RENDEMENT EN RISICO IN 2013

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RENDEMENT EN RISICO IN 2013"

Transcriptie

1 RENDEMENT EN RISICO IN 2013 Januari 2013 Dit document is geen investeringsaanbod, noch een verzoek of uitnodiging tot het kopen van of intekenen op een belegging in om het even welke jurisdictie. De rendementsverwachtingen of in het verleden behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, maar dienen slechts ter illustratie. De waarde van beleggingen kan zowel stijgen als dalen. De informatie in dit document is met de meeste zorg samengesteld. Er zal geen aansprakelijkheid worden aanvaard voor eventuele onjuistheden. Deze publicatie verleent geen rechten. FRD NV. STEENWAGENSTRAAT 48 B 1820 MELSBROEK TEL ++32(02) FAX ++32(02) E MAIL RPR BRUSSEL BTW BE BANK

2 Inhoudstafel Rendement en risico in 2013 pagina Inhoudsoverzicht 2 3 Inleiding 4 DE WERELDECONOMIE IN Stand van zaken De eurozone: waar een wil is, is een weg? De economie in De Icarusvlucht van de centrale banken Wisselkoersen Besluit DE VOORUITZICHTEN VAN DE GROTE ACTIVAKLASSEN 2. Geldmarktbeleggingen 2.1. Geldmarktbeleggingen EUR Geldmarktbeleggingen USD Geldmarktbeleggingen JPY Interim besluit Vastrentende beleggingen op halflange en lange termijn (obligaties) 4. Aandelen 3.1. Obligaties EUR Obligaties USD Obligaties JPY Interim besluit Aandelen Algemeen Aandelen Europese Unie Aandelen Verenigde Staten Aandelen Japan Aandelen Ontluikende landen Aandelen Kleinere bedrijven Interim besluit 31 2

3 5. Grondstoffen 6. Vastgoed 5.1. Harde grondstoffen Edelmetalen Zachte grondstoffen Interim besluit Stand van zaken Toekomstige evolutie Interim besluit Hedgefondsen 7.1. Algemeen Rendement Dakfondsen van hedgefondsen Interim besluit Rendementsverwachtingen 2013 samenvatting Afwijkende visies 9.1. Positieve bias Negatieve bias Interim besluit Slotbeschouwingen

4 Rendement en risico. Wat brengt 2013? Inleiding Deze studie wil een antwoord geven op de vraag wat in 2013 te verwachten van het rendement van geldmarktbeleggingen, obligaties, aandelen, grondstoffen, vastgoed en hedgefondsen en dit in het licht van de evolutie van de globale economie. Hiervoor heeft FRD een synthese gemaakt van wat actueel (d.w.z. eind december 2012) door de belangrijkste internationale economische instellingen, economisch financiële tijdschriften, banken en vermogensbeheerders naar voor wordt geschoven als meest waarschijnlijk scenario wat betreft de macro economische ontwikkelingen en de te verwachten opbrengsten van de belangrijkste activaklassen. In fine worden ook enkele alternatieve scenario s kort besproken. De bronnen waarop een beroep werd gedaan zijn de OESO, het IMF, de Wereldbank, de Europese Unie, de ECB, de FED, Business Week, The Economist, Bank of America, Barclays, BlackRock, BNP Paribas, Citigroup, Crédit Agricole, Crédit Suisse, Degroof, Fidelity, Franklin Templeton, Henderson, ING, JPMorganChase, KBC, Morgan Stanley, Petercam, Pictet, Robeco, Société Générale, UBS en Vontobel. Dit is een ruim staal waaruit als grootste gemene deler de consensusverwachtingen voor 2013 werden gedistilleerd. Alle gegevens en grafieken zijn ontleend aan Bloomberg behalve indien anders vermeld. Het koersverloop van de grote activaklassen in 2012 Legende Zwart = EuroStoxx50 Index (Europese blue chips aandelen). Geel = MSCI World Index (wereldwijde blue chips aandelen). Groen = JPM Global Bond Index (wereldwijde overheidsobligaties). Paars = FTSE EPRA Global Real Estate Index (wereldwijde vastgoedaandelen). Rood = Rogers International Commodities Index (grondstoffen). Oranje = HFRX Global Hedge Funds Index (hegdefondsen). In 2012 scoren wereldwijde vastgoedbeleggingen o.v.v. roerende waarden het best. Aandelen wereldwijd en Europese aandelen volgen op posities 2 en 3. Overheidsobligaties (wereldwijd) en hedgefondsen delen plaatsen 4 en 5. Hekkensluiter zijn de grondstoffen die vergeleken met het begin van het jaar er licht op achteruit gaan. Met uitzondering van de JPMorgan obligatie index, was de beweeglijkheid van de grote activaklassen aanzienlijk. Zo bedroeg de spanning tussen het laagste en het hoogste peil voor zowel de EuroStoxx50, de FTSE EPRA en de Rogers Commodities Index telkens meer dan 20 procentpunten. 4

5 D E W E R E L D E C O N O M I E I N Stand van zaken Zoals tijdens de voorgaande jaren bepaalden ook in 2012 vooral macro economische gebeurtenissen de marsrichting van de financiële markten. Evenementen op bedrijfsniveau zoals goede of slechte winstvooruitzichten of grote overnames, waren veel minder richtinggevend. De belangrijkste macroeconomische ontwikkelingen die ook in 2013 het klimaat op de financiële markten verder zullen bepalen zijn de volgende. De economische achteruitgang in de zuidelijke eurolanden is aanzienlijk en trekt de andere eurolanden met zich mee. Hierdoor is vanaf het derde kwartaal 2012 de eurozone opnieuw in een recessie aanbeland. Dit is al de tweede op vier jaar tijd. De economie in Griekenland en Portugal worstelt met een depressie die qua omvang vergelijkbaar is met die van de dertiger jaren van de vorige eeuw. Aan de basis van de moeilijkheden liggen gedurende lange jaren opgebouwde macroeconomische wanverhoudingen, verkeerde politieke beslissingen, tot zelfs bedrog toe (de Griekse overheidsboekhouding). Voor de invoering van de EUR droegen de landen in kwestie hiervan zelf de gevolgen, meestal onder de vorm van een forse devaluatie. Nu ze deel uitmaken van de eurozone, is dat niet meer mogelijk. Op de koop toe is de verwevenheid tussen de grote Europese banken sinds de invoering van de EUR sterk toegenomen. O.m. in het licht hiervan, hebben de Europese regeringsleiders beslist dat geen enkel PIIGS land de eurozone mag verlaten. De politieke keus om de eurozone in zijn huidige vorm te behouden, impliceert echter een reeks bijzonder harde economisch sociale hervormingen, op de eerste plaats in de zuidelijke eurolanden. De controle op de invoering van deze harde hervormingen werd toevertrouwd aan de zogenaamde trojka (Europese Commissie, ECB en IMF), die strenge bezuinigingsmaatregelen en structurele hervormingen oplegt vooraleer financiële steun toe te kennen. Het gevolg is dat de consumenten en investeringsbestedingen zwaar onderuit gaan, onder het verpletterende gewicht van besparingen en fors hogere belastingen. Dit leidt tot de ontnuchterende vaststelling dat zonder het bestaan van de EUR de economische vooruitzichten voor de zuidelijke eurolanden minder slecht zouden zijn. Volgend schema verduidelijkt waarom. EUR in huidige vorm behouden Extra besparingen en belastingen Structurele onevenwichten corrigeren Hogere overheidstekorten en schulden Besparingen en hogere belastingen Economische activiteit neemt overal in eurozone af 5

6 Een tweede bron van constante zorg zijn de overheidsschulden, vooral in de Verenigde Staten. In absolute cijfers ( miljard USD), zowel als in percent van het BBP (bijna 100%), blijven deze schulden oplopen. Procentueel overtreffen ze in belangrijke mate deze van een aantal Europese PIIGS landen. Tegelijkertijd is het overheidsdeficit onhoudbaar; voor 2012 schat de OESO het op 8,25% van het BBP. Dit cijfer ligt meer dan twee keer hoger dan het gemiddelde van de landen die deel uitmaken van de eurozone. Een aantal begrotings en fiscale maatregelen indertijd door president Bush beslist ter aanmoediging van de economische activiteit, is eind 2012 op vervaldag gekomen. Het wegvallen hiervan dreigde de Amerikaanse economie in een afgrond te duwen (de zg. fiscal cliff ). De discussie tussen Democraten en Republikeinen om hieraan een mouw te passen, heeft geresulteerd in het akkoord van 1 januari Op de valreep werd voor de belangrijkste hangende problemen een oplossing gevonden. Echter, dit akkoord reikt geen definitieve oplossingen aan; het koopt vooral tijd. Dit betekent dat de problematiek van de Amerikaanse overheidstekorten en schulden niet is opgelost, maar slechts naar de toekomst verschoven. Ten gronde neemt de vrees toe dat deze problematiek niet kan worden opgelost, tenzij door het implementeren van extreme maatregelen, zoals het doelbewust uit de hand laten lopen van inflatie (zie verder). Een derde macro economische factor die almaar aan belang wint, is de rol van de centrale banken. Nog geen vijf jaar geleden beperkten die zich grotendeels tot een limitatieve interpretatie van het monetaire beleid, e.g. wat betreft het vastleggen van de rentevoeten op korte termijn. Presteerde de economie goed, dan ging de korte rente naar boven; presteerde ze ondermaats, dan werden de rentevoeten verlaagd. Het opkopen van hypotheken of het financieren van overheden via bijzondere kredieten, werd beschouwd als vreemd aan hun opdracht. Vandaag hebben de grote centrale banken de facto een belangrijk stuk van hun onafhankelijkheid opgegeven omdat ze volop meedraaien in politiek geïnspireerde redeneringen, bv. wat betreft het voortbestaan van de eurozone, het implementeren van strenge besparingsoekazes en het financieren van de overheid. De vraag is waar deze nieuwe belangrijke verantwoordelijkheden uitgeoefend door instellingen waarvan de leiders niet democratisch zijn verkozen eindigen. In deze studie wordt daarom een afzonderlijk hoofdstuk besteed aan de nieuwe rol van de centrale bankiers. De drie hierboven genoemde macro economische ontwikkelingen hebben hun stempel gedrukt op de evolutie van heel wat financiële markten. Dit zal in 2013 niet anders zijn. De vaststelling dat de centrale banken openlijk verkondigen dat ze de korte en lange rente op een laag niveau willen vastspijkeren, heeft natuurlijk een enorme impact op de geld en rentemarkten. Het normale spel van vraag en aanbod, is grondig verstoord (zie verder). Daarnaast creëren de ongebreidelde kredietinjecties een ongelijk speelveld in de markten van o.a. de edelmetalen, van de energie, tot zelfs sommige vastgoedmarkten toe. Daarom wint de overtuiging veld dat op een termijn van drie tot vijf jaar de wereldwijde politiek van strenge besparingen en belastingverhogingen samen met de agressieve liquiditeitsinjecties van de centrale banken misschien meer schade zal berokkenen, dan dat ze problemen fundamenteel oplost De eurozone: waar een wil is, is een weg? Een gemeenschappelijke munteenheid groeit niet als een vrucht aan een boom, maar kan slechts duurzaam worden geïntroduceerd indien ze voldoet aan een reeks minimale voorwaarden. Op dit ogenblik kan men slechts vaststellen dat in de periode voor het invoeren op 1 januari 1999 van de euro er veel te weinig aandacht aan deze voorwaarden werd besteed. Nochtans hebben heel wat economen vooraf uitvoerige studies over dit onderwerp gepubliceerd. Bovendien was er het voorbeeld van de Latijnse muntunie ( ), toen o.a. België, Frankrijk, Italië en Zwitserland munten hanteerden die onderling omwisselbaar waren omdat ze alle dezelfde hoeveelheid goud of zilver bevatten. In die periode was 1 Belgische frank gelijk aan 1 Franse frank, of aan 1 Italiaanse lire, of aan 1 Zwitserse frank. In de jaren na het uiteenvallen van de Latijnse muntunie zagen talrijke studies het licht die quasi alle tot het besluit kwamen dat een muntunie niet werkbaar is indien geen gemeenschappelijke economische, fiscale en monetaire politiek wordt gevoerd. In 1961 publiceerde 6

7 Robert Mundell, een Canadese econoom (Nobelprijs economie 1999), een synthese over deze problematiek. Hij introduceerde het begrip Optimum Currency Area OCA : een regio waarin het gebruik van een eenheidsmunt de economische efficiëntie zou maximaliseren 1. Hoewel sindsdien heel wat meer onderzoek over de voorwaarden waaraan een muntunie moet voldoen werd gepubliceerd, staan de door Mundell geformuleerde basisvoorwaarden nog steeds als een huis. Een OCA dient volgens hem aan de volgende criteria te beantwoorden opdat hij succesvol zou zijn: a) De arbeidsmobiliteit binnen de regio moet hoog zijn. b) De kapitaalstromen moeten ongehinderd kunnen verlopen, zodat ze kunnen inspelen op plaatselijke verschillen op het vlak van lonen en prijzen. c) Fiscale transfermechanismen moeten ervoor zorgen dat probleemregio s door de rijkere worden geholpen. d) De economische cycli in de verschillende deelgebieden van de regio moeten gelijklopend zijn. Dit laat de centrale bank van de regio toe om een uniform monetair beleid te voeren. Hoewel de noodzakelijke voorwaarden voor de succesvolle introductie van de EUR dus ruim voordien algemeen bekend waren, was de invoering van de EUR begin 1999 op de eerste plaats een politieke beslissing. De Europese Commissie en de regeringen van de landen die toetraden tot de EUR, gingen er schijnbaar vanuit dat aan de vereiste voorwaarden nog kon worden voldaan nadat de eenheidsmunt zou zijn geïntroduceerd. Dit is een dure en pijnlijke misrekening gebleken. Immers, slechts de tweede voorwaarde (vrij kapitaalverkeer) was bij het invoeren van de EUR grotendeels vervuld. De voorwaarde van arbeidsmobiliteit was en is nog steeds onrealistisch. Hoewel Griekse ingenieurs en Spaanse verpleegsters hier en daar in noordelijke eurolanden aan de slag gaan, blijft een echte arbeidsmobiliteit voornamelijk wegens culturele redenen achterwege. Aan de derde voorwaarde (fiscale transfers) kan pas worden beantwoord indien in de eurozone een uniform economisch, fiscaal en monetair beleid wordt gevoerd. Concreet betekent dit het introduceren van een echte Europese regering, met eigen ministers van financiën, sociale zaken, begroting... op dezelfde manier als deze in de Verenigde Staten bestaat. De vierde voorwaarde (gelijklopende economische cycli) is al evenzeer verre toekomstmuziek. De verschillende eurolanden kennen sterk uiteenlopende economische cycli, waarbij bv. een land als Duitsland veel meer geniet van de groei in de ontluikende landen (China c.s.), terwijl landen als Griekenland en Spanje kampen met een grote achterstand wat betreft productiviteitsgroei en innovatie. Hierdoor staat de Europese centrale bank voor een onmogelijke opdracht: ze is de behoeder van de eenheidsmunt, maar wordt geconfronteerd met lidstaten met sterk uiteenlopende economische kenmerken, die op de koop toe verschillende democratieën zijn. Het harde besluit is dat sinds de invoering van de euro in plaats van naar elkaar toe te groeien verschillende eurolanden de omgekeerde weg hebben gevolgd. Vandaag is de economie in de zuidelijke eurolanden er beduidend slechter aan toe dan in de noordelijke. Aan drie van de vier voorwaarden van Mundells Optimum Currency Area is niet voldaan. In het licht van deze vaststelling staan de eurolanden voor een fundamentele keus: ofwel proberen ze alsnog te voldoen aan Mundells voorwaarden, ofwel stappen een aantal landen uit de eurozone (dit kunnen zowel de zwakkere zijn bv. Griekenland, als de sterkere bv. Duitsland). Zoals in punt 1.1. toegelicht, houdt Europa met de Europese Commissie en de ECB op kop, tot nog toe vast aan de eenheidsmunt in zijn huidige vorm. Een uittrede van bv. Griekenland uit de EUR wordt als compleet onaanvaardbaar gecatalogeerd. Maar dit zijn niet meer dan woorden (en wie zou iets anders verwachten van instellingen die aan de basis liggen van de euro en die alles te verliezen hebben bij het gedeeltelijk verdwijnen ervan...). De harde werkelijkheid van de overheidsfinanciën van de 12 landen die begin 2002 zijn overgegaan tot de fysieke invoering van de EUR, is als volgt (bron: Europese Commissie ramingen per einde 2012). 1 R. Mundell, A Theory of Optimum Currency Areas, American Economic Review, 51, 1961, pp

8 Land Begrotingstekort 2012 Totale overheidsschuld eind 2012 BBP 2012 (in miljard EUR) Als % van het BBP In miljard EUR Als % van het BBP In miljard EUR België 3,0 10,6 100,5 356,2 353,9 Duitsland 0,9 22,4 82, , ,5 Finland 0,7 1,3 50,5 91,5 183,5 Frankrijk 4,5 87,4 90, , ,3 Griekenland 7,3 15,8 180,6 347,9 204,5 Ierland 8,3 13,0 116,1 180,2 155,9 Italië 2,0 30,6 123, , ,7 Luxemburg 1,8 0,7 20,3 8,3 39,9 Nederland 4,4 25,8 70,1 408,8 584,8 Oostenrijk 3,0 8,7 74,2 214,1 289,3 Portugal 4,7 7,8 113,9 190,2 166,5 Spanje 6,4 66,1 80,9 835, ,6 EU norm (verdrag van Maastricht) 3,0 60,0 Ter herinnering: het verdrag van Maastricht trad in werking op 1 november 1993, of bijna 20 jaar geleden. Het is triest te moeten vaststellen dat slechts 2 kleine landen op 12 (in het groen aangeduid) erin zijn geslaagd om zich te conformeren naar de zelf afgesproken normen. Uiteraard heeft de sub prime crisis de zaken niet vereenvoudigd, maar aan de andere kant was de periode ervoor er een van sterke economische groei, met scherp stijgende belastingontvangsten. België is hiervan een goed voorbeeld. In plaats van de overheidsfinanciën te saneren, slaagden de regeringen Verhofstadt I, II en III (juli 1999 maart 2008) in niet veel meer dan het stabiliseren van de totale overheidsschuld op een veel te hoog niveau. De kansen waren er nochtans om alle oorspronkelijke eurolanden toe te laten zich aan de Maastricht normen aan te passen. Zoals de krekel uit de fabel van de la Fontaine, verkoos men echter te weinig en te laat te handelen; toen de subprime crisis uitbrak, waren alle kansen verkeken. De bovenstaande tabel geeft gegevens enerzijds over het verwachte begrotingstekort voor 2012 en anderzijds over de totale overheidsschuld, telkens in procenten en in absolute cijfers. De vergelijking tussen beide leidt tot interessante vaststellingen. Zo beantwoorden een reeks landen aan de EU norm van een begrotingstekort van maximaal 3,0%, terwijl hun totale overheidsschuld ruim de limiet van 60% van hun BBP overschrijdt. Dit is o.m. het geval voor België, Duitsland en Oostenrijk. Het omgekeerde (hoog overheidstekort, relatief lage overheidsschuld), komt alleen bij Nederland voor. De belangrijkste boodschap van de tabel supra betreft echter de totale overheidsschuld in absolute cijfers. De top 3 bestaat uit Duitsland, Italië en Frankrijk. Samen tekenen ze eind 2012 voor een overheidsschuld van 5.699,4 miljard EUR. Ieder jaar moeten een aantal vervallen leningen worden terugbetaald, maar ieder jaar is er ook het bedrag van het nieuwe overheidstekort dat extra hoeft gefinancierd te worden. In de praktijk daalt de totale overheidsschuld in nominale termen quasi nooit. De toestand in Groot Brittannië, Japan en de Verenigde Staten is niet beter (geraamde gegevens in EUR, per eind 2012). Land Begrotingstekort 2012 Totale overheidsschuld eind 2012 BBP 2012 (in miljard EUR) Als % van het BBP In miljard EUR Als % van het BBP In miljard EUR Groot Brittannië 6,9 132,1 70, , ,3 Japan 9,9 450,7 232, , ,4 Verenigde Staten 7,0 916, , ,3 Dit zijn dramatische cijfers. Op de eerste plaats zijn er de hoge begrotingstekorten. Deze liggen hoger of in de buurt van de hoogste tekorten geboekt door de Europese PIIGS landen, en dit hoewel 8

9 vooral in de Verenigde Staten de economie groeit. Daarnaast is er het astronomische bedrag van de totale overheidsschuld. Om bij de Verenigde Staten te blijven, de totale overheidsschuld is er bijna zo groot als het BBP, wat betekent dat de grootste economische macht ter wereld is terecht gekomen in het selecte clubje van landen als Japan, Griekenland, Italië, Ierland, Portugal en België. De hoge, blijvende overheidstekorten, samen met de hallucinant hoge overheidsschulden, garanderen dat de rente nog jaren op een laag peil vastgeroest blijft. Het volgende voorbeeld illustreert het waarom. Stel dat de totale overheidsschuld van een land miljard EUR bedraagt, dat deze schuld overeenkomt met 100% van het BBP, dat dit land geen bijkomende schulden hoeft aan te gaan (de overheidsbegroting is in evenwicht), dat de inflatie 2% bedraagt en dat de totale uitstaande schuld dezelfde blijft (er is geen geld om het bedrag aan uitstaande leningen te verminderen). Anders gesteld, de EUR miljard totale uitstaande schuld blijft een constante. Indien op deze schuld een rente van gemiddeld 2% moet worden betaald, kost dat dit land 200 miljard EUR per jaar. Deze interestlast maakt deel uit van de jaarlijkse begrotingsuitgaven die in evenwicht zijn (de totale uitgaven incl. rentelasten zijn door ontvangsten gedekt). Een rente betalen van slechts 2% op een totale overheidsschuld die gelijk is aan 100% van het BBP en bij een inflatiepercentage van 2%, is slechts mogelijk door het herhaaldelijk interveniëren van de centrale bank van het land in kwestie (zie verder). Mocht de centrale bank niet tussenkomen, dan zou de rente fors oplopen: geen logisch denkend mens leent tegen deze voorwaarden aan een debiteur met zo n hoge schuldenlast. Gelet op de hoge, niet afnemende overheidsschuld en de inflatie van 2%, zouden de financiële markten wellicht een rentevergoeding eisen van 5% tot 6% (cf. de rente op 10 jaar die o.a. Italië en Spanje actueel betalen). De extra interestkosten die dat voor dit land zou meebrengen, lopen op tot 300 à 400 miljard EUR. M.a.w. de begroting is niet langer in evenwicht en er moet zwaar bespaard worden en/of de belastingen verhoogd om het deficit onder controle te houden (zo niet stijgt de totale overheidsschuld het daaropvolgende jaar tot à miljard), met als gevolg dat de economische activiteit negatief wordt beïnvloed. De centrale bank van het land in kwestie zal dit niet laten gebeuren: door het opkopen (rechtstreeks of via commerciële banken) van overheidsschulden, zal ze de rente op het lage peil van 2% vastpinnen. Een onnatuurlijk lage rente (d.w.z. een rente die de inflatie niet of onvoldoende vergoedt en/of die geen rekening houdt met het debiteurenrisico) wat men financiële repressie noemt verandert niets aan de overheidstekorten, noch aan de totale overheidsschulden. Erger, de ademruimte die dankzij deze kunstmatig lage rente wordt gecreëerd, vermindert de noodzaak om te saneren; ze leidt tot uitstelgedrag. Ten gronde kunnen overheidsdeficits slechts verminderen, laat staan verdwijnen, door besparingen (minder overheidspersoneel, een efficiëntere dienstverlening, afstoten van overheidsvreemde activiteiten...), door hogere belastingen (meer BTW, afschaffen aftrekposten, invoeren extra milieuheffingen...) en door economische groei (zo de overheidsuitgaven niet stijgen en het BBP groeit met bv. 2%, dan daalt het overheidsbeslag navenant). Landen waar een combinatie van besparingen en hogere belastingen werd/wordt toegepast (bv. Groot Brittannië en Nederland), blijken echter de economische groei weg te snijden: hun economie groeit niet meer, of krimpt (de voorbeelden van de PIIGS landen ogen nog veel schrijnender). De Verenigde Staten hebben die bocht nog niet genomen: hun economie groeit nog (de verwachting voor de BBP groei in 2013 is 2,0%), maar hun overheidstekort en totale schuld blijven schrikbarend hoog en stijgen. De Verenigde Staten gokken erop dat hun zware deficit spending de economische motor sterk zal doen versnellen, zodat het BBP veel meer groeit dan de overheidsuitgaven. Gelet op de absolute hoogte van de overheidsschuld, is dit een niet van risico gespeende strategie. Conclusie: de tering naar de nering zetten, kost bloed, zweet en tranen. Het is als een verslaafde: afkicken van drugs vraagt een sterk karakter en veel tijd. Bovendien is er steeds het risico van een terugval. Vervang drugs door kredietverlening en de analogie is duidelijk. 9

10 Wat de eurozone betreft, botst de wil om de euro te behouden zoals hij vandaag bestaat, met de noodzaak in de zuidelijke eurolanden een beter aangepast economisch beleid te voeren. Zoals hoger aangetoond lijkt de huidige eurozone zelfs niet van ver op een Optimum Currency Area. De Europese leiders pogen die alsnog te realiseren door het opleggen van een streng regime van besparingen, belastingverhogingen en structurele ingrepen, zoals bv. het versoepelen van de voorwaarden op de arbeidsmarkt. Deze aanpak staat echter borg voor jaren van hoge (jeugd)werkloosheid en lagere lonen en pensioenen, zonder enige garantie dat de zwaar getroffen economieën type Griekenland zich op korte termijn (i.e. binnen 1 à 2 jaar) herstellen. Zoals hoger opgemerkt, hebben de noordelijke eurolanden en heel wat Europese systeembanken zichzelf klem gereden. Door zonder enige terughoudendheid te beleggen in obligaties van de zuidelijke landen ( een euro is toch een euro, nietwaar ), zijn ze beducht voor het nemen van zware verliezen op deze posities mochten een of meer PIIGS landen het euroschip verlaten en devalueren. Liever blijven ze (belasting)geld in de bodemloze put storten, dan een streep te trekken onder het euroverhaal, dat voor een aantal landen van bij de start de zekerheid van een dramatisch einde inhield. Overigens, dit is een klassiek voorbeeld van wat men in de gedragseconomie de sunk cost fallacy noemt: men heeft al zoveel geld en tijd in een of ander project gestopt, dat men er de voorkeur aan geeft nog (veel) langer op dezelfde dure weg verder te gaan, dan toe te geven dat het project mislukt is en het te beëindigen De economie in 2013 Het voorgaande toont aan dat de schuldenproblematiek ook in 2013 prominent op de internationale financiële scène aanwezig zal zijn. Zoals hoger vermeld is deze problematiek niet tot de eurozone beperkt, maar spelen Groot Brittannië, Japan en de Verenigde Staten volop mee. Bovendien versomberen de vooruitzichten voor de overheidsfinanciën nog als men rekening houdt met de zwakke economische groeiverwachtingen. Een lagere of negatieve groei ondermijnt de besparingsinspanningen van de overheden. De onzekerheid die hiervan het gevolg is, samen met de achteruitgang in het netto besteedbaar inkomen, wegen bijkomend op de economische activiteit. Hierdoor valt de groei nog meer tegen, waardoor de overheidstekorten opnieuw stijgen met een volgend rondje extra belastingen en besparingen tot gevolg, waarna de duivelse kringloop herbegint (zie figuur in punt 1.1.). De evolutie van de industriële productie (links), resp. de economische groei (BBP) blijkt uit de volgende grafieken die betrekking hebben op de eurozone (paars), op Groot Brittannië (oker), op Japan (groen) en op de Verenigde Staten (blauw). Duidelijk is dat de eurozone en Groot Brittannië die allebei in de ban zijn van forse besparingen een dalend momentum kennen: de industriële productie noch de economische groei hebben het peil van begin 2008 opnieuw bereikt. De Verenigde Staten die de deficits en tekorten blijven opstapelen, doen het beduidend beter: zoals hoger opgemerkt hoopt dit land dankzij een structureel hogere 10

11 groei op termijn zijn overheidsfinanciën onder controle te krijgen. Japan blijft een geval apart. Sinds meer dan 10 jaar wisselt dit land perioden van zwakke economische groei met lichte krimp af. Noch de industriële productie, noch de economische groei, bereiken het niveau van vijf jaar geleden. De half december 2012 nieuw verkozen regering o.l.v. Shinzo Abe, een conservatieve liberaal, wil Japan nog meer de weg opduwen van kwantitatieve versoepeling, naar het grote voorbeeld van de Verenigde Staten, en dit hoewel de Japanse centrale bank al sinds lange jaren een politiek toepast van ultra lage rente op korte en lange termijn, samen met het systematisch opkopen van obligaties en andere effecten. In het licht van de betere economische prestaties van de Verenigde Staten, is de fundamentele vraag hoever een land zijn deficits en totale overheidsschuld kan blijven opdrijven. Bestaat er zoiets als een bovengrens, die eens overschreden aanleiding geeft tot de uiteenrafeling van het economische weefsel? Of is dit integendeel een zuiver academische kwestie. M.a.w. waarborgt het stelselmatig opdrijven van overheidsschulden meer welvaart, zonder dat hieraan grote nadelen kleven? Het antwoord op deze vraag ligt op de eerste plaats bij het al of niet optreden van inflatie. Stijgt deze niet of slechts in beperkte mate, dan kan de overheid doorgaan met het uitgeven van schuldpapier om haar tekorten te dekken. De lage inflatie wettigt dan immers een lage rente. Loopt de inflatie uit de hand, dan is dit in principe niet meer mogelijk: de markt zal een hogere vergoeding eisen omdat de waarde van het geld wordt uitgehold. Echter! Dit is gerekend buiten de rol van de centrale banken: hun nieuwe activiteiten kunnen aanleiding geven tot een situatie waarin de inflatie oploopt en de rentevoeten niettemin nauwelijks stijgen. Vandaag is deze problematiek nog niet aan de orde: de overcapaciteit is dermate groot en de schuldenafbouw en spaarinspanning door gezinnen en bedrijven zo aanzienlijk, dat het prijzenpeil slechts matig toeneemt, zoals de grafiek hiernaast aantoont. Deze geeft de stijging van het prijzenpeil sinds begin 2007 tot eind 2012 weer voor Groot Brittannië (oker), de Verenigde Staten (blauw), de eurozone (paars) en Japan (groen). Twee belangrijke vaststellingen. In de aanloop naar de financiële crisis (2007 tot midden 2008) stijgt de inflatie overal, op de eerste plaats als gevolg van hogere voeding en energieprijzen. De quasi stilstand van de economie in het laatste kwartaal 2008 en het eerste 2009, resulteert in een forse terugval van de prijsstijgingen tot zelfs deflatie. Van zodra duidelijk wordt dat de overheid en de centrale banken de economie fors gaan ondersteunen, resp. met liquiditeiten ondersneeuwen, loopt de inflatie snel op. Volgende tabel geeft de hoogste stand van de inflatie weer sinds het uitbarsten van de financieel economische crisis in september 2008, de laatste beschikbare stand, en het huidig peil van de korte rente. Inflatieverloop sinds de financieel economische crisis Land/regio Hoogste stand sinds 09/2008 (in %) Laatst beschikbare stand (in %) Huidig peil van de korte rente (in %) Eurozone 3,0 2,2 0,75 Groot Brittannië 5,6 3,0 0,50 11

12 Japan 1,0 0,4 0,10 Verenigde Staten 3,9 1,8 0,25 Terwijl de economie in de Verenigde Staten slechts traag groeit en die van de eurozone, Groot Brittannië en Japan in recessie is (zie hoger), blijft de inflatie in de Westerse landen verrassend hoog. Men zou verwachten dat ze in landen die getroffen zijn door (sterk) oplopende werkloosheid en lagere productie (eurozone, Groot Brittannië), hogere belastingen (eurozone, Groot Brittannië), of een vastgoedsector die in de touwen hangt (eurozone, Verenigde Staten) er eerder gevaar is voor deflatie (dalende prijzen) dan omgekeerd 2. De huidige inflatie wordt echter niet veroorzaakt door een schaarste aan bepaalde producten of diensten, maar is te herleiden tot acties van de centrale banken ter verhoging van de geldvoorraad. Een van de nieuwe beleidsdoelstellingen van centrale bankiers is immers het welbewust streven naar een hoger algemeen prijspeil. Ben Bernanke heeft dit bij herhaling publiek verklaard en nu heeft ook de Japanse premier Shinzo Abe aangegeven dat zijn nieuwe regering hierop mikt. De vergelijking sinds 2008 van het inflatiepercentage met de rente op korte termijn (in reële termen, een negatieve rentevergoeding), onderstreept de nietsontziende kracht waarmee de centrale bankiers het rentewapen hanteren. Deze financiële repressie heet goed te zijn voor het herstel van de economie. In de praktijk valt hiervan niet veel te merken: de economische groei blijft minimaal of helemaal weg. Het enige wat objectief kan worden vastgesteld, is dat particuliere spaarders en institutionelen zoals pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen, al gedurende jaren en gecorrigeerd voor inflatie, geld op hun vastrentende beleggingen verliezen. Voorwaar geen aanmoediging om meer te spenderen of te investeren! Het is interessant en tegelijkertijd onrustwekkend om vast te stellen dat al sinds het verre verleden (dat wil zeggen sinds de geschreven geschiedenis bestaat), een teveel aan overheidsschulden altijd is opgelost geworden ofwel door ze simpelweg niet meer te honoreren (zie Argentinië tien jaar terug), dan wel door ze weg te inflateren (zie Venezuela vandaag; de inflatie bedraagt er zo n 18% op jaarbasis, komende van een piek van meer dan 35%). Griekenland heeft noodgedwongen voor de eerste oplossing gekozen. In maart 2012 werden private beleggers gedwongen hun overheidsobligaties met een verlies van meer dan 66% om te ruilen voor nieuwe stukken. Op 27 november van vorig jaar kregen de soevereine schuldenaars van Griekse overheidsschuld (waaronder België) een verlenging van de looptijd samen met een beduidend lagere rentevoet in de maag gespietst. Op de koop toe ging op hetzelfde ogenblik het land over tot de terugkoop (met door Europa ter beschikking gesteld geld...) van een bedrag van meer dan 10 miljard EUR overheidsleningen die het nauwelijks een half jaar eerder had uitgegeven, en dit tegen marktkoersen, d.w.z. tegen ong. 1/3 de van hun nominale waarde. Nog meer schuldherschikkingen zitten in de pijplijn. Daarentegen, van landen als Japan of de Verenigde Staten is het moeilijk denkbaar dat ze hun schulden niet meer zouden honoreren, laat staan willen herschikken. Het lijkt erop dat het doelbewust aanwakkeren van inflatie door deze landen als de enige oplossing wordt gezien om zich uit het schuldenmoeras van de overheidsschulden los te rukken. Hun schuldgraad is inderdaad zo hoog geworden, dat een strategie van hogere belastingen en/of besparingen niet meer is dan een druppel op een hete plaat. 2 Als gevolg van vooral een afnemende en verouderende bevolking, is Japan de uitzondering die deze regel bevestigt. 12

13 Aan de andere kant gaan er stemmen op (zie bv. P. Krugman, Nobelprijs economie 2008) die beweren dat de obsessie om de overheidsschulden onder controle te willen krijgen, een blijvend neerwaartse druk op de economische groei legt. In die visie creëren constante overheidstekorten een aanhoudende stimulering van de vraag, inclusief een oplopend prijzenpeil, waardoor de economische activiteit wordt ondersteund. Die denkpiste is alsof men lood in goud kan veranderen: de overheid maakt kosten en doet investeringen. Omdat ze te weinig inkomsten heeft om die te betalen, geeft ze leningen uit die voor het overgrote deel door de eigen centrale bank worden opgekocht (deze verschijnen op het actief van haar balans). De middelen hiertoe creëert de centrale bank zelf door het verhogen van de geldmassa (deze verschijnen op het passief van haar balans). De snelheid waarmee dit gebeurt, blijkt uit de grafiek hiernaast die de stijging van de activa van resp. de ECB en de FED weergeeft, en dit sinds begin 2000 (blauw = FED; paars = ECB). Ter vergelijking wordt ook het balanstotaal van de Bank of Japan vermeld (groen). Sinds oktober 2008 (faillissement Lehman Brothers) is het balanstotaal van de ECB en de FED met een factor tussen 3 en 4 aangedikt, terwijl de economische groei over dezelfde periode (de enige parameter die de groei van het balanstotaal van een centrale bank zou mogen dicteren) minimaal was. De vraag hoe ver een centrale bank deze weg kan blijven bewandelen dringt zich op, temeer daar de resultaten van dit beleid allesbehalve overtuigend zijn. Het is waarschijnlijk dat in 2013 de rol van de politiek en van de centrale banken nog meer bepalend zal zijn voor de economische groei dan dat dit de voorgaande jaren al het geval was. In plaats van de marktkrachten zelf een evenwicht te laten bepalen bv. voor wat betreft de lange rente of de prijs van een of andere grondstof, zullen politieke beslissingen zoals deze rond de fiscal cliff, de uitkomst van de Italiaanse en Duitse verkiezingen, of de toekomst van de eurozone... determinerend zijn. Nouriel Roubini (professor economie aan de New York State University) noemt de Westerse landen en Japan daarom de submerging countries, als antoniem voor emerging countries. Hiermee bedoelt hij dat het Westen en Japan (incl. hun centrale banken) een normale economische ontplooiing eerder in de weg staan dan dat ze deze bevorderen, op dezelfde manier als tientallen jaren geleden ontluikende landen gekneveld waren door politieke miskleunen en een nietaangepaste monetaire politiek. Deze vergelijking is wellicht overdreven, maar men kan er niet naast kijken dat de politiek van besparingen en belastingverhogingen inderdaad verantwoordelijk is voor het PIIGS debacle en voor de toegeknepen groei in andere Westerse landen. Het is duidelijk dat andere invalshoeken noodzakelijk zijn (bv. herdefiniëren van de eurozone, verlaten van de politiek van ultra lage rentevoeten) om de economische machine op een gezonde manier op een hoger toerental te doen draaien. Zowel de Europese Commissie, het IMF en de Wereldbank voorspellen voor 2013 een zeer bescheiden economische groei voor het Westen en voor Japan. Opnieuw trekken de nieuw geïndustrialiseerde landen de kar, met China op kop (geraamde BBP groei 2013 van 7,6%). Het ziet er dus niet naar uit, dat de wereldwijde BBP groei in 2013 zal herstellen tot 4% en meer, zoals dit het geval was in de jaren tot

14 1.4. De Icarusvlucht van de grote centrale banken Hoewel centrale banken vandaag in alle landen gemeengoed zijn en ze meestal beschouwd worden als onafhankelijke behoeders van het algemeen economisch en financieel belang, bestaan ze nog niet zolang. Zo werd de FED pas opgericht in 1913 en kreeg de Chinese Centrale Bank pas alle mogelijkheden om als dusdanig te opereren vanaf Een bijzondere status geniet de Europese Centrale Bank (opgericht op 1 juni 1998) omdat ze een overkoepelend orgaan is van alle nationale centrale banken. Deze laatsten blijven bestaan als een soort onderaannemers van de ECB. Het klassiek monetair mandaat van centrale banken is om de stabiliteit van de munt te bewaren, de geldvoorraad te beheren en de interestvoeten te sturen. Sinds het losbarsten van de economisch financiële crisis in oktober 2008, zijn de werkzaamheden van de grote centrale banken sterk uitgebreid. Eerst in de Angelsaksische wereld (onder impuls van FED voorzitter Bernanke), later gevolgd door de Bank of China en de ECB, en nu wellicht door de Bank of Japan, hebben ze hun klassiek monetair mandaat uitgebreid met een aantal activiteiten die traditioneel nooit de hunne waren. Dit betreft het drukken van de rente op lange termijn (de korte rente behoorde al tot hun werkingsdomein), het opkopen van allerlei bestaande effecten (bv. hypotheekleningen) met de bedoeling de liquiditeit in de markt te verbeteren, en het verhogen van de geldmassa door geldcreatie (bv. door het opkopen van nieuw uitgegeven overheidsleningen). De Amerikaanse centrale bank geeft het voorbeeld. Sinds het begin van dit jaar koopt ze maandelijks voor 45 miljard USD staatsobligaties en voor 40 miljard USD herverpakte hypotheekobligaties op. Op jaarbasis komt dit neer op het verhogen van haar balanstotaal met iets meer dan 1 biljoen USD; dit gebeurt door het bijdrukken van geld, d.w.z. de geldvoorraad verhoogt zonder dat de FED bestaande schuldeffecten terugkoopt (er vindt m.a.w. geen neutralisering plaats). De Amerikaanse centrale bank is van plan deze inspanning vol te houden tot de werkloosheid terugvalt tot 6,5% van de beroepsbevolking en de inflatie 2% per jaar niet overtreft. Zoals hoger opgemerkt volgen de ECB en de Bank of England hetzelfde pad, al zijn de aangewende middelen niet dezelfde. Zo gebruikt de ECB intensief open marktoperaties waarmee ze dankzij actief ingrijpen de liquiditeit voor de commerciële banken verhoogt en de korte rente laag houdt (de zgn. LTRO s of Long Term Refinancing Operations passen hierin). In september 2012 heeft ze beslist onbeperkt overheidspapier van zwakke eurolanden te kopen (de zgn. OMT s of Outright Monetary Transactions ) met de bedoeling de lange rente op de overheidsobligaties van PIIGS landen te drukken (deze moeten hierom wel eerst vragen en moeten strenge herstelmaatregelen doorvoeren). Ook de Bank of England heeft verschillende programma s lopen waarbij overheidseffecten worden gekocht met de bedoeling de lange rente te drukken. Daarnaast blijft de politiek van ultra lage rente op korte termijn behouden. Meer zelfs, sommige economen pleiten voor nog lagere rentetarieven (al is het hoogst onduidelijk hoe de verlaging van de korte rente bv. door de ECB van 0,75% naar 0,50% de economische motor zou kunnen doen aanslaan). Hoewel dit nieuwe kader waarbinnen de centrale banken optreden wordt uitgelegd als gunstig voor het herstel van de economie, kan de realiteit niet worden ontkend: de activiteiten van de centrale banken zijn er op de eerste plaats op gericht de financiering van de overheidsuitgaven veilig te stellen. Dit is zo in Europa (zie drukken van de lange rente op obligaties uitgegeven door de PIIGS landen), maar vooral in de Verenigde Staten. Volgens JPMorgan koopt de FED ongeveer 70% op van alle nieuw uitgegeven Amerikaanse overheidsleningen. Van enige forse druk om het overheidstekort te beperken (zie de hoge rentetarieven in de PIIGS landen) is in de Verenigde Staten geen spraak: als zoveel nieuw uitgegeven overheidsschuld door de FED wordt opgekocht, blijft de rente automatisch vastgepind op een laag niveau. Het spreekt vanzelf dat het vanuit overheidsoogpunt een interessante zaak is wanneer de eigen centrale bank bereid wordt gevonden overheidspapier op te kopen (via commerciële banken omdat de rechtstreekse financiering van de overheid door de centrale bank statutair verboden is; in de 14

15 praktijk maakt dit geen verschil uit). Een opkoper van overheidspapier van de omvang van bv. de ECB legt niet alleen een grote en constante vraag in de markt (waardoor de rentevoeten dalen), maar garandeert de facto dat de overheidstekorten ook in de toekomst zullen worden gefinancierd, hoe de overheidsfinanciën van het land in kwestie ook evolueren. Men kan zich immers moeilijk voorstellen dat de ECB plots de PIIGS obligatieaankopen zou stopzetten en daardoor wellicht het einde van de eurozone inluiden indien een land als Spanje zijn begrotingsdoelstellingen telkens mist. De door de ECB aangekondigde OMT s introduceren dus een compleet nieuw risico én voor de centrale bank zelf, én voor de eurozone: quid indien het opkopen van PIIGS obligaties een dermate omvang aanneemt dat ze de activazijde van de balans van de ECB helemaal scheef trekken? De noordelijke eurolanden zullen dit wellicht niet laten gebeuren. Dat zowel de ECB als de FED tot nog toe wegkomen met het opblazen van hun balans, is te danken (of te wijten...) aan de slechte doorstroming van het nieuw gecreëerde geld naar de economie. Volgende grafiek toont het bedrag dat Amerikaanse commerciële banken bij de FED van begin 2007 tot eind 2012 hebben geparkeerd (bij gebrek aan leningsaanvragen, of omdat ze hun risico s wilden beperken). Dit betreft actueel 1,46 biljoen USD. Daar komt nog bij dat het nieuw gecreëerde geld dat wel doorstroomt naar de economie, soms terechtkomt bij de verkeerde mensen, d.w.z. particulieren, bedrijven en financiële instellingen die er mee gaan beleggen en speculeren i.p.v. ermee te investeren in de reële economie (vandaar o.a. de stijging van de beurzen en van een reeks grondstoffen, terwijl het BBP nauwelijks groeit of zelfs krimpt). Deze onbedoelde bijwerking van de nieuwe monetaire politiek van de grote centrale banken, zal nog zwaarder doorwegen eens de ECB en andere FED s nog dieper het gaspedaal van de geldcreatie gaan indrukken (zie hoger). Dit is goed nieuws voor reële activa zoals aandelen en grondstoffen. Anderzijds is het duidelijk dat de nieuwe monetaire paden die de centrale banken verkennen, de garantie inhouden voor nieuw financieel onheil. De reden hiervan is dat de ongebreidelde geldcreatie niet kan worden ongedaan gemaakt, zonder de economie in een wereldwijde depressie te storten. De huidige groei van de geldvoorraad (zie grafiek hieronder) vertolkt op geen enkele manier de moeilijke economische gang van zaken. Deze grafiek die betrekking heeft op de Verenigde Staten en het verloop van de totale M2 geldhoeveelheid meet (d.w.z. gereed geld, spaarboekjes, termijnrekeningen en geldmarktfondsen) spreekt in dit verband boekdelen. 15

16 Van zodra commerciële banken aan de reële economie meer kredieten en leningen beginnen te verschaffen, is de kans groot dat een multiplicatoreffect optreedt: d.w.z. de economische groei zal versnellen en het tot nog toe passieve geld zal beginnen te vloeien, zodat de vraag naar goederen en diensten toeneemt. Het gevolg zal inflatie zijn (zie hoger), maar de centrale banken zullen de rente in onvoldoende mate kunnen/willen verhogen om deze de kop in te drukken. Zouden ze dit toch doen, dan versmachten ze de eigen overheid die haar deficits slechts kan financieren door te blijven rekenen op ultralage renteniveaus. Of hoe centrale banken misschien zwarte zwanen worden Wisselkoersen In een wereld waarin centrale banken zich opdrachten hebben toegemeten die lange tijd niet de hunne waren, mag het niet verbazen dat wisselkoersen voorspellen weinig meer te maken heeft met het correct inschatten van de economische fundamentals. Voor wat het waard is: de Bloomberg consensus voor de wisselkoers USD/EUR per eind 2013 ligt actueel op 1,28 USD voor 1,00 EUR. Dit is nauwelijks verschillend van de koers eind De evolutie van de EUR tegenover de USD sinds zijn creatie, is als volgt. Zoals in de voorgaande jaren, blijven veel landen streven naar een zwakke munt met de bedoeling hun export en dus hun economie te stimuleren. Exponenten hiervan zijn de eurozone en de USA (vandaar het armworstelen tussen de FED en de ECB om de koers van hun resp. munten te stabiliseren). Zwitserland gaat een stap verder: het heeft in 2011 beslist om de koers van zijn munt te koppelen aan die van de EUR (de frank zou niet meer waard mogen zijn dan 0,82 EUR) omdat het een toevluchtsoord is geworden voor beleggers op zoek naar een munt die niet het slachtoffer is van overmatige geldcreatie. Eind vorig jaar rekenden enkele grote Zwitserse banken zelfs negatieve rentevoeten in CHF aan, om beleggers nog meer te ontraden voor de Zwitserse frank te kiezen. Dit probleem is niet eigen aan het Alpenland. Een aantal andere kleinere landen met goede economische perspectieven en hun overheidsfinanciën onder controle, is slachtoffer van hun succes. In Australië, Canada, Denemarken, Nieuw Zeeland, Noorwegen, Singapore en Zweden staat de koers van de eigen munt tegenover de EUR en de USD onder opwaartse druk: beleggers willen 16

17 activa in die valuta s verwerven omdat ze twijfelen aan de degelijkheid van de eigen EUR of USD. De grafiek onderaan de voorgaande pagina toont het koersverloop van de AUD, CAD, NOK, SEK en SGD tegenover de EUR sinds begin 2009 (geïndexeerd, 01/01/2009 = 100). Blijkt dat vooral de AUD sterk heeft gescoord: op drie jaar wint hij bijna 30% tegenover de eenheidsmunt. De vier andere munten winnen tussen 15% en 20%. Intussen volgen Noorwegen en Zweden het Zwitserse voorbeeld zonder nochtans een officiële bovengrens voor hun munt vast te leggen. Zoals hoger gesteld, is het daarom bijzonder moeilijk wisselkoersen te voorspellen. Er zijn te veel niet economische factoren die de balans de ene dan wel de andere richting kunnen uitduwen. Er geldt maar één zekerheid: de volatiliteit blijft hoog, niet alleen voor de verhoudingen tussen EUR, USD, JPY en GBP, maar ook wat betreft de kleinere munten. Overheidstekorten, handelsonevenwichten, te hoge geldcreatie, inflatieopstoten, politieke onzekerheid en onverwachte gebeurtenissen zullen de koerstabellen kruiden. Niettemin, op economisch financiële gronden, blijven munten van economisch minder belangrijke maar gezondere landen te verkiezen (AUD, CHF, DKK, NOK, SGD, SEK...), zelfs al zijn deze tegenover de EUR al een stuk duurder geworden Besluit De Westerse economieën hebben de financieel economische crisis die begon in het najaar van 2008, nog niet achter zich gelaten; slechts de vorm ervan is veranderd. Eerst was het een financiële crisis uitgelokt vooral door een te hoge schuldhefboom bij de commerciële banken, nadien gingen ze door de zwaarste economische recessie sinds de Grote Depressie uit de jaren dertig van de vorige eeuw, nu zijn het de overheidsfinanciën die dienen op orde gesteld. Van de grote economische zones, gaat de Europese Unie hierin het verst; de Verenigde Staten gevangen in een ontgoochelend compromis tussen Democraten en Republikeinen staan slechts aan het begin van hun loutering. Omdat diep wordt gesneden, stokt de economische groei in Europa. Een aantal landen kent een depressie (Griekenland, Portugal), de meeste andere staan voor kwartalen van zwakke tot licht negatieve groei. Na een broos 2012 is de consensusverwachting, dat ook 2013 op economisch vlak geen hoogvlieger wordt. De Amerikaanse groeicijfers zullen hoger uitkomen dan de Europese; het is echter de vraag hoe consumptie en investeringen zullen reageren op het (licht) hogere overheidsbeslag dat er in de Verenigde Staten zit aan te komen. Het Westerse economische verhaal blijft m.a.w. grotendeels hetzelfde als de voorbije jaren: het herstel volgt een hobbelig parcours. De consensusverwachting is daarom dat het nog jaren zal duren voor deze economieën opnieuw met de groeicijfers van voor 2008 zullen aanknopen. Gekenmerkt door de afname en veroudering van zijn bevolking, een hoge spaarquote en een astronomische overheidsschuld (die vroeg of laat toch ook zal hoeven aangepakt te worden), is de consensusverwachting voor de Japanse groei licht positief, op basis van de economisch financiële doelstellingen van de nieuwe regering, die openlijk streeft naar hogere inflatie door middel van nog meer monetaire stimuli. De Japanse groeicijfers uit de jaren van voor 1990 komen echter niet terug. De toestand in de nieuw geïndustrialiseerde landen is om een aantal redenen een stuk rooskleuriger. De gevolgen van de ineenstortende export naar het Westen eind 2008/begin 2009, werden opgevangen door relanceplannen, waarbij vooral de snelle en efficiënte Chinese maatregelen (grote infrastructuurwerken, gemakkelijke kredietverlening...) soelaas brachten. Eigenlijk hebben ze te goed gewerkt, want de Chinese overheid is verplicht geweest de rente te verhogen en de kredietverschaffing aan banden te leggen uit vrees voor inflatie en oververhitting van o.m. de vastgoedsector. De nieuwe Chinese machthebbers o.l.v. Xi Jinping hebben aangekondigd te zullen streven naar een verdere toename van het binnenlandse verbruik. De financiële sector in deze landen heeft nauwelijks geleden onder de Westerse sub prime problematiek. 17

18 Een niet te onderschatten factor waarvan de nieuw geïndustrialiseerde landen profiteren, is de stijging van hun bevolking. Het Westen en Japan hebben vooral met vervangingsinvesteringen te maken. Hier is de penetratiegraad van auto s, TV s of koelkasten al zo hoog, dat een forse groei van dit soort aankopen uitgesloten is. M.a.w. het Westen en Japan kennen alleen reeds om deze reden een structureel lager groeipad. De grondstoffenvoorraden bevinden zich dikwijls in nieuw geïndustrialiseerde landen. In Brazilië werden voor de kust grote olievoorraden ontdekt, terwijl de Europese Noordzee voorraden en die van de Verenigde Staten in Alaska en Texas tegen snel tempo verdwijnen. Hetzelfde geldt voor heel wat andere basisgrondstoffen (koper, tin, zink, edele metalen, koffie, suiker, thee...). Wat betreft ruwe olie, zou de exploitatie van de Amerikaanse teer en leisteengronden (die aanzienlijke voorraden ruwe olie bevatten) hierin op halflange termijn evenwel verandering kunnen brengen. De meeste ontluikende landen hebben hun overheidsfinanciën goed op orde. Vandaag kan de geïndustrialiseerde wereld slechts dromen van hun beperkte deficits en lage schuldgraad. De kwaliteit van het beleid en van de (bedrijfs)rapportering is in de nieuw geïndustrialiseerde landen sterk verbeterd. De snelheid waarmee bv. de Chinese overheid reeds vanaf eind 2008 heeft ingegrepen om de economie te relanceren, steekt positief af tegen het trage beslissingsproces in het Westen en in Japan. Op economisch vlak bestaat er dus een dubbele dichotomie. Enerzijds tussen het Westen en Japan en de nieuw geïndustrialiseerde landen, en anderzijds tussen Noord Amerika en West Europa. De hoogste BBP groei zal worden gerealiseerd in de zich ontwikkelende landen. De Verenigde Staten volgen op een respectabele afstand. Europa en Japan hinken achterop met vlakke tot negatieve groeicijfers. De rol van de centrale banken blijft voor controverse zorgen. In tegenstelling tot bv. een geneesmiddel kunnen de maatregelen ter bestrijding van de crisis die ze hebben genomen niet vooraf en grondig in laboratoriumomstandigheden worden uitgetest. De financiële repressie die met zoveel overtuiging wordt toegepast, kan leiden tot ongewenste neveneffecten. Daarom belooft 2013 op macro economisch vlak opnieuw een jaar van uitersten te worden. 18

19 DE V O O R U I T Z I C H T E N V A N D E G R O T E A C T I V A K L A S S E N De acties van de grote centrale banken hebben het speelveld veranderd waarop de prijzen van roerende activa tot stand komen. De enorme geldcreatie vindt tot nog toe slechts moeizaam haar weg naar de reële economie. Ze blijft plakken bij de banken, of wordt soms gebruikt om (speculatieve) posities in te nemen. Bovendien ontstaan scheeftrekkingen omdat sommige marktpartijen massaal een beroep doen op goedkoop geleend geld. Hierdoor dreigt de risico/return verhouding almaar verder weg te drijven van wat als normaal en gewenst wordt ervaren. 2. Geldmarktbeleggingen 2.1. Geldmarktbeleggingen EUR Hoewel de ECB als hoofdopdracht heeft de inflatie te bestrijden (wat in principe dient te gebeuren door het verhogen van het korte rentetarief), is haar beleid in de praktijk uitsluitend gericht op het verschaffen van zo goedkoop mogelijk krediet, op de eerste plaats aan de overheid. Haar basistarief bedraagt begin ,75% en de kans op een verdere daling (hoe futiel ook...) is reëel. Bovendien verstrekt de bank tegen uiterst gunstige voorwaarden en op allerlei manieren krediet op middellange termijn aan de Europese commerciële banken. Op die manier zorgt de ECB ervoor dat de liquiditeitsval bestendigd wordt en dat spaarders op korte en lange termijn geconfronteerd worden met de achteruitgang van hun koopkracht (een spaarboekje dat all in netto 1,50% per jaar rendeert, resulteert in een verlies van 1,00% aan koopkracht indien de inflatie 2,50% bedraagt). Voor verzekeringsinstellingen (tak 21!) en pensioenfondsen die op lange termijn beleggen, is dit geen goed nieuws: onder deze omstandigheden moeten ofwel de uitkeringen naar beneden, ofwel de bijdragen naar boven. Het spreekt voor zich dat deze ultralage rentevoeten resulteren in ultralage renteinkomsten, zodat het verbruik van spaarders hierdoor verder onder druk komt te staan: ze beschikken over minder geld om uit te geven. Vanuit macro economisch standpunt is een lage korte rente dus niet zonder belangrijke nadelen. De ECB wijkt dus af van haar hoofdopdracht en geeft voorrang (net zoals de FED en de BOJ dat doen) aan het subsidiëren van vooral de overheid en van de systeembanken. De consensusvoorspelling is dat de korte rente in EUR in 2013 wordt verlaagd met 25 basispunten om tegen het einde van het jaar 0,50% te bedragen. Een cashbelegging in EUR zal daarom in 2013 gemiddeld over het hele jaar zowat 0,65% bruto opbrengen Geldmarktbeleggingen USD De FED hanteert al langer dan drie jaar een korte rente van 0,00% tot 0,25%. Ben Bernanke, de FED voorzitter, heeft gesteld dat hij alles in het werk zal stellen om de economie opnieuw fors te doen groeien en om te vermijden dat de prijzen zouden dalen. Hij heeft publiek verklaard dat er geen interestverhoging komt voor de werkloosheidsgraad is teruggevallen tot 6,5% en de inflatie niet consistent hoger noteert dan 2% op jaarbasis (zie punt 1.4.). Het is onwaarschijnlijk dat een van deze grenzen in de loop van 2013 wordt overschreden. De consensusvoorspelling wat betreft de Amerikaanse korte rente is dus een tarief van 0,00% tot 0,25% op 31 december De gemiddelde bruto opbrengst van een cashbelegging in USD zal in 2013 daarom rond 0,15% liggen. 19

20 2.3. Geldmarktbeleggingen JPY De economische groei in Japan zal in 2013 uiterst bescheiden zijn. Daarom is de consensusverwachting dat de BOJ de huidige korte rente van 0,10% tot eind 2013 handhaaft. Dit betekent dat de gemiddelde bruto opbrengst van een cashbelegging in JPY over 2013 rond dit percentage zal schommelen Interim besluit De Westerse en Japanse centrale banken zullen in 2013 niet overgaan tot renteverhogingen op korte termijn. Integendeel. De ECB zal van de korte rente wellicht nog een keer 0,25% afknijpen, terwijl de beide andere grote centrale banken hun absolute bodemtarief zullen behouden. Liquiditeiten belegd in deze valuta s moeten daarom niet worden gezien als rendementsgeneratoren, maar als relatief veilige havens. In de huidige omstandigheden kiezen voor deze grote activaklasse, is dus op de eerste plaats kiezen voor kapitaalbescherming, niet voor rendement. Echter, deze bescherming is alleen optisch (d.w.z. in nominale termen). In koopkrachttermen zullen geldmarktbeleggingen in EUR en USD in 2013 er verder op achteruit gaan. 3. Vastrentende beleggingen op halflange en lange termijn (obligaties) 3.1. Obligaties EUR In theorie weerspiegelt de lange rente de inflatievooruitzichten. Omdat deze positief zijn, zouden normalerwijs ook de obligatierendementen moeten aantrekken, volgens de basisregel dat de lange rente gelijk is aan 2% verhoogd met de inflatievooruitzichten. M.a.w. een lange rente tussen 4% à 5% voor de sterke eurolanden is dan de uitkomst. Maar het rentepeil van overheidsobligaties wordt in steeds grotere mate bepaald i) door de enorme vraag van de overheden naar nieuwe middelen, ii) door de soms snel wijzigende kredietrating van deze overheden en iii) door de monetarizering van de schuld, d.w.z. door de geldcreatie van de centrale banken met de bedoeling (indirect) de overheid te financieren. Hierdoor is de klassieke opvatting meer inflatie, dus hogere rente op lange termijn niet langer van toepassing. Een goede illustratie van de brave new world waarin obligatiebeleggers leven, is de prijsevolutie van Griekse overheidsobligaties. Terwijl de economische vooruitzichten van dit land in de loop van 2012 constant verslechterden, ging de koers van de tienjarige overheidsobligatie er flink op vooruit. Sinds ECB voorzitter Draghi eind juli vorig jaar verklaarde dat hij de EUR hoe dan ook zou verdedigen, verdrievoudigde (!) de prijs van dit stuk (zie grafiek hiernaast). Deze koersexplosie staat in geen enkele relatie tot de dramatische toestand van de Griekse economie, inclusief een zowat failliete overheid. Ze vertolkt echter de bereidheid van de Europese centrale bank om de geldkraan ook voor Griekenland wijd open te draaien. 20

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Michiel Verbeek, januari 2013

Michiel Verbeek, januari 2013 Michiel Verbeek, januari 2013 1 2 Eens of oneens? De bankiers zijn schuldig aan de kredietcrisis. De huidige economische crisis is het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Als een beurshandelaar voor

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

Twaalf grafieken over de ernst van de crisis

Twaalf grafieken over de ernst van de crisis Twaalf grafieken over de ernst van de crisis 1 Frank Knopers 26-04-2012 1x aanbevolen Voeg toe aan leesplank We hebben een aantal grafieken verzameld die duidelijk maken hoe ernstig de huidige crisis is.

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 13 oktober 2011

Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 13 oktober 2011 Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 3 oktober Grote Recessie was geen Grote Depressie Wereldhandel Aandelenmarkt 9 8 7 8 VS - S&P-5 vergelijking met crash 99 Wereld industriële

Nadere informatie

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Beleggingsthema s 2016 What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Inleiding De dagen die in 2015 het verschil maakten, zijn de dagen waarop centrale bankiers uitspraken deden, what a difference

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN

HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN 1 HOOFDSTUK 19: OEFENINGEN 1. Op de beurs van New York worden de volgende koersen genoteerd : 100 JPY = 0,8 USD ; 1 GBP = 1,75 USD en 1 euro = 0,9273 USD. In Tokyo is de notering 1 USD = 140 JPY. In Londen

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak?

QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak? QE in de eurozone: bezit van de zaak, einde van het vermaak? Komt er QE in de eurozone? Sinds enige maanden wordt er op de financiële markten gezinspeeld op het opkopen van staatsobligaties door de Europese

Nadere informatie

Atradius Landenrapport

Atradius Landenrapport Atradius Landenrapport Nederland November 214 Overzicht Algemene informatie Belangrijkste sectoren (213, % van bbp) Hoofdstad: Amsterdam Diensten: 72% Regeringsvorm: Constitutionele monarchie Industrie:

Nadere informatie

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Europa in crisis George Gelauff Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Opzet Baten en kosten van Europa Banken en overheden Muntunie en schulden Conclusie 2 Europa in crisis Europa veruit

Nadere informatie

Op zoek naar rendement? Zoek niet langer

Op zoek naar rendement? Zoek niet langer Op zoek naar rendement? Zoek niet langer High-yield en opkomende markten Juni 2014 Uitsluitend voor professionele beleggers De rente op staatsobligaties blijft nog lang laag. In het nauw gedreven door

Nadere informatie

Grafiek 1: Evolutie van de voornaamste aandelenindices in de VS, Eurozone, China en de groeilanden in vergelijking met de evolutie van de goudprijs.

Grafiek 1: Evolutie van de voornaamste aandelenindices in de VS, Eurozone, China en de groeilanden in vergelijking met de evolutie van de goudprijs. BEHEERSVERSLAG 31/3/2015 Macro & Markten, strategie Na de forse klim van de aandelenmarkten in 2014 zetten vooral de Zuidoost Aziatische en Europese aandelenmarkten deze trend in 2015 verder. Meer en meer

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Obligaties 4-4-2014. Algemeen economisch:

Obligaties 4-4-2014. Algemeen economisch: Obligaties 4-4-2014 Algemeen economisch: Over de afgelopen maanden zet de bestaande trend zich door. De rente blijft per saldo onder druk, ondanks een tijdelijke hobbel na de start van het afbouwen van

Nadere informatie

Outlook 2016. Figuur 1: Invloed van Chinese groei op wereldwijde groei. (bron: Capital Economics) december 2015 Pagina 2 van 7

Outlook 2016. Figuur 1: Invloed van Chinese groei op wereldwijde groei. (bron: Capital Economics) december 2015 Pagina 2 van 7 Outlook 2016 Inleiding 2016 is in China het jaar van de aap. Apen zijn de genieën van de Chinese dierenriem. Ze leven in groepen, zijn intelligent en geestig. Niets is voor hen te moeilijk. Als het wel

Nadere informatie

RENDEMENT EN RISICO IN 2012

RENDEMENT EN RISICO IN 2012 RENDEMENT EN RISICO IN 2012 Januari 2012 Dit document is geen investeringsaanbod, noch een verzoek of uitnodiging tot het kopen van of intekenen op een belegging in om het even welke jurisdictie. De rendementsverwachtingen

Nadere informatie

BEHEERSVERSLAG TRANSPARANTINVEST 4/3/2015. Macro & Markten, strategie. 1. Rente en conjunctuur : EUROPA

BEHEERSVERSLAG TRANSPARANTINVEST 4/3/2015. Macro & Markten, strategie. 1. Rente en conjunctuur : EUROPA BEHEERSVERSLAG TRANSPARANTINVEST 4/3/15 Macro & Markten, strategie 1. Rente en conjunctuur : EUROPA De Europese rentevoeten zijn historisch laag, zowel op het korte als op het lange einde, en geven de

Nadere informatie

Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen

Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen Markt voor onderhandse derivaten in korte tijd sterk gekrompen De mondiale markt voor onderhandse derivaten - niet gestandaardiseerd verhandeld op de beurs maar in maatwerk tussen grote partijen - is sinds

Nadere informatie

Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen.

Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen. Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen. Goud is al duizenden jaren simpelweg een betaalmiddel: geld. U hoort de term steeds vaker opduiken in de media.

Nadere informatie

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind

Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Europese Commissie - Persbericht Economische voorjaarsprognoses 2015: herstel wint aan kracht dankzij economische rugwind Brussel, 05 mei 2015 De economie in de Europese Unie profiteert dit jaar van een

Nadere informatie

RENDEMENT EN RISICO IN 2015

RENDEMENT EN RISICO IN 2015 RENDEMENT EN RISICO IN 2015 December 2014 Dit document is geen investeringsaanbod, noch een verzoek of uitnodiging tot het kopen van of intekenen op een belegging in om het even welke jurisdictie. De rendementsverwachtingen

Nadere informatie

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012 Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012 Op de financiële markten keerde de rust enigszins terug in het vierde kwartaal. In de VS hield de zogenoemde fiscal cliff de beleggers nog wel geruime tijd in haar

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum West-Vlaanderen Kortrijk - 24 februari 2015 Jan Smets A. De stand van

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Samenvatting: dalende euro en dalende rente Nominale dekkingsgraad gedaald van 117,4% naar 115,1%

Nadere informatie

Economie in 2015 Kans of kater?

Economie in 2015 Kans of kater? Economie in 2015 Kans of kater? Nico Klene Economisch Bureau Doorwerth 6 november 2014 Wat verwacht ú: - kans? - kater? 2 Opbouw - Buitenland: mondiale groei houdt aan - Nederland 3 VS: groei weer omhoog

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum Gent - 26 februari 2015 Jan Smets A. De stand van zaken 1. De (lange)

Nadere informatie

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Internationale Economie Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Wim Boonstra, 27 november 2014 Basisscenario: Magere groei wereldeconomie, neerwaartse risico s De wereldeconomie

Nadere informatie

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013).

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013). Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 30 september 2014 130,4%, een toename van 0,9%-punt ten opzichte van 30 juni 2014. Over de eerste negen maanden steeg de marktwaardedekkingsgraad

Nadere informatie

RENDEMENT EN RISICO IN 2014

RENDEMENT EN RISICO IN 2014 RENDEMENT EN RISICO IN 2014 December 2013 Dit document is geen investeringsaanbod, noch een verzoek of uitnodiging tot het kopen van of intekenen op een belegging in om het even welke jurisdictie. De rendementsverwachtingen

Nadere informatie

Euroschuldencrisis en beleggingsalternatieven. Koen De Leus Senior Economist KBC Group

Euroschuldencrisis en beleggingsalternatieven. Koen De Leus Senior Economist KBC Group Euroschuldencrisis en beleggingsalternatieven Koen De Leus Senior Economist KBC Group Agenda Constructiefouten EMU en oplossingen Beleggingsalternatieven Obligaties Aandelen Vastgoed 2 19 oktober 2012

Nadere informatie

RENDEMENT EN RISICO IN

RENDEMENT EN RISICO IN RENDEMENT EN RISICO IN 2011 januari 2011 Dit document is geen investeringsaanbod, noch een verzoek of uitnodiging tot het kopen van of intekenen op een belegging in om het even welke jurisdictie. De rendementsverwachtingen

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012

Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012 Interpolis Obligaties 3e kwartaal 2012 De obligatiemarkten werden in het derde kwartaal vooral beïnvloed door de ingrepen van de Europese Centrale Bank (ECB). Aan het begin van het kwartaal bleven aanvankelijk

Nadere informatie

AEGON Equity Fund. vierde kwartaal 2006

AEGON Equity Fund. vierde kwartaal 2006 Profiel Het AEGON Equity Fund is een besloten fonds voor gemene rekening, waarin verzekeringsrelaties van AEGON kunnen participeren. Het AEGON Equity Fund belegt wereldwijd in aandelen met de nadruk op

Nadere informatie

RENDEMENT EN RISICO IN 2016

RENDEMENT EN RISICO IN 2016 RENDEMENT EN RISICO IN 2016 December 2015 Dit document is geen investeringsaanbod, noch een verzoek of uitnodiging tot het kopen van of intekenen op een belegging in om het even welke jurisdictie. De rendementsverwachtingen

Nadere informatie

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl)

Examen VWO. Economie 1 (nieuwe stijl) Economie 1 (nieuwe stijl) Examen VWO Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Tijdvak 1 Donderdag 17 mei 13.30 16.30 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 65 punten te behalen; het examen bestaat uit

Nadere informatie

Kwartaal Update. Gold&Discovery Fund. Er lijkt een einde gekomen aan de zware correctie in grondstofgerelateerde. januari 2012

Kwartaal Update. Gold&Discovery Fund. Er lijkt een einde gekomen aan de zware correctie in grondstofgerelateerde. januari 2012 Kwartaal Update Gold&Discovery Fund januari 2012 In de eerste maand van dit jaar steeg goud bijna 11%, zilver 21%, terwijl de koperprijs 12% steeg. De waarde van onze portfolio steeg zelfs circa 18%. Hiermee

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I

Eindexamen economie 1 vwo 2001-I Opgave 1 Hoge druk op de arbeidsmarkt Gedurende een aantal jaren groeide de economie in Nederland snel waardoor de druk op de arbeidsmarkt steeds groter werd. Het toenemende personeelstekort deed de vrees

Nadere informatie

Geld en prijzen op de lange termijn

Geld en prijzen op de lange termijn Geld en prijzen op de lange termijn De geldvoorraad in de eurozone Cijfers over de geldvoorraad in de eurozone vind je in Europan Central Bank, Economic Bulletin, tabel 5.. Tabel geeft de opsplitsing van

Nadere informatie

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M)

Domein GTST havo. 1) Gezinnen, bedrijven, overheid en buitenland; of anders geformuleerd: (C + I + O + E M) 1) Geef de omschrijving van trendmatige groei. 2) Wat houdt conjunctuurgolf in? 3) Noem 5 conjunctuurindicatoren. 4) Leg uit waarom bij hoogconjunctuur de bedrijfswinsten zullen stijgen. 5) Leg uit waarom

Nadere informatie

Geld en prijzen op de lange termijn

Geld en prijzen op de lange termijn Geld en prijzen op de lange termijn De geldvoorraad in de eurozone Cijfers over de geldvoorraad in de eurozone vind je in Europan Central Bank, Monthly Bulletin, tabel 2.3. Tabel 2.C geeft de opsplitsing

Nadere informatie

KWARTAALBERICHT Eerste kwartaal 2015

KWARTAALBERICHT Eerste kwartaal 2015 KWARTAALBERICHT Eerste kwartaal 2015 Terugblik De aandelenmarkten presteerden het afgelopen kwartaal boven verwachting. De behaalde koerswinsten waren ongekend. Hiermee is het eerste kwartaal van 2015

Nadere informatie

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land.

= de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. 1 De wisselmarkt 1.1 Begrip Wisselkoers = de ruilverhouding tussen 2 munten De wisselkoers is de prijs van een buitenlandse valuta uitgedrukt in de valuta van het eigen land. bv: prijs van 1 USD = 0,7

Nadere informatie

Verdieping: Kan een land failliet gaan?

Verdieping: Kan een land failliet gaan? Verdieping: Kan een land failliet gaan? Korte omschrijving werkvorm De leerlingen lezen fragmenten uit artikelen over wat het betekent als Griekenland failliet gaat en maken daar verwerkingsvragen over.

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2014-1 april 2014 t/m 30 juni 2014. Samenvatting: dalende rente

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2014-1 april 2014 t/m 30 juni 2014. Samenvatting: dalende rente Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Tweede kwartaal 2014-1 april 2014 t/m 30 juni 2014 Samenvatting: dalende rente Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,6% naar 123,7% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

DE WERELDECONOMIE IN 2015

DE WERELDECONOMIE IN 2015 DE WERELDECONOMIE IN 2015 December 2014 Dit document schetst de evolutie van de wereldeconomie in 2015 op basis van de consensusverwachtingen van de belangrijkste internationale economische instellingen

Nadere informatie

Belangrijkste overwegingen voor beleggers dit kwartaal zijn onder meer:

Belangrijkste overwegingen voor beleggers dit kwartaal zijn onder meer: Beleggers zijn terecht optimistisch over Europa, aldus J.P. Morgan Asset Management Bedrijfswinsten moeten wel aan hogere verwachtingen voldoen, wil de rally aanhouden Luxemburg, 21 april 2015: Beleggers

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting:

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015. Samenvatting: Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Tweede kwartaal 2015-1 april 2015 t/m 30 juni 2015 Samenvatting: De maandelijkse nominale dekkingsgraad is fors gestegen van 105,7% naar 115,4%. Dit komt

Nadere informatie

Laag, lager, negatief: de onstuitbare val van de rentevoeten

Laag, lager, negatief: de onstuitbare val van de rentevoeten Laag, lager, negatief: de onstuitbare val van de rentevoeten Thema-analyse Belfius Research Februari 2016 Inleiding De rente staat op een historisch laag niveau. Voor een 10-jarig krediet betaalt de Belgische

Nadere informatie

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75

Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 DEEL 3.4 DE EURO Deel 3. Wat doet de Europese Unie? 75 3.4. DE EURO DOEL - De leerlingen/cursisten ontdekken de voordelen van het gebruik van de eenheidsmunt: wisselen van geld is niet meer nodig, je spaart

Nadere informatie

De Duurzaamheid van de Euro

De Duurzaamheid van de Euro Sustainable Finance Lab : De Duurzaamheid van de Euro #susfinlab www.sustinablefinancelab.nl De euro is niet houdbaar Arjo Klamer Munten komen en gaan Gevallen munten Papiermark (Duitsland) 1914-1924 Hyperinflatie

Nadere informatie

Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties?

Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties? ING Investment Office Publicatiedatum: 13 maart 2014 Vraag en antwoord: waarom beleggen in staatsobligaties? In onze beleggingsvisie op 2014 ( Visie 2014: minder crisis, meer groei ) kunt u lezen dat we

Nadere informatie

De Pensioenkrant. Wilt u ook uw pensioen veilig stellen? Lees verder in de pensioenkrant...

De Pensioenkrant. Wilt u ook uw pensioen veilig stellen? Lees verder in de pensioenkrant... De Pensioenkrant Wilt u ook uw pensioen veilig stellen? Lees verder in de pensioenkrant... Het probleem Levensstandaard behouden wordt moeilijker Uit cijfers van het nationaal instituut voor statistiek

Nadere informatie

Economie en financiële markten

Economie en financiële markten Economie en financiële markten Bob Homan ING Investment Office Den Haag, 11 oktober 2013 Vraag 1: Begraafplaats Margraten gesloten vanwege. 1. Bezuinigen bij de Nederlandse overheid 2. Op last van Europese

Nadere informatie

Blijvende onrust op de beurs: hoe nu verder?

Blijvende onrust op de beurs: hoe nu verder? Blijvende onrust op de beurs: hoe nu verder? Zoals u waarschijnlijk weet, is de beurs nog steeds bijzonder nerveus en vooral negatief. De directe aanleiding is de tegenvallende groei in China waar wij

Nadere informatie

Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn.

Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn. Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn. 1. De Wereldbank berichtte onlangs dat de Chinese economie binnen afzienbare tijd de grootste economie van

Nadere informatie

Groei van het BBP. Kwartaal op kwartaal, geannualiseerd. Bron: IMF

Groei van het BBP. Kwartaal op kwartaal, geannualiseerd. Bron: IMF VKW Metena stelt voor: Outlook 2010 Met dank aan Groei van het BBP Kwartaal op kwartaal, geannualiseerd Bron: IMF Groei van het BBP Kwartaal op kwartaal, geannualiseerd Bron: IMF 2009 2010 VS Eurozone

Nadere informatie

Moedige overheden. Stille kampioenen = ondernemingen. Gewone helden = burgers

Moedige overheden. Stille kampioenen = ondernemingen. Gewone helden = burgers Moedige overheden Stille kampioenen = ondernemingen Gewone helden = burgers Vaststellingen Onze welvaart kalft af Welvaartscreatie Arbeidsparticipatie Werktijd Productiviteit BBP Capita 15-65 Bevolking

Nadere informatie

1 140 miljard euro bij

1 140 miljard euro bij PRIVATE S.A. Page: 1+2 3 Circulation: 330835 92b4f4 1390 De Nieuwe Gazet No. of publications: 2 ECB drukt 1 140 miljard euro bij Met die som in 50 euro biljetten kan je de negen bollen van het Atomium

Nadere informatie

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af

Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Huishoudens bouwen hun effectenportefeuille af Inleiding Door de opkomst van moderne informatie- en communicatietechnologieën is het voor huishoudens eenvoudiger en goedkoper geworden om de vrije besparingen,

Nadere informatie

De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015.

De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015. Kwartaalbericht 2015 Samenvatting De marktwaardedekkingsgraad per 30 juni 2015 was 135,1%. Dit is een toename van 5,7% ten opzichte van 31 maart 2015. De reële dekkingsgraad ultimo tweede kwartaal was

Nadere informatie

Eindexamen havo economie 2013-I

Eindexamen havo economie 2013-I Beoordelingsmodel Algemene regel 3.6 is ook van toepassing als gevraagd wordt een gegeven antwoord toe te lichten, te beschrijven en dergelijke. Opgave 1 1 maximumscore 2 bij (1) monopolie bij (2) toe

Nadere informatie

De economische wereldcrisis

De economische wereldcrisis De economische wereldcrisis (9.2) Onderzoeksvraag: Wat waren de oorzaken van de economische wereldcrisis van 1929 en waarom duurde die crisis zo lang? Kenmerkend aspect: De crisis van het wereldkapitalisme.

Nadere informatie

FLuctuating EURibor Note. Profiteer van een potentieel hoge rentevergoeding

FLuctuating EURibor Note. Profiteer van een potentieel hoge rentevergoeding FLuctuating EURibor Note W a t i s d e F L E U R II N o t e? De FLEUR II Note (FLEUR II) is een vastrentend beleggingsinstrument met een maximale looptijd van 10 jaar waarmee de belegger kan profiteren

Nadere informatie

NN First Class Balanced Return Fund

NN First Class Balanced Return Fund NN First Class Balanced Return Fund Alle Fonds onder de loep cijfers zijn per 31/03/015 Het NN First Class Balanced Return Fonds won in het eerste kwartaal 8,9% Zeer sterke performances van aandelen en

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II

Eindexamen economie 1 vwo 2004-II Opgave 1 Stoppen met roken!? In een land betalen rokers bij de aanschaf van tabaksproducten een flink bedrag aan indirecte belasting (tabaksbelasting)*. Dat vinden veel mensen terecht omdat de overheid

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014 Samenvatting: stijgende aandelen Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,0% naar 123,6% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen

Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen Publicatiedatum CBS-website: 1 oktober 27 Beleggingen institutionele beleggers met 7 procent toegenomen drs. J.L. Gebraad Centraal Bureau voor de Statistiek Voorburg/Heerlen 27 Verklaring der tekens. =

Nadere informatie

Nieuwsbrief December: Europa

Nieuwsbrief December: Europa Nieuwsbrief December: Europa Zoals we in de vorige nieuwsbrieven reeds duidelijk maakten bevinden we ons in een moeilijke economische context en staat de wereld voor belangrijke uitdagingen. De crisis

Nadere informatie

HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT

HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT 1 HOOFDSTUK 19: WISSELKOERS EN WISSELMARKT 1. PRIJSVORMING OP DE WISSELMARKTEN 1.1. Enkele begrippen Wisselkoers = prijs van de buitenlandse munt, uitgedrukt in nationale munt bv. wisselkoers () van de

Nadere informatie

Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008

Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008 Persbericht ABP, eerste halfjaar 2008 Hoofdpunten Rendement over eerste helft 2008 is 5,1%. De dekkingsgraad is medio 2008 uitgekomen op 132%. De kredietcrisis eist zijn tol. Vooral aandelen en onroerend

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

Strategy Background Papers

Strategy Background Papers november 2013 Beleggen in vastgoed Huurder of eigenaar, iedereen krijgt in het dagelijkse leven te maken met vastgoed. De meeste eigenaars van een huis zien hun woning meer als een vorm van comfort dan

Nadere informatie

10 dingen over rente die beleggers moeten weten

10 dingen over rente die beleggers moeten weten Online Seminar Beleggen 10 dingen over rente die beleggers moeten weten Simon Wiersma Investment Manager ING Investment Office Bart-Jan Blom van Assendelft Manager ING Beleggen Amsterdam, 13 augustus 2013

Nadere informatie

Go with the flow. 2 April 2015

Go with the flow. 2 April 2015 2 April 2015 Go with the flow De financiële markten hebben een bewogen 1 e kwartaal achter de rug. Met name Centrale Bank acties hebben grote geldstromen ( flows ) op gang gebracht die tot sterke marktbewegingen

Nadere informatie

Macro-economische Ontwikkelingen

Macro-economische Ontwikkelingen Macro-economische Ontwikkelingen e kwartaal 8 Overall conclusie De kredietcrisis zorgt voor een terugval van de economische bedrijvigheid in Nederland die sinds het begin van de jaren tachtig niet is voorgekomen.

Nadere informatie

FLuctuating EURibor Note. Profiteer van een potentieel hoge rentevergoeding

FLuctuating EURibor Note. Profiteer van een potentieel hoge rentevergoeding FLuctuating EURibor Note Wat is de FLEUR Note? De FLEUR Note (FLEUR) is een vastrentend beleggingsinstrument met een maximale looptijd van 10 jaar waarmee de belegger kan profiteren van een potentieel

Nadere informatie

NN First Class Return Fund

NN First Class Return Fund NN First Class Return Fund Fonds onder de loep Alle cijfers zijn per 30/09/015 Het NN First Class Return Fund verloor in het derde kwartaal 9,6% Het kwartaal werd gekenmerkt door winstnemingen na een positieve

Nadere informatie

TREVI VASTGOEDINDEX OP 30/06/2012: Voorspellers kunnen zich vergissen. Cijfers liegen nooit.

TREVI VASTGOEDINDEX OP 30/06/2012: Voorspellers kunnen zich vergissen. Cijfers liegen nooit. PERSBERICHT 09 juli 2012 TREVI Group J. Hazardstraat 35 1180 Brussel Tel. +32 2 343 22 40 / Fax +32 2 343 67 02 TREVI VASTGOEDINDEX OP 30/06/2012: Voorspellers kunnen zich vergissen. Cijfers liegen nooit.

Nadere informatie

Opbouw van de Europese Monetaire Unie

Opbouw van de Europese Monetaire Unie Opbouw van de Europese Monetaire Unie Seminarie voor leerkrachten, NBB Brussel, 21 oktober 2015 Ivo Maes DS.15.10.441 Construct EMU 21_10_2015 NL Opbouw van de Europese monetaire unie 1. Beschouwingen

Nadere informatie

In de eurozone concentreerde de activiteit zich op de korte looptijden in de kernlanden en op de lange looptijden in de perifere landen

In de eurozone concentreerde de activiteit zich op de korte looptijden in de kernlanden en op de lange looptijden in de perifere landen De forse verlaging van de rente in de laatste versoepelingscyclus van de monetaire autoriteiten deed de overheidsrente in heel wat belangrijke landen, waaronder Duitsland, Frankrijk, Zweden, Denemarken

Nadere informatie

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein

Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein Kans op Amerikaanse dubbele dip is klein De Verenigde Staten gaan meestal voorop bij het herstel van de wereldeconomie. Maar terwijl een gerenommeerd onderzoeksburo recent verklaarde dat de Amerikaanse

Nadere informatie

Europa en de Euro, een brug te ver. Lezing Jean Frijns Academisch Genootschap 13 maart 2014

Europa en de Euro, een brug te ver. Lezing Jean Frijns Academisch Genootschap 13 maart 2014 Europa en de Euro, een brug te ver Lezing Jean Frijns Academisch Genootschap 13 maart 2014 Opzet Waarom een Europese Gemeenschap? De stap naar een Muntunie: dwaas of wijs? De Eurocrisis van buitenlandse

Nadere informatie

In deze nieuwsbrief voor Q2 2014

In deze nieuwsbrief voor Q2 2014 In deze nieuwsbrief voor Q2 2014 Werkloosheid Verenigde Staten - Fed blijft op toneel Rusland eist rol op, p.1. - Aandelen meest kansrijk in 2014, p.2. - Obligaties winnen in Q1 - weinig potentie, p.2.

Nadere informatie

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS Valutamarkt De euro op koers Havo Economie 2010-2011 VERS 2 Hoofdstuk 1 : Inleiding Opdracht 1 a. Dirham b. Internet c. Duitsland - Ierland - Nederland - Griekenland - Finland - Luxemburg - Oostenrijk

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 havo 2000-I

Eindexamen economie 1 havo 2000-I Opgave 1 Meer mensen aan de slag Het terugdringen van de werkloosheid is in veel landen een belangrijke doelstelling van de overheid. Om dat doel te bereiken, streeft de overheid meestal naar groei van

Nadere informatie

De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel

De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel Page 1 of 6 Gepubliceerd op DeWereldMorgen.be (http://www.dewereldmorgen.be) De overheid geeft (te)veel uit? Weet u hoeveel en aan wat? door Phi-Rana di, 2013-11-12 15:45 Phi-Rana Er wordt vaak gezegd

Nadere informatie

Financial Markets weekly 17 oktober 2011

Financial Markets weekly 17 oktober 2011 Financial Markets weekly 17 oktober 2011 Algemeen Het herstel in de financiële markten zette zich ook in de voorbije week verder door. Onder beleggers was sprake van een grotere bereidheid tot meer risk

Nadere informatie

Opkomende markten: do s en don ts

Opkomende markten: do s en don ts Online Seminar Beleggen Opkomende markten: do s en don ts Simon Wiersma Investment Manager ING Investment Office Bart-Jan Blom van Assendelft Marketing Manager ING Beleggen Amsterdam, 12 november 2013

Nadere informatie

Rabobank Noord- en Oost-Achterhoek Dick Sein

Rabobank Noord- en Oost-Achterhoek Dick Sein Rabobank Noord- en Oost-Achterhoek Dick Sein Directeur Particulieren en Private Banking 5 februari 15 Welkom Rabobank Noord- en Oost-Achterhoek Voorstellen Tim Legierse Hoofd Nationaal Onderzoek 3 Visie

Nadere informatie