Toedieningswegen en toedieningsvormen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Toedieningswegen en toedieningsvormen"

Transcriptie

1 17 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen Samenvatting Aan het eind van dit hoofdstuk weet je: 4 hoe het geneesmiddel op de plaats van werking komt; 4 wat het verschil is tussen plaatselijke en systemische toediening; 4 wat de verschillende manieren zijn om een geneesmiddel toe te dienen en de vakbenaming daarvoor; 4 wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende toedieningswegen; 4 welke toedieningswegen de voorkeur hebben in bijzondere medische situaties; 4 wat de meest gebruikte toedieningsvormen voor geneesmiddelen zijn; 4 wat de wijze van gebruik is van deze toedieningsvormen; 4 hoe je de wijze van gebruik aan de patiënt/cliënt kunt uitleggen. 2.1 Inleiding Toedieningswegen Lokale toediening Systemische toediening Orale toedieningsvormen Tabletten Capsules Vloeibare orale toedieningsvormen Andere orale toedieningsvormen Toedieningsvormen voor neus, oor, mond en oog Neusdruppels en neusspray Oogdruppels, oogzalf en oogwassing Oordruppels Toedieningsvormen voor de mond- en keelholte 29 Bohn Stafleu van Loghum, onderdeel van Springer Media BV 2016 J.R. Mentink, F.A.C. van Opdorp, Farmaceutische patiëntenzorg, Basiswerk AG, DOI / _2

2 2.5 Toedieningsvormen voor de luchtwegen Dosisaerosolen Autohaler Poederinhalatoren Inhalatievloeistoffen Stoomdruppels Toedieningsvormen op de huid Zalven en crèmes Zalven op slijmvliezen Pleisters Rectale toedieningsvormen Zetpillen Klysma s Vaginale toedieningsvormen Vaginaaltabletten, -crèmes en -spoelingen Spiraaltje of vaginale ring Parenterale toedieningsvormen Injecties Infusen 39 Websites 39

3 2.2 Toedieningswegen Inleiding Geneesmiddelen kunnen op verschillende manieren aan de patiënt worden toegediend. De keuze voor de toedieningsvorm is afhankelijk van de patiënt, het geneesmiddel en de aandoening. Op basis van deze drie voorwaarden zal de arts een keuze maken bij het voorschrijven van een geneesmiddel. Bij een patiënt met een slikprobleem of stoornis zal de arts bijvoorbeeld geen tabletten of capsules voorschrijven en ook bij kleine kinderen heeft een drankje de voorkeur boven een tablet. Sommige geneesmiddelen kunnen niet via een tablet of capsule worden ingenomen omdat ze dan onwerkzaam worden gemaakt door het maagzuur; de enige optie is dan om de maag te omzeilen door middel van het toedienen van een injectie of het geven van een maagsapresistente tablet. Een ander voorbeeld: bij een schimmel op huid heeft een crème de voorkeur boven een tablet, omdat bij de crème alleen direct op de huid hoeft te worden behandeld. De huid behandelen via een capsule of tablet is in veel gevallen dan helemaal niet nodig. Dit tweede hoofdstuk gaat in op de wijze waarop geneesmiddelen toegediend of gebruikt kunnen worden. 2.2 Toedieningswegen Om genezing te bewerkstelligen moet het geneesmiddel terechtkomen op de plek waar het werkzaam moet zijn. Meestal is dat een plek in het lichaam, maar dat kan ook gaan om een plek aan de buitenkant. Geneesmiddelen kunnen op verschillende manieren in of op het lichaam worden gebracht. Voor elk van deze toedieningswegen bestaan weer verschillende toedieningsvormen. Moet het geneesmiddel in het lichaam zijn werking uitoefenen, dan spreken we van een systemische toediening (systeem betekent hier lichaam). Kan het geneesmiddel rechtstreeks worden aangebracht op de plek waar het werkzaam moet zijn, dan spreken we van een lokale toediening. Bij systemische toediening wordt het geneesmiddel in het lichaam gebracht via de mond of via een injectie. Voor lokale toediening wordt het geneesmiddel direct op de plaats van werking gebracht, bijvoorbeeld in het oog, in de neus of op de huid. Elke toedieningsweg kent zijn eigen toedieningsvormen, ook wel farmaceutische vormen genoemd. Voor de systemische toediening bestaan bijvoorbeeld dranken, tabletten en capsules, maar ook injecties en narcosegassen. Lokale toediening kan met neusdruppels, oog- en oordruppels, zalven en crèmes, maar ook per inhalatie (zie 7 par ). Elke toedieningsvorm kent een eigen gebruiksaanwijzing en gebruiksadviezen. Een apothekersassistent moet alle bijzonderheden van alle toedieningsvormen kennen, want zij moet het juiste gebruik aan de patiënt kunnen uitleggen. toedieningsvormen

4 20 Hoofdstuk 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen Lokale toediening 2 direct op de plaats van werking lokaal buitenkant Bij lokale of plaatselijke toediening wordt het geneesmiddel direct op de plaats van werking gebracht. Het gaat dan bijvoorbeeld om geneesmiddelen die op de huid worden aangebracht, zoals zalven en crèmes, maar ook inhalatiemedicatie voor gebruik in de longen, oogdruppels, oordruppels, neusdruppels en vaginaaltabletten. Het grote voordeel van lokale toediening is dat het geneesmiddel direct op de plaats is waar het moet werken. De rest van het lichaam zal daar meestal weinig tot niets van merken. De kans op bijwerkingen in de rest van het lichaam is daardoor veel kleiner dan bij systemische toediening; dan wordt immers het gehele lichaam lastig gevallen door het geneesmiddel. z Cutaan De meeste huidaandoeningen kunnen lokaal behandeld worden. Cutaan betekent: op de huid. De kans op bijwerkingen elders in het lichaam is dan klein. Lokaal kunnen wel bijwerkingen optreden, zoals (lichte) irritatie van de huid of overgevoeligheidsreacties op plekken waar het middel is aangebracht. Bij de behandeling van grote huidoppervlakken of als sprake is van verwondingen, bestaat de kans dat het geneesmiddel toch door de huid wordt opgenomen en in de bloedvaten terechtkomt. Op die manier kunnen elders in het lichaam wel bijwerkingen ontstaan. De huid van kinderen is beter doorlaatbaar voor geneesmiddelen dan die van volwassenen. Daarom zijn kinderen over het algemeen gevoeliger voor bijwerkingen van geneesmiddelen die cutaan worden toegepast. Voor de toepassing van bijvoorbeeld hormoonzalven bij kinderen gelden bepaalde voorwaarden. z Inhalatie Bij een inhalatie wordt het geneesmiddel samen met de lucht ingeademd. Door het inademen kan het geneesmiddel via de luchtpijp (tracheaal), in de lagere luchtwegen (bronchiën) terechtkomen. Inhalatie kan ook plaatsvinden door toediening in de neusholte (nasaal). Inhalatie is over het algemeen gericht op een lokale werking, dus in de longen of in de neusholte. Soms moet het geïnhaleerde geneesmiddel echter systemisch werken, dat wil zeggen op een andere plaats in het lichaam. Het geneesmiddel wordt dan via het slijmvlies in het bloed opgenomen om elders in het lichaam een werking hebben. Voorbeelden zijn narcosegassen, neussprays met pijnstillers en middelen tegen bedplassen. z Toediening op de slijmvliezen Vrijwel alle slijmvliezen aan de buitenkant van het lichaam kunnen lokaal worden behandeld. Bij inhalatie worden de slijmvliezen van de luchtwegen bereikt. De slijmvliezen van mond, neus, ogen en oren worden behandeld met een spoeling, met druppels of sprays en

5 2.2 Toedieningswegen 21 2 de slijmvliezen van de vagina kunnen lokaal behandeld worden met crèmes of speciale vaginaaltabletten Systemische toediening Bij systemische toediening wordt het geneesmiddel via de bloedsomloop naar de plaats van werking gebracht. Het geneesmiddel moet dus eerst in het bloed worden opgenomen. Bij inname door de mond komt het geneesmiddel via de maag in de dunne darm. Daar wordt het opgenomen in het bloed. Het geneesmiddel kan ook rechtstreeks in het bloed terechtkomen door het middel in een ader te spuiten. Het onderscheid tussen lokale en systemische toediening is niet zo scherp als het in eerste instantie lijkt. Geneesmiddelen dringen over het algemeen niet goed door de huid, maar er zijn geneesmiddelen die dat juist wel doen. Bij transdermale toediening (transdermaal is door de huid) komt het geneesmiddel, vanaf een pleister, door de huid in het bloed terecht. Dit is dus een voorbeeld van lokale toediening met een systemische werking. Verder zijn er tabletten die via de mond worden toegediend, maar die werken in de maag. Deze geneesmiddelen komen nauwelijks in het bloed terecht en zijn dus eigenlijk geneesmiddelen met een lokale werking. Denk hier bijvoorbeeld aan middelen die tegen overtollig maagzuur worden gebruikt. z Oraal De meest gebruikte en ook eenvoudigste toedieningsweg is het innemen van een geneesmiddel via de mond. Dit wordt ook wel peroraal, per os of oraal genoemd. Het geneesmiddel volgt dan dezelfde weg als voedsel. Nadat het geneesmiddel in het bloed is opgenomen, kan het zijn werking in het lichaam uitoefenen. Hoe lang het duurt voordat een geneesmiddel werkt, hangt af van: 4 het geneesmiddel; de eigenschappen van het geneesmiddel bepalen hoe snel het oplost en door de darmwand opgenomen kan worden; 4 de toedieningsvorm; dranken worden sneller opgenomen in het bloed dan tabletten; 4 de vulling van de maag; op een lege maag wordt het geneesmiddel sneller opgenomen in het bloed dan bij een volle maag; 4 soort voedsel; geneesmiddelen kunnen zich hechten aan voedsel, wat de opname vermindert. De veelgebruikte en gemakkelijke toedieningsweg via de mond is niet voor alle geneesmiddelen geschikt. Sommige middelen zijn niet bestand tegen de werking van het maagsap en verliezen daardoor hun werkzaamheid. Andere geneesmiddelen zijn wel bestand tegen het maagzuur, maar worden vrijwel direct na de opname in het bloed door de lever omgezet in onwerkzame producten. via de mond

6 22 Hoofdstuk 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen 2 z Sublinguaal Sublinguaal betekent onder de tong (oromucosaal betekent: via het slijmvlies van de mond). Sommige geneesmiddelen worden door het slijmvlies in de mondholte, dat zeer goed is doorbloed, opgenomen en komen zo direct in het bloed terecht. Een sublinguaal toegediend geneesmiddel begint dus snel te werken. Een ander voordeel is dat op deze wijze tijdelijk de leverpassage wordt omzeild en een snelle afbraak wordt voorkomen. Veel geneesmiddelen worden in de lever namelijk afgebroken of onwerkzaam gemaakt. Helaas is deze sublinguale toediening maar voor enkele geneesmiddelen geschikt. zetpil z Rectaal Rectaal is de toedieningsweg waarbij een geneesmiddel in het laatste deel van de dikke darm wordt gebracht. Het laatste stuk van de dikke darm heet endeldarm of rectum. Er zijn drie toedieningsvormen voor rectale toediening: de zetpil, het microklysma of rectiole en het klysma. De rectale toediening wordt toegepast: 4 als de patiënt slecht of niet kan slikken; 4 als de patiënt misselijk is of moet braken; 4 als het rectum plaatselijk behandeld moet worden. Naast de genoemde toedieningsvormen kan een geneesmiddel ook door middel van schuim (een spuitbus met applicator = verlengstuk) in het rectum worden gebracht. Een voorbeeld is de behandeling van colitis ulcerosa, een aandoening van de darmen, met Budenofalk of Salofalk -schuim. Een nadeel van de rectale toediening is de onzekere en onregelmatige opname van het geneesmiddel door het slijmvlies van het rectum, onder andere omdat de verblijfsduur in het rectum onbekend is. Rectale toediening is vooral geschikt voor kleine kinderen en voor mensen die niet of slecht kunnen slikken (oraal heeft altijd de voorkeur!). pleister z Transdermaal Stoffen kunnen ook via de huid worden opgenomen in het bloed. Deze transdermale toedieningsweg is slechts voor een beperkt aantal geneesmiddelen geschikt. De toedieningsvorm voor transdermale toediening is een pleister. Voorbeelden zijn nicotinepleisters of pleisters met pijnstilling. z Parenteraal Als de arts absoluut zeker wil weten dat het geneesmiddel in het bloed terechtkomt, kiest hij voor toediening per injectie. De toediening per injectie heet parenterale toediening (net zoals een infuus dat is). De gewenste hoeveelheid van het geneesmiddel wordt op deze manier nauwkeurig en snel in het bloed gebracht. Injecteren kan op verschillende plekken in het lichaam en al die plekken hebben hun eigen naam:

7 2.3 Orale toedieningsvormen Als het geneesmiddel met de injectiespuit onder de huid wordt ingebracht, heet dat een subcutane injectie (cutis = huid). 4 Een inspuiting direct in de ader, heet intraveneus (vena = ader). 4 Een injectie direct in het spierweefsel is een intramusculaire injectie (musculus = spier). De snelste directe werking wordt verkregen met de intraveneuze toediening. Soms kan het nodig zijn en is het ook mogelijk het geneesmiddel rechtstreeks op de gewenst plaats te brengen door het daar in te spuiten. Hierdoor ontstaat dus een lokale werking. Voorbeelden zijn injecties in het gewricht (intra-articulair), in het hart (intracardiaal), in het ruggenmergkanaal (intralumbaal) of in de ruimte bij het ruggenmerg (epiduraal). Bij parenterale toediening is de werking snel en is de dosering goed te bepalen. De risico s zijn alleen groter dan bij orale toediening. Als het geneesmiddel eenmaal in het bloed zit, is het niet meer terug te halen. 2.3 Orale toedieningsvormen Orale toedieningsvormen zijn: tabletten, capsules, dragees, kauwtabletten, zuigtabletten, tabletten met vertraagde afgifte, capsules met vertraagde afgifte, poeders, dranken en kauwgom Tabletten Een tablet is een toedieningsvorm waarin het geneesmiddel samen met hulpstoffen (vulstoffen, glijstoffen en uiteenvalmiddelen) tot één vorm is samengeperst in een tabletteermachine. Men kan een tablet voor het innemen eerst uiteen laten vallen in water, maar meestal is het de bedoeling om een tablet samen met water in zijn geheel door te slikken. Afhankelijk van het geneesmiddel moet dat vóór, tijdens of na de maaltijd gebeuren. Bij de verwerking van het recept in het apotheekinformatiesysteem worden deze gebruiksadviezen over het algemeen automatisch op het etiket afgedrukt. z Dispertabletten Bij deze speciale toedieningsvorm zijn de tabletten zo gemaakt dat ze voor het innemen makkelijk in water uiteenvallen. Het innemen wordt daardoor eenvoudiger, ook voor mensen die moeilijk tabletten kunnen slikken. z Bruistabletten Bruistabletten vallen onder gasontwikkeling in water uiteen. Ze moeten eerst worden opgelost in een half glas water. In bruistabletten zit een natriumzout. Ze zijn daarom minder geschikt voor mensen met een zoutarm dieet.

8 24 Hoofdstuk 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen 2 z Zuigtabletten Deze tabletten vallen juist niet in water uiteen. Ze worden gebruikt voor aandoeningen in de mond- en keelholte en hebben een lokale werking. Een zuigtablet moet zo lang mogelijk in de mond worden gehouden. z Smelttabletten Ook deze tabletten moeten in de mondholte worden gehouden en lossen dan op in het speeksel. Het geneesmiddel wordt via het mondslijmvlies opgenomen in het bloed. De smelttablet kan gebruikt worden in situaties waarin geen vloeistof aanwezig is om de tablet in te nemen of als de patiënt door inname van de tablet met vloeistof misselijk wordt of moet overgeven. Smelttabletten hebben dus een systemische werking. z Kauwtabletten Kauwtabletten vallen ook niet in water uiteen. Een kauwtablet moet gekauwd worden en daarna worden doorgeslikt. Deze tabletten hebben meestal een werking in de maag of in de darmen. z Maagsapresistente tabletten De zogenoemde enteric coated-tabletten zijn voorzien van een laag waar het maagsap niet doorheen dringt. Deze tabletten komen daardoor in hun geheel in de darmen terecht en vallen dan pas uit elkaar. Maagsapresistente tabletten mogen niet worden gekauwd of op een andere manier worden fijngemaakt. Ze moeten heel doorgeslikt worden. De tabletten zijn vaak te herkennen aan de toevoeging EC of MSR aan de geneesmiddelnaam (bijv. Depakine 500 mg EC of omeprazole 20 mg capsule MSR). z Dragees Dragees zijn als het ware aangeklede tabletten. Ze worden ook wel omhulde tabletten genoemd. Ze zijn via een bepaalde procedure (drageren) voorzien van verschillende laagjes. Dat kunnen laagjes van suiker zijn (voor een betere smaak), laagjes van kleurstoffen (voor een fraaier uiterlijk) of laklaagjes van een maagsapresistente kunststof. Een dragee moet in z n geheel doorgeslikt worden. z Tabletten met vertraagde afgifte Deze zogenoemde slow release-tabletten worden tegenwoordig veel gebruikt. Een tablet met vertraagde afgifte moet heel worden doorgeslikt. Deze toedieningsvorm zorgt ervoor dat het geneesmiddel gelijkmatiger in het bloed terechtkomt. Een dergelijke tablet hoeft minder vaak te worden ingenomen, wat voor de patiënt een voordeel is. Door de gelijkmatige opname van het geneesmiddel in het bloed, treden er ook minder bijwerkingen op. Bij het malen van een dergelijk tablet gaat de vertraagde afgifte verloren. De fabrikant geeft bij de naam aan dat het om tabletten of capsules met vertraagde afgifte

9 2.3 Orale toedieningsvormen 25 2 gaat. Naamstoevoegingen zijn bijvoorbeeld: chrono, durette, MGA, MVA, OROS, retard, ZOC Capsules Capsules worden gemaakt van gelatine. Het zijn hulsjes met daarin het geneesmiddel. Een capsule moet heel worden doorgeslikt. In water wordt een capsule zacht. Vooral kinderen hebben problemen met het heel doorslikken van een capsule. Het advies is om de capsule op een lepel(tje) water of limonadesiroop te leggen, even zacht te laten worden (5 10 min.) en dan door te slikken. Soms mag een capsule opengemaakt worden, waarna de inhoud als poeder ingenomen kan worden. Ook van capsules bestaan net zoals bij de tabletten varianten met een gereguleerde afgifte. Capsules moeten staand of zittend en met veel water heel doorgeslikt worden. Gebeurt dat niet, dan kan de capsule in de slokdarm blijven steken en daar mogelijk irritatie veroorzaken. Capsules zijn over het algemeen niet geschikt voor jonge kinderen. veel water Vloeibare orale toedieningsvormen Dranken (mixtura) zijn een vloeibare orale toedieningsvorm. Een drank is meestal een heldere oplossing. Het geneesmiddel is dan in water opgelost. Met bepaalde hulpstoffen kunnen ook niet-mengbare vloeistoffen (emulsie) of onoplosbare vaste stoffen (suspensie) in drankvorm worden toegediend. Antibioticadrankjes zijn meestal een suspensie. Zo n drank moet voor gebruik geschud worden, anders is het geneesmiddel niet goed verdeeld en kan de patiënt te veel of te weinig geneesmiddel binnen krijgen. Siropen of stropen bevatten van oudsher heel veel suiker en worden gebruikt als hoestdrank. Tegenwoordig zijn de hoestdranken meestal suikervrij en wordt een zoetstof toegevoegd voor de smaak. De naam siroop is echter blijven bestaan Druppels voor oraal gebruik bevatten geneesmiddelen in geconcentreerde vorm, waardoor ze vaak maar in een kleine hoeveelheid ingenomen hoeven te worden. De druppels kunnen gemengd worden met water, of gedruppeld worden op een lepeltje appelmoes of yoghurt. hoestdrank Andere orale toedieningsvormen Poeders (pulveres) worden met water vermengd en dan ingenomen. Een poeder kan ook in de mond gestrooid worden en daarna met een slokje water worden weggespoeld. Industrieel bereide poeders zijn meestal verpakt in zakjes (sachets). Poeders werden vroeger nog

10 26 Hoofdstuk 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen 2 kauwgom regelmatig in de apotheek verpakt met behulp van een poedervouwmachine. Tegenwoordig gebeurt dit nauwelijks meer. Kauwgom is een weinig gebruikte toedieningsvorm. Deze toedieningsvorm is alleen geschikt voor geneesmiddelen die langzaam vrij moeten komen, in kleine hoeveelheden werkzaam zijn en door het mondslijmvlies kunnen worden opgenomen. Op dit moment wordt kauwgom alleen gebruikt voor de verwerking van nicotine. Deze kauwgom wordt gebruikt om de ontwenningsverschijnselen tegen te gaan bij mensen die willen stoppen met roken. Door het kauwen van de kauwgom komt dan langzaam nicotine vrij. 2.4 Toedieningsvormen voor neus, oor, mond en oog Neusdruppels en neusspray snuiten doseerspray z Neusdruppels Neusdruppels zijn bestemd voor de lokale behandeling van het neusslijmvlies. De druppels (rhinoguttae) worden met een pipet in de neusgaten gebracht. Vóór gebruik moet de neus gesnoten worden. Daarbij mag niet te luid en te krachtig gesnoten worden ( trompetteren ), omdat daardoor geïnfecteerd slijm naar het middenoor of naar de voorhoofdsholte wordt gestuwd. Zo kan een oorontsteking of voorhoofdsholteontsteking ontstaan. Hard snuiten mag wel, maar alleen als de luchtstroom door één neusgat vrij naar buiten kan, terwijl het andere neusgat dichtgedrukt wordt. Om de druppels in de neus te brengen moet het hoofd iets achterover gehouden worden (. fig. 2.1). De druppels kunnen dan zachtjes opgesnoven worden. Bij het druppelen moet het hoofd niet te ver achterover gehouden worden, omdat de druppels dan makkelijk via de neus in de keelholte komen. De druppelaar moet telkens na gebruik onder de kraan worden schoongemaakt. Neusdruppels moeten helder zijn en mogen na opening van de verpakking niet langer dan drie maanden worden bewaard. z Neusspray Via een neusspray of neusdruppelverstuiver komen fijnverdeelde druppels vloeistof hoog in de neus terecht. De doseerspraykop is makkelijker in gebruik dan de druppelaar. Ook bij het gebruik van de neusspray geldt: snuit eerst de neus, breng de naar boven gerichte opening in het neusgat, spray en snuif tegelijkertijd zachtjes. De spraykop moet na gebruik gereinigd worden. Vrijwel altijd moet in beide neusgaten worden gesprayd. In de gebruiksaanwijzing op het etiket wordt meestal gesproken van pufjes ; 2 3 daags 1 pufje betekent dus twee- tot driemaal daags één keer sprayen in beide neusgaten.

11 2.4 Toedieningsvormen voor neus, oor, mond en oog 27 2 neusdruppels verstuiver. Figuur 2.1 Neusdruppels en hun toedieningswijze. Sommige neussprays zijn bedoeld voor systemisch gebruik. Voorbeelden hiervan zijn een neusspray met een pijnstillende stof of een neusspray tegen bedplassen. Het geneesmiddel wordt dan via het neusslijmvlies opgenomen in het bloed. Deze neussprays dienen, in tegenstelling tot eerder aangegeven, maar in één neusgat worden toegediend Oogdruppels, oogzalf en oogwassing z Oogdruppels Oogdruppels (oculoguttae) zijn oplossingen van geneesmiddelen die bestemd zijn voor het oog. Het oog is een zeer kwetsbaar orgaan. Bij de bereiding van oogdruppels moet heel zorgvuldig te werk worden gegaan. Oogdruppels zijn steriel (vrij van micro-organismen) en mogen geen kleine deeltjes bevatten. Om te zorgen dat de oogdruppels vrij blijven van micro-organismen, bevatten bijna alle oogdruppels conserveermiddelen en mogen ze maximaal een maand na opening van de verpakking worden gebruikt. Er zijn verschillende soorten oogdruppelflesjes. Vaak zijn ze van plastic gemaakt en kunnen ze als druppelaar worden gebruikt door er voorzichtig in te knijpen. Bij het druppelen moet worden voorkomen dat de vloeistof verontreinigd raakt. Het uiteinde van de druppelaar mag niet met de handen of met de oogharen aangeraakt worden. Bij het druppelen van een oog moet het hoofd iets achterover worden gebogen en dient men naar boven te kijken. Daarna wordt het onderste ooglid omlaag getrokken, zodat een gootje ontstaat waarin de oogdruppel kan vallen (. fig. 2.2). Hierna kan het ooglid worden losgelaten en moet een paar maal met het oog worden geknipperd. Zo nodig worden deze handelingen bij het andere oog herhaald. Per keer is één druppel meer dan voldoende. Meer onderste ooglid

12 28 Hoofdstuk 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen 2 oogdruppels. Figuur 2.2 Oogdruppels en hun toedieningswijze. druppels worden onmiddellijk uit het oog gespoeld. Om te voorkomen dat de druppels via de traanbuis in de neusholte terechtkomen kan de traanbuis, vlak naast de neus, een minuut zachtjes worden dichtgedrukt. Voor mensen die moeite hebben met druppelen zijn verschillende hulpmiddelen beschikbaar. Opzetstukjes zorgen ervoor dat veel mensen zichzelf oogdruppels kunnen toedienen en daarvoor niet afhankelijk zijn van zorg door anderen (zoals de thuiszorg). De gebruikstermijn van oogdruppels is beperkt. Een flesje dat eenmaal open is geweest, mag niet langer dan één maand worden gebruikt. Bespreek dit duidelijk met de patiënt! wazig zien z Oogzalf Een oogzalf (oculentum) of ooggel hecht zich iets langer aan het oogslijmvlies dan oogdruppels. De zalf wordt als een sliertje in het onderste ooglid aangebracht. Door knipperen met de ogen verdeelt de zalf zich over het slijmvlies. Bij gebruik van een oogzalf gaat de patiënt meestal wat wazig zien. Daarom is een oogzalf vooral geschikt om voor het slapen gaan te gebruiken. Een ooggel heeft dit nadeel niet, waardoor deze ook overdag kan worden gebruikt. z Oogwassing Een oogwassing (collyrium) wordt gebruikt om het oog en de omgeving schoon te spoelen, bijvoorbeeld bij een infectie of als een irriterende stof in het oog terecht is gekomen. De oogwassing kan worden aangebracht door deppen of met behulp van een oogbadje.

13 2.5 Toedieningsvormen voor de luchtwegen Oordruppels Oordruppels (otoguttae) worden gebruikt in de gehoorgang. De patiënt brengt voor het inbrengen van de oordruppels het hoofd opzij en laat vervolgens enkele druppels in de ingang van de gehoorgang vallen. Door daarna het oor zachtjes te masseren of zachtjes aan het oor te trekken komen de druppels verder in de gehoorgang terecht Keel-, neus- en oorartsen (KNO-artsen) schrijven bij een middenoorontsteking soms druppels voor het middenoor voor. Meestal is dan sprake van een opening in het trommelvlies. Deze druppels moeten voldoen aan dezelfde strenge eisen als oogdruppels en zijn na opening van de verpakking slechts één maand te gebruiken. Als regel geldt dat oogdruppels wel in het oor mogen worden gedruppeld, maar dat oordruppels niet in het oog mogen worden aangebracht. Aan de bereiding van de beide druppels worden door de inspectie en de geldende richtlijnen namelijk andere eisen gesteld. Een oordruppel hoeft niet steriel te zijn, terwijl dit van een oogdruppel wel wordt verwacht (zie ook 7 par ). Op recepten van KNO-artsen kan je dus regelmatig oogdruppels tegenkomen die in het oor moeten worden gedruppeld. Als de oordruppels in de koelkast bewaard moeten worden, moeten ze voor toediening eerst in de hand op kamertemperatuur worden gebracht. Koude oordruppels in het oor voelen erg onaangenaam. middenoorontsteking Toedieningsvormen voor de mond- en keelholte Een mondspoeling (collutio) is een oplossing voor gebruik in de mondholte. Meestal is er dan sprake van een infectie of een ontsteking. Mondspoelingen worden geregeld voorgeschreven door tandartsen bij ontstekingen van het tandslijmvlies. 2.5 Toedieningsvormen voor de luchtwegen De neusholte behoort tot de bovenste luchtwegen. Deze is goed te bereiken met neusdruppels, neussprays en speciale poederinhalatoren. De onderste luchtwegen zijn de longen, waarvoor veel verschillende toedieningsvormen zijn die alle geschikt zijn voor inhalatie (. fig. 2.3). Elke toedieningsvorm heeft een eigen gebruiksaanwijzing. Uitleg van het gebruik van deze inhalatieapparaten is heel belangrijk als de patiënt het geneesmiddel voor de eerste keer gaat gebruiken. Herhaling van deze uitleg bij een volgend bezoek aan de apotheek is geen overbodige luxe. Uit onderzoek is gebleken dat veel patiënten hun inhalatoren en dus de voorgeschreven medicatie niet goed gebruiken, waardoor het geneesmiddel niet goed genoeg werkt.

14 30 Hoofdstuk 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen 2. Figuur 2.3 Toedieningsvormen voor inhalatie. z Inhalatie-instructie Voor de inhalatie-instructie aan de patiënt zijn op de KNMP Kennisbank, de Apotheekkennisbank en via de site 7 protocollen beschikbaar, waarin elke stap duidelijk uitgelegd wordt. De meeste apotheken hebben werkinstructies voor de eerste uitgifte van een inhalatie. Het gebruik van een inhalator moet door de assistente worden uitgelegd en voorgedaan; de patiënt dient dit dan bij voorkeur te herhalen om aan te tonen dat de instructie goed is begrepen. Daarnaast moeten duidelijke geneesmiddelinformatiefolders en bijsluiters meegegeven worden waarin het gebruik en het schoonmaken van het apparaatje nog eens met tekeningen staat uitgelegd. Bij de tweede keer afleveren (tweede uitgifte) moet de inhalatie-instructie herhaald worden, om te controleren of de patiënt de inhalator goed gebruikt. Bij elke inhalatie moeten de volgende stappen doorlopen worden: 4 Maak het apparaat gebruiksklaar. 4 Ga rechtop zitten of staan en adem eenmaal diep in en uit. 4 Inhaleer (de wijze waarop is afhankelijk van het apparaat). 4 Houd de adem vijf tot tien tellen vast. 4 Adem langzaam uit via de neus. 4 Sluit het apparaat af. 4 Spoel de mond (één keer gorgelen gevolgd door een slokje water).

15 2.5 Toedieningsvormen voor de luchtwegen Dosisaerosolen Bij de inhalatiesprays (aerosolen) bevindt het geneesmiddel zich in een houder met drijfgas. Als het ventiel wordt ingedrukt, wordt het geneesmiddel, fijn verdeeld, door het drijfgas naar buiten gedreven. Het grote probleem bij de dosisaerosol is dat er een goede samenwerking tussen hand en inademing moet zijn, om de werkzame stof in de longen te krijgen. Precies op het moment dat de vinger op de knop drukt, moet worden ingeademd. Dit blijkt in de praktijk heel moeilijk te zijn. Daarom wordt bij aerosolen over het algemeen gebruikgemaakt van voorzetkamers. Een voorzetkamer is een hulpstuk dat een tussenruimte vormt tussen de dosisaerosol en de mond. Een pufje van de dosisaerosol wordt in het hulpstuk gespoten, waarna de patiënt rustig kan inhaleren. Voor baby s en jonge kinderen bestaan speciale voorzetkamers met baby- of kindermaskers (voorbeeld: de Aerochamber ). Elke fabrikant heeft een eigen voorzetkamer, met namen als: volumatic, aerochamber, spacer of babyhaler. De meest gebruikte voorzetkamer is de aerochamber, die met vrijwel alle dosisaerosolen gecombineerd kan worden. De dosisaerosol met voorzetkamer is vooral bedoeld om het geneesmiddel gemakkelijker te inhaleren. In het verleden werden voorzetkamers alleen gebruikt voor jonge kinderen en voor mensen met onvoldoende longcapaciteit, maar tegenwoordig hoort bij elke dosisaerosol een voorzetkamer te worden afgeleverd. Bij aflevering van een dosisaerosol moet altijd worden gevraagd of de patiënt al een voorzetkamer heeft. Bij veelvuldig gebruik moet de voorzetkamer jaarlijks worden vervangen. voorzetkamer Autohaler Een autohaler is een dosisaerosol die automatisch een pufje geeft bij het inademen. Bij een autohaler is het dus niet nodig om zelf een pufje met de hand te geven. Het in de vorige paragraaf genoemde nadeel van de aerosol heeft de autohaler dus niet. Een autohaler kan niet met een voorzetkamer worden gecombineerd. Is toch een voorzetkamer nodig om rustig te kunnen inhaleren, dan moet een normale dosisaerosol worden gebruikt Poederinhalatoren Er zijn poederinhalatoren voor één dosis per keer en poederinhalatoren met meerdere doseringen. Bij de poederinhalatoren voor eenmalig gebruik moet de stof die geïnhaleerd wordt, via een capsule in het inhalatieapparaatje gebracht. Door via het mondstuk krachtig maar gecontroleerd te inhaleren, wordt de vaste stof in de longen

16 32 Hoofdstuk 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen 2 inademing verdeeld. Voorbeelden van deze poederinhalatoren zijn de cyclohaler, de handihaler en de breezhaler. Voorbeelden van poederinhalatoren voor meermalig gebruik zijn de diskus, de turbuhaler, de novolizer en de elipta. Het geneesmiddel zit opgesloten in het apparaat. Deze toedieningsvormen bevatten soms wel honderd doseringen. Bij elke inademing komt dan na het prepareren van het apparaatje één dosis vrij. Kinderen kunnen ongeveer vanaf de leeftijd van zeven jaar gebruikmaken van poederinhalatoren. In het algemeen hebben poederinhalatoren de voorkeur boven dosisaerosolen, omdat ze eenvoudiger in gebruik zijn en gemakkelijker mee te nemen. Voor jonge kinderen, oudere mensen en mensen met onvoldoende longcapaciteit heeft de dosisaerosol met voorzetkamer de voorkeur Inhalatievloeistoffen vernevelapparaat respimat Inhalatievloeistoffen worden via vernevelapparatuur toegediend. De longarts kiest voor deze apparaten als de longfunctie zodanig verslechterd is, dat de patiënt heel slecht diep kan inademen. In de meeste gevallen worden luchtwegverwijdende of ontstekingsremmende stoffen met behulp van een vernevelapparaat geïnhaleerd. Soms worden ook antibiotica of slijmoplossende stoffen op deze manier direct in de luchtwegen gebracht. Het geneesmiddel wordt in het apparaat tot heel kleine druppels verstoven en deze druppeltjes worden gedurende vijf tot tien minuten met of zonder mondstuk ingeademd. Soms moet het geneesmiddel eerst verdund worden met een fysiologische zoutoplossing. Er bestaan diverse soorten vernevelaars. De apparaten worden door de zorgverzekeraars of de thuiszorgorganisaties in bruikleen afgestaan. De patiënt krijgt meestal een instructie over de wijze van vernevelen, het gebruik en onderhoud van het apparaat van een medewerker van de leverancier; soms geeft de apotheek of de thuiszorgorganisatie die instructie. De respimat is een aparte toedieningsvorm die wordt gebruikt bij het inhaleren van bijvoorbeeld Spiriva. De respimat-inhalator bevat een patroon met inhalatiespray/vernevelvloeistof en geeft de medicatie langzaam en geleidelijk af in de vorm van een nevel. Deze nevel maakt het makkelijker om het geneesmiddel te inhaleren. Het sprayen en inademen dient tegelijkertijd plaats te vinden Stoomdruppels Stoomdruppels worden gebruikt bij verstopping van de bovenste luchtwegen (neusholte, voorhoofdsholte). De druppels worden in kokend heet water gedruppeld. Daarna moet de patiënt met het hoofd boven de bak heet water gaan zitten, met een handdoek over

17 2.6 Toedieningsvormen op de huid 33 2 zijn hoofd. Dit moet hij ongeveer tien minuten volhouden. Het inademen van de hete damp is daarbij belangrijker dan het inademen van de vluchtige stoffen in de stoomdruppels. De beschreven manier is niet geschikt voor jonge/kleine kinderen. Het stomen met waterdamp, zoals onder de douche, kan natuurlijk wel worden gedaan. 2.6 Toedieningsvormen op de huid Zalven en crèmes Een zalf of crème bestaat uit een basis met daarin verwerkt een werkzame stof. De basis is erg belangrijk voor de werking. Een zalfbasis bestaat meestal uit vetten; een crèmebasis bevat vet en water waardoor deze iets makkelijker is aan te brengen en beter smeert. Crèmes hebben in de meeste gevallen de voorkeur omdat ze minder opvallend in het gebruik zijn en sneller intrekken. Zalven worden voornamelijk gebruikt bij huidaandoeningen waarbij de huid erg droog is. Zalven en crèmes kunnen één of meer malen per dag worden aangebracht. Zalven of crèmes die vlekken veroorzaken in kleding of beddengoed worden meestal onder verband (of verbandpak) aangebracht. Ook bij nattende huidaandoeningen wordt verband gebruikt, in dit geval om het geneesmiddel aan te brengen en af te dekken. In alle andere gevallen wordt bij het aanbrengen van zalven en crèmes geen verband gebruikt Zalven op slijmvliezen Er zijn speciale zalven voor toepassing op de slijmvliezen, zoals de neuszalf en de mondzalf. Om goed aan de vochtige slijmvliezen te kunnen hechten, is een speciale samenstelling nodig Pleisters Er zijn niet veel geneesmiddelen die in pleisters verwerkt kunnen worden, omdat maar weinig stoffen in staat zijn om door de huid heen te dringen. Bij het gebruik van de pleister is het de bedoeling dat het geneesmiddel via de huid langzaam en geleidelijk in het bloed terechtkomt. Voorbeelden van deze transdermale toedieningsvorm zijn: 4 hormoonpleister voor klachten bij vrouwen in de overgang; 4 pleister met een pijnstillende stof; 4 pleister om pijn op de borst bij mensen met hartklachten te voorkomen; 4 nicotinepleister voor het verzachten van ontwenningsverschijnselen bij het stoppen met roken.

18 34 Hoofdstuk 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen 2 douchen Afhankelijk van het soort pleister hoeft deze niet altijd dagelijks te worden verwijderd. Meestal is twee- tot driemaal per week verwisselen voldoende. Een nieuwe pleister moet altijd op een andere plek op de huid worden geplakt om huidirritaties te voorkomen. De pleister kan over het algemeen blijven zitten tijdens het douchen. 2.7 Rectale toedieningsvormen Bij rectale toediening wordt het geneesmiddel via de anus in het onderste deel van de dikke darm gebracht (rectum). Rectaal toegediende geneesmiddelen kunnen bedoeld zijn voor een lokale werking in de darm of voor een systemische werking in het lichaam. Is dat laatste het geval, dan moet het geneesmiddel via het slijmvlies van de darmen opgenomen worden in het bloed Zetpillen kinderen Een zetpil (suppositorium) bestaat uit een bij lichaamstemperatuur smeltende vaste stof waarin het geneesmiddel is verwerkt. Een zetpil heeft meestal een typerende torpedovorm en zit in een strip verpakt (. fig. 2.4). Bij het inbrengen wordt de torpedopunt als eerste ingebracht, op de platte achterkant kan dan zachtjes worden geduwd om de zetpil in te brengen. Door het topje van de torpedovorm eerst te bevochtigen, glijdt de zetpil makkelijker in het rectum en volgt de rest vanzelf. Dit is vooral belangrijk bij kinderen omdat die zich nog wel eens verzetten tegen het inbrengen door hun sluitspier aan te spannen. De gemakkelijkste houding om een zetpil bij kinderen in te brengen is als ze met opgetrokken knieën liggen. Na het inbrengen van de zetpil moeten de billen even bij elkaar geknepen worden om te voorkomen dat deze weer naar buiten komt. Het geneesmiddel in de zetpil is soms bedoeld voor een lokale werking, bijvoorbeeld pijnstilling bij aambeien. Meestal is het echter de bedoeling dat het geneesmiddel via het darmslijmvlies in het bloed komt. Lang niet alle geneesmiddelen zijn geschikt voor rectale toediening. Een zetpil moet niet te diep worden ingebracht, want alleen in het laatste deel van de darm, het rectum, vindt opname plaats. Het rectum is namelijk goed doorbloed. Geneesmiddelen zullen na opname direct in de bloedsomloop komen, de afbraak in de lever wordt dan in eerste instantie omzeild.

19 2.8 Vaginale toedieningsvormen 35 2 hier afknippen 1 afknippen 2 openscheuren 3 zetpil eruit nemen. Figuur 2.4 Ontstrippen van zetpillen Klysma s Rectale toediening van een geneesmiddel dat opgelost is in een vloeistof, kan ook met behulp van een klysma. Het volume van een klysma kan variëren van enkele milliliters tot 150 ml. De geneesmiddelen die via een klysma worden toegediend, kunnen zowel een lokaal als een systemische werking hebben. Klysma s met glij- en weekmiddelen voor harde ontlasting werken bijvoorbeeld plaatselijk. Een klysma met een klein volume (microklysma) kan worden toegediend via een rectiole, een grotere hoeveelheid via een klysmaflacon. Een klysma kan het gemakkelijkst worden ingebracht met de patiënt in liggende houding met opgetrokken knieën. Na het inbrengen van de vloeistof door het legen van de klysmaflacon is het belangrijk om deze samengeknepen terug te trekken; als dit niet gebeurt zuigt de lege flacon of rectiole zich weer vol met vloeistof. 2.8 Vaginale toedieningsvormen Vaginaaltabletten, -crèmes en -spoelingen z Vaginaaltablet Een vaginaaltablet moet met een applicator zo hoog mogelijk in de vagina (=schede) worden ingebracht. De tablet valt door het daar aanwezige vocht uiteen of lost op (bruistablet). Vergelijkbaar met vaginaaltabletten zijn vaginaalovules. De werkzame stof is daarbij opgelost in een vaste stof die bij lichaamstemperatuur smelt vergelijkbaar met een zetpil. Een vaginaaltablet of ovule wordt meestal eenmaal daags, voor de nacht, ingebracht. In een liggende houding blijft het geneesmiddel het langste op de plaats van werking. tampon

20 36 Hoofdstuk 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen 2 De behandeling het liefst s avonds voor het naar bed gaan uitvoeren. 1. De nieuwe tube openen door na het verwijderen van het plastic ringetje de aluminiumsluiting te doorboren met de punt van de dop. (Door de dop op de tube te draaien.) 2. De dop van de tube verwijderen. Een applicator op de tube vastschroeven. 3. Voorzichtig in de tube knijpen om de crème in de applicator te brengen. De applicator vullen tot het stopteken geheel zichtbaar is. stop 4. De applicator van de tube losschroeven en de tube onmiddellijk sluiten. 5. In liggende houding, de knieën opgetrokken en gespreid, de applicator zo diep mogelijk in de vagina brengen. De zuiger volledig indrukken. Vervolgens de applicator verwijderen zonder de zuiger aan te raken. 6. De applicator na gebruik wegwerpen. 7. Voor elke toediening een nieuwe applicator nemen.. Figuur 2.5 Gebruiksaanwijzing voor vaginaalcrème. Een andere toedieningsvorm is de vaginaaltampon waarop de werkzame stof is aangebracht. De tampon wordt eenmaal daags ingebracht. z Vaginaalcrème Vaginaalcrème kan zowel in de vagina als op de schaamlippen worden toegepast. Voor de toepassing in de vagina worden (wegwerp) kokertjes of applicatoren bijgeleverd waarmee de zalf ingebracht kan worden (. fig. 2.5). z Vaginaalspoeling De vaginaalspoeling wordt toegepast bij lichte infecties of ontstekingen. Meestal wordt een herstel van de normale zuurgraad in de vagina nagestreefd, waardoor het natuurlijke milieu zich kan herstellen. De vaginaalspoeling kan ook worden voorgeschreven als hygiënische maatregel. Er bestaan speciale applicatoren (vaginaaldouche) voor de vaginaalspoeling.

21 2.9 Parenterale toedieningsvormen Spiraaltje of vaginale ring z Spiraal Bepaalde anticonceptiemiddelen worden via de vagina toegediend. De bekendste daarvan is het spiraaltje. Een spiraaltje wordt door de arts via de vagina ingebracht in de baarmoeder. Een spiraaltje kan meestal enige jaren blijven zitten en kan een hormoon bevatten dat de opbouw van het baarmoederslijmvlies verhindert. Voor de werkwijze van dit middel verwijzen we naar 7 H. 13, Anticonceptie en overgangsklachten. anticonceptie z Vaginale ring De vaginale ring is een toedieningsvorm met hormonen die een zwangerschap kunnen voorkomen. De ring kan drie weken in de vagina blijven en moet dan worden verwijderd. Het voordeel boven de pil (anticonceptie via tabletten) is dat niet elke dag een tabletje hoeft te worden ingenomen. 2.9 Parenterale toedieningsvormen Bij de parenterale toedieningsvormen wordt onderscheid gemaakt tussen injecties en infusies. In beide gevallen wordt het geneesmiddel rechtstreeks in de bloedbaan gebracht. Een doseringsfout of verontreiniging kan levensgevaarlijk zijn. Een inspuiting kan immers niet meer ongedaan gemaakt worden. Daarom is het injecteren voorbehouden aan zorgverleners die daarin getraind zijn, zoals artsen en verpleegkundigen. Het wordt dan ook wel een voorbehouden handeling genoemd. Voor elke parenterale toedieningsvorm geldt dat: 4 geen reactie met het bloed mag optreden; dat betekent dat de zuurgraad en de concentratie van de opgeloste stof ongeveer gelijk (isotoon) moeten zijn aan die van het bloed; 4 de oplossing steriel moet zijn en er geen (resten van) micro-organismen in mogen voorkomen. verpleegkundige Injecties De inhoud van een injectie varieert van 1 tot 10 ml. De plaats waar de injectie gegeven wordt, is afhankelijk van het geneesmiddel en het doel van de behandeling. Een injectie kan subcutaan, intramusculair, intra-articulair (in het gewricht) of intraveneus worden toegediend. Subcutane injecties injecties onder de huid kan de patiënt zich vaak zelf toedienen, na instructie door een verpleegkundige. Geneesmiddelen die de patiënt bij zichzelf kan injecteren, zijn onder andere insuline (tegen suikerziekte), antistollingsmiddelen (heparinen, bijvoorbeeld na een operatie) en middelen tegen reuma.

22 38 Hoofdstuk 2 Toedieningswegen en toedieningsvormen 2 Novolet NovoFine Naald rubber membraan schaalverdeling naald naaldverpakking dosering patroonhuls pendop afdekplaatje doseringsstreepje etiket beschermdopje penkopschaalverdeling 20 band drukknop schaalverdeling drukknopje (geel). Figuur 2.6 Injectiepen. injectiepen naaldencontainer Alle parenterale toedieningsvormen bevatten waterige oplossingen. Bij intramusculaire injecties (injectie in een spier) kan het geneesmiddel ook worden opgelost in olie of als vaste stof worden verdeeld in een vloeistof (suspensie). Na de injectie blijft de olie of de fijn verdeelde stof in het weefsel achter en het geneesmiddel wordt vervolgens langzaam afgegeven aan het bloed. Op deze manier ontstaat een verlengde werking, ook wel depotwerking genoemd. De injectiepen is een toedieningsvorm voor subcutane toediening (. fig. 2.6). Deze pen is niet groter dan een grote vulpen. In de pen zit een reservoir met geneesmiddel en een zeer fijne naald. Bij patiënten met suikerziekte dient de naald vóór elke toediening te worden vervangen. Voor het gebruik wordt de pen op de huid gezet en met een druk op de knop wordt de juiste hoeveelheid ingespoten. Met een injectiepen kan de patiënt na enige instructie zichzelf injecteren. Er zijn pennen met een verwisselbaar reservoir (ampul) en voorgevulde injectiepennen. Insuline wordt bijvoorbeeld vaak via de injectiepen toegediend. Bij een injectie horen injectienaalden. Gebruikte naalden mogen niet bij het gewone afval worden gedeponeerd; het gevaar bestaat immers dat iemand zich aan de naalden prikt. Daarom moet bij injectiemateriaal altijd een naaldencontainer worden meegeleverd, waarin de naalden na gebruik veilig bewaard kunnen worden.

23 Websites 39 2 De volle naaldencontainers kunnen in de meeste apotheken ingeleverd worden, waarna een gespecialiseerd bedrijf ze ophaalt voor vernietiging Infusen Het infuus is een manier om een grote hoeveelheid vocht ( ml) direct in de bloedbaan te brengen. Infusen worden altijd intraveneus (in een ader) toegediend. Infuusvloeistoffen met alleen vocht zijn isotoon en bevatten over het algemeen natriumchloride 0,9 %. Aan infuusvloeistoffen kunnen elektrolyten (natrium, kalium, magnesium, calcium, chloride) en/of voedingsmiddelen (bijvoorbeeld glucose en aminozuren) worden toegevoegd. Geneesmiddelen, denk bijvoorbeeld aan antibiotica, kunnen in de infuusvloeistof worden opgelost en op die manier worden toegediend. Bloedproducten worden bij een bloedtransfusie ook via een infuus toegediend. De snelheid waarmee een infuus wordt toegediend, de inloopsnelheid, kan variëren en is afhankelijk van het toegediende geneesmiddel. Deze snelheid is lager dan bij een intraveneuze injectie. De toediening kan, afhankelijk van de inloopsnelheid, meerdere uren duren. elektrolyten Websites Publiekssite over geneesmiddelen van de KNMP (de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie): 7 Databank met informatie voor apothekersassistenten: 7 Site met inhalatoren, protocollen en instructiefilmpjes voor een goed gebruik van de inhalatiemedicatie: 7 Farmacotherapeutisch Kompas online: 7 KNMP Kennisbank met online Informatorium Medicamentorum (besloten site) en informatie over bereidingen: 7

24

toedieningsvormen 1.2.1 Lokale toediening 4 1.2.2 Systemische toediening 5 1.3 Orale toedieningsvormen 7

toedieningsvormen 1.2.1 Lokale toediening 4 1.2.2 Systemische toediening 5 1.3 Orale toedieningsvormen 7 Toedieningswegen en toedieningsvormen. Inleiding 3.2 Toedieningswegen 3.2. Lokale toediening 4.2.2 Systemische toediening 5.3 Orale toedieningsvormen 7.3. Tabletten 7.3.2 Capsules 8.3.3 Vloeibare orale

Nadere informatie

1 Toedieningswegen en toedieningsvormen

1 Toedieningswegen en toedieningsvormen 1 Toedieningswegen en toedieningsvormen Aan het eind van dit hoofdstuk weet je: hoe het geneesmiddel op de plaats van werking komt; wat het verschil is tussen plaatselijke en systemische toediening; wat

Nadere informatie

Toediening. 2.1 Toedieningsvormen 20. 2.2 Toedieningswegen 22. 2.3 Toedieningswijzen 24

Toediening. 2.1 Toedieningsvormen 20. 2.2 Toedieningswegen 22. 2.3 Toedieningswijzen 24 19 Toediening Samenvatting In dit hoofdstuk komt de toediening van medicijnen aan bod. Het volgende wordt behandeld: toedieningsvormen: tablet, dragee, capsule, drankje, druppels, poeders, kauwgom, suspensie,

Nadere informatie

Inleiding in de farmacotherapie

Inleiding in de farmacotherapie H. Elling Inleiding in de farmacotherapie Derde druk Houten 2013 V Voorwoord Inleiding in de farmacotherapie heeft als doel de basisbegrippen uit de farmacotherapie uit te leggen. Kennis van de basisbegrippen

Nadere informatie

Inhoud Toedieningswegen en toedieningsvormen Inleiding Toedieningswegen Orale toedieningsvormen Toedieningsvormen voor neus, oor, mond en oog

Inhoud Toedieningswegen en toedieningsvormen Inleiding  Toedieningswegen  Orale toedieningsvormen  Toedieningsvormen voor neus, oor, mond en oog VII 1 Toedieningswegen en toedieningsvormen..................................... 1 1.1 Inleiding............................................................................ 3 1.2 Toedieningswegen..................................................................

Nadere informatie

Inhalatie medicatie toedienen. Vaardigheid Voordelen Nadelen

Inhalatie medicatie toedienen. Vaardigheid Voordelen Nadelen Inhalatie medicatie toedienen Vaardigheid Voordelen Nadelen De soorten hulpmiddelen Doseer inhalator = doseeraesosol Poederinhalatoren, meerdere soorten Verneveling inhalator Soorten medcijnen Medicatie:

Nadere informatie

Bewaren van medicijnen

Bewaren van medicijnen 400006 Bewaren van medicijnen_400006 Bewaren medicijnen 24-06-15 14:54 Pagina Bewaren van medicijnen HOE BEWAREN HOE LANG OVERZICHT BEWAARTERMIJNEN VAN VERSCHILLENDE MEDICIJNEN VRAAG OVER UW MEDICIJNEN?

Nadere informatie

INHALEREN MET VOORZETKAMER

INHALEREN MET VOORZETKAMER INHALEREN MET VOORZETKAMER 1029 Inhaleren met een voorzetkamer 1. Dosis aërosol krachtig schudden en in de voorzetkamer plaatsen. 2. Plaats het mondstuk van de voorzetkamer tussen de tanden en sluit de

Nadere informatie

Medicatietoediening op speciale manier. Pleisters Recteole Suppositoria

Medicatietoediening op speciale manier. Pleisters Recteole Suppositoria Medicatietoediening op speciale manier Pleisters Recteole Suppositoria medicijnpleister Medicijnpleister steeds vaker toegepast Wat begon met de hormoonpleister en de pleister om van het roken af te komen,

Nadere informatie

Voorwoord 7. Overzicht pictogrammen 9

Voorwoord 7. Overzicht pictogrammen 9 Inhoud Voorwoord 7 Overzicht pictogrammen Medicijnen uitzetten 2 Medicijnen controleren, toedienen en registreren 3 3 Toedienen van orale medicatie 4 Toedienen van rectale medicatie 7 Toedienen van vaginale

Nadere informatie

Toepassing van een geneesmiddel

Toepassing van een geneesmiddel 7 2 Toepassing van een geneesmiddel Samenvatting Dit hoofdstuk gaat over de algemene kenmerken van geneesmiddelen die in de praktijk van belang zijn bij het gebruik. We staan stil bij de diverse toedieningsvormen

Nadere informatie

Toepassing van een 2 geneesmiddel

Toepassing van een 2 geneesmiddel Toepassing van een 2 geneesmiddel Inleiding In dit hoofdstuk houden we ons bezig met algemene kenmerken van geneesmiddelen, die in de praktijk van belang zijn bij het gebruik. We staan stil bij de diverse

Nadere informatie

Alles over het bewaren van geneesmiddelen

Alles over het bewaren van geneesmiddelen Alles over het bewaren van geneesmiddelen Hoe bewaren, hoe lang? Geneesmiddelen die u goed bewaart gaan langer mee, bederven minder snel en zijn veilig voor kinderhanden. Deze folder vult de informatie

Nadere informatie

Schuim Zorg ervoor dat uw endeldarm leeg is voordat u de schuim inbrengt. Ga vooraf naar het toilet.

Schuim Zorg ervoor dat uw endeldarm leeg is voordat u de schuim inbrengt. Ga vooraf naar het toilet. Mesalazine Uw behandelend maag-darm-leverarts heeft u verteld dat u in aanmerking komt voor een onderhoudsbehandeling met mesalazine in verband met een chronische ontstekingsziekte van de darm. In deze

Nadere informatie

Inhaleren met de Aerochamber, met masker

Inhaleren met de Aerochamber, met masker Inhaleren met de Aerochamber, met masker voor kinderen van 0 tot ongeveer 4 jaar De arts heeft vastgesteld dat uw kind problemen heeft met de luchtwegen. Uw kind krijgt daarvoor medicijnen via een voorzetkamer,

Nadere informatie

Zetpil en klysma. bij kinderen en jongeren met de ziekte van Crohn

Zetpil en klysma. bij kinderen en jongeren met de ziekte van Crohn Zetpil en klysma bij kinderen en jongeren met de ziekte van Crohn Waarom deze folder? Je dokter heeft met je gesproken over het gebruik van zetpillen en klysma s. In deze folder krijg je informatie over

Nadere informatie

Medicatie via sonde. Judy van Gelder, pharmacy practitioner PEG Symposium

Medicatie via sonde. Judy van Gelder, pharmacy practitioner PEG Symposium Medicatie via sonde Judy van Gelder, pharmacy practitioner PEG Symposium DOEL Voorkomen van verstopping van sonde door geneesmiddelen Verwerken van geneesmiddelen zodat ze via de sonde kunnen worden toegediend,

Nadere informatie

BEWAREN VAN MEDICIJNEN

BEWAREN VAN MEDICIJNEN BEWAREN VAN MEDICIJNEN HOE BEWAREN HOE LANG OVERZICHT BEWAARTERMIJNEN VAN VERSCHILLENDE MEDICIJNEN MEDICIJNAFVAL INLEVEREN APOTHEEK.NL BEWAREN VAN MEDICIJNEN Als u uw medicijnen goed bewaart, bederven

Nadere informatie

Zetpil en klysma bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa

Zetpil en klysma bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Zetpil en klysma bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Ziekenhuis Gelderse Vallei Inhoud Inleiding 3 Zetpil of klysma 3 Gebruik 3 Toediening 4 Zetpillen 4 Klysma 4 Bijwerkingen 5 Opmerkingen/complicaties

Nadere informatie

Medicatie via sonde. Judy van Gelder, pharmacy practitioner PEG Symposium

Medicatie via sonde. Judy van Gelder, pharmacy practitioner PEG Symposium Medicatie via sonde Judy van Gelder, pharmacy practitioner PEG Symposium DOEL Voorkomen van verstopping van sonde door geneesmiddelen Verwerken van geneesmiddelen zodat ze via de sonde kunnen worden toegediend

Nadere informatie

Klysma s en zetpillen bij inflammatoire darmziekten (Ziekte van Crohn en colitis ulcerosa) Maag-Darm-Levercentrum

Klysma s en zetpillen bij inflammatoire darmziekten (Ziekte van Crohn en colitis ulcerosa) Maag-Darm-Levercentrum Klysma s en zetpillen bij inflammatoire darmziekten (Ziekte van Crohn en colitis ulcerosa) Maag-Darm-Levercentrum Beter voor elkaar Uw behandelend arts heeft met u gesproken over het gebruik van zetpillen

Nadere informatie

Toepassing van een geneesmiddel

Toepassing van een geneesmiddel 7 Toepassing van een geneesmiddel.1 Inleiding 9. Behandelingsmethoden 9..1 Causale behandeling 9.. Symptomatische en palliatieve behandeling 9..3 Substitutiebehandeling 10..4 Preventieve of profylactische

Nadere informatie

Bewaren van medicijnen

Bewaren van medicijnen Bewaren van medicijnen HOE BEWAREN HOE LANG OVERZICHT BEWAARTERMIJNEN VAN VERSCHILLENDE MEDICIJNEN VRAAG OVER UW MEDICIJNEN? WWW.APOTHEEK.NL BEWAREN VAN MEDICIJNEN Medicijnen die u goed bewaart, bederven

Nadere informatie

Inhaleren moet je leren Droog oefenen Geneesmiddelen op maat

Inhaleren moet je leren Droog oefenen Geneesmiddelen op maat In Nederland heeft één op de tien mensen last van een chronische aandoening aan de luchtwegen. Dit kan astma zijn, chronische bronchitis of emfyseem. Voor astma, chronische bronchitis en emfyseem samen

Nadere informatie

BIJSLUITER. POLYMYXINE B 0,1% oogdruppels / oordruppels

BIJSLUITER. POLYMYXINE B 0,1% oogdruppels / oordruppels BIJSLUITER POLYMYXINE B 0,1% oogdruppels / oordruppels Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien

Nadere informatie

Zetpillen en Klysma s bij inflammatoire darmziekten (Ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa)

Zetpillen en Klysma s bij inflammatoire darmziekten (Ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa) Zetpillen en Klysma s bij inflammatoire darmziekten (Ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa) Uw behandelend arts heeft met u ge sproken over het gebruik van zetpillen en klysma s. In deze folder krijgt

Nadere informatie

Medicijnen. Medicatietoediening binnen Gelre ziekenhuizen 2017

Medicijnen. Medicatietoediening binnen Gelre ziekenhuizen 2017 Medicijnen Medicatietoediening binnen Gelre ziekenhuizen 2017 Omgaan met geneesmiddelen Definitie geneesmiddel: Een geneesmiddel is een preparaat van synthetische, plantaardige of dierlijke oorsprong dat

Nadere informatie

Zetpil en klysma. Informatiefolder. bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. N-ICC folder SUPP/KLYSMA uitgave november 2014

Zetpil en klysma. Informatiefolder. bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. N-ICC folder SUPP/KLYSMA uitgave november 2014 Zetpil en klysma bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Informatiefolder N-ICC folder SUPP/KLYSMA uitgave november 2014 Deze folder is tot stand gekomen door samenwerkende IBD verpleegkundigen en

Nadere informatie

Toedienen van zetpil/klysma. Interne geneeskunde

Toedienen van zetpil/klysma. Interne geneeskunde Toedienen van zetpil/klysma Interne geneeskunde Uw behandelend arts en/of verpleegkundige heeft met u gesproken over het gebruik van zetpillen/klysma s. In deze folder krijgt u informatie over de werking

Nadere informatie

Inhaleren met de Novolizer

Inhaleren met de Novolizer Inhaleren met de Novolizer Poederinhalator voor kinderen vanaf ± 7 jaar De arts heeft vastgesteld dat je problemen hebt met je luchtwegen. Je krijgt daarvoor medicijnen in poedervorm. Dit poeder zit in

Nadere informatie

toedienen van medicijnen

toedienen van medicijnen toedienen van medicijnen Toedienen van medicijnen LEERDOELEN Je weet welke materialen je gebruikt en welke stappen je zet bij het toedienen van medicijnen. Je weet wat een geneesmiddelendistributiesysteem

Nadere informatie

Zetpil en klysma bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. polikliniek maag-, darm-, leverziekten (MDL)

Zetpil en klysma bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. polikliniek maag-, darm-, leverziekten (MDL) Zetpil en klysma bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa polikliniek maag-, darm-, leverziekten (MDL) Noteer hier uw vragen Uw behandelend arts en/of maag, darm, lever (MDL) verpleegkundig specialist

Nadere informatie

BIJSLUITER. POVIDONJODIUM 0,3% oogdruppels

BIJSLUITER. POVIDONJODIUM 0,3% oogdruppels BIJSLUITER POVIDONJODIUM 0,3% oogdruppels Lees de hele bijsluiter goed voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft

Nadere informatie

Inhaleren met de Aerochamber met mondstuk

Inhaleren met de Aerochamber met mondstuk Inhaleren met de Aerochamber met mondstuk voor kinderen vanaf ongeveer 4 jaar De arts heeft vastgesteld dat je problemen hebt met je luchtwegen. Je krijgt daarvoor medicijnen via een voorzetkamer, de Aerochamber.

Nadere informatie

Inhaleren met de Aerochamber met masker

Inhaleren met de Aerochamber met masker Inhaleren met de Aerochamber met masker voor kinderen van 0 tot ongeveer 4 jaar De arts heeft vastgesteld dat uw kind problemen heeft met de luchtwegen. Uw kind krijgt daarvoor medicijnen via een voorzetkamer,

Nadere informatie

Astma en COPD VRAAG OVER UW MEDICIJNEN? VRAAG HET UW APOTHEKER

Astma en COPD VRAAG OVER UW MEDICIJNEN? VRAAG HET UW APOTHEKER Astma en COPD WAT ZIJN DE KLACHTEN MEDICIJNEN OM UW KLACHTEN TE VERMINDEREN WAT KAN UW APOTHEKER VOOR U DOEN ADVIES IN EEN PERSOONLIJK GESPREK INFORMATIE MEDICIJNEN OP RECEPT VRAAG OVER UW MEDICIJNEN?

Nadere informatie

BIJSLUITER. PREDNISOLON NEOMYCINE oog/oor druppels

BIJSLUITER. PREDNISOLON NEOMYCINE oog/oor druppels BIJSLUITER PREDNISOLON NEOMYCINE oog/oor druppels Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien

Nadere informatie

Neusspoelen met zout water

Neusspoelen met zout water Neusspoelen met zout water Na uw neusoperatie heeft de KNO-arts geadviseerd de neus te spoelen met een zoutoplossing. In deze folder staat uitgelegd wat het doel hiervan is en hoe u dat doet. Waarom uw

Nadere informatie

Aandachtspunten bij het vernevelen

Aandachtspunten bij het vernevelen Vernevelen thuis Verneveltherapie is een methode om medicatie aan de longen toe te dienen wanneer inhalatiemedicatie niet via de gangbare vormen (poederinhalator en dosis-aërosol met voorzetkamer) gegeven

Nadere informatie

Moeite met slikken van medicijnen

Moeite met slikken van medicijnen 400047 Moeite met slikken van geneesmiddelen_400003 Antibiotica 21-12-10 05:54 Pagina 4 Medicijnen: sommige medicijnen kunnen sufheid of een droge mond veroorzaken. Als iemand suf is, kan hij vergeten

Nadere informatie

AeroChamber Informatie voor ouders. Astmapoli voor kinderen

AeroChamber Informatie voor ouders. Astmapoli voor kinderen 00 AeroChamber Informatie voor ouders Astmapoli voor kinderen 1 De dosis-aërosol Uw kind heeft luchtwegproblemen en daarom heeft de arts het medicijn dosis-aërosol voorgeschreven. Dit is een spuitbus met

Nadere informatie

Het gebruik van de verschillende inhalatoren

Het gebruik van de verschillende inhalatoren Longgeneeskunde Inhaleren Inhalatiemedicijnen Bij de behandeling van astma en COPD (chronische bronchitis en longemfyseem) wordt er gebruik gemaakt van verschillende inhalatie medicijnen. Ze zijn onder

Nadere informatie

Medicatie toedienen via inhalatie met een verstuiver, een poederinhalator of een vernevelapparaat

Medicatie toedienen via inhalatie met een verstuiver, een poederinhalator of een vernevelapparaat 0 0 0 0 0 0 Opdrachtformulier Medicatie toedienen via inhalatie met een verstuiver, een poederinhalator of een vernevelapparaat Naam student: Datum: Lees het handelingsformulier van deze vaardigheid en

Nadere informatie

Maag-, Darm- en Leverziekten. Mesalazines.

Maag-, Darm- en Leverziekten. Mesalazines. Maag-, Darm- en Leverziekten Mesalazines www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Algemeen... 3 Werking... 3 Gebruik... 4 Bijwerkingen... 5 Het effect op vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding... 6 Controles...

Nadere informatie

Zetpil en klysma bij de ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa

Zetpil en klysma bij de ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa Zetpil en klysma bij de ziekte van Crohn en Colitis ulcerosa Uw behandelend arts en/of verpleegkundige heeft met u gesproken over het gebruik van zetpillen/klysma s. In deze folder krijgt u informatie

Nadere informatie

INHALATIE Hanneke van Dijk kinderlongverpleegkundige

INHALATIE Hanneke van Dijk kinderlongverpleegkundige INHALATIE 30-06-2015 Hanneke van Dijk kinderlongverpleegkundige Doelstelling Aan het eind van deze workshop is de groep bekend met wat voor mogelijkheden er zijn om inhalatie medicatie toe te dienen en

Nadere informatie

Inhalatiemedicatie bij kinderen met astma

Inhalatiemedicatie bij kinderen met astma Patiënteninformatie Inhalatiemedicatie bij kinderen met astma Informatie over verschillende toedieningsvormen van inhalatiemedicatie 1234567890-terTER_ Inhoudsopgave Pagina Kinderastmateam 4 Aerochamber

Nadere informatie

BIJSLUITER. CHLOORHEXIDINE 0,02% oogdruppels

BIJSLUITER. CHLOORHEXIDINE 0,02% oogdruppels BIJSLUITER CHLOORHEXIDINE 0,02% oogdruppels Lees de hele bijsluiter goed voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien heeft

Nadere informatie

Toedienen van geneesmiddelen via de sonde. Edith Wiegers, ziekenhuisapotheker

Toedienen van geneesmiddelen via de sonde. Edith Wiegers, ziekenhuisapotheker Toedienen van geneesmiddelen via de sonde Edith Wiegers, ziekenhuisapotheker het voorkómen van verstopping van sondes door geneesmiddelen; het niet vermalen van tabletten waarbij dit ongewenst is het ondervangen

Nadere informatie

Toediening van medicijnen

Toediening van medicijnen Verpleeghuis- woon- en thuiszorg Toediening van medicijnen Dit document mag vrijelijk worden vermenigvuldigd en verspreid mits steeds de Werkgroep Infectiepreventie als auteur wordt vermeld. Vergewis u

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Livocab neusspray 0,5 mg/ml levocabastine

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Livocab neusspray 0,5 mg/ml levocabastine BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Livocab neusspray 0,5 mg/ml levocabastine Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. - Bewaar deze bijsluiter.

Nadere informatie

Behandeling van reumatische klachten met medicijnen

Behandeling van reumatische klachten met medicijnen Behandeling van reumatische klachten met medicijnen Metoject Behandeling met Metoject In overleg met uw reumatoloog wordt u binnenkort voor uw reumatische klachten behandeld met het geneesmiddel Metoject.

Nadere informatie

Spuiten, slikken, of toch anders..?

Spuiten, slikken, of toch anders..? Spuiten, slikken, of toch anders..? Opdracht analyseren 1. Inleiding In deze opdracht gaan leerlingen onderzoeken op welke manier paracetamol kan worden gebruikt en hoe deze stof als medicijn door het

Nadere informatie

De aerochamber met baby/kindermasker

De aerochamber met baby/kindermasker De aerochamber met baby/kindermasker De aerochamber (zie afbeelding) is een hulpstuk (ook wel voorzetkamer genoemd) die je samen met een dosis aerosol (een spuitbusje met daarin een van bovengenoemde medicijnen)

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Livocab oogdruppels 0,5 mg/ml oogdruppels levocabastine

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Livocab oogdruppels 0,5 mg/ml oogdruppels levocabastine BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS Livocab oogdruppels 0,5 mg/ml oogdruppels levocabastine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken - Bewaar deze bijsluiter. Misschien

Nadere informatie

BIJSLUITER. NAFAZOLINENITRAAT 0,025% en 0,05% oogdruppels

BIJSLUITER. NAFAZOLINENITRAAT 0,025% en 0,05% oogdruppels BIJSLUITER NAFAZOLINENITRAAT 0,025% en 0,05% oogdruppels Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter.

Nadere informatie

Een injectie Menopur maakt u zelf klaar, waarna u het middel inspuit in de buikplooi.

Een injectie Menopur maakt u zelf klaar, waarna u het middel inspuit in de buikplooi. Prikinstructie Menopur Algemeen: Menopur is een preparaat dat humaan menopauzaal gonadotrofine (hmg) bevat. Doel: stimuleren van de groei en rijping van follikels in de eierstokken Dosering: individueel.

Nadere informatie

BECLOMETASON NEVEL APOTEX 50, NEUSSPRAY SUSPENSIE 50 MICROGRAM/DOSIS RVG 28086= Version 2016_06 Page 1 of 6

BECLOMETASON NEVEL APOTEX 50, NEUSSPRAY SUSPENSIE 50 MICROGRAM/DOSIS RVG 28086= Version 2016_06 Page 1 of 6 Version 2016_06 Page 1 of 6 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER BECLOMETASON NEVEL APOTEX 50, NEUSSPRAY beclometasondipropionaat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken,

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Sandoz B.V. Page 1/5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER suspensie 50 microgram/dosis beclometasondipropionaat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken, want er staat

Nadere informatie

BIJSLUITER. PILOCARPINE 0,125%, 1% en 4% oogdruppels

BIJSLUITER. PILOCARPINE 0,125%, 1% en 4% oogdruppels BIJSLUITER PILOCARPINE 0,125%, 1% en 4% oogdruppels Lees de hele bijsluiter goed vóórdat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie in voor u. - Bewaar deze bijsluiter. Misschien

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT. Opticrom, oogdruppels, oplossing 20 mg/ml Opticrom Unit Dose, oogdruppels, oplossing 20 mg/ml

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT. Opticrom, oogdruppels, oplossing 20 mg/ml Opticrom Unit Dose, oogdruppels, oplossing 20 mg/ml BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT Opticrom, oogdruppels, oplossing 20 mg/ml Opticrom Unit Dose, oogdruppels, oplossing 20 mg/ml Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken

Nadere informatie

Klyx, klysma 25% natriumdocusaat en sorbitol

Klyx, klysma 25% natriumdocusaat en sorbitol BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Klyx, klysma 25% natriumdocusaat en sorbitol Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken, want er staat belangrijke informatie in voor

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Sandoz B.V. Page 1/5 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER suspensie 50 microgram/dosis beclometasondipropionaat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken, want er staat

Nadere informatie

Medicijnen. Medicatietoediening binnen Gelre ziekenhuizen 2017

Medicijnen. Medicatietoediening binnen Gelre ziekenhuizen 2017 Medicijnen Medicatietoediening binnen Gelre ziekenhuizen 2017 Omgaan met geneesmiddelen Definitie geneesmiddel: Een geneesmiddel is een preparaat van synthetische, plantaardige of dierlijke oorsprong dat

Nadere informatie

PROTOCOL GENEESMIDDELENVERSTREKKING EN MEDISCH HANDELEN

PROTOCOL GENEESMIDDELENVERSTREKKING EN MEDISCH HANDELEN PROTOCOL GENEESMIDDELENVERSTREKKING EN MEDISCH HANDELEN Als het kind geneesmiddelen nodig heeft gedurende het verblijf op de basisschool kunnen de ouders hun zeggenschap over de toediening van de medicamenten

Nadere informatie

METHOTREXAAT BIJ REUMATISCHE AANDOENINGEN FRANCISCUS GASTHUIS

METHOTREXAAT BIJ REUMATISCHE AANDOENINGEN FRANCISCUS GASTHUIS METHOTREXAAT BIJ REUMATISCHE AANDOENINGEN FRANCISCUS GASTHUIS Inleiding Deze folder is bestemd voor patiënten (en hun naasten) die door de behandelend arts methotrexaat voorgeschreven hebben gekregen.

Nadere informatie

MODULE ZURE OORDRUPPELS MET HYDROCORTISON DMB 1% FNA

MODULE ZURE OORDRUPPELS MET HYDROCORTISON DMB 1% FNA MODULE 1.3.1.3 APPLICATION FORM PACKAGE LEAFLET ZURE OORDRUPPELS MET HYDROCORTISON DMB 1% FNA Regulatory Affairs May 2017 Page 1 of 6 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Zure oordruppels met hydrocortison

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIËNT Opticrom, oogdruppels, oplossing 20 mg/ml Opticrom Unit Dose, oogdruppels, oplossing 20 mg/ml dinatriumcromoglicaat Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel

Nadere informatie

Inhaleren met de Turbuhaler

Inhaleren met de Turbuhaler Inhaleren met de Turbuhaler poederinhalator voor kinderen vanaf ± 7 jaar De arts heeft vastgesteld dat je problemen hebt met jouw luchtwegen. Je krijgt daarvoor medicijnen in de vorm van poeder. Deze poeder

Nadere informatie

ZypAdhera. Informatie bestemd voor professionelen uit de gezondheidszorg en verpleegkundigen Risicobeleidsplan

ZypAdhera. Informatie bestemd voor professionelen uit de gezondheidszorg en verpleegkundigen Risicobeleidsplan De Europese gezondheidsautoriteiten hebben bepaalde voorwaarden verbonden aan het in de handel brengen van het geneesmiddel ZypAdhera. Het verplicht plan voor risicobeperking in België, waarvan deze informatie

Nadere informatie

Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Vernevelen 2

Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Vernevelen 2 Protocollen Voorbehouden, Risicovolle en Overige handelingen Vernevelen Vernevelen Vernevelen is het inhaleren van medicijnen in een waterige oplossing. De vloeistof uit de medicijncup wordt door het vernevelapparaat

Nadere informatie

Antibiotica VRAAG OVER UW MEDICIJNEN? WWW.APOTHEEK.NL

Antibiotica VRAAG OVER UW MEDICIJNEN? WWW.APOTHEEK.NL Antibiotica HOE GEBRUIKT U ANTIBIOTICA COMBINATIE MET ANDERE MIDDELEN BIJWERKINGEN WAT KAN UW APOTHEKER VOOR U DOEN GEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING RESISTENTIE TEGEN ANTIBIOTICA VRAAG OVER

Nadere informatie

Inhalatietoestellen. Dienst inwendige geneeskunde Longziekten - Allergie » 24 DR. VALÉRIE VAN DAMME DR. GEERT TITS

Inhalatietoestellen. Dienst inwendige geneeskunde Longziekten - Allergie » 24 DR. VALÉRIE VAN DAMME DR. GEERT TITS DR. VALÉRIE VAN DAMME DR. GEERT TITS Dienst inwendige geneeskunde Longziekten - Allergie Inhalatietoestellen Dr. Geert Tits - Dr. Valérie Van Damme Dienst Inwendige Geneeskunde - Longziekte-Allergie Tel

Nadere informatie

INLEIDING 4 WELKE MEDICATIE MOET U INNEMEN? 5 INHALATIETOESTELLEN 6. Aerolizer 6. Autohaler 8. Breezhaler 11. Diskus 13

INLEIDING 4 WELKE MEDICATIE MOET U INNEMEN? 5 INHALATIETOESTELLEN 6. Aerolizer 6. Autohaler 8. Breezhaler 11. Diskus 13 INLEIDING 4 WELKE MEDICATIE MOET U INNEMEN? 5 INHALATIETOESTELLEN 6 Aerolizer 6 Autohaler 8 Breezhaler 11 Diskus 13 Dosisaerosol met zakverstuiver 14 Dosisaerosol met voorzetkamer 16 Easi Breathe 19 Easyhaler

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. ISOPTO TEARS 5 mg/ml oogdruppels, oplossing Hypromellose

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. ISOPTO TEARS 5 mg/ml oogdruppels, oplossing Hypromellose BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS 5 mg/ml oogdruppels, oplossing Hypromellose Lees goed de hele bijsluiter, want deze bevat belangrijke informatie. Dit geneesmiddel kunt u zonder voorschrift krijgen.

Nadere informatie

9.3.1 HANDREIKING GENEESMIDDELENVERSTREKKING EN MEDISCH HANDELEN

9.3.1 HANDREIKING GENEESMIDDELENVERSTREKKING EN MEDISCH HANDELEN Routing cie agendapunt datum Wijzigingsvoorstel GMR 18-01-12 Vastgesteld CvB 08-03-12 9.3.1 HANDREIKING GENEESMIDDELENVERSTREKKING EN MEDISCH HANDELEN Als het kind geneesmiddelen nodig heeft gedurende

Nadere informatie

5-ASA preparaten. Medicatie bij de Ziekte van Crohn of Colitis Ulcerosa. MDL-centrum IJsselland Ziekenhuis. www.mdlcentrum.nl

5-ASA preparaten. Medicatie bij de Ziekte van Crohn of Colitis Ulcerosa. MDL-centrum IJsselland Ziekenhuis. www.mdlcentrum.nl 5-ASA preparaten Medicatie bij de Ziekte van Crohn of Colitis Ulcerosa MDL-centrum IJsselland Ziekenhuis www.mdlcentrum.nl Inhoudsopgave 1. Behandeling bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa 3 2.

Nadere informatie

Livocab 0,5 mg/ml oogdruppels, suspensie levocabastine

Livocab 0,5 mg/ml oogdruppels, suspensie levocabastine BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Livocab 0,5 mg/ml oogdruppels, suspensie levocabastine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie

Oogdruppels en oogzalf Instructie

Oogdruppels en oogzalf Instructie Oogheelkunde Oogdruppels en oogzalf Instructie Als u na een bezoek aan de oogarts een recept voor oogdruppels of oogzalf mee krijgt, dan zijn deze medicijnen in de meeste gevallen bedoeld om infectie en

Nadere informatie

Gebruik van een poortkatheter

Gebruik van een poortkatheter Gebruik van een poortkatheter Inhoud 1. Waarom heb ik een poortkatheter nodig? 2. Wat is een poortkatheter? 3. Hoe gebeurt de plaatsing van een poortkatheter? 4. Het gebruik van een poortkatheter 4.1.

Nadere informatie

Naam van degene die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen Novartis Pharma B.V. Postbus LZ Arnhem Telefoon:

Naam van degene die verantwoordelijk is voor het in de handel brengen Novartis Pharma B.V. Postbus LZ Arnhem Telefoon: Regitine Novartis Pharma B.V. Postbus 241 6800 LZ Arnhem Telefoon 026-37 82 111 U leest de bijsluitertekst van Regitine. Leest u deze bijsluiter alstublieft zorgvuldig door voordat u Regitine gebruikt,

Nadere informatie

Midazolam neusspray (bij kinderen)

Midazolam neusspray (bij kinderen) Midazolam neusspray (bij kinderen) Uw kind wordt behandeld voor epilepsie. Soms is extra medicatie nodig bij aanvallen. Om uw kind bij een aanval te kunnen helpen, heeft de arts in overleg met u Midazolam

Nadere informatie

Behandelplan 1. Medicijnen gebruiken

Behandelplan 1. Medicijnen gebruiken Behandeling van COPD Als de diagnose COPD is gesteld, krijgt u te maken met verschillende zorgverleners die hun best doen voor een goede behandeling van COPD. Ook verwachten zij iets van u als patiënt.

Nadere informatie

Methotrexaat (MTX) bij de ziekte van Crohn

Methotrexaat (MTX) bij de ziekte van Crohn Methotrexaat (MTX) bij de ziekte van Crohn Ziekenhuis Gelderse Vallei Uw behandelend arts en/of verpleegkundige specialist heeft met u gesproken over het gebruik van Methotrexaat (MTX). In deze folder

Nadere informatie

1. WAT ZIJN ZURE OORDRUPPELS MET HYDROCORTISON DMB 1% FNA EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT?

1. WAT ZIJN ZURE OORDRUPPELS MET HYDROCORTISON DMB 1% FNA EN WAARVOOR WORDT HET GEBRUIKT? Page 1 of 6 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER Zure oordruppels met hydrocortison DMB 1% FNA Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. -Bewaar

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Entocort Klysma suspensie voor rectaal gebruik 2 mg/100 ml budesonide

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER. Entocort Klysma suspensie voor rectaal gebruik 2 mg/100 ml budesonide BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER Entocort Klysma suspensie voor rectaal gebruik 2 mg/100 ml budesonide Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken, want er staat

Nadere informatie

Medicatie bij ziekte van Crohn/ Colitis Ulcerosa. 5-ASA Preparaten MDL

Medicatie bij ziekte van Crohn/ Colitis Ulcerosa. 5-ASA Preparaten MDL Medicatie bij ziekte van Crohn/ Colitis Ulcerosa 5-ASA Preparaten MDL Inhoudsopgave Inleiding...4 1. Behandeling bij Ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa...4 2. De werking van 5-ASA preparaten...5 3.

Nadere informatie

BIJSLUITER. BISACODYL 5 mg zetpillen

BIJSLUITER. BISACODYL 5 mg zetpillen BIJSLUITER BISACODYL 5 mg zetpillen Dit geneesmiddel is specifiek voor kinderen jonger dan 10 jaar ontwikkeld en daar is de tekst van de bijsluiter op aangepast. Lees de hele bijsluiter goed voordat u

Nadere informatie

Bijsluiter: informatie voor de patiënt

Bijsluiter: informatie voor de patiënt Bijsluiter: informatie voor de patiënt Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank Fytomenadion Lees goed de hele bijsluiter voordat

Nadere informatie

Canesten gyno 1 tablet, tablet voor vaginaal gebruik 500 mg. Werkzaam bestanddeel: clotrimazol.

Canesten gyno 1 tablet, tablet voor vaginaal gebruik 500 mg. Werkzaam bestanddeel: clotrimazol. BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKSTER Canesten gyno 1 tablet, tablet voor vaginaal gebruik 500 mg. Werkzaam bestanddeel: clotrimazol. Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door, want deze bevat belangrijke

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIENT. Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml.

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIENT. Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml. KONAKION BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIENT Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank Fytomenadion Lees goed de hele bijsluiter

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIENT. Konakion 10 mg/1 ml. Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIENT. Konakion 10 mg/1 ml. Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml KONAKION BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE PATIENT Konakion 10 mg/1 ml oplossing voor injectie en drank Konakion paediatric 2 mg/0,2 ml oplossing voor injectie en drank Fytomenadion Lees goed de hele bijsluiter

Nadere informatie

Adalimumab (Humira ) toedienen Instructiefolder

Adalimumab (Humira ) toedienen Instructiefolder Adalimumab (Humira ) toedienen Instructiefolder Instructiefolder NNIC folder Humira instructie- kind uitgave juni 2015 Deze folder is tot stand gekomen door samenwerkende IBD verpleegkundigen binnen het

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Livocab 0,5 mg/ml neusspray, suspensie levocabastine

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. Livocab 0,5 mg/ml neusspray, suspensie levocabastine BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Livocab 0,5 mg/ml neusspray, suspensie levocabastine Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER GlucaGen HypoKit 1 mg (1 IE), poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie Glucagonhydrochloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER GlucaGen HypoKit 1 mg (1 IE), poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie Glucagonhydrochloride BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIK(ST)ER GlucaGen HypoKit 1 mg (1 IE), poeder en oplosmiddel voor oplossing voor injectie Glucagonhydrochloride Lees de hele bijsluiter zorgvuldig door voordat deze

Nadere informatie

Sondevoeding thuis. Kindergeneeskunde. Via neus-maagsonde. Inleiding. Sondevoeding. Toediening

Sondevoeding thuis. Kindergeneeskunde. Via neus-maagsonde. Inleiding. Sondevoeding. Toediening Kindergeneeskunde Sondevoeding thuis Via neus-maagsonde Inleiding U heeft van uw behandelend arts gehoord dat uw kind met sondevoeding naar huis gaat. In deze folder vindt u algemene informatie over wat

Nadere informatie

Bijsluiter: informatie voor de gebruikster Canesten GYNO 1 Zachte Capsule capsule voor vaginaal gebruik 500 mg werkzamestof: clotrimazol

Bijsluiter: informatie voor de gebruikster Canesten GYNO 1 Zachte Capsule capsule voor vaginaal gebruik 500 mg werkzamestof: clotrimazol Bijsluiter: informatie voor de gebruikster Canesten GYNO 1 Zachte Capsule capsule voor vaginaal gebruik 500 mg werkzamestof: clotrimazol Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken

Nadere informatie

KEELAMANDELEN VERWIJDEREN (TONSILLECTOMIE)

KEELAMANDELEN VERWIJDEREN (TONSILLECTOMIE) Keel- Neus- en Oorheelkunde KEELAMANDELEN VERWIJDEREN (TONSILLECTOMIE) volwassenen Binnenkort wordt u opgenomen voor het verwijderen van uw keelamandelen (tonsillectomie). In deze folder leest u over de

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Allergodil oogdruppels, oogdruppels, oplossing 0,5 mg/ml. azelastinehydrochloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS. Allergodil oogdruppels, oogdruppels, oplossing 0,5 mg/ml. azelastinehydrochloride BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR GEBRUIKERS oogdruppels, oogdruppels, oplossing 0,5 mg/ml azelastinehydrochloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken - Bewaar deze bijsluiter.

Nadere informatie

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. NaCl 0,9% B. Braun, oplossing voor infusie Natriumchloride

BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER. NaCl 0,9% B. Braun, oplossing voor infusie Natriumchloride BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER NaCl 0,9% B. Braun, oplossing voor infusie Natriumchloride Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel gaat gebruiken want er staat belangrijke informatie

Nadere informatie