Kinderopvang. Jaarverslag Kind en Gezin Hallepoortlaan Brussel

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Kinderopvang. Jaarverslag 2005. Kind en Gezin Hallepoortlaan 27 1060 Brussel 02 533 12 11 http://www.kindengezin.be"

Transcriptie

1 Kinderopvang Jaarverslag 2005 Kind en Gezin Hallepoortlaan Brussel

2 2 INHOUD Voorwoord Deel 1: Cijfers en feiten Hoofdstuk 1. Schets van het opvanglandschap 1. Informele kinderopvang 2. Formele kinderopvang Hoofdstuk 2. Kinderopvang in cijfers 1. Aantal opvangvoorzieningen 2. Aantal opvangplaatsen 3. Evolutie in het aantal aangesloten onthaalouders 4. Aanwezige kinderen 5. Aantal verblijfsdagen Hoofdstuk 3. Financiële analyse 1. Kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen 2. Initiatieven voor buitenschoolse opvang 3. Zelfstandige sector 4. Buurt- en nabijheidsdiensten Deel 2: Beleid Hoofdstuk 1. Het Lokaal Overleg Kinderopvang 1. Situering 2. Naar een lokaal beleid kinderopvang 3. Kind en Gezin verruimt zijn dienstverlening naar lokale besturen en naar Lokaal-Overleggroepen 4. Stand van zaken Hoofdstuk 2. Kwaliteitszorg 1. Inspectie in Studiedagen kwaliteitszorg over meten, analyseren en verbeteren van de werking 3. ZiKo - Zelfevaluatie-instrument voor welbevinden en betrokkenheid van kinderen in de opvang 4. Medische preventie in de kinderopvang 5. Competentiebevordering 6. Brandveiligheid 7. Het Grote Kinderopvangboek 8. De Klachtendienst van Kind en Gezin

3 3 Hoofdstuk 3. Andere accenten in de werking Bijlage: Regelgeving 1. Specifieke regelgeving 2. Andere regelgeving met impact op kinderopvang

4 4 VOORWOORD Het Jaarverslag Kinderopvang geeft een overzicht van het belangrijkste cijfermateriaal en de belangrijkste evoluties van het voorbije jaar. Het is opgebouwd uit 2 delen. In een eerste deel worden de cijfers en de feiten weergegeven. Na een algemene voorstelling van de structuur van het huidige Vlaamse kinderopvanglandschap, worden cijfers gepresenteerd over het aanbod, het gebruik en de financiering van kinderopvang. In een tweede deel worden de eerder beleidsmatige aspecten besproken, gaande van het Lokaal Overleg Kinderopvang, de kwaliteitszorg tot enkele andere accenten in de werking van de afdeling Kinderopvang van Kind en Gezin. Tot slot wordt als bijlage bij het jaarverslag een opsomming gegeven van de regelgeving die op dit moment op kinderopvang van toepassing is en van de regelgeving uit andere sectoren die een impact heeft op de kinderopvangsector. Sinds 1 april 2006 is Kind en Gezin een Intern Verzelfstandigd Agentschap. Dit brengt een aantal veranderingen met zich mee. Een ervan is dat de dienst Inspectie niet langer deel uitmaakt van Kind en Gezin, maar ondergebracht is in een apart Agentschap Inspectie. In de schets van het opvanglandschap zoals voorgesteld in het eerste deel wordt al rekening gehouden met deze verandering. In het tweede deel wordt wel nog een hoofdstuk gewijd aan de inspectieactiviteiten, aangezien die in 2005 wel nog deel uitmaakten van Kind en Gezin.

5 5 DEEL 1: CIJFERS EN FEITEN Hoofdstuk 1. Schets van het opvanglandschap Ouders die hun kinderen buitenshuis laten opvangen, kunnen een beroep doen op een waaier van opvangmogelijkheden 1. Hierbij bestaat een onderscheid tussen informele en formele kinderopvang. 1. Informele kinderopvang Informele opvang is de opvang door grootouders, familie, vrienden of kennissen, en de opvang die plaatsvindt in het thuismilieu van het kind (huispersoneel, au pair, babysit, ). Hier treedt de Vlaamse overheid niet regulerend op. 2. Formele kinderopvang In de formele opvang worden er zes types van opvangvoorzieningen onderscheiden. Kinderdagverblijven Het gaat om opvang in groepsverband, erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin. Er zijn twee soorten kinderdagverblijven. Enerzijds de crèches, die voorzien in voorschoolse opvang van kinderen voor ze naar de basisschool gaan en in de overgangsperiode tussen kinderopvang en basisschool. Ze hebben een minimumcapaciteit van 23 plaatsen. Anderzijds bestaat er een beperkt aantal peutertuinen voor kinderen vanaf 18 maanden voor ze naar de basisschool gaan en in de overgangsperiode. Peutertuinen hebben een minimumcapaciteit van 20 plaatsen. Sommige kinderdagverblijven hebben een bijkomend aanbod van buitenschoolse kinderopvang, ofwel in dezelfde lokalen (kinderen uit de kleuterschool), ofwel in aparte lokalen (kinderen uit de basisschool). Kinderdagverblijven moeten minstens 220 dagen per jaar open zijn en moeten dagelijks minstens 11 uur opvang aanbieden tussen 6.30 uur en uur. Diensten voor opvanggezinnen Het gaat om opvang in gezinsverband, georganiseerd vanuit een dienst die erkend en gesubsidieerd wordt door Kind en Gezin. Een dienst groepeert minimaal 14 onthaalouders. Elke onthaalouder kan maximaal 8 kindjes gelijktijdig opvangen en gemiddeld 4 voltijds. Deze onthaalouders kunnen ook buitenschoolse opvang verzorgen voor kinderen uit de basisschool. Onthaalouders moeten voldoen aan een aantal minimale voorwaarden om zich te mogen aansluiten bij een dienst. De onthaalouders beschikken over een specifieke sociale bescherming en ontvangen een belastingvrije kostenvergoeding per dag per kind. De sociale bescherming houdt in dat ze verzekerd zijn tegen arbeidsongeschiktheid, ziekte, beroepsziekten en arbeidsongevallen. Ze hebben recht op kinderbijslag en 1 Iedereen die op bestendige wijze en al dan niet tegen betaling kinderen onder de 12 jaar opvangt, moet deze opvangactiviteit melden aan Kind en Gezin. Ouders en verwanten tot en met de vierde graad en opvang die georganiseerd wordt in het thuismilieu van het kind zijn vrijgesteld van deze plicht tot melding.

6 6 kunnen een eigen pensioen opbouwen. Bovendien is er voorzien in een vergoeding wanneer kinderen afwezig zijn buiten de wil van de onthaalouder. De bovenstaande voorzieningen zijn erkend door Kind en Gezin. Dit betekent dat ze moeten voldoen aan een aantal kwaliteitsvoorwaarden op het vlak van opvoeding, begeleiding, ouderparticipatie, personeel, veiligheid, Daarnaast moeten deze voorzieningen ook beschikken over een systeem om aan kwaliteitszorg te doen. Het gaat hier over de wijze waarop een voorziening zich organiseert om een bepaald kwaliteitsniveau te garanderen. Dit betekent concreet dat de voorziening haar missie, visie en waarden formuleert en gaat nadenken over de wijze waarop ze dit gaat realiseren en over de middelen die ingezet zullen worden. Een dienst moet zijn werking ook evalueren en nadenken over mogelijkheden om verbeteringen aan te brengen. Een tevredenheidsonderzoek bij de ouders maakt hier deel van uit. De erkenning houdt ook in dat de voorziening op regelmatige basis geïnspecteerd wordt. Sinds de reorganisatie van de Vlaamse overheid gebeuren deze inspecties niet meer door Kind en Gezin, maar door het agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. In de bovenvermelde voorzieningen betalen de ouders een bijdrage die gerelateerd is aan hun inkomen. De kinderopvangkosten zijn tot op zekere hoogte voor de ouders fiscaal aftrekbaar voor kinderen tot de leeftijd van 12 jaar. Mini-crèches en zelfstandige kinderdagverblijven Het gaat om opvang in groepsverband, waarbij het onderscheid tussen beide wordt gemaakt op basis van de capaciteit: mini-crèches hebben een capaciteit van 8 tot 22 plaatsen; zelfstandige kinderdagverblijven hebben een capaciteit van minstens 23 plaatsen. Ze bieden zowel opvang aan niet-schoolgaande kinderen als aan schoolgaande kinderen uit het basisonderwijs. De belangrijkste bron van inkomsten zijn de ouderbijdragen. Sinds 2001 kunnen mini-crèches een financiële ondersteuning krijgen van Kind en Gezin als ze voldoen aan een aantal voorwaarden. Ook zelfstandige kinderdagverblijven die uitsluitend buitenschoolse opvang aanbieden, kunnen een dergelijke financiële ondersteuning krijgen. Zelfstandige onthaalouders Het gaat om opvang in gezinsverband. Een zelfstandige onthaalouder mag tot 7 kinderen gelijktijdig opvangen. Een zelfstandige onthaalouder kan zowel niet-schoolgaande als schoolgaande kinderen opvangen. Wettelijk gezien moeten deze zelfstandige voorzieningen hun opvangactiviteit enkel melden aan Kind en Gezin, maar de meeste kiezen ervoor om een attest van toezicht van Kind en Gezin te verkrijgen. Dit betekent dat ze moeten voldoen aan een aantal voorwaarden inzake omgang met kinderen en ouders, veiligheid en gezondheid, inrichting van de ruimten.

7 7 Het attest van toezicht houdt ook in dat de voorziening op regelmatige basis geïnspecteerd wordt. Sinds de reorganisatie van de Vlaamse overheid gebeuren deze inspecties niet meer door Kind en Gezin, maar door het agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Ook in de enkel gemelde voorzieningen hebben de inspectieambtenaren tijdens de opvangmomenten in principe toegang tot alle plaatsen of ruimten die voor de opvang bestemd zijn of ermee verband houden. In de praktijk gebeurt dit tot nu toe alleen wanneer er een klacht is over de betreffende voorziening. Het is de opvangvoorziening zelf die bepaalt hoeveel de ouders moeten betalen. Als de voorziening een attest van toezicht heeft, zijn de opvangkosten tot op zekere hoogte fiscaal aftrekbaar voor kinderen tot de leeftijd van 12 jaar. Initiatieven voor buitenschoolse opvang Het gaat om opvang in groepsverband, specifiek en exclusief gericht op de buitenschoolse opvang van kinderen uit de basisschool. Ze kunnen opvang aanbieden voor en na schooltijd, op woensdagnamiddag, op schoolvrije dagen en gedurende de schoolvakanties. Ze hebben een minimumcapaciteit van 21 plaatsen en kunnen hun werking op verschillende vestigingsplaatsen organiseren. Deze vestigingsplaatsen hebben een minimumcapaciteit van 8 plaatsen. Een initiatief is s ochtends uiterlijk om 7 uur open en s avonds tot minstens 18 uur. Initiatieven voor buitenschoolse opvang zijn erkend door Kind en Gezin. Dit betekent dat ze aan een aantal kwaliteitsvoorwaarden moeten voldoen op het vlak van opvoeding, begeleiding, infrastructuur, ouderparticipatie, personeel, veiligheid, enz. Daarnaast moeten deze voorzieningen ook beschikken over een systeem om aan kwaliteitszorg te doen. Het gaat hier over de wijze waarop een voorziening zich organiseert om een bepaald kwaliteitsniveau te garanderen. Dit betekent concreet dat een initiatief zijn missie, visie en waarden formuleert en gaat nadenken over de wijze waarop het dit gaat realiseren en over de middelen die ingezet zullen worden. Een initiatief moet zijn werking ook evalueren en nadenken over mogelijkheden om verbeteringen aan te brengen. Een tevredenheidsonderzoek bij de ouders maakt hier deel van uit. Om erkend te kunnen worden door Kind en Gezin is er een positief advies nodig van het Lokaal Overleg. De erkenning houdt ook in dat de voorziening op regelmatige basis geïnspecteerd wordt. Sinds de reorganisatie van de Vlaamse overheid gebeuren deze inspecties niet meer door Kind en Gezin, maar door het agentschap Inspectie Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. Initiatieven voor buitenschoolse opvang worden door verschillende instanties gesubsidieerd. De personeelskosten voor de begeleiders worden voor een deel gesubsidieerd door het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie. Voor de personeelskosten van de coördinator, de opleg van de personeelskosten van de begeleiders en voor de werkingskosten wordt er in een subsidie voorzien door het Fonds voor Collectieve Uitrustingen en Diensten (FCUD) of door Kind en Gezin. Voor sommige initiatieven is er een verdeelde subsidiëring door zowel Kind en Gezin als door het FCUD 1. 1 Sinds midden 2000 subsidieert het FCUD geen nieuwe erkenningen meer. Vanaf 2001 kunnen initiatieven voor buitenschoolse opvang die niet meer door het FCUD kunnen worden gefinancierd, in aanmerking komen voor

8 8 Daarnaast zijn er ook nog de inkomsten uit de ouderbijdragen. De ouderbijdrage is niet gerelateerd aan het inkomen, maar de minimum- en de maximumbijdrage zijn wel in de regelgeving vastgelegd. De kinderopvangkosten zijn tot op zekere hoogte voor de ouders fiscaal aftrekbaar voor kinderen tot de leeftijd van 12 jaar. Buurt- en nabijheidsdiensten Vanaf 2004 subsidieert Kind en Gezin bij wijze van experiment ook kleinschalige, buurtgerichte vormen van kinderopvang. Deze zogenoemde buurt- en nabijheidsdiensten (BND s) garanderen laagdrempelige kinderopvang. Ze vangen vooral kinderen op die vaak, om allerlei redenen, niet in de reguliere opvang worden opgevangen. Kenmerkend is ook de tewerkstelling van doelgroepmedewerkers. Dat zijn personen die moeilijk hun plaats vinden in de reguliere arbeidsmarkt. De buurt- en nabijheidsdiensten voorzien ook in een opleidingstraject voor deze ongeschoolde begeleiders. Buurt- en nabijheidsdiensten kinderopvang worden gefinancierd volgens het zogenoemde klaverbladmodel. Voor de doelgroepmedewerkers kunnen zij een beroep doen op Vlaamse en federale middelen van Werk en Sociale Economie. Kind en Gezin voorziet in een aanvullende subsidie voor de concrete kinderopvangwerking. Deze subsidie is evenwel beperkt tot een zeker plafond per opvangplaats. Voor de berekening ervan gaat Kind en Gezin uit van forfaits voor het geschoold personeel, de coördinator en de werkingskosten. Tot slot kunnen de buurt- en nabijheidsdiensten ook beschikken over de - weliswaar beperkte - inkomsten uit de ouderbijdragen. Meersporenbeleid buitenschoolse opvang Op het gebied van buitenschoolse opvang zijn er verschillende initiatiefnemers. Zoals al vermeld, kunnen naast de initiatieven voor buitenschoolse opvang ook andere erkende voorzieningen (kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen) en zelfstandige voorzieningen buitenschoolse opvang organiseren. Daarnaast verzorgen ook scholen buitenschoolse kinderopvang. Ook zij moeten deze activiteit melden aan Kind en Gezin. subsidiëring door Kind en Gezin. Voorzieningen die na 2000 een uitbreiding kregen, worden dus deels door het FCUD en deels door Kind en Gezin gesubsidieerd.

9 9 Hoofdstuk 2. Kinderopvang in cijfers 1. Aantal opvangvoorzieningen Eind 2005 functioneerden er 334 kinderdagverblijven en 194 diensten voor opvanggezinnen. Daarvan waren er 33 kinderdagverblijven die buitenschoolse opvang in aparte lokalen organiseerden. Eind 2005 waren er 233 initiatieven voor buitenschoolse opvang. Het aantal door Kind en Gezin erkende en gesubsidieerde voorzieningen is in 2005 zogoed als status-quo gebleven. Eind 2005 waren er 797 mini-crèches, 148 zelfstandige kinderdagverblijven en 1201 zelfstandige onthaalouders onder toezicht van Kind en Gezin. Dit betekent dat de trend van de voorbije jaren zich voortzet: het aantal mini-crèches en het aantal zelfstandige kinderdagverblijven blijft verder stijgen, terwijl het aantal zelfstandige onthaalouders verder daalt. De stijging van het aantal mini-crèches en zelfstandige kinderdagverblijven is mede te verklaren door de impuls die is uitgegaan van de verruiming van de fiscale aftrekbaarheid van kinderopvangkosten van 3 tot 12 jaar. Voor heel wat schoolse opvang die vroeger enkel gemeld werd, werd een attest van toezicht aangevraagd. Opvangvoorzieningen Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Kinderdagverblijven Diensten voor opvanggezinnen Buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven Initiatieven voor buitenschoolse opvang Met attest van toezicht van Kind en Gezin Mini-crèches (1) Zelfstandige kinderdagverblijven (1) Zelfstandige onthaalouders Aantal erkende (en gesubsidieerde) opvangvoorzieningen en aantal opvangvoorzieningen met attest van toezicht (1) Naar aanleiding van de verruiming van de fiscale aftrekbaarheid van de kinderopvangkosten tot de leeftijd van 12 jaar, hebben een aantal schoolse voorzieningen, louter om te beantwoorden aan de voorwaarden voor fiscale aftrek, een attest van toezicht aangevraagd. Een aantal van deze voorzieningen hebben in 2006 al afgezien van dit attest van toezicht. Met deze voorzieningen werd hier geen rekening gehouden. Volledig nieuwe opvangvoorzieningen Hieronder verstaan we die kinderdagverblijven, diensten voor opvanggezinnen en initiatieven voor buitenschoolse opvang waarvan de erkenning aanvangt in Voor de initiatieven voor buitenschoolse opvang gaat het om nieuwe voorzieningen en niet om nieuwe vestigingsplaatsen. Wijzigingen in voorzieningstype, bijvoorbeeld een peutertuin die crèche wordt, worden niet als nieuwe voorziening geregistreerd. In de zelfstandige opvang onder toezicht wordt een nieuwe voorziening gedefinieerd als een voorziening die in 2005 voor het eerst een attest van toezicht aanvroeg. Wijzigingen in het type van

10 10 voorziening, overnames door een nieuwe verantwoordelijke en verhuizingen worden niet als nieuwe voorziening gedefinieerd. In de erkende sector zijn slechts 2 nieuwe voorzieningen, beide initiatieven voor buitenschoolse opvang. In de zelfstandige sector ligt het aantal nieuwe voorzieningen duidelijk veel hoger dan in de erkende sector. In vergelijking met 2004 is het aantal nieuwe voorzieningen globaal toegenomen. Dit geldt voor elk type van voorziening. Volledig nieuwe opvangvoorzieningen Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Kinderdagverblijven (1) 4 0 Diensten voor opvanggezinnen (1) 0 0 Buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven (2) 0 0 Initiatieven voor buitenschoolse opvang (1) 23 2 Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin 27 2 Met attest van toezicht van Kind en Gezin (3) Mini-crèches Zelfstandige kinderdagverblijven Zelfstandige onthaalouders Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin Algemeen totaal Aantal volledig nieuwe erkende (en gesubsidieerde) opvangvoorzieningen en aantal volledig nieuwe opvangvoorzieningen met attest van toezicht (1) Rekening houdend met de ingangsdatum van de erkenning (2) Rekening houdend met de effectieve startdatum (3) Rekening houdend met de datum van aanvraag van het attest van toezicht Stoppende opvangvoorzieningen Het gaat hier om de echte stopzettingen. Dit betekent dat een wijziging van voorzieningstype, bijvoorbeeld een zelfstandige onthaalouder die zich aansluit bij een dienst of een fusie van 2 voorzieningen, niet als stopzetting wordt geregistreerd. Specifiek voor de zelfstandige sector worden verhuizingen en overnames door een nieuwe verantwoordelijke niet als stopzetting geregistreerd. In de erkende sector zijn er vrijwel geen stopzettingen. Voor 2005 gaat het om 1 dienst voor opvanggezinnen die zijn werking stopzette. In de zelfstandige sector is het aantal stopzettingen toegenomen in vergelijking met vorig jaar. De stijging van het aantal stopzettingen doet zich voornamelijk voor bij de mini-crèches en de zelfstandige kinderdagverblijven. Bij de zelfstandige onthaalouders is het aantal stopzettingen licht gedaald.

11 11 Stoppende opvangvoorzieningen Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Kinderdagverblijven 0 0 Diensten voor opvanggezinnen 0 1 Buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven 0 0 Initiatieven voor buitenschoolse opvang 0 0 Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin 0 1 Met attest van toezicht van Kind en Gezin Mini-crèches Zelfstandige kinderdagverblijven 0 7 Zelfstandige onthaalouders Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin Algemeen totaal Aantal stoppende erkende (en gesubsidieerde) opvangvoorzieningen en aantal stoppende opvangvoorzieningen met attest van toezicht Aantal intrekkingen van de erkenning of het attest van toezicht In de erkende sector werden 2 erkenningen ingetrokken bij de diensten voor opvanggezinnen. Het aantal zelfstandige opvangvoorzieningen waarvan het attest van toezicht werd ingetrokken, kent in 2005 een grote stijging tegenover Dit geldt voor elk type van voorziening. De redenen om een attest van toezicht in te trekken hebben in het merendeel van de gevallen te maken met de veiligheid van de accommodatie, de begeleiding van het kind, de bezetting en de personeelsomkadering, de functionaliteit van de accommodatie en de hygiëne en gezondheid. Intrekkingen Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Kinderdagverblijven 0 0 Diensten voor opvanggezinnen 0 2 Buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven 0 0 Initiatieven voor buitenschoolse opvang 0 0 Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin 0 2 Met attest van toezicht van Kind en Gezin Mini-crèches en zelfstandige kinderdagverblijven 5 19 Zelfstandige onthaalouders 3 13 Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin 8 32 Algemeen totaal Aantal erkende opvangvoorzieningen waarvan de erkenning werd ingetrokken en aantal opvangvoorzieningen met attest van toezicht waarvan het attest van toezicht werd ingetrokken

12 12 Aantal beroepsdossiers Erkende opvangvoorzieningen kunnen tegen een aantal beslissingen beroep aantekenen bij de minister, die hierover een advies vraagt aan de adviserende beroepscommissie van de Vlaamse Gezins- en Welzijnsraad. Het gaat hierbij om een gehele of gedeeltelijke weigering van een principieel akkoord, een erkenning of subsidiëring, een intrekking van een erkenning of een weigering van de verlenging van de erkenning. Het aantal beroepsdossiers in de erkende sector ligt hoger dan in Geen enkel beroep werd ingewilligd. Zelfstandige opvangvoorzieningen kunnen bij Kind en Gezin beroep aantekenen tegen het niet-toekennen van een attest van toezicht of een verlenging ervan, het niet-toekennen van een capaciteitsuitbreiding en het intrekken van een attest van toezicht. Het aantal in 2005 ingediende beroepsdossiers ligt beduidend hoger dan in Slechts een minderheid van de beroepsdossiers werd ingewilligd. Beroepsdossiers Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Kinderdagverblijven 2 (1) 4 (0) Diensten voor opvanggezinnen 0 3 (0) Buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven 0 0 Initiatieven voor buitenschoolse opvang 0 0 Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin 2 (1) 7 (0) Met attest van toezicht van Kind en Gezin Mini-crèches en zelfstandige kinderdagverblijven 3 (0) 8 (1) Zelfstandige onthaalouders 1 (0) 7 (1) Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin 4 (0) 15 (2) Algemeen totaal 6 (1) 22 (2) 5. Aantal ingediende beroepsdossiers (en aantal ingewilligde dossiers)

13 13 2. Aantal opvangplaatsen Eind 2005 bedraagt het totale aantal plaatsen dat erkend is door of onder toezicht staat van Kind en Gezin, plaatsen. Dit is een toename met 3,2% tegenover De stijging van het aantal plaatsen in erkende kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen is zeer beperkt en bedraagt slechts 0,4%. Wat het aantal erkende plaatsen voor de buitenschoolse opvang betreft, blijft het aantal plaatsen in aparte lokalen van een kinderdagverblijf ongewijzigd, terwijl het aantal plaatsen bij de initiatieven voor buitenschoolse opvang lichtjes stijgt met 3,3%. In totaal neemt het aantal plaatsen in de erkende opvang toe met 920 (+1,3%). Het aantal plaatsen bij de zelfstandige onthaalouders blijft verder dalen (-1,9%). Eind 2005 waren er plaatsen bij zelfstandige onthaalouders onder toezicht. Bij de mini-crèches en de zelfstandige kinderdagverblijven blijft het aantal plaatsen verder toenemen (respectievelijk met 8% en met 25,2%). Eind 2005 waren er plaatsen bij mini-crèches onder toezicht en 6243 plaatsen bij zelfstandige kinderdagverblijven onder toezicht. Deze stijging is mede te verklaren door de impuls die is uitgegaan van de verruiming van de fiscale aftrekbaarheid van kinderopvangkosten van 3 tot 12 jaar. Voor heel wat schoolse opvang die vroeger enkel werd gemeld, werd een attest van toezicht aangevraagd. In totaal neemt het aantal plaatsen in de zelfstandige opvang - opvang met attest van toezicht - nog altijd toe. Het aantal plaatsen steeg met 2052 (+8,7%). Voor het aantal opvangplaatsen per provincie verwijzen we naar tabel 8.

14 14 Opvangplaatsen Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Kinderdagverblijven Diensten voor opvanggezinnen (1) Buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven Initiatieven voor buitenschoolse opvang Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Met attest van toezicht van Kind en Gezin Mini-crèches (2) Zelfstandige kinderdagverblijven (2) Zelfstandige onthaalouders (1) Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin Algemeen totaal Aantal plaatsen in erkende (en gesubsidieerde) opvangvoorzieningen en in opvangvoorzieningen met attest van toezicht (1) Eigen kinderen onder de 6 jaar inbegrepen (2) Naar aanleiding van de verruiming van de fiscale aftrekbaarheid van de kinderopvangkosten tot de leeftijd van 12 jaar, hebben een aantal schoolse voorzieningen, louter om te beantwoorden aan de voorwaarden voor fiscale aftrek, een attest van toezicht aangevraagd. Een aantal van deze voorzieningen hebben in 2006 al afgezien van dit attest van toezicht. Met deze plaatsen werd hier geen rekening gehouden. Aantal opvangplaatsen Kinderdagverblijven Diensten voor opvanggezinnen Buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven Initiatieven voor buitenschoolse opvang Mini-crèches Zelfstandige kinderdagverblijven Zelfstandige onthaalouders 7. Aantal plaatsen in erkende (en gesubsidieerde) opvangvoorzieningen en in opvangvoorzieningen met attest van toezicht

15 15 Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Kinderdagverblijven Antwerpen Opvangplaatsen per provincie Vlaams-Brabant Brussels Gewest West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Limburg Diensten voor opvanggezinnen (1) Buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven Initiatieven voor buitenschoolse opvang Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Met attest van toezicht van Kind en Gezin Mini-crèches (2) Zelfstandige kinderdagverblijven (2) Zelfstandige onthaalouders (1) Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin Algemeen totaal Aantal plaatsen in erkende (en gesubsidieerde) opvangvoorzieningen en in opvangvoorzieningen met attest van toezicht per provincie (1) Eigen kinderen onder de 6 jaar inbegrepen (2) Enkel voor 2005: naar aanleiding van de verruiming van de fiscale aftrekbaarheid van de kinderopvangkosten tot de leeftijd van 12 jaar, hebben een aantal schoolse voorzieningen, louter om te beantwoorden aan de voorwaarden voor fiscale aftrek, een attest van toezicht aangevraagd. Een aantal van deze voorzieningen hebben in 2006 al afgezien van dit attest van toezicht. Met deze plaatsen werd hier geen rekening gehouden.

16 16 Aantal opvangplaatsen in nieuwe voorzieningen Het gaat hier over plaatsen in volledig nieuwe voorzieningen, zijnde kinderdagverblijven, diensten voor opvanggezinnen en initiatieven voor buitenschoolse opvang, waarvan de erkenning aanvangt in Voor de initiatieven voor buitenschoolse opvang gaat het om plaatsen in nieuwe voorzieningen en niet om nieuwe vestigingsplaatsen. Wijzigingen in voorzieningstype, bijvoorbeeld een peutertuin die een crèche wordt, worden niet als nieuwe voorziening geregistreerd. In de zelfstandige opvang onder toezicht gaat het om plaatsen in een voorziening die in 2005 voor het eerst een attest van toezicht aanvroeg. Wijzigingen in het type van voorziening, overnames door een nieuwe verantwoordelijke en verhuizingen worden niet als nieuwe voorziening gedefinieerd. In de erkende sector komen er slechts 92 plaatsen bij door nieuwe initiatieven voor buitenschoolse opvang. Dit aantal ligt heel wat lager dan in In de zelfstandige sector zorgden nieuwe minicrèches in 2004 voor het grootste aantal nieuwe plaatsen. Ook nieuwe zelfstandige kinderdagverblijven zorgen voor meer plaatsen dan vorig jaar. Het aantal nieuwe plaatsen lag voor elk zelfstandig voorzieningstype hoger dan in Opvangplaatsen in nieuwe voorzieningen Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Kinderdagverblijven (1) Diensten voor opvanggezinnen (1) 0 0 Buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven (2) 0 0 Initiatieven voor buitenschoolse opvang (1) Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Met attest van toezicht van Kind en Gezin (3) Mini-crèches Zelfstandige kinderdagverblijven Zelfstandige onthaalouders Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin Algemeen totaal Aantal plaatsen bij volledig nieuwe erkende (en gesubsidieerde) opvangvoorzieningen en aantal plaatsen bij volledig nieuwe opvangvoorzieningen met attest van toezicht (1) Rekening houdend met de ingangsdatum van de erkenning (2) Rekening houdend met de effectieve startdatum (3) Rekening houdend met de datum van aanvraag van het attest van toezicht

17 17 Weggevallen plaatsen in stoppende voorzieningen Het gaat hier om plaatsen die wegvallen als gevolg van echte stopzettingen. Dit betekent dat een wijziging van voorzieningstype, bijvoorbeeld een zelfstandige onthaalouder die zich aansluit bij een dienst of een fusie van 2 voorzieningen, niet als stopzetting wordt geregistreerd. Specifiek voor de zelfstandige sector worden verhuizingen en overnames door een nieuwe verantwoordelijke niet als stopzetting geregistreerd. In de erkende sector zijn een aantal plaatsen weggevallen wegens een stopzetting van een dienst voor opvanggezinnen. In de zelfstandige sector zijn er meer plaatsen weggevallen. Opvallend is de toename van het aantal weggevallen plaatsen bij de mini-crèches en de zelfstandige kinderdagverblijven. Bij de zelfstandige onthaalouders is het aantal weggevallen plaatsen kleiner dan vorig jaar. Weggevallen plaatsen in stoppende voorzieningen Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Kinderdagverblijven 0 0 Diensten voor opvanggezinnen 0 56 Buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven 0 0 Initiatieven voor buitenschoolse opvang 0 0 Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin 0 56 Met attest van toezicht van Kind en Gezin Mini-crèches Zelfstandige kinderdagverblijven Zelfstandige onthaalouders Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin Algemeen totaal Aantal weggevallen plaatsen bij stoppende erkende (en gesubsidieerde) opvangvoorzieningen en aantal weggevallen plaatsen bij stoppende opvangvoorzieningen met attest van toezicht Aantal opvangplaatsen per 1000 kinderen Algemeen genomen zijn er per 1000 kinderen onder de 3 jaar 344,0 plaatsen beschikbaar in het Vlaams Gewest. Hiermee voldoet Vlaanderen aan de Europese richtlijn dat er tegen 2010 voor 33% van de kinderen onder de 3 jaar een plaats beschikbaar moet zijn in de opvang buiten de familie. Ruim 2/3 van deze plaatsen is gesitueerd in de erkende sector, 1/3 wordt gerealiseerd in de zelfstandige sector. Het aantal plaatsen per 1000 kinderen in de erkende sector is wel gedaald tegenover 2004, terwijl het aantal plaatsen per 1000 kinderen in de zelfstandige sector verder gestegen is. De toename van het aantal kinderen is dus groter dan de toename van het aantal plaatsen in de erkende sector.

18 18 Opvangplaatsen per duizend kinderen (1) Erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin Kinderdagverblijven 70,4 70,0 Diensten voor opvanggezinnen (2) 167,8 165,7 Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin 238,1 235,7 Met attest van toezicht van Kind en Gezin Mini-crèches 54,7 57,6 Zelfstandige kinderdagverblijven 12,0 14,9 Zelfstandige onthaalouders (2) 37,0 35,7 Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin 103,7 108,3 Algemeen totaal 341,9 344,0 11. Aantal plaatsen per 1000 kinderen onder de 3 jaar in het Vlaams Gewest (1) Deze cijfers zijn enigszins overschat, omdat ook kinderen boven de 3 jaar worden opgevangen in de vermelde voorzieningen. Het is evenwel niet mogelijk om het aantal plaatsen dat gebruikt wordt voor buitenschoolse opvang te ramen. Het aantal plaatsen in voorzieningen die enkel buitenschoolse opvang aanbieden, werd wel in mindering gebracht. (2) Eigen kinderen onder de 6 jaar inbegrepen Aantal plaatsen per 1000 kinderen Zelfstandige onthaalouders Zelfstandige kinderdagverblijven Mini-crèches Diensten voor opvanggezinnen Kinderdagverblijven Aantal plaatsen per 1000 kinderen onder de 3 jaar in het Vlaams Gewest

19 19 Sinds 2000 is het aantal plaatsen per 1000 kinderen continu gestegen. De voorbije jaren had dit niet alleen te maken met het toegenomen aantal plaatsen, maar ook met de daling van het aantal 0- tot 3- jarigen. In 2005 lag het aantal 0- tot 3-jarigen opnieuw hoger. Evolutie aantal plaatsen per 1000 kinderen , ,7 325, , , Evolutie van het aantal opvangplaatsen per 1000 kinderen onder de 3 jaar in het Vlaams Gewest Het totale aantal opvangplaatsen per 1000 kinderen verschilt van provincie tot provincie. West- Vlaanderen telt relatief gezien het grootste aantal, Limburg het kleinste. Het aantal gesubsidieerde opvangplaatsen per 1000 kinderen verschilt eveneens naargelang van de provincie, hoewel de verschillen geringer zijn. Limburg en Oost-Vlaanderen tellen verhoudingsgewijs het grootste aantal gesubsidieerde plaatsen per 1000 kinderen. West-Vlaanderen telt het kleinste aantal gesubsidieerde plaatsen per 1000 kinderen. Wat het aantal plaatsen per 1000 kinderen in de zelfstandige sector betreft, telt West-Vlaanderen veruit het grootste aantal. Het gaat hier vooral om plaatsen bij zelfstandige onthaalouders. Limburg telt relatief gezien het kleinste aantal plaatsen in de zelfstandige sector. De verschillen tussen de provincies zijn groter in de zelfstandige sector dan in de gesubsidieerde sector.

20 20 Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Opvangplaatsen per 1000 kinderen per provincie (1) Antwerpen Vlaams-Brabant West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Limburg Kinderdagverblijven 67,9 66,8 103,4 103,3 55,8 56,3 69,5 68,7 52,3 52,2 Diensten voor opvanggezinnen (2) 171,5 167,3 134,2 131,4 166,7 169,4 172,6 169,0 198,1 198,9 Totaal erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin 239,4 234,0 237,6 234,7 222,6 225,7 242,0 237,6 250,3 251,1 Met attest van toezicht van Kind en Gezin Mini-crèches 48,6 51,4 61,1 60,9 78,4 84,0 60,6 64,7 17,2 18,6 Zelfstandige kinderdagverblijven 11,5 15,3 25,5 35,7 4,9 5,1 13,2 13,0 2,4 2,4 Zelfstandige onthaalouders (2) 16,4 15,4 38,2 37,3 88,9 87,8 38,5 36,5 7,5 7,4 Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin 76,5 82,2 124,8 133,9 172,2 176,9 112,3 114,1 27,1 28,3 Algemeen totaal 315,9 316,2 362,4 368,5 14. Aantal plaatsen per 1000 kinderen onder de 3 jaar per provincie 394,8 402,6 354,4 351,7 277,4 279,4 (1) Deze cijfers zijn enigszins overschat, omdat ook kinderen boven de 3 jaar worden opgevangen in de vermelde voorzieningen. Het is evenwel niet mogelijk om het aantal plaatsen dat gebruikt wordt voor buitenschoolse opvang te ramen. Het aantal plaatsen in voorzieningen die enkel buitenschoolse opvang aanbieden, werd wel in mindering gebracht. (2) Eigen kinderen onder de 6 jaar inbegrepen

21 21 3. Evolutie in het aantal aangesloten onthaalouders Het aantal onthaalouders dat aangesloten is bij een dienst, is voor het tweede jaar op rij gestegen: eind 2005 zijn er in Vlaanderen 7526 onthaalouders aangesloten bij een dienst. Dat zijn er 85 meer dan vorig jaar. Na een dieptepunt in april 2003 stijgt het aantal onthaalouders opnieuw. Deze stijging doet zich niet in elke provincie voor: in Vlaams-Brabant en in het Brussels Gewest is het aantal aangesloten onthaalouders lichtjes gedaald. Aangesloten onthaalouders per provincie Antwerpen Vlaams-Brabant Brussels Gewest 11 9 West-Vlaanderen Oost-Vlaanderen Limburg Totaal Aantal onthaalouders aangesloten bij een dienst voor opvanggezinnen per provincie Aantal aangesloten onthaalouders Evolutie van het aantal aangesloten onthaalouders

22 22 4. Aanwezige kinderen Aantal Het cijfer van de aanwezige kinderen toont aan hoeveel verschillende kinderen er kunnen worden opgevangen binnen de beschikbare capaciteit. Sinds 2004 worden de aanwezige kinderen geteld tijdens de week van 1 februari, naar analogie met de telling van de onderwijspopulatie. Een beperkt aantal voorzieningen stuurde het registratieformulier niet terug, zodat het aantal ontbrekende kinderen werd geraamd. Daartoe werd berekend wat de ratio was van het aantal aanwezige kinderen per plaats van de voorzieningen die wel de gegevens doorstuurden en werd deze ratio toegepast op de ontbrekende capaciteit. In de week van 1 februari 2005 waren in totaal kinderen aanwezig in de opvang. Voor 55% van de kinderen ging het om voorschoolse opvang. 78% van de kinderen werd opgevangen in een opvangvoorziening die erkend is door Kind en Gezin. In vergelijking met vorig jaar is het aantal aanwezige kinderen met 5,1% gestegen. Deze stijging doet zich zowel voor in de voorschoolse en de buitenschoolse opvang als in de erkende opvang en de zelfstandige opvang.

23 23 Aanwezige kinderen Voorschools (1) Buitenschools Totaal Erkend (en gesubsidieerd) door Kind en Gezin Kinderdagverblijven Diensten voor opvanggezinnen Buitenschoolse opvang in aparte 14 (2) 43 (2) lokalen van kinderdagverblijven Initiatieven voor buitenschoolse opvang 29 (2) 52 (2) Totaal erkend en gesubsidieerd door Kind en Gezin Met attest van toezicht van Kind en Gezin Mini-crèches Zelfstandige kinderdagverblijven Zelfstandige onthaalouders Totaal met attest van toezicht van Kind en Gezin Algemeen totaal Aantal aanwezige kinderen volgens soort opvang in de week van 1 februari 2004 en in de week van 1 februari 2005 (1) Kinderen die nog niet naar school gaan of kinderen in de overgangsperiode tussen opvang en basisschool (2) Het gaat hier om kinderen die slechts deeltijds naar school gaan en gedurende een bepaald dagdeel tijdens de schooluren in de opvangvoorziening worden opgevangen

24 24 Gebruik van formele kinderopvang binnen Kind en Gezin 1 De cijfers over het gebruik van formele kinderopvang kunnen worden afgeleid uit de registratie van de aanwezige kinderen in de week van 1 februari in alle formele kinderopvangvoorzieningen binnen Kind en Gezin. Het aantal aanwezige kinderen wordt afgezet tegen het aantal kinderen in het Vlaams Gewest en een deel van de kinderen in Brussel (30%, conform een politiek vastgelegde norm). Het gebruik van formele kinderopvang ligt het hoogst bij kinderen van 1 tot 2 jaar: voor bijna 49% van deze kinderen wordt gebruikgemaakt van formele opvang. 42,9% van de kinderen van 2 maanden tot 12 maanden maakt gebruik van formele opvang. Tussen 2 en 3 jaar loopt het gebruik terug tot 33,4%; deels gaat het hier al om opvang in een buitenschools opvanginitiatief. Vanaf de leeftijd van 3 jaar maakt hoogstens nog ongeveer 13% van de kinderen gebruik van formele opvang binnen Kind en Gezin. Kinderen in formele opvang Kinderen van 2 maanden tot 3 jaar ,9 48,6 33, maanden tot 1 jaar 1 tot 2 jaar 2 tot 3 jaar Kinderen in formele opvang Kinderen van 3 jaar tot 12 jaar ,8 12,7 12,3 11,1 10,2 8,9 7,3 5,1 3,9 0 3 tot 4 jaar 4 tot 5 jaar 5 tot 6 jaar 6 tot 7 jaar 7 tot 8 jaar 8 tot 9 jaar 9 tot 10 jaar 10 tot 11 jaar 11 tot 12 jaar 18. Kinderen in formele opvang in opvangvoorzieningen binnen Kind en Gezin naar leeftijd in 2005 (percentage) (1) Percentage berekend op het aantal kinderen op 1 januari 2005 wonend in het Vlaams Gewest en 30% van het aantal kinderen op 1 januari 2005 wonend in het Brussels Gewest (2) Voor de kinderen jonger dan 1 jaar werd gerekend met 10/12den van de totale groep 1 Formele opvang binnen Kind en Gezin: erkende en/of gesubsidieerde kinderdagverblijven, diensten voor opvanggezinnen, buitenschoolse opvang in aparte lokalen van kinderdagverblijven, zelfstandige onthaalouders, minicrèches, zelfstandige kinderdagverblijven en initiatieven voor buitenschoolse opvang

25 25 Het gebruik van formele opvang bij kinderen onder de 3 jaar ligt het hoogst in West-Vlaanderen (47,1%) en Vlaams-Brabant (44,6%). In de provincies Limbrug (34,7%) en Antwerpen (36,9%) ligt het heel wat lager. De provincie Oost-Vlaanderen situeert zich hiertussen (42,6%). In de leeftijdsgroep 3 tot 6 jaar ligt het gebruik van formele opvang in opvangvoorzieningen binnen Kind en Gezin eveneens het hoogst in West-Vlaanderen (17,8%). Limburg kent het op één na hoogste gebruik (16,1%). De provincie Oost-Vlaanderen (12,9%) neemt een middenpositie in. De provincies Antwerpen en Vlaams-Brabant kennen het laagste gebruik van formele opvang in opvangvoorzieningen binnen Kind en Gezin (respectievelijk 10,5% en 10,7%). Bij kinderen van 6 tot 12 jaar ligt het gebruik het hoogst in de provincie Limburg (11,4%). De andere provincies schommelen tussen bijna 7% en bijna 9%. Kinderen in formele opvang naar provincie Kinderen van 2 maanden tot 3 jaar ,9 44,6 47,1 42,6 34, Antwerpen Vlaams- Brabant West- Vlaanderen Oost- Vlaanderen Limburg Kinderen van 3 tot 6 jaar ,5 10,7 17,8 12,9 16,1 0 Antwerpen Vlaams- Brabant West- Vlaanderen Oost- Vlaanderen Limburg

26 26 Kinderen van 6 tot 12 jaar ,6 7,5 8,7 7,5 11,4 0 Antwerpen Vlaams- Brabant West- Vlaanderen Oost- Vlaanderen Limburg 19. Kinderen in formele opvang in opvangvoorzieningen binnen Kind en Gezin naar provincie en leeftijdsklasse in 2005 (percentage) Voor de kinderen onder de 3 jaar is het opvanggezin aangesloten bij een dienst het meest gebruikte type van opvangvoorziening: bijna 17% van alle kinderen van 2 maanden tot 3 jaar wordt opgevangen in een opvanggezin aangesloten bij een dienst. Kinderdagverblijven nemen 10% van de kinderen op. De zelfstandige kinderdagverblijven en mini-crèches vangen eveneens 10% op. De kinderen boven de 3 jaar worden vooral opgevangen in initiatieven voor buitenschoolse opvang of in specifieke buitenschoolse opvang in kinderdagverblijven.

27 27 Kinderen in formele opvang naar type opvangvoorziening (1) Kinderen van 2 maanden tot 3 jaar (2) Opvanggezin aangesloten bij een dienst 16,7 Kinderdagverblijf 10,0 Mini-crèche of zelfstandig kinderdagverblijf 10,0 Zelfstandig opvanggezin 3,8 IBO of buitenschoolse opvang in kinderdagverblijf 1,0 Totaal 41,5 Kinderen van 3 tot 6 jaar IBO of buitenschoolse opvang in kinderdagverblijf 9,2 Kinderdagverblijf of opvanggezin aangesloten bij een dienst 2,1 Zelfstandige sector 1,3 Totaal 12,6 Kinderen van 6 tot 12 jaar IBO of buitenschoolse opvang in kinderdagverblijf 6,9 Opvanggezin aangesloten bij een dienst 0,4 Zelfstandige sector 0,3 Totaal 7,7 20. Kinderen in formele opvang in opvangvoorzieningen binnen Kind en Gezin naar leeftijdscategorie en type opvangvoorziening in 2005 (percentage) (1) Percentage berekend op het aantal kinderen op 1 januari 2005 wonend in het Vlaams Gewest en 30% van het aantal kinderen op 1 januari 2005 wonend in het Brussels Gewest (2) Voor de kinderen jonger dan 1 jaar werd gerekend met 10/12den van de totale groep 5. Aantal verblijfsdagen In de kinderdagverblijven werden in 2005 bijna 3 miljoen prestaties geleverd. Het totale aantal verblijfsdagen is hiermee met iets meer dan 2% gestegen tegenover vorig jaar. Dit heeft uitsluitend te maken met de stijging van het aantal verblijfsdagen in de voorschoolse opvang. Het aantal verblijfsdagen in de buitenschoolse opvang is immers gedaald. In de diensten voor opvanggezinnen werden in 2005 in totaal ruim 5,2 miljoen prestaties geleverd. Dit is een toename met 3,6%. In de diensten voor opvanggezinnen is er een stijging van zowel het aantal verblijfsdagen in voorschoolse opvang als van het aantal verblijfsdagen in buitenschoolse opvang. Voorschoolse opvang gebeurt nog altijd overwegend gedurende volle dagen, zowel in kinderdagverblijven (86%) als in diensten voor opvanggezinnen (82%). In de kinderdagverblijven is het aandeel van halve dagen gedaald, terwijl het aandeel van 1/3-verblijfsdagen verder blijft toenemen. In de diensten voor opvanggezinnen neemt het aandeel van zowel halve dagen als van 1/3-verblijfsdagen verder toe.

28 28 Voorschoolse opvang Verblijfsdagen Kinderdagverblijven Diensten voor opvanggezinnen Volle verblijfsdagen Halve verblijfsdagen (1) /3-verblijfsdagen (2) Aantal prestaties (3) (100,0) (102,3) (100,0) (103,5) Aantal herleide prestaties (4) (100,0) (102,5) (100,0) (103,7) Buitenschoolse opvang (5) Volle verblijfsdagen Halve verblijfsdagen (1) /3-verblijfsdagen (2) Aantal prestaties (3) (100,0) (96,8) (100,0) (104,1) Aantal herleide prestaties (4) (100,0) (97,8) (100,0) (104,7) Algemeen totaal aantal prestaties (3) (100,0) (102,2) (100,0) (103,6) Algemeen totaal aantal herleide prestaties (4) (100,0) (102,4) (100,0) (103,9) 21. Aantal verblijfsdagen in kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen (1) Verblijf tussen 3 en 5 uur (2) Verblijf van minder dan 3 uur (3) Totaal van volle, halve en 1/3-verblijfsdagen, niet gewogen naargelang van de duur (4) Totaal van volle, halve en 1/3-verblijfsdagen, gewogen naargelang van de duur (5) Voor kinderdagverblijven: buitenschoolse opvang in eigen lokalen

29 29 In de initiatieven voor buitenschoolse opvang werden in 2005 ruim 5 miljoen prestaties geleverd. Het aantal prestaties is hiermee licht gestegen (+2,2%) tegenover vorig jaar. Bij de buitenschoolse opvang in aparte lokalen van een kinderdagverblijf werden zo n prestaties geleverd, wat eveneens iets meer is dan in 2004 (+2,4%). Verblijfsdagen Initiatieven voor buitenschoolse opvang Meer dan 6 uur Tussen 3 en 6 uur Minder dan 3 uur Totaal initiatieven voor buitenschoolse opvang (100,0) (102,2) Aparte lokalen van kinderdagverblijven Meer dan 6 uur Minder dan 6 uur Totaal aparte lokalen van kinderdagverblijven (100,0) (102,4) 22. Buitenschoolse opvang: aantal verblijfsdagen in initiatieven voor buitenschoolse opvang en in aparte lokalen van kinderdagverblijven

30 30 Hoofdstuk 3. Financiële analyse 1. Kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen Subsidies van Kind en Gezin Subsidie voor het realiseren van het basisaanbod Kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen worden voor hun personeels- en werkingskosten gesubsidieerd via een systeem van forfaitaire subsidiëring (enveloppensubsidiëring). De forfaitaire subsidie voor kinderdagverblijven wordt berekend op basis van 2 componenten. De eerste component is gekoppeld aan de gemiddelde leeftijd van het personeel. Elk kinderdagverblijf ontvangt per subsidiabele plaats het basisbedrag dat geldt bij een gemiddelde leeftijd van het personeel van 20 jaar. Per jaar, met een maximum van 40 jaar, dat de gemiddelde leeftijd hoger ligt, ontvangt het kinderdagverblijf een aanvullend bedrag. De tweede component is gekoppeld aan de bezetting. Elk kinderdagverblijf ontvangt per erkende plaats het basisbedrag dat geldt bij een bezetting van 75%. Per percent dat de bezetting hoger is, wordt het basisbedrag verhoogd met 0,75%. Per percent dat de bezetting lager ligt, wordt het basisbedrag verminderd met 1%. Daarnaast krijgen crèches sinds 1 januari 2004 een bijkomend forfaitair bedrag per plaats, gebaseerd op hun subsidiabele capaciteit. Voor 2005 kwam de subsidie voor het realiseren van het basisaanbod neer op een uitgave van 134,515 miljoen euro. Voor de diensten voor opvanggezinnen is de eerste component identiek aan de eerste component voor de kinderdagverblijven, m.a.w. gekoppeld aan de gemiddelde leeftijd van het personeel. Elke dienst ontvangt per subsidiabele schijf van 7 onthaalouders het basisbedrag dat geldt bij een gemiddelde leeftijd van 23 jaar. Per jaar, met een maximum van 37 jaar, dat de gemiddelde leeftijd hoger ligt dan 23 jaar, ontvangt de dienst een aanvullend bedrag. De tweede component is gekoppeld aan de gepresteerde plaatsingsdagen. Elke dienst ontvangt per erkende schijf van 7 onthaalouders het basisbedrag dat geldt bij het realiseren van minimaal 2800 plaatsingsdagen. Als het aantal plaatsingsdagen minstens 20%, minstens 35%, minstens 75% of minstens 100% hoger ligt dan het minimumaantal, wordt het basisbedrag verhoogd met respectievelijk 15%, 30%, 45% of 50%. Wanneer het aantal gerealiseerde plaatsingsdagen lager ligt dan het minimumaantal, wordt het basisbedrag verhoudingsgewijs verlaagd. Naar aanleiding van de invoering van een eigen sociaalrechtelijk statuut voor aangesloten onthaalouders, werd dit basisbedrag opgetrokken om de administratieve meerinspanningen die de diensten moeten leveren voor de invoering en het beheer van het sociaal statuut, te compenseren. Voor 2005 kwam de subsidie voor het realiseren van het basisaanbod neer op 17,392 miljoen euro. Kinderdagverblijven ontvangen naast deze forfaitaire subsidie sinds 1 januari 2003 ook een subsidie voor een logistieke functie en een directiefunctie. Deze laatste is alleen toegankelijk voor organiserende besturen met een capaciteit van minstens 50 plaatsen. In 2005 bedroeg de logistieke subsidie 5,144 miljoen euro en de directiesubsidie 3,875 miljoen euro. Ook de diensten voor opvanggezinnen ontvangen naast deze forfaitaire subsidie nog een aantal andere subsidies. Zo is er de subsidie voor het vergoeden van de opvangprestaties van de aangesloten

KINDEROPVANG IN VLAANDEREN 2001

KINDEROPVANG IN VLAANDEREN 2001 1 KINDEROPVANG IN VLAANDEREN 2001 INHOUD Deel 1: Cijfers en feiten Hoofdstuk 1. Schets van het opvanglandschap 1. Informele kinderopvang 2. Formele kinderopvang 3. De plicht tot melding aan Kind en Gezin

Nadere informatie

Kinderopvang. Jaarverslag Kind en Gezin Hallepoortlaan Brussel 02/

Kinderopvang. Jaarverslag Kind en Gezin Hallepoortlaan Brussel 02/ Kinderopvang Jaarverslag 2004 Kind en Gezin Hallepoortlaan 27 1060 Brussel 02/533.12.11 http://www.kindengezin.be 2 KINDEROPVANG IN VLAANDEREN - 2004 INHOUD Deel 1: Cijfers en feiten Hoofdstuk 1. Schets

Nadere informatie

jaarverslag kinderopvang 2008 Hallepoortlaan Brussel Kind en Gezin-Lijn:

jaarverslag kinderopvang 2008 Hallepoortlaan Brussel Kind en Gezin-Lijn: Doelgroepbereik, testresultaten en resultaten van de verwijzingen jaarverslag kinderopvang 2008 Hallepoortlaan 27 1060 Brussel Kind en Gezin-Lijn: 078 150 100 info@kindengezin.be http://www.kindengezin.be

Nadere informatie

KINDEROPVANG IN VLAANDEREN - 2003

KINDEROPVANG IN VLAANDEREN - 2003 1 KINDEROPVANG IN VLAANDEREN - 2003 INHOUD Deel 1: Cijfers en feiten Hoofdstuk 1. Schets van het opvanglandschap 1. Informele kinderopvang 2. Formele kinderopvang 3. De plicht tot melding aan Kind en Gezin

Nadere informatie

KINDEROPVANG IN VLAANDEREN 2002

KINDEROPVANG IN VLAANDEREN 2002 1 KINDEROPVANG IN VLAANDEREN 2002 INHOUD Deel 1: Cijfers en feiten Hoofdstuk 1. Schets van het opvanglandschap 1. Informele kinderopvang 2. Formele kinderopvang 3. De plicht tot melding aan Kind en Gezin

Nadere informatie

jaarverslag kinderopvang 2009 Hallepoortlaan 27 1060 Brussel Kind en Gezin-Lijn: 078 150 100

jaarverslag kinderopvang 2009 Hallepoortlaan 27 1060 Brussel Kind en Gezin-Lijn: 078 150 100 Doelgroepbereik, testresultaten en resultaten van de verwijzingen jaarverslag kinderopvang 2009 Hallepoortlaan 27 1060 Brussel Kind en Gezin-Lijn: 078 150 100 info@kindengezin.be http://www.kindengezin.be

Nadere informatie

Kinderopvang. Jaarverslag 2011. Hallepoortlaan 27 1060 Brussel Kind en Gezin-Lijn: 078 150 100 www.kindengezin.be

Kinderopvang. Jaarverslag 2011. Hallepoortlaan 27 1060 Brussel Kind en Gezin-Lijn: 078 150 100 www.kindengezin.be Kinderopvang Jaarverslag 2011 Hallepoortlaan 27 1060 Brussel Kind en Gezin-Lijn: 078 150 100 www.kindengezin.be INHOUD VOORWOORD... 1 DEEL 1: FEITEN EN CIJFERS... 2 HOOFDSTUK 1: SCHETS VAN HET OPVANGLANDSCHAP...

Nadere informatie

jaarverslag kinderopvang 2010

jaarverslag kinderopvang 2010 Doelgroepbereik, epbereik, testresultaten s en resultaten van de verwijzingen jaarverslag kinderopvang 2010 Hallepoortlaan 27 1060 Brussel Kind en Gezin-Lijn: 078 150 100 info@kindengezin.be www.kindengezin.be

Nadere informatie

INHOUD VOORWOORD... 1 DEEL 1: FEITEN EN CIJFERS... 2

INHOUD VOORWOORD... 1 DEEL 1: FEITEN EN CIJFERS... 2 INHOUD VOORWOORD... 1 DEEL 1: FEITEN EN CIJFERS... 2 HOOFDSTUK 1: SCHETS VAN HET OPVANGLANDSCHAP... 2 1. Informele kinderopvang... 2 2. Formele kinderopvang geregeld door Kind en Gezin... 2 3. Formele

Nadere informatie

Aangepaste bedragen van de subsidies en andere financiële tegemoetkomingen voor de opvangvoorzieningen in 2012

Aangepaste bedragen van de subsidies en andere financiële tegemoetkomingen voor de opvangvoorzieningen in 2012 Hallepoortlaan 27 B-1060 BRUSSEL Telefoon: 02 533 12 11 Fax: 02 544 02 80 www.kindengezin.be e-mail : info@kindengezin.be MEDEDELING Aangepaste bedragen van de subsidies en andere financiële tegemoetkomingen

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.6 - Maart 2009-373-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.6 - Maart 2009-373- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.6 - Maart 2009-373- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN VEERLE HEEREN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Vraag nr. 159 van 28 januari 2009

Nadere informatie

1 Dit is een gecoördineerde versie. De datum van de laatste versie is steeds de datum van de laatste verstuurde mededeling

1 Dit is een gecoördineerde versie. De datum van de laatste versie is steeds de datum van de laatste verstuurde mededeling 1 Toelichting van 16 februari 2009 bij het besluit van de Vlaamse Regering dd. 13 februari 2009 houdende de regeling van het attest van toezicht voor zelfstandige opvangvoorzieningen De regie van de kinderopvang

Nadere informatie

Vlaamse Regering.3^v^ "^ M

Vlaamse Regering.3^v^ ^ M rarrr^'m»»- Vlaamse Regering.3^v^ "^ M Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden inzake financiële ondersteuning van zelfstandige opvangvoorzieningen DE VLAAMSE REGERING, Gelet op

Nadere informatie

Subsidieberekening van de subsidies voor buitenschoolse kinderopvang

Subsidieberekening van de subsidies voor buitenschoolse kinderopvang B Subsidieberekening van de subsidies voor buitenschoolse kinderopvang INHOUDSOPGAVE ALGEMENE INFORMATIE... 2 1. DE SUBSIDIE VOOR BASISAANBOD BUITENSCHOOLSE OPVANG (T1)... 4 2. SUBSIDIE FLEXIBELE BUITENSCHOOLSE

Nadere informatie

Vlaamse Regering.3^v^ "^ M

Vlaamse Regering.3^v^ ^ M rarrr^'m»»- Vlaamse Regering.3^v^ "^ M Ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden inzake financiële ondersteuning van zelfstandige opvangvoorzieningen DE VLAAMSE REGERING, Gelet op

Nadere informatie

Vlaamse Regering..3^L^

Vlaamse Regering..3^L^ Vlaamse Regering..3^L^ f -// Besluit van de Vlaamse Regering houdende de voorwaarden inzake financiële ondersteuning van zelfstandige opvangvoorzieningen DE VU\AMSE REGERING, Gelet op het decreet van 30

Nadere informatie

De financiering van de buitenschoolse kinderopvang Het perspectief van de voorzieningen

De financiering van de buitenschoolse kinderopvang Het perspectief van de voorzieningen De financiering van de buitenschoolse kinderopvang Het perspectief van de voorzieningen Prof. dr. Jozef Pacolet, Frederic De Wispelaere & Annelies De Coninck Studiedag SWVG Integrale zorg en ondersteuning

Nadere informatie

De (on)gelijke deelname aan kinderopvang in Vlaanderen

De (on)gelijke deelname aan kinderopvang in Vlaanderen De (on)gelijke deelname aan kinderopvang in Vlaanderen Sofie Kuppens HIVA KU Leuven Kennisplatform BUITENKANS Vóór en vroegschoolse educatie in de strijd tegen kinderarmoede 27 April 2016 Overzicht Inleiding

Nadere informatie

IV.4 PA/E/S IBO MB Dit is een gecoördineerde versie. De datum van de laatste versie is steeds de datum van het laatste wijzigingsbesluit

IV.4 PA/E/S IBO MB Dit is een gecoördineerde versie. De datum van de laatste versie is steeds de datum van het laatste wijzigingsbesluit Ministerieel besluit van 12 juni 2001 houdende vaststelling van de procedure tot het verlenen, het verlengen, het weigeren of het intrekken van een principieel akkoord, een erkenning en subsidiëring van

Nadere informatie

Kinderopvang in West-Vlaanderen West-Vlaanderen Werkt 3, 2012

Kinderopvang in West-Vlaanderen West-Vlaanderen Werkt 3, 2012 Kinderopvang in West- West- Werkt 3, 212 foto: Landelijke Kinderopvang vzw Aanbod in kaart 17. formele kinderopvangplaatsen in West- Lieselot Denorme en Tanja Termote WES Lieselot Denorme Tanja Termote

Nadere informatie

ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN KINDEROPVANG VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR NAJAAR 2002

ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN KINDEROPVANG VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR NAJAAR 2002 ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN KINDEROPVANG VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR NAJAAR 2002 Kind en Gezin Hallepoortlaan 27 1060 Brussel 02/533.14.11 Wettelijk Depot 2003/4112/3 Mei 2003 Cynthia Bettens Bea

Nadere informatie

Subsidies voor groepsopvang van schoolkinderen

Subsidies voor groepsopvang van schoolkinderen Subsidies voor groepsopvang van schoolkinderen Er bestaan heel wat verschillende soorten subsidies voor de groepsopvang van schoolkinderen. Hier vind je info over de voorwaarden, de bedragen en wie voor

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief APRIL 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand van

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief SEPTEMBER 2011 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

Kinderopvang en vrijetijdsactiviteiten. Bespreking van de resultaten van de bevraging bij de lokale besturen

Kinderopvang en vrijetijdsactiviteiten. Bespreking van de resultaten van de bevraging bij de lokale besturen Kinderopvang en vrijetijdsactiviteiten Bespreking van de resultaten van de bevraging bij de lokale besturen Kinderopvang en vrijetijdsactiviteiten Bespreking van de resultaten van de bevraging bij de lokale

Nadere informatie

BROCHURE FINANCIËLE COMPENSATIE 2014

BROCHURE FINANCIËLE COMPENSATIE 2014 SX BROCHURE FINANCIËLE COMPENSATIE 2014 INLEIDING Op 1 april 2014 is het subsidiesysteem voor kinderopvang voor baby s en peuters grondig veranderd. Hierdoor krijgen sommige organisatoren meer subsidies

Nadere informatie

INHOUD AFDELING 1 GRONDSLAGEN VAN HET SOCIAAL STATUUT

INHOUD AFDELING 1 GRONDSLAGEN VAN HET SOCIAAL STATUUT INHOUD AFDELING 1 GRONDSLAGEN VAN HET SOCIAAL STATUUT HOOFDSTUK 1... 3 EEN SOCIAAL STATUUT VOOR ONTHAALOUDERS... 3 1. Inleiding... 3 2. De Belgische sociale zekerheid: hoe werkt dat?... 3 3. Is een onthaalouder

Nadere informatie

VVSG INSPIRATIEDAG 20 maart 2014. Stand van zaken op vandaag, onder voorbehoud van definitieve goedkeuring van de regelgeving

VVSG INSPIRATIEDAG 20 maart 2014. Stand van zaken op vandaag, onder voorbehoud van definitieve goedkeuring van de regelgeving INKOMENSTARIEF VVSG INSPIRATIEDAG 20 maart 2014 Stand van zaken op vandaag, onder voorbehoud van definitieve goedkeuring van de regelgeving INHOUD 1. Bestellen is betalen 2. Inkomenstarief: principes en

Nadere informatie

Gecoördineerde versie van het reglement voor de subsidiëring van buitenschoolse kinderopvang.

Gecoördineerde versie van het reglement voor de subsidiëring van buitenschoolse kinderopvang. Gecoördineerde versie van het reglement voor de subsidiëring van buitenschoolse kinderopvang. De aangeduide wijzigingen zijn in werking sinds 14 juli 2016. Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Dit

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief SEPTEMBER 2010 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand

Nadere informatie

IV.3 E/S IBO BVR Dit is een gecoördineerde versie. De datum van de laatste versie is steeds de datum van de laatst verstuurde mededeling

IV.3 E/S IBO BVR Dit is een gecoördineerde versie. De datum van de laatste versie is steeds de datum van de laatst verstuurde mededeling 1 Toelichting van 27 augustus 2008 bij de wijzigingen in het Besluit Vlaamse Regering over de erkenning en de subsidiëring van initiatieven voor buitenschoolse opvang (IBO), die vanaf 1 juli 2008 gelden

Nadere informatie

Subsidies inclusieve opvang

Subsidies inclusieve opvang Subsidies inclusieve opvang Om de ouders binnen een redelijke afstand een opvangplaats aan te bieden, voorziet de Vlaamse overheid 3 soorten subsidies. INHOUD SUBSIDIE VOOR INDIVIDUELE INCLUSIEVE OPVANG

Nadere informatie

Startenmet kinderopvang. Toelichting Kind en Gezin Startersdag Unizo 18 mei 2011

Startenmet kinderopvang. Toelichting Kind en Gezin Startersdag Unizo 18 mei 2011 Startenmet kinderopvang Toelichting Kind en Gezin Startersdag Unizo 18 mei 2011 Wat doet Kind en Gezin? K&G is verantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid

Nadere informatie

KINDER OPVANG in LIER. infobrochure

KINDER OPVANG in LIER. infobrochure KINDER OPVANG in LIER infobrochure 1 VOORWOORD Beste ouder, Lier is een stad met een rijk verleden en een veelbelovende toekomst. Die toekomst wordt gegarandeerd door onze jonge gezinnen. Voor het combineren

Nadere informatie

Aanbod (Bron: Kind en Gezin, 1/7/2013)... 2 Evolutie 2008-2013... 8 Nood aan kinderopvang... 10

Aanbod (Bron: Kind en Gezin, 1/7/2013)... 2 Evolutie 2008-2013... 8 Nood aan kinderopvang... 10 Inhoud Aanbod (Bron: Kind en Gezin, 1/7/2013)... 2 Evolutie 2008-2013... 8 Nood aan kinderopvang... 10 Aanbod (Bron: Kind en Gezin, 1/7/2013) BOKDV IBO KDV LODIB LODIV VOP ZBO ZKDV ZOO dvo vest Eindtotaal

Nadere informatie

Praktijk en inspiratie

Praktijk en inspiratie Praktijk en inspiratie Inhoud/1 INHOUD A. Werking en organisatie Hoofdstuk 1 Het kinderopvanglandschap in Vlaanderen... 1 Inleiding... 1 1.1. Categorieën van kinderopvang... 1 1.1.1 Verschil tussen informele

Nadere informatie

Omgevingsanalyse Oostende Ifv nieuwe locatie kinderdagverblijf In opdracht van CM Oostende

Omgevingsanalyse Oostende Ifv nieuwe locatie kinderdagverblijf In opdracht van CM Oostende Omgevingsanalyse Oostende Ifv nieuwe locatie kinderdagverblijf In opdracht van CM Oostende 1 Inleiding In deze analyse worden een aantal cijfers meegegeven die van belang kunnen zijn in het kader van de

Nadere informatie

onderwerpen rol K&G Kinderopvang kinderen tot het einde van de basisschool

onderwerpen rol K&G Kinderopvang kinderen tot het einde van de basisschool Kinderopvang in Vlaanderen onderwerpen 1. Rol kind en gezin 2. Kinderopvanglandschap 3. Beleidsnota minister Jo Van Deurzen 4. Decreet voorschoolse kinderopvang 5. Buitenschoolse opvang nieuwe visie 6.

Nadere informatie

Arbeidsmarkt Onderwijs

Arbeidsmarkt Onderwijs Nieuwsbrief JUNI 2012 Arbeidsmarkt Onderwijs Inleiding In dit nummer 1 Inleiding 1 Vlaanderen - Vraag 3 Vlaanderen - Aanbod 5 Brussel - Vraag 6 Brussel - Aanbod Elke maand schetsen we u aan de hand van

Nadere informatie

Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek

Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek Bios2 Thema in de kijker Personeel in de bibliotheek Bios2 thema reeks Oktober 2014 Het agentschap Sociaal-Cultureel Werk voor Jeugd en Volwassenen verzamelt via de rapporteringstool Bios2 al geruime tijd

Nadere informatie

ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG VOOR KINDEREN VAN 3 JAAR TOT 12 JAAR

ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG VOOR KINDEREN VAN 3 JAAR TOT 12 JAAR ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN BUITENSCHOOLSE KINDEROPVANG VOOR KINDEREN VAN 3 JAAR TOT 12 JAAR NAJAAR 2002 Katleen Govaert Bea Buysse Kind en Gezin Hallepoortlaan 27 1060 Brussel 02/533.14.11 Wettelijk

Nadere informatie

Enquête naar het gebruik van buitenschoolse opvang voor kinderen van 3 jaar tot 12 jaar Voorjaar 2004

Enquête naar het gebruik van buitenschoolse opvang voor kinderen van 3 jaar tot 12 jaar Voorjaar 2004 Enquête naar het gebruik van buitenschoolse opvang voor kinderen van 3 jaar tot 12 jaar Voorjaar Katleen Govaert Bea Buysse Kind en Gezin Hallepoortlaan 27, 1060 Brussel Telefoon: 02/533 14 11 - Wettelijk

Nadere informatie

4. Hoeveel zelfstandige kinderopvanginitiatieven stapten in 2013 en 2014 (cijfers tot september) uit het IKG-systeem?

4. Hoeveel zelfstandige kinderopvanginitiatieven stapten in 2013 en 2014 (cijfers tot september) uit het IKG-systeem? SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 63 van ELKE VAN DEN BRANDT datum: 15 oktober 2014 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Zelfstandige kinderopvang - Evolutie Het decreet Kinderopvang

Nadere informatie

Kinderopvang in Helmond

Kinderopvang in Helmond Kinderopvang in Helmond colofon Titel: Kinderopvang in Helmond Opdrachtgever: Gemeente Helmond Opdrachtnemer: Afdeling Onderzoek en Statistiek Gemeente Helmond Marian Foolen-Huys Datum: Januari 211 Gemeente

Nadere informatie

wegwijs in opvang voor je baby of peuter

wegwijs in opvang voor je baby of peuter wegwijs in opvang voor je baby of peuter 1. Opvang zoeken 1.1 Wat zijn je wensen? De opvang zorgt samen met jou voor de opvoeding van je kind. Daarom is opvang kiezen een belangrijke keuze, waar je zelf

Nadere informatie

ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS IN HET GEWOON BASISONDERWIJS

ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS IN HET GEWOON BASISONDERWIJS ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS IN HET GEWOON BASISONDERWIJS Stand van zaken: oktober 2016 Agentschap voor Onderwijsdiensten METHODOLOGIE In het gewoon basisonderwijs worden de anderstalige nieuwkomers niet apart

Nadere informatie

Per 1.000 kinderen onder de 3 jaar telde Limburg eind 2008 68 opvangplaatsen minder dan het Vlaamse gemiddelde.

Per 1.000 kinderen onder de 3 jaar telde Limburg eind 2008 68 opvangplaatsen minder dan het Vlaamse gemiddelde. Limburgse kinderopvang misdeeld door huidige Vlaamse Regering. Uit het antwoord vanwege Vlaams minister van Welzijn Heeren op een parlementaire vraag van Vlaams volksvertegenwoordiger Els Robeyns blijkt

Nadere informatie

Vernieuwing kinderopvang in Vlaanderen en Brussel

Vernieuwing kinderopvang in Vlaanderen en Brussel 1 Vernieuwing kinderopvang in Vlaanderen en Brussel Situatieschets In België behoort de kinderopvang tot de bevoegdheid van de Gemeenschappen. De Vlaamse, de Franse en de Duitstalige Gemeenschap staan

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen erkende en zelfstandige ko - MB kwalificatiebewijzen 1 Ministerieel besluit van 3 maart 2010 (BS 29 maart 2010) tot bepaling van de kwalificatiebewijzen voor medewerkers en verantwoordelijken van kinderopvangvoorzieningen

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs December 29 VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) Arbeidsmarktbarometer Onderwijs december

Nadere informatie

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29).

De vrouwen hebben dan ook een grotere kans op werkloosheid (0,39) dan de mannen uit de onderzoekspopulatie (0,29). In het kader van het onderzoek kreeg de RVA de vraag om op basis van de door het VFSIPH opgestelde lijst van Rijksregisternummers na te gaan welke personen op 30 juni 1997 als werkloze ingeschreven waren.

Nadere informatie

MEDEDELING. KWMDJ002 16 maart 2009. Alle opvangvoorzieningen

MEDEDELING. KWMDJ002 16 maart 2009. Alle opvangvoorzieningen Hallepoortlaan 27 B-1060 BRUSSEL Telefoon: 02 533 12 11 Fax: 02 544 02 80 www.kindengezin.be e-mail : info@kindengezin.be MEDEDELING Het ministerieel besluit over het attest van een basisopleiding levensreddend

Nadere informatie

Graag informeer ik hierbij naar de werking van de Zorginspectie met betrekking tot het toezichtsdomein gehandicaptenzorg.

Graag informeer ik hierbij naar de werking van de Zorginspectie met betrekking tot het toezichtsdomein gehandicaptenzorg. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 818 van ELS ROBEYNS datum: 13 augustus 2015 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Zorginspectie - Gehandicaptenzorg Graag informeer ik hierbij

Nadere informatie

Omgevingsanalyse Beernem ikv Huis van het Kind

Omgevingsanalyse Beernem ikv Huis van het Kind Omgevingsanalyse Beernem ikv Huis van het Kind 1 1. Wijkenindeling Onderstaande kaart toont de wijkenindeling van Beernem. 2 2. Situering doelgroep (Bron: Rijksregister, 01/01/2014) A. Bevolking naar leeftijd

Nadere informatie

KIND EN GEZIN ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN KINDEROPVANG VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR

KIND EN GEZIN ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN KINDEROPVANG VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR KIND EN GEZIN ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN KINDEROPVANG VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR NAJAAR 2001 ENQUETE INZAKE HET GEBRUIK VAN KINDEROPVANG VOOR KINDEREN JONGER DAN 3 JAAR NAJAAR 2001 Cynthia Bettens

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs R A P P O RT Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs december 2009 Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan

Nadere informatie

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001

1.1 Aantal levend geborenen dat bij geboorte woont in het Vlaamse Gewest sinds 2001 Bijlage bij het persbericht dd. 08/06/15: 1 Vrouwen krijgen hun kinderen in toenemende mate na hun dertigste verjaardag 1. Het geboortecijfer volgens Kind en Gezin 67 875 geboorten in 2014, daling van

Nadere informatie

Financiering en financiële gezondheid van de kinderopvangvoorzieningen in Vlaanderen

Financiering en financiële gezondheid van de kinderopvangvoorzieningen in Vlaanderen Financiering en financiële gezondheid van de kinderopvangvoorzieningen in Vlaanderen Wim Claeys Eindwerk ingediend tot het behalen van de graad van licentiaat in de handelswetenschappen. Academiejaar 2005-2006

Nadere informatie

1. Kinderopvang: opvang vanuit een landelijk geregistreerd Kinderdagverblijf in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen.

1. Kinderopvang: opvang vanuit een landelijk geregistreerd Kinderdagverblijf in de zin van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Deelverordening Peuteropvang en voorschoolse educatie, gemeente Achtkarspelen 2014. Hoofdstuk 1 Inleidende bepalingen Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: 1. Kinderopvang:

Nadere informatie

B A S I S O N D E R W I J S

B A S I S O N D E R W I J S 28-29 B A S I S O N D E R W I J S in beeld L E E R L I N G E N aantal leerlingen: kleuteronderwijs gewoon 243.482 gewoon 381.882 1.977 27.543 totaal kleuteronderwijs 245.459 totaal 49.425 totaal basisonderwijs:

Nadere informatie

20/02/2014 VERGUNNINGSVOORWAARDEN KINDEROPVANG BABY S EN PEUTERS INHOUD. 1. Nieuwe namen. Nieuwe namen

20/02/2014 VERGUNNINGSVOORWAARDEN KINDEROPVANG BABY S EN PEUTERS INHOUD. 1. Nieuwe namen. Nieuwe namen VERGUNNINGSVOORWAARDEN KINDEROPVANG BABY S EN PEUTERS Principieel akkoord Vlaamse Regering 5 juli 2013 INHOUD 1. Nieuwe namen 2. Algemene principes 3. Aanpak 4. 5. Werkingsvoorwaarden Nieuwe namen NU 1

Nadere informatie

Subsidie kinderopvang baby s en peuters: in de praktijk

Subsidie kinderopvang baby s en peuters: in de praktijk Subsidie kinderopvang baby s en peuters: in de praktijk Esther Holleman VVSG Inspiratiedag kinderopvang 20 maart 2014 Inhoud 1. Omzetting en toekenning 2. Subsidiegroepen 3. Trappensysteem 1. Algemeen

Nadere informatie

STARTEN ALS ONTHAALOUDER

STARTEN ALS ONTHAALOUDER VZW Wieltjeshove Dienst voor onthaalouders Binnenhof 51 8930 Menen 056/51.40.48 Fax.056/20.59.20 dvo@wieltjeshove.be STARTEN ALS ONTHAALOUDER JANUARI 2013 INHOUDSTAFEL 1. WAT IS EEN ONTHAALOUDER AANGESLOTEN

Nadere informatie

BEVRAGING NAAR HET OPVANGAANBOD IN DE SCHOLEN

BEVRAGING NAAR HET OPVANGAANBOD IN DE SCHOLEN BEVRAGING NAAR HET OPVANGAANBOD IN DE SCHOLEN 1 Situering In het regeerakkoord neemt de Vlaamse Regering zich voor de opvang van schoolgaande kinderen te reorganiseren in nauw overleg met de verschillende

Nadere informatie

Nota Vlaamse Regionale Analyse: De Vlaamse regering bereikt een akkoord over de hervorming van de kinderbijslag

Nota Vlaamse Regionale Analyse: De Vlaamse regering bereikt een akkoord over de hervorming van de kinderbijslag Nota Vlaamse Regionale Analyse: De Vlaamse regering bereikt een akkoord over de hervorming van de kinderbijslag De Vlaamse regering hakte uiteindelijk de knoop door over de hervorming van de Vlaamse kinderbijslag.

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen. Afdeling 1. Inleidende bepalingen. Inwerkingtreding Wijzigingsbesluiten

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen. Afdeling 1. Inleidende bepalingen. Inwerkingtreding Wijzigingsbesluiten 1 Besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 (BS 11 september 2014) houdende de subsidievoorwaarden voor buitenschoolse gezinsopvang en groepsopvang 1 Inwerkingtreding Wijzigingsbesluiten Hoofdstuk

Nadere informatie

VERANTWOORDINGSNOTA BBC STRATEGISCHE DOELSTELLING 2.

VERANTWOORDINGSNOTA BBC STRATEGISCHE DOELSTELLING 2. VERANTWOORDINGSNOTA BBC STRATEGISCHE DOELSTELLING 2. Het OCMW bouwt samen met alle partners een kwaliteitsvol en behoeften dekkend kinderopvangaanbod voor baby s, peuters en schoolgaande kinderen verder

Nadere informatie

DECREET HOUDENDE DE ORGANISATIE VAN KINDEROPVANG VAN BABY S en PEUTERS. Ann Lobijn

DECREET HOUDENDE DE ORGANISATIE VAN KINDEROPVANG VAN BABY S en PEUTERS. Ann Lobijn DECREET HOUDENDE DE ORGANISATIE VAN KINDEROPVANG VAN BABY S en PEUTERS Ann Lobijn Inhoud Tijdspad Doelstellingen van het decreet en korte inhoud BVR vergunningsvoorwaarden Reacties VVSG - Tijdspad Decreet

Nadere informatie

Graag wens ik een actuele stand van zaken te verkrijgen met betrekking tot het aanbod van voorzieningen voor ouderen in woonzorgcentra.

Graag wens ik een actuele stand van zaken te verkrijgen met betrekking tot het aanbod van voorzieningen voor ouderen in woonzorgcentra. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 519 van ELS ROBEYNS datum: 11 mei 2016 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Woonzorgcentra Limburg - Bijkomende bedden Aangezien de provincie

Nadere informatie

STATUTEN LOKAAL OVERLEG KINDEROPVANG (INCLUSIEF HUISHOUDELIJK REGLEMENT)

STATUTEN LOKAAL OVERLEG KINDEROPVANG (INCLUSIEF HUISHOUDELIJK REGLEMENT) STATUTEN LOKAAL OVERLEG KINDEROPVANG (INCLUSIEF HUISHOUDELIJK REGLEMENT) Voor principieel akkoord verklaard door het College in zitting van 24 september 2007 en gewijzigd na bespreking met de leden van

Nadere informatie

Ruimte voor groei in de kinderopvang. Sociaal en Cultureel Planbureau in opdracht van het

Ruimte voor groei in de kinderopvang. Sociaal en Cultureel Planbureau in opdracht van het Ruimte voor groei in de kinderopvang Sociaal en Cultureel Planbureau in opdracht van het Ruimte voor groei in de kinderopvang De vraag naar kinderopvang per gemeente Om een goed beeld te krijgen van de

Nadere informatie

Afwijkingsmogelijkheden vergunning. Opvang met attest, erkenning, toestemming op 1 april 2014

Afwijkingsmogelijkheden vergunning. Opvang met attest, erkenning, toestemming op 1 april 2014 Op 12 juni 2015 keurde de Vlaamse Regering principieel een aantal veranderingen in de svoorwaarden goed. Deze wijzigingen staan in schuin lettertype. door aantal jaren ervaring: door aantal jaren ervaring:

Nadere informatie

Huishoudelijk reglement buitenschoolse opvang BO

Huishoudelijk reglement buitenschoolse opvang BO ALG 09 - /5-09-203 BO Hoofdzetel Locatie buitenschoolse opvang: Essen Kapellen Brecht Hofstraat 4 Kapelsestraat 37 Leopoldstraat 5 290 Essen 2950 Kapellen 2960 St Lenaarts 03/664.87.23 GSM 0470 0 80 55

Nadere informatie

2. Hoeveel ondernemingen werden in de eerste negen maanden van 2014 erkend door de RVA? Graag een overzicht per provincie.

2. Hoeveel ondernemingen werden in de eerste negen maanden van 2014 erkend door de RVA? Graag een overzicht per provincie. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 44 van ROBRECHT BOTHUYNE datum: 14 oktober 2014 aan PHILIPPE MUYTERS VLAAMS MINISTER VAN WERK, ECONOMIE, INNOVATIE EN SPORT Dienstenchequebedrijven - Stand van zaken De dienstencheque,

Nadere informatie

VR DOC.0309/2BIS

VR DOC.0309/2BIS VR 2016 2503 DOC.0309/2BIS Besluit van de Vlaamse Regering houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap DE VLAAMSE REGERING,

Nadere informatie

Registratie arbeidszorg

Registratie arbeidszorg Registratie arbeidszorg 2010-2014 Redactie: Marc Boons, Jo Bellens Toelichting Dit rapport bevat de belangrijkste bevindingen van de cijfers uit het registratiesysteem dat de Ronde Tafel Arbeidszorg heeft

Nadere informatie

Lokaal overleg kinderopvang Kortrijk

Lokaal overleg kinderopvang Kortrijk Lokaal overleg kinderopvang Kortrijk Inleiding: hoe kwam dit memorandum tot stand. Het Lokaal overleg Kinderopvang Kortrijk is een door het stadsbestuur erkende adviesraad. Deze is samengesteld op basis

Nadere informatie

5 voucher: de voucher, vermeld in artikel 2, 11 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een hand

5 voucher: de voucher, vermeld in artikel 2, 11 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een hand Besluit van de Vlaamse Regering houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs

Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Arbeidsmarktbarometer Onderwijs Basisonderwijs en secundair onderwijs Oktober 21 VLAAMS MINISTERIE VAN ONDERWIJS EN VORMING AGENTSCHAP VOOR ONDERWIJSDIENSTEN (AgODi) Inhoudstafel INHOUD Inleiding 3 Hoofdstuk

Nadere informatie

Deze vorm van begeleiding is beperkt in tijd (3 jaar), maar niet in het aantal begeleidingen.

Deze vorm van begeleiding is beperkt in tijd (3 jaar), maar niet in het aantal begeleidingen. SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 187 van VERA JANS datum: 12 december 2014 aan JO VANDEURZEN VLAAMS MINISTER VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN GEZIN Thuisbegeleiding personen met autismespectrumstoornis - Capaciteit

Nadere informatie

Kinderopvang en Bedrijven Een handleiding voor bedrijven

Kinderopvang en Bedrijven Een handleiding voor bedrijven Kinderopvang en Bedrijven Een handleiding voor bedrijven 1 Oriëntatie op kinderopvang voor de werknemers 2 HANDLEIDING BEDRIJVEN: KINDEROPVANG EN BEDRIJVEN Met deze brochure over KinderOpvang & BEdrijven

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 5, 1;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, inzonderheid op artikel 5, 1; Besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2006 betreffende de boekhouding en het financieel verslag voor de voorzieningen in bepaalde sectoren van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Nadere informatie

Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs

Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Arbeidsmarktbarometer 2011 Basisonderwijs en Secundair onderwijs Vlaams ministerie van Onderwijs & Vorming Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODi) Koning Albert II-laan 15, 1210 Brussel http://www.ond.vlaanderen.be/wegwijs/agodi

Nadere informatie

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten

Besluit van de Vlaamse Regering houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten Besluit van de Vlaamse Regering houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende

Nadere informatie

Hoofdstuk 2. Voorwaarden voor de specifieke dienstverlening

Hoofdstuk 2. Voorwaarden voor de specifieke dienstverlening 1 Besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2013 (BS 22 januari 2014) houdende de regels voor de toekenning van een projectsubsidie aan pedagogische en taalondersteunende organisaties voor de pedagogische

Nadere informatie

Besluiten van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 over de vergunningsvoorwaarden en de subsidies voor de kinderopvang van baby s en peuters

Besluiten van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 over de vergunningsvoorwaarden en de subsidies voor de kinderopvang van baby s en peuters 1 Besluiten van de Vlaamse Regering van 22 november 2013 over de vergunningsvoorwaarden en de subsidies voor de kinderopvang van baby s en peuters Overzicht van de inhoudelijke wijzigingen van de goedgekeurde

Nadere informatie

HET AANTAL KINDEREN PER BEGELEIDER/ONTHAALOUDER IN DE VLAAMSE KINDEROPVANG. Georges Hedebouw Projectleiding: Georges Hedebouw

HET AANTAL KINDEREN PER BEGELEIDER/ONTHAALOUDER IN DE VLAAMSE KINDEROPVANG. Georges Hedebouw Projectleiding: Georges Hedebouw HET AANTAL KINDEREN PER BEGELEIDER/ONTHAALOUDER IN DE VLAAMSE KINDEROPVANG Georges Hedebouw Projectleiding: Georges Hedebouw Onderzoek in opdracht van Kind en Gezin Mei 2011 Gepubliceerd door KATHOLIEKE

Nadere informatie

Jaarverslag 2010 Inspectieactiviteiten in de sectoren kinderopvang, preventieve gezinsondersteuning en adoptie.

Jaarverslag 2010 Inspectieactiviteiten in de sectoren kinderopvang, preventieve gezinsondersteuning en adoptie. Jaarverslag 2010 Inspectieactiviteiten in de sectoren kinderopvang, preventieve gezinsondersteuning en adoptie. adres Koning Albert II-laan 35 bus 31 1030 Brussel telefoon 02 553 34 34 fax 02 553 34 35

Nadere informatie

UITBREIDING VOORSCHOOLSE KINDEROPVANG 2008 ADVIES LOKAAL BESTUUR VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST. Versie 23 april 2008

UITBREIDING VOORSCHOOLSE KINDEROPVANG 2008 ADVIES LOKAAL BESTUUR VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST. Versie 23 april 2008 BIJLAGE Bijlage nr. 1 Advies Vlaamse Gemeenschapscommissie inzake het toekennen van nieuwe plaatsen gesubsidieerde voorschoolse kinderopvang in het Brussels hoofdstedelijk gewest Hallepoortlaan 27 B-1060

Nadere informatie

ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS IN HET GEWOON VOTLIJDS SECUNDAIR ONDERWIJS

ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS IN HET GEWOON VOTLIJDS SECUNDAIR ONDERWIJS ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS IN HET GEWOON VOTLIJDS SECUNDAIR ONDERWIJS Stand van zaken: juni 2016 Agentschap voor Onderwijsdiensten METHODOLOGIE In het gewoon voltijds secundair onderwijs worden de anderstalige

Nadere informatie

CENTRALE AANMELDINGSLIJST KINDEROPVANG IN GROOT-AALST. voor kinderen van 0-3 jaar

CENTRALE AANMELDINGSLIJST KINDEROPVANG IN GROOT-AALST. voor kinderen van 0-3 jaar CENTRALE AANMELDINGSLIJST KINDEROPVANG IN GROOT-AALST voor kinderen van 0-3 jaar INHOUDSTAFEL Hoofdstuk Pagina I. INLEIDING 2 II. SOORTEN KINDEROPVANG 2 III. IV. OVERZICHT DEELNEMENDE KINDEROPVANGINITIATIEVEN

Nadere informatie

nr. 187 van INGEBORG DE MEULEMEESTER datum: 13 januari 2015 aan HILDE CREVITS

nr. 187 van INGEBORG DE MEULEMEESTER datum: 13 januari 2015 aan HILDE CREVITS SCHRIFTELIJKE VRAAG nr. 187 van INGEBORG DE MEULEMEESTER datum: 13 januari 2015 aan HILDE CREVITS VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS Leerplichtige leerlingen

Nadere informatie

Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA

Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN PASCAL SMET VLAAMS MINISTER VAN ONDERWIJS, JEUGD, GELIJKE KANSEN EN BRUSSEL Vraag nr. 351 van 26 februari 2013 van PAUL DELVA Nederlandstalig onderwijs Brussel Capaciteit

Nadere informatie

ONDERZOEK NAAR DE GROOTTE EN HET GEBRUIK VAN DE BUITENSPEELRUIMTE IN DE FORMELE KINDEROPVANG SYNTHESERAPPORT

ONDERZOEK NAAR DE GROOTTE EN HET GEBRUIK VAN DE BUITENSPEELRUIMTE IN DE FORMELE KINDEROPVANG SYNTHESERAPPORT ONDERZOEK NAAR DE GROOTTE EN HET GEBRUIK VAN DE BUITENSPEELRUIMTE IN DE FORMELE KINDEROPVANG SYNTHESERAPPORT 1 INHOUDSTAFEL 1. Situering... 3 2. Doelstelling van het onderzoek... 3 3. Aanpak van het onderzoek...

Nadere informatie

R A P P O R T Nr. 67 ------------------------------- RAPPORT BETREFFENDE HET TIJDSKREDIET - JAARLIJKSE EVALUATIE

R A P P O R T Nr. 67 ------------------------------- RAPPORT BETREFFENDE HET TIJDSKREDIET - JAARLIJKSE EVALUATIE R A P P O R T Nr. 67 ------------------------------- RAPPORT BETREFFENDE HET TIJDSKREDIET - JAARLIJKSE EVALUATIE ---------------- 9 november 2005 1.984-1 Blijde Inkomstlaan, 17-21 - 1040 Brussel Tel: 02

Nadere informatie

ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS IN HET GEWOON VOLTIJDS SECUNDAIR ONDERWIJS

ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS IN HET GEWOON VOLTIJDS SECUNDAIR ONDERWIJS ANDERSTALIGE NIEUWKOMERS IN HET GEWOON VOLTIJDS SECUNDAIR ONDERWIJS Stand van zaken: oktober 2016 Agentschap voor Onderwijsdiensten METHODOLOGIE In het gewoon voltijds secundair onderwijs worden de anderstalige

Nadere informatie

Overzicht van de nieuwe pensioenmaatregelen in de overheidssector. 2. De verhoging van de leeftijd en loopbaanvoorwaarde voor vervroegd

Overzicht van de nieuwe pensioenmaatregelen in de overheidssector. 2. De verhoging van de leeftijd en loopbaanvoorwaarde voor vervroegd Overzicht van de nieuwe pensioenmaatregelen in de overheidssector 1. 0verzicht Een eerste maatregel verhoogt de minimum leeftijd en loopbaanvoorwaarde om een vervroegd rustpensioen te kunnen genieten.

Nadere informatie

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen

Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen Verantwoordelijke uitgever: Erik Van Tricht, Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat, Bergstraat, 30-34 - 1000 Brussel Notarisbarometer Vastgoed - familie - vennootschappen VASTGOEDACTIVITEIT

Nadere informatie

Invoegbedrijven. Maatregel. De begunstigden en bestedingen

Invoegbedrijven. Maatregel. De begunstigden en bestedingen Invoegbedrijven Maatregel Het programma invoegbedrijven beoogt de creatie van duurzame tewerkstelling voor kansengroepen binnen de reguliere economie. Aan ondernemingen die de principes van Maatschappelijk

Nadere informatie

Inhoud en publicatieplan Codex kinderopvang

Inhoud en publicatieplan Codex kinderopvang Inhoud / 1 Inhoud en publicatieplan Codex kinderopvang Leeswijzer A. Erkende en/of gesubsidieerde kinderopvang A.1 Werkingskader en erkenningsvoorwaarden A.1.1 Dagopvang Besluit van de Vlaamse regering

Nadere informatie