoornissen Aantal (absoluut en per inwoners) crisisbeoordelingen bij Haagse inwoners van 20 jaar en ouder naar verwijzer. Den Haag Hoofdgroepen Politie Huisarts GGZ Spoedeisende hulp Politieprogramma Overig Totaal Verslaving- en middelenmisbruik Wijken met achterstand Angststoornissen Psychotische stoornissen Wijken zonder achterstand Psychosociale problematiek Organische hersenaand oenin gen Aanpassing sstoornissen Aantal Percentage Per inwoners Geen diagnose Aantal psychiatrische behandelingen per Haagse inwoners van 20 jaar en ouder naar hoofd- diagnose en wijk. Den Haag d In dit verband wordt onder GGZ verstaan: alle GGZ instellingen die niet onder de Parnassia Groep vallen. 116

118 Op basis van de wet Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) kan door de burgemeester een inbewaringstelling (IBS) worden afgegeven voor patiënten die als gevolg van hun psychische stoornis een acuut en ernstig gevaar vormen voor zichzelf of hun omgeving. In 2012 werden in totaal 438 inbewaringstellingen afgegeven voor inwoners van Den Haag (van 20 jaar of ouder). De GGZ en politie waren de belangrijkste verwijzers, op afstand gevolgd door de huisarts en de spoedeisende hulp. 15 Behandeling voor depressie In de Gezondheidsenquête is ook gevraagd of iemand in de afgelopen twaalf maanden is behandeld voor depressie. Acht procent van de Hagenaars is in de afgelopen twaalf maanden behandeld voor een depressie. Bepaalde groepen gaven vaker aan behandeld te zijn voor depressie: het gaat hier om jarigen, laagopgeleiden, alleenstaanden, niet-werkenden en niet-westerse allochtonen (tabel 8.9). 1 Tabel Bevolkingsonderzoeken borstkanker en baarmoederhalskanker Borstkanker Percentage Haagse inwoners van 19 jaar en ouder dat heeft aangegeven de afgelopen twaalf maanden behandeld te zijn voor depressie naar geslacht, leeftijd, etniciteit, wijk, opleiding, werksituatie en burgerlijke staat. Den Haag Totaal Geslacht Man Vrouw Leeftijd jaar 65+ Etniciteit Autochtoon Westers allochtoon Niet-westers allochtoon Wijk Wijk met achterstand Wijk zonder achterstand Opleiding Geen, LO MAVO, LBO HAVO, VWO, MBO HBO, WO Werksituatie Werkenden* Niet-werkenden Burgerlijke staat Gehuwd, samenwonend Alleenstaand * Onder de werkenden vallen degenen die meer dan één uur per week betaald werk verrichten. Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen in Nederland. Per jaar worden ongeveer gevallen van borstkanker geconstateerd. Dit betekent dat één op de acht vrouwen in Nederland in haar leven borstkanker krijgt. 16 In de periode stierven er in Nederland jaarlijks ruim vrouwen aan borstkanker. 17 In Den Haag stierven in de periode circa 80 vrouwen per jaar aan borstkanker. 18 De kans op borstkanker is groter voor vrouwen die weinig of geen kinderen hebben, op latere leeftijd het eerste kind krijgen, kort of helemaal geen borstvoeding geven, op jonge leeftijd voor het eerst menstrueren, laat in de overgang komen, hormoonpreparaten langer dan twee tot drie jaar gebruiken tegen overgangsklachten, orale contraceptie gebruiken, elke dag meer dan één glas alcohol drinken over een langere periode, weinig lichaamsbeweging krijgen of overgewicht hebben tijdens of na de overgang Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod 117

119 8 Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod Vrouwen afkomstig uit Marokko, Suriname en Turkije hebben een kleinere kans op het krijgen van borstkanker dan autochtone Nederlandse vrouwen. Het verlaagde risico onder allochtone vrouwen is deels toe te schrijven aan een in het algemeen jongere leeftijd bij de geboorte van het eerste kind, het krijgen van meer kinderen en het vaker en langer geven van borstvoeding. 19 Sinds 1990 wordt landelijk het bevolkingsonderzoek borstkanker uitgevoerd. Alle vrouwen van 50 tot en met 75 jaar krijgen hiervoor elke twee jaar een uitnodiging. Tijdens het onderzoek worden röntgenfoto's (mammografie) van de borsten gemaakt. Door middel van het bevolkingsonderzoek wordt geprobeerd borstkanker in een vroeg stadium op te sporen, waardoor de kans op genezing vergroot en de sterfte aan borstkanker verlaagd wordt. De geschatte gezondheidswinst door het bevolkingsonderzoek is een verlaging van circa 775 sterfgevallen aan borstkanker per jaar. 16 In 2010 zijn er in Nederland bijna 1,2 miljoen vrouwen uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek borstkanker, 81% gaf gehoor aan deze oproep. 20 De opkomst in Den Haag in 2011 (69%) lag aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde in 2010 e. Dit geldt ook voor de andere drie grote steden (figuur 8.4) Landelijk is sinds enige jaren een lichte daling te zien in het opkomstpercentage. 20 De opkomst bij het bevolkingsonderzoek borstkanker ligt vergeleken met autochtone Nederlanders lager bij niet-westerse allochtonen. Uit een onderzoek onder Turkse en Marokkaanse vrouwen in Nederland bleek dat socio-culturele factoren als schaamte en taboe op kanker, gebrek aan vertrouwen in de Nederlandse gezondheidszorg, isolatie van deze vrouwen en een taalbarrière de belangrijkste redenen waren voor de geringere deelname van deze vrouwen Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 % Figuur Baarmoederhalskanker Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Opkomstpercentages bevolkingsonderzoek borstkanker bij vrouwen van 50 tot en met 75 jaar in de vier grote steden. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht, In Nederland wordt per jaar bij ongeveer 700 vrouwen baarmoederhalskanker geconstateerd. Baarmoederhalskanker komt het meest voor bij vrouwen in de leeftijd van 30 tot 55 jaar. 24 In de periode stierven in Nederland jaarlijks rond de 200 vrouwen aan baarmoederhalskanker. 17 In Den Haag stierven in de periode circa 10 vrouwen per jaar aan baarmoederhalskanker. 18 Een infectie met bepaalde typen van het Humaan Papillomavirus (HPV; typen 16 en 18) kan leiden tot baarmoederhalskanker. 19 Samen zijn deze twee typen van het HPV-virus verantwoordelijk voor 70% van de gevallen van baarmoederhalskanker. 25 Andere risicofactoren voor baarmoederhalskanker zijn het hebben van seks op jonge leeftijd en roken. 26 e Na 2010 zijn er landelijk geen opkomstpercentages beschikbaar. 118

120 Baarmoederhalskanker is in een vroeg stadium met een uitstrijkje relatief gemakkelijk op te sporen. Er is in Nederland een bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker om de kans op vroege ontdekking van baarmoederhalskanker te vergroten. Tijdens het bevolkingsonderzoek wordt een uitstrijkje gemaakt. Vrouwen tussen de 30 en 60 jaar ontvangen iedere vijf jaar een uitnodiging voor dit bevolkingsonderzoek. 24,26 De geschatte gezondheidswinst door het bevolkingsonderzoek in Nederland is circa 200 sterfgevallen aan baarmoederhalskanker per jaar minder (200 sterfgevallen in plaats van 400). 26 In 2011 was de landelijke opkomst voor het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker 64%. In deze opkomst was tussen 2007 en 2010 een lichte daling te zien; het opkomstpercentage voor 2011 is ten opzichte van 2010 stabiel gebleven. 27 De opkomst in Den Haag lag met 49% onder het landelijk gemiddelde. Dit geldt ook voor de andere drie grote steden (figuur 8.5) Dit is niet verrassend, omdat vrouwen met een lage sociaal-economische status en vrouwen uit stedelijke gebieden minder deelnemen aan bevolkingsonderzoeken. 28 In Den Haag is het opkomstcijfer tussen 2009 en 2011 gelijk gebleven. 22 % Figuur HPV-vaccinatie Den Haag Amsterdam Rotterdam Utrecht Nederland Opkomstpercentages bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker bij vrouwen van 30 tot 60 jaar in de vier grote steden en in Nederland. Den Haag, Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Nederland, Sinds 2009 is de Humaan Papillomavirus vaccinatie (HPV-vaccinatie) tegen baarmoederhalskanker opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. In het jaar dat meisjes dertien worden, worden ze voor deze vaccinatie opgeroepen. Deze vaccinatie bestaat uit drie inentingen die in een periode van een half jaar worden toegediend. Het opkomstpercentage voor alle drie de inentingen in Den Haag was in % en in %. Dit is lager dan landelijk (respectievelijk 56% en 58%). 29 Voor verdere informatie wordt verwezen naar de rapportage 'De gezondheid van de Haagse jeugd'. 30 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod 119

121 120

122 Literatuur en andere bronnen Hoofdstuk 1 De bevolking van Den Haag 1. Gemeente Den Haag, Dienst Burgerzaken. Den Haag in Cijfers ( Geraadpleegd 10 juni Centraal Bureau voor de Statistiek. Statline ( Bevolking; geslacht, leeftijd, burgerlijke staat en regio, 1 januari Geraadpleegd 12 juni Gemeente Den Haag; Dienst Stedelijke Ontwikkelingen; Programmamanagement, Strategie en Onderzoek. Bevolkingsprognose Den Haag Den Haag, Oudhof K, Harmsen C, Loozen S, Choenni S. Omvang en spreiding van Surinaamse bevolkingsgroepen in Nederland. Bevolkingstrends 2011: Groenewold G, Beer J de. Scenariostudie ontwikkeling multi-etnische samenleving tot 2040, met bijzondere aandacht voor MOE-landers: onderzoeksrapport Ministerie van VROM-WWI. Den Haag: Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI), februari Snel E, Engbersen G, Ilies M, Meij R van der, Hamberg J. De schaduwzijden van de nieuwe arbeidsmigratie. Dakloosheid en overlast van Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten in Den Haag. Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam (afdeling Sociologie), april Centraal Bureau voor de Statistiek. Statline ( Bevolking; geslacht, leeftijd en nationaliteit, 1 januari Geraadpleegd 27 juni Gemeente Den Haag, Onderzoek, Strategie en Projecten. Monitor EU-arbeidsmigranten uit Midden en Oost-Europa, Kwantitatieve beschrijvingen van de instroom en de situatie van Midden- en Oost-Europese migranten in Den Haag. Den Haag, april Heijden PGM van der, Cruyff M, Gils G van. Aantal geregistreerde en niet-geregistreerde burgers uit MOE-landen die in Nederland verblijven. Universiteit Utrecht, januari Verweij A. Wat is sociaaleconomische status? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Thema's\Gezondheidsachterstanden\Sociaaleconomische status, 7 december Geraadpleegd 27 augustus Gezondheidsenquête Gezondheidsenquête Centraal Bureau voor de Statistiek. Statline ( Gemiddeld inkomen; personen in particuliere huishoudens naar kenmerken. Geraadpleegd 15 juni Centraal Bureau voor de Statistiek. Statline ( Beroepsbevolking; geslacht en leeftijd. Geraadpleegd 15 juni Centraal Bureau voor de Statistiek. Statline ( Beroepsbevolking; kerncijfers provincie. Geraadpleegd 17 juni Hoofdstuk 2 Levensverwachting en sterfte 1. Centraal Bureau voor de Statistiek, Statline, ( Levensverwachting; geslacht en leeftijd, vanaf Geraadpleegd 26 augustus Gemeente Den Haag, Dienst Burgerzaken. Gegevens over mortaliteit Den Haag, Gezondheidsenquête Gezondheidsenquête Gemeente Den Haag, Dienst Burgerzaken. Bevolkingsgegevens tot en met Den Haag, Poos MJJC. Sterfte: Wat is de huidige situatie? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Bevolking\Sterfte, 27 februari Geraadpleegd 26 augustus Hoeymans N, Lucht F van der. Sterfte: Zijn er verschillen naar sociaaleconomische status? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Bevolking\Sterfte, 23 september Geraadpleegd 26 augustus Literatuur en andere bronnen Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor

123 Literatuur en andere bronnen Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Foets M, Lucht F van der. Sterfte: Zijn er verschillen naar etniciteit? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Bevolking\Sterfte, 23 september Geraadpleegd 26 augustus Hoofdstuk 3 Lichamelijke gezondheid 1. Gezondheidsenquête Gezondheidsenquête Gemeente Den Haag, Bestuursdienst. Stadsenquête Den Haag, Erkens CGM (KNCV). Wat is tuberculose en welke factoren beïnvloeden de kans op tuberculose? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheid en ziekte\ziekten en aandoeningen\infectieziekten\luchtweginfecties\tuberculose, 11 juni Geraadpleegd 16 september KNCV Tuberculosefonds. Tuberculose in Nederland 2011, Surveillancerapport over de tuberculosesituatie in Nederland. Den Haag, december GGD Den Haag, afdeling Tuberculosebestrijding. Registratie Den Haag, RIVM. Tuberculose Kerncijfers Bilthoven, juni Coul ELM op de, Harbers MM. Aids en hiv-infectie samengevat. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheid en ziekte\ziekten en aandoeningen\infectieziekten\ Soa\Aids en hiv-infectie, 13 juni Geraadpleegd 18 september Stichting HIV Monitoring. Monitoringrapport Human Immunodeficiency Virus (HIV) Infection in the Netherlands Amsterdam, Soetens LC, Koedijk FDH, Broek IVF van den, Vriend HJ, Coul ELM op de, Sighem AI van, Stirbu-Wagner I, Benthem BHB van. Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in RIVM Rapport Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, HAGA-ziekenhuis Den Haag. Registratiegegevens hiv Medisch Centrum Haaglanden, Westeinde-ziekenhuis Den Haag. Registratiegegevens hiv Regionaal soa-centrum Den Haag. Registratie Den Haag, Koedijk FDH, Eysink PED. Wat zijn soa en welke factoren beïnvloeden de kans op soa? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheid en ziekte\ziekten en aandoeningen\infectieziekten\soa, 7 juni Geraadpleegd 18 september Koedijk FDH, Blom CA, Pars LL, Eysink PED. Hoe zijn preventie en zorg van soa georganiseerd? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheid en ziekte\ziekten en aandoeningen\infectieziekten\soa, 7 juni Geraadpleegd 18 september Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn. De gezondheid van de Haagse jeugd, bijlage bij de Gezondheidsmonitor Den Haag Den Haag Soetens LC, Koedijk FDH, Broek IVF van den, Vriend HJ, Coul ELM op de, Sighem AI van, Stirbu-Wagner I, Benthem BHB van. Sexually transmitted infections, including HIV, in the Netherlands in RIVM Rapport Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Hahné SJM. Wat is bof en hoe vaak komt het voor? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheid en ziekte\ziekten en aandoeningen\infectieziekten\ziekten in het Rijksvaccinatieprogramma, 25 februari Geraadpleegd 18 september Hahné SJM, Giesbers H. Bof 1 september augustus In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationale Atlas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Zorgatlas\ Gezondheid en ziekte\ziekten en aandoeningen\infectieziekten, 8 november Geraadpleegd 18 september GGD Den Haag, afdeling infectieziekten. Overzicht aangiften infectieziekten regio Haaglanden. Den Haag

124 21. Hahné SJM. Wat is mazelen en hoe vaak komt het voor? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheid en ziekte\ziekten en aandoeningen\infectieziekten\ziekten in het Rijksvaccinatieprogramma, 2 juli Geraadpleegd 18 september Giesbers H. Mazelen In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationale Atlas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Zorgatlas\Gezondheid en ziekte\ziekten en aandoeningen\ Infectieziekten, 31 oktober Geraadpleegd 2 november Greeff SC de. Wat is kinkhoest en hoe vaak komt het voor? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheid en ziekte\ziekten en aandoeningen\infectieziekten\ziekten in het Rijksvaccinatieprogramma, 7 december Geraadpleegd 18 september Giesbers H, Maas NAT van der. Kinkhoest t/m In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationale Atlas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Zorgatlas\ Gezondheid en ziekte\ziekten en aandoeningen\infectieziekten, 13 juni Geraadpleegd 18 september Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Kinkhoest [online]. Bilthoven: RIVM. ( Geraadpleegd 18 september Gool CH van, Hoeymans N, Picavet, HSJ. Wat is lichamelijk functioneren en hoe wordt het gemeten? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheid en ziekte\ Functioneren en kwaliteit van leven\lichamelijk functioneren /wat is lichamelijk functioneren en hoe wordt het gemeten, 7 december Geraadpleegd 22 augustus Lucht F van der, Polder JJ. Van gezond naar beter. Kernrapport van de Volksgezondheid toekomstverkenning Bilthoven: RIVM, Gemeente Den Haag. WMO monitor Den Haag, Gool CH van, Hoeymans N, Picavet, HSJ. Lichamelijk functioneren samengevat. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheid en ziekte\ Functioneren en kwaliteit van leven\lichamelijk functioneren, 7 december Geraadpleegd 8 augustus Arfken CL, Lach HW, Birge SJ, Miller JP. The prevalence and correlates of fear of falling in elderly persons living in the community. American Journal of Public Health 1994, 84(4): VeiligheidNL. Valongevallen 65-plussers. Ongevalcijfers. Amsterdam, februari Kempen GIJM, Oude Wesselink, SF, Haastrecht JCM van, Zijlstra GAR. Long-term effect on mortality of a multicomponent cognitive behavioural group intervention to reduce fear of falling in older adults: a randomised controlled trial. Age and Aging 2011, 40(4): Gemeente Den Haag, GGD Den Haag. Cijfers gebaseerd op analyse van schouwverslagen van de forensische artsen in Den Haag Den Haag, Centraal Bureau voor de Statistiek. Statline, ( Doodsoorzaken; niet-natuurlijke dood, diverse kenmerken. Geraadpleegd 9 september Hoofdstuk 4 Geestelijke gezondheid 1. Kessler RC, Barker PR, Colpe LJ, Epstein JF, Gfroerer JC, Hiripi E, Howes MJ, Normand SLT, Manderscheid RW, Walters EE, Zaslavsky AM. Screening for serious mental illness in the general population. Archives of General Psychiatry 2003, 60(2): Gezondheidsenquête Gezondheidsenquête Burger I. Resultaten registratie suïcidaal gedrag. Epidemiologisch bulletin 2013, 48(1-2): Gilissen R. Kenmerken van personen overleden aan zelfdoding. Onderzoek van de GGD Den Haag in samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek. GGD Den Haag, afdeling Epidemiologie, Den Haag Schmidtke A, Bille-Brahe U, Leo D de e.a. Suicidal Behaviour in Europe: results from the WHO/EUR Multicentre Study on Suicidal Behaviour. Göttingen Germany: Hogrefe & Huber Publishers; Literatuur en andere bronnen Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor

125 Literatuur en andere bronnen 7. Bergen D van. Suicidal Behavior of Young Migrant Women in The Netherlands: a Comparative Study of Minority and Majority Women. Proefschrift. Vrije Universiteit Amsterdam. Amsterdam, Razum O, Zeeb H. Suizidsterblichkeit unter Türkinnen en Türken in Deutschland. Der Nevenartz 2004, 11: Yilmaz AT, Riecher-Rössler A. Attempted Suicide in Immigrants from Turkey: a Comparison with Swiss Suicide Attempters. Psychopathology 2012; juli Devrimci-Ozguven H, Sayil I. Suicide Attempts in Turkey: Results of the WHO-EURO Multicentre Study on Suicidal Behaviour. Can J Psychiatry 2003, 48(5): Turhan E, Inandi T, Aslan M, Zeren C. Epidemiology of Attempted Suicide in Hatay, Turkey. Neurosciences 2011, 16(4): Bhugra D. Suicidal Behavior in South Asians in the UK. Crisis 2002, 23(3): Graafsma T, Kerkhof A, Gibson D, Badloe R, Beek LM van de.high Rates of suicide and attempted suicide using pesticides in Nickerie, Suriname, South America. Crisis 2006, 27(2): Salverda E. Laat me los, hou me vast: verslag van een kwalitatief onderzoek naar het psychisch welbevinden van dertig Haagse meisjes van Hindostaanse afkomst. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, GGD, afdeling Epidemiologie. Den Haag, maart Salverda E. Wel en wee: Turks-Nederlandse meisjes aan het woord over hun leven. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, GGD, afdeling Epidemiologie. Den Haag, april Ozdel O, Varma G, Atesci FC, Ogunzhanoglu NK, Karadag F, Amuk T. Characteristics of Suicidal Behavior in a Turkish Sample. Crisis 2009, 30(2): Leeuwen N van, Rodgers R, Régner I, Chabrol H. The role of acculturation in suicidal ideation among second-generation immigrant adolescents in France. Transcultural Psychiatry 2010, 47: Hoofdstuk 5 Sociale gezondheid Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Veenhoven R. Gezond Geluk: effecten van geluk op gezondheid en wat dat kan betekenen voor de preventieve gezondheidszorg. Verkenningstudie in het kader van het programma Gezond leven van ZonMW. Rotterdam, januari Beuningen J van, Moonen L. Gezondheid belangrijker voor geluk dan leefstijl. Bevolkingstrends 2013, april: Beuningen J van, Kloosterman R. Subjectief welzijn: welke factoren spelen een rol? Bevolkingstrends 2011, 59: Gezondheidsenquête Fokkema T, Tilburg T van. Aanpak van eenzaamheid: helpt het? Een vergelijkend effect- en procesevaluatie-onderzoek naar interventies ter voorkoming en vermindering van eenzaamheid onder ouderen. Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut, rapport nr. 69. Den Haag, Savelkoul M, Tilburg TG van. Wat is eenzaamheid en hoe wordt het gemeten? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, ( Nationaal Kompas\ Volksgezondheid\ Gezondheidsdeterminanten\ Omgeving\ Sociale leefomgeving\ Eenzaamheid, 20 september Geraadpleegd 27 juni Gezondheidsenquête Kempen GIJM, Ranchor AV, Ormel J, Sonderen E van, Jaarsveld CHM van, Sanderman R. Perceived control and long-term changes in disability in late middle-aged and older persons: an eight-year follow-up study. Psychology and Health 2005, 20(2): Pearlin LJ, Schooler C. The structure of coping. Journal of Health and Social Behaviour 1978, 19: Jehoel-Gijsbers G. Sociale uitsluiting in Nederland. SCP-publicatie 2004/17. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, Hoff S, Vrooman C. Dimensies van sociale uitsluiting: Naar een verbeterd meetinstrument. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, Bergen A van, Loon A van. Methodologische toelichting bij de Sociale Uitsluitingsindex Gezondheidsenquête. Academische Werkplaats OGGZ G4-USER, Amsterdam, augustus Gemeente Den Haag, afdeling Onderzoek, Strategie & Projecten. Monitor Den Haag Onder Dak Den Haag

126 14. Gilissen R. Winterkoudeonderzoek 2011/2012. Rapportage Den Haag. Academische Werkplaats OGGZ G4-USER; GDD Den Haag, Buster M, Hansen M, Wit M de et al. Feitelijk dakloos in de G4. G4-USER. Amsterdam, Dijk T van, Flight S, Oppenhuis E, Duesmann B. Huiselijk geweld: aard, omvang en hulpverlening. Den Haag: Ministerie van Justitie, Gemeente Den Haag, Bestuursdienst. Stadsenquête. Den Haag, Politie Haaglanden, Unit Huiselijk Geweld. Registratie incidenten huiselijk geweld Den Haag, Steunpunt Huiselijk Geweld regio Den Haag. Jaarverslag Den Haag, Website huiselijk geweld. Geraadpleegd 18 juli Literatuur en andere bronnen Hoofdstuk 6: Leefstijl 1. Bakel AM van. Lichamelijke activiteit samengevat. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\ Gezondheidsdeterminanten\Leefstijl\Lichamelijke activiteit, 11 juni Geraadpleegd 19 juni Hildebrandt VH, Bernaards CM, Stubbe JH. Trendrapport bewegen en gezondheid Leiden: TNO, Gezondheidsenquête Gezondheidsenquête Gemeente Den Haag, Bestuursdienst. Stadsenquête Den Haag, Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn. De gezondheid van de Haagse jeugd, bijlage bij de Gezondheidsmonitor Den Haag Den Haag Kranen HJ van, Raaij JMA van, Bakel AM van. Wat is de relatie tussen voeding en gezondheid? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Determinanten\Leefstijl\Voeding, 26 maart Geraadpleegd 19 juni Bakel AM van, Raaij JMA van. Wat is gezonde voeding? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\ Gezondheidsdeterminanten\Leefstijl\Voeding, 26 maart Geraadpleegd 19 juni Nicklas TA, O Neil C, Myers, L. The importance of breakfast consumption to nutrition of children, adolescents, and young adults. Nutrition Today 2004, 39(1): Visscher TLS, Bakel AM van, Zantinge EM. Overgewicht samengevat. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheidsdeterminanten\Persoonsgebonden\Overgewicht, 4 november Geraadpleegd 17 juli Visscher TLS, Bakel AM van, Zantinge EM. Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van overgewicht? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\ Gezondheidsdeterminanten\Persoonsgebonden\Overgewicht, 23 november Geraadpleegd 17 juli Visscher TLS, Bakel AM van, Zantinge EM. Overgewicht: Hoe wordt het gemeten? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheidsdeterminanten\Persoonsgebonden\Overgewicht, 23 november Geraadpleegd 17 juli Wilde JA de, Keetman M, Middelkoop BJ. Aantal kinderen met overgewicht in Den Haag blijft zorgwekkend hoog. Epidemiologisch bulletin 2012, 47(4): Laar MW van, Cruts AAN, Ooyen-Houben MMJ van, Meijer RF, Brunt T, Croes EA, Ketelaars APM. Nationale Drug Monitor - Jaarbericht Utrecht: Trimbos Instituut, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor

127 Literatuur en andere bronnen Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor Gelder BM van, Poos MJJC, Zantinge EM. Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van roken? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\ Gezondheidsdeterminanten\ Leefstijl\ Roken, 13 december Geraadpleegd 6 augustus GGD Den Haag, Epidemiologie en Jeugdgezondheidszorg. Peilstationonderzoek Genotmiddelengebruik Scholieren Basisonderwijs Den Haag Den Haag: Gemeente Den Haag, GGD Den Haag, Epidemiologie en Jeugdgezondheidszorg. Peilstationonderzoek Genotmiddelengebruik Scholieren Voortgezet Onderwijs Den Haag Den Haag: Gemeente Den Haag, Verdurmen J, Monshouwer K, Dorsselaer S van, Lokman S, Vermeulen-Smit E, Vollebergh W. Jeugd en riskant gedrag Kerngegevens uit het peilstationsonderzoek scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut, Kuunders MMAP, Laar MW van. Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van alcoholgebruik? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\ Gezondheidsdeterminanten\ Leefstijl\ Alcoholgebruik, 24 maart Geraadpleegd 2 september Dijck D van, Knibbe RA. De prevalentie van probleemdrinken in Nederland. Een algemeen bevolkingsonderzoek. Maastricht: Universiteit Maastricht, Parnassia Addiction Research Centre (PARC)/Brijder Palier/ Parnassia Bavo Groep. Voorlopige kerncijfers Brijder Den Haag, Jellinek, Geraadpleegd op 11 september Bieleman B, Biesma S, Kruize A, Zimmerman C, Boendermaker M, Nijkmap R, Bak T. Gokken in Kaart. Tweede meting aard en omvang kansspelen in Nederland. December Groningen-Rotterdam: Intraval, Wisselink DJ, Kuypers WGT, Mol A. Kerncijfers verslavingszorg Landelijke Alcohol en Drugsinformatiesysteem (LADIS). Houten: Stichting Informatievoorziening zorg (IVZ), mei Brug J, Assema P van, Lechner L. Gezondheidsvoorlichting en gedragsverandering. Een planmatige aanpak. 8e druk. Assen: Koninklijke Van Gorcum, Hoofdstuk 7 Leefomgeving 1. Gezondheidsenquête Maas J. Vitamin G. Green environments Healthy environments [dissertation]. Utrecht: Universiteit Utrecht; Geraadpleegd 18 juli Environmental Protection Agency (EPA). Reducing urban heat islands: Compendium of strategies. Washington: EPA; Meer G de, Aarts F, van den Broek I, van Bruggen M et al. GGD richtlijn medische milieukunde zomerse omstandigheden. RIVM-rapportnr Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), november Fischer PH, Bree L van, Diederen HSMA. Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van grootschalige luchtverontreiniging? In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheidsdeterminanten\Omgeving\Fysieke leefomgeving\lucht, 20 september Geraadpleegd 13 september Hoek G, Brunekreef B, Goldbohm S, Fischer P, Brandt PA van den. Association between mortality and indicators of traffic-related air pollution in the Netherlands; a cohort study. Lancet 2002, 360(9341): Raaschou-Nielsen O, Andersen ZJ, Beelen R, Samoli E, Stafoggia M, Weinmayr G et al. Air pollution and lung cancer incidence in 17 European cohorts: prospective analyses from the European Study of Cohorts for Air Pollution Effects (ESCAPE). Lancet Oncol. 2013;14(9): Gemeente Den Haag. Voortgangsrapportage Actieplan luchtkwaliteit Den Haag. Den Haag: maart Berglund B, Lindvall T, et al. WHO Guidelines for Community Noise. Kopenhagen: WHO,

128 11. Babisch W. Transportation noise and cardiovascular risk: Updated review and synthesis of epidemiological studies indicate that the evidence has increased. Noise Health 2006; 8(30): Kempen EEMM van, Kamp I van, Stellato RK, Houthuijs DJM, Fischer PH. Het effect van geluid van vlieg- en wegverkeer op cognitie, hinder beleving en de bloeddruk van basisschoolkinderen. RIVM-rapport nr Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Gezondheidsenquête Haag htm. Geraadpleegd 18 juli Hagens WI, Overveld AJP van, Fischer PH, Gerlofs-Nijland ME, Cassee FR. Gezondheidseffecten van houtrook: een literatuurstudie. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), Planbureau voor Leefomgeving. Ernstige geurhinder 2010 (webdocument 0045, versie 01, ) PBL: Den Haag/Bilthoven, Jongeneel WP, Hertog FRJ den. Binnenmilieu samengevat. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationaal Kompas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM, ( Nationaal Kompas Volksgezondheid\Gezondheidsdeterminanten\Omgeving\Fysieke leefomgeving\binnenmilieu, 23 juni Geraadpleegd 13 september Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn. De gezondheid van de Haagse jeugd, bijlage bij de Gezondheidsmonitor Den Haag Den Haag Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn. Afdeling Leefomgeving. Persoonlijke communicatie. Den Haag, oktober Literatuur en andere bronnen Hoofdstuk 8 Zorgvoorzieningen, zorgvraag en zorgaanbod 1. Gezondheidsenquête Centraal Bureau voor de Statistiek. Statline, ( Medische contacten, ziekenhuisopname, medicijnen; persoonskenmerken. Geraadpleegd 9 juli Gezondheidsenquête Centraal Bureau voor de Statistiek. Ongeveer drie kwart bezoekt jaarlijks huisarts en tandarts. Webmagazine, dinsdag 2 juli Geraadpleegd 9 juli Verkleij H, Verheij RA. Zorg in de grote steden. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM), juni Stichting Lijn1, ROS-Wijkscan. Den Haag, Hassel DTP van, Kenens RJ. Cijfers uit de registratie van huisartsen. Peiling 2012 Utrecht: Nivel, februari Hingstman L, Hassel DTP van, Kenens RJ. Cijfers uit de registratie van verloskundigen. Peiling Utrecht: Nivel, januari Geboortekliniek Den Haag. Registratie Den Haag, Geboortehotel Haga Den Haag. Registratie Den Haag, Expertisecentrum mantelzorg. ( Geraadpleegd 21 mei Centraal Bureau voor de Statistiek. 220 duizend Nederlanders voelen zich zwaar belast door mantelzorg. Persbericht, maandag 22 april Geraadpleegd 21 mei Oudijk D, Boer A de, Woittiez I, Timmermans J, Klerk M de. Mantelzorg uit de doeken. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), Gemeente Den Haag, Bestuursdienst. Stadsenquête Den Haag, Parnassia Groep. Registratiegegevens Den Haag, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Bevolkingsonderzoek Borstkanker Nederland [online]. Bilthoven: RIVM. ( Geraadpleegd 13 mei Centraal Bureau voor Statistiek. Statline, ( Doodsoorzaken; korte lijst (belangrijkste doodsoorzaken), leeftijd, geslacht. Geraadpleegd 13 mei Zwakhals SLN, Giesbers H, Deuning CM. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationale Atlas Volksgezondheid. Bilthoven: RIVM ( Zorgatlas/Gezondheid en ziekte/sterfte/ Sterfte naar doodsoorzaken, 9 maart Geraadpleegd 13 mei Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor

129 Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 Literatuur en andere bronnen 19. Arnold M. Etnic Hetereogenity of Cancer in Europe. Lessons from registry-based studies in migrants [dissertation]. Rotterdam: Erasmus Universiteit, Landelijk Evaluatie Team voor bevolkingsonderzoek naar Borstkanker (LETB). LETB rapportage 2012, belangrijkste resultaten 2010 bevolkingsonderzoek borstkanker. Rotterdam: Erasmus Medisch Centrum, december Bevolkingsonderzoek Zuid-West. Jaarverslag Rotterdam, mei Bevolkingsonderzoek Midden-West. Jaarverslag Amsterdam, mei Muijsenbergh M van den, Vermeer B. Geringe deelname migrantenvrouwen aan borstkankerscreening. Epidemiologisch bulletin, 2011, 46(1): KWF Kankerbestrijding. Geraadpleegd 13 mei Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Prik en Bescherm [online]. Bilthoven: RIVM. ( Geraadpleegd 30 mei Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker [online]. Bilthoven: RIVM. ( Onderwerpen/B/Bevolkingsonderzoek_baarmoederhalskanker). Geraadpleegd 13 mei Landelijke Evaluatie Bevolkingsonderzoek Baarmoederhalskanker (LEBA). LEBA rapportage tot en met Rotterdam: Erasmus Medisch Centrum, maart Leeuwen AWFM van, Nooijer P de, Hop WCJ. Screening for cervical carcinoma. Participation and results for ethnic groups and socioeconomic status. Cancer Cytopathol 2005, 105: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Vaccinatiegraad Rijksvaccinatie programma Nederland, verslagjaar Bilthoven: RIVM, juni Gemeente Den Haag, Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn. De gezondheid van de Haagse jeugd, bijlage bij de Gezondheidsmonitor Den Haag Den Haag

130 Afkortingen- en begrippenlijst ADL-beperking Aids BMI BMR-vaccin BOPZ CBS CCP db G4 GBA GGD GGZ GHB Haga HAVO HBO HDL-beperking Hiv HPV IBS LO LBO MAVO MBO MCH MDR-tuberculose MOE-landen NNGB OGGZ Paddo s PGB RIVM SCP SES SHG SOA VMBO VU VVT VWO WHO WO WOZ XDR-tuberculose XTC Wijken met achterstand Beperking in Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen Acquired Immuno Deficiency Syndrome Body Mass Index Vaccinatie tegen Bof, Mazelen, Rode Hond Bijzondere Opnemingen Psychiatrische Ziekenhuizen Centraal Bureau voor de Statistiek Centraal Coördinatiepunt Decibel Vier grote steden van Nederland: Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en Utrecht Gemeentelijke Basis Administratie Gemeentelijke Gezondheidsdienst Geestelijke Gezondheidszorg Gamma-hydroxybutyraat Haga ziekenhuis; ontstaan uit fusie drie Haagse ziekenhuizen Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Hoger Beroepsonderwijs Beperking in Huishoudelijke Dagelijkse Levensverrichtingen Humane immuundeficiëntie virus Humaan Papillomavirus Inbewaringstelling Lager Onderwijs Lager Beroepsonderwijs Middelbaar Algemeen Voortgezet Onderwijs Middelbaar Beroepsonderwijs Medisch Centrum Haaglanden Multi (drug)resistente tuberculose Midden en Oost-Europese landen Nederlandse Norm Gezond Bewegen Openbare Geestelijke Gezondheidszorg Hallucinogene paddenstoelen Persoonsgebonden budget Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Sociaal en Cultureel Planbureau Sociaal-economische status Steunpunt Huiselijk Geweld Seksueel Overdraagbare Aandoening(en) Voorbereidend Middelbaar Beroepsonderwijs Vrije Universiteit (Amsterdam) Veilig Verder Team Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Wereld Gezondheidsorganisatie / World Health Organization Wetenschappelijk Onderwijs Waardering Onroerende Zaken Extensieve (drug)resistente tuberculose Ecstasy Wijken met achterstand in Den Haag zijn: Stationsbuurt, Schildersbuurt, Transvaalkwartier, Bouwlust/ Vrederust, Morgenstond, Moerwijk, Regentessekwartier, Groente- en Fruitmarkt, Laakkwartier en Spoorkwartier. Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 Afkortingen- en begrippenlijst 129

131

132 Colofon De Gezondheidsmonitor Den Haag 2014 is een uitgave van: Gemeente Den Haag GGD Den Haag / GGD Haaglanden Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Productgroep Epidemiologie en Gezondheidsbevordering Afdeling Epidemiologie Postbus BC Den Haag tel: [email protected]; [email protected] Overname van gegevens is toegestaan, mits voorzien van duidelijke bronvermelding. Oplage: Vormgeving: Drukker: exemplaren Narville b.v. Naaldwijk Ricoh-Zalsman Zwolle De Gezondheidsmonitor Den Haag 2014 is gedrukt op Houtvrij Silk MC (FSC). Den Haag, 14 januari Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn, Gemeente Den Haag Gezondheidsmonitor 2014 Colofon 131

133

134 Gezondheidsmonitor Den Haag 2014

Gezondheid van volwassenen en ouderen; een gebiedsgerichte

Gezondheid van volwassenen en ouderen; een gebiedsgerichte epidemiologie Gezondheid van volwassenen en ouderen; een gebiedsgerichte analyse Een rapportage met gezondheidsgegevens per Haagse aandachtswijk 1 Stationsbuurt/ Rivierenbuurt 2 Schildersbuurt 3 Transvaalkwartier

Nadere informatie

V O LW A S S E N E N

V O LW A S S E N E N LICHAMELIJKE GEZONDHEID V O LW A S S E N E N Volwassenen 2009 2 Volwassenenonderzoek 2009 Om inzicht te krijgen in de van de inwoners in haar werkgebied, heeft de GGD Zuid-Holland West in 2009 een schriftelijke

Nadere informatie

Volwassenen (19-65 jaar) Geldermalsen

Volwassenen (19-65 jaar) Geldermalsen man vrouw Aantal correct ingevulde vragenlijsten, bruikbaar voor analyse Volwassenen (19-65 jaar) Geldermalsen 19-35 jaar 35-50 jaar Opleidingsniveau 50-65 jaar laag midden hoog Totaal Regio Rivierenland

Nadere informatie

geconstateerde prijsstijging in Nederland en Haaglanden ligt daarmee boven het inflatiecijfer.

geconstateerde prijsstijging in Nederland en Haaglanden ligt daarmee boven het inflatiecijfer. Ontwikkeling Koopmarkt Den Haag en Haaglanden, 2 e helft en het jaar Halfjaarbericht koopmarkt nr. 16, april 2007 Inleiding In dit bericht wordt een overzicht gegeven van de ontwikkelingen van de koopmarkt

Nadere informatie

Leeswijzer Gezondheidspeiling tabellen Deze leeswijzer geldt ook voor tabellen van de Inwonersenquête van Interne Bedrijf Onderzoek, Gemeente Utrecht

Leeswijzer Gezondheidspeiling tabellen Deze leeswijzer geldt ook voor tabellen van de Inwonersenquête van Interne Bedrijf Onderzoek, Gemeente Utrecht Leeswijzer Gezondheidspeiling tabellen Deze leeswijzer geldt ook voor tabellen van de Inwonersenquête van Interne Bedrijf Onderzoek, Gemeente Utrecht In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend

Nadere informatie

Volwassenen (19-65 jaar) Wijchen

Volwassenen (19-65 jaar) Wijchen man vrouw 19-35 jaar Aantal correct ingevulde vragenlijsten, bruikbaar voor analyse Achtergrond en algemene kenmerken Volwassenen (19-65 jaar) Wijchen 35-50 jaar Opleidingsniveau 50-65 jaar laag midden

Nadere informatie

Volwassenen (19-65 jaar) Druten

Volwassenen (19-65 jaar) Druten Volwassenen (19-65 jaar) Druten Opleidingsniveau man vrouw 19-35 jaar 35-50 jaar 50-65 jaar laag midden hoog Totaal Regio Nijmegen Oost NL 2012 Totaal 2008 Aantal correct ingevulde vragenlijsten, bruikbaar

Nadere informatie

Volwassenen (19-65 jaar) West Maas en Waal

Volwassenen (19-65 jaar) West Maas en Waal Volwassenen (19-65 jaar) West Maas en Waal Opleidingsniveau man vrouw 19-35 jaar 35-50 jaar 50-65 jaar laag midden hoog Totaal Regio Nijmegen Oost NL 2012 2008 Aantal correct ingevulde vragenlijsten, bruikbaar

Nadere informatie

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013

Samenvatting Twente. 2 van 6 Kernboodschappen Twente. Versie 2, oktober 2013 Samenvatting Twente Versie 2, oktober 2013 Twente varieert naar stad en platteland In Twente wonen 626.500 mensen waarvan de helft woont in één van de drie grote steden. Tot 2030 zal de Twentse bevolking

Nadere informatie

Kernboodschappen Gezondheid Enschede

Kernboodschappen Gezondheid Enschede Kernboodschappen Gezondheid Enschede De GGD Twente verzamelt in opdracht van de gemeente Enschede epidemiologische gegevens over de gezondheid van de bevolking in Enschede en de factoren die hierop van

Nadere informatie

Ouderen (65+) Heumen Opleidingsniveau

Ouderen (65+) Heumen Opleidingsniveau man vrouw 65-74 jaar 75+ jaar laag midden hoog Totaal 65+ Regio Nijmegen Oost NL 2012 Aantal correct ingevulde vragenlijsten, bruikbaar voor analyse 320 312 336 296 310 122 189 632 6233 17015 619 Achtergrond

Nadere informatie

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M.

Regionale VTV 2011. Levensverwachting en sterftecijfers. Referent: Drs. M.J.J.C. Poos, R.I.V.M. Regionale VTV 2011 Levensverwachting en sterftecijfers Regionale Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2011 Hart voor Brabant Deelrapport Levensverwachting en sterftecijfers Auteurs: Dr. M.A.M. Jacobs-van

Nadere informatie

KERNCIJFERS VOLWASSENEN- EN OUDERENPEILING 2012 TEYLINGEN --> SASSENHEIM, VOORHOUT, WARMOND

KERNCIJFERS VOLWASSENEN- EN OUDERENPEILING 2012 TEYLINGEN --> SASSENHEIM, VOORHOUT, WARMOND KERNCIJFERS VOLWASSENEN- EN OUDERENPEILING 2012 TEYLINGEN --> SASSENHEIM, VOORHOUT, WARMOND De waarden die in de tabellen worden weergegeven zijn percentages, tenzij anders aangegeven. Sassenheim Voorhout

Nadere informatie

Etniciteit volgens CBS-classificatie (uit GBA) Oldenzaal Twente hoog (HBO,

Etniciteit volgens CBS-classificatie (uit GBA) Oldenzaal Twente hoog (HBO, Monitor Volwassenen 2012 Etniciteit volgens CBS-classificatie (uit GBA) Nederlands 84 88 79 88 89 83 84 91 86 83 Marokkaans 0 0 0 0 0 0 0 0 0 1 Turks 9 2 12 6 2 6 9 1 6 4 Surinaams 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0

Nadere informatie

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011

Sociaal-economische schets van Leiden Zuidwest 2011 Sociaal-economische schets van Zuidwest 2011 Zuidwest is onderdeel van het en bestaat uit de buurten Haagwegnoord en -zuid, Boshuizen, Fortuinwijk-noord en -zuid en de Gasthuiswijk. Zuidwest heeft een

Nadere informatie

Demografie in Schildersbuurt-Oost

Demografie in Schildersbuurt-Oost Aantal inwoners Demografie in Schildersbuurt-Oost De buurt Schildersbuurt-Oost ligt in stadsdeel 5 Centrum en heeft 7.332 inwoners. Aantal inwoners De gemeente Den Haag telde op 1 januari 2015 515.739

Nadere informatie

Lichamelijke gezondheid

Lichamelijke gezondheid Lichamelijke gezondheid Deelrapportage met resultaten uit de gezondheidsenquête volwassenen/ouderen 2010 De ervaren gezondheid is een samenvattende gezondheidsmaat van alle gezondheidsaspecten zoals de

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016

Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 2016 1 Monitor Jeugdwerkloosheid Amsterdam over 20 Fact sheet april 20 De totale werkloosheid onder Amsterdamse jongeren is het afgelopen jaar vrijwel gelijk gebleven aan 2015. Van de 14.000 Amsterdamse jongeren

Nadere informatie

In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie.

In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend bij een bepaald thema. De tabellen zijn toegespitst op de door u opgevraagde leeftijdscategorie. Leeswijzer Gezondheidspeiling tabellen Deze leeswijzer geldt ook voor tabellen van de Inwonersenquête van Interne Bedrijven Onderzoek, Gemeente Utrecht In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend

Nadere informatie

Voorlopig tabellenboek Volwassenen- en seniorenenquête 2012 Flevoland

Voorlopig tabellenboek Volwassenen- en seniorenenquête 2012 Flevoland Voorlopig tabellenboek Volwassenen- en seniorenenquête 2012 Flevoland 1 Dit is een voorlopige uitgave. Na de zomer 2013 komen definitieve tabellen beschikbaar. Gezondheidsenquête: volwassenen en senioren

Nadere informatie

Monitor Volwassenen 2012

Monitor Volwassenen 2012 Monitor Volwassenen 2012 Enschede Man Vrouw 19-35 jaar 35-50 jaar 50-65 jaar Aantal 149 217 114 113 139 131 116 115 366 6439 Geslacht Man 100 0 48 49 50 34 55 58 49 50 Vrouw 0 100 52 51 50 66 45 42 51

Nadere informatie

Leeswijzer Gezondheidspeiling tabellen Deze leeswijzer geldt ook voor tabellen van de Inwonersenquête van Interne Bedrijf Onderzoek, Gemeente Utrecht

Leeswijzer Gezondheidspeiling tabellen Deze leeswijzer geldt ook voor tabellen van de Inwonersenquête van Interne Bedrijf Onderzoek, Gemeente Utrecht Leeswijzer Gezondheidspeiling tabellen Deze leeswijzer geldt ook voor tabellen van de Inwonersenquête van Interne Bedrijf Onderzoek, Gemeente Utrecht In de volgende werkblad(en) staan tabellen behorend

Nadere informatie

Lichamelijke gezondheid (19-64 jaar)

Lichamelijke gezondheid (19-64 jaar) 2a GEZONDHEIDSPEILING 2005 Het doel van de gezondheidspeiling is het volgen van ontwikkelingen in gezondheid en gezond gedrag. Ruim.0 personen in de leeftijd van t/m 94 in de regio Zuid-Holland Noord hebben

Nadere informatie

fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe Aantal senioren sterk gestegen Aantal 65-plussers in Fryslân, /2012

fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe  Aantal senioren sterk gestegen Aantal 65-plussers in Fryslân, /2012 Vergrijzing in Fryslân fluchskrift Vergrijzing in Fryslân neemt toe In Fryslân wonen op 1 januari 2011 647.282 inwoners. De Friese bevolking groeit nog jaarlijks. Sinds 2000 is het aantal inwoners toegenomen

Nadere informatie

Doelgroep VGZ en GZO in 2 categorieen VGZ GZO

Doelgroep VGZ en GZO in 2 categorieen VGZ GZO Gezondheidsmonitor 2016 in cijfers: tabellenboek 19+ voor gemeente HEUMEN. Onderzoek 2016/2017, GGD Gelderland Zuid Toelichting: de n (aantal respondenten per vraag) kan verschillen. Een! betekent minder

Nadere informatie

De gezondheid van de Haagse jeugd. Bijlage bij de Gezondheidsmonitor Den Haag 2014

De gezondheid van de Haagse jeugd. Bijlage bij de Gezondheidsmonitor Den Haag 2014 De gezondheid van de Haagse jeugd Bijlage bij de Gezondheidsmonitor Den Haag 2014 De gezondheid van de Haagse jeugd Bijlage bij de Gezondheidsmonitor Den Haag 2014 Uitgave van gemeente Den Haag Dienst

Nadere informatie

Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Samenvatting Noaberkracht Dinkelland Tubbergen Versie 1, oktober 2013 Bevolkingskrimp en vergrijzing punt van aandacht in Noaberkracht Dinkelland Tubbergen In Noaberkracht Dinkelland Tubbergen wonen 47.279

Nadere informatie

Volwassenen in Assen

Volwassenen in Assen Volwassenen in Resultaten van het volwassenenonderzoek 2016 Over de gezondheid en leefgewoonten van Drentse volwassenen Juli 2017 Colofon: Uitgave: GGD Epidemiologie, [email protected] Auteurs:

Nadere informatie

Demografische gegevens ouderen

Demografische gegevens ouderen In dit hoofdstuk worden de demografische gegevens van de doelgroep ouderen beschreven. We spreken hier van ouderen indien personen 55 jaar of ouder zijn. Dit omdat gezondheidsproblemen met name vanaf die

Nadere informatie

8. Werken en werkloos zijn

8. Werken en werkloos zijn 8. Werken en werkloos zijn In 22 is de arbeidsdeelname van allochtonen niet meer verder gestegen. Onder autochtonen is het aantal personen met werk nog wel licht toegenomen. De arbeidsdeelname onder Surinamers,

Nadere informatie

Gezondheidsmonitor 2010

Gezondheidsmonitor 2010 Gezondheidsmonitor 2010 Gemeente Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Productgroep Epidemiologie, Maatschappelijke zorg & Gezondheidsbevordering Afdeling Epidemiologie Den Haag, 8 januari 2010

Nadere informatie

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald

Niet-westerse allochtonen behoren minder vaak tot de werkzame beroepsbevolking 1) Arbeidsdeelname niet-westerse allochtonen gedaald 7. Vaker werkloos In is de arbeidsdeelname van niet-westerse allochtonen gedaald. De arbeidsdeelname onder rs is relatief hoog, zes van de tien hebben een baan. Daarentegen werkten in slechts vier van

Nadere informatie