Jaarverslag Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen STV-Innovatie & Arbeid Vlaamse Havencommissie Mobiliteitsraad van Vlaanderen

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Jaarverslag 2008. Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen STV-Innovatie & Arbeid Vlaamse Havencommissie Mobiliteitsraad van Vlaanderen"

Transcriptie

1 Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen STV-Innovatie & Arbeid Vlaamse Havencommissie Mobiliteitsraad van Vlaanderen

2 Colofon Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat Brussel Tel.: 02/ Fax: 02/ Redactie Christine Jacobs Verantwoordelijke uitgever Pieter Kerremans Wetstraat Brussel WD/2009/4665/5 2

3 3

4 Voorwoord Voor u ligt het jaarverslag 2008 van de SERV, STV-Innovatie & Arbeid, de Vlaamse Havencommissie, de Mobiliteitsraad van Vlaanderen en de andere commissies ondergebracht bij de SERV. Voor zijn Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen 2008 onderzocht de SERV de krapte op de arbeidsmarkt. Hieruit bleek de noodzaak om het arbeidspotentieel van de 50-plussers maar ook van vrouwen, allochtonen en personen met een handicap beter te benutten. Het studiewerk voor dit rapport gaf de sociale partners een stevige basis voor het VESOCakkoord Samen op de bres voor 50+ dat ze op 23 oktober 2008 afsloten met de Vlaamse Regering. Dit akkoord vertrekt vanuit het recht op begeleiding voor 50-plussers die aan de slag gaan of blijven. De individuele begeleiding voor zowel werkzoekenden als werkenden staat daarbij centraal. Het akkoord richt zich zowel op de werkzoekenden, de werkenden als de werkgevers. Ook in het Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen 2008 nam de SERV het Vlaamse risicokapitaalinstrumentarium en de relatie met ondernemerschap en innovatie onder de loep. De SERV bracht in adviezen en aanbevelingen uit. U vindt een overzicht van alle adviezen in deel 1 van dit jaarverslag. Deel 2 presenteert de werking van STV-Innovatie & Arbeid. De projectprogrammatie van STV- Innovatie & Arbeid is opgebouwd rond twee onderzoeksassen. Ten eerste is er de driejaarlijkse TOA-enquête (Technologie, Organisatie, Arbeid) die eind 2007 plaatsvond. De enquête peilt naar de mate waarin organisaties nieuwe innovatieve pr o- cessen, organisatie- of managementconcepten toepassen. Voor het eerst werden de ondernemingen met minder dan 10 werknemers in dezelfde steekproef opgenomen. STV-Innovatie & Arbeid publiceerde in 2008 de eerste rapporten over dit grootschalige onderzoek. Het tweede terugkerende project is de Werkbaarheidsmonitor, een schriftelijke bevraging van loontrekkende Vlamingen. Het is een instrument om de kwaliteit van arbeid of de werkbaarheid in Vlaanderen te meten en op te volgen. In 2007 vond de eerste werkbaarheidsm e- ting bij zelfstandige ondernemers plaats. In 2007 publiceerde STV-Innovatie & Arbeid de globale resultaten voor de Vlaamse arbeidsmarkt. In 2008 volgden verdere analyses. Hierbij kwamen onder meer de thematiek van het arbeidsethos en de arbeidsoriëntaties aan bod. Voor veertien sectoren werd een sectorprofiel samengesteld. Voor de Mobiliteitsraad van Vlaanderen was 2008 het eerste volledige werkjaar. In dit jaar ging veel aandacht naar het verzamelen van data en indicatoren voor het vijfjaarlijks mobil i- teitsrapport. De Mobiliteitsraad formuleerde dit eerste jaar ook al acht adviezen. 4

5 Tot slot wil ik een blik vooruit werpen op In 2009 verwachten we de nieuwe strategische adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondsheids-, en Gezinsbeleid. Minister Veerle Heeren heeft zich geëngageerd om de raad vóór Pasen op te starten. STV-Innovatie & Arbeid bestaat in 2009 vijfentwintig jaar. Om haar vernieuwde opdracht en focus te benadrukken, heet STV-Innovatie & Arbeid voortaan Stichting Innovatie & Arbeid. De Stichting groeide uit tot expert in het onderzoek naar de invoering van sociale innovati es en naar de kwaliteit van arbeid. Een unicum in Vlaanderen. Ook de SERV kent een nieuwe start. Sinds 1 januari 2009 is het nieuwe SERV -decreet van kracht. Het bevestigt de rol van de SERV als hét orgaan waarbinnen het sociaalec onomische overleg plaatsvindt tussen de Vlaamse werkgevers- en werknemersorganisaties. Vanuit deze overlegopdracht is het logisch dat de SERV functioneert als strategische adviesraad voor Werk en Sociale Economie, voor Economie en voor Energie en voor de Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid. Daarnaast bevestigt dit nieuwe decreet de rol van en de relatie met de diverse commissies die bij de SERV zijn gehuisvest. Ik hoop dat voor alle SERV-medewerkers deze nieuwe start mag leiden tot veel vernieuwend enthousiasme voor een geslaagd Ann Vermorgen SERV-voorzitter

6 Inhoud Colofon...2 Voorwoord...4 Inhoud...6 Deel 1 Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Hoofdstuk 1 De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Werking Taken SERV Werkgroepen Nieuw decreet in werking in Hoofdstuk 2 VESOC Vergaderingen in Hoofdstuk 3 De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen: 24-ste werkjaar Werking Vergaderingen in Hoofdstuk 4 Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen Hoofdstuk 5 Milieu Vlarem en uniek loket Milieuhandhaving Natuur: instandhoudingsdoelstellingen Afval: samenwerkingsakkoord verpakkingsafval Water: prijzen en regulering Hoofdstuk 6 Energie VESOC-akkoord energiekosten

7 2. Energiepremies Energieprestatieregelgeving Andere energiedecreten en -besluiten Hoofdstuk 7 Begroting en fiscaliteit Evaluatierapport Themarapport: impact van de vergrijzing op de Vlaamse begroting Begrotingsadvies juli Hoofdstuk 8 Arbeid en diversiteit Hoofdstuk 9 Onderwijs Hoofdstuk 10 Ruimtelijke ordening Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid Grond- en pandenbeleid Milieueffectrapportage over ruimtelijke uitvoeringsplannen Vlaams stedelijk gebied rond Brussel Andere Hoofdstuk 11 Regionaal economisch beleid Studie en aanbeveling over de werking van het sociaaleconomisch streekoverleg Hoofdstuk 12 Welzijn Hoofdstuk 13 Economie en innovatie Adviezen en aanbevelingen Andere activiteiten Hoofdstuk 14 Media Hoofdstuk 15 Profielenwerking beroepen en competenties

8 1. Beroepscompetentieprofielen in Advies over de tweede lijst van beroepen en titels van beroepsbekwaamheid (ervaringsbewijzen) Advies over de eerst lijst van beroepen en titels van beroepsbekwaamheid Standaarden voor competentiebeoordeling voor een ervaringsbewijs Het decreet Vlaamse Kwalificatiestructuur Workshop met testcentra De verdere concretisering van Competent Hoofdstuk 16 Begeleidingscommissie van het Pendelfonds Hoofdstuk 17 Internationale werking SADC - Economische Unie Zuidelijk Afrika Samenwerkingsproject in Kroatië ViA-atelier Internationalisering Bezoek van de Franstalige Afrikaanse landen Hoofdstuk 18 Sectorconvenants Hoofdstuk 19 Sectorcommissies Sectorcommissie Goederenvervoer Sectorcommissie Hout en Bouw Sectorcommissie Metaal- en Technologische Industrie Sectorcommissie Textiel en Confectie Sectorcommissie Welzijns- en Gezondheidszorg Sectorcommissie Toerisme Hoofdstuk 20 Adviescommissie Private Arbeidsbemiddeling Adviescommissie Activiteiten in Hoofdstuk 21 Begeleidingscommissie Herplaatsingsfonds

9 1. Herplaatsingsfonds Activiteiten in Hoofdstuk 22 Commissie Diversiteit Overzicht adviezen uitgebracht in Overzicht activiteiten Hoofdstuk 23 Vlaamse Luchthavencommissie Vlaamse Luchthavencommissie verankerd in SERV-decreet Meer en beter werk met het luchthavenactieplan Beheershervorming regionale luchthavens De vliegticketbelasting een voetnoot? Deel 2 STV-Innovatie & Arbeid Hoofdstuk 1 Inleiding Hoofdstuk 2 Onderzoeksas Technologie Organisatie - Arbeid TOA 4 (2007) enquête ICT en human capital Prestatiebeloning Temporele flexibiliteit Competentiebeleid: cases uit de 101 goede praktijkvoorbeelden Hoofdstuk 3 Onderzoeksas werkbaar werk Werkbaarheidsmonitor werknemers Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers Goederentransport: nieuwe rij- en rusttijden Het vervullingsbeleid van vacatures Werkgeversbevraging over de arbeidsmarkt Retentie- en verzuimbeleid in callcenters Hoofdstuk 4 Vorming en dienstverlening STV-Innovatie & Arbeid Vormingsaanbod

10 2. Ondersteuning van vormingsinitiatieven Zelf aan de slag Doelgroep van vormingsinitiatieven Vormingspakketten Simulatiespelen Deel 3 Vlaamse Havencommissie Hoofdstuk 1 Vlaamse Havencommissie Taakomschrijving Hoofdstuk 2 Werking Vlaamse Havencommissie Commissievergaderingen Dagelijks bestuur Werkgroepen Schriftelijke procedures Studienamiddag met de Nationale Bank van België Wegwijzer editie Deel 4 Mobiliteitsraad van Vlaanderen Hoofdstuk 1 Mobiliteitsraad van Vlaaderen Inleiding Invulling van de adviesopdracht Aanbevelingen van de Mobiliteitsraad van Vlaanderen Het vijfjaarlijks mobiliteitsrapport Hoofdstuk 2 Werkzaamheden van de bijzondere MORA-commissies Personenvervoer Goederenvervoer Deel 5 Praktische informatie Hoofdstuk 1 Wetgeving

11 1. Decreet op de SERV: gecoördineerde tekst Vlaamse Havencommissie Hoofdstuk 2 Samenstellingen Hoofdstuk 3 Samenstellingen Raad VESOC Sectorcommissie Goederenvervoer Sectorcommissie Hout en Bouw Sectorcommissie Metaal- en technologische industrie Sectorcommissie Textiel en Confectie Sectorcommissie Welzijns- en Gezondheidszorg Sectorcommissie Toerisme Adviescommissie voor Private Arbeidsbemiddeling in het Vlaams Gewest Overlegplatform Vlaamse Arbeidsbemiddelingsbureaus Begeleidingscommissie Herplaatsingsfonds Commissie Diversiteit Vlaamse Havencommissie Vlaamse Luchthavencommissie Mobiliteitsraad van Vlaanderen Hoofdstuk 4 SERV-secretariaat Secretariaat-generaal Personeels- en financiële dienst Studiedienst: SERV-domeinen SERV commissies SERV projecten Informaticadienst Communicatie Documentatiecentrum

12 9. STV-medewerkers Ondersteunende diensten Hoofdstuk 5 Externe communicatie SERV-bericht Elektronische nieuwsbrieven Adviezen, aanbevelingen en standpunten STV-brochures en -informatiedossiers Persmededelingen en conferenties Website De Vrije Markt Sociaal economisch jargon Documentatiecentrum Openbaarheid van bestuur Klachtenbehandeling Hoofdstuk 6 Publicatielijst SERV STV-Innovatie & Arbeid Vlaamse Havencommissie Vlaamse Luchthavencommissie Mobiliteitsraad van Vlaanderen

13 13

14 Deel 1 Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen 14

15 Hoofdstuk 1 De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen 1. Werk in g De SERV is het overleg- en adviesorgaan van de Vlaamse sociale partners. In de raad zetelen tien vertegenwoordigers van de representatieve Vlaamse werkgeversorganisaties (Boerenbond, UNIZO, Verso en Voka-Vlaams Netwerk van Ondernemingen) en tien vertegenwoordigers van de representatieve Vlaamse werknemersorganisaties (ABVV, ACLVB, ACV). De raad is het hoogste orgaan binnen de SERV. In de adviezen en aanbevelingen streeft de raad naar consensus. De Vlaamse Regering benoemt de leden op voordracht van de sociale partners. Hun mandaat duurt vier jaar en is verlengbaar. Het uitgebreid dagelijks bestuur van de SERV bestaat uit telkens één vertegenwoordiger van de SERV-partners (ABVV, ACLVB, ACV, Boerenbond, UNIZO, en Voka-Vlaams Netwerk van Ondernemingen) en, met raadgevende stem, uit de administrateur-generaal en adjunctadministrateur-generaal van de SERV. Het voorzitterschap wisselt jaarlijks. Elk jaar levert een andere partner, volgens een toerbeurt, respectievelijk voorzitter en ondervoorzitter aan het dagelijks bestuur. De voorzitter en ondervoorzitter komen nooit tegelijk uit de werkgevers - of de werknemersgroep. In 2008 was Karel Van Eetvelt (UNIZO) voorzitter. Ilse Dielen werd in de loop van 2008 als ondervoorzitter opgevolgd door Ann Vermorgen. De dagelijkse leiding over het secretariaat berust bij de administrateur-generaal en de adjunct-administrateur-generaal. 15

16 2. T a k en SERV Vereenvoudigd kunnen we de bevoegdheden van de SERV bundelen onder twee krachtlijnen: studie, aanbeveling en advies, overleg. Advies De SERV adviseert over alle belangrijke sociale en economische aangelegenheden waarvoor de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams Gewest bevoegd zijn, of waarbij ze worden betrokken. Dat doet de SERV op eigen initiatief of op verzoek van het Vlaams Parlement, de Vlaamse Regering of een Vlaams Minister. De Vlaamse Regering moet het advies van de SERV inwinnen over elk voorontwerp van decreet met een sociaaleconomische inslag. Ook brengt de SERV elk jaar verplicht advies uit over het Vlaamse begrotingsbeleid. Daarnaast formuleert de raad aanbevelingen en standpunten over sociaaleconomische thema s, maakt studies en verzorgt publicaties. In 1995 heeft de SERV een aanpassing van het reglement van orde goedgekeurd. Het begrip sociale en economische aangelegenheden wordt strikter ingevuld. De raad bepaalt, op voorstel van het dagelijks bestuur, of een adviesvraag betrekking heeft op zijn aandachtspunten. Dit zijn onderwerpen met een duidelijk sociaaleconomische inslag. Indien dit niet het geval is, deelt de SERV aan de adviesvrager onmiddellijk en gemotiveerd mee dat hij m.b.t. deze adviesvraag geen opmerkingen formuleert. Overleg Naast deze adviesopdracht vervult de SERV een overlegfunctie. Aan de ene kant houdt dit de voorbereiding in van het drieledige overleg met de Vlaamse Regering binnen het Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité (VESOC). De SERV verzorgt hiervoor het secretariaat. Aan de andere kant omvat dit het overleg tussen de sociale partners onderling. Het decreet betekent ook de decretale verankering voor de extra opdrachten (bijv. onderzoek door STV-Innovatie & Arbeid en beroepsprofielen) die aan de SERV werden toebedeeld. Het decreet verduidelijkt ook de rol van secretariaat die de SERV opneemt voor de diverse autonome commissies 3. Werk g ro e pe n Voor het onderzoek van bijzondere vraagstukken kan de SERV een beroep doen op deskundigen en permanente of tijdelijke werkgroepen oprichten. De SERV-organisaties kiezen 16

17 de leden. Ook kan de raad beslissen andere deskundigen aan de werkzaamheden van de werkgroepen te laten deelnemen. 4. Nie u w d e c ree t in werk in g in Sinds 1 januari 2009 is het nieuwe SERV-decreet van kracht. Het vervangt het oprichtingsdecreet van de SERV. De werking voor dit jaarverslag 2008 vond nog plaats binnen het kader van het oude decreet. Een nieuw decreet was nodig omdat de context fundamenteel gewijzigd is sinds de oprichting van de SERV. De SERV kreeg in de loop der jaren belangrijke nieuwe taken. Daarnaast heeft het advieslandschap een belangrijke evolutie ondergaan met de oprichting van strateg ische adviesraden voor de verschillende beleidsdomeinen. Het nieuwe decreet bevestigt de rol van de SERV als hét orgaan waarbinnen het sociaalec o- nomische overleg plaatsvindt tussen de Vlaamse werkgevers- en werknemersorganisaties. Dit is de kernopdracht van de SERV volgens het nieuwe decreet. Vanuit deze overlegopdracht is het logisch dat de SERV functioneert als strategische advie s- raad (SAR) voor materies die nauw verband houden met dit sociaaleconomisch overleg. Zo is de SERV de strategische adviesraad voor het beleidsdomein Werk en Sociale Econ omie, voor Economie (binnen het beleidsdomein Economie, wetenschappen en Innovatie) en voor Energie (binnen het beleidsveld Leefmilieu, Natuur en Energie; het gaat om een gedeelde b e- voegdheid met de Minaraad). Tenslotte is de raad ook strategische adviesraad voor het b e- leidsdomein Diensten voor het Algemeen Regeringsbeleid. Door deze opdracht als strategische adviesraad heeft de adviesbevoegdheid van de SERV een scherpere focus gekregen. 17

18 Hoofdstuk 2 VESOC Het Vlaams Economisch Sociaal Overlegcomité (VESOC), in 1983 opgericht, is het drieledige overlegorgaan tussen de Vlaamse Regering, de Vlaamse werkgevers- en de Vlaamse werknemersorganisaties. Deze drie groepen hebben onderling een protocol afgesloten dat door de huidige Vlaamse Regering werd hernieuwd op 13 oktober Indien binnen het VESOC een consensus wordt bereikt, verbindt de regering zich ertoe deze consensus uit te voeren. De sociale partners zullen hem bij hun leden verdedigen en aan de uitvoering meewerken. Het overleg handelt over alle beleidsaangelegenheden met een sociaaleconomische dimensie die ofwel behoren tot de bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschap of het Vlaams Gewest, ofwel het akkoord, advies of de betrokkenheid van de Vlaamse Regering vereisen. Ook andere punten mogen op de agenda komen. De Minister-president van de Vlaamse Regering zit het VESOC voor. Het bestaat uit een vaste delegatie van de Vlaamse Regering, die wordt aangevuld met de overige leden van de Vlaamse Regering naargelang de dagorde, uit acht leden die de werkgevers vertegenwoordigen en uit acht leden die de werknemers vertegenwoordigen. Sinds 1 oktober 1990 staat de SERV in voor het secretariaat van het VESOC. 1. Verg a de rin g e n in Het VESOC kwam in 2008 twee keer samen, namelijk op 18 januari en 23 oktober Deze laatste samenkomst stond in het teken van het 50+ akkoord Op de bres voor 50+. Op de bres voor 50+ Het akkoord Samen op de bres voor 50+, gesloten door de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners, vertrekt vanuit het recht op specifieke begeleiding van mensen die na hun 50ste aan de slag gaan of blijven. Kenmerkend aan het akkoord is de grote aandacht voor individuele begeleiding van zowel werkzoekenden als werkenden. Het akkoord richt zich zowel op werkzoekenden, werknemers als werkgevers en omvat volgende vier grote lijnen: 50-plussers aan het werk houden Vraag en aanbod beter op elkaar afstemmen Werkgevers aanzetten om 50-plussers aan te werven Verbeterde aanpak werkloze 50-plussers Op de samenkomst van 23 oktober bereikten de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners ook een akkoord over de monitoring en benchmarking van de energiekosten. 18

19 Tenslotte namen de VESOC-partners op 23 oktober 2009 ook akte van het principeakkoord beschutte en sociale werkplaatsen en keurden ze er de uitgangspunten en principes van goed. Andere thema s die in 2008 in de VESOC-werkgroep onderwerp vormden van het overleg tussen de Vlaamse Regering, de werkgevers- en werknemersorganisatie zijn: Inclusief beleid personen met een arbeidshandicap Herstructureringsbeleid Samenwerkingsakkoord over begeleiding en actieve opvolging werkzoekenden Omzetting dienstenrichtlijn screening van de reglementering Interregionale mobiliteit Het VESOC-actieplan diversiteit 2008 Opvolging uitrol Competentieagenda 2010 Relanceplan: herstel het vertrouwen De Lissabonstrategie Addenda sectorconvenanten Ronde Tafels Industrieel Beleid Sociale economie 19

20 Hoofdstuk 3 De Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen: 24-ste werkjaar 1. Werk in g Naar jaarlijkse gewoonte volgt een overzicht van de adviezen en aanbevelingen die de SERV in 2008 heeft uitgebracht. Er werden 90 adviezen en aanbevelingen uitgebracht en op de website gepubliceerd. Rond twee adviesvragen kwam geen consensus tot stand en werden de standpunten van de organisaties in de raad aan de bevoegde Minister overgemaakt. Voor acht adviezen werkte de SERV samen met de Minaraad. In 2008 bracht de SERV onder een nieuwe formule het Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen uit. De SERV presenteerde ook een rapport over de integrale waterprijzen dat op ruime belangstelling kon rekenen. Domeinen Aantal adviezen arbeidsmarkt 8 begroting 4 bestuurlijk beleid 2 diversiteit 2 economie 4 energie 9 Europees beleid 2 fiscaliteit 2 landbouw 1 media 1 milieu 24 mobiliteit 1 onderwijs 11 regionaal beleid 1 regulering 3 ruimtelijke ordening 6 welzijn en gezondheid 9 90 Onterecht schrijven beleidsmakers het lange regelgevingsproces dikwijls toe aan de verplichte adviesvragen aan adviesraden. Voor decreten waarvoor de volledige procedure werd afgerond, blijkt echter dat de SERV slechts verantwoordelijk is voor gemiddeld 12% van de looptijd tussen de eerste principiële goedkeuring en de afkondiging na de parlementaire goedkeuring. Voor besluiten bedraagt de tijd die de SERV nodig heeft voor advies 32% van de procedure tot definitieve goedkeuring door de Vlaamse Regering. De looptijd voorafgaand aan de eerste principiële goedkeuring, met ambtelijke voorbereiding, interne overheidsadviezen, 20

21 interkabinettenoverleg, werd dan nog niet meegerekend. De oorzaak van lange doorlooptijden ligt dus elders. Tabel 1 Aandeel van het SERV-advies in de looptijd van een dossier, gemeten vanaf de 1e principiële goedkeuring door de VR (enkel regelgeving) aard Aandeel advies in looptijd tot def goedk VR Aandeel advies in looptijd tot def goedk Parl Aandeel advies in looptijd tot def goedk VR Aandeel advies in looptijd tot def goedk Parl Aandeel advies in looptijd tot def goedk VR Aandeel advies in looptijd tot def goedk Parl Aandeel advies in looptijd tot def goedk VR Aandeel advies in looptijd tot def goedk Parl besluiten 40% - 25% - 32% 32% decreten 27% 12% 28% 14% 28% 14% 24% 12% Eindtotaal 29% 12% 27% 14% 29% 14% 25% 12% Tabel 2 Adviestermijnen per minister Aantal dossiers advies termijn in dagen (2008) adviesvrager 5 of minder 10 > 10 < 30 geen termijn 30 meer dan 30 totaal % hoog dringend Minister Vandenbroucke % Minister Peeters % Minister Vanackere 7 7 0% Minister Van Mechelen % Minister Ceyssens % Minister Keulen % Minister Leterme Minister Bourgeois 1 1 0% Minister Van Brempt 3 3 0% Minister Anciaux Minister Crevits % Eindtotaal % 21

22 2. V e rg a de rin g e n in januari Bekrachtiging advies gelijke kansen & diversiteit plan 2008 Bekrachtiging advies instemming avenant samenwerkingsovereenkomst tussen Federale staat Vlaams Waals Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Duitstalige Gemeenschap betreffende de meerwaardeneconomie Bekrachtiging advies overeenkomst deelname Bulgarije en Roemenië aan de Europese Economische Ruimte Bekrachtiging advies instemming raamakkoord België Frankrijk betreffende grensoverschrijdende samenwerking inzake gezondheidszorg Bekrachtiging advies Hoger Beroepsonderwijs en reactie op samenwerkingsprotocol onderwijs sociale partners Bekrachtiging advies Minaraad-SERV samenwerkingsovereenkomst Vlaams Gewest Gemeenten/provincies/NGO s Bekrachtiging advies wijziging decreet betreffende het inwerkingsbeleid Bekrachtiging advies Minaraad-SERV decreet duurzame ontwikkeling Bekrachtiging advies voorontwerp decreet betreffende het elektronische bestuurlijke gegevensverkeer Bekrachtiging advies instemming protocol inzake ontplofbare oorlogsresten Bekrachtiging advies ontwerpdecreet kwalitatieve verbetering en digitalisering van de Vlaamse formulieren Bekrachtiging standaard sociaal tolk Bekrachtiging standaard bestuurder hydraulische graafmachine Goedkeuring advies instemming verdrag inzake afval in de Rijn- en binnenvaart Goedkeuring advies instemming internationaal verdrag betreffende de controle van schadelijke aangroeiwerende systemen op schepen Goedkeuring advies over de tweede lijst van beroepen en titels van beroepsbekwaamheid 2007 Goedkeuring evaluatierapport begroting 2008 en themarapport Vlaamse begroting op lange termijn in het licht van de vergrijzing Goedkeuring standaard patronenmaakster 12 maart Bekrachtiging advies consultatie Europese meerjarenbegroting Bekrachtiging advies SERV-Minaraad wijzigingsbesluit afvalwatersanering: zoneringsplannen: aanpassing Vlarem I & II Bekrachtiging advies SERV-Minaraad wijzigingsbesluit omzetting zwemwaterrichtlijn: aanpassing Vlarem I & II Bekrachtiging advies SERV-Minaraad voorontwerp besluit betreffende het integratiespoor voor de milieueffectrapportage over een ruimtelijk uitvoeringsplan 22

23 Bekrachtiging advies wijzigingsbesluit vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat van gebouwen Bekrachtiging advies besluit toekenning van premies voor het uitvoeren van energiebesparende investeringen in woningen Bekrachtiging advies besluit tot vaststelling van de nadere regels voor de toekenning en verrekening van de gratis elektriciteit voor huishoudelijke afnemers Bekrachtiging advies milieubeleidsovereenkomst betreffende de selectieve inzameling van oude en vervallen geneesmiddelen Bekrachtiging advies milieubeleidsovereenkomst betreffende de aanvaardingsplicht voor afgewerkte olie Bekrachtiging advies kaderdecreet BB inzake beheersovereenkomsten, interne controle en interne audit Bekrachtiging advies Onderwijs XVIII Bekrachtiging advies decreet betreffende de werkingsbudgetten in het basisonderwijs en de werkingsmiddelen in het secundair onderwijs Bekrachtiging advies over beroepsprofielen voor het ontwikkelen van nieuwe HBOopleidingen Geen consensus voorontwerp decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2008 Bekrachtiging advies wijziging decreet betreffende de armoedebestrijding Bekrachtiging advies principiële goedkeuring ontwerpdecreet instemming met het Verdrag van Lissabon tot wijziging Verdrag EU en Verdrag tot oprichting Europese Gemeenschap Bekrachtiging advies SERV-Minaraad voorontwerpbesluit aanpassing Vlarem reglementering (Vlarem-actualiseringstrein) Bekrachtiging standaard groepsfitnessbegeleiders Goedkeuring advies decreet betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Goedkeuring advies actualisatie Vlaams actieplan armoedebestrijding Goedkeuring advies aanvullend advies over de beroepscompetentieprofielen voor het pilootproject hoger beroepsonderwijs Goedkeuring SERV Jaarverslag 2007 Goedkeuring Financieel Jaarverslag SERV mei Kennisname advies van de commissie Diversiteit over hooggeschoolde allochtonen en de Vlaamse arbeidsmarkt Kennisname advies van de commissie Diversiteit over professionele integratie personen met een handicap Kennisname beroepscompetentieprofiel ploegbaas schilder- en decoratiewerken Bekrachtiging advies decreet stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap Bekrachtiging advies milieubeleidsovereenkomsten reclamedrukwerk en persdrukwerk Bekrachtiging advies decreet organisatie zorgverzekering 23

24 Goedkeuring advies decreet verlaging tarief registratierecht op aankopen door beroepspersonen Bekrachtiging advies decreet diverse bepalingen inzake energie, leefmilieu, openbare werken, landbouw en visserij Goedkeuring advies decreet betreffende de indeling in zorgregio s en samenwerking en programmatie van gezondheids- & welzijnsvoorzieningen Goedkeuring aanbeveling herziening Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen Goedkeuring aanbeveling over EVC in Vlaanderen Goedkeuring standaarden stoomstrijkster, fitnessbegeleider, personal trainer, onderhoudstechnicus liften en installateur liften 11 juni Kennisname adviezen van de commissie Diversiteit over de VESOC-krachtlijnennota evenredige arbeidsdeelname over het statistisch etniciteitscriterium Bekrachtiging advies besluit betreffende werkervaring Bekrachtiging advies SERV-Minaraad samenwerkingsakkoord betreffende preventie en beheer van verpakkingsafval Bekrachtiging advies decreet tot aanpassing en aanvulling ruimtelijke plannings-, vergunningen- & handhavingsbeleid Bekrachtiging advies decreet betreffende het grond- & pandenbeleid Bekrachtiging standaarden voor ervaringsbewijs mecanicien, residentieel elektronisch installateur, dispatcher, pijpfitter en hulpboekhouder Goedkeuring rapport integrale waterprijzen Goedkeuring advies wijzigingsdecreet verdrag van Aarhus Mandaat tot finalisering van het Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen juli Kennisname Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen 2008 Kennisname advies van de commissie Diversiteit inzake werkbaar werk voor personen met een arbeidshandicap Kennisname advies van de commissie Diversiteit betreffende de tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap bij de lokale en provinciale besturen Bekrachtiging advies Interregionale Banenconferentie Bekrachtiging advies ontwerpbesluit betreffende erkenning en subsidiëring van initiatieven conciërges sociale huisvesting in het kader van lokale diensteneconomie Bekrachtiging advies (a) decreet betreffende afstemming van de aanvraagprocedure van de stedenbouwkundige vergunning en de milieuvergunning en (b) decreet eisen en handhavingsmaatregelen op vlak van energieprestatie en het binnenklimaat Bekrachtiging advies decreet instemming met wijziging Verdrag van Helsinki inzake bescherming en gebruik van grensoverschrijdende waterlopen en internationale meren 24

25 Bekrachtiging advies ontwerpdecreet houdende bepalingen van de begeleiding van de tweede aanpassing van de begroting 2008 Bekrachtiging beroepscompetentieprofiel operationeel manager retail Bekrachtiging standaard voor ervaringsbewijs helpdesk operator Goedkeuring advies decreet betreffende de sectorconvenants Goedkeuring advies over de eerste lijst van beroepen en titels van beroepsbekwaamheid 2008 Goedkeuring advies decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning Goedkeuring advies Nationaal Strategisch Plan voor de Visserij Goedkeuring advies ontwerp decreetswijziging m.b.t. het decreet van 7 mei 2004 inzake de SERV en het decreet van 5 april 1995 inzake milieubeleid Goedkeuring begrotingsadvies september Bekrachtiging advies River Information Services Bekrachtiging advies milieubeleidsovereenkomst aanvaardingsplicht afgedankte elektrische en elektronische apparatuur Bekrachtiging advies evaluatie natuur- en bosbeleid Bekrachtiging advies decreet avenant aan samenwerkingsakkoord meerwaardeneconomie Bekrachtiging advies decreet vaststelling van een kader voor de gebruikerscompensatie Bekrachtiging advies decreet Hogere Zeevaartschool Goedkeuring advies decreet betreffende onderwijsgebonden sport Goedkeuring advies decreet radio-omroep en televisie Goedkeuring advies voorontwerp besluit invoering van het energieprestatiecertificaat voor niet-residentiële gebouwen bij verkoop/verhuur Goedkeuring advies toekenning subsidies aan sociale verhuurkantoren voor uitvoeren van energiebesparende investeringen in woongebouwen Goedkeuring advies toekenning subsidie voor plaatsing micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen door niet-commerciële instellingen en publieke rechtspersonen Goedkeuring advies SERV-Minaraad decreet algemene bepalingen betreffende het energiebeleid Goedkeuring advies voorontwerp besluit tot invoering titel XVI van het decreet algemene bepalingen inzake milieubeleid Goedkeuring advies decreet Geografische Data-Infrastructuur Geen consensus adviesvraag voorontwerp woonzorgdecreet 12 november Kennisname advies Mobiliteitsraad van Vlaanderen over het ontwerp van decreet betreffende het mobiliteitsbeleid 25

26 Bekrachtiging aanvullend advies decreet algemene bepalingen betreffende het energiebeleid Bekrachtiging advies voorontwerp besluit toekenning steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor ondernemerschapsbevorderende diensten Bekrachtiging advies voorontwerp besluit toekenning steun aan ondernemingen voor ecologie-investeringen in het Vlaams Gewest Bekrachtiging advies voorontwerp decreet betreffende waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen Bekrachtiging advies voorontwerp decreet tot wijziging van het gemeentedecreet Bekrachtiging advies decreet betreffende het georganiseerde vrijwilligerswerk in het beleidsdomein Welzijn Bekrachtiging advies decreet betreffende het algemeen welzijnswerk Bekrachtiging advies decreet diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid & Gezin Bekrachtiging advies decreet betreffend het hoger beroepsonderwijs Bekrachtiging advies decreet betreffende de kwaliteit in het onderwijs Bekrachtiging advies decreet betreffende de kwalificatiestructuur Bekrachtiging advies ontwerp eindrapport over de afbakening van het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel Bekrachtiging advies decreet houdende bepalingen van de begeleiding van de begroting 2009 Bekrachtiging beroepscompetentieprofiel technisch commercieel medewerker binnendienst grafimedia Goedkeuring advies besluit toekenning van een rentetoelage voor ondernemingen bij hinder door wegenwerken Goedkeuring advies decreet betreffende het centraal referentieadressenbestand Goedkeuring aanbeveling over de werking van het sociaaleconomisch streekoverleg Goedkeuring SERV-begroting

27 Hoofdstuk 4 Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen 2008 In 2008 publiceerde de SERV een nieuwe editie van het Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen volgens een andere formule dan de voorgaande edities. Het rapport is veel dunner en focust op de agendering van de sociaaleconomische prioriteiten voor Vlaanderen. H et wil gangmaker zijn voor het overleg met de Vlaamse Regering over de aanpak van de krapte op de arbeidsmarkt en de verbetering van het investeringsklimaat door een gestroomlijnd risicokapitaalinstrumentarium. Ondanks de financiële en economische crisis blijven de aanbevelingen voor een betere benutting van het potentieel op de Vlaamse arbeidsmarkt, meer interregionale mobiliteit en tot slot een duidelijker kader voor arbeidsmigratie overeind. Immers de demografische evolutie zet zich door. Acties voor een betere benutting van het arbeidspotentieel bij 50-plussers, vrouwen, allochtonen en personen met een handicap blijven noodzakelijk. Krapte op de arbeidsmarkt in Vlaanderen en Nederland De SER van Vlaanderen en de SER in Nederland organiseren elke twee jaar een studiedag waarin actuele beleidsvraagstukken worden bestudeerd en vooral vergeleken. Op 7 oktober 2008 was het centrale thema Krapte op de arbeidsmarkt 27

28 Dit onderwerp sluit aan bij discussies en debatten die in beide landen worden gevoerd over de dreigende tekorten aan werknemers, in aantal maar ook in ervarings- en opleidingsniveau. De Vlaamse en Nederlandse ministers op het terrein van de arbeidsmarkt, Frank Vandenbroucke en Piet Hein Donner, leidden de bijeenkomst in met plenaire lezingen over de actuele situatie op de arbeidsmarkt en het arbeidspotentieel. Vervolgens presenteerde het Netwerk Toekomstverkenningen vier scenario s over arbeid in de toekomst. In de namiddag kwamen drie deelaspecten van de arbeidsmarkt aan bod. De studiedag sloot af met visies van Vlaamse en Nederlandse sociale partners op de krapte op de arbeidsmarkt. In het tweede deel neemt de SERV het Vlaamse risicokapitaalinstrumentarium en de relatie met ondernemerschap en innovatie onder de loep. Op basis van analyses en onderzoek van de Belgische/Vlaamse risicokapitaalmarkt en het Vlaamse beleidsinstrumentarium werden een aantal aandachtspunten voor het beleid geformuleerd. Eén van die aandachtspunten b etrof het voornemen van de SERV om na te gaan of en in welke mate het risicokapitaalinstrumentarium in staat is Vlaamse activiteiten in de economie te verankeren. Om het debat over verankering te stofferen organiseerde de SERV op 5 december 2008 een informatienamiddag waarop een aantal gereputeerde gastsprekers (Herman Daems, Prof. Leo Sleuwaegen) en getuigen uit de bedrijfswereld (John Dejaegher, Christian Dumolin, Peter Pelgrims, Luc Gysemberg) hun visie weergaven. Op onze website kan u het Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen 2008 slechts inkijken. Het Sociaal-Economisch Rapport Vlaanderen 2008 kost 15 euro en kunt u bestellen bij de Wetenschappelijke Uitgeverij Academia Press, tel , fax , 28

29 Hoofdstuk 5 Milieu In 2008 formuleerde de SERV acht adviezen over leefmilieu. Op twee na gaat het om gez a- menlijke, unanieme adviezen met de Minaraad. Voor een aantal milieuadviesvragen besliste de raad geen advies uit te brengen. De SERV publiceerde in 2008 ook een rapport over waterprijzen. 1. Vla re m e n u n ie k lo k e t De SERV bracht samen met de Minaraad drie adviezen uit over aanpassingen van Vlarem, de milieuvergunningsreglementering. Verder adviseerde de SERV alleen over de invoering van een uniek loket voor de bouw- en milieuvergunning. Het belangrijkste advies betreft de zgn. Vlarem-actualisatietrein. In hun advies toonden SERV en Minaraad zich tevreden met een reeks langverwachte aanpassingen en vereenvo u- digingen aan Vlarem. Niettemin zijn er een aantal aspecten waarover de raden minder tevreden zijn. Zo vinden de raden de aanpassing van de drempels van drijfkracht qua principe pos i- tief, maar is de impact ervan te weinig cijfermatig onderbouwd. Ze vragen om te onderzoeken of er geen andere hinderparameters als indelingscriterium gebruikt kunnen worden. De raden merken op dat de facto een nieuwe tussenklasse (2A) wordt ingebouwd en zien dit als ove r- gangsmaatregel. Verder vragen de raden ook meer maatwerk voor de milieucoördinatorplicht. De actualisering voorziet in de mogelijkheid tot het opleggen van bijzondere voorwaarden aan derde klasse inrichtingen. Volgens SERV en Minaraad kan dit alleen maar na nadere afweging en onder restrictieve voorwaarden. Tot slot is er volgens de raden nood aan een verdere vereenvoudiging van de formulieren en moet ervoor gezorgd worden dat deze digitaal ingediend kunnen worden. Volgens SERV en Minaraad voert het besluit inzake zoneringsplannen een omslachtige en dubbele regeling in. Gemeenten die al over een zoneringsplan beschikken moeten de n ieuwe lozingsvoorwaarden hanteren terwijl gemeenten die nog niet beschikken over een goedgekeurd zoneringsplan terugvallen op de oude indeling en voorwaarden. De raden erkennen dat de aanpassing aan de nieuwe zoneringsplannen noodzakelijk is, maar stellen vast dat het besluit verder gaat. In het buitengebied mogen enkel nog gescheiden rioleringen aangelegd worden. Het is onduidelijk in welke gevallen hiervan kan worden afgeweken of in welke vol g- orde van prioriteit de herbestemming van het opgevangen hemelwater moet gebeuren. 29

30 SERV en Minaraad merken op dat de omzetting van de zwemwaterrichtlijn naar de Vlaamse regelgeving inhoudelijk weinig afwijkt van de richtlijn. De raden missen wel concrete bepali n- gen over de actieplannen die de Europese lidstaten moeten opstellen. De raden wijzen erop dat het halen van de nieuwe, strengere normen inspanningen zal vergen omdat in een aantal Vlaamse zwemwateren de minder strenge norm van de vorige richtlijn nog altijd wordt overschreden. De SERV is al lang pleitbezorger voor een uniek loket op gemeentelijk niveau. Het voorontwerp van decreet dat de SERV adviseerde zet een nieuwe stap in de realisatie daarvan. De raad vraagt om de datum van inwerkingtreding in het decreet zelf op te nemen en niet over te laten aan de Vlaamse Regering. De raad vindt de vooropgestelde evaluatie in 2013 te laat en dringt aan op een goed voorbereide evaluatie twee jaar na de inwerkingtreding. Verder vraagt de raad ook afstemming met het emil-vergunningenloket. De raad heeft vragen bij de verlenging van de vergunningsprocedure van 75 naar 105 dagen. De exploitant moet volgens de SERV ook altijd de keuze behouden om beide vergunningsaanvragen samen dan wel apart in te dienen. 2. Milie u h a n d ha v in g SERV en Minaraad hebben gezamenlijk een advies uitgebracht over een ontwerp van besluit op het milieuhandhavingsdecreet van 21 december Bij de aanwijzing van de toezich t- houders op gemeentelijk vlak moet volgens de raden zoveel mogelijk rekening gehouden worden met het aantal en de soort van de inrichtingen op het grondgebied. Wat de toezichtsopdrachten betreft opteren de raden voor het behoud van de huidige taakverdeling tussen de lokale besturen en de gewestelijke afdeling Milieu-inspectie. Het begrip hoog toezicht is te vaag en moet verder uitgeklaard worden. De raden pleiten voor een efficiënte informatiedoorstroming inzake milieu-inbreuken en misdrijven bijv. via een internetdatabank. De raden vragen dat de lijst van milieu-inbreuken periodiek zou geëvalueerd worden. Tot slot stellen de raden vast dat de kosten voor de invoering van de nieuwe regeling substantieel zijn. SERV en Minaraad vragen een voortdurende aandacht voor kosteneffectiviteit van de instrumenten en van de voorgestelde instellingen en door hen te volgen procedures. Verder brachten SERV en Minaraad een gezamenlijk advies uit over een voorontwerp van decreet betreffende handhavingsbepalingen voor het milieubeheersrecht. De raden appreciëren daarin de politieke wil om werk te maken van de handhaving van het milieurecht in het algemeen en van het milieubeheersrecht in het bijzonder. Ze vinden de verruiming van de titel Handhaving van het decreet houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid tot milieub e- heersrecht, het oppervlaktedelfstoffendecreet en het mestdecreet in zijn geheel genomen positief. Het geeft een duidelijk signaal aan de samenleving dat de overheid de handhaving 30

31 van de regels voor natuur en bos opwaardeert. De raden waarderen het dat de administratie meer instrumenten krijgt voor de handhaving van het milieubeheersrecht zoals bijv. de veralgemeende mogelijkheid om bestuurlijke maatregelen en geldboeten op te leggen. De mog e- lijkheid om mondeling bestuurlijke maatregelen op te leggen en de optie die de strafrechter krijgt om het herstel te bevelen van de schade die het gevolg is van een milieumisdrijf, vinden de raden een goede aanpassing van de eerder uitgewerkte algemene regeling inzake handhaving van het milieurecht. SERV en Minaraad stonden positief tegenover de beslissing dat g e- westelijk personeel het statuut van officier van gerechtelijke politie kan krijgen en belast kan worden met opsporingstaken rond milieuverontreiniging. Het is niet duidelijk waarom daar werd op teruggekomen. 3. Natu u r: in s ta n d h o ud in g sd oe ls te llin g e n SERV en Minaraad formuleerden samen een briefadvies over het besluit over de instandhoudingsdoelstellingen. Hoewel voor de implementatie van de Habitatrichtlijn op basis van het Natuurdecreet strikt genomen geen apart uitvoeringsbesluit nodig was, zien de raden een duidelijke meerwaarde in een besluit dat voor meer duidelijkheid en transparantie kan zorgen, inclusief over de financiële bepalingen. De raden vinden het ook positief dat bij de voorbere i- ding van dit besluit ruim overleg werd gepleegd met betrokken doelgroepen. De raden dringen erop aan om zo snel mogelijk gewestelijke instandhoudingsdoelstellingen en instandhoudingsdoelstellingen per gebied vast te leggen die kunnen dienen als toetsingskader voor elke passende beoordeling. De raden stellen voor om hiervoor zo spoedig mogelijk een handleiding op te stellen. 4. Afv a l: s a menwerk in gs ak k oo rd v e rp a k k ing s a fval SERV en Minaraad vinden het positief dat een groot aantal van de huidige uitgangspunten en principes bewaard blijven in het nieuwe intergewestelijk samenwerkingsakkoord rond verpakkingsafval. Ze vinden het belangrijk dat er een beleid wordt gevoerd om het aantal vrijbu i- ters te verminderen. Het nieuwe samenwerkingsakkoord zet daartoe stappen in de goede richting, op voorwaarde dat controle op parallelle import sluitend gebeurt. Een belangrijke wijziging is de invoering van een nieuwe heffing om een deel van de kosten die nog bij de gemeenschap berusten te vergoeden. De raden formuleren bemerkingen bij de modaliteiten van deze heffing. De raden dringen aan op het uitklaren van de discussiepunten die nog bestaan over de vergoedingen van de lokale besturen voor recyclage en nuttige toepassing. 31

32 5. Wate r: p r ij ze n e n re g u le rin g Het verzameldecreet leefmilieu en energie bevatte een aantal belangrijke wijzigingen aan het drinkwaterdecreet ondermeer betreffende de operationalisering van de reguleringsinstantie voor de watersector. Er wordt geopteerd om geen aparte instantie op te richten zoals aanvankelijk voorzien, maar deze te integreren binnen de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM). De raad ziet duidelijk een aantal synergieën zowel inhoudelijk als budgettair, maar wijst erop dat er nog andere pistes zijn die soortgelijke synergieën kunnen opleveren. Hij dringt er op aan om andere pistes te onderzoeken en pas een definitieve keuze te maken na afweging van de voor- en de nadelen van de verschillende opties. De SERV kan niet akkoord gaan met de beperkte invulling van het takenpakket van de reguleringsinstantie. De raad dringt aan op de volledige invulling van het decretaal voorziene takenpakket. De prijs van water 2008: analyse en aanbevelingen In 2008 publiceerde de SERV een rapport over waterprijzen. Dit rapport toont de evolutie van de waterprijs in Vlaanderen tussen 2006 en 2008 en dit zowel voor gezinnen als voor bedrijven. Het bevat ook de beleidsaanbevelingen die de SERV koppelt aan zijn analyse. Tussen 2006 en 2008 zijn de waterprijzen sterk toegenomen. Voor gezinnen steeg de waterprijs gemiddeld met 30 %. Alle componenten van de integrale waterfactuur zijn toegenomen, maar het zijn vooral de bijdragen voor waterzuivering en riolering die duurder werden. Achter die globale stijging gaan zeer grote verschillen schuil tussen de gemeenten onderling. Voor bedrijven is het veel moeilijker om een eenduidig beeld te schetsen. Alleen al voor de gemeentelijke saneringsbijdrage worden verschillende berekeningsmethoden naast elkaar gebruikt afhankelijk van de gemeente en het drinkwaterbedrijf. De stijgende prijzen zijn een gevolg van Europese verplichtingen voor afvalwaterzuivering en de doorrekening van de kosten ervan. Maar het verband tussen bijvoorbeeld de rioleringsbijdrage die de gemeenten aanrekenen en de kosten die een gemeente maakt, is niet duidelijk. Welke kosten worden doorgerekend evenmin. Ook de redenen voor de zeer uiteenlopende tariefstructuren en modaliteiten zijn niet transparant. Door de complexe regelgeving en de soms ondoorzichtige facturen zijn de aangerekende bedragen, kortingen en terugbetalingen nauwelijks te controleren. Gelet op deze vaststellingen is er volgens de SERV dringend nood aan een overheidsvisie op de financiering van het waterbeleid en de kostenterugwinning van waterdiensten. Bovendien moet er dringend werk gemaakt worden van een performante regulator voor de watersector. 32

33 Hoofdstuk 6 Energie In 2008 werd in VESOC een akkoord afgesloten over energiekosten. De SERV bracht in 2008 elf adviezen uit over energie. Twee adviezen bespreken het voorstel tot codificatie van de energieregelgeving. Daarnaast formuleerde de SERV ook een advies over het verzameld e- creet dat heel wat wijzigingen inzake energie bevat en over rapportage van energiegegevens. Drie adviezen hebben betrekking op de energieprestatieregelgeving. Vier adviezen handelen over wijzigingen of invoering van energiepremies. De SERV organiseerde verder ook overleg, o.a. met de vzw Samenlevingsopbouw rond de problematiek van energiearmoede. 1. VESOC-ak k oo rd e n e rg ie ko s te n Op 23 oktober 2008 werd in VESOC een akkoord over energiekosten afgesloten tussen de Vlaamse Regering en de sociale partners. In de Ondernemingsconferentie van 2003 eng a- geerde de Vlaamse Regering zich om een benchmarking van de energiekosten uit te voeren met de omringende landen. In 2008 kwamen vertegenwoordigers van de Vlaamse Regering en de sociale partners opnieuw samen om te bekijken welke initiatieven zinvol zijn in het licht van de nieuwe ontwikkelingen. In het kader van VESOC maken zij nu afspraken om enerzijds de opvolging van de energi e- kosten concreet vorm te geven en anderzijds initiatieven te nemen voor de beheersing van de energiekosten. VESOC-akkoord energiekosten Structurele monitoring van elektriciteitskosten De VREG wordt belast met de opdracht te bestuderen onder welke voorwaarden en omstandigheden een monitoring van de totale elektriciteitskosten (en de componenten ervan) voor de gebruikers kan uitgevoerd worden. De VREG zal de sociale partners betrekken bij deze studie. Ook zullen de sociale partners via periodieke informatievergaderingen op de hoogte gehouden worden van de resultaten van de monitoring. De focus van de monitoring zal verschillend liggen voor de diverse types van afnemers die gemonitored worden. De sociale partners engageren zich om mee te werken aan de samenstelling van een eventueel gebruikerspanel, dat ingezet kan worden voor de gegevensverzameling. Toetsing van nieuwe energieregelgeving Gezien het belang van de energiekosten voor de koopkracht van de gezinnen en voor de competitiviteit van de bedrijven, engageert de Vlaamse Regering zich om in reguleringsimpactanalyses (RIA s) of in nota s aan de Vlaamse Regering terdege rekening te houden met het effect van wijzigingen aan de regelgeving op de energieprijzen. Verder engageert de Vlaamse Regering zich om, gezien het sociaaleconomisch belang van energiegerelateerde 33

34 regelgeving, alle terzake relevante voorontwerpen van decreet of van besluit ter advies voor te leggen aan de SERV. Efficiënte inzet van openbare dienstverplichtingen Volgens de Vlaamse Regering en de sociale partners zijn openbare dienstverplichtingen noodzakelijk in een geliberaliseerde energiemarkt. Wel moet ernaar gestreefd worden om, ze zo effectief en efficiënt mogelijk te organiseren. De sociale partners engageren zich om in het kader van de SERV de bestaande sociale en ecologische openbaredienstverplichtingen op hun effectiviteit en efficiëntie door te lichten. De sociale partners kunnen bij hun doorlichting gebruik maken van relevante informatie en onderzoeksresultaten verzameld door of in opdracht van de Vlaamse Overheid. De Vlaamse Regering en de sociale partners zullen de analyse en de aanbevelingen van de SERV over de openbaredienstverplichtingen in het kader van VESOC bespreken. Garanties voor marktwerking Door betere marktwerking kan de basisprijs voor energie verlagen. De sociale partners plannen om in de SERV te werken aan een toets voor marktwerking en om die toe te passen op de bestaande energiewet- en regelgeving. Verder zullen de sociale partners in de SERV een analyse maken van de taken en werking van de VREG. Het akkoord heeft verder aandacht voor mechanismen om de dienstverlening en de efficiëntie van het netbeheer te verbeteren, om de transparantie en de vergelijkbaarheid van de geafficheerde en de gefactureerde tarieven te verhogen en voor de nodige sensibilisering om een leverancierskeuze te vergemakkelijken. Gunstige randvoorwaarden voor capaciteitsuitbreiding De Vlaamse Regering en de sociale partners engageren zich om samen te werken aan de creatie van randvoorwaarden die gunstig zijn voor uitbreiding van de productiecapaciteit. Zij zullen onderzoeken en aanbevelingen formuleren over hoe de toelatingsprocedures voor nieuwe productiecapaciteit versneld en vereenvoudigd kunnen worden. Zij zullen samen nadenken over de noodzaak en de gevolgen van netaanpassingen, uitgaande van de nieuwste inzichten wat de inpassing van decentrale energieproductie (smart grids) en intelligente meters (smart metering) betreft. Bijkomende elementen van regionale regelgeving en overleg met het federale niveau De Vlaamse Regering engageert zich om te bekijken wat binnen de Vlaamse energieregelgeving kan gebeuren om invulling te geven aan enkele bekommernissen, of om die in haar overleg met het federale niveau onder de aandacht te brengen. Het betreft het toezicht op de doorrekening van kosten, nettarieven en heffingen aan de eindafnemers die zijn aangesloten op het distributienet, de duiding van de regionale verschillen inzake distributienettarieven, het functioneren van de aardgasmarkt en de wijze waarop de overdracht van de tariefbevoegdheid voor het distributienet naar de gewesten zal verlopen. 2. Energ ie p re mie s Micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen De SERV vindt het een goede zaak om voor energiebesparing micro-wkk s en warmtepompen extra te ondersteunen. De subsidieregeling voor niet-commerciële instellingen en publiekrechtelijke rechtspersonen die de Vlaamse Regering voorstelt, is volgens de SERV eerder een 34

35 beperkt initiatief. Om de impact van de voorgestelde regeling te doen stijgen, adv iseert de raad om te zorgen voor demonstratie- en leereffecten van de geselecteerde projecten. Sociale verhuurkantoren De SERV vindt dat specifieke REG-inspanningen voor verhuurde woningen dringend zijn, zeker in de laagste segmenten van de private huurmarkt. De raad waardeert dan ook dat de Vlaamse Regering een regeling heeft uitgewerkt voor energiebesparende investeringen door sociale verhuurkantoren. Aan de andere kant bereikt de voorgestelde regeling slechts een zeer klein segment van de private huurmarkt (1,2%). De SERV vindt dan ook dat de vraag expliciet moet worden gesteld of het wenselijk is om nu voor sociale verhuurkantoren een afzonderlijke regeling goed te keuren waarvan de inpasbaarheid in een meer generieke regeling voor de hele private huurmarkt niet is onderzocht. In elk geval meent de SERV dat de modaliteiten van de voorgestelde subsidieregeling op meerdere punten moet worden h erbekeken. Niet-belastingbetalers De SERV heeft heel wat bedenkingen bij de nieuwe Vlaamse premieregeling voor mensen die niet of niet volledig kunnen genieten van de federale belastingvermindering voor energieb e- sparende uitgaven omdat ze geen of onvoldoende belastingen betalen. Deze regeling zal de lage inkomensgroepen onvoldoende bereiken en gaat gepaard met aanzienlijke administrati e- ve formaliteiten. Ook denkt de SERV dat de regeling veel implementatieproblemen zal veroorzaken en te fraudegevoelig is. Tot slot maakt de regeling de complexe wereld van energiesubsidies nog ingewikkelder. De SERV suggereert een andere aanpak gericht op de lage inkomensgroepen. Met de federale overheid moet overlegd worden over een belastingkrediet of over een korting rechtstreeks op de factuur als alternatief voor de voorgestelde regeling. Daarnaast is overleg met de federale overheid nodig over de belastingsvermindering voor energiebesparende investeringen. Op Vlaams niveau zijn slimme financieringsopties mogelijk zoals een isolatiecheque, speciale kredietformules (renteloze leningen, interestsubsidies ). Meer algemeen pleit de SERV voor een totaalvisie op het gebruik van energiepremies. Dakisolatie De SERV staat achter de doelstelling van de Vlaamse Regering om het plaatsen van dakisolatie te stimuleren. Maar hij vindt de voorgestelde nieuwe premie een dure maatregel voor we i- nig energiebesparing. De SERV betwijfelt immers of die veel extra energiebesparing oplevert. Onderzoek leert dat de nieuwe premie voor een groot deel dreigt terecht te komen bij gezinnen die ook zonder die extra premie hun dak zouden isoleren. Er is ook het probleem van overcompensatie en fraudegevoeligheid. De SERV vindt de maatregel bovendien te weinig sociaal en te weinig gericht. De premie zal onvoldoende de gezinnen bereiken die de ondersteuning het hardst nodig hebben. De raad suggereert dan ook alternatieven. Onderzoek in opdracht van het Vlaams Energie Agentschap leert dat voor de meeste gezinnen de bestaa n- 35

36 de premies volstaan om de stap te zetten naar dakisolatie, als die beter bekend en bereikbaar zijn en anders georganiseerd worden. Daarvoor moeten de huidige woon - en energiepremies veel beter op mekaar inspelen en moet de bevolking intensiever en meer doelgericht worden geïnformeerd over de bestaande premies en hun financieel rendement. Daarnaast kan het zeer effectief zijn om aan de bevolking het signaal te geven dat de bestaande energiesubs i- dies tijdelijk zijn, en bijvoorbeeld over tien jaar worden stopgezet. Specifiek voor sociaal zwakkere bevolkingsgroepen moeten maatregelen zich richten op het probleem van de prefinanci e- ring en op persoonlijke begeleiding in de (te vereenvoudigen) administratieve procedures. 3. Energ ie p re s ta tie re g e lge v in g Verstrenging energieprestatie-eisen zorgt voor problemen De SERV heeft - in aanvulling op de VEA-evaluatie een eigen evaluatie gemaakt van de EPB-regelgeving en praktijk anno Bij deze evaluatie heeft de raad ook architecten en vertegenwoordigers uit de bouwsector betrokken. SERV evalueert energieprestatieregels voor gebouwen De Vlaamse Regering wil de energieprestatie-eisen voor nieuwbouwwoningen vanaf 2010 verstrengen van E100 naar E80. De SERV vindt een periodieke aanscherping van de energieprestatie-eisen zeker nodig. Maar de voorgestelde verstrenging is niet voor alle types gebouwen haalbaar. Bovendien zijn er nog heel wat onopgeloste problemen met de bestaande EPB-regeling. Die problemen moeten dringend aangepakt worden. De meeste van die problemen zullen immers vergroten als de eisen verstrengen. Dat blijkt uit een evaluatie die de SERV heeft gemaakt van de energieprestatieregelgeving en praktijk. Verstrenging E-peil niet in alle gevallen haalbaar Europa verplicht de lidstaten om energieprestatie-eisen (een E-peil) vast te leggen waaraan gebouwen moeten voldoen. Een periodieke aanscherping van die energieprestatie-eisen is volgens de SERV zeker nodig. Maar het voorstel van de Vlaamse Regering om de energieprestatie-eisen voor nieuwbouwwoningen vanaf 2010 te verstrengen van E100 naar E80, is niet voor alle types gebouwen haalbaar. De raad verwacht met name problemen voor ingesloten appartementen en voor sommige kleine vrijstaande woningen. Verder meent de SERV dat een verstrenging niet los mag staan van maatregelen om een aantal dringende problemen met de bestaande EPB-regeling op te lossen. De meeste van die problemen zullen vergroten als de eisen verstrengen. EPB-berekening vóór de start van werken nodig Op dit moment kunnen de bouwwerken starten zonder dat men weet of het gebouw de EPBeisen zal halen. Dat is een risico voor de bouwheer, die een boete krijgt als het gebouw niet aan de eisen voldoet of hoge kosten moet maken om in een laat stadium het gebouw alsnog aan de eisen te laten voldoen. Als de eisen strenger worden, wordt het belangrijker dat de EPB-berekeningen vroeger gebeuren. De SERV stelt daarom voor om de berekeningen te verplichten vóór de start van de werken. 36

37 Betere afbakening van verantwoordelijkheden De huidige regelgeving bakent niet duidelijk af wie verantwoordelijk is voor welk deel van de naleving van de EPB-regelgeving. De verantwoordelijkheden van bouwheer, architect, aannemer, installateur en verslaggever zijn vaak onduidelijk of lopen door elkaar. De SERV vraagt een betere afbakening van verantwoordelijkheden om onnodige en dure rechtszaken te vermijden. Aangepaste methodiek en software Er zijn meerdere problemen met de bestaande EPB-methodiek en EPB-software waarmee de berekeningen worden uitgevoerd. Zo bevoordeelt de methodiek ongewild (dure) installaties in vergelijking met maatregelen zoals compactheid, oriëntatie en schikking van de ruimtes in een gebouw. De SERV vraagt ook een meer gebruiksvriendelijke EPB-software en een eenvoudigere aanpak voor (kleine) verbouwingen. Energieprestatieregelgeving moet eenvoudiger De SERV vraagt dat de Vlaamse Regering werk maakt van een vereenvoudiging van de wetgeving inzake energieprestatiecertificaten zodat fragmentering van de regelgeving en versni p- pering van de markt voor energiedeskundigen worden vermeden. De raad formuleerde deze vraag naar aanleiding van zijn advies over het voorontwerp van besluit houdende de i nvoering van het energieprestatiecertificaat niet-residentiële gebouwen bij verkoop en verhuur. Dit besluit is het laatste in de rij binnen de omzetting van de Europese richtlijn 2002/91/EG. Nood aan rechtszekerheid bij vrijstellingen en afwijkingen EPB -eisen De SERV vindt het positief dat de Vlaamse Regering gebruikt maakt van de mogelijkheden om vrijstellingen en afwijkingen op de energieprestatie-eisen (EPB) voor bepaalde gebouwen toe te staan. Wel vraagt de raad om de gevallen waarbij vrijstellingen en afwijkingen afhankelijk zijn van een beoordeling zoveel mogelijk te beperken. Voor de gevallen waar toch een beoordeling nodig blijft, moeten er garanties komen voor rechtszekerheid en rechtsgelijkheid. De raad vraagt ook om de afwijkings- en vrijstellingsprocedures zo snel mogelijk vast te leggen, zodat betrokkenen er effectief van kunnen genieten. Op termijn verwacht de raad dat voor bepaalde gevallen alternatieve pisten worden onderzocht om de energieprestaties te verbeteren en dat de regelgevingen inzake EPB en ruimtelijke ordening coherenter worden. 4. Andere e ne rg ie d ec re te n e n -b e slu ite n Codificatie energiedecreten voldoet niet De SERV verwelkomt de codificatie door de Vlaamse Regering van vijf afzonderlijke energiedecreten. Maar met het voorontwerp waarover de SERV om advies werd gevraagd, realiseert de beoogde doelstellingen om de energiewetgeving te vereenvoudigen en de samenhang en transparantie te verbeteren niet. De codificatie is te beperkt ingevuld. Er werden naar het oordeel van de raad onvoldoende inspanningen gedaan om de coherentie en transparantie van de energieregelgeving te verbeteren, om de inhoud van de procedures beter te integreren, op 37

38 elkaar af te stemmen of te vereenvoudigen, om een goede structuur te zoeken. Ook op jur i- disch-technisch vlak bevat het voorontwerp nog talrijke fouten en tekortkomingen zoals inco n- sistenties in de gebruikte terminologie en definities, overbodige bepalingen die zijn blijven staan en verkeerde verwijzingen. De raad vraagt daarom dat zo snel mogelijk een nieuwe en betere codificatie wordt uitgewerkt. Het voorontwerp bevat in tegenstelling tot wat de nota aan de Vlaamse Regering vermeldt bovendien heel wat inhoudelijke wijzingen. De SERV maakte hierover een aanvullend advies. Het gaat om bepalingen waarover ten gronde weinig discussie bestaat, maar waarvoor de toelichting of de juridisch-technische uitwerking tekort schiet. Verzameldecreet Het voorontwerp van verzameldecreet bevat een uitgebreid hoofdstuk over energie. Zo worden wijzigingen voorgesteld voor gratis elektriciteit, openbare dienstverplichtingen inzake dienstverlening, groene stroomcertificaten, de bevoegdheden van de VREG, de aansluitbaa rheid van het gasnet, energierapportage, energie-advisering en EPB-regelgeving. De SERV begrijpt dat een wijziging van de regelgeving inzake gratis elektriciteit zich opdringt. De voorgestelde wijziging gaat voorbij aan de fundamentele knelpunten met de regeling van de gratis elektriciteit. Het statuut van de nieuwe openbare dienstverplichtingen inzake diens t- verlening moet verduidelijkt worden en uitgebreid worden met dienstverlening bij geplande en niet-geplande onderbrekingen. Er moet onderzocht worden hoe de schadeloosstelling door de netbeheerders best wordt georganiseerd. Inzake groenestroomcertificaten formuleert de SERV een aantal aanbevelingen voor de bepaling van de quota. De raad dringt aan op meer transparantie van de groenestroomcertificatenmarkt. Rapporteren van afname- en productiegegevens De SERV bracht advies uit over een voorontwerp van besluit dat het rapporteren van afname - en productiegegevens regelt door de beheerders van de aardgas- en elektriciteitsnetten, de brandstofleveranciers, de exploitanten van warmtekracht-, hernieuwbare-energie- en zelfopwekkingsinstallaties. In zijn advies vraagt de raad vooral aandacht voor het vermijden van dubbele gegevensopvraging en van onnodige administratieve lasten. Daarnaast wijst de raad op enkele onvolkomenheden en onduidelijkheden in het voorontwerp. 38

39 Hoofdstuk 7 Begroting en fiscaliteit De werkzaamheden van de SERV in verband met begroting spitsen zich toe op een evaluati e- rapport in januari, waarin de goedgekeurde begroting wordt geanalyseerd, en een advies in juli waarbij de SERV zijn decretaal verplicht advies geeft over het begrotingsbeleid voor de komende jaren. In 2008 werd daarnaast ook in januari een themarapport gepubliceerd over de Vlaamse begroting op lange termijn in het licht van de vergrijzing. 1. Evalu a tie ra p po rt Het evaluatierapport analyseert enerzijds de goedgekeurde begroting 2008 en bevat anderzijds een eerste analyse van de uitvoering van de begroting Opvallend voor de begroting 2008 is dat het gaat om een expansieve begroting. De beleidsmogelijkheden liggen 1,2 mld hoger dan in Deze sterke toename heeft deels te maken met een sterke ontvangstendynamiek, maar ook doordat het vereiste saldo met 310 mln lager is dan in Dit laat toe dat de uitgaven reëel met 2,8% kunnen stijgen, wat duidelijk hoger is dan de economische groei die vooropgesteld werd. Deze sterke dynamiek wordt voornamelijk gevoed door nieuwe initiatieven. De aanpassing van de uitgaven aan de inflatie en andere parameters heeft slechts een zeer beperkte impact. De nadruk op nieuwe initiatieven in de begroting heeft naast een sterke uitgavendynamiek ook tot gevolg dat de kloof tussen verbintenissen en effectieve betalingen weer groter zal worden in Een tweede luik in het evaluatierapport betreft een eerste analyse van de uitvoe ring Aanleiding hiervoor is de vaststelling dat eind 2007 beslist werd om in het kader van het lokaal pact een aanzienlijke schuldovername ten voordele van de gemeenten te doen. In het kader van een begrotingsevaluatie stelt zich dan onmiddellijk de vraag hoe dit gefinancierd kon worden. Een belangrijk element hierin is dat het overschot op de begroting 2007 voor meer dan 400 mln hoger ligt dan voorzien bij de definitieve begroting. Hoewel een voorzichtig begrotingsbeleid een goede zaak is, is het ook belangrijk dat de kredieten die ingeschreven worden in de begroting in de mate van het mogelijke worden aangewend. Het sys tematisch realiseren van grote begrotingsoverschotten doet bij de SERV alvast vragen rijzen over de prioriteit die wordt gegeven aan bepaalde kredieten en de administratieve mogelijkheid om ze uit te voeren. In dat kader voert de SERV ook een pleidooi om het debat over Vlaamse reserveringen in een meer globaal perspectief te plaatsen. 39

40 2. T h e ma ra p po rt: impact v a n d e ve rg rij zin g o p d e Vla a mse be g ro tin g Naast het gebruikelijke evaluatierapport heeft de SERV ook opnieuw een themarapport goe d- gekeurd. Daarin wordt een eerste analyse gepresenteerd van de budgettaire uitdagingen voor de Vlaamse begroting op lange termijn in het licht van de vergrijzing. Met dit rapport willen de sociale partners een bijdrage doen in het debat dat over deze problematiek ook op Vlaams niveau gevoerd moet worden. Een eerste vaststelling in het rapport is dat, wanneer men uitgaat van de vereiste van een evenwichtsbegroting vanaf 2010, de niet-vergrijzingsuitgaven iets sneller kunnen groeien dan de economie. Anders gezegd, de druk van de vergrijzingsuitgaven heeft op Vlaams niveau niet tot gevolg dat de andere uitgaven gefnuikt worden in hun dynamiek. Aangezien de vergrijzingsuitgaven in België een aanzienlijke impact zullen hebben op de evolutie van de overheidsuitgaven de komende decennia, betekent dit wel dat het zwaartepunt van de bijkomende inspanningen op federaal niveau zal liggen. Zoals de federale overheidsfinanciën er nu uitzien is het echter niet vanzelfsprekend dat ze deze bijkomende last kunnen dragen. Vandaar dat het themarapport ook nagaat wat het gevolg zou zijn van een gedeeltelijke overheveling van vergrijzingsuitgaven van het federale niveau naar de gemeenschappen en gewesten. De marge die Vlaanderen heeft op budgettair vlak blijkt uit deze analyse in ieder geval niet groot genoeg om bijvoorbeeld de lasten van de pensioenen voor de statutaire ambtenaren en het onderwijzend personeel van de Vlaamse Gemeenschap voor zijn rekening te nemen zonder minstens een gedeeltelijke compensatie met extra middelen vanuit het federale niveau. 3. Begro tin g s ad v ie s ju li Het begrotingsadvies van juli bevat een eerste analyse van de beleidsmogelijkheden voor de volgende legislatuur. Hierbij bouwt de SERV verder op de vaststellingen die naar voren komen uit het vergrijzingsrapport. Indien de bevoegdheden en het financieringsmechanisme niet veranderen, kan Vlaanderen een evenwichtsbegroting aanhouden waarbij de uitgaven evolueren op het niveau van de economische groei. De vraag is echter of het realistisch is om te vero n- derstellen dat Vlaanderen in de nabije toekomst geen bijkomende inspanningen zal moeten doen. De SERV is in elk geval van oordeel dat het niet uit te sluiten valt dat de toenemende druk van de vergrijzingskosten die nu op de federale overheid weegt, gedeeltelijk zal herve r- deeld worden naar de gemeenschappen en gewesten. Bij wijze van voorbeeld heeft de SERV doorgerekend wat het gevolg zou zijn wanneer de gemeenschappen en gewesten vanaf 2015 de overheidspensioenen, met inbegrip van het onderwijzend personeel, geheel of gedeeltelijk zouden overnemen. Indien hierop niet zou worden geanticipeerd in de komende legislatuur, zouden de groeimogelijkheden vanaf 2015 aanzienlijk lager liggen dan ervoor. Dit strookt niet 40

41 met de doelstelling van de SERV dat de groei op lange termijn zo gelijkm atig mogelijk moet zijn. Deze kloof kan enkel beperkt worden door de inspanningen te spreiden en de uitgave n- dynamiek in de volgende legislatuur te beperken door extra reserves aan te leggen. Deze beperking van de uitgavendynamiek zou toch nog toelaten om nieuwe beleidsinitiatieven te nemen in de komende legislatuur ten belope van 1,8 mld dan wel 2,6 mld, afhankelijk van het gekozen scenario. Aangezien deze keuze zou impliceren dat er in eerste instantie overschotten worden aangelegd met het oog op toekomstige tekorten, dient dit ook vastgelegd te worden in een eigen Vlaams stabiliteitsprogramma. Het Vlaams begrotingstraject mag daarbij niet opgeofferd wo r- den door ad hoc aanpassingen van de bijdragen van gewesten en gemeenschappen zoals het geval was in de afgelopen jaren. Bij de opmaak van dit advies konden we nog geen rekening houden met de gevolgen van de financieel-economische crisis. Bij het begrotingsadvies van 2009 is het de bedoeling om hiermee rekening te houden en op basis hiervan de beleidsruimte voor de volgende legislatuur te actualiseren. 41

42 Hoofdstuk 8 Arbeid en diversiteit Advies voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 4 juni 2003 betreffende het inwerkingsbeleid De SERV en de commissie Diversiteit gaven aan, in de lijn van eerder advies, geen fundamentele bedenkingen te hebben bij de voorgestelde aanpassingen omwille van het veranderende federale kader. De SERV en de commissie Diversiteit hielden er echter wel aan te pleiten voor betere afstemming met het voorontwerp van aanpassingen aan het inburgeringsdecreet. Verder werd erop gewezen dat het voorontwerp een overbodige, uitdrukkelijke uitsluiting van a f- gewezen asielzoekers bevatte. Advies betreffende de erkenning en subsidiëring van initiatieven conciërges s o- ciale huisvesting i.h.k.v. lokale diensteneconomie In dit advies gaf de SERV aan ten gronde te kunnen instemmen met het ontwerp van besluit. De SERV uitte hierbij wel de nood aan aangepaste omkadering, begeleiding en opleiding van de doelgroepwerknemers, zeker gezien de veelzijdige invulling van de functie van conciërge binnen de wooncomplexen en buurten van sociale huisvesting. Advies avenant 2008 samenwerkingsakkoord meerwaardeneconomie Op 22 juli 2008 ontving de SERV een vraag tot advies betreffende het ontwerp van decreet houdende de avenant 2008 aan het samenwerkingsakkoord meerwaardeneconomie van 30 mei De avenant legt de budgettaire inspanningen voor het begrotingsjaar 2008 vast. De SERV had geen opmerkingen. Advies Interregionale mobiliteit In het kader van de voorbereiding van de Interministeriële Tewerkstellingsconferentie formuleerde de SERV op 9 juli 2008 een gezamenlijk advies met de CESRW en de ESRBHG. In het advies geven de drie raden enkele uitgangspunten weer voor interregionale mobiliteit van werknemers en formuleerden ze bedenkingen bij de voorbereidende teksten van de Interministeriële Conferentie en dit zowel voor het luik arbeidsmarktbeleid als voor het luik fysieke mobiliteit. In dit advies namen de sociale partners zelf ook meerdere engagementen. 42

43 In opvolging van de gezamenlijke werkzaamheden, beslisten de SERV, de CESRW en de ESRBHG om in de toekomst op regelmatige basis overleg te hebben. Uitrol Competentieagenda Op 14 mei 2007 onderschreven de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners de Competentie Agenda Hiermee gaan de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners de uitdaging aan om een Competentieagenda voor Vlaanderen uit te voeren, met nieuwe initiatieven en duidelijke engagementen. In het kader van de uitrol van de Competentieagenda 2010 ontplooide de SERV in 2008 volgende initiatieven. Het verzamelen van 101 goede voorbeelden competentieontwikkeling en competentiemanagement. Begin 2008 deed de SERV een oproep naar bedrijven en organisaties om inspirerende voorbeelden in te sturen. Om weerhouden te worden diende het voorbeeld van competentieontwikkeling en -management tot stand te zijn gekomen in dialoog met de werknemers en inspirerend te werken voor andere bedrijven en organisaties. Op 16 mei ging het Vlaanderen In Actie atelier Talent door. Daar presenteerde de SERV, in één van de vier workshops, een eerste reeks van 54 goede voorbeelden. Medio 2009 loopt deze actie ten einde. Op het niveau van de sectoren werden ook meerdere initiatieven genomen (zie ook Sectorconvenants). Er was de sectorconferentie Samen talent in goede banen leiden van 8 december, waar de SERV nauw betrokken was bij de organisatie en het project Werk voor durvers, gerealiseerd in de schoot van de netwerken voor sectorconsulenten in het kader van een beter geïnformeerde studie- en beroepskeuze (Actie 1 CA 2010). 43

44 Nog in het kader van de uitrol van de Competentieagenda 2010 bereidden de SERVpartners in de tweede helft van 2008 een analyse voor van de stimuli voor opleidingen in bedrijven en opleidingen van werknemers. Deze werkzaamheden, waarvoor het Steunpunt WSE een starttekst leverde, zullen in 2009 gefinaliseerd worden. Samen op de bres voor 50+ Sociale partners bereidden, op vraag van de Vlaamse Minister van Werk, een akkoord voor betreffende de arbeidsmarktpositie van de 50-plussers. Deze voorbereidende werkzaamheden resulteerden in het akkoord Samen op de bres voor 50+ dat op VESOC-niveau werd afgesloten. Relanceplan: Herstel het vertrouwen Met de bedoeling een antwoord te formuleren op de opkomende economische crisis, kwamen de Vlaamse Regering en de Vlaamse sociale partners tot een Relanceplan. Dit plan bevatte ook meerdere arbeidsmarktaspecten zoals het opzetten van addenda aan de sectorconvena n- ten, het verder ontwikkelen van het herstructureringsbeleid en het uitbreiden van de Vlaamse 50+premie. De uitwerkingsmodaliteiten van deze maatregelen werden mee voorbereid en vorm gegeven in de werkgroep arbeidsmarktbeleid van de SERV. Europees Sociaal Fonds (ESF) In 2007 ving voor ESF een nieuwe programmaperiode aan. Het programma, dat loopt tot 2013 en werd opgesteld in overleg met de sociale partners op VESOC-niveau, kent vijf prioriteiten. De SERV neemt in het nieuwe programma de rol van piloot op. Piloten garanderen voor hun beleidsfocus in ESF de betrokkenheid en continue opvolging van de beleidsoriënt aties die diverse beleidsdomeinen kunnen overstijgen. De SERV is piloot voor de thema s aa npassing van de arbeidsorganisatie, opleiding werkenden en (in samenwerking met het departement WSE) loopbaanontwikkeling. In het werkjaar 2008 trad de SERV onder meer voor volgende oproepen als lezer op: activ e- rende arbeidsorganisatie, geletterdheid, lerende netwerken competentiemanagement, ge n- dermainstreaming in bedrijven, leeftijdsbewust personeelsbeleid, opleiding voor werkenden, coaching en opleiding op de werkvloer in de sociale economie, sociale inclusie, activerende arbeidsmarkt, competentiebeleid sectoren en sectorale (opleidings)fondsen II, loopbaandienstverlening 2008, alternerend leren voor BuSO en deeltijds lerenden, brug en voortrajecten voor deeltijds lerend, maatschappelijk verantwoord ondernemen, werkervaring ESF-project: Voor meer MVO in Vlaanderen Op vraag van de Vlaamse Minister van Sociale Economie startte de SERV in 2007 met een werking over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en dit onder de vorm van een ESFproject. De uitgebreide communicatiecampagne en de conferentie Maarschappelijk Verantwoord Ondermenen van 2007 kregen in 2008 een vervolg. Dit maal opteerden de SERVpartners voor gerichte acties. Sociale partners hebben immers de overtuiging dat deze ge- 44

45 richte acties de in 2007 geleverde inspanningen kunnen versterken. Het project voor meer MVO DNA omvatte volgende doelstellingen: Ondersteunen van de ESF-oproep voor projecten MVO in KMO s. De oproep heeft als doelstelling MVO op duurzame basis in de bedrijfsvoering te implementeren of dieper te verankeren. De SERV-partners zijn van mening dat de verdere concrete uitbouw van MVO op bedrijfsniveau cruciaal is en wensten de oproep te ondersteunen. Ondersteunen van de sociale partners en het bedrijfseconomisch werkveld. Sensibiliseren en informeren van enerzijds werkgevers en werknemers en anderzijds hun vertegenwoordigers op alle niveaus (interprofessioneel, sectoraal, bedrijfsniveau), zijn essentiële succesfactoren van MVO. Deze doelstellingen werden geconcretiseerd in vier actielijnen die in 2009 zullen worden afgerond: Redactionele ondersteuning: doel is de MVO-inspanningen te ondersteunen met een reeks van inhoudelijke media-artikelen die betrekking hebben op de verscheidene aspecten van het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Een promomodule voor events: Het is belangrijk om het thema MVO on top of mind te krijgen van zowel de werkgevers als de werknemers. Dit kan gebeuren door in te breken op events waar MVO niet de focus vormt. Daarvoor zal een promotiefilm MVO worden ontwikkeld. Inhoudelijke ondersteuning: Er is nog altijd een grote nood aan inhoudelijke duiding van MVO. De doelstelling is de basisvragen te overstijgen en aan de hand van een tiental Q&A verder te bouwen aan de inhoudelijke duiding van MVO. Ondersteunen van de sociale partners: actielijn vier wenst de rol te exploreren die sociale partners, hun leden en hun geledingen kunnen opnemen in het bevorderen van maatschappelijk verantwoord ondernemen in Vlaanderen. De uitkomst zal meegenomen worden bij het opstellen van een globaal infopakket. 45

46 Hoofdstuk 9 Onderwijs In 2008 kregen ook voor de sociale partners belangrijke onderwijsdossiers bijna hun beslag: leren & werken, leerzorg, hoger beroepsonderwijs en de Vlaamse Kwalificatiestructuur. De SERV bracht ook advies uit over de werkingsbudgetten in het basisonderwijs en de werkingsmiddelen in het secundair onderwijs. De sociale partners vroegen in een brief van 15 oktober aan de bevoegde Minister zich te mogen uitspreken over het op te richten Kwaliteit s- zorgagentschap. Deze vraag werd niet gehonoreerd. De sociale partners spraken hun steun uit voor de voorziene hervorming van het leren en werken in Vlaanderen. In het advies van 14 mei noemden zij het voorontwerp van decreet een sterke eerste aanzet tot het op- en herwaarderen van het alternerend stelsel als een volwaardige leerweg. Dit omwille van de getrapte aanpak (persoonlijke ontwikkelingstrajecten, voortr a- jecten, brugprojecten en werkervaring), het voltijds engagement, de (aanzet tot) neutrale screening en de studiebekrachtiging. Bijkomend vroeg de raad, onder andere, dat de veralg e- meende modularisering optimaal kan worden ingevoerd door het realiseren van de noodzakelijke randvoorwaarden daartoe, dat de stages een sluitend juridisch kader zouden krijgen alsook een structurele betrokkenheid van (sectorale) sociale partners bij de regionale overlegplatformen die moeten waken over het voltijds engagement. Een ander dossier met een verregaande impact is dat van de Vlaamse Kwalificatiestructuur, waarover de SERV advies uitbracht op 15 oktober. De raad ziet een positieve evolutie in de validiteit van de beroepskwalificaties: ze worden voortaan ontwikkeld op basis v an door de sociale partners gevalideerde ijkpunten, namelijk de beroepscompetentieprofielen van de SERV. In het advies gaf de raad enkele essentiële voorstellen mee ter aanpassing van het voorontwerp van decreet: de evenwaardigheid tussen beroeps- en onderwijskwalificaties worden gewaarborgd; standaarden voor ervaringsbewijzen worden automatisch ing eschaald op basis van de beroepskwalificatie waarvan ze zijn afgeleid; er worden onderwij skwalificaties van niveau een bepaald; het DBSO en bepaalde vormen van het BUSO krijgen een plaats in de kwalificatiestructuur, de samenstelling van de inschalingscommissies wordt verduidelijkt zodat pariteit en de aanwezigheid van alle relevante actoren gewaarborgd is en tot slot wordt monitoring, evaluatie en bijsturing van het voorontwerp van decreet voorzien. Over het hoger beroepsonderwijs bracht de SERV een eerste advies uit op 16 januari bij de discussienota Treden naar succes, werken en leren. Het Hoger Beroepsonderwijs in het Vlaamse onderwijs, dit werd al besproken in het jaarverslag van In het voorontwerp van decreet Hoger Beroepsonderwijs, uitgebracht op 15 oktober 2008, formuleerden de sociale 46

47 partners kritiek op het ontbreken van een afdoende EVC beleid, de onvoldoende operationalisering van werkplekleren en het invoeren van twee niveaus HBO, nl. HBO 4 en 5 wat tot verwarring zou kunnen leiden. De raad zag ook een grotere rol weggelegd voor het volwassene n- onderwijs, en voor Syntra en de VDAB, omwille van de flexibiliteit van de organisatiestru ctuur en de ervaring met werkende lerenden. Ten slotte miste het voorontwerp realiteitszin voor de financiering; er zijn ook middelen nodig ter ondersteuning van trajectbegeleiding en werkpl e- kleren maar deze worden niet voorzien. Begin 2009 legde de Minister een nieuw voo rontwerp van decreet, Secundair na Secundair en Hoger Beroepsonderwijs, aan het parlement voor. Hierover bracht de SERV een advies op eigen initiatief uit. Eind 2008 werd gestart met de voorbereiding van het advies over het voorontwerp van decreet voor leerzorg. Met het decreet wordt het zorgaanbod van het gewoon en buitengewoon onderwijs onder één referentiekader gebracht. Dit vertrekt vanuit een andere visie op handicap en onderwijsbehoeften nl. vanuit het afstemmingsprobleem tussen de onderwijso mgeving en de specifieke behoefte van de leerling. De sociale partners noemden het de ve rdienste van de bevoegde Minister dat hij dit debat is aangegaan en over de krachtlijnen van dit gevoelig do s- sier een consensus heeft kunnen bereiken. Toch meende de raad dat er eerst nog barrières, zoals bijv. de nood aan extra competentieontwikkeling van leerkrachten, dienden te worden weggewerkt vooraleer deze onderwijsvernieuwing volledig kon worden ingevoerd. Ook de onduidelijkheid over financiering en de nood aan een verdere verfijning van het referentiekader maakten dat de SERV een leerzorg basisdecreet verdedigde dat in een volgende legislatuur verder ingevuld kan worden. 47

48 Hoofdstuk 10 Ruimtelijke ordening 1. Ruimte lijk Stru c tu u rp la n V la a n de re n De SERV bracht op 14 mei 2008 een aanbeveling uit over het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. De SERV stelt vast dat de planhorizon van het huidige Ruimtelijk Structuurplan Vlaa n- deren voorbij is. Dit betekent dat een actualisering en gedeeltelijke herziening van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen noodzakelijk is. Enerzijds moet het de ambitie zijn om de uitvoering van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaand e- ren te voltooien. Anderzijds dient, binnen de krijtlijnen van het huidige structuurplan, een actu - alisering te gebeuren voor de ruimtebehoevende thema s. In deze aanbeveling gaat de raad achtereenvolgens in op het belang van de realisatie van het huidige Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen. Vervolgens formuleert de raad aandachtspunten bij de actualisatie voor wonen, werken en landbouw, bos en natuur. Daarna wordt stilgestaan bij het lange termijn spoor en worden ook hiervoor een aantal thema s aangekaart. Het gaat ondermeer over de evaluatie van het huidige Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen en de stru c- tuurplanning en de detectie van nieuwe ontwikkelingen met impact op het ruimtegebruik. De vaststelling kan gemaakt worden dat als alles vlot verloopt pas in de tweede helft van 2009 een geactualiseerde versie van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen zal bestaan. Dit bet e- kent dat aangepaste selecties en nieuwe taakstellingen pas dan van kracht worden en vermoedelijk zeker voor de taakstellingen via uitvoeringsplannen nadien gerealiseerd moeten worden. De raad dringt er op aan dat het spoor van de actualisering en bijstelling binnen de huidige legislatuur wordt afgerond. Daarnaast ondersteunt de raad de ontwikkeling van het lange te r- mijn spoor Ontwerpend Vlaanderen , zonder dat hierdoor een planhiaat ontstaat tussen 2012 en A a n pa s s ing e n a an v u llin g v a n he t ru imte lijk e plannings -, vergunningen - en handhavingsb e- le id De raad dringt in zijn advies van 23 mei 2008 over het voorontwerp van decreet tot aanpassing en aanvulling van het ruimtelijke plannings-, vergunningen- en handhavingsbeleid aan op 48

49 een wetgevende stabiliteit in de komende periode. Dat komt ook ten goede aan de besturen die met de nieuwe decretale basis worden geconfronteerd. Voorts meent de raad dat het decreet ruimtelijke ordening ook de aanknopingspunten moet bevatten om de doelstellingen met ruimtelijke implicaties van andere sectoren te realiseren. Het is belangrijk dat sectorale doelstellingen met ruimtelijke gevolgen door een eigen sectorale decretale basis worden verzekerd, waardoor ook de relatie met de wetgeving ruimtelijke ord e- ning duidelijk wordt. 3. Grond- e n p a nd e nb e le i d Met het decreet over het grond- en pandenbeleid wordt sterk ingezet op de terechte doelstelling van menswaardig, behoorlijk en betaalbaar wonen. Naar aanleiding hiervan vraagt de raad in zijn advies van 4 juni 2008 dat nieuwe decreten die instrumenten introduceren met een belangrijke maatschappelijke impact vooraf worden g e- toetst op hun effectiviteit. Verder wordt vastgesteld dat voor de realisatie van deze doelstelling enkel wordt ingezet op een grondactiveringsbeleid en dat het pandenbeleid, dat een belangrijke rol kan spelen, niet wordt ontwikkeld. Dit kan overigens het effect hebben dat de doelstelling van het Ruimt elijk Structuurplan Vlaanderen, Vlaanderen Open en Stedelijk, onder druk komt te staan. Overigens is het merendeel van de bouwprojecten renovatie of vernieuwbouw in al bestaande concentraties in steden of kernen in het buitengebied. Met een pandenbeleid zou men dus in de s ociale huisvesting en het stedelijk verdichtingsbeleid heel wat kunnen bereiken. In het advies wordt verder ingegaan op de randvoorwaarden die volgens de raad moeten vervuld worden om de maatschappelijke doelstellingen achter dit decreet ook daadwerkelijk te realiseren. 4. Milie u e ffe c tra p p o rta g e o v e r ru i mte lijk e u i tv o e- rin g s p la n n en Het gezamelijke SERV-Minaraad advies van 29 januari 2008 over de milieueffectrapportage over ruimtelijke uitvoeringsplannen (integratiespoor) gaat in op de omzetting in het Vlaamse recht van de Europese plan-mer-richtlijn. Op basis van een theoretische vergelijking van de voor- en nadelen van het generieke spoor en het integratiespoor menen Minaraad en SERV dat het integratiespoor intrinsiek de meeste mogelijkheden biedt om efficiënt de doelstellingen van de milieueffectrapportage te bereiken. Maar om het integratiespoor waar te maken moet van bij het begin van het planningsproces 49

50 voldoende milieuexpertise betrokken worden bij de planningswerkzaamheden en moet er vo l- doende openheid zijn binnen het planningsproces zodat de milieuexpertise daadwerkelijk gevaloriseerd wordt. Minaraad en SERV staan positief tegenover het concept achter het ontwerpbesluit. Het besluit biedt een juridische basis voor de experimenten die op het terrein plaatsvinden en geeft zo de kans om meer ervaring op te doen. Maar SERV en Minaraad vragen met aandrang da t na een leerperiode - werk wordt gemaakt van een volwaardige integratie van het instrument plan- MER - en van de bepalingen van de plan-mer-richtlijn - in de regelgeving ruimtelijke ordening. Een belangrijke vraag is of ook de structuurplannen onderworpen moeten worden aan plan- MER. SERV en Minaraad vragen dat de overheid dit verder uitzoekt. 5. Vla a ms s te de lijk g e b ie d ro n d B ru s s e l Het ontwerp eindrapport voor het overlegproces over het Vlaams stedelijk gebied rond Brussel formuleert een voorstelling van afbakening. De SERV stelt in zijn advies van 15 oktober 2008 ondermeer vast dat de uitgangspunten zeer behoudend zijn en dat de uitdagingen voor het economisch kerngebied van Vlaanderen onvoldoende worden benoemd. De raad meent dat een actieve en expliciete strategie ontwikkeld moet worden die een antwoord geeft op die uitdagingen. Dit gebeurt niet, waardoor het document al bij de uitgangspunten onevenwichtig is. Een evenwichtige benadering impliceert dat men naast behoudende uitgangspunten over open ruimte ook ambitieuze doelstellingen formuleert voor de stedelijke functies van het VSGB. Vanuit een ruimtelijk-economische invalshoek is verder de vraag of de keuze van het plangebied en het uiteindelijk voorstel van afbakeningslijn voor het VSGB wel voldoende re levantie en meerwaarde heeft. Bij het voorstel van de task force Vlaamse Rand voor het flankerend beleid, meent de raad dat het voorstel zoals het nu is opgemaakt onvoldoende scherp is geformuleerd. Het is een herhaling van de flankerende opties die geformuleerd werden in het ontwerprapport. De in het ontwerprapport genomen opties veronderstellen een veelheid van acties, instrume n- ten en middelen om ze te realiseren. Het ware nuttig geweest dat de taskforce een oplijsting maakte van de noodzakelijke maatregelen, de middelen en de besturen die gevat worden. Hieruit kan dan mogelijk een concretisering en een prioretisering afgeleid worden. Deze concretisering en prioretisering is noodzakelijk als men een RUP wil maken dat de voor - genomen opties ook effectief kan realiseren. Daarom vraagt de raad dat het bestuurlijke coördinatieplatform snel wordt geïnstalleerd, waarbij de eerste opdracht erin bestaat alsnog deze budgettering en prioretisering op te maken. 50

51 6. Andere G e o g r a f i s c h e D a t a - I n f r a s t r u c t u u r V l a a n d e r e n In zijn advies over het voorontwerp van decreet betreffende de Geografische Data- Infrastructuur Vlaanderen van 10 september 2008 ondersteunt de SERV de actualisering van de decretale onderbouw die enerzijds rekening houdt met de door de Europese INSPIRE rich t- lijn beoogde uitgangspunten. Anderzijds ondersteunt de raad de met dit nieuwe decreet b e- oogde doelstellingen. De uitbreiding van de deelnemers alsook de introductie van het principe van subsidiariteit bij productie van authentieke geografische informatie is een belangrijk principe. Het is hierbij echter wel belangrijk dat alle relevante publieke en private partijen als deelnemer gedefinieerd kunnen worden. Ook dient een transparante kostprijstoerekening te worden gehanteerd. Nu wordt de toegang voor de deelnemers aan GDI-Vlaanderen kosteloos voor alle vormen van publieke taken. 51

52 Hoofdstuk 11 Regionaal economisch beleid 1. Stu d ie e n a a nb e ve lin g o v e r d e werk in g v a n he t s o c ia a lec o no mis c h s tre e ko v e rle g De SERV hecht veel belang aan een goed functionerend sociaaleconomisch streekoverleg. In 2008 werden daarom de leden van de SERR bevraagd. Er werd hierbij gepeild naar de wijze waarop de sociale partners in de streek de werking van de SERR en RESOC ervaren. Het sociaaleconomisch streekoverleg mobiliseert, naast de betrokken besturen, heel wat mensen uit het sociaaleconomisch middenveld. Het bi- en tripartiete streekoverleg wordt hierbij als een absolute meerwaarde beschouwd. De studie resulteerde op 12 november 2008 in een aanbeveling, waarin vier kernideeën centraal staan. Vooreest pleit de raadt voor een duurzaam systeem van sociaaleconomisch streekoverleg en stabiliteit in structuren. Tegelijkertijd dient de bottom-up filosofie, die mee aan de basis lag van het streekoverleg, te worden gerespecteerd, waardoor bestaande lokale dynamieken zich verder kunnen ontwikkelen. Ten tweede roept de raad de partijen in het streekoverleg op werk te maken van de ontwikkeling van het opgezette cogovernance systeem, met ook de ontwikkeling van terugkoppelingsmechanismen zodat het democratisch gehalte en maatschappelijk draagvlak verzekerd is. Ook het Vlaamse niveau is hierbij betrokken via het Platform Socio-Economisch Streekontwikkelingsbeleid. Dit platform vervult zijn voorziene rol, zowel naar samenstelling als naar inhoud, niet. De raad vraagt om dit te herbekijken. Ten derde vraagt de raad een krachtig ondersteunend signaal van de Vlaamse Overheid. De raad heeft zich altijd verzet tegen een radicale toepassing van het afstoten van de streekontwikkeling door het Vlaamse bestuursniveau. Het streekbeleid belangt ook het Vlaamse niveau aan. Het is nodig dat de Vlaamse Overheid de resultaten van het sociaaleconomisch streekoverleg naar waarde schat. Dit impliceert ondermeer respect voor de advisering van de arbeidsmarktdossiers en de betere ontwikkeling van de economische invalshoek. Dit betekent verder dat het Vlaams niveau strategische referentiekaders moet ontwikkelen zowel voor ec o- 52

53 nomie als voor arbeidsmarkt en dat adviesvragen worden gesteld aan de RESOC over (rui m- telijk-) economische thema s. Ten vierde vraagt de raad dat het streekpact wordt geconcretiseerd in een streekcontract met verbintenissen van alle betrokken partijen. De huidige engagementen zijn immers niet sterk genoeg. Het streekcontract moet top-down met Vlaamse accenten en bottom-up met streekspecifieke accenten worden ingevuld. Het bevat ook de concrete engagementen van de actoren zodat ook duidelijk is wie de uitvoerder is, welke middelen aangewend worden en binnen welk tijd s- kader. Dit streekcontract moet periodiek worden hernieuwd. Voor projecten die zich situeren op Vlaams niveau impliceert dat overleg in een voorafgaande fase, zodat ze ondermeer via de reguliere departementale programma s gerealiseerd kunnen worden. Voor projecten waar cofinanciering met Europese middelen nodig is, dient de garantie te bestaan dat de geselecteerde projecten bij prioriteit geselecteerd en gerealiseerd worden. De raad vraagt verder dat voor de overige relevante streekprojecten in de streekpacten een jaarlijks callsysteem wordt ontwikkeld, waarop de betrokken actoren in de streek kunnen intekenen. De raad vraagt een agendering van dit dossier op VESOC. 53

54 Hoofdstuk 12 Welzijn De SERV heeft zich in 2008 ten gronde aangesloten bij een aantal voorstellen van regelingen die hem door de Vlaamse Regering werden voorgelegd. Het betreft ondermeer: Het voorontwerp van decreet betreffende de organisatie van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn Het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet houdende organisatie van de zorgverzekering Het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering betreffende de erkenning en subsidiëring van initiatieven conciërges sociale huisvesting in het kader van de lokale diensteneconomie Het voorontwerp van decreet betreffende het algemeen welzijnswerk Het voorontwerp van decreet betreffende het georganiseerde vrijwilligerswerk in het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Het voorontwerp van decreet houdende diverse bepalingen betreffende het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin In zijn advies over het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet betreffende de armoedebestrijding heeft de SERV gevraagd dat het Vlaams Actieplan Armoedebestrijding en de jaarlijkse actualisatie ervan, zou worden overlegd binnen het VESOC. Consequent heeft de SERV de adviesvraag over de actualisatie 2008 van het Vlaams Actieplan niet behandeld en aanbevolen als een VESOC-thema. In het advies over het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet betreffende de indeling in zorgregio s dringt de SERV erop aan om, waar relevant, de mogelijkheid open te houden om een gedifferentieerde regio-indeling vast te leggen in functie van de subsector. Dit in samenspraak met de actoren binnen de welzijns- en gezondheidssector. In afwachting van de installatie van de Strategische Adviesraad voor het Vlaamse Welzijns-, Gezondheids- en Gezinsbeleid werd het secretariaat van deze adviesraad in de loop van 2008 ingebed bij de SERV. 54

55 Hoofdstuk 13 Economie en innovatie 1. Advie ze n e n aa n be v e lin g en De SERV gaf advies over het voorontwerp van besluit tot wijziging van het besluit van 16 mei 2007 tot toekenning van steun aan ondernemingen voor ecologie-investeringen in het Vlaams Gewest. De raad ondersteunt in zijn advies van 17 september 2008 de duidelijke b e- leidskeuze voor de ondersteuning van milieuvriendelijke en/of energiebesparende maatregelen. Wel dient de effectieve realisatie van het vooropgestelde slaagpercentage (82 %) van nabij opgevolgd te worden. Verder werd de SERV op 25 juli 2008 om advies gevraagd over het voorontwerp van besluit tot toekenning van steun aan KMO s voor ondernemerschapsbevorderende diensten. In zijn advies van 19 september 2008 bestempelt de raad dit initiatief als een positieve maatregel ter ondersteuning van de KMO s, maar dringt aan op een rechtszeker en stabiel kader. Positief is alleszins de stroomlijning van het KMO-instrumentarium, het feit dat de steunintensiteit en de steunplafonds worden opgetrokken en de inkorting van de tweejarige cyclus tot een jaar. Daarnaast vestigt de raad de aandacht op een aantal concrete aspecten van de nieuwe regeling. Op 25 juli 2008 werd de raad ook om advies gevraagd over het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 6 februari 2004 betreffende een waarborgregeling voor KMO s. De raad geeft in zijn advies van 17 september 2008 te kennen alvast positief te staan tegenover het wetgevend initiatief. Een van de cruciale kernpunten van de bijsturing betreft de mogelijkheid om een specifiek waarborgbeleid te voeren voor bepaalde doelgroepen van KMO s. De raad ondersteunt deze optie, maar is omwille van budgettaire efficiëntie van mening dat een dergelijke differentiatie telkens goed onderbouwd moet worden en niet ten koste mag gaan van andere KMO s. De SERV gaf advies over de toekenning van een rentetoelage voor ondernemingen die lijden onder de verstoorde bereikbaarheid tengevolge van openbare werken. De raad kan zich achter de bijsturingen en beoogde doelstellingen van het besluit scharen, zeker wat de actu a- lisering van het maximale jaarlijks steunpercentage betreft. In het licht van de huidige financieel-economische crisis kan het van doorslaggevend belang zijn om kredieten bij de banken los te weken. Algemeen is de raad van oordeel dat de mogelijkheid moet worden voorzien om het 55

56 maximale jaarlijkse steunpercentage aan de courante marktvoorwaarden aan te passen in functie van substantieel gewijzigde financieeleconomische omstandigheden. Ten slotte gaf de SERV advies over de prioriteiten van het Belgisch EU-voorzitterschap tijdens de tweede jaarhelft van In zijn advies van 15 december 2008 heeft de SERV zich niet louter beperkt tot de afbakening van de voor Vlaanderen prioritaire beleidsthema s voor het EU-voorzitterschap. De raad gaat in een eerste deel dieper in op de betrokkenheid van Vlaanderen in de Belgische standpuntbepaling en het Europese besluitvormingsproces enerzijds en op de betrokkenheid van de Vlaamse sociale partners hierin anderzijds. In een tweede deel komen de prioritaire thema s aan bod die volgens de raad zowel voor Vlaanderen als voor Europa belangrijk zijn: de (post)lissabonstrategie en de hervorming van de Europese Structuurfondsen, de implementatie van de vrijmaking van de interne dienstenmarkt, het Gemee n- schapsoctrooi en ICT-toepassingen, het proefproject verlaagde BTW-tarieven voor arbeidsintensieve diensten, en het energie- en klimaatbeleid. 2. Andere a c tiv ite ite n De SERV is al enige tijd actief rond de Europese dienstenrichtlijn. Dat was al het geval ten tijde van de voorbereiding van de richtlijn, de zogenaamde Bolkestein -richtlijn, waarover de SERV een aanbeveling heeft uitgebracht die aan de basis lag van het standpunt van de Vlaamse Regering destijds. Thans draait in België en Vlaanderen het omzettingsproces op volle toeren. Omdat de behoefte werd aangevoeld om meer duiding te geven over de context waarbinnen de resultaten van de (pre)screeningen van de interne regelgeving moeten beoordeeld worden, werd op 17 oktober 2008 door de SERV een vormingssessie georganiseerd. Steve Fritz, policy advisor bij de Europese Commissie, Prof. Jules Stuyck K.U.Leuven en Prof. Lode Vereeck van de Universiteit Hasselt gaven de nodige reflecties bij de omzettingsprakti j- ken van de dienstenrichtlijn in Europa en Vlaanderen. De huidige financieel-economische crisis weegt op het vertrouwen van de ondernemingen, werknemers en burgers. Tijdens de VESOC-bijeenkomst van 23 oktober 2008 deed de Vlaamse Regering een oproep aan de Vlaamse sociale partners om een gezamenlijk actieplan op te stellen om het vertrouwen te herstellen. De SERV nam zijn verantwoordelijkheid en op 5 november 2008 stellen de Vlaamse sociale partners een actieplan van prioritaire beleidsmaatr e- gelen voor ter bestrijding van de impact van de financiële crisis op de economie. Dit actieplan heeft mede aan de basis gelegen van het Relanceplan Herstel het vertrouwen van de Vlaamse Regering dat op 14 november 2008 wordt gepresenteerd. 56

57 Hoofdstuk 14 Media De SERV bracht in 2008 advies uit over het nieuw voorontwerp van decreet betreffende de radio-omroep en de televisie dat de bestaande decreten actualiseert en hervormt tot één nieuw decreet. De reden voor de hervorming berust in de Omzetting van de Europese Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten (Richtlijn 2007/65/EG). Tegelijk wordt de gelegenheid benut om te komen tot een meer eenduidige, coherente en toekomstgerichte mediaregelgeving. De SERV onderschrijft de argumentatie om de decreten voor de radio-omroep nu aan te passen en te hervormen tot één nieuw decreet. De tijdige omzetting van de Europese Richtlijn Audiovisuele Mediadiensten vormt daarbij een belangrijk argument. De SERV vraagt bijzondere aandacht voor de regeling van het sociaaleconomische televisieprogramma in samenwerking met de SERV-partners. Op 12 juli 2007 werd tussen de VRT en de Vlaamse sociale partners hieromtrent een overeenkomst afgesloten. De hoeksteen van deze overeenkomst bestaat erin dat het betrokken televisieprogramma en begeleidend radi o- programma wordt gerealiseerd door de VRT-nieuwsdienst. De SERV heeft erop aangedrongen dit decretaal te verankeren. Daarnaast kan de SERV de mogelijke afwijkingen van het principieel verbod op productplaatsing slechts onderschrijven voor zover de VRM de gestelde toepassingsvoorwaarden daa d- werkelijk van nabij en strikt bewaakt. A fortiori in geval van samengaan in één programma van sponsoring en productplaatsing met betrekking tot eenzelfde goed of dienst. De SERV vraagt ook te voorzien in een regeling voor de omroepdiensten in hun rol als mediapartner. Achterli g- gend is de bekommernis naar het verwezenlijken van verscheidenheid (sector, omvang) in de evenementen waaromtrent tot ruilcontracten wordt gekomen. 57

58 Hoofdstuk 15 Profielenwerking beroepen en competenties 1. Bero e ps c o mp e te n tie p ro fie le n in In 2008 heeft de SERV 19 beroepscompetentieprofielen gepubliceerd, nl.: Tandartsassistent Waterklerk Mangelstrijkster/bediener tunnelfinisher Zelfstandit gespecialiseerd voetverzorger Ploegbaas schilder- en decoratiewerken Onderhoudstechnicus liften Installateur liften Podiumtechnicus beeld Podiumtechnicus geluid Podiumtechnicus licht Dentaaltechnicus Operationeel manager retail Hoeknaadlasser Pijplasser Plaatlasser Technisch commercieel medewerker binnendienst grafimedia Onderhoudstechnicus lasautomaten automotive Sorteerder Tuinbouwarbeider 58

59 2. Advie s ov e r d e tweede lijs t v a n b e ro e pe n e n t i- tels van beroepsbekwaamheid (ervarings bewijze n ) In januari 2008 bracht de SERV advies uit over de tweede lijst van beroepen waarvoor een titel van beroepsbekwaamheid (ervaringsbewijs) kan worden gecreëerd. De oproep hiervoor werd door de SERV in juni 2007 gelanceerd via de interprofessionele partners. Volgende criteria werden gehanteerd bij het bepalen van prioriteiten in de voorstellen: het voorstel moet paritair gesteund zijn, het effect of de meerwaarde van een ervaringsbewijs moet aang etoond zijn, er is bij voorkeur al een SERV-beroepsprofiel of een door de SERV gelegitimeerd beroepsprofiel. Wanneer er geen beroepsprofiel bestaat, wordt met de betrokken sectoren afg e- sproken of een beroepscompetentieprofiel in het nieuwe SERV-format wordt opgesteld. De SERV heeft nog een aantal bijkomende selectiecriteria gehanteerd, nl. beroepen waarvoor competentietekorten bestaan die via het ervaringsbewijs kunnen worden aangevuld, nieuwe beroepen waarvoor via het ervaringsbewijs instroom kan worden gecreëerd, snelgroeiende segmenten of snelle evoluties waardoor de vraag naar (nieuwe) competenties groot is en het ervaringsbewijs een oplossing kan geven, knelpuntberoepen die via het ervaringsbewijs sneller kunnen worden ingevuld, beroepen waarin kansengroepen zitten en voor wie het erv a- ringsbewijs dus een valorisering zou zijn, beroepen waarin kansengroepen kunnen instromen via een ervaringsbewijs, en beroepen waarvoor het ervaringsbewijs positieve effe cten zou hebben voor vrouwen. Zoals altijd organiseerde de SERV telkens nog een bijkomende consultatie ronde over transversale of transsectorale ervaringsbewijzen. Daarbij is aan sectoren die niet de originele i n- dieners waren van het voorstel voor dergelijk ervaringsbewijs, gevraagd of ze zich wilden aansluiten bij het ontwikkelwerk en/of de legitimering in de SERV. Zo heeft de SERV bereikt dat een aantal ervaringsbewijzen door meer dan de initiële aanvragers zijn gelegitimeerd, wat het draagvlak vergroot van die ervaringsbewijzen. Op de tweede lijst van 2007 kwamen volgende beroepen te staan: 07/21 veldoperator continuproductie (naam is gewijzigd in: allround operator proceschemie) 07/22 schermoperator continuproductie (naam is gewijzigd in: basisoperator proceschemie) 07/23 residentieel elektrotechnisch installateur 07/24 bandenmonteur 07/25 ruitenplaatser 07/26 sorteerder 59

60 07/27 helpdesk - operator 07/28 uitvoerend CAD-tekenaar bouwkunde 07/29 dispatcher 07/30 hulpboekhouder 3. Advie s ov e r d e e e rs t lijs t v a n b e ro e p en e n t i- te ls v a n b e ro e ps b ek waa mheid De eerste lijst voor beroepen en ervaringsbewijzen 2008 werd ook samengesteld op basis van de voorstellen voor ervaringsbewijzen die door de sociale partners werden ingediend in antwoord op de oproep die de SERV lanceerde in juni 2007 via de interprofessionele partners. Gezien de tweede lijst van 2007 was beperkt tot tien beroepen, werd met de betreffende sectoren een fasering afgesproken naar Met andere woorden, de eerste lijst 2008 is gebaseerd op voorstellen die niet op de tweede lijst 2007 zijn gekomen. Een uitzondering op deze werkwijze is het ervaringsbewijs arbeidsconsulent. De SERV ontving een vraag van de VDAB om het ervaringsbewijs arbeidsconsulent op te nemen op de lijst van beroepen en ervaringsbewijzen. Deze vraag is met dit advies aanvaard door de interprofess i- onele sociale partners. Uiteraard golden voor de eerste lijst 2008 dezelfde selectiecriteria als voor de tweede lijst 2007 en werd ook nu een bijkomende consultatieronde georganiseerd over transversale of transsectorale ervaringsbewijzen. De beroepen op de eerste lijst 2008 zijn: 08/01 administratief commercieel medewerker binnendienst 08/02 arbeidsconsulent 08/03 autoverkoper 08/04 industrieel elektrotechnisch installateur 08/05 internetontwikkelaar 08/06 koetswerkopbouwer 08/07 magazijnier 08/08 machineregelaar kunststofverwerking 08/09 operator verpakking in de farmaceutische industrie 60

61 08/10 PC- en netwerktechnicus 08/11 plaatwerker 08/12 productiemedewerker kunststofverwerking 08/13 receptionist/telefonist 08/14 spuiter 08/15 tertiair elektrotechnisch installateur 08/16 voorbereider plaatwerker 08/17 voorbereider spuiter 08/18 webdesigner 4. Sta n d aa rd e n v oo r c o mpeten tie be o o rd e lin g v oo r e e n e rv a rin g sb e wijs Nadat de lijsten met beroepen die de SERV heeft voorgesteld, zijn bekrachtigd door de Vlaamse Regering, kan gestart worden met het ontwikkelwerk voor de standaarden voor beoordeling van kandidaten voor een ervaringsbewijs. De SERV ontwikkelt die standaarden in samenwerking met de betrokken sectoren en door hen aangeduide experten. In 2008 ontwikkelde de SERV de 15 volgende standaarden die ook door de betrokken sociale partners zijn gevalideerd: Bestuurder hydraulische graafmachine Dispatcher Fitnessbegeleider Groepsfitnessbegeleider Help desk operator Hulpboekhouder Installateur liften Mecanicien Onderhoudstechnicus liften Patronenmaakster Personal trainer 61

62 Pijpfitter Residentieel elektrotechnisch installateur Sociaal tolk Stoomstrijkster Sinds het ontwikkelwerk begon in 2005 heeft de SERV 51 standaarden gemaakt, dus in princ i- pe zou er voor 51 beroepen een assessment mogelijk zijn. In de praktijk moeten hiervoor testcentra worden erkend. Momenteel zijn er voor 39 beroepen testcentra erkend door de Vlaa m- se Minister van Onderwijs, Vorming en Werk en dus actief. De testcentra organiseren de begeleiding en beoordeling (of assessment) voor de beroepen waarvoor iemand een ervaringsbewijs kan krijgen. Einde 2008 hadden ongeveer 650 personen al een ervaringsbewijs. 5. Het d e c re e t Vla a mse K walific a ti e s tru c tu u r Twee, voor de profielenwerking, belangrijke ontwerpdecreten zagen het licht in Het eerste was dat van de Vlaamse Kwalificatiestructuur. In principe zullen de beroepscompetentieprofielen en competentieprofielen die de SERV maakt i.s.m. de sectoren en andere belangrijke stakeholders, de basis vormen voor de beroepskwalificaties. De beroepscompetentieprofielen zullen worden ingeschaald in een van de acht niveaus van de Vlaamse kwalificatiestructuur en worden dan beroepskwalificaties. In de toekomst zullen onderwijs en andere, reguliere ople i- dingsverstrekkers zich moeten verankeren met hun opleidingen op de kwalificaties die in de kwalificatiestructuur staan. 6. Work s h op met te s tc e n tra Op 18 april organiseerde de SERV een workshop met de erkende testcentra voor de erv a- ringsbewijzen. Daarop kwam vooral de interpretatie van de standaarden aan bod. De testcentra hadden vragen over onder meer de voorwaarden voor slagen, over de identieke moeilijkheidsgraad van de proeven, over de formulering en keuze van de testcentra, over de differentiatie tussen goede en minder goede beroepsbeoefenaars en over de voorgeschreven beoordelingstechnieken. De SERV heeft een aantal acties ondernomen naar aanleiding van die workshop. Zo werden de standaarden gescreend en aangepast aan een aantal opmerki n- gen met betrekking tot de richtlijnen voor beoordeling. 7. De v e rd e re c on c re tis e rin g v a n C o mpe te n t Sinds begin 2007 is de SERV een partnerschap aangegaan met de VDAB om een compete n- tiemanagementsysteem uit te bouwen voor de Vlaamse arbeidsmarkt. Dit project werd onder 62

63 de naam Competent erkend door ESF onder Doelstelling 3, Zwaartepunt 4 en Hefboomkrediet. Het project liep oorspronkelijk van 1 januari 2007 tot 30 juni 2008, maar heeft een verlenging gekregen tot 30 juni De doelstellingen van Competent zijn kort samengevat: het creëren van een competentiemanagementsysteem dat gevalideerd is door de sociale partners, toegankelijk is voor individuele eindgebruikers, maximaal inzetbaar is voor allerlei vormen van ICT-based dienstverlening (bijvoorbeeld vacature matching, competentiematching) en dat de samenwerking met partners actief ondersteunt, zowel op Vlaams niveau als op nationaal en Europees niveau. In 2008 is de technische ontwikkeling gestart voor de ondersteuning van zowel de werkprocessen in Competent als de inhoud. 63

64 Hoofdstuk 16 Begeleidingscommissie van het Pende l- fonds In uitvoering van het Vlaamse pendelplan werd begin 2007 door de Vlaamse Regering een pendelfonds opgericht. Het opzet van dit fonds is het ondersteunen van concrete acties in bedrijven met het oog op de realisatie van de doelstellingen van het pendelplan: een duurzamer woon-werkverkeer. Bedrijven en instellingen kunnen voor een maximale looptijd van vier jaar een project gesubsidieerd krijgen door het pendelfonds. Openbare besturen kunnen daarin ook participeren, maar dan telkens in samenwerking met bedrijven. Het pendelfonds komt tussen voor een maximum van 50 % van de subsidiabele kosten. Voor de goedkeuring en opvolging van de projecten doet de bevoegde Minister van Mobiliteit een beroep op het advies van een begeleidingscommissie. In deze begeleidingscommissie nemen de vertegenwoordigers van de sociale partners een toonaangevende plaats in. Het lag dan ook voor de hand dat deze begeleidingscommissie zou functioneren binnen de SERV. Naast zes vertegenwoord i- gers van de sociale partners aangeduid door de organisaties van de SERV - zetelen ook nog twee vertegenwoordigers van de regering en een vertegenwoordiger van de Vlaamse admin i- stratie. De commissie wordt voorgezeten door een externe voorzitter. Enkel de sociale par t- ners zijn stemgerechtigd. De social profit heeft een waarnemend lid in de commissie. Het secretariaat van de SERV verzorgt het secretariaat en de logistieke ondersteuning van de commissie. De regelgeving schrijft voor dat de Minister in principe twee oproepen lanceert per jaar, waarbinnen de bedrijven hun projecten kunnen indienen bij de begeleidingscommissie. De oproepen lopen telkens over een periode van vier maanden. Tot nu toe zijn er al vier o p- roepen gelanceerd: twee in 2007 (waarvan de eerste oproep door de begeleidingscommissie werd geadviseerd in de loop van 2007) en twee in 2008 (waarvan de tweede oproep pas afgesloten werd eind januari 2009). De Minister beslist over de toekenning van de subsidie op basis van het advies van de begeleidingscommissie. Tot nu toe heeft de Minister de begeleidingscommissie telkens gevolgd in haar advies. In 2008 heeft de begeleidingscommissie zo moeten adviseren over twee oproepen. De tweede oproep van 2007 kende minder succes dan de eerste: minder ingediende projecten en ook minder positief geadviseerde projecten. In tegenstelling met de projecten uit de eerste oproep werden slechts vijf projecten aangehouden voor subsidiëring (in plaats van 11 in de eerste oproep). Vanaf 2008 is het pendelfonds in een stroomversnelling gekomen: over geheel 2008 genomen werden maar liefst 51 projecten ingediend: 26 in de eerste oproep van 2008 en nog eens 25 in de oproep die werd afgesloten in de loop van januari Eind 2008 heeft de begeleidingscommissie geadviseerd over de 26 projecten die werden ingediend tussen 1 juni 64

65 en 30 september Daarvan hebben 20 projecten een positief advies gekregen (in een aantal gevallen werden de ingediende projecten niet volledig weerhouden door de commissie en door de Minister). Daarmee zijn op dit ogenblik in totaal 36 projecten in uitvoering (of is de start op korte termijn voorzien). De totale door de Minister toegekende subsidie voor deze projecten bedraagt iets minder dan 11 mln euro. Operationele projecten moeten ook jaarlijks een evaluatierapport indienen op basis waarvan de Minister kan beslissen over het verder zetten van de projecten of eventueel bijsturen ervan. Ook daarover moet de begeleidingscommissie de Minister adviseren. In de loop van 2008 begin 2009 werden in uitvoering daarvan al adviezen gegeven over acht projecten. De begeleidingscommissie heeft op vraag van de Minister ook een advies uitgebracht over de voortgang van een project dat al operationeel was voor de oprichting van het pendelfonds, met name het Max Mobiel project in Gent. Meer informatie over het pendelfonds is beschikbaar op de site van het pendelfonds zelf, 65

66 Hoofdstuk 17 Internationale werking 2008 was weer een druk jaar voor de internationale werking van de SERV. Er waren twee internationale projecten operationeel en er was de medewerking aan het atelier Internationalisering van Vlaanderen in Actie. Verder was er ook de tweejaarlijkse studiedag die de SERV en de Nederlandse SER samen organiseren en die dit jaar in het teken stond van krapte op de arbeidsmarkt. 1. SADC - Econo mis c he U n ie Z u ide lijk A f rik a Het IAO-project Versterking van de sociale dialoog in de Zuidelijk Afrikaanse Ontwikkelingsgemeenschap ging in 2008 definitief van start. Dit trainingsproject wordt geleid door het IAO Trainingscentrum van Turijn en het IAO-kantoor van Harare waarbij de SERV en de Nederlandse SER met hun respectieve sociale partners optreden als technische partners uit het noorden. Doel van het project is het aanreiken van voorbeelden van sociaal overleg over de sociaaleconomische topprioriteiten van de regeringen zoals de sociaaleconomische raden van Nederland en Vlaanderen aanbieden. In februari 2008 had een uitgebreide vormingssessie in Turijn plaats en later op het jaar was er een workshop in Botswana. Bij de cursus in Turijn waren lesgevers van de beide sociaaleconomische raden van Nederland en Vlaanderen betrokken. In Botswana focuste de workshop op het sociaal overleg in de diamantsector. Vlaamse lesgevers stelden aan een publiek van sociale partners en ministeries van Botswana, Namibië en Zuid-Afrika het overlegmodel in de diamantsector voor. De workshop besteedde uiteraard ook aandacht aan het Kimberley-proces en aan de organisatie van de diamanthandel en nijverheid. 66

67 2. Samen werk in gs p ro je c t in K ro a ti ë Het bilateraal samenwerkingsproject van de SERV met de Kroatische Sociaal-Economische Raad dat focuste op de versterking van het sociaal economisch overleg en de partners in de regio s van Kroatië werd afgesloten in februari 2008 op een grote slotconferentie. Op deze conferentie was een delegatie van de SERV aanwezig, inclusief de SERV-voorzitter die het project plechtig mocht afsluiten. Slotconferentie Zagreb februari ViA -a te lie r In te rn a tio n a lis e rin g De SERV liet een video-opname maken over het innovatiemodel van Finland. Het dagelijks bestuur van de SERV ging samen met de voorzitter van het Vlaams Parlement op studiereis naar ditzelfde land en had er contacten met de hoofdspelers van het Finse innovatiebeleid. 67

68 4. Bezo e k v an d e F ra n s ta lig e A frik a a n se la n d en In november kwam een grote delegatie van de Franstalige Afrikaanse landen op bezoek in België. De SERV stond in voor een dagje Vlaanderen en focuste op de organisatie van de overheid en op het beter bestuurlijk beleid. De groep werd ontvangen op de SERV, bij het kabinet van de Minister-president en bij de Vlaamse administratie, afdeling personeelszaken. Ambtenaren van de afdeling bestuurlijk beleid informeerden de Afrikanen over het statuut van de ambtenaar en de organisatie van de overheid in Vlaanderen. 68

69 Hoofdstuk 18 Secto rconvenants Een sectorconvenant is een samenwerkingsprotocol, met een looptijd van twee jaar, tussen de Vlaamse Overheid en een sector. De convenant bevat engagementen op drie domeinen: een betere aansluiting tussen onderwijs en arbeidmarkt, het bevorderen van leven lang leren van werknemers en werkzoekenden en de implementatie van een geïntegreerd competentiebeleid in bedrijven en organisaties en, als rode draad, het stimuleren van diversiteit. Eind 2008 zijn er 28 sectoren met een convenant. 110 sectorconsulenten staan in voor het realiseren van de engagementen, zij worden beto e- laagd door de Vlaamse Overheid (budget van 5,6 miljoen euro). De sectorconvenants zijn terug te vinden op werk.be. De opvolging (onderhandeling en evaluatie) van de convenants is in handen van het Departement Werk en Sociale Economie. Eind november 2008 werd door de Vlaamse Regering een begin gemaakt van de decretale verankering van de convenantwerking met het voorontwerp van decreet betreffende de sectorconvenants in het raam van h et Vlaams werkgelegenheidsbeleid. De SERV bracht hierover een overwegend positief advies uit op 9 juni De goedkeuring door het Vlaams Parlement wordt verwacht begin Het voorbije werkjaar waren er geen structurele wijzigingen in het modelconvenant. De voornaamste acties blijven: samenwerking met scholen, stimuleren van een geïnformeerde studie- en beroepskeuze, opwaarderen van het beroeps- en technisch onderwijs, ondersteunen van werkplekleren (leren en werken, stages voor leerlingen en leerkrachten), opmaak van beroepscompetentieprofielen, bevorderen van basiscompetenties zoals Nederlands en ICT, re a- liseren van instroom van werkzoekenden in de sector, uitbouwen van strategisch competenti e- beleid in bedrijven, enzovoort. Diversiteit komt aan bod via het opstellen en verspreiden van een sectorale nondiscriminatiecode, het initiëren van diversiteitsplannen en, bij wijze van mainstreaming, door er voor te zorgen dat kansengroepen aan bod komen in alle acties. Voor het nakomen van deze engagementen moeten partnerschappen worden aangegaan en moet er een samenwerking worden uitgebouwd met partners zoals VDAB, Syntra, de onderwijskoepels, SERV, Regionale Technologiecentra, zelforganisaties van de kansengroepen, RESOC s en andere. 69

70 De SERV coördineert thematische netwerken van sectorconsulenten. Elk netwerk komt vier maal per jaar bijeen en staat in het teken van ervaringsuitwisseling, het doorgeven van (beleids)informatie, het opbouwen van expertise en het opzetten van sectoroverschrijdende samenwerking. Dit laatste vertaalde zich in meerdere gezamenlijke initiatieven van sectoren; in 2008 werkten 21 sectoren intens samen aan een studie- en beroepenkeuzetool Werk voor durvers, een CD rom en website (durvers.be). Nog in 2008 ging ook de nodige tijd in de voorbereiding van de SID in s 2009 in Oost Vlaanderen, Limburg en Vlaams Brabant. De verdere uitrol en opvolging van de Competentieagenda 2010 leidde wel tot een inhoudeli j- ke verschuiving in de werking van de sectorconsulenten. Heel wat sectoren tekenden in op de ESF oproep Competentiebeleid en sectoren of zijn partner in de ESF oproep Lerende netwerken. Acties in de eerstgenoemde oproep zijn, in een eerste fase, het maken van een sectorf o- to over de stand van zaken van competentiebeleid in de sector en het ontwikkelen van een sectorvisie daarop en, in een tweede fase, het ontwikkelen van acties naar de doelgroepen leerlingen, werkenden en werkzoekenden. Op 14 november 2008 keurde de Vlaamse Regering het impulsplan Herstel het vertrouwen goed. Er wordt daarin een belangrijke rol weggelegd voor de sectoren om enerzijds mensen die getroffen zijn door herstructurering nieuwe kansen te bieden en anderzijds de compete n- ties van zittende werknemers op peil te houden. Begin 2009 zullen onderhandelingen worden gevoerd over een addendum bij het sectorconvenant; sectoren die rond deze beleidslijnen extra en/of nieuwe engagementen opnemen, zullen financieel ondersteund worden. Op de sectorconferentie van 8 december 2008 Samen talent in goede banen leiden werd de VIONA-studie De dynamische kracht van sectorconvenants voorgesteld. De conclusie van het HIVA-onderzoek is dat de sectorconvenant wel degelijk dynamiek teweeg brengt op vlak van de uitbreiding van thema s die sectoren opnemen, het draagvlak voor competentiebel eid, de kwaliteit van acties, de sterkte van samenwerkingsverbanden,. De diverse stakeholders vinden de sectorconvenant een meerwaarde en een strategisch instrument. 28 sectorconvenants ANPCB Bedienden (Cevora), Audiovisuele sector (Mediarte Sociaal Fonds Audiovisuele sector), Autosector en aanverwanten (Educam), Beheer van gebouwen (SF Beheer Gebouwen), Bouw (FVB), Binnenscheepvaart (Fonds Rijn- en Binnenvaart), Elektriciens (Vormelek), 70

71 Grafische sector (Grafoc), Groene sectoren (Eduplus), Horeca (Horeca Vorming Vlaanderen), Hout (OCH), Internationale Handel (Logos), Kappers, Fitness en Schoonheidszorgen (Federatie Belgische Kappers Belgische Beroepsvereniging Fitness en Wellnessindustrie), Kleding en Confectie (IVOC), Lokale besturen, Metaal en Technologische Industrie Arbeiders (INOM Arbeiders FTML - Tofam Oost- en West-Vlaanderen - FTMA RTM Vlaams- Brabant en Brussel), Metaal en Technologische Industrie Bedienden (INOM Bedienden VIBAM OBMB Vormetal - LIMOB), Montage (Montage vzw), Personenvervoer (SF Bus en Car), Podiumkunsten (Sociaal Fonds Podiumkunsten), Scheikundige Nijverheid (Fondsen Vorming SN - SIRA - Acta), Social profit (VIVO), Textiel (Cobot), Textielverzorging (IVOC), Transport en Logistiek (SFTL), Uitzendsector (Vooruitzenden), Verhuissector (SF Verhuizingen Ambassador vzw), Voeding (IPV) 71

72 Hoofdstuk 19 Sectorcommissies Elke sectorcommissie bestaat uit twintig vertegenwoordigers van de representatieve Vlaamse sociale partners uit de betrokken sector. Tien leden vertegenwoordigen de Vlaamse werkgeversorganisaties. Tien leden vertegenwoordigen de Vlaamse werknemersorganisaties. Het voorzitterschap en het dagelijks bestuur volgen dezelfde methode als bij de SERV. Jaarlijks wordt de vertegenwoordiger van een andere organisatie respectievelijk voorzitter of ondervoorzitter van de sectorcommissie en van het dagelijks bestuur. De voorzitter en ondervoorzitter mogen nooit tegelijk uit de werkgevers- of werknemershoek komen. 1. Secto rc o mmiss ie Goede re n ve rvo e r De sectorcommissie Goederenvervoer werd opgericht op 29 april Binnen deze commissie gebeurt het sociaal overleg over alles wat verband houdt met het goederenvervoer in Vlaanderen: het goederenvervoer over de weg, per spoor, via de binnenscheepvaart, de luchtvaart en het maritiem vervoer B i j e e n k o m s t e n De sectorcommissie Goederenvervoer kwam in 2008 niet bijeen. 2. Secto rc o mmiss ie H o u t e n B ou w De sectorcommissie Hout en Bouw werd opgericht op 26 maart Deze commissie formuleert aanbevelingen en adviezen van de bouw- en houtsector A c t i v i t e i t e n De werkgroep bouw heeft in 2008 het actieplan in uitvoering van de Vlaamse sectorconvenant van zeer nabij opgevolgd (aansturing sectorconsulenten, gedetailleerde arbeidsmarktanalyses, evaluaties,..). Daarnaast werd geïnvesteerd in een samenwerking met de VDAB (ondermeer dossier kwaliteit instroom vanuit onderwijs in de bouwsector), alsook met de SERV (ondermeer studiekeuzetool, betrokkenheid bij SERV-dossiers). De werkgroep heeft het beroepscompetentieprofiel ploegbaas schilder en decoratiewerken gelegitimeerd en de ontwikkeling van het beroepscompetentieprofiel isolateur aanbevolen. 72

73 De werkgroep heeft de bijeenkomst van het Vlaams Bouw Overlegcomité (VBOC) van 10 februari 2009 voorbereid B i j e e n k o m s t e n De sectorcommissie Hout en Bouw kwam in 2008 niet samen. De werkgroep Bouw van de sectorcommissie Hout en Bouw heeft in 2008 vergaderd op: 10 januari 12 februari 17 maart 8 april 1 juli 30 september 2 december 3. Secto rc o mmiss ie Meta a l - e n T ec h n o log is c he In d u s trie De sectorcommissie Metaalverwerking is opgericht op 29 april In de loop van heeft de sectorcommissie een dossier voorbereid om de titulatuur en bevoegdheidsomschrijving te wijzigen. Dit initiatief werd geïnspireerd vanuit de vaststelling dat de geldende titel en bevoegdheidsomschrijving niet langer de lading dekten van de sector, zowel organisatorisch als ratione materiae. Dit initiatief mondde uit in een besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2001 (B. S. 1 februari 2002) waarbij de artikelen 1 en 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 september 1990 tot uitvoering van artikel 7bis van het decreet van 27 juni 1985 op de SERV, worden gewijzigd. Sindsdien gaat de sectorcommissie door het leven onder de benaming sectorcommissie Metaal- en Technologische Industrie. Binnen deze commissie gebeurt het sociaal overleg over alles wat verband houdt met volgende domeinen: metalen en materialen, de eerste metaalverwerking, de ijzer- en staalproductie, de metaalproducten, de metaalbouw inclusief montageactiviteiten, de machinebouw, de productie van defensie- en veiligheidsmateriaal, van elektrotechniek en elektronica, van informatie- en communicatietechnologie, de vervaardiging 73

74 van automobiel-, lucht- en ruimtevaartuigen evenals van ander transportmateriaal, de kunststofverwerking inclusief de nieuwe materialen B i j e e n k o m s t e n De sectorcommissie Metaal- en Technologische Industrie kwam in 2008 niet bijeen. 4. Secto rc o mmiss ie T e x tie l e n C on fe c tie De sectorcommissie Textiel en Confectie werd opgericht op 29 april Binnen de ze commissie gebeurt het sociaal overleg over alles wat verband houdt met textiel en confectie in Vlaanderen: de bewerking of verwerking van textielstoffen in de diverse stadia van het omvormings- of veredelingsproces, de productie van textielvezels voor scheikundige procedés, het roten en zwingelen van vlas, de confectie en maatwerk van alle artikelen in textielstoffen en de fabricage, de confectie of de omvorming van bestanddelen of van kledingtoebehoren inclusief het verven of reinigen ervan B i j e e n k o m s t e n De sectorcommissie Textiel en Confectie kwam in 2008 niet bijeen. 5. Secto rc o mmiss ie Welzijn s - e n Gezo n d he id s zo rg De sectorcommissie Welzijns- en Gezondheidszorg werd opgericht op 21 april Binnen deze commissie gebeurt het sociaal overleg over alles wat verband houdt met de welzijns- en gezondheidszorg in Vlaanderen: onderdelen van het gezondheidsbeleid, de bijstand aan personen, het onthaal en de integratie van inwijkelingen, het bejaardenbeleid en de jeugdbescherming B i j e e n k o m s t e n De sectorcommissie Welzijns- en Gezondheidszorg kwam in 2008 niet samen. Het dagelijks bestuur van de sectorcommissie Welzijns- en Gezondheidszorg werd betrokken bij een aantal dossiers binnen het welzijns- en gezondheidsdomein die op het niveau van de SERV werden ingeleid. 74

75 6. Secto rc o mmiss ie T o e ris me De sectorcommissie Toerisme werd opgericht op 31 oktober Deze commissie heeft als opdracht het sociaal overleg binnen de sector Toerisme op gang brengen. De bedrijfstakken binnen dit sociaal overleg zijn erg verscheiden: de logiesverstrekkende bedrijven, de restaurants en cafés, de vermaak- en recreatiebedrijven, de kantoren die organiseren, verkopen en/of bemiddelen (reisbureaus, touroperators, ) en het personenvervoer B i j e e n k o m s t e n De sectorcommissie Toerisme kwam in 2008 niet bijeen. 75

76 Hoofdstuk 20 Adviescommissie Private Arbeidsbemidd eling 1. Advie sc o mmiss ie Eind 2008 waren er bureaus erkend om arbeidsbemiddelingsactiviteiten in Vlaanderen uit te oefenen. Het gaat hierbij om uitzendbureaus, wervings- en selectiebureaus, outplacementbureaus, sportmakelaars en bemiddelaars van schouwspelartiesten. Heel wat bureaus zijn erkend voor meerdere vormen van arbeidsbemiddeling. Aan de erkende bureaus werden erkenningen toegestaan. De private ondernemingen die arbeidsbemiddelingsactiviteiten in Vlaanderen willen uitoefenen, moeten hiertoe vooraf worden erkend door de Vlaamse Minister die bevoegd is voor het werkgelegenheidsbeleid. In de praktijk neemt het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie een beslissing namens de bevoegde Vlaamse Minister. De erkenning wordt al dan niet toegestaan op voorstel van de Adviescommissie die al sinds 1991 werkzaam is in de schoot van de SERV. Van bureaus die de regelgeving niet naleven, kan - indien het om ernstige en/of herhaalde overtredingen gaat - op voorstel van de Adviescommissie de erkenningsduur beperkt worden tot zes maanden of de erkenning zelfs ingetrokken worden. Ook in Wallonië en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er een erkenningsregeling. De bureaus worden in beginsel voor onbepaalde duur erkend. Indien er echter bij het onderzoek van de erkenningsaanvraag van een bureau in de Adviescommissie enige twijfel bestaat rond het voldoen aan bepaalde aspecten van de regelgeving, kan de Adviescommissie een erkenning van bepaalde duur - in de praktijk altijd een jaar - voorstellen. Zo heeft de Adviescommissie in 2008 voor drie bureaus (waarvan een uitzendbureau) een erkenning voor een jaar geadviseerd. Na verloop van dit jaar kan - als blijkt dat het betrokken bureau de regelgeving correct naleeft - deze erkenning voor een jaar overgaan in een erkenning van onbepaalde duur. Eind 2008 beschikten bureaus over een algemene erkenning als bureau voor private arbeidsbemiddeling. Met deze erkenning kan aan werving en selectie voor gewone, vaste jobs worden gedaan. 76

77 Sinds het Decreet van 13 april 1999 worden bureaus die een aanvraag doen voor een bemiddelingsactiviteit waarvoor een aparte erkenning vereist is, automatisch ook erkend als bureau voor private arbeidsbemiddeling. Dit impliceert echter niet dat al deze bureaus in de feiten ook aan werving en selectie voor gewone, vaste jobs doen. Eind 2008 waren er 133 bureaus erkend om (algemene) uitzendactiviteiten in Vlaanderen te verrichten en 17 bureaus voor het verrichten van uitzendactiviteiten in de bouw. Sinds 2002 is ook in de bouwsector uitzendarbeid toegelaten. Een bureau mag uitzendactiviteiten in de bouw echter niet combineren met uitzendactiviteiten in andere sectoren. Voor uitzendactiviteiten in de bouw zijn er, naast deze die gelden voor algemene uitzendactiviteiten, een aantal specifieke erkenningsvoorwaarden onder meer voor de opleiding van uitzendkrachten. Ook voor uitzendactiviteiten in de artistieke sector werd in 2003 een afzonderlijke erkenning voorzien. Hiervoor waren er eind bureaus erkend. Er waren eind bureaus erkend om outplacementactiviteiten te verrichten; 127 om aan arbeidsbemiddeling van betaalde sportbeoefenaars te doen en 253 om schouwspelartiesten te bemiddelen. 2. Activ ite ite n in Tijdens de tien bijeenkomsten in 2008 werden door de Adviescommissie 176 adviezen uitgebracht. Er werden in hoorzittingen gehouden met de vertegenwoordiger(s) van bureaus, waarvan 16 bij het indienen van een nieuwe erkenningsaanvraag. De meeste hoorzittingen vonden plaats met vertegenwoordigers van uitzendbureaus, die systematisch worden uitgenodigd bij nieuwe erkenningsaanvragen. Dit laatste is overigens een uiting van de meer algemene vaststelling dat de werking van de Adviescommissie vooral is toegespitst op het uitzendgebeuren. Er mag van uitgegaan worden dat de Vlaamse erkenningsregeling voor private arbeidsbemiddeling zoals ze nu bestaat, vanaf 2010 nog enkel zal gelden voor uitzendactiviteiten en dit als gevolg van het van kracht worden van de Europese Dienstenrichtlijn. Op grond van deze richtlijn zal voor het verrichten van arbeidsbemiddelingsdiensten - met uitzondering dan van uitzendactiviteiten - aan buitenlandse bureaus uit landen van de Europese Gemeenschap, geen voorafgaande erkenning meer kunnen opgelegd worden. 77

78 In 2008 werden door de Adviescommissie 164 nieuwe erkenningsaanvragen geadviseerd. Verder waren er zeven bureaus die naast de bemiddelingsactiviteiten waarvoor ze al erkend waren, nog bijkomende erkenningen hebben gevraagd, vooral om ook outplacementactiviteiten te kunnen verrichten. Van de bureaus die in 2008 een nieuwe erkenning hebben gevraagd, waren er 16 die een erkenning voor (algemene) uitzendactiviteiten hebben gevraagd. Door 20 bureaus werd een erkenning gevraagd voor het verrichten van outplacementactiviteiten. Door 43 vennootschappen of natuurlijke personen werd een erkenning gevraagd om schouwspelartiesten te bemiddelen en verder waren er 15 sportmakelaars die een erkenning hebben gevraagd. Er waren in 2008 geen nieuwe erkenningsaanvragen om uitzendactiviteiten in de bouw of uitzendactiviteiten in de artistieke sector te verrichten. In 2008 heeft de Adviescommissie de intrekking voorgesteld van de erkenning van twee uitzendbureaus omdat niet langer werd voldaan aan de erkenningsvoorwaarden. Deze adviezen werden gevolgd door het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie. Als gevolg van deze beslissingen moesten deze twee uitzendbureaus hun activiteiten in Vlaanderen stop zetten. Door de Adviescommissie werd ook een negatief advies uitgebracht over drie erkenningsaanvragen (waarvan twee uitzendbureaus) omdat niet voldaan was aan de erkenningsvoorwaarden. Ook deze adviezen werden gevolgd door het Vlaams Subsidieagentschap. Er werden door de Adviescommissie ook twee verdeelde (werknemers-werkgevers) adviezen uitgebracht die beide betrekking hadden op de erkenningsaanvraag van een uitzendbureau (cf. voorstel tot erkenning versus niet-erkenning). Het Vlaams Subsidieagentschap besliste om beide uitzendbureaus voor een periode van een jaar te erkennen. Alle overige adviezen die de Adviescommissie in 2008 heeft geformuleerd, werden bij eenparigheid uitgebracht en werden overigens ook allemaal gevolgd door het Vlaams Subsidieagentschap. In 2008 werden verder zes erkenningsaanvragen zonder voorwerp bevonden. Het ging om vijf aanvragen van vzw's waarvan gebleken is dat ze niet de intentie hadden om in Vlaanderen aan betalende arbeidsbemiddeling te doen en een aanvraag van een uitzendbureau. In 2008 werden door het Vlaams Subsidieagentschap de erkenningen geschrapt van 27 bureaus wegens stopzetting van de arbeidsbemiddelingsactiviteiten in Vlaanderen. 78

79 Hoofdstuk 21 Begeleidingscommissie Herplaatsingsfonds 1. Herp la a ts in g s fon d s Het Herplaatsingsfonds opgericht bij Decreet van 18 mei 1999 heeft als doel om vanuit Vlaamse overheidsmiddelen outplacementbegeleiding te financieren voor werknemers die werkloos geworden zijn in een onderneming of vzw die zelf niet meer over de financiële middelen beschikt om deze begeleiding te betalen. Aanvankelijk was het toepassingsgebied beperkt tot werknemers die werkloos geworden zijn als gevolg van het faillissement van een onderneming of van de gerechtelijke ontbinding van een vzw wegens kennelijke staat van onvermogen. In 2003 werd dit toepassingsgebied - mede op voorstel van de SERV - uitgebreid tot de exwerknemers van ondernemingen waaraan een gerechtelijk akkoord is toegestaan en de exwerknemers van ondernemingen in moeilijkheden. Voor deze laatste ondernemingen, moet he t bewijs geleverd worden dat ze onvoldoende financiële middelen hebben om zelf de outplacementbegeleiding te financieren. Bij Besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2006 werden een aantal toepassingsmodaliteiten aangepast met de bedoeling onder meer de administratieve procedure te versnellen en vooral het Herplaatsingsfonds ook als sociaal vangnet te laten fungeren voor ontslagen werknemers van kleinere ondernemingen. De tegemoetkoming vanuit het Herplaatsingsfonds bedraagt 2.289,64 per ex-werknemer die wordt begeleid. Deze tegemoetkoming kan worden aangevuld met een extra tegemoetkoming van 572,41 voor ex-werknemers die opleiding nodig hebben om terug op de arbeidsmarkt ingeschakeld te worden. De begeleidingscommissie van het Herplaatsingsfonds geeft de Vlaamse Minister bevoegd voor werkgelegenheid advies over de aanvragen tot tegemoetkoming vanuit het Herplaatsing s- fonds. Enkel voor dossiers die betrekking hebben op meer dan 20 ex-werknemers, wordt door de Begeleidingscommissie een individueel advies over de aanvraag tot tegemoetkoming uitg e- bracht. Kleinere dossiers worden door het Herplaatsingsfonds getoetst aan een globaal advies dat de Begeleidingscommissie in oktober 2006 heeft geformuleerd. 79

80 Een stuurgroep binnen de betrokken onderneming of vzw duidt de ex-werknemers aan die binnen de toegekende enveloppe in aanmerking komen voor de outplacementbegeleiding. Kleinere dossiers (tot maximum 50 ex-werknemers) kunnen behandeld worden door een permanente stuurgroep opgericht in de schoot van de Sociaal-Economische Raad van de Regio. Uit het Jaarverslag 2007 van het Herplaatsingsfonds blijkt dat sinds het operationeel worden van het Herplaatsingsfonds in 2000 en eind aanvragen tot tegemoetkoming werden ingediend, veelal van gefailleerde ondernemingen. Voor 454 van deze aanvragen werd door de bevoegde Vlaamse Minister op voorstel van de Begeleidingscommissie - een positieve beslissing genomen. Tot eind 2007 waren er effectief opgestarte outplacementbegeleidingen waarvoor door de Vlaamse Overheid ongeveer 23,1 mln aan premies werden toegekend. Eind 2008 heeft de Vlaamse Regering - na overleg hierover met de Vlaamse sociale partners - beslist de opdrachten van het Herplaatsingsfonds over te dragen aan de VDAB. De bedoeling is de opdrachten van het Herplaatsingsfonds maximaal af te stemmen op de werking van de Tewerkstellingscellen en van de sociale interventieadviseurs die werken in de schoot van de VDAB. Dit moet leiden tot een meer efficiënte werking en een aanzienlijke administratieve vereenvoudiging. In het Vlaams decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2009 werd een bepaling opgenomen die voorziet in het opheffen van het Decreet van 18 mei 1999 en van het Besluit van de Vlaamse Regering van 15 september Als gevolg hiervan houdt de werking van de begeleidingscommissie Herplaatsingsfonds in de schoot van de SERV op. 2. Activ ite ite n in De Begeleidingscommissie heeft in aanvragen voor tegemoetkoming individueel geadviseerd, tegenover 31 aanvragen in In 2008 waren er 199 dossiers waarin een tegemoetkoming werd gevraagd voor maximum 20 werknemers en die dus onder het globaal advies van de Begeleidingscommissie vallen, t e- genover 181 dossiers in Voor alle ingediende aanvraagdossiers werd door de Begeleidingscommissie voorgesteld om de gevraagde tegemoetkoming toe te staan. Er werd in 2008 voor ex-werknemers een aanvraag tot tegemoetkoming ingediend (3.067 in 2007). 80

81 De hiernavolgende tabel geeft een overzicht enkel voor de dossiers die door de Begeleidingscommissie individueel werden geadviseerd van het aantal gevraagde en door de Begeleidingscommissie goedgekeurde tegemoetkomingen: Aantal Dossier nr. Firmanaam tegemoetkomingen Sector VG.HF.506 NV ACOM FLEXIBLES 33 Overige drukkerijen VG.HF.508 NV VAN PELT LUMMEN 120 Vervaardiging van meubelen VG.HF.511 NV SAUCAS DISPLAY 25 Vervaardiging artikelen van papier en karton VG.HF.515 LIEFMANS BROUWERIJ GROEP 72 Brouwerijen VG.HF.519 GROEP FIROSA 46 Bloementeelt VG.HF.522 NV PLAATSLAGERIJ VANDERBORGHT 34 Algemene metaalbewerking VG.HF.524 NV FRICON 26 Vervaard. van hijs-, hef- en transportwerktuigen VG.HF.528 NV R&F FOLDING BOXES 89 Vervaardiging golfkarton en verpakkingsmateriaal VG.HF.553 NV LIGHT MANUFACTORY 31 Vervaardiging verlichtingsapparaten VG.HF.567 NV CURELCO 55 Callcenters VG.HF.585 NV COSMO COMPUTER SERVICES & MORE 41 Groothandel kantoorbenodigdheden VG.HF.593 GROEP ARB WONINGBOUW 38 Bouwsector VG.HF.597 BVBA CLEAN HOUSE 195 Personeelsselectie en plaatsing VG.HF.602 BVBA J&M 56 Verwerking en verwijdering van ongevaarlijk afval VG.HF.607 NV L.S. VERHOEVEN TRANSPORT 29 Goederenvervoer over de weg VG.HF.620 BVBA EVOLUTION IN MACHINING 28 Vervaardiging van gereedschap VG.HF.622 BVBA DECOMAX INTERIEUR 25 Schrijnwerk VG.HF.627 BVBA GENT SERVICE CENTER 23 Reparatie van consumentenelektronica VG.HF.629 NV GARAGE HOSTE 25 Alg. Onderhoud en reparatie van auto's VG.HF.639 NV GEMIDIS 24 Groothandel elektrisch materiaal VG.HF.642 NV WILAN 22 Stukadoorswerk VG.HF.652 VZW DE LOODS 23 Maatschappelijke dienstverlening VG.HF.656 NV MAXIMA 51 Detailhandel computers en software VG.HF.646 GROEP TELCO CONSULTANTS 96 Accountants en belastingsconsulenten VG.HF.661 NV KDM 45 Schrijn- en timmerwerk VG.HF.671 NV RALOS 237 Vervaardiging van vloerkleden en tapijt VG.HF.672 GROEP WEST-KONSTRUKT 31 Bouwsector VG.HF.688 PGE ADENCO 34 Oppervlaktebehandeling van metalen VG.HF.691 NV 'T SPOOKHUYS 28 Eetgelegenheden met volledige bediening VG.HF.703 NV REMBO STYLING 25 Groothandel in kleding VG.HF.710 GROEP SPIN 322 Textiel VG.HF.712 NV MOENS ARTHUR ONDERNEMINGEN 121 Bouw van autowegen en andere wegen 81

82 VG.HF.713 NV SWINKELS / THIJS DE BEER 70 Textielveredeling VG.HF.714 GROEP OP SINJOREN DISTRIBUTIE 22 Reclamebureaus VG.HF.715 NV ETABLISSEMENTEN VAUTERIN 26 Vervaardiging andere bovenkleding VG.HF.716 NV LUHNS DETERGENTS 60 Vervaardiging zeep en wasmiddelen VG.HF.726 GROEP BENE EN DITS 52 Groothandel in vlees en vleeswaren VG.HF.730 BVBA GOBEL & PARTNER 40 Overige technische testen en analyses VG.HF.738 NV JEMASTYL 29 Vervaardiging andere bovenkleding VG.HF.742 NV GASCO EUROPE 26 Groothandel in chemische producten VG.HF.750 GROEP HANS TEXTIEL & DIKADO 86 Textiel VG.HF.756 NV ILLOCHROMA 97 Vervaardiging van artikelen van papier of karton VG.HF.758 NV ALGEMENE AANNEMINGEN MERCKX 52 Bouwsector Totaal aantal gevraagde tegemoetkomingen in Daarnaast waren er in 2008 nog 199 aanvragen voor ondernemingen met maximum 20 werknemers die dus werden getoetst aan het globaal advies van de Begeleidingscommissie. Hierbij werd voor ex-werknemers een tegemoetkoming gevraagd. Uit het gegeven dat in 2008 voor ex-werknemers een tegemoetkoming van het Herplaatsingsfonds werd gevraagd, mag niet afgeleid worden dat dit aantal ex-werknemers inderdaad ook een outplacementbegeleiding heeft gevolgd. In de praktijk volgt altijd maar een gedeelte van de ex-werknemers waarvoor een tegemoetkoming wordt gevraagd, de outplacementbegeleiding. In 2007 bedroeg de verhouding tussen initieel gevraagde tegemoetkomingen en effectief gestarte begeleidingen ca. 30%. Uiteraard wordt de tegemoetkoming maar betaald voor de ex-werknemers die de begeleiding volgen. Alle adviezen van de Begeleidingscommissie werden door de bevoegde Vlaamse Minister gevolgd. Zoals vorige jaren moet vastgesteld worden dat ondanks de uitbreiding van het toepassingsgebied in 2003 (cf. supra), ook in 2008 het merendeel van de aanvragen uitgaat van ondernemingen in faling. Slechts één aanvraag ging uit van een onderneming in moeilijkheden (groep Hans Textiel & Dikado). Eén aanvraag was niet ontvankelijk omdat het ging om een vrijwillige vereffening van een vzw en niet om een gerechtelijke ontbinding (vzw De Loods). Alle overige aanvragen voor tegemoetkoming gingen uit van ondernemingen in faling. 82

83 Hoofdstuk 22 Commissie Diversiteit De commissie Diversiteit, bestaande uit de SERV-partners en vertegenwoordigers van de kansengroep allochtonen en de kansengroep personen met arbeidshandicap, heeft als opdracht om het beleid te adviseren over de evenredige arbeidsdeelname van kansengroepen en diversiteit. De commissie Diversiteit bestaat uit twee werkgroepen (personen met een arbeidshandicap en allochtonen), een dagelijks bestuur en een commissie Diversiteit. De werking van de commissie Diversiteit vindt onder meer haar basis in de twee gemeenschappelijke platformteksten over evenredige arbeidsdeelname en diversiteit, namelijk die voor allochtonen (3 december 2002) en die voor personen met een arbeidshandicap (2 december 2003). Eind 2008 werd een ontwerp van decreet betreffende de SERV goedgekeurd waarin de commissie Diversiteit als een autonoom orgaan bij de SERV wordt verankerd met haar drieledige structuur (vakbonden, werkgeversorganisaties, kansengroepen). 1. Overzic h t a d v ie ze n u itg e b ra c h t in Advies aan minister Frank Vandenbroucke over het voorontwerp van decreet tot wijziging van het decreet van 4 juni 2003 betreffende het inwerkingsbeleid (09/01/2008) Advies betreffende de beleidsacties ten aanzien van de professionele integratie van personen met een arbeidshandicap (23/04/2008) Advies over hooggeschoolde allochtonen en de Vlaamse arbeidsmarkt (13/05/2008) Advies betreffende het statistisch etniciteitscriterium van de VDAB (14/05/2008) Advies over het ontwerp van de VESOC-krachtlijnnota evenredige arbeidsdeelname 2008 (15/05/2008) Advies aan minister Frank Vandenbroucke over werkbaar werk voor personen met een arbeidshandicap (09/07/2008) Advies betreffende de tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap bij de lokale en provinciale besturen (09/07/2008) Advies over het Gelijke kansen en diversiteit plan Naar een evenredige vertegenwoordiging van kansengroepen bij de Vlaamse Overheid (28/11/2008) Advies betreffende het statistisch etniciteitscriterium van de VDAB (28/11/2008) Alle adviezen van de commissie Diversiteit staan op de website 83

84 2. Overzic h t a c tiv i te ite n D i s c u s s i e h o o g g e s c h o o l d e n v a n a l l o c h t o n e a f k o m s t Op woensdag 22 oktober 2008 hield de werkgroep personen van allochtone afkomst van de commissie Diversiteit een discussie met een aantal beleidsverantwoordelijken. Aanleiding was het advies van 13 mei 2008 over hooggeschoolden van allochtone afkomst en de Vlaamse arbeidsmarkt. Daniël De Schrijver, coördinator van NARIC-Vlaanderen, en Rita Dunon, vertegenwoordiger van de Minister van Onderwijs, stonden onder meer stil bij de erkenning van diploma s en bij EVC-trajecten (Elders of Eerder Verworven competenties) op het niveau van het hoger onderwijs. Fons Leroy, gedelegeerd bestuurder van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling, en Marleen Heysse, directeur van het Vlaams Minderhedencentrum, gaven aan welke inspanningen hun diensten kunnen leveren om de arbeidsmarktpositie van hooggeschoolden met een allochtone achtergrond te verbeteren O n d e r h o u d m e t m i n i s t e r K e u l e n o v e r l o k a l e b e s t u r e n e n k a n s e n g r o e p e n Op woensdag 19 november 2008 bracht een delegatie van de commissie Diversiteit een bezoek aan minister Keulen. De delegatie bestond uit de voorzitter en ondervoorzitter van de SERV/commissie Diversiteit, vertegenwoordigers van het Minderhedenforum, het Gebruikersoverleg Handicap en Arbeid, de administrateur-generaal, adjunct-administrateurgeneraal van de SERV en de stafmedewerker van de commissie Diversiteit. De Minister van Binnenlands Bestuur wilde het met de commissie hebben over de tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap en personen van allochtone afkomst bij de lokale besturen. De concrete aanleiding voor het gesprek was het advies van de commissie Diversiteit van 9 juli 2008 over de tewerkstelling van personen met een arbeidshandicap. De thema s die aan bod kwamen waren streefcijfers en registratie, erkenning van competenties en diplomavereisten en de nieuwe ondersteunende maatregelen voor personen met een arbeidshandicap. Karel Van Eetvelt (voorzitter SERV/commissie Diversiteit) schetste het doel en de werking van de commissie Diversiteit. 84

85 2. 3. S t u d i e n a m i d d a g D i v e r s i n o v e r l e g Op vrijdag 12 december 2008 hield de commissie Diversiteit een studienamiddag Divers in overleg over de betrokkenheid van kansengroepenorganisaties bij het Vlaamse werkgelegenheidsbeleid. Dit evenement vond plaats naar aanleiding van het vijfjarige bestaan van de commissie. Tijdens de studienamiddag stonden de ruim 100 aanwezigen stil bij de lessen uit vijf jaar praktijk en bij de elementen die belangrijk zijn voor een succesvol overleg tussen sociale partners en kansengroepen. Dit zowel in als buiten de commissie Diversiteit. Aan het debat participeerden Ann Vermorgen (namens de werknemersorganisaties), Philippe Muyters (namens de werkgeversorganisaties), Johan Vermeiren (Gebruikersoverleg Handicap en Arbeid), Naïma Charkaoui (Minderhedenforum), Fons Leroy (VDAB) en Anne Coetsier (Serr/Resoc Gent en Rondom Gent). Karel Van Eetvelt (voorzitter SERV/commissie Diversiteit) schetste het doel en de werking van de commissie Diversiteit. Saïda Sakali (Koning Boudewijnstichting) en minister van werk Frank Vandenbroucke zetten hun vi sie over de dialoog met kansengroepen uiteen. 85

86 2. 4. I n t e r n e e v a l u a t i e c o m m i s s i e D i v e r s i t e i t In oktober 2008 vond een interne evaluatie van de commissie Diversiteit plaats. De leden van de werkgroepen werden bevraagd over het doel en de werking van de commissie. In totaal vulden achttien personen de vragenlijst in. De resultaten werden besproken in de werkgroep. In december 2008 werd aan het dagelijks bestuur van de commissie Diversiteit een nota bezorgd met een samenvatting van de conclusies. Deze nota kon dienen als reflectiemateriaal voor de studienamiddag Divers in overleg. Ook werden begin 2009 op basis van de interne evaluatie verbetervoorstellen geformuleerd S a m e n k o m s t e n c o m m i s s i e D i v e r s i t e i t i n De commissie Diversiteit wordt gevormd door de leden van de SERV en de door de Minister aangeduide vertegenwoordigers van de kansengroep allochtonen en kansengroep personen met een arbeidshandicap. In 2008 kwam de commissie Diversiteit niet samen. Ook vond er geen dagelijks bestuur van de commissie plaats. De werkgroepen kwamen elf maal bijeen. 86

87 Hoofdstuk 23 Vlaamse Luchthavencommissie 1. Vla a mse Lu c h tha v en c ommis s ie v e ra n ke rd in SERV-d ec re e t U hebt in deel 1 van dit jaarverslag kunnen lezen dat vanaf 1 januari 2009 het gewijzigd SERV decreet in voege treedt. Concreet betekent dit dat zo de Vlaamse Luchthavencommissie een decretale basis krijgt: Onderafdeling 3 Vlaamse Luchthavencommissie Art Bij de Raad is een commissie opgericht die de Vlaamse Regering adviseert bij de voorbereiding van het luchthavenbeleid, hierna te noemen de Vlaamse Luchthavencommissie. 2. De Vlaamse Luchthavencommissie hanteert een geïntegreerde benadering van het luch t- vaart- en luchthavenbeleid, waarbij sociaaleconomische, ruimtelijke, mobiliteits - en milieueffecten tegelijkertijd worden afgewogen. 3. De Vlaamse Luchthavencommissie kan op eigen initiatief of op vraag van de Vlaamse Regering studies en aanbevelingen richten aan de Vlaamse Regering. 4. De Vlaamse Regering bepaalt nadere regels met betrekking de bevoegdh eid, de samenstelling en de werking van de Vlaamse Luchthavencommissie. De Vlaamse Luchthavencommissie had hiertoe in de aanbeveling van 8 januari 2008 opgeroepen en is dan ook verheugd dat de Vlaamse Regering hieraan gevolg heeft gegeven. Het is een motivatie om verder mee te bouwen aan een Vlaams luchthavenbeleid op hoog niveau. 2. Meer e n b e te r werk met h e t lu c h th a v en a c tie p la n Begin juli 2008 heeft de Vlaamse Luchthavencommissie (VLC) samen met de minister van Werk, Vorming en Opleiding Frank Vandenbroucke een plan voor duurzame werkgelegenheid op en rond Brussels Airport uitgewerkt. Dit plan kwam er na een studie over de arbeidsmarkt in de luchthavenregio en op aanbeveling van de VLC. Daaruit blijkt dat de arbeidsmarkt in de luchthavenregio met zeer specifieke uitdagingen geconfronteerd wordt voor het invullen van arbeidsplaatsen. De vereiste talenkennis, problemen bij de arbeidsorganisatie en de bereikbaarheid van de luchthaven zouden de instroom van nieuwe arbeidskrachten bemoeilijken. Rekening houdend met deze uitdagingen, besloot minister Vandenbroucke naar oplossingen te zoeken. Met het plan creatie van een duurzame werkgelegenheid op en rond Brussels Airport wenst de Minister positief in te spelen op een groeiperspectief voor de luchthaven. De oplossingen voor deze uitdagingen zijn in overleg met de Vlaamse Luchthavencommissie 87

88 uitgewerkt. Bij het overleg zijn ook vertegenwoordigers betrokken van de Vlaams e minister van Mobiliteit Kathleen Van Brempt, de Brusselse minister van Mobiliteit Pascal Smet en de Brusselse minister van Tewerkstelling Benoit Cerexhe. De oplossingen bevinden zich op een drietal gebieden: bemiddeling en opleiding & onderwijs (en toeleiding vanuit het Brussels Hoofdstedelijk Gewest) Onder dit hoofdstuk wordt er werk gemaakt van de taal- en de vacaturescan, jobdatings en de aanleg van een arbeidsmarktreserve voor potentiële kandidaten. VDAB i.s.m. Actiris en met de steun van VOKA moedigen bedrijven aan om deel te nemen. mobiliteit De mobiliteit van de werknemers en vooral de nachtmobiliteit tussen 23 en 5 uur blijft een probleem vormen in de luchthavenregio. Om na te gaan welke mogelijkheden er bestaan, werden er twee studies opgestart. Naast een beeld van de huidige vervoerswijze van de wer k- nemers worden nieuwe concepten onderzocht voor de nachtelijke verplaatsingen. De resultaten worden in maart 2009 opgeleverd. arbeidsorganisatie De vereiste flexibiliteit inzake arbeidsregime, werktijden en de keuze voor interim-arbeid als gevolg van de fluctuerende vraag, zijn belangrijke knelpunten in het aantrekken en behouden van arbeidskrachten. De Vlaamse Luchthavencommissie roept in haar aanbeveling op dat bedrijven samen met hun werknemers op zoek gaan naar creatieve en innovatieve oplossi n- gen. In navolging hiervan werd op 5 december 2008 het permanent tewerkstellingsforum opgericht. Het forum wil informeel overleg voeren over de afstemming van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. 3. Behee rs h e rv o rmin g re g io na le lu c h th av e ns In 2008 zijn verdere stappen gezet in de verzelfstandiging van de regiona le luchthavens. De voorgestelde LOM-LEM structuur werd met het decreet van 10 juli 2008 formeel verankerd. De Commissie merkt hierbij op dat het ontwerpdecreet op het vlak van de personeelsrechten voor de medewerkers van de luchthavens na overleg met het Sectorcomité aangepast werd. Dit was een uitdrukkelijke vraag van de Vlaamse Luchthavencommissie (advies 8 november 2007). De uitvoering van het decreet vormt de opdracht van de nieuwe administratie afdeling luchthavenbeleid. In 2009 zal de zoektocht naar geïnteresseerde private partners voor de beide LEM en aangevat worden. De start van de nieuwe beheersvorm is voorzien voor

89 4. De vlie g tic k e tb e la s tin g e en vo e tn o o t? De regering Leterme nam zich bij de opmaak van de begroting 2009 voor om een vliegtuig tickettaks in te voeren. De Vlaamse Regering vroeg hierover advies (27 oktober 2008) aan de Vlaamse Luchthavencommissie. Dit advies moest de Regering toelaten om gedocumenteerd aan de onderhand e- lingen met de federale regering deel te nemen. Gelet op de dringendheid werd in eerste instantie een informatiedossier opgemaakt. De Vlaamse Luchthavencommissie formuleerde hierbij enkele belangrijke overwegingen bij het nut en het effect van de invoering van een vliegtickettaks. Ten eerste is een coherent beleid op en tussen de verschillende beleidsniveaus voor de luchtvaart en de luchthavens nodig. De invoering van een ticketbelasting in België zou ook voor een directe verzwakking van de concurrentiepositie zorgen. Ten slotte versterkt elke bijkomende kostenverhogende factor, op het moment van economische en financiële crisis, deze negatieve trend en bemoeilijkt daardoor het herstel. Op basis van het overleg tussen de gewesten en de federale regering werd op vrijdag 7 november 2008 beslist om geen vliegticketbelasting in te voeren. Op 9 september trok een uitgebreide delegatie van de Vlaamse Luchthavencommissie op studiereis naar de Waalse regionale luchthavens. 89

90 Deel 2 STV-Innovatie & Arbeid 90

91 Hoofdstuk 1 Inleiding STV-Innovatie & Arbeid werd opgericht in 1983 en is sinds 1984 operationeel binnen de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, SERV. STV-Innovatie is de enige paritair beheerde onderzoeksinstelling in Vlaanderen en is uitgegroeid tot hét kenniscentrum voor de Vlaamse sociale partners rond de thematiek van de samenhang tussen technologische en organisatorische innovatie en de inzet van arbeid. Alle onderzoeksprojecten worden aangebracht door de sociale partners, in consensus. Er wordt veel aandacht geschonken aan het valoriseren van de onderzoeksresultaten naar de verschillende doelgroepen van de sociale partners en dit op verschillende niveaus. Resultaten worden gebruikt ter ondersteuning van SERV-adviezen of aanbevelingen, of worden toegankelijk gemaakt voor een breed publiek van human resources verantwo ordelijken tot vakbondsdélégés. Ook internationaal wordt de werking van STV-Innovatie & Arbeid gevaloriseerd, bijvoorbeeld binnen het Europese netwerk WORK-in-NET. De ruggengraat van het onderzoeksprogramma zijn twee grootschalige enquêtes die driejaarlijks worden afgenomen. Sinds 1989 wordt de Technologie-Organisatie-Arbeid (TOA) screening georganiseerd (1998, 2001, 2004, 2007, ). Het is een telefonische bevraging bij een representatieve steekproef van een tal bedrijfs- of personeelsverantwoordelijken. De bevraging peilt naar de kennis over en het toepassen van vernieuwende managementconcepten en diverse vormen van innovatief ondernemings- of organisatiebeleid. De tweede enquête, de Vlaamse Werkbaarheidsmonitor, is een schriftelijke bevraging van werknemers en van zelfstandige ondernemers. De bevraging past in de afspraken die de sociale partners en de Vlaamse Regering maakten in het kader van het Pact van Vilvoorde (2001). Eén van de doelstellingen van dit pact is om tot een hogere werkzaamheidsgraad te komen, onder meer via een betere kwaliteit van de werkplek, via een hogere werkbaarheid dus. De metingen voor werknemers gebeurden in 2004 en 2007, die voor zelfstandige ondernemers werd opgestart in Beide metingen worden driejaarli jks herhaald. Dit jaarverslag geeft een overzicht van alle activiteiten die STV-Innovatie & Arbeid in 2008 organiseerde. 91

92 Figuur 1 Overzicht projectuitvoering 2008 Onderzoeksas TOA Analyse TOA-data (continu doorlopend project) ICT en Human Capital in KMO s (afgewerkt) Prestatiebeloning (afgewerkt) Temporele flexibiliteit (in uitvoering) Competentiebeleid in de praktijk (in uitvoering) Onderzoeksas Werkbaar Werk Analyse Werkbaarheidsmonitor loontrekkenden (continu doorlopend project) Analyse Werkbaarheidsmonitor zelfstandige ondernemers (continu doorlopend project) Nieuwe rij- en rusttijden in het goederenvervoer over de weg (afgewerkt) Werkgeversbevraging over rekruteringsstrategieën (in uitvoering) Retentiebeleid bij callcenteroperators (in uitvoering) In het hoofdstuk over valorisatie worden meer in detail de vormings- en valorisatie-initiatieven besproken. In 2008 publiceerde STV-Innovatie & Arbeid vier brochures, zeven informatiedossiers, twee technische nota s en zeventien sectorprofielen. Er werd meegewerkt aan diverse vormingsinitiatieven. 92

93 Hoofdstuk 2 Onderzoeksas Technologie Organisatie - Arbeid 1. T OA 4 ( ) e n qu ê te W a a r o v e r g a a t h e t p r o j e c t? Sinds 1998 wordt de TOA-enquête (Technologie, Organisatie, Arbeid) naar de toepassing van (nieuwe) vormen van arbeidsorganisatie driejaarlijks uitgevoerd. De bedoeling is om in een beknopte, representatieve enquête een aantal basiselementen van de bedrijfsorganisatie op te vragen om de grote trends te volgen. De vergelijkbaarheid tussen de verschillende edities wordt zo groot mogelijk gehouden P r o j e c t a a n p a k Tussen midden november en eind december 2007 werd de vragenlijst afgenomen bij pers o- neelsverantwoordelijken en zaakvoerders. Nieuw aan deze editie is dat voor het eerst on dernemingen met minder dan tien werknemers in dezelfde steekproef worden opgenomen respondenten hebben een volledige vragenlijst beantwoord. De netto respons lag op 68% B e l a n g r i j k s t e r e s u l t a t e n e n v a l o r i s a t i e Op basis van de gegevens van de TOA-enquête worden twee doelstellingen van het Pact van Vilvoorde opgevolgd: het competentiegericht ondernemen en het innovatiecijfer. Competentiegericht ondernemen In het Pact van Vilvoorde formuleerden de sociale partners en de Vlaamse Regering het toenemen van vernieuwende vormen van arbeidsorganisatie en personeelsbeleid gericht op de ontwikkeling en benutting van competenties als een belangrijke doelstelling. Om na te gaan in welke mate competentieontwikkeling onderwerp is van het organisatiebeleid werkte STV- Innovatie & Arbeid de Indicator van Competentiegerichte Ondernemingen (ICO) uit. Via de ICO worden de ondernemingen getoetst op dertien criteria. Elk van deze criteria staat voor een bepaald aspect van competentiegericht ondernemen. Het gaat over klassieke competentiebevorderende maatregelen, het benutten van competenties, externe netwerkvorming gericht op competentiebevordering en op arbeidsorganisatorische maatregelen die competentieont- 93

94 wikkeling en benutting faciliteren. Het uiteindelijke ICO-cijfer is het percentage ondernemingen dat op minstens zeven van de dertien criteria scoort. In 2007 bedraagt de ICO 42%. Product- of dienstinnovatie De sociale partners en de Vlaamse Regering hebben in het Pact van Vilvoorde een toename van de product- of dienstinnovatie als een belangrijke doelstelling geformuleerd (doelstelling 9). Zij beogen dat in % van de totale omzet van de Vlaamse economie op basis van nieuwe of verbeterde producten wordt gerealiseerd. In 2007 wordt 17% van de omzet op basis van nieuwe of verbeterde producten gerealiseerd. Dit percentage is sinds 2001 niet gewijzigd. Algemene trends In de periode zijn in het algemeen voor de ondernemingen met minstens tien werknemers volgende trends op te tekenen (de richting van het driehoekje geeft de richting van de trend aan, een gelijkheidsteken betekent een status -quo): Technologie Innovatie Flexibiliteit Toegenomen Afgenomen Gelijk gebleven = Automatisering Informaticainvesteringen Beeldschermafhankelijk personeel E-commerce Uitzendarbeid Telewerk Vaak gebruik van bronnen van innovatie Polyvalentie Variabele uurroosters Tijdelijke contracten Weekendwerk Tijdelijke werkloosheid Nachtwerk Werkorganisatie Bevoegdheden van teams Business units Teams op tijdelijke basis Interne communicatie Beleid gericht op competentiebevordering Beoordelings- en beloningsbeleid Percentage personeel betrokken bij werkoverleg Opleiding voorzien Opleidingsplan Beoordelings- en/of functionerinsgsgesprek Beloningsgrondslagen bij variabele beloning bij nietleidinggevenden Omzet op basis van nieuwe of verbeterde producten Overuren Teams Gedelegeerde verantwoordelijkheid Uitbesteding Werkoverleg Suggestiesystemen Percentage personeel dat opleiding volgt Competentiegericht ondernemen Percentage personeel dat deelneemt aan gesprekken Variabele beloning 94

95 Technologie: automatisering neemt toe; almaar meer personeel is voor zijn of haar werk afhankelijk van een beeldscherm; E-commerce zit in de lift; bestellingen gebeuren meer en meer elektronisch; Informatieaanvragen en formaliteiten worden almaar meer via of internet afgehandeld. Innovatie: de omzet op basis van nieuwe of verbeterde producten blijft constant en het str e- ven naar een vlakkere hiërarchie door het delegeren van verantwoordelijkheden of het verminderen van het aantal leidinggevenden is stilgevallen. Organisatiestructuur: het aantal teamgeorganiseerde ondernemingen en organisaties blijft constant, maar deze teams krijgen meer bevoegdheden en er werken almaar minder ondernemingen en organisaties met tijdelijke teams. Uitbesteding neemt niet toe. Voor de bestudeerde activiteiten is er ofwel een terugloop ofwel een status-quo wat het volledig uitbesteden betreft. Globaal maken iets minder ondernemingen en organisaties gebruik van de verschillende vormen van flexibiliteit, dit geldt echter niet voor uitzendarbeid en telewerk. Almaar minder ondernemingen zijn als een business unit georganiseerd. De inzet van arbeid: meer ondernemingen en organisaties houden een beoordelings- of functioneringsgesprek met hun medewerkers, het aantal personeelsleden dat hierbij betrokken is, blijft wel stabiel. Er zit weinig beweging in de toepassing van suggestiesystemen en werkove r- leg maar hier is er wel meer personeel bij betrokken. Of er meer aandacht is voor competenties valt moeilijk te zeggen. Enerzijds voorzien meer ondernemingen en organisaties in opleiding. Ook het aantal ondernemingen en organisaties met een opleidingsplan neemt toe. Anderzijds blijft het percentage personeel dat opleiding volgt constant. De Indicator voor Competentiegerichte Ondernemingen (ICO) doet vermoeden dat competentiegericht ondernemen stabiliseert. Het aantal ondernemingen en organisaties met variabele beloning neemt niet toe. Motieven en hindernissen: Organisatieverandering wordt gedreven door een streven naar meer kwaliteit alsook door personeelsgebonden motieven, namelijk het beter motiveren van het personeel en het beter benutten van hun competenties. Ondernemingen en organisaties worden bij hun organisatieverandering vooral gehinderd door wettelijke beperkingen, weerstand bij het personeel en moeilijkheden in verband met inform a- tica of techniek. 95

96 Periode In de periode zijn dit de belangrijkste trends en resultaten voor de ondernemingen met minder dan tien werknemers. Technologie: automatisering neemt toe; minder micro-ondernemingen investeren in informatica; E-commerce zit in de lift. Bestellingen gebeuren meer en meer elektronisch. Innovatie: de omzet op basis van nieuwe of verbeterde producten is toegenomen; meer micro-ondernemingen doen inspanningen om de werkplanning en het voorraadbeheer te verb e- teren. Het aantal micro-ondernemingen met een ISO-certificaat is gestegen. Almaar meer micro-ondernemingen hebben een beleidsnota of bedrijfsplan. Klanten, leveranciers en werknemers blijven de belangrijkste bronnen van innovatie. Voor een stijgend aantal micro - ondernemingen is de samenwerking met consultants en bedrijfsadviseurs of met onderwijs- en onderzoeksinstellingen een belangrijke bron van innovatie. Organisatiestructuur: minder micro-ondernemingen hebben een vast samenwerkingsverband met een of meerdere leveranciers. Het delegeren van verantwoordelijkheden is toegenomen in de micro-ondernemingen. Meer personeel is zelf verantwoordelijk voor de timing of de werkmethode. De verwachting is dat uitbesteding toeneemt maar dit is niet het geval. De resultaten geven eerder een gemengd beeld waarbij er een verschuiving is van volledig naar gedeeltelijk uitbesteden van een aantal activiteiten. Polyvalentie blijft onveranderd de belangrijkste vorm van flexibiliteit, weekendwerk en tijdelijke werkloosheid komen minder voor. Het gebruik van tijdelijke contracten is toegenomen in micro-ondernemingen. Telewerk is veel belangrijker geworden. Het inzetten van externe arbeidskrachten, namelijk zelfstandigen/freelancers of uitzendkrachten, blijft constant. De inzet van arbeid: meer micro-ondernemingen houden een beoordelings- en/of functioneringsgesprek met hun medewerkers. Er zit weinig beweging in de toe passing van werkoverleg. Meer micro-ondernemingen voorzien in opleiding. Het gebruik van opleidingsplannen is verdubbeld. Het aantal micro-ondernemingen met variabele beloning is niet toegenomen. Men beloont meestal zowel leidinggevenden als niet-leidinggevenden variabel. Motieven en hindernissen: organisatieverandering wordt gedreven door een streven naar meer kwaliteit en kostenbesparingen, maar ook door personeelsgebonden motieven, namelijk het beter motiveren van het personeel en het beter benutten van hun competenties. Microondernemingen worden bij hun organisatieverandering vooral gehinderd door wettelijke beperkingen. Weerstand bij het personeel speelt het minst vaak mee. 96

97 1. 4. V a l o r i s a t i e Op basis van dit onderzoek werden drie publicaties afgewerkt: Hellings, S. en Delagrange, H. (2008). Nieuwe vormen van werkorganisatie: Trends Brochure. SERV/STV-Innovatie & Arbeid: Brussel Hellings, S. en Delagrange, H. (2008) Nieuwe vormen van werkorganisatie: Trends bij ondernemingen met minder dan tien werknemers. Brochure: SERV/STV Innovatie & Arbeid: Brussel Delagrange, H. (2008) TOA Indicatoren voor het Pact van Vilvoorde: ICO en productof dienstinnovatiecijfer. Informatiedossier: SERV/STV-Innovatie & Arbeid: Brussel Een methodologisch dossier dat alle edities overspant en een aantal thematische analyses zijn in voorbereiding en worden voorzien in het voorjaar van Contactpersoon Hendrik Delagrange, Sandra Hellings, ICT e n h u man c a p ita l W a a r o v e r g a a t h e t p r o j e c t Centraal in het project staat het ontwerp van een checklist ICT & Human Capital voor KMO s. Die geeft gestructureerd inzage in het beleid en de organisatorische aspecten in een KMO voor Informatie- en CommunicatieTechnologie, kortweg ICT. Daarnaast wordt in het project nagegaan welke ICT in bedrijven aanwezig is en welke hiervan de invloed is op de organisatie van het werk en de taken van de werknemers. ICT omvat alle infrastructuur die zorgt voor dataopslag en dataverkeer. 97

98 2. 2. P r o j e c t a a n p a k Op basis van gesprekken met bedrijfsleiders van KMO s en bevoorrechte getuigen uit de ICT - sector zijn tien aandachtpunten opgespoord bij de implementatie van ICT. Deze zijn niet directief maar ondersteunend om een betere beslissing te nemen op maat van het bedrijf. Over de invoering van ICT-toepassingen binnen een KMO bestaat er weinig cijfermateriaal. Wel beschikken we over twee bestaande enquêtes uit Enerzijds een enquête naar het gebruik van ICT in ondernemingen, een jaarlijkse enquête door de federale overheid in o p- dracht van Eurostat. Anderzijds een ICT-enquête op vraag van het Europees Parlement, in België geïntegreerd in de Enquête ArbeidsKrachtentelling (EAK). De Studiedienst van de Vlaamse Regering verwerkt sinds kort deze gegevens op jaarlijkse basis B e l a n g r i j k s t e r e s u l t a t e n De checklist behandelt tien aandachtspunten bij invoering van ICT in KMO s. Zo is het belangrijk om een goed beeld te hebben van de bedrijfsactiviteiten en van de gewenste ontwikkelingen. Op basis daarvan kan nagegaan worden hoe ICT het bedrijfsbeleid kan ondersteunen of sturen en welke infrastructuur daarvoor nodig is. Budgettaire beperkingen zullen mee besli s- sen over volgende keuzes. Waar wordt de ICT beheerd? Kan het bedrijf een eigen ICTafdeling of een ICT-specialist opbrengen? Allemaal vragen waarbij heel wat informatie moet worden verzameld, intern en extern het bedrijf. De eerste vijf aandachtspunten helpen hierbij. U vindt ze in de rechter pijl van volgende figuur. Bij een aantal aandachtspunten wordt verw e- zen naar een module [M] in de checklist waar u meer uitleg vindt. Figuur 2 Het ICT-project als stappenplan C O M M U Wat zijn de gevolgen voor het personeelsbeleid? [M8] Wat zijn de gevolgen voor de competenties van de werknemers? [M7] N I C A T I E Hoe de efficiëntie evalueren? (productiviteit, kwaliteit, ) Wat is de impact op de arbeidsorganisatie? [M6] Aandachtpunten ICT project Welke bedrijfsactiviteiten en ICT zijn er? [M1] Welke veranderingen zijn gewenst? [M1 & M2] Hoe kan ICT de veranderingen ondersteunen? [M2 & M9] Wat is nodig aan ICT infrastructuur? [M3 & M4] Wat is het ICT budget? (aankoop en onderhoud) Wie of waar wordt ICT beheerd, onderhouden, update gemaakt? [M5] I N F O R M A T I E Bron: Checklist ICT & Human Capital in KMO blz

99 De meer technische beslissingen zijn maar één kant van het verhaal. De arbeidsorganisatie en de inzet van de mensen de andere kant. De keuzes bij ICT-projecten kunnen een belangrijke impact hebben op de arbeidsorganisatie, de competenties van de medewerkers en het personeelsbeleid. Communicatie met de werknemers die met de ICT zullen werken en met de inte r- ne ICT-specialist(en) omvat niet alleen technische, maar ook sociale aspecten. Verand eringen kunnen bij werknemers onzekerheid te weeg brengen: kan ik mijn job houden? Hoe krijg ik die nieuwe vaardigheden onder de knie? Biedt de ICT loopbaanperspectieven? Wat zit erin voor mij? Hiermee is de cirkel rond, maar de pijlen geven meteen symbolisch weer dat het om een continu proces gaat. In het SERV jaarverslag 2007 zijn uit dit onderzoek de belangrijkste gegevens voor ICT-bezit en gebruik bij zelfstandigen opgenomen. In dit jaarverslag nemen we enkele gegevens op over IT-toepassingen en -koppelingen in ondernemingen. IT-toepassingen voor orderbeheer zijn vaker aanwezig in grotere dan in kleinere Vlaamse ondernemingen met een computer. Bij de Vlaamse ondernemingen met IT-toepassingen voor orderbeheer is er ook een significant verschil naar de bedrijfsgrootte voor de koppeling aan alle andere activiteiten. Hoe groter het bedrijf hoe meer kans op een koppeling aan de facturatie en het betalingssysteem; aan het beheren van de productie, dienstverlening of logistiek; aan het intern systeem voor (her -) bestelling van vervangingsvoorraden; aan het bedrijfssysteem van de leverancier (voor leveranciers buiten de ondernemingsgroep) en aan het bedrijfssysteem van klanten (voor klanten buiten de ondernemingsgroep). Tabel 3 Informatisering van orderbeheer en koppeling met andere processen Bedrijfsgrootte (aantal werknemers) Gemiddeld Orderbeheer 32,1% 47,2% 73,1%. 85,8% 42,9% Waarvan het orderbeheer ook gekoppeld is met Intern Facturatie en betalingssysteem 83,2% 82,6% 90,9% 91,1% 84,2% Productie, dienstverlening of logistiek 53,2% 62,9% 81,4% 87,5% 62,9% Herbestelling voorraden 40,5% 44,1% 56,4% 74,9% 45,5% Extern Bedrijfssysteem van uw leverancier 25,9% 19,8% 22,3% 33,6% 22,6% Bedrijfssysteem van uw klanten 16,9% 14,5% 24,8% 33,9% 17,3% Bron: ICT gebruik in ondernemingen, blz. 16 Samengevat kunnen we stellen dat kleine Vlaamse ondernemingen minder dan grote Vlaamse ondernemingen beschikken over IT-toepassingen voor orderbeheer. Bij kleine Vlaamse ondernemingen met IT-toepassingen voor orderbeheer komt het minder vaak dan in grote Vlaamse ondernemingen voor dat deze gekoppeld wordt aan andere bedrijfsprocessen of aan externen. 99

100 Naarmate het orderbeheer aan meerdere andere bedrijfsactiviteiten gekoppeld is, spreekt men van een geïntegreerde informatisering van activiteiten. Bij een bedrijfsbrede informatisering spreekt men over ERP of Enterprise Resource Planning-systemen. ERP s zijn computerprogramma's waarmee de middelen - zoals geld, voorraden, mensen en machines - van een organisatie beheerd kunnen worden. Figuur 3 Aantal koppelingen van orderbeheer (implementatie van ERP) tot 49 11,0% 15,8% 13,0% 22,0% 32,1% 37,6% 51,5% 55,0% 62,2% 5 tot 9 12,8% 32,0% 55,2% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% Max. één koppeling Semi- ERP ERP Bron: ICT gebruik in ondernemingen, blz. 17 ERP s zijn de backbone omdat het de ruggengraat van de bedrijfsactiviteiten vormt. Bij een koppeling van het orderbeheer aan twee of drie andere activiteiten kunnen we spreken van een semi-erp. Gemiddeld genomen hebben 55,9% van de Vlaamse ondernemingen een semi-erp informatisering. Bij 14,9% van de Vlaamse ondernemingen kunnen we spreken van een ERP of bedrijfsbrede informatisering. Ook uit deze resultaten blijkt dat de kans op een bedrijfsbrede informatisering stijgt naarmate de onderneming meer werknemers heeft V a l o r i s a t i e Er zijn drie publicaties beschikbaar: Verdonck, G. en Moreas, M. (26/02/2008) ICT gebruik bij zelfstandige ondernemers Een selectie uit de ICT-enquête in de enquête arbeidskrachten EAK Informatiedossier: SERV/STV Innovatie & Arbeid: Brussel Verdonck, G. (26/02/2008) ICT in ondernemingen Infrastructuur, ICT-gebruik en menselijke inzet. Informatiedossier: SERV/STV Innovatie & Arbeid: Brussel 100

Adviesverlening vertraagt wetgevingsprocedure! Of toch niet? De advisering door de SERV in de voorbije legislatuur in cijfers

Adviesverlening vertraagt wetgevingsprocedure! Of toch niet? De advisering door de SERV in de voorbije legislatuur in cijfers Brussel, juni 2009 Adviesverlening vertraagt wetgevingsprocedure! Of toch niet? De advisering door de SERV in de voorbije legislatuur in cijfers Het begin van een nieuwe legislatuur is voor veel organisaties

Nadere informatie

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen

Advies. Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen Brussel, 12 september 2007 091207 Advies besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energie Advies Besluit haalbaarheidsstudie alternatieve energiesystemen Inhoud Inhoud... 2 1. Inleiding en krachtlijnen...

Nadere informatie

MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME

MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME MINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME VLAAMS MINISTER VAN FINANCIEN EN BEGROTING EN RUIMTELIJKE ORDENING NOTA AAN DE VLAAMSE

Nadere informatie

Nieuw loopbaanakkoord zet de stap naar maatwerk

Nieuw loopbaanakkoord zet de stap naar maatwerk PERSBERICHT VLAAMS MINISTER-PRESIDENT KRIS PEETERS VLAAMS VICE-MINISTER-PRESIDENT INGRID LIETEN VLAAMS MINISTER VAN WERK PHILIPPE MUYTERS SERV-voorzitter KAREL VAN EETVELT SERV-ondervoorzitter ANN VERMORGEN

Nadere informatie

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling

Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO. Advies. Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling Brussel, 8 juli 2009 07082009_SERV-advies projecten VSDO Advies Projecten Vlaamse strategie duurzame ontwikkeling 1. Inleiding Op 8 juni 2009 werd de SERV om advies gevraagd over de fiches ter invulling

Nadere informatie

BIJLAGE 1: REGELGEVINGSAGENDA 2008

BIJLAGE 1: REGELGEVINGSAGENDA 2008 BIJLAGE 1: REGELGEVINGSAGENDA 2008 Aantal Titel van het initiatief Betrokken regelgeving Eventuele wettelijke deadline Korte samenvatting van de beleidsdoelstellingen Te doorlopen fases en hun timing Wordt

Nadere informatie

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen

Advies. Besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop en verhuur van niet-residentiële gebouwen Brussel, 10 september 2008 Advies besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop Advies Besluit energieprestatiecertificaat bij verkoop Inhoud 1. Situering... 3 2. Advies... 4 2.1. Neem maatregelen om

Nadere informatie

Jaarverslag 2007. Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen STV-Innovatie & Arbeid Vlaamse Havencommissie Mobiliteitsraad van Vlaanderen SERV

Jaarverslag 2007. Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen STV-Innovatie & Arbeid Vlaamse Havencommissie Mobiliteitsraad van Vlaanderen SERV Sterk door overleg SERV Jaarverslag 2007 Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen STV-Innovatie & Arbeid Vlaamse Havencommissie Mobiliteitsraad van Vlaanderen Sterk door overleg SERV Jaarverslag 2007 Sociaal-Economische

Nadere informatie

Observatorium voor Gezondheid en Welzijn OPERATIONEEL PLAN 2011-2014

Observatorium voor Gezondheid en Welzijn OPERATIONEEL PLAN 2011-2014 Observatorium voor Gezondheid en Welzijn OPERATIONEEL PLAN 2011-2014 1. OPDRACHTEN VAN HET OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN 1.1 Wettelijke basis De opdrachten van het Observatorium staan opgesomd

Nadere informatie

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003

Advies van de Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt. van 7 oktober 2003 Vlaamse Reguleringsinstantie voor de Elektriciteits- en Gasmarkt North Plaza B Koning Albert II-laan 7 B-1210 Brussel Tel. +32 2 553 13 53 Fax +32 2 553 13 50 Email: info@vreg.be Web: www.vreg.be Advies

Nadere informatie

Mediawijsheid oprichten. Het kenniscentrum zal ondermeer voor de specifieke noden van mensen met een handicap aandacht hebben.

Mediawijsheid oprichten. Het kenniscentrum zal ondermeer voor de specifieke noden van mensen met een handicap aandacht hebben. MEDIA BELEID In haar beleidsnota media erkent Minister Lieten het belang van diversiteit in de Vlaamse media Ze wil de media-actoren stimuleren om een doeltreffend diversiteitsbeleid te ontwikkelen en

Nadere informatie

pagina 1 van 6 Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de geografische indeling van watersystemen en de organisatie van het integraal waterbeleid in uitvoering van Titel I van het decreet van 18 juli

Nadere informatie

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en. Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt :

Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en. Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Het VLAAMS PARLEMENT heeft aangenomen en Wij, REGERING, bekrachtigen hetgeen volgt : Artikel 1 Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid. Artikel 2 1. Er wordt een Herplaatsingsfonds opgericht bij het

Nadere informatie

GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 68032 MONITEUR BELGE 16.10.2009 BELGISCH STAATSBLAD GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE

Nadere informatie

Stuk 1068 (2006-2007) Nr. 1. Zitting 2006-2006. 18 januari 2007 ONTWERP VAN DECREET

Stuk 1068 (2006-2007) Nr. 1. Zitting 2006-2006. 18 januari 2007 ONTWERP VAN DECREET Stuk 1068 (2006-2007) Nr. 1 Zitting 2006-2006 18 januari 2007 ONTWERP VAN DECREET houdende instemming met de overeenkomst inzake zeevervoer tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds,

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, artikel 37 en 40;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het decreet van 16 maart 2012 betreffende het economisch ondersteuningsbeleid, artikel 37 en 40; . Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 december 2008 tot toekenning van steun aan kleine en middelgrote ondernemingen voor

Nadere informatie

ADVIES Uitvoeringsbesluit decreet ontwikkelingssamenwerking

ADVIES Uitvoeringsbesluit decreet ontwikkelingssamenwerking ADVIES Uitvoeringsbesluit decreet ontwikkelingssamenwerking Het uitvoeringsbesluit regelt de projectsubsidies voor ontwikkelingseducatie en brengt enkele wijzigingen aan in het besluit over de financiering

Nadere informatie

De (herziene) Europese Overeenkomst inzake adoptie van kinderen

De (herziene) Europese Overeenkomst inzake adoptie van kinderen De (herziene) Europese Overeenkomst inzake adoptie van kinderen SARiV Advies 2013/19 SAR WGG Advies 11 juli 2013 Strategische Adviesraad internationaal Vlaanderen Boudewijnlaan 30 bus 81 1000 Brussel T.

Nadere informatie

MBO afgedankte batterijen en accu s

MBO afgedankte batterijen en accu s Briefadvies MBO afgedankte batterijen en accu s Advies over de startnota MBO afgedankte batterijen en accu s Datum van goedkeuring 11 maart 2015 Volgnummer 2015 005 Coördinator + e-mailadres Co-auteur

Nadere informatie

MBO. Briefadvies MBO. Datum

MBO. Briefadvies MBO. Datum Briefadvies MBO afgewerktee olie Briefadvies MBO afgewerkte olie Datum van goedkeuring Volgnummer Coördinator + e-mailadres 22 november 2012 2012 78 Francis Noyen, francis.noyen@minaraad.be Co-auteur +

Nadere informatie

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN

GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN 1025 GEMEENSCHAPS- EN GEWESTREGERINGEN GOUVERNEMENTS DE COMMUNAUTE ET DE REGION GEMEINSCHAFTS- UND REGIONALREGIERUNGEN VLAAMSE GEMEENSCHAP COMMUNAUTE FLAMANDE N. 2008 92 VLAAMSE OVERHEID [C 2007/37387]

Nadere informatie

Advies. Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen

Advies. Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen Brussel, 10 september 2008 100908 Advies besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen Advies Besluit micro-warmtekrachtinstallaties en warmtepompen Inhoud 1. Situering... 3 2. Algemene beoordeling...

Nadere informatie

De staatshervorming in vogelvlucht: stand van zaken. (West4work 3/11/2015)

De staatshervorming in vogelvlucht: stand van zaken. (West4work 3/11/2015) De staatshervorming in vogelvlucht: stand van zaken (West4work 3/11/2015) Controle en sanctionering Visie activeringsbeleid en inkanteling controle Bemiddelen(*) = dé centrale opdracht voor VDAB (en partners)

Nadere informatie

Sociale maatregelen drinkwater 28 maart 2012

Sociale maatregelen drinkwater 28 maart 2012 i. inleiding Vlaams Netwerk van verenigingen waar armen het woord nemen vzw Aromagebouw / Vooruitgangstraat 323 bus 6 (3 de verdieping) / 1030 Brussel / tel. 02-204 06 50 / fax : 02-204 06 59 info@vlaams-netwerk-armoede.be

Nadere informatie

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES. Over het voorontwerp actieplan Maatschappelijk verantwoord ondernemen in België.

RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES. Over het voorontwerp actieplan Maatschappelijk verantwoord ondernemen in België. RVV 373 RAAD VOOR HET VERBRUIK ADVIES Over het voorontwerp actieplan Maatschappelijk verantwoord ondernemen in België. Brussel, 5 februari 2007 SAMENVATTING Via een brief van 10 juli 2006 heeft de Staatssecretaris

Nadere informatie

$% "& "'#( $ "# + $ %& -"2 +. ' %( 3.

$% & '#( $ # + $ %& -2 +. ' %( 3. ! " " #!"#$ $% "& "'#( $ )% "&#*'#(+ +,"##-, $./"# 01#' $ "# + $ %& -"2 +. ' %( 3. $"*. )#'# 0 +%*' 0 Beheersovereenkomst AFM 2007 2010 2 )" *.4 "2#-, 0-"2'#-,*"## # '*#'# "2 +, - % 5 6 $- # 7 $ 8"# ).

Nadere informatie

hett Gezamenlijk advies van atie van het Waterbeleid decreet van mber 2013 .be m van goedkeu Datum uring Minaraa Datum ad d 5 decem uring SERV Datum

hett Gezamenlijk advies van atie van het Waterbeleid decreet van mber 2013 .be m van goedkeu Datum uring Minaraa Datum ad d 5 decem uring SERV Datum Gezamenlijk advies de wijzig gingg van hett organisatiebesluit voor uitvoering van het Decreet Integraal Waterbeleid Ontwerp van besluit van dee Vlaamse Regering tot wijzigingg van diversee bepalingen

Nadere informatie

houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013

houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013 stuk ingediend op 1752 (2012-2013) Nr. 9 4 december 2012 (2012-2013) Ontwerp van decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2013 Verslag namens de Commissie voor Welzijn, Volksgezondheid,

Nadere informatie

voor de vaststelling van ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 3, de toepasselijke procedureregels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke

voor de vaststelling van ruimtelijke uitvoeringsplannen, vermeld in artikel 3, de toepasselijke procedureregels van de Vlaamse Codex Ruimtelijke 25 APRIL 2014. - Decreet houdende het rechtsherstel van ruimtelijke uitvoeringsplannen waarvan de planmilieueffectrapportage werd opgesteld met toepassing van het besluit van de Vlaamse Regering van 18

Nadere informatie

- Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort DABM ) 3

- Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (afgekort DABM ) 3 1.1. WETGEVING 1.1.1. INLEIDING I Een overzicht geven van alle wetgeving in verband met milieu is haast onbegonnen werk. Hieronder wordt de belangrijkste milieuwetgeving per thema weergegeven. In voorkomend

Nadere informatie

Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC)

Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC) ALGEMENE RAAD 25 november 2010 AR-AR-KST-ADV-005 Advies over de decreetwijziging betreffende de Regionale Technologische Centra (RTC) Vlaamse Onderwijsraad Kunstlaan 6 bus 6 BE-1210 Brussel T +32 2 219

Nadere informatie

DE OVEREENKOMST. en mediarte.be,...vertegenwoordigd door...

DE OVEREENKOMST. en mediarte.be,...vertegenwoordigd door... Samenwerkingsovereenkomst VDAB mediarte.be 2013-2014 DE OVEREENKOMST Tussen De Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap

Nadere informatie

Statuten milieuraad Lier Beslissing gemeenteraad 28 april 2003

Statuten milieuraad Lier Beslissing gemeenteraad 28 april 2003 Statuten milieuraad Lier Beslissing gemeenteraad 28 april 2003 Artikel 1 In de stad Lier wordt een gemeentelijke adviesraad voor milieu en natuur, hierna milieuraad Lier, afgekort milieuraad, genoemd,

Nadere informatie

SALV Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij

SALV Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij SALV Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij ADVIES naschoolse opleidingsinitiatieven in de landbouwsector SALV, 18 januari 2013(nr.2013-01) Contactpersoon SALV: Dirk Van Guyze SALV-advies naschoolse

Nadere informatie

Jaarverslag 2006 Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen

Jaarverslag 2006 Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Sterk door overleg SERV Jaarverslag 2006 Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Jaarverslag 2006 Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen STV-Innovatie & Arbeid Vlaamse Havencommissie Sterk door overleg

Nadere informatie

Advies Reparatiebesluit energiepremies

Advies Reparatiebesluit energiepremies Advies Reparatiebesluit energiepremies SERV, 20 januari 2010 Minaraad, 28 januari 2010 Contactpersoon SERV: Peter Van Humbeeck Contactpersoon Minaraad: Francis Noyen 1 Wetstraat 34-36, B- 1040 Brussel

Nadere informatie

SARiV Advies 2012/29 SAR WGG Advies. 31 oktober 2012

SARiV Advies 2012/29 SAR WGG Advies. 31 oktober 2012 Briefadvies over de Akkoorden tussen België en Frankrijk en Nederland voor de ontwikkeling van samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand op het gebied van de sociale zekerheid SARiV Advies 2012/29

Nadere informatie

Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen

Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen Conceptnota Betreft: Krachtlijnen voor een nieuwe organisatie voor de opvang- en vrije tijd van schoolkinderen 1. Situering Deze conceptnota heeft tot doel om, binnen de contouren van het Vlaams Regeerakkoord

Nadere informatie

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 19 MEI 2011.

ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 19 MEI 2011. ADVIES UITGEBRACHT DOOR DE ECONOMISCHE EN SOCIALE RAAD VOOR HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST TIJDENS ZIJN ZITTING VAN 19 MEI 2011 inzake het ontwerp van samenwerkingsakkoord tussen het Brussels Hoofdstedelijk

Nadere informatie

Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij Huishoudelijk reglement Versie1.5. (goedgekeurd op de SALV-zitting van 27/11/2015)

Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij Huishoudelijk reglement Versie1.5. (goedgekeurd op de SALV-zitting van 27/11/2015) Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij Huishoudelijk reglement Versie1.5. (goedgekeurd op de SALV-zitting van 27/11/2015) De Strategische Adviesraad voor Landbouw en Visserij adviseert de beleidsmakers,

Nadere informatie

MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST 3 MAART 2011. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot uitvoering van de ordonnantie van 4 september 2008 ter bevordering van diversiteit

Nadere informatie

Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO

Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO Overzicht gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening - GECORO Door de invoering van het decreet ruimtelijke ordening moeten alle gemeenten een adviescommissie voor ruimtelijke ordening oprichten.

Nadere informatie

2 de uitwerking en uitvoering van de in artikel 8 bedoelde openbare dienstverplichtingen

2 de uitwerking en uitvoering van de in artikel 8 bedoelde openbare dienstverplichtingen Advies van de WaterRegulator met betrekking tot het ontwerp Ministerieel besluit houdende nadere regels tot uitvoering van artikel 27/3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 april 2011 houdende

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid

ONTWERP VAN DECREET. houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid Stuk 825 (2005-2006) Nr. 1 Zitting 2005-2006 28 april 2006 ONTWERP VAN DECREET houdende wijziging van diverse bepalingen inzake financiën en begroting als gevolg van het bestuurlijk beleid 1879 FIN Stuk

Nadere informatie

PROTOCOL HOUDENDE DE CONCLUSIES VAN DE ONDERHANDELINGEN VAN 19 JANUARI 2009 DIE GEVOERD WERDEN IN HET SECTORCOMITE VIII

PROTOCOL HOUDENDE DE CONCLUSIES VAN DE ONDERHANDELINGEN VAN 19 JANUARI 2009 DIE GEVOERD WERDEN IN HET SECTORCOMITE VIII Agentschap voor overheidspersoneel SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE GEMEENSCHAP EN VLAAMS GEWEST protocol nr. 269.882 PROTOCOL HOUDENDE DE CONCLUSIES VAN DE ONDERHANDELINGEN VAN 19 JANUARI 2009 DIE GEVOERD WERDEN

Nadere informatie

Werk maken van werkbaar werk

Werk maken van werkbaar werk Comité Vlaams ABVV 6 maart 2012 Resolutie Werk maken van werkbaar werk Voor een goed begrip Kwaliteit van arbeid is al lang een vakbondseis. We hebben het tegenwoordig over werkbaar werk. Werkbaarheid

Nadere informatie

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning

Advies. Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning Brussel, 9 juli 2008 070908 Advies decreet hypotheekvestiging Advies Over het voorontwerp van decreet tot invoering van een verhoogd abattement bij hypotheekvestiging op de enige woning 1. Toelichting

Nadere informatie

SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE GEMEENSCHAP EN VLAAMS GEWEST. protocol nr. 219.701

SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE GEMEENSCHAP EN VLAAMS GEWEST. protocol nr. 219.701 SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE GEMEENSCHAP EN VLAAMS GEWEST protocol nr. 219.701 R PROTOCOL HOUDENDE DE CONCLUSIES VAN DE ONDERHANDELINGEN VAN 23 MEI 2005 DIE GEVOERD WERDEN IN HET SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE

Nadere informatie

Stuk 1325 (1998-1999) Nr. 1. Zitting 1998-1999. 26 februari 1999 ONTWERP VAN DECREET

Stuk 1325 (1998-1999) Nr. 1. Zitting 1998-1999. 26 februari 1999 ONTWERP VAN DECREET Stuk 1325 (1998-1999) Nr. 1 Zitting 1998-1999 26 februari 1999 ONTWERP VAN DECREET houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord van 20 oktober 1998 tussen de Vlaamse Gemeenschap en het Waalse Gewest

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.11 - September 2008-441-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.11 - September 2008-441- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.11 - September 2008-441- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN GEERT BOURGEOIS VLAAMS MINISTER VAN BESTUURSZAKEN, BUITENLANDS BELEID, MEDIA EN TOERISME Vraag

Nadere informatie

Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO

Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO De Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO is een federale adviesraad die alle erkende interprofessionele en beroepsorganisaties samenbrengt. Als overlegforum

Nadere informatie

Bijlage 1. Model van huishoudelijk reglement van de Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie als vermeld in artikel 2

Bijlage 1. Model van huishoudelijk reglement van de Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie als vermeld in artikel 2 Bijlage 1. Model van huishoudelijk reglement van de Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie als vermeld in artikel 2 Gemeentelijke en Intergemeentelijke Begeleidingscommissie Huishoudelijk

Nadere informatie

ADVIES DIENST REGULERING

ADVIES DIENST REGULERING DIENST REGULERING ADVIES DR-20060228-42 betreffende Het voorstel van uitbreiding van het nachttarief tot het weekend voor netgebruikers die zijn aangesloten op het laagspanningsnet vanaf 1 januari 2007

Nadere informatie

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis;

van de verwerking van persoonsgegevens (hierna WVP), inzonderheid artikel 31bis; 1/5 Sectoraal comité van het Rijksregister Beraadslaging RR nr 78/2013 van 11 december 2013 Betreft: aanvraag van het Vlaams Subsidieagentschap voor Werk en Sociale Economie om een netwerkverbinding tot

Nadere informatie

SENIORENADVIESRAAD SINT- NIKLAAS STATUTEN

SENIORENADVIESRAAD SINT- NIKLAAS STATUTEN SENIORENADVIESRAAD SINT- NIKLAAS STATUTEN ARTIKEL 1: oprichting Op datum van 27 juni 1968 werd de Stedelijke Raad voor de Derde Leeftijd te Sint-Niklaas opgericht. Er is een hernieuwing van de statuten

Nadere informatie

Vlaamse Regering ~~. =

Vlaamse Regering ~~. = VR 2012 0911 DOC.1119/2 Vlaamse Regering ~~. = >>J - n= Ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende bepaling van de Vlaamse beleidsprioriteiten voor het gemeentelijk jeugdbeleid DE VLAAMSE REGERING,

Nadere informatie

Briefadvies van 3 juni 2004

Briefadvies van 3 juni 2004 m i l i e u - e n n a t u u r r a a d v a n v l a a n d e r e n Briefadvies van 3 juni 2004 over het Voorontwerp van besluit tot vaststelling van de eisen op het vlak van de energieprestaties en het binnenklimaat

Nadere informatie

Brus sel, 21 april 2008. Mijn heer de mi nis ter-pre si dent,

Brus sel, 21 april 2008. Mijn heer de mi nis ter-pre si dent, 1593 Brus sel, 21 april 2008 Mijn heer de mi nis ter-pre si dent, Wij heb ben de eer U ten be hoeve van de Vlaamse Re ge ring in ge slo ten de resolutie tot besluit van de opvolging van de werkzaamheden

Nadere informatie

SERV Internationaal. SERV: een open visie op de wereld

SERV Internationaal. SERV: een open visie op de wereld SERV: een open visie op de wereld De Vlaamse sociale partners zijn sterk begaan met wat er zich in de wereld buiten Vlaanderen en België afspeelt. Vlaanderen is geen eiland en de internationale gebeurtenissen

Nadere informatie

uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk datum S1SEC/0100/01 04-12-2013

uw bericht van uw kenmerk ons kenmerk datum S1SEC/0100/01 04-12-2013 Dienst secretariaat contactpersoon: Ilse Van den Branden, administratief medewerker e-mail: ilse.vandenbranden@sint-niklaas.be tel. 03 778 30 75, fax 03 766 08 82 Aan de leden van de gemeenteraad uw bericht

Nadere informatie

ADVIES. 19 december 2013

ADVIES. 19 december 2013 ADVIES Ontwerp van ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 19 juli 2001 betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en van de ordonnantie van 1

Nadere informatie

BELEIDSBRIEF. Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel. Beleidsprioriteiten 2008-2009. Onderdeel Wapenhandel ADVIES

BELEIDSBRIEF. Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel. Beleidsprioriteiten 2008-2009. Onderdeel Wapenhandel ADVIES Stuk 1900 (2008-2009) Nr. 3 Zitting 2008-2009 26 november 2008 BELEIDSBRIEF Economie, Ondernemen, Wetenschap, Innovatie en Buitenlandse Handel Beleidsprioriteiten 2008-2009 Onderdeel Wapenhandel ADVIES

Nadere informatie

SERV_ADV_20100120_erfgoedtoets. Advies. Onroerenderfgoedtoets. 20 januari 2010

SERV_ADV_20100120_erfgoedtoets. Advies. Onroerenderfgoedtoets. 20 januari 2010 SERV_ADV_20100120_erfgoedtoets Advies Onroerenderfgoedtoets 20 januari 2010 Adviesvraag: ontwerpbesluit betreffende de onroerenderfgoedtoets ontwerpbesluit houdende wijziging van het besluit betreffende

Nadere informatie

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking

Advies. over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking Brussel, 5 juli 2006 050706_Advies_kaderdecreet_Vlaamse_ontwikkelingssamenwerking Advies over het ontwerp van kaderdecreet Vlaamse ontwikkelingssamenwerking 1. Inleiding Op 24 mei 2006 heeft Vlaams minister

Nadere informatie

Vlaremtrein 2011 Muziekactiviteiten Overige wijzigingen

Vlaremtrein 2011 Muziekactiviteiten Overige wijzigingen Overzicht 1. Terugblik 2012 Vlaremtrein 2011 Muziekactiviteiten Overige wijzigingen 2. In de pijplijn Vlaremtrein 2012 Besluit diffuse emissies Vlaremtrein 2013 Omgevingsvergunning Permanente vergunning

Nadere informatie

Overheveling bevoegdheden 6 e staatshervorming

Overheveling bevoegdheden 6 e staatshervorming PERSMEDEDELING VAN HET KABINET VAN DE MINISTER- PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN ECONOMIE, BUITENLANDS BELEID, LANDBOUW EN PLATTELANDSBELEID Maandag 30 juni 2014 Overheveling bevoegdheden

Nadere informatie

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 augustus 2013;

DE VLAAMSE REGERING, Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 20 augustus 2013; Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2004 betreffende de subsidiëring van bepaalde werken, leveringen en diensten die in het Vlaamse Gewest

Nadere informatie

Vormingspakket Energie. De Liberalisering van de energiemarkt

Vormingspakket Energie. De Liberalisering van de energiemarkt De Liberalisering van de energiemarkt Tot vóór 1 juli 2003 kon de gewone gebruiker voor elektriciteit en aardgas steeds terecht bij de intercommunale, die zowel voor de levering als voor de distributie

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006 AMENDEMENTEN

ONTWERP VAN DECREET. houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006 AMENDEMENTEN Zitting 2006-2007 5 december 2006 houdende tweede aanpassing van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het begrotingsjaar 2006 AMENDEMENTEN Zie: 19 (2006-2007) Nr. 1: Ontwerp van

Nadere informatie

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT

TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT TYPES INSTRUMENTEN OVERZICHT Aanbeveling... 2 Advies... 2 Algemeen commentaar... 2 Beleidsdocument... 3 Besluit... 3 Decreet... 3 Europees besluit... 3 Grondwet... 3 Koninklijk besluit... 3 Mededeling...

Nadere informatie

NIEUW ENERGIEPRESTATIEDECREET - STAND VAN ZAKEN goedgekeurd door het VVSG-directiecomité op 27.03.2006 (doc.nr. 2006/81) Het energieprestatiedecreet (7 mei 2004) voert een energieprestatiecertificaat in

Nadere informatie

Brussel, 21 januari 2004 210104_Advies_deontologische_code. Advies. deontologische code voor loopbaandienstverlening

Brussel, 21 januari 2004 210104_Advies_deontologische_code. Advies. deontologische code voor loopbaandienstverlening Brussel, 21 januari 2004 210104_Advies_deontologische_code Advies deontologische code voor loopbaandienstverlening Inhoud Op 2 december 2003 vroeg de Vlaamse Minister van Werkgelegenheid en Toerisme R.

Nadere informatie

VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN

VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN !ALGEMEEN rn5eheers(çomite VOOR HET SOCIAAL STATUUT DER ZELFSTANDIGEN Opgericht bij de wet van 30 december 1992 Jan Jacobsplein,6 1000 Brussel Tel. : 02 546 43 40 Fax :02 546 21 53 ABC ADVIES 2011/04 erratum

Nadere informatie

Ontwerp van samenwerkingsakkoord

Ontwerp van samenwerkingsakkoord Ontwerp van samenwerkingsakkoord Tussen: de Franse Gemeenschap Vertegenwoordigd door Mevrouw Fadila LAANAN, Minister van Cultuur, Audiovisuele Zaken, Gezondheid en Gelijkheid van Kansen En: de Vlaamse

Nadere informatie

DEELNAME AAN NATIONALE RADEN EN COMITÉS

DEELNAME AAN NATIONALE RADEN EN COMITÉS O6 DEELNAME AAN NATIONALE RADEN EN COMITÉS 6.1. Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap De Nationale Hoge Raad voor personen met een handicap (NHRPH) onderzoekt dossiers die te maken hebben

Nadere informatie

ONTWERP VAN DECREET. houdende de verlaging van het tarief van het verkooprecht voor beroepspersonen. Stuk 1823 (2007-2008) Nr. 1.

ONTWERP VAN DECREET. houdende de verlaging van het tarief van het verkooprecht voor beroepspersonen. Stuk 1823 (2007-2008) Nr. 1. Stuk 1823 (2007-2008) Nr. 1 Zitting 2007-2008 11 september 2008 ONTWERP VAN DECREET houdende de verlaging van het tarief van het verkooprecht voor beroepspersonen 4602 FIN Stuk 1823 (2007-2008) Nr. 1 2

Nadere informatie

Advies. Besluit sociale openbare dienstverplichtingen drinkwater. Brussel, 10 juli 2013

Advies. Besluit sociale openbare dienstverplichtingen drinkwater. Brussel, 10 juli 2013 Advies Besluit sociale openbare dienstverplichtingen drinkwater Brussel, 10 juli 2013 SERV_ADV_20130710_SODV_drinkwater Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Wetstraat 34-36, 1040 Brussel T +32 2 209

Nadere informatie

Koninklijk besluit van 3 MEI 1999

Koninklijk besluit van 3 MEI 1999 Koninklijk besluit van 3 MEI 1999 tot uitvoering van artikel 7, 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling

Nadere informatie

(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT

(Mededelingen) EUROPEES PARLEMENT 4.8.2011 Publicatieblad van de Europese Unie C 229/1 II (Mededelingen) MEDEDELINGEN VAN DE INSTELLINGEN, ORGANEN EN INSTANTIES VAN DE EUROPESE UNIE EUROPEES PARLEMENT Reglement van de Conferentie van de

Nadere informatie

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179-

Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- Vlaams Parlement - Vragen en Antwoorden - Nr.8 - Mei 2008-179- VLAAMS PARLEMENT SCHRIFTELIJKE VRAGEN FRANK VANDENBROUCKE VICEMINISTER-PRESIDENT VAN DE VLAAMSE REGERING, VLAAMS MINISTER VAN WERK, ONDERWIJS

Nadere informatie

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse Instellingen, inzonderheid op de artikelen 42 en 63;

Gelet op de bijzondere wet van 12 januari 1989 betreffende de Brusselse Instellingen, inzonderheid op de artikelen 42 en 63; Samenwerkingsakkoord tussen de staat, de gemeenschappen, de gemeenschappelijke gemeenschapscommissie en de gewesten tot oprichting van een algemene gegevensbank Gelet op de bijzondere wet van 8 augustus

Nadere informatie

Toelichting Eandis Infrax. Raad van Bestuur VVSG woensdag 3 juni 2015

Toelichting Eandis Infrax. Raad van Bestuur VVSG woensdag 3 juni 2015 Toelichting Eandis Infrax Raad van Bestuur VVSG woensdag 3 juni 2015 Overeenkomst Eandis-Infrax 1. Eenheidstarief elektriciteit en gas in Vlaanderen zonder verplichte fusie DNB s en met behoud twee werkmaatschappijen

Nadere informatie

Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid

Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid Huishoudelijk reglement van het remuneratiecomité van de Vlaamse overheid Opdracht en algemene werkingsregels 1 - Het remuneratiecomité heeft aandacht voor het strategische beleid en neemt hierin een adviserende

Nadere informatie

Gemeentelijke cultuurraad Maldegem.

Gemeentelijke cultuurraad Maldegem. Gemeentelijke cultuurraad Maldegem. Huishoudelijk reglement De algemene vergadering van de cultuurraad Maldegem, Gelet op het decreet van 13 juli 2001 houdende het stimuleren van een kwalitatief en integraal

Nadere informatie

April 2010. Jaarverslag 2009

April 2010. Jaarverslag 2009 April 2010 Jaarverslag 2009 Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen Commissie Diversiteit Stichting Innovatie & Arbeid Vlaamse Luchthavencommissie Vlaamse Havencommissie Mobiliteitsraad van Vlaanderen

Nadere informatie

Federaal Plan Armoedebestrijding. Reactie van BAPN vzw. Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012

Federaal Plan Armoedebestrijding. Reactie van BAPN vzw. Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012 Belgisch Platform tegen Armoede en Sociale Uitsluiting EU2020 30/11/2012 Federaal Plan Armoedebestrijding Reactie van BAPN vzw BAPN vzw Belgisch Netwerk Armoedebestrijding Vooruitgangstraat 333/6 1030

Nadere informatie

uitvoeringsbesluiten onroerend erfgoed

uitvoeringsbesluiten onroerend erfgoed Briefadvies uitvoeringsbesluiten onroerend erfgoed Adviesvraag over het ontwerp van besluit betreffende de uitvoering van het Onroerenderfgoeddecreet van 12 juli 2013 Datum van goedkeuring 20 februari

Nadere informatie

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640

RAAD VAN DE EUROPESE UNIE. Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) 15528/02 ADD 1. Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) ENER 315 CODEC 1640 RAAD VAN DE EUROPESE UNIE Brussel, 21 januari 2003 (28.01) (OR. en) Interinstitutioneel dossier: 2001/0077 (COD) 15528/02 ADD 1 ENER 315 CODEC 1640 ONTWERP-MOTIVERING VAN DE RAAD Betreft: Gemeenschappelijk

Nadere informatie

Het sociaal energiebeleid in Vlaanderen doorgelicht. Loont de aanpak van de strijd tegen energiearmoede? Voorstelling aanpak evaluatie

Het sociaal energiebeleid in Vlaanderen doorgelicht. Loont de aanpak van de strijd tegen energiearmoede? Voorstelling aanpak evaluatie Het sociaal energiebeleid in Vlaanderen doorgelicht Loont de aanpak van de strijd tegen energiearmoede? Voorstelling aanpak evaluatie 26 november 2010 Vlaams Regeerakkoord 2009-2014 Voor een vernieuwende,

Nadere informatie

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking

Vlaamse Regering. Addendum. bij het. Protocol van samenwerking Vlaamse Regering Addendum bij het Protocol van samenwerking In het kader van het economisch impulsplan herstel het vertrouwen van de Vlaamse regering goedgekeurd op 14 november 2008 Tussen de Vlaamse Regering

Nadere informatie

Omzendbrief BB 2007/03

Omzendbrief BB 2007/03 Omzendbrief BB 2007/03 Omzendbrief Aan de provinciegouverneurs Aan de colleges van burgemeester en schepenen Aan de leden van de deputaties Vlaams minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen

Nadere informatie

Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005

Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005 Sectorraad Kunsten en Erfgoed Kaderconventie van de Raad van Europa over de bijdrage van cultureel erfgoed aan de samenleving, opgemaakt in Faro op 27 oktober 2005 Advies 2010/2 (SARiV) Advies 243-05 (SARC)

Nadere informatie

Adviescomité SEA. Is er al dan niet een strategische milieubeoordeling (SEA) vereist voor het ontwerp beleidsplannen mariene beschermde gebieden?

Adviescomité SEA. Is er al dan niet een strategische milieubeoordeling (SEA) vereist voor het ontwerp beleidsplannen mariene beschermde gebieden? Directoraat-generaal Leefmilieu EUROSTATION Blok II 2 e verdieping Victor Hortaplein 40, bus 10 B 1060 BRUSSEL www.environment.fgov.be Secretariaat van het Adviescomité SEA: Sabine WALLENS t: + 32 2 524

Nadere informatie

Kinderarmoede in het Brussels Gewest

Kinderarmoede in het Brussels Gewest OBSERVATOIRE DE LA SANTÉ ET DU SOCIAL BRUXELLES OBSERVATORIUM VOOR GEZONDHEID EN WELZIJN BRUSSEL Senaat hoorzitting 11 mei 2015 Kinderarmoede in het Brussels Gewest www.observatbru.be DIMENSIES VAN ARMOEDE

Nadere informatie

protocol nr. 332.1 068

protocol nr. 332.1 068 Agentschap voor Overheidspersoneel SECTORCOMITE XVIII VLAAMSE GEMEENSCHAP EN VLAAMS GEWEST protocol nr. 332.1 068 PROTOCOL HOUDENDE DE CONCLUSIES VAN DE ONDERHANDELINGEN VAN 20 JANUARI 2014 DIE GEVOERD

Nadere informatie

Art. 2. Kind en Gezin kan aan de organisator subsidies toekennen voor de realisatie van de specifieke dienstverlening, vermeld in dit besluit.

Art. 2. Kind en Gezin kan aan de organisator subsidies toekennen voor de realisatie van de specifieke dienstverlening, vermeld in dit besluit. 1 Besluit van de Vlaamse Regering van 22 mei 2015 (BS 18 juni 2015) houdende de regeling van de toekenning van een subsidie voor een vernieuwend project betreffende het werknemersstatuut van de kinderbegeleider

Nadere informatie

VOORSTEL (C)060928-CDC-567

VOORSTEL (C)060928-CDC-567 Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas Nijverheidsstraat 26-38 1040 Brussel Tel. 02/289.76.11 Fax 02/289.76.09 COMMISSIE VOOR DE REGULERING VAN DE ELEKTRICITEIT EN HET GAS VOORSTEL

Nadere informatie

A-2015-033-ESR. Minister Gosuin. Aanvrager. Aanvraag ontvangen op 18 mei 2015. Aanvraag behandeld door

A-2015-033-ESR. Minister Gosuin. Aanvrager. Aanvraag ontvangen op 18 mei 2015. Aanvraag behandeld door ADVIES Voorontwerp van besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juni 2007 betreffende het opleidingsfonds dienstencheques 16 juni 2015 Economische

Nadere informatie

Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010

Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010 Ex ante evaluatie van beleid en regelgeving: focus op impact assessments VEP studiedag 30 april 2010 «Ik wil mensen in armoede een transparant model aanreiken waarmee zij kunnen toetsen of een beleidsmaatregel

Nadere informatie

Lutgart De Buel 02/553.50.13 30.07.2002 Lutgart.debuel@azf.vlaanderen.be

Lutgart De Buel 02/553.50.13 30.07.2002 Lutgart.debuel@azf.vlaanderen.be Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap Afdeling Statutaire Aangelegenheden Sectorcomité XVIII Vlaamse Gemeenschap en Vlaams Gewest Boudewijnlaan 30,1000 BRUSSEL Tel. (02)553 50 25 - Fax (02)553 51 06 E-mail:

Nadere informatie