Tweelingstudies en intelligentie
|
|
|
- Mark de Kooker
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Tweelingstudies en intelligentie M.P.Roeling 1, T.J.C. Polderman, D.I. Boomsma April, 2010 Inleiding Intelligentie is een van meest onderzochte menselijke eigenschappen in de psychologie en in de gedragsgenetica. Gedragsgenetisch onderzoek houdt zich bezig met de vraag waarom mensen van elkaar verschillen in gedrag of capaciteiten. Bijvoorbeeld: waarom is de een meer neurotisch, muzikaler, sportiever, of slimmer dan de ander? Men gaat er vanuit dat er twee factoren zijn die zorgen voor verschillen tussen mensen. Dat zijn 1) genetische factoren (mensen hebben verschillende genen en daarom verschillen ze van elkaar) en 2) omgevingsfactoren (de omgeving waarin iemand opgroeit en unieke ervaringen). In dit stuk wordt uitgelegd waarom tweelingstudies een goede manier zijn om de invloed van deze factoren van elkaar te onderscheiden. Daarnaast worden de resultaten van gedragsgenetisch onderzoek naar intelligentie besproken. Dit onderzoek heeft laten zien dat de genetische invloeden op het IQ toenemen met de leeftijd. Naast genetische invloeden zijn er echter ook omgevingsfactoren die een rol spelen. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen gedeelde en unieke omgevingsfactoren. Intelligentie Waarom wordt er zoveel belang gehecht aan intelligentie? Het antwoord op die vraag is onder anderen dat intelligentie een voorspellende waarde heeft voor een groot aantal domeinen in het dagelijkse leven. Een hoge intelligentie is bijvoorbeeld een voorspeller voor opleiding en academisch succes, succes op het werk, en een hogere levensverwachting. Wat intelligentie precies is, is echter nog steeds een discussiepunt. In 1994 is er een definitie van intelligentie geformuleerd die is ondertekend door 52 prominente psychologen. Vrij vertaald is deze (wetenschappelijke) definitie: `Intelligentie is een zeer algemene mentale vaardigheid die onder andere inhoudt: het redeneervermogen, het planningsvermogen, het vermogen problemen op te lossen, het abstracte redeneervermogen, het vermogen complexe ideeën te begrijpen en het vermogen om snel te leren uit 1 Corresponding author. Department of Biological Psychology, Vrije Universiteit Amsterdam, Van der Boechorststraat 1, 1081 BT, Amsterdam, The Netherlands. Tel.: ; Room 2C-33. address: [email protected] (M.P. Roeling).
2 ervaring. Intelligentie is niet gelijk aan kennis uit boeken of aan academische vaardigheid. Intelligentie is meer dan het vermogen om intelligentietesten goed te kunnen uitvoeren, het is een bredere, veelomvattende vaardigheid die ons in staat stelt onze omgeving te begrijpen, een betekenis te geven aan dingen en gebeurtenissen en te beslissen wat voor actie we moeten ondernemen (Gottfredson, 1997). Als eenmaal duidelijk is wat intelligentie is, kan worden gekeken naar hoe men intelligentie kan kwantificeren. Het kwantificeren of meten van intelligentie, gedrag of persoonlijkheid gebeurt in de psychologie vaak met gestandaardiseerde testen. In 1905 werd de eerste officiële intelligentietest gepubliceerd door Afred Binet, met als doel kinderen te identificeren die moeite hadden met leren op school. Intelligentie werd in die tijd door Spearman uitgedrukt in g van general, wat verwees naar algemene intelligentie. Enkele jaren later werd door William Stern het intelligentiequotiënt (IQ) geïntroduceerd. IQ werd gedefinieerd als een maat voor de mentale leeftijd van een persoon en wordt berekend op basis van de formule 100 x de mentale leeftijd gedeeld door de chronologische leeftijd. Hiermee kan een IQ score worden vergeleken met de score van leeftijdsgenoten. Een IQ van 100 is gemiddeld, een score lager dan 70 kan worden vertaald naar zwakbegaafdheid, naar minderbegaafdheid, is een gemiddeld niveau, is een bovengemiddeld niveau en een score boven de 130 duidt op hoogbegaafdheid. Voorbeelden van testen die veel worden gebruikt zijn de Wechsler Adult Intelligence Scale (WAIS), de Wechsler Intelligence Scale for Children (WISC) en de RAKIT (Revisie Amsterdamse Kinderintelligentie Test). De eerste twee testen zijn internationale tests, de laatste is speciaal ontwikkeld voor Nederlandse kinderen. Tweelingstudies en erfelijkheidsonderzoek Hetzelfde jaar dat Mendel (1865) zijn theorie over overerving voorlegde in een lezing voor collega s, publiceerde Francis Galton zijn eerste boek over erfelijkheid en intelligentie. Galton verwees toen al naar tweelingonderzoek en adoptiestudies om de genetische invloeden op intelligentie te onderzoeken, maar het was in 1922 dat de eerste tweelingstudies naar intelligentie werden uitgevoerd. Een overzicht in het wetenschappelijke tijdschrift Science over intelligentie toonde aan dat verschillen tussen mensen in intelligentie in belangrijke mate worden verklaard door genetische verschillen (Erlenmeyer-Kimling & Jarvik, 1963).
3 Tweelingstudies zijn een goede manier om onderzoek te doen naar de rol van genetische invloeden op menselijke eigenschappen zoals intelligentie. Wat maakt tweelingen geschikt voor medisch en gedragsgenetisch onderzoek? Het antwoord op die vraag ligt in het feit er twee soorten tweelingen zijn: eeneiige en twee-eiige tweelingen. Eeneiige (of monozygote) tweelingen zijn genetisch (vrijwel) identiek terwijl twee-eiige (dizygote) tweelingen net als gewone broertjes en zusjes gemiddeld 50% van hun genen delen. Dit belangrijke verschil in genetische overeenkomst vormt de basis van het tweelingonderzoek. Stel dat Jan en Gerrit een eeneiig tweelingpaar zijn en allebei een IQ van 110 hebben, terwijl Joost en Hans een twee-eiige tweeling zijn waarbij Joost een IQ heeft van 107, en Hans een IQ van 98. Dan is de overeenkomst tussen de eeneiige tweelingen duidelijk groter dan de twee-eiige tweelingen. Als IQ gegevens beschikbaar zijn bij grote groepen een- en twee-eiige tweelingen, kan deze overeenkomst worden uitgedrukt in correlaties waarbij 0 staat voor geen enkele gelijkenis en 1 voor perfecte gelijkenis. De correlatie tussen de IQ scores van eeneiige tweelingen wordt dan vergeleken met de correlatie tussen twee-eiige tweelingen. Als de samenhang tussen de IQ scores voor de identieke tweeling hoger is dan die van de twee-eiige tweelingen, spelen genetische factoren waarschijnlijk een rol bij IQ. Anders gezegd: verschillen in IQ worden ten dele verklaard door genetische verschillen tussen mensen. Op basis van het patroon van tweelingcorrelaties kan iets worden gezegd over de erfelijkheid van een bepaalde eigenschap zoals intelligentie. Over het algemeen geldt dat: hoe groter het verschil tussen de overeenkomsten (correlatie) in IQ tussen eeneiige en twee-eiige tweelingen, hoe groter de invloed van genen. In Nederland worden tweelingstudies gedaan bij het Nederlands Tweelingen Register (NTR). In dit grote register dat is opgericht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam zijn de onderzoeksgegevens opgenomen van bijna Nederlandse tweelingfamilies (zie Resultaten van tweelingonderzoek naar intelligentie Al decennialang is intelligentie het onderwerp geweest van gedragsgenetisch onderzoek. Schattingen voor de erfelijkheid van intelligentie lopen uiteen van 40% bij kinderen tot wel 80% bij volwassenen. Dit betekent dat 40% van de verschillen in intelligentie bij kinderen wordt verklaard door genetische verschillen tussen kinderen. Bij volwassenen is de invloed van genetische factoren sterker dan bij kinderen en loopt de erfelijkheidsschatting op tot wel 80%. De trend dat bij intelligentie de invloed van genetische factoren toeneemt met de leeftijd is er een die inmiddels in verschillende
4 onderzoeken is gerapporteerd, en wereldwijd voorkomt (Verenigde Staten, Australië en West Europa, Rusland, voormalig Oost Duitsland, Japan, en India). Een tweede belangrijke bevinding is dat wanneer de genetische invloeden toenemen met de leeftijd, de invloed van gedeelde omgevingsfactoren afneemt. De erfelijkheid van intelligentie in de kindertijd wordt op 5 jarige leeftijd geschat rond 25%. De invloed van gedeelde omgevingsfactoren, zoals ouderlijk milieu is dan belangrijker dan genotype en verklaart ongeveer 50% van de intelligentie verschillen tussen kinderen. De erfelijkheid van intelligentie op 7 jarige leeftijd wordt geschat op ongeveer 60% en in de late adolescentie op 80%. In de kindertijd wordt de intelligentie naast genetische factoren dus in belangrijke mate verklaard door gedeelde omgevingsfactoren. Op latere leeftijd is er een duidelijke stijging van erfelijkheid. Onderzoek bij hoogbejaarde Zweedse tweelingen heeft aangetoond dat ook op hoge leeftijd de invloed van genetische factoren groot blijft. Waarom deze stijging? Het feit dat de gedeelde omgeving een steeds kleinere rol gaat spelen kan samenhangen met de toenemende zelfstandigheid van kinderen als ze naar school gaan. Wanneer kinderen naar school gaan brengen ze veel minder tijd door in de thuissituatie waardoor de verschillen in gedeelde omgeving afnemen en genetische verschillen duidelijker een rol kunnen gaan spelen. Tijdens de adolescentie neemt deze invloed van de gedeelde omgeving nog meer af en gaan genen de belangrijkste rol spelen. Voor deze toenemende rol van genetische factoren zijn verschillende verklaringen, die elkaar mogelijk allemaal aanvullen. Eén daarvan stelt dat nieuwe genen van belang zijn en tot expressie komen tijdens ingewikkelde cognitieve processen bij de ontwikkeling. Een andere hypothese verklaart de toename van erfelijkheid door kleine genetische effecten die vroeg in de ontwikkeling zorgen voor een sneeuwbaleffect en daardoor op latere leeftijd grotere effecten in gedrag veroorzaken, bijvoorbeeld wanneer individuen zelf hun omgeving kunnen kiezen. Anders gezegd kan een klein verschil in gedrag veroorzaakt door genen op jonge leeftijd zorgen voor grote effecten op latere leeftijd. Bijvoorbeeld, kinderen en volwassenen zoeken op basis van hun genotype de omgeving die het beste bij hen past: het slimme kind heeft een voorkeur voor technisch lego, het muzikale kind voor pianoles en het sportieve kind voor voetbal. Als kinderen de kans krijgen te doen waar ze goed in zijn, krijgen zij de kans hun genotype tot expressie te brengen. De toename in erfelijkheid gaat ten koste van de invloed van gedeelde omgevingsfactoren. In een studie waarbij meer dan 200 paren geadopteerde broers en zussen, die opgroeiden in hetzelfde gezin, werden getest op IQ was de
5 correlatie tussen broers en zussen op 8 jaar Tien jaar later was de correlatie vrijwel gelijk aan nul (Loehlin et al., 1989). Ook deze adoptiestudie toont dus aan dat wanneer de leeftijd toeneemt, de invloed van gedeelde omgevingsfactoren op IQ afneemt. Andere cognitieve vaardigheden Zoals in de definitie van intelligentie al naar voren kwam, bestaat intelligentie uit verschillende aspecten. Verschillende onderzoeken hebben laten zien dat vrijwel alle cognitieve vaardigheden in meer of mindere mate worden beïnvloed door erfelijke factoren. Eén van de aspecten die in onderzoek veel aandacht heeft gekregen is reactiesnelheid. Galton was degene die in eerste instantie voorstelde dat mensen met een snellere reactietijd een hogere intelligentie hebben dan mensen met een relatief lage reactiesnelheid. Omdat correlatie alleen de samenhang van variabelen weergeeft, en niet de specifieke richting, kan het zijn dat een hoger IQ leidt tot een hogere reactiesnelheid, of dat een hogere reactiesnelheid leidt tot een hoger IQ. Een andere verklaring is dat beide eigenschappen worden beïnvloedt door een derde factor. Inmiddels heeft onderzoek naar die specifieke causale relatie bij 2012 Nederlandse en Australische tweelingen aangetoond dat dezelfde genen van invloed zijn op zowel inspectietijd (de tijd die iemand nodig heeft om een simpele beslissing te nemen) als IQ. Naast onderzoek naar algemeen IQ is er onderzoek gedaan naar verbaal IQ (voor 85% erfelijk) en performaal IQ: wat de ruimtelijke vaardigheden meet (voor 69% erfelijk). Andere cognitieve vaardigheden zoals de tijd die iemand nodig heeft om een makkelijke beslissing te maken(46%). Reactietijd (43%) en werkgeheugen (43% - 56%) lijken iets minder sterk erfelijk bepaald. Er is een aantal gedragsproblemen bij kinderen dat samenhangt met een lager IQ, met name aandachtsproblemen en ADHD (Attention Deficit Hyperactive Disorder). Bij deze aandoening staan impulsiviteit, hyperactiviteit en aandachtstekortproblemen centraal. Onderzoek met Nederlandse tweelingen liet zien dat aandachtsproblemen stabiel zijn over de kindertijd en bovendien hoog erfelijk (75%). De genen die intelligentie beïnvloeden blijken ook een rol te spelen bij aandachtsproblemen en overactiviteit. Genen en omgeving Als verschillen tussen mensen in intelligentie in belangrijke mate worden verklaard door verschillen in de genetische aanleg, betekent dat echter niet dat omgevingsfactoren geen rol spelen. De invloed die genen kunnen hebben is uiteindelijk afhankelijk van de omgeving waarin het genotype
6 tot expressie moet kunnen komen,net als een plant die alleen kan groeien met voldoende zonlicht, of de plant nu goede genen heeft of niet. Als het slimme kind boeken of lego wordt ontzegd krijgt het genotype niet de kans om maximaal tot expressie te komen. Bovendien zijn genotype en omgeving vaak geassocieerd. De omgeving van het kind wordt ten dele door de genen van de ouders bepaald en die ouders geven ook hun genen door aan hun kinderen (passieve gen-omgevingscorrelatie). Een ander voorbeeld is een kind wat van nature leergierig is en op school wordt gestimuleerd om iets extra s te doen (reactieve gen-omgevingscorrelatie). Een derde voorbeeld is een leergierig persoon die vanuit zichzelf vaker een boek of krant leest (actieve gen-omgevingscorrelatie). Genvarianten. Nu is vastgesteld dat intelligentie hoog erfelijk is, richt het moleculair genetische onderzoek zich op welke genvarianten een rol spelen bij intelligentie. Met studies die het hele menselijke DNA kunnen scannen op genetische varianten kan worden nagegaan welke varianten verschillen tussen personen en welke varianten van belang zijn bij intelligentie. Er wordt verwacht dat een zeer groot aantal genen een rol spelen zullen spelen bij IQ (net zoals bij lichaamslengte, diabetes of depressie). Uit een eerste onderzoek naar de locatie van genen die bij intelligentie zijn betrokken kwamen twee plaatsen op het genoom naar voren die een rol speelden bij algemene intelligentie; chromosoom 2 en chromosoom 6. Bepaalde delen van die chromosomen worden ook in verband gebracht met aandoeningen zoals autisme, dyslexie en schizofrenie. Onderzoek naar specifieke genvarianten suggereert dat het CHRM2 (cholinergic muscarinic receptor 2) gen, het SNAP-25 (synaptosomalassociated protein of 25 kda) gen, het ALDH5A1 (aldehyde dehydrogenase 5 family member A1) gen en het APOE-gen betrokken zijn bij cognitie. Dit onderzoek staat echter nog in de kinderschoenen en er is meer onderzoek nodig om te kunnen bepalen welke genen een rol spelen bij intelligentie, hoe deze genen samenwerken en hoe deze genen in de hersenen tot expressie komen. Tweelingonderzoek zal daarbij in de toekomst mogelijk een even grote rol gaan spelen als het in de afgelopen decennia reeds heeft gedaan.
7 Meer lezen? Dorret Boomsma, Tweelingonderzoek. Wat meerlingen vertellen over de mens., VU uitgeverij Vesuvius, 2008, IBSN: Mark Patrick Roeling is student psychologie en werkzaam als onderzoeksassistent bij de afdeling biologische psychologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Dr. Tinca Polderman is als postdoc verbonden aan de afdeling biologische psychologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Prof. dr. Dorret Boomsma is hoogleraar biologische psychologie en afdelingshoofd van de afdeling biologische psychologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Department of Biological Psychology, Vrije Universiteit Amsterdam, Van der Boechorststraat 1, 1081 BT, Amsterdam, The Netherlands. Tel.: ; Room 2C-33. address: (M.P. Roeling). Literatuur Bartels, M., Rietveld, M.J.H., Baal, G.C.M., & Boomsma, D.I. (2002). Genetic and Environmental influences on the Development of Intelligence. Behavioral Genetics, 22, Boomsma, D.I., & Van Baal, G.C.M. (1998). Genetic influences on Childhood IQ in 5- and 7- year-old Dutch Twins. Developmental Neuropsychology, 14, Boomsma, D.I., Busjahn, A., & Peltonen, L. (2002). Classical twin studies and beyond. Nature Reviews Genetics, 3, Deary, I.J., Johnson, W., & Houlihan, L.M. (2009). Genetic foundations of human intelligence. Human Genetics, 126, Erlenmeyer-Kimling, L., & Jarvik, L.F. (1963). Genetics and Intelligence: A review. Science, 142, Gotfredson, L.S. (1997). Mainstream science on intelligence: an editorial with 52-signatories, history and bibliography. Intelligence, 24, Mendel, G. (1865). Experiments in Plant Hybridization. Read at the February 8th, and March 8th, 1865, meetings of the Brünn Natural History Society. Loehlin, J.C., Horn, J.M., & Willerman, L. (1989). Modeling IQ change: Evidence from the Texas Adoption Project. Child development, 60, Plomin, R., & Spinath, F.M. (2004). Intelligence: Genetics, Genes, and Genomics. Journal of Personality and Social Psychology, 86, Polderman, T.J.C., Gosso, M.F., Posthuma, D., Van Beijsterveldt, C.E.M., Heutink, P., Verhulst, F.C., & Boomsma, D.I. (2006a). A longitudinal twin study on IQ, executive functioning, and attention problems during childhood and early adolescence. Acta Neurologica Belgica, 106, Posthuma, D., de Geus, E.J.C., & Deary, I.J. (2009). The Genetics of Intelligence. In T.E. Goldberg & D.R. Weinberger (Eds), The Genetics of Cognitive Neuroscience, Cambridge MA: The MIT Press.
In dit proefschrift, getiteld De genetica van aandacht en executief functioneren,
SAMENVATTING In dit proefschrift, getiteld De genetica van aandacht en executief functioneren, zijn de genetische invloeden op aandachtsproblemen, aandacht, executief functioneren en intelligentie onderzocht.
Intelligentieonderzoek bij tweelingen
Intelligentieonderzoek bij tweelingen Daniëlle Posthuma Intelligentie Al meer dan een eeuw houden onderzoekers zich bezig met het meten van de mentale capaciteiten, ofwel de intelligentie van de mens.
nederlandse samenvatting Dutch summary
Dutch summary 211 dutch summary De onderzoeken beschreven in dit proefschrift zijn onderdeel van een grootschalig onderzoek naar individuele verschillen in algemene cognitieve vaardigheden. Algemene cognitieve
Nederlandse Samenvatting
Nederlandse Samenvatting De onderzoeken beschreven in dit proefschrift zijn onderdeel van een grootschalig onderzoek naar individuele verschillen in algemene cognitieve vaardigheden. Algemene cognitieve
A c. Dutch Summary 257
Samenvatting 256 Samenvatting Dit proefschrift beschrijft de resultaten van twee longitudinale en een cross-sectioneel onderzoek. Het eerste longitudinale onderzoek betrof de ontwikkeling van probleemgedrag
Oorzaken van individuele verschillen in normafwijkend gedrag
Oorzaken van individuele verschillen in normafwijkend gedrag Een onderzoek met 7-, 10- en 12-jarige tweelingen Meike Bartels, Eske Derks en Dorret Boomsma Van de Nederlandse kinderen vertoont 5 tot 15
Hersenonderzoek en intelligentie
45 Hersenonderzoek en intelligentie U werkt als psycholoog-onderzoeker aan de universiteit. Binnenkort bezoekt u samen met een collega het symposium Hersenen en intelligentie. U hebt afgesproken dat ieder
Waarom doen sommige personen wel aan sport en anderen niet? In hoeverre speelt
Nederlandse samenvatting (Dutch summary) Waarom doen sommige personen wel aan sport en anderen niet? In hoeverre speelt genetische aanleg voor sportgedrag een rol? Hoe hangt sportgedrag samen met geestelijke
Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren
Ondanks dat het in Nederland niet is toegestaan om alcohol te verkopen aan jongeren onder de 16 jaar, drinkt een groot deel van deze jongeren alcohol. Dit proefschrift laat zien dat de meerderheid van
Nederlandse samenvatting
Nederlandse samenvatting 178 Nederlandse samenvatting Concentratieproblemen en hyperactiviteit zijn veelvoorkomende problemen op de kinderleeftijd; de diagnose ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder)
Waarom de appel vaak niet ver van de boom valt
Waarom de appel vaak niet ver van de boom valt De invloed van genen en omgeving op de ontwikkeling van een kind Eveline L. de Zeeuw, Catharina E.M. van Beijsterveldt en Dorret I. Boomsma Nederlands Tweelingen
TWEELINGEN, GENEN, OMGEVING EN GEDRAG
TWEELINGEN, GENEN, OMGEVING EN GEDRAG In de geneeskunde, de biologie en de sociale wetenschappen speelt van oudsher de vraag of individuele verschillen in eigenschappen zijn verworven of aangeboren. Als
Nederlandse Samenvating
Nederlandse Samenvating 301 In hoofdstuk 1 van dit proefschrift wordende methoden uiteengezet die ten grondslag liggen aan gedragsgenetisch onderzoek. In gedragsgenetisch onderzoek toetst met in hoeverre
Nederlandse samenvatting. Een studie naar cognitie in pre-adolescente tweelingen
Een studie naar cognitie in pre-adolescente tweelingen Woordenlijst constructen eigenschappen die niet direct zichtbaar en dus niet direct te meten zijn culturele transmissie ouders geven omgeving door
Geluk en welbevinden
Marleen H.M. de Moor en Meike Bartels Inleiding Geld maakt niet gelukkig, zo luidt het bekende Nederlandse gezegde. Maar is dit echt zo? Zou je niet een stuk gelukkiger worden als je de loterij zou winnen?
Samenvatting. (Dutch Summary)
(Dutch Summary) In dit proefschrift is de ontwikkeling van gedrags- en emotionele problemen van tweelingen en eenlingen in de leeftijd van 3 tot 12 jaar onderzocht. In hoofdstuk 1 wordt een introductie
Genetische invloeden op gedragsproblemen tijdens de kindertijd
Genetische invloeden op gedragsproblemen tijdens de kindertijd Meike Bartels en Thérèse M. Stroet Inleiding Vijf tot vijftien procent van de Nederlandse kinderen in de leeftijd van drie tot twaalf jaar
aspecten van de puberteit en de effecten van hormonen op de hersenontwikkeling.
Dr. Meike Bartels studeerde fysiologische psychologie en is gepromoveerd op tweelingonderzoek naar cognitie en probleemgedrag. Zij doet langlopend vragenlijstonderzoek over gedragsproblemen, geluk en welbevinden
Individuele verschillen in. persoonlijkheidskenmerken. Een genetisch perspectief
N Individuele verschillen in borderline persoonlijkheidskenmerken Een genetisch perspectief 185 ps marijn distel.indd 185 05/08/09 11:14:26 186 In de gedragsgenetica is relatief weinig onderzoek gedaan
Sportgedrag en depressie: de rol van genetische aanleg
Sportgedrag en depressie: de rol van genetische aanleg dr. Marleen H. M. de Moor Afdeling Biologische Psychologie Faculteit der Psychologie en Pedagogiek Vrije Universiteit Amsterdam [email protected]
DUTCH SUMMARY NEDERLANDSE SAMENVATTING
NEDERLANDSE SAMENVATTING 205 Het is niet zonder reden dat autoriteiten wereldwijd aandacht besteden aan programma s en interventies om mensen meer te laten bewegen. Sportactiviteiten van gemiddelde tot
Hersenontwikkeling tijdens adolescentie
Hersenontwikkeling tijdens adolescentie Een longitudinale tweelingstudie naar de ontwikkeling van hersenstructuur en de relatie met hormoonspiegels en intelligentie ALGEMENE INTRODUCTIE Adolescentie is
3,3. Praktische-opdracht door een scholier 2249 woorden 27 maart keer beoordeeld. Wiskunde A. Intelligentiequotiënt (IQ)
Praktische-opdracht door een scholier 2249 woorden 27 maart 2012 3,3 2 keer beoordeeld Vak Wiskunde A Intelligentiequotiënt (IQ) Voorwoord Ik heb in deze praktische opdracht voor het onderwerp intelligentie
Neuro-cognitieve ontwikkeling van meerlingen een populatiegebonden onderzoek
Symposium 50-jarig bestaan Oost-Vlaams Meerlingenregister Neuro-cognitieve ontwikkeling van meerlingen een populatiegebonden onderzoek Zaterdag 25-10-2014 UZ Gent Prof. Dr. Evert Thiery Universiteit Gent
Risk factors for the development and outcome of childhood psychopathology NEDERLANDSE SAMENVATTING
Risk factors for the development and outcome of childhood psychopathology EDERLADSE SAMEVATTIG 157 Het komt regelmatig voor dat psychiatrische klachten clusteren in families. Met andere woorden, familieleden
Genetische factoren bij eetstoornissen. Het is nog onvoldoende bekend waarom mensen eetstoornissen ontwikkelen. Wel is
Genetische factoren bij eetstoornissen Het is nog onvoldoende bekend waarom mensen eetstoornissen ontwikkelen. Wel is gebleken dat er niet één oorzaak is, maar dat verschillende factoren een rol spelen
Kernwoorden: genetica, tweelingonderzoek, familieonderzoek, stress en gezondheid
Heeft u ook een vraag voor de Nationale Wetenschapsagenda, of wilt u een van de onderstaande vragen onderschrijven? Dan kunt u uw vraag tot 1 mei indienen (klik hier voor de link naar de Wetenschapsagenda).
THE GENETICS OF NEURAL SPEED. A GENETIC STUDY ON NERVE CONDUCTION VELOCITY, REACTION TIMES AND PSYCHOMETRIC ABILITIES
THE GENETICS OF NEURAL SPEED. A GENETIC STUDY ON NERVE CONDUCTION VELOCITY, REACTION TIMES AND PSYCHOMETRIC ABILITIES Samenvatting Er is weinig twijfel over het feit dat er individuele verschillen bestaan
Proefschrift. Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems. Merel Griffith - Lendering. Samenvatting
Proefschrift Cannabis use, cognitive functioning and behaviour problems Merel Griffith - Lendering Samenvatting Het gebruik van cannabis is gerelateerd aan een breed scala van psychische problemen, waaronder
Chapter 9. Nederlandse samenvatting References Appendices Publications Curriculum vitae
Chapter 9 Nederlandse samenvatting References Appendices Publications Curriculum vitae Nederlandse samenvatting Genetische factoren bij eetstoornissen Het is nog onvoldoende bekend waarom mensen eetstoornissen
Het samenspel van genen en omgeving: Relevantie voor de Jeugdgezondheidszorg
Het samenspel van genen en omgeving: Relevantie voor de Jeugdgezondheidszorg Luc Goossens KU Leuven Schoolpsychologie and Ontwikkeling in Context (SCenO) Leuven Institute of Human Genomics and Society
Genetica: een panacee? II
Genetica: een panacee? II Dorret Boomsma en Eline Slagboom Neuropraxis, 02 (1998), p. 12-15 In dit artikel zal worden ingegaan op de vraag hoe de kennis die is verkregen binnen de moleculaire genetica
Geen idee wat je iq is? Snel duidelijkheid met intelligentietesten van Pluryn
Geen idee wat je iq is? Snel duidelijkheid met intelligentietesten van Pluryn Geen idee wat je IQ is? Marc is een jongen met complexe problemen. Om de juiste ondersteuning te krijgen wil hij weten wat
GEBIOLOGEERD DOOR INDIVIDUELE VERSCHILLEN: EEN OVERZICHT VAN DE ONDERZOEKEN BIJ HET NEDERLANDS TWEELINGEN REGISTER (NTR)
GEBIOLOGEERD DOOR INDIVIDUELE VERSCHILLEN: EEN OVERZICHT VAN DE ONDERZOEKEN BIJ HET NEDERLANDS TWEELINGEN REGISTER (NTR) uit: Biologie en psychologie: naar vruchtbare kruisbestuivingen een uitgave van
Genetica van aandacht en aandachtsproblemen. Kan executief functioneren dienen als cognitief endofenotype?
bsl - neuro 07 05 binnen 04-10-2007 07:58 Pagina 139 Genetica van aandacht en aandachtsproblemen. Kan executief functioneren dienen als cognitief endofenotype? tinca polderman Aandachtsproblemen en Attention
239 Dit proefschrift bestaat uit vier delen die elk het verslag van twee onderzoeken bevatten. Het eerste deel gaat over de erfelijkheid van een verzameling psychiatrische symptomen die betrekking hebben
Tijdschrift van de Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie
Tijdschrift van de Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie 39 e jaargang, nummer 1, 2012 Colofon Secretariaat Tijdschrift Vereniging voor Kinder- en Jeugdpsychotherapie Kinder- en Jeugdpsychotherapie
Praktische opdracht Wiskunde A IQtest
Praktische opdracht Wiskunde A IQtest Praktische-opdracht door een scholier 2063 woorden 27 januari 2004 7,6 20 keer beoordeeld Vak Wiskunde A Inhoudsopgave Inleiding Hoe dacht William Stern over intelligentie?
Waarom is dyslexie familiair? dr. Elsje van Bergen
Waarom is dyslexie familiair? dr. Elsje van Bergen 1. Familiar risico op dyslexie 2. Gedragsgenetica 3. Leesvaardigheid in gezinnen 2 / 17 Prof. Peter de Jong Prof. Aryan van der Leij Lezen Leren om te
Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult
Participation in leisure activities of children and adolescents with physical disabilities Maureen Bult Participatie in vrijetijdsactiviteiten van kinderen en adolescenten met een lichamelijke beperking
De erfelijkheid van cannabisgebruik en - verslaving. Prof. dr. Jacqueline Vink Developmental Psychopathology Beahvioural Science Institute
De erfelijkheid van cannabisgebruik en - verslaving Prof. dr. Jacqueline Vink Developmental Psychopathology Beahvioural Science Institute Vragen/onderwerpen 1. Speelt erfelijke aanleg een rol bij cannabis
Genen. Eiwitten. Synapsen. Zenuwcellen. Netwerken. Systemen. Gedrag. Epigenetica / Gen-expressie / discordante tweelingen
Gen Gedrag Gedrag Gen KNAW, 15 april 2015 Genen Eiwitten Synapsen Zenuwcellen Netwerken Systemen Gedrag Epigenetica / Gen-expressie / discordante tweelingen NTR - KNAW Tweelingonderzoek: geschiedenis &
Genetica en erfelijkheid bij bipolaire stoornis
Genetica en erfelijkheid bij bipolaire stoornis Forum Ups & Downs 13 oktober 2018 Prof. dr. Stephan Claes UPC KU Leuven Genetica en erfelijkheid bij bipolaire stoornis 1. Hoe genetisch is bipolaire stoornis?
Menselijke kenmerken: genen of omgeving? Hilde Van Esch Centrum voor Menselijke Erfelijkheid
Menselijke kenmerken: genen of omgeving? Hilde Van Esch Centrum voor Menselijke Erfelijkheid Synaps IS ALLES GENETISCH? nature genen nurture omgeving erfelijk aanleg / talent aangeboren verworven aangeleerd
1) Sekseverschillen in concentratie-problemen, hyperactiviteit en attention deficit hyperactivity disorder (ADHD)
Dit proefschrift, met als titel: Meetproblemen en de genetische invloed op concentratie-problemen, hyperactiviteit en aanverwante stoornissen bestaat uit drie delen. Deze drie delen corresponderen met
NEDERLANDSE SAMENVATTING
NEDERLANDSE SAMENVATTING CHAPTER X 188 INLEIDING Wereldwijd neemt het aantal mensen met overgewicht steeds verder toe. In Nederland heeft ruim de helft van de huidige bevolking overgewicht, en 14% heeft
In dienst van kinderen, jongeren en hun ouders
Gastdocent: Drs. Fernando Cunha (Child Support Europe) Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist http://www.child-support-europe.com In dienst
Nederlandse samenvatting
Addendum A 173 Nederlandse samenvatting Het doel van het onderzoek beschreven in dit proefschrift was om de rol van twee belangrijke risicofactoren voor psychotische stoornissen te onderzoeken in de Ultra
Nederlandse samenvatting
Achtergrond Het risico op het ontwikkelen van een psychiatrische ziekte, zoals attention deficit hyperactivity disorder (ADHD), schizofrenie of verslaving, wordt voor een aanzienlijk deel bepaald door
Nederlandse Samenvatting
249 Migraine is een ernstige en veelvoorkomende hoofdpijnaandoening met grote impact op het leven van patiënten en hun familieleden. Een migraineaanval wordt gekenmerkt door matige tot ernstige hoofdpijn,
Alcohol wordt veel gedronken in Nederland; 88% van de volwassen bevolking heeft in het afgelopen jaar tenminste één keer alcohol gebruikt (European
Alcohol wordt veel gedronken in Nederland; 88% van de volwassen bevolking heeft in het afgelopen jaar tenminste één keer alcohol gebruikt (European Commission, 2010). Over het algemeen drinken Nederlanders
IQ weten? Doe de test! Sterker in de samenleving.
IQ weten? Doe de test! Sterker in de samenleving. Powered by Pluryn Marc is een jongen met complexe problemen. Om de juiste ondersteuning te krijgen, wil zijn omgeving weten wat zijn intelligentieniveau
The influence of parental and offspring ASD and ADHD symptoms on family functioning. Daphne J. Vinke- van Steijn
The influence of parental and offspring ASD and ADHD symptoms on family functioning Autisme Spectrum Stoornissen (autisme) 1. Sociale interactie 2. Communicatie 3. Starheid en stereotypieën Attention Deficit
COMORBIDITEIT BIJ DYSLEXIE IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS
COMORBIDITEIT BIJ DYSLEXIE IN HET VOORTGEZET ONDERWIJS NATIONALE DYSLEXIECONFERENTIE 3 APRIL 2013 Wilma Jongejan [email protected] Onderwijscentrum VU (OCVU) DYSLEXIE: GEEN GEÏSOLEERD PROBLEEM Secundaire
De oorzaken van individuele verschillen in stabiliteit en verandering van gedragsproblemen
De oorzaken van individuele verschillen in stabiliteit en verandering van gedragsproblemen Meike Bartels Neuropraxis 8 (2004), p. 107-115 Onderzoek naar individuele verschillen in gedragsproblemen bij
Is een bipolaire stoornis erfelijk?
Kenniscentrum Bipolaire Stoornissen p/a Dimence Postbus 398 7600 AJ Almelo www.kenbis.nl Vragen over erfelijkheid bij de bipolaire stoornis Op dit moment wordt ervan uitgegaan dat een combinatie van erfelijke
PhD Thesis Wouter J. Peyrot
PhD Thesis Wouter J. Peyrot NEDERLANDSE SAMENVATTING In het eerste deel van dit proefschrift wordt de complexe relatie tussen genetische effecten en omgevingsfactoren bij het ontstaan van depressie onderzocht
De ontwikkeling van depressie bij kinderen en adolescenten met ADHD
De ontwikkeling van depressie bij kinderen en adolescenten met ADHD Samenvatting 10 tot 40% van de kinderen en adolescenten met ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) ontwikkelen symptomen van
Genen -> Hersenen -> Gedrag
Genen -> Hersenen -> Gedrag Eco de Geus Afdeling Biologische Psychologie Faculteit der Psychologie en Pedagogiek Vrije Universiteit, Amsterdam Biologische psychologie doet onderzoek naar de biologische
Over de appel en de boom:
Over de appel en de boom: kenmerken van autisme in het gezin. Prof. Jean Steyaert KU Leuven Leuven Autism Research & Expertisecentrum Autisme Leuven Historisch Leo Kanner, 1943 in: Autistic disturbances
Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten
Factoren in de relatie tussen angstige depressie en het risico voor hart- en vaatziekten In dit proefschrift werd de relatie tussen depressie en het risico voor hart- en vaatziekten onderzocht in een groep
Nederlandse Samenvatting. Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie
Nederlandse samenvatting Lateralisatie en schizofrenie 255 256 De twee hersenhelften, de hemisferen, van het menselijke brein verschillen zowel in vorm als in functie. In sommige hersenfuncties, zoals
Niet geplaatst. 3. General Apitude test Battery ( GATB) veelheid aan functies om success te voorspellen. 4. Raven Progressive Matrices Niet-verbaal
Niet geplaatst 1. Binet-Simon Eerste versie in 1908 Herwerkt t.e.m. Standfor-Binet 1986 2. French Kit Factoranalyse - Vloeiende intelligentie - Gekristalliseerde intelligentie - Visuele intelligentie -
Nature en Nurture. Gen-omgeving co-actie + Gen-omgevingsinteractie. Gen-omgevingscorrelatie. Darwin Evolutie. Genen Omgevingsinvloeden
Is gedrag erfelijk? Darwin volutie Nature en Nurture Genen Omgevingsinvloeden Gen-omgeving co-actie + Gen-omgevingsinteractie Gedragsdispositie (temperament, intellitie) Gen-omgevingscorrelatie Huidige
Samenvatting (Summary in Dutch)
Samenvatting (Summary in Dutch) * 132 Baby s die te vroeg geboren worden (bij een zwangerschapsduur korter dan 37 weken) hebben een verhoogd risico op zowel ernstige ontwikkelingproblemen (zoals mentale
Ontwikkelingsrisico s bij het opgroeien met triple X
Ontwikkelingsrisico s bij het opgroeien met triple X Hanna Swaab Sophie van Rijn Suus van Rijn Hanna, Sophie en Suus werken op de afdeling orthopedagogiek van de universiteit Leiden en op het Ambulatorium.
Doorbraken in humaan genetisch onderzoek Dorret Boomsma Nederlands Tweelingen Register, VU, Amsterdam
Doorbraken in humaan genetisch onderzoek Dorret Boomsma Nederlands Tweelingen Register, VU, Amsterdam Meerlingen in Nederland (CBS): - Ongeveer 30% is eeneiig. - Toename aantal meerlingen is toename van
Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu
Neurocognitive Processes and the Prediction of Addictive Behaviors in Late Adolescence O. Korucuoğlu Nederlandse Samenvatting De adolescentie is levensfase waarin de neiging om nieuwe ervaringen op te
hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5
SAMENVATTING 117 Pas kortgeleden is aangetoond dat ADHD niet uitdooft, maar ook bij ouderen voorkomt en nadelige gevolgen kan hebben voor de patiënt en zijn omgeving. Er is echter weinig bekend over de
De genetica van tweelingen
De genetica van tweelingen Inhoud van de voordracht Ontstaan tweelingen Frequentie tweelingen Complicaties tweelingen Tweelingen als meetinstrument Adoptie studies Ontstaan tweelingen Monozygote Tweelingen
Betekenis van vaderschap
Betekenis van vaderschap Conferentie vader-empowerment G.O.Helberg Kinder-en Jeugdpsychiater Materiaal ontleed aan onderzoek: Prof. dr. Louis Tavecchio Afdeling POWL, Universiteit van Amsterdam Een paar
NEDERLANDSE SAMENVATTING. Oorzaken van Variatie in Welbevinden tijdens de Adolescentie
Oorzaken van Variatie in Welbevinden tijdens de Adolescentie 259 Subjectief welbevinden (SWB) kan worden gekarakteriseerd als een subjectief en aspecifiek positief gevoel van welbevinden. Het verwijst
Nederlandse samenvatting. Genetische invloeden op de -cel functie
Nederlandse samenvatting Genetische invloeden op de -cel functie een Nederlandse tweeling-familie studie 163 164 Samenvatting In dit proefschrift wordt een experimentele studie beschreven bij gezonde monozygote
Nederlandse samenvatting. (summary in Dutch)
(summary in Dutch) Type 2 diabetes is een chronische ziekte, waarvan het voorkomen wereldwijd fors toeneemt. De ziekte wordt gekarakteriseerd door chronisch verhoogde glucose spiegels, wat op den duur
V O O R L I C H T I N G. Drs. Fernando Cunha Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist
V O O R L I C H T I N G Drs. Fernando Cunha Ontwikkelingspsycholoog Gezondheidspsycholoog (BIG) Kinder- en Jeugdpsycholoog (NIP) Onderwijsspecialist w w w. c hild -suppor t -euro pe.c om 1 Zorgen voor
Is het depressie? Dr. M. Zuidersma, UMCG of is het een onderliggend neurodegeneratief beeld? Maar is dit wel zo? Disclosure belangen spreker
Disclosure belangen spreker Is het depressie? of is het een onderliggend neurodegeneratief beeld? Marij Zuidersma Interdisciplinary Center Psychopathology and Emotion regulation (ICPE) 7 mei 2019 (potentiële)
TWINFO TWINFO. nr 22. Twinfo. Inhoud. september. Informatie-bulletin van het nederlands tweelingen register. Geachte lezer,
TWINFO Twinfo nr 22 september Inhoud Informatie-bulletin van het nederlands tweelingen register TWINFO 2009 2 We stonden in Science! Een mooi gebaar! 3 Spijbelgedrag bij middelbare scholieren Tweelingen
212
212 Type 2 diabetes is een chronische aandoening, gekarakteriseerd door verhoogde glucosewaarden (hyperglycemie), die wereldwijd steeds vaker voorkomt (stijgende prevalentie) en geassocieerd is met vele
Stand van het Onderzoek naar Dementie en Alzheimer
Stand van het Onderzoek naar Dementie en Alzheimer Christine Van Broeckhoven Neurodegeneratieve Hersenziekten Groep, Department Moleculaire Genetica, VIB, Laboratorium voor Neurogenetica, Instituut Born-Bunge,
Growing into a different brain
221 Nederlandse samenvatting 221 Nederlandse samenvatting Groeiend in een ander brein: de uitkomsten van vroeggeboorte op schoolleeftijd De doelen van dit proefschrift waren om 1) het inzicht te vergroten
NEDERLANDSE SAMENVATTING
NEDERLANDSE SAMENVATTING 188 Type 1 Diabetes and the Brain Het is bekend dat diabetes mellitus type 1 als gevolg van hyperglykemie (hoge bloedsuikers) kan leiden tot microangiopathie (schade aan de kleine
