Ontwikkelkader en inrichtingsplan Stationsgebied Leeuwarden - stand van zaken

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Ontwikkelkader en inrichtingsplan Stationsgebied Leeuwarden - stand van zaken"

Transcriptie

1 Aan de gemeenteraad De heer Ontwikkelkader en inrichtingsplan Stationsgebied Leeuwarden - stand van zaken Stadsontwikkeling en -beheer Projecten SO Ynze Haitsma, november 2014, verzonden: Geachte leden van de gemeenteraad, Vooraf Samen met de partners provincie, NS en ProRail, belanghebbenden in het Stationsgebied en met u maken we plannen voor het realiseren van een kwaliteitsslag rondom het station. In 2013 hebben wij u een eerste concept van het Ontwikkelkader Stationsgebied voorgelegd. In de commissievergadering van juni 2013 heeft u geconstateerd dat een nadere uitwerking en een bredere studie naar alternatieven gewenst is. In samenspraak met alle betrokkenen en met u, hebben wij de uitgangspunten tegen het licht gehouden. Dat heeft geleid tot een bredere studie naar meerdere modellen waarbij met name de verkeersstructuur, de busterminal en de fietsvoorzieningen een belangrijke rol spelen. In juli 2014 hebben wij u schriftelijk geïnformeerd over de stand van zaken, die op dat moment tevens in het teken stond van het besluit om geen fietstunnel te realiseren in het stationsgebied in het kader van ESGL. In de commissievergadering heeft u ingestemd met het voorstel om voor twee modellen een integraal inrichtingsvoorstel uit te werken om zo tot een integrale afweging te kunnen komen. In de commissievergadering heeft u daarbij aangegeven belang te hechten aan een quickscan naar de mogelijkheden voor het realiseren van een autotunnel en een onderzoek naar de mogelijkheden voor het beweegbaar maken van de Prins Hendrikbrug. Doel is om februari 2015 een voorstel aan u te doen hoe dit gebied op te waarderen zodanig dat het vervoersknooppunt beter functioneert, bestaande knelpunten worden oplost, we in staat zijn om meer kwaliteit aan de bezoekers van Leeuwarden te bieden, de ontwikkelingskansen te vergroten en een volwaardige entree voor stad en provincie in het kader van Culturele Hoofdstad 2018 bieden. Het betreft dan een inrichtingsvoorstel en een investeringsvoorstel zodat het proces tot realisatie direct kan starten. Dat is noodzakelijk om de belangrijkste ingrepen voor 2018 te kunnen realiseren.

2 Blad 3 Om te kunnen zorgen dat huidige en toekomstige ontwikkelingen en initiatieven in onderlinge samenhang worden beoordeeld, wordt een inrichtingsplan voor een groot gebied opgesteld. Naast de actuele ontwikkelingen kunnen met dit plan ook toekomstige ontwikkelingen in die onderlinge samenhang worden beoordeeld en ingepast. Het is voor de gemeente dus een toetsingsinstrument bij initiatieven van anderen en tegelijk ook de grondslag bij de opstelling van bestemmingsplannen. Het station en het gebied er omheen is belangrijk voor de stad. Gebieden rondom knooppunten van openbaar vervoer bieden ruimte en kansen om stedelijke ontwikkelingen goed te accommoderen en duurzaam in te passen. Het verder toenemende gebruik van openbaar vervoer zal ertoe leiden dat de OVknooppunten steeds intensiever worden gebruikt en een dagelijkse ontmoetingsplek is voor velen. Voor bezoekers is het een eerste kennismaking met de stad, voor de dagelijkse forens is het een vertrouwde omgeving. Op een gemiddelde werkdag zijn er circa in- en uitstappende treinpassagiers. Dagelijks rijden er ongeveer bussen van en naar het busstation. Hoofdgebruikers van het stationsgebied zijn fietsers en voetgangers van en naar het station. Deze gebruikers concurreren met de forse hoeveelheid autoverkeer dat gebruik maakt van de parkeerring die aan de voorzijde van het station loopt. Alle vervoersstromen zorgen voor drukte, levendigheid en dynamiek, passend bij de omgeving. In de rustige uren van de dag en de avond is het stationsgebied nog één van de drukkere plekken in de stad, wat bijdraagt aan de herkenbaarheid en de sociale veiligheid. De route Lange Marktstraat-Sophialaan-Stationsweg-Zuiderplein heeft een belangrijke functie in het verkeerssysteem (parkeerring van Leeuwarden). De parkeerring heeft een functie voor de bereikbaarheid van het gebied, de binnenstad en de parkeergarages. Een functie die past bij het bebouwingsbeeld. Passend bij die functie is een lage snelheid en een beperkte doorstroming tijdens de spits van het autoverkeer (kruipende slang). Ook vanuit de opbouw van het verkeerssysteem (Vrijbaan) in en rond Leeuwarden blijft de verkeersfunctie van de Stationsweg van belang. Juist de multimodaliteit (auto, trein, bus, fiets) maakt het gebied waardevol en kansrijk. Belangrijk verschil met de huidige situatie is dat met de uitvoering van het programma Vrij Baan, (verhogen capaciteit stadsring, aanleg van de Haak en de Westelijke invalsweg, voor het autoverkeer alternatieven bestaan om dit gebied te bereiken maar ook te mijden (voor doorgaand verkeer) en een afgestemd verkeersgedrag zodoende kan worden afgedwongen. Doelen: Een belangrijke doelstelling bij de aanpak van het stationsgebied is het realiseren van een hoogwaardig, flexibel en toekomstbestendig knooppunt van openbaar vervoer. Minstens zo belangrijk is een uitstraling en allure van het stationsgebied die past bij het belang van deze stadsentree. Daarbij hoort een aantrekkelijke en logische looproute tussen binnenstad en station. Mede met het oog op Culturele Hoofdstad 2018 willen wij de huidige situatie op korte termijn verbeteren. Samengevat willen we met het inrichtingsplan de volgende doelen bereiken: - Realisering van een uitnodigende entree naar de binnenstad en een logische en aantrekkelijke looproute van en naar het station; - Realisering van een aantrekkelijk voorplein;

3 Blad 4 - Komen tot een goed functionerend knooppunt van openbaar vervoer; - Condities creëren voor mogelijke toekomstige ontwikkelingen; - Doorstroming van het autoverkeer handhaven op het niveau dat er zou zijn zonder aanpassingen van de openbare ruimte. 2. Hoofdlijn inrichtingsplan voor 2 modellen De wijze waarop auto- en busverkeer wordt afgewikkeld is van grote invloed op de inrichting van het gebied. Om die reden is een aantal modellen verkend voor een alternatieve inpassing van de autostructuur. In de commissievergadering van 25 augustus j.l. heeft u ermee ingestemd om voor 2 modellen een inrichtingsplan te maken, en de overige modellen niet verder uit te werken. Voor de volledigheid is in de notitie Achtergronden en toelichting inrichtingsplannen uitgebreid beschreven waarom de andere modellen niet verder zijn uitgewerkt. Hieronder vatten we de overwegingen in het kort samen. Niet nader uitgewerkte modellen In eerdere studies zijn ook de modellen Knip in de Sophialaan en Aegon-ring onderzocht. De knip in de Sophialaan (geen doorgaand verkeer meer) is afgevallen omdat er geen goed alternatief is voor het verkeer op dit deel van de parkeerring. Dit leidt tot een sterke toename van verkeer op de Julianalaan, het Stephensonviaduct en de Heliconweg, en tot vertraging van het verkeer op de westelijke invalsweg ter hoogte van de aansluiting op het viaduct. Ook zorgt een knip in de Sophialaan voor een sterke toename van verkeer op alternatieve routes ten noorden van het centrum, leidend tot een verslechterde afwikkeling. Ook past een knip niet in het vigerende beleid ten aanzien van de ringenstructuur.. Aegon-ring (eenrichtingsverkeer om de Aegon) is afgevallen omdat deze geen bijzondere meerwaarde biedt ten opzichte van de S-bocht of Aegon-onderlangs. Een model met een autotunnel biedt als meerwaarde dat het autoverkeer en het voetgangers- en fietsverkeer elkaar voor het station niet meer tegenkomen. Om die reden heeft u in de commissievergadering ook gevraagd om te onderzoeken of dit mogelijk is. We hebben hiervoor een quickscan uit laten voeren door adviesbureau Royal Haskoning/DHV. De resultaten hiervan zijn bijgevoegd. Uit de studie blijkt dat een autotunnel ruimtelijk niet goed inpasbaar is in de Stationsweg en leidt daar tot een slechte bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van het gebied zelf. Daarnaast zijn de kosten erg hoog. Om deze redenen is er het model met een autotunnel dan ook niet nader uitgewerkt. 3. Concept inrichtingsplannen De modellen S-bocht en Aegon-onderlangs zijn wel uitgewerkt tot een concept inrichtingsplan. In deze brief lichten we de inrichtingsplannen kort toe.

4 Blad 5 Uitgangspunten Bij het maken van de concept inrichtingsplannen zijn ontwerpkeuzes en uitgangspunten geformuleerd die voor beide plannen van toepassing zijn. In de bijgevoegde notitie Achtergronden en toelichting inrichtingsplannen is de beschreven hoe tot deze uitgangspunten is gekomen. De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: - Alle functies blijven in directe nabijheid station - Gebied voor station 30 km/uur - Shared space waar het kan - Evenwicht tussen voorrang voor oversteken fietsers en voetgangers en doorstroming autoverkeer en busverkeer - Busstation wordt heringericht tot een zogenaamd visgraatmodel - Extra voetgangersopening in stationsgebouw (voormalig Free record shop) - Fietsen worden allemaal in een ondergrondse stalling gestald, stallingen op maaiveld worden verwijderd - Verleiden voetgangers naar oostzijde stationsgebied - Fietspad Stationsweg aan de noordzijde vervalt - Handhaving van bestaande bebouwing en monumentale boom. Toelichting inrichtingsplannen De verkeersstructuur is voor beide modellen het wezenlijke verschil. Hieronder worden enkele aspecten nader uitgelicht. Ruimtelijke inrichting en beleving De twee modellen verschillen met name wat betreft de inrichting van het gebied tussen de Stationsweg en de Lange Markstraat van elkaar. Bij het model S-bocht wordt de ruimte gebundeld in twee hoofdfuncties: verkeer en verblijven. In het model Aegon-onderlangs is het gehele gebied noordelijk van de Stationsweg een verblijfsgebied geworden. Ook de Lange Markstraat tot aan de rotonde voor de Verlaatsbrug krijgt een heel ander gebruik, en daardoor ook ander karakter. Het gebied noordelijk van de Stationsweg inrichten tot een gebied met een eigen karakter en eigen verblijfskwaliteit is een ontwerpopgave. Mogelijk dat het ontwerp voor een fontein dat momenteel in het kader van het project Eleven Fountains in opdracht van Culturele Hoofdstad 2018 door een kunstenaar wordt gemaakt hier een bijdrage aan kan leveren. Ontmoeting gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer Wat betreft doorstroming en verkeerskundige effecten buiten het stationsgebied zijn deze modellen niet wezenlijk onderscheidend. Om een goed evenwicht te krijgen tussen de oversteekbaarheid van de Stationsweg en de doorstroming van het autoverkeer zijn minimaal twee plekken nodig waar dat kan. Het concentreren van alle voetgangers en fietsers op één plek, en ze daar voorrang geven zou leiden tot een sterke daling van de doorstroming van het autoverkeer en de bussen, met name in de spitsperioden. Het evenwicht is gevonden door op meerdere plekken de oversteek mogelijk te maken. Om het langzaam verkeer te verleiden om de gewenste oostelijke looproute zoveel mogelijk te gebruiken krijgt het langzaam verkeer daar voorrang. Op de andere plekken heeft het autoverkeer bij het model Aegon-onderlangs voorrang. Bij het model S-bocht is dat niet mogelijk omdat daar rotondes zijn toegepast en fietsers en voetgangers daar conform het GVVP-beleid voorrang hebben. Bij dit

5 Blad 6 model is de westelijke route onaantrekkelijker vanwege de ligging van de noordelijke rotonde. De oversteekpunten zijn ten behoeve van de doorstroming en de veiligheid zoveel mogelijk uit elkaar gehaald. De autorijbaan is steeds gescheiden door een middenberm waardoor voetgangers en fietsers in twee keer kunnen oversteken. Daarnaast zijn ook de fietsers- en voetgangersoversteekplaatsen apart gehouden. Verkeersveiligheid Beide modellen zijn verkeersveilig in te richten. Bij de detaillering van de inrichtingsplannen dient dit nog verder te worden uitgewerkt. Bij het model S- bocht is door de aanwezigheid van de rotondes de snelheid al laag, maar is de overzichtelijkheid minder goed. Het verkeer komt vanuit alle richtingen. Voor het model Aegon-onderlangs is de snelheid van het autoverkeer een aandachtspunt. Door de splitsing van de rijbanen wordt wel een lagere snelheid afgedwongen maar met name de uitstraling van de weg en de omgeving zal voor snelheidsverlaging moeten zorgen. Dit begint al voor de feitelijke oversteken. Het gebied tussen het Zuiderplein en Verlaatsbrug zal meer de uitstraling van een verblijfsruimte moeten krijgen. Busstation Het busstation dient gemoderniseerd te worden, de perrons verhoogd en de afwikkeling verbeterd. In beide modellen is het busstation ingericht als zogenaamd visgraatmodel. Dat is geconcludeerd uit een nadere studie (bureau Royal Haskoning/DHV) naar een zo optimaal mogelijke inrichting. Hierdoor wordt het busstation flexibeler in gebruik en mede daardoor toekomstbestendiger. Bij wijzigingen in de lijnen of het maken van een deels dynamisch busstation (geen enkele lijn heeft meer een vaste plek op het busstation) is dat met de voorziene lay-out mogelijk. Daarnaast wordt de overzichtelijkheid, begrijpelijkheid en veiligheid sterk verbeterd. Alle bussen staan naast elkaar waardoor in één oogopslag zichtbaar is waar je bus staat, is er vrij overzicht (sociaal veilig) en vervallen de gebundelde oversteekpunten op het die nu veel doorstromingshinder en onveilige situaties veroorzaken. De buspassagier wacht aan de zuidzijde op een brede voetgangerszone en steekt ter plaatse van zijn/haar bus over naar het perron. Daar kan dan overdekt gewacht worden. De ontsluiting van het busstation is bij het model S-bocht aan de oostzijde en de westzijde. Bij het model Aegon-onderlangs wordt het busstation geheel aan de westzijde ontsloten. Onderzocht wordt of dit invloed heeft op de rijtijden. Fietsenstalling In beide modellen wordt er een ondergrondse fietsenstalling gerealiseerd. Uit nadere verkenning is gebleken dat het niet mogelijk is om op een kwalitatieve aanvaardbare wijze een voldoende grote fietsenstalling op maaiveld te realiseren die voldoende dicht bij het station ligt. De huidige stalling wordt aan de voorkant van het stationsgebouw ondergronds uitgebreid met 1500 plaatsen. Alle stallingen op maaiveld vervallen. De in- en uitgang voor fietsers blijft aan de oostzijde, bij voorkeur ingepast op de huidige locatie. Als dat vanwege technische en/of financiële redenen niet mogelijk is zal aan de oostzijde een nieuwe inrit in het voorplein gemaakt worden. Naast de entree voor fietsers is

6 Blad 7 er een extra voetgangers in- en uitgang voorzien voor het station, zo dicht mogelijk bij de hoofdentree van het stationsgebouw. 4. Betrokken partijen Meerdere partijen hebben belangen en/of grondposities in het stationsgebied. Met de partijen die direct betrokken zijn bij de actuele ontwikkelingen in het gebied wordt samen gewerkt aan het ontwikkelkader en de inrichtingsplannen. Het betreft de volgende partijen: Provincie Fryslân busstation en busbuffer, aansluiting op regionale treinen, extra sneltrein Groningen-Leeuwarden, entree ten behoeve van Culturele Hoofdstad 2018 NS vanuit NS spelen meerdere projecten en ontwikkelingen: eigenaar station, belang reizigers, beheerste toegankelijkheid station (poortjes), ambitie voor herinrichting van station Leeuwarden, grondeigenaar merendeel van de gronden ProRail: spoorinfrastructuur, extra sneltrein Groningen-Leeuwarden, fietsenstallingen, toegankelijkheid van het station Als kwaliteitsteam zijn betrokken het Bureau van de Spoorbouwmeester, super visor Niek Verdonk namens de gemeente en de stedenbouwkundige van provincie. Aan omwonenden, vervoerders, wijkpanels en overige belanghebbenden en belangstellenden én een vertegenwoordiging vanuit uw raad, hebben wij enkele malen de stand van zaken gepresenteerd en gebruik gemaakt van de reacties daarop. Bij de ontwikkeling van de inrichtingsplannen is het Kenniscentrum Shared Space onderdeel van het ontwerpteam. 5. Vervolg De komende weken wordt gewerkt aan de volgende onderdelen: Nadere uitwerking en detaillering inrichtingsplannen Onderzoek naar mogelijkheden beweegbaar maken Prins Hendrikbrug Inpassing kunstwerk Eleven Fountains Investeringskosten en risico s Exploitatiekosten openbaar vervoer en bewaakte fietsenstalling Uitvoeringsfasering Programma van eisen inrichting Stationsgebied Afspraken vervolgfase met provincie, NS en Prorail: financiële bijdrage, rol en verantwoordelijkheden Wijze van aanbesteding uitvoering Voorbereiden van planologische procedures Deze nadere uitwerking vindt steeds plaats voor beide inrichtingsmodellen. Beide worden tot hetzelfde detailniveau uitgewerkt en voorbereid zodat u in februari 2015 uit beide inrichtingsplannen een keuze kunt maken en een besluit kunt nemen over de noodzakelijke investeringen. Ervan uitgaande dat u in februari 2015 een besluit neemt, zal daarna de nadere uitwerking tot een definitief ontwerp plaats vinden. Dit zal voor de zomer 2015 gereed moeten zijn om dan met de aanbesteding van de uitvoering te kunnen

7 Blad 8 starten. Deze procedure duurt circa 4 maanden. Dat betekent dat er met de uitvoering gestart kan worden aan het eind van Dat is ook het uiterlijk moment dat er begonnen moet worden willen we klaar zijn met de herinrichting van het gebied voor Vragen aan de Raad Met het tussentijds delen van de op dit moment bij ons bekende onderzoeksgegevens en uitwerkingen willen wij u de gelegenheid bieden om in een vroegtijdig stadium met ons van gedachten te wisselen over de plannen voor het Stationsgebied. Concreet hebben wij de vraag of de inrichtingsvoorstellen op het juiste niveau zijn uitgewerkt en of in het onderzoek alle voor u relevante aspecten en afwegingen zijn opgenomen om tot een integrale afweging en weloverwogen besluit te kunnen komen. Wij kijken uit naar uw input en hopen samen met u en belanghebbenden te komen tot een goede besluitvorming in februari 2015 zodat we het gebied voor 2018 tot het gewenste kwaliteitsniveau hebben aangepast. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Leeuwarden, burgemeester, secretaris,

Structuurvisie. Nieuw - Amsterdam / Veenoord Centrumgebied....van kwantiteit naar kwaliteit

Structuurvisie. Nieuw - Amsterdam / Veenoord Centrumgebied....van kwantiteit naar kwaliteit Structuurvisie Nieuw - Amsterdam / Veenoord Centrumgebied...van kwantiteit naar kwaliteit VOORWOORD Geachte lezer(es), Voor u ligt het resultaat van ruim een jaar hard werken, veel overleg en presentaties.

Nadere informatie

(door)startdocument Fietsbrug Amsterdam-Rijnkanaal

(door)startdocument Fietsbrug Amsterdam-Rijnkanaal (door)startdocument Fietsbrug Amsterdam-Rijnkanaal mei 2011 Michaela du Pon, opdrachtgever programma fiets Mintske Sijsma, ontwerper openbare ruimte Eric Rossen, stedenbouwkundige Leon Peeters, verkeerskundige

Nadere informatie

1 e fase MER KNOOPPUNT HOEVELAKEN. Eind concept versie 1.3

1 e fase MER KNOOPPUNT HOEVELAKEN. Eind concept versie 1.3 1 e fase MER KNOOPPUNT HOEVELAKEN Eind concept versie 1.3 Inhoudsopgave Samenvatting A. Inleiding... 5 B. De problematiek en de doelen... 6 C. De oplossingen vergeleken... 8 D. Hoe nu verder?... 12 Leeswijzer

Nadere informatie

MER Hoekse Lijn. Projectcode 100010489/DPM IFR Hoekse Lijn. Rapportnummer R.2014.002.HLRO. Datum 14 augustus 2014. 1.1 Definitief

MER Hoekse Lijn. Projectcode 100010489/DPM IFR Hoekse Lijn. Rapportnummer R.2014.002.HLRO. Datum 14 augustus 2014. 1.1 Definitief MER Hoekse Lijn Notitie Reikwijdte en Detailniveau Projectcode 100010489/DPM IFR Hoekse Lijn Rapportnummer R.2014.002.HLRO Datum 14 augustus 2014 Versie Status 1.1 Definitief Opdrachtgever Peer Cox, Stadsontwikkeling

Nadere informatie

MER Ontwikkelingsplan Hogewegzone Amersfoort

MER Ontwikkelingsplan Hogewegzone Amersfoort MER Ontwikkelingsplan Hogewegzone Amersfoort Effectbeoordeling Verkeer Gemeente Amersfoort juni 2010 Definitief MER Ontwikkelingsplan Hogewegzone Amersfoort Effectbeoordeling Verkeer dossier : C0115-01-001

Nadere informatie

MER NOORDOOSTCORRIDOR SAMENVATTING

MER NOORDOOSTCORRIDOR SAMENVATTING MER NOORDOOSTCORRIDOR SAMENVATTING PVINCIE NOORD-BRABANT 25 september 2014 Concept D03071.000056.0100 Inleiding en leeswijzer Inleiding Provincie Noord-Brabant wil in de regio Eindhoven-Helmond de bereikbaarheid

Nadere informatie

Coalitieakkoord van D66, GroenLinks, VVD en SP

Coalitieakkoord van D66, GroenLinks, VVD en SP Utrecht, 25 april 2014 Coalitieakkoord van D66, GroenLinks, VVD en SP Inhoudsopgave Inleiding 3 Hoofdstuk 1 Samenwerken 030 5 Hoofdstuk 2 Werken aan werk 8 Hoofdstuk 3 Onderwijs 13 Hoofdstuk 4 Mobiliteit

Nadere informatie

Parels aan de Ringvaart

Parels aan de Ringvaart Parels aan de Ringvaart Een uitvoeringsplan voor Haarlemmermeer-West Maart 2014 Inhoud 1 Inleiding 2 2 Ontwikkelingsbeeld 5 3 Ontwikkelingsstrategie 21 4 Voorstel voor inzet Nota Ruimte Gelden 27 5 Vervolgopgaven

Nadere informatie

Uithoflijn. Voorontwerp+ Versie 1.0 februari 2012. Stationsgebied - P+R De Uithof

Uithoflijn. Voorontwerp+ Versie 1.0 februari 2012. Stationsgebied - P+R De Uithof Uithoflijn Stationsgebied - P+R De Uithof Voorontwerp+ Versie 1.0 februari 2012 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 1.1 Doel VO+ en status 5 1.2 Historie en besluiten 5 1.3 Leeswijzer 7 2 Nut en noodzaak 9 3

Nadere informatie

MER Verbreding Julianakanaal tussen Limmel en Elsloo. Zandmaas/Maasroute. Aanvulling op de Trajectnota/MER

MER Verbreding Julianakanaal tussen Limmel en Elsloo. Zandmaas/Maasroute. Aanvulling op de Trajectnota/MER MER Verbreding Julianakanaal tussen Limmel en Elsloo Zandmaas/Maasroute Aanvulling op de Trajectnota/MER 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting MER verbreding Julianakanaal 7 Deel A Hoofdlijnen voor de Besluitvorming

Nadere informatie

MER containerterminal Alphen aan den Rijn / aanpassing

MER containerterminal Alphen aan den Rijn / aanpassing MER containerterminal Alphen aan den Rijn / aanpassing N207-Noord Definitief Opdrachtgever: Provincie Zuid-Holland Van Uden Group Grontmij/LBP Houten, 24 april 2006 Verantwoording Titel : MER containerterminal

Nadere informatie

PARTICIPATIE IN DE UITGEBREIDE M.E.R.-PROCEDURE

PARTICIPATIE IN DE UITGEBREIDE M.E.R.-PROCEDURE Eindrapportage DEFINITIEVE VERSIE PARTICIPATIE IN DE UITGEBREIDE M.E.R.-PROCEDURE EEN ONDERZOEK NAAR DE BORGING VAN PARTICIPATIE IN DE NIEUWE M.E.R.-REGELGEVING PER 1 JULI 2010 Aan Het ministerie van Infrastructuur

Nadere informatie

Categorisering van lokale wegen - Richtlijnen, toelichting en aanbevelingen

Categorisering van lokale wegen - Richtlijnen, toelichting en aanbevelingen Categorisering van lokale wegen mei 2004 - Page 1 - Categorisering van lokale wegen - Richtlijnen, toelichting en aanbevelingen Valère Donné, AWV INLEIDING... 2 1. RICHTLIJNEN VOOR DE CATEGORISERING VAN

Nadere informatie

MER Hoekse Lijn. deelrapport Water R.2014.005.HLRO. Van Ria van der Zaag. Datum 13 februari 2015. Projectcode 100010489/DPM IFR Hoekse Lijn

MER Hoekse Lijn. deelrapport Water R.2014.005.HLRO. Van Ria van der Zaag. Datum 13 februari 2015. Projectcode 100010489/DPM IFR Hoekse Lijn MER Hoekse Lijn deelrapport Water R.2014.005.HLRO Van Ria van der Zaag Datum 13 februari 2015 Projectcode 100010489/DPM IFR Hoekse Lijn Versie 1.1 Opdrachtgever Projectbureau Hoekse Lijn Inhoudsopgave

Nadere informatie

Wat moed. Dat moet. Krachten verbinden

Wat moed. Dat moet. Krachten verbinden Wat moed. Dat moet. Krachten verbinden Coalitieakkoord 2014 2018 CDA GB/VVD [Geef een citaat uit het document of de samenvatting van een interessant punt op. Het tekstvak kan overal in het document worden

Nadere informatie

Amsterdam maakt mogelijk. Ruimte voor stedelijke ontwikkeling

Amsterdam maakt mogelijk. Ruimte voor stedelijke ontwikkeling Amsterdam maakt mogelijk Ruimte voor stedelijke ontwikkeling Strategisch plan fase 3 December 2013 Colofon Aan deze publicatie werkten mee: Christel Baeten (DWZS), Michiel Bassant (DIVV), Gozewijn Bergenhenegouwen

Nadere informatie

Structuurvisie Amsterdam 2040 Economisch sterk en duurzaam

Structuurvisie Amsterdam 2040 Economisch sterk en duurzaam Structuurvisie Amsterdam 2040 Economisch sterk en duurzaam Structuurvisie Amsterdam 2040 Economisch sterk en duurzaam Vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam op 17 februari 2011 Deel 1 Visie 15

Nadere informatie

Welke halte eerst? Een handreiking bij de prioritering toegankelijkheid bushaltes Eindrapport

Welke halte eerst? Een handreiking bij de prioritering toegankelijkheid bushaltes Eindrapport Een handreiking bij de prioritering toegankelijkheid bushaltes Eindrapport WELKE HALTE EERST? Een handreiking bij de prioritering toegankelijkheid bushaltes Eindrapport in opdracht van Adviesdienst Verkeer

Nadere informatie

Houten maken we samen

Houten maken we samen Houten maken we samen Collegeprogramma 2014-2018 Raadsvergadering 8 juli 2014 Collegeprogramma 2014-2018 1 Collegeprogramma 2014-2018 2 Inhoudsopgave 1. Algemeen bestuurlijk perspectief 7 2. Beleidsambities

Nadere informatie

4.8 FIETSHELLINGEN HOOFDSTUK 4 - ONTWERPRICHTLIJNEN VOOR FIETSVOORZIENINGEN (VERSIE APRIL 2012)

4.8 FIETSHELLINGEN HOOFDSTUK 4 - ONTWERPRICHTLIJNEN VOOR FIETSVOORZIENINGEN (VERSIE APRIL 2012) 4.8 FIETSHELLINGEN In Vlaanderen worden fietsers geconfronteerd met verschillende soorten hellingen: hellende wegen in een heuvelachtig gebied; kunstmatige hellingen van viaducten, bruggen of tunnels.

Nadere informatie

Trajectnota /MER Schiphol - Amsterdam - Almere

Trajectnota /MER Schiphol - Amsterdam - Almere Trajectnota /MER Schiphol - Amsterdam - Almere Resultaten Trajectnota /MER eerste fase en politieke besluiten Meer mobiliteit, ingepast in een verbeterde leefomgeving Tijdsbalk Beleidsstukken / rapportages

Nadere informatie

2010-2014. Coalitie-akkoord. Naar een nieuw evenwicht

2010-2014. Coalitie-akkoord. Naar een nieuw evenwicht 2010-2014 Coalitie-akkoord Naar een nieuw evenwicht Voorwoord Bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 zijn vertegenwoordigers van negen partijen in de gemeenteraad gekozen. Zoals gebruikelijk is

Nadere informatie

Goed Wonen in Noord-Holland

Goed Wonen in Noord-Holland Goed Wonen in Noord-Holland Ontwerp Provinciale Woonvisie 2010 2020 In college van Gedeputeerde Staten op 25 mei 2010 VOOR OORWOORD Voor u ligt de Provinciale Woonvisie 2010-2020. Met deze visie slaan

Nadere informatie

HOOFDSTUK 2 FIETSROUTES, MEER DAN FIETSPADEN

HOOFDSTUK 2 FIETSROUTES, MEER DAN FIETSPADEN HOOFDSTUK 2 FIETSROUTES, MEER DAN FIETSPADEN 2.1 BASISUITGANGSPUNTEN Bij de aanleg van fietsvoorzieningen is het van het allergrootste belang dat de gebruikerseisen van de fietsers het uitgangspunt zijn.

Nadere informatie

4 ALTERNATIEVEN EN VARIANTEN 17 4.1 Inleiding 17 4.2 Alternatieven en varianten 17

4 ALTERNATIEVEN EN VARIANTEN 17 4.1 Inleiding 17 4.2 Alternatieven en varianten 17 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1 1.1 Aanleiding 1 1.2 M.e.r.plicht buizenstraat/-strook Eemshaven Oosterhorn Delfzijl 2 1.3 De eerste stap in de m.e.r. procedure: de startnotitie 3 1.4 Leeswijzer 4 2 HET PROJECT

Nadere informatie

CODE GOED BESTUUR INOS 2012-2016

CODE GOED BESTUUR INOS 2012-2016 CODE GOED BESTUUR INOS 2012-2016 INOS, Stichting Katholiek Onderwijs Breda Postadres Postbus 3513 4800 DM Breda Bezoekadres ANNAstede Haagweg 1 4814 GA Breda T 076 561 16 88 F 076 564 04 42 W www.inos.nl

Nadere informatie

Aan de leden van de vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de leden van de vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Aan de leden van de vaste Commissie voor Infrastructuur en Milieu uit de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Utrecht, 12 juni 2012 Betreft: Algemeen overleg van 26 juni 2012,

Nadere informatie

Veiligheidsstudie spoorzone Dordrecht/Zwijndrecht

Veiligheidsstudie spoorzone Dordrecht/Zwijndrecht Laan van Westenenk 501 Postbus 342 7300 AH Apeldoorn TNO-rapport R 2004/104 Veiligheidsstudie spoorzone Dordrecht/Zwijndrecht www.mep.tno.nl T 055 549 34 93 F 055 549 32 01 info@mep.tno.nl Datum maart

Nadere informatie

Milieueffectrapport Breda2030

Milieueffectrapport Breda2030 Milieueffectrapport Breda2030 Structuurvisie Breda2030 september 2013 Inhoud MER Structuurvisie Breda 2030 Toetsingsadvies over het milieueffectrapport Aanvulling op het MER Structuurvisie Breda 2030

Nadere informatie

Acht is meer dan duizend

Acht is meer dan duizend Acht is meer dan duizend Datum: 17 mei 2013 Plan van aanpak voor de implementatie van jeugdhulp bij de samenwerkende gemeenten in de regio Rotterdam-Rijnmond per 1 januari 2015 Status: definitief INHOUD

Nadere informatie