Tweede Kamer der Staten-Generaal

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Tweede Kamer der Staten-Generaal"

Transcriptie

1 Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting Rijksbegroting voor het jaar Hoofdstuk X Departement van Defensie Nr. 10 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 15 oktober 1980 De vaste Commissie voor Defensie 1 heeft op 8 oktober 1980 mondeling overleg met de Staatssecretaris van Defensie, de heer Van Eekelen, over zijn brief van 22 september 1980 inzake actieve ECM-apparatuur F-16, welke brief hierbij is afgedrukt als bijlage I. Ter voorbereiding van het mondeling overleg waren schriftelijke vragen voorgelegd aan de bewindsman, welke als bijlage 2 hierbij zijn afgedrukt. De antwoorden zijn als bijlage 3 hierbij afgedrukt. Bij het mondeling overleg had de Staatssecretaris zich doen vergezellen van de directeur Materieel Koninklijke Luchtmacht, generaal-majoor ir. E. van der Kaa, het hoofd van de Afdeling Operationele Behoeften van de Luchtmachtstaf, kolonel A. Meulenbroek, en de Adjunct-Directeur Voorlichting Koninklijke Luchtmacht, kolonel A. P. de Jong. De commissie brengt als volgt verslag uit omtrent dit overleg. 1 Samenstelling: Wolff (CPN), Van der Stoel (PvdA), De Beer (VVD), Van Dis (SGP), Ter Beek (PvdA), Wisselink (CDA), Keja (VVD), Ploeg (VVD), ondervoorzitter. Kombrink (PvdA), Waltmans (PPR), De Vries (PvdA), voorzitter. De Kwaadsteniet (CDAi, Stemerdink (PvdA), J. de Boer (CDA), Brinkhorst (D'66), Gualthérie van Weezel (CDA), Van den Bergh (PvdA), De Hamer (PvdA), Korte-van Hemel (CDA), Frinking (CDA), Blaauw (VVD), Wuthrich-van der Vlist (PvdA), Couprie (CDA). De heer Couprie (C.D.A.) bracht in herinnering dat van de zijde van zijn fractie bij de afgelopen begrotingsbehandeling van Defensie reeds was aangedrongen op het aanschaffen van de ECM-apparatuur (dit is apparatuur voor elektronische oorlogvoering), gelijktijdig met aanschaf van het wapensysteem waar het voor bedoeld is. Gelukkig is dat thans voor de F-16 geschied. Toch had hij kritiek op het situatierapport. Allereerst betrof dat de datum van inzending. Na de inzending, 22 september, heeft de Kamer 14 dagen de gelegenheid volgens afspraak om nog van een oordeel blijk te geven. De Staatssecretaris echter meldde dat hij de bestelling per 1 oktober zou plaatsen. Gelukkig is het toch mogelijk thans op 8 oktober er nog over te spreken voordat een contract is afgesloten. Waarom echter heeft de Staatssecretaris zolang gewacht met inzending van het rapport? Ook op de inhoud van het rapport had hij kritiek. Er wordt gesteld dat aanschaf van het voorgestelde systeem bevorderlijk is voor de samenwerking met de Verenigde Staten, wat een goed ding is, en verder wordt gesteld dat het te kopen apparaat technisch het beste is om tal van redenen. Dat dit zo is, wordt echter wel gesteld maar niet beargumenteerd. Verder wordt niets gemeld over de mogelijkheden van compensatie of co-produktie. Ook het element van standaardisatie binnen Europa blijft onvermeld. Wil de Staatssecretaris toezeggen alsnog een kosteneffectiviteitsanalyse aan de commissie te zenden, met voor de kamercommissie verifieerbare gegevens? 5 vel Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr. 10 1

2 De heer Ploeg (V.V.D.) was van mening dat te weinig en te laat informatie is verstrekt. Hij merkte op dat m het situatierapport in het geheel geen meiding is gemaakt van het bestaan van andere keuzemogelijkheden dan het Amerikaanse ALQ 131-systeem. Op welke wijze is belangstelling getoond voor het Loral-systeem, ook van Amerikaanse afkomst, dat ook door de Belgische luchtmacht is gekozen? Bekend is dat dit bedrijf jaren geleden eens een briefing heeft mogen verzorgen voor de luchtmacht. Nog in april 1980 heeft het bedrijf een brief geschreven aan de luchtmacht waarin o.a. is naar voren gebracht dat het Amerikaanse Congres nogal wat bedenkingen heeft tegen de benadering van de Amerikaanse luchtmacht ter 2ake van de elektronischestoringsapparatuur voor de F-16. Met name zou het ALQ 131-systeem de z.g. power management-functie niet kunnen vervullen. Als er in de Verenigde Staten nog geen absolute overeenstemming is, waarom moet Nederland dan reeds nu een beslissing nemen? Waarom is Loral niet recent toegestaan nog in een briefing de argumenten voor haar systeem naar voren te brengen? Ook dit lid drong aan op het verstrekken van meer informatie en net name het geven van een kosten-batenvergelijking, inclusief aspecten als compensatie en industriële participatie, tussen de beide mogelijke systemen. De heer Stemerdink (P.v.d.A.) merkte op dat er in het verleden goede afspraken gemaakt zijn over de inhoud en het moment van inzending van een situatierapport. Onder andere hield dit in dat alternatieven geheel besproken moeten worden en dat de gemaakte keuze toegelicht moet worden. Het thans ontvangen situatierapport voldoet hieraan in genen dele. Hij verzocht dan ook alsnog aan de commissie een goed rapport toe te zenden. Onbegrijpelijk achtte hij de haast waarmee de Staatssecretaris wil beslissen. Het tienjarenplan voor de aanschaffingen van de krijgsmacht en het bijbehorende financieringsschema zal de Kamer deze maand bereiken. Zonder zo'n overzicht is het de Kamer niet mogelijk een verantwoord beeld te vormen van deze investering. Met name kan niet beoordeeld worden welke andere mogelijke investeringen niet kunnen plaatsvinden omdat geld uitgetrokken wordt voor dit systeem. De heer Van den Bergh (P.v.d.A.) weest erop dat de beslissing die thans genomen wordt over ECM-apparatuur in totaliteit veel verder strekkend is dan de Staatssecretaris aangeeft. De Staatssecretaris spreekt van een eerste bestemming van 33 min. en een totaalbedrag in de orde van grootte van 150 min., maar spreker meende dat de totale aanschaf van ECM-apparatuur wel eens 500 a 600 min. bijeen zou kunnen gaan kosten. De keuze van een elektronisch afweersysteem is ook van buitengewoon groot belang voor het feitelijke gebruiksnut van een vliegtuig. Wat betreft de gegeven antwoorden op de gestelde vragen wilde dit lid slechts enkele hoofdpunten aanroeren. Wat betreft het antwoord 5 vroeg hij zich af of het opgegeven gewicht wel juist is. Verder worden de cijfers over vliegprestaties met gebruik van de externe pod onjuist genoemd. Deze cijferszijn afkomstig van de fabrikant van de F-16. Als de Staatssecretaris meent dat deze onjuist zijn, welke cijfers zijn dan naar zijn mening wèl juist? De F-16 heeft niet alleen eengrondsteunfunctie maar ook een functie voor handhaving van plaatselijk luchtoverwicht. In dat verband is het wel degelijk van buitengewoon belang hoe de vliegprestaties van het toestel worden beïnvloed door een externe pod. Wat betreft vraag 6 merkte spreker op dat de Belgische luchtmacht reeds thans heeft gekozen voor een systeem dat in staat is meerdere radarbronnen tegelijk te verstoren. Het door Nederland nu ogenschijnlijk gekozen systeem heeft deze mogelijkheid (nog) niet. Waarom moet Nederland zo vroeg kiezen? Noorwegen en Denemarken wachten ook op het moment dat beide systemen in een vergelijkbare vorm naast elkaar gezet kunnen worden. Israël neemt voorde F-16 hetzelfde engineering change proposal als de Belgen hebben gekozen voor interne aanbouw van een ECM-apparatuur, en zal niet de ALQ 131 aanschaffen. Ook het Verenigd Koninkrijk zoekt naar een ander systeem dan de ALQ 131. Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr. 10 2

3 Wat betreft het antwoord op vraag 7 deelde de heer Van den Bergh mee dat hem met grote zekerheid is gemeld dat General Dynamics wel degelijk mogelijkheden ziet om een ECM-systeem in te bouwen in de F-16-tweezitter. De tekeningen hiervoor waren hem door General Dynamics ter beschikking gesteld. Het antwoord op vraag 8 is merkwaardig. Er kan geen sprake van zijn dat in Amerika reeds studies zijn afgesloten. Nog op 11 september van dit jaar heeft het Amerikaanse Congres 9 min. ter beschikking gesteld voor verdergaande studies. Zou Nederland er niet goed aan doen de resultaten van deze verdergaande tests af te wachten alvorens te beslissen? Wat betreft vraag 10 merkte de heer Van den Bergh op dat er een tegenspraak te constateren is in de verschillende antwoorden. De noodzaak wordt uitgesproken dat de Nederlandse luchtmacht in 1982 beschikt over een systeem dat ook een power management-functie kan vervullen. Ook wordt echter gesteld dat de Amerikaanse tests van dergelijke apparatuur pas in 1983 gereed zijn. Het is duidelijk dat de Nederlandse luchtmacht, die zal moeten aansluiten achter Amerikaanse bestellingen, pas op zijn vroegst in 1984 of in 1985 over dergelijke apparatuurzal kunnen beschikken. Wat betreft de samenwerking met België, waarvan sprake is in antwoord 11, meende dit lid dat er in de laatste 2V2 jaar geen serieuze poging meer is gedaan om met België over deze aangelegenheid te spreken binnen of buiten het F-16-consortiumverband. De Belgen zijn tot een dergelijk gesprek wel degelijk bereid. Wat betreft de prijsvergelijking die opgenomen is in de bijlage bij de antwoorden, zei de heer Van den Bergh allereerst dat hem tijdens het werkbezoek van de vaste Commissie voor Defensie aan de luchtvaartshow in Farnborough een veel hoger bedrag was genoemd voor de ALQ 131 pod dan de dollar die de Regering thans noemt. Als het inderdaad gelukt is deze pod voor dat bedrag te krijgen, dan wilde hij de luchtmacht complimenten maken voor de voortreffelijke onderhandelingen. Welke prijsgaranties zijn echter verkregen? De receiver processor voor de power management systems worden opgevoerd voor dollar. Het was dit lid echter gebleken dat de fabrikant van dit systeem nog nimmer, ook niet tegen de Amerikaanse luchtmacht, enige prijs voor een dergelijk apparaat heeft genoemd. Hoe komt de Regering aan dit bedrag? Ten slotte zei hij dat het uitzonderlijk flauw is niet de volledige prijs op te nemen voor de ALR 69. Deze zijn weliswaar reeds gekocht en betaald voorde 102 F-16's die we al besteld hebben, maar om een eerlijke vergelijking te maken moeten die kosten dan wel mee in beschouwing genomen worden in het totaal. Wat betreft de kosten van het Rapport-lll-systeem merkte hij op dat hem was meegedeeld dat het pertinent onwaar is dat de inbouwkosten dollar zouden moeten bedragen. Zelfs de Belgische luchtmacht, die de ontwikkelingskosten betaald heeft, komt op een veel lagere stuksprijs uit. De heer Van den Bergh meende dat voor Nederland de kosten niet boven de a dollar kunnen uitkomen. Voorts was hem niet kunnen blijken dat er enige aanleiding is om een bedrag van dollar op te voeren voor bijdragen aan ontwikkelingskosten voor het Rapport-lll-systeem. Met nadruk wilde hij ook stellen dat hem gebleken was dat het bedrag van dollar inbouwkosten nimmer genoemd is door het F-16-systems programoffice in Dayton, Ohio. Deze berekeningen zouden aantonen dat de kostenvergelijking tussen ALQ 131 en het Rapport-lll-systeem precies omgekeerd uitkomen als de Regering zegt. Hij vroeg de Staatssecretaris alle cijfers nog eens na te gaan en volstrekte duidelijkheid te geven over deze prijsverschillen. Bij het begin van zijn beantwoording maakte de Staatssecretaris allereerst de commissie zijn verontschuldigingen dat de brief over de ECM-aanschaffing zo laat was ingezonden. Het is zeker de bedoeling in de toekomst ruim de hand te houden aan deze termijn. Wat betreft de aard van het stuk meende hij dat in het verleden - en dat gaat jaren terug - al vele malen over de ECM- Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr. 10 3

4 aanschaffing is gesproken. Toen bleek dat de in de brief van 22 september verstrekte informatie te mager werd bevonden, is besloten de gestelde vragen zeer uitvoerig te beantwoorden. De bewindsman meende dat thans een compleet overzicht voorligt. In het algemeen heeft het thans voor Defensie prioriteit reeds bestaande wapensystemen af te ronden. De investeringen zijn daar allereerst op gericht. De bestelling van ECM-apparatuur past in dit beeld. De ALQ 131 past voortreffelijk bij de ALR 69 die al in de F-16 is ingebouwd en die meegebruikt kan worden bij het ALQ 131-systeem. De Staatssecretaris noemde het Rapport-lll-systeem zeker niet slecht. Toch zijn er doorslaggevende bezwaren tegen. De merites van de systemen zijn met de Belgische regering op ministerieel niveau besproken. De Staatssecretaris zei zelf met de industrie gesproken te hebben in Het algemeen uitgangspunt bij bestellingen als deze is dat de krijgsmacht zich door de industrie laat voorlichten; in dit geval zijn daarna de verdere besprekingen gevoerd in het F-16-consortiumverband. Bilaterale contacten zouden deze multilaterale aanpak hebben doorkruist. Binnen de consortiumbesprekingen is gebleken dat het niet mogelijk is het Rapport-lll-systeem in detweezittervan de F-16inte bouwen. Dit is vooral voor de Nederlandse luchtmacht van belang omdat de Nederlandse tweezitters ook een operationele taak hebben, anders dan in de Belgische luchtmacht, waar zij uitsluitend voor opleidingsdoeleinden gebruikt worden. Een nadeel van het Belgische concept is dat niet met ECM-apparatuur geoefend kan worden in de tweezitter. Ongetwijfeld is een nadeel van een externe pod dat deze enige invloed heeft op sommige vliegcapaciteiten. Daartegenover staat dat niet bij alle missies de ECM-apparatuur meegevoerd hoeft te worden. De ECM-capaciteit is naar Nederlandse opvatting alleen nodig voor de grondsteunmissies, die Nederland wèl, maar Noorwegen en Denemarken niet als primaire taak hebben. Overigens meende de Staatssecretaris dat ook Noorwegen en Denemarken zeker nog niet afgestapt zijn van de mogelijkheid het ALQ 131-systeem aan te schaffen. Een voordeel van extern apparaat is dat slechts voor een aantal gelijk aan 70% van het totaal der vliegtuigen apparatuur hoeft te worden aangeschaft. In vredestijd zal deze apparatuur slechts zelden op oefeningen meegevoerd worden. De apparaten kunnen centraal worden opgeslagen, hetgeen de bewaking van deze hoogstgeclassificeerde apparaten bijzonder zal vereenvoudigen. Nu hoeft men slechts de centrale opslagplaats zeer scherp te bewaken, anders alle vliegtuigen. Bovendien zijn voor de externe pods weinig vredesverliezen te verwachten, terwijl bij ingebouwde apparatuur de hele apparatuur met een vliegtuig verloren zou gaan. Dit alles betekent een besparing van zeker 100 min. boven het Rapport-lll-systeem. Het LEOK heeft onlangs het Rapport-lll-systeem in een vergelijkende studie met de ALQ 181 onderzochten heeft geconstateerd dat het systeem grote nadelen heeft. Eender voordelen van het ALQ 131-systeem is dat de Verenigde Staten er zeker 1000 van zullen kopen. Dit betekent dat de Verenigde Staten een grote hoeveelheid z.g. software zullen ontwikkelen. Juist voor dit soort apparatuur is de software uiterst belangrijk. Overigens merkte de bewindsman op dat het Rapport-lll-systeem niet gereed is. België heeft thans het oudere Rapport-ll-systeem gekocht, dat net operationeel is geworden in de Belgische Mirage-V-toestellen. De bewindsman meende ten slotte wat dit betreft dat het onverantwoord is toestellen na 1982 zonder actieve ECM te laten vliegen. Wat betreft de industriële samenwerking meende de Staatssecretaris dat de aanbiedingen van Westinghouse, de ALQ 131-fabrikant, zeker de aanbiedingen van Loral evenaren. Concretisering kon hij wegens de classificatie van een en ander niet geven in een openbare vergadering. Wel deelde hij mee dat het oordeel van de zijde van de Minister van Economische Zaken is dat er sprake is van hoogwaardige compensatie. Er is met Nederlandse industrie zeker al gesproken over de omvang en de aard van deze compensatie. Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr. 10 4

5 Noodzaak om de compensatieorders contractueel gelijktijdig te regelen met de bestelling zag hij niet, omdat er voldoende zekerheid is verkregen. Wat de prijzen betreft gaf de Staatssecretaris een citaat uit een telex afkomstig van het hoofdkwartier van de Amerikaanse luchtmacht, waarin werd meegedeeld dat deze luchtmacht een power managementsysteem zal koppelen aan de ALQ 131 na februari 1982, waarvoorin die telex een «flyawayprijs» werd genoemd van dollar. Voorts heeft de Amerikaanse luchtmacht meegedeeld voornemens te zijn meer dan 1000 stuks van de ALQ 131 aan te schaffen, voor gebruik inde 80-er jaren, totdat de ASPJ beschikbaar is. Er zijn programma's voorzien voor modernisering van de ALQ 131 naarmate de behoefte daaraan ontstaat. De Directeur Materieel KLu deelde mee dat het hoofdkwartier van de Amerikaanse luchtmacht een prijs van dollar heeft geciteerd voor inbouw van de apparatuur in de F-16 en de daarbij vereiste modificaties, als geen gebruik gemaakt wordt van het remparachutecompartiment in een F-16. Dit compartiment wordt door de Noorse luchtmacht inderdaad gebruikt voor een remparachute; de andere luchtmachten hebben geen behoefte aan het gebruiken van de remparachute, gezien de andere klimatologische omstandigheden in Midden- Europa. Het Belgische systeem zit wel ingebouwd in een ruimte die veel gelijkenis heeft, extern, met het remparachutecompartiment. De Nederlandse luchtmacht wenst dit compartiment niet in de F-16 aangebracht te zien omdat ze het niet nodig heeften omdat dit een verstoring geeft van de luchtstroom rond het vliegtuig. Overigens meende hij dat installatie op de Belgische wijze van een intern systeem dollar per toestel kost, waar dan de z.g. engineeringkosten nog bovenop komen. Dit bedrag is eveneens genoemd door de Amerikaanse luchtmacht. Het Hoofd van de Afdeling Operationele Behoeften van de Luchtmachtstaf zei dat de verminderde capaciteiten van de F-16 die in de bijlage bij deoorspronkelijke vragen opgenomen waren, een vergelijking maken tussen de configuratie voor een luchtgevecht en de configuratie met de externe pod. Dit is eigenlijk een irrelevante vergelijking, want de externe pod voor ECM zal vrijwel alleen gebruikt worden tussen de grondsteunmissies. De vergelijking moet dus gemaakt worden tussen de configuratie voor grondsteunoperaties met en zonder de externe ECM pod. Ten slotte zei de Staatssecretaris nog dat naar zijn inlichtingen Israël nog geen besluit heeft genomen over ECM-apparatuur en overigens doende is met een ontwikkeling ter zake. Ook Israël is van mening dat geen intern systeem als Rapport-lil in de tweezitter kan worden ingebouwd. De heer Couprie (C.D.A.) was van mening dat de thans verstrekte technische en financiële gegevens nog onvoldoende verifieerbaar zijn om op goed vertrouwen het groene licht aan de Regering te geven voor de voorgenomen bestelling. Hij drong er dan ook op aan dat de Staatssecretaris in een aanvullend situatierapport de thans ook nog gevraagde nadere gegevens en vergelijkingen aan de commissie zou meedelen. De heer Ploeg (V.V.D.) deelde de mening van de Staatssecretaris dat het onverantwoord is om onnodig lang te wachten met bestelling van ECM-apparatuur. Hij betreurde het dat de power managementsystem-functie nog in een experimenteel stadium verkeert en niet operationeel beschikbaar zal zijn vóór België heeft al een ander systeem gekozen. Noorwegen en Denemarken hebben andere taken, kunnen later kiezen en kunnen wellicht voor een ander systeem kiezen. Wat voor gevolgen zal dit in logistieke zin en ook voor wat betreft compensatie en dergelijke voor ons land hebben? Kan de Staatssecretaris overigens meedelen of ook Westinghouse al bezig is met de ontwikkeling van een intern ECM-systeem? Is het zo dat na 1990 alleen nog maar interne systemen op de markt zullen komen? De heer Stemerdink (P.v.d.A.) herhaalde zijn reeds in eerste termijn gemaakte opmerkingen, aangezien de Staatssecretaris daar niet op ingegaan was. Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr. 10 5

6 De heer Van den Bergh (P.v.d.A.) wenste allereerst te benadrukken dat hij niet bezig was aanschaf van een ander systeem te bepleiten dan de Staatssecretaris heeft voorgesteld. Hij achtte het slechts van groot belang dat een behoorlijke vergelijking tot stand komt tussen de beschikbare systemen. Het was hem opgevallen dat de Staatssecretaris het Rapport lll-systeem en het ALQ 131-systeem bespreekt alsof zij gelijke capaciteit zouden hebben. Dit is niet het geval. Het Rapport lll-systeem heeft een power managementfunctie en voor de ALQ 131 moet dit nog ontwikkeld worden. Wat betreft de Israëlische voornemens meende hij te weten dat Israël zeer binnenkort een contract zal sluiten met een andere leverancier dan Westinghouse. Overigens zal Israël niet het Rapport lll-systeem aanschaffen, maar wel wordt nauw samengewerkt met België ten aanzien van het z.g. engineering change proposal om interne inbouw mogelijk te maken in de Israëlische F-16's. Niet duidelijk is geworden hoe de Staatssecretaris het rijmt dat hij enerzijds zegt dat het onverantwoord is na 1982 zonder actieve ECM te opereren, terwijl duidelijk is dat pas in 1983 of 1984 een goed systeem ter beschikking komt. Dit is van belang omdat het terugslaat op het gewenste moment van bestelling van de apparatuur. Hoogst verbaasd was dit lid dat een bedrag van dollar genoemd was door de Amerikaanse luchtmacht voor de z.g. receiver processor voor PMS. De fabrikant ontkende tegenover dit lid ooit een prijs genoemd te hebben. Het system program office voorde F-16, in Dayton, Ohio, heeft het bedrag van dollar voor inbouw van de apparatuur in de Nederlandse toestellen een pertinente onwaarheid genoemd. Gegeven dit alles sloot het lid Van den Bergh zich aan bij de opmerkingen van de heer Couprie over het onvoldoende zijn van het voorliggende rapport en de bijkomende gegevens. De Staatssecretaris van Defensie zei in zijn antwoord zeker niet uit te sluiten dat aan het eind van de tachtiger jaren geavanceerdere systemen beschikbaar zullen komen die geheel ingebouwd kunnen worden. Dit neemt niet de noodzaak weg ook in de tachtiger jaren andere bruikbare systemen te hebben. De Regering heeft, wat de financiering van de investeringen betreft, bepaalde prioriteiten vastgesteld die maken dat aan de actieve ECM thans voorrang wordt verleend. De bewindsman achtte het niet zeer waarschijnlijk dat Noorwegen en Denemarken een keuze zullen maken voor een intern systeem. Noorwegen gebruikt de remparachute en heeft dus niet de daarvoor benodigde ruimte beschikbaar om een Rapport lll-systeem in te bouwen. Denemarken heeft de standaardconfiguratie, waarin de remparachute niet voorkomt. Op een tussenvraag van de heer Stemerdink (P.v.d.A.) antwoordde de Staatssecretaris dat de Nederlandse F-16's in de toekomst wel degelijk zullen blijven oefenen in Noorwegen, maar dan, anders dan de Noorse luchtmacht, geen gebruik zullen kunnen maken van de remparachute. Uit besprekingen in het Steering Committee van het F-16-consortium is wel gebleken dat de kans dat Noorwegen en Denemarken het Loral-systeem zullen nemen, uitzonderlijk klein is. Het is de Staatssecretaris bekend dat het power management system in de ALQ 131 nog in ontwikkeling is. Dit komt in 1981 gereed en het systeem is daarna gelijk aan Rapport III wat capaciteiten betreft. De heer Van den Bergh (P.v.d.A.) meende dat dit onjuist was. De directeur Materieel KLu deelde mee dat het Rapport lll-systeem pas in 1983 en later beschikbaar is voor installatie in de toestellen die er dan nog op gemodificeerd moeten worden. De ALQ 131 is door de modulaire opbouw aan te passen aan het beschikbaar komen van het power management system. In de tussentijd heeft men dan reeds gebruik kunnen maken van de beperktere maar niettemin reële mogelijkheden van de huidige ALQ 131, terwijl men voor het Rapport lll-systeem moet wachten tot het geheel gereed is. Tweede Kamer, zitting ,16400 hoofdstuk X, nr. 10 6

7 Op een tussenvraag van de heer Ploeg (V.V.D.), die meende dat het Rapport lll-systeem reeds in 1981 operationeel zou vliegen, deelde de directeur Materieel Klu mee dat in 1981 test gevlogen zal worden met het Rapport lllsysteem. Pas enige tijd daarna komt de produktie op gang. In deze vergelijking is het ALQ 131-systeem met power managementfunctie ook in 1981 beschikbaar, zij het dan wederom alleen voor tests. Wat betreft de prijsverschillen voor inbouw van het Rapport lll-systeem, merkte de bewindsman op dat het bedrag van dollar wel degelijk relevant is voor de Nederlandse luchtmacht omdat de reeds geleverde en zeker nog vele van de te leveren toestellen geen remparachutecompartiment of iets dergelijks zullen hebben voor de inbouw, zodat dus inbouw op andere wijze zou moeten geschieden. Latere toestellen zouden gebouwd kunnen worden als die voor de Belgische luchtmacht, met wel zo'n compartiment. Toch kost dat dan nog dollar per exemplaar. De heer Van den Bergh stelde hier tegenover vernomen te hebben dat inbouw eenvoudiger mogelijk was, terwijl ook de Amerikaanse luchtmacht de dan overtollig geworden ALR 69-apparatuur zou kunnen terugnemen. De Staatssecretaris achtte dit uiterst speculatieve gegevens, zeker waar het gaat over de eventuele bereidheid van de Amerikaanse luchtmacht om bij ons overtollig geworden apparatuur terug te nemen. Hij toonde zich verheugd dat vanuit de commissie belangstelling getoond was voor de industriële compensatieproblematiek; hij was ervan overtuigd dat dit in dit geval uiterst redelijk geregeld kan worden. Afsluitend zei hij te menen dat er operationeel en financieel voldoende redenen zijn om te kiezen voor het ALQ 131-systeem. Hierna besloot de vaste Commissie voor Defensie in overleg met de Staatssecretaris van Defensie, de heer Van Eekelen, dat de commissie op korte termijn nadere vragen aan de Regering zou voorleggen, welke zeer snel beantwoord zouden kunnen worden, waarna op 15 oktober 1980 wederom mondeling overleg zal volgen. 1 De Staatssecretaris zou ondertussen bewerkstelligen dat de beslissing niet vóór de aanvankelijk door hem genoerrv de datum van 15 oktober 1980 gefinaliseerd behoefde te worden. De voorzitter van de commissie, K. G. de Vries De griffier van de commissie, Hu bert 1 Inmiddels heeft de Staatssecretaris verzocht het mondeling overleg ui', te stellen tot 22 oktober 1980, omdat hij naar aanleiding van de gestelde vragen een synthese wil inzenden van alle beschikbare informatie ten aanzien van de te maken keuze, als aanvulling op het reeds ontvangen situatierapport Tweede Kamerzitting , hoofdstuk X, nr. 10 7

8 BIJLAGE I Ministerie van Defensie Aan de voorzitter van de vaste Commissie voor Defensie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage, 22 september 1980 Onderwerp: Actieve ECM-apparatuur F-16 In de memorie van toelichting op de Defensiebegroting voor 1981 wordt in het Hoofdstuk «Materieelplannen voor de Koninklijke luchtmacht» gesteld, dat naar verwachting vóór 1981 een contract zal worden afgesloten voor de verwerving van de zo noodzakelijke actieve elektronische beschermingsapparatuur (ECM) voor het eerste F-16 squadron. Het waarom en hoe van deze bestelling licht ik hierna nader toe. In de huidige situatie in het Centraaleuropese gebied is opereren met militaire vliegtuigen zonder goede ECM-apparatuur nauwelijks meer mogelijk. Zonder deze apparaten zouden de overlevingskansen uitermate gering zijn en de effectiviteit van de operaties zeer dubieus. Het zwaartepunt van de operaties van de Koninklijke luchtmacht zal in tijd van oorlog immers liggen op de uitvoering van gevechtsvluchten boven en in de onmiddellijke nabijheid van vijandelijk gebied. De luchtverdediging van de tegenstander zal in het operatiegebied bestaan uit moderne wapensystemen, die vooral op het gebied van de elektronische oorlogvoering voortdurend verbeteringen ondergaan. Ook is te verwachten dat deze systemen bij de Warschaupactstrijdkrachten steeds in aantal zullen toenemen. In die situatie zullen tactische zelfbeschermingsmaatregelen als bij voorbeeld ontwijkingsmanoeuvres, alsmede passieve elektronische afweermiddelen, onaanvaardbaar hoge verliezen door de vijandelijke luchtverdediging niet kunnen voorkomen. Daarom staat vast dat de F-16 vliegtuigen van de Koninklijke luchtmacht moeten worden uitgerust met een actief elektronisch zelfbeschermingssysteem. Alleen op die wijze kan de overlevingskans van vliegers en vliegtuigen op een aanvaardbaar peil worden gehouden, hetgeen op zich zelf ook weer een essentiële voorwaarde is voor het verzekeren van de doeltreffendheid van de gevechtsvluchten. De te kiezen actieve ECM-apparatuur zorgt ervoor dat de radars van de vijandelijke luchtverdediging langs elektromagnetische weg zodanig wordt gestoord of misleid dat een doeltreffende inzet van die systemen tegen onze vliegtuigen onmogelijk is of ernstig wordt belemmerd. De Koninklijke luchtmacht heeft de laatste tijd een aantal mogelijkheden op het terrein van de actieve ECM onderzocht en is nu op grond van operationele, technische en ^financiële overwegingen tot de conclusie gekomen dat de keuze van ECMapparatuur van het Amerikaanse type AN/ALQ 131 duidelijk de voorkeur verdient. Deze apparatuur is bovendien ook in gebruik bij de Amerikaanse luchtmacht, hetgeen aantrekkelijke standaardisatie-aspecten oplevert. Het gekozen systeem wordt in een gondel onder het vliegtuig meegevoerd en is - zoals dat heet - modulair opgebouwd, d.w.z. dat het uit een aantal afzonderlijke modules bestaat. Een voordeel hiervan is dat de groeimogelijkheden van het systeem maximaal zullen kunnen worden gebruikt; voorts kunnen wijzigingen in de modules op betrekkelijk eenvoudige en weinig kostbare wijze worden aangebracht en kan de logistieke ondersteuning doelmatig worden georganiseerd. Daarnaast is het systeem zodanig programmeerbaar, dat steeds de nieuwste gegevens over de vijandelijke radars tijdig kunnen worden verwerkt. Het is noodzakelijk de F-16 squadrons met het nieuwe actieve zelfbeschermingssysteem uit te rusten. Naar verwachting zal met dit programma in het totaal een bedrag in de orde van grootte van f 150 min. zijn gemoeid. De plannen voorzien in een gespreide invoering, waarbij telkens apparatuur voor één squadron zal worden aangeschaft. Deze spreiding is nodig op grond van financiële overwegingen. Voordeel van deze gespreide aanschaf- Tweede Kamer, zitting ,16400 hoofdstuk X, nr. 10 8

9 fing is dat steeds kan worden ingespeeld op de nieuwste tactische en technologische ontwikkelingen. Belangrijk nadeel is echter dat de apparatuur pas zal worden afgeleverd nadat het betreffende squadron al operationeel in dienst is gesteld. Om deze tussentijd zo klein mogelijk te houden moet de bestelling voor het eerste F-16 squadron, ten bedrage van circa f 33 min., vóór 1 oktober 1980 worden geplaatst. Hierbij kan dan nog worden aangesloten bij de zogenaamde «vijfde bestelling» van de Amerikaanse luchtmacht. Aflevering zal plaatsvinden vanaf Gezien het vorenstaande heb ik besloten nog vóór het eind van deze maand een eerste serie actieve ECM-systemen, bestemd voor het eerste F-16 squadron, te bestellen. De Staatssecretaris van Defensie, W. F. van Eekelen Tweede Kamerzitting ,16400 hoofdstuk X, nr. 10 9

10 BIJLAGEN LIJST VAN VRAGEN 1. Is het waar, dat in het algemeen luchtverdedigingssystemen bestaan uit a. door radar geleide en bestuurde projectielen; b. door radar bestuurde luchtafweerkanonnen; c. door vijandelijke vliegtuigen afgevuurde, door radar bestuurde of door warmtebronnen geleide projectielen en dat elektronische tegenmaatregelen dit verdedigingssysteem door middel van stoorsignalen zo moeten verwarren dat het ineffectief wordt? 2. Is het waar, dat elektronische tegenmaatregelen (ECM-systemen) bestaan uit a. een radarwaarschuwingssysteem; b. stoorzenders die proberen radar van een tegenpartij in verwarring te brengen; c. een systeem dat de resultaten van de signaalanalyse gebruikt om de stoorzenders op het juiste moment, voor de juiste tijdsduur en met het juiste stoorsignaal in te schakelen (Power Management System)? 3. Is het waar, dat de luchtmacht van de VS het z.g. ALR-46 radarwaar schuwingssysteem niet geschikt acht tegen radar van de WP-landen en dat de pogingen om dit systeem te moderniseren mislukt zijn m.n. om de ALR-46 geschikt te maken voor het zo belangrijke Power Management System dat de stoorzenders eveneens in staat stelt meerdere radars tegelijk te storen? 4. Is het waar dat de luchtmacht van de VS zich nog beraadt over het systeem dat aan het einde van de jaren '80 de functie van het Power Management System moet vervullen en dat daartoe op dit ogenblik verschillende studies worden verricht? 5. Is het waar, daat de Nederlandse luchtmacht op het punt staat de buiten het vliegtuig opgehangen ± 400 kg wegende ALQ-131-POD te bestellen terwijl de POD een zeer nadelige invloed heeft op de vliegeigenschappen (versnelling, actieradius, wendvermogen) in vergelijking met een intern aangebracht systeem, zoals een studie door de leverancier van de F-16 General Dynamics heeft aangetoond (1)? 6. Is het waar, dat de luchtmachten van België, Engeland en Israël dit systeem voor de F-16 hebben gekenschetst als ongeschikt, terwijl bovendien dit systeem de noodzakelijke PMS-functie niet zou vervullen? 7. Is het de Regering bekend dat er op dit ogenblik ook mogelijkheden zijn voor een geheel intern systeem met betrekking tot de in vraag 2 genoemde alle drie de functies en dat dit interne systeem tevens nauwelijks de vliegeigenschappen van de F-16 zou beïnvloeden en dat bovendien de luchtmacht van de VS werkt aan de ontwikkeling van een intern systeem voor het einde van de jaren '80? 8. Is het de Regering bekend, dat zowel de regering van de VS alsook de Amerikaanse Senaat opdracht hebben gegeven een bestaand intern systeem te bestuderen zoals blijkt uit: a. een opdracht aan de luchtmacht van de VS op 25 januari 1980 gegeven door Robert J. Hermann, staatssecretaris voor Defensie voor Research Development and Logistics, b. uit het recente rapport van het Armed Services Committee van de Senaat (2), c. uit het Conference rapport bij de «Department of Defence Authorisation Act 1980»? Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr

11 9. Moet daaruit niet de conclusie worden getrokken dat er in de VS grote twijfel bestaat over de aanschaf van een onvoldoende effectief systeem als de ALQ-131 en dat men er de voorkeur aan geeft voorlopig slechts op een beperkte schaal tot aanschaf van dit overigens ook zeer kostbare apparaat over te gaan? 10. Waarom is de Nederlandse Regering nog steeds van plan dit jaar nog over te gaan tot de aanschaf van de ALQ-131, terwijl andere landen dit systeem inmiddels als onvoldoende hebben gekarakteriseerd? 11. Waarom heeft de Nederlandse Regering tot nu toe geen of nauwelijks belangstelling getoond voor het initiatief in 1975 van de luchtmacht van België voor een studie over een systeem dat alle nodige functies (zie vraag 2) vervult dat geheel geïntegreerd is, inwendig geïnstalleerd, waardoor nauwelijks verslechtering van de vliegeigenschappen plaatsvindt, dat door België in de Mirage-5 werd geïnstalleerd en ook nu wordt aangebracht in de serie Belgische F-16 vliegtuigen? Is het waar, dat dit Belgische systeem in staat is grondradars te verwarren en «aanvallende» vliegtuigen van zich af te schudden? 12. Is het waar: a. dat het door de Belgen in samenwerking met een Amerikaanse fabriek ontwikkelde systeem is gedemonstreerd in de European Program Group; b. dat door de Belgen indertijd is voorgesteld, gezamenlijk een consortiumstudie uit te voeren naar een intern systeem; c. dat de Belgische luchtmacht de partners voortdurend op de hoogte heeft gehouden van de vooruitgang in dat onderzoek; d. dat ervan Nederlandse zijde nooit enige bilaterale belangstelling is getoond voor het Belgische initiatief; e. dat de Nederlandse Regering zich bij voortduring uitsluitend heeft laten leiden door geldende opvattingen binnen de luchtmacht van de VS, dat nu ook de Noorse en Deense partners in het F-16 consortium belangstelling tonen voor een ander dan het tot nu toe door de luchtmacht van de VS aanbevolen ontoereikende systeem? 13. Waarom heeft de Nederlandse Regering tot nu toe ook elke poging van de producenten van dit Belgisch-Amerikaanse systeem om zelfs maar tot een serieus gesprek te komen van de hand gewezen ondanks herhaalde pogingen daartoe? 14. Is het niet te meer een ernstig feit, daar aangenomen moet worden dat een kostenvergelijking tussen enerzijds de door de Nederlandse luchtmacht voorgenomen bestelling van niet geheel geschikte systemen en anderzijds het door de Belgische luchtmacht aangeschafte systeem tot de conclusie leidt dat tussen de beide systemen per stuk een prijsverschil bestaat van ± 1,1 min. (3)? 15. Is het dan juist te veronderstellen dat dit op basis van de door de Regering voorgenomen bestelling voor 213 F-16 vliegtuigen leidt tot een totale kostenbesparing van ± 235 min., terwijl de Regering de totale kosten voor de Nederlandse luchtmacht voor de aanschaf van ECM-systemen voor de F-16 heeft begroot opf 550 min.? 16. Is het niet wat onzorgvuldig in een tijd van noodzakelijk financiële besparingen dit kostenelement niet nadrukkelijk mee te overwegen, afgezien nog van mogelijke kwaliteitsverbeteringen? 17. Waarom heeft de Regering geen acht geslagen op de mogelijkheid dat de Nederlandse industrie zoals vergelijkenderwijze ook in België is gebeurd voor een bedrag van ± 150 min. mee zou kunnen profiteren door coproduktie, de mogelijkheid van installatie en later in de operationele fase van onderhoud? Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr. 10

12 18. Is de Regering niet van mening dat de aanschaf van een effectief radarstoorsysteem niet alleen van essentiële betekenis is voor het functioneren van de F-16maar ook van grote betekenis is voorde vliegveiligheid van de F-16 vliegers? 19. Is de Regering bereid, de Kamer toe te zeggen dat zij haar voorgenomen beslissing over de aanschaf van het ALQ-131 systeem wil opschorten en de Kamer een vergelijkende nota voorleggen met betrekking tot de beide mogelijk aan te schaffen opties, waarin aandacht wordt besteed aan: a. technische voor- en nadelen van de tot het ECM-systeem behorende radarwaarschuwing, de stoorzenders en het systeem dat de vlieger in staat moet stellen meerdere radars tegelijk op de juiste frequentie met de juiste tijdsduur en het juiste signaal te storen; b. een kostenvergelijking van de mogelijke systemen; c. de mogelijkheden voor de Nederlandse industrie voor coproduktie en installatie? 20. Is de Regering bereid het initiatief te nemen tot het bespreken in beginsel van een gemeenschappelijke aanschaf door de partners in het F-16 consortium, waartoe ook België behoort en anderen, ten einde op deze wijze verdere kostenbesparingen te kunnen bewerkstelligen? Toelichting (1) Difference in F-16 performance with internal ECM system and external ALQ-131 POD (Air Superiority Mission, compared with F-16 baseline performance) external POD Internal Systems ALQ-131 Maximum Radius. loss of 19,3% 6,7% Combat Performance: Turning rate at 0.9 Mach/30 kft loss of 5,5% 2.4% Turning rate at 1.2 Mach/30 kft loss of 5,5% 1,7% Accelaration time f rom 0.9 Mach increases to 1.6 Mach by 26,4% 3,4% (Bron: General Dynamics) (2) Zie Report (to accompany H.R. 6974) on authorizing appropriation for fiscalyear 1981 etc. Together with additional views Committee on Armed Service United States Senate. June20,1980. (3) Een globale kostenvergelijking ziet er als volgt uit (per vliegtuig): ALR-69 $ ALQ-131 $ Het nog niet bestaande power management systeem S Totaal $ Belgisch/Amerikaans systeem (passief, actief en power management) $ Gemiddelde inbouwprijs (Gen. Dynamics) $ Totaal $ De besparing per vliegtuig is dus ongeveer $ Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr

13 BIJLAGE III Aan de Voorzitter van de vaste Commissie voor Defensie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage, 7 oktober 1980 Onderwerp: Toezending van antwoorden op de schriftelijke vragen over actieve ECM-apparatuur voorde F-16 Hierbij bied ik u en de leden van uw commissie aan een exemplaar van de beantwoording van de vragen over de actieve ECM-apparatuur voor de F-16, gesteld ter voorbereiding van het mondeling overleg over deze aangelegenheid op woensdagochtend 8 oktober om uur. De Staatssecretaris van Defensie, W. F. van Eekelen Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr

14 ANTWOORDEN OP DE SCHRIFTELIJKE VRAGEN 1. Ja, met dien verstande dat door warmtebronnen geleide projectielen door afleidende warmtebronnen (infrarode fakkels, waarmee ook de F-16 is uitgerust) worden misleid. 2. Elektronische tegenmaatregelen (ECM-systemen) kunnen geheel of gedeeltelijk bestaan uit: a. een radar-waarschuwingssysteem; b. een installatie waarmee radar-reflecterend materiaal kan worden uitgestoten met het doel vijandelijke radars te storen; c. stoorzenders die de effectiviteit van de vijandelijke radars degraderen. Bij opdrachten boven vijandelijk gebied met een sterke luchtverdediging bestaat behoefte aan alle bovengenoemde elementen. De stoorzenders kunnen zijn voorzien van een zogenaamd Power Management-systeem (PMS), een systeem dat automatisch de signalen van de vijandelijke radars (de dreiging) analyseert en dan de volgorde en de vorm bepaalt van de stoorsignalen waarmee de stoorzenders moeten reageren. Bij een grote dichtheid van vijandelijke radars kan een PMS een belangrijk hulpmiddel zijn om de doeltreffendheid van het stoorsysteem te verbeteren. 3. In opdracht van de luchtmacht van de Verenigde Staten zijn aan de radar-waarschuwingsontvanger van het type ALR-46 verbeteringen aangebracht, uitmondend in een nieuwe versie, de ALR-69; deze is in alle F-16's van de Consortiumlanden ingebouwd, behalve in die van België. De PMSfunctie, die de schakel vormt tussen de passieve radar-waarschuwingsontvanger en de actieve stoorzender zal bij de Nederlandse F-16's worden geïntegreerd in de stoorzender van het type ALQ-131, evenals zulks in de Verenigde Staten geschiedt. 4. Ja. De Amerikaanse luchtmacht zal Power Management gaan toepassen vooronder andere de ALQ-131, een modulair opgebouwd ECM-systeem, waarvoor inbouw achteraf van PMS is voorzien. Vliegbeproeving van de ALQ-131, voorzien van PMS, door de Amerikaanse luchtmacht begint in februari Na het beëindigen van het testen van de prototypen wil de Amerikaanse luchtmacht in februari 1982 de produktiebeslissing nemen, waarna dit PMS-systeem voor de ALQ-131 vanaf 1983 uit serieproduktie leverbaar is. 5. De ALQ-131 ECM-pod (gondel), waarvan de Nederlandse luchtmacht voornemens is binnenkort een eerste serie aan te schaffen, weegt ongeveer 270 kg. De negatieve invloed van de externe pod op de vliegprestaties is op de bij de Koninklijke luchtmacht uit te voeren operaties procentueel gering en komt niet overeen met de cijfers, gegeven in de toelichting bij de vragen. Tegenover dit kleine nadeel staan echter belangrijke voordelen, die doorslaggevend worden geacht, zoals zal blijken uit de beantwoording van de volgende vragen. 6. Nee. De Belgische luchtmacht heeft het ALQ-131-systeem niet als ongeschikt gekenschetst. België heeft echter al in 1975 een voorbehoud gemaakt met betrekking tot de ECM-uitrusting van Belgische F-16-vliegtuigen, omdat België eerst wilde onderzoeken of het kort daarvoor aangeschafte interne ECM-systeem van de Belgische Mirage-5 geschikt zou zijn om ook in de F-16 te worden ingebouwd. Dit zogenaamde Rapport ll-systeem werd voor de Belgische Mirage-5 ontwikkeld door de Amerikaanse firma Loral. De produktie vindt gedeeltelijk in België plaats. Voor de Belgische F-16 is een gewijzigde versie, de Rapport III, in ontwikkeling, die onder meer een PMS zal omvatten. Nationale overwegingen hebben bij België kennelijk zwaarder gewogen dan de standaardisatie in Consortiumverband. Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr

15 Van Engeland en Israël is slechts bekend dat zij de voorkeur geven aan in eigen land ontwikkelde systemen. 7. Op dit ogenblik is geen systeem beschikbaar dat geheel zowel in de eenpersoons F-16A als in de F-16B-tweezitter kan worden ingebouwd. Dat is voor de Nederlandse luchtmacht een onoverkomelijk bezwaar. Bij de Nederlandse luchtmacht is immers aan de F-16Been zelfde operationele taak toegekend als aan de F-16A. Bij de Belgische luchtmacht echter vliegt alleen de F-16A in een operationele rol, de F-16B niet, zodat dit probleem daar anders ligt. Wel zal bij de Belgische F-16A ook nog ten gevolge van ruimtegebrek een deel van de stoorzender van het Rapport lll-systeem in een apart, nog aan te brengen compartiment moeten worden geplaatst, hetgeen uiteraard ook kostenverhogend werkt. Het is bekend dat de Amerikaanse luchtmacht werkt aan een systeem voor het eind van de jaren tachtig. De ontwikkeling van ECM-systemen gaat ten gevolge van de steeds veranderende dreiging voortdurend verder. Zo wordt thans in de Verenigde Staten reeds gewerkt aan de ontwikkeling van de opvolger van de ALQ-131, namelijk de ALQ-165, ook bekend onder de naam «Advanced Self Protection Jammer» (ASPJ). Dit systeem is in eerste instantie intern, maar het is waarschijnlijk dat ook een pod-versie wordt ontwikkeld, met name omdat dit systeem toegepast moet kunnen worden bij meerdere typen vliegtuigen, waaronder ook typen die geen ruimte hebben voor een intern actief ECM-systeem. De luchtmacht van de Verenigde Staten zal de ALQ-131 echter in gebruik blijven houden voorde F-16, F-4, A-10 etc, ook na de eventuele invoering van ASPJ. Dientengevolge zal het ALQ-131-systeem, indien de dreiging hiertoe aanleiding geeft, ook in de toekomst hieraan aangepast blijven. 8. Ja. Deze studie is inmiddels afgesloten met als resultaat dat het huidige Rapport lll-systeem niet door de Amerikaanse luchtmacht in enig vliegtuigtype zal worden ingebouwd. 9. Neen. Van het ALQ-131-systeem, dat niet duurder is dan vergelijkbare andere systemen, heeft de Amerikaanse luchtmacht momenteel 288 exemplaren in bestelling en heeft zij een optie op nog ruim 800 stuks. Gefaseerde aanschaf behoort tot het gebruikelijke aankoopbeleid van de Amerikaanse luchtmacht. 10. Gelet op de dreiging die vijandelijke luchtverdedigingssystemen nu en in de toekomst zullen uitoefenen, is het noodzakelijk dat de Nederlandse F-16's zodra zij operationeel worden ingezet, beschikken over actieve elektronische zelfbeschermingsmiddelen. Gezien het tijdstip, waarop het eerste Nederlandse F-16-squadron de operationele status bereikt, dient dit squadron in de loop van 1982 met deze apparatuur te zijn uitgerust. Evaluatie van systemen die zowel voorde F-16A als de F-16B in aanmerking komen, heeft het ALQ-131-systeem als de beste oplossing aangewezen. Om in 1982 over de systemen voor het eerste F-16-squadron te kunnen beschikken, is het noodzakelijk nu aan te sluiten bij de vijfde Amerikaanse bestelling voor dit type. De bewerking zoals in het tweede deel van de vraag gesteld, wordt niet door feiten gestaafd, zoals ook al bleek uit de antwoorden op de vragen 6 en Het door België gelanceerde voorstel om de mogelijkheid te bestuderen de F-16's van de Consortiumlanden uit te rusten met een intern systeem, is zorgvuldig bestudeerd. In het Consortium stond België echter geheel alleen. De Nederlandse houding werd gebaseerd op de belangrijke voordelen die aan het externe actieve ECM-systeem zijn verbonden: a. Zowel de F-16A als de F-16B kunnen met een volledig en identiek ECMsysteem worden uitgerust. Tweede Kamer, zitting , hoofdstuk X, nr

16 b. Aanschaf van een actief ECM-systeem kan voor de vliegtuigen die ter compensatie van vredesverliezen worden gekocht, grotendeels achterwege blijven. c. Bij een intern systeem moet het stoorzendersysteem voor ieder vliegtuig worden aangeschaft; bij een extern systeem bestaat de mogelijkheid de aanschafte beperken tot een gedeelte van het aantal ingedeelde vliegtuigen per squadron. Voorzien is momenteel een aanschaf voor 70 % van dit aantal vliegtuigen (zie verder antwoord op vraag 15). d. Indien het door de snelle ontwikkeling van de ECM-technologie noodzakelijk mocht zijn om tijdens de gebruiksduur van de F-16 een moderner of uitgebreider stoorzendersysteem aan te schaffen, dan wel dit systeem te wijzigen, dan is dit met een extern systeem eenvoudiger te verwezenlijken dan met een intern systeem. e. Omdat in vredestijd veelal zonder pod wordt geoefend, vereenvoudigt dit het onderhoud aanmerkelijk. Voorts zullen de pods veelal centraal kunnen worden opgeslagen, hetgeen de voor deze apparatuur vereiste zeer scherpe bewaking vergemakkelijkt. f. Door de standaardconfiguratie te kiezen wordt de «commonality» (eenvormigheid) met de Amerikaanse luchtmacht gediend, hetgeen zowel technisch als financieel en operationeel grote voordelen biedt. Wat betreft de laatste vraag kan worden gesteld, dat ieder type operationeel ECM-systeem deze eigenschappen dient te bezitten. 12. a. Ja, met dien verstande dat het hier een Rapport H-systeem inde Belgische Mirage-5 betrof. b. Ja. In het antwoord op vraag 11 werd al gesteld dat de andere Consortiumlanden hiertoe niet bereid waren. c. Ja. d. Er is van Nederlandse zijde tot op het hoogste niveau belangstelling getoond. e. Neen, zie het antwoord op vraag 11. De Deense en Noorse partners in het F-16-Consortium hebben nog geen beslissing genomen over de actieve ECM voor hun F-16 vliegtuigen. 13. Vertegenwoordigers van de fabrikant van het Rapport-systeem, de Amerikaanse firma Loral, hebben in het verleden meermalen gesproken met functionarissen van de Nederlandse luchtmacht. Zij hebben voor genoemde functionarissen tevens een briefing verzorgd. 14. De globale kostenvergelijking in de «toelichting» gevoegd bij de vragen is onjuist. Een kostenraming gebaseerd op gegevens verkregen van de Amerikaanse luchtmacht is bijgevoegd. Uit deze kostenraming blijkt dat de kosten per Rapport lll-systeem inclusief inbouw $ bedragen. De kosten voor de ALQ-131 inclusief PMS-systeem alsmede de ALR-69 bedragen $ Bij de bepaling van de systeemprijs van het Rapport lll-systeem voor de Koninklijke luchtmacht is nog geen rekening gehouden met het kapitaalverlies, veroorzaakt door het dan overbodig worden van de al aangeschafte ALR-69 radar-waarschuwingsontvangers. 15. Uit het voorgaande blijkt dat er bij de aanschaf van het Rapport lll-systeem geen sprake zou zijn van een kostenbesparing. Met het oog op de voorgenomen aanschaf van 213 F-16 vliegtuigen bestaat voorts een wezenlijk verschil tussen aantallen benodigde externe respectievelijk interne systemen. In het geval van het losse externe systeem («pod») kan aanschaf van systemen voor die vliegtuigen die dienen ter compensatie van vredesverliezen grotendeels achterwege blijven (de vliegtuigen vliegen in vredestijd slechts zelden met de «pod»); bovendien behoeven slechts voor 70% van de sterkte van 9 F-16 squadrons ECM-pods te worden aangeschaft (114 stuks). Tweede Kamer, zitting ,16400 hoofdstuk X, nr

17 Het interne systeem vergt echter 100% aanschaf (213 stuks). Het behoeft geen verder betoog dat aanschaf van het Rapport lll-systeem om deze redenen een veel grotere financiële inspanning zou vergen dan de aanschaf van de externe ALQ-131 pod (respectievelijk 213 x $ = $ tegen 114 x $ = $ , een verschil derhalve van ruim$ 115 min. ten gunste van de ALQ-131). 16. Uit het gestelde in de antwoorden 14 en 15 zal duidelijk zijn, dat uitermate zorgvuldig rekening is gehouden met de financiële aspecten. 17. In beide gevallen bestaan mogelijkheden tot industriële samenwerking. 18. Ja, met dien verstande dat een doeltreffend stoorsysteem van wezenlijke betekenis is voor de overlevingskansen in oorlogstijd, en niet voor de vliegveiligheid. 19. Op grond van het voorgaande en gelet op de operationele noodzaak zijn er geen termen aanwezig de aanschaf van de eerste serie ALQ-131-systeem op te schorten. 20. Gezien het voorgaande wordt de Nederlandse keus als de enig juiste beschouwd; verder uitstel zal niet leiden tot kostenbesparingen. Verder overleg met de partners in het F-16 Consortium wordt gevoerd in het F-16 Steering Committee waarin voortdurend wordt gestreefd naar een gemeenschappelijke configuratie voorde F-16. Toelichting bij de antwoorden op de vragen Kostenraming ALQ-131 versus Rapport III (prijspeil oktober 1980) 1. Kosten ALQ-131+ALR-69 ALQ-131 pod $ Receiver processor voor PMS $ ALR-69 (voor 102 F-16's al gekocht, zit in F-16NTE-prijs) 111/213 x = $ $ Kosten Rapport III Rapport lll-systeem $ Inbouwkosten per F-16A (opgave USAF) $ (deze prijs heeft betrekking op inbouw tijdens de produktie) Ontwikkelingskosten $ $ Bij de berekening is de prijs van de ALR-69 (in 1977 besteld voor 5 F-16 squadrons a $ ) herleid tot 1980-prijzen. Tweede Kamer, zitting ,16400 hoofdstuk X, nr

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1994 1995 23 900 X Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 1995 Nr. 86 BRIEF VAN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1984-1985 Rijksbegroting voor het jaar 1985 18600 Hoofdstuk X Ministerie van Defensie Nr. 56 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 13 419 Eurocontrol Nr. 16 VERSLAG VAN EEN MONDELING OVERLEG Vastgesteld 6 februari 1980 De vaste Commissie voor Verkeer en Waterstaat' heeft op 28 november

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1977-1978 Rijksbegroting voor het jaar 1978 14800 Hoofdstuk X Departement van Defensie Hoofdstuk XIII Departement van Economische Zaken Nr.25 LIJST VAN ANTWOORDEN

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1985-1986 18623 Verslagen van de Commissie voor de Verzoekschriften Nr. 314 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN WELZIJN, VOLKSGEZONDHEID EN CULTUUR Aan de

Nadere informatie

Straaljagers en politici; geen gelukkige combinatie. Hans Heerkens Faculteit Management & Bestuur

Straaljagers en politici; geen gelukkige combinatie. Hans Heerkens Faculteit Management & Bestuur Straaljagers en politici; geen gelukkige combinatie Hans Heerkens Faculteit Management & Bestuur Wat gaan we doen? De opvolging van de F-16 De kandidaten De JSF Is de JSF de beste keuze? Conclusies Ik

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1988-1989 Rijksbegroting voor het jaar 1989 20 800 Hoofdstuk X Ministerie van Defensie Nr. 69 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter

Nadere informatie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Ministerie van Defensie Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl

Nadere informatie

2015D08919 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2015D08919 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2015D08919 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Financiën heeft op 11 maart 2015 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 257 Wijziging van het Burgerlijk Wetboek, het Wetboek van Strafvordering en het Wetboek van Strafrecht teneinde de vergoeding van affectieschade

Nadere informatie

Reglement van het Verantwoordingsorgaan

Reglement van het Verantwoordingsorgaan Reglement van het Verantwoordingsorgaan Per 3 december 2014 Inhoudsopgave Hoofdstuk I Algemene bepalingen 3 Artikel 1 Begripsbepalingen 3 Artikel 2 Voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 4 Artikel 3

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 451 Wijziging van de Wet op de rechterlijke indeling, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten in verband met de vorming

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 16 154 Bouw van een haven in de westelijke Sahara Nr. 1 1 Samenstelling: Portheine (VVD), Mommersteeg (CDA), Van Thijn (PvdA), Van Rossum (SGP). Wolff

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2002 2003 28 681 Wijziging van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in verband met versnelde invoering toets nieuwe opleiding Nr.

Nadere informatie

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen

Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk. Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Burgerlijk Wetboek boek 7 titel 12. Aanneming van werk Afdeling 1. Aanneming van werk in het algemeen Artikel 750 1. Aanneming van werk is de overeenkomst waarbij de ene partij, de aannemer, zich jegens

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Aan: De vakorganisaties ABVA/KABO en CFO Dienstleiding Belastingdienst Bijlagen: 1. hoorverslag AAC/00.00102 22 september 2000 2. arbitrageverzoek AAC.71 Onderwerp:

Nadere informatie

Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110

Rapport. Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 Rapport Datum: 24 april 2001 Rapportnummer: 2001/110 2 Klacht Verzoeker, een Afghaanse asielzoeker, klaagt over de lange duur van de behandeling door de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie

Nadere informatie

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237

Rapport. Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 Rapport Datum: 8 augustus 2001 Rapportnummer: 2001/237 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat Cadans Uitvoeringsinstelling BV te Rijswijk op 22 december 2000 nog steeds niet had beslist op zijn aanvraag

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2013 2014 34 010 Wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, de Wet op de expertisecentra, de Wet medezeggenschap op scholen en de Wet voortgezet onderwijs

Nadere informatie

Rapport. Datum: 25 november 2003 Rapportnummer: 2003/435

Rapport. Datum: 25 november 2003 Rapportnummer: 2003/435 Rapport Datum: 25 november 2003 Rapportnummer: 2003/435 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat het Centraal Administratie Kantoor Bijzondere Ziektekosten b.v. te Den Haag haar na beëindiging van de thuiszorg

Nadere informatie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Ministerie van Defensie Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl

Nadere informatie

Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203

Rapport. Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 Rapport Datum: 2 juni 1998 Rapportnummer: 1998/203 2 Klacht Op 16 september 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer en mevrouw B. te Ter Apel, met een klacht over een gedraging

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN TRAININGEN

ALGEMENE VOORWAARDEN TRAININGEN ALGEMENE VOORWAARDEN TRAININGEN 1 Algemene voorwaarden Trainingen Artikel 1 Algemeen 1.1 In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder: a - Studio Zuidas BV: Het management, medewerkers en freelance

Nadere informatie

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Directie Sociale Verzekeringen Nr. SV/F&W/05/89716 s -Gravenhage, 11 november 2005 Nader rapport inzake het voorstel van wet tot wijziging van de Werkloosheidswet

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2003.1733 (052.03) ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 27 830 Materieelprojecten Nr. 84 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 5 oktober

Nadere informatie

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG 2016D22881 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG De vaste commissie voor Financiën heeft op 2 juni 2016 een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Financiën over zijn brief

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2004 2005 29 449 Nederlandse corporate governance code (Tabaksblat code) A Herdruk VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG Vastgesteld 24 november 2004 In de

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE TELECOMMUNICATIEDIENSTEN per 2 mei 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 -------------------------------------------

A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 ------------------------------------------- A D V I E S Nr. 1.952 ------------------------------- Zitting van dinsdag 14 juli 2015 ------------------------------------------- Elektronische ecocheques Follow-up en monitoring Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Datum Betreft F-35 programma en Nederlandse testtoestellen

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Datum Betreft F-35 programma en Nederlandse testtoestellen > Retouradres Postbus 20701 2500 ES Den Haag de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Plein 4 MPC 58 B Postbus 20701 2500 ES Den Haag www.defensie.nl Betreft F-35

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN AGILE MARKETING AGENCY. 1. Definities/begripsbepalingen. Agile Marketing Agency: Agile Marketing Agency B.V.,

ALGEMENE VOORWAARDEN AGILE MARKETING AGENCY. 1. Definities/begripsbepalingen. Agile Marketing Agency: Agile Marketing Agency B.V., ALGEMENE VOORWAARDEN AGILE MARKETING AGENCY 1. Definities/begripsbepalingen Agile Marketing Agency: Agile Marketing Agency B.V., Klant: Elk natuurlijk of rechtspersoon aan wie Agile Marketing Agency een

Nadere informatie

Condições. Invantive Estate. Condition Description Associate Indicator. Bedrijf Inkoop Algemene inkoopvoorwaarden bedrijf bubs_can_be_coupled_to_buy

Condições. Invantive Estate. Condition Description Associate Indicator. Bedrijf Inkoop Algemene inkoopvoorwaarden bedrijf bubs_can_be_coupled_to_buy Bedrijf Inkoop Algemene inkoopvoorwaarden bedrijf bubs_can_be_coupled_to_buy Page 1 / 11 Bedrijf Verkoop Algemene verkoopvoorwaarden bedrijf bubs_can_be_coupled_to_sell Page 2 / 11 Consument Inkoop Algemene

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN Stichting SHL-Holding en rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert

ALGEMENE VOORWAARDEN Stichting SHL-Holding en rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert ALGEMENE VOORWAARDEN Stichting SHL-Holding en rechtspersonen waarover de stichting het bestuur voert B. BIJZONDERE VOORWAARDEN Ondersteuning De in deze Bijzondere Voorwaarden Ondersteuning - hierna: bijzondere

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2010 2011 32 576 Wijziging van de Advocatenwet, de Wet op de rechterlijke organisatie en enige andere wetten ter versterking van de cassatierechtspraak (versterking

Nadere informatie

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen

Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen Bedrijfscommissiekamer voor de Overheid voor Lagere Publiekrechtelijke Lichamen ADVIES Rolnummer: LPL 98.039 DE BEDRIJFSCOMMISSIEKAMER VOOR DE OVERHEID VOOR LAGERE PUBLIEKRECHTELIJKE LICHAMEN, ADVISERENDE

Nadere informatie

Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121

Rapport. Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 Rapport Datum: 15 april 2005 Rapportnummer: 2005/121 2 Klacht Verzoeker klaagt erover dat de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: - bij de afhandeling van zijn klacht van 18 november 2002

Nadere informatie

Advies en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De voorzitter van het overleg met de Bijzondere Commissie Burgerpersoneel Defensie (BCBPDEF); De centrales van overheidspersoneel toegelaten tot de BCBPDEF.

Nadere informatie

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer;

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer; COMMISSIE VOOR DE BESCHERMING VAN DE PERSOONLIJKE LEVENSSFEER ADVIES Nr 29 / 95 van 27 oktober 1995 ------------------------------------------- O. ref. : 10 / A / 95 / 029 BETREFT : Ontwerp van koninklijk

Nadere informatie

Deze PowerPoint is bedoeld voor het onderwijs. Alle informatie in deze Powerpoint, in welke vorm dan ook (teksten, afbeeldingen, animaties,

Deze PowerPoint is bedoeld voor het onderwijs. Alle informatie in deze Powerpoint, in welke vorm dan ook (teksten, afbeeldingen, animaties, Deze PowerPoint is bedoeld voor het onderwijs. Alle informatie in deze Powerpoint, in welke vorm dan ook (teksten, afbeeldingen, animaties, geluidsfragmenten e.d.) is eigendom van ThiemeMeulenhoff, tenzij

Nadere informatie

Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool "De Quint" te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR)

Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool De Quint te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad (MR) Uitspraaknr. G416 Datum: 17 november 1993 Soort geschil: Interpretatiegeschil Partijen: De medezeggenschapsraad van de openbare basisschool "De Quint" te Alkmaar, nader aan te duiden als medezeggenschapsraad

Nadere informatie

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJKDERNEDER LAN DEN. JAARGANG 1951 No. 4 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken

TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJKDERNEDER LAN DEN. JAARGANG 1951 No. 4 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken 3 (1950) No. 1 TRACTATENBLAD VAN HET KONINKRIJKDERNEDER LAN DEN JAARGANG 1951 No. 4 Overgelegd aan de Staten-Generaal door de Minister van Buitenlandse Zaken A. TITEL UNIEZAKEN Memorandum houdende een

Nadere informatie

Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant

Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant Reglement Cliëntenraad Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant 1 oktober 2011 Reglement Cliëntenraad van Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant Stichting Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant stelt conform

Nadere informatie

Een mondelinge dan wel schriftelijk overeenkomst tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer betreffende therapie of coaching van de opdrachtgever

Een mondelinge dan wel schriftelijk overeenkomst tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer betreffende therapie of coaching van de opdrachtgever Algemene voorwaarden Artikel 1. Definities In deze algemene voorwaarden wordt verstaan onder Opdrachtnemer: Pit-begeleiding Opdrachtgever: Cliënt Behandelovereenkomst: Een mondelinge dan wel schriftelijk

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2012 352 Besluit van 17 juli 2012 tot vaststelling van de procedure voor verlenging van vergunningen als bedoeld in artikel 20.2 van de Telecommunicatiewet

Nadere informatie

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag

de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Postbus 20701 2500 ES Den Haag Telefoon (070) 318 81 88 Fax (070) 318 78 88 Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Plein 2 2511 CR Den Haag Afschrift aan de Voorzitter van de Eerste

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 26 488 Behoeftestelling vervanging F-16 Nr. 221 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 33 403 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Overige fiscale maatregelen 2013) Nr. 12 TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING Ontvangen

Nadere informatie

College voor geschillen medezeggenschap defensie

College voor geschillen medezeggenschap defensie ADVIES Dossiernr: Advies van het College voor geschillen medezeggenschap defensie aan de Bevelhebber der Zeestrijdkrachten naar aanleiding van een verzoek om advies inzake een tussen: de Commandant Maritieme

Nadere informatie

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol

P5_TA(2002)0269. Toekomstige ontwikkeling van Europol P5_TA(2002)0269 Toekomstige ontwikkeling van Europol Aanbeveling van het Europees Parlement aan de Raad over de toekomstige ontwikkeling van Europol en zijn volledige opneming in het institutioneel bestel

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1987-1988 Rijksbegroting voor het jaar 1988 20 200 Hoofdstuk X Ministerie van Defensie Nr. 34 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE Aan de Voorzitter

Nadere informatie

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87)

Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) Bijlage behorende bij Eilandsverordering vaststelling diverse ontwerp-landsverordeningen land Curaçao (A.B. 2010 no. 87) ---------------------------------------------------------------- LANDSVERORDENING

Nadere informatie

artikel 40, eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995 en artikel 36 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht

artikel 40, eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995 en artikel 36 van de gemeenschappelijke regeling RUD Utrecht Archiefverordening RUD Utrecht 2014 Het algemeen bestuur van de RUD Utrecht gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van RUD Utrecht Gelet op: artikel 40, eerste en tweede lid van de Archiefwet 1995

Nadere informatie

Advies Nr. 52. Functie: Trainer/instructeur

Advies Nr. 52. Functie: Trainer/instructeur Advies Nr. 52 Functie: Trainer/instructeur In haar vergadering van 18 februari 1999 heeft de bezwarencommissie functiewaardering politie het bezwaar behandeld van de heer H tegen de waardering van de organieke

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1989-1990 21 300 V Vaststelling van de begroting van de uitgaven en van de ontvangsten van hoofdstuk V (Ministerie van Buitenlandse Zaken) voor het jaar

Nadere informatie

Beheer. Schriftelijke vastlegging van de opdracht. Bevoegdheid tot indienen van bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen.

Beheer. Schriftelijke vastlegging van de opdracht. Bevoegdheid tot indienen van bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen. Beheer. Schriftelijke vastlegging van de opdracht. Bevoegdheid tot indienen van bezwaarschriften tegen WOZ-beschikkingen. Beklaagde heeft eerst voor klagers vader en later voor klager zelf het beheer over

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 415 (R1915) Bepalingen omtrent de verlening van visa voor de toegang tot de landen van het Koninkrijk (Rijksvisumwet) Nr. 2 VOORSTEL VAN RIJKSWET

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 1997 1998 25 813 (R 1604) Wijziging van de Rijkswet geweldgebruik krijgsmacht in de uitoefening van de bewakingsen beveiligingstaak Nr. 5 NOTA NAAR AANLEIDING

Nadere informatie

Algemene verkoop-, leverings- en betalingsvoorwaarden van Winner Business Software Europe B.V., gevestigd te Apeldoorn

Algemene verkoop-, leverings- en betalingsvoorwaarden van Winner Business Software Europe B.V., gevestigd te Apeldoorn Algemene verkoop-, leverings- en betalingsvoorwaarden van Winner Business Software Europe B.V., gevestigd te Apeldoorn Artikel 1 Toepasselijkheid Deze voorwaarden zijn van toepassing op alle overeenkomsten

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Zitting 1979-1980 16 034 (R 1138) Verklaring dat er grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet van de bepalingen inzake het koningschap

Nadere informatie

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET VERANTWOORDINGSORGAAN

HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET VERANTWOORDINGSORGAAN HUISHOUDELIJK REGLEMENT VAN HET VERANTWOORDINGSORGAAN STICHTING BEDRIJFSTAKPENSIOENFONDS VOOR DE DRANKINDUSTRIE mei 2009 B EGRIPSBEPALINGEN Artikel 1 Definities Dit reglement verstaat onder: fonds: bestuur:

Nadere informatie

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148

Rapport. Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 Rapport Datum: 11 april 2000 Rapportnummer: 2000/148 2 Klacht Op 1 februari 1999 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van de heer Y. te Zwolle, ingediend door de Stichting Rechtsbijstand Asiel

Nadere informatie

Uitspraak van de Huurcommissie

Uitspraak van de Huurcommissie Uitspraak van de Huurcommissie Verzoek Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv) Verzonden op 31 augustus 2015 Woonruimte Huurwoningen complexen XXXXXXX Hierna te noemen: het Complex Verzoeker Naam:

Nadere informatie

R e g i s t r a t i e k a m e r. Landelijk instituut sociale verzekeringen. 28 februari 2001 mw. drs. N.M. van Seumeren

R e g i s t r a t i e k a m e r. Landelijk instituut sociale verzekeringen. 28 februari 2001 mw. drs. N.M. van Seumeren R e g i s t r a t i e k a m e r Landelijk instituut sociale verzekeringen 28 februari 2001 mw. drs. N.M. van Seumeren070-3811300..'s-Gravenhage, 23 mei 2001.. Onderwerp uitvoering wet Rea Bij brief van

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Vergaderjaar 1985-1986 16431 Zeescheepsnieuwbouw Nr. 16 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal 's-gravenhage,

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE DEFENSIE GENEESKUNDIGE ZORG Per 1 januari 2016 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken;

Nadere informatie

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192

Rapport. Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192 Rapport Datum: 7 juli 2005 Rapportnummer: 2005/192 2 Klacht Verzoekster klaagt erover dat de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie haar klacht van 16 april 2004 over de lange duur van de behandeling

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal Zitting 1981-1982 17 333 Voorstel van Wet van het lid Wilbers tot wijziging van de Omroepwet inzake de verdeelsleutel voor de verdeling van de zendtijd onder de omroeporganisaties

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken.

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. Voor zover voor de beoordeling van de klacht van belang, is het navolgende gebleken. RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 2005.2662 (068.05) ingediend door: hierna te noemen 'klagers', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht

Nadere informatie

Personele gevolgen De voorgenomen reorganisatie brengt een wijziging in de

Personele gevolgen De voorgenomen reorganisatie brengt een wijziging in de ADVIESCOMMISSIE MELDING VOORGENOMEN REORGANISATIE Advies 2010/06 Aan: De leden van de CGOP, d.t.v. CAOP t.a.v. mw. drs. C.L.D. van Agten Postbus 556 2501 CN Den Haag 1/5 Ter behandeling in het overleg

Nadere informatie

1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere offerte, de website en de overeenkomst tussen Snelontruiming.nl, en u de opdrachtgever.

1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere offerte, de website en de overeenkomst tussen Snelontruiming.nl, en u de opdrachtgever. Algemene voorwaarden Snelontruiming.nl 1. Deze voorwaarden zijn van toepassing op iedere offerte, de website en de overeenkomst tussen Snelontruiming.nl, en u de opdrachtgever. 2. Alle offertes en aanbiedingen

Nadere informatie

ANONIEM Bindend advies

ANONIEM Bindend advies ANONIEM Bindend advies Partijen : A te B vs C te D Zaak : Hulpmiddelenzorg, wijziging prothesemaker Zaaknummer : ANO07.369 Zittingsdatum : 21 november 2007 1/6 BINDEND ADVIES Zaak: ANO07.369 (Hulpmiddelenzorg,

Nadere informatie

ALGEMENE VOORWAARDEN KKamsterdam

ALGEMENE VOORWAARDEN KKamsterdam ALGEMENE VOORWAARDEN KKamsterdam Toepasselijkheid 1.1 Deze algemene voorwaarden zijn van toepassing op en maken onlosmakelijk deel uit van iedere aanbieding, offerte en overeenkomst die betrekking heeft

Nadere informatie

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

' Zie de brief van deze organisaties van 2 november 1999 aan de Vaste Tweede Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Stichting van de Arbeid Pens./1253 Aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Postbus 90801 2509 LV Den Haag Den Haag : 8 februari 2000 Ons kenmerk : S.A. 00.02835/K Uwkenmeik : SV/VP/99/68981

Nadere informatie

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015

REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 REGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE ENERGIELABEL per 7 juli 2015 Begripsomschrijving Artikel 1. In dit reglement wordt verstaan onder: stichting : de Stichting Geschillencommissies voor Consumentenzaken; commissie

Nadere informatie

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN

FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN FEDERALE OVERHEIDSDIENST BINNENLANDSE ZAKEN 25 APRIL 2007. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorwaarden voor installatie, onderhoud en gebruik van alarmsystemen en beheer van alarmcentrales

Nadere informatie

Rapport. Datum: 1 september 2000 Rapportnummer: 2000/295

Rapport. Datum: 1 september 2000 Rapportnummer: 2000/295 Rapport Datum: 1 september 2000 Rapportnummer: 2000/295 2 Klacht Op 11 februari 2000 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift, gedateerd 10 februari 2000, van mevrouw C. te Krimpen a/d IJssel,

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2003 110 Wet van 6 maart 2003 tot aanpassing van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek aan de richtlijn betreffende bepaalde aspecten van de verkoop van

Nadere informatie

Datum 5 maart 2009 Onderwerp Beantwoording kamervragen lid Azough (GroenLinks) inzake het verlengen van beginseltoestemming bij adoptie

Datum 5 maart 2009 Onderwerp Beantwoording kamervragen lid Azough (GroenLinks) inzake het verlengen van beginseltoestemming bij adoptie > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Schedeldoekshaven 100 2511 EX Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag

Nadere informatie

Erven, belasting en rente. Rapport over een klacht over de voorlichting van de Belastingdienst.

Erven, belasting en rente. Rapport over een klacht over de voorlichting van de Belastingdienst. Erven, belasting en rente Rapport over een klacht over de voorlichting van de Belastingdienst. Oordeel De Nationale ombudsman vindt de klacht over de Belastingdienst gegrond. Datum: 19 maart 2015 Rapportnummer:

Nadere informatie

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARINGEN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST EN VAN DE HUIDIGE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN EN DE NIEUWE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN BIJ DE OVEREENKOMST AF/EEE/BG/RO/DC/nl 1 BETREFFENDE DE TIJDIGE BEKRACHTIGING VAN DE OVEREENKOMST BETREFFENDE

Nadere informatie

1. In deze algemene verkoopvoorwaarden wordt verstaan onder:

1. In deze algemene verkoopvoorwaarden wordt verstaan onder: ALGEMENE VERKOOPVOORWAARDEN MAMMOET GROEP JUNI 2006 1. DEFINITIES EN TOEPASSELIJKHEID 1. In deze algemene verkoopvoorwaarden wordt verstaan onder: a. Mammoet Groep": de groep van vennootschappen, gevestigd

Nadere informatie

Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit

Inleiding ADVIES. Nederlandse Mededingingsautoriteit Nederlandse Mededingingsautoriteit ADVIES Advies van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit, als bedoeld in artikel 20e, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998. Zaaknummer: 104152/15

Nadere informatie

Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen ADVIES- EN CONTROLECOMITE OP DE ONAFHANKELIJKHEID VAN DE COMMISSARIS Ref: Accom ADVIES 2005/1 Advies van 18 juli 2005 uitgebracht op grond van artikel 133, tiende lid van het Wetboek van vennootschappen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 32 529 Wijziging van de Wet op de jeugdzorg en Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek, de Algemene Kinderbijslagwet en de Wet Landelijk Bureau Inning

Nadere informatie

D/W ONDERWIJSRAAD ZEVENDE AFDELING O.R. 53 W.V.O. 8 januari I970.

D/W ONDERWIJSRAAD ZEVENDE AFDELING O.R. 53 W.V.O. 8 januari I970. ONDERWIJSRAAD SECRETARIAAT: BEZUIDENHOUTSEWEG 125 'S-GRAVENHAGE TEL. 070-83 61 94 O.R. 53 W.V.O. Bericht op schrijven vanj I4 november 1969, kenmerk BVO/j-164549. Betreffende: ontwerp algemene maatregel

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2014 2015 33 662 Wijziging van de Wet bescherming persoonsgegevens en enige andere wetten in verband met de invoering van een meldplicht bij de doorbreking

Nadere informatie

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092

Rapport. Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 Rapport Datum: 26 maart 1998 Rapportnummer: 1998/092 2 Klacht Op 26 juni 1997 ontving de Nationale ombudsman een verzoekschrift van mevrouw B. te Drachten, met een klacht over een gedraging van Gak Nederland

Nadere informatie

Versie: 2.0. Update mei 2014 Vastgesteld door: MT Documenteigenaar: Steffie Velthuis Functie: Functie: Jurist Toepassingsgebied: Geheel BJZ

Versie: 2.0. Update mei 2014 Vastgesteld door: MT Documenteigenaar: Steffie Velthuis Functie: Functie: Jurist Toepassingsgebied: Geheel BJZ Kwaliteitshandboek Bureau Jeugdzorg Flevoland Reglement Cliëntenraad Uitgiftedatum: 22 mei 2014 Evaluatiedatum: 22 mei 2016 Vastgesteld op: 2 april 2009 Versie: 2.0. Update mei 2014 Vastgesteld door: MT

Nadere informatie

Aangenomen en overgenomen amendementen

Aangenomen en overgenomen amendementen Overzicht van stemmingen in de Tweede Kamer afdeling Inhoudelijke Ondersteuning aan De leden van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie Datum 20 december 2011 Betreffende wetsvoorstel: 32045 Wijziging

Nadere informatie

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst

Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst AAN: De Centrales van Overheidspersoneel, toegelaten tot het Sectoroverleg Rijkspersoneel De Voorzitter van het Sectoroverleg Rijkspersoneel Bijlagen 1 AAC/92.064

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2014 2015 34 100 Wijziging van de Implementatiewet richtlijn solvabiliteit II en de Implementatiewet richtlijn financiële conglomeraten I ter implementatie

Nadere informatie

2.1 Consument houdt bij Aangeslotene onder meer een dollarrekening aan.

2.1 Consument houdt bij Aangeslotene onder meer een dollarrekening aan. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 154 d.d. 23 augustus 2010 (mr. V. van den Brink, voorzitter, en de heren G.J.P. Okkema en prof. drs. A.D. Bac RA) 1. Procedure De Commissie

Nadere informatie

Behandelend ambtenaar E.J. Maring-van der Ploeg, 0595-447716 gemeente@winsum.nl (t.a.v. E.J. Maring-van der Ploeg)

Behandelend ambtenaar E.J. Maring-van der Ploeg, 0595-447716 gemeente@winsum.nl (t.a.v. E.J. Maring-van der Ploeg) Vergadering: 20 november 2007 Agendanummer: 10 Status: hamerstuk Behandelend ambtenaar E.J. Maring-van der Ploeg, 0595-447716 E-mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. E.J. Maring-van der Ploeg) Aan de gemeenteraad,

Nadere informatie

INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 610 HET IN AANMERKING NEMEN VAN DE INTERNE AUDITWERKZAAMHEDEN

INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 610 HET IN AANMERKING NEMEN VAN DE INTERNE AUDITWERKZAAMHEDEN INTERNATIONALE CONTROLESTANDAARD 610 HET IN AANMERKING NEMEN VAN DE INTERNE AUDITWERKZAAMHEDEN INHOUDSOPGAVE Paragrafen Inleiding... 1-4 Reikwijdte en doelstellingen van de interne audit... 5 Verhouding

Nadere informatie

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/111 Mo. i n d e k l a c h t nr. 019.00. hierna te noemen 'klager',

RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN. U I T S P R A A K Nr. 2000/111 Mo. i n d e k l a c h t nr. 019.00. hierna te noemen 'klager', RAAD VAN TOEZICHT VERZEKERINGEN U I T S P R A A K Nr. i n d e k l a c h t nr. 019.00 ingediend door: hierna te noemen 'klager', tegen: hierna te noemen 'verzekeraar'. De Raad van Toezicht Verzekeringen

Nadere informatie

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241

Rapport. Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 Rapport Datum: 13 juli 2006 Rapportnummer: 2006/241 2 Klacht Verzoeksters klagen erover dat zij geen contact konden krijgen met de Visadienst kort verblijf van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, ondergebracht

Nadere informatie

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid.

De Commissie heeft vastgesteld dat tussenkomst van de Ombudsman Financiële Dienstverlening niet tot oplossing van het geschil heeft geleid. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 21 d.d. 2 april 2009 (mr. M.M. Mendel, voorzitter, mr. E.M. Dil - Stork en mr. B. Sluijters) 1. Procedure De Commissie beslist met inachtneming

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 33286 25 november 2014 Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 17 november 2014, 2014-0000102276,

Nadere informatie