Antimaterie voortstuwing
|
|
|
- Frank Brouwer
- 7 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 Samenvatting boek Antimaterie voortstuwing Uitgave Auteur HC
2 Samenvatting Dit is de samenvatting van het boek Antimatter Propulsion van Metin Bektas Kindle uitgave Het boek behandelt raketaandrijving door middel van antimaterie. Het is opgebouwd uit de volgende hoofdstukken: 1. Antimatter 2. Propulsion basics 3. Antimatter propulsion concepts 4. Antimatter rocket concepts Op het einde van deze samenvatting heb ik een hoofdstuk met aanvullingen uit de fysica toegevoegd.
3 Inhoudsopgave 1 Antimaterie Het atoom Atoommodellen Annihilatie Inleiding Elektron - positron annihilatie Proton - antiproton annihilatie Bronnen van antimaterie Het opslaan van antimaterie Productie van antimaterie Basisbegrippen raketaandrijving Principe raketaandrijving Specifieke impuls De raketvergelijking van Tsiolkovsky Chemische aandrijving Elektrische aandrijving Kernfusie aandrijving Antimaterie aandrijving Inleiding Solid Core Concept Plasma Core Concept Beamed Core Concept ACMF AIM Concept antimaterie raketaandrijving Project Valkyrie ICAN-II spacecraft AIMStar Stof- en stralingsschermen
4 5 Aanvullingen uit de fysica De fundamentele natuurkrachten Hoeveelheid beweging Hoeveelheid lineaire beweging Hoeveelheid draaibeweging Rekenvoorbeeld hoeveelheid beweging Stuwkracht Versnelling Afleiding van de raketvergelijking Raketsnelheden die klein zijn ten opzichte van de lichtsnelheid Raketsnelheden die de lichtsnelheid benaderen Werking van een de Laval straalpijp
5 Lijst van figuren 1.1 Botsing van elektron en positron Raketmotor met vloeibare brandstof Eindsnelheid in functie van de massa verhoudingen Eindsnelheid in functie van de massa verhoudingen VASIMIR aandrijfsysteem Eindsnelheid in functie van de massa verhoudingen Eindsnelheid in functie van de massa verhoudingen Solid Core motor Beamed Core motor ACMF: reactie verloop ACFM: brandstofpellet ACFM: kernfusie Raketvergelijking de Laval straalpijp
6 Hoofdstuk 1 Antimaterie 1.1 Het atoom De belangrijkste onderdelen van een atoom zijn de protonen (+), de neutronen en de elektronen (-). De protonen en de neutronen vormen een compacte keren. De elektronen draaien in schillen rond de kern. 99, 99% van een atoom is vacuüm. De protonen zijn positieve ladingen en zouden elkaar moeten afstoten, maar door de sterke atoomkracht blijven ze toch samen. De sterke atoomkracht werkt enkel op een afstand van ongeveer m. 1.2 Atoommodellen Wanneer een geladen deeltje versneld wordt dan verliest het energie. Op basis hiervan zouden elektronen die rond de kern draaien snel tegen de kern moeten botsen. Maar volgens Niels Bohr 1 zijn er discrete banen waar een elektron geen energie verliest. Ze kunnen wel van de ene naar de andere baan springen door een foton te absorberen (om naar hogere baan te geraken) of te emitteren (als ze naar een lagere baan vallen ). Dirac 2 steunde zich op de relativiteitstheorie en stelde: 1. Alle deeltjes hebben een rustmassa en worden zwaarder wanneer ze bewegen. 2. Er moet ook een positief geladen elektron bestaan. Het kreeg de naam positron. Carl Anderson 3 toonde onder andere het bestaan van een positron aan. 1 Niels Bohr was een Deens theoretisch natuurkundige en scheikundige. Ontving in 1922 de Nobelprijs voor Natuurkunde. Geboren op en overleden op Paul Dirac was een Brits theoretisch natuurkundige. Hij was één van de pioniers van de kwantummechanica. Geboren op en overleden op Carl David Anderson was een Amerikaan natuurkundige. Ontving in 1936 de Nobelprijs voor Natuurkunde. Geboren op en overleden op
7 Besluit: elk deeltje heeft een antideeltje. We spreken van antimaterie. 1.3 Annihilatie Inleiding Wanneer een deeltje en een antideeltje samenkomen dan vernietigen ze elkaar, we noemen dit annihilatie. We weten dat tegengestelde ladingen elkaar aantrekken, dus ook een elektron en positron. Wanneer een elektron e en een positron e + botsen dan transformeren ze volledig in energie. We krijgen twee zuivere gamma fotonen (zie figuur 1.1 ): e + e + γ + γ Figuur 1.1: Botsing van elektron en positron De totale hoeveelheid energie blijft behouden, die bestaat uit: Rustmassa; Lading; Hoeveelheid lineaire beweging; Hoeveelheid draaibeweging. De gigantische hoeveelheid energie die vrijkomt bedraagt 90 PJ 4 per kilogram materie - antimaterie. Dit is 300 maal de energie die vrijkomt bij kernfusie van 1 kilogram materie Peta Joule = 10 9 Joule. 5 0, 3 PJ/kg 6
8 en maal de energie die vrijkomt bij kernsplitsing van 1 kilogram materie 6. Opmerking: annihilatie is een omkeerbaar proces Elektron - positron annihilatie Elektron (e ) - positron (e + ) annihilatie is niet bruikbaar voor raketaandrijving omdat de gamma-fotonen niet kunnen gevangen worden Proton - antiproton annihilatie Proton (p + ) - antiproton (p ) annihilatie is een complex proces dat in meerdere stappen verloopt. 1. Stap 1: p + + p mπ + + mπ + nπ 0 Hierin zijn π + en π resp. een positief en negatief pion en is π 0 een neutraal pion. m en n zijn constanten. 2. Stap 2: na 100 as 7 vervalt het neutraal pion. π 0 γ + γ 3. Stap 3: na 26 ns 8 vervallen het positief en negatief pion: π + µ + + v µ π µ + v µ Hierin zijn µ + en µ resp. een positief en negatief muon. v µ is een muon neutrino en v µ is een muon anti-neutrino. 4. Stap 4: na 22, 2 ms 9 vervallen ook de muons en de neutrino s. Met de pions en de muons kunnen we wel iets aanvangen: Door middel van magneetvelden kunnen we deze stroom deeltje richten zodat we stuwkracht krijgen. Hun warmte kan gebruikt worden om gasvormige aandrijfstoffen te verwarmen. Die kunnen dan via een normale straalpijp versneld worden zodat ze stuwkracht leveren PJ/kg 7 a is de afkorting van atto dit is n is de afkorting van nano dit is m is de afkorting van milli dit is
9 1.4 Bronnen van antimaterie De bronnen van antimaterie zijn: Kosmische straling, die bestaat uit: 90% protonen; 9% α deeltjes; 1% elektronen; 1 deeltje antimaterie op 10 5 deeltjes. Een bliksem creëert miljoenen positrons. Deeltjesversnellers kunnen op kunstmatige manier antimaterie opwekken. 1.5 Het opslaan van antimaterie Als antimaterie in aanraking komt met materie dan reageert het onmiddellijk. Opslaan zonder contact met materie is dus niet eenvoudig. De oplossing is de Penning Trap. Magnetische en elektrische velden houden de antimaterie vast. 1.6 Productie van antimaterie Met deeltjesversnellers kunnen op kunstmatige manier antimaterie opwekken. Maar: 1. Om 1 Joule antimaterie te produceren hebben we 1 GJ = 10 9 J elektrische energie nodig. 2. Vandaag kan men ongeveer 10 pkg 10 antimaterie per jaar produceren kg per jaar, of jaar voor 1 kg, of 100 jaar voor 1 µg (microgram). 10 p is de afkorting van pico dit is
10 Hoofdstuk 2 Basisbegrippen raketaandrijving 2.1 Principe raketaandrijving Om een raket aan te drijven hebben we stuwkracht nodig. In paragraaf 5.3 vindt je meer uitleg over stuwkracht. Stuwkracht wordt geleverd door de raketmotoren. Stuwkracht steunt op het principe van hoeveelheid beweging. In de paragraaf 5.2 vindt je een beknopte beschrijving van wat hoeveelheid beweging is. Bij een raketmotor verlaten gasdeeltjes de straalpijp met een hoge snelheid. Elk deeltje heeft een hoeveelheid beweging. De wet op behoud van hoeveelheid beweging zegt: Wanneer een voorwerp een hoeveelheid beweging verliest dan moet een ander voorwerp dezelfde hoeveelheid in de tegenovergestelde richting winnen. of met andere woorden De totale hoeveelheid beweging in het universum blijft constant. 2.2 Specifieke impuls De specifieke impuls is de verhouding van de stuwkracht en het brandstofverbruik. De formule is: Met: I sp = v e g v e [m/s] de snelheid van de uitlaatgassen; g = 9, 81 m/s 2 de zwaartekrachtversnelling. [s] (2.1) De uitlaatgassen van de hoofdmotor van de Space Shuttle hebben een snelheid van v e = m/s, dit geeft een specifieke impuls van I sp 460 s, een typische waarde voor raketten met vloeibare brandstof. 9
11 2.3 De raketvergelijking van Tsiolkovsky Deze formule werd door Tsiolkovsky 1 in 1903 afgeleid. Ze steunt op het volgende principe: een raket kan versnellen door een deel van haar massa af te stoten. Dit proces volgt de wet op behoud van hoeveelheid beweging. Ik vermeld hierna de formule die rekening houdt met de speciale relativiteitstheorie (1905). In paragraaf 5.5 leid ik de formule af voor de klassieke mechanica. c ( vf m arctanh 0 = egi sp c m f ) 1 (2.2) Met: m 0 [kg] de massa van de raket met brandstof; m f [kg] de massa van de raket zonder brandstof (dus leeg, ook droge massa genoemd); c m/s de lichtsnelheid in vacuüm; g 9, 81 m/s 2 de zwaartekrachtversnelling op aarde; I sp [s] de specifieke impuls van de raket; v f [m/s] de eindsnelheid van de raket. Besluit: hoe groter de eindsnelheid v f die we willen bereiken, hoe groter de verhouding massa raket met brandstof ten opzichte van droge massa m 0 moet zijn. m f 2.4 Chemische aandrijving De stuwkracht wordt geleverd door het verbranden van brandstof. Dit is een chemische reactie op moleculair niveau. Figuur 2.1: Raketmotor met vloeibare brandstof 1 Konstantin Tsiolkovsky. Russisch geleerde. Geboren en overleden
12 Figuur 2.1 toont schematisch een raketmotor die werkt met vloeibare brandstof. Wanneer er stuwkracht nodig is worden brandstof en zuurstof in de verbrandingskamer geïnjecteerd. Door de verbranding stijgt de temperatuur van de verbrandingsgassen. Hun volume neemt sterk toe. De gassen stromen vervolgens door de straalpijp 2. Door de vorm van de straalpijp versnellen de gassen. De specifieke impuls voor dit type raketten bedraagt I sp = 450 s. Figuur 2.2 toont de overeenkomstige maximum raketsnelheid in functie van de massaverhouding raket met brandstof tot raket zonder brandstof. Figuur 2.2: Eindsnelheid in functie van de massa verhoudingen De grafiek 2.2 leert ons dat voor snelheden onder de m/s de verhouding raket met brandstof / droge raket aanvaardbaar is. Maar als we snelheden van m/s willen bereiken moeten we voor iedere kilogram nuttige massa ongeveer 30 kilogram brandstof meenemen. Aan een snelheid van m/s duurt het ongeveer jaar om Alfa Centauri 3 te bereiken. 2.5 Elektrische aandrijving Elektrische aandrijving wordt reeds lang succesvol gebruikt door de NASA. De eerste generatie systemen hebben een I sp = s (ongeveer 6 maal meer dan chemische aandrijving). Uit de figuur 2.3 kunnen we afleiden dat snelheden tot m/s haalbaar zijn. zon. 2 Lees meer over de straalpijp in paragraaf Alfa Centauri is ons dichts bij zijnde sterrenstelsel. Ze staat op een afstand van 4,36 lichtjaren van onze 11
13 Figuur 2.3: Eindsnelheid in functie van de massa verhoudingen Een tweede generatie elektrische aandrijving worden VASIMIR 4 genoemd. Figuur 2.4 is een afbeelding van een VASIMIR-motor. Figuur 2.4: VASIMIR aandrijfsysteem Deze motor gebruikt radiogolven om de aandrijfgassen te verwarmen tot een temperatuur van ongeveer C. Bij deze temperatuur verandert het gas in plasma. Het plasma bestaat uit positieve atoomkernen en negatieve elektronen. Deze worden versneld in een magnetische straalpijp. 4 VASIMIR staat voor: Variable Specific Impulse Magnetoplasma Rocket Concept. 12
14 Door de enorme temperaturen moet men zijn toevlucht nemen tot technieken gelijkaardig als die voor het opslaan van antimaterie. De elektrische energie nodig voor de RF-antennes worden geleverd door een nucleaire reactor. De specifieke impuls bedraagt I sp = s. Uit figuur 2.5 lezen we af dat een snelheid van m/s haalbaar is bij een massaverhouding van 12. Alfa Centauri is nu nog jaar van ons verwijderd. Figuur 2.5: Eindsnelheid in functie van de massa verhoudingen 2.6 Kernfusie aandrijving In een extreem hete omgeving kunnen twee lichte atomen samensmelten tot een zwaarder atoom. We noemen dit kernfusie. Tijdens de kernfusie wordt ook een deel van de materie omgezet in warmte. Meer dan 80 % van de zonne-energie is afkomstig van de kernfusie van waterstof tot helium. Waterstof - waterstof kernfusie is niet bruikbaar voor raketaandrijving omwille van de extreme druk en temperatuur die nodig zijn. Deuterium 5 - helium 3 6 fusie gebeurt bij een veel lagere temperatuur en druk, maar er komt wel minder energie vrij. Helaas komt helium 3 bijna niet voor op aarde. Net als bij VASIMIR dient het plasma vastgehouden te worden door magnetische velden. Volgens de NASA zal deze motor over 25 jaar beschikbaar zijn. De specifieke impuls bedraagt I sp = s. Uit figuur 2.6 lezen we af dat een snelheid van 4, m/s haalbaar zal zijn. Alfa Centauri is dan maar 300 jaar verwijderd. 5 Ook waterstof 2 genoemd. Is een stabiele isotoop van waterstof: notatie 2 H. 6 Is een stabiele isotoop van helium: notatie 3 He. 13
15 Figuur 2.6: Eindsnelheid in functie van de massa verhoudingen 14
16 Hoofdstuk 3 Antimaterie aandrijving 3.1 Inleiding Antimaterie aandrijving moet gesteund zijn op proton - antiproton of antiwaterstof brandstof. Bij proton - antiproton annihilatie kunnen de geladen pions gebruikt worden om stuwkracht te leveren. 3.2 Solid Core Concept De Solid Core motor bestaat uit een tank met vloeibare waterstof, een reactiekamer en een straalpijp. Pompen en leidingen verbinden deze onderdelen onderling. De reactiekamer bestaat uit een massieve metalen kern. Zie figuur 3.1. Figuur 3.1: Solid Core motor De massieve metalen kern wordt gebombardeerd met antiprotonen. Hierdoor bereikt de kern zijn smelttemperatuur. Nu wordt de waterstof door de kern gepompt (om die af te koelen). Het waterstof verwarmt en expandeert. Het waterstofgas wordt dan door de straalpijp versneld en levert de stuwkracht. 15
17 De Solid Core motor heeft een rendement van ongeveer 85 %. De specifieke impuls bedraagt maar I sp = s. De maximum snelheid van een raket met een Solid Core motor is ongeveer m/s. 3.3 Plasma Core Concept Deze motor lijkt sterk op de Solid Core motor. Het belangrijkste verschil is dat de vaste metaalkern vervangen is door magnetisch opgesloten plasma 1. Temperaturen van meerdere miljoenen C zijn nu mogelijk. De specifieke impuls bedraagt maar I sp = s. De maximum snelheid van een raket met een plasma core motor is ongeveer m/s. Het rendement zal slechts 10 % zijn. 3.4 Beamed Core Concept Daar waar Solid Core en Plasma Core motoren een drijfgas gebruiken om stuwkracht te leveren gebruikt de Beamed Core motor de annihilatie producten zelf. Zie figuur 3.2. Figuur 3.2: Beamed Core motor De specifieke impuls bedraagt I sp s. De maximum snelheid van m/s zou haalbaar zijn. Alfa Centauri is dan op ongeveer 10 jaar verwijderd. De keerzijde van het verhaal is dat voor een droge raket van 100 ton er minstens 25 ton antimaterie nodig is. 1 Naast vast, vloeibaar en gasvormig is plasma de vierde aggregatietoestand. De gasdeeltjes zijn in een geïoniseerde toestand. 16
18 3.5 ACMF Het Antimater Catalyzed Micro Fission / Fusion systeem is een hybride systeem dat antimaterie annihilatie, kernsplitsing en kernfusie combineert. Dit aandrijfsysteem is niet zo krachtig als het Plasma Core systeem. Maar het voordeel is dat dit systeem met de huidige technologie te verwezenlijken is. Bij de annihilatiereactie komt een enorme hoeveelheid energie vrij. Een deel van de energie heeft de vorm van gamma fotonen (die zijn niet bruikbaar). De rest van de energie verhoogt de kinetische energie van de atoomkernen waardoor die splitsen. Als gevolg hiervan ontstaat er een stroom neutronen. Figuur 3.3 toont schematisch het procesverloop weer. Figuur 3.3: ACMF: reactie verloop De ACMF-motor gebruikt pellets (zie figuren 3.4 en 3.5) waarvan de kern uit deuterium en tritium 2 bestaat. De mantel is van uranium. De hitte van de kernsplitsing wordt gebruikt om de aandrijfstof te verhitten. Figuur 3.4: ACFM: brandstofpellet 2 Ook waterstof 3 genoemd. Is een radioactieve isotoop van waterstof: notatie 3 H. 17
19 Figuur 3.5: ACFM: kernfusie Het voordeel van het ACMF-systeem is het geringe verbruik van antimaterie. Bovendien is er maar een geringe hoeveelheid radioactief afval (de kernsplitsing dient enkel om de kernfusie te starten). De specifieke impuls bedraagt maar I sp = s. De maximum snelheid van een raket met een ACMF motor is ongeveer m/s. 3.6 AIM AIM staat voor Antimater Initiated Fusion. Dit is een hybride aandrijfsysteem. De antimaterie start de micro kernfusie. Het is krachtiger maar complexer dan het ACMF. De specifieke impuls bedraagt I sp = s. De maximum snelheid van een raket met een AIM motor is ongeveer m/s. Het nadeel van AIM is het hoger brandstofverbruik dan het ACMF systeem. Het rendement zou dan wel 85 % zijn. 18
20 Hoofdstuk 4 Concept antimaterie raketaandrijving 4.1 Project Valkyrie De Valkyrie is een ontwerp van een interstellair ruimteschip voor 2 tot 3 personen. Speciaal aan dit ontwerp is dat het ruimteschip op sleeptouw wordt genomen door de raket. De sleepkabel is 10 km lang. De aandrijving zal bestaan uit antiwaterstof dat annihileert met normale waterstof. Tot een snelheid van 12 % van de lichtsnelheid zal de Valkyrie een ACMF- of AIM-motor gebruiken. Boven de snelheid van 12 % van de lichtsnelheid zal een Beamed Core motor gebruikt worden. 4.2 ICAN-II spacecraft ICAN staat voor Ion Compressed Anitmatter Nuclear rocket. Het ICAN-II ontwerp is gebaseerd op de ACMF-motor. De onderdelen worden beschermd tegen de stralingen van de kernsplitsing en kernfusie door een 1, 2 m dik schild. Een 2, 2 m dik schild moet de bemanning beschermen tegen stralingen. De ICAN-II zou meer dan 720 ton wegen en ongeveer 70 m lang zijn. 4.3 AIMStar Het AIMStar ontwerp is bedoeld om de Oortwolk te bereiken en bestuderen binnen een mensenleven. De Oortwolk is een kometengordel rond ons zonnestelsel op een afstand van 19
21 ongeveer een AE 1. De specifieke impuls bedraagt I sp = s. Het rendement zou 80 % zijn. De reis naar de Oortwolk zou ongeveer 50 jaar duren. Tijdens de eerste 22 jaar versnelt de raket en bereikt dan een snelheid van m/s. Op dat ogenblik wordt het ruimteschip losgekoppeld van de raketmotor en zet het ruimteschip de reis alleen verder. 4.4 Stof- en stralingsschermen Een raket met een Beamed Core motor bereikt een snelheid van 60 % van de lichtsnelheid (dit is ongeveer m/s). Een stofdeeltje heeft een massa van ongeveer kg. Bij een botsing met ons ruimteschip dat met een snelheid van m/s vliegt komt een energie van J vrij. Maar naast stofdeeltjes zijn er ook nog kosmische en elektromagnetische stralingen en zijn er magnetische velden waartegen we ons moeten beschermen. Bij snelheden tot 30 % van de lichtsnelheid volstaat een scherm van 2 cm dik titaniumplaat. Maar voor een snelheid van 60 % van de lichtsnelheid moet het scherm meerdere meters dik zijn. Een alternatief is een hybride scherm bestaande uit titaniumplaat en een magnetische beschermveld. Het is duidelijk dat dit een belangrijke gewichtsbesparing betekent. 1 AE staat voor astronomische eenheid, het is de afstand tussen aarde en zon. Het wordt sinds 2012 op exact m genomen. 20
22 Hoofdstuk 5 Aanvullingen uit de fysica In de volgende paragrafen beschrijf ik een aantal elementaire begrippen uit de fysica. 5.1 De fundamentele natuurkrachten De fundamentele natuurkrachten zijn: 1. De sterke atoomkracht 2. De zwakke atoomkracht 3. De elektromagnetische kracht 4. De zwaartekracht 5.2 Hoeveelheid beweging Een voorwerp met massa m [kg] dat beweegt bezit een hoeveelheid beweging. We maken onderscheid tussen hoeveelheid lineaire beweging 1 en hoeveelheid draaibeweging Hoeveelheid lineaire beweging Is van toepassing op een voorwerp dat rechtlijnig beweegt. De hoeveelheid lineaire beweging is: p = mv [Ns] (5.1) 1 Ook impuls genoemd. In het Engels linear momentum of translational momentum. 2 Ook impulsmoment, draai-impuls, hoekmoment of angulair moment genoemd. In het Engels angular momentum. 21
23 Met: m [kg] de massa van het voorwerp; v [m/s] de snelheid van het voorwerp Hoeveelheid draaibeweging Is van toepassing op een voorwerp dat rond een as beweegt. De hoeveelheid draaibeweging is: L = rmv [Nms] (5.2) = rp [Nms] (5.3) Met: r [m] de afstand tussen de as en het zwaartepunt van de massa; m [kg] de massa van het voorwerp; v [m/s] de snelheid van het voorwerp Rekenvoorbeeld hoeveelheid beweging Opgave: Stel ik zit in een kano in het midden van een meer. Het wateroppervlak is rimpelloos en er is geen wind. De kano ondervindt ook geen weerstand van het water. In mijn kano liggen ook nog 10 exact gelijke stenen. Ik werpt de 10 stenen de ene na de andere ver weg in de richting van het noorden. Wat gebeurt er? Antwoord: De kano ligt minder diep in het water is niet het antwoord dat ik zoek. Het antwoordt is de kano drijft in de richting van het zuiden. De snelheid van de kano hangt af van: de massa van de stenen (die is m s kg per steen); de snelheid die de stenen bij het werpen krijgen (die is v s m/s); het aantal stenen dat ik werp (10 stuks in dit voorbeeld). De massa van de kano met mij en de stenen is m k kg en om het niet te moeilijk te maken mag je veronderstellen dat de massa niet wijzigt. Na het wegwerpen van de laatste steen zal de kano een snelheid v k m/s hebben. Het is deze snelheid die we moeten berekenen. Als we een steen wegwerpen dan geven we die een hoeveelheid beweging: p s = m s v s 22
24 De kano krijgt dezelfde hoeveelheid beweging in tegenovergestelde richting: p k = m k v k Nu is op basis van de wet op behoud van hoeveelheid beweging p k = p s. Na 10 stenen is: m k v k = 10 m s v s v k = 10 m sv s m k Laat ons met getallen werken: massa van iedere steen m s = 0, 2 kg; snelheid waarmee iedere steen geworpen wordt v s = 10 m/s; totale massa van de kano m k = 100 kg. Dan wordt de snelheid van de boot: 0, 2 10 v k = 10 = 0, 2 m/s 100 De snelheid waarmee de snelheid van de kano toeneemt hangt af van de snelheid waarmee ik de tien stenen na elkaar wegwerp (doe ik het bijvoorbeeld in 10 seconden of in 10 minuten, de eindsnelheid zal dezelfde zijn). Een raket werpt niet met stenen maar met gasdeeltjes... dit is het principe van raketaandrijving. 5.3 Stuwkracht Stuwkracht steunt op het behoud van hoeveelheid beweging. Stuwkracht drukt de mate uit waarmee de hoeveelheid beweging verandert. F = p t [N] Voor één deeltje is p = mv en voor n deeltjes is p = n mv. De stuwkracht voor n deeltjes 23
25 wordt: F = n mv t = n t mv = q mv = qm v = ṁ v [N] Met: ṁ [kg/s] het massadebiet; v [m/s] de snelheid van de massadeeltjes. Een voorbeeld: bij de Space Shuttle is: ṁ = kg/s; v = m/s. De stuwkracht van de Space Shuttle is dan: F = = 20, N 5.4 Versnelling Een kracht die op een vrij voorwerp inwerkt versnelt het: a = F m [m/s 2 ] (5.4) Met: F [N] de (resulterende) kracht die op het voorwerp inwerkt; m [kg] de massa van het voorwerp. Bovenstaande formule is enkel geldig als de massa niet wijzigt. Een voorbeeld: bij lancering van de Space Shuttle is: m = kg; F = N. De versnelling die op de Space Shuttle inwerkt is dan: a = = 15 m/s
26 Dit is meer dan de zwaartekrachtversnelling en bijgevolg kan de Space Shuttle opstijgen. 5.5 Afleiding van de raketvergelijking Raketsnelheden die klein zijn ten opzichte van de lichtsnelheid Figuur 5.1 toont onze raket op twee verschillende ogenblikken. 1. In situatie of ogenblik 0 vliegt onze raket met een snelheid van v [m/s] door de ruimte. De totale massa is (M + dm) [kg] Er zijn geen uitwendige krachten. 3. De hoeveelheid beweging van het systeem is: p 0 = (M + dm)v 4. Na een tijdverloop dt [s] (situatie of ogenblik 1 in de figuur) is er een hoeveelheid brandstof dm [kg] verbrandt. De brandstof heeft in ons referentiekader een snelheid v b [m/s]. De snelheid van de raket is toegenomen tot (v + dv) [m/s]. 0 v M dm 1 v+dv M dm v b Figuur 5.1: Raketvergelijking 5. De hoeveelheid beweging van het raket en brandstof is nu: p 1 = M(v + dv) + v b dm 3 Ik gebruik hier M om de massa van de raket aan te geven en een onderscheid te maken met de massa m van brandstof. 25
27 6. De hoeveelheid beweging van het systeem wijzigt niet. Dus p 1 = p 0, of: Mv + M dv + v b dm = Mv + v dm M dv = (v v b ) dm Nu is de snelheid van de brandstof ten opzichte van de raket v e = v v b en in hetzelfde tijdsbestek dt is de toename van de massa brandstof gelijk aan de afname van de massa van de raket dm = dm. Dus: M dv = v e dm dv = v e dm M Nu integreren tussen ogenblik 0 en 1 (we beschouwen v e = cte): 1 0 dv = v e 1 0 dm M v 1 v 0 = v e (ln M 1 ln M 0 ) v = v e ln M 1 M 0 v = v e ln M 0 M 1 Indien we v als maximale toename van de snelheid beschouwen mogen we M 1 = M f. De vergelijking wordt (ik ga nu terug kleine letters m gebruiken om de massa aan te geven): Of: Met: m 0 [kg] de massa van de raket met brandstof; v = v e ln m 0 m f [m/s] (5.5) m 0 m f = e v/ve [ ] (5.6) m f [kg] de massa van de raket zonder brandstof (dus leeg, ook droge massa genoemd); v [m/s] de maximale toename van de snelheid van de raket; v e [m/s] de snelheid waarmee de verbrandingsgassen de raket verlaten. 26
28 5.5.2 Raketsnelheden die de lichtsnelheid benaderen In dit geval doen we beroep op de speciale relativiteitstheorie. De vergelijk wordt dan: Met: m 0 m f = 1 + v c 1 v c m 0 [kg] de massa van de raket met brandstof; c 2v e [ ] (5.7) m f [kg] de massa van de raket zonder brandstof (dus leeg, ook droge massa genoemd); c m/s de lichtsnelheid in vacuüm; v [m/s] de maximale toename van de snelheid van de raket; v e [m/s] de snelheid waarmee de verbrandingsgassen de raket verlaten. 5.6 Werking van een de Laval straalpijp De Zweed de Laval 4 bedacht in 1890 deze straalpijp (zie figuur 5.2) voor stoom. De stroming van het gas is van links naar rechts. De straalpijp start met een convergent deel. De snelheid van het gas neemt er toe. Het is de bedoeling dat het gas in de keel de geluidsnelheid bereikt. Tenslotte komt het divergent deel waar de snelheid van het gas nog toeneemt. In de straalpijp wordt potentiële energie omgezet in kinetische energie. Het volume neemt toe volgens de ideale gaswet. Figuur 5.2: de Laval straalpijp 4 Gustaf de Laval. Zweeds uitvinder. Geboren op en overleden op
29 De snelheid aan de uitlaat beantwoordt aan de vergelijking: v e = RT M [ 2k 1 k 1 ( pe p ) k 1 ] k [m/s] Met: v e [m/s] de uitlaatsnelheid van het gas; T [K] de absolute temperatuur van het gas; R = J/kmol K de gasconstante; M [kg/kmol] de molaire massa van het gas; k [ ] de adiabatische constante (is 7/5 voor een tweeatomig gas); p [Pa] de druk van het gas aan de inlaat van de straalpijp; p e [Pa] de druk van het gas aan de uitlaat. 28
(a) Noem twee eigenschappen die quarks en leptonen met elkaar gemeen hebben.
Uitwerkingen HiSPARC Elementaire deeltjes C.G.N. van Veen 1 Hadronen Opdracht 1: Elementaire deeltjes worden onderverdeeld in quarks en leptonen. (a) Noem twee eigenschappen die quarks en leptonen met
Schoolexamen Moderne Natuurkunde
Schoolexamen Moderne Natuurkunde Natuurkunde 1,2 VWO 6 24 maart 2003 Tijdsduur: 90 minuten Deze toets bestaat uit 3 opgaven met 16 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed
Sterrenkunde Ruimte en tijd (3)
Sterrenkunde Ruimte en tijd (3) Zoals we in het vorige artikel konden lezen, concludeerde Hubble in 1929 tot de theorie van het uitdijende heelal. Dit uitdijen geschiedt met een snelheid die evenredig
Quantummechanica en Relativiteitsleer bij kosmische straling
Quantummechanica en sleer bij kosmische straling Niek Schultheiss 1/19 Krachten en krachtdragers Op kerndeeltjes werkt de zwaartekracht. Op kerndeeltjes werkt de elektromagnetische kracht. Kernen kunnen
(a) Noem twee eigenschappen die quarks en leptonen met elkaar gemeen hebben.
Werkbladen HiSPARC Elementaire deeltjes C.G.N. van Veen 1 Hadronen Opdracht 1: Elementaire deeltjes worden onderverdeeld in quarks en leptonen. (a) Noem twee eigenschappen die quarks en leptonen met elkaar
Detectie van kosmische straling
Detectie van kosmische straling muonen? geproduceerd op 15 km hoogte reizen met een snelheid in de buurt van de lichtsnelheid levensduur = 2,2.10-6 s s = 2,2.10-6 s x 3.10 8 m/s = 660 m = 0,6 km Victor
oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1.
Opgaven en uitwerkingen vind je op www.agtijmensen.nl Oefen vt vwo5 h6 Elektromagnetisme Opgave 1. Elektrisch veld In de vacuüm gepompte beeldbuis van een TV staan twee evenwijdige vlakke metalen platen
toelatingsexamen-geneeskunde.be
Fysica juli 2009 Laatste update: 31/07/2009. Vragen gebaseerd op het ingangsexamen juli 2009. Vraag 1 Een landingsbaan is 500 lang. Een vliegtuig heeft de volledige lengte van de startbaan nodig om op
Exact Periode 7 Radioactiviteit Druk
Exact Periode 7 Radioactiviteit Druk Exact periode 7 Radioactiviteit Druk Exact Periode 7 2 Natuurlijke radioactiviteit Met natuurlijke radioactiviteit wordt bedoeld: radioactiviteit die niet kunstmatig
De Zon. N.G. Schultheiss
1 De Zon N.G. Schultheiss 1 Inleiding Deze module is direct vanaf de derde of vierde klas te volgen en wordt vervolgd met de module De Broglie of de module Zonnewind. Figuur 1.1: Een schema voor kernfusie
Sterrenkunde Ruimte en tijd (6)
Sterrenkunde Ruimte en tijd () Om het geheugen op te frissen, even een korte inhoud van het voorafgaande: Ruim tien miljard jaar geleden werd het heelal geboren uit een enorme explosie van protonen, neutronen,
In deze eindtoets willen we met jullie samenvatten waar we het in het afgelopen kwartiel over gehad hebben:
Eindtoets 3DEX1: Fysica van nieuwe energie 21-1- 2014 van 9:00-12:00 Roger Jaspers & Adriana Creatore In deze eindtoets willen we met jullie samenvatten waar we het in het afgelopen kwartiel over gehad
Wetenschappelijke Nascholing Deel 1: Van de alchemisten tot het Higgs-deeltje
Wetenschappelijke Nascholing Deel 1: Van de alchemisten tot het Higgs-deeltje Dirk Ryckbosch Fysica en Sterrenkunde 9 oktober 2017 Dirk Ryckbosch (Fysica en Sterrenkunde) Elementaire Deeltjes 9 oktober
Alfastraling bestaat uit positieve heliumkernen (2 protonen en 2 neutronen) met veel energie. Wordt gestopt door een blad papier.
Alfa -, bèta - en gammastraling Al in 1899 onderscheidde Ernest Rutherford bij de uraniumstraling "minstens twee" soorten: één die makkelijk wordt geabsorbeerd, voor het gemak de 'alfastraling' genoemd,
Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal
Hoofdstuk 5 Straling Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 5.1 Straling en bronnen Eigenschappen van straling RA α γ β 1) Beweegt langs rechte lijnen vanuit een bron. ) Zwakker als ze verder
H7+8 kort les.notebook June 05, 2018
H78 kort les.notebook June 05, 2018 Hoofdstuk 7 en Materie We gaan eens goed naar die stoffen kijken. We gaan steeds een niveau dieper. Stoffen bijv. limonade (mengsel) Hoofdstuk 8 Straling Moleculen water
1 Leerlingproject: Kosmische straling 28 februari 2002
1 Leerlingproject: Kosmische straling 28 februari 2002 1 Kosmische straling Onder kosmische straling verstaan we geladen deeltjes die vanuit de ruimte op de aarde terecht komen. Kosmische straling is onder
Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur
natuurkunde 1,2 Examen VWO - Compex Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Vrijdag 27 mei totale examentijd 3 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 17. In dit deel staan de vragen waarbij de computer
5,5. Samenvatting door een scholier 1429 woorden 13 juli keer beoordeeld. Natuurkunde
Samenvatting door een scholier 1429 woorden 13 juli 2006 5,5 66 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Natuurkunde samenvatting hoofdstuk 3 ioniserende straling 3. 1 de bouw van de atoomkernen. * Atoom: - bestaat
Hoofdstuk 9: Radioactiviteit
Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde VWO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 9: Radioactiviteit Natuurkunde 1. Mechanica 2. Golven en straling 3. Elektriciteit en magnetisme 4. Warmteleer Rechtlijnige
Schoolexamen Moderne Natuurkunde
Schoolexamen Moderne Natuurkunde Natuurkunde 1,2 VWO 6 16 april 2007 Tijdsduur: 90 minuten eze toets bestaat uit twee delen (I en II). In deel I wordt basiskennis getoetst via meerkeuzevragen. eel II bestaat
Materie bouwstenen van het heelal FEW 2009
Materie bouwstenen van het heelal FEW 2009 Prof.dr Jo van den Brand [email protected] 2 september 2009 Waar de wereld van gemaakt is De wereld kent een enorme diversiteit van materialen en vormen van materie.
Later heeft men ook nog een ongeladen deeltje met praktisch dezelfde massa als een proton ontdekt (1932). Dit deeltje heeft de naam neutron gekregen.
Atoombouw 1.1 onderwerpen: Elektrische structuur van de materie Atoommodel van Rutherford Elementaire deeltjes Massagetal en atoomnummer Ionen Lading Twee (met een metalen laagje bedekte) balletjes,, die
Algemeen. Cosmic air showers J.M.C. Montanus. HiSPARC. 1 Kosmische deeltjes. 2 De energie van een deeltje
Algemeen HiSPARC Cosmic air showers J.M.C. Montanus 1 Kosmische deeltjes De aarde wordt continu gebombardeerd door deeltjes vanuit de ruimte. Als zo n deeltje de dampkring binnendringt zal het op een gegeven
Elementaire Deeltjesfysica
Elementaire Deeltjesfysica FEW Cursus Jo van den Brand 10 November, 2009 Structuur der Materie Inhoud Inleiding Deeltjes Interacties Relativistische kinematica Lorentz transformaties Viervectoren Energie
Wetenschappelijke Begrippen
Wetenschappelijke Begrippen Isotoop Als twee soorten atoomkernen hetzelfde aantal protonen heeft (en dus van hetzelfde element zijn), maar een ander aantal neutronen (en dus een andere massa), dan noemen
KERNEN & DEELTJES VWO
KERNEN & DEELTJES VWO Foton is een opgavenverzameling voor het nieuwe eindexamenprogramma natuurkunde. Foton is gratis te downloaden via natuurkundeuitgelegd.nl/foton Uitwerkingen van alle opgaven staan
Q l = 23ste Vlaamse Fysica Olympiade. R s. ρ water = 1, kg/m 3 ( ϑ = 4 C ) Eerste ronde - 23ste Vlaamse Fysica Olympiade 1
Eerste ronde - 3ste Vlaamse Fysica Olympiade 3ste Vlaamse Fysica Olympiade Eerste ronde. De eerste ronde van deze Vlaamse Fysica Olympiade bestaat uit 5 vragen met vier mogelijke antwoorden. Er is telkens
De Broglie. N.G. Schultheiss
De Broglie N.G. Schultheiss Inleiding Deze module volgt op de module Detecteren en gaat vooraf aan de module Fluorescentie. In deze module wordt de kleur van het geabsorbeerd of geëmitteerd licht gekoppeld
Juli blauw Vraag 1. Fysica
Vraag 1 Beschouw volgende situatie in een kamer aan het aardoppervlak. Een homogene balk met massa 6, kg is symmetrisch opgehangen aan de touwen A en B. De touwen maken elk een hoek van 3 met de horizontale.
Oplossing examenoefening 2 :
Oplossing examenoefening 2 : Opgave (a) : Een geleidende draad is 50 cm lang en heeft een doorsnede van 1 cm 2. De weerstand van de draad bedraagt 2.5 mω. Wat is de geleidbaarheid van het materiaal waaruit
Hoofdstuk 3. en energieomzetting
Hoofdstuk 3 Energie en energieomzetting branders luchttoevoer brandstoftoevoer koelwater condensator stoomturbine generator transformator regelkamer stoom water ketel branders 1 Energiesoort Omschrijving
Hoofdstuk 5 Straling. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal
Hoofdstuk 5 Straling Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 5.1 Straling en bronnen Eigenschappen van straling RA α γ β 1) Beweegt langs rechte lijnen vanuit een bron. 2) Zwakker als ze verder
7.1 Het deeltjesmodel
Samenvatting door Mira 1711 woorden 24 juni 2017 10 3 keer beoordeeld Vak NaSk 7.1 Het deeltjesmodel Een model van een stof Elke stof heeft zijn eigen soort moleculen. Aangezien je niet kunt zien hoe een
Samenvatting H5 straling Natuurkunde
Samenvatting H5 straling Natuurkunde Deze samenvatting bevat: Een begrippenlijst van dikgedrukte woorden uit de tekst Belangrijke getallen en/of eenheden (Alle) Formules van het hoofdstuk (Handige) tabellen
H2: Het standaardmodel
H2: Het standaardmodel 2.1 12 Fundamentele materiedeeltjes De elementaire deeltjes worden in 2 groepen opgedeeld volgens spin (aantal keer dat een deeltje rond zijn eigen as draait), de fermionen zijn
Chemie 4: Atoommodellen
Chemie 4: Atoommodellen Van de oude Grieken tot het kwantummodel Het woord atoom komt va, het Griekse woord atomos dat ondeelbaar betekent. Voor de Griekse geleerde Democritos die leefde in het jaar 400
1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm.
Domein F: Moderne fysica Subdomein: Atoomfysica 1 Een lichtbron zendt licht uit met een golflengte van 589 nm in vacuüm. Bereken de energie van het foton in ev. E = h c/λ (1) E = (6,63 10-34 3 10 8 )/(589
Deze Informatie is gratis en mag op geen enkele wijze tegen betaling aangeboden worden. Vraag 1
Vraag 1 Twee stenen van op dezelfde hoogte horizontaal weggeworpen in het punt A: steen 1 met een snelheid v 1 en steen 2 met snelheid v 2 Steen 1 komt neer op een afstand x 1 van het punt O en steen 2
1 Atoom- en kernfysica TS VRS-D/MR vj Mieke Blaauw
1 Atoom- en kernfysica TS VRS-D/MR vj 2018 Mieke Blaauw 2 Atoom- en kernfysica TS VRS-D/MR vj 2018 1-3 Atoombouw en verval 4,5 Wisselwerking van straling met materie en afscherming 6-9 Röntgentoestellen,
Zoektocht naar de elementaire bouwstenen van de natuur
Zoektocht naar de elementaire bouwstenen van de natuur Het atoom: hoe beter men keek hoe kleiner het leek Ivo van Vulpen CERN Mijn oude huis Anti-materie ATLAS detector Gebouw-40 globe 21 cctober, 2006
Hoofdstuk 3. en energieomzetting
Energie Hoofdstuk 3 Energie en energieomzetting Grootheid Energie; eenheid Joule afkorting volledig wetenschappelijke notatie 1 J 1 Joule 1 Joule 1 J 1 KJ 1 KiloJoule 10 3 Joule 1000 J 1 MJ 1 MegaJoule
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 1 t/m 3
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 1 t/m 3 Samenvatting door C. 2009 woorden 16 januari 2014 7,2 6 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Hoofdstuk 1 Elektriciteit 1.1 Er bestaan twee soorten elektrische lading
De energievallei van de nucliden als nieuw didactisch concept
De energievallei van de nucliden als nieuw didactisch concept - Kernfysica: van beschrijven naar begrijpen Rita Van Peteghem Coördinator Wetenschappen-Wisk. CNO (Centrum Nascholing Onderwijs) Universiteit
1 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj Mieke Blaauw
1 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj 2018 2 Wisselwerking en afscherming TS VRS-D/MR vj 2018 1-3 Atoombouw en verval 4,5 Wisselwerking van straling met materie en afscherming 6-9 Röntgentoestellen,
De Large Hadron Collider 2.0. Wouter Verkerke (NIKHEF)
De Large Hadron Collider 2.0 Wouter Verkerke (NIKHEF) 11 2 De Large Hadron Collider LHCb ATLAS CMS Eén versneller vier experimenten! Concept studie gestart in 1984! Eerste botsingen 25 jaar later in 2009!!
Hoofdstuk 6 Energie en beweging. Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal
Hoofdstuk 6 Energie en beweging Gemaakt als toevoeging op methode Natuurkunde Overal 6.1 Energie omzetten en overdragen Arbeid De energie die de kracht geeft/overdraagt aan het voorwerp waar de kracht
2.1 Elementaire deeltjes
HiSPARC High-School Project on Astrophysics Research with Cosmics Interactie van kosmische straling en aardatmosfeer 2.1 Elementaire deeltjes Bij de botsing van een primair kosmisch deeltje met een zuurstof-
Stabiliteit van atoomkernen
Stabiliteit van atoomkernen Wanneer is een atoomkern stabiel? Wat is een radioactieve stof? Wat doet een radioactieve stof? 1 Soorten ioniserende straling Alfa-straling of α-straling Bèta-straling of β-straling
Begripsvragen: Elektrisch veld
Handboek natuurkundedidactiek Hoofdstuk 4: Leerstofdomeinen 4.2 Domeinspecifieke leerstofopbouw 4.2.4 Elektriciteit en magnetisme Begripsvragen: Elektrisch veld 1 Meerkeuzevragen Elektrisch veld 1 [V]
Vraag Antwoord Scores
Eindexamen vwo natuurkunde pilot 03-II Beoordelingsmodel Opgave Splijtstof in een kerncentrale maximumscore 3 35 7 87 U + n Ba + Kr + n of 9 0 56 36 0 35 7 87 U + n Ba + Kr + n één neutron links van de
natuurkunde Compex natuurkunde 1,2 Compex
Examen VWO 2010 tijdvak 1 vrijdag 21 mei totale examentijd 3 uur tevens oud programma natuurkunde Compex natuurkunde 1,2 Compex Vragen 1 tot en met 13 In dit deel van het examen staan vragen waarbij de
10 Materie en warmte. Onderwerpen. 3.2 Temperatuur en warmte.
1 Materie en warmte Onderwerpen - Temperatuur en warmte. - Verschillende temperatuurschalen - Berekening hoeveelheid warmte t.o.v. bepaalde temperatuur. - Thermische geleidbaarheid van een stof. - Warmteweerstand
1 Warmteleer. 3 Om m kg water T 0 C op te warmen heb je m T 4180 J nodig. 4180 4 Het symbool staat voor verandering.
1 Warmteleer. 1 De soortelijke warmte is de warmte die je moet toevoeren om 1 kg van een stof 1 0 C op te warmen. Deze warmte moet je ook weer afvoeren om 1 kg van die stof 1 0 C af te koelen. 2 Om 2 kg
Het atoom. CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie. https://maken.wikiwijs.nl/95481
Auteur P.J. Dreef Laatst gewijzigd 07 februari 2017 Licentie CC Naamsvermelding 3.0 Nederland licentie Webadres https://maken.wikiwijs.nl/95481 Dit lesmateriaal is gemaakt met Wikiwijs van Kennisnet. Wikiwijs
Schoolexamen Moderne Natuurkunde
Schoolexamen Moderne Natuurkunde Natuurkunde 1,2 VWO 6 14 april 2008 Tijdsduur: 90 minuten eze toets bestaat uit twee delen (I en II). eel I bestaat uit meerkeuzevragen, deel II uit open vragen. e meerkeuzevragen
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 7 + zonnestelsel en heelal
Samenvatting Natuurkunde Hoofdstuk 7 + zonnestelsel en heelal Samenvatting door C. 1741 woorden 24 juni 2016 1,4 1 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Nu voor straks Natuurkunde H7 + Zonnestelsel en
Eindexamen vwo natuurkunde pilot 2012 - I
Eindexamen vwo natuurkunde pilot 0 - I Opgave Lichtpracticum maximumscore De buis is aan beide kanten afgesloten om licht van buitenaf te voorkomen. maximumscore 4 De weerstanden verhouden zich als de
Werkstuk Natuurkunde Kernenergie
Werkstuk Natuurkunde Kernenergie Werkstuk door een scholier 1606 woorden 24 december 2003 5,8 121 keer beoordeeld Vak Natuurkunde Onderzoeksvragen Wat is kernenergie? Bij een kernsplijtingsproces worden
Samenvatting Natuurkunde Ioniserende straling
Samenvatting Natuurkunde Ioniserende straling Samenvatting door een scholier 1947 woorden 26 augustus 2006 6,5 102 keer beoordeeld Vak Methode Natuurkunde Natuurkunde overal Samenvatting Natuurkunde VWO
2 Van 1 liter vloeistof wordt door koken 1000 liter damp gemaakt.
Domein E: Materie en energie Subdomein: Energie 1 De dichtheid van een kubus P is 10 keer zo groot als de dichtheid van een kubus Q. De ribbe van kubus Q is 10 keer zo groot als de ribbe van kubus P. Hoe
Het mysterie van massa massa, ruimte en tijd
Het mysterie van massa massa, ruimte en tijd http://www.nat.vu.nl/~mulders P.J. Mulders home Massa: zwaartekracht zware massa Mm G 2 R zwaartekracht = trage massa 2 v = m R versnelling a c bij cirkelbeweging
Een deels bestaande PowerPointpresentatie voor de cursus in de aandacht gebracht cq bewerkt door:
Sporen van deeltjes Een deels bestaande PowerPointpresentatie voor de cursus in de aandacht gebracht cq bewerkt door: E.J. Klesser, K. Akrikez, F. de Wit, F. Bergisch, J. v. Reisen Het onderzoek naar elementaire
NATUURKUNDE. a) Bereken voor alle drie kleuren licht de energie van een foton in ev.
NATUURKUNDE KLAS 5, INHAALPROEFWERK H7, 02/12/10 Het proefwerk bestaat uit 2 opgaven met samen 32 punten. (NB. Je mag GEEN gebruik maken van de CALC-intersect-functie van je GRM!) Opgave 1: Kwiklamp (17
Thermodynamica. Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven
Thermodynamica Daniël Slenders Faculteit Ingenieurswetenschappen Katholieke Universiteit Leuven Academiejaar 2009-2010 Inhoudsopgave Eerste hoofdwet - deel 1 3 Oefening 1.1......................................
Majorana Neutrino s en Donkere Materie
? = Majorana Neutrino s en Donkere Materie Patrick Decowski [email protected] Majorana mini-symposium bij de KNAW op 31 mei 2012 Elementaire Deeltjes Elementaire deeltjes en geen quasi-deeltjes! ;-) Waarom
Eindexamen natuurkunde compex vwo 2010 - I
- + Eindexamen natuurkunde compex vwo 2010 - I Opgave 1 Massaspectrometer Lood in ertsen uit mijnen bestaat voornamelijk uit de isotopen lood-206, lood-207 en lood-208. De herkomst van lood in loden voorwerpen
HOVO: Gravitatie en kosmologie OPGAVEN WEEK 1
HOVO: Gravitatie en kosmologie OPGAVEN WEEK Opgave : Causaliteit In het jaar 300 wordt door de Aardse Federatie een ruimteschip naar een Aardse observatiepost op de planeet P47 gestuurd. Op de maan van
PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica
PositronEmissieTomografie (PET) Een medische toepassing van deeltjesfysica Wat zie je? PositronEmissieTomografie (PET) Nucleaire geneeskunde: basisprincipe Toepassing van nucleaire geneeskunde Vakgebieden
NATUURKUNDE KLAS 5. PROEFWERK H8 JUNI 2010 Gebruik eigen rekenmachine en BINAS toegestaan. Totaal 29 p
NATUURKUNDE KLAS 5 PROEFWERK H8 JUNI 2010 Gebruik eigen rekenmachine en BINAS toegestaan. Totaal 29 p Opgave 1: alles heeft een richting (8p) Bepaal de richting van de gevraagde grootheden. Licht steeds
Wordt echt spannend : in 2015 want dan gaat versneller in Gevene? CERN echt aan en gaat hij draaien op zijn ontwerp specificaties.
Nog niet gevonden! Wordt echt spannend : in 2015 want dan gaat versneller in Gevene? CERN echt aan en gaat hij draaien op zijn ontwerp specificaties. Daarnaast ook in 2015 een grote ondergrondse detector.
Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan
Samenvatting Scheikunde H3 Door: Immanuel Bendahan Inhoudsopgave 1 Atoommodel... 1 Moleculen... 1 De ontwikkeling van het atoommodel... 1 Atoommodel van Bohr... 2 Indicatoren van atomen... 3 2 Periodiek
NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE. Tweede ronde - theorie toets. 21 juni beschikbare tijd : 2 x 2 uur
NATIONALE NATUURKUNDE OLYMPIADE Tweede ronde - theorie toets 21 juni 2000 beschikbare tijd : 2 x 2 uur 52 --- 12 de tweede ronde DEEL I 1. Eugenia. Onlangs is met een telescoop vanaf de Aarde de ongeveer
Natk4All Leraren opleiding Speciale Relativiteitstheorie (leerjaar )
Natk4All Leraren opleiding Speciale Relativiteitstheorie (leerjaar 2016-2017) February 5, 2017 Tijd: 2 uur 30 min Afsluitend Maximum Marks: 78+5(bonusopgave) 1. In wereld van serie Star-Trek kunnen mensen
Higgs-deeltje. Peter Renaud Heideheeren. Inhoud
Higgs-deeltje Peter Renaud Heideheeren Inhoud 1. Onze fysische werkelijkheid 2. Newton Einstein - Bohr 3. Kwantumveldentheorie 4. Higgs-deeltjes en Higgs-veld 3 oktober 2012 Heideheeren 2 1 Plato De dingen
Correctievoorschrift Schoolexamen Moderne Natuurkunde
Correctievoorschrift Schoolexamen Moderne Natuurkunde Natuurkunde 1, VWO 6 9 maart 004 Tijdsduur: 90 minuten Regels voor de beoordeling: In zijn algemeenheid geldt dat het werk wordt nagekeken volgens
2.3 Energie uit atoomkernen
2. Energie uit atoomkernen 2.1 Equivalentie van massa en energie 2.2 Energie per kerndeeltje in een kern 2.3 Energie uit atoomkernen 2.1 Equivalentie van massa en energie Einstein: massa kan worden omgezet
Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde
Toets HAVO 4 Chemie Hfdst. 2 Schatkamer aarde Opgave 1 Op het etiket van een pot pindakaas staat als een van de ingrediënten magnesium genoemd. Scheikundig is dit niet juist. Pindakaas bevat geen magnesium
Het Quantum Universum. Cygnus Gymnasium
Het Quantum Universum Cygnus Gymnasium 2014-2015 Wat gaan we doen? Fundamentele natuurkunde op de allerkleinste en de allergrootste schaal. Groepsproject als eindopdracht: 1) Bedenk een fundamentele wetenschappelijk
Bestaand (les)materiaal. Loran de Vries
Bestaand (les)materiaal Loran de Vries Database www.adrive.com Email: [email protected] ww: Natuurkunde4life NiNa lesmateriaal Leerlingenboekje in Word Docentenhandleiding Antwoorden op de opgaven
Bereken de luchtdruk in bar op 3000 m hoogte in de Franse Alpen. De soortelijke massa van lucht is 1,2 kg/m³. De druk op zeeniveau bedraagt 1 bar.
7. Gaswetten Opgave 1 Opgave 2 Opgave 3 Opgave 4 Opgave 5 Opgave 6 Opgave 7 Bereken de luchtdruk in bar op 3000 m hoogte in de Franse Alpen. De soortelijke massa van lucht is 1,2 kg/m³. De druk op zeeniveau
Leerstof: Hoofdstukken 1, 2, 4, 9 en 10. Hulpmiddelen: Niet grafische rekenmachine, binas 6 de druk. Let op dat je alle vragen beantwoordt.
Oefentoets Schoolexamen 5 Vwo Natuurkunde Leerstof: Hoofdstukken 1, 2, 4, 9 en 10 Tijdsduur: Versie: A Vragen: Punten: Hulpmiddelen: Niet grafische rekenmachine, binas 6 de druk Opmerking: Let op dat je
Inleiding stralingsfysica
Inleiding stralingsfysica Historie 1896: Henri Becquerel ontdekt het verschijnsel radioactiviteit 1895: Wilhelm Conrad Röntgen ontdekt Röntgenstraling RadioNucliden: Inleiding Stralingsfysica 1 Wat maakt
Schoolexamen Moderne Natuurkunde
Schoolexamen Moderne Natuurkunde Natuurkunde 1,2 VWO 6 31 maart 2008 Tijdsduur: 90 minuten Deze toets bestaat uit twee delen (I en II). Deel I bestaat uit meerkeuzevragen, deel II uit open vragen. De meerkeuzevragen
HOVO cursus Kosmologie
HOVO cursus Kosmologie Voorjaar 011 prof.dr. Paul Groot dr. Gijs Nelemans Afdeling Sterrenkunde, Radboud Universiteit Nijmegen HOVO cursus Kosmologie Overzicht van de cursus: 17/1 Groot Historische inleiding
nieuw deeltje deeltje 1 deeltje 2 deeltje 2 tijd
Samenvatting Inleiding De kern Een atoom bestaat uit een kern en aan de kern gebonden elektronen, die om de kern cirkelen. Dat de elektronen aan de kern gebonden zijn, komt doordat er een kracht werkt
Einstein (6) v(=3/4c) + u(=1/2c) = 5/4c en... dat kan niet!
Einstein (6) n de voorafgaande artikelen hebben we het gehad over tijdsdilatatie en Lorenzcontractie (tijd en lengte zijn niet absoluut maar hangen af van de snelheid tussen waarnemer en waargenomene).
Uitwerking examen Natuurkunde1,2 HAVO 2007 (1 e tijdvak)
Uitwerking examen Natuurkunde, HAVO 007 ( e tijdvak) Opgave Optrekkende auto. Naarmate de grafieklijn in een (v,t)-diagram steiler loopt, zal de versnelling groter zijn. De versnelling volgt immers uit
natuurkunde 1,2 Compex
Examen HAVO 2007 tijdvak 1 woensdag 23 mei totale examentijd 3,5 uur natuurkunde 1,2 Compex Vragen 1 tot en met 17 In dit deel van het examen staan de vragen waarbij de computer niet wordt gebruikt. Bij
TENTAMEN NATUURKUNDE
CENTRALE COMMISSIE VOORTENTAMEN NATUURKUNDE TENTAMEN NATUURKUNDE datum : vrijdag 28 april 2017 tijd : 13.30 tot 16.30 uur aantal opgaven : 5 aantal antwoordbladen : 1 (bij opgave 1) Iedere opgave dient
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2
Samenvatting Scheikunde Hoofdstuk 1 + 2 Samenvatting door K. 1077 woorden 22 maart 2016 6,1 9 keer beoordeeld Vak Scheikunde Impact 3 vwo Scheikunde hoofdstuk 1 + 2 Paragraaf 1: Stoffen bijv. Glas en hout,
Wetenschappelijke Nascholing Deel 3: En wat met de overige 96%?
Wetenschappelijke Nascholing Deel 3: En wat met de overige 96%? Dirk Ryckbosch Fysica en Sterrenkunde 23 oktober 2017 Dirk Ryckbosch (Fysica en Sterrenkunde) Elementaire Deeltjes 23 oktober 2017 1 / 27
Elementaire Deeltjesfysica
Elementaire Deeltjesfysica FEW Cursus Jo van den Brand 24 November, 2008 Structuur der Materie Inhoud Inleiding Deeltjes Interacties Relativistische kinematica Lorentz transformaties Viervectoren Energie
