Werkwoordspelling - Taalfontein groep 7 (deel 1)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Werkwoordspelling - Taalfontein groep 7 (deel 1)"

Transcriptie

1 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 1 1 Opa (slachten v.t.) een konijn. 2 De hoveling (vleien t.t. ) de koning. 3 (Denken v.t.) je nu heus dat ik die verhalen geloof? 4 Wat heb jij je fiets weer mooi (oppoetsen) 5 Waarom (berispen t.t.) je vader Kareltje? 1 (Roken t.t.) u wel eens een sigaretje? 2 Wie (brengen v.t.) je gisteren naar de trein? 3 De jagers hebben het hert (achtervolgen). 4 Die lijm (kleven t.t.) bijzonder goed. 5 Moeder (braden v.t.) een lekker stukje vlees. 1 Wij hebben nooit (merken) dat hij niet eerlijk was. 2 Het hert (verdwijnen t.t.) met grote sprongen in het bos. 3 Met veel lawaai (storten v.t.) de steiger in. 4 Hoe (weten v.t.) jij dat we niet zouden komen? 5 (beven t.t.) hij van angst of van de kou? 1 De agent (houden v.t.) al het verkeer tegen. 2 Heb je de brief voor tante Klaartje al (versturen)? 3 (Mazen t.t.) je zusje zelf haar kousen? 4 Wat (zeggen t.t.) hij nu eigenlijk? 5 Oom Karel (pachten v.t.) tien are grasland. 1 Vader (geven t.t.) Anton een pak voor zijn broek. 2 Waarom (doen v.t.) je broer zo onvriendelijk? 3 Het paard heeft de hele weg (hinniken) 4 Henk (grijpen t.t.) het hondje in zijn nekvel. 5 Jij (poten v.t.) de aardappelen te dicht op elkaar.

2 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 2 1 De kwajongen (betreden v.t.) het verboden terrein. 2 De burgemeester (prijzen t.t.) de moedige redder. 3 Hans (verhuizen t.t.) het liefst in de zomer. 4 Het schaap (blaten v.t.) klaaglijk. 5 Een wesp heeft mijn broer in de vinger (prikken) 1 Hektor (kluiven t.t.) op het soepbeen. 2 Ik (houden v.t.) vroeger wel van roken. 3 De smid (slaan t.t.) op het roodgloeiende ijzer. 4 Opa heeft met zijn zoontje (wandelen). 5 Vroeger (mesten v.t.) men uitsluitend met stalmest. 1 De vos (vleien t.t.) de raaf, omdat hij zin had in het stuk kaas. 2 Onze buurman (spitten v.t.) zijn moestuin om. 3 Ik denk dat de minister van Buitenlandse Zaken graag (reizen t.t.). 4 In een wip hadden we ons (aankleden). 5 Door de gladheid (rijden v.t.) de auto tegen de boom. 1 Het (ergeren t.t.) me dat hij zich zo aanstelt. 2 Enkele schijnwerpers (verlichten v.t.) de oude stadspoort. 3 (Vinden v.t.) je dat nu zo n mooi schilderij? 4 Tom heeft (schreeuwen) als een mager varken. 5 Ik (vergissen v.t.) me toch niet? 1 De fotograaf (vergroten v.t.) de mooiste foto. 2 Zij is nog niet erg (wennen) in haar nieuwe woonplaats. 3 Hij (ontwennen t.t.) het drukke verkeer helemaal. 4 Een boer (melken t.t.) tegenwoordig vaak automatisch. 5 Waarom (staan v.t.) hij zo onnozel te lachen?

3 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 3 1 Hoe laat (ontbijten) hij gistermorgen? 2 Waarom (vernielen t.t.) die jongen de struiken in het park? 3 De schilder (verven v.t.) de kozijnen en (lakken v.t.) de deur. 4 Henk (stoken v.t.) zijn broertje op met stenen te gooien. 5 De gastvrouw (begroeten v.t.) ons hartelijk. 1 De agent (beboeten) de roekeloze bromfietser. 2 Hij (plagen v.t.) de poes en trok aan zijn staart. 3 Vandaag (verlopen ) alles naar wens. 4 Nijdig (smijten v.t.) de chauffeur het portier van de auto dicht. 5 Heb jij vroeger ook (roken)? 1 Oma (haken v.t.) een mooi kleedje voor de verkoping. 2 Hij (gelasten v.t.) de man mee te gaan naar het bureau. 3 Waarom (roken) je broer toch zoveel? 4 Hij heeft heel wat lintjes (opspelden). 5 Het kleine kleutertje (zitten v.t.) op een hek. 1 De bandieten (smeden v.t.) een aanslag op het leven van de vorst. 2 De meeste heeft hij (africhten) als speelhond. 3 (Fluiten v.t.) jij dat leuke wijsje op je blokfluit, Rianne? 4 Waarom (turen t.t.) Jan steeds naar buiten? 5 Mijn ouders (verhuizen v.t.) niet zo graag. 1 De automobilist (wachten v.t.) tot het verkeerslicht op groen sprong. 2 De boer (binden v.t.) het koren in schoven. 3 (Helpen t.t.) je broer je altijd? 4 Jan (gooien t.t.) het verst van allemaal. 5 Heb jij de fiets zelf (repareren)?

4 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 4 1 (Spelen t.t.) jouw zusje nog met poppen? 2 Ik (houden) vroeger niet van lang auto rijden. 3 Wie heeft zijn auto (beschadigen)? 4 De politie (trachten v.t.) de dader op te sporen. 5 De winkelier (prijzen v.t.) zijn artikelen veel te hoog. 1 Door de gladheid (rijden v.t.) de auto tegen een boom. 2 De winkelruit (weerkaatsen v.t.) het licht. 3 Wij (vluchten v.t.) een winkel binnen. 4 Petertje heeft (weigeren) zijn haar te laten knippen. 5 (Ontbijten t.t.) jullie altijd om acht uur? 1 Vrolijk (draven t.t.) het veulen naast zijn moeder. 2 Hij werd (verblinden) door de laagstaande zon. 3 (Vinden v.t.) jij dat nu zo n mooi schilderij? 4 Het onweer (barsten v.t.) in volle hevigheid los. 5 Wij (poten t.t.) altijd voorgekiemde aardappelen. 1 De kinderen hadden ruim een uur in het bos (spelen). 2 Moeder (wuiven t.t.) ons altijd na als we naar school gaan. 3 Jullie (meten t.t.) met twee maten. 4 Toen jij klein was, (stoten ) je dikwijls je melkglas om. 5 Waarom (doen v.t.) je broer zo koppig? 1 De agent (houden v.t.) al het verkeer tegen. 2 Die jongen heeft zijn tijd weer (verpraten). 3 Waar (halen v.t.) jullie die lekkere appels toch? 4 De burgemeester (spelden v.t.) de jubilaris een ridderorde op. 5 Die jongens (niezen v.t.) wel tien maal achter elkaar.

5 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 5 1 Mijn grootvader (roken v.t.) alleen maar sigaren. 2 Jakob (hoeden v.t.) de schapen van zijn oom Laban. 3 Ben je al wat in het nieuwe huis (wennen)? 4 De hoveling (vleien t.t.) de koning. 5 Heb je vannacht goed (slapen)? 1 Waarom (berispen t.t.) je vader de buurvrouw? 2 De muis (vluchten v.t.) in haar holletje onder de vloer. 3 Wie (brengen v.t.) je gisteren naar de trein. 4 De fotograaf (vergroten t.t.) de mooiste foto. 5 Hebben jullie wel eens in de rivier (baden)? 1 Vader heeft voorzichtig door een kiertje (gluren). 2 Die man (spelden v.t.) ons maar wat op de mouw. 3 Hoe (weten v.t.) jij dat we niet zouden komen? 4 Ik (verhuizen t.t.) het liefst naar Amerika. 5 De grote hond (kluiven v.t.) op de oude schoen. 1 Verleden jaar (planten) wij drie appelbomen. 2 De smid (slaan v.t.) op het roodgloeiende ijzer. 3 (Roken t.t.) hij wel eens een sigaretje? 4 Onze kachel heeft altijd veel warmte (verspreiden). 5 Peter (betreden v.t.) het verboden terrein. 1 Die val heeft zijn gezondheid gelukkig niet (schaden.) 2 Opa (genieten v.t.) van het ritje met de auto. 3 Het (verheugen t.t.) ons dat u gekomen bent. 4 Mijn oom (slachten v.t.) een konijn. 5 Buurman (veranderen t.t.) zijn tuin helemaal.

6 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 6 1 De trouwstoet (begeven t.t.) zich naar het stadhuis. 2 Nu (ervaren t.t.) hij wie zijn vrienden zijn. 3 Gisteren (ontbijten v.t.) ik al om zes uur. 4 Hebben jullie je tuintje al (wieden)? 5 Waarom (verachten v.t.) jij die arme bedelaar? 1 Moeder (braden v.t.) een lekker stukje vlees. 2 De vijand (heroveren t.t.) de platgebrande stad. 3 Ik (zitten v.t.) al een uur op je te wachten. 4 Wat heeft jullie dorp zich de laatste jaren (uitbreiden). 5 De burgemeester (onthullen t.t.) het standbeeld. 1 Is het eten nu al weer (aanbranden)? 2 Met veel lawaai (storten v.t.) de steiger in. 3 Tante (onthalen t.t.) de jongens op limonade met een koekje. 4 De jongens (verdedigen v.t.) dapper hun fort. 5 De agent (gebieden v.t.) hem te stoppen. 1 (Genieten v.t.) opa ook van het concert? 2 Een vaatwasser (veraangenamen t.t.) het leven van een huisvrouw. 3 De zieke (genezen t.t.) slechts langzaam. 4 Oom Karel (pachten v.t.) tien are grasland. 5 Clara heeft moeder (verrassen) met een mooi boeket bloemen. 1 Jij (poten v.t.) de aardappelen te dicht bij elkaar. 2 Gelukkig (herbouwen t.t.) men het afgebrande stadhuis weer. 3 De ridder heeft door veel landen (ronddolen). 4 De directeur (bekennen t.t.) dat hij zich heeft vergist. 5 (Denken v.t.) je nu heus dat ik die verhalen geloof?

7 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 7 1 Het keukenmeisje (klutsen t.t.) een paar eieren. 2 Waarom (schelden v.t.) je die bedelaar uit? 3 De kerkgangers (vouwen v.t.) eerbiedig de handen. 4 Ik heb me wel (vergissen) in die jongen. 5 Wij (richten v.t.) ons huis geriefelijk in. 1 De motorrijder (jachten v.t.) langs de weg. 2 De houthakker heeft de zware eik (vellen). 3 De agent (houden v.t.) de opdringende menigte tegen. 4 Over de heide (galopperen t.t.) een ruiter. 5 Waarom (lachen) jullie toen ik voorbijkwam? 1 Wat heeft Jan weer met zijn melk (morsen). 2 (Kneden v.t.) de bakker het deeg wel lang genoeg? 3 (Lassen v.t.) de smid de ijzeren voorwerpen? 4 Vurig (bidden v.t.) vader om genezing van zijn zoontje. 5 Kees (pochen t.t.) op de nieuwe boerderij. 1 Maria (winden v.t.) die kluwen slordig op. 2 Een voorzitter (openen t.t.) en sluit de vergadering. 3 Urenlang hebben we in de bossen (wandelen). 4 De herder (breien t.t.) terwijl de schapen rustig grazen. 5 Lang geleden (monden) de Rijn in het tegenwoordige IJsselmeer uit. 1 Wie (helpen t.t.) de brand te blussen? 2 De voerman heeft het paard (afranselen.) 3 De driftige man (knarsetanden v.t.) van woede. 4 De vissersvrouwen (staren v.t.) over de wijde zee. 5 Ik (vinden v.t.) gisteren een prachtige, gouden ring.

8 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 8 1 De schutter (richten v.t.) nauwkeurig op het doel. 2 De agent heeft de man (bekeuren). 3 Jan (glijden v.t.) uit op de ijsbaan. 4 De matroos (hijsen t.t.) de zeilen. 5 De arbeiders (heien v.t.) palen in de grond. 1 Karel (snijden v.t.) een tak van de boom. 2 Mijn zusje (fietsen v.t.) in de vakantie grote afstanden. 3 (Trachten v.t.) je vriendje het vogelnestje uit te halen? 4 Heb je wel hard genoeg (werken)? 5 De drenkeling (grijpen t.t.) een plank. 1 Jan (munten v.t.) uit in wiskunde. 2 In een etmaal (wassen v.t.) de Maas een meter. 3 Mijn zusje werkt nauwkeurig; zij (krijgen t.t.) een complimentje. 4 Wie (doen v.t.) de deur open? 5 Ik had nooit (vermoeden) dat je zo ver weg woonde. 1 (Verwelken v.t.) al de planten in de vakantie? 2 De soldaat (zingen t.t.) een vrolijk lied. 3 Het ventje, dat zijn zin niet kreeg, (stampvoeten) van drift. 4 Wij (mijden v.t.) die slechte jongen. 5 Hebben jullie de schutting zo (bekladden)? 1 Op de advertentie (melden v.t.) zich geen enkele sollicitant aan. 2 De wind (blazen t.t.) door zijn dunne kleren. 3 Natuurlijk heeft hij zijn tijd weer (verbeuzelen). 4 De zieke (lijden v.t.) veel pijn. 5 Mijn broer (vermageren v.t.) door veel te sporten.

9 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 9 1 De gewonde soldaten (bloeden v.t.) erg. 2 Door de aanhoudende droogte zijn de bloemen (verwelken). 3 Hij (schelden v.t.) jou toch ook niet uit? 4 Zijn broers (pochen v.t.) helemaal niet. 5 De sterke knaap (heffen t.t.) het zware stuk ijzer wel een meter hoog. 1 Oom Piet (zwerven t.t.) urenlang op de heide. 2 De betrapte inbreker (poetsen v.t.) de plaat. 3 (Zenden v.t.) u die heerlijke banketletter? 4 Na een uur werden de jongens uit hun benarde positie (bevrijden). 5 Niemand (raden v.t.) zijn bedoeling. 1 Wij (verbazen v.t.) ons over zoveel brutaliteit. 2 (Winden v.t.) jij de klok gisteren op? 3 De onderwijzer (prijzen t.t.) zijn leerlingen. 4 Wij (baden v.t.) vaker in de rivier. 5 Heb je nu alweer de bus (missen)? 1 (Vinden v.t.) u laatst een portemonnee. 2 Hij (kruiden v.t.) de rollade met verschillende specerijen. 3 De boerenknecht (melken t.t.) elke dag achttien koeien. 4 Deze winter hebben we niet veel (schaatsen). 5 Zij (beweren v.t.) dat roken schadelijk is. 1 De timmerman (storten v.t.) van de ladder. 2 Mijn broertje (winnen t.t.) met hardlopen. 3 De jongen (kruipen t.t.) voorzichtig over de smalle plank. 4 Waarom hebben jullie die mooie bloemen (plukken)? 5 Jij (doen v.t.) het toch niet?

10 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 10 1 Frits (lenen v.t.) een fiets van zijn neefje. 2 Waarover (winden v.t.) je broer zich zo op? 3 Wij (watertanden) toen wij het gebraden vlees roken. 4 De jongens hadden de hele middag (knikkeren). 5 Eerst (durven t.t.) hij niet goed, later ging het beter. 1 Wij (ijzen v.t.) van dat vreselijke vloeken. 2 Lange tijd heeft hij zijn huiswerk (verwaarlozen). 3 Waarom (antwoorden v.t.) je niet op mijn vraag? 4 De vuurtoren (zenden v.t.) een helder licht uit. 5 Het geluid (weerkaatsen t.t.) tegen de helling van de heuvels. 1 (Vinden v.t.) je die jongen sympathiek? 2 Zij (halen t.t.) verse melk van de boerderij. 3 Het paard (steigeren) toen de locomotief begon te fluiten. 4 De fotograaf heeft de foto s (vergroten). 5 In die weiden (landen v.t.) gisteren twee vliegtuigen. 1 Wie (lachen t.t.) daar? 2 Heb je die rekening al (betalen)? 3 Waarom (mopperen t.t.) hij? 4 Hoeveel (bieden v.t.) men voor uw huis? 5 Wat (kladden v.t.) jij toch altijd in je schriften! 1 (Verwachten v.t.) jij dan veel van die maatregel? 2 Is het deeg nu nog niet genoeg (gisten)? 3 Moeder (bukken t.t.) zich om de kluwen op te rapen. 4 Wij (lachen v.t.) om niets. 5 De soldaten (rijden v.t.) in draf door het dorp.

11 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 11 1 Wat (betekenen t.t.) dat klokgelui toch? 2 (Lijden v.t.) de boer veel schade door de brand? 3 Talloze lampions (verlichten v.t.) de versierde straten. 4 De orkaan heeft grote verwoestingen (aanrichten). 5 (Verlenen v.t.) de eigenaar van het terrein permissie? 1 (Verschijnen t.t.) dat tijdschrift wekelijks? 2 (Vinden v.t.) de reiziger spoedig de weg naar het dorp? 3 Wanneer is die villa (afbranden)? 4 Opa en oma (verwennen v.t.) hun kleinkinderen altijd. 5 (Lusten v.t.) hij geen geraspte kaas? 1 Heeft hij u niet (waarschuwen)? 2 Wie (beschouwen t.t.) men als de grootste musicus van onze tijd? 3 De stad (breiden v.t.) zich heel snel uit. 4 Door te grote snelheid (botsen v.t.) de motorrijder tegen de boom. 5 De auto (rijden v.t.) in volle vaart tegen een locomotief. 1 De boerin (smelten v.t.) het vet van de geslachte koe. 2 Men (wijzen t.t.) hem de plaats van het ongeluk. 3 Men (heien v.t.) betonnen palen in de grond. 4 De onderwijzer heeft de leerlingen (straffen). 5 Het eeuwenoude kasteel (verbranden v.t.) door blikseminslag. 1 (Wennen t.t.) Els al wat op de nieuwe school? 2 Wie (vliegen v.t.) het eerst over Het Kanaal? 3 De kwajongens hebben in verboden water (vissen). 4 Hoe lang (werken v.t.) je broer al op het politiebureau? 5 Plotseling (wenden v.t.) de kapitein het roer.

12 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 12 1 In de vorige herfst (schieten v.t.) de jagers veel wild. 2 (Twisten v.t.) de jongens over het speelgoed autootje? 3 Iedereen in het dorp (achten v.t.) de notaris hoog. 4 Wanneer (vertrekken t.t.) Piet naar het buitenland? 5 Het deeg was niet voldoende (gissen). 1 Ik heb mij aan zijn gedrag (ergeren). 2 (Sluiten v.t.) de deur niet goed? 3 Vroeger (groeien) er in onze tuin sneeuwklokjes. 4 Peter (vissen t.t.) in de Vecht. 5 Wie (vinden v.t.) dit jaar het eerste kievitsei? 1 Welke firma (slopen v.t.) het afgedankte oorlogsschip? 2 Waaruit (bereiden v.t.) men saffraan? 3 De chirurg (amputeren t.t.) het been van de gewonde soldaat. 4 Heeft de fotograaf de foto s al (vergroten)? 5 (Rijden v.t.) je broer ook paard? 1 Een wreedaard (behandelen t.t.) mens en dier meedogenloos. 2 De directie (stichten v.t.) een pensioenfonds voor de arbeiders. 3 De vijand (bieden v.t.) slechts weinig tegenstand. 4 Door een hevige brand werd de fabriek in de as (leggen). 5 De generaal (staan t.t.) op het bordes toen de troepen defileerden 1 Mijn vader (werken t.t.) veel te hard. 2 Hoe lang heb je vanmiddag (fietsen). 3 Ja, hij (dienen v.t.) bij de cavalerie. 4 U (staan v.t.) met uw buurman te praten toen ik voorbij kwam. 5 De krant (wijden v.t.) aan dat voorval ellenlange artikelen.

13 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 13 1 Mijn opa (houden v.t.) niet van spruiten. 2 Zou de kachel nog wel (branden)? 3 Vader (vertrouwen t.t.) die jongen niet. 4 De dief had niet op de aanwezigheid van de politie (rekenen). 5 Er (branden v.t.) verleden week vier hooibergen af. 1 De schipper (wenden v.t.) het roer. 2 Moest dat vliegtuig hier gisteren (landen v.t.)? 3 De leerlingen hadden hun huiswerk slecht (maken). 4 Peter (staan v.t.) bij hem in een goed blaadje. 5 Naar wie zou de jongen toch (aarden)? 1 Men (beschuldigen t.t.) hem van inbraak. 2 Hij (boeten v.t.) voor zijn misdaden. 3 Hij (verontschuldigen t.t.) zich over zijn optreden. 4 Wie heeft die vaas zo keurig (lijmen)? 5 Wanneer (vinden v.t.) het proces plaats? 1 De bewoners (vluchten v.t.) afgelopen nacht uit het brandende huis. 2 Heeft de dokter de wond (hechten)? 3 Wat wil je ervoor (betalen)? 4 Het onweer (verrassen v.t.) ons. 5 (Gelden v.t.) die regel ook voor ons? 1 Wie (spelden v.t.) je dat op de mouw? 2 Hij (snijden v.t.) zich in zijn vinger. 3 Heb je lang op de vriend (wachten)? 4 De gevangene probeert te (vluchten t.t.). 5 Het (gebeuren) vroeger vaker dan nu.

14 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 14 1 De onvoorzichtige chauffeur (rijden v.t.) het trottoir op. 2 Oma (beklimmen t.t.) met moeite de steile helling. 3 Hij heeft een nieuwe fiets (kopen). 4 De roofvogels (storten v.t.) zich op hun prooi. 5 Waarin (handelen t.t.) die koopman? 1 Jan (staan v.t.) verlegen voor de klas. 2 Heb jij die stoel daar (plaatsen)? 3 Wat (branden v.t.) die hooiberg fel. 4 Waarom (verdedigen t.t.) hij zich niet? 5 Hij (behoren v.t.) tot de beroemdste mannen uit de geschiedenis. 1 Een Fries (verloochenen t.t.) zijn afkomst niet. 2 De verpleegster heeft voor de patiënt een ei (klutsen). 3 Waarom (winden v.t.) Els zich zo op? 4 Hoeveel tijd (besteden v.t.) je aan je huiswerk? 5 Als de storm (bedaren t.t.), kiezen wij weer zee. 1 Hij (vervelen t.t.) zich in de vakantie. 2 Mijn oom (verzamelen v.t.) jarenlang postzegels. 3 Jij (vinden v.t.) toch ook dat hij vreselijk opschepte? 4 Wie (zenden v.t.) u dat prachtige horloge? 5 Ik heb die man nooit (vertrouwen). 1 De dokter (rijden v.t.) vlug naar een ernstige patiënt. 2 De politieagent (scheiden v.t.) de vechtende jongens. 3 De storm (bedaren t.t.) gelukkig wat. 4 Welke dokter heeft hem (behandelen)? 5 Hij (verkeren v.t.) in moeilijke omstandigheden.

15 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 15 1 Opgetogen (verlaten v.t.) hij de zaal. 2 Hat arme kind (klappertanden v.t.) van de kou. 3 Die jongen (spelen t.t.) veel te onbesuisd. 4 Het zoutgehalte van het IJsselmeer (verminderen v.t.) geleidelijk. 5 Er is vanmorgen een ernstig ongeluk (gebeuren). 1 Waarom (mishandelen v.t.) die voerman zijn paard? 2 De groenteboer (laden v.t.) elke morgen zijn kar. 3 De tuinman heeft veel zorg aan zijn tulpenvelden (besteden). 4 De stationschef (geven t.t.) het sein tot vertrek. 5 Wie (bieden v.t.) er geld voor? 1 De wilde wind (ontwortelen t.t.) de bomen. 2 De zeemeeuw (voeden v.t.) haar jongen met vis. 3 Jan (snijden v.t.) een tak van de boom. 4 Het publiek (bewonderen v.t.) de stoutmoedige vlieger. 5 Ik heb die praatjesmaker nooit (geloven). 1 Het (misten v.t.) al de hele dag. 2 De gewonde reizigers (lijden v.t.) veel pijn. 3 (Verbouwen t.t.) hij zijn huis nu al weer? 4 Waarom heb je me niet (gehoorzamen)? 5 De burgemeester (ontmaskeren t.t.) de bedrieger. 1 Waarvan wordt je broer (beschuldigen)? 2 Waarom (houden v.t.) hij zich niet aan de afspraak? 3 Wie (verven t.t) jullie huis? 4 Wat (baten v.t.) al dat geschreeuw? 5 (Bekommeren v.t.) hij zich niet om zijn werk?

16 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 16 1 (Gooien v.t.) jij gisteren met stenen? 2 Wie zijn schulden (betalen t.t.), verarmt niet. 3 Hij (ontbijten) gisteren om negen uur. 4 Hoe lang heeft je oom zijn kudde al (hoeden)? 5 Vol afgrijzen (wenden) wij ons van dat schouwspel af. 1 De hond (leiden v.t.) de blinde door de drukke straten. 2 Op het laatste nippertje was de kikker hem nog (ontsnappen). 3 Zij (vergeten v.t.) wat ze mee moest nemen. 4 Wie (kuchen t.t.) daar? 5 Gisteren (zaaien v.t.) de boer het graan. 1 Wij (vermoeden v.t.) direct al dat hij de dader was. 2 De politiewagen (rijden v.t.) met hoge snelheid naar het ongeluk toe. 3 Het bloed (gutsen t.t.) uit de wond. 4 Wie zegt dat je hem niet hebt (betalen)? 5 Vlokken schuim (kleven v.t.) in mijn haren. 1 Moeder (zuchten v.t.) toen ze de gaten in de kousen zag. 2 Wie (poetsen v.t.) gisteren je schoenen? 3 Mijn moeder (kopen v.t.) een radio in die nieuwe winkel. 4 De vijand (eisen t.t.) de overgave van de vesting. 5 Ik heb mij met mijn klachten tot de chef (wenden). 1 De arts (verbinden v.t.) de gewonde patiënt. 2 Jan (pochen v.t.) over zijn goede repetities. 3 Ik heb mij (wenden) tot de voorzitter van de vereniging. 4 Ik (betalen) de rekening verleden week al. 5 De gids (leiden v.t.) ons door de kelders van het kasteel.

17 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 17 1 Onze meester (eisen t.t.) keurig werk. 2 Wat (vinden v.t.) jij van die opmerking? 3 (Schreien v.t.) de kinderen toen zij te laat kwamen? 4 Het ergste is dat hij nooit berouw heeft (voelen). 5 Vorig jaar (stranden v.t.) er een schip bij Kamperduin. 1 De jager (jagen t.t.) op grof wild. 2 Waarom heeft die hond toch zo (blaffen)? 3 Ik (bezoeken v.t.) mijn oma in het ziekenhuis. 4 Gisteren (branden v.t.) door het onweer verschillende boerderijen af. 5 Waar (tobben t.t.) hij toch zo over? 1 Eigenlijk heb je een strenge straf (verdienen). 2 Wat (baten v.t.) al dat geklaag? 3 Waarom (schrobben t.t.) zij de straat er niet bij? 4 Het (bestaan v.t.) al veel langer. 5 Wie (breien v.t.) die Noorse handschoenen? 1 Waarom (vermijden v.t.) hij haar? 2 De pas ontslagen gevangene (plegen v.t.) alweer diefstal. 3 Jan is voorover in de sloot (rollen). 4 De zeemansvrouw (turen t.t.) over het water. 5 Het arme kind (barsten v.t.) in snikken uit. 1 De visser (sturen t.t.) het scheepje in behouden haven. 2 Wat heeft dat kleine ventje (huilen). 3 Terwijl mijn broer ( baden v.t.), zat Piet te vissen. 4 (Kennen v.t.) jullie je lessen goed? 5 De meester (zenden v.t.) hem voor een boodschap.

18 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 18 1 Na de jachtpartij (braden v.t.) de koks het geschoten wild. 2 Hoe laat hebben jullie gisteren (ontbijten)? 3 Dat antwoord (weten v.t.) hij ook al. 4 Iedereen (vrezen v.t.) de geduchte hertog. 5 Jullie (spellen t.t.) het woord chauffeur goed. 1 Hij (splijten v.t.) de boom in stukken. 2 Met wie (spelen t.t.) ze vaak? 3 Oom Jaap heeft met bevers fokken veel geld (verdienen). 4 De ene trein (wachten v.t.) op de andere. 5 Vredig (grazen v.t.) de koeien in de wei. 1 Hebben jullie wel eens in de IJssel (vissen)? 2 Wie (verven t.t.) jullie huis? 3 De inbreker (trachten v.t.) binnen te sluipen. 4 (Worden v.t.) hij eerste of tweede bij dat spel? 5 Dokter Bos (leggen v.t.) het eerste verband. 1 De werkster (poetsen t.t.) het stoepje. 2 Wij (plaatsen v.t.) onze handtekening in het gastenboek. 3 Onze knechten (arbeiden v.t.) gisteren tot tien uur in de avond. 4 Wat is er toch met die vriend van jou (gebeuren)? 5 De aanbieding (gelden v.t.) tot afgelopen vrijdag. 1 De soldaten (laden v.t.) het geweer. 2 De afrikaantjes hebben prachtig (bloeien). 3 Dat hondje (zwerven t.t.) de hele dag al langs de straat. 4 Ik (winden v.t.) me erg op toen hij te laat was. 5 De kinderen (juichen v.t.) toen ze een extra vrije dag kregen.

19 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 19 1 De dokter (hechten v.t.) de diepe wond. 2 Heb je het drankje goed (schudden)? 3 Hij (bevinden v.t.) zich in vreemd gezelschap. 4 Zouden die meisjes de soep niet te heet (kruiden)? 5 Wie a (zeggen t.t.) moet ook b zeggen. 1 De appel (vallen t.t.) niet ver van de boom. 2 Hij (leggen v.t.) het bijltje erbij neer. 3 Peter (eten v.t.) niet zo veel. 4 De storm (richten v.t.) veel schade aan. 5 Mijn broertje heeft alles aan mijn moeder (verklikken). 1 Er (mogen v.t.) niemand meer bij van de brandweer. 2 Het vele roken (schaden v.t.) zijn gezondheid. 3 Jan (behoren t.t.) tot de beste leerlingen van de klas. 4 (Halen v.t.) hij bakzeil? 5 Die jongen is over het paard (tillen). 1 Mijn moeder (kruiden v.t.) de gehaktballen altijd heerlijk. 2 Heb je die rekening nu nog niet (betalen)? 3 (Bidden v.t.) hij in de moskee of in de kerk? 4 Van dik hout (zagen t.t.) men planken. 5 Wie (delen v.t.) de traktatie uit? 1 t Was al laat, wij (haasten v.t.) ons naar huis. 2 Hoog in de lucht (vertonen v.t.) hij allerlei kunstjes. 3 Wie (kaatsen t.t.) moet de bal verwachten. 4 De burgemeester heeft een standbeeld (onthullen). 5 Ik (verwijten v.t.) je niets.

20 Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 20 1 Wie (ontdekken v.t.) Amerika? 2 Hij (gieten v.t.) de hele gieter in haar nek. 3 De vorige winter (hoesten v.t.) ik erg. 4 De politie heeft de stoet (begeleiden). 5 Je (gooien t.t.) je eigen glazen in! 1 Celina (eten v.t.) de hele les dropjes. 2 Hij (overdrijven t.t.) wel eens wat. 3 De officier (dulden v.t.) geen tegenspraak. 4 Het kleine kind heeft wel een uur (huilen). 5 De vorige winter (kruien v.t.) de Maas herhaaldelijk. 1 Mijn vader (beloven v.t.) mij een nieuwe telefoon. 2 De boer heeft de hele dag (ploegen). 3 Welke plaats in ons land (leveren t.t.) veel aardbeien? 4 Steenzout (worden v.t.) in mijnen gedolven. 5 Waarom (luiden v.t.) gisteravond de klok? 1 In Zeeland (slibben t.t.) veel klei aan. 2 Wie (houden v.t.) je tegen om naar Duitsland te gaan? 3 Onze buurman (kweken v.t.) inheemse en tropische gewassen. 4 De vijand (stuiten v.t.) op grote tegenstand. 5 Het verdrietige kind werd door zijn moeder (troosten). 1 Wie heeft dat pakje (bezorgen)? 2 (Vinden v.t.) de dokter het goed dat je stopte met die medicijnen? 3 Wie (zorgen t.t.) voor het eten? 4 Hij (erkennen v.t.) volmondig zijn onvoorzichtigheid. 5 Het (misten v.t.) gisteren zo erg, dat je de toren niet kon zien.

Werkwoordpakket thema 1 (Taal Actief 3 groep 7) roepen beginnen begrijpen breken buigen drinken duiken klimmen kruipen roepen ruiken

Werkwoordpakket thema 1 (Taal Actief 3 groep 7) roepen beginnen begrijpen breken buigen drinken duiken klimmen kruipen roepen ruiken Werkwoordpakket thema 1 (Taal Actief 3 groep 7) bellen belonen benoemen dreigen dromen gillen gooien groeien huilen bakken bedanken boksen botsen danken dansen drukken eisen fietsen beginnen begrijpen

Nadere informatie

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1

MEMORY WOORDEN 1.1. TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 MEMORY WOORDEN 1.1 TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 1 ik jij hij zij wij jullie zij de baby het kind ja nee de naam TaalCompleet A1 Memory Woorden 1 2 MEMORY WOORDEN 1.2 TaalCompleet A1 Memory Woorden

Nadere informatie

Werkwoordspelling - Taalfontein groep 8 (deel 1)

Werkwoordspelling - Taalfontein groep 8 (deel 1) Extra oefenen werkwoordspelling Taalfontein week 1 1 Ben je voor de overmacht (zwichten)? 2 De vijanden (trachten v.t.) een omtrekkende beweging te maken. 3 (Bellen t.t.) je broer bij de dokter? 4 Fabrikanten

Nadere informatie

KAPSTOK SPELLING WERKWOORDEN

KAPSTOK SPELLING WERKWOORDEN gewenning de korte zin doe-deel en wie-deel KAPSTOK SPELLING WERKWOORDEN tegenwoordige/verleden tijd en enkelvoud/meervoud de begrippen onderwerp en persoonsvorm ik-vorm tegenwoordige tijd, alle werkwoorden

Nadere informatie

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden.

1 Werkwoord. (wonen, werken, lopen,...) 8 Grammatica is niet moeilijk. wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 1 Werkwoord (wonen, werken, lopen,...) wonen, werken, lopen,... noemen we werkwoorden. 8 Grammatica is niet moeilijk 1.1 woon, woont, wonen Ik woon nu in Nederland. Jij woont nu in Nederland. U woont nu

Nadere informatie

1 juli Vakantieoefeningen. Lees dit gebed! Dank U Heer voor de zomervakantie. Ik wil U niet vergeten onder de vakantie.

1 juli Vakantieoefeningen. Lees dit gebed! Dank U Heer voor de zomervakantie. Ik wil U niet vergeten onder de vakantie. 1 juli Vakantieoefeningen Lees dit gebed! Dank U Heer voor de zomervakantie. Ik wil U niet vergeten onder de vakantie. Ik wil U graag dienen. En gehoorzaam zijn. Helpt U mij om naar mama en papa te luisteren?

Nadere informatie

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet.

Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Bezoek op kantoor Papa en mama hebben ruzie. Ton en Toya vinden dat niet leuk. Papa wil graag dat Ton en Toya bij hem op bezoek komen, maar van mama mag dat niet. Ton en Toya hebben wat problemen thuis.

Nadere informatie

KOPIEERBLADEN. THEMA 5: Ik wil ridder worden! Plantyn - TotemTaal - Thema 5: ik wil ridder worden!

KOPIEERBLADEN. THEMA 5: Ik wil ridder worden! Plantyn - TotemTaal - Thema 5: ik wil ridder worden! KOPIEERBLADEN THEMA 5: Ik wil ridder worden! 97 97 Wat moet je doen om ridder te worden? Vind je dit goed? Moet er nog iets bij? Als je de opdrachten hier goed uitvoert, krijg je een ridderdiploma. Page

Nadere informatie

De vorm van het verhaal

De vorm van het verhaal Over dit boek Het verhaal van Reinaart de vos is een van de oudste verhalen in het Nederlands. Het is geschreven in de 13 de eeuw door Willem. Wie die Willem precies was, weten we niet. Willem heeft het

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken.

Spekkoek. Op de terugweg praat zijn oma de hele tijd. Ze is blij omdat Igor maandag mag komen werken. Spekkoek Oma heeft de post gehaald. Er is een brief van de Sociale Werkplaats. Snel scheurt ze hem open. Haar ogen gaan over de regels. Ze kan het niet geloven, maar het staat er echt. Igor mag naar de

Nadere informatie

1 Vinden de andere flamingo s mij een vreemde vogel? Dat moeten ze dan maar zelf weten. Misschien hebben ze wel gelijk. Het is ook raar, een flamingo die jaloers is op een mens. En ook nog op een paard.

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

THEMA LENTE Auditieve oefeningen

THEMA LENTE Auditieve oefeningen THEMA LENTE Auditieve oefeningen Auditieve synthese Lettergrepen samenvoegen tot een woord Tulp Gras Wei Letters samenvoegen tot een woord Kalfje Krokus Lente Narcis Zaaien Veulen Groeien Paashaas je Poesje

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

= iemand die vertelt of schrijft over het nieuws. = de politie zorgt ervoor dat het veilig is.

= iemand die vertelt of schrijft over het nieuws. = de politie zorgt ervoor dat het veilig is. Woordenschat blok 1 gr5 Les 1 De journalist De politie De acteur De chirurg De soldaat De receptionist De portier Het personeel Het bedrijf De werkloze De werknemer = iemand die vertelt of schrijft over

Nadere informatie

Extra oefeningen voor werkwoordspelling

Extra oefeningen voor werkwoordspelling Extra oefeningen voor werkwoordspelling Inleiding Bij Taal actief 2 is voor groep 6 een apart werkboekje samengesteld voor de voorbereiding op de spelling van de werkwoorden. Veel gebruikers van Taal actief

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon

Op weg met Jezus. eerste communieproject. Hoofdstuk 5 Bidden. H. Theobaldusparochie, Overloon Op weg met Jezus eerste communieproject H. Theobaldusparochie, Overloon Hoofdstuk 5 Bidden Eerste communieproject "Op weg met Jezus" hoofdstuk 5 blz. 1 Joris is vader aan het helpen in de tuin. Ze zijn

Nadere informatie

Lieve broer! Je liefste zus!!! Camille Vandenbussche. 12-19 oktober

Lieve broer! Je liefste zus!!! Camille Vandenbussche. 12-19 oktober Lieve broer! 12-19 oktober Je bent nog maar 1 week weg, en ik mis je al! Hopelijk zie ik je nog terug! Ik heb gehoord dat er al heel wat mannen zijn gestorven! Jij nog niet,gelukkig! En,papa, alles goed

Nadere informatie

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij.

Soms ben ik eens boos, en soms wel eens verdrietig, af en toe eens bang, en heel vaak ook wel blij. Lied: Ik ben ik (bij thema 1: ik ben mezelf) (nr. 1 en 2 op de CD) : Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Weet ik wie ik ben? Ja, ik weet wie ik ben. Ik heb een mooie naam, van achter en vooraan.

Nadere informatie

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft.

De jongen weet dat hij niet in slaap moet vallen. Want dan zullen dieven zijn spullen stelen. Ook al is het nog zo weinig wat hij heeft. In Kanton, China Op de hoek van twee nauwe straatjes zit een jongen. Het is een scheepsjongen, dat zie je aan zijn kleren. Hij heeft een halflange broek aan, een wijde bloes en blote voeten. Hij leunt

Nadere informatie

Welkom 1. - Hallo! - Oek - Museum - Kwartet. Hallo! Ik ben Oek.

Welkom 1. - Hallo! - Oek - Museum - Kwartet. Hallo! Ik ben Oek. Welkom 1. - Hallo! - Oek - Museum - Kwartet Hallo! Ik ben Oek. Welkom 1. - Hallo! - Oek - Museum - Kwartet Op deze kaarten kun je plaatjes vinden van mijn wereld. De wereld van Oek Welkom 1. - Hallo! -

Nadere informatie

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1

LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 12/11/14 1 LES 3 Ik leer Nederlands. TESTEN TEST 1 1. (lezen) Ik.... een lange tekst. 2 Hij.... een moeilijk boek. 3. Zij.... een gemakkelijk tekstje. 4..... jullie veel? Ja, wij.... graag kinderboeken.

Nadere informatie

Beertje Bruin zegt dan: Ik heb van moeder Beer gehoord dat je erg verdrietig

Beertje Bruin zegt dan: Ik heb van moeder Beer gehoord dat je erg verdrietig Beertje Anders zit stil in een hoekje als Beertje Bruin langskomt. Beertje Bruin zegt dan: Ik heb van moeder Beer gehoord dat je erg verdrietig bent. Kan ik je helpen, want ik ben je vriend en vrienden

Nadere informatie

Themapakket 1.3. Doe het zo:

Themapakket 1.3. Doe het zo: Themapakket 1.3 benoemen brengen belonen kleuren fietsen verliezen verdenken bezoeken botsen duiken kopen kruipen verkopen begrijpen beginnen dansen werken boksen bakken dreigen 1 Elk woord hieronder is

Nadere informatie

KRUISWOORDRAADSEL 1: WILDE DIEREN

KRUISWOORDRAADSEL 1: WILDE DIEREN KRUISWOORDRAADSEL 1: WILDE DIEREN KRUISWOORDRAADSEL 1: WILDE DIEREN Vul de benamingen van onderstaande dieren in rooster 1 in. 10 3 6 18 16 12 8 23 21 22 19 5 9 17 4 15 14 20 27 1 7 2 13 26 24 25 11 KRUISWOORDRAADSEL

Nadere informatie

Jezus geeft zijn leven voor de mensen

Jezus geeft zijn leven voor de mensen Eerste Communieproject 38 Jezus geeft zijn leven voor de mensen Niet iedereen gelooft in Jezus In les 5 hebben we gezien dat Jezus vertelt over de Vader. God houdt van de mensen. Hij vergeeft je zonden.

Nadere informatie

Wat een vreemde bromfiets!

Wat een vreemde bromfiets! Wat een vreemde bromfiets! Waarom rijden er nu geen paarden meer met karren? Reed er vroeger een tram in ons dorp?! Met die bus zou ik ook wel eens willen rijden! 1. Voetgangers baas! Opdracht Lees het

Nadere informatie

1 In het begin. In het begin leefde alleen God. De Heere God is er altijd geweest. En Hij maakte de hemel en de aarde.

1 In het begin. In het begin leefde alleen God. De Heere God is er altijd geweest. En Hij maakte de hemel en de aarde. 1 In het begin GENESIS 1:1-25 In het begin leefde alleen God. De Heere God is er altijd geweest. En Hij maakte de hemel en de aarde. De aarde is nat en donker. God wil van de aarde iets heel moois maken.

Nadere informatie

WC01 01A IK BEN EEN HEER IK BEN EEN MAN WC01 01B HIJ IS EEN MAN WC01 02A HIJ IS EEN HEER WC01 02B IK BEN EEN VROUW WC01 03A IK BEN EEN DAME

WC01 01A IK BEN EEN HEER IK BEN EEN MAN WC01 01B HIJ IS EEN MAN WC01 02A HIJ IS EEN HEER WC01 02B IK BEN EEN VROUW WC01 03A IK BEN EEN DAME IK BEN EEN MAN WC01 01A IK BEN EEN HEER WC01 01B HIJ IS EEN MAN WC01 02A HIJ IS EEN HEER WC01 02B IK BEN EEN VROUW WC01 03A IK BEN EEN DAME WC01 03B ZIJ IS EEN VROUW WC01 04A ZIJ IS EEN DAME WC01 04B ZIJ

Nadere informatie

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ

IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Ferenc Göndör IK OVERLEEFDE AUSCHWITZ Uitgeverij Eenvoudig Communiceren 3 Mijn vader Lang geleden kwam een jonge, joodse man naar het land Hongarije. Mohr Goldklang was zijn naam. Dat was mijn opa. Mohr

Nadere informatie

Lesbrief. Bij ons in het dorp Jan Terlouw

Lesbrief. Bij ons in het dorp Jan Terlouw Lesbrief Bij ons in het dorp Jan Terlouw Doe meer met Leeslicht! Bij een aantal boeken in de serie Leeslicht kunt u een gratis lesbrief downloaden van www.eenvoudigcommuniceren.nl. In deze lesbrief staan

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Extra: Waarom hebben mensen paarden

Extra: Waarom hebben mensen paarden Extra: Waarom hebben mensen paarden In dit extra hoofdstuk leer je: Dat mensen paarden houden met een bepaald doel. Met welk doel mensen vroeger paarden hielden. Waarom mensen nu paarden hebben. Inleiding

Nadere informatie

En rijke mensen werken niet. Die kunnen de hele dag doen wat ze leuk vinden.

En rijke mensen werken niet. Die kunnen de hele dag doen wat ze leuk vinden. Warm in Verona Romeo loopt een beetje rond. Dat doet hij bijna elke dag. Hij vindt het leuk om door het stadje te lopen. Door de kleine straatjes. Langs de rivier waar de meisjes de was doen. En over de

Nadere informatie

bloemen. Ook wordt de lekkage in het dak boven mijn bed verholpen. Een paar scheuren in het cement rond de schoorsteen waren de boosdoeners.

bloemen. Ook wordt de lekkage in het dak boven mijn bed verholpen. Een paar scheuren in het cement rond de schoorsteen waren de boosdoeners. Het eerste LUSTRUM We vieren Pasen met vrienden en hebben het heel erg gezellig. Ook bezoeken we weer een van de eerste brocantes van dit jaar. Genietend van een echte voorjaarsdag. Gevolgd door een borrel

Nadere informatie

inhoud 8. Hoor, wie klopt daar? 10 9. Slaap kindje, slaap. 11 10. O, denneboom. 12 11. Een knalfeest 13 Filmpjes 14 Werkblad 16 Puzzel 17

inhoud 8. Hoor, wie klopt daar? 10 9. Slaap kindje, slaap. 11 10. O, denneboom. 12 11. Een knalfeest 13 Filmpjes 14 Werkblad 16 Puzzel 17 Een jaar vol feest inhoud 1 Feest 3 2 Lang zal hij leven! 4 3 Verkleden 5 4 Ei, ei, waar ben je? 6 5 Daar komt de bruid! 7 6 Beestenfeest 8 7 Boekenfeest 9 8 Hoor, wie klopt daar? 10 9 Slaap kindje, slaap

Nadere informatie

= als je angst voelt, ben je bang. = een ander woord voor verdrietig. = iemand die snel ergens bang van wordt.

= als je angst voelt, ben je bang. = een ander woord voor verdrietig. = iemand die snel ergens bang van wordt. Woordenlijst: Thema 3 Les 1 De angst Bedroefd De bangerik Opgewekt Oneerlijk Jaloers Eigenwijs Geduldig Nerveus Nors Ontevreden Dwars = als je angst voelt, ben je bang. = een ander woord voor verdrietig.

Nadere informatie

4-7 jaar Scharrelavontuur. 4-7 jaar Scharrelavontuur. Sterke geuren. Aardegeuren. Pluk een blaadje van een plantje.

4-7 jaar Scharrelavontuur. 4-7 jaar Scharrelavontuur. Sterke geuren. Aardegeuren. Pluk een blaadje van een plantje. Sterke geuren Pluk een blaadje van een plantje. Wrijf erover met je vingers, en verkreukel het blaadje een beetje. Ruik nu eens. Laat elkaar je blaadje ruiken. Waar ruikt het naar? Aardegeuren Ga op de

Nadere informatie

R O S A D E D I E F. Arco Struik. Rosa de dief Arco Struik 1 www.gratiskinderboek.nl

R O S A D E D I E F. Arco Struik. Rosa de dief Arco Struik 1 www.gratiskinderboek.nl R O S A D E D I E F Arco Struik Rosa de dief Arco Struik 1 www.gratiskinderboek.nl In de winkel 3 Bart 5 Een lieve dief 7 De telefoon 9 Bij de dokter 11 De blinde vrouw 13 Een baantje 15 Bijna betrapt

Nadere informatie

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel

Veertien leesteksten. Leesvaardigheid A1. Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek. Ad Appel Veertien leesteksten Leesvaardigheid A1 Te gebruiken bij : Basisexamen Inburgering Studieboek Ad Appel Uitgave: Appel, Aerdenhout 2011-2016 Verkoopprijs: 1,95 Ad Appel Te bestellen via www.adappelshop.nl

Nadere informatie

Kastelen in Nederland

Kastelen in Nederland Kastelen in Nederland J In ons land staan veel kastelen. Meer dan honderd. De meeste van die kastelen staan in het water. Bijvoorbeeld midden in een meer of een heel grote vijver. Als er geen water was,

Nadere informatie

Marloes. een handdoek. 2.1 Met Ron naar school. naam: Kijk en vul in: groep: 1 De rat van Ron is nog wild. tam. Wie - wat waar

Marloes. een handdoek. 2.1 Met Ron naar school. naam: Kijk en vul in: groep: 1 De rat van Ron is nog wild. tam. Wie - wat waar 2.1 Met Ron naar school naam: Kijk en vul in: Wie - wat waar Op de schouder van Ron zit zijn rat. De rat heet Marloes. In zijn hand draagt Ron haar jong. Het jong heet Snuf. Op de grond staat de kooi van

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

EURO 0 5CENT 1EURO EURO

EURO 0 5CENT 1EURO EURO 1 2 3 4 1 EURO 5 6 7 8 9 10 11 12 EURO 2 0 5CENT 5CENT 0 5CENT 1EURO 0 5CENT EURO 2 0 1EURO1CENT 13 14 15 16 17 18 20 19 21 22 23 24 25 26 27 28 30 29 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47

Nadere informatie

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen -

- je kan me wat - module 3. docere delectare movere. je kan me wat nt2taalmenu.nl module 3. tekeningen - - je kan me wat - module 3 docere delectare movere tekeningen - 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 je kan me wat ROCvA nt2taalmenu.nl - educatie - ROCvA module 3 1 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 1 2 3 4 5

Nadere informatie

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco.

3 Bijna ruzie. Maar die Marokkanen en Turken horen hier niet. Ze moeten het land uit, vindt Jacco. 1 Het portiek Jacco ruikt het al. Zonder dat hij de voordeur opendoet, ruikt hij al dat er tegen de deur is gepist. Dat gebeurt nou altijd. Zijn buurjongen Junior staat elke avond in het portiek te plassen.

Nadere informatie

Germa de Vos. Kletsboek. Een vrolijk voorleesboek

Germa de Vos. Kletsboek. Een vrolijk voorleesboek Germa de Vos Kletsboek Een vrolijk voorleesboek 1 Het huis van de tien kinderen 1., daar kun je haast niet lopen. Overal zitten kleintjes hun vetertjes te knopen. 2., daar is het altijd feest, omdat er

Nadere informatie

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop.

de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. Woordenlijst bij hoofdstuk 4 de aanbieding reclame, korting De appels zijn in de a Ze zijn vandaag extra goedkoop. alleen zonder andere mensen Hij is niet getrouwd. Hij woont helemaal a, zonder familie.

Nadere informatie

reis Ik ga op neem mee Opa, oma, broer en zus; met de hele familie een weekendje weg. Special VAKANTIE

reis Ik ga op neem mee Opa, oma, broer en zus; met de hele familie een weekendje weg. Special VAKANTIE reis & neem mee Ik ga op Opa, oma, broer en zus; met de hele familie een weekendje weg. Samenstelling en foto's: Marleen Brekelmans Bijzonder Plekje Je ziet en hoort het steeds meer, we gaan op vakantie

Nadere informatie

Spreekbeurt en werkstuk over. Ridders. Door: Oscar Zuethoff

Spreekbeurt en werkstuk over. Ridders. Door: Oscar Zuethoff Spreekbeurt en werkstuk over Ridders Door: Oscar Zuethoff Mei 2007 Inleiding Waarom houd ik een spreekbeurt over de ridders en de riddertijd? Toen ik klein was wilde ik altijd al een ridder zijn. Ik vind

Nadere informatie

Naam: Waar woon jij? Vraag 1b. Waarom wonen veel mensen in Kenia in een hut? Vraag 1a. In wat voor soort huis woon jij?

Naam: Waar woon jij? Vraag 1b. Waarom wonen veel mensen in Kenia in een hut? Vraag 1a. In wat voor soort huis woon jij? Naam: Waar woon jij? Wonen over de hele wereld Heb jij wel eens in een tent gewoond? Waarschijnlijk niet. In de vakantie is het leuk. Maar voor altijd? Toch zijn er mensen op de wereld die altijd in een

Nadere informatie

Jimmy s thuiskomst. Er was echter één huis waar geen lichtjes brandden. Het leek haast alsof niemand daar kerstmis vierde.

Jimmy s thuiskomst. Er was echter één huis waar geen lichtjes brandden. Het leek haast alsof niemand daar kerstmis vierde. Jimmy s thuiskomst H et was kerstavond en het was bitter koud in het jaar 1953. De mensen deden nog snel hun laatste kerstinkopen en in de betere buurten waren de huizen gezellig verlicht. Er was echter

Nadere informatie

Bewegingsverhaal: Ritme en expressie Els Wostyn

Bewegingsverhaal: Ritme en expressie Els Wostyn PETER en de wolf Sports Media vzw Bewegingsverhaal: Ritme en expressie Els Wostyn Aansluiten bij het thema: Peter en de wolf wordt in de klas uitgewerkt. Doelgroep: derde kleuter Beginsituatie: bewegingsverhalen

Nadere informatie

Thema 7 spelling groep 7

Thema 7 spelling groep 7 Piano s en Selma s Week 1 Week 2 Woorden met meervoud op s en bezittelijke s 00 accu s 00 agenda s 00 alinea s 00 baby s 00 camera s 00 collega s 00 dia s 00 diploma s 00 duo s 00 echo s 00 Eskimo s 00

Nadere informatie

SPREEKBEURT POLITIE. Ga een dagje op stap met politieagent Arjan en leer meer over de politie

SPREEKBEURT POLITIE. Ga een dagje op stap met politieagent Arjan en leer meer over de politie SPREEKBEURT POLITIE Ga een dagje op stap met politieagent Arjan en leer meer over de politie Wat doet een politieagent? WELKOM DE POLITIEPRAKTIJK helpen bij een ongeluk pak de winkeldief! bekeuren en aanhouden

Nadere informatie

Adam en Eva eten van de boom

Adam en Eva eten van de boom Adam en Eva eten van de boom God maakt een prachtig paradijs. Hij zegt: Het is heel goed. Maar God heeft ook een vijand, En weet jij wel wat hij doet? Het mooie wat God heeft gemaakt, maakt hij juist graag

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg

Pasen met peuters en kleuters. Jojo is weg Pasen met peuters en kleuters Beertje Jojo is weg Thema Maria is verdrietig, haar beste Vriend is er niet meer. Wat is Maria blij als ze Jezus weer ziet. Hij is opgestaan uit de dood! Wat heb je nodig?

Nadere informatie

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar

De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De PAAZ, wat is dat? Informatie voor kinderen van 8 tot 12 jaar De afgelopen weken was het niet zo leuk bij Pim thuis. Zijn moeder lag de hele dag in bed. Ze stond niet meer op, deed geen boodschappen

Nadere informatie

Dit is het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie. Dit vindt de ChristenUnie belangrijk voor Nederland. Lees maar!

Dit is het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie. Dit vindt de ChristenUnie belangrijk voor Nederland. Lees maar! Over een paar weken kiest Nederland een nieuwe regering. Op 12 september Jij kunt ook kiezen. Stemmen noemen we dat. Als je stemt, kies je voor de politieke partij die jij het beste vindt. Jij kunt straks

Nadere informatie

Filips. Over Filips. Info. Bekenden van Filips. Filips. Tijdlijn Info Foto s Eten & Drinken. wsw. Filips 1540. Filips 1549.

Filips. Over Filips. Info. Bekenden van Filips. Filips. Tijdlijn Info Foto s Eten & Drinken. wsw. Filips 1540. Filips 1549. Over is de oudste zoon van de machtige keizer Karel V. Karel is geboren in Gent en is regelmatig in de Nederlanden. is geboren in Spanje en groeit daar op. Zijn vader ziet hij maar weinig, die is altijd

Nadere informatie

Kom jij ook uit een ei?

Kom jij ook uit een ei? Kom jij ook uit een ei? Er was eens een prachtig bos. Er groeiden de hoogste bomen en allerlei prachtige bloemen. Er was een vijver en een groot grasveld, waar je lekker kon spelen. Maar om het bos stond

Nadere informatie

Noach bouwt een ark Genesis 6-8

Noach bouwt een ark Genesis 6-8 2 Noach bouwt een ark Genesis 6-8 Het is niet fijn meer op de aarde. De mensen maken ruzie, ze vechten en ze zijn God vergeten. Maar er is één man die anders is. Dat is Noach. Op een dag praat God met

Nadere informatie

En er komt nog een derde vinger bij: Ik heb nog niets aan mijn boekverslag gedaan.

En er komt nog een derde vinger bij: Ik heb nog niets aan mijn boekverslag gedaan. Kenneth en Iwan Hé, kijk, zegt Kenneth. Check dat uit, man. Kenneth knikt met zijn hoofd naar een groepje meisjes. Ze staan aan de overkant van de straat en wachten voor het stoplicht. Ze komen net uit

Nadere informatie

Jouw reis door de Bijbel. Uitgeverij Jes! Zoetermeer

Jouw reis door de Bijbel. Uitgeverij Jes! Zoetermeer Nieske Selles-ten Brinke Jouw reis door de Bijbel Dagboek voor kinderen Uitgeverij Jes! Zoetermeer Onder de naam Jes! Junior verschijnen boeken voor kinderen tot twaalf jaar. Jes! Junior is een imprint

Nadere informatie

Op reis naar Bethlehem

Op reis naar Bethlehem Op reis naar Bethlehem Rollen: Verteller Jozef Maria Engel Twee omroepers Kind 1 Kind 2 Kind 3 Receptionist 1 Receptionist 2 Receptionist 3 Kind 4 Kind 5 Herder 1 Herder 2 Herder 3 Herder 4 Drie wijzen

Nadere informatie

4. Kernwoorden zijn bijvoorbeeld: postkaart, verkeerd bezorgd, oorlog, achterneven, zus.

4. Kernwoorden zijn bijvoorbeeld: postkaart, verkeerd bezorgd, oorlog, achterneven, zus. Antwoordenmodel Herhalingsoefeningen De Sprong, Thema 2 Oefening 1 1. C 2. A 3. D 4. Kernwoorden zijn bijvoorbeeld: Valentijnsdag, Valentijnskaart, stel, schoorsteenmantel, café 5. - Oefening 2 1. Lauren

Nadere informatie

LESBRIEF BIJ DE VOORSTELLING KNUFFEL OP ZEE. Figurentheater Propop vzw

LESBRIEF BIJ DE VOORSTELLING KNUFFEL OP ZEE. Figurentheater Propop vzw LESBRIEF BIJ DE VOORSTELLING KNUFFEL OP ZEE Figurentheater Propop vzw Figurentheater Propop en De Poppenzaal Steenweg op oosthoven 114 2300 Turnhout - België Tel : 014.423322 Email : info@propop.be Website

Nadere informatie

Bijlagen. bovenbouw 2015-2016 / 1. Inhoud

Bijlagen. bovenbouw 2015-2016 / 1. Inhoud 21e jaargang Trefwoord, aflevering 1 Copyright Kwintessens, 2015. Het is aan scholen, die geabonneerd zijn op Trefwoord, toegestaan alleen voor intern gebruik gedeelten van dit materiaal te kopiëren en

Nadere informatie

Daags nadat Momgomery's troepen over de Rijn waren, stak Church.1i de rivier over in een Amerikaanse stormboot,

Daags nadat Momgomery's troepen over de Rijn waren, stak Church.1i de rivier over in een Amerikaanse stormboot, 23g2.. passeerden vanmiddag veel bommenwerpers en jagers in oostelijke richting. Vanavond naar Simonse geweest. Toen ik terug naar huis ging en nog maar juist de poort uit was, hoorde ik opeens iets, alsof

Nadere informatie

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich

Rivka voelt tranen in haar ogen. Vader aait over haar wang. Hij zegt: Veel plezier, prinsesje. Vergeet je nooit wie je bent? Dan draait vader zich 1942-1943 1 Rivka! Het is tijd om te gaan!, roept vader. Rivka is blij. Ze gaat logeren. Ze weet niet bij wie. En ze weet ook niet hoe lang. Maar ze heeft er wel zin in. Vader heeft gezegd: Je gaat in

Nadere informatie

Ik vou van u is een verhaaltje van het tuinvrouwtje Fiona en het wolkenmannetje Wiebe. Fiona verzorgt haar bloemen met heel veel liefde en overgave.

Ik vou van u is een verhaaltje van het tuinvrouwtje Fiona en het wolkenmannetje Wiebe. Fiona verzorgt haar bloemen met heel veel liefde en overgave. Ik vou van u is een verhaaltje van het tuinvrouwtje Fiona en het wolkenmannetje Wiebe. Fiona verzorgt haar bloemen met heel veel liefde en overgave. Als het regent vangt ze het water op en giet ze het

Nadere informatie

Een spannend spel loopt verkeerd af

Een spannend spel loopt verkeerd af De strafzaak Een spannend spel loopt verkeerd af Algemene informatie over de rechtszaak in het simulatiespel Ben, Najib en Roos, drie vmbo leerlingen van 15 jaar, hebben de laatste lesuren vrij van school

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

BEGINNERSCURSUS DAG 6

BEGINNERSCURSUS DAG 6 1 BEGINNERSCURSUS DAG 6 A. FORCING Tekst: Het telefoongesprek B. GRAMMATICA Vorming van de V.T.T. gebruik Onregelmatige werkwoorden C. CONVERSATIE Telefoneren 2 REEKS I: HET DAGELIJKSE LEVEN Tekst Het

Nadere informatie

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus.

Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 1 Beste vrienden, ik mag jullie vandaag vertellen over de laatste week van het leven van Jezus. 2 Het verhaal De Goede Week Trouw, Hoop en Spijt Ik wil jullie vandaag vertellen over de Goede Week. Dat

Nadere informatie

Schoolkrant Juli 2012

Schoolkrant Juli 2012 Schoolkrant Juli 2012 Van Dumont Tot mond Niels Finsenstraat 35 2035 CZ Haarlem Tel.: 023-5332017 E-mail: info@dumonthaarlem.nl HET THEMA IS DEZE KEER: DIEREN Dierenspelletjes In de vakantie heb je veel

Nadere informatie

Bijlage 1: Luchtpost voor de kerstman van Brigitte Weninger. Luchtpost voor de kerstman 1

Bijlage 1: Luchtpost voor de kerstman van Brigitte Weninger. Luchtpost voor de kerstman 1 Bijlage 1: Luchtpost voor de kerstman van Brigitte Weninger Luchtpost voor de kerstman 1 Martijn en zijn moeder woonden in een dorpje hoog in de bergen. Ze waren arm. Martijn had geen vader. Martijns moeder

Nadere informatie

Als je ergens heel erg bang voor bent, dan heb je angst. Je hebt bijvoorbeeld angst voor de tandarts.

Als je ergens heel erg bang voor bent, dan heb je angst. Je hebt bijvoorbeeld angst voor de tandarts. Thema 5 Les 1: De angst: Als je ergens heel erg bang voor bent, dan heb je angst. Je hebt bijvoorbeeld angst voor de tandarts. De schrik: Als iemand ineens achter je staat, dan schrik je. Je bent dan ineens

Nadere informatie

Kijk op YouTube spreekvaardigheid A1

Kijk op YouTube spreekvaardigheid A1 Kijk op YouTube spreekvaardigheid A1 Oefenexamen Ad Appel Spreekvaardigheid A1 10 vragen serie A 1. Hoe vaak doet u boodschappen? 2. Wanneer bent u geboren? 3. Wat drinkt u het liefst? 4. Wat vindt u van

Nadere informatie

STADEN TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG

STADEN TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG STADEN TIJDENS DE EERSTE WERELDOORLOG Staden voor de oorlog STA_07 De Speyhoek in Staden, voor de oorlog. Iedereen komt naar buiten voor de fotograaf. Moeders met lange rokken en grote schorten, vaders

Nadere informatie

Voor de dienst zingen we: Kleuren

Voor de dienst zingen we: Kleuren Feest in de kerk! Voor de dienst zingen we: Kleuren M. Zimmer Kleuren, kleuren, allemaal kleuren rood, oranje, geel, groen, paars en blauw God bedacht die prachtige kleuren Anders was alles zo grijs en

Nadere informatie

Als ze later bij oma zijn, geeft hij oma een dikke kus en blijft hij even praten. Maar na de limonade en spekkies zegt Jos: Nu ga ik vissen.

Als ze later bij oma zijn, geeft hij oma een dikke kus en blijft hij even praten. Maar na de limonade en spekkies zegt Jos: Nu ga ik vissen. Het meisje op de boot Een vreemde vis Iets heel bijzonders Op het spreekuur In het museum Bekkie is ziek Waar is Bekkie? Een muis in huis Een takje met poten Over de schutting Op ruiltocht Door de sluis

Nadere informatie

Kerstfeest 2014. Ds. W.E. den Hertogschool

Kerstfeest 2014. Ds. W.E. den Hertogschool Kerstfeest 2014 Ds. W.E. den Hertogschool Kling klokjes klingelingeling, kling klokjes kling. Laat de boodschap horen: Jezus is geboren, Voor die blijde klanken, willen wij God danken. Kling klokjes klingelingeling,

Nadere informatie

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen

Toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen 1. Print deze tekst 2. Download het geluidsbestand en luister Je gaat een toets Geletterdheid en Begrijpend Lezen maken. Dit is een leestoets. De toets heeft vijf delen. Deel A, B, C, D en E. Deze toets

Nadere informatie

Auditieve synthese Lettergrepen samenvoegen tot een woord/ woord in lettergrepen verdelen

Auditieve synthese Lettergrepen samenvoegen tot een woord/ woord in lettergrepen verdelen Auditieve oefeningen politie Auditieve synthese Lettergrepen samenvoegen tot een woord/ woord in lettergrepen verdelen wapen boeven politiepet bekeuring zwaailicht kruispunt gevangenis rijbewijs snelheid

Nadere informatie

Dieren in de winter. Kids for Animals winter spreekbeurt. Brrr. Honden

Dieren in de winter. Kids for Animals winter spreekbeurt. Brrr. Honden Dieren in de winter Brrr In de winter kun jij een lekkere warme trui aantrekken. Bij dieren werkt dit anders. Sommige kunnen heel goed tegen de kou, andere minder. Het ene dier krijgt een dikke vacht,

Nadere informatie

een zee van tijd Werkblad 31 Ω De riddertijd Ω Les 1: De bouw van een kasteel Naam:

een zee van tijd Werkblad 31 Ω De riddertijd Ω Les 1: De bouw van een kasteel Naam: Werkblad 3 Ω De riddertijd Ω Les : De bouw van een kasteel een Burcht In het begin van de middeleeuwen woont een ridder in een burcht. Dat is een houten huis in de vorm van een toren. Als bescherming staat

Nadere informatie

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2

Vraag aan de zee. Vraag aan de tijd. wk 3. wk 2 Bladzijde negen, Bladzijde tien, Krijg ik het wel ooit te zien? Ander hoofdstuk, Nieuw begin.. Maar niets, Weer dicht, Het heeft geen zin. Dan probeer ik achterin dat dikke boek. Dat ik daar niet vaker

Nadere informatie

Auditieve oefeningen bij het thema: de kinderboerderij

Auditieve oefeningen bij het thema: de kinderboerderij Auditieve oefeningen bij het thema: de kinderboerderij Boek van de week: 1; Kinderboerderij; Betty Sluyzer 2; Kinderboerderij/kijkdoosserie 3; Het grote voorleesboek van de Kinderboerderij 4; Boeken over

Nadere informatie

Gedichtendag vijfde leerjaar

Gedichtendag vijfde leerjaar Kouwe biefstuk Kouwe biefstuk op m'n bord. De biefstuk is rauw en hard. Het hart is van schimmel. De biefstuk is rauw en hard. Lief zijn, dan mag je biefstuk eten met een goede vork. De vork is lief en

Nadere informatie

lesbrieven geluidsgolven avonturenpakket de uitvinders en het leerkrachtenbestand Lesbrief 3:

lesbrieven geluidsgolven avonturenpakket de uitvinders en het leerkrachtenbestand Lesbrief 3: lesbrieven leerkrachtenbestand Lesbrief 3: geluidsgolven avonturenpakket de uitvinders en het VERBORGEN OOG Copyright De Uitvinders Uitgave 2014 Versie 3.0 KAPITEINS LOGBOEK derde Logboekbericht De kok

Nadere informatie

Zuur raadsel Wat is zuur en gaat door zijn knieën? Antwoord: Een aughurk. Boterraadsel Wat is boter als hij zich heeft uitgekleed? Antwoord: Bloter!

Zuur raadsel Wat is zuur en gaat door zijn knieën? Antwoord: Een aughurk. Boterraadsel Wat is boter als hij zich heeft uitgekleed? Antwoord: Bloter! 5 Zuur raadsel Wat is zuur en gaat door zijn knieën? Antwoord: Een aughurk. Tellen Ziva komt thuis van de crèche. Ze zegt trots: Mama, ik kan mijn vingers tellen! Zegt haar moeder: O ja? Laat maar eens

Nadere informatie

Jouw idealen in de provincie Basisverkiezingsprogramma. Provinciale Staten 2015 in eenvoudige taal

Jouw idealen in de provincie Basisverkiezingsprogramma. Provinciale Staten 2015 in eenvoudige taal Jouw idealen in de provincie Basisverkiezingsprogramma Provinciale Staten 2015 in eenvoudige taal Verkiezingen in de provincie Op 18 maart 2015 zijn er verkiezingen in de provincies van Nederland. Iedereen

Nadere informatie

Het zal nog even duren maar ooit zullen de Albizia s zo gaan bloeien:

Het zal nog even duren maar ooit zullen de Albizia s zo gaan bloeien: De tijd vliegt De dagen zijn alweer een stuk korter. De nachten worden alweer koud. Begin september is het maar net 3 graden s nachts. Toch begint september met een aantal prachtige dagen. En de dag dat

Nadere informatie

Fruit eten: Appel, kiwi en banaan Fruit, dat moet je eten. Brood eten:

Fruit eten: Appel, kiwi en banaan Fruit, dat moet je eten. Brood eten: Liedjes Zingen Fruit eten: Appel, kiwi en banaan Fruit, dat moet je eten. Stop het nu maar in je mond Fruit, dat is gezond! En jullie krijgen een bakje fruit Dan worden jullie sterk en stoer Bewegingen

Nadere informatie

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan.

Vertel de kinderen, of praat met hen over het verschil tussen film, tv kijken of naar het theater gaan. LESBRIEF Binnenkort gaan jullie met jullie groep naar de voorstelling Biggels en Tuiten Hieronder een aantal tips over hoe je de groep goed kan voorbereiden op de voorstelling. VOOR DE VOORSTELLING Vertel

Nadere informatie

Kinderliedboekje Inhoudsopgave

Kinderliedboekje Inhoudsopgave Kinderliedboekje Inhoudsopgave Jezus is de goede herder...2 Hoor de vogels zingen weer...2 Dank U voor deze nieuwe morgen...3 Jezus is geboren...4 Zit je deur nog op slot...4 Dank U voor uw liefde Heer...4

Nadere informatie