Marktconsultatie Inburgering
|
|
|
- Elias de Wilde
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Marktconsultatie Inburgering Onderzoek naar de verwachte gevolgen van de gewijzigde Wet Inburgering voor de markt van inburgerings- en taalonderwijs Eindrapportage Utrecht, 14 maart 2012 GB129
2 Inhoud Achtergrond en methodiek Vraagstelling Huidige inburgeringsmarkt Wijziging Wet inburgering Onderzoeksaanpak Bevindingen Aanbod Kenmerken onderwijs Kosten onderwijs Verantwoordelijkheden Keurmerk Conclusies en aandachtspunten 2
3 Marktconsultatie Inburgering Achtergrond en methodiek
4 Vraagstelling De huidige Wet inburgering gaat veranderen. De gewijzigde Wet inburgering wordt naar verwachting op 1 januari 2013 ingevoerd. Dit leidt tot veranderingen in de doelgroepen, het inburgeringsexamen en de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van overheden en inburgeraars. In opdracht van het Directoraat-Generaal Wonen, Wijken en Integratie (WWI) van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) is onderzoek gedaan naar de gevolgen van de gewijzigde Wet inburgering voor de markt van inburgerings- en taalonderwijs. Hoofdvraag van het onderzoek is: Wat zijn volgens aanbieders van inburgerings- en taalonderwijs de belangrijkste gevolgen van de gewijzigde Wet inburgering? Uit deze hoofdvraag volgt een aantal deelvragen: Ontstaat er als gevolg van de wetswijziging voldoende aanbod aan inburgerings- en taalonderwijs? Zo ja, hoe ziet dat aanbod er uit? Is het bestaande keurmerk Blik op werk mede in het kader van de leenfaciliteit voor inburgering nog levensvatbaar? 4
5 Huidige inburgeringsmarkt Hieronder wordt een samenvattend beeld gegeven van de huidige inburgeringsmarkt. Deze kenmerken zijn het gevolg van de huidige Wet inburgering. Doelgroep Inburgering is verplicht voor nieuwkomers, oudkomers en geestelijke bedienaren. Inburgeringsplichtigen moeten binnen 3,5 jaar het inburgeringsexamen, staatsexamen of vrijstellend diploma halen. Gemeenten kunnen aan vrijwillige inburgeraars een inburgeringsvoorziening aanbieden: een gratis inburgeringscursus en één gratis examen Inburgeringsplichtigen, die geen aanbod van de gemeente krijgen, kunnen een lening afsluiten voor een inburgeringstraject. Onderwijs Het examen bestaat uit een praktijkexamen (portfolio en/of assessment) en een centraal examen (mondelinge en schriftelijke vaardigheden op A2 niveau en Kennis van de Nederlandse Samenleving - KNS). Er zijn vier profielen waarin inburgeraars het praktijkexamen kunnen doen: (1) werk, (2) maatschappelijke participatie, (3) ondernemerschap en (4) onderwijs, gezondheid en opvoeding. In vrijwel alle gemeenten worden inburgeringscursussen op locatie aangeboden. Verantwoordelijkheden Inburgeraars zijn verantwoordelijk voor het voldoen aan de inburgeringsplicht. Gemeenten organiseren de inburgering, ze zijn verantwoordelijk voor: informatieverstrekking, oproepen van inburgeraars, onderzoek (intake), het (gratis) aanbieden van een inburgeringsvoorziening of het aanzeggen van de inburgeringsplicht daarna toezicht op het verloop van de inburgering en eventueel sancties opleggen. Gemeenten besteden de inburgeringscursussen uit aan taalaanbieders. 5
6 Wijziging Wet inburgering Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen van de huidige Wet inburgering. De nieuwe Wet inburgering wordt per 1 januari 2013 ingevoerd. Doelgroep Andere doelgroep. De doelgroep wordt beperkt tot vreemdelingen - buiten de Europese Unie of Turken - die vanaf de inwerkingtreding van het wetsvoorstel rechtmatig verblijf verkrijgen voor verblijf in Nederland en (direct of in een later stadium) een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd krijgen voor een niet-tijdelijk doel (asiel of gezinsvorming/hereniging) of als geestelijke bedienaar. Dit zijn de zogenaamde nieuwkomers. Lager aantal. Hun aantal inburgeringsplichtigen wordt geschat op circa per jaar. Termijn. Binnen 3 jaar moet aan de inburgeringsplicht worden voldaan. De inburgeringsvoorziening voor vrijwillige inburgeraars vervalt. Het gaat om de mogelijkheid van gemeenten om EU-onderdanen en genaturaliseerde Nederlanders een inburgeringsvoorziening aan te bieden. Uitgangspunt is dat vrijwillige inburgeraars net als iedere andere burger via het reguliere onderwijs de noodzakelijke (taal)vaardigheid en kennis kunnen verwerven om voldoende deel te kunnen nemen aan de samenleving. De Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) zal zodanig worden aangepast dat de groep vrijwillige inburgeraars in aanmerking kunnen komen voor een opleiding Nederlands als Tweede Taal (NT2) op grond van de Web. 6
7 Wijziging Wet inburgering (vervolg) Onderwijs Focus op taal. De nadruk komt in de gewijzigde Wet inburgering te liggen op het verwerven van het taalniveau passend bij de capaciteiten van de inburgeraar, het minimale vereiste taalniveau is A2. Wijziging vormgeving inburgeringsexamen. Het examen wordt toegankelijker gemaakt voor mensen die zich hierop zonder of met minder begeleiding voorbereiden en om de kosten van het examen beheersbaar te houden. Het praktijkexamen vervalt evenals de verschillende profielen met verschillende eindtermen waaruit men kan kiezen. De nieuwe vormgeving voorziet in een centraal examen dat voor alle kandidaten dezelfde eindtermen heeft. Taalaanbieders bepalen aanbod. Taalaanbieders bepalen zelf wat voor soort cursussen zij aanbieden. Waar de verantwoordelijkheid over het wat (inburgeringsexamen) bij de overheid blijft, wordt het hoe (de voorbereiding op het examen) bij de taalaanbieders en inburgeraars gelaten. Verantwoordelijkheden De verantwoordelijkheid voor inburgering ligt bij de inburgeringsplichtige. Dit betekent dat deze een eigen verantwoordelijkheid heeft voor het voldoen aan de inburgeringsplicht en zelf de kosten daarvoor draagt. Gemeentelijke bevoegdheden en verantwoordelijkheid vervallen. De plicht van gemeenten om voor geestelijk bedienaren en asielmigranten inburgeringsvoorzieningen en taalkennisvoorzieningen te zorgen, vervalt. Ook de taken van gemeenten ten aanzien van het oproepen van (potentieel) inburgeringsplichtigen en het doen van een onderzoek (intake) vervallen eveneens. De resterende bevoegdheden verschuiven naar de minister van BZK. Sociaal leenstelsel. Inburgeraars kunnen een lening afsluiten om de inburgering te bekostigen. Het toe te kennen bedrag wordt afhankelijk gesteld van het inkomen. De lening wordt alleen verstrekt voor een cursus die leidt tot het door de minister van BZK vastgestelde inburgeringsexamen of Staatsexamen NT2. De cursus moet worden gevolgd bij een cursusinstelling met het Blik op Werk Keurmerk. Het te lenen bedrag blijft voor gezinshereniger/gezinsvormers en geestelijke bedienaren gemaximeerd op Voor asielgerechtigden gaat het maximale leenbedrag naar waarbij het geld ook mag worden aangewend 7 voor het volgen van een alfabetiseringscursus.
8 Onderzoeksaanpak De gewijzigde Wet inburgering is in november 2011 naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze maand zijn de nieuwe wet en bijbehorende achtergrondnotities geanalyseerd. De meest relevante informatie is samengevat in een memo die begin december 2011 naar alle gesprekspartners is gestuurd. In december 2011 zijn gesprekken gevoerd met medewerkers van de koepelorganisaties Boaborea, MBO-raad, Samenwerkingsverband van Marokkaanse Nederlanders (SMN), Stichting Blik op Werk en Nederlandse Raad voor Training en Opleiding (NRTO). Tijdens deze gesprekken is ingegaan op de verwachte gevolgen van de gewijzigde Wet inburgering voor de markt van inburgerings- en taalonderwijs. Specifiek is ingegaan op de verwachte gevolgen voor de leden van de koepelorganisaties. In januari/februari 2012 zijn gesprekken gevoerd met medewerkers van een aantal middelgrote en grote aanbieders van inburgerings- en taalonderwijs waarvan op een na, alle aanbieders het Keurmerk Blik op Werk hebben. De selectie van deze aanbieders is in overleg met de opdrachtgever van BZK en de koepelorganisaties gedaan. Tijdens deze gesprekken is ingegaan op de huidige situatie (wijze waarop onderwijs wordt aangeboden) en eventuele veranderingen in het onderwijsaanbod als de gevolgen van de gewijzigde Wet inburgering merkbaar zullen zijn. Het onderzoek heeft het karakter van een quick scan. In februari 2012 zijn alle bevindingen van de quick scan samengevat in een eindrapportage. 8
9 Marktconsultatie Inburgering Bevindingen
10 Aanbod Een wijziging van de vraag betekent ook een wijziging van het aanbod Minder grote doelgroep betekent minder aanbieders. Het aantal inburgeraars wordt de komende jaren ten opzichte van de huidige situatie meer dan gehalveerd. Dit zal tot gevolg hebben dat een aantal huidige aanbieders zich in de toekomst niet meer zal richten op deze doelgroep. Hierbij gaat het vooral om aanbieders waarvan inburgeringsonderwijs een relatief klein onderdeel van de totale dienstverlening is. Aanbod wordt gevormd door een beperkter aantal spelers. Huidige aanbieders met een relatief groot marktaandeel zien kansen in de nieuwe markt. Zij zullen naar verwachting een nog groter marktaandeel proberen te verkrijgen. Niet alle aanbieders zijn even flexibel om in te spelen op de veranderingen. Een voorbeeld zijn de ROC s die relatief dure voorzieningen hebben. Hierbij gaat het vooral om de gebouwen en het onderwijspersoneel waarvoor de onderwijs-cao s gelden. Deze aanbieders zijn wat betreft maatwerk van onderwijs en de kosten hiervan minder flexibel dan private aanbieders. Aantal onderwijslocaties daalt. Vanwege het lagere aantal inburgeraars zal een deel van de onderwijslocaties sluiten. Dit is vooral het geval in perifere gebieden waar het huidige aantal inburgeraars momenteel relatief laag is en in de toekomst nog lager zal zijn. De locaties zullen zich vooral concentreren in de Randstad en de grote steden. Verwacht wordt dat inburgeraars in de toekomst grotere afstanden moeten afleggen om onderwijs op locatie te krijgen. Aanbod vooral gericht op hoogopgeleiden. Het merendeel van het aanbod zal gericht zijn op hoogopgeleiden. De ervaring leert dat bij deze groep in vergelijking met laagopgeleiden een aanbod kan worden gegenereerd waarbij de structurele lasten voor de onderwijsinstelling lager liggen. Dit komt onder andere door een minder groot deel onderwijs op locatie. Daarnaast is het slagingspercentage voor deze groep hoger. Weliswaar blijft een aantal aanbieders zich voorlopig richten op laagopgeleiden, maar zij kunnen niet met zekerheid zeggen of ze dit de komende jaren blijven doen. Dit is sterk afhankelijk van de vraag van laagopgeleiden (aantal mensen, type onderwijs) en de opbrengsten (vooral financieel). Dit in tegenstelling tot hoogopgeleiden waarbij verwacht wordt dat diverse aanbieders zich blijvend op deze groep zullen richten. 10
11 Aanbod (2) Meer maatwerk dan standaard pakketten Positief over wegvallen praktijkexamen. Per 1 januari 2013 vervallen het praktijkexamen en de profielen met verschillende eindtermen als onderdeel van het inburgeringsexamen. De meerderheid van de taalaanbieders die in dit onderzoek zijn betrokken, vinden dit een positieve ontwikkeling. Volgens de aanbieders is het belangrijk dat de focus op het ontwikkelen van de Nederlandse taal komt te liggen. Meer maatwerk per doelgroep. Taalaanbieders verwachten dat zij verschillende modules zullen aanbieden waaruit inburgeraars kunnen kiezen. Onderwijs op locatie zal hier blijvend onderdeel van uitmaken, al is de verwachting dat dit in vergelijking met de huidige situatie een minder groot aandeel zal hebben. Waar vandaag de dag vooral vanuit het bestaande aanbod wordt gekeken op welke manier inburgeraars hierin passen, is de verwachting dat in de toekomst meer de vraag en behoeften van inburgeraars centraal zullen staan. Aanbod van leren op afstand zal toenemen. Hierbij gaat het om aanbod van onderwijs met een relatief groot gedeelte zelfstudie en digitaal onderwijs. Deze ontwikkeling sluit aan bij de verwachting dat aanbieders zich in toenemende mate gaan richten op hoogopgeleiden: voor deze groep is leren op afstand meer geschikt dan laagopgeleiden. Bovendien kan dit onderwijs in vergelijking met intensief onderwijs op locatie flexibeler en goedkoper worden aangeboden. 11
12 Aanbod (3) Een nieuwe markt biedt nieuwe kansen De MOE-landers vormen vooral voor private aanbieders een interessante doelgroep. Aangezien het gaat om een relatief grote groep schattingen lopen uiteen van tot zien vooral private aanbieders kansen om zich hier actiever op te gaan richten. Deze aanbieders zien vooral kansen om hun onderwijsaanbod dat vooral bedoeld is voor hoogopgeleiden ook geschikt te maken voor MOE-landers. Bijstandsgerechtigden vormen mogelijk een nieuwe doelgroep. Aan de bijstand wordt naar verwachting een taaleis gekoppeld. Bijstandsgerechtigden die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheersen, zullen hun taalniveau moeten verbeteren en mogelijk een taalcursus gaan volgen. Private aanbieders zien kansen in de markt van mensen met een werkvergunning. Hierbij gaat het vooral om groeiende groepen mensen uit niet-europese landen, zoals werknemers uit China en India. Net als de MOE-landers, is de verwachting dat vooral private aanbieders zich in de toekomst actiever op deze groep mensen gaat richten. Meer dan alleen inburgering. Omdat de doelgroep voor inburgering in de toekomst kleiner wordt en er daardoor minder vraag is naar inburgeringscursussen, is de verwachting dat private taalaanbieders zich intensiever op andere dienstverlening gaan richten. Een voorbeeld hiervan is doorburgering. Doorburgering is het aanbieden van vakonderwijs aan mensen die hun inburgeringsexamen hebben gehaald. Onderdeel van deze doorburgering is het verder ontwikkelen van de Nederlandse taal en het aanbieden van vakgericht onderwijs. Door dit aanbod vergroten doorburgeraars hun kennis van de Nederlandse taal en worden de kansen op de arbeidsmarkt vergroot. Meer samenwerking met werkgevers. Taalaanbieders verwachten dat zij in de toekomst in toenemende mate zullen samenwerken met werkgevers. Hierbij wordt de taalcursus afgestemd op het type werk en de voorwaarden om dit naar behoren uit te voeren. Deze ontwikkeling sluit aan bij de verwachting van taalaanbieders dat zij zich in toenemende mate gaan richten op MOE-landers en niet-europese mensen met een werkvergunning en na de taalcursus ook vakgericht onderwijs gaan aanbieden ( doorburgering ). 12
13 Kosten onderwijs Inburgeraar kan het zo duur maken als hij zelf wil Momenteel bestaan grote verschillen in de prijzen van inburgerings- en taalonderwijs. Deze verschillen worden vooral veroorzaakt door de intensiteit van het onderwijs, waaronder: vooral op afstand of op locatie, veel of weinig contacturen, lange of korte doorlooptijd). De prijzen die uit de gesprekken met de aanbieders naar voren zijn gekomen, lopen uiteen van minder dan tot minimaal voor het onderwijs, inclusief materiaalkosten. Kanttekening is dat deze kosten sterk afhankelijk zijn van de achtergrond van een inburgeraar, vooral of deze laag- of hoogopgeleid is. In de toekomst wordt de prijs van onderwijs nog meer afhankelijk van de behoefte van de inburgeraar. Zo zullen aanbieders bijvoorbeeld modules van een bepaald aantal weken aanbieden. Een inburgeraar kan na afronding ervan besluiten al dan niet een module bij te kopen. De verantwoordelijkheid voor het organiseren van het inburgerings- en taalonderwijs komt hiermee nadrukkelijker bij de inburgeraar te liggen. Een inburgeraar die uitsluitend wil volstaan met digitaal onderwijs, kan dit al vanaf circa 500 realiseren. Het maximale leenbedrag van het sociaal leenstelsel is naar verwachting toereikend. Aanbieders verwachten dat hun onderwijsaanbod onder het maximale leenbedrag ( 5.000) ligt. Naar verwachting zullen meer trajecten door de werkgever bekostigd worden. Deze ontwikkeling hangt samen met de groter wordende aandacht van (vooral private) aanbieders voor MOE-landers en niet- Europese mensen met een werkvergunning. Taalaanbieders noemen pioniers aan de keukentafel als aandachtspunt. Alle taalaanbieders verwachten voor de komende jaren een toename van zelfstandigen die voor een relatief lage prijs inburgerings- en taalonderwijs gaan aanbieden. De kwaliteit van dit onderwijs ter voorbereiding op het inburgeringsexamen wordt als aandachtspunt genoemd. 13
14 Verantwoordelijkheden De overheid gaat over het wat, de markt over het hoe Verschuiving van overheidsmarkt naar consumentenmarkt. In tegenstelling tot ROC s, zijn private aanbieders van inburgerings- en taalonderwijs overwegend positief over de gewijzigde Wet inburgering. Volgens hun is de markt goed in staat om ook in de toekomst voldoende onderwijsaanbod te blijven genereren. Momenteel tonen de slagingspercentages van inburgeraars die onderwijs bij een private aanbieder hebben gevolgd aan dat deze niet onderdoen voor ROC s. Mogelijke samenwerking tussen private aanbieders en ROC s. Deze samenwerkingsmogelijkheden worden momenteel door private aanbieders bekeken. De verwachting is dat dit in de toekomst wordt geïntensiveerd. Belangrijkste reden is dat deze samenwerking het voor private aanbieders mogelijk maakt om op onderdelen gebruik te maken van de Web-gelden. Private aanbieders zullen meer aandacht hebben voor marketing en communicatie van hun aanbod. De eerste tekenen hiervan zijn al zichtbaar. Aanbieders ontwikkelen brochures en websites om hun aanbod onder de aandacht te brengen. Daarnaast wordt contact gezocht met gemeenten met als doel dat gemeenten inburgeraars naar hun doorverwijzen. Een aantal aanbieders zal zich de komende tijd actiever profileren in het land van herkomst van de inburgeraars. De verwachting is dat inburgeraars die al in hun eigen land kennis hebben gemaakt met een aanbieder, na aankomst in Nederland eerder van hun diensten gebruik zullen maken. De Rijksoverheid heeft volgens de aanbieders vooral een faciliterende rol. Dit betekent dat de Rijksoverheid verantwoordelijkheid heeft voor het informeren van inburgeraars (bijvoorbeeld op locaties van de IND en het COA) en het bieden van een vangnet voor inburgeraars waarvan het nemen van eigen verantwoordelijkheid teveel gevraagd is, voornamelijk de laagopgeleiden. De informatievoorziening zal worden verzorgd door DUO, de Stichting Blik op Werk en de IND. 14
15 Keurmerk Een keurmerk is nodig voor borging van de onderwijskwaliteit Keurmerk kan bijdragen aan hogere onderwijskwaliteit. De kwaliteit van het inburgerings- en taalonderwijs is medebepalend voor de kans van een inburgeraar om te slagen voor het inburgeringsexamen. Om die reden vinden taalaanbieders dat van dit onderwijs een minimum niveau mag worden gevraagd. Een keurmerk kan helpen om dit niveau te borgen. Aanbieders staan niet afwijzend tegenover koppeling van het sociaal leenstelsel aan een keurmerk. Volgens de aanbieders moet worden voorkomen dat inburgeraars hun lening besteden aan prijsvechters die onvoldoende kwalitatief onderwijs aanbieden. Door het sociaal leenstelsel te koppelen aan een keurmerk, wordt het onmogelijk gemaakt om de lening aan dergelijke aanbieders te besteden. Taalaanbieders zijn ontevreden over het huidige keurmerk. Alle ondervraagde taalaanbieders, op één na, hebben het keurmerk Blik op Werk. Het Keurmerk Blik op Werk kenmerkt zich volgens de meeste aanbieders door tijdrovende procedures om alle informatie aan te leveren, onvoldoende aansluiting met andere keurmerken en certificeringen voor onderwijsinstellingen en voortdurend veranderende eisen. Het huidige Keurmerk Blik op Werk kan blijven bestaan, maar dan in aangepaste vorm. Volgens de taalaanbieders is het vooral belangrijk dat de juiste balans tussen aandacht voor het proces, de inhoud en de output wordt gelegd. Momenteel is er vooral aandacht voor het proces, oftewel de wijze waarop het onderwijs wordt aangeboden en de kwalificaties van docenten. Volgens de taalaanbieders zijn dit thema s waarop ook andere certificeringen zich richten. Meer aandacht voor de vraag wat wordt aangeboden (inhoud) en de resultaten daarvan in termen van slagingspercentages (output) zeggen volgens de taalaanbieders meer over de kwaliteit van het onderwijs dan bijvoorbeeld de vraag of een docent over de juiste papieren beschikt. 15
16 Marktconsultatie Inburgering Conclusies en aandachtspunten
17 Conclusies 1. Een wijziging van de vraag betekent ook een wijziging van het aanbod De verwachting is dat er in de toekomst voldoende aanbieders van inburgerings- en taalonderwijs zullen zijn voor hoogopgeleiden. Een aantal taalaanbieders geeft aan zich (voorlopig) te richten op laagopgeleiden. Het aanbod zal wel veranderen. Zo zal de markt vooral bestaan uit private aanbieders. Het aantal locaties waarop inburgerings- en taalonderwijs wordt gegeven, zal naar verwachting afnemen, private aanbieders zullen hun onderwijslocaties concentreren in de Randstad en de grote steden. 2. Een nieuwe markt biedt nieuwe kansen Vooral private aanbieders zullen in de toekomst op zoek gaan naar nieuwe kansen om hun dienstverlening uit te breiden. Hierbij gaat het vooral om het aanbieden van onderwijs aan MOE-landers, niet-europeanen met een werkvergunning en mensen die na hun inburgeringsexamen door willen gaan met het ontwikkelen van hun taalvaardighedencombinatie met een praktijkopleiding. Tevens is de verwachting dat er meer prijsvechters op de markt komen. 3. Meer maatwerk dan standaard pakketten Huidige aanbieders van inburgerings- en taalonderwijs die kansen zien voor de toekomst, verwachten dat het onderwijsaanbod zal veranderen. De nadruk komt meer te liggen op maatwerk waarbij meer dan in de huidige situatie de vraag en behoeften van inburgeraars centraal zullen staan. Aanbieders bieden bijvoorbeeld verschillende modules aan. Daarnaast zal het aanbod van leren op afstand worden vergroot. 4. Inburgeraar kan het zo duur maken als hij zelf wil De toekomstige prijs voor een inburgerings- en taalcursus wordt nog meer dan vandaag de dag afhankelijk van de vraag en behoeften van de inburgeraar. Taalaanbieders verwachten in toenemende mate te gaan werken met modules waarbij inburgeraars zelf kunnen kiezen van hoeveel modules ze gebruik willen maken. Vooralsnog zien aanbieders geen beperking in de omvang van het bedrag dat inburgeraars via het sociaal leenstelsel kunnen lenen: dit bedrag is toereikend om een passend aanbod te genereren. 17
18 Conclusies (vervolg) 5. De overheid gaat over het wat, de markt over het hoe Doordat de markt van inburgerings- en taalonderwijs verandert van een gemeentelijke aanbestedingsmarkt naar een consumentenmarkt, worden aanbieders verantwoordelijk voor de wijze waarop ze het onderwijs aanbieden. Volgens vooral private aanbieders past dit in de gedachte van de gewijzigde Wet inburgering dat inburgeraars zelf verantwoordelijk zijn voor het organiseren van hun onderwijs ter voorbereiding op het examen. Ook al zullen aanbieders zich in de toekomst meer richten op de marketing en communicatie van hun aanbod, de Rijksoverheid blijft volgens hun medeverantwoordelijk voor het informeren van inburgeraars over de onderwijsmogelijkheden. De vraag is wel of inburgeraars, vooral laagopgeleiden, de verantwoordelijkheid kunnen dragen voor de organisatie van inburgerings- en taalonderwijs. 6. Een keurmerk is nodig voor borging van de onderwijskwaliteit Alle ondervraagde taalaanbieders, op één na, hebben het keurmerk Blik op Werk. Volgens de taalaanbieders is het belangrijk dat door middel van een keurmerk wordt toegezien op zowel de inhoud van het onderwijs, de wijze waarop dit wordt gegeven (proces) en de resultaten in termen van slagingspercentages (output). De balans tussen deze drie onderdelen is volgens de aanbieders onvoldoende zichtbaar bij het huidige Keurmerk Blik op Werk. Voortzetting van het huidige Keurmerk Blik op Werk is dan ook alleen in aangepaste vorm mogelijk, anders is niet zeker dat aanbieders ook in de toekomst aangesloten blijven bij het keurmerk. De aanbieders staan positief tegenover koppeling van het sociaal leenstelsel aan een keurmerk. Deze koppeling kan ertoe bijdragen dat inburgeraars hun lening uitsluitend kunnen besteden aan aanbieders van kwalitatief goed onderwijs. 18
19 Aandachtspunten 1. Voldoende onderwijsaanbod voor laagopgeleiden De verwachting is dat het merendeel van het aanbod gericht zal zijn op hoogopgeleiden. Weliswaar blijft een aantal aanbieders zich voorlopig richten op laagopgeleiden, maar zij kunnen niet met zekerheid zeggen of ze dit de komende jaren blijven doen. Dit is sterk afhankelijk van de vraag van laagopgeleiden (aantal mensen, type onderwijs) en de opbrengsten (vooral financieel). Hiermee is het aanbod voor laagopgeleiden kwetsbaar. 2. Planning van het onderwijs Inburgeraars worden zelf verantwoordelijk voor de organisatie van hun inburgerings- en taalonderwijs. Dit kan tot gevolg hebben dat inburgeraars relatief laat starten met een inburgeringscursus omdat andere zaken zoals werk voorrang hebben. De tijd tussen de start van een inburgeringscursus en het behalen van het inburgeringsexamen wordt hiermee korter. Het behalen van het examen binnen 3 jaar kan hiermee onder druk komen te staan. 3. Voldoende onderwijslocaties Het aantal locaties waarop inburgerings- en taalonderwijs wordt gegeven, zal naar verwachting afnemen, vooral in perifere gebieden buiten de Randstad. De groter wordende afstand die inburgeraars moeten afleggen kan voor bepaalde groepen inburgeraars een barrière betekenen om voor onderwijs op locatie te kiezen. 4. Opkomst goedkope aanbieders De opkomst van prijsvechters is een logisch gevolg van marktwerking en inburgeraars hebben de keuze om wel of niet van hun diensten gebruik te maken. De vraag is of de kwaliteit van de cursussen die prijsvechters aanbieden voldoende is. Indien dit niet het geval is kunnen inburgeraars het risico lopen om onderwijs van onvoldoende kwaliteit te krijgen met het gevolg dat zij niet binnen 3 jaar hun examen halen. 5. Eigen verantwoordelijkheid van de inburgeraar Vooral laagopgeleide inburgeraars met een beperkt sociaal netwerk, zullen bij binnenkomst in Nederland vooral gericht zijn op het verkrijgen van werk, een inkomen en een sociaal netwerk. De vraag is of een inburgeraar naast dit alles ook nog zelf verantwoordelijkheid kan nemen voor de organisatie van inburgerings- en taalonderwijs (inclusief financiering en keuze voor het type onderwijs). 19
Integratie en Samenleving. Nieuwe beleidsontwikkelingen
Integratie en Samenleving Nieuwe beleidsontwikkelingen Onderwerpen 1. Politieke achtergrond 2. Overeenkomsten en verschillen oude en nieuwe regelingen 3. Nieuwe examenonderdelen 4. Vrijstellingsregelingen
Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar H. Alssema, 0595 750328. [email protected] (t.a.v. H. Alssema)
Vergadering: 23 april 2013 Agendanummer: 7 Status: Opiniërend Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar H. Alssema, 0595 750328. E mail: [email protected] (t.a.v. H. Alssema) Aan de gemeenteraad,
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
TWEEDE KAMER DER STATEN- 2 GENERAAL Vergaderjaar 2011-2012 33 086 Wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige
Voortgangscijfers inburgering Totaal Nederland
Voortgangscijfers inburgering Totaal Nederland Nieuwkomers die in Nederland moeten inburgeren zijn verplicht Nederlands te leren en zich te verdiepen in de Nederlandse samenleving, waarden en normen. Ook
Per 1 januari 2013 is zowel de nieuwe Wet Inburgering in werking getreden alsook de Wet Kinderopvang gewijzigd.
Aan de raad agendanummer afdeling Simpelveld VI IBR 14 oktober 2013 onderwerp Verordening Wet Inburgering & Verordening Wet Kinderopvang 7740 zaakkenmerk Inleiding Per 1 januari 2013 is zowel de nieuwe
De gemeente heeft een aantal taken binnen de uitvoering van de WI.
BELEIDSNOTITIE EN BELEIDSREGELS WET INBURGERING INLEIDING Sinds 1 januari 2007 is de Wet Inburgering (hierna te noemen: WI) van kracht. Op grond van deze wet is er een algemene inburgeringsplicht voor
Informatiebijeenkomst BVNT2. Mohammed el Hamdaoui Beleidsadviseur DUO
Informatiebijeenkomst BVNT2 Mohammed el Hamdaoui Beleidsadviseur DUO 14 november 2014 Presentatie - Globaal overzicht van taken en activiteiten DUO - Inzoomen: - Informatievoorziening - Kennisgeving -
Voortgangscijfers inburgering Totaal Nederland
Voortgangscijfers inburgering Totaal Nederland Nieuwkomers die in Nederland moeten inburgeren zijn verplicht Nederlands te leren en zich te verdiepen in de Nederlandse samenleving, waarden en normen. Ook
Wijzigingsvoorstel WI: beperking doelgroep en inburgeraar betaalt
Regelingen en voorzieningen CODE 6.6.4.31 verwachte wijzigingen Wijzigingsvoorstel WI: beperking doelgroep en inburgeraar betaalt bronnen Rijksoverheid.nl, nieuwsbericht d.d. 14.11.2011, 'Inburgering als
De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer Postbus 250
gemeente Haarlemmermeer De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Bezoekadres: Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Telefax 023 563 95 50 Organisatieonderdeel
Verslag uitvoering Wet inburgering
Gewijzigde Wet inburgering per 1 januari 2013 Verslag uitvoering Wet inburgering 2007 2012 Juni 2013 Verslag Wet inburgering 2007 2012 Voor u ligt een verslag van de Wet inburgering. Gemeenten zijn vanaf
Doel van de Wet inburgering is ervoor te zorgen dat vreemdelingen die zich in Nederland vestigen:
Bijlage 1 Wat is inburgeren? Doel van de Wet inburgering is ervoor te zorgen dat vreemdelingen die zich in Nederland vestigen: * Nederlands kunnen spreken, verstaan, lezen en schrijven * leren hoe de Nederlandse
2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE
> Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Parnassusplein 5 T 070 333
Wat is duaal inburgeren?
Wat is duaal inburgeren? Duaal is participeren Voldoende van Nederland en de Nederlandse taal leren om actief te kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving Duaal is gelijktijdigheid Les en praktijk
VERORDENING WET INBURGERING HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE 2013
BOB 13/001 VERORDENING WET INBURGERING HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE 2013 Aan de raad, In de Wet inburgering staan de regels voor inburgeren in Nederland. Per 1 januari 2013 wijzigt de Wet inburgering.
Inhoud educatie-opleidingen, toetsing en certificering
Inhoud educatie-opleidingen, toetsing en certificering In iedere FAQ-lijst vindt u eerst de lijst met vragen, zodat u de voor u interessante vragen en antwoorden op de pagina s hierna makkelijk terug kunt
Gewijzigde wet vanaf 1 januari 2013 Wat zijn de beleidsmatige gevolgen van de gewijzigde Wet Inburgering voor de gemeenten?
Versie 5.0 13 augustus 2013 Gewijzigde wet vanaf 1 januari 2013 Wat zijn de beleidsmatige gevolgen van de gewijzigde Wet Inburgering voor de gemeenten? Welke taken blijven voor de gemeente over in het
Inburgering 2013. Jacqueline van Swaaij Noorderpoort Rudi Knol Alfa-college
Inburgering 2013 Jacqueline van Swaaij Noorderpoort Rudi Knol Alfa-college De onderwerpen Inburgeraars met een verblijfsvergunning voor 1 januari 2013 Inburgeraars met een verblijfsvergunning na 1 januari
Regionaal Programma volwassenen Educatie 2018
Regionaal Programma volwassenen Educatie 2018 Augustus 2017 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Laaggeletterdheid en educatie 2.1 Afbakening Wet educatie en beroepsonderwijs 2.2 Doelgroep 2.3 Formeel en non-formeel
Vaststelling van de Verordening Wet Inburgering gemeente Hoorn Samenvoegen van Winvoorziening en voorziening oudkomers tot een reserve inburgering
Raadsvoorstel gemeente Hoorn Raadsvoorstel nr.: Portefeuillehouder: Wethouder de heer J.A. de Boer Raad d.d.: Budgethouder: W. Krijgsman Corsa registratienr. : 08.19818 Budgethouder: D. Gelinck Onderwerp
Inburgeren; vergoeding
Regelingen en voorzieningen CODE 6.6.4.86 Inburgeren; vergoeding brochure bronnen DUO, Servicecentrum Inburgering, uitgave januari 2010 Inburgeringsdiploma: Geld terug U heeft het inburgeringsexamen of
Het inburgeringsexamen
Het inburgeringsexamen Als gevolg van de Nieuwe Wet Inburgering zijn zowel de oud- als de nieuwkomers niet alleen verplicht een inburgeringsprogramma te volgen, ze moeten op het inburgeringsexamen ook
Taalcoaching: meer dan taal alleen. Een waarderingsonderzoek van het project Taalcoach voor inburgeraars
Taalcoaching: meer dan taal alleen Een waarderingsonderzoek van het project Taalcoach voor inburgeraars SAMENVATTING WAARDERINGSONDERZOEK PROJECT TAALCOACH Deze samenvatting geeft de belangrijkste uitkomsten
BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN. Datum. 8 november Onderwerp. Ons kenmerk. Taaleis BSW/ RIS294999
Datum 8 november 2016 BEANTWOORDING SCHRIFTELIJKE VRAGEN Onderwerp Taaleis RIS294999 De raadsleden mevrouw Van der Gaag en de heer Kapteijns hebben op 9 september 2016 een brief met daarin dertien vragen
VERORDENING WET INBURGERING ZOETERWOUDE Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking
VERORDENING WET INBURGERING ZOETERWOUDE 2013 Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen en informatieverstrekking Artikel 1 Begripsomschrijvingen 1. In deze verordening wordt verstaan onder: a. het college: het
Beleidsplan Wet inburgering
Beleidsplan Wet inburgering 2007 2011 Vastgesteld 5 april 2007 Inleiding De Wet inburgering is vanaf 1 januari 2007 officieel van kracht. Gezien het late tijdstip waarop de wet is vastgesteld hebben gemeenten
Inburgeren voor asielmigranten
Inburgeren voor asielmigranten Inburgeren U hebt een verblijfsvergunning Asiel bepaalde tijd. En u hebt van DUO een brief gekregen. In de brief staat dat u moet inburgeren. Als u gaat inburgeren leert
hoe moet ik inburgeren? informatiebrochure over de wet inburgering
hoe moet ik inburgeren? informatiebrochure over de wet inburgering Inhoud 2 Wet inburgering 3 Wat is inburgeren? 4 Waarom inburgeren? 5 Wie moeten inburgeren? 6 Wanneer hoeft u niet in te burgeren? 9 Hoe
Wijzigingen binnen de Wi (Wet inburgering) in samenhang met wijziging van de WEB (Wet Educatie en Beroepsonderwijs/volwasseneneducatie)
Gemeente Ede Memo Aan : Raadscommissie Maatschappelijke Zaken Van : College van burgemeester en wethouders Datum : 18 december 2012 Opsteller : N. Weigergangs Registratienummer : 734124 Onderwerp : Wijzigingen
Kadernotitie Wet inburgering Smallingerland. Gemeente Smallingerland Mei 2007
Kadernotitie Wet inburgering Smallingerland Gemeente Smallingerland Mei 2007 Inhoudsopgave Inleiding Hoofdstuk 1 Wettelijk kader 1.1 Doelgroepen 1.2 Inburgeringexamen 1.3 Marktwerking 1.4 Leningsfaciliteit
Inburgeren in Inburgering. Wilma Smit Noorderpoort Rudi Knol Alfa-college
Inburgeren in Inburgering Wilma Smit Noorderpoort Rudi Knol Alfa-college Veldschets Taalniveaus, hoe burger je in? Inburgering tot 1 januari 2013 Inburgering vanaf 1 januari 2013 en vanaf 1 januari 2015
Verordening Wet inburgering gemeente Nederweert
Verordening Wet inburgering gemeente Nederweert Verordening Wet inburgering in het kader van de artikelen 8, 19, vijfde lid, 23, derde lid, 24a, vijfde lid, 24f en 35 van de Wet inburgering en artikel
Inburgeren. In de Hoeksche Waard
Inburgeren In de Hoeksche Waard inburgeren in de Hoeksche Waard Doel van deze folder Per 1 januari 2007 is de Wet Inburgering (WI) in werking getreden. In deze folder staat omschreven wat inburgeren betekent
Beleidsregels behorend bij de Verordening Wet inburgering Helmond 2015
Beleidsregels behorend bij de Verordening Wet inburgering Helmond 2015 Inhoud Hoofdstuk 1 Voorzieningen...1 Hoofdstuk 2 Ontheffen inburgeringsplicht...1 Hoofdstuk 3 De bestuurlijke boete...4 Hoofdstuk
hoe moet ik inburgeren? informatiebrochure over de wet inburgering
hoe moet ik inburgeren? informatiebrochure over de wet inburgering Inhoud Wet inburgering Wet inburgering Wat is inburgeren? Waarom inburgeren? Wie moeten inburgeren? Wanneer hoeft u niet in te burgeren?
