Financieringsmogelijkheden in het onderwijs

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Financieringsmogelijkheden in het onderwijs"

Transcriptie

1 Financieringsmogelijkheden in het onderwijs Een staalkaart van voorbeelden Nr /846, juni 2006 Onderwijsraad Nassaulaan JS Den Haag (070) of via de website:

2

3 Inhoudsopgave 1 Onderzoeksvragen en aanpak Aanleiding Beleidscontext Onderzoeksaanpak Leeswijzer Case 1: University of Wisconsin Madison (Verenigde Staten) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor Nederland Case 2: Fachhochschule Köln (Duitsland) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor Nederland Case 3: Copenhagen Business school (Denemarken) Inleiding Financiën Gebruikswaarde voor Nederland Case 4: Private instellingen hoger onderwijs Frankrijk Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikwaarde voor Nederland Case 5: Instituts Univeria (Frankrijk) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor Nederland Case 6, Universiteit Hasselt/transnationale Universiteit Limburg (België) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor Nederland Case 7: BI Norwegian School of Management (Noorwegen) Inleiding...38

4 8.2 Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor Nederland Case 8: London School of Economics and Political Science (Verenigd Koninkrijk) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor Nederland Case 9: Aberdeen College (Verenigd Koninkrijk) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor NL Case 10: University of Ottawa (Canada) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor Nederland Case 11: University of British Columbia (Canada) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor Nederland Case 12: Jyväskylä Polytechnic Ltd. (Finland) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor Nederland Case 13: Lund University (Zweden) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikswaarde voor Nederland Case 14 : Ecole des Mines, Parijs (Frankrijk) Inleiding Financiën Randvoorwaarden Gebruikwaarde voor Nederland Samenvattend overzicht van financieringsopties Inleiding Onderwijsraad, juni 2006

5 16.2 Financiering en overheid Financieringsvormen bedrijfsleven in samenspraak met de overheid Financieringsvormen bedrijfsleven in samenspraak onderwijsinstellingen Financieringsvormen voor onderwijsdeelnemers Bijdrage van studenten aan de onderwijskosten Verhoging private inkomsten Financieringsvormen voor onderwijsaanbieders: efficiënt benutten bestaande bronnen Toegankelijkheid Kwaliteit Ten slotte...94 Afkortingen Literatuur Websites Financieringsmogelijkheden in het onderwijs 5

6 6 Onderwijsraad, juni 2006

7 1 Onderzoeksvragen en aanpak 1.1 Aanleiding Het stimuleren van de ontwikkeling van menselijk kapitaal is een belangrijk doel voor beleidsmakers. Het onderwijs vervult hier een belangrijke rol in. Het realiseren van een grotere verscheidenheid van financieringsvormen kan een bijdrage leveren aan het vergroten van de rol van het onderwijs. Ter voorbereiding van een advies met betrekking tot meer verscheidenheid van financieringsvormen voor het onderwijs heeft de Onderwijsraad het Instituut voor Onderzoek van Overheidsuitgaven uitgenodigd om een aantal voorbeelden van financiering in het buitenland te beschrijven, die nuttig zouden kunnen zijn voor het advies van de Onderwijsraad. 1.2 Beleidscontext Europees De Europese Unie heeft zichzelf de doelstelling opgelegd to become the most competitive and dynamic knowledge-based economy in the world capable of sustainable economic growth with more and better jobs and greater social cohesion. Om dit te bereiken is een modernisering van het onderwijssysteem voorzien. Toenemende investeringen in de ontwikkeling van menselijk kapitaal en een doelmatige besteding van deze middelen vormen een belangrijk onderdeel van deze modernisering. In de meeste landen bestaan de onderwijsinvesteringen zowel uit publieke als private middelen. Lokale, regionale en centrale overheden, private bedrijven en onderwijsdeelnemers dragen gezamenlijk bij aan het betalen van de onderwijsrekening. Er bestaat een brede schakering aan financieringsarrangementen, waarbij de verhouding tussen private en publieke middelen per land, per type onderwijs en soms per onderwijsinstelling zeer verschillend is. Voor het advies van de Onderwijsraad is het nuttig om aan de hand van concrete voorbeelden de samenhang tussen de verschillende onderdelen van het financiële instrumentarium te kunnen beoordelen. Binnen de Europese lidstaten bestaat het gevoel dat er sprake is van onderinvesteringen in het onderwijs. Diverse landen zijn bezig om een beleid te ontwikkelen om in deze situatie verandering te brengen. Dit betekent niet automatisch dat er méér publieke middelen aangewend kunnen worden voor onderwijsdoeleinden. Andere maatschappelijke behoeften (zorg, vergrijzing, veiligheid) leggen ook een claim op de publieke middelen. De leidende gedachte is dat de toenemende investeringen in het onderwijs zowel gevoed moeten worden vanuit doelgerichte publieke middelen als uit een verhoging van de private middelen. Voor de Europese Unie als geheel geldt dat het financieringstekort in het onderwijs vooral verklaard wordt door de betrekkelijk lage bijdrage uit particuliere middelen (bedrijven en individuen). De OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) concludeert dat in landen die meer dan 2% van het bnp (bruto nationaal product) aan hoger onderwijs uitgeven (Verenigde Staten, Korea, Japan, Canada en Nieuw Zeeland), de private sector een substantieel deel van de kosten draagt. 1 De organisatie suggereert op basis hiervan dat er ruimte is voor meer particuliere bijdragen in vele OESO-lidstaten (bijvoorbeeld Duitsland en de Scandinavische landen). In deze en andere Europese lidstaten betalen studenten niet voor het genoten onderwijs. In weer andere landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Nederland betalen studenten een deel van de studie, terwijl de overheid deze eigen bijdrage mogelijk maakt via een systeem van studiefinanciering. Een eventuele toename van de private financiering moet een aanvulling zijn op de publieke middelen en geen substituut. Op deze wijze kan het totaal van de middelen vergroot worden en wordt de mate waarin sprake is van onderinvestering verkleind. 1 Organization for Economic Cooperation and Development, 2005a. Financieringsmogelijkheden in het onderwijs 7

8 Nederland Als de plannen uit Meer flexibiliteit, meer keuzevrijheid, meer kwaliteit; financiering in het hoger onderwijs doorgang vinden, dan gaat de bekostigingsstructuur van de instellingen van hoger onderwijs aanzienlijk veranderen. 2 Aan het plan zijn een aantal pilot-projecten voorafgegaan. Eén experiment is gehouden met de toelating van studenten medicijnen op basis van interviews in plaats van loting. In een ander experiment kreeg een aantal instellingen de ruimte om zelf het collegegeldtarief vast te stellen voor programma s met toegevoegde waarde en om studenten zelf te selecteren. Daarnaast is er op beperkte schaal geëxperimenteerd met vouchers (hoger beroepsonderwijs en postinitieel leren) en is er voor het speciaal onderwijs wetgeving in het kader van de leerlinggebonden financiering (het rugzakje ) voorbereid. 3 Het doel van deze voorgenomen veranderingen is om het hogeronderwijssysteem te differentiëren en meer marktconform te maken waarbij studenten en instellingen meer verantwoordelijkheden dragen. Een differentiatie van de eigen bijdrage gaat ook optreden met de introductie van een leerrechtensysteem in Elke student krijgt dan een vastgestelde hoeveelheid leerrechten die hij/zij kan verzilveren. De leerrechten maken het mogelijk om één bachelor- en één masteropleiding te volgen. Tegelijkertijd zullen studenten aan een bepaalde tijdslimiet worden gebonden om de studies af te ronden. Van studenten die hiertoe niet in staat zijn, zullen hogere eigen bijdragen worden verlangd. Het studiefinancieringssysteem blijft gehandhaafd (giften en leningen), maar naar Australisch voorbeeld zullen leningen beschikbaar worden gesteld om het collegegeld te financieren. Hiermee wordt beoogd dat studenten niet langer afhankelijk zijn van inkomsten uit nevenactiviteiten om de studie te kunnen financieren. 4 Hogescholen zullen in deze nieuwe bekostiging publieke middelen ontvangen op basis van het aantal studenten met leerrechten dat aan de onderwijsinstelling studeert. Dit vraaggestuurde model moet studenten tot bewuste consumenten maken en de instellingen tot verantwoordelijke aanbieders van onderwijs. 5 De centrale gedachte achter de leerrechten is dat de competitie tussen de instellingen versterkt wordt en dat dit uiteindelijk zal leiden tot meer kwaliteit, keuzevrijheid, doelmatigheid, gelijkheid en sociale cohesie. 6 Verder is er in Nederland een tendens waarbij, ter aanvulling op de bekostiging vanuit de overheid, een toenemend beroep wordt gedaan op private financiering. Dit krijgt gestalte in de vorm van bijdragen van deelnemers (verhoging school- en collegegelden, ouderbijdragen) en van het bedrijfsleven (sponsoring, samenwerking onderwijs en bedrijfsleven). In de voorbije periode lijkt bij zowel het bedrijfsleven als bij de ouders sprake te zijn van een toegenomen bereidheid om te investeren in het onderwijs Onderzoeksaanpak De laatste jaren zijn nationaal en internationaal ideeën ontwikkeld over de financiering van onderwijs. Met deze ideeën wordt stapsgewijs geëxperimenteerd om het hogeronderwijssysteem te differentiëren, meer vraaggestuurd te bekostigen, meer marktconform te maken, en studenten en instellingen meer verantwoordelijkheden te laten dragen. Een aantal van deze ideeën kan in het buitenland al geïmplementeerd zijn. Door onderwijsinstellingen in het buitenland te beschrijven die veel méér bekostigd worden door private bijdragen van studenten en van bedrijven dan in Nederland tot nu toe gebruikelijk is, kan voor de Nederlandse situatie geleerd worden. Dit biedt de theoretische mogelijkheid om naast de ontwikkelingen die in gang zijn gezet ook nog additionele instrumenten in te zetten om de positie van het onderwijs te versterken en om de onderinvesteringen in onderwijs te verminderen. Om mogelijke andere financieringsinstrumenten te identificeren en te doordenken voor de Nederlandse situatie heeft het Instituut voor Onderzoek van 2 Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Onderwijsraad, 2001b. 4 Economisch gedragswetenschappelijk onderzoek toont aan dat individuen, ondanks de relatief hoge private baten van onderwijs, een aversie hebben tegen het aangaan van leningen en in de plaats daarvan zorgen voor neveninkomsten tijdens de studie door middel van bijbanen. Zie ook Vossensteyn, Jongbloed, Onderwijsraad, 2001a. Onderwijsraad, 2001a Onderwijsraad, juni 2006

9 Overheidsuitgaven een aantal voorbeelden van onderwijsinstellingen in het buitenland beschreven waarbij de private financiering substantieel hoger is dan in Nederland gebruikelijk. Deze casebeschrijvingen dienen voor de Onderwijsraad om te doordenken of alternatieve financieringsinstrumenten de gewenste ontwikkelingen in Nederland kunnen bevorderen. Door een beroep te doen op de onderwijsexperts van het EENEE (Economics on Education Experts Network) en door een scan van de websites van honderden onderwijsinstellingen in vele landen is vooral gezocht naar instellingen van middelbaar en hoger beroepsonderwijs en van wetenschappelijk onderwijs die een private financiering hebben die meer bedraagt dan het landelijke gemiddelde. Het vermoeden bestond dat een dergelijke relatief omvangrijke private financiering innovatieve en sterk gedifferentieerde financieringsvormen zichtbaar zou maken. De casebeschrijvingen van de gevonden onderwijsinstellingen met een relatief omvangrijke private financiering kunnen de Onderwijsraad behulpzaam zijn bij het maken van zijn advies. Voor de onderzoekers blijft het teleurstellend dat vele onderwijsinstellingen zeer terughoudend zijn met het verstrekken van financiële gegevens. Desalniettemin hebben de onderzoekers na een intensieve speurtocht veertien onderwijsinstellingen gevonden, die op redelijke wijze beschreven konden worden. De geselecteerde onderwijsinstellingen zijn willekeurig gekozen. Het selectiecriterium is geweest de spreiding van de voorbeelden over meerdere landen, de spreiding naar onderwijssoort (middelbaar en hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijke onderwijs) en vooral de beschikbare informatie via websites, jaarverslagen, en mondelinge toelichting. Om de buitenlandse instellingen te kunnen duiden zijn deze instellingen vergeleken met een Nederlandse instelling van een vergelijkbare omvang en met een vergelijkbaar onderwijsaanbod. Om prijzen en kosten te kunnen vergelijken zijn alle financiële gegevens geïndexeerd op het kalenderjaar 2004 en uitgedrukt in euro s. Om de stukprijzen van eenheden onderwijs onderling vergelijkbaar te maken zijn de prijzen uitgedrukt in Purchasing Power Standards. Daartoe is gebruikgemaakt van de conversietabel van Eurostad voor het jaar Leeswijzer In de volgende hoofdstukken 2 tot en met 15 zijn veertien voorbeelden opgenomen van instellingen van middelbaar en hoger beroepsonderwijs en van wetenschappelijk onderwijs die gefinancierd worden met een substantieel hoger deel private investeringen dan de Nederlandse onderwijsinstellingen (22 tot 36%). 8 Deze voorbeelden kunnen een inspiratiebron zijn om innovatieve financieringsvormen ten behoeve van het Nederlandse onderwijsstelsel te traceren. Hoofdstuk 16 trekt uit de gepresenteerde cases enkele conclusies voor de Nederlandse onderwijssituatie. 8 Waterreus, Financieringsmogelijkheden in het onderwijs 9

10 2 Case 1: University of Wisconsin Madison (Verenigde Staten) 2.1 Inleiding De University of Wisconsin is een kwalitatief hoog aangeschreven publieke instelling voor onderwijs en onderzoek op universitair niveau. Als vergelijkbare Nederlandse instelling is gekozen voor de Universiteit van Utrecht. Beide instellingen verzorgen een breed onderwijsaanbod en hebben een positie verworven op wereldranglijst van de vijftig best presterende universiteiten. De University of Wisconsin is gevestigd in de stad Madison. De universiteit is opgericht in 1848 en beschikt over een landgoed van acres, waarop gevestigd zijn de universiteitsgebouwen, een campus voor studenten, experimentele land-, bos-, en tuinbouwsettings, klinieken en instructie-, research- en computerlaboratoria. Het betreft een publieke instelling met een jaarbudget van 1,8 miljard dollar (2004). Kerncijfers studenten Aan de Universiteit van Wisconsin staan ruim studenten ingeschreven. Hiervan volgt 69% een opleiding op bachelor- of masterniveau. Ruim een vijfde deel van de studenten bereidt zich voor op een promotie en 6% volgt postacademisch onderwijs. Het aandeel studenten dat onderwijs volgt op post-masterniveau is in Utrecht geringer dan in Wisconsin. Tabel 1: Aantallen studenten Type deelnemer Wisconsin Utrecht abs % abs % Studenten % % Waarvan: Undergraduate (bachelor en master) % % Freshmen Sophomores Juniors Seniors Graduate (promovendi) % % Professional (post-master) % Special (cursussen) % Om de gerealiseerde toegankelijkheid van het onderwijs te verantwoorden vermeldt de Universiteit van Wisconsin de volgende kenmerken van studenten in het jaarverslag: aandeel etnische minderheden naar etniciteit, aandeel vrouwen en het herkomstgebied (50 staten en 120 landen). Omvang en diversiteit onderwijsaanbod Zowel de Universiteit van Wisconsin als de Universiteit van Utrecht bieden een breed aanbod van opleidingen aan. In Wisconsin gaat het om 401 programma s die leiden tot een academische graad en in Utrecht zijn dat er Onderwijsraad, juni 2006

11 Tabel 2: Aantallen programma s per aanbodsoort Wisconsin Utrecht Undergraduate majors / bachelors Master's degree Doctoraal (post-master) 110 n.b. Totaal programma's Cursussen Legenda: n.b. = niet bekend Typering onderwijsaanbod De aangeboden opleidingen van de Universiteit van Wisconsin zijn in te delen in vijf verschillende niveaus: opleidingen voor undergraduates majors (vergelijkbaar met bachelor-niveau); masteropleidingen; doctoraalopleidingen (promotieplaatsen/philosopher-degree); specialisaties op post-masterniveau; en cursussen die niet leiden tot een academische graad. Binnen het aanbod van de Universiteit van Utrecht zijn dezelfde soorten niveaus te onderscheiden. Beide universiteiten verzorgen onderwijs in alfa-, bèta- en gammastudierichtingen. Van de studenten in Wisconsin volgt 11% de opleiding parttime. Parttime studeren komt het meest voor bij studenten die zich alleen inschrijven voor specifieke cursussen of studieonderdelen (80% parttime) en bij de post-masteropleidingen (26% parttime). Op bachelorniveau komt parttime studeren nauwelijks voor (1% van de studenten). Het aandeel parttime-studenten in Utrecht ligt rond de 10%. Overige activiteiten Naast onderwijs is onderzoek een belangrijke hoofdactiviteit van de Universiteit van Wisconsin. Het verspreiden van academische kennis naar een breder publiek vindt plaats via weekendcursussen, avondcursussen en afstandscursussen. Naar aanleiding van specifieke (onderzoeks-)resultaten verzorgt men voordrachten en informatieavonden voor burgers in de regio. Het beheer van studentenfaciliteiten (woonvoorzieningen, vrije tijd, inkoopbureau, studiefinanciering) is eveneens een belangrijk taakgebied. Sport en gezondheidszorg voor studenten en voor het personeel is een volgende nevenactiviteit. Fondswerving en financiële ondersteuning van studenten vormen eveneens onderdeel van het activiteitenpatroon. Ten slotte is het onderhouden van contacten met alumni een vast onderdeel van het activiteitenpatroon. Tabel 3: Activiteiten Type activiteit Wisconsin Utrecht Onderzoek x x Weekend- en avondcursussen x Afstandscursussen x Informatieoverdracht aan burgers/leken x Beheer studentenfaciliteiten: Studentenhuisvesting x X Studentenvervoer en parkeren x Sociale, culturele en recreatieve activiteiten voor studenten x x Sportactiviteiten voor studenten x Sportactiviteiten voor personeel Gezondheidszorg voor studenten en personeel Activiteiten voor alumni x x Fondswerving en financiële ondersteuning studenten x x x x Financieringsmogelijkheden in het onderwijs 11

12 Personeel Het personeel bestaat uit hoogleraren, wetenschappelijke medewerkers met een instructietaak, overige wetenschappelijke medewerkers, assistenten in opleiding en overige functionarissen (ondersteunend personeel). De verschillen tussen het personeelsbestand van de Universiteit van Wisconsin en dat van Utrecht zijn te omschrijven als verschillen in personele samenstelling, formatieomvang en medewerker-studentratio. Op het terrein van de personele samenstelling is het aandeel hoogleraren in de formatie in beide universiteiten gelijk (9%). Het aandeel wetenschappelijk personeel met een instructietaak is in Utrecht bijna twee keer groter dan in Wisconsin (respectievelijk 18% en 10% van de formatie) Andersom geldt dat in Wisconsin een groter aandeel van het wetenschappelijk personeel zich bezighoudt met andere dan onderwijstaken (veelal research). Een sterker accent op research uit zich eveneens in het grotere aandeel assistenten in opleiding in Wisconsin (26% in Wisconsin en 16% in Utrecht). Het aandeel niet-academisch personeel is in Utrecht groter dan in Wisconsin (47% en 30% van de formatie). Tabel 4: Omvang formatie Functie Wisconsin Utrecht abs % Abs % Hoogleraren % 570 7% Bijzonder hoogleraren 363 2% 135 2% Wetenschappelijk medewerker, docent % % Wetenschappelijk medewerker, overig % % Overige functionarissen % % Medewerkers in opleiding 799 4% Assistenten (graduates/promovendi) % % Totaal medewerkers % % Totaal fte (40 uur VS; 36 uur NL) Gemiddelde formatieomvang; uur per week Medewerker-studentratio: docenten 1/24 1/15 Medewerker-studentratio: totaal 1/2 1/4 De gemiddelde formatieomvang is in de Verenigde Staten groter dan in Nederland. Een volledige werkweek in Wisconsin is 40 uur en in Utrecht 36 uur per week. De gemiddelde formatieomvang van het personeel in Wisconsin is 36 uur per week en in Utrecht 30 uur per week. Op het terrein van de arbeidsvoorwaarden zijn accentverschillen tussen de universiteiten waarneembaar. Wisconsin legt in haar jaarverslag de nadruk op gezondheidszorg en sportactiviteiten voor het personeel. Utrecht legt het accent op verdere professionalisering van het personeel, flexibele arbeidstijden, tegengaan van ziekteverzuim en wao-instroom. Het gegeven dat het personeel verzekerd is tegen ziektekosten krijgt in de Nederlandse situatie geen aandacht in de jaarverslagen omdat dit voor de hand ligt. De medewerkers-studentratio is in Wisconsin kleiner dan in Utrecht. In Wisconsin is er 1 medewerker op 2 studenten en in Utrecht is deze verhouding 1 op 4. De docent-studentratio is in Utrecht juist kleiner dan in Wisconsin. In Utrecht is er 1 docent op 15 studenten en in Wisconsin zijn er 24 studenten op elke docent. Prestatie-indicatoren en kwaliteit Om een beeld te krijgen van de prestatie-indicatoren die men hanteert hebben wij van beide universiteiten een overzicht gemaakt van de kwaliteitsindicatoren die de instellingen zelf in hun jaarverslagen hebben aangehaald. Beide universiteiten besteden veel aandacht aan de kwaliteit van zowel hun onderwijs als onderzoek. In grote lijnen lijken de gehanteerde kwaliteitsinstrumenten sterk op elkaar. Het feitelijk behaalde eindniveau van studenten is in de Verenigde Staten beter te beoordelen dan in Nederland omdat er een landelijk toetsinstrumentarium is ontwikkeld. De 12 Onderwijsraad, juni 2006

13 behaalde studieresultaten zijn daardoor beter tussen universiteiten te vergelijken. In Nederland is het eindniveau van studenten gedefinieerd in termen van de inspanningen die nodig zijn om de eindstreep te behalen (aantal studie-eenheden). Tabel 5: Kwaliteitsindicatoren Gemelde kwaliteitsindicatoren Wisconsin Utrecht Onderzoek Diversiteit aangeboorde fondsen x Omvang onderzoeksuitgaven x Behaalde prijzen voor onderzoek x x Intercollegiale toetsing x x Benchmarking x x Visitatiecommissie x Octrooien/licenties x X Onderwijs Accreditatie x X Nationaal recruteringsgebied studenten x Internationaal recruteringsgebied studenten x X Prijzen voor docenten X Studieresultaten: in- en doorstroom Instroomniveau onderinstroom x X Behaald niveau bachelors (freshmen) x Gemiddelde prestatiescore studenten x Gerealiseerd studietempo X Studieresultaten: uitstroom Aantal behaalde graden naar niveau x Aantal gepromoveerden x Arbeidspositie van de uitstroom X Studieresultaten: overig Behaalde prijzen voor sport x 2.2 Financiën Tabel 6: Inkomsten en uitgaven naar herkomst en bestemming(2004) Inkomsten Wisconsin Utrecht $ mln. % mln. % Privaat 645,7 36% 129,5 20% Student 273,9 15% 35,4 5% Overheid 888,0 49% 488,1 9 75% Totaal inkomsten 1.807,6 100% 653,1 100% Uitgaven Personeel 878,6 50% 322,6 49% Materieel en overig 577,3 33% 300,8 46% Huisvesting 72,3 4% 36,8 6% Studiefinanciering 246,5 14% Totaal uitgaven 1.774,7 100% 660,2 100% De Universiteit van Wisconsin genereert 36% van de inkomsten uit private bronnen, 15% is afkomstig van studenten en bijna de helft van de inkomsten is afkomstig van de staat of van federale publieke 9 De publieke middelen uit de tweede en derde geldstroom zijn gerekend tot publieke inkomsten. Financieringsmogelijkheden in het onderwijs 13

14 middelen. Zonder nadere specificatie zijn de inkomstenbronnen van de beide universiteiten niet te vergelijken. Zo worden bij Wisconsin de ontvangen middelen voor studentenhuisvesting ook tot de private inkomstenbronnen gerekend, terwijl Utrecht een dergelijke faciliteit niet onder haar beheer heeft. Ook aan de uitgavenzijde doen zich soortgelijke problemen voor. Zo bestaat een behoorlijk omvangrijk deel van de uitgaven van Wisconsin uit het verstrekken van studiefinanciering aan studenten. In de Nederlandse situatie valt deze uitgavencategorie buiten de scope van universiteiten. Tot de categorie materieel en overig rekent Utrecht alle afdrachten en overdrachten aan het academisch ziekenhuis. Wisconsin heeft ook een academisch ziekenhuis onder haar vleugelen, maar de kosten en baten van deze faciliteit worden geheel buiten de reguliere universiteitsrekening verantwoord. In het volgende overzicht zijn de inkomsten en uitgaven van de Universiteit van Wisconsin verantwoord naar type activiteit, waarbij de volgende activiteiten zijn onderscheiden: onderwijs, onderzoek, huisvesting en levensonderhoud studenten, studiefinanciering, en maatschappelijke dienstverlening. Tot die laatste categorie zijn alle activiteiten gerekend die de universiteit verricht ten behoeve van burgers of maatschappelijke organisaties buiten de universiteit. Om een vergelijking met Utrecht mogelijk te maken, zijn de inkomsten van deze universiteit verdeeld naar type activiteit op basis van de bekostigingsregels van het ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap). Het overzicht van de uitgaven van Utrecht is gebaseerd op het jaarverslag. Tabel 7: Inkomsten en uitgaven naar type activiteit Type activiteit Wisconsin Utrecht $ mln. % mln. % Inkomsten Onderwijs 620,1 34% 268,7 41% Onderzoek 717,4 40% 251,3 38% Huisvesting en levensonderhoud student 283,2 16% Overige private giften en fondsen 186,7 10% Academisch ziekenhuis 98,5 15% Overige baten 34,6 5% Totaal 1.807,4 100% 653,1 100% Collegegeld als % van de onderwijsinkomsten 44% 13% Uitgaven Onderwijs 404,9 22% 221,8 34% Onderzoek 872,3 48% 332,8 51% Studiefinanciering 257,4 14% Huisvesting en levensonderhoud 239,9 13% Maatschappelijke dienstverlening 33,2 2% Academisch ziekenhuis 98,5 15% Totaal 1.807,7 100% 653,1 100% Aan de inkomstenzijde is te zien dat beide universiteiten ongeveer een gelijk deel aan inkomsten ten behoeve van onderzoeksactiviteiten genereren (rond 40% van de inkomsten). Het inkomstendeel dat samenhangt met onderwijs is in Utrecht hoger (41%) dan in Wisconsin (34%). Daartegenover staat dat Wisconsin een groter aandeel middelen uit overige giften en baten genereert. Aan de uitgavenzijde van Wisconsin is te zien dat een groot deel van de inkomsten ten behoeve van onderwijs wordt besteed aan studiefinanciering. Het grootste deel van de ongeoormerkte giften wordt besteed aan onderzoek. Het uiteindelijk aan onderzoek bestede budget is in Wisconsin twee keer zo hoog als het aan onderwijs bestede budget. Zowel Utrecht als Wisconsin besteden ongeveer de helft van hun inkomsten aan onderzoek. Het aandeel onderwijs neemt in Utrecht een groter deel van de uitgaven in beslag dan in Wisconsin (respectievelijk 35% en 22% van de uitgaven). 14 Onderwijsraad, juni 2006

15 Privaat: diversiteit bronnen Er zijn grofweg drie soorten private bronnen te onderscheiden: winsten uit ondernemingen; geoormerkte onderzoeksgelden; en giften en fondsen. Elk van bovengenoemde bronnen omvat een derde deel van de private inkomsten. De winsten uit ondernemingen betreffen de ondernemingen die de universiteit exploiteert ten behoeve van de huisvesting en het levensonderhoud van studenten. Bewoners uit de omgeving van de universiteit maken eveneens gebruik van de producten en diensten van dit aanbod. Geoormerkte onderzoeksgelden worden veelal gefinancierd met middelen die afkomstig zijn uit het bedrijfsleven of uit fondsen die gericht zijn op het stimuleren van een specifiek kennisgebied. De giften en fondsen zijn van zowel particulieren als bedrijven afkomstig. Giften kunnen zijn gericht op specifieke delen van het onderwijs of onderzoek, of op specifieke studenten. Het aantal donoren en begunstigers loopt in de duizenden. De private bronnen van Utrecht betreffen vooral geoormerkte onderzoeksgelden. Deze gelden zijn afkomstig van de overheid, van semi-private instellingen of van het bedrijfsleven. Het jaarverslag doet geen melding van particuliere begunstigers. Tegemoetkoming in studiekosten De Universiteit van Wisconsin besteedt 14% van haar inkomsten aan financiële ondersteuning van studenten. Ruim de helft van de studenten (52%) ontvangt op een of andere wijze een financiële tegemoetkoming via de universiteit. Deze ondersteuning vindt plaats in de vorm van leningen, beurzen, werkervaringsplaatsen (duaal leren), en het bekostigen van studies in het kader van internationale uitwisselingsprogramma s. Beurzen worden vooral toegekend aan studenten met exceptioneel goede prestaties. De Universiteit van Utrecht neemt eveneens deel aan internationale uitwisselingsprogramma s voor studenten en kent een systematiek om excellente studenten in financiële zin te ondersteunen of prijzen. De financiële omvang van de studentenondersteuning in Utrecht is niet duidelijk. Diversiteit van publieke bronnen De Universiteit van Wisconsin ontvangt van de staat algemene middelen voor het onderwijs en de onderwijsinfrastructuur (15% van de inkomsten). Daarnaast ontvangt de universiteit staatsbijdragen voor specifieke doelen, bijvoorbeeld voor de inrichting en het beheer van laboratoria (7% van de inkomsten). De rest van de publieke middelen (27% van de inkomsten) is gerelateerd aan onderzoeksprogramma s. Deze publieke onderzoeksmiddelen zijn vergelijkbaar met de Nederlandse onderzoeksmiddelen uit NWO (Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek) of opdrachtonderzoek via de overheid. De Universiteit van Utrecht kent eveneens verschillende geldstromen uit publieke bron. De algemene rijksbijdrage voor onderwijs en onderzoek bedraagt 57% van de inkomsten. De rijksbijdrage voor specifieke doelen (academisch ziekenhuis) is 10%. De omvang van publieke middelen binnen het tweede- en derdegeldstroomonderzoek omvat 6% van de totale inkomsten. Aandeel private financiering in historisch perspectief Gedurende de afgelopen 10 jaar nam de omvang van het onderzoeksbudget van Wisconsin toe met 30%. De reguliere overheidsbijdrage aan universiteiten nam af. Een en ander leidde tot een verhoging van de studentenbijdrage. De inkomsten uit private bronnen stegen met 55% in 10 jaar tijd (constante waarden). Deze toename was vooral het gevolg van private begunstigers van geoormerkte doelen of projecten. Het doneren van ongeoormerkte middelen aan de universiteit kwam steeds minder voor. Het aandeel private financiering in de totale inkomsten van Wisconsin nam toe met circa 30% in 1994 naar 36% in Jaarlijkse inspanningen om private bronnen aan te boren Het onderhouden van contacten met duizenden donateurs en particuliere opdrachtgevers van de Universiteit van Wisconsin brengt zoals is te verwachten behoorlijk wat inspanningen met zich mee. Financieringsmogelijkheden in het onderwijs 15

16 De kosten van het binnenhalen en heralloceren van de giften en fondsen omvatten 4% van de totale inkomsten uit private bronnen in Tien jaar eerder, toen de inkomsten uit private bronnen nog veel geringer waren, werd 5% van de private inkomsten besteed aan het binnenhalen en beheren van deze middelen. Continuïteit van het middelenperspectief Zowel de Universiteit van Utrecht als die van Wisconsin hebben een lange staat van dienst. De basiscontinuïteit van beide universiteiten is gegarandeerd via een bijdrage uit de publieke kas. Een brede en diverse pool van donateurs bevordert de continuïteit van het middelenperspectief van Wisconsin. Voor beide universiteiten draagt de breedte van het onderwijsaanbod bij aan de continuïteit. 2.3 Randvoorwaarden Toegankelijkheid Het minimum ingangsniveau is voor zowel Utrecht als Wisconsin bepaald aan de hand van een minimaal vereiste vooropleiding. Voorts volgen beide universiteiten een beleid om zoveel mogelijk excellente studenten binnen de poorten te krijgen. Wisconsin doet dat via de financiële tegemoetkoming aan studenten en via uitwisselingsprogramma s. Utrecht hanteert deze beide middelen eveneens en heeft daarnaast voor diverse studierichtingen een numerus fixus, waarbij studenten met excellente eindexamencijfers voorrang genieten. Het door Wisconsin gevoerde beleid leidt tot een gemiddeld instroomniveau van de 20% best presterende eindexamenkandidaten uit het voortgezet onderwijs. Utrecht doet geen melding van het instroomniveau. Voor studenten met matige tot goede resultaten op hun eindexamenlijst die afkomstig zijn uit een middenklassemilieu, is de financiële drempel om naar de Universiteit in Wisconsin te gaan tamelijk hoog. 16 Onderwijsraad, juni 2006

17 2.4 Gebruikswaarde voor Nederland Tabel 8: Samenvattend overzicht van kengetallen USA NL Wisconsin Utrecht Fte studenten Fte personeel % hoogleraren en onderwijzend personeel 40% 34% Ratio student/(hoog)leraar 5 21 Inkomsten per fte student x euro 39,2 29,8 % privaat 36% 20% % student 15% 5% % overheid 49% 75% Uitgaven % uitgaven aan onderwijs 22% 34% % uitgaven aan overige activiteiten 78% 66% Bruto inkomen per hoofd bevolking x euro 35,2 28,4 Gemiddelde personele lasten (GPL) per fte x euro 38,6 109,8 GPL als % van bruto inkomen per hoofd bevolking 110% 387% Onderwijskosten per fte student per jaar x euro 8,8 10,1 Studentenbijdrage per voltijd studiejaar x euro 4,7 1,6 Studentenbijdrage als % van bruto inkomen per hoofd bevolking 13% 6% Studentenbijdrage als % van de onderwijskosten 54% 16% De inkomsten zijn in de Verenigde Staten hoger dan in Nederland (respectievelijk en euro per voltijdstudent per jaar). De hogere inkomsten in de Verenigde Staten zijn het gevolg van een hogere bijdrage van studenten en uit private bron. De inkomsten uit private bron zijn in de Amerikaanse casus hoger dan in de Nederlandse (respectievelijk 20% en 36%). Dat is vooral het gevolg van de winsten uit eigen ondernemingen en inkomsten van donateurs. In de Nederlandse situatie is er minder sprake van verstrengeling tussen publiek gefinancierd onderwijs en private ondernemingen daaromheen. In Nederland is het ook minder gebruikelijk om private fondsen en particuliere donateurs aan te boren ten behoeve van onderwijsdoelen. De Universiteit van Wisconsin voert een actiever beleid om onderwijsdoelen te koppelen aan particuliere belangen. Zo doneren de leden van de vereniging voor radioamateurs onderwijs op dit terrein; anderzijds houden onderzoekers van de universiteit de vereniging op de hoogte van nieuwe vindingen. Maatschappelijk succesvolle alumni worden benut om studenten aan te trekken, doneren jaarlijks in diverse fondsen of adopteren een student via het jaarlijks verstrekken van een scholarship. Voor de Universiteit van Utrecht, die een actief alumnibeleid voert, zou dit het verder uitwerken van bestaand beleid betekenen. De hogere inkomsten in de Verenigde Staten gaan niet gepaard met hogere uitgaven aan onderwijs. De onderwijskosten zijn in de Verenigde Staten lager dan in Nederland (respectievelijk en euro per volledig studiejaar). De lagere onderwijskosten in de Verenigde Staten zijn vooral het gevolg van lagere personele lasten. De gemiddelde personele lasten zijn in Nederland bijna drie keer hoger dan in de Verenigde Staten. Studenten betalen in de Verenigde Staten ruim de helft (54%) van de onderwijskosten en in Nederland betalen studenten 16% van de onderwijskosten.. Financieringsmogelijkheden in het onderwijs 17

18 3 Case 2: Fachhochschule Köln (Duitsland) 3.1 Inleiding De federale structuur van Duitsland brengt met zich mee dat de deelstaten op verschillende terreinen hun eigen regels mogen opstellen. Ook het onderwijs wordt grotendeels decentraal geregeld. Voor de wetgeving en uitvoering is iedere deelstaat zelf verantwoordelijk, en zo kan het dus zijn dat het schoolwezen in verschillende deelstaten anders georganiseerd is. Daarnaast zijn er landelijke regels, die ervoor zorgen dat het onderwijsniveau overal ongeveer gelijk is. Zo is afgesproken, dat er overal dezelfde toelatingseisen zijn en is het schoolsysteem in alle deelstaten hetzelfde. Er zijn in Duitsland verschillende onderwijsfases ( Stufen ), die grotendeels overeenkomen met de Nederlandse indeling. Het middelbaar beroepsonderwijs is mogelijk via de duale leerweg en daarnaast zijn er vakscholen die in drie jaar opleiden tot een bepaald beroep. Dit zijn de Berufsfachschule en de Fachoberschule, die twee tot drie jaar duren. Naast theoretische lessen komt ook de praktijk aan bod in practica en stages. Na afronding van de Fachoberschule bestaat de mogelijkheid tot specialisatie aan een Fachhochschule. Het Gymnasium stoomt leerlingen klaar voor het wetenschappelijk onderwijs aan Universität of Hochschule, net als het gymnasium of atheneum in Nederland. Ongeveer een kwart van de Duitse jongeren voltooit het Gymnasium met een diploma. De universiteiten leggen het accent op het wetenschappelijk karakter van de opleidingen, terwijl de Fachhochschulen een meer beroepsgericht karakter dragen. De universiteiten zijn georganiseerd volgens het Humboldtiaanse principe van de verstrengeling van onderwijs en onderzoek. De studies aan de Fachhochschulen zijn qua organisatie vergelijkbaar met het Nederlandse hbo (hoger beroepsonderwijs). Omdat veel jongeren zich aanmelden voor een studie of opleiding in het hoger onderwijs en er soms niet genoeg studieplaatsen zijn, geldt voor een toenemend aantal studies in Duitsland een toelatingsbeperking of numerus clausus. In Duitsland is het gebrek aan opleidingsplaatsen groter dan in Nederland. Over het algemeen wordt bij de toelating gekeken naar het gemiddelde cijfer van het eindexamen. Doordat veel jongeren een tijdje op een opleidingsplaats moeten wachten en omdat sommigen eerst nog in dienst gaan, is de gemiddelde leeftijd van de beginnende student hoger dan die in de omringende landen. Daarnaast is een probleem dat de Duitse studenten gemiddeld lang over hun studie doen in vergelijking met studenten in andere Europese landen. De gemiddelde leeftijd van Duitse starters op de arbeidsmarkt is daardoor hoger, wat hun kansen op de internationale arbeidsmarkt negatief beïnvloedt. Door middel van hervormingen in het onderwijs wil de Duitse overheid verbetering aanbrengen in de concurrentiepositie. Sinds het einde van de jaren negentig zijn initiatieven genomen om een oplossing te vinden voor het probleem van de overvolle universiteiten en de lange studieduur. Via het promoten van de Fachhochschulen en het vergroten van de capaciteit daarvan is gepoogd studentenstromen om te leiden en te beperken. Voorts heeft de deelstaat Nordrhein-Westfalen de hogescholen opgelegd om collegegeld te gaan vorderen bij studenten die te lang over hun studie doen (langer dan anderhalf keer de nominale studieduur). 18 Onderwijsraad, juni 2006

19 Tabel 9: Kerncijfers studenten en opleidingen in 2004 Köln Aantal studenten Studenten met niet-duitse nationaliteit Aantal faculteiten 10 Aantal studierichtingen 56 waarvan sociaal 31% technisch 46% economisch 23% Typering onderwijsaanbod Het onderwijs is sterk praktijkgericht. De beroepspraktijkvorming vindt plaats via stageplaatsen en via het uitnodigen van specialisten uit de beroepspraktijk op de scholen. De hogeschool transformeert het totale opleidingenaanbod in een bachelor-mastersysteem. In 2005 zijn enkele opleidingen gereed; de externe kwaliteitstoets is nog niet gereed. Naast onderwijs verricht de hogeschool onderzoek in opdracht van derden. Tabel 10: Personeel Personen % Professoren en wetenschappelijk personeel % Praktijkdocenten % Ondersteunend personeel % Hulpkrachten (studentenassistenten en tutoren) % Totaal % Om een kwaliteitsimpuls aan het onderwijs op hogescholen te geven worden de professoren en het wetenschappelijk personeel bijgeschoold. Prestatie-indicatoren en kwaliteit De hogeschool ontwikkelt een kwaliteitszorgsysteem dat in 2010 volledig operationeel zal zijn. Dit systeem behelst onder meer het accrediteren van de opleidingen en het evalueren van studieresultaten. Het onderhouden van veel externe contacten met andere instituten en maatschappelijke organisaties wordt in het jaarverslag als positief kenmerk gekenschetst. Financieringsmogelijkheden in het onderwijs 19

20 3.2 Financiën Tabel 11: Algemeen overzicht inkomsten en uitgaven in 2004 Köln mln. % Inkomsten Algemene bijdrage deelstaat 75,5 97 Vernieuwingsgelden EU 0,4 1 Privaat 1,7 2 Totaal 77,6 100 Uitgaven Personeel 39,1 50 Kapitaalgoederen en investeringen 5,2 7 Huisvesting 20,4 26 Leermiddelen en ondersteuning (geen personeel) 5,6 7 Derde geldstroom 3,6 5 waarvan publiek (deelstaat of EU) 1,9 2 privaat 1,7 2 Totaal 77,6 100 Reguliere publieke bijdrage per student (in euro s) Deelname aan het onderwijs is in principe vrij van financiële verplichtingen. Voor buitenlandse studenten, enkele studierichtingen en studenten die te lang over hun studie doen wordt collegegeld in rekening gebracht (circa 650 euro per semester). De hogeschool draagt deze geïnde gelden af aan de deelstaat. Beperkt privaat budget De hogeschool boort maar een beperkt aandeel privaat budget aan (2% van de inkomsten). De helft van deze inkomsten betreft opdrachtonderzoek vanuit de industrie en de andere helft is afkomstig van instellingen en overige bronnen. Tegemoetkoming in studiekosten In tegenstelling tot Nederland is het hoger onderwijs in Duitsland vrijwel gratis. Studenten ontvangen niet zonder meer studiefinanciering van de staat. Alleen als het inkomen van de ouders niet toereikend is om in het levensonderhoud van de student te voorzien, kan men aanspraak maken op een subsidie volgens het Bundesausbildungsförderungsgesetz, in de volksmond BaföG genoemd. De helft van deze financiële ondersteuning is een gift, de rest wordt als lening gezien en moet vijf jaar na het beëindigen van de studie worden terugbetaald. De uitvoering van de BaföG is in handen van het Deutsches Studentenwerk, een organisatie met afdelingen in 65 studentensteden. Diversiteit van publieke bronnen Het jaarlijks budget werd tot 1995 verdeeld over verschillende vaste kostencategorieën (personeel, materieel, huisvesting) die in de regel waren geoormerkt. De Fachhochschule Köln verkeert sinds 1995 in een transitie naar grotere financiële autonomie. De deelstaat Nordrhein-Westfalen wijst de algemene middelen voor onderwijs en onderzoek toe naar rato van het aantal deelnemende studenten. De hogeschool kan deze middelen naar eigen inzicht besteden. Op het terrein van financiële autonomie is de Fachhochschule Köln koploper. Aandeel private financiering in historisch perspectief (recente toename/afname) De afgelopen jaren zijn er grote bezuinigingsoperaties geweest (30% minder budget) bij de publieke financiering. De inkomsten uit de derde geldstroom fluctueren sterk. In grote lijnen was tussen 1995 en 2002 een toename van het aandeel derde geldstroom waar te nemen. Sedert 2002 nam ook deze inkomstenbron sterk af (gehalveerd in 2004). 20 Onderwijsraad, juni 2006

Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010

Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010 Studentenhuisvesting Feiten en trends 2010 Studentenhuisvesting - Feiten en trends 2010-1- Studenten Aantal ingeschreven voltijd studenten in bekostigde HBO- en WO-instellingen in Nederland 2009-2010 2008-2009

Nadere informatie

Achtergrondinformatie

Achtergrondinformatie BIJLAGE 3 Achtergrondinformatie Diplomarendement Daling diplomarendement voltijd hbo-bacheloropleidingen De trend die de Inspectie van het Onderwijs de afgelopen jaren signaleerde in het hbo zet door:

Nadere informatie

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut.

Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. ONDERZOEKSRAPPORT Nederland zakt vier plaatsen op Human Capital Index: vaardigheden en kennis van oudere leeftijdscategorieën blijven onbenut. Introductie In het Human Capital 2015 report dat het World

Nadere informatie

Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden

Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden In het Hoger Onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijk en instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld wordt door de minister vastgesteld

Nadere informatie

handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

handelende in overeenstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit; Subsidieregeling tweede graden hbo en wo Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van... (datum), nr. HO&S/2010/228578, houdende subsidiëring van tweede bachelor- en mastergraden

Nadere informatie

Kerncijfers. Onderwijs. Onderzoek [ 6 ]

Kerncijfers. Onderwijs. Onderzoek [ 6 ] [ 6 ] Kerncijfers Onderwijs Studenten 2010/2011 2011/2012 2012/2013 2013/2014 2014/2015 Instroom propedeuse bachelor 3.857 4.153 4.541 5.222 4.937 Deelnemers excellentie 7,2% 6,3% 6,0% 7,9% 10,4% Contacturen

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2011 2012 33 000 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2012 Nr. 229 BRIEF

Nadere informatie

Samenvatting. Samenvatting 9

Samenvatting. Samenvatting 9 Samenvatting Sinds de introductie in 2001 van lectoraten in het Nederlandse hoger beroepsonderwijs wordt aan hogescholen steeds meer gezondheidsonderzoek uitgevoerd. De verwachting is dat dit niet alleen

Nadere informatie

Studeren in Nederland

Studeren in Nederland Studeren in Nederland Annekee de Jager Kaj Temme Nederlandse Ambassade Brussel Leuven, 27 oktober 2015 Inhoud 1. Nederland 2. Waarom studeren in Nederland? 3. Onderwijs in Nederland 4. Nederlandse studentensteden

Nadere informatie

5. Onderwijs en schoolkleur

5. Onderwijs en schoolkleur 5. Onderwijs en schoolkleur Niet-westerse allochtonen verlaten het Nederlandse onderwijssysteem gemiddeld met een lager onderwijsniveau dan autochtone leerlingen. Al in het basisonderwijs lopen allochtone

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2004 2005 29 819 Tijdelijke regels betreffende experimenten in het hoger onderwijs op het gebied van vooropleidingseisen aan en selectie van aanstaande studenten

Nadere informatie

ENTANGLE - Nieuwsbrief

ENTANGLE - Nieuwsbrief INHOUD Projectachtergrond 1 Projectomschrijving 2 Partners 3 Kick ck-off meeting in Brussel 4 Rethinking Education 4 Contactgegevens en LLP 5 ENTANGLE vindt zijn oorsprong in de dagelijkse praktijk binnen

Nadere informatie

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks

Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 2010 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks ANNEX Voortgangsrapportage Onderwijs en Opleiding 21 Beschrijving prestaties Nederland en andere lidstaten op EU benchmarks 1. Deelname voor- en vroegschoolse educatie (VVE) De Nederlandse waarde voor

Nadere informatie

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007)

Beantwoording vragen Tweede Kamer bij rapport Financiering onderwijs vernieuwingen voortgezet onderwijs 1990-2007 (30 november 2007) Algemene Rekenkamer Lange Voorhout 8 Postbus 20015 2500 EA Den Haag T 070-3424344 BEZORGEN F 070-3424130 De Voorzitter van de Tweede Kamer E voorljchting@rekenkamer.ni der Staten-Generaal w www.rekenkamer.ni

Nadere informatie

Terugblik. - stedenreizen / EEPD / stadswandeling. - lustrum

Terugblik. - stedenreizen / EEPD / stadswandeling. - lustrum 100 %?! Terugblik - stedenreizen / EEPD / stadswandeling - lustrum Site: - vakinhoud PTA - examenreglement BOOR Toetsweken Periode 1:- 10 t/m 18 oktober SE's - profielwerkstuk, literatuurlijst - 18 t/m

Nadere informatie

Studenten bewustmaken van hun studieschuld vrijdag, 09 oktober 2015 13:55

Studenten bewustmaken van hun studieschuld vrijdag, 09 oktober 2015 13:55 Tekst: Nelly Rosa Foto s: Ken Wong Volgens Juliette Chirino-Mendez, hoofd klantcontact van SSC bestaat er een perceptie dat het financieel nadeliger uitpakt als je met Stichting Studiefinanciering Curaçao

Nadere informatie

GEZOCHT. denkers & doeners. studereninduitsland.nl

GEZOCHT. denkers & doeners. studereninduitsland.nl GEZOCHT denkers & doeners studereninduitsland.nl Weleens gedacht aan studeren in Duitsland? Studeren in Duitsland, nog niet zo veel Nederlanders doen het. Toch heeft Duitsland enorm veel te bieden: aan

Nadere informatie

Veelgestelde vragen opleiding Tandheelkunde

Veelgestelde vragen opleiding Tandheelkunde Veelgestelde vragen opleiding Tandheelkunde Wat zijn de toelatingseisen voor Tandheelkunde? De volgende voortrajecten voldoen aan de toelatingseisen voor Tandheelkunde: VWO diploma met profiel (vanaf 2010)

Nadere informatie

NEDERLAND. Pre-basis onderwijs

NEDERLAND. Pre-basis onderwijs NEDERLAND Pre-basis onderwijs Leeftijd 2-4 Verschillend per kind, voor de leeftijd van 4 niet leerplichtig Omschrijving Peuterspeelzaal, dagopvang etc Tijd Dagelijks van 9:30 15:30 (verschilt pers school)

Nadere informatie

2. Beter nu dan later

2. Beter nu dan later Daarom Duits 1. Engels is niet voldoende Natuurlijk is kennis van de Engelse taal essentieel, maar: Englisch ist ein Muss, Deutsch ist ein Plus. Onderzoek wijst uit dat 86 procent van de Nederlandse ondernemers

Nadere informatie

Aanvraagformulier Nieuwe opleiding macrodoelmatigheidstoets beleidsregel 2014

Aanvraagformulier Nieuwe opleiding macrodoelmatigheidstoets beleidsregel 2014 S AMENVATTI NG Ok t ober2015 Aanvraagformulier Nieuwe opleiding macrodoelmatigheidstoets beleidsregel 2014 Basisgegevens Soort aanvraag (kruis aan wat van toepassing is): X Nieuwe opleiding Nieuw Ad programma

Nadere informatie

ZA4986. Flash Eurobarometer 260 (Students and Higher Education Reform) Country Specific Questionnaire Belgium (Flemish)

ZA4986. Flash Eurobarometer 260 (Students and Higher Education Reform) Country Specific Questionnaire Belgium (Flemish) ZA4986 Flash Eurobarometer 260 (Students and Higher Education Reform) Country Specific Questionnaire Belgium (Flemish) FLASH 260 STUDENTS AND HIGHER EDUCATION REFORM Uw locaal interviewernummer Naam plaats

Nadere informatie

Flexibilisering van het onderwijs aan volwassenen kan alleen door het systeem volledig anders te gaan opzetten en is niet gebaat bij het veranderen

Flexibilisering van het onderwijs aan volwassenen kan alleen door het systeem volledig anders te gaan opzetten en is niet gebaat bij het veranderen 19 JUNI 2014 Flexibilisering van het onderwijs aan volwassenen kan alleen door het systeem volledig anders te gaan opzetten en is niet gebaat bij het veranderen van de bestaande situatie Flexibilisering

Nadere informatie

Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek

Monitor beleidsmaatregelen 2014. Anja van den Broek Monitor beleidsmaatregelen 2014 Anja van den Broek Maatregelen, vraagstelling en data Beleidsmaatregelen Collegegeldsystematiek tweede studies uit de Wet Versterking besturing inclusief uitzonderingen

Nadere informatie

2. Beter nu dan later

2. Beter nu dan later Daarom Duits 1. Engels is niet voldoende Natuurlijk is kennis van de Engelse taal essentieel, maar: Englisch ist ein Muss, Deutsch ist ein Plus. Uit een enquête onder bedrijven die actief zijn in Duitsland

Nadere informatie

Tijdens de studie naar het buitenland?

Tijdens de studie naar het buitenland? 28-5-2016 Tijdens de studie naar het buitenland? Faculteit der Letteren, Mobility Office Joyce Snijder-Gelling Janet Caspers Sigrid Hasper Uitwisselingscoördinatoren Laura Dekker Uitwisselingsstudent exchange.out.arts@rug.nl

Nadere informatie

Alumnionderzoek opleiding Bedrijfseconomie Hogeschool Arnhem en Nijmegen 2009

Alumnionderzoek opleiding Bedrijfseconomie Hogeschool Arnhem en Nijmegen 2009 Alumnionderzoek opleiding Bedrijfseconomie Hogeschool Arnhem en Nijmegen 2009 Van de deelnemers aan het onderzoek heeft 80% ( 121 studenten) de voltijd gedaan en 20% (30 studenten) de deeltijdopleiding.

Nadere informatie

Advies Universiteit van Tilburg

Advies Universiteit van Tilburg Advies Universiteit van Tilburg De Reviewcommissie (hierna commissie) heeft kennisgenomen van het voorstel van de Universiteit van Tilburg (hierna UvT) dat het College van Bestuur met zijn brieven van

Nadere informatie

Uitgaven voor onderwijs 2012

Uitgaven voor onderwijs 2012 Webartikel 2013 Uitgaven voor onderwijs 2012 Trends en ontwikkelingen Daniëlle Andarabi-van Klaveren 6-12-2013 gepubliceerd op cbs.nl CBS Centraal Bureau voor de Statistiek Uitgaven voor onderwijs 2012

Nadere informatie

U I T S P R A A K 1 4-3 0 5

U I T S P R A A K 1 4-3 0 5 U I T S P R A A K 1 4-3 0 5 van het College van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden inzake het beroep van [naam], appellante tegen het Bestuur van de Faculteit Campus Den Haag, verweerder

Nadere informatie

Factsheet persbericht

Factsheet persbericht Factsheet persbericht Studenten: meer werken noodzaak door hogere studiekosten 13 januari 2011 Inleiding Van november 2010 tot begin januari 2011 hield Zoekbijbaan.nl het Nationale Bijbanen Onderzoek.

Nadere informatie

Datum 8 februari 2016 Antwoord op schriftelijke vragen van het lid Mohandis (PvdA) over het bericht dat selectie aan de poort allochtonen dupeert

Datum 8 februari 2016 Antwoord op schriftelijke vragen van het lid Mohandis (PvdA) over het bericht dat selectie aan de poort allochtonen dupeert >Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Hoger Onderwijs & Studiefinanciering Rijnstraat 50 Den Haag Postbus 16375

Nadere informatie

Gezondheid en welzijn; Onderwijs; Beroepsbevolking en werk; Een stimulerende omgeving om human capital te laten renderen.

Gezondheid en welzijn; Onderwijs; Beroepsbevolking en werk; Een stimulerende omgeving om human capital te laten renderen. ONDERZOEKSRAPPORT Nederlandse beroepsbevolking behoort tot de wereldtop 1) Zwitserland, Finland en Singapore hebben de slimste beroepsbevolking In het eerste Human Capital Report van het World Economic

Nadere informatie

Naar transparanter hoger onderwijs. Het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk

Naar transparanter hoger onderwijs. Het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk Naar transparanter hoger onderwijs Het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk Samenvatting van het Nederlandse Nationale Kwalificatieraamwerk hoger onderwijs Toegang vanuit [1] Eerste cyclus Tweede

Nadere informatie

FAQ. Holland Scholarship 2016-2017

FAQ. Holland Scholarship 2016-2017 FAQ Holland Scholarship 2016-2017 Inhoud A. Voorwaarden... 4 1. Welke landen nemen deel aan het Holland Scholarship?... 4 2. Komen studenten uit de BES-eilanden (Bonaire, Sint Eustacius en Saba) en ui

Nadere informatie

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014

Factsheet. Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014. Werkloosheid stijgt naar 24% Definities. Nummer 6 juni 2014 Nummer 6 juni 2014 Monitor jeugdwerkloosheid Amsterdam 2014 Factsheet Ondanks eerste tekenen dat de economie weer aantrekt blijft de werkloosheid. Negen procent van de Amsterdamse beroepsbevolking is werkloos

Nadere informatie

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming.

Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Management summary Flitspeiling: vervroegde aanmelddatum, studiekeuzecheck en doorstroming. Tussen 16 december 2013 en 1 januari 2014 heeft GfK voor het ministerie van OCW een flitspeiling uitgevoerd gericht

Nadere informatie

Studiekosten en studievoorschot (leenstelsel)

Studiekosten en studievoorschot (leenstelsel) Studiekosten en studievoorschot (leenstelsel) Dit boekje bevat informatie van de kosten voor studiejaar 2016-2017. Je vindt ook informatie over de financiering van je studie d.m.v. het leenstelsel. 201603

Nadere informatie

Verbeteren van de slechte schoolresultaten voor wiskunde en wetenschap blijft uitdaging voor Europa

Verbeteren van de slechte schoolresultaten voor wiskunde en wetenschap blijft uitdaging voor Europa EUROPESE COMMISSIE - PERSBERICHT Verbeteren van de slechte schoolresultaten voor wiskunde en wetenschap blijft uitdaging voor Europa Brussel, 16 november 2011 Beleidsmakers moeten scholen beter ondersteunen

Nadere informatie

Veronderstellingen deelname-effecten van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs

Veronderstellingen deelname-effecten van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs CPB Notitie 25 februari 2013 Veronderstellingen deelname-effecten van een sociaal leenstelsel in het hoger onderwijs Uitgevoerd op verzoek van Minister Bussemaker van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Nadere informatie

van budget naar prestatie

van budget naar prestatie Management accounting & control Transparantie in bekostiging: proces van budget naar prestatie De maatschappij vraagt steeds meer transparantie van organisaties, zeker in de non-profit sector en de gezondheidszorg.

Nadere informatie

Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden

Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden Informatiebrief wetgeving bepaling hoogte collegegelden In het Hoger Onderwijs wordt onderscheid gemaakt tussen wettelijk en instellingscollegegeld. Het wettelijk collegegeld wordt door de minister vastgesteld

Nadere informatie

World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 2010-2011

World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 2010-2011 PERSBERICHT World Economic Forum publiceert Global Information Technology Report 20-2011 Nederland zakt naar de 11e plaats op ranglijst van WEF Global Information Technology Report, en de opkomende economieën

Nadere informatie

Erratum. In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen.

Erratum. In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen. Erratum In dit artikel zijn helaas enkele onnauwkeurigheden geslopen. In figuur 1, pagina 19, is de legenda onjuist weergegeven, waardoor de categorieën en verwisseld zijn. De juiste grafiek is hieronder

Nadere informatie

Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs

Feiten en cijfers. Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 1 Feiten en cijfers Studentenaantallen in het hoger beroepsonderwijs 2010 Ten opzichte van 2009 is de instroom stabiel: -0,3 procent

Nadere informatie

Deelname-effecten van de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelor- en masterfase

Deelname-effecten van de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelor- en masterfase CPB Notitie 18 januari 2013 Deelname-effecten van de invoering van het sociaal leenstelsel in de bachelor- en masterfase Uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap CPB

Nadere informatie

Jongeren op de arbeidsmarkt

Jongeren op de arbeidsmarkt Jongeren op de arbeidsmarkt Tanja Traag In 23 was 11 procent van alle jongeren werkloos. Jongeren die geen onderwijs meer volgen, hebben een andere positie op de arbeidsmarkt dan jongeren die wel een opleiding

Nadere informatie

MBO OPLEIDINGEN VOOR TOPSPORTERS EN TALENTEN

MBO OPLEIDINGEN VOOR TOPSPORTERS EN TALENTEN MBO OPLEIDINGEN VOOR TOPSPORTERS EN TALENTEN Sport & Business: Medewerker Marketing & Communicatie Medewerker Evenementenorganisatie Nijmegen 2016-17 JOHAN CRUYFF COLLEGE UNIVERSITY INSTITUTE Johan Cruijff

Nadere informatie

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief

Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Onderwijs en arbeidsmarkt: tweemaal actief Organisation for Economic Coöperation and Development (2002), Education at a Glance. OECD Indicators 2002, OECD Publications, Paris, 382 p. Onderwijs speelt een

Nadere informatie

Gefinancierde rechtsbijstand vergeleken Een rechtsvergelijkend onderzoek naar drie rechtsbijstandstelsels

Gefinancierde rechtsbijstand vergeleken Een rechtsvergelijkend onderzoek naar drie rechtsbijstandstelsels CENTRUM VOOR AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT UNIVERSITEIT VAN TILBURG Gefinancierde rechtsbijstand vergeleken Een rechtsvergelijkend onderzoek naar drie rechtsbijstandstelsels C.M.C. van Zeeland J.M. Barendrecht

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 32379 1 oktober 2015 Besluit van de Minister van Buitenlandse Zaken van 22 september 2015, nr. DVB/CU-BPZ-329/15, tot

Nadere informatie

Onderwijs in Rusland. Jan Limbeek

Onderwijs in Rusland. Jan Limbeek Onderwijs in Rusland Een van de terreinen waar de Sovjet-Unie in uitblonk was onderwijs. Het onderwijs was toegankelijk, goed en gratis. Vergeleken met de Sovjet-Unie is de algemene indruk dat de situatie

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. studentenhuisvesting op.

HET APOLLO MODEL. studentenhuisvesting op. Utrecht HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksreslaties. Met dit model

Nadere informatie

Veel gestelde vragen - Studenten

Veel gestelde vragen - Studenten Tegemoetkoming Studiekosten Onderwijsmasters PO Veel gestelde vragen - Studenten Vraag Aanmelding en voorwaarden 1 Wanneer moet ik zijn afgestudeerd aan de pabo om in aanmerking te komen voor de regeling?

Nadere informatie

Studiefinanciering voor studenten van Aruba en de Nederlandse Antillen

Studiefinanciering voor studenten van Aruba en de Nederlandse Antillen Studiefinanciering voor studenten van Aruba en de Nederlandse Antillen Aangenaam, wij zijn duo DUO staat voor Dienst Uitvoering Onderwijs. We voeren verschillende onderwijswetten en -regelingen uit, namens

Nadere informatie

Veel gestelde vragen - Studenten

Veel gestelde vragen - Studenten Versie 02-11-2015 Tegemoetkoming Studiekosten Onderwijsmasters PO Veel gestelde vragen - Studenten Vraag Aanmelding en voorwaarden 1 Wanneer moet ik zijn afgestudeerd aan de pabo om in aanmerking te komen

Nadere informatie

Ministerie van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap

Ministerie van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap Ministerie van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap > Retouradres Postbus 16375 2500 BJ Den Haag Aan de voorzitter van de Colleges van Bestuur van universiteiten en hogescholen cc HBO-raad en VSNU Rijnstraat

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2001 2002 26 807 Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan 2000 Nr. 26 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETEN- SCHAPPEN Aan de Voorzitter van de Tweede

Nadere informatie

Format samenvatting aanvraag. Opmerking vooraf

Format samenvatting aanvraag. Opmerking vooraf Format samenvatting aanvraag Opmerking vooraf Mocht u de voorkeur geven aan openbaarmaking van de gehele aanvraag in plaats van uitsluitend onderstaande samenvatting dan kunt u dat kenbaar maken bij het

Nadere informatie

vra2007ocw-36 31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid LIJST VAN VRAGEN

vra2007ocw-36 31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid LIJST VAN VRAGEN vra2007ocw-36 31 288 Hoger Onderwijs-, Onderzoek- en Wetenschapsbeleid LIJST VAN VRAGEN De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de

Nadere informatie

Indeling hoger onderwijs

Indeling hoger onderwijs achelor & master Sinds enkele jaren is de structuur van het hoger onderwijs in België afgestemd op die van andere Europese landen. Hierdoor kan je makkelijker switchen tussen hogescholen en universiteiten

Nadere informatie

De kosten van het studeren

De kosten van het studeren Technische Universiteit Delft & Dienst Uitvoering Onderwijs De kosten van het studeren John Stals (studentendecaan TU Delft) en Guus Rikhof (DUO) 17-1-2011 Delft University of Technology Challenge the

Nadere informatie

Veel gestelde vragen - Studenten

Veel gestelde vragen - Studenten Versie 17-08-2016 Tegemoetkoming Studiekosten Onderwijsmasters PO Veel gestelde vragen - Studenten Vraag Aanvragen en voorwaarden 1 Wanneer moet ik zijn afgestudeerd aan de pabo om in aanmerking te komen

Nadere informatie

STUDIEGIDS (v. 3.0) INLEIDING

STUDIEGIDS (v. 3.0) INLEIDING STUDIEGIDS (v. 3.0) DEZE STUDIEGIDS GEEFT EEN OVERZICHT VAN DE OPLEIDINGEN EN DE VOORWAARDEN. VANAF 2014 KUNNEN SOMMIGE COLLEGES VIA INTERNET GEVOLGD WORDEN. ANDERE COLLEGES VEREISEN DAT DE STUDENT DE

Nadere informatie

Onderwijssysteem. Pakistan. Het Pakistaanse onderwijssysteem beschreven en vergeleken met het Nederlandse

Onderwijssysteem. Pakistan. Het Pakistaanse onderwijssysteem beschreven en vergeleken met het Nederlandse Onderwijssysteem Pakistan Het Pakistaanse onderwijssysteem beschreven en vergeleken met het Nederlandse Dit document geeft informatie over het onderwijssysteem van Pakistan. Ook wordt uitgelegd wat het

Nadere informatie

Artikel Tekst 2.1 Toelatingseisen opleiding Voor toelating tot de opleiding Mediastudies komt in aanmerking de bezitter van

Artikel Tekst 2.1 Toelatingseisen opleiding Voor toelating tot de opleiding Mediastudies komt in aanmerking de bezitter van Opleidingsspecifieke deel OER, 2016-2017 Opleiding / programma: Mediastudies/ Film- en televisiewetenschap; New Media and Digital Culture (voorheen Nieuwe media en digitale cultuur, see English EER) Artikel

Nadere informatie

Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken.

Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. ONDERWIJSVISIE OP HO OFDLIJNEN Geachte collega s, 1 Deze brochure schetst de onderwijsvisie van onze universiteit op hoofdlijnen. De doelen die horen bij die visie kunnen we alleen samen bereiken. We

Nadere informatie

Collectievormingsprofiel Engelse taal en cultuur

Collectievormingsprofiel Engelse taal en cultuur Collectievormingsprofiel Engelse taal en cultuur Actuele relatie met O&O (specifieke opleidingen etc.) De collectie Engelse taal en cultuur richt zich met name op de studenten, docenten en onderzoekers

Nadere informatie

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Tweede Kamer der Staten-Generaal Tweede Kamer der Staten-Generaal 2 Vergaderjaar 2009 2010 32 263 Wijziging van de Wet studiefinanciering 2000 en de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten in verband met onder meer niet-indexering

Nadere informatie

Doorstroming van Nederlandstalige leerlingen uit Singapore naar Nederland

Doorstroming van Nederlandstalige leerlingen uit Singapore naar Nederland Doorstroming van Nederlandstalige leerlingen uit Singapore naar Nederland Voor doorstroming in Nederland zijn er twee opties: Internationaal onderwijs Nederlands onderwijs Doorstromen naar: Primair Onderwijs

Nadere informatie

MBO OPLEIDINGEN VOOR TOPSPORTERS EN TALENTEN

MBO OPLEIDINGEN VOOR TOPSPORTERS EN TALENTEN MBO OPLEIDINGEN VOOR TOPSPORTERS EN TALENTEN Sport & Business Sport & Coaching Groningen 2016-17 JOHAN CRUYFF COLLEGE UNIVERSITY INSTITUTE Johan Cruijff Oprichter In mijn ervaring bezitten sporters een

Nadere informatie

Tweetalig Gymnasium Tweetalig Atheneum. Bilingual Education FOTO: JEROEN SOETENS

Tweetalig Gymnasium Tweetalig Atheneum. Bilingual Education FOTO: JEROEN SOETENS Tweetalig Gymnasium Tweetalig Atheneum Bilingual Education FOTO: JEROEN SOETENS CHRISTELIJK LYCEUM ZEIST 2013 Introductie leerjaar 1 FOTO: FOTO: JEROEN JEROEN SOETENS SOETENS Waarom tweetalig onderwijs?

Nadere informatie

Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers

Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers EUROPESE COMMISSIE - PERSBERICHT Erasmus voor iedereen: EU-financiering voor 5 miljoen burgers Brussel, 23 november 2011 - Tot 5 miljoen mensen, bijna tweemaal zo veel als nu, krijgen de kans om in het

Nadere informatie

Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden

Onderwerpen. 1. Tegemoetkoming scholieren. 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering. 3. Aanvragen en aanmelden Welkom bij DUO Onderwerpen 1. Tegemoetkoming scholieren 2. Studievoorschot, de nieuwe studiefinanciering 3. Aanvragen en aanmelden ' of eerst tegemoetkoming scholieren? Afhankelijk van leeftijd en studie!

Nadere informatie

Amsterdam (incl Diemen en Amstelveen)

Amsterdam (incl Diemen en Amstelveen) Amsterdam (incl Diemen en Amstelveen) HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksreslaties.

Nadere informatie

Veel gestelde vragen - Studenten

Veel gestelde vragen - Studenten Tegemoetkoming Studiekosten Onderwijsmasters PO Veel gestelde vragen - Studenten Vraag Aanmelding en voorwaarden 1 Wanneer moet ik zijn afgestudeerd aan de pabo om in aanmerking te komen voor de regeling?

Nadere informatie

Holland Scholarship Frequently Asked Questions

Holland Scholarship Frequently Asked Questions Holland Scholarship Frequently Asked Questions FAQ 3-2-15 v1.0 1 Inhoudsopgave Voorwaarden... 5 1. Hoeveel beurzen worden er verstrekt?... 5 2. Wat voor beurs kunnen uitgaande en inkomende studenten aanvragen?...

Nadere informatie

College of Child Development & Education Studeren in het buitenland: Pedagogische Wetenschappen, Onderwijskunde, Lerarenopleiding

College of Child Development & Education Studeren in het buitenland: Pedagogische Wetenschappen, Onderwijskunde, Lerarenopleiding College of Child Development & Education Studeren in het buitenland: Pedagogische Wetenschappen, Onderwijskunde, Lerarenopleiding 14 november 2014 Programma Jelka Driehuis, coördinator Internationalisering

Nadere informatie

Bron Definities Onderwerpen

Bron Definities Onderwerpen Bron De kengetallen van de HBO-raad over studenten zijn gebaseerd op een extract uit het Centraal Register Inschrijvingen Hoger Onderwijs (CRIHO) dat de IB-groep in de eerste week van december 2010 heeft

Nadere informatie

Beleidsplan fondsenwerving HagaVrienden 2013-2015

Beleidsplan fondsenwerving HagaVrienden 2013-2015 Beleidsplan fondsenwerving HagaVrienden 2013-2015 Opgesteld door: Helene Marcus-Baart, coördinator HagaVrienden I.s.m: Hans de Sonnaville, secretaris HagaVrienden (Beknopt) beleidsplan HagaVrienden 2013-2015

Nadere informatie

OECD Multilingual Summaries Education at a Glance 2012. Onderwijsoverzicht 2012. Summary in Dutch. Samenvatting in het Nederlands

OECD Multilingual Summaries Education at a Glance 2012. Onderwijsoverzicht 2012. Summary in Dutch. Samenvatting in het Nederlands OECD Multilingual Summaries Education at a Glance 2012 Summary in Dutch Read the full book on: 10.1787/eag-2012-en Onderwijsoverzicht 2012 Samenvatting in het Nederlands Onderwijsoverzicht: OESO indicatoren

Nadere informatie

Straks studeren. 1. Inleiding. 2. Na de HAVO. 3. Hoe moet ik kiezen? 4. Aanmelden vervolgopleiding. 5. Studiefinanciering. 6.

Straks studeren. 1. Inleiding. 2. Na de HAVO. 3. Hoe moet ik kiezen? 4. Aanmelden vervolgopleiding. 5. Studiefinanciering. 6. Straks studeren 1. Inleiding 2. Na de HAVO 3. Hoe moet ik kiezen? 4. Aanmelden vervolgopleiding 5. Studiefinanciering 6. Websites 2. Na de HAVO HBO MBO Particuliere opleiding (Even) iets anders VWO VAVO

Nadere informatie

Tweetalig Gymnasium Tweetalig Atheneum. Bilingual Education FOTO: PIETER TROOST

Tweetalig Gymnasium Tweetalig Atheneum. Bilingual Education FOTO: PIETER TROOST Tweetalig Gymnasium Tweetalig Atheneum 2015 CHRISTELIJK LYCEUM ZEIST Bilingual Education FOTO: PIETER TROOST Introductie leerjaar 1 FOTO: FOTO: JEROEN JEROEN SOETENS SOETENS Waarom tweetalig onderwijs?

Nadere informatie

Prof. C.L.J. Caminada (Koen)

Prof. C.L.J. Caminada (Koen) Op zoek naar welvaartsverhogende belastingpolitiek Collegegeld omhoog, Studiefinanciering omlaag! Prof. C.L.J. Caminada (Koen) College opening facultair jaar 2011-2012 Faculteit der Rechtsgeleerdheid Erasmus

Nadere informatie

Na het examen havo / atheneum 2015/2016

Na het examen havo / atheneum 2015/2016 Na het examen havo / atheneum 2015/2016 Decanen Havo: Atheneum-5/6: Anita Schutte Marja Bos HO = Hoger Onderwijs HBO Hoger BeroepsOnderwijs WO Wetenschappelijk (universitair, academisch) Onderwijs Na havo-5

Nadere informatie

MBO OPLEIDINGEN VOOR TOPSPORTERS EN TALENTEN

MBO OPLEIDINGEN VOOR TOPSPORTERS EN TALENTEN MBO OPLEIDINGEN VOOR TOPSPORTERS EN TALENTEN Sport & Business Sport & Coaching Roosendaal 2016-17 JOHAN CRUYFF COLLEGE UNIVERSITY INSTITUTE Johan Cruijff Oprichter In mijn ervaring bezitten sporters een

Nadere informatie

HBO SPORTMARKETING VOOR TOPSPORTERS

HBO SPORTMARKETING VOOR TOPSPORTERS HBO SPORTMARKETING VOOR TOPSPORTERS Leerroute van de opleiding Commerciële Economie Tilburg 2016-17 JOHAN CRUYFF UNIVERSITY INSTITUTE COLLEGE Johan Cruijff Oprichter In mijn ervaring bezitten sporters

Nadere informatie

De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw

De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren Techniek, Economie & Handel, Zorg & Welzijn, en Landbouw Colofon Titel De deelname van dertigplussers in het mbo-onderwijs: de sectoren

Nadere informatie

Zekerheden over een onzeker land

Zekerheden over een onzeker land Zekerheden over een onzeker land Parijs, 27 januari 2012 Paul Schnabel Universiteit Utrecht Demografische feiten 2012-2020 Bevolking 17 miljoen (plus 0,5 miljoen) Jonger dan 20 jaar 3,7 miljoen (min 0,2

Nadere informatie

Voorlichting Econometrie & Operationele Research. Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde

Voorlichting Econometrie & Operationele Research. Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde Voorlichting Econometrie & Operationele Research Faculteit der Economische Wetenschappen en Bedrijfskunde Vier bacheloropleidingen Bedrijfskunde Econometrie & Operationele Research Economie en Bedrijfseconomie

Nadere informatie

Alternatieve geldbronnen aanboren voor VO tussen droom en daad

Alternatieve geldbronnen aanboren voor VO tussen droom en daad Alternatieve geldbronnen aanboren voor VO tussen droom en daad door Lou Brouwers (bestuurder IJburgcollege) Jan Looise (adviseur Infinite Financieel) 1 OPZET Verkenning op papier -> Jan Looise Verkenning

Nadere informatie

In de meeste gevallen moet uw kind een taaltest afleggen. Een vrijstelling hiervan is in sommige gevallen mogelijk, wanneer:

In de meeste gevallen moet uw kind een taaltest afleggen. Een vrijstelling hiervan is in sommige gevallen mogelijk, wanneer: Diplomawaardering Met een diploma dat niet-nederlands is, krijgt uw kind soms moeilijk toegang tot het hoger onderwijs in Nederland. Daarvoor verschillen de onderwijssystemen van de diverse landen te veel.

Nadere informatie

Wat zijn feiten en cijfers rond geneesmiddelenonderzoek?

Wat zijn feiten en cijfers rond geneesmiddelenonderzoek? Deze kaart geeft een overzicht van beschikbare feiten en geneesmiddelenonderzoek. De kaart is tot stand gekomen op basis van literatuuronderzoek, interviews en denksessies met deskundigen. Met dank aan

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Rotterdam HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

Achteraf. Elektronisch aanvraagformulier PRAKTIJKLEREN. 01.01.2014 t/m 31.12.2018

Achteraf. Elektronisch aanvraagformulier PRAKTIJKLEREN. 01.01.2014 t/m 31.12.2018 Subsidieregeling praktijkleren Het doel van de Subsidieregeling praktijkleren (PRAKTIJKLEREN) is het stimuleren van werkgevers tot het bieden van praktijkleerplaatsen en werkleerplaatsen. Algemene informatie

Nadere informatie

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030

HET APOLLO MODEL. Figuur 1: Ontwikkeling aantal studenten HBO en WO, Nederland, 2013-2030 Amersfoort HET APOLLO MODEL Het Apollo Model is tot stand gekomen op initiatief van Kences en de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Met dit model

Nadere informatie

Thema 7 Hoger onderwijs Beleidsvariant A Besparingen in 2011-2015, in mld. euro s 2011 2012 2013 2014 2015 Structureel Variant 7A 0,06 0,10 0,20 0,35 0,61 1,21 Omschrijving variant Deze variant zet voor

Nadere informatie