Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten"

Transcriptie

1 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten Analyse van Rebound Centre Rotterdam Delfshaven en de Amsterdamse School Opdrachtgever: Ministerie van OCW, directie Voortijdig schoolverlaten ECORYS Boukje Cuelenaere Anja Willemsen Ruud van der Aa Frank van Zutphen Claudia Groen Rotterdam, 6 april 2009

2

3 ECORYS Nederland BV Postbus AD Rotterdam Watermanweg GG Rotterdam T F E [email protected] W K.v.K. nr ECORYS Arbeid & Sociaal Beleid T F WIL/RG EO18937rapcases

4 WIL/RG EO18937rapcases

5 Inhoudsopgave Samenvatting 7 1 Inleiding en onderzoeksopzet Inleiding Onderzoeksmethode 9 2 Case 1: De Amsterdamse School Probleemanalyse Het projectalternatief Nulalternatief Kosten en resultaten Kosten van het project Effecten en baten Kosten-batenanalyse Kosten en baten naar actor Gevoeligheidsanalyse Conclusie 24 3 Case 2: Rebound Centre Delfshaven (Rotterdam) Probleemanalyse Het Projectalternatief Nulalternatief Kosten en resultaten Kosten van het project Effecten en baten Kosten-batenanalyse Kosten en baten naar actor Gevoeligheidsanalyse Conclusie 36 4 Centrale conclusies Kanttekeningen Conclusies 37 Bijlage 1 Resultaten Amsterdamse School 39 Bijlage 2 Resultaten Rebound Centre Delfshaven 41 Bijlage 3 Kengetallen 45 Bijlage 4 Lijst van geïnterviewden 49 WIL/RG EO18937rapcases

6 WIL/RG EO18937rapcases

7 Samenvatting MKBA verminderen VSV In opdracht van de directie Voortijdig schoolverlaten van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft ECORYS een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) van het verminderen van het voortijdig schoolverlaten in Nederland uitgevoerd. Deze MKBA bestaat uit twee delen: de analyse op macroniveau en de analyse van twee projecten om voortijdig schoolverlaten te verminderen. Het eerste deel is gerapporteerd in MKBA voortijdig schoolverlaten, Cuelenaere e.a Twee casestudies Voorliggend rapport bevat de maatschappelijke kosten-batenanalyse van twee case studies op het gebied van voortijdig schoolverlaten, De Amsterdamse School en het Rebound Centre Delfshaven (Rotterdam). Beide projecten in deze analyse zijn gericht op een relatief zware groep voortijdig schoolverlaters. Bij de Amsterdamse School is ongeveer 65 procent van de deelnemers preventief doorverwezen vanuit de eigen onderwijsgroep en zijn de overige 35 procent van de deelnemers reeds eerder uitgevallen. Het Rebound Centre richt zich alleen op jongeren die niet meer aan het reguliere onderwijs deelnemen. In tegenstelling tot de hoeveelheideffecten die in het VSV beleid centraal staan geldt voor beide projecten dat er niet alleen op het behalen van de startkwalificatie wordt gestuurd, maar ook op het uitstromen naar werk of vervolgopleiding. Kosten De kosten van beide interventies bestaan uit de reguliere opleidingskosten en extra personeelslasten voor de groepsverkleining en (impliciete) zorg die beide projecten aanbieden. Daarnaast maken de deelnemers nog private kosten voor de opleiding. De Amsterdamse School wordt voornamelijk gefinancierd met reguliere OCW gelden en de zogenaamde stage innovatiemiddelen vanuit hetzelfde ministerie. Het Rebound Centre ontvangt naast OCW gelden, WWB gelden van het ministerie van Sociale Zaken en een subsidie van de deelgemeente. Baten De baten van beide interventies zijn in de basisvariant waarin wij de in de macroanalyse gemaakte veronderstellingen (kengetallen) volgen lager dan de kosten. Hierbij moet wel in ogenschouw worden genomen dat dit het minimale rendement zal zijn. In deze studie zijn we namelijk consequent uitgegaan van de ondergrens van de effecten. Ook heeft de analyse betrekking op standaard jaren regulier onderwijs en wordt de intensieve begeleiding door medewerkers zoals deze in beide projecten plaatsvindt niet meegenomen in het model. Een andere reden waarom de uitkomsten van deze MKBA de ondergrens weergeven is het feit dat sommige effecten van onderwijs niet gekwantificeerd zoals integratie Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 7

8 of sociale participatie niet gekwantificeerd zijn. Deze effecten sluiten echter nauw aan bij de doelstellingen van beide projecten. Rendement Uit de gevoeligheidsanalyse blijkt dat beide projecten rendabel worden bij een aannemelijke stijging van de arbeidsparticipatie. Daarnaast zullen de baten sterk stijgen indien we een lagere disconto voet veronderstellen. De interne rentevoet van de Amsterdamse School is 5,05 procent en voor het Rebound Centre is dit 4,35 procent, dit impliceert dat de kosten bij deze discontovoet gelijk zullen zijn aan de baten. Het maatschappelijk rendement is bij beide interventies beduidend hoger dan het private rendement en bestaat voor het grootste deel uit belastinginkomsten en de afname van uitkeringen. Daarnaast zijn er baten op de gebieden gezondheid en criminaliteit, maar deze zijn beduidend kleiner. 8 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

9 1 Inleiding en onderzoeksopzet 1.1 Inleiding Voortijdige schooluitval, ook aangeduid als voortijdig schoolverlaten (VSV), brengt zowel voor de leerlingen zelf als voor de samenleving een aantal problemen met zich mee. De leerlingen die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten, hebben een slechtere uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Dit heeft niet alleen vervelende consequenties voor de voortijdig schoolverlaters zelf, maar voortijdig schoolverlaten leidt ook tot kosten voor de maatschappij. Het tegengaan van voortijdig schoolverlaten is de laatste jaren dan ook een belangrijke beleidsprioriteit van het kabinet. Voor het ministerie van OCW is het van belang om zicht te hebben op de opbrengsten van dit beleid op verschillende terreinen. Het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OCW) heeft ECORYS daarom gevraagd de volgende vragen te beantwoorden: 1. Wat zijn de maatschappelijke kosten en baten van voortijdig schoolverlaten op macroniveau? 2. Wat zijn de maatschappelijke kosten en baten van voortijdig schoolverlaten van twee lokale casus (Amsterdamse School en Rebound Center Delfshaven)? De eerste vraag wordt beantwoord in de rapportage MKBA voortijdig schoolverlaten. De tweede vraag is het onderwerp van deze studie. Doel van het uitvoeren van een de maatschappelijke kosten en batenanalyse (MKBA) van twee specifieke cases op het gebied van voortijdig schooluitval is inzicht te krijgen in de effectiviteit en rentabiliteit van deze interventies. Hiertoe zijn twee projecten gekozen: het project Amsterdamse School en het Rebound Centre Rotterdam Delfshaven 1.2 Onderzoeksmethode Om de kosten-batenanalyse van de twee interventies op te stellen hebben wij het in figuur 1.1 beschreven stappenplan KBA gevolgd. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 9

10 Figuur 1.1 Stappenplan kosten-batenanalyse STAPPEN KOSTEN-BATENANALYSE 1 Probleemanalyse 2 Definitie projectalternatief 3 Definitie nulalternatief 4 Bepalen kosten 5 Bepalen effecten 6 Bepalen baten 7 Opstellen overzicht kosten en baten 8 Varianten- en risicoanalyse Bron: ECORYS & Verwey-Jonker Instituut (2008), Handleiding voor kosten-batenanalyses in het sociale domein. De kosten en effecten van de interventies zijn vastgesteld op basis van gesprekken met een aantal sleutelfiguren (zie bijlage 4), beleidsdocumenten, jaarplannen en rapportages en een analyse van de instroom en uitstroom van deelnemers op basis van de leerling overzichten van de afgelopen jaren van beide projecten. De baten van de beide interventies zijn aan de hand van de kengetallen uit het eerste deel van deze studie (de macro analyse) bepaald. Bij het bepalen van de kengetallen is onder meer gebruik gemaakt van eerdere studies naar de kosten en baten van voortijdig schoolverlaten 1. Voor het bepalen van de baten hebben wij ons met name geconcentreerd op de vraag wat de gevolgen zijn indien voortijdig schoolverlaten wordt teruggebracht. Hierbij is zoveel mogelijk gekeken naar bestaande empirische relaties uit nationale en internationale literatuur. ECORYS heeft voor deze studie zelf geen empirisch onderzoek verricht. Het grootste deel van de literatuur gaat over het effect van één extra jaar scholing op het loon, de arbeidsparticipatie of criminaliteit. Gebieden als gezondheid, maatschappelijke participatie en integratie komen minder aan bod. In het onderzoek is getracht ook die gebieden uit te lichten. Een relevant aandachtspunt dat vaak terugkomt in de literatuur over de verschillende gebieden is dat er sprake is van een glijdende schaal. Het halen van een diploma op zich heeft geen effect, de jaren onderwijs die daarvoor zijn gevolgd wel. Er zal dus bijvoorbeeld weinig verschil zijn in crimineel gedrag tussen iemand die zijn startkwalificatie behaald heeft en iemand die zijn opleiding een maand voor het behalen van de startkwalificatie heeft beëindigd. 1 Denk aan CPB (2006), Voortijdig schoolverlaten in Nederland: omvang, beleid en resultaten, CPB document nr. 107, februari 2006 & Rebel Group (2006), Kosten en baten van voortijdig schoolverlaten. 10 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

11 Tabel 1.1 geeft een overzicht van het type baten voor zowel klassieke risicoleerlingen als opstappers voor het terugdringen van voortijdig schoolverlaten. Tabel 1.1 Een overzicht van de verschillende type baten Private Maatschappelijk Totaal rendement rendement Extra brutoloon door stijging arbeidsparticipatie +A +A Extra brutoloon door stijging arbeidsproductiviteit +B +B Extra brutoloon door lagere kans op ontslag +C +C Extra brutoloon door kans op vervolgonderwijs +D +D Extra belastinginkomsten door extra brutoloon -E +E 0 Secundaire arbeidsvoorwaarden +F +F Minder bijstandsuitkeringen -G +G 0 Netto financiële baten A+B+C+D-E+F-G E+G A+B+C+D+F Betere gezondheid (in QALY) +H +H Lagere kosten gezondheidszorg +I +I Lagere criminaliteit +J +J Vrije tijd -K -K Sociale positie +L +L Sociale participatie +M +M +M+M Totale baten A+B+C+D-E+F- G+H-K+L+M E+G +I+J+M A+B+C+D+F+ H+I+J-K+L+M+M Een overzicht van de berekening van de verschillende kengetallen zoals uitgevoerd in de macro analyse is toegevoegd in Bijlage 3. Varianten- en risico (gevoeligheids) analyse Het resultaat van de beide kosten-batenanalyses komt tot stand op basis van gegevens, aannames en waarderingsmethodieken met een kleine of grotere onzekerheidsmarge. We hebben daarom voor beide interventies een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd met behulp van alternatieve aannames over de ingeschatte effecten en de gehanteerde waarderingsgrondslag. Voor de gevoeligheidsanalyse hebben wij de verschillende varianten in de macro analyse gevolgd en daarnaast een berekening voor het break-even punt van beide interventies gemaakt. Dit betekent dat de specifieke interventie bij een hogere dan de berekende discontovoet (interne rentevoet) niet meer rendabel zou zijn. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 11

12

13 2 Case 1: De Amsterdamse School 2.1 Probleemanalyse De gemeente Amsterdam heeft de afgelopen jaren onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van het aantal voortijdig schoolverlaters. Sinds begin 2008 is het Bureau Leerplicht Plus van start gegaan, waarbij diverse partners (o.a. het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming, Bureau Jeugdzorg, Bureau Halt en politie, maar ook het onderwijs, het Jongerenloket en lokale welzijnsorganisaties) samenwerken. Hierdoor ontstaat niet alleen een beter beeld van het werkelijke aantal voortijdig schoolverlaters, ook is het door de samenwerking beter mogelijk om voortijdig schoolverlaten effectief te voorkomen en te bestrijden. Het Bureau Leerplicht Plus brengt hierover elk halfjaar een rapportage uit. De onderstaande tabel geeft de ontwikkeling in de periode aan. Tabel 2.1 Trend schoolresultaat van jongeren 18 t/m 22 jaar in Amsterdam, 31 juli 2007 en juli juli 2008 Schoolgaand en/of gekwalificeerd % % In onderzoek (mogelijk startkwalificatie)* % % VSV Totaal % % - nieuwe uitvallers (uitgevallen in schooljaar) % % - oude uitvallers (uitgevallen in een voorgaand jaar) % % Totaal % % * Jongeren in onderzoek zijn mogelijk voortijdig schoolverlaters, het kan ook zijn dat ze al een startkwalificatie hebben behaald. Bron: Bestuurlijke rapportage Schooljaar , Bureau Leerplicht Plus, Gemeente Amsterdam. Het grootste verschil in schooluitval is tussen jongeren onder en boven de 18 jaar. In de leeftijdgroep tot en met 17 jaar valt minder dan 1 procent van de jongeren uit, in de leeftijd 18 tot en met 22 jaar is het uitvalpercentage 12,7 procent. Wat verder opvalt, is het verschil tussen jongens en meisjes. In de leeftijd 18 tot en met 22 jaar valt onder jongens 14,6 procent uit en onder meisjes 10,8 procent. Beleid Gemeente Amsterdam Door de Dienst Maatschappelijke Ontwikkeling (DMO) van de gemeente Amsterdam worden al geruime tijd middelen ingezet om het aantal voortijdig schoolverlaters substantieel terug te dringen en om zoveel mogelijk jongeren met een kwalificatie, bij voorkeur een startkwalificatie, op de arbeidsmarkt een plaats te geven. Dit gebeurde in de voorgaande jaren in het kader van het programma Bijzondere Trajecten Risicojongeren (BTR). Het BTR programma, waarmee de gemeente Amsterdam in 2003 startte, maakt deel uit van het Amsterdamse Plan van Aanpak Voortijdig Schoolverlaten. Het programma draagt bij aan het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, de terugleiding van jongeren naar onderwijs of (als school niet haalbaar is) de toeleiding naar werk. Met Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 13

14 dit programma werden jongeren bereikt. Om deze reden is het programma BTR ook in 2005 en 2006 voortgezet. De ambities voor het terugdringen van het voortijdig schoolverlaten (VSV) zijn door de gemeente Amsterdam verder uitgewerkt in Het beleidsplan Jong Amsterdam Het plan richt zich op het opsporen van uitvallers en hen naar opleiding of werk leiden (curatief) en op het stoppen van toestroom van nieuwe uitvallers (preventie). Dit komt terug in de drie-sporenaanpak, die sinds mei 2006 in gang is gezet: Spoor 1: Voorkomen van verzuim: voortgezet onderwijs en ROC s binden zich aan het voorkomen van uitval enerzijds en het tijdig melden van (dreigende) uitvallers anderzijds. Spoor 2: Snelle opvang van voortijdig schoolverlaters: jongeren die (toch) uitvallen worden gericht overgedragen naar de jongerenloketten en naar leer-/werktrajecten of andere (arbeids)activiteiten geleid. Spoor 3: Versnelde aanpak bestaande groep voortijdig schoolverlaters: acties die erop gericht zijn versneld contact te leggen met jongeren om hen terug te leiden naar school en/of werk. Om de ambities voor het terugdringen van het voortijdig schoolverlaten (VSV) te realiseren werkt de gemeente samen met verschillende betrokken partijen. De gemeente Amsterdam heeft daartoe in 2006 samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het ROC van Amsterdam en ROC ASA een convenant ondertekent. In het convenant beogen de partijen een reductie van 40 procent in , overeenkomend met een jaarlijkse reductie van 10 procent in de vier jaren vanaf Het bovengenoemde driesporen beleid wordt ingezet om dit doel te realiseren. Zoals uit tabel 1.1 blijkt is deze doelstelling (een jaarlijkse reductie van 10 procent) in het jaar behaald. Een van de projecten die worden uitgevoerd om de doelstellingen, zoals overeengekomen in het convenant te realiseren, is de Amsterdamse School. De Amsterdamse School richt zich op jongeren die om uitlopende redenen binnen het reguliere onderwijs dreigen uit te vallen. Door de sterk heersende groepsculturen hebben probleem deelnemers een negatief effect op de gehele groep, waardoor een onacceptabel hoog ongekwalificeerde uitstroom ontstond. Om deze moeilijke groep te bedienen heeft de Amsterdamse School in 2003 besloten een aparte, op deze problemen toegesneden leeromgeving te creëren waar onderwijs op maat aangeboden wordt en zo aan de behoefte van deze moeilijke deelnemers tegemoet gekomen kan worden. De Amsterdamse School is opgezet als een lokaal initiatief van de vestiging West van het ROC ASA en maakt nu onderdeel uit van het Amarantis Onderwijsgroep (voormalig ROC ASA en ISA). Bij de aanvang van het project Amsterdamse School richtte het project zich met name op het beperken van de uitval in het onderwijs. In januari 2004 begon een groep van 24 jongeren aan het project en in het cursusjaar stroomden 50 jongeren in. In de jaren daarna groeide het aantal deelnemers naar 150. Het uiteindelijke doel van de Amsterdamse School is om aan de maatschappelijke vraag van 175 plaatsen te kunnen voorzien. In de afgelopen jaren heeft een verschuiving plaatsgevonden binnen de doelgroep die de Amsterdamse School bediend. In de beginjaren richtte de Amsterdamse School zich met name op het beperken van uitval binnen het Onderwijsgroep. De laatste 14 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

15 jaren groeit het aantal deelnemers die reeds uitgevallen zijn en worden doorverwezen door maatschappelijke organisaties als Bureau jeugdzorg, Nieuwe perspectieven 2 en reclassering. De Amsterdamse School bedient daarmee een steeds zwaardere groep. Om in te spelen op de behoeften van deze groep jongeren is samenwerking gezocht met hulpverlenende instanties. 2.2 Het projectalternatief De projecteffecten laten zich meten als het verschil tussen het projectalternatief en het nulalternatief. In deze paragraaf geven we een beschrijving van het project. In paragraaf 2.4 gaan we verder in op de verwachte effecten van het project Amsterdamse School voor het schooljaar 2008/2009. De doelstelling van de Amsterdamse School is diplomering op niveau 1 en indien haalbaar niveau 2 of hoger. De Amsterdamse School heeft zichzelf als doel gesteld dat het percentage deelnemers dat het traject succesvol doorloopt minimaal 60 procent 3 zou moeten bedragen. De onderliggende doelstellingen liggen hieraan ten grondslag: Het aantal voortijdig schoolverlaters moet substantieel afnemen. Er moet worden ingespeeld op vragen van de arbeidsmarkt naar werknemers met ten minste een startkwalificatie. De afstemming tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt moet verbeteren. Het doorlopen van de Amsterdamse School moet de persoonlijke ontwikkeling van de deelnemer stimuleren, voornamelijk op het sociaal emotionele vlak. Werkwijze en activiteiten De Amsterdamse School biedt verschillende mbo-opleidingen aan op niveau 1 en 2 en soms op niveau 3, in de richtingen: economie, detailhandel, groothandel /logistiek, zorg&welzijn en techniek. Het merendeel van de deelnemers (75%) volgt onderwijs op niveau 2. Bij de Amsterdamse School is al sinds de oprichting sprake van flexibele instroom. Dit betekent dat deelnemers gedurende het gehele schooljaar kunnen instromen. Deelnemers die tussentijds uitstromen ontvangen desgewenst officiële erkende deelkwalificatie certificaten en een portfolio waarin behaalde resultaten worden getoond. Deze deelnemers worden daar waar mogelijk gecertificeerd en/of begeleid naar een werkplek. De opleidingen zijn in beperkte mate praktijk gericht. De Amsterdamse School wil in de toekomst meer praktijkgerichte opleidingen aanbieden, met name in de techniek. Eén van de pijlers van de AS is onderwijs in kleine groepen. Uit de praktijk is gebleken dat een groepsgrootte van om en nabij de twaalf personen voor de doelgroep de meest optimale leersituatie genereert. Dit betekent dat in de AS de groepsgrootte ongeveer de helft bedraagt van die in het reguliere onderwijs. Groepsmentoren zijn het vaste aanspreekpunt voor de leerlingen. De mentoren komen niet uit het onderwijs maar zijn voormalig langdurig werklozen. Daarnaast verzorgen de coördinerende docenten het 2 3 Nieuwe Perspectieven is een hulpvorm van Spirit. Nieuwe Perspectieven helpt jongeren van 12 tot 23 jaar die minimaal twee keer in aanraking zijn gekomen met politie of justitie. Jongeren krijgen maximaal 12 weken begeleiding en hierna nog 3 maanden nazorg. Eind rapportage ROC ASA, AS 2007 versie 1.1. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 15

16 onderwijs en zorg. In 2007 heeft de AS zich gericht op de ontwikkeling en implementatie van een betere zorgstructuur. Hiervoor zijn een leerlingbegeleider (psycholoog/orthopedagoog) en een ambulant begeleider ingeschakeld. Door het complete aanbod van onderwijs en zorg en het netwerk van hulpverleners en reclassering wordt de school steeds meer gezien als een expertisecentrum met mogelijk een spin-off naar de gehele schoolinstelling en verder. Kenmerken van de aanpak van de Amsterdamse School: kleinschalig; groepen van maximaal 12 leerlingen; mensgericht niet leerling gericht (een verstoring of probleem krijgt voorrang); aanpak gericht op het individu (zelfontwikkeling) en het groepsproces/-leren; leertraject gebaseerd op vragen als wie ben je en wat wil je ; biedt een duidelijke structuur, regels en regelmaat. Deelnemersprofiel De Amsterdamse School richt zich op jongeren tussen de jaar, die binnen het reguliere onderwijs uit de boot dreigen te vallen. De signalering en doorverwijzing van de leerlingen gebeurt op twee manieren: 1) Preventief (ongeveer 65%): jongeren worden doorverwezen vanuit het Amarantis Onderwijsgroep op basis van een indicatie, de zogenaamde probleemeigenaar (degene die doorverwijst) moet hierbij de doorverwijzing onderbouwen, en 2) Curatief (ongeveer 35%): jongeren die reeds uitgevallen zijn. Dit is een groeiende groep jongeren die voornamelijk worden doorverwezen door de reclassering en jeugdzorg. In principe worden alle jongeren die doorverwezen zijn, geplaatst. Een te zware problematiek (criminele activiteiten of een hoge zorgindicatie) kan een reden zijn om jongeren niet binnen de Amsterdamse School te plaatsen. Bij de intake moet het gevoel bestaan dat de school iets kan betekenen voor de jongere. Kenmerken van de deelnemers: Het merendeel van de jongeren heeft te maken met een meervoudige problematiek (leerachterstanden, sociaal-emotionele en/of gedragsproblemen). Het grootste deel van de jongeren (60-70%) heeft de indicatie gedragsproblemen en behoefte aan zorg. Bijna alle jongeren (90%) zijn weleens in aanraking geweest met justitie. Van hen heeft procent structureel te maken met justitie. Zij vallen onder de zware zaken. Meer dan 90 procent van de jongeren is allochtoon. Jongeren zonder, of met een inadequate, beroepskwalificatie. De minderheid van de jongeren heeft bij instroom een diploma, hetzij een vmbo-diploma, hetzij een mbo niveau 1 diploma. Het merendeel (65%) van de jongeren wordt preventief doorverwezen en 35 procent komt bij de Amsterdamse School terecht nadat ze uitgevallen zijn. 2.3 Nulalternatief De projecteffecten laten zich meten als het verschil tussen het projectalternatief en het nulalternatief. Het nulalternatief bestaat uit de meest waarschijnlijk te achten ontwikkeling die zal plaatsvinden in geval het project niet zouden worden uitgevoerd. 16 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

17 Hierbij hebben we rekening gehouden met de trends en het (overheids)beleid op het gebied van voortijdig schoolverlaten. De Amsterdamse School richt zich enerzijds op jongeren die dreigen uit te vallen, de zogenoemde risico leerlingen. Het aandeel preventieve deelnemers bedraagt ongeveer twee derde (65%). Voor deze jongeren zijn, zoals ook uit de interviews met de verschillende leerling coördinatoren en loopbaan adviseurs blijkt, geen andere alternatieven binnen het onderwijs. Jongeren vanaf 16 jaar worden, wanneer de Amsterdamse School er niet is, doorverwezen naar het jongeren loket van de gemeente Amsterdam, of er wordt getracht ze binnen de school te houden. Op basis van gesprekken met verschillende leerling- coördinatoren kan de inschatting gemaakt worden dat de jongeren zonder de Amsterdamse School niet adequaat geholpen zouden worden. In het nulalternatief zou volgens deze inschatting het merendeel van de jongeren (tussen 95-99%) geen startkwalificatie behalen. Daarnaast hebben deze probleem jongeren ook een negatieve invloed op de prestaties (uitval) van de rest van de groep. We veronderstellen daarom dat de uitval in het nulalternatief 97 procent zou zijn geweest. Als je ze een schools programma aan wil bieden is er naast de Amsterdamse School geen alternatief. Daarom schat ik dat het merendeel dan geen startkwalificatie zou behalen (Teammanager Leerloopbaan Centrum Amarantis Onderwijsgroep). Verder richt de Amsterdamse School zich in steeds meerdere mate ook op jongeren die reeds uitgevallen zijn: het aandeel curatieve deelnemers bedraagt momenteel 35 procent. Voor deze groep zijn zoals ook uit de interviews met de verschillende doorverwijzende instanties blijkt, weinig tot geen alternatieve projecten in Amsterdam of omgeving en kan de inschatting gemaakt worden dat de jongeren zonder de Amsterdamse School niet geholpen zouden worden en de uitval in deze groep in het nulalternatief dus 100 procent zou zijn geweest. Wel kunnen we de aanname maken dat in het nulalternatief een deel van de jongeren werk zou hebben gevonden. We veronderstellen dat dit percentage gelijk is aan een derde 4 van de jongeren. 2.4 Kosten en resultaten In deze paragraaf beschrijven we de veronderstellingen en uitgangspunten waarmee we gerekend hebben. 4 Dit is gebaseerd op de veronderstelling dat de curatieve deelnemers (35%) tot de verhinderden gerekend kunnen worden en dat 50% van de preventief doorverwezen leerlingen in het nulalternatief tot de opstappers gerekend kan worden (een baan zou hebben gekregen). Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 17

18 2.4.1 Kosten van het project Bij het project kunnen we de volgende kosten onderscheiden: eenmalige investeringen; jaarlijkse kosten (vast en variabel) waaronder: personele kosten; activiteiten/programma kosten; huisvestingskosten. Tabel 2.2 vat de veronderstellingen samen die we maken om de kosten het project te berekenen. Tabel 2.2 Veronderstellingen jaarlijkse kosten Amsterdamse School (bedragen in euro) Kosten Amsterdamse School Jaarlijkse kosten Personeelslasten onderwijs Personeelslasten zorg Leermiddelen Overige lasten (administratie en beheer en overig) Overige personeelslasten ondersteuning Directe huisvestingslasten Centrale lasten (inclusief indirecte huisvestingslasten en afschrijvingskosten) Kosten vrijwilligers Totale kosten Bron: Begroting Amsterdamse School voor Veronderstelling per kostenpost 1. Eenmalige investeringen betreffen de investeringen in gebouwen tot Een bedrag van van de Centrale lasten is bestemd voor afschrijvingskosten. 2. De personeelslasten voor onderwijs zijn onder te verdelen in personeelslasten voor onderwijs ( ) en extra personeelslasten voor groepsverkleining en impliciete zorg ( ). Daarnaast zijn er extra personeelslasten voor verleende zorg op basis van 2 fte. Overige personeelslasten ondersteuning voor onder meer beheer ( ) zijn relatief hoog door de twee locaties van de Amsterdamse School. Binnen de Amsterdamse School zijn verder vrijwilligers actief die zorg dragen voor het geven van Nederlandse les, rekenen en de catering. Dit zijn essentiële activiteiten waar geen personele inzet voor aanwezig is. Op basis van de maandelijkse inzet van de vrijwilligers en de salariskosten voor vergelijkbare functies 5 een hebben wij de fictieve lasten voor de inzet van de vrijwilligers berekend op Leraar B, 72 uur les en voorbereiding per maand ( op jaarbasis) medewerker facilitaire dienst, 22 uur per maand ( op jaarbasis). 18 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

19 3. De leermiddelen zijn op basis van het aantal leerlingen en het jaarplan begroot. Door de beperkte financiering zijn deze kosten vrij laag en zal er voor eventuele additionele (met name praktijkgerichte) activiteiten extra financiering moeten worden gezocht. 4. Huisvestingslasten en centrale lasten: binnen het Amarantis Onderwijsgroep wordt uitgegaan van de aanname dat de gemiddelde opslag voor centrale diensten van 33 procent. Deze doorbelasting betreft onder meer de kosten (inclusief afschrijvingskosten) voor de twee locaties van de Amsterdamse School ( , -). Deze kosten zijn door de locatie van de gebouwen en het feit dat de school in twee locaties is gevestigd relatief hoog maar worden door de doorbelasting over het gehele college gemiddeld. De directe huisvestingslasten voor de twee locaties zijn begroot op Naast bovenstaande jaarlijkse kosten worden er door de leerlingen zelf nog private kosten voor de opleiding gemaakt. Onderstaande tabel geeft de totale kosten van de interventie voor het jaar 2008/2009 weer. De contante waarde van de kosten van het project zijn gelijk aan Tabel 2.3 Totale kosten Amsterdamse School Kosten Kosten Amsterdamse School Private kosten deelnemers Totaal Financiële dekking De Amsterdamse School wordt momenteel gefinancierd met gelden van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (inclusief VOA) en de zogenaamde stageinnovatiebox middelen 6. De dekking vanuit de reguliere OCW gelden (afhankelijk van de inschrijfdatum van de deelnemers) is ongeveer 68 procent Effecten en baten Om de baten van het project te becijferen moeten we eerst weten hoe effectief het project is. Hoeveel deelnemers behalen als gevolg van het project een startkwalificatie en wat is de gemiddelde tijd dat leerlingen onderwijs krijgen binnen de Amsterdamse School. In tegenstelling tot de hoeveelheideffecten die in het VSV beleid centraal staan geldt voor het project dat er niet alleen op het behalen van de startkwalificatie wordt gestuurd. De Amsterdamse School heeft als doel dat de deelnemer de opleiding verlaat met een diploma op ten minste niveau 1 en indien haalbaar op niveau 2 of hoger. Daarnaast beschouwt de Amsterdamse School het als een succes wanneer: De deelnemer wordt begeleid naar een andere opleiding. 6 Dit zijn middelen voor innovatie die door het ministerie van OCW direct aan de onderwijsinstelling overgemaakt worden. Met deze middelen kunnen instellingen innovatiedoelen realiseren die zij zelf formuleren, in samenwerking met partners in de regio en in aansluiting op de thema s van de landelijke innovatieagenda. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 19

20 De deelnemer wordt begeleid naar werk en/of bbl-traject. De deelnemer wordt begeleid naar een andere instelling die een vergelijkbare doelstelling nastreeft en waar de jongere op basis van zijn problematiek adequatere hulp kan worden geboden. Om de resultaten van het project over het jaar te kunnen inschatten hebben we een analyse gemaakt van het deelnemersbestand vanaf het schooljaar We hebben daarvoor de door de Amsterdamse School aangeleverde data gebruikt. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de resultaten over deze drie jaar (een volledig overzicht is te vinden in bijlage 1). Tabel 2.4 Resultatenoverzicht deelnemers Amsterdamse School Resultaten % leerlingen startkwalificatie 51% 28,43% 23,13% % uitstroom niveau 1 25% 21,56% 6,88% % uitstroom ongediplomeerd 23% 44,11% 33,13% Waarvan uitval 15% 32,35% 28,13% Waarvan uitstroom naar vervolg onderwijs 1% 5,88% 4,38% Waarvan werk 7% 5,88% 0,63% Nog ingeschreven 2008/2009 1% 5,88% 36,88% Totaal 100% 100% 100% Zoals uit bovenstaande tabel blijkt is het uitval percentage op de Amsterdamse School in de afgelopen jaren gestegen. De stijging van dit percentage is met name toe te schrijven aan de instroom van een zwaardere categorie leerlingen en organisatorische problemen binnen de Amsterdamse School. Het is de verwachting dat het percentage dit jaar weer zal dalen. Deelnemers die uitstromen ontvangen wanneer zij dit willen officiële erkende (deel)kwalificatie certificaten en een portfolio met de behaalde resultaten. Tabel 2.5 geeft een overzicht van alleen de uitstroom over deze jaren. Uit de analyse blijkt dat de ruim 38 procent van de deelnemers de startkwalificatie heeft behaald. Deze deelnemers hebben gemiddeld 20 maanden op de Amsterdamse School doorgebracht. Dit betekent ook dat meer dan de helft (62%) van de deelnemers de Amsterdamse School zonder startkwalificatie verlaat. Wel is het belangrijk om op te merken dat van deze groep bijna 20 procent een niveau 1 diploma heeft behaald. Daarnaast stroomt nog bijna 10 procent uit naar werk of een andere opleiding. De gemiddelde tijd dat deelnemers op de Amsterdamse School onderwijs genieten is 16,4 maanden. 20 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

21 Tabel 2.5 Deelnemers naar uitstroom categorie en gemiddelde tijd op de Amsterdamse School (op basis resultaten ) Categorie Percentage van de deelnemers Gemiddelde tijd op de Amsterdamse School in maanden 7 Startkwalificatie behaald (niveau 2 mbo) 38,36 20 Diploma niveau 1 behaald 19,02 17 Ongediplomeerde uitstroom 42,62 13 Waarvan naar werk 4,59 14 Waarvan doorstroom naar vervolgopleiding 4,92 12 Totaal 100% 16,45 In het tweede jaar van de Amsterdamse School is geprobeerd om de oud-deelnemers te volgen. In 2005 is men hier echter vanwege een beperkt budget mee gestopt. Doordat het merendeel van de deelnemers na het uitstromen niet meer gevolgd wordt kan er weinig gezegd worden over de duurzaamheid van de effecten van de interventie. De projectleiding en de doorverwijzende instanties schatten de kans op een mogelijke terugval van de jongeren (uitval in de vervolgopleiding of ontslag) echter relatief hoog in. Overige effecten In de afgelopen jaren heeft een verschuiving plaatsgevonden binnen de doelgroep die de Amsterdamse School bediend. De laatste jaren groeit het aantal deelnemers die reeds uitgevallen zijn en worden doorverwezen door instanties. Daarmee bedient de Amsterdamse School een steeds zwaardere groep. Om in te spelen op de behoeften van deze zware groep heeft de Amsterdamse School zich in 2007 gericht op de ontwikkeling en implementatie van een betere zorgstructuur. De zorgstructuur enerzijds en de intensieve en persoonlijke benadering dragen sterk bij aan de persoonlijke ontwikkeling van de jongeren. het is heel goed en belangrijk dat er voor deze jongeren ook een plek is (zorgcoördinator jeugdcriminaliteit ). 2.5 Kosten-batenanalyse De Amsterdamse School heeft momenteel 175 plaatsen en kent een flexibele instroom. Dit betekent dat aan het begin van het schooljaar niet alle plaatsen bezet zijn om plaats te kunnen bieden aan nieuwe instromers. Voor de KBA gaan we daarom uit van een gemiddelde van 165 plaatsen op jaarbasis. Op basis van de gemiddelde tijd in dat leerlingen op de school verblijven, betekent dit 120,4 volledige deelnemers op jaarbasis. Aan de hand van de in tabel 2.3 berekende effecten en de kengetallen uit de MKBA op macro niveau hebben we in de basisvariant voor het schooljaar 2008/2009 de effecten berekend. Hierbij zijn wij uitgegaan van de twee in de macro analyse onderscheiden categorieën: uitstroom met startkwalificatie en uitstroom zonder startkwalificatie. Tabel 2.6 tabel geeft een overzicht van de MKBA voor de Amsterdamse School in de basisvariant. 7 We zijn op basis van de gegevens uit de leerling administratie uitgegaan van schooljaren (12 maanden) lopend van 1 augustus tot 31 juli. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 21

22 Tabel 2.6 Overzicht maatschappelijke kosten en baten Amsterdamse School schooljaar 2008/2009 Private Maatschappelijke Totaal Rendement rendement Kosten Totale kosten Effecten Extra brutoloon door stijging arbeidsparticipatie Extra brutoloon door stijging arbeidsproductiviteit Extra belastinginkomsten door extra brutoloon Secundaire arbeidsvoorwaarden Minder bijstandsuitkeringen Extra brutoloon door lagere kans op ontslag Extra brutoloon door kans op vervolgonderwijs Netto financiële baten Betere gezondheid (in QALY) Lagere kosten gezondheidszorg Lagere criminaliteit Vrije tijd PM (-) PM (-) Sociale positie PM (+) PM (+) Sociale participatie PM (+) PM (++) PM (++) Totale baten PM. Besparing kosten leerplichtambtenaar. De contante waarde van de baten van de Amsterdamse School voor het schooljaar 2008/2009 is , -. Hierbij moet in ogenschouw worden genomen dat het niet mogelijk was een aantal baten van de interventie zoals (sociale) integratie en participatie van de deelnemers te kwantificeren. Deze baten zijn gezien de duidelijke focus van de school op de persoonlijke ontwikkeling van de jongeren als opbrengst van de interventie te verwachten. In de basisvariant hebben wij de in de macro analyse gemaakte veronderstellingen gevolgd. In deze analyse is er in alle gevallen bewust voor gekozen om de aan de onderkant van de range te gaan zitten bij het bepalen van de baten. Waar bijvoorbeeld uit de literatuur blijkt dat het extra inkomen per onderwijsjaar gelijk is aan 5 tot 15 procent is er consequent uitgegaan van de ondergrens. Daarnaast zijn de veronderstellingen gemaakt voor de hele doelgroep (voortijdig schoolverlaters) en het beleid van het Nederlandse kabinet (inclusief alle (curatieve en preventieve) activiteiten en maatregelen). In het specifieke geval van het Amsterdamse School is de interventie voor een deel gericht op een relatief zware groep voortijdig schoolverlaters. Deze groep heeft onder meer door het lage scholingsniveau een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt. In de macro analyse wordt op basis van de literatuur de extra kans op werk geschat op 2,5 procent per onderwijsjaar (zie ook bijlage 3) hetgeen in het specifieke geval van de Amsterdamse 22 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

23 School neerkomt op gemiddeld 3,4 procent per deelnemer. Gezien de relatief zware doelgroep van het project en de intensieve trajecten waarbij ondersteuning bij het vinden van werk een van de activiteiten is kan hier een hoger rendement worden verondersteld 8. Rekening houdend met een hogere kans op werkloosheid en zorg en/of medische problemen bij deze jongeren veronderstellen wij in de gevoeligheidsanalyse in paragraaf 3.6 een opslag op het percentage van 1 procent 9 Wanneer we in de KBA uitgaan van deze opslag zijn de totale baten gelijk aan Kosten en baten naar actor. Aan de hand van de eerdere tabellen is het mogelijk een overzicht te geven van de actoren waar de voordelen van de vermindering van VSV door het project Amsterdamse School terecht komen. In de tabel 2.6 zijn de voordelen voor het schooljaar 2008/2009 opgenomen. Tabel 2.7 Baten naar actor Baten Saldo Private rendement Deelnemers Amsterdamse School Extra belastinginkomsten door extra Belastingdienst brutoloon Minder uitkeringen door lagere kans op Ministerie van SZW ontslag Minder bijstandsuitkeringen Gemeenten Lagere kosten gezondheidszorg Ministerie van VWS Lagere criminaliteit Ministerie van Justitie / ministerie van BZK Totale baten Het maatschappelijke rendement voor dit project is aanzienlijk hoger dan het private rendement. De grootste voordelen van deze specifieke interventie komen terecht bij de belastingsdienst door het extra verdiende brutoloon en bij de gemeenten doordat het aantal bijstandsuitkeringen afneemt. 2.6 Gevoeligheidsanalyse In het basisscenario van de kosten-batenanalyse zijn naast de aanname ten aanzien van de kans op werk nog een aantal andere belangrijke veronderstellingen gemaakt. Om te bezien in welke mate wijzigingen in de belangrijkste veronderstellingen van invloed zijn op de eindresultaten van de KBA, is een aantal gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. 8 9 Dit wordt ook ondersteund door de bevindingen in de TNO publicatie De juiste klant op het juiste traject uit Uit dit onderzoek blijkt dat integratietrajecten effectiever zijn bij kansarmere deelnemers (ondermeer deelnemers waarbij het scholingsniveau als een belemmering voor de arbeidsinzet kan worden gezien). In dit onderzoek wordt een netto kans op werk van 2,5 tot 10 procent berekend. Een opslag van 1 procent, betekent rekening houdend met het gemiddelde aantal onderwijsjaren een gemiddeld percentage voor de extra kans op werk van 5 procent. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 23

24 In de onderstaande tabel staan de belangrijkste uitkomsten opgenomen voor verschillende varianten. Tabel 2.8 Gevoeligheidsanalyse KBA Amsterdamse School Baten Kosten Saldo Risico-opslag van 1,5% op de discontovoet Break-even (discontovoet 5,05%) Discontovoet kosten 2,5% i.p.v. 5,5% Stijging inkomen per jaar onderwijs 7% i.p.v. 5% Stijging kans op werk 3,5% i.p.v. 2,5% Basisvariant Uit de gevoeligheidsanalyse blijkt dat de uitkomsten van de kosten-batenanalyse in het bijzonder bepaald worden door de gehanteerde discontovoet. Dit wordt veroorzaakt doordat de kosten dichtbij in de tijd worden gemaakt, terwijl de baten over vele jaren verspreid worden gerealiseerd. Bij een discontovoet van ongeveer 5 procent zijn de baten nagenoeg gelijk aan de kosten. Verder heeft ook een stijging van de kans op werk een aanzienlijk effect op de baten van de interventie. 2.7 Conclusie Rekening houdend met het feit dat de berekende basisvariant een absolute minimum variant is waarbij de intensieve begeleiding van deelnemers niet is meegenomen en daarnaast een aantal baten van de interventie alleen kwalitatief beoordeeld kan worden, kan het project Amsterdamse School als succesvol worden gekwalificeerd. Naast dat het project met een interne rentevoet van meer dan 5 procent redelijk rendabel is, kunnen gezien de doelgroep en doelstellingen van het project juist de baten op het gebied van (sociale) integratie en participatie als aanzienlijk ingeschat worden. Een aantal instanties geeft bijvoorbeeld aan dat alleen al het feit dat er voor de relatief zware doelgroep een plek in dit opzicht al heel belangrijk is. Daarnaast blijkt dat wanneer we in de KBA de veronderstelling ten aanzien van arbeidsparticipatie aanpassen aan de specifieke interventie de baten aanzienlijk zullen toenemen. 24 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

25 3 Case 2: Rebound Centre Delfshaven (Rotterdam) 3.1 Probleemanalyse De gemeente Rotterdam meet jaarlijks met de zogenoemde VSV monitor hoe het voortijdig schoolverlaten zich ontwikkelt. De volgende tabel geeft de ontwikkeling in de periode aan. Tabel 3.1 Overzicht schoolgaande en/ of startgekwalificeerde jongeren en VSV per 31 juli, (17 t/m 22 jaar) gemeente Rotterdam Rotterdam % % % % Schoolgaand en/of , , , ,9 startgekwalificeerd VSV totaal , , , ,1 - VSV nieuwe vestigers , , , ,6 - VSV uit speciaal onderwijs 652 1, , , ,2 - VSV overig (regulier) , , , ,3 Totaal In 2007 telde Rotterdam volgens de monitor voortijdig schoolverlaters. Het totale aantal voortijdig schoolverlaters is de afgelopen jaren aanzienlijk gedaald: van 24,2 procent eind naar 18,1 procent eind Op 31 juli 2007 volgde 81,9 procent van de inwoners in de leeftijd 17 t/m 22 jaar nog een opleiding en/of had al een startkwalificatie behaald. Een percentage dat in de buurt komt van de Europese doelstelling van 85 procent en naar verwachting de komende jaren nog verder zal stijgen. Tabel 3.2 geeft de cijfers voor de deelgemeente Delfshaven. Het percentage voortijdig schoolverlaters in de deelgemeente was eind hoger dan het gemiddelde voor de gehele gemeente maar ligt sinds onder het gemiddelde van Rotterdam. Tabel 3.2 Overzicht schoolgaande en/ of startgekwalificeerde jongeren en voortijdig schoolverlaters (17 t/m 22 jaar) deelgemeente Delfshaven Delfshaven 03/04 % 04/05 % 05/06 % 06/07 % Schoolgaanden/ en of , , , ,4 startgekwalificeerden VSV totaal , , , ,6 Totaal Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 25

26 Wat verder opvalt, zijn de verschillen tussen allochtonen versus autochtonen en jongens versus meisjes: Van de autochtone Rotterdamse jongeren van 17 tot en met 22 jaar had eind ,5 procent een startkwalificatie behaald, van de allochtone jongeren 37 procent. Van de 17 tot en met 22-jarige Rotterdamse meisjes had eind ,3 procent een startkwalificatie, van de jongens slechts 41,7 procent. VSV beleid gemeente Rotterdam Om in de kenniseconomie mee te kunnen wil de gemeente Rotterdam een vermindering van het aantal (nieuwe) voortijdig schoolverlaters. Het VSV beleid van de gemeente Rotterdam richt zich op het volgen van de Lissabonlijn, met een jaarlijkse vermindering van het voortijdig schoolverlaten met vijf procent. In 2001 is de gemeente Rotterdam van start gegaan met het Rotterdamse aanvalsplan Voortijdig Schoolverlaten Binnen is Winnen. In 2006 volgde het VSV-aanvalsplan 2 Klaar voor de Start ( ). Dit plan heeft twee hoofddoelen: 1. Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten (preventief). 2. Het terugleiden van voortijdig schoolverlaters naar het onderwijs om alsnog een startkwalificatie te behalen (curatief). De preventieve aanpak bestaat uit drie activiteitenclusters: aanpakken van de risicofactoren voor voortijdig schoolverlaten, de risicomomenten en de risicogroepen; boeien en binden van leerlingen; terugdringen van de grote uitval van leerlingen in de beginfase van het mbo. De curatieve aanpak bestaat uit twee activiteiten clusters: flexibiliseren van het onderwijsaanbod (vaker starten van opleidingen en meer maatwerk); versterken van het Jongerenloket (Het loket moet voortijdig schoolverlaters terugleiden naar het onderwijs en maakt daarbij gebruik van een breed palet van samenhangende maatregelen). De maatregelen zijn erop gericht (potentiële) voortijdig schoolverlaters, die in staat zijn (alsnog) een startkwalificatie te behalen, naar een startkwalificatie te leiden. De gemeente Rotterdam heeft voor het behalen van haar ambitie op het gebied van VSV in 2006 samen met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, het ROC Zadkine en het ROC Albeda College een convenant ondertekend. Het doel van het convenant is het realiseren van een zo hoog mogelijke vermindering van het aantal voortijdige schoolverlaters in de regio tot en met De partijen hopen gezamenlijk de voortijdige schooluitval met 40 procent te verminderen (ten opzichte van het schooljaar ). Daarnaast zijn er afspraken gemaakt over de begeleiding van huidige voortijdig schoolverlaters naar werk of startkwalificatie. Veel van de initiatieven op het gebied van VSV vinden plaats in het kader van het Grote Steden Beleid (GSB). Rotterdam heeft vanaf 2001 jaarlijks 3,7 miljoen euro aan GSB gelden ter beschikking om het voortijdig schoolverlaten te bestrijden. Hiervan gaat ongeveer 2,5 miljoen euro naar de twee ROC s (Zadkine en Albeda). Vanwege de hoge jeugdwerkeloosheid in Rotterdam worden de GSB-middelen ingezet op een combinatie van curatieve en 26 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

27 preventieve activiteiten. Preventieve activiteiten binnen het onderwijs worden verder uit andere middelen bekostigd, onder andere uit Rotterdams Onderwijs Achterstanden Plan (ROAP). Voor het terugleiden van voortijdig schoolverlaters heeft Rotterdam in het kader van GSB voor de periode kwantitatieve doelen gesteld voor zowel autochtone als allochtone voortijdig schoolverlaters (respectievelijk en 430). Een van de projecten die in het kader van het VSV-beleid in Rotterdam wordt uitgevoerd, is het Rebound Centre in Delfshaven. Het Rebound Centre Delfshaven, richt zich op het terugleiden van jongeren tussen 15 en 27 jaar zonder startkwalificatie, die reeds uitgevallen zijn. Het gaat hierbij om jongeren uit de zogenoemde zware doelgroep: jongeren met een meervoudige problematiek op verschillende gebieden zoals leerachterstanden, sociale problematiek, justitiële achtergrond en gedragsproblemen. Het project is in 2004 opgezet als een praktijkleercentrum om in onderwijs te voorzien voor de groep jongeren waarbij de reguliere schoolsituatie te geringe mogelijkheden tot het verwerven van nieuwe vaardigheden biedt. Het betreft hier leerlingen uit de groep risicoleerlingen (onderverdeling van Eimers en Bekhuis 10 ) zowel uit de categorie verhinderden als uit de categorie niet-kunners. Het Rebound Centre is een samenwerking tussen het ROC Albeda College, het ACT (Assertive Community Treatment) jeugd onderdeel van de GGZ en Futuro Trainingen (opleiding en arbeidstoeleiding). In het verleden bood het Rebound plaats aan ongeveer 150 jongeren. Het aantal deelnemers van het Rebound Centre Delfshaven is het laatste jaar door een afnemende vraag (gunstige arbeidsmarkt) en de verzelfstandiging van de dependance echter afgenomen naar 75 plaatsen. 3.2 Het Projectalternatief Het projectalternatief bestaat uit een beschrijving van het project en de beschrijving van de verwachte effecten in de situatie dat het project wordt uitgevoerd. In deze paragraaf geven we een beschrijving van het Rebound Centre Delfshaven terwijl we in paragraaf 3.4 gaan verder ingaan op de verwachte effecten van het project voor het schooljaar (schooljaar) 2008/2009. Het Rebound Centre heeft de volgende doelstellingen: Jongeren in een onschoolse omgeving begeleiden naar werk, vervolgopleiding en/of een diploma op mbo-niveau 1 of 2. Het bieden van een structuur, ervaring opdoen in een beroepscontext die past bij de competenties van de jongeren. Jongeren helpen hun leven weer op de rails te krijgen en een toekomst perspectief te bieden. Werkwijze en activiteiten Het Rebound Centre heeft in principe een drempelloze instroom en biedt een praktijkgerichte mbo-opleiding op niveau 2 (Beveiliging) en de opleiding Arbeidsmarktgekwalificeerd Assistent (AKA) techniek (vergelijkbaar met mbo- 10 Eimers, T. & H. Bekhuis (2006), Vroeg is nog niet voortijdig: naar een nieuwe beleidstheorie voortijdig schoolverlaten. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 27

28 niveau 1) 11. Ook kunnen de deelnemers deelcertificaten, certificaten en kwalificaties behalen, in richtingen zoals basisveiligheid (VCA), bedrijfshulpverlening (BHV), schilderen, lastechniek en vorkheftruckchauffeur. Het begeleidende team van het Rebound Centre bestaat uit zogenaamde werkmeesters, die de praktijklessen verzorgen en trajectbegeleiders verantwoordelijk voor coaching van het leerproces. Dit zijn geen reguliere docenten maar vaak mensen die persoonlijke ervaring met de praktijk hebben en dicht bij de doelgroep staan. Verder is het ACT team in het Rebound Centre gevestigd. Het team is bij de intake van nieuwe deelnemers aanwezig en kan de deelnemers indien nodig tijdens de opleiding intensieve zorg geven. Het Centre heeft alles in eigen beheer, ook de catering en de schoonmaak. Dit wordt gezien als de kracht van het Rebound Centre: iedereen die hier werkt is verantwoordelijk voor de jongeren. Een andere partner van het Rebound Centre is de Stichting Classic Masterpieces die schepen inbrengt waar de jongeren aan kunnen werken. Verder verwerft het Rebound ook externe opdrachten om de jongeren praktijkervaring op te laten doen. Het Rebound Centre heeft een flexibele instroom en uitstroom. De jongeren volgen verschillende trajecten gericht op het uitstromen naar (begeleid) werk of vervolgonderwijs en het behalen van een diploma op niveau 1 en 2. De werkwijze kan per traject verschillen en is sterk van de doelgroep afhankelijk. De duur van de trajecten loopt uiteen van 3 maanden tot anderhalf jaar, waarbij de deelnemers niet alleen een opleiding volgen maar er ook wordt gewerkt aan individuele problemen; extra begeleiding, intensieve zorg en hulpverlening maken een vast deel uit van het programma. Verder wordt ondersteuning gegeven bij het vinden van werk. Hiertoe zijn contacten gelegd met organisaties als Werk in West en verschillende bedrijven. De deelnemers met een Wajong status krijgen daarnaast nog extra ondersteuning (kleinere groepen en begeleiding naar en tijdens werk). Deze jongeren volgen een eenjarige opleiding AKA en worden door de job coaches van Futuro begeleid tijdens het leerproces. Kenmerken van de aanpak van het Rebound Centre: Werken aan individuele problemen en leren (gedragsregulerende trainingen staat de eerste 10 weken centraal). Leren (en werken) in een aansprekende niet-schoolse omgeving (praktijklokalen, simulatie en interne bedrijfshal). Kleine groepen van 8 à 15 personen en veel persoonlijk contact met de jongeren en de thuissituatie. Contacten met het bedrijfsleven ten behoeve van de uitstroom naar regulier betaald werk van de deelnemers. Deelnemersprofiel Signalering en doorverwijzing van de deelnemers gebeurt door instanties zoals het Jongerenloket, justitie, RIAGG, leerplicht en UWV, een klein deel wordt doorverwezen door het trajectbureau van het Albeda College of meldt zichzelf aan. Bij het merendeel 11 Het AKA-traject is geen opleiding voor één bepaald beroep, maar biedt een brede voorbereiding op de arbeidsmarkt. Leerlingen maken zodoende kennis met meerdere branches en sectoren. Dit vergroot de kans dat zij uiteindelijk de richting kiezen die bij hen past en voorkomt dat zij ongediplomeerd de school verlaten. Na afloop van de opleiding kunnen leerlingen naar niveau 2 van een branchespecifieke opleiding en/of gaan werken (website COLO). 28 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

29 van de jongeren is er sprake van een meervoudige problematiek. De doorverwijzingen door het UWV betreffen jongeren met de Wajong-status. In principe worden alle jongeren die doorverwezen zijn geplaatst, mits zij in staat zijn deel te nemen aan de dagindeling en passen binnen de groepssamenstelling. De leerlingen van het Rebound Centre komen niet alleen uit Delfshaven maar ook uit de rest van Rotterdam en daarbuiten. Wel is de voorwaarde van de deelgemeente dat minsten 50 leerlingen uit Delfshaven moeten komen. Kenmerken van de deelnemers: Het gaat vooral om langdurige studiestakers, inkomenslozen (19-23 jaar) en jongeren met vaak een zware meervoudige problematiek (reclassering, zorg, schulden, problematische achtergrond thuis) waarvoor binnen het reguliere onderwijs geen of onvoldoende aandacht is; De deelnemers komen met name uit de lagere onderwijsniveaus zoals vmbo basis en praktijkonderwijs en mbo-niveau 1 en 2; Groeiende groep jongeren met reclassering achtergrond (op het moment ongeveer 13 procent): Ongeveer 20 procent van de jongeren heeft een Wajong-status; Weinig vrouwelijke deelnemers; minder dan 10 procent van de deelnemers in de afgelopen vier jaar was vrouw; Ongeveer 75 procent van de leerlingen is van allochtone afkomst. 3.3 Nulalternatief Het nulalternatief is de meest waarschijnlijk te achten ontwikkeling die zal plaatsvinden in geval het Rebound Centre niet zou bestaan. Hierbij hebben we rekening gehouden met de trends en het (overheids)beleid op het gebied van voortijdig schoolverlaten. Het Rebound Centre richt zich op jongeren die niet meer aan het reguliere onderwijs deelnemen. Deze jongeren worden gerekend tot de zwaarste categorie voortijdig schoolverlaters. Voor deze groep zijn zoals ook uit de interviews met de verschillende doorverwijzende instanties blijkt, weinig tot geen alternatieve projecten in Delfshaven of omgeving en kan de inschatting gemaakt worden dat de jongeren zonder het Rebound Centre niet geholpen zouden worden en de uitval in deze groep in het nulalternatief dus 100 procent zou zijn geweest. Jongeren waarbij deelname aan andere opleidingen niet is gelukt en waarvan ik denk wat moet ik hier nu mee (Reclasseringsambtenaar). Wel kunnen we de aanname maken dat in het nulalternatief een deel van de jongeren werk zou hebben gevonden. We veronderstellen dat dit percentage gelijk is aan 25,5 procent. Dit is gebaseerd op het percentage jongeren dat in het projectalternatief uitstroomt naar werk (28%) en de veronderstelde kans op werk, het percentage jongeren dat zonder het project niet aan het werk zou zijn gegaan, 2,5 procent. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 29

30 3.4 Kosten en resultaten In deze paragraaf wordt ingegaan op de kosten en effecten van de case en de veronderstellingen en uitgangspunten waarmee we gerekend hebben Kosten van het project Bij het project kunnen we de volgende kosten onderscheiden: eenmalige investeringen; jaarlijkse kosten (vast en variabel) waaronder: personele kosten; huisvestingskosten; activiteiten/programma kosten. Onderstaande tabel vat de veronderstellingen die we maken om de kosten het project te berekenen samen. Tabel 3.2 Veronderstellingen jaarlijkse kosten Rebound Centre (bedragen in euro) Kosten rebound Centre Delfshaven Eenmalige investeringen Inrichting (afschrijvingskosten) Jaarlijkse kosten Personeelslasten (inclusief scholing) Personeelslasten verleende zorg PM Kosten centrale diensten (waaronder exploitatielasten) Kosten pand Kosten activiteiten/programma (inclusief onvoorzien) Totale kosten Bron: begroting voor 2008 en 2009 en overzicht werkelijke kosten 2007/ eerste helft van Veronderstellingen per kostenpost 1. Eenmalige investeringen betreffen investeringen in de inrichting van het pand (met name in ) dat door het OBR beschikbaar wordt gesteld. Deze kostenpost is beperkt doordat veel van de werkzaamheden door de leerlingen zelf is gedaan. Om tot een toerekening per jaar te komen zijn deze kosten over 10 jaar verdeeld. 2. De personeelslasten zijn in de afgelopen jaren door de mogelijkheid tot overplaatsingen binnen het Albeda College, gebruik van de ruimte/lestijden door andere locaties en natuurlijk verloop redelijk variabel. Personeelskosten (inclusief 2 procent voor scholing) voor het Rebound op basis van de caseload van 1 fte per 10 leerlingen komen op Additionele personeelslasten voor administratie (zijn op basis van het verleden) 1 fte en komen op De resterende personeelslasten ( ) betreffen de kosten van job coaches. De ervaring leert dat deze coaches ongeveer 80 procent van hun tijd kwijt zijn aan de begeleiding van de jongeren tijdens de studie (20 procent van de tijd wordt besteed aan de begeleiding van de deelnemers met een Wajong status nadat zij de opleiding hebben afgerond). 30 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

31 Een deel van de kosten voor zorg worden gedragen door de GGZ (ACT team) en gezien als reguliere kosten voor deze instantie. Omdat het ACT in het Rebound ook hulpverlening biedt aan jongeren uit de wijk is nagenoeg onmogelijk de hulpverleningstijd specifiek voor de deelnemers aan het Rebound inzichtelijk te krijgen. Deze kosten moeten echter wel tot de kosten van het project worden gerekend. We zullen deze kosten daarom PM opnemen. Het Rebound Centre heeft verder gemiddeld twee vrijwilligers rondlopen die een rol spelen bij het begeleiden en instrueren van de deelnemers. Dit betreft vrijwilligers die zich uit eigen ideëel motief circa zes maanden verbinden aan het Rebound en toegevoegd worden aan de personeelsformatie. De inzet (aanbod) van vrijwilligers is onzes inziens ook inherent aan het soort opleiding. 3. Kosten centrale diensten (inclusief huisvestingslasten): binnen het Albeda College geldt een afdracht van in totaal 39,7 procent van de omzet voor de centrale diensten 12. Deze doorbelasting betreft onder meer de kosten voor huisvesting, ondersteunende diensten en de kosten van de stafafdelingen. Op deze manier worden de deze kosten over het gehele college (de verschillende locaties) gemiddeld. De kosten voor de ondersteuning (catering en beheer) bij het Rebound Centre zijn door het in eigen beheer houden relatief hoog (geschat op ). Dit wordt intern gecompenseerd door de lagere huisvestingslasten van het Rebound doordat het pand om niet beschikbaar wordt gesteld door het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam (OBR). Het Rebound Centre neemt in ruil voor het gebruik van het pand de relatief hoge onderhoud/renovatiekosten op zich. Op basis van deze afspraak bedragen de (door het OBR gesubsidieerde) huurlasten naar schatting Activiteitenkosten (inclusief onvoorziene kosten) worden op basis van de verwachte omzet (aantal leerlingen) begroot. Op basis van ervaring is dit bedrag te laag en zal er naar externe opdrachten gezocht moeten worden. Daarnaast bestaat er vanuit de subsidies uit het verleden nog een grote voorraad materiaal. De begrote activiteitenkosten zijn op basis van de kosten in het verleden verhoogd met tot Onvoorziene kosten worden op basis van het verleden geschat op Naast bovenstaande project kosten worden er door de leerlingen zelf nog private kosten voor de opleiding gemaakt. Voor het jaar 2008/2009 zien de kosten van de interventie er dan uit als weergegeven in onderstaande tabel. De contante waarde van de kosten van het project zijn gelijk aan Tabel 3.3 Totale kosten Rebound Centre Delfshaven Kosten Kosten Rebound Centre Private kosten deelnemers Totaal Verder wordt er nog een 0,5 procent solidariteitsheffing geheven. Dit betreft een voorziening en wordt dus niet tot de kosten van het project gerekend. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 31

32 Financiële dekking Het Rebound Centre wordt momenteel gefinancierd met gelden van OCW (inclusief VOA-gelden), subsidie van de deelgemeente Delfshaven en gelden van het ministerie van Sociale Zaken (inzet WWB (Wet Werk & Bijstand) gelden in het onderwijs). Verder wordt het pand zoals boven beschreven door het OBR beschikbaar gesteld. In de periode kreeg het Rebound Centre financiering vanuit het Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO). Daarnaast worden activiteiten bekostigd door werk voor externe opdrachtgevers uit te voeren. De job coaches zijn in dienst van Futuro en worden gefinancierd uit de bijdrage van het UWV die de trajecten voor jongeren met een Wajong-status bij Futuro inkoopt. Afhankelijk van de inschrijfdatum van de deelnemers wordt iets meer dan de helft van de kosten van het Rebound Centre vanuit de OCW gelden bekostigd Effecten en baten Om de baten van het project te becijferen hebben we eerst gekeken hoe effectief het project in het verleden is geweest. Hoeveel deelnemers hebben als gevolg van het project een startkwalificatie behaald en wat is de gemiddelde tijd dat leerlingen onderwijs kregen binnen het Rebound Centre. In tegenstelling tot de hoeveelheideffecten die in het VSV beleid centraal staan geldt voor het project dat er niet alleen op het behalen van de startkwalificatie wordt gestuurd, maar ook (of meer nog) op het uitstromen naar werk of vervolgopleiding. Zoals uit de doelstellingen van het Rebound Centre blijkt is het doel van de opleiding jongeren te begeleiden naar werk of vervolgopleiding en/of een diploma op mbo-niveau 1 of 2. Om de resultaten van het project over het jaar te kunnen inschatten hebben we een analyse gemaakt van het deelnemersbestand vanaf het schooljaar Onderstaande tabel geeft een overzicht van de uitstroom resultaten over deze vier jaar (een volledig overzicht is te vinden in bijlage II). Tabel 3.4 Deelnemers naar uitstroom categorie en gemiddelde tijd in Rebound Centre Categorie Percentage van de deelnemers Gemiddelde tijd in het Rebound in maanden 13 Startkwalificatie behaald (niveau 2 mbo) 11,26% 15,5 SPVB certificaat behaald 14 31,87% 12,7 Diploma AKA behaald 13,93% 10,9 AKA certificaat 15 5,73% 15,4 Ongediplomeerde uitstroom 37,21% 9,3 Totaal 100,00% 11, We zijn op basis van de gegevens uit de leerling administratie uitgegaan van schooljaren (12 maanden) lopend van 1 augustus tot 31 juli. De categorie SPVB certificaat behaald betreft deelnemers die het niveau 2 traject gestopt zijn na het behalen van het praktijkexamen Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties (SVPB). Op een schaal kan dit worden gezien als niveau 1.8. De categorie AKA certificaat betreft deelnemers die wel een certificaat AKA hebben behaald maar geen diploma. Dit is dus niet vergelijkbaar met mbo-niveau Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

33 Uit de analyse blijkt dat 11 procent van de deelnemers de startkwalificatie heeft behaald. Deze deelnemers genoten gemiddeld 15,5 maanden onderwijs. Als we de deelnemers die het Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties (SPVB) certificaat hebben behaald, dat in de praktijk zeer dicht tegen het ROC diploma aanligt, hierbij optellen dan gaat het om 43 procent. Dit betekent ook dat meer dan de helft (57%) van de deelnemers het Rebound Centre Delfshaven zonder startkwalificatie verlaat. Hierbij moet wel in acht worden genomen dat deze groep gemiddeld een kortere tijd op het Rebound Centre verbleef. Op basis van de leerling administratie bleek het niet mogelijk de uitstroom naar werk of vervolgopleiding volledig vast te stellen. De uitstroom naar werk wordt pas sinds 2008 bijgehouden en verder wordt in het systeem meestal maar één uitstroomreden aangegeven, terwijl gediplomeerde uitstroom en uitstroom naar werk en vervolgonderwijs vaak samengaan. In de rapportages voor het Europees Fonds Regionale Ontwikkeling (EFRO) over de afgelopen vier jaar geeft het Rebound aan dat het project in deze periode in totaal 465 deelnemers heeft gehad, waarvan 368 (79%) een certificaat hebben behaald, 132 (28%) zijn uitgestroomd naar werk en 68 (14,6%) deelnemers zijn uitgestroomd naar vervolgonderwijs. Het Rebound biedt opleidingen aan in richtingen waar de arbeidsmarktperspectieven in de afgelopen jaren relatief gunstig waren. Uitstroom naar werk gebeurd op basis van behaalde certificaten zoals BHV en Vorkheftruckchauffeur. Daarnaast vinden de deelnemers op basis van hun opleiding werk in de techniek (zoals lasser), assistent functies in de bouw of garages en de beveiliging. Doordat het merendeel van de deelnemers na het uitstromen niet meer gevolgd worden kan er weinig gezegd worden over de duurzaamheid van de effecten van de interventie. Het project en de doorverwijzende instanties schatten de kans op een mogelijke terugval van de jongeren (uitval in de vervolgopleiding of ontslag) echter redelijk hoog in. Overige effecten Het Rebound Centre is gericht op de zwaarste groep voortijdig schoolverlaters. Jongeren die aan de opleiding deelnemen, wordt geleerd weer in een bepaalde structuur te functioneren. Los van het feit of een traject succesvol is geweest wordt de jongeren geholpen hun leven weer op de rails te krijgen. Binnen het Centre krijgen de jongeren persoonlijke aandacht en wordt ondersteuning bij de problematiek van de verschillende deelnemers geboden. Voor veel jongeren is een project zoals het Rebound Centre een laatste mogelijkheid om een opleiding te volgen. 3.5 Kosten-batenanalyse Voor de kosten-batenanalyse maken we de veronderstelling dat 75 plaatsen op basis van de gemiddelde tijd in opleiding 77,6 volledige deelnemers op jaarbasis betekent. Aan de hand van de in tabel 3.5 gepresenteerde effecten en de kengetallen uit de MKBA op macro niveau (zie bijlage 3) hebben we in de basisvariant voor het schooljaar 2008/2009 de waarde van de effecten berekend. Voor het berekenen van de baten hebben we de vijf Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 33

34 onderscheiden categorieën teruggerekend naar de twee in de macro analyse gebruikte categorieën: startkwalificatie en uitstroom zonder startkwalificatie. Startkwalificatie behaald en SPVB certificaat behaald gelden samen als het behalen van de startkwalificatie (in totaal 43,13%). Het feit dat een SPVB certificaat niet gelijk is aan niveau 2 mbo wordt in de gehanteerde berekening gecompenseerd door de kortere gemiddelde tijd in opleiding van de deelnemers. De overige drie categorieën worden in het kader van deze KBA gezien als ongediplomeerde uitstroom (in totaal %). Tabel 3.6 geeft een overzicht van de MKBA voor het Rebound Centre Delfshaven in de basisvariant. Tabel 3.5 Overzicht maatschappelijke kosten en baten Rebound Centre 2008/2009 Private Rendement Maatschappelijke Totaal rendement Kosten Totale kosten Effecten Extra brutoloon door stijging arbeidsparticipatie Extra brutoloon door stijging arbeidsproductiviteit Extra brutoloon door lagere kans op ontslag Extra belastinginkomsten door extra brutoloon Secundaire arbeidsvoorwaarden Minder bijstandsuitkeringen Minder uitkeringen door lagere kans op ontslag Netto financiële baten Betere gezondheid (in QALY) Lagere kosten gezondheidszorg Lagere Criminaliteit Vrije tijd PM (-) PM (-) Sociale positie PM (+) PM (+) Sociale participatie PM (+) PM (+) PM (++) Totale baten In de basisvariant is de contante waarde van de baten van het project voor het schooljaar 2008/2009 ongeveer Hierbij moet eveneens in ogenschouw worden genomen dat het niet mogelijk was een aantal baten van de interventie zoals (sociale) integratie en participatie van de deelnemers te kwantificeren. Deze effecten sluiten echter nauw aan bij de specifieke doelstellingen (en activiteiten) van het Rebound Centre: Jongeren helpen hun leven weer op de rails te krijgen. Een van de genoemde effecten is bijvoorbeeld dat jongeren weer in een structuur leren functioneren. Het is echter dus niet mogelijk deze effecten in geld uit te drukken. Daarnaast is er zoals beschreven bij de eerste case bij het bepalen van de baten in alle gevallen bewust voor gekozen om de aan de onderkant van de range te gaan zitten. De veronderstellingen in de macro analyse zijn daarnaast gemaakt voor het gehele beleid op het gebied van VSV en gaan uit van standaard jaren onderwijs. De specifieke 34 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

35 interventie van het Rebound Centre Delfshaven is echter in zijn geheel gericht op een zware groep voortijdig schoolverlaters met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt. Doordat deze doelgroep minder snel op eigen kracht zal uitstromen naar werk en extra onderwijs de kans op werk significant kan vergroten mag worden verondersteld dat de kans op werk voor deze zware doelgroep hoger ligt dan de in de macro analyse veronderstelde 2,5 procent per onderwijsjaar (hetgeen in het specifieke geval van het Rebound neerkomt op gemiddeld 2,4 procent per deelnemer). Daarnaast is ondersteuning bij het vinden van werk een van de ondersteunende activiteiten van het Rebound Centre. In onderstaande gevoeligheidsanalyse hebben we rekening houdend met een hogere kans op werkloosheid en zorg en/of medische problemen bij deze jongeren een inschatting gemaakt van een opslag op het percentage van 2,5 procent 16. Wanneer we de KBA op basis van deze opslag bepalen zijn de totale baten gelijk aan Kosten en baten naar actor. Aan de hand van de eerdere tabellen is het mogelijk om inzicht te geven in de actoren waar de voordelen van de vermindering van VSV door de interventie terecht komen. In de onderstaande tabel zijn de voordelen voor het schooljaar 2008/2009 opgenomen. Tabel 3.6 Baten naar actor Type baat Baten Saldo Private rendement Deelnemers Rebound Centre Extra belastinginkomsten door extra Belastingdienst brutoloon Minder uitkeringen door lagere kans op Ministerie van SZW ontslag Minder bijstandsuitkeringen Gemeenten Lagere kosten gezondheidszorg Ministerie van VWS Lagere criminaliteit Ministerie van Justitie / ministerie van BZK Totale baten Het maatschappelijke rendement voor dit project is aanzienlijk hoger dan het private rendement. De grootste baten van het verminderen van voortijdig schoolverlaten door het Rebound Centre komen bij het ministerie van Financiën (in het bijzonder de belastingdienst) en bij de gemeenten terecht. 3.6 Gevoeligheidsanalyse In het basisscenario van de kosten-batenanalyse zijn naast de aanname ten aanzien van de kans op werk nog een aantal andere belangrijke veronderstellingen gemaakt. Om te bezien in welke mate wijzigingen in de belangrijkste veronderstellingen van invloed zijn op de eindresultaten van de KBA is ook voor het Rebound project een aantal 16 Zie ook voetnoot 8 blz. 23. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 35

36 gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. In de onderstaande tabel staan de belangrijkste uitkomsten opgenomen voor verschillende varianten. Tabel 3.7 Gevoeligheidsanalyse Baten Kosten Saldo Risico-opslag van 1,5% op de discontovoet Break-even (discontovoet 4,35%) Discontovoet kosten 2,5% i.p.v. 5,5% Stijging inkomen per jaar onderwijs 7% i.p.v. 5% Stijging kans op werk 5% i.p.v. 2,5% Basisvariant Uit de gevoeligheidsanalyse blijkt, dat de uitkomsten van de kosten-batenanalyse in het bijzonder bepaald worden door de gehanteerde discontovoet. Dit wordt veroorzaakt doordat de kosten dichtbij in de tijd worden gemaakt, terwijl de baten over vele jaren verspreid worden gerealiseerd. Bij een discontovoet van 4,35 procent zijn de baten ongeveer gelijk aan de kosten. Verder heeft ook een stijging van de kans op werk een aanzienlijk effect op de baten. 3.7 Conclusie In kwalitatieve zin kan op basis van deze KBA een positief oordeel over het project Rebound Centre worden gegeven. Hierbij hebben we rekening gehouden met het feit dat de berekende basisvariant een minimum variant is en daarnaast een aantal baten van de interventie niet gekwantificeerd kunnen worden. Het Rebound Centre richt zich op een relatief zeer zware doelgroep waarbij door de intensieve begeleiding van de jongeren, trajecten, los van het feit of er een meetbaar resultaat is bereikt, succesvol kunnen zijn. Gezien de activiteiten van het Rebound kunnen een aantal meer kwalitatieve baten van de interventie zoals (sociale) integratie en participatie van de deelnemers als aanzienlijk worden ingeschat. Daarnaast blijkt dat wanneer we in de KBA de veronderstelling ten aanzien van arbeidsparticipatie aanpassen aan de specifieke interventie de baten aanzienlijk zullen toenemen. 36 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

37 4 Centrale conclusies 4.1 Kanttekeningen Bij de uitkomsten van de kosten-batenanalyse voor de twee cases zijn de volgende kanttekeningen van belang: Bij beide projecten is het in bijna alle gevallen niet mogelijk deelnemers die tot de categorie niet-kunners behoren te onderscheiden van deelnemers die tot de categorie verhinderden behoren. Volgens de in deze KBA gebruikte definitie van een voortijdig schoolverlater is een vsv er een jongere tussen de jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaat. Beide projecten geven echter ook begeleiding aan deelnemers die niet binnen deze definitie vallen. De doelgroep (of deelnemerprofiel) van beide opleidingen bevat ook oudere jongeren (tot 27/28 jaar) en daarnaast is het op de Amsterdamse School ook mogelijk na het behalen van niveau 2 onderwijs op niveau 3 te volgen. Bij het Rebound is er sprake van hogere personeelslasten voor de extra begeleiding van jongeren met een Wajong-status. 4.2 Conclusies In de voorgaande hoofdstukken zijn de kosten-batenanalyses van de twee projecten gepresenteerd en zijn een aantal conclusies zijn getrokken. De centrale conclusies vatten we in dit hoofdstuk kort samen. Rentabiliteit De rentabiliteit van beide projecten is aanzienlijk, voor de Amsterdamse School geldt de interne rentevoet (IRR) 17 gelijk is aan 5,05 procent en voor het Rebound Centre is dit percentage 4,35 procent. Voor beide projecten geldt dat in de basisvariant de kosten hoger zijn dan de baten. Hierbij moet echter wel in ogenschouw worden genomen dat het niet mogelijk was een aantal belangrijke baten van de interventies zoals (sociale) integratie en participatie van de deelnemers te kwantificeren. Verder is de macro analyse die de basis vormt voor de gebruikte kengetallen als een minimumvariant opgesteld. Effectiviteit De case Amsterdamse School lijkt effectiever dan het Rebound Centre in Delfshaven, Rotterdam. Het percentage deelnemers dat met een startkwalificatie uitstroomt is voor beide opleidingen nagenoeg gelijk maar de succesvolle deelnemers op de Amsterdamse School genieten een langere tijd onderwijs. In het kader van deze KBA waarin de baten 17 De rente waarbij de contante waarde van de kosten en baten gelijk is aan nul. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 37

38 van het verminderen van VSV zijn berekend op basis van de baten van extra jaren onderwijs betekent dit dat deze deelnemers meer baten zullen genereren. Een schaalvoordeel lijkt in deze studie niet te gelden doordat de kosten voor onderwijs voor beide scholen vrij variabel zijn en een aantal vaste kosten zoals huisvestingskosten door een doorbelasting over het gehele college of onderwijsgroep gemiddeld worden. De gemiddelde kosten voor onderwijs (personeelslasten zonder zorg) per leerling zijn voor het Rebound Centre aanzienlijk hoger dan in Amsterdam (respectievelijk 8507,40 en 5.237) en ook de activiteitenkosten zijn hoger. Dit kan verklaard worden door de zwaardere doelgroep van het Rebound en de focus op praktijkonderwijs. De duurzaamheid van beide interventies is op basis van deze studie niet vast te stellen. Bij zowel de projecten als bij de doorverwijzende instanties is er geen monitoring systeem aanwezig. Wel wordt de kans op mogelijke terugval van de deelnemers (uitval in de vervolgopleiding of ontslag) redelijk hoog ingeschat. Kosten en baten Beide projecten hebben problemen om de financiering van de interventies rond te krijgen. Aan de ene kant is de financiering van OCW bij een deel van de leerlingen door de late instroom niet toereikend. Continue instroom is een belangrijke component van de projecten om jongeren zo snel mogelijk te kunnen helpen en weer naar het reguliere onderwijs terug te leiden. Consequentie hiervan is wel dat er bij de huidige financieringsregeling vanuit OCW voor leerlingen die na de teldata van 1 oktober en 1 februari instromen niet volledige of geen financiering wordt verkregen. Op het moment wordt 50 tot 70 procent van de kosten uit de gelden van OCW gefinancierd. Het Rebound Centre Delfshaven ontvangt geen VSV-gelden en ook de Amsterdamse School wordt uit andere middelen gefinancierd. De grootste baten van het verminderen van voortijdig schoolverlaten door beide interventies komen naast bij de deelnemers bij het ministerie van Financiën (in het bijzonder de belastingdienst) terecht door een toename van het bruto loon. Ook de gemeenten hebben aanzienlijke baten doordat het aantal uitkeringen afneemt. 38 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

39 Bijlage 1 Resultaten Amsterdamse School Tabel B.1.1 Vereenvoudigde tabel uitstroom per schooljaar Schooljaar 2005/ / / heden Totaal Diploma niveau Waarvan 2 nog ingeschreven en 1 uitgevallen na het behalen van het diploma 6 nog ingeschreven na het behalen van het niveau 1 diploma en 1 2 nog ingeschreven na het behalen van het niveau 1 diploma uitgevallen na het behalen van het diploma Diploma niveau Waarvan 1 nog ingeschreven voor niveau ¾ en 9 studenten hadden al eerder Waarvan 3 studenten al eerder het niveau 1 diploma behaald hebben Waarvan er 1 student nog ingeschreven staat voor niveau 3/4 het niveau 1 diploma behaald Werk Waarvan Waarvan 1 een niveau 1 diploma behaald heeft in Uitstroom naar vervolg onderwijs 1 15 Uitval Waarvan Waarvan 2 studenten wel een niveau 1 diploma hebben behaald Waarvan 1 student eerder een niveau 1 diploma heeft behaald Nog ingeschreven op 1 januari Waarvan Waarvan 5 reeds het niveau 1 diploma hebben behaald Waarvan 1 reeds een niveau 1 diploma heeft behaald Waarvan er 2 al eerder een niveau 1 diploma hebben behaald Totaal Deze aantallen zijn bepaald op basis van de door de Amsterdamse School aangeleverde data. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 39

40 Tabel B.1.2 Gemiddelde tijd in Amsterdamse School Aantallen Gemiddelde tijd in maanden Gemiddelde tijd in Gediplomeerde uitstroom ,6 Waarvan niveau 1 diploma ,4 Waarvan niveau 2 diploma ,7 Ongediplomeerde uitstroom Waarvan uitgestroomd naar vervolg onderwijs jaren 15 11,7 1,0 Waarvan naar werk* 14 13,8 1,1 Waarvan uitval* ,1 Totaal ,4 1,4 Nog ingeschreven** Totaal * Mensen die voor het uitstromen naar werk of uitval reeds een diploma binnen de Amsterdamse School hebben behaald zijn niet meegenomen in het berekenen van de gemiddelde tijd. ** Omdat van de mensen die nog ingeschreven staan, de uitstroomdatum nog niet bekend is kan de gemiddelde tijd op de Amsterdamse School niet worden bepaald. Tabel B.1.3 Succespercentages Amsterdamse School Resultaten % leerlingen startkwalificatie 51% 28,43% 23,13% % uitstroom niveau 1 25% 21,56% 6,88% % uitstroom ongediplomeerd 23% 44,11% 33,13% Waarvan uitval 15% 32,35% 28,13% Waarvan uitstroom naar vervolg onderwijs 1% 5,88% 4,38% Waarvan werk 7% 5,88% 0,63% Nog ingeschreven in schooljaar 2008/2009 1% 5,88% 36,88% Totaal 100% 100,00% 100,00% 40 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

41 Bijlage 2 Resultaten Rebound Centre Delfshaven Tabel B.2.1 Instroom per schooljaar periode Schooljaar 2004/ / / /2008 Totaal Na 1 aug. Instroom Uitstroom Nog ingeschreven na 1 aug Waarvan actief Waarvan niet actief Deze aantallen zijn bepaald op basis van het door Rebound Centre aangeleverde bestand NAW overzicht Schiehaven vanaf 1 januari Een schooljaar loopt van 1 augustus tot en met 31 juli. Uit bovenstaande tabel is af te leiden dat het aantal mensen dat nog ingeschreven staat zeer groot is, dit wordt verklaard door het feit dat wanneer jongeren het SVPB-diploma behalen (is nog geen ROC-diploma) men vervolgens praktijk ervaring op gaat doen, hetzij werkend of door middel van een stage. Dit betekend administratief dat de deelnemer dan nog niet wordt uitgeschreven om als examendeelnemer (ROC-diploma) voort te kunnen leven. Deze deelnemers worden niet meer bekostigd. Het zijn dan deelnemers die niet meer als zodanig actief deelnemen maar wel administratief nog mee blijven doen voor de eindexaminering. In veel gevallen komt de leerling uiteindelijk niet meer naar school terug om het ROC-diploma te halen. We hebben deze groep in onze analyse van de uitstroom daarom wel meegeteld. Maar bij een deel van deze groep werd in het overzicht een uitschrijfdatum vermeld. We hebben deze tijd gemiddeld en dit voor de gehele groep niet actieve laten gelden. 18 Het aantal actieve deelnemers is mede door de afscheiding van de dependance meer dan de 75 plaatsen in 2008/2009. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 41

42 Tabel B.2.2 Uitstroom naar categorie en schooljaar Schooljaar 2005/ / /2008 Totaal Einde opleiding zonder diploma Doorstr. vanuit educ naar andere 1 1 divisie Emigratie/verhuizing Geslaagd Waarvan startkwalificatie (beveiliger) (4 ook niveau 1) (9 ook niveau 1) Waarvan niveau 1 diploma Met certificaat opleiding beëindigd Waarvan SPVB certificaat (10 ook AKA) Waarvan AKA certificaat Onvoldoende resultaat Opleiding te moeilijk Privé omstandigheden Te veel absent Te weinig motivatie Uitstroom naar werk Wangedrag/agressie/geweld Militaire Dienst 1 1 Verkeerde keuze opleiding Voortzet.opl.met andere leerweg 1 1 Wijziging locatie (binnen instituut) Onbekend Totale uitstroom Tabel B.2.3 Vereenvoudigde tabel uitstroom per schooljaar Schooljaar 2005/ / /2008 Totaal Geslaagd Waarvan startkwalificatie (beveiliger) (4 ook 22 (9 ook 59 niveau 1) niveau 1) Waarvan niveau 1 diploma (AKA en BPA) Met certificaat opleiding beëindigd Waarvan SPVB certificaat (10 ook 5 80 AKA) Waarvan AKA certificaat Uitstroom naar andere opleiding en naar werk Totale ongediplomeerde uitstroom Totale uitstroom Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

43 Tabel B.2.4 Tijd in het Rebound Centre in jaren naar categorie diploma Diploma Aantal diploma s Gemiddelde tijd in maanden Startkwalificatie 59 15,5 SPVB certificaat waarvan Mensen die uitgestroomd zijn 80 12,1 Mensen die nog ingeschreven staan (niet actief) 87 13,3 Niveau 1 diploma 73 10,9 AKA certificaat 30 15,4 Ongediplomeerde uitstroom 195 9,3 Totaal ,6 Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 43

44

45 Bijlage 3 Kengetallen Hieronder wordt een korte toelichting gegeven op de gehanteerde kengetallen van de verschillende effecten. Voor een uitgebreide beschrijving van de effecten verwijzen wij naar hoofdstuk 4 van de macro analyse. De groep voortijdig schoolverlaters De groep voortijdig schoolverlaters is niet homogeen. Dit heeft ook gevolgen voor het type baten dat optreedt wanneer de schooluitval terug wordt gebracht. In deze analyse hanteren wij de onderverdeling van Eimers en Bekhuis 19 : 1. De klassieke risicoleerlingen : jongeren die te maken hebben met condities die het voor hen zeer moeilijk maken onderwijs te volgen. Deze condities kunnen liggen in persoonlijke factoren, het gezin en de thuissituatie en de schoolfactoren. De groep klassieke risicoleerlingen is onder te verdelen in de volgende categorieën: a. Niet-kunners : risicoleerlingen die niet het vermogen hebben een startkwalificatie te halen, en b. Verhinderden : risicoleerlingen die wel de capaciteit hebben om een startkwalificatie te halen, maar door problemen verhinderd zijn. 2. De opstappers : jongeren die uit het onderwijs stappen, zonder dat er sprake is van een probleemgeschiedenis. Door een combinatie van push en pull factoren van binnen en buiten de school kiezen deze jongeren ervoor hun schoolloopbaan te beëindigen zonder startkwalificatie. Onder deze groep jongeren valt ook de groep jongeren die vanwege de groenpluk het onderwijs verlaten. Onderwijs en arbeidsproductiviteit (loon) Bij het effect van onderwijs op arbeidsproductiviteit is er sprake van een glijdende schaal: naarmate er meer onderwijs gevolgd wordt zal het loon toenemen (Human Capital theorie). Voor deze studie zijn wij uitgegaan van een conservatieve schatting van 5 procent stijging van de arbeidsproductiviteit als gevolg van het volgen van één jaar extra onderwijs. In de onderstaande tabel zijn de gehanteerde lonen voor het nulalternatief opgenomen Eimers, T. & H. Bekhuis (2006), Vroeg is nog niet voortijdig: naar een nieuwe beleidstheorie voortijdig schoolverlaten. In het projectalternatief liggen deze lonen 5 procent hoger per gevolgd onderwijsjaar. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 45

46 Tabel B.3.1 Gemiddeld brutoloon voltijdbanen naar leeftijd Leeftijdscategorie Brutoloon Jaarlijkse loonstijging Jonger dan 25 jaar tot 35 jaar tot 45 jaar tot 55 jaar tot 65 jaar Bron: Eigen bewerking CBS Statline. Onderwijs en arbeidsparticipatie In de analyse is uitgegaan van een stijging van de arbeidsparticipatie van 2,5 procent per onderwijsjaar (Oreopoulos, 2007). Deze kans is alleen van toepassing op de groep voortijdig schoolverlaters die in het nulalternatief geen baan heeft. Dit zijn dus de risicoleerlingen, aangezien de opstappers per definitie al een baan hebben in het nul-alternatief. De opstappers lopen in het projectalternatief echter wel meer risico om werkloos te worden. Het risico op werkloosheid is in het nul-alternatief op 3 procent geschat. Dat wil zeggen: in de totale levensloop van een VSV-groep is gemiddeld 3 procent werkloos. Er wordt aangenomen dat dit percentage wordt gereduceerd tot 0 procent voor de personen die een startkwalificatie hebben behaald. Onderwijs en vervolgonderwijs Het hebben van een startkwalificatie leidt tot een significant hogere kans op het volgen van een vervolgopleiding. Tabel B.3.2 Percentage leerlingen dat doorstudeert na het behalen van een startkwalificatie Percentage Toelichting Van mbo-2 naar 26% 27% van bol-niveau 2 stroomt door naar bol/bbl-niveau 3 of 4 en 25% van bbl-niveau 2 stroomt door naar bol/bbl-niveau 3 of 4 Van havo/vwo naar 83% 80% van havo naar het hbo, 19% van vwo naar hbo en 68% naar wo Bron: ROA (2008), Schoolverlaters tussen Onderwijs en Arbeidsmarkt Maastricht: ROA. Hierbij wordt aangenomen dat als men doorstudeert na het behalen van de startkwalificatie op mbo-2 niveau, men gemiddeld 1 jaar langer doorstudeert. Dit aangezien bijna alle mbo-2 leerlingen doorstromen naar mbo-3 of mbo-4. Van de personen die een havo of vwo diploma hebben behaald, wordt aangenomen dat men nog 2,5 jaar langer doorstudeert, aangezien bijna alle leerlingen doorstromen naar hbo of wo. De effecten van één jaar extra onderwijs tijdens het doorstuderen, worden verondersteld gelijk te zijn aan de effecten van één jaar extra onderwijs om de startkwalificatie te behalen. Onderwijs en gezondheid In de onderstaande tabel zijn de gehanteerde cijfers weergegeven voor de waarde van de gezondheidswinst als gevolg van een jaar extra onderwijs. Als waarde voor 1 QALY zijn wij uitgegaan van een bedrag van 75 duizend euro 21, de drempelwaarde van een QALY volgens het CPB (2008). 21 Zie bijvoorbeeld tabel 4.1 uit CPB & imta (2008), QALY-tijd. Nieuwe medische technologie, kosteneffectiviteit en richtlijnen, CPB document nr. 152, oktober Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten

47 Tabel B.3.3 Welvaartseffecten onderwijs op de gezondheid a) Typering QALY gewicht van een jaar onderwijs Mannen 0,006 Vrouwen 0,003 Voortijdig schoolverlater (waarvan 60% man) 0,005 Opstapper 0,002 Klassieke risicoleerling 0,008 a) De cijfers voor mannen en vrouwen zijn gebaseerd op Groot & Maassen van den Brink (2003b). De overige cijfers zijn bewerkingen daarvan door ECORYS. Hierbij is rekening gehouden met de verwachting dat de opstapper relatief minder voordeel heeft van het jaar extra onderwijs door het sociale netwerk (inclusief werkomgeving) in het nulalternatief. Onderwijs en criminaliteit Voor de relatie tussen een extra jaar onderwijs en het verminderen van de criminaliteit zijn wij uitgegaan van de cijfers van Lochner & Moretti (2003). In tabel A staan de belangrijkste gebruikte kengetallen opgenomen. Tabel B.3.4 Effect van één jaar onderwijs op criminaliteit Type delict Vermindering kans door 1 jaar extra onderwijs Vermogensdelicten -0,052 Mishandeling -0,292 Bedreiging -0,292 Bron: Lochner & Moretti (2003). Vervolgens hebben wij voor de maatschappelijke schade per delict de cijfers gehanteerd zoals deze in de studie Kosten van criminaliteit (SEO, 2007) zijn vastgesteld. De volgende kostenposten zijn hier geïdentificeerd: Tabel B.3.5 Maatschappelijke kosten van delicten (in euro) Maatschappelijke kosten per delict Vermogensdelicten Mishandeling Bedreiging Bron: SEO (2007), De kosten van criminaliteit. Een onderzoek naar de kosten van criminaliteit voor tien verschillende delicttypen. Onderwijs en sociale participatie In deze analyse zijn de effecten van het extra onderwijs op de sociale participatie niet gekwantificeerd. Wel hebben verschillende onderzoeken effecten aangetoond van onderwijs op sociale participatie. Dee (2004) vond een positief effect van onderwijs op participatie in verkiezingen (het al dan niet gaan stemmen), het effect op de steun van vrije meningsuiting en de frequentie van het lezen van een krant. Helliwel en Putnam (2007) tonen een positief effect aan van onderwijs op vertrouwen en tolerantie. Het cumulative education model (OECD, 2006), gaat uit van een toename in het onderwijs van het gemiddelde individu. Beide modellen hebben verschillende effecten. Het absolute education model voorspelt een toename in politieke activiteit, een toename in verkiezingsparticipatie, een toename in vrijwilligerswerk en een toename in het vertrouwen in instituties, zoals wetten, regels en overheidsinstanties. Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 47

48

49 Bijlage 4 Lijst van geïnterviewden Tabel B.4.1 Overzicht van geïnterviewde personen Naam Functie Organisatie Rebound Centre Carola Zevenbergen Teamleider Rebound Centre Rebound Centre Lex Arnoldus Branche directeur toeleiding Albeda College Rotterdam Inge Schoonhagen Directeur Futuro Futuro Eddy Meier Account manager Deelgemeente Delfshaven Petra van der List Beleidsadivseur VSV JOS Rotterdam Annet Adang Beleidsadviseur JOS Rotterdam Nadja Paais Beleidsmedewerker JOS Rotterdam Rob Weeda Arbeidsdeskundige UWV Eric Brederveld Teamleider ACT team GGZ Jacoline Brouwer en Hans de Boer Netwerkcoördinator Reclassering Rotterdam Gerard Kalkman Jeugdzorg Amsterdamse School Jeroen Klooster Teamleider Amsterdamse School Raymond Vandalon Beleidmedewerker/docent Amsterdamse School Nicole Hollenberg Administratief medewerker Amsterdamse School Marcel Linthorst Senior beleidsadviseur Onderwijs, gemeente Amsterdam Denise Frerejean Leerling-coördinator Amarantis Onderwijsgroep Kitty Bode Loopbaanadviseur ROC van Amsterdam Peter Schreeuwers Groepsdirecteur Amsterdamse Amarantis Onderwijsgroep School (oprichter). Stephan Jourdan Bureau rekenschap Amarantis Onderwijsgroep Johan Lens Controller Amarantis Onderwijsgroep Theo Kuilboer Manager ondersteunende diensten Amarantis Onderwijsgroep Paul Popping Locatiedirecteur Altra Janneke Offermans Zorgcoördinator jeugdcriminaliteit Keten unit Noord en Zeeburg Case studies MKBA voortijdig schoolverlaten 49

MKBA verlenging kwalificatieplicht

MKBA verlenging kwalificatieplicht MKBA verlenging kwalificatieplicht Rapport Opdrachtgever: Ministerie van OCW Rotterdam,16 januari 2013 MKBA verlenging kwalificatieplicht Rapport Opdrachtgever: Ministerie van OCW Auteurs: Frank van Zutphen

Nadere informatie

Maatwerk in het MBO. De kosten en baten van zorg in het MBO. Yasmine Hamdan, RebelGroup Advisory

Maatwerk in het MBO. De kosten en baten van zorg in het MBO. Yasmine Hamdan, RebelGroup Advisory Maatwerk in het MBO 17.11 2010 De kosten en baten van zorg in het MBO Yasmine Hamdan, RebelGroup Advisory Ask yourself : If I had only sixty seconds on the stage, what would I absolutely have to say to

Nadere informatie

Beleidsplan Regionaal Bureau Leerplicht

Beleidsplan Regionaal Bureau Leerplicht Beleidsplan Regionaal Bureau Leerplicht 2018-2022 Taken Regionaal Bureau Leerplicht Het Regionaal Bureau Leerplicht (RBL) voert voor de gemeenten in de Duin & Bollenstreek en de Leidse Regio de leerplichtfunctie

Nadere informatie

MKBA voortijdig schoolverlaten

MKBA voortijdig schoolverlaten MKBA voortijdig schoolverlaten Opdrachtgever: Ministerie van OCW, directie Voortijdig schoolverlaten ECORYS Boukje Cuelenaere Frank van Zutphen Ruud van der Aa Anja Willemsen Mathijn Wilkens Rotterdam,

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Jongerenloket en zorg- en adviesteam

Jongerenloket en zorg- en adviesteam Jongerenloket en zorg- en adviesteam Het mbo heeft als belangrijke taak om toekomstige beroepsbeoefenaars op te leiden. Scholen doen er van alles aan deze taak naar beste kunnen in te vullen. Zij verzorgen

Nadere informatie

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013

Fact sheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Fact sheet nummer 9 juli 2013 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2013 Er zijn in Amsterdam bijna 135.000 jongeren in de leeftijd van 15 tot 27 jaar (januari 2013). Veel jongeren volgen een opleiding of

Nadere informatie

Plan van Aanpak. Project : Toeleiding naar scholing en werk van jongeren met een Roma achtergrond in Lelystad. Aanleiding

Plan van Aanpak. Project : Toeleiding naar scholing en werk van jongeren met een Roma achtergrond in Lelystad. Aanleiding Plan van Aanpak Project : Toeleiding naar scholing en werk van jongeren met een Roma achtergrond in Lelystad. Aanleiding De gemeente Lelystad heeft in juni 2013 een plan gemaakt inzake de aanpak van multiproblematiek

Nadere informatie

Oplegvel Collegebesluit

Oplegvel Collegebesluit Oplegvel Collegebesluit Onderwerp Subsidie aan leerwerkbedrijven Kennemerland BV (Perspectief) Portefeuille J. Nieuwenburg Auteur Fred Vonk, Telefoon 5115096 E-mail: [email protected] STZ/JOS Reg.nr. 2012/264202

Nadere informatie

Landelijke doelstelling

Landelijke doelstelling 1 Landelijke doelstelling Op 9 augustus 2012 is per RMC-regio een convenant ondertekend. Voor RMC Oost Groningen (RMC regio1) is het convenant ondertekend door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en

Nadere informatie

Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap De Kinderombudsman Visie op het verlengen van de kwalificatieplicht tot 21 jaar 7 september 2015 Ter attentie van de leden van de Vaste Kamercommissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Aanleiding De

Nadere informatie

Preventieproject De Overstap 2015 April 2015

Preventieproject De Overstap 2015 April 2015 Preventieproject De Overstap 2015 April 2015 Gemeente Den Haag Dienst Onderwijs, Cultuur en Welzijn Afdeling Leerlingzaken Postbus 12 652 2500 DP Den Haag Bezoekadres: Spui 70, Den Haag Projectcoördinatoren

Nadere informatie

Experiment tegen schooluitval

Experiment tegen schooluitval Experiment tegen schooluitval De effecten van intensieve coaching Marc van der Steeg (CPB) Roel van Elk (CPB) Dinand Webbink (Erasmus Universiteit Rotterdam) Opzet presentatie 1. Aanleiding 2. De interventie

Nadere informatie

Beleidskader RMC Regio 37 Zuidoost-Brabant Januari 2017

Beleidskader RMC Regio 37 Zuidoost-Brabant Januari 2017 Beleidskader RMC 2017-2020 Regio 37 Zuidoost-Brabant Januari 2017 Inleiding Voor u ligt het beleidskader RMC van de regio Zuidoost-Brabant. RMC staat voor Regionaal Meld- en Coördinatiepunt. Gemeenten

Nadere informatie

Stromen door het onderwijs

Stromen door het onderwijs Stromen door het onderwijs Vanuit het derde leerjaar van het vo 2003/2004 Erik Fleur DUO/IP Juni 2013 1. Inleiding In schooljaar 2003/2004 zaten bijna 200 duizend leerlingen in het derde leerjaar van het

Nadere informatie

Kosten en baten verhoging kwalificatieplichtige leeftijd. Datum 15 april 2013

Kosten en baten verhoging kwalificatieplichtige leeftijd. Datum 15 april 2013 Kosten en baten verhoging kwalificatieplichtige leeftijd Datum 15 april 2013 1. Inleiding 1.1 Aanleiding Vanuit de gemeente Rotterdam en de Tweede Kamer is de wens geuit om te kijken naar de opties om

Nadere informatie

Oplegvel Collegebesluit

Oplegvel Collegebesluit Onderwerp Mentorenproject jongeren 2008-2011 Oplegvel Collegebesluit Portefeuille M. Divendal Auteur Mevr. J. van der Meer Telefoon 5115091 E-mail: [email protected] STZ/JOS Reg.nr. 136463 Bijlagen A +

Nadere informatie

Jaarverslag Leerplicht Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant

Jaarverslag Leerplicht Regionaal Bureau Leerplicht West-Brabant gemeente WW w Oosterhout III III I III IIIIII III IIIII Aan de gemeenteraad Datum Uw kenmerk Ons kenmerk 1016074484 1 0 JAN. 2017 In behandeling bij C. Kluvers tel: 140162 Onderwerp Jaarverslag Leerplicht

Nadere informatie

Het rendement van taaltrajecten: casus gemeente Amsterdam. Augustus 2015

Het rendement van taaltrajecten: casus gemeente Amsterdam. Augustus 2015 Het rendement van taaltrajecten: casus gemeente Amsterdam Augustus 2015 Inleiding De Nederlandse samenleving kent nog steeds een aanzienlijk aantal laaggeletterde mensen. Taaltrajecten blijken nodig te

Nadere informatie

MKBA Amsterdamse aanpak statushouders November 2017

MKBA Amsterdamse aanpak statushouders November 2017 MKBA Amsterdamse aanpak statushouders November 2017 Wat is een maatschappelijke kosten baten analyse (MKBA)? Een MKBA is een onderzoek dat in kaart brengt wat de effecten van een programma zijn op de welvaart

Nadere informatie

voorkomt schooluitval en afstand tot de arbeidsmarkt voorkomt jeugdwerkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid

voorkomt schooluitval en afstand tot de arbeidsmarkt voorkomt jeugdwerkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid voorkomt schooluitval en afstand tot de arbeidsmarkt voorkomt jeugdwerkloosheid en uitkeringsafhankelijkheid biedt jongeren Entreeopleiding- / Startkwalificatie biedt leerwerk-trajecten, stages en baangaranties;

Nadere informatie

Aanval op de uitval. perspectief en actie

Aanval op de uitval. perspectief en actie Aanval op de uitval perspectief en actie Fatma wil fysiotherapeut worden. En dat kan ze ook. Maar ze heeft nog een wel een lange leerloopbaan te gaan. Er kan in die leerloopbaan van alles misgaan waardoor

Nadere informatie

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n)

monitor Marokkaanse Nederlanders in Maassluis bijlage(n) Raadsinformatiebrief (openbaar) gemeente Maassluis Aan de leden van de gemeenteraad in Maassluis Postbus 55 3140 AB Maassluis T 010-593 1931 E [email protected] I www.maassluis.nl ons kenmerk 2010-4748

Nadere informatie

Agenda voor de Toekomst Aanval op de schooluitval 2015-2018. RMC regio Zuid-en Midden- Kennemerland

Agenda voor de Toekomst Aanval op de schooluitval 2015-2018. RMC regio Zuid-en Midden- Kennemerland Agenda voor de Toekomst Aanval op de schooluitval 2015-2018 RMC regio Zuid-en Midden- Kennemerland Gemeenschappelijke Regeling Schoolverzuim en VSV per 1 januari 2014 Organisatie Bestuurlijk: Leerplicht,

Nadere informatie

TRAJECT OP MAAT INVESTEREN IN JEUGD

TRAJECT OP MAAT INVESTEREN IN JEUGD Eigen kracht, motivatie, vertrouwen, nieuwe mogelijkheden, ontdekken en ontwikkelen van talenten JEUGD & ONDERWIJS TRAJECT OP MAAT INVESTEREN IN JEUGD Gemeente s Hertogenbosch Afdeling Jeugd en Onderwijs

Nadere informatie

Wat is een plusvoorziening? Wat is de plusvoorziening in RMC-regio 36b?

Wat is een plusvoorziening? Wat is de plusvoorziening in RMC-regio 36b? Wat is een plusvoorziening? Een plusvoorziening is een combinatieprogramma van zorg en hulpverlening, onderwijs en (indien nodig) arbeidstoeleiding, waarbij een duidelijke structuur voor en verbondenheid

Nadere informatie

Een gezond leven in een gezond ROC. ZAT structuur MBO Rotterdam

Een gezond leven in een gezond ROC. ZAT structuur MBO Rotterdam Een gezond leven in een gezond ROC ZAT structuur MBO Rotterdam Programma Kort Kennismaken Inleiding: De ZAT structuur MBO Rotterdam Casus: een Mini ZAT Plus Inzet zorg in de ROC s Afronding Kennismakingsvraag

Nadere informatie

Format eindrapportage Jeugdactieplan Zaanstreek Waterland

Format eindrapportage Jeugdactieplan Zaanstreek Waterland Format eindrapportage Jeugdactieplan Zaanstreek Waterland Legenda kleuren Kleur Toelichting GROEN project is volgens plan verlopen ORANJE er waren knelpunten en/of het project is niet volgens planning

Nadere informatie

Vaststellen verzuimprotocol Beroeps en Volwassenen Educatie

Vaststellen verzuimprotocol Beroeps en Volwassenen Educatie Openbaar Onderwerp Vaststellen verzuimprotocol Beroeps en Volwassenen Educatie Programma / Programmanummer Onderwijs / 1073 BW-nummer Portefeuillehouder R. Helmer-Englebert Samenvatting Om schooluitval

Nadere informatie

Erratum Jaarboek onderwijs 2008

Erratum Jaarboek onderwijs 2008 Centraal Bureau voor de Statistiek Erratum 13 december 2007 Erratum Jaarboek onderwijs 2008 Ondanks de zorgvuldigheid waarmee deze publicatie is samengesteld, is een aantal zaken niet juist vermeld. Onze

Nadere informatie

Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer

Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer Evaluatierapport Groenproject gemeente Boxmeer Inleiding Op 1 februari 2007 is de gemeente Boxmeer, in samenwerking met IBN Arbeidsintegratie gestart met het zogenaamde Groenproject. Dit project, waarbij

Nadere informatie

Overzicht MKBA s - Frontlijn- en MPG-aanpakken in het land - - LPBL: Veroni Larsen -

Overzicht MKBA s - Frontlijn- en MPG-aanpakken in het land - - LPBL: Veroni Larsen - Overzicht MKBA s - Frontlijn- en MPG-aanpakken in het land - - LPBL: Veroni Larsen - Agenda 1. Wat is een MKBA? 2. De opgave in het sociaal domein 3. Interventie & (beoogde) effecten 4. Overzicht verschillende

Nadere informatie

Bijdrage gemeenten in ROC problematiek. B&A Consulting Peter van der Loos 20 oktober 2009

Bijdrage gemeenten in ROC problematiek. B&A Consulting Peter van der Loos 20 oktober 2009 Bijdrage gemeenten in ROC problematiek B&A Consulting Peter van der Loos 20 oktober 2009 Inhoudsopgave 1. Opdracht 2. Context 3. Relatie met eerdere onderzoeken 4. Opzet onderzoek 5. Resultaten 6. Conclusies

Nadere informatie

BIJLAGE 1 INDICATOREN EN STREEFWAARDEN OJSP CURAÇAO

BIJLAGE 1 INDICATOREN EN STREEFWAARDEN OJSP CURAÇAO BIJLAGE 1 INDICATOREN EN STREEFWAARDEN OJSP CURAÇAO Indicatoren bij DOELSTELLINGEN OJSP éénmeting 1. Terugdringen van de schooluitval Het aandeel van leerlingen dat gedurende het schooljaar de school verliet

Nadere informatie

RMC FUNCTIE EN DE VSV AANPAK

RMC FUNCTIE EN DE VSV AANPAK RMC FUNCTIE EN DE VSV AANPAK RMC toelichting functie Uitvoering RMC leerplicht inhoud en cijfers VSV aanpak organisatie activiteiten cijfers Ontwikkelingen nieuwe VSV aanpak kwetsbare jongeren verandering

Nadere informatie

VIP & Educatie ten behoeve van maatschappelijke participatie en re-integratie

VIP & Educatie ten behoeve van maatschappelijke participatie en re-integratie VIP & Educatie ten behoeve van maatschappelijke participatie en re-integratie Inleiding Per 1 januari 2015 hebben zowel de gemeente Enschede als het Leger des Heils zich aangesloten bij het landelijk programma

Nadere informatie

Wat is het effect van mentoring?

Wat is het effect van mentoring? Wat is het effect van mentoring? Februari 2016 HET IS AANNEMELIJK DAT MENTORING DE WERKLOOSHEID ONDER MIGRANTENJONGEREN KAN VERMINDEREN De werkloosheid onder jongeren van niet-westerse herkomst is veel

Nadere informatie

Marc Geurts en Ronald Nijhuis

Marc Geurts en Ronald Nijhuis Betreft Kaderstellende notitie 2017 Van Marc Geurts en Ronald Nijhuis Datum Januari 2016 1.1 Kaderstellende notitie 2017 Adequaat toezicht op naleving van de leerplichtwet en de aanpak van voortijdig schoolverlaten

Nadere informatie

Factsheets VSV. November 2005

Factsheets VSV. November 2005 Factsheets VSV November 2005 Reikwijdte en beperkingen van de cijfers In deze factsheets zijn de RMC-registraties en de Enquête beroepsbevolking twee belangrijke bronnen. Beide bieden zicht op de vsv-populatie.

Nadere informatie

Factsheet Jongeren buiten beeld 2013

Factsheet Jongeren buiten beeld 2013 Factsheet Jongeren buiten beeld 2013 1. Aanleiding en afbakening Het ministerie van SZW heeft CBS gevraagd door het combineren van verschillende databestanden meer inzicht te geven in de omvang en kenmerken

Nadere informatie

Achtergrondinformatie formatiemeter 2014

Achtergrondinformatie formatiemeter 2014 Achtergrondinformatie formatiemeter 2014 Aanleiding De formatierichtlijn leerplichtfunctie dateert uit 2007. Een aantal ontwikkelingen is aanleiding om de formatierichtlijn in 2013 tegen het licht te houden.

Nadere informatie

Traject van de toekomst

Traject van de toekomst Gebundelde kracht in een kansrijk MBO 10 januari 2013 Traject van de toekomst Bovenschoolse opvang Groningen Hans Everhardt Programmamanager VSV regiogelden Aanleiding Traject vd Toekomst Regionale analyse

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting Maatschappelijke kosten-baten analyse beschut werk 1

Samenvatting. Samenvatting Maatschappelijke kosten-baten analyse beschut werk 1 Samenvatting Samenvatting Maatschappelijke kosten-baten analyse beschut werk 1 Uitvoering onderzoek: KokxDeVoogd, Houten Ewout Bückmann Eric Dorscheidt Michiel Hes november 2017 Dit is een uitgave van

Nadere informatie

no ra fonge Overeenkomst Jongeren Steunpunt Geen Jongere Buitenspel HOPS inzet 16 tot 27 jaar Pagina 1 van 5

no ra fonge Overeenkomst Jongeren Steunpunt Geen Jongere Buitenspel HOPS inzet 16 tot 27 jaar   Pagina 1 van 5 no ra DE fonge» Overeenkomst Jongeren Steunpunt Geen Jongere Buitenspel M HOPS inzet 16 tot 27 jaar WWW.JOHGEKRîJĈER.NL 2018 Pagina 1 van 5 Aanleiding Jongeren horen niet thuis op de bank, jongeren horen

Nadere informatie

Conclusies van het u-can-act project. Mandy van der Gaag Saskia Kunnen Nick Snell

Conclusies van het u-can-act project. Mandy van der Gaag Saskia Kunnen Nick Snell Conclusies van het u-can-act project Mandy van der Gaag Saskia Kunnen Nick Snell Wat hebben we geleerd? 27-5-2019 2 Herkennen VSV-ers Hoe kan je mogelijk VSV in een vroeg stadium herkennen? Eerst (te)

Nadere informatie

Minder instroom in, meer uitstroom uit arbeidsmarkt

Minder instroom in, meer uitstroom uit arbeidsmarkt Minder instroom in, meer uitstroom uit arbeidsmarkt 07 Arbeidsmarktmobiliteit geringer dan in voorgaande jaren Bijna miljoen mensen wisselen in 2008 van beroep of werkgever Afname werkzame door crisis

Nadere informatie

en leerlingenvervoer

en leerlingenvervoer Wat willen we bereiken? Omschrijving/Definitie: Hier wordt onder verstaan: 1. zorgdragen voor vervoer van leerlingen met een beperking; 2. bevorderen onderwijs voor leerlingen met beperkingen; 3. bevorderen

Nadere informatie

Eindverslag School Ex Programma 2011

Eindverslag School Ex Programma 2011 Eindverslag School Ex Programma 2011 Inleiding Het School Ex Programma is de afgelopen twee jaren uitgevoerd met landelijke middelen voor jeugdwerkloosheid onder toezicht van de MBO-raad. In 2011 is het

Nadere informatie

Relatief. Gouda Overige gemeenten (incl.verhuizing) Totaal leerplicht

Relatief. Gouda Overige gemeenten (incl.verhuizing) Totaal leerplicht Samenvatting Leerplicht en Kwalificatieplicht 2016-2017 gemeente Gouda Taakstelling - Visie Het bevorderen van deelname aan het onderwijs van alle leerplichtige leerlingen, het voorkomen van ontsporingen

Nadere informatie

Regionaal Bureau Leerplicht Jaarverslag schooljaar 2016/2017

Regionaal Bureau Leerplicht Jaarverslag schooljaar 2016/2017 Regionaal Bureau Leerplicht Jaarverslag schooljaar 2016/2017 Leerplicht: de beschercing van het recht op onderwijs Onderwijs biedt kinderen en jongeren de kans hun mogelijkheden en talenten te ontdekken,

Nadere informatie

Uit: Optimale inzet van budgetten ten behoeve van zorgleerlingen ROC s in Rotterdam

Uit: Optimale inzet van budgetten ten behoeve van zorgleerlingen ROC s in Rotterdam Uit: Optimale inzet van budgetten ten behoeve van zorgleerlingen ROC s in Rotterdam B&A Consulting Peter van der Loos 18 juni 009 OCW 1 SZW VROM-WWI BZK Gemeente Rotterdam ROC s JUS J&G VWS Burger Stadsregio

Nadere informatie

Doelomschrijving vier deelnemende scholen

Doelomschrijving vier deelnemende scholen Doelomschrijving vier deelnemende scholen 1 doelgroepomschrijvingen Leerbedrijf BAVA (ROC-AKA) Het leerbedrijf Basisvaardigheden (BAVA) is onderdeel van de school voor AKA van het ROC Midden Brabant. Bij

Nadere informatie

FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS. Utrecht, november 2014

FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS. Utrecht, november 2014 FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS 2014 Utrecht, november 2014 INHOUD Inleiding 5 1 Basisonderwijs en speciaal basisonderwijs 7 2 Expertisecentra 10 3 Voortgezet onderwijs 12 4 Samenwerkingsverbanden

Nadere informatie

Opleidingsniveau stijgt

Opleidingsniveau stijgt Opleidingsniveau stijgt Grote doorstroom naar hogere niveaus Meer leerlingen vanuit vmbo naar havo Grote groep mbo ers naar het hbo 10 Jongens groeien gedurende hun onderwijsloopbaan Jongens na een diploma

Nadere informatie

Ten behoeve van het opstellen van het Jaarplan 2017 Sociale Zaken IJsselgemeenten brengen wij het volgende onder uw aandacht.

Ten behoeve van het opstellen van het Jaarplan 2017 Sociale Zaken IJsselgemeenten brengen wij het volgende onder uw aandacht. Aan GR IJsselgemeenten Postbus 566 2900 AN Capelle aan den IJssel Datum: 05/12/2016 Zaaknummer: ZK16006467 Afdeling: Samenleving Contactpersoon: Anne v.d. Langemheen Uw brief van: Onderwerp: Kaders uitvoering

Nadere informatie

Verslag MBO conferentie Betere zorg, minder uitval

Verslag MBO conferentie Betere zorg, minder uitval Verslag MBO conferentie Betere zorg, minder uitval Lunteren, 22 april 09 Presentatieronde 1: Flex College het Nijmeegse model in de strijd tegen voortijdig schoolverlaten. Presentator Jeroen Rood, directeur

Nadere informatie

Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt

Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Met een startkwalificatie betere kansen op de arbeidsmarkt Ingrid Beckers en Tanja Traag Van alle jongeren die in 24 niet meer op school zaten, had 6 procent een startkwalificatie, wat inhoudt dat ze minimaal

Nadere informatie

Goed beleid loont: de maatschappelijke kosten en baten van het verminderen van voortijdig schoolverlaten

Goed beleid loont: de maatschappelijke kosten en baten van het verminderen van voortijdig schoolverlaten Goed beleid loont: de maatschappelijke kosten en baten van het verminderen van voortijdig schoolverlaten Mathijn Wilkens en Boukje Cuelenaere In het schooljaar 2007/2008 verlieten 48.800 scholieren de

Nadere informatie

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1

Werk, inkomen. sociale zekerheid. www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1 Werk, inkomen & sociale zekerheid versie 2013 www.departicipatieformule.nl, versie 2 2013 1 Inleiding... 3 Participatiewet, geplande invoerdatum 1 januari 2014... 4 Wet Wajong (sinds 2010)... 6 Wet Werk

Nadere informatie

FACTSHEET VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN 2013-2014 RMC-REGIO 026 ZUID-HOLLAND NOORD

FACTSHEET VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN 2013-2014 RMC-REGIO 026 ZUID-HOLLAND NOORD FACTSHEET VOORTIJDIG SCHOOLVERLATEN 0-04 ONTWIKKELING AANTAL VSV ERS Van de.9 onderwijsdeelnemers in de RMC-regio Zuid-Holland-Noord op oktober 0, stonden er 59 jongeren op oktober 04 niet ingeschreven

Nadere informatie

Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën

Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën CPB Notitie Datum : 12 juni 2009 Aan : Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Ministerie van Financiën Budget deeltijd-ww 1 Inleiding Per 1 april 2009 is de regeling deeltijd-ww tot behoud van

Nadere informatie

RMC regio Haaglanden. Extra kansen voor jongeren in een kwetsbare positie. Loes Evers en Monaim Benrida Ministerie van OCW 5 juni 2015

RMC regio Haaglanden. Extra kansen voor jongeren in een kwetsbare positie. Loes Evers en Monaim Benrida Ministerie van OCW 5 juni 2015 RMC regio Haaglanden Extra kansen voor jongeren in een kwetsbare positie Loes Evers en Monaim Benrida Ministerie van OCW 5 juni 2015 Programma Eerste deel Korte toelichting op brief extra kansen voor jongeren

Nadere informatie

Schoolpsycholoog. Startnotitie. Verkenning van taken en werkzaamheden van de schoolpsycholoog binnen het ROC Da Vinci College

Schoolpsycholoog. Startnotitie. Verkenning van taken en werkzaamheden van de schoolpsycholoog binnen het ROC Da Vinci College Schoolpsycholoog Startnotitie Verkenning van taken en werkzaamheden van de schoolpsycholoog binnen het ROC Da Vinci College Elly van Mechelen 26-4-2010 Inhoudsopgave 1. Inleiding pag. 3 1.1 Schoolbreed

Nadere informatie

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt

Voortijdig schoolverlaters: een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt : een kwetsbare groep op de arbeidsmarkt Harry Bierings en Robert de Vries Direct nadat zij school hadden verlaten, maar ook nog vier jaar daarna, hebben voortijdig naar verhouding vaak geen baan. Als

Nadere informatie