Inkomen: Ge moet die trap die aflópt tòch mar blèève lôopen hè

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Inkomen: Ge moet die trap die aflópt tòch mar blèève lôopen hè"

Transcriptie

1 Cursus Inleiding Solidaire Economie 2005 (tekst b dagdeel 5) Inkomen: Ge moet die trap die aflópt tòch mar blèève lôopen hè Lou Keune 1 Wat zijn bestaansmiddelen? In de vorige twee hoofdstukken heb ik het over werk gehad, met name over de veranderingen in het soort werk dat gedaan wordt, en over hoe de mensen die ik geïnterviewd heb daarover denken. Aan het begin van hoofdstuk 4 heb ik aan gegeven dat het werken bron is van de bestaansmiddelen: zonder werken zijn die middelen er niet en kunnen mensen niet blijven bestaan. lk heb in datzelfde hoofdstuk al aangegeven wat ik bedoel met bestaansmiddelen: eten en drinken, koestering en verzorging, kleding en huisvesting, informatie en ontspanning, en zo meer. In dit hoofdstuk gaat het vooral over die middelen van bestaan. Hoe kun je over bestaanmiddelen beschikken? Voor een deel door ze zelf te maken of te onderhouden, bijvoorbeeld door huishoudelijk werk of zelfvoorzieningswerk. Je kunt ze ook van anderen krijgen, bijvoorbeeld door van je ouders een huis te erven, of doordat je dochter voor je kookt of poetst. Maar je kunt er ook over gaan beschikken omdat je geld hebt of krijgt om ze te kopen. Geld is in hoofdzaak: beschikkingsmacht, want met geld kun je bestaansmiddelen kopen. En hoe kom je aan geld? Door een betaalde baan, óf door geld te krijgen, bijvoorbeeld uit een erfenis of via een uitkering waar je recht op hebt. Als je het hebt over bestaansmiddelen, dan is de manier waarop je aan geld komt een belangrijk onderwerp. Over bestaansmiddelen valt dus van alles te bespreken. Maar `alles' kan niet, ik moet mij beperken. De aanleiding tot dit onderzoek was de ondergang van de wolindustrie. Dat heeft zoals we gezien hebben verregaande gevolgen gehad voor de ontslagen textielarbeiders, omdat velen geen nieuwe baan meer kregen en afhankelijk werden van een uitkering. Andere ontslagenen kregen wel een nieuwe baan. En weer anderen hadden al eerder een andere baan of waren met pensioen. Het hebben of kunnen verkrijgen van bestaansmiddelen is bij al deze mensen in belangrijke mate alhankelijk van hun geldinkomen. Daarom wil ik eerst (in de tweede paragraaf) bekijken hoe het de geïnterviewden in de afgelopen periode van de jaren tachtig vergaan is wat betreft het inkomen. Vervolgens ga ik (in de derde paragraaf) kort in op de stijging van de kosten van levensonderhoud. Zoals wij zullen zien, hebben de meeste mensen die ik gesproken heb aan het eind van de jaren tachtig minder te besteden dan vóór de sluiting van de textielfabrieken. In de vierde paragraaf ga ik dan uitgebreid in op de manieren waarop mensen proberen om de achteruitgang in bestedingsmogelijkheden op te vangen. Maar zoals wij zullen zien is niet alle achteruitgang in bestedingsmogelijkheden op te vangen. Dat betekent dat er toch armoede geleden wordt. Maar die armoede zie je bijna niet. In de laatste paragraaf zal ik daar nog kort op ingaan. Inkomensdaling De meerderheid heeft nu een lager inkomen De textielindustrie behoorde, zeker die in Tilburg, tot de bedrijfstakken met de laagste lonen. Zoals wij in hoofdstuk 4 al even zagen, was dit voor sommigen al voldoende reden om ander werk te zoeken. Over deze groep kan ik kort zijn: deze mensen zijn er 1 Hoofdstuk 6 uit: Lou Keune: De textiel voorbij Het wel en wee van Tilburgse oud-textielarbeiders in de jaren (Tilburg, 1991, Boekhandel Gianotten) 1

2 financiëel zeker op vooruitgegaan. Maar dat is maar een kleine groep, in totaal tien mensen.l Deze mensen zijn erop vooruitgegaan, niet alleen in vergelijking met het inkomen tijdens hun textielperiode, maar ook in de jaren tachtig. De redenen daarvan zijn tweeërlei. Ten eerste zijn zij gaan werken in bedrijven en instellingen die beter betaalden dan de textiel. Daarnaast hebben zij ook gedurende de jaren tachtig nog kunnen profiteren van de inkomensstijgingen in Nederland, in tegenstelling tot bijna alle anderen.2 Maar voor zeker tweederde van de door mij geïnterviewde textielmensen ligt dit anders. Het gaat hier niet alleen om mensen die de sluiting van de bedrijven aan den lijve hebben ervaren. Daarnaast zijn er nog degenen die vóór de sluiting al met pensioen waren gegaan. Over hen kan niet zo maar in het algemeen gesteld worden: zij zijn erop vooruitgegaan, integendeel. Eerst enkele voorbeelden van de mensen die uit de textiel zijn ontslagen. Er is één echtpaar dat er niet op is achteruitgegaan. De man heeft een baan gevonden via de DSW: En toen ging ik goed verdienen. Want ge krèègt onregelmatigheidstoeslag als ge avonddienst het, of van de zaterdag of de zondag, en dè komt er dan ammól bovenop. Het is eigelijk nog steeds hetzelfde, zon dikke tweeduuzend gulde netto. En vroeger in de textiel hadde dè nog nie. Maar dit echtpaar vormt de uitzondering op de regel dat iedereen in deze groep minder inkomen heeft. Die inkomensdaling is duidelijk voor degenen die niet meer een nieuwe baan hebben gevonden. Zo bijvoorbeeld een van de stopsters. Bij haar is de inkomensdaling extra groot omdat zij volgens de toen geldende regelingen geen recht had op een WWV-uitkering, omdat zij getrouwd was3: De WW was mar een half jaar, geloof ik. Dus ik heb mar een half jaar gebeurd. Is dat toen een flinke financiële achteruitgang geweest? Dè was toch wel rond de vijftienhonderd gulden per maand.4 Dit was natuurlijk een heel grote achteruitgang in inkomen. Maar ook anderen zijn er na ontslag flink op achteruitgegaan. Zo bijvoorbeeld een afdelingschef en zijn vrouw. Zij gingen in vier jaar zo'n veertig procent omlaag. Bij een ander echtpaar waarvan de man ook afdelingschef was, was de vermindering nog groter: Hij: Ja, ge kunt wel zeggen dat het ongeveer tot op de helft terugliep. Zij: Terwijl ge toch 42 jaar gewerkt het. Wie zal er tegenwoordig van de jeugd 42 jaar werken? Een wever en zijn vrouw vertellen: Moete es kèèke wè 'n end dè ge achterèut gaot hè. Vier, vèèfhonderd gulden in de mónd. Dè 's nie flauw hè! En weer een andere man kreeg na het ontslag een baan in een andere industrie maar ging daar ook minder verdienen: Ik had in de textiel een leidende positie en had toentertijd ik geloof f 2340 netto. Toen ging ik in dit bedrijf (geen textiel) werken in de vol-continudienst, daor kreeg ik toen een salaris van ik dacht vijftien à zestienhonderd gulden, plus een supplesie van tweehonderd en veertig gulden per maand, maar na een half jaar viel dat terug naar een tientje. Bij een echtpaar kwam de man, een magazijnbediende, na ontslag niet meer aan een andere baan. Toch ging dit echtpaar er financieel niet echt op achteruit, want: Wij hadden net het minimumloon daar in die fabriek. En de WW uitkering? Dat scheelde niks, dè maakte niks uit. Het gaat er uiteindelijk om wat je netto hebt. Maar ook de inmiddels gepensioneerden hebben inkomensdalingen ondervonden. Zo het echtpaar waarvan de man na ontslag uit een Tilburgse textielfabriek een baan vond bij een textielbedrijf buiten Tilburg. Daar heeft hij gewerkt tot aan zijn VUT. En eind 1989 kregen zij AOW plus een textielpensioen: Agge nou alles bij elkaar hólt, dan kóom ik goed per maand aan de f AOW is f 1.530, en daor komt f 110 (als pensioen) bij. En bij de VUT hadden wij f 2.075, ik had door m'n drieploegenwerk enzo had ik een goeie VUT-uitkering. Dit voorbeeld laat al zien hoe laag de textielpensioenen zijn. Dat is ook het geval bij een ander echtpaar Ja een pensioentje, 't is honderd achtentwintig gulden (in de maand) mar daor gao twintig gulden aaf vur de 2

3 belasting. En weer een ander echtpaar: Toen kregen wij een heel laag pensioentje. Nog geen honderd gulden per maand, na drieënveertig jaar werken, kunde daor bij? Nee, ik kan daar niet bij, ook niet wat betreft het pensioen van wéér een ander echtpaar, waarvan de man zegt: Ik beur mar êenentachtig gulden pensioen. Ik heb 41 jaor gewerkt. In vergelijking met déze mensen is het pensioen van de man die in een textielbedrijf een ambtelijke functie had nog redelijk te noemen: Dat pensioen is bruto f 567,25 en daar gaat f 79,07loonbelasting of en dan hou ik f 488,18 per maand over. De overgrote meerderheid van de mensen die indertijd bij de sluiting van een textielfabriek betrokken waren, zijn er sindsdien financiëel op achteruitgegaan. De mate van achteruitgang verschilt sterk, maar bij in ieder geval drie geïnterviewden beliep die achteruitgang netto ongeveer de helft van het gezinsinkomen. Slechts een enkeling spreekt van een gelijkblijvend dan wel (iets) hoger netto-inkomen. En de textielpensioenen zijn in vergelijking met die in sommige andere bedrijfstakken, zeker op de dag van vandaag, laag tot zeer laag. Ter vergelijking: Een van de geïnterviewden heeft 18 jaar buiten de textiel gewerkt. En daarvan alleen al beurt hij zo'n zevenhonderd gulden pensioen per maand. En daarbij is het nog maar de vraag of de mensen met een klein textielpensioen daar iets aan hebben. Nogal wat mensen hebben van hun klein pensioen eerder een nadeel dan een voordeel gehad. Dat heeft de sociaal werker eens nagegaan: Op een gegeven moment ben ik aan het uitrekenen geweest aan de hand van belastingtabellen en dat soort dingen, wat mensen kwijt waren. Dan praat ik over een paar jaren terug hoor, want nou gaat het niet helemaal meer op. Toen was het zo dat je van een klein pensioentje sowieso eenderde kwijt was aan je extra belasting. Plus: je viel in een hogere tariefgroep voor de gezinszorg bijvoorbeeld, en aan de andere kant kreeg je geen subsidie en dergelijke... Als je vijfhonderd gulden per jaar pensioen had, dan viel je nog net niet in die belastinggroep. En alles wat je meer beurde aan pensioen, dan moest je al ver in de vijf á zeshonderd gulden per maand pensioen hebben, voordat je weer op het nivo zat van een kale AOW. Die mensen hebben d'r eigen d'r leven lang scheel betaald en krijgen er geen cent voor terug. Ze kregen alleen een hoop sores extra. En dan kan ik me voorstellen dat je daar bitter van wordt. Éen van deze mensen had zijn pensioen liever in één keer afgekocht. Hij stelde dat ook voor aan het pensioenfonds: Wè kan ik daorveur beure? We zulle mar zeggen: vèèfduuzend gulde, en gullie hóudt oe pensioentjes mar. Maar dat kon niet volgens dat fonds. Het is duidelijk: de mensen die ontslagen zijn uit de textiel, of daaruit gepensioneerd, zijn er financieel flink op achteruitgegaan. Een van de stopsters, nu opbouwwerkster, die dat zelf ook heeft ondervonden, vat de situatie als volgt samen: Ja, ze zeggen wel eens, as je arm bent dan moet je arm blijven. Ze zijn begonnen met lage lonen in de textiel. De mensen zijn eenzijdig opgeleid, andere industrieën zijn (lang) tegengehouden, dus ze hebben ook geen mogelijkheden gehad iets anders te leren. Nou, as je dat zo door trekt, dan kom je op een gegeven moment dus diezelfde mensen wir tegen die d'r toen ook de pineut waren. Waarom ging de een er meer op achteruit dan de ander? Niet iedereen is er financieel op dezelfde manier uitgekomen. Daarop kunnen allerlei oorzaken van invloed zijn. Een daarvan is de hoogte van de lonen die men kreeg in de textiel. Voor sommigen was de inkomensachteruitgang zeer beperkt omdat ze toch al heel weinig verdienden. Dat zagen wij al bij de magazijnbediende en zijn vrouw: Wij hebben 't nooit breed gehad. En als je dan in een uitkering kwam, of gepensioneerd werd, dan scheelde dat niet zoveel. Dat hadden overigens de fabrikanten indertijd ook al in de gaten, en ze trokken daar op hun manier een conclusie uit, herinnert zich de 3

4 vakbondsman: Er waren een aantal mensen in de textielindustrie die een functie hadden die laag betaald werd. Op het moment dat die mensen in de AOW terechtkwamen, kregen ze daarbovenop een heel bescheiden pensioenuitkering. En ik kan me nog herinneren dat de werkgevers daar toen nog eens een aktie tegen gevoerd hebben, want die zeiden: `Doel van de vakbonden is altijd geweest dat de mensen als pensioen tussen de zeventig en tachtig procent van hun laatst verdiende loon zouden hebben; en die mensen hebben netto meer dan honderd procent.' En wij hebben toen steeds gesteld: `Die mensen, die hebben altijd een minimuminkomen gehad, laat ze nu maar eens iets meer hebben.' Bij anderen daarentegen was de achteruitgang zo hoog juist omdat ze in de textiel, naar verhouding, veel verdienden. Dat zagen wij bij de afdelingschefs: Ja, ge kunt wel zeggen dat het ongeveer tot op de helft terugliep. Een andere oorzaak van de verschillen in inkomensdalingen heeft te maken met de leeftijd. Die kan op verschillende manieren een rol spelen. Het kan zijn dat je ontslagen werd terwijl je nog maar enkele jaren van de AOW of zat. Zo de beambte: Ik was drieënzestig toen ik in de WW kwam. Hij lag daarmee boven de leeftijdsgrens van zevenenvijftig en een half jaar. Hij kon daardoor, net als andere ontslagenen, gebruik maken van de zogenaamde 57½- jaarregeling. Die hield onder andere in dat zij tot hun vijfenzestigste recht bleven houden op de WWV-uitkering (zeventig procent van het laatst verdiende loon); ze waren dus niet aangewezen op de meestal nog lagere bijstandsuitkering. Een van de wevers had de pech dat hij net te jong was: Ik was mar vèèfenvèèftig, en na twee en en half jaar WW en WWV ging ik over naar de bijstand. Nondeju, dè dè men nou moet overkoome, dè hadde toch nooit gedacht. Jezus Christus nog an toe toch. Daar kan bijkomen dat de opbouw van het pensioen stopt als je onder een uitkeringsregeling valt. En als je dan te jong was om een volledig pensioen opgebouwd te hebben, kreeg je ook een lager pensioen dan wanneer je nog een aantal jaren had kunnen doorwerken. Dat was het geval bij een van de afdelingschefs: Toen ik achtenvijftig was, toen ik in die WW terechtkwam, hield de betaling van die pensioenpremie op en het pensioen werd bevroren. Die pensioenbreuk, dat scheelt vandaag de dag nog. Omgekeerd, als je vijfenzestig jaar wordt, kan het zijn dat de AOW met het pensioen samen hoger uitvalt dan wat je daarvóór kreeg. Dat overkwam dezelfde wever bij wie de WAO-uitkering die zijn vrouw ontving, werd afgetrokken van zíjn bijstandsuitkering: Toen ik vijfenzestig jaor was, is dat himmól beter geworden, want de WAO (van zijn vrouw) wordt niet afgetrokken van de AOW. En tot slot breng ik in herinnering (zie hoofdstuk 4) dat leeftijd ook van invloed kon zijn op het inkomen na het ontslag uit de textiel vanwege de leeftijdsdicriminatie bij het vinden van werk. Een volgende mogelijke oorzaak van de verschillen in de financiële gevolgen van het ontslag uit de textiel is het inkomen van de partner. Dat is dikwijls van invloed als het gaat om het recht op het ontvangen van een uitkering. Twee voorbeelden. Allereerst het al eerder genoemde voorbeeld van een van de stopster: Ik kwam toen niet in ónmerking voor de WWV; daarvoor moeste zoveel procent van het loon van oewe man verdienen. In dit geval van sekse-discriminatie verloor deze mevrouw haar recht op de WWV-uitkering omdat ze minder verdiende dan haar man. En zoiets speelt ook bij de wever die hiervoor aan het woord was: Ik heb zeuven en een half jaor in den bijstand gezete. En men vrouw die is afgekeurd en die had toen een WAO-uitkering. Mar die uitkering van mijn vrouw dè werd er bij mij op aangepast. Om deze reden werd bij deze man iedere maand zo'n vijfhonderd gulden van zijn bijstandsuitkering afgetrokken. Wat ook van grote invloed kon zijn op je inkomen, was de uitkeringsregeling waar men onder viel. De ene regeling was (en is) nu eenmaal beter dan de andere. De ondergrens wordt gevormd door de bijstandswet. Natuurlijk is het een goede verworvenheid dat er 4

5 een regeling bestaat als het recht op bijstand. Want het is nog niet zolang geleden dat men op bepaalde momenten geheel afhankelijk was van de liefdadigheid. De bijstandsregeling heeft echter verschillende nadelen wat het inkomen aangaat. Een daarvan is uiteraard dat ze het laagste uitkeringsbedrag oplevert; het is ook losgekoppeld van het laatstverdiende loon, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de WAO-uitkering, die een bepaald percentage is van dat loon. Een tweede nadeel is dat vanaf een bepaald bedrag bijverdiensten dan wel het inkomen van de partner worden afgetrokken van de uitkering. Daarvan is in het voorgaande een voorbeeld gegeven. En ten slotte kan de bijstand gevolgen hebben voor het bezit dat iemand heeft. Het meest bekende voorbeeld is dat van het `opeten' van het eigen huis: als de waarde daarvan boven een bepaald bedrag ging, kreeg je pas bijstand als je eerst dat verschil consumeerde, bijvoorbeeld door een lening of te sluiten of door het huis te verkopen. Veel mensen hebben die angst gehad, ook onder de geïnterviewden. Een van de echtparen ontsnapte aan dat gevaar doordat de man net op tijd, dus nog tijdens de WWV-periode voordat zij `in de bijstand' kwamen, een baan kreeg: `Jullie hebben het huis moeten opeten?' `Nee, want toen was ie net bij de DSW gaan werken.' Ook een van de afdelingschefs en zijn vrouw kennen het probleem van het `opeten' van je huis: In veel gevallen hebben die mensen zware offers moeten brengen voor een eigen huis. Dat was een kapitaaltje achter de hand. Gelukkig hebben wij dat (het `opeten' van het huis) dus niet meegemaakt. Een van de stopsters zat ook met dat probleem: Ik zat dus met een eigen huis. En dè was toen nog zo dè je eerst een gedeelte (van de waarde van dat huis) zelf op moest eten voordat je dus de uitkering kreeg. Dè was mijn grote angst eigenlijk. Zíj kreeg op tijd een tijdelijke baan op basis van een zogenaamde `werkverruimende maatregel': En het dreigde dus doordat je al bijna tweeëneenhalf jaar werkloos was, want ik had dus het maximum aan tijd die er gegeven was. En daarom kwam die tijdelijke arbeidsplaats toen natuurlijk ontzettend gunstig, want toen zou je eigenlijk in de sociale dienst terecht hebben gekomen. Overigens verdiende ze met die baan niet veel: Dat was gewoon het minimumloon, je moest er veertig uur voor werken en na een jaar wist je weer dat je weg was. Een andere regeling, gunstiger dan de bijstand, was en is de WAO. Daardoor kon je ook uit de bijstand blijven. Nogal wat textielmensen hebben volgens de vakbondsman van die regeling gebruik kunnen maken: Ik kan geen getallen noemen, maar naar mijn stellige overtuiging zijn er heel veel in de WAO terechtgekomen. Het was soms niet moeilijk om zo'n WAO-uitkering te krijgen vertelt een van de mannen: lk ging er nie heel graag in, omdè ik dan denk, dan bende afgeschreven hè. Toen kwam hier een meneer van het arbeidsbureau, die kwam met een paar adressen, hij zei: 'Hier kun je naartoe agge wilt. Maar dat zou ik nie doen, daar is niet veel bij op jouw leeftijd.' Ik zeg: 'Ja, wat adviseert u mij dan"' `Om in de WAO te gaan.' Toen was 't heel makkelijk, ik heb daar gin moeite mee gehad. Maar een andere man had wel graag onder de WAO-regeling willen vallen, maar: Ik heb van alle kaante geprobeerd om in de WAO te kome, mar dè 's me gewoon nie gelukt. Ik had toen wel maogklachte, ik heb nog een week in 't ziekenhèus gelege. En toen kwaam den dokter, hij zeej: 'Ge hoeft dit nie mir en ge hoeft dè nie mir, ga maar naar huis. ' Ik zèè zelfs nòr Utrecht gewist bij een internist. Maar al is de WAO in bepaalde opzichten beter dan de bijstand, dan wil dat nog niet zeggen dat het een vetpot is. De andere afdelingschef kent daar voorbeelden van: Mensen die wel altijd een vrij grote auto hadden, alles nieuw moesten hebben hè, die zijn allernaal denk ik wel verder in de versukkeling geraakt. Want daar is dus dertig procent afgegaan. Bovendien betekent de WAO dat er iets mis is met de gezondheid, en dat kan zwaarder wegen dan het inkomensverlies. Dat vindt een van de geïnterviewde vrouwen die in de WAO zitten: Tot mijn grote verdriet kwam ik toen in de WAO terecht. Daar heb ik ontzettend om gehuild. 5

6 Ten tijde van de sluitingen van de textielfabrieken kende men twee regelingen voor uitkeringen vanwege de werkloosheid: de WW en de WWV. Deze regelingen zijn op dit moment vervangen door de nieuwe werkloosheidswet, maar ze zijn voor de textielmensen van groot belang geweest. Eerst kreeg men gedurende een half jaar een uitkering krachtens de WW, en vervolgens gedurende maximaal twee jaar een krachtens de WWV. Deze laatste uitkering had eerst als maximum: 75% van het laatst verdiende inkomen, later werd dit 70 %. Natuurlijk betekende de WW een inkomensverlies, en dat werd nog groter door de WWV. De omvang van dat verlies was voor sommigen echter hoger dan het percentage aangeeft. Dat was bijvoorbeeld als je in je baan meer verdiende dan de wettelijke norm. Een van de afdelingschefs: Die zeventig procent was niet onbeperkt, dat was een bepaald maximum waarvan die zeventig proeent gerekend werd. En zodoende kwam je nogal een heel eind terug. Bovendien kreeg je 70 % alleen maar over je officiële loon. Volgens een stopster was dat ook nadelig: Financiëel ging je er misschien nog wel meer op achteruit, omdat die overuren en bijverdiensten, die veel mensen in de textiel toch ook hadden, die kreeg je niet meer. Zoals gezegd was voor nogal wat mensen de grootste bedreiging dat zij na tweeënenhalf jaar WW en WWV `in de bijstand' kwamen. Maar mensen van zevenenvijftig en een half jaar of ouder bleven tot hun vijfenzestigste onder de `verlengde WW' vallen. Dat was voor velen een uitkomst. En dat niet alleen vanwege de gevolgen voor het inkomen, maar ook omdat dan de sollicitatieplicht verviel. De vakbondsbestuurder: Ik kan mij herinneren dat heel veel mensen met die regeling erg gelukkig waren. En dat kan ik me best voorstellen. Als je die leeftijd hebt - ik heb nu zelf die leeftijd -als je dan nog eens op een ander moet beginnen..., je mot maar zien hoe je functioneert in een andere groep. Die mensen zagen daar als een berg tegen op, en die waren met die regeling erg gelukkig. Zoals ik in hoofdstuk 4 heb laten zien, vonden nogal wat textielmensen werk in het kader van de DSW. Daar kon je onder vallen op grond van de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW), omdat het vanwege bijvoorbeeld de gezondheidstoestand moeilijk was om `gewoon' werk te krijgen. Via de gemeentelijke DSW kon dan werk worden aangeboden dat men wel aankon. Dat was ook voor vele ex-textielarbeiders een goede mogelijkheid, onder andere omdat het toch al moeilijk was om ander werk te vinden. Was het gemakkelijk om zo aan een nieuwe baan te komen? De vakbondsbestuurder: Het criterium van de DSW was indertijd zo, dacht ik, dat je fysiek of mentaal niet meer geschikt moest zijn voor arbeid in het vrije bedrijf. Maar dat werd heel soepel gehanteerd. Als iemand uit de textiel kwam, en die gaf te kennen dat ie naar de Riethoorn wilde, dan lukte dat vrij gemakkelijk. En bovendien verdienden ze dan dikkels nog meer dan in de textiel. Dat laatste waag ik te betwijfelen. Want van de geïnterviewden is slechts één echtpaar dankzij de DSW er financieel (een beetje) op vooruitgegaan. Bij de anderen is het tegendeel het geval. Waarom ging men dan toch bij de DSW werken? Een spinner: Ik was drieënvijftig. Een heel moeilijke leeftijd toen. Ik had in de textiel een goed betaalde baan. Maar ik wilde best minder, want als ge verplicht thuis bent, ontslag krijgt, dè 's toch anders dan wanneer je ervoor gekozen hebt. Bij een ander echtpaar speelde mee dat men liever werkt dan afhankelijk te worden van een uitkering, aldus de vrouw: Hand ophouden, wordt dan gezegd, 't is een recht. Maar dè recht ligt oe dan een bietje krom ón te kijken, en hij wou toch liever werken. Alle geïnterviewde textielmensen die in DSW verband gewerkt hebben, zijn daar overwegend positief over, vooral vanwege het soort van werk dat men daar doet. De één zegt: Ik heb daor gewoon geluk mee gehad. Een heerlijke baon. En een ander, werkzaam in een instelling voor gehandicapten: Daar is alles ondergeschikt aan mensen die zelf niks kunnen. Ik heb dat zo'n ervaring gevonden voor mijzelf. Ik denk: 6

7 nou, het jagen is afgelopen in de zin van het moet en het moet, en hier moet eigelijk niks. Ik ben achteraf blij dat ik de keuze gemaakt heb. Maar hoe zijn de ervaringen met het inkomen bij de DSW? Verschillend. Als je de DSW-lonen vergelijkt met die welke men in de textiel verdiende, dan zijn de meesten er zoals gezegd op achteruitgegaan. Een echtpaar ver telt: Hij: Ik ging enorm veel minder verdienen. Zij: Driehonderd vijf en zeventig gulden netto in de mònd ging die achteruit. Ja, laate een flinke veer vallen of doede 't nie. Een andere huisvrouw over haar man: Hij is via de DSW gaan werken, en toen kreeg hij een tientje meer als zijn uitkering. Naast het inkomensverlies wordt gewezen op twee andere minpunten van een DSW-aanstelling. Een is dat er meestal geen groeimogelijkheden waren. Het was niet mogelijk om hoger ingeschaald te worden, en bovendien zijn de overheidslonen jaren achtergebleven bij die in het bedrijfsleven: En 't resultaat is dè wij nou de leste tien jaor op `tzelfde peil zèn blijve staon, behalve oew uitgaven en huur en heel die dinge, aldus een huisvrouw. Bovendien werd men lager ingeschaald dan `echte' ambtenaren die hetzelfde werk deden of dezelfde verantwoordelijkheid hadden. Slechts één van de geïnterviewden heeft bij de betreffende instelling na een aantal DSW-jaren een `gewone' aanstelling gehad: En toen is hij een paar honderd gulden omhooggegaan, volgens zíjn vrouw. Opvallend is tot slot dat nogal wat mensen die een DSW-aanstelling hebben gekregen, gebruik (willen) maken van de VUT-regeling. Zo een van de spinners: Met eenenzestig kon ik in de VUT van de gemeente uit. Toen heb ik gezegd: `Ik vind het lang genoeg, ook omdat ik anders weer ander werk zou krijgen'. En een oud-collega van hem gaat ook met eenenzestig jaar in de VUT: Ik vind van mèn eige dè 'k 't verdiend heb. De laatste regeling waar ook veel textielmensen mee te maken hebben gekregen is de AOW, al of niet aangevuld met een textielpensioen. Al eerder is erop gewezen dat de textielpensioenen voor de meesten schandalig laag uitvallen, ondanks dat het voor sommigen hetzelfde inkomen biedt als het minimumloon verdiend in de textiel. Eén van hen zegt: Tachtig gulden in de maand houde voort over. Van drieënvirtig joar werke. 't Is eigelijk onbegrijpelijk, 't is te zot om over te prate. Daar hedde oe eige dag en nacht voor uitgesloofd, en dan worde met een pensioentje van tachtig gulden afgescheept. Tot slot wil ik nog één reden noemen waarom de één na ontslag meer over kon houden dan de ander. Die is dat bij enkele textielbedrijven de arbeiders vanuit het bedrijf gedurende een bepaalde periode een aanvulling konden krijgen op hun uitkering. Zo ook bij deze man: De WW-uitkering werd door het bedrijf tot het volle netto bedrag bijbetaald. Maar daar waren wel eens problemen over als het bedrijf failliet was gegaan. De vakbondsbestuurder daarover: Daar zijn nogal eens problemen over geweest als het bedrijf ging sluiten en de bedrijfsvereniging het niet wilde betalen. Later is die regeling veranderd, dat de bedrijfsvereniging de verantwoording overnam. Concluderend kan ik dus vaststellen dat de meeste textielmensen, vooral die bij de sluiting van het bedrijf zijn ontslagen alsook de meeste gepensioneerden, er in inkomen op achteruitgegaan zijn. De financiële gevolgen van ontslag en/of pensionering waren niet voor iedereen hetzelfde. Die gevolgen hingen onder andere of van: *de hoogte van het textielloon dat men indertijd kreeg; *de leeftijd; *het inkomen van de partner; *de uitkeringsregeling waaronder men kwam te vallen; *en de mogelijkheid om vanuit het bedrijf een aanvulling te krijgen op de uitkering. Het leven wordt duurder Niet alleen is bij de meeste geïnterviewden sprake van daling van het inkomen. Er komt nog bij dat in deze zelfde periode van tien jaar voor de meeste mensen de lasten zijn 7

8 gestegen. En dat maakt het zeker niet gemakkelijker. Een voorbeeld: de huurverhoging. Deze heeft voor zeker de helft van deze mensen de woonlasten doen stijgen. Zo zegt een inmiddels gepensioneerde: Ge krijgt toch elk jaor die huurverhoging hè, van vier of vijf procent, en dè komt er ók wir bij. Een huisvrouw klaagt: De huur stond indertijd amper op tweehonderd gulden kale huur (per maand) en daar betalen wij nou vijfhonderd gulden aan. Maar daar zit intussen isolatie van het huis bij. De verwarming valt nou mee. Daaraan betaalden wij honderd tweeëndertig gulden per maand, en dè is door zuinig zijn en met de daling van de gasprijs nou nog vijfenzeventig gulden per maand. Daar kwam bij dat in dit gezin het inkomen van de man daalde tijdens de duurste periode van een gezin: Vooral toen ze zo een jaor of veertien of zestien waren, dan zijn ze toch duur! Dat samengaan van inkomensdaling, stijgende woonlasten, en opgroeiende kinderen heeft ook een van de stopsters moeten ervaren: Ge het een opgroeiend kind en dè kost toch steeds meer. Straks gao ze lere, ze wille gin goeiekóope spèèkerbroek, mar ze willen er êen mee naom hebben, en zo iets allemòl. Bij anderen komt erbij dat men meer onkosten heeft vanwege problemen met de gezondheid, bijvoorbeeld deze man: Toen kreeg ik dat van mijn been. En als je naar het ziekenhuis moet om iemand te bezoeken, dan moet je de taxi zelf betalen? Ja. Een ouder echtpaar herinnert zich nog die `eigen bijdragen' die men tot enkele jaren terug moest betalen voor specialisten en medicijnen: En dan dè bewuste geld ón de specialisten, dè slao bij de bejaarden ók deur hè, en je twee-vijftig van je medicijnen. En bij een ander gezin stegen de reiskosten van de man, want: In 't begin kreeg ie bij DSW achtenveertig gulden in de maand aan reiskostenvergoeding. Nou krijgt ie dus niks meer. Nu gaat het bij deze mensen niet om bijzonder hoge reiskosten, maar toch: het telt mee. Op allerlei manieren kan het leven duurder worden: prijzen stijgen, subsidies en vergoedingen worden minder of vallen weg, kinderen worden duurder, extra uitgaven vanwege problemen met de gezondheid, enz. Natuurlijk is ook dit niet voor iedereen hetzelfde, sommigen krijgen het financieel zelfs gemakkelijker, bijvoorbeeld als de kinderen groot en zelfstandig worden. Maar door de bank genomen wordt het leven duurder. Houden de inkomens daarmee gelijke tred? Nogal wat inkomens zijn in de jaren tachtig bevroren geweest (de lonen van de ambtenaren bijvoorbeeld), en ook de uitkeringen zijn jarenlang achtergebleven bij de gestegen prijzen. Er is nog niet zo lang geleden een onderzoek gedaan naar de koopkracht van de mensen die van minimuminkomens moeten leven. In dat onderzoek ging het om gemiddelden; dat betekent dat het niet voor iedereen precies hetzelfde is. Wat blijkt nou? Dat in de periode 1981 tot en met 1987, dus in de jaren waar wij het in dit boek over hebben, de koopkracht van de AOW met zes en een half procent is gedaald; die van de bijstand is met bijna zeven procent gezakt; die van de WAO ook met zes en een half procent; en de koopkracht van het minimumloon ging met bijna zeven procent achteruit. En dan zijn de koopkrachtsverliezen als gevolg van allerlei bezuinigingen (als in de huursubsidie, in de rechtsbijstand, in de gezinszorg, de knakenkaart en het specialistengeeltje) nog niet eens meegeteld. Een van de echtparen verzucht dan ook: We leven in een welvaartsstaat, mar d'r wordt van alle kanten geknibbeld. Minder te besteden, wat dan? Lage en dalende inkomens vormen geen uitzondering in Tilburg. Want dat treft veel mensen, gezien de sterk gestegen werkloosheid en afhankelijkheid van uitkeringen (zie hoofdstuk 2). Bovendien zijn de lasten gestegen. De mensen hebben dus te maken met een vermindering van de bestedingsmogelijkheden. Hoe gaan ze daarmee om? Hoe redden zij het? Het antwoord op die vraag is niet gemakkelijk te geven. De omstandigheden zijn voor iedereen verschillend. Bovendien kan men op zoveel verschillende 8

9 manieren met inkomen omgaan. Wij zullen in wat nu volgt enkele van die omstandigheden en manieren bespreken. Wat maakt het moeilijker, en wat gemakkelijker? Allereerst speelt mee hoe mensen zelf tegen de situatie aankijken. Zo moet gezegd worden dat sommigen het wat dit betreft al extra moeilijk hebben. Mensen die het financiëel niet breed hebben en dikwijls ook zonder werk zitten, daar wordt nogal eens op neergekeken. En niet iedereen trekt zich daar weinig van aan. Bijvoorbeeld deze wever: D'r werd wel es gezeej as er êene binnenkwaam van: `Hé, hoe is het?' Nou dan zeej ik mar: `Goed', mar ik denk 't gao nie goed, mar dè hoefde gij nie te wete, want misschien hedde er nog plezier in. Volgens de sociaal werker, zelf een vroegere textielarbeider, komt dat meer voor: Je hebt mensen met een zekere trots van: niet gemakkelijk mijn hand ophouden voor huursubsidie of voor bijstand en dergelijke. Die praten juist niet over de armoede, omdat ze niet willen onderdoen voor buurvrouw die het wel een beetje beter heeft. Ik kom hierop terug als ik het heb over verborgen armoede. Maar de manier waarop de mensen zelf aankijken tegen de verminderde mogelijkheden van besteden, heeft veel te maken met allerlei andere omstandigheden. Zo is het hebben van een eigen huis van groot belang. Een eigen huis kan het gemakkelijker maken om de inkomensachteruitgang op te vangen. Je hoeft dan bijvoorbeeld geen huur te betalen, en als er op het huis geen schulden rusten, maakt dat veel uit. Een van de afdelingschefs: Ge moet het zo bekijken eigenlijk: het huis, dat was vrij, geen hypotheeklasten dus gewoon vrij. Dat is al een heel bedrag per maand wat je daarmee vóór bent hè. We hadden verder ook geen schulden. Een van de stopsters heeft ook een eigen huis: Dit huis is vrij. 't Is een goeiekoop huis geweest, ik heb het eigenlijk voor een spotprijs van m'n broers en zusters over kunnen nemen omdè 'k dus het langste thuis ben geweest. Een ouder echtpaar denkt er ook zo over: We hebben altij gezegd: `As we mar een hóske hebben as we vijfenzestig zèn, dè is voldoende'. Want daor zèn we nou goed mee. Laote we eerlijk zèèn: As wij moete gón hure, van vierhonderd gulden per mònd, dè schilt wel een hil stuk. Een eigen huis kan het leven dus goedkoper maken. Bovendien kan het een spaarpotje betekenen, zoals wij in hoofdstuk 3 hebben gezien, om het inkomen na de pensionering aan te vullen. En als je dan nog huursubsidie kunt krijgen... Een van de geïnterviewden: Voor huursubsidie kom ik (nu) wel in aanmerking. En dè huis, dè zitte we nou op te ete. En het eigen huis kan ook als onderpand voor een lening gebruikt worden. Dat kwam de andere afdelingschef van pas toen hij en zijn vrouw extra geld nodig hadden: Nou ik wil zeggen, we hebben 't dus gered. We hadden dan 't geluk dè we nog vrij goedkoop da huisje hadden. En daar hebben we dus de hypotheek op kunnen verhogen, om de kinderen gewoon door te kunnen laten studeren en dergelijke. Maar een eigen huis kan ook nadelen hebben. Daar weet de andere stopster alles van. Als zij en haar man het eigen huis moeten laten opknappen of isoleren, dan moeten ze het helemaal zelf betalen. Dat kan wel eens onmogelijk zijn, zeker wanneer je nog met hoge hypotheeklasten zit én met een inkomen dat drastisch gedaald is (vijftienhonderd gulden minder binnen een half jaar), terwijl het inkomen van de man ook aan de lage kant is. Bovendien kom je dan niet in aanmerking voor huursubsidie. Op een eigen huis kun je soms nog een hypotheek krijgen en zo aan extra geld komen. Daarnaast wordt er veel reclame gemaakt voor geld lenen of op afbetaling kopen. Ook dat kan ingeval het nodig is van pas komen. Volgens verschillende geïnterviewden gebeurt dat ook veel. Dat zegt ook de stopster die veel ervaring heeft opgedaan in het opbouwwerk: Wat denk je wat er op afbetaling gekocht wordt, wat denk je dat er bij zo'n postorderbedrijf besteld wordt, waar mensen heel veel door in de schuld komen? Je krijgt het mooiste voorgeschoteld en je hebt geen geld. Nou wat doe je dan? 9

10 Bestellen mar. Nee, bij die postorderbedrijven wordt veel gekocht. Dat bevestigt de wever die via zijn vakbondswerk ook een en ander heeft meegemaakt: Er worden veel schulden gemaakt. De Sociale Dienst krijgt veel klanten met schulden van Wehkamp, Neckermann, Otto. Maar kan daar iedereen zo maar terecht? Kan iedereen op afbetaling kopen of een lening krijgen? Nee, zegt een huisvrouw uit eigen ervaring: As ge boven de vèèfenzestig gaot, dan worde overal ötgeslote, ge kunt nèrges gin geld lêene. Dat heeft een ander ouder echtpaar ook meegemaakt: Wij kunne nie op afbetaling kope. Geld lene van de bank en dan elke mónd afbetaole, dè krijgde nie mir as ge zestig bent. Ons ijskast was kapot, en onze kast was kapot. Nòr de boerenleenbank gegaon voor geld te lenen. We kregen 't nie mir. En dat kan in sommige situaties zeer nadelig zijn, want ergens anders lenen kan volgens de huisvrouw die hiervóór aan het woord was, heel duur zijn: Die banken zèn dikkels over een langere periode goedkóoper as gewoon particulier. Met andere woorden: soms kan geld lenen hard nodig zijn, maar niet iedereen krijgt daar de kans toe. Bij veel mensen is het ook belangrijk of ze kinderen hebben die helpen. Zo kunnen kinderen die nog bij de ouders wonen, zelf al geld verdienen en dus ook kostgeld binnenbrengen. En dat kan het verlies aan inkomen helpen opvangen. Dat was ook zo bij de vader van twee dochters: Men twee kinderen zèn achtermekaar van de MAVO gaan werken. En daar blijft aaltij wè van hangen. Die hebben dè een klein beetje opgevangen, dat is een goed ding geweest. Dat voordeel hebben meer textielmensen gehad. Ouders kunnen daarover met hun kinderen verschillende regelingen treffen. Een echtpaar heeft met hun zoon geregeld dat hij zijn loon aan hen afdraagt: We hebben nog een zoon thuis die verdient, hij krijgt (van ons) een behoorlijk goei traktement. Maar bij een ander echtpaar houdt de zoon het loon zelf: En daor hebben we dan een klèèn kostgeldje van, want ik wil niet veul van 'm hebben. En een derde echtpaar had weer een andere regeling getroffen met de kinderen: Ze moeste voor d'r eige zorge, maar ze hebbe nooit gin kostgeld hoeve te betale. Dè nie. Maar wat als de kinderen niet meer bij de ouders wonen? Dan kunnen ze het voor hun ouders soms en op allerlei manieren wat gemakkelijker en plezieriger maken. Ook over dit onderwerp kunnen geen harde uitspraken gedaan worden. Maar toch komen er in de interviews nogal wat voorbeelden voor van kinderen die helpen. Zo vertelt een moeder: Ons wasmachien was kapot. Nou komt m'n schoonzoon hier, en die zei: `Wasmachien kapot?' Hij gao en hij komt achtermekaar mee een aander wasmachien. `Wè kost dè?' `Zeg maar dè ge 't van men gehàd7 het.' Diezelfde schoonzoon verraste haar en haar man nog eens meer, namelijk met een zitbad, dat hij samen met de kleinzoon installeerde. Een dochter en haar man nemen haar moeder geregeld mee op een uitstapje: As ik ze 's zondags ergens mee nórtoe zou nemen, dan zou'k nie wille dè ze iets zou betale. Een echtpaar gaat soms met de kinderen mee op vakantie: Wij mochten mee met de wintersport. Moesten we op de kleine passen. En in september mochten we weer mee. Een vader vertelt hoe een van zijn zonen kwam helpen met het aanbrengen van geïsoleerde ramen: Die zoon van men die was toen ònt leren vur bouwvakker en toen zeet-ie: `Pa, ik moet op een aander ók mee gòn doen. ' En toen hebben wij het boven overal zelf gedaon. Toen kochten we een raamkozijntje van een honderd of vier vijf, plus nog het glas, en dan waren we klaar. En tot slot vertelt een andere moeder over haar kinderen: Die èèskaast8 heb ik van drie kender gehad. Mar dan moes ik toch zelf ók wir honderd gulde bèlegge, want aanders wier 't te vul veer die kender. En dè bankstel heb ik toen gekrege van mèn dochter toen ze hier ingewond hebbe. Heb ik 't toen hier 'n paor deure verder kunne kôope vur honderdenvèèftig gulde. Dit lijken zo maar wat dagelijkse voorbeelden, maar ik weet van meerdere geïnterviewden hoe belangrijk zo iets kan zijn. Dat belang is niet alleen gelegen in de hartelijkheid en het medeleven die van zo iets uit kunnen gaan. Maar daarnaast gaat het ook om het opvan- 10

11 gen van de gevolgen van een laag inkomen. Neem het voorbeeld van de koelkast in het laatste citaat: mensen met een laag inkomen hebben dikwijls problemen om de duurzame gebruiksartikelen te kunnen vervangen als die versleten zijn. Bezuinigen Vervolgens komen wij op het onderwerp van zuinig leven. Ter herinnering zij nogmaals vermeld dat niet iedereen erop achteruit is gegaan. Ik noem nogmaals het voorbeeld van een van de echtparen waarvan de man bij de DSW ging werken: Wij hebbe zeker de leste tien jaor nog gêef9 verdiend, en dan heb ik altij m'n bijverdienste nog. Wij hebbe nou rèùmer te leve, vruger was 't echt ammòl bekrompen. Nou zegge we: `We hebben het goed, we kunne de kleinkindere wè geve'. Maar voor de meeste ontslagenen en gepensioneerden ligt dat anders. Het is voor veel textielmensen lang heel gewoon geweest om zuinig aan te doen. Dat was én is een levenshouding. Dat is ook het geval bij dit zelfde echtpaar: Wij hebben ók altij geleerd de tering naar de nering te zette. En as wij een gulde verdiene, dan geve we mar een gulden uit. Wij moeten hil allert zèèn dè we as we drie gulde verdiene geen drie gulden en een kwartje uit gòn geve. Zo probere wij te leve. Te leve, want we hebben nooit overdaad gehad. Een ander echtpaar dat wel een stuk minder is gaan verdienen, zet ook de tering naar de nering: We doen gin gekke dingen en we zijn mee een bietje tevreden. We drinken nie, we roken wel, dè 's wel een dure post, maar een fles cognac daar kan hier de schimmel op komen. Niet iedereen heeft geleerd om zuinig aan te kunnen doen. Bijvoorbeeld de jongeren, aldus de appreteerder, en die kunnen dat dan ook veel moeilijker als het nodig mocht zijn: Ge het mensen die heel zuinig leven ja. En voor ons is dat makkelijker dan voor de jeugd. De jeugd, die heeft dat nooit gehoeven. Nou, ik heb zuinig geleefd, en ik heb het altijd goed gehad. Wat daarbij ook belangrijk is, is de vraag: waar ben je tevreden mee? Een moeder zegt: De eise die worden ók steeds hoger hè. Het is een tijdperk van materialisme hè. Wij ware dik tevreje en 't gros vindt dè stom dè je tevreje kunt zijn mee wat je hebt en zonder de rest van de wereld gezien te hebbe. Sommige mensen zijn niet alleen gemakkelijker tevreden met wat ze hebben, maar denken daarbij allereerst aan wat ze voor een ander kunnen doen. Dat vindt een dochter van haar moeder: Ons moeder is himmól nie veeleisend. Ze heej nie veul vur zichzelf nóodig. Wè ze ötgift, is veur tweederde vur 'n aander. En zo'n levenshouding kan in de familie zitten, aldus een andere dochter van diezelfde moeder. Ze geeft een voorbeeld: Ik kreeg achterstallig salaris uitbetaald. Vierduizend gulden. Nou jongens, ik heb meteen een feest gebouwd. Heb ik nog steeds van ons moeder: ik heb de neiging om meteen de zaak weer weg te geven. Men kan op allerlei manieren bezuinigen, beter gezegd: proberen te bezuinigen. Een eerste mogelijkheid is natuurlijk minder consumeren. Daarvan worden vele voorbeelden gegeven. Er zijn een aantal zaken waar men niet gemakkelijk over praat maar die toch nogal eens schijnen voor te komen. En daarbij kan men zich afvragen in hoeverre alle vormen van bezuinigingen nu wel aanvaardbaar zijn. Zo vertelt een textielman over zijn vader die ook zo'n klein textielpensioentje heeft, en die bezuinigt op de verwarming: Onze pa zegt laatst: `Ik heb zeshonderd gulden teruggehad van de energie'. Maar toen zei laatst mijn zus een keer tegen mij: `Die zitten heel de avond ook gewoon in de kou.' Er zijn mensen die het niet meer kunnen bolwerken. Een vrouw geeft van haar man weer een ander voorbeeld: Die schoenen heetie al zestien jaor. Dè kunne wij apart nie kóope. Maar het komt ook voor dat men bezuinigt op eten. De sociaal werker kent een van de eetpunten waar ouderen tegen een schappelijke prijs een warme maaltijd kunnen krijgen: Ik heb op een gegeven moment gewoon geconstateerd dat 11

12 mensen aanvankelijk voor vijf maaltijden in de week komen en dan zakt dat terug naar drie maaltijden in de week. En dat hing toch op een of andere manier samen met nieuwe maatregelen die weer eens getroffen waren op inkomstennivo en dergélijke. Zo kunnen bezuinigingen in de uitkeringen rechtstreeks doorwerken in het eten van mensen. En wat te denken van mensen die vanwege geldgebrek zelfs de contacten met hun partners moeilijk kunnen aanhouden? Dezelfde textielman vertelt: Mijn vader (tachtig jaar) moet elke dag naar een verpleeghuis waar zijn vriendin dan zit. Maar hij moet het gewoon met de bus doen omdat hij een taxi niet kan betalen. En het moge duidelijk zijn dat het op die leeftijd niet op alle dagen even gemakkelijk is om met de bus te reizen. Een dergelijke ervaring had een andere textielvrouw met haar moeder, die ook met een textielman getrouwd was. Die moeder kon op een gegeven moment zelfs de bus niet meer betalen: Ons moeder ging iederen dag nòr onze pa in het verpleeghuis, mee de bus hè. En toen zei ze: `Dè kan ik nie mir betaole, ik kan nie mir nòr onze pa toe, ik heb gin geld'. Ik zei: `Hier moeder hedde aacht gulde, dan kunde de hille week gaon.' En dan was ze zo blij as ene gek. De sociaal werker kent meer voorbeelden op dit gebied. Hij vertelt van sommige oudere mensen: Ze moeten echt sparen om bijvoorbeeld voor de kinderen een cadeautje bij elkaar te krijgen, wat dan meestal in geld wordt uitgedrukt. En dat ze daar (voedsel) echt op moeten besabbelen. Een weduwe laat merken dat het voor haar ook moeilijk is om voor haar kinderen en kleinkinderen te doen wat ze nodig vindt: Agge zo'n höshouwen het, kunde nie veul aan de kindere geve, mar ze verjaoren en ze trouwen en jè, 't is toch aaltij cente war? Trouwens, op contacten en contactmogelijkheden met andere mensen wordt veel bezuinigd, bijvoorbeeld door de auto maar weg te doen. Zo vertelt een man: Ik heb een auto gehad. Maar ik zag da aankome, ik heb op da standpunt gestaon: het irste wat eröt gao is m'n auto. Ik kan 't nie betaole. Daarbij moet men bedenken dat bij dit echtpaar de auto belangrijk was, onder andere omdat de vrouw slecht ter been is. Een andere man vertelt van een oud-collega: Hieraachter wont iemand die heej ók in de textiel gewerkt en die heej op 't moment toch ok mar een uitkering. Maar die heej toch z'n auto weg moete doen. Maar ook mensen die nu betrekkelijk goed verdienen, moeten uitkijken, zeker met de aanschaf van een auto. Dat is de mening van een huisvrouw van wie de man betrekkelijk goed verdient: As ge enen auto gaot rijje, dan moet ik overal op beknibbele, dus wij doen dè nie. Door nogal wat mensen wordt melding gemaakt van het bezuinigen op uitgaan en op vakanties. Een echtpaar vertelt niet veel uit te gaan: Wij hebben zon behoefte nie òn öt te gaon, of dit of dè. We zullen er wel kome, maar d'r zèn echt dinge bij, nèè sorry dè kan nie. En daor moete oe eige bij neerleggen. Het is nogal vervelend als oew teevee uitvalt of oew wasmachien. Dè soort dingen moet je met je vakantiegeld opvangen. Dat is ook zo bij een ander echtpaar: Op vakantie gaon dè kunne wij nie maoke. En: Aandere meense kunne nog 's lekker ót gaon ete, mar wij himmól niks, wij kunne niks. Een moeder heeft een opgroeiende dochter en dat maakt het moeilijker om s' avonds eens ergens naartoe te gaan. Want wie betaalt de oppas?: Als wij naar een verjaardagsfeestje gón, probeerden we ze mee te nemen, dè ze daar kan slapen. (Nu kan dat niet altijd.) Maar jè, met een oppas dan wordt dè gauw te duur. In dit verband vertelt de sociaal werker dat vooral oudere mensen financieel steeds meer moeite hebben om ergens naartoe te gaan: Uitstapjes, ja die worden steeds minder belangrijk. En hoe komt dè? Omdat ze steeds duurder worden, de mensen kunnen 't nie mir betalen. En ze krijgen de bussen niet meer vol. Maar opvallend genoeg zijn er ook die weinig inkomen hebben en toch op vakanties gaan, al is het niet ieder jaar. Dat doet een textielman en zijn vrouw: Een klein spaarpotje hebben we nog, komen we ook nie aan. Maar we gaan 't volgend jaar weer met vakantie, een busreisje, al is 't maar een reisje van pakweg 12

13 duizend gulden voor ons tweetjes, al is 't maar éen weekje. Een ander echtpaar is al twee keer bij de kinderen in Amerika op bezoek geweest, terwijl ze boven de AOW nog geen honderd gulden pensioen hebben. Hoe doen ze dat?: Kijk het scheelt veel as ge geen huishuur hoeft te betalen. En dan, mijn vrouw die is heel zuinig. Kijk, en dán sparen. Een andere geïnterviewde gaat ook regelmatig nog op vakantie, ondanks dat het inkomen met de helft is teruggelopen, want: Ik ging altijd met mijn familie op vakantie. En dat waren natuurlijk ook niet zo'n dure vakanties, want dan pak je met zessen een huisje en je deelt de kosten en ja, dan zit je ook niet duur. Weer een ander echtpaar is jarenlang gaan kamperen, en dat scheelt ook: Wij gingen aaltij al mee de tent op vakantie, aaltij mee de tent mee de kinderen. Op z'n góedkoopst. Er wordt veel bezuinigd door minder te consumeren. Maar ook zijn er voorbeelden van bezuinigingen door goedkoper in te kopen. En dat kost veel werk en aandacht. Een jonger echtpaar dat vroeg uit de textiel gestapt is en het nu financiëel best stelt, zegt over mensen die het niet zo breed hebben: Wij draaie zeg maar een gulden om, mar hullie een kwartje. As ze ete moete kóopen hè, dan gòn ze ooit drie winkels aaf voor zeg mar een pak koffie. Dat schilt dikkels mar een dubbeltje, mar ze gón `rop aaf. Ze moete dan wel verder fietse, maar die van tien cent minder die gòn ze kóope. Wij zouwe zegge van ik pak dè en klaar af, mar zij nie. Een ouder echtpaar dat altijd van een minimuminkomen heeft moeten rondkomen, wijst op het verschil in kopen tussen henzelf en hun beter verdienende kinderen: Als ge dan ziet hoe dè hun naar de winkel stappen, en kijken naar de spullen mar nie naar de prijzen. En wij hebben altijd naar het prijskaartje gekeken, dè doen we nóg voor we iets kopen. Er kan dus een groot verschil in koopgedrag zijn tussen mensen die weinig, en anderen die veel verdienen. Bij de eerste groep is inkopen doen een zaak die veel werk en aandacht vraagt. Veel mensen lopen de reclames en de uitverkopen af, of zoeken naar de lager geprijsde artikelen. Een man zegt daarvan: Maar daar moet je ook enorm veel voor doen. De sociaal werker kent daarvan voorbeelden: Als je naar de EDAH gaat, ben je voor je wasmiddel een dubbeltje voordeliger uit als bij Albert Hein. Bij Albert Hein gaan aan het eind van de zaterdagmiddag de vleeswaren en het verse vlees niet terug in de vriezer; maar dat wordt met reclame tegen halve prijzen verkocht. Je hebt mensen die daar echt op lopen, die gaan om een uur of vier bij AH binnen en dan staan ze gewoon te wachten tot de stickers d'rop komen en dan nemen ze mee wat van hun gading is. Je zou kunnen zeggen dat is gierigheid, nee dè is 't nie. Ik denk dat mensen niet beter kunnen, en als ze een keer een lapje vlees willen hebben, dat ze 't op die manier moeten zien te bemachtigen. Een textielman die nu een klein pensioen heeft, geeft ook een voorbeeld: Eerst vatte ik geregeld ene bak Heineken, die gao êene in de week op. Mar jè, dè kost vijftien of zestien gulde. Nou vat ik Bavaria, dè kost nog gin elf gulde. De uitverkoop is ook belangrijk. Zo vertelt een echtpaar: `Ik denk dat heel veel mensen wachten op de uitverkoop. Als je er een beetje op let... Je moet daar tijd aan besteden, maar daar ben ik niet zo goed in'. `Vorig jaar kocht ik een jas voor negenennegentig gulden, een mooie jas'. Een man vertelt dat hij en zijn vrouw nooit `zo maar' gekocht hebben: Die mentaliteit hebben ons moeder en ik nooit gehad. Wij ware veul trotser als wij een pak konde kóope waor een aander vèèfhonderd gulde vur moes betaolen en wij 't veur tweehonderd hadden, of nog minder. En niet alleen kan er goedkoper ingekocht worden maar goedkoper uitgaan is soms ook mogelijk. Een vrouw vertelt: Ik ben toevallig vurrige week nòr 't toneel gewist. Bij 't Molentje. De buurvrouw vroeg: `Gade mee?' Ik zeg: `Nou wil ik wel es mee, wè kost dè?' 'Vier gulden.' Wij kome daor, en dan zal ik jou vertelle dat er meer dan de helft oude mense zate. Nou en ik zat daar bij heel zo'n stel en ik zeg: `Hoe vinde 't nou?' 'Nou kunne wij vur die vier gulden es een avondje uit. Lekker toneel kèèke. As we nòr de schouwburg gaon, dè kost 13

14 vèèfentwintig, dertig gulde, daor kunne wij toch nôot nórtoe. En dè is vier keer per jaor hè.' De markt is een plaats waar dikwijls goed én goedkoop gekocht wordt: Op de zaterdagse markt zie je dat die vesten en truien eruit vliegen, want je kunt amper bij zo'n kraam komen. Op de 's woensdagse markt bij die schoenenkraam. Nou, en dan vind je onder andere ook vaak die buitenlandse mensen die daar heel veel kopen. Maar naast de markt zijn er gedurende de laatste tien jaar verkoopplaatsen bij gekomen die er eerder ook waren maar niet zoveel. En daar wordt regelmatig gebruik van gemaakt. Neem bijvoorbeeld de snel in aantal en omzet gegroeide winkels van tweedehands kleren. Een huisvrouw daarover: Dat is overal. Daar gaan ook mensen naartoe die het goed kunnen betalen. De opbouwwerkster kent ook daar veel voorbeelden van: Er zijn ook van die winkels waar je bijvoorbeeld..., stel dat je wè kleren overhebt, die vind je niet meer leuk of de kinderen zijn er uitgegroeid. Kunnen ze het daar neerhangen, en tegen een bepaald percentage wordt het daar verkocht. Wordt het nie verkocht, kunnen ze het weer mee terugnemen. Wordt het wel verkocht, nou dan hebben ze in ieder geval dè geld weer terug, en daar kunnen ze dan weer zelf iets anders voor kopen. Een andere huisvrouw kent in haar dorp een voorbeeld van een vrouw die daar ook mee begonnen is: 't Is een gesloten huis. Zij heeft boven een kamer uitgeruimd, en daar had ze een paskamertje gemaakt voor wat grotere grieten of jongens die niet buiten wouwen passen. Volgens de opbouwwerkster is kleding een belangrijk artikel: Kinderkleding bijvoorbeeld, die lopen ook allemaal goed. Op een gegeven moment, dan is zo'n kind overal uitgegroeid en dan wordt 't naar zo'n (tweedehands kleding-)winkel gebracht. Maar iemand die daartegenover mee opgroeiende kinderen zit, en kinderkleren zijn per definitie altij heel duur, nou die gaan kijken wat er hangt en dan kopen ze ook weer voordelig. Ze vindt dat het voor veel mensen ook gemakkelijker is geworden om tweedehands te kopen. De kwaliteit is dikwijls goed, en de opvattingen veranderen: Vroeger werd daar schand van gesproken as je iets tweedehands aanhad. Maar nou, omdat meer mensen het doen, groeit dat aantal natuurlijk ook hè. Mensen stralen soms als ze een koopje hebben kunnen doen. Want dat geeft dan ook effe iets aan zo van: `Hè, ik ben toch wel heel slim geweest, heb ik toch mar weer even voor elkaar gekregen'. Ze voegt daaraan toe: De groep dieter zich ergens niks meer van aantrekt, die groeit. Zo van, nou kopte gij mar duur, ik probeer 't op deze manier wel. Een voor veel Tilburgers bekend geworden verkooppunt van tweedehands artikelen is het met Huize Poelsl0 verbonden La Poubelle: Moet je eens kijken bij Huize Poels (La Poubelle), die hebben ook zo'n grote zaak. Het verschijnsel rommelmarkt is ook al oud maar misschien nog nooit zozeer in tel als tegenwoordig: Die (mensen) gaan heel vaak naar rommelmarkten en dan kopen ze bijvoorbeeld een paar borden veur ene gulden, of ze kopen een paar schoenen die half afgetrapt zijn, of ze kopen ook wel dat er leuke dingen hangen, eens een leuk jack voor tien gulden. Mensen leren toch weer op een andere manier gewoon met dè geld wat ze hebben, omgaan. Uit eigen ervaring weet ze: En soms vind je er echt hele goeie dingen erbij. Ik koop er zelf ook wel eens. Als er ergens een rommelmarkt is, en ik zie daar een leuk bloesje hangen voor ene gulden, dan koop ik het en dan schiet ik het ook aan. Ik bedoel ik schaam me dan ook niet om een bloesje van ene gulden aan te doen. Dan hoef ik ginne bloes van Gimbrère1l om te kunnen zeggen van: deze is van Gimbrère. De Snuffelkrant is een huis-aan-huis blad waarin iedereen tweedehands artikelen te koop kan aanbieden. Ook die krant is een fenomeen dat snel gegroeid is, hetgeen betekent dat er steeds meer gebruik van gemaakt wordt. Een man zegt daarvan: Dat typeert wel, dè ie (de Snuffelkrant) mee twee blaojkes begon en voort is 't zo dik, het stao himmól vol. Dè wil zegge dè de mensen het gewoon nodig hebben, en het loopt. Een huisvrouw heeft daar ook iets 14

15 opgedaan: Ik heb daar (via de Snuffelkrant) ook wel eens speelgoed gekocht voor de kleinkinderen. En dat doet hij (haar man) dan opknappen. En een fietsje heb ik ook gekocht voor onze kleinzoon. Dat kostte toen ik geloof vijf en tachtig gulden. En nieuw kostte zo'n fietsje al over de tweehonderd gulden. Er wordt dus op allerlei manieren zuiniger ingekocht. Dat wil niet zeggen dat dat voor iedereen ook gemakkelijk is. Er is al eerder op gewezen dat zuinigheid ook een kwestie van levenshouding is. En die manier van leven is een andere dan bijvoorbeeld de wereld die de tv-reclame ons voorhoudt. Daar komt bij dat het je niet altijd gemakkelijk wordt gemaakt om goedkoper aan te doen. Zo zijn veel jongeren ook wat dit betreft minder inschikkelijk geworden, aldus een moeder: Vroeger kon je de kinderen nog (die kleding) aangeven wat je zelf goedkoop kon kopen. En dat is op de dag van vandaag niet, dan breng je die spijkerbroek niet mee, want die schieten ze niet aan. Want de jeugd gaat dat zelf kopen, die hebben keuze. En ook op andere wijzen kan het je minder gemakkelijk gemaakt worden. Een man geeft een voorbeeld: De duurste artikelen staan op ooghoogte en de goedkoopste staan helemól onderaan. Want die ouwe meensen die gaan toch niet bukken, kunnen ze trouwens niet. Zelfvoorziening Mensen weten ook nog andere manieren te vinden om met een laag of lager inkomen rond te komen. Zo zijn er nogal wat mensen die handig zijn en de mogelijkheden (én zin) hebben om meer zelf te maken en dus minder hoeven te kopen. Zelfvoorziening dus. Ook daarmee wordt een deel van de inkomensdaling opgevangen. De opbouwwerkster zegt daarover: Je hebt legio mensen die heel handig zijn, al wat er moet gebeuren thuis zelf kunnen doen, daarop bezuinigen. In het vorige hoofdstuk ben ik al uitgebreid ingegaan op de vormen van zelfvoorziening. Het werk dat ik het meest ben tegengekomen is het zelf naaien van kleren. Maar ook onderhouden veel mensen zelf hun huizen, verbouwen groenten en aardappelen, en maken gebak of andere lekkernijen. Veel mensen doen dit al uit traditie of zelfs hobby. Maar het kan ook veel schelen in de portemonnee. Want het maakt financieel nogal wat uit of je een broek of blouse koopt in de winkel dan wel zelf maakt van een stof die je op de markt gekocht hebt. En dat geldt ook voor het gebak dat je niet hoeft te kopen of de loodgieter die niet besteld hoeft te worden. Maar daar staat natuurlijk wel iets tegenover. Zelfvoorziening kost veel werk. Het is niet iets om gemakkelijk over te doen alsof het alleen maar liefhebberij is. Het is, net als andere manieren om inkomensdaling op te vangen als goedkoop inkopen, werk dat gedaan moet worden en dat boven op het andere werk komt als het huishouden en een betaalde baan. Zoals een van de stopsters in het vorige hoofdstuk al zei: Ge gaot zelf meer..., net as naaie, beginde zelf meer te doen. Inkomensdaling kost werk. Hergebruik Mensen proberen met een lager inkomen rond te komen door minder te consumeren, door goedkoper in te kopen, én door meer artikelen zelf te maken. Door deze wijzen van bezuinigen loopt als een van de rode draden: het hergebruik van artikelen. Hergebruik is een verschijnsel dat niet onderschat mag worden. Het kan het mensen gemakkelijker maken om een redelijk bestaansminimum te handhaven. Maar het is ook voor de samenleving als geheel van betekenis; denk maar eens aan de grote problemen die er nu al zijn met de afvalverwerking. Verschijnselen als bijvoorbeeld tweedehands winkels en het maken van nieuwe kleding uit oude hemden zijn voor de aanpak van grote maatschappelijke vraagstukken als armoede en milieuvernietiging van positievere 15

16 betekenis dan bijvoorbeeld alsmaar blinkender kantoorgebouwen en weer een nieuwere geluidsdrager. Hergebruik vindt dus op allerlei manieren plaats. Minder consumeren betekent in veel gevallen dat er langer gebruik gemaakt wordt van duurzame consumptie-artikelen. Een wat versleten broek, bijvoorbeeld, wordt minder gauw weggegooid en langer gedragen, desnoods als `werkbroek'.en dat geldt ook voor meubels, koelkasten, fietsen en zo meer. Goedkoper inkopen leidt er in veel gevallen toe dat mensen bepaalde artikelen gaan hergebruiken die anderen niet meer nodig hebben. Een koelkast gekocht bij La Poubelle is daarvóór voor iemand anders overbodig geworden maar niet op de vuilnisbelt gedeponeerd. Sommige geïnterviewden maken ook gebruik van La Poubelle om voor hen overtollig geworden artikelen een nieuwe bestemming te geven. Zo bijvoorbeeld de huisvrouw en haar man die hun huis verkochten om op een nieuwe flat te gaan wonen: Ik heb La Poubelle toen opgebeld toen ik ging verhuizen, en ik heb alles meegegeven. Ze hebben twee keer met de vrachtauto gereden. En ook bij zelfvoorziening komt hergebruik voor, bijvoorbeeld een blouse genaaid uit een oude jurk. Maar daarnaast vindt er hergebruik plaats doordat mensen aan elkaar artikelen doorgeven. Een veel voorkomend voorbeeld daarvan is babykleding, aldus de opbouwwerkster: Binnen vrienden en kennissen worden heel vaak baby-uitzetten doorgegeven. Vroeger as er een kind kwam, dan moest er een hele complete uitzet gekocht worden. Wè ik dus zie van heel veel vrienden en kennissen is dè ze gewoon allemaal aan elkaar doorgegeven worden, ze kopen nie meer zo'n dure uitzet. 't Wordt keurig netjes uitgewassen, gestreken en dan hupsakee voor de volgende. Maar ook zijn er voorbeelden die je misschien minder gauw zou verwachten. Zo vertelt een huisvrouw: De buurvrouw vraagt: `Moete een tweedehands kleedje?.' Ik vat aaltij aon en ben er ók nog zuinig op. En die kast hebben wij gehad, vur honderd gulde. Volgens de opbouwwerkster komt hergebruik steeds meer voor. Zij noemt het volgende voorbeeld: Zet maar eens een container buiten, je bent aan het verbouwen en gooit er een hoop rotzooi op: de container is al half leeg eer dè je omgedraaid bent. Mensen halen er hout af, deuren, stoelen Bijverdienen Als mensen minder inkomen hebben, kan men niet alleen proberen om er beter mee rond te komen. Men kan ook trachten wat geld bij te verdienen. Nu is dat minder gemakkelijk dan sommigen misschien denken, vanwege het tekort aan betaald werk in Tilburg en omstreken. Bovendien moet men het ook maar kunnen, en dat is niet iedereen gegeven; neem bijvoorbeeld de mensen die op oudere leeftijd zijn. Daarvan zegt de verkoopster: De oudere mense zèn er dus het hardste mee, want die kunne niks mir bijscharrele. Maar toch wordt er in Tilburg nogal wat bijverdiend. Dat is in ieder geval de indruk van een van de wevers: Ik geloof over het algemeen hè als ge bij gewone mense komt, da ge van de tien ácht hebt waar de vrouw iets bij doet. Want ze rije gèère auto hè. En as ze dan mar een gewoon salariske verdiene, dan kan da nie, en dan zegt de vrouw: `Dan gao 'k 'n paor uur per dag werke, dan vang ik dè wel op'. Het zijn volgens hem vooral vrouwen, die bijverdienen, en dat is al vanouds: Toen de textiel hier nog hoogtij vierde, toen wier er thèus veul gestopt. Dè werd gehaald en gebracht. En zijn vrouw, die lang gewerkt heeft als thuisnaaister zegt: Ja ik deej dè al van vruger uit, naaien. Maar niet alleen voor een auto gaan mensen er iets bijdoen. Stel, aldus een huisvrouw, je hebt opgroeiende kinderen: Ja die kosten handenvol geld. Dan hebben ze excursie nòr hier, en dan, ge wit wel, mooie kleren zèn hartstikke duur, ze brengen niks binnen, ze eten veel, brengen vriendjes mee die mee-eten, oe huishouden wordt eigenlijk groter en groter. 16

17 Betaald thuiswerk, dat wil zeggen thuis betaalde arbeid verrichten voor een ander, meestal een bedrijf, is ook in Tilburg een wijdverspreid fenomeen geworden. Dat is in hoofdstuk 4 besproken. De behoefte daaraan leeft ook onder ouderen, vanwege de lage pensioenen. De opbouwwerkster: lemand vroeg mij: `Ik zit in de AOW en mag ik dan bijverdienen en hebben jullie geen werk voor ons?', want as je niks als een AOW-tje hebt, jè dat is natuurlijk niet breed. Voor alle duidelijkheid is het goed om nog eens te zeggen dat betaald thuiswerk meestal geen lolletje is, maar wel een bijverdienste die mensen hard nodig kunnen hebben. Een huisvrouw: Met thuiswerkers, dat is precies hetzelfde. Dat doet niemand voor weelde hè, want zo lollig is het niet. Maar gewoon om een beetje beter rond te kunnen komen. En rechten hebben die helemaal geen hè. Die krijgen werk als het er is. Ik heb het eens gezien bij iemand thuis, die deed ook thuiswerk. Nou daar lag het huis hartstikke vol. En de kinderen ondertussen een beetje televisie kijken en helpen. Ook wordt geprobeerd om betaald werk buitenshuis te vinden. Niet dat dat zo makkelijk te vinden is met die hoge werkloosheid in de stad. Bovendien is niet iedereen in de gelegenheid om buitenshuis te gaan werken. En ten derde geldt voor sommigen dat men er eigenlijk weinig of geen financieel voordeel van heeft, bijvoorbeeld omdat het gekort wordt op de uitkering, of omdat over de bijverdiensten te veel belasting betaald moet worden. Dat laatste is volgens een van de afdelingschefs bijvoorbeeld voor mensen die nauwelijks meer hebben dan hun AOW een groot probleem: En dan gaan ze er dikwijls toch op achteruit, omdat ze meer belasting moeten betalen. Dan zitten ze daar nog verkeerd mee. Maar toch wordt er op allerlei manieren bijverdiend. In hoofdstuk 4 is het echtpaar aan het woord geweest waarvan de vrouw als boekhoudster is gaan werken nadat haar man werkloos werd. Misschien had ik het toch wel weer eens opgepakt, maar zoals we toen waren, waren we van alles weg (kwijt). Wat hadden jullie dan niet kunnen doen? Misschien geen auto rijden. En geen badkamer. En de verbouwing had je ook nie laten doen. En ook nie de keuken. Bij een ander echtpaar waren de financiële omstandigheden zo moeilijk dat zij het zonder het inkomen van de vrouw niet meer hadden kunnen redden: Het was hoog nodig dat zij ging werken, anders hadden wij niet meer te eten. De opbouwwerkster kent ook veel voorbeelden van bijverdienen: Vooral ók als mensen mee een uitkering zitten of mee een AOW, dan gaan de vrouwen altij dè werk zoeken (snackbedrijven of schoonmaakbedrijven, ook s'avonds) om dè gezinsinkomen op peil te houden. Maar wordt er in dit soort werk meer betaald dan bij een uitkering? Dat valt nogal eens tegen: Schoonmaakbedrijven die zitten wel wè hoger, die zitten zeg maar op 't minimumloon. En in een enkel geval wordt vermeld dat ook de kinderen kunnen helpen met bijverdienen, en dat kan wel eens hard nodig zijn als het inkomen daalt: Ons kinderen moesten zelf voor d'r traktement gón werken, die moesten zelf de krant rondbrengen 's morgens vroeg. Want dè traktement kon gewoon nie mir, dè was het irste wet eraf viel. Ook in Tilburg komt het voor dat mensen bijverdienen door zwart te werken. Het is niet altijd gemakkelijk om zulk werk te vinden. Een huisvrouw zou graag zwart werk willen hebben, maar zegt: Agge dè mar kunt krèège, mar waor? Een aantal mensen lukt dit wel, maar het soort werk is ook niet altijd even fantastisch. Zo zegt een huisvrouw: Ge het er ók mensen bij die zwart werken, huishoudelijke hulp bij een ander. Jè, ge kunt de kaoi klusjes12 op gón knappen en 't zware werk op een ander oplossen. Maar jè, ge staot in 't zwart, en ge wilt iets. Volgens een andere huisvrouw wordt het veel gedaan: Nou ik denk best wel, een heleboel ók die 't nergens beschreven hebbe staon hè. Mensen die zwart allemól iets doen. Ik doe 't nou toevallig zelf ók. Ik poets êene middag. Dè lopt lekker op in de mònd, kan ik ók wir iets vur doen. Haar man verdient ook wel eens iets bij: Hij gao mee ene gulde weg en komt mee een tientje terug. Terwijl ie zeker 17

18 niemand heej opgelicht, hij heeft zelfs iemand een dienst beweze, maar die vraagt dan op een gegeve moment: `Kunde gij voor mij dat en dat es meebrenge?' Al die kleine beetjes helpe. Dan kunde zegge dan hedde een leuk bedrag verdiend. Deze vrouw geeft daarbij al aan dat de verdiensten meestal niet zo hoog liggen. Maar dan kan het toch zeer van pas komen. Een man zegt over zijn zwarte bijverdiensten: Ik heb dus steeds die bijverdienste gehad, anders kon ik het nie redde. Een andere man kent ook situaties dat zo'n bijverdienste hard nodig is: Ik kan er zo een handvol opnoemen die zwart bijverdienen. Als ge 't alleen van een uitkering moet doen, ik heb het zelf gezien: een huisgezin met twee kinderen veertienhonderd en vijftig gulden. Dat is armoei hoor. Weer een andere man kent een voorbeeld van een ouder echtpaar: Ik ken dus ook een gepensioneerd stel, man en vrouw, die werkten samen ergens. Die kregen niet veel uitbetaald. Als ze dan samen vijfhonderd gulden hadden in de maand, boven der uitkering, dan was dat mooi meegenomen. En iemand concludeert: As ge niks zwart doet, dan komder nooit. Er wordt dus op verschillende manieren geprobeerd om bij te verdienen, want dat is voor de meesten de enige mogelijkheid om aanvulling te krijgen op een lage uitkering dan wel een minimaal loon of pensioen. Een enkeling kan soms ook via andere wegen financieel wat gemakkelijker komen te zitten al is het maar tijdelijk. Zo vertelt een man die in de VUT zit: Ik heb 't geluk dè mèn vrouw ouwer is dan ik. Ze heej nou vanaf februari extra gebeurd omdè ze AOW beurt. Mar daor betaal ik direct al tweehonderd gulden meer belasting voor, mar daor wordt 't toch aaltij beter van. 13 En een erfenis is ook nooit weg, dat heeft een ander echtpaar ervaren: Als ik eerlijk moet zeggen, ik heb ene schóone cent van ons thèùs gebeurd, aanders had ik 't nie kunne doen. Maar dit soort meevallers ben ik maar weinig tegen gekomen. Subsidies en vrijstellingen Niet onbelangrijk is dat er mogelijkheden zijn om van de overheid subsidies te krijgen voor een aantal uitgaven, bijvoorbeeld de huursubsidie. En ook bestaan er regelingen om van bepaalde heffingen vrijgesteld te worden of vermindering te krijgen. Maar dan moet je het wel weten, aldus de sociaal werker, anders heb je er niet veel aan. Hij geeft een voorbeeld: D'r zijn maar heel weinig mensen die weten dat, als je in je eentje bent, hoef je voor de afvalstoffenheffing maar een fractie te betalen van wanneer je een normaal huishouden hebt. En als je al weet dat die mogelijkheden er zijn, dan ben je er nog niet, want hoe pak je zo iets aan? De regelingen zijn dikwijls erg ingewikkeld. In het vorige hoofdstuk is al ter sprake gekomen dat veel mensen daar moeite mee hebben. Dat geldt in het algemeen nog meer voor vrouwen, met name weduwen, omdat zoals wij zagen de financiële administratie meestal door de mannen gedaan wordt. De sociaal werker: D'r waren erbij die nog geen giro uit konden schrijven. Die hebben dat van hun kinderen op een gegeven moment moeten leren, hoe ze hun eigen zaakjes moesten rooien. Maar zoals ook zagen in hoofdstuk 5 zijn er soms vrijwilligers die kunnen helpen met het vinden en gebruik maken van de bestaande mogelijkheden. Samenvatting Wat ik tot nu toe besproken heb, maakt hopelijk duidelijk dat er verschillende mogelijkheden zijn om met het lage(re) inkomen om te gaan. Laat ik proberen om dat op een overzichtelijke manier samen te vatten: *Verreweg de meeste mensen die ontslagen zijn uit de textiel, hebben te maken met lage en/of gedaalde inkomens. *Gedurende de afgelopen tien jaar zijn de lasten van deze mensen gestegen. 18

19 *Daardoor hebben de meesten minder te besteden. *Dus moet men de tering naar de nering zetten. Dat kan: *Door aanvullingen op het inkomen te zoeken (financieel of materieel), en/of: *Door goedkoper te gaan leven. In het volgende schema zijn deze conclusies weergegeven. Zo'n schema wekt misschien bij sommigen de indruk dat de problemen van dalende inkomens en gestegen lasten gemakkelijk opgevangen kunnen worden. Niets is echter minder waar. Immers, er zijn grenzen die grote beperkingen opleggen. Veel mensen hebben ervaringen opgedaan, en ook de levenshouding om met een bescheiden inkomen om te gaan, maar dat kan nu eenmaal niet van iedereen gezegd worden. Bóvendien kunnen leeftijd en gezondheid veel mogelijkheden uitsluiten. Daarnaast mogen sommige dingen dikwijls gewoon niet, zoals bijverdienen. Allerlei regelingen kunnen voor de verschillende mensen ook weer verschillend uitwerken. En bovendien: wie heeft er een eigen huis? Wie kan rekenen op de ondersteuning van kinderen? En wie kan nog op de hoogte zijn van alle regelingen omtrent heffingen en subsidies, en ook nog weten hoe ze te gebruiken? Het moeten leven met een laag inkomen is meestal een zwaar bestaan. Je moet er steeds op bedacht zijn of iets kan of niet kan. Je moet op alle kleintjes letten. En het kost werk, veel werk. Het zijn dikwijls vooral vrouwen die de problemen het hoofd bieden. Zoals een van de huisvrouwen verzucht: Ge moet die trap die aflópt tòch mar blèève lôopen hè, en ge moet dè toch mar opvange. En as 't dan werkelijk op dè grijze nivootje blijft staon, de vrouwen moete toch mar iederen dag zien dat de rekeninge worden betaald. Mensen mogen er best trots op zijn als ze het toch weten te redden. Een man zegt met bewondering over zijn vrouw: En dat heeft ze heel dikkels hor, dè ze koopjes heej en dè de kènder er toch ontzettend blij mee zèn. Net as die klere, dè ze daor honderd of meer gulde voor moete bestede, dan is zij vur een tientje gesteld. En ook een van de mannen zegt over zichzelf: Die jaore dat ik dan genoeg verdiend heb om rond te komen en van te leven, dat is eigelijk..., dan neem ik voor mezelf m'n petje of hè. Verborgen armoede 19

20 Als je in Tilburg over straat loopt, of rondfietst, dan zou je niet zeggen dat veel mensen het helemaal niet breed hebben. Mensen zijn goed gekleed, er wordt uitgebreid gewinkeld, ook rijden er veel nieuwe auto's, en de terrassen op de Heuvel en het Piusplein zitten bij mooi weer goed vol. Hoezo armoede? Nogal wat van de geïnterviewden denken er anders over. Een man spreekt uit eigen ervaring: Wè 'n èèrmoei en wè 'n ellende det er geleje wordt, daor valde van aachterover. Want ge moet zo nògaon, oud worden is een probleem op z'n èège, dat begrèpte nie vurdè ge 't zelf bent. Ge wordt overal van ötgesloten, ge moet geluk hebbe degge gezond blèèft. Mar de mogelijkheid wordt nie gegeve. En al wè wij gedaon hebben in onze jonge tèèd dè is op 't moment in óoge van de bejaarden êenen brok ellende. De opbouwwerkster zegt: Als je alleen van je AOW'tje moet leven, dan heb je 't gewoon niet breed, want het is toch wel minimaal. En ondertussen hebben mensen natuurlijk ók vaak financiële reserves die ze opgebouwd hadden ook stillekes mee opgesnoept. De buurtwerkster is het daarmee eens: Je kunt niet zeggen dat er geen armoede is want die is er natuurlijk wel. Maar ik denk dat die aardig wordt weggedrukt hè. En de sociaal werker kent ook voorbeelden: Mensen waar je binnenkomt, waar het hartstikke koud is omdat ze zeggen van: `Ja nou, stoken kost zo veel', en zo. Er is wel degelijk armoede. Dat blijkt uit allerlei onderzoek van de laatste jaren; ik heb daar in hoofdstuk 2 al op gewezen. Maar die armoede wordt ook in Tilburg niet altijd gezien. Hoe komt dat? Allereerst omdat niet iedereen wil zien wat er gezien kan worden. De serveerster: Agge wilt zien, dan kunde hil veul zien. Ik heb 't hartstikke goed, maar dè wil nie zegge dè 'k 't verdriet of de eventuele armoede die er bij iemand heerst nie wil zien, of nie in staot ben om te zien. Misschien zie 'k 't wel veul beter dan iemand aanders: omdè die mense me interessere, interesseert me ók de situatie waarin ze leve, da is heel simpel, daar ben ik ók mee bezig. Maar wie zijn dan die mensen die in de binnenstad, op de Heuvel, de indruk wekken dat het goed gaat? Een spinner die er dichtbij woont zegt: Die vèftig procent die 't goed hebbe, die ziede hier. Dè kunne wij toch nie. En da hierlangs zit, die jongens en meisjes op de Korten Heuvel, daor zit er ginne van ene textielarbeider, die kunne dè echt niet dè traktementje geven om daor iedere dag te zitten, al is 't mar op drie glaasjes bier of een kop koffie. Dè kunde nou eenmaal toch nie. 't Is gewoon zó, dè kunne die meense nie betaole, die kunne daor nie kome. En as er ergens iets te doen is daor ze vur niks naartoe kunne...: dè 's nòr een braderij, dè 's nòr een jaarmarkt, dè is nòr den Dongenseweg nòr dè vliegfeest..., duizende mense. Kost niks, gratis entree, en 't was nog leuk ok. Goed georganiseerd. Armoede is ook niet zichtbaar, omdat de schijn kan bedriegen. Dat is ook de mening van de serveerster: Vroeger konde dè wel zien wie 't nie zo brêed had. Nou zèn 't er misschien nog wel meer as vroeger, ik heb 't idee dè ge 't nie meugt zien. Dè iederêen 't probeert weg te stoppe door er zo verzorgd mogelijk öt te zien, liefst elke week nòr de kapper, zondagse klere kenne ze nie, doen we voort ók woensdags nòr de mert aon, en de beste schoene,...'en ik heb nou 'n brèùn stelleke en daar moet nou 'n brèùn tasje bij'..., mar zo zit 't nie in elkaar. Degene die de indruk wekt aan de buitewereld dè 't heel goed gao, daor gaoget net nie goed bij. Mar het kan natuurlijk dè ze dan thuis sober leve, en 't weer aan kleren uitgeve, dè 's vur iederêen verschillend. De opbouwerkster vindt ook dat de schijn kan bedriegen. Zij wijst op het verschijnsel van de postorderbedrijven: Bij die postorderbedrijven wordt ók veel gekocht. Dus je kunt nooit precies zien, ook al lijkt het dat de mensen in weelde zitten, hoe ze daar financieel aangekomen zijn, en of er dan toch niet veel meer ellende achter zit als die je ziet. Zij wordt hierin bijgevallen door de serveerster: Dè kan toch, ge het toch allerlei mogelijkheden, Otto, Neckermann, Wehkamp, mókt toch nie uit, elke mónd drie tientjes of vijfendertig gulde, weet ik veul hoe dè werkt. Volgens haar is het op afbetaling kopen 20

Met hart voor ouderen

Met hart voor ouderen Met hart voor ouderen Met hart voor ouderen Nederland telt steeds meer ouderen. Daar moeten we voor alles blij mee zijn. Het is een grote, sociale verworvenheid dat steeds meer mensen een hoge leeftijd

Nadere informatie

Eén panellid, werkzaam in de juridische dienstverlening, geeft juist aan dat zijn omzet is toegenomen door de kredietcrisis.

Eén panellid, werkzaam in de juridische dienstverlening, geeft juist aan dat zijn omzet is toegenomen door de kredietcrisis. Respons Van 25 juni tot en met 5 juli is aan de leden van het Brabantpanel een vragenlijst voorgelegd met als thema Kredietcrisis. Ruim de helft van de 1601 panelleden (54%) vulde de vragenlijst in. Hieronder

Nadere informatie

DE KLEINE ONDERNEMER 50% KORTING HEEFT OOK KLEINGELD, ZEG MAAR.

DE KLEINE ONDERNEMER 50% KORTING HEEFT OOK KLEINGELD, ZEG MAAR. DE KLEINE ONDERNEMER 50% KORTING HEEFT OOK KLEINGELD, ZEG MAAR. Die oorspronkelijke bewoners gingen weg omdat, punt 1, geen huizen met een tuin. Drie kamers, vier kinderen, dat werkt allemaal niet. We

Nadere informatie

Hoe zit het met mijn prepensioen?

Hoe zit het met mijn prepensioen? We zorgen ervoor dat u goed zit Hoe zit het met mijn prepensioen? Als u werkt in het goederenvervoer Printvriendelijke versie Waarom deze brochure? Het is prettig als u eerder kunt stoppen met werken.

Nadere informatie

FNV Vrouw Postbus 8576, 1005 AN Amsterdam Tel: 020-5816398 post@fnvvrouw.nl www.fnvvrouw.nl. Minder gaan werken? Of stoppen misschien?

FNV Vrouw Postbus 8576, 1005 AN Amsterdam Tel: 020-5816398 post@fnvvrouw.nl www.fnvvrouw.nl. Minder gaan werken? Of stoppen misschien? FNV Vrouw Postbus 8576, 1005 AN Amsterdam Tel: 020-5816398 post@fnvvrouw.nl www.fnvvrouw.nl Minder gaan werken? Of stoppen misschien? Minder werken. Of stoppen, misschien? Je loopt met het idee rond om

Nadere informatie

Hoe zit het met mijn prepensioen? Als u werkt in het goederenvervoer

Hoe zit het met mijn prepensioen? Als u werkt in het goederenvervoer Hoe zit het met mijn prepensioen? Als u werkt in het goederenvervoer We zorgen ervoor dat u goed zit 2 Waarom deze brochure? Het is prettig als u eerder kunt stoppen met werken. U moet dan uw rekeningen

Nadere informatie

Hoe zit het met mijn prepensioen?

Hoe zit het met mijn prepensioen? We zorgen ervoor dat u goed zit Hoe zit het met mijn prepensioen? Als u werkt in het personenvervoer Printvriendelijke versie Waarom deze brochure? Het is prettig als u eerder kunt stoppen met werken.

Nadere informatie

De tijd die ik nooit meer

De tijd die ik nooit meer De tijd die ik nooit meer vergeet Jan Smit uit eigen pen deel 3 De Stiep Educatief De tijd die ik nooit meer vergeet De schrijver die blij is dat hij iets kan lezen en schrijven, vertelt over zijn jeugd.

Nadere informatie

Onderzoek: Armoede. Publicatiedatum: 6-3- 2014

Onderzoek: Armoede. Publicatiedatum: 6-3- 2014 Onderzoek: Armoede Publicatiedatum: 6-3- 2014 Over dit onderzoek Het onderzoek is een driehoeksmeting bestaande uit een online enquête met zowel open als gesloten vragen, en een asynchrone online focusgroep

Nadere informatie

H E T V E R L O R E N G E L D

H E T V E R L O R E N G E L D H E T V E R L O R E N G E L D Personen Evangelieschrijver Vrouw (ze heet Marie) Haar buurvrouwen en vriendinnen; o Willemien o Janny o Sjaan o Sophie (Als het stuk begint, zit de evangelieschrijver op

Nadere informatie

Alleen een plastic tasje

Alleen een plastic tasje Alleen een plastic tasje Gaat u zitten, fijn dat u er bent. Wilt u thee? Met suiker? Zal ik beginnen bij het begin? Ik woon hier sinds 1970. Toen ik hier aankwam, had ik alleen een klein plastic tasje

Nadere informatie

Veel gestelde vragen kwartaalcijfers pensioenfondsen

Veel gestelde vragen kwartaalcijfers pensioenfondsen Veel gestelde vragen kwartaalcijfers pensioenfondsen 1. De kwartaalcijfers van de pensioenfondsen zijn negatief. Hoe komt dat? Het algemene beeld is dat het derde kwartaal, en dan in het bijzonder de maand

Nadere informatie

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft.

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft. In Kanton, China Op de hoek van twee nauwe straatjes zit een jongen. Het is een scheepsjongen, dat zie je aan zijn kleren. Hij heeft een halflange broek aan, een wijde bloes en blote voeten. Hij leunt

Nadere informatie

Hoofdstuk 43. Financiële situatie

Hoofdstuk 43. Financiële situatie Stadsenquête Leiden Hoofdstuk 43. Financiële situatie Samenvatting Circa tweederde van de Leidenaren geeft aan gemakkelijk rond te komen met het huishoudinkomen, ruim een kwart komt net rond en kan moeilijk

Nadere informatie

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal!

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! Hé hoi, hallo! Ik zal me even voorstellen. Ik ben Bloem. Bloem van Plastic. Maar je mag gewoon Bloem zeggen. Wow! Wat goed dat jullie even

Nadere informatie

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst.

Wat mevrouw verteld zal ik in schuin gedrukte tekst zetten. Ik zal letterlijk weergeven wat mevrouw verteld. Mevrouw is van Turkse afkomst. Interview op zaterdag 16 mei, om 12.00 uur. Betreft een alleenstaande mevrouw met vier kinderen. Een zoontje van 5 jaar, een dochter van 7 jaar, een dochter van 9 jaar en een dochter van 12 jaar. Allen

Nadere informatie

Wat het pensioen betreft zijn er vier situaties te onderscheiden.

Wat het pensioen betreft zijn er vier situaties te onderscheiden. Loon en pensioen in 2009 In januari 2009 verandert er veel in de Dierenartspraktijken wat de arbeidsvoorwaarden betreft. Vandaar dat we de zaken op een rij zetten. We beginnen met het pensioen en in het

Nadere informatie

Armoede en parochie. Opzet 1. Mijn moeder (tekst 1) 2. Wat is armoede? o Iedere deelnemer geeft een woord of definitie o Bespreking tekst 2

Armoede en parochie. Opzet 1. Mijn moeder (tekst 1) 2. Wat is armoede? o Iedere deelnemer geeft een woord of definitie o Bespreking tekst 2 Armoede en parochie Situering Met dit materiaal kunt u leren wat armoede eigenlijk is en welk plan je als parochies kunt maken om met armoede aan de slag te gaan. Als u het in groepsverband doet, is het

Nadere informatie

10. Veel ouderen in de bijstand

10. Veel ouderen in de bijstand 10. Veel ouderen in de bijstand Niet-westerse allochtonen ontvangen 2,5 keer zo vaak een uitkering als autochtonen. Ze hebben het vaakst een bijstandsuitkering. Verder was eind 2002 bijna de helft van

Nadere informatie

Met hart voor ouderen

Met hart voor ouderen Met hart voor ouderen Beste kiezer, Bij alle onzekerheden in de wereld van vandaag is één ding zeker: Nederland telt steeds meer ouderen. Het is een grote, sociale verworvenheid dat steeds meer mensen

Nadere informatie

Je bouwt partnerpensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Voor je kinderen is er wezenpensioen.

Je bouwt partnerpensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Voor je kinderen is er wezenpensioen. Hoe is jouw pensioen geregeld? Wat krijg je in onze pensioenregeling? Ouderdomspensioen Je bouwt ouderdomspensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Je krijgt dit ouderdomspensioen

Nadere informatie

2c nr. 1 zinnen met want en omdat

2c nr. 1 zinnen met want en omdat OPDRACHTKAART www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. U kunt ook veel oefeningen

Nadere informatie

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over,

Theorieboek. leeftijd, dezelfde hobby, of ze houden van hetzelfde. Een vriend heeft iets voor je over, 3F Wat is vriendschap? 1 Iedereen heeft vrienden, iedereen vindt het hebben van vrienden van groot belang. Maar als we proberen uit te leggen wat vriendschap precies is staan we al snel met de mond vol

Nadere informatie

Hoofdstuk 17. Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 17. Financiële dienstverlening Hoofdstuk 17. Financiële dienstverlening Samenvatting In dit hoofdstuk wordt allereerst gekeken naar de bekendheid en het gebruik van vijf inkomensondersteunende regelingen, te weten: Kwijtschelding gemeentelijke

Nadere informatie

Een land waar. mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps

Een land waar. mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps Een land waar mensen goed geïnformeerd zijn over handicaps Lilian (48) vraagt haar zoontje om even een handje te komen geven. Dat doet hij en dan gaat hij weer lekker verder spelen. Wij nemen plaats aan

Nadere informatie

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit

Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst. Voorganger: ds. Bert de Wit Preek Zondag 6 maart 2016, 10.00 uur Jeugddienst Thema: @Home Voorganger: ds. Bert de Wit Schriftlezing: Lucas 15:11-32 Een vader had twee zonen zo begint het verhaal. Met de beschrijving van een gezin.

Nadere informatie

Effecten van recent beleid op financiële positie 55-plussers

Effecten van recent beleid op financiële positie 55-plussers Effecten van recent beleid op financiële positie 55-plussers Onderzoek onder representatief panel datum mei 15 auteur(s) Boukje Cuelenaere Joris Mulder versie V2. classificatie CentERdata, Tilburg, 15

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Lesbrief 28. De belastingaanslag. Wat leert u in deze les? Informatie over uw inkomsten begrijpen. Informatie over uw uitgaven begrijpen.

Nadere informatie

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal!

De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! De Bloem (van plastic) is een meid van nu! Tikkeltje brutaal! Hé hoi, hallo! Ik zal me even voorstellen. Ik ben Bloem. Bloem van Plastic. Maar je mag gewoon Bloem zeggen. Wow! Wat goed dat jullie even

Nadere informatie

Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons

Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons Johannes 6,1-15 - We danken God, want Jezus zorgt voor ons Dankdag voor gewas en arbeid Liturgie Voorzang LB 448,1.3.4 Stil gebed Votum Groet Zingen: Gez 146,1.2 Gebed Lezen: Johannes 6,1-15 Zingen: Ps

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 In opdracht

Nadere informatie

April 2013, Nibud. Nederland bezuinigt. Onderzoek naar de bezuinigingsstrategieën van Nederlanders. Auteurs Tamara Madern Minou van der Werf

April 2013, Nibud. Nederland bezuinigt. Onderzoek naar de bezuinigingsstrategieën van Nederlanders. Auteurs Tamara Madern Minou van der Werf April 2013, Nibud Nederland bezuinigt Onderzoek naar de bezuinigingsstrategieën van Nederlanders Auteurs Tamara Madern Minou van der Werf 1. Inleiding 3 2. Bezuinigen is vaak 4 2.1 Nederlanders zijn slecht

Nadere informatie

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen.

We hebben verleden week nog gewinkeld. Toen wisten we het nog niet. De kinderbijslag was binnen en ik mocht voor honderd euro kleren uitkiezen. Woensdag Ik denk dat ik gek word! Dat moet wel, want ik heb net gehoord dat mijn moeder kanker heeft. Niet zomaar een kankertje dat met een chemo of bestraling overgaat. Nee. Het zit door haar hele lijf.

Nadere informatie

Beste lezers van De Geldfabriek,

Beste lezers van De Geldfabriek, Beste lezers van De Geldfabriek, Ik hoop dat jullie veel plezier hebben gehad met het lezen van dit verhaal. Vonden jullie ook dat Pippa wel erg veel aan mooie spullen dacht? En dat sommige mensen onaardig

Nadere informatie

Thema Informatie vragen bij een instelling

Thema Informatie vragen bij een instelling http://www.edusom.nl Thema Informatie vragen bij een instelling Les 28. Geld lenen Wat leert u in deze les? Een gesprek voeren met een bank over geld lenen. Woorden en zinnen gebruiken die gaan over het

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

Sterkste groei bij werknemers

Sterkste groei bij werknemers In 1994 stagneerde de ontwikkeling van de koopkracht nog. In de daarop volgende jaren nam de koopkracht echter steeds sterker toe: met 1% in 1995 tot 1,5% in 1997. De grootste stijging,,7%, deed zich voor

Nadere informatie

Publiekstekst Wet investeren in jongeren

Publiekstekst Wet investeren in jongeren Publiekstekst Wet investeren in jongeren Juni 2009 Deze publicatie is gemaakt door Stimulansz in opdracht van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Stimulansz spreekt haar dank uit aan alle

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015

Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2014 Nibud, september 2014 Koopkrachtverandering van ouderen 2014-2015 Berekeningen Prinsjesdag 2013 Nibud, september 2014 In opdracht

Nadere informatie

Financieel Analyse Rapport Alle cijfers op een rij.

Financieel Analyse Rapport Alle cijfers op een rij. Financieel Analyse Rapport Alle cijfers op een rij. Wij hebben uitgerekend welk hypotheekbedrag u verantwoord kunt lenen, het bedrag dat uw partner kan lenen en het bedrag dat u gezamenlijk kunt lenen.

Nadere informatie

Omgaan met geld. Budgetteren

Omgaan met geld. Budgetteren Omgaan met geld We leven in een consumptiemaatschappij. Overal worden goederen en diensten aangeboden. Via reclames word je aangemoedigd om steeds meer te kopen. Maar als consument moet je op je hoede

Nadere informatie

Inhoud. Mijn leven. ik regel mijn geldzaken

Inhoud. Mijn leven. ik regel mijn geldzaken Inhoud Inleiding...3 Hoofdstuk 1 Bewaren...5 Hoofdstuk 2 Administratie...7 Hoofdstuk 3 Inkomsten... 8 Hoofdstuk 4 Uitgaven... 10 Hoofdstuk 5 Sparen... 12 Hoofdstuk 6 Verzekeringen...15 Hoofdstuk 7 Begroting...

Nadere informatie

Je bouwt partnerpensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Voor je kinderen is er wezenpensioen.

Je bouwt partnerpensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Voor je kinderen is er wezenpensioen. Hoe is jouw pensioen geregeld? Wat krijg je in onze pensioenregeling? Ouderdomspensioen Je bouwt ouderdomspensioen op met de pensioenregeling van Pensioenfonds Detailhandel. Je krijgt dit ouderdomspensioen

Nadere informatie

Uw pensioenbulletin juli 2010. Pensioenen per 1 juli 2010 niet verhoogd. Algemeen Mijnwerkersfonds

Uw pensioenbulletin juli 2010. Pensioenen per 1 juli 2010 niet verhoogd. Algemeen Mijnwerkersfonds Uw pensioenbulletin juli 2010 Algemeen Mijnwerkersfonds Pensioenen per 1 juli 2010 niet verhoogd Door de huidige dekkingsgraad en de onzekere economische omstandigheden heeft het bestuur, na advies van

Nadere informatie

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school.

Een Berbers dorp. Mijn zussen en ik mochten van mijn vader naar school. Meestal mochten alleen jongens naar school. Een Berbers dorp Ik ben geboren en opgegroeid in het noorden van Marokko. In een buitenwijk van de stad Nador. Iedereen kent elkaar en altijd kun je bij de mensen binnenlopen. Als er feest is, viert het

Nadere informatie

HUMO enquête naar de koopkracht

HUMO enquête naar de koopkracht HUMO enquête naar de koopkracht Steekproef N= 1000 respondenten representatief voor de Nederlandstalige 20-plussers (geen studenten) Methode Combinatie van telefonisch (23%; bij 65-plussers) en online

Nadere informatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie

Hoofdstuk 10. Financiële situatie Hoofdstuk 10. Financiële situatie Samenvatting In hoofdstuk 9 is aan de hand van een aantal trendvragen kort ingegaan op de financiële situatie van de inwoners van Leiden. In dit hoofdstuk is uitgebreider

Nadere informatie

Hartstocht voor je financiën

Hartstocht voor je financiën INHOUDSOPGAVE 1. Hartstocht voor je financiën................................ 5 2. Geld!...................................................... 7 3. De wet van de geleidelijke groei............................

Nadere informatie

Hoofdstuk 19. Financiële situatie

Hoofdstuk 19. Financiële situatie Stadsenquête Leiden 008 Hoofdstuk 19. Financiële situatie Samenvatting Ruim tweederde van de Leidenaren geeft aan gemakkelijk rond te komen met het huishoudinkomen, bijna een kwart komt net rond en een

Nadere informatie

Rondkomen van huishoudinkomen naar doelgroep

Rondkomen van huishoudinkomen naar doelgroep Hoofdstuk 16. Financiële situatie Samenvatting 16. FINANCIËLE SITUATIE In hoofdstuk 5 is aan de hand van een aantal trendvragen kort ingegaan op de financiële situatie van de inwoners van Leiden. In dit

Nadere informatie

Onderzoek Je wordt 18 jaar en dan? De gevolgen voor je geldzaken

Onderzoek Je wordt 18 jaar en dan? De gevolgen voor je geldzaken Onderzoek Je wordt 18 jaar en dan? De gevolgen voor je geldzaken Rapportage Juli 2013 Meer informatie: info@wijzeringeldzaken.nl Samenvatting (1/3) 1. Veel 17-jarigen maken de indruk verstandig om te gaan

Nadere informatie

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te

Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te Hij had dezelfde soort helm op als in het beeld vooraf...2 Mijn vader was verbaasd dat ik alles wist...3 Ik zat recht overeind in mijn bed te kijken...4 De mensenmenigte opende zich in het midden...5 Toen

Nadere informatie

[zelf op te maken en in te vullen > denk hierbij aan het tonen van een foto en/of logo van de bank, je naam etc.

[zelf op te maken en in te vullen > denk hierbij aan het tonen van een foto en/of logo van de bank, je naam etc. Beschrijving Deze gastles gaat over inzicht krijgen in je inkomen en uitgaven. Jongeren moeten zorgen dat ze inkomen hebben. Anders is het lastig om een eigen leven in te vullen. Zakgeld, kleedgeld, baantje,

Nadere informatie

Thema In en om het huis

Thema In en om het huis http://www.edusom.nl Thema In en om het huis Lesbrief 24. Een wasmachine kopen. Wat leert u in deze les? Wat u kunt zeggen als u een wasmachine wilt kopen. Zeggen hoe groot iets is. Vergelijkingen. Veel

Nadere informatie

DE VLUCHT & andere spannende verhalen

DE VLUCHT & andere spannende verhalen DE VLUCHT & andere spannende verhalen 2 Bianca Kruger DE VLUCHT & andere spannende verhalen Enschede 2015 3 Hoewel aan de totstandkoming van deze uitgave de uiterste zorg is besteed, aanvaarden auteur

Nadere informatie

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis.

Weer naar school. De directeur stapt het toneel op. Goedemorgen allemaal, zegt hij. * In België heet een mentor klastitularis. Weer naar school Kim en Pieter lopen het schoolplein op. Het is de eerste schooldag na de zomervakantie. Ik ben benieuwd wie onze mentor * is, zegt Pieter. Kim knikt. Ik hoop een man, zegt ze. Pieter kijkt

Nadere informatie

Nieuws over uw pensioen

Nieuws over uw pensioen BpfTEX Stichting Bedrijfstakpensioenfonds voor de Groothandel in Textielgoederen en Aanverwante Artikelen Nieuws over uw pensioen Juni 2010 Bas de Lege, secretaris BPF Tex en Jan Edu Kelder, voorzitter

Nadere informatie

De uitgebreide resultaten van het onderzoek zijn hieronder beschreven. Resultaten Brabantpanel-onderzoek Economische crisis april 2012

De uitgebreide resultaten van het onderzoek zijn hieronder beschreven. Resultaten Brabantpanel-onderzoek Economische crisis april 2012 Achtergrond onderzoek & respons Van 26 maart tot en met zondag 8 april 2012 is aan de leden van het Brabantpanel een vragenlijst voorgelegd met als thema Vervolgonderzoek financieel-economische crisis

Nadere informatie

Er is toch niemand die jou aardig vindt. SUKKEL.

Er is toch niemand die jou aardig vindt. SUKKEL. Liefde Ik laat je nooit in de steek. Ik zal je helpen. Jij bent mijn beste vriendin. Het mooiste wat ik heb, geef ik aan jou. Ik ben verliefd... Ik heb alles voor je over. IK HOU VAN JOU! Ik bid voor je.

Nadere informatie

Hoofdstuk 12. Financiële dienstverlening

Hoofdstuk 12. Financiële dienstverlening Hoofdstuk 12. Financiële dienstverlening Samenvatting Dit hoofdstuk behandelt de bekendheid en het gebruik van vijf Leidse inkomensondersteunende regelingen onder respondenten met een netto huishoudinkomen

Nadere informatie

tje was saai. Haar ouders hadden een caravan, waarmee ze ieder jaar in de zomer naar Frankrijk gingen. Ook voor deze zomer was de camping al

tje was saai. Haar ouders hadden een caravan, waarmee ze ieder jaar in de zomer naar Frankrijk gingen. Ook voor deze zomer was de camping al Hoofdstuk 1 Echt? Saartjes mond viel open van verbazing. Maar dat is supergoed nieuws! Ze sloeg haar armen om haar vriendin heen. Waaah, helemaal te gek. We gaan naar Frankrijk. Zon, zee, strand, leuke

Nadere informatie

Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016

Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016 Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016 Berekeningen Prinsjesdag 2015 Nibud, september 2015 Koopkrachtverandering van ouderen 2015-2016 Berekeningen Prinsjesdag 2015 Nibud, september 2015 In opdracht

Nadere informatie

Uitkeringsbedragen per 1 juli 2013. Nieuwsbericht 25-06-2013

Uitkeringsbedragen per 1 juli 2013. Nieuwsbericht 25-06-2013 Uitkeringsbedragen per 1 juli 2013 Nieuwsbericht 25-06-2013 Per 1 juli 2013 worden de AOW, ANW, WW, WIA, WAO, TW, Wajong, Wwb, IOAW en IOAZ aangepast als gevolg van de stijging van het wettelijk minimumloon

Nadere informatie

Lees : Mattheüs 25:14-30

Lees : Mattheüs 25:14-30 De gelijkenis van de talenten Lees : Mattheüs 25:14-30 Eerst lezen. Daarna volgen er vragen en opdrachten Gelijkenissen Toen de Heere Jezus op aarde was, heeft Hij gelijkenissen verteld om de mensen veel

Nadere informatie

Uw huis, uw hypotheek, uw financiële toekomst

Uw huis, uw hypotheek, uw financiële toekomst Uw huis, uw hypotheek, uw financiële toekomst Rabobank. Een bank met ideeën. Uw huis, uw hypotheek, uw financiële toekomst Lees deze brochure zorgvuldig door. U hebt uw droomhuis gevonden, een prachtig

Nadere informatie

zondagmorgen 14 november 2010 Welkomkerk ds. W.H. Hendriks-Vogelaar

zondagmorgen 14 november 2010 Welkomkerk ds. W.H. Hendriks-Vogelaar Gemeente van de Heer Jezus Christus, Jongeren, ouderen, kinderen van God, Zoals ik voor de lezing al gezegd heb; het gaat vanmorgen niet over trouwen of getrouwd zijn, dat is alleen een voorbeeld verhaal.

Nadere informatie

Jeugdzorg 2014-2016. Zie artikel 3.10 van de cao.

Jeugdzorg 2014-2016. Zie artikel 3.10 van de cao. Bijlage 6 Zie artikel 3.10 van de cao. Wachtgeldregelingen Voor de leesbaarheid hanteren we in deze bijlage de termen werknemer en werkgever. Met werknemer wordt de persoon bedoeld die op grond van artikel

Nadere informatie

Hoofdstuk 2: Kom je ermee uit?

Hoofdstuk 2: Kom je ermee uit? Hoofdstuk 2: Kom je ermee uit? Een middagje shoppen. a 75 209 x 100% = 35,9%. b 209 : 3,72 = 56,18. Dus zij moet 57 uur werken om de nieuwe jas te kunnen kopen. c Zij had eerst kunnen sparen of zij had

Nadere informatie

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu

Nadere informatie

15 vragen en antwoorden over de veranderingen in de pensioenregeling

15 vragen en antwoorden over de veranderingen in de pensioenregeling Er verandert wat aan je pensioen 15 vragen en antwoorden over de veranderingen in de pensioenregeling Over de pensioenleeftijd en de AOW 1. Moet ik nu blijven werken tot 67 jaar? Het pensioen dat je vanaf

Nadere informatie

Afhankelijk van een uitkering in Nederland

Afhankelijk van een uitkering in Nederland Afhankelijk van een uitkering in Nederland Harry Bierings en Wim Bos In waren 1,6 miljoen huishoudens voor hun inkomen afhankelijk van een uitkering. Dit is ruim een vijfde van alle huishoudens in Nederland.

Nadere informatie

Anw: uitkering bij overlijden

Anw: uitkering bij overlijden Anw: uitkering bij overlijden Inhoud Wat is de Anw 2 Voor wie is de Anw 2 Wanneer krijgt u Anw 3 Als u een kind onder 18 jaar heeft 6 Inkomsten 7 Hoeveel is de Anw 8 Hoe lang duurt de Anw-uitkering 8 Wat

Nadere informatie

Kenneth Wyffels 2L2 19 JAARTAAK SEI 2011-2012

Kenneth Wyffels 2L2 19 JAARTAAK SEI 2011-2012 Kenneth Wyffels 2L2 19 JAARTAAK SEI 2011-2012 April- 30/04/ 12 Artikel 1. Jean-Luc Dehaene van de CD&V kan bijna 3 miljoen euro opstrijken. Door een aantal jaar geleden een pakket aandelenopties te kopen

Nadere informatie

Luisteren: muziek (B1 nr. 4)

Luisteren: muziek (B1 nr. 4) OPDRACHTEN LUISTEREN: MUZIEK www.nt2taalmenu.nl nt2taalmenu is een website voor mensen die Nederlands willen leren én voor docenten NT2. Iedereen die Nederlands wil leren, kan gratis online oefenen. Kijk

Nadere informatie

Hoofdstuk 5. Trendvragen financiële situatie

Hoofdstuk 5. Trendvragen financiële situatie Hoofdstuk 5. Trendvragen financiële situatie Samenvatting Hfst 5. Trendvragen financiële situatie Na twee jaar van stijgende inkomens zien Leidenaren dit jaar hun inkomenspositie verslechteren. Het zijn

Nadere informatie

SOCIALE VERZEKERINGEN PER 1 JULI 2012.

SOCIALE VERZEKERINGEN PER 1 JULI 2012. SOCIALE VERZEKERINGEN PER 1 JULI 2012. bron: Redactioneel/Rijksoverheid. door: Ton van Vugt. Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 juli 2012 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd

Nadere informatie

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116

LES 4. Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 LES 4 Handelingen 12:1-19; Van Jeruzalem tot Rome: Verlost uit de gevangenis blz.109-116 De boodschap God hoort en verhoort onze gebeden voor elkaar. Leertekst: Terwijl Petrus onder zware bewaking zat

Nadere informatie

Kies je route Trainingsmap voor de deelnemer Deze map is van:

Kies je route Trainingsmap voor de deelnemer Deze map is van: Kies je route Trainingsmap voor de deelnemer Deze map is van:... Auteurs: Titia Boers en Anja Valk Projectleiding en eindredactie: Carola van der Voort cwh.vander.voort@let.vu.nl 020 5986575 Vrije Universiteit

Nadere informatie

Hoofdstuk H 11. Financiële situatie

Hoofdstuk H 11. Financiële situatie Hoofdstuk H 11. Financiële situatie Samenvatting verslechterd. Dit wordt bevestigd door het aandeel Leidenaren dat aangeeft rond te kunnen komen met hun inkomen. Dit jaar geeft bijna tweederde van de Leidenaren

Nadere informatie

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau

Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen. En zei: vandaag word mevr. Catharina. 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Een buik van wol. Tom! Tom! Cato kwam hard aan rennen En zei: vandaag word mevr. Catharina 90 jaar en ik wil haar een heel mooi cadeau Geven. Ja maar wat zei Tom. Umm wacht ik Weet het zei Cato een herinnering.

Nadere informatie

Lesbrief. Schuld Anne-Rose Hermer

Lesbrief. Schuld Anne-Rose Hermer Lesbrief Schuld Anne-Rose Hermer Doe meer met Thuisfront! Bij de boeken in de serie Thuisfront kunt u een gratis lesbrief downloaden van www.eenvoudigcommuniceren.nl. In deze lesbrief staan vragen, tips

Nadere informatie

Jouw reis door de Bijbel. Uitgeverij Jes! Zoetermeer

Jouw reis door de Bijbel. Uitgeverij Jes! Zoetermeer Nieske Selles-ten Brinke Jouw reis door de Bijbel Dagboek voor kinderen Uitgeverij Jes! Zoetermeer Onder de naam Jes! Junior verschijnen boeken voor kinderen tot twaalf jaar. Jes! Junior is een imprint

Nadere informatie

Voorbeeldcasus SHV I (op pagina 5 en 6 staan de antwoorden)

Voorbeeldcasus SHV I (op pagina 5 en 6 staan de antwoorden) Voorbeeldcasus SHV I (op pagina 5 en 6 staan de antwoorden) De heer Hout is in gemeenschap van goederen gehuwd met mevrouw Van Grenen. Ze hebben twee kinderen die nog jong zijn en die op de basisschool

Nadere informatie

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen.

Wat is PDD-nos? VOORBEELDPAGINA S. Wat heb je dan? PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Wat is PDD-nos? 4 PDD-nos is net als Tourette een neurologische stoornis. Een stoornis in je hersenen. Eigenlijk vind ik stoornis een heel naar woord. Want zo lijkt het net of er iets niet goed aan me

Nadere informatie

Maatregelen tegen de afschaffing van de inkomensafhankelijke partnertoeslag

Maatregelen tegen de afschaffing van de inkomensafhankelijke partnertoeslag Maatregelen tegen de afschaffing van de inkomensafhankelijke partnertoeslag 1. Inleiding Op dit moment heeft een AOW er met een jongere partner die geen of weinig inkomen heeft recht op een inkomensafhankelijke

Nadere informatie

Het spaargeld uit de levensloopregeling kunt u gebruiken om de periode van onbetaald verlof te financieren.

Het spaargeld uit de levensloopregeling kunt u gebruiken om de periode van onbetaald verlof te financieren. Levensloop. Wat is levensloop? De levensloopregeling (of: levensloop) is een fiscale regeling die vanaf 1 januari 2006 in Nederland bestaat om het sparen voor een vervangend inkomen tijdens een periode

Nadere informatie

Curo. Adres Postcode Plaats. Persoonlijk profiel

Curo. Adres Postcode Plaats. Persoonlijk profiel In het kader van de Wet Financieel Toezicht (WFT) kunnen wij uitsluitend tot dienstverlening overgaan nadat wij de volledig ingevulde vragenlijst hebben ontvangen. Naam Adres Postcode Plaats : : : : Persoonlijk

Nadere informatie

Sociale Verzekeringen per 1 juli 2012

Sociale Verzekeringen per 1 juli 2012 Sociale Verzekeringen per 1 juli 2012 Uitkeringen als de AOW, ANW, WW, WIA, WAO en Wajong gaan vanaf 1 juli 2012 omhoog. De verhogingen worden doorgevoerd omdat de uitkeringen zijn gekoppeld aan het wettelijk

Nadere informatie

Werkboek Het is mijn leven

Werkboek Het is mijn leven Werkboek Het is mijn leven Het is mijn leven Een werkboek voor jongeren die zelf willen kiezen in hun leven. Vul dit werkboek in met mensen die je vertrouwt, bespreek het met mensen die om je geven. Er

Nadere informatie

3.1 Omcirkel het juiste antwoord.

3.1 Omcirkel het juiste antwoord. 3.1 Vraag 1 Lees de uitspraken I en II en bedenk welke juist is/zijn. I Economie gaat over behoeften II Economie gaat over middelen A. I en II zijn beiden juist B. I is juist, II is onjuist C. II is juist,

Nadere informatie

Anw: uitkering bij overlijden

Anw: uitkering bij overlijden Anw: uitkering bij overlijden Inhoud Wat is de Anw 2 Voor wie is de Anw 2 Wanneer krijgt u Anw 3 De halfwezenuitkering 6 Inkomsten 7 Hoeveel is de Anw 8 Hoe lang duurt de Anw-uitkering 8 Wat gaat er van

Nadere informatie

Financiële opvoeding. September 2007

Financiële opvoeding. September 2007 Financiële opvoeding September 2007 Inhoud INHOUD... 1 1 INLEIDING... 2 1.1 AANLEIDING... 2 1.2 METHODE VAN ONDERZOEK... 2 1.3 ACHTERGRONDVARIABELEN... 3 LEESWIJZER... 4 2 ZAKGELD EN KLEEDGELD... 5 2.1

Nadere informatie

Elke miskraam is anders (deel 2)

Elke miskraam is anders (deel 2) Elke miskraam is anders (deel 2) Eindelijk zijn we twee weken verder en heb ik inmiddels de ingreep gehad waar ik op zat te wachten. In de tussen tijd dacht ik eerst dat ik nu wel schoon zou zijn, maar

Nadere informatie

Zondag 10 mei 2015 6 e zondag van Pasen kleur wit Ds. A.J.Wouda Joh. 15: 7-19 Blijf in mijn liefde. Gemeente van Christus

Zondag 10 mei 2015 6 e zondag van Pasen kleur wit Ds. A.J.Wouda Joh. 15: 7-19 Blijf in mijn liefde. Gemeente van Christus Zondag 10 mei 2015 6 e zondag van Pasen kleur wit Ds. A.J.Wouda Joh. 15: 7-19 Blijf in mijn liefde Gemeente van Christus Het is bijna niet te bevatten: vorig week zondag, om deze tijd, stond ik bij het

Nadere informatie

Vakantiegeldenquete 2010

Vakantiegeldenquete 2010 Vakantiegeldenquete 2010 Inleiding Net als vorig jaar heeft het Nibud onderzoek gedaan naar de manier waarop mensen zich in financieel opzicht voorbereiden op de vakantie en of men zich aan hun budget

Nadere informatie