Preview uit NIET ZONDER ELKAAR BLOEMEN EN INSECTEN. verspreiding verboden Copyright Natuurmedia Amsterdam/de fotografen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Preview uit NIET ZONDER ELKAAR BLOEMEN EN INSECTEN. verspreiding verboden Copyright Natuurmedia Amsterdam/de fotografen"

Transcriptie

1 42 43 In een wereld zonder insecten ziet de natuur er totaal anders uit. Ingetogen, weinig opvallende varens en vele soorten dennenbomen en andere coniferen domineren dan een groenig landschap zonder bloemen. Geen gele landbouwvelden vol koolzaad, geen voorjaarsbloemen in parken en tuinen. In de graslanden geen margrieten, anjers of orchideeën. Een landschap met saaie berghellingen, sobere rivieroevers, sombere heidevelden. De duizenden soorten insecten die de kleurrijke natuur in stand houden behoren tot verschillende ordes. Kevers, zweefvliegen, vlinders en bijen, waaronder hommels, zijn de meest opvallende. Dat sommige insectengroepen bij de bestuiving van het leeuwendeel van onze bloemen belangrijker zijn dan andere is goed te zien aan de bloembezoekers in het tropisch regenwoud, de vegetatie met de grootste soortenrijkdom. Hier zijn bijen, in een rijke verscheidenheid aan soorten, de hoofdbestuivers van bijna de helft van alle plantensoorten. Naast kevers, vlinders en een aantal andere insectensoorten fungeren ook vleermuizen en kolibries als bestuivers voor ongeveer 10% van de plantensoorten, vooral die met grote bloemen. Windbloeiers komen in een tropisch bos nauwelijks voor. 45,2% 7,8% 7% 7,8% 3,8% 15,2% 7,3% 2% wind kolibries vleermuizen andere kleine insecten wespen nachtvlinders dag vlinders kevers bijen Verdeling van plantensoorten in het tropisch regenwoud naar hun afhankelijkheid van bepaalde diergroepen voor bestuiving. Van de insectenbloeiers, 87% van alle planten, wordt ruim de helft door bijen, zowel solitaire als kolonievormende soorten, bestoven. Ook in onze streken zijn bijen de belangrijkste bloembezoekers, maar op sommige bloemen zijn bij mooi weer ook grote aantallen zweefvliegen, vlinders en verscheidene kevers te gast. Om een voorbeeld te noemen: op bloemen van het veel voorkomende jakobskruiskruid hebben onderzoekers ruim 150 verschillende soorten insecten gevangen. Naast kevers, wespen, tripsen en wantsen waren dat vooral veel bijen (32 soorten), zweefvliegen (38) en vlinders (32). Ook schermbloemigen, zoals fluitenkruid en peen, met hun op grote afstand goed zichtbare en vlakke landingsplaatsen, trekken honderden insectensoorten aan, die afkomen op de makkelijk te verkrijgen pollen en nectar. 3,9%

2 44 45 Andere bloemtypen worden door veel minder insectensoorten bezocht. Veel bloemen zijn zelfs gespecialiseerd op bestuiving door bepaalde typen insecten. Een mooi voorbeeld zijn de bloemen van monnikskap. Hoewel zij door hun kleur en opvallende vorm van verre zichtbaar zijn, blijken ze door hun afmeting en complexe bouw alleen voor hommels goed toegankelijk te zijn. Het zijn dus 'hommel-specialisten'. Monnikskapsoorten komen dan ook alleen in die delen van de wereld voor waar hommels leven die voor bestuiving kunnen zorgen. A B C De ingewikkeld gebouwde bloemen van monnikskap worden alleen door hommels bezocht, die nectar zuigen uit honingbakjes aan het einde van de twee gedeeltelijk buisvormige verticale kroonbladen. (A) Overlangse doorsnede van een bloem van Aconitum variegatum waarin een hommel zijn tong steekt in het honingbakje. Het insect kruipt de bloem binnen aan de onderkant en maakt dan met zijn buikzijde contact met de meeldraden. (B) Tot honingklier omgevormd kroonblad van gele monnikskap met honingbakje. De pijl wijst naar de ingang. (C) Verspreidingsgebieden van monnikskapsoorten (Aconitum, gekleurd gebied) en hommels (Bombus, rode lijn). Deze specialisatie op een bepaalde insectengroep door middel van een geraffineerde bloemvorm maakt dat je op het eerste gezicht niet zou verwachten dat Aconitum (monnikskap) thuis hoort in de ranonkelfamilie (Ranunculaceae) waarvan de meeste leden radiaal-symmetrische bloemen bezitten, dat wil zeggen: bloemen die op meerdere manieren in twee (ongeveer) gelijke delen zijn te verdelen, zoals roos of margriet. De vijf kelkbladen van de monnikskapbloem zijn opvallend gekleurd. Het bovenste blad is tot een rechtopstaande helmachtige huif omgevormd, dat twee honingbakjes onder zich verbergt. Deze honingbakjes zijn twee kroonbladen die vervormd zijn tot langgesteelde sporen, waarvan de omgekrulde uiteinden nectar bevatten. Een nectar-begerige hommel moet moeite doen om bij dat voedsel te komen, waarbij zij intussen òf met pollen overdekt raakt òf, in oudere bloemen, in contact komt met rijpe stempels en daar eerder opgedane pollen op achterlaat (de bloemen vertonen protandrie: de meeldraden rijpen voordat de stempels ontvankelijk worden). Trouwe bezoekers Hoewel een grote verscheidenheid aan insecten op bloemen voedsel zoekt, zijn lang niet alle insectensoorten, en dat zijn er miljoenen, bloembezoekers. Volgens een ruwe schatting is zo n 10% van alle insectensoorten geïnteresseerd in nectar en/of stuifmeel. Bijen, vlinders en zweefvliegen staan bovenaan het lijstje van bloemenvrienden, maar daarnaast zijn er talrijke andere soorten uit diverse insectenordes die met enige regelmaat profiteren van wat bloemen te bieden hebben. Zo weten ook mieren, enkele wantsensoorten, tripsen, wespen, vliegen en muggen hun weg naar nectar of stuifmeel te vinden. Bijen Bij het woord bijen denkt iedereen allereerst aan de honingbij, producent van honing en bijenwas (kaarsen) en sinds mensenheugenis gekoesterd en figurerend in volksverhalen en genezingsrituelen. De Europese honingbij (Apis mellifera) komt uit Afrika, waarbij overigens hun verre voorouders een Europese oorsprong hebben. Kolonisten hebben in de loop der eeuwen honingbijen over vrijwel de hele wereld verspreid. Honingbijen leiden een sociaal leven in kolonies. Rondom de koningin, een hoogproductieve eilegmachine, die de kolonie drie tot vijf jaar lang van nieuw broed voorziet, leven werksters (steriele vrouwtjes). Deze doen het vele werk. Drie weken nadat het eitje is gelegd, is een werkster volwassen en werkt zij binnenshuis aan schoonmaak en larvenverzorging. Na weer drie weken begint haar buitenleven, bestaand uit het verzamelen van nectar en pollen. Afhankelijk van de zwaarte van het buitenwerk leeft zij dan nog een tot drie weken. In de winter, als er geen buitenwerk is, leven werksters langer: zes tot zeven maanden. Mannetjesbijen, darren, worden in de zomer gevormd. Zij leven korter, verzamelen geen voedsel en zijn er uitsluitend om jonge koninginnen te bevruchten. Een gezond bijenvolk telt in de zomer tot bijen, een aantal dat in de winter tot de helft of minder terugzakt. Meer over bijen en bijenhouden op pag. <xxx- xxx>. Iedereen die de lichtgele bloemen van de teunisbloem (die zich in de avond snel kan openen) kent, kan met een beetje geduld enkele bestuivers op deze merkwaardig geurende plant zien afkomen.

3 46 47 Tuinhommel (Bombus hortorum) Aardhommel (B. terrestris) Weidehommel (B. pratorum) Akkerhommel (B. pascuorum) Steenhommel (B. lapidarius) Boomhommel (B. hypnorum) De in Nederland meest voorkomende hommelsoorten Naast de door de mens gecultiveerde honingbij telt de Nederlandse fauna ruim 300 soorten inheemse ( wilde ) bijen. De meest opvallende groep hierbinnen zijn de hommels met 29 soorten. Een stuk of zes daarvan komen algemeen voor. Door hun forse postuur, dichte beharing en hun vliegactiviteit ook bij koud weer, kent iedereen ze wel. Hommels zijn kolonievormend, maar terwijl een honingbijkolonie, dankzij een flinke voedselvoorraad, intact overwintert en dus meerjarig is, zijn hommelkolonies eenjarig. Alleen jonge koninginnen, die in het najaar zijn bevrucht, overwinteren. In het najaar graven zij, voorzien van een flinke hoeveelheid vetweefsel, op een beschut plekje een holletje vrij diep in de grond. Vroeg in het voorjaar komen zij te voorschijn om eerst op krachten te komen door de consumptie van nectar en stuifmeel. Daarmee wordt de ontwikkeling van hun eieren in gang gezet. Vervolgens gaan zij op zoek naar een geschikte ruimte voor een nest, vaak een verlaten nest van een muis of ander klein dier. De koningin legt hier haar eerste eitjes die zich, dankzij een liefdevolle verzorging, in vier tot zes weken ontwikkelen tot volwassen werksters. Vervolgens nemen deze werksters de voedselvoorziening over en helpen met de broedzorg; de koningin komt nu niet meer buiten. De maximale grootte van een kolonie verschilt per soort; van enkele tientallen tot honderden werksters. Als de kolonie een voldoende omvang heeft bereikt worden er mannetjes en nieuwe koninginnen gevormd. In het najaar sterft de kolonie uit met uitzondering van de jonge koninginnen. Hommelkoninginnen en werksters bezitten een angel en kunnen in geval van nood steken, maar zijn niet agressief. De overige inlandse bijensoorten, meer dan 300, worden tot de solitaire bijen gerekend. Zij vormen geen kolonie al zijn hun individuele holletjes soms dicht bij elkaar. De meest bekende soorten dragen treffende namen als: zijdebij, groefbij, zandbij, behangersbij en metselbij. De pas uitgekomen bijenvrouwtjes graven zelf een gang in de grond of zoeken in het voorjaar bovengronds een nestplaats. Vaak is dat een gangetje in vermolmd hout, steen, een plantenstengel of een leeg slakkenhuisje. Een metselbij, de gouden slakkenhuisbij (Osmia aurulenta) maakt meerdere cellen in een leeg slakkenhuis, die door wandjes van bladcement, stukjes bladmateriaal gemengd met speeksel (B), van elkaar zijn gescheiden. Ook worden kleine steentjes opgeslagen (St). Op een voedselkoek (V) van pollen en nectar wordt een ei gelegd. L = luchtkamer. Na voltooiing van het nest wordt het verstopt onder kleine twijgjes, stukjes gras e.d. zodat het onzichtbaar wordt. Daarin brengt het bijtje een klompje stuifmeel vermengd met nectar, waarna zij er een ei op legt. Het broedkamertje wordt dan afgesloten. Vaak maakt zij in hetzelfde gangetje, vóór de afgesloten cel, nog een of enkele broedkamers, ieder met een klompje broedvoer plus ei. De gehele ontwikkeling van ei tot volgroeid insect, die tot het volgende voorjaar duurt, gebeurt in deze cel zonder dat de moeder er verder aan te pas komt. Enkele soorten hebben twee generaties per jaar. Hoewel het angelbezitters zijn, althans de vrouwtjes, heeft een steek weinig te betekenen. Solitaire bijen bezitten een aantal voor bloembestuiving belangrijke eigenschappen. Veel soorten zijn specialisten en bezoeken slechts één of enkele plantensoorten. Bovendien zijn het heel efficiënte bestuivers. Voor bepaalde gewassen, bijvoorbeeld luzerne en sommige fruitsoorten overtreffen ze, althans op individuele basis, de honingbij in bestuivingsefficiëntie. Daar staat wel tegenover dat honingbijen massaal vliegen en dus veel bloemen per tijdseenheid bezoeken. In tegenstelling tot zweefvliegen, vlinders en kevers, zoeken bijen niet alleen voedsel voor zichzelf, maar ook voor hun nageslacht. Zij bezoeken om die reden veel meer bloemen dan alleen voor hun eigen voeding nodig is. Daardoor verdienen bijen als bestuivers de ereplaats. St B L Ondergrondse broedkamer met broedvoer (geel stuifmeel+nectar) en een eitje van de grijze zandbij. V V Ei St B

4 48 49 Vlinders Terwijl bijen hun gehele levenscyclus volbrengen met alleen pollen en nectar als voedsel, is dat bij vlinders (en zweefvliegen) anders. Vlinderlarven, rupsen dus, voeden zich in de regel met groene plantendelen. Maar als volwassen dier kunnen de meeste vlindersoorten niet zonder nectar en daarnaast drinken ze water, honingdauw (de zoete excretieproducten van bladluizen) en sap uit rottend fruit. Terwijl bijen altijd in grote haast van bloem naar bloem vliegen, lijken vlinders het rustiger aan te doen. Dat kan omdat zij alleen in hun eigen voedselbehoefte moeten voorzien, anders dan bijen die vooral voedsel voor hun nageslacht moeten verzamelen. Vlinders worden onderscheiden in dag- en nachtvlinders. Beide groepen zijn het gemakkelijkst te onderscheiden aan de vorm van hun antennen. Bij de meestal kleurrijke dagvlinders eindigen de antennen duidelijk in een knopje. In rust hebben zij hun vleugels omhoog samengeklapt. Bij nachtvlinders hebben de antennen uiteenlopende vormen, zoals veer- of draadvormig, maar vertonen nooit een knopje. In rust liggen hun vleugels plat over het lichaam gevouwen. De naamgeving: dagen nachtvlinders, is kunstmatig en een aantal nachtvlindersoorten vliegt (ook) overdag, zoals de sint-jakobsvlinder, gamma-uil en kolibrievlinder. Er zijn veel meer nacht- dan dagvlindersoorten. Veel vlindersoorten, bijvoorbeeld de dagpauwoog, hebben een generatie per jaar. Andere, zoals de kleine vos en koolwitje, voltooien twee of drie generaties per jaar. Vlinders overwinteren, afhankelijk van de soort, als ei, rups, pop of imago (volwassen insect). Enkele soorten die als vlinder de winter hebben doorgebracht zijn al heel vroeg in het voorjaar op mooie zonnige dagen te zien: citroenvlinder en dagpauwoog <Zie verder pagina xxx>. Bloemengeur bij maneschijn In Nederland leven zo'n 40 maal meer nachtvlinder- dan dagvlindersoorten. Op wereldschaal zal dat niet veel anders zijn. Omdat het leven van nachtvlinders zich grotendeels in het duister afspeelt, zijn hun gangen minder goed onderzocht dan die van dagvlinders. Hoewel het niet allemaal nectarzuigers zijn, wordt de rol die nachtvlinders bij de bestuiving van planten spelen waarschijnlijk onderschat. Tijdens hun zoektocht naar nectar transporteren zij, hoofdzakelijk in de nachtelijke uren, stuifmeel van bloem tot bloem. In het algemeen hebben bloemen die s nachts door nachtvlinders worden bestoven een sterke geur (bv. kamperfoelie). Meer dan overdag moeten krachtige geurwolken insecten de weg wijzen naar de bloemen. Verder hebben zulke bloemen meestal een bleke kleur (bv. nachtsilene), lange, flexibele meeldraden en vaak een lange bloembuis. Bestuiving is vooral bekend van nachtvlindersoorten als uilen, spanners, pijlstaarten, bloed- De nachtsilene opent zich in de schemering en trekt dan o.a. de witvlek-silene-uil aan. Geelbruine vlekuil op jacobskruiskruid. drupjes, visstaartjes, spinneruilen en lichtmotten. Ook de plantensoorten die zij bezoeken zijn over allerlei families verspreid. In West-Europa bijvoorbeeld de anjers, teunisbloemen, lelies, lissen, windes, lipbloemen, orchideeën en soorten uit de nachtschadefamilie. Een voorbeeld uit de anjerfamilie is blaassilene, die onder andere wordt bestoven door de schapengrasuil (Apamea furva). Avondkoekoeksbloemen (Silene latifolia) worden vrijwel uitsluitend door nachtvlinders bestoven, die de bloemdelen van deze plant als voedselbron voor hun nageslacht gebruiken. Vrouwtjes van de gewone silene-uil (Hadena bicruris) leggen eitjes in de bloem tijdens het bezoek waarna de rupsen de zaden eten, zoals o.a. is ontdekt door Brantjes (1976) en Labouche & Bernasconi (2010). Toch wegen de voordelen van de bestuiving voor de plant blijkbaar op tegen de aangerichte schade. De avondkoekoeksbloem kan als verdedigingsmechanisme zaden met rupsen afschudden. Of dit gebeurt, hangt waarschijnlijk af van de aanwezigheid van alternatieve bestuivers die niet van de plant eten. In Nederland zijn dat bijvoorbeeld de gamma-uil en de koperuil, die op bloemen van de avondkoekoeksbloem zijn waargenomen. De algemene en ook overdag actieve gamma-uil.

5 50 51 Zweefvliegen De vaak wondermooie zweefvliegen zijn ook trouwe bloembezoekers. Hun bestuivingsresultaten worden alleen door honingbijen overtroffen. En voor sommige plantensoorten, zoals gewone ereprijs (Veronica chamaedrys) en groot heksenkruid (Circaea lutetiana), zijn zij zelfs de meest effectieve bestuivers. Zweefvliegen vallen op door hun vaak heldere kleuren, hun vrijwel geruisloze vlucht en hun zweefvermogen. Hun kleurpatroon en lichaamstekening lijken vaak op dat van wespen en bijen, maar ze bezitten geen angel. Aan deze nabootsing (mimicry) ontlenen zij een bescherming tegen roofvijanden. Zij hebben, net als alle andere vliegen, slechts één paar vleugels. Zij verschillen daarmee van bijen en wespen die tot de vliesvleugelen behoren en twee paar vleugels bezitten. Zweefvliegen, hun naam zegt het al, vertonen een karakteristiek vlieggedrag. Zij blijven seconden lang stilhangen in de lucht om dan plotseling weg te schieten en iets verder weg weer te blijven hangen. Zweefvlieglarven variëren sterk in hun voedselkeuze. De larven van een aantal soorten consumeren zeer grote aantallen bladluizen, andere leven van groeiende plantendelen, van schimmels, rottend hout of dode diertjes. Volwassen zweefvliegen voeden zich met nectar en stuifmeel, maar verzamelen het niet. Zweefvliegen zijn een groot deel van het jaar te zien, de eerste komen te voorschijn als in februari de katjes van wilgen en hazelaars ontluiken. De laatste vliegen, bij goed weer, nog rond in november. Er zijn meestal verscheidene generaties per jaar. Zweefvliegen overwinteren, afhankelijk van de soort, als volwassen insect, larve of pop. In Nederland komen ruim 350 verschillende soorten zweefvliegen voor. De bessenzweefvlieg (Syrphus ribesii) en de blinde bij (Eristalis tenax), die op een honingbij lijkt, maar als zweefvlieg natuurlijk niet kan steken, zijn in iedere tuin regelmatig te zien. Blinde bij (Eristalis tenax), een solitaire bij die allerminst blind is: de ogen beslaan meer dan de helft van de kop. Aanpassingen voor polleninzameling Bloembezoekende insecten zijn op zoek naar voedsel. In de loop van de evolutie is hun bouw daarop aangepast. Dat zij tijdens hun zoektocht op of in de bloem voor bestuiving zorgen, is een voor het insect onbedoelde bijkomstigheid, voor de plant natuurlijk van levensbelang. Omdat bijen zich vanaf het moment dat zij als larve uit het ei komen tot aan hun dood als volwassen insect, uitsluitend met stuifmeel en nectar voeden, hebben zij de duidelijkste aanpassingen in lichaamsbouw (en gedrag, waarover later meer) voor vervoer en consumptie van dit voedseltype. In tegenstelling tot de meeste andere insecten zijn bijen dicht behaard. Onder een microscoop bekeken blijken veel haren geveerd te zijn, waardoor stuifmeelkorrels plakkerig door de aanwezigheid van pollenkit gemakkelijker worden vastgehouden. (A) Haren op het lichaamsoppervlak van honingbijen hebben tandjes en haakjes die de efficiëntie van het verzamelen van stuifmeel verhogen. (B) Harige vacht van een hommel waaraan enkele stuifmeelkorrels kleven. Vergrotingsfactor: (A) 80; (B) 350. Ook elektrostatische krachten spelen een rol bij de pollenoverdracht. Doordat de wind tijdens het vliegen steeds door hun haren strijkt, worden bijen met statische elektriciteit geladen. Met die positieve lading wordt hun vacht één grote stuifmeelmagneet, sterk genoeg om losse stuifmeelkorrels (meestal negatief geladen) uit de helmhokjes aan te trekken en te laten overspringen naar de bijenvacht. Gekleefd aan de haren van de bij verliezen de pollenkorrels hun negatieve lading en worden zo juist positief. Wanneer de bij vervolgens in de buurt van de negatief geladen stempel van een volgende bloem komt, zorgen de elektrostatische krachten ervoor dat de pollenkorrels naar de stempel toe worden getrokken. Een subtiele benutting van elektrostatische krachten in het bestuivingsproces. Het principe van elektrostatische inductie: een positief geladen object induceert bij nadering op korte afstand tijdelijk een tegengestelde lading in een geaard object. Een elektrostatisch geladen hommel benadert een geaarde plant en induceert hier een tegengestelde lading, in het bijzonder aan de uiteinden van de bloem. De nu negatief geladen stuifmeelkorrels worden aangetrokken door de positief geladen vacht van het insect en springen over.

6 52 53 Akkerhommel met gevulde stuifmeelkorfjes Als een honingbij of hommel een bloem met veel meeldraden zoals papaver of roos bezoekt, is zij bij vertrek aan alle kanten bepoederd met stuifmeel. Vliegend naar een volgende bloem probeert zij zich snel weer schoon te maken door heel behendig, met al haar poten, de stuifmeelkorrels uit haar haarvacht naar de achterpoten te schrapen. De buitenzijden van haar achterpoten zijn enigszins hol, haarloos en glad en hebben aan weerszijden een rij van lange haren, waardoor een buigzaam korfje wordt gevormd. Na bevochtiging met wat nectar wordt het stuifmeel tot een compact klompje in dit korfje samengepropt. Op die manier kunnen werksters en ook hommelkoninginnen flinke hoeveelheden stuifmeel vervoeren, per vlucht zo n 20% van hun eigen gewicht. Solitaire bijen missen deze stuifmeelkorfjes. Zij transporteren stuifmeel naar hun Vrouwtjes van de rosse metselbij bezitten aan de onderkant van het achterlijf een buikschuier, roodbruine broedcellen doordat het kleeft aan hun achterpoten of andere lichaamsdelen. Soms dient hun lange en stijve haren. Met haar achterpoten borstelt zij maag als transportmiddel voor het stuifmeel. het stuifmeel tussen deze haren. De foto, voor de ingang Het stuifmeel dat achterblijft in het haarkleed van een nest, toont duidelijk het gele stuifmeel. Deze kan in de volgende bloem blijven plakken aan de meest algemene metselbijensoort is een buitengewoon kleverige stamper. effectieve bloembestuiver. De snuit van nectarliefhebbers De zuigsnuit van bijen is een ingewikkeld orgaan dat samengesteld is uit een aantal verlengde monddelen. Als een bij deze flexibele holle buis in een honingbakje van een bloem steekt, wordt de nectar, gedeeltelijk door capillaire krachten, gedeeltelijk door bewegingen van een spierpompje in de kop, opgezogen. De nectar wordt opgeslagen in de honingmaag in het achterlijf. De honingmaag kan enorm worden uitgerekt, zodat een flinke hoeveelheid nectar kan worden meegenomen, zo n 40 mg, bijna de helft van het eigen lichaamsgewicht. Wanneer de zuigsnuit niet wordt gebruikt, ligt hij naar achteren teruggeklapt onder de kop. De zuigsnuiten van verschillende bijensoorten verschillen in bouw en lengte. Terwijl de zuigsnuit van een honingbij ruim 6 mm lang is, bezitten tuinhommels een drie maal zo lange snuit. Het spreekt vanzelf dat de lengte van hun snuit in belangrijke mate bepaalt welke bloemen voor een bepaalde soort een toegankelijke voedselbron vormen. Met een korte tong kun je niet diep reiken in een nauwe kroonbuis. Met een lange tong is het moeilijk manoeuvreren op een bloem waar de nectar oppervlakkig zit: de bij moet dan hoog op de poten staan. Sommige solitaire bijen, zoals zijde-, zand- en groefbijen, vliegen uitsluitend op bloemen waar Zuigsnuiten van drie algemeen voorkomende hommelsoorten (koninginnen). V.l.n.r. weidehommel, akkerhommel en tuinhommel. A B C Linkerachterpoot van een honingbij. (A) Buitenzijde met stuifmeelkorfje, een onbehaard hol vlakje begrensd door twee rijen stijve haren. Het plakkerige stuifmeel wordt met de stuifmeelkam en de pers tot een compacte massa in het korfje gepropt. (B) Korfje gevuld met stuifmeelklompje. (C) Binnenzijde van dezelfde poot. De negen rijen stuifmeelborstels helpen bij het bij elkaar vegen van het stuifmeel voordat het in het korfje wordt geduwd. tong Honingmaag endeldarm darm Anatomie van een honingbij de nectar gemakkelijk te bereiken is, zoals schermbloemigen, composieten, kruisbloemigen en vetplanten. Behangers-, metsel-, wol- en sachembijen hebben een langere tong en bevliegen voornamelijk lipbloemigen, vlinderbloemigen en soorten uit de helmkruidfamilie. Dergelijke verschillen in snuitlengte maken dat de concurrentie tussen soorten vermindert. Maar ook de planten hebben er voordeel van dat niet Jan en alleman langs komt. Zij passen zich aan bepaalde typen van bestuivers aan wanneer zo n specialisatie in beider voordeel is. Er is dan sprake van co-evolutie (zie pag. <xxx>). Voor bijna alle vlindersoorten vormt nectar de eerste levensbehoefte. Om nectar en andere vloeistoffen op te zuigen hebben ze een ingenieus gebouwde roltong, een lange zuigbuis, op-

7 54 55 A B B C Zuigsnuiten van nectar-drinkende insecten. (A) Kop van honingbij in vooraanzicht. De in de tekening opzij gebogen monddelen liggen normaal dicht tegen elkaar aan. De tong is omgevormd tot een zuigbuis. (B) Vlinderkop in zijaanzicht met roltong in rust. (C) Schema van de bouw van een stukje uit de roltong van een vlinder. gerold in rusttoestand. De roltong van vlinders bestaat uit twee buisjes, waartussen een holle ruimte is geklemd: het voedselkanaal. Wanneer de tong wordt uitgerold, worden de beide buisjes door inwendige minuscule spiertjes vervormd terwijl er tegelijkertijd bloed in wordt gepompt. Zo ontrolt een vlinder nadat hij op een bloem is geland zijn tong. Na gebruik ontspannen de spiertjes zich, vloeit het bloed terug in de kop en rolt de tong als een veer weer op. De wand van de buisjes aan de onderzijde is in opgerolde toestand, de rusttoestand dus, korter dan de bovenzijde doordat in de onderzijde een elastische stof is ingebouwd. Vlinders voeden zich met hun lange tongen graag op nauwe buisbloemen, zoals floxen, maar kleine bloemen, zoals veel composieten, worden niet overgeslagen. Zweefvliegen, zoals de hier afgebeelde hoornaarzweefvlieg, hebben heel korte zuigsnuitjes van hooguit 4 mm. Zij zijn aangewezen op bloemen waar de nectar oppervlakkig zit. Ze bezoeken makkelijk toegankelijke schermbloemigen, zoals wilde peen, zevenblad en engelwortel, maar ook roosachtigen, zoals meidoorn en gewone braam. Zuigsnuiten in vele lengtes In sommige bloemen is de nectar heel gemakkelijk te bereiken, in andere zoals bij monnikskap en kamperfoelie zit het diep verscholen. De nectarzuigers, die als potentiële bestuivers bloemen bezoeken, vertonen eveneens een breed scala aan snuitlengtes. Als gevolg daarvan treedt er noodgedwongen een zekere mate van bloemspecialisatie bij de nectarliefhebbers op. Een honingbij kan bijvoorbeeld de nectar in de diepe spoor van een Oost-Indische kersbloem niet bereiken. Honingbijen zijn allesbehalve winnaars als het gaat om snuitlengte, die eer gaat naar de vlinders. Met name een aantal pijlstaartsoorten zoals de kolibrievlinder hebben spectaculair lange roltongen, waarmee zij heel diepe nectarbronnen kunnen bereiken. Darwins voorspelling Toen Darwin omstreeks 1860 de prachtige ivoorwitte orchidee Angraecum sesquipedale in handen kreeg, die in het vochtigwarme oerwoud van Madagaskar was gevonden, reageerde hij Good Heavens, what insect can suck it?. En vervolgde Wat kan het nut zijn [...] van een nectarium met zo n enorme lengte?, toen hij zag dat alleen de onderste vier cm van hun 20 tot 30 cm lange sporen met nectar was gevuld. Hij concludeert dan dat er een bestuiver moet bestaan met een tong die zo lang is dat hij de nectar kan bereiken. Pas ruim veertig jaar later wordt in Madagaskar een grote pijlstaartvlinder ontdekt met een roltong die ongeveer 25 cm lang is en die men, heel toepasselijk, Xanthopan morgani praedicta heeft genoemd (praedicta = voorspeld). Deze anekdote toont aan dat Darwin zich goed bewust was van de innige relaties die tussen soorten kunnen bestaan, relaties die wij tegenwoordig samenvatten onder het begrip co-evolutie. 10 cm Zuigsnuitlengtes bij 3 insectenordes Tweevleugeligen (Diptera) Bessenzweefvlieg (Syrphus ribesii) Kleine bijvlieg (Eristalis arbustorum) Gewone wolzwever (Bombylius major) Vliesvleugeligen (Hymenoptera) Honingbij (Apis mellifera) Tuinhommel, werkster (Bombus hortorum) Tuinhommel, koningin Verschillende wilde bijensoorten Vlinders (Lepidoptera) Atalanta (Vanessa atalanta) Koolwitje (Pieris brassicae) Windepijlstaart (Agrius convolvuli) 3 mm 4 mm 8 mm 6 mm 15 mm 20 mm 1-20 mm 13 mm 16 mm 80 mm De door een Franse botanicus in 1798 in Madagascar ontdekte orchidee Angraecum sesquipedale met zijn in 1903 ontdekte bestuiver, de pijlstaartvlinder Xanthopan morgani praedicta.

8 56 57 Een bloembezoeker is nog geen bestuiver Veel insecten bezoeken een bloem alleen om nectar op te zuigen of stuifmeel op te halen, zonder een wederdienst (bestuiving) te verrichten. Een eenvoudig experiment met bloemen van Centaurea corymbosa (of tuilknoopkruid ), dat slechts voorkomt op één kalksteenmassief in Zuid-Frankrijk, toont dit aan. De bloemhoofdjes van tuilknoopkruid worden vooral door drie hoofdgroepen insecten bezocht: behangersbijen, kleine bijtjes (bloedbijen en maskerbijen) en een schijnboktor. Om uit te zoeken wie van deze bloembezoekers de succesvolste bestuiver is, werden onbestoven bloemhoofdjes gehuld in een zakje van fijnmazig vitrage. Wanneer een bloembezoeker in de buurt van de plant kwam, werd het zakje snel verwijderd. Met een stopwatch werd de bezoektijd geregistreerd en het aantal open bloempjes in het hoofdje geteld. Na het bezoek werd het hoofdje weer ingehuld. Wat bleek? Hoofdjes werden meerdere keren per dag bezocht en een aantal dagen achter elkaar. De behan- Het gedrag van de behangersbij op het bloemhoofdje: met de kop tussen de bloempjes (om nectar te drinken), het achterlijf omhoog om met de twee achterste paar poten de bloempjes bijeen te houden en als een buikdanseres op en neer te gaan en zo op de buik het stuifmeel verzamelen. gersbijen bleken de echte bestuivers van tuilknoopkruid. Per bezoek was de zaadzetting na bezoek van een behangersbij hoger dan wanneer de bezoeker een klein bijtje of een schijnboktor was. Per tijdseenheid zorgden de behangersbijen bovendien voor aanzienlijk meer bevruchting dan de andere twee groepen. Door het gedrag van de insectengroepen op de hoofdjes te observeren kon dit voorspeld worden. De behangersbijen verzamelen stuifmeel door met hun achterlijf over de meeldraden te schurken (zulke bijen worden ook wel buikschuivers genoemd). Wanneer ze vervolgens naar een andere plant vliegen hebben ze nog zóveel stuifmeel aan hun buik hangen dat ze kruisbestuiving veroorzaken. De kleine bloed- en maskerbijtjes zijn eigenlijk te klein voor de relatief grote bloemhoofdjes van het knoopkruid. Zij raken wel met stuifmeel bepoederd, maar hebben al zoveel stuifmeel tot hun beschikking op één plant dat ze nauwelijks van de ene naar de andere plant hoeven te vliegen. De schijnboktorren zitten het grootste deel van de tijd op dezelfde plant stuifmeel te eten, en grazen het stuifmeel daarbij zelfs van de stempels af. Dat verklaart waarom ze nauwelijks stuifmeel overbrengen en er ook steeds minder stuifmeel beschikbaar is naarmate de schijnboktorren vaker langskomen. Kortom: er zijn aardig wat insecten die op het knoopkruid langskomen om wat te snacken, maar daarvan is er eigenlijk maar één die als echte, effectieve bestuiver kan worden bestempeld: de buikschuivende behangersbij. Er blijkt een duidelijk verschil in effectiviteit tussen bestuivers bij deze zeer zeldzame bloem. Buikschuivers doen het beter dan grazers. Dit is ongetwijfeld ook het geval bij algemenere soorten knoopkruid, zoals gewoon knoopkruid of korenbloem. Nectar diefstal Bijen bezitten ook kaken, die zij gebruiken bij de nestbouw en het kneden van stuifmeel. Vooral enkele kort-getongde hommelsoorten, zoals aard- en veldhommel, hebben kaken die stevig genoeg zijn om daarmee van buitenaf gaatjes te kunnen knippen in een bloemkroon, dichtbij een honingklier. Ze hoeven dan niet binnen in de bloem naar nectar te zoeken, maar tappen illegaal de nectar af. Vooral buisvormige of spoordragende bloemsoorten, zoals gewone smeerwortel, Oost-Indische kers en dophei vertonen regelmatig zulke perforaties. Bij tuinbonen vertoont soms het merendeel van de bloemen gaatjes. En in een populatie van het vlasbekje is eens meer dan 95% van de bloemen met een gaatje in hun nectar bevattende spoor aangetroffen. Eenmaal aanwezig wordt het gaatje ook gebruikt door andere insectensoorten. Zo ontdekken honingbijen, die zelf geen gaatjes maken, snel deze gemakkelijke weg naar de nectarbron. Sporen van braak. In bloemen van Oost-Indische kers (links) zit de nectar in de spoor, in kamperfoelie onder in de diepe kroonbuis (midden), in monnikskapbloemen boven in de twee tot honingbakjes vervormde kroonblaadjes.

9 58 59 Niet alléén insecten doen bestuivingsdiensten Van oudsher zijn insecten, de meest in het oog springende bloembezoekers, beschouwd als de belangrijkste diergroep die bloembestuiving verzorgt. Maar ook vogels en zoogdieren leveren een niet te verwaarlozen bijdrage aan de voortplanting van bloemplanten. Omdat hun activiteiten zich vaak in tropische gebieden (vogels) en/of 's nachts (zoogdieren) afspelen is onze kennis op dit gebied nog fragmentarisch. Vogels Zo'n tien procent van alle vogelsoorten is verzot op nectar. De meeste daarvan zijn te vinden in (sub) tropische gebieden. Dat wil nog niet zeggen dat zij alleen van nectar leven of allemaal even effectieve bestuivers zijn. Nederlandse pimpelmeesjes, op zoek naar nectar, bezoeken soms afwisselend mannelijke en vrouwelijke wilgenkatjes. Op hun kop is dan geel stuifmeel te zien en het is goed mogelijk dat zij op die wijze aan bestuiving bijdragen, maar het is een toevallig neveneffect. Kolibries zijn wel de meest spectaculaire nectardrinkers. Het zijn prachtig gekleurde vogeltjes, die met ruim 300 soorten het Amerikaanse continent bewonen. Zij zijn effectieve bestuivers van plantensoorten, die aan de kolibrie aangepaste bloemvormen bezitten. Bij het opzuigen van nectar, met hun bijna buisvormige tong, raken hun kopveren bepoederd met stuifmeel, dat in een volgende bloem op de stempel terecht kan komen. Vaak zijn dat diepe buisbloemen. In het oorsprongsgebied van kolibries, Zuid-Amerika, komt een aantal soorten voor, ieder gespecialiseerd op een bepaalde fuchsiasoort. Ook fuchsia's stammen uit dit werelddeel. Om aan hun eiwitbehoefte te voldoen vullen kolibries en andere nectarverzamelaars hun dieet aan met insectjes, kleine spinnen en soms ook met stuifmeel. Plantensoorten die zijn aangepast aan vogelbezoek bezitten dikwijls grote 'vogelbloemen', die veel nectar produceren, soms tot enige milliliters per dag. Het suikergehalte is meestal veel lager (gemiddeld 20%) dan van nectar waar insecten op afkomen. De bloemen zijn veelal rood en/of oranje gekleurd (vogels zijn extra roodgevoelig), geurloos of met weinig geur (bv. muskus). Planten met vogelbloemen komen wijdverbreid voor, het merendeel in de tropen. In Europa ontbreken zij. Groene violetoorkolibrie (Colibri thalassinus) Zoogdieren Vleermuizen vormen met een kleine 1000 soorten binnen de zoogdieren, na knaagdieren, de grootste groep. De meeste daarvan jagen op insecten, maar ruim 50 soorten uit tropische en woestijnklimaten, zijn vaste bloembezoekers: zij drinken nectar en eten stuifmeel. Met hun gespecialiseerde monddelen kunnen zij snel vloeibaar voedsel opnemen, waarbij tegelijkertijd onmisbare bestuivingsdiensten worden verricht. Ruim 500 plantensoorten, verdeeld over 67 plantenfamilies, zijn voor hun vruchtzetting afhankelijk van vleermuisbezoek. Hun bloemen produceren veel nectar, die van de balsaboom, weliswaar een uitschieter, maken zelfs hoeveelheden tot 15 ml per bloem. Het suikergehalte is net als bij vogelbloemen laag: tussen de 5 en 29%. Vleermuisbloemen zitten op gemakkelijk toegankelijke plaatsen aan boom of struik. Zij zijn in bouw en functie aangepast aan hun be- Een gerbilsoort zoekt nectar in de bloeiwijze van egellelie, Massonia depressa. In deze plant zit de bloeiwijze als op een soort schoteltje van twee platte stevige, tegen de grond aangedrukte bladeren. Verschillende knaagdiersoorten komen hierop s nachts graag fourageren. Een kleine langtongvleermuis (Glossophaga soricina) drinkt nectar en bestuift tegelijkertijd een bloem van de boom Trichanthera gigantea. stuivingspartner: groot, klokvormig, fletse kleuren (vleermuizen zijn kleurenblind), 's nachts geopend met een vaak muffe, zwavelachtige geur en veel stuifmeel. Economisch belangrijke gewassen die het van vleermuisbestuiving moeten hebben zijn mango, wilde banaan, agave (tequila) en kapokboom. Een belangrijk voordeel van bestuiving door vleermuizen is dat zij, net als vogels, dikwijls snel grote afstanden afleggen en als gevolg daarvan voor een brede verspreiding van stuifmeel, lees genenmateriaal, zorgen. In onze contreien komt bestuiving door zoogdieren niet voor, maar dat geldt niet voor Zuid-Afrika, Australië en tropisch Amerika. Een aantal kleinere knaagdiersoorten, opossums en lemurs, meestal nachtdieren, vullen hun dieet graag aan met nectar en stuifmeel. Wanneer bepaalde plantensoorten tegen deze bezoekers worden afgeschermd, wordt daarmee vruchtzetting geheel of grotendeels voorkomen. Omdat zoogdieren groter zijn dan insectbestuivers, waardoor zij minder precies voor stuifmeeloverdracht kunnen zorgen, produceren deze planten grote stevige bloemen met veel nectar en stuifmeel. Dat is bijvoorbeeld het geval bij sommige Zuid-Afrikaanse herfsttijloossoorten (Colchicum spp.), die door kleine knaagdieren worden bezocht, evenals de 'egellelie', Massonia depressa. De bloemen van deze laatste soort zitten, net als bij de herfsttijloos, in een hoofdje bovenop een platform van twee stevige bladeren, zodat ze goed toegankelijk zijn voor hun grondbewonende bezoekers.

Bijenhoudersvereniging St Ambrosius Boxtel

Bijenhoudersvereniging St Ambrosius Boxtel januari In deze maand zijn de hommelkoninginnen nog in hun winterslaap. februari Op een warme dag komt een hommelkoningin uit haar schuilplaats en gaat op zoek naar voedsel. Als het kouder wordt moet ze

Nadere informatie

Voortplanting. Lesbrief. Werkgroep Schoolactiviteiten. I.V.N. afd.hengelo. Tel. O74 2770390

Voortplanting. Lesbrief. Werkgroep Schoolactiviteiten. I.V.N. afd.hengelo. Tel. O74 2770390 Voortplanting Lesbrief Werkgroep Schoolactiviteiten I.V.N. afd.hengelo Tel. O74 2770390 1 Deze lesbrief wordt U aangeboden door het I.V.N. afd. Hengelo Voortplanting = zorgen voor jonge planten A. Inleiding

Nadere informatie

INSECTEN. werkboekje

INSECTEN. werkboekje INSECTEN werkboekje 20 maart 2009 Dag lieve kleine vlinder Waar vlieg je toch naartoe? Breng jij misschien de eitjes weg, ben jij nu al moe? Jouw eitjes worden rupsjes. die groeien heel erg vlug. ook krijgen

Nadere informatie

Voorbereiding post 5. Kleuren om (van) te snoepen Groep 3-4

Voorbereiding post 5. Kleuren om (van) te snoepen Groep 3-4 Voorbereiding post 5 Kleuren om (van) te snoepen Groep 3-4 Welkom bij IVN Valkenswaard Dit is de powerpointserie als voorbereiding op post 5: Kleuren om (van) te snoepen voor groep 3 en 4. Inhoud: Algemeen

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 3 mei 2016. Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 3 mei 2016. Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 3 mei 2016 Beste natuurliefhebber/-ster, Het was een heel aangename dag, maar er was minder te zien dan ik had gehoopt/verwacht. Twee dagen eerder waren we in de Hortus

Nadere informatie

Vraag 1. Waarom moet je goed voor de rupsen zorgen als je vlinders wilt hebben?

Vraag 1. Waarom moet je goed voor de rupsen zorgen als je vlinders wilt hebben? Naam: VLINDERS Vlinders zijn niet weg te denken uit onze leefomgeving. In het voorjaar kunnen we haast niet wachten tot de eerste Kleine vosjes of Citroenvlinders zich laten zien. En dan in de zomer en

Nadere informatie

Voorbereiding post 5. Kleuren om (van) te snoepen Groep

Voorbereiding post 5. Kleuren om (van) te snoepen Groep Voorbereiding post 5 Kleuren om (van) te snoepen Groep 5-6-7-8 Welkom bij IVN Valkenswaard Dit is de powerpointserie als voorbereiding op post 5: Kleuren om (van) te snoepen voor groep 5 tot en met 8.

Nadere informatie

Vogels en bloemen. door Erik Wevers. Blz. 28 Aviornis International- 38e jaargang nr. 218

Vogels en bloemen. door Erik Wevers. Blz. 28 Aviornis International- 38e jaargang nr. 218 Vogels en bloemen door Erik Wevers In ons land vernielen spreeuwen af en toe de bloemen van krokussen om bij de nectar te kunnen komen. Dit is echter maar een toevallige, "af en toe"-relatie tot die bloemen.

Nadere informatie

Bloemen en hun bezoekers

Bloemen en hun bezoekers INSTRUCTIEBOEKJE Bloemen en hun bezoekers Scala College Rietvelden 2013 BLOEMEN EN HUN BEZOEKERS a. BESCHRIJVING VAN DE OPDRACHT In deze veldles ga je kijken naar bloemen en de insecten die op bloemen

Nadere informatie

Opdrachtkaart Zwart: Hoe ziet de bij eruit?

Opdrachtkaart Zwart: Hoe ziet de bij eruit? Opdrachtkaart Zwart: Hoe ziet de bij eruit? Maak de houten puzzel van de bij. Opdracht 2: Bekijk de bij heel goed. Wat zie je allemaal? Zie je de kop, het borststuk en het achterlijf? Dit heb je nodig

Nadere informatie

Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes

Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes Wandelroute langs insecten en andere kleine beestjes Tijdens deze buitenopdracht komen jullie verschillende insecten tegen. Ook vind je andere kleine beestjes, die geen insecten zijn. De route is met een

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 17 juni 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 17 juni 2014. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 17 juni 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was een mooie dag, meestal zonnig en soms bewolkt. Er stond wel een stevige wind, maar al met al was het een dag waarop

Nadere informatie

Workshop. Bijenhotel

Workshop. Bijenhotel Workshop Bijenhotel 1 Blauwe ertsbij 2 Kleine roetbij Wespbij Zweefvlieg - grote ogen - 1 paar vleugels 3 - korte antennes 4 Bij of Wesp? Bijen - Stuifmeel en nectar (larvenvoedsel) - Verzamelapparaat

Nadere informatie

De kleine beestjesclub

De kleine beestjesclub Thema: mini Biologie Dieren Insecten en spinnen Moeilijkheid: * Tijdsduur: ** Juf Nelly De kleine beestjesclub Doel: Na deze opdracht weet je meer over verschillende insecten Uitleg opdracht Je luistert

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 21 april Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 21 april Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 21 april 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Dit verslag is oud nieuws. We waren een paar weken afwezig, daardoor was ik gescheiden van mijn computer en moest dit

Nadere informatie

Van eitje tot vlinder

Van eitje tot vlinder Werkblad Van eitje tot vlinder Wat is de goede volgorde van de plaatjes? Begin bij plaatje : de vlinder legt eieren. Schrijf de letter a in hokje. Welk plaatje is de volgende? Zet de letter ervan in hokje

Nadere informatie

NME-leerroute Kleine inwoners van de stad 8

NME-leerroute Kleine inwoners van de stad 8 NME-leerroute Kleine inwoners van de stad 8 Groep 1 Tilburg, BS Jeanne d Arc Verhaal voor de kinderen Tijdens deze wandeling ontdekken we meer over de bijen, kleine maar belangrijke inwoners van de stad.

Nadere informatie

L I EDBIJLAGE. Liedbijlage Insecten

L I EDBIJLAGE. Liedbijlage Insecten Liedbijlage Insecten L I EDBIJLAGE Samenstelling Chrystal Cochius Illustraties Elsbeth Cochius, grafisch kunstenaar en winnares van de HeArtpool grafiekprijs Overijssel 2005 I N SECTEN Zonder insecten

Nadere informatie

Bijen en hun leefomgeving. Lezing door Arie Koster d.d

Bijen en hun leefomgeving. Lezing door Arie Koster d.d Bijen en hun leefomgeving Lezing door Arie Koster d.d. 14-11-2013 Inhoud presentatie - Wat zijn bijen - Indeling bijen - Herkenning wilde bijen - Wilde bijen in stedelijk gebied - Groenbeheer voor bijen

Nadere informatie

Bijscholing compostmeesters Insectenhotel. Hotels bouwen voor

Bijscholing compostmeesters Insectenhotel. Hotels bouwen voor Bijscholing compostmeesters Insectenhotel Hotels bouwen voor Algemeenheden geen cursus entomologie : duur 15 minuten Nut (waarom)?? Waarvoor opletten?? tuinafval biedt nesthulp aan allerhande dieren Voorbeelden

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 april Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 april Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 april 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Doordat we anderhalve week afwezig waren komt dit verslag later dan gebruikelijk. Intussen ben ik vergeten hoe de omstandigheden

Nadere informatie

Bloemen en hun bestuivers: een netwerk van relaties

Bloemen en hun bestuivers: een netwerk van relaties Bloemen en hun bestuivers: een netwerk van relaties Martina Stang IVN Den Haag, Universiteit Leiden Februari 2008 1. Inleiding Overzicht presentatie Wat is bestuiving Overzicht diversiteit bestuivers Een

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag en donderdag Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag en donderdag Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 30-08 en donderdag 01-09 2016 Beste natuurliefhebber/-ster, Het was afgelopen dinsdag heerlijk nazomerweer, maar ik zag maar weinig interessante insecten. Gelukkig

Nadere informatie

Hier zien jullie alweer de zesde uitgave van ons jeugdblad. Nieuwsgierig wat de Oele nu weer heeft te vertellen. Lees maar gauw.

Hier zien jullie alweer de zesde uitgave van ons jeugdblad. Nieuwsgierig wat de Oele nu weer heeft te vertellen. Lees maar gauw. Hier zien jullie alweer de zesde uitgave van ons jeugdblad. Nieuwsgierig wat de Oele nu weer heeft te vertellen. Lees maar gauw. Vlinders in de tuin Vooral op warme dagen kun je veel vlinders zien in allerlei

Nadere informatie

De honingbij. Delen van een poot. Benoem volgende nummers: zie

De honingbij. Delen van een poot. Benoem volgende nummers: zie De honingbij Benoem volgende nummers: zie 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. Delen van een poot a = b = c = d = e = De Vroente Kennis- en vormingscentrum voor Natuur en Milieu Putsesteenweg

Nadere informatie

Bijen en hommels. Tijdstip: mei, juni, juli, augustus wanneer er veel bloemen in bloei staan

Bijen en hommels. Tijdstip: mei, juni, juli, augustus wanneer er veel bloemen in bloei staan KB6 Tijdsinvestering: 45 minuten 1/2 3/4 5/6 7/8 lente zomer herfst winter Bijen en hommels Tijdstip: mei, juni, juli, augustus wanneer er veel bloemen in bloei staan 1. Inleiding: hommels en bijen worden

Nadere informatie

De bij is de soort van het jaar 2011 Scholenprogramma. Ecotreffen 2011

De bij is de soort van het jaar 2011 Scholenprogramma. Ecotreffen 2011 De bij is de soort van het jaar 2011 Scholenprogramma Ecotreffen 2011 1 To bee or not to bee? Bij enhotels.nl Blauwe ertsbij Maskerbij Zweefvlieg 2 Wespbij 2 Soorten bijen In Vlaanderen leven meer dan

Nadere informatie

INSECTEN EN SPINACHTIGEN

INSECTEN EN SPINACHTIGEN INSECTEN EN SPINACHTIGEN WERKBLAD BOUW EN ONTWIKKELING Bouw 1. Het aantal looppoten is een belangrijk criterium om vertegenwoordigers van de stam van de geleedpotigen (80% van de gekende diersoorten!)

Nadere informatie

Nieuwsbrief» Stichting Natuurvrienden Capelle aan den IJssel e.o. nummer 2 april 2012. Metselbijen

Nieuwsbrief» Stichting Natuurvrienden Capelle aan den IJssel e.o. nummer 2 april 2012. Metselbijen Stichting Natuurvrienden Capelle aan den IJssel e.o. Nieuwsbrief» nummer 2 april 2012 Het jaar 2012 is het jaar van de bever, van de das, van de historische buitenplaatsen, van de draak en van nog een

Nadere informatie

Levenscyclus. Raten zijn 6hoekige kamers waar stuifmeel en honing wordt opgeslagen.

Levenscyclus. Raten zijn 6hoekige kamers waar stuifmeel en honing wordt opgeslagen. [Honingbij] Algemene Naam: Honingbij Wetenschappelijke Naam: Apis mellifera Raten zijn 6hoekige kamers waar stuifmeel en honing wordt opgeslagen. Het lichaam van een bij bestaat uit drie onderdelen: een

Nadere informatie

Nachtvlinders. Glasvleugelpijlstaart. De sint-jansvlinder is een dagactieve nachtvlinder

Nachtvlinders. Glasvleugelpijlstaart. De sint-jansvlinder is een dagactieve nachtvlinder Nachtvlinders Wist je dat er 2 groepen vlinders zijn? De ene groep noemen we dagvlinders, de andere groep noemen we nachtvlinders. Het verschil tussen dag- en nachtvlinders lijkt heel simpel: dagvlinders

Nadere informatie

Suchmann. Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen

Suchmann. Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen Suchmann Natuur, hoofdstuk Lente en natuurverschijnselen Wanneer: Dinsdagmiddag 6-13-20 & 27 april De kinderen worden in groepjes verdeeld van 3 of 4 kinderen. Ieder groepje krijgt een onderwerp toebedeeld

Nadere informatie

Bijen en volkstuinen

Bijen en volkstuinen Bijen en volkstuinen Hoe maken we volkstuinen bijenvriendelijk Een selectie van de mogelijkheden Arie Koster Voor meer informatie Voor planten voor bijen, vlinders en andere bloembezoekers www.drachtplanten.nl

Nadere informatie

Aftekenlijst. Naam: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20

Aftekenlijst. Naam: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Aftekenlijst 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11. 12. 13. 14. 15. 16. 17. 18. 19. 20. 21. 22. 23. 24. 25. 26. 27. 28. 29. 30. Naam: 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 Werkblad 1 Schematisch

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 19 april Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 19 april Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 19 april 2016 Beste natuurliefhebber/-ster, Eindelijk was het weer eens een zonnige dinsdag, de temperatuur was aangenaam en er was redelijk veel te zien op de tuinen.

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was dinsdag beslist geen onaangename dag, maar er stond vrij veel wind. De vorige keer zag ik het

Nadere informatie

Wist je dat?... Overwintering van vlinders. Vragen. De vlinder. De levenscyclus..

Wist je dat?... Overwintering van vlinders. Vragen. De vlinder. De levenscyclus.. Lesbrief groep 5 6 Inhoudsopgave Wist je dat?... Vlinderwiel Stripverhaal.. Overwintering van vlinders. Vlinder mobiel Het voedsel van rupsen.. Vragen. De vlinder. De levenscyclus.. 1 Wist je dat Allerlei

Nadere informatie

Koningin. Opdracht Wie van de drie? Bekijk de bijen in het doosje en zoek op. Welke bij is de koningin? Wat valt je op aan de koningin?

Koningin. Opdracht Wie van de drie? Bekijk de bijen in het doosje en zoek op. Welke bij is de koningin? Wat valt je op aan de koningin? Opdracht 1 Koningin 1. Wie van de drie? Bekijk de bijen in het doosje en zoek op. Welke bij is de koningin? Wat valt je op aan de koningin? Zet een kring om de koningin. doosje bijen doosje met broedraat

Nadere informatie

Blije bijen ontdekkingsroute

Blije bijen ontdekkingsroute Blije bijen ontdekkingsroute Handleiding vragen 1. Het vertrekpunt: START Vragen over de honingbij 2. De wandeling Vragen over de drie bijencategorieën: honingbijen, wilde bijen en hommels. Wilde bij Hommel

Nadere informatie

Wilde bijen in nood. Hoe kan jij helpen?

Wilde bijen in nood. Hoe kan jij helpen? Wilde bijen in nood. Hoe kan jij helpen? EEN PLUSPUNT VOOR DE NATUUR Bijen in nood We horen steeds vaker dat bijen massaal verdwijnen. Bijenkast na bijenkast staat leeg. Niet alleen honingbijen boeren

Nadere informatie

Dinsdag 26 november 2013

Dinsdag 26 november 2013 Dinsdag 26 november 2013 Al geruime tijd was er, wat mij betreft, enige onduidelijkheid over de juiste benaming van de naast De Wiershoeck gelegen tuinen. Ik wist niet beter dan dat het de Schoolwerktuin

Nadere informatie

Lesbrief Vlinderkleuren 1

Lesbrief Vlinderkleuren 1 Vlinderkleuren 1 Doelgroep: Groep 5 t/m 8 Lesduur: Werkvorm: Leerstofgebied: ± 45 minuten Tweetallen Wereldoriëntatie, Kunstzinnige oriëntatie Doel van de opdracht: Het kennismaken met een aantal vlindersoorten

Nadere informatie

Iets over mijzelf. Wilde Bijen. Dit zijn wel bijen. Wat zijn bijen en wat niet? Honingbij. Goudwesp. Zweefvlieg. Sluipwesp Zweefvlieg

Iets over mijzelf. Wilde Bijen. Dit zijn wel bijen. Wat zijn bijen en wat niet? Honingbij. Goudwesp. Zweefvlieg. Sluipwesp Zweefvlieg Iets over mijzelf Wilde Bijen Frans van Alebeek februari 2013 Onderzoek Bijen & Bloemen in de stad (Lelystad) Wat zijn bijen en wat niet? Dit zijn geen bijen Zweefvlieg Goudwesp Sluipwesp Zweefvlieg Zweefvlieg

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg. Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag.

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg. Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag. De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 en woensdag 15 april 2015 vervolg Beste natuurliefhebber/- ster, Dit is het vervolg op het eerste deel van mijn verslag. Een week geleden zag ik alleen nog maar

Nadere informatie

Voortplanting bij planten

Voortplanting bij planten Voortplanting bij planten Opdracht 1 1. Wanneer spreken we van ongeslachtelijke voortplanting? 2. Een uitloper en een wortelstok zijn beide stengels waaraan jonge planten ontstaan. Wat is het verschil

Nadere informatie

De patrijs, klant van de akkerrand. Achtergrondinformatie bij de lesbrief voor kinderen.

De patrijs, klant van de akkerrand. Achtergrondinformatie bij de lesbrief voor kinderen. De patrijs, klant van de akkerrand. Achtergrondinformatie bij de lesbrief voor kinderen. Tekeningen Ciel Broeckx, juni 2010. 1 De Europese Unie heeft in 2002 afgesproken om het verlies aan biodiversiteit

Nadere informatie

Bijlage VMBO-GL en TL

Bijlage VMBO-GL en TL Bijlage VMBO-GL en TL 2011 tijdvak 2 biologie CSE GL en TL Deze bijlage bevat informatie. GT-0191-a-11-2-b Jakobskruiskruid - Informatie Lees eerst informatie 1 tot en met 5 en beantwoord dan vraag 38

Nadere informatie

Lesbrief Bij, wesp, hommel of zweefvlieg

Lesbrief Bij, wesp, hommel of zweefvlieg Lesbrief Bij, wesp, hommel of zweefvlieg Doelgroep: Groep 4 t/m 8 Lesduur: ± 45 minuten Werkvorm: Groepjes of alleen Leerstofgebied: Wereldoriëntatie Doel van de opdracht: Het leren herkennen van een bij,

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 september 2015. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 september 2015. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 15 september 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was opnieuw een heel aardige dag. Er stond vrij veel wind, dat was jammer / lastig, maar het bleef langer droog

Nadere informatie

Een bovenbouwproject van IVN Veldhoven Eindhoven Vessem voorjaar 2015

Een bovenbouwproject van IVN Veldhoven Eindhoven Vessem voorjaar 2015 Een bovenbouwproject van IVN Veldhoven Eindhoven Vessem voorjaar 015 Doelgroep: groepen 5 t/m 8 Plaats: Rond de school, in de wijk, in een park, vlindertuin bij d n Aard, Ariespad 5, 550 EZ Veldhoven.

Nadere informatie

Lesbrief Bij, wesp, hommel of zweefvlieg? 1

Lesbrief Bij, wesp, hommel of zweefvlieg? 1 Bij, wesp, hommel of zweefvlieg? 1 Doelgroep: Groep 4 t/m 8 Lesduur: Werkvorm: Leerstofgebied: ± 45 minuten Groepjes of zelfstandig Wereldoriëntatie Doel van de opdracht: Het leren herkennen van een bij,

Nadere informatie

www.2groen.nl Informatiefolder Insectenhotel Verzameling van ontwerpen en informatie van verschillende internetsites

www.2groen.nl Informatiefolder Insectenhotel Verzameling van ontwerpen en informatie van verschillende internetsites Bewoners insectenhotel KEVERS & VLIEGEN De gaasvliegen gebruiken het insectenhotel gedurende het gehele jaar als veilig onderkomen. Andere bewoners uit de groep kevers en vliegen zijn bijvoorbeeld lieveheersbeestjes,

Nadere informatie

(Ge)wilde bijen monitoren! Bijen in het algemeen. Geleedpotigen. Bijen, wespen en vliegen. Dezelfde soort? Waar gaan we het over hebben vanavond?

(Ge)wilde bijen monitoren! Bijen in het algemeen. Geleedpotigen. Bijen, wespen en vliegen. Dezelfde soort? Waar gaan we het over hebben vanavond? Waar gaan we het over hebben vanavond? over bijen in het algemeen en : waarom monitoren? wáár vind je bijen? En hoe kun je ze helpen? (Ge)wilde bijen monitoren! welke soorten doen mee? en wat valt er over

Nadere informatie

Het onderste deel van de stamper is het vruchtbeginsel. Hierin liggen de eicellen. Na bevruchting groeien hier vruchten.

Het onderste deel van de stamper is het vruchtbeginsel. Hierin liggen de eicellen. Na bevruchting groeien hier vruchten. Bloemen en zaad Voor voortplanting heb je zaad nodig. Maar waar komt zaad vandaan? Om dat te kunnen uitleggen, moet je weten hoe een bloem is opgebouwd en wat bestuiving en bevruchting is. Opbouw van een

Nadere informatie

Lesbrief Vlinderkleuren

Lesbrief Vlinderkleuren Lesbrief Vlinderkleuren Doelgroep: Groep 5 t/m 8 Lesduur: ± 45 minuten Leerstofgebied: Wereldoriëntatie, Kunstzinnige oriëntatie Werkvorm: Tweetallen Doel van de opdracht: Het kennismaken met een aantal

Nadere informatie

De Patrijs, klant van berm en akkerrand.

De Patrijs, klant van berm en akkerrand. De Patrijs, klant van berm en akkerrand. Lesbrief met kleurwedstrijd voor de groepen 5, 6 en/of 7 van de basisscholen van de gemeente Heeze-Leende. Je vult de antwoorden op de vragen in op de achterzijde

Nadere informatie

Lesbrief groep 7 8. Inhoudsopgave. Insecten. Soorten. Knipblad. Vlinders lokken. Leefgebied van de vlinder. Stripverhaal

Lesbrief groep 7 8. Inhoudsopgave. Insecten. Soorten. Knipblad. Vlinders lokken. Leefgebied van de vlinder. Stripverhaal Lesbrief groep 7 8 Inhoudsopgave Insecten Soorten Knipblad Vlinders lokken Leefgebied van de vlinder Stripverhaal Maak van de tuin een vlindertuin Trek Eten en gegeten worden De verdelgers De voedselketen

Nadere informatie

Bijenmonitoren docentendeel

Bijenmonitoren docentendeel Bijenmonitoren docentendeel De doelen van deze les zijn: -Leerlingen kennen de kenmerken van een insect. -Leerlingen kunnen bijen van andere insecten onderscheiden. -Leerlingen kunnen werken met de zoekkaart

Nadere informatie

[Meidoorn] Beschrijving: Vindplaats: Algemene Naam: Meidoorn Wetenschappelijke Naam: Crataegus monogyna. Levenscyclus

[Meidoorn] Beschrijving: Vindplaats: Algemene Naam: Meidoorn Wetenschappelijke Naam: Crataegus monogyna. Levenscyclus [Meidoorn] Algemene Naam: Meidoorn Wetenschappelijke Naam: Crataegus monogyna De meidoorn is een kleine boom of struik, maar heeft grote doornen. De bloemen hebben een lekkere geur en zijn mooi wit met

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 20 oktober 2015. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 20 oktober 2015. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 20 oktober 2015 Beste natuurliefhebber/- ster, Tijdens deze laatste reguliere excursie en ook nog even daarna was het heel aardig herfstweer. Het was droog, er stond

Nadere informatie

www.natuurindewijk.nl

www.natuurindewijk.nl OPHANG- EN PLAATSINGSINSTRUCTIE Gefeliciteerd met Uw nestkast verblijfkast bijenhotel! Fijn dat U mee wilt werken aan het project. In de stad zijn er voor gebouw bewonende dieren steeds minder mogelijkheden

Nadere informatie

Wanneer God, Mozes vanuit de brandende braamstruik roept en hem de opdracht geeft om zijn volk uit Egypte te leiden, dan geeft Hij ook aan wat het

Wanneer God, Mozes vanuit de brandende braamstruik roept en hem de opdracht geeft om zijn volk uit Egypte te leiden, dan geeft Hij ook aan wat het Wilde bijen en zo. Daar gaat het over vanmorgen. De bijbelgedeelten die we hebben gelezen gaan eigenlijk ook over wilde bijen. Dat waren in het wild levende honingbijen. Wij hebben het vanmorgen over wilde

Nadere informatie

Gallen. Er is een nieuwe druk verschenen van Het Gallenboek. Een mooie gelegenheid om eens kennis te maken met Gallen.

Gallen. Er is een nieuwe druk verschenen van Het Gallenboek. Een mooie gelegenheid om eens kennis te maken met Gallen. Stichting Natuurvrienden Capelle aan den IJssel e.o. november 2010 nummer 8 Gallen Vorig jaar is er een nieuwe druk verschenen van het Gallenboek. Dit is een boek, waarin alle Nederlandse gallen staan,

Nadere informatie

Zie jij een bij? Docentenhandleiding Groep 1/2. TIJD: 45 min (exclusief knutselen)

Zie jij een bij? Docentenhandleiding Groep 1/2. TIJD: 45 min (exclusief knutselen) THEMA 6 bijen Dit materiaal is ontwikkeld in opdracht van IVN, in het kader van Gezonde Schoolpleinen. Tekst: Dieuwertje Smolenaars, NME Amsterdam-Noord. Vormgeving en illustraties: Paper & Pages. Docentenhandleiding

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 15 december 2015. Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 15 december 2015. Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 15 december 2015 Beste natuurliefhebber/-ster, De dag begon mistig en op meerdere plaatsen bleef de mist de hele dag hangen. Gelukkig scheen in Beijum de zon. Doordat

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 oktober 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 oktober 2014. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 14 oktober 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, De weersverwachting was redelijk gunstig en lange tijd leek het erop alsof het tot de avond droog zou blijven. Zoals

Nadere informatie

Stripverhaal.. De vlinder.. De vleugels van een vlinder... De levenscyclus.. Vlinderlied en dans. Verstopte vlinders.. Opvallen of niet..

Stripverhaal.. De vlinder.. De vleugels van een vlinder... De levenscyclus.. Vlinderlied en dans. Verstopte vlinders.. Opvallen of niet.. Lesbrief groep 3 4 Inhoudsopgave Stripverhaal.. De vlinder.. De vleugels van een vlinder... De levenscyclus.. Vlinderlied en dans Verstopte vlinders.. Opvallen of niet.. Het koolwitje Zo maak je een vlinder

Nadere informatie

Project beestige school INSECTENHOTEL Lagere school

Project beestige school INSECTENHOTEL Lagere school Project beestige school INSECTENHOTEL Lagere school Beestige toren! Handleiding voor gidsen en leerkrachten Een project van de Stad Diksmuide in samenwerking met De Bron vzw en Regionaal Landschap IJzer

Nadere informatie

De Groene Long Bij-vriendelijk-er. sturen op meer micromilieus

De Groene Long Bij-vriendelijk-er. sturen op meer micromilieus De Groene Long Bij-vriendelijk-er sturen op meer micromilieus Groene Long Paspoort Groene Wijk uit 1975: 35 jaar bos/groenontwikkeling Grootste aantal bewoners: 13.000 > hoogste waardering voor groen Gehele

Nadere informatie

Small Hive Beetle (Aethina tumida) Kleine bijenkastkever. Jeroen Donders

Small Hive Beetle (Aethina tumida) Kleine bijenkastkever. Jeroen Donders Small Hive Beetle (Aethina tumida) Kleine bijenkastkever Jeroen Donders Kleine bijenkastkever / Small Hive Beetle Vaak afgekort tot KBK/SHB Oorsprong in Zuidelijk Afrika Wordt daar niet als plaag gezien

Nadere informatie

Vlinders. Tijdstip: op een mooie zonnige dag in mei, juni of juli

Vlinders. Tijdstip: op een mooie zonnige dag in mei, juni of juli KB8 Tijdsinvestering: 45 minuten 1/2 3/4 5/6 7/8 lente zomer herfst winter Vlinders. Tijdstip: op een mooie zonnige dag in mei, juni of juli 1. Inleiding Vlinders in alle kleuren en maten spreken de mensen

Nadere informatie

Liefhebbers van open zand

Liefhebbers van open zand Liefhebbers van open zand Graafwespen en verwanten op de Meinweg J.Hermans Inhoud presentatie Wat zijn vliesvleugeligen? Algemene kenmerken vliesvleugeligen Liefhebbers van zandgronden Kenmerkende soortgroepen

Nadere informatie

Bijen project boekje. Groep 4 - juni 2006

Bijen project boekje. Groep 4 - juni 2006 Bijen bestuiven de....... De imker houdt bijen voor de....... De bij haalt de...... uit de bloem. De... maakt honing van de nectar. De........ van de bijen legt de eitjes. Een mannetjesbij heet een...

Nadere informatie

Beste natuurliefhebber/- ster,

Beste natuurliefhebber/- ster, Beste natuurliefhebber/- ster, In verband met voorbereidende werkzaamheden voor een paar nogal ingrijpende klussen in ons huis waren Monica en ik de vorige dinsdag aan huis gekluisterd. Dus maakte ik geen

Nadere informatie

Bijen en bestuiving in de fruitteelt bij open teelten

Bijen en bestuiving in de fruitteelt bij open teelten Bijen en bestuiving in de fruitteelt bij open teelten ABTB ANI LLTB ZLTO VBBN Bijen en bestuiving van fruit bij open teelten Bloei, bestuiving en bevruchting spelen een essentiële rol bij de vorming van

Nadere informatie

Dierenwelzijnslessen voor basisscholen. Honingbijen

Dierenwelzijnslessen voor basisscholen. Honingbijen Dierenwelzijnslessen voor basisscholen Honingbijen 1 Inleiding In Nederland worden bijen gehouden, omdat ze honing maken. Ze worden verzorgd door een imker. Er zijn in Nederland ongeveer 8000 imkers. Veel

Nadere informatie

Dagvlinders vouwen in rust hun vleugels verticaal, recht boven hun lijf samen (met één uitzondering: de dikkopjes).

Dagvlinders vouwen in rust hun vleugels verticaal, recht boven hun lijf samen (met één uitzondering: de dikkopjes). 1 Vlinders herkennen Er zijn veel meer nachtvlinders dan dagvlinders; in Nederland leven 53 soorten dagvlinders en zo n 2000 soorten nachtvlinders. Nachtvlinders zie je echter veel minder omdat veel soorten

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 6 mei 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 6 mei 2014. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, dinsdag 6 mei 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Het was eerst afwisselend zonnig en bewolkt, later nam de bewolking toen en (in overeenstemming met de weersverwachting)

Nadere informatie

de zon. De stokroos is in diverse kleuren te krijgen. Bijen bezoeken de bloem vooral om het stuifmeel. De hoogte varieert van 50 cm tot 2 meter.

de zon. De stokroos is in diverse kleuren te krijgen. Bijen bezoeken de bloem vooral om het stuifmeel. De hoogte varieert van 50 cm tot 2 meter. bijenplanten inleiding In Nederland leven 300 soorten bijen. Dertig soorten zijn sociale insecten die in een volk leven. De honingbij is hier een mooi voorbeeld van. De overige soorten bijen leven solitair.

Nadere informatie

Bijen en bestuiving bij bedekte teelten ABTB ANI LLTB ZLTO VBBN Bestuiving Bestuiving is het overbrengen van stuifmeel naar de stamper van een bloem. Stuifmeel wordt gevormd in de helmknoppen van meeldraden.

Nadere informatie

Bijen in Stappengoor Inventarisatie van de wilde bijen op de wilgen

Bijen in Stappengoor Inventarisatie van de wilde bijen op de wilgen Bijen in Stappengoor Inventarisatie van de wilde bijen op de wilgen Jens Bokelaar s-hertogenbosch, 25 juni 2016 Bijen in Stappengoor 5 Opdrachtgever: Auteur: Marcel Horck Jens Bokelaar Omslagfoto: Wimperflankbij

Nadere informatie

BIJEN IN LEEUWARDEN. Thijs Gerritsen & Bart Franken

BIJEN IN LEEUWARDEN. Thijs Gerritsen & Bart Franken BIJEN IN LEEUWARDEN Thijs Gerritsen & Bart Franken Wat komt er aan bod? o Even voorstellen o Bijen: wat zijn dat? o De mens en de bijen Intermezzo Akte 2 o De Leeuwarder bijen o Resultaten en conclusies

Nadere informatie

7.4: Naar het Natuurwetenschappelijk museum

7.4: Naar het Natuurwetenschappelijk museum 7.4: Naar het Natuurwetenschappelijk museum De zender de ontvanger de boodschap Kies uit: geschreven, gesproken, de brief, de telefoon, luistert, leest, de luisteraar, de lezer BOODSCHAP BOODSCHAP Ik deel

Nadere informatie

Planten. over bloemetjes en bijtjes Knollen en citroenen

Planten. over bloemetjes en bijtjes Knollen en citroenen Planten over bloemetjes en bijtjes Knollen en citroenen Deze bijeenkomst Planten versus dieren Indeling van het plantenrijk Voortplanting Ecosystemen Indeling van het leven op aarde Er zijn 4 rijken: Bacteriën

Nadere informatie

Groep 4 t/m 8. De regio zit vol energie! Informatieblad + Docentenhandleiding. Bijen. www.natuurmilieuweb.nl

Groep 4 t/m 8. De regio zit vol energie! Informatieblad + Docentenhandleiding. Bijen. www.natuurmilieuweb.nl Energieneutraal 2040 Aalsmeer - Amstelveen - Diemen - Ouder-Amstel - Uithoorn Groep 4 t/m 8 Informatieblad + Docentenhandleiding De regio zit vol energie! www.natuurmilieuweb.nl Overzicht Informatieblad:

Nadere informatie

De lente! Werkboekje leeftijd: 10+

De lente! Werkboekje leeftijd: 10+ De lente! Werkboekje leeftijd: 10+ Seizoenen De lente begint meestal op 21 maart. Soms kan het begin van de lente ook vallen op 20 maart. Dat heeft te maken met de stand van de zon. Afgesproken is dat

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 4 oktober Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 4 oktober Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 4 oktober 2016 Beste natuurliefhebber/-ster, Het was al weer een hele aangename herfstdag. De zon scheen volop, het was droog, niet te warm en niet te koud. Er stond

Nadere informatie

Een impressie over zweefvliegen in het Waasland. Marc Bogaerts 24 november 2012

Een impressie over zweefvliegen in het Waasland. Marc Bogaerts 24 november 2012 Een impressie over zweefvliegen in het Waasland Marc Bogaerts 24 november 2012 Inhoud Hoe herken je een zweefvlieg Soortenrijkdom Levenscyclus Levenswijze Waar moet je zoeken Wat heeft het Waasland te

Nadere informatie

Nieuwsbrief van bijen@wur juli 2008 Stuifmeel en honingbijen. Sjef van der Steen, bijen@wur

Nieuwsbrief van bijen@wur juli 2008 Stuifmeel en honingbijen. Sjef van der Steen, bijen@wur Nieuwsbrief van bijen@wur juli 2008 Stuifmeel en honingbijen Sjef van der Steen, bijen@wur In BeeWorld van maart en juni 2005 stond een interessante artikelreeks van de Zwitserse onderzoekers Keller, Fluri

Nadere informatie

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, woensdag 8 juni Beste natuurliefhebber/-ster,

De Wiershoeck-Kinderwerktuin, woensdag 8 juni Beste natuurliefhebber/-ster, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, woensdag 8 juni 2016 Beste natuurliefhebber/-ster, Op deze druilerige woensdagochtend fietste ik naar Sipkes in de stad (Groningen) met in de fietstas oude fotoapparatuur

Nadere informatie

Opdrachten behorende bij les 2. Anatomie van de honingbij

Opdrachten behorende bij les 2. Anatomie van de honingbij Opdrachten behorende bij les 2. Anatomie van de honingbij In deze les ga je leren hoe de honingbij is opgebouwd. Je gaat bijen vergelijken met andere dieren en je gaat drie mooie tekeningen maken van de

Nadere informatie

ZWERMEN IN LEWENBORG

ZWERMEN IN LEWENBORG ZWERMEN IN LEWENBORG De grote verhuizing Voor veel mensen heeft het iets angstaanjagends: de bijenzwerm die je in de maanden mei en juni kunt tegenkomen. 10.000, 20.000 of meer bijen in een snel bewegende

Nadere informatie

WORKSHOP BIJENFOTOGRAFIE

WORKSHOP BIJENFOTOGRAFIE WORKSHOP BIJENFOTOGRAFIE Hoe fotograferen we wilde bijen om ze later als soort te herkennen? Arie Koster www.denederlandsebijen.nl Arie Koster (bijenmakelaar, stadsecoloog, specialist bijenbeheer) www.bijenhelpdesk.nl

Nadere informatie

NME-leerroute Vlinders en spinnen in het park

NME-leerroute Vlinders en spinnen in het park NME-leerroute Vlinders en spinnen in het park 4 Groep 1 Tilburg, BS Jeanne d Arc Verhaal voor de kinderen Kijk eens om je heen. Op heel veel plekken staan grote en kleine bloemen. Als het mooi weer is

Nadere informatie

Lesbrief Vlinderkids 1

Lesbrief Vlinderkids 1 Vlinderkids 1 Doelgroep: Groep 5 t/m 8 Lesduur: Werkvorm: Leerstofgebied: ± 30 minuten Tweetallen Wereldoriëntatie, Kunstzinnige oriëntatie Doel van de opdracht: Het kennismaken met een aantal vlindersoorten

Nadere informatie

Het muntvlindertje is terug van weggeweest en dat geldt ook voor de pinksterbloemlangsprietmot,

Het muntvlindertje is terug van weggeweest en dat geldt ook voor de pinksterbloemlangsprietmot, De Wiershoeck-Kinderwerktuin, dinsdag 17 mei 2016 Beste natuurliefhebber/-ster, Over deze dinsdag kan ik kort zijn. Het was een heerlijke lentedag. Ondanks dat de aantallen insecten nog niet overweldigend

Nadere informatie

Hoe bladluisplagen voorkomen

Hoe bladluisplagen voorkomen Hoe bladluisplagen voorkomen Een teveel aan bladluizen = een tekort aan bladluiseters. Beter voorkomen dan genezen. En ja, bladluizen voorkomen is mogelijk en het is zelfs niet eens moeilijk: Maak je tuin

Nadere informatie

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info

Spreekbeurten.info Spreekbeurten en Werkstukken http://spreekbeurten.info Bijen Inleiding Als je over bijen praat dan denkt iedereen direct, oei dat zijn die zoemende beestjes die steken en dat doet pijn, maar bijen maken ook honing en hoe ze dat doen is heel interessant om

Nadere informatie

SPEURTOCHT THEMA BUSH. voor groep 8 / brugklas VO

SPEURTOCHT THEMA BUSH. voor groep 8 / brugklas VO SPEURTOCHT THEMA BUSH voor groep 8 / brugklas VO Deze Bush-speurtocht bevat open en meerkeuze vragen. Bij de meerkeuze vragen is steeds één antwoord goed. Denk er ook aan, dat je de paden niet mag verlaten.

Nadere informatie

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, maandag 7 juli 2014. Beste natuurliefhebber/- ster,

De Wiershoeck- Kinderwerktuin, maandag 7 juli 2014. Beste natuurliefhebber/- ster, De Wiershoeck- Kinderwerktuin, maandag 7 juli 2014 Beste natuurliefhebber/- ster, Omdat er voor de dinsdag erg veel regen werd verwacht en er dan misschien weinig of geen leuke foto s zouden kunnen worden

Nadere informatie