Werkboek. Beknopte integrale ziekteleer Kwalificatieniveau 4. behorend bij de derde druk van. Paul Bocken

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Werkboek. Beknopte integrale ziekteleer Kwalificatieniveau 4. behorend bij de derde druk van. Paul Bocken"

Transcriptie

1 Werkboek behorend bij de derde druk van Beknopte integrale ziekteleer Kwalificatieniveau 4 Paul Bocken In dit werkboek zijn oefenvragen opgenomen die behoren bij de uitgave Beknopte integrale ziekteleer door Paul Bocken.

2 HOOFDSTUK 1 paragraaf 1 1. Wat zijn onderdelen van gezondheid? 2. Wat is adaptatie? 3. Wat is de draagkracht? 4. Welke rol spelen reserves in iemands draagkracht? 5. Leg de balans tussen draagkracht en draaglast uit aan de hand van het voorbeeld van langdurige stress. 14. Wat zijn onderdelen van genezing? paragraaf 4 1. Wat betekent de term diagnostiek? 2. Wat betekent de term therapie? 3. Welke wet is de basis voor de positie van patiënten bij onderzoek en behandeling? 4. Wat betekent de term prognose? 5. Wanneer mag een arts niet behandelen? paragraaf 2 1. Wanneer spreekt men van een stoornis? 2. Wat is een exogene ziekteoorzaak? 3. Wat is een endogene ziekteoorzaak? 4. Wat zijn voorbeelden van symptomen die rechtstreeks voortkomen uit een stoornis? 5. Wat zijn voorbeelden van symptomen als uiting van een poging van het lichaam om een stoornis op te heffen? 6. Wanneer spreekt men van een beperking? 7. Wat betekent de term handicap? paragraaf 3 1. Wanneer noemt men een ziekte peracuut? 2. Wanneer noemt men een ziekte subacuut? 3. Hoe noemt men een ziekte die heel langzaam toenemende symptomen veroorzaakt? 4. Wat is een asymptomatisch voorstadium? 5. Wat is een prodromaal stadium? 6. Wat is een fulminant verloop? 7. Wanneer noemt men een ziekte chronisch? 8. Wat is een kenmerk van een progressieve ziekte? 9. Wat is een remissie? 10. Wat is een exacerbatie? 11. Wat zijn voorbeelden van aandoeningen die aanvalsgewijs verlopen? 12. Wanneer noemt men een ziekte 'self limiting'? 13. Wat is een complicatie?

3 HOOFDSTUK 2 paragraaf 1, 2 en 3 1. Wat is het verschil tussen etiologie en pathogenese? 2. Waarvoor is precieze kennis van de oorzaak van een ziekte nodig? 3. Wat hebben alle infecties met elkaar gemeen? 4. Omschrijf kort wat hart- en vaatziekten zijn. 5. Wat is er aan de hand bij tumorgroei (heel in het algemeen)? paragraaf 4 1. Omschrijf het begrip allergie. 2. Wat voor soort cellen zijn verantwoordelijk voor een allergie? 3. Wat is een allergeen? 4. Welke stof zit er in de mestcellen die de reactie veroorzaakt? 5. Wat is het verschil tussen een allergie en een intolerantie? 6. Wat is een atopie? 7. Noem drie voorbeelden van ziekten bij kinderen met atopie. 8. Wat is een anafylactische reactie? Noem vier verschijnselen. 9. Waarom is anafylaxie zo gevaarlijk? Noem twee redenen. 10. Wat is de functie van een epi-pen bij anafylaxie? 11. Wanneer spreekt men van een vertraagde allergische reactie? 12. Wat zijn zinvolle maatregelen tegen een allergische reactie? 13. Wat kan men in het bloed aantreffen dat wijst op een allergie? 14. Wat is desensibilisatie? 15. Wat is een kruisallergie? paragraaf 5 1. Wat is een auto-immuunziekte? 2. Wat is de rol van antigenen bij een auto-immuunziekte? 3. Wat zijn HLA-genen? 4. Beschrijf hoe voor de geboorte het afweersysteem het eigen weefsel leert accepteren. 5. Waaruit bestaat de reactie van het afweersysteem bij een auto-immuunziekte? 6. Wat zijn aanwijzingen in het bloed en in het weefsel dat er een auto-immuunziekte is? 7. Wat zijn 'biologicals'? paragraaf 6 1. Wanneer spreekt men van een congenitale aandoening? 2. Wat is in het algemeen de oorzaak van een congenitale aandoening? 3. Wat zijn voorbeelden van oorzaken van een congenitale aandoening? 4. Leg uit waarom het tijdstip waarop de verstoring plaatsvindt zo belangrijk is. 5. Wat geldt er in het algemeen over de kans op herhaling bij een congenitale aandoening? paragraaf 7 1. Wanneer zijn de meeste genen van een mens actief? 2. Wat zijn voorbeelden van eiwitten die de cel moet maken? 3. Wat is de rol van DNA bij de aanmaak van eiwitten? 4. Hoeveel chromosomen heeft een mens in elke cel? 5. Wat is in het algemeen het gevolg van een DNA-fout voor een eiwit? 6. Wanneer is een ziekte recessief overerfbaar? 7. Wanneer noemt men iemand een drager? 8. Wanneer is een ziekte dominant erfelijk? 9. Wat is een mutatie? 10. Wat zijn mutagene invloeden? Noem voorbeelden. 11. Wat is een karyogram? 12. Wat zijn voorbeelden van een stofwisselingsziekte? paragraaf 8 1. Wanneer spreekt men van een familiaire aandoening? 2. Wat kan, behalve erfelijkheid, nog meer een verklaring zijn voor een familiaire aandoening?

4 paragraaf 9 1. Wat is een deficiëntie? 2. Noem vijf verschillende manieren waarop een deficiëntie kan ontstaan. 3. Wat is een voorbeeld van een deficiëntie door een te groot verlies? 4. Wat is een gevolg van een tekort aan jodium in de voeding? 5. Aan welke B-vitamine is er, zeker bij ouderen, vaak een sluimerend tekort? 6. Wat zijn voorbeelden van ziekten die de opname van een voedingsstof verstoren? 7. Wat is nodig voor een goede werking van vitamine D? 8. Noem twee aandoeningen die door vitamine B1-gebrek komen. 9. Waar is vitamine K voor nodig? paragraaf Wat is in het algemeen de oorzaak van een psychogene aandoening? 2. Wat zijn voorbeelden van lichamelijke verschijnselen die vaak rechtstreeks aan angst en spanning toe te schrijven zijn? 3. Welke delen van het zenuwstelsel zijn betrokken bij het vertalen van psychische factoren in lichamelijke veranderingen? paragraaf Wanneer spreekt men van een trauma? 2. Noem drie verschillende soorten trauma. paragraaf Wat is de grootste oorzaak van overgewicht? paragraaf Wat is een degeneratieve aandoening? 2. Wat vindt men vaak bij een degeneratieve aandoening in het weefsel? 3. Wat zijn oorzaken van artrose? paragraaf Is een iatrogene aandoening hetzelfde als een 'medische fout'? Leg uit. 2. Wat is er iatrogeen aan de daling van de afweer bij een cytostaticakuur? paragraaf Wat is een intoxicatie? 2. Wat zijn voorbeelden van genotmiddelen die vaak tot intoxicatie leiden? 3. Wat zijn voorbeelden van geneesmiddelen die vaak tot intoxicatie leiden? 4. Wat is koolmonoxide? 5. Wat zijn voorbeelden van stoffen die giftig zijn bij regelmatige beroepsmatige blootstelling?

5 HOOFDSTUK 3 paragraaf 1 1. Wat zijn pathogene micro-organismen? 2. Waarom vormen ziekenhuisinfecties een apart probleem? 3. Wat betekent de term pathogeniteit? 4. Waar hangt de pathogeniteit van af? 5. Wat betekent de term virulentie? 6. Wat betekent de term contaminatie? 7. Wanneer gaat besmetting over in infectie? 8. Wat betekent de term incubatietijd? 9. Hoe kan een micro-organisme zich na infectie verspreiden? 10. Wanneer spreekt men van een opportunistische infectie? 11. Wanneer spreekt men van een bacteriële superinfectie? 12. Wat zijn menginfecties? 13. Wanneer noemt men iemand een drager? 14. Noem vier verschillende soorten besmettingswegen. 15. Wat is een kruisbesmetting? 16. Wat betekent de term aerogene besmetting? 17. Wat betekent de term fecale-orale besmettingsroute? paragraaf 2 1. Hoe vermenigvuldigt een bacterie zich? 2. Hoe kan de ene bacterie de eigenschappen van een andere veranderen? 3. Wat zijn voorbeelden van nuttige bacteriën? 4. Wat zijn commensale bacteriën? 5. Wat gebeurt er als een tetanusbacil overgaat in een spore? 6. Wat zijn kokken? 7. Wat is een verschil tussen streptokokken en stafylokokken, kijkend naar de groeiwijze? 8. Wat is een Gram-kleuring? 9. Wat is het verschil tussen aerobe en anaerobe bacteriën? 10. Wat zijn voorbeelden van wat toxinen kunnen aanrichten? 11. Wat is typisch voor de manier waarop virussen zich vermenigvuldigen? 12. Beschrijf in het algemeen de bouw van een virus. 13. Hoe kan een virus een cel beschadigen? 14. Wat zijn voorbeelden van virussen die heel lang sluimerend aanwezig kunnen blijven? 15. Wanneer spreekt men van een parasiet? 16. Wat zijn protozoën? Noem twee voorbeelden. 17. Wat voor soort infecties kunnen schimmels veroorzaken? Noem twee voorbeelden. 18. Leg kort uit wat Trichinose is. 19. Waarom is de vossenlintworm berucht? 20. Wat is een prion? 21. Wat is een voorbeeld van een prionziekte? paragraaf 3 1. Wanneer spreekt men van een epidemie? 2. Noem omstandigheden die een epidemie kunnen uitlokken. 3. Wanneer noemt men een ziekte endemisch? 4. Wat is er aan de hand met A-ziekten? Noem twee aspecten. paragraaf 4 1. Wat zou men bedoelen met een 'direct preparaat'? 2. Wat is nodig voor een kweek van een bacterie? 3. Wat is een resistentiebepaling? 4. Wat maakt het kweken van een virus zo moeilijk? 5. Hoe kan men virusinfecties aantonen? 6. Wat betekent 'seropositef zijn'? paragraaf 5 1. Omschrijf het begrip weerstand. 2. Hoe beschermt bedekkend weefsel tegen binnendringers? 3. Wat zijn onderdelen van de algemene afweer? 4. Wat is de rol van talg in de afweer? 5. Welke rol speelt de commensale flora in de afweer? 6. Wat zijn manieren van het lichaam om geïnfecteerd materiaal kwijt te raken? 7. Wat zijn granulocyten? 8. Wat betekent de term fagocytose? 9. Wat doen witte bloedcellen met materiaal dat ze gefagocyteerd hebben? 10. Welke cellen zorgen voor de specifieke afweer?

6 11. Waar komen lymfocyten vandaan? 12. Welke twee soorten lymfocyten zijn er? 13. Wat doen T-lymfocyten zoal? 14. Wat betekent de term apoptose? 15. Wat zijn cytokinen? 16. Wat is de functie van B-lymfocyten? 17. Wat doen antilichamen? 18. Wat is het verschil tussen IgM en IgG? 19. Wat is verworven natuurlijke immuniteit? 20. Wat is het doel van vaccineren en hoe wordt dat bereikt? 21. Wanneer spreekt men van passieve immunisatie? 22. Noem twee voorbeelden van ziekten die de afweer laten dalen. 23. Noem twee soorten medicijnen die de afweer verzwakken. 24. Wat betekent de term immunodeficiëntie? 25. Wat zijn immunosuppressieve medicijnen? paragraaf 6 1. Wat zijn antibiotica? 2. Wanneer noemt men een antibioticum bactericide? 3. Wat zijn smalspectrumantibiotica? 4. Wat zijn breedspectrumantibiotica? 5. Wat is een nadeel van breedspectrumantibiotica? 6. Wanneer spreekt men van resistentie? 7. Wat werkt resistentie in de hand? 8. Wat is een MRSA? 9. Wat zijn ESBL-bacteriën? 10. Waarom moet een antibioticumkuur worden afgemaakt? 11. Wat zijn reserveantibiotica? 12. Waarom kan men virussen niet rechtstreeks vergiftigen? 13. Beschrijf kort twee manieren en voorbeelden om virusvermenigvuldiging te remmen. 14. Wat zijn antimycotica?

7 HOOFDSTUK 4 paragraaf 1 1. Wat is preventie? 2. Wanneer spreekt men van primaire preventie? 3. Wat is nodig voor primaire preventie? 4. Wat zijn voorbeelden van primaire preventie bij infectieziekten? 5. Wat betekent sterilisatie (bij infectiepreventie)? 6. Wat is het verschil tussen sterilisatie en decontaminatie? 7. Wat is omgekeerde isolatie? 8. Wat is contactopsporing? paragraaf 2 1. Wanneer spreekt men van secundaire preventie? 2. Noem drie bronnen van vertraging in het stellen van de diagnose. 3. Wat is het doel van screening? 4. Wat kan, behalve de hoge kosten ervan, een nadeel zijn van screening? 5. Wat betekent de term gevoeligheid van een test? 6. Wanneer is een test specifiek? 7. Wat bedoelt men met de voorspellende kracht van een positieve testuitslag? 8. Wat bedoelt men met de voorspellende kracht van een negatieve testuitslag? paragraaf 3 1. Wanneer spreekt men van tertiaire preventie? 2. Geef twee voorbeelden van tertiaire preventie.

8 HOOFDSTUK 5 paragraaf 1 1. Wat zijn subjectieve symptomen? Noem vier voorbeelden. 2. Wat zijn objectieve symptomen? Noem vier voorbeelden. 3. Wanneer spreekt men van een syndroom? 4. Wat is een ontsteking? 5. Wat zijn voorbeelden van factoren die een ontsteking kunnen uitlokken? 6. Wat is het verschil tussen infectie en ontsteking? 7. Wanneer noemt men een ontsteking purulent? 8. Wanneer noemt men een ontsteking steriel? 9. Beschrijf het effect van prostaglandine en histamine in een weefsel. 10. Wat zijn de vijf plaatselijke ontstekingsverschijnselen? 11. Wat zijn voorbeelden van algemene ontstekingsverschijnselen? 12. Wat is een infiltraat? 13. Beschrijf hoe een infiltraat kan veranderen in een abces. 14. Wat maakt pus zo besmettelijk? 15. Wat moet er met een rijp abces gebeuren? 16. Waarom zijn antibiotica bij een abces maar beperkt effectief? 17. Wat is een empyeem? 18. Wat is een flegmone? 19. Wat is een ulcus? 20. Wat is een fistel? 21. Wanneer spreekt men van een bacteriëmie? 22. Wat gebeurt er met de lichaamstemperatuur bij een bacteriëmie? 23. Welke groep patiënten is erg kwetsbaar bij een bacteriëmie? 24. Wanneer spreekt men van een sepsis? 25. Hoe reageert het lichaam bij een sepsis? 26. Leg uit hoe sepsis tot shock leidt. 27. Wat is multiorgaanfalen? 28. Noem vijf bronnen van sepsis. 29. Wat is het nut van de plaatselijke ontstekingsverschijnselen? 30. Wanneer kan men in het algemeen de plaatselijke ontstekingsverschijnselen gerust behandelen? 31. Waarom bestrijdt men de ontsteking bij bijvoorbeeld meningitis, ook al is het een ernstige infectie? 32. Wat doen NSAID's? 33. Noem drie voorbeelden van NSAID's. 34. Noem twee bijwerkingen van NSAID's. 35. Wanneer past men corticosteroïden toe? 36. Wat zijn corticosteroïden? 37. Waarom dient men corticosteroïden liefst plaatselijk toe? 38. Wat zijn bijwerkingen van corticosteroïden? 39. Hoe reageert de eigen bijnier op langdurig gebruik van corticosteroïden? paragraaf 2 1. Wat is koorts? 2. Wanneer is de temperatuur subfebriel? 3. Wat is de kerntemperatuur? 4. Wanneer spreekt men van hyperthermie? 5. Welk deel van de hersenen houdt de lichaamstemperatuur constant? 6. Wat is een continue warmtebron in het lichaam? 7. Hoe raakt het lichaam warmte kwijt? 8. Hoe kan de huid het warmteverlies beperken? 9. Bij welke patiënten kan een koortspiek ontbreken? 10. Wat is de rol van de hypothalamus bij het krijgen van koorts? 11. Wat zijn pyrogene stoffen? 12. Wanneer komen pyrogene stoffen vrij? Noem vier voorbeelden. 13. Waarom krijgt een kind dat uitdroogt koorts? 14. Noem twee voorbeelden van aandoeningen die het temperatuurcentrum rechtstreeks aantasten. 15. Wanneer gaat koorts zelf een bedreiging vormen, bij een verder gezond iemand? 16. Wat is een koude rilling? 17. Wat is er mogelijk aan de hand bij een koude rilling? 18. Noem vier aandoeningen waarbij er vaak een koude rilling ontstaat. 19. Welk gevolg heeft koorts voor de zuurstofbehoefte?

9 20. Welke patiënten kunnen door koorts alleen al in de problemen komen? 21. Wat is koortsijlen? 22. Wat is een koortsconvulsie? 23. Welke eisen stelt koorts aan de nieren? 24. Wat gebeurt er vaak met de urine bij koorts? 25. Wat zijn de gevolgen van koorts voor de vochtbalans? 26. Wat is mogelijk het nut van koorts? 27. Hoe kan men koorts als symptoom op zich bestrijden? 28. Wat is hypothermie? 29. Wanneer kunnen vooral ouderen afkoelen? 30. Hoe kan men hypothermie herkennen? 31. Wat kan men bij hypothermie met alcohol bereiken? paragraaf 3 1. Wat is nociceptieve pijn? 2. Welke stoffen kunnen de pijn veroorzaken bij nociceptieve pijn? 3. Noem de plaatsen in het lichaam met pijnzintuigen. 4. Noem zes plaatsen in het lichaam zonder pijnzintuigen. 5. Wat is ischemie? 6. Wat is een voorwaarde om pijn door ischemie te kunnen voelen? 7. Wat is de achtergrond van koliekpijn? 8. Noem de kenmerken van koliekpijn. 9. Wanneer spreekt men van neuropathische pijn? 10. Wat zijn oorzaken van neuropathische pijn? 11. Wat is radiculaire pijn? 12. Wat zijn kenmerken van radiculaire pijn? 13. Wat betekent de term 'referred pain', afgeleide pijn? 14. Noem vijf belangrijke observaties met betrekking tot pijn. 15. Leg uit hoe men de intensiteit van de pijn enigszins objectief kan vastleggen. 16. Noem drie plaatsen waar de pijnprikkel in de hersenen aankomt. 17. Beschrijf hoe pijn tot een snellere pols leidt en tot grote pupillen. 18. Wat is endorfine? Waar komt het vandaan en waar werkt het? 19. Wat is een groot nadeel van zeer langdurige pijn? 20. Welk soort pijn doet denken aan buikvliesprikkeling, peritoneale prikkeling? 21. Welk soort pijn doet denken aan pleuraprikkeling? 22. Wanneer spreekt men van meningeale prikkeling? 23. Welke pijn hoort bij een hartinfarct? 24. Wat is er bij chronische pijn met de alarmfunctie gebeurd? 25. Wat is het nadeel van het begrip pijndrempel? 26. Wat zijn factoren en situaties die pijn verergeren? 27. Wat kunnen perifere pijnstillers? 28. Wat is een nadeel van paracetamol? 29. Wat doen centrale analgetica? 30. Hoe noemt men de stoffen die op morfine lijken? 31. Wat zijn coanalgetica? Noem twee voorbeelden. 32. Welke bijwerking hoort bij morfine, zolang als men het gebruikt? 33. Wat zijn hinderlijke bijwerkingen van morfine? 34. Hoe is het gesteld met de verslavende werking van morfine als het als pijnstiller wordt gebruikt? 35. Wat is een acuut vergiftigingsverschijnsel van opiaten? 36. Wat doen lokale anesthetica? 37. Wat is een risico van epidurale toediening van lokale anesthetica? 38. Wanneer kan diazepam nuttig zijn bij de pijnbestrijding? 39. Wat is TENS? 40. Wat zijn vier oorzaken van jeuk? 41. Wat is cholestatische jeuk? paragraaf 4 1. Wat zijn vaak de oorzaken van acute diarree? 2. Wanneer wordt diarree waterdun? 3. Van welke medicijnen kan iemand diarree krijgen door een pseudomembraneuze colitis? 4. Wat kunnen, behalve infecties, nog meer oorzaken zijn van acute diarree? 5. Noem vijf verschillende oorzaken van een stoornis in de opname van voedingsstoffen (resorptiestoornissen). 6. Leg uit hoe darmresorptiestoornissen tot diarree kunnen leiden.

10 7. Wat is steatorroe? 8. Wat is vaak een oorzaak van steatorroe? 9. Hoe kan obstipatie tot diarree leiden? Hoe noemt men dat? 10. Wat is melena? 11. Wat is in het algemeen de oorzaak van melena? 12. Waar vermoedt men de bron van de bloeding bij donker bloed door de ontlasting heen? 13. Waar vermoedt men de bron van de bloeding bij helder bloedverlies via de anus, onafhankelijk van de ontlasting? paragraaf 5 1. Wanneer spreekt men van obstipatie? 2. Noem vijf verschillende oorzaken van obstipatie. 3. Wat is een ernstig te nemen vermoeden als obstipatie afgewisseld wordt met diarree en loze aandrang? 4. Welke vicieuze cirkel dreigt bij obstipatie? paragraaf 6 1. Welk deel van de hersenen bestuurt het braken? 2. Hoe worden tijdens het braken de luchtwegen beschermd? 3. Wanneer wordt braken gallig? 4. Wat zijn voorbeelden van misselijkheid en braken vanuit de buikholte? 5. Wanneer ontstaat retentiebraken? 6. Wat zijn kenmerken van retentiebraken? 7. Wat is hematemesis? 8. Hoe ziet oud bloed uit de maag eruit? 9. Wat zijn oorzaken van misselijkheid en braken van buiten de buikholte (maar niet uit het bloed)? 10. Wat is projectielbraken? Noem een oorzaak. 11. Wat zijn psychologische oorzaken van misselijkheid en braken? 12. Wat zijn voorbeelden van oorzaken van misselijkheid en braken vanuit de samenstelling van het bloed? 13. Noem vijf nadelige gevolgen voor de gezondheid van voortdurend braken. 14. Noem voorbeelden van medicijnen tegen misselijkheid en braken. 15. Wat is een dysfagie? 16. Beschrijf de drie stappen in het slikken. 17. Welk ziekten kunnen de eerste stap in het slikproces verstoren? 18. Hoe kan de slikreflex belemmerd worden? 19. Noem voorbeelden van aandoeningen die de passage van voedsel in de slokdarm belemmeren. 20. Wat is regurgiteren? 21. Wat is aspiratie? 22. Wat zijn risico's van aspiratie? paragraaf 7 1. Wat is een normale urineproductie per etmaal? 2. Wanneer spreekt men van oligurie? 3. Wat is anurie? 4. Wat is polyurie? 5. Over welk orgaan zeggen de symptomen oligurie, anurie en polyurie iets: over de blaas of over de nieren, of over beide? 6. Waarop reageert het dorstcentrum? 7. Waar zit het dorstcentrum? 8. Wat gebeurt er met de urineproductie als de bloeddruk daalt? 9. Van welke ziekte zijn polyurie en dorst bekende symptomen? 10. Van welk medicijn is polyurie een bijwerking? 11. Wat is hematurie? 12. Welke oorzaken van hematurie doen ook pijn? 13. Wat is er verdacht aan hematurie zonder pijn? 14. Bij welke medicijnen kan hematurie optreden? 15. Wat is proteïnurie? 16. Wat is nodig voor een goed werkende mictiereflex? 17. Wat is een voordeel van het feit dat de urineleider bij het urineren door de blaasspier wordt dichtgeknepen? 18. Wat is nodig om urine te kunnen ophouden? 19. Wat verandert er aan het urineren bij een urineweginfectie, zoals cystitis? 20. Wat betekent pollakisurie? 21. Wat betekent dysurie? 22. Wat is aandrangincontinentie, en wat kan een oorzaak zijn? 23. Wat is urineretentie?

11 24. Wat is het grote nadeel van urineretentie? 25. Wat is overloopincontinentie? 26. Verklaar het optreden van een nierbekkenontsteking bij urineretentie. 27. Wat is een oorzaak van acute totale retentie? 28. Wat is het gevaar van een acute totale retentie? 29. Wat is nycturie? 30. Verklaar de nycturie bij hartfalen. paragraaf 8 1. Wat is cyanose? 2. Welke kleur geeft hemoglobine aan het bloed als het geen zuurstof gebonden heeft? 3. Wat is de zuurstofverzadiging? 4. Wanneer spreekt men van perifere cyanose? 5. Wat zijn oorzaken van perifere cyanose? 6. Verklaar de perifere cyanose bij hartfalen en shock. 7. Waar is centrale cyanose zichtbaar? 8. Noem vier soorten oorzaken van centrale cyanose. 9. Verklaar de cyanose bij een longontsteking. 10. Verklaar de cyanose bij COPD of een ernstige astma-aanval. 11. Wat betekent: er is een longgebied zonder ventilatie maar met perfusie? 12. Hoe kan cyanose ontstaan bij aangeboren hartafwijkingen? 13. Wat gebeurt er met de bloedcellen bij chronisch zuurstofgebrek? Welk hormoon is daarbij betrokken? 14. Welke stof is verhoogd in bloed en weefsels bij icterus? 15. Waar kan men icterus goed waarnemen? 16. Welk orgaan moet bilirubine opruimen? 17. Hoe komt de galkleurstof in de feces terecht? 18. Bij welke groep kan een veel te hoog bilirubine schade aanrichten? 19. Wat is kernicterus? 20. Verklaar de icterus bij hemolyse. 21. Verklaar de icterus bij leveraandoeningen. 22. Wat zijn oorzaken van belemmering van de galafvloed? 23. Wat gebeurt er met de kleur van de ontlasting bij galwegobstructie? 24. Wat gebeurt er met de kleur van de urine bij galwegobstructie? paragraaf 9 1. Noem vier belangrijke observaties bij huidveranderingen. 2. Wat zijn papels? 3. Wat zijn pustels? 4. Wat zijn vesikels? 5. Noem een aandoening met sterk toegenomen schilfering. 6. Beschrijf netelroos. paragraaf Wat is oedeem? 2. Wanneer heet oedeem gegeneraliseerd? 3. Wat is latent oedeem? 4. Hoe merkt men latent oedeem op? 5. Welke stoffen in het bloed zuigen water aan, aan het eind van een haarvaatje? 6. Wat is colloïd-osmotische druk? 7. Wat is de functie van lymfevaatjes met betrekking tot weefselvocht? 8. Verklaar het oedeem bij een plaatselijke ontsteking. 9. Wat zijn oorzaken van afvloedbelemmering van het bloed via aders? 10. Wat is ascites? 11. In welk bloedvat kan de belemmering van de bloedafvoer zitten bij ascites? 12. Verklaar het ontstaan van ascites bij ernstige afbraakziekten van de lever. 13. Verklaar de ascites bij hartfalen. 14. Wat zijn oorzaken van een te laag albumine in het plasma? 15. Bij welke ziekte ontstaat myxoedeem? 16. Verklaar het oedeem in de arm na een grote operatie in de oksel waarbij veel lymfeklieren zijn verwijderd. 17. Verklaar het oedeem bij nierinsufficiëntie. 18. Wat zijn drie nadelen van oedeem voor de weefsels? 19. Noem drie voorbeelden van gevaarlijk plaatselijk oedeem.

12 paragraaf Noem plaatsen waar een arts pulsaties kan beoordelen. 2. Wat betekent een regulaire en equale pols? 3. Welke twee factoren bepalen in het algemeen op de achtergrond de hartfrequentie? 4. Wat is een tachycardie? 5. Noem zes verschillende oorzaken van een tachycardie. 6. Verklaar de tachycardie bij pijn. 7. Verklaar de tachycardie bij een longontsteking. 8. Verklaar de tachycardie bij koorts. 9. Verklaar de tachycardie bij misbruik van cafeïne. 10. Leg uit wat er gebeurt met de bloedvoorziening en met de zuurstofbehoefte van de hartspier bij een tachycardie. 11. Wat is een bradycardie? 12. Noem drie oorzaken van een bradycardie. 13. Wat is een extrasystole? 14. Noem drie factoren die in de hand werken dat het hart wel eens 'overslaat'. 15. Wat is een inequale pols? 16. In welke situatie voelt men een snelle en slecht gevulde pols? 17. Hoe corrigeert het hart een kleine bloeddrukdaling bij rechtop komen? 18. Welke organen bewaken de bloeddruk op de lange termijn? 19. Wat is de werking van angiotensine op de bloedvaten? 20. Welk effect heeft angiotensine in de bijnierschors? 21. Wat is het effect van aldosteron op de nieren? 22. Wat kan er bij het ouder worden met de bloeddruk gebeuren? 23. Wat is hypertensie? 24. Wanneer spreekt men van een maligne hypertensie? 25. Wat is de meest voorkomende oorzaak van hypertensie? 26. Noem drie factoren die de bloeddruk kunnen verhogen. 27. Welke organen kunnen bij ziekte een hypertensie veroorzaken? 28. Wat zijn vier gevaarlijke gevolgen van hypertensie? 29. Hoe laten bètablokkers de bloeddruk dalen? 30. Hoe laten diuretica de bloeddruk dalen? 31. Hoe laten ACE-remmers de bloeddruk dalen? 32. Wat is hypotensie? 33. Wat is het gevolg van een sterke bloeddrukdaling? 34. Wat is er typisch aan de hand met de hartfrequentie bij een vasovagale collaps? 35. Wat is een orthostatische hypotensie? 36. Wat zijn oorzaken van orthostatische hypotensie? 37. Noem situaties waarin de lage bloeddruk een signaal is van levensgevaar. 38. Wat is de centraal veneuze druk? 39. Waaraan is een verhoogde centraal veneuze druk te zien? 40. Noem drie oorzaken van een verhoogde centraal veneuze druk. 41. Verklaar het verband tussen een verhoogde centraal veneuze druk en oedeem. paragraaf Wat is een gevolg van shock voor de weefsels? 2. Wat gebeurt er bij shock met de bloeddruk in de aorta? 3. Wat hebben alle patiënten met shock met elkaar gemeen? 4. Wat zijn mogelijke verschijnselen bij een shock? 5. Wat is een afgenomen vulling van de pols? 6. Bij welke vorm van shock hoort een afgenomen vulling van de pols? 7. Wat is een trage 'capillary refill'? 8. Welk hormoon is extreem actief tijdens een shock? 9. Wat zijn oorzaken van een hypovolemische shock? 10. Wat zijn voorbeelden van een shock door verlies van plasmawater? 11. Wanneer spreekt men van een cardiogene shock (cardiale shock)? 12. Verklaar de shock bij een grote longembolie. 13. Wat is een obstructieve shock? 14. Leg uit hoe een afgenomen vaatweerstand leidt tot shock. 15. Wanneer spreekt men van een distributieve shock? 16. Welke kleur hebben patiënten met een distributieve shock? 17. Wat kan men zeggen over het hartminuutvolume bij een shock met afgenomen vaatweerstand? 18. Wat zijn twee soorten oorzaken van een distributieve shock? 19. Wat is een neurogene shock?

13 20. Welke vicieuze cirkel maakt een shock onomkeerbaar? 21. Noem mogelijk zinvolle maatregelen bij een shock. paragraaf Wat is dyspnoe? 2. Verklaar waarom dyspnoe tegelijk een subjectief en een objectief symptoom is. 3. Welke emotionele verandering treedt op als gevolg van kortademigheid? 4. Wat is een normale ademhalingsfrequentie? 5. Wat is de normale verhouding tussen de duur van de in- en die van de uitademing? 6. Noem vijf observaties waaraan de ernst van de kortademigheid is af te meten. 7. Wat is een inspiratoire stridor? 8. Wat zijn oorzaken van een inspiratoire stridor? 9. Wat is een expiratoire stridor? 10. Wat zijn oorzaken van een expiratoire stridor? 11. Wat kunnen oorzaken zijn van pijn die de ademhaling belemmert? 12. Wanneer spreekt men van ortopneu? 13. Waarom verdient de vochtbalans extra aandacht bij kortademige patiënten? 14. Verklaar de kortademigheid bij ascites. 15. Verklaar de kortademigheid bij anemie. 16. Wat kunnen verklaringen zijn van de kortademigheid bij een longembolie? 17. Wat is typerend voor de kortademigheid bij een pneumonie (longontsteking)? 18. Wat zijn hulpademhalingsspieren? 19. Wat zijn intrekkingen? 20. Wat zijn oorzaken van toenemende kortademigheid bij terminale patiënten? 21. Wat betekent hyperventilatie? 22. Wat zijn oorzaken van een aanval van hyperventilatie? 23. Wat is een gevolg van de stijgende ph bij hyperventilatie? 24. Wanneer spreekt men van kussmaul-ademen? 25. Wat kan een oorzaak zijn van kussmaul-ademen? 26. Wanneer spreekt men van een productieve hoest? 27. Hoe ziet sputum eruit bij longoedeem? 28. Wat zijn mogelijke oorzaken van langer aanhoudende hoest? 29. Welke medicatie kan de hoestprikkel dempen? 30. Wanneer spreekt men van hemoptoe? 31. Wanneer spreekt men van een ademdepressie? 32. Wat zijn mogelijke oorzaken van een ademdepressie? 33. Wat is een apnoe? 34. Wanneer spreekt men van cheyne-stokes-ademen? 35. Onder welke omstandigheden kan men cheyne-stokesademen tegenkomen? 36. Wat is typisch voor OSAS? 37. Welke gevolgen kan OSAS hebben? paragraaf Wanneer noemt men een wond gecompliceerd? 2. Wat zijn voorbeelden van ziekten waarbij men een stoornis in de wondgenezing kan tegenkomen? 3. Wat zijn de stappen in een wondtoilet? 4. Binnen welke termijn moet een wond gehecht zijn, en waarom is dat? 5. Welke stappen worden in de wondgenezing onderscheiden? 6. Wat is granulatieweefsel? 7. Wanneer spreekt men van een keloïd? 8. Wat is de algemene omschrijving van een ulcus? 9. Wat kunnen redenen zijn dat een wond niet genezen wil? 10. Wat is necrose? 11. Wat moet er met necrose in een wond gebeuren? 12. Wanneer is een brandwond eerstegraads? 13. Wanneer is een brandwond tweedegraads? 14. Wanneer is een brandwond derdegraads? 15. Wat zijn de gevaren bij uitgebreide tweede- en derdegraads brandwonden? 16. Wat is een contusie? 17. Wat is een hematoom? 18. Wat is een distorsie? 19. Wanneer spreekt men van een fractuur? 20. Wat zijn fractuurverschijnselen? 21. Wat is het gevaar van een open fractuur? 22. Noem voorbeelden van beschadigingen die samen met een

14 fractuur of door een fractuur optreden. 23. Wat betekent reponeren? 24. Wat is immobilisatie? 25. Wanneer spreekt men van een pathologische fractuur? 26. Wat is een pseudartrose? paragraaf Wanneer noemt men iemand bewusteloos? 2. Wat zijn voorbeelden van onderzoeken die helpen de oorzaak van een comateuze toestand te vinden? 3. Wat zijn voorbeelden van bewustzijnsverlies door oorzaken van buiten de schedel en de hersenen? 4. Wat zijn voorbeelden van bewustzijnsverlies met meningeale prikkeling? 5. Wat zijn voorbeelden van bewustzijnsverlies met een oorzaak in de hersenen? 6. Welke slaapfases zijn er voor het herstel? 7. Wanneer ziet men veel slaapfases met droomactiviteit? 8. Wat zijn voorbeelden van lichamelijke symptomen die de slaap kunnen verstoren? 9. Wat is het gevolg van een epileptisch insult tijdens de slaap voor het vervolg van de slaap? 10. Noem voorbeelden van stoffen die de slaap verstoren. 11. Wat hebben de benzodiazepinen die als slaapmiddel gebruikt worden met elkaar gemeen? 12. Wat is een rebound-effect? 13. Omschrijf wat narcolepsie is. paragraaf Geef een voorbeeld van het gegeven dat goed kunnen bewegen een voorwaarde is voor goed waarnemen. 2. Wat betekent een visus van 5/10? 3. Wat zijn oorzaken van slechte visus door troebeling op de weg die het licht aflegt? 4. Wat zijn aandoeningen die het netvlies aantasten? 5. Wat is kokerzien en bij welke aandoening komt het voor? 6. Noem voorbeelden van aandoeningen die de oogzenuw aantasten. 7. Wat zijn voorbeelden van aandoeningen die visuele prikkelgeleiding in de hersenen verstoren? 8. Wat is een hemianopsie? 9. Wanneer spreekt men van een visuele agnosie? 10. Wanneer spreekt men van hemineglect? 11. Bij welke aandoening met name ziet men hemineglect? 12. Noem voorbeelden van ziekten met ongewone visuele gewaarwordingen. 13. Noem voorbeelden van aandoeningen die het geluid belemmeren op weg naar het binnenoor. 14. Wat is het gevolg van vernieling van de haarcellen in het binnenoor? 15. Leg uit hoe een meningitis tot doofheid kan leiden. 16. Wanneer spreekt men van een auditieve agnosie? 17. Wat kan een oorzaak zijn van oorsuizen? 18. Noem een aandoening waarbij vaak auditieve hallucinaties optreden. 19. Wat is anosmie? 20. Wat zijn oorzaken van ernstige reukstoornissen? 21. Noem een aandoening die gepaard kan gaan met abnormale reuksensaties. 22. Waarom gaan sensibiliteitsstoornissen en stoornissen in het bewegen vaak hand in hand? 23. Noem voorbeelden van aandoeningen die tot gevoelsstoornissen leiden door aantasting van een zenuw. 24. Wat zijn oorzaken van gevoelsstoornissen die in het ruggenmerg zitten? 25. Wat is typerend voor de gevoelsstoornissen als de oorzaak in de grote hersenen zit? 26. Wat is extinctie? 27. Wanneer spreekt men van een tactiele agnosie? 28. Wat zijn parestesieën? 29. Welke aandoening gaat typisch gepaard met tactiele hallucinaties? paragraaf Wat is een parese? 2. Wat is een paralyse? 3. Wat is een hemiparese? 4. Wat is een paraparese?

15 5. Wat is een tetraparese? 6. Wat is hypertonie? 7. Wanneer noemt men een parese spastisch? 8. Hoe noemt men de hypertonie bij de ziekte van Parkinson? 9. Hoe zijn de voorhoofdskwabben betrokken bij het bewegen? 10. Wanneer spreekt men van apathie? 11. Wat is een stupor? 12. Wat is een apraxie? 13. Waar zit meestal de stoornis bij een spastische hemiparese? 14. Wat zijn voorbeelden van aandoeningen die de afdalende piramidebaan beschadigen? Wat is dan het gevolg? 15. Noem een ziekte die de motorische voorhoorn aantast. Wat is het gevolg? 16. Wanneer noemt men een verlamming hypotoon? 17. Wat gebeurt er meestal met een spier bij een slappe verlamming? 18. Wat zijn fasciculaties? 19. Wat gebeurt er vaak met de reflexen van een spier bij een hypotone verlamming? 20. Wat bedoelt men met de term 'coördinatie' van bewegingen? 21. Noem vijf manieren waarop een gebrekkige coördinatie zich uit. 22. Wat is een nystagmus? 23. Noem voorbeelden van aandoeningen waarbij vaak coördinatiestoornissen optreden. 24. Waar moet het extrapiramidaal systeem voor zorgen? 25. Wat is hypokinesie? 26. Wat zijn dyskinesieën? Geef twee voorbeelden. 27. Wanneer spreekt men van een contractuur? 28. Wanneer raakt een contractuur gefixeerd? 29. Wat is een ankylose? 30. Wat kan een oorzaak zijn van een contractuur vanuit de huid? 31. Wat is een neurogene contractuur? 32. Wat is een voorbeeld van een myogene contractuur? 3. Verklaar het verschijnsel 'dwanghuilen'. 4. In welke hersenhelft is er een stoornis als iemand een afasie heeft? 5. Wat is een sensorische (receptieve) afasie? 6. Hoe is het spreken bij een sensorische afasie? 7. Wat is een motorische (expressieve) afasie? 8. Hoe is het spreken bij een motorische afasie? 9. Wanneer spreekt men van een globale afasie? 10. Beschrijf twee soorten communicatieproblemen bij hersenbeschadiging die geen afasie zijn maar die wel ernstige beperkingen opleveren. paragraaf Wanneer spreekt men van dysartrie? 2. Wat zijn vijf verschillende oorzaken van dysartrie?

16 HOOFDSTUK 6 paragraaf 1 1. Wat zijn normale functies van de celdeling? 2. Wat is de rol van apoptose in de celdeling? 3. Wat is een tumor? 4. Wat is een neoplasie? 5. Hoe groeien goedaardige tumoren? 6. Hoe kunnen goedaardige tumoren tot problemen leiden? 7. Hoe zien goedaardige tumorcellen er in het algemeen uit? 8. Wanneer noemt men cellen atypisch? 9. Voor welk soort tumor zijn atypische cellen verdacht? 10. Wanneer noemt men tumorcellen ongedifferentieerd? 11. Wat betekent infiltratieve groei? 12. Wat is de groeiwijze van een kwaadaardige tumor? 13. Hoe ontstaan in het algemeen metastasen? 14. Wat voor soort abnormale stoffen kunnen door kwaadaardige tumorcellen worden gemaakt? 15. Wat is tumorangiogenese? 16. Wat zijn in het algemeen oorzaken van kwaadaardige tumoren? 17. Wat voor soort genen zijn betrokken bij de ontwikkeling van een kwaadaardige tumorcel? 18. Wat zijn voorbeelden van kankerverwekkende milieufactoren? 19. Wat zijn voorbeelden van kankerverwekkende virussen? 20. Hoe laten kankercellen zien dat ze anders zijn? 21. Wat is de rol van de afweer in het al of niet ontstaan van kanker? 22. Waarom kan een cytostaticum in zijn eentje geen hele tumor uitroeien? 23. In welk soort weefsels komen de meeste kwaadaardige gezwellen voor? paragraaf 2 1. Wat is een lipoom? 2. Wat is een poliep? 3. Wat is een myoom? 4. Wat is een meningeoom? 5. Wanneer spreekt men van een carcinoom? 6. Wat is een adenocarcinoom? 7. Wanneer spreekt men van een carcinoma in situ? 8. Leg uit waarom een carcinoma in situ niet uitgezaaid is. 9. Wat is een sarcoom? 10. Wat zijn gliomen? paragraaf 3 1. Wat zijn regionale lymfeklieren? Geef voorbeelden. 2. Wat zijn schildwachtklieren? 3. Wat betekent een schone schildwachtklier? 4. Beschrijf de stappen bij een schildwachtprocedure. 5. Hoe ontstaan hematogene metastasen? 6. Waardoor wordt de plaats van een hematogene metastase bepaald? 7. Waar ontstaan vaak hematogene metastasen vanuit een buikorgaan? 8. Wat is een peritonitis carcinomatosa? 9. Wat is een pleuritis carcinomatosa? 10. Wat is een meningitis carcinomatosa? 11. Wat is een entmetastase? paragraaf 4 1. Wat zijn symptomen of veranderingen die verdacht zijn voor een kwaadaardig gezwel? paragraaf 5 1. Wat is histopathologisch onderzoek? 2. Hoe verkrijgt men materiaal voor histopathologisch onderzoek? 3. Wat is een nadeel van slecht gedifferentieerde tumorcellen? 4. Wanneer spreekt men van een hoge maligniteitsgraad? 5. Wat is bij cytogenetisch onderzoek aan een tumorcel te zien? 6. Wat kan de waarde zijn van MRI, echografie en tumormerkstoffen in de diagnostiek van kanker? 7. Wat is het TNM-systeem?

17 paragraaf 6 1. Wat is het doel van een curatieve behandeling bij kanker? 2. Wat bepaalt of een operatie curatief zal zijn? 3. Wat zijn adjuvante behandelingen? 4. Wat zijn doelstellingen van adjuvante behandelingen? 5. Wanneer noemt men een behandeling neoadjuvant? 6. Wat zijn vijf voorbeelden van adjuvante behandeling? 7. Wat is brachytherapie? 8. Wat doet chemotherapie? 9. Wat zijn voorbeelden van tumoren waarbij hormonale therapie wordt toegepast? 10. Wat doet een middel als thalidomide? 11. Wat kan een doel zijn van immunotherapie bij kanker? 12. Waarop is hyperthermie als behandeling bij kanker gebaseerd? 13. Wat zijn manieren om het herstel van het beenmerg na chemotherapie te bevorderen? 14. Wat betekent de term oncolytica?

18 HOOFDSTUK 7 paragraaf 1 1. Wat zijn onderdelen van de medische anamnese? 2. Wat is een tractusanamnese? 3. Wat is een heteroanamnese? 4. Wat is inspectie? 5. Wat is auscultatie? 6. Wat is percussie? 7. Wat is palpatie? 8. Wat zijn voorbeelden van zichtbare afwijkingen aan hoofd en hals? 9. Wat kan in de hals palpabel zijn? 10. Wat kan met auscultatie in de hals vastgesteld worden? 11. Wat kan met auscultatie van de longen worden vastgesteld? 12. Wat kan met auscultatie van het hart worden vastgesteld? 13. Wat beoordeelt men met auscultatie van de buik? 14. Welke organen zijn voelbaar in de buik als ze vergroot zijn? 15. Waar let een arts op bij reflexonderzoek? 16. Waaruit bestaat een rectaal toucher? paragraaf 2 1. Wat is een differentiaaldiagnose? 2. Noem vijf vragen die met aanvullend onderzoek beantwoord moeten worden. 3. Welke vijf vragen zijn speciaal aan de orde bij laboratoriumonderzoek? 4. Wat zijn voorbeelden van enzymen die bij orgaanschade in het bloed komen? 5. Waaraan is een slechte nierfunctie in het plasma te af te lezen? 6. Hoe is een actieve ontsteking aan het bloed te zien? 7. Wat zijn voorbeelden van gevaarlijke verstoringen in het bloed die direct gecorrigeerd dienen te worden? paragraaf 3 1. Wat is serum? 2. Wat is de hematocriet? 3. Waarom stijgt de hematocriet bij uitdroging? 4. Wat zijn oorzaken van een verlaagde hematocriet? 5. Wat zegt een verhoogde BSE? 6. Wat wordt er bij bloedgassen gemeten? 7. Wat is een kruisbloedbepaling? 8. Waarom zijn er twee buisjes bloed nodig bij een bloedkweek? 9. Wat is een APTT? 10. Wat wordt gecontroleerd met de INR? 11. Wat is het Hb? 12. Wat zijn reticulocyten? 13. Wat is een leukocytose? 14. Bij welke medicijnen is een plasmaspiegel belangrijk? 15. Noem vijf soorten eiwitten waarvan het gehalte in het bloed gemeten kan worden. 16. Wanneer kan het albuminegehalte dalen? 17. Wat zijn serologische tests? 18. Wat is het voornaamste nut van tumorspecifieke eiwitten? 19. Welke bloedonderzoeken zeggen iets over het risico van hart- en vaatziekten? paragraaf 4 1. Wanneer is het zinvol om het soortelijk gewicht van de urine te meten? 2. Wat is het urinesediment? 3. Welke informatie kan een urinesediment opleveren? 4. Welke urinebepalingen geven aanwijzingen voor interne aandoeningen? paragraaf 5 1. Wat zijn situaties waarin een feceskweek zinvol is? 2. Welke verteringsstoornis kan in de feces aangetoond worden? paragraaf 6 1. Soms hoort men de term 'ruggenmergprik [versch. aanhalingstekens]gebruiken. Leg uit waarom deze benaming onjuist is.

19 2. Welke cellen horen beslist niet in de liquor thuis? 3. Noem een vervelende complicatie van een lumbaalpunctie. 4. Wat is een bloedpatch? paragraaf 7 1. Wat is het praktische belang van een vriescoupeonderzoek? 2. Noem drie manieren om weefsel voor onderzoek te verkrijgen. 3. Wat is cytologie? 4. Geef drie voorbeelden van cytologisch onderzoek en het belang hiervan. 5. Welke bloedcellen worden onderzocht bij allergieën en afgenomen afweer? 6. Hoe verkrijgt men cellen uit de longen? paragraaf 8 1. Wat kan er bij een endoscopie nog meer gedaan worden, behalve kijken en foto's maken? 2. Welke scopieonderzoeken zullen vaak onder algehele anesthesie plaatsvinden? 3. Beschrijf de stappen bij een ERCP. paragraaf 9 1. Van welke organen kan men de elektrische activiteit meten? 2. Waarom is er wel een elektrisch onderzoek van de hersenen mogelijk, maar niet van het ruggenmerg? 3. Wat voor soort aandoeningen zijn met een ECG te onderzoeken? 4. Wat gebeurt er in het hart als gevolg van de P-top? 5. Wat doet de hartspier tijdens het QRS-complex? 6. Wat kan de conclusie zijn als op het ECG niet alle P-toppen gevolgd worden door een QRS-complex? 7. De T-top op het ECG representeert de ontspanningsfase van de hartkamers. Waarom is de ontspanningsfase van de boezems niet zichtbaar? 8. Bij wat voor soort ziekten is het EMG-onderzoek van belang? 9. Waarom zijn bij een normaal EEG met de ogen open de golflijntjes klein en onregelmatig? 10. Wat verandert er aan het EEG tijdens een epileptische aanval? 11. Waarom worden bij slaaponderzoek met een EEG elektroden op de slapen geplakt? 12. Hoe kan men met EEG-onderzoek achterhalen of de grote hersenen nog reageren op prikkels van buiten? 13. Wat kan men met een VEP vaststellen? paragraaf Welke weefsels laten veel röntgenstraling door? Welke weinig? 2. Wat is het doel van contrastmiddelen? 3. Wat is een urografie? 4. Beschrijf de stappen in een coronairarteriografie. 5. Wat is coilen? 6. Wat gebeurt er bij een DSA? 7. Welke vorm van CT laat meer details zien? 8. Wat kan men met een spiraal-ct afbeelden? 9. Wat is het verschil tussen een röntgendoorlichting en een röntgenfoto? paragraaf Welke geluidsgolfonderzoeken worden gebruikt bij hart- en vaatziekten? 2. Wat kan men met een doppleronderzoek zichtbaar maken? 3. Wat zijn voorbeelden van aandoeningen in de buik die met een echo onderzocht kunnen worden? paragraaf Wat zijn voordelen van een MRI boven een CT-scan? 2. Wat zijn nadelen van een MRI ten opzichte van een CT-scan? 3. Hoe leg je het verschil uit tussen een CT- en een MRIscanonderzoek? 4. Wat is functionele MRI? paragraaf Wat zijn isotopen? 2. Wat is een longperfusiescintigram? 3. Wat doet men bij een PET-scan?

20 HOOFDSTUK 8 paragraaf 1 1. Wat verstaat men onder een farmacologisch actieve stof? 2. Zijn alleen geneesmiddelen farmacologisch actief? Verklaar je antwoord. 3. Wat is het principiële voordeel van lokale toediening? 4. Is inhalatiebehandeling bij een astma-aanval lokale of systemische behandeling? Waarom? 5. Noem drie omstandigheden waaronder middelen, aangebracht op de huid, wel degelijk in de bloedsomloop terecht kunnen komen. 6. Wat betekent het begrip systemische toediening? 7. Welke organen hebben een speciale barrière die stoffen selecteert om door te laten? 8. Wat is enterale toediening? 9. Wat verstaat men onder parenterale toediening? 10. Waar wordt het geneesmiddel in het bloed opgenomen bij orale toediening? 11. Wat is het verschil tussen een capsule en een tablet? 12. Hoe kan men een snelle opname in het bloed bewerkstelligen bij orale toediening? 13. Wat zijn enteric coated tabletten? Wanneer worden die toegepast? Idem voor slow-releasemiddelen. 14. Wat verstaat men onder tabletten met vertraagde afgifte (gereguleerde afgifte)? 15. Geef een verklaring voor het feit dat rectale toediening, met uitzondering van een rectiole, zo langzaam werkt. 16. Wat zijn situaties waarin rectale toediening een uitkomst is? 17. Wat is een depotinjectie? 18. Wat zijn situaties waarin na subcutane of intramusculaire injectie de werking maar heel langzaam op gang komt? 19. Noem een reden waarom intraveneuze injectie vaak langzaam dient te gebeuren. 20. Wat is een bolusinjectie? Welke voordelen heeft dat? 21. Wat is het verschil tussen epidurale en intrathecale (intraspinale) toediening? 22. Wat zijn voorbeelden van stoffen die via het neusslijmvlies toegediend kunnen worden? 23. Noem twee voorbeelden van transdermale toediening. 24. Wat betekent sublinguale toediening? 25. Wat verstaat men onder de generieke naam van een geneesmiddel? 26. Wat verstaat men onder een relatieve contra-indicatie? 27. Noem een absolute contra-indicatie voor het toedienen van penicilline. 28. Wanneer spreekt men van substitutie? Wat is het verschil met suppletie? 29. Wanneer spreekt men van profylaxe? 30. Wat is het doel van een oplaaddosis? 31. Wanneer zal men een middel insluipen? 32. Noem situaties waarin een middel uitgeslopen moet worden. 33. Wanneer is het nodig om plasmaspiegelbepalingen te doen? 34. Wat is het placebo-effect? 35. Verklaar waarom een oraal toegediend middel bij de ene persoon veel sneller kan werken dan hij een andere. 36. Hoe kunnen twee medicijnen elkaars plasmaspiegel beïnvloeden? Noem twee verschillende manieren. 37. Welke organen zijn betrokken bij het afbreken en uitscheiden van geneesmiddelen? 38. Wat betekent het als er staat: de eliminatiehalfwaardetijd van dit middel is twaalf uur. 39. Noem vijf verschillende bronnen van variatie in halfwaardetijd. 40. Wat is er in het algemeen aan de hand met de dosis van een middel in een toedieningsvorm met vertraagde afgifte? 41. Wanneer spreekt men van cumulatie? Hoe kan die ontstaan? 42. Wanneer spreekt men van interactie? 43. Leg uit waarom interacties lang niet altijd negatief zijn. 44. Noem een voorbeeld van een ongewenste interactie. paragraaf 2 1. Wat is een minimaal invasieve ingreep? 2. Wat is het verschil tussen een extirpatie en een resectie? 3. Wat is een excisie? 4. Wat is de rol van het HLA bij transplantaties?

Bloedvergiftiging. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl

Bloedvergiftiging. Informatie voor patiënten. Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl Bloedvergiftiging Informatie voor patiënten F0907-1225 juni 2010 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK Leidschendam 070 357 44

Nadere informatie

Trastuzumab (Herceptin )

Trastuzumab (Herceptin ) Trastuzumab (Herceptin ) Borstkanker (mammacarcinoom) De diagnose borstkanker is bij u vastgesteld. Dit wordt ook wel een mammacarcinoom genoemd. De behandeling van een mammacarcinoom bestaat uit een operatieve

Nadere informatie

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen:

Ziekteverwekkende micro-organismen dringen via lichaamsopeningen het lichaam binnen: IMMUNITEIT 1 Immuniteit Het lichaam van mens en dier wordt constant belaagd door organismen die het lichaam ziek kunnen maken. Veel van deze ziekteverwekkers zijn erg klein, zoals virussen en bacteriën.

Nadere informatie

Bloedvergiftiging (sepsis)

Bloedvergiftiging (sepsis) Bloedvergiftiging (sepsis) Albert Schweitzer ziekenhuis december 2014 pavo 0661 Inleiding De arts heeft u verteld dat u of uw familielid een bloedvergiftiging heeft. Een bloedvergiftiging wordt meestal

Nadere informatie

Ik ben zo benauwd. Titia Klemmeier/Josien Bleeker

Ik ben zo benauwd. Titia Klemmeier/Josien Bleeker Ik ben zo benauwd Titia Klemmeier/Josien Bleeker dyspneu ademnood kortademigheid benauwdheid Bemoeilijkte ademhaling Programma Inventarisatie leerdoelen Kennis over de praktijk? Alarmsymptomen Achtergrond

Nadere informatie

LONGGENEESKUNDE. Longontsteking BEHANDELING

LONGGENEESKUNDE. Longontsteking BEHANDELING LONGGENEESKUNDE Longontsteking BEHANDELING Longontsteking U bent in het ziekenhuis opgenomen vanwege een longontsteking. Maar wat is dat precies en wat kunnen we ertegen doen? In deze folder vindt u de

Nadere informatie

Interne geneeskunde Allergologie. Anafylaxie zonder duidelijke oorzaak

Interne geneeskunde Allergologie. Anafylaxie zonder duidelijke oorzaak Interne geneeskunde Allergologie Anafylaxie zonder duidelijke oorzaak Interne geneeskunde Allergologie Inleiding U heeft één of meerdere ernstige allergische aanvallen gehad, ook wel anafylaxie genoemd.

Nadere informatie

Pre-eclampsie en HELLP syndroom (zwangerschapsvergiftiging)

Pre-eclampsie en HELLP syndroom (zwangerschapsvergiftiging) Pre-eclampsie en HELLP syndroom (zwangerschapsvergiftiging) Zwangerschapsvergiftiging een serieuze zaak Pre-eclampsie en HELLP syndroom Inleiding 3 Ernstige vormen van zwangerschaps hoge bloeddruk; complicaties

Nadere informatie

Bloedwaarden. Wat zeggen ze en wat kunnen we er mee? Landelijke contactdag Stichting Hematon 11 oktober 2014. door Joost Lips

Bloedwaarden. Wat zeggen ze en wat kunnen we er mee? Landelijke contactdag Stichting Hematon 11 oktober 2014. door Joost Lips Bloedwaarden Wat zeggen ze en wat kunnen we er mee? Landelijke contactdag Stichting Hematon 11 oktober 2014 door Joost Lips Aanvraag bloedonderzoek Bloedafname Bewerking afgenomen bloed (1) Kleuren van

Nadere informatie

Longontsteking (pneumonie)

Longontsteking (pneumonie) Longontsteking (pneumonie) In deze folder informeren wij u over wat een longontsteking is, hoe de behandeling verloopt en welke adviezen er zijn om uw herstel te bevorderen. Wat is een longontsteking?

Nadere informatie

NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP

NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP 1. Inleiding 2. Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 3. Hoe vaak komen GBS voor bij zwangeren? 4.

Nadere informatie

Prednison (corticosteroïden)

Prednison (corticosteroïden) Prednison (corticosteroïden) Medicatie bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa MDL-centrum IJsselland Ziekenhuis www.mdlcentrum.nl Uw MDL-arts (maag-, darm- en leverarts) heeft u Prednison voorgeschreven

Nadere informatie

PATIËNTEN INFORMATIE. Bloedvergiftiging. of sepsis

PATIËNTEN INFORMATIE. Bloedvergiftiging. of sepsis PATIËNTEN INFORMATIE Bloedvergiftiging of sepsis 2 PATIËNTENINFORMATIE Inleiding De arts heeft u verteld dat u of uw naaste een bloedvergiftiging heeft, ook wel sepsis genoemd. Een sepsis is een complexe

Nadere informatie

Informatie over een bloedtransfusie

Informatie over een bloedtransfusie Informatie over een bloedtransfusie Bij het tot stand komen van deze folder is gebruik gemaakt van de volgende folders: Bloedtransfusie voor patiënten - Stichting Sanquin Bloedvoorziening. Bloedtransfusie

Nadere informatie

Interne Geneeskunde Nefrologie. Informatie over afstoting na niertransplantatie

Interne Geneeskunde Nefrologie. Informatie over afstoting na niertransplantatie Interne Geneeskunde Nefrologie Informatie over afstoting na niertransplantatie Interne Geneeskunde Nefrologie Wat is afstoting na niertransplantatie? U krijgt medicijnen om afstoting van uw transplantatienier

Nadere informatie

Wat is een longontsteking?

Wat is een longontsteking? Longontsteking Wat is een longontsteking? Een longontsteking is een infectie van de longblaasjes en het omliggende weefsel. De infectie kan veroorzaakt worden door een bacterie of een virus, die u via

Nadere informatie

BIJSLUITER Atosiban Devrimed 6,75 mg/0,9 ml

BIJSLUITER Atosiban Devrimed 6,75 mg/0,9 ml BIJSLUITER Atosiban Devrimed 6,75 mg/0,9 ml 1 BIJSLUITER: INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER Atosiban Devrimed 6,75 mg/0,9 ml oplossing voor injectie Atosiban Lees goed de hele bijsluiter voordat u dit geneesmiddel

Nadere informatie

H.40009.1115. Bloedvergiftiging (Sepsis)

H.40009.1115. Bloedvergiftiging (Sepsis) H.40009.1115 Bloedvergiftiging (Sepsis) Inleiding De arts heeft u verteld dat u of uw familielid een bloedvergiftiging heeft. Een bloedvergiftiging wordt ook wel sepsis genoemd. Een sepsis is een complexe

Nadere informatie

Groep-B-streptokokken (GBS) en zwangerschap

Groep-B-streptokokken (GBS) en zwangerschap Groep-B-streptokokken (GBS) en zwangerschap 1 Groep-B-streptokokken (GBS) en zwangerschap De groep B streptokok is een bacterie die bij veel zwangere vrouwen in de vagina aanwezig is. Dat kan meestal geen

Nadere informatie

NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP

NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP NVOG Voorlichtingsbrochure GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP GROEP B STREPTOKOKKEN EN ZWANGERSCHAP 1. Inleiding 2. Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 3. Hoe vaak komen GBS voor bij zwangeren? 4.

Nadere informatie

Hoe vaak komt het Guillain-Barre syndroom voor bij kinderen? Het Guillain-Barre syndroom komt bij één op de 100.000 kinderen voor.

Hoe vaak komt het Guillain-Barre syndroom voor bij kinderen? Het Guillain-Barre syndroom komt bij één op de 100.000 kinderen voor. Guillain-Barre syndroom Wat is het Guillain-Barre syndroom? Het Guillain-Barre syndroom is een ziekte waarbij als gevolg van een ontsteking van de zenuwen van de benen, romp, armen en gezicht in toenemende

Nadere informatie

Geneesmiddelenallergie

Geneesmiddelenallergie Geneesmiddelenallergie Geneesmiddelovergevoeligheid Uw arts heeft u verwezen naar de polikliniek van de allergoloog omdat u mogelijk klachten heeft gekregen als het gevolg van medicatiegebruik. In deze

Nadere informatie

B 15A021 Toedienen via een infuus of injectie van medicijnen die het afweersysteem versterken tijdens een ziekenhuisopname bij borstkanker 6.

B 15A021 Toedienen via een infuus of injectie van medicijnen die het afweersysteem versterken tijdens een ziekenhuisopname bij borstkanker 6. Passanten prijslijst zorgproducten 2016 Máxima Medisch Centrum Geldig vanaf 1 januari 2016 t/m 31 december 2016 De onderhavige prijslijst is niet van toepassing op verzekerden van zorgverzekeraars waarmee

Nadere informatie

Rituximab (Mab Thera ) bij reumatische aandoeningen

Rituximab (Mab Thera ) bij reumatische aandoeningen Rituximab (Mab Thera ) bij reumatische aandoeningen Uw behandelend arts heeft aangegeven u met het geneesmiddel rituximab te willen gaan behandelen. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel.

Nadere informatie

Rituximab (Mabthera )

Rituximab (Mabthera ) Rituximab (Mabthera ) Maatschap reumatologie Kennemerland RITUXIMAB (MABTHERA ) Uw behandelend arts heeft aangegeven u met het geneesmiddel Rituximab te behandelen. Deze folder geeft informatie over dit

Nadere informatie

DRBR0699. Bloedtransfusie

DRBR0699. Bloedtransfusie DRBR0699 Bloedtransfusie Inhoudsverantwoordelijke: H. Stremersch Publicatiedatum: januari 2014 Inhoud Inleiding... 4 1. Waarom een bloedtransfusie?... 5 2. Hoe veilig is een bloedtransfusie?... 6 3. Waarom

Nadere informatie

Infliximab (Remicade) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa

Infliximab (Remicade) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Infliximab (Remicade) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Polikliniek Maag-Darm-Leverziekten Uw behandelend arts of IBD-verpleegkundige heeft met u gesproken over het gebruik van Infliximab (Remicade).

Nadere informatie

longembolie patiënteninformatie

longembolie patiënteninformatie patiënteninformatie longembolie Bij u is het vermoeden van en longembolie, of is de diagnose longembolie gesteld. Wat is een longembolie eigenlijk? Hoe ontstaat een longembolie en hoe kan het worden behandeld?

Nadere informatie

Ruggenprik tijdens de bevalling

Ruggenprik tijdens de bevalling H.291380.0215 Ruggenprik tijdens de bevalling (Epidurale pijnbestrijding) Wat is epidurale pijnbestrijding Bij deze ruggenprik spuit de anesthesioloog via een dun slangetje (katheter) verdovingsvloeistof

Nadere informatie

Medicatie bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa Prednison (corticosteroïden)

Medicatie bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa Prednison (corticosteroïden) Medicatie bij de ziekte van Crohn of colitis ulcerosa Prednison (corticosteroïden) Maag-, Darm- en Leverziekten IJsselland Ziekenhuis Uw MDL-arts (maag-, darm- en leverarts) heeft u Prednison voorgeschreven

Nadere informatie

Inhoud. Inleiding 7. 1. Medische achtergrondkennis 9 - Anatomie en fysiologie 10 - Ziektebeelden 17

Inhoud. Inleiding 7. 1. Medische achtergrondkennis 9 - Anatomie en fysiologie 10 - Ziektebeelden 17 Inhoud Inleiding 7 1. 9 - Anatomie en fysiologie 10 - Ziektebeelden 17 2. De intake 23 - Ernst van de klachten 24 - Het intakegesprek 26 3. Geneesmiddelen 31 - Medicijnen tegen griep en verkoudheid 32

Nadere informatie

De P, RR, adh,t, en vochtbalans

De P, RR, adh,t, en vochtbalans De P, RR, adh,t, en vochtbalans Een lezing Presentatie: Alfons Huisintveld Principe van de pols? Hart contractie linker ventrikel Slagvolume 70 100 ml Meten vd pulsatie Pols = a.r Hals = a.c Lies = a.f

Nadere informatie

Groep-B-streptokokken en zwangerschap. Poli Gynaecologie

Groep-B-streptokokken en zwangerschap. Poli Gynaecologie 00 Groep-B-streptokokken en zwangerschap Poli Gynaecologie De inhoud van deze voorlichtingsfolder is samengesteld door de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG). Deze folder is zeer

Nadere informatie

Praktische opdracht. klas 2 atheneum

Praktische opdracht. klas 2 atheneum 1 Praktische opdracht klas 2 atheneum Expert opdrachten gaswisseling, bloed en bloedsomloop http://www.bioplek.org/2klas/2klasexpertgasbloed/2klasgasbloedinhoud.html Vragen over de posters 2 Het is mogelijk

Nadere informatie

Passantenprijslijst Amphia Ziekenhuis voor zorgproducten uitgevoerd vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 mei 2014 Declaratie code.

Passantenprijslijst Amphia Ziekenhuis voor zorgproducten uitgevoerd vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 mei 2014 Declaratie code. Passantenprijslijst Amphia Ziekenhuis voor zorgproducten uitgevoerd vanaf 1 januari 2014 tot en met 31 mei 2014 Declaratie 14B167 972804003 Operatie bij Verminderde vruchtbaarheid 2.365,34 603,80 2.969,14

Nadere informatie

Behandeling borstkanker

Behandeling borstkanker Behandeling borstkanker 1. Heelkunde (chirurgie) (operatie): - Borstsparend: betekent wegname van het gezwel met veiligheidsmarge van gezond weefsel rondom en wegname van de schildwachtklier (poortwachterklier

Nadere informatie

Wat is een sinustrombose? Een sinustrombose is een verstopping van een grote ader in de hersenen.

Wat is een sinustrombose? Een sinustrombose is een verstopping van een grote ader in de hersenen. Sinustrombose Wat is een sinustrombose? Een sinustrombose is een verstopping van een grote ader in de hersenen. Hoe vaak komt een sinustrombose voor bij kinderen? Een sinustrombose komt bij een op 200.000-300.000

Nadere informatie

Beentumoren (=bottumoren)

Beentumoren (=bottumoren) Beentumoren (=bottumoren) Inleiding Gezwellen in beenderen worden beentumoren genoemd. Er zijn verschillende typen beentumoren te onderscheiden. Zo zijn er vormen waarbij de tumor of het gezwel direct

Nadere informatie

KEYTRUDA (pembrolizumab)

KEYTRUDA (pembrolizumab) Risico minimalisatie materiaal betreffende Keytruda (pembrolizumab) voor patiënten KEYTRUDA (pembrolizumab) Patiënteninformatiefolder Risico minimalisatie materiaal betreffende Keytruda (pembrolizumab)

Nadere informatie

Groep B streptokokken en zwangerschap

Groep B streptokokken en zwangerschap Patiënteninformatie Groep B streptokokken en zwangerschap Informatie over een infectie met groep B streptokokken bij zwangerschap Inhoudsopgave Pagina Wat zijn groep B streptokokken (GBS)? 4 Hoe vaak

Nadere informatie

Groep B streptokokken en zwangerschap

Groep B streptokokken en zwangerschap Groep B streptokokken en zwangerschap Informatie voor patiënten F0538-3415 oktober 2015 Medisch Centrum Haaglanden www.mchaaglanden.nl MCH Antoniushove, Burgemeester Banninglaan 1 Postbus 411, 2260 AK

Nadere informatie

Groepsspreekuur Urticaria & Angiooedeem. Urticaria = galbulten = netelroos

Groepsspreekuur Urticaria & Angiooedeem. Urticaria = galbulten = netelroos Groepsspreekuur Urticaria & Angiooedeem Urticaria = galbulten = netelroos Urticaria Urticaria komen veel voor: ¼ volwassenen heeft het wel eens gehad Kenmerkend zijn snel wisselende kwaddels (bleek) daaromheen

Nadere informatie

BIJLAGE 2: DEFINITIES ZIEKENHUISINFECTIES Lijnsepsis PREZIES versie: 2014. Documentversie: 1.0

BIJLAGE 2: DEFINITIES ZIEKENHUISINFECTIES Lijnsepsis PREZIES versie: 2014. Documentversie: 1.0 BIJLAGE 2: DEFINITIES ZIEKENHUISINFECTIES Lijnsepsis PREZIES versie: 2014 Documentversie: 1.0 Samenvatting van wijzigingen De volgende wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van de definitieset 2012/2013

Nadere informatie

Schildklierafwijkingen en zwangerschap. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie

Schildklierafwijkingen en zwangerschap. Afdeling Verloskunde/Gynaecologie Schildklierafwijkingen en zwangerschap Afdeling Verloskunde/Gynaecologie In het kort Normaal gesproken werkt de schildklier naar behoren. Bij een abnormale werking kan de schildklier te snel werken (hyperthyreoïdie)

Nadere informatie

COMPLICATIES Lange termijn complicaties Complicaties van de ogen (retinopathie) Complicaties van de nieren (nefropathie)

COMPLICATIES Lange termijn complicaties Complicaties van de ogen (retinopathie) Complicaties van de nieren (nefropathie) COMPLICATIES Lange termijn complicaties Wanneer u al een lange tijd diabetes heeft, kunnen er complicaties optreden. Deze treden zeker niet bij alle mensen met diabetes in dezelfde mate op. Waarom deze

Nadere informatie

Jodiumhoudende contrastmiddelen in bloedvat

Jodiumhoudende contrastmiddelen in bloedvat RADIOLOGIE Jodiumhoudende contrastmiddelen in bloedvat U krijgt binnenkort een onderzoek bij de afdeling radiologie waar een jodiumhoudende contrastmiddel wordt gebruikt. Dit contrastmiddel wordt in een

Nadere informatie

Prednison of Prednisolon

Prednison of Prednisolon Prednison of Prednisolon Prednison of Prednisolon Uw maag, darm- en leverarts heeft in overleg met u besloten u te gaan behandelen met Prednison. Dit geneesmiddel dient ter behandeling van de ziekte van

Nadere informatie

Patiënteninformatie. Pijnbehandeling bij de bevalling

Patiënteninformatie. Pijnbehandeling bij de bevalling Patiënteninformatie Pijnbehandeling bij de bevalling Pijnbehandeling bij de bevalling Polikliniek Verloskunde/ Gynaecologie, route 2.2 Telefoon (050) 524 5840 Inleiding Dit is de informatiefolder van de

Nadere informatie

Antibiotica VRAAG OVER UW MEDICIJNEN? WWW.APOTHEEK.NL

Antibiotica VRAAG OVER UW MEDICIJNEN? WWW.APOTHEEK.NL Antibiotica HOE GEBRUIKT U ANTIBIOTICA COMBINATIE MET ANDERE MIDDELEN BIJWERKINGEN WAT KAN UW APOTHEKER VOOR U DOEN GEBRUIK TIJDENS ZWANGERSCHAP EN BORSTVOEDING RESISTENTIE TEGEN ANTIBIOTICA VRAAG OVER

Nadere informatie

Eileiderontsteking. Afdeling Gynaecologie

Eileiderontsteking. Afdeling Gynaecologie Eileiderontsteking Afdeling Gynaecologie Inleiding Een eileiderontsteking is een ontsteking van de eileiders. Deze ontstekingen kunnen heel sluimerend verlopen met weinig klachten. Meestal heeft u acute

Nadere informatie

Maatschap Gynaecologie. Hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap

Maatschap Gynaecologie. Hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap Maatschap Gynaecologie Hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap Inleiding U bent opgenomen op de afdeling gynaecologie. Deze folder geeft informatie over hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap. Doel van

Nadere informatie

De meest voorkomende bijverschijnselen zijn: Bijverschijnselen die weinig voorkomen: Bijverschijnselen die zelden voorkomen:

De meest voorkomende bijverschijnselen zijn: Bijverschijnselen die weinig voorkomen: Bijverschijnselen die zelden voorkomen: Methotrexaat Uw behandelend maag-darm-leverarts heeft u verteld dat u in aanmerking komt voor een onderhoudsbehandeling met Methotrexaat in verband met een chronische ontstekingsziekte van de darmen (ziekte

Nadere informatie

Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6

Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 850 bijsluiter 12-2-200127-2-2001 blz. 1 / 6 Glucophage 850, omhulde tabletten 850 mg Lees deze bijsluiter zorgvuldig door voordat u start met het gebruik van dit geneesmiddel. Bewaar deze bijsluiter,

Nadere informatie

Zorgprotocol GBS bij de pasgeborene

Zorgprotocol GBS bij de pasgeborene Zorgprotocol GBS bij de pasgeborene 1. Inleiding 1 Zwangere vrouwen hebben deze bacterie soms in de vagina (schede). Dat kan meestal geen kwaad, maar een klein aantal baby s wordt ernstig ziek door een

Nadere informatie

Elkerliek Ziekenhuis Standaard prijslijst DBC DOT / Overige Producten (OVP) 2014 Prijzen geldig voor zorgproducten geopend vanaf 1 januari 2014

Elkerliek Ziekenhuis Standaard prijslijst DBC DOT / Overige Producten (OVP) 2014 Prijzen geldig voor zorgproducten geopend vanaf 1 januari 2014 Elkerliek Ziekenhuis Standaard prijslijst DBC DOT / Overige Producten (OVP) 2014 Prijzen geldig voor zorgproducten geopend vanaf 1 januari 2014 Declaratie 14B167 972804003 Operatie bij Verminderde vruchtbaarheid

Nadere informatie

Groep B streptokokken en zwangerschap

Groep B streptokokken en zwangerschap Groep B streptokokken en zwangerschap In deze folder leest u meer over de bacterie groep B streptokok. Zwangere vrouwen hebben deze bacterie soms in de vagina (schede). Dat kan meestal geen kwaad, maar

Nadere informatie

Geschreven door Diernet Team dinsdag, 23 augustus 2011 13:31 - Laatst aangepast donderdag, 15 september 2011 22:17

Geschreven door Diernet Team dinsdag, 23 augustus 2011 13:31 - Laatst aangepast donderdag, 15 september 2011 22:17 Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Hyperthyreoïdie is een ziekte die wordt veroorzaakt door een overmatige hoeveelheid schildklierhormonen. Schildklierhormonen

Nadere informatie

Lanreotide bij neuro-endocriene tumoren

Lanreotide bij neuro-endocriene tumoren Lanreotide bij neuro-endocriene tumoren Inleiding De informatie in dit document is bedoeld als aanvulling op de informatie die u al heeft gekregen van uw behandelend internist-oncoloog en de oncologieverpleegkundige.

Nadere informatie

Angiografie. Röntgenonderzoek van de bloedvaten

Angiografie. Röntgenonderzoek van de bloedvaten Angiografie Röntgenonderzoek van de bloedvaten Inhoudsopgave 1 Inleiding... 1 2 Wat is een angiografie?... 1 3 Voorbereiding thuis... 2 4 Opname... 2 5 Voor het onderzoek... 3 6 Tijdens het onderzoek...

Nadere informatie

Informatie longkanker. Informatie voor patiënten met longkanker die behandeld worden met Taxotere.

Informatie longkanker. Informatie voor patiënten met longkanker die behandeld worden met Taxotere. Informatie longkanker Informatie voor patiënten met longkanker die behandeld worden met Taxotere. Inhoud 3 Waarom heeft uw arts Taxotere voorgesteld? Hoe wordt Taxotere toegediend? 4 Bijwerkingen op het

Nadere informatie

Behandeling met infliximab Ter behandeling van de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa

Behandeling met infliximab Ter behandeling van de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Behandeling met infliximab Ter behandeling van de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Afdeling maag-darm-leverziekten Inleiding Uw arts heeft een behandeling met infliximab voorgesteld. Infliximab is

Nadere informatie

Infliximab. (Inflectra /Remicade /Remsima ) Informatiefolder. bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. N-ICC folder IFX uitgave november 2014

Infliximab. (Inflectra /Remicade /Remsima ) Informatiefolder. bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa. N-ICC folder IFX uitgave november 2014 Infliximab (Inflectra /Remicade /Remsima ) bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Informatiefolder N-ICC folder IFX uitgave november 2014 Deze folder is tot stand gekomen door samenwerkende IBD verpleegkundigen

Nadere informatie

Geschreven door Diernet Team zondag, 31 oktober 2010 00:00 - Laatst aangepast zondag, 31 oktober 2010 14:56

Geschreven door Diernet Team zondag, 31 oktober 2010 00:00 - Laatst aangepast zondag, 31 oktober 2010 14:56 Omschrijving Oorzaken Verschijnselen Diagnose Therapie Prognose Omschrijving Rhinitis is een ontsteking van de slijmvliezen van de neus. Sinusitis is een ontsteking van de sinussen (de bijholten) of de

Nadere informatie

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Duizeligheid

kno specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Duizeligheid kno haarlemmermeer specialisten in keel-, neus- & oorheelkunde Duizeligheid Wat is duizeligheid? Normaal gesproken krijgt ieder mens voortdurend informatie over de ruimte om zich heen en over de positie

Nadere informatie

Presentatie Casus 1b. Victoria Janes & Yvonne Poel

Presentatie Casus 1b. Victoria Janes & Yvonne Poel Presentatie Casus 1b Victoria Janes & Yvonne Poel Casusbeschrijving Vrouw: 55 jaar wordt door de ambulance naar de SEH gebracht, waar u als arts-assistent assistent werkzaam bent. Dezelfde ochtend heeft

Nadere informatie

Verdrinking: oorzaken, proces en gevolgen

Verdrinking: oorzaken, proces en gevolgen Verdrinking: oorzaken, proces en gevolgen A. Oorzaken van verdrinking Primair Onderdompeling Bewustzijnsverlies Verdrinking Secundair Bewustzijnsverlies Onderdompeling Verdrinking 75 % 25% 1. Primaire

Nadere informatie

Verwijderen van een zaadbal via de lies. Inguinale orchidectomie

Verwijderen van een zaadbal via de lies. Inguinale orchidectomie Verwijderen van een zaadbal via de lies Inguinale orchidectomie Inhoudsopgave Inleiding... 1 De operatie... 1 Na de operatie... 2 Bloedverdunners... 2 Ontslag... 3 Tot slot... 4 Ruimte voor vragen... 5

Nadere informatie

Elkerliek Ziekenhuis Standaard prijslijst DBC DOT 2013 Prijzen geldig voor zorgproducten geopend vanaf 1 juli 2013

Elkerliek Ziekenhuis Standaard prijslijst DBC DOT 2013 Prijzen geldig voor zorgproducten geopend vanaf 1 juli 2013 Elkerliek Ziekenhuis Standaard prijslijst DBC DOT 2013 Prijzen geldig voor zorgproducten geopend vanaf 1 juli 2013 Declaratie 14B167 972804003 Operatie bij Verminderde vruchtbaarheid 2.565,08 1.928,13

Nadere informatie

Passant tarief vanaf 01-01-2016 t/m 31-12-2016 Declaratiecode Zorgproduct Omschrijving Tarieven

Passant tarief vanaf 01-01-2016 t/m 31-12-2016 Declaratiecode Zorgproduct Omschrijving Tarieven 15B903 010501002 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 1.577,89 15B904 010501003 Lasertherapie bij een seksueel overdraagbare aandoening (SOA) 333,91

Nadere informatie

Passantenprijslijst Isala 2016 prijzen gelden per 1 januari t/m 31 december 2016 1,83% Zorgproduct Declaratiecode

Passantenprijslijst Isala 2016 prijzen gelden per 1 januari t/m 31 december 2016 1,83% Zorgproduct Declaratiecode 040201019 15A011 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij diabetes (suikerziekte) 2.449,79 020107002 15A012 Zeer uitgebreide operatie bij borstkanker 5.840,66 020107003 15A013 Verwijderen van

Nadere informatie

Urineweginfecties en antibiotica

Urineweginfecties en antibiotica Urologie Urineweginfecties en antibiotica www.catharinaziekenhuis.nl Inhoud Algemene oorzaken urineweginfecties... 3 Blaasontsteking... 4 Verschijnselen kunnen zijn:... 4 Diagnose... 4 Behandeling... 5

Nadere informatie

Prednison (corticosteroïden)

Prednison (corticosteroïden) Prednison (corticosteroïden) Uw behandelend maag-darm-leverarts heeft u Prednison voorgeschreven in verband met een ontstekingsziekte van de darm. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel. Heeft

Nadere informatie

Verwijderen van een niertumor via een kijkoperatie (laparoscopische nefrectomie)

Verwijderen van een niertumor via een kijkoperatie (laparoscopische nefrectomie) Verwijderen van een niertumor via een kijkoperatie (laparoscopische nefrectomie) Maatschap Urologie IJsselland Ziekenhuis Inleiding De uroloog heeft bij u een niertumor (niercelcarcinoom) geconstateerd.

Nadere informatie

Nummer: D04-6 Datum: Oktober 2013 Versie: 1.0

Nummer: D04-6 Datum: Oktober 2013 Versie: 1.0 Natriumchloride drank 1mL=90mg=1.5mmol Na Werking en toepassingen Wat doet dit medicijn en waarbij wordt het gebruikt? De werkzame stof in natriumchloridedrank is natriumchloride. Dit middel wordt gebruikt

Nadere informatie

Abatacept (Orencia ) bij reumatische aandoeningen

Abatacept (Orencia ) bij reumatische aandoeningen Abatacept (Orencia ) bij reumatische aandoeningen Uw behandelend arts heeft aangegeven u met het geneesmiddel abatacept te willen gaan behandelen. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel. Heeft

Nadere informatie

Somatostatine analogen bij neuro-endocriene tumoren

Somatostatine analogen bij neuro-endocriene tumoren Somatostatine analogen bij neuro-endocriene tumoren Inleiding De informatie in dit document is bedoeld als aanvulling op de informatie die u al heeft gekregen van uw behandelend internist-oncoloog en de

Nadere informatie

Boezemfibrilleren. De bouw en werking van het hart

Boezemfibrilleren. De bouw en werking van het hart Boezemfibrilleren Boezemfibrilleren is een stoornis in het hartritme. Uw hartslag wordt onregelmatig. U kúnt dit voelen, maar dat hoeft niet. Van alle mensen met boezemfibrilleren voelt ongeveer 10 tot

Nadere informatie

Chronische ontsteking

Chronische ontsteking Chronische ontsteking van de alvleesklier - Chronische pancreatitis Chirurgie Beter voor elkaar Chronische ontsteking van de alvleesklier Chronische Pancreatitis Inleiding Deze folder geeft u informatie

Nadere informatie

Methotrexaat. Poli Reumatologie

Methotrexaat. Poli Reumatologie 00 Methotrexaat Poli Reumatologie 1 U heeft in overleg met uw arts besloten Methotrexaat te gaan gebruiken. Deze folder geeft informatie over dit geneesmiddel. Heeft u na het lezen nog vragen dan kunt

Nadere informatie

1 Wat is een geneesmiddel? 15. Inleiding 15 1.1 Naamgeving van geneesmiddelen 16 1.2 Reclame voor geneesmiddelen 17

1 Wat is een geneesmiddel? 15. Inleiding 15 1.1 Naamgeving van geneesmiddelen 16 1.2 Reclame voor geneesmiddelen 17 Voorwoord 13 1 Wat is een geneesmiddel? 15 Inleiding 15 1.1 Naamgeving van geneesmiddelen 16 1.2 Reclame voor geneesmiddelen 17 2 Toepassing van een geneesmiddel 20 Inleiding 20 2.1 Behandelingsmethoden

Nadere informatie

Lees deze bijsluiter op een rustig moment aandachtig door, ook als dit geneesmiddel al eerder aan u werd toegediend. De tekst kan gewijzigd zijn.

Lees deze bijsluiter op een rustig moment aandachtig door, ook als dit geneesmiddel al eerder aan u werd toegediend. De tekst kan gewijzigd zijn. I B2.4. Ontwerp van de bijsluiter voor TetaQuin Informatie voor de patiënt Lees deze bijsluiter op een rustig moment aandachtig door, ook als dit gesmiddel al eerder aan u werd toegediend. De tekst kan

Nadere informatie

Infectie bij een prothese

Infectie bij een prothese Infectie bij een prothese U bent nu opgenomen op de verpleegafdeling Orthopedie omdat er mogelijk sprake is van een infectie bij uw prothese. In deze folder vindt u informatie over een infectie en de

Nadere informatie

Morfine Feiten en fabels. Apotheek

Morfine Feiten en fabels. Apotheek 00 Morfine Feiten en fabels Apotheek In overleg met uw arts gaat u morfine gebruiken. Morfine behoort tot een groep geneesmiddelen, die morfineachtige pijnstillers of opioïden worden genoemd. Inleiding

Nadere informatie

Fabels en feiten over morfine

Fabels en feiten over morfine Fabels en feiten over morfine Beter voor elkaar Fabels en feiten over morfine Inleiding In overleg met uw arts gaat u morfine gebruiken. Morfine behoort tot een groep geneesmiddelen, die morfineachtige

Nadere informatie

Pijnstilling via de pijnpomp

Pijnstilling via de pijnpomp Infobrochure Pijnstilling via de pijnpomp Patiënt-gecontroleerde pijnbestrijding Anesthesie - Pijntherapie - Intensieve zorgen Tel: 011 826 227 mensen zorgen voor mensen Inleiding Binnenkort ondergaat

Nadere informatie

Vedolizumab (Entyvio ) Bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa

Vedolizumab (Entyvio ) Bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Patiënteninformatie Vedolizumab (Entyvio ) Bij de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa Informatie over de behandeling door de MDL-arts met het medicijn vedolizumab 1234567890-terTER_ Inhoudsopgave Pagina

Nadere informatie

Thiopurines Azathioprine (Imuran ) Mercaptopurine( puri-nethol ) Tioguanine (Lanvis )

Thiopurines Azathioprine (Imuran ) Mercaptopurine( puri-nethol ) Tioguanine (Lanvis ) Thiopurines Azathioprine (Imuran ) Mercaptopurine( puri-nethol ) Tioguanine (Lanvis ) Uw behandelend maag-darm-leverarts heeft u verteld dat u in aanmerking komt voor een onderhoudsbehandeling met een

Nadere informatie

Passantenprijslijst Meander Medisch Centrum 2015

Passantenprijslijst Meander Medisch Centrum 2015 15A011 040201019 Ziekenhuisopname met maximaal 5 verpleegdagen bij diabetes (suikerziekte) 2.812,70 15A012 020107002 Zeer uitgebreide operatie bij borstkanker 5.320,65 15A013 020107003 Verwijderen van

Nadere informatie

Deze folder geeft u informatie over duizeligheid en daarbij behorende klachten. Deze folder is opgesteld door de KNO arts.

Deze folder geeft u informatie over duizeligheid en daarbij behorende klachten. Deze folder is opgesteld door de KNO arts. Duizeligheid Deze folder geeft u informatie over duizeligheid en daarbij behorende klachten. Deze folder is opgesteld door de KNO arts. Wat is duizeligheid Iedereen is wel eens duizelig geweest. Toch is

Nadere informatie