Insluitsels in edelstenen Chris Korf
|
|
|
- Mathijs Kok
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Insluitsels in edelstenen Chris Korf Vroeger wilde men edelstenen die geheel vrij van insluitsels en andere storende verschijnselen waren. Dat gold voor diamanten en ook voor de kleurstenen. Dat is ook nu nog wel het geval, maar voor kleurstenen is men tegenwoordig wat minder veeleisend geworden. Dit omdat de prijs van sommige loepzuivere natuurlijke kleurstenen vrijwel onbetaalbaar is en kleine imperfecties de prijs ervan aanzienlijk kunnen doen dalen. Daarnaast ook door de grote opkomst van synthetische stenen van zeer goede kwaliteit, die steeds moeilijker van hun natuurlijke broeders zijn te onderscheiden. En daar kunnen insluitsels het bewijs vormen dat men met een natuurlijke steen te maken heeft. Nu wordt de kwaliteit van een edelsteen naast hardheid, brosheid en kleur ook bepaald door helderheid (dus geen troebele vlekken), homogene kleurverdeling (geen kleurbanen of groeistrepen), inwendige structuur (geen zichtbare kristalvlakken) en door insluitsels. De laatste twee onregelmatigheden kunnen met de loep, maar vooral ook onder de microscoop, goed worden bestudeerd. De inwendige structuur heeft te maken met kristallisatieverschijnselen tijdens de groei en is op zich een zeer interessant studiegebied. Maar in dit artikel willen we ons concentreren op de insluitsels. De naam insluitsels dekt eigenlijk een aantal typen insluitingen in het edelsteenkristal. Allereerst moet men onderscheid maken tussen organische en niet-organische insluitsels. Nu komen door de omstandigheden tijdens de groei van de meeste stenen (hoge temperatuur, hoge druk, ouderdom van miljoenen jaren) slechts in uitzonderlijke omstandigheden insluitsels van organische oorsprong voor. Zo n uitzondering vormen de insecten e.d. in barnsteen. Bij de niet-organische insluitsels moet men onderscheid maken tussen kristalinsluitsels, vloeistofinsluitsels en gasbellen. Men onderscheidt hierbij éénfase-insluitsels (microscopisch kleine ruimten, soms bolvormig, maar meestal langgerekt, welke een kristalletje of wel vloeistof of gas bevatten); tweefase-insluitsels (bijvoorbeeld een kristalletje in een vloeistof of een gasbel in een vloeistofdruppel) en driefase-insluitsels (waarin dus drie fasen in het insluitsel te zien zijn). Volledigheidshalve noemen we nog de fluxresten die oorspronkelijk dienden bij synthetische stenen om de kristalmassa bij zijn ontstaan dunvloeibaar te houden en die na afloop in de steen als lichtgekleurde amorfe rupsachtige massa s achterblijven. Overigens kan men dit verschijnsel ook zien in natuurlijke stenen wanneer deze achteraf een behandeling hebben ondergaan om scheurtjes onzichtbaar te dichten met dunvloeibare glasachtige massa s (komt bijvoorbeeld voor bij hittebehandelde robijnen uit Mong Hsu in Birma) of wanneer bij een hittebehandeling (bijvoorbeeld voor kleurverbetering) een middel (dikwijls boraxpoeder) is gebruikt om het aan elkaar vastkitten van de stenen te voorkomen. De kristalinsluitsels komen meestal voor als kleine, kristallografisch goed definieerbare kristalletjes, meestal van geheel andere samenstelling dan het moederkristal. Uiteraard wenst de koper een steen met zo min mogelijk insluitsels. Maar toch wordt bijvoorbeeld in smaragd de aanwezigheid van insluitsels volledig geaccepteerd, men spreekt daar dan van de jardin van de smaragd. Het is het duidelijk zichtbare bewijs dat men met een echte smaragd te maken heeft! En de aanwezigheid van rutielnaalden in heldere kwarts is zelfs zeer gevraagd. Rutielinsluitsels in kwarts
2 Wat leert het bestuderen van het inwendige van de steen ons? Hierboven zagen we reeds dat de aanwezigheid van karakteristieke insluitsels een bewijs kan zijn dat men met een natuurlijke steen te maken heeft. Ook synthetische stenen kunnen wel insluitsels hebben, maar die verschillen tot nu toe nog duidelijk van die in de natuurlijke stenen. In de verschillende synthesen zijn die insluitsels meestal afkomstig van de wand van de apparatuur waarin ze gemaakt werden. Zo vind je er soms en dat geldt vooral voor de korundkristallen bereid volgens het Czochralski-smeltprocédé sporen (schilfertjes) iridium uit de gebruikte iridiumsmeltkroezen. Of platinablaadjes bij volgens de fluxmethode vervaardigde kristallen naast resten van de voor dit proces gebruikte fluxmiddelen. Dat geldt ook voor de hydrothermaal gegroeide kristallen. Daarbij moet wel bedacht worden dat deze microscopisch kleine metallische insluitsels slechts af en toe voorkomen, zodat de kans dat ze in de geslepen steen terechtkomen vrij klein is. Bovendien zijn, als gevolg van het toegepaste procédé, in de overwegend voorkomende vlamsmelt (Verneuil) robijnen in het geheel geen kristalinsluitsels aanwezig. Een gevolg van dit alles is, dat zodra men een volkomen heldere, insluitselvrije steen onder het oog krijgt, er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat men te maken kan hebben met een synthese. Geheel anders is dit bij de natuurlijke stenen. Daarin kunnen verschillende meestal met de loep, maar nog beter met de microscoop goed zichtbare kristalletjes optreden. Ze zijn niet alleen een indicatie dat men met een natuurlijke steen te doen heeft, maar kunnen soms ook de vindplaats van de steen verraden. Maar pas op, zoals boven reeds gezegd, zijn naast insluitsels in edelstenen ook nog andere verschijnselen zichtbaar. Die hebben te maken met de groei van het moederkristal. Veel voorkomend, en ditmaal zowel in natuurlijke als ook in synthetische stenen, zijn groeivlakken en andere groeisymptomen. En daarnaast kan het moederkristal ook plaatselijke netwerkjes van kleine scheurtjes vertonen die geheel of gedeeltelijk opgevuld kunnen zijn met vloeistof en/of zeer kleine kristalletjes. Dit geeft onder de microscoop bij geschikte belichting aanleiding tot fascinerende lichtpatronen. Men spreekt dan van vloeistofveren of ook wel van vingerafdrukken. Zowel de groeivlakken als ook de vloeistofveren komen in natuurlijke, maar ook in synthetische stenen voor. Immers in beide gevallen ontstaat het kristal door kristallisatie uit een moederloog. Maar de kristallisatiesnelheid is bij natuurlijke stenen meestal oneindig veel kleiner dan bij de synthesen. De verschillen die daardoor ontstaan kunnen dan een indicatie vormen voor de al dan niet natuurlijke oorsprong. Deze verschijningsvormen in het inwendige van de steen vormen onder de microscoop niet alleen een fascinerende en, bij geschikte belichting, kleurrijke wereld, maar ook kunnen ze ons veel leren over de herkomst van de steen. Het ontstaan van mineralen en kristallen Wanneer we edelstenen bestuderen, dan hebben we te maken met stenen die zijn geslepen uit kristallen van mineralen. Mineralen zijn stoffen die door anorganische processen tot stand komen. Ze hebben meestal een goed omschreven chemische samenstelling en een karakteristieke atoomstructuur. Dit betekent dat barnsteen, koralen en parels, die van organische oorsprong zijn, niet onder deze definitie vallen, hoewel ze toch uit mineralen zijn opgebouwd! Nu zijn slechts weinige van de op dit ogenblik bekende, meer dan 3000 soorten mineralen, geschikt om er edelstenen uit te slijpen. De meeste hebben niet de gewenste combinatie van hardheid, taaiheid, helderheid, glans, dispersie en kleur. Zodoende komt men tot ongeveer 75 edelsteenmineralen (of, afhankelijk van wat men onder de benaming van edelstenen, sierstenen of kleurstenen wil laten vallen, tot ca. 250 mineraalsoorten). Dat lijkt veel, maar vergeet niet dat sommige edelsteenfamilies een hele serie verwante mineralen omvatten. Denk maar aan de granaten, de toermalijnen, de berylen, de korunden en de kwartsen. Mineralen behoeven niet per definitie in de natuur gevormd te worden; ze kunnen ook in het laboratorium worden gemaakt, denk bijvoorbeeld aan synthetische korund, spinel en smaragd. Natuurlijk gevormde edelsteenmineralen, die ten grondslag liggen aan het moederkristal waaruit later de edelsteen wordt geslepen, kunnen onder ver uiteenlopende omstandigheden en uit geheel verschillend samengestelde moederlogen ontstaan. In grote lijnen kan men drie geologische omstandigheden onderscheiden waarbij ze gevormd kunnen worden: 1. Door vorming uit het magma, 2. Door vorming uit sedimenten, 3. Door metamorfose reacties.
3 1. De vorming van mineralen uit het magma Magma is een uit het binnenste van de aarde komende, gloeiend hete, gesmolten dunvloeibare chemische brij die alle mogelijke ionen bevat die nog min of meer ongebonden door elkaar leven. Pas bij afkoeling zullen ze chemische verbindingen, de mineralen, kunnen gaan vormen, om dan bij uitkristallisatie een kristalrooster op te bouwen en zo een kristal te vormen. De samenstelling van die chemische brij kan sterk verschillen, zowel door de samenstelling van het magma, dat plaatselijk verschillend is, als ook door de elementen die het op zijn weg naar boven oppikt (opsmelt) uit de verschillende aardlagen die het daarbij passeert. Daardoor kunnen bij uitkristallisatie kristallen met geheel verschillende samenstelling gevormd worden. De samenstelling van het wordende kristal hangt af van de ionen die op dat moment bij elkaar in de buurt zijn en of ze ook chemisch bij elkaar passen. Omdat de samenstelling van deze moederloog plaatselijk vrij homogeen kan zijn, is het mogelijk dat in zo n gebied veel van dezelfde kristallen gevormd kunnen worden. Je hebt dan een edelsteenvoorkomen, bijvoorbeeld van topaas of van robijn. Uit het voorgaande is ook wel duidelijk dat een moederloog voor een bepaald type kristal ook nog andere ionen kan bevatten, die ofwel in het kristalrooster van het groeiende kristal kunnen worden ingebouwd of samen weer een nieuw kristaltype kunnen vormen dat dan in het moederkristal uitkristalliseert. En dan is een insluitsel geboren! Ook wordt nu begrijpelijk dat in andere gebieden op aarde, waar de aardlagen die het magma passeert verschillend zijn, de samenstelling van de moederloog, zelfs wanneer de juiste ionen voor de vorming van bijvoorbeeld robijn aanwezig zijn, toch kan verschillen. Dan kunnen, afhankelijk van de vindplaats, andere kristalsoorten als insluitsels in het robijnkristal voorkomen, terwijl ook in het rooster andere ionen als verontreiniging kunnen zijn ingebouwd. Dit kan bijvoorbeeld goed worden waargenomen bij robijnen. Robijnen die afkomstig zijn uit marmers (bijvoorbeeld in Birma en Vietnam) hebben een mooie duivenbloedkleur; komen ze echter uit basaltlagen zoals in Thailand, dan heeft de rode robijnkleur een duidelijke violetzweem als gevolg van ijzerionen in de basalt. Ook de kristalinsluitsels zullen verschillen; zo komen in de robijnen uit Birma calcietinsluitsels voor, die afkomstig zijn van de marmerlagen waarin ze geboren werden. Bij de vorming uit het magma (de magmatische cyclus) onderscheidt men verschillende fasen die zich na elkaar kunnen voltrekken: 1a. De vorming uit de gesmolten mineralen in het magma Daarbij treedt uitkristallisatie op bij temperaturen boven 700 C. De mineralen welke bij deze temperatuur niet uitkristalliseren als gevolg van hun lagere stolpunt blijven in de nieuwe, verarmde moederloog achter en komen dan achtereenvolgens beschikbaar voor de volgende fasen: 1b. De vorming van pegmatieten (groepen grote kristallen) Deze ontstaan door kristallisatie uit waterhoudende smelten onder hoge druk bij temperaturen tussen 700 C en 500 C. In deze verarmde moederloog kunnen de resterende ionen weer een nieuw mineraal vormen en omdat ze nu bij het uitkristalliseren de ruimte hebben gekregen kunnen ze meer ongestoord hun kristal ontwikkelen. In pegmatieten worden daarom soms zeer grote kristallen aangetroffen. 1c. De pneumatolitische vorming Dat is de kristallisatie uit oververhitte waterige oplossingen Onderbrekingen onder hoge in de druk groei bij van 500 een tot 400 C. Men heeft daar te maken met superkritisch water, dat is water dat niet kristal vloeibaar kunnen regelmatige of stoom insluitsels meer is, maar in een nieuwe fase is overgegaan. Dit superkritisch water werkt als een veroorzaken. oplosmiddel Parallelle voor groeilagen, de, onder normale condities, in water onoplosbare mineralen. Men spreekt hier van fluïde zoals oplossingen. bij dit kwarts, worden soms fantomen genoemd. Deze lagen, gevormd als donkergroen chloriet, 1d. De hydrothermale vorming. bedekten het kwartskristal tijdens Dit is de laatste fase; de fluïde restoplossing, nog steeds verscheidene onder hoge onderbrekingen druk, koelt in nu de af tot onder het kritisch groei ervan.
4 punt van water dat onder deze omstandigheden ligt beneden 400 C. De rest van de mineralen kristalliseert nu uit. 2. De vorming uit sedimenten Hier worden drie situaties onderscheiden: 2a. Uit klastische (mechanische) sedimenten Dit zijn vergruisde gesteenten die bezonken zijn, bijvoorbeeld klei en zand. 2b. Uit chemische sedimenten Deze ontstaan door neerslagen als gevolg van reacties tussen gassen en vloeistoffen. Of door het indampen van oplossingen (is eigenlijk een fysisch proces). Als voorbeeld de vorming van steenzout, anhydriet en gips. 2c. Uit biogene sedimenten Deze worden gevormd door het bezinken van resten van dierlijke- en plantaardige overblijfsels in waterige oplossingen beneden 200 C. Voorbeelden: diatomeeën aarde, krijt, steenkool. In sedimentsgesteente komen zeer weinig mineralen voor. Uitzonderingen zijn onder andere chrysocol, limoniet en malachiet. 3. Metamorfose reacties Hieronder verstaat men de verandering van een gesteente onder invloed van temperatuur en druk. Men onderscheidt daarbij: 3a. Contact metamorfose Daarbij worden gesteenten (mineralen) veranderd (omgekristalliseerd) door een zeer innig contact met een ander gesteente (of met zich zelf). Als voorbeeld de vorming van marmers uit kalk. Bekend is ook de metamorfose van een gesteente onder invloed van binnendringend magma. Op die wijze kunnen bijvoorbeeld korunden worden gevormd, maar ook cordieriet, kyaniet en jadeiet. 3b. Regionale metamorfose Hieronder verstaat men de omkristallisatie van mineralen uit het oorspronkelijk gesteente onder hoge druk en temperatuur. Dit zou vooral optreden bij de gebergtevorming. Als voorbeeld de vorming van marmer uit dolomiet. In al deze gesteente(mineralen)vormende fasen kunnen insluitsels voorkomen. Al is dat door de omstandigheden tijdens hun ontstaan in de ene fase veel sterker dan in een andere fase. Hoe ontstaan insluitsels in een kristal? Wanneer we over insluitsels spreken dan bedoelen we niet alleen kleine, min of meer goed gevormde kristalletjes in het moederkristal. Maar ook holten en scheurtjes die geheel of gedeeltelijk zijn opgevuld met vloeistoffen, gassen, resten uitgekristalliseerde, verarmde moederloog of amorfe massa s die voor, tijdens of na de groei van het kristal daarin kunnen binnendringen. Hoe komen die insluitsels nu in het moederkristal? Een edelsteen, dus een mineraalkristal, wordt niet ineens kant en klaar geboren. Als de kristallen gevonden worden zijn ze meestal reeds vele miljoenen jaren oud, waarbij hun geboortefase ook vele duizenden jaren in beslag genomen kan hebben. Want niet alleen de periode van het uitkristalliseren vanuit de gloeiende moederloog totdat het stolpunt van het mineraal was bereikt, bepaalt de ouderdom. Ook de lange tijd die daarna nodig was om het koele aardoppervlak te bereiken waarin andere oplossingen in het kristal konden doordringen, het kristal nog kon omkristalliseren of een metamorfose kon ondergaan, dat alles behoort tot de geboorteweeën van het moederkristal. Uiteraard geldt dat vooral voor de mineralen uit de magmatische fase, maar ook het ontstaan uit de andere fasen nam meestal veel tijd in beslag. En gedurende deze hele periode konden anders samengestelde kristalmoederlogen achteraf nog in het moederkristal diffunderen om daarin op eigen houtje uit te kristalliseren. Dit waren dikwijls verarmde moederlogen waaruit de ionen, nodig voor de vorming van het moederkristal, waren verdwenen, waardoor de nog resterende ionen een kans kregen zelf een nieuwe mineraal met bijbehorende kristalvorm te ontwikkelen. Uiteraard ging het daarbij steeds om geringe hoeveelheden, en er werden daarom maar kleine kristalletjes van deze andere mineralen gevormd. Echter bestaat ook de mogelijkheid dat verarmde moederloogresten, die tijdens de kristallisatiefase nog in het moederkristal zelf achterbleven, daarin gaan
5 uitkristalliseren en dan ook kleine mineraalkristalletjes vormen. Deze kristalletjes kunnen niet alleen worden gevormd tijdens de stollingsperiode van het moederkristal, maar ook nog daarna. Want na het uitharden van het moederkristal kunnen daarin nog gasbelletjes achterblijven of kan het kristal door uitwendige ruk tijdens het verdere verloop van zijn leven scheurtjes gaan vertonen. In deze holten kan dan achteraf ook nog al dan niet verarmde moederloog gaan uitkristalliseren. Wanneer de samenstelling van deze loog niet al te veel van die van het moederkristal afwijkt, dan kunnen deze scheurtjes soms min of meer onzichtbaar gerepareerd worden. Maar vaak vullen zeer veel, microscopisch kleine, kristalletjes, dikwijls nog zwevend in hun zeer sterk verdunde moederloog, de holten op. Dit levert onder de microscoop prachtige beelden; men spreekt dan van vloeistofveren of fingerprints. Op welk moment tijdens de groei kunnen insluitsels ontstaan? Insluitsels kunnen een indruk geven van de geologische omgeving waarin ze zijn ontstaan. Bijvoorbeeld welke ionen (mineralen) daar ook aanwezig waren, waaruit dan soms afgeleid kan worden wat de samenstelling van het omringende gesteente op het moment van hun ontstaan was. Waaruit dan een conclusie zou kunnen volgen omtrent hun vindplaats. Zo wijzen calcietkristalletjes in robijn naar de oorsprong in kalksteen of marmers (bijvoorbeeld in robijn uit Mogok) of pyriet in smaragd uit Columbia, Sandawana e.a. Daarnaast verschaffen ze ook inzicht (en dat geldt dan vooral ten aanzien van holten en scheurtjes) in wat er tijdens de groei van het moederkristal gebeurde. Bijvoorbeeld of het kristal tijdens of na zijn groei aan sterke drukken werd blootgesteld of aan een herkristallisatie. Daarom is het belangrijk om te weten op welk moment deze insluitsels zijn ontstaan. Men onderscheidt daarbij: 1. Protogenetische insluitsels Dat zijn insluitsels die vóór het ontstaan van het moederkristal werden gevormd ( genese is: ontstaan). Ze kunnen veel ouder zijn dan het moederkristal en er ook niet mee verwant zijn. Bijvoorbeeld brokstukjes van omringend gesteente die nog vóór de vorming van het kristal in de moederloog terechtkomen en daarin een metamorfose ondergaan. Maar ook kunnen ze afkomstig zijn van een voorgaande kristalgeneratie die bijvoorbeeld door grondstofgebrek in zijn groei werd vertraagd, achterhaald werd door de groei van het moederkristal en dan daarin als kristalletjes (met dus andere samenstelling) werden opgenomen. Een typisch voorbeeld zijn de apatietkristalletjes in spinel uit Sri Lanka. Soms zijn protogene insluitsels te herkennen aan hun gecorrodeerde vorm. Maar dikwijls zijn ze ook mooi gaaf; ze zijn dan in dezelfde vormingsperiode als die van het moederkristal ontstaan en konden vrij zwevend in dat kristal op hun gemak uitkristalliseren. Voorbeelden hiervan zijn olivijnkristalletjes in spinel en spinelinsluitsels in robijn en saffier. Verdere voorbeelden van protogene insluitsels zijn de actinolietnaalden in smaragd, kwarts en granaat; apatiet in granaat, kornerupine, korund of spinel; diopsied, granaat en pyriet in korund; glimmers in kwarts, korund en smaragd; zirkoon in granaat, kornerupine of korund; en spinel in robijn. Protogeen is ook pyrrhotiet in diamant. Ook asbest-, anhydriet- en rutielinsluitsels behoren tot deze groep. Edelstenen, die uit het magma kristalliseren, kunnen geen vloeistofinsluitsels bevatten, daarvoor zijn de smeltpunten tijdens hun geboorte te hoog. Bovendien is de druk op die grote diepten zo hoog dat wat grotere holten zeldzaam zijn. Daarom bevatten diamant en pyroop geen vloeistofinsluitsels. 2. Syngenetische insluitsels Dit zijn insluitsels die gelijktijdig met het hoofdkristal groeien en erdoor worden omhuld. Men maakt daarbij onderscheid tussen kristalinsluitsels en andere insluitsels. Tot deze laatste groep behoren niet alleen holten e.d., maar ook verschijnselen die te maken hebben met de kristalgroei zelf. 2a. Syngenetische kristalinsluitsels Deze behoren meestal tot dezelfde geochemische groep mineralen als het moederkristal. Maar tot dit type insluitsels worden ook holten of scheurtjes in het kristal gerekend die met gas of vloeistof zijn gevuld. Ook groeistrepen worden tot deze categorie gerekend. Als een insluitsel zeer snel groeit, dan ontstaan lange naalden (bijvoorbeeld rutielnaalden). Bij de syngenetische kristalgroei kunnen vergroeiingen van verwante kristalconfiguraties optreden waarbij deze zich zodanig op elkaar plaatsen dat hun atoomroosters in elkaar passen. Als dit mooi geordend gebeurt en beide partners ongeveer dezelfde dimensies hebben, dan spreekt men van een geordende vergroeiing. Maar dikwijls zijn de dimensies verschillend en wordt een hoofdmineraal bewoond door een klein gastmineraal dat zich dan op een passend vlak (lees: met dezelfde atoomafstand) vasthecht. Dit heet epitactische groei. Het komt o.a. voor bij diamant, waar olivijn- en granaatkristalletjes zich epitactisch binnenin het kristal op een vroeger groeivlak hebben genesteld. In kristallen die gegroeid zijn uit het magma kunnen alleen andere magmamineralen als syngenetische
6 insluitsels optreden. Zo zijn dit voor diamant: olivijn, pyroop en diopsied. En voor pegmatietkristallen alleen andere pegmatietmineralen zoals: aquamarijn, apatiet, epidoot en kwarts. Verder worden hier als syngenetische insluitsels nog genoemd: biotietglimmer in andalusiet, chrysoberyl, kornerupine, peridoot en Sri Lanka saffier; veldspaten in Birma robijn en saffier; calciet in robijn en spinel uit Mogok en in smaragd uit Muzo; pyriet in fluoriet, saffier en smaragd, rutiel in korund, kwarts en spinel; zirkoon in korund. En tenslotte apatiet, dat in veel edelstenen voorkomt. Dit mineraal wordt als insluitsel zowel protogenetisch als ook syngenetisch gevormd. Het is een belangrijk mineraal bij de omkristallisatie omdat het, net als zirkoon, pyriet, calciet en kwarts, gemakkelijk mengkristallen vormt. Het komt dan ook in meerdere contact-metamorfe edelstenen voor zoals in granaat, robijn, saffier en spinel. Apatiet is overigens ook een van de eerste mineralen die net als zirkoon door hun slechte oplosbaarheid in de hete magmasmelt daaruit in een vroeg stadium als kleine kristalletjes vrij zwevend in het moederkristal uitkristalliseren (klein omdat er respectievelijk onvoldoende fosforzuur (voor apatiet) of zirkonium (voor zirkoon) aanwezig was om grotere kristallen te vormen). Kleine kristalletjes zijn overigens vooral typerend voor protogene insluitsels. Syngenetische mineralen kunnen ook goed dienen als gidsmineralen; ze kunnen informatie geven over de oorsprong van het moederkristal. Zo zijn uraanpyrochloorkristalletjes in saffier een indicatie dat deze komt uit Pailin (Cambodia); uranietkristalletjes in saffier wijzen op Sri Lanka. In edelstenen uit Sri Lanka komen vaak zirkoonkristalletjes voor (maar dikwijls zijn ze ook protogenisch, ze worden dikwijls radioactief afgebroken en vertonen dan de typische cirkelvormige uitstralingen als gevolg van deze activiteit). 2b. Syngenetische gas- en vloeistofinsluitsels Zoals boven reeds is gesteld, kunnen edelstenen die uit het magma kristalliseren, geen vloeistofinsluitsels bevatten. De meeste edelstenen kristalliseren echter uit moederlogen die naast gassen al water in een of andere aggregaatstoestand (bijvoorbeeld als medium in een fluïde oplossing) bevatten. Deze vloeistoffen en gassen kunnen in niet-magmatische fasen, bijvoorbeeld in de pegmatische fase, in holten van het kristal doordringen. Maar dan moeten we eerst nagaan op welke wijze deze holten kunnen ontstaan. Om hierin een beter inzicht te krijgen moeten we ons eerst nog wat verdiepen in de vorming van een kristal. Vloeistofinsluitsel Een fluorietkristal met insluitsels van oude mineraalvormende vloeistoffen 2b.1 Primaire vloeistofinsluitsels Een kristal wordt gevormd uit zijn moederloog doordat laag over laag atomen worden afgezet. Maar als niet overal voldoende moederloog beschikbaar is of wanneer de toevoer door uitwendige factoren wordt verstoord, dan treden roosterstoringen op. Daardoor kan de vorming van de kristalvlakken niet meer regelmatig verlopen waardoor sommige vlakken wel en andere nog niet gevormd worden. Als de opbouw weer verder gaat dan worden de ontstane holten, die inmiddels gevuld zijn met binnengedrongen vreemde kristaloplossingen, omhuld en de opbouw gaat verder. In dat geval wordt de binnenkant van de holte gevormd door kristalvlakken die de vorm van het oorspronkelijk kristal volgen. Maar ook veranderingen in de temperatuur of druk tijdens de kristallisatie, of storende mineraalinsluitingen, kunnen dit soort primaire holten doen ontstaan. Een kenmerk van dit type holten is, dat ze steeds zeer regelmatige vormen met gladde wanden vertonen; ze lijken sterk op vreemde mineraal insluitsels. Men spreekt hier van negatieve kristallen. Tot de holten behoren ook de holle kanalen waardoor groeivloeistof werd aangevoerd en die soms nog
7 zichtbaar zijn. In al deze holten kan tijdens de groei nog vloeistof of een kristaloplossing doordringen waardoor een primair vloeistofinsluitsel gevormd wordt waarin dan nog kristalletjes kunnen voorkomen. 2b.2 Secundaire vloeistofinsluitsels Daarnaast kunnen tijdens de groei, wanneer het kristal gaat verstevigen, door in- of uitwendige omstandigheden (spanningen als gevolg van vreemde kristalinsluitsels, door te snelle groei of ook door uitwendige krachten) scheurtjes of holten ontstaan welke zich ook weer kunnen vullen met al dan niet fluïde oplossingen en gassen. Dit zijn de secundaire vloeistofinsluitsels. De scheurtjes kunnen daarbij verlopen volgens de natuurlijke splijtlijnen van het kristal (de wanden zijn dan recht en glad) of ze verlopen zeer grillig in alle richtingen. De primaire holten onderscheiden zich van de secundaire, naast hun regelmatige vorm, doordat ze weliswaar niet talrijk maar wel vrij groot zijn en meestal op zichzelf staan. De secundaire holten (scheurtjes en groeikanalen) zijn meestal zeer klein maar in grote getale aanwezig. Ze kunnen in een later groeistadium weer geheel of gedeeltelijk worden gevuld met de verarmde moederloog waarna die daarin gedeeltelijk kan uitkristalliseren. Soms lost die moederloog de wand van de scheur weer op en repareert dan de scheur weer vrijwel onzichtbaar. Al deze min of meer met kristalletjes en vloeistof gevulde scheurtjes en kanaaltjes vertonen zich onder de microscoop als vloeistofveren, vingerafdrukken, gordijnen of guirlandes. En bij zijdelingse belichting onder gepolariseerd licht worden deze ook wel als Heilungsrisse of healing fissures bekend staande vlakke figuren in hun fascinerende, flonkerende pracht zichtbaar. 2b.3 De vulling van de holten De holten kunnen zich opvullen met één fase (vloeistof of gas), met twee fasen of met drie fasen. Pure gasbellen komen in natuurlijke stenen zelden voor; door de zeer lange tijden dat de kristalmassa nog dunvloeibaar blijft hebben de gasbellen ruimschoots de tijd om te ontwijken. Anders ligt dat bij sommige in het laboratorium bereide stenen, door de relatief snelle afkoeling blijven dan gas(lucht)bellen in de hoogvisceuse massa steken. Denk aan de luchtbellen in glas en in de eerste generatie Verneuil-robijnen. Ze zijn daarin te herkennen aan hun zwarte rand als gevolg van het grote verschil in refractie. Bij tweefaseninsluitsels heeft men te maken met een vulling bestaande uit vloeistof met gas. Dit kan bijvoorbeeld water of vloeibaar koolzuur zijn in evenwicht met koolzuur, methaan of hogere koolwaterstoffen (aardolie). Het koolzuur (CO 2 ) is daar afkomstig van de omringende kalksteen Door temperatuurverhoging kan men deze fasen homogeniseren; dan verdwijnt het grensvlak. Op deze wijze komt men te weten bij welke temperatuur het kristal gevormd werd. Deze homogenisatietemperatuur ligt meestal tussen 30 en 400 C. Daarnaast zijn er nog de driefaseninsluitsels waarbij naast bovengenoemde fasen nog kristallen uit de moederloog aanwezig zijn. Als voorbeeld de kristalletjes van haliet (NaCl); sylvien (KCl) en anhydriet (CaSO 4 ) die voorkomen in hydrothermaal gevormde edelstenen. 3. Epigene insluitsels Deze ontstaan ná de groei van het kristal, onder invloed van uitwendige krachten (bijvoorbeeld scheurvorming door druk of temperatuurwisseling) of door ontmenging. Daarbij moet men bedenken dat het in het binnenste der aarde gevormde kristal ook gedurende zijn tocht naar boven steeds omringd is door bijvoorbeeld moederlogen die zullen proberen het kristal binnen te dringen. Belangrijke epigene gebeurtenissen zijn: 3a. Omkristallisatie en ontmenging In het magma zijn verbindingen op basis van titaan of ijzer rijkelijk aanwezig. Ze diffunderen in het hete kristal en lossen daar eerst homogeen in op. Maar bij afkoeling van de moederloog gaan ze ontmengen en uitkristalliseren. Dat gebeurt in een stadium dat de kristalmassa nog vrij week is. In die hoogvisceuse massa kunnen deze binnengedrongen mineralen niet tot grote kristallen uitgroeien. De titaanmineralen kristalliseren dan uit in fijne, dunne naalden; het ijzermineraal tot dunne hematietplaatjes. Bij deze uitkristallisatie moeten de rutielnaaldjes (titaandioxyde) zich aanpassen aan de structuur (het atoomrooster) van het moederkristal. Daarom zullen ze elkaar in een robijnkristal snijden onder hoeken van 60 en 120 graden. De rutielnaaldjes zijn verantwoordelijk voor het stereffect in sterrobijn en -saffier; in sterspinel is dat titaniet (spheen, een calcium-titaansilicaat), terwijl ilmeniet (een titaan-ijzeroxyde) het stereffect veroorzaakt in sterberyl en in sterdiopsied. De hematietplaatjes komen vooral voor in aventurijn, beryl, cordieriet (ioliet) en spectroliet. Ze zijn verantwoordelijk voor de typische lichteffecten welke soms in deze stenen te zien zijn. Bij ontmengingsverschijnselen kunnen ook tweelingkristallen gevormd worden, daarbij leggen de lamellen zich steeds om en om. Ze komen veelvuldig voor in natuurlijke robijnen, maar ook in synthetische stenen zijn ze zichtbaar. Gebeurt dat vele malen naast elkaar dan spreekt men van polysynthetische tweelingen. Onder de microscoop zijn ze herkenbaar als prachtig parallel lopende strepen. Dit is bijvoorbeeld goed waar te nemen bij de albietlamellen uit de orthoklaas in maansteen.
8 3b. Gevolgen van druk Door druk kunnen scheuren ontstaan langs de splijtvlakken. In dat geval zijn het rechte scheuren die dikwijls min of meer parallel aan elkaar verlopen. Maar het kunnen ook breuk- of spanningsscheuren zijn. Die verlopen zeer grillig en kunnen elkaar ook kruisen. Ze lijken dan sterk op de hierboven genoemde Heilungsrisse. Al deze scheuren kunnen zich, net als bij de syngenetische situatie, vullen met kristaloplossingen. Maar in tegenstelling tot de syngenetische situatie vullen ze zich niet met oplossingen, afgeleid van de moederloog, maar nu met xenophysische kristaloplossingen, dus afkomstig van vreemde mineralen. Een voorbeeld hiervan zijn de bruine, plantaardig lijkende dendrieten uit ijzer- en mangaanverbindingen. Zo ook de bruinijzer- en goethietinsluitingen in kwartsen en agaat. 3c. Radioactiviteit Typerend hier is zirkoon, dat dikwijls vrij veel van het radioactieve thorium en uranium bevat. Dit kan radioactief verval van het zirkoonkristal veroorzaken, waardoor de hoog- en laagzirkoonvariëteiten ontstaan. Hierdoor ontstaat een verschil in soortelijke massa met als gevolg uitzetting van het zirkoonkristal. Dit veroorzaakt spanningen die zich vertalen in een halo van zeer kleine scheurtjes rondom dit insluitsel in het moederkristal. Veel stenen uit Sri Lanka vertonen dit verschijnsel. Gebruik van de microscoop bij het bestuderen van insluitsels Om insluitsels goed te zien onder de microscoop worden verschillende technieken toegepast. 1. Doorvallend licht Zonder verdere hulpmiddelen kan dit, in de normale opstelling van de microscoop, van nut zijn om kleurzones te lokaliseren en ook om de transparantie van een insluitsel waar te nemen. De volgende variaties worden hierop toegepast: 1a. Diffuse belichting Dit is te realiseren door een wit plaatje matglas of een velletje wit papier of plastic op de objecttafel onder de steen te schuiven. Kleurzonering wordt hierdoor beter waargenomen. Toepassing van een mat blauw filter is nuttig om de kleurbanden in gele en oranje saffieren beter te zien. Een belangrijk hulpmiddel bij doorvallend licht is het gebruik van een immersie cuvet. De steen wordt daarbij ondergedompeld in een vloeistof waarvan de refractie zo dicht mogelijk ligt bij die van de steen. Het grote voordeel van deze methodiek is, dat hierdoor de reflecties en storingen van de facetten wegvallen waardoor de insluitsels ongestoord kunnen worden bekeken. Voor spinellen en korunden kun je het beste vloeistoffen als di-joodmethaan of mono-broombenzeen gebruiken. Maar pas op, deze vloeistoffen zijn giftig. Gebruik ze daarom in een goed geventileerde ruimte en kom er zo min mogelijk met de neus boven. Wat vriendelijker is het gebruik van kaneelzuuraldehyde, maar dat stinkt erg en kruipt tegen het glas op. Ook benzylbenzoaat vormt een redelijk alternatief. Voor stenen met lagere refracties is water, of nog beter glycerol, goed bruikbaar. In dat geval zijn de stenen bovendien na gebruik onder de kraan te reinigen. Verschil in refractie tussen steen en vloeistof is vast te stellen door bij de ondergedompelde steen scherp te stellen op een facetrand. Zie je een scherpe zwarte rand dan heeft de steen een hogere refractie dan de vloeistof. En omgekeerd. 1b. Gekruiste polaroidfilters Hierbij wordt in de stralengang boven en onder de steen een polaroidfilter aangebracht (je kunt je behelpen met de glazen van een polaroidzonnebril). Door draaien van de filters ten opzichte van elkaar zijn veel visuele ontdekkingen te doen. Je kunt er tweelingstructuren en spanningen in het kristal mee ontdekken. Combinatie met de immersiemethodiek is hier van veel voordeel. Door draaien van de steen worden meervoudige tweelingvlakken (poly-synthetische tweelingen) zichtbaar als lichte figuren tegen een donkere achtergrond. Ook in de synthetische Verneuilstenen worden ze zichtbaar wanneer de steen evenwijdig aan de optische as wordt bekeken. Met gekruiste filters is ook goed te zien of men met een negatief kristal of met een echt kristal te maken heeft: als het insluitsel dubbelbrekend is, dan vertoont het een uitdoving die verschilt met die van het moederkristal. Heilungsrisse leveren met deze opstelling fantastische lichteffecten op. 2. Donkerveld belichting Hierbij wordt met behulp van een speciale, vrij kostbare opzet tussen condensor en steen het licht via een spiegelconus of schijfje zodanig gericht dat het de steen rondom zijdelings treft. Hierdoor is het silhouet van de insluitsels mooi scherp te zien zonder hinderlijke reflecties. Je bereikt er hetzelfde effect mee als bij de immersiemethode. Maar zonder de nadelen daarvan (stofjes op het oppervlak van de immersievloeistof
9 storen, je kunt de steen moeilijker manipuleren en werken met vloeistof geeft soms geknoei). Wel moet de steen optimaal belicht worden; dat is het beste te controleren door in de uittredende lichtbundel een velletje papier te houden. De steen moet geplaatst worden vlak voor het punt waar de lichtvlek op het papier het scherpst en helderst is. Deze methode voldoet zeer goed voor de studie van fijne groeilijnen en allerlei typen insluitsels. Als alternatief kan zijdelingse belichting met een fijne glasvezellichtbundel ook een heel goed resultaat opleveren. 3. Bovenbelichting Door belichten van de steen van bovenaf (bij voorkeur met een glasvezellichtbundel) kunnen de oppervlaktestructuren van de insluitsels goed worden bekeken. 4. Schaduwtechniek Schuif bij doorvallend licht de rand van een visitekaartje gedeeltelijk in de lichtbundel tussen de condensor en de steen. Met enig oefenen kun je met deze methodiek plaatselijk fijne groeilijnen in de steen waarnemen (en ook de gebogen groeilijnen van sommige synthetische Verneuil-type stenen). Je ziet deze effecten het beste als de rand van het kaartje evenwijdig wordt gehouden aan de groeilijnen. Een soortgelijk effect kan worden verkregen door het condensordiafragma te verkleinen tot juist beneden de diameter van de steen. Algemeen: Maak vooraf de steen altijd goed schoon, anders determineer je naast stofjes op het oppervlak ook je eigen vingerafdrukken! Bekijk een steen altijd van alle kanten en onder verschillende invalshoeken van het licht. Het determineren van insluitsels Soms zijn de insluitsels te herkennen aan hun kristalvorm of andere uiterlijke kenmerken. Maar dikwijls is meer geavanceerde apparatuur zoals de scanning electronenmicroscoop en de Raman laser probe vereist. Voor de visuele herkenning vormen de prachtig uitgevoerde fotoatlassen van Gübelin een heel nuttig hulpmiddel. Literatuur Voor dit artikel hebben we onder meer gebruik gemaakt van: 1. Gòbelin, E., Innenwelt der Edelsteine, ABC Verlag, Zòrich, Gòbelin, E.J. en Koivula John I., Photoatlas of Inclusions in Gemstones, ABC Edition, Zòrich, Liddicoat, Richard T., Handbook of Gem Identification, Gemological Institute of America, Hughes, Richard W., Ruby and Sapphire, RWH Publishing, Boulder, Colorado, Ook in Gems and Gemology staan geregeld artikelen waaruit nuttige informatie over insluitsels is te verkrijgen. Enkele opgaven: Smith, Christopher P., Introduction to analyzing internal growth structures. Gems and Gemology, 1996, no. 3, p Kammerling, Robert C. e.a., Gemstone enhancement and its detection in the 1980 s. Gems and Gemology,1990, no. 1, p Schwieger, Rolf, Diagnostic features and heat treatment of Kashmir Sapphires. Gems and Gemology, no. 4, p
Hoofdstuk 1 Inleiding. 3. Hoofdstuk 2 Wat zijn edelstenen? 4. Hoofdstuk 3 Hoe ontstaan edelstenen? 5. Hoofdstuk 4 Verschillende soorten edelstenen.
Geschreven door Marit Steman / 2009 Inhoudsopgave Pagina Hoofdstuk 1 Inleiding. 3 Hoofdstuk 2 Wat zijn edelstenen? 4 Hoofdstuk 3 Hoe ontstaan edelstenen? 5 Hoofdstuk 4 Verschillende soorten edelstenen.
IN SLIJPPLAATJES LAACHER SEE-GESTEENTE. door J. Stemvers - van Bemmel
LAACHER SEE-GESTEENTE IN SLIJPPLAATJES door J. Stemvers - van Bemmel Veel typische gesteentekenmerken kunnen pas bij het bekijken van slijpplaatjes onder de mikroskoop opgemerkt worden. We zullen met behulp
Samenvatting NaSk Hoofdstuk 6: Stoffen en Moleculen
Samenvatting NaSk Hoofdstuk 6: Stoffen en Mol Samenvatting door een scholier 1296 woorden 9 november 2017 7,6 34 keer beoordeeld Vak Methode NaSk Natuur/scheikunde overal Paragraaf 6.1: stoffen herkennen
Steen. 1e college Utrecht maart 2009 HKU
Steen 1e college Utrecht maart 2009 HKU Steen 1e college steen HKU Utrecht HKU Vandaag: Steen Introductie Classificatie Eigenschappen Steenproducten Afwerkingen Steensoorten Steen Duurzaam en eeuwig www.centrumnatuursteen.nl
6.2. Werkstuk door een scholier 1504 woorden 23 december keer beoordeeld. Aardrijkskunde
Werkstuk door een scholier 1504 woorden 23 december 2008 6.2 281 keer beoordeeld Vak Aardrijkskunde Edelstenen 1.Wat zijn edelstenen? 2.Hoe ontstaan edelstenen? 3.Waaruit ontstaan edelstenen? 4.De vorm
BirGem. Verwerkingseigenschappen & Draageigenschappen van Edelstenen
BirGem Verwerkingseigenschappen & Draageigenschappen van Edelstenen Tel: 0182 387064 Email: [email protected] Inleiding Hierbij, op veler verzoek, een makkelijk overzicht van alle verwerkings- en draageigenschappen
Inhoud Deel 1 Deel 2
Inhoud Voorwoord 7 Deel 1 9 Inleiding 11 De universele levenskracht 19 Het kiezen van een edelsteen 24 Verzorging van edelstenen 27 Programmeren van edelstenen 33 Edelstenen dragen op je huid 35 Edelstenen
Determineren van gesteente
Aarde Paragraaf 1 en atlasvaardigheden Determineren van gesteente Als je een gesteente bestudeert en daarna vaststelt wat de naam van het gesteente is, dan ben je aan het determineren. Je kunt gesteenten
Ontdekkingstocht door agaat Ben Ockeloen
Ontdekkingstocht door agaat Ben Ockeloen Agaten zijn knoestige knollen, gewoonlijk met een diameter kleiner dan 15 cm, samengesteld uit één of meer varianten van het mineraal kwarts. Kwarts is een samenstelling
o ATerinzagelegging @ 7906572
Octrooiraad o ATerinzagelegging @ 7906572 Nederland @ NL
6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht
Uitwerkingen opgaven hoofdstuk 6 6.1 Voortplanting en weerkaatsing van licht Opgave 1 Opgave 2 Bij diffuse terugkaatsing wordt opvallend licht in alle mogelijke richtingen teruggekaatst, zelfs als de opvallende
Oefenopgaven CHEMISCHE INDUSTRIE
Oefenopgaven CEMISCE INDUSTRIE havo OPGAVE 1 Een bereidingswijze van fosfor, P 4, kan men als volgt weergeven: Ca 3 (PO 4 ) 2 + SiO 2 + C P 4 + CO + CaSiO 3 01 Neem bovenstaande reactievergelijking over
EDELMETAAL. Edelmetaal is het vakblad van de Federatie Goud en Zilver 69e jaargang april 2014. Beurzen: Inhorgenta, Qatar & Preview BaselWorld
EDELMETAAL Edelmetaal is het vakblad van de Federatie Goud en Zilver 69e jaargang april 2014 Beurzen: Inhorgenta, Qatar & Preview BaselWorld edelstenen edelmetaal april 2014 Synthetische diamant een update
ASBEST Vragen Wat is asbest? Welke soorten asbest bestaan er? Waar wordt asbest gevonden? Hoe ontstaat asbest? Wat zijn asbestiforme mineralen? Bestaan er ook onschadelijke vormen van asbest? Wat
The Caldbeck Fells Engeland De Carrock mijn en de Roughton Gill mijn (Wolfram, Lood, zink en koper)
The Caldbeck Fells Engeland De Carrock mijn en de Roughton Gill mijn (Wolfram, Lood, zink en koper) Inhoud; Ligging Carrock mijn en Roughton Gill mijn Geologische informatie Condities van ontstaan van
3.0 Stof 2 www.natuurkundecompact.nl
3.0 Stof 2 www.natuurkundecompact.nl 3.1 a Water doen koken b Paraffine doen stollen 3.3 Kristal maken 3.4 a Uitzetten en krimpen (demonstratie) b Thermometer ijken 1 3.1 a Water doen koken www.natuurkundecompact.nl
Uitleg adembescherming
Uitleg adembescherming Stoffilters en -maskers (EN 149)... 2 Stofmaskers...3 Stoffilters...3 Indeling naar stofsoort of stoffilter- en stofmaskerklasse...4 Gafilters... 5 Meervoudige gasfilters... 5 AB-filters...
APPENDIX. Nederlandse samenvatting
APPENDIX Nederlandse samenvatting Nederlandse samenvatting SAMENVATTING Therapeutische eiwitten zijn veelbelovende geneesmiddelen voor de behandeling van ernstige en levensbedreigende ziekten. De ingewikkelde
Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie
Waterkwaliteit 2: Natuur/chemie Prof. ir. Hans van Dijk 1 Afdeling Watermanagement Sectie Gezondheidstechniek Inhoud hydrologische kringloop kwalitatief 1. regenwater 2. afstromend/oppervlaktewater. infiltratie
5-1 Moleculen en atomen
5-1 Moleculen en atomen Vraag 1. Uit hoeveel soorten moleculen bestaat een zuivere stof? Vraag 2. Wat is een molecuul? Vraag 3. Wat is een atoom? Vraag 4. Van welke heb je er het meeste: moleculen of atomen?
In houd Inleiding 1. Geschiedenis 2. Eigenschappen van diamant 3. Het ontstaan van diamant 4. Het delven van diamant 5.
Diamant Inhoud Inleiding 3 1. Geschiedenis 4 2. Eigenschappen van diamant 5 3. Het ontstaan van diamant 6 4. Het delven van diamant 8 5. De vindplaatsen 9 6. De bewerking 10 7. De waarde 12 8. De toepassing
Tentamen Optica. 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur
Tentamen Optica 19 februari 2008, 14:00 uur tot 17:00 uur Zet je naam en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 8 opgaven eerst eens door. De opgaven kunnen in willekeurige volgorde gemaakt
Hydroflow de doorbraak in waterontharding!
Hydroflow de doorbraak in waterontharding! [email protected] Tel. +31 (0)575-503121 Bespaar nu met technologie die wel werkt! HydroFLOW gepatenteerd waterbehandelingsysteem is een grote doorbraak op
Geologische wandeling door Den Haag.
Geologische wandeling door Den Haag. Datum: 28 september 2014. Organisatie: Gea-Kring Rijnland (Rob H. en Maartje K.) Verslag: Jan GL. Heerlijke, zonnige en zinnige zondagmiddag! 13.00 uur Verzamelen aan
Vier mineralen van de Wannenköpfe (Eifel): jeremejeviet, pseudobrookiet, noseaan en titaniet
Vier mineralen van de Wannenköpfe (Eifel): jeremejeviet, pseudobrookiet, noseaan en titaniet door Fred Kruijen [email protected] Jeremejeviet Hexagonaal, AkB 5Oi5(OH)3 De "blue-ones"... prachtige, zeer
Maandthema Juni 2015 Reflecties / spiegelingen. Mail uiterlijk zondag 7 juni maximaal 2 foto s naar
Maandthema Juni 2015 Reflecties / spiegelingen Mail uiterlijk zondag 7 juni maximaal 2 foto s naar [email protected] Wat zegt De Van Dale hierover Over spiegelen : licht of beelden terugkaatsen
ouder schuim jong schuim Afbeelding 2. Schematische voorstelling van een ideaal schuim
Schuim Je kent dat wel: heb je mooi bier gemaakt en slaat-ie dood in het glas. Eerst denk je nog: zeker met een vette bek aan het glas gezeten. Maar de keer daarop: zelfde verhaal. Jasses. Een mooie schuimkraag
Metaalstructuren en toestandsdiagram. Metaalstructuren en toestandsdiagram. Metaalstructuren en toestandsdiagram. Metaalstructuren en toestandsdiagram
en toestandsdiagram en toestandsdiagram De Eiffeltoren (één van de nietklassieke wereldwonderen) is 317 meter hoog tot aan de top van de vlaggenstok, zonder de televisieantennes mee te rekenen. Met televisieantennes
Samenvatting Scheikunde Scheikunde Chemie overal H1 3 vwo
Samenvatting Scheikunde Scheikunde Chemie overal H1 3 vwo Samenvatting door een scholier 1193 woorden 30 oktober 2012 5,8 23 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Chemie overal Samenvatting Scheikunde
onderhouds- en gebruiksvoorschrift CaesarStone D + GB : OHCSNL
onderhouds- en gebruiksvoorschrift CaesarStone NL D + GB : OHCSNL2008-1 Wat is CaesarStone CaesarStone is een composiet steen en bestaat voor 93% uit fijne, in de natuur voorkomende kwartskorrels en voor
Hoofdstuk 4: Dampen 4.1 AGGREGATIETOESTANDEN SMELTEN EN STOLLEN SMELTPUNT. Figuur 4.1: Smelten zuivere stof
Hoofdstuk 4: Dampen 4.1 AGGREGATIETOESTANDEN 4.1.1 SMELTEN EN STOLLEN SMELTPUNT Wanneer we een zuivere vaste stof (figuur 4.1) verwarmen zal de temperatuur ervan stijgen. Na enige tijd wordt de vaste stof
TWEELINGKRISTALLEN. Inleiding. Tweelingen van aragoniet. door drs. E.A.J. Burke Instituut voor Aardwetenschappen Vrije Universiteit, Amsterdam
TWEELINGKRISTALLEN door drs. E.A.J. Burke Instituut voor Aardwetenschappen Vrije Universiteit, Amsterdam Inleiding Als mineralen onbelemmerd kunnen groeien vormen zij kristallen met hun eigen karakteristieke
N A T U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 Copyright
N AT U U R W E T E N S C H A P P E N V O O R H A N D E L 1 2 LICHT EN ZIEN 2.1 Donkere lichamen en lichtbronnen 2.1.1 Donkere lichamen Donkere lichamen zijn lichamen die zichtbaar worden als er licht
De traditionele microscopen onderscheiden we de gewone of biologische microscoop en de stereo microscope.
Microscopie Ons oog is niet in staat om zonder hulpmiddelen details van organismen te bekijken. Daarom gebruiken we voor kleine objecten vergrotende instrumenten. Dit zijn de loep en de microscoop. 1 Soorten
Wet van Snellius. 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak
Wet van Snellius 1 Lichtbreking 2 Wet van Snellius 3 Terugkaatsing van licht tegen een grensvlak 1 Lichtbreking Lichtbreking Als een lichtstraal het grensvlak tussen lucht en water passeert, zal de lichtstraal
Intermoleculaire krachten. Waterdruppels kleven aan de kraan of aan een bloemblad. Kwik vormt gemakkelijk grote druppels die niet aan het glas kleven.
Thema 17 Cohesie en adhesie 1 Intermoleculaire krachten Waterdruppels kleven aan de kraan of aan een bloemblad. Kwik vormt gemakkelijk grote druppels die niet aan het glas kleven. waterdruppels kleven
EXAMEN VWO SCHEIKUNDE 1980, TWEEDE TIJDVAK, opgaven
EXAMEN VWO SCHEIKUNDE 1980, TWEEDE TIJDVAK, opgaven Jood en propanon 1980-II(I) Jood lost goed op in een oplossing van kaliumjodide in water. De verkregen oplossing noemt men joodwater. In zuur milieu
10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.
1 Materie en warmte Onderwerpen - Temperatuur en warmte. - Verschillende temperatuurschalen - Berekening hoeveelheid warmte t.o.v. bepaalde temperatuur. - Thermische geleidbaarheid van een stof. - Warmteweerstand
De landbouwer als landschapsbouwer
9A. De bodem (theoretisch) 9A.1 Bodemvorming Door allerlei processen zoals humusvorming, inspoeling, uitspoeling en oxidatie ontwikkelt zich een bodem. Dit is een heel lang proces wat ook nooit stopt.
Gebruiksaanwijzing bierinstallatie
Start van de dag Voordat u de dag begint, controleer of alle uitlopen () van de bierkranen schoon zijn. Ondanks dat u de dag ervoor alles hebt gereinigd, is het mogelijk dat tijdens uw afwezigheid toch
Brandstof, Remvloeistof, Smeer- en Koelmiddelen (7)
Brandstof, Remvloeistof, Smeer- en Koelmiddelen (7) E. Gernaat (ISBN 978-90-79302-07-9) 1 Vaste smeermiddelen 1.1 Werking Grafiet en molybdeen-disulfide (MoS 2 ) zijn de belangrijkste stoffen die worden
De snelheid van het geluid
De snelheid van het geluid Hoe snel gaat geluid eigenlijk? Uit ervaring weet je dat het heel snel gaat. Als je met andere mensen praat, dan hoor je meteen wat ze zeggen. Toch weet je ook dat geluid tijd
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1.1 t/m 1.4
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1.1 t/m 1.4 Samenvatting door een scholier 1714 woorden 3 oktober 2010 6 10 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Pulsar chemie 1.1 Scheikunde Bron 1 scheikunde Door
Hoofdstuk 4. Chemische reacties. J.A.W. Faes (2019)
Hoofdstuk 4 Chemische reacties J.A.W. Faes (2019) Hoofdstuk 4 Chemische reacties Paragrafen 4.1 Kenmerken van een reactie 4.2 Reactievergelijkingen 4.3 Rekenen aan reacties Practica Exp. 1 Waarnemen Exp.
De kracht van Archimedes
1 Studie dag en KVCV De kracht van Archimedes DEEL 1 Korte omschrijving van het lesonderwerp Door een paar originele experimenten, de kracht van Archimedes ontdekken en de gegevens waarnemen die de grootte
Conflicten: azuriet. Dood gaan: chiastoliet
A Aardend: aragoniet, carneool, jaspis, onyx, rookkwarts, unakiet, versteend hout Communicatie: C blauwe calsiet, celestine, chrysocolla, dumortiriet, ioliet, saffier Allergie: aquamarijn Angst: apachetraan,
Steen 2. college Utrecht oktober 2009 HKU
Steen 2 college Utrecht oktober 2009 HKU Vandaag: Steen Afwerkingen en bewerkingen van steen Steensoorten granieten travertin Sommige breccia s Nieuwe marmersoorten Oude marmersoorten Classificatie, uitgaande
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 en 2
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 en 2 Samenvatting door een scholier 918 woorden 13 januari 2005 6,3 193 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Chemie overal Hoofdstuk 1 1.2: De bouw van een atoom.
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2 Samenvatting door K. 1077 woorden 22 maart 2016 6,1 9 keer beoordeeld Vak Scheikunde Impact 3 vwo Scheikunde hoofdstuk 1 + 2 Paragraaf 1: Stoffen bijv. Glas en hout,
Opbouw van deze workshop: 1 drie verhaaltjes 2 hoofdindeling van gesteenten 3 aan het werk
Opbouw van deze workshop: 1 drie verhaaltjes 2 hoofdindeling van gesteenten 3 aan het werk www.clarinusnauta.nl; Meneer? Wat is dit? Wat een mooi stuk! Het is behoorlijk zwaar. Waar heb je het gevonden?
Cover Page. The handle holds various files of this Leiden University dissertation
Cover Page The handle http://hdl.handle.net/1887/31602 holds various files of this Leiden University dissertation Author: Cuylle, Steven Hendrik Title: Hydrocarbons in interstellar ice analogues : UV-vis
Alkali-silica-reactie (A.S.R.) een exotische ziekte?
Alkali-silica-reactie (A.S.R.) een exotische ziekte? 1. Wat is A.S.R.? A.S.R. is een expansieve reactie tussen alkaliën in het beton, water en reactief silica (mineraal) dat in het toeslagmateriaal voorkomt.
[[email protected] nu 7409872
Octrooiraad [[email protected] nu 7409872 Nederland [19] NL [54] Werkwijze voor het vacuümdlcht afsfüitem vsn elk der eerste uiteinden van een aantal holle transportorganen dia uit'tftonden in een
Proef 50 Vingerafdrukken zoeken met behulp van cacao- en talkpoeder
Proef 50 Vingerafdrukken zoeken met behulp van cacao- en talkpoeder 1. Onderzoeksvraag We nemen vingerafdrukken van 3 verdachten van de moord om deze uiteindelijk te vergelijken met de gevonden vingerafdruk
Chemische reacties. Henk Jonker en Tom Sniekers
Chemische reacties Henk Jonker en Tom Sniekers 23 oktober 29 Inleiding Op 3 september hebben wij met u gesproken U heeft aan ons gevraagd om twee problemen op te lossen Het eerste probleem ging over het
In dit overzicht vindt u korte informatie over de werking van de verschillende gezondheisstenen.
In dit overzicht vindt u korte informatie over de werking van de verschillende gezondheisstenen. Agaat Agaat komt in veel kleurschakeringen voor. De basiskleuren zijn grijs, beige, wit, zwart en bruin,
4 Verbranding. Bij gele vlammen ontstaat roet (4.1)
4 Verbranding Verbrandingsverschijnselen (4.1) Bij een verbranding treden altijd een of meer van de volgende verschijnselen op: rookontwikkeling, roetontwikkeling, warmteontwikkeling, vlammen, vonken.
Richtlijnen indienen en acceptatie EDELSTENEN
Richtlijnen indienen en acceptatie EDELSTENEN Premiumsegment Edelstenen Echtheid - Kwaliteit Bij Catawiki veilen we de beste edelstenen van topkwaliteit die moeilijk te vinden zijn en die gepassioneerde
Archeologie Conserveringstechnieken
Archeologie Conserveringstechnieken Jurgen Galicia - Galicia Technical Diving 01. ALGEMENE REGELS: - het voorwerp onmiddellijk in zout of zoet water leggen - nooit iets laten drogen in de zon - nooit iets
Autogeen snijden in de praktijk
Laskennis opgefrist (nr. 37) Autogeen snijden in de praktijk Het autogeen snijden is een van de meest toegepaste snijprocessen met de volgende kenmerken: Apparatuur vereist geen hoge investering Apparatuur
Het smelten van tin is géén reactie.
3 Reacties Reacties herkennen (3.1 en 3.2 ) Een chemische reactie is een gebeurtenis waarbij stoffen verdwijnen en nieuwe stoffen ontstaan. Bij een reactie verdwijnen de beginstoffen. Er ontstaan nieuwe
TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA voor F2/MNW2. Vrijdag 23 december 2005
TENTAMEN CHEMISCHE THERMODYNAMICA voor F/MNW Vrijdag 3 december 005 Bij het tentamen mag gebruik worden gemaakt van een GR. Mogelijk nodige constantes: Gasconstante R = 8.31447 Jmol 1 K 1 = 8.0574 10 L
Gesteentepracticum Jennifer Inge Lisette Stroo
Gesteentepracticum Jennifer Inge Lisette Stroo Interfacultaire Lerarenopleidingen Universiteit van Amsterdam december 2013 Inleiding De vaksectie aardrijkskunde van het Montessori Lyceum Amsterdam (MLA)
Correlatie: Kerndoelen W T - Curriculum Noord-Amerika - Mad Science Nederland. Amerikaans Curriculum. Wetenschappelijk onderzoek doen
GROEP 1 + 2 onderzoek is een set van samenhangende processen gebruikt om vragen te stellen over de natuurlijke wereld en het onderzoeken naar verschijnselen. alle lessen aan techniek werken Sommige zaken
Een leven lang plezier
29 juni 2006 Een leven lang plezier Van harte gefeliciteerd met uw aankoop! U heeft gekozen voor een prachtig kwaliteitsproduct, waar u veel plezier aan zult beleven. Uw product is namelijk met zorg ontworpen
Inhoud. Inleiding blz. 3. Wat is een fossiel? blz. 4. Hoe fossielen ontstaan blz. 5. Fossielen van zacht weefsel blz. 6. Zeedieren blz.
Door: Oscar Zuethoff Groep 6b - Meneer Jos & Ingrid Februari 2008 Inhoud Inleiding blz. 3 Wat is een fossiel? blz. 4 Hoe fossielen ontstaan blz. 5 Fossielen van zacht weefsel blz. 6 Zeedieren blz. 7 De
Optische gesteentedeterminatie IV
Optische gesteentedeterminatie IV P. Stemvers Summary: An introduction is given to the study of thin sections. The attention is drawn to use the polarisation-microscope at first without nicols. Treated
Practische aspecten van een chemische synthese. September 2013
Practische aspecten van een chemische synthese September 2013 1 WAT IS HET DEL VAN EEN SYNTHESE? Het in handen krijgen van een gewenste verbinding. Wanneer deze onbekend is. Wanneer deze bekend is, maar
NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE. Tweede ronde - theorie toets. 21 juni beschikbare tijd : 2 x 2 uur
NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE Tweede ronde - theorie toets 21 juni 2000 beschikbare tijd : 2 x 2 uur 52 --- 12 de tweede ronde DEEL I 1. Eugenia. Onlangs is met een telescoop vanaf de Aarde de ongeveer
Handleiding Optiekset met bank
Handleiding Optiekset met bank 112110 112110 112114 Optieksets voor practicum De bovenstaande Eurofysica optieksets zijn geschikt voor alle nodige optiekproeven in het practicum. De basisset (112110) behandelt
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1. Par1 Nieuwe stoffen, nieuwe materialen
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 Samenvatting door C. 1158 woorden 24 juni 2016 8,1 45 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Nova Scheikunde H1 Par1 Nieuwe stoffen, nieuwe materialen Oude materialen
6. Oplossingen - Concentratie
6. Oplossingen - Concentratie 1. Opgeloste stof Oplosmiddel Oplossing Een oplossing is een homogeen mengsel (oplossing) van een vloeistof (oplosmiddel of solvent) en een (of meer) andere stoffen (opgeloste
Hoe Maak je zelf een 3D aquarium-achterwand
Hoe Maak je zelf een 3D aquarium-achterwand 1/10 DIY Aquarium achtergrond. Ik heb een tijdje geleden een aquarium gekregen van mijn vrouw d'r overleden opa. Het is een Juwel Panorama LxBxH 80x 40 x 50.
Moleculaire Gastronomie: Gluten
Moleculaire Gastronomie: Gluten Het maken en analyseren van deeg met gluten Inleiding Moleculaire gastronomie heeft alles te maken met het ontdekken van nieuwe smaakcombinaties, experimenteren met structuren
Opgave 1 Een ideaal gas is een gas waarvan de moleculen elkaar niet aantrekken en bovendien als puntmassa s opgevat kunnen worden.
Uitwerkingen Een ideaal gas is een gas waarvan de moleculen elkaar niet aantrekken en bovendien als puntmassa s opgevat kunnen worden. Opmerking: in een ideaal gas hebben de moleculen wel een massa. Alleen
Applicatiemethoden voor Avery zelfklevende films uitgebracht: 20/09/2001
Applicatiemethoden voor Avery zelfklevende films uitgebracht: 20/09/2001 Avery zelfklevende films zijn verkrijgbaar in een groot aantal verschillende kwaliteiten voor even zovele verschillende toepassingen.
Samenvatting hoofdstuk 2
temperatuur in o Scheikunde hemie op school Samenvatting hoofdstuk 2 De bouw van stoffen Samenvatting hoofdstuk 2 Er zijn verschillende eigenschappen waaraan je een stof kunt herkennen. We noemen deze
7.1 Het deeltjesmodel
Samenvatting door Mira 1711 woorden 24 juni 2017 10 3 keer beoordeeld Vak NaSk 7.1 Het deeltjesmodel Een model van een stof Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen. Aangezien je niet kunt zien hoe een
Lotus Fresh voor kristal helder water in whirlpools en zwemspa s.
1. Lotus Fresh voor kristal helder water in whirlpools en zwemspa s. Met de waterbehandeling van Lotus Fresh heb je géén enkel ander product nodig voor zuiver water. 2. Waarom Lotus Fresh gebruiken in
5.7. Boekverslag door S woorden 26 oktober keer beoordeeld. Scheikunde
Boekverslag door S. 1928 woorden 26 oktober 2009 5.7 45 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Nova Scheikunde H1: 1.1 OUDE MATERIALEN: Natuurlijke materialen: materialen die je in de omgeving/ in de natuur
ELEMENTAIRE EDELSTEENKUNDE DEEL m. Eigenschappen van het licht. Historische achtergronden
André Molenaar ELEMENTARE EDELSTEENKUNDE DEEL m Optische eigenschappen van edelstenen Eigenschappen van het licht. Historische achtergronden Licht is een gecompliceerd natuurkundig verschijnsel dat reeds
Uitwerkingen Basischemie hoofdstuk 1
Uitwerkingen Basischemie hoofdstuk 1 Opgave 1.1 Opgave 1.2 Opgave 1.3 Opgave 1.4 Stofeigenschappen en zintuigen Noem 4 stofeigenschappen die je met je zintuigen kunt waarnemen? Fysische constanten a. Methaan
Peridoot, een gewaardeerde edelsteen
Peridoot, een gewaardeerde edelsteen Door Prof. Dr. H.A. Hänni, FGA, SSEF Research Associate Peridoot is een zeer gewaardeerde edelsteen in een groene kleur (Fig.1). Peridoot hoort thuis in de olivijngroep,
Tentamen Optica. 20 februari Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door.
Tentamen Optica 20 februari 2007 Zet je naam, studentennummer en studierichting bovenaan elk vel dat je gebruikt. Lees de 6 opgaven eerst eens door. Opgave 1 We beschouwen de breking van geluid aan een
Deel 1: traditionele kalkwater met koolstofdioxide test.
Bereiding en eigenschappen van CO 2 Deel 1: traditionele kalkwater met koolstofdioxide test. 1.1 Onderzoeksvraag Hoe kunnen we CO 2 aantonen? 1.2 Mogelijke hypothesen 1.2.1 Geen interactie: Er vormt zich
maandblad van d e mineralogische kring antwerpen vzw geonieuws 10 de jaargang nummer 8 oktober 1985 Ti I Tf edelstenen
maandblad van d e mineralogische kring antwerpen vzw geonieuws 10 de jaargang nummer 8 oktober 1985 Ti I Tf edelstenen titka_ mineralogische kring antwerpen vzw De Mineralogische Kring Antwerpen v.z.w.
mei 2008 VGWM Gezondheid Veiligheid Welzijn A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert!
mei 2008 VGWM A WAY OF LIVING Veiligheid Gezondheid Welzijn Milieu VGWM Standaards voor professionals, wees alert! Werk veilig of werk niet Voor werkzaamheden aan geopende installaties en systemen zijn,
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting Archaea en hyperthermofielen De levende organismen op onze aarde kunnen verdeeld worden in twee groepen, de prokaryoten en de eukaryoten. Eukaryote cellen hebben een celkern, een
jaar: 1994 nummer: 12
jaar: 1994 nummer: 12 Een vrouw staat vóór een spiegel en kijkt met behulp van een handspiegel naar de bloem achter op haar hoofd.de afstanden van de bloem tot de spiegels zijn op de figuur aangegeven.
Wat is een digitale foto
Inleiding: basiskennis We beoefenen allemaal de fotografie in de hobbysfeer. Sommigen al jaren, anderen sinds kort. Maar we weten allemaal wat een camera is, en een computer, en een printer. We weten allemaal
Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info
Glas Inleiding Ik kies voor dit onderwerp omdat mijn vaderbij de N.V. Verenigde Glasfabriek werkt en omdat ik wat meer over glas wil weten, bijvoorbeeld hoe je moet glasblazen en hoe flessen woorden gemaakt.
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 Scheikunde 3 havo
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 Scheikunde 3 havo Samenvatting door een scholier 1366 woorden 12 november 2012 6,2 17 keer beoordeeld Vak Methode Scheikunde Chemie overal 1.1 Bij scheikunde hou je
Steen-0-loog aan de Maas. middenbouw
Steen-0-loog aan de Maas middenbouw Ontstaan van het Maasdal Opdr.1. In de koude tijd is de bodem bevroren. De Maas stroomt over de harde bodem en maakt veel zijtakken en laat overal grind achter. Teken
Biogene Mineralen een nieuwe kijk op mineraalevolutie
Biogene Mineralen een nieuwe kijk op mineraalevolutie Biogene mineralen in strikte zin: Gevormd (aan aardoppervlak) door: Biochemische processen. (in organismen of daardoor uitgescheiden) exoskelet - calciet,
Solderen. Wat is solderen. Wat is de procedure van solderen
Solderen Wat is solderen. - Het verbinden van verschillende soorten metalen, door middel van een gesmolten toevoeg materiaal of een legering met een lage smeltpunt, al dan niet met vloeimiddelen of beschermgassen.
Waarom en op welke manier maken wij zelf een achterwand.
Waarom en op welke manier maken wij zelf een achterwand. Waarom? Tja dat is een korte vraag, maar met een lange uitleg. Waarom ik deze zelf gemaakt hebt? Om de simpele reden dat ik een buitenmaat van aquarium
Alternatieve energiebronnen
Alternatieve energiebronnen energie01 (1 min, 5 sec) energiebronnen01 (2 min, 12 sec) Windenergie Windmolens werden vroeger gebruikt om water te pompen of koren te malen. In het jaar 650 gebruikte de mensen
