Handreiking BMP-4 Olie- en gaswinningsindustrie

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Handreiking BMP-4 Olie- en gaswinningsindustrie"

Transcriptie

1 Handreiking BMP-4 Olie- en gaswinningsindustrie

2 Handreiking BMP-4 Olie- en gaswinningsindustrie Een handreiking bij het opstellen van het BMP-4 van de olie- en gaswinningsindustrie Den Haag, 15 september 2006 R050718f

3 Inhoudsopgave Foreword by Level I Inleiding Algemeen Intentieverklaring Uitvoering Milieubeleid Olie- en gaswinningsindustrie Ambitie voor de afsluitende BMP-ronde Planning Opbouw handreiking Procedure Scope van het BMP Definitie onshore en offshore Overgang BMP-3 naar BMP Administratieve lastenverlichting Maatregelen BMP-3 over naar BMP Sluiting mijnbouwinstallaties IMT Thema Verandering van Klimaat Thema Verzuring Thema Verspreiding Verwijdering Afval Bodembescherming Bodemsanering Zeebodem Verstoring Verstoring: geur en geluid op land Verstoring: externe veiligheid op land Verspilling Milieuzorg Wet- en regelgeving Minimalisatieverplichting NeR en BR NeR Besluit luchtkwaliteit Handel in CO 2 -emissierechten NEC-richtlijnen (NO x, SO 2 en NMVOS) Integrated Pollution Prevention and Control Directive (IPPC) Kaderrichtlijn Water en het Integraal Beheerplan Noordzee Kaderrichtlijn Water (KRW) Integraal Beheerplan Noordzee (IBN) OSPAR en de European Marine Strategy Verstoring: geluid Vogel- en Habitatrichtlijn, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet Stoffenbeleid (REACH) Opslag in de ondergrond Duurzaam ondernemen Definitie duurzaam ondernemen Belangrijke duurzaamheids issues Bijdrage aan duurzaam ondernemen in het BMP Algemeen Ketenbeheer Opslag in de ondergrond R050718f d.d. 15 september van 41

4 5.3.4 Biodiversiteit Decommissioning Implementatie in de BMP-4-periode Begrippenlijst Relevante literatuur en documenten Bijlage A Bijlage B Bijlage C Bijlage D Bijlage E Bijlage F Bijlage G Bijlage H Opstellen BMP; de procedure nader bezien Opstellen BMP; inhoudelijke aandachtspunten Overzicht stand van zaken IMT Kyoto-Protocol: reductie overige broeikasgassen (met name F-gassen) Brief van VROM inzake NO x Integraal Beheerplan Noordzee (IBN) Duurzaam ondernemen Gezamenlijke acties in het kader van het BMP-4 R050718f d.d. 15 september van 41

5 Foreword by Level I At the start of the CEP-4 (Company Environmental Plan) period the oil and gas industry can look back at some excellent emission reductions, for instance with regard to methane. CEP-4 will be the last company plan within the framework of the environmental covenant from Although three previous CEP rounds have lead to a large number of environmental measures bringing the Integrated Environmental Target Plan (IETP, integral setting of environmental emission reduction goals) for the oil and gas industry for 2010 within reach, we are at the point of listing the final emission reduction measures to be made. In this guideline it was attempted to provide an overview not only of the remaining tasks, but also of relevant topics on the agenda of both the national governments and the EU. It is a matter of course that changes in environmental policy since 1993 have also been taken into account in previous CEP cycles. The working group has been aiming at translating political issues into particular action items. For instance, special attention is paid to sustainability. In this way a document was created which offers companies concrete leads for drafting CEP-4. Particular attention has been paid to the minimization of the administrative burden. Level I is committed to come up with concrete proposals to further reduce the administrative burden. In preparing the CEP-4 during 2006 it is essential that authorities and industry cooperate in meeting the deadlines listed in the guideline. Level I believes that within the framework of BMP- 4 the oil and gas industry will stay committed to further realize environmental improvements. We fully trust in a successful completion of the CEP-4 period. We would like to wish all parties involved an inspiring cooperation and we hope that this guideline will contribute in the process. Ir. W.J. Bruring J.B. Gerstenlauer Deputy Managing Director VROM/KvI Chairman Level I Managing Director Wintershall Noordzee b.v. Vice chairman Level I Januari 2006 R050718f d.d. 15 september van 41

6 1 Inleiding 1.1 Algemeen Deze handreiking dient voor het tot stand brengen van de vierde ronde bedrijfsmilieuplannen (BMP-4) voor de olie- en gaswinningsindustrie. Het is een hulpmiddel voor de mijnbouwondernemingen bij het opstellen van het bedrijfsmilieuplan (BMP) en voor de overheden bij het beoordelen ervan. Daarnaast is het een hulpmiddel voor het overleg tussen beide partijen, zowel bij het opstellen van het BMP als bij de periodieke besprekingen over de uitvoering. De planperiode van het BMP-4 is van 1 januari 2007 tot en met 31 december Intentieverklaring Uitvoering Milieubeleid Olie- en gaswinningsindustrie De intentieverklaring voor de olie- en gaswinningsindustrie, hierna ook wel het convenant genoemd, is op 2 juni 1995 ondertekend door respectievelijk de ministers van Volkshuisvesting Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), Verkeer en Waterstaat (V&W) en Economische Zaken (EZ) en de Nederlandse Olie en Gas Exploratie en Produktie Associatie (NOGEPA). Het convenant is daarnaast individueel ondertekend door alle maatschappijen die zijn betrokken bij de opsporing en winning van olie en gas in Nederland, behalve ATP die geen emissies heeft, ook wel 'mijnbouwondernemingen genoemd. Het convenant heeft een looptijd tot en met 31 december De bedrijfstak en de genoemde ministeries hebben doelen en afspraken vastgelegd in de intentieverklaring. De taakstellingen voor diverse onderdelen van het milieubeleid zijn vastgelegd in de zogenaamde Integrale Milieutaakstelling (IMT), die onderdeel is van de intentieverklaring. De realisatie van de IMT is een inspanningsverplichting voor de bedrijfstak als geheel. De taakstellingen gelden niet per individueel bedrijf. De deelnemende mijnbouwondernemingen verplichten zich tot het vierjaarlijks opstellen van een BMP. Het eerste BMP liep van 1995 tot en met 1998, zie ook Tabel 1. Hierna volgde het BMP-2, dat liep van 1999 tot en met In 2002 is een doorstart met het convenant gemaakt, omdat de convenantpartners mogelijkheden tot verbeteringen zagen bij het convenantuitvoeringsproces en het waarborgen van het integrale karakter daarvan. Om deze verbeteringen gestalte te geven, is een beroep gedaan op de ervaring die het Ministerie van VROM heeft opgebouwd met FO-Industrie in het beheer van het convenantproces. Dit heeft er toe geleid dat in goed overleg met alle betrokkenen besloten is om VROM in samenwerking met FO-Industrie te belasten met de rol van procestrekker. Tabel 1 Fasen van het convenant olie- en gaswinningsindustrie Olie- en gaswinningsindustrie BMP BMP-2 BMP-3 BMP-4 Een BMP heeft een taakstellend karakter, waarbij de plannen integraal beschrijven wat de voorgenomen activiteiten en inspanningen zijn van de mijnbouwonderneming op milieugebied. Het BMP is een strategisch plan voor een periode van vier jaar. Jaarlijks rapporteert de mijnbouwonderneming over de uitvoering van het BMP middels het milieujaarverslag (MJV). Bij de uit te voeren milieumaatregelen in het beschrijvend deel wordt onderscheid gemaakt tussen zekere en voorwaardelijke maatregelen. Een verklaring van deze begrippen is in het onderstaande kader weergegeven. R050718f d.d. 15 september van 41

7 Zekere maatregel (Z): de maatregel zal zonder meer worden getroffen. De maatregelen zijn bekend en er zijn geen belemmeringen meer om tot invoering over te gaan. Voorwaardelijke maatregel (V): de maatregel zal worden uitgevoerd indien aan een of meer expliciet omschreven voorwaarden wordt voldaan. De voorwaarden kunnen betrekking hebben op technische, milieuhygiënische, economische of juridische (internationale) haalbaarheid. Is er sprake van voorwaardelijke maatregelen, dan geeft de mijnbouwonderneming aan welke acties ondernomen zullen worden om aan de voorwaarden te voldoen. 1.3 Ambitie voor de afsluitende BMP-ronde Door Level I van de olie- en gaswinningsindustrie is de ambitie uitgesproken om als gezamenlijke olie- en gaswinningsindustrie al het mogelijke te doen om de IMT-2010 te realiseren. Daarnaast is Level I van mening dat het bijzonder efficiënt is om onderwerpen die naar verwachting in de looptijd van BMP-4 een wettelijke basis krijgen, op te nemen in dit BMP. Op deze wijze kunnen alle relevante milieuaspecten integraal behandeld en beoordeeld worden. Door de industrie is tenslotte aangegeven dat zij in deze BMP-periode ook aandacht willen besteden aan duurzaam ondernemen. In de Intentieverklaring Uitvoering Milieubeleid Olie- en gaswinningsindustrie is reeds opgenomen dat de minister van Economische Zaken, indien het BMP betrekking heeft op een inrichting waarvoor een vergunningsplicht geldt, er zorg voor zal dragen dat de relevante maatregelen van het BMP in de vergunning zullen worden geformaliseerd. Deze werkwijze wordt bij onshore mijnbouwinstallaties al geruime tijd toegepast. Sinds de inwerkingtreding van de Mijnbouwwet in 2003 hebben de mijnbouwondernemingen voor de offshore mijnbouwinstallaties een merendeel lege vergunning. Level I is dan ook van mening dat het bepaalde in het convenant nu ook vorm kan krijgen voor deze offshore mijnbouwinstallaties. De ambitie voor de afsluitende BMP-ronde is dan ook om bij relevante wijzigingen van de vergunning de zekere maatregelen uit het BMP te formaliseren in de mijnbouwmilieuvergunning. 1.4 Planning Door Level I van de olie- en gaswinningsindustrie is de volgende fasering in de tijd en de bijbehorende planning ten behoeve van het opstellen en beoordelen van het BMP-4 vastgesteld. De start van de BMP-4-periode is op 1 januari Deze handreiking en de bijbehorende BMP-tabel zijn door Level I vastgesteld. In Tabel 2 is de verdere planning, behorende bij het BMP-4-proces weergegeven. Tabel 2 Planning bij het opstellen en beoordelen van het BMP-4 1 Actie Termijn Opstellen ontwerp-bmp-4 1 maart oktober 2006 Beoordelen ontwerp-bmp-4 1 oktober januari 2007 Opstellen definitief BMP-4 1 januari februari 2007 Beoordelen definitief BMP-4 1 februari april 2007 De termijnen van de bovenstaande BMP-procedure zijn in overleg tussen de betrokken partijen overeengekomen. 1 Door een personele wisseling bij het coördinerend bevoegd gezag hebben de meeste startbijeenkomsten pas in april 2006 plaatsgevonden. In de Level II vergadering d.d. 27 april 2006 is besloten de planning van het opstellen en beoordelen van het BMP-4 van de olie- en gaswinningsindustrie met drie maanden uit te stellen. Afgesproken is dat de aangepaste planning in principe uitgangspunt is, maar dat de intentie is te streven naar 1 januari R050718f d.d. 15 september van 41

8 De bovengenoemde planning, inclusief de processtappen, vormt de basis voor het opstellen en beoordelen van het BMP-4, maar in overleg tussen mijnbouwonderneming en bevoegd gezag kan ook gekozen worden voor een alternatieve planning. Indien er na de startbijeenkomst structureel overleg is tussen mijnbouwonderneming en bevoegd gezag is het mogelijk dat het ontwerp-bmp-4, bij een positieve beoordeling, de status van definitief BMP-4 krijgt. Hierdoor gaat geen onnodige tijd verloren in de staart van het proces, te weten de (kleine) aanpassingen van het ontwerp en vervolgens weer de formele beoordeling van het definitieve BMP-4. Deze werkwijze verdient dan ook de voorkeur boven de in Tabel 2 genoemde planning. Verzendprocedure De verzendprocedure is als volgt: De mijnbouwonderneming is verantwoordelijk voor de verzending van het BMP aan het bevoegd gezag inclusief het getalsmatig deel (de BMP-4-tabel). Aangezien het ontwerp- BMP al ter inzage wordt gelegd, is afgesproken dat deze verzending op papier plaatsvindt. De mijnbouwonderneming verzendt derhalve het BMP aan het coördinerend bevoegd gezag, zijnde het Ministerie van EZ (in tweevoud) en voorts twee exemplaren naar het Ministerie van V&W, twee exemplaren aan Staatstoezicht op de Mijnen en één aan het Ministerie van VROM en aan FO-Industrie. Voor het opstellen van het getalsmatig deel wordt een standaardformat in Excel beschikbaar gesteld. Van elke mijnbouwonderneming wordt verwacht dat zij deze BMP-4-tabel ook digitaal versturen naar de bevoegde gezagen. Voor de verwerking van de BMP s is het van belang dat FO-Industrie van elk BMP een versie van het beoordeelde BMP-4 en de digitale BMP-4-tabel (in Excel format) ontvangt van het coördinerend bevoegd gezag. Startbijeenkomst Het is de bedoeling dat de mijnbouwondernemingen en de overheden een afspraak maken voor een individuele startbijeenkomst, zoals bedoeld in de leidraad voor het opstellen van BMP s. 1.5 Opbouw handreiking In deze handreiking is een driedeling aangebracht. Deze driedeling heeft betrekking op de volgende vragen: Wat wordt van de mijnbouwondernemingen verwacht in het kader van de richtinggevende IMT-2010 (zie Hoofdstuk 3)? Wat wordt van de mijnbouwondernemingen verwacht op basis van wet- en regelgeving die in de BMP-4-periode (naar verwachting) van kracht zal worden of van kracht is, maar (naar verwachting) verder zal uitkristalliseren (zie Hoofdstuk 4)? Wat zijn de gezamenlijke acties in het kader van duurzaam ondernemen van mijnbouwondernemingen en overheid, die zich merendeels niet lenen voor opname in de milieuvergunning (zie Hoofdstuk 5)? In de handreiking is tevens een begrippenlijst (Hoofdstuk 6) en een literatuurlijst (Hoofdstuk 7) opgenomen. Achtergrondinformatie over de onderwerpen is opgenomen in de bijlagen. In Bijlage H zijn de acties opgenomen die NOGEPA, al dan niet gezamenlijk met de overheden, gedurende de BMP-periode zal uitvoeren. 1.6 Procedure Leidraad voor het opstellen van bedrijfsmilieuplannen De Leidraad voor het opstellen van bedrijfsmilieuplannen is bij aanvang van het BMP-3 verspreid onder de betrokken partijen. De leidraad is opgesteld ten behoeve van mijnbouwondernemingen die een BMP opstellen en overheden die deze BMP s beoordelen. De basisprocedure is beschreven in hoofdstuk 2 tot en met 7 van de leidraad. Deze leidraad is eventueel nog verkrijgbaar bij FO-Industrie. Bij het opstellen van deze handreiking is er vanuit gegaan dat de lezer bekend is met de inhoud van de leidraad. Mocht u het document nog niet gelezen hebben, dan wordt u met klem R050718f d.d. 15 september van 41

9 geadviseerd dit eerst alsnog te doen. Voor nadere informatie wordt verwezen naar Bijlage A en Bijlage B. 1.7 Scope van het BMP In het BMP worden die emissies meegenomen die te relateren zijn aan de exploitatie van olie en gas, onshore of offshore. Emissies naar water (ten gevolge van boorspoeling met chemicalien) die gerelateerd zijn aan booractiviteiten moeten wel worden opgenomen in het BMP, maar niet in de BMP-tabel. Emissies naar lucht ten gevolge van boor- of transportactiviteiten kunnen in het BMP opgenomen worden. Ook deze emissies moeten niet in de BMP-tabel opgenomen worden. Dit om een eenduidige monitoring op bedrijfstakniveau veilig te stellen. Bij het beschikbaar stellen van de genoemde BMP-tabel zal tevens een invulinstructie worden gepresenteerd. 1.8 Definitie onshore en offshore Het onderscheid tussen onshore en offshore dateert van het vroegere mijnwetstelsel. De regels voor mijnbouw in de Mijnwet 1810 en de Mijnwet 1903 verschilden materieel van de regelingen onder de Mijnwet Continentaal Plat. Met de invoering van de Mijnbouwwet is aan de onoverzichtelijke juridische situatie een eind gemaakt. Voor de hele mijnbouw geldt één wettelijk stelsel waarin op enkele punten nog verschillen in regels te ontdekken zijn; met name de verschillen tussen mijnbouw op land en mijnbouw op zee. Het begrip continentaal plat is hierbij ook van belang; het is omschreven in artikel 1 onder c van de Mijnbouwwet en wordt gekoppeld aan de wet Grenzen Nederlandse territoriale zee, wat in dagelijks spraakgebruik samenvalt met de twaalf mijlslijn gerekend vanaf de laagwaterlijn. Benamingen in de handreiking Indien voor mijnbouw op land en in water verschil wordt gemaakt, wordt dit bij het desbetreffende onderwerp nader toegelicht op basis van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, zie ook Figuur 1. De mijnbouw onderscheidt zich hierin niet van andere industriële activiteiten. Met de begrippen onshore en op land wordt in deze handreiking derhalve hetzelfde bedoeld. Evenzo is offshore gelijkgesteld met op zee. R050718f d.d. 15 september van 41

10 Figuur 1 Schema met werkingsgebied van wet- en regelgeving 1 km (1) 12 mijl Land Territoriaal water Exclusieve Economische Zone (Nederlands Continentaal Plat) WVO WVVS WVZ Ffw Nbw Wm Wro (2) Wbr Mtw Ww Wbon Svw (3) Win Vw Ow Wbb Mbw Tw Ffw - Flora- en faunawet Wbon - Wet bestrijding ongevallen Noordzee Nbw - Natuurbeschermingswet 1967 en 1998 Wbr - Wet beheer rijkswaterstaatswerken Mbw - Mijnbouwwet Win - Wet installaties Noordzee Mtw - Monumentenwet Wm - Wet milieubeheer Ow - Ontgrondingenwet Wro - Wet op de ruimtelijke ordening Svw - Scheepvaartverkeerswet Wvo - Wet verontreiniging oppervlaktewateren TW - Tracéwet Wvvs - Wet voorkoming verontreiniging door schepen Vw - Visserijwet Wvz - Wet verontreiniging zeewater Wbb - Wet bodembescherming Ww - Wrakkenwet (1) i.v.m. Wro (2) Bevat basis om verantwoordelijkheden en bevoegdheden van toepassing te laten zijn in EEZ Toekomstige uitbreiding voor EEZ (3) In beperkte mate van toepassing in EEZ R050718f d.d. 15 september van 41

11 2 Overgang BMP-3 naar BMP Administratieve lastenverlichting Bij de start van het BMP-4-proces is zowel door het bedrijfsleven als door de overheidspartijen aangegeven dat de vermindering van administratieve lasten een aandachtspunt is. Bij het opstellen van deze handreiking is dan ook in beeld gebracht hoe de administratieve lasten verminderd kunnen worden. Hieronder worden enkele resultaten genoemd. Rapportageformat Onderzocht is of er mogelijkheden zijn om het format waarmee de individuele mijnbouwondernemingen over de jaarlijkse voortgang van de milieuprestaties rapporteren (MJV) dusdanig aan te passen dat er nog slechts op één moment via één loket moet worden gerapporteerd. Geconstateerd is dat gedurende de BMP-3-periode inmiddels een aantal wijzigingen in het format hebben plaatsgevonden om rapportages te integreren. Vanaf 2005 rapporteren de mijnbouwondernemingen via het MJV ook over de voortgang van de zogenaamde vergroeningsplannen. In 2006 zal de rapportage over het gebruik en de lozing van mijnbouwhulpstoffen (ten behoeve van de OSPAR-rapportage) eveneens geïntegreerd worden in het MJV, zie hiervoor ook paragraaf 3.3 en BMP-4-procedure Zoals in paragraaf 1.4 is aangegeven wordt de mogelijkheid geboden om (door structureel tussentijds overleg) het ontwerp-bmp te beoordelen als een definitief BMP. Hierdoor gaat geen onnodige tijd verloren in de start van het proces. Monitoringontwikkelingen in het bedrijfstakoverleg In Level I zal gedurende de BMP-4-periode verder worden nagegaan welke mogelijkheden er zijn om bij de uitvoering van het milieubeleid voor de olie- en gaswinningsindustrie de administratieve lasten zoveel mogelijk te beperken. 2.2 Maatregelen BMP-3 over naar BMP-4 In de tekst van de intentieverklaring is aangegeven dat zekere maatregelen zeker zijn voor wat de termijn betreft van feitelijke realiseerbaarheid. Dit betekent in feite dus dat nog niet genomen, zekere maatregelen uit het BMP-3 in ieder geval als zekere maatregel worden opgenomen in het BMP-4. Zie ook paragraaf 3.6 uit Bijlage III van de intentieverklaring. 2.3 Sluiting mijnbouwinstallaties In deze BMP-4-periode zullen naar verwachting voorbereidingsactiviteiten voor sluiting van vaste mijnbouwinstallaties worden gestart. In het BMP-4 wordt een prognose gegeven van de levensduur van de mijnbouwinstallaties. In de jaarlijkse voortgangsrapportages (MJV) wordt deze prognose van de levensduur jaarlijks geactualiseerd. Mijnbouwinstallaties die conform prognoses uit eerdere BMP s voor 2005 het einde van hun economische levensduur zouden bereiken, maar nog steeds produceren dienen te voldoen aan de bepalingen uit de BR NeR (1996). In het traject van het opstellen van het BMP-4 wordt door de mijnbouwondernemingen vastgesteld welke installaties niet aan de bepalingen uit de BR NeR (1996) voldoen, waarna in overleg met het bevoegd gezag een passende regeling voor de BMP-4-periode wordt bepaald. R050718f d.d. 15 september van 41

12 3 IMT In Bijlage C is een overzicht opgenomen van de stand van zaken betreffende de realisatie van de IMT voor 2010, over het jaar Deze gegevens zijn afkomstig uit de jaarrapportage 2003, de meest recente beschikbare jaarrapportage. In de volgende alinea s is per thema in het kort de stand van zaken weergegeven. 3.1 Thema Verandering van Klimaat Tabel 3 Stand van zaken IMT thema Verandering van Klimaat Reductie in 2003 (ten opzichte van 1990) Prognose 2010 (op basis van BMP-3) Doelstelling 2010 (IMT) CFK s 100% 100% 100% HCFK s 89% 100% 80% Halonen 98% 100% 100% CH 4 71% 88% nvt* * Voor CH 4 is geen doelstelling voor 2010 gedefinieerd. De doelstelling voor 2000 bedroeg 10% reductie. Ozonlaag aantastende stoffen (CFK s, HCFK s en halonen) De doelstellingen in de IMT voor CFK's, HCFK's en halonen zijn merendeels kwalitatief van aard, die tenminste voldoen aan in internationaal verband gemaakte afspraken om het gebruik van stoffen die de ozonlaag aantasten, terug te dringen. Deze afspraken, waaraan ook Nederland is gebonden, zijn in 1989 vastgelegd in het Protocol van Montreal. De Europese Commissie heeft in 2000 dit protocol opnieuw uitgewerkt en aangescherpt in de Europese Verordening betreffende de ozonlaag afbrekende stoffen (Verordening 2037/2000, zie ook Bijlage D), omvattende: het vervangen van halonen door alternatieven; het zoveel mogelijk reduceren van de consumptie van HCFK's. Ten aanzien van de doelstellingen opgenomen in het convenant is er al veel bereikt. CFK s worden niet meer gebruikt. De lekverliezen van koelinstallaties gevuld met HCFK s en HFK s zijn teruggebracht tot een absoluut minimum. Onshore is het lekdichtheidsbesluit van kracht, uitgaande van de doelstellingsnorm 1% lekverliezen per jaar. Offshore is dit besluit weliswaar niet van kracht maar er wordt in overleg met het bevoegd gezag naar gestreefd om ook hier aan het besluit te voldoen. Momenteel is voor de olie- en gaswinningsindustrie van belang dat het gebruik van HCFK's als koelmiddel wordt uitgefaseerd. Met ingang van 1 januari 2010 is het gebruik van nieuw geproduceerde HCFK's voor onderhoud van op die datum bestaande koel- en klimaatregelingapparatuur verboden; met ingang van 1 januari 2015 is het gebruik van alle HCFK s verboden (zie tevens Bijlage D). Opgemerkt wordt dat de F-gassen-verordening ook voor de olie- en gaswinningsindustrie van toepassing is, zie hiervoor Bijlage D. In overeenstemming met de EG-verordening nr.2037/2000 zal het gebruik van halon 1301 voor het inert maken van bemande ruimten waarin brandbare vloeistoffen en/of gassen kunnen vrijkomen in de olie- en gassector ook na 1 januari 2004 worden toegestaan, tenzij de Europese Commissie aan deze uitzondering een einde maakt. Bijvullen van installaties vindt plaats door halonen in te kopen bij de halonenbank. R050718f d.d. 15 september van 41

13 De mijnbouwondernemingen nemen in het BMP-4 op: of de gassen genoemd in de verordening 2037/2000 (CFK s, HCFK s en halonen) en F- gassenverordening (HFK s en PFK s en SF6) worden gebruikt en welke maatregelen ter reductie van de emissies van HCFK s en HFK s worden voorzien; indien van toepassing, welke maatregelen overwogen worden om aan de bepalingen van deze verordeningen te kunnen voldoen; welke eventuele uitgevoerde of geplande maatregelen er zijn ter vervanging van HCFK s door minder schadelijke koelmiddelen. Methaan (CH 4 ) De IMT-2000 is in het jaar 2000 ruimschoots gerealiseerd, te weten een reductie van 64% ten opzichte van 1990, terwijl de IMT 10% reductie nastreefde. NOGEPA heeft bij de ondertekening van het convenant reeds aangegeven dat aanvullend op deze doelstelling een reductie van 40% tot de mogelijkheden zou behoren. Deze vrijwillige doelstelling is derhalve ook gehaald. In de IMT is geen doelstelling voor de reductie van CH 4 in 2010 opgenomen. Op basis van het Reductieprogramma Overige Broeikasgassen (nieuw beleid, zie ook Bijlage D) is afgesproken om in de periode tot 2010 een reductie van 7 kton te realiseren, hetgeen zich vertaalt in een reductie van ruim 70% ten opzichte van In 2003 was reeds 71% reductie ten opzichte van 1990 gerealiseerd. In 2005 is in de Europese Unie (EU) emissiehandel in broeikasgassen van start gegaan. In de eerste fase ( ) zijn alleen CO 2 -emissies in het emissiehandelsysteem opgenomen. Het is onwaarschijnlijk dat daarnaast ook CH 4 -emissies in de tweede fase ( ) zullen worden opgenomen in dit EU-emissiehandelsysteem. De mijnbouwondernemingen nemen in het BMP-4 op: welke maatregelen ter reductie van de emissies van CH 4 worden voorzien. CO 2 De doelstelling in de IMT met betrekking tot de reductie van CO 2 -emissies is gerelateerd aan de energie-efficiency. De doelstelling van de Meerjarenafspraak (MJA1), te weten 20% verbetering van de energie-efficiency in 2000 ten opzichte van 1989, is ruimschoots gerealiseerd. Voor de verdere reductie van CO 2 is met de olie- en gaswinningsindustrie de MJA2 afgesloten. In het BMP-4 wordt de maatschappijen gevraagd de geëmitteerde hoeveelheden CO 2 en de gerealiseerde energie-efficiency index voor de gevraagde jaren te rapporteren. De rapportage over de uitvoering van de MJA2 (onder andere de energie-efficiency index, EEI) zal plaatsvinden in het kader van het MJV. De mijnbouwondernemingen nemen in het BMP-4 op: welke maatregelen ter reductie van de emissies van CO 2 worden voorzien, evenals de EEI Sinds 2005 is tevens de handel in CO 2 -emissierechten in werking getreden, zie hiervoor paragraaf 4.3. Tenslotte wordt nog verwezen naar paragraaf waar de opslag van CO 2 in de ondergrond behandeld wordt. R050718f d.d. 15 september van 41

14 3.2 Thema Verzuring Tabel 4 Stand van zaken IMT thema Verzuring Reductie in 2003 (ten opzichte van 1990) Prognose 2010 (op basis van BMP-3) Doelstelling 2010 (IMT) SO 2 73% 95% 90% NO x 24% 61% 90%* Reductie in 2003 ten opzichte van 2000 Prognose 2010 (op basis van BMP-3) VOS-reductieplan VOS 6% 78% 30% * Voor de emissie van NO x is door de industrie bij de ondertekening van het convenant aangegeven dat een reductiepercentage van 10-20% realistisch zou zijn. Voor de emissie van verzurende stoffen zijn in 2001 door de EU met de NEC-richtlijn (National Emissions Ceilings) aan Nederland emissieplafonds opgelegd, zie ook paragraaf 4.4. Bij de uitvoering van het convenant heeft dit voor SO 2, NO x en VOS de in de navolgende paragrafen beschreven consequenties. SO 2 Voor SO 2 blijft deze richtinggevende IMT-2010-doelstelling gehandhaafd. De mijnbouwondernemingen nemen in het BMP-4 op: welke maatregelen ter reductie van de emissies van SO 2 worden. NO x Met de sector is afgesproken dat de offshore olie- en gaswinningsbedrijven op 1 januari 2009 zullen instappen in het systeem van handel in NO x -emissierechten. Tot deze datum zal reductie van NO x plaatsvinden binnen de vigerende wet- en regelgeving en daarbij behorende uitvoeringsafspraken. Deze verdere reductie van NO x tot aan de instap in emissiehandel zal mede worden bevorderd door een aanpassing van de Bijzondere Regeling in de NeR, die beoogt de emissie-eisen voor nieuwe gasturbines en glycolregeneratiefornuizen in lijn te brengen met de eisen in BEES A, zie ook Bijlage H. Conform de afspraak met betrekking tot de instap in de NO x -emissiehandel, zullen de mijnbouwondernemingen voor hun productielocaties in het BMP-4 een reductieschema aangeven tot aan de bedoelde instap. Richtsnoer is daarbij dat de NO x -emissie van de desbetreffende installaties op 1 januari 2009 een niveau van circa 65g/GJ zal hebben bereikt. Onderdeel van de afspraak is dat offshore installaties die voor 1 januari 2011 sluiten (niet meer in werking zijn), zijn uitgezonderd van de werkingssfeer van de handel in NO x -emissierechten. Voor de desbetreffende installaties blijft tot de datum van hun sluiting het huidige wettelijke kader van toepassing. Dat betekent dat deze installaties de normale Stand der Techniek/BBT maatregelen zullen treffen. In verband hiermee zullen de mijnbouwondernemingen in het BMP-4 aangeven welke van hun productielocaties voor 1 januari 2011 sluiten respectievelijk welke maatregelen tot de datum van sluiting genomen zullen worden. Zie hiervoor ook de brief van VROM aan NOGEPA van 6 juli 2004 (kenmerk KVI ) in Bijlage E. De mijnbouwondernemingen nemen (voor offshore mijnbouwinstallaties) in het BMP-4 op: welke offshore mijnbouwinstallaties voor 1 januari 2011 zullen sluiten. Via NOGEPA zal vervolgens een totale lijst worden opgesteld conform afspraken met VROM, zie ook Bijlage H. welke maatregelen op de desbetreffende mijnbouwinstallaties tot het moment van sluiten genomen zullen worden. R050718f d.d. 15 september van 41

15 De onshore mijnbouwinstallaties met een opgesteld vermogen van minimaal 20MW thermisch nemen sinds medio 2005 deel aan de handel in NO x -emissierechten. De mijnbouwondernemingen nemen (voor onshore mijnbouwinstallaties) in het BMP-4 op: of zij per 1 juli 2005 en NO x -emissievergunning hadden; indien de mijnbouwonderneming deelneemt aan de handel in NO x -emissierechten, wat de emissiereductie is als gevolg van het treffen van maatregelen (zowel verbrandingsemissies als procesemissies). Hierbij wordt opgemerkt dat het bevoegd gezag zich bij de deelname aan de handel in NO x -emissierechten terughoudend opstelt; indien de mijnbouwonderneming niet deelneemt aan de handel in NO x -emissierechten, op welke wijze wordt bijgedragen aan de reductie van NO x door het treffen van maatregelen. VOS (NMVOS) Met het oog op de afspraken in internationaal verband (NEC-plafond, zie ook paragraaf 4.4) is met het bedrijfsleven een industriebrede inspanningsverplichting overeengekomen van 30% reductie in 2010 ten opzichte van het niveau in Voor de olie- en gaswinningsindustrie is dit vertaald in een 30% reductie ten opzichte van de IMT-doelstelling voor Op basis van de huidige prognoses voor de emissies in 2010 lijkt deze nieuwe taakstelling haalbaar. In het BPM-4 nemen de mijnbouwondernemingen op welke maatregelen zij deze periode nog zullen treffen. De mijnbouwondernemingen nemen in het BMP-4 op: welke maatregelen ter reductie van de emissies van VOS worden voorzien en beschrijven deze in het BMP. Met het oog op de afspraak in de Projectgroep Nationaal Reductieplan VOS om naast de emissies van VOS ook zo veel mogelijk de uitvoering van VOS-reductiemaatregelen te monitoren, zullen de mijnbouwondernemingen deze rapportage over de realisatie van VOS-maatregelen opnemen in de jaarlijkse rapportage (MJV). 3.3 Thema Verspreiding Productiewater Na het vaststellen van het document Convenant werkgroep injectie productiewater is de werkgroep, die tijdens de BMP-3-periode heeft gefunctioneerd, niet meer bijeen geweest. Voor injectie op land is het onderscheid binnen of buiten de inrichting onder meer relevant voor de bevoegdheidsverdeling, maar zijn de milieuhygiënische randvoorwaarden voldoende duidelijk; productiewater en schoon water als regenwater kunnen wanneer de mijnbouwhulpstoffen tot een minimum zijn beperkt zonder restricties worden geïnjecteerd, voor andere afvalwaterstromen dient middels een levenscyclusanalyse (LCA) of milieueffectrapportage (MER) aangetoond te worden dat injectie doelmatig is en milieuhygiënische voorkeur heeft. Dit afwegingskader heeft een nadere aanvulling gekregen in de vorm van randvoorwaarden als alternatief gebruik van de reservoirs, mate van terugneembaarheid en korte- en lange termijn risico s. Op zee zijn de randvoorwaarden voor zogeheten onsite injectie voldoende duidelijk. Ten tijde van de laatste bijeenkomst van de werkgroep injectie waren er geen reële mogelijkheden voor offsite injectie van productiewater. Thans bestaan concrete mogelijkheden voor offsite injectie van productiewater en binnen de overheid vindt overleg plaats tussen betrokken overheden over de juridische randvoorwaarden. Indien dit alles uiterlijk 1 maart 2006 duidelijk is geworden, zullen de mijnbouwondernemingen mogelijkheden voor offsite herinjectie, voor zover relevant, onderzoeken. De resultaten worden in het BMP opgenomen. Onsite herinjectie wordt aangemerkt als Stand der Techniek en draagt bij aan het voorkomen van lozing van alle onder het thema Verspreiding genoemde stoffen. Vooral op olieproduceren- R050718f d.d. 15 september van 41

Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie

Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie KOSTEN EFFECTIVITEIT VOS MAATREGELEN 2010 Achtergronddocument Energieproductie/Nogepa Jochem Jantzen Henk van der Woerd 6 oktober 2003 Instituut voor Toegepaste Milieu-Economie (TME) Hogeveenseweg 24 2631

Nadere informatie

(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan.

(Voorlopige) verwijdering Uitvoer voor storten is op grond van nationale zelfverzorging in beginsel niet toegestaan. TEKST SECTORPLAN 17 (onderdeel LAP) Sectorplan 17 Reststoffen van drinkwaterbereiding I Afbakening Reststoffen van drinkwaterbereiding komen vrij bij de bereiding van drinkwater. Deze reststoffen zijn

Nadere informatie

drukhouders Sectorplan 70: CFK s, HCFK s, HFK s en halonen Beleidskader

drukhouders Sectorplan 70: CFK s, HCFK s, HFK s en halonen Beleidskader TEKST SECTORPLAN 45 (onderdeel LAP) Sectorplan 45 Brandblussers I Afbakening Dit sectorplan heeft betrekking op de verwerking van brandblussers. Onderstaand - niet limitatief bedoeld - overzicht bevat

Nadere informatie

sectorplan 27 Industrieel afvalwater

sectorplan 27 Industrieel afvalwater sectorplan Industrieel afvalwater 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Industriële afvalwaterstromen (niet reinigbaar in biologische afvalwaterzuiveringsinstallaties) 2. Belangrijkste bronnen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 002 Wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet in verband met uitbreiding van de werkingssfeer van beide wetten naar

Nadere informatie

Onderwerp: Implementatie OSPAR maatregelen (besluiten en aanbevelingen); meer in het bijzonder de implementatie van de BAT/BEP aanbevelingen.

Onderwerp: Implementatie OSPAR maatregelen (besluiten en aanbevelingen); meer in het bijzonder de implementatie van de BAT/BEP aanbevelingen. Aan: Van: de Commissie integraal waterbeheer (CIW) het periodiek overleg van DGM, Unie, IPO en VNG (DUIV) de OSPAR nationale implementatie werkgroep Onderwerp: Implementatie OSPAR maatregelen (besluiten

Nadere informatie

Energie management Actieplan

Energie management Actieplan Energie management Actieplan Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Auteur: Mariëlle de Gans - Hekman Datum: 30 september 2015 Versie: 1.0 Status: Concept Inhoudsopgave 1 Inleiding... 2 2 Doelstellingen...

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. handelende in overeenstemming met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 5289 6 april 2010 Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 26 maart 2010, nr. 115877, houdende

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4 2513 AA 's-gravenhage Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Factuuradres Postbus 16180 2500 BD Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen)

Nadere informatie

sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden

sectorplan 3 Restafval van handel, diensten en overheden sectorplan Restafval van handel, diensten en overheden 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Organisch afval, papier/karton, kunststoffen 2. Belangrijkste bronnen HDO-sectoren. Aanbod in

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2005 664 Besluit van 12 december 2005, houdende regels met betrekking tot de instelling van een nationaal inventarisatiesysteem voor broeikasgassen

Nadere informatie

Sectorplan 4 Afval van onderhoud van openbare ruimten

Sectorplan 4 Afval van onderhoud van openbare ruimten Sectorplan 4 Afval van onderhoud van openbare ruimten 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalfracties Veegafval, marktafval, drijfafval, zwerfafval en slib 2. Belangrijkste bronnen diversen 3. Aanbod

Nadere informatie

Energiemanagementprogramma HEVO B.V.

Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Energiemanagementprogramma HEVO B.V. Opdrachtgever HEVO B.V. Project CO2 prestatieladder Datum 7 december 2010 Referentie 1000110-0154.3.0 Auteur mevrouw ir. C.D. Koolen Niets uit deze uitgave mag zonder

Nadere informatie

DEFINITIEVE VERGUNNING. EEW Energy from Waste Delfzijl BV

DEFINITIEVE VERGUNNING. EEW Energy from Waste Delfzijl BV DEFINITIEVE VERGUNNING verleend aan EEW Energy from Waste Delfzijl BV ten behoeve van de activiteit het wijzigen van de verwerkingscapaciteit (locatie: Oosterhorn 38, 9936 HD te Farmsum) Groningen, 17

Nadere informatie

(CMC) composteren; grof doorploegen van wet en regelgeving

(CMC) composteren; grof doorploegen van wet en regelgeving (CMC) composteren; grof doorploegen van wet en regelgeving Compositie van beelden en uitspraken van verschillende bronnen Tbv verduidelijking en discussie, niet om er rechten aan te ontlenen Het speelveld

Nadere informatie

Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland)

Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland) 21 september 2009 Toelichting bij de procedure voor de bouw van een 2 de kerncentrale te Borssele (Nederland) Inleiding In een gezamenlijke brief van 17 september 2008 aan de Nederlandse Tweede Kamer hebben

Nadere informatie

GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN

GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN GEDEPUTEERDE STATEN DER PROVINCIE GRONINGEN Groningen, 2 oktober 2001 Nr. 2001-16006/40, RMM Verzonden: 10 oktober 2001 Beslissen bij dit besluit op de aanvraag tot het veranderen van de vergunning ingevolge

Nadere informatie

S A U S R R A O E. Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen

S A U S R R A O E. Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen S R L G S A H R R U T Y O U A E E D R A F O R A S Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen Eolus Naar lagere lokale emissies in de stadsregio Arnhem Nijmegen Het programma Eolus beantwoordt

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm

VOORSCHRIFTEN. behorende bij de veranderingsvergunning Wm VOORSCHRIFTEN behorende bij de veranderingsvergunning Wm betreffende het voornemen tot het reinigen van afvalwater van derden in de bestaande Biologische Voorzuivering Installatie (BVZI) Attero Noord BV

Nadere informatie

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting

VOORSCHRIFTEN. behorende bij het ontwerpbesluit. betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting VOORSCHRIFTEN behorende bij het ontwerpbesluit betreffende de Wet milieubeheer voor de inrichting Jellice Pioneer Europe te Kapitein Antiferstraat 31 te Emmen 2 INHOUDSOPGAVE 1 OPSLAG GEVAARLIJKE STOFFEN

Nadere informatie

C.V.I. 1.4 Milieuzorgsysteem

C.V.I. 1.4 Milieuzorgsysteem 1 MILIEUZORG 1.4 MILIEUZORGSYSTEEM Auteur : Ing. T.J. Verkleij TNO Voeding Zeist november 2000 blad 1 van 7 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING.......................................................... 3 2 INTENTIEVERKLARING

Nadere informatie

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties

BIJLAGE V. Technische bepalingen inzake stookinstallaties. Deel 1. Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties BIJLAGE V Technische bepalingen inzake stookinstallaties Deel 1 Emissiegrenswaarden voor de in artikel 32, lid 2, bedoelde stookinstallaties 1. Alle emissiegrenswaarden worden berekend bij een temperatuur

Nadere informatie

Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) op de waterkwaliteit.

Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit Open Teelt en Veehouderij (LOTV) op de waterkwaliteit. Ministerie van Verkeer en Waterstaat Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling/RIZA Samenvatting van: Effecten van het Lozingenbesluit

Nadere informatie

21.10.2015 A8-0249/139. Door de Commissie voorgestelde tekst

21.10.2015 A8-0249/139. Door de Commissie voorgestelde tekst 21.10.2015 A8-0249/139 139 Jens Rohde e.a. Artikel 4 lid 1 1. De lidstaten beperken op zijn minst hun jaarlijkse antropogene emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx), vluchtige organische

Nadere informatie

Bijlage E: samenvatting convenanten energie efficiency

Bijlage E: samenvatting convenanten energie efficiency Bijlage E: samenvatting convenanten energie efficiency 1. Het Convenant Benchmarking energie efficiency Op 6 juli 1999 sloot de Nederlandse overheid met de industrie het Convenant Benchmarking energieefficiency.

Nadere informatie

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11

Inhoud. Voorwoord. Leeswijzer 7. 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9. 2 Stappenplan bevoegd gezag 11 Inhoud Voorwoord Leeswijzer 7 1 Toelichting op het benchmark-convenant 9 2 Stappenplan bevoegd gezag 11 3 Vergunningverlening bij convenantbedrijven 17 4 Vergunningverlening bij bedrijven die niet deelnemen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2007 2008 31 362 Voorstel van wet van het lid Duyvendak tot wijziging van de Wet belastingen op milieugrondslag in verband met het beperken van de emissies

Nadere informatie

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015

Ketenanalyse project Kluyverweg. Oranje BV. www.oranje-bv.nl. Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0. Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Ketenanalyse project Kluyverweg Oranje BV Conform de CO 2 -Prestatieladder 3.0 Versie : Versie 1.0 Datum : 10-11-2015 Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager Autorisatiedatum: 3-12-2015 Naam

Nadere informatie

Opheffen verbod op het toepassen Nr. RMW-634 van secundaire grondstoffen in integrale milieubeschermingsgebieden Vergadering 16 oktober 1998

Opheffen verbod op het toepassen Nr. RMW-634 van secundaire grondstoffen in integrale milieubeschermingsgebieden Vergadering 16 oktober 1998 Opheffen verbod op het toepassen Nr. RMW-634 van secundaire grondstoffen in integrale milieubeschermingsgebieden Vergadering 16 oktober 1998 Agenda nr. Commissie: Milieu Gedeputeerde met de verdediging

Nadere informatie

Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras

Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras 15 Mei 2012 Communicatieplan Energie- & CO 2 beleid Heras Inhoud: 1. Inleiding 1.1 Ambitie 1.2 Aansluiting op de marktontwikkelingen 1.3 Doelstellingen en

Nadere informatie

Overschrijdingen grenswaarden geluid Schiphol Gebruiksjaar 2007

Overschrijdingen grenswaarden geluid Schiphol Gebruiksjaar 2007 Datum Overschrijdingen grenswaarden geluid Schiphol Gebruiksjaar 2007 2 van 11 1. Probleemstelling Ingevolge artikel 8.22 van de Wet luchtvaart schrijft de Inspecteur-Generaal Verkeer en Waterstaat (hierna:

Nadere informatie

Sectorplan 19 Kunststofafval

Sectorplan 19 Kunststofafval Sectorplan 19 Kunststofafval 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Kunststofverpakkingen, land- en tuinbouwfolies, industrieel productieafval, (kunststof) autoafval, PVC 2. Belangrijkste

Nadere informatie

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER No. 2010/1571-05 DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER Mede namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Gezien de aanvraag d.d. 20 juli 2010 van Philips Stralingsbeschermingsdienst

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 112 28 januari 2016 Voorbereidingsbesluit kavel II windenergiegebied Hollandse Kust (zuid), Ministerie van Economische

Nadere informatie

Carbon Capture & Storage (CCS): Richtlijn 2009/31/EG en het Implementatietraject

Carbon Capture & Storage (CCS): Richtlijn 2009/31/EG en het Implementatietraject Carbon Capture & Storage (CCS): Richtlijn 2009/31/EG en het Implementatietraject Prof. mr. dr. Martha Roggenkamp Groningen Centre of Energy Law (RUG) en participant Cato2 Brinkhof Advocaten, Amsterdam

Nadere informatie

Sectorplan 8 Afval van verlichting

Sectorplan 8 Afval van verlichting Sectorplan 8 Afval van verlichting 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Hoge- en lagedruk kwiklampen, hoge- en lagedruk natriumlampen en fluorescentiepoeder 2. Belangrijkste bronnen Dienstverlening,

Nadere informatie

1 Algemene inleiding. 1.1 Doel en globale inhoud van dit werkboek. 1.1 Doel en globale inhoud van dit werkboek

1 Algemene inleiding. 1.1 Doel en globale inhoud van dit werkboek. 1.1 Doel en globale inhoud van dit werkboek Module A Inleiding en gebruikswijzer 1 Algemene inleiding... 2 1.1 Doel en globale inhoud van dit werkboek... 2 2 Gebruikswijzer voor BMP-bedrijven en hun bevoegd gezag... 3 2.1 Introductie... 3 2.2 Bladeren

Nadere informatie

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3. 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Algemeen 2.2 Per scope

Inhoudsopgave: 1. Inleiding 3. 2. Reductiedoelstellingen 4 2.1 Algemeen 2.2 Per scope Energie management actieplan Conform 3.B.2 Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 CO 2 -prestatieladder Niveau 3 Auteur(s): F. Reijm () A.T. Zweers (A.T.

Nadere informatie

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren

Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Ontwerpbesluit inzake de Wet verontreiniging oppervlaktewateren Nummer : 2009.09833V Venlo, Bijlage(n) : Het Dagelijks Bestuur heeft op 12 augustus 2009 een aanvraag om vergunning op grond van de Wet verontreiniging

Nadere informatie

Uitbreiding olieopslagterminal VOPAK te Rotterdam Europoort Toetsingsadvies over het milieueffectrapport

Uitbreiding olieopslagterminal VOPAK te Rotterdam Europoort Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Uitbreiding olieopslagterminal VOPAK te Rotterdam Europoort Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 18 mei 2009 / rapportnummer 2054-74 1. OORDEEL OVER HET MER Vopak Terminal Europoort B.V. (verder

Nadere informatie

Addendum Waterinjectie Management Plan

Addendum Waterinjectie Management Plan Addendum Waterinjectie Management Plan Protocol seismische activiteit door waterinjectie kenmerk EP201502216336, d.d. 26 februari 2015 Seismische activiteit door waterinjectie Het productiewater dat vrijkomt

Nadere informatie

Corus in IJmuiden TRUST. Corus bouwt aan moderne energievoorziening voor de toekomst

Corus in IJmuiden TRUST. Corus bouwt aan moderne energievoorziening voor de toekomst Corus in IJmuiden TRUST Corus bouwt aan moderne energievoorziening voor de toekomst TRUST Tata Power - corus - Tata Steel Corus in IJmuiden is van plan de komende jaren een nieuwe warmtekrachtcentrale

Nadere informatie

Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding

Toelichting. I. Algemeen. 1. Inleiding Toelichting I. Algemeen 1. Inleiding Aanleiding voor deze regeling is de wet van 21 juni 2001 houdende wijziging van de Wet milieubeheer (structuur beheer afvalstoffen) (Stb. 346) die op 8 mei 2002 in

Nadere informatie

Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten

Scope 1 doelstelling Scope 2 doelstelling Scope 1 en 2 gecombineerd 5% CO 2- reductie. 30% CO 2- reductie in 2016 6% CO 2 -reductie in 2016 ten B. Kwantitatieve doelstellingen & beleid 1 INLEIDING Verhoef wil concreet en aantoonbaar maken dat we ons inspannen om CO 2 te reduceren. Daarvoor hebben wij dit reductiebeleid opgesteld. 2 HET CO 2 REDUCTIE

Nadere informatie

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1)

Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Reductiebeleid en (kwantitatieve) doelstellingen (3.B.1) Directie: K.J. de Jong Handtekening: KAM-Coördinator: D.T. de Jong Handtekening: Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Het CO 2 -reductiebeleid van

Nadere informatie

S.A.M. Schagen BV. 3.B.2_2 Energie meetplan 2013-2016. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2

S.A.M. Schagen BV. 3.B.2_2 Energie meetplan 2013-2016. Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 S.A.M. Schagen BV 3.B.2_2 Energie meetplan 2013-2016 Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Vestiging A 5 Scope 1

Nadere informatie

Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015

Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015 Halfjaarlijkse CO 2 rapportage 2015 Status: Definitief Datum van uitgifte: 16-08-2015 Datum van ingang: 07-09-2015 Versienummer: 1.0 Inhoud 1. INLEIDING... 3 2. CO 2 EMISSIES 1E HALFJAAR 2015... 4 2.1

Nadere informatie

Implementatie administratieve organisatie en interne controle.

Implementatie administratieve organisatie en interne controle. Implementatie administratieve organisatie en interne controle. BLOK A Algemeen U dient een beschrijving van de interne organisatie aan te leveren. Deze beschrijving dient te bevatten: A3 Een organogram

Nadere informatie

Beschrijving Energie Management Systeem

Beschrijving Energie Management Systeem Beschrijving Energie Management Systeem 11 maart 2014 Dit document beschrijft het Energie Management Systeem en het reductieplan voor realisatie van de energiereductie doelstellingen van Bepacom B.V. StenVi

Nadere informatie

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug Notitie Contactpersoon Gosewien van Eck Datum 14 november 2013 Kenmerk N001-1220333GGV-evp-V01-NL Vormvrije m.e.r.-beoordeling Landgoed Hydepark, Doorn, gemeente Utrechtse Heuvelrug 1 Inleiding De gemeente

Nadere informatie

2 3 FEB, 2075. Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu

2 3 FEB, 2075. Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu Rijkswaterstaat Ministerie van Infrastructuur en Milieu RWS ONGECLASSIFICEERD beschikking Nummer Onderwerp 2 3 FEB, 2075 Maatwerkvoorschrift op grond van artikel 2.1, vierde lid van het Besluit lozen buiten

Nadere informatie

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen

Arnold Maassen Holding BV. Verslag energieaudit. Verslag over het jaar 2014. G.R.M. Maassen Arnold Maassen Holding BV Verslag energieaudit Verslag over het jaar 2014 G.R.M. Maassen Inhoud 1 Inleiding... 3 2 Inventarisatie van energieverbruik en emissiebronnen... 3 3 Energieverbruik en CO 2 Footprint...

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 36114 29 december 2014 Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 8 december 2014, nr. WJZ/14011574, tot

Nadere informatie

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Bogor projectontwikkeling

memo INLEIDING 1 Toets NIBM; 2 Toets grenswaarden in het kader van goede ruimtelijke ordening; WETTELIJK KADER Bogor projectontwikkeling memo aan: van: Bogor projectontwikkeling SAB datum: 4 februari 2015 betreft: Luchtkwaliteit Plantageweg 35 Alblasserdam project: 140479 INLEIDING Het gebied tussen de Plantageweg, de Cornelis Smitstraat,

Nadere informatie

Handboek Energiemanagementsysteem

Handboek Energiemanagementsysteem Croon Elektrotechniek B.V. Facilitaire Diensten Hoofdkantoor Rotterdam Schiemond 20-22 3024 EE Rotterdam Postbus 6073 3002 AB Rotterdam Telefoon +31 10-448 33 44 www.croon.nl Handboek Energiemanagementsysteem

Nadere informatie

Praktijkhandreiking 1106 INTERNE ROULATIE BIJ NIET-OOB S Vastgesteld in de bestuursvergadering van 16 december 2009. Ingetrokken per dec '14

Praktijkhandreiking 1106 INTERNE ROULATIE BIJ NIET-OOB S Vastgesteld in de bestuursvergadering van 16 december 2009. Ingetrokken per dec '14 Praktijkhandreiking 1106 INTERNE ROULATIE BIJ NIET-OOB S Vastgesteld in de bestuursvergadering van 16 december 2009 1 PRAKTIJKHANDREIKING INTERNE ROULATIE BIJ NIET-OOB S Praktijkhandreiking 1106 Datum:

Nadere informatie

Datum : 16 april 2015 : Externe veiligheid aanzet verantwoording groepsrisico

Datum : 16 april 2015 : Externe veiligheid aanzet verantwoording groepsrisico Notitie Project Projectnummer : 15-056 EV Betreft : Externe veiligheid aanzet verantwoording groepsrisico Behandeld door : Linda Gelissen 1 Inleiding Aan de Beatrixlaan te Weert wordt een Kennis en Expertise

Nadere informatie

De 30-dagenregeling: Revisited

De 30-dagenregeling: Revisited De 30-dagenregeling: Revisited Anna Gunn Inhoud 1. Achtergrond 2. De 30-dagenregeling (oud) 3. De 30-dagenregeling (nieuw) 4. Bevindingen 1. ACHTERGROND 1 De Nederlandse maritieme zones Maritieme zones:

Nadere informatie

Inhoud. Regelgeving voor stookinstallaties sterk in beweging 30-11-2012

Inhoud. Regelgeving voor stookinstallaties sterk in beweging 30-11-2012 Regelgeving voor stookinstallaties sterk in beweging Schakel - Stookinstallaties in het activiteitenbesluit Wim Burgers Kenniscentrum InfoMil Inhoud 1. Zes veranderingen in regelgeving Consequenties voor

Nadere informatie

Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting (Wabo art 2.1 lid 1 onder e en art 3.10 lid 3)

Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting (Wabo art 2.1 lid 1 onder e en art 3.10 lid 3) Milieuneutrale wijziging van de (werking van de) inrichting (Wabo art 2.1 lid 1 onder e en art 3.10 lid 3) 1 Veranderingen Beschrijf de voorgenomen veranderingen van de inrichting. 1. De volgende afvalwaterstromen

Nadere informatie

Energiemanagement actieplan. Baggerbedrijf West Friesland

Energiemanagement actieplan. Baggerbedrijf West Friesland Baggerbedrijf West Friesland Gebruikte handelsnamen: Baggerbedrijf West Friesland Grond & Cultuurtechniek West Friesland Andijk, februari-mei 2014 Auteurs: M. Komen C. Kiewiet Geaccordeerd door: K. Kiewiet

Nadere informatie

Activiteitenbesluit: Lozingen

Activiteitenbesluit: Lozingen Activiteitenbesluit: Lozingen Februari 2008 Naast de bundeling van algemene regels wordt met het Activiteitenbesluit ook het woud aan lozingsregels geordend. Vele individuele beschikkingen worden vervangen

Nadere informatie

Intentieverklaring milieuzone voor lichte bedrijfsauto s

Intentieverklaring milieuzone voor lichte bedrijfsauto s Intentieverklaring milieuzone voor lichte bedrijfsauto s In Nederlandse stedelijke gebieden bestaan problemen voor wat betreft de luchtkwaliteit. Overheden hebben de verplichting om de lokale luchtkwaliteit

Nadere informatie

V.o.f. transportbedrijf G.L. De Haan

V.o.f. transportbedrijf G.L. De Haan Datum: april 2015 versie 3 Pagina 1 van 6 3.B.2_2 Energie meetplan 2013-2017 V.o.f. transportbedrijf G.L. De Haan te Nijkerk Datum: april 2015 versie 3 Pagina 2 van 6 Inhoud 1 Inleiding energie meetplan

Nadere informatie

INTREKKING VERGUNNING

INTREKKING VERGUNNING INTREKKING VERGUNNING verleend door College van B&W van de gemeente Groningen op 15 augustus 1984 INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER VOOR het uitbreiden en wijzigen van de inrichting aan de Oude Roodehaansterweg

Nadere informatie

REGELING VERWERKEN EN AFVOEREN VAN RADIOACTIEF AFVAL

REGELING VERWERKEN EN AFVOEREN VAN RADIOACTIEF AFVAL REGELING VERWERKEN EN AFVOEREN VAN RADIOACTIEF AFVAL Ingang: juni 2003 revisiedatum: mei 2010 Looptijd: tot 2015 Afdeling Veiligheid Gezondheid en Milieu 2010 Vastgesteld door het College van Bestuur 21

Nadere informatie

CO 2 -Prestatieladder

CO 2 -Prestatieladder CO 2 -Prestatieladder Energiemanagement actieplan Schilderwerken De Boer Obdam B.V. 2015 Op basis van de internationale norm ISO 50001 4.4.3, 4.4.4, 4.4.5, 4.4.6, 4.6.1 en 4.6.4 Auteur(s): R. de Boer (Schilderwerken

Nadere informatie

Sectorplan 26: Sectorplan 32: Cellenbeton

Sectorplan 26: Sectorplan 32: Cellenbeton TEKST SECTORPLAN 31 (onderdeel LAP) Sectorplan 31 Gips I Afbakening Gips komt vrij bij het bouwen, renoveren en slopen van gebouwen en bouwwerken. Gips wordt aan de bron gescheiden (op de lokatie van de

Nadere informatie

Energie meetplan 2012-2017. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1

Energie meetplan 2012-2017. Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Energie meetplan 2012-2017 Conform niveau 5 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Vestiging A 5 Scope 1 emissies 5 Scope 2 emissies

Nadere informatie

Borging van voedselveiligheid in de levensmiddelenketen met betrekking tot de gevaren verbonden aan grondstoffen

Borging van voedselveiligheid in de levensmiddelenketen met betrekking tot de gevaren verbonden aan grondstoffen Contact info@vwa.nl 64 Titel Borging van voedselveiligheid in de levensmiddelenketen met betrekking tot de gevaren verbonden aan grondstoffen Inleiding Volgens Verordening (EG) 852/2004 zijn levensmiddelenbedrijven

Nadere informatie

2015 [Energiemeetplan CO2- reductiesyteem 2017-2020]

2015 [Energiemeetplan CO2- reductiesyteem 2017-2020] 2015 [Energiemeetplan CO2- reductiesyteem 2017-2020] Transportbedrijf R.Vels & Zn. B.V. Co2-prestatieladder 3.0 2015 Inhoud Inleiding... 2 1.1. Doelstellingen... 3 1.2. Planning meetmomenten... 3 1.3.

Nadere informatie

CO 2 managementplan. Jan Knijnenburg B.V. Auteur: Adviseur MVO Consultants. Versie: 1.0. Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager

CO 2 managementplan. Jan Knijnenburg B.V. Auteur: Adviseur MVO Consultants. Versie: 1.0. Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager CO 2 managementplan Jan Knijnenburg B.V. Auteur: Adviseur MVO Consultants Versie: 1.0 Datum: xx-xx-2015 Handtekening autoriserend verantwoordelijk manager Authorisatiedatum: Naam:.. Inhoud 1 Inleiding...

Nadere informatie

DUURZAAMHEIDSJAARVERSLAG 2014 DAF TRUCKS N.V.

DUURZAAMHEIDSJAARVERSLAG 2014 DAF TRUCKS N.V. DUURZAAMHEIDSJAARVERSLAG 2014 DAF TRUCKS N.V. DRIVEN BY QUALITY Voorwoord Dit verslag is het Duurzaamheidsjaarverslag van DAF Trucks N.V. betreffende het jaar 2014. De scope van het Duurzaamheidsverslag

Nadere informatie

mei 2008 VGWM Gezondheid Veiligheid Welzijn A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert!

mei 2008 VGWM Gezondheid Veiligheid Welzijn A WAY OF LIVING Standaards voor professionals, wees alert! mei 2008 VGWM A WAY OF LIVING Veiligheid Gezondheid Welzijn Milieu VGWM Standaards voor professionals, wees alert! Werk veilig of werk niet Voor werkzaamheden aan geopende installaties en systemen zijn,

Nadere informatie

ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN

ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN ADVIES REIKWIJDTE EN DETAILNIVEAU VOOR HET MILIEUEFFECTRAPPORT (MER) BETREFFENDE HET PLUIMVEEBEDRIJF AAN DE BARNEVELDSEWEG 21A EN 21C IN LUNTEREN Inhoudsopgave 1. Inleiding...3 2. Het advies...4 3. Wet-

Nadere informatie

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN

DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN No. 2013/0255-05 DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Gezien de aanvraag d.d. 8 maart 2013 en de aanvullende informatie d.d. 7 juni 2013 van Wintershall Noordzee B.V. te Rijswijk om een vergunning als bedoeld

Nadere informatie

20 Verbranden als vorm van verwijdering

20 Verbranden als vorm van verwijdering 20 Verbranden als vorm van verwijdering 20.1 Inleiding Afvalstoffen die niet nuttig kunnen worden toegepast, moeten op een milieuhygiënisch verantwoorde manier worden verwerkt. Het beleid voor brandbaar

Nadere informatie

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014

Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 Voortgangsrapportage CO 2 reductie 1 e helft 2014 CO 2 Prestatieladder - Niveau 3 Datum: 1 november 2014 Versie: 1 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 1 2. Basisgegevens... 2 2.1 Beschrijving van de organisatie...

Nadere informatie

CO 2 Energie reductie plan

CO 2 Energie reductie plan Tijssens Electrotechniek B.V. De Boelakkers 25 5591 RA Heeze CO 2 Energie reductie plan 2015 Pagina 1 Inhoud 1. Introductie 3 2. Organisatiegrens 3 3. Reductiedoelstellingen 3 4. Energie en CO 2 -reductie

Nadere informatie

Energie meetplan 2012-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1

Energie meetplan 2012-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1 Energie meetplan 2012-2015 Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.1 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Vestiging A (Binnenbaan 37 te Rhoon) incl. werkplaats

Nadere informatie

Communicatieplan Energie- & CO 2

Communicatieplan Energie- & CO 2 Communicatieplan Energie- & CO beleid Versie 9 - Januari 013 Akkoord Directie: Inhoud: 1. Inleiding 1.1 Ambitie 1. Aansluiting op de marktontwikkelingen 1.3 Doelstellingen en voorgenomen acties in 01 1.4

Nadere informatie

Kraaijvanger Urbis. CO 2 Voortgangsrapportage 2010. Akkoord Directie: 10 februari 2011 V3

Kraaijvanger Urbis. CO 2 Voortgangsrapportage 2010. Akkoord Directie: 10 februari 2011 V3 Kraaijvanger Urbis CO 2 Voortgangsrapportage 2010 Akkoord Directie: 10 februari 2011 V3 Inhoud voortgangsrapportage 2010 1. Directieverklaring 2. Organisatie a. Rapporterende organisatie b. Verantwoordelijke

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER VOOR NV AREA REINIGING TE HOOGEVEEN

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WET MILIEUBEHEER VOOR NV AREA REINIGING TE HOOGEVEEN ONTWERP Assen, @ Ons kenmerk @ Behandeld door mevrouw S. Stoetman (0592) 36 58 78 Onderwerp: Ontwerpbesluit ingevolge de Wet milieubeheer (Wm) voor NV Area Reiniging te Hoogeveen ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE

Nadere informatie

Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs

Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs Kwaliteitshandboek v1.0 CO 2 -Prestatieladder Roelofs Datum: Januari 2013 Bezoekadres Dorpsstraat 20 7683 BJ Den Ham Postadres Postbus 12 7683 ZG Den Ham T +31 (0) 546 67 88 88 F +31 (0) 546 67 28 25 E

Nadere informatie

Provincie Noord-Brabant. Aanvulling. bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk. april 2005 / Definitief

Provincie Noord-Brabant. Aanvulling. bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk. april 2005 / Definitief Provincie Noord-Brabant Aanvulling bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk april 2005 / Definitief Provincie Noord-Brabant Aanvulling bij Planstudie/tracé-MER N261 Tilburg-Waalwijk dossier D0582A1001

Nadere informatie

Periodieke rapportage 2 e helft 2014. 18 maart 2015 versie definitief

Periodieke rapportage 2 e helft 2014. 18 maart 2015 versie definitief Periodieke rapportage 2 e helft 18 maart 2015 versie definitief Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Basisgegevens 4 1.1 Beschrijving van de organisatie 4 1.2 Verantwoordelijkheden 4 1.3 Basisjaar 4 1.4 Rapportageperiode

Nadere informatie

sectorplan 21 Metaalafvalstoffen

sectorplan 21 Metaalafvalstoffen sectorplan Metaalafvalstoffen 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Ferro en non-ferro metaalafvalstoffen 2. Belangrijkste bronnen Metaalindustrie, huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000

Nadere informatie

sectorplan 21 Metaalafvalstoffen

sectorplan 21 Metaalafvalstoffen sectorplan Metaalafvalstoffen 1 Achtergrondgegevens 1. Belangrijkste afvalstoffen Ferro en non-ferro metaalafvalstoffen 2. Belangrijkste bronnen Metaalindustrie, huishoudens en bedrijven 3. Aanbod in 2000

Nadere informatie

1. ALGEMEEN. 1.1. Onderwerp aanvraag

1. ALGEMEEN. 1.1. Onderwerp aanvraag ONTWERP Assen, @ Ons kenmerk @ Behandeld door de heer S.J. Koornstra (0592) 36 55 88 en de heer L. Bakx (0592) 36 51 83 Onderwerp: Besluit ten behoeve van Vermilion Oil & Gas Netherlands BV (Bosschasteeg

Nadere informatie

TCB S45(2007) Den Haag, 19 juli 2007

TCB S45(2007) Den Haag, 19 juli 2007 Aan De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Postbus 30945 2500 GX Den Haag TCB S45(2007) Den Haag, 19 juli 2007 Betreft: Advies Normstelling MTBE Mevrouw de Minister, In

Nadere informatie

Notitie 20101628-03 Herziening bestemmingsplan Zuiderpoort fase 2 te Apeldoorn; luchtkwaliteitsaspecten

Notitie 20101628-03 Herziening bestemmingsplan Zuiderpoort fase 2 te Apeldoorn; luchtkwaliteitsaspecten Notitie 20101628-03 Herziening bestemmingsplan Zuiderpoort fase 2 te Apeldoorn; luchtkwaliteitsaspecten Datum Referentie Behandeld door 5 oktober 2010 20101628-03 ir. P. van der Wal/MVD 1 Inleiding In

Nadere informatie

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WM VOOR DE MILIEUSTRAAT GEMEENTE MIDDEN-DRENTHE, EURSING 2A TE BEILEN

ONTWERPBESLUIT VAN GEDEPUTEERDE STATEN VAN DRENTHE INGEVOLGE DE WM VOOR DE MILIEUSTRAAT GEMEENTE MIDDEN-DRENTHE, EURSING 2A TE BEILEN ONTWERP Assen, @ Ons kenmerk @ Behandeld door mevrouw Y. Oostelbos (0592) 36 58 78 Onderwerp: Ontwerpbesluit ingevolge de Wet milieubeheer (Wm) voor de Milieustraat gemeente Midden-Drenthe, Eursing 2a

Nadere informatie

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 12 februari 2014 20102687-06v3 M. Blankvoort

Datum Referentie Uw referentie Behandeld door 12 februari 2014 20102687-06v3 M. Blankvoort Wilhelm Röntgenstraat 4 8013 NE Zwolle Postbus 1590 8001 BN Zwolle T +31 (0)38-4221411 F +31 (0)38-4223197 E Zwolle@chri.nl www.chri.nl Notitie 20102687-06v3 Clarissenhof te Vianen Beoordeling luchtkwaliteitseisen

Nadere informatie

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht

Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht Beschikking Omgevingsvergunning Aanvrager : WF Recycling Aangevraagde activiteiten : Beperken capaciteit opslag gevaarlijke afvalstoffen Locatie : Bedrijvenweg 47

Nadere informatie

Aan de raad. Status: ter besluitvorming

Aan de raad. Status: ter besluitvorming No. 290486-1 Onderwerp Vervolg actualisatie bestemmingsplan landelijk gebied 2004. Advies raadscommissie [ ] Emmeloord, 13 januari 2015. Aan de raad. Status: ter besluitvorming Voorgesteld besluit Het

Nadere informatie

Huiberts BV. Energie meetplan 2013-2017 (3.B.2_2) Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2

Huiberts BV. Energie meetplan 2013-2017 (3.B.2_2) Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Huiberts BV Energie meetplan 2013-2017 (3.B.2_2) Conform niveau 3 op de CO 2 -prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 3 3 Planning meetmomenten 4 3.1. Vestiging A 4 Scope 1 emissies

Nadere informatie

Memo. In totaal worden er maximaal 110 woningen gerealiseerd. Dit kunnen zowel grondgebonden woningen zijn alsook gestapeld woningen.

Memo. In totaal worden er maximaal 110 woningen gerealiseerd. Dit kunnen zowel grondgebonden woningen zijn alsook gestapeld woningen. Memo aan: van: Gemeente Arnhem SAB datum: 18 maart 2015 betreft: Luchtkwaliteit Schuytgraaf Arnhem project: 150131 INLEIDING Het voornemen bestaat om veld 13 van de in aanbouw zijnde woonwijk Schuytgraaf

Nadere informatie

Energie meetplan 2012-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2

Energie meetplan 2012-2015. Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2 Energie meetplan 2012-2015 Conform niveau 3 op de CO2-prestatieladder 2.2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 3 2 Doelstellingen 4 3 Planning meetmomenten 5 3.1. Vestiging A (Binnenbaan 37 te Rhoon) incl. werkplaats

Nadere informatie

BIJLAGE B REDUCTIE 2015

BIJLAGE B REDUCTIE 2015 BIJLAGE B REDUCTIE 2015 Versie 1 april 2015 v1.0 Managementsysteem Fugro GeoServices B.V. Blz. 1 van 10 Inhoudsopgave 1. Inleiding 3 2. Reductiedoelstellingen 2015 3 3. Vaststelling van de reductiedoelstellingen

Nadere informatie