PROJECT ALGEMENE VAKKEN CONCRETISERING EINDTERMEN
|
|
|
- Guido Michiel Jansen
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1 PROJECT ALGEMENE VAKKEN CONCRETISERING EINDTERMEN SECUNDAIR ONDERWIJS - TWEEDE GRAAD BSO
2 Samenstelling Deze informatiemap is het product van de werkgroep concretiseringen eindtermen 2de graad PAV : een gezamenlijke realisatie van PAV-leerkrachten, de Dienst voor Onderwijsontwikkeling en de Dienst Beroepsopleiding, onder voorzitterschap van Jan Tallon. Werkgroepleden Lou Bontens, Rita Cabus, Ria Denayer, Katrien De Vlaemynck, Jos Huygh, Maria Lenaerts, Katleen Pot, Jan Rutten, Jan Tallon, Petra Van den Kerkvoorde, Hilde Vanderheyden, Henk Vlerick, Maria Willems, Lieve Wuyts. Eindredactie 2004 Lou Bontens, Ria De Nayer, Katrien De Vlaemynck, Gerda Greunlinx, Martine Van Kerkhove, Jan Tallon Aanpassing aan nieuwe Voet-en versie 2010 Lou Bontens en Lut Creemers Agentschap voor kwaliteitszorg in onderwijs en vorming Curriculum Verantwoordelijke uitgever - versie 2004 Roger Standaert directeur Dienst voor Onderwijsontwikkeling Verantwoordelijke uitgever versie 2010 Ann Verhaeghen administrateur- generaal Agentschap voor Kwaliteit in Onderwijs en Vorming Info en reacties: [email protected] 2
3 Inhoudsopgave pagina Leeswijzer 4 PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. 5 PAV2 ET2: en kunnen luisteren in interactie met anderen. 7 PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en 8 meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete 9 situaties. PAV2 ET5: en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten. 10 PAV2 ET6: en hanteren gepaste taal en omgangsvormen. 11 PAV2 ET7: en kunnen hulpmiddelen gebruiken om taalvaardig te handelen en hun communicatie 12 te verbeteren. PAV2 ET8: en kunnen de regel van drie functioneel toepassen. 13 PAV2 ET9: en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken. 14 PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. 15 PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, me ten en berekenen in functionele situaties. 16 PAV2 ET12: en kunnen de schaal functioneel gebruiken. 17 PAV2 ET13: en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, sche ma tise ren, 18 structu reren) om probleemoplossend te redeneren en proble men uit het dage lijkse leven op te los sen. PAV2 ET14: en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren. 19 PAV2 ET15: en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekenin gen uit te voeren. 20 PAV2 ET16: *en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resulta ten, het 21 controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen. PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in 22 herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen 23 bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET19: en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie. 24 PAV2 ET20: en kunnen hun dagelijkse leven organiseren 25 PAV2 ET21: en kunnen individuele opdrachten van beperkte omvang onder begeleiding 26 organiseren, uitvoeren en evalueren. PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: 27 overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. PAV2 ET23: en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. 29 PAV2 ET24: en kunnen hun zakgeld beheren. 30 PAV2 ET25: en kunnen hulp inroepen. 31 PAV2 ET26: en kunnen een beroep doen op diensten of instellingen waar ze met eventuele 32 vragen, klachten of meldingen terechtkunnen. PAV2 ET27: en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun 33 leven beheersen of beïnvloeden. PAV2 ET28: en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen 35 situeren. PAV2 ET29: en kunnen op grond van de actualiteit en de eigen ervaringen illustreren dat hun 37 leven ingebed ligt tussen verleden en toekomst. PAV2 ET30: en kunnen onder begeleiding aspecten van het dagelijks leven van mensen in een 39 andere tijd of op een andere plaats met hun eigen leven vergelijken. PAV2 ET31: en kunnen belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven. 40 PAV2 ET32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste 41 informatie. PAV2 ET33: *en respecteren het historisch-cultureel erfgoed. 43 PAV2 ET34: *en respecteren het leefmilieu. 44 3
4 Leeswijzer Deze informatiemap is een handreiking voor leraren om creatief met de eindtermen PAV om te gaan. Per eindterm worden er concretiseringen geformuleerd. Voor de meeste eindtermen zijn hieraan opstappen en toppers toegevoegd. De opstappen geven aan welke competenties een leerling nodig heeft om van start te kunnen gaan met de eindterm. De concretiseringen zijn mogelijke stappen voor de leerling om de eindterm te verwerven. De toppers geven aan welke verdere stappen een leerling kan zetten. Daarnaast vind je ook de situering van de eindterm, toelichtingen en de horizontale samenhang. De situering duidt de plaats van deze eindterm aan binnen het geheel van de eindtermen. In de extra toelichting worden enkele gebruikte basisbegrippen omschreven. De horizontale samenhang geeft aan welke andere eindtermen PAV te linken zijn. De rubriek mogelijke aanknopingspunten met VOET-en geeft de samenhang met de nieuwe vakoverschrijdende eindtermen aan. De horizontale samenhang is zeer belangrijk in PAV. Er wordt in PAV immers gewerkt met realistische en functionele contexten, waardoor als vanzelf meer dan één eindterm tegelijkertijd aan bod komt. Meer hierover kan je lezen in de uitgangspunten bij de eindtermen PAV 2de graad BSO. Bijgaande concretiseringen zijn geen lesvoorbereidingen. Zij geven mogelijke stappen aan die het realiseren van de eindterm mogelijk maken. De concretiseringen vormen de basis voor de PAV-pakketten binnen het experiment modularisering. Meer hierover vind je op de website van de Dienst Beroepsopleiding. 4
5 PAV2-ET1 - en kunnen informatief luisteren en lezen PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET2: en kunnen luisteren in interactie met anderen. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET5: en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten. PAV2 ET6: en hanteren gepaste taal en omgangsvormen. PAV2 ET7: en kunnen hulpmiddelen gebruiken om taalvaardig te handelen en hun communicatie te verbeteren. Wat bedoelen we met: Een tekst: alle mogelijke vormen van auditief of visueel tekstaanbod zoals geschreven en mondelinge instructie, werkschema, tabel, informatieve tekst, pictogram, verhaal, mededeling, krant en tijdschrift, telefonische boodschap, informatie via radio en televisie, actuele informatiedragers (ICT). Een tekst zonder afleiders: een tekst waarin enkel informatie wordt geboden die met het gevraagde te maken heeft. Tekst met afleiders: tekst waarin een veelheid van informatie wordt aangeboden. Deze informatie heeft soms iets met het gevraagde te maken, maar soms ook niet. Auditieve structuuraanduiders: jingles, aansprekingen, PAV2 ET2, ET3, ET4, ET6, ET7: zie boven PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 8: en benutten leerkansen in diverse situaties. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Leren leren 2/ 5: en kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 neemt een basisluisterhouding aan: bepaalt zijn luisterdoel; staat open voor de mededeling; zorgt voor een gepaste omgeving. 2 neemt een basisleeshouding aan: bepaalt zijn leesdoel; staat open voor de mededeling; zorgt voor een gepaste omgeving. 3 volgt pictogrammen op. 4 herkent courant voorkomende tekstsoorten zoals verhalen, kranten, instructies, mededelingen, recepten, reclameboodschappen,... 5 geeft de nieuwe woorden in een tekst aan. 6 zoekt de betekenis van de nieuwe woorden op in een woordenboek. 7 duidt het tekstdeel aan dat de cruciale boodschap bevat. 8 geeft de hoofdgedachte van een tekst weer. 9 haalt uit een beluisterde tekst zonder afleiders de gevraagde informatie. 10 haalt uit een schriftelijk aangeboden tekst zonder afleiders de gevraagde informatie. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties A/ Informatief luisteren 1 werkt verder aan de ontwikkeling van een basisluisterhouding: roept voorkennis op; gebruikt die voorkennis; stemt zijn luistergedrag af op het luisterdoel; haakt niet af als hij een deel van de tekst niet begrijpt; achterhaalt het doel van de spreker; vraagt zich af wat de tekst voor hem kan betekenen. 2 luistert gericht. 3 herkent afleiders in een beluisterde tekst. 4 herkent het informatieve gehalte van een tekstsoort. 5 vraagt uitleg over woorden die hij niet begrijpt. 6 voert een mondeling gegeven instructie uit. 7 gebruikt auditieve structuuraanduiders bij de gevraagde informatie. 8 zet na het luisteren de gegevens op een rijtje. 9 noteert na het luisteren belangrijke info. 10 vertelt een beluisterde tekst na. 11 haalt de gegevens die hij nodig heeft uit een beluisterde tekst met afleiders. 12 onderscheidt oorzaak en gevolg in een beluisterde tekst. 13 vergelijkt gegevens uit een beluisterde tekst. B/ Informatief lezen 14 werkt verder aan het ontwikkelen van een basisleeshouding: roept voorkennis op; gebruikt die voorkennis; stemt zijn leesgedrag af op het leesdoel; haakt niet af als hij een deel van de tekst niet begrijpt; achterhaalt het schrijfdoel; vraagt zich af wat de tekst voor hem kan betekenen. 15 leest gericht. 16 voert een schriftelijk gegeven instructie uit. 17 herkent in een schriftelijke tekst inleiding, midden en slot. 18 gebruikt bij het lezen visuele structuuraanduidingen zoals titels, subtitels, kopjes, alinea s, vet, cursief, onderstreept in functie van de gezochte informatie. 19 zet tijdens en/ of na het lezen de gegevens op een rijtje. 20 gebruikt visuele structuuraanduidingen om een tekst schematisch weer te geven. 21 herkent structuuraanduiders in een tekst: verwijswoorden, verbindingswoorden, structuur- en signaalwoorden. 22 zoekt in het woordenboek die betekenis op van een woord die past in de tekst. 23 haalt uit de tekst expliciet gegeven uitleg van niet gekende woorden. 24 verklaart aan de hand van de context woorden uit de gelezen tekst. 25 vertelt een schriftelijk aangeboden tekst zonder afleiders na. 26 vertelt een schriftelijk aangeboden tekst met afleiders na. 27 haalt de gegevens die hij nodig heeft uit een schriftelijke tekst met afleiders. 28 vat een schriftelijke tekst samen. 29 onderscheidt oorzaak en gevolg in een schriftelijk aangeboden tekst. 30 vergelijkt gegevens uit een schriftelijk aangeboden tekst. 5
6 : Toppers 1 past leesstrategieën toe. 2 onderscheidt feiten van meningen in een beluisterde of een schriftelijk aangeboden tekst. 3 stelt over een beluisterde of schriftelijk aangeboden tekst een concrete vraag aan medeleerlingen. 4 onderscheidt verschillende interpretaties van een beluisterde of schriftelijk aangeboden tekst. 5 vat een beluisterde tekst samen. 6 gebruikt de verworven informatie. 7 vindt informatie die minder expliciet in een tekst aanwezig is. 6
7 PAV2 ET2 - en kunnen luisteren in interactie met anderen PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET2: en kunnen luisteren in interactie met anderen. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET5: en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten. PAV2 ET6: en hanteren gepaste taal en omgangsvormen. PAV2 ET7: en kunnen hulpmiddelen gebruiken om taalvaardig te handelen en hun communicatie te verbeteren. PAV2 ET1, ET3, ET4, ET6, ET7: zie boven PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 5: en houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties van anderen. Stam 16: en houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld. Stam 17: en toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten. Stam 18: en gedragen zich respectvol. Stam 26: en gaan om met verscheidenheid. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen kijkt de gesprekspartner aan. zwijgt wanneer de gesprekspartner aan het woord is. geeft de kerngedachte weer van het gesprek. reageert correct op de non-verbale signalen van de gesprekspartner. leidt gevoelens van de gesprekspartner af uit non-verbaal gedrag. leeft zich in de gevoelens van de gesprekspartner in. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 leeft luisterconventies na: neemt een goede luisterhouding aan; laat de spreker uitspreken; onderbreekt op een beleefde manier; ziet de dingen vanuit het standpunt van de spreker; stelt de inhoud van de boodschap centraal; luistert om te begrijpen; beoordeelt het gezegde na de boodschap. 2 luistert actief in een tweegesprek: moedigt de spreker aan via non-verbale taal; spoort de spreker aan om meer uitleg te geven; concentreert zich op wat er gezegd wordt; gebruikt gepaste lichaamstaal; toont empathie; formuleert wat hij denkt begrepen te hebben; stelt vragen tot hij de gesprekspartner begrepen heeft; stelt open vragen; verifieert eigen interpretatie van het non-verbale gedrag van de gesprekspartner. 3 luistert actief in een groepsgesprek: moedigt de spreker aan via non-verbale taal; spoort de spreker aan om meer uitleg te geven; concentreert zich op wat er gezegd wordt; gebruikt gepaste lichaamstaal; toont empathie; formuleert wat hij denkt begrepen te hebben; stelt vragen tot hij de gesprekspartners begrepen heeft; stelt open vragen; verifieert eigen interpretatie van het non verbale gedrag van de gesprekspartners. 4 luistert actief in een telefoongesprek. 5 brengt respect op voor een andere mening. Toppers 1 onderscheidt feiten van meningen. 2 scheidt relevante en niet-relevante informatie. 3 toetst het beluisterde aan eigen inzichten. 4 herkent humor en ernst in een gesprek. 7
8 PAV2 ET3 - en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET2: en kunnen luisteren in interactie met anderen. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET5: en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten. PAV2 ET6: en hanteren gepaste taal en omgangsvormen. PAV2 ET7: en kunnen hulpmiddelen gebruiken om taalvaardig te handelen en hun communicatie te verbeteren. PAV2 ET1, ET2, ET4, ET6, ET7: zie boven PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 2: en kunnen originele ideeën en oplossingen ontwikkelen en uitvoeren. Stam 7: en kunnen schoonheid creëren. Stam 14: en gaan alert om met media. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Stam 19: en dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen. Stam 18: en gedragen zich respectvol. Stam 24: en maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken. Stam 25: en stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 spreekt duidelijk, luid, verstaanbaar en in een rustig tempo. 2 drukt zich bij het spreken in zinnen uit. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties A/ Algemeen 1 spreekt standaardtaal. 2 gebruikt de gepaste intonatie. 3 gebruikt lichaamstaal die de inhoud en de betekenis van de boodschap ondersteunt. 4 houdt rekening met het doel, de luisteraar en de situatie. 5 past communicatiebevorderende technieken toe, zoals: spreekdoel bepalen; informatie verzamelen; spreekplan opstellen; het publiek aankijken en toespreken in eigen woorden; de spreeksituatie juist inschatten; audiovisueel materiaal gebruiken om een boodschap te verduidelijken B/ Wint informatie in 6 stelt een duidelijke vraag naar informatie. 7 blijft doorvragen tot hij voldoende informatie gekregen heeft of tot hij het antwoord volledig heeft begrepen. 8 wint telefonisch informatie in. C/ Vat informatie samen 9 herformuleert het antwoord dat hij krijgt. 10 deelt verkregen informatie duidelijk, bondig en begrijpelijk mee. D/ Deelt informatie mee 11 beantwoordt vragen. 12 blijft het antwoord herhalen of herformuleren tot hij er zeker van is dat de toehoorder hem begrepen heeft. 13 gebruikt signaalwoorden en verwijswoorden om de samenhang van de informatie weer te geven. Topper 14 houdt een presentatie over een zelf samengesteld informatiepakket. Leren leren2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren2/ 5: en kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 8
9 PAV2 ET4 - en kunnen schriftelijke informatie aanvragen en meedelen in herkenbare concrete situaties PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET2: en kunnen luisteren in interactie met anderen. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET5: en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten. PAV2 ET6: en hanteren gepaste taal en omgangsvormen. PAV2 ET7: en kunnen hulpmiddelen gebruiken om taalvaardig te handelen en hun communicatie te verbeteren. Wat bedoelen we met Een korte mededeling: een oproep, een uitnodiging, een lijst, een instructie, een voor anderen bedoelde aanwijzing of mededeling, een informele kaart aan leeftijdgenoten, een formele kaart aan gekende meerderen of onbekenden. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 schrijft voor hem bestemde informatie over. 2 noteert voor hem bestemde informatie. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 formuleert een korte mededeling. 2 vult formulieren in. 3 beantwoordt een vragenlijst. 4 gebruikt een modelbrief om zelf een zakelijke brief te schrijven. 5 houdt rekening met taal- en spellingconventies. 6 gebruikt hulpmiddelen om de juiste spelling na te gaan. 7 stemt tekstsoort en stijl af op de doelgroep. 8 laat de geschreven tekst nalezen. 9 controleert zijn geschreven tekst naar inhoud en vorm aan de hand van een checklist. Toppers 1 leest zijn tekst spontaan na en herschrijft indien nodig. 2 verwerkt aangevraagde informatie tot een samenhangend geheel. PAV2 ET1, ET2, ET3, ET5, ET6, ET7: zie boven PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 3: en ondernemen zelf stappen om vernieuwingen te realiseren. Stam 7: en kunnen schoonheid creëren. Stam 13: en kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken. Stam 14: en gaan alert om met media. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Stam 24: en maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken. Leren leren2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 9
10 PAV2 ET5 - en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET2: en kunnen luisteren in interactie met anderen. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET5: en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten. PAV2 ET6: en hanteren gepaste taal en omgangsvormen. PAV2 ET7: en kunnen hulpmiddelen gebruiken om taalvaardig te handelen en hun communicatie te verbeteren. PAV2 ET1, ET2, ET3, ET4, ET6, ET7: zie boven PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren uiten 2 de graad SO LO29: en brengen waardering op voor elkaars mogelijkheden en houden rekening met individuele verschillen. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 neemt deel aan een conversatie. 2 gebruikt de ik-vorm als hij voor zichzelf spreekt. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 start een conversatie. 2 uit zijn gevoelens op een gepaste wijze. 3 uit zijn mening op een gepaste manier. 4 durft opkomen voor zijn mening. 5 zet zijn mening en/of gevoelens kracht bij door middel van non-verbale communicatie. 6 brengt respect op voor de mening en/ of voor de gevoelens van anderen. Toppers 1 schat de reactie van de luisteraar in. 2 houdt rekening met toonhoogte, volume, klemtonen, spreektoon, tempo, intonatie, oogcontact. 3 reflecteert over zijn eigen spreekgedrag. 4 staaft zijn mening met informatiemateriaal. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 5: en houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties van anderen. Stam 16: en houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld. Stam 18: en gedragen zich respectvol. Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Stam 22: en ontwikkelen een eigen identiteit als authentiek individu, behorend tot verschillende groepen. Stam 26: en gaan om met verscheidenheid. Selectie uit de contexten 2 en 6 10
11 PAV2 ET6 - en hanteren gepaste taal en omgangsvormen PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET2: en kunnen luisteren in interactie met anderen. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET5: en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten. PAV2 ET6: en hanteren gepaste taal en omgangsvormen. PAV2 ET7: en kunnen hulpmiddelen gebruiken om taalvaardig te handelen en hun communicatie te verbeteren. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 neemt deel aan een conversatie. 2 gebruikt de ik-vorm als hij voor zichzelf spreekt. verwerft de volgende competenties 1 herkent formele en informele taal. 2 gebruikt standaardtaal. 3 leeft luisterconventies na en past communicatiebevorderende technieken toe. 4 stemt taalgebruik, kledij en houding af op het publiek en op de situatie. 5 hanteert gepaste omgangsvormen in vaak voorkomende situaties. Topper hanteert gepaste omgangsvormen in minder voorkomende situaties. Wat bedoelen we met Luisterconventies: (zie ook PAV2 ET2) een goede luisterhouding aannemen; de spreker laten uitspreken; op een beleefde manier onderbreken de dingen zien vanuit het standpunt van de spreker; de inhoud van de boodschap centraal stellen; luisteren om te begrijpen; het gezegde na de boodschap beoordelen. Communicatiebevorderende technieken: (zie ook PAV2 ET3) spreekdoel bepalen; informatie verzamelen; spreekplan opstellen; het publiek aankijken en toespreken in eigen woorden; onderwerpen kiezen die zijn gesprekspartner aangaan en erover praten; de spreeksituatie juist inschatten; audiovisueel materiaal gebruiken om een boodschap te verduidelijken. PAV2 ET1, ET2, ET3, ET4, ET5, ET7: zie boven PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 5: en houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties van anderen. Stam 9: en zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en omstandigheden. Stam 11: en kunnen gegevens, handelwijzen en redeneringen ter discussie stellen a.d.h. van relevante criteria. Stam 12: en zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken. Stam 13: en kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken. Stam 18: en gedragen zich respectvol. Stam 26: en gaan om met verscheidenheid. Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 11
12 PAV2 ET7 - en kunnen hulpmiddelen gebruiken om taalvaardig te handelen en hun communicatie te verbeteren PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET2: en kunnen luisteren in interactie met anderen. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET5: en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten. PAV2 ET6: en hanteren gepaste taal en omgangsvormen. PAV2 ET7: en kunnen hulpmiddelen gebruiken om taalvaardig te handelen en hun communicatie te verbeteren. beschikt minimaal over volgende competenties Opstap gebruikt een woordenboek. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 kiest een geschikt hulpmiddel. 2 zoekt efficiënt in hulpmiddelen. 3 lost spelling- en andere taalproblemen op met behulp van een naslagwerk. Topper ontwikkelt hulpmiddelen voor persoonlijk gebruik. PAV2 ET1, ET2,ET3, ET4, ET5, ET6: zie boven PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 2: en kunnen originele ideeën en oplossingen ontwikkelen en uitvoeren. Stam 3: en ondernemen zelf stappen om vernieuwingen te realiseren. Stam 4: en blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven. Stam 8: en benutten leerkansen in diverse situaties. Stam 21: en verwerven inzicht in de eigen sterke en zwakke punten. Leren leren2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren2/ 4: en kunnen zinvol inoefenen en herhalen. Leren leren2/ 8: en kunnen onder begeleiding hun leerproces sturen, beoordelen op doelgerichtheid en zonodig aanpassen. Leren leren2/ 10: en beseffen dat er verschillende oorzaken zijn voor slagen en mislukken. Leren leren2/ 11: en beseffen dat interesses en waarden het leerproces beïnvloeden. 12
13 PAV2 ET8 - en kunnen de regel van drie functioneel toepassen PAV2 ET8: en kunnen de regel van drie functioneel toepassen. PAV2 ET9: en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET12: en kunnen de schaal functioneel gebruiken. PAV2 ET13: en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, schematiseren, structureren) om probleemoplossend te redeneren en problemen uit het dagelijkse leven op te lossen. PAV2 ET14: en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren. PAV2 ET15: en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekeningen uit te voeren. PAV2 ET16: *en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resultaten, het controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen. Wat bedoelen we met Een opdracht zonder afleiders: een opdracht waarbij: de getallen reeds op het gegeven document staan en waarbij de bewerking reeds is aangegeven; of de getallen worden gegeven en de bewerking nergens moet gezocht worden; of de getallen gemakkelijk in de tekst of in het document te vinden zijn. Een opdracht met afleiders: een opdracht waarbij in een tekst de voor de opdracht relevante gegevens opgezocht moeten worden. Naast de relevante gegevens bevat de tekst ook gegevens die niet nodig zijn voor het uitvoeren van de opdracht. Hier moet de leerling zelf de relevante gegevens kunnen detecteren. Een enkelvoudig probleem: een probleem waarin één enkelvoudige bewerking uitgevoerd moet worden. Dit kan een optelling, een aftrekking, een vermenigvuldiging of een deling zijn; of één grootheid berekend moet worden. Opeenvolgende bewerkingen kunnen nodig zijn. Meervoudig probleem: een probleem waarbij meerdere grootheden berekend moeten worden. De gegevens die nodig zijn om het probleem op te lossen, worden bekomen door opeenvolgende berekeningen te maken. Soms moet achtergrondkennis gebruikt worden om de nodige gegevens te kunnen achterhalen. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 voert de hoofdbewerkingen uit. 2 gebruikt een zakrekenmachine. 3 haalt uit een opdracht zonder afleiders gegeven(s) en gevraagde. 4 haalt uit een opdracht met afleiders gegeven(s) en gevraagde. 5 legt de regel van drie uit aan de hand van een modelvraagstuk. 6 past de regel van drie toe aan de hand van een modeloplossing. 7 stelt in een levensechte situatie de regel van drie schematisch voor. 8 herkent de toepasbaarheid van de regel van drie in een enkelvoudig probleem. 9 neemt de maateenheden tijdens de berekeningen consequent mee. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties past de regel van drie toe in een concrete situatie op het niveau van een enkelvoudig probleem, met lengte, oppervlakte, inhoud, massa, tijd, prijs: van de eenheid naar de hoeveelheid; vb. 1 kilogram appelen kost 1,85 euro. Hoeveel betaal je voor 2 kilogram? van de hoeveelheid naar de eenheid; vb. Voor een bak met 5 kilogram appelen betaal je 9,80 euro. Hoeveel kost dan 1 kilogram appelen? van de hoeveelheid, over de eenheid, naar een andere hoeveelheid: vb. Hoeveel verf heb je nodig om de muren van een kamer met een oppervlakte van 75 m² te schilderen, als je weet dat je voor een muur van 50 m² 2,5 liter verf verbruikt. Topper past de regel van drie toe in een concreet meervoudig probleem met lengte, oppervlakte, inhoud, gewicht, tijd, prijs: gebruikt achtergrondkennis om de nodige gegevens te achterhalen; maakt opeenvolgende bewerkingen om tot een oplossing voor het gestelde probleem te komen. PAV2 ET9, ET10, ET11, ET12, ET13, ET14, ET15, ET16: zie boven Stam 25: en stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen. Leren leren 2/ 4: en kunnen zinvol inoefenen en herhalen. Leren leren 2/ 6: en herkennen strategieën om problemen op te lossen en evalueren ze. Leren leren 2/ 9: en trekken conclusies uit eigen leerervaringen en die van anderen. 13
14 PAV2 ET9 - en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken PAV2 ET8: en kunnen de regel van drie functioneel toepassen. PAV2 ET9: en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET12: en kunnen de schaal functioneel gebruiken. PAV2 ET13: en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, schematiseren, structureren) om probleemoplossend te redeneren en problemen uit het dagelijkse leven op te lossen. PAV2 ET14: en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren. PAV2 ET15: en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekeningen uit te voeren. PAV2 ET16: *en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resultaten, het controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen. Wat bedoelen we met Handige regels Vb. om 20 % te berekenen: delen door 5 of 2 keer 10 %, waarbij 10 % delen door 10 is. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 herkent in een levensechte context een percentaanduiding. 2 illustreert het begrip percent aan de hand van een voorbeeld. 3 geeft in een levensechte context een betekenis aan een percentaanduiding. 4 zet een percent om in een breuk met noemer 100. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 gebruikt handige rekenregels voor het berekenen van eenvoudige percentages, zoals, 1%, 10 %, 5 %, 50 %, 20 % en 25 %. 2 berekent om het even welk percent van een getal in levensechte situaties door te steunen op de gegeven formule. 3 berekent in levensechte situaties een percent van een getal door gebruik te maken van de zakrekenmachine. 4 lost een probleem met percentrekenen op door gebruik te maken van de regel van drie. 5 drukt in een levensechte situatie delen van een geheel (=breuken) uit in een percent, en omgekeerd vb. zet een breuk om in een breuk met noemer 100, en een breuk met noemer 100 in een percent en omgekeerd. Je hebt 28/40 op je toets. Dat is 7/10 of 70/100 of 70 %. 25 % van de leerlingen is afwezig. Dat is 25 leerlingen op 100 of 1 leerling op 4 of ¼ van de leerlingen. Topper evalueert de gekozen oplossingsmethode in functie van efficiëntie. Formule voor procentberekening: getal x percent 100 : PAV2 ET 8, ET10, ET11, ET12, ET13, ET14, ET15, ET16: zie boven Stam 2: en kunnen originele ideeën en oplossingen ontwikkelen en uitvoeren. Stam 25: en stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen. Leren leren 2/ 4: en kunnen zinvol inoefenen en herhalen. Leren leren 2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren 2/ 6: en herkennen strategieën om problemen op te lossen en evalueren ze. Selectie uit context 6 14
15 PAV2 ET10 - en kunnen rekenen met geld in functionele situaties PAV2 ET8: en kunnen de regel van drie functioneel toepassen. PAV2 ET9: en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET12: en kunnen de schaal functioneel gebruiken. PAV2 ET13: en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, schematiseren, structureren) om probleemoplossend te redeneren en problemen uit het dagelijkse leven op te lossen. PAV2 ET14: en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren. PAV2 ET15: en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekeningen uit te voeren. PAV2 ET16: *en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resultaten, het controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen. PAV2 ET8, ET9, ET11, ET12, ET13, ET14, ET15, ET16: zie boven PAV2 ET24: en kunnen hun zakgeld beheren. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 leest decimale getallen in de context van geldbedragen. 2 betaalt tellend een bepaald bedrag. 3 geeft tellend geld weer. 4 kent bij benadering de kostprijs van voor hem relevante producten en diensten. 5 vergelijkt de eenheidsprijzen van een zelfde artikel. 6 schat de prijs van een reeks aankopen en diensten. 7 schat de teruggave. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 betaalt een bepaald bedrag. 2 berekent de teruggave. 3 berekent de eenheidsprijs. 4 berekent de totale prijs van een reeks aankopen en/ of diensten: uit het hoofd; schriftelijk cijferend; met de rekenmachine; met een daarvoor bestemd rekenblad. 5 berekent in levensechte situaties korting: oorspronkelijke prijs reclameprijs = korting; oorspronkelijke prijs korting = reclameprijs; korting berekenen uit % korting; reclameprijs = oorspronkelijke prijs korting. Topper berekent de procentuele korting uit de oorspronkelijke en nieuwe prijs. Leren leren 2/ 4: en kunnen zinvol inoefenen en herhalen. Selectie uit context 6 15
16 PAV2 ET11 - en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties PAV2 ET8: en kunnen de regel van drie functioneel toepassen. PAV2 ET9: en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET12: en kunnen de schaal functioneel gebruiken. PAV2 ET13: en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, schematiseren, structureren) om probleemoplossend te redeneren en problemen uit het dagelijkse leven op te lossen. PAV2 ET14: en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren. PAV2 ET15: en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekeningen uit te voeren. PAV2 ET16: *en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resultaten, het controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 noemt voorbeelden van grootheden op zoals lengte, massa, inhoud, temperatuur, tijd, oppervlakte, volume, hoekgrootte. 2 herkent aanduidingen van grootheden en hun maateenheden in levensechte contexten. 3 leest de afkortingen voor de maateenheden voluit. 4 noteert de maateenheden afgekort. 5 noemt voorbeelden van maateenheden op. 6 duidt aan welke eenheden bij de opgegeven grootheden behoren, en omgekeerd. 7 voert schattingen uit door middel van vergelijken met courante referentie-eenheden. 8 benoemt het functioneel gebruik van diverse meetinstrumenten. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 voert in levensechte situaties metingen uit, volgens een aangeboden stappenplan: voert schattingen uit; kiest het gepaste meetinstrument; stelt het meetinstrument op een correcte wijze in; hanteert het meetinstrument; leest de resultaten van de metingen op correcte wijze af; noteert de resultaten van de metingen op een correcte wijze; houdt rekening met het meetbereik en met de nauwkeurigheid van het meetinstrument. 2 berekent de omtrek en de oppervlakte van een regelmatige figuur met behulp van gegeven basisformules. 3 voert herleidingen uit tussen eenheden van dezelfde grootheden. Wat bedoelen we met grootheid maateenheden Toppers lengte km, m, cm, mm massa ton, kg, g 1 geeft in een levensechte situatie het verband aan tussen de courante eenheden van inhoud l, dl, cl, ml een zelfde grootheid, zoals het verband tussen landmaat en oppervlaktemaat. temperatuur C 2 geeft in een levensechte situatie het verband aan tussen inhoud en massa. tijd eeuw, jaar, maand, week, dag, uur, 3 berekent in een levensechte situatie de oppervlakte en de omtrek van een vierkant, minuut, seconde een rechthoek, een driehoek en een cirkel. oppervlakte km², m², cm², centiare, are, hectare 4 berekent in een levensechte situatie het volume van een kubus en een balk aan de volume m³ hand van gegeven formules. hoekgrootte PAV2 ET8, ET9, ET10, ET12, ET13, ET14, ET15, ET16: zie boven Stam 12: en zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken. Stam 13: en kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken. Leren leren 2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren 2/ 4: en kunnen zinvol inoefenen en herhalen. Leren leren 2/ 6: en herkennen strategieën om problemen op te lossen en evalueren ze. Leren leren 2/ 7: en kunnen een realistische werkplanning op korte termijn maken. 16
17 PAV2 ET12 - en kunnen de schaal functioneel gebruiken PAV2 ET8: en kunnen de regel van drie functioneel toepassen. PAV2 ET9: en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET12: en kunnen de schaal functioneel gebruiken. PAV2 ET13: en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, schematiseren, structureren) om probleemoplossend te redeneren en problemen uit het dagelijkse leven op te lossen. PAV2 ET14: en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren. PAV2 ET15: en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekeningen uit te voeren. PAV2 ET16: *en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resultaten, het controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 herkent in een levensechte context de aanduidingen voor de breukschaal en de lijnschaal. 2 leest op een kaart, op een tekening of op een schaalmodel de schaalaanduidingen correct af. 3 meet met een gepast meetinstrument de afstand tussen 2 punten op een kaart, op een tekening of op een schaalmodel. 4 leest en noteert het resultaat van de metingen. 5 neemt de maateenheden tijdens de berekeningen consequent mee. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 hanteert het begrip schaal als: verkleining; vergroting; ware grootte. 2 rekent de resultaten van de metingen op schaalmodel, tekening of kaart om naar de werkelijke afstanden en/ of afmetingen. 3 zet de resultaten van de metingen en berekeningen om naar meer praktisch hanteerbare eenheden. Topper tekent in een levensechte situatie een plan volgens een opgegeven schaal. Wat bedoelen we met Hanteert het begrip schaal als verkleining: Voorbeeld: schaal 1:2 betekent: "1 cm op de tekening is in werkelijkheid 2 cm" schaal 1:200 betekent: de werkelijkheid is 200 keren groter" 0 1 km betekent: deze afstand op de kaart is in werkelijkheid 1 km Hanteert het begrip schaal als vergroting: Voorbeeld: Schaal 2:1 betekent: "2 mm op de tekening is in werkelijkheid 1 mm" of "de werkelijkheid is 2 maal vergroot voorgesteld" Schaal 200 :1 betekent: de werkelijkheid is 200 keer kleiner" PAV2 ET 8, ET9, ET10, ET11, ET13, ET14, ET15, ET16: zie boven PAV2 ET 32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie. Stam 8: en benutten leerkansen in diverse situaties. Stam 9: en zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en omstandigheden. Stam 19: en dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen. Leren leren 2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren 2/ 4: en kunnen zinvol inoefenen en herhalen. 17
18 PAV2 ET13 - en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, schematiseren, structureren) om probleemoplossend te redeneren en problemen uit het dagelijkse leven op te lossen. PAV2 ET8: en kunnen de regel van drie functioneel toepassen. PAV2 ET9: en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET12: en kunnen de schaal functioneel gebruiken. PAV2 ET13: en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, schematiseren, structureren) om probleemoplossend te redeneren en problemen uit het dagelijkse leven op te lossen. PAV2 ET14: en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren. PAV2 ET15: en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekeningen uit te voeren. PAV2 ET16: *en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resultaten, het controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen. Deze eindterm ondersteunt alle eindtermen van de cluster functionele rekenvaardigheid verwerft de volgende competenties 1 exploreert het probleem en herformuleert het in eigen woorden. 2 analyseert het probleem. 3 schematiseert en/ of visualiseert. 4 ordent de relevante gegevens. 5 zoekt mogelijke oplossingswijzen voor het probleem en selecteert de beste: gaat in zijn geheugen op zoek naar situaties waarin hij een gelijkaardig probleem is tegengekomen; gaat in studiemateriaal op zoek naar situaties waarin hij een gelijkaardig probleem is tegengekomen; werkt naar analogie met een eerder opgelost probleem. 6 vertaalt de wiskundige oplossing naar een antwoord op de oorspronkelijke vraag. 7 evalueert de gevolgde werkmethode en stuurt bij. PAV2 ET8, ET9, ET10, ET11, ET12, ET14, ET15, ET16: zie boven PAV2 ET20: en kunnen hun dagelijkse leven organiseren. Stam 2: en kunnen originele ideeën en oplossingen ontwikkelen en uitvoeren. Stam 9: en zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en omstandigheden. Stam 12: en zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken. Stam 25: en stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen. Leren leren 2/ 5: en kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten. Leren leren 2/ 6: en herkennen strategieën om problemen op te lossen en evalueren ze. Leren leren 2/ 9: en trekken conclusies uit eigen leerervaringen en die van anderen. 18
19 PAV2 ET 14 - en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren PAV2 ET8: en kunnen de regel van drie functioneel toepassen. PAV2 ET9: en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET12: en kunnen de schaal functioneel gebruiken. PAV2 ET13: en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, schematiseren, structureren) om probleemoplossend te redeneren en problemen uit het dagelijkse leven op te lossen. PAV2 ET14: en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren. PAV2 ET15: en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekeningen uit te voeren. PAV2 ET16: *en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resultaten, het controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen. beschikt minimaal over volgende competenties Opstap geeft aan welke gegevens de schematische voorstelling bevatten. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 zoekt in functie van een gesteld probleem gegevens op in een schematische voorstelling zoals tabel, grafiek, diagram, tijdslijn of tijdsband, een werktekening, een plan, een montageplan. 2 bepaalt welke gegevens uit de schematische voorstelling nodig zijn om een probleem op te lossen. 3 zoekt mogelijke verbanden tussen de variabelen in een schematische voorstelling. 4 trekt conclusies uit schematische voorstellingen en brengt deze conclusies in correcte bewoordingen over. 5 herkent een eenvoudig voorwerp op een plan of schets. 6 stelt een eenvoudig voorwerp samen gebruikmakend van een bijgevoegd plan. Toppers 1 vergelijkt gegevens in schematische voorstellingen met mekaar: gegevens uit dezelfde soorten schematische voorstellingen gegevens uit verschillende soorten schematische voorstellingen 2 maakt berekeningen op basis van de gegevens uit schematische voorstellingen. : PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET 8, ET9, ET10, ET11, ET13, ET14, ET15, ET16: zie boven Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 8: en benutten leerkansen in diverse situaties. Leren leren 2/ 4: en kunnen zinvol inoefenen en herhalen. 19
20 PAV2 ET15 - en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekeningen uit te voeren PAV2 ET8: en kunnen de regel van drie functioneel toepassen. PAV2 ET9: en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET12: en kunnen de schaal functioneel gebruiken. PAV2 ET13: en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, schematiseren, structureren) om probleemoplossend te redeneren en problemen uit het dagelijkse leven op te lossen. PAV2 ET14: en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren. PAV2 ET15: en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekeningen uit te voeren. PAV2 ET16: *en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resultaten, het controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen. PAV2 ET8, ET9, ET10, ET11, ET12, ET13, ET14, ET16: zie boven beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 herkent de volgende functietoetsen van een eenvoudige zakrekenmachine: + - x / = %. 2 voert getallen correct in. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 gebruikt de functietoetsen van een eenvoudige zakrekenmachine. 2 schat de uitkomst van de te maken bewerking(en). 3 gebruikt de zakrekenmachine voor de hoofdbewerkingen. 4 gebruikt de zakrekenmachine efficiënt en doelgericht: na eerst vereenvoudigd te hebben; enkel voor bewerkingen die moeilijk uit het hoofd kunnen gedaan worden; niet voor bewerkingen met uren en minuten. 5 gebruikt de zakrekenmachine als controlemiddel. 6 gebruikt de zakrekenmachine om procenten te berekenen: via de procedure: x % van een getal = x maal getal; 100 via de percenttoets. 7 tikt gegevens in een rekenblad en maakt eenvoudige berekeningen, gebruikmakend van de knoppenbalk. 8 toetst de uitkomst aan de werkelijkheid. 9 kiest het meest efficiënte hulpmiddel: zakrekenmachine of rekenblad. Topper brengt gegevens in een rekenblad en bewerkt ze met een gegeven formule. Stam 4: en blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven. Stam 12: en zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken. Stam 25: en stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen. Leren leren 2/ 2: en reflecteren over hun leeropvattingen, leermotieven en leerstrategieën. Leren leren 2/ 4: en kunnen zinvol inoefenen en herhalen. Leren leren 2/ 6: en herkennen strategieën om problemen op te lossen en evalueren ze. Leren leren 2/ 8: en kunnen onder begeleiding hun leerproces sturen, beoordelen op doelgerichtheid en zonodig aanpassen. Leren leren 2/ 9: en trekken conclusies uit eigen leerervaringen en die van anderen. 20
21 PAV2 ET16 - * en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resultaten, het controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen PAV2 ET8: en kunnen de regel van drie functioneel toepassen. PAV2 ET9: en kunnen het begrip percent functioneel gebruiken. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET12: en kunnen de schaal functioneel gebruiken. PAV2 ET13: en verwerven wiskundige denkmethoden (o.a. ordenen, schematiseren, structureren) om probleemoplossend te redeneren en problemen uit het dagelijkse leven op te lossen. PAV2 ET14: en kunnen een schematische voorstelling lezen en interpreteren. PAV2 ET15: en kunnen elektronische hulpmiddelen gebruiken om berekeningen uit te voeren. PAV2 ET16: * en zijn ingesteld op het inschatten van de grootteorde van resultaten, het controleren van bewerkingen en resultaten, het vergelijken van oplossingen. Deze attitudinale eindterm dient toegepast te worden bij alle eindtermen functionele rekenvaardigheid. Het vergelijken van oplossingen kan ook toegepast worden in alle situaties waarin problemen opgelost moeten worden. verwerft de volgende competenties 1 voert bij berekeningen steeds schattingen uit. 2 voert na elke berekening een controlebewerking uit. 3 vergelijkt elk berekend resultaat steeds met de realiteit. PAV2 ET8, ET9, ET10, ET11, ET12, ET13, ET14, ET15: zie boven Stam 25: en stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen. Leren leren 2/ 6: en herkennen strategieën om problemen op te lossen en evalueren ze. Leren leren 2/ 8: en kunnen onder begeleiding hun leerproces sturen, beoordelen op doelgerichtheid en zonodig aanpassen. Leren leren 2/ 9: en trekken conclusies uit eigen leerervaringen en die van anderen. 21
22 PAV2 ET17 - en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET19: en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie. Wat bedoelen we met alfabetisch, numeriek of chronologisch klassement: trefwoordenregister, alfabetisch register, beschikt minimaal over volgende competenties Opstap geeft het alfabet weer. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 grijpt spontaan naar inhoudstafel en register bij het opzoeken van informatie. 2 vindt bepaalde gegevens via het gebruik van een alfabetisch, numeriek of chronologisch klassement. 3 vindt onder begeleiding informatie via elektronische weg. 4 kiest de meest geschikte informatiebron in functie van de opdracht. 5 vraagt informatie mondeling of schriftelijk aan. 6 geeft ingewonnen informatie door. 7 gaat discreet om met ingewonnen informatie. 8 selecteert een antwoord op een gesteld probleem of een gestelde vraag uit schriftelijk aangeboden informatie. 9 selecteert een antwoord op een gesteld probleem of een gestelde vraag uit auditief en/of audiovisueel aangeboden informatie. Topper toetst de gevonden info aan eigen inzichten of andere informatie. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET18 en PAV2 ET19: zie boven Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 8: en benutten leerkansen in diverse situaties. Stam 10: en engageren zich spontaan. Stam 13: en kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken. Stam 14: en gaan alert om met media. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Stam 19: en dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Stam 24: en maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken. Stam 25: en stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen. Leren leren2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren2/ 5: en kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 22
23 PAV2 ET18 - en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET19: en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie. Wat bedoelen we met Typografische kenmerken: titels, kopjes, alinea s, signaalwoorden, illustraties. Een tekst: alle mogelijke vormen van auditief of visueel tekstaanbod zoals geschreven en mondelinge instructie, werkschema, tabel, informatieve tekst, pictogram, verhaal, mededeling, krant en tijdschrift, telefonische boodschap, informatie via radio en televisie, actuele informatiedragers (ICT) Formulieren: klachtenformulieren, verzekeringsformulieren voor brommer, inschrijvingsformulieren voor activiteiten of lidmaatschap, enquête,. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 geeft (typo)grafische kenmerken in een tekst aan. 2 zoekt de betekenis op van niet- begrepen woorden. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 haalt gevraagde informatie uit een tekst. 2 markeert kernwoorden in een tekst. 3 achterhaalt en verwoordt de kerngedachte van een tekst. 4 geeft informatie uit een tekst met eigen woorden weer. 5 vult een aangeboden schema van een tekst aan. 6 stelt een schema op van een tekst. 7 kent het belang van het invullen van de juiste gegevens op een formulier. 8 vult voor hem relevante formulieren in. 9 vult voor hem relevante formulieren in langs elektronische weg. 10 vult een enquête in. Topper geeft de verbanden weer die te vinden zijn in het tekstmateriaal: chronologie; oorzaak gevolg; middel doel. PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET18 en PAV2 ET19: zie boven Stam 8: en benutten leerkansen in diverse situaties. Stam 14: en gaan alert om met media. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Stam 17: en toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten. Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Stam 23: en doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen. Stam 24: en maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken. Leren leren2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren2/ 5: en kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 23
24 PAV2 ET19 - en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET19: en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie. PAV2 ET17 en PAV2 ET18: zie boven Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 6: en kunnen schoonheid ervaren. Stam 7: en kunnen schoonheid creëren. Stam 9: en zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en omstandigheden. Stam 14: en gaan alert om met media. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Leren leren2/ 1: en werken planmatig. Leren leren2/ 4: en kunnen zinvol inoefenen en herhalen. Leren leren2/ 4: en kunnen zinvol inoefenen en herhalen. verwerft de volgende competenties 1 gebruikt de computer volgens een aangeboden stappenplan: start het systeem; beheert bestanden; opent een bestand; slaat een bestand op; drukt een bestand af; sluit een bestand; sluit het systeem af. 2 gebruikt volgens een aangeboden stappenplan: ontvangt een bericht; leest een bericht; stelt een bericht op; verstuurt een bericht; drukt een bericht af; slaat een bericht op. 3 vindt informatie via het internet volgens een aangeboden stappenplan: maakt verbinding met het internet; vindt een opgegeven website; gebruikt een opgegeven zoekmachine; kent courant gebruikte zoekmachines; selecteert het meest geschikte zoekresultaat; vindt informatie met behulp van een zoekmachine. 4 gebruikt de basisfuncties van een tekstverwerker. 5 vult gegevens in op een vooraf klaargemaakt elektronisch rekenblad. 6 gaat discreet om met informatie. Toppers 1 controleert bij gebruik van de zoekfunctie of bij gebruik van een zoekmachine of het zoekresultaat beantwoordt aan de vraag en geeft er een logisch gevolg aan. 2 gebruikt een zoekmachine efficiënt door de zoekopdracht te verfijnen. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 24
25 PAV2 ET20 - en kunnen hun dagelijkse leven organiseren PAV2 ET20: en kunnen hun dagelijkse leven organiseren. PAV2 ET21: en kunnen individuele opdrachten van beperkte omvang onder begeleiding organiseren, uitvoeren en evalueren. PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. PAV2 ET23: en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. PAV2 ET24: en kunnen hun zakgeld beheren. PAV2 ET25: en kunnen hulp inroepen. PAV2 ET26: en kunnen een beroep doen op diensten of instellingen waar ze met eventuele vragen, klachten of meldingen terechtkunnen. beschikt minimaal over volgende competenties Opstap gebruikt zijn schoolagenda efficiënt. verwerft de volgende competenties 1 gebruikt een agenda op efficiënte wijze. 2 stelt een haalbare tijdsplanning op. 3 stelt een realistische taakplanning op. 4 organiseert vervoer om een afgesproken plaats tijdig te bereiken. 5 volgt een checklist op. 6 past een modelchecklist aan een gegeven situatie aan. 7 stelt een situatiegebonden checklist op. 8 houdt eigen notities efficiënt bij. 9 ordent en bewaart belangrijke documenten. 10 start een portfolio van werkervaringen en verworven vaardigheden. Topper organiseert een activiteit. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV 2 ET24: en kunnen hun zakgeld beheren. PAV2 ET32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie. 2 de graad SO LO 4: De leeringen bepalen zelfstandig hoe ze in welbepaalde bewegingssituaties eenvoudige leertaken individueel of in groep aanpakken en oplossen. Stam 9: en zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en omstandigheden. Stam 12: en zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken. Stam 16: en houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld. Stam 23: en doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen. Stam 27: en dragen zorg voor de toekomst van zichzelf en de ander. Leren leren2/ 1: en werken planmatig. Leren leren2/ 7: en kunnen een realistische werkplanning op korte termijn maken. Leren leren2/ 9: en trekken conclusies uit eigen leerervaringen en die van anderen. Selectie uit contexten 1, 2 en 6 25
26 PAV2 ET21 - en kunnen individuele opdrachten van beperkte omvang onder begeleiding organiseren, uitvoeren en evalueren PAV2 ET20: en kunnen hun dagelijkse leven organiseren. PAV2 ET21: en kunnen individuele opdrachten van beperkte omvang onder begeleiding organiseren, uitvoeren en evalueren. PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. PAV2 ET23: en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. PAV2 ET24: en kunnen hun zakgeld beheren. PAV2 ET25: en kunnen hulp inroepen. PAV2 ET26: en kunnen een beroep doen op diensten of instellingen waar ze met eventuele vragen, klachten of meldingen terechtkunnen. PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET2: en kunnen luisteren in interactie met anderen. PAV2 ET20: en kunnen hun dagelijkse leven organiseren. SO 2 de graad LO 4: en bepalen zelfstandig hoe ze in welbepaalde bewegingssituaties eenvoudige leertaken individueel of in groep aanpakken en oplossen. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 luistert gericht. 2 leest selectief. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 volgt bij de uitvoering van een opdracht een opgelegd stappenplan: oriënteert zich op de taak; bereidt de taak voor; houdt zich aan het opgelegde stappenplan; houdt zich aan het opgelegde tijdschema; voert de taak uit; controleert geregeld of hij nog op het juiste spoor zit; stuurt bij; reflecteert op product en op proces. 2 hanteert een aangeboden stappenplan op een soepele manier: oriënteert zich op de taak; bereidt de taak voor; past het aangeboden stappenplan aan; houdt zich aan het opgestelde tijdschema; voert de taak uit; controleert geregeld of hij nog op het juiste spoor zit; stuurt bij; reflecteert op product en op proces. 3 kiest uit de aangeboden hulpmiddelen de meest efficiënte. 4 zet hulpmiddelen efficiënt in. Toppers 1 beoordeelt op basis van een bespreking door medeleerlingen of leerkracht zijn aanpak. 2 stuurt zijn werkwijze bij in functie van een volgende opdracht. 3 stelt onder begeleiding een stappenplan op. Stam 2: en kunnen originele ideeën en oplossingen ontwikkelen en uitvoeren. Stam 3: en ondernemen zelf stappen om vernieuwingen te realiseren. Stam 4: en blijven, ondanks moeilijkheden, een doel nastreven. Stam 9: en zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en omstandigheden. Stam 12: en zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken. Stam 21: en verwerven inzicht in de eigen sterke en zwakke punten. Stam 25: en stellen kwaliteitseisen aan hun eigen werk en aan dat van anderen. Leren leren2/ 1: en werken planmatig. Leren leren2/ 6: en herkennen strategieën om problemen op te lossen en evalueren Leren leren2/ 7: en kunnen een realistische werkplanning op korte termijn maken. Leren leren2/ 8: en kunnen onder begeleiding hun leerproces sturen, beoordelen op doelgerichtheid en zonodig aanpassen. Leren leren2/ 9: en trekken conclusies uit eigen leerervaringen en die van anderen. Leren leren2/ 10: en beseffen dat er verschillende oorzaken zijn voor slagen en mislukken. Leren leren2/ 11: en beseffen dat interesses en waarden het leerproces beïnvloeden. 26
27 PAV2 ET22 - en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. PAV2 ET20: en kunnen hun dagelijkse leven organiseren. PAV2 ET21: en kunnen individuele opdrachten van beperkte omvang onder begeleiding organiseren, uitvoeren en evalueren. PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. PAV2 ET23: en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. PAV2 ET24: en kunnen hun zakgeld beheren. PAV2 ET25: en kunnen hulp inroepen. PAV2 ET26: en kunnen een beroep doen op diensten of instellingen waar ze met eventuele vragen, klachten of meldingen terechtkunnen. PAV2 ET2: en kunnen luisteren in interactie met anderen. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET5: en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten. PAV2 ET6: en hanteren gepaste taal en omgangsvormen. verwerft de volgende competenties 1 volgt bij de uitvoering van een groepsopdracht onder begeleiding een aangeboden stappenplan: oriënteert zich individueel op de groepsopdracht; overlegt met de groepsleden over het geheel van de opdracht; analyseert de groepsopdracht; verdeelt de groepsopdracht in deeltaken; verdeelt de deeltaken over de groepsleden; stelt een tijdschema op; oriënteert zich op zijn deeltaak; bereidt zijn deeltaak voor; voert zijn deeltaak uit rekening houdende met het tijdschema; controleert geregeld of hij nog op het juiste spoor zit; overlegt met de groepsleden over het verloop van de opdracht; stuurt zijn deeltaak met oog voor het groepsproces en de groepopdracht; integreert in overleg de verschillende deeltaken in een geheel. 2 reflecteert over de eigen inbreng in de groepsopdracht. 3 reflecteert over het groepsresultaat. 4 erkent en waardeert de inbreng van andere groepsleden. Toppers 1 reflecteert over het groepsproces. 2 voert op basis van ervaring en tips van anderen een gelijkaardige opdracht beter en efficiënter uit. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 2: en kunnen originele ideeën en oplossingen ontwikkelen en uitvoeren. Stam 5: en houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties van anderen. Stam 9: en zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en omstandigheden. Stam 10: en engageren zich spontaan. Stam 12: en zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken. Stam 16: en houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld. Stam 17: en toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten. Stam 18: en gedragen zich respectvol. Stam 19: en dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Stam 21: en verwerven inzicht in de eigen sterke en zwakke punten. Stam 22: en ontwikkelen een eigen identiteit als authentiek individu, behorend tot verschillende groepen. Stam 26: en gaan om met verscheidenheid. Leren leren2/ 1: en werken planmatig. Leren leren2/ 7: en kunnen een realistische werkplanning op korte termijn maken. Leren leren2/ 9: en trekken conclusies uit eigen leerervaringen en die van anderen. 27
28 Leren leren2/ 10: en beseffen dat er verschillende oorzaken zijn voor slagen en mislukken. Leren leren2/ 11: en beseffen dat interesses en waarden het leerproces beïnvloeden. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 28
29 PAV2 ET23 - en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures PAV2 ET20: en kunnen hun dagelijkse leven organiseren. PAV2 ET21: en kunnen individuele opdrachten van beperkte omvang onder begeleiding organiseren, uitvoeren en evalueren. PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. PAV2 ET23: en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. PAV2 ET24: en kunnen hun zakgeld beheren. PAV2 ET25: en kunnen hulp inroepen. PAV2 ET26: en kunnen een beroep doen op diensten of instellingen waar ze met eventuele vragen, klachten of meldingen terechtkunnen. verwerft de volgende competenties 1 geeft aan welke regels, procedures, formele en informele afspraken belangrijk zijn voor zijn leefwereld. 2 leeft informele afspraken na. 3 leeft formele afspraken en procedures na. 4 kent de gevolgen van het niet naleven van regels en afspraken. 5 schat gevolgen in van het niet naleven van regels en procedures. 6 aanvaardt de gevolgen van het niet naleven van regels en afspraken. 7 ziet de noodzaak in van het communiceren over afspraken. 8 ziet in over welke afspraken, regels en procedures communicatie mogelijk is. 9 communiceert over afspraken, regels en procedures. 10 past de correcte procedure toe om een afspraak te wijzigen. 11 past de correcte procedure toe om een regel te wijzigen. Wat bedoelen we met: Formele afspraken: alles wat op een formele manier gespecificeerd of vastgelegd of overeengekomen is in de lessen, via richtlijnen,... Informele afspraken: alle andere afspraken zoals etiquette, (gangbare) gewoontes,... Regels: alles wat op een formele wijze verplicht is, elke bepaling waarnaar men zich richten moet, zoals schoolreglement, verkeersreglement, sportregels, spelregels,... Procedure: alles wat een (chronologische) beschrijving weergeeft van de uit te voeren handelingen, de werkwijze, gang van zaken. PAV2 ET27: en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun leven beheersen of beïnvloeden. 2de graad secundair LO 25: en kunnen overleggen, afspraken maken, samenwerken of samenspelen in groepsverband. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 5: en houden rekening met de situatie, opvattingen en emoties van anderen. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Stam 16: en houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld. Stam 17: en toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten. Stam 18: en gedragen zich respectvol. Stam 19: en dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen. Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Stam 23: en doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen. Stam 24: en maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken. Stam 27: en dragen zorg voor de toekomst van zichzelf en de ander. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 29
30 PAV2 ET 24 - en kunnen hun zakgeld beheren PAV2 ET20: en kunnen hun dagelijkse leven organiseren. PAV2 ET21: en kunnen individuele opdrachten van beperkte omvang onder begeleiding organiseren, uitvoeren en evalueren. PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. PAV2 ET23: en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. PAV2 ET24: en kunnen hun zakgeld beheren. PAV2 ET25: en kunnen hulp inroepen. PAV2 ET26: en kunnen een beroep doen op diensten of instellingen waar ze met eventuele vragen, klachten of meldingen terechtkunnen. beschikt minimaal over volgende competenties Opstap leest een kasticket. verwerft de volgende competenties 1 berekent zijn persoonlijk maandbudget. 2 bepaalt de mogelijkheden en beperkingen van zijn budget. 3 heeft een overzicht van de maandelijkse inkomsten en uitgaven. 4 stelt een realistisch spaarplan op. 5 schat de noodzaak en het belang van een aankoop of een dienst in. 6 leest een factuur. 7 controleert een kasticket en een factuur. 8 schat de relatieve waarde van een gekregen, verdiend of te betalen bedrag in. 9 koopt budgetbewust. 10 kent de belangrijkste bankdiensten en -documenten. 11 controleert rekeninguittreksels. 12 kan gebruik maken van elektronische betaalmiddelen. 13 kan bankverrichtingen uitvoeren. 14 is op de hoogte van de gebruiksmodaliteiten, de voor- en nadelen van een zichtrekening en een spaarrekening. 15 kent het belang van het bewaren van bankdocumenten. 16 ordent en bewaart zijn bankdocumenten. 17 kent de gevaren van en de afspraken rond geld lenen van en aan vrienden. Wat bedoelen we met Schat de relatieve waarde van een gekregen, verdiend of te betalen bedrag in: vraagt zich bijvoorbeeld af hoeveel uur iemand moet werken tot hij genoeg zou verdiend hebben om een bepaalde aankoop te kunnen doen. PAV2 ET10: en kunnen rekenen met geld in functionele situaties. PAV2 ET11: en kunnen grootheden schatten, meten en berekenen in functionele situaties. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Stam 23: en doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen. Selectie uit context 2, 3, 4 en 6 30
31 PAV2 ET25 - en kunnen hulp inroepen PAV2 ET20: en kunnen hun dagelijkse leven organiseren. PAV2 ET21: en kunnen individuele opdrachten van beperkte omvang onder begeleiding organiseren, uitvoeren en evalueren. PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. PAV2 ET23: en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. PAV2 ET24: en kunnen hun zakgeld beheren. PAV2 ET25: en kunnen hulp inroepen. PAV2 ET26: en kunnen een beroep doen op diensten of instellingen waar ze met eventuele vragen, klachten of meldingen terechtkunnen. PAV2 ET 3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET 26: zie boven 2 de graad secundair LO 20: en herkennen en reageren gepast op onveilige bewegingssituaties. Stam 10: en engageren zich spontaan. Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Stam 23: en doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen. Stam 24: en maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken. Stam 27: en dragen zorg voor de toekomst van zichzelf en de ander. verwerft de volgende competenties 1 vraagt hulp in schoolse situaties, in een vertrouwde omgeving buiten de school en in een niet-vertrouwde omgeving: (h)erkent het probleem; analyseert het probleem; formuleert de hulpvragen; weet welke bevoegde personen of diensten te contacteren bij een probleem van materiële aard; weet welke bevoegde personen of diensten te contacteren bij een probleem van lichamelijke aard; weet welke bevoegde personen of diensten te contacteren bij een probleem van relationele aard; staat open voor de geboden hulp; treedt in interactie met de hulpbieders. 2 vraagt hulp in noodsituaties: (h)erkent het probleem; analyseert het probleem; formuleert de hulpvragen; kent de noodnummers; weet welke bevoegde personen of diensten te contacteren bij een noodsituatie van materiële aard; weet welke bevoegde personen of diensten te contacteren bij een noodsituatie van lichamelijke aard; weet welke bevoegde personen of diensten te contacteren bij een noodsituatie van relationele aard; verzamelt in geval van nood essentiële informatie over de eventuele slachtoffers en over de plaats en de aard van de noodsituatie; geeft in een noodsituatie adequaat de nodige gegevens door; staat open voor de geboden hulp; treedt in interactie met de hulpbieders; neemt, indien aangewezen, het gevaar weg of probeert uitbreiding van het gevaar te voorkomen; volgt evacuatierichtlijnen strikt op. Leren leren2/ 1: en werken planmatig. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 31
32 PAV2 ET26 - en kunnen een beroep doen op diensten of instellingen waar ze met eventuele vragen, klachten of meldingen terechtkunnen PAV2 ET20: en kunnen hun dagelijkse leven organiseren. PAV2 ET21: en kunnen individuele opdrachten van beperkte omvang onder begeleiding organiseren, uitvoeren en evalueren. PAV2 ET22: en kunnen bij groepsopdrachten onder begeleiding: overleggen en actief deelnemen; instructies uitvoeren; reflecteren. PAV2 ET23: en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. PAV2 ET24: en kunnen hun zakgeld beheren. PAV2 ET25: en kunnen hulp inroepen. PAV2 ET26: en kunnen een beroep doen op diensten of instellingen waar ze met eventuele vragen, klachten of meldingen terechtkunnen. verwerft de volgende competenties 1 weet bij wie hij binnen de school terecht kan voor bepaalde vragen, klachten of meldingen. 2 vraagt een gesprek aan met een personeelslid van de school en/ of met externe hulpverleners. 3 kent de voor hem belangrijke diensten in zijn gemeente en regio. 4 vindt de coördinaten van diensten en instellingen. 5 kent het begrip ombudsdienst. 6 legt een klacht neer bij een dienst. 7 doet een aangifte of legt een klacht neer bij de politie. 8 neemt contact op met (jongeren)verenigingen en (jeugd)diensten die voor hem belangrijk zijn. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET5: en kunnen hun eigen mening en gevoelens uiten. PAV2 ET6: en hanteren gepaste taal en omgangsvormen. PAV2 ET7: en kunnen hulpmiddelen gebruiken om taalvaardig te handelen en hun communicatie te verbeteren. PAV2 ET23: en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. PAV2 ET28: en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen situeren. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 11: en kunnen gegevens, handelwijzen en redeneringen ter discussie stellen a.d.h. van relevante criteria. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Stam 23: en doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen. Stam 24: en maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken. Leren leren2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Selectie uit contexten 2 en 5 32
33 PAV2 ET27 - en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun leven beheersen of beïnvloeden Functionele informatieverwerving en verwerking PAV2 ET27: en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun leven beheersen of beïnvloeden. PAV2 ET28: en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen situeren. PAV2 ET29: en kunnen op grond van de actualiteit en de eigen ervaringen illustreren dat hun leven ingebed ligt tussen verleden en toekomst. PAV2 ET30: en kunnen onder begeleiding aspecten van het dagelijks leven van mensen in een andere tijd of op een andere plaats met hun eigen leven vergelijken. PAV2 ET31: en kunnen belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven. PAV2 ET32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie. PAV2 ET33: *en respecteren het historischcultureel erfgoed. PAV2 ET34: *en respecteren het leefmilieu. Wat bedoelen we met Maatschappelijke structuren en mechanismen: Maatschappelijke: de samenleving in zijn geheel, groepen binnen deze samenleving en de instituten in deze samenleving. Structuren: de wijze waarop de samenleving en de instituten georganiseerd zijn. Mechanismen: de manier van functioneren; de patronen in het functioneren; de patronen in de interacties; de culturele invloeden; manieren om het mechanisme te doorbreken (mechanisme wordt dynamisme). beschikt minimaal over de volgende competenties Opstappen 1 weet dat iedereen rechten én plichten heeft. 2 kent de functies en verantwoordelijkheden van al wie bij de school en zijn opleiding betrokken is. 3 kent de verschillende mediakanalen. 4 weet dat totale vrijheid niet kan, maar dat iedereen gebonden is aan wetten. (Rechten en plichten. ) Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 weet waar hij terecht kan voor informatie over zijn rechten en plichten. 2 illustreert aan de hand van leefregels en reglementen zijn rechten en plichten. 3 kent de rechtsgrond van het schoolreglement. 4 weet hoe het schoolreglement geactualiseerd wordt. 5 illustreert het verschil tussen het orde- en het tuchtreglement. 6 weet welke juridische handelingsbekwaamheid hij heeft, overeenstemmend met zijn leeftijd. 7 is op de hoogte van concrete aspecten van het gezondheidsbeleid en veiligheidsplan in zijn omgeving. 8 beseft dat engagement in een organisatie verplichtingen met zich meebrengt. 9 beseft dat media belangrijke informatiebronnen zijn. 10 (her)kent de invloed van media en reclame. 11 herkent vooroordelen en discriminerend gedrag in de samenleving. 12 is op de hoogte van het doel van de Rechten van de Mens en het Kind. 13 herkent schendingen van kinder- en mensenrechten. 14 beseft dat politieke beslissingen zijn leven rechtstreeks beïnvloeden. 15 illustreert het verschil tussen democratie en andere vormen van bestuur. 16 legt de basiselementen van een democratie uit. 17 beseft het belang van deelname aan verkiezingen en inspraakorganen. 18 weet dat elk beleid bij beslissingen rekening moet houden met de ideeën en belangen van de betrokken minderheids- en meerderheidsgroepen. Topper reageert op vooroordelen en discriminerend gedrag in de samenleving. Aandacht voor de samenhang tussen eindterm 23 en deze eindterm en voor het emancipatorische karakter van deze eindtermen PAV2 ET27 focust op het leren kennen van de maatschappelijke structuren en mechanismen die het leven van de leerlingen beheersen. Deze maatschappelijke structuren hebben hun eigen regels, afspraken en procedures. Door ET27 te verbinden met ET23, benadrukken we het emancipatorische karakter van de eindtermen. De grote lijnen van de maatschappelijke structuren die ze in ET27 leren kennen, leren de leerlingen hanteren in ET23. Jongeren leren de samenleving beleven als één groot netwerk. Dit netwerk kan ons leven beheersen door zijn regels, afspraken, procedures, mechanismen, structuren. Het emancipatorische zit in het feit dat elk individu het netwerk kan gebruiken om zijn eigen situatie te verbeteren, om zijn problemen op te lossen. PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET19: en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatie- 33
34 technologie. PAV2 ET23: en kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. Stam 10: en engageren zich spontaan. Stam 14: en gaan alert om met media. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Stam 16: en houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld. Stam 19: en dragen actief bij tot het realiseren van gemeenschappelijke doelen. Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Stam 23: en doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen. Stam 24: en maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 34
35 PAV2 ET28 -en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen situeren Functionele informatieverwerving en verwerking PAV2 ET27: en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun leven beheersen of beïnvloeden. PAV2 ET28: en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen situeren. PAV2 ET29: en kunnen op grond van de actualiteit en de eigen ervaringen illustreren dat hun leven ingebed ligt tussen verleden en toekomst. PAV2 ET30: en kunnen onder begeleiding aspecten van het dagelijks leven van mensen in een andere tijd of op een andere plaats met hun eigen leven vergelijken. PAV2 ET31: en kunnen belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven. PAV2 ET32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie. PAV2 ET33: *en respecteren het historischcultureel erfgoed. PAV2 ET34: *en respecteren het leefmilieu. Aandacht voor Maatschappelijke voorzieningen en aspect tijd en ruimte Vele maatschappelijke voorzieningen zijn ontstaan uit de betrokkenheid en de inzet van mensen, soms van generaties terug, en uit lokale noden elders. Daardoor kan verklaard worden dat de huidige maatschappelijke voorzieningen niet volledig afgestemd zijn op actuele vragen of problemen. Door dit inzicht bij te brengen worden de leerlingen er toe aangezet om flexibel en op een actieve, emancipatorische manier gebruik te maken van de maatschappelijke voorzieningen. Maatschappelijke voorzieningen bieden soms slechts een antwoord op een deelaspect van de vraag, zodat ook nog andere formele of informele netwerken ingeschakeld moeten worden. Ook dit is zich situeren in tijd en ruimte. Elke vraag, elk probleem heeft zijn voorgeschiedenis. De geboden hulp staat rechtstreeks in functie van het gestelde probleem, van de gestelde vraag. De oplossing hangt af van het geheel van relaties en situaties, waarin niet alleen het formele netwerk een rol speelt, maar evenzeer de informele netwerken en de hulpvrager. Van de hulpvrager wordt een actieve inbreng verwacht. Van het formele en het informele netwerk kan verwacht worden dat ze helpen bij de tot standbrenging van linken met andere delen van het formele of het informele netwerk. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 legt contact met anderen. 2 ziet zichzelf als een deel van de natuur. 3 ziet het verband tussen de natuur en zijn eigen leven. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 informeert zich over de maatschappelijke voorzieningen in zijn eigen regio. 2 herkent het bestaan van formele en informele netwerken in zijn eigen leven. 3 ziet zichzelf als knooppunt van relaties. 4 ziet de natuur als deel van zijn netwerk. 5 geeft aan hoe noodzakelijk netwerken zijn. 6 maakt gebruik van zijn netwerk bij het oplossen van concrete vragen en opdrachten. 7 kent voor- en nadelen van het behoren tot een bepaald netwerk. 8 zoekt middelen om zijn netwerk uit te breiden in functie van zijn behoeften. 9 stuurt zijn eigen netwerk bij in functie van zijn behoeften. 10 onderhoudt de relaties met zijn netwerken. 11 beseft dat sommige takken van zijn netwerk tijdgebonden onderhouden worden en andere tijd en plaats kunnen overstijgen. Toppers 1 zet in een concrete situatie zijn eigen netwerk tactisch in. 2 informeert zich over maatschappelijke voorzieningen buiten zijn eigen regio. Wat bedoelen we met: Situeren: Welke behoefte heb ik, in welke situatie bevind ik mij? Waar kan ik hulp zoeken? Dit veronderstelt de kennis van wat voorhanden is. Wat kan ik ondernemen om uit een probleemsituatie te geraken? Wat kan ik doen om aan een bepaalde behoefte tegemoet te komen? Welke mogelijkheden zijn er? Maatschappelijke voorzieningen: geheel van formele en informele netwerken, organisaties die deel kunnen uitmaken van formele en informele netwerken. Netwerken: duiden op de verbondenheid van mensen met mensen, van mensen met de natuur. Formele netwerken: hulplijnen, hulporganisaties, sociale en culturele organisaties, sportorganisaties, 35
36 overheidsinstanties, natuurverenigingen, Informele netwerken: buren, vrienden, kennissen, familie, collega s, natuur, Aandacht voor de samenhang tussen eindterm 23 en deze eindterm: De maatschappelijke structuren en mechanismen die in deze eindterm in grote lijnen moeten gekend zijn, kennen hun toepassing in PAV2 ET23: de leerlingen kunnen omgaan met formele en informele afspraken, regels en procedures. PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET19: en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie. Stam 1: en brengen belangrijke elementen van communicatief handelen in praktijk. Stam 12: en zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Stam 22: en ontwikkelen een eigen identiteit als authentiek individu, behorend tot verschillende groepen. Stam 23: en doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen. Stam 27: en dragen zorg voor de toekomst van zichzelf en de ander. Stam 24: en maken gebruik van de gepaste kanalen om hun vragen, problemen, ideeën of meningen kenbaar te maken. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 36
37 PAV2 ET29 - en kunnen op grond van de actualiteit en de eigen ervaringen illustreren dat hun leven ingebed ligt tussen verleden en toekomst. Functionele informatieverwerving en verwerking PAV2 ET27: en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun leven beheersen of beïnvloeden. PAV2 ET28: en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen situeren. PAV2 ET29: en kunnen op grond van de actualiteit en de eigen ervaringen illustreren dat hun leven ingebed ligt tussen verleden en toekomst. PAV2 ET30: en kunnen onder begeleiding aspecten van het dagelijks leven van mensen in een andere tijd of op een andere plaats met hun eigen leven vergelijken. PAV2 ET31: en kunnen belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven. PAV2 ET32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie. PAV2 ET33: *en respecteren het historischcultureel erfgoed. PAV2 ET34: *en respecteren het leefmilieu. Nadenken over tijd en ruimte Cruciale tijd- en ruimtevragen die leerlingen zich moeten stellen, maar die niet als een automatisme in het denken zijn ingeslepen zijn: In welke situatie bevind ik mij? Heb ik deze situatie in het verleden al eens meegemaakt of zijn er situaties uit het verleden die vergelijkbaar zijn met de situatie waarin ik mij nu bevind? Wat heb ik toen in deze situatie gedaan? Wat hebben anderen in die situatie gedaan? Welke elementen die in het verleden bijgedragen hebben om tot een oplossing te komen kan ik nu gebruiken om mijn probleem op te lossen, om de situatie hanteerbaar te maken? Waarvoor zal ik wat ik in deze situatie heb beleefd of geleerd, in de toekomst nog kunnen aanwenden? Door met de leerlingen deze vragen te beantwoorden, brengen we het proces van het tijd- en ruimtedenken op gang en bevorderen we de transfer tussen verleden, heden en toekomst. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 stelt vragen bij een actuele gebeurtenis en bij persoonlijke ervaringen. 2 gaat actief op zoek naar informatie over een actuele gebeurtenis. 3 situeert een actuele gebeurtenis in tijd en ruimte. 4 hanteert een kalender om gebeurtenissen uit zijn eigen leven in de tijd te situeren. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 illustreert met een concreet voorbeeld dat zijn actuele leven het resultaat is van beslissingen die hij zelf of anderen voor hem, hebben genomen. 2 illustreert met een concreet voorbeeld dat de actuele toestanden het gevolg zijn van beslissingen en omstandigheden uit het verleden. 3 illustreert met een concreet voorbeeld dat de beslissingen die hij vandaag neemt voor zichzelf een invloed hebben op zijn later leven. 4 illustreert met een concreet voorbeeld dat de beslissingen die vandaag genomen worden een invloed hebben op de maatschappij van morgen. 5 verduidelijkt zijn eigen mening over een actuele gebeurtenis. 6 gebruikt ervaringen uit het verleden om zijn actuele, persoonlijke situatie beter te begrijpen. 7 gebruikt ervaringen uit het verleden om een actuele, maatschappelijke situatie beter te begrijpen. 8 gaat na wat de consequenties zijn van genomen beslissingen voor zijn eigen toekomst. 9 gaat na wat de consequenties zijn van genomen beslissingen voor de toekomst van de maatschappij. 10 beseft dat zijn eigen leven evolueert. 11 beseft dat de maatschappij evolueert. 12 beseft dat menselijke relaties veranderen. Toppers 1 reflecteert op zijn eigen ervaringen. 2 reflecteert op de actualiteit. PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET19: en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie. Stam 16: en houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld. Stam 17: en toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten. Stam 22: en ontwikkelen een eigen identiteit als authentiek individu, behorend tot verschillende groepen. 37
38 Stam 26: en gaan om met verscheidenheid. Leren leren2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren2/ 5: en kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten Selectie uit context 1 t.e.m. 7 38
39 PAV2 ET30 - en kunnen onder begeleiding aspecten van het dagelijks leven van mensen in een andere tijd of op een andere plaats met hun eigen leven vergelijken Functionele informatieverwerving en verwerking PAV2 ET27: en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun leven beheersen of beïnvloeden. PAV2 ET28: en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen situeren. PAV2 ET29: en kunnen op grond van de actualiteit en de eigen ervaringen illustreren dat hun leven ingebed ligt tussen verleden en toekomst. PAV2 ET30: en kunnen onder begeleiding aspecten van het dagelijks leven van mensen in een andere tijd of op een andere plaats met hun eigen leven vergelijken. PAV2 ET31: en kunnen belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven. PAV2 ET32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie. PAV2 ET33: *en respecteren het historischcultureel erfgoed. PAV2 ET34: *en respecteren het leefmilieu. PAV2 ET1: en kunnen informatief luisteren en lezen. PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET19: en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie. PAV2 ET29: zie boven PAV2 ET31: zie boven beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 situeert een gebeurtenis in tijd en ruimte. 2 staat open voor diversiteit. 3 geeft aan hoe zijn dagelijkse leven verloopt. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 vindt, selecteert en gebruikt informatie over bepaalde aspecten van het leven elders. 2 vindt, selecteert en gebruikt informatie over bepaalde aspecten van het leven in andere tijden. 3 geeft verschillen en gelijkenissen aan tussen bepaalde aspecten van zijn eigen leven en de overeenkomstige aspecten van het leven in andere tijden. 4 geeft verschillen en gelijkenissen aan tussen bepaalde aspecten van zijn eigen leven en de overeenkomstige aspecten van het leven op andere plaatsen, van andere culturen. 5 beseft dat zijn eigen leven evolueert. 6 beseft dat culturen en samenlevingen evolueren. 7 beseft dat menselijke relaties evolueren. 8 geeft verschillen en gelijkenissen aan tussen eigentijdse en eigen netwerken en netwerken van een andere tijd en andere plaats. Topper beseft dat ieder mens vanuit een eigen invalshoek naar een situatie kijkt. Stam 16: en houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld. Stam 17: en toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten. Stam 22: en ontwikkelen een eigen identiteit als authentiek individu, behorend tot verschillende groepen. Stam 26: en gaan om met verscheidenheid. Leren leren2/ 1: en werken planmatig. Leren leren2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren2/ 5: en kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 39
40 PAV2 ET31 - en kunnen belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven Functionele informatieverwerving en verwerking PAV2 ET27: en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun leven beheersen of beïnvloeden. PAV2 ET28: en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen situeren. PAV2 ET29: en kunnen op grond van de actualiteit en de eigen ervaringen illustreren dat hun leven ingebed ligt tussen verleden en toekomst. PAV2 ET30: en kunnen onder begeleiding aspecten van het dagelijks leven van mensen in een andere tijd of op een andere plaats met hun eigen leven vergelijken. PAV2 ET31: en kunnen belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven. PAV2 ET32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie. PAV2 ET33: *en respecteren het historischcultureel erfgoed. PAV2 ET34: *en respecteren het leefmilieu. beschikt minimaal over volgende competenties Opstappen 1 stelt vragen bij een wereldprobleem. 2 situeert een wereldprobleem in tijd en ruimte. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 staat open voor wereldproblemen. 2 informeert zich over wereldproblemen. 3 volgt de wereldproblemen die betrekking hebben op zijn leven. 4 duidt de weerslag van een wereldprobleem op zijn eigen leven. 5 bekijkt een wereldprobleem vanuit verschillende standpunten. 6 herkent initiatieven om constructief te werken aan oplossingen voor wereldproblemen. Toppers 1 herkent in belangrijke wereldproblemen patronen en mechanismen. 2 beseft dat ieder mens vanuit zijn eigen invalshoek naar een wereldprobleem kijkt. 3 beseft dat de informatiebron een invloed heeft op de beeldvorming over een wereldprobleem. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET4: en kunnen schriftelijk informatie aanvragen en meedelen in herkenbare en concrete situaties. PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET19: en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie. Stam 11: en kunnen gegevens, handelwijzen en redeneringen ter discussie stellen a.d.h. van relevante criteria. Stam 13: en kunnen onderwerpen benaderen vanuit verschillende invalshoeken. Stam 14: en gaan alert om met media. Stam 15: en participeren doordacht via de media aan de publieke ruimte. Stam 16: en houden rekening met ontwikkelingen bij zichzelf en bij anderen, in samenleving en wereld. Stam 17: en toetsen de eigen mening over maatschappelijke gebeurtenissen en trends aan verschillende standpunten. Stam 18: en gedragen zich respectvol. Stam 26: en gaan om met verscheidenheid. Leren leren2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren2/ 5: en kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 40
41 PAV2 ET32 - en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie Functionele informatieverwerving en verwerking PAV2 ET27: en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun leven beheersen of beïnvloeden. PAV2 ET28: en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen situeren. PAV2 ET29: en kunnen op grond van de actualiteit en de eigen ervaringen illustreren dat hun leven ingebed ligt tussen verleden en toekomst. PAV2 ET30: en kunnen onder begeleiding aspecten van het dagelijks leven van mensen in een andere tijd of op een andere plaats met hun eigen leven vergelijken. PAV2 ET31: en kunnen belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven. PAV2 ET32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie. PAV2 ET33: *en respecteren het historischcultureel erfgoed. PAV2 ET34: *en respecteren het leefmilieu. beschikt minimaal over de volgende competenties Opstap zoekt een plaats op in een atlas. Daarna verwerft de leerling de volgende competenties 1 situeert een bepaalde plaats. 2 gaat na welke transportmiddelen en routes er mogelijk zijn. 3 maakt gebruik van specifieke informatiebronnen om zich te situeren, te oriënteren en te verplaatsen. 4 maakt een keuze voor een bepaald vervoermiddel afhankelijk van de beschikbare tijd en het af te leggen traject. 5 stelt een verplaatsingsplan op, om tijdig een bepaalde plaats te bereiken. 6 bereikt een bepaalde plaats, door gebruik te maken van een verplaatsingsplan. : Topper behelpt zich met de informatie die voorhanden is. Wat bedoelen we met Situeren: plaatsen in tijd en ruimte Situeren: zie ook omschrijving op fiche 28 Oriënteren: de plaats bepalen waar men zich bevindt. Specifieke informatiebronnen: stratenatlas, atlas, uurregelingstabellen, reisbrochures in boekvorm, elektronische routeplanner, wegenkaarten, infobalie, andere mensen, weerbericht Verplaatsingsplan: beschrijving van de reisroute of een op kaart uitgestippelde route, met tijdschema van openbaar vervoer. Zich behelpen met de informatie die voorhanden is: vb. bij het opzoeken van vertrekuren van de trein: In een station de aanplakbiljetten raadplegen of inlichtingen vragen in de infokiosk of aan een andere reiziger; Thuis kun je het zoeken op het internet of telefoneren naar de infokiosk. PAV2 ET3: en zijn mondeling assertief: ze kunnen informatie inwinnen, samenvatten en meedelen. PAV2 ET17: en kunnen onder begeleiding relevante en voor hen toegankelijke informatie in herkenbare concrete situaties vinden, selecteren en gebruiken. PAV2 ET18: en kunnen informatie uit uiteenlopend voor hen bestemd tekstmateriaal en voor hen bestemde formulieren begrijpen en gebruiken. PAV2 ET19: en kunnen onder begeleiding gebruik maken van informatie- en communicatietechnologie. Stam 8: en benutten leerkansen in diverse situaties. Stam 9: en zijn bereid zich aan te passen aan wisselende eisen en omstandigheden. Stam 12: en zijn bekwaam om alternatieven af te wegen en een bewuste keuze te maken. Stam 23: en doen een beroep op maatschappelijke diensten en instellingen. 41
42 Leren leren2/ 1: en werken planmatig. Leren leren2/ 3: en kunnen uit gegeven informatiebronnen en -kanalen kritisch kiezen en deze raadplegen met het oog op te bereiken doelen. Leren leren2/ 5: en kunnen gegeven informatie onder begeleiding kritisch analyseren en samenvatten. Selectie uit context 1 en 4 42
43 * PAV2 ET33 - en respecteren het historisch-cultureel erfgoed Functionele informatieverwerving en verwerking PAV2 ET27: en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun leven beheersen of beïnvloeden. PAV2 ET28: en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen situeren. PAV2 ET29: en kunnen op grond van de actualiteit en de eigen ervaringen illustreren dat hun leven ingebed ligt tussen verleden en toekomst. PAV2 ET30: en kunnen onder begeleiding aspecten van het dagelijks leven van mensen in een andere tijd of op een andere plaats met hun eigen leven vergelijken. PAV2 ET31: en kunnen belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven. PAV2 ET32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie. PAV2 ET33: *en respecteren het historischcultureel erfgoed. PAV2 ET34: *en respecteren het leefmilieu. beschikt minimaal over volgende competenties Opstap ontdekt sporen van vroegere generaties in zijn regio. verwerft de volgende competenties 1 herkent het historisch cultureel erfgoed uit zijn regio. 2 brengt respect op voor het historisch cultureel erfgoed uit zijn regio. Wat bedoelen we met: (Historisch) cultureel erfgoed: het roerend en immaterieel erfgoed dat dynamisch in tijd en ruimte gekaderd wordt. Roerend erfgoed: objecten, informaties of andere culturele bronnen die mogelijkheden inhouden van gemeenschappelijke betekenissen, bijvoorbeeld binnen een industrieel-technisch, archeologisch, artistiek, wetenschappelijk, (cultuur)historisch of antropologisch referentiekader. Immaterieel erfgoed en immateriële aspecten van het cultureel erfgoed: beeldvorming via beschrijving of andere culturele bronnen die mogelijkheden inhouden van gemeenschappelijke betekenissen, bijvoorbeeld allerhande verhalen, geschiedenissen, sporen, verbanden en kleine en grote referentiekaders. Stam 6: en kunnen schoonheid ervaren. Stam 10: en engageren zich spontaan. Stam 18: en gedragen zich respectvol. Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Selectie uit contexten 4 en 7 43
44 * PAV2 ET34 - en respecteren het leefmilieu Functionele informatieverwerving en verwerking PAV2 ET27: en kennen de grote lijnen van maatschappelijke structuren en mechanismen die hun leven beheersen of beïnvloeden. PAV2 ET28: en kunnen in hun eigen regio de belangrijkste maatschappelijke voorzieningen situeren. PAV2 ET29: en kunnen op grond van de actualiteit en de eigen ervaringen illustreren dat hun leven ingebed ligt tussen verleden en toekomst. PAV2 ET30: en kunnen onder begeleiding aspecten van het dagelijks leven van mensen in een andere tijd of op een andere plaats met hun eigen leven vergelijken. PAV2 ET31: en kunnen belangrijke wereldproblemen bondig omschrijven. PAV2 ET32: en kunnen zich situeren, oriënteren en verplaatsen door het gebruik van gepaste informatie. PAV2 ET33: *en respecteren het historischcultureel erfgoed. PAV2 ET34: *en respecteren het leefmilieu. Voor de concretisering van deze eindterm verwijzen we naar de vakoverschrijdende eindtermen van de context 'omgeving en duurzame ontwikkeling'. Meer info hierover is de vinden in de brochure VOET@2010 Stam 6: en kunnen schoonheid ervaren. Stam 10: en engageren zich spontaan. Stam 18: en gedragen zich respectvol. Stam 20: en nemen verantwoordelijkheid op voor het eigen handelen, in relaties met anderen en in de samenleving. Stam 27: en dragen zorg voor de toekomst van zichzelf en de ander. Selectie uit context 1 t.e.m. 7 44
PROJECT ALGEMENE VAKKEN CONCRETISERING EINDTERMEN
PROJECT ALGEMENE VAKKEN CONCRETISERING EINDTERMEN SECUNDAIR ONDERWIJS DERDE GRAAD BSO 1 ste en 2 de leerjaar Samenstelling Deze informatiemap is het product van de werkgroep concretiseringen eindtermen
Eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor explorer in de B-stroom. Gemeenschappelijke vakoverschrijdende eindtermen
Eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor explorer in de B-stroom Gemeenschappelijke vakoverschrijdende eindtermen Gemeenschappelijke stam : (communicatief vermogen) brengen belangrijke elementen van communicatief
~ 1 ~ selecteren. (LPD 1,8,27) (LPD 13,22,23,27)
~ 1 ~ Functionele taalvaardigheid/ tekstgeletterdheid Eindtermen (P)AV voor 2 de graad SO 3 de graad SO 3 de jaar 3 de graad SO DBSO niveau 2 de graad DBSO niveau 3 de graad DBSO niveau 3 de jaar 3 de
Voor alle leraren Nederlands. 'Vergelijkend schema', eindtermen vaardigheden van de 3 graden: tekstsoorten, procedures/strategieën en attitudes.
Voor alle leraren Nederlands 'Vergelijkend schema', eindtermen vaardigheden van de 3 graden:, procedures/strategieën en attitudes. 1 Luisteren 1e graad 2e graad 3e graad uiteenzetting leerstofonderdeel
Eindtermen Nederlands algemeen secundair onderwijs (derde graad)
Eindtermen Nederlands algemeen secundair onderwijs (derde graad) Bron: www.ond.vlaanderen.be/dvo 1 Luisteren 1 De leerlingen kunnen op structurerend niveau luisteren naar uiteenzettingen en probleemstellingen
Luister- en kijkvaardigheid in de lessen Nederlands
Les Taalblad, Pendelaars Tekstsoort, publiek, niveau Informatieve en persuasieve tekst Onbekend publiek Structurerend niveau voor leesvaardigheid, beoordelend niveau voor luistervaardigheid Verwijzing
Taalvaardigheid Preventie en remediëring. -betrokkenheid verhogende werkvormen creëren -een maximale -herformuleren de lln het probleem
Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel VOET LEREN LEREN EN GOK Voet@2010 leren leren en thema s gelijke onderwijskansen Socio-emotionele ontwikkeling (1ste graad)
DOELSTELLINGEN EN VOET BUURTAMBASSADEURS
DOELSTELLINGEN EN VOET BUURTAMBASSADEURS 3 DE GRAAD SECUNDAIR ONDERWIJS - BSO - De volgende doelstellingen en VOET kunnen aan bod komen. Dat is steeds afhankelijk van de onderzochte (school)omgeving. Die
Begin situatie Wiskunde/Rekenen. VMBO BB leerling
VMBO BB leerling Verbanden en Hoge -bewerkingen onder 100 -tafels t/m 10 (x:) -bewerkingen met eenvoudige grote en -makkelijk rekenen -vergelijken/ordenen op getallenlijn -makkelijke breuken omzetten -deel
EINDTERMEN Bosbiotoopstudie
EINDTERMEN Bosbiotoopstudie Eerste graad A-stroom Vakgebonden eindtermen aardrijkskunde De mens en het landschap Het landelijk landschap 22 milieueffecten opnoemen die in verband kunnen gebracht worden
CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo
Tussendoelen Nederlands onderbouw vo havo/vwo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 h/v de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 h/v de betekenis
MODERNE VREEMDE TALEN - ASO DUITS Het voorliggende pakket eindtermen beantwoordt aan de decretale situatie waarbij in de basisvorming in de derde
MODERNE VREEMDE TALEN - ASO DUITS Het voorliggende pakket eindtermen beantwoordt aan de decretale situatie waarbij in de basisvorming in de derde graad ASO, Duits als tweede moderne vreemde taal kan worden
Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën
1 Bijlage 10. Eindtermen moderne vreemde talen: Frans of Engels van de derde graad bso (derde leerjaar) Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën LUISTEREN vrij concreet
Eerste graad A-stroom
EINDTERMEN en ONTWIKKELINGSDOELEN Vijverbiotoopstudie Eerste graad A-stroom Vakgebonden eindtermen aardrijkskunde Het natuurlijk milieu Reliëf 16* De leerlingen leren respect opbrengen voor de waarde van
Jaarplan Jaarplan PAV 5dejaar
Schooljaar 2011-2012 Leerkracht(en): Vak: Klassen: Ann Debecker, Sonia Mannaerts, Carine Peeters, Ivo Thyssen, Jo Vonckx Jaarplan PAV 5dejaar 5GK, 5RK1, 5RK2 Schooljaar: 2011-2012 Algemene gegevens Leerjaar
CONCEPT. Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten. Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo
Tussendoelen Nederlands onderbouw vo, vmbo Domein A 1: Lezen van zakelijke teksten Subdomein A 1.1: Woordenschat 1.1 vmbo de betekenis van onbekende woorden afleiden uit de context; 1.2 vmbo de betekenis
Kijkwijzer techniek. Kijkwijzer leerlingencompetenties, materiaal uit traject Talenten breed evalueren, dag 1 Pagina 1
Kijkwijzer techniek Deze kijkwijzer is een instrument om na te gaan in welke mate leerlingen een aantal competenties bezitten. Door middel van deze kijkwijzer willen we verschillende doelen bereiken: Handvatten
DOCUMENT. Servicedocument VOET voor het vak ICT/Informatica. Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel VVKSO
Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel DOCUMENT VVKSO Servicedocument VOET voor het vak ICT/Informatica Dit document is een aanvulling op het algemeen servicedocument
WISKUNDIGE TAALVAARDIGHEDEN
WISKUNDIGE TLVRDIGHEDEN Derde graad 1 Het begrijpen van wiskundige uitdrukkingen in eenvoudige situaties (zowel mondeling als 1V4 2V3 3V3 (a-b-c) schriftelijk) 2 het begrijpen van figuren, tekeningen,
Model om schoolse taalvaardigheden te observeren en te reflecteren
1 Bijlage 1: Model om schoolse taalvaardigheden te observeren en te reflecteren Als een leraar op zoek is naar een mogelijk instrument om schoolse taalvaardigheid bij zijn leerlingen te observeren, dan
Leerjaar 4: Doelenlijst Rekenen/Wiskunde voor leerroute A, B en C
Leerjaar 4: Doelenlijst Rekenen/Wiskunde voor leerroute A, B en C Getallen, Verhoudingen, Meten en meetkunde, Verbanden GETALLEN Onderdeel 1 Optellen en aftrekken (inclusief getalverkenning en schatten)
DOCUMENT. Servicedocument VOET voor het vak ICT/Informatica. Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel VVKSO
Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat 1, 1040 Brussel DOCUMENT VVKSO Servicedocument VOET voor het vak ICT/Informatica Dit document is een aanvulling op het algemeen servicedocument
Deel 1: Getallenkennis
Deel 1: Getallenkennis 1 Natuurlijke getallen 10 1.1 De waarde van cijfers in natuurlijke getallen 10 Les 1: Natuurlijke getallen kleiner dan 100 000 10 Les 2: Natuurlijke getallen kleiner dan 1 000 000
4 Jaarplan. 1 Leerplan
Formule 1_Handleiding.indb 9 1/07/15 13:50 9 4 Jaarplan 1 Leerplan Het jaarplan is opgesteld volgens het leerplan VVKSO BRUSSEL D/2011/7841/021. De nummers van de doelstellingen in het jaarplan verwijzen
OVERZICHT MODULES PAV
OVERZICHT MODULES PAV Inhoud PAV 3(2) Functionele rekenvaardigheid... 2 PAV 3(2) Functionele taalvaardigheid... 3 PAV 3(2) Maatschappelijk en ethisch bewustzijn, weerbaarheid en verantwoordelijkheid...
Leerjaar 3: Doelenlijst Rekenen/Wiskunde voor leerroute A, B en C
Leerjaar 3: Doelenlijst Rekenen/Wiskunde voor leerroute A, B en C Getallen, Verhoudingen, Meten en meetkunde, Verbanden GETALLEN Onderdeel 1 Optellen en aftrekken (inclusief getalverkenning en schatten)
Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën
1 Bijlage 7. Eindtermen moderne vreemde talen: Frans of Engels van de derde graad bso (eerste en tweede leerjaar) Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën LUISTEREN vertrouwd
Niveauproef wiskunde voor AAV
Niveauproef wiskunde voor AAV Waarom? Voor wiskunde zijn er in AAV 3 modules: je legt een niveauproef af, zodat je op het juiste niveau kan starten. Er is de basismodule voor wie de rekenvaardigheden moet
FUNCTIONELE TAALVAARDIGHEID / TEKSTGELETTERDHEID IN PAV
REGIO LIMBURG Tulpinstraat 75 3500 HASSELT +32 11 26 44 00 http://limburg.katholiekonderwijs.vlaanderen LEERMATERIAAL SO PAV 2017/07 Opmaakdatum: 06.11.2017 Vak: Begeleider: E-mail: PAV Jean-Marie Ramakers
Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie
Deel 12 en 13 van De Wiskanjers Zorg: Curriculumdifferentiatie Deze mappen willen wegwijzers aanreiken om vanuit begrip en respect het beste te halen uit die leerlingen die de basis wiskundeleerstof uit
Maak je eigen folder! Leerkrachtenbundel
Maak je eigen folder! Leerkrachtenbundel Doelgroep: Wij denken dat dit een geschikte opdracht is voor de 2 de en 3 de graad aso, voor tso (vooral voor grafische richtingen, vormgeving) en voor kso. De
Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel
Workshop voorbereiden Authentieke instructiemodel Workshop voorbereiden Uitleg Start De workshop start met een echte, herkenbare en uitdagende situatie. (v.b. het is een probleem, een prestatie, het heeft
Vernieuwingen leerplannen BSO studiegebied Personenzorg
Vernieuwingen leerplannen BSO studiegebied Personenzorg Verzorging-voeding 2 de graad vanaf 2010 Verzorging 3 de graad vanaf 2012 Organisatiehulp 3 de graad vanaf 2012 Ingrid Molein 1 Uitgangspunten Vanuit
1BK2 1BK6 1BK7 1BK9 2BK1
Kern Subkern Leerdoel niveau BK begrippen vmbo waar in bettermarks 1.1.1. Je gebruikt positieve en negatieve getallen, breuken en decimale getallen in hun onderlinge samenhang en je ligt deze toe binnen
Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen
Eindtermen educatief project Korstmossen, snuffelpalen van ons milieu 2 de en 3 de graad SO Secundair onderwijs - Tweede graad ASO/KSO/TSO - Natuurwetenschappen - Vakgebonden eindtermen I. Gemeenschappelijke
Toetswijzer examen Cool 2.1
Toetswijzer examen Cool 2.1 Cool 2.1 1 Getallenkennis: Grote natuurlijke getallen 86 a Ik kan grote getallen vlot lezen en schrijven. 90 b Ik kan getallen afronden. 91 c Ik ken de getalwaarde van een getal.
VSO Leerlijn Mondelinge taal
VSO Leerlijn Mondelinge taal MONDELINGE TAAL Leerlijnen Kerndoelen Uitstroom Dagbesteding/Arbeid 1.1. Communicatieve voorwaarden 1. De leerling leert te communiceren met voor hem/haar geëigende middelen
EINDTERMEN en ONTWIKKELINGSDOELEN Zoektocht in het Maascentrum. A. Eindtermen voor het basisonderwijs vanaf 01/09/2010
EINDTERMEN en ONTWIKKELINGSDOELEN Zoektocht in het Maascentrum Derde graad LO A. Eindtermen voor het basisonderwijs vanaf 01/09/2010 Lichamelijke opvoeding Motorische competenties 1.1 De motorische basisbewegingen
3 LEERPLANDOELEN. In de basisschool geldt als streefdoel voor strategieën:
3 LEERPLANDOELEN In de basisschool geldt als streefdoel voor strategieën: Een leerling wil, durft en kan op zijn niveau nadenken over zijn manier van luisteren, lezen, spreken en schrijven en past zijn
EINDTERMENTABEL OVERZICHT. Flos en Bros werkboekjes. x x. x x x x x. x x x. Werkboekje blz e Leerjaar 6 e Leerjaar
5 e Leerjaar 6 e Leerjaar EINDTERMENTABEL OVERZICHT Flos en Bros werkboekjes Tandenmuzeum De mondgazt Dagboek v/e tandenborstel Gezonde start in de mond - Suiker Verzin een supersmoes Tanden de wereld
Deel 1: Getallenkennis
Deel 1: Getallenkennis 1 Natuurlijke getallen 10 1.1 De waarde van cijfers in natuurlijke getallen 10 Les 1: Natuurlijke getallen kleiner dan 10 000 10 Les 2: Natuurlijke getallen kleiner dan 100 000 13
Naam:... ZELFEVALUATIE WISKUNDE A-STROOM (het 60-puntenplan) WAT KAN IK AL? / WAT MOET IK NOG HERHALEN? / WAT MOET IK NOG INOEFENEN?
ZELFEVALUATIE WISKUNDE A-STROOM (het 60-puntenplan) WAT KAN IK AL? / WAT MOET IK NOG HERHALEN? / WAT MOET IK NOG INOEFENEN? Voor de GETALLENLEER worden concreet volgende doelstellingen nagestreefd: Begripsvorming
Eindtermen wiskunde. 1. Getallen. Nr. Eindterm B MB NB Opm. B = behaald MB = meer behaald NB = niet behaald Opm. = opmerking
Eindtermen wiskunde B = behaald MB = meer behaald NB = niet behaald Opm. = opmerking 1. Getallen 1.1 Tellen en terugtellen met eenheden, tweetallen, vijftallen en machten van tien 1.2 Functies van natuurlijke
ALGEMENE VORMING PROJECT ALGEMENE VAKKEN MODERNE VREEMDE TALEN PROJECT ALGEMENE VAKKEN LEERPLAN SECUNDAIR ONDERWIJS
ALGEMENE VORMING DEELTIJDS BEROEPSSECUNDAIR ONDERWIJS PROJECT ALGEMENE VAKKEN MODERNE VREEMDE TALEN NIVEAU TWEEDE GRAAD PROJECT ALGEMENE VAKKEN NIVEAU DERDE GRAAD NIVEAU DERDE LEERJAAR DERDE GRAAD LEERPLAN
Mogelijke aandachtspunten voor het invullen van het lesevaluatieformulier
Mogelijke aandachtspunten voor het invullen van het lesevaluatieformulier Gewenst gedrag uit zich bijvoorbeeld in 1 Interpersoonlijk competent De student toont in gedrag en taalgebruik respect Is vriendelijk
REKENTOETS VMBO BB/KB/TL-GL
rekentoets vmbo BB/KB/TL-GL vakinformatie staatsexamen 2020 REKENTOETS VMBO BB/KB/TL-GL VAKINFORMATIE STAATSEXAMEN 2020 Versie: 22 maart 2019 pagina 1 van 7 rekentoets vmbo BB/KB/TL-GL vakinformatie staatsexamen
WAAROM ETEN WE WAT WE ETEN? EINDTERMEN EN LEERPLANNEN
WAAROM ETEN WE WAT WE ETEN? EINDTERMEN EN LEERPLANNEN Vakgebonden eindtermen A Vrij gesubsidieerd onderwijs VVKSO Leerplan 3 e graad secundair onderwijs AV Nederlands ASO/TSO/KSO LICAP- Brussel D/2006/0279/008
MAVO - PAV WORD. MAVO/PAV ten VOETEN uit
MAVO/ PAV ten VOETEN uit Jan Bonne en Jan Cmeyn juni 200 MAVO - PAV WORD MAVO/PAV ten VOETEN uit Project Algemene Vakken en Maatschappelijke Vorming zijn vakken waarbinnen we projectmatig, vakoverschrijdend
Op stap naar 1 B Minimumdoelen wiskunde
Campus Zuid Boomsesteenweg 265 2020 Antwerpen Tel. (03) 216 29 38 Fax (03) 238 78 31 www.vclbdewisselantwerpen.be VCLB De Wissel - Antwerpen Vrij Centrum voor Leerlingenbegeleiding Op stap naar 1 B Minimumdoelen
Scoreblad bewis 01. naam cursist: naam afnemer: werkpunt. niet goed. tellen. getalbegrip. algemeen 01 04. bewerking en. optellen en.
Scoreblad bewis naam cursist: datum: naam afnemer: inhoud vraag opmerkingen OK werkpunt niet goed tellen eieren tellen in dozen van 10 getallen verder aanvullen in kralenketting getalbegrip getallen ertussen
Duur: 1 lesuur. Doelstellingen: De weergegeven doelstellingen baseren zich op de eindtermen van het leerplan secundair onderwijs (D:2003/0279/001).
Lesschema les 1 Doelgroep: Bij voorkeur 3 e graad Duur: 1 lesuur Lesonderwerp: Komen Eten?! inleiding bij het lesthema Doelstellingen: De weergegeven doelstellingen baseren zich op de eindtermen van het
Leerlijn van de competentie Binnen een welomschreven
Leerlijn van de competentie Binnen een welomschreven opdracht sociaal-wetenschappelijke en natuurwetenschappelijke onderwerpen onderzoeken (competentie 1) Tweede graad medeleerlingen en leeftijdgenoten)
Leerlijnenpakket STAP incl. WIG. Rekenen Rekenen. Datum: 08-05-2014. Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200
Leerlijnenpakket STAP incl. WIG Schooltype BAO (Regulier) Herkomst Landelijk Periode DL -20 t/m 200 Rekenen Rekenen 1.1 Getallen - Optellen en aftrekken tot 10 - Groep 3 BB/ KB GL + PRO 1.1.1 zegt de telrij
2.3 Literatuur. 1.4.2 Schriftelijke vaardigheden 1.4.2.1 Lezen LES GODVERDOMSE DAGEN OP EEN GODVERDOMSE BOL LEERPLAN ALGEMEEN:
LES GODVERDOMSE DAGEN OP EEN GODVERDOMSE BOL ALGEMEEN: p.8 2.3 Literatuur In onze leerplannen is literatuur telkens als een aparte component beschouwd, meer dan een vorm van leesvaardigheid. Na de aanloop
Referentieniveaus uitgelegd. 1S - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1S rekenen. 1F - rekenen Vaardigheden referentieniveau 1F rekenen
Referentieniveaus uitgelegd De beschrijvingen zijn gebaseerd op het Referentiekader taal en rekenen'. In 'Referentieniveaus uitgelegd' zijn de niveaus voor de verschillende sectoren goed zichtbaar. Door
Deel 1: Getallenkennis
Deel 1: Getallenkennis 1 Natuurlijke getallen 10 1.1 De waarde van cijfers in natuurlijke getallen 10 Les 1: Natuurlijke getallen kleiner dan 10 000 10 Les 2: Natuurlijke getallen kleiner dan 100 000 13
Laag Vaardigheden Leerdoelen Formulering van vragen /opdrachten
Blooms taxonomie Laag Vaardigheden Leerdoelen Formulering van vragen /opdrachten Evalueren Evalueren = de vaardigheid om de waarde van iets (literatuur, onderzoeksrapport, presentatie etc) te kunnen beoordelen
Onderwijsbehoeften: - Korte instructie - Afhankelijk van de resultaten Test jezelf toevoegen Toepassing en Verdieping
Verdiepend Basisarrange ment Naam leerlingen Groep BBL 1 Wiskunde Leertijd; 5 keer per week 45 minuten werken aan de basisdoelen. - 5 keer per week 45 minuten basisdoelen toepassen in verdiepende contexten.
1 ste graad 2 de graad 3 de graad. Communicatie. Creativiteit. Praatronde - klasraad (Vakoverschijdende eindtermen: Gemeenschappelijke stam)
(Vakoverschijdende eindtermen: Gemeenschappelijke stam) 1 ste graad 2 de graad 3 de graad Communicatie manier een idee, gedachte verbaal en non-verbaal uiten. manier een idee, gedachte verbaal en non-verbaal
Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo
Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo Preambule Voor alle domeinen van Engels geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden
RekenTrapperS Cool 1.1
RekenTrapperS Cool 1.1 Inhoud 1 Doe-activiteiten met kalender en klok... 5 1.1 Weetjes over de indeling van het jaar... 5 1.2 Kloklezen en rekenen met uren, minuten en seconden... 9 2 Getallenkennis tot
Taal en rekenenen bij kwalificatiedossier Helpende zorg en welzijn 2010-2011
Servicedocument Taal en rekenenen bij kwalificatiedossier Helpende zorg en welzijn 2010-2011 Calibris Kenniscentrum voor leren in de praktijk in Zorg, Welzijn en Sport Postbus 131 3980 CC Bunnik T 030
CONCEPT. Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo
Tussendoelen Engels onderbouw vo havo/vwo Preambule Voor alle domeinen van Engels geldt dat het gaat om toepassingen van kennis en vaardigheden op thema s die alledaags en vertrouwd zijn. Hieronder worden
Leerlijn leren leren. 4 Leerlijn leren leren. 1 Strategieën om kennis op te bouwen en problemen op te lossen
4 Leerlijn leren leren Leerlijn leren leren 1 2 3 4 5 6 1 Strategieën om kennis op te bouwen en problemen op te lossen 1 De lln kunnen losse gegevens leren ze: a betekenis te geven ze te situeren in een
Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO
Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Voorstel van de Taakgroep Vernieuwing Basisvorming voor nieuwe kerndoelen onderbouw VO Onderdeel van de eindrapportage
PTA Nederlands TL/GL Bohemen, Houtrust, Kijkduin, Media&Design cohort 13-14-15
Examenprogramma NE/K/1 Oriëntatie op leren en werken De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en op het belang van Nederlands in de maatschappij. NE/K/2 Basisvaardigheden De kandidaat kan
Curriculum Leerroute 4 Rekenen, meten, tijd en geld
Curriculum Leerroute 4 Rekenen, meten, tijd en geld Dit curriculum is van 4 t/m 16 jaar gebaseerd op de ZML SO en VSO leerlijn Rekenen met uitstroom dagbesteding, CED- groep 2012. Vanaf 17 jaar is de leerlijn
Novum, wiskunde LTP leerjaar 1. Wiskunde, LTP leerjaar 1. Vak: Wiskunde Leerjaar: 1 Onderwerp: In de Ruimte H1 Kerndoel(en):
Wiskunde, LTP leerjaar 1 Onderwerp: In de Ruimte H1 26 De leerling leert te werken met platte en ruimtelijke vormen en structuren, leert daarvan afbeeldingen te maken en deze te interpreteren, en leert
Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën
1 Bijlage 3. Eindtermen moderne vreemde talen: Frans of Engels van de tweede graad bso (eerste en tweede leerjaar) Taaltaken, verwerkingsniveaus, tekstsoorten, tekstkenmerken en strategieën LUISTEREN met
Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden
Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde VMBO 2011/2012 www.lyceo.nl Hoofdstuk 1: Basisvaardigheden Wiskunde 1. Basisvaardigheden 2. Grafieken en formules 3. Algebraïsche verbanden 4. Meetkunde Getallen
Ontwikkelingsdoelen en eindtermen Bee-Bot
Ontwikkelingsdoelen en eindtermen Bee-Bot OD nr Uitgeschreven OD Toelichting toepassing Bee-Bot Mens en maatschappij 3.9 kennen en begrijpen omgangsvormen, leefregels en afspraken die van belang zijn voor
Niveau 2F Lesinhouden Rekenen
Niveau 2F Lesinhouden Rekenen LES 1 Begintest LES 2 Getallen Handig optellen en aftrekken Handig vermenigvuldigen en delen Schattend rekenen Negatieve getallen optellen en aftrekken Decimale getallen vermenigvuldigen
STANDAARDISERING DOELGROEPENMODEL (V)SO
STANDAARDISERING DOELGROEPENMODEL (V)SO BIJLAGE 7: KIJKWIJZER TAAL LEERSTANDAARD (V)SO AAN PASSENDE PERSPECTIEVEN VERSIE 5.0 Korte toelichting Versie 5.0 Deze kijkwijzer bevat selecties van doelen uit
VOET EN WISKUNDE. 1 Inleiding: Wiskundevorming
Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs Guimardstraat, 00 Brussel VOET EN WISKUNDE Inleiding: vorming Een actuele denkwijze over wiskundevorming gaat uit van competenties. Het gaat om een
Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1 september 2007 LEERGEBIED TALEN. Modulaire opleiding Frans Opstap talen AO BE 011
LEERGEBIED TALEN Modulaire opleiding Frans Opstap talen AO BE 011 Versie 2.0 BVR Pagina 1 van 9 Inhoud Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 1 september 2007 1 Opleiding... 3 1.1 Relatie opleiding
Bijlage 11 - Toetsenmateriaal
Bijlage - Toetsenmateriaal Toets Module In de eerste module worden de getallen behandeld: - Natuurlijke getallen en talstelsels - Gemiddelde - mediaan - Getallenas en assenstelsel - Gehele getallen met
Indicatief bevindt de beroepsinhoud van de Aankomend onderofficier grondoptreden zich op het volgende niveau:
2.4.3 Aankomend onderofficier grondoptreden Nederlands Mondelinge taalvaardigheid: 2F Leesvaardigheid: 2F Schrijfvaardigheid: 2F Taalverzorging en taalbeschouwing: 2F Verantwoording beroepsniveau Nederlands
De Taxonomie van Bloom Toelichting
De Taxonomie van Bloom Toelichting Een van de meest gebruikte manier om verschillende kennisniveaus in te delen, is op basis van de taxonomie van Bloom. Deze is tussen 1948 en 1956 ontwikkeld door de onderwijspsycholoog
Project wiskunde: iteratie en fractalen. Naam:
Project wiskunde: iteratie en fractalen Naam: Klas: 6EW-6LW-6WW 1 Doelstellingen De leerlingen leren zelfstandig informatie verwerven en verwerken over een opgelegd onderwerp. De leerlingen kunnen de verwerkte
Workshop levensverhalen van Duitse soldaten infobrochure voor leraren
Workshop levensverhalen van Duitse soldaten infobrochure voor leraren Deze infobrochure bevat een inhoudelijke beschrijving van de workshop en zijn doelstellingen. Ten tweede vinden begeleidende leraren
Realiseren van VOET in Geschiedenis: leren leren I II III Leren leren
Realiseren van VOET in Geschiedenis: leren leren I II III Leren leren Welke afspraken worden gemaakt om geschiedenis te studeren? Wordt dit opgevolgd per graad en van graad tot graad? Leren leren blijft
Peiling wiskunde basisonderwijs
Peiling wiskunde basisonderwijs Voorstelling resultaten 1 juni 2017 dr. Daniël Van Nijlen Overzicht De peiling wiskunde basisonderwijs Beschrijving van de steekproef Resultaten van de peiling o o Behalen
2 Plaats van basisgeletterdheid in de algemene vorming van de eerste graad
Dienst Guimardstraat 1 1040 BRUSSEL +32 2 507 06 01 www.katholiekonderwijs.vlaanderen DOCUMENT Documentnummer Basisgeletterdheid in de eerste graad so 2019-03-18 Basisgeletterdheid in de eerste graad secundair
Concretisering ontwikkelingsdoelen sociaal-emotionele ontwikkeling type 3 (servicedocument)
Concretisering ontwikkelingsdoelen sociaal-emotionele ontwikkeling type 3 (servicedocument) Ontwikkelingsdoel Welke activiteiten kan je inzetten i.v.m. dit ontwikkelingsdoel? Gebruikte middelen bron I.
Workshop. Timmeren. - de oppervlakte van de plank berekenen, en de oppervlakte van het binnenwerk berekenen: basis x hoogte
Workshop Timmeren Leerlingen krijgen als voortaak (thuis oplossen) het plan, en dan samen bespreken en controleren in de workshop: - ontbrekende getallen invullen. Hiervoor zetten ze eerst best alles in
Kennis van de telrij De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2.
Rekenrijk doelen groep 1 en 2 De kinderen kunnen tellen en terugtellen tot 10 met sprongen van 1 en van 2. Aantallen kunnen tellen De kinderen kunnen kleine aantallen tellen. De kinderen kunnen eenvoudige
Rekenen en wiskunde ( bb kb gl/tl )
Tussendoelen Rekenen en wiskunde Rekenen en wiskunde ( bb kb gl/tl ) vmbo = Basis Inzicht en handelen Vaktaal wiskunde Vaktaal wiskunde gebruiken voor het ordenen van het eigen denken en voor uitleg aan
