|
|
|
- Victor van de Berg
- 10 jaren geleden
- Aantal bezoeken:
Transcriptie
1
2
3
4
5 INHOUDSOPGAVE 1. Algemene beschrijving Indicaties Contra-indicaties Algemeen Mogelijke complicaties Waarschuwingen voor de patiënt Risico's in verband met de medische omgeving Opslag Eigenschappen van de steriele verpakking Implantatieprocedure Voordat de verpakking wordt geopend Voorbereiden van de pocket Keuze van het type geleidingsdraad Drempelmetingen bij implantatie Aansluiting van de geleidingsdraad Functietest bij de implantatie Speciale modes Nominale mode (emergency-mode) Stand-bymode Magneetmode Respons bij storing Functies en parameters Stimulatiemodes Frequenties Basisfrequentie Maximale volgfrequentie Frequentiehysterese... 17
6 7.3. Stimulatie- en sensingparameters Impulsamplitude Impulsduur Gevoeligheid Stimulatie- en sensingpolariteiten Refractaire perioden Absolute refractaire perioden Frequentieadaptatie Therapeutische verbeteringen Rate-smoothing De werking optimaliseren Meting van geleidingsdraadimpedanties Autosensing Auto-drempel Follow-up van patiënten Aanbevelingen voor follow-up Indicator electieve vervanging (ERI) Explantatie Programmer-tests De geheugens uitlezen (AIDA+) Pacemaker-identificatie Fysieke kenmerken Elektrische kenmerken Stroomgebruik aan het begin van de levensduur Relatie tussen magneetfrequentie en batterijimpedantie Batterij Levensduur... 29
7 11. Programmeerbare parameters Niet-programmeerbare parameters Garantie Artikel 1: Garantievoorwaarden Artikel 2: Voorwaarden voor vervanging Verklaring van symbolen... 36
8 1. ALGEMENE BESCHRIJVING ESPRIT SR is een frequentieadapterende éénkamerpacemaker. Deze is uitgerust met een versnellingsmeter waarmee het mogelijk is de stimulatie aan de activiteit van de patiënt aan te passen. ESPRIT SR biedt een reeks zeer effectieve therapeutische functies: automatische aanpassing van de ventriculaire stimulatieamplitude (Auto-drempel) automatische aanpassing van de atriale en ventriculaire gevoeligheid (Autosensing) 2. INDICATIES Het American College of Cardiology en de American Heart Association bieden indicaties voor hartstimulatie (zie 'ACC/AHA/NASPE 2002 Guideline Update for Implantation of Cardiac Pacemakers and Antiarrhythmia Devices: Summary Article', Circulation 2002;106: ). 3. CONTRA-INDICATIES 3.1. ALGEMEEN Er zijn geen contra-indicaties bekend voor het gebruik van hartpacemakers als therapeutische methode voor het reguleren van de hartfrequentie. Niettemin dient bij het kiezen van de pacemaker en de geleidingsdraden rekening te worden gehouden met de medische en lichamelijke toestand van de patiënt, evenals met zijn of haar leeftijd. De voordelen van stimulatie voor pediatrische patiënten zijn niet onderzocht. Er kunnen ongewenste wisselwerkingen optreden tussen de spontane frequentie van de patiënt en de functies van de pacemaker. 6 NEDERLANDS
9 3.2. MOGELIJKE COMPLICATIES Bij elk geïmplanteerd pacemakersysteem kunnen zich complicaties voordoen. Deze kunnen verband houden met het apparaat zelf: voortijdig leeg raken van de batterij uitval van componenten inhiberen van een circuit, omschakelen naar stand-bymode of andere storingen als gevolg van elektromagnetische interferentie prikkeling van de borstspieren Complicaties kunnen verband houden met de stimulatiegeleidingsdraden: slechte verbinding met de pacemakergeleidingsdraden verplaatsing van geleidingsdraden, perforatie van de hartwand of een weefselreactie op het raakvlak van myocard en elektrode breuk in de isolatie breuk in de geleider Er kunnen eveneens medische complicaties ontstaan: infectie vochtophoping op de implantatieplaats migratie van de behuizing huiderosie door de pacemaker met mogelijk uitpuilen van de behuizing 4. WAARSCHUWINGEN VOOR DE PATIËNT De patiënt dient ervoor te worden gewaarschuwd dat de pacemaker mogelijk slecht functioneert als de patiënt wordt blootgesteld aan externe magnetische, elektrische of elektromagnetische signalen. Elektrische apparatuur: Elektrische huishoudelijke apparaten hebben geen invloed op het functioneren van de pacemaker, mits ze aan de huidige isolatienormen voldoen. De patiënten dienen echter het gebruik van inductieovens en inductiefornuizen te vermijden. NEDERLANDS 7
10 Antidiefstalpoorten: Omdat antidiefstalapparatuur bij de ingang van winkels aan geen enkele veiligheidsnorm hoeft te voldoen, wordt patiënten aangeraden zo kort mogelijk in de omgeving van deze apparatuur te verblijven. Werkomgeving: De werkomgeving van de patiënt kan een belangrijke bron van interferentie vormen. In dat geval kunnen specifieke aanbevelingen nodig zijn. Mobiele telefoons: Radiofrequentiesignalen kunnen het functioneren van ESPRIT SR storen als de handset zich te dicht bij de pacemaker bevindt. Aangeraden wordt ingeschakelde mobiele telefoons op een afstand van minimaal 15 cm van het geïmplanteerde apparaat te houden RISICO'S IN VERBAND MET DE MEDISCHE OMGEVING De werking van een pacemaker moet zorgvuldig worden gecontroleerd voor en na een medische behandeling waarbij een elektrische stroom van een externe bron door het lichaam van de patiënt gaat. Beeldvorming met magnetische kernspinresonantie (MRI): MRI is strikt gecontra-indiceerd bij patiënten met een hartpacemaker. Elektrocauterisatie of diathermie: Diathermie- en elektrocauterisatieapparatuur dienen niet te worden gebruikt. Als dergelijke apparaten toch moeten worden gebruikt, geldt het volgende: 1. Houd ze zo ver mogelijk bij de pacemaker vandaan. 2. Stel ze op de minimale intensiteit in. 3. Gebruik ze kort. Externe defibrillatie: Indien de patiënt gedefibrilleerd moet worden, wordt aanbevolen de paddles op minimaal 10 cm afstand van de pacemaker te plaatsen, langs een lijn die haaks staat op de lijn tussen de pacemaker en de geleidingsdraden. 8 NEDERLANDS
11 Interne defibrillator: Het gebruik van de pacemaker is gecontraindiceerd bij patiënten met een geïmplanteerde defibrillator. Bestraling: Vermijd blootstelling aan ioniserende straling. Bètatrons zijn gecontra-indiceerd. Indien hoge doses radiotherapie niet kunnen worden vermeden, dient de pacemaker tegen rechtstreekse blootstelling te worden beschermd en moet de werking van de pacemaker continu worden bewaakt. Resulterende schade kan onmiddellijk onwaarneembaar zijn. Als bestraling van weefsels dicht bij de implantatieplaats nodig is, wordt aanbevolen de pacemaker te verplaatsen. Als veiligheidsmaatregel dient een tijdelijke back-uppacemaker onmiddellijk beschikbaar te zijn. Lithotripsie: De risico's van lithotripsie zijn beperkt als de hartpacemaker niet abdominaal geïmplanteerd is. Om elk risico van atrium- of ventrikelfibrilleren te vermijden, moeten de schokken synchroon met de stimulatie worden toegediend. Ultrageluid: De pacemaker mag niet worden blootgesteld aan ultrasoon geluid op therapeutisch niveau. Transcutane elektrische zenuwstimulatie (TENS): TENS kan de werking van de pacemaker verstoren. Indien nodig kan de interferentie met de volgende maatregelen worden verminderd: 1. Plaats de TENSelektroden zo dicht mogelijk bij elkaar en zo ver mogelijk van de impulsgenerator en de geleidingsdraden af. 2. Tijdens toepassing van TENS moet de hartactiviteit worden bewaakt OPSLAG De pacemaker is verpakt in een steriele verpakking binnen een kartonnen opslagverpakking. Het verdient aanbeveling de pacemaker te bewaren bij een temperatuur tussen 0 C en 50 C. De kartonnen verpakking beschermt de pacemaker tegen stoten tijdens transport. NEDERLANDS 9
12 Apparaten die grote schokken hebben ondergaan, zoals vallen op een harde vloer, dienen niet te worden geïmplanteerd. Elk apparaat dat aan een dergelijke schok heeft blootgestaan, dient voor onderzoek aan uw vertegenwoordiger van de Sorin CRM te worden geretourneerd. Deze apparaten MOGEN NIET in de nabijheid van andere apparaten worden uitgelezen en geprogrammeerd EIGENSCHAPPEN VAN DE STERIELE VERPAKKING De pacemaker en de ratelschroevendraaier zijn overeenkomstig internationale normen gesteriliseerd met ethyleenoxide en hermetisch verzegeld in een doorzichtige dubbele verpakking. 5. IMPLANTATIEPROCEDURE 5.1. VOORDAT DE VERPAKKING WORDT GEOPEND Voordat de verpakking wordt geopend: Controleer de uiterste gebruiksdatum op de etiketten op de doos en de steriele verpakking. Pacemakers die niet worden geïmplanteerd vóór de uiterste gebruiksdatum dienen aan uw vertegenwoordiger van de Sorin CRM te worden geretourneerd. Lees het apparaat uit: als er een waarschuwing wordt weergegeven of als de batterij-impedantie te hoog is (> 2 k ), implanteer het apparaat dan niet en neem contact op met uw vertegenwoordiger van de Sorin CRM. Deze apparaten MOGEN NIET in de nabijheid van andere apparaten worden uitgelezen en geprogrammeerd. 10 NEDERLANDS
13 Controleer eveneens of de steriele verpakking intact is. De steriliteit van de inhoud is niet langer gegarandeerd als de verpakking aangeprikt of gewijzigd is. Als de pacemaker niet meer steriel is, dient deze in de verpakking aan uw vertegenwoordiger van de Sorin CRM te worden geretourneerd. Het is aan de Sorin CRM om te beoordelen of het apparaat opnieuw gesteriliseerd kan worden VOORBEREIDEN VAN DE POCKET Vanwege de plaats van de pacemakerconnector wordt aanbevolen de pocket in een linker pectorale positie aan te leggen. In zijn uiteindelijke positie mag de pacemaker zich niet dieper dan 4 à 5 cm onder de huid bevinden KEUZE VAN HET TYPE GELEIDINGSDRAAD Voor optimaal gebruik van de pacemakerfuncties dient de gebruikte geleidingsdraad bipolair te zijn. Als een unipolaire geleidingsdraad wordt gebruikt, is de Autosensing-functie in het atrium niet beschikbaar. Het gebruik van een geleidingsdraad met hoge polarisatie verstoort de normale werking van de Auto-drempelfunctie. Aansluitingen: De stimulatie/sensingconnector is IS-1-compatibel. Laag profiel-geleidingsdraden zijn niet compatibel DREMPELMETINGEN BIJ IMPLANTATIE De stimulatie- en sensingdrempels dienen bij het implanteren te worden gemeten. Stimulatiedrempels: Acute drempels dienen voor een impulsduur van 0,5 ms lager te zijn dan 1 V. Chronische drempels dienen voor een impulsduur van 0,5 ms lager te zijn dan 3 V. NEDERLANDS 11
14 Sensingdrempels: Voor goede ventriculaire sensing dient de amplitude van de R-top groter te zijn dan 5 mv. Voor goede atriale sensing dient de amplitude van de P-top groter te zijn dan 2 mv AANSLUITING VAN DE GELEIDINGSDRAAD Het is absoluut noodzakelijk dat de geleidingsdraad correct op de pacemakerconnector wordt aangesloten (de positie van de connector staat op de behuizing aangegeven). Voorzichtig: Alleen het distale insteekstuk moet worden vastgezet. Sluit de geleidingsdraad als volgt aan: 1. Steek de pen van de geleidingsdraad helemaal in de pacemakerpoort. 2. Steek de schroevendraaier in het midden van de verheven schroevendraaiergleuf op het distale insteekstuk en vervolgens in de reeds geplaatste schroef. De schroevendraaiergleuf zit onder de as van de geleidingsdraad. 3. Draai de schroef vast tot de schroevendraaier klikt. Controleer of de geleidingsdraad goed vast zit door eraan te trekken (de geleidingsdraad moet daarbij in de pacemaker blijven zitten). Voorzichtig: 1. Draai de reeds geplaatste schroef niet vast zonder dat er een geleidingsdraadconnector aangebracht is (anders kan het connectorblok beschadigd raken). 2. Draai de schroef niet los voordat de geleidingsdraadconnector is aangebracht (anders bestaat het risico dat de schroef niet meer aan te brengen is). 3. Gebruik uitsluitend de schroevendraaier die met de pacemaker meegeleverd is. Houd de as van de schroevendraaier loodrecht op het vlak van de pacemaker (zie onderstaande afbeelding). 12 NEDERLANDS
15 Waarschuwing: Zorg ervoor dat de punt van de schroevendraaier helemaal in de stelschroef zit; is dat niet het geval, dan kan de stelschroef door de schroevendraaier worden beschadigd en geen contact met de geleidingsdraad maken of van de geleidingsdraad worden gescheiden. Breng de punt van de schroevendraaier helemaal in de schroef door de zeskantige punt rustig in de stelschroef te steken tot de punt de bodem van de zeskantige holte in de schroef bereikt; dit voelt aan als stevig contact van metaal op metaal. Implanteer de pacemaker niet als dit gevoel er niet is. Implanteer de pacemaker niet als de schroevendraaier niet klikt bij vastzetten van de stelschroef op de pin van de geleidingsdraad FUNCTIETEST BIJ DE IMPLANTATIE Controleer na plaatsing van de pacemaker in de pocket het functioneren van de pacemaker aan de hand van een ecg. NEDERLANDS 13
16 6. SPECIALE MODES 6.1. NOMINALE MODE (EMERGENCY-MODE) Een veiligheidsfunctie kan snel worden hersteld door volgende knop te drukken: op de In nominale mode werkt de pacemaker met de parameters die in de tabel met programmeerbare parameters onderstreept zijn STAND-BYMODE Als een zelftest mislukt, schakelt de pacemaker automatisch over op een veilige mode: de stand-bymode. In de meeste gevallen kan de normale werking van de pacemaker weer worden hersteld (als de temperatuur van de pacemaker gestabiliseerd is op circa 37 C) door de door de programmer voorgestelde herinitialiseringsfunctie te valideren. Is dit niet het geval, neem dan contact op met uw vertegenwoordiger van de Sorin CRM. In stand-bymode werkt de pacemaker met de volgende parameters: VVI of AAI (afhankelijk van de kamer), 70 min -1 ; 5 V; 0,5 ms; gevoeligheid 2,2 mv; unipolair. Programmeren is dan niet mogelijk en de testmodes, waaronder de magneetmode, zijn buiten werking MAGNEETMODE Wanneer er een magneet wordt aangebracht, beëindigt de pacemaker de lopende cyclus en werkt het apparaat met de volgende parameters: 14 NEDERLANDS
17 Mode Frequentie Impulsamplitude Impulsduur VOO (als deze mode geprogrammeerd is: Vxx) AOO (als deze mode geprogrammeerd is: Axx) Magneetfrequentie 5 V (of meer als de geprogrammeerde amplitudewaarde hoger is) 0,5 ms (of langer als er een langere impulsduur is geprogrammeerd) Na beëindiging van de magneetmode werkt de pacemaker: gedurende 6 cycli door te stimuleren bij de magneetfrequentie met de geprogrammeerde amplitude; daarna gedurende 2 cycli met de geprogrammeerde parameters in asynchrone mode RESPONS BIJ STORING Als de pacemaker elektrische ruis met een frequentie hoger dan 20 Hz waarneemt, schakelt het apparaat over op een asynchrone mode bij de basisfrequentie. De geprogrammeerde mode wordt hersteld zodra de ruis niet meer wordt gedetecteerd. NEDERLANDS 15
18 7. FUNCTIES EN PARAMETERS 7.1. STIMULATIEMODES De stimulatiemode bepaalt de werking van de pacemaker bij stimulatie en sensing. De betekenissen van de codes (bijv. VVI, AOO) staan in Aanhangsel DD bij de norm EN Contra-indicaties: 1. AAI(R)-stimulatie is gecontra-indiceerd wanneer de AV-geleiding verstoord is. 2. Asynchrone stimulatie is gecontra-indiceerd wanneer er competitie is tussen het intrinsieke ritme van de patiënt en de pacemaker FREQUENTIES Basisfrequentie De basisfrequentie is de stimulatiefrequentie bij afwezigheid van gesenste gebeurtenissen. Indien de spontane frequentie van de patiënt tot onder deze grens daalt, neemt de pacemaker het over. Speciaal geval: Als hysterese geprogrammeerd is, kan de ondergrens van de intrinsieke frequentie een waarde bereiken die lager is dan de basisfrequentie. Voorwaarde voor programmering: Als de functie frequentieadapterende stimulatie AAN is, is de ondergrens van de basisfrequentie 50 min -1. Maximale volgfrequentie De maximale volgfrequentie bepaalt de bovengrens van de stimulatiefrequentie. Speciaal geval: In getriggerde mode kan het apparaat de maximale volgfrequentie overschrijden en stimuleren tot de frequentiegrenswaarde. 16 NEDERLANDS
19 Frequentiehysterese De frequentiehysterese bepaalt het vermogen van het natuurlijke sinusritme van de patiënt om tot onder het escape-interval te dalen. Na sensing werkt de pacemaker met een escape-frequentie verminderd met het geprogrammeerde hysteresepercentage. Voorwaarden voor programmering: 1. Als de pacemaker in de frequentieadaptatiemode werkt, kan het escape-interval niet lager zijn dan 50 min Wanneer de basisfrequentie lager dan of gelijk aan 45 min -1 is, is de frequentiehysterese op 0% geprogrammeerd en niet toegankelijk STIMULATIE- EN SENSINGPARAMETERS Impulsamplitude De impulsamplitude bepaalt het voltage dat tijdens stimulatie aan het hart wordt toegediend. Aanbeveling: Gebruik de bij levering ingestelde waarde onmiddellijk na implantatie om te voorkomen dat het hart niet volgt door een tijdelijke stijging van de stimulatiedrempel. Impulsduur De impulsduur bepaalt de duur van de impulsamplitude die tijdens stimulatie aan het hart wordt toegediend. Voorwaarde voor programmering: Wanneer de Auto-drempelfunctie op 'Monitor' of 'Auto' wordt geprogrammeerd, is de programmeerbare ventriculaire impulsduur kleiner dan of gelijk aan 0,5 ms. NEDERLANDS 17
20 Gevoeligheid De gevoeligheid bepaalt de minimale signaalsensingdrempel. Bij een gevoeligheid van bijvoorbeeld 1 mv is alleen sensen van signalen met een amplitude groter dan 1 mv mogelijk. Om een hartsignaal met lage amplitude te detecteren, moet een hogere gevoeligheid (lagere waarde) worden geprogrammeerd. Detecteert de stimulator echter extracardiale signalen, dan moet een lagere gevoeligheid (hogere waarde) worden geprogrammeerd. Aanbevelingen: 1. Er dient een veiligheidsmarge van 2 tot 3 maal de amplitude van het geregistreerde signaal te worden aangehouden. 2. Het programmeren van een hoge atriale gevoeligheid (waarde kleiner dan of gelijk aan 0,6 mv) dient te worden gereserveerd voor P-toppen met zeer lage amplitude, aangezien een dergelijke programmering de gevoeligheid voor externe storing verhoogt. Voorwaarden voor programmering: Wanneer de Autosensing op Auto is geprogrammeerd, is de gevoeligheid niet meer programmeerbaar. Stimulatie- en sensingpolariteiten Hoewel de pacemaker mechanisch geconfigureerd is als bipolaire impulsgenerator, kan het apparaat op zowel unipolaire als bipolaire configuratie worden geprogrammeerd. De stimulatie- en sensingpolariteitsconfiguratie kan onafhankelijk worden geprogrammeerd. Het risico van prikkeling van de borstspieren is kleiner bij bipolaire stimulatie. Bij bipolaire sensing is de pacemaker minder gevoelig voor myopotentialen en externe elektromagnetische ruis. Voorwaarde voor programmering: De pacemaker kan niet op bipolaire configuratie worden geprogrammeerd als er geen bipolaire geleidingsdraad is aangesloten (meting van de impedantie bepaalt het type geleidingsdraad dat aanwezig is op het moment dat de bipolaire configuratie wordt geprogrammeerd). 18 NEDERLANDS
21 7.4. REFRACTAIRE PERIODEN Absolute refractaire perioden Absolute refractaire perioden worden geïnitieerd door elke gesenste of gestimuleerde gebeurtenis. Deze perioden zijn samengesteld uit een minimale refractaire periode en een triggerbare refractaire periode. De duur van de refractaire perioden neemt naar behoefte automatisch toe FREQUENTIEADAPTATIE De Frequentieadaptatie-functie maakt het mogelijk de stimulatiefrequentie aan te passen aan de lichamelijke activiteit van de patiënt. Gebruikte sensor: De pacemaker is voorzien van een versnellingsmetersensor (G), die veranderingen in de anteroposterieure versnelling van de patiënt meet: hierdoor kan bij het begin van inspanning een snelle respons worden verkregen en kan het einde van inspanning onmiddellijk worden gedetecteerd. Voorbeelden: 1. Automatische frequentieadaptatie (de optie 'RR Auto'). De stimulatiefrequentie wordt voortdurend aangepast aan de lichamelijke activiteit van de patiënt. 2. Handmatige frequentieadaptatie (de optie 'RR Fixed'). In dit geval wordt de toegepaste stimulatiefrequentie bepaald door handmatige programmering van de lichamelijke activiteit van de patiënt, gebaseerd op het sensorsignaal. Waarschuwingen: Gebruik de Frequentieadaptatie-functie voorzichtig bij: 1. ernstige coronaire insufficiëntie 2. ernstige aortastenose 3. wanneer de myocardfunctie door overmatige versnellingen van de stimulatiefrequentie gevaar loopt. Programmering bij de implantatie: 'Learn' en 'RR Auto' dienen niet vóór de implantatie te worden geprogrammeerd; gebeurt dat wel, dan wordt de autokalibratie verstoord. NEDERLANDS 19
22 Operaties: Om veiligheidsredenen verdient het de voorkeur om vóór het uitvoeren van een chirurgische ingreep bij de pacemakerpatiënt de Frequentieadaptatie-functie uit te schakelen THERAPEUTISCHE VERBETERINGEN Rate-smoothing De Smoothing-functie is ontworpen om een snelle daling tot de geprogrammeerde basisfrequentie te voorkomen bij patiënten met episoden van paroxismale bradycardie. Werking: 1. Als de spontane frequentie van de patiënt daalt, neemt de pacemaker het over met een frequentie die iets lager is dan de spontane frequentie onmiddellijk vóór de pauze. 2. De stimulatiefrequentie wordt daarna geleidelijk verlaagd tot de basisfrequentie bereikt is of het spontane ritme hersteld is. Programmering bij de implantatie: Het is niet aan te raden de Smoothing-functie in te stellen vóór de implantatie omdat de pacemaker ruis kan detecteren en op een hogere frequentie dan de geprogrammeerde basisfrequentie kan stimuleren. Aanbeveling: Gelijktijdig gebruik van de hysteresefunctie wordt sterk aangeraden om het triggeren van stimulatie bij kleine variaties in de spontane cyclus van de patiënt te vermijden. Voorwaarde voor programmering: In VVI- en VVT-mode kan de Smoothing-functie niet op 'Slow' of 'Very slow' worden geprogrammeerd wanneer de Auto-drempelfunctie op 'Monitor' of 'Auto' geprogrammeerd is. 20 NEDERLANDS
23 7.7. DE WERKING OPTIMALISEREN Meting van geleidingsdraadimpedanties Het apparaat meet om de zes uur de geleidingsdraadimpedanties en slaat de gegevens op. Autosensing De Autosensing-functie maakt automatische aanpassing van de gevoeligheid mogelijk. Werking: 1. Als de Autosensing-functie op Auto is geprogrammeerd, wordt de gevoeligheid constant aangepast tot 37,5% van de gemiddelde amplitude van de gesenste signalen. 2. Wanneer het ritme wordt gestimuleerd, neigt de gevoeligheid naar 1,5 mv(ventrikel) of 0,4 mv (atrium) in bipolaire configuratie en naar 2,5 mv(ventrikel) in unipolaire configuratie. Beperking bij de programmering: De atriale Autosensing-functie (Auto-mode) is alleen beschikbaar wanneer de atriale sensingpolariteit bipolair is. Auto-drempel De Auto-drempelfunctie maakt automatische aanpassing van de ventriculaire stimulatieamplitude mogelijk volgens een drempeltest die met regelmatige tussenpozen door het apparaat wordt uitgevoerd. Voorbeelden: 1. Als de Auto-drempelfunctie op 'Auto' wordt geprogrammeerd, wordt de ventriculaire stimulatieamplitude geprogrammeerd op tweemaal de stimulatiedrempelwaarde. Als de drempelwaarde niet wordt gevonden, wordt de ventriculaire stimulatieamplitude geforceerd ingesteld op 5 V. 2. Wanneer de Auto-drempelfunctie op 'Monitor' is geprogrammeerd, wordt de geprogrammeerde ventriculaire stimulatieamplitude behouden. NEDERLANDS 21
24 Waarschuwing: Bepaalde geneesmiddelen kunnen de stimulatiedrempel sterk verhogen. De ventriculaire Auto-drempelfunctie dient voorzichtig te worden toegepast, waarbij de minimale ventriculaire amplitude adequaat moet worden aangepast. 8. FOLLOW-UP VAN PATIËNTEN 8.1. AANBEVELINGEN VOOR FOLLOW-UP Standaardfollow-up: Een jaarlijkse standaardfollow-up wordt aanbevolen. Vóór ontslag van de patiënt en bij elk follow-upbezoek is het volgende raadzaam: 1. Controleer de status van de batterij. 2. Controleer of sensing (gevoeligheid) en stimulatie goed functioneren; stel de stimulatieamplitude in op tweemaal de stimulatiedrempelwaarde. 3. Lees de geheugens van het apparaat uit (AIDA+). 4. Bewaar een uitdraai van de geprogrammeerde parameters, de testresultaten en de gegevens uit het geheugen. Frequente follow-up: Het is raadzaam de patiënt elke 6 maanden te controleren wanneer de batterij-impedantie groter dan of gelijk aan 5 k wordt, in het bijzonder patiënten die stimulatieafhankelijk zijn. Vervanging: De pacemaker dient te worden vervangen zodra het punt Indicator electieve vervanging (ERI) is bereikt. Implantaatsoftware upgraden: Als er via de programmer nieuwe implantaatsoftware in het geheugen van het apparaat gedownload is, kan de programmer een waarschuwing weergeven waarin de gebruiker hierover informatie alsmede uit te voeren instructies krijgt. 22 NEDERLANDS
25 8.2. INDICATOR ELECTIEVE VERVANGING (ERI) De Indicator electieve vervanging (ERI) wordt aangestuurd door: een magneetfrequentie van 80 ± 1 min -1 een batterij-impedantie van 10 k Voorzichtig: De pacemaker dient te worden vervangen zodra het punt Indicator electieve vervanging (ERI) is bereikt. Wanneer het ERI-punt is bereikt, worden de volgende parameters tot het eind van de levensduur van het apparaat op Nominale mode gezet (zie de tabel met programmeerbare parameters). Mode Basisfrequentie Frequentiehysterese Frequentieadaptatiemode Smoothing De overige parameters houden de geprogrammeerde waarde. Wanneer het ERI-punt is bereikt en onder de volgende condities: VVI (of AAI), 70 min -1, 0,4 ms, 500, bedraagt de resterende werkingstijd tot het eind van de levensduur ongeveer: 9,9 maanden bij programmering op 2,5 V 7,6 maanden bij programmering op 3,5 V 5,9 maanden bij programmering op 5 V 4,1 maanden bij programmering op 7,5 V De feitelijk bij ERI beschikbare stimulatieamplitudes zijn: 2,4 V bij programmering op 2,5 V 3,45 V bij programmering op 3,5 V 4,5 V bij programmering op 5 V 6 V bij programmering op 7,5 V NEDERLANDS 23
26 8.3. EXPLANTATIE In de volgende gevallen dient de pacemaker te worden geëxplanteerd: einde levensduur wanneer wordt vastgesteld dat het apparaat slecht functioneert crematie van de patiënt (de pacemaker kan in de verbrandingsoven exploderen) overlijden van de patiënt: om redenen van milieubescherming kan onder lokale voorschriften explantatie van batterijhoudende apparaten verplicht zijn De geëxplanteerde pacemaker mag niet opnieuw worden gebruikt in een andere patiënt. Alle geëxplanteerde pacemakers dienen na zorgvuldig te zijn ontdaan van alle sporen van contaminatie te worden geretourneerd aan uw vertegenwoordiger van de Sorin CRM. Reinig de pacemaker door onderdompeling in een waterige natriumhypochlorietoplossing met minimaal 1% chloor gevolgd door afspoelen met ruime hoeveelheden water. De pacemaker dient zodanig te worden verpakt dat het apparaat beschermd is tegen mechanische schokken en temperatuurschommelingen die tijdens transport kunnen optreden PROGRAMMER-TESTS De programmer is ontworpen om: impedantietests op de geleidingsdraad uit te voeren stimulatiedrempeltests in asynchrone mode uit te voeren de amplitude van de gesenste toppen te bepalen 24 NEDERLANDS
27 het ecg van de patiënt weer te geven met tijdelijk gewijzigde programmeringsparameters (bijvoorbeeld om het onderliggende ritme van de patiënt te observeren) elektrofysiologisch onderzoek uit te voeren (impulstreintjes en extrastimulussequenties) 8.5. DE GEHEUGENS UITLEZEN (AIDA+) Uitlezing van de geheugens levert de volgende gegevens op: de batterijontladingscurve statistische gegevens sinds de laatste follow-up 6-maandscurven en -histogrammen voor evaluatie van de werking van het apparaat diagnostische berichten over door het apparaat gedetecteerde gebeurtenissen 8.6. PACEMAKER-IDENTIFICATIE De pacemaker kan met de programmeerkop aangesloten op de specifieke programmer van de Sorin CRM telemetrisch worden uitgelezen en geprogrammeerd. Het apparaat kan als volgt niet-invasief worden geïdentificeerd: 1. Maak een röntgenopname om de op het apparaat gedrukte naam van de fabrikant vast te stellen (S = Sorin CRM, P = Pacemaker, S = Esprit SR-model). NEDERLANDS 25
28 2. Lees het apparaat uit met behulp van de specifieke programmer van de Sorin CRM. Het model- en serienummer van het apparaat worden automatisch weergegeven. Het eerste cijfer van het serienummer komt overeen met het laatste cijfer van het fabricagejaar. 26 NEDERLANDS
29 9. FYSIEKE KENMERKEN Afmetingen Gewicht 37,4 x 41,5 x 6,1 mm 19 g Volume 7,5 cm 3 Connector Actief oppervlak van de behuizing Gegarandeerde klemkracht van de connector Gebruikte materialen IS-1 25,2 cm 2 14 N Actief oppervlak van de behuizing: 99% zuiver titanium Buitenwand van de behuizing: siliconen elastomeer* Connectors: polyurethaan* * Voor medische toepassingen geschikte materialen die in vitro en in vivo gekeurd zijn. 10. ELEKTRISCHE KENMERKEN Ingangsimpedantie Unipolair 40 kilo-ohm Bipolair 40 kilo-ohm Impulsvorm NEDERLANDS 27
30 10.1. STROOMGEBRUIK AAN HET BEGIN VAN DE LEVENSDUUR Transportcondities (1) SSI-mode Geïnhibeerd: 6,2 μa 100% stimulatie: 10,7 μa Cenelec-condities (2) SSI-mode Geïnhibeerd: 6,2 μa 100% stimulatie: 8,8 μa (1) 70 min -1, 3,5 V, 0,35 ms, 500 kilo-ohm, Holter AAN, sensor AAN. (2) 70 min -1, 2,5 V, 0,5 ms, 500 kilo-ohm, Holter AAN, sensor AAN RELATIE TUSSEN MAGNEETFREQUENTIE EN BATTERIJ-IMPEDANTIE Magneetfrequentie (min -1 ) Magneetperiode (ms) Batterijweerstand (kilo-ohm) < Magneetfrequentie (min -1 ) Magneetperiode (ms) Batterijweerstand (kilo-ohm) 7,5 8 8,5 9 9,5 10 Magneetfrequentie (min -1 ) Magneetperiode (ms) Batterijweerstand (kilo-ohm) >14 28 NEDERLANDS
31 10.3. BATTERIJ Fabrikant Type Model Totale capaciteit Bruikbare capaciteit Greatbatch Lithiumjodium GB8711 0,86 Ah BOL: 0,81 Ah. ERI: 0,05 Ah. Voltage BOL: 2,8 V. ERI: 2,5 V LEVENSDUUR 8,1 jaar Transportcondities (1) en SSI-mode 9,8 jaar Cenelec-condities (2) en SSI-mode (1) 70 min -1, 3,5 V, 0,35 ms, 500 kilo-ohm, Holter AAN, sensor AAN. (2) 70 min -1, 2,5 V, 0,5 ms, 500 kilo-ohm, Holter AAN, sensor AAN. NEDERLANDS 29
32 11. PROGRAMMEERBARE PARAMETERS Gemeten bij 37 C met een belasting van 500 Legenda: Vetgedrukte waarde: bij levering ingestelde waarde Onderstreepte waarde: nominale waarde Basisparameters Holte Mode (1)(2) Waarden A-V VVI-VVIR-VVT-VOO-AAI-AAIR- AAT-AOO-OOO Basisfrequentie (min-1) (3) (± 2 min-1) Maximale volgfrequentie (min-1) (± 5 min-1) Frequentiehysterese (%) (± 4 %) (1) De nominale waarde hangt af van de geselecteerde holte. (2) Programmeer geen OOO mode bij pacemaker-afhankelijke patienten. (3) De corresponderende basisperioden en escape-intervallen zijn als volgt: ms. 30 NEDERLANDS
33 Stimulatie/Sensing Waarden Impulsamplitude (V) (1) 1,5-2,0-2,5-3,0-3,5-4,0-5,0-7,5 (± 20 %) Impulsduur (ms) (1) 0,10-0,25-0,35-0,50-0,60-0,75-0,85-1 (± 35 μs) Gevoeligheid (mv) (2)(3)(4)(5) 0,4 (± mv ± 40 %) 0,6-0,8-1,0-1,2-1,5-1,8-2,0-2,2-2,5-2,7-3,0-3,5-4,0-4,5-5,0-6,0-8,0-10,0-15,0 (± 20 %) Sensingpolariteit Stimulatiepolariteit Speciale eigenschappen Smoothing Autosensing Ventriculaire Auto-drempel Unipolar-Bipolar Unipolar-Bipolar Waarden OFF-Very slow-slow-medium-fast Auto-Monitor Auto-Monitor-OFF Minimale ventriculaire amplitude (V) 1,5-2-2,5-3,0-3,5 (± 10 %) (1) De nominale waarde kan groter zijn (keer terug naar de geprogrammeerde waarde). (2) Waarden worden gemeten met behulp van een positief en negatief driehoeks signaal van 2/13 ms. (3) Bij gevoeligheidsinstellingen beneden 2.5 mv kan de pacemaker noise detecteren beneden het niveau zoals beschreven in clausule van de standaard EN (4) Waarden lager dan 1 mv zijn niet beschikbaar als de geselecteerde holte het ventrikel is. Waarden boven 6 mv zijn niet beschikbaar wanneer voor de atriale holte is gekozen. (5) Indien de ventriculaire caviteit is gekozen wordt de fabrieksinstelling 2,5 mv. Indien de atriale caviteit is gekozen wordt de fabrieksinstelling 1,0 mv. NEDERLANDS 31
34 Frequentieadapterende parameters Frequentieadapterende mode Lichamelijke activiteit Waarden Learn-RR auto-rr fixed-off Very low-low-medium-high-very high 12. NIET-PROGRAMMEERBARE PARAMETERS Parameters Waarden Frequentielimiet (min-1) Refractaire perioden 195 (± 5 min-1) automatisch (zie onderstaande tabel) De waarden voor de minimale refractaire perioden zijn: Mode Type gebeurtenis Minimale refractaire perioden (ms): VVI, VVT Ventrikel gesenst 95 ms (V-holte) VVI, VVT Ventrikel gestimuleerd 150 ms (V-holte) AAI, AAT Atrium gesenst of gestimuleerd 345 ms ± 10 ms (A-holte) 32 NEDERLANDS
35 13. GARANTIE De implanteerbare ESPRIT-hartpacemaker is het resultaat van hoogwaardig geavanceerd wetenschappelijk onderzoek. Alle onderdelen zijn na uitgebreide tests geselecteerd. Sorin CRM S.r.l. (hierna aangeduid met 'Sorin CRM') garandeert dat het product ESPRIT gedurende een periode van vijf jaar na de implantatiedatum vrij blijft van beschadiging veroorzaakt door uitval van componenten of fabricagefouten en verplicht zich overeenkomstig de voorwaarden beschreven in artikel 1 en 2 tot vervanging van alle ESPRIT -apparaten. Sorin CRM claimt niet dat het menselijk lichaam niet verkeerd op implantatie van een ESPRIT kan reageren of dat defecten nooit voorkomen. Sorin CRM garandeert niet dat de ESPRIT geschikt is voor bepaalde typen patiënten: de keuze van het apparaat is een medische beslissing. Sorin CRM is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die indirect verband houdt met de ESPRIT, ongeacht of die schade het gevolg is van normale of abnormale werking van de ESPRIT, noch voor schade als gevolg van explantatie of vervanging van de ESPRIT. Sorin CRM heeft niemand gemachtigd deze garantiebepalingen te modificeren ARTIKEL 1: GARANTIEVOORWAARDEN 1. De implanteerbare ESPRIT-hartpacemaker wordt alleen voor eerste implantatie gegarandeerd. 2. Het EURID/IAPM-implantatieformulier moet binnen 30 dagen na implantatie aan Sorin CRM zijn geretourneerd. 3. De ESPRIT-hartpacemaker moet vóór de op de verpakking vermelde uiterste gebruiksdatum worden geïmplanteerd. NEDERLANDS 33
36 4. De garantie geldt uitsluitend voor verdachte apparaten die aan de fabrikant zijn geretourneerd, mits zorgvuldig verpakt en vergezeld van een volledig door het ziekenhuis of de arts ingevuld explantatierapport en mits het apparaat na onderzoek door Sorin CRM als defect wordt beschouwd. Het apparaat moet binnen 30 dagen na explantatie aan Sorin CRM geretourneerd zijn. Alle geretourneerde en onder de voorwaarden van deze garantie vervangen apparaten worden het exclusieve eigendom van Sorin CRM. Alle rechten onder de voorwaarden van deze garantie komen te vervallen als het ESPRIT-apparaat door een ander dan Sorin CRM is geopend. Deze rechten komen eveneens te vervallen als het apparaat door onzorgvuldigheid of een ongeluk beschadigd is. Dit is met name het geval als het apparaat blootgesteld is aan temperaturen hoger dan 50 C, aan elektrisch misbruik of aan (een) mechanische schok(ken), met name als het gevallen is. Voorts vervalt de garantie als na verwijdering van het apparaat de deskundige mening van een derde partij gevraagd is. 5. De garantie komt te vervallen als bewezen wordt dat het apparaat verkeerd gebruikt of inadequaat geïmplanteerd is, d.w.z. niet overeenkomstig de aanbevelingen in de ESPRIThandleiding voor de arts. 6. De geleidingsdraden en andere voor de implantatie gebruikte accessoires vallen niet onder deze garantie. 34 NEDERLANDS
37 7. De voorwaarden voor vervanging, beschreven in artikel 2, hebben betrekking op alle apparaten die binnen de garantieperiode wegens een lege batterij worden vervangen, zonder enig verband met uitval van componenten of fouten bij de fabricage. De levensduur van de batterij van het apparaat varieert met de instellingen en de stimulatiewerking van het apparaat in de loop van de tijd ARTIKEL 2: VOORWAARDEN VOOR VERVANGING 1. Bij uitval van de ESPRIT als gevolg van uitval van een component, een fabricagefout of een ontwerpfout die zich voordoet binnen vijf jaar na de implantatiedatum verplicht Sorin CRM zich tot: kosteloze vervanging van het geëxplanteerde apparaat door een Sorin CRM-apparaat met gelijkwaardige functies; of verstrekking van een vervangingskrediet gelijk aan het bedrag dat nodig is voor de aanschaf van een ander vervangend Sorin CRM-apparaat. 2. Het onder de garantievoorwaarden verstrekte krediet is in geen geval hoger dan de aanschafprijs van een vervangend Sorin CRM-apparaat. NEDERLANDS 35
38 14. VERKLARING VAN SYMBOLEN De symbolen op de productetiketten hebben de volgende betekenis: Uiterste gebruiksdatum Fabrikant Fabricagedatum Serienummer Partijnummer Uitsluitend voor eenmalig gebruik Gesteriliseerd met ethyleenoxide Let op: raadpleeg de bijbehorende documentatie Datum van laatste herziening van deze implantatiehandleiding: NEDERLANDS
39
40 Manufactured in : Sorin CRM S.r.l. Via Crescentino s.n Saluggia (VC) - Italy Tel: Facsimile: ANLO986A
Implantatiehandleiding. Tweekamer frequentieadapterende pacemaker
Implantatiehandleiding Tweekamer frequentieadapterende pacemaker blank blank INHOUDSOPGAVE 1. Algemene beschrijving... 6 2. Indicaties... 6 3. Contra-indicaties... 7 3.1. Algemeen... 7 3.2. Mogelijke
INHOUDSOPGAVE 1. Algemene beschrijving... 8 2. Indicaties... 8 3. Contra-indicaties... 8 3.1. Algemeen... 8 3.2. Mogelijke complicaties... 9 4. Waarschuwingen voor de patiënt... 9 4.1. Risico's in verband
Implantatiehandleiding. VDD pacemaker
Implantatiehandleiding VDD pacemaker blank blank INHOUDSOPGAVE 1. Algemene beschrijving... 6 2. Indicaties... 6 3. Contra-indicaties... 7 3.1. Algemeen... 7 3.2. Mogelijke complicaties... 7 4. Waarschuwingen
Uitleg externe tijdelijke pacemaker
Uitleg externe tijdelijke pacemaker De eerste externe pacemaker (1958) drs. M. van Trigt Sr. Therapy Sales Specialist Medtronic Trading NL BV 1 Externe tijdelijke tweekamerpacemaker Marcel van Trigt 10
Pacemakers en ICD s. Symposium voor anesthesiemedewerkers. Kitty van der Beek-Schouten. Cardiac Device Specialist RdGG.
Pacemakers en ICD s Symposium voor anesthesiemedewerkers 20 mei 2016 Kitty van der Beek-Schouten Cardiac Device Specialist RdGG VRAAGJE. Hoeveel ICD dragers in Nederland? 35.000 er komen jaarlijks ongeveer
Wind, Sun & Rain Sensor Instructions
Awning Instructions Wind, Sun & Rain Sensor Instructions B C D Nederlands Wind, Zon & Regen Sensor Instructies Inhoud Garantie Voordat u de sensor aansluit raden wij u aan de instructies zorgvuldig door
GEBRUIKSAANWIJZING Wolff Vochtmeter V1-D4 #071053
GEBRUIKSAANWIJZING Wolff Vochtmeter V1-D4 #071053 1. Productomschrijving: De Wolff V1-D4 vochtmeter is een niet-destructieve vochtmeter voor het meten van diverse ondergronden zoals beton, dekvloeren,
MyDiagnostick 1001R - Apparaat Handleiding DSF FINAL Revision 1. MyDiagnostick 1001R. Apparaat Handleiding. Page 1 of 11
MyDiagnostick 1001R Apparaat Handleiding Page 1 of 11 Table of Contents 1 INLEIDING... 3 1.1 Gebruiksdoel... 3 1.2 Software... 3 1.3 Informatie regelgeving... 3 1.4 Waarschuwingen... 3 2 VERPAKKING...
VI-D4 Beton Vochtmeter
VI-D4 Beton Vochtmeter PRODUCTBESCHRIJVING De Caisson VI-D4 vochtmeter is een niet-destructieve vochtmeter voor het meten van diverse ondergronden zoals beton, dekvloeren, gips etc. Door middel van het
Calortrans CT3845(M) Handleiding.
Calortrans CT3845(M) Handleiding BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Voor veilig gebruik van de Calortrans CT3845(M) transferpers moeten de volgende voorzorgsmaatregelen genomen worden: Vóór gebruik: Lees
C1250 GEBRUIKSAANWIJZINGEN. Elektronische
Elektronische GEBRUIKSAANWIJZINGEN Handleidingen zijn onderworpen aan wijzigingen; van iedere handleiding is de meest recente uitgave altijd online beschikbaar. Gedrukt op: november 25, 2015 M PB Swiss
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-1000 STEKKERDOOSSCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-1000 STEKKERDOOSSCHAKELAAR A B C * Verlichting: Aan / Uit * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator (spannings-
CCS COMBO 2 ADAPTER. Handleiding
CCS COMBO 2 ADAPTER Handleiding WAARSCHUWINGEN BEWAAR DEZE BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES. Dit document bevat belangrijke instructies en waarschuwingen die bij het gebruik van de CSS Combo 2-adapter
NEXHO-PS Zonweringmodule Instructies voor assemblage en bediening
NEXHO-PS Zonweringmodule Instructies voor assemblage en bediening LET OP Lees deze instructies aandachtig door en bewaar ze voor toekomstig gebruik. Apparatuur van NEXHO moet door een bevoegde elektricien
OVERZICHT APPARAAT. Knop Type patiënt. Pacemaker. Sync. Knop Rapporten Knop Afdrukken. Navigatieknoppen. Therapiepoort. ECG-poort.
SCHERM DEFIBRILLATOR OVERZICHT APPARAAT Knop Type patiënt Indicator Klaar voor gebruik USB-poort Therapieknop Overzicht apparaat AED Off Uit Monitor Display Kies energie Laden-knop Pacemaker Knop Lead
DVM830L -- Digitale Mini Multimeter
1. Beschrijving -- Digitale Mini Multimeter De is een compacte multimeter met een 3 ½ digit LCD. Met dit apparaat kunt u AC en DC spanning, DC stroom, weerstanden, diodes en transistors meten. Het apparaat
ALCT 6/24-2 GEBRUIKSAANWIJZING
ALCT 6/24-2 GEBRUIKSAANWIJZING [1] b c g d f e a [2] 0,5 1 2 NL Gebruiksaanwijzing ALCT 6/24-2 VOORWOORD Geachte klant, Dank u voor de aanschaf van de ANSM ANN lader ALC T 6-24/2. Deze gebruiksaanwijzing
Trevler AIR handleiding. Opmerkingen
AIR Handleiding WAARSCHUWING Stel de Trevler module niet bloot aan water of andere vloeibare substanties om gevaar voor u en schade aan het apparaat te voorkomen. Open de behuizing van uw Trevler nooit,
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-3500 TUIN STEKKERDOOS SCHAKELAAR ZWAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-3500 TUIN STEKKERDOOS SCHAKELAAR ZWAAR D C B A * * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator (spannings- en
Ga voor registratie van uw product en ondersteuning naar SBT50/00. Gebruiksaanwijzing
Ga voor registratie van uw product en ondersteuning naar www.philips.com/welcome SBT50/00 Gebruiksaanwijzing a b c d e f BEEP PHILIPS SBT50 1 Belangrijk Veiligheid Belangrijke veiligheidsinstructies
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Inhoud
Gefeliciteerd met uw nieuwe autoalarm! Lees de gebruikershandleiding voor gebruik zorgvuldig door en maak u vertrouwd met de verschillende functies van uw autoalarm. Deze handleiding beschrijft de functies
Gebruiksaanwijzing BullDuster
Gebruiksaanwijzing BullDuster 1 Inhoudsopgave Pagina Introductie / Algemeen 2 Bediening / Filters 3 Accessoires 4 Vervangtabel filters 4 Garantie 4 Probleemoplossing 4 Conformiteitsverklaring 4 Introductie
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 PIR-2050 BEWEGINGSMELDER
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 PIR-2050 BEWEGINGSMELDER A B C E D * F * Afbeelding willekeurige KlikAanKlikUit stekkerdoos-schakelaar (niet inbegrepen) 1 A: Huiscode-schijf B: Cijfercode-schijf C: Deurbelschakelaar
Draatloze veiligheidsalarmset TX-104
Technaxx * Gebruiksaanwijzing Draatloze veiligheidsalarmset TX-104 [extra: Set 3-Bewegingsdetectiesensoren TX-105] Hierbij de fabrikant Technaxx Deutschland GmbH & Co.KG verklaart, dat dit product, waarop
Calortrans M55. Handleiding
Calortrans M55 Handleiding Voorwoord BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Voor veilig gebruik van de Calortrans M55 mokkenpers moeten de volgende voorzorgsmaatregelen genomen worden: Vóór gebruik: Lees de
SENSIA SES01 Eenkamerpacemaker (AAI/VVI)
SENSIA SES01 Eenkamerpacemaker (AAI/VVI) Implantatiehandleiding 2005 0123 Onderstaande termen zijn handelsmerken van Medtronic: Capture Management, Medtronic, Sensia Inhoud 1 Beschrijving 5 2 Indicaties
Life-Point Pro Trainer manual A5 20-01-15 kleur voor prints.indd 1
Life-POINT Pro AED TRAINER handleiding Life-Point Pro Trainer manual A5 20-01-15 kleur voor prints.indd 1 20-01-15 20:03 Life-Point Pro AED - TRAINER Handleiding BELANGRIJK Leest u deze handleiding zorgvuldig
Stel de Trevler module niet bloot aan water of andere vloeibare substanties om gevaar voor u en schade aan het apparaat te voorkomen.
Handleiding WAARSCHUWING Stel de Trevler module niet bloot aan water of andere vloeibare substanties om gevaar voor u en schade aan het apparaat te voorkomen. Open de behuizing van uw Trevler nooit, om
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AEX-701 SIGNAALVERSTERKER
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AEX-701 SIGNAALVERSTERKER * A B C * D * Afbeelding van de AC-1000 Stekkerdoosschakelaar, en de YCT-102 Afstandsbediening (beide niet inbegrepen) A: Voetplaatje met uitsparingen
Calortrans M55. Handleiding.
Calortrans M55 Handleiding BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Voor veilig gebruik van de Calortrans M55 mokkenerpers moeten de volgende voorzorgsmaatregelen genomen worden: Vóór gebruik: Lees de complete
Let op! Zware lading. Sta niet onder de hangende lading tijdens het transport of de montage.
Instructie handleiding MINIBEL Luchtgordijnen Waarschuwingsadvies symbolen Attention, Gevaar, Waarschuwing! Gevaarlijke stroom of hoge voltages! Kans op verwondingen! Gevaar! Sta niet onder de hangende
M Series XL Battery. ZOLL XL Smart Battery Rev. C
M Series XL Battery ZOLL XL Smart Battery 9650-0221-16 Rev. C De verschijningsdatum of het revisienummer van deze handleiding bevindt zich op de voorzijde. ZOLL, XL Battery, Smart Battery, Base PowerCharger
AGDR-300 TUIN STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR. 2x 3x
2x 3x [5] De stekkerdoos schakelt ter bevestiging 2x in en uit. De code van de zender is in het geheugen van de stekkerdoos opgeslagen en het product is klaar voor gebruik. Er kunnen maximaal 6 verschillende
APT-200. Tweeweg handzender. Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19
APT-200 Tweeweg handzender Firmware versie 1.00 apt-200_nl 03/19 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND tel. +48 58 320 94 00 www.satel.eu BELANGRIJK Uw rechten op garantie vervallen
GEBRUIKSAANWIJZING EIGENSCHAPPEN VOOR HET GEBRUIK
Hartelijk dank voor de aankoop van dit product van JB Systems. Lees deze gebruiksaanwijzing zeer zorgvuldig door, om volledig van alle mogelijkheden te kunnen profiteren. EIGENSCHAPPEN Gebruikersvriendelijke
Gebruikershandleiding Cardioman. Inleiding
Inleiding Hartelijk gefeliciteerd met de aankoop van uw Cardioman, het eerste waarschuwingsapparaat voor elektrische, magnetische en elektromagnetische velden speciaal bedoeld voor pacemakeren ICD-patiënten.
Dringende veiligheidskennisgeving
Dringende veiligheidskennisgeving December 2017 Onderwerp: Pacemakers technische programmeerinformatie minuutventilatie-sensor. Ref.: 92186345-FA Getroffen pacemakers Models VALITUDE CRT-P U125, U128 ACCOLADE
Contents Inhoud. Wind, Zon & Regen Sensor Instructies. Inhoud: Sensor Functies:
Wind, Zon & Regen Sensor Instructies Contents Inhoud Sensor Voordat u de sensor aansluit raden wij u aan de instructies zorgvuldig door te lezen. Het kan zo zijn dat u een beroeps electricien moet inschakelen
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-300 STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.1 AC-300 STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR A B C * Verlichting: Aan / Uit / Dimmen * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator
GPRS-A. Universele monitoringsmodule. Quick start. De volledige handleiding is verkrijgbaar op Firmware versie 1.00 gprs-a_sii_nl 02/18
GPRS-A Universele monitoringsmodule Quick start De volledige handleiding is verkrijgbaar op www.osec.nl Firmware versie 1.00 gprs-a_sii_nl 02/18 SATEL sp. z o.o. ul. Budowlanych 66 80-298 Gdańsk POLAND
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-300 TUIN STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-300 TUIN STEKKERDOOS DIMMER/SCHAKELAAR D C B A * * Afbeelding van de YCT-102 (niet altijd inbegrepen, check de specificaties op de verpakking) A: Indicator (spannings- en
DIGITALE STROOMTANG - KEW SNAP MODEL 2017/2027RMS voor het meten van wisselstroom. Klauwen. Klauwopener. Bereikkeuzeschakelaar. Veiligheidsarmband
DIGITALE STROOMTANG - KEW SNAP MODEL 2017/2027RMS voor het meten van wisselstroom Klauwen Data Hold Klauwopener Bereikkeuzeschakelaar Uitlezing Aansluitklem COM Aansluitklem VOLT/ Veiligheidsarmband 1.
GEBRUIKSAANWIJZING FT-07
GEBRUIKSAANWIJZING FT-07 1 2 3 1: temperatuur sensor 2: display 3: aan/start/stop/geheugen/uit toets temperatuur weergave display temperatuur weergave geheugen lege batterij indicatie 2 INTRODUCTIE De
GEBRUIKSAANWIJZING FX-500
GEBRUIKSAANWIJZING FX-500 FX-500 De Fysic FX-500 is een extra nummerkiezer voor geheugennummers. Per toets kunnen handige foto s of symbolen worden geplaatst, zodat met één druk op de knop die bewuste
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA2-2300R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS A C B 1 2 1 2 G D E A: LED-indicator B: Kinderbeveiliging C: LED-indicator D: Aan/uit-toetsen E: Groeptoets (kanaal 1 en
www.klikaanklikuit.nl
www.klikaanklikuit.nl START-LINE ZENDER AEX-701 LEES ALTIJD EERST DEZE HANDLEIDING versie 2.0 Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen DRAADLOZE SIGNAALREPEATER Lees
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APCR-2300 STEKKERBLOK SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APCR-2300 STEKKERBLOK SCHAKELAAR A B C A: LED-indicator B: Verbindingsknop C: Kinderbeveiliging 1 [1] Plaatsen stekkerblok schakelaar Plaats de stekker van het stekkerblok in
In het geval er vijf streepjes op de display komen -----, betekent dit dat het toestel opgestart werd met een last in de haak.
1. Gebruiksaanwijzing Eerst de sluitingen boven en onder het weegsysteem monteren, evenals de ring en de haak. Daarna het toestel ophangen aan de haak van de takel, kraan of andere hijstoestel. Druk op
GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 ABST-604 DRAADLOZE SCHEMERSENSOR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 ABST-604 DRAADLOZE SCHEMERSENSOR OMSCHRIJVING De ABST-604 draadloze schemersensor kunt u overal plaatsen, zowel binnen als buiten, zonder gedoe met installatiedraden. De zender
GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 AWST-8802 DRAADLOZE DUBBELE WANDSCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 AWST-8802 DRAADLOZE DUBBELE WANDSCHAKELAAR OMSCHRIJVING Deze draadloze wandschakelaar kan op iedere gewenste plaats bevestigd worden, zonder gedoe met draden of hoge spanning.
VOCHTIGHEIDSMETER ECO 10 Handleiding ECO SCAN
VOCHTIGHEIDSMETER ECO 10 Handleiding ECO SCAN Prof PRAXIS cvba Scheibeekstraat 29 1540 HERNE BELGIE Tel : 0032/2 356 37 52 Fax : 0032/2 356 21 78 [email protected] www.prof-praxis.com 1. OMSCHRIJVING
Gebruikershandleiding
Gebruikershandleiding Xperia SmartTags NT1/NT2 Inhoudsopgave Inleiding...3 Aan de slag...4 De NFC-functie inschakelen...4 NFC-detectiegebied...4 Smart Connect gebruiken om labels te beheren...4 Xperia
PIJN VERLICHTEN, LEVEN HERSTELLEN. U krijgt een permanent neurostimulatiesysteem. Innovating for life.
PIJN VERLICHTEN, LEVEN HERSTELLEN U krijgt een permanent neurostimulatiesysteem Innovating for life. 1 Tijdens de operatie wordt een permanente neurostimulator onder uw huid geplaatst. Deze neurostimulator
Air Trade Centre NV, Hoogstraat 180, 1930 Zaventem, België www.fujitsu-airco.be
Module voor redundantie/omschakelen GEBRUIKS- EN MONTAGEAANWIJZINGEN UTD-USM 208 Air Trade Centre NV, Hoogstraat 180, 1930 Zaventem, België www.fujitsu-airco.be Inhoud 1. Inleiding en veiligheidsvoorschriften...
Algemene kenmerken HeartStart defibrillatoren. De HeartStart defibrillatoren kenmerken zich door de volgende voordelen:
Algemene kenmerken HeartStart defibrillatoren De HeartStart defibrillatoren kenmerken zich door de volgende voordelen: een dagelijkse, wekelijkse en maandelijkse zelftest; uitgerust met een SMART-analyse
Afzuigkap Gebruiksaanwijzing
Afzuigkap Gebruiksaanwijzing Inhoudsopgave 1.Opmerkingen 2.Functies 3..Installatie 4..Opmerkingen over installatie 5..Veiligheidswaarschuwingen 6 Gebruik 7 Onderhoud 1 Opmerkingen 1. Bedankt voor het kiezen
www.klikaanklikuit.nl
www.klikaanklikuit.nl START-LINE ZENDER AMST-606 LEES ALTIJD EERST DEZE HANDLEIDING versie.0 Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen DRAADLOOS DEUR/RAAM CONTACT Lees
Magnetische Resonantie beeldvorming (MRI)-onderzoek Gebruiksaanwijzing
Magnetische Resonantie beeldvorming (MRI)-onderzoek Gebruiksaanwijzing Neuro Het cochleair implantaat systeem 0459 (2015) Neurelec S.A.S 2720 Chemin Saint Bernard, 06220 Vallauris Frankrijk TEL: +33 (0)4
GSM interne antenne 970.197 V1 2015.04. Aanvulling op installatie
GSM interne antenne 970.197 V1 2015.04 nl Aanvulling op installatie GSM interne antenne Veiligheidsinstructies nl 3 1 Veiligheidsinstructies LET OP! Lees zorgvuldig deze veiligheidsinstructies voordat
HANDLEIDING BEWEGINGSMELDER
HANDLEIDING BEWEGINGSMELDER Inhoud INSTALLATIE... 2 GEVOELIGHEIDSDETECTIE... 3 HUISDIERMODUS... 4 TESTEN... 5 WANNEER IS DE BEWEGINGSMELDER ACTIEF?... 6 LED AAN/UIT SELECTIE... 6 DETECTIEPATROON... 6 VEELGESTELDE
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AMST-606 MAGNEETSCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AMST-606 MAGNEETSCHAKELAAR B C * A D D E * Afbeelding van de AC-1000 stekkerdoosschakelaar (niet inbegrepen) 1 A: Deel 1 B: Deel2 C: Batterij D: Bevestigingspunt E: Schakeltijd-schijf
testo 330i Rookgas-meetinstrument Inbedrijfstelling en veiligheid
testo 330i Rookgas-meetinstrument Inbedrijfstelling en veiligheid www.testo-international.com/330imanuals 2 1 Inbedrijfstelling 1 Inbedrijfstelling 1.1. App installeren Voor de bediening van het meetinstrument
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 WST-8800 WANDSCHAKELAAR ENKEL
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 WST-8800 WANDSCHAKELAAR ENKEL * A B C D E F G Verlichting: Aan / Uit / Dimmen Electrische zonwering: Open / Dicht / Stoppen * Afbeelding van de HDR-105 Halogeendimmer/schakelaar
Professional Supplies BORDENWARMKAST. Modelnr.: *688.050 - *688.050 - *688.050. CaterChef 60
Professional Supplies Modelnr.: *688.050 - *688.050 - *688.050 CaterChef 120 CaterChef 60 CaterChef 30 GEBRUIKSAANWIJZING Lees deze instructies aandachtig door alvorens het apparaat te gebruiken. 688050-51-52
BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER
BLUETOOTH-AUDIO-ONTVANGER/Z ENDER Snel installatiegids DA-30501 Inhoud Vóór gebruik... 2 1. Informatie over de DA-30501... 2 2. Systeemeisen... 2 3. Overzicht... 2 Aan de slag... 3 1. De batterij van de
ACD-1000 STEKKERDOOS SCHAKELAAR
GEBRUIKSAANWIJZING* v. 1.1 ACD-1000 STEKKERDOOS SCHAKELAAR *Op www.klikaanklikuit.nl vindt u altijd de meest recente gebruiksaanwijzingen Gefeliciteerd met de aankoop van dit KlikAanKlikUit product. U
VOLT POT 1K R 220. OPEN FOR 60 Hz STAB. Spanningsregelaars R 220. Installatie en onderhoud
VOLT POT 1K 110 0V E+ E- OPEN FOR 60 Hz STAB Deze handleiding is van toepassing op de regelaar van de alternator die u aangekocht hebt. We wensen uw aandacht te vestigen op de inhoud van deze onderhoudshandleiding.
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-3500 STEKKERDOOS SCHAKELAAR BUITEN
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 AGDR-3500 STEKKERDOOS SCHAKELAAR BUITEN Gefeliciteerd met de aankoop van dit KlikAanKlikUit product. U hebt een kwalitatief hoogwaardig product in handen waarvan u vele jaren
www.philips.com/welcome
Register your product and get support at www.philips.com/welcome HP8230 HP8232 HP8233 NL Gebruiksaanwijzing HP8230 H a (14mm) (11mm) g f e d c b ( g ) HP8230 ( f ) HP8232 HP8233 a (14mm) ( c ) (11mm) b
OPERACE Extractiesysteem voor implantaat schroef Schroefaandrijvingsstalen Instrumenten voor meervoudig gebruik
Elektronische GEBRUIKSAANWIJZINGEN OPERACE Extractiesysteem voor implantaat schroef Schroefaandrijvingsstalen Instrumenten voor meervoudig gebruik Handleidingen zijn onderworpen aan wijzigingen; van iedere
GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING
GASTRO BUFFET - SALADEBAR GEBRUIKSAANWIJZING EN ONDERHOUDSHANDLEIDING SBM3 / 125.505 SBM4 / 125.510 SBM6 / 125.520 INHOUDSOPGAVE 1. DOEL en BEREIK 2. AANSPRAKELIJKHEID 3. AANWIJZINGEN 4. BASISEIGENSCHAPPEN
Thermis WireFree io temperatuur sensor
Thermis WireFree io temperatuur sensor Installatiehandleiding Artikelnummer 822303 - 2 - Thermis WireFree io temperatuur sensor Inhoudsopgave Pagina Omschrijving 4 Productvoordelen 4 Veiligheid 4 Specifieke
1 Kenmerken: 2 Installatie: MontageGIDS. inteo SOLIRIS IB
nvsysa-mo7-0 MontageGIDS inteo 1 Kenmerken: De is een zon- en windautomaat voor het sturen van meerdere motoren via een Inteo buslijn. De windsnelheid en de lichtintensiteit worden gemeten met behulp een
Wij beschermen mensen
Wij beschermen mensen SafetyTracer handleiding Mopas Lite 1. Functies en eigenschappen 2 2. Veiligheidsinstructies 2 3. Gebruik 3 4. Alarmeren 4 5. Oproep 4 6. Statusoverzicht van de Mopas Lite 4 7. Technische
Gebruiksaanwijzing Teller serie DC50 Versie 2.0 ISO 9001
Gebruiksaanwijzing Teller serie DC50 Versie 2.0 ISO 9001 Inhoud 1 Veiligheid 2 Uitleg toetsen 3 Instellingen parameters 4 Basis functies 5 Technische gegevens 6 Afmetingen 7 Foutmeldingen 8 Garantie 1.
TECHNISCHE HANDLEIDING
Pagina 1 van 6 Pagina 2 van 6 INHOUDSOPGAVE 1. OMSCHRIJVING... 3 2. ALGEMENE VEILIGHEIDSINSTRUCTIES... 3 3. TECHNISCHE GEGEVENS... 3 4. INSTALLATIE EN BEDIENING... 3 5. ONDERHOUD... 5 6. ALGEMENE VOORWAARDEN...
Handleiding Quick start
Handleiding Quick start Geachte klant, Hartelijk dank dat u heeft gekozen voor de mobiele telefoon General Mobile Discovery. Deze quick start handleiding is bedoeld om de belangrijkste functies van het
GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 AMST-606 DRAADLOOS MAGNEETCONTACT
GEBRUIKSAANWIJZING v. 2.0 AMST-606 DRAADLOOS MAGNEETCONTACT OMSCHRIJVING Dit draadloze magneetcontact kan op iedere gewenste plaats bevestigd worden, zonder gedoe met draden of hoge spanning. Met het
Oogmassage apparaat TB-1583 HANDLEIDING
Oogmassage apparaat TB-1583 HANDLEIDING TB-1583 WWW.PRIMO-ELEKTRO.BE Lees aandachtig alle instructies - bewaar deze handleiding voor latere raadpleging. 1. GARANTIE 3 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN 4 3. ONDERDELEN
GEBRUIKSAANWIJZING Pen Multimeter PCE-TT 3
PCE Brookhuis B.V. Institutenweg 15 7521 PH Enschede The Netherlands Telefoon: +31 (0)900 1200 003 Fax: +31 53 430 36 46 [email protected] www.pce-instruments.com/dutch GEBRUIKSAANWIJZING Pen Multimeter
Kingfisher GPS. track & trace. Beknopte gebruikershandleiding
Kingfisher GPS track & trace Beknopte gebruikershandleiding Wij willen u hartelijk bedanken voor het aanschaffen van een FALCC Kingfisher. De Falcc Kingfisher is een zeer uitgebreid systeem. Deze beknopte
URGENT FIELD SAFETY NOTICE. 1: Informatie over de VF inductie test door middel van een stimulatieburst van 30 Hz met RF-telemetrie
HOSPITAL NAME Cardioloog ADDRESS 27 juli 2016 URGENT FIELD SAFETY NOTICE Betreft PLATINIUM-apparaten geproduceerd door Sorin Group Italia S.r.l. 1: Informatie over de VF inductie test door middel van een
HARTSLAGFREQUENTIE SENSOR BT47i
HARTSLAGFREQUENTIE SENSOR BT47i GEBRUIKERSHANDLEIDING CENTRUM VOOR MICROCOMPUTER APPLICATIES http://www.cma-science.nl Korte beschrijving De Hartslagfrequentie sensor BT47i meet de hartslag van een persoon.
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA3-1500R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS
GEBRUIKSAANWIJZING v. 1.0 APA3-1500R AFSTANDSBEDIENING EN STEKKERDOOS SCHAKELAARS Waar moet u op letten? Het KlikAanKlikUit systeem De set APA3-1500R is eenvoudig uit te breiden met andere KlikAanKlikUit
De Arthrex GraftBolt DFU Herziening 5
De Arthrex GraftBolt DFU-0173 Herziening 5 A. BESCHRIJVING VAN HET MEDISCHE HULPMIDDEL De Arthrex GraftBolt is een gecanuleerde schroef met bijpassende huls. Deze hulpmiddelen zijn verkrijgbaar in verschillende
GEBRUIKSAANWIJZING Ampèremeter PCE-CM 4
PCE Brookhuis B.V. Institutenweg 15 7521 PH Enschede The Netherlands Telefoon: +31 (0)900 1200 003 Fax: +31 53 430 36 46 [email protected] www.pce-instruments.com/dutch GEBRUIKSAANWIJZING Ampèremeter
GLENVEIGH SURGICAL BALLON VOOR VAGINAAL HERSTEL
GLENVEIGH BALLON VOOR VAGINAAL HERSTEL GEBRUIKSAANWIJZING LET OP: volgens de federale wetgeving van de VS mag dit hulpmiddel uitsluitend worden verkocht door of op voorschrift van een arts. Lees vóór gebruik
TENS. Pijncentrum Tel. 011 826 227. mensen zorgen voor mensen
Infobrochure TENS Pijncentrum Tel. 011 826 227 mensen zorgen voor mensen Wat is TENS? TENS staat voor Transcutane Elektrische zenuw (Nerve) Stimulatie. Een TENS-apparaat is een toestel dat zachte elektrische
Hoofdbediening CO 2. RF en Uitbreidingssensor CO 2. RF Handleiding voor de gebruiker. Verwarming Koeling Ventilatie Filtering
Hoofdbediening RF en Uitbreidingssensor RF Handleiding voor de gebruiker In de Kasbah geplaatst in het voorjaar 2015 Verwarming Koeling Ventilatie Filtering www.dekasbah.nl Inhoudsopgave 1. Introductie
Register your product and get support at SBA3010/00. Gebruiksaanwijzing
Register your product and get support at www.philips.com/welcome SBA3010/00 Gebruiksaanwijzing 1 Belangrijk Veiligheid Belangrijke veiligheidsinstructies Let op waarschuwingen. Volg alle instructies.
Speciale aanbevelingen
HANDLEIDING Inhoud Introductie... 2 Functies... 3 Speciale aanbevelingen... 4 Onderhoud en service... 5 Milieubescherming... 6 Internationale garantie AIRBAG HORLOGES... 7 1 Introductie Gefeliciteerd met
ENRHYTHM MRI SURESCAN EMDR01
ENRHYTHM MRI SURESCAN EMDR01 Tweekamerpacemaker met SureScan -technologie (OAE-DDDR) MR Conditional (MR-veilig onder voorwaarden) met MVP -modus, AT/AF Suite-diagnostieken en -therapieën, en Cardiac Compass
Charging base handleiding
Charging base handleiding Hartelijk dank Hartelijk dank dat u voor deze oplaadbare oplossing hebt gekozen. Uw charging base Uw hoorspecialist: Introductiejaar: 2017 Telefoonnummer: Serienummer: Garantie:
MS Semen Storage Pro
MS Semen Storage Pro 150 4508425 NL MS Semenstorage PRO 150 Gebruiksaanwijzing... 3 4508425/11-01-2016/F Inhoud MS Semen Storage Pro 150... 1 Bepalingen... 3 Introductie... 4 MS Semen Storage... 5 Aanbevelingen...
Veiligheid afwasautomaat 4. Vereisten installatie 5. Instructies installatie 7
Montageinstructies Veiligheid afwasautomaat 4 Vereisten installatie 5 Instructies installatie 7 Veiligheid afwasautomaat De veiligheid van uzelf en van andere personen is erg belangrijk. We hebben een
PROGRAMMEERBARE TEMPERATUUR DETECTOR TD-1_NL 07/11
TD-1 PROGRAMMEERBARE TEMPERATUUR DETECTOR TD-1_NL 07/11 1. Toepassingen De detector kan temperatuur meten en worden gebruikt om informatie te tonen over: Te lage temperatuur, bijv. in kassen, bloemenwinkels,
Gebruiksaanwijzing. Mehrsprachige Anleitung unter Multilingual manuals at. pro BENNING TRITEST BENNING BENNING BENNING.
Gebruiksaanwijzing Mehrsprachige Anleitung unter www.benning.de Multilingual manuals at TRITEST pro TRITEST pro D F 8 9 J 1 2 3 6 7 4 5 TRITEST pro T.-Nr: 10115280.01 Stand: 10-2014 10/ 2014 TRITEST pro
PROTOCOL voor follow-up onderzoek bij pacemakerpatiënten
PROTOCOL voor follow-up onderzoek bij pacemakerpatiënten datum: 03-10-2001 1. De afspraken met pacemakerpatiënten voor een follow-up onderzoek worden door het pacemakerteam gemaakt. Dit kan gebeuren: 1)
