ADVIES Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "ADVIES Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009"

Transcriptie

1 ADVIES Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009 WMO-platform Duiven p/a Stichting Gehandicaptenraad Duiven Rubensstraat LW Duiven Tel e-fax Mail HE/WMOP A08 (inclusief 4 bijlagen) 31 oktober 2008

2 INLEIDING Nadat het WMO-platform Duiven reeds eerder de ruwe contouren van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009 (verder: "Verordening 2009) heeft besproken, is deze - in de vorm zoals het College van B&W van de gemeente Duiven de Verordening 2009 met het oog op het indienen van zienswijzen heeft vastgesteld - in de vergadering van het WMO-platform Duiven d.d. 26 september 2008 besproken. Het College van B&W van de gemeente Duiven heeft op 23 september 2008 formeel verzocht om, binnen 6 weken, een advies over dit document uit te brengen. In verband met enkele drastische ontwikkelingen m.b.t. de zgn. besparingsbijdrage en het vraagstuk van delegatie van bevoegdheden m.b.t. de eigen bijdrage in de Wet maatschappelijke ondersteuning heeft het advies enkele dagen langer op zich laten wachten. Het zou ongepast zijn geweest om de adviezen die gebaseerd zijn op dergelijke ontwikkelingen niet eerst ter finale goedkeuring voor te leggen aan het WMO-Platform Duiven. Hetgeen heden, 31 oktober 2008, heeft plaatsgevonden. Bij onze advisering is gebruik gemaakt van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009, Conceptversie 15 juli 2008 (aangepast op 11 september 2008). Dit i.v.m. de consistentie van de artikelnummering. Zoals gebruikelijk heeft het WMO-platform Duiven, alvorens het advies aan het College van B&W toe te zenden, een concept van het advies voorgelegd aan de Cliëntenraad Duiven Groessen Loo, de Seniorenraad Duiven en de Stichting Gehandicaptenraad Duiven. Het voorliggende advies is het resultaat van deze besprekingen en het indienen van commentaren door de drie adviesraden. Uiteraard hopen wij met dit advies een constructieve bijdrage te hebben geleverd aan de totstandkoming van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning J.W. Egtberts, voorzitter WMO-Platform Duiven. Pagina 1

3 1 ALGEMENE OPMERKINGEN Besparingsbijdrage In art. 1, lid p Verordening 2009 is de zgn. "besparingsbijdrage" gedefinieerd. Allereerst een tekstuele opmerking over dit artikellid: in onze optiek zou de definitie - indien deze in stand gehouden zou worden, quod non - moeten luiden: "een door de belanghebbende * + door de belanghebbende wordt bespaard;". Het overige kan als niet relevant buiten beschouwing gelaten worden. Een opmerkelijke ontwikkeling heeft zich echter op 30 september 2008 voorgedaan: de Rechtbank te Zutphen heeft in een uitspraak (LJN: BF6623, zie Bijlage II) een bepaling, die inhoudt dat een belanghebbende in de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een besparingsbijdrage dient te betalen, onverbindend verklaard wegens strijd met de wet, i.c. de Wmo. Zonder hier al te veel inhoudelijk op deze uitspraak en de informatieve noot van mr. dr. M. Vermaat in te gaan kan gesteld worden dat deze uitspraak vérstrekkende gevolgen heeft voor verordeningen die in het kader van de Wmo door gemeenten worden opgesteld. Concreet betekent een en ander dat het begrip "besparingsbijdrage" én alle bepalingen die hiermee samenhangen, wegens onverbindendheid o.g.v. strijd met de wet, uit de Verordening 2009 geschrapt moeten worden. Wij stellen ons op het standpunt dat de gemeente Duiven in het kader van de bestaande jurisprudentie - eerst in het kader van de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en nu óók in het kader van de Wmo - elke vorm van besparingsbijdrage achterwege moet laten. Aangezien het hier, zoals uit de uitspraak blijkt, niet gaat om een vonnis dat voor hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep vatbaar is, moet er van worden uitgegaan dat deze jurisprudentie klip en klaar duidelijk maakt dat de besparingsbijdrage, die in de Wvg al in de vuilnisbak of -container terecht was gekomen, nu ook definitief voor de Wmo naar de prullenbak verplaatst kan worden. Advies A Het WMO-Platform Duiven adviseert met klem om - conform de wet, de wetsgeschiedenis en de nu aanwezige jurisprudentie - het begrip en de toepassing van de zgn. "besparingsbijdrage" te verwijderen uit de Verordening 2009 en bijbehorende toelichting. Uiteraard verwachten wij dat e.e.a. ook zal worden doorgezet in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Eigen bijdrage en besparingsbijdrage: delegatie aan College van Burgemeester en Wethouders Bij de discussie over de Verordening wet maatschappelijke ondersteuning 2007 van de gemeente Duiven is, met name door de voorzitter van het WMO-Platform Duiven, betoogd dat de Wmo géén ruimte biedt voor delegatie van vaststelling van inhoud en hoogte van eigen bijdragen. Of anders geformuleerd: de gemeenteraad - en niet het College van B&W - heeft, gelet op wet- en regelgeving rondom de Wmo, de bevoegdheid om te bepalen in welke gevallen de eigen bijdrage wordt opgelegd en te regelen wat de omvang van deze eigen bijdrage is. Deze bevoegdheid is, zoals nu ook blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Arnhem d.d. 8 september 2008 (LJN: BF1505, zie Bijlage III), een exclusieve bevoegdheid van de gemeenteraad en kan derhalve niet worden gedelegeerd aan het College van B&W, die dan in een besluit de eigen bijdrage (bestaan en hoogte) zou kunnen regelen. Voor de argumentatie verwijzen wij volledigheidshalve naar een samenvatting van de genoemde uitspraak met een noot van mr. H. van Rooij (Bijlage III) en het discussiestuk over delegatie van eigen bijdrage (Bijlage IV d.d. 14 augustus 2006, J.W. Egtberts). Pagina 2

4 Advies B Hoewel tegen de uitspraak nog hoger beroep open staat bij de Centrale Raad van Beroep (en dit hoger beroep zeker zal worden ingesteld) lijkt het ons zuiver om de gehele regeling met betrekking tot de eigen bijdrage uit het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009 te tillen en, zo spoedig mogelijk, als onderdeel van de Verordening 2009 door de gemeenteraad van de gemeente Duiven vast te laten stellen. Dit nieuwe onderdeel van de Verordening 2009 dient tevoren door het College van B&W, met verzoek om advies, te worden voorgelegd aan het WMO Platform. Het compensatiebeginsel of de compensatieplicht Een steeds weer terugkerende discussie is de uitleg van artikel 4 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo): is er sprake van een beginsel of van een plicht, waaraan de wet (Wmo of verordening) beperkingen kan stellen. Het amendement Van Miltenburg (Kamerstukken II, 30131, nr ) is daarover zeer duidelijk: "Ter vervanging van de verplichting gedurende drie jaar om te voorzien in met name genoemde producten en diensten strekt het nieuw geformuleerde artikel ertoe de algemene verplichting [accentuering: HE] aan gemeenten op te leggen om beperkingen in de zelfredzaamheid op het gebied van het voeren van een huishouden, het zich verplaatsen in en om de woning en om zich lokaal per vervoermiddel te verplaatsen, weg te nemen. * +" Geen beginsel derhalve, maar een verplichting. Het zou de gemeente Duiven dan ook sieren om dit in de Verordening 2009 klip en klaar te accepteren en in art. 1, sub b van deze verordening het begrip "Compensatieplicht" op te nemen. De Wmo biedt de gemeente Duiven voldoende aanknopingspunten om, daar waar nodig, deze (algemene) verplichting nader te nuanceren en te beperken. Advies C Het WMO-Platform Duiven adviseert met klem om - conform de wet en wetsgeschiedenis - de aanhef van art. 1, sub b van de Verordening 2009 te wijzigen in de term "Compensatieplicht". Voor de uitwerking van deze plicht hoeft e.e.a. niet tot wijzigingen te leiden. Algemeen gebruikelijk en goedkoopst adequaat Een zich herhalende discussie, die het WMO-Platform Duiven deels ook al in het advies m.b.t. de Verordening 2007 heeft aangekaart 2, is de uitleg van termen als "algemeen gebruikelijk" en "goedkoopst adequaat". Deze terminologie wordt in een aantal artikelen van de Verordening 2009 gehanteerd. Voorop staat dat het WMO- Platform Duiven geen voorstander is van een zéér ruimhartig verstrekkingsbeleid. De beschikbare budgetten voor de uitvoering van de Wmo staan reeds voldoende onder druk: het verdient de voorkeur om iedereen die daar recht op heeft in aanmerking te laten komen voor één of meerdere voorzieningen in het kader van de Wmo en, om een en ander betaalbaar te houden, via de systematiek van besparingsbijdragen en eigen bijdragen 3 de belanghebbende naar draagkracht mee te laten betalen aan zijn of haar voorziening(en). Niet kan ontkend worden dat termen als "algemeen gebruikelijk" en "goedkoopst adequaat" relatieve begrippen zijn, die - voor zover niet uitgewerkt in het (nog vast te stellen) Besluit zeer rekbaar zijn. In algemene zin is het WMO-Platform Duiven geen voorstander van een beleid om, door middel van zich nog te ontwikkelen jurisprudentie omtrent deze kwesties, het aan de bestuursrechter over te laten om deze begrippen in te kleuren. 1 Ingediend door Van Miltenburg, Mosterd, Bakker, Azough, Kraneveldt, Kant, Rouvoet, Van der Vlies en Verbeet. 2 WMOP A03 d.d. 14 augustus 2006, pag. 15, advies nr Over deze zaken zal pas inhoudelijk een discussie gevoerd kunnen worden bij het Besluit 2009, waarvan wij het eerste concept inmiddels hebben kunnen bestuderen. Pagina 3

5 Daarnaast verdient één kwestie rondom de term "goedkoopst adequaat" extra aandacht. In art. 6, lid 1, sub b Verordening 2009 wordt het zgn. persoonsgebonden budget geclausuleerd. Wederom wordt hier aangegeven: "* + de omvang van het persoonsgebonden budget is de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequaat [accentuering: HE] te verstrekken voorziening in natura, indien nodig aangevuld met een vergoeding voor instandhoudingkosten * +" Onder verwijzing naar ons advies WMOP A03 d.d. 14 augustus 2006 dringen wij er wederom op aan om ruimhartig met dit begrip om te gaan. Concreet gaat het om het volgende: de gemeente Duiven is in staat om, via openbare aanbestedingen, bij leveranciers van voorzieningen zéér scherpe prijzen te bedingen. Het gaat dan vaak om prijzen die ca. 25 tot 30% onder de normale marktprijs liggen. Indien nu een PGB-houder de beschikking krijgt over een budget dat gelijk is aan de tegenwaarde van de natura voorziening (gebaseerd op de prijs die de gemeente Duiven voor een voorziening in natura betaalt), dan valt niet in te zien hoe de PGBhouder met dit budget een gelijkwaardige voorziening in kan kopen. De facto is het PGB-budget dan niet hoger dan 70 tot 75% van de daadwerkelijke marktprijs. Al eerder is het argument gebruikt dat de wettelijke regeling rondom het persoonsgebonden budget (art. 6 Wmo) ruimte laat voor deze interpretatie: in dit wetsartikel wordt de zinsnede "* + een hiermee vergelijkbaar persoonsgebonden budget * +" gebruikt. Amendement 100 bij de Wmo 4 maakt echter duidelijk dat het te ontvangen bedrag voldoende moet zijn om (zelfstandig) zorg (lees: voorzieningen) in te kopen. Indien echter het PGB niet hoger is dan 70-75% van het marktconforme tarief kan in onze optiek niet meer gesproken worden over een reële keuze tussen een voorziening in natura en een persoonsgebonden budget. Een korte illustratie met (fictieve) bedragen kan e.e.a. zeer duidelijk maken. Een belanghebbende heeft, conform alle regels, recht op verstrekking van een scootmobiel. De marktprijs van een voor hem/haar passende scootmobiel is De gemeente Duiven heeft bij de leverancier van deze scootmobielen een korting van 30% (volgens ambtenaren van de gemeente Duiven een reëel percentage). Feitelijk zou de gemeente Duiven bij het verstrekken van deze voorziening in natura derhalve moeten betalen. Wil nu de belanghebbende gebruik maken van het recht op een PGB, dan zou het begrip "goedkoopst adequaat twee dingen kunnen betekenen: a. de belanghebbende heeft recht op een PGB ter hoogte van de marktprijs, zijnde 4.000; b. de belanghebbende heeft recht op een PGB ter hoogte van de prijs die de gemeente Duiven daadwerkelijk zou moeten betalen indien de versrekking in natura zou geschieden, zijnde Het moge duidelijk zijn dat optie b. geen reële mogelijkheid biedt dat de belanghebbende in staat is om (zie art. 6 Wmo) een kwalitatief gelijkwaardige voorziening aan te schaffen. Kamerstukken II 30131, nr. 100 (m.n. de toelichting daarop) spreekt van "* + dient voldoende te zijn om zorg in te kunnen kopen." Het WMO-Platform Duiven is van mening dat slechts optie a. voldoet aan dit criterium en derhalve aan de wet. Alleen indien gekozen wordt voor deze optie is er sprake van een gelijkwaardige positie van belanghebbenden met een voorziening in natura en belanghebbenden met een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget. Advies D Het WMO-Platform Duiven adviseert het College van B&W en- voor zover nodig - de Gemeenteraad om bij de invulling van het begrip "goedkoopst adequaat" in relatie tot een persoonsgebonden budget uit te gaan van de marktconforme prijs van een voorziening en derhalve niet van de door de gemeente Duiven bedongen prijzen, waarin kortingstarieven van ca. 25 tot 30% verdisconteerd zijn. Bruikleen en eigendom In de Verordening 2009 wordt herhaalde malen een onderscheid gemaakt tussen verstrekkingen in bruikleen en verstrekkingen in eigendom. Het meest opvallend is dat bij de verstrekking in natura van een voorziening in 4 Kamerstukken II, 30131, nr Pagina 4

6 het algemeen gesproken wordt van een verstrekking in bruikleen (art. 4 Verordening 2009), terwijl bij een PGB de betreffende voorziening het eigendom lijkt te worden van belanghebbende. Daarnaast valt te betwijfelen of de regelingen met betrekking tot woningaanpassingen (art. 17 en 21 Verordening 2009) afgestemd zijn op de bepalingen rondom eigendom en natrekking van het Burgerlijk Wetboek (zie: art. 3 en 4 Boek 3 j o art. 3 Boek 5 BW). Het verdient de voorkeur om de Verordening 2009 juridisch aan te laten sluiten bij de mogelijkheden en beperkingen die het Burgerlijk Wetboek aan eigendom stelt 5. Dit houdt, in onze optiek, in dat alle voorzieningen die aard- en nagelvast verbonden worden aan een woning door natrekking eigendom worden van de eigenaar van de woning. Alle roerende zaken, verkregen door een verstrekking in natura of door middel van een PGB, dienen daarentegen door middel van een bruikleen- of huurovereenkomst in eigendom te blijven van de gemeente Duiven, om - zo mogelijk - later opnieuw aan (eventueel een andere) belanghebbenden verstrekt te kunnen worden. De herplaatsbare losse woonunit (art. 17 Verordening 2009) dient, om natrekking te voorkomen, hetzij in de beschikking als roerende zaak aangemerkt te worden, hetzij - inclusief plaatsings- en aansluitkosten e.d. - aan belanghebbende verhuurd te worden 6. Advies E Het WMO-Platform Duiven adviseert om de Verordening 2009 met betrekking tot roerende en onroerende voorzieningen in overeenstemming te brengen met de bepalingen in het Burgerlijk Wetboek. Daarnaast dient het onderscheid tussen verstrekkingen in natura en d.m.v. een PGB op dit gebied te vervallen. Overdracht budgethouderschap Art. 1, sub u gaat in op de definitie van de zgn. "budgethouder": een persoon aan wie ingevolge de Verordening 2009 een persoonsgebonden budget is toegekend. Vervolgens wordt voorgesteld: "In overleg met en na goedkeuring van de gemeente kan het budgethouderschap overgedragen worden aan iemand anders dan belanghebbende." Hoewel de strekking van deze bepaling begrijpelijk is, gaat het niet aan om in het kader van de uitvoering van de Wmo belanghebbende anders te behandelen dan bijvoorbeeld in de Wet Werk en Bijstand (WWB) of de Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Formeel dient belanghebbende zeggenschap te hebben over het budget dat in het kader van de Wmo en de Verordening 2009 aan hem/haar wordt toegekend. Art. 6 Wmo biedt, met de zinsnede "* + tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan." de ruimte om niet de belanghebbende maar een derde het beheer te laten voeren over het persoonsgebonden budget. Hierbij zouden echter de zelfde regels moeten gelden die in het algemeen gelden voor het overdragen van de zeggenschap over eigen middelen: ondercuratelestelling, bewindvoering, zaakwaarneming en wettelijke vertegenwoordiging in algemene zin bieden daarbij voldoende aanknopingspunten. De gemeente Duiven kan, in voorkomende gevallen waar twijfel is aan het handelingsvermogen van belanghebbende, een voorwaarde verbinden aan de toekenning van een persoonsgebonden budget. Daarnaast kan - in andere gevallen - juist de beschikking inhouden dat slechts aan belanghebbende zelf het persoonsgebonden 5 Een en ander sluit aan bij de tekst die is opgenomen in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009 (nog niet vastgesteld), zie daar in art. 6. De belanghebbende dient blijkbaar bepaalde voorzieningen "* + aan de gemeente * + worden teruggegeven * +". Dit kan alleen zo zijn indien sprake is van bruikleen. 6 Vraag is of, door het opnemen van de bepaling in de beschikking dat de herplaatsbare losse woonunit een roerende zaak is, de eigendomsrechten ondubbelzinnig bij de gemeente Duiven blijven. Een en ander zal door de burgerlijke rechter getoetst worden aan wet en jurisprudentie. Bij verhuur, eventueel in combinatie met een financiële tegemoetkoming ter dekking van de huurkosten, is een en ander in onze optiek beter afgedekt. 7 Deze wet is geïntegreerd in de Faillissementswet, Titel III - Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen. Pagina 5

7 budget wordt verstrekt. Het is echter ondenkbaar dat de gemeente Duiven hogere eisen stelt aan het ter beschikking stellen van een persoonsgebonden budget aan belanghebbende dan aan een aanvrager van algemene en/of bijzondere bijstand in het kader van de WWB. Advies F In onze optiek dient art. 1, sub u Verordening 2009 aangepast te worden, zodanig dat - op initiatief van de gemeente Duiven en/of belanghebbende - het budgethouderschap kan worden overgedragen aan een curator, bewindvoerder, schriftelijk gevolmachtigde of (in laatste instantie) zaakwaarnemer, dan wel aan de wettelijk vertegenwoordiger van belanghebbende. Overige algemene opmerkingen In deze Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009 wordt herhaalde malen de term "aantoonbare beperking" gebezigd. Deze term komt in de Wmo niet voor en is in zeer veel gevallen niet te handhaven bij mensen met psychische en/of psychosociale problemen. Zelfs valt te stellen dat een groot aantal lichamelijk beperkingen en chronische ziekten niet "medisch aantoonbaar" (bijv.: post-whiplash syndroom, multiple sclerose [ME] etc.). Het lijkt dan ook voor de hand te liggen om het woord "aantoonbaar" consequent uit de Verordening 2009 en de bijbehorende toelichting te schrappen en volledig aan te haken bij de "International Classification of Functioning, Disability and Health" (ICF-kwalificaties). Ook de term "goedkoopst adequaat" is een ongewenste erfenis uit de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg). Een individuele voorziening hoort een middel te zijn om het doel van de zelfstandige participatie te bevorderen. Dit kan alleen als dit wordt afgestemd op iedere aanvrager afzonderlijk, waarbij rekening gehouden moet worden met persoonlijke omstandigheden. Hier past een standaard goedkoopst adequate oplossing lang niet altijd bij. Om recht te doen aan de doelstelling van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) adviseren wij u deze term "goedkoopst adequaat" uit de Verordening 2009 en bijbehorende toelichting te verwijderen. Er wordt in de Verordening 2009 écht onvoldoende aandacht besteed aan de compensatieplicht jegens mantelzorgers en vrijwilligers. In artikel 4 Wmo is de opname van mantelzorgers en vrijwilligers als specifieke doelgroepen voor de compensatieplicht van een gemeente vastgelegd. De Wmo schept ruimte voor drie gemeentelijke benaderingen om een mantelzorger te compenseren: 1. de gemeente ontlast een mantelzorger door het bevorderen van zelfredzaamheid van diegene waar de mantelzorger voor zorgt. Het bevorderen van de zelfredzaamheid heeft een verlichting van het werk van de mantelzorger tot gevolg. 2. de gemeente compenseert beperkingen, die een mantelzorger ondervindt bij zijn eigen werkzaamheden. Denk hier bijvoorbeeld aan een te zware taak voor de mantelzorger om iemand in en uit bad te tillen. 3. de gemeente voorkomt dat een mantelzorger overbelast raakt. Overbelasting kan voorkomen omdat de mantelzorger het huis niet meer uitkomt. En ook voor mantelzorgers is participatie in de zin van het ontmoeten van anderen en deelname aan sociale verbanden van belang. De gemeente kan dan bijvoorbeeld zorg dragen voor goede vervanging van de mantelzorger, zonder nieuwe aanvraag of indicatie. Ook kan een gemeente contacten tussen mantelzorgers stimuleren. Ook vrijwilligers zijn genoemd als doelgroep voor de compensatieplicht. Dit onderschrijft het belang dat een gemeente aan vrijwilligers hecht. De Wmo schept ruimte voor twee gemeentelijke benaderingen: 1. vrijwilligers met beperkingen. Zij kunnen - als ze dat willen - als vrijwilliger hun bijdrage aan de samenleving leveren. In deze opzet gaat het om zelfredzaamheid en participatie. 2. vrijwilligers zonder beperkingen. Bij deze groep vrijwilligers is zelfredzaamheid geen probleem. Wel kunnen ook zij belemmeringen in hun participatie als vrijwilliger ondervinden doordat zij bijvoorbeeld te hoge kosten voor vervoer en andere kosten moeten betalen. Pagina 6

8 Het spreekt vanzelf dat wij van mening zijn dat bovenstaande punten tot uitdrukking zouden moeten komen in deze verordening. Advies G Wij adviseren om, indien het gewenst is tot een evenwichtige en zorgvuldige Verordening 2009 te komen, aandacht te besteden aan de bovenstaande punten. Dat betekent in ieder geval: - dat de term "aantoonbare beperkingen" (o.a. in art. 1, lid b en c Verordening 2009) gewijzigd wordt in de meer neutrale term "beperkingen" (met een eventuele verwijzing naar de ICF-kwalificatie); - dat de term "goedkoopst adequaat" geschrapt wordt uit de Verordening 2009 en bijbehorende toelichting en recht gedaan wordt aan de compensatieplicht en het individuele maatwerk dat de Wet maatschappelijke ondersteuning van gemeenten vergt; - dat meer volledig aandacht besteed wordt aan de compensatieplicht die geldt ten opzichte van mantelzorgers en vrijwilligers: wij verwijzen daarbij naar het bovenstaande en gaan er vanuit dat - daar waar nodig - de betreffende bepalingen van de Verordening 2009 worden uitgebreid, aangepast en/of aangescherpt. Pagina 7

9 2 ARTIKELSGEWIJZE BEHANDELING Terecht wordt, in navolging van art. 1:2, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in de Verordening 2009 de term "belanghebbende" gehanteerd voor de aanvrager van cq rechthebbende op een voorziening in het kader van de Wmo. Helaas is deze term nog niet overal even consequent doorgevoerd. Het gaat te ver om alle artikelen en de tekst in de toelichting op de Verordening 2009 op te sommen: overal waar dat juist geacht kan worden dient de term "belanghebbende" gehanteerd te worden. Overigens dient in art. 1, sub c 8 Verordening 2009 een verwijzing opgenomen te worden naar art. 1:2, lid 1 Awb 9. Advies 1 Pas de Verordening 2009 en de toelichting daarop aan, zodanig dat overal en consequent gebruik gemaakt wordt van de term belanghebbende indien het gaat om een (mogelijke) aanvrager in het kader van de Wmo. Verwijs in art. 1, sub c Verordening 2009 naar art. 1:2, lid 1 Awb. In art. 1, lid f Verordening 2009 wordt de term "voorzieningen" gebruikt, echter met een andere betekenis dan volgens de definitie in art. 1, lid i van de verordening. Om misverstanden te voorkomen en consequent taalgebruik te handhaven zou deze tekst gewijzigd moeten worden. Advies 2 De tekst van art. 1, lid f Verordening 2009 dient gewijzigd te worden, zodanig dat de term "voorzieningen" hierin niet (meer) voorkomt. Als voorstel voor een alternatieve tekst zou kunnen dienen: "* + vermogen om mogelijkheden te scheppen, die * +". In de Wmo is voor gemeenten de verplichting opgenomen individuele voorzieningen te treffen. De Wmo kent de term "voorliggende collectieve voorzieningen" of "algemene voorzieningen" in het geheel niet. Toch wordt in de Verordening 2009 op diverse plaatsen, m.n. in art. 1, lid h, het begrip "algemene voorziening" opgevoerd in de definities. In de Nadere Memorie van Antwoord op de Wmo 10 is door de regering gesteld: "De leden van de PvdA-fractie vragen uitleg van de regering over de verhouding tussen voorliggende collectieve voorzieningen en het persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 6 Wmo. De Wmo kent het begrip «voorliggende collectieve voorziening» niet. Wanneer de leden van de PvdA-fractie hier doelen op de casus van een gemeente die collectieve voorzieningen wil aanbieden, die «voorgaan op» de keuzevrijheid als bedoeld in artikel 6 wijst de regering op de strekking van dit artikel, dat gemeenten gebiedt om haar burgers de keuze te laten tussen een voorziening in natura of een persoongebonden budget tenzij daartegen overwegende bezwaren bestaan. Het creëren van een systeem van collectieve voorzieningen dat voor gaat op het bieden van keuzevrijheid, is derhalve niet in overeenstemming met de wet, tenzij tegen het bieden van de keuze, overwegende bezwaren bestaan." Door algemene voorzieningen als voorliggend aan de Wmo te bestempelen, gaat de Verordening 2009 aldus tegen de wet en strekking cq doelstelling van de wet in, met uitzondering overigens van het zgn. collectieve vervoer. Alleen wanneer (bijv. door de rechter) wordt bepaald dat er overwegende bezwaren bestaan tegen het bieden van keuzevrijheid in een bepaalde situatie (individueel maatwerk), zal een algemene voorziening mogen worden getroffen. 8 Overigens is in art. 1 Verordening 2009 verwarrend gebruik gemaakt van hoofd- en kleine letters. Conform de gebruiken in dit soort regelgeving gaan wij er vanuit dat de onderdelen van art. 1 Verordening 2009 met kleine letters aangeduid dienen te worden. 9 Art. 1:2, lid 1 Awb: "Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken." 10 Eerste Kamer, vergaderjaar , , E. Pagina 8

10 Advies 3 Wij adviseren, op basis van het bovenstaande, om elk gebruik van termen als "algemene voorziening" of "voorliggende (collectieve) voorziening" uit de Verordening 2009 en bijbehorende toelichting te schrappen. In art. 1, sub j Verordening 2009 wordt gesproken over "* + waarop de regels van het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 11 (Algemene maatregel van Bestuur) van toepassing zijn." Aangenomen mag worden dat ook de bepalingen van het (gemeentelijk) Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009 (verder: Besluit 2009) op de eigen bijdrage of het eigen aandeel in de kosten van toepassing is. Advies 4 Art. 1, sub j Verordening 2009 moet tekstueel worden aangepast, aangezien de citeertitel van de AMvB onjuist is. Daarnaast moet een verwijzing opgenomen worden naar het (gemeentelijk) Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Een - zo het op het eerste gezicht lijkt - tekstuele opmerking: art. 1, sub r Verordening 2009 spreekt van "* + ongehuwd samenwonenden en andere volwassenen * +". Uiteraard dient hier de term "volwassenen" vervangen te worden door de term "meerderjarigen", waarbij echter nog steeds onduidelijk is om welke juridische vorm van meerderjarigheid het hier gaat. Hierover zal in de verordening en/of de toelichting duidelijkheid verschaft moeten worden. Wellicht dient hier gebruik gemaakt te worden van hetgeen in de Toelichting voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009 wordt opgemerkt ad art. 1, lid q over de terminologie van volwassene cq meerderjarige. Volgens het Burgerlijk Wetboek is een persoon meerderjarig (niet minderjarig: art. 1:233 BW) op de dag dat hij/zij de leeftijd van 18 jaar bereikt of op de dag dat hij/zij in het huwelijk treedt. Het gaat hier om wettelijke meerderjarigheid, gekoppeld aan volledige handelingsbekwaamheid. Overigens bepaalt het Burgerlijk Wetboek tevens - hier overigens niet relevant - dat ouders/verzorgers verplicht zijn te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van meerderjarige kinderen tot de leeftijd van 21 jaar. Advies 5 In art. 1, sub r Verordening 2009 dient de term "volwassenen" vervangen te worden door de term "meerderjarigen". In de definitie van "gebruikelijke zorg" (art. 1, sub s Verordening 2009) wordt - helaas - niet verwezen naar het Protocol Gebruikelijke Zorg 12 van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). Dit klemt des te meer omdat in de beoordeling op het gebied van recht op zorg, voor zover ons bekend, dit protocol de leidraad is voor de bepaling van én de aanwezigheid én de mate van gebruikelijke zorg. Omdat dit protocol een zo prominente plaats inneemt in de zorgtoewijzing - in het kader van de Wmo en voorheen in het kader van de AWBZ - zou het juist zijn om dit protocol met naam en toenaam te noemen in de Verordening 2009 en niet te volstaan met een verwijzing daarnaar in de toelichting 13 op de Verordening Hier wordt waarschijnlijk bedoeld: Besluit maatschappelijke ondersteuning, d.d. 2 oktober 2006, Stb 2006, Protocol Gebruikelijke Zorg, Centrum Indicatiestelling Zorg. Driebergen, april Een toelichting op een verordening is, net als een toelichting op een landelijke wetgeving, géén zelfstandige wetgeving en kan slechts dienen als toelichting voor diegenen die de gemeentelijke verordening (wet in materiële zin) moeten uitvoeren en - bij bezwaar en beroep - beschikkingen op basis van deze verordening moeten toetsen. Pagina 9

11 Advies 6 Voorgesteld wordt om in art. 1, sub s Verordening 2009 expliciet een verwijzing op te nemen naar het Protocol Gebruikelijke Zorg. Met betrekking tot art. 1, sub t Verordening 2009 (Respijtzorg) een tweetal opmerkingen. Het betreft allereerst de vaagheid van de term "langdurig". Ook in de toelichting op de Verordening 2009 is deze term niet nader ingevuld. Voor maximale duidelijkheid in de verordening kan volstaan worden met de invulling van deze term door bijvoorbeeld een termijn van drie (3) maanden aan deze respijtzorg te koppelen 14. Daarnaast zal (zie 1) juist hier ook de mantelzorger betrokken moeten worden: ook ten aanzien van de mantelzorger bestaat een compensatieplicht, die zich o.a. uit door het bieden van respijtzorg. Advies 7a Voorgesteld wordt om art. 1, sub t Verordening 2009 te wijzigen in: "Respijtzorg is de tijdelijke vervanging van gebruikelijke zorg * + waarbij degene die langdurig, zijnde meer dan drie (3) maanden, gebruikelijke zorg levert * +" Advies 7b In art. 1, sub t Verordening 2009 dient de term "gebruikelijke zorg" aangevuld worden: steeds dient hier te staan "gebruikelijke zorg en/of mantelzorg". In art. 1 Verordening 2009 ontbreekt, onzes inziens ten onrechte, de definitie van een beschikking. Hier kan aangehaakt worden bij art. 1:3, lid 2 Awb, waarin de definitie van een beschikking in het algemeen is opgenomen. Advies 8 In art. 1 Verordening 2009 dient een artikellid toegevoegd te worden, waarin een beschikking wordt gedefinieerd als: "Een beschikking is, met inachtneming van art. 1:3, lid 2 Awb, het schriftelijke document waarin het besluit van het College van Burgemeester en Wethouders op de aanvraag van belanghebbende is vastgelegd." Artikel 2 is getiteld "Beperkingen bij het compensatiebeginsel". Zoals hierboven (pag. 2) reeds is aangegeven verdient het de voorkeur om gebruik te maken van de term compensatieplicht. In art. 2, lid 2, sub a Verordening 2009 wordt (wederom) gesproken over de langdurigheideis. Ook hier wordt geadviseerd om deze term handen en voeten te geven. In dit geval zou in onze optiek ook hier 15 sprake moeten zijn van een termijn van drie (3) maanden. Advies 9 Voorgesteld wordt om art. 2, lid 2, sub a Verordening 2009 te wijzigen in: "deze langdurig, zijnde minimaal drie (3) maanden, noodzakelijk is * +". 14 Daarbij wordt uitgegaan van de definitie die in het (nog niet vastgestelde) Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009 (art. 4, lid 2 Besluit 2009). 15 Zie noot 13. Pagina 10

12 Advies 10 Een tekstuele opmerking tussendoor: art. 2, lid 3 sub f spreekt van "versterkte". Hier dient uiteraard te staan: "verstrekte". In art. 3, sub c Verordening 2009 wordt het verstrekken van een voorziening geclausuleerd m.b.t. het uitrustingsniveau. Geen voorziening wordt toegekend, zo zegt dit artikelonderdeel, voor zover de aangevraagde voorzieningen betrekking hebben op een hoger niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw. Voor zover ons bekend voldoet het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw in vele opzichten niet aan eisen van toegankelijkheid en/of levensloopbestendigheid. Het is nu juist voor - onder andere - woningaanpassingen die het voorzieningenniveau overstijgen van de sociale woningbouw dat mensen met een beperking één of meerdere voorzieningen in het kader van de Wmo aanvragen (traplift, verhoogd toilet etc.). De formulering van het artikelonderdeel, dat de facto dit soort voorzieningen uitsluit van verstrekking in het kader van de Wmo, is in onze optiek zelfs strijdig met art. 4, lid 1, sub a en b Wmo. Advies 11 Indien de (woon)voorzieningen in het kader van de Verordening 2009 geclausuleerd dienen te worden, dan kan beter aansluiting gezocht worden bij - zo nodig - minimale eisen van toegankelijkheid en levensloopbestendigheid. Dat laat echter onverlet dat van kracht blijft: "Artikel 4 (Wmo) 1. Ter compensatie van de beperkingen * +, treft het college van burgemeester en wethouders voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die hem in staat stellen: a. een huishouden te voeren; b. zich lokaal te verplaatsen in en om de woning; c. * +" Artikel 3 Verordening 2009 is, zoals het nu geformuleerd is, mogelijk in strijd met de Wmo. Art. 6 Wmo bepaalt dat slechts een uitzondering op de keuzevrijheid tussen een voorziening in natura en een persoonsgebonden budget mogelijk is indien hier overwegende bezwaren bestaan. Onder verwijzing naar de tekst en toelichting op het amendement gaat het er hier om dat "* + er overwegende bezwaren bestaan tegen de toekenning van een persoonsgebonden budget aan de betreffende persoon." Concreet betekent dit dat een en ander wellicht in het Besluit 2009 geregeld kan worden, maar het gaat dan om algemene beleidsregels met betrekking tot de weging van individuele kenmerken en eigenschappen van de belanghebbende. Het kan en mag niet zo zijn dat hier geen sprake meer zou zijn van individuele toetsing. Overigens verwijzen wij hier - voor wat betreft de overdracht van het budgethouderschap - naar advies D in 1. Advies 12 Voorgesteld wordt om de tekst van het tweede deel van art. 3 Verordening 2009 aan te passen, zodanig dat geen sprake meer kan zijn van strijdigheid met art. 6 Wmo. Wij stellen als tekst voor: "Het college stelt in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2009 vast welke individuele kenmerken en eigenschappen als wegingsfactoren een rol spelen bij de bepaling of een belanghebbende al dan niet de keuze krijgt tussen een voorziening in natura en een persoonsgebonden budget, een en ander in overeenstemming met de clausulering die is opgenomen in art. 6 Wmo." In art. 6, lid 5 Verordening 2009 wordt gesproken van het "per ommegaande" verstrekken van informatie. Vanzelfsprekend is een dergelijke term volstrekt ongepast. De belanghebbende dient een redelijke tijd ter beschikking te hebben om de gevraagde informatie en stukken ter beschikking te stellen van het College van B&W. 16 Kamerstukken II, 30131, nr Pagina 11

13 Daarbij kan (wederom) aangehaakt worden bij de term "redelijke termijn", zoals die gebruikt wordt in art. 4:13, lid 1 en 2 van de Awb wanneer het gaat om het verschaffen van informatie. Het behoort tot de ongeschreven algemene beginselen van behoorlijk bestuur dat een burger op gelijke voet behandeld wordt als het bestuursorgaan waarmee hij te maken heeft. Advies 13 Voorgesteld wordt om de term "per ommegaande" in art. 6, lid 5 Verordening 2009 te vervangen door "binnen redelijke termijn". Art. 7 Verordening 2009 geeft aanleiding om "terug te springen" naar Hoofdstuk 1, art. 1, sub j en p. Het gaat hier niet meer om de discussie óf een eigen bijdrage cq besparingsbijdrage geheven kan en/of mag worden (niet). Veeleer zit het knelpunt in de zgn. "samenloop" of stapeling van bijdragen: zowel de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) als de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kennen een eigen bijdrage systematiek. Het is bekend dat, indien mensen een eigen bijdrage voor één of meerdere van deze wetten niet kunnen opbrengen, zij beroep kunnen doen op bijzondere bijstand in het kader van de WWB. Het lijkt ons echter verstandig om - en dit kan in art. 7 Verordening 2009 reeds ingezet worden en nadere uitwerking krijgen in het Besluit een eventuele eigen bijdrage, eigen aandeel in de kosten en/of besparingsbijdrage in onderlinge samenhang te bekijken. Een en ander is des te meer gewenst omdat, buiten de definitie in art. 1, sub p Verordening 2009, niets geregeld is rondom het opleggen van een eventuele besparingsbijdrage. Uitsluitend begripsbepaling kan - volgens de huidige wetgeving en jurisprudentie - géén grondslag zijn voor het opleggen van een financiële verplichting aan een belanghebbende. Advies 14 Art. 7 Verordening 2009 zou moeten worden aangepast, zodanig dat alle financiële bijdragen van belanghebbende onder dit artikel komen te vallen. Wij stellen dan ook voor om het artikel als volgt te wijzigen: "Artikel 7 - Eigen bijdragen, eigen aandeel en besparingsbijdrage Bij het verstrekken van een individuele voorziening op grond van de wet kan de belanghebbende een eigen bijdrage verschuldigd zijn, kan hij op basis van zijn inkomen een eigen aandeel in de kosten van de voorziening moeten dragen of kan hem een besparingsbijdrage opgelegd worden. Het college regelt in het Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Duiven de omvang van deze eigen bijdrage, dit eigen aandeel of deze besparingsbijdrage per voorziening, een en ander in onderlinge samenhang." Een kennelijke verschrijving heeft plaatsgevonden in art. 9, lid b Verordening Hier dient te staan: "problemen bij het uitvoeren * +". Advies 15 Wij stellen voor om art. 9, lid b Verordening 2009 aan te passen, zodat hier staat: "problemen bij het uitvoeren * +". De omschrijving van art. 11 Verordening 2009 is zeer ongelukkig gekozen. Niet valt in te zien hoe een belanghebbende de term "* +, afgerond naar decimalen, * +" moet kunnen lezen. Het zou de voorkeur hebben om hier te spreken van afronding naar "normale tijdseenheden" zoals een kwartier (1/4 uur) of tien minuten (1/6 uur). Zeker deze laatste omschrijving heeft verreweg de voorkeur, aangezien op deze wijze geen enkele discussie kan ontstaan over de rechten die hieraan ontleend kunnen worden. Pagina 12

14 Advies 16 Voorgesteld wordt om art. 11 Verordening te wijzigen in: "* + in uren, afgerond naar eenheden van tien (10) minuten (1/6 uur), per week." Art. 18 Verordening 2009 levert, zoals gebruikelijk, wederom enige hoofdbrekens op. Hoewel de tekst niet gewijzigd is ten opzichte van de vorige verordening, is in de praktijk gebleken dat er een tweetal problemen over het hoofd gezien worden: a. er is geen adequate regeling wanneer sprake is van co-ouderschap van (m.n. minderjarige) mensen met een beperking: in dergelijke gevallen (zie art. 18, lid b Verordening 2009) zou het mogelijk moeten zijn om niet één maar twee woonruimten bezoekbaar te maken; b. de problematiek op grond van art. 18, lid e Verordening 2009 is legio: het begrip "bezoekbaar maken" sluit absoluut niet op de behoefte aan, het is in veel gevallen noodzakelijk dat een woonruimte "logeerbaar" gemaakt wordt (dus niet alleen woonruimte, woonkamer en toilet maar óók slaapverblijf en badkamer). Advies 17a Art. 18, lid b Verordening wordt in ons voorstel als volgt aangevuld: "* + kan één woonvoorziening, en in geval van wettelijk co-ouderschap twee, getroffen worden * +". Advies 17b Wij adviseren om art. 18, lid e Verordening 2009 te herschrijven: "Onder bezoekbaar maken (HE: we laten de terminologie verder in stand) wordt verstaan het middels een woonvoorziening bewerkstelligen dat de belanghebbende de woonruimte, de woonkamer, een toilet, een slaapkamer en een badkamer kan bereiken en gebruiken." Art. 19 Verordening 2009 dient op een aantal punten aangepast te worden. Het gaat hier om min of meer tekstuele aanpassingen. Wij vatten ze samen in het volgende advies. Advies 18 - Allereerst art. 19, lid c Verordening 2009: "deze" zou bij voorkeur gewijzigd moeten worden in "de aanvraag; - Art. 19, lid e Verordening 2009: de 2 e en 3 e regel (iets gewijzigd) opnemen als apart lid 19, lid f Verordening 2009: "de belanghebbende verhuisd is vanuit * +"; - Uiteraard dienen de daaropvolgende leden vernummerd te worden. In art. 20 Verordening 2009 staat een ongerijmdheid. In eerste instantie wordt gesproken over de waardestijging als gevolg van de aangebrachte woonvoorziening. Echter aan het einde van het artikel wordt gesproken over een waardestijging van de woning, zonder daarbij de aangebrachte woonvoorziening te betrekken. Het lijkt voor de hand te liggen om te spreken over de "meerwaarde als gevolg van de woonvoorziening(en)". Advies 19 Voorgesteld wordt om de laatste volzin van art. 20 Verordening 2009 te wijzigen in: "De meerwaarde van de woning als gevolg van de aangebrachte woonvoorziening(en) dient volgens het * +" Wij gaan er vanuit dat in art. 26 Verordening 2009 ten onrechte niet genoemd wordt de sportrolstoel in natura. Ook al gaat het hier - meer nog dan in veel andere gevallen - om maatwerk, wij zien geen reden om als het gaat om de sportrolstoel alleen een PGB beschikbaar te stellen en hier de keuzevrijheid overboord te zetten. Pagina 13

15 Advies 20 Wij adviseren om in art. 26 een artikellid toe te voegen waarin is opgenomen: "een sportrolstoel in natura;". Een storende fout is opgenomen in art. 28 Verordening Hier wordt verwezen naar art. 27, lid 2: uiteraard dient dit art. 27, lid a van de Verordening 2009 te zijn. Advies 21 Wijzig "* + artikel 27 lid 2 * +" in "art 28 Verordening 2009 in "* + art. 27, lid a * +". Met betrekking tot Hoofdstuk 7 een aantal tekstuele opmerkingen. Deze worden achtereenvolgens opgesomd, met uitzondering van die gevallen waarin "de aanvrager" gewijzigd moet worden in "de belanghebbende" (zie reeds hierboven). Advies 22 Het gaat om de volgende tekstuele wijzigingen: a. art. 31, lid 1, aanhef: "* +, degene door wie een aanvraag is ingediend: * +" wijzigen in "* + belanghebbende voor wie * +"; b. art. 31, lid 5: "* + op welke wijze de genomen beschikking bijdraagt * +" wijzigen in "* + op welke wijze de verstrekte voorziening cq voorzieningen bijdragen * +"; c. in de 3 e en 4 e regel van art. 31, lid 5 wordt een uitgebreide definitie gehanteerd ("* + van mensen met * + een psychosociaal probleem."): dit kan vervangen worden door "* + van belanghebbende." d. art. 31, lid 5, sub a: hier dient sprake te zijn van de juridische grondslagen (meervoud) en kunnen de voorbeelden achterwege blijven; e. art. 31, lid 5, sub b: "*..+ tot de afwijzing van de beschikking;" dient "* + tot de afwijzing van de aanvraag;" te zijn; f. in de aanhef van art. 34 dient te staan: "Intrekking van een beschikking (zie art. 34, lid 1); g. art. 34, lid 1, sub b: "beschikt" wijzigen in "beslist"; h. art. 34, lid 2: "Een beschikking tot verlening * +. Tegen de achtergrond van art. 34 Verordening 2009, maar ook overigens, is art. 35 inconsistent, incoherent en zeer incompleet. Advies 23 Voorstel is om de leden 1 en 2 van art. 35 te schrappen en te vervangen door de volgende 3 nieuwe leden. "Art. 35 Terugvordering. 1. Indien de beschikking voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget of financiële tegemoetkoming is ingetrokken, kunnen de reeds uitbetaalde bedragen worden teruggevorderd. 2. Indien de beschikking voor een in eigendom, huur of bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd. 3. Intrekking van de beschikking door het college van burgemeester en wethouders kan plaats vinden, indien de beschikking is gebaseerd op valselijk verstrekte gegevens of indien de belanghebbende in gebreke blijft met het betalen van de eigen bijdrage, de besparingsbijdrage of het eigen aandeel in de kosten." Pagina 14

16 BIJLAGE I - AFKORTINGEN AMvB Algemene maatregel van Bestuur Awb Algemene wet bestuursrecht AWBZ Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten BW Burgerlijk Wetboek CIZ Centrum Indicatiestelling Zorg College van B&W College van Burgemeester en Wethouders PGB Persoonsgebonden budget Wmo Wet maatschappelijke ondersteuning Wsnp Wet schuldsanering natuurlijke personen 1998 Wvg Wet voorzieningen gehandicapten (vervallen) WWB Wet Werk en Bijstand Zvw Zorgverzekeringswet Pagina 15

17 BIJLAGE II - Rb. Zutphen , nr. 07/1288 WMO, LJN: BF6623, m.n. Vermaat Samenvatting Aan belanghebbende is een scootmobiel toegekend waarbij een besparingsbijdrage in rekening is gebracht. Daarbij heeft het college zich op het standpunt gesteld dat een scootmobiel geacht wordt de fiets te vervangen dan wel daarvoor in de plaats te komen, zodat er voor de kortere afstanden geen andere vervoersvoorziening noodzakelijk is. De rechtbank deelt niet het standpunt van het college (en de VNG) dat de huidige compensatieplicht in artikel 4 Wmo minder ver strekt dan de in de WVG opgenomen zorgplicht en dat daarom de besparingsbijdrage thans wel zou mogen worden berekend. Naar het oordeel van de rechtbank is het niet de bedoeling van de wetgever geweest om de zorgplicht uit de WVG af te zwakken en een minder ver gaande verplichting voor de gemeenten op te nemen. Aan de thans geldende compensatieplicht kan op zich niet de bevoegdheid worden ontleend voor de gemeenteraad om, naast de in artikelen 15 en 19 Wmo geboden mogelijkheden om financiële voorwaarden te stellen, bij verordening het begrip besparingsbijdrage te introduceren en voor het college om bij besluit te bepalen in welke gevallen een dergelijke besparingsbijdrage wordt opgelegd zonder dat hiervoor bij of krachtens de Wmo een wettelijke grondslag bestaat. Nu de Wmo alleen de mogelijkheid aan gemeenten biedt om bij verordening regels vast te stellen omtrent de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 15 Wmo en het zelf te dragen aandeel van de financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 19 Wmo, kan ook op grond van hetgeen bij of krachtens de Wmo is geregeld, geen grondslag worden gevonden voor het berekenen van een besparingsbijdrage. De bepaling in het gemeentelijke Wmo-besluit waarin de grondslag ligt voor het heffen van de besparingsbijdrage is op dit punt dan ook onverbindend wegens strijd met de wet. Dit betekent dat het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Noot (mr. dr. Matthijs Vermaat) Nog niet zo lang geleden heeft de CRvB geoordeeld dat onder de WVG bij de verstrekking van een scootmobiel geen besparingsbijdrage kon worden opgelegd (CRvB , nr. 06/5012 WVG): "Voor het heffen van een andere (besparings)bijdrage voor het verstrekken van een voorziening in natura in plaats van een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 6 van de Wvg biedt de Wvg evenwel ( ) geen grondslag." De CRvB verklaarde het betreffende artikellid van de verordening onverbindend wegens strijd met de wet. Die uitspraak was in lijn met de uitspraak CRvB , nr. 06/417 WVG over de besparingsbijdrage bij het verstrekken van een driewielfiets in bruikleen: "Uit het besluit ( ) blijkt dat geen eigen bijdrage als bedoeld in artikel 6 van de Wvg is opgelegd, maar een soort besparingsbijdrage, op de grond dat appellante een driewielfiets verstrekt heeft gekregen waardoor zij zich de kosten van de aanschaf van een gewone fiets, die zij (wellicht) zou hebben aangeschaft indien zij niet gehandicapt was geweest, heeft kunnen besparen. ( )". Omdat er geen deugdelijke grondslag in het bij of krachtens de WVG bepaalde was, vernietigde de CRvB de beslissing op bezwaar en herriep het primaire besluit met betrekking tot deze besparingsbijdrage. De vraag die in onderhavige zaak voorlag was of onder de Wmo wel ruimte is voor toepassing van de besparingsbijdrage. In mijn commentaar op de uitspraak CRvB , nr. 06/5012 WVG (zie Schulink, Nieuwsbrief Jurisprudentie Wmo 2008/13) schreef ik dat ik dat niet waarschijnlijk achtte. In de onderhavige zaak heeft de gemeente samen met haar belangenbehartiger de VNG betoogd dat de Wmo en het daarin opgenomen compensatiebeginsel een beperktere strekking zou hebben dan de zorgplicht in de WVG. Een opmerkelijk standpunt. Ik kan mij nog voorstellen dat de gedachte postvat dat de Wmo en de WVG min of meer overeenkomen aangezien ze allebei de deelname aan het maatschappelijk verkeer beogen te bevorderen. Ook ondergetekende was die mening aanvankelijk toegedaan. Nadere bestudering van de achtergrond van de Wmo, en met name de ontstaansgeschiedenis van het compensatiebeginsel maakt duidelijk dat de Wmo veel meer is dan de WVG. Niet alleen is de doelgroep ruimer, ook is de grondslag voor het verstrekken van individuele voorzieningen niet beperkt tot beperkingen als gevolg van ziekte of gebrek. Ook is duidelijk dat de resultaatsverplichting die het college op grond van het compensatiebeginsel heeft meer omvattend is dan de in artikel 3 WVG neergelegde plicht tot verstrekking van een verantwoorde (lees: goedkoopst adequate) voorziening. Rechtbank Arnhem heeft onlangs een uitspraak gedaan waar de verschillen tussen de WVG en de Wmo helder uiteen worden gezet (Rechtbank Arnhem , nr. AWB 08/819). De rechtbank stelt vast dat de Wmo in Pagina 16

18 vergelijking met de WVG een ruimere doelgroep kent, omdat de doelgroep in de Wmo immers uitdrukkelijk niet is beperkt tot personen die ten gevolge van ziekte of gebrek aantoonbare beperkingen hebben. De doelgroep is uitgebreid tot de ruimere groep van mensen die gelet op de kenmerken van de persoon beperkingen in hun zelfredzaamheid ondervinden. De onder de WVG geldende algemene beginselen (zoals het beginsel van de goedkoopst adequate voorziening) behouden weliswaar ook onder de Wmo hun waarde, maar slechts voor zover dat er niet toe leidt dat afbreuk wordt gedaan aan de mogelijkheid tot maatschappelijke participatie (vgl. artikel 4 Wmo). Het is de bedoeling van de wetgever dan ook niet geweest om de zorgplicht uit de WVG af te zwakken en een minder vergaande verplichting voor de gemeenten op te nemen. Aan de compensatieplicht kan op zich niet de bevoegdheid worden ontleend om naast de mogelijkheden van artikel 15 en artikel 19 Wmo het begrip besparingsbijdrage te introduceren. Daarvoor moet er bij of krachtens de Wmo een wettelijke grondslag zijn. De betreffende bepaling in de verordening wordt onverbindend verklaard en de rechtbank herroept het primaire besluit. Er wordt wel gesteld dat artikel 4 lid 2 Wmo de besparingsbijdrage mogelijk maakt. Dat is zeer de vraag. Ik wijs erop dat artikel 4 Wmo ten tijde van het wetsvoorstel niet bestond. Het artikel is pas tijdens de behandeling in de Tweede Kamer aan het wetsvoorstel toegevoegd. Met het tweede lid van artikel 4 Wmo werd de zelfredzaamheid gecodificeerd. Onder zelfredzaamheid wordt verstaan het lichamelijke, verstandelijke, geestelijke en financiële vermogen om zelf voorzieningen te treffen die deelname aan het normale maatschappelijke verkeer mogelijk maken (TK , , nr. 65). Daarmee is het draagkrachtprincipe verankerd, zoals ook de regering aangaf (TK , , C, p. 3). Welnu, draagkracht betekent dat men rekening houdt met iemands financiële capaciteiten. Hoe meer draagkracht, hoe meer men betaalt, en hoe hoger de eigen bijdrage of het eigen aandeel is. En dat is in artikel 15 en artikel 19 Wmo geregeld. Ook hieruit blijkt mijns inziens dat er onder de vigeur van de Wmo geen plek is voor een besparingsbijdrage. Pagina 17

19 BIJLAGE III - Rb. Arnhem , nrs. AWB 07/4389 e.a., LJN: BF 1505, m.n. van Rooij Samenvatting Aan belanghebbende is bij besluit van 22 februari 2007 (hierna: besluit I) hulp bij het huishouden op grond van de Wmo toegekend. Vervolgens heeft het CAK bij besluiten van 7 juni 2007 (hierna: besluit II) en 4 juli 2007 (hierna: besluit III) de eigen bijdrage vastgesteld. Belanghebbende heeft tegen alle genoemde besluiten bezwaar gemaakt. Het bezwaar tegen besluit I is door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn. Het bezwaar tegen de besluiten II en III is door het CAK ongegrond verklaard. Besluit II en besluit III De rechtbank overweegt dat het college in het gemeentelijke Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning (hierna: het Besluit) de hoogte van de verschuldigde eigen bijdrage heeft vastgesteld. Het CAK dient bij de vaststelling van de eigen bijdrage van de bedragen zoals genoemd in het Besluit uit te gaan. Aan het CAK komt niet de bevoegdheid toe om zich een oordeel te vormen over de juistheid van de in het Besluit vastgestelde bedragen. Dit neemt naar het oordeel van de rechtbank niet weg dat moet worden beoordeeld of, met het oog op de vraag of het CAK wel bevoegd is om de eigen bijdrage op te leggen, die bedragen zijn vastgesteld door het daartoe bevoegde orgaan. De gemeenteraad heeft, gelet op de Wmo-verordening, de bevoegdheid om te bepalen in welke gevallen de eigen bijdrage wordt opgelegd en te regelen wat de omvang van deze eigen bijdrage is, overgedragen aan het college. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de bevoegdheden kunnen worden overgedragen. De rechtbank overweegt dat in dit geval sprake is van overdracht van de bevoegdheid tot het vaststellen van gemeentelijke verordeningen door de gemeenteraad krachtens de wet als bedoeld in artikel 147 Gemeentewet. Een dergelijke overdracht moet in het normale bevoegdhedenstelsel als rechtsgeldig worden beschouwd. Dit zou echter anders kunnen liggen als de Wmo, zijnde de medebewindwet waarop de betreffende verordenende bevoegdheid berust, deze bevoegdheid aan de raad zou voorbehouden althans zich tegen delegatie daarvan zou verzetten. Naar het oordeel van de rechtbank verzet de Wmo zich tegen die delegatie. In artikel 15 lid 1 Wmo is immers bepaald dat de gemeenteraad bij verordening kan bepalen dat een eigen bijdrage is verschuldigd. Gelet op deze bepaling moet naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat de wetgever heeft beoogd ook de bevoegdheid in artikel 15 lid 2 Wmo, om de criteria voor het vaststellen van de hoogte van de eigen bijdrage vast te leggen, exclusief voor te behouden aan de gemeenteraad. De wetsgeschiedenis biedt geen aanknopingspunten voor een andersluidend oordeel. Verder vindt de rechtbank voor haar oordeel steun in het Besluit maatschappelijke ondersteuning, waarin in artikel 4.1 maximumgrenzen worden gesteld aan de op te leggen eigen bijdrage. Blijkens de tekst van en de toelichting op dit artikel wordt consequent de gemeenteraad aangewezen als het bevoegde orgaan om regels aangaande de omvang van de eigen bijdrage te stellen. Dit brengt de rechtbank tot het oordeel dat de bevoegdheid van de gemeenteraad om te bepalen in welke gevallen de eigen bijdrage wordt opgelegd en te regelen wat de omvang van deze eigen bijdrage is, niet kon worden overgedragen aan het college. Het Besluit mist op dit punt verbindende kracht. Er is geen grond om het Besluit als beleid van het college te beschouwen. Voor conversie van een algemeen verbindend voorschrift is volgens vaste jurisprudentie slechts ruimte wanneer het bestuursorgaan dat het algemeen verbindend voorschrift heeft vastgesteld ook bevoegd is tot vaststelling van de daarin opgenomen regeling. Dat is in dit geval de gemeenteraad en niet het college. Het voorgaande brengt met zich dat het CAK niet de bevoegdheid had om de eigen bijdrage van belanghebbende vast te stellen. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd wegens strijd met de wet. Besluit I Ten aanzien van besluit I overweegt de rechtbank dat vaststaat dat belanghebbende buiten de termijn van zes weken, zoals genoemd in artikel 6:7 Awb, bezwaar heeft gemaakt en niet kan worden geoordeeld dat belanghebbende ten aanzien van de overschrijding niet in verzuim is geweest als bedoeld in artikel 6:11 Awb. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende in essentie alleen bezwaar heeft tegen de hoogte van de opgelegde bijdrage, omdat zij vooraf niet is geïnformeerd over de tariefsverhoging voor de hulp bij het huishouden. Zij heeft middels haar bezwaar tegen de facturen van het CAK ten volle de juistheid van de hoogte van de eigen bijdrage en daarmee ook het gehanteerde uurtarief aan de orde kunnen stellen. De omstandigheid dat besluit I niet vermeldt welk niveau van huishoudelijke verzorging zou worden verleend, doet daaraan niet af. Dat belanghebbende achteraf bezien meent dat het besluit I ook een indicatiestelling voor hulp bij het huishouden 1 had moeten bevatten en dat zij om die reden alsnog tegen dat besluit bezwaar heeft gemaakt, doch te laat, moet naar het oordeel van de rechtbank voor haar risico komen. Het college heeft het tegen dat besluit ge- Pagina 18

20 maakte bezwaar dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. De stelling dat het bestreden besluit niet binnen de daarvoor geldende termijn is genomen, kan niet tot vernietiging van het bestreden besluit leiden. Weliswaar staat vast dat de beslistermijn is overschreden, maar het betreft slechts een termijn van orde omdat in de Awb aan de overschrijding van de termijn geen gevolgen worden verbonden. Noot (mr. Hans van Rooij) De eerste uitspraak over delegatie onder de Wmo is een feit. En de uitspraak is voor mij niet verrassend, maar zal voor veel gemeenten waarschijnlijk wel verrassend zijn en misschien zelfs enige schrik bezorgen. De uitspraak draait om de vraag of de gemeenteraad de verordenende bevoegdheden in het kader van de Wmo mag overdragen (delegatie). In deze noot ga ik in op twee vragen met betrekking tot delegatie, waarbij ik uitgebreide theoretische beschouwingen achterwege laat. Het gaat om de volgende vragen: Is delegatie van de verordenende bevoegdheid onder de Wmo toegestaan? Zo nee, wat zijn de consequenties van ongeoorloofde delegatie? Is delegatie toegestaan onder de Wmo? Rechtbank Arnhem heeft een duidelijk oordeel over delegatie onder de Wmo: de Wmo verzet zich tegen delegatie. Daarmee bevestigt de rechtbank het standpunt van Schulinck, hetgeen mij niet verrast en mijn instemming kan dragen. Dat geldt ook voor de bijbehorende overwegingen van de rechtbank. De basis voor die overwegingen ligt in de Gemeentewet. Artikel 147 lid 1 Gemeentewet bepaalt dat gemeentelijke verordeningen door de gemeenteraad worden vastgesteld voor zover de bevoegdheid daartoe niet bij de wet of door de gemeenteraad krachtens de wet aan het college of de burgemeester is toegekend. Op grond van artikel 156 lid 1 Gemeentewet kan de gemeenteraad bevoegdheden, waaronder de bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen, overdragen aan het college, tenzij de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Die overdracht wordt (ook) delegatie genoemd. In onderhavige uitspraak heeft de gemeenteraad in de Wmo-verordening bepaald dat de aanvrager een eigen bijdrage is verschuldigd en dat het college in het gemeentelijke besluit maatschappelijke ondersteuning (hierna: Wmo-besluit) vastlegt in welke gevallen een eigen bijdrage is verschuldigd en wat daarvan de omvang is. Hier is dus sprake van delegatie van de verordenende bevoegdheid door de gemeenteraad aan het college. Rechtbank Arnhem concludeert op basis van artikel 15 Wmo, artikel 4.1 Besluit maatschappelijke ondersteuning en de bijbehorende wetsgeschiedenis, dat de Wmo zich daartegen verzet. Zowel in artikel 15 lid 1 Wmo als in artikel 4.1 Besluit maatschappelijke ondersteuning wordt steeds gesproken over "de gemeenteraad kan bij verordening". Bovendien wordt in de toelichting op artikel 4.1 Besluit maatschappelijke ondersteuning (Staatsblad 2006, nr. 450) consequent de gemeenteraad genoemd als het bevoegde bestuursorgaan om regels te stellen over de omvang van de eigen bijdrage: "De gemeenteraad is vrij om wel of niet in een verordening te bepalen of de aanvrager voor de voorziening een eigen bijdrage moet betalen dan wel voor een persoonsgebonden budget of een financiële tegemoetkoming te regelen dat een deel van de kosten voor rekening van de aanvrager komen." "Zoals [...] is aangegeven, is de gemeenteraad vrij om wel of niet voor een eigenbijdragesysteem te kiezen en om dat zelf vorm te geven." De gemeenteraad kan voor alle groepen van personen, bedoeld in het eerste lid, het bedrag van 16,60 en het bedrag van 23,80 in gelijke mate wijzigen, het percentage van 15 in gelijke mate verlagen en de overige in het eerste lid genoemde bedragen in gelijke mate wijzigen (artikel 4.1 lid 2 Besluit maatschappelijke ondersteuning). "Daarom regelt het tweede lid dat de gemeenteraad de in het eerste lid genoemde bedragen alleen in gelijke mate mag wijzigen. * + Ook voor genoemde inkomensbedragen kan in de verordening telkens één afwijkend bedrag vastgesteld worden." De uitspraak van Rechtbank Arnhem sluit aan bij de WWB-jurisprudentie van de CRvB. De CRvB concludeert in CRvB , nr. 05/7286 WWB dat de wetgever, blijkens de tekst van artikel 8 lid 1 onderdeel c WWB ("De gemeenteraad stelt bij verordening regels") en artikel 30 lid 1 WWB ("In de verordening"), uitdrukkelijk aan de gemeenteraad de opdracht heeft gegeven om bij verordening de criteria voor de verhoging of verlaging van de WWB-norm vast te stellen. De gemeenteraad heeft de vaststelling van de hoogte van het bedrag van de toeslag echter aan het college overgelaten. Dit verdraagt zich naar het oordeel van de CRvB niet met artikel 8 lid 1 onderdeel c WWB en artikel 30 lid 1 WWB (zo ook Vzr. Rechtbank Rotterdam , nrs. VWWB 06/3677 e.a.). In het kader van de Wmo, maar ook bijvoorbeeld de WWB in artikel 8 lid 1 onderdeel c, heeft de Pagina 19

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 9 april 2008, 07/1916 (hierna: aangevallen uitspraak)

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 9 april 2008, 07/1916 (hierna: aangevallen uitspraak) LJN: BI6832, Centrale Raad van Beroep, 08/2290 WMO + 08/2317 WMO Datum uitspraak: 29-04-2009 Datum publicatie: 08-06-2009 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Overzicht aanpassingen Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 -> 2011

Overzicht aanpassingen Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 -> 2011 Overzicht aanpassingen Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 -> 2011 Tekst Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Waalwijk 2010 Artikel

Nadere informatie

CONCEPT (model) VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2013

CONCEPT (model) VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2013 CONCEPT (model) VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen... 2 Artikel 1. Begripsbepalingen 2 Hoofdstuk 2. Resultaatgerichte compensatie... 4 Artikel

Nadere informatie

Toelichting op Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Slochteren.

Toelichting op Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Slochteren. CONCEPT CONCEPT CONCEPT Toelichting op Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente. Inleiding Naast een Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Uitgeest 2013. 1 januari 2013

Besluit maatschappelijke ondersteuning Uitgeest 2013. 1 januari 2013 Besluit maatschappelijke ondersteuning Uitgeest 2013 1 januari 2013 Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsbepalingen 3 Artikel 2 Regels rond verstrekking en verantwoording 3 Artikel 3 Vaststelling bedrag persoonsgebonden

Nadere informatie

Toelichting. Artikel 2

Toelichting. Artikel 2 Toelichting Algemeen De systematiek van de verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrechtse Heuvelrug is dat steeds algemene voorzieningen, waaronder het collectief vervoer, het primaat hebben.

Nadere informatie

Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011

Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 Toelichting op het besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Beemster 2011 2 INHOUDSOPGAVE Toelichting

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2015;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2015; De raad van de gemeente Purmerend; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2015; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van de Participatiewet;

Nadere informatie

VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012

VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012 VERORDENING PARTICIPATIE SCHOOLGAANDE KINDEREN WET WERK EN BIJSTAND GEMEENTE BORSELE 2012 De raad van de gemeente Borsele; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Borsele d.d. 21 mei 2012;

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND 2014 FINANCIËLE REGELS VANAF 1 JANUARI 2014 INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Artikel 1: Bedragen eigen bijdrage en eigen aandeel 3 Artikel 2. Uurtarief

Nadere informatie

VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND

VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND VERORDENING LANGDURIGHEIDSTOESLAG WWB 2013 GEMEENTE NOORD-BEVELAND Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1. Begrippen. 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden

Nadere informatie

TOELICHTING op de Verordening voor het wijzigen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2015

TOELICHTING op de Verordening voor het wijzigen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2015 TOELICHTING op de Verordening voor het wijzigen van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Urk 2015 Algemene toelichting Hieronder worden gewijzigde artikelen van de Verordening genoemd.

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2007

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2007 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden 2007 Hoofdstuk 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen 1. In dit besluit wordt verstaan onder: a. Verordening: de Wmo-verordening gemeente Heusden

Nadere informatie

De Raad van de gemeente Ede,

De Raad van de gemeente Ede, De Raad van de gemeente Ede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Ede d.d. 11 november 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, van de Participatiewet; overwegende

Nadere informatie

Nijverdal, 5 februari 2013. gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 18 december 2012;

Nijverdal, 5 februari 2013. gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 18 december 2012; Gemeente Hellendoorn Besluit Nijverdal, 5 februari 2013 Nr. 12INT02702 De raad van de gemeente Hellendoorn; gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 18 december 2012; gelet

Nadere informatie

Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Leiderdorp 2007

Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Leiderdorp 2007 Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Leiderdorp 2007 Datum: augustus 2006 Status: definitief Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen In deze verordening

Nadere informatie

Besluit: Vast te stellen het navolgende Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013.

Besluit: Vast te stellen het navolgende Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013. Portefeuillehouder: Onderwerp: B.G. Schalkwijk vaststellen van het Besluit voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland, overwegende dat

Nadere informatie

gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Culemborg 2011;

gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Culemborg 2011; Gem: 0612099 Besluit maatschappelijke ondersteuning Culemborg Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg; gelet op artikel 5 de Wet maatschappelijke ondersteuning, gelet op de

Nadere informatie

DE BEDRAGEN IN DIT BESLUIT GELDEN PER 1-1-2011. Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

DE BEDRAGEN IN DIT BESLUIT GELDEN PER 1-1-2011. Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden DE BEDRAGEN IN DIT BESLUIT GELDEN PER 1-1-2011 Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden De Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden; gezien het voorstel d.d. 24 april 2007; gelet op artikel

Nadere informatie

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Duiven 2012

Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Duiven 2012 Onderwerp: Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Duiven 2012 Ons kenmerk: Burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven; gelet op de Verordening voorzieningen maatschappelijke

Nadere informatie

vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Roosendaal 2015

vast te stellen de Verordening tot wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Roosendaal 2015 De raad van de gemeente Roosendaal, gelezen het voorstel van het college van 24 maart 2015, gelet op de artikelen 2.1.3, 2.1.4, eerste, tweede, derde en zevende lid, 2.1.5, eerste lid, 2.1.6, 2.1.7, 2.3.6,

Nadere informatie

BIJLAGE Ib. Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning ISD De Rijnstreek

BIJLAGE Ib. Toelichting Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning ISD De Rijnstreek A. Algemene toelichting 1.0 Omvang van de eigen bijdrage/eigen aandeel In de Verordening is bepaald dat een cliënt een eigen bijdrage betaalt bij een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget

Nadere informatie

aanpassing besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden

aanpassing besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden Zaaknummer: OWZCM12 Onderwerp aanpassing besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Heusden Collegevoorstel Inleiding Eind 2010 zijn, in het kader van de bezuinigingen, de nieuwe verordening Wet maatschappelijk

Nadere informatie

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013 VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 3 Artikel 1. Begripsomschrijvingen 3 Wet 3 College 3 Lid 3. Compensatieplicht 3 Lid 4. Aanmelding 3 Lid

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van: 11 november 2014;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van: 11 november 2014; Verordening individuele inkomenstoeslag Westerveld 2015 De raad van de gemeente Westerveld; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van: 11 november 2014; gelet op artikel 147, eerste lid,

Nadere informatie

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder:

In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan onder: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeenten Alblasserdam, Dordrecht, H-I- Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht, Zwijndrecht. (Concept 16 oktober 2006) Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Nadere informatie

Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2015 (hierna: verordening)

Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2015 (hierna: verordening) Toelichting Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Waterland 2015 (hierna: verordening) 1. Algemene toelichting 1.1 Inleiding Deze verordening geeft uitvoering aan de Wet maatschappelijke

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden De Bestuurscommissie Sociale Dienst Drechtsteden; gezien het voorstel d.d. 2007; gelet op artikel 5, 6, 7, 15 en 19 van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Nadere uitleg is opgenomen in de implementatiehandleiding, onderdeel van de bij deze modelverordening behorende ledenbrief.

Nadere uitleg is opgenomen in de implementatiehandleiding, onderdeel van de bij deze modelverordening behorende ledenbrief. Modelverordening individuele inkomenstoeslag Leeswijzer modelbepalingen - [...] of [iets] = door gemeente in te vullen, zie bijvoorbeeld artikel 4, eerste lid. - [iets] = facultatief, zie de considerans.

Nadere informatie

VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4

VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4 VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4 VOORSTEL 1. tot vaststelling van de verordening voorziening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Gennep en intrekking van het raadsbesluit

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning. gemeente Nunspeet 2010

Besluit maatschappelijke ondersteuning. gemeente Nunspeet 2010 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Nunspeet 2010 Besluit WMO gemeente Nunspeet Januari 2010 afdeling Publiek en Sociaal gemeente Nunspeet - 2 - Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente

Nadere informatie

Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 16 november 2010;

Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 16 november 2010; Gemeente Hellendoorn R I - + Nijverdal, Nr. DGSlUlt 1 februari 2011 10INT01816 De raad van de gemeente Hellendoorn; Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 16 november 2010;

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden Gemeente Achtkarspelen Verordening Langdurigheidstoeslag WWB Dienst Werk en Inkomen De Wâlden November 2011 1 Gemeente Achtkarspelen de Raad van de gemeente Achtkarspelen; gelet op het bepaalde in artikel

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen De raad van de gemeente Grootegast; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 november 2012; gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 149

Nadere informatie

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer];

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; De raad van de gemeente Heerenveen; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; Gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van de Participatiewet;

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 Kenmerk: 184268 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste lid,

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2014, nr. 43/10, INTB-14-01660;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2014, nr. 43/10, INTB-14-01660; Nr. 496 De raad van de gemeente Oldenzaal; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 18 november 2014, nr. 43/10, INTB-14-01660; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en

Nadere informatie

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regelgeving wordt verstaan

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 Kenmerk: 183277 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8a, eerste lid,

Nadere informatie

Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Lingewaard 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 3 Artikel 1 Begripsomschrijvingen... 3 Artikel 2 De te bereiken resultaten...

Nadere informatie

AAN de voorzitter van de commissie Burgers en Samenleving. Geachte voorzitter,

AAN de voorzitter van de commissie Burgers en Samenleving. Geachte voorzitter, uw nummer uw datum ons nummer onze datum verzonden inlichtingen bij sector/afdeling doorkiesnr. 2012/U1T/43299 10 september 2012 F. van der Heide BS/Sociale Zaken 0475-359 812 AAN de voorzitter van de

Nadere informatie

TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUSSUM 2011

TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUSSUM 2011 TOELICHTING OP HET BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE BUSSUM 2011 INHOUD HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN...1 HOOFDSTUK 2 BIJZONDERE REGELS OVER HET PERSOONSGEBONDEN BUDGET...2 HOOFDSTUK 3

Nadere informatie

Geconsolideerde Verordening individuele inkomenstoeslag participatiewet gemeente Oegstgeest 2015

Geconsolideerde Verordening individuele inkomenstoeslag participatiewet gemeente Oegstgeest 2015 Geconsolideerde Verordening individuele inkomenstoeslag participatiewet gemeente Oegstgeest 2015 De raad van de gemeente Oegstgeest gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 25 november 2014,

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Wierden 2015

Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Wierden 2015 Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Wierden 2015 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 2 artikel 1. Begripsbepalingen 2 HOOFDSTUK 2. VORM MAATWERKVOORZIENING 2 artikel 2. Vorm 2 HOOFDSTUK 3. NATURAVERSTREKKING

Nadere informatie

VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE UITGEEST 2010

VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE UITGEEST 2010 VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE UITGEEST 2010 Verordening vastgesteld bij Raadsbesluit van 17 december 2009, nummer R2009.0084, in werking getreden met ingang van 1 januari

Nadere informatie

M.F.L.A. van Oosterhout. Maatschappelijke Aangelegenheden. S.A.J. Terlouw

M.F.L.A. van Oosterhout. Maatschappelijke Aangelegenheden. S.A.J. Terlouw Raadsbrief Made, 10 januari 2012 Registratienr.: Onderwerp: Risico's gemeentelijk inkomensbeleid m.b.t. de Wmo Portefeuillehouder: Ambtelijke coördinatie: Steller: M.F.L.A. van Oosterhout Maatschappelijke

Nadere informatie

Financieel besluit 2010 Hoofdstuk 1 Regels rond verstrekking en verantwoording. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording

Financieel besluit 2010 Hoofdstuk 1 Regels rond verstrekking en verantwoording. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording Financieel besluit 2010 Hoofdstuk 1 Regels rond verstrekking en verantwoording Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording a. Een persoonsgebonden budget kan alleen worden toegekend indien een

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND JULI 2012

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND JULI 2012 BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE ROERMOND JULI 2012 FINANCIËLE REGELS VANAF 15 JULI 2012 INHOUDSOPGAVE Inleiding 3 Artikel 1: Bedragen eigen bijdrage en eigen aandeel 4 Artikel 2. Hulp bij

Nadere informatie

Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen Burgemeester en wethouders van Hilversum; Gelezen het voorstel d.d. 10 mei 2012, besluiten: Vast te stellen onderstaand Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilversum 2013 met

Nadere informatie

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015 Nr. 2014/78 De raad van de gemeente Leeuwarderadeel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 21 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en

Nadere informatie

De Wmo en inkomensgrenzen (2012)

De Wmo en inkomensgrenzen (2012) De Wmo en inkomensgrenzen (2012) 1. Aanleiding Recent zijn er door de Tweede Kamer en diverse gemeenten vragen gesteld over inkomensgrenzen in de Wmo, mede naar aanleiding van enkele rechterlijke uitspraken

Nadere informatie

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013 gemeente Doetinchem

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013 gemeente Doetinchem gemeente Doetinchem HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN... 2 Artikel 1 Begripsbepalingen (op alfabetische volgorde)... 2 HOOFDSTUK 2 COMPENSATIEPLICHT... 5 Artikel 2.1 Reikwijdte compensatieplicht gemeente...

Nadere informatie

1.1. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van belanghebbende.

1.1. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van belanghebbende. Besluit voorzieningen Wmo gemeente Middelburg 2014 Vastgesteld in de collegevergadering van 28 december 2011 Gewijzigd: 11 december 2012, 10 december 2013 Publicatiedatum: 4 januari 2012, 19 december 2012,

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL 08.0080 Herzien bij B&W besluit 08.0959, d.d. 7 oktober 2008. Rv. nr. : 08.0080 B&W-besluit d.d.: 2-9-2008 B&W-besluit nr.: 08.

RAADSVOORSTEL 08.0080 Herzien bij B&W besluit 08.0959, d.d. 7 oktober 2008. Rv. nr. : 08.0080 B&W-besluit d.d.: 2-9-2008 B&W-besluit nr.: 08. RAADSVOORSTEL 08.0080 Herzien bij B&W besluit 08.0959, d.d. 7 oktober 2008 Rv. nr. : 08.0080 B&W-besluit d.d.: 2-9-2008 B&W-besluit nr.: 08.0822 Naam programma +onderdeel: Programma Welzijn en Zorg onderdeel

Nadere informatie

Verordening langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012

Verordening langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012 Verordening langdurigheidstoeslag WWB ISD Bollenstreek 2012 De raad van de gemeente Teylingen; gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van de ISD Bollenstreek van d.d. 19 maart 2012 gelet op de

Nadere informatie

Betreft: Vaststellen Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Tynaarlo 2015

Betreft: Vaststellen Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Tynaarlo 2015 Raadsbesluit nr. 7.c Betreft: Vaststellen Verordening Individuele Inkomenstoeslag gemeente Tynaarlo 2015 De raad van de gemeente; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van

Nadere informatie

gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en tweede lid van de Participatiewet;

gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en tweede lid van de Participatiewet; De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. 12 gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november 2014; gelet op het bepaalde in artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en tweede

Nadere informatie

Verordening Wmo & Jeugdhulp Gemeente Middelburg, Vlissingen & Veere

Verordening Wmo & Jeugdhulp Gemeente Middelburg, Vlissingen & Veere Verordening Wmo & Jeugdhulp Gemeente Middelburg, Vlissingen & Veere VERSIE: Concept inspraakprocedure 2 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en algemene bepalingen...4 Artikel 1 Begripsbepalingen...

Nadere informatie

op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 november 2014, no.za. 14-30185/DV.14-415, afdeling Samenleving;

op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 november 2014, no.za. 14-30185/DV.14-415, afdeling Samenleving; No. 19. De raad van de gemeente Vlagtwedde; op voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 13 november 2014, no.za. 14-30185/DV.14-415, afdeling Samenleving; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en

Nadere informatie

Stuknummer: bl08.02187

Stuknummer: bl08.02187 gemeente Den Helder Stuknummer: bl08.02187 Raadsvergadering d.d.: Raadsbesluit Besluit nummer: Onderwerp: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Helder 2009 De raad van de

Nadere informatie

Nadere regel Wmo 2015 Gemeente Ede. Inhoud Inhoud 1. Hoofdstuk 1 - Inleiding 2. Hoofdstuk 2 - Persoonsgebonden budget (pgb) 2. Artikel 1.

Nadere regel Wmo 2015 Gemeente Ede. Inhoud Inhoud 1. Hoofdstuk 1 - Inleiding 2. Hoofdstuk 2 - Persoonsgebonden budget (pgb) 2. Artikel 1. IS Nadere regel Wmo 2015 Gemeente Ede Inhoud Inhoud 1 Hoofdstuk 1 - Inleiding 2 Hoofdstuk 2 - Persoonsgebonden budget (pgb) 2 Artikel 1. Tarief pgb 2 Artikel 2. Hoogte pgb 2 Hoofdstuk 3 - Eigen bijdrage

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2011 Nr. 73307 gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, alsmede de Verordening maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie gemeente Heerhugowaard Officiële naam regeling Verordening individuele studietoeslag gemeente Heerhugowaard 2015 Citeertitel Verordening

Nadere informatie

Inspraak regionale Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015

Inspraak regionale Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 Inspraak regionale Verordening Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 Reactie/advies: WMO-raad Uden Om alle reacties uit 12 gemeenten samen te kunnen brengen, wordt u verzocht om gebruik te maken van

Nadere informatie

Betreft: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2009

Betreft: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2009 Raadsbesluit nr. 8 Betreft: Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Tynaarlo 2009 De raad van de gemeente Tynaarlo; gelezen het besluit van burgemeester en wethouders van 29 juli

Nadere informatie

Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Renkum 2015

Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Renkum 2015 Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Renkum 2015 De raad van de gemeente Renkum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef

Nadere informatie

besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014

besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014 CVDR Officiële uitgave van Hulst. Nr. CVDR318648_1 4 juli 2016 Besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014 besluit maatschappelijke ondersteuning Hulst 2014 Inleiding Het gemeentelijk besluit maatschappelijke

Nadere informatie

De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 15 december 2011,

De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 15 december 2011, De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 15 december 2011, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 8 november 2011, gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Staphorst 2016

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Staphorst 2016 Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Staphorst 2016 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Staphorst; gelet op: - de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 - de Verordening

Nadere informatie

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013. Gemeente Coevorden

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013. Gemeente Coevorden Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013 Gemeente Coevorden Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen Inhoudsopgave Artikel 1. Begripsomschrijvingen Lid 1 Wet Lid 2 College Lid 3 Compensatieplicht/beginsel

Nadere informatie

In chronologische volgorde behandelen we onderstaand de hoofdstukken uit de concept verordening Wmo 2015.

In chronologische volgorde behandelen we onderstaand de hoofdstukken uit de concept verordening Wmo 2015. Adviesraad Wmo Gemeente Wijk bij Duurstede Aan: College van B&W Gemeente Wijk bij Duurstede Wijk bij Duurstede, 24 september 2014 Betreft: Advies inzake de concept Wmo-verordening 2015, op de versie welke

Nadere informatie

Verordening Individuele verstrekkingen In het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Gemeente Beek

Verordening Individuele verstrekkingen In het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Gemeente Beek In het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Beek Inhoud Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 3 Hoofdstuk 2 Vorm van te verstrekken individuele voorzieningen... 6 Hoofdstuk 3 Hulp bij

Nadere informatie

Bijlage. Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo

Bijlage. Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo Bijlage Onderwerp: analyse jurisprudentie compensatieplicht Wmo Aanleiding Tijdens het Algemeen Overleg van de vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) op 28 juni 2012 heeft mevrouw

Nadere informatie

Verordening individuele inkomenstoeslag

Verordening individuele inkomenstoeslag Gemeenteblad 547 Verordening individuele inkomenstoeslag Gemeente Voorst november 2014-1 - Verordening individuele inkomenstoeslag De raad van de gemeente Voorst; gelezen het voorstel van burgemeester

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Oldebroek 2009 Nr. 49658 Burgemeester en wethouders van de gemeente Oldebroek; gelet op het bepaalde in artikel 4 en 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning,

Nadere informatie

Toeslagenverordening WWB gemeente Kerkrade 2012

Toeslagenverordening WWB gemeente Kerkrade 2012 Bijlage behorende bij ontwerpbesluit nr. 12Rb020 d.d. 25 april 2012. Toeslagenverordening WWB gemeente Kerkrade 2012 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1 Begrippen 1. Alle begrippen die in deze verordening

Nadere informatie

Toelichting op het Financieel Besluit Wmo

Toelichting op het Financieel Besluit Wmo Toelichting op het Financieel Besluit Wmo Inleiding. Naast een Verordening maatschappelijke ondersteuning en het Verstrekkingenboek Wmo is er ook een gemeentelijke Financieel Besluit Wmo. In dit besluit

Nadere informatie

WMO verordening gemeente Zoetermeer Versie geldig van 9 januari 2007 tot 5 juni 2009

WMO verordening gemeente Zoetermeer Versie geldig van 9 januari 2007 tot 5 juni 2009 WMO verordening gemeente Zoetermeer Versie geldig van 9 januari 2007 tot 5 juni 2009 Wetstechnische informatie Gegevens van de regeling Overheidsorganisatie Officiële naam regeling Citeertitel Besloten

Nadere informatie

FINANCIEEL BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Achtkarspelen 2012

FINANCIEEL BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Achtkarspelen 2012 FINANCIEEL BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING Achtkarspelen 2012 Hoofdstuk 1. Eigen bijdrage en eigen aandeel in de kosten Artikel 1. Hoogte eigen bijdrage en eigen aandeel Lid 1. Bij het verstrekken

Nadere informatie

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Beesel 2015

Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Beesel 2015 Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet gemeente Beesel 2015 De Raad van de Gemeente Beesel; Gelet op artikel 8 eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van de Participatiewet;

Nadere informatie

Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand 2012

Verordening participatie schoolgaande kinderen Wet werk en bijstand 2012 De raad van de gemeente Leusden; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Leusden d.d. 14 februari 2012, nr. 180294 gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de Wet werk en bijstand;

Nadere informatie

VERORDENING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG PARTICIPATIEWET 2015

VERORDENING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG PARTICIPATIEWET 2015 VERORDENING INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG PARTICIPATIEWET 2015 DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER; (nr. 7); gelezen het voorstel van het college van 7 april 2015; gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en

Nadere informatie

Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget.

Besluit maatschappelijke ondersteuning. Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Besluit maatschappelijke ondersteuning Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Artikel 1. Regels rond verstrekking en verantwoording 1.1. Verstrekking van een toegekende individuele

Nadere informatie

gemeente Steënbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg IllIllllllllUlIllllllllllll BM1301226

gemeente Steënbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg IllIllllllllUlIllllllllllll BM1301226 gemeente Steënbergen IllIllllllllUlIllllllllllll BM1301226 De raad van de gemeente Steenbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 april 2013; gelet op: Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 maart 2012;

gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 maart 2012; raadsbesluit Agendanummer: Afdeling: Maatschappelijke Zorg De raad van de gemeente Dinkelland; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 20 maart 2012; gelet op de artikelen 8 en 36 van de

Nadere informatie