Terugkeer naar landen van herkomst door slachtoffers van mensenhandel

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Terugkeer naar landen van herkomst door slachtoffers van mensenhandel"

Transcriptie

1 Terugkeer naar landen van herkomst door slachtoffers van mensenhandel Het verbeteren van de door professionals geboden terugkeerbegeleiding Master Social Work NHL/ Hanzehogeschool Groningen Studentnummer Opdrachtgever: Fier Fryslan Eerste beoordelaar: J. Gulmans- Weitenberg Tweede beoordelaar: K. Landman-Peters Mei 2013

2 Terugkeer van slachtoffers van mensenhandel naar landen van herkomst Het verbeteren van de door professionals geboden terugkeerbegeleiding Afstudeerthesis Pagina 2 van 66 Master Social Work

3 Samenvatting Introductie Het onderzoek is uitgevoerd binnen het Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (CKM). Het CKM houdt zich bezig met onderzoek en lobby om de hulp aan slachtoffers van mensenhandel continue te verbeteren. Buitenlandse slachtoffers van mensenhandel raken met regelmaat uitgeprocedeerd en komen op straat terecht. Slechts een klein deel van de slachtoffers keert terug naar het land van herkomst. Leven in de illegaliteit in Nederland heeft vanwege de veiligheidsrisico s en het risico op revictimisatie niet de voorkeur. Daarom richt dit onderzoek zich op hoe de terugkeerbegeleiding te verbeteren is zodat terugkeer een aantrekkelijker alternatief wordt voor slachtoffers. De hoofdvraag van het onderzoek luidde: Hoe kan de terugkeerbegeleiding die door deelnemende professionals aan de professional learning community aan buitenlandse slachtoffers van mensenhandel geboden wordt verbeterd worden? Onderzoeksmethode Er is gekozen voor een kritisch-emancipatoir paradigma in de vorm van actieonderzoek. Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden is een professional learning community vormgegeven met diverse professionals, werkzaam bij zowel hulpverleningsorganisaties als organisaties die terugkeerbegeleiding bieden. Naast de vier bijeenkomsten van de professional learning community zijn er individuele interviews afgenomen bij de leden van de professional learning community. Resultaten en conclusie De terugkeerbegeleiding kan op twee manieren verbeterd worden: door middel van kennisvermeerdering en het verbeteren van de samenwerking. Op het vlak van kennisvermeerdering wordt daarbij vooral kennis over (on)mogelijkheden tot re-integratie in landen van herkomst en kennis over elkaars werkwijzen genoemd. Op het vlak van verbeteren van de samenwerking worden meerdere verbetermogelijkheden genoemd, in zowel procesmatig als inhoudelijk opzicht. De belangrijkste verbetermogelijkheden zijn het betrekken van de hulpverlening bij terugkeertrajecten en het gezamenlijk gaan vormgeven van terugkeertrajecten. Aanbevelingen Nader onderzoek naar hoe de doelgroep zelf betrokken kan worden bij het vraagstuk; Terugkeerorganisaties en hulpverlening zouden gezamenlijk terugkeerprojecten vorm moeten geven. Een eerste aanzet hiertoe is gemaakt; Nader onderzoek naar mogelijkheden om out of the box terugkeertrajecten vorm te geven, is gewenst; Afstudeerthesis Pagina 3 van 66 Master Social Work

4 Beschikbare budgetten voor terugkeer voor asielzoekers en slachtoffers van mensenhandel zouden gelijk getrokken moeten worden. Om dit te bereiken wordt als eerste stap een gezamenlijke aanbevelingsnotitie over dit onderwerp geschreven, gericht aan de Taskforce Mensenhandel. Afstudeerthesis Pagina 4 van 66 Master Social Work

5 Summary Introduction This research is part of the research programm at the CKM, centre for child- and human trafficking, which is part of Fier Fryslân. The CKM aims at improving the care for victims of trafficking by doing research and lobbying. Foreign victims of trafficking often don t get a residence permit granted and end up on the streets, being illegal. Only a small part of the victims returns to the country of origin. Since the life of an illegal victim can cause great danger for revictimisation, the research aims at improving the quality of assisting return programmes, so that return to the country of origin becomes a more chosen option by victims. The research question is: How can the return assistance for victims of trafficking provided by professionals who are involved in the professional learning community, be improved? Research methods The research design comprises an action research, in which the concept of professional learning community has been chosen as researchmethod. Several professionals from the workfield engaged in the professional learning community. Apart from the professional learning community, interviews provided added value to the research. Results and conclusion The return assistence can be improved in two ways: by extending the knowledge of the professionals and by improving the collaboration between professionals. Extending knowledge is necessary in both knowledge of (im)possibillities for re-integration in countries of origin and of working methods of both migration organisations and social work organisations. Several examples, both on process and content point of view, are being given. Recommendations More research in how to involve the victims of trafficking themselves for improving the return assistence, should be done; Migration organisations and social work organisations should develop return programmes together. A first start has been made within the research; More research in possibilities to create and sustain out of the box return programmes should be done; The available returnbudget for victims of trafficking should be the same as for asylumseekers. In order to accomplish this, the professional learning community is currently writing a statement about this subject and will adress this to the Taskforce Trafficking in human beings. Afstudeerthesis Pagina 5 van 66 Master Social Work

6 Voorwoord Deze thesis is het laatste project waaraan ik heb gewerkt binnen de opleiding Master Social Work. Hiermee sluit ik een inspirerende en leerzame periode van twee jaar studie af. Dit onderzoek is een weergave van wat ik geleerd heb tijdens deze periode. Het onderwerp van de thesis sluit aan bij de opleiding: innovatieve manieren om kennis te verwerven, om daarmee de werkpraktijk te verbeteren. Daarin staat de doelgroep die ik in mijn hart gesloten heb, centraal: buitenlandse slachtoffers van mensenhandel. Hoewel ik in mijn werk regelmatig worstel met het begrip illegaliteit en het onrecht wat slachtoffers soms wordt aangedaan, is de realiteit echter dat niet elk slachtoffer in Nederland kan blijven. Master Social Work zijn betekent in dit kader voor mij ook zoeken naar manieren om om te gaan met die realiteit, zonder afbreuk te doen aan het recht op vrijheid, bescherming en bescherming van het slachtoffer. Ik wil graag enkele mensen bedanken voor het proces van afwegen, zoeken en betekenis geven aan dit onderzoek. Allereerst mijn leidinggevende en bovenal mentor, Ineke van Buren. Zij is van groot belang geweest voor mijn ontwikkeling als hulpverlener, coördinator en lobbyist. Daarnaast wil ik mijn thesisbegeleider dr. Jitske Gulmans-Weitenberg bedanken, die me met haar kritische vragen altijd terug wist te brengen naar de kern van het verhaal wat ik wilde vertellen. Een woord van dank gaat ook uit naar Sophie Oostra, die me in de laatste fase van het schrijven van de thesis bruikbare feedback gaf. Tenslotte wil ik mijn familie en vrienden, en in het bijzonder mijn partner Sybren Dijkstra bedanken voor de steun en het geduld wat zij de afgelopen twee jaar hebben laten blijken: ik had het niet zonder hen gekund. 18 mei 2013 Afstudeerthesis Pagina 6 van 66 Master Social Work

7 Inhoudsopgave 1 INLEIDING Beschrijving van de organisatie en context van het onderzoek Aanleiding van het onderzoek Doelstelling en onderzoeksvragen Opbouw rapport THEORETISCH KADER Slachtoffers van mensenhandel Terugkeer naar landen van herkomst Terugkeer van migranten naar landen van herkomst Veiligheid Inbedding sociaal netwerk Hulpverlening in het land van herkomst Terugkeerbegeleiding in Nederland Professional learning community Conclusie van het literatuuronderzoek ONDERZOEKSMETHODE Onderzoeksparadigma Vooronderzoek Onderzoekspopulatie Onderzoeksmethoden Data-analyse Kwaliteitscriteria van het onderzoek RESULTATEN Inleiding Resultaten toegespitst op onderzoeksvragen Welke kennis en inzichten over terugkeer levert de professional learning community op volgens de deelnemende professionals? Hoe kunnen we de opgedane kennis en inzichten gebruiken om de uitvoering van de terugkeerbegeleiding aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren? Welke effecten worden er door het deelnemen aan de professional learning community ervaren door de deelnemers op de uitvoering van terugkeerbegeleiding? Hoe kunnen we als deelnemers aan de professional learning community een aanzet maken tot een gezamenlijke werkaanpak om de terugkeerbegeleiding aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren? CONCLUSIE Afstudeerthesis Pagina 7 van 66 Master Social Work

8 5.1 Beantwoording onderzoeksvraag Kennisvermeerdering Verbeteren van de samenwerking Discussie PLC als onderzoeksmethode Resultaten vanuit het actieonderzoekperspectief Methodologische keuzes Aanbevelingen BRONVERMELDING BIJLAGE 1 NOTULEN EXPERTMEETING BIJLAGE 2 NOTULEN PLC-BIJEENKOMSTEN BIJLAGE 3 TOPICLIJST INTERVIEWS BIJLAGE 4 LABELS Afstudeerthesis Pagina 8 van 66 Master Social Work

9 1 Inleiding 1.1 Beschrijving van de organisatie en context van het onderzoek Fier Fryslân is een hulpverlenings- en expertisecentrum op het gebied van geweld in afhankelijkheidsrelaties (www.fierfryslan.nl). Naast opvang biedt Fier Fryslân gespecialiseerde ambulante hulp, casemanagement en traumabehandeling. Voor de buitenlandse slachtoffers van mensenhandel heeft Fier Fryslân een divers hulpaanbod ontwikkeld. De opvang wordt aangeboden door Rena 1 (beschermd wonen) en Rena 2 (klinische setting). Ambulante hulp wordt geboden aan zelfstandig wonende slachtoffers van mensenhandel in de provincie Friesland. Zorgcoördinatie betreft een gespecialiseerde vorm van casemanagement waarbij het hulpverleningstraject, strafrechtelijke traject en verblijfsrechtelijke traject intensief gevolgd worden en op elkaar afgestemd worden. Het behandelcentrum van Fier Fryslân, waar psychologen, psychiaters, orthopedagogen, beeldend therapeuten en een psychomotorische therapeut werkzaam zijn, kan ingeschakeld worden voor de slachtoffers. Daarnaast is in 2012 het Centrum Kinderhandel en Mensenhandel (CKM) van start gegaan, een interdisciplinair kenniscentrum dat zich bezighoudt met onderzoek en de politieke lobby om de bescherming van en hulpverlening aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren. Het onderzoek naar terugkeer van buitenlandse slachtoffers van mensenhandel wordt uitgevoerd binnen het CKM (www.ckm-fier.nl). 1.2 Aanleiding van het onderzoek Buitenlandse slachtoffers van mensenhandel kunnen aangifte doen van mensenhandel en een tijdelijke verblijfsvergunning krijgen voor de duur van het strafrechtelijk onderzoek. De kans op duurzaam verblijf na deze tijdelijke vergunning is klein. Dit betekent dat een aanzienlijk deel van de slachtoffers uitgeprocedeerd raakt. Er zijn dan twee alternatieven waaruit slachtoffers kunnen kiezen: een leven in de illegaliteit of terugkeer naar het land van herkomst. Uit onder andere het onderzoek van Commandeur en Kootstra (2004) blijkt dat het merendeel van de slachtoffers van mensenhandel ernstig getraumatiseerd is geraakt tengevolge van de uitbuiting. Niet alleen vinden wij het inhumaan om mensen met ernstige psychische en psychiatrische klachten geen voorzieningen te kunnen bieden nadat ze uitgeprocedeerd zijn geraakt, maar de kans is ook aannemelijk dat zij opnieuw uitgebuit gaan worden vanwege hun kwetsbare positie. Een alternatief voor illegaliteit is terugkeren naar het land van herkomst. Dit is een mogelijkheid die maar weinig wordt gekozen, blijkt uit de registratie van Comensha: van 2006 tot 2011 keerden er gemiddeld 44 slachtoffers per jaar terug naar het land van herkomst, van de gemiddeld 806 gemelde slachtoffers van mensenhandel per jaar. Uit onderzoek van Vluchtelingenwerk Vlaanderen (2010) en Maris en Weijs-de Jong (2011) blijkt dat terugkeer een negatieve lading heeft voor professionals en er een gebrek aan kennis is over (on)mogelijkheden in landen van herkomst, waardoor er twijfel ontstaat of een goede terugkeer realiseerbaar is. Tevens komt in beide onderzoeken naar voren dat hulpverleners ethische dilemma s Afstudeerthesis Pagina 9 van 66 Master Social Work

10 ervaren als het gaat om verantwoordelijkheidsgevoel, het behouden van de vertrouwensband met de cliënt en omgaan met de emoties van de cliënt. Daarnaast concluderen Maris en Weijs-de Jong dat er grote behoefte bestaat aan intervisie of netwerkbijeenkomsten om bovenstaande thema s te bespreken. Uit het vooronderzoek dat uitgevoerd werd in het kader van dit onderzoek bleek al gauw dat een topdown manier om om te gaan met deze ingewikkelde materie niet het beoogde effect zou hebben. Wetgeving en beleid omtrent terugkeer is immers zeer helder. Vanaf de werkvloer, zowel binnen Fier Fryslan als andere hulpverleningsinstellingen, gingen geluiden op dat veel professionals niet uit de voeten konden met bestaande wetgeving of beleid. Uit de diverse gesprekken met cliënten en hulpverleners bleek al gauw dat de doelgroep zelf, de slachtoffers van mensenhandel, niet mee wilden werken aan een onderzoek over terugkeer. Terugkeer is een te beladen onderwerp. Gezien de tijdsspanne van het onderzoek, is daarom besloten om het onderzoek eerst te richten op professionals. Een werkvorm vinden waarbij professionals aan het woord zouden kunnen zijn, waarbij het uitwisselen van ervaringen en ervaringskennis centraal staan, leek van belang. Een professional learning community bleek aan te sluiten bij dit vooronderzoek. Scharmer en Senge (2006) beschrijven een learning community als een diverse groep mensen die samenwerken om een kenniscreatiesysteem te ontwikkelen. Het doel hiervan is zowel onderzoek doen (ontdekken en begrijpen en dit willen delen met de community) alsmede competentieontwikkeling. Deze ontwikkeling richt zich zowel op individuele als collectieve capaciteiten en leidt tot handelingskennis. Een professional learning community levert dus continue nieuwe theorie, methoden en vaardigheden op die tot praktische know-how leiden. Deze methode van leren en ontwikkelen leek bijzonder goed aan te sluiten bij de vragen en problemen waarmee het werkveld kampt. Er is besloten om de professional learning community, gericht op het verbeteren van de terugkeerbegeleiding, dan ook in te zetten als onderzoeksmethode. Middels het verbeteren van terugkeerbegeleiding wordt beoogd bij te dragen aan de beeldvorming over terugkeer naar het land van herkomst, zodat terugkeer een aantrekkelijker alternatief wordt voor illegaliteit. 1.3 Doelstelling en onderzoeksvragen Doel van dit onderzoek was kennis en inzicht verkrijgen in werkzame factoren omtrent terugkeer naar landen van herkomst, ten einde de terugkeerbegeleiding te verbeteren die door professionals die deelnemen aan de professional learning community wordt geboden aan buitenlandse slachtoffers van mensenhandel. Die verbetering wordt beoogd door het vergroten van kennis over de doelgroep en terugkeer(begeleiding) en een eerste aanzet tot een gezamenlijke werkaanpak te ontwikkelen. De onderzoeksvraag die beantwoord dient te worden in het onderzoek is: Hoe kan de terugkeerbegeleiding die door deelnemende professionals aan de professional learning community aan buitenlandse slachtoffers van mensenhandel geboden wordt verbeterd worden? Afstudeerthesis Pagina 10 van 66 Master Social Work

11 Om deze vraag te kunnen beantwoorden wordt onderzoek gedaan naar terugkeer in het algemeen en terugkeerbegeleiding in het bijzonder. Het doel van het opdoen van kennis over terugkeer in het algemeen dient om de terugkeerbegeleiding te verbeteren. De hoofdvraag valt uiteen in de volgende deelvragen voor literatuuronderzoek: 1. Hoe ziet de doelgroep slachtoffers van mensenhandel er uit? 2. Welke factoren werken bevorderend en belemmerend bij terugkeer van slachtoffers van 3. mensenhandel naar landen van herkomst? 3. Hoe is een professional learning community als onderzoeksmethode in dit onderzoek te gebruiken? Voor het praktijkonderzoek zijn de volgende deelvragen van belang: 4. Welke kennis en inzichten over terugkeer en het bieden van terugkeerbegeleiding levert de professional learning community op volgens de deelnemende professionals? 5. Hoe kunnen we de opgedane kennis en inzichten gebruiken om de terugkeerbegeleiding 6. aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren? 6. Welke effecten worden er door het deelnemen aan de professional learning community ervaren door de deelnemers op de uitvoering van terugkeerbegeleiding? 7. Hoe kunnen we als deelnemers aan de professional learning community een aanzet maken tot een gezamenlijke werkaanpak om de terugkeerbegeleiding aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren? 1.4 Opbouw rapport In het navolgende hoofdstuk wordt het theoretisch kader uiteengezet, om hiermee de eerste drie onderzoeksvragen te beantwoorden. Vervolgens wordt de methode van onderzoek beschreven. In hoofdstuk 4 worden de resultaten weergegeven, waarna in hoofdstuk 5 de conclusie wordt gegeven en aanbevelingen worden gedaan. Afstudeerthesis Pagina 11 van 66 Master Social Work

12 2 Theoretisch kader Het doen van literatuurstudie dient in dit onderzoek twee doelen. Enerzijds dient het om de twee onderzoeksdeelvragen die geformuleerd zijn over bevorderende en belemmerende factoren bij terugkeer te beantwoorden (hoofdstuk 2.2). Anderzijds is voor de uitvoering van het onderzoek een nadere bestudering van de doelgroep slachtoffers van mensenhandel (hoofdstuk 2.1) en het concept professional learning community (hoofdstuk 2.3) van belang. De onderzoeksvragen geformuleerd zijn voor het literatuuronderzoek zijn: 1. Hoe ziet de doelgroep slachtoffers van mensenhandel er uit? 2. Welke factoren werken bevorderend en belemmerend bij terugkeer van slachtoffers van mensenhandel naar landen van herkomst? 3. Hoe is een professional learning community als onderzoeksmethode in dit onderzoek te gebruiken? 2.1 Slachtoffers van mensenhandel Mensenhandel is een ernstige vorm van schending van de mensenrechten. In Nederland wordt mensenhandel in het Wetboek van Strafrecht gedefinieerd als het werven, vervoeren of huisvesten van mensen met het oog op deze mensen uit te buiten. Het oogmerk tot uitbuiting staat centraal in de definitie. Deze uitbuiting kan in de prostitutie plaatsvinden, alsmede diverse andere werksectoren zoals land- en tuinbouw, horeca en de bouw. Ook orgaanhandel en kinderhandel vallen onder mensenhandel. Mensenhandel is een ernstig delict waarop maximaal 12 jaar gevangenisstraf staat. Het artikel 237f van het Wetboek van Strafrecht behandelt mensenhandel. Slachtoffers van mensenhandel zijn zowel uit Nederland als andere landen afkomstig. De Nederlandse slachtoffers van mensenhandel worden vaak uitgebuit in de prostitutie. Buitenlandse slachtoffers van mensenhandel worden zowel in de prostitutie als in overige sectoren uitgebuit. Voor beide groepen slachtoffers geldt dat er voorafgaand aan de uitbuiting vaak al sprake is van een belaste voorgeschiedenis waarin mishandeling, verwaarlozing, oorlogsgeweld of misbruik voorkwam (van Dijke et. al, 2011). Dit onderzoek richtte zich op slachtoffers van mensenhandel die niet afkomstig zijn uit Nederland; de buitenlandse slachtoffers van mensenhandel. Deze hebben, ongeacht vanuit welk land afkomstig, één specifieke situatie gemeen: de verblijfsprocedure voor slachtoffers van mensenhandel, de B9-regeling. Indien een slachtoffer van mensenhandel aangifte doet van uitbuiting, krijgt diegene een tijdelijke verblijfsstatus voor de duur van het strafrechtelijk onderzoek. Het doel van de B9 is justitie in staat te stellen om, als het tot een rechtszaak komt, het slachtoffer te kunnen gebruiken als getuige in die rechtszaak. Indien een slachtoffer meteen terug zou keren naar het land van herkomst, is die Afstudeerthesis Pagina 12 van 66 Master Social Work

13 getuigenis veel moeilijker te verkrijgen. Mensenhandel is een moeilijk op te sporen en te bewijzen delict. In veel gevallen worden strafrechtelijke onderzoeken dan ook geseponeerd (BNRM, 2009). Het directe gevolg hiervan is dat de B9-vergunning die verleend is aan het slachtoffer dat aangifte heeft gedaan, wordt ingetrokken. Doorprocederen op humanitaire gronden om alsnog duurzaam verblijf in Nederland te verkrijgen is mogelijk, maar deze aanvragen worden met grote regelmaat afgewezen. Hierdoor ontstaat het probleem dat reeds in de inleiding al geschetst werd: zeer kwetsbare mannen en vrouwen verblijven illegaal in Nederland en hebben geen recht op opvang en overige voorzieningen. Om de doelgroep inzichtelijk te maken, volgen landelijke gegevens vanuit de achtste mensenhandelrapportage van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel (2010). Tabel 1. Aantal B9-verleningen ( ) Aantal verleende B9-vergunningen (N=1) Totaal 1168 In 2005 was slechts 2% van de slachtoffers met een B9-vergunning man, in 2009 was dit 19%. Veruit de meeste slachtoffers die tussen 2000 en 2009 geïdentificeerd zijn vallen in de leeftijdscategorie 18 tot en met 25 jaar (53%), daarna volgen leeftijdscategorieën jaar (19%) en jaar (15%). De minderjarigen tussen jaar maakten 9% van het totaal uit, de groep 41 jaar en ouder 4%. In de jaarrapportage over het jaar 2011 van Comensha, de organisatie die slachtoffers van mensenhandel registreert, is de volgende top tien van herkomstlanden van slachtoffers te vinden: Tabel 2. Landen top-tien 2011 Land van herkomst Aantal gemelde slachtoffers Nederland 337 Nigeria 134 Hongarije 120 Bulgarije 73 Siërra Leone 62 Afstudeerthesis Pagina 13 van 66 Master Social Work

14 Guinee 58 China 40 Roemenie 40 Angola 19 Uganda Terugkeer naar landen van herkomst Hoewel er veel onderzoek is gedaan naar terugkeer van migranten, is dit helaas voor slachtoffers van mensenhandel niet het geval. Door echter de theorie over migranten in het algemeen te bestuderen, worden factoren die van invloed zijn op het al dan niet terugkeren naar het land van herkomst zichtbaar. Vervolgens worden deze factoren in samenhang met factoren die voor slachtoffers van mensenhandel specifiek van belang zijn, in de rest van dit hoofdstuk uiteengezet Terugkeer van migranten naar landen van herkomst Hoewel er veel theorie te vinden is over terugkeer van migranten, is dit helaas voor slachtoffers van mensenhandel niet het geval. Door echter de theorie over migranten in het algemeen te bestuderen, worden factoren die van invloed zijn op het al dan niet terugkeren naar het land van herkomst zichtbaar. Vervolgens worden deze factoren in samenhang met factoren die voor slachtoffers van mensenhandel specifiek van belang zijn, in de rest van dit hoofdstuk uiteengezet. Nog voordat iemand terug zal keren naar het land van herkomst, moet diegene eerst de beslissing nemen om terug te keren. Thiel en Gillian (2010) noemen in hun onderzoek naar terugkeer van migranten de volgende voorwaarden die belangrijk zijn in het al dan niet nemen van de beslissing van de migrant om terug te keren naar het land van herkomst: 1. Veiligheid en een betere politieke, sociale en economische situatie in land van herkomst 2. De wens weer verenigd te zijn met familie 3. Mogelijkheid om eigen bezit te vergaren en behouden en werk te hebben 4. De slechte leefomstandigheden in gastland 5. Een op maat begeleide terugkeer 6. Betrekken van familie, non-gouvermentele organisaties (NGO) en community groups bij verstrekken van informatie vooraf en na terugkeer. Black, Koser en Munk deden in 2004 onderzoek naar de vrijwillige terugkeer van vluchtelingen. Hoewel er in dit onderzoek geen representatieve steekproef gebruikt is, zijn er wel interessante verbanden gelegd tussen kenmerken van remigranten en motivatie om terug te keren. In dit onderzoek worden drie factoren genoemd die het terugkeerbesluit beïnvloeden: Afstudeerthesis Pagina 14 van 66 Master Social Work

15 1. De structurele (politieke, sociale en economische) situatie in het land van vestiging en in het land van herkomst; 2. De individuele en familiesituatie van de vluchteling of asielzoeker zelf in het land van herkomst en in het land van vestiging; 3. Stimulerende beleidsmaatregelen die mensen aanmoedigen of belemmeren om terug te keren. Ad 1) Bij de structurele situatie in het land van herkomst speelt met name de kennis die men heeft van de omstandigheden in het land van herkomst een grote rol. De informatie die vanuit de eerste hand (familie en kennissen in het land van herkomst) afkomstig was, werd meer vertrouwd dan de informatie over de situatie in het land van herkomst die vanuit de media kwam- de respondenten gaven aan dat deze informatie minder objectief zou zijn. Het tegenoverstelde was echter ook het geval: sommigen vonden de informatie vanuit familie juist niet betrouwbaar, omdat ze vermoeden dat de familie hen wil beschermen door bepaalde informatie niet te delen. In het onderzoek is niet naar voren gekomen welke invloed de informatie over de situatie in het land van herkomst heeft op de daadwerkelijke terugkeermotivatie. Ad 2) In de tweede categorie vallen individuele kenmerken en de familiesituatie van de vluchtelingen. Er is geen relatie gevonden tussen leeftijd of sekse en terugkeermotivatie. De familiesituatie is echter wel van grote invloed op het al dan niet terugkeren. Familie in het land van vestiging hebben kan een belemmering zijn om terug te willen keren, terwijl het aanwezig zijn van familie in het land van herkomst juist bevorderend kan werken voor terugkeer. Tegelijkertijd kan familie in het land van herkomst ook juist een reden zijn om niet terug te keren, vanwege de verwachting (vanuit familie en/of de vluchteling) dat de vluchteling vanuit het rijke Westen de familie kan onderhouden. Ad 3) De beleidsmaatregelen om terugkeer te bevorderen werden door de respondenten in dit onderzoek als onbelangrijk genoemd in het beslissingsproces over terugkeer. Terugkeerprogramma s hebben vooral een faciliterende rol, en niet zozeer een motiverende rol. Desondanks geven de respondenten uit het onderzoek die zijn teruggekeerd allemaal aan gebruik te hebben gemaakt van terugkeerprogramma s. De respondenten die nog niet terug waren gekeerd hadden nauwelijks tot geen kennis van terugkeerprogramma s. Black et al. benadrukt dan ook de noodzaak tot betere voorlichting over terugkeerprogramma s. Tegelijkertijd wordt afgevraagd in hoeverre beleid op terugkeer invloed kan hebben op terugkeermotivatie zolang de politieke en economische situatie van landen van herkomst niet verbetert. De Internationale Organisatie voor Migratie, IOM, (2008) reikt een handzaam model aan waarbij factoren die van invloed zijn op de beslissing al dan niet terug te keren in kaart gebracht kunnen worden. Hierbij worden push en stay factoren die gericht zijn op verblijf in het nieuwe land, alsmede pull en deter factoren (van invloed op terugkeer) onderscheiden. Om tot een goede analyse te komen, zouden zowel microfactoren als macrofactoren in kaart gebracht moeten worden. Indien na afweging van de in deze paragraaf genoemde voorwaarden besloten wordt tot terugkeer naar het land van herkomst, is voor het succesvol laten slagen hiervan het begrip inbedding van Afstudeerthesis Pagina 15 van 66 Master Social Work

16 belang. Van Houte en de Koning (2008) geven aan dat er drie belangrijke vormen van inbedding zijn die het succes van de terugkeer bepalen: 1. Economische inbedding (huisvesting, inkomen, gezondheidszorg en opleiding) 2. Psychosociale inbedding (welzijn, identiteit, veiligheid) 3. Inbedding in sociaal netwerk (aanwezigheid van netwerk, hulp en steun op emotioneel en materieel vlak van netwerk). Volgens van Houte en de Koning wordt een groot deel van wat een succesvolle inbedding in het land van herkomst bepaald door individuele kenmerken van de migrant (sekse, etniciteit, leeftijd, sociale klasse, positie en rol in familie van herkomst). Daarnaast is voor het laten slagen van de herintegratie in land van herkomst belangrijk of en hoe de omstandigheden veranderd zijn waardoor de migrant is gemigreerd: de verwachtingen van achtergebleven familie en de situatie in het land van herkomst. Als laatste noemen van Houten en de Koning assistentie bij terugkeer als belangrijke factor voor het al dan niet slagen van terugkeer. Pharos heeft in 2011 een methodiek voor psychosociale begeleiding van (ex)asielzoekers en ongedocumenteerden ontwikkeld. In deze methodiek is veel aandacht voor het bespreekbaar maken van terugkeer en het in kaart brengen van diverse factoren die van invloed zijn op de beslissing om al dan niet terug te keren. Deze methodiek is mogelijk bruikbaar voor hulpverleners die werken met buitenlandse slachtoffers van mensenhandel Veiligheid Voor veel slachtoffers van mensenhandel is veiligheid een belangrijk criterium om al dan niet terug te keren naar het land van herkomst (Commandeur & Kootstra, 2004). Landman en Talens (2003) geven aan dat er in veel landen weinig hulp beschikbaar is voor terugkerende slachtoffers die vanuit de overheid georganiseerd wordt. Veel landen ontkennen het probleem van terugkerende slachtoffers, waardoor er geen overheidssteun is voor terugkeerders. Er is geen sprake van een structurele followup van terugkerende slachtoffers, waardoor er geen zicht is op hoe slachtoffers uiteindelijk terecht komen, en of zij veilig zijn of niet. Soms heeft iemand die terugkeert juist te vrezen voor de autoriteiten in het land van herkomst. In diverse landen is prostitutie verboden en kunnen slachtoffers hiervoor vervolgd worden door de autoriteiten van land van herkomst bij terugkeer. In Nigeria bijvoorbeeld is prostitutie verboden en zijn er gevallen bekend van vrouwen die na terugkeer in detentie gezet werden. Ook speelt corruptie van beambten een rol (Skilbrei & Tveit, 2007). Ook in China is prostitutie in het buitenland strafbaar gesteld en kan iemand daarvoor bij terugkomst in China strafrechtelijk vervolgd worden (Ministerie van Buitenlandse Zaken, 2010). In veel landen van herkomst (Afrika, China, Latijns-Amerika) hebben vrouwen een ondergeschikte positie aan mannen en zijn ze kwetsbaar voor mishandeling en verkrachting. Aangifte doen kan, maar er wordt in de praktijk weinig door de politie gedaan hiermee. Corruptie speelt een grote rol. Afstudeerthesis Pagina 16 van 66 Master Social Work

17 Bescherming tegen represailles van handelaren wordt niet geboden door de autoriteiten (Ministerie van Buitenlandse Zaken, 2010, 2011). Daarnaast speelt voor slachtoffers met name uit sub-saharisch Afrika, dat zij door de eigen familie verkocht zijn omdat de armoede zo groot is, dat men niet meer de eigen familie kan onderhouden (Adepoju, 2005; Skilbrei & Tveit, 2007). De vrouw wordt gestimuleerd door familie naar een rijk land te vertrekken om daar geld te verdienen voor de familie. Als een vrouw terug komt zonder geld, betekent dat niet alleen gezichtverlies, maar mogelijk ook opnieuw een uitlevering aan mensenhandelaren en smokkelaars Inbedding sociaal netwerk Uit de vorige paragraaf blijkt al dat terugkeer binnen het eigen sociale netwerk geen gemakkelijke opgave kan zijn voor slachtoffers van mensenhandel. Familie is soms betrokken geweest bij de mensenhandel, het slachtoffer komt terug zonder geld, waarvoor het te doen was; angst voor stigmatisatie en verstoting speelt een rol. Naast in Afrikaanse landen speelt dit ook in China, een belangrijk bronland voor mensenhandel. In China betaalt vaak de hele familie mee aan de reis naar Europa, of sluit hier grote leningen voor af. Wanneer een Chinees slachtoffer terug zou keren, lijdt zij gezichtverlies als zij geen geld verdiend heeft in Europa. Daarnaast gaan veel ex-prostituees gebukt onder grote sociale druk en discriminaties. Prostitutie wordt gezien als een minderwaardig beroep (Ministerie van Buitenlandse Zaken, 2010). In Afrikaanse landen is het voor een alleenstaande vrouw erg moeilijk om zonder haar familie een bestaan op te bouwen. Vaak kan een vrouw niet zelfstandig een woning betrekken of mag ze niet werken. Een nieuw netwerk opbouwen is erg moeilijk omdat het sterke wij-culturen betreffen, waarbij familie van zeer groot belang is. Een vrouw alleen is kwetsbaar voor geweld en verkrachting. Bescherming in de persoon van een man uit de familie kan dit voorkomen (Ministerie van Buitenlandse Zaken, 2011) Hulpverlening in het land van herkomst Eerder is genoemd dat er weinig overheidssteun is in veel landen waar slachtoffers van mensenhandel vandaan komen. Hierdoor zijn slachtoffers veelal afhankelijk van liefdadigheidsinstellingen, die door het ontbreken van personeel en financiële middelen slechts zeer beperkte, praktische hulp kunnen bieden. Opvang, indien aanwezig, is vaak van zeer korte duur. Er ontbreekt structurele hulp, in vele landen is er slechts eerste opvang aanwezig. (Landman & Talens, 2003; Kersten, 2009). Landman en Talens noemen ook als verklaring voor de ontoereikende hulpverlening in het land van herkomst dat veel vrouwen willen vergeten wat hen overkomen is en daarom geen contact willen houden met hulporganisaties. Enkelen zijn bang dat als ze contact houden met een organisatie, het uit gaat komen dat zij slachtoffer zijn geweest. Schaamte, gezichtsverlies en stigmatisatie liggen hier op de loer, volgens deze vrouwen. Als er al een terugkeerprogramma bestaat, werkt dit vaak niet efficiënt. Kersten (2009) noemt in haar onderzoek naar terugkeer bij Bulgaarse slachtoffers de inefficiëntie van terugkeerorganisaties, maar ook in andere onderzoeken komt dit naar voren (Commandeur & Kootstra, 2004). Een voorbeeld is de Afstudeerthesis Pagina 17 van 66 Master Social Work

18 werkwijze van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). De IOM is vaak betrokken bij de terugkeer van slachtoffers mensenhandel die in Nederland verblijven. Zij dragen slachtoffers over naar de IOM-afdeling in het land van herkomst, waarbij een bepaald budget overgedragen wordt naar de IOM-afdeling aldaar voor de assistentie in het land van herkomst. Hierdoor wordt er geen terugkeerplan op maat gemaakt, maar wordt er vooral vanuit een praktisch en financieel oogpunt terugkeerbegeleiding geboden. Organisaties die zich bezig houden met slachtoffers mensenhandel in het herkomstland zelf werken soms nauwelijks samen en zijn vaak niet van elkaars mogelijkheden op de hoogte. Commandeur en Kootstra (2004) concluderen in hun onderzoek dat er een significant verschil zit tussen de gevraagde hulp van slachtoffers voor terugkeer, en de geboden hulp. Slachtoffers krijgen met name niet de psychologische hulp waar zij om vroegen. Dit terwijl slachtoffers van mensenhandel volgens Commandeur en Kootstra allen symptomen van een post traumatische stress stoornis vertonen Terugkeerbegeleiding in Nederland Binnen de hulpverlening die aan slachtoffers van mensenhandel wordt gegeven door Fier Fryslân, staat het zelfbeschikkingsrecht van de cliënt voorop. Als de cliënt niet terug wil keren dan zal de hulpverlening dit niet afdwingen, maar het gesprek aangaan en op basis van gedegen overwegingen de keuze om al dan niet terug te keren maken wordt belangrijk geacht. Hulpverleners die werkzaam zijn bij Fier Fryslân geven vaak aan hierin tegen een ethisch dilemma aan te lopen: het zelfbeschikkingsrecht van de cliënt, versus de gevaren van de illegaliteit en de behoefte van de hulpverlener het slachtoffer daarvoor te beschermen. Vanuit de zorgethiek is dit laatste een begrijpelijk standpunt. Echter vanuit het teleologisch perspectief zou gesteld kunnen worden dat het bevorderen van zelfredzaamheid (empowerment) de belangrijkste waarde is in de hulpverlening aan slachtoffers. Uit het vooronderzoek is een zekere handelingsverlegenheid om met cliënten te spreken over terugkeer te bemerken. Men weet niet wat de (on)mogelijkheden zijn, cliënten willen het gesprek niet aangaan en hulpverleners weten niet hoe dit te doorbreken is. Ook uit ander onderzoek blijkt dat hulpverleners moeite hebben om terugkeer aan bod te laten komen in de begeleiding. In 2010 heeft Vluchtelingenwerk Vlaanderen onderzoek gedaan naar de opvattingen die onder de medewerkers heersen over terugkeer. Daaruit kwam naar voren dat terugkeer negatief geassocieerd wordt. Er bestaat onder medewerkers een gebrek aan kennis over landen van herkomst en programmamogelijkheden aldaar. Tevens zijn medewerkers bang om de vertrouwensband te beschadigen door gesprekken aan te gaan over terugkeer. Veel hulpverleners voelen zich verantwoordelijk voor de cliënt en hebben tegelijkertijd het gevoel zich niet te mogen bemoeien met toekomstmogelijkheden van de cliënt, wie ben ik om het daarover te hebben? Dit beeld wordt bevestigd door Maris en Weijs-de Jong die in 2011 onderzoek hebben gedaan naar hoe hulpverleners van slachtoffers mensenhandel terugkeer bespreekbaar kunnen maken. Hulpverleners hebben daarin aangegeven moeite te hebben met de emoties van de cliënt wanneer het over terugkeer gaat. Tevens wordt de ontbrekende kennis van de situatie in land van herkomst en de organisaties aldaar genoemd als reden voor de schroom om het onderwerp terugkeer bespreekbaar te maken. Er is twijfel of er wel een goede terugkeer te realiseren valt. Maris en Weijs-de Jong concluderen in hun onderzoek dat er Afstudeerthesis Pagina 18 van 66 Master Social Work

19 een grote versnipperdheid van kennis en dat er behoefte is aan netwerkbijeenkomsten of intervisie voor hulpverleners die veel te maken hebben met terugkeer. Daarnaast pleiten zij voor een methodiek voor het twee sporen beleid : gezien de dubbelheid van de B9-regeling vanaf het begin óók aandacht hebben voor terugkeer naar het land van herkomst. Mijns inziens is het in de hulpverlening aan slachtoffers met name van belang om hen van de juiste informatie te voorzien, voor- en nadelen van verschillende alternatieven te bespreken en uitvoerig de uitwerking hiervan door te spreken en vaardigheden mee te geven waaraan de cliënten iets hebben in de toekomst, om zo de zelfredzaamheid van de cliënten te bevorderen. 2.3 Professional learning community Hoewel uit het vooronderzoek (hoofdstuk 1.2) bleek dat een professional learning community een geschikte methode zou kunnen zijn om de doelstelling voor dit onderzoek te behalen, is het van belang voor de uitvoering van het onderzoek meer kennis te hebben van wat een professional learning community precies is en wat werkzame factoren binnen de community zijn. Een mooi streven zou zijn om de impliciete kennis, zoals die ongetwijfeld aanwezig is bij professionals die werken met deze doelgroep, te expliciteren en toegankelijk te maken voor alle professionals die werken met slachtoffers van mensenhandel. Dergelijke impliciete kennis wordt ook wel taciete kennis genoemd: een vorm van kennis die individueel is en moeilijk overdraagbaar is. Taciete kennis is vaak kennis die te maken heeft met ervaringen en attitude. Overdracht en explicitering van taciete kennis vindt plaats door interactie (Polanyi, 2009). Kunneman (2009) maakt onderscheid in drie verschillende vormen van kennis. Modus-één kennis beschrijft hij als zuiver natuurwetenschappelijke kennis. Deze kennis wordt veelal verkregen door wetenschappelijke experimenten, waarbij het verkrijgen van universele kennis voorop staat. Modus-twee kennis beschrijft Kunneman als toegepaste kennis, waarbij praktische, contextgebonden vragen en problemen het uitgangspunt vormen. Kunneman vindt de nadruk van de huidige kennismaatschappij op het praktisch benutten van modus één kennis en de efficiënte organisatie van productiegerichte kennis in modus-twee betreurenswaardig, en pleit voor het onderscheiden van modus-drie kennis. Hierbij draait het om het verbinden van objectiverende, moduséén kennis, met specifieke, contextgebonden praktijksituaties. Bij modus-drie staan de existentiële en morele vraagstukken in relatie tot contextgebonden problemen centraal. Het lijkt van belang om in het onderzoek aandacht te schenken aan deze modus-drie kennis in de learning community omdat uit het literatuuronderzoek is gebleken dat juist de ethische aspecten die meespelen in het al dan niet terugkeren van slachtoffers mensenhandel van groot belang zijn. Op het gebied van terugkeer naar landen van herkomst voor vreemdelingen in het algemeen en voor slachtoffers van mensenhandel in het bijzonder zijn veel theoretische kaders te vinden. Wetgeving, protocollen en stroomschema s zijn goed vertegenwoordigd binnen de werkpraktijk. Toch blijkt het zeer moeilijk om goede terugkeerbegeleiding te bieden. Het lijkt van belang om een bottom up benadering te kiezen voor het vraagstuk. Het invoeren van een nieuwe methodiek, protocol of stroomschema zou de problemen waar de professionals tegen aan lopen niet oplossen. Voor het Afstudeerthesis Pagina 19 van 66 Master Social Work

20 onderzoek is gezocht naar een werkvorm waarbij professionals aan het woord zouden kunnen zijn, waarbij ervaringen en reflecties, het uitwisselen van ervaringen en opgedane taciete kennis centraal staat. In de huidige tijd lijken migratieproblemen met name vanuit machtskaders en met behulp van dwangmiddelen benaderd te worden. Van Dinten (2003) noemt dit binnen zijn oriëntatiemodel interne oriëntatie in absolute zin. Oriëntaties zijn ook paradigma s te noemen, al omvatten de oriëntaties van Van Dinten uitdrukkelijk meer dan alleen de rationele benadering zoals deze thuishoren bij het begrip paradigma. Volgens Van Dinten is de interne oriëntatie in absolute zin een onwenselijke manier om om te gaan met problemen; een daadwerkelijke verandering zal niet tot stand komen bij deze benadering. Hij onderscheidt naast deze macht-dwang -oriëntatie nog drie oriëntaties; interne oriëntatie in rationele zin is de tweede. Dit is de oriëntatie waarin rationele feiten, wetenschappelijke kennis en in gedragstermen overtuigen en beargumenteren centraal staan. De derde oriëntatie is de externe oriëntatie in sociale zin. Hierbij ligt de nadruk op interactie, dialoog en narratieven. De laatste oriëntatie is de externe oriëntatie in volledige zin; hierin staan inspireren, innoveren en faciliteren centraal. Volgens van Dinten is het van belang om problemen niet slechts vanuit de interne oriëntaties te benaderen, maar juist vanuit externe oriëntaties, om daadwerkelijk een draagvlak voor verandering te creëren en daarmee een daadwerkelijke succesvolle transformatie te bewerkstelligen. De externe oriëntatie in volledige zin is volgens hem het hoogst haalbare, waarbij er van bottom-up verandering ontstaat, in synergie, en er duurzame oplossingen ontstaan voor complexe problemen. Scharmer en Senge (2006) beschrijven een learning community als een diverse groep mensen die samenwerken om een kenniscreatiesysteem te ontwikkelen en te onderhouden. Het doel hiervan is zowel onderzoek doen (ontdekken en begrijpen en dit willen delen met de community) evenals competentieontwikkeling. Deze ontwikkeling richt zich zowel op individuele als collectieve capaciteiten en leidt tot handelingskennis. Een professional learning community levert dus continue nieuwe theorie, methoden en vaardigheden op die tot praktische know-how leiden. Onder andere Eraut (2002) heeft een conceptuele analyse van de learning community gemaakt waarin hij de vraag of deze community een toegevoegde waarde kan hebben centraal stelt. In dit onderzoek haalt hij Wenger (1998) aan, die drie dimensies van een leercommunity beschrijft: de gezamenlijke betrokkenheid op het onderwerp van de deelnemers, de gezamenlijke onderneming van de deelnemers, en het repertoire, de narratieven vanuit reflectie en actie van de deelnemers. In elke dimensie staan verschillende leerprocessen centraal: 1. Gezamenlijke betrokkenheid: ontwikkelen van wederkerige werkrelaties, wie is wie en wie heeft welke kennis. 2. Gezamenlijke onderneming: zelf verantwoordelijk leren zijn en de ander verantwoordelijk te kunnen houden, worstelen om de definitie van de onderneming duidelijk te krijgen en de doelbepaling van de gezamenlijke onderneming te stellen. 3. Repertoire: ontwikkelen en adopteren van tools, vastleggen van gebeurtenissen, routines doorbreken en nieuwe ontwikkelen, narratieven vertellen en doorvertellen. Afstudeerthesis Pagina 20 van 66 Master Social Work

21 Eraut richt zich op twee aspecten van leren: het ontwikkelen van kennis en het ontwikkelen van vaardigheden. Als bovenstaande aspecten van een community aanwezig zijn heeft het doorontwikkelen door middel van een professional learning community een groot effect, zo betoogt Eraut. 2.4 Conclusie van het literatuuronderzoek Hoe ziet de doelgroep slachtoffers van mensenhandel er uit? De meeste geregistreerde slachtoffers van mensenhandel in Nederland, afkomstig uit het buitenland, komen uit West- Afrikaanse en Oost-Europese landen. Het overgrote deel valt in de leeftijdscategorie van 18 tot en met 25 jaar. Het aantal mannelijke slachtoffers neemt de laatste jaren toe. Welke factoren werken bevorderend en belemmerend bij terugkeer van slachtoffers van mensenhandel naar landen van herkomst? Voor de terugkeermotivatie is vooral de politieke en economische situatie in het land van herkomst van belang. Indien de politieke en economische situatie in het land van herkomst niet verbeterd is sinds het verlaten van het land, zou dit een zeer grote reden kunnen zijn om niet terug te willen keren. Specifiek voor slachtoffers van mensenhandel is van belang of het terugkerende slachtoffer gelooft dat hij of zij veilig is in het land van herkomst. Indien het slachtoffer gelooft dat er geen veiligheid geboden kan worden zal er ook minder snel voor terugkeer gekozen worden. Veiligheid is hierin deels een objectief begrip: in sommige landen valt aannemelijk te maken dat het slachtoffer te duchten heeft van de overheid. In veel andere gevallen gaat het om een subjectief begrip: in hoeverre voelt het slachtoffer zich veilig en opgewassen tegen eventuele problemen? De familie speelt een zeer belangrijke rol bij slachtoffers van mensenhandel: indien de familie het slachtoffer wederom op wil nemen in de familie en gemeenschap, wordt de terugkeermotivatie vergroot. Een schuld hebben bij de handelaar of familie is een belemmerende factor om terug te keren, evenals een familie die verwacht dat het slachtoffer de familie zal kunnen onderhouden als hij of zij in Europa blijft. Een gebrek aan hulp, opvang en mogelijkheden tot herintegratie in het land van herkomst én kennis hierover kunnen belemmerend werken. Onduidelijk is in hoeverre de handelingsverlegenheid en ethische dilemma s waar hulpverleners mee worstelen, van invloed zijn op het terugkeerbesluit van slachtoffers van mensenhandel. Indien de beslissing voor terugkeer eenmaal gemaakt is, spelen de mogelijkheden van terugkeerprogramma s een grote rol. Goede voorlichting over (on)mogelijkheden is noodzakelijk. Daarin is de houding en attitude van de hulpverlener van belang. Hoe is een professional learning community als onderzoeksmethode in dit onderzoek te gebruiken? De kracht van een professional learning community zit in het naar boven halen en delen van taciete kennis, door middel van dialoog en cocreatie. Daarin is het van belang dat er een gezamenlijke Afstudeerthesis Pagina 21 van 66 Master Social Work

22 betrokkenheid op het onderwerp en op elkaar als deelnemers wordt gevoeld. Uit het vooronderzoek bleek dat dit gezamenlijke draagvlak aanwezig lijkt te zijn. Gezamenlijke definitiebepaling en doelbepaling speelt een belangrijke rol en is de eerste uitdaging voor het onderzoek. Als hieraan voldaan is, kan gewerkt worden aan het uitwisselen van narratieven en ervaringskennis en het ontwikkelen van vaardigheden. 3 Onderzoeksmethode 3.1 Onderzoeksparadigma Het doel van het onderzoek, namelijk het verbeteren van de terugkeerbegeleiding die professionals bieden aan buitenlandse slachtoffers van mensenhandel, leent zich uitstekend voor het doen van actieonderzoek. In actieonderzoek staat niet kennisvermeerdering als einddoel op zich centraal, maar dient kennisvermeerdering om het handelen van de betrokken professionals te verbeteren. Hiermee is het onderzoek onder een kritisch-emancipatoir onderzoeksparadigma te scharen (Migchelbrink, 2007). Migchelbrink beschrijft actieonderzoek tevens als een combinatie tussen onderzoek, handelen, reflectie en veranderen, waarbij deze aspecten tezamen een circulair proces vormen. 3.2 Vooronderzoek In het vooronderzoek dat uitgevoerd is, is naast een verkennende literatuurstudie gesproken met diverse professionals uit het werkveld van enerzijds hulpverlening aan buitenlandse slachtoffers van mensenhandel, anderzijds terugkeerorganisaties. Tevens is er in juni 2011, op initiatief van Comensha, Fairwork en mijzelf vanuit Fier Fryslân een landelijk symposium georganiseerd over het onderwerp terugkeer van slachtoffers van mensenhandel (bijlage 1). Uit de gesprekken en het symposium bleek dat het werkveld regelmatig te maken heeft met onmacht en ontbrekende kennis over dit onderwerp. Er bleek behoefte te zijn aan een nader onderzoek over terugkeer van slachtoffers van mensenhandel naar landen van herkomst en er bleek tevens een draagvlak te zijn om hierover gezamenlijk in gesprek te gaan. 3.3 Onderzoekspopulatie Voor de professional learning community zijn twaalf sleutelfiguren met inhoudelijke kennis van hulpverlening aan de doelgroep of terugkeer(begeleiding) benaderd om deel te nemen. Het was van belang om diverse disciplines bijeen te brengen in de learning community om een zo breed mogelijk beeld van de aanwezige kennis te verkrijgen. Professionals vanuit de volgende organisaties werden benaderd om deel te nemen: Dienst Terugkeer en Verkeer. Onderdeel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, belast met de gedwongen uitzetting en terugkeer van vreemdelingen. Mensenhandel is een specifiek aandachtsgebied. Afstudeerthesis Pagina 22 van 66 Master Social Work

23 Vluchtelingenwerk Nederland. Hoewel deze organisatie slachtoffers van mensenhandel niet als corebussiness beschouwt, hebben zij wel ervaring met vrijwillige terugkeertrajecten van vreemdelingen. Internationale Organisatie voor Migratie (IOM). IGO die zich bezighoudt met vrijwillige terugkeer van vreemdelingen, met specifieke terugkeerprogramma s voor slachtoffers van mensenhandel. Pharos. Heeft in 2000 een methodiek ontwikkeld voor terugkeerbegeleiding aan vluchtelingen en geeft trainingen over dit onderwerp. SHOP Den Haag. Hulpverlenings- en opvangorganisatie die zich bezighoudt met onder andere buitenlandse slachtoffers van mensenhandel. Vieja Utrecht. Hulpverlenings- en opvangorganisatie die zich onder andere bezighoudt met buitenlandse slachtoffers van mensenhandel. ACM. Zorgcoördinatie voor de buitenlandse slachtoffers van mensenhandel die zich in regio Amsterdam bevinden. Humanitas Rotterdam. Opvang- en hulpverleningsorganisatie die zich onder andere bezighoudt met buitenlandse slachtoffers van mensenhandel. FairWork, een NGO die hulp biedt aan slachtoffers, advies en trainingen aan professionals die werken met deze doelgroep, en zich bezighoudt met kennisontwikkeling. Comensha, landelijk registratie en coördinatiecentrum slachtoffers mensenhandel. Werkgroep Immigratie, Integratie en Terugkeer van de Universiteit Utrecht (gericht op ethiek van migratie). Stichting Maatwerk bij Terugkeer. Organisatie die zich bezighoudt met vrijwillige terugkeer van vreemdelingen. Deze zijn geselecteerd op basis van inhoudelijke kennis van ofwel doelgroep, ofwel terugkeerbegeleiding, ofwel een combinatie van beiden. Er is gebruik gemaakt van reeds bestaande contacten. Daarvan hebben acht mensen toegezegd deel te zullen nemen vanuit de volgende organisaties: Dienst Terugkeer en Vertrek, IOM, Maatwerk bij Terugkeer, SHOP, Vluchtelingenwerk, MJD, Fairwork en Fier Fryslân. De organisaties die niet deelnamen, noemden tijdgebrek en geen interesse in het onderwerp terugkeer als redenen voor het niet deelnemen. 3.4 Onderzoeksmethoden 1) Bijeenkomsten van de professional learning community. De professional learning community (hierna afgekort tot PLC) was een belangrijk onderzoeksinstrument in dit onderzoek. In de bijeenkomsten van de PLC werd beoogd met elkaar een antwoord te vinden op de volgende onderzoeksdeelvragen: 4. Welke kennis en inzichten over terugkeer levert de professional learning community op volgens de deelnemende professionals? Afstudeerthesis Pagina 23 van 66 Master Social Work

24 5. Hoe kunnen we de opgedane kennis en inzichten gebruiken om de uitvoering van de terugkeerbegeleiding aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren? 7. Welke effecten worden er door het deelnemen aan de professional learning community ervaren door de deelnemers op de uitvoering van terugkeerbegeleiding? 8. Hoe kunnen we als deelnemers aan de professional learning community een aanzet maken tot een gezamenlijke werkaanpak om de terugkeerbegeleiding aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren? Er hebben binnen de tijdsspanne van dit onderzoek vier bijeenkomsten van de PLC plaatsgevonden. De notulen van deze bijeenkomsten zijn te vinden in bijlage 2. 2) Semi-gestructureerde interviews. Om een completer antwoord te verkrijgen op bovenstaande deelvragen, zijn er naast de evaluaties en reflecties in de PLC zoals die in elke bijeenkomst plaatsvonden, ook semigestructureerde interviews afgenomen bij de deelnemers van de community. Het was binnen de tijdsspanne van dit onderzoek niet mogelijk om zowel inhoudelijke zaken rondom terugkeer te bespreken, alsmede een zinvol groepsinterview te houden. Door individuele interviews af te nemen met de deelnemers van de PLC kon ik antwoorden vinden op mijn onderzoeksvragen. Ik heb ervoor gekozen om de interviews af te nemen aan de hand van een topiclijst (bijlage 3). Door met een topiclijst te werken zijn de gespreksonderwerpen vastgelegd, zodat alle aspecten van de deelvragen terugkwamen in het interview. Door de volgorde van vragen en de exacte vraagstelling open te houden, is er veel ruimte open gelaten voor de persoonlijke opvattingen en meningen van de geïnterviewde. Hiermee werd beoogd een compleet beeld te krijgen van de ervaringen van de geïnterviewden en daarmee was het mogelijk om een diepgaander antwoord te kunnen formuleren op de deelvragen. De topiclijst is deductief samengesteld, gebaseerd op de navolgende deelvragen voor het onderzoek. De indicatoren die gebruikt zijn voor het ontwikkelen van de topiclijst zijn cursief gedrukt. 4. Welke kennis en inzichten over terugkeer levert de professional learning community op volgens de deelnemende professionals? 5. Hoe kunnen we de opgedane kennis en inzichten gebruiken om de uitvoering van de terugkeerbegeleiding aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren? 6. Welke effecten worden er door het deelnemen aan de professional learning community ervaren door de deelnemers op de uitvoering van terugkeerbegeleiding? 7. Hoe kunnen we als deelnemers aan de professional learning community een aanzet maken tot een gezamenlijke werkaanpak ontwikkelen om de terugkeerbegeleiding aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren? De operationalisatie van de indicatoren is gedaan aan de hand van literatuuronderzoek. Kennis en inzicht zijn volgens Kunneman (2009) te vatten in zuiver wetenschappelijke kennis (modus-één kennis), toegepaste kennis (modus-twee), en ethisch-normatieve kennis die modus-één en modustwee kennis verbindt (modus-drie kennis). Polanyi (2009) beschrijft een vorm van impliciete ervaringskennis die hij taciete kennis noemt. Afstudeerthesis Pagina 24 van 66 Master Social Work

25 Voor het succesvol laten slagen van de terugkeer naar land van herkomst is het begrip inbedding van belang. Van Houte en de Koning (2008) geven aan dat er drie belangrijke vormen van inbedding zijn die het succes van de terugkeer bepalen: economische inbedding (huisvesting, inkomen, gezondheidszorg en opleiding), psychosociale inbedding (welzijn, identiteit, veiligheid) en inbedding in sociaal netwerk (aanwezigheid van netwerk, hulp en steun op emotioneel en materieel vlak van netwerk). Voor terugkeerbegeleiding geldt dat kennis van de (on)mogelijkheden in het land van herkomst van groot belang is. Daarnaast is het van belang dat een professional zowel met de emoties van de cliënt, als met de eigen emoties om moet kunnen gaan (Maris & Weijs-de Jong, 2011, Vluchtelingenwerk Vlaanderen, 2011). Uit onderzoek blijkt dat het voor de samenwerking tussen professionals om een gezamenlijke werkaanpak te ontwikkelen van belang is dat kennis bij elkaar gebracht wordt en dat er gebruik gemaakt dient te worden van de kennis die op verschillende plaatsen aanwezig is (Maris & Weijs-de Jong, 2011). Door kennis te delen, elkaars expertise in kaart te brengen en nieuwe kennis te ontwikkelen is een gezamenlijke werkaanpak te ontwikkelen. 3.5 Data-analyse Van elke bijeenkomst van de PLC zijn notulen gemaakt, die ter goedkeuring zijn voorgelegd aan de deelnemers. Vijf interviews zijn face-to-face afgenomen, een interview is telefonisch afgenomen. De interviews zijn schriftelijk vastgelegd en om de betrouwbaarheid te vergroten zijn ook deze weergaven ter controle voorgelegd aan de deelnemers. Vervolgens is er een inductieve analyse uitgevoerd waarbij labels zijn toegekend (bijlage 4). 3.6 Kwaliteitscriteria van het onderzoek Binnen het actieonderzoek gelden andere kwaliteitseisen dan binnen de kwantitatieve onderzoeksbenadering. Het belangrijkste criterium van actieonderzoek is of de betrokkenen met het onderzoek een verbetering in de werkpraktijk kunnen aanbrengen. Door het uitgebreide vooronderzoek wat uitgevoerd is en de vele reflecties en evaluaties kan gesteld worden dat aan dit criterium werd voldaan. Niet alleen levert actieonderzoek handelingskennis op, maar dit onderzoek gaat ook over een onderwerp waarover professionals meer handelingskennis willen opdoen. Betrouwbaarheid en validiteit zijn ook binnen actieonderzoek belangrijke begrippen, maar worden anders ingevuld dan in de kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksbenadering. Lincoln (2005, in Reason & Bradbury, 2007) noemt als kwaliteitscriteria voor actieonderzoek de volgende begrippen: Geloofwaardigheid, betrouwbaarheid, authenticiteit, overdraagbaarheid en bevestiging. Voor de geloofwaardigheid is het van belang om te zorgen dat de verslaglegging van wat er in de PLC plaatsvindt, de betekenisgeving daarvan en daarmee de resultaten van het onderzoek, zo min mogelijk gekleurd te laten worden door de onderzoeker. Na elke bijeenkomst van de PLC zijn er Afstudeerthesis Pagina 25 van 66 Master Social Work

26 notulen opgesteld en ter goedkeuring voorgelegd aan de deelnemers. Door de deelnemers actief te bevragen op de correctheid van de weergave van de inhoud van de bijeenkomst is de geloofwaardigheid vergroot. Daarnaast is de geloofwaardigheid vergroot door de verslaglegging van de afgenomen interviews aan de geïnterviewde te laten lezen en te checken of de weergave klopt. De geloofwaardigheid is ook vergroot door een langdurige vertrouwensband aan te gaan met de deelnemers en hierdoor relevante en diepgaande informatie naar boven te kunnen halen. De vorm van de PLC, met intensief contact met de betrokkenen, is daar uitermate geschikt voor. Triangulatie is tenslotte ook een manier om de geloofwaardigheid te vergroten: het toetsen van ervaringskennis aan theoretische kaders en viceversa. De betrouwbaarheid van het onderzoek hangt samen met het opsporen en beschrijven van variabelen die invloed kunnen hebben op de onderzoeksresultaten. Deze variabelen zijn geprobeerd zo goed mogelijk in kaart te brengen in de interviews met de deelnemers van de PLC. De authenticiteit is gewaarborgd door te beschrijven welke verschillende visies er zijn bij de deelnemers, te beschrijven of en zo ja, hoe deze visies veranderen tijdens het onderzoek. De acties die ondernomen worden in en naar aanleiding van het onderzoek, zijn beschreven in het resultatenhoofdstuk. Er is tevens onderzocht waarom deze acties ondernomen zijn. De overdraagbaarheid is vergroot door verbanden op te sporen tussen ervaringskennis en theoretische kennis, om zo nieuwe concepten te ontwikkelen. Onderzoeksgegevens zijn gegeneraliseerd op basis van theoretische kaders. Een zorgvuldige beschrijving van situaties en omstandigheden waarin het onderzoek plaatsvond, wordt in deze rapportage gegeven. De bevestiging houdt in dat, in kwantitatieve bewoordingen, dat het onderzoek transparant moet zijn. Door de werkwijze en het verloop van het onderzoek en de wijze waarop resultaten verkregen zijn zorgvuldig te beschrijven, wordt de transparantie vergroot. Afstudeerthesis Pagina 26 van 66 Master Social Work

27 4 Resultaten 4.1 Inleiding In de zomer van 2012 heeft er een eerste expertmeeting plaatsgevonden, waarbij diverse professionals aanwezig waren. Centraal in deze bijeenkomst stond met name het delen van ervaringen en het bespreken van mogelijke oplossingsrichtingen (bijlage 1). In dezelfde periode zijn de eerder genoemde organisaties benaderd om deel te nemen aan de PLC. In eerste instantie zeiden acht professionals toe deel te willen nemen vanuit de volgende organisaties: Dienst Terugkeer en Vertrek, IOM, Maatwerk bij Terugkeer, SHOP, Vluchtelingenwerk, MJD, Fairwork en Fier Fryslân. De professional van Vluchtelingenwerk heeft uiteindelijk geen enkele bijeenkomst bijgewoond, wegens de benodigde tijd die niet vrijgemaakt kon worden. Fairwork moest wegens drastische bezuinigingen na de tweede bijeenkomst stoppen met de deelname. In totaal hebben er vier bijeenkomsten van de PLC plaatsgevonden. De resultaten worden hiernavolgend gepresenteerd aan de hand van de gestelde onderzoeksvragen waarbij zowel de resultaten vanuit de PLC-bijeenkomsten en de individuele interviews meegenomen zijn. 4.2 Resultaten toegespitst op onderzoeksvragen Welke kennis en inzichten over terugkeer levert de professional learning community op volgens de deelnemende professionals? In de PLC is met name gesproken over de doelgroep, procedures omtrent mensenhandel en werkwijze van organisaties. Daaruit bleek dat er vooral voor de terugkeerorganisaties kennis over doelgroep en procedure nog niet bekend was, terwijl bij de hulpverlening de werkwijze van terugkeerorganisaties niet geheel bekend was. Met name het verschil in terugkeerbudgetten was een belangrijk gespreksonderwerp. In de interviews noemden drie deelnemers dat ze meer kennis hebben opgedaan over de B9- procedure. Voorbeelden die hierbij genoemd werden zijn de verschillen tussen asiel- en B9procedure, hoe er omgegaan wordt met identiteitsvaststelling binnen de B9 en hoe het recht op voorzieningen er tijdens de B9 uit ziet. Een deelnemer noemt dat ze de doelgroep buitenlandse slachtoffers beter heeft leren kennen. Een andere deelnemer geeft aan dat ze geleerd heeft van de ervaringen bij terugkeer naar landen van herkomst die gedeeld zijn. Twee deelnemers hebben kennis opgedaan over de verschillen in terugkeerbudgetten voor asielzoekers en slachtoffers van mensenhandel, slachtoffers van mensenhandel krijgen een lager budget dan asielzoekers, terwijl deze groep minstens zo kwetsbaar is. Afstudeerthesis Pagina 27 van 66 Master Social Work

28 Een deelnemer noemt dat ze meer inzicht heeft gekregen in de werkwijze van terugkeerorganisaties en het woud aan regels en beleid wat daaraan ten grondslag ligt. Ze voelt daarin weinig ruimte bij terugkeerorganisaties om innovatieve trajecten vorm te geven. Een deelnemer noemt dat ze door de PLC meer gesprekken heeft gehad over terugkeer en dat dit haar visie op terugkeer verder heeft gevormd Hoe kunnen we de opgedane kennis en inzichten gebruiken om de uitvoering van de terugkeerbegeleiding aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren? Methodiek voor hulpverleners Volgens twee deelnemers hebben hulpverleners moeite met het bespreken van het onderwerp terugkeer met cliënten. Hierdoor zouden gesprekken over terugkeer uitgesteld worden wat niet in het belang is van de cliënt. Dit wordt overigens niet direct herkend bij de aan de PLC deelnemende hulpverleningsorganisaties, maar wel in den lande. Voor die organisaties zou een methodiek ontwikkelen, specifiek op gesprekken over terugkeer voor deze doelgroep, helpend kunnen zijn. Werkwijze terugkeerorganisaties Een deelnemer vanuit een terugkeerorganisatie noemt in het interview dat diens terugkeerorganisatie eerder betrokken zou moeten worden in de opvang. Mogelijk zou voorlichtingsmateriaal, toegespitst op de doelgroep, werken. Een andere deelnemer afkomstig uit een terugkeerorganisatie noemt dat de eigen organisatie slachtoffers van mensenhandel tot op heden niet standaard opgenomen worden in de caseload van de organisatie. Hierin lijkt procedure leidend te zijn in plaats van inhoud. Dit lijkt niet terecht, gezien de kwetsbaarheid van deze doelgroep. Een hulpverlener noemt dat ze de terugkeerondersteuningstrajecten te algemeen vindt: er wordt in budget geen onderscheid gemaakt naar welk land iemand terugkeert, wat vanwege de economische situatie van het land van herkomst voor ongelijkheid zorgt. Ook noemt ze dat er meer aandacht zou moeten zijn voor cultuurspecifieke aspecten van het land van herkomst: Bijvoorbeeld het land Guinee, waar een vrouw niet alleen kan wonen, omdat dat cultureel bepaald is. Je kunt iemand dan niet enkele weken opvang geven en dan verwachten dat ze alleen ergens gaat wonen, dat werkt daar gewoon niet zo. Elkaar kennen en vertrouwen Een deelnemer noemt het beter leren kennen van elkaar, terugkeerorganisaties en hulpverlening als belangrijk verbeteringsmiddel. De PLC heeft daaraan bijgedragen, maar dit kan verder uitgebouwd worden. Zij ervaart wederzijdse vooroordelen en denkt dat er meer wederzijds begrip ontstaat als er meer gebruik gemaakt zou worden van wederzijdse werkbezoeken en stagelopen bij elkaar. Dat biedt tevens mogelijkheden om elkaars werkwijze meer op elkaar af te stemmen. Samenwerkingspartners beter leren kennen en vertrouwen opbouwen worden ook genoemd door een andere deelnemer. Dezelfde deelnemer plaatst daarbij een kanttekening: Professionals doen veel Afstudeerthesis Pagina 28 van 66 Master Social Work

29 aan eilandjesdenken en houden zich veel bezig met hun eigen taken en het eigen voortbestaan van de organisatie. Deze tijd van bezuinigingen draagt daar aan bij. Zorg meer betrekken Een deelnemende hulpverlener noemt dat de zorg meer betrokken zou moeten zijn bij het onderwerp terugkeer, zij kent de doelgroep namelijk het beste. De samenwerking tussen Nederlandse zorgorganisaties en organisaties in landen van herkomst kan verbeterd worden. Kennis over (on)mogelijkheden in landen van herkomst Alle deelnemende hulpverleners geven aan dat ze behoefte hebben aan informatie over (on)mogelijkheden tot herintegratie in landen van herkomst. Daarin gaat het om mogelijkheden tot hulp, opvang en scholing/werk. Veiligheid neemt een bijzondere plek in: hoewel veiligheid deels een subjectief begrip is, is bijvoorbeeld de rol van overheden in het bieden van bescherming of juist het vervolgen van het slachtoffer, lang niet altijd duidelijk. Er wordt zich afgevraagd waarom het delen van deze informatie zo lang moet duren. De hulpverleners geven allen aan dat ze het moeilijk vinden om goede gesprekken over terugkeer te voeren, vanwege het ontbreken van informatie. Volgens de hulpverleners heeft dit niets te maken met het gebrek aan een methodiek. Terugkeerbudget Volgens de deelnemers is het opmerkelijk dat er voor slachtoffers die ooit asiel hebben aangevraagd een veel groter budget beschikbaar is dan voor slachtoffers die dit niet hebben gedaan, terwijl de problematiek hetzelfde is. Terugkeerbegeleiding In de PLC is besproken dat er bij binnenkomst direct aandacht moet zijn voor terugkeer. Het tweesporenbeleid, gericht op hetzij verblijf in Nederland, hetzij terugkeer, zou uitgangspunt moet zijn. Daarin is het van belang om vertrouwen op te bouwen door het bieden van juiste en reële informatie over terugkeer en mogelijkheden in het land van herkomst Welke effecten worden er door het deelnemen aan de professional learning community ervaren door de deelnemers op de uitvoering van terugkeerbegeleiding? Aandacht voor terugkeer Drie van de zes deelnemers noemen in de interviews dat er in het afgelopen jaar meer aandacht is gekomen voor terugkeer van slachtoffers van mensenhandel naar landen van herkomst. Een deelnemer zegt daarover: Afstudeerthesis Pagina 29 van 66 Master Social Work

30 De expertmeeting in juni 2012 heeft landelijk beweging gebracht op het onderwerp terugkeer. Niet alleen wij, maar ook andere organisaties in het land hebben projectgelden aangevraagd op dit onderwerp. Je merkt dat het onderwerp meer leeft. Ik denk dat deze bijeenkomst veel heeft betekend op het gezamenlijk ervaren van de moeilijkheden van terugkeer voor deze groep. Ook wordt genoemd dat binnen de eigen organisatie meer aandacht is gekomen voor terugkeer van slachtoffers van mensenhandel: Onze directie heeft bijvoorbeeld mede dankzij de PLC meer aandacht gekregen voor het onderwerp terugkeer. Het resultaat hiervan is dat ze gelden beschikbaar hebben gesteld voor een nieuw project op terugkeer. Verdieping in het werk De drie deelnemers vanuit terugkeerorganisaties noemen allen dat achtergrondinformatie over de B9- procedure en de doelgroep invloed hebben op hun werk. Doordat ik beter inzicht heb in de knelpunten van de B9, vooral het identiteitsstuk, is bij mij de noodzaak benadrukt om deze aspecten vanaf het moment dat ik contact heb met een vreemdeling, mee te nemen in de dossieranalyse. Een deelnemer noemt dat met name de opgedane kennis over (het ontbreken van) identiteitsvaststelling van slachtoffers van mensenhandel invloed heeft op het werk, omdat dit nogal gevolgen kan hebben voor het verkrijgen van identiteitspapieren en reisdocumenten. De derde deelnemer geeft aan: Doordat ik de doelgroep en de B9 procedure beter heb leren kennen, kan ik veel informatie beter plaatsen. Deze kennis is goed om in je hoofd te houden als je in gesprek bent met mensen. Ik ben mogelijk wat meer alert geworden op signalen van mensenhandel. Een hulpverlener noemt door de toegenomen aandacht voor terugkeer en de gesprekken die ze heeft gevoerd het afgelopen jaar op het onderwerp haar visie op terugkeer meer heeft ontwikkeld. Samenwerking Vijf van de zes deelnemers noemen een verbetering van de samenwerking. De verhoudingen zijn verbeterd. De samenwerking met de terugkeerorganisaties is verbeterd; we weten elkaar makkelijker te vinden en weten beter van elkaar wat we kunnen bieden. We raken eerder betrokken bij zaken vanuit Fier Fryslân en hebben vroegtijdiger gesprekken met cliënten over terugkeer. De eerste ervaringen daarmee zijn positief. Alle terugkeerorganisaties noemen specifiek Fier Fryslân als organisatie waarmee de samenwerking is verbeterd. Afstudeerthesis Pagina 30 van 66 Master Social Work

31 4.2.4 Hoe kunnen we als deelnemers aan de professional learning community een aanzet maken tot een gezamenlijke werkaanpak om de terugkeerbegeleiding aan slachtoffers van mensenhandel te verbeteren? Samenwerking intensiveren Vijf van de zes deelnemers geven aan dat het nu vooral van belang is om gezamenlijk cases te gaan draaien. Daarin is het erg belangrijk om in een vroeg stadium gezamenlijk al zoveel mogelijk factoren in kaart te brengen en, als er teruggekeerd wordt, deze terugkeer zeer goed te monitoren. Door dat intensief te doen en onze bevindingen goed te delen met elkaar en te beschrijven, kunnen we nieuwe ervaringskennis op doen. In de PLC-bijeenkomsten is meerdere malen gesproken over terugkeer in een zo vroeg mogelijk stadium onderwerp van gesprek binnen de begeleiding te laten zijn. Een begin is gemaakt met het eerder betrekken van terugkeerorganisaties bij de hulpverlening. Door de hulpverleners wordt betere monitoring op teruggekeerde slachtoffers genoemd als belangrijk aspect hierin, om zo ervaringsverhalen te verzamelen. Dit wordt bevestigd door een deelnemer uit een terugkeerorganisatie: Ik ben ervan overtuigd dat als je de gehele cirkel doorloopt, dus van opvang, hulpverlening, terugkeer, en monitoring van terugkeer, we veel zinvolle informatie kunnen verkrijgen over succes- en faalfactoren in terugkeer, maar ook in migratie en mensenhandel in het algemeen. Die informatie kunnen we gebruiken voor onze hulp maar ook op het gebied van preventie. Een deelnemer oppert het stagelopen bij elkaar, om elkaars werkinhoud beter te leren kennen en de werkwijze beter op elkaar af te stemmen, als goede mogelijkheid om een betere gezamenlijke werkaanpak te ontwikkelen. Twee terugkeerorganisaties hebben samen met een hulpverleningsorganisatie een projectaanvraag gedaan die toegekend is, met als doel de pre-departure counseling hier in Nederland en postdeparture counseling in landen van herkomst voor slachtoffers mensenhandel beter op elkaar te laten aansluiten. Samen hopen we een aantal slachtoffers mensenhandel te begeleiden in hun terugkeertraject waarin per persoon gekeken zal worden hoe wij elkaar als organisaties in dit proces kunnen versterken. Deze projectaanvraag en toekenning kan als neveneffect van de PLC gezien worden, omdat een van de terugkeerorganisaties hierdoor in contact is gekomen met de betreffende hulporganisatie. Vervolg van de PLC Afstudeerthesis Pagina 31 van 66 Master Social Work

32 Alle deelnemers geven aan behoefte te hebben aan vervolgbijeenkomsten over terugkeer van slachtoffers van mensenhandel naar landen van herkomst. Die behoeften worden als volgt geformuleerd: Ik denk dat het nu vooral belangrijk is om gezamenlijk zaken op te pakken en deze terug te koppelen in de werkgroep, zodat je ook ervaringskennis op gezamenlijke casuïstiek kan uitwisselen en daarmee meer diepgang kan geven aan de bijeenkomsten. We zouden daarin elkaar op de hoogte kunnen houden van actuele ontwikkelingen (zowel voor wat betreft de doelgroep als terugkeer(on)mogelijkheden) en nieuwe werkwijzen en het effect daarvan. Ook zou ik graag meer terugkoppeling willen krijgen en delen over ervaringen met betrekking tot terugkeertrajecten. Ik denk dat het vooral belangrijk is om in de praktijk samen initiatieven op te zetten en zaken samen te draaien, en dit te bespreken. Allen geven echter aan dat de frequentie zoals die nu in eerste instantie bepaald werd, te hoog lag. Wat opvalt, is dat er maar weinig mensen zijn die elke bijeenkomst zijn gekomen. Dat maakt dat het contact opbouwen lang duurt, werd als nadelig effect van de frequentie en aanwezigheid genoemd. Eens per half jaar wordt het meest genoemd als geschikte frequentie. De PLC blijkt een grote tijdsinvestering, waarover een deelnemer zegt: De PLC is een lange termijn investering die tijdsintensief is en niet direct iets oplevert. Soms ben ik daarom genoodzaakt om iets urgenters op te pakken en zeg ik af. Dat vind ik spijtig want wij vinden dit een zeer relevant onderwerp en schuiven graag aan om hier gezamenlijk verder over na te denken en te leren van andere organisaties met expertise op dit gebied. Alle deelnemers noemen dat ze de PLC tot zover als zinvol hebben ervaren. Er is echter een deelnemer die aangeeft: Het doel is om gezamenlijk ergens naar toe te werken, maar soms lijkt het of iedereen op eigen houtje van alles doet. Ik vraag me af of iedereen op dit moment vanuit gezamenlijkheid kan werken. Soms lijkt het alsof niet iedereen vanuit zichzelf deelneemt, maar ook omdat het moet, van hogerhand. Een andere deelnemer laat juist een tegengesteld geluid horen: Ik had wel het gevoel dat iedereen daar met hetzelfde doel zat; namelijk de terugkeer zo goed mogelijk organiseren voor de cliënt. Nieuwe ontwikkelingen initiëren Er worden diverse zaken genoemd die nader besproken en onderzocht dienen te worden in de PLC: Projecten specifiek voor deze doelgroep opzetten in landen van herkomst. Daarbij zouden teruggekeerde slachtoffers ingezet kunnen worden als ervaringsdeskundigen. Afstudeerthesis Pagina 32 van 66 Master Social Work

33 Investeren op mogelijkheden tot opleidingen of werk om slachtoffers in Nederland vaardigheden te laten leren die ze, waar dan ook ter wereld, kunnen inzetten. Nu gaat de aandacht vooral uit naar het leren van de Nederlandse taal en inburgering. Er lijken out-of-the-box veel meer goede terugkeerideeën te realiseren, maar de kaders voor terugkeer zijn hier niet op in gericht. Er zou onderzoek gedaan moeten worden naar hoe we hiermee om kunnen gaan. Er wordt op dit moment gewerkt aan het schrijven van een gezamenlijke aanbevelingsnotitie, gericht aan de Taskforce Mensenhandel Ministerie van Veiligheid en Justitie). Daarin moet in ieder geval de verschillen in de hoogte van terugkeerbudgetten voor slachtoffers en asielzoekers aan de orde komen. Afstudeerthesis Pagina 33 van 66 Master Social Work

34 5 Conclusie 5.1 Beantwoording onderzoeksvraag De onderzoeksvraag van het uitgevoerde onderzoek luidt: Hoe kan de terugkeerbegeleiding die door deelnemende professionals aan de professional learning community aan buitenlandse slachtoffers van mensenhandel geboden wordt verbeterd worden? Uit het onderzoek is gebleken dat de terugkeerbegeleiding op twee gebieden verbeterd kan worden: door middel van kennisvermeerdering en het verbeteren van de samenwerking tussen betrokken organisaties Kennisvermeerdering Zowel de professionals werkzaam bij terugkeerorganisaties als de hulpverleners beschikken over veel kennis, elk op een ander terrein. In de PLC is er een begin gemaakt met het delen van deze kennis. Deze kennis valt te scharen onder objectieve kennis (modus-één kennis), zoals kenmerken van de doelgroep, beleid en werkwijze van organisaties. Een groot deel van de gedeelde kennis is echter te scharen onder ervaringskennis, zoals de gedeelde verhalen over terugkeer, landen van herkomst en terugkeertrajecten. Om de praktijk daadwerkelijk te verbeteren, is het van belang dat de aanwezige kennis niet alleen gedeeld wordt, maar dat verschillende kennis ook met elkaar gecombineerd wordt om gezamenlijke nieuwe kennis te ontwikkelen. Door kennis die bij verschillende organisaties aanwezig is, te combineren ontstaat er een breed beeld van de factoren die terugkeermotivatie beïnvloeden (Black et. al., 2004). Hierin gaat het om de structurele situatie van het land van herkomst (terugkeerorganisaties en hulpverlening), de individuele en familiesituatie van het slachtoffer (hulpverlening) en beleidskaders voor terugkeer (terugkeerorganisaties). Ditzelfde geldt voor factoren die de inbedding in het land van herkomst bepalen, zoals veiligheid, sociale context en mogelijkheden voor hulp en opvang: ook daarin kan verschillende kennis gecombineerd worden om tot meer contextgebonden (modus-drie kennis, Kunneman, 2009) te komen. Om deze gezamenlijke kennis verder uit te bouwen, is er door twee terugkeerorganisaties en een hulpverleningsorganisatie een projectaanvraag bij het Europees Terugkeer Fonds ingediend die tevens toegekend is. Doel van dit project is kennis, aanwezig bij organisaties in Siërra Leone, Nigeria, Nederland en België bijeen te brengen en door te ontwikkelen. Afstudeerthesis Pagina 34 van 66 Master Social Work

35 Om terugkeerbegeleiding te verbeteren, hebben de deelnemers meer kennis nodig op de volgende onderwerpen: Kennis over (on)mogelijkheden voor re-integratie en bevorderen van embeddedness in landen van herkomst. Deze kennis wordt met name noodzakelijk geacht voor hulpverleners om goede voorlichting over terugkeer te kunnen geven. Kennis over elkaars werkwijze, mogelijkheden en beperkingen in het werken met de doelgroep en het bieden van terugkeerbegeleiding Verbeteren van de samenwerking Het verbeteren en intensiveren van de samenwerking tussen de diverse terugkeer- en hulpverleningsorganisaties is de tweede manier waarop de terugkeerbegeleiding verbeterd kan worden. Terugkeerorganisaties en de hulpverlening moeten elkaar beter leren kennen en vertrouwen. Dit kan op twee manieren: kennis over elkaar werkwijze en (on)mogelijkheden opdoen, zoals hierboven beschreven, door bijvoorbeeld stagelopen bij elkaar. Anderzijds kan dit bereikt worden door samen cases op te gaan pakken en gedegen te evalueren wat er in deze cases gebeurt. De hulpverlening kan meer betrokken worden bij terugkeerorganisaties en de inhoud van terugkeerprojecten en -trajecten, omdat zij de doelgroep slachtoffers van mensenhandel zeer goed kent. Bij terugkeerorganisaties is dit niet het geval, omdat terugkeerorganisaties zich (tot nog toe) niet primair op deze doelgroep richten. Alle deelnemers noemen dat terugkeer in een zo vroeg mogelijk stadium gespreksonderwerp dient te zijn. Hierin samen optrekken, om zo vroeg mogelijk juiste informatie te verstrekken en contacten te leggen met zowel terugkeerorganisaties in Nederland als in landen van herkomst, is noodzakelijk. Werkwijzen van organisaties dienen op dit vlak beter op elkaar afgestemd te worden. Monitoring van teruggekeerde slachtoffers is van groot belang. Hulpverleners moeten directer betrokken worden hierbij, zodat ervaringen meteen meegenomen kunnen worden in hulpverleningstrajecten. Hulpverleners zijn vaak de eerste professionals die met slachtoffers spreken over terugkeer en de terugkeermotivatie proberen te vergroten. Het terugkeerbudget voor slachtoffers van mensenhandel is, indien het slachtoffer geen asiel heeft aangevraagd, lager dan voor asielzoekers. Dit is, gezien de kwetsbaarheid van de slachtoffers, onzes inziens onterecht. Het terugkeerbudget zou moeten verhoogd worden voor deze doelgroep zodat er meer mogelijkheden voor succesvolle re-integratie ontstaan. Er wordt over dit onderwerp een aanbevelingsnotitie geschreven, gericht aan de Taskforce Mensenhandel van het Ministerie van Veiligheid en Justitie. De hulpverlening kan zich meer richten op het aanleren van vaardigheden bij slachtoffers van mensenhandel waar ze, of dat nu in Nederland of elders is, veel profijt van zullen hebben. Afstudeerthesis Pagina 35 van 66 Master Social Work

36 Daarbij is het zinvol om de kennis van terugkeerorganisaties over bruikbare en gevraagde vaardigheden in landen van herkomst te gebruiken. 5.2 Discussie Overkoepelend kan gesteld worden, dat het op microniveau een groot gemis is dat slachtoffers van mensenhandel zelf geen deel uitmaken van het actieonderzoek. Ik ben me er zeer van bewust dat zolang de doelgroep zelf niet betrokken wordt, het voornamelijk een praten óver in plaats van mét is. Desondanks biedt dit onderzoek wel inzichten in wat er op het gebied van terugkeerbegeleiding op meso- en macroniveau verbeterd kan worden PLC als onderzoeksmethode Kijkend naar de aspecten die voor een succesvolle PLC van belang zijn (Wenger, 1998) is te stellen dat in dit onderzoek een goed begin is gemaakt met het opzetten van een PLC. Er is een start gemaakt met het ontwikkelen van wederkerige werkrelaties en er wordt een gezamenlijke betrokkenheid bij het probleem in de werkpraktijk ervaren. Daarnaast is er een begin gemaakt met het definiëren van het probleem in de werkpraktijk en de rol en inhoud van de PLC. De basis van de PLC staat hiermee. De volgende stap, het ontwikkelen van een nieuw repertoire, is wat nu vooral op de voorgrond staat. De leden van de PLC geven dit ook aan: er is behoefte aan het gezamenlijk ondernemen van terugkeertrajecten, daarbij de ervaringen zeer goed te beschrijven en delen met elkaar, om nieuwe werkwijzen te kunnen ontwikkelen. Het is zoeken geweest naar de meest effectieve manier om de PLC vorm te geven. De frequentie die ik als onderzoeker in eerste instantie in gedachten had, bleek te hoog voor de deelnemers. Als reden hiervoor wordt genoemd de niet geringe tijdsinvestering. Zeker in de huidige tijd waarbij bezuinigingen een grote rol spelen, is de neiging om te kiezen voor investeringen die direct rendement (financieel of anderszins) opleveren, groot. Er zijn van de zes geplande bijeenkomsten vier bijeenkomsten daadwerkelijk doorgegaan. De deelnemers geven aan voor het vervolg eenmaal per half jaar af te willen spreken. Door in de tussentijd in de werkpraktijk gezamenlijk aan de slag te gaan kunnen bijeenkomsten ook meer diepgang krijgen. Er is behoefte aan een volgende stap in de PLC, waarbij de nadruk ligt op het ontwikkelen van nieuwe werkwijzen en methoden. Dit past bij de ontwikkeling van de PLC en het starten van een nieuwe fase, na de gezamenlijke definitiebepaling. De PLC is een werkvorm die veel vraagt van deelnemers. Immers, uitkomsten liggen niet vast maar worden gaandeweg vormgegeven in een gezamenlijk ontwikkelproces. Een deelnemer geeft aan de werkvorm PLC als vaag en ongestructureerd te beschouwen (opvallend genoeg is dit wel een deelnemer die grote betrokkenheid heeft laten zien, daarover in de volgende subparagraaf meer). Het is van belang voor een ieder die het concept PLC wil gebruiken, goed om na te gaan of deze werkvorm aansluit bij de vraag, behoefte en mogelijkheden van de deelnemers. Afstudeerthesis Pagina 36 van 66 Master Social Work

37 5.2.2 Resultaten vanuit het actieonderzoekperspectief Uitgangspunt van actieonderzoek is onderzoek doen waarbij er niet alleen kennis vergaard wordt, maar waarbij deze kennis actief gebruikt wordt tijdens het onderzoek om verandering in handelen te bewerkstelligen (Migchelbrink, 2007). Aan deze uitgangswaarde is voldaan in dit onderzoek. Niet alleen is (ervarings)kennis gedeeld, maar ook is deze kennis actief gebruikt om veranderingen aan te brengen in de werkpraktijk. Voorbeelden hiervan zijn de intensievere samenwerking tussen terugkeerorganisaties en hulpverlening en het ontwikkelen van nieuwe gezamenlijke werkwijzen en het doen van gezamenlijke projectaanvragen en het uitvoeren van gezamenlijke projecten. Daarnaast is er binnen de eigen organisaties meer aan dacht gekomen voor terugkeer (hulpverleningsorganisaties) en slachtoffers van mensenhandel (terugkeerorganisaties). Voorbeeld hiervan is de beschikbaarstelling van gelden bij Fier Fryslân om een terugkeerproject te kunnen ontwikkelen. Ook is landelijk te merken dat vanuit hulpverleningsorganisaties de aandacht voor terugkeer groeit, onder andere door projectaanvragen op dit onderwerp. Het is echter maar zeer de vraag of dit te maken heeft met de expertmeeting en de PLC en het bespreken hiervan in het werkveld. Een belangrijke waarde voor actieonderzoek is dat er geen gebruik gemaakt wordt van een objectieve, afstandelijke onderzoeker, maar dat alle betrokkenen medeonderzoeker zijn. Hoewel ik als actieonderzoeker zoveel mogelijk heb aangesloten bij de deelnemers, zijn er toch een aantal keuzes gemaakt door mij in plaats van door de deelnemers. Zo heb ik gekozen voor de PLC als werkvorm om gezamenlijk aan de slag te gaan. Daarnaast heb ik de verantwoordelijkheid genomen voor randvoorwaardelijke zaken van de bijeenkomsten, zoals data plannen en notuleren. Hier heb ik voor gekozen om de tijdsinvestering voor de deelnemers zoveel mogelijk te beperken tot inhoudelijke zaken omdat dat de grootste meerwaarde voor een zinvolle PLC biedt. Uit de resultaten van het onderzoek viel op dat alle terugkeerorganisaties specifiek Fier Fryslân als organisatie noemen waarmee de samenwerking is verbeterd. Voor een deel valt dit mogelijk te verklaren omdat Fier Fryslân bij alle bijeenkomsten aanwezig was en de andere hulpverleningsorganisaties niet. Mogelijk heeft dit echter ook te maken met de rol van mijzelf als initiatiefnemer van de PLC. De inhoud van de bijeenkomsten is open gehouden en werd bepaald door de deelnemers. Voor de vierde bijeenkomst is er bijvoorbeeld voor gekozen om niet gebruik te maken van de agenda zoals die was opgesteld in de vorige bijeenkomst, maar gebruik te maken van de mogelijkheid om met een Nigeriaanse partnerorganisatie die op werkbezoek was, te spreken. Ik had reserve onderwerpen paraat voor het geval er geen gesprek op gang kwam. Deze heb ik echter niet hoeven te gebruiken. Opvallend was de rol van een deelnemer vanuit een terugkeerorganisatie, die aangaf moeite te hebben met de werkvorm en ook herhaaldelijk aangegeven heeft vooral kennis te komen brengen, omdat hij weinig leerwensen had. Juist deze deelnemer bleek zeer actief in het delen van informatie zoals rapportages en onderzoeken per . Ook geeft deze deelnemer tijdens het interview aan het gevoel te hebben dat een ieder zich voor dezelfde zaak sterk maakt: het verbeteren van terugkeer voor de cliënt. Een andere deelnemer noemt, als enige deelnemer: Het doel is om gezamenlijk Afstudeerthesis Pagina 37 van 66 Master Social Work

38 ergens naar toe te werken, maar soms lijkt het of iedereen op eigen houtje van alles doet. Ik vraag me af of iedereen op dit moment vanuit gezamenlijkheid kan werken. Soms lijkt het alsof niet iedereen vanuit zichzelf deelneemt, maar ook omdat het moet, van hogerhand. Deze deelnemer is echter maar eenmaal geweest. De rest van de deelnemers zijn van mening dat deze gezamenlijke basis er wel ligt, waardoor ik in dit onderzoek de conclusie heb getrokken dat is voldaan aan een belangrijke waarde vanuit actieonderzoek-perspectief. Naast de gezamenlijke betrokkenheid die zo van belang is in actieonderzoek, heeft het onderzoek ook voor beweging en ontwikkelingen gezorgd die daadwerkelijk voor een verbetering van de werkpraktijk kunnen zorgen. Voorbeelden hiervan zijn de toegenomen aandacht voor terugkeer en slachtoffers van mensenhandel, nieuwe gezamenlijke projecten en een gezamenlijk geschreven aanbevelingsnotitie aan de Taskforce Mensenhandel Methodologische keuzes Volgens het literatuuronderzoek en de mening van deelnemers afkomstig uit terugkeerorganisaties hebben hulpverleners vaak moeite met het onderwerp terugkeer bespreekbaar maken in de hulpverlening. De hulpverleners uit de PLC herkennen dit niet. De vraag rijst op of de hulpverleners die deelnemen aan de PLC representatief zijn voor de overige hulpverleningsorganisaties. Inmiddels is duidelijk dat enkele andere hulpverleningsorganisaties een projectaanvraag hebben gedaan voor het ontwikkelen van een methodiek, specifiek voor slachtoffers van mensenhandel. De methodiek van Pharos, gericht op kwetsbare asielzoekers, zou als leidraad genomen worden. Vanwege tijdgebrek is er gekozen voor het individueel afnemen van interviews om dieper in te kunnen gaan op de onderzoeksvragen. Het bleek niet mogelijk om binnen de kaders, door de opleiding gesteld, een groepsevaluatie aan de hand van de onderzoeksvragen te houden. Dit is, gezien de visie van gezamenlijkheid binnen actieonderzoek, een gemis. Een hulpverleningsorganisatie is slechts bij de start van de PLC is geweest en daarna niet meer. Er is vanwege de grote reisafstand en tijdgebrek voor gekozen om haar telefonisch te interviewen, in tegenstelling tot bij de andere deelnemers. Dit heeft mogelijk de resultaten beïnvloed. Omdat zij vanwege haar afwezigheid bij de PLC op veel vragen geen antwoord kon formuleren, heb ik ervoor gekozen om alleen haar verbetersuggesties voor terugkeerbegeleiding mee te nemen in de resultaten. Over de representativiteit van het onderzoek valt voorts op te merken dat diverse organisaties die benaderd zijn voor deelname vanwege hun inhoudelijke kennis, niet hebben deelgenomen. De resultaten zouden mogelijk anders zijn indien deze organisaties wel hadden deelgenomen. 5.3 Aanbevelingen Er dient nader onderzocht te worden op hoe de doelgroep buitenlandse slachtoffers van mensenhandel zelf betrokken kan worden bij nader onderzoek na hoe de terugkeerbegeleiding te verbeteren valt. Dit is tot nog toe erg moeilijk gebleken, maar is wellicht niet onmogelijk. Afstudeerthesis Pagina 38 van 66 Master Social Work

39 Het lijkt raadzaam om nieuwe projecten, specifiek voor de doelgroep buitenlandse slachtoffers van mensenhandel, zowel met hulpverlening en terugkeerorganisaties vorm te geven. Gecombineerde kennis maakt de kans op succesvolle interventies groter. Nader onderzoek naar mogelijkheden om out of the box terugkeertrajecten vorm te geven, is gewenst. De huidige trajecten worden voor een groot deel ingevuld doorgestelde beleidskaders en financieringsmogelijkheden. De behoeften van het slachtoffer lijken niet doorslaggevend. Vooral hulpverleners vragen uitdrukkelijk aandacht voor het denken in mogelijkheden. Beschikbare budgetten voor terugkeer voor asielzoeker sen slachtoffers van mensenhandel zouden gelijk getrokken moeten worden. De eerste stap om dit te bereiken is een aanbevelingsnotitie die door de organisaties die deelnemen aan de PLC aanbieden aan de Taskforce Mensenhandel. Naar gelang de reactie daarop zal in de PLC vervolgstappen gepland worden. Afstudeerthesis Pagina 39 van 66 Master Social Work

40 Bronvermelding Adepoju, A. (2005) Review of Research and Data on human trafficking in sub-saharan Africa. In: Data and research on human trafficking: a global survey, IOM. Ontleend aan: df Black, R., K. Koser, & K. Munk (2004). Understanding voluntary return. Sussex: Centre for Migration Research, Home Office Online Report 50/04. Ontleend aan: 04.pdf Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel (2009). Zevende rapportage mensenhandel. Den Haag: BNRM. Bureau Nationaal Rapporteur Mensenhandel (2010). Mensenhandel. 10 jaar NRM. Den Haag: BNRM. Comensha, cijfers over terugkeer, opgevraagd op 6 november Comensha (2012). Jaarverslag Ontleend aan: Commandeur, X. & Kootstra, T. (2004) If our skirt is torn, do not show anybody else but try to sew it up. Save return and social inclusion of victims of traffic in human beings. An inventory of neglected aspects in ten European and Asian countries. Ontleend aan: Dijke, A. van et. al. (2011). Wie zijn de meiden van Asja? De gang naar de jeugdprostitutie. Amsterdam: Uitgeverij SWP. Eraut, M. (2002) Conceptual analysis and research questions: Do the concepts of learning community and community of practice provide added value? Ontleend aan: alue_0=ed466030&ericextsearch_searchtype_0=no&accno=ed Geraci, D. (2011). Bewogen terugkeer. Methodiek voor psychosociale begeleiding van (ex)asielzoekers en ongedocumenteerden. Utrecht: Pharos. Afstudeerthesis Pagina 40 van 66 Master Social Work

41 Houte, M. van & Koning, M. de (2008) Towards a better embeddedness? Monitoring involuntary returning migrants from Western countries. Ontleend aan: 2F%2Fwww.ru.nl%2Fpublish%2Fpages%2F533483%2Ftowardsabetterembeddedness.pdf&ei=QQW RUbaeIrGV0QWgroDYDw&usg=AFQjCNHC9KTebfzGCYEuRyALOLdLXjnzvA&bvm=bv ,d. d2k International Organisation for Migration (2008). Out of sight. Research into the living conditions and decision making Kersten, L. (2003). Terug bij af? Remigratie van Bulgaarse vrouwen na uitbuiting in de Nederlandse prostitutiesector. process of irregular migrants in the main cities of The Netherlands, Germany and Austria. Den Haag: IOM. Kersten, L. (2003) Terug bij af? Remigratie van Bulgaarse vrouwen na uitbuiting in de Nederlandse prostitutiesector. Ontleend aan: _complete_thesis_%28in_dutch%29.pdf Landman, C. & Talens, C. (2003) Good practices on (re)integration of victims of trafficking in human beings in six European countries. Ontleend aan: _trafficking_good_practices_2003.pdf Maris, N. & Weijs-de Jong, M. (2011) Ver vertrouwen. Hoe hulpverleners in de begeleiding aan slachtoffers mensenhandel terugkeer naar het land van herkomst bespreekbaar kunnen maken. Ontleend aan: Migchelbrink, F. (2007) Actieonderzoek voor professionals in zorg en welzijn. Amsterdam: Uitgeverij SWP. Ministerie van Buitenlandse Zaken, directie consulaire zaken en terugkeerbeleid (2010) Ambtsbericht China. Ontleend aan: Ministerie van Buitenlandse Zaken, directie consulaire zaken en terugkeerbeleid (2011) Ambtsbericht Guinee. Ontleend aan: Ministerie van Buitenlandse Zaken, directie consulaire zaken en terugkeerbeleid (2011) Ambtsbericht Ivoorkust. Ontleend aan: Ministerie van Buitenlandse Zaken, directie consulaire zaken en terugkeerbeleid (2011) Ambtsbericht Siërra Leone. Ontleend aan: Polanyi, M. (2009) The tacit dimension. Chicago: University of Chicago Press. Reason, P., & Bradbury, H., (2007). Handbook of Action Research. London: Sage Publications Afstudeerthesis Pagina 41 van 66 Master Social Work

42 Reason, P. (2006). Choices and Quality in Action Research Practice. Journal of Management Inquiry, 15;187. Ontleend aan: Scharmer, O. & Senge, P. (2006) Community action research. In: Reason, P. en Bradbury, H. Handbook for action research: participative inquiry and practice. Sage Publications Ltd. Skilbrei, M. & Tveit, M. (2007) Facing return. Perceptions of repetriation among Nigerian women in prostitution in Norway. Ontleend aan: Thiel, D. & Gillian, K. (2010) Factors affecting participation in assisted voluntary return programmes and succesfull reintegration: a review of the evidence. Ontleend aan: affecting-participation-in-assisted-voluntary-return-programmes-and-successful-reintegration- Vluchtelingenwerk Vlaanderen (2010) Vrijwillige terugkeer. Moeilijke vragen, mogelijke toekomstpiste. Ontleend aan: Wenger, E. (1998). Communities of practice: learning, meaning, and identity. Cambridge: Cambridge University Press. Afstudeerthesis Pagina 42 van 66 Master Social Work

43 Bijlage 1 Notulen expertmeeting Notulen symposium Terugkeer naar landen van herkomst van buitenlandse slachtoffers van mensenhandel 12 juni 2012 Amersfoort FairWork, Comensha, Fier Fryslân Denkgesprek met filosofe Minke Tromp (www.bvtf.nl) De vraag 'Wanneer kan iemand terug?' krijgt vaak een praktisch antwoord. Er zijn allerlei voorzieningen nodig voordat iemand daadwerkelijk terug kan keren naar het land van herkomst. Kunnen heeft dan weer de betekenis gekregen van het praktische, van daadwerkelijke mogelijkheden. De ethische achtergrond van de vraag, betreft echter een andere lading van het werkwoord kunnen. Ethiek gaat over de vraag of iets verantwoord is. Is het goed? Is het moreel juist? De individuele professional kan vanuit zijn of haar functie in een lastig ethisch pakket komen. Dat is het geval wanneer dat wat er professioneel gevraagd wordt of nodig is, haaks staat op de individuele morele opvattingen van deze mens. In de praktijk speelt dit regelmatig bij het onderwerp terugkeer De individuele, persoonlijke antwoorden op de vraag Wanneer kan iemand terug? verschillen dan ook sterk van elkaar. Bij de één gaat het puur om de vraag of iemand wordt erkend door de overheid van het land van herkomst. Mag een praktische voorwaarde dienen als ethisch criterium? Bij een ander draait het om waarden als veiligheid en waardigheid. Voor weer een ander gaat om het perspectief aldaar. Nog een ander stelt dat wanneer een slachtoffer zelf gelooft dat het mogelijk is, het alleen dan moreel juist kan zijn om deze mens terug te sturen. Al deze verschillen leiden behalve tot een interessant gesprek ook tot een nieuwe vraag. Hoe ga je als organisatie om met deze verschillen? Kun je als institutie ook een moreel standpunt innemen? En, zo Afstudeerthesis Pagina 43 van 66 Master Social Work

44 ja, hoe verhoudt dat standpunt zich in de praktijk tot de persoonlijke morele opvattingen van de medewerkers van deze organisatie? En wat als de morele opvatting van de organisatie/medewerker botst met de opvatting van de cliënt, bijvoorbeeld als de cliënt open staat om terug te gaan, maar als je als hulpverlener weet dat het niet veilig is? We ontdekten tijdens het symposium dat het hierbij de kunst is om de vertaling van abstracte, algemene morele opvattingen naar praktische voorwaarden, richtlijnen en beleid zorgvuldig vorm te geven. Het is immers alleen zo dat bij een zorgvuldige vertaling praktische voorwaarden een morele kwaliteit kunnen representeren. Beleid kan alleen een morele toets zijn, wanneer de morele gedachte die hierin uitgedrukt wil worden zorgvuldig is vertaald. Presentatie Janet Rodenburg, Pharos over methodiek Bewogen terugkeer De methodiek is ontwikkeld voor asielzoekers en vluchtelingen met psychische problematiek, maar is met voor de doelgroep specifieke aspecten aangevuld, ook geschikt voor slachtoffers van mensenhandel. Doel van de methodiek: Bijdragen aan een duurzame, waardige en perspectiefvolle terugkeer door ondersteuning in het besluitvormingsproces. Fases in het besluitvormingsproces over terugkeer: Ontkenning Acceptatie / bewustwording Voorbereiding Implementatie Onderstaand een schematisch overzicht van factoren die het besluitvormingsproces om al dan niet terug te keren, beïnvloeden. Het is belangrijk om steeds af te wegen hoe reëel de percepties van de cliënt zijn. Wat kan er eventueel nog veranderd worden? Afstudeerthesis Pagina 44 van 66 Master Social Work

45 Gezondheid - lichamelijke gezondheid - psychische gezondheid De beslissing over terugkeer Beeld over mogelijkheden in Nederland - veiligheid - juridische status - wonen - werken - (ontwikkelingsmogelijkheden) kinderen - familie - gezondheidsvoorzieningen Beeld over mogelijkheden in land van herkomst -veiligheid - werken - wonen - (ontwikkelingsmogelijkheden) kinderen - familie - gezondheidsvoorzieningen - laissez-passer Ondersteunen in de besluitvorming: deze checklisten kunnen gebruikt worden om de diverse factoren in kaart te brengen. Afstudeerthesis Pagina 45 van 66 Master Social Work

46 Het balansmodel is te gebruiken om mogelijkheden en onmogelijkheden in kaart te brengen. De methodiek geeft verder voorbeelden over hoe een persoonlijk actieplan eruit kan zien. Daarin komt aan de orde: Achtergrond: scholing, werkervaring en interesses Doelen: wonen, werken, opleiding Wat is nodig om doelen te realiseren? Wie kunnen helpen? Afstudeerthesis Pagina 46 van 66 Master Social Work

Geen verblijfsvergunning. Wat nu? Samenwerken aan een nieuw begin

Geen verblijfsvergunning. Wat nu? Samenwerken aan een nieuw begin Geen verblijfsvergunning. Wat nu? Samenwerken aan een nieuw begin Samenwerken aan een nieuw begin U heeft geen asiel- of een andere verblijfsvergunning om in Nederland te mogen blijven. Wat gaat er nu

Nadere informatie

Aan de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking de heer drs. A.G. Koenders. Aan de Staatssecretaris van Justitie mevrouw mr. N.

Aan de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking de heer drs. A.G. Koenders. Aan de Staatssecretaris van Justitie mevrouw mr. N. Aan de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking de heer drs. A.G. Koenders en Aan de Staatssecretaris van Justitie mevrouw mr. N. Albayrak Utrecht, 19 november 2007 Betreft: terugkeer van uitgeprocedeerde

Nadere informatie

Methodiekbeschrijving Juridische Begeleiding

Methodiekbeschrijving Juridische Begeleiding Methodiekbeschrijving Juridische Begeleiding Inleiding Slachtoffers van mensenhandel vormen een specifieke doelgroep met complexe problemen. Veel van hen hebben steun nodig om te herstellen van traumatische

Nadere informatie

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen

Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Onderzoeksopzet Vrijwilligers in de Wmo Wmo-werkplaats Noord Jolanda Kroes Hanzehogeschool Groningen Inhoud 1. Inleiding 2 De Wmo-werkplaats 2 Schets van de context 2 Ontwikkelde producten 3 2. Doel onderzoek

Nadere informatie

Directoraat-Generaal voor Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken

Directoraat-Generaal voor Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken Ministerie van Justitie Directoraat-Generaal voor Internationale Aangelegenheden en Vreemdelingenzaken Postadres: Postbus 20301, 2500 EH Den Haag Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland t.a.v. de algemeen

Nadere informatie

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Uitspraak 201103208/1/V1. Datum uitspraak: 10 april 2012 RAAD VAN STATE AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger

Nadere informatie

Rechten voor slachtoffers van uitbuiting en mensenhandel

Rechten voor slachtoffers van uitbuiting en mensenhandel Pagina 1 van 8 B9-procedure Rechten voor slachtoffers van uitbuiting en mensenhandel In deze folder staat welke rechten jij in Nederland hebt als slachtoffer van uitbuiting. Het gaat over jou en daarom

Nadere informatie

CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL

CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL CATEGORALE OPVANG VOOR SLACHTOFFERS MENSENHANDEL categorale opvang voor slachtoffers mensenhandel De categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel (COSM) omvat 70 veilige opvangplekken en is in

Nadere informatie

De Rotterdamse aanpak van jeugdprostitutie

De Rotterdamse aanpak van jeugdprostitutie De Rotterdamse aanpak van jeugdprostitutie Klaas Ridder ketenregisseur jeugdprostitutie Overzicht Introductie / begrippenkader Situatie vóór 2004 2004 een initiatief voor een ketenaanpak 2005 de inrichting

Nadere informatie

Resultaten van het IND-dossieronderzoek

Resultaten van het IND-dossieronderzoek Bijlage 1. Resultaten van het IND-dossieronderzoek 1. Inleiding In de kabinetsnota Privé geweld-publieke zaak, die de Minister van Justitie op 12 april 2002 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is aandacht

Nadere informatie

Introductie Methoden Bevindingen

Introductie Methoden Bevindingen 2 Introductie De introductie van e-health in de gezondheidszorg neemt een vlucht, maar de baten worden onvoldoende benut. In de politieke en maatschappelijke discussie over de houdbaarheid van de gezondheidszorg

Nadere informatie

d.d. 7 augustus 2006. 1 Aan Klantdirecteuren IND Directeur Procesvertegenwoordiging Van Hoofddirecteur IND

d.d. 7 augustus 2006. 1 Aan Klantdirecteuren IND Directeur Procesvertegenwoordiging Van Hoofddirecteur IND Werkinstructie Openbaar Aan Klantdirecteuren IND Directeur Procesvertegenwoordiging Van Hoofddirecteur IND Datum 12 juni 2015 Kenmerk Vindplaats InformIND Onderwerp Rol contactpersonen mensenhandel & gendergerelateerde

Nadere informatie

B16 / Deel B16 Voortgezet verblijf

B16 / Deel B16 Voortgezet verblijf B16 / Deel B16 Voortgezet verblijf 7 Klemmende redenen van humanitaire aard Indien de vreemdeling niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning voor voortgezet verblijf op grond van artikel 3.50

Nadere informatie

Maandrapportage juli 2013

Maandrapportage juli 2013 Maandrapportage juli 2013 Inhoudsopgave 1.... Uitgelicht... 2 2.... Aard en omvang slachtoffers van mensenhandel... 3 2.1.. Aantal aanmeldingen... 3 2.2... Verzoeken om opvang... 4 2.3... Plaatsingslijst...

Nadere informatie

Huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, mensenhandel, achterlating en uw verblijfsvergunning

Huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, mensenhandel, achterlating en uw verblijfsvergunning Huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, mensenhandel, achterlating en uw verblijfsvergunning Deze publicatie is speciaal voor mensen die een verblijfsvergunning willen aanvragen en die slachtoffer zijn

Nadere informatie

Hoe nu verder? INFORMATIE VOOR SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL

Hoe nu verder? INFORMATIE VOOR SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL Hoe nu verder? INFORMATIE VOOR SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL Als je niet kunt gaan en staan waar je wilt, als iemand je paspoort in beslag heeft genomen, als iemand je geld opeist... dan kan het zijn dat

Nadere informatie

FEITEN EN CIJFERS ADVIES- EN STEUNPUNT HUISELIJK GEWELD

FEITEN EN CIJFERS ADVIES- EN STEUNPUNT HUISELIJK GEWELD FEITEN EN CIJFERS Fier Fryslân is een expertise- en behandelcentrum op het gebied van geweld in afhankelijkheids relaties. Onze opvang- en behandelvoorzieningen bieden een veilige plek aan kinderen, jongeren

Nadere informatie

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer

Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Met opmaak: Links: 3 cm, Rechts: 2 cm, Boven: 3 cm, Onder: 3 cm, Breedte: 21 cm, Hoogte: 29,7 cm Stigmatisering van Mensen met Keelkanker: de Rol van Mindfulness van de Waarnemer Stigmatisation of Persons

Nadere informatie

januari 2010 Migrantenrechten

januari 2010 Migrantenrechten januari 2010 Migrantenrechten Migranten die in Nederland werken hebben rechten! Als je werkt onder slechte omstandigheden, wordt uitgebuit of ernstige problemen hebt met je baas, kun je BLinN om advies

Nadere informatie

Maandelijkse rapportage cijfers (mogelijke) slachtoffers mensenhandel

Maandelijkse rapportage cijfers (mogelijke) slachtoffers mensenhandel Maandelijkse rapportage cijfers (mogelijke) slachtoffers mensenhandel Maand: april 2012 Deze rapportage beschrijft het aantal aangemelde (mogelijke) slachtoffers van mensenhandel bij CoMensha van 1 januari

Nadere informatie

September 2010. B9-procedure

September 2010. B9-procedure September 2010 B9-procedure Rechten voor slachtoffers van uitbuiting en mensenhandel In deze folder staat welke rechten jij in Nederland hebt als slachtoffer van uitbuiting. Het gaat over jou en daarom

Nadere informatie

Hoenu verder? Belangrijke telefoonnummers INFORMATIE VOOR SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL. IND (ook voor asiel) T 033 448 11 86 T 0900 123 45 61

Hoenu verder? Belangrijke telefoonnummers INFORMATIE VOOR SLACHTOFFERS VAN MENSENHANDEL. IND (ook voor asiel) T 033 448 11 86 T 0900 123 45 61 Belangrijke telefoonnummers COMENSHA IND (ook voor asiel) T 033 448 11 86 T 0900 123 45 61 POLITIE KMAR T 0900 88 44 T 0343 52 89 99 SLACHTOFFERHULP SCHADEFONDS NEDERLAND GEWELDSMISDRIJVEN T 0900 01 01

Nadere informatie

GGzE centrum psychotrauma

GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma Mensen helpen met complexe traumaproblematiek en het (her)vinden van hun weg in de samenleving. Algemene informatie >> COMPLEXE TRAUMA S KUNNEN GROTE

Nadere informatie

Uit Passende Zorg Voor een bijzonder doelgroep. GGZ nederland. Innovatie van de Geestelijke gezondheidszorg Voor asielzoekers

Uit Passende Zorg Voor een bijzonder doelgroep. GGZ nederland. Innovatie van de Geestelijke gezondheidszorg Voor asielzoekers Uit Passende Zorg Voor een bijzonder doelgroep GGZ nederland Innovatie van de Geestelijke gezondheidszorg Voor asielzoekers 41 Mind-Spring Psycho-educatie en psychosociale ondersteuning voor en door asielzoekers

Nadere informatie

Gedurende de bedenktijd wordt het vertrek van het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel uit Nederland opgeschort.

Gedurende de bedenktijd wordt het vertrek van het vermoedelijke slachtoffer van mensenhandel uit Nederland opgeschort. B8/3 Slachtoffers en getuige-aangevers van mensenhandel 3.1 Beleidsregels Voor zover indicaties van mensenhandel zich voordoen bij een vreemdeling die via Schiphol Nederland inreist zijn de bevoegdheden

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2012 2013 31 015 Kindermishandeling Nr. 82 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VEILIGHEID EN JUSTITIE Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den

Nadere informatie

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Inhoudsopgave Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. Validatie van het EHF meetinstrument tijdens de Jonge Volwassenheid en meer specifiek in relatie tot ADHD Validation of the EHF assessment instrument during Emerging Adulthood, and more specific in relation

Nadere informatie

19637 Vreemdelingenbeleid. Den Haag, 17 juni 2015. Brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie

19637 Vreemdelingenbeleid. Den Haag, 17 juni 2015. Brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie 19637 Vreemdelingenbeleid Nr. 2013 Brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Den Haag, 17 juni 2015 Aanleiding In opdracht van het

Nadere informatie

GGzE centrum psychotrauma

GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma GGzE centrum psychotrauma Mensen helpen met complexe traumaproblematiek en het (her)vinden van hun weg in de samenleving. Algemene informatie >> Complexe trauma s kunnen grote

Nadere informatie

Je bent niet van ons - Ga toch naar je eigen land terug. Opzet

Je bent niet van ons - Ga toch naar je eigen land terug. Opzet Je bent niet van ons - Ga toch naar je eigen land terug NRV 9 november 2011 Opzet 1. migratiecijfers; migratiedoelen 2. spanning mensenrechten en eigenbelang 3. vluchtelingen en vluchtelingenbeleid 4.

Nadere informatie

Presentatie Integrale jeugdhulp Kennisdag 25 januari 2016

Presentatie Integrale jeugdhulp Kennisdag 25 januari 2016 Presentatie Integrale jeugdhulp Kennisdag 25 januari 2016 Zorgtafel Mensenhandel en Prostitutie Rotterdam Hun verleden is niet hun toekomst Commissie Azough De Zorgtafel Mensenhandel en Prostitutie in

Nadere informatie

Mentaal Weerbaar Blauw

Mentaal Weerbaar Blauw Mentaal Weerbaar Blauw de invloed van stereotypen over etnische minderheden cynisme en negatieve emoties op de mentale weerbaarheid van politieagenten begeleiders: dr. Anita Eerland & dr. Arjan Bos dr.

Nadere informatie

Gezondheid, Welzijn & Technologie

Gezondheid, Welzijn & Technologie Kenniscentrum Gezondheid, Welzijn & Technologie Wmo werkplaats Twente, fase 2 Praktijk 2: Bundeling van diensten op het gebied van welzijn, informele zorg en formele zorg Toegang tot de Wmo Evaluatierapport

Nadere informatie

Praat de migrant het land uit

Praat de migrant het land uit Praat de migrant het land uit - de Volkskrant - Blendle https://blendle.corn/i/de-vo1ksbant praat-de-rni-ant-het-land-uit/bn1... We zeggen het maar even voor de zekerheid: printen is alleen toegestaan

Nadere informatie

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7

Media en creativiteit. Winter jaar vier Werkcollege 7 Media en creativiteit Winter jaar vier Werkcollege 7 Kwartaaloverzicht winter Les 1 Les 2 Les 3 Les 4 Les 5 Les 6 Les 7 Les 8 Opbouw scriptie Keuze onderwerp Onderzoeksvraag en deelvragen Bespreken onderzoeksvragen

Nadere informatie

Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties

Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties Veiligheid en bescherming bij geweld in relaties Arosa biedt veiligheid en bescherming bij geweld in relaties. Vrouwen, mannen en hun kinderen kunnen bij Arosa terecht voor opvang en begeleiding. Arosa

Nadere informatie

DE SAMENWERKING TUSSEN KINDERRECHTENJURISTEN EN (ORTHO)PEDAGOGEN

DE SAMENWERKING TUSSEN KINDERRECHTENJURISTEN EN (ORTHO)PEDAGOGEN DE SAMENWERKING TUSSEN KINDERRECHTENJURISTEN EN (ORTHO)PEDAGOGEN weafldkje Expertmeeting NVO/ NIP 11 december, Utrecht Martine Goeman (Defence for Children) Waar u ons mogelijk van kent: Defence for Children-

Nadere informatie

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS

COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS COGNITIEVE DISSONANTIE EN ROKERS Gezondheidsgedrag als compensatie voor de schadelijke gevolgen van roken COGNITIVE DISSONANCE AND SMOKERS Health behaviour as compensation for the harmful effects of smoking

Nadere informatie

Relatie tussen illegale prostitutie en mensenhandel?

Relatie tussen illegale prostitutie en mensenhandel? mr. E.D.I. Martens Senior officier van justitie Mensenhandel Het gaat ons allemaal aan CIROC 3 december 2014 Doel presentatie: Relatie tussen illegale prostitutie en mensenhandel? 1. Wat is illegale prostitutie?

Nadere informatie

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim

De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim De Relatie tussen Werkdruk, Pesten op het Werk, Gezondheidsklachten en Verzuim The Relationship between Work Pressure, Mobbing at Work, Health Complaints and Absenteeism Agnes van der Schuur Eerste begeleider:

Nadere informatie

Datum 6 januari 2016 Onderwerp Gespreksnotitie Nationaal Rapporteur rondetafelgesprek kindermisbruik. Geachte voorzitter,

Datum 6 januari 2016 Onderwerp Gespreksnotitie Nationaal Rapporteur rondetafelgesprek kindermisbruik. Geachte voorzitter, 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Tweede Kamer der Staten-Generaal t.a.v. de voorzitter van de vaste commissie voor Veiligheid en Justitie mevrouw L. Ypma Postbus 20018 2500 EA Den Haag Turfmarkt

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten- Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag,

gelet op artikel 63, eerste alinea punt 3 van het EG-Verdrag, P5_TA(2002)0591 Verblijfstitel met een korte geldigheidsduur * Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de verblijfstitel met een korte

Nadere informatie

Een stap verder in forensische en intensieve zorg

Een stap verder in forensische en intensieve zorg Een stap verder in forensische en intensieve zorg Palier bundelt intensieve en forensische zorg. Het is zorg die net een stapje verder gaat. Dat vraagt om een intensieve aanpak. Want onze doelgroep kampt

Nadere informatie

B17. Slachtoffers van vrouwenhandell

B17. Slachtoffers van vrouwenhandell B17 Slachtoffers van vrouwenhandell B17 Slachtoffers van vrouwenhandel Algemeen Toezicht: opschorting van de verwijdering Algemeen Slachtoffers van vrouwenhandel Getuige-aangevers Vergunning tot verblijf

Nadere informatie

Meldcode kindermishandeling

Meldcode kindermishandeling Meldcode kindermishandeling een training voor professionals www.viermin.nl De training Meldcode Kindermishandeling richt zich op: - Signaleren: het kunnen, willen en durven signaleren van kindermishandeling

Nadere informatie

slachtoffers beter te identificeren en te beschermen; en verhoog de inspanningen om het bewustzijn met betrekking tot mensenhandel te verhogen.

slachtoffers beter te identificeren en te beschermen; en verhoog de inspanningen om het bewustzijn met betrekking tot mensenhandel te verhogen. Suriname - Tier 2 Watch List ----------------------------------- Suriname is een bronland, doorvoerland, alsook het land van bestemming voor vrouwen en kinderen die onderworpen worden aan sekshandel, en

Nadere informatie

ALGEMEEN PROJECT RAPPORT

ALGEMEEN PROJECT RAPPORT Evaluatie EVALUATION rapport RAPPORT SENDI PROJECT project ALGEMEEN PROJECT RAPPORT This report contains the evaluation analysis of the filled out questionnaire about the Kick off meeting in Granada Dit

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG > Retouradres Postbus 200 200 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 200 200 EA DEN HAAG Bezoekadres: Rijnstraat 0 2 XP DEN HAAG T 070 40 79 F 070 40 7 4 www.rijksoverheid.nl

Nadere informatie

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling

Families onder druk. Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen. Drs. Ibrahim Yerden. Probleemstelling Families onder druk Huiselijk geweld binnen Marokkaanse en Turkse gezinnen Drs. Ibrahim Yerden Probleemstelling Hoe gaan Marokkaanse en Turkse gezinsleden, zowel slachtoffers als plegers om met huiselijk

Nadere informatie

Vreemdelingencirculaire 2000, deel B, Hoofdstuk 9.

Vreemdelingencirculaire 2000, deel B, Hoofdstuk 9. Vrouwenhandel Vreemdelingencirculaire 2000, deel B, Hoofdstuk 9. Xandra Kallen 1515225 Hogeschool Utrecht, FMR, Instituut voor Recht SJD-VT Begeleider: Stijn Bollinger Beoordelaar: Parviz Samim 2011, 28-02-2011

Nadere informatie

Datum Gemeentelijke opvang illegalen 1 juli 2014 Ons kenmerk 2014/0162/LK/LvdH/IS

Datum Gemeentelijke opvang illegalen 1 juli 2014 Ons kenmerk 2014/0162/LK/LvdH/IS Zijne Excellentie mr. F. Teeven Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie Postbus 20301 2500 EX DEN HAAG Onderwerp Datum Gemeentelijke opvang illegalen 1 juli 2014 Ons kenmerk 2014/0162/LK/LvdH/IS Zeer

Nadere informatie

Factsheet bij Mensenhandel in en uit beeld ii

Factsheet bij Mensenhandel in en uit beeld ii Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen Factsheet bij Mensenhandel in en uit beeld ii Cijfermatige rapportage 2008-2012 Goed meten is weten wat te doen Mensenhandel in en uit

Nadere informatie

Rapport Kindermishandeling en Huiselijk Geweld. Peiling bij Fysiotherapeuten, Oefentherapeuten en Ergotherapeuten

Rapport Kindermishandeling en Huiselijk Geweld. Peiling bij Fysiotherapeuten, Oefentherapeuten en Ergotherapeuten Rapport Kindermishandeling en Huiselijk Geweld Peiling bij Fysiotherapeuten, Oefentherapeuten en Ergotherapeuten Stichting STUK Door Nicole de Haan en Lieke Popelier 2013 Algemene informatie Uit recent

Nadere informatie

Annette Koops: Een dialoog in de klas

Annette Koops: Een dialoog in de klas Annette Koops: Een dialoog in de klas Als ondersteuning bij het houden van een dialoog vindt u hier een compilatie aan van Spreken is zilver, luisteren is goud : een handleiding voor het houden van een

Nadere informatie

Vijf jaar Slachtofferhulp: Hart voor werk en klant zaterdag, 26 mei 2012 06:00. Daira Leer

Vijf jaar Slachtofferhulp: Hart voor werk en klant zaterdag, 26 mei 2012 06:00. Daira Leer Daira Leer Stichting Slachtofferhulp Curaçao bestaat dit jaar vijf jaar. En elk jaar worden er meer mensen geholpen; in 2011 waren dit er zelfs 538. Je zou zeggen een trieste afspiegeling van waar het

Nadere informatie

Evaluatie van de pilot Categorale Opvang voor Slachtoffers van Mensenhandel

Evaluatie van de pilot Categorale Opvang voor Slachtoffers van Mensenhandel Cahier 2012-14 Evaluatie van de pilot Categorale Opvang voor Slachtoffers van Mensenhandel M. van Londen L. Hagen m.m.v. N. Brenninkmeijer Memorandum De reeks Memorandum omvat de rapporten van onderzoek

Nadere informatie

Datum Betreft Kenmerk Leeuwarden, 18 mei 2012 Maatregelen bestrijding misbruik U21205027 verblijfsregeling slachtoffers mensenhandel

Datum Betreft Kenmerk Leeuwarden, 18 mei 2012 Maatregelen bestrijding misbruik U21205027 verblijfsregeling slachtoffers mensenhandel Aan de woordvoerder Christen Unie Immigratie, Integratie en Asiel (Mensenhandel) Tweede Kamer der Staten Generaal Postbus 20018 2500 EA Den Haag. Datum Betreft Kenmerk Leeuwarden, 18 mei 2012 Maatregelen

Nadere informatie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG 1 > Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Turfmarkt 147 2511 DP Den Haag Postbus 20301 2500 EH Den Haag www.rijksoverheid.nl/venj

Nadere informatie

Inhoud: Wat is trauma Cultuur aspecten Psychologische Fysieke aspecten Geestelijke aspecten Grenzen aangeven

Inhoud: Wat is trauma Cultuur aspecten Psychologische Fysieke aspecten Geestelijke aspecten Grenzen aangeven Inhoud: Wat is trauma Cultuur aspecten Psychologische Fysieke aspecten Geestelijke aspecten Grenzen aangeven Wat is een trauma? Trauma kan cultuurafhankelijk zijn Cultuur bepaalt reactie Cultuur aspecten:

Nadere informatie

HULPVRAAG Doelgroepen Doelstellingen

HULPVRAAG Doelgroepen Doelstellingen Zorgmodule Fasehuis Zorgaanspraak: Zorgaanbieder: Verblijf met behandeling Entréa HULPVRAAG Doelgroepen De doelgroep bestaat uit normaal begaafde jeugdigen van 16-18 jaar, woonachtig in de regio Gelderland-Midden

Nadere informatie

Het Wie, Wat en Hoe van Welzorg

Het Wie, Wat en Hoe van Welzorg Het Wie, Wat en Hoe van Welzorg En op welke wijze wij onze klanten verder willen brengen. Inhoud Onze Visie 4 Onze Missie 6 Onze kernwaarden 8 Onze gedragscode 10 Algemeen 11 Naleving van de wet 11 Medewerkers

Nadere informatie

Rookbeleid in de GGZ. Verkenning van beleid en praktijk. Dr. Matthijs Blankers Renate Buisman MSc Dr. Margriet van Laar.

Rookbeleid in de GGZ. Verkenning van beleid en praktijk. Dr. Matthijs Blankers Renate Buisman MSc Dr. Margriet van Laar. Improving Mental Health by Sharing Knowledge Rookbeleid in de GGZ Verkenning van beleid en praktijk Dr. Matthijs Blankers Renate Buisman MSc Dr. Margriet van Laar 11 februari 2015 In deze workshop: - Roken

Nadere informatie

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ

P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ P. de Beurs, psychiater en adviseur voor de IGZ Inleiding De toezichtketen in perspectief Toezicht door IGZ Onderzoek A. Huisman De toezichtketen in perspectief bij suïcides Persoonlijke adviezen Inleiding

Nadere informatie

Beoordelen van Beoor co co--assistenten assistenten Praktijk ve Praktijk v rsus theorie Marjan Govaerts

Beoordelen van Beoor co co--assistenten assistenten Praktijk ve Praktijk v rsus theorie Marjan Govaerts Beoordelen van co-assistenten Praktijk versus theorie Marjan Govaerts Waar hebben we het over? Why Bother? Frequente feedback, op basis van Frequente toetsing Oefening en follow-up Ericsson, Academic

Nadere informatie

Samenvatting. Categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel in vier Europese landen. Achtergrond en doel van het onderzoek

Samenvatting. Categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel in vier Europese landen. Achtergrond en doel van het onderzoek Samenvatting Categorale opvang voor slachtoffers van mensenhandel in vier Europese landen Achtergrond en doel van het onderzoek Het tekort aan adequate en passende opvangmogelijkheden voor slachtoffers

Nadere informatie

Wie doet wat hij deed, krijgt wat hij kreeg

Wie doet wat hij deed, krijgt wat hij kreeg Wie doet wat hij deed, krijgt wat hij kreeg Voor wie? Waarom? Wat? Hoe? Voor Omdat leiding Ervaringsgerichte Door middel van leidinggevenden, geven, adviseren en coaching en werkvormen waarbij het adviseurs

Nadere informatie

Wat is mensenhandel?

Wat is mensenhandel? Toespraak van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen, mr. C.E. Dettmeijer-Vermeulen Ter gelegenheid van de Expertmeeting van de Nederlandse Vrouwenraad over de Istanbul

Nadere informatie

Workshop verantwoordelijkheid Just Culture Symposium 8 maart 2013 HUFAG & VNV

Workshop verantwoordelijkheid Just Culture Symposium 8 maart 2013 HUFAG & VNV Workshop verantwoordelijkheid Just Culture Symposium 8 maart 2013 HUFAG & VNV Inleiding Bij de invoering van een Just Culture in een organisatie spelen verschillende aspecten een rol. De workshops die

Nadere informatie

Notitie van Stichting De Rode Draad voor de Commissievergadering van 12 juni 2012

Notitie van Stichting De Rode Draad voor de Commissievergadering van 12 juni 2012 De Rode Draad is het kennis- en informatiecentrum voor sekswerk in Nederland. Onze missie is om de positie van sekswerkers te verbeteren door te informeren, signaleren, onderzoeken, adviseren en verbinden.

Nadere informatie

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd

- Gezamenlijke visie - Algemeen of specifiek - Doelstelling vastgelegd - Doel SMART geformuleerd Toetsingskader Verantwoorde zorg voor delictplegers met ernstige psychische en/of psychiatrische klachten (Netwerkniveau / Managementniveau); concept, 23 maart 2010 Aspect 1: Doelconvergentie De mate waarin

Nadere informatie

Kindermishandeling, hoe gaan pedagogisch medewerkers het tegen? Onderzoek in opdracht van e-academy The Next Page, onderdeel van de Augeo-Foundation

Kindermishandeling, hoe gaan pedagogisch medewerkers het tegen? Onderzoek in opdracht van e-academy The Next Page, onderdeel van de Augeo-Foundation Kindermishandeling, hoe gaan pedagogisch medewerkers het tegen? Onderzoek in opdracht van e-academy The Next Page, onderdeel van de Augeo-Foundation Student: Nynke Dijkstra Studentnummer S1032406 Student:

Nadere informatie

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering

De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering De Samenhang tussen Dagelijkse Stress en Depressieve Symptomen en de Mediërende Invloed van Controle en Zelfwaardering The Relationship between Daily Hassles and Depressive Symptoms and the Mediating Influence

Nadere informatie

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte

ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte ehealth binnen de thuiszorg van Noorderbreedte De ontwikkeling van de ehealth-koffer Naam : Seline Kok en Marijke Kuipers School : Noordelijke Hogeschool Leeuwarden Opleiding : HBO-Verpleegkunde voltijd

Nadere informatie

Kwetsbare minderheidsgroep

Kwetsbare minderheidsgroep IND-werkinstructie nr. 2013/14 (AUA) Openbaar/ Extern Aan Directeur klantdirectie Asiel c.c. DDMB Van Hoofddirecteur IND Datum 26 juni 2013 Geldig vanaf 26 juni 2013 Geldig tot Onderwerp Vindplaats Bijlage(n)

Nadere informatie

LEREN DOOR TE DOEN DESIGN THINKING TRAINING VOOR COMMUNICATIE PROFESSIONALS

LEREN DOOR TE DOEN DESIGN THINKING TRAINING VOOR COMMUNICATIE PROFESSIONALS DESIGN THINKING TRAINING VOOR COMMUNICATIE PROFESSIONALS Deze energieke, tweedaagse training resulteert in hands-on ervaring en meer inzicht in de Design Thinking principes, de belangrijkste tools en terminologie.

Nadere informatie

De professionele leergemeenschap met een onderzoekende cultuur. Masterclass 3

De professionele leergemeenschap met een onderzoekende cultuur. Masterclass 3 De professionele leergemeenschap met een onderzoekende cultuur Masterclass 3 De professionele leergemeenschap met een onderzoekende cultuur Thomas Friedman (2005) The world is flat Onderwijs is zeer traag

Nadere informatie

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling

Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling Advies 7 april 2010 1 2 Inhoudsopgave Samenvatting 5 Aanbevelingen 7 Aanleiding en context voor dit advies 9 Algemeen 11 Opmerkingen bij tekst en opzet van

Nadere informatie

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 22 juni 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter,

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG. Datum 22 juni 2015 Betreft Kamervragen. Geachte voorzitter, > Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Bezoekadres: Parnassusplein 5 2511 VX DEN HAAG T 070 340 79 11 F 070 340

Nadere informatie

Handreiking ethische dilemma s in de zorg voor asielzoekers

Handreiking ethische dilemma s in de zorg voor asielzoekers Handreiking ethische dilemma s in de zorg voor asielzoekers Verantwoording van het onderzoek en Toelichting op de handreiking Literatuurstudie Ethiek en gezondheidszorg voor kwetsbare groepen en asielzoekers

Nadere informatie

反 省. Hansei: Voorwaarde voor continue verbetering. Murielle Van Haesendonck Teamleider

反 省. Hansei: Voorwaarde voor continue verbetering. Murielle Van Haesendonck Teamleider 反 省 Hansei: Voorwaarde voor continue verbetering Murielle Van Haesendonck Teamleider BZIO-groep Revalidatie ziekenhuis: Imbo 125 Sp-bedden en uitgebreide ambulante werking Woonzorgcentrum: Het verhaal

Nadere informatie

LinkedIn Profiles and personality

LinkedIn Profiles and personality LinkedInprofielen en Persoonlijkheid LinkedIn Profiles and personality Lonneke Akkerman Open Universiteit Naam student: Lonneke Akkerman Studentnummer: 850455126 Cursusnaam en code: S57337 Empirisch afstudeeronderzoek:

Nadere informatie

4. Wat zijn de rechten en plichten van een asielzoeker in België?

4. Wat zijn de rechten en plichten van een asielzoeker in België? 4. Wat zijn de rechten en plichten van een asielzoeker in België? Sinds 12 januari 2007 is in België de 'opvangwet' van kracht. Dit is een bundel van bepalingen die de asielopvang regelen. De opvangwet

Nadere informatie

Eerste Kamer der Staten-Generaal

Eerste Kamer der Staten-Generaal Eerste Kamer der Staten-Generaal 1 Vergaderjaar 2011 2012 32 420 Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 ter implementatie van de richtlijn nr. 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december

Nadere informatie

Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012

Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012 Het Wie, Wat en Hoe vanwelzorg in 2012 En hoe de puzzelstukjes Of hoe de puzzelstukjes precies in elkaar precies passen in elkaar passen Onze Visie Wie we willen zijn in 2012 1 1 Als marktleider in het

Nadere informatie

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme

Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effecten van contactgericht spelen en leren op de ouder-kindrelatie bij autisme Effects of Contact-oriented Play and Learning in the Relationship between parent and child with autism Kristel Stes Studentnummer:

Nadere informatie

Top Referent TraumaCentrum

Top Referent TraumaCentrum GGzE centrum psychotrauma Top Referent TraumaCentrum Informatie over behandeling van mensen met ernstige traumagerelateerde stoornissen Algemene informatie >> BIJ HET TOP REFERENT TRAUMACENTRUM WORDEN

Nadere informatie

Wier. Behandelcentrum voor mensen die moeilijk leren, met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen. Patiënten & familie

Wier. Behandelcentrum voor mensen die moeilijk leren, met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen. Patiënten & familie Wier Behandelcentrum voor mensen die moeilijk leren, met gedragsproblemen en/of psychiatrische problemen Patiënten & familie 2 Voor wie is Wier? Wier is er voor mensen vanaf achttien jaar (en soms jonger)

Nadere informatie

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE

2513AA22XA. De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE > Retouradres Postbus 90801 2509 LV Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 1 A 2513 AA S GRAVENHAGE 2513AA22XA Postbus 90801 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4

Nadere informatie

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen.

De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. De relatie tussen intimiteit, aspecten van seksualiteit en hechtingsstijl in het dagelijks leven van heteroseksuele mannen en vrouwen. The Relationship between Intimacy, Aspects of Sexuality and Attachment

Nadere informatie

Closing brothels is closing eyes

Closing brothels is closing eyes Closing brothels is closing eyes Utrechtse sekswerkers na de sluiting van het Zandpad Prof. Dr. Dina Siegel (UU) i.s.m. Prof. Dr. Henk van de Bunt (EUR); Dr. Brenda Oude Breuil (UU); Marjolein Goderie

Nadere informatie

NIEUWSBRIEF 2. Het Onderzoek

NIEUWSBRIEF 2. Het Onderzoek NIEUWSBRIEF 2 ZonMw akkoord met Onderzoek Van maart tot juli 2009 hebben we een vooronderzoek uitgevoerd om een eerste indruk te krijgen over hoe het nu gaat met binnen Nederland geadopteerden en hun adoptieouders.

Nadere informatie

Doorbreken cirkel van geweld! Hoe kunnen we een duurzame veilige situatie thuis creëren?

Doorbreken cirkel van geweld! Hoe kunnen we een duurzame veilige situatie thuis creëren? Doorbreken cirkel van geweld! Hoe kunnen we een duurzame veilige situatie thuis creëren? Effectonderzoek naar de aanpak huiselijk geweld in de G4 Majone Steketee Katinka Lünnemann Bas Tierolf Belangrijkste

Nadere informatie

Aanvullende informatie van het Koninkrijk der Nederlanden, voor het Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen

Aanvullende informatie van het Koninkrijk der Nederlanden, voor het Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen Aanvullende informatie van het Koninkrijk der Nederlanden, voor het Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen In zijn brief van 26 november 2012 1 heeft het Comité voor de uitbanning van

Nadere informatie

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013

Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Bijlage 7: Het onderwijsprogramma van de opleidingen Pedagogiek mei 2013 Visie opleidingen Pedagogiek Hogeschool van Amsterdam Wij dragen als gemeenschap en daarom ieder van ons als individu, gezamenlijk

Nadere informatie

Rapport (verkort) Naar aanleiding van de feitelijke uithuisplaatsing van een zesjarige jongen.

Rapport (verkort) Naar aanleiding van de feitelijke uithuisplaatsing van een zesjarige jongen. Rapport (verkort) Naar aanleiding van de feitelijke uithuisplaatsing van een zesjarige jongen. Oordeel De Kinderombudsman is van mening dat Bureau Jeugdzorg Noord-Brabant vestiging Oss en de politie Oost-Brabant

Nadere informatie

Stages in het flexibel semester. Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester

Stages in het flexibel semester. Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester Initiatiefvoorstel Fractie SAM Stages in het flexibel semester Initiatiefvoorstel voor het implementeren van studiepunten voor stages in het flexibel semester Fractie SAM Aan de universiteitsraad 13 november

Nadere informatie

Stimuleren van eigen kracht en sociale netwerken. Ervaringen uit het veld

Stimuleren van eigen kracht en sociale netwerken. Ervaringen uit het veld Stimuleren van eigen kracht en sociale netwerken Ervaringen uit het veld Overzicht programma Wie ben ik: - Philip Stein - masterstudent sociologie - afgerond A&O-psycholoog Programma: - half uur presentatie,

Nadere informatie

Dr. G.K.M.L. Wilrycx Promotor: Prof. dr. Ch. van Nieuwenhuizen Copromotoren: Dr. A.H.S. van den Broek Dr. M.A. Croon

Dr. G.K.M.L. Wilrycx Promotor: Prof. dr. Ch. van Nieuwenhuizen Copromotoren: Dr. A.H.S. van den Broek Dr. M.A. Croon Dr. G.K.M.L. Wilrycx Promotor: Prof. dr. Ch. van Nieuwenhuizen Copromotoren: Dr. A.H.S. van den Broek Dr. M.A. Croon Je takken worden weggerukt, Hard en meedogenloos, Even lijkt het leven niet meer te

Nadere informatie