RECLAME CODE COMMISSIE
|
|
|
- Johannes Boer
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 / RECLAME CODE COMMISSIE Dossier 2014/00365 Beslissing van de Reclame Code Commissie in de zaak van : Alternatief Voor Vakbond (AW), gevestigd te Utrecht, klager tegen : De Vereniging Payroll Ondernemingen (hierna: VPO), gevestigd te Lijnden, adverteerder. De procedure Klager heeft bij brief van 27 april 2014 bezwaar gemaakt tegen de hierna te noemen reclame-uitingen. De klacht is in behandeling genomen op 9 mei Namens adverteerder heeft mr. S. Houben-van Geldorp, advocaat, bij brief van 27 mei 2014 verweer gevoerd. De Reclame Code Commissie (hierna: de Commissie) heeft de klacht behandeld in haar vergadering van 5 juni Namens klager zijn verschenen M. Pikaart, voorzitter AW en D. Bibelt, interim voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Uitzendbureau's (NVUB). Adverteerder was vertegenwoordigd door mevrouw E. Nieuwsma, bijgestaan door mr. Houben voornoemd. De bestreden reclame-uitingen Het betreft: a. Een uiting op de website Daarin staat onder het kopje "Informatie opdrachtgevers" onder meer: "Wilt u goed en veilig gebruik maken van payrollen? Let op deze 10 tips! 1. Bedenk wat de behoefte is binnen uw organisatie. Is dat het wegnemen van administratieve lasten en juridische risico's? Kies dan voor payrollen. Is dat een behoefte aan werving en flexibiliteit? Kies dan voor uitzenden". Twee bij de klacht overgelegde afdrukken van deze uiting zijn in kopie aan deze uitspraak gehecht. 2. Een via de website te downloaden leaflet. Daarin staat onder het kopje "Voordelen van payrolling" onder meer: "U besteedt uw personeelszaken uit. Dankzij payroll hoeft u zich geen zorgen meer te maken over zaken als arbeidscontracten, salarisadministratie of ziekteverzuim. Hierdoor kunt u zich volledig richten op het ondernemen zelf'. STICHTING RECLAME COOl
2 De bij de klacht overgelegde gehecht. afdruk van deze uiting is in kopie aan deze uitspraak De klacht De klacht kan als volgt worden samengevat. Op de website staat onder het kopje "Wat is payroll en" onder meer: "Het is een vorm van het ter beschikking stellen van werknemers aan opdrachtgevers, waarbij opdrachtgevers zelf verantwoordelijk zijn voor de werving, selectie en begeleiding van werknemers". (..) De payrollovereenkomst is: De arbeidsovereenkomst waarbij de werknemer door de werkgever, in het kader van de uitoefening van het beroep of bedrijf van de werkgever ter beschikking wordt gesteld van een derde om krachtens een door deze aan de werkgever verstrekte -in beginsel langdurige- opdracht arbeid te verrichten onder toezicht van de derde. (..)". Gelet op de in de bestreden uitingen opgenomen teksten "Bedenk wat de behoefte is binnen uw organisatie. Is dat het wegnemen van administratieve lasten en juridische risico's? Kies dan voor payrollen" respectievelijk "Dankzij payroll hoeft u zich geen zorgen meer te maken over zaken als arbeidscontracten, salarisadministratie of ziekteverzuim" stelt VPO dat opdrachtgevers door middel van payrolling hun juridische risico's wegnemen. In februari 2009 verscheen het artikel "Waarom de payrollonderneming geen (uitzend)werkgever is" van mr. J.P.H. Zwemmer. Zwemmer stelt onder-meer: 'Tussen de payrollwerknemer en payrollonderneming bestaat geen arbeidsovereenkomst (... ) Dit betekent dat de payrollwerknemer dus zowel de payrollonderneming -op grond van de tussen hen gesloten 'arbeidsovereenkomst' - als de opdrachtgever -zijn werkgever- zou kunnen aanspreken op bijvoorbeeld loondoorbetaling". De artikelen 7:610 BW en 7:690 BW betreffende de arbeids- respectievelijk de uitzendovereenkomst zijn van dwingend recht. Dit betekent dat de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst niet ter vrije bepaling van partijen staat. Zwemmer beschrijft het risico dat, anders dan wat VPO voorspiegelt, bij payrolling geen arbeidsovereenkomst met de payrolier tot stand komt, maar met de opdrachtgever. Vanaf 2013 zijn diverse rechterlijke uitspraken gedaan waarbij door de payroll constructie is heen geprikt. Klager noemt er drie. Geoordeeld werd dat de payrollovereenkomst geen arbeids- of uitzendovereenkomst met het payrollbedrijf inhield. Een gevolg was bijvoorbeeld dat de werknemer in geval van ontslag nog steeds in dienst was bij de opdrachtgever of dat de werknemer in aanmerking kwam voor loondoorbetaling door de opdrachtgever, precies datgene waarvoor de opdrachtgever zich trachtte te vrijwaren. In de bestreden reclame stelt VPO dat de klant van een payroll bedrijf "zich geen zorgen hoeft te maken over arbeidscontracten" en dat de payrollondernemingen "het juridische risico wegnemen". Het tegendeel is waar. De klant had de onderhavige dienst niet afgenomen indien hij correct geïnformeerd was over: 2,
3 Dossier 2014/00365 het niet bestaan van de payrollovereenkomst als arbeidsovereenkomst met het payrollbedrijf en de risico's van deze constructie. Klager acht de uitingen in strijd met artikel 8.2 onder a, b en g van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Het verweer De klacht is gemotiveerd weersproken. Op het verweer zal worden teruggekomen in het oordeel. De mondelinge behandeling De voorzitter deelt mee dat de Commissie zich zal toeleggen op de vraag of in de uitingen voldoende wordt gewezen op risico's, verbonden aan payrolling. Vervolgens hebben partijen hun standpunten mondeling toegelicht. Op die toelichting zal worden teruggekomen in het oordeel. Het oordeel van de Commissie Tussen partijen is niet in geschil dat de bestreden uitingen moeten worden aangemerkt als reclame in de zin van artikel 1 NRC. Bij verweer is meegedeeld dat VPO niet betwist dat er sprake is van reclame. De Commissie stelt voorop dat zij zich, zoals de voerzitter ter verqaderinç al heeft meegedeeld, zal toeleggen op de vraag of in de uitingen voldoende wordt gewezen op risico's, verbonden aan payrolling. Blijkens hetgeen partijen naar voren hebben gebracht, bestaan er op dit moment nog onduidelijkheden op het gebied van payrolling. Zo oordelen rechters, al naar gelang de omstandigheden van het geval, verschillend over de vraag of er sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen de werknemer en de payroll-onderneming dan wel tussen de werknemer en de derde/opdrachtgever (klant van de payroll-onderneming). Hierdoor valt bijvoorbeeld niet uit te sluiten dat een werknemer in het kader van een payrollconstructie jegens de derde/opdrachtgever aanspraak kan maken op loondoorbetaling. De Commissie acht het aannemelijk dat VPO als brancheorganisatie zorgvuldig wil handelen en waarborgen biedt met het oog op een goede uitoefening van de payrollconstructie. Zo dient een payrollonderneming die lid wil worden van VPO en het VPO-keurmerk wil voeren te voldoen aan lidmaatschapseisen, waaronder eisen betreffende financiële betrouwbaarheid. Voorts dient een VPO-lid te voldoen aan kwaliteitseisen, opgenomen in de "VPO-Arbeidsvoorwaardenregeling" en het "Reglement Kwaliteit van de dienstverlening". Dit neemt echter niet weg dat niet valt uit te sluiten dat een rechter zal oordelen dat een tussen een VPO-lid en een "werknemer" gesloten payrollovereenkomst geen "arbeidsovereenkomst" in de zin van de wet is, waardoor jegens de derde aanspraak kan worden gemaakt op loondoorbetaling. Naar het oordeel van de Commissie wordt in de bestreden uitingen onvoldoende op dit risico gewezen. In tegendeel, gesteld wordt: "Bedenk wat de behoefte is binnen uw organisatie. is dat het wegnemen van administratieve lasten en juridische risico's? Kies dan voor payrollen" respectievelijk "Dankzij payroll hoeft u zich geen zorgen meer te maken over zaken als 3
4 arbeidscontracten, salarisadministratie of ziekteverzuim". Ook in de context van de gehele uitingen waarin deze mededelingen worden gedaan, namelijk de webpagina met de aanhef: "Informatie opdrachtgevers Wilt u goed en veilig gebruik maken van payrollen? Let op deze 10 tips!" en de leaflet, in welke uitingen onder meer gewezen wordt op (het belang van) het VPO-keurmerk, wordt aldus een te absolute voorstelling gegeven van het ontbreken van risico's, verbonden aan payrolling. Dat op de website van VPO een scala van berichten is te vinden, ook berichten die wijzen op onzekerheid in literatuur en rechtspraak over de vraag of een payrollorganisatie een arbeidsovereenkomst heeft met een door de opdrachtgever geworven werknemer en de risico's voor de werkgever verbonden aan die onzekerheid, neemt het absolute karakter van de ter beoordeling voorgelegde uitingen niet weg. Van iemand die kennis neemt van de uitingen kan niet worden verwacht dat hij zich een weg baant door en een gefundeerde mening vormt over de dilemma's die in rechtspraak en literatuur nog niet uitgekristalliseerd zijn. Gelet op het bovenstaande acht de Commissie de uitingen voor de gemiddelde zakelijke consument onduidelijk ten aanzien van de risico's verbonden aan payrolling als bedoeld in artikel 8.2 aanhef en onder b en g NRC. Nu de uitingen de gemiddelde zakelijke consument er bovendien toe kunnen brengen een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen, zijn de uitingen misleidend en daardoor oneerlijk als bedoeld in artikel 7 NRC. Nu de Commissie de uitingen reeds om bovengenoemde redenen misleidend acht, komt zij niet toe aan toetsing van de uitingen aan artikel 8.2 onder a NRC. De beslissing Op grond van het voorgaande acht de Commissie de reclame-uitingen in strijd met artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken. Partijen hebben, voor zover zij in het ongelijk zijn gesteld, de mogelijkheid tegen deze uitspraak beroep aan te tekenen bij het College van Beroep, onder gelijktijdige storting van het voor de behandeling van het beroep verschuldigde bedrag. Het beroepschrift dient binnen 14 dagen na dagtekening van deze beslissing in het bezit te zijn van het College van Beroep, waarvan het secretariaat gevestigd is te Amsterdam. Het postadres van het secretariaat is: postbus 75684, 1070 AR Amsterdam. 4
5 De voorzitter De secretaris,,~ / Mr. J.A.J. Peeters Mr. J.H.M. Borret-Bouritius Gewezen door mr. J.A.J. Peeters, voorzitter en mr. R.J. Haakmeester, Kochheim, N.Y.F.J. Krijnen en M. Schaeffer, leden. drs. T.C.R. Amsterdam, 20 juni _--- 5
Johan Zwemmer. Payrolling: maatschappelijke functie en juridische vormgeving
Johan Zwemmer Payrolling: maatschappelijke functie en juridische vormgeving Artikel 7:610 lid 1 BW De arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst
En het houdt vaak niet op met de transactiekosten alleen. Vaak zijn er ook nog bewaarlonen, valutakosten en andere verborgen kosten.
Datum: 14 juni 2011 Dossiernr: 2011/00389 Uitspraak: Aanbeveling (gedeeltelijk) Product / dienst: (Financiele) dienstverlening Motivatie: Vergelijkende reclame Medium: Direct marketing De bestreden uitingen
ACCOUNTANTSKAMER. BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van
ACCOUNTANTSKAMER BESLISSING ex artikel 38 Wet tuchtrechtspraak accountants (Wtra) in de zaak met nummer 15/352 Wtra AK van 20 juli 2015 van mr. X, wonende en kantoorhoudende te [plaats1], K L A G E R,
Informatie aan niet-opdrachtgever. Mededelings- en onderzoeksplicht. Overdrachtsbelasting. Art. 13 wet op belastingen van rechtsverkeer.
Informatie aan niet-opdrachtgever. Mededelings- en onderzoeksplicht. Overdrachtsbelasting. Art. 13 wet op belastingen van rechtsverkeer. Klager heeft een woning gekocht die de verkoper kort daarvoor zelf
Te hoge huurprijs vastgesteld? Summiere onderbouwing taxatierapport. Gebrek aan communicatie.
Te hoge huurprijs vastgesteld? Summiere onderbouwing taxatierapport. Gebrek aan communicatie. De huurster van een horecagelegenheid heeft een geschil met de verhuurder over de huursom. In dat kader wordt
Onzorgvuldig en onvolledig taxatierapport. Ontvankelijkheid klager.
Onzorgvuldig en onvolledig taxatierapport. Ontvankelijkheid klager. Klager wil een naast zijn woning gelegen strook grond aankopen. Hij bereikt met de eigenaar overeenstemming voor een koopsom van 17.000.
CR 12/2415 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.
CR 12/2415 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Niet-ontvankelijkheid klager. Al eerder over feiten geoordeeld. Tijdsverloop van acht
Meetinstructie. Geen informatie verstrekt over positie van medewerker van makelaarskantoor.
Meetinstructie. Geen informatie verstrekt over positie van medewerker van makelaarskantoor. Klagers kopen een appartement dat volgens de verkoopbrochure een woonoppervlak heeft van 71 m². De opmeting van
Beweerdelijke strijd met regel 6 Erecode. Belegging en schijn van mogelijke belangenverstrengeling
Beweerdelijke strijd met regel 6 Erecode. Belegging en schijn van mogelijke belangenverstrengeling Klager, een NVM-makelaar, dient een klacht in tegen zijn voormalige kantoorgenoot, eveneens NVM-makelaar
CR 09/2280 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.
CR 09/2280 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Informatie aan niet-opdrachtgever. Verleggen van bemiddelingskosten naar de andere
CENTRAAL TUCHTCOLLEGE
C2010.295 CENTRAAL TUCHTCOLLEGE voor de Gezondheidszorg Beslissing in de zaak onder nummer C2010.295 van: , wonende te , appellant, klager in eerste aanleg, gemachtigde: R. Melchers,
UITSPRAAK. de medezeggenschapsraad van [de school], te [vestigingsplaats], verzoeker, hierna te noemen de MR
108719 - Adviesgeschil over benoeming directeur. Het bevoegd gezag heeft de MR ten onrechte niet in de gelegenheid gesteld vooraf advies te geven; ook als MR-leden deelnemen in de BAC, moet het bevoegd
Datum: 9 juni 2011 Dossiernr: 2011/00073 Uitspraak: CVB Aanbeveling Bevestigd (=Aanbeveling) Product / dienst:
NIEUWS 2 NIEUWE MELDINGEN IN HET RODE OOR Datum: 9 juni 2011 Dossiernr: 2011/00073 Uitspraak: CVB Aanbeveling Bevestigd (=Aanbeveling) Product / dienst: Reizen en toerisme Motivatie: Bijzondere Reclamecode
Belangenbehartiging opdrachtgever. Contractsbepalingen. Courtage.
Belangenbehartiging opdrachtgever. Contractsbepalingen. Courtage. De verkoper van een woning (klager) verwijt zijn makelaar dat hij courtage in rekening heeft gebracht nadat de woning buiten de makelaar
SAMENVATTING Geschil met betrekking tot het taakbelastingsbeleid van de opleiding; HBO
SAMENVATTING 105154 - Geschil met betrekking tot het taakbelastingsbeleid van de opleiding; HBO Het taakbelastingsbeleid van de opleiding is van toepassing op de personeelsleden en heeft gevolgen voor
De Centrale Raad van Toezicht geeft de volgende uitspraak in de zaak van: B MAKELAARDIJ, lid van de vereniging, gevestigd en kantoorhoudende te M,
Controle door de makelaar op storting waarborgsom. Een makelaar verkoopt voor klager diens woning. In de koopakte wordt geen financieringsvoorbehoud gemaakt. Koper verbindt zich om uiterlijk op 12 november
RECLAME CODE COMMISSIE
RECLAME CODE COMMISSIE Beslissinq van de Reclame Code Commissie In de zaak van tegen : Essent Nederland B.V., gevestigd te 's Hertogenbosch, klaagster, : De Nederlandse Energie Maatschappij B.V. (hierna
Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam
28/07 ECLI:NL:TNOKROT:2008:YC0459 KAMER VAN TOEZICHT Beslissing in de zaak onder nummer van: 28/07 Kamer van Toezicht over de Notarissen en Kandidaat-notarissen te Rotterdam Reg.nr. 28/07 Beslissing op
Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045
Raad van Toezicht Nederlandse Vereniging van Gecertificeerde Incasso-ondernemingen Postbus 279 1400 AG BUSSUM T: 035-6994210 F: 035-6945045 Uitspraak van de Raad van Toezicht van de Nederlandse Vereniging
De Raad van Toezicht Utrecht van de Nederlandse Vereniging van Makelaars in Onroerende Goederen NVM geeft de volgende uitspraak in de zaak van:
Voordeel verminderde overdrachtsbelasting bij opvolgende transacties. Onjuiste informatie aan koper. Wijziging in concept-akte niet aan koper gemeld. Niet passende wijze van communiceren. Klager koopt
inzake de toelating van reclame-uitingen voor het product Prioderm van Meda Pharma B.V.
20 oktober 2015 De Codecommissie KOAG/KAG (Kamer II van de Stichting Code Geneesmiddelenreclame) heeft het navolgende overwogen en beslist naar aanleiding van het bezwaar in kort geding (CGR nummer: KK15.001)
DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.
CR 11/2362 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Tijdig beroep op ontbindende voorwaarde? Klager/koper deed op de dag dat het financieringsbeding
De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)
De heer M.E. W., wonende te A, hierna te noemen: klager tegen De besloten vennootschap M MAKELAARDIJ B.V., gevestigd te B, NVM-lid,
Beweerdelijk onvoldoende belangenbehartiging. Ontmoedigingsbeleid. Verkoper is van mening dat zijn makelaar, die tevens zijn buurvrouw is, een ontmoedigingsbeleid heeft gevoerd bij de verkoop van zijn
11-521 RvT Zwolle. Taxatie als deskundige. Noodzaak van plaatselijke bekendheid.
11-521 RvT Zwolle DE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM. -------------------------------------------------------------------------------------------------------
DE COMMISSIE GEDRAGSCODE BOUWEND NEDERLAND
60005 DE COMMISSIE GEDRAGSCODE BOUWEND NEDERLAND heeft het volgende overwogen en beslist omtrent het op 21 februari 2013 binnengekomen verzoek van de besloten vennootschap SCHIJF BOUW B.V., gevestigd te
Datum: 16 maart 2011 Dossiernr: 2011/00070 Uitspraak: Aanbeveling (gedeeltelijk) Product / dienst:
NIEUW S LAATSTE 10 GEPUBLIC_ Datum: 16 maart 2011 Dossiernr: 2011/00070 Uitspraak: Aanbeveling (gedeeltelijk) Product / dienst: Overige Motivatie: Misleiding (overig) Medium: Digitale marketing communicatie
Taxatie. Te hoge waardering. Reden van taxatie en hoogte van waardering. De Raad van Toezicht Zwolle geeft de volgende uitspraak in de zaak van:
10-514 RvT Zwolle DE RAAD VAN TOEZICHT ZWOLLE VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM. -------------------------------------------------------------------------------------------------------
Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar.
Beweerdelijk te lage taxatie. Verschil van 10 % tussen verschillende taxatie niet onaanvaardbaar. In het kader van het uit elkaar gaan van klager en zijn partner moet de gemeenschappelijke woning getaxeerd
JAR 2012/284 Kantonrechter Leeuwarden, 12-10-2012, 405382\CV EXPL 12-6973, LJN BY0861
JAR 2012/284 Kantonrechter Leeuwarden, 12-10-2012, 405382\CV EXPL 12-6973, LJN BY0861 Payrolling, Geen overgang naar payrollbedrijf zonder uitdrukkelijke instemming werknemer Publicatie JAR 2012 afl.16
Geschatte waarde veel hoger dan andere taxaties. Klacht te vroeg ingediend. Nog geen uitvoering rechterlijk vonnis.
Geschatte waarde veel hoger dan andere taxaties. Klacht te vroeg ingediend. Nog geen uitvoering rechterlijk vonnis. Klaagster is met haar broer en zus erfgenaam van een boedel waarin zich een recreatiewoning
Tuchtrechtspraak NVM. Stichting RvT Zuid 203 ERECODE 202 TAXATIE. Taxatie uitgevoerd door medewerker die geen lid NVM was.
19-04 RvT Zuid 203 ERECODE 202 TAXATIE Taxatie uitgevoerd door medewerker die geen lid NVM was. De NVM verwijt makelaarskantoor X (beklaagde en lid NVM) dat door haar medewerker/vennoot Z een taxatierapport
het College van bestuur van het C, gevestigd te D, verweerder, hierna te noemen de werkgever
Samenvatting 02073 Commissie voor geschillen Geschil omtrent inschaling van de functie. De werknemer treedt in tijdelijke dienst van de werkgever en ontvangt eerst een salarisstrook met vermelding van
heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep van de heer B. te Y..
No. CvB 2013/10 HET COLLEGE VAN BEROEP van het Nederlands Instituut van Psychologen heeft de volgende beslissing gegeven naar aanleiding van het hoger beroep van de heer drs. A. te X. en het hoger beroep
Belangenbehartiging opdrachtgever. Mededelings- en onderzoeksplicht. Onzorgvuldig handelen.
Belangenbehartiging opdrachtgever. Mededelings- en onderzoeksplicht. Onzorgvuldig handelen. Klager besloot eind december 2009 een nog af te bouwen woning te kopen en heeft begin januari 2010 de koop- aannemingsovereenkomst
Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen.
Echtscheidingsproblematiek. Optreden als makelaar op grond van rechterlijk vonnis. Contact met advocaten van partijen. Een makelaar is door de rechtbank als deskundige benoemd om te komen tot de verkoop
RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM
11-46tus RvT Utrecht RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Taxatie. Summiere onderbouwing van vastgestelde waarden. Taxateurs opgedragen met
Biedingsproblematiek. Duidelijk aangegeven dat eindbod verwacht werd of niet? De Raad van Toezicht Zwolle geeft de volgende uitspraak in de zaak van:
Biedingsproblematiek. Duidelijk aangegeven dat eindbod verwacht werd of niet? Klagers zijn geïnteresseerd in een door beklaagde te koop aangeboden appartement. Via een eigen makelaar doen zijn verscheidene
12-53 RvT Utrecht RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM
12-53 RvT Utrecht RAAD VAN TOEZICHT TE UTRECHT VAN NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS IN ONROERENDE GOEDEREN NVM Gedeeltelijk onvoldoende belangenbehartiging bij verkoop. Geen onderzoek gedaan naar bijzondere
Samenvatting. 1. Procedure
Niet-Bindende uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2012-247 d.d. 30 augustus 2012 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, prof. drs. A.D. Bac en de heer J.C. Buiter, leden en mevrouw mr.
CR 12/2424 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM.
CR 12/2424 DE CENTRALE RAAD VAN TOEZICHT VAN DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN MAKELAARS O.G. EN VASTGOEDDESKUNDIGEN NVM. Onderhandelingsperikelen. Onjuiste beeldvorming over positie veroorzaakt. Vertrouwen
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-132 d.d. 6 mei 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. S.N.W. Karreman, secretaris)
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-132 d.d. 6 mei 2013 (mr. A.W.H. Vink, voorzitter en mr. S.N.W. Karreman, secretaris) Samenvatting Rechtsbijstandverzekering. In een geval
- het op 4 juni 2014 ingekomen klaagschrift van [klager] ( klager ), inclusief 5 producties;
RAAD VAN TUCHT VERENIGING VAN REGISTERCONTROLLERS Datum uitspraak: 4 november 2014 Zaaknummer: RvT VRC 2014-02 de heer [klager], wonende te [woonplaats 1] gemachtigde: de heer mr. R.M. Braat K L A G E
Onafhankelijkheid. Belangenverstrengeling.
Onafhankelijkheid. Belangenverstrengeling. Klagers hebben een woning gekocht die beklaagde in verkoop had. Voordat de woning aan klagers verkocht werd, was met andere gegadigden ook al een koopovereenkomst
SAMENVATTING Klacht over onzorgvuldig handelen directie en MR bij invoering continue rooster; PO
SAMENVATTING 104849 - Klacht over onzorgvuldig handelen directie en MR bij invoering continue rooster; PO Een aantal ouders klaagt erover dat de directeur onzorgvuldig heeft gehandeld door aan de MR een
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr (mr. dr. S.O.H. Bakkerus, voorzitter en mr. R.G. de Kruif, secretaris)
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2018-323 (mr. dr. S.O.H. Bakkerus, voorzitter en mr. R.G. de Kruif, secretaris) Klacht ontvangen op : 27 juli 2017 Ingediend door : Consument
Beheerovereenkomst. Extra betaalde werkzaamheden vanouds verricht. De Centrale Raad van Toezicht geeft de volgende uitspraak in de zaak van:
Beheerovereenkomst. Extra betaalde werkzaamheden vanouds verricht. Klager is sinds enige jaren eigenaar van een tweetal panden die voorheen eigendom van klagers vader waren. Beklaagde voert al sinds jaar
Oncollegiaal gedrag. Als adviseur van koopster geen contact opgenomen met makelaarverkoper.
Oncollegiaal gedrag. Als adviseur van koopster geen contact opgenomen met makelaarverkoper. Iemand heeft belangstelling voor een appartement dat bij een makelaar (klager) te koop staat. Er wordt overeenstemming
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; hbo
105753 - Beroep tegen schorsing als ordemaatregel en tegen ontslag wegens gewichtige reden; De werknemer is geschorst vanwege het opnemen van gesprekken met leidinggevenden en het delen van deze opnamen.
SAMENVATTING. in het geding tussen: de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van A, verzoeker, hierna te noemen de GMR
SAMENVATTING 104464 - Interpretatiegeschil VO - artikel 16 lid 2 onder a en b WMS (hoofdlijnen meerjarig financieel beleid en criteria verdeling middelen over voorzieningen op (boven)schools niveau) De
De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 52 d.d. 14 juli 2009 (mr R.J. Verschoof, voorzitter, mr drs M.L. Hendrikse en mr M.M. Mendel) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming
de coöperatie coöperatieve Rabobank Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest, gevestigd te Leiden, hierna te noemen Aangeslotene.
Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-221 d.d. 12 juli 2013 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. A.P. Luitingh, leden, en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)
1.3 De Beroepscommissie heeft het principaal en het incidenteel beroep mondeling behandeld op 25 maart Beide partijen waren aanwezig.
Uitspraak Commissie van Beroep 2013-15 d.d. 24 mei 2013 (prof. mr. F.R. Salomons, voorzitter, mr. A. Bus, mr. F.H.J. Mijnssen, mr. F. Peijster en mr. A. Rutten-Roos, leden, en mr. M.J. Drijftholt, secretaris)
Makelaarskantoor zonder gecertificeerd makelaar. Einde ontheffingsperiode. Korte opschorting van de tenuitvoerlegging droogleggingsmaatregel.
Makelaarskantoor zonder gecertificeerd makelaar. Einde ontheffingsperiode. Korte opschorting van de tenuitvoerlegging droogleggingsmaatregel. Een makelaarskantoor wordt geconfronteerd met het feit dat
Hof: medisch advies behoeft niet te worden overgelegd
pagina 1 van 5 (http://stichtingpiv.nl/) Inloggen PIV-Kennisnet(http://stichtingpiv.nl/inloggen) JURISPRUDENTIE Bron: Hof Amsterdam 3 februari 2016 Publicatie nummer: (nog) niet gepubliceerd Zaaknummer:
SAMENVATTING. het College van Bestuur van de Stichting D, gevestigd te E, verweerder, hierna te noemen de werkgever gemachtigde: de heer mr.
SAMENVATTING 105421 - Beroep tegen beëindiging dienstverband; De werkgever stelt dat geen sprake is van ontslag maar van het van rechtswege eindigen van een verlengd tijdelijk dienstverband wegens onbevoegdheid.
