ONEVENWICHTIGE GLOBALISERING, DEFICITAIR AMERIKA EN AZIATISCHE LOCOMOTIEVEN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ONEVENWICHTIGE GLOBALISERING, DEFICITAIR AMERIKA EN AZIATISCHE LOCOMOTIEVEN"

Transcriptie

1 KATHOLIEKE UNIVERSITEIT LEUVEN DEPARTEMENT ECONOMIE LEUVENSE ECONOMISCHE STANDPUNTEN 2005/109 ONEVENWICHTIGE GLOBALISERING, DEFICITAIR AMERIKA EN AZIATISCHE LOCOMOTIEVEN Prof. em. Louis Baeck K.U.Leuven September 2005 D/2005/2020/18

2 Verantwoordelijke uitgever: Professor Patrick Van Cayseele Faculteit der Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen De Leuvense Economische Standpunten worden opgevat als een vrije wetenschappelijke tribune waarin de stafleden van het Departement Economie en van haar onderzoekseenheid, het Centrum voor Economische Studiën, opiniërende studies en essays publiceren. De opzet bestaat erin om op bevattelijke wijze een reeks van inzichtsverhelderende en beleidsoriënterende economische standpunten te brengen. Onze beweeglijke wereld heeft hieraan wel behoefte. Dergelijke reeks zal uiteraard verschillende opinies en denkstromingen brengen. Leuvense Economische Standpunten zullen alleen de visie van de auteur vertolken. Zij kunnen dus niet doorgaan als de visie van een instelling. Adres voor bestellingen: Centrum voor Economische Studiën Naamsestraat 69 B Leuven Prijs per aflevering: 6 EURO Postcheque: Telefoon: 016/

3 1. Inleiding Sinds 2000 is het stramien van de wereldeconomie ingrijpend veranderd. De huishouding van de Verenigde Staten werd een deficitaire locomotief. Het externe deficit, voortvloeiend uit overbesteding en tekort aan concurrentiekracht van de export, wordt nu gefinancierd door kapitaalimport en schuldengroei tegenover het buitenland. De assemblagefabriek China, op touw gezet door multinationals van de Chinese diaspora, is uitgegroeid tot reusachtige proporties. En de export van hun massaproducten overspoelt de markten van het Westen. India bleef in de traditie van self-reliance en bouwde met eigen talent een niche uit in het wereldnetwerk van informatica. De kernlanden van ons continent activeerden de schaalvergroting met versnelde invlechting van nieuw Europa in het wereldcircuit. In het kielzog van de wereldwijde grensverlegging evolueerden de internationale handelsbalansen naar meer openheid en tot onevenwichtiger verhouding tussen invoer en uitvoer. En de internationale kapitaalbewegingen stroomden intenser en met meer volume rond de wereldbol. In deze financiële draaischijf verwekten de speculatieve impulsen een rist van bubbels, gevolgd door trendbreuk en groeivertraging. Alle medespelers werden plots gedreven door een nieuwe soort van conjunctuurkoorts en onstabiele dynamiek. Tijdens de cyclus was productiviteitsstijging, op basis van nieuwe communicatietechnologie, hoofdthema van debat. Nu staan de relatieve overbesteding in de VS en de onderbesteding van Europa in de kijker. Ook op het vlak van de ideeën was de schaalvergroting grensverleggend. De verruiming van het perspectief ging bij supermacht Amerika gepaard met verandering van paradigma. Deze had een markante nawerking op het beleid van de hegemoniale leider. De regering in Washington, hierin bijgestaan door de invloedrijke Federal Reserve en de richtinggevende tenoren van het politieke establishment, initieerden een herschikking in hiërarchie en doelwit van hun beleid. Deze resulteerde in een breuk met de tot dan gehuldigde canon van macro-economisch evenwicht in de financieel-economische kringlopen. Steunend op principes van hoger nationaal belang, denken en handelen zij nu in termen van mondiale macro-economie. Dit kan op twee manieren worden geïnterpreteerd. Als een vernieuwing. of in Schumpeter s denkwereld eine schöpferische Zerstörung dwz een creatieve doorbraak naar een economie zonder grenzen. In de rest van de wereld oordelen niet weinigen hierover zoals Generaal de Gaulle. Die hekelde deze afwijking van de orthodoxie als un privilège exorbitant. De Europese Unie, Japan en de groeilanden beschikken niet over dezelfde bewegingsvrijheid en functioneren nog onder de systeemdruk van binnenlands evenwicht, met voorkeur voor een surplus in de handelsbalans. Het is opmerkenswaardig dat de politieke legitimering en ook de theoretische interpretatie van 1

4 deze verschillende positioneringen nauw verweven zijn met de context. De thematisering is boeiend; met een brede waaier van uiteenlopende en tegenstrijdige betogen. Het discours is tekenend voor onze tijd waarin wereldeconomie en geopolitiek op elkaar inwerken. Paradigmaverandering in de VS: neo-fundamentalisme Halfweg van de jaren 1990 kwam de handel in goederen, diensten en vooral van kapitalen in stroomversnelling. De planeconomieën van Oost-Europa schakelden hun volkshuishoudingen om naar liberalisering en invlechting in het westers orbit. De kolos China lanceerde hervormingen in de richting van marktsocialisme, stelde de grenzen open voor multinationals en ontpopte zich tot een geduchte veroveraar van afzetmarkten in het Westen. India, de tweede demografische reus van Azië, volgde de liberaliserende trend en ontwierp een toekomstgerichte informatica-industrie. Deze groeide uit tot een dynamisch netwerk voor internationale uitbesteding van administratieve diensten en laaggeprijsde software ten bate van de eigen ontwikkeling. Om hun kosten te drukken werden ook Amerikaanse en Europese ondernemingen in stijgend getal cliënt van India. De tot dan relatief gesloten VS-markt opende de grenzen voor instroom van buitenlandse goederen en investeringen. Deze versnelde opening had een ingrijpende inwerking op de concurrentiekracht en op de verhouding van consumptie tegenover eigen productie. De scherpe concurrentie van lager geprijsde invoer was een verlokking tot meer consumptie. Daarop volgde verder wegsmelten van het reeds schrale spaarvolume. De aanhoudende trend naar overbesteding met tekortschietende eigen productie, kweekte aanzwellende deficits op de internationale handels- en betalingsbalans. De militaire supermacht is nu de grootste internationale schuldenaar ter wereld en van het buitenland afhankelijk voor vlotte functionering van de economie. De mondialisering evolueert dus onevenwichtig en veroorzaakt notoire verschuivingen in de hiërarchische rangorde van landen. Niettegenstaande de deficits groeide de VSeconomie in snel tempo en liet de oude kern van de Europese Unie en Japan achter zich met lome groei en hogere percentages in werkloosheid. De groeilanden van Azië klommen in graad. Zij beleefden aanvankelijk een glorietijd op de kracht van hun zogenoemd mirakel. In 1997 kwam een financiële opdoffer, maar nu evolueren deze groeiers terug op kruissnelheid. De commerciële promotie van groeikampioen China tot nieuwe locomotief is een schok voor velen in het Westen. De kolos realiseert tegenover de VS en Europa een steeds groter exportsurplus en zet er vele werkplaatsen zoals in textiel onder pijnlijke concurrentiedruk. China accumuleert zodoende enorme internationale reserves in 2

5 dollar en euro. Hiervan wordt een grote hoeveelheid in Amerikaans overheidspapier belegd. In Latijns-Amerika bracht de mondialisering een reeks van financiële en monetaire crises die de nationale economie, zelfs van de grote zoals Brazilië, steeds meer in de greep bracht van buitenlandse investeerders. Mexico sloot zich aan bij Nafta. Bij uitzondering van een paar landen kon Afrika niet mee met het tempo van de mondialisering en verkommerde. Verschuivingen van die ordegrootte komen niet per toeval tot stand. Integendeel, zij zijn het gevolg van uiteenlopende opstelling: in de economische beleidsopties en in de geopolitieke strategie van de kernlanden. In dat krachtenveld opteren de medespelers van wereldformaat liefst voor een eigengereide koers. Alleszins binnen de hen toegemeten marge van vrijheid op basis van hun relatief gewicht en politieke invloed. De Europese Unie toont hiervan een sprekende illustratie. Niet alleen liggen de geopolitieke positioneringen van de leden voor actuele strijdpunten, zoals ondermeer de politiek tegenover toenemende immigratie, anders ingebed. Ook de disparate beleidsopties op economisch en budgettair gebied zijn duidelijk gebleken tijdens het debat rond het Stabiliteitspact. Trouwens, de gemeenschappelijke munt geldt slechts voor twaalf leden. Engeland deed niet mee met Euroland en hield de monetaire politiek en de financiële wereldmarkt van Londen liever onafhankelijk van de dogmatische ECB. In feite is de EU nog niet het compacte blok voor economische zaken zoals de retoriek voorhoudt. Op mondiaal vlak lopen de beleidskeuzes nog verder uiteen. Wegens het achterwege blijven van consensus over beleid en van overkoepelende instellingen voor eventuele vormgeving ervan, is de barokke mozaïek van de wereldeconomie financieel onstabieler geworden. De wisselkoers tussen de drie determinerende munten - de dollar, euro en yen - noteerde tijdens het jongste decennium tweemaal jojo-bewegingen tegenover elkaar van 30 à 40%. De prijs van ruwe petroleum schommelde tussen 20$ en 60$ per vat. En na een rist van financiële bubbels - in Japan 1990, in Argentinië 1994, in Mexico 1994, in Brazilië 1995 en 2000, in Zuidoost-Azië 1997, in Rusland maakten ook Wall Street (2000) en de Europese beurzen een duizelingwekkende tuimeling in de aandelenprijzen van ondernemingen in communicatietechnologie (Nasdaq). Om het onderscheid tussen de opspiralende conjunctuurcyclus en de hortende en stotende cyclus van te verduidelijken registreren we in tabel 1 de markante verschuiving van enkele referentiecijfers. Portfoliopapier verloor in waarde en de dollarkoers zakte tegenover de euro. De prijzen van realia zoals goud en grondstoffen, geopolitiek gevoelige producten zoals aardolie en vastgoed, noteren een markante prijsstijging. Indices zijn synthesecijfers van individuele aandelen en specifieke grondstoffen; de vastgoedindex is een synthesegetal 3

6 dat grote regionale verschillen dekt. Maar de trend van de twee categorieën is duidelijk een verschillende kant uitgegaan. Tabel 1: Verandering referentiecijfers, maart 2000 tot maart 2005 Daling in % Stijging in % VS-beursindex S&P Goudprijs VS-beursindex Nasdaq Olie per vat Londen beursindex VS-Vastgoed prijsindex VS $/ Euro Grondstoffenindex CRB Bron: Databank van Bloomberg en Economist.com/global agenda Het meest opmerkelijke is wel dat sinds het aantreden van president Bush junior, de aard en methode van globalisering ingrijpend veranderd zijn. In zijn globale strategie hebben geopolitieke belangen voorrang op het evenwichtsbeginsel van de orthodoxe macroeconomie. In het decennium 1990 werd de mondialisering gestuwd door multinationale bedrijven die in de schaalvergroting brood zagen wegens de toenemende meeropbrengst voortvloeiend uit de interfiliale optimalisering van de wereldwijd verspreide productieschakels. De neoliberale visie in politiek en economie ondersteunde deze impuls en promoveerde de ganse planeet tot eenheidsmarkt voor financiële stromen en multinationale bedrijven. Het International Monetair Fonds en de Wereldbank kwamen op het voorplan als invloedrijke herauten van orthodoxie inzake nationale boekhouding als norm voor steun aan groeilanden. De aanbevelingen van de Bretton Woods instellingen genoten de gunst van de Amerikaanse beleidskringen en verwierven faam onder het etiket van Washington Consensus. Deze behelsde een beleidspakket met prioriteit voor exportgerichte groei, kapitaalvoorziening volgens de formule van corporate governance, ontmanteling van staatsbedrijven door privatisering, beteugeling van de inflatie en orthodoxe, dwz. evenwichtige macro-economie. Het beginsel van politieke transparantie in het overheidsbeleid, gericht op groei met evenwichtige kringlopen tussen sparen en investeren, en tussen de uitgaven van de overheid en haar inkomsten, werd verheven tot axioma van goed bestuur. In de publicaties van IMF en WB alsook in de academische literatuur van neoliberale signatuur werd deze denkpiste mantra. In de verkiezingen van 1992 versloeg Clinton zijn tegenstrever Bush-senior, met de slogan Economie is belangrijker dan buitenlandse expedities. Terwijl de Democraten door de Republikeinen geprofileerd worden als big spenders, kweekte Clinton een beduidend 4

7 surplus in het federale budget en presideerde over een acht jaar durende hoogconjunctuur. Tussen de Europese bedrijfswereld en deze in de VS groeide een opmerkelijke synergie, aangespoord door de grensoverschrijdende overnames en opkopen van ondernemingen langs beide zijde. Op het vlak van de industriële vervlechting en ook van dienstenbedrijven kwam een Atlantisch blok tot stand, gestimuleerd door intensieve stromen van wederzijdse investeringen. In de Amerikaanse elite-universiteiten en denktanks met progressief imago werd Clinton s economische canon geprezen als een voorbeeld van verlichte hegemonie. De VS-economie trok een groot deel van de wereld in dynamiek met de opgeladen motor van de new economy, dwz door de op productiviteit gerichte informatica- revolutie van de periode Opvolger, Bush-junior, initieerde een paradigma-verandering waarbij neofundamentalistische geopolitiek voorrang heeft op economisch evenwichtsdenken. Zijn beleid steunt op ideeën geleverd door de coalitie die Bush naar Washington bracht. De boegbeelden zijn neocon die de huidige kern vormen van zijn partij en theocon die stevige evangelistische basisgemeenschappen uitbouwen met een uitgesproken zendingsbewustzijn en mondiale internet-werking. De nationale ondernemingen met de middenstandsbedrijven, alsmede de rurale leefwereld vormen de sociale en economische achterban. De hartkleppen en de slagaders van de nationale huishouding worden geregeld door Greenspan, de in theorie onafhankelijke voorzitter van de Federal Reserve die in de financiële kringen van gans de wereld erkend wordt als de meest invloedrijke en charismatische partner van het regime. Hij bracht de Amerikaanse economie na de beurstuimeling en na de hierop volgende groeivertraging terug op dreef. Dank zij zijn prestige bij de bankiers van Wall Street, in de bedrijfswereld en in de media, slaagde hij erin met monetaire en financiële stimuli, de door Bush opgejutte deficits te dichten met buitenlandse financiering. Tot heden lokte deze magiër de centrale bank van Tokyo en zelfs deze van Peking over de brug om voor honderden miljarden Amerikaans overheidspapier te kopen. Ook de Europese investeerders lieten zich door de bedrijfsvriendelijke aanpak bekoren en ongeveer 60% van hun buitenlandse investeringen stroomde naar de VS. Na de apocalyptische terroristen aanval van 11/9 werd de geopolitieke doctrine van de regering direct in praktijk gezet: 1. Recht op preventieve oorlog tegen criminele staten, met het oog op regimeverandering. 2. Wereldwijde actie gericht op ontmanteling van terrorisme, met specifieke actie tegen Islamitische netwerken. 3. Benadrukking van Amerikaanse belangen en eigengereide aanpak tegenover bondgenootschappelijke traditie en multilaterale instellingen. 5

8 4. Benign neglect voor de financiële kosten en deficits gepaard aan deze alleengang. De uitgaven voor de militaire verovering en bezetting van Afghanistan en Irak liepen hoger op dan vermoed en hebben een enorme bres geslagen in het overheidsbudget. Maar op het thuisfront werd gezorgd voor steun aan het buitenlandse beleid met belastingsvermindering en financiële gunsten zoals goedkoop krediet en tariefvrije invoer van goedkope massaproducten. Deze aanzwengeling had ondermeer als doel de insnijdende groeivertraging na de beurstuimeling van 2000 om te buigen naar nieuwe dynamiek. Deze krachttoer is tot heden wonderwel gelukt, dankzij het meesterlijke management van icoon Greenspan. De kritische betogen van politieke tegenstanders en van academische tenoren over evenwichtige macro-economie werden met verontwaardiging en wrevel weggewuifd. En ook internationale apostelen van orthodoxie zoals IMF en Wereldbank kregen schaduw. Gezien vanuit de geopolitieke invalshoek van het Witte Huis en het Pentagon die militair storm liepen tegen de door terroristen in vuur gestoken clash of civilizations, kwamen deze tegendraadse disputen over als bekrompen haarklieverij van nationale boekhouders. Ook bij de toonaangevende achterban stond deze economische calculus in mineurstelling tegenover de rechtgeaarde inzet voor eerherstel en hogere belangen van de Amerikaanse natie. Roerganger Bush junior schatte de diepere roerselen van de Amerikaanse kiezer correct in en werd met vlotte meerderheid van stemmen herkozen. De weerbots tegen het Amerikaanse zendingsbewustzijn kwam uit een andere hoek, namelijk het etnische en religieuze kluwen in Irak. Daar zijn de Shi iten in de meerderheid en wegens decennialange onderdrukking staan zij identitair opgeladen. Dus, de electorale uitslag in Irak strookte niet met de plannen van de neocon en bracht alleszins de theocon in verlegenheid. Immers, via de stembus zit de Shi itische meerderheid met haar religieus nationalisme nu stevig in het zadel. Uit Azië komen twee nieuwe locomotieven op het voorplan: China en India. Het is de eerste keer in de geschiedenis dat twee demografische kolossen van weldra twee en een half miljard mensen met zulk gezwind tempo binnenrijden in de wereldeconomie. De snelle groei van hun middenklasse (nu geraamd op samen 250 miljoen) ligt beduidend hoger dan de reeds indrukwekkende dynamiek van hun economie. Dus, de bestedingen van de massa en vooral deze van de bourgeoisie zitten in de lift. Zij trekken de vraag in de grondstoffenmarkten fors omhoog, meestal begeleid door speculatieve uitschieters van hun prijzen. In de toekomst worden mondiale economie en geopolitiek nog nauwer verstrengeld en zullen meerdere beschavingen ageren op het krachtenveld. 6

9 2. Hiërarchie en groeipatroon In tabel 2 tonen we een cijfermatig profiel van de markante actoren. De statistieken geven ons een nauwkeuriger beeld van de specifieke maar ongelijke manier waarop hun stromen van invoer, uitvoer, investeringen uit het buitenland en groei op elkaar inspeelden en hun onderlinge afhankelijkheid verhoogden. De Amerikaanse economie komt duidelijk naar voor als economische reus en laat het nationale product van de overige volkshuishoudingen ver achter zich. Indien we het BNP uitdrukken niet in courante dollar maar in termen van PPP of internationale koopkrachtpariteit (die de eventuele onderwaardering van de nationale munt corrigeert) wordt de positionering van landen met ondergewaardeerde wisselkoers beduidend gunstiger. Tabel 2: Hiërarchie en groeipatroon Indicatoren Verenigde Staten EU 15 Japan China India Fed. Rusland Bevolking in BNP in % van BNP-VS, 2003 (BNP-VS in miljard$) BNP (PPP) 2003 in % van BNP- VS (in miljard$) Groei BNP in % Groei uitvoer in % Groei invoer in % Investeringen uit buitenland in % van BNP, 2002 Groei investeringen uit buitenland in % , Indicatoren Duitsland Frankrijk Engeland Spanje Polen Brazilië Bevolking in BNP in % van BNP-VS, 2003 (BNP-VS in miljoen $) BNP (PPP) 2003 in % van BNP- VS Groei BNP in % Groei uitvoer in % Groei invoer in % Investeringen uit buitenland in % van BNP, 2002 Groei investeringen uit buitenland in % BNP Bron:Databank IMF, WB en EUROSTAT

10 China wordt dan tweede in wereldrang., India weegt zwaarder dan de koplopers van de Europese Unie en Brazilië evenaart de Federatie Rusland. Gemeten volgens het gemiddelde inkomen per inwoner komen de Verenigde Staten met op de vierde wereldplaats na Luxemburg, Noorwegen en Bermuda. In percent van het VS-gemiddelde haalt Japan 95 in 2003, de Europese kerngroep ( Engeland,Frankrijk en Duitsland) identiek 73, Spanje 59, Polen 30, de Federatie Rusland 24, Brazilië 20, China 13 en India 8%. Inzake jaarlijkse groeidynamiek van het BNP tijdens het jongste decennium komt weer een andere rangorde uit de bus,met China als koploper gevolgd door India. De kern van het nieuwe Europa, Polen en Hongarije klimmen fors. De Verenigde Staten en de Federatie Rusland halen dezelfde groeicijfers in BNP tussen Spanje en Engeland groeien behoorlijk, maar de oude kern van de Europese Unie heeft een loom tempo, met Duitsland als rode lantaarn. Engeland bleef buiten de eurozone en doet het beter. Ook het zuiderse Spanje toont een behoorlijk palmares, maar de hoogvlieger is het kleine Ierland met een BNP-stijging van 83% in Japan s groeimachine die wereldrecords haalde in de jaren , sputtert sinds de bubbel en crisis van Ook in Duitsland is het elan gebroken sinds de hereniging met de Ostländer. De opstelling van landen tegenover de externe scharnieren van invoer en uitvoer verschaft ons inzicht in de manier waarop hun volkshuishoudingen inspelen op de internationale concurrentie en globalisering. De cijfers van tabel 3 met hun relatief gewicht in de wereldhandel, tonen dat de tien belangrijkste 52% van de globale uitvoer verhandelen en 58% van de invoer voor zich nemen. De grote deficits van de Verenigde Staten en Engeland worden nog duidelijker indien we hun totale waarde vertalen naar het gemiddelde deficit per inwoner. In 2003 bedroeg dit $ in de VS en $ in Engeland. Bij de surpluslanden zijn Duitsland en Japan koplopers. In totaal exportoverschot. Maar indien we deze omrekenen naar het gemiddelde surplus per inwoner, komt Nederland op kop met $ gevolgd door België met 1932 $; zodat Duitsland naar de derde plaats schuift met $. Hiertegenover staan nog enkele Europese deficitlanden die maken dat de balans van de EU15 met de buitenwereld een gering tekort noteert van 2%. 8

11 Tabel 3: De tien zwaarste in de wereldhandel, 2003 Uitvoer Miljoen $ % wereld Saldo Invoer Miljoen $ % wereld Duitsland VS VS Duitsland Japan China China Engeland Frankrijk Frankrijk Engeland Japan Nederland Italië Italië Nederland Canada Canada België België Bron: Databank WTO en eigen berekening Belangrijker dan de momentopname voor 2003 is de procentuele stijging van invoer en uitvoer over de ganse periode (tabel 2). Deze cijfers informeren ons over de verhoudingen tussen import/export op middellange termijn. De onevenwichtige trend van de VS en Engeland springt in het oog. En in 2004 spiraalde het Amerikaanse deficit naar 617 miljard, wat weer een stijging gaf van 22%. De bilaterale spreiding van dit tekort verliep als volgt: met China 26%, met de EU 14% ( Duitsland 7%), met de petroleumlanden van OPEC 12%, met Japan 11%, met Canada 10%, met de overige landen van Azië 8%, met Mexico 7%, met Zuid-Amerika 6%. Het tekort van 162 miljard met China, wat een stijging betekende van 31% tegenover 2003, is een primeur in de geschiedenis van de bilaterale handelsverhoudingen. De relatieve daling van de dollar tegenover de euro en de yen had voor gevolg dat Europese en Japanse importgoederen duurder werden zodat de deficitstijging van 13% met Euroland en van 14% met Japan beneden het gemiddelde van 22% bleef. Wegens de ruime geografische spreiding van het deficit werd de Amerikaanse economie een vlotte afzetmarkt voor een rist van landen en functioneerde aldus als locomotief. Hiertegenover stonden de landen die standvastig een uitvoersurplus nastreefden: zoals Japan, Duitsland, India, Rusland(petroleum), Brazilië en de tijgers van Zuidoost-Azië. De lidstaten van de EU vertonen een relatief hoge concentratie van hun handelsbetrekkingen naar de overige partners van de Unie: België 73%, Nederland 72%, Spanje 71%, Frankrijk 63%, met in mindere mate Duitsland en Engeland die meer wereldwijd ageren. De belangrijkste handelspartner buiten de EU is de Amerikaanse economie die 4% van de Spaanse export opneemt, 9% van Duitsland en 15% 9

12 van Engeland. Tegenover Oost-Azië liggen de verhoudingen anders. De Eu15 export naar Japan bedroeg in 2004 nauwelijks 57% van de export uit dat land. Met Rusland was deze verhouding 56%, wegens onze import van petroleum en met China is de EU15-export slechts 38% van de invoer. Het deficit van miljard $ tegenover China resulteert voor twee derden uit invoer van twee soorten nijverheidsproducten: voor 45% elektronische massaproducten (TV-toestellen, GSM, video, computer.) en voor 20% textiel en confectie. Tegenover de Aziatische buurlanden Japan, Korea en Taiwan, die grondstoffen en halfafgewerkte producten leveren, heeft China een handelsdeficit. Brazilië, de grootste economie van Latijns-Amerika, komt moeilijk los uit de opeenvolgende financiële crisissen en concentreert op exportgroei voor de afbetaling van internationale schulden. Maar, zoals blijkt uit de forse stijging van buitenlandse investeringen in verhouding tot het BNP, functioneert de Braziliaanse exportgroei in toenemende op stimuli uitgaande van multinationale ondernemingen. Gezien vanuit de dynamische landen van de periferie zijn de handelsrelaties met de economieën van het centrum, voornamelijk met de Amerikaanse, ingrijpend veranderd. In 1990 had de zogenaamde periferie een handelsdeficit van 80 miljard dat in 2004 omgeschapen was in een surplus tegenover de VS van 240 miljard en tegenover Europa van 60 miljard. De discipline van de Washington Consensus, vooral de exportgerichte groeistrategie, bracht ondermeer een ruim aanbod van laaggeprijsde consumptiegoederen naar de landen van het centrum. De grote ondernemingen waren hierbij intermediaire schakels. De strategie voor optimalisering van hun global value chains zet de wereldwijde firma s ertoe aan om hun arbeidsintensieve schakels te vestigen in lageloonlanden met gedisciplineerde arbeidskrachten. Deze politiek van delocalisatie heeft geleid tot dynamisering van de handelsstromen die ver boven de groei van hun nationale productie.stegen. In 1990 bedroeg de waarde van de wereldhandel 19% van het wereldproduct en in 2004 was dit geklommen tot 28%. Deze groei ging gepaard met een voortschrijdende afkalving van de Amerikaanse positie. 3. De nieuwe locomotieven Drie duizend jaar geleden lanceerden de wijzen van Syrië het nieuwe woord Azië, of vrij vertaald het land waar de zon opgaat. In de beeldtaal van vandaag kan men eraan toevoegen: de landen van industriële en mercantilistische zonsopgang. Inderdaad, in het kielzog van Japan kwam na de oorlog in Vietnam, een reeks van Aziatische landen op het economische voorplan: eerst de vier zogenaamde Kleine Draken (Zuid Korea, Taiwan, 10

13 Hongkong en Singapore) en daarna de Tijgers (Maleisië, Thailand, Indonesië). Nu worden China en India geprofileerd als de landen van de meest spectaculaire industriële zonsopgang van de geschiedenis. Een aantal steden verdienen de naam van megapolis: met een bevolking van meer dan tien miljoen inwoners: Shanghai (17 m), Bombay (16 m), Calcutta (14 m), Delhi (13 m), Peking (10 m). De economische groei van China schommelt tussen 8 à 9% per jaar en India sprong los uit het ritme van 6% in de jaren 1990 en realiseert sindsdien een tempo van 8%. Hun strategie van economische ontwikkeling is verschillend en vanuit politiek oogpunt is India een goed functionerende democratie met vrije pers en alerte publieke opinie. China daarentegen heeft een regime van staatskapitalisme onder de controle van één politieke partij. Sinds begin 1990 liet de machtselite van de Grote Draak zich bekoren voor de mercantilistische inhaalstrategie waarmede de kleine draken en de tijgers zoveel succes hadden. Het werd een omhelzing van het kapitalisme op Chinese wijze. De grenzen werden geopend voor aanbreng van technologie en kapitaal door multinationale ondernemingen. De cijfers van tabel 2 leren ons dat de buitenlandse investeringen 32% van het BNP bedragen wat enorm is voor een tot 1980 gesloten communistisch regime. In een minimum van tijd schakelde de machtselite over van revolutionaire passie naar prioriteit voor materiële belangen of van communisme naar economisme. De buitenlandse kapitalen stroomden gezwind binnen en sindsdien is de export in permanente spurt, met 35% jaarlijkse toename. India kwam later in de draaischijf van de globalisering en koos voor een start met de hooggeschoolde, Engelssprekende arbeidselite. Deze zette met succes de focus op elektronische dataverwerking en administratieve dienstvervening aan bedrijven en grote organisaties in het buitenland. En ook daar stromen de buitenlandse kapitalen nu vlot binnen. Belangrijk om weten is dat de vroeger uit China zowel als India uitgeweken ingezetenen naar de nabuurlanden en verder, een aanzienlijk financieel vermogen verwierven Hun beider diaspora-bevolkingen behoren tot de rijkste emigranten ter wereld. Voor een beter begrip van de eigengereide koers van beide demografische kolossen en hun stijgende impact op de kernlanden van het Westen, volgt hier een beknopt profiel. 1. De vermogende Chinezen uit de diaspora (met gangmakers uit Hongkong, Taiwan, Singapore en later Zuidoost-Azië ) speelden het eerst in op de opening van China en kwamen over de brug met een vlotte stroom van investeringen. In de periode kwam 310 miljard dollar uit het buitenland; hiervan 75% van Chinezen uit de nabije diaspora ( 40% uit Hongkong) en slechts 10% uit de VS en 9% uit Europa. 2. Het regime oriënteerde de vestiging van buitenlandse ondernemingen naar enkele ontwikkelingspolen aan de kust. De concentratie op maritieme ontwikkelingspolen was in overeenstemming met de geografie (nabijheid van Hongkong en Taiwan) en met de etnisch-culturele bindingen. Een groot deel van de diaspora-investeerders was immers afkomstig van de kuststrook. Deze op export gerichte ontwikkelingspolen groeiden snel uit tot reusachtige complexen. De voornaamste zijn de provincies Guangdong en Fujian, met de delta van de Parelrivier als kern, alsook de regio van 11

14 Shanghai met de Jangtze-delta, en ten slotte nog een industrieel bekken rond Peking. Met de afkalving van de egalitaire ideologie en de gedeeltelijke vrijmaking van de economie naar marktmechanisme, is de regionale ongelijkheid toegenomen. De kuststrook trekt 57% van het BNP naar zich, en laat slechts 26% voor de grote provincies van het midden en 17% voor de uitgestrekte westhoek van het land. Ook de inkomenswaaier ging wijder open met verscherping van sociale spanning. 3. Postcommunistisch China beschikt over een enorme reserve arbeidskrachten die in strakke discipline worden gehouden door het autoritaire regime en vele uren werken aan lage lonen. Ter illustratie geven we hier de verschillen in loonkost per uur voor laaggeschoolde arbeid in enkele nabuurlanden: Japan 20$, de kleine draken Zuid- Korea, Singapore, Hongkong en Taiwan 8$, de tijgers Maleisië 3$ en Thailand 2$, tegenover China met het laagste tarief van anderhalve dollar. Dus, ook tegenover de buurlanden heeft de Grote Draak een comparatief voordeel voor vestiging van buitenlandse bedrijven. 4. Het feit dat drie vierde van de buitenlandse investeringen afkomstig was van Chinese multinationals uit de nabije diaspora, had voor gevolg dat de industriële ontplooiing ten dele ingeschakeld werd in hun Aziatisch patroon van internationale arbeidverdeling, dwz volgens de vliegformatie van ganzen (the flying geese model). Dit is een systeem van piramidaal opgezette productieschakels waarbij de multinationale firma s van de regio hun assemblagelijnen met lage gamma van technologie overplanten naar landen met lagere loonkost. De Aziatische inhaalstrategie is dus een permanente herstructurering naar opwaardering van de eigen productiestructuur, met overplanting naar lageloon-zones van activiteiten met relatief lage meerwaarde. De kuststrook van China werd daarbij de vestigingsplaats bij uitstek voor multinationals van Hongkong, Taiwan, en daarna ook westerse ondernemingen. Zij produceren elektronische apparatuur zoals computers, Tv-toestellen, digitale camera s, video s, GSM en realiseren ook assemblage van auto s, koelkasten, enz. Deze producten worden vervaardigd met routinetechnologie die een comparatief voordeel biedt aan landen met gedisciplineerde lageloonarbeid. De Chinese economie beschikt over deze twee en realiseert enorm exportsucces op de markten van Europa en de VS. Ook de binnenlandse markt is in volle expansie voor deze goederen. De Chinese bourgeoisie met koopkracht is nu ruim 150 miljoen maar hun aantal neemt, wegens de ongelijker wordende inkomensverdeling, sneller toe dan de 9%-groei van het nationale inkomen. In enkele producten is China de assemblagefabriek van de wereld met meer dan de helft van de mondiale productie. De stijgende vraag naar grondstoffen en aardolie wordt elke dag meer voelbaar in de internationale markt. Het marktsocialisme van China heeft flink geprofiteerd van de globalisering, maar de inhaalstrategie van het regime schiep onevenwichtige verhoudingen: in het binnenland. De problemen voortvloeiend uit regionale ongelijkheden en sociale polarisatie worden koel gehouden door autoritaire bewaking. En in de internationale handelsrelaties ontstond bilaterale scheefgroei tegenover de VS en Europa. Dit geeft aanleiding geeft aanleiding tot zure oprispingen. Tot 1995 was de Indiase economie relatief gesloten gebleven voor het buitenland. De ommekeer naar globalisering was resoluut en nam een spurt met de uitbouw van een mercantilisme gericht op elektronische dataverwerking. Van 1995 tot 2002 sprong het volume van buitenlandse investeringen van miljoen dollar naar wat gezien 12

15 het lage startcijfer een vermenigvuldiging van 4.5 betekent. Zoals in China is de instroom van kapitaal overwegend afkomstig van vermogende zakenlieden uit de Indiase diaspora. Deze beheren in enkele kernen zoals Oost-Afrika, Londen en omgeving, alsook in verschillende landen van Latijns-Amerika, winstgevende ondernemingen. De Indiase dynamiek is geconcentreerd in drie ontwikkelingspolen: Delhi, Bombay en de corridor van Bangalore, Hyderabad en Chennai. De call centra voor uitbesteding van administratieve dataverwerking zetten ongeveer deskundige informatici aan het werk. Op zichzelf is dit een indrukwekkend getal. Maar in verhouding met de arbeidsmassa is dit volgens The Economist ( 2 februari 2004) nog maar een start naar India s shining hopes. De groter wordende sociale en regionale ongelijkheid in welvaartsgroei en de pluriculturele samenstelling van het land met de verschillen in godsdienst, roepen regelmatig spanningen op, vooral in de staten Gujarat en Kashmir. Maar de hongersnoden behoren tot het verleden en de aantalgroei van consumenten met snel stijgende koopkracht is indrukwekkend. De impact van de kolossen India en China zal snel toenemen, want tegen 2010 brengen ze samen genomen nog eens150 miljoen meer koopkrachtige consumenten op de markt. Dus, zonsopgang voor de motor van de moderne economie, met name de bestedingen. 4. Scheefgroei in de financiële bovenbouw Benevens de verschuivingen in de internationale handelsstromen heeft de globalisering ook en vooral een herschikking veroorzaakt in de slagaders van de wereldfinanciën. De vrijmaking van internationale kapitaalbewegingen, de lancering van de eenheidsmunt euro en het vasthaken of koppelen van munten uit Latijns-Amerika en Azië aan de Amerikaanse dollar, hebben geleid tot steeds nauwer integratie van de financiële markten, met sneller stromen van steeds meer volume. In feite heeft de financiële globalisering de stromen van geld, krediet en investeringen in de verschillende kapitaalmarkten van de wereld nog nauwer vervlochten dan de goederenstromen van de internationale handel. In de mate dat de handelsstromen tussen de verschillende partners gepaard gaan met steeds groter deficit in de handelsbalans bij de ene en van belangrijk surplus bij de andere, zijn meer internationale kapitaalbewegingen nodig om de saldi boekhoudkundig bij te werken, via de internationale kapitaalbalans. Daarenboven heeft de toenemende vervlechting van de productiestructuren voor goederen en diensten ook belangrijke internationale mobiliteit van investeringen verwekt. De cijfers van tabel 5 en grafiek 1 tonen duidelijk dat de Amerikaanse draaischijf vanaf 1995, en dit in versneld tempo, een financieel deficitaire locomotief werd: handelstekort 13

16 van 5.8% van het BNP en een budgetdeficit van 3.6%. Teneinde wegwijs te worden in deze op eerste zicht barokke situatie, richten we een blik op de manier waarop de Amerikaanse gezinnen hun inkomen uit arbeid en vermogen samensmelten met koopkracht verworven uit leningen. Deze samensmelting is niet opgedrongen van buiten maar het gevolg van de Amerikaanse bestedingsdrift gekoppeld aan de monetaire politiek. Om de conjunctuur aan te zwengelen voerde de Fed een beleid van vlotte hoeveelheden goedkoop geld en krediet tegen lage rente. De Amerikaanse consument wordt algemeen voorgesteld als de meest uitbundige besteder van inkomen ter wereld. Hij gaat gezwind schulden aan en consumeert boven het aanbod van de nationale productie. Om in deze dynamiek inzicht te krijgen is statistische toelichting nodig over de manier waarop in de VS koopkracht verzameld wordt boven het niveau voortvloeiend uit nationale productie en arbeid. Het antwoord hierop is eenvoudig: in ontwikkelde economieën vloeit een stijgend deel van het inkomen voor besteding voort uit vermogen. En de Amerikaanse economie is het prototype van een asset economy. De gezinnen en hun consumenten kunnen daar in toenemende mate beschikken over vermogen afkomstig van vroeger verdiend inkomen en uit opwaardering van beleggingen (tabel 4). Een stijgend percentage van het verbruik is het gevolg van bestedingen betaald uit vermogensinkomen. Tabel 4: Stijging van gezinsvermogen en schuld in de VS, miljard $ Vastgoed Portfolio Lening-schuld Netto-saldo 2 januari januari Toename in % Bron: Databank Federal Reserve, Flow of Funds. De recente dynamiek werd gedreven door de volgende factoren: 1. In , de forse opwaartse beweging van portfoliopapier, wegens de speculatieve bubbel in de technologie-aandelen. 2. Na de beurstuimel van de Nasdaq-effecten ging een prijzenspiraal voor vastgoed van start. Deze is ten dele van speculatieve aard De gezinnen gingen steeds meer schulden aan om te profiteren van de waardestijging in vastgoed. 3. De monetaire politiek van lage (dicht bij zero en enkele jaren beneden zero) rentevoeten stimuleerde deze speculatieve neiging. De forse waardestijging van vastgoed en van gezinsschulden wordt naar gelang de inspiratie van de commentator, kredietbubbel of vastgoedbubbel genoemd. 14

17 4. Sinds het begin van de jaren 1990 is de verhouding tussen Amerikaanse beleggingen in het buitenland tegenover buitenlandse investeringen in de VS-economie afgegleden naar een Amerikaanse schuldenaarspositie gelijk aan 24% van het BNP. Dit is bij vergelijking gelijkwaardig met het BNP van Duitsland. Dus de rijkste economie ter wereld laat de rest van de wereld sparen voor de overbesteding in de VS. En Wall Street functioneert als financiële magneet voor het aantrekken van middelen en het dekken van de internationale schulden. Het globaal volume van buitenlandse beleggingen (internationale reservedekking van buitenlandse centrale banken niet meegerekend) werd sinds 1990 vermenigvuldigd met 4.3, de totale uitstroom met slechts 3.6. De buitenlandse beleggingen in de VS gaan voor twee derde naar de privésector: aankoop of opstart van ondernemingen, aankoop van aandelen en bedrijfsobligaties. Ongeveer 60% hiervan is afkomstig uit Europa. Op het vlak van de investeringen zijn de Europese ondernemers en de beleggers van portfoliopapier heuse trans-atlantische partners. Het andere derde van het financieel tekort gaat naar aankoop van Amerikaans overheidspapier. Hierin zijn de Centrale Banken van Oost-Azië zeer actief. Begin 2005 had Japan voor 702 miljard dollar Amerikaans overheidspapier in bezit, China 195, Zuid Korea 68, Taiwan 61, Hongkong 60, Singapore 28, Thailand 16 en India 14 miljard. Deze aankoop van dollarpapier heeft een nawerking in verschillende domeinen: 1. De opwaartse drift van de eigen wisselkoers ( wegens hun groot handelssurplus) afremmen met hun vraag naar dollar in de markt van Wall Street. 2. De aankoop van de Aziaten verlicht het volume en dus ook de druk uitgaande van het deficit op de Amerikaanse kapitaalmarkt. Deze marge liet Greenspan toe zijn politiek van lage rente te voeren, terwijl in normale markten een deficit zou verplichten tot hogere rente om buitenlandse beleggingen aan te trekken. De Aziaten zijn (nog steeds) bereid Amerikaans overheidspapier te kopen met lage rente. Dit verschaft hen een hefboom in de disputen over hun (te) lage wisselkoers. 3. In de massamedia worden de Aziatische exportlanden geprofileerd als deloyale lageloonconcurrenten en afsnoepers van tewerkstelling. In officieel Washington daarentegen komen zij als medefinanciers van de bestedingseconomie in een gunstiger daglicht te staan. In Oost-Azië wordt de opstapeling van enorme reserves aan Amerikaans overheidspapier tevens gezien als een stokje achter de deur bij de afhandeling van geschillendossiers. De nieuwe context is voor beide partijen dubbelzinnig. Sinds de financiële crisis van 1991 treedt Japan minder assertief op als externe belegger. Engeland blijft met de financiële draaischijf Londen een investeerder van formaat. De relatief groter instroom in Duitsland is het spiegelbeeld van het exportsurplus en de opening van de Ostländer naar de wereldeconomie. Als besluit van deze statistische doorlichting is duidelijk geworden dat in ons wereldwijde kluwen nog weinig stabiel is. De cijfergegevens laten vermoeden dat de indicatieve trends 15

18 plots kunnen keren. In de interpretatieve literatuur zijn de verschillende perspectieven, thema van intens debat. Tabel 5: Instroom en uitstroom van internationaal kapitaal, in miljard $ Uitstroom Groei in % Verenigde Staten Frankrijk Duitsland Engeland Japan Instroom Verenigde Staten Frankrijk Duitsland Engeland Japan Bron: Databank IMF Grafiek 1: VS-trend internationale investeringen Saldo VS uit VS in 16

19 5. De interpretatieve literatuur Tot 1990 evolueerde de internationalisering onder het initiatief en de regie van de Verenigde Staten; dit in samenwerking met de ideologisch en politiek gelijkgezinde bondgenoten van de Koude Oorlog. Met de nieuwe medespelers die merkelijk verschillen in ideologische opstelling, politiek regime en groeipatroon, functioneert de mondialisering sinds 2000 in een gewijzigde context. In de interpretatieve literatuur over deze onevenwichtige globalisering staan de volgende aspecten centraal: de barokke situatie van de Amerikaanse economie, de lome en onsamenhangende groei van de Europese kernlanden en ook de wereldwijde impact van de Aziatische opmars. Bij de beeldvorming en evaluatie van dit gebeuren is een ganse schare van opiniemakers werkzaam, met verschillende invalshoek en methode. Globale analyses zijn minder in de mode en worden zeldzaam in het academische milieu. Zodat andere initiatiefnemers actief werden om te voldoen aan de vraag. In de thematisering zijn benevens de academische economisten, vooral ook analisten van de grote investeringsbanken in Wall Street actief. Voor de mondiale kijk vermelden we Morgan Stanley en Goldman Sachs. Deze practici van de geld- en kapitaalmarkt staan dicht bij de pikken van de investeringsstromen, de handelsbalansen en wisselkoersbewegingen. Zij voelen deze slagaders met hun speculatieve uitschieters. Hun publicaties bieden statistisch en interpretatief onderbouwde rapporten over de nationale en mondiale gang van zaken. Enkele kritisch ingestelde analisten, onder meer Stephen Roach van Morgan Stanley hebben naam gemaakt als kastijders van de deficitaire politiek. Het Engelse weekblad The Economist is een invloedrijke opiniemaker van wereldformaat, met onnavolgbare ironie en stijl. Enkele denktanks in de VS en Europa graven nog dieper. We vermelden meer bepaald The Institute for International Economics(Washington), Instittut für Weltwirtschaft (Kiel) en CPII (Parijs). Het is treffend dat het IMF dat luide claxonneert over afwijkingen van orthodoxie in alle andere landen, over het gapende tekort van de VS nauwelijks hoorbaar is. De in Bazel gevestigde Bank for International Settlements staat minder onder invloed van Washington en publiceert ondubbelzinnige analyses over Amerika s rol in de internationale scheefgroei. De publicaties vertonen grote verscheidenheid van invalshoek en een ruime waaier van waarde-oordeel. Deze verschillen in perspectief komen zowel voor bij kritische betogen als bij het discours dat gericht is op de rechtvaardiging van de actuele onevenwichtigheden en van het gevoerde beleid. Sommige analisten openen een nieuwe horizon met een alternatieve thesis. Hun denkpistes lopen ver buiten de grenzen van het conventionele denken. 17

20 Een mooi staaltje hiervan wordt geleverd door het driemanschap Michael Dooley (economieprofessor Un. Santa Cruz, California) en zijn medestrijders Peter Garber en David Folkerts-Landau (beide analisten bij Deutsche Bank). Hun thesis is grensverleggend over de verhouding tussen centrum en periferie. In de conventionele visie zijn de geïndustrialiseerde centrumlanden kapitaalverschaffer voor de ontwikkeling van de per definitie middelenarme groeilanden. Nu is het centrum van de wereldeconomie afhankelijk van kapitaalinvoer en de Aziatische groeilanden subsidiëren voor een beduidend percentage het Amerikaans deficit. Deze ontwikkeling is volgens de drie auteurs niet te beschouwen als afwijking van de norm maar veeleer als nieuw paradigma voor de toekomstige ontwikkeling van Azië. Het eerste klapwieken van deze paradigmaomwenteling had plaats in 2003 tijdens een seminar in de National Bureau of Economic Research. En begin februari 2005 organiseerde de Federal Reserve of San Francisco hierover een symposium, met als titel Revived Bretton Woods System. Benevens deze drie verkondigden ook enkele bekende internationalisten hun visie over het paradigma, met name Ronald McKinnon, Barry Eichengreen, Maurice Obstfeld, Nicholas Lardy en Edwin Truman. Het driemanschap splitst de wereldeconomie in drie segmenten: de groeilanden van Azië ( met locomotief China) met als kenmerk een structureel handelssurplus, de economieën met een structureel overschot en surplus op de kapitaalbalans (vooral oud Europa) en het Amerikaanse centrum dat met zijn tekorten functioneert als draaischijf en locomotief. De overschakeling van de Aziatische arbeidskrachten van landbouw naar de industriële- en dienstensector kan maar lukken indien zij met ondergewaardeerde wisselkoers een groot exportsurplus realiseren. Dit veronderstelt stabiliteit van hun wisselkoers met de munt van het centrum (Revived Bretton Woods System). Hun exportgeleide groei veronderstelt tevens de bereidheid van het centrum om de grenzen open te houden voor vlotte import uit de periferie, ook ten koste van aanzienlijke deficits op de handelsbalans. De periferie wordt daarenboven aangemoedigd de opwaardering af te remmen van de eigen munt bij middel van opkoop van Amerikaans overheidspapier. De wisselwerking tussen het Amerikaanse centrum en de periferie wordt voorgesteld als een systeem dat inspeelt op de belangen van beide partijen en kan dus gelden als stabiel. Zolang de centrale banken van Azië bereid zijn grote hoeveelheden overheidspapier te kopen in Wall Street, zal het centrum uit eigenbelang de ondergewaardeerde wisselkoers dulden en stabiliseren en tevens de grenzen openhouden voor invoer. Zelfs indien deze overrompeling van de nationale markt ook nog opoffering vergt van arbeidsplaatsen De verhouding met de surpluslanden in de kapitaalbalans, vooral deze met Europa, zijn minder stabiel. De investeringsstromen van de kapitaalbalanslanden zijn niet afkomstig van officiële instanties zoals in de Aziatische context, maar van ondernemingen en privé- 18

21 beleggers die meer naar direct rendement kijken en negatief reageren indien de Amerikaanse laksheid buitensporig schijnt. Hun kapitaalstromen namen recentelijk af en hun munt (de euro) spiraalde op zodat ook hun export duurder werd op de Amerikaanse markt. Volgens de auteurs klampt Europa zich vast aan het verouderde dogma van macroeconomisch evenwicht en speelt onvoldoende mee in de nieuwe strategie tussen centrum en periferie. Het resultaat is lome groei en een hoge graad van werkloosheid. Op het Symposium in San Francisco werd deze niet-conventionele thesis op de korrel genomen door Ronald McKinnon die in een stevig onderbouwde analyse tot de conclusie kwam dat het wisselkoers-geschil met China een sterk overtrokken stelling is. Volgens hem resulteert het gapende extern tekort van de VS niet uit vastkoppeling van de ondergewaardeerde yuan aan de dollar; het tekort volgt uit de overbesteding en het spaardeficit van de Amerikaanse consument. Volgens McKinnon zal de groeidynamiek in China loondrift veroorzaken wat de productiekosten verhoogt en de comparatieve voordelen in de afzetmarkten normaliseert. Nocholas Lardy ziet vooral de overcapaciteit in sommige Chinese productielijnen met verlaging van groeitempo. Tegenover het centrum-periferiepakt waarvan ze de duurzaamheid betwijfelen, stellen zij de onhoudbaarheid en de negatieve gevolgen van de Amerikaanse onevenwichtigheden, ook voor de rest van de wereld. Wegens de mediabelichting van het debat werd ook Greenspan,de grootmeester van de Fed aan de tand gevoeld in een vraaggesprek met journalisten. In de media worden zijn orakelspreuken over deficit, dollarkoers, overbesteding en bubbels gegeerd als zoethoudertjes En met zijn brede glimlach wimpelde hij het hele kluwen af als a conundrum : als een onthutsende puzzel.. Voor een dieper gravend betoog kwamen twee academische economisten op het publieke forum, met name Ben Bernanke (professor in Princeton, Gouverneur van de Fed maar juist aangesteld tot kersverse hoofdeconomist van het Witte Huis) en Richard Clarida (professor van Columbia University, voormalig onderminister en kandidaat voor de post van Gouverneur in de Fed). In een ophefmakende toespraak die rond getoeterd werd door de media, stelde Bernanke dat de onevenwichtige globalisering en meer bepaald Amerika s deficits voor een groot deel te wijten zijn aan ontwikkelingen buiten de VS. Voor een goed begrip van de context moet men de versleten paden van het conventionele denken verlaten om deze te situeren in het stramien van een gemondialiseerde macro-economie. Hij benadrukte het spaarsurplus van de Aziatische groeilanden en van Europa die een uitlaat zoeken in de Amerikaanse economie. Deze is welwillend en open genoeg om als afnemer te dienen en zodoende de wereldeconomie te dynamiseren. 19

De buitenlandse handel van België - 2009 -

De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België - 2009 - De buitenlandse handel van België in 2009 (Bron: NBB communautair concept*) Analyse van de cijfers van 2009 Zoals lang gevreesd, werden in 2009 de gevolgen van

Nadere informatie

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur :

Oktober 2015. Macro & Markten. 1. Rente en conjunctuur : Oktober 2015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : VS Zoals al aangegeven in ons vorig bulletin heeft de Amerikaanse centrale bank FED de beleidsrente niet verhoogd. Maar goed ook, want naderhand werden

Nadere informatie

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington

Beleggingsthema s 2016. What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Beleggingsthema s 2016 What a difference a day makes (1975), Dinah Washington Inleiding De dagen die in 2015 het verschil maakten, zijn de dagen waarop centrale bankiers uitspraken deden, what a difference

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013

Internationale varkensvleesmarkt 2012-2013 Internationale varkensvleesmarkt 212-213 In december 212 vond de jaarlijkse conferentie van de GIRA Meat Club plaats. GIRA is een marktonderzoeksbureau, dat aan het einde van elk jaar een inschatting maakt

Nadere informatie

Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn.

Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn. Koopkrachtpariteit en Gini-coëfficiënt in China: hoe je tegelijkertijd arm én rijk kunt zijn. 1. De Wereldbank berichtte onlangs dat de Chinese economie binnen afzienbare tijd de grootste economie van

Nadere informatie

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken

Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken Veranderingen in de internationale positie van Nederlandse banken De Nederlandse bancaire vorderingen 1 op het buitenland zijn onder invloed van de economische crisis en het uiteenvallen van ABN AMRO tussen

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1

Examen HAVO. Economie 1 Economie 1 Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 21 juni 13.30 16.00 uur 20 00 Dit examen bestaat uit 31 vragen. Voor elk vraagnummer is aangegeven hoeveel punten met een goed

Nadere informatie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie

Perscommuniqué. Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de Belgische economie Federaal Planbureau Economische analyses en vooruitzichten Perscommuniqué Brussel, 15 september 2000 Het Federaal Planbureau evalueert de gevolgen van de duurdere dollar en de hogere olieprijzen voor de

Nadere informatie

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s

Internationale Economie. Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Internationale Economie Doorzettend, maar mager groeiherstel, veel neerwaartse risico s Wim Boonstra, 27 november 2014 Basisscenario: Magere groei wereldeconomie, neerwaartse risico s De wereldeconomie

Nadere informatie

BEHEERSVERSLAG TRANSPARANTINVEST 4/3/2015. Macro & Markten, strategie. 1. Rente en conjunctuur : EUROPA

BEHEERSVERSLAG TRANSPARANTINVEST 4/3/2015. Macro & Markten, strategie. 1. Rente en conjunctuur : EUROPA BEHEERSVERSLAG TRANSPARANTINVEST 4/3/15 Macro & Markten, strategie 1. Rente en conjunctuur : EUROPA De Europese rentevoeten zijn historisch laag, zowel op het korte als op het lange einde, en geven de

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

De conclusies van het IMF betreffende de betalingsbalans en het monetair beleid zijn onderverdeeld in drie aspecten:

De conclusies van het IMF betreffende de betalingsbalans en het monetair beleid zijn onderverdeeld in drie aspecten: SAMENVATTING BELANGRIJKSTE CONCLUSIES IN HET RAPPORT D.D. 19 SEPTEMBER 2011 NAAR AANLEIDING VAN DE BESPREKINGEN IN HET KADER VAN DE 2011 ARTIKEL IV CONSULTATIES VAN HET IMF 1. HOOFDTHEMA Het belangrijkste

Nadere informatie

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten

Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier. Grafiek 1 - Nederlandse aankopen buitenlandse effecten Sterke toename van beleggingen in Duits en Frans schuldpapier Nederlandse beleggers hebben in 21 per saldo voor bijna EUR 12 miljard buitenlandse effecten verkocht. Voor EUR 1 miljard betrof dit buitenlands

Nadere informatie

Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 13 oktober 2011

Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 13 oktober 2011 Hoe (slecht) gaat het met de conjunctuur? Edwin De Boeck Fedustria 3 oktober Grote Recessie was geen Grote Depressie Wereldhandel Aandelenmarkt 9 8 7 8 VS - S&P-5 vergelijking met crash 99 Wereld industriële

Nadere informatie

Het Westen en de verschuivende economische verhoudingen

Het Westen en de verschuivende economische verhoudingen Het Westen en de verschuivende economische verhoudingen Het gewicht van opkomende landen als Brazilië, Rusland, India en China in de wereldeconomie neemt sterk toe. Westerse landen als Nederland worden

Nadere informatie

Economische prognose IMF voor het GOS

Economische prognose IMF voor het GOS Economische prognose IMF voor het GOS Jan Limbeek Twee keer per jaar, in april en september of oktober, publiceert het IMF zijn World Economic Outlook, waarin het zijn economische verwachtingen voor de

Nadere informatie

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS

Valutamarkt. De euro op koers. Havo Economie 2010-2011 VERS Valutamarkt De euro op koers Havo Economie 2010-2011 VERS 2 Hoofdstuk 1 : Inleiding Opdracht 1 a. Dirham b. Internet c. Duitsland - Ierland - Nederland - Griekenland - Finland - Luxemburg - Oostenrijk

Nadere informatie

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase

Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Toetsopgaven VWO bij de euro-editie van het Onderdeel Geld van Percent Economie voor de tweede fase Opgave 1 Sinds 1 juni 1998 maakt De Nederlandsche Bank (DNB) samen met de centrale banken van andere

Nadere informatie

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering

Europa in crisis. George Gelauff. Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Europa in crisis George Gelauff Rijksacademie voor Financiën, Economie en Bedrijfsvoering Opzet Baten en kosten van Europa Banken en overheden Muntunie en schulden Conclusie 2 Europa in crisis Europa veruit

Nadere informatie

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2

UITWERKING TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2 TOELICHTING OP DE ANTWOORDEN VAN HET EXAMEN 2002-I VAK: ECONOMIE 1,2 NIVEAU: EXAMEN: HAVO 2001-II De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen

Nadere informatie

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering.

Als de lonen dalen, dalen de loonkosten voor de producent. Hetgeen kan betekenen dat de producent niet overgaat tot mechanisatie/automatisering. Top 100 vragen. De antwoorden! 1 Als de lonen stijgen, stijgen de productiekosten. De producent rekent de hogere productiekosten door in de eindprijs. Daardoor daalt de vraag naar producten. De productie

Nadere informatie

Wijnimport Nederland naar regio

Wijnimport Nederland naar regio DO RESEARCH Wijnimport Nederland naar regio Sterke opmars wijn uit Chili Jeroen den Ouden 1-10-2011 Inleiding en inhoudsopgave Pagina I De invoer van wijn in Nederland 1 II De invoer van wijn naar herkomst

Nadere informatie

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten

Arm en Rijk. Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten Arm en Rijk Hoofdstuk 2: Arm en rijk in de Verenigde Staten 2.1 Rijk en arm in de Verenigde Staten De rijke Verenigde Staten Je kunt op verschillende manieren aantonen dat de VS een rijk land is. Het BNP

Nadere informatie

Marktontwikkelingen varkenssector

Marktontwikkelingen varkenssector Marktontwikkelingen varkenssector 1. Inleiding In de deze nota wordt ingegaan op de marktontwikkelingen in de varkenssector in Nederland en de Europese Unie. Waar mogelijk wordt vooruitgeblikt op de te

Nadere informatie

Care IS klantbijeenkomst. Hotel Van der Valk oktober 2015

Care IS klantbijeenkomst. Hotel Van der Valk oktober 2015 Care IS klantbijeenkomst Hotel Van der Valk oktober 2015 Welkom Wij heten u van harte welkom in Van der Valk Hotel 2 Programma 19.00 uur Ontvangst 19.30 uur Opening 19.40 uur Chinese groeivertraging 20.00

Nadere informatie

Belgische kledingsector : redelijk goed klimaat in 2007 maar dreigende onweerswolken in 2008

Belgische kledingsector : redelijk goed klimaat in 2007 maar dreigende onweerswolken in 2008 PERSBERICHT Belgische kledingsector : redelijk goed klimaat in 2007 maar dreigende onweerswolken in 2008 Het jaar 2007 kan voor de kledingsector worden samengevat als een stabiel jaar. De omzetdaling was

Nadere informatie

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014

Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 Export-update Noord- en Zuid-Amerika - juli 2014 1. Samenvatting en conclusies De Nederlandse uitvoerwaarde is in 2013 met 1,0% gestegen t.o.v. dezelfde periode in 2012 tot 433,8 miljard euro. De bescheiden

Nadere informatie

Naslagwerk Economie van Duitsland. Hoofdstuk 8: Financiële stelsel. 8.1 Overzicht

Naslagwerk Economie van Duitsland. Hoofdstuk 8: Financiële stelsel. 8.1 Overzicht Naslagwerk Economie van Duitsland 8.1 Overzicht Het Duitse bankenstelsel is anders georganiseerd dan in de meeste andere landen. Naast een centrale bank, de Bundesbank, de reguliere zaken en retailbanken

Nadere informatie

Veranderende structuren in de wereldeconomie en China s economische integratie.de gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven

Veranderende structuren in de wereldeconomie en China s economische integratie.de gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven Veranderende structuren in de wereldeconomie en China s economische integratie.de gevolgen voor het Nederlandse bedrijfsleven Prof. Dr. H.A. Ebbers www.pearsoneducation.nl/ebbers Globalisering: nadelig

Nadere informatie

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013).

Marktwaarde van de pensioenverplichtingen in het derde kwartaal gestegen van 16.893 miljoen naar 17.810 miljoen ( 15.008 miljoen ultimo Q4 2013). Kwartaalbericht 2014 Samenvatting Marktwaardedekkingsgraad per 30 september 2014 130,4%, een toename van 0,9%-punt ten opzichte van 30 juni 2014. Over de eerste negen maanden steeg de marktwaardedekkingsgraad

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum Gent - 26 februari 2015 Jan Smets A. De stand van zaken 1. De (lange)

Nadere informatie

Economie in 2015 Kans of kater?

Economie in 2015 Kans of kater? Economie in 2015 Kans of kater? Nico Klene Economisch Bureau Doorwerth 6 november 2014 Wat verwacht ú: - kans? - kater? 2 Opbouw - Buitenland: mondiale groei houdt aan - Nederland 3 VS: groei weer omhoog

Nadere informatie

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België

Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Recepten voor duurzame groei Beschouwingen naar aanleiding van het Jaarverslag 2014 van de Nationale Bank van België Financieel Forum West-Vlaanderen Kortrijk - 24 februari 2015 Jan Smets A. De stand van

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014. Samenvatting: stijgende aandelen Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Eerste kwartaal 2014-1 januari 2014 t/m 31 maart 2014 Samenvatting: stijgende aandelen Nominale dekkingsgraad gestegen van 123,0% naar 123,6% Reële dekkingsgraad

Nadere informatie

Veranderende verhoudingen binnen het imf

Veranderende verhoudingen binnen het imf Veranderende verhoudingen binnen het imf De robuuste groei en de relatieve stabiliteit van de wereldeconomie heeft de afgelopen jaren de rol van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) veranderd. Het Fonds

Nadere informatie

CHINA NU Tekst: Maaike Okano-Heijmans en Frans-Paul van der Putten. Economie

CHINA NU Tekst: Maaike Okano-Heijmans en Frans-Paul van der Putten. Economie Economie CHINA NU Tekst: Maaike Okano-Heijmans en Frans-Paul van der Putten China als investeerder in Europa Chinese investeringen in Europa nemen snel in omvang toe. Volvo Cars is tegenwoordig eigendom

Nadere informatie

Eindexamen economie havo II

Eindexamen economie havo II Opgave 1 Buitenland en overheid in de kringloop In de economische wetenschap wordt gebruikgemaakt van modellen. Een kringloopschema is een model waarmee een vereenvoudigd beeld van de economie van een

Nadere informatie

AEGON Equity Fund. vierde kwartaal 2006

AEGON Equity Fund. vierde kwartaal 2006 Profiel Het AEGON Equity Fund is een besloten fonds voor gemene rekening, waarin verzekeringsrelaties van AEGON kunnen participeren. Het AEGON Equity Fund belegt wereldwijd in aandelen met de nadruk op

Nadere informatie

Landenanalyse H4. Week 1 Landenrisico

Landenanalyse H4. Week 1 Landenrisico Landenanalyse H4 Week 1 Landenrisico Risico s en problemen die verbonden zijn met het exporteren naar het buitenland - Importbelemmeringen (als bijvoorbeeld de handelsbalans een groot tekort vertoont)

Nadere informatie

Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015

Rabobank Food & Agri. Druk op varkensvleesmarkt blijft. Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q2 2015 Druk op varkensvleesmarkt blijft De vooruitzichten voor de Nederlandse varkenshouderij voor het tweede kwartaal 2015 blijven mager. Ondanks de seizoensmatige

Nadere informatie

Outlook 2016. Figuur 1: Invloed van Chinese groei op wereldwijde groei. (bron: Capital Economics) december 2015 Pagina 2 van 7

Outlook 2016. Figuur 1: Invloed van Chinese groei op wereldwijde groei. (bron: Capital Economics) december 2015 Pagina 2 van 7 Outlook 2016 Inleiding 2016 is in China het jaar van de aap. Apen zijn de genieën van de Chinese dierenriem. Ze leven in groepen, zijn intelligent en geestig. Niets is voor hen te moeilijk. Als het wel

Nadere informatie

Twaalf grafieken over de ernst van de crisis

Twaalf grafieken over de ernst van de crisis Twaalf grafieken over de ernst van de crisis 1 Frank Knopers 26-04-2012 1x aanbevolen Voeg toe aan leesplank We hebben een aantal grafieken verzameld die duidelijk maken hoe ernstig de huidige crisis is.

Nadere informatie

Olie crisis? 24 juni 2014

Olie crisis? 24 juni 2014 24 juni 2014 Olie crisis? De prijs van olie heeft invloed op financiële markten. Een stijgende olieprijs verhoogt de inflatie en heeft een remmend effect op de economische groei. In de jaren 2006-2011

Nadere informatie

Michiel Verbeek, januari 2013

Michiel Verbeek, januari 2013 Michiel Verbeek, januari 2013 1 2 Eens of oneens? De bankiers zijn schuldig aan de kredietcrisis. De huidige economische crisis is het gevolg van de kredietcrisis van 2008. Als een beurshandelaar voor

Nadere informatie

Het 1 e kwartaal van 2015.

Het 1 e kwartaal van 2015. 1 Het 1 e kwartaal van 2015. Achteraf bezien was het eerste kwartaal van 2015, vooral in Europa, uiterst vriendelijk voor beleggers. Hoewel door Invest4You, ondanks de jubelverhalen in de pers een zekere

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2010 tijdvak 2 woensdag 23 juni 13.30-16.00 uur economie tevens oud programma economie 1,2 Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013 Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2013 Gedurende het slotkwartaal van 2013 heeft de ECB ervoor gekozen om het monetaire beleid verder te verruimen. De reden hiervoor was onder meer een verrassend lage

Nadere informatie

VBO-ANALYSE. Buitenlandse handel: Overzicht belangrijkste tendensen

VBO-ANALYSE. Buitenlandse handel: Overzicht belangrijkste tendensen VBO-ANALYSE Buitenlandse handel: Overzicht belangrijkste tendensen Morgane Haid Juni 2015 EXECUTIVE SUMMARY België is en blijft een zeer open economie. Het aandeel van de export van goederen en diensten

Nadere informatie

Wederom onrust op de beurs: hoe nu verder?

Wederom onrust op de beurs: hoe nu verder? Wederom onrust op de beurs: hoe nu verder? Net als we vorig jaar meerdere keren hebben gezien, zijn de beurzen wederom bijzonder nerveus en vooral negatief. Op het moment van schrijven noteert de AEX 393

Nadere informatie

Examen HAVO - Compex. economie 1

Examen HAVO - Compex. economie 1 economie 1 Examen HAVO - Compex Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 1 Maandag 23 mei totale examentijd 2,5 uur 20 05 Vragen 1 tot en met 19 In dit deel staan de vragen waarbij de computer niet

Nadere informatie

OECD Economic Outlook: June No. 77 - Volume 2005 Issue 1. OESO Economische vooruitzichten: juni, nr. 77 - Jaargang 2005, nummer 1 HOOFDARTIKEL

OECD Economic Outlook: June No. 77 - Volume 2005 Issue 1. OESO Economische vooruitzichten: juni, nr. 77 - Jaargang 2005, nummer 1 HOOFDARTIKEL OECD Economic Outlook: June No. 77 - Volume 2005 Issue 1 Summary in Dutch OESO Economische vooruitzichten: juni, nr. 77 - Jaargang 2005, nummer 1 Samenvatting in de Nederlandse taal HOOFDARTIKEL VERLIES

Nadere informatie

Op zoek naar rendement? Zoek niet langer

Op zoek naar rendement? Zoek niet langer Op zoek naar rendement? Zoek niet langer High-yield en opkomende markten Juni 2014 Uitsluitend voor professionele beleggers De rente op staatsobligaties blijft nog lang laag. In het nauw gedreven door

Nadere informatie

BEHEERSVERSLAG Transparantinvest Portfolio Fund juli 2015

BEHEERSVERSLAG Transparantinvest Portfolio Fund juli 2015 BEHEERSVERSLAG Transparantinvest Portfolio Fund juli 015 Macro & Markten 1. Rente en conjunctuur : Europa Griekenland heeft een akkoord kunnen bereiken met zijn schuldeisers waardoor de rentevoeten in

Nadere informatie

Financial Markets weekly 17 oktober 2011

Financial Markets weekly 17 oktober 2011 Financial Markets weekly 17 oktober 2011 Algemeen Het herstel in de financiële markten zette zich ook in de voorbije week verder door. Onder beleggers was sprake van een grotere bereidheid tot meer risk

Nadere informatie

Vierde kwartaal 2012. Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Zeeland

Vierde kwartaal 2012. Conjunctuurenquête Nederland. Provincie Zeeland Vierde kwartaal 2012 Conjunctuurenquête Nederland Inhoud rapport COEN in het kort Economisch klimaat Omzet Export Personeelssterkte Investeringen Winstgevendheid Toelichting De Conjunctuurenquête Nederland

Nadere informatie

Eindexamen economie havo 2011 - I

Eindexamen economie havo 2011 - I Opgave 1 AWBZ-zorgen Havo-leerling Dick besluit voor economie een profielwerkstuk te maken over de stijgende uitgaven van de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten). Hieronder staan drie delen van

Nadere informatie

Euroschuldencrisis en beleggingsalternatieven. Koen De Leus Senior Economist KBC Group

Euroschuldencrisis en beleggingsalternatieven. Koen De Leus Senior Economist KBC Group Euroschuldencrisis en beleggingsalternatieven Koen De Leus Senior Economist KBC Group Agenda Constructiefouten EMU en oplossingen Beleggingsalternatieven Obligaties Aandelen Vastgoed 2 19 oktober 2012

Nadere informatie

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen

Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen Hoofdstuk 5: Internationale betrekkingen Economie VWO 2011/2012 www.lyceo.nl H5: Internationale betrekkingen Economie 1. Inkomen 2. Consument 3. Producenten 4. Markt en Overheid 5. Internationale betrekkingen

Nadere informatie

Achmea life cycle beleggingen in beeld

Achmea life cycle beleggingen in beeld Achmea life cycle beleggingen in beeld Scheiden. Uw pensioengeld in vertrouwde handen Wat betekent dat voor uw ouderdomspensioen? Achmea life cycle beleggingen in beeld Voor het beleggen van pensioen bent

Nadere informatie

Rabobank Food & Agri. Leidt de verwachte importgroei uit China tot herstel? Kwartaalbericht Varkens Q3 2015

Rabobank Food & Agri. Leidt de verwachte importgroei uit China tot herstel? Kwartaalbericht Varkens Q3 2015 Rabobank Food & Agri Kwartaalbericht Varkens Q3 2015 Leidt de verwachte importgroei uit China tot herstel? De Rabobank verwacht een moeizaam derde kwartaal voor de Nederlandse varkenssector. Aan het einde

Nadere informatie

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014

Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel. Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Kwartaalbericht Pensioenfonds KLM-Cabinepersoneel Vierde kwartaal 2014-1 oktober 2014 t/m 31 december 2014 Samenvatting: dalende euro en dalende rente Nominale dekkingsgraad gedaald van 117,4% naar 115,1%

Nadere informatie

De economische wereldcrisis

De economische wereldcrisis De economische wereldcrisis (9.2) Onderzoeksvraag: Wat waren de oorzaken van de economische wereldcrisis van 1929 en waarom duurde die crisis zo lang? Kenmerkend aspect: De crisis van het wereldkapitalisme.

Nadere informatie

Opkomende markten: do s en don ts

Opkomende markten: do s en don ts Online Seminar Beleggen Opkomende markten: do s en don ts Simon Wiersma Investment Manager ING Investment Office Bart-Jan Blom van Assendelft Marketing Manager ING Beleggen Amsterdam, 12 november 2013

Nadere informatie

Examen HAVO. Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economie (oude stijl)

Examen HAVO. Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economie (oude stijl) Economie 1,2 (nieuwe stijl) en economie (oude stijl) Examen HAVO Hoger Algemeen Voortgezet Onderwijs Tijdvak 2 Woensdag 20 juni 13.30 16.00 uur 20 01 Voor dit examen zijn maximaal 58 punten te behalen;

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)!

Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Slechts 1 antwoord is juist, alle andere zijn fout (en bevatten heel vaak onzin)! Vragen aangeduid met een * toetsen in het bijzonder het inzicht en toepassingsvermogen. Deze vragenreeksen zijn vrij beschikbaar.

Nadere informatie

DOUBLEDIVIDEND OUTLOOK 2015 KWALITEIT ONAFHANKELIJK BETROKKEN

DOUBLEDIVIDEND OUTLOOK 2015 KWALITEIT ONAFHANKELIJK BETROKKEN DOUBLEDIVIDEND OUTLOOK 2015 KWALITEIT ONAFHANKELIJK BETROKKEN DECEMBER 2014 1. Economie VS blijg anker Het IMF verwacht een wereldwijde economische groei van 3,8% in 2015 Met een verwachte economische

Nadere informatie

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU?

Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Factsheet 1 WAAROM EEN INVESTERINGSPLAN VOOR DE EU? Als gevolg van de wereldwijde economische en financiële crisis heeft de EU met een laag investeringsniveau te kampen. Alleen met gezamenlijke gecoördineerde

Nadere informatie

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD

pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD pdf18 MACRO-VRAAG EN MACRO-AANBOD De macro-vraaglijn of geaggregeerde vraaglijn geeft het verband weer tussen het algemeen prijspeil en de gevraagde hoeveelheid binnenlands product. De macro-vraaglijn

Nadere informatie

Ondernemen in crisistijd. Eddy Drent International Finance Manager

Ondernemen in crisistijd. Eddy Drent International Finance Manager Ondernemen in crisistijd Eddy Drent International Finance Manager 13 september 2012 Rabobank Groep wereldwijd 1.650 kantoren in 48 landen, 19 International Desks om NL klanten te bedienen in 23 landen

Nadere informatie

Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen.

Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen. Fysiek goud is de ultieme veilige haven en zou de basis moeten vormen van ieder vermogen. Goud is al duizenden jaren simpelweg een betaalmiddel: geld. U hoort de term steeds vaker opduiken in de media.

Nadere informatie

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË

Standaard Eurobarometer 80. DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Standaard Eurobarometer 80 DE PUBLIEKE OPINIE IN DE EUROPESE UNIE Najaar 2013 NATIONAAL RAPPORT BELGIË Opiniepeiling besteld en gecoördineerd door de Europese Commissie, Directoraat-generaal Communicatie.

Nadere informatie

Finaltrust Vermogensbeheer, 1 november 2005 - "beurs en economie" door Jaap van Duijn

Finaltrust Vermogensbeheer, 1 november 2005 - beurs en economie door Jaap van Duijn WEST-EUROPA BLIJFT ACHTER BIJ DE REST VAN DE WERELDECONOMIE BEURS EN ECONOMIE De wereldeconomie draait op Amerikaanse consumenten en Chinese producenten De Amerikaanse economie groeit met ruim 3%, China

Nadere informatie

Blijvende onrust op de beurs: hoe nu verder?

Blijvende onrust op de beurs: hoe nu verder? Blijvende onrust op de beurs: hoe nu verder? Zoals u waarschijnlijk weet, is de beurs nog steeds bijzonder nerveus en vooral negatief. De directe aanleiding is de tegenvallende groei in China waar wij

Nadere informatie

Potplanten en jonge planten 2007

Potplanten en jonge planten 2007 Importnota Potplanten en jonge planten 2007 HBAG Bloemen en Planten Aalsmeer, oktober 2008 Jan Lanning Monique Sassen Inleiding Het HBAG Bloemen en Planten heeft op basis van het meest recente AIPH-Union

Nadere informatie

Mondiale onevenwichtigheden en de financiële crisis

Mondiale onevenwichtigheden en de financiële crisis Sinds eind jaren negentig kampt de wereldeconomie met sterk toenemende onevenwichtigheden op betalingsbalansen. Er zijn steeds sterkere aanwijzingen dat de ontwikkelingen achter deze mondiale onevenwichtigheden

Nadere informatie

Emerging markets monitor

Emerging markets monitor Gedaan met de rust In het vorige Kwartaalbericht belichtten we reeds de problematiek rond inflatie. Veel landen staan voor het vraagstuk hoe ze de inflatie in toom kunnen houden zonder de economische groei

Nadere informatie

Economie en financiële markten

Economie en financiële markten Economie en financiële markten Bob Homan ING Investment Office Den Haag, 11 oktober 2013 Vraag 1: Begraafplaats Margraten gesloten vanwege. 1. Bezuinigen bij de Nederlandse overheid 2. Op last van Europese

Nadere informatie

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I

Eindexamen havo economie oud programma 2012 - I Opgave 1 Beleggingen leiden tot inkomensverschillen Aangetrokken door voorspoedige ontwikkelingen op de effectenbeurs, zijn in een land de mensen steeds meer gaan beleggen in aandelen en obligaties. Mede

Nadere informatie

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II

Eindexamen economie 1 vwo 2001-II Opgave 1 CAO-overleg: loon of werk? Bij de CAO-onderhandelingen voor een komend jaar in de industrie wordt uitgegaan van de volgende prognose: inflatie 2,3% stijging arbeidsproductiviteit in de industrie

Nadere informatie

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012

Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012 Interpolis Obligaties 4e kwartaal 2012 Op de financiële markten keerde de rust enigszins terug in het vierde kwartaal. In de VS hield de zogenoemde fiscal cliff de beleggers nog wel geruime tijd in haar

Nadere informatie

De agrarische handel van Nederland in 2012

De agrarische handel van Nederland in 2012 De agrarische handel van Nederland in 2012 1. Opvallende ontwikkelingen Totale wereldhandel in agrarische producten groeit voor tweede opeenvolgende jaar met ruim 10% Nederlandse agrarische export groeit

Nadere informatie

Beleggingsstrategie. Zeer defensief. ingsstrategie

Beleggingsstrategie. Zeer defensief. ingsstrategie Zeer defensief ingsstrategie Beleggingsklimaat Ontwikkeling en vooruitzichten beleidsrente VS 1,5 EMU 0,5 12-2010 12-2011 12-2012 12-2013 12-2014 12-2015 Ontwikkeling en vooruitzichten tienjaarsrente 5,0

Nadere informatie

Van zeepbel tot zeepbel

Van zeepbel tot zeepbel Van zeepbel tot zeepbel David Para Marxistische zomeruniversiteit 22 augustus 2008 Van zeepbel tot zeepbel 1. Het begin in 1973 2. Het Amerikaanse antwoord 3. De technologische crisis 4. Besluiten Het

Nadere informatie

Internationale vorderingen Nederlandse banken onder druk

Internationale vorderingen Nederlandse banken onder druk Internationale vorderingen Nederlandse banken onder druk De vorderingen van Nederlandse banken op het buitenland zijn onder invloed van de financiële crisis en de splitsing van ABN AMRO in 2007 en 2008

Nadere informatie

World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 2010-2011

World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 2010-2011 PERSBERICHT World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 20-2011 Nederland zakt naar de 11e plaats op ranglijst van WEF Global Information Technology Report, en de opkomende economieën

Nadere informatie

MEYS Emerging Markets Research MEYSFocus

MEYS Emerging Markets Research MEYSFocus MEYSFocus juli 1 MEYSFocus Juli 1 Geachte relatie, In deze MEYSFocus staan we uitgebreid stil bij de gevolgen van het WK voetbal voor de Zuid- Afrikaanse economie, kijken we naar Brazilië als de opkomende

Nadere informatie

Beleggingsstrategie 2011 en verder

Beleggingsstrategie 2011 en verder Beleggingsstrategie 2011 en verder Grondslag voor de selectie van de Capvest Masters Funds Twee macro-economische thema s zijn de komende drie tot vijf jaar van grote invloed op de financiële markten.

Nadere informatie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie

1.4 Factoren die bepalend zijn voor reële convergentie Productiviteit, concurrentiekracht en economische ontwikkeling Concurrentiekracht wordt vaak beschouwd als een indicatie voor succes of mislukking van economisch beleid. Letterlijk verwijst het begrip

Nadere informatie

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage.

Examen HAVO. economie. tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur. Bij dit examen hoort een bijlage. Examen HAVO 2011 tijdvak 1 vrijdag 27 mei 13.30-16.00 uur economie Bij dit examen hoort een bijlage. Dit examen bestaat uit 27 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 57 punten te behalen. Voor elk vraagnummer

Nadere informatie

DE EUROPESE UNIE EN HAAR HANDELSPARTNERS

DE EUROPESE UNIE EN HAAR HANDELSPARTNERS DE EUROPESE UNIE EN HAAR HANDELSPARTNERS De Europese Unie neemt als grootste exporteur van goederen en diensten ter wereld en als 's werelds grootste bron van directe buitenlandse investeringen een leidinggevende

Nadere informatie

Het 4 e kwartaal van 2014.

Het 4 e kwartaal van 2014. 1 Het 4 e kwartaal van 2014. Zoals werd aangegeven aan het einde van het derde kwartaal van 2014 zou voorzichtigheid betracht worden bij het investeren in aandelen. De kansen op topvorming werden zo groot

Nadere informatie

Samenvatting (Summary in Dutch)

Samenvatting (Summary in Dutch) Samenvatting (Summary in Dutch) Tot 1978 was China ondanks zijn grootte een geïsoleerd land. Daar kwam verandering in toen partijleider Mao Zedong werd opgevolgd door Deng Xiaoping en China haar economie

Nadere informatie

BEHEERSVERSLAG Active Multi Allocation Fund september 2015

BEHEERSVERSLAG Active Multi Allocation Fund september 2015 BEHEERSVERSLAG Active Multi Allocation Fund september 2015 Beleggingsdoelstelling Het BIF Active Multi Allocation Fund streeft naar een rendement gelijk aan of hoger dan zijn benchmark. Het investeringsproces

Nadere informatie

Kwartaalverslag tweede kwartaal 2013

Kwartaalverslag tweede kwartaal 2013 Kwartaalverslag tweede kwartaal 2013 Everyone is a disciplined long-term investor, until the market goes down - Steve Forbes - Opvallend Schulden op onderpand aandelenportefeuilles stijgen fors! In de

Nadere informatie

Financiële repressie: twee sleutelwoorden voor elke financieel intermediair in dit decennium. FiDiB, Vught, 17 september 2012

Financiële repressie: twee sleutelwoorden voor elke financieel intermediair in dit decennium. FiDiB, Vught, 17 september 2012 Financiële repressie: twee sleutelwoorden voor elke financieel intermediair in dit decennium FiDiB, Vught, 17 september 2012 Agenda Waar hebben we mee te maken? Structurele gevolgen deze crisis Financiële

Nadere informatie

27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report

27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report 27 april 2010 Emerging Markets Monthly Report Door Wim-Hein Pals, Head Robeco Emerging Markets Equities Vanwege hogere economische groei en sterkere financiële balansen, zijn de opkomende markten aantrekkelijker

Nadere informatie