Zandwinning op de Noordzee
|
|
|
- Andreas Peeters
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Zandwinning op de Noordzee Startnotitie milieueffectrapportage Stichting La Mer april 2006
2 Zandwinning op de Noordzee Startnotitie milieueffectrapportage dossier : X registratienummer : MD-WR versie : 4 Stichting La Mer april 2006 DHV BV Niets uit dit bestek/drukwerk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. drukwerk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van DHV BV, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. Het kwaliteitssysteem van DHV BV is gecertificeerd volgens ISO 9001.
3 INHOUD BLAD 1 INLEIDING Initiatiefnemer: Stichting La Mer Aanleiding tot het initiatief Doel van deze m.e.r.-procedure Doel van de startnotitie Zoek-, studie- en plangebieden De m.e.r.-procedure en besluitvorming 5 2 HUIDIGE SITUATIE EN AUTONOME ONTWIKKELING Huidige situatie Autonome ontwikkelingen 8 3 BELEID, WETGEVING EN RANDVOORWAARDEN Beleid en wet- en regelgeving Randvoorwaarden voor zandwinning 10 4 ALTERNATIEVEN EN VARIANTEN Van zoekgebied tot plangebieden Van plangebieden tot kansrijke alternatieven Van kansrijke alternatieven tot meest kansrijke uitvoeringsvarianten Meest Milieuvriendelijke Alternatief (MMA) 13 5 TE BESTUDEREN MILIEUEFFECTEN Inleiding Belangrijkste milieuthema s Beoordelingskader Vogel- en habitatrichtlijngebieden en de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) Presentatie 16 6 AFKORTINGEN EN VERKLARENDE WOORDENLIJST 17 7 GERAADPLEEGDE LITERATUUR 18 8 COLOFON 19 MD-WR
4 1 INLEIDING 1.1 Initiatiefnemer: Stichting La Mer Deze m.e.r.-procedure wordt gekoppeld aan de vergunningprocedure op grond van de Ontgrondingenwet en is gestart door een groep bedrijven, bestaande uit de huidige groep vergunninghouders, die daarvoor de Stichting La Mer heeft opgericht. Deze stichting heeft tot doel het beschikbaar maken en houden van bruikbare Milieueffectrapporten ten behoeve van de zandwinning op de Noordzee alsmede al hetgeen daartoe nuttig of nodig is. De in de stichting samenwerkende bedrijven streven naar een hoogwaardige, efficiënte en snelle procedure, waardoor een ongestoorde en doelmatige levering van ophoogzand is gegarandeerd. De Stichting La Mer is gevestigd te Gouda. 1.2 Aanleiding tot het initiatief Er wordt momenteel op verschillende locaties in de Noordzee zand gewonnen. De daaraan verbonden Ontgrondingenvergunningen, die op basis van het in 1993 vastgestelde RON 1 /MER zandwinning op de Noordzee en RON2 [ 1 ] zijn aangevraagd, lopen op korte termijn af. Op grond van het besluit milieu-effectrapportage uit de Wet milieubeheer moet een milieu-effectrapportage worden doorlopen voor een ontgronding van 100 hectare of meer, of een aantal winplaatsen die tezamen 100 hectare of meer omvatten en die in elkaars nabijheid liggen (categorie 16.1, onderdeel C van het Besluit m.e.r. 2 ). Een toenemende vraag naar oppervlaktedelfstoffen [ 1 ] leidt tot grote hoeveelheden ophoogzand die de komende jaren gewonnen moeten worden. De huidige Ontgrondingenvergunningen zijn aangevraagd op basis van het in 1993 vastgestelde RON/MER. In mei 2005 heeft de Raad van State 3 bepaald dat de winplaatsen zoals beschreven in het RON/MER uit 1993 (en in navolging hiervan het RON2 in 2004) niet kunnen worden gezien als een aanwijzing van een winplaats in de zin van het Besluit m.e.r., maar veeleer als de aanwijzing van een zoekgebied voor zandwinning. In het RON/MER is geen besluit tot aanwijzing van een winplaats opgenomen. Het RON/MER is derhalve onverplicht en vrijwillig opgesteld. Volgens de Raad van State geeft dat MER niet genoeg detailinformatie om op basis daarvan Ontgrondingenvergunningen te kunnen verlenen. Dit betekent dat bij elke vergunningaanvraag ingevolge de Ontgrondingenwet een MER opgesteld moet worden. De uitspraak van de Raad van State heeft geleid tot een initiatief van de Stichting La Mer om te komen tot een (collectief) MER, die de bij de Stichting aangesloten deelnemers kunnen gebruiken bij het aanvragen van een Ontgrondingenvergunning, waardoor de continuïteit van de zandwinning wordt gewaarborgd. 1 Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee. 2 Besluit milieueffectrapportage Voor de winning op het continentaal plat geldt categorie 16.2: een winplaats van 500 hectare of meer, dan wel waar m 3 of meer wordt gewonnen, of een aantal winplaatsen, die tezamen 500 hectare of meer omvatten, dan wel waar m 3 of meer wordt gewonnen en die in elkaars nabijheid liggen. 3 AB RvS d.d. 4 mei 2005 (kenmerk /1) inzake zandwinning Noordzee. MD-WR
5 1.3 Doel van deze m.e.r.-procedure Bij het nemen van een besluit op grond van de Ontgrondingenwet maakt het bevoegd gezag onder andere gebruik van de informatie uit het nog op te stellen Milieueffectrapport (MER) Zandwinning op de Noordzee. Het algemene doel van de m.e.r.-procedure is om de besluitvormers op een systematische en zorgvuldige wijze te voorzien van zo objectief mogelijke informatie over de milieugevolgen van de voorgenomen zandwinning. Op deze wijze wordt het milieuaspect volwaardig meegewogen in het besluitvormingsproces. In algemene zin geldt dat milieu-effectrapportages kunnen worden doorlopen op drie schaalniveaus: Een beleids-mer gaat in op het nut en de noodzaak van bepaalde ontwikkeling, bijvoorbeeld de vraag of het noodzakelijk is om zand te winnen op de Noordzee; In een locatiekeuze-mer worden een aantal alternatieve locaties beoordeeld, onder andere vanuit milieucriteria. In een inrichtings-mer worden de milieugevolgen van de inrichting van een bepaalde locatie in beeld gebracht. Deze milieueffectrapportage voor de zandwinning op de Noordzee wordt zowel een locatiekeuze-m.e.r. (locaties in de zoekgebieden) als een inrichtings-m.e.r. (in beeld brengen van de milieugevolgen van de locaties). Dit MER richt zich op een duurzame zandwinning, waarvoor naast een aantal alternatieven, een Meest Milieuvriendelijke Alternatief (MMA) wordt ontwikkeld. 1.4 Doel van de startnotitie Met deze Startnotitie maakt Stichting La Mer de voorgenomen winningen van ophoogzand formeel bekend. De Startnotitie vormt het begin van de m.e.r.-procedure die samen met de aanvragen voor Ontgrondingenvergunningen zal leiden tot een besluit ingevolge de Ontgrondingenwet. Deze Startnotitie bevat informatie over de voorgenomen activiteiten en het op te stellen MER. Op basis hiervan en op basis van randvoorwaarden en uitgangspunten die voortkomen uit het beleidskader en wet- en regelgeving in hoofdstuk 3 wordt een eerste schets van de in het MER te onderzoeken alternatieven gegeven. Bovendien wordt hier in een schema aangegeven welke mogelijke effecten als gevolg van de activiteiten kunnen optreden en welke derhalve beschouwd zullen worden in het MER. 1.5 Zoek-, studie- en plangebieden Omdat de zandwinning op locaties zal plaatsvinden verspreid langs de gehele Nederlandse kust wordt onderscheid gemaakt in een zoekgebied en de grens van de 12 mijlszone, een studiegebied (of effectzone) en 7 plangebieden. Zoekgebied Het zoekgebied voor dit MER wordt globaal gevormd door het gebied langs de gehele Nederlandse kust tussen de doorgaande N.A.P. -20 meter dieptelijn. Binnen het zoekgebied is een aantal gebieden uitgesloten voor zandwinning zoals gebieden rondom kabels en leidingen, platforms, Vogel- en Habitatrichtlijngebieden en overige natuurbeschermingsgebieden, militaire gebieden, windmolenparken, baggerstortlocaties en gebieden waarvoor al een zand- of grindwinconcessie is afgegeven. MD-WR
6 Studiegebied Het studiegebied (of de effectzone) is het gebied waar effecten tengevolge van de in het MER te beschrijven alternatieven kunnen plaatsvinden. Deze strekt zich uit over (een deel van) de Noordzee afhankelijk van waar de effecten plaatsvinden. Per milieuaspect kan echter de omvang van het studiegebied verschillen. Sommige effecten kunnen lokaal zijn, andere kunnen misschien zelfs de grenzen van het NCP overschrijden. Zeven plangebieden Het plangebied is het gebied waarbinnen de initiatiefnemer zandwinningen daadwerkelijk zal uitvoeren. Er worden zeven plangebieden onderscheiden waarbinnen Stichting La Mer voornemens is zand te winnen (zie hoofdstuk 4.1 e.v.). Voor een aantal potentiële winlocaties in deze plangebieden worden Ontgrondingenvergunningen aangevraagd. Figuur 1. De zeven plangebieden MD-WR
7 1.6 De m.e.r.-procedure en besluitvorming De Wet Milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage geven regels voor de milieueffectrapportage (m.e.r.). De m.e.r.-procedure is niet op zichzelf staand, maar altijd gekoppeld aan een hoofdprocedure die de m.e.r.-plichtige activiteit mogelijk maakt. In het geval van zandwinning wordt de m.e.r.-procedure gekoppeld aan de procedure voor verlening van een Ontgrondingenvergunning. Het MER wordt daarom tegelijk met de aanvraag van de Ontgrondingenvergunning ingediend. In Figuur 2 zijn beide procedures in een schema weergegeven met de wettelijk vastgestelde termijn per processtap. Nadat het MER aanvaardbaar is verklaard door het bevoegd gezag, wordt het gepubliceerd en samen met de aanvraag ingevolge de Ontgrondingenwet ter inzage gelegd. De Commissie voor de milieueffectrapportage geeft een toetsingsadvies over het MER Zandwinning Noordzee. Het bevoegd gezag dat het MER aanvaardt en de Ontgrondingenvergunningen verleent is de minister van Verkeer en Waterstaat, directie Noordzee. In de m.e.r.-procedure zijn er twee momenten waarop inspraak kan plaatsvinden: na het verschijnen van de Startnotitie en na het verschijnen van het MER. Een ieder die dat wil, kan schriftelijk reageren op de Startnotitie. Mede aan de hand van de ingebrachte schriftelijke reacties brengt de Commissie voor de milieueffectrapportage, een onafhankelijk adviesorgaan, een advies voor richtlijnen uit aan het bevoegd gezag. Op basis van de inspraakreacties en het advies van de Commissie voor de m.e.r. stelt het bevoegd gezag de richtlijnen vast waaraan het MER moet voldoen. Initiatiefnemer: Stichting La Mer Bevoegd gezag: Ministerie Verkeer & Waterstaat, directie Noordzee Inspraak: U kunt uw inspraakreactie op deze startnotitie sturen naar: Inspraakpunt Verkeer en Waterstaat Koningskade 4 Postbus GA Den Haag Informatie: Stichting La Mer Postbus AL Gouda MD-WR
8 Milieu-effectrapportage (m.e.r.) Art 3 ontgrondingenwet Termijnen IN BG Anderen IN BG Anderen Termijnen Startnotitie Bekendmaking 4 w k 9 w k Inspraak/ advies Advies richtlijnen Cmer 13 w k Overleg Richtlijnen Opstellen MER Indienen MER Opstellen aanvraag Indienen aanvraag 6 w k Beoordelen aanvaardbaarheid MER Beoordelen aanvaardbaarheid aanvraag 8 w k Bekendmaking MER Bekendmaking aanvraag + ontw besluit 6 w k Inspraak/ advies Inspraak 6 wk 5 w k Toetsingsadvies Cmer 6 mnd + 5 w k Besluit GS/ Min V&W Bezwaar en Beroep Bezwaar en Beroep 6 w k Evaluatie milieugevolgen Figuur 2. M.e.r. procedure en de Ontgrondingenwet MD-WR
9 2 HUIDIGE SITUATIE EN AUTONOME ONTWIKKELING Het MER zal een beschrijving bevatten van de bestaande toestand van het Noordzee-milieu waar de zandwinning invloed op kan hebben alsmede een overzicht van de te verwachte autonome ontwikkeling van dit milieu. Deze vormen de referentie voor de beschrijving van de effecten van de alternatieven. 2.1 Huidige situatie Het zoekgebied betreft het gebied langs de gehele Nederlandse kust en dit gebied wordt in het MER ook in ogenschouw worden genomen. De plangebieden vertonen grote variatie in morfologische kenmerken zoals ritmische patronen van verschillende afmetingen, met name zandgolven en ribbels. Belangrijk bij de vorming van de recente morfologische structuren is de netto zuid-noord gerichte getijstroming. Hierbij wordt zand en slib in noordelijke richting langs de kust getransporteerd. Hoewel de vorm van de kust voor een groot deel door natuurlijke processen is gevormd, zijn de menselijke invloeden goed merkbaar. Hierbij moet gedacht worden aan vaargeulen, zandwin- en baggerstortlocaties, kabels en leidingen, kustsuppletie, havens, dammen en dijken. In het kader van natuur en milieu is de Voordelta en delen van de Noordzeekustzone aangewezen als beschermd natuurgebied op grond van de Vogel- en Habitatrichtlijn (zie Figuur 3). Verder maakt de gehele Noordzee deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur. Figuur 3. Vogel- en Habitatrichtlijngebied MD-WR
10 Op dit moment wordt op meerdere plaatsen langs de Nederlandse kustlijn zand gewonnen, enerzijds voor werken en ophogingen en anderzijds voor onderhoud van de kustlijn (suppleties). Het gaat daarbij om voornamelijk ondiepe zandwinning tot 2 meter onder de waterbodem. Naast zandwinning vindt er veel scheepvaartverkeer plaats (o.a. Westerschelde, Rotterdam, IJmuiden en Den Helder) en wordt op de gehele Noordzee gevist. 2.2 Autonome ontwikkelingen In de komende jaren zal de Noordzee steeds intensiever worden gebruikt voor een breed scala aan functies en belangen. Vooral in de regio bij Rotterdam rondom de voorgenomen aanleg van de Tweede Maasvlakte zullen in de komende jaren grote gebieden langs de kust gereserveerd worden voor landaanwinning, natuurcompensatie, zeereservaat en zandwingebieden, etc. Onderstaande, niet uitputtende, lijst geeft een overzicht van autonome ontwikkelingen waar rekening mee moet worden gehouden bij de effectbepaling: huidige zandwinningconcessies (en doorlooptijd); voorgenomen zandwinning voor de aanleg van de Westerschelde Container Terminal (WCT); voorgenomen zandwinning t.b.v. suppleties langs de Nederlandse kust (Initiatiefnemer RWS) voorgenomen zandwinning op het Belgisch deel van de Noordzee (BDNZ) Tweede Maasvlakte: - Zandwinning - Landaanwinning (inclusief morfologische effecten op de Noordzee) - Natuurreservaat: ten zuiden van de Haringvlietlijn mogen geen industriële activiteiten plaatsvinden (Convenant Visie en Durf gesloten tussen Gemeente Rotterdam en de Natuur- en Milieuorganisaties) - Zeereservaat beheer van de Haringvliet Sluizen, openen van de gesloten zeearm kan leiden tot morfologische veranderingen en een aanpassing van de slibtransporten langs de kust; aanleg nieuwe (internationale) kabels en leidingen; windmolenpark(en); visserij; onderhoud van de vaargeulen. MD-WR
11 3 BELEID, WETGEVING EN RANDVOORWAARDEN In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de belangrijkste beleidsstukken en wetgeving die gelden voor zandwinning in de Noordzee. 3.1 Beleid en wet- en regelgeving Het Nederlands deel van de Noordzee, het Nederlands Continentaal Plat (NCP), wordt onderverdeeld in kust en zee. De kust is dat deel tot 1 km uit de kust waar de kustgemeenten bevoegdheden hebben (ten aanzien van bestemmingsplannen etc.). Het overige deel van de Noordzee is rijksgebied ( zee ). De meeste wet- en regelgeving geldt - tenzij anders aangegeven - tot 12 zeemijl 4 uit de kust: de zogenoemde Territoriale Zee. Buiten de Territoriale Zee bevindt zich de Exclusieve Economische Zone (EEZ). De EEZ kent dezelfde grenzen als het NCP. Figuur 4. Territoriale zone, EEZ, grens NCP, mijls-zones en 20 meter lijn 4 Een zeemijl is een lengtemaat die gelijk is aan precies 1852 meter. MD-WR
12 Voor zandwinning geldt o.a. rijksbeleid en wet- en regelgeving, zoals hierna aangegeven: Integraal Beheerplan Noordzee 2015 (IBN) Nota Ruimte Structuurschema Groene Ruimte (SGR) Natuurbeschermingswet (o.a. ten aanzien van zeereservaat) Tweede Regionale Ontgrondingenplan Noordzee (RON2, voorwaarden voor winning van bouwgrondstoffen in de Noordzee) Ontgrondingenwet (schrijft Ontgrondingenvergunning voor) Mijnbouwwet Wet beheer rijkswaterstaatwerken (Wbr) Scheepvaartverkeerwet. Daarnaast geldt internationaal beleid en wet- en regelgeving, zoals: Europese Vogel- en Habitatrichtljinen (VHR) en Natura 2000 (behoud van biodiversiteit) OSPAR-verdrag (bescherming marine milieu) Verdrag van Malta (bescherming van cultuurhistorisch en archeologisch erfgoed) Kaderrichtlijn water (bescherming van landoppervlakte-, overgangs-, grond- en kustwateren) MARPOL richtlijnen t.a.v. lozingen en emissies door scheepvaart European Marine Strategy. 3.2 Randvoorwaarden voor zandwinning Uit de verschillende beleidsstukken en wetgeving kan een aantal randvoorwaarden voor zandwinning op de Noordzee worden afgeleid. De volgende tabel geeft een overzicht van de belangrijkste randvoorwaarden waarbinnen zandwinning kan plaatsvinden. Aandachtsveld Randvoorwaarden Beleid Ecologie Landwaartse begrenzing door de NAP 20 meter lijn zondert de meeste Habitat- en Vogelrichtlijngebieden, de Voordelta en de Waddenzee uit voor winning. Uitzonderingen hierop zijn: Nota Ruimte 5, VHR Zandwinning uit vaargeulen (maximaal tot 5m ontgronden) Aanleg van overslagputten (tijdelijk of permanent, onder voorwaarden) Zandwinning waarbij verwijdering van zand bijdraagt aan de kustverdediging en schelpenwinning Voorwaarde voor grootschalige en/of diepere winning (>2m): RON 2 Een monitoringsverplichting Nieuwe oppervlaktesedimenten mogen niet teveel verschillen van de oorspronkelijke Er mag geen zuurstoftekort optreden in de put (wateruitwisseling met de omgeving aan de bodem van de put) Ecologisch herstel moet grotendeels binnen afzienbare tijd plaatsvinden (bijvoorbeeld 10 jaar) Effect op andere gebruiksfuncties wordt uitgesloten Wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied mogen niet worden Nota Ruimte aangetast Beschrijving mitigerende en compenserende maatregelen SGR 5 Vastgesteld in de ministerraad van 23 april MD-WR
13 Aandachtsveld Randvoorwaarden Beleid Kustveiligheid Landwaarts begrenzing door de NAP 20 meter lijn zorgt ervoor dat de kustveiligheid niet wordt aangetast. Uitzonderingen hierop zijn: Nota Ruimte RON 2 zandwinning uit vaargeulen (maximaal tot 5m ontgronden) aanleg van overslagputten (tijdelijk of permanent, onder voorwaarden) zandwinning waarbij verwijdering van zand bijdraagt aan de kustverdediging en schelpenwinning Gebruiksfuncties Gebieden die uitgesloten worden van zandwinning i.v.m. reservering door RON/MER andere gebruiksfuncties zijn 6 : Gebieden voor het inbrengen van afvalstoffen (baggerstortlocaties) of winning van (andere) delfstoffen (voornamelijk schelpen en grind); Een zone van 500 meter rond offshore-installaties, platforms en olie- en gasleidingen bij 2 m ontgronden; Een zone van 1000 meter aan weerszijden van ingemeten telecommunicatiekabels bij 2 m ontgronden (tenzij verlaten) Huidige zandwingebieden buiten vaargeulen Een zone van 2 km vanaf de NAP 20 meter dieptelijn wordt uitgesloten van Nota Ruimte grootschalige zandwinning om toekomstige kleinschalige zandwinning (<10 Mm 3 en maximaal 2 m verdieping) mogelijk te houden. In militaire gebieden is ontgronding mogelijk in overleg met het Ministerie van Nota Ruimte Defensie Bij diepe winning (>2m) onderzoeken of een combinatie met de winning van Nota Ruimte beton en metselzand mogelijk is ( werk met werk combinatie) Buiten de 12-mijlszone hebben windturbineparken prioriteit boven IBN2015 zandwinning, omdat deze laatste op voldoende andere plekken ook kan worden uitgevoerd. Zoveel mogelijk in aaneengesloten gebied zand winnen om visserij zo min RON 2 mogelijk te beperken Economische Winning van oppervlaktedelfstoffen dient zo veel mogelijk te geschieden in Nota Ruimte haalbaarheid dezelfde regio als waar zich de behoefte voordoet (regionale aanpak) Tabel 1. Aandachtsvelden, randvoorwaarden en beleid 6 Bij diepere ontgronding dan 2 meter kan het nodig zijn de genoemde afstanden te vergroten. MD-WR
14 4 ALTERNATIEVEN EN VARIANTEN 4.1 Van zoekgebied tot plangebieden Om aan de landelijke marktvraag voor zand te kunnen voldoen wordt ingeschat dat de komende 10 jaar 250 miljoen m 3 ophoogzand moet worden gewonnen. Er is hierbij geen rekening gehouden met de aanleg van de Tweede Maasvlakte, de Westerschelde Container Terminal (WCT), kustsuppleties en onderhoudsbaggerwerkzaamheden. Het zoekgebied beslaat de gehele Nederlandse Noordzeekust. In principe is de gehele kust geschikt voor zandwinning, echter spelen ook zandvraag, afzetmogelijkheid, vaarafstand, etc. een rol. Het MER behandelt zeven plangebieden, die gekozen zijn op basis van economische criteria, zoals transportafstanden, aanlegplaatsen, geschiktheid van het zand en windiepte. In het MER wordt toegelicht hoe tot deze zeven plangebieden is gekomen. Uit deze plangebieden worden de alternatieven afgeleid. Het gaat om de volgende zeven plangebieden: 1. Zeeland; 2. Rotterdam; 3. IJmuiden; 4. Den Helder; 5. Harlingen; 6. Ameland; 7. Rottumeroog. Figuur 5. Zoekgebied, plangebieden en alternatieven 4.2 Van plangebieden tot kansrijke alternatieven De plangebieden omvatten grote oppervlakten waarbinnen diverse winlocaties zijn te onderscheiden. Onderscheidend is de homogeniteit binnen plangebieden. Homogene gebieden zijn gebieden met min of meer dezelfde eigenschappen die representatief zijn voor het betreffende plangebied, zoals gebruiksfuncties, morfologische kenmerken (banken, troggen, slib, etc.), ecologische waarden. Op basis van deze eigenschappen kunnen de plangebieden verdeeld worden in diverse winlocaties. Dit leidt tot alternatieven voor de winlocaties, die ieder beoordeeld worden. MD-WR
15 Eén plangebied kan dus meerdere alternatieven voor winlocaties behelzen. Op basis van deze beoordeling worden de meest kansrijke alternatieven bepaald. Figuur 6. Voorbeeld van een plangebied, waarbinnen alternatieven voor winlocaties 4.3 Van kansrijke alternatieven tot meest kansrijke uitvoeringsvarianten De meest kansrijke alternatieven worden tot uitvoeringsvarianten uitgewerkt waarbij onder andere gekeken wordt naar diepe en ondiepe winning, uitvoeringsmethoden en vorm en oriëntatie van de winput. Voor deze kansrijke uitvoeringsvarianten worden gedetailleerd de milieueffecten bepaald. 4.4 Meest Milieuvriendelijke Alternatief (MMA) Het Meest Milieuvriendelijke Alternatief (MMA) wordt geformuleerd op basis van de resultaten van het effectonderzoek. Daarbij kunnen voorkeuren maar voren komen ten aanzien van locatie, winmethode en compenserende en/of mitigerende maatregelen. Bij het MMA worden de nadelige gevolgen voor het milieu zoveel mogelijk beperkt (volgens het ALARA 7 principe). 7 ALARA: as low as reasonably achievable = zo gering als redelijkerwijs haalbaar is. De Wet milieubeheer geeft de verankering voor dit principe. MD-WR
16 5 TE BESTUDEREN MILIEUEFFECTEN In dit hoofdstuk wordt aangegeven op welke thema s, aspecten en toetsingscriteria de beschreven alternatieven en varianten worden beoordeeld. Milieueffecten kunnen worden onderscheiden in tijdelijke effecten en effecten op lange termijn. 5.1 Inleiding In de MER zal een trechtering plaatsvinden in het onderzoek naar de effecten van zandwinning van grootschalig naar lokaal. In eerste instantie wordt voor de Nederlandse Noordzee een globaal onderzoek gedaan naar de huidige situatie (inclusief gebiedskenmerken), autonome ontwikkelingen en belangrijkste te verwachten effecten. Vervolgens worden voor de zeven voorgestelde plangebieden de lokale effecten bepaald. De zeven plangebieden zijn gekozen op basis van economische overwegingen en liggen veelal nabij bestaande zandwinlocaties. De milieueffecten worden volgens de volgende algemene richtlijnen beschreven [ 4 ]: Bij de beschrijving van de gevolgen voor het milieu moet, waar nodig, de ernst worden bepaald in termen van aard, omvang, tijdsduur, reikwijdte, mitigeerbaarheid en compenseerbaarheid. De onzekerheden en onnauwkeurigheden in de methoden en in gebruikte gegevens moeten worden vermeld alsmede hun doorwerking bij het bepalen van het wel of niet optreden van effecten; De manier waarop milieugevolgen zijn bepaald dient inzichtelijk en controleerbaar te zijn door het opnemen van basisgegevens in bijlagen of expliciete verwijzing naar geraadpleegd achtergrondmateriaal; Er moet vooral aandacht worden besteed aan die effecten die per alternatief verschillen en/of die welke gestelde normen (bijna) overschrijden. 5.2 Belangrijkste milieuthema s Een aantal milieuthema s zal van belang zijn, bijvoorbeeld het effect van vertroebeling en veranderingen in slibhuishouding op natuur en kust en zee of de herstelperiode van het bodemleven na de zandwinning. Daarnaast spelen de effecten van de schepen op het Noordzee milieu een rol m.b.t. emissies, (onderwater)geluid en nautische veiligheid. Tijdens het opstellen van de MER zal in ieder geval gekeken worden naar deze effecten, daarbij zal, indien openbaar, ook gebruik worden gemaakt van de resultaten uit het MER van de 2 e Maasvlakte, kustsuppleties (Rijkswaterstaat) en het MER voor de zandwinning op het Belgisch deel van de Noordzee. Een overzicht van de te bestuderen effecten waarmee de alternatieven beoordeeld worden, is weergegeven in de volgende paragraaf. Belangrijk bij winning van zand voor de milieuthema s kust en zee en ecologie en natuur, is het in suspensie brengen van sediment en organisch stof. Door de stroming van water wordt het sediment en organisch stof naar een andere plek getransporteerd. Zandwinkuilen leiden tot verandering in de morfologie van de zeebodem en zeestromingen. Deze kunnen de patronen van erosie en sedimentaties in zee en langs de kust beïnvloeden, en daarmee de kustveiligheid. Daarnaast kunnen deze processen effect hebben op de natuur. Voor het aspect natuur zijn verder de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Natuurbeschermingswet van belang, die speciale Beschermingszones (SBZ) aanwijzen. Deze gebieden MD-WR
17 mogen geen significante effecten ondervinden, tenzij de zandwinning van een groot maatschappelijk belang is en alternatieven niet mogelijk zijn. Ook wordt de invloed op de primaire productie onderzocht als maat voor de beschikbaarheid van voedsel in de basis van de voedselketen. 5.3 Beoordelingskader Het beoordelingskader wordt gebaseerd op vigerende wet- en regelgeving en beleid. Een beschrijving hiervan is onderdeel van het MER, de belangrijkste wet- en regelgeving is in hoofdstuk 4 van deze Startnotitie reeds weergegeven. In onderstaande Tabel 2 zijn de milieuthema's en aspecten weergegeven, die in het MER worden onderzocht. Milieuthema Kust en Zee Ecologie en natuur Milieukwaliteit Gebruiksfuncties Cultuurhistorie en archeologie Tabel 2. Beoordelingskader Aspecten Waterkwaliteit (Grootschalige) morfologie Bodemsamenstelling en sedimenttransport (slibhuishouding) Kustlijnhandhaving en veiligheid Kwalificerend habitat en soorten (Vogel- en Habitatrichtlijn VHR) Andere beschermde natuurwaarden (flora en faunawet) Primaire productie Bodemleven Vissen Zeezoogdieren Vogels Duurzaamheid winmethode, energiebehoefte Licht, geluid, emissies Aanvaringsrisico s Scheepvaart (nautische veiligheid) Overige zandwinning (beton- en metselzand, suppletiezand, ophoogzand voor overige werken zoals 2 e Maasvlakte en WCT enz.) Winning van overige delfstoffen (schelpen en grind) Baggerstortlocaties Olie- en gaswinning (offshore mijnbouw) Recreatie Visserij Kabels en leidingen Windmolenparken Militaire gebieden Cultuurhistorische en archeologische erfgoed Effecten worden daar waar mogelijk kwantitatief bepaald. Maar gezien het hogere schaalniveau van de locatiekeuze MER zullen de effecten in meerdere gevallen worden ingeschat met behulp van expert judgement, dus op een kwalitatieve schaal en daar waar mogelijk kwantitatief bepaald. Voor de beoordeling van de effecten van de onderscheiden alternatieven wordt gebruik gemaakt van de consumentenbondmethode, dat wil zeggen een beoordeling van de effecten door een plus/minwaardering MD-WR
18 via een 5-puntsschaal van -- (belangrijk negatief effect) tot ++ (belangrijk positief effect). Voor de beoordeling en vergelijking van de alternatieven wordt de huidige situatie en autonome ontwikkeling als referentiesituatie gebruikt. De effecten van de referentiesituatie zijn per definitie neutraal (0). 5.4 Vogel- en habitatrichtlijngebieden en de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) In de Noordzee zijn Vogel- en Habitatrichtlijngebieden aangewezen. Naast deze bescherming op grond van de EU-richtlijnen en de Natuurbeschermingswet is de gehele Noordzee aangewezen als kerngebied van de EHS. In de Nota Ruimte wordt gesteld dat de basiskwaliteiten van de Noordzee beschermd moeten worden. Er geldt een inspanningsverplichting om de effecten van de activiteit zoveel mogelijk te beperken. 5.5 Presentatie De beschrijving van de huidige situatie en de effecten van de landaanwinning wordt ondersteund met kaarten, schema's, diagrammen en dergelijke. De resultaten worden per themahoofdstuk gepresenteerd in een overzichtelijke tabel. In een samenvattend hoofdstuk worden alle beoordelingen in een totaaltabel gepresenteerd. In de tabel wordt de beoordeling van de referentiesituatie (beoordeling per definitie neutraal), de alternatieven en het MMA weergegeven. MD-WR
19 6 AFKORTINGEN EN VERKLARENDE WOORDENLIJST ALARA As low as reasonably achievable BDNZ Belgisch deel van de Noordzee BG Bevoegd Gezag Cmer Commissie m.e.r. EEZ Exclusieve Economische Zone EHS Ecologische Hoofdstructuur GS Gedeputeerde State IBN2015 Integraal Beheerplan Noordzee 2015 IN Initiatiefnemer m.e.r. Milieueffectrapportage MER Milieueffectrapport Min V&W Ministerie van Verkeer & Waterstaar MMA Meest Milieuvriendelijk Alternatief NCP Nederlands Continentaal Plat Plangebied Het gebied waarbinnen Stichting La Mer zandwinningen zal uitvoeren RON/MER Milieueffectrapport behorend bij het eerste Regionaal Ontgrondingplan RON2 Tweede Regionaal Ontgrondingplan RWS Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat SGR Structuurschema Groene Ruimte SOD2 2 e Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen Studiegebied Gebied waar effecten van zandwinning kunnen plaatsvinden. VHR Vogel- en Habitatrichtlijn WCT Westerschelde Container Terminal Windiepte Maximale diepte beneden de waterlijn waarop een baggerschip (winzuiger) economisch rendabel kan werken Winlocatie Locatie waar daadwerkelijk de zandwinning plaatsvindt of gaat plaatsvinden Zoekgebied Het zoekgebied voor deze m.e.r. langs de Nederlandse kust, globaal tussen de doorgaande N.A.P. 20 meter dieptelijn en de 12 mijlszone, die parallel aan de kust ligt. MD-WR
20 7 GERAADPLEEGDE LITERATUUR [ 1 ] Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee (RON) 2, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 2004 [ 2 ] Startnotitie m.e.r. Aanleg Maasvlakte 2, Ingenieursbureau Gemeentewerken Rotterdam, juli 2004 [ 3 ] Beton- en metselzand uit de Noordzee? Eindrapport van de PIA Subwerkgroep Zeezand Resultaten van de haalbaarheidsstudie naar beton- en metselzandwinning voor de Hollandse en Zeeuwse Kust, Rijkswaterstaat 2004 [ 4 ] Advies voor richtlijnen voor het milieueffectrapport BritNed Interconnector; Hoogspanningskabelverbinding Groot-Britannie Nederland, Commissie voor de milieueffectrapportage, 23 juli [ 5 ] Startnotitie milieueffectrapportage BritNed Interconnector, M.A.M. Snuverink, Tebodin, 13 februari [ 6 ] 2 e Structuurschema Oppervlaktedelfstoffen, Landelijk beleid voor de bouwgrondstoffenvoorziening, 2001 [ 7 ] Effects of a deep sand extraction pit, Final report of the PUTMOR measurements at the Lowered Dump Site, RIKZ/ (ISBN ), M. Boers [ 8 ] Ecological Effects of Sand Extraction in the North Sea, C. Phua (Stichting De Noordzee), S. van den Akker (Stichting De Noordzee), M. Baretta (Stichting De Noordzee), J. van Dalfsen (TNO MEP) [ 9 ] Visie en durf - convenant gesloten tussen de Vereniging Natuurmonumenten, Stichting Natuur en Milieu, Consept en de Gemeente Rotterdam, Rotterdam, 29 mei 2000 MD-WR
21 8 COLOFON MD-WR Opdrachtgever : Stichting La Mer Project : Zandwinning op de Noordzee Dossier : X Omvang rapport : 19 pagina's Auteur : Drs. E.R. Ruiter, drs. S.Gerrits Bijdrage : Drs. D.C. Rijks Projectleider : Mr. J.W.H. Maatman MBA Projectmanager : Ing. L.A. van der Kooij Datum : april 2006 Naam/Paraaf : MD-WR
Milieueffectrapportage
Milieueffectrapportage Lichteren in Averijhaven MER Rijkswaterstaat Noord-Holland juli 2012 Milieueffectrapportage Lichteren in Averijhaven MER dossier : BA1469-101-100 registratienummer : LW-AF20121545
ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN
ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN Inhoudsopgave 1. Inleiding...3 2. Het advies...4 3. Wet-
Winning aardgas in blok L09 vanaf satelietplatformen L09-FA-1 en L09-FB-1 Advies voor richtlijnen voor het milieueffectrapport
Winning aardgas in blok L09 vanaf satelietplatformen L09-FA-1 en L09-FB-1 Advies voor richtlijnen voor het milieueffectrapport 30 mei 2006 / rapportnummer 1714-24 Advies voor richtlijnen voor het milieueffectrapport
Project Mainportontwikkeling Rotterdam Procedurewijzer
Project Mainportontwikkeling Rotterdam Procedurewijzer meer ruimte voor haven verbetering kwaliteit leefomgeving 2 Projecten voor haven en leefomgeving procedures voor de uitvoering Het Project Mainportontwikkeling
Gebruiksfuncties van de Noordzee, 2005/2009
Indicator 5 januari 2010 U bekijkt op dit moment een archiefversie van deze indicator. De actuele indicatorversie met recentere gegevens kunt u via deze link [1] bekijken. Het Nederlands Continentaal Plat
Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee
abcdefgh Rijkswaterstaat Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee 22 januari 2004 abcdefgh Rijkswaterstaat Regionaal Ontgrondingenplan Noordzee 22 januari 2004 ........................................................................................
Uitbreiding opslagcapaciteit Maasvlakte Olie Terminal, Maasvlakte Rotterdam Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
Uitbreiding opslagcapaciteit Maasvlakte Olie Terminal, Maasvlakte Rotterdam Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 15 juli 2008 / rapportnummer 1995-62 1. OORDEEL OVER HET MER Maasvlakte Olie Terminal
Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 27 januari 2010 ALDUS BESLOTEN 4 FEBRUARI 2010. Oostelijke randweg; afronding mer-procedure
Aan de raad AGENDAPUNT 3 ALDUS BESLOTEN 4 FEBRUARI 2010 Oostelijke randweg; afronding mer-procedure Voorstel: 1. Het toetsingsadvies van de Commissie voor de mer over het milieueffectrapport (mer) oostelijke
Notitie Reikwijdte en Detailniveau
Notitie Reikwijdte en Detailniveau Opdrachtgever: Gemeente Horst aan de Maas projectnummer: 934.00.00.01.00.00 Datum: 17-04-2015 A a n l e i d i n g n i e u w b e s t e m m i n g s p l a n Voor het buitengebied
Project Mainportontwikkeling Rotterdam. Zienswijzer
Project Mainportontwikkeling Rotterdam Zienswijzer Project Mainportontwikkeling Rotterdam Zienswijzer Mogelijkheden voor inbreng in procedures Maasvlakte 2 Ontwerp-besluiten voor aanleg Maasvlakte 2 mogelijkheid
Milieu Effect Rapportage onderzoeksreactor PALLAS. Procedure en rol ANVS en Ministerie van I&M
Milieu Effect Rapportage onderzoeksreactor PALLAS Procedure en rol en Ministerie van I&M Inhoud 1. Informatieavond 2. en Minister van Infrastructuur en Milieu 3. Milieueffectrapport (MER) 4. Inspraak 5.
Provincie Noord-Brabant. Aanvulling. bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk. april 2005 / Definitief
Provincie Noord-Brabant Aanvulling bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk april 2005 / Definitief Provincie Noord-Brabant Aanvulling bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk dossier D0582A1001
PlanMER/PB Structuurvisie Wind op Zee Resultaten beoordeling Natuur. Windkracht14 22 januari 2014 Erik Zigterman
PlanMER/PB Structuurvisie Wind op Zee Resultaten beoordeling Natuur Windkracht14 22 januari 2014 Erik Zigterman Korte historie 2009: Nationale Waterplan! 2 windenergiegebieden aangewezen! Borssele en IJmuiden
Advies voor richtlijnen voor het milieueffectrapport Dijkversterking traject Enkhuizen-Hoorn
Advies voor richtlijnen voor het milieueffectrapport Dijkversterking traject Enkhuizen-Hoorn 1298-67 ISBN 90-421-1089-9 Utrecht, Commissie voor de milieueffectrapportage. INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING...
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug
Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente
DE ZANDMOTOR SAMENVATTING MER
DE ZANDMOTOR SAMENVATTING MER FEBRUARI 2010 PILOTPROJECT ZANDMOTOR Het klimaat verandert en de druk van de zee op de Nederlandse kust neemt toe. Daarnaast is in de Zuidvleugel van de Randstad grote behoefte
Oprichting van een inrichting voor varkenshouderij Maatschap Jongen te Maria Hoop Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
Oprichting van een inrichting voor varkenshouderij Maatschap Jongen te Maria Hoop Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 7 april 2004 / rapportnummer 1411-21 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
MKBA Windenergie binnen de 12-mijlszone
MKBA Windenergie binnen de 12-mijlszone Den Haag, 3 november 2014 Niels Hoefsloot Ruben Abma Inhoud presentatie 1. Onderzoeksmethode en uitgangspunten 2. Directe effecten 3. Indirecte/externe effecten
Startdocument planmer bestemmingsplan Haven Wageningen
Startdocument planmer bestemmingsplan Haven Wageningen 1 mei 2012 Startdocument planmer bestemmingsplan Haven Wageningen Verantwoording Titel Startdocument planmer bestemmingsplan Haven Wageningen Opdrachtgever
Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe
Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan
AANVRAAG VERGUNNINGEN ONTGRONDINGEN ZANDWINNING
AANVRAAG VERGUNNINGEN ONTGRONDINGEN ZANDWINNING HOOGHEEMRAADSCHAP VAN RIJNLAND 15 maart 2013 076993162:0.2 Definitief C03021.000106.0100 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Gegevens vergunningaanvraag... 5 2.1
Windenergie op zee. Anita Nijboer
Windenergie op zee Anita Nijboer Windenergie op zee Ronde 1 (2000-2007) Realisatie van twee windturbineparken binnen de 12-mijlszone Offshore windpark Egmond aan Zee (10-18 km uit kust) vergunning 2005,
Quickscan Haalbaarheidsstudie windparken binnen 12-mijlszone
Quickscan Haalbaarheidsstudie windparken binnen 12-mijlszone Juni 2013 Inhoudsopgave 1 Aanleiding Haalbaarheidsstudie... 3 2 Uitgangspunten... 3 3 Aanpak quickscan... 4 4 Uitkomsten quickscan... 4 5 Hoe
Bestemmingsplan Duinen, gemeente Katwijk
Bestemmingsplan Duinen, gemeente Katwijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 11 december 2012 / rapportnummer 2717 29 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Katwijk wil een
Vervangende productiecapaciteit voor de drinkwatervoorziening in de provincie Utrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
Vervangende productiecapaciteit voor de drinkwatervoorziening in de provincie Utrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 22 maart 2005 / rapportnummer 1186-104 Gedeputeerde Staten van Utrecht
MER winning ophoogzand Noordzee 2008 t/m 2017
MER winning ophoogzand Noordzee 08 t/m 17 Hoofdrapport Definitief Stichting La Mer Grontmij Nederland bv Houten, 21 februari 08 Verantwoording Titel : MER winning ophoogzand Noordzee 08 t/m 17 Subtitel
ADVIES VOOR DE M.E.R.-BEOORDELING OVER DE PRODUCTIE VAN PRIMAIR ALUMINIUM BIJ ALUMINIUM DELFZIJL 28 MEI 2001 INHOUDSOPGAVE
ADVIES VOOR DE M.E.R.-BEOORDELING OVER DE PRODUCTIE VAN PRIMAIR ALUMINIUM BIJ ALUMINIUM DELFZIJL 28 MEI 2001 INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING...1 2. ADVIES VAN DE COMMISSIE OVER DE M.E.R.-BEOORDELING...2 2.1
Bestemmingsplan buitengebied Wageningen
Bestemmingsplan buitengebied Wageningen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 12 augustus 2013 / rapportnummer 2755 40 1. Oordeel over het MER De gemeente Wageningen wil haar bestemmingsplan voor
MER militaire luchthaven Volkel Samenvatting
MER militaire luchthaven Volkel Samenvatting Maart 2013 Langenboom Zeeland Mill Uden Wilbertoord Wanroij Volkel Odiliapeel Figuur 1: Ligging Luchthaven Volkel Samenvatting MER Volkel Aanleiding Initiatiefnemer
1. opvaart over Drempel van Hansweert 2. afvaart door het Zuidergat 3. stilliggen nabij het sproeiponton 4. afvaart langs Schaar van Waarde.
Vaartocht 1. opvaart over Drempel van Hansweert 2. afvaart door het Zuidergat 3. stilliggen nabij het sproeiponton 4. afvaart langs Schaar van Waarde Verruiming vaargeul Beneden-Zeeschelde en Westerschelde
Varkenshouderij Van Deijne Zeeland BV, gemeente Landerd
Varkenshouderij Van Deijne Zeeland BV, gemeente Landerd Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 19 juni 2013 / rapportnummer 2787 31 Oordeel over het milieueffectrapport (MER) Van Deijne Zeeland
Bijlage 1 Overweging zandwinning Den Helder Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Den Helder (Noord-Holland)
Bijlage 1 Overweging zandwinning Den Helder Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Den Helder (Noord-Holland) Herman Gorterstraat 55 3511 EW UTRECHT Postbus 19143 3501 DC UTRECHT www.minlnv.nl T
Wijziging van de Inrichting Veluwse Afval Recycling (VAR) B.V. Advies voor de m.e.r.-beoordeling
Wijziging van de Inrichting Veluwse Afval Recycling (VAR) B.V. Advies voor de m.e.r.-beoordeling 13 september 2006 / rapportnummer 1796-11 Advies voor de m.e.r.-beoordeling Wijziging van de Inrichting
Zoutboom. Sodafabriek. Natriumbicarbonaat. Soda
STAND 1 Hoe was het ook al weer? Zoutboom Sodafabriek Soda Natriumbicarbonaat Wat doet Frisia? Frisia wint zout door middel van oplosmijnbouw op 2,5 tot 3 km diepte. Het gewonnen zout is van zeer hoge
Alternatieve locaties baggerberging, provincie Utrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
Alternatieve locaties baggerberging, provincie Utrecht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 6 augustus 2008 / rapportnummer 2015-43 1. OORDEEL OVER HET MER De provincie Utrecht is voornemens om
Ontgrondingenwet. Vergunning voor het winnen van zand in de Noordzee.
ONTWERP Onderwerp Ontgrondingenwet. Vergunning voor het winnen van zand in de Noordzee. DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU AANHEF Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier te Heerhugowaard heeft
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Kampen
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Kampen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 29 november 2013 / rapportnummer 2844 24 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Kampen wil
Pluimveehouderij Van Deurzen Toetsingsadvies over de actualisatie van het milieueffectrapport
Pluimveehouderij Van Deurzen Toetsingsadvies over de actualisatie van het milieueffectrapport 26 januari 2009 / rapportnummer 1372-127 1. OORDEEL OVER HET AANGEPASTE MER De heer H. van Deurzen is voornemens
Verdieping Nieuwe Waterweg
Verdieping Nieuwe Waterweg Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 22 februari 2016 / projectnummer: 2991 1. Oordeel over het MER Het Havenbedrijf Rotterdam N.V. heeft het voornemen om de Nieuwe Waterweg,
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 112 28 januari 2016 Voorbereidingsbesluit kavel II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid), Ministerie van Economische
Inhoudelijke overwegingen Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Texel Zuid West
www.rijksoverheid.nl/eleni Bijlage nummer 1 Horend bij Vergunning Nb-wet 1998 Contactpersoon Inhoudelijke overwegingen Zandwinning en zandsuppletie voor de kust van Texel Zuid West Bijlagen - DE AANVRAAG
Ontwikkeling De Geusselt te Maastricht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
Ontwikkeling De Geusselt te Maastricht Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16 december 2009 / rapportnummer 2131-72 1. OORDEEL OVER HET MER Inleiding Het college van burgemeester en wethouders
Bestemmingsplan buitengebied 2016 gemeente Simpelveld
Bestemmingsplan buitengebied 2016 gemeente Simpelveld Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 11 april 2016 / projectnummer: 3109 1. Oordeel over het Milieueffectrapport De gemeente Simpelveld heeft
Visie op Zuid-Holland. Verordening Ruimte. Wijzigingsbesluit behorende bij ontwerpherziening Herijking EHS
Visie op Zuid-Holland Verordening Ruimte Wijzigingsbesluit behorende bij ontwerpherziening Herijking EHS GS 21 mei 2013 ONTWERP VERORDENING TOT WIJZIGING VAN DE VERORDENING RUIMTE Provinciale Staten van
Procedurestappen MER-trajecten
Procedurestappen MER-trajecten 1. Procedurestappen besluitmer-traject p.2 2. Procedurestappen planmer-traject p.4 3. Procedurestappen combi plan- en besluitmer p.6 1. Procedurestappen BesluitMER-traject
Logistiek Park Moerdijk
Logistiek Park Moerdijk Info - avond milieu-effectrapportage 5 oktober 2009 PROGRAMMA 20.00 opening door dhr. J. Van der Wijst (m.e.r.-coördinator provincie en avondvoorzitter) 20.10 toelichting op m.e.r.-procedure
Startnotitie voor de milieueffectrapportage. Samenvatting. Hoogspanningsverbinding Doetinchem-Wesel 380kV Traject Doetinchem Duitse grens
Samenvatting Startnotitie voor de milieueffectrapportage Hoogspanningsverbinding Doetinchem-Wesel 380kV Traject Doetinchem Duitse grens De ministeries van Economische Zaken en VROM werken samen met TenneT
Opdrachtgever: projectnummer: Memo vormvrije m.e.r.-beoordeling Herziening bestemmingsplan in Weststellingwerf
Memo Opdrachtgever: projectnummer: 650.02.00.01.00 Onderwerp: Datum: 30-06-2016 Memo vormvrije m.e.r.-beoordeling Herziening bestemmingsplan in Weststellingwerf 1. I n l e i d i n g N.V. Nederlandse Gasunie
Pangea Parc te Epe Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
Pangea Parc te Epe Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 10 juli 2008 / rapportnummer 1444-70 1. OORDEEL OVER HET MER Zodiac Zoos heeft het voornemen het huidige dierenpark De Wissel binnen de
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Bergen (LB)
Bestemmingsplan buitengebied gemeente Bergen (LB) Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 24 oktober 2013 / rapportnummer 2832 19 1. Oordeel over het milieueffectrapport (MER) De gemeente Bergen
Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum
Plusstrook A12 Zoetermeer Zoetermeer centrum Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 16-12-2010 / rapportnummer 2302-55 1. Oordeel over het MER Rijkswaterstaat Zuid-Holland heeft het voornemen om
Verbetering Waterkering Waalkade Nijmegen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport
Verbetering Waterkering Waalkade Nijmegen Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 13 mei 2005 / rapportnummer 1430-68 College van Gedeputeerde Staten van Gelderland Postbus 9090 6800 GX ARNHEM uw
Havenkwartier Zeewolde
Havenkwartier Zeewolde Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 8 september 2011 / rapportnummer 2459 60 Oordeel over het MER Voor de aanleg van de woonwijk Polderwijk te Zeewolde is in 2003 de procedure
Waarom windenergie (op land)?
Waarom windenergie (op land)? Steeds meer schone energie Dit kabinet kiest voor een betrouwbare en steeds schonere energieopwekking voor de samenleving. Evenwichtige energiemix Om dit doel verantwoord
PvE voor nieuwe wijk Lage Heide te Valkenswaard
PvE voor nieuwe wijk Lage Heide te Valkenswaard Programma van eisen Gemeente Valkenswaard december 2010 definitief PvE voor nieuwe wijk Lage Heide te Valkenswaard Programma van eisen dossier : AC3113-002.001
Bestemmingsplan buitengebied Etten-Leur
Bestemmingsplan buitengebied Etten-Leur Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 31 mei 2012 / rapportnummer 2529 60 1. Oordeel over het MER De gemeente Etten-Leur wil het bestemmingsplan voor haar
