Determinanten van buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa: een cross-sectie analyse

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Determinanten van buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa: een cross-sectie analyse"

Transcriptie

1 Afdeling Wetenschappelijk onderzoek en econometrie Determinanten van buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa: een cross-sectie analyse J.P. Hania Onderzoeksrapport WO&E nr. 587 Juni 1999 'H1HGHUODQGVFKH%DQN

2

3 DETERMINANTEN VAN BUITENLANDSE DIRECTE INVESTERINGEN IN CENTRAAL EN OOST EUROPA: een cross-sectie analyse J.P. Hania * * De heer J.P. Hania was gedurende 4 januari 1999 tot en met 31 mei 1999 werkzaam als stagiair op de Afdeling Wetenschappelijk onderzoek en econometrie. Onderzoeksrapport WO&E nr. 587/9920 Juni 1999 De Nederlandsche Bank NV Afdeling Wetenschappelijk onderzoek en econometrie Postbus AB AMSTERDAM

4

5

6 SAMENVATTING Determinanten van buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa: Een cross-sectie analyse J.P. Hania Het rapport bevat allereerst een uitgebreide literatuurverkenning van de factoren die van invloed zijn op de buitenlandse directe investeringen, in het bijzonder met betrekking tot die in de transitielanden. Daarnaast bevat het rapport een nadere empirische analyse van de belangrijkste determinanten van directe investeringen vanuit de EU in Centraal en Oost Europa vanaf de beginjaren negentig. Uit het onderzoek blijkt ondermeer dat de directe investeringen in deze regio hoger zijn naarmate het proces van hervormingen en privatiseringen verder is gevorderd, de transitielanden intensievere handelsrelaties onderhouden en de geografische afstand tot de EU kleiner is. Ook een gezond macroeconomisch klimaat in termen van bijvoorbeeld lage inflatie is een stimulerende factor. Trefwoorden: Directe investeringen, Oost en Centraal Europa, cross-sectie analyse JEL codes: F23, P33 ABSTRACT Determinants of foreign direct investment in central and eastern Europe: a cross-section analysis J.P. Hania The first part of the report contains a broad overview of the literature on foreign direct investment (FDI), with emphasis on the determinants of FDI in transition economies. The second part of the report presents the outcomes of an empirical investigation into the determinants of direct investment from EU-countries to Central and Eastern European countries from the early nineties on. Important factors for FDI in this region are the progress of reforms and privatization, the presence of trade relations and the geographical distance. Also, a stable macro economic climate in terms of for example low inflation is found to be an important stimulus for FDI in this region. Key words: Foreign direct inverstment, Eastern and Central Europe, cross-section analysis JEL codes: F23, P33

7

8 - 1-1 INLEIDING De omvang van de buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa is sinds 1989 sterk gestegen. Een directe buitenlandse investering zorgt in een economie in ontwikkeling voor valuta die nodig zijn om het tekort op de betalingsbalans te compenseren. Daarnaast is een investering van een multinational voordelig omdat nieuwe technologieën in het Centraal of Oost Europese land worden geïntroduceerd en er vaak extra personeel wordt aangetrokken wat indirect ook de binnenlandse bestedingen stimuleert. Een negatief effect kan ontstaan wanneer buitenlandse investeringen binnenlandse investeringen en/of productie vervangen. Toch is er consensus onder economen dat buitenlandse directe investeringen voordelig zijn voor een land (Peeters en Van Rooij, 1996, p.8), en in het bijzonder voor Centraal en Oost Europa. Sinds de val van de muur in 1989 zijn alle Centraal en Oost Europese landen in economisch opzicht opener geworden voor het westen. Handelsstromen met West Europa en Amerika zijn sterk gestegen. Daarentegen is de handel met Rusland en andere landen uit de voormalige Sovjet Unie sterk gedaald.wettelijke, monetaire, handelsliberaliserende en fiscale maatregelen genomen door de verschillende overheden hebben de economische omgeving sterk veranderd in Centraal en Oost Europa. Multinationals investeerden de afgelopen jaren met name in Hongarije, Polen en Tsjechië, maar ook in andere Centraal Europese landen komen de buitenlandse directe investeringen op gang. Vergeleken met andere regio s, zoals Azië en Zuid-Amerika, is het niveau van buitenlandse investeringen in Centraal en Oost Europa echter nog laag. Tegen de achtergrond van de in volle gang zijnde transitie van Centraal en Oost Europa wordt in dit rapport onderzocht wat de oorzaken zijn van de groei en hoogte van directe buitenlandse investeringen in Centraal en Oost Europa. Om deze vraag te beantwoorden is in onderhavige studie nagegaan of er een empirisch verband bestaat tussen de buitenlandse directe investeringen en drie deelgebieden: hervormingen, marktomstandigheden, internationale factoren. Onder de noemer hervormingen worden al de maatregelen verstaan die ervoor gezorgd hebben dat de maatschappij marktgerichter en opener is geworden. In paragraaf 2 wordt het theoretische kader geschetst waarin buitenlandse directe investeringen geplaatst kunnen worden. Met behulp van de theorie van creatieve destructie van Schumpeter worden de ontwikkelingen van plan- naar markteconomie kort in kaart gebracht. Het Schumpeteriaanse proces van creatieve destructie, dat via technologische verbeteringen verantwoordelijk is voor economische

9 - 2 - groei, gedijt het beste in een markteconomie. Omdat buitenlandse directe investeringen in beginsel een afgeleide zijn van economische groei, zal eerst de theorie van de economische groei in het algemeen worden behandeld en vervolgens worden toegepast op transitie-economieën in het bijzonder. Daarbij komen ook enkele empirische studies ter sprake die ingaan op hervormingsmaatregelen van transitie economieën teneinde economische groei te realiseren. In paragraaf 3 geef ik de definitie van buitenlandse directe investeringen van de Nederlandsche Bank, het IMF en de OESO. Ook het registratieprobleem van deze investeringen komt aan de orde. Vervolgens wordt het nut van de buitenlandse directe investeringen behandeld. De netto kapitaalstroom die schuil gaat achter de buitenlandse directe investeringen voorziet in een nationale behoefte aan geld vanwege het structurele tekort op de meeste lopende rekeningen. Vanaf 1990 is, op een enkele uitzondering na, de import hoger dan de export in Centraal en Oost Europa en is er daardoor sprake van een structureel tekort op de lopende rekening. Daarnaast zijn de nationale besparingen niet toereikend voor het gewenste niveau van investeringen in deze regio, buitenlandse directe investeringen vervullen hier een belangrijke rol. Er wordt vervolgens een beschrijving gegeven van de buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa. Deze investeringen groeien sterk vanaf 1991 en dit is te zien in relatieve termen bijvoorbeeld ten opzichte van het bruto binnenlands product of per inwoner. Tenslotte behandelt dit hoofdstuk de geografische spreiding van de buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa. Paragraaf 4 behandelt de theorieën van buitenlandse directe investeringen. Deze theorieën hebben een bedrijfseconomische- en macro-economische invalhoek. Achtereenvolgens worden behandeld; het OLI-framework van Dunning, het vier-fasen model van Dunning en de hypothese indeling van Agarwal. Een korte internationale vergelijking tussen de niveaus van buitenlandse directe investeringen geeft aan in welke fase, volgens Dunning s vier-fasen model, Polen en Albanië geplaatst kunnen worden. In paragraaf 5 worden vier empirische studies over de determinanten van buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa behandeld. In een korte samenvatting worden de resultaten van deze onderzoeken beschreven en in een tabel weergegeven. Het meest opvallende onderzoek is van Wang en Swain (1995, 1997). Zij maken in deze studies gebruik van buitenlandse directe investeringen in China en Hongarije over de periode 1978 tot Met andere woorden, de auteurs registreren al buitenlandse directe investeringen in Hongarije ver voor de val van de Berlijnse muur. Paragraaf 6 geeft het eigen model van buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa weer dat in dit onderzoek wordt getoetst. Het model is opgebouwd met de in de probleemstelling

10 - 3 - genoemde deelgebieden; hervormingen, marktomstandigheden en internationale factoren. Bij de hervormingsindicatoren is zoveel mogelijk uitgegaan van kwantitatieve gegevens, zoals het percentage van de private sector in het bruto binnenlands product, de inflatie en het percentage dubieuze bankleningen ten opzichte van de totale uitstaande bankleningen. In paragraaf 7 worden de schattingen van de regressie analyses besproken. De gevonden relaties zijn opvallend consistent ondanks het grillige verloop van de buitenlandse directe investeringsstromen. De onderzochte periode loopt van Dit wil niet zeggen dat het transitieproces pas na de val van de Berlijnse muur in 1989 begon. In de jaren tachtig schreef Kornai (1986) al over het Hongaarse hervormingsproces. De start van het transitieproces vond dus al veel eerder plaats. De val van de Berlijnse muur is wel een markering in de tijd van een proces dat al jaren gaande was. In de periode gaat dit transitieproces verder. Het verschil is nu wel dat het proces in een versnelling raakt en dat alle Centraal en Oost Europese landen hervormingsmaatregelen doorvoeren. Vanaf 1991 kunnen buitenlandse directe investeringen worden waargenomen in de meeste landen en is het relevant om deze investeringen te onderzoeken. De West Europese buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa vormen de basis van dit onderzoek. Vanuit de EU en andere West Europese landen zijn voldoende investeringen gedaan om een empirische cross-country analyse uit te voeren. Ook de aanwezigheid van veel data met betrekking tot Centraal en Oost Europa (EBRD, IMF, OESO) maakt het mogelijk een empirische studie uit te voeren. De landen in de analyse zijn gekozen op basis van de vorderingen in transitie. Een representatieve groep van Centraal en Oost Europese landen in elke fase van transitie wordt meegenomen.

11 - 4-2 DE TRANSITIE ECONOMIE EN GROEITHEORIEËN 2.1 Van plan- naar markteconomie Waarom ging de planeconomie failliet in Oost en Centraal Europa? Waarom functioneerde de planeconomie niet en wanneer stortte het centraal geleide systeem in elkaar? Gros en Steinherr (1995), beschrijven in hun boek, Winds of change: Economic transition in Central and Eastern Europe, de ondergang van het Sovjet tijdperk. Een planeconomie die volgens de auteurs uiteindelijk niet meer bestand bleek te zijn tegen de druk van de buitenwereld. Vanuit het perspectief van de Sovjet burger, die steeds meer toegang kreeg tot informatie over de wereld, moet het vreemd zijn overgekomen om te horen over de rijkdommen in het westen, Amerika en West Europa, en de ongebreidelde economische groei in Japan en Azië. Concrete redenen voor het instorten van de Sovjet Unie zijn onder andere de Sovjet-obsessie voor economische groei van industriële productie en de dominantie van de militaire sector in de economie. Belangrijker is echter dat het socialistische systeem door haar staatsmonopolie op alle productiemiddelen een gebrek aan individuele- en economische vrijheid betekende voor de burgers. In China daarentegen geldt een grotere mate van individuele vrijheid met betrekking tot economisch handelen, omdat het centraal geleide economische systeem sinds enkele jaren aangevuld wordt met kapitalistische subsystemen. Gorbatsjov ondervond dan ook dat het moeilijk was economische hervormingen door te voeren zonder de uitgangspunten van het kapitalisme te introduceren. Individuele economische vrijheid van handelen leidt tot het economische groeiproces van creatieve destructie volgens Schumpeter (1943 p.81-86). Creatieve destructie is een revolutionair economisch groeiproces waarbij het nieuwe gecreëerde het oude en daarmee samenhangende oude structuren vernietigt. Dit proces vindt ook plaats in de meest primitieve samenlevingen, maar gedijt volgens Schumpeter het beste in een kapitalistische maatschappij. Het verschil tussen een kapitalistisch en een socialistisch systeem is volgens Schumpeter dat een kapitalistische- in tegenstelling tot een socialistische economie in essentie een systeem is van creatieve destructie dat nooit stationair is. Technologische ontwikkeling is essentieel voor economische groei en is de belangrijkste factor in Schumpeter s proces van creatieve destructie. Dit proces vindt plaats in elke bedrijfstak, nieuwe technologieën vernietigen oude technologieën, om als bedrijf te overleven moet je creëren is Schumpeters boodschap. Het proces van creatieve destructie vormt de basisgedachte van dit rapport. Het uitgangspunt is dat met de juiste instituties, de juiste randvoorwaarden, een kader gecreëerd wordt waarin (buitenlandse directe) investeringen optimaal zijn. De kern van het transitieproces, van plan-

12 - 5 - naar markteconomie, is dus het introduceren van een kapitalistisch systeem waarin het proces van creatieve destructie optimale kansen krijgt. 2.2 Economische groeimodellen De factoren van economische groei zijn in principe oneindig. Economische groei is het gevolg van vele menselijke handelingen en andere factoren. Een regressiemodel is in dit verband dan ook niet meer dan een stilering van de werkelijkheid, aldus Harberger (1998). Aangezien netto directe buitenlandse investeringen gezien kunnen worden als een afgeleide van de groei van een transitieeconomie, Havrylyshyn (1998), bezien wij eerst groeimodellen in algemene zin en vervolgens groeimodellen voor transitie economieën in het bijzonder. Het groeimodel uit de jaren 50 en 60 van Solow-Swan and Cass-Koopmans is een neoklassiek model dat uitgaat van economische groei door uitbreiding van kapitaal en arbeid als endogene factoren en technologische ontwikkelingen als exogene factor. In de tweede generatie groeimodellen uit de jaren 80, (Romer, 1990; Barro & Sala-i-Martin, 1995), wordt naast de productiviteitsfactoren de nadruk gelegd op het ontstaan van technologische kennis en - groei door onderzoek, ontwikkeling en grotere bedrijfswinsten. Daarnaast speelt imperfecte competitie, menselijk kapitaal en overheidsbeleid een rol in deze groeitheorie. Een derde element dat aan groeimodellen is toegevoegd zijn eigendomsrechten. Olson (1996) heeft hiernaar onderzoek verricht. Hij richtte zich naast eigendomsrechten met name op het rechtsstelsel, de instituties en corruptie. Olson gaat er van uit dat de meeste landen arm zijn omdat zij hun middelen inefficiënt gebruiken. Dit in tegenstelling tot andere groeimodellen die uitgaan van meer efficiënt gebruik van kapitaal, waarbij alle productiefactoren juist wel optimaal gebruikt worden. Olson concludeert dat de inefficiëntie in een land het grootst is, wanneer de institutionele basis, het rechtsstelsel en de eigendomsrechten slecht geregeld zijn. Barro (1997) heeft een empirische landenstudie verricht om de factoren van economische groei te verklaren. Factoren bepalend voor economische groei zijn onder andere hogere opleiding en levensverwachting, lagere overheidsconsumptie, lagere inflatie en liberalisering van de handel. Barro geeft ook een verband aan tussen economische groei en democratie, zij het dat dit verband minder sterk is dan met de eerder genoemde factoren.

13 - 6 - Empirische resultaten van Schumpeters theorie van creatieve destructie zijn niet eenduidig (ERBD, 1997, p.51 box 3.2). Echter, innovaties worden gestimuleerd in een omgeving waar de volgende voorwaarden worden vervuld: - hoge graad van onderzoek en ontwikkeling; - hoog aanbod van goed gekwalificeerd personeel; - grote marktomvang; - wetgeving waarin eigendomsrechten duidelijk zijn en nieuwe creaties (patenten) constructief worden behandeld; - lage reële rente; - flexibele arbeidsmarkten; - marktgeoriënteerde infrastructuur. 2.3 Economische groeimodellen en empirische resultaten transitie economieën Havrylyshyn (1998, p. 9) acht de volgende factoren voor economische groei van specifiek belang voor het transitieproces in Oost en Centraal Europa: - de beginsituatie van een economie in transitie: arme landen in transitie hebben een hogere economische groei dan rijke landen in transitie; - goed economisch beleid (macro-economische stabiliteit en niet verstorende interventies); - het rechtsbestel en het politieke- en institutionele raamwerk van een economie. Belangrijke conclusies van het groeimodel voor transitie economieën van Havrylyshyn zijn: - In de periode van 1990 tot 1997 is het transitieproces op te delen in twee deelperioden, namelijk een herstructureringsperiode die gepaard gaat met een negatieve economische groei en een periode van positieve groei. - De belangrijkste factoren voor een snelle economische groei zijn de mate van hervormingen (harde budget restricties) en macro-economische stabilisatie (lage inflatie). - De uitgaven van de overheid ten opzichte van het BNP is tevens een belangrijke indicator voor het bepalen van een succesvol transitieproces. Hoge belastingen hebben een crowding out effect. Kornai (1994) vindt een verschil tussen een recessie in een transitie economie ten opzichte van een recessie in een markteconomie. Veranderingen die specifiek moeten plaatsvinden om een transitie economie uit een recessie te halen zijn met name gericht op veranderingen in de marktstructuur, namelijk: - via prijsliberalisatie zorgen voor een `buyers market in plaats van een `sellers market ;

14 zorgen voor een `harde budget restrictie via privatiseringen en minimaliseren van subsidies aan bedrijven. Deze veranderingen verklaren volgens Kornai de essentiële factoren voor een optimale omgeving voor winstmaximaliserende activiteiten van bedrijven en betrokkenen. Blanchard (1997) noemt twee andere factoren die noodzakelijk zijn tijdens het transitieproces: - re-allocatie van productiefactoren door het sluiten en het creëren van bedrijven; - structurering van de overlevende bedrijven via rationalisering van arbeid1, productieveranderingen en nieuwe investeringen. Fisher en Gelb (1991) tenslotte vatten de belangrijkste maatstaven voor hervormingen als volgt samen: - macro-economische stabilisatie; - prijs- en marktliberalisatie; - liberalisatie van wisselkoersen en handelssystemen; - privatiseringen van staatsbedrijven; - het creëren van een competitieve marktomgeving met gemakkelijke toe- en uittreding van bedrijven tot de markt; - herdefiniëren van de rol van de overheid, stabiele en duidelijke wetgeving en eigendomsrechten en overheidsoptreden bij eventuele marktimperfecties. Vrijwel alle onderzoeken over de economische groei van transitie economieën wijzen op een daling van het bruto nationaal product (BNP) in het begin van het transitieproces. Omdat er vaak sprake is van een harde budget restrictie en van een overgang van een kopers- naar een verkopersmarkt, zullen allereerst verouderde nog geproduceerde producten accumuleren in de voorraden. Tenslotte wordt de productie van deze goederen ingekrompen, wat leidt tot een daling van het BNP. Het BNP zal weer stijgen met nieuwe verbeterde producten, investeringen van nieuwe bedrijven als er een stimulerende bedrijfsomgeving wordt gecreëerd. Deze omgeving ontstaat, wanneer men bovenstaande maatregelen uit de groeimodellen zoals onder andere prijsliberalisatie en een harde budget restrictie uitvoert. Nieuwe investeringen spelen in het begin van het transitieproces een minder belangrijke rol dan efficiëntie maatregelen met betrekking tot de op dat moment bestaande productiefaciliteiten. In de algemene groeitheorieën echter zijn investeringen de belangrijkste factor voor groei van de economie. Na de eerste fase in de transitie zal de groei dan ook meer vanuit de investeringen moeten komen. Het 1 Lees massa ontslagen.

15 - 8 - is dus met name de beginsituatie van herstructureringen en hervormingen van de Oost- en Centraal Europese landen die ervoor zorgt dat algemene groeitheorieën niet geheel opgaan. Het economische herstel is dus afhankelijk van de mate van hervormingen waaronder macroeconomische maatregelen. Hoe drastischer de maatregelen des te beter het economische herstel, Havrylyshyn (1998). Daarnaast speelt ook de beginconditie van een transitie economie een belangrijke rol. Landen met de hoogste industrialisatie graad worden het zwaarst getroffen door een recessie. Tenslotte is de groei afhankelijk van de kwaliteit van de nieuwe instituties die verantwoordelijk zijn voor de rechtshandhaving, eigendom- en faillissementsrecht en de belastingsopbrengsten.

16 - 9-3 BUITENLANDSE DIRECTE INVESTERINGEN 3.1 Definitie van buitenlandse directe investeringen In Van Nieuwkerk en Sparling (1985) worden buitenlandse directe investeringen als volgt gedefinieerd. - minimaal verwerving van 10% van de aandelen met stemrecht, mits de investeerder ook daadwerkelijk deze zeggenschap in de onderneming verkrijgt, - verwerving van minder dan 10% van de aandelen met stemrecht, indien de investeerder meer dan 10% zeggenschap in de onderneming verkrijgt. Het percentage aandelen in het bedrijf is dus ondergeschikt aan het zeggenschapspercentage voor het bepalen van een buitenlandse directe investering. Het belangrijkste verschil tussen een portfolio belegging2 en een buitenlandse directe investering is gelegen in de zeggenschap die een investeerder verkrijgt in het geacquireerde bedrijf. Daarnaast is een buitenlandse directe investering bedoeld als een lange termijn belegging dit in tegenstelling tot een portfolio belegging. Bovengenoemde definitie van buitenlandse directe investeringen is gelijk aan de IMF definitie (IMF, Balance of Payments Manual, 1993). De `World Bank stelt buitenlandse directe investeringen in haar definitie als een niet schuldgerelateerde kapitaalstroom, die als een investering bedoeld is, voor het verkrijgen van een langdurige zeggenschap (>10%) in een bedrijf dat opereert in een ander land dan van waaruit de investering plaatsvindt. Bij de Nederlandsche Bank poogt men de buitenlandse directe investeringen zo goed mogelijk te bepalen, dat wil zeggen met zo min mogelijk ruis. De Nederlandsche Bank stelt de omvang van de buitenlandse directe investeringen vast door enquêtes waarin ingezetenen (rechtspersonen in Nederland) worden gevraagd wat het doel is van een kapitaaltransactie of buitenlandse investering. In beginsel wordt een aandelenaankoop via de aandelenbeurs niet gezien als een buitenlandse directe investering. Pas als duidelijk wordt dat er sprake is van een hechte bedrijfsrelatie met betrekking tot die investering, dan wordt deze transactie alsnog als een buitenlandse directe investering genoteerd. 2 Portfolio investeringen: naast aandelenbeleggingen en schuldpapieren, gelden marktinstrumenten en financiële derivaten zoals opties ook als portfolio investeringen. Niet onder portfolio investeringen vallen de investeringen die gelden onder de definitie van de buitenlandse directe investeringen of onder de definitie van de reserves, IMF (1993, p. 91).

17 Omdat het totale bedrag aan buitenlandse directe investeringen naar Centraal en Oost Europa gerelateerd aan andere regio s klein is, zal een aandelentransactie via de beurs die achteraf toch een portfolio investering blijkt te zijn, de registratie van buitenlandse directe investeringen vertroebelen. Het bepalen van de omvang van buitenlandse directe investeringen is een complex probleem daar vele vormen van buitenlandse directe investeringen moeilijk meetbaar zijn. Graham (1994) stelt dat buitenlandse directe investeringen een misleidende term is, omdat voor het realiseren hiervan er geen sprake hoeft te zijn van een kapitaalinvestering of een netto geldstroom tussen twee landen. Onder de definitie van buitenlandse directe investeringen wordt onder andere verstaan: - ingehouden bedrijfswinsten; - een ruil tussen zeggenschap en expertise, kennis of patenten; - een ruil tussen zeggenschap en goederen; - veranderingen in de kredietstructuur; - veranderingen in de aandelenprijs. Ingeval er geen sprake is van een kapitaaltransactie zijn buitenlandse directe investeringen zeer moeilijk te meten. Het overgrote deel van de buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa gebeurt in de vorm van export van kapitaal. De registratie van deze volatiele buitenlandse directe investeringsstroom door de Nederlandsche Bank is wegens bovengenoemde maatregelen betrouwbaar te noemen. De gegevens die in de onderhavige empirische studie worden gebruikt zijn afkomstig van Eurostat (European Direct Investment yearbook, 1997 en de online database New Cronos) en het IMF. Er is gekozen voor deze Eurostat data ten opzichte van Centraal en Oost Europese databases, omdat dit de beste garantie geeft voor eenheid van gegevens. Desondanks zijn er toch grote verschillen in de registratie van de data. Dit komt omdat de verschillende overheden andere doelstellingen hadden of hebben met betrekking tot de registratie van buitenlandse directe investeringen (Eurostat, 1997,zie Methodology in practice). België/Luxemburg registreert in tegenstelling tot Duitsland niet de ingehouden winsten, omdat eerstgenoemde alleen registreren voor de betalingsbalans3. Deze registratieverschillen hebben onder andere tot gevolg dat de gegevens van buitenlandse directe investeringen worden gebruikt zonder ingehouden winsten in dit onderzoek. Enkele landen registreren ingehouden winsten en de regressie die hierop kan worden uitgevoerd is minder omvangrijk, maar zal wellicht inzicht geven in het verloop van de buitenlandse directe investeringen, met name omdat de ingehouden winsten een aanzienlijk deel gaat uitmaken of uitmaken van de buitenlandse directe

18 investeringen. De gegevens van buitenlandse directe investeringen afkomstig uit Centraal en Oost Europese landen zijn niet eenduidig en zullen daarom niet gebruikt worden. Bijvoorbeeld Bulgarije hanteert een andere definitie dan Eurostat en de OESO en noemt een buitenlandse investering direct bij 50% investering in het bedrijf (OESO, 1996). De gegevens die in dit onderzoek gebruikt worden zetten niet de volledig stroom buitenlandse directe investeringen naar de desbetreffende landen af tegen de onafhankelijke variabelen. Er is gekozen voor de investeringsstroom van 10 EU landen naar 11 Centraal en Oost Europese landen van , waarbij de drie Baltische staten samen worden gevoegd. 3.2 Buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europa en de invloed op de betalingsbalans De betalingsbalans is opgebouwd uit de kapitaalbalans en de lopende rekening. Deze twee saldo s worden in evenwicht gebracht door de officiële reserve van een land. De lopende rekening bestaat uit export minus import, internationale rentebetalingen plus overig lopend verkeer, zie tabel 1 bladzijde 16. Bij alle landen in de tabel is er sprake van een tekort op de lopende rekening. Dit tekort wordt gedeeltelijk opgeheven door een positief saldo op de kapitaalbalans in de meest Centraal en Oost Europese landen. De kapitaalbalans bestaat uit kapitaalstromen tussen landen, die kunnen plaatsvinden in de vorm van portfolio- of directe investeringen of in de vorm van leningen waarbij kapitaal van- of naar het land stroomt. De officiële reserve vult het overgebleven tekort aan. In tabel 1 is te zien dat er onder andere in de Oekraïne en Rusland sprake is van een grote kapitaaluitstroom (kapitaalvlucht). Veranderingen in de officiële nationale reserves zijn belangrijk, omdat deze van invloed zijn op het geldaanbod en de wisselkoers. De geldhoeveelheid bestaat uit geld in omloop en reserves, dus de stijging van de internationale reserves betekent een stijging van de geldhoeveelheid in dezelfde orde van grootte (Mishkin, p. 524, 1996). In de meeste Centraal en Oost Europese landen daalt de officiële reserve en dus ook de geldhoeveelheid. Deze verkrapping van de geldhoeveelheid en appreciatie van de valuta wordt tenietgedaan door bijvoorbeeld het terugkopen van staatsobligaties door de monetaire autoriteit, het geven van subsidies aan bedrijven of het verruimen van de geldhoeveelheid via andere monetaire kanalen. 3 Ingehouden winsten worden in bepaalde landen niet meegenomen op de betalingsbalans, van Nieuwkerk en Sparling (1985 p. 23).

19 Door het grote tekort op de lopende rekening en de lage internationale reserves verkeerde Bulgarije in 1997 in een situatie dat niet meer aan de internationale verplichtingen kon worden voldaan. Door het extra drukken van geld probeerde Bulgarije aan haar internationale verplichtingen tegemoet te komen. Het gevolg was hyperinflatie en een instabiele macro-economische situatie. Het is opvallend dat juist in 1997 de omvang van buitenlandse directe investeringen een record hoogte bereikte in Bulgarije. De netto kapitaalstroom van buitenlandse directe investeringen voorziet dus in Centraal en Oost Europa in een nationale behoefte aan geld. Ook omdat deze netto kapitaalstroom het gevolg is van een spaartekort in dezelfde orde van grootte (Stokman, 1998). In tabel 1 is te zien dat het saldo van buitenlandse directe investeringen een substantiële autonoom post is op de betalingsbalans en staat in de tabel ook vermeld als percentage van BBP. De positieve netto buitenlandse directe investeringen zijn structureel van karakter tijdens het transitieproces. Tabel 1 De betalingsbalans van Centraal en Oost Europese landen in 1998 (voorlopige cijfers) Betalingsbalans Litouwen Estland Polen Hongarijwakijmenikraïne Tsjechië Slo- Roe- Bulgarije Kroatië Oe- Rusland 1998 Export (in mln. $) Import Saldo handelsbalans Rente betalingen Overiglopend verkeer Saldo lopende rek Idem in % BBP - 10,7-11,2-3,8-3,8-3,2-1, , ,8-1,1 Kapitaal verkeer w.v.dir investeringen Idem in % BBP 3,8 3,7 5 2,1 2,3 5,1 4 0,7 1,8 1,4 0,2 Officiële salderings tr. Aantal inwoners mln 3,7 1,5 38,7 10,2 10,3 22,6 8,3 4,5 50,7 147,3 Dir investering p.p. 116,2 146,7 193,3 94,1 126,2 76,1 25,1 88,9 12,0 10,2 Bron: De Nederlandsche Bank 3.3 Beschrijvende statistieken buitenlandse directe investeringen Zoals blijkt uit de figuren 1 tot en met 3 zijn sinds 1990 de buitenlandse directe investeringen in Centraal en Oost Europese landen sterk gestegen.

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen

Nadere informatie

Exportstatistiek Bloemkwekerijprodukten FEBRUARI 2012

Exportstatistiek Bloemkwekerijprodukten FEBRUARI 2012 Exportstatistiek Bloemkwekerijprodukten FEBRUARI 212 NA KRIMP IN FEBRUARI STOKT EXPORT BLOEMEN EN PLANTEN OP KRAPPE PLUS VAN 1% TOT 915 MILJOEN In februari is de exportwaarde van bloemen en planten vanuit

Nadere informatie

Prognose IMF voor Midden-Europa en de Balkan

Prognose IMF voor Midden-Europa en de Balkan Prognose IMF voor Midden-Europa en de Balkan Jan Limbeek Twee keer per jaar, in april en in september of oktober, publiceert het IMF zijn World Economic Outlook, waarin het zijn economische verwachtingen

Nadere informatie

De buitenlandse handel van België - 2009 -

De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België in 2009 (Bron: NBB communautair concept*) Analyse van de cijfers van 2009 Zoals lang gevreesd, werden in 2009 de gevolgen van

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 15 juli 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat er

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur

Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur Economische wetenschappen 1 en recht Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Woensdag 26 mei 13.30 16.30 uur 19 99 Dit examen bestaat uit 34 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven

Nadere informatie

BBP Inflatie Lopende rekening Werkloosheid Europa 2,0 0,1 0,8 3,3 2,8 2,1 0,4 0,8 1,0

BBP Inflatie Lopende rekening Werkloosheid Europa 2,0 0,1 0,8 3,3 2,8 2,1 0,4 0,8 1,0 Prognose IMF voor Midden-Europa en de Balkan Jan Limbeek Twee keer per jaar, in april en in september of oktober, publiceert het IMF zijn World Economic Outlook, waarin het zijn economische verwachtingen

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II

Eindexamen aardrijkskunde havo 2002-II Politiek en Ruimte bron 10 Aandeel van de lidstaten in de handel van de Europese Unie in procenten, 1998 30 % 25 20 22 25 Legenda: invoer uitvoer 15 10 8 8 15 15 10 11 9 9 15 12 5 0 6 5 2 2 1 0 België

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog

Beleggingen institutionele beleggers in 2004 met 8,1 procent omhoog Publicatiedatum CBS-website Centraal Bureau voor de Statistiek 9 december 25 Beleggingen institutionele beleggers in 24 met 8,1 procent omhoog drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen,

Nadere informatie

Macro-economisch scorebord 2015K4

Macro-economisch scorebord 2015K4 Macro-economisch scorebord 2015K4 Saldo lopende rekening als % bbp Netto extern vermogen als % bbp Reële effectieve wisselkoers (36 handelspartners) 3-jaars voortschrijdend gemiddelde 3-jaars mutatie in

Nadere informatie

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land.

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. 1 De wisselmarkt 1.1 Begrip Wisselkoers = de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. bv: prijs van 1 USD = 0,7

Nadere informatie

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Europese Commissie - Persbericht Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Brussel, 05 mei 2015 De economie in de Europese Unie profiteert dit jaar van een

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2 TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2 NIVEAU: EXAMEN: HAVO 2001-II De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen

Nadere informatie

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8

Handel (tastbare goederen) 61 35 + 26 Diensten (transport, toerisme, ) 5 4 + 1 Primaire inkomens (rente, dividend, ) 11 3 + 8 betalingsbalans Zweden behoort tot de EU maar (nog) niet tot de EMU. Dat maakt Zweden een leuk land voor opgaven over wisselkoersen, waarbij een vrij zwevende kroon overgaat naar een kroon met een vaste

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Opgave 1 Sinds 1 juni 1998 maakt De Nederlandsche Bank (DNB) samen met de centrale banken van andere

Nadere informatie

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt

Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Examen economie thema 2 deel 1 Theorie thema 2: Produceren voor de wereldmarkt Door: F. De Smyter en P. Holvoet 1. Geef een correcte omschrijving van de volgende economische begrippen: a) Globalisering:.

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 9 december 2013 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II

Eindexamen economie 1 vwo 2005-II Opgave 1 Quartaire sector onder vuur In de periode 1998-2001 steeg de arbeidsproductiviteit in de Nederlandse economie. Die productiviteitsstijging was niet in iedere sector even groot, zoals blijkt uit

Nadere informatie

Onderzoek gunstige prijsligging.

Onderzoek gunstige prijsligging. Onderzoek gunstige prijsligging. BMW 3 Serie Model 320D. 22 Eu-Lidstaten. Jordy Reijers Marketing/Onderzoek P van. Prijs 1 Inhoud Opgave Onderzoek informatie over Eu landen Welke landen hanteren de euro?

Nadere informatie

Macro-economische onevenwichtigheden in Nederland

Macro-economische onevenwichtigheden in Nederland 10 Macro-economische onevenwichtigheden in Nederland Het scorebord Saldo lopende rekening Aandeel wereldhandel Particuliere schulden Overheidsschuld Overige indicatoren Conclusies Literatuur De Nederlandse

Nadere informatie

Buitenlandse investeringen door het MKB

Buitenlandse investeringen door het MKB M00408 Buitenlandse investeringen door het MKB Toenemende investeringen in lagelonenlanden of op kousenvoeten naar buurlanden? Jolanda Hessels Maarten Overweel Zoetermeer, 13 oktober 004 Buitenlandse investeringen

Nadere informatie

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 DEEL 3.4 DE EURO Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 3.4. DE EURO DOEL - De leerlingen/cursisten ontdekken de voordelen van het gebruik van de eenheidsmunt: wisselen van geld is niet meer nodig, je spaart

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2012 Een vooruitblik op de schuld, de schuldenlastbetalingen in 2013-2045

Nadere informatie

Samenvatting. (Summary in Dutch)

Samenvatting. (Summary in Dutch) (Summary in Dutch) Inflatie is de stijging van het algemeen prijspeil. De jaren 70 en 80 van de vorige eeuw waren periodes van relatief hoge inflatiecijfers in West-Europa, terwijl lage inflatie en deflatie

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Debt Sustainability Analysis (DSA)

Debt Sustainability Analysis (DSA) BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Debt Sustainability Analysis (DSA) Een analyse naar de kwetsbaarheid van de Surinaamse Staatsschuld in 2014-2018 Malty Dwarkasing Sarajane Omouth

Nadere informatie

Internationale vergelijking kindregelingen

Internationale vergelijking kindregelingen Internationale vergelijking kindregelingen Nederland kent een uitgebreid en historisch gegroeid stelsel van kindregelingen dat aan ouders financiële ondersteuning geeft. In het regeerakkoord Bruggen Slaan

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2004-I 4 Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 Een voorbeeld van een juist antwoord

Nadere informatie

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden

Centraal Bureau voor de Statistiek Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden Factsheet Macro-economische onevenwichtigheden 10 april 2014 pagina 1 Inleiding Door de uitbraak van de kredietcrisis in 2008 en de daaropvolgende Europese schuldencrisis is het duidelijk geworden dat

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in december 2014

De arbeidsmarkt in december 2014 De arbeidsmarkt in december 2014 Datum: 14 januari 2015 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche december 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat

Nadere informatie

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014

BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD. Suriname Debt Management Office. Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 BUREAU VOOR DE STAATSSCHULD Suriname Debt Management Office Kosten en Risico analyse van de Surinaamse schuldportefeuille per ultimo 2014 Sarajane Marilfa Omouth Paramaribo, juni 2015 1. Inleiding De totale

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl

Examen HAVO en VHBO. Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Economie 1,2 oude en nieuwe stijl Examen HAVO en VHBO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Vooropleiding Hoger Beroeps Onderwijs HAVO Tijdvak 2 VHBO Tijdvak 3 Woensdag 21 juni 13.30 16.30 uur 20 00 Dit

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum West-Vlaanderen Kortrijk - 24 februari 2015 Jan Smets A. De stand van

Nadere informatie

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Internationale Economie Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Wim Boonstra, 27 november 2014 Basisscenario: Magere groei wereldeconomie, neerwaartse risico s De wereldeconomie

Nadere informatie

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS Valutamarkt De euro op koers Havo Economie 2010-2011 VERS 2 Hoofdstuk 1 : Inleiding Opdracht 1 a. Dirham b. Internet c. Duitsland - Ierland - Nederland - Griekenland - Finland - Luxemburg - Oostenrijk

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Een aardbeving is een voorbeeld van een eenmalig-permanente en continue schok en de tijdelijke uitval van elektriciteit is bijvoorbeeld een eenmalige

Een aardbeving is een voorbeeld van een eenmalig-permanente en continue schok en de tijdelijke uitval van elektriciteit is bijvoorbeeld een eenmalige Samenvatting Een economische schok is een drastische verandering in het evenwicht of de continuïteit van een systeem. De wereld wordt gekenmerkt door een veelheid van schokken. En elke schok lijkt de economie

Nadere informatie

Emerging markets: toch weer terug naar af?

Emerging markets: toch weer terug naar af? Emerging markets: toch weer terug naar af? Wat is er toch gaande met de opkomende markten? In de afgelopen jaren werd er liefkozend naar deze markten gekeken en gesteld dat zij structureel aan het verbeteren

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum Gent - 26 februari 2015 Jan Smets A. De stand van zaken 1. De (lange)

Nadere informatie

Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen

Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen De mondiale markt voor onderhandse derivaten - niet gestandaardiseerd verhandeld op de beurs maar in maatwerk tussen grote partijen - is sinds

Nadere informatie

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey

Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey Samenwerking en innovatie in het MKB in Europa en Nederland Een exploratie op basis van het European Company Survey ICOON Paper #1 Ferry Koster December 2015 Inleiding Dit rapport geeft inzicht in de relatie

Nadere informatie

Werkloosheid in de Europese Unie

Werkloosheid in de Europese Unie in de Europese Unie Diana Janjetovic en Bart Nauta De werkloosheid in de Europese Unie vertoont sinds 2 als gevolg van de conjunctuur een wisselend verloop. Door de economische malaise in de jaren 21 23

Nadere informatie

De arbeidsmarkt in juli 2014

De arbeidsmarkt in juli 2014 De arbeidsmarkt in juli 2014 Datum: 13 augustus 2014 Van: Stad Antwerpen Ondernemen & stadsmarketing Werk en Economie Betreft: Arbeidsmarktfiche juli 2014 In deze arbeidsmarktfiche zien we 1. dat Antwerpen

Nadere informatie

Resultaten VVNH monitoring 2008

Resultaten VVNH monitoring 2008 Resultaten VVNH monitoring 2008 Resultaten totaal In totaal is er door de leden van de VVNH in 2008 iets minder dan 2,3 miljoen m 3 naaldhout, hardhout en plaatmateriaal door de respondenten geïmporteerd.

Nadere informatie

Dutch Summary. Dutch Summary

Dutch Summary. Dutch Summary Dutch Summary Dutch Summary In dit proefschrift worden de effecten van financiële liberalisatie op economische groei, inkomensongelijkheid en financiële instabiliteit onderzocht. Specifiek worden hierbij

Nadere informatie

Toerisme in perspectief. NBTC Holland Marketing Afdeling Research

Toerisme in perspectief. NBTC Holland Marketing Afdeling Research Toerisme in perspectief NBTC Holland Marketing Afdeling Research Inleiding In dit rapport wordt op hoofdlijnen een beeld geschetst van trends en ontwikkelingen in het (internationaal) toerisme en de factoren

Nadere informatie

Potplanten en jonge planten 2007

Potplanten en jonge planten 2007 Importnota Potplanten en jonge planten 2007 HBAG Bloemen en Planten Aalsmeer, oktober 2008 Jan Lanning Monique Sassen Inleiding Het HBAG Bloemen en Planten heeft op basis van het meest recente AIPH-Union

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging

Module 8 havo 5. Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Module 8 havo 5 Hoofdstuk 1 conjunctuurbeweging Economische conjunctuur hoogconjunctuur Reëel binnenlands product groeit procentueel sterker dan gemiddeld. laagconjunctuur Reëel binnenlands product groeit

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen Publicatiedatum CBS-website: 1 oktober 27 Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek Voorburg/Heerlen 27 Verklaring der tekens. =

Nadere informatie

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Beleggingsthema s 2016 What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Inleiding De dagen die in 2015 het verschil maakten, zijn de dagen waarop centrale bankiers uitspraken deden, what a difference

Nadere informatie

De Duurzaamheid van de Euro

De Duurzaamheid van de Euro Sustainable Finance Lab : De Duurzaamheid van de Euro #susfinlab www.sustinablefinancelab.nl De euro is niet houdbaar Arjo Klamer Munten komen en gaan Gevallen munten Papiermark (Duitsland) 1914-1924 Hyperinflatie

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

het Nederlandse dse spoor?

het Nederlandse dse spoor? 08 e08 Hoe druk is 0h het nu werkelijk op het Nederlandse dse spoor? Het Nederlandse spoorgebruik in vergelijking met de rest van de EU-27 Pascal Ramaekers, Tessa de Wit en Maarten Pouwels Publicatiedatum

Nadere informatie

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet.

1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. AANVULLENDE SPECIFIEKE TIPS ECONOMIE VWO 2007 1. Lees de vragen goed door; soms geeft een enkel woordje al aan welke richting je op moet. : Leg uit dat loonmatiging in een open economie kan leiden tot

Nadere informatie

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013).

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013). Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 30 september 2014 130,4%, een toename van 0,9%-punt ten opzichte van 30 juni 2014. Over de eerste negen maanden steeg de marktwaardedekkingsgraad

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010

Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in 2010 11 Beleggingen institutionele beleggers 1,5 biljoen euro in John Gebraad Publicatiedatum CBS-website: 3-11-211 Den Haag/Heerlen Verklaring van tekens. = gegevens ontbreken * = voorlopig cijfer ** = nader

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 17 mei 13.30 16.30 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting

Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Steunpunt tot bestrijding van armoede, bestaansonzekerheid en sociale uitsluiting Feiten en cijfers ja Neemt de inkomensongelijkheid tussen arm en rijk toe? Toelichting: Een vaak gehanteerde maatstaf voor

Nadere informatie

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s

Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s Samenvatting Flanders DC studie Internationalisatie van KMO s In een globaliserende economie moeten regio s en ondernemingen internationaal concurreren. Internationalisatie draagt bij tot de economische

Nadere informatie

COUNTRY PAYMENT REPORT 2015

COUNTRY PAYMENT REPORT 2015 COUNTRY PAYMENT REPORT 15 Het Country Payment Report is ontwikkeld door Intrum Justitia Intrum Justitia verzamelt informatie bij duizenden bedrijven in Europa en krijgt op die manier inzicht in het betalingsgedrag

Nadere informatie

Winstgroei en buffers ondersteunen investerings herstel

Winstgroei en buffers ondersteunen investerings herstel Na de snelle daling van de bedrijfswinsten door de kredietcrisis, is er recentelijk weer sprake van winstherstel. De crisis heeft echter geen gat geslagen in de grote financiële buffers van bedrijven.

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I Opgave 1 Hoge druk op de arbeidsmarkt Gedurende een aantal jaren groeide de economie in Nederland snel waardoor de druk op de arbeidsmarkt steeds groter werd. Het toenemende personeelstekort deed de vrees

Nadere informatie

UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015

UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015 MINISTERIE VAN ONDERWIJS, WETENSCHAP EN CULTUUR UNIFORM EINDEXAMEN VWO 2015 VAK : ECONOMIE 1 DATUM : DINSDAG 16 JUNI 2015 TIJD : 07.45-10.15 UUR Aantal opgaven bij dit vak : 3 Aantal pagina s : 5; Calculator

Nadere informatie

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1

Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Inleiding tot de economie Test december 2008 H17 tem H25 VERBETERING 1 Vraag 1 Bin. Munt/Buit. munt Hoeveelheid buitenlandse munt Beschouw bovenstaande grafiek met op de Y-as de hoeveelheid binnenlandse

Nadere informatie

Equitisation and Stock-Market Development

Equitisation and Stock-Market Development Samenvatting In deze dissertatie worden twee belangrijke vraagstukken met betrekking tot het proces van economische hervorming in Vietnam behandeld, te weten de Vietnamese variant van privatisering (equitisation)

Nadere informatie

27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report

27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report 27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report Door Wim-Hein Pals, Head Robeco Emerging Markets Equities Vanwege hogere economische groei en sterkere financiële balansen, zijn de opkomende markten aantrekkelijker

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II

Eindexamen economie 1-2 havo 2000-II Opgave 1 Uit een krant: Uitzendbranche blijft groeien Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat de uitzendbranche in het eerste kwartaal van 1998 flink is gegroeid. In vergelijking

Nadere informatie

FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS. Utrecht, november 2014

FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS. Utrecht, november 2014 FINANCIËLE RAPPORTAGE FUNDEREND ONDERWIJS 2014 Utrecht, november 2014 INHOUD Inleiding 5 1 Basisonderwijs en speciaal basisonderwijs 7 2 Expertisecentra 10 3 Voortgezet onderwijs 12 4 Samenwerkingsverbanden

Nadere informatie

Economie en financiële markten

Economie en financiële markten Economie en financiële markten Bob Homan ING Investment Office Den Haag, 11 oktober 2013 Vraag 1: Begraafplaats Margraten gesloten vanwege. 1. Bezuinigen bij de Nederlandse overheid 2. Op last van Europese

Nadere informatie

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk

Lesbrief Verdienen en uitgeven 2 e druk Hoofdstuk 1. Inkomen verdienen 1.22 1.23 1.24 1.25 1.26 1.27 1.28 1.29 1.30 1.31 1.32 1.33 1.34 D A C C A D B A D D B C D 1.35 a. 1.000.000 425.000 350.000 40.000 10.000 30.000 = 145.000. b. 1.000.000

Nadere informatie

Verklaring beleggingsresultaten en verlaging pensioenen

Verklaring beleggingsresultaten en verlaging pensioenen Verklaring beleggingsresultaten en verlaging pensioenen Het bestuur van Stichting Pensioenfonds Randstad heeft medio februari 2014 moeten besluiten tot het doorvoeren van een pijnlijke maatregel. Om de

Nadere informatie

HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT

HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT 1 HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT 1. PRIJSVORMING OP DE WISSELMARKTEN 1.1. Enkele begrippen Wisselkoers = prijs van de buitenlandse munt, uitgedrukt in nationale munt bv. wisselkoers () van de

Nadere informatie

Opkomende markten: do s en don ts

Opkomende markten: do s en don ts Online Seminar Beleggen Opkomende markten: do s en don ts Simon Wiersma Investment Manager ING Investment Office Bart-Jan Blom van Assendelft Marketing Manager ING Beleggen Amsterdam, 12 november 2013

Nadere informatie

Schone technologie voor een levende aarde Bouwen aan de Nederlandse schone technologie sector

Schone technologie voor een levende aarde Bouwen aan de Nederlandse schone technologie sector Wereld Natuur Fonds Driebergseweg 10 Postbus 7 3700 AA Zeist Tel: +31 30 693 7333 Direct: Fax: +31 30 691 2064 Info@wnf.nl www.wnf.nl Schone technologie voor een levende aarde Bouwen aan de Nederlandse

Nadere informatie

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2014-II

Instituut voor de nationale rekeningen. Statistiek buitenlandse handel. Kwartaalbericht 2014-II nstituut voor de nationale rekeningen Statistiek buitenlandse handel Kwartaalbericht 2014- nstituut voor de nationale rekeningen Nationale Bank van België, Brussel Alle rechten voorbehouden. De volledige

Nadere informatie

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Inleiding Door de opkomst van moderne informatie- en communicatietechnologieën is het voor huishoudens eenvoudiger en goedkoper geworden om de vrije besparingen,

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2005-I

Eindexamen economie 1 vwo 2005-I Opgave 1 Nijvere Europeanen Een onderzoeksbureau heeft berekend dat de arbeidsproductiviteit per gewerkt uur in de Europese Unie (EU) gemiddeld lager is dan in de Verenigde Staten van Amerika (VS). In

Nadere informatie

Internationale handel in goederen van Nederland 2012

Internationale handel in goederen van Nederland 2012 Webartikel 2013 Internationale handel in goederen van Nederland 2012 Wiel Packbier 11-11-2013 gepubliceerd op cbs.nl Samenvatting De internationale handel in goederen is in 2012 wederom minder hard gegroeid.

Nadere informatie

: Macro-economie voor Bedrijfseconomie

: Macro-economie voor Bedrijfseconomie TENTAMEN inclusief antwoorden Vaknaam : Macro-economie voor Bedrijfseconomie Vakcode : 330091 Datum tentamen : donderdag 16 mei 2013 Duur tentamen : 3 uur Docent : Dr. B.J.A.M. van Groezen ANR : 649627

Nadere informatie

België in de Europese informatiemaatschappij. Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006

België in de Europese informatiemaatschappij. Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006 België in de Europese informatiemaatschappij Een benchmark van het bezit en het gebruik van ICT in België t.o.v. 24 Europese landen in 2006 Bezit en gebruik van ICT en Internet 1 Luxemburg 2 Litouwen 3

Nadere informatie

Veranderende verhoudingen binnen het imf

Veranderende verhoudingen binnen het imf Veranderende verhoudingen binnen het imf De robuuste groei en de relatieve stabiliteit van de wereldeconomie heeft de afgelopen jaren de rol van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) veranderd. Het Fonds

Nadere informatie

Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers

Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers EUROPESE COMMISSIE - PERSBERICHT Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers Brussel, 23 november 2011 - Tot 5 miljoen mensen, bijna tweemaal zo veel als nu, krijgen de kans om in het

Nadere informatie

Economische prognose IMF voor het GOS

Economische prognose IMF voor het GOS Economische prognose IMF voor het GOS Jan Limbeek Twee keer per jaar, in april en september of oktober, publiceert het IMF zijn World Economic Outlook, waarin het zijn economische verwachtingen voor de

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Samenvatting: dalende euro en dalende rente Nominale dekkingsgraad gedaald van 117,4% naar 115,1%

Nadere informatie

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers

IMMIGRATIE IN DE EU 85% 51% 49% Immigratie van niet-eu-burgers. Emigratie van niet-eu-burgers IMMIGRATIE IN DE EU Bron: Eurostat, 2014, tenzij anders aangegeven De gegevens verwijzen naar niet-eu-burgers van wie de vorige gewone verblijfplaats in een land buiten de EU lag en die al minstens twaalf

Nadere informatie

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I

Eindexamen economie 1-2 havo 2008-I Beoordelingsmodel Opmerking Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 ja De prijselasticiteit

Nadere informatie