Basisregistratie Ondergrond (BRO) Catalogus
|
|
|
- Sonja Groen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Basisregistratie Ondergrond (BRO) Catalogus Grondwatermonitoringput Datum augustus 2015 Versie 0.6
2
3 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke Ontwikkeling Plesmanweg 1-6 Den Haag Algemeen contact Programmabureau BRO Directoraat-Generaal Ruimte en Water Versie 0.6 Auteur TNO Geologische Dienst Nederland Pagina 3 van 69
4 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 Inhoudsopgave 1 Inleiding Doel en doelgroep Samenhang met andere documentatie Leeswijzer Algemene kenmerken en begrippen Opzet van het systeem Registratieobject Registratiedomein Kwaliteitsregime Formele en materiële historie gegeven Coördinaten en referentiestelsel Gegevens op land en op zee Nauwkeurigheid van getalswaarden Authenticiteit en verplichte waarde Grondwatermonitoringput grondwatermonitoring Grondwateronderzoek Registratieobject Grondwatermonitoringput model van registratieobject, entiteiten en attributen Inleiding domeinen Verplichte gegevens, verplichte waarden Attributen met geschiedenis Registratieobject Pagina 4 van 69
5 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie Beschrijving van de domeinen van het type codelijst Pagina 5 van 69
6 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie Inleiding 1.1 Doel en doelgroep In de basisregistratie ondergrond (BRO) wordt een aantal typen gegevens geregistreerd, de registratieobjecten. Een van de registratieobjecten is de grondwatermonitoringput. De catalogus is de gegevensdefinitie van de grondwatermonitoringput en beschrijft welke gegevens over dit registratieobject in de BRO zijn opgeslagen. Het document is bedoeld voor alle gebruikers van de BRO en moet duidelijk maken welke gegevens er in het systeem zitten. Aan dataleveranciers moet het vertellen welke gegevens in de basisregistratie ondergrond moeten komen, en aan dataafnemers welke gegevens zij in de basisregistratie ondergrond mogen verwachten. Het document is voor een breed publiek bedoeld en de informatie moet naast precies ook begrijpelijk zijn. 1.2 Samenhang met andere documentatie Voor ieder registratieobject worden de volgende beschrijvende documenten opgesteld: de catalogus de handboeken voor inname en uitgifte de koppelvlakbeschrijvingen voor inname en uitgifte. In de catalogus staan de definities van alle entiteiten en attributen van het registratieobject beschreven. Tevens zijn hierin een beschrijving van de kardinaliteit (het aantal keer dat de entiteit of het attribuut voorkomt), regels voor het gebruik en de waarden die toegestaan zijn voor de attributen te vinden. Tot slot wordt de samenhang tussen de entiteiten beschreven. De catalogus beschrijft dus de inhoud van de BRO en vormt de basis voor de andere beschrijvende documenten. Een handboek voor inname of uitgifte beschrijft het proces dat bij inname of uitgifte van gegevens wordt doorlopen. In een handboek worden ook de gegevens gedefinieerd die betrekking hebben op het proces van inname of uitgifte. Om te zien wat er aangeleverd moet worden of wat er uitgeleverd kan worden, heeft men de catalogus nodig. De koppelvlakbeschrijvingen zijn geschreven voor softwareontwikkelaars. Op basis van de twee vorige typen documenten staat hierin beschreven hoe de gegevens van het Pagina 6 van 69
7 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 registratieobject en de bijbehorende transacties worden vertaald naar het technische koppelvlak dat is gerealiseerd door webservices. De koppelvlakbeschrijving gaat dus in op de technische realisatie van de transacties waarbinnen het registratieobject wordt uitgewisseld. Deze documenten hangen samen zoals hieronder afgebeeld. Figuur 1: Samenhang van de documentatie. Naast deze documenten is er een document dat het systeem van de BRO als geheel beschrijft met als titel BRO-architectuur. In dat document wordt het ontwerp en de algemene werking van de basisregistratie ondergrond beschreven. Het document BRO-architectuur is alleen nog in een eerste en prille versie beschikbaar. 1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 1 geeft het doel en de doelgroep, de samenhang met andere documenten en de versiehistorie van deze catalogus. Pagina 7 van 69
8 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 Hoofdstuk 2 behandelt enkele algemene aspecten van het BROsysteem en behandelt begrippen van algemene aard. Hoofdstuk 3 legt uit wat de grondwatermonitoringput is, wat de plaats is van het object in de gegevenssystematiek van de BRO en vertelt wat de benadering is geweest bij het opstellen van de gegevensdefinitie. Hoofdstuk 4 geeft de definitie van het registratieobject, van de delen waaruit het is opgebouwd, de entiteiten, en van de eigenschappen van die delen, de attributen. Hoofdstuk 5 ten slotte geeft de definitie van de codelijsten waarnaar in hoofdstuk 4 verwezen wordt. Kader Dit document, en de gegevensdefinitie die hieraan ten grondslag ligt, is nog niet volledig. Een aantal onderdelen van de catalogus zijn nog in bewerking, waarbij de verwachting is dat dit geen voor de pilot van deze projectfase cruciale aspecten betreft. Concreet gaat het om de volgende onderdelen, welke in de volgende projectfase verder worden ingevuld: Algemene beschrijving van domein en registratieobject (Hoofdstuk 3) Exacte definities van een aantal entiteiten/attributen en bij een aantal entiteiten/attributen Geldig bereik (minimum- en maximum) bij attributen Compleetheid van domeinlijsten Pagina 8 van 69
9 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie Algemene kenmerken en begrippen 2.1 Opzet van het systeem De basisregistratie ondergrond vormt een schakel in de informatieketen die begint bij de productie van gegevens. De geproduceerde gegevens worden door een dataleverancier, en onder de verantwoordelijkheid van een bronhouder 1, aan de registerbeheerder van de BRO geleverd. De beheerder van de BRO registreert de aangeleverde gegevens en levert ze voor (her)gebruik door aan allerlei afnemers. De opzet van het systeem moet begrepen worden vanuit de verantwoordelijkheden die in de keten zijn belegd. De aangeleverde gegevens vallen onder de verantwoordelijkheid van de bronhouder en het is de bedoeling dat de registerbeheerder die gegevens niet verandert. De registerbeheerder moet echter wel gegevens toevoegen om het systeem te kunnen beheren en hij kan gegevens toevoegen om de afnemers goed van dienst te kunnen zijn. Bij wet is geregeld dat de basisregistratie ondergrond zo wordt opgezet dat er onderscheid bestaat tussen de gegevens die aan de registerbeheerder zijn aangeleverd en de gegevens die de registerbeheerder aan de afnemers verstrekt. Het systeem valt uiteen in twee grote deelsystemen, het register brondocumenten ondergrond en de registratie ondergrond (zie figuur 2). Figuur 2: Opzet van het systeem 1 De bronhouder kan zelf dataleverancier zijn of besluiten andere partijen een volmacht voor het leveren van gegevens te geven Pagina 9 van 69
10 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 Dataleveranciers leveren brondocumenten aan. De brondocumenten worden in het register brondocumenten ondergrond opgeslagen. De gegevens uit de brondocumenten worden samen met de gegevens die de registerbeheerder toevoegt in de registratie ondergrond vastgelegd. De registratie ondergrond bevat alle gegevens die aan afnemers geleverd worden. Met deze opzet verkrijgt het systeem de nodige flexibiliteit. Zo kan een object in de registratie ondergrond gegevens bevatten die uit meer dan één brondocument afkomstig zijn en bij uitgifte kunnen gegevens uit verschillende objecten met elkaar gecombineerd worden. Ook is het mogelijk met het brondocument gegevens op te slaan die alleen voor de bronhouder en de aanleverende partij van belang zijn. De gegevensdefinitie dekt alle gegevens die opgenomen zijn in de registratie ondergrond. Verreweg de meeste gegevens komen uit het brondocument dat de dataleverancier aanlevert en een paar gegevens komen voort uit de overdracht van het brondocument aan de registerbeheerder. Aan de aangeleverde gegevens worden enkele gegevens door de registerbeheerder toegevoegd. Als een gegeven is toegevoegd door de BRO wordt dat in de beschrijving expliciet opgenomen. Alle gegevens in de registratie ondergrond worden uitgegeven, maar niet alle afnemers kunnen alle gegevens geleverd krijgen. De gegevens die niet aan alle afnemers worden uitgeleverd zijn de gegevens die alleen nodig zijn in de communicatie tussen de registerbeheerder enerzijds en de dataleveranciers en bronhouders anderzijds. In de toelichting wordt expliciet vermeld welke gegevens niet worden uitgeleverd. 2.2 Registratieobject Het registratieobject is dé eenheid in de data-architectuur van de basisregistratie ondergrond. Voor de registerbeheerder is het de elementaire bouwsteen van het systeem dat hij moet beheren. Een registratieobject verwijst naar een eenheid van informatie die onder de verantwoordelijkheid van één bronhouder valt en die met een bepaald doel is of wordt gemaakt. Het is in directe of indirecte zin gedefinieerd in de ruimte en dat wil zeggen dat een registratieobject een plaats op het aardoppervlak heeft of dat het gekoppeld is aan een ander type registratieobject met een plaats op het aardoppervlak. Pagina 10 van 69
11 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 Een registratieobject is niet alleen in de ruimte maar ook in de tijd gedefinieerd. Het leven van een registratieobject begint op het moment dat de gegevens zijn geregistreerd en dat is zo kort mogelijk nadat de gegevens zijn geproduceerd. De levensduur van een registratieobject, en de veranderlijkheid van de gegevens verschilt van object tot object. Een grondwatermonitoringput kan tientallen jaren gebruikt worden voor het meten van grondwaterstanden en in de periode kunnen er nieuwe gegevens ontstaan. Dat betekent dat de gegevens van de put in de BRO gedurende zijn hele levensduur bijgewerkt moeten kunnen worden. Aan de andere kant van het spectrum zijn er objecten waarvan alle gegevens in een keer worden vastgelegd. Geotechnisch sondeeronderzoek is daar een voorbeeld van. Sondeeronderzoek is eenmalig onderzoek en het resultaat ervan kan al na één of enkele dagen aan de opdrachtgever worden overhandigd. 2.3 Registratiedomein Registratieobjecten worden in de BRO gegroepeerd in domeinen. Vooralsnog worden zes domeinen onderscheiden: bodem- en grondonderzoek bodemkwaliteit grondwatermonitoring grondwatergebruik mijnbouwwet modellen. De domeinen zijn vanuit het oogpunt van beheer van belang voor de ordening van het systeem. Daarnaast zijn zij nuttig in de communicatie met de partijen die bij de realisatie van het systeem betrokken zijn. 2.4 Kwaliteitsregime In de basisregistratie ondergrond worden niet alleen gegevens geregistreerd die dateren van na de datum waarop de wet van kracht is geworden. Ook oudere gegevens zullen in de basisregistratie ondergrond worden opgenomen. De noodzaak daartoe ligt in de wet verankerd. Die schrijft voor dat de gegevens uit de eerder bestaande systemen DINO en BIS zo veel mogelijk naar de BRO moeten worden overgezet. Verder staat de wet toe dat bronhouders tot vijf jaar na de inwerkingtreding van de wet historische gegevens ter registratie mogen aanbieden. Historische gegevens kunnen niet altijd voldoen aan de strikte regels die de BRO stelt. Zo kan het voorkomen dat voor gegevens die volgens de strikte regels van de BRO verplicht Pagina 11 van 69
12 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 zijn, geen waarde bekend is. Om de verwerking van de twee categorieën gegevens naast elkaar mogelijk te maken, worden twee kwaliteitsregimes gehanteerd. Voor de aanlevering van gegevens volgens de strikte regels geldt het IMBRO-regime. Bij de aanlevering van historische gegevens wordt geaccepteerd dat een aantal formeel verplichte gegevens geen waarde heeft. Voor deze gegevens wordt het IMBRO/A-regime gehanteerd en dat kent dus minder strikte regels. De introductie van de twee kwaliteitsregimes geeft de aanleverende partijen gedurende een bepaalde periode een zekere mate van vrijheid. Het kan bijvoorbeeld praktisch blijken het IMBRO/A regime te hanteren voor gegevens die weliswaar pas na de datum waarop de wet inwerking is getreden zijn geproduceerd maar die voortkomen uit opdrachten die al voor die datum zijn gegeven. Ook kan het voorkomen dat historische gegevens wel aan alle strikte voorwaarden voldoen en dan is het wenselijk de gegevens onder IMBRO regime aan te leveren. De periode waarin de aanleverende partijen die vrijheid hebben wordt de transitieperiode genoemd. Over de precieze invulling van de transitieperiode zijn nog geen afspraken gemaakt, maar het streven is de transitieperiode te laten eindigen vijf jaar nadat bij wet geregeld is dat een bepaald type registratieobject onder de BRO valt. Na afloop van de transitieperiode kan alleen onder het strikte IMBRO-regime worden aangeleverd. 2.5 Formele en materiële historie Binnen het stelsel van basisregistraties maakt men onderscheid tussen de materiële historie en de formele historie van een object. Het begrip materiële historie wordt gebruikt om de veranderingen van eigenschappen van een object in de werkelijkheid aan te duiden. De materiële historie van een object wordt, voor zover relevant, in de basisregistratie ondergrond vastgelegd. Echter, niet alle registratieobjecten hebben een materiële historie. Een voorbeeld van een registratieobject zonder materiële historie is geotechnisch sondeeronderzoek. Een voorbeeld van een registratieobject met materiële historie is de grondwatermonitoringput. Het begrip formele historie wordt gebruikt voor de veranderingen van eigenschappen van een object in de registratie zelf. Die meeste van die veranderingen gaan terug op veranderingen in de werkelijkheid, en de formele historie geeft aan wanneer de veranderingen geregistreerd zijn. Pagina 12 van 69
13 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 Veranderingen in de registratie die niet het gevolg zijn van een verandering in de werkelijkheid, hebben altijd te maken met correcties. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat een dataleverancier er achter komt dat er een onjuiste waarde was geregistreerd en dan levert hij een verbetering aan. Bij correctie wordt het betreffende gegeven in de BRO overschreven en is de oude waarde van het gegeven niet meer beschikbaar voor de afnemers. Alle registratieobjecten hebben een formele historie en die wordt in de registratie ondergrond globaal vastgelegd. Het gaat per definitie om gegevens die de registerbeheerder toevoegt aan de gegevens uit het brondocument. De wijze waarop de formele geschiedenis precies wordt vastgelegd verschilt per type registratieobject. 2.6 gegeven In de wet is een aantal gegevens expliciet als authentiek aangeduid. Dit wordt in de gegevensdefinitie nader uitgewerkt; verreweg de meeste gegevens zijn authentiek. Met de aanduiding authentiek wordt, in formele termen, tot uitdrukking gebracht dat: a. het gegeven in samenhang met andere gegevens door een groot aantal bestuursorganen in verschillende processen wordt gebruikt en derhalve bestemd is voor informatie-uitwisseling tussen bestuursorganen; b. de verantwoordelijkheid voor betrouwbaarheid van het gegeven eenduidig geregeld is; c. het gegeven onderworpen is aan intern en extern kwaliteitsonderzoek, en d. het gegeven zich leent voor verplicht gebruik door bestuursorganen en eenmalige verstrekking door burgers en bedrijven aan de overheid. Kortom, in de praktijk mag een gebruiker van de gegevens er van uitgaan dat de authentieke gegevens correct zijn, en de gegevensdefinitie moet de gebruiker de informatie geven die voor een goed begrip daarvan nodig is. Heeft een gebruiker echter gerede twijfel over de juistheid van een authentiek gegeven dan wordt verwacht dat hij de registerbeheerder daarvan op de hoogte brengt. Bestuursorganen zijn zelfs verplicht om bij gerede twijfel over de juistheid van een authentiek gegeven (of het ontbreken van zo n gegeven) daarvan melding te maken. Pagina 13 van 69
14 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie Coördinaten en referentiestelsel De registratieobjecten van de BRO zijn gedefinieerd in de ruimte en dat wil zeggen dat een object zelf een plaats op het aardoppervlak, een locatie, heeft, of dat het gekoppeld is aan een ander type registratieobject met een locatie. Afhankelijk van het type registratieobject, wordt de locatie geregistreerd als een punt, een lijn of een vlak. De locatie is de horizontale positie van een object. Voor bepaalde objecten is het voldoende dat alleen die horizontale positie wordt vastgelegd, maar voor veel objecten is ook de verticale positie van belang. Posities worden vastgelegd in coördinaten en die zijn gedefinieerd in een bepaald referentiestelsel. Er zijn verschillende typen referentiestelsels. Zo spreekt men van horizontale referentiestelsels (2D), verticale referentiestelsels (1D), gecombineerde referentiestelsels (2D, 1D) en werkelijke 3D referentiestelsels. In Nederland worden de horizontale en de verticale component van een positie in een afzonderlijk stelsel uitgedrukt. Het is vandaag de dag mogelijk met GPS een positie in een 3D-referentiestelsel vast te leggen, maar de wenselijkheid over te stappen naar het gebruik van 3D wordt nog nergens gevoeld Referentiestelsels voor de horizontale positie In Nederland zijn traditioneel verschillende referentiestelsels voor de horizontale positie in gebruik. In 2009, bij de eerste voorbereidingen voor de totstandkoming van de BRO, is al vastgesteld dat de verscheidenheid aan referentiestelsels de BRO voor problemen stelt omdat de registratie dan niet makkelijk op een eenduidige manier bevraagd kan worden. In de BRO worden namelijk zowel gegevens met een locatie op land als gegevens met een locatie op zee geregistreerd. In de toenmalige praktijk werden op land en op zee verschillende stelsels gebruikt. Op land werd RD gebruikt en op zee waren verschillende stelsels in gebruik, waarvan WGS84 de belangrijkste was. In 2009 was ook al bekend dat de Europese kaderrichtlijn INSPIRE de lidstaten vraagt de gegevens in Europa in één referentiestelsel uit te gaan wisselen, nl. in ETRS89. Tegen die achtergrond heeft de registerbeheerder zich op het standpunt gesteld dat hij een toekomstgerichte keuze moet maken en is besloten het systeem zo in te richten dat de registratie bevraagd gaat worden in ETRS89. Pagina 14 van 69
15 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 De keuze die de BRO heeft gemaakt blijkt gezien de ontwikkelingen de goede te zijn geweest. Sinds 2013 wordt er door de drie belangrijkste autoriteiten in Nederland op het gebied van referentiestelsels, het Kadaster, de Dienst der Hydrografie en Rijkswaterstaat, gewerkt aan de totstandkoming van nieuwe afspraken. Die afspraken moeten in lijn zijn met Europese afspraken en leiden tot een kleiner aantal referentiestelsels. Concreet betekent dit dat Nederland over zal gaan op het ETRS-stelsel, en afscheid neemt van de referentiestelsels RD en WGS84. Het besluit het BRO-systeem zo in te richten dat de registratie bevraagd gaat worden in ETRS89, betekent niet dat de gegevens ook in ETRS89 aangeleverd moeten worden. De BRO voorziet een periode van transitie waarin de aanleverende partijen zelf bepalen wanneer zij overstappen op ETRS89. Die periode zal naar verwachting jaren duren. Om de transitie te ondersteunen hanteert de BRO de volgende spelregels: Gegevens mogen in een beperkt aantal referentiestelsels worden aangeleverd (RD, WGS84 en ETRS89). De aangeleverde coördinaten worden in de registratie opgeslagen. De aangeleverde coördinaten van de locatie worden door de basisregistratie ondergrond getransformeerd naar het ETRS89 referentiestelsel. De getransformeerde coördinaten worden naast de aangeleverde coördinaten opgeslagen. Bij de getransformeerde coördinaten wordt ook een identificatie van de gebruikte transformatiemethode opgeslagen. Als de coördinaten in ETRS89 zijn aangeleverd, dan staat bij aangeleverde en getransformeerde positie dezelfde informatie. Voor de locatie worden de getransformeerde coördinaten en de aangeleverde coördinaten beide aan de data-afnemers verstrekt. De basisregistratie ondergrond is overigens niet voorbereid op toekomstige aanpassingen van ETRS89 transformatieparameters Referentiestelsels voor de verticale positie In Nederland zijn voor verticale posities op land en zee verschillende referentiestelsels in gebruik. Op land wordt NAP gebruikt en op zee is het gebruikelijk posities uit te drukken t.o.v. het gemiddeld zeeniveau (MSL, Mean Sea Level). Er zijn nog geen ontwikkelingen die het wenselijk maken een referentiestelsel voor de verticale positie op land en zee te gaan hanteren. Wel is het zo dat de kaderrichtlijn INSPIRE de voorkeur uitspreekt een verticale positie op zee uit te drukken Pagina 15 van 69
16 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 t.o.v. LAT (Lowest Astronomical Tide). De BRO staat gebruik van deze referentie naast MSL daarom toe. 2.8 Gegevens op land en op zee De basisregistratie ondergrond bevat gegevens over de ondergrond van Nederland en zijn zgn. Exclusieve Economische Zone (EEZ). De EEZ is het gebied op de Noordzee waar Nederland economische rechten heeft. Voor de referentiestelsels die bij aanlevering worden toegestaan, is het van belang te weten of de locatie van een object op zee of op land ligt. Als scheidingslijn tussen land en zee wordt in de BRO de UNCLOS-basislijn gehanteerd. De basislijn valt onder verantwoording van de Dienst der Hydrografie van het ministerie van Defensie. Deze dienst voert die taak uit op basis van het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties uit 1982, dat in het Engels de United Nations Convention on the Law of the Sea (UNCLOS) heet. De basislijn is opgebouwd uit de nulmeterdieptelijn zoals weergegeven op de zeekaarten en enkele rechte basislijnen die onder meer de monding van de Westerschelde en de wateren tussen de Waddeneilanden afsluiten. De BRO hanteert de meest recente versie van de UNCLOS-basislijn. 2.9 Nauwkeurigheid van getalswaarden Voor zinvol gebruik van gegevens met een getalswaarde is het noodzakelijk dat de nauwkeurigheid van die gegevens bekend is. Het begrip nauwkeurigheid laat zich in deze context het best omschrijven als de juistheid van een gemeten of berekende waarde. In de meeste processen waarin de waarde van een gegeven wordt bepaald, kan de van de daadwerkelijke waarde slechts via een kalibratie- of statistisch proces worden verkregen. Het resultaat omvat dan niet alleen één van de mogelijke realisaties van een meetwaarde maar ook informatie over de mogelijke spreiding van de meetwaarden. De BRO gaat er vanuit dat de producenten van gegevens de metingen en berekeningen uitvoeren binnen een stelsel van afspraken dat binnen het desbetreffende werkveld is vastgelegd. Uitgangspunt is dat ook de eisen waaraan de gegevens op het gebied van nauwkeurigheid moeten voldoen in afspraken zijn vastgelegd. Dat kunnen praktische werkafspraken zijn, maar ook afspraken die vertaald zijn naar ISO- en NEN normen. In de Pagina 16 van 69
17 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 gegevensdefinitie wordt in beginsel verwezen naar die normen. Waar deze normen niet voorzien in afspraken over de nauwkeurigheid, stelt de BRO hieraan specifieke eisen. Deze zijn dan vermeld in de gegevensdefinitie Authenticiteit en verplichte waarde 2 Voor alle in de BRO opgenomen gegevens is aangegeven of ze authentiek zijn. Ook is voor alle gegevens aangegeven of ze een waarde moéten hebben. Dat laat zien dat er gegevens zijn die authentiek zijn maar geen waarde hoeven te hebben. Maar hoe zit dat dan, want voor authentieke gegevens geldt voor overheidsinstellingen een verplicht gebruik. Hoe kan het gebruik van een attribuut nu verplicht zijn als een waarde mag ontbreken in de BRO? Op die vraag is maar een antwoord. Wanneer een authentiek gegeven geen waarde heeft moet de gebruiker ervan uitgaan dat de reden is dat een bepaald gegeven niet bestaat. Dat geval kan zich uiteraard alleen voordoen wanneer er vrijheid van beslissen bestaat bij de bronhouder van de put of een uitvoerende instantie. Een voorbeeld uit geotechnisch sondeeronderzoek is het resultaat van een dissipatietest. Het is de opdrachtgever die beslist of er een dissipatietest moet worden uitgevoerd. Heeft hij bepaald dat dat niet hoeft, dan zal er ook geen resultaat kunnen zijn. Voor de duidelijkheid, als er wel een waarde is dan moet die ook in de BRO worden opgenomen. Als een overheidsinstelling gerede twijfel heeft of een authentiek attribuut terecht geen waarde heeft, moet deze daarop terugmelden. 2 Voor dit object zal worden afgeweken van de tekst die hier staat, maar de nieuwe spelregels zijn nu nog niet uitgewerkt. Het is de bedoeling dat in het uitzonderlijke geval dat een verplicht attribuut geen waarde heeft, expliciet wordt aangegeven waarom de waarde ontbreekt. Pagina 17 van 69
18 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie Grondwatermonitoringput 3.1 grondwatermonitoring [Wordt in een latere projectfase ingevuld] 3.2 Grondwateronderzoek [Wordt in een latere projectfase ingevuld] 3.3 Registratieobject Grondwatermonitoringput [Wordt in een latere projectfase ingevuld] 3.4 model Modellering van informatie kent verschillende invalshoeken. In de catalogus wordt het inhoudelijke perspectief gekozen omdat dat met name waarde heeft in de communicatie tussen mensen. Zo n model wordt in de basisregistratie ondergrond een domeinmodel genoemd. Uit het domeinmodel wordt een technisch model afgeleid dat ook meeweegt dat informatiesystemen efficiënt met elkaar moeten kunnen spreken. Het meer technische model heet productmodel en dat staat aan de basis van de technische documentatie. Een domeinmodel maakt niet alleen de definitie van de informatie-inhoud gemakkelijker, het dient ook om inzicht te geven in de keuzen die gemaakt zijn bij het bepalen van welke gegevens van belang worden geacht, en welke niet. Omdat het een goed overzicht geeft, wordt het domeinmodel opgenomen in de gegevensdefinitie van een registratieobject. Voor het domeinmodel wordt de UML-notatie gebruikt. Met wat kennis van de gebruikte symbolen is het makkelijk te lezen. In hoofdstuk 4 worden de gegevens in het model nader beschreven. Het domeinmodel (figuur 3) beschrijft het object grondwatermonitoringput zoals dat in de registratie ondergrond is vastgelegd. Het model beschrijft een object dat voldoet aan het strikte kwaliteitsregime (IMBRO). Eventuele bijzonderheden voor IMBRO/A zijn niet in het domeinmodel zichtbaar, maar worden bij de uitwerking in hoofdstuk 4 wel expliciet beschreven. Het domeinmodel laat ook zien welke gegevens alleen aan de dataleverancier en de bronhouder worden uitgeleverd. Pagina 18 van 69
19 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 In het domeinmodel wordt de kardinaliteit van attributen en entiteiten gegeven. De kardinaliteit geeft aan hoe vaak een gegeven voorkomt. De meeste gegevens hebben kardinaliteit 1 en dat betekent dat een gegeven precies een keer voorkomt. Sommige gegevens mogen een of meer keer voorkomen, die hebben kardinaliteit 1..*. Een derde categorie vormen de gegevens die kardinaliteit 0..1 hebben. Een dergelijk gegeven komt 1 keer voor of niet. De laatste categorie heeft kardinaliteit 0..*, en een dergelijk gegeven kan 0, 1 of meer keren voorkomen. In het domeinmodel is de kardinaliteit van entiteiten consequent opgenomen; de vier varianten komen alle voor. Bij attributen komen maar twee varianten voor, kardinaliteit 1 en kardinaliteit Om het geheel overzichtelijk is de standaardwaarde kardinaliteit 1 niet opgenomen, en wordt alleen kardinaliteit 0..1 vermeld. De kardinaliteit in het domeinmodel moet overigens altijd in samenhang met de regels die in de definitie van het gegeven zijn opgenomen worden begrepen. De kardinaliteit en de regels bepalen samen of een gegeven al dan niet aanwezig is. Om het model makkelijker te kunnen lezen wordt hier een globale beschrijving van het registratieobject en de belangrijkste entiteiten gegeven. De algemene paragrafen in dit hoofdstuk wordt in een latere projectfase ingevuld. Pagina 19 van 69
20 BRO-Catalogus Grondwatermonitoringput, versie 0.6 class model BRO Grondwatermonitoringput Registratiegeschiedenis + registratiestatus :Registratiestatus + tijdstip registratie object :DatumTijd + tijdstip laatste aanvulling :DatumTijd [0..1] + tijdstip voltooiing registratie :DatumTijd [0..1] + gecorrigeerd :Indicatie + tijdstip laatste correctie :DatumTijd [0..1] + in onderzoek :Indicatie + in onderzoek sinds :DatumTijd [0..1] + uit registratie genomen :Indicatie + tijdstip uit registratie genomen :DatumTijd [0..1] + weer in registratie genomen :Indicatie + tijdstip weer in registratie genomen :DatumTijd [0..1] 1 heeft «Registratieobject» Grondwatermonitoringsput + BRO-ID :Registratieobjectcode + bronhouder :KvK-nummer - object-id bronhouder :Tekst200 - dataleverancier :KvK-nummer + kwaliteitsregime :Kwaliteitsregime = IMBRO/A + kader aanlevering :KaderAanlevering + historische naam :Tekst200 [0..1] + kwaliteitsnorm inrichting :KwaliteitsnormInrichting + zoutwachter :Indicatie + initiële functie :InitiëleFunctie + datum ingericht :Datum + datum opgeruimd :Datum [0..1] «dynamisch» + eigenaar :KvK-nummer + beschermconstructie :Beschermconstructie - onderhoudende instantie :KvK-nummer [0..1] heeft 0..* Zoutwachter heeft heeft heeft Gestandaardiseerde locatie + locatie :Coördinatenpaar + referentiestelsel :HorizontaalReferentiestelsel = ETRS89 + toegepaste transformatie :ETRSTransformatie Aangeleverde locatie + locatie :Coördinatenpaar + referentiestelsel :HorizontaalReferentiestelsel + methode locatiebepaling :MethodeLocatiebepaling - uitvoerder locatiebepaling :KvK-nummer [0..1] Aangeleverde verticale positie + lokaal verticaal referentiepunt :LokaalVerticaalReferentiepunt = NAP + verschuiving :Getalswaarde3.3 = 0 + verticaal referentievlak :VerticaalReferentievlak = NAP «dynamisch» + verticale positie maaiveld :Getalswaarde3.3 + methode verticale positiebepaling :MethodeVerticalePositiebepaling - uitvoerder verticale positiebepaling :KvK-nummer [0..1] + wordt uitgeleverd aan alle afnemers - wordt alleen uitgeleverd aan bronhouder/data leverancier + volgnummer :Nummer3 + /in gebruik :Indicatie = onbekend bestaat uit heeft 1..* 1..* Elektrodenpaar + volgnummer :Nummer3 + meetpositie :Getalswaarde3.3 + elektrodeafstand :Getalswaarde3 + type aanvulling :Aanvulling Monitoringbuis + buisnummer :Nummer3 + type :Monitoringbuis + drukdop :Indicatie + volledig beschreven :Indicatie + /in gebruik :Indicatie = onbekend «dynamisch» + status :StatusBuis + lengte :Getalswaarde3.3 + verticale positie bovenkant :Getalswaarde3.3 + methode verticale positiebepaling :MethodeVerticalePositiebepaling - uitvoerder verticale positiebepaling :KvK-nummer [0..1] bestaat uit Filter + materiaal :Materiaal + interne diameter :Getalswaarde4 «dynamisch» + verticale positie bovenkant :Getalswaarde3.3 + verticale positie onderkant :Getalswaarde3.3 1 bestaat uit 0..* Ander buisdeel + type :AnderBuisdeel + materiaal :Materiaal + interne diameter :Getalswaarde4 «dynamisch» + verticale positie bovenkant :Getalswaarde3.3 + verticale positie onderkant :Getalswaarde3.3
21 4 van registratieobject, entiteiten en attributen 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt definities gegeven, eerst van het object en vervolgens van de entiteiten en attributen. Per entiteit en attribuut zijn de volgende gegevens vastgelegd. De Nederlandse naam van de entiteit of het attribuut (naam). De definitie van de entiteit of het attribuut (definitie). De kardinaliteit van de entiteit of het attribuut (kardinaliteit). De aanduiding of een attribuut authentiek is of niet (authentiek). De naam van het waardedomein van het attribuut (domein) met afhankelijk van het type domein nadere informatie over de waarden. Eventueel de naam van het waardedomein van het attribuut voor IMBRO/A (domein IMBRO/A), wanneer het uitzonderlijke geval zich voordoet dat er voor IMBRO/A een ander domein geldt dan voor IMBRO. Eventueel de regels die gelden wanneer de BRO aanvullende controles uitvoert, bijvoorbeeld om de consistentie van het brondocument vast te stellen (regels). Eventueel de regels die voor IMBRO/A gelden, wanneer het uitzonderlijke geval zich voordoet dat er voor IMBRO/A andere regels gelden dan voor IMBRO (regels IMBRO/A). Eventueel een toelichting om zo nodig aanvullende informatie te geven over de herkomst van het gegeven, de reden waarom het is opgenomen of de betekenis van het gegeven (toelichting). 4.2 domeinen Het domein bepaalt welke waarden een attribuut mag hebben. en zijn van een bepaald type en binnen de BRO worden een aantal typen gebruikt. Deze typen worden hieronder toegelicht. Codelijst Een domein van het type codelijst bestaat uit een limitatieve opsomming van waarden. Het is een keuzelijst met een bepaalde naam. De inhoud van de codelijsten kan voor het IMBRO en IMBRO/A kwaliteitsregime verschillen.
22 Wanneer een attribuut een domein van het type codelijst heeft, wordt bij de beschrijving van het attribuut de naam van de lijst opgenomen. De inhoud van de codelijst zelf wordt in de volgende paragraaf beschreven. In het domeinmodel wordt het domein aangeduid met zijn naam. Tekst Een domein van het type tekst bestaat uit een stuk tekst van een bepaalde maximale lengte. De tekst mag alleen bestaan uit de tekens die voorkomen in de MES-1 set. De MES-1 set omvat 339 tekens en wordt gebruikt binnen de landen van de Europese Unie die een Latijns schrift kennen. Een domein van het type tekst wordt volledig gespecificeerd door met de aanduiding tekst ook de maximale lengte mee te geven. Wanneer een attribuut een domein van het type tekst heeft, wordt bij de beschrijving van het attribuut onder domein Tekst opgenomen, waarbij ook de maximale lengte wordt aangegeven die voor het attribuut geldt. In het domeinmodel wordt het domein aangeduid als TekstN, waarbij N de maximale lengte aangeeft. Nummer Een domein van het type nummer is een opeenvolging van cijfers met een bepaalde maximale lengte. Een nummer heeft geen rekenkundige betekenis, maar heeft een betekenisvolle volgorde. Een domein van het type nummer wordt volledig gespecificeerd door met de aanduiding nummer ook de maximale lengte mee te geven. Wanneer een attribuut een domein van het type nummer heeft, wordt bij de beschrijving van het attribuut onder domein Nummer opgenomen, waarbij ookde maximale lengte wordt aangegeven die voor het attribuut geldt. In het domeinmodel is de algemene aanduiding NummerN, waarbij N de maximale lengte aangeeft. Code Een domein van het type code is een opeenvolging van cijfers, van letters of van cijfers en letters met een bepaalde opbouw en met een specifieke betekenis. Een code heeft gewoonlijk een betekenis die ook buiten de BRO geldt. Een code wordt uitgegeven door een verantwoordelijke instantie. Om de opbouw van een code weer te geven wordt gebruikt gemaakt van de letters C en N. De letter C staat voor character (Eng.) en duidt een letter aan, de letter N staat voor number (Eng.) en duidt een cijfer aan. Wanneer een attribuut een domein van het type code heeft, wordt bij de beschrijving van het attribuut de naam van het domein en de opbouw opgenomen. Uit de defintie van het attribuut zelf moet blijken wat de specifieke betekenis is van de Pagina 22 van 69
23 code. In het domeinmodel wordt het domein aangeduid met zijn naam. Getalswaarde Het domein van het type getalswaarde omvat een aantal subdomeinen. Ieder van die subdomeinen staat voor een bepaalde verzameling getallen. In de BRO zijn drie subdomeinen van belang: die van de natuurlijke getallen, die van de gehele getallen, en die van de rationale getallen. Ieder van die drie verzamelingen heeft een eigen karakteristiek. De natuurlijk getallen omvatten de positieve gehele getallen inclusief de nul. Natuurlijke getallen hebben een maximale lengte. De gehele getallen omvatten de positieve en negatieve gehele getallen inclusief de nul. Gehele getallen hebben een maximale lengte. De rationale getallen omvatten de getallen die het quotiënt zijn van twee gehele getallen, en daarbij geldt dat de deler geen nul mag zijn. Rationale getallen hebben een decimaal scheidingsteken en daarmee een opbouw. Het aantal cijfers voor het scheidingsteken is variabel maar begrensd. Het aantal cijfers achter het scheidingsteken ligt vast. Gewoonlijk wordt het subdomein nog verder ingeperkt door een bereik te specificeren. Het bereik geeft de minimale en de maximale waarde aan die een attribuut kan hebben. Het domein getalswaarde wordt in de BRO gebruikt voor gegevens die gemeten, berekend of anderszins bepaald zijn. Bij de getalswaarde hoort daarom een eenheid. De BRO gebruikt voor de eenheden de codes uit het UCUM (Unified Code for Units of Measure)-systeem. In bijzondere gevallen is de eenheid dimensieloos. Wanneer een attribuut een domein van het type getalswaarde heeft wordt het subdomein aangegeven, de maximale lengte of de opbouw, de eenheid en indien van toepassing het bereik. In het domeinmodel wordt het domein voor een natuurlijk of een geheel getal aangeduid als GetalswaardeN, waarde N staat voor het maximum aantal cijfers. Het domein voor een rationaal getal wordt aangegeven als GetalswaardeN.N, waarbij de tweede N het vaste aantal cijfers achter het scheidingsteken aangeeft. Inname van getalswaarden In de praktijk is het moeilijk een getalswaarde zonder verandering van het ene systeem aan het andere door te geven, met name als het getallen met decimalen betreft. De basisregistratie ondergrond hanteert de definities binnen het systeem en bij uitgifte strikt om te borgen dat een getalswaarde zonder verandering kan worden doorgegeven. Pagina 23 van 69
24 Bij de vastleggen van de gegevens van een grondwatermonitoringput is het niet altijd nodig getallen zo strikt te definiëren als de basisregistratie vraagt. De uitvoerders weten wel wat een getal zou moeten voorstellen en kunnen bijvoorbeeld accepteren dat een geheel getal er een decimale nul bij krijgt of dat een rationaal getal een onbepaald aantal decimalen heeft. Om de uitvoeringspraktijk niet nodeloos te frustreren door getallen die niet aan de strikte definitie te voldoen af te wijzen, hanteert de basisregistratie ondergrond bij het innemen van getalswaarden de volgende praktische regels. Voor rationale getallen geldt: Er zijn meer cijfers achter het scheidingsteken aanwezig dan gespecificeerd: het getal wordt afgekapt op het aantal dat in de gegevensdefinitie is gespecificeerd. Er zijn minder cijfers achter het scheidingsteken aanwezig dan gespecificeerd: het getal wordt aangevuld met nullen tot het aantal dat in de gegevensdefinitie is gespecificeerd. Er is geen scheidingsteken aanwezig: het scheidingsteken wordt toegevoegd en het getal wordt aangevuld met nullen tot het aantal dat in de gegevensdefinitie is gespecificeerd. Het getal voor het scheidingsteken begint met een of meer nullen: de nullen worden genegeerd. Er zijn meer cijfers vóór het scheidingsteken aanwezig dan gespecificeerd: de waarde wordt geweigerd. Voor natuurlijke en gehele getallen geldt: Er zijn meer cijfers aanwezig dan gespecificeerd: de waarde wordt geweigerd. Er is een scheidingsteken aanwezig: het scheidingsteken en de cijfers erachter worden genegeerd. en voor datum en tijd Voor gegevens die over tijd gaan, de temporele gegevens, worden drie domeinen gebruikt. Een voor de tijd tot op de seconde nauwkeurig (DatumTijd), een voor de tijd tot op de dag nauwkeurig (Datum), en als derde een domein dat een aantal mogelijkheden geeft om de tijd minder nauwkeurig aan te geven (OnvolledigeDatum). In ieder domein gaat het om de tijd gemeten volgens de Gregoriaanse kalender, en daarbij moet de tijdzone altijd worden meegegeven. Voor de tijdzone is UTC de referentie. UTC is de mondiaal geaccepteerde standaardtijd en de opvolger van GMT (Greenwich Mean Time); de drie letters staan voor Coordinated Universal Time. Door de tijdzone mee te geven kan lokale tijd worden omgezet naar UTC. Pagina 24 van 69
25 De opbouw van de drie domeinen volgt dezelfde conventies. Het eerste element in de opbouw staat voor het jaar, dan volgt de maand, enz., en het laatste element staat voor de tijdzone. Om de verschillende elementen aan te geven worden letters gebruikt: jaar (J), maand (M), dag (D), uur (U), minuut (M)en seconde (S), gevolgd door de tijdzone. Het aantal letters geeft de lengte aan. Voor de meest uitgebreide variant van de opbouw, die van DatumTijd, wordt dit JJJJ-MM-DDTUU:MM:SS+UU:MM. De T is het teken dat de datum en het tijdstip op die datum scheidt. De + is het scheidingteken tussen het tijdstip en de tijdzone. Zoals uit de opbouw blijkt wordt de tijdzone in uren en minuten gegeven. De meeste tijdzones zijn overigens uitgedrukt in gehele uren (UU:00). In Nederland geldt Centraal Europese Tijd (UTC+1:00) of Centraal Europese Zomertijd (UTC+2.00). DatumTijd Het domein DatumTijd geeft een tijdstip volgens de Gregoriaanse kalender tot op de seconde nauwkeurig. De opbouw is JJJJ-MM-DDTUU:MM:SS+UU:MM. Wanneer een attribuut een domein van het type DatumTijd heeft is het voldoende de naam te geven, omdat de opbouw altijd hetzelfde is. Datum Het domein Datum geeft een datum volgens de Gregoriaanse kalender tot op de dag nauwkeurig. De opbouw is JJJJ-MM- DD+UU:MM. Wanneer een attribuut een domein van het type Datum heeft is het voldoende de naam te geven, omdat de opbouw altijd hetzelfde is. OnvolledigeDatum Voor gegevens die onder het kwaliteitsregime IMBRO/A aangeleverd worden, geldt een derde domein met vier keuzemogelijkheden. De datum tot op de dag nauwkeurig, met als opbouw JJJJ-MM-DD+UU:MM De datum tot op de maand nauwkeurig, met als opbouw JJJJ-MM+UU:MM De datum tot op het jaar nauwkeurig, met als opbouw JJJJ+UU:MM Geen datum bekend, met als vaste waarde onbekend. De keuze die gemaakt wordt is gebaseerd op de beschikbaarheid van gegevens. De gebruiker moet er vanuit gaan dat de informatie zo nauwkeurig mogelijk is opgenomen. Wanneer een attribuut een domein van het type OnvolledigeDatum heeft is het voldoende de naam te geven, omdat de opbouw en de vier keuzen altijd hetzelfde zijn. Pagina 25 van 69
26 Bij inname wordt gewoonlijk gecontroleerd of een temporeel gegeven in een brondocument in een logische opeenvolging van gebeurtenissen past. Daartoe wordt de waarde vergeleken met een ander temporeel gegeven, de referentiedatum of het referentietijdstip. Er zijn twee uitwerkingen van de controle, en die worden als regel in de gegevensdefinitie benoemd. In het ene geval wordt gecontroleerd of het desbetreffende temporele gegeven niet na de referentiedatum of het referentietijdstip valt. Het desbetreffende gegeven moet dus altijd voor de referentie liggen of ermee samenvallen. In het andere geval wordt gecontroleerd of het desbetreffende temporele gegeven niet voor de referentiedatum of het referentietijdstip valt. Het desbetreffende gegeven moet dus altijd na de referentie liggen of ermee samenvallen. De waarden van de attributen zijn normaliter direct vergelijkbaar. Maar onder het kwaliteitsregime IMBRO/A is veelal het domein OnvolledigeDatum van toepassing en dan kan het voorkomen dat de waarden niet direct vergelijkbaar zijn. Een voorbeeld moet duidelijk maken duidelijk wat dat betekent. We nemen het geval dat de regel niet na geldt en een temporeel attribuut een waarde heeft tot op het jaar nauwkeurig (domein OnvolledigeDatum), terwijl de referentie een waarde heeft uit het domein Datum en dus op de dag nauwkeurig is. Wanneer de waarden van de attributen niet direct vergelijkbaar zijn, moet de regel zo begrepen worden dat de vergelijking zich beperkt tot de elementen die beide gemeenschappelijk hebben. In het gegeven voorbeeld is dat alleen het jaar. Het jaar van het te beoordelen temporele attribuut mag dus niet na het jaar van de referentiedatum liggen. Coördinatenpaar Het domein coördinatenpaar wordt gebruikt om de positie van een punt op het aardoppervlak vast te leggen. De positie wordt bepaald in een specifiek referentiestelsel en uitgedrukt in twee coördinaten. Ieder van de coördinaten heeft een getalswaarde en de notatie voor het paar is (coördinaat 1, coördinaat 2). In de BRO worden drie referentiestelsels voor horizontale posities gebruikt. Het referentiestelsel bepaalt hoe de tweedimensionale ruimte wordt beschreven en daarmee wat de coördinaten voorstellen en wat de karakteristiek van de twee getalswaarden is. Voor het referentiestelsel RD zijn de coördinaten cartesisch en is de notatie (x,y). De eerste coördinaat (x) heeft betrekking op de positie op een west-oost georiënteerde as, de tweede coördinaat (y) op een zuid-noord georiënteerde as. Een positie oostelijk van de oorsprong, resp. noordelijk van de oorsprong heeft een positieve waarde. Voor WGS84 (ongeprojecteerd) en ETRS89 (ongeprojecteerd) zijn de coördinaten geografisch en is de notatie (φ,λ). De eerste coördinaat heeft betrekking op de geografische breedte, de tweede op de geografische lengte. Een positie oostelijk van de Pagina 26 van 69
27 Greenwich-meridiaan, resp. noordelijk van de evenaar heeft een positieve waarde. Coördinatenpaar voor RD (x,y) Getalswaarde 6.3 Eenheid m (meter) Bereik x tussen en Bereik y tussen en Coördinatenpaar voor WGS84 (φ,λ) Getalswaarde 2.9 Eenheid (graden, decimaal) Bereik φ tussen 51.3 en 56 Bereik λ tussen 2.4 en 6.8 Coördinatenpaar voor ETRS89 (φ,λ) Getalswaarde 2.9 Eenheid (graden, decimaal) Bereik φ tussen 50.6 en 56 Bereik λ tussen 2.4 en Verplichte gegevens, verplichte waarden Bij de bespreking van het domeinmodel is gesteld dat de kardinaliteit en de regels samen bepalen of een gegeven al dan niet aanwezig is. Voor goed begrip van de gegevensdefinitie is dat nog niet zorgvuldig genoeg geformuleerd. In de praktijk van gegevensuitwisseling is het namelijk mogelijk een gegeven op te nemen zonder waarde. Van die mogelijkheid maakt de BRO in de uitwisseling van de gegevens van een grondwatermonitoringput gebruik. Het gebruik geldt alleen voor attributen en niet voor entiteiten. Verbijzonderd voor attributen is juiste formulering daarom dat de kardinaliteit en de regels samen bepalen of een attribuut al dan niet aanwezig is en of een attribuut al dan niet een waarde heeft. Een attribuut wordt alleen bij uitzondering zonder waarde in de berichten opgenomen. Het onderstaande overzicht geeft de vier mogelijkheden die voorkomen. kardinaliteit = [1], er is geen aanvullende regel opgenomen. Het gegeven is altijd aanwezig en heeft altijd een waarde. Pagina 27 van 69
28 kardinaliteit = [1], er is een aanvullende regel opgenomen die aangeeft waarom een waarde toch mag ontbreken. Het gegeven is altijd aanwezig maar kan bij uitzondering en om een specifieke reden geen waarde hebben. kardinaliteit = [0-1], er zijn 1 of meerdere aanvullende regels opgenomen. De regels bepalen of het gegeven wel of niet voorkomt en de regels bepalen of het gegeven wel of geen waarde heeft. kardinaliteit = [0-1], er is geen aanvullende regel opgenomen. Het gegeven is alleen aanwezig als het een waarde heeft. 4.4 Attributen met geschiedenis Een attribuut met geschiedenis is een attribuut waarvan de waarde als gevolg van een verandering in de werkelijkheid kan veranderen. De verandering kan van administratieve aard zijn, bijvoorbeeld als het eigendom van een grondwatermonitoringput overgaat op een andere partij, of van meer materiële aard bijvoorbeeld als de lengte van een monitoringsbuis verandert omdat die wordt ingekort. Van attributen met geschiedenis wordt in de registratie historie opgebouwd, wat betekent dat waarden voor deze attributen een tijdsinterval kennen waarbinnen deze waarde geldig is. Attributen met geschiedenis worden in de afbeelding van het domeinmodel weergegeven met het stereotype <<dynamisch>>. Tevens is in de toelichting bij het attribuut vermeld of het een dynamisch attribuut betreft. 4.5 Registratieobject Naam registratieobject Code Grondwatermonitoringput GMW Het geheel van gegevens dat betrekking heeft op een put die op een bepaald moment op een bepaalde locatie in Nederland is ingericht om gedurende langere tijd veranderingen in het grondwater te kunnen registreren en dat door of onder de verantwoordelijkheid van een bepaald bestuursorgaan aan de registerbeheerder van de basisregistratie ondergrond is aangeleverd en door de laatste in de Pagina 28 van 69
29 Unieke aanduiding Populatie registratie ondergrond is opgenomen. [TODO] BRO-ID [TODO] Pagina 29 van 69
30 1 Grondwatermo nitoringput Naam entiteit Grondwatermonitoringput (Gr oundwatermonitoringwell) Een put die is ingericht om gedurende langere tijd veranderingen in het grondwater te kunnen registreren. 1 BRO-ID (Grondwatermonitoringput) BRO-ID (broid) De identificatie van een object dat in de registratie ondergrond is opgenomen. Opbouw Registratieobjectcode Code GMWNNNNNNNNNNNN De basisregistratie ondergrond kent bij registratie automatisch de juiste waarde aan het object toe. 2 bronhouder (Grondwatermonitoringput) Opbouw Regels bronhouder (deliveryaccountableparty) De identificatie die het bestuursorgaan dat bronhouder is van de gegevens in de basisregistratie ondergrond als onderneming in het Handelsregister heeft. KvK-nummer Code NNNNNNNN De onderneming moet binnen de basisregistratie ondergrond als Pagina 30 van 69
31 bronhouder bekend zijn. Voor niet actuele grondwatermonitoringputten afkomstig uit DINO is het Ministerie van I&M bronhouder. 3 object-id bronhouder (Grondwatermonitoringput) object-id bronhouder (objectidaccountableparty) De identificatie die door of voor de bronhouder is gebruikt om het object in de eigen administratie te kunnen vinden voordat het was geregistreerd in de basisregistratie ondergrond. Tekst Maximale lengte 200 Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder. Het is in de registratie opgenomen om de communicatie tussen de registerbeheerder en de bronhouder of dataleverancier te vergemakkelijken. 4 dataleverancier (Grondwatermonitoringput) Opbouw Regels dataleverancier (deliveryresponsiblepa rty) De identificatie die de onderneming die het object aan de basisregistratie ondergrond heeft aangeleverd als onderneming in het Handelsregister heeft. KvK-nummer Code NNNNNNNN De onderneming moet binnen de BRO als dataleverancier bekend zijn. Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven om de inhoud van het brondocument te Pagina 31 van 69
32 karakteriseren. Het wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder. 5 kwaliteitsregime (Grondwatermonitoringput) kwaliteitsregime (qualityregime) De aanduiding van de kwaliteitseis waaraan de gegevens van het object voldoen. Kwaliteitsregime = IMBRO/A Codelijst Het gegeven is door de dataleverancier bij de overdracht meegegeven om de inhoud van het brondocument te karakteriseren. Er zijn twee regimes. Het IMBRO/A-regime wordt gedurende een periode van transitie ondersteund om ook aanlevering van gegevens geproduceerd voor de ingangsdatum van de basisregistratie ondergrond mogelijk te maken en om partijen de mogelijkheid te geven hun bedrijfsprocessen aan te passen. De kwaliteitscriteria voor het IMBRO/Aregime zijn minder streng dan de kwaliteitscriteria voor het IMBROregime. Na het verstrijken van de periode van transitie mag alleen de waarde IMBRO worden aangeleverd. De scope van de pilot beperkt zich tot IMBRO/A, de beperking tot deze waarde is dus tijdelijk. 6 kader aanlevering (Grondwatermonitoringput) kader aanlevering (deliverycontext) De rechtsgrond, op basis waarvan, of bij afwezigheid daarvan, de activiteit naar aanleiding waar van, het betreffende gegeven is aangeleverd aan de BRO. KaderAanlevering Codelijst Pagina 32 van 69
33 De wetgever stipuleert dat het gegeven moet zijn vastgelegd om inzicht te geven in de relatie met de taken van een bestuursorgaan. 7 historische naam (Grondwatermonitoringput) Kardinaliteit 0-1 historische naam (historicalid) De historische naam van een grondwatermonitoringput. Tekst Maximale lengte 200 De historische naam is voor putten uit DINO het NITG-nummer. De historische naam is idealiter gelijk aan het objectbronhouder. Het verschil met het object- ID bronhouder is dat de historische naam standaard uitgeleverd wordt en het object-id bronhouder niet. 8 kwaliteitsnorm inrichting (Grondwatermonitoringput) kwaliteitsnorm inrichting (constructionstandard) [TODO] KwaliteitsnormInrichting Codelijst 9 eigenaar (Grondwatermonitoringput) eigenaar (owner) De identificatie die de onderneming die eigenaar is van het object als onderneming in het Handelsregister heeft. KvK-nummer Code Pagina 33 van 69
34 Opbouw Regels NNNNNNNN De onderneming moet binnen de BRO als eigenaar bekend zijn. 10 beschermconstru ctie (Grondwatermonitoringput) beschermconstructie (wellheadprotecto r) Geclassificeerde aanduiding van het type beschermconstructie waarvan de grondwatermonitoringput voorzien is. Beschermconstructie Codelijst 11 onderhoudende instantie Kardinaliteit 0-1 Opbouw Regels (Grondwatermonitoringput) onderhoudende instantie (maintenanceresponsiblepart y) De identificatie die de onderneming die verantwoordelijk is voor het onderhoud van de grondwatermonitoringput als onderneming in het Handelsregister heeft. KvK-nummer Code NNNNNNNN De onderneming moet binnen de BRO als uitvoerder bekend zijn. Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder. 12 zoutwachter (Grondwatermonitoringput) zoutwachter (geoohmtester) Indicatie of de grondwatermonitoringput voorzien is van een zoutwachter. Pagina 34 van 69
35 IMBRO/A Indicatie IndicatieOnbekend Codelijst 13 initiële functie (Grondwatermonitoringput) initiële functie (initialfunction) Geclassificeerde aanduiding van de initiële functie van de grondwatermonitoringput. InitiëleFunctie Codelijst 14 datum ingericht (Grondwatermonitoringput) IMBRO/A datum ingericht (constructiondate) Datum waarop de inrichting van de put is voltooid en de locatie is bepaald. Datum OnvolledigeDatum 15 datum opgeruimd (Grondwatermonitoringput) datum opgeruimd (abandonmentdate) Datum waarop de put is opgeruimd. Kardinaliteit 0-1 Datum IMBRO/A OnvolledigeDatum 2 Registratieges chiedenis Naam entiteit Registratiegeschiedenis (Regis trationhistory) Pagina 35 van 69
36 De gegevens die de geschiedenis van het object in de registratie ondergrond markeren. De gegevens van de entiteit worden geautomatiseerd door de basisregistratie ondergrond geproduceerd. 1 tijdstip registratie object (Registratiegeschiedenis) tijdstip registratie object (objectregistrationtime) De datum en het tijdstip waarop er voor het eerst gegevens van het object in de registratie ondergrond zijn opgenomen. DatumTijd Het gegeven staat niet in het brondocument. De basisregistratie ondergrond kent automatisch de juiste waarde aan het object toe. 2 registratiestatus (Registratiegeschiedenis) registratiestatus De actuele fase van registratie waarin het object zich bevindt. Registratiestatus Codelijst Het gegeven staat niet in het brondocument. De basisregistratie ondergrond kent automatisch de juiste waarde aan het object toe. 3 tijdstip laatste aanvulling (Registratiegeschiedenis) Pagina 36 van 69
37 Kardinaliteit 0-1 Regels tijdstip laatste aanvulling (latestadditiontime) Datum en tijdstip waarop de meest recente aanvulling in de BRO aan het object is doorgevoerd. DatumTijd Wanneer er geen aanvullingen hebben plaatsgevonden, is tijdstip laatste aanvulling leeg. Het gegeven staat niet in het brondocument. De basisregistratie ondergrond kent automatisch de juiste waarde aan het object toe. 4 tijdstip voltooiing registratie Kardinaliteit 0-1 (Registratiegeschiedenis) tijdstip voltooiing registratie (registrationcompletiontime ) De datum en het tijdstip waarop alle gegevens van het object in de registratie ondergrond zijn opgenomen en er geen nieuwe gegevens meer ter registratie kunnen worden aangeboden. DatumTijd Het gegeven staat niet in het brondocument. De basisregistratie ondergrond kent automatisch de juiste waarde aan het object toe. 5 gecorrigeerd (Registratiegeschiedenis) gecorrigeerd (corrected) De aanduiding die aangeeft of er een verbetering in de gegevens van het object in de registratie ondergrond heeft plaatsgevonden. Indicatie Codelijst Het gegeven staat niet in het Pagina 37 van 69
38 brondocument. De basisregistratie ondergrond kent automatisch de juiste waarde aan het object toe. 6 tijdstip laatste correctie Kardinaliteit 0-1 tijdstip laatste correctie (Registratiegeschiedenis) De datum en het tijdstip waarop de laatste verbetering in de gegevens van het object is doorgevoerd. DatumTijd Regels Het gegeven is alleen aanwezig als een correctie van het object heeft plaatsgevonden. 7 in onderzoek (Registratiegeschiedenis) in onderzoek De aanduiding die aangeeft of het object door de registerbeheerder in onderzoek is genomen. Indicatie Codelijst Wanneer een object in onderzoek is genomen betekent dit dat er bij de registerbeheerder gerede twijfel bestaat over de juistheid van de geregistreerde gegevens en dat er een onderzoek is gestart om vast te stellen wat de juiste gegevens zijn. Normaliter gaat hieraan een melding van derden vooraf. Het gegeven staat niet in het brondocument. De registerbeheerder kent de juiste waarde aan het object toe. 8 in onderzoek sinds (Registratiegeschiedenis) Kardinaliteit 0-1 in onderzoek sinds De datum en het tijdstip waarop de registerbeheerder het object in onderzoek heeft genomen. Pagina 38 van 69
39 Regels DatumTijd Het gegeven is alleen aanwezig wanneer een object in onderzoek is. Het gegeven staat niet in het brondocument. De basisregistratie ondergrond kent automatisch de juiste waarde aan het object toe. 9 uit registratie genomen uit registratie genomen (Registratiegeschiedenis) De aanduiding die aangeeft of de gegevens van het object door de registerbeheerder uit de registratie ondergrond zijn verwijderd. Indicatie Codelijst De registerbeheerder zal een object alleen bij hoge uitzondering uit registratie nemen. Aan die beslissing gaat een proces van zorgvuldige afweging vooraf en dat komt tot uitdrukking in de regel dat een object slechts een keer uit registratie kan worden genomen. Het gegeven staat niet in het brondocument. De basisregistratie ondergrond kent automatisch de juiste waarde aan het object toe. 10 tijdstip uit registratie genomen Kardinaliteit 0-1 (Registratiegeschiedenis) tijdstip uit registratie genomen De datum en het tijdstip waarop het object uit de registratie ondergrond is verwijderd. DatumTijd Pagina 39 van 69
40 Regels Het gegeven is alleen aanwezig als een object uit registratie is genomen. Het gegeven staat niet in het brondocument. De basisregistratie ondergrond kent automatisch de juiste waarde aan het object toe. 11 weer in registratie genomen weer in registratie genomen (Registratiegeschiedenis) De aanduiding die aangeeft of het object in de registratie ondergrond is opgenomen, nadat het eerder was verwijderd. Indicatie Codelijst Het gegeven staat niet in het brondocument. De registerbeheerder kent de juiste waarde aan het object toe. De registerbeheerder kan een object eenmalig uit registratie nemen, en die actie kan hij eenmalig ongedaan maken. 12 tijdstip weer in registratie genomen (Registratiegeschiedenis) tijdstip weer in registratie genomen Kardinaliteit 0-1 De datum en het tijdstip waarop het object in de registratie ondergrond is opgenomen, nadat het eerder was verwijderd. Regels DatumTijd Het gegeven is alleen aanwezig als een object in registratie is genomen na eerder uit registratie te zijn genomen. Het gegeven staat niet in het brondocument. De basisregistratie Pagina 40 van 69
41 ondergrond kent automatisch de juiste waarde aan het object toe. 3 Aangeleverde locatie Naam entiteit Aangeleverde locatie (DeliveredLocation) De locatie van de grondwatermonitoringput, zoals die is aangeleverd aan de BRO. 1 locatie (Aangeleverde locatie) Regels locatie (location) De horizontale locatie van het object op het aardoppervlak, in de vorm van een coördinatenpaar. Deze locatie is gedefinieerd in het bij aanlevering aan de BasisRegistratie Ondergrond gebruikte referentiesysteem. Coördinatenpaar De locatie moet zich bevinden op het Nederlandse grondgebied, zoals vastgesteld door het Kadaster (land). 2 referentiestelsel (Aangeleverde locatie) Regels referentiestelsel (CRS) Het referentiestelsel van de aangeleverde coördinaten. HorizontaalReferentiestelsel Codelijst Een locatie op land is gedefinieerd in RD of ETRS89, een locatie op zee in WGS84 of ETRS89. 3 methode locatiebepaling (Aangeleverde locatie) Pagina 41 van 69
42 IMBRO/A methode locatiebepaling (horizontalpositioningm ethod) De werkwijze die is gevolgd voor de bepaling van de plaats van het geotechnisch sondeeronderzoek op het aardoppervlak. MethodeLocatiebepaling MethodeHorizontalePlaatsbepaling/A Codelijst Het gegeven geeft inzicht in de nauwkeurigheid waarmee de plaats van het geotechnisch sondeeronderzoek op het aardoppervlak is bepaald. 4 uitvoerder locatiebepaling Kardinaliteit 0-1 Opbouw Regels (Aangeleverde locatie) uitvoerder locatiebepaling (horizontalpositioningo perator) De identificatie die de onderneming die voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de plaatsbepaling, als onderneming in het Handelsregister heeft. KvK-nummer NNNNNNNN De onderneming moet binnen de BRO als uitvoerder bekend zijn. Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder. 4 Aangeleverde verticale positie Naam entiteit Aangeleverde verticale positie (DeliveredVerticalPositi on) Pagina 42 van 69
43 De gegevens over de positie van het registratieobject in het verticale vlak, zoals die zijn aangeleverd aan de BRO. 1 lokaal verticaal referentiepunt (Aangeleverde verticale positie) lokaal verticaal referentiepunt (localverticalreferencepo int) Het punt dat voor de grondwatermonitoringput is gebruikt als referentiepunt voor verticale posities Regels LokaalVerticaalReferentiepunt = NAP Codelijst Voor verticale posities van grondwatermonitoringputten is het lokaal verticaal referentiepunt altijd NAP. 2 verschuiving (Aangeleverde verticale positie) verschuiving (offset) De verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt t.o.v. het verticaal referentievlak. Getalswaarde=0 Omdat voor de grondwatermonitoringput het verticaal referentievlak en het verticaal referentiepunt beide NAP zijn is de waarde voor de verticale verschuiving altijd 0. 3 verticaal referentievlak (Aangeleverde verticale positie) verticaal referentievlak (verticaldatum) Het referentieniveau voor de verticale positie van het lokaal verticaal Pagina 43 van 69
44 Regels referentiepunt. VerticaalReferentievlak Codelijst Voor verticale posities van grondwatermonitoringputten is het verticaal referentievlak altijd NAP. 4 verticale positie maaiveld (Aangeleverde verticale positie) verticale positie maaiveld (verticalpositiongroundlevel) Gemeten verticale positie van het maaiveld ten opzichte van het lokaal verticaal referentiepunt, uitgedrukt in meters. Opbouw 3.3 Regels IMBRO /A Getalswaarde Rationaal getal Voor IMBRO/A-gegevens kan de verticale positie maaiveld onbekend zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde. 5 methode verticale positiebepaling (Aangeleverde verticale positie) methode verticale positiebepaling (verticalpositioningmeth od) De werkwijze die is gevolgd voor de bepaling van de verticale positie van het lokaal verticaal referentiepunt. MethodeVerticalePositiebepaling Codelijst Het gegeven geeft inzicht in de nauwkeurigheid waarmee de verticale positie is bepaald. Pagina 44 van 69
45 6 uitvoerder verticale positiebepaling Kardinaliteit 0-1 Opbouw Regels (Aangeleverde verticale positie) uitvoerder verticale positiebepaling (verticalpositioningoper ator) De identificatie die de onderneming die voor de bronhouder geldt als verantwoordelijk voor de uitvoering van de bepaling van de verticale positie, als onderneming in het Handelsregister heeft. KvK-nummer Code NNNNNNNN De onderneming moet binnen de BRO als uitvoerder bekend zijn. Het gegeven wordt alleen uitgeleverd aan de dataleverancier en de bronhouder. 5 Gestandaardi seerde locatie Naam entiteit Gestandaardiseerde locatie (StandardizedLocation) De gegevens over de plaats van het geotechnisch sondeeronderzoek op het aardoppervlak zoals door de basisregistratie ondergrond getransformeerd. De gegevens staan niet in het brondocument. De gestandaardiseerde locatie wordt door de basisregistratie ondergrond berekend ten behoeve van data-afnemers. Het maakt het mogelijk alle Pagina 45 van 69
46 gegevens in de registratie ondergrond in een en hetzelfde referentiestelsel te ontsluiten. 1 locatie (Gestandaardiseerde locatie) locatie (location) De plaats van de grondwatermonitoringput in de coördinaten van het standaard referentiestelsel. Coördinatenpaar Het gegeven staat niet in het brondocument. De basisregistratie ondergrond berekent de waarde van het gegeven automatisch. De locatie is gedefinieerd als een punt. 2 referentiestelsel (Gestandaardiseerde locatie) referentiestelsel (CRS) Het referentiestelsel van de getransformeerde coördinaten. HorizontaalReferentiestelsel Codelijst Het gegeven staat niet in het brondocument. Het referentiestelsel van de gestandaardiseerde locatie is ETRS89. 3 toegepaste transformatie (Gestandaardiseerde locatie) toegepaste transformatie (appliedtransformation) De toegepaste transformatie voor afleiding van de gestandaardiseerde locatie. ETRSTransformatie Codelijst Pagina 46 van 69
47 De toegepaste transformatie wordt door het BRO systeem gebruik om aangeleverde locatiegegevens om te rekenen naar de gestandaardiseerde locatie. Dit attribuut wordt niet aan de BRO aangeleverd. 6 Zoutwachter Naam entiteit Kardinaliteit 0-N Regels Zoutwachter (OhmTester) Meetinstrument voor het bepalen van de bodemweerstand. Het al dan niet aanwezig zijn wordt bepaald door de inhoud van het attribuut zoutwachter. Met een zoutwachter kan de elektrische bodemweerstand rondom een grondwatermonitoringput worden gemeten. De zoutwachter is een kabel voorzien van elektrodeparen. Deze zijn gekoppeld aan een weerstandsmeter, welke een elektrische spanning opwerkt tussen twee elektroden. De gemeten bodemweerstand kan omgerekend worden naar een indicatieve waarde voor het zoutgehalte van het grondwater dat zich tussen de elektroden van een elektrodepaar bevindt. Voor putten die onder het IMBRO/A kwaliteitsregime worden aangeleverd kan aanvullende informatie over de zoutwachter ontbreken, terwijl wel bekend is dat de put voorzien is van een zoutwachter. Pagina 47 van 69
48 1 volgnummer (Zoutwachter) volgnummer (serialnumber) Door de bronhouder opgegeven identificatie van de zoutwachter. Maximale lengte 3 Regels Nummer Het volgnummer is uniek binnen de grondwatermonitoringput. Het buisnummer is groter dan 0. 2 in gebruik (Zoutwachter) IMBRO/A Regels in gebruik (inuse) Indicatie of de zoutwachterkabel wordt gebruikt voor het verrichten van saliniteitsmetingen. Indicatie IndicatieOnbekend Codelijst Tot de implementatie van het registratie-object Grondwatermonitoringput is de waarde 'onbekend'. De waarde van dit attribuut wordt aangeleverd en beheerd in het registratieobject grondwatermonitoringnet. Het vormt dus geen onderdeel van registratie- of aanvultransacties bij de grondwatermonitoringput, maar wordt automatisch toegekend op basis van transacties op het registratieobject Grondwatermonitoringnet. Omdat in de BRO nog geen monitoringnetten vastgelegd zijn krijgt dit attribuut tot oplevering van dit registratieobject de waarde 'onbekend'. 7 Elektrodenpaa r Pagina 48 van 69
49 Naam entiteit Regels IMBRO -N Elektrodenpaar (ElectrodePair) Paar van elektroden waartussen een weerstandsbepaling wordt uitgevoerd. Bij een zoutwachter bestaat minimaal één elektrodenpaar. 1 volgnummer (Elektrodenpaar) volgnummer (serialnumber) Door de bronhouder opgegeven identificatie van het elektrodenpaar. Maximale lengte 3 Regels Nummer Het volgnummer is uniek binnen de grondwatermonitoringput. Het buisnummer is groter dan 0. 2 meetpositie (Elektrodenpaar) meetpositie (measurementverticalpositi on) Diepte van het middelpunt van het elektrodenpaar vastgelegd ten opzichte van lokaal verticaal referentiepunt, uitgedrukt in meters. Getalswaarde Rationaal getal 3 elektrodeafstand (Elektrodenpaar) elektrodeafstand (electrodedistance) Afstand tussen beide elektroden van het elektrodenpaar, uitgedrukt in centimeters. Getalswaarde Pagina 49 van 69
50 Natuurlijk getal Lengte 3 Eenheid cm (centimeter) Regels De waarde moet groter dan 0 zijn. 4 type aanvulling (Elektrodenpaar) type aanvulling (annularinfillmaterial) Aanduiding van het type materiaal waarmee het boorgat bij het elektrodenpaar is aangevuld. Aanvulling Codelijst 8 Monitoringbui s Naam entiteit -N Monitoringbuis (MonitoringTub e) Een buis die in een grondwatermonitoringput is aangebracht om een open verbinding tussen het aardoppervlak en een specifiek deel van de ondergrond te leggen. 1 buisnummer (Monitoringbuis) buisnummer (tubenumber) Door de bronhouder opgegeven identificatie van de buis. Maximale lengte 3 Regels Nummer Het buisnummer is uniek binnen de grondwatermonitoringput. Het Pagina 50 van 69
51 buisnummer is groter dan 0. 2 type (Monitoringbuis) Kardinaliteit type (type) Geclassificeerde aanduiding van het type monitoringbuis. 1 Monitoringbuis Codelijst 3 drukdop (Monitoringbuis) Kardinaliteit drukdop (artesianwellcap) Indicatie of de monitoringbuis voorzien is van een drukdop. 1 IMBRO/A Indicatie IndicatieOnbekend Codelijst Een drukdop wordt gebruikt bij monitoringbuizen die geplaatst zijn in watervoerende pakketten met artesisch water. De drukdop voorkomt dat via de buis een permanente grondwaterstroom naar het oppervlak ontstaat. 4 volledig beschreven (Monitoringbuis) volledig beschreven (fullydescribed) Indicatie of de vastgelegde opbouw van de monitoringbuis volledig is. Indicatie Codelijst 5 in gebruik (Monitoringbuis) in gebruik (inuse) Indicatie of het filter in de buis een meetpunt vormt in een actief Pagina 51 van 69
52 IMBRO/A Regels Indicatie IndicatieOnbekend Codelijst grondwatermonitoringsnet. Tot de implementatie van het registratie-object Grondwatermonitoringsnet is de waarde 'Onbekend'. De waarde van dit attribuut wordt aangeleverd en beheerd in het registratieobject grondwatermonitoringnet. Het vormt dus geen onderdeel van registratie- of aanvultransacties bij de grondwatermonitoringput, maar wordt automatisch toegekend op basis van transacties op het registratieobject Grondwatermonitoringnet. Omdat in de BRO nog geen monitoringnetten vastgelegd zijn krijgt dit attribuut tot oplevering van dit registratieobject de waarde 'Onbekend'. 6 status (Monitoringbuis) status (status) Geclassificeerde aanduiding of een buis fysiek bruikbaar is voor grondwatermonitoring StatusBuis Codelijst 7 lengte (Monitoringbuis) lengte (length) Totale lengte van de monitoringbuis incl eventuele zandvang, vastgelegd in meters. Maximale lengte 3.3 Getalswaarde Rationaal getal Pagina 52 van 69
53 Eenheid Regels Regels IMBRO /A De waarde moet groter dan 0 zijn. m (meter) Voor IMBRO/A-gegevens kan de lengte onbekend zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde. 8 verticale positie bovenkant Maximale lengte verticale positie bovenkant (topverticalposition) (Monitoringbuis) Gemeten verticale positie van de bovenkant van de buis ten opzichte van het lokaal verticaal referentiepunt, uitgedrukt in meters. Getalswaarde Rationaal getal 3.3 Eenheid m (meter) 9 methode verticale positiebepaling (Monitoringbuis) methode verticale positiebepaling (verticalpositioningmeth od) Methode volgens welke de positie van de bovenkant buis is bepaald. MethodeVerticalePositiebepaling Codelijst 10 uitvoerder verticale positiebepaling (Monitoringbuis) uitvoerder verticale positiebepaling (verticalpositioningoper ator) Unieke identificatie van de onderneming die de verticale positiebepaling heeft uitgevoerd. Pagina 53 van 69
54 Kardinaliteit 0-1 KvK-nummer Code Opbouw NNNNNNNN Regels De onderneming moet binnen de BRO als uitvoerder bekend zijn. uitvoerder verticale plaatsbepaling wordt niet uitgeleverd aan afnemers. Het betreft een niet-authentiek gegeven. 9 Filter Naam entiteit Filter (Screen) Het gedeelte van de buis dat begint aan de bovenkant van het bovenste geperforeerde deel en dat eindigt aan de onderkant van het laatste geperforeerde buisdeel. 1 materiaal (Filter) materiaal (material) Diameter van het filter, gemeten aan de binnenzijde, in millimeters. Materiaal Codelijst 2 interne diameter (Filter) interne diameter (internaldiameter) Pagina 54 van 69
55 Diameter van het filter, gemeten aan de binnenzijde, in millimeters. Maximale lengte 4 Eenheid Regels Regels IMBRO /A Getalswaarde Natuurlijk getal mm (millimeter) De waarde moet groter dan 0 zijn. Voor IMBRO/A-gegevens kan de interne diameter onbekend zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde. 3 verticale positie bovenkant verticale positie bovenkant (topverticalposition) (Filter) Berekende verticale positie van de bovenkant van het filter ten opzichte van het lokaal verticaal referentiepunt, uitgedrukt in meters. Maximale lengte 3.3 Eenheid Getalswaarde Rationaal getal m (meter) 4 verticale positie onderkant verticale positie onderkant (bottomverticalposition) (Filter) Berekende verticale positie van de onderkant van het filter ten opzichte van het lokaal verticaal referentiepunt, uitgedrukt in meters. Maximale lengte 3.3 Getalswaarde Rationaal getal Pagina 55 van 69
56 Eenheid m (meter) 10 Ander buisdeel Naam entiteit Kardinaliteit 0-N Regels Regels IMBRO/A Ander buisdeel (OtherTubePart) Deel van de monitoringbuis dat niet tot het filter behoort. Andere buisdelen van type 'Stijgbuisdeel' worden van bovenaf opeenvolgend genummerd. De entiteit 'Ander buisdeel' bestaat alleen als het attribuut 'volledig beschreven' de waarde 'ja' heeft. De entiteit 'Ander buisdeel' bestaat alleen als het attribuut 'volledig beschreven' de waarde 'ja' of 'onbekend' heeft. 1 type (Ander buisdeel) Regels type (type) Geclassificeerde typering van het buisdeel AnderBuisdeel Codelijst Stijgbuisdelen worden oplopend genummerd met toenemende diepte. 2 materiaal (Ander buisdeel) materiaal (material) Geclassificeerde aanduiding van het materiaal waaruit het buisdeel bestaat. Materiaal Pagina 56 van 69
57 Codelijst 3 interne diameter (Ander buisdeel) interne diameter (internaldiameter) Diameter van de stijgbuis, gemeten aan de binnenzijde, in millimeters. Maximale lengte 4 Eenheid Regels Getalswaarde Natuurlijk getal mm (millimeter) De waarde moet groter dan 0 zijn. Regels IMBRO /A Voor IMBRO/A-gegevens kan de interne diameter onbekend zijn; in dat geval en alleen in dat geval heeft het attribuut geen waarde. 4 verticale positie bovenkant verticale positie bovenkant (topverticalposition) (Ander buisdeel) Berekende verticale positie van de bovenkant van de stijgbuis ten opzichte van het lokaal verticaal referentiepunt, uitgedrukt in meters. Maximale lengte 3.3 Eenheid Getalswaarde Rationaal getal m (meter) 5 verticale positie onderkant (Ander buisdeel) verticale positie onderkant (bottomverticalposition) Berekende verticale positie van de onderkant van de stijgbuis ten opzichte van het lokaal verticaal referentiepunt, uitgedrukt in meters. Pagina 57 van 69
58 Getalswaarde Rationaal getal Maximale lengte 3.3 Eenheid m (meter) 4.6 Beschrijving van de domeinen van het type codelijst ETRSTransformatie Naam domein ETRSTransformatie (ETRSTrans formation) De toegepaste transformatie voor afleiding van de gestandaardiseerde positie. Waardeverzameling nietgetransformeerd IMBRO IMBRO/A Omschrijving De gegevens zijn aangeleverd in ETRS89; Transformatie was niet benodigd. RDETRS89 RD naar EPSG4258, gebruikmakend van de NTv2 methode. De gridshiftfile is afkomstig van het Kadaster. De implementatie van deze methode moet nog bevestigd worden. Pagina 58 van 69
59 HorizontaalReferentiestels el Naam domein HorizontaalReferentiestelsel (H orizontalcrs) Waardeverzameling ETRS89 IMBRO IMBRO/A Omschrijving EPSG 4258: European Terrestrial Reference System 1989 RD EPSG 28992: Rijks Driehoeksmeting Amersfoort RD New Indicatie Naam domein Indicatie (IndicationYesN o) Waardeverzameling IMBRO IMBRO/A Omschrijving ja nee IndicatieOnbekend Naam domein IndicatieOnbekend (Indic ationyesnounknown) Waardeverzameling IMBRO IMBRO/A Omschrijving ja nee onbekend Onbekend Pagina 59 van 69
60 InitiëleFunctie Naam domein InitiëleFunctie (InitialFunction) Waardeverzameling IMBRO IMBRO/A Omschrijving brandput Brandput monitoringgrondwaterstand Monitoring grondwaterstand monitoringgrondwatersamens telling Monitoring grondwatersamenstelling monitoringgrondwaterstanden Grondwatersamenstelling Monitoring grondwaterstand en grondwatersamenstelling onttrekkingput Grondwateronttrekking onbekend Initiële functie onbekend KaderAanlevering Naam domein KaderAanlevering (DeliveryCont ext) Waardeverzameling publieketaak IMBRO IMBRO/A Omschrijving Opdracht publieke taakuitvoering rechtsgrondmbw rechtsgrondww Rechtsgrond Mijnbouwwet Rechtsgrond Waterwet archiefoverdracht Archiefoverdracht overig Overig KwaliteitsnormInrichting Naam domein KwaliteitsnormInrichting (Const ructionstandard) Pagina 60 van 69
61 Waardeverzameling ingenieursbureau Rotterdam IMBRO IMBRO/A Omschrijving ingenieursbureau Rotterdam standaardbestek Brabant Water standaardbestek Brabant Water NEN 5766 NEN 5766 STOWA Handboek STOWA Handboek NEN 5104 NEN 5104 NEN 5744 NEN 5744 SIKB VKB protocol 2011 SIKB VKB protocol 2011 onbekend onbekend Kwaliteitsregime Naam domein Kwaliteitsregime (QualityRegim e) Waardeverzameling IMBRO IMBRO/A Omschrijving IMBRO imbro IMBRO/A imbro/a LokaalVerticaalReferentiep unt Naam domein LokaalVerticaalReferentiepunt ( LocalVerticalReferencePoint) Waardeverzameling NAP IMBRO IMBRO/A Omschrijving Normaal Amsterdams Peil Pagina 61 van 69
62 MethodeLocatiebepaling Naam domein MethodeLocatiebepaling (Horizo ntalpositioningmethod) De methode voor plaatsbepaling, gecombineerd met de bijbehorende mogelijke van de plaatsbepaling. Waardeverzameling landmetingkl01m IMBRO IMBRO/A Omschrijving Gemeten, landmeting kleiner dan of gelijk aan 0,10 m landmetinggr01m DGPSKl1m DGPS1_5m DGPSGr5m Gemeten, landmeting, groter dan 0,10 m Gemeten, DGPS, kleiner dan 1 m Gemeten, DGPS, 1 tot en met 5 m Gemeten, DGPS, groter dan 5 m landmetingonbekend GPSOnbekend gemetenonbekend Gemeten, landmeting, onbekend Gemeten, GPS, onbekend Gemeten, methode Pagina 62 van 69
63 geschatgbkn geschatdetail100 geschatdetail200 geschatdetail500 geschatdetail1000 geschatdetail2500 geschattop10000 geschattop25000 geschattop50000 onbekend, onbekend Geschat, Grootschalige Basiskaart Nederland (GBKN), onbekend Geschat, detailkaart 1:100, onbekend Geschat, detailkaart 1:200, onbekend Geschat, detailkaart 1:500, onbekend Geschat, detailkaart 1:1000, onbekend Geschat, detailkaart 1:2500, onbekend Geschat, topografische kaart 1:10.000, onbekend Geschat, topografische kaart 1:25.000, onbekend Geschat, topografische Pagina 63 van 69
64 geschatoverig geschatonbekend onbekend kaart 1:50.000, onbekend Geschat, overige methoden, onbekend Geschat, methode onbekend, onbekend Methode onbekend, onbekend MethodeVerticalePositiebe paling Naam domein MethodeVerticalePositiebepaling (VerticalPositioningMethod) De methode voor verticale plaatsbepaling, gecombineerd met de bijbehorende mogelijke van de plaatsbepaling. Waardeverzameling landmetingkl002m IMBRO IMBRO/A Omschrijving Gemeten, landmeting, kleiner dan of gelijk aan 0,02 m landmeting002_01m landmetinggr01m Gemeten, landmeting, kleiner dan of gelijk aan 0,10 m en groter dan 0,002 m Gemeten, landmeting, groter dan Pagina 64 van 69
65 0,10 m DGPSKl01m DGPS01_025m DGPSGr025m geschatahnonbekend Gemeten, DGPS, kleiner dan 0,10 m Gemeten, DGPS, 0,10 tot en met 0,25 m Gemeten, DGPS, groter dan 0,25 m Geschat, Actueel Hoogtebestand Nederland, onbekend landmetingonbekend DGPSOnbekend gemetenonbekend geschattop10000 geschattop25000 Gemeten, landmeting, onbekend Gemeten, DGPS, onbekend Gemeten, methode onbekend, onbekend Geschat, topografische kaart 1: (met isolijnen), onbekend Geschat, topografische kaart 1:25.000, onbekend Pagina 65 van 69
66 geschattop50000 geschatoverig geschatonbekend onbekend Geschat, topografische kaart 1:50.000, onbekend Geschat, overige methoden, onbekend Geschat, onbekend, onbekend Methode onbekend, onbekend Registratiestatus Naam domein Registratiestatus (RegistrationS tatus) Waardeverzameling voltooid aangevuld geregistreerd IMBRO IMBRO/A Omschrijving Er kunnen geen aanvultransacties meer aangeleverd worden voor het registratie-object StatusBuis Naam domein StatusBuis (TubeStatus) Waardeverzameling klaarvoorgebruik IMBRO IMBRO/A Omschrijving klaar voor gebruik Pagina 66 van 69
67 nietklaarvoorgebruik buitengebruikgesteld niet klaar voor gebruik buiten gebruik gesteld onbekend onbekend Aanvulling Naam domein Aanvulling (AnnularInfillMa terial) Waardeverzameling IMBRO IMBRO/A Omschrijving zand zand klei klei AnderBuisdeel Naam domein AnderBuisdeel (OtherTube Part) Waardeverzameling ingeplaatste stijgbuis IMBRO IMBRO/A Omschrijving Stijgbuis die ingeplaatst is in een bestaande stijgbuis zandvang Zandvang stijgbuisdeel 1 stijgbuisdeel 2 stijgbuisdeel 3 Eerste stijgbuisdeel Tweede stijgbuisdeel Derde stijgbuisdeel Beschermconstructie Naam domein Beschermconstructie (Well Pagina 67 van 69
68 HeadProtector) Waardeverzameling geen IMBRO IMBRO/A Omschrijving Geen beschermconstructie beschermkoker Beschermkoker beschermkokeraluminium Beschermkoker aluminium beschermkokergegalvaniseerd Beschermkoker gegalvaniseerd beschermkokerstaal beschermkokerkunststof Beschermkoker staal Beschermkoker kunststof straatpot Straatpot straatpotbeton straatpotkunststof Straatpot beton Straatpot kunststof onbekend beschermconstructie onbekend Materiaal Naam domein Materiaal (Material) Waardeverzameling IMBRO IMBRO/A Omschrijving pvc Polyvinylchloride hdpe hdpediffusiedicht roestvrijstaal High-density polyethylene High-density polyethylene, diffusiedicht Roestvrij staal gegalvaniseerd Gegalvaniseerd teflon Teflon Pagina 68 van 69
69 koper Koper onbekend materiaal onbekend Monitoringbuis Naam domein Monitoringbuis (Monitoring Tube) Classificatie van het type monitoringbuis Waardeverzameling IMBRO IMBRO/A Omschrijving buis Buis minifilter Minifilter VerticaalReferentievlak Naam domein VerticaalReferentievlak (Vertical Datum) Waardeverzameling NAP IMBRO IMBRO/A Omschrijving EPSG5709: Landmeting (Normaal Amsterdams Peil) Pagina 69 van 69
Basisregistratie ondergrond (BRO) Innamehandboek
Basisregistratie ondergrond (BRO) Innamehandboek Grondwatermonitoringput Datum Augustus 2015 Versie 0.6 Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke Ontwikkeling Plesmanweg 1-6 Den Haag Algemeen contact Programmabureau
Basisregistratie ondergrond (BRO) Uitgiftehandboek
Basisregistratie ondergrond (BRO) Uitgiftehandboek Grondwatermonitoringput Datum augustus 2015 Versie 0.6 Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke Ontwikkeling Plesmanweg 1-6 Den Haag Contactpersoon M.R.H.E.
Basisregistratie ondergrond (BRO) Uitgiftehandboek
Basisregistratie ondergrond (BRO) Uitgiftehandboek Geotechnisch sondeeronderzoek Datum 1 juni 2015 Versie 0.8 Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke Ontwikkeling Plesmanweg 1-6 Den Haag Algemeen contact
Basisregistratie ondergrond (BRO) Innamehandboek
Basisregistratie ondergrond (BRO) Innamehandboek Geotechnisch sondeeronderzoek Datum 4 november 2014 Status Draft Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke Ontwikkeling Plesmanweg 1-6 Den Haag Contactpersoon
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Catalogus
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Catalogus Geotechnisch sondeeronderzoek Datum 27 juni 2017 Versie 1.0 Pagina 2 van 112 Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke Ontwikkeling Rijnstraat 8 2515 XP Den Haag
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Een handreiking voor conversie
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Een handreiking voor conversie Van GEF-CPT Report naar IMBRO-XML, het formaat voor de BRO Datum: 28 mei 2015 Versie: 1.0 Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke Ontwikkeling
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Een handreiking voor conversie
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Een handreiking voor conversie Van GEF-CPT Report naar IMBRO-XML, het formaat voor de BRO Datum 30 november 2015 Versie November 2015 BRO-Handreiking conversie Van GEF-CPT
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Uitgiftehandboek
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Uitgiftehandboek Geotechnisch sondeeronderzoek Datum 29 maart 2016 Versie 0.92 Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke Ontwikkeling Plesmanweg 1-6 Den Haag Algemeen contact
Basisregistratie Ondergrond, BRO
2-7-2013 1 Basisregistratie Ondergrond, BRO Ruud Mutsaers Geologische Dienst Nederland - TNO 2-7-2013 2 2-7-2013 3 Gebruik van de ondergrond 2-7-2013 4 Wat betekent de BRO Overheid regelt de informatievoorziening
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Koppelvlakbeschrijving
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Koppelvlakbeschrijving GMW Innamewebservice Datum 19 augustus 2015 Status 0.6 Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke Ontwikkeling Plesmanweg 1-6 Den Haag Algemeen contact
Basisregistratie Ondergrond
Basisregistratie Ondergrond 1 2 Basisregistratie Ondergrond Eén landelijke database met de gegevens over bodem en ondergrond Bij wet geregeld dat de database er moet zijn, hoe die gevuld wordt, hoe die
CONTRACTMANAGEMENT VAN WET NAAR CONTRACT
Rosalie van Oostrom Projectteam BRO - CONTRACTMANAGEMENT VAN WET NAAR CONTRACT 1 Vier plichten 2 Wet Bro legt taken en bevoegdheden op aan de bronhouder Bronhouders (=bestuursorgaan) Contract met taakopdracht
BRO & Coördinaten Referentiestelsels Rico Tönis
2 december 2013 1 BRO & Coördinaten Referentiestelsels Rico Tönis 2 Nederlandse Ondergrondgegevens TNO, Geologische Dienst Nederland = beheerder Nederlandse ondergrondgegevens Diverse gegevens zoals: Gesteentemonsters
Informatieobjecten zijn systematisch beschreven
AP17 Informatieobjecten zijn systematisch beschreven Statement De aan de dienst gerelateerde informatieobjecten zijn systematisch beschreven en op passende wijze gemodelleerd. Afgeleid van BP2 (vindbaar)
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Catalogus
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Catalogus Booronderzoek Bodemkundige boormonsterbeschrijving Datum 27 juni 2017 Versie 1.0 Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke Ontwikkeling Rijnstraat 8 2515 XP Den
Basisregistratie Ondergrond
Basisregistratie Ondergrond De rol van GEO-ICT bedrijven Stephan Gruijters Geologische Dienst van Nederland - TNO 1 Stelsel van Basisregistraties uitkering (BLAU) Inkomen (BRI) Persoon (RNI) Persoon (GBA)
Gegevenscatalogus Basisregistratie Ondergrond (BRO) Algemene catalogus
Gegevenscatalogus Basisregistratie Ondergrond (BRO) Algemene catalogus Gegevenscatalogus Basisregistratie Ondergrond (BRO) Algemene Catalogus Datum 30 augustus 2012 Status Concept Colofon Bestuurskern
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Handleiding voor innameloket Geotechnisch Sondeeronderzoek. Datum 4 juli 2017 Status Versie 1.0
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Handleiding voor innameloket Geotechnisch Sondeeronderzoek Datum 4 juli 2017 Status Versie 1.0 Inhoudsopgave Inleiding... 4 Doelgroep... 4 Leeswijzer... 4 Zelfstandig
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Van Peilbuis Tot Portal (VPTP) Hans van der Meij. Geologische Dienst Nederland, TNO
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Van Peilbuis Tot Portal (VPTP) Hans van der Meij Geologische Dienst Nederland, TNO Onderwerpen GDN/TNO, Wie zijn wij? De Basisregistratie Ondergrond BRO in vogelvlucht
Basisregistratie Ondergrond, BRO
21-6-2013 1 Basisregistratie Ondergrond, BRO Ruud Mutsaers Geologische Dienst Nederland - TNO Slappe Bodem 21-6-2013 2 21-6-2013 3 Gebruik van de ondergrond 21-6-2013 4 Wat betekent de BRO Overheid regelt
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Een handreiking voor conversie
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Een handreiking voor conversie Van GEF-CPT Report naar IMBRO-XML, het formaat voor de BRO Datum 12 nuari 2017 Versie Januari 2017 Colofon Bestuurskern Dir. Ruimtelijke
Basisregistratie Ondergrond, BRO
18-4-2013 1 Basisregistratie Ondergrond, BRO Ruud Mutsaers Geologische Dienst Nederland - TNO 18-4-2013 2 18-4-2013 3 Wat betekent de BRO Overheid regelt de informatievoorziening van publieke gegevens
In samenwerking met de Expertgroep BCM
Vraag en antwoord categorie 04 Nationaliteit Versie 1.1 Datum 12 november 2018 Status Definitief In samenwerking met de Expertgroep BCM Toelichting In de vraag en antwoord wordt vaak verwezen naar een
Basis Registratie Ondergrond (BRO) Stand van zaken Giesbeek 29 september 2011 Hans van der Meij
29 september 2011 Diverdag Eijkelkamp Basis Registratie Ondergrond (BRO) Stand van zaken Giesbeek 29 september 2011 Hans van der Meij Basisregistratie Ondergrond Wat zijn basisregistraties? Wie is de BRO?
De BRO, hoe komen we daar?
De BRO, hoe komen we daar? Robert Jan van Leeuwen Geologische Dienst Nederland,TNO 14 maart 2011 Drie vragen Wat moet er eigenlijk gebeuren? Hoe denken Alterra en TNO dat te gaan doen? Hoe beginnen we
Handleiding Nederlandse Besteksystematiek
Handleiding Nederlandse Besteksystematiek Inhoudsopgave 1 Inleiding... 3 1.1 NBS... 3 1.2 De NBS Catalogus... 3 2 Bestek, algemeen... 4 2.1 Het bestek... 4 2.2 De beschrijving van het werk... 4 2.3 De
In samenwerking met de Expertgroep BCM
Vraag en antwoord categorie 04 Nationaliteit Versie 1.2 Datum 20 februari 2019 Status Definitief In samenwerking met de Expertgroep BCM Toelichting In de vraag en antwoord wordt vaak verwezen naar een
Basisregistratie Ondergrond
Basisregistratie Ondergrond Wat hebben we nu en waar gaan we naar toe? Hans van der Meij Geologische Dienst Nederland, TNO 9 november 2011 Waarom de ondergrond en voor wie? www.grondwaterstandinutrecht.nl
Handreiking uniforme gegevenslevering Stelselcatalogus 2.0
Handreiking uniforme gegevenslevering Stelselcatalogus 2.0 Versie 1.1 (toevoeging metagegevens Toegankelijkheid en Gebruiksvoorwaarden, na afstemming in beheeroverleg d.d. 28-01-2014) Gegevenslevering
Start BRO-systeem Grondwatermonitoringput per 4 juli 2017
Mededeling Start BRO-systeem Grondwatermonitoringput per 4 juli 2017 Wat betekent dat voor u? I N L E I D I N G Vooruitlopend op de Algemene Maatregel van Bestuur, die is gekoppeld aan de Wet Basisregistratie
Metamodel M(etamodel) I(nformatiemodellen) G(emeenten)
Metamodel M(etamodel) I(nformatiemodellen) G(emeenten) (metamodel voor informatiemodellen KING en Kadaster + extensie) Het metamodel MIG (Metamodel Informatiemodellen Gemeenten) is het metamodel voor de
De terugmeldingsverplichting. Datum 22 mei 2014
De terugmeldingsverplichting Datum 22 mei 2014 Inhoudsopgave Inleiding... 3 1 De terugmeldvoorziening (TMV)... 4 2 Juridisch kader... 5 3 Procedure op hoofdlijnen... 6 3.1 Algemeen... 6 3.2 De melding
HOEBERT HULSHOF & ROEST
Inleiding Artikel 1 Deze standaard voor aan assurance verwante opdrachten heeft ten doel grondslagen en werkzaamheden vast te stellen en aanwijzingen te geven omtrent de vaktechnische verantwoordelijkheid
Werkelijkheid. Vindbaar maken. vastleggen
Werkelijkheid Real-life dingen, locaties,... Real-life events domein/id/?/.. http://brk.kadaster.nl/id/perceel/102412839 domein/id/?/.. http://brk.kadaster.nl/id/gebeurtenis/3940128 Begrippenkader NORA
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Handleiding voor aansluiten op webservices. Datum 13 januari 2017 Status Versie 1.0
Basisregistratie Ondergrond (BRO) Handleiding voor aansluiten op webservices Datum 13 januari 2017 Status Versie 1.0 Inhoudsopgave Inleiding... 5 Doelgroep... 5 Leeswijzer... 5 Zelfstandig aan de slag...
0.1 LVBAG Bevragen Productbeschrijving. versie 1.0. Datum. 10 augustus Document versie. 1.0 ConceptICT Services Keten RZDirectie IT
0.1 LVBAG Bevragen Productbeschrijving versie 1.0 Datum 10 augustus 2016 Document versie 1.0 ConceptICT Services Keten RZDirectie IT Versiehistorie Versie datum Omschrijving 1.0 10-08-2016 Definitieve
Gebruikershandleiding Digimelding voor bronhouders BAG
Gebruikershandleiding Digimelding voor bronhouders BAG Versie 1.0 Datum 11 mei 2015 Status Definitief Inhoud 1 Inleiding... 3 1.1 Waarom Terugmelden?... 3 1.2 Gerede Twijfel... 3 1.3 Digimelding voor afnemers...
Processen en juridische aspecten LV WOZ
Processen en juridische aspecten LV WOZ LV WOZ Inlichtingen Peter van den Heuij T 070-3427816 [email protected] Datum 23 mei 2011 Auteur Ruud Kathmann Bijlage: Inleiding Voor de aanbesteding van de
0.1 Verdieping BAG Bevragen. versie 0.1. Datum. 1 juli Document versie. 0.1 ConceptICT Services Keten RZDirectie IT
0.1 Verdieping BAG Bevragen versie 0.1 Datum 1 juli 2016 Document versie 0.1 ConceptICT Services Keten RZDirectie IT Versiehistorie Versie datum Omschrijving 0.1 01-07-2016 Initiële versie. Versie 0.1
Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008
Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controleen overige standaarden Vastgesteld 18 december 2008 1 Besluit tot wijziging van de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden Vastgesteld
Producten- en Dienstencatalogus BAG Verstrekkingen. Bijlage A - Verklarende woordenlijst
Producten- en Dienstencatalogus BAG Verstrekkingen Bijlage A - Verklarende woordenlijst Versie 2011 Verklarende woordenlijst Deze verklarende woordenlijst bevat een uitleg van begrippen en afkortingen
Bijlage 1-Procedure voor de implementatie van het AGR-GPS systeem PROCEDURE VOOR DE IMPLEMENTATIE VAN HET AGR-GPS SYSTEEM
Bijlage 1-Procedure voor de implementatie van het AGR-GPS systeem PROCEDURE VOOR DE IMPLEMENTATIE VAN HET AGR-GPS SYSTEEM Figuur 1 geeft een overzicht van het AGR-GPS systeem op functioneel niveau weer.
Certificate Policy Bedrijfstestomgeving ZOVAR
Certificate Policy Bedrijfstestomgeving ZOVAR Uitgave : agentschap Versie : 1.0 Definitief Datum : 26-7-2007 Bestandsnaam : 20070726 CP bedrijfstestomgeving ZOVAR 1.0.doc Organisatie ZOVAR Pagina 2 van
Toelichting catalogus Template basisregistraties
Toelichting catalogus Template basisregistraties Datum: 9 april 2010 Auteur: E. Raadsen Versie: 2.0 d8 Status: Concept 20100617 Toelichting catalogus br template 2.0 d8.1.odt-1- Versiehistorie Versie Datum
Aandachtspunten en vragen en antwoorden LO3.9. 1 Aandachtspunten met betrekking tot nationaliteitsgegevens
Aandachtspunten en vragen en antwoorden LO3.9 1 Aandachtspunten met betrekking tot nationaliteitsgegevens Let op! Alles in het navolgende gedeelte gaat over de bijhouding van gegevens na 31 januari 2015.
Registratie van boringen.
Werkgroep Z-coördinaat. Registratie van boringen. Door: werkgroep Z-coördinaat Datum: 20 oktober 2016. Versie: 1.1. blad : 1 (9) 1 Inleiding. In dit document wordt beschreven hoe de loop van, als bijvoorbeeld,
Beheer en onderhoud GPH
Beheer en onderhoud GPH Afkomstig van: Sandra van Beek-Jacobs Versie: 1.0 Datum: 25-7-2014 Inhoudsopgave 1. Documenthistorie 3 2. Inleiding 4 2.1 Opbouw document 4 2.2 Doel document 4 2.3 Beheer van het
Martijn Klomp Kadaster. Martijn Odijk IenM. Workshop BAG 2.0 GGB-regiobijeenkomst
Martijn Klomp Kadaster Martijn Odijk IenM Workshop BAG 2.0 GGB-regiobijeenkomst Wet AMvB Wet BAG (1 e en 2 e Kamer 7/2/2017) Besluit BAG Regeling Regeling BAG Catalogus BAG (Informatiemodel) (bijlage bij
Dat we scherpe en compacte schema s kunnen maken voor berichten in koppelvlakken, en die ook kunnen beheren. Dat we op een consistente manier
1 We willen vanuit KING StUF koppelvlakken ontwikkelen vanuit een modelgedreven aanpak. Waar we in het verleden nogal eens de standaarden maakten en beoordeelden vanuit xml-schemabestanden, willen we dat
Praktijkrichtlijn IMBRO
Praktijkrichtlijn IMBRO Auteur : TNO / Alterra Datum : 25 november 2009 versie : 1.0 Status : definitief IMBRO Informatiemodel Bodem en Ondergrond REVISIE HISTORIE Datum Versie Beschrijving Auteur(s)
Gebruikershandleiding Digimelding BALI - HR
Directoraat-Generaal Wonen, Bouwen en Integratie Gebruikershandleiding Digimelding BALI - HR Voor Basisregistraties Versie 3.1 Datum 05 Oktober 2016 Status Definitief Inhoud Inhoud... 2 1 Inleiding...
Bijlage 1. Overzicht van de basisvoorziening in het NUP: afspraken en gevolgen voor de gemeente
Bijlage 1. Overzicht van de basisvoorziening in het NUP: afspraken en gevolgen voor de gemeente Waar hieronder wordt gesproken over partijen is bedoeld: gemeenten, provincies, waterschappen en rijksdiensten
Inleiding. Record. Specificatie ToPX 2.1
Prins Willem-Alexanderhof 20 2595 BE Den Haag T +31-70-331 5400 www.nationaalarchief.nl Contact W. van der Reijden Recordkeeping adviseur T +31 6 55 26 79 52 wout.van.der.reijden@nationaal archief.nl Specificatie
Implementatie NEN-EN-ISO in uw werkproces
Implementatie NEN-EN-ISO 14688 in uw werkproces Implementatie NEN-EN-ISO 14688 Workshop ronde 1. Workshop ronde 2. 1. Inleiding Booronderzoek in relatie tot BRO Veranderingen vanuit de norm 2. Aan de slag!
Wijzigingsvoorstel op het Logisch Model Aquo 2 kabel-elementen uit IMKL overnemen RfC-W-0901-0031
Wijzigingsvoorstel op het Logisch Model Aquo 2 kabel-elementen uit IMKL overnemen RfC-W-0901-0031 Indiener A. Meerkerk, Nieuwland Datum 9-3-2009 Kenmerk RfC W-0901-0031 Documentbeheer Wijzigingshistorie
Documentatierapport Woonruimten naar eigendom en WOZ-waarde 1995-2011 (EIGENDOMWOZTAB)
Centraal Bureau voor de Statistiek Centrum voor Beleidsstatistiek Documentatierapport Woonruimten naar eigendom en WOZ-waarde 1995-2011 (EIGENDOMWOZTAB) Datum: 30 september 2014 Bronvermelding Publicatie
TECHNISCH MANAGEMENT
Iwan Klein (sr.) Adviseur Geotechniek TECHNISCH MANAGEMENT 1 Korte introductie: Iwan Klein, hts aan de Haagse Hoge School Verleden: 12 jaar geotechnisch adviesbureau Heden: 2 jaar GPO afdeling Wegen &
Gebruikershandleiding
0.1 BGT Controleservice Gebruikershandleiding Datum 6 maart 2014 Versie 1.3 Inhoudsopgave 1 Inleiding...3 2 Eisen aan de levering...4 3 Uit te voeren controles...5 4 Uitvoering Controle...6 4.1 Controleren
1. AUDITINSTRUCTIE SCORECARD COPRO 8120
1. AUDITINSTRUCTIE SCORECARD COPRO 8120 1.1. Inleiding DTe vraagt ter verificatie van de aangeleverde cijfers een assurance-rapport van een externe accountant. Een assurance-rapport dient eenmaal per jaar
Secretariaat: ECP Postbus 262 2260 AG Leidschendam 070-4190309 INHOUD
Secretariaat: ECP Postbus 262 2260 AG Leidschendam 070-4190309 [email protected] http://www.keurmerkafrekensystemen.nl/ INHOUD INHOUD... 1 INLEIDING... 2 DOEL... 2 BEGRIPPEN... 2 AANDACHTSGEBIED EN BEGRENZING...
En aantal maanden geleden heb ik aangegeven iets te gaan vertellen over plaatsbepaling.
Verhaaltje ZX ronde 22 mei 2011 Plaatsbepaling Algemeen En aantal maanden geleden heb ik aangegeven iets te gaan vertellen over plaatsbepaling. Plaats bepaling is belangrijk o.a. voor het maken een aanpassen
DECLARATIEBERICHT EN FACTUURBERICHT IWMO303 EN IJW303. Veel gestelde vragen over het gebruik van de standaardberichten 303D en 303F
DECLARATIEBERICHT EN FACTUURBERICHT IWMO303 EN IJW303 Veel gestelde vragen over het gebruik van de standaardberichten 303D en 303F Versie 1 December 2016 Declaratiebericht en factuurbericht (iwmo303 en
Juriconnect-standaard voor identificatie van en verwijzing naar wet- en regelgeving
Juriconnect-standaard voor identificatie van en verwijzing naar wet- en regelgeving (Juriconnect standaard BWB) versie 1.3 datum 11 februari 2013 auteur Matthijs Breebaart Juriconnect standaard BWB versie
Centrum voor Beleidsstatistiek en Microdata Services. Documentatierapport X- en Y-coördinaten van een verblijfsobject (VSLCOORDTAB)
Centrum voor Beleidsstatistiek en Microdata Services Documentatierapport X- en Y-coördinaten van een verblijfsobject (VSLCOORDTAB) Datum: 7 oktober 2015 Bronvermelding Publicatie van uitkomsten geschiedt
20 14-35 1. Nieuwegein. Datum 2 oktober 2014 Portefeuillehouder J.A.N. Gadella
20 14-35 1 Aan De raad van de gemeente Nieuwegein Onderwerp Beantwoording brief ex art. 42 RvO van de fractie VSP dd 23-09-2014 inzake aanleveren bodemgegevens BRO per 1 jan. 2016 (zie 2014-301) Afdeling
Gegevenscatalogus Basisregistratie Ondergrond (BRO) Deelcatalogus GEOTECHNISCHE SONDERINGEN
Gegevenscatalogus Basisregistratie Ondergrond (BRO) Deelcatalogus GEOTECHNISCHE SONDERINGEN Gegevenscatalogus Basisregistratie Ondergrond (BRO) Deelcatalogus GEOTECHNISCHE SONDERINGEN Extra vermelding
DATAMODELLERING BEGRIPPENBOOM
DATAMODELLERING BEGRIPPENBOOM Inleiding In dit whitepaper wordt de datamodelleervorm begrippenboom inclusief de begrippenlijst beschreven. Deze modelleervorm staat in verhouding tot een aantal andere modelleervormen.
Context Informatiestandaarden
Context Informatiestandaarden Inleiding Om zorgverleners in staat te stellen om volgens een kwaliteitsstandaard te werken moeten proces, organisatie en ondersteunende middelen daarop aansluiten. Voor ICT-systemen
Microdataservices. Documentatierapport Numerieke postcode van een verblijfsobject (VSLPOSTCODEBUS)
Documentatierapport Numerieke postcode van een verblijfsobject (VSLPOSTCODEBUS) Datum:21 juni 2017 Bronvermelding Publicatie van uitkomsten geschiedt door de onderzoeksinstelling of de opdrachtgever op
Voor de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) tarieven vast van DBC-zorgproducten.
Bijlage 1 Onderzoeksprotocol aanlevering kostprijzen GRZ op basis van kostprijsmodel 1. Uitgangspunten 1.1 Doelstelling Voor de geriatrische revalidatiezorg (GRZ) stelt de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
Wijziging Informatiemodel ZTC
Wijziging Informatiemodel ZTC Van: Arjan Kloosterboer Datum: 11-3-2014 Aan: Expertgroep StUF [aangepaste versie van notitie dd. 11-12-2013, met wijzigingen als zodanig gemarkeerd] In maart 2013 is de ZTC
NCAE. Toelichting handelsnormen voor eieren - verzamelaars november 2013
1 TOELICHTING HANDELSNORMEN VOOR EIEREN VERZAMELAARS Inhoud 1 Algemeen 2 Vergunning / registratie 3 Ontvangst, transportverpakking, begeleidend document eieren 4 Intraverkeer van eieren 5 Merken van de
Basisregistratie Ondergrond (BRO)
Ministerie van Infrastructuur en Milieu Infoblad Basisregistratie Ondergrond (BRO) Registratieobjecten en registratiedomeinen April 2014 (Hiermee komt het informatieblad Datatypen met uitleg te vervallen)
Overgang naar IM Metingen
Overgang naar IM Metingen Samen verder IHW Netwerkdag 3-10-2013 Roeland Heuff SIKB Steven IJzer IHW Tamar Bakker - IHW Inhoud Hoe het allemaal begon: Roeland Heuff UM Aquo Metingen IM Metingen: Steven
CORA 1.0 Bedrijfs- en ICT-referentiearchitectuur voor woningcorporaties
CORA 1.0 Bedrijfs- en ICT-referentiearchitectuur voor woningcorporaties Hoe zorgen we ervoor dat we nieuwe diensten en producten soepel in onze bedrijfsvoering op kunnen nemen? Hoe geven we betere invulling
1 Rekenen in eindige precisie
Rekenen in eindige precisie Een computer rekent per definitie met een eindige deelverzameling van getallen. In dit hoofdstuk bekijken we hoe dit binnen een computer is ingericht, en wat daarvan de gevolgen
