Proef Afhandeling schade, Fase 1
|
|
|
- Christian Eilander
- 6 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Proef Afhandeling schade, Fase 1 Evaluatie en aanbevelingen begeleidingscommissie Naar aanleiding van de validatie zoals uitgevoerd door TU Delft op het Arcadis onderzoek heeft NCG er bij NAM op aangedrongen dat de schades in het zogenaamde buitengebied alsnog geïnspecteerd zouden worden. Dat is vervolgens onder leiding van CVW uitgevoerd door Witteveen+Bos in de proef Afhandeling schade die is gestart in september Hierin zijn in fase 1 alle woningen in de voormalige onderzoeksgebieden van Arcadis met een schademelding tot medio augustus 2016 meegenomen. Het ging daarbij uiteindelijk om ca 1600 woningen. De proef is pas afgerond als ook alle eventuele second opinions en arbitragetrajecten zijn afgerond. Het betreft hier dus een evaluatie van het eerste deel van fase 1. Meldingen die zijn gedaan na 15 augustus 2016 (fase 3) en alle meldingen van voor 15 augustus die niet in de voormalige onderzoeksgebieden van Arcadis liggen (fase 2) worden op een later, nog te bepalen, tijdstip geïnspecteerd. Begeleidingscommissie Een begeleidingscommissie, ingesteld door NCG, is actief tijdens de uitvoering van de proef tijdens fase 1. Leden van de commissie zijn dhr. G. Beukema (burgemeester Delfzijl), dhr. K. Wiersma (burgemeester De Marne, beiden namens de bestuurlijke stuurgroep), dhr. M. Wienk (namens de maatschappelijke stuurgroep), dhr. O. Wassenaar (bouwkundig expert), dhr. S. Wijte (TU Eindhoven). Deze commissie heeft geadviseerd over de vormgeving en uitvoering van de proef. De commissie evalueert de proef met het oog op de vraag of deze aanpak model zou kunnen staan voor een bredere werking. In deze notitie wordt weergegeven welke bevindingen zij tot op heden (deel 1) heeft gedaan en welke voorlopige adviezen zij de NCG op basis daarvan wil meegeven voor het komen tot een nieuw schadeprotocol en de inspecties van fases 2 en 3. Nadat de proef geheel is afgerond, ook eventuele second opinions en arbitragetrajecten, wordt de evaluatie aangevuld met de ervaringen met dat deel van het proces. Aanvullend op het uitgevoerde onderzoek in deze proef wordt nog een aantal onderzoeken uitgevoerd die aanvullende informatie op zullen leveren over de gehanteerde methodiek. Wanneer beschikbaar, wordt ook deze informatie meegewogen in de definitieve evaluatie. Andere werkwijze De schades in fase 1 van het buitengebied zijn inmiddels geïnspecteerd. In maart ontvangen de bewoners hun beoordelingsrapport. Bij de beoordeling is niet alleen gekeken naar mijnbouwschade, maar naar alle oorzaken van alle schades aan de panden waarvoor een schademelding was gedaan. Hierbij is gekeken naar eenduidige oorzaken van schade, maar ook geprobeerd inzicht te krijgen in het samenspel van meerdere oorzaken. Naast deze bredere insteek heeft CVW gewerkt volgens een andere werkwijze dan in het gebruikelijke traject van schadebeoordeling. Er was in deze proef sprake van gescheiden trajecten van de schade opname en de beoordeling van schades, waarbij gekoppeld aan de opname een interview met de bewoner is gedaan. Bij de beoordeling werd zowel het pand zelf beschouwd als de omgeving en ondergrond van het pand. De beoordeling werd gedaan met behulp van een panel van deskundigen met verschillende expertises. Leeswijzer In dit hoofddocumenten worden de verbeterpunten en positieve punten benoemd. Gevolgd door de conclusies en adviezen van de commissie aan NCG. In bijlage 1 is een meer volledige weergave van opmerkingen en vragen van de begeleidingscommissie opgenomen, evenals de wijze waarop daarmee om is gegaan in de proef. Daarnaast is op verzoek van de commissie een review gedaan op de wijze waarop is omgegaan met hoe trillingen zich verplaatsen door de grond. Deze review en respons van Witteveen+Bos is niet geheel opgenomen in deze evaluatie, maar terug te vinden in de technische rapportage van Witteveen+Bos.
2 Bevindingen van de begeleidingscommissie De proef afhandeling schade betreft een praktijkproef. In deze proef is de wetenschappelijke kennis ingezet die op dit moment beschikbaar en ook toepasbaar is. De begeleidingscommissie heeft de uitvoering van de proef nauwlettend gevolgd. Ze heeft waardering voor de transparantie die door de uitvoerende partijen is gegeven over de keuzes die zijn gemaakt, de uitgangspunten die zijn gehanteerd en de aannames die zijn gedaan. In de technische rapportage die beschikbaar komt, zijn al deze zaken verantwoord. Dit geldt ook voor de wijze waarop in de proef is omgegaan met de kritiek die in de validatie op het eerder uitgevoerde Arcadis onderzoek naar voren is gekomen. Verbeterpunten Vanzelfsprekend zijn er punten geconstateerd die nog verbeterd moeten of kunnen worden. Een heel aantal zaken dat de commissie gedurende de uitvoering heeft gesignaleerd is meegenomen in het onderzoek. In de bijlage zijn alle punten benoemd. Op een aantal punten was dit niet mogelijk of haalbaar in de tijd. Een aantal belangrijke verbeterpunten, dat een plek zouden moeten krijgen in een vervolg, wordt hieronder benoemd: Het verdient aanbeveling om bij de beoordeling bouwtekeningen te betrekken, indien beschikbaar, of tijdens de opname de ruimtelijke samenhang van het object (principe plattegrond met relevante doorsneden) te schetsen. Het zou meerwaarde hebben om net als de grondwaterstand ook de oppervlaktewaterstand op meerdere momenten in de tijd te betrekken bij het beoordelen van schade in plaats van de oppervlaktewaterstand op één moment. Een visuele inspectie heeft beperkingen. Aanvullend op visuele inspectie zou een uitgebreidere inspectie van bijvoorbeeld funderingen en/of het uitvoeren van lintvoegmetingen (indien daar aanleiding voor is) meer relevante informatie op kunnen leveren. Ook geldt het advies om indien de aard van de schade daartoe aanleiding geeft (een lid van) het beoordelingspanel het object op locatie te laten bezoeken. Als deze beschikbaar zijn, kunnen nog verder doorontwikkelde modellen worden gebruikt voor bijvoorbeeld het bepalen van de maximale grondsnelheid op een bepaalde locatie. Tevens dient meer inzicht te worden verkregen in de achtergrond van de gehanteerde grenswaarden voor de trillingssnelheden, op basis waarvan gesteld wordt dat er geen schade zal ontstaan. De ernst en eventuele consequenties van de schade zou kunnen worden benoemd door bijvoorbeeld onderscheid te maken tussen esthetische schade, bouwtechnische of functionele schade en constructieve schade. Er is veel aandacht voor zorgvuldige communicatie geweest, maar het vooraf bedenken wat, wanneer, hoe en waarom te communiceren blijft in termen van behoefte, verwachting, kennis en begrip vanuit de perceptie van eigenaar/bewoner een belangrijk punt van aandacht. Denk daarbij ook aan de manier waarop bijvoorbeeld een vragenlijst wordt opgesteld, ingezet en gebruikt en teruggekoppeld is. De commissie blijft vragen houden over de wijze waarop bodemsamenstelling en de effecten van bodemdaling bij de schadebepaling zijn betrokken. De methodiek richt zich vooral op effecten van trillingen als gevolg van aardbevingen. Voor de effecten van bodemopbouw wordt door W+B vastgesteld dat deze niet als oorzaak wordt toegewezen, maar ook niet uitgesloten. Specifieke situaties zoals voormalige droogleggingen (slenken) en wierden zijn voor individuele adressen meegenomen. Voor het effect van mijnbouwactiviteiten op bodemdaling en het effect op (schades aan) gebouwen wordt door W+B verwezen naar het verdiepende onderzoek dat de TU Delft in opdracht van de NCG uitvoert. Positieve elementen De commissie ziet ten opzichte van de eerdere manieren van schade-afhandeling, in de huidige aanpak een aantal positieve elementen dat meegenomen zou kunnen worden in een toekomstige nieuwe wijze van schade-afhandeling. Bijvoorbeeld: Het doornemen van een (relevante) vragenlijst met de bewoner om zijn/haar beleving
3 en beeld van het tijdstip van ontstaan van een schade mee te kunnen nemen. Hierbij is dan, zoals eerder vermeld, wel essentieel om deze informatie ook te gebruiken en er naar de bewoner op terug te komen. Het opnemen (zo uitgebreid en zorgvuldig mogelijk) en vastleggen van alle schade in een pand en niet alleen de gemelde schades, zonder direct te oordelen. Het vervolgens op objectieve wijze analyseren van de schadeoorzaken op basis van de eigenschappen van het pand en in zijn relatie tot de omgeving en de ondergrond, voor zover mogelijk. Hierbij is sprake van een integrale inzet van verschillende expertises (panel) om tot een zo volledig mogelijk beeld te komen. Een data-analyse kan van toegevoegde waarde zijn op de gehanteerde werkwijze. In dit onderzoek is dat in de beleving van de commissie het geval. Een voorwaarde daarbij is wel dat de data van voldoende omvang moet zijn en van toepassing moet zijn op het gebied waarin een object zich bevindt. Conclusies en adviezen Over het geheel concludeert de commissie dat de gehanteerde methodiek ten opzichte van de eerdere wijze van schadeafhandeling een betere duiding en onderbouwing oplevert van de oorzaken van schades aan gebouwen en dat voor zover haar zicht reikt- de methodiek zorgvuldig is toegepast. Op basis van de conclusies en bevindingen adviseert de commissie de NCG bij het opzetten van een nieuw schadeprotocol en wijze van schade-afhandeling: De positieve elementen zoals benoemd mee te nemen bij en een nieuwe wijze van schadeafhandeling. De verbeterpunten zoals benoemd eveneens mee te nemen voor de wijze van beoordeling van schade. Te organiseren dat de kennis, methoden en modellen die worden gebruikt bij de beoordeling van schade, toegankelijk zijn, actueel zijn, en geregeld wordt gevalideerd. Bij de beoordeling, in lijn met deze proef, verschillende experts te betrekken. En het pand te beoordelen in relatie tot het gedrag van de omgeving en de ondergrond en waar noodzakelijk hiervoor aanvullend onderzoek te laten verrichten. Te organiseren dat de beoordeling van schade zo onafhankelijk mogelijk plaatsvindt en gericht is op het duiden van de oorzaken van (alle) schades aan een pand. Communicatie en bewoner staat centraal prominent onderdeel van de werkwijze te laten zijn. Bezie bij het op deze wijze inrichten van schadebeoordeling welke rol een second opinion en de arbiter moet hebben. Mogelijk kan de evaluatie van de proef als geheel hier input voor bieden, als ook eventuele second opinions zijn uitgevoerd. Een second opinion dient van een zelfde technisch inhoudelijk gehalte te zijn als het reeds uitgevoerd onderzoek, om een wezenlijke bijdrage te leveren. De commissie stelt vast dat er vooralsnog een marge van onzekerheid zal bestaan bij het duiden van de oorzaken van schades, met name bij interactie tussen verschillende schadeoorzaken. In deze proef is met een overkoepelende data-analyse getracht hier meer inzicht in te verkrijgen, maar er blijft nog altijd enige onzekerheid. De vraag of een aardbeving het laatste tikje kan zijn geweest voordat een schade is ontstaan, kan niet met 100% zekerheid ontkennend worden beantwoord. Verdere ontwikkeling van wetenschap en methodiek kan mogelijk in de toekomst meer inzicht geven. De verwachting is overigens niet dat het antwoord op deze vraag dan een volledig ander beeld van de in het project beschouwde beoordelingen zou laten zien. Ondanks dat de commissie geen inzicht heeft in de bestede kosten stelt zij dat in het algemeen een afweging moet worden gemaakt in hoeverre de proceskosten van de methodiek op caseniveau nog in verhouding staan tot de schadebedragen bij de woningen en gebouwen in het beschouwde gebied. De in de proef gehanteerde methodiek is een vrij uitgebreide. Ook hier kan de vraag worden gesteld in welke situaties het zinvol is deze wijze van beoordelen in
4 te zetten en in welke gevallen zou kunnen worden gewerkt met een veronderstelling van causaliteit. Het huidige onderzoek in het buitengebied betreft een selecte steekproef van woningen en gebouwen. De bewoners hebben zelf melding gemaakt van schade aan hun woning en wijten dat in meer of mindere mate aan bevingen en/of zettingen veroorzaakt door gaswinning/mijnbouwactiviteiten. Op het eerste oog zijn de waargenomen schades ook in woningen in andere delen van Nederland zichtbaar. Dit roept de wens op te kunnen vergelijken met woningen in andere delen van Nederland en of schades elders. Enerzijds om te bepalen of er in het aardbevingsgebied meer schade is dan elders, anderzijds omdat daarmee meer inzichtelijk te maken wat normale veroudering en schadebeelden van woningen en gebouwen zijn. De commissie doet de aanbeveling dit uit te (laten) voeren. NB. De commissie heeft kennis genomen van het rapport van de Technische Commissie Bodembeweging (TCBB) dat is opgesteld naar aanleiding van het door Witteveen+Bos uitgevoerde onderzoek in Emmen. De onderzoeken komen niet geheel met elkaar overeen. In de proef Afhandeling schade is met een verder doorontwikkelde methodiek gewerkt. In bijlage 2 is de weging van de review op het onderzoek Emmen ten opzichte van het hier uitgevoerde onderzoek weergegeven.
5 Bijlage 1. Opmerkingen en vragen zoals gesteld door de begeleidingscommissie In deze bijlage is aangegeven welke opmerkingen de begeleidingscommissie heeft gemaakt bij de opzet en uitvoering van het onderzoek en op welke wijze daaraan, indien mogelijk, gevolg is gegeven. Ook wordt inzicht gegeven in de vragen die de commissie heeft gesteld. Het antwoord daarop van Witteveen+Bos is kort weergegeven. Vragenlijst De begeleidingscommissie heeft suggesties ter verbetering gedaan voor de gehanteerde vragenlijst, zodat de lijst objectiever van aard werd. Met betrekking tot de uitgebrachte rapportage diende duidelijker te worden aangegeven welke informatie van de bewoner en welke informatie van de inspecteur kwam. Inspecteurs In eerste instantie bleek dat niet alle inspecteur een bouwtechnische achtergrond hadden. Dit is op advies van de commissie aangepast. Door de schades te laten opnemen door bouwtechnisch experts wordt geborgd dat de juiste informatie wordt verzameld voor en overgedragen aan het panel die nodig is om een oordeel te kunnen vormen. Indien nodig zijn door experts aanvullende inspecties uitgevoerd. Visuele inspectie De inspecties vonden plaats door het uitvoeren van visuele observaties. Dat wil zeggen dat niet zichtbare schades niet beschreven zijn. Er zijn wel meubels verplaatst, maar geen behang verwijderd. Eveneens is niet in iedere woning gekeken naar de fundering. Daar waar aanvullend onderzoek zinvol leek, is dit nog wel in een later stadium uitgevoerd. Aanvullend onderzoek Bij 22 gebouwen en 1 veldlocatie is aanvullend onderzoek uitgevoerd in de vorm van sonderingen en boringen. Doel was de lokale grondopbouw vast te stellen en deze te ijken en relateren aan de gehanteerde bodemopbouw op basis van het TNO Dino loket. Dit onderzoek geeft zicht op of er andere oorzaken van schade worden gevonden wanneer men dit op deze wijze onderzoekt. De resultaten hiervan zijn in de technische rapportage opgenomen. Daarnaast is bij 7 woningen met de meeste nog niet te duiden oorzaken van schade een meer uitgebreide tweede inspectie uitgevoerd waarbij bijvoorbeeld ook in de kruipruimte is gekeken en op minder direct zichtbare plekken. De resultaten hiervan zijn in de technische rapportage weergegeven. 2D versus 3D De begeleidingscommissie heeft gevraagd in hoeverre het mogelijk is om op basis van 2D foto s een beeld te vormen van de oorzaak van een schade. De vraag is gesteld of een 3Dopname meerwaarde zou hebben. Witteveen+Bos heeft aangegeven dat met de inspectie van de woning en het gesprek met de bewoner, het inwinnen van informatie over het gebouw/woning en het inwinnen van informatie over omgeving (grondwaterstand, bodemopbouw, verkeer, etcetera) het goed lukt om een beoordeling van de woning te geven. De experts in het panel geven aan dat zij op basis van de beschikbare informatie zich een goed beeld kunnen vormen van de schade en deze adequaat kunnen beoordelen. Vanzelfsprekend moet de kwaliteit van de informatie voldoende zijn. Er is een technische doorontwikkeling nodig van 3D opnames om deze daadwerkelijk te kunnen toepassen. De afweging moet vervolgens worden gemaakt in hoeverre deze van toegevoegde waarde kan zijn. De commissie verwacht dat in het grootste aantal gevallen een 2D opname voldoet, wellicht kan in complexe gevallen 3D opname meer waarde bieden. Bouwdossiers De commissie heeft aangeraden bouwtekeningen te gebruiken bij zowel de inspectie als de beoordeling. Deze zijn vaak beschikbaar in gemeentelijke archieven. Dat is niet in alle gevallen gedaan, namelijk bij circa 700. Van veel oudere panden was geen relevante
6 informatie beschikbaar. Specifiek materiaal- en funderingsinfo is in zeer beperkte mate beschikbaar en wel nuttig. Bij het aanvullend onderzoek zijn wederom gebouwdossiers opgevraagd. De commissie heeft geadviseerd in het vervolg, voor afgaand aan de inspecties deze informatie te vergaren. Verplaatsen van trillingen door de grond Op verzoek van de commissie is een review uitgevoerd op de wijze waarop werd gewerkt met het vertalen van trillingen door de grond. De details hiervan zijn terug te vinden in de technische rapportage van Witteveen+Bos. De review is uitgevoerd door Deltares. De belangrijkste opmerking was dat Deltares een risico zag dat het Ground Motion Prediction Equation (GMPE) model (V0) dat Witteveen+Bos gebruikte in sommige omstandigheden tot een onderschatting van de trillingssnelheid leidt, en niet voldoende aansluit op de de beschikbare TNO meetgegevens. Witteveen+Bos heeft hierop ook de resultaten doorgerekend met nieuwere door Deltares en NAM aangedragen GMPE-modellen om een beeld te krijgen van de wijzigingen die dat met zich mee zou brengen. Daarbij is een beterere aansluiting gevonden met de beschikbare meetwaarden. Het toepassen van nieuwere modellen voor de GMPE leidde niet tot een wijziging van de conclusies. Aannames In de proef is op verzoek van de commissie op verschillende manieren nagegaan wat de gevolgen zouden zijn als de omstandigheden extremer zouden zijn dan tijdens de inspecties en uit de analyses zijn vastgesteld. Zo is bijvoorbeeld bekeken hoe het beeld is wanneer aangenomen wordt dat trillingen door bevingen wellicht heviger waren dan vastgesteld, of dat de kwaliteit van woningen wellicht slechter was dan bij de opname vastgesteld. Op deze wijze is de validiteit van de werkwijze beoordeeld en nagegaan in hoeverre de werkwijze kan worden toegepast in andere omstandigheden. Deze exercities hebben niet geleid tot een ander beeld van de oorzaken van de schades. Grondwaterstand De grondwaterstand ter plaatse op een bepaald tijdstip is meegenomen bij de beoordeling. De commissie heeft aanbevolen in de toekomst de grondwaterstand op verschillende tijden mee te nemen bij de beoordeling. Het laatste zetje en samenhang met andere oorzaken Er is veel gesproken over de mate waarin vastgesteld kan worden welke oorzaak een schade uiteindelijk heeft veroorzaakt. - Wat als er al veel spanning in een gebouw aanwezig was, door een andere oorzaak. Kan dan worden vastgesteld welke de druppel was? En voor welk aandeel? - Wat is precies de samenhang met zetting? - Wat doen vele kleine bevingen? Er is getracht met de werkwijze van falsificatie en verificatie, gevolg door een toets (dataanalyse) hier zo goed mogelijk antwoord op te geven. Daarbij moet worden vastgesteld dat de antwoorden op deze vragen altijd enige onzekerheid met zich mee blijven brengen. Overigens moet ook worden vermeld dat de experts in de begeleidingsgroep aangeven dat een methodiek die iets dergelijks zou kunnen vaststellen, naar verwachting niet zou leiden tot een volledig andere uitkomst van de beoordelingen die in het project zijn uitgevoerd. Benchmark Op het eerste oog zijn de schades die zijn waargenomen tijdens de inspecties, schades die ook in woningen in andere delen van Nederland zichtbaar zijn. Zoals eerder in de tekst aangegeven roept dit de wens op om te kunnen vergelijken met andere delen van Nederland en of schades elders. Het is ingewikkeld een goede vergelijking te kunnen maken, omdat overal andere omstandigheden invloed kunnen hebben op gebouwen. Toch wordt aanvullend op het uitgevoerde onderzoek geprobeerd inzicht te krijgen in een dergelijke verzameling
7 vergelijkbare gebouwen. Binnen dit onderzoek is de methodiek op verzoek van de commissie toegepast binnen de verschillende contouren. Het resultaat hiervan is opgenomen in de technische rapportage. Vragen en antwoorden Hieronder zijn diverse vragen te vinden die de commissie heeft gesteld, gevolgd door het antwoord dat Witteveen+Bos daarop heeft gegeven. Welke rol heeft het panel precies gespeeld? In de technische rapportage is te lezen waar het Panel (bestaande uit ca 12 experts met verschillende achtergronden) mee bezig is geweest. Het Panel heeft een overzicht van mogelijke schadeoorzaken opgesteld en bepaald welke informatie hoe verzameld moest worden. Bij uitvoering van inspecties was er hulp aan de inspecteurs (back-office). Verder was er inzet van het panel bij de bureaustudie zelf en bij het beoordelen. Het Panel heeft falsificatiecriteria opgesteld en doorgevoerd en verificatiecriteria opgesteld. Bij uitvoering van de verificatie was er hulp van experts. Tenslotte is de toets (data-analyse) uitgevoerd door het Panel. Kan beoordelen van constructieve elementen, funderingen en dergelijke ook op deze manier? Het betreft een visueel onderzoek. Echter, volgens de classificatie van constructieve schade door de BRE 1 gaat het dan om schade die, ook al zit de schade in de fundering, elders in een woning waarschijnlijk ook zichtbaar zal worden. Trillingen en gebouwrespons De commissie heeft vragen gesteld over de wijze waarop gebouwen reageren op trillingen, het gaat dan om de wijze waarop met eventuele opslingering van gebouwconstructies rekening is gehouden. Deze informatie is verwerkt in bijlage 2, par 2.2. van de technische rapportage. Verder heeft de commissie suggesties gedaan voor de leesbaarheid van de beoordelingsrapporten en de wijze van duiding van schade naar de bewoner. Gevraagd is naar achtergronden van de gehanteerde grenswaarden voor trillingssnelheden en hoeverre daarbij rekening is gehouden met een mogelijk reeds aanwezig spanningsniveau in de constructie. 1 BRE: schadeclassificatie conform de internationaal gebruikelijke ease of repair indeling
8 Bijlage 2. Review TCBB onderzoek Emmen in relatie tot proef Afhandeling schade De Technische Commissie Bodembeweging (TCBB) heeft over een onderzoek van Witteveen+Bos naar schade als gevolg van de aardbeving in Emmen op 30 september 2015de betreffende onderzoeksmethode beoordeeld. Dit was aanleiding voor de begeleidingscommissie proef Afhandeling schade, waar Witteveen+Bos ook de uitvoerder van de onderzoeken is, nadrukkelijk reden om de conclusies van de TCBB te betrekken. Daarbij dienen de volgende opmerkingen te worden gemaakt: 1. Er is een nadrukkelijk onderscheid tussen het onderzoek in Emmen en binnen de proef. In Emmen werd enkel gekeken naar schade die ontstaan is als gevolg van aardbevingen en een uitspraak gegeven voor het betreffende gebied. 2. De conclusies van de TCBB waren pas beschikbaar op het moment dat de proef buitengebied vrijwel was afgerond en de commissie de facto geen aanpassingen in het onderzoek kon adviseren die nog mee konden worden genomen in het onderzoek. 3. De begeleidingscommissie heeft niet gesproken met de TCBB en niet op detailniveau inzicht in de wijze waarop het onderzoek in Emmen is uitgevoerd. Het onderzoek van Witteveen+Bos in Emmen kent vier onderdelen waar de TCBB een oordeel over heeft gegeven: 1. Een bureaustudie naar object- en omgevingsdata 2. Visuele inspectie en beoordeling van schades 3. Data-analyse van de gevonden schadekenmerken 4. Reikwijdte onderzoek naar de kans van schades Tenslotte trekt de TCBB een conclusie. Ook deze is gewogen in het licht van de proef Afhandeling oorzaken. Dat is te vinden onder 5. Hieronder is kort de conclusie van de TCBB per onderdeel aangegeven. Daarna wordt weergegeven hoe de begeleidingscommissie dit weegt in relatie tot de proef Afhandeling schade. Hierbij tekent zij aan dat het wellicht waardevol is dat TCBB ook een review uitvoert op het onderzoek Afhandeling schade. 1. Een bureaustudie naar object- en omgevingsdata De studie zoals uitgevoerd in de proef Afhandeling schade is vergelijkbaar. De begeleidingscommissie heeft onafhankelijk van de TCBB een vergelijkbare conclusies getrokken als het gaat om de ondergrond. Dat is reden dat de commissie in de proef heeft verzocht daar waar daar aanleiding voor was sonderingsonderzoek ter plaatse van de betreffende woningen te doen. Sonderings- en fundamentenonderzoek voor elke woning levert in uitvoeringskosten en tijdsduur een dusdanige belasting op dat het de vraag is hoe de kosten zich verhouden tot de mogelijke schade.
9 2. Visuele inspectie en beoordeling van schades In de proef buitengebied is dit vraagstuk nadrukkelijk door de begeleidingscommissie met de onderzoekers besproken. Er is op aangeven van de begeleidingscommissie voor gezorgd dat de schade opname in de proef Afhandeling schade is gedaan door deskundige opnemers van schade met een bouwkundige en civieltechnische achtergrond. Dit was zwaarwegend voor de commissie om dat die deskundigheid waarborgt dat degene die de schade opneemt weet welke informatie nodig is om schade te kunnen beoordelen en als gevolg daarvan goede, bruikbare informatie verzamelt. Het nog zonder oordeel opnemen van schade en pas daarna beoordelen draagt in de beleving van de begeleidingscommissie bij aan een objectievere beoordeling van de schade. Aan het panel van experts is gevraagd of men heeft ervaren dat men voldoende informatie heeft om tot een oordeel te komen. De experts hebben aangegeven dat dit het geval was. Waar informatie ontbrak is deze met een aanvullende opname opgehaald, indien nodig is aanvullend onderzoek uitgevoerd. Op verzoek van de begeleidingscommissies was er het panel van experts gelegenheid om bij twijfel het betreffende pand te bezoeken. De commissie is van mening dat de in de proef Afhandeling schade gehanteerde werkwijze, met de op dit moment beschikbare methoden, op dit punt voldoende zorgvuldig is ingericht. Door een bouwtechnische of civieltechnische achtergrond van de opnemers van schade, de mogelijkheden van aanvullend onderzoek en de mogelijkheid van het panel van experts om zelf de panden te bezoeken is de terechte zorg van de TCBB daar waar mogelijk ondervangen.
10 3. Data-analyse van de gevonden schadekenmerken De begeleidingscommissie van de proef Afhandeling schade heeft ook in dit onderzoek vastgesteld dat niet in alle gevallen 100% uitgesloten kan worden dat een aardbeving een rol heeft gespeeld in het veroorzaken van de geconstateerde schade. De data-analyse zoals uitgevoerd in het buitengebied geeft hier niet afdoende antwoord op. Ook de constatering dat schade door aardbeving geen typisch schadebeeld oplevert deelt de commissie. Ook deelt de commissie de mening van de TCBB dat het niet noodzakelijk is dat er een relatie is tussen de lengte en wijdte van de scheuren en de invloed van de aardbevingen en dat data analyse op basis van die gegevens geen verhoging van de betrouwbaarheid van de conclusie kan creëren. Echter in algemene zin heeft de commissie wel een positief oordeel over het toepassen van data-analyse in het door haar beoordeelde onderzoek. Enerzijds heeft dit wellicht te maken met de omvang van de data-analyse in de proef Afhandeling schade. De omvang van de proef is substantieel groter. Anderzijds is wellicht de data-analyse op andere wijze ingericht dan in Emmen: de data-analyse heeft juist de mogelijkheid gegeven om verschillende soorten
11 gebouwen met schade met elkaar te vergelijken, evenals de rol die afstand tot het epicentrum speelt. Momenteel ontbreekt het echter aan goede referentiegegevens (binnen het gebied, buiten het gebied en t.o.v. vergelijkbare types woningen met en zonder (vergelijkbare) schade) om de data-analyse dusdanig uit te voeren dat tot een sluitende beoordeling kan worden gekomen. Ze kunnen behulpzaam zijn om te toetsen of er sprake is van patronen die een nadere toets van de individuele beoordeling van elke woningen noodzakelijk maken. Terecht sluiten de onderzoekers van Witteveen+Bos in de proef Afhandeling schade dan ook niet de kleine kans uit dat er toch sprake kan zijn van schade als gevolg van bodembeweging als gevolg van mijnbouwactiviteiten en trekt ze geen algemene conclusie zoals in Emmen. 4. Reikwijdte onderzoek naar de kans van schades De situatie in Emmen is een andere dan in het zogenaamde buitengebied. Deze opmerking is op dat punt niet één op één relevant voor het onderzoek zoals hier uitgevoerd. Wel wordt ook in dit onderzoek geconstateerd dat gemeten snelheden kunnen afwijken van wat met een model wordt berekend. In dit onderzoek is getracht, door conservatieve aannames te doen en door met verschillende beschikbare modellen (V0, V2) effecten door te rekenen zo goed mogelijk in beeld te brengen waar de kans op schade door bevingen wel en niet uitgesloten kan worden. De commissie ziet dat ook in dit onderzoek de kans op schade door aardbevingen (zeer) klein is, maar niet nihil. De beschikbare wetenschappelijke kennis kan hier nog geen afdoende antwoord op geven. 5. Conclusies van TCBB mbt onderzoek Emmen De TCBB constateert dat de eindconclusie van het onderzoek zoals uitgevoerd in Emmen onvoldoende is onderbouwd en mogelijk in een aantal individuele gevallen niet juist is. Dit is gebaseerd op de bevindingen zoals eerder weergegeven, maar ook op het feit dat bewoners aangegeven hebben een sterk vermoeden te hebben dat er een verband is tussen bepaalde schades en de aardbeving. De TCBB adviseert in Emmen een aantal vervolgacties, zoals: Aanvullende onderzoeken ter plaatse, die moeten leiden tot een schaderapport/expertiserapport; De mogelijkheid voor bewoners om een contra-expertiserapport op te laten stellen; Indien er geen overeenstemming wordt bereikt met de claimant de mogelijkheid voor arbitrage aanbieden. Verder wordt aangegeven dat de TCBB een claimant kan adviseren en dat deze altijd naar de rechter kan.
12 Zoals eerder aangegeven is in de proef Afhandeling schade waar het schadebeeld daar aanleiding toe gaf ter plaatse een aanvullende opname of aanvullend onderzoek (sondering, lintvoegmetingen) uitgevoerd. Ook is in de vragenlijst bij de opname van schade ondermeer aan bewoners/eigenaren gevraagd of er vermoedens zijn of er zich gebeurtenissen hebben voorgedaan waar vanuit de schade kan zijn/is ontstaan. De bewoners hebben het rapport van de opname ontvangen en hebben deze kunnen aanpassen mocht deze geen correcte weergave hebben gegeven. Ook is afgesproken dat bewoners hun schade door een tweede panel van andere experts (second opinion) kunnen laten beoordelen. Eveneens staat de weg naar de Arbiter Bodembeweging open. De adviezen van de TCBB mbt het onderzoek in Emmen zijn daarmee in de proef Afhandeling schade al vormgegeven.
Presentatie onderzoek TU Delft en vervolgstappen
Presentatie onderzoek TU Delft en vervolgstappen Hans Alders Nationaal Coördinator Groningen 10 september 2016 Programma: WELKOM Welkom en introductie door Hans Alders, Nationaal Coördinator Groningen
ONDERZOEKSWERKWIJZE VOOR EEN PROEF MET DE AFHANDELING VAN SCHADEMELDINGEN AAN DE RAND VAN HET GRONINGER GASVELD
ONDERZOEKSWERKWIJZE VOOR EEN PROEF MET DE AFHANDELING VAN SCHADEMELDINGEN AAN DE RAND VAN HET GRONINGER GASVELD 1. Inleiding Als gevolg van de mijnbouwactiviteiten in het Groninger gasveld ontstaan geïnduceerde
Technische commissie bodembeweging
2500 EK DEN HAAG Directeur Energie en Omgeving T.a.v. de heer drs, J.M.C. Smallenbroek Postbus 20401 Ministerie van Economische Zaken - badembeweging keteuradres Pothus 20401 2500 EI< Den iiaaçj Pagina
van naar Drie Protocollen
van Contra Expertise Aardbevingsschade naar Contra Expertise Mijnbouwschade in Drie Protocollen Hoe het begon: Na jaren van ontkenning en vele onderhandse uitkeringen aan grotere instanties kwam er een
2. Overall scope Bouwkundig Versterken 250 Schadegevallen
NOTITIE AANPAK BOUWKUNDIG VERSTERKEN URGENTE SCHADEGEVALLEN 1. Inleiding In deze notitie wordt de scope en de aanpak van het bouwkundig versterken van 250 schadegevallen op hoofdlijnen toegelicht. In paragraaf
1 Bent u op de hoogte van de nieuwe berichtgeving over de schadeafhandeling in Groningen?
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA DEN HAAG Directoraat-generaal Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres
Memo Versterking 1467 gebouwen
Nationaal Coördinator Groningen Memo Versterking 1467 gebouwen Ronde 1 - Fase 1 Inleiding In april 2016 is onder regie van Nationaal Coördinator Groningen (NCG) gestart met het inspecteren en berekenen
Vragen en antwoorden Versterkingsprogramma Eemsmond
Vragen en antwoorden Versterkingsprogramma Eemsmond Versterken Inspecties Schade Veiligheid Wie doet wat? Informatie en begeleiding Vragen over versterken Wie leidt het versterkingsprogramma? De Nationaal
Veelgestelde vragen en antwoorden over schadeafhandeling na aardbevingen door gaswinning
Veelgestelde vragen en antwoorden over schadeafhandeling na aardbevingen door gaswinning De NAM wil zoveel mogelijk relevante informatie bieden over schadeafhandeling na een aardbeving. Hieronder geven
Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 21 december 2016
uitspraak ARBITER AARDBEVINGSSCHADE Zaaknummer: 16/93 Meldingsnummer: [ ] Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 21 december 2016 inzake [naam], wonende te Hoogezand, eigenaar van het pand aan
Technische rapportage Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.
Schadeonderzoek Groningen Buitengebied Technische rapportage Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. 29 maart 2017 Project Opdrachtgever Schadeonderzoek Groningen Buitengebied Nederlandse Aardolie Maatschappij
Schadeafhandeling door NAM sinds CVW Status 31 december 2014. Figuur 1: Voortgang schademeldingen sinds augustus 2012
Datum: 31 januari 2015 Schadeafhandeling door NAM sinds CVW Status 31 december 2014 Inleiding Sinds1 januari van dit jaar heeft het Centrum Veilig Wonen (CVW) het afhandelingsproces voor schademeldingen
Uitspraak van de Arbiter Bodembeweging van 15 maart 2018
uitspraak ARBITER BODEMBEWEGING Zaaknummer: 17/1734 Meldingsnummer: [] Uitspraak van de Arbiter Bodembeweging van 15 maart 2018 inzake [NAAM], [NAAM] eigenaren van het pand aan de [adres] te Scheemda (hierna
Uitspraak van de Arbiter Bodembeweging van 13 juni 2017
uitspraak ARBITER BODEMBEWEGING Zaaknummer: 16/275 Meldingsnummer: [ ] Uitspraak van de Arbiter Bodembeweging van 13 juni 2017 inzake [naam], wonende te Haren, eigenaar van het pand aan de [adres] te Haren,
Toelichting SodM op de analyse van dreiging en risico als gevolg van de gaswinning in Groningen (HRA2019)
Toelichting SodM op de analyse van dreiging en risico als gevolg van de gaswinning in Groningen (HRA2019) Groningen, 26 maart 2019 SodM 2018 1 Opzet presentatie 1. Dreiging- en risicoanalyse op basis van
Inspecties van brandveiligheid
Voeg een foto in met formaat ca24 x 21; werkwijze: - zet in een map een foto of revit model klaar in jpg formaat. Maak dit bestand van te voren klein in windows picturemanager door afbeelding bewerken
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DE NEDERLANDSE AARDOLIE MAATSCHAPPIJ B.V.,
ARBITER AARDBEVINGSSCHADE Zaaknummer: 16/2 Beslissing van de Arbiter aardbevingsschade van 4 juli 2016 inzake X, wonende te Appingedam, eigenaar van het pand aan [adres] Appingedam, hierna ook te noemen:
Even voorstellen: Eddie van Marum. Contra expert aardbevingsschade
Even voorstellen: Eddie van Marum Contra expert aardbevingsschade De opbouw van de bodem van de eerste paar meter van het maaiveld zijn van belang voor de kans op schade. Zand is gemiddeld genomen
Afbeelding: TriamFloat Effectmetingsmodel
Het meten van het effect van leren en ontwikkelen is een belangrijk thema bij onze klanten. Organisaties willen de toegevoegde waarde van leren weten en verwachten een professionele aanpak van de afdeling
Thema s. 1. De procedure. 2. Het bewijsvermoeden. 3. De schade-experts. 4. Aannemersvariant. 5. Oude schades claimen
Thema s 1. De procedure 2. Het bewijsvermoeden 3. De schade-experts 4. Aannemersvariant 5. Oude schades claimen Welkom Bas Kortmann Voorzitter TCMG Hoe het begon Na jaren discussie, op 31 januari 2018
Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 12 oktober 2016
uitspraak ARBITER AARDBEVINGSSCHADE Zaaknummer: 16/25 Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 12 oktober 2016 inzake X wonende te Zuidbroek, eigenaar van het pand aan de [adres] Zuidbroek (hierna:
Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 6 januari 2017
uitspraak ARBITER AARDBEVINGSSCHADE Zaaknummer: 16/109 Meldingsnummer: [ ] Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 6 januari 2017 inzake [naam] en [naam], wonende te Zuidwolde, eigenaren van het
De uitkomsten van het onderzoek van TAUW en de toetsing aan het huidige beleid, zijn in deze memo samengevat.
MEMO Datum : 24 mei 2016 Aan Van : Stadsdeelcommissie Noord : Hans van Agteren Onderwerp : Grondwateroverlast Enschede Noord Inleiding In het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) zijn zeven gebieden benoemd
PvA versterkings- opgave Oldambt
PvA versterkings- opgave Oldambt Inhoud 1. Achtergrond 2. Uitgangspunten 3. Aanpak 4. Proces 5. Vragen 1. Achtergrond Achtergrond Doel: wonen in gaswinningsgebied is even veilig als in de rest van Nederland
Samenvatting onderzoeksresultaten constructie huurwoningen Zeeheldenbuurt
Samenvatting onderzoeksresultaten constructie huurwoningen Zeeheldenbuurt Datum: 22 december 2017 Versie: A, aanvulling extra rapporten Door: Ellen Boerema Inhoudsopgave Inleiding... 2 Overzicht onderzoeken...
VISUELE EFFECT RAPPORTAGE
VISUELE EFFECT RAPPORTAGE Windturbines in het Hattemerbroek Steffen Nijhuis Ph.D.-can TU Delft, Faculteit Bouwkunde Leerstoel Landschapsarchitectuur [email protected] 4 januari 2010 1. Visueel-ruimtelijke
Samenvatting onderzoeksresultaten constructie huurwoningen Zeeheldenbuurt
Samenvatting onderzoeksresultaten constructie huurwoningen Zeeheldenbuurt Datum: 23 November 2017 Door: Ellen Boerema Inhoudsopgave Inleiding... 2 Overzicht onderzoeken... 2 Resultaten onderzoeken... 3
Antea rapportage. Pagina 1 van 5
NCG T.a.v. mevrouw A. Bekkering Wasaweg 18-1 9723 JD Groningen [t] 050-549 75 15 [e] [email protected] OB nr. NL820176886B01 KvK 011-40837 BIC RABONL2U IBAN NL36RABO0147928966 kenmerk behandeld door datum
Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 6 december 2016
uitspraak ARBITER AARDBEVINGSSCHADE Zaaknummer: 16/23 Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 6 december 2016 inzake [eigenaren] beiden wonende te Harkstede, eigenaren van het pand aan [adres] Harkstede,
Audit Assurance bij het Applicatiepakket Interne Modellen Solvency II
Confidentieel 1 Audit Assurance bij het Applicatiepakket Interne Modellen Solvency II 1 Inleiding Instellingen die op grond van art. 112, 230 of 231 van de Solvency II richtlijn (richtlijn 2009/139/EC)
Een kinderbeschermingsmaatregel?
Een kinderbeschermingsmaatregel? Stand van zaken naar aanleiding van het vervolgonderzoek naar de kwaliteit van de Bureaus Jeugdzorg en de Raad voor de Kinderbescherming bij de besluiten over een kinderbeschermingsmaatregel
Lijst van vragen - totaal
Lijst van vragen - totaal Kamerstuknummer : 33149-30 Vragen aan Commissie : Regering : Volksgezondheid, Welzijn en Sport 33 149 Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN Vastgesteld------------------
Rekenkamercommissie Wijdemeren
Rekenkamercommissie Wijdemeren Protocol voor het uitvoeren van onderzoek 1. Opstellen onderzoeksopdracht De in het werkprogramma beschreven onderzoeksonderwerpen worden verder uitgewerkt in de vorm van
Zorgen voor het bedreigde kind. Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg
Zorgen voor het bedreigde kind Onderzoek naar de samenwerking tussen Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Inspectie jeugdzorg Utrecht, november 2006 2 Inspectie jeugdzorg Inhoudsopgave Samenvatting...
Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 3 januari 2017
uitspraak ARBITER AARDBEVINGSSCHADE Zaaknummer: 16/45 Meldingsnummer: [nummer] Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 3 januari 2017 inzake X Y beiden wonende te Woldendorp, eigenaren van het pand
Het wonder van het bewijsvermoeden in een bestuursrechtelijke jas. Prof. mr Peter van Buuren 24 april 2019
Het wonder van het bewijsvermoeden in een bestuursrechtelijke jas Prof. mr Peter van Buuren 24 april 2019 Wet bewijsvermoeden gaswinning Groningen (art.6:177a BW) Bij fysieke schade aan gebouwen en werken,
Analyse & Voorstel 'Terminologie Versterken'
Analyse & Voorstel 'Terminologie Versterken' In de vergadering van 9 maart 2015 is gesteld dat voor wat betreft het versterkingsprogramma de terminologie door elkaar begint te lopen. We zijn begonnen met
Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk
Noordelijke Randweg Zevenbergen, gemeente Moerdijk Toetsingsadvies over het milieueffectrapport en de aanvulling daarop 15 mei 2017 / projectnummer: 2732 1. Toetsingsadvies Inleiding De gemeente Moerdijk
Contra-expertise mijnbouwschade
Contra-expertise mijnbouwschade Contra-expertise op schadetaxatie rapport door het CVW Dossier CVW 114725 en 120655 03-04-2017 Definitief Rapportage CT 0069 Schadeobject 973RA-5 Groningen Copyright Beumer
Fair Value Business Valuation. Specialist in Ondernemingswaardering
Fair Value Business Valuation Specialist in Ondernemingswaardering PROFIEL Fair Value Business Valuation heeft zich, als één van de weinige bureaus in Nederland, uitsluitend toegelegd op het specialisme
Vervolgonderzoek AMK Utrecht
Vervolgonderzoek AMK Utrecht Inspectie jeugdzorg februari 2007 2 Inspectie jeugdzorg Inhoudsopgave Samenvatting... 5 Hoofdstuk 1... 7 1.1 Aanleiding... 7 1.2 Centrale onderzoeksvraag... 7 1.3 Toetsingskader...
mr. S.C. Welschen, jurist afdeling Kennis, tevens advocaat bij Vereniging Eigen Huis Datum: 13 december 2017 Onderwerp: Notitie bewijsvermoeden
Van: mr. S.C. Welschen, jurist afdeling Kennis, tevens advocaat bij Vereniging Eigen Huis Inleiding Op 31 december 2016 werd het bewijsvermoeden inzake Groningse gaswinningsschade in het Burgerlijk Wetboek
Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 15 september 2016
uitspraak ARBITER AARDBEVINGSSCHADE Zaaknummer: 16/15 Uitspraak van de Arbiter Aardbevingsschade van 15 september 2016 inzake de heer X, wonende te Hoogezand, eigenaar van het pand aan de [adres] te Hoogezand
1. Rechtvaardig. 1. Uitgangspunten
De vier pijlers uit het Besluit en het protocol - rechtvaardig, ruimhartig, onafhankelijk en met oog voor de menselijk maat dienen steeds centraal te staan bij de schadeopname. Hieronder volgt een nadere
Voorwoord... iii Verantwoording... v
Inhoudsopgave Voorwoord... iii Verantwoording... v INTRODUCTIE... 1 1. Wat is onderzoek... 2 1.1 Een definitie van onderzoek... 2 1.2 De onderzoeker als probleemoplosser of de onderzoeker als adviseur...
Folkert Buiter 2 oktober 2015
1 Nuchter kijken naar feiten en trends van aardbevingen in Groningen. Een versneld stijgende lijn van het aantal en de kracht van aardbevingen in Groningen. Hoe je ook naar de feitelijke metingen van de
Gemeente Appingedam 15 oktober 2016
Gemeente Appingedam Programma 13.00 14.30 uur Welkom door burgemeester Rika Pot Toelichting gebiedsgerichte aanpak door Hans Alders Toelichting inspecties woningen door projectmanager Herman Wessels Stellen
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling HZ. Gelet op het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling HZ Het college van bestuur van de Stichting HZ University of Applied Sciences; Gelet op het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling;
Jaarverslag Commissie van advies voor de bezwaarschriften van de gemeente Papendrecht
Jaarverslag 2016 Commissie van advies voor de bezwaarschriften van de gemeente Papendrecht Over de periode 1 januari 2016 t/m 31 december 2016. Uitgebracht in maart 2017. Inhoudsopgave 1. Inleiding...
Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek.
Competenties met indicatoren bachelor Civiele Techniek. In de BEROEPSCOMPETENTIES CIVIELE TECHNIEK 1 2, zijn de specifieke beroepscompetenties geformuleerd overeenkomstig de indeling van het beroepenveld.
Beoordelingskader Dashboardmodule Claimafhandeling
Beoordelingskader Dashboardmodule Claimafhandeling I. Prestatie-indicatoren Een verzekeraar beschikt over verschillende middelen om de organisatie of bepaalde processen binnen de organisatie aan te sturen.
1. Inleiding. 2. Oordeel uitvoering van de Wet WOZ WAARDERINGSKAMER RAPPORT VAN BEVINDINGEN. Gemeente/
WAARDERINGSKAMER RAPPORT VAN BEVINDINGEN Gemeente/ Rotterdam uitvoeringsorganisatie: Datum: 18 september 2014 Datum rapport: 21 november 2014 1. Inleiding Dit rapport van bevindingen is de weergave van
