Inkomen van AOW ers, 2000
|
|
|
- Marcella van den Pol
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Inkomen van AOW ers, 2000 Reinder Lok en Petra Ament Het aantal particuliere huishoudens met AOW ers nam in de jaren negentig met ruim 200 duizend toe tot 1,4 miljoen in Vrijwel alle huishoudens met AOW ers ontvingen inkomsten naast de AOW. Een op de vijf huishoudens had echter hoogstens 250 euro bruto per maand aan andere inkomsten. Bijna 1,2 miljoen AOWhuishoudens ontvingen een. De gemiddelde hoogte van het was 780 euro per maand. In 2000 was het gemiddeld besteedbare huishoudensinkomen van AOW ers euro. Met name in het noorden van het land hadden AOW ers een relatief laag inkomen. 1. Aantal huishoudens met AOW ers per gemeente, 2000 Tot tot tot en hoger 1. Inleiding In dit artikel staan inkomensgegevens van AOW ers centraal 1). We onderscheiden AOW ers in institutionele huishoudens (bejaardenoorden, verpleeghuizen en dergelijke), en AOW ers in particuliere huishoudens. Deze laatste groep wordt verder onderverdeeld in alleenstaanden, (echt)paren en AOW ers die een gezamenlijk huishouden voeren met familieleden of anderen. Alleen personen die gedurende het hele jaar AOW ontvangen, zijn in dit onderzoek tot de AOW ers gerekend 2). In het artikel wordt allereerst aandacht besteed aan de ontwikkeling van het aantal AOW ers. Daarna wordt ingegaan op diverse inkomensaspecten van AOW ers. Aan de orde komen onder meer de samenstelling van het inkomen, regionale inkomensverschillen en koopkrachtontwikkeling. Een technische toelichting met de gebruikte begrippen volgt in paragraaf Toename van het aantal AOW-huishoudens Eind 2000 telde Nederland 6,9 miljoen particuliere huishoudens. Hiervan ontving ruim een vijfde het hele jaar AOW. De 1,4 miljoen particuliere AOW-huishoudens bestonden voor meer dan de helft uit alleenstaanden. Van deze alleenstaande AOW ers was bijna tachtig procent vrouw. Het aantal particuliere AOW-huishoudens nam tussen 1990 en 2000 met ruim 200 duizend toe, een groei van 16 procent. Het totaal aantal particuliere huishoudens groeide in deze periode met slechts 13 procent. Steeds minder AOW ers leven in institutionele huishoudens zoals bejaarden- of verpleegtehuizen. In tien jaar tijd nam hun aantal met 24 procent af, tot 115 duizend. Regionaal inkomensonderzoek. Relatief veel huishoudens met een AOW er komen voor in gemeenten in de noordelijke en oostelijke provincies. Ook in Zeeland ligt het aandeel AOW-huishoudens boven het landelijke gemiddelde. In Flevoland komen juist weinig AOW-huishoudens voor. In enkele gemeenten aan de kust, in het oosten van Utrecht en in het grensgebied van Overijssel en Gelderland ontvangt meer dan 30 procent van de huishoudens pensioen. In 2000 kwamen de meeste AOW-huishoudens voor in Rozendaal en Doorn (35 procent), gevolgd door Laren, Bennebroek, Gorssel en Renkum (33 procent). Staat 1 Huishoudens met AOW er(s), Particuliere w.o. met AOW ers AOW ers in huishoudens institutioneel totaal alleenstaande AOW er (echt)paar overig huishouden totaal w.o. vrouw beiden AOW er één AOW er x Mutatie vanaf Sociaal-economische maandstatistiek 2003/2 21
2 3. Grote verschillen in hoogte aanvullende inkomsten Vrijwel alle huishoudens met gepensioneerden ontvingen inkomsten naast de AOW. Zo hadden vier van de vijf AOW-huishoudens een. Inkomen uit vermogen is de meest voorkomende andere inkomensbron. Vermogensinkomen kwam voor in 55 procent van de AOW-huishoudens. Slechts twee procent van de huishoudens had geen inkomsten naast de AOW. De aanvullende inkomsten zorgen ervoor dat de bestedingsmogelijkheden van de meeste ouderen aanzienlijk groter zijn dan de AOW. Het besteedbare inkomen van alleenstaande AOW ers bedroeg in 2000 gemiddeld euro. Dit was euro meer dan de netto AOW. Voor AOW-echtparen was het verschil tussen het besteedbare inkomen en de netto AOW groter, namelijk euro. Het gemiddeld besteedbare inkomen van deze groep was euro. Gemiddeld over alle AOW-huishoudens kwam 42 procent van het inkomen voort uit de AOW en 34 procent uit aanvullende pensioenuitkeringen. Voor velen was de AOW de belangrijkste inkomstenbron. Huursubsidie leverde een bescheiden bijdrage aan het inkomen van AOW ers. De AOW-huishoudens die in 2000 huursubsidie kregen, ontvingen hiervan gemiddeld 118 euro per maand. Voor 63 duizend huishoudens vormde de huursubsidie de enige bron van inkomsten naast de AOW. Van de 1,4 miljoen huishoudens die AOW kregen, ontving een deel slechts een gering bedrag aan aanvullende inkomsten. Zo had een op de vijf huishoudens minder dan 250 euro bruto per maand naast de AOW. Bij 85 duizend daarvan ging het om minder dan 100 euro. In deze cijfers zijn de 27 duizend huishoudens inbegrepen die geen aanvullende inkomsten hadden. In het aanvullend inkomen is ook de huursubsidie meegerekend. Wordt deze buiten beschouwing gelaten, dan blijkt dat 208 duizend huishoudens geen of minder dan 100 euro per maand aan aanvullende inkomsten ontvingen. Naast ouderen met weinig of geen aanvullende inkomsten waren er velen die het beter hadden. Ruim een half miljoen AOWhuishoudens ontving euro of meer per maand aan brutoinkomsten naast de AOW. Met name huishoudens waar ook niet-aow ers deel van uit maken, hebben veel aanvullende inkomsten. 4. Aanvullend pensioen bij vier van de vijf AOW-huishoudens Bijna 1,2 miljoen particuliere AOW-huishoudens ontvingen een. De gemiddelde hoogte van het aanvullend 2. Samenstelling van het bruto inkomen van particuliere AOW-huishoudens met en zonder, 2000 AOW huishoudens met x euro Alleenstaande beide (Echt)paar, AOW-er AOW-er Totaal (inclusief overige AOW-huishoudens) Alleenstaande AOW-er Overige inkomsten (waaronder loon uit arbeid) Inkomsten uit eigen woning Inkomsten uit vermogen (rente, dividend, huur) Aanvullend pensioen AOW AOW huishoudens zonder (Echt)paar, Totaal beide (inclusief AOW-er overige AOW-huishoudens) pensioen was 780 euro per maand. Een deel van de pensioenen was echter laag. Zo waren er 390 duizend AOW-huishoudens met een van minder dan 250 euro bruto per maand. Ruim 260 duizend huishoudens met AOW ers hadden in het geheel geen. Het ontbreken van een werd in veel gevallen gedeeltelijk gecompenseerd door andere aanvullende inkomsten zoals loon en inkomen uit vermogen. Zo ontvingen AOW-echtparen (beiden AOW er) zonder gemiddeld 820 euro per maand aan andere aanvullende inkomsten. Voor paren met waren deze inkomsten minder dan de helft daarvan, namelijk 400 euro. Over het algemeen hadden AOW-huishoudens met aanvullend pensioen een hoger inkomen dan die zonder. Alleenstaande AOW ers zonder hadden gemiddeld 310 euro per maand minder te besteden dan alleenstaanden met. Bij AOW-echtparen was dit verschil nog 40 euro groter. In periode is het aandeel AOW ers met een aanvullend pensioen met bijna twee procentpunten gestegen tot 82 pro- Staat 2 Particuliere AOW-huishoudens naar hoogte van aanvullend inkomen op de AOW, 2000 Alleen- (Echt)paar Overig Totaal Totaal, staande exclusief beiden één huur- AOW er AOW er subsidie x Zonder aanvullend inkomen Met aanvullend inkomen, bruto per maand minder dan 50 euro euro euro euro euro meer dan euro totaal Totaal generaal Centraal Bureau voor de Statistiek
3 cent 3). In de vijf voorgaande jaren was dit aandeel nog met 4 procentpunt gestegen. Het percentage alleenstaanden met een is gegroeid tot 77 procent. Paren met twee AOW ers hebben het vaakst een, namelijk in 89 procent van de gevallen. 3. Particuliere AOW-huishoudens met een, (Echt)paar, beiden AOW er Totaal Alleenstaande AOW er Bij de echtparen met AOW is het van de afzonderlijke partners onderzocht 4). Er zijn grote verschillen tussen mannen en vrouwen. In 2000 had 19 procent van de vrouwen een eigen. Bij de mannen was dit 90 procent. Over het algemeen hadden mannen ook een hoger aanvullend pensioen. Vrouwen met een eigen ontvingen in 2000 gemiddeld 310 euro bruto per maand. Mannen ontvingen veel meer. Het gemiddelde van mannen was 930 euro bruto per maand. 5. Welvaartsniveau AOW-huishoudens vijf procent onder gemiddelde In 2000 was het gemiddeld besteedbare inkomen van de AOW-huishoudens euro. Dit is ruim een zesde lager dan het gemiddelde inkomen van euro van alle huishoudens. Onder AOW ers komen echter veel alleenstaanden en tweepersoonshuishoudens voor. In deze huishoudens zijn daarom relatief weinig mensen van het huishoudensinkomen afhankelijk. Voor een goede vergelijking van het welvaartsniveau wordt daarom het besteedbare inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Het resulterende inkomen noemen we het gestandaardiseerd inkomen. Na standaardisatie lag het inkomen van AOW-huishoudens in 2000 vijf procent onder het gemiddelde. 4. Particuliere huishoudens per decielgroep van het gestandaardiseerd besteedbaar inkomen, e (9,0) 2e 3e 4e 5e 6e 7e 8e (10,9) (12,5) (14,1) (15,9) (17,8) (20,2) (23,1) Meerpersoonshuishoudens, zonder AOW ers Alleenstaande, geen AOW er Meerpersoonshuishoudens, met AOW ers Alleenstaande AOW er 9e (27,9) Tussen haakjes de bovengrens van de inkomensklasse (in euro) 10e (9,0) Op basis van het gestandaardiseerde inkomen zijn de huishoudens gerangschikt naar inkomenshoogte en vervolgens verdeeld in tien inkomensklassen van gelijke grootte. Deze inkomensklassen worden hieronder ook wel aangeduid als decielgroepen. In 2000 lag de grens tussen de vijf laagste en de vijf hoogste decielgroepen op euro. AOW ers waren relatief sterk vertegenwoordigd in de lagere inkomensklassen. Dit wordt vooral veroorzaakt door de alleenstaande AOW ers. Ruim 70 procent van de alleenstaande AOW ers behoort tot de eerste vijf decielgroepen. Van de andere AOW-huishoudens behoort 52 procent tot de onderste helft van de inkomensladder. In de onderste decielgroep kwamen echter weinig AOW-huishoudens voor. Deze inkomensgroep bestond voornamelijk uit studenten met een laag inkomen en uit zelfstandigen die een geringe winst boekten of verlies leden. Staat 3 Aanvullend pensioen naar leeftijd en geslacht van ontvanger (a), 2000 Personen met Gemiddeld (bruto per maand) totaal (b) w.v. met van totaal euro Man jaar jaar jaar jaar en ouder Vrouw (a) (b) Personen uit particuliere huishoudens bestaande uit een (echt)paar waarvan beide partners AOW ontvangen. Inclusief personen zonder. Sociaal-economische maandstatistiek 2003/2 23
4 6. Welvaart AOW-huishoudens ongelijk over het land verdeeld In het noorden van het land is het gestandaardiseerde inkomen van pensioenontvangende huishoudens aanzienlijk lager dan het landelijk gemiddelde. In 2000 was het inkomen van deze huishoudens in Groningen bijna 16 procent lager. In Friesland was dat ruim 14 procent. Ook in Rotterdam was het inkomen van AOWhuishoudens laag. Gemeenten waar het inkomen van pensioenhuishoudens hoger is dan landelijk, zijn vooral te vinden in een strook in het midden van het land. 5. Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen van huishoudens met AOW ers, 2000 x euro tot tot tot tot en hoger 6. Dynamische koopkrachtontwikkeling van particuliere huishoudens, ,5 2,5 1,5 0,5 0,5 1, AOW-huishoudens Overige huishoudens Indeling naar huishoudenssoort in het eerste jaar van de koopkrachtvergelijking institutionele huishoudens onderscheiden. Tot de AOW ers worden alle personen gerekend die op 31 december van het jaar in Nederland woonachtig waren, ouder waren dan 65 jaar en het gehele jaar pensioen ontvingen. Uitgezonderd zijn derhalve 65-jarigen die in de loop van het jaar voor het eerst AOW ontvingen. Inkomensbegrippen Regionaal inkomensonderzoek. 7. Achterblijvende koopkrachtstijging van AOW ers Tussen 1999 en 2000 nam de koopkracht 5) van AOW-huishoudens met 0,6 procent toe. De ontwikkeling van de koopkracht van huishoudens met AOW ers bleef daarmee achter bij de koopkrachtverbetering van huishoudens zonder AOW ers. Deze bedroeg gemiddeld 3,1 procent. Sinds 1992 ligt de koopkrachtontwikkeling van AOW ers minimaal een procentpunt lager dan die van de rest van de bevolking. Alleen tussen 1997 en 1998 was de koopkrachtverbetering van AOWhuishoudens met 2,7 procent bijna even groot als de koopkrachtverbetering van de overige huishoudens. Dit was een gevolg van de verhoging van de aanvullende ouderenaftrek. 8. Technische toelichting De tabellen en figuren bevatten voornamelijk uitkomsten van het Inkomenspanelonderzoek (IPO). Regionale gegevens zijn gebaseerd op het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO). Administraties van de van de belastingen vormen de voornaamste bron van het IPO en het RIO. Huishouden met AOW ers De gegevens hebben betrekking op particuliere huishoudens met ten minste één AOW er. Alleen in tabel 1 worden ook AOW ers in Tot het pensioeninkomen worden gerekend de bruto uitkering AOW en bestaande uit uitkeringen van pensioenfondsen en lijfrente-uitkeringen ontvangen van levensverzekeringsmaatschappijen en dergelijke. Het bruto inkomen bestaat uit winst uit onderneming, bruto inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen (inclusief die uit eigen woning), en ontvangen bruto overdrachten. Tot deze laatste categorie behoren overdrachten rechtstreeks van de overheid (bijvoorbeeld huursubsidie en bijstandsuitkering), overdrachten via de sociale verzekeringen (zoals uitkering WW, ZW, WAO, AAW en AOW) en andere overdrachten (onder meer pensioenen en lijfrenten). Het besteedbaar inkomen is opgebouwd uit het bruto inkomen verminderd met betaalde overdrachten en belasting op inkomen en vermogen. De betaalde overdrachten bestaan uit premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en andere overdrachten zoals fiscaal aftrekbare echtscheidingsuitkeringen, premies particuliere ziektekostenverzekering en premies voor lijfrenten of voor periodieke uitkeringen bij ziekte of ongeval. Om het gestandaardiseerd inkomen of de koopkracht te bepalen, wordt het besteedbaar inkomen van een huishouden door een equivalentiefactor gecorrigeerd. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt (zie Schiepers, 1993). Inkomsten uit vermogen bestaan onder meer uit rente, dividend en de opbrengst van de exploitatie van onroerend goed; inkomsten uit de eigen woning worden in deze publicatie apart onderscheiden. Betaalde rente is met de inkomsten uit vermogen gesaldeerd. Een belangrijke kanttekening bij de vermogensinkomsten is dat deze bij circa 40 procent van de AOW ers niet worden waargenomen. Dit is het geval, indien de voorheffing loonbelasting tevens eindheffing is en er geen aanslag inkomstenbelasting wordt opgelegd. De inkomsten uit eigen woning bestaan uit het saldo van de economische huurwaarde van de woning en de met de woning samen- 24 Centraal Bureau voor de Statistiek
5 hangende kosten zoals hypotheekrente, erfpacht en dergelijke. Kosten van groot onderhoud blijven buiten beschouwing. Koopkrachtverandering De (dynamische) koopkrachtverandering van een huishouden is de voor prijsverandering gecorrigeerde verandering van het gestandaardiseerde huishoudensinkomen. Als maat voor de koopkrachtontwikkeling van een bepaalde populatie wordt de mediaan van de koopkrachtveranderingen van de huishoudens uit die populatie gebruikt. Dit is de middelste van de naar grootte gerangschikte koopkrachtveranderingen van de huishoudens. Noten in de tekst 1) 2) 3) 4) 5) Dit artikel is een actualisering van het artikel Inkomen van AOW ers, 1999* (Siermann, 2001). De gedeelten met regionale gegevens zijn gebaseerd op een artikel op de website van het Centraal Bureau voor de Statistiek (Ament, 2002). Uit gegevens van de Sociale Verzekeringsbank over de periode blijkt dat jaarlijks gemiddeld 150 duizend personen voor de eerste keer een AOW-uitkering ontvangen. Voorzover deze groep pas in de loop van het jaar voor het eerst AOW ontvangt, is deze in dit onderzoek buiten beschouwing gelaten. In de jaren 1998 en 1999 is in het Inkomenspanelonderzoek het aantal huishoudens met een onderschat. De ontwikkeling in het aantal AOW-huishoudens met kan daarom allen over een langere periode worden bepaald. De onderschatting wordt veroorzaakt door een aantal gevallen waarin pensioeninkomen niet als pensioen is waargenomen. Het gegevensmateriaal van het CBS maakt geen onderscheid tussen pensioen dat door de betrokkene zelf opgebouwd is, en nabestaandenpensioen. In verband daarmee is deze analyse beperkt tot AOW-echtparen. Anders dan bijvoorbeeld alleenstaanden ontvangen personen met een partner doorgaans alleen dat door de betrokkene zelf is opgebouwd. Dit blijkt uit cijfers over de dynamische koopkrachtontwikkeling. Literatuur Ament, P.C.J.M., 2002, Welvaart AOW-huishoudens ongelijk over het land verdeeld. Webmagazine Centraal Bureau voor de Statistiek, 15 juli Schiepers, J.M.P., 1993, Equivalentiefactoren volgens budgetverdelingsmethode, Supplement bij de Sociaal-economische maandstatistiek (5), blz Siermann, C.J.L., 2001, Inkomen van AOW ers, 1999*. Sociaaleconomische maandstatistiek (7), blz Sociaal-economische maandstatistiek 2003/2 25
Afhankelijk van een uitkering in Nederland
Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.
Artikelen. De ongelijkheid van inkomens in Nederland. Marion van den Brakel-Hofmans. 2. Toename inkomensverschillen sinds 1977
De ongelijkheid van inkomens in Nederland Marion van den Brakel-Hofmans In 25 waren de inkomensverschillen onder de Nederlandse bevolking groter dan in 1977. Vooral in de tweede helft van de jaren tachtig
OP DIT ARTIKEL RUST EEN EMBARGO TOT DINSDAG 6 JUNI OM 2:00 UUR
OP DIT ARTIKEL RUST EEN EMBARGO TOT DINSDAG 6 JUNI OM 2:00 UUR Financiën van werkende twintigers en dertigers Harry Bierings, Jasper Menger en Kai Gidding De meeste twintigers staan voor het eerst financieel
Feitenkaart Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2006
Feitenkaart Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2006 Begin 2009 zijn de inkomensgegevens op gemeentelijk, deelgemeentelijk en buurtniveau uit het Regionaal Inkomens Onderzoek 2006 van het CBS beschikbaar
Belasting- en inkomensregelingen voor gezinnen met minderjarige kinderen
Belasting- en inkomensregelingen voor gezinnen met minderjarige kinderen Reinder Lok Huishoudens met minderjarige kinderen werden in 27 gemiddeld met 2 824 per jaar gecompenseerd door belasting- en inkomensregelingen
afdeling Beleidsonderzoek en Geo Informatie inkomen
101 inkomen 9 102 Inkomen 1) Inkomens van huishoudens Huishoudens in Hengelo hadden in 2007 een gemiddeld besteedbaar inkomen van 30.700 per jaar. Het gemiddeld besteedbaar inkomen van huishoudens in Hengelo
Inkomenstatistiek Westfriesland
Inkomenstatistiek Westfriesland Colofon Uitgave I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn tel. (0229) 282555 Rapportnummer 2012-1881 Datum Juli 2012 Opdrachtgever De zeven Westfriese gemeenten 1.
Inkomenstatistiek Westfriesland
Inkomenstatistiek Westfriesland Colofon Uitgave I&O Research BV Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn tel. (0229) 282555 Rapportnummer 2013-1941 Datum Juni 2013 Opdrachtgever De zeven Westfriese gemeenten 1.
Artikelen. Vermogensverdeling en vermogenspositie huishoudens. Jack Claessen. Lorenz-curve
Artikelen Vermogensverdeling en vermogenspositie huishoudens Jack Claessen Begin 29 zijn de vermogens van huishoudens zeer scheef verdeeld. Bijna 6 procent van het vermogen is in handen van slechts 1 procent
10. Veel ouderen in de bijstand
10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van
Inkomensstatistiek Westfriesland Augustus 2014
Inkomensstatistiek Augustus 2014 Colofon Uitgave I&O Research Van Dedemstraat 6c 1624 NN Hoorn Tel.nr. 0229-282555 Rapportnummer 2014-2041 Datum Augustus 2014 Opdrachtgever De Westfriese gemeenten Inleiding
CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen
Persbericht PB14 037 02 06 2014 16.00 uur CBS: Koopkracht van werknemers in de zorg gestegen Koopkracht van werknemers in gezondheids- en welzijnszorg steeg in 2008-2012 elk jaar Zelfstandigen en pensioenontvangers
Van eenverdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm?
Van verdiener naar tweeverdiener: de nieuwe norm? Lian Kösters en Linda Moonen Binnen de groep echtparen of samenwonenden tot 65 jaar is de laatste jaren met name het aantal tweeverdieners toegenomen.
Huurtoeslag: wie krijgt hoeveel?
Huurtoeslag: wie krijgt hoeveel? Marion van den Brakel en Linda Moonen In 2010 ontvingen ruim 1,1 miljoen huishoudens huurtoeslag. Dit kostte de overheid in totaal bijna 2,2 miljard euro. De toeslag komt
Fact sheet. Inkomensontwikkeling in Amsterdam. Inkomensontwikkeling sinds 1950. nummer 5 juli 2006
Fact sheet nummer 5 juli 2006 Inkomensontwikkeling in Amsterdam Het koopkrachtinkomen ligt in Amsterdam onder het landelijk gemiddelde, maar het verschil met heel Nederland wordt wel steeds kleiner. In
Inkomens en verhuizingen in Rotterdam Uitkomsten en toelichting (update)
Centraal Bureau voor de Statistiek Centrum voor Beleidsstatistiek Inkomens en verhuizingen in Rotterdam Uitkomsten en toelichting (update) Harold Kroeze januari 2007 Inleiding Het Centrum voor Beleidsstatistiek
Bijlage III Het risico op financiële armoede
Bijlage III Het risico op financiële armoede Zoals aangegeven in hoofdstuk 1 is armoede een veelzijdig begrip. Armoede heeft behalve met inkomen te maken met maatschappelijke participatie, onderwijs, gezondheid,
Feitenkaart. Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2012 (februari 2015, 2e druk)
Feitenkaart Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2012 (februari 2015, 2e druk) Ed 2014 zijn de komensgegevens op gemeentelijk, deelgemeentelijk en buurtniveau uit het Regionaal Inkomens Onderzoek 2012 van
Feitenkaart Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2015
Feitenkaart Inkomensgegevens Rotterdam en regio 2015 Begin 2018 zijn inkomensgegevens over 2015 uit het Integraal Inkomens- en Vermogensonderzoek (het voormalige Regionaal Inkomens Onderzoek 2015) van
Financiële gevolgen van echtscheiding op de lange termijn
Finciële gevolgen van echtscheiding op de lange termijn Anne Marthe Bouman Gescheiden vrouwen die binnen vijf jaar de echtscheiding gen nieuwe vinden, gaan er fors in koopkracht op achteruit. Gaan ze in
Regionaal Inkomensonderzoek. Uitgebreide onderzoeksbeschrijving
Centraal Bureau voor de Statistiek Regionaal Inkomensonderzoek Uitgebreide onderzoeksbeschrijving Petra Ament en Wim Kessels Heerlen, 18 maart, 2012 Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Dataverzameling... 3 2.1 Databronnen...
Inkomens in Helmond RIO 2013
FACT sheet Inkomens in Helmond RIO 2013 Informatie van Onderzoek en Statistiek Jaarlijks levert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) cijfermatige informatie over de inkomens van en huishoudens
Statistisch Jaarboek 2007
101 9 102 Inkomen 1) Inkomens van huishoudens Huishoudens in Hengelo hadden in 2004 een gemiddeld besteedbaar van 27.400 per jaar. Het gemiddeld besteedbaar van huishoudens in Hengelo lag 5,5 procent beneden
PERSBERICHT. Armoedesignalement 2014: Armoede in 2013 toegenomen, maar piek lijkt bereikt. Den Haag, 18 december 2014
Inlichtingen bij PERSBERICHT Dr. J.C. Vrooman c. [email protected] T 070 3407846 Dr. P.H. van Mulligen [email protected] T 070 3374444 Armoedesignalement 2014: Armoede in 2013 toegenomen, maar piek lijkt
Minimuminkomens in Leiden
September 2013 ugu Minimuminkomens in Leiden Samenvatting De armoede in Leiden is na 2009, net als in heel Nederland, toegenomen. Dat blijkt uit cijfers uit het regionaal inkomensonderzoek van het Centraal
Financiële gevolgen van echtscheiding voor man en vrouw
Anne Marthe Bouman Dit artikel gaat in op de gevolgen van echtscheiding voor de koopkracht. Deze gevolgen zijn in het algemeen groot, maar zijn voor mannen en vrouwen ook zeer verschillend. Omdat de man
Inkomensstatistiek: herziene cijfers
Inkomensstatistiek: herziene cijfers Statistieken worden regelmatig herzien. Aanleiding hiervoor is vaak het beschikbaar komen van aanvullende bronnen, wijzigingen in de bronnen en wensen tot verbetering
Pensioenaanspraken in beeld
Pensioenaanspraken in beeld Deel 1: aanspraken naar geslacht en burgerlijke staat Elisabeth Eenkhoorn, Annelie Hakkenes-Tuinman en Marije vandegrift bouwen minder pensioen op via een werkgever dan mannen.
Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009
Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Nibud, februari 2009 In opdracht van de NVOG Koopkracht van 65-plussers met aanvullend pensioen in 2009 Nibud, februari 2009 In opdracht van de
Centraal Bureau voor de Statistiek. Persbericht. Inkomen huishoudens gecorrigeerd voor inflatie licht gedaald. Meer inkomen uit vermogen en pensioen
Centraal Bureau voor de Statistiek Persbericht PB06-074 13 juli 2006 9.30 uur Uitgaven huishoudens hoger dan inkomsten De Nederlandse economie is in 2005 met 1,5 procent gegroeid. Het voor inflatie gecorrigeerde
Trendrapportage Inkomen en risico op armoede
Trendrapportage Inkomen en risico op armoede Arnhem heeft relatief veel huishoudens met laag inkomen en weinig met een hoog inkomen Arnhem heeft relatief veel huishoudens met een laag inkomen en weinig
Inkomensongelijkheid naar migratieachtergrond
Inkomensongelijkheid naar migratieachtergrond Inkomensverschillen tussen personen met en zonder migratieachtergrond inkomensverschil tussen 3- jarigen met en zonder migratieachtergrond (zonder/e achtergrond
Doelgroepenanalyse VanHarte Leiden
1 Doelgroepenanalyse VanHarte Leiden Aanwezigheid van de doelgroepen in Leiden De doelgroepen van VanHarte worden hier onderzocht voor de verschillende districten van de gemeente Leiden. Ouderen Het aandeel
Langdurige werkloosheid in Nederland
Langdurige werkloosheid in Nederland Robert de Vries In 25 waren er 483 duizend werklozen. Hiervan waren er 23 duizend 42 procent langdurig werkloos. Langdurige werkloosheid komt vooral voor bij ouderen.
Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking
Uitstroom van ouderen uit de werkzame beroepsbevolking Clemens Siermann en Henk-Jan Dirven De uitstroom van 50-plussers uit de werkzame beroepsbevolking is de laatste jaren toegenomen. Een kwart van deze
Factsheet Jongeren buiten beeld 2013
Factsheet Jongeren buiten beeld 2013 1. Aanleiding en afbakening Het ministerie van SZW heeft CBS gevraagd door het combineren van verschillende databestanden meer inzicht te geven in de omvang en kenmerken
Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet
Publicatiedatum CBS-website: 16 juli 2007 Kenmerken van wanbetalers zorgverzekeringswet Centraal Bureau voor de Statistiek Samenvatting Op 1 januari 2006 is de nieuwe Zorgverzekeringswet inwerking getreden,
Kortetermijnontwikkeling
Artikel, donderdag 22 september 2011 9:30 Arbeidsmarkt in vogelvlucht Het aantal banen van werknemers en het aantal openstaande vacatures stijgt licht. De loonontwikkeling is gematigd. De stijging van
Artikelen. Huishoudensprognose : uitkomsten. Coen van Duin en Suzanne Loozen
Artikelen Huishoudensprognose 28 2: uitkomsten Coen van Duin en Suzanne Loozen Het aantal huishoudens blijft de komende decennia toenemen, van 7,2 miljoen in 28 tot 8,3 miljoen in 239. Daarna zal het aantal
Inkomensverschillen en kans op armoede licht gestegen
Inkomensverschillen en kans op armoede licht gestegen 04 Grotere inkomensongelijkheid Grote inkomensverschillen onder alleenstaanden en zelfstandigen Inkomensverschillen kleiner dan in Europa Kans op armoede
Inkomenspositie ouderen
Inkomenspositie ouderen Amsterdam, februari 2017 In opdracht van FNV Inkomenspositie ouderen Robert Scholte Marloes Lammers SEO Economisch Onderzoek - Roetersstraat 29-1018 WB Amsterdam - T (+31) 20 525
