RAPPORT Actief Beschermd Leefgebied Eys. Nadere uitwerking van de leefgebiedenbenadering voor het pilotgebied Eys (Gemeente Gulpen-Wittem)

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "RAPPORT Actief Beschermd Leefgebied Eys. Nadere uitwerking van de leefgebiedenbenadering voor het pilotgebied Eys (Gemeente Gulpen-Wittem)"

Transcriptie

1 RAPPORT Actief Beschermd Leefgebied Eys Nadere uitwerking van de leefgebiedenbenadering voor het pilotgebied Eys (Gemeente Gulpen-Wittem)

2 2 COLOFON Titel Actief Beschermd Leefgebied Eys Ondertitel Nadere uitwerking van de leefgebiedenbenadering voor het pilotgebied Eys (Gemeente Gulpen-Wittem) Datum Oktober 2008 Auteur(s) LAM Le Mire (IKL) JHC Arts (Bosgroep Zuid Nederland) Foto s Stichting IKL Contactpersoon Bosgroep Zuid Nederland Copyright Coöperatie Bosgroep Zuid Nederland u.a., Oktober 2008 Opdrachtgever Provincie Limburg Ministerie van Landbouw Natuur en Voedselkwaliteit

3 Voorwoord 3 Eys ligt als een parel in het Heuvelland. Doorsneden door de Eyserbeek en omgeven door hellingen en plateaus. Van oudsher zijn de boerderijen gelegen aan de voet van de hellingen. Op de steilste stukken was landbouw niet mogelijk en werd het bos intensief gebruikt voor het kappen van brandhout, voor de gebinten van huizen en de mast was voor de rondscharrelende varkens. Door de eeuwenlange relatie tussen de mens en zijn omgeving hebben diverse planten en dieren hier hun leefgebied. Dit leefgebied willen Rijk en Provincie samen met betrokkenen uit het gebied behouden en beschermen. Hiervoor is een vernieuwde aanpak in ontwikkeling, de leefgebiedenbenadering. Het proces om te komen tot een gedragen leefgebiedplan voor Actief beschermd leefgebied Eys is hier een onderdeel van. Wij hopen u met dit leefgebiedplan te ondersteunen bij uw initiatieven en ideeën als onderdeel van het Actief beschermd leefgebied Eys. Voorliggend leefgebiedplan is het resultaat van een tweetal workshops aangevuld met diverse gesprekken met bewoners, beheerders en agrariërs in en rond het gebied. Het kan dienen als hulpmiddel en inspiratiebron. Bosgroep Zuid Nederland, Stichting IKL en Dienst Landelijk Gebied

4 Inhoudsopgave 4 1 Inleiding Aanleiding De leefgebiedenbenadering Doelstelling 6 2 Initiatieven en ideeën 7 3 Soortkeuze Achtergrond Selectie van soorten voor het pilotgebied Eys 9 4 kenschets pilotgebied Ecologisch kansrijke situaties 11 5 handvatten voor uitwerking leefgebiedenbenadering Provinciaal beleid Overige Instrumenten 15 6 vervolg Activiteiten Organistatieadvies 17 Bijlage 1 Beleidskader 19 Bijlage 2 Presentaties Leefgebiedenbenadering 3, 4 en 25 september 2008 te Eys 24

5 1 Inleiding 5 De Provincie Limburg en het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit werken samen aan een rijkere natuur. Een belangrijk doel hierbij is behoud en ontwikkeling van een authentiek, gevarieerd landschap, waarbij behoud van de voor het Limburgse landschap streekeigen flora en fauna essentieel is. Provincie en Ministerie hebben Coöperatie Bosgroep Zuid, Nederland stichting Instandhouding Kleine Landschapselementen in Limburg (IKL) en de Dienst Landelijk Gebied (DLG) opdracht te geven een zogenaamd leefgebiedplan op te stellen voor het pilotgebied Eys (gemeente Gulpen- Wittem). Dit plan gaat uit van een gebiedsgerichte benadering van bedreigde planten- en diersoorten, waardoor beheer- en inrichtingsvoorstellen en andere aanbevelingen beter te integreren zijn in ander beleid dan de strikte soortgerichte benadering. Eén en ander moet leiden tot een grotere betrokkenheid van bestaande en nieuwe partners, waardoor soortbescherming meer een vanzelfsprekend onderdeel wordt van reguliere en nieuwe activiteiten in het landelijk gebied. 1.1 Aanleiding Ondanks wetgeving, realisatie van de Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000 en uitvoering van diverse soortbeschermingsplannen, gaat de biodiversiteit in Nederland nog steeds achteruit. In Natuur voor Mensen, Mensen voor Natuur (2000) is, conform het verdrag van Bern, de centrale biodiversiteitdoelstelling opgenomen: In 2020 zijn voor alle in 1982 in Nederland van nature voorkomende soorten en populaties de condities voor instandhouding duurzaam aanwezig. Conform de Europese biodiversiteitstrategie en de wereldwijde milleniumdoelen dient in 2010 het biodiversiteitverlies een halt toegeroepen te zijn. Evaluatie van het huidige soortenbeleid laat zien dat met de aanpak die tot dusver gehanteerd werd de biodiversiteitdoelen niet gehaald worden (Task Force Impuls Soortenbeleid, 2005). Als voornaamste redenen worden genoemd dat verantwoordelijke partijen het actieve soortenbeleid nauwelijks betrekken bij ruimtelijke ontwikkelingen, het aantal actoren te beperkt is en het instrumentarium te smal is. De Task Force Impuls Soortenbeleid (TFIS) stelt dan ook een andere aanpak ten aanzien van het actieve soortenbeleid voor, de zogenaamde leefgebiedenbenadering. soortenbeleid. In de nieuwe benadering worden drie sporen onderscheiden, namelijk het meekoppelen van maatregelen die gunstig zijn voor soorten met ruimtelijke ontwikkelingen, het verbreden van het beheer in bestaande natuurgebieden ten behoeve van specifieke soorten en het uitvoeren van specifieke soortbeschermingsprogramma s. Het accent ligt met name op meekoppelen en verbreden. De nieuwe aanpak richt zich op groepen van soorten en hun leefgebieden in plaats van op individuele soorten. Door de te beschermen soorten te bundelen tot soortgroepen en de beheer- en inrichtingsactiviteiten hierop af te stemmen, kunnen leefgebieden op een meer efficiënte wijze in stand worden gehouden, dan wel worden verbeterd. Nog meer dan tot nu toe het geval is geweest, kan hierbij winst behaald worden door partijen al in een vroeg stadium te betrekken bij de planvorming, waarbij het streven is om intensieve samenwerking tot stand te brengen tussen de verschillende partijen, die belangen hebben in het buitengebied. Hierbij dient sterk ingezet te worden op het verkrijgen van draagvlak voor te beschermen soorten en daaruit voortkomende beschermingsmaatregelen. De leefgebiedenbenadering beoogt nadrukkelijk geen nieuwe ruimtelijke claims te leggen en nieuwe regelgeving te ontwikkelen met betrekking tot het landelijk gebied, maar door verbeterde inzet van bestaand instrumentarium een kwaliteitsimpuls te bewerkstellingen voor leefgebieden van bedreigde planten- en diersoorten. Op grond van hun habitateisen zijn meer dan 300 soorten landelijk ingedeeld in een achttal leefgebieden. Voor het Zuid-Limburgse Heuvelland zijn in overleg met de provincie zo n 130 soorten geselecteerd, waarop de leefgebiedenbenadering zich richt. Op basis van aanwezigheid van een groot aantal kwetsbare soorten, actueel en potentieel leefgebied van deze soorten en lopende initiatieven op het gebied van landschapsontwikkeling en beheer, is Eys geselecteerd om ervaring op te doen met de leefgebiedenbenadering. Actief Beschermd Leefgebied Eys betreft een pilotproject om te bezien of de gebiedsgerichte benadering daadwerkelijk positieve effecten heeft op bedreigde planten- en diersoorten Bij deze benadering zijn drie deelleefgebieden onderscheiden, te weten plateau, hellingen en beekdal. 1.2 de leefgebiedenbenadering De leefgebiedenbenadering gaat uit van verbreding van de inzet van actoren voor de financiering en uitvoering van het soortenbeleid, alsmede een integrale benadering van het

6 1.3 doelstelling De doelstellingen vanuit het pilotproject Actief Beschermd Leefgebied Eys zijn als volgt geformuleerd: Het creëren van maatschappelijk draagvlak voor bedreigde planten- en diersoorten door kennisoverdracht Het generen van cofinanciering (naast de bestaande financiële middelen) voor soortbescherming Samenwerking tot stand brengen tussen belanghebbenden Een extra impuls geven aan het behalen van de biodiversiteitdoelstelling door het duurzaam verbeteren van leefgebieden van bedreigde planten- en diersoorten Soortbescherming waar mogelijk een integraal onderdeel te laten zijn van reguliere en nog te ontwikkelen initiatieven in het pilotgebied Een ideale combinatie te bewerkstelligen tussen economie en ecologie door gezamenlijk maatschappelijk te handelen 6

7 2 Initiatieven en ideeën 7 Binnen het actief beschermde leefgebied Eys is een aantal eigenaren voornemens om hun landbouwbedrijf om te vormen naar een landgoed. Bij de ontwikkeling van deze landgoederen wordt vanuit de visie en doelstelling van de individuele eigenaar een keuze gemaakt voor inrichting en beheer. Aangezien deze inrichting vaak nieuwe natuur betreft kan deze ingericht worden als leefgebied voor beschermde soorten. Dit aspect dient uiteraard te passen binnen de visie en doelstelling van de eigenaar. De praktijk leert dat met een goede onderbouwing van de inrichting als leefgebied voor beschermde soorten provincie en gemeenten genegen zijn mee te denken. Dit is een voorwaarde voor de uiteindelijke realisatie van land- goederen. Door een aantal fiscale maatregelen en de huidige subsidieregelingen voor de omzetting van landbouwgrond naar natuur worden initiatiefnemers (financieel) ondersteund. Vaak zijn er meerdere beweegredenen om landbouwgrond om te zetten naar natuur. Ook spelen naast gemeente en provincie andere partijen, zoals waterschap en aangrenzende eigenaren een rol bij het uiteindelijke resultaat. Overleg en afstemming met betrokkenen is nodig voor een gedragen plan. Eén van de pijlers hiervoor kan de inrichting als actief beschermde leefgebied zijn. PRAKTIJKVOORBEELD EYSERHALTE ACTIEF BESCHERMD LEEFGEBIED Het terrein ligt binnen het Stimuleringsplangebied Zuid Limburg Zuid in de regio Selzerbeekdal. Het terrein is langs het Miljoenenlijntje gelegen. Met de begrenzing van het gebied als nieuwe natuur wenst de eigenaar een verbindingszone te realiseren tussen de schraalgraslandcomplexen van de Roodborn/Eyserbos/Douveberg en de Wahlwiller graven/kruisberg. Hiermee beantwoordt het voorstel aan Provinciaal beleid en de ontwikkelingrichting van deze regio namelijk de uitbreiding van het areaal kalkgrasland, pioniergemeenschappen en droge ruigten en doornstruwelen.tot slot worden met de Herinrichting Mergelland-Oost om het terrein verbindende graften en bosschages aangelegd. De terreindelen aan de oostzijde van de Wittemerweg zijn hoog en droog gelegen op een kalkrijk ondergrond met grindrijke Maasafzettingen en verspoelde löss. In het terrein worden aan de oppervlakte veel fragmenten silex en losse kalkbrokken gevonden. De lagere hellingdelen aan de westzijde van de Wittemerweg bestaan uit verspoelde löss met grind. Vanwege deze bodemtechnische situatie wenst de eigenaar aan de oostzijde op de hogere hellingdelen nieuwe natuur in de vorm van schraalgrasland van kalkrijke bodems te ontwikkelen. De lagere delen aan de westzijde van de Wittemerweg zouden versterkt kunnen worden met halfnatuurlijke graslanden met enkele hoogstambomen met omzomende landschapselementen als hagen, graften en enkele poelen. Voorkomen van beschermde/bedreigde soorten In en rondom het gebied komen tal van beschermde en bedreigde plantensoorten voor. Voornoemde opsomming geeft potenties van het terrein weer. Het gebied geniet bekendheid vanwege het voorkomen van waardevolle soortenrijke, kalkgraslandcomplexen. Zo vliegen er verscheidene vlindersoorten als Sleedoornpage, Aardbeivlinder, Bruin blauwtje op graslanden aan de noordzijde van het terrein. In de zomen van het struweel van de Miljoenenlijn zit Levendbarende hagedis en Hazelworm. Aan vogelsoorten zijn geelgors en Zwarte Roodstaart kenmerkend voor de kleine landschapselementen.

8 8 De Zuid-Limburgse Stoomtrein Maatschappij (ZLSM) is bezig met het opstellen van een onderhoudsplan, inclusief subsidieaanvraag voor de komende jaren voor hun terreinen in de regio Eys. Hierin zouden aandachtssoorten en hun leefgebieden en de daarop afgestemde beheeren inrichtingsmaatregelen meegenomen kunnen worden. Er liggen goede kansen m.b.t. samenwerking met andere partijen. Er zijn afspraken gemaakt met een schapenhouder over het laten afgrazen van (een deel) van het miljoenenlijntje. Dit gebeurt nu min of meer op ad hoc-basis tegen een geringe vergoeding van de ZLSM. Als de subsidieaanvraag wordt toegekend kan op structurele basis beheerd worden. Samenwerking kan bestaan uit afspraken over het integraal meebeheren van terreinen van andere eigenaren, zoals bijvoorbeeld bermen van de gemeente, regenwaterbuffers van het waterschap, natuurterreinen van terreinbeherende organisatie. Facilitering door bijvoorbeeld organisaties als de Bosgroep of stichting IKL zijn kunnen bestaan uit hert indienen van subsidieaanvragen, het geven van advies omtrent soorten en leefgebied en het te voeren beheer, monitoring van de effecten van het beheer, controle op aanwezigheid van soorten i.v.m. flora- en faunarichtlijn of uitvoering van aanvullende maatregelen. Regelingen die van toepassing zouden kunnen zijn, zijn Programma Beheer, betaalde meerjarencontracten, gemeentelijke bijdrage in het kader van het zorgplan IKL, inzet van soortbeschermingsgelden. Stichting Limburgs Landschap heeft gezamenlijk met andere terreinbeherende instanties een eenmalige vergoeding toegekend gekregen (Amendement Atsma en Jacobi) en zal hiervoor het hakhoutbeheer in de bosranden uitbreiden. Dit zal zeer zeker de aan bosranden gebonden soorten ten goede komen. Probleem is dat het om een eenmalige vergoeding gaat en niet is voorzien in de financiering van het vervolgbeheer. De stichting werkt samen met locale agrarische ondernemers door middel van inscharings- of eenmalige pachtovereenkomsten. Met de waterleidingmaatschappij wordt nauw samengewerkt en vindt afstemming plaats omtrent inrichting- en beheermaatregelen. Knelpunten met betrekking tot het beheer zijn dat voorgenomen plagwerkzaamheden zijn komen te vervallen in verband met drinkwaterkwaliteitseisen (snellere infiltratie met verontreinigde stoffen in wingebied). Daarnaast wordt als belangrijkste knelpunt ervaren dat er weliswaar voor grotere beheer- en inrichtingsingrepen geld beschikbaar is, maar dat voor het noodzakelijke vervolgbeheer geen of niet voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. De Coöperatieve Vereniging Landschapsbeheer Mergelland pleit vooral voor bevordering van samenwerking tussen alle belanghebbenden, pas dan kan er werkelijk iets van de grond komen. Als belangrijke knelpunten worden gezien de financiering voor onderhoud en beheer van natuur, die niet voldoende en niet structureel is en belemmeringen met betrekking tot bedrijfsvoering vanwege wet- en regelgeving. Agrariërs die bijdragen aan realisering van natuurdoelen moeten nu vaak daarvoor betalen in plaats dat ze daarvoor betaald krijgen (bijvoorbeeld voor het inscharen van vee bij terreinbeheerders).hoewel er veel beleid is ontwikkeld m.b.t. landschap en er vele, dure rapporten hieromtrent zijn opgesteld, komt er in praktijk weinig van de grond. De Coöperatie heeft ideeën met betrekking tot streekeigen produceren en consumeren van producten, waaronder inbegrepen productie van bio-energie uit de streek. Verder stelt de coöperatie voor om een landschapsonderhoudsfonds in te stellen. Met betrekking tot realisatie van landschaps- en natuurdoelen zou het woord subsidie dienen te worden vervangen door structurele financiering. De coöperatie zou graag ondersteund willen worden in financiële zin en met advies in het proces om daadwerkelijk ideeën/initiatieven te realiseren. Natuurmonumenten heeft maar weinig terreinen in eigendom en beheer binnen het plangebied. Op een akker (Eyserheide) nabij het plangebied willen ze graag leefgebied voor o.a. Geelgors, Grauwe gors, Patrijs en akkerkruiden verbeteren met goed ontwikkelde graften. Omdat de leefgebieden in de meeste gevallen grensoverschrijdend zijn willen ze samenwerken met agrariërs, IKL, IVN en de 2 andere terreinbeherende instanties. Ze kunnen daarbij ondersteuning gebruiken voor wat betreft de praktische kennis over verspreiding van soorten. Middelen die hierbij ingezet worden of kunnen worden zijn PB-inrichtingsgelden, leefgebiedengeld. Knelpunten zouden kunnen zijn de stapelingen van subsidievormen, bureaucratie met betrekking tot de subsidieaanvraag, beperkte medewerking van de buren en continuïteit in de garantie van de geldstroom.

9 3 Soortkeuze Achtergrond Het Nederlandse natuurbeleid heeft ondermeer tot doel de realisatie van een duurzame instandhouding voor alle in 1982 in Nederland voorkomende soorten. Het gaat hierbij om circa planten- en diersoorten De zogenaamde Rode Lijsten verdelen de in Nederland voorkomende soorten in verschillende categorieën variërend van niet bedreigd tot ernstig bedreigd of zelf uitgestorven. De leefgebiedenbenadering richt zich met name op soorten uit de categorie bedreigd en ernstig bedreigd en in sommige gevallen op soorten uit de categorie gevoelig en kwetsbaar. Daarnaast richt de leefgebiedenbenadering zich op soorten die beschermd worden door de Flora en Faunawet. In het totaal gaat het bij de leefgebiedenbenadering landelijk om circa 300 soorten. (Voor het gehele Heuvelland zijn 134 soorten geselecteerd). locaties verstaan waar meerdere kwetsbare soorten actueel aanwezig zijn, maar ook de plekken waar ze potentieel zouden kunnen voorkomen. In onderstaande tabel zijn de voor het pilotgebied geselecteerde soorten weergegeven. Opgemerkt dient te worden dat de selectie van soorten een voorstel betreft van de opstellers van dit rapport. Uiteindelijk zijn het de partijen in het gebied zelf die bepalen wat ze voor welke soort(en) gaan doen. 3.2 Selectie van soorten voor het PILOTgebied Eys De volgende criteria zijn bepalend geweest voor de selectie van planten- en diersoorten in het kader van dit pilotproject: Mate van binding aan het Heuvelland Mate van zeldzaamheid: status Rode Lijsten Mate van positief effect van beheer- en inrichtingsmaatregelen op meerdere soorten Evenwichtige verspreiding van actueel, potentieel of historische verspreiding over de deelgebieden Plateau, Helling en Beekdal Evenwichtige verspreiding over de in het pilotgebied voorkomende ecotopen (herkenbare min of meer homogene landschappelijke eenheid) Aandachtsoorten uit het Stimuleringsplan Beschikbaarheid verspreidingsgegevens Op basis van bovenstaande criteria zijn voor het gebied Eys 34 planten- en diersoorten geselecteerd. Deze soorten zijn actueel aanwezig in en nabij Eys of kunnen potentieel hier in voorkomen. Een deel van de geselecteerde soorten kwam vroeger voor in het gebied, maar is om diverse redenen verdwenen. In de bijlage zijn de soortbeschrijvingen opgenomen. In het navolgende hoofdstuk worden per deelgebied plateau, helling en beekdal de soortgroepen besproken, de kansrijke situaties, de eventuele knelpunten en wordt tevens een beheers- en inrichtingsadvies ter verbetering van de leefgebieden van de geselecteerde soorten gegeven. Naar verwachting zullen door deze maatregelen ook andere kwetsbare soorten profiteren. Onder deze kansrijke gebieden worden niet alleen de

10 10 Soortnaam Rode Lijststatus Plateau, Helling, Beekdal Planten Aarddistel Ernstig bedreig Helling Akkerboterbloem Ernstig bedreig Plateau Akkerogentroost Bedreigd Plateau Beklierde ogentroost Ernstig bedreigd Helling Betonie Bedreigd Helling Blaasvaren Bedreigd Helling Blauw guigelheid Ernstig bedreigd Plateau Blonde zegge Bedreigd Beekdal Bosboterbloem Ernstig bedreigd Beekdal, Helling Duifkruid Bedreigd Helling Franjegentiaan Ernstig bedreigd Helling Gele zegge Bedreigd Beekdal Genaald schapengras Ernstig bedreigd Beekdal Getande veldsla Ernstig bedreigd Helling, Plateau Groot spiegelklokje Ernstig bedreigd Plateau Grote leeuwenklauw Bedreigd Plateau Grote muggenorchis Ernstig bedreigd Helling Mannetjesorchis Ernstig bedreigd Helling Spits havikskruid Ernstig bedreigd Beekdal Verfbrem Bedreigd Helling Welriekende nachtorchis Bedreigd Beekdal Zoogdieren Hamster Ernstig bedreigd Plateau Insecten Bosbeekjuffer Bedreigd Beekdal Bruin dikkopje Ernstig bedreigd Helling Sleedoornpage Bedreigd Beekdal, Helling Vogels Grauwe gors Ernstig bedreigd Beekdal, Plateau Steenuil Kwetsbaar Beekdal, Plateau Wespendief Beekdal, Helling, Plateau IJsvogel Beekdal Vissen Barbeel Bedreigd Beekdal Elrits Bedreigd Beekdal Amfibieèn en reptielen Hazelworm Kwetsbaar Helling, Plateau Vinpootsalamander Kwetsbaar Helling, Plateau Vroedmeesterpad Kwetsbaar Beekdal, Helling Tabel 1: Overzicht geselecteerde soorten

11 4 Kenschets pilotgebied 11 Binnen de begrenzing van het pilotgebied Eys is een aantal landschappelijke eenheden te onderscheiden, welke van belang zijn voor het actueel en potentieel voorkomen van de in de voorgaande tabel opgenomen soorten. Dit zijn achtereenvolgens het hooggelegen, vrij vlakke en open plateau van Ubachsberg aan de noordzijde, de relatief steile hellingen ten zuiden daarvan met droogdalen en holle wegen, het beekdal van de Eyserbeek en een relatief open plateaugebied met een grootschalig karakter ten zuiden van het miljoenenlijntje, dat gelegen is op flauwe hellingen, die doorsneden worden door enkele holle wegen Plateaugebied Dit gebied,dat gelegen is ten zuiden van het Miljoenenlijntje, heeft een grootschalig, relatief open, agrarisch karakter en bestaat voornamelijk uit akkerbouw, afgewisseld met graslanden. Plaatselijk wordt het gebied doorsneden door holle en veldwegen, waar kalksteen ondiep in de ondergrond aanwezig is en komen landschappelijke elementen voor in de vorm van graftbeplantingen, hagen, hoogstamboomgaarden en knotbomen. Een aantal van dit soort elementen verkeert in een slechte staat van onderhoud of is zelfs bijna geheel verdwenen. Figuur 1: Ligging pilotgebied Foto Bloemrijke akkerranden Binnen deze grotere eenheden zijn landschappelijke elementen te onderscheiden die van belang zijn uit oogpunt van bescherming van de geselecteerde planten- en diersoorten. 4.1 Ecologisch kansrijke situaties Aan de hand van een tweetal terreinbezoeken, literatuurstudie en raadpleging van verspreidingsgegevens van soorten van het Natuur Historisch Genootschap in Limburg (NHGL) zijn kansrijke situaties in beeld gebracht, die van belang kunnen zijn voor behoud en ontwikkeling van leefgebieden van kwetsbare planten- en diersoorten. Per deelgebied worden in de navolgende paragraaf de kansen, eventuele knelpunten, oplossingsrichtingen en de te nemen beheer- en inrichtingsmaatregelen per soortgroep kort besproken. Het gebied is in potentie van betekenis voor uitwisseling van soorten naar natuurterreinen, die zuidelijker zijn gelegen, zoals de Kruisberg en Wahlwiller Graven. Voor wat betreft dit deelgebied zijn er goede kansen aanwezig om door middel van beheer- en inrichtingsmaatregelen leefgebieden van soorten te behouden en te herstellen. Aanknopingspunten liggen vooral op plekken waar kalkrijk materiaal dicht aan het oppervlak aanwezig is, zoals in holle wegen en langs steilranden en waar lijnvormige en vlakvormige elementen, zoals graftbeplantingen, hagen, knotbomenrijen en hoogstamboomgaarden nog betrekkelijk gaaf in het landschap aanwezig zijn. De plaatselijke aanwezigheid van ondiep kalk in de ondergrond zorgt er voor dat onder andere holle wegen in dit deelgebied actueel en potentieel een belangrijk leefgebied vormen voor tal van zeldzame planten- en diersoorten. Een groot knelpunten met betrekking tot deze relatief schrale terreindelen bestaat uit inspoeling van meststoffen en bestrijdingsmiddelen vanuit de hoger gelegen akkergebieden. Hierdoor vindt verruiging plaats

12 12 met algemene soorten ten kost van zeldzame soorten. Door de intensivering van de landbouw is in dit deelgebied een groot deel van de lijnvormige landschappelijke beplanting verdwenen of nog maar in een sterk gedegradeerde vorm aanwezig. Hierdoor is de betekenis van dit soort elementen als leefgebied of als verbindingsstructuur voor veel planten- en diersoorten sterk afgenomen. Om te voorkomen dat schrale, meestal kalkrijke, terreindelen verruigen door inspoeling van meststoffen vanaf hoger gelegen akkers, zou aan de rand van de akker een zogenaamde topkam geploegd kunnen worden, zodat afstroming wordt tegen gegaan. Een andere mogelijkheid om dit te bereiken is om extensief akkerrandenbeheer toe te passen op de aangrenzende strook grond. Bermen, die verruigd zijn, kunnen verschraald worden door een maaibeheer toe te passen, waarbij het maaisel afgevoerd dient te worden. Indien de mogelijkheden dat toelaten, kunnen de bermen ook verschraald worden door een begrazingsbeheer met een geschepende kudde. Het voordeel van zo n beheer is dat plantensoorten zich sneller kunnen verspreiden vanwege het zaadtransport door de schapen van het ene terrein naar de andere terreinen. Vanwege het voorkomen van insectensoorten dient een deel van de schrale vegetatie niet gemaaid of begraasd te worden. In dit deelgebied kan het leefgebied van veel soorten verder hersteld worden door aanleg en herstel van lijnvormige elementen, zoals graften, hagen, rijen knotbomen, bermen, maar ook hoogstamboomgaarden en door regenwaterbuffers in te richten. Deze elementen zijn tevens van grote betekenis voor de migratiemogelijkheden van veel soorten binnen het pilotgebied, maar ook naar andere natuurterreinen buiten het pilotgebied, zoals de Kruisberg en Wahlwiller Graven. Boven beschreven beheer- en inrichtingsmaatregelen kunnen in belangrijke mate bijdragen aan behoud en ontwikkeling van het leefgebied van de plateausoorten uit de tabel. Daarnaast profiteert een groot aantal andere soorten van de maatregelen, waaronder Laatvlieger, Das, Geelgors, Rode wouw, Kerkuil, Patrijs, Aarddistel, Duifkruid, Hokjespeul, Grote centaurie en een groot aantal insectensoorten die gebonden zijn aan schrale omstandigheden Beekdal van de Eyserbeek Dit deelgebied bestaat uit lössrijke leemgronden aan weerszijde van de Eyserbeek. In het bebouwde gebied is de beek grotendeels beschoeid. Benedenstrooms kan de beek vrij meanderen. Goede kansen voor verbetering van leefgebied van soorten van dit deelgebied zijn aanwezig door bij het treffen van beheer- en inrichtingsmaatregelen aan te sluiten bij de actuele en potentiële waardevolle terreinen die in het gebied aanwezig zijn. Binnen dit deelgebied fungeert zowel de beek zelf als ook het Miljoenenlijntje als een belangrijke verbindingszone voor soorten. De taluds van het Miljoenenlijntje zullen verder besproken worden bij de paragraaf Hellingen vanwege de specifieke abiotische en biotische aspecten die op deze terreindelen van toepassing zijn. Foto Beekdal Een bijzonder waardevol terrein in dit deelgebied, dat als leefgebied fungeert voor veel planten- en diersoorten is de Piepert. Hier worden vochtige graslandvegetaties afgewisseld met moerasvegetaties, bronpoelen, ruigte en vochtig loofbos. De Eyserbeek zelf is van belang als verbindingszone voor veel soorten zoogdieren, vogels, vissen, amfibieën en vlinders. Langs de beek worden voedselrijkere,vochtige tot natte graslanden, die onder invloed staan van kwel, afgewisseld met relatief droge, kalkrijke graslanden. Vanwege deze overgangen in het abiotische milieuomstandigheden zijn deze beekdalgraslanden voor veel soorten van betekenis. Knelpunten met betrekking tot de natuurwaarden in dit deelgebied bestaan onder meer uit grondwaterwinning in het bronnengebied in de Piepert, waardoor verdroging optreedt met als gevolg dat er sprake is van interne eutrofiëring. Daarnaast vindt er eutrofiëring van de beekdalgraslanden plaats door instroom van meststoffen en bestrijdingsmiddel via het grondwater en oppervlakkig afstromend water en door het periodiek buiten de oevers treden van de beek bij piekafvoeren (Knelpunten en kansenanalyse Natura 2000-gebied 157 Geuldal, Kiwa Water Research/EGG-consult, juni 2007). Uitvoering van de

13 13 in het Kiwa-rapport voorgestelde, veelal ingrijpende oplossingsmaatregelen met betrekking tot deze problematiek wordt in het kader van deze pilot weinig realistisch geacht, maar kan wellicht in een ander verband opgepakt worden. Het betreft onder andere maatregelen als het stoppen of aanpassen van grondwateronttrekking voor drinkwater en industrie, het verwijderen van stuwen in brongebieden en stoppen van bemesting in intrekgebieden van bron- en kwelgebieden binnen en buiten Natura 2000-gebied. nen. Belangrijke bos- en natuurterreinen zijn de Eyserbossen, waterwingebied Roodborn en het landgoed Goedenraad. Daarnaast wordt het landschap gekarakteriseerd door enkele holle wegen en droogdalen. Ook de taluds van het Miljoenenlijntje worden hier tot dit landschapstype gerekend, omdat ze wat soorten betreft actueel en potentieel veel overeenkomsten vertonen met de hellingen. Door beheer- en inrichtingsmaatregelen, die minder complex van aard zijn dan de door Kiwa genoemde voorstellen, kan leefgebied van veel soorten worden verbeterd. Hier wordt voorgesteld om de vochtige tot natte beekdalgraslanden te hooien, eventueel gevolgd door nabeweiding later in het seizoen, voor zover dat nog niet gebeurd. Maaien met afvoer van het maaisel zal er eerder toe leiden dat de voedselrijkdom van de bodem zal afnemen, waardoor de soortenrijkdom eerder zal toenemen dan wanneer alleen begrazing plaatsvindt. In verband met de betekenis van deze terreinen voor insecten, waaronder vlinders, dienen stukken niet gemaaid dan wel begraasd te worden. De functie van de Eyserbeek als migratiezone voor vele diersoorten zou versterkt kunnen worden door beekbegeleidende beplanting aan te brengen, die aansluit op de reeds aanwezige beplanting, veelal knotwilgen en essen, zodanig dat bosjes en bosgebieden met elkaar worden verbonden. Met dat zelfde doel kunnen op (oude) kavelgrenzen hagen aangeplant of hersteld worden. De in het beekdal aanwezige populierenopstanden zouden omgevormd kunnen worden tot een meer natuurlijk bostype. Andere planten- en diersoorten, dan opgenomen in de tabel, die van voorgestelde maatregelen profiteren zijn onder andere Adderwortel, Slanke sleutelbloem, Herfsttijloos, Aardbeivlinder, Grote gele kwikstaart, Watervleermuis en Waterspitsmuis Hellingen Het beekdal van de Eyserbeek gaat in noordelijke richting over in een hellend gebied, dat gekenmerkt wordt door een grote afwisseling in landschappelijke variatie, de aanwezigheid van ondiep kalkgesteente en een bijzonder gevarieerde flora en fauna. De hellingen zijn plaatselijk rijk aan landschappelijke elementen, zoals graften, heggen en struweelhagen. Daarentegen zijn ook op veel plaatsen landschappelijke elementen in de loop der jaren verdwe- Foto Helling met lijnvormige begroeiing Aanknopingspunten die kansrijk zijn om leefgebieden van soorten te behouden, herstellen of vergroten in dit deelgebied zijn de plaatsen waar kalkgesteente ondiep in de ondergrond aanwezig is, zoals op de steilere terreindelen, de in het landschap aanwezige (restanten) lijnvormige en vlakvormige landschapselementen, zoals graften, heggen, houtwallen, holle wegen, bermen, wegbeplantingen en hoogstamboomgaarden en de bestaande bos- en natuurterreinen. Knelpunten met betrekking tot instandhouding, herstel en uitbreiding van leefgebieden van soorten bestaan uit eutrofiëring door bemesting of inspoeling van meststoffen in terreinen die van nature voedselarm zijn. Hierdoor voldoen de leefgebieden niet meer aan de specifieke eisen die kwetsbare soorten aan hun omgeving stellen met als gevolg dat ze op den duur zullen verdwijnen ten koste van algemenere soorten. Een ander knelpunt is dat plaatselijk landschappelijke elementen geleidelijk aan verdwenen zijn of in slechte staat van onderhoud verkeren, waarmee ook leefgebied van soorten is verdwenen en de migratiemogelijkheden zijn afgenomen. Veel kwetsbare soorten zijn afhankelijk van geleidelijke overgangen via een mantelen zoomvegetatie van grasland of akker naar opgaand bos. In dit deelgebied zijn deze geleidelijke oevergangen, behoudens een paar plekken, niet of in onvoldoende mate aanwezig, waardoor leefgebieden van specifieke bosrand-

14 14 soorten onder druk staan. Ook bij het beheer van (weg) bermen en het talud van de spoorlijn wordt in veel gevallen geen rekening gehouden met de functie die deze terreinen hebben als leefgebied van en migratiezone voor soorten. Veelal worden ze te intensief of te extensief beheerd en vindt er eutrofiëring plaats door inspoeling van meststoffen, waardoor kwetsbare soorten verdwijnen. Instandhouding, herstel en uitbreiding van leefgebied van de soorten die in de tabel zijn opgenomen kan gerealiseerd worden door de navolgende beheer- en inrichtingsmaatregelen uit te voeren. Op de van nature voedselarme graslanden dient geen bemesting plaats te vinden Ook dient voorkomen te worden dat meststoffen van hoger gelegen delen instromen, door bijvoorbeeld op de plateauranden een bufferzone of een zogenaamde topkam aan te leggen. De van oorsprong schrale graslanden kunnen zowel jaarlijks gemaaid worden, waarbij het maaisel wordt afgevoerd, dan wel extensief worden begraasd. In verband met de betekenis van deze terreinen voor insecten dient jaarlijks een deel ongemaaid of onbegraasd gelaten te worden. Als de uitgangssituatie van de graslanden voedselrijker is, dan zal maaien met afvoer van het maaisel sneller een verschralend effect hebben, dan begrazing. In voedselarmere situatie zorgt begrazing, eventueel in combinatie met maaien, er voor dat er open plekken in de vegetatie ontstaan, waardoor kalkgesteente uit de ondergrond naar boven komt en er kiemplekken ontstaan voor kwetsbare plantensoorten. Om verspreiding van zaad te bevorderen zou een aantal kansrijke terreinen door een gehoede schaapskudde cyclisch kunnen worden afgegraasd. Op plekken waar de grasmat sterk vergrast of vervilt is zouden door plekgewijs te plaggen open plekken gemaakt kunnen worden. Percelen die zeer voedselrijk zijn doordat ze jarenlang bemest zijn, kunnen verschraald worden door eerst een aantal jaren achtereen maïs te verbouwen. uitgevoerd kunnen worden in de bosrand van het oostelijk deel van het Eyserbos en langs de bospaden. In dit deelgebied kan het leefgebied van veel soorten verder hersteld worden door aanleg en herstel van lijnvormige elementen, zoals graften, hagen, rijen knotbomen, bermen, maar ook hoogstamboomgaarden en door regenwaterbuffers in te richten. Bij voorkeur dient hierbij aangesloten te worden bij bestaande, redelijk tot goed ontwikkelde bos- en natuurgebieden en landschappelijke elementen. Deze elementen zijn tevens van grote betekenis voor de migratiemogelijkheden van veel soorten binnen het pilotgebied, maar ook naar andere natuurterreinen buiten het pilotgebied. Andere kwetsbare planten en dieren, die meeprofiteren van bovenstaande beheer- en inrichtingsmaatregelen zijn soorten van voedselarme, vaak kalkrijke graslanden, zoals Aardkastanje, Doorgroeide boerenkers, Driedistel, Franjegentiaan, Vliegenorchis, Voorjaarsganzerik, Bruin dikkopje, Geelsprietdikkopje, Kalkgraslanddikkopje, Levendbarende hagedis en Geelgors en struweel-, mantel- en zoomsoorten, zoals Bleek bosvogeltje, Bergdravik, Mannetjesorchis, Soldaatje, Grauwe klauwier, Roodborsttapuit, Levendbarende hagedis en Vale vleermuis. Geleidelijke overgangen van opgaand bos naar grasland of akker, via een mantel- en zoomvegetatie, kunnen ontstaan door open plekken in de bosranden te kappen. Op een vijftal plekken aan de zuidwestzijde van het Eyserbos zijn in 2001(?) inhammen in de bosrand gekapt. In de jaren daarna is de vegetatie jaarlijks gemaaid en zijn de inhammen jaarlijks gemonitord op het voorkomen van kwetsbare plantensoorten (Monitoringsproject Eyserbos 2002, 2003, Grootjans en De Rooij). De monitoringsopnamen laten zien dat voor wat betreft de plantensoorten, die gebonden zijn aan geleidelijke overgangen, de maatregelen gunstig zijn geweest. Eenzelfde soort maatregelen zou

15 5 Handvatten voor uitwerking leefgebiedenbenadering 15 De leefgebiedenbenadering gaat uit van een verbeterde inzet van bestaand instrumentarium. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op diverse mogelijkheden die de provincie Limburg biedt. 5.1 Provinciaal beleid De essentie van de Verhandelbare Ontwikkelingsrechtenmethode (VORm), Rood voor Groen (RvG) en Bouwkavel op Maat+ (BOM+) is het sturing geven aan bouwen buiten de huidige bebouwingscontouren van dorpen en steden, in ruil voor een maatschappelijke tegenprestatie in de vorm van groenontwikkeling. De basis voor het instrumentarium is vastgelegd in een aanvulling op het streekplan, (Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) herziening op onderdelen contourenbeleid Limburg, 2005). Ruimtelijk bezien wordt deze sturing vormgegeven door de vaststelling van de contouren rondom dorpen en steden, die ingesteld zijn om ongewenste uitbreiding en verrommeling van het landschap tegen te gaan. Daarnaast is de Provinciale Ontwikkelingszone Groene Waarden begrensd. Een ruimtelijke begrenzing voor groenontwikkeling, aanvullend aan de bestaande Ecologische Hoofdstructuur. De instrumenten functioneren als volgt: Verhandelbare Ontwikkelingsrechtenmethode (VORm) Het VORm biedt initiatiefnemers de mogelijkheid om te bouwen buiten de contour. In de meeste gevallen gaat het om woningbouw en bedrijventerrein. Naast een aantoonbare kwalitatieve landschappelijke inpassing (qua aard en omvang passend bij de lokatie), moet een groene tegenprestatie plaatsvinden. De verhouding tussen rood en groen wordt bepaald aan de hand van rekenmodellen met normkosten. Rood voor Groen (nieuwe landgoederen) (RvG) Doelstelling van RvG is het stimuleren van groene ontwikkelingen in het buitengebied. Buiten de contour mag gebouwd worden, mits de groene tegenprestatie in de POG in een verhouding van 1 woning voor 10 ha groen. Zowel de rode als de groene component worden getoetst aan de kwalitatieve landschappelijke inpassing. Het nieuwe landgoed dient minimaal 90% opengesteld te zijn. Bouwkavel op maat+ (BOM+) Doelstelling van het BOM+ is het mogelijk maken van wijzigingen binnen bouwblokken in ruil voor een landschappelijke kwaliteitsverbetering op hetzelfde bouwblok. Het kan gaan om splitsing van agrarische bedrijfsgebouwen. Bedrijfsontwikkelingsplan als basis voor kwaliteitsverbetering. Landschappelijke inpassing bebouwing binnen bouwblok, eventueel aangevuld met kwaliteitsverbeterende maatregelen buiten het bouwblok. De groene tegenprestatie wordt bij voorkeur binnen de Provinciale Ontwikkelingszone Groene waarden (POG) gerealiseerd en draagt in die zin bij aan gewenste groenontwikkeling buiten de EHS. De omvang van de groene tegenprestatie is afhankelijk van de aard en omvang van de rode component. 5.2 Overige instrumenten Naast de hierboven genoemde instrumenten zijn er landelijk gezien nog andere instrumenten in ontwikkeling of reeds in gebruik die een bijdrage kunnen leveren aan het succes van de leefgebiedenbenadering. Deze instrumenten zijn dikwijls niet specifiek gericht op soortenbescherming. Echter met een meer actieve inbreng van leefgebiedplannen als toetsingskader zou hier verandering in aangebracht kunnen worden. Onderstaande opsomming van instrumenten is niet uitputtend. Streekrekening / landschapsfonds Op diverse plaatsen in het land vindt fondsvorming plaats gekoppeld aan een gebied. Deze streekrekeningen of landschapsfondsen keren een gedeelte van de renteopbrengsten uit aan projecten die ten goede komen aan onder andere landschap. Wellicht dat leefgebiedplannen als inspiratiebron kunnen dienen voor projecten die in dit kader worden uitgevoerd. (zie ook Landschapsveiling Op enkele locaties in het land is afgelopen jaar een landschapsveiling georganiseerd. Eén van de gebieden waar een veiling is georganiseerd is Zuid-Limburg. Met het veilen van (het beheer van) landschapselementen wordt het landschap duurzaam in stand gehouden. Ook soorten profiteren hiervan. De Landschapsveiling Mergelland heeft ca ,- opgebracht voor 15 landschapselementen. Tot op heden is dit aspect niet gebruikt als argument om mensen / bedrijven te laten bieden op landschapselementen. Ook hier kan het leefgebiedplan dienen als inspiratiebron voor het type en de locatie van de beheermaatregelen. (zie ook /

16 16 Groene Diensten Buiten de Ecologische Hoofdstructuur bestaat de mogelijkheid om vergoedingen te geven voor het ontwikkelen en in stand houden van landschappelijke beplantingen. De basis hiervoor vormt de Catalogus Groen-Blauwe diensten. Overheden kunnen de catalogus gebruiken als leidraad om regelingen te ontwikkelen voor de ontwikkeling en instandhouding van landschap, natuur, water, recreatie en cultuurhistorie. Vooral de groene diensten uit de catalogus bieden kansen voor soortbescherming. De leefgebiedplannen zouden kunnen dienen als inspiratiebron of toetsingskader voor nieuwe regelingen. (zie ook Adoptie van soorten In Belgisch Limburg hebben 44 gemeenten ieder één beschermde soort geadopteerd. Voor iedere soort is een beschermingsplan opgesteld, specifiek gericht op de betreffende gemeente. Bij de keuze van de soorten is rekening gehouden met de mate waarin een soort als indicator kan dienen voor de kwaliteit van de aanwezige, of nog te ontwikkelen, leefomgeving. Voorbeelden zijn soorten als de Grauwe Klauwier en de Geelgors die afhankelijk zijn van een afwisselend, kleinschalig (cultuur) landschap. Een populatie van deze soorten kan zich alleen instandhouden of ontwikkelen bij een landschap van voldoende kwaliteit. De gemeenten gaan zich inzetten om de benoemde maatregelen ook daadwerkelijk uit te voeren, samen met inwoners, terreinbeheerders, scholen e.d. (zie ook /

17 6 Vervolg Activiteiten Om te inventariseren welke ontwikkelingen er in het gebied spelen, welke ideeën belanghebbenden en belangstellenden hebben en om draagvlak te verkrijgen voor de leefgebiedenbenadering, zijn lokale initiatieven verkend door middel van één op één gesprekken en is een tweetal workshop gehouden. De uitkomsten en conclusies, die hieruit naar voren zijn gekomen zijn vervolgens verwerkt in een concept van dit rapport, dat in een afsluitende bijeenkomst aan betrokkenen is gepresenteerd. Op deze laatste bijeenkomst zijn door de aanwezigen aanvullingen, aanpassingen en opmerkingen op de conceptrapportage gegeven, die in dit eindrapport zijn verwerkt. De belangrijkste punten die naar voren zijn gekomen zijn: Kennis over soorten, hun leefgebied en de wijze waarop beheer en inrichting uitgevoerd zou moeten worden is één van de belangrijkste pijlers voor het slagen van de leefgebiedenbenadering. Daarnaast is kennis van de streek, de verschillende eigenaren en de ideeën en initiatieven die mensen hebben van evengroot belang om gezamenlijk te bekijken welke mogelijkheden er voor soorten en hun leefgebied zijn. Er is een duidelijke behoefte uitgesproken voor samenwerking en afstemming op beheerniveau als het gaat om meedenken en meedoen, waarbij een bottom up benadering en vrijwilligheid als belangrijke randvoorwaarden worden gezien voor het welslagen van de leefgebiedenbenadering. Er is meer beleidsruimte en een flexibelere inzet van middelen nodig om de leefgebiedenbenadering tot een succes te maken. Er is behoefte aan een landschapsfonds en groen-blauwe diensten zouden in ook het Heuvelland moeten gelden. Er moet een deugdelijke regeling komen om schade die door soorten veroorzaakt wordt te vergoeden. Agrariërs worden graag betrokken bij het beheer van natuur, maar willen daar een marktconforme vergoeding voor ontvangen. Verder vinden ze het belangrijk dat agrarische grond agrarisch blijft. Er zijn in Eys tal van ideeën en initiatieven waarbij met de leefgebiedenbenadering aangesloten kan worden. Economie en ecologie kunnen elkaar dan versterken. Als voorbeeld wordt hier genoemd het beheer van de spoortaluds van het Miljoenenlijntje door schapenbegrazing, het beheer van landschapselementen door de Landschapscoöperatie, het ecologisch beheer van bermen door de gemeente, het nadenken over opwekken van nieuwe vormen van energie uit de streek, het inschakelen van agrariërs bij het beheer van het landschap, bij de inrichting van pas aangelegde en nog aan te leggen regenwaterbuffers rekening houden met bedreigde planten- en diersoorten etc. Er is vooral behoefte aan een lange termijn visie en oplossingen. Bij beheer- en inrichtingsmaatregelen ten behoeve van bedreigde planten- en diersoorten is het van belang dat de continuïteit, ook in financiële zin, gewaarborgd wordt. Om leefgebieden levend te houden is een organisatievorm nodig die het mogelijk maakt om leefgebieden als merk vorm en inhoud te geven. Een leefgebied onderscheid zich van andere gebieden, niet alleen door bijzondere natuurwaarden, maar ook door de betrokkenheid van mensen. Door gerichte communicatie, het vrijgeven van de ontwikkelde huisstijl en het ondersteunen van persoonlijke initiatieven blijft het leefgebied ook leven. Door op beheerniveau de gelegenheid te creëeren om samen te werken, elkaars kwaliteiten te leren kennen en hiervan gebruik te maken, kan veel bereikt worden voor de beschermde soorten. Een beheerplatform is hiervoor de aangewezen plek. Binnen een leefgebied kan de landschapsmakelaar een bindende, stimulerende en deskundige rol vervullen. 6.2 Organisatieadvies De uitdaging is vooral om bestaande, lokale initiatieven te bundelen en partijen bij elkaar te brengen. Dit dient georganiseerd en begeleid te worden, waarvoor een initiatiefnemer en projectleider nodig zijn. Per deelgebied kan dan naar oplossingen gezocht worden om ideeën en initiatieven uit het gebied gerealiseerd te krijgen en om de (eventueel) benodigde financiering te regelen. Om de problematiek van het beschermen van leefgebieden onder de aandacht te brengen, werd een logo en huisstijl ontwikkeld. Deze dient verder ingezet en uitgedragen te worden. Daarvoor is een verantwoordelijk eigenaar nodig, die deze beschermt en uitgeeft aan relevante projecten en communicatiemiddelen. Ook zou het gemakkelijk zijn, indien er een soort kennisbank ontwikkeld wordt, waarin kennis en ervaring wordt vastgelegd en gedeeld. Gezien de opgedane ervaring met de materie, is ons voorstel voor een dergelijke organisatie voor de vervolgactiviteiten in het Actief beschermd leefgebied Eys :

18 18 Opdrachtgever/projecteigenaar Provincie Limburg Projectleider Lokale initiatiefnemer/bosgroep Zuid Nederland Projectparticipanten IKL/ DLG/ Vermeulen Total Identity Uitvoeringsorgaan Lokale werkgroep Onder regie van de projectleider dient een lokaal Plan van Aanpak opgesteld te worden. Hierin wordt de organisatie en planning, inclusief de benodigde financiële middelen voor het Actief Beschermd Leefgebied Eys in detail beschreven te zijn. Na goedkeuring door de stuurgroep (opdrachtgever en projectleider) kan dit Plan van Aanpak uitgevoerd worden, waarbij tussentijds en bij afronding verantwoording wordt afgelegd. De opdrachtgever blijft eigenaar van de ontwikkelde huisstijl en communicatiemiddelen, maar kan de operationele uitgifte ervan uitbesteden aan de projectleider. Om mensen te enthousiasmeren voor instandhouding en herstel van leefgebieden van kwetsbare soorten, hun hierbij van advies te dienen en te zorgen dat door samenwerking zowel op economisch als op ecologisch gebied een win-win-situatie gerealiseerd wordt, wordt hier voorgesteld om een aantal vervolgactiviteiten te organiseren. Het houden van één of meerdere excursies, waarbij uitleg wordt gegeven over de soorten, hun leefgebied en op het op de soorten gericht beheer. Het organiseren van één of meerdere werkdagen in de natuur of op de boerderij. Aanbieden van cursus hoogstamonderhoud. Instellen van een beheerplatform, waarin belanghebbenden zitting hebben en waarin plannen/ideeën nader uitgewerkt worden. Aanbieden van een Leefgebiedwaaier aan belanghebbenden en belangstellenden. Eén op één-ondersteuning door organisaties, zoals DLG, Bosgroep en IKL. Leefgebiedplan benutten in maatschappelijk verantwoord ondernemen. Initiatiefnemers kunnen gebruik maken van de voor deze pilot ontwikkelde huisstijl. Naast bovengenoemde activiteiten zullen stappen ondernomen worden om het enthousiasme en de getoonde betrokkenheid bij uitvoering van beheer te kunnen blijven ondersteunen. Voor concrete activiteiten wordt in samenspraak met initiatiefnemers gezocht naar financieringsbronnen om tot uitvoering te kunnen komen.

19 Bijlage 1 Beleidskader 19 Onderstaand wordt beknopt ingegaan op de belangrijkste beleidsplannen, die van belang zijn voor de bescherming van bedreigde planten- en diersoorten. Rijksbeleid ten aanzien van soortbescherming Natuurbeschermingswet en Natura 2000-gebieden Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Het netwerk bestaat uit alle gebieden die beschermd zijn op grond van de Europese Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Door de aanwijzing komen de Natura 2000-gebieden te vallen onder de wettelijke bescherming van de Natuurbeschermingswet (1998) met als doel het behoud en herstel van de biodiversiteit. De Europese Commissie draagt financieel bij aan de essentiële bescherming van Natura 2000-gebieden door middel van subsidies, zoals bijvoorbeeld het LIFE-fonds, Plattelandsontwikkelingsfondsen en Structuurfondsen. Enkele bos- en natuurterreinen binnen het pilotgebied Eys zijn in het aanwijzingsbesluit opgenomen in het Natura 2000-gebied Geuldal. Het betreft hier de Eyserbosschen, De Piepert, Waterwingebied Roodborn en bos- en natuurterrein bij kasteel Goedenraad. Naast algemene doelen, waaronder behoud van de biodiversiteit en behoud en waar nodig herstel van de ecologische samenhang van het netwerk, zijn in het ontwerpbesluit natuurdoeltypen voor de diverse gebieden opgenomen. De doelen ten aanzien van deze natuurdoeltypen zijn deze te behouden, uit te breiden en/of de kwaliteit er van te verbeteren. Tevens wordt voor het Natura 2000-gebied Geuldal een aantal specifieke soorten genoemd. De doelen ten aanzien van genoemde soorten zijn uitbreiding van de verspreiding van de soorten, de omvang van de populaties te behouden en/of uit te breiden en/of de omvang en kwaliteit van het leefgebieden te behouden, te verbeteren en/of uit te breiden. Het gaat hier om de Spaanse vlag, Vliegend hert, Beekprik, Rivierdonderpad, Kamsalamander, Geelbuikvuurpad, Meervleermuis, Ingekorven vleermuis, Vale vleermuis en Gaffellibel. Voor alle Natura 2000-gebieden dienen vóór 2010 beheersplannen opgesteld te worden. In deze plannen staat aangegeven welke activiteiten wel en niet mogelijk zijn in en rondom het gebied. Ook staat in het beheersplan vermeld hoe de doelen bereikt worden. Structuurschema Groene Ruimte 2 Het Structuurschema Groene Ruimte 2 (SGR 2) beschrijft de kwaliteit van het landelijk gebied per landschapstype aan de hand van algemene kernkwaliteiten. Doel is realisatie van een instrumentarium dat een bijdrage levert aan het behoud en de versterking van de kwaliteit van het landelijk gebied. Voor het Heuvelland zijn in het SGR 2 specifieke beleidsaspecten opgenomen ter realisatie van de gestelde doelen, die in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg nader zijn uitgewerkt. Nota Ruimte In de Nota Ruimte is het rijksbeleid met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling en de belangrijkste doelstelling voor de komende decennia (2010 tot 2020 met een doorkijk naar 2030) opgenomen. De Nota schept ruimte voor ontwikkeling, onder het motto decentraal wat kan, centraal wat moet, waarmee lagere overheden, zoals provincie en gemeenten een grotere rol toebedeeld krijgen bij realisatie van doelen. In plaats van het stellen van ruimtelijke beperkingen, worden gewenste ruimtelijke ontwikkelingen gestimuleerd. Voor het Heuvelland zijn de ontwikkelingsdoelen nader uitgewerkt in het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL). Herinrichtingsplan Mergelland-Oost Het pilotgebied Eys valt geheel binnen de begrenzing van de herinrichting Mergelland-Oost. De streefdoelen van dit plan zijn als volgt samengevat. Het plan gaat uit van behoud van bestaande elementen en het open houden van de plateaus. Plateaus worden voornamelijk gebruikt door de landbouw. Kleine landschapselementen worden aangebracht rond de dorpen, bij poelen en holle wegen. De flauwe hellingen worden gebruikt voor landbouw met beplanting in kleine bosjes en lijnvormige elementen. Op de meer steilere hellingen worden bossen en bosstroken aangebracht. In de beekdalen bevinden zich bosjes en natuurgebieden en vindt extensief landbouwkundig gebruik plaats, waarbij beekloop en steilranden beplant kunnen worden en meanderstroken langs de beek aangebracht kunnen worden. Reservaatsgebieden worden gerealiseerd. Het waterbeheer is afgestemd op natuur/ en landschapsbehoud. Er zullen voorzieningen worden aangebracht om wateroverlast en erosie te beperken. Het leefgebied van de das wordt verbeterd. Op vrijwillige basis zal gestreefd worden naar realisatie van erf/ en kavelgrensbeplanting. De recreatief/toeristische functie van het gebied zal worden verbeterd. Bestaande landschappelijke elementen worden gehandhaafd en de vele cultuurhistorische elementen worden behouden en waar nodig hersteld.

20 20 Herverkaveling van het gebied zal zodanig plaatsvinden dat hierdoor de inrichting van het gebied voor landbouw, natuur en landschap wordt verbeterd. Kaderrichtlijn Water, GGOR, SEF beken De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn, die er voor moet zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2015 op orde is. Het ecologisch functioneren van watersystemen en de stroomgebiedsgerichte aanpak staan in het KRW centraal. Voor de in het pilotgebied gelegen hydrologisch gevoelige Vogel- en Habitatrichtlijngebieden, de Piepert e.o. en landgoed Goedenraad betekent dit dat deze gebieden op grond van de KRW in 2015 een goede ecologische toestand bezitten. Voor de in het pilotgebied gelegen Eyserbeek, waaraan de status sterk veranderd waterlichaam is toegekend, houdt dit in dat deze beek in principe in 2015 en uiterlijk in 2027 een goed ecologisch potentieel dient te hebben. De belangrijkste voorwaarden voor het behalen van de gewenste toestand zijn de hydromorfologische inrichting, de nutrïentenrijkdom en andere stoffen die van invloed zijn op het ecologisch functioneren. In 2007 is door het waterschap Roer en Overmaas in samenspraak met lokale belangenvertegenwoordigers gestart met het in beeld brengen van de gewenste gronden oppervlaktewaterstanden en waterkwaliteit (GGOR) die noodzakelijk zijn voor de verschillende gebruiksfuncties, ook wel Nieuw Limburgs Peil genoemd. Om dit te bereiken zijn in een aantal gebieden maatregelen nodig met betrekking tot het watersysteem. Prioriteit in aanpak hebben hierbij de belangrijkste natuurgebieden waar verdroging een probleem vormt. In het Heuvelland richt het waterschap zich in dit verband voornamelijk tot hydrologisch gevoelige natuur en ligt de nadruk op Natura 2000-gebieden. Voor het pilotgebied Eys betreft het hier de Piepert e.o. en landgoed Goedenraad. Aan de in het pilotgebied gelegen Eyserbeek is een specfifiek ecologische functie (SEF-aanduiding) toegekend. Deze aanduiding geldt voor watersystemen met een actuele of potentiële natuurfunctie. Inrichting en beheer zijn gericht op de ecologische hoofdfunctie. Uitgangspunt bij de (her)inrichting van SEF-beken en de grondwaterafhankelijke natuurgebieden zijn de ecologische streefbeelden uit de Watersysteemverkenning Limburg, de Stimuleringsplannen Bos, Natuur en Landschap en de nog op te stellen beheersplannen voor de Natura 2000-gebieden. Bij beekherstel wordt voorrang gegeven aan SEF-beken, die tevens de status natuurlijk waterlichaam of de status sterk veranderd waterlichaam bezitten, zoals het geval is voor de in het pilotgebied gelegen Eyserbeek. Bij het herstel van grondwaterafhankelijke natuurgebieden wordt voorrang gegeven aan de zogenaamde natte natuurparels. Dit zijn de grondwaterafhankelijke Natura 2000-gebieden en de overige prioritaire en kansrijke verdroogde natuurgebieden. Provinciaal beleid ten aanzien van SOORTEN BESCherming Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) Het POL is een integraal plan dat op hoofdlijnen de visie van de provincie Limburg op de ontwikkeling van de kwaliteitsregio Limburg weergeeft. Het plan is in 2006 opgesteld en volgt het POL uit 2001 op. Het POL 2006 fungeert als Structuurvisie, Streekplan, Waterhuishoudingsplan, Milieubeleidsplan, Verkeer- en Vervoersplan en bevat de hoofdlijnen van de fysieke onderdelen van het economische en sociaal-culturele beleid. Per gebied wordt aangegeven welke koers wordt nagestreefd. Hierbij worden negen perspectieven onderscheiden. Voor het pilotgebied Eys zijn de volgende perspectieven van toepassing (Startnotitie Bestemmingsplan Buitengebied gemeente Gulpen-Wittem, 11 januari 2007) Bos- en natuurgebieden, waarbinnen door de provincie de bescherming van bestaande bos- en natuurgebieden en de reeds verworven en in beheer genomen reservaats- en natuurontwikkelingsgebieden centraal wordt gesteld. Ontwikkelingsgebieden ecosystemen, die met name de ecologische ontwikkelingszones uit de Provinciaal Ontwikkelingszone Groen (POG) omvatten. De provincie streeft ernaar een belangrijk deel van de landbouwgrond binnen dit perspectief om te zetten in natuurgebied of in te zetten voor natuurgericht beheer. Ruimte voor veerkrachtige watersystemen met overwegend de ecologische verbindingszones uit de POG, de steilere hellingen en de van nature laaggelegen gronden (beekdalen). Dit betreft vooral landbouwgronden, waarvan het bestaande extensieve gebruik wordt gehandhaafd, maar die daarnaast een functie moeten gaan vervullen voor de ecologische structuur, waterconservering, het voorkomen van bodemerosie en opvang van hoge waterafvoeren. Vitaal landelijk gebied, dat betrekking heeft op landbouwgebieden met een grote variatie aan landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Bescherming van de aanwezige landschappelijke en cultuurhistorische waarden gaat hier hand in hand met een verbetering van de kwaliteit van vooral bestaande landbouw- en toeristische bedrijven.

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182

Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Notitie Referentienummer Datum Kenmerk GM-0055696 16 februari 2012 313182 Betreft Actualisatie locatieonderzoek natuurwaarden 1 Aanleiding In 2007 is door Grontmij het Locatieonderzoek natuurwaarden Projectlocatiegebied

Nadere informatie

Notitie gevolgen inrichting natuur en landschap voor agrarische bedrijfsvoering

Notitie gevolgen inrichting natuur en landschap voor agrarische bedrijfsvoering Notitie gevolgen inrichting natuur en landschap voor agrarische bedrijfsvoering Pina Dekker Gemeente Ooststellingwerf, beleidsmedewerker en ondersteunend lid van de werkgroep Es van Tronde. Deze notitie

Nadere informatie

Concrete begrenzing EHS en GHS in het plangebied Voorste Stroom te Tilburg

Concrete begrenzing EHS en GHS in het plangebied Voorste Stroom te Tilburg Concrete begrenzing EHS en GHS in het plangebied Voorste Stroom te Tilburg Opdrachtgever: gemeente Tilburg Maart 2009 Antonie van Diemenstraat 20 5018 CW Tilburg 013-5802237 Eac@home.nl Pagina 1 Inhoudsopgave

Nadere informatie

Bermenplan Assen. Definitief

Bermenplan Assen. Definitief Definitief Opdrachtgever: Opdrachtgever: Gemeente Assen Gemeente Mevrouw Assen ing. M. van Lommel Mevrouw M. Postbus van Lommel 30018 Noordersingel 940033 RA Assen 9401 JW T Assen 0592-366911 F 0592-366595

Nadere informatie

Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept

Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Concept a Toekomst voor eeuwenoud bos Samenvatting van het beheerplan Norgerholt Colofon Deze samenvatting is een uitgave van de

Nadere informatie

Ruimte voor Limburg. Limburg in VORm: Ruimtelijke ontwikkelingen in balans

Ruimte voor Limburg. Limburg in VORm: Ruimtelijke ontwikkelingen in balans Ruimte voor Limburg Limburg in VORm: Ruimtelijke ontwikkelingen in balans Colofon Uitgave: Provincie Limburg Postbus 5700 6202 MA Maastricht Tel.: +31 (0)43 389 99 99 Fax: +31 (0)43 361 80 99 E-mail: postbus@prvlimburg.nl

Nadere informatie

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe

Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Compensatieverordening gemeente Midden-Drenthe Verordening vastgesteld: 26-06-2003 In werking getreden: 15-09-2003 COMPENSATIEVERPLICHTING Artikel 1 Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan

Nadere informatie

Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode

Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode Bureauonderzoek natuurwaarden wijzigingsplan Boekenrode Natuurwaardenkaart Voor het inventariseren van de natuurwaarden van Heemstede zijn in het rapport Natuurwaardenkaart van Heemstede Waardering van

Nadere informatie

Toekomst agrarisch natuur- en landschapsbeheer rond Winterswijk. Jan Stronks

Toekomst agrarisch natuur- en landschapsbeheer rond Winterswijk. Jan Stronks Toekomst agrarisch natuur- en landschapsbeheer rond Winterswijk Jan Stronks Stand van zaken huidig landschap Bos en natuur in de plus! Agrarisch cultuurlandschap sterk in de min: Natuurwaarde holt achteruit

Nadere informatie

WERKPROTOCOLLEN VOOR WERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN BESTENDIG BEHEER EN ONDERHOUD.

WERKPROTOCOLLEN VOOR WERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN BESTENDIG BEHEER EN ONDERHOUD. WERKPROTOCOLLEN VOOR WERKZAAMHEDEN IN HET KADER VAN BESTENDIG BEHEER EN ONDERHOUD. In onderstaande werkprotocollen geeft de tabel aan waneer de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. In de tabel wordt

Nadere informatie

1.2 landschap, natuur en recreatie. Landschap

1.2 landschap, natuur en recreatie. Landschap 1.2 landschap, natuur en recreatie Landschap Radio Kootwijk vormt een belangrijke schakel in een aaneengesloten open tot halfopen droog tot vochtig stuifzand- en heidegebied dat zich uitstrekt van het

Nadere informatie

VIER MODELLEN. Bouwstenen. Een meer uitgebreide beschrijving van de bouwstenen en informatie over het beheer vindt u in de bijlage.

VIER MODELLEN. Bouwstenen. Een meer uitgebreide beschrijving van de bouwstenen en informatie over het beheer vindt u in de bijlage. 2 VIER MODELLEN In dit hoofdstuk beschrijven we vier verschillende inrichtingsmodellen: Kleinschalig landschap, Moeraszone, Nat kralensnoer en Droog kralensnoer. In extra informatiepagina s geven we aan

Nadere informatie

Nieuwe bedrijfslocaties

Nieuwe bedrijfslocaties E c o l o g i s c h e i n v e n t a r i s a t i e Om de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan Midwolda-Nieuwlandseweg Arts/Rulo te toetsen, is een ecologische inventarisatie uitgevoerd. Tevens is gekeken

Nadere informatie

Leeswijzer internationale doelen binnen het gebiedsproces van agrarisch natuurbeheer Versie 0.1 16 mei 2014

Leeswijzer internationale doelen binnen het gebiedsproces van agrarisch natuurbeheer Versie 0.1 16 mei 2014 Leeswijzer internationale doelen binnen het gebiedsproces van agrarisch natuurbeheer Versie 0.1 16 mei 2014 Inleiding In deze leeswijzer vindt u een uitgebreidere uitleg over de het gebruik en interpretatie

Nadere informatie

Mei 2016. Erf & landschap. Wat zijn uw mogelijkheden?

Mei 2016. Erf & landschap. Wat zijn uw mogelijkheden? Mei 2016 Erf & landschap Wat zijn uw mogelijkheden? Erf & landschap Wat zijn uw mogelijkheden? Peel en Maas is een mooie en uitgestrekte plattelandsgemeente met veel ruimte voor groen. We streven naar

Nadere informatie

Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6. Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen

Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6. Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6 Verkennend onderzoek naar beschermde natuurwaarden ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen Quickscan Flora- en Faunawet Nieuwbouw Doorninkweg 6 Verkennend

Nadere informatie

Dossiernummer: 23-10-2013 Projectnummer:

Dossiernummer: 23-10-2013 Projectnummer: Bijlagen bij verordening subsidies natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen 2014: 1. Inrichtingseisen natuurvriendelijke oevers en vispaaiplaatsen; 2. Richtlijnen voor natuurvriendelijk onderhoud.

Nadere informatie

Heidebeheer en fauna. Verslag veldwerkplaats Droog Zandlandschap Strabrechtse Heide, 4 juni 2009

Heidebeheer en fauna. Verslag veldwerkplaats Droog Zandlandschap Strabrechtse Heide, 4 juni 2009 Heidebeheer en fauna Verslag veldwerkplaats Droog Zandlandschap Strabrechtse Heide, 4 juni 2009 Inleiders: Jap Smits (Staatsbosbeheer) en prof. dr. Henk Siepel (Alterra-WUR) De Strabrechtse Heide is een

Nadere informatie

Harderbos en Harderbroek verbonden

Harderbos en Harderbroek verbonden Harderbos en Harderbroek verbonden De Ganzenweg is een verbinding voor mensen, maar een barrière voor dieren. Er ligt al een faunapassage onderdoor. De route daar naar toe is voor dieren nog niet ideaal.

Nadere informatie

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis

QUICK SCAN FLORA EN FAUNA. Heilleweg 21 te Sluis QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis 1 QUICK SCAN FLORA EN FAUNA Heilleweg 21 te Sluis Opdrachtgever: A.C. Dingemans Heilleweg 21 4524 KL Sluis Opgesteld door: ZLTO Advies Cereshof 4 4463 XH

Nadere informatie

Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten

Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten Ruimtelijke onderbouwing Aanleg paardenbak Het Zuid 34 Drachten Ruimtelijke onderbouwing voor de aanleg van een paardenbak Het Zuid 34 te Drachten 1 Ruimtelijke onderbouwing voor de aanleg van een paardenbak

Nadere informatie

Landschappelijke inpassing Kruisweg 44, Herkenbosch

Landschappelijke inpassing Kruisweg 44, Herkenbosch Landschappelijke inpassing Kruisweg 44, Herkenbosch Aanleiding en ligging plangebied Dhr. van de Venne heeft aan de Hammerstraat enkele boogkassen liggen. Deze liggen er al 10 jaar en dienen te worden

Nadere informatie

Inrichtingsplan natuurcompensatie Natuur- en recreatiepark Drakenrijk

Inrichtingsplan natuurcompensatie Natuur- en recreatiepark Drakenrijk Inrichtingsplan natuurcompensatie Natuur- en recreatiepark Drakenrijk Gemeente Beesel Definitief NIBA NV Grontmij Nederland B.V. Eindhoven, 28 mei 2013 Verantwoording Titel : Inrichtingsplan natuurcompensatie

Nadere informatie

Bijen en Landschapsbeheer

Bijen en Landschapsbeheer Bijen en Landschapsbeheer Hoe maken we het landschap bijenvriendelijk Wat betekent dat voor de biodiversiteit en de kwaliteit van het landschap Een selectie van de mogelijkheden Arie Koster -- www.bijenhelpdesk.nl

Nadere informatie

Notitie flora en fauna

Notitie flora en fauna Notitie flora en fauna Titel/locatie Projectnummer: 6306 Datum: 11-6-2013 Opgesteld: Rosalie Heins Gemeente Baarn is voornemens om op de locatie van de huidige gemeentewerf een nieuwe brede school ontwikkelen.

Nadere informatie

Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde

Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde 22 december 2011 Zoon buro voor ecologie Colofon Project: Quickscan natuur terrein aan de Bosruiter in Zeewolde Opdrachtgever: mro Uitvoerder Zoon

Nadere informatie

ANTWOORDNOTA Ontwerp Natuurbeheerplan Flevoland 2016

ANTWOORDNOTA Ontwerp Natuurbeheerplan Flevoland 2016 FLEVOLAND R U I M T E VOOR OPLOSSINGEN ANTWOORDNOTA Ontwerp Natuurbeheerplan Flevoland 2016 ANTWOORDNOTA ONTWERP NATUURBEHEERPLAN FLEVOLAND 2016 Gedeputeerde Staten van Flevoland hebben op 16 december

Nadere informatie

Herstel natuur West Zeeuws-Vlaanderen Ossenwei

Herstel natuur West Zeeuws-Vlaanderen Ossenwei Herstel natuur West Zeeuws-Vlaanderen Ossenwei Versie 21 maart 2010 Opdrachtgever: Dienst Landelijk Gebied Adviesbureau Wieland Liniestraat 13 4561 ZS Hulst 1 Inhoud 1 Informatie over het plangebied...

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Onderwerp : uitvoeringsprogramma Groen Blauwe Diensten

Raadsvoorstel. Onderwerp : uitvoeringsprogramma Groen Blauwe Diensten Raadsvoorstel Vergadering: : 28 april 2008 Agendanummer : 7 Opiniërende vergadering : 14 april 2008 Portefeuillehouder : L.C.J. Lijmbach Onderwerp : uitvoeringsprogramma Groen Blauwe Diensten Aan de raad,

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel

Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Ruimtelijke onderbouwing speelterrein Netersel Inleiding en planbeschrijving In Netersel is in de huidige situatie een speelterrein gelegen (zie figuur 1). Dat speelterrein is deels binnen het plangebied

Nadere informatie

Samen houden we het landschap in de gemeente Dalfsen mooi!

Samen houden we het landschap in de gemeente Dalfsen mooi! De Stichting Groene en lauwe Diensten Overijssel De stichting Groene en lauwe Diensten Overijssel is opgericht door Landschap Overijssel en Natuurlijk Platteland Oost (de koepelorganisatie van Agrarische

Nadere informatie

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen

Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen Quickscan natuuronderzoek bouwblok Kolenbranderweg Haaksbergen Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 21 Mei 2014 Rapportnummer 031 Projectnummer 012 opdrachtgever Fam. Ten Dam Kolenbranderweg

Nadere informatie

Bijlage 3 bij de regels: Matrix differentiatievlak versus zwaarte gebiedskenmerken

Bijlage 3 bij de regels: Matrix differentiatievlak versus zwaarte gebiedskenmerken Bijlage bij de regels: Matri differentiatievlak versus zwaarte gebiedskenmerken De karakteristieke gebiedskenmerken Binnen/naast de hoofdstructuur zijn, mede vanwege de zeer gevarieerde landschappelijke

Nadere informatie

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt

Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt Quick scan Ecologie Tunnel Leijenseweg Gemeente De Bilt CONCEPT Omgevingsdienst Regio Utrecht juli 2012 kenmerk/ opgesteld door beoordeeld door Ronald Jansen Dagmar Storm INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding...

Nadere informatie

Gemeente Renswoude Beleidsvisie Natuur en Landschap

Gemeente Renswoude Beleidsvisie Natuur en Landschap Gemeente Renswoude Beleidsvisie Natuur en Landschap Afdeling milieu September 2007 Inhoudsopgave Inleiding... 3 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 4 1.1. Begripsomschrijvingen... 4 1.2. Werkingssfeer beleidsvisie...

Nadere informatie

-Rooien van het aanwezige sierplantsoen en enkele acacia s en zomereiken. -Transportbewegingen van mensen en voertuigen en aanvoer van materieel

-Rooien van het aanwezige sierplantsoen en enkele acacia s en zomereiken. -Transportbewegingen van mensen en voertuigen en aanvoer van materieel Zwolle, 25 oktober Henk Hunneman Natuuronderzoek pompstation Wageningen Aanleiding Vitens is voornemens om op de locatie van productiebedrijf Wageningen het huidige drinkwaterreservoir te vervangen door

Nadere informatie

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10

Quickscan. Een. Projectnummer 018. Opdrachtgever. Opdrachtnemer. Scholtenhagenweg 10 Quickscan natuuronderzoek ivm bestemmingsplan en ontwikkelingen Bellersweg 13 Hengelo Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Haaksbergen 9 juli 2013 Rapportnummer 0128 Projectnummer 018 Opdrachtgever

Nadere informatie

ONDERZOEK RUIMTELIJKE KWALITEIT Zoektocht Drinkwater Twente. 2e ontwerpatelier. locaties: Goor Lochemseberg Daarle Vriezenveen Sallandse Heuvelrug

ONDERZOEK RUIMTELIJKE KWALITEIT Zoektocht Drinkwater Twente. 2e ontwerpatelier. locaties: Goor Lochemseberg Daarle Vriezenveen Sallandse Heuvelrug ONDERZOEK RUIMTELIJKE KWALITEIT Zoektocht Drinkwater Twente 2e ontwerpatelier locaties: Goor Lochemseberg Daarle Vriezenveen Sallandse Heuvelrug 5 locatiesin beeld Proces Principes waterwinning Bestaande

Nadere informatie

Nieuwsbrief. Deltaplan voor het Landschap, Moerenburg-Heukelom-Koningshoeven

Nieuwsbrief. Deltaplan voor het Landschap, Moerenburg-Heukelom-Koningshoeven Moerenburg- Inhoud: Zichtbare resultaten Kavelruil Heukelom 6 Kavelruil belangrijk voor realisatie doelstellingen Toekomstige plannen Deelname aan de Nationale Natuurwerkdag Procesmanager Nellie Raedts

Nadere informatie

NATUURPUNT MALDEGEM-KNESSELARE nominatie Groene Pluim 2014

NATUURPUNT MALDEGEM-KNESSELARE nominatie Groene Pluim 2014 NATUURPUNT MALDEGEM-KNESSELARE nominatie Groene Pluim 2014 NATUURPUNT vzw Een onafhankelijke organisatie gedragen door vrijwilligers grootste natuurbeschermingsorganisate in Vlaanderen eind 2001 opgericht

Nadere informatie

Programma van Eisen - Beheerplannen

Programma van Eisen - Beheerplannen Programma van Eisen - Beheerplannen Eisen voor de inhoud Inventarisatie 1. Het beheerplan geeft allereerst een beschrijving van de natuurwaarden in het Natura 2000-gebied (de actuele situatie en trends,

Nadere informatie

LIFE+ IN DE AMSTERDAMSE WATERLEIDINGDUINEN

LIFE+ IN DE AMSTERDAMSE WATERLEIDINGDUINEN LIFE+ IN DE AMSTERDAMSE WATERLEIDINGDUINEN De AWD maakt onderdeel uit van Natura 2000, een netwerk van beschermde Europese natuurgebieden. Dankzij een LIFE+ subsidie kan Waternet het duin de komende jaren

Nadere informatie

De inrichting en het beheer van de kwelders sluit aan bij het Kwelderherstelprogramma Groningen.

De inrichting en het beheer van de kwelders sluit aan bij het Kwelderherstelprogramma Groningen. Beschrijving kwelderherstelmaatregelen 1 1.1 Inleiding Aan de noordkust van Groningen heeft Groningen Seaports, mede ten behoeve van RWE, circa 24 ha. kwelders aangekocht. Door aankoop van de kwelders

Nadere informatie

Koppel kuifeenden. Kuifeenden

Koppel kuifeenden. Kuifeenden 42 Ecologie en natuurfuncties Het IJsselmeergebied is een uniek natuurgebied van (inter-)nationale betekenis. Het is een van de zee afgesloten, benedenstrooms gelegen, zoet laaglandmeer met een relatief

Nadere informatie

ONTWIKKELINGSPLAN LANDSCHAPPELIJKE ELEMENTEN. Gemeente Someren. Project 6: Beekdal Sterkselse Aa

ONTWIKKELINGSPLAN LANDSCHAPPELIJKE ELEMENTEN. Gemeente Someren. Project 6: Beekdal Sterkselse Aa ONTWIKKELINGSPLAN LANDSCHAPPELIJKE ELEMENTEN Gemeente Someren Datum: 9 november 2001 Project: 119-4 Status: Definitief Opdrachtgever: Gemeente Someren VOORWOORD Door het college van Burgemeester & Wethouders

Nadere informatie

Aanleiding van het onderzoek Wat is een quickscan

Aanleiding van het onderzoek Wat is een quickscan Correspondentie gegevens Projectgegevens Datum : 26 oktober 2015 Projectlocatie : Lindelaan 2b, Dordrecht Opgesteld door : Ing. P. Otte Betreft : FF- wet Quickscan Projectnummer : 1554 Contactpersonen

Nadere informatie

Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Uitvoeringsprogramma Brabantse Delta e.o.

Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Uitvoeringsprogramma Brabantse Delta e.o. 4 - Subsidieregeling Groen Blauw Stimuleringskader Uitvoeringsprogramma Brabantse Delta e.o. t Hl i ifi ; : i :>! ui 5 /,,,,,, Wm > mmffl i f r.-v : i. 1,1 I : Het landschap in Brabant is vandaag de dag

Nadere informatie

2 BELEIDSKADER EN WETGEVING

2 BELEIDSKADER EN WETGEVING 2 BELEIDSKADER EN WETGEVING De kern van deze bewonersvisie is dat natuur de belangrijkste beleidsfunctie is van het gebied waarbij de gebiedswaarden rust, stilte en donkerte centraal moeten staan en dat

Nadere informatie

K a n s e n. voor particulier natuurbeheer i n B r a b a n t. Onderzoeksrapport. Mei 2007

K a n s e n. voor particulier natuurbeheer i n B r a b a n t. Onderzoeksrapport. Mei 2007 K a n s e n voor particulier natuurbeheer i n B r a b a n t Onderzoeksrapport Mei 2007 Opdrachtgever: Uitvoerenden: In samenwerking met: Provincie Noord-Brabant Brabants Landschap Brabants Particulier

Nadere informatie

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede

Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede Quickscan natuuronderzoek en aanvullende rapportage verbouwing monumentaalpand Lammerinkweg 102 Enschede Een inventarisatie van beschermde flora en fauna Enschede 2 December 2010 Rapportnummer 0123 Projectnummer

Nadere informatie

een overzicht van beschermde en bedreigde dier- en plantensoorten Ruud, spaar ons mooie Keersopdal!

een overzicht van beschermde en bedreigde dier- en plantensoorten Ruud, spaar ons mooie Keersopdal! een overzicht van beschermde en bedreigde dier- en plantensoorten Ruud, spaar ons mooie Keersopdal! 2 VOORWOORD De laatste jaren is er door het waterschap De Dommel en door Staatsbosbeheer stevig geïnvesteerd

Nadere informatie

Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist.

Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist. Bijlage B Provincie Fryslân 25-11-2014 Toepassing Bro, art. 3.1.1, onder 2 Gevallen waarin wel /geen vooroverleg is vereist. Ten behoeve van de stroomlijning van het vooroverleg over: - voorontwerpbestemmingsplannen

Nadere informatie

Herstel biodiversiteit in Noord-Brabant,

Herstel biodiversiteit in Noord-Brabant, Herstel biodiversiteit in Noord-Brabant, hoe doen we dat en werkt het? Wiel Poelmans Programma Natuur Provincie Noord-Brabant Wat komt er aan de orde? Positie biodiversiteit in natuurbeleid Waarom, wat,

Nadere informatie

Analyse landschappelijke inpassing Recreatiecentrum Zandpol

Analyse landschappelijke inpassing Recreatiecentrum Zandpol Analyse landschappelijke inpassing Recreatiecentrum Zandpol Drs. Ing. L.M. Scholtens in opdracht van: Gemeente Emmen, Dienst Beleid Afdeling Fysiek Ruimtelijke Ontwikkeling December 2009 Het landschap

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1 Inleiding

HOOFDSTUK 1 Inleiding HOOFDSTUK 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel In 2010 is het voormalige perceel Strijbeekseweg 23 te Ulvenhout gesplitst in twee percelen, te weten Strijbeekseweg 23 met daarop een boerderij (rijksmonument),

Nadere informatie

: Landschappelijke inpassing Karissendijk 4 te Egchel

: Landschappelijke inpassing Karissendijk 4 te Egchel Onderwerp Projectnummer : 211x07059 Datum : 30 januari 2015 : Landschappelijke inpassing Karissendijk 4 te Egchel Van : Esther de Graaf & Ruud Tak BLAD 1 Bij het toestaan van een ruimtelijke ontwikkeling

Nadere informatie

zorg voor ons landschap

zorg voor ons landschap Rosendael 2a 6891 DA Rozendaal www.landschapsbeheergelderland.nl zorg voor ons landschap Stichting Landschapsbeheer Gelderland (SLG): Stichting met ideële doelstelling. Missie: Zorg voor een vitaal, beleefbaar

Nadere informatie

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a

Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a Ruimtelijke onderbouwing ten behoeve van de uitbreiding van een agrarisch bedrijf aan de St. Sebastiaanskapelstraat 9a 1 Inhoudsopgave Pagina 1. Inleiding 3 1.1. Het project 3 2. Beschrijving huidige en

Nadere informatie

Bijlage 6: Oplegnotitie bij bijlage 5 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch, Buro Bakker, 2011

Bijlage 6: Oplegnotitie bij bijlage 5 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch, Buro Bakker, 2011 Bijlage 6: Oplegnotitie bij bijlage 5 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch, Buro Bakker, 2011 Gevolgen voor beschermde en bedreigde natuurwaarden inrichting Skûlenboarch

Nadere informatie

Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde.

Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Quickscan FF-wet voor ontwikkelingen aan Wedderstraat 18 te Vlagtwedde. Status Definitief Datum 7 april 2015 Handtekening Matthijs

Nadere informatie

Referentienummer Datum Kenmerk 318407.ehv.341.N001 3 februari 2012 RVS

Referentienummer Datum Kenmerk 318407.ehv.341.N001 3 februari 2012 RVS Notitie Referentienummer Datum Kenmerk 318407.ehv.341.N001 3 februari 2012 RVS Betreft Actualisatie natuurcompensatieplan Waalre-Noord Fase 1 1 Algemeen De gemeente Waalre is voornemens woningbouw te realiseren

Nadere informatie

DE BANEN NAAR EEN HOGER PEIL

DE BANEN NAAR EEN HOGER PEIL DE BANEN NAAR EEN HOGER PEIL Bekijk op https://www.youtube.com/watch?v=pgyczqy-krm voor het herinirichtingplan Sarsven en De Banen. Begin vorige eeuw kwamen plantenliefhebbers uit het hele land al naar

Nadere informatie

Aanvraag om afgifte van een ontheffing op grond van artikel 2.5 (Ruimtelijke Verordening Gelderland)

Aanvraag om afgifte van een ontheffing op grond van artikel 2.5 (Ruimtelijke Verordening Gelderland) Aanvraag om afgifte van een ontheffing op grond van artikel 2.5 (Ruimtelijke Verordening Gelderland) De gemeente Berkelland vraagt voor het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied, Kieftendijk Haaksbergseweg

Nadere informatie

CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN

CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN CULTUREEL ERFGOED EN DE VERTALING NAAR RUIMTELIJKE PLANNEN Onderzoek naar cultuurhistorische structuren, landschappen en panden Aansluitend op Belvedere- (Behoud door ontwikkeling) en het MoMo-beleid (Modernisering

Nadere informatie

Oerlandschap, gekneed door ijs en oorlog Samenvatting van het beheerplan Holtingerveld Concept

Oerlandschap, gekneed door ijs en oorlog Samenvatting van het beheerplan Holtingerveld Concept Oerlandschap, gekneed door ijs en oorlog Samenvatting van het beheerplan Holtingerveld Concept a Oerlandschap, gekneed door ijs en oorlog Samenvatting van het beheerplan Holtingerveld Colofon Deze samenvatting

Nadere informatie

Memo. Figuur 1 Ligging Planlocatie (rode ster) (Bron: Google Maps)

Memo. Figuur 1 Ligging Planlocatie (rode ster) (Bron: Google Maps) Memo nummer 1 datum 10 februari 2014 aan Ron Vleugels Gemeente Maastricht van Luc Koks Antea Group Ton Steegh kopie project Sporthal Geusselt-stadion projectnummer 265234 betreft Toetsing natuurwetgeving

Nadere informatie

Natuurontwikkelingsplan 2014

Natuurontwikkelingsplan 2014 Natuurontwikkelingsplan 2014 Bestemmingsplan Prinsenlaan 80 Groenekan - toelichting, bijlage 2 Datum: 14 maart 2014 1. Huidige situatie Aanleiding Voorliggend natuurontwikkelingsplan vormt een nadere uitwerking

Nadere informatie

Natuurtoets. Fort Oranje 27. Woerden

Natuurtoets. Fort Oranje 27. Woerden Natuurtoets Fort Oranje 27 Woerden 19 augustus 2013 ZOON ECOLOGIE Colofon Titel Natuurtoets Fort Oranje 27 Woerden Opdrachtgever mro Uitvoerder ZOON ECOLOGIE Auteur C.P.M. Zoon Datum 19 augustus 2013 ZOON

Nadere informatie

BIJLAGE 4 Voortoets fietspaden, aanvulling op Natuurtoets, september 2009

BIJLAGE 4 Voortoets fietspaden, aanvulling op Natuurtoets, september 2009 BIJLAGE 4 Voortoets fietspaden, aanvulling op Natuurtoets, september 2009 Gemeente Stn..j i Gemeente Ermelo De heer E. Huizing Postbus 500 3850 AM ERMELO Subject Doe nr 1 1 SEP 2009 ^ o3 iss Ruimte & Mobiliteit

Nadere informatie

Flora- en faunascan voor de bouw van een woning aan de Bolenbergweg te Belfeld

Flora- en faunascan voor de bouw van een woning aan de Bolenbergweg te Belfeld Tegelseweg 3 5951 GK Belfeld Tel: 077-4642999 www.faunaconsult.nl info@faunaconsult.nl Faunaconsult KvK Venlo 09116138 De heer J. Bruekers Bolenbergweg 18 5951 AZ Belfeld Flora- en faunascan voor de bouw

Nadere informatie

Een. ondernemende EHS. voor Brabant

Een. ondernemende EHS. voor Brabant Een ondernemende EHS voor Brabant Een ondernemende EHS voor Brabant Natuur- en landschapsontwikkeling is belangrijk voor een mooi, gevarieerd en aantrekkelijk Brabants platteland. Brabantse boeren en tuinders

Nadere informatie

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen

Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen Verlengen stal op het perceel Dorpsstraat 74 te Zuidlaarderveen NL.IMRO.1730.ABdorpsstr74zuidlv-0301 Projectgebied Situatie Dorpsstraat 74 Zuidlaarderveen 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding 2. Huidige en beoogde

Nadere informatie

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn

Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Ecologische verbindingszone Omval - Kolhorn Watertoets Definitief Provincie Noord Holland Grontmij Nederland B.V. Alkmaar, 11 december 2009 Inhoudsopgave 1 Inleiding... 4 2 Inrichting watersysteem...

Nadere informatie

Bijlage 1 Onderzoek ecologie

Bijlage 1 Onderzoek ecologie Bijlage 1 Onderzoek ecologie In dit bureauonderzoek is de bestaande situatie vanuit ecologisch oogpunt beschreven en is vermeld welke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt. Vervolgens is aangegeven waaraan

Nadere informatie

Natte natuurparels: ook uw zorg? Brabantse waterschappen en Provincie Noord-Brabant pakken verdroging natte natuurparels aan.

Natte natuurparels: ook uw zorg? Brabantse waterschappen en Provincie Noord-Brabant pakken verdroging natte natuurparels aan. Natte natuurparels: ook uw zorg? Brabantse waterschappen en Provincie Noord-Brabant pakken verdroging natte natuurparels aan. Deze folder gaat over het herstellen van natte natuurparels in Noord-Brabant.

Nadere informatie

GEMEENTE BUREN. Ruimtelijke onderbouwing Hendriklaan 15 16, Beusichem

GEMEENTE BUREN. Ruimtelijke onderbouwing Hendriklaan 15 16, Beusichem GEMEENTE BUREN Ruimtelijke onderbouwing Hendriklaan 15 16, Beusichem Projectnr. 061-076 / 27 januari 2016 INHOUD BLZ 1 INLEIDING... 3 1.1 Aanleiding en doelstelling... 3 1.2 Plangebied... 4 1.3 Geldend

Nadere informatie

Beekherstel Dommel door Eindhoven tot het Wilhelminakanaal

Beekherstel Dommel door Eindhoven tot het Wilhelminakanaal Inhoud presentatie Beekherstel Dommel door Eindhoven tot het Wilhelminakanaal 1. Aanleiding 2. Het gebied 3. Doel van het project 4. Ontwerpproces en uitdagingen 5. Voorbeelden Frank Gerritsen, projectmanager

Nadere informatie

De uitdaging van infrastructurele projecten beschouwingen op basis van 13 jaar wegenaanleg bij de Provincie Limburg

De uitdaging van infrastructurele projecten beschouwingen op basis van 13 jaar wegenaanleg bij de Provincie Limburg De uitdaging van infrastructurele projecten beschouwingen op basis van 13 jaar wegenaanleg bij de Limburg 21 maart 2013 Eindhoven R. Tilmans Projectingenieur Groen Limburg Limburg 1 Introductie Belangrijke

Nadere informatie

Natuurontwikkeling en kwaliteitsinvestering landschap

Natuurontwikkeling en kwaliteitsinvestering landschap Natuurontwikkeling en kwaliteitsinvestering landschap ONTWIKKELING NATUURZONE SPORTPARK ELSKENS OOSTERHOUT DATUM: augustus 2014, Landschapsplan en kwaliteitsinvestering Landschap kenmerk: ontwerp-bestemmingsplan

Nadere informatie

Landschappelijke inpassing t.b.v. uitbreiding loonwerkbedrijf te Eldersloo

Landschappelijke inpassing t.b.v. uitbreiding loonwerkbedrijf te Eldersloo Landschappelijke inpassing t.b.v. uitbreiding loonwerkbedrijf te Eldersloo Landschapsbeheer Drenthe Landschapsbeheer Drenthe maakt deel uit van een samenwerkingsverband van twaalf provinciale organisa

Nadere informatie

Europees beschermde natuur

Europees beschermde natuur Europees beschermde natuur Kwartelkoning Vlaanderen streeft naar 100 broedkoppels van deze soort, in 2007 waren er 6. Twee richtlijnen Vogelrichtlijn, 1979 Habitatrichtlijn, 1992 Afbakenen van gebieden

Nadere informatie

Verkavelingspatroon Regelmatige blokverkaveling (door houtwallen omgeven)

Verkavelingspatroon Regelmatige blokverkaveling (door houtwallen omgeven) 4.5 Landduinen Landschapskenmerken Reliëfvorm Mozaïek van hogere zandduinen meestal bebost en lager en vlakker gelegen vennen en schrale graslanden Water Lage grondwaterstanden Bodem Zandgronden Wegenpatroon

Nadere informatie

Een kijkje in de SNL-keuken

Een kijkje in de SNL-keuken Een kijkje in de SNL-keuken Unit Natuurinformatie en Natuurbeheer BIJ12 Herman Cohen Stuart en Karin Cox 1 Twitter met ons mee! #Hogeschool_VHL #BIJ12 #SNL #ANLb2016 Over BIJ12 3 Even een testje! Voordat

Nadere informatie

Presentatie Themabijeenkomst gemeenteraad Nuth

Presentatie Themabijeenkomst gemeenteraad Nuth Presentatie Themabijeenkomst gemeenteraad Nuth 17-01-2012 Léon Jongen, Gebiedscoördinator Zuid-Limburg www.ikl-limburg.nl Opbouw presentatie Belang natuur, landschap en erfgoed Wie is IKL? hoe en met wie

Nadere informatie

DETAILKAARTEN ECOLOGIE, KABELTRACÉS NETUITBREIDING KOP VAN NOORD-HOLLAND

DETAILKAARTEN ECOLOGIE, KABELTRACÉS NETUITBREIDING KOP VAN NOORD-HOLLAND DETAILKAARTEN ECOLOGIE, KABELTRACÉS NETUITBREIDING KOP VAN NOORD-HOLLAND TENNET 13 februari 2015 078251664:B - Definitief C05058.000083.0100 Inhoud 1 Inleiding... 2 1.1 Inleiding... 2 1.2 Begrippen...

Nadere informatie

: Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt

: Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt Advies : Quickscan Flora en Fauna, Dijkstraat 23 te Gendt Datum : 17 december 2010 Opdrachtgever : mevrouw I. Zwartkruis Ter attentie van Projectnummer : mevrouw I. Zwartkruis : 211X04268.062985_1 Opgesteld

Nadere informatie

Aanvullende informatie mitigatie Steenuil en Huismus IJsseldelta-Zuid, FF/75C/2012/0341

Aanvullende informatie mitigatie Steenuil en Huismus IJsseldelta-Zuid, FF/75C/2012/0341 Notitie Concept Contactpersoon Benjamin Flierman Datum 8 mei 2013 Aanvullende informatie mitigatie Steenuil en Huismus IJsseldelta-Zuid, FF/75C/2012/0341 In het kader van de Flora- en faunawet ontheffingsaanvraag

Nadere informatie

QUICKSCAN NATUURWETGEVING LANGBROEKERDIJK 29

QUICKSCAN NATUURWETGEVING LANGBROEKERDIJK 29 QUICKSCAN NATUURWETGEVING LANGBROEKERDIJK 29 Colofon Opdrachtgever: t Schoutenhuis BV Titel: Quickscan Natuurwetgeving Langbroekerdijk 29 Status: Definitief Datum: Mei 2013 Auteur(s): Ir. M. van Os Projectnummer:

Nadere informatie

verwachting zullen de aanwijzingsbesluiten vóór oktober 2010 definitief worden. Voorlopig wordt daarom getoetst aan de bestaande gebiedsdocumenten.

verwachting zullen de aanwijzingsbesluiten vóór oktober 2010 definitief worden. Voorlopig wordt daarom getoetst aan de bestaande gebiedsdocumenten. E c o l o g i e Voor onderhavig bestemmingsplan is het noodzakelijk te beoordelen of er sprake is van eventuele effecten op de Ecologische Hoofdstructuur en/of gebieden die zijn beschermd in het kader

Nadere informatie

Zwart Water_Inrichting Schaapsen Diepbroek incl. sanering stortlocaties

Zwart Water_Inrichting Schaapsen Diepbroek incl. sanering stortlocaties Uitgangssituatie Algemeen Zwart Water_Inrichting Schaapsen Diepbroek incl. sanering stortlocaties Projectnummer: 2009_015 Projectnaam: Zwart Water_Inrichting Schaaps- en diepbroek incl sanering stort 1

Nadere informatie

Landschappelijk advies. Ontwikkeling Heereweg 460/460a, Lisse

Landschappelijk advies. Ontwikkeling Heereweg 460/460a, Lisse Landschappelijk advies Ontwikkeling Heereweg 460/460a, Lisse Landschapsbeheer Zuid-Holland Landschappelijke Advies ontwikkeling Waddinxveen, 12 september 2011 Opdrachtgever : Familie Bergman Tekst : Pieter

Nadere informatie

Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert

Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert Bureaustudie natuurwaarden Nijverheidstraat te Nederhemert Datum : 30 oktober 2014 Opdrachtgever : Pouderoyen BV Opgesteld door : ir. N. Arts Projectnummer : P14-0202 Inleiding Initiatiefnemer is voornemens

Nadere informatie

Referentienummer Datum Kenmerk 317645.ehv.N001 14 februari 2012 SKu/RvS

Referentienummer Datum Kenmerk 317645.ehv.N001 14 februari 2012 SKu/RvS Notitie Referentienummer Datum Kenmerk 317645.ehv.N001 14 februari 2012 SKu/RvS Betreft Risico inventarisatie ecologie voor percelen Brabantse Wal 1 Inleiding De Buisleidingenstraat N.V. onderzoekt op

Nadere informatie

Flora- en faunawet. Gedragscode Bestendig beheer groenvoorziening

Flora- en faunawet. Gedragscode Bestendig beheer groenvoorziening Flora- en faunawet De Flora- en faunawet (Ffwet) is in april 2002 in werking getreden. De wet beschermt alle in het wild levende flora en fauna in Nederland. Bij het uitvoeren van werkzaamheden moet altijd

Nadere informatie

Bureau Veldkamp. Steenwijk, 4 november 2011. E.W. Lamberts LTO Noord Advies Hoefweg 205 A 2665 LB Bleiswijk

Bureau Veldkamp. Steenwijk, 4 november 2011. E.W. Lamberts LTO Noord Advies Hoefweg 205 A 2665 LB Bleiswijk Bureau Veldkamp De Rikking 46 8332 CG Steenwijk tel: 0521 517440 mob: 06 30657824 email: veldkamp16@zonnet.nl website: www.bureauveldkamp.nl E.W. Lamberts LTO Noord Advies Hoefweg 205 A 2665 LB Bleiswijk

Nadere informatie

Briefrapport. Globale ligging plangebied. AANLEIDING EN METHODE. De heer E.J. Overbeek. datum: 16 september 2011. quick scan flora en fauna

Briefrapport. Globale ligging plangebied. AANLEIDING EN METHODE. De heer E.J. Overbeek. datum: 16 september 2011. quick scan flora en fauna Briefrapport aan: van: ons kenmerk.: De heer E.J. Overbeek SAB RIJS/110253 datum: 16 september 2011 betreft: quick scan flora en fauna AANLEIDING EN METHODE In Diepenheim (gemeente Hof van Twente, provincie

Nadere informatie

Briefrapport AANLEIDING EN METHODE. Gemeente Aalten. datum: 12 juli 2012. quick scan flora en fauna

Briefrapport AANLEIDING EN METHODE. Gemeente Aalten. datum: 12 juli 2012. quick scan flora en fauna Briefrapport aan: van: ons kenmerk: Gemeente Aalten SAB BROI/120409 datum: 12 juli 2012 betreft: quick scan flora en fauna AANLEIDING EN METHODE In Aalten (gemeente Aalten, provincie Gelderland) is op

Nadere informatie

Nader onderzoek flora en fauna. Spoorverdubbeling, Wehl

Nader onderzoek flora en fauna. Spoorverdubbeling, Wehl Nader onderzoek flora en fauna Spoorverdubbeling, Wehl Arnhem, 17 juli 2012 P a g i n a 2 Colofon Titel : Subtitel : Spoorverdubbeling, Wehl Projectnummer : 12.013 Datum : 17 juli 2012 Veldonderzoek Auteur(s)

Nadere informatie

STAD & LAND in de ruimtelijke ordening

STAD & LAND in de ruimtelijke ordening STAD & LAND in de ruimtelijke ordening BNB voltijd Huub Hooiveld Eikelhof, 2016 Wat hebben we de vorige keer gedaan? Wat gebeurt er in het landelijk gebied? Ontwikkeling van de landbouw: Extensivering

Nadere informatie

Erfadvies Het Witte Veen 14 Klarenbeek Gemeente Apeldoorn. Notitie Uitgangspunten en Randvoorwaarden Definitief 2012

Erfadvies Het Witte Veen 14 Klarenbeek Gemeente Apeldoorn. Notitie Uitgangspunten en Randvoorwaarden Definitief 2012 Erfadvies Het Witte Veen 14 Klarenbeek Gemeente Apeldoorn Notitie Uitgangspunten en Randvoorwaarden Definitief 2012 Erfadvies Het Witte Veen 14, Klarenbeek Gemeente Apeldoorn COLOFON In opdracht van dhr.

Nadere informatie