Checklist BBV. Februari 2018
|
|
|
- Esmée Smets
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Checklist BBV Februari 2018
2 Pagina 2 Geachte lezer, Ook dit jaar hebben de sectorspecialisten van EY de voorbeeldjaarrekening en checklist voor gemeenten opgesteld. Deze checklist is bedoeld om u als gemeentelijk medewerker financiën te ondersteunen in het opstellen van de jaarrekening 2017 van uw gemeente in lijn met de vereisten zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en alle aanvullende aanwijzingen vanuit de commissie BBV. Wij hebben alle zorgvuldigheid in acht genomen bij het opstellen van deze checklist. Mocht het zo zijn dat u onvolkomenheden constateert aarzelt u niet om uw feedback terug te koppelen, zodat wij onze dienstverlening verder kunnen optimaliseren. EY kan niet aansprakelijk worden gehouden voor eventuele onjuistheden en/of onvolledigheden. Heeft u nog vragen, neem dan contact met ons op. Ernst & Young Accountants LLP drs. Ronald Regelink RA [email protected] Senior Manager vaktechnisch team Public drs. Barry Smeenk RA [email protected] Executive Director vaktechnisch team Public
3 Pagina 3 Vragenlijst BBV Algemene uitgangspunten 1. Art. 2 lid 1 Is voor de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie een stelsel van baten en lasten gehanteerd. 2. Art. 2 lid 2 Zijn de baten en de lasten van het begrotingsjaar in: de begroting de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie opgenomen, onverschillig of zij tot inkomen of uitgaven in dat jaar leiden, onderscheidenlijk hebben geleid. 3. Art. 2 lid 3 Zijn de baten en lasten geraamd dan wel verantwoord tot hun brutobedrag. 4. Art. 2 lid 4 Zijn onder de baten en lasten ook opgenomen de over het eigen vermogen en de voorzieningen berekende bespaarde rente. 5. Art. 2 lid 5 Is onder de baten en lasten ook opgenomen de heffing van de vennootschapsbelasting. Deze heffing wordt geraamd en verantwoord op basis van de fiscale grondslag. 6. Art. 3 lid 1 Geven: de begroting de meerjarenraming de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie volgens normen die voor gemeenten en provincies als aanvaardbaar worden beschouwd een zodanig inzicht dat een verantwoord oordeel kan worden gevormd over de financiële positie en over de baten en de lasten. In het bijzonder provinciale staten en de raad moeten in staat zijn zich een zodanig oordeel te vormen. 7. Art. 3 lid 2 Geven: de begroting de meerjarenraming en de uitvoeringsinformatie duidelijk en stelselmatig de omvang van alle geraamde baten en lasten, alsmede het saldo ervan weer. Geeft de begroting tevens duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie.
4 Pagina 4 8. Art. 3 lid 3 Geven: de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie getrouw, duidelijk en stelselmatig de baten en lasten van het begrotingsjaar, alsmede het saldo ervan weer. Geeft de jaarrekening tevens een getrouw, duidelijk en stelselmatig inzicht in de financiële positie aan het einde van het begrotingsjaar. 9. Art. 4 lid 1 Is de indeling van de begroting en de jaarstukken identiek. 10. Art. 4 lid 2 Indien de indeling van de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie afwijkt van die van het voorgaande begrotingsjaar, zijn in de toelichting dan de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet. 11. Art. 5 Verbonden partijen worden niet geconsolideerd in de begroting en jaarstukken. 2. Inrichting begroting 12. V&A (Deel 2, vraag 1) Is de begroting tijdig ingediend bij de toezichthouder (provincie/rijk)? Twee weken na vaststelling door de raad maar uiterlijk voor 15 november. Voor gemeenschappelijke regelingen geldt een deadline van 1 augustus. 13. Art. 7 lid 1 Bestaat de begroting ten minste uit een beleidsbegroting en een financiële begroting. 14. Art. 7 lid 2 Bestaat de beleidsbegroting ten minste uit een programmaplan en de verplichte paragrafen. 15. Art. 7 lid Art. 8 lid 1 Art. 8 lid 6 Bestaat de financiële begroting ten minste uit het overzicht van baten en lasten en de toelichting daarop, de uiteenzetting van de financiële positie met een toelichting daarop en de bijlage met het overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld. Bestaat het programmaplan uit: de te realiseren programma s; het overzicht algemene dekkingsmiddelen; een overzicht van de kosten van overhead; het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting; het bedrag voor onvoorzien (het bedrag voor onvoorzien wordt in zijn geheel of per programma geraamd).
5 Pagina Art. 8 lid 3 Art. 8 lid 4 Bevat het programmaplan per afzonderlijk programma: de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke effecten, ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren (let op: omdat de beleidsindicatoren voor provincies nog niet in een ministeriële regeling kunnen worden vastgesteld, zullen provincies in 2017 gebruik maken van zelfgekozen beleidsindicatoren); de wijze waarop ernaar gestreefd wordt deze effecten te bereiken en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen; de raming van baten en lasten (facultatief: verdelen naar baten en lasten voor prioriteiten en voor overig). 18. Art. 8 lid 5 Bevat het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen ten minste: lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is (zoals bijvoorbeeld OZB; rioolheffing valt hier bijvoorbeeld niet onder); algemene uitkeringen; dividend; saldo van de financieringsfunctie (betaalde en ontvangen rente, exclusief berekende rente eigen vermogen) overige algemene dekkingsmiddelen (onder andere berekende rente eigen vermogen). 19. Art. 9 lid 2 Bevat de begroting minimaal de volgende paragrafen (voor zover bij de gemeente of provincie desbetreffende aspecten aan de orde zijn), waarin de beleidslijnen zijn vastgelegd met betrekking tot relevante beheersmatige aspecten: Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
6 Pagina Art. 10 Is in de paragraaf Lokale heffingen minimaal opgenomen: de geraamde inkomsten; het beleid ten aanzien van de lokale heffingen; een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd; een aanduiding van de lokale lastendruk; een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. Stellige uitspraak Bij de berekening van de tarieven voor lokale heffingen moet de methodiek voor de toerekening van overhead worden opgenomen in de financiële verordening. 21. Art. 11 Is in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing minimaal opgenomen: een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; een inventarisatie van de risico s; het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico s; een kengetal voor de: 1a. netto schuldquote; 1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; 2. solvabiliteitsratio; 3. grondexploitatie; 4. structurele exploitatieruimte en; 5. belastingcapaciteit; een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Bij ministeriële regeling zijn nadere regels gesteld over de wijze waarop de kengetallen door provincies en gemeenten worden vastgesteld en in de begroting en het jaarverslag dienen te worden opgenomen. 22. Art. 12 In de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen is minimaal opgenomen het beleidskader en de hieruit voortvloeiende financiële consequenties vertaald naar de begroting voor ten minste de volgende kapitaalgoederen: wegen, riolering, water, groen en gebouwen.
7 Pagina Art. 13 Notitie Rente Notitie Rente 2017 V&A Zijn in de paragraaf Financiering minimaal opgenomen de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille en geeft deze (aanbeveling: door middel van opname van het renteschema uit de notitie rente 2017) inzicht in de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte. Het aantrekken en verstrekken van een lening betreft een treasury activiteit. De met deze activiteit gepaarde rentelasten en rentebaten (inclusief eventuele risico- of andere opslagen) behoren op het taakveld Treasury, zijn deze als dusdanig verantwoord? Dit geldt ook voor de rentelasten en baten van projectfinanciering. Heeft het toerekenen van (omslag)rente aan de taakvelden eveneens plaats gevonden via het taakveld Treasury? 25. Notitie Rente Notitie Rente Notitie Rente 2017 De rentekosten moeten aan de desbetreffende taakvelden worden toegerekend met behulp van een (rente)omslag. De omslagrente wordt berekend door de aan de taakvelden toe te rekenen rente (in Euro s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. Het bij de begroting (voor)gecalculeerde omslagrentepercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Indien de werkelijke rentelasten in Euro s die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten in Euro s die op basis van de voorgecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%. Als er een rentevergoeding over het eigen vermogen/ voorzieningen wordt berekend (aanbeveling om dit niet langer te doen), dan is deze vergoeding maximaal het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de externe rentelasten over de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen. 28. Art. 14 Is in de paragraaf Bedrijfsvoering minimaal opgenomen de stand van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.
8 Pagina Art. 15 lid 1 Art. 15 lid 2 Is in de paragraaf Verbonden partijen minimaal opgenomen: de visie en de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen; de lijst van verbonden partijen die wordt onderverdeeld in: gemeenschappelijke regelingen; vennootschappen en coöperaties; stichtingen en verenigingen en; overige verbonden partijen. waarin ten minste is opgenomen: de naam en de vestigingsplaats; de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk de gemeente een belang heeft in de verbonden partij en het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt; het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan het einde van het begrotingsjaar; de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde van het begrotingsjaar; de verwachte omvang van het financiële resultaat van de verbonden partij in het begrotingsjaar; de eventuele risico s van de verbonden partij die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. 30. Notitie Verbonden partijen In het geval dat formeel juridisch geen sprake is van een verbonden partij door het ontbreken van een financieel belang, maar er wel sprake is van: een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via één of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht) én; een bestuurlijke belang; dan beveelt de Commissie BBV aan om deze organisaties gezien het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico s toch op te nemen in de paragraaf verbonden partijen.
9 Pagina Art. 16 Is in de paragraaf Grondbeleid minimaal opgenomen: de visie op het grondbeleid in relatie tot te realiseren doelstellingen van de programma s; een aanduiding van de wijze waarop het grondbeleid wordt uitgevoerd; een actuele prognose van de te verwachten resultaten; een onderbouwing van de geraamde winstneming; de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie tot de risico s. 32. Notitie grondexploitaties 33. Art. 17 Zijn de te verwachten resultaten op de grondexploitaties in de paragraaf grondbeleid tegen nominale waarde opgenomen. Wanneer bij de berekening van de voorziening voor de verliesgevende grondexploitaties een andere waarderingsgrondslag wordt gehanteerd (de contante waarde), dan moet het effect hiervan op de te verwachten resultaten voor zowel de negatieve als de positieve grondexploitaties worden toegelicht in de paragraaf grondbeleid. Bevat het overzicht van baten en lasten in de begroting: per programma als bedoeld in artikel 8, vierde lid de raming van de baten en lasten en het saldo; het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen, de geraamde kosten van de overhead, het geraamde bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting en het geraamde bedrag voor onvoorzien; het geraamde totaal saldo van baten en lasten; de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; het geraamde resultaat. 34. Art. 18 Zijn, indien besluiten tot wijziging van de begroting zijn genomen, per programma, en, indien aanwezig, per programmaonderdeel, de mutatie en het nieuw geraamde bedrag toegelicht. 35. Art. 19 Bevat de toelichting op het overzicht van baten en lasten ten minste: het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar, het geraamde bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging en het geraamde bedrag van het begrotingsjaar; de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en, in geval van aanmerkelijk verschil met de raming, respectievelijk de realisatie, van het vorig, respectievelijk voorvorig, begrotingsjaar de oorzaken van het verschil;
10 Pagina 10 (vervolg) 36. Art. 20 lid 1 Art. 20 lid 2 een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen; een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Bevat de uiteenzetting van de financiële positie: een raming voor het begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma s is opgenomen; een geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar, die ten minste de posten bevat om het EMU-saldo te kunnen berekenen en; het EMU-saldo over het vorig begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het begrotingsjaar alsmede het jaar volgend op het begrotingsjaar. Is daarnaast aandacht besteed aan: de aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; de investeringen onderscheiden in investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut; de financiering; de stand en het gespecifieerde verloop van de reserves en de voorzieningen. 37. Art. 21 Bevat de toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie ten minste: de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en de motivering daarvan; een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de uiteenzetting van het vorige begrotingsjaar. 3. Meerjarenraming 38. Art. 22 lid 1 Bevat de meerjarenraming voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar: een geprognosticeerde begin- en eindbalansen; een raming van de financiële gevolgen, waaronder de baten en de lasten van het bestaande en het nieuwe beleid dat in de programma s is opgenomen.
11 Pagina Art. 22 lid 2 Bevat de meerjarenraming een uiteenzetting van de financiële positie (conform artikel 20 lid 2). Dit houdt in dat ten minste aandacht is besteed aan: de aan jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume; de investeringen onderscheiden in investeringen met een economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut; de financiering; de stand en het gespecifieerde verloop van de reserves en de voorzieningen. 40. Art. 23 Bevat de toelichting op de meerjarenraming ten minste: de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en de motivering daarvan, en een toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de meerjarenraming van het vorig begrotingsjaar; een overzicht per jaar van de geraamde incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen; een overzicht per jaar van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar. 41. Art. 4 lid 2 Indien de indeling van de begroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie afwijkt van die van het voorgaande begrotingsjaar, is in de toelichting dan een uiteenzetting opgenomen waarin de verschillen zijn aangegeven en de redenen waarom voor een andere indeling is gekozen. 4. arstukken 42. Art. 4 lid 1 Art. 4 lid 2 Is de indeling van de begroting en de jaarstukken identiek. Wanneer de indeling afwijkt van die van het voorafgaande begrotingsjaar worden in de toelichting de verschillen aangegeven en worden de redenen die tot de afwijking hebben geleid uiteengezet.
12 Pagina SU 2011/ SU 2011/ SU V&A 2014 Een stelselwijziging betreft een wijziging van de vrij te kiezen waarderingsgrondslagen. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksperiode afgeschreven. Een schattingswijziging betreft een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. gebruiksintensiteit dan wel de naar verwachting duurzaam lagere gebruikswaarde. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven. Indien er sprake is van een fundamentele fout is deze vermeld in de eerste nog niet vastgestelde jaarrekening volgend op de jaarrekening waarin de fundamentele fout is gemaakt. Is het herstel van de fundamentele fout verwerkt in dezelfde jaarrekening waarin de vermelding van de fundamentele fout plaatsvindt. Is in de toelichting de aard en voor zover van toepassing de omvang en de wijze van herstel van de fundamentele fout te worden vermeld. Is, indien herrekening van het eigen vermogen aan het einde van het boekjaar waarin de fundamentele fout is gemaakt leidt tot een verschil met het oorspronkelijk gerapporteerde eigen vermogen, dit verschil verwerkt als een rechtstreekse mutatie van het eigen vermogen aan het begin van het boekjaar waarin het herstel plaatsvindt. Zijn de vergelijkende cijfers indien mogelijk gepresenteerd zoals deze zouden zijn geweest zonder het maken van de fundamentele fout. 46. Art. 24 lid 1 Bestaan de jaarstukken ten minste uit: het jaarverslag de jaarrekening 47. Art. 24 lid 2 Bestaat het jaarverslag ten minste uit: de programmaverantwoording de paragrafen
13 Pagina Art. 24 lid Art. 25 lid 1 Art. 25 lid Notitie Overhead De jaarrekening bestaat uit: het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de toelichting; de balans en de toelichting; de bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen; een bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld. Bestaat de programmaverantwoording ten minste uit: de verantwoording over de realisatie van de programma s, waarbij per programma inzicht wordt gegeven in: de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd, ten minste toegelicht aan de hand van de bij ministeriële regeling vast te stellen beleidsindicatoren (let op: omdat de beleidsindicatoren voor provincies nog niet in een ministeriële regeling kunnen worden vastgesteld, kunnen provincies in 2017 gebruik maken van zelfgekozen beleidsindicatoren); de wijze waarop getracht is de beoogde maatschappelijke effecten te bereiken en de betrokkenheid hierbij van verbonden partijen; de gerealiseerde baten en lasten. het overzicht van algemene dekkingsmiddelen; de kosten van overhead; het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting; een uiteenzetting met betrekking tot het gebruik van het geraamde bedrag onvoorzien. Overhead mag worden toegerekend aan grondexploitaties, investeringen en andere (subsidie)projecten. Er dient echter wel een consistente gedragslijn te worden gevolgd. Om het inzicht te behouden in het totaal van de overheadkosten, wordt alle overhead in eerste instantie wel onder het overzicht overhead geboekt en vervolgens als negatieve last overgeboekt naar de betreffende grondexploitatie, investering of ander (subsidie)project. Ten aanzien van gesubsidieerde activiteiten of activiteiten die jaarlijks worden gedekt door inkomsten van derden, geldt er geen keuzevrijheid (wel of niet toerekenen), maar moet er worden toegerekend aangezien overhead extracomptabel meegenomen kan worden in de eindafrekening danwel kostprijsberekening.
14 Pagina Art. 26 Bevat het jaarverslag de paragrafen zoals deze zijn opgenomen in de begroting en bevatten zij verantwoording van hetgeen hierover in de begroting is opgenomen (zie vraag 19 van deze checklist). 52. Art. 27 lid 1 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat: a. per programma, of per programmaonderdeel de gerealiseerde baten en lasten en het saldo daarvan; b. het overzicht van de gerealiseerde algemene dekkingsmiddelen, de gerealiseerde kosten van de overhead en het bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting; c. het gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen a en b; d. de werkelijke toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; e. het gerealiseerde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d. 53. Art. 27 lid 2 Bevatten bovengenoemde onderdelen ook de ramingen uit de begroting voor en na wijziging. 54. Art. 28 De toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening bevat ten minste: a. voor alle onderdelen van artikel 27, eerste lid, een analyse van de afwijkingen tussen de begroting na wijziging en de jaarstukken; b. een overzicht van de aanwending van het bedrag voor onvoorzien; c. een overzicht van de incidentele baten en lasten per programma, waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen worden opgenomen; d. een overzicht van de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves; e. de informatie in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector. 4.1 Balans en toelichting 55. Art. 30 Bevat de balans naast de cijfers per balansdatum ook ter vergelijking de cijfers van het vorige begrotingsjaar.
15 Pagina ACTIVA 56. Art. 31 Zijn de activa onderscheiden in vaste en vlottende activa, waarbij activa die bedoeld zijn om de uitoefening van de werkzaamheid van de gemeente of provincie duurzaam te dienen als vast zijn gekwalificeerd. 57. Art. 63 lid 1 Zijn de activa gewaardeerd op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 58. Art. 63 lid 6 Uitzondering betreft de activa van de Nazorgfondsen, zoals bedoeld in artikel van de Wet Milieubeheer, deze mogen tegen actuele waarde worden gewaardeerd. 59. Art. 63 lid 2 Is bij waardering tegen verkrijgingsprijs, deze gedefinieerd als zijnde de inkoopprijs en de bijkomende kosten. 60. Art. 63 lid 3 Is bij waardering tegen vervaardigingsprijs, deze gedefinieerd als zijnde de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak van de vervaardiging worden opgenomen. 61. Art. 63 lid 3 Indien de rente, toe te rekenen aan de periode van de vervaardiging van een actief, is begrepen in de waardering, is dit dan vermeld in de toelichting. 62. Art. 63 lid 5 Indien de bestemming van activa is gewijzigd, is in de toelichting op de balans dan de actuele waarde van de nieuwe bestemming opgenomen. 63. Art. 63 lid 8 Zijn eventuele voorzieningen wegens oninbaarheid van vorderingen en/of leningen met de boekwaarde van leningen en vorderingen verrekend Vaste activa 64. Art. 33 Zijn de vaste activa onderverdeeld in: immateriële vaste activa materiële vaste activa financiële vaste activa
16 Pagina Art. 34 Is onder de immateriële vaste activa afzonderlijk opgenomen: Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief. Bijdragen aan activa in eigendom van derden. 66. V&A (Deel 2, vraag 12) 67. V&A (Deel 5, vraag 10 en Deel 8, vraag 2 en 3) 68. Notitie grondexploitaties 69. V&A (Deel 4, vraag 1 en Deel 6, vraag 6) Is indien een lening vervroegd wordt afgelost en er vindt geen herfinanciering plaats de boeterente als last genomen. Zijn de uitgaven uit hoofde van het opstellen van bestemmingsplannen, structuurvisies, hertaxaties WOZ, kosten van reorganisaties en dergelijke als last in de staat van baten en lasten verwerkt (en niet als immaterieel vast actief). Indien voorbereidingskosten voor grondexploitaties als kosten van onderzoek en ontwikkeling onder de immateriële vaste activa zijn geactiveerd, voldoen deze kosten aan de volgende voorwaarden: de kosten moeten passen binnen de kostensoortenlijst van het Bro en; de kosten mogen maximaal vijf jaar geactiveerd blijven staan onder de immateriële vaste activa. Na maximaal vijf jaar moeten de kosten hebben geleid tot een actieve grondexploitatie danwel worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat en; plannen tot ontwikkeling van de grond waarvoor de voorbereidingskosten worden gemaakt, moeten bestuurlijke instemming hebben, blijkend uit een raadsbesluit of indien gedelegeerd een collegebesluit. Zijn er geen tekorten geactiveerd onder de materiële vaste activa. 70. Art. 60 Voldoen de geactiveerde onderzoeks- en ontwikkelingskosten aan de volgende vereisten: Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen. De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat vast. Het actief zal in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereren. De uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen zijn betrouwbaar vast te stellen.
17 Pagina V&A Implementatiekosten van software kunnen alleen worden geactiveerd wanneer het een eigen actief betreft. Niet wanneer het een licentie betreft waarvan de kosten jaarlijks in de exploitatie worden begroot en verantwoord. Alleen indien er sprake is van gebruiksrechten voor onbepaalde duur, die volgens de notitie software ook als materieel vaste actief kunnen worden geactiveerd, dan kunnen de implementatiekosten (bijkomende kosten) als onderdeel van de aanschafprijs worden geactiveerd. 72. Art. 64 lid 5 Bedraagt de afschrijvingstermijn voor de geactiveerde kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio maximaal de looptijd van de hiermee samenhangende lening. 73. Art. 64 lid 5 Bedraagt de afschrijvingstermijn voor de geactiveerde kosten van onderzoek en ontwikkeling niet meer dan vijf jaar. 74. Art. 64 lid 6 V&A V&A (Deel 5, vraag 14) 76. Art. 35 lid 1 Art. 59 lid 2 Art. 59 lid 1 Bedraagt de afschrijvingstermijn voor bijdragen aan activa in eigendom van derden, verantwoord onder de immateriële vaste activa, maximaal de afschrijvingsduur die gelijk is aan die van de activa (bij de derde) waarvoor de bijdrage aan derden is verstrekt. Indien de gemeente bij bestaande bijdragen aan activa in eigendom van derden een afschrijvingstermijn heeft die langer is dan de gebruiksduur van het betreffende actief door die derde, is dit dan aangepast. Is in verordening ex artikel 212 vastgelegd welke afschrijvingsmethode de gemeente hanteert en zijn bij het opstellen van de jaarrekening deze termijnen consistent toegepast. Is onder de materiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: investeringen met een economisch nut (investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen; deze investeringen dienen te worden geactiveerd); investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut (activeren is met ingang van het begrotingsjaar 2017 verplicht).
18 Pagina SU 35-1 Software (als afzonderlijk actief) valt onder de materiële vaste activa als bedoeld in artikel 35, 1a (investeringen met een economisch nut). Ook de gebruiksrechten op software voor onbepaalde duur die ineens in rekening worden gebracht vallen onder de materiele vaste activa als bedoeld in artikel 35, 1a (investeringen met een economisch nut). 78. SU-35-3, V&A (Deel 11, vraag 3 en 7) De kosten van (klein en groot) onderhoud zijn niet levensduur verlengend en mogen dus niet worden geactiveerd. Kosten van klein onderhoud dienen in het jaar van uitvoering ten laste van de exploitatie te worden gebracht. Kosten van groot onderhoud kunnen op twee wijzen worden verwerkt in de administratie: 1. Kosten in het jaar van uitvoering direct ten laste van de exploitatie brengen, met eventuele vrijval via resultaatbestemming van een daartoe gevormde reserve. 2. Kosten in het jaar van uitvoering ten laste van een vooraf gevormde voorziening brengen (artikel 44, lid 1c BBV). Kosten van het wegwerken van achterstallig onderhoud dienen ineens ten laste van de exploitatie te worden gebracht. 79. A 35-1 De commissie doet de aanbeveling om in de financiële verordening (of een nadere uitwerking daarvan) op grond van artikel 212 van de Gemeentewet op te nemen dat voor het activeren van investeringen aan ten minste een van de, of aan beide, criteria moet worden voldaan: een minimumbedrag een minimale gebruiksduur 80. Art. 59 lid 2 Zijn investeringen in kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde als last verantwoord (en niet geïnvesteerd). 81. Art. 52 lid 1 Is in de toelichting op de balans de volgende onderverdeling van de materiële vaste activa gemaakt: gronden en terreinen woonruimten bedrijfsgebouwen grond-, weg- en waterbouwkundige werken vervoermiddelen machines, apparaten en installaties overige materiële vaste activa
19 Pagina Art. 52 lid 2 Is per categorie van materiële vaste activa zoals hierboven gegeven, het verloop gedurende het boekjaar gegeven waaruit minimaal blijkt: de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; de investeringen en/of desinvesteringen; de afschrijvingen; bijdragen van derden direct gerelateerd aan een actief; afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen; de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar. Op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die voor de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit zijn gedaan blijft het BBV van toepassing zoals dat gold op de dag voor inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit (voor 1 januari 2017). Derhalve dient in bovenstaand verloopoverzicht apart inzicht te worden gegeven welk bedrag volgens de nieuwe systematiek is verantwoord en welk deel volgens een andere (op basis van het oude BBV) systematiek. Indien eerder gedane investeringen reeds conform de huidige BBV regels zijn verwerkt dan dienen deze onder de nieuwe systematiek (gebaseerd op basis van gebruiksduur) te worden verantwoord. 83. Art. 52b Zijn de aard en omvang van de aangebrachte dan wel geraamde waardeverminderingen van de leningen en vorderingen, bedoeld in artikel 63, achtste lid (voorzieningen op vorderingen en/of leningen), van de vaste activa, bedoeld in artikel 65, eerste lid (duurzame waardeverminderingen), en van de deelnemingen en voorraden, bedoeld in artikel 65, tweede lid (voorziening indien sprake van lagere marktwaarde (een voorziening in plaats van afwaardering wordt aangeraden, omdat dan bij eventueel toekomstig waardeherstel de voorziening teruggenomen kan worden), in de toelichting op de balans opgenomen. 84. Art. 35 lid 2 Is bij de materiële vaste activa afzonderlijk toegelicht welke activa in erfpacht zijn uitgegeven. 85. Notitie erfpacht Vindt bij voortdurende erfpacht waardering plaats op basis van de benaderde marktgrondwaarde als basis voor de uitgifteprijs van eerste uitgifte plaats. Vindt bij eeuwigdurende erfpacht waardering plaats tegen een (zeer lage) registratiewaarde plaats.
20 Pagina 20 (vervolg) Stellige uitspraak Bij het aanpassen van de waarderingsgrondslag voor de verwerking van afkoopsommen is er sprake van een stelselwijziging. Een stelselwijziging kan niet vanwege louter financiële redenen plaatsvinden, maar alleen op basis van gegronde redenen (voor juiste verwerking zie vraag 43 van deze checklist). 86. Art. 63 lid 4 Is bij in erfpacht uitgegeven gronden de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs aangemerkt. Indien de gronden in eeuwigdurende erfpacht zijn uitgegeven dient waardering tegen registratiewaarde plaats te vinden. 87. Art. 51 Is in de toelichting op de balans aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen zijn berekend. 88. SU 35-2 De boekwinst die wordt gerealiseerd bij het afstoten van een kapitaalgoed moet als incidentele bate in de jaarrekening worden verwerkt. De opbrengst mag niet direct met de boekwaarde van het eventuele vervangingsobject worden verrekend. 89. Art. 36 Is onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: Kapitaalverstrekkingen aan: deelnemingen gemeenschappelijke regelingen overige verbonden partijen Leningen aan: openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de wet financiering decentrale overheden woningbouwcorporaties deelnemingen overige verbonden partijen Overige langlopende leningen Uitzettingen in s Rijks schatkist met rentetypische looptijd van één jaar of langer Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Overige uitzettingen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
21 Pagina Art. 61 Voldoen de geactiveerde bijdragen aan activa in eigendom van derden aan de volgende vereisten: er is sprake van een investering door een derde; de investering draagt bij aan de publieke taak; de derde heeft zich verplicht tot het daadwerkelijk investeren op een wijze zoals is overeengekomen; de bijdrage kan door de gemeente of provincie worden teruggevorderd indien de derde in gebreke blijft of de provincie of gemeente anders recht kan doen gelden op de activa die samenhangen met de investering. 91. Art. 65 lid 1 Zijn naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. 92. Notitie Waardering Vastgoed Afwaardering is afhankelijk van drie factoren: 1. Huidige functie 2. Bestuurlijke intentie 3. Directe opbrengstwaarde Afwaardering van bedrijfseconomisch vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde. Afwaardering maatschappelijk vastgoed vindt plaats indien de directe opbrengstwaarde lager is dan de boekwaarde en er geen intentie is voor duurzame exploitatie. 93. Art. 65 lid 2 Zijn deelnemingen tegen marktwaarde gewaardeerd indien deze lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. 94. V&A De afwaardering van de deelneming kan alleen worden teruggenomen indien destijds een voorziening is gevormd voor het waardeverschil tussen de boekwaarde en de marktwaarde. In dit geval kan bij waardeherstel de boekwaarde van de deelneming weer worden verhoogd ten laste van de voorziening tot maximaal de aanschafwaarde. Wanneer de afwaardering definitief is genomen ten laste van de exploitatierekening, en er dus geen voorziening is gevormd, dan is er geen mogelijkheid meer om bij waardeherstel de boekwaarde te vermeerderen.
22 Pagina Art Art. 64 lid 1,4 Zijn alle vaste activa voor het bedrag van de investering geactiveerd. Met uitzondering van: bijdragen van derden met een directe relatie met het actief moeten daarop in mindering worden gebracht; voorzieningen waarin bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen zijn gespaard (heffing) moeten in mindering worden gebracht op de investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Hebben de afschrijving onafhankelijk van het resultaat plaatsgevonden. Uitzondering betreffen de maatschappelijke investeringen in de openbare ruimte, waarop wel extra mag worden afgeschreven. 97. Art. 64 lid 3 Is op vaste activa met een beperkte gebruiksduurartikel jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. 98. Art. 64 lid 2 Indien afschrijvingen op andere grondslagen plaatsvinden dan het vorige begrotingsjaar, is dan in de toelichting op de balans de reden van de verandering uiteengezet waarbij tevens inzicht wordt gegeven in haar betekenis voor de financiële positie en voor de baten en de lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of voor het voorafgaande begrotingsjaar. Overigens mag slechts om gegronde redenen de afschrijvingen op andere grondslagen plaatsvinden dan die welke in het voorafgaande begrotingsjaar zijn toegepast. 99. Notitie riolering 2014 De gemeente brengt in mindering op de boekwaarde van de vervangingsinvesteringen de spaarbedragen voor toekomstige vervangingsinvesteringen bijeen gespaard in de voorziening 44, lid 1d BBV A 64-1 De commissie doet de aanbeveling om in de financiële verordening (of een nadere uitwerking daarvan) op grond van artikel 212 van de Gemeentewet op te nemen wanneer met het afschrijven van een nieuwe kapitaalgoed wordt begonnen. Mogelijke keuzes hierbij: of in het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/ verworven wordt en vanaf het moment dat het door de gemeente in gebruik kan worden genomen; of medio het begrotingsjaar waarin het gereed komt/ verworven wordt; of in het begrotingsjaar dat volgt op het jaar waarin het gereed komt/verworven wordt.
23 Pagina A 64-2 De commissie doet de aanbeveling om in de financiële verordening op grond van artikel 212 van de Gemeentewet (of een nadere uitwerking daarvan) de uitgangspunten over de handelswijze betreffende de restwaarde aan te geven V&A (Deel 10, vraag 4) Zijn lagere taxatiewaarden dan de boekwaarde van panden als duurzame waardedaling bij de waardering in aanmerking genomen Art. 65 lid 3 Indien een vast actief buiten gebruik is gesteld, heeft dan op het moment van buitengebruikstelling een afwaardering plaatsgevonden naar de lagere restwaarde Vlottende activa 104. Art. 37 Zijn onder de vlottende activa afzonderlijk opgenomen: voorraden uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar liquide middelen overlopende activa 105. Art. 38 Zijn onder de voorraden afzonderlijk opgenomen: grond- en hulpstoffen onderhanden werk, waaronder bouwgronden in exploitatie gereed product en handelsgoederen vooruitbetalingen 106. Art. 39 Zijn de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar, onderverdeeld naar: vorderingen op openbare lichamen; verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de wet financiering decentrale overheden; overige verstrekte kasgeldleningen; uitzettingen in s rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; rekening-courantverhouding met het rijk; rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen; uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rentetypische looptijd korter dan één jaar; overige vorderingen; overige uitzettingen.
24 Pagina Notitie faciliterend grondbeleid 108. Notitie faciliterend grondbeleid Kosten die gemeenten maken in het kader van faciliterend grondbeleid en kunnen verhalen op derden, classificeren als vordering op de gemeentelijke balans. Indien er nog sprake is van een getekende overeenkomst zijn deze kosten als overige vordering opgenomen. Kosten die gemeenten maken in het kader van faciliterend grondbeleid en kunnen verhalen op derden, classificeren als vordering op de gemeentelijke balans. Indien er nog geen sprake is van een getekende overeenkomst zijn deze kosten als overlopend actief opgenomen Art. 40 Zijn de liquide middelen uitgesplitst naar kas- en banksaldi Art. 40a Wordt in de balans onder de overlopende activa afzonderlijk opgenomen: a. De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, uitgesplitst naar: 1. Europese overheidslichamen 2. Het Rijk en 3. Overige Nederlandse overheidslichamen. b. Overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Art. 52a lid Notitie faciliterend grondbeleid Zijn in de toelichting op de balans van de vorderingen als bedoeld in artikel 40a, onderdeel a (nog te ontvangen voorschotbedragen) het verloop gedurende het jaar in een over zicht weergegeven. Daaruit blijken per specifieke uitkering: a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de toevoegingen; c. de ontvangen bedragen; saldo aan het einde van het begrotingsjaar. Als de gemeente kosten verhaalt op basis van een exploitatieplan, maar verrekening nog niet kan plaatsvinden doordat nog geen omgevingsvergunning is aangevraagd of nog geen posterieure overeenkomst is gesloten, zijn dan de gerealiseerde nog te verhalen kosten verantwoord als nog te verhalen kosten onder de overlopende activa (ex BBV artikel 40a, lid b), voor zover wordt verwacht dat deze binnen 10 jaar nog verrekend kunnen worden. Als geen zicht is op een toekomstige verrekening dan rest slechts een niet in de balans opgenomen recht.
25 Pagina Notitie faciliterend grondbeleid 114. Art. 40b Het kwalificeren van voorbereidingskosten voor faciliterende exploitatieplannen of nog te sluiten anterieure overeenkomsten als nog te verrekenen kosten onder de overlopende activa (ex BBV artikel 40a, lid b) is toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. de kosten moeten passen binnen de kostensoortenlijst van het Bro en; 2. de kosten mogen maximaal vijf jaar als overlopend actief blijven staan. Na maximaal vijf jaar moet het kostenverhaal zijn gerealiseerd danwel dienen de kosten te worden afgeboekt ten laste van het jaarresultaat en; 3. er is een besluit door de raad of indien gedelegeerd het college genomen tot het maken van voorbereidingskosten voor facilitair grondbeleid in een aangewezen gebied voor het ontwikkelen van het exploitatieplan of tot het sluiten van een anterieure overeenkomst. Is aan de actiefzijde van de balans buiten de balanstelling het bedrag opgenomen waarvan het recht bestaat op verliescompensatie krachtens de Wet op de vennootschapsbelasting Art. 65 lid 2 Zijn voorraden tegen marktwaarde gewaardeerd indien deze lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs Art. 52d lid Art. 52d lid Notitie grondexploitaties Is in de toelichting op de balans ten aanzien van de bouwgronden in exploitatie voor het totaal van de in exploitatie zijnde complexen aangegeven: a. de boekwaarde aan het begin van het begrotingsjaar; b. de vermeerderingen en verminderingen in het begrotingsjaar; c. de boekwaarde aan het einde van het begrotingsjaar; d. de geraamde nog te maken kosten met een onderbouwing; e. de geraamde opbrengsten met een onderbouwing; f. het geraamde eindresultaat en de berekeningswijze die hiervoor is gehanteerd met een onderbouwing en de aannames die eraan ten grondslag liggen. Is de toelichting, zoals bedoeld in artikel 52d lid 1, gebaseerd op een waardering per complex. Is voor elke bouwgrond in exploitatie (BIE) een raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting aanwezig. Vanaf dat moment wordt de BIE geopend en kunnen kosten worden geactiveerd en bijgeschreven op de voorraadpositie op de balans.
26 Pagina Notitie grondexploitaties 120. Notitie grondexploitaties Overstijgt de looptijd van een grondexploitatiecomplex niet de voorgeschreven tien jaar. Deze tien jaar dient te worden gehanteerd als richttermijn, die voortschrijdend moet worden bezien. Indien de looptijd van een grondexploitatiecomplex de tien jaarstermijn overstijgt, is er een gemotiveerde afwijking aanwezig geautoriseerd door de raad. De motivatie moet tevens zijn voorzien van risico-beperkende beheersmaatregelen die de gemeente heeft genomen om de onzekerheden en risico s die gepaard gaan met de langere looptijd te mitigeren. Is voor die grondexploitatiecomplexen waarvan de looptijd de tien jaarstermijn overstijgt een toereikende toelichting in de jaarstukken opgenomen betrekking hebbend op dit feit verwijzend naar het raadsbesluit Notitie grondexploitaties 122. Notitie grondexploitaties 123. Notitie grondexploitaties Heeft de jaarlijkse herziening van de grondexploitatiebegroting plaatsgevonden. Let op: Een actualisatie van het grondexploitatiecomplex en de grondexploitatiebegroting met planinhoudelijke wijzigingen, danwel autonome wijzigingen met materiële financiële gevolgen, moet in het boekjaar zelf opnieuw door de raad worden vastgesteld. Voldoen de kosten die aan BIE worden gerekend tot de vervaardigingkosten als bedoeld in artikel 63, 3e lid BBV, waarbij wordt aangesloten op de kostensoortenlijst zoals opgenomen artikel van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betekent dat maximaal deze kostensoorten kunnen worden toegerekend aan de BIE. Is dat deel van de kosten van bovenwijkse voorzieningen dat aan een in de toekomst te openen grondexploitatie wordt toegerekend, tot het moment dat de betreffende grond feitelijk in exploitatie wordt genomen, geactiveerd onder de betreffende categorie materiële vaste activa. Naar de aard van de bovenwijkse voorzieningen zal de betreffende activacategorie veelal de activa met maatschappelijk nut zijn (bijvoorbeeld ontsluitingswegen, bruggen). In de periode van activering als maatschappelijk nut tot en met het eventueel openen van de betreffende grondexploitatie, moet conform artikel 64, 3e lid BBV, vanaf de ingebruikname op het actief worden afgeschreven op basis van de verwachte gebruiksduur.
27 Pagina Notitie grondexploitaties 125. Notitie grondexploitaties V&A Zijn er vanuit de grondexploitaties geen toevoegingen gedaan aan een voorziening voor bovenwijkse voorzieningen. Bestaande voorzieningen per ultimo 2015 mogen worden gehandhaafd en kunnen volgens planning worden afgewikkeld. Sparen voor bovenwijkse voorzieningen die na het afsluiten van een grondexploitatie zullen worden aangelegd, is nog wel mogelijk via een door de raad in te stellen bestemmingsreserve. Toevoegingen aan deze bestemmingsreserve kunnen alleen plaatsvinden via resultaatsbestemming. Is de toegerekende rente aan BIE gebaseerd op de daadwerkelijk te betalen rente over het vreemd vermogen. Het is niet toegestaan om rente over het eigen vermogen toe te rekenen aan BIE. Het over het vreemd vermogen te hanteren rentepercentage moet als volgt worden bepaald: het rentepercentage van de direct aan de grondexploitatie gerelateerde financiering in het geval van projectfinanciering; het gewogen gemiddelde rentepercentage van de bestaande leningenportefeuille van de gemeente, naar verhouding vreemd vermogen/totaal vermogen (inclusief bestemmingsreserves), indien geen sprake is van projectfinanciering. Indien de gemeente geen externe financiering heeft, dan wordt geen rente toegerekend aan BIE Notitie grondexploitaties 127. Notitie grondexploitaties 128. Notitie grondexploitaties 129. Notitie grondexploitaties Is de rente die aan BIE wordt toegerekend, toegerekend over de boekwaarde van de BIE per 1 januari van het betreffende boekjaar. Dit wordt per grondexploitatiecomplex berekend. Indien de voorziening verlieslatende complexen tegen contante waarde is opgenomen. Is de disconteringsvoet die moet worden gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitaties gelijk aan het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone (voor : 2%). Zijn de lasten en baten verband houdende met grondexploitaties in de exploitatie verantwoord en via een tegenboeking (onderhanden werk) naar de balans gemuteerd. Zijn er geen gelden uit eigen middelen (reserves) in mindering gebracht op de onderhanden werk positie van de bouwgronden in exploitatie.
28 Pagina Notitie grondexploitaties Is de getroffen afboeking of voorziening gedaan bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies. Als sprake is van een voorziening ingericht ter bestrijding van de (verwachte) tekorten in grondexploitaties, dan moet die worden gepresenteerd als een waardecorrectie op de post Bouwgrond in exploitatie. Deze wijze van verantwoording is naar analogie van de voorziening voor dubieuze debiteuren. Let op: Indien de voorziening de boekwaarde overstijgt dient de resterend getroffen voorziening aan de creditzijde van de balans (onder de post voorzieningen) gepresenteerd te worden Notitie grondexploitaties 132. Notitie grondexploitaties en V&A De Commissie BBV beveelt voor het tussentijds winst nemen aan dat de lokale afweging tussen het voorzichtigheidsbeginsel en het realisatiebeginsel nader wordt uitgewerkt, bijvoorbeeld in de verordening 212. Het voorzichtigheidsbeginsel leidt er immers toe dat realisatie van winst moet worden uitgesteld tot daarover voldoende zekerheid bestaat. Dit betekent echter niet dat pas winst moet worden genomen bij het afsluiten van het grondexploitatiecomplex. Er zijn situaties denkbaar waarbij reeds eerder voldoende zekerheid is voor winst nemen. Volgens het realisatiebeginsel dient in die gevallen de winst dan ook te worden genomen. Hierbij dient de percentage of completion methode te worden gevolgd. Is de eventuele tussentijdse winstneming gedaan volgens de in de notitie grondexploitatie genoemde kaders 1. Het resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én 2. De grond (of het deelperceel) moet zijn verkocht; én 3. De kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd) PASSIVA Indien aan bovenstaande voorwaarden is voldaan dient tussentijds winst genomen te worden naar rato van de realisatie van de kosten en de realisatie van de verkopen Art. 32 Zijn in de balans de passiva onderscheiden in vaste en vlottende passiva Art. 63 lid 7 Zijn de passiva gewaardeerd tegen nominale waarde. Uitzondering betreft de voorzieningen die ook tegen contante waarde zijn gewaardeerd.
29 Pagina Vaste passiva 135. Art. 41 Is onder de vaste passiva afzonderlijk opgenomen: het eigen vermogen; de voorzieningen; de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Art. 42 Is het eigen vermogen onderverdeeld in de reserves en (afzonderlijk opgenomen) het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Art. 43 Zijn de reserves onderverdeeld naar: de algemene reserve bestemmingsreserves 138. A 43-1 Indien voor de dekking van de kapitaallasten van een investering met een economisch nut een reserve is opgebouwd, doet de commissie de aanbeveling om die bestemmingsreserve conform de (afschrijving)parameters van het bijbehorende actief via resultaatbestemming periodiek vrij te laten vallen ter (gedeeltelijke) dekking van de kapitaallasten A, notitie riolering 2014 De commissie BBV doet de aanbeveling om als een gemeente een riooltarief hanteert- de gerealiseerde efficiencyresultaten riolering te muteren op een bestemmingsreserve riolering en doet de aanbeveling de kaders ervoor vast te leggen in de verordening ex artikel 212 van de Gemeentewet. Is (indien van toepassing) het resultaat van de producten riolering, afval, begraafplaatsen en overige producten met kostendekkende heffing juist afgewikkeld? 140. Art. 54 lid 1 Is in de toelichting op de balans de aard en reden van elke reserve alsmede de toevoegingen en onttrekkingen daaraan toegelicht Art. 54 lid 2 Is per reserve het verloop gedurende het begrotingsjaar weergegeven, waaruit minimaal blijkt: het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; de toevoegingen of onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar; de toevoegingen of onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening; de verminderingen in verband met afschrijvingen op activa waarvoor een specifieke bestemmingsreserve is gevormd; het saldo aan het einde van het begrotingsjaar.
30 Pagina V&A (Deel 1 vraag 1 en 3, Deel 4, vraag 3, Deel 7, vraag 1 en Deel 8, vraag 1) V&A (Deel 1, vraag 4) Notitie rente juli 143. Notitie rente juli 144. V&A (Deel 8, vraag 19) Is de toevoeging en onttrekking aan een reserve in het kader van resultaatbestemming geschiedt. Met andere woorden: de mutaties hebben niet het resultaat voor bestemming beïnvloed en er hebben geen directe mutaties van bestedingen op reserves plaatsgevonden. Indien bespaarde rente wordt toegevoegd aan de reserves, is dit dan verwerkt via taakveld 0.10 mutaties reserves (resultaatbestemming). De commissie adviseert vanwege het verlangde inzicht, de eenvoud en transparantie de systematiek van bespaarde rente niet meer toe te passen. Stellige uitspraak Is als er wel een rentevergoeding over het eigen vermogen en/of de voorzieningen wordt berekend, deze keuze vastgelegd in de verordening 212 en is deze vergoeding maximaal het rentepercentage dat is gebaseerd op het gewogen samenstel van de (bruto) externe rentelasten over het totaal van de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen. Hebben de bestemmingsreserves een positieve stand (negatieve bestemmingsreserves zijn niet toegestaan en dienen te worden aangezuiverd) Art. 44 lid 1 Zijn voorzieningen gevormd wegens: verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; op de balansdatum bestaande risico s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren; de bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onder b Art. 45 V&A (Deel 1, vraag 7/8) Is er geen rente toegevoegd aan de voorzieningen (tenzij waardering tegen contante waarde plaatsvindt).
31 Pagina Art. 44 lid 2 Is tot de voorziening ook van derden verkregen middelen gerekend die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen als bedoeld in artikel 49 onder b? (voorbeelden zijn afwikkeling resultaat riolering, afval, begraafrechten en overige kostendekkende heffingen waarvan resultaat niet bestaat uit efficiencyvoordelen, Notitie riolering 2014/V&A riolering 2015) Art. 44 lid 3 V&A Attentiepunt EY 150. Attentiepunt EY Is voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten van vergelijkbaar volume het vormen van een voorziening/verplichting achterwege gelaten. Dit geldt ook voor situaties waarin sprake is van langdurige ziekte indien dit aantal medewerkers ieder jaar ongeveer hetzelfde is, alsmede in geval van uitwerking van het Generatiepact (minder werken met behoud van salaris en pensioenopbouw). Deel 3 van de Vragen- & Antwoordenrubriek van de commissie BBV is geheel gewijd aan arbeidskosten gerelateerde verplichtingen. Voor nadere achtergrondinformatie wordt hiernaar verwezen. Is een voorziening gevormd voor pensioenen voor wethouders in eigen beheer. Een actuariële berekening dient te worden opgesteld waaruit de toekomstige pensioenverplichting bestaat. Tevens dient rekening gehouden te worden met een rekenrente, welke gebaseerd is op de marktrente. De minister communiceert jaarlijks de te hanteren rekenrente. Pensioenuitbetalingen dienen plaats te vinden ten laste van de voorziening. Is de uitbetaling van een waardeoverdracht van een verzekeraar aan de gemeenten verantwoord in een voorziening (aangezien hier een expliciete bestemming van derden op rust). Vrijval hiervan vindt plaats op het moment van de uitbetaling van het pensioen van de wethouder Art. 55 lid 1 Is in de toelichting op de balans de aard en reden van de voorzieningen bedoeld in artikel 44 en de wijzigingen daarin opgenomen Art. 55 lid 2 Is per voorziening het verloop gedurende het begrotingsjaar weergegeven, waaruit blijkt: Het saldo aan het begin van het begrotingsjaar De toevoegingen De ten gunste van de rekening van baten en lasten vrijgevallen bedragen De aanwendingen Het saldo aan het einde van het begrotingsjaar
32 Pagina V&A (Deel 1, vraag 1) Is de vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Is de aanwending van een (gedeelte van een) voorziening rechtstreeks ten laste van de voorziening geboekt SU 44-1 Voorzieningen die worden gevormd om de (groot) onderhoudslasten van een kapitaalgoed over een aantal jaren te egaliseren kunnen alleen worden ingesteld en gevoed op basis van een beheerplan van het desbetreffende kapitaalgoed. Dit beheerplan dient periodiek te worden geactualiseerd. Indien er geen (recent) beheerplan aanwezig is, kunnen de kosten van groot onderhoud wel door vrijval via resultaatbestemming vanuit een (daartoe gevormde) reserve worden gedekt SU 44-2, notitie riolering SU, notitie riolering SU, notitie riolering 2014 Uit oogpunt van transparantie en ten behoeve van de periodieke bijstelling van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) is van belang dat de voorziening onderhoud (artikel 44, lid 1c BBV) respectievelijk vervanging (artikel 44, lid 1d BBV) in de begroting en in de jaarrekening zodanig wordt toegelicht dat de relatie is te leggen met het GRP en inzicht kan worden geboden in het onderscheid onderhoud c.q. spaarcomponent vervangingsinvesteringen. Indien de voorziening onderhoud (artikel 44, lid 1c BBV) onvoldoende is onderbouwd in het GRP, zijn deze gelden niet in een reserve maar in de voorziening riolering ex. artikel 44, lid 2 BBV opgenomen. Dit geldt ook voor opgehaalde gelden die per balansdatum nog niet zijn besteed door later investeren en uitvoeren dan voorzien. Deze voorziening ex. artikel 44, lid 2 BBV kan uit praktisch oogpunt worden samengevoegd met die van artikel 44, lid 1d, want beide betreffen specifiek voor riolering geheven bedragen. Maar administratief moet het onderscheid wel worden bijgehouden omdat de afwikkeling verschillend is namelijk een directe balansmutatie voor de vervangingsinvesteringen en een afboeking op de onderhoudsvoorziening voor het onderhoud. De voorziening 44, lid 1c BBV kan niet met de resterende voorzieningen riolering worden samengevoegd maar moet apart zichtbaar worden gemaakt.
33 Pagina Art. 46 Zijn onder de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer afzonderlijk opgenomen: Obligatieleningen Onderhandse leningen van: Binnenlandse pensioenfondsen en verzekeringsinstellingen Binnenlandse banken en overige financiële instellingen Binnenlandse bedrijven Openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Wet financiering decentrale overheden Overige binnenlandse sectoren Buitenlandse instellingen, fondsen, banken, bedrijven en overige sectoren Door derden belegde gelden Waarborgsommen 159. Art. 56 Is in de toelichting op de balans de rentelast van alle vaste schulden voor het begrotingsjaar vermeld Vlottende passiva 160. Art. 47 Zijn onder de vlottende passiva afzonderlijk opgenomen: netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar overlopende passiva 161. Art. 48 Zijn onder de netto-vlottende schulden, met een rentetypische looptijd korter dan één jaar afzonderlijk opgenomen: kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen overige kasgeldleningen banksaldi overige schulden 162. Art. 49 In de balans worden onder de overlopende passiva afzonderlijk opgenomen: a. Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. b. De van EU, Rijk en provincies ontvangen voorschotbedragen voor specifieke uitkeringen die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren, uitgesplitst naar: 1. Europese overheidslichamen 2. het Rijk en 3. Overige Nederlandse overheidslichamen c. Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen.
34 Pagina Art. 50 Is aan de passiefzijde van de balans (buiten de balanstelling om) het totaalbedrag opgenomen waartoe aan natuurlijke en rechtspersonen borgstellingen of garantstellingen zijn verstrekt Art. 57 lid 1,2 Zijn in de toelichting op de balans de borgstellingen gespecificeerd naar aard van de geldleningen, waarbij per specificatie minimaal is: het oorspronkelijk bedrag van de gewaarborgde geldleningen; het percentage van het leningbedrag waarvoor borgstelling is verleend; het restantbedrag van de lening bij aanvang van het Begrotingsjaar; het restantbedrag van de lening aan het einde van het begrotingsjaar Art. 57 lid 3 Is in de toelichting op de balans een specificatie opgenomen van de garantstellingen Art. 57 lid 4 Is in de toelichting op de balans het totaalbedrag opgenomen dat tot en met het einde van het begrotingsjaar is betaald inzake de borg- en garantstellingen Art. 52a lid 1 Is in de toelichting op de balans van de van EU, Rijk en provincies vooruitontvangen voorschotbedragen als bedoeld in artikel 49, onder b het verloop gedurende het jaar in een over zicht weergegeven. Daaruit blijken per specifieke uitkering: a. het saldo aan het begin van het begrotingsjaar; b. de ontvangen bedragen; c. de vrijgevallen bedragen of de terugbetalingen; d. saldo aan het einde van het begrotingsjaar Art. 53a Zijn in de toelichting op de balans de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de gemeente of provincie voor toekomstige jaren gebonden is, vermeld Art. 53b Zijn, indien de provincie of de gemeente financiële derivaten hanteert, per derivaat toegelicht: 1. de naam en rating van de financiële onderneming waarbij het derivaat is afgesloten; 2. het type en de belangrijkste kenmerken van het derivaat en de hoogte en de looptijd van de financieringsbehoefte waaraan het derivaat kan worden toegerekend, en 3. in het geval van een niet-effectieve positie, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel k, in welk opzicht daarvan sprake is, de maatregelen die zijn genomen om die positie ongedaan te maken en de termijn die daarvoor naar verwachting nodig is.
35 Pagina Art. 52c Zijn aangaande de naleving van het schatkistbankieren in de toelichting op de balans vermeld: het drempelbedrag voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd; voor ieder kwartaal van dat jaar, het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden, dat in het kader van het drempelbedrag door de provincie onderscheidenlijk de gemeente buiten s Rijks schatkist is aangehouden SU* Van alle gemeenten en provincies wordt verwacht dat in de jaarrekening van jaar t de gemeentefonds- respectievelijk provinciefondsuitkering wordt opgenomen conform de in jaar t laatste gepubliceerde accresmededeling. Doorgaans is deze accresmededeling opgenomen in de septembercirculaire. De gevolgen van het bijgestelde accres zoals opgenomen in de meicirculaire van het jaar t+1 worden verwerkt in de begroting/jaarrekening van het jaar t V&A Er zijn drie uitkeringen verstrekt met betrekking tot de asielinstroom. Binnen het gemeentefonds zijn twee decentralisatie-uitkeringen gevormd: 1. de decentralisatie-uitkering Verhoogde asielinstroom partieel effect; 2. de decentralisatie-uitkering Verhoogde asielinstroom participatie en integratie Notitie gebeurtenissen na balansdatum Daarnaast ontvingen gemeenten via het COA een bijdrage voor maatschappelijke begeleiding. Deze bijdrage is per 1 oktober 2017 opgenomen als decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds. Bij deze drie uitkeringen is sprake van een verrekensystematiek op basis van realisatiecijfers. Hiermee hebben deze regelingen het karakter van een specifieke uitkering. Dit is een uitzondering binnen de systematiek van het gemeentefonds. Tegen deze achtergrond behoren voor deze drie regelingen de te verrekenen bedragen aan het desbetreffende jaar te worden toegerekend en op de balans te worden opgenomen. Zijn de te verrekenen bedragen ook op de balans opgenomen? Zijn de materiële gebeurtenissen (zowel gunstige als ongunstige) na balansdatum, welke hebben plaatsgevonden in het tijdspad van opstellen en vaststellen van de rekening die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum verwerkt in de jaarrekening Kadernota Heeft de gemeente de onzekerheid aangaande de juistheid en volledigheid van de eigen bijdragen van het Centraal administratiekantoor (CAK) toelicht in de jaarrekening.
Richtlijnen van de commissie BBV januari 2018
1 hoofdlijnen notitie resultaat bestemmen 2007 Geen. Geen. 2 Notitie Software 2007 Ingetrokken zie notitie MVA. zie notitie MVA. 3 Notitie verkrijging/vervaardiging en onderhoud van kapitaalgoederen 2007
Paragraaf blz. 20 van de nota Grondbeleid Paragraaf blz. 24 van de nota Grondbeleid 2008.
A. Het startpunt van een Bouwgrond in exploitatie (BIE) is het raadsbesluit met de vaststelling van het grondexploitatiecomplex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de BIE geopend
Richtlijnen van de commissie BBV
Richtlijnen van de commissie BBV Stellige uitspraken gelden met ingang van begrotingsjaar T+1, het jaar nadat de uitspraak is gepubliceerd. 1. Notitie Software, mei 2007 1.1 Software (als afzonderlijk
Notitie software Mei 2007
Notitie software Mei 2007 2 1 Inleiding 1.1 Algemeen De taak van de commissie Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (hierna: BBV) is om een eenduidige toepassing van het BBV te bevorderen.
H.C. Noppen secretaris
Voorstel : Vergadering Algemeen Bestuur d.d.: 25 september 2014 Agendapunt : 5.b Vertrouwelijk : Nee Aan het Algemeen Bestuur, In artikel 5 van de Financiële Verordening Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant
Notitie Grondexploitaties 2016 Commissie BBV
1 Notitie Grondexploitaties 2016 Commissie BBV In de volgorde zoals deze ook in gehanteerd in de notitie staan hieronder de stellige uitspreken en aanbevelingen. Omdat sommige aanbevelingen samenhangen
Voorbeeldjaarrekening gemeenten
Voorbeeldjaarrekening gemeenten Geachte lezer, Na de succesvolle introductie in 2015, hebben de sectorspecialisten van EY ook dit jaar de voorbeeldjaarrekening voor gemeenten opgesteld. Deze voorbeeldjaarrekening
Voorbeeldjaarrekening gemeenten
Voorbeeldjaarrekening gemeenten Geachte lezer, Na de succesvolle introductie in 2015, hebben de sectorspecialisten van EY ook dit jaar de voorbeeldjaarrekening voor gemeenten opgesteld. Deze voorbeeldjaarrekening
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
(Tekst geldend op: 04-02-2014) Besluit van 17 januari 2003, houdende de voorschriften voor de begrotings- en verantwoordingsdocumenten, uitvoeringsinformatie en informatie voor derden van provincies en
Regeling waardering en afschrijving activa 2016 Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR)
Regeling waardering en afschrijving activa 2016 Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland (BSGR) Artikel 1. Definities In deze regeling wordt verstaan onder: Activa De bezittingen van de BSGR, deze zijn ingedeeld
Provincie Zuid-Holland Beleidsnota kostprijsberekening en rentetoerekening 2017
Provincie Zuid-Holland Beleidsnota kostprijsberekening en rentetoerekening 2017 1 1. Inleiding en achtergrond De Financiële verordening van de provincie Zuid-Holland schrijft voor dat Provinciale Staten
Nota reserves en voorzieningen
Nota reserves en voorzieningen 2019 INHOUDSOPGAVE INHOUDSOPGAVE... 1 1. INLEIDING... 3 1.1 Waarom een nota reserves en voorzieningen?... 3 1.2 Inhoud van de nota... 3 2 Regelgeving en definities reserves
NOTA INVESTERINGEN, WAARDERINGEN EN AFSCHRIJVINGEN RECREATIESCHAP ROTTEMEREN
NOTA INVESTERINGEN, WAARDERINGEN EN AFSCHRIJVINGEN RECREATIESCHAP ROTTEMEREN Opgesteld door: G.Z-H In opdracht van: Recreatieschap Rottemeren Postbus 341 3100 AH Schiedam Tel.: 010-2981010 Fax: 010-2981020
1. Inleiding en richtlijnen
NOTITIE RENTE 2017 1. Inleiding en richtlijnen 1.1 Inleiding Bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) voor de lagere overheden
Wijzigingsbesluit herziening BBV. De vernieuwing van het BBV met betrekking tot gemeentelijke grondexploitaties nader toegelicht
De vernieuwing van het BBV met betrekking tot gemeentelijke grondexploitaties nader toegelicht Indeling presentatie De theorie De Drontense praktijk Vragen? 10 november 2016 Jenneke Schuurkamp-Spijkerboer
Gemeente Stadskanaal: nota Waardering en afschrijving vaste activa
GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Stadskanaal. Nr. 182641 23 december 2016 Gemeente Stadskanaal: nota Waardering en afschrijving vaste activa 2016-2019 De raad van de gemeente Stadskanaal; gelezen
OPERAM JAARREKENING FINANCIEEL JAARVERSLAG 2017
OPERAM JAARREKENING FINANCIEEL JAARVERSLAG 2017 1 Balans per 31 december 2017 Activa Vaste activa Rekening 2017 Rekening 2016 Materiële vaste activa 192 384 Vlottende activa Voorraden 0 0 Vorderingen 1.262
De bij het opstellen van de jaarrekening gehanteerde uitgangspunten hebben betrekking op:
ADDENDUM PROGRAMMA- VERANTWOORDING EN REKENING 2005 GEMEENTE HAAREN In het jaarverslag 2005 (bestaande uit de programmaverantwoording en programmarekening) staan enkele onderwerpen vermeld die wij alsnog
Provincie Zuid-Holland. Beleidsnota Investeringen, Waarderingen en Afschrijvingen 2017
Provincie Zuid-Holland Beleidsnota Investeringen, Waarderingen en Afschrijvingen 2017 Inleiding Deze nota gaat in op het beleid ten aanzien van het investeren, waarderen en afschrijven van de provincie
Naam en telefoon. Coen van den Hout (9300) Afdeling. Portefeuillehouder
Onderwerp Invoering nieuwe voorschriften Besluit Begroting & Verantwoording (BBV). Datum 25 mei 2016 Naam en telefoon Coen van den Hout (9300) Afdeling F&C Portefeuillehouder Frank den Brok Waarover wil
Jaarrekening 2013. Gemeente Bunnik. Bunnik, 5 juni 2014 Open Huis gemeenteraad
Jaarrekening 2013 Gemeente Bunnik Bunnik, 5 juni 2014 Open Huis gemeenteraad Agenda Controle van de jaarrekening De voorschriften voor de jaarrekening Jaarrekeningcontrole 2013 Controle van de jaarrekening
NOTA WAARDERING EN AFSCHRIJVINGSBELEID VASTE ACTIVA GEMEENTE DOETINCHEM
NOTA WAARDERING EN AFSCHRIJVINGSBELEID VASTE ACTIVA GEMEENTE DOETINCHEM augustus 2008 1 Inhoudsopgave Inhoudsopgave 2 1. Inleiding 3 2. Investeren 4 2.1 Materiële vaste activa 4 2.2 Immateriële vaste activa
Paragraaf 7: Grondbeleid
Paragraaf 7: Grondbeleid Beleid Uitgangspunt vormt de in 2015 vastgestelde Nota Grondbeleid. Het uitgangspunt is hierbij dat de gemeente, uitgezonderd de ontwikkeling van eigen gronden, een faciliterende
INHOUDSOPGAVE. Nota vaste activa 2014 2
Nota Vaste Activa INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding... 3 1.1 Aanleiding... 3 1.2 Doelstelling... 3 1.3 Wettelijk kader... 3 2. Activeren... 4 2.1 Soorten Activa... 4 2.1.1 Materiële vaste activa... 4 2.1.2 Immateriële
Nota Waarderen, activeren en afschrijven vaste activa
Nota Waarderen, activeren en afschrijven vaste activa 1 Inhoudsopgave Inleiding en aanleiding... 3 Samenvatting belangrijkste wijzigingen... 4 1. Uiteenzetting vaste activa... 5 1.1 Materiele vaste activa...
Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
STTSCOURNT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 20619 17 juli 2015 Regeling van de Minister van innenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 juli 2015, nr. 2015-0000387198,
Workshop Grondexploitatie / Faciliterend grondbeleid. Commissie BBV: Sytzo v.d. Schaaf Reinier v.d. Pol
Workshop Grondexploitatie / Faciliterend grondbeleid Commissie BBV: Sytzo v.d. Schaaf Reinier v.d. Pol Agenda Stand van zaken Grondexploitatie en NIEGG Faciliterend grondbeleid Rente en disconteringsvoet
NOTITIE RICHTLIJNEN ACTIVEREN EN AFSCHRIJVEN VASTE ACTIVA MGR RIJK VAN NIJMEGEN
NOTITIE RICHTLIJNEN ACTIVEREN EN AFSCHRIJVEN VASTE ACTIVA MGR RIJK VAN NIJMEGEN INLEIDING Aanleiding De financiële verordening is in de vergadering van het algemeen bestuur van de MGR Rijk van Nijmegen
NOTA ACTIVEREN EN AFSCHRIJVEN Gemeente Simpelveld. «3? parkstad «" "to limburg. Poort van het Heuvelland
NOTA ACTIVEREN EN AFSCHRIJVEN 2017 Poort van het Heuvelland «3? «" "to limburg Inhoudsopgave 1. Samenvatting 1 2. Inleiding 2 3. Begripsbepaling en (wettelijk) kader 3 3.1 Begripsbepaling 3 3.2 (Wettelijk)
Deel II. Jaarrekening
Deel II Jaarrekening Balans Hierna wordt via de balans en de programma rekening, beiden met toelichting, de financiële verantwoording afgelegd over het in het jaar 2013 gerealiseerde beleid. ACTIVA (bedragen
NOTITIE RICHTLIJNEN ACTIVEREN EN AFSCHRIJVEN VASTE ACTIVA MGR RIJK VAN NIJMEGEN
NOTITIE RICHTLIJNEN ACTIVEREN EN AFSCHRIJVEN VASTE ACTIVA MGR RIJK VAN NIJMEGEN INLEIDING Aanleiding De financiële verordening is in de vergadering van het algemeen bestuur van de MGR Rijk van Nijmegen
Inhoudsopgave. Nota activabeleid 2
Nota Activabeleid Inhoudsopgave 1. Inleiding...3 1.1 Inleiding...3 1.2 Opbouw nota...3 2. Begrippen...4 2.1 Definities...4 2.3 Wijzigingen activabeleid als gevolg van gewijzigde regelgeving...5 2.1.1 Wijzigingen
Jaarstukken 2008. Jaarrekening. Gemeente Staphorst Jaarrekening
Jaarrekening 2008 Pagina 125 Balans per 31 December Ultimo Ultimo ACTIVA 2008 2007 Vaste activa Immateriële vaste activa 0 0 - Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en
Nota Waarderen en afschrijven vaste activa gemeente Papendrecht 2015
Nota Waarderen en afschrijven vaste activa gemeente Papendrecht 2015 Inhoud 1. Inleiding... 3 1.1 Aanleiding... 3 1.2 Doelstelling... 3 1.3 Wettelijk kader... 3 1.4 Leeswijzer... 3 2. Samenvatting uitgangspunten...
Ad 1: De kosten voor het sluiten van geldleningen en het saldo van (dis)agio worden geactiveerd.
3. Waarderen 3.1 Algemeen Dit hoofdstuk bevat een uiteenzetting van het begrip waarderen. Er wordt een onderverdeling gemaakt naar soorten activa. Daarna wordt de waarderingsmethode uitgelegd. Vervolgens
ER KOMT VEEL OP GEMEENTEN AF VERNIEUWINGEN BBV AGENDA AANLEIDING VERNIEUWINGEN. JE presenteert. Aanleiding. Tijdspanne vernieuwingen
ER KOMT VEEL OP GEMEENTEN AF BBV JE presenteert 1 AGENDA Aanleiding Tijdspanne vernieuwingen De vernieuwingen Resterende vernieuwingen 2 AANLEIDING Rapport Adviescommissie Depla: Kaderstellende en controlerende
Publicatierapport 2017
Kruisweg 22-24 2011 LC HAARLEM Publicatierapport 2017 Handelsregister Kamer van Koophandel voor Amsterdam, dossiernummer 34080682 Vastgesteld door de algemene vergadering d.d. 26 april 2018 Inhoudsopgave
1. JAARREKENING Stichting Beeldende Kunst Noord-Kennemerland mei 2017
1. JAARREKENING Stichting Beeldende Kunst Noord-Kennemerland - 1-22 mei 2017 1.1 Balans per 31 december 2016 (Na resultaatbestemming) 31 december 2016 31 december 2015 ACTIVA Vaste activa Immateriële vaste
Inhoudsopgave nota activabeleid 2013
NOTA ACTIVABELEID 2013 Inhoudsopgave nota activabeleid 2013 1 Inleiding 2 1.1 Wettelijk kader 3 1.2 Begripsbepaling 4 2 Activering van activa 6 2.1 Materiële vaste activa 6 2.2 Immateriële vaste activa
Commissie BBV NOTITIE RENTE 2017
Commissie BBV NOTITIE RENTE 2017 Juli 2016 1. Inleiding en richtlijnen 1.1 Inleiding Bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB)
Nota Reserves en Voorzieningen
Nota Reserves en Voorzieningen 1 2 Inhoud 1 Visie en wettelijke kaders 5 1.1 1.2 Visie Wettelijke kaders 2 Reserves 7 2.1 Soorten reserves 8 2.1.1 Algemene reserves 2.2 2.3 2.4 3 Voorzieningen 11 3.1 3.2
Model jaarstukken gemeente 2015
Model jaarstukken gemeente 2015 Dit is het Model jaarstukken gemeente van Deloitte. U kunt dit model gebruiken als basis voor de inrichting van de jaarstukken 2015 van uw gemeente in overeenstemming met
Model Jaarstukken Gemeenten 2014 Een handreiking voor transparante verslaggeving
Model Jaarstukken Gemeenten 2014 Een handreiking voor transparante verslaggeving Dit is het Model jaarstukken gemeente van Deloitte. U kunt dit model gebruiken als basis voor de inrichting van de jaarstukken
Nota activa en afschrijvingen 2014
Nota activa en afschrijvingen 2014 Januari 2014 B&W besluit: 14 januari 2014 Voorbespreking raad: 11 februari 2014 Besluitvorming raad: 25 februari 2014 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2
NOTA INVESTERINGS- EN AFSCHRIJVINGSBELEID GEMEENTE
Bijlage bij artikel 6.3 van de Financiële Verordening NOTA INVESTERINGS- EN AFSCHRIJVINGSBELEID GEMEENTE BERGAMBACHT Afschrijvingsbeleid 1 2 Afschrijvingsbeleid INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING... 5 2 ALGEMEEN...
Inhoud. 2 Waarderen. 1.1 Soorten activa. 4 Financiële regels grondbeleid. 1.1.2 Materiële vaste activa. 1 Activeren 1.2 1.3 1.4 1.5 2.1 2.2 2.
Nota Activabeleid 1 2 Inhoud 1 Activeren 5 1.1 Soorten activa 6 1.1.1 Immateriële vaste activa 6 1.1.2 Materiële vaste activa 6 1.2 1.3 1.4 1.5 2 Waarderen 9 2.1 2.2 2.3 Waarderingsgrondslag Componentenbenadering
1. JAARREKENING Stichting Beeldende Kunst Noord-Kennemerland mei 2016
1. JAARREKENING Stichting Beeldende Kunst Noord-Kennemerland - 1-3 mei 2016 1.1 Balans per 31 december 2015 (Na resultaatbestemming) 31 december 2015 31 december 2014 ACTIVA Vaste activa Materiële vaste
Financieel verslag Stichting Waga Winschoten. Fin verslag Stichting Waga 2018.xlsx
Financieel verslag 2018 Stichting Waga Winschoten Pagina 1 Inhoud Jaarrekening 2 Balans per 31 december 2017 3 Staat van baten en lasten 2017 4 Toelichting op de balans en de staat van baten en lasten
Stichting Vrienden van het Mauritshuis te s-gravenhage
BALANS PER 31 DECEMBER 2016 (na verwerking van het resultaat) ACTIEF 31.12.2016 31.12.2015 MATERIËLE VASTE ACTIVA 5.184.551 4.292.292 VOORRADEN 362.102 439.375 VORDERINGEN EN OVERLOPENDE ACTIVA 175.528
NE-iT Hosting B.V. De Tienden 26c 5674 TB NUENEN. Publicatierapport Handelsregister Kamer van Koophandel voor Brabant, dossiernummer
NE-iT Hosting B.V. De Tienden 26c 5674 TB NUENEN Publicatierapport 2016 Handelsregister Kamer van Koophandel voor Brabant, dossiernummer 17254018. Vastgesteld door de algemene vergadering d.d. 17 mei 2017
Jaarstukken lezen en begrijpen (Opfris)cursus voor gemeenteraadsleden
Jaarstukken lezen en begrijpen (Opfris)cursus voor gemeenteraadsleden Juni 2018 Arjan Verwoert, partner BDO Audit & Assurance De samenstelling van de jaarrekening Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling
Sien gevestigd te Houten. Financiële verantwoording 2017
Sien gevestigd te Houten Inhoudsopgave Pagina Jaarrekening Balans per 31 december 2017 2 Staat van baten en lasten over 2017 4 Grondslagen van waardering en resultaatbepaling 5 Balans per 31 december 2017
Handelsregister Kamer van Koophandel te Woerden, dossiernummer
Publicatierapport 2017 Coöperatie Coöperatief Ondernemers Platform Veluwe U.A. ERMELO Handelsregister Kamer van Koophandel te Woerden, dossiernummer 57197911 Vastgesteld door de Vergadering van de ledenraad
Nota activa en afschrijvingen 2012. Gemeente Nieuwkoop
Nota activa en afschrijvingen 2012 Gemeente Nieuwkoop Afdeling Bedrijfsondersteuning 7 februari 2012 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 4 1.1 Aanleiding... 4 1.2 Doelstelling... 4 1.3 Wettelijk kader... 4 1.4
Waarderings- en afschrijvingsbeleid Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht 2015
Waarderings- en afschrijvingsbeleid Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht 2015 Het algemeen bestuur van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst regio Utrecht gelet op artikel 10 van de Financiële verordening
Eemsmond en nota activabeleid gemeente Eemsmond
Nummer : 11-12.2011 Onderwerp : Wijziging artikel 10, lid 2 van de Financiële verordening gemeente Eemsmond en nota activabeleid gemeente Eemsmond Korte inhoud : Actualisatie nota activabeleid gemeente
FINANCIËLE VERORDENING RECREATIESCHAP DOBBEPLAS
FINANCIËLE VERORDENING RECREATIESCHAP DOBBEPLAS Het Algemeen Bestuur van het recreatieschap Dobbeplas; Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 13 oktober 2014; Gelet op het bepaalde in de artikelen
Jaarrekening Stichting Cardo
Jaarrekening 2015 Stichting Cardo 2 van 16 Inhoudsopgave 1. Balans per 31 december 2015 3 2. Resultatenrekening over 2015 4 3. Kengetallen 5 4. Kasstroomoverzicht over 2015 6 5. Grondslagen van waardering
SPECIALISTERREN B.V. KOBALTWEG CE UTRECHT PUBLICATIERAPPORT 2016
SPECIALISTERREN B.V. KOBALTWEG 11 3542CE UTRECHT PUBLICATIERAPPORT 2016 Handelsregister Kamer van Koophandel voor Woerden, dossiernummer 24396392. Vastgesteld door de algemene vergadering d.d. 14 augustus
