Basisprincipes EN EN

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Basisprincipes EN 61439-1 EN 60204-1"

Transcriptie

1 Basisprincipes EN EN Uitgave 2011 Gregoor Verlinden Directeur Speciale Technieken en Vorming Electro-Test Electro-Test bvba Erkend opleidingsverstrekker Kerkstraat MELSBROEK Telefoon: (02) Fax: (02)

2 COLOFON Dit werk is tot stand gekomen met de steun van het RTC Vlaams Brabant. Dit document mag aan de scholen in de integrale vorm gratis aangeboden worden. De scholen dienen deze syllabus in zijn geheel aan de leerlingen voor te stellen. Deze syllabus werd samengesteld door Electro-Test bvba. De auteur is Dhr. Gregoor Verlinden, Directeur Speciale Technieken en Vorming bij Electro-Test vzw. Niets van deze uitgave, zelfs gedeeltelijk, mag openbaar worden gemaakt, gereproduceerd, vertaald of aangepast, in enige vorm ook, hierin begrepen fotokopie, microfilm, bandopname of enig andere digitale vorm, of opgeslagen worden in een geautomatiseerde gegevensbank, behoudens voorafgaande en geschreven toestemming van de uitgever. GV/SV/ E.204.A

3 1 Inleiding Situering AREI Situering EN reeks EN Situering EN Definities EN IEC EN EN Bord Bordkenmerken klasse IP-graden Leidinginvoer Stroomrails art EN EN EN Netscheider Kenmerken Indien vermogenscheider IP-graden Aansluiting EN EN Overstroombeveiligingen Automaten - technische karakteristieken Smeltveiligheden - technische karakteristieken IP-graden Aansluitingen EN EN Contactoren Technische karakteristieken IP-graden Aansluitingen EN EN Stuurtransfo 40 VA Technische karakteristieken IP-graden Aansluitingen EN EN Drukknoppen Kenmerken GV/SV/ E.204.A

4 3.6.2 IP-graden Aansluitingen EN EN Potentiaalvereffeningen Kenmerken IP-graden Aansluitingen EN EN Externe leidingen Kenmerken IP-graden aansluitingen EN EN Motoren Kenmerken Elektromotoren en bijbehorende uitrusting IP-graden Stopcontacten en verlichting Stopcontacten Verlichting Schema s, gegevens en attesten Schema s EN art Controles en proeven Controles Wie voert de controles uit? Bijlagen Beknopt overzicht van beide normen Belangrijke pictogrammen Berekeningsvoorbeeld TN-S Rekenvoorbeeld Tabellen Overeenkomst bordenbouwer en eindklant Borden vormen Routine testen GV/SV/ E.204.A

5 1 Inleiding 1.1 Situering AREI Het AREI (Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties) via het KB 10/03/1981 heeft kracht van wet. Het AREI werd afgeleid van de IEC voorwaarden voor laagspanningsinstallaties in gebouwen. Zo ook de NEN 1010, de VDE0100, de NFC e.a. Van deze IEC-norm maakt Cenelec HD s. HD staat voor Harmonisatie Document. Een HD heeft juridisch dezelfde waarde als een Europese norm (EN). De SPECIFIEKE normen mbt machines, toestellen, borden e.d. hebben voorrang op het AREI. Zie art. 5.01, art. 7b, art Deze artikels zeggen: Art Veilig elektrisch materieel In een elektrische installatie mogen slechts veilige machines, toestellen en leidingen aangewend worden. Dit wil zeggen dat ze moeten gebouwd zijn volgens de regels van goed vakmanschap en dat ze in geval van foutloze installatie en onderhoud, en toepassing volgens hun bestemming, zowel de veiligheid van personen als het behoud van goederen niet in gevaar mogen brengen. Art. 7 b) hetzij wanneer het conform de normen is, door de Koning gehomologeerd of door het B.I.N. geregistreerd. Art. 9 Elektrische installaties 01. Nominale spanning Elektrische installaties moeten in al hun onderdelen ontworpen en uitgevoerd worden in functie van hun nominale spanning. 02. Regels van goed vakmanschap gelijkvormigheid met de normen Indien er normen bestaan, gehomologeerd door de Koning of geregistreerd door het B.I.N., moeten ze beschouwd worden als regel van goed vakmanschap. Uit deze 3 artikels kan men afleiden dat de geharmoniseerde Europese normen, MOETEN aanzien worden als regels van de kunst. Elke elektrische installatie wordt gevoed via een VERDEELBORD. De basisnormen voor LSborden vindt men in de EN reeks zie IEC reeks. GV/SV/ E.204.A

6 IEC IEC LS-schakel- en verdeelinrichtingen Deel 1 algemene regels Deel 1 algemene regels Deel 2 bijzondere eisen voor railkokersystemen Deel 3 bijzondere eisen voor LS-borden toegankelijk voor ondeskundig personeel Deel 4 bijzondere eisen voor bouwkasten Deel 2 vermogenscheiders en vermogenschakelaars + lastschakelaars en/of lastscheiders met hun mogelijke combinaties Deel 3 bijzondere eisen distributiekasten Deel 4 bijzondere eisen voor bouwkasten Deel 5 bijzondere eisen voor vermogenverdeling via het openbaar net (voetpadkasten) Deel 5 bijzondere eisen voor vermogenverdeling via het openbaar net (voetpadkasten) Deel 6 bijzondere eisen voor railkokersystemen De Europese bijbel voor elektrische installaties van machines (eenvoudige en complexe) is de EN Borden en machines bevatten overstroombeveiligingen en diverse soorten schakelaars. Hiervoor heeft Europa de EN reeks opgesteld. EN Deel 1 LS-schakelaars algemeenheden EN Deel 2 Circuit-breakers EN Deel 3 Schakelaars, scheiders, gecombineerde eenheden van schakelaars/scheiders en smeltveiligheden EN Deel 4 Schakelaars en aanzetten van motoren EN Deel 5 Stuurstroomkringen en schakelelementen EN Deel 6 Meervoudige functieschakelaars / besturings- en beveiligingsschakelaars EN Deel 7 Aanvullende apparatuur aansluitblokken voor Cu-geleiders 1.2 Situering EN reeks EN De EN is een GEHARMONISEERDE EUROPESE NORM. Deze is opgesteld door CENELEC, dwz Comité Européen de Normalisation Electricité. Cenelec kreeg de opdracht van de Europese Economische Unie of Gemeenschap (EEG). Deze EEG schreef en schrijft Economische richtlijnen. Doel van deze richtlijnen: zij regelen het vrij verkeer van goederen en/of producten in Europa. Alle economische richtlijnen MOETEN door alle lidstaten omgezet worden in een nationale regelgeving. Inhoudelijk moeten economische richtlijnen in alle lidstaten identiek zijn. GV/SV/ E.204.A

7 De wettelijk na te leven eisen of voorwaarden worden beschreven in de bijlage 1 van de economische richtlijn. Deze eisen zijn bindend voor ALLE fabrikanten en/of ontwerpers van toestellen en/of producten die onder het toepassingsgebied vallen van één of meerdere economische richtlijnen. Ter ondersteuning van de meestal algemene en vage wettelijke eisen geeft in een aantal gevallen de EEG aan het CEN of CENELEC de opdracht een Europese norm te schrijven. Als deze norm door ALLE lidstaten wordt erkend als DE REGEL VAN DE KUNST voor wat het desbetreffend onderwerp betreft, dan wordt die norm geharmoniseerd en verschijnt deze als dusdanig in het Europees Publicatieblad. ALS een geharmoniseerde norm gevolgd wordt, dan bestaat per definitie het vermoeden dat men conform is met de essentiële eisen van de bijlage 1 van de desbetreffende richtlijn voor wat het desbetreffend onderwerp betreft. MAAR men moet geen geharmoniseerde normen volgen! Samengevat: ALS een bord samengesteld en gebouwd wordt conform de EN , dan beantwoordt dit bord aan de eisen gesteld door art b van het AREI en mag het ZEKER aangewend worden. Tussen het MOGEN KOPEN en IN DIENST STELLEN is er evenwel nog een GROOT VERSCHIL. De verantwoordelijke voor de INDIENSTNAME is de werkgever. De werkgever mag enkele arbeidsmiddelen in dienst stellen als die de NODIGE waarborgen voor veiligheid bieden. Bv. een bord met IP-graad 23, een afschakelvermogen van 6000 A volgens de EN 60898, bedoeld voor een TN-S net enz., kan NIET de veiligheid waarborgen in een IT-net met verdeelde nul waar een IP44 nodig is, en als het kortsluitvermogen op de plaats van opstelling 20 ka is, is er ook een probleem. 1.3 Situering EN Nota: Wat de EN betekent voor elektrische borden, betekent de EN voor wat de elektrische installaties van eenvoudige of complexe machines bevat. Ook nu zijn de art b van het AREI de redenen en motivatie voor het naleven van de EN De EN is te aanzien als DE BIJBEL voor de elektrische installatie van machines. Europese normen worden geschreven in het Frans, Engels of Duits. De officiële vertaling vanuit de ENE gekozen taal, zal ten allen tijde voor problemen blijven zorgen. EN EN Op dit moment mogen ze beiden nog toegepast worden. Straks blijft enkel de EN nog over (01/11/2014). GV/SV/ E.204.A

8 2 Definities 2.1 EN Hierna volgen een aantal definities uit de EN versie 2006, via de NEN EN (een Belgische Vlaamse vertaling is er niet). Nota: - Art. 3.1 bedieningsorgaan deel van een toestel waarop handmatig een bedieningsactie wordt uitgevoerd Het bedieningsorgaan kan zijn uitgevoerd als hendel, knop, drukknop, rol, stoter enz. Er bestaan enkele bedieningsmogelijkheden waarbij geen externe kracht noodzakelijk is, maar slechts een handeling. - Art afscherming onderdeel dat bescherming biedt tegen directe aanraking vanuit elke gebruikelijke toegangsrichting - Art stuurstroomketen (van een machine) stroomketen voor de besturing met inbegrip van de bewaking van een machine en de elektrische uitrusting - Art besturingstoestel toestel dat zich in de stuurstroomketen bevindt en wordt gebruikt om de machine te besturen (bijvoorbeeld standopnemers, met de hand bediende stuurstroomschakelaars, relais, magneetschakelaars, magnetisch bediende kleppen) - Art schakelmaterieel schakeltoestellen en de combinatie ervan met bijbehorende besturings-, meet-, beveiligingsen regelapparatuur, tevens samenstellingen van zulke toestellen en uitrusting met bijbehorende doorverbindingen, accessoires, omhullingen en ondersteunende constructies, welke in principe zijn bedoeld voor het besturen van elektrische energie verbruikende toestellen - Art bestuurde stop stopzetten van de beweging van een machine, waarbij de elektrische energie op de aandrijforganen aanwezig blijft - Art directe aanraking aanraking van actieve delen door personen of levende have GV/SV/ E.204.A

9 - Art gedwongen schakelende contacten (in schakeltoestel) bereiken van contactscheiding als rechtstreeks gevolg van een gespecificeerde beweging van het schakeltoestel door starre delen (bijvoorbeeld niet afhankelijk van veren) - Art elektronische uitrusting dat deel van de elektrische uitrusting dat stroomketens bevat die hoofdzakelijk zijn uitgevoerd met elektronische toestellen en onderdelen - Art noodstoptoestel handmatig bediend toestel dat wordt gebruikt om een noodstopfunctie in te leiden - Art nooduitschakeltoestel handmatig bediend toestel dat wordt gebruikt om bij risico van elektrische schok of een ander risico van elektrische oorsprong, de elektrische voeding naar de installatie of een deel daarvan te onderbreken - Art omhulsel deel dat uitrusting tegen bepaalde invloeden van buiten beschermt en in elke richting tegen directe aanraking beschermt. De EN zeg tin art. 3.1: a) Omhulsels beschermen personen of levende have tegen toegang tot gevaarlijke delen. b) Afschermingen, vormen van openingen of eventuele andere middelen welke aan het omhulsel zijn bevestigd of door de omhulde uitrusting worden gevormd die geschikt zijn om het binnendringen van de gespecificeerde testpennen te voorkomen of te beperken, worden beschouwd als deel van het omhulsel, tenzij deze zonder gebruikmaking van een sleutel of gereedschap kunnen worden verwijderd. c) Voorbeelden van omhulsels zijn: een kast of doos, op de machine gemonteerd of los van de machine; een compartiment bestaande uit een omhulde ruimte binnen de machineconstructie. - Art uitrusting materialen, bevestigingstoestellen, inrichtingen, toestellen, houders, apparaten en dergelijke, die worden gebruikt als onderdeel van of in samenhang met de elektrische uitrusting van machines - Art potentiaalvereffening elektrische verbindingen tussen geleidende delen teneinde te komen tot spanningsvereffening - Art aanraakbaar geleidend deel geleidend deel van de elektrische uitrusting dat kan worden aangeraakt en onder normale bedrijfsomstandigheden niet onder spanning staat maar door een defect wel onder spanning kan komen GV/SV/ E.204.A

10 - Art vreemd geleidend deel geleidend deel dat geen deel uitmaakt van de elektrische installatie en dat oorzaak kan zijn van potentiaalversleping, in het algemeen versleping van de aardpotentiaal Opm. - Art storing einde van de mogelijkheid van een onderdeel om de vereiste functie te vervullen Na storing heeft het onderdeel een defect. "Storing" is een gebeurtenis, terwijl "defect" een toestand is. De voor deze term gegeven definitie geldt niet voor onderdelen die uitsluitend uit programmatuur bestaan. In de praktijk worden de termen "defect" en "storing" vaak als synoniemen gebruikt. Opm. - Art gevaar mogelijke bron van letsel of gezondheidsschade De term gevaar kan nader worden aangeduid met de oorsprong ervan (bijvoorbeeld: mechanisch gevaar, elektrisch gevaar) of met de aard van de mogelijke schade (bijvoorbeeld: gevaar van elektrische schok, snijwonden, vergiftiging, brand). Het in deze definitie behandelde gevaar: is òf permanent aanwezig tijdens het bedoelde gebruik van de machine (bijvoorbeeld beweging van gevaarlijke bewegende delen, elektrische boogontlading tijdens het lassen, ongezonde houding, geluidemissies, hoge temperatuur); òf kan onverwacht optreden (bijvoorbeeld: ontploffing, gevaar van beknelling ten gevolge van een onbedoelde resp. onverwachte start, uitworp ten gevolge van breuk, val ten gevolge van versnelling resp. vertraging). - Art indirecte aanraking aanraking door personen of levende have van aanraakbare geleidende delen die door een defect actief zijn geworden - Art vergrendeling/blokkering (als veiligheidsvoorziening) voorziening die zorgt voor de onderlinge verbinding tussen de afscherming(en) of toestel(len) met het besturingssysteem en/of alle of een deel van de elektrische voeding naar de machine - Art actief deel stroomgeleider die of geleidend deel dat is bedoeld om bij normaal gebruik onder spanning te staan, met inbegrip van een nulleider maar, volgens afspraak, geen PEN-leiding - Art machineaandrijving krachtmechanisme bedoeld om de machine bewegingen te doen uitvoeren GV/SV/ E.204.A

11 - Art machine groep van met elkaar verbonden delen of onderdelen, waarvan er ten minste één kan bewegen, voorzien van de bijbehorende machineaandrijvingen, stuurstroomketens en hoofdstroomketens, die voor een bepaalde toepassing zijn samengevoegd, in het bijzonder voor het verwerken, bewerken, verplaatsen of verpakken van een materiaal De term "machine" geldt tevens voor een groep machines die, voor het bereiken van één bepaald doel, zo zijn opgesteld en worden bestuurd dat zij als één geheel functioneren. - Art markering tekens of opschriften die primair zijn bedoeld voor de identificatie van uitrusting, onderdelen en/of toestellen, die tevens bepaalde eigenschappen kunnen weergeven - Art beschermingsleiding stroomgeleider die bij sommige maatregelen ter bescherming tegen elektrische schok is vereist om een elektrische verbinding tot stand te brengen tussen: aanraakbare metalen delen; vreemde geleidende delen; hoofdaardklem (PE). - Art redundantie toepassing van meer dan één toestel of systeem of deel van een toestel of systeem om ervoor te zorgen dat, in geval één ervan niet juist functioneert, een ander beschikbaar is om die functie te vervullen - Art risico combinatie van de kans dat schade optreedt (te weten letsel of gezondheidsschade) en de ernst van die schade - Art beveiligingsmiddel beveiliging of beschermend toestel dat wordt gebruikt in een veiligheidsfunctie om personen tegen gevaar te beschermen - Art beveiliging veiligheidsmaatregelen met beveiligingsmiddelen die zijn bedoeld om personen te beschermen tegen gevaar dat in redelijkheid niet geheel kan worden weggenomen of tegen risico s die niet voldoende door een inherent veilig ontwerp kunnen worden verkleind - Art kortsluitstroom overstroom ten gevolge van een kortsluiting door een defect of een onjuiste verbinding in een stroomketen GV/SV/ E.204.A

12 - Art (elektrotechnisch) deskundige persoon met relevante opleiding, vaardigheden en ervaring die hem of haar in staat stellen, risico's waar te nemen en gevaren te vermijden die met elektriciteit samenhangen Opm. - Art leverancier persoon of bedrijf (bijvoorbeeld fabrikant, aannemer, installateur, samensteller) die de uitrusting of diensten die bij de machine behoren, levert De organisatie van de gebruiker kan ook optreden in de hoedanigheid van leverancier aan zichzelf. Opm. - Art schakeltoestel toestel dat is ontworpen voor het in- en/of uitschakelen van de stroom in één of meer stroomketens Met een schakeltoestel kunnen één of beide handelingen worden verricht. Opm. - Art niet-bestuurde stop stopzetten van de beweging van een machine door de machineaandrijving niet langer te voorzien van elektrische energie Deze definitie duidt niet op een bepaalde toestand van andere (bijvoorbeeld niet-elektrische) toestellen met stopfunctie, bijvoorbeeld mechanische of hydraulische remmen die buiten het toepassingsgebied van deze norm vallen. - Art gebruiker persoon of bedrijf welke de machine en bijbehorende elektrische uitrusting gebruikt 2.2 IEC Nota: Meerdere definities van de EN zijn nagenoeg 100 % identiek met deze van de EN Deze definities zijn in deze rubriek dan NIET herhaald. - Art Schakel- en verdeelinrichting voor laagspanning combinatie van één of meer laagspanningsschakeltoestellen met de daarbij behorende meet-, signalerings-, beveiligings- en besturingscomponenten enz. die onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant met alle inwendige elektrische en mechanische verbindingen en constructiedelen volledig zijn samengebouwd. GV/SV/ E.204.A

13 - Art rail geleider met lage impedantie waarop verscheidene elektrische netwerken afzonderlijk kunnen zijn aangesloten. - Art. 3.2 aanbouwonderdelen van samenstellingen - Art vast onderdeel onderdeel bestaande uit samengestelde componenten en met draad aan een gemeenschappelijk onderstel aangesloten en dat is ontworpen voor een vaste installatie. - Art verplaatsbaar onderdeel onderdeel dat compleet van een samenstelling kan worden verwijderd en vervangen terwijl de kring waarop het is aangesloten onder spanning blijft - Art verbonden stand stand van een verplaatsbaar onderdeel wanneer het volledig is verbonden voor zijn voorziene functie - Art verplaatste stand Stand van een verplaatsbaar onderdeel wanneer het uit de samenstelling is, en er mechanisch en elektrisch van gescheiden is - Art invoeg tussenstuk onderdeel dat het invoegen van een verplaatsbaar onderdeel op een plaats die daarvoor niet is geschikt, vermijdt - Art vaste aansluiting een aansluiting die wordt gemaakt of verbroken met behulp van gereedschap - Art compartiment omsloten sectie of subsectie behalve de openingen nodig voor een kruising, controle of ventilatie - Art uitwendige vormgeving van de samenstellingen - Art open samenstelling samenstelling bestaande uit een structuur die het elektrisch materiaal ondersteunt (draagt), met de onderdelen van het elektrisch materiaal onder stroom - Art installatievoorwaarden voor samenstellingen GV/SV/ E.204.A

14 - Art samenstelling voor binneninstallatie Samenstelling ontworpen om te worden gebruikt op plaatsen waar de binnenwerkingsvoorwaarden beschreven in art. 7.1 van de norm zijn vervuld - Art samenstelling voor buiteninstallatie samenstelling ontworpen om te worden gebruikt op plaatsen waar de buitenwerkingsvoorwaarden beschreven in art. 7.1 van de norm zijn vervuld - Art vaste (stilstaande) samenstelling samenstelling ontworpen om op zijn plaats te worden vastgezet, bv. in de vloer of op de muur en om te worden gebruikt op die plaats - Art verplaatsbare samenstelling samenstelling ontworpen om gemakkelijk te kunnen verplaatst worden van één plaats naar een andere. - Art isolatiekarakteristieken - Art vrije ruimte de afstand tussen twee geleidende onderdelen langs een gespannen draad de kortste weg tussen deze geleidende onderdelen - Art kruipafstand de kortste afstand langs de oppervlakte van het isolatiemateriaal tussen twee geleidende onderdelen - Art overspanning Iedere spanning met een piekwaarde hoger dan de overeenkomende piekwaarde van de maximum vaste toestandspanning bij normale werkingsvoorwaarden - Art tijdelijke overspanning overspanning bij een vermogenfrequentie van relatief lange duur (meerdere seconden) - Art kortstondige overspanning overspanning van korte duur (enkele milliseconden of minder, oscillerend of niet oscillerend (slingerend of niet), gewoonlijk zeer vochtig) - Art pollutie (bevuiling, bezoedeling) iedere toevoeging van een vaste, vloeibare of gasachtige vreemde materie, wat kan resulteren in een vermindering van de diëlektrische sterkte of oppervlakte weerstand van de isolatie GV/SV/ E.204.A

15 - Art pollutiegraad (van de omgevingsvoorwaarden) overeengekomen getal gebaseerd op de hoeveelheid geleidend of hydroscopisch stof, geïoniseerd gas of zout, en de relatieve vochtigheid en zijn de frequentie van of het voorkomen ervan resulterend in hygroscopische absorptie of condensatie van vochtigheid wat leidt tot een vermindering van de diëlektrische sterkte en/of oppervlakte weerstand GV/SV/ E.204.A

16 3 EN EN Bord Bordkenmerken klasse - Klasse 1-borden hebben een MASSA dewelke moet geaard worden. De omhulling is in elektrisch geleidend materiaal, dwz metaal (meestal staal). Voordelen: Ze zijn robuust Zijn ± stralingsbestendig (EMC) Nadelen: De bescherming tegen indirecte aanraking moet gewaarborgd worden via stroomopwaartse maatregelen Monopolaire kabels invoeren (EMC) kan een probleem zijn Metalen schakel- en verdeelbord Toepassing: industrie Ue 690 V Ui 1000 V IP 55 zonder ventilatie Icw 80 ka/1sec - Klasse II-borden Dit zijn de zogenoemde DUBBEL GEÏSOLEERDE BORDEN (of totale isolatie). Symbool: Deze borden mogen niet geaard worden. Voordelen: De bescherming tegen indirecte aanraking van het bord zelf, is per definitie gewaarborgd Monopolaire kabels invoeren is geen probleem Nadelen: Magnetische en elektrische velden kunnen in het bord storingen tot gevolg hebben GV/SV/ E.204.A

17 Waar gebruikt: Tertiaire sector zoals hotels, werkplaatsen, sporthallen, ziekenhuizen enz. Nota: De INTERNE PE-installatie is te realiseren volgens de regels van de kunst IP-graden - De IP-graad wordt gevormd door de volgende uitwendige invloedsfactoren: AE: binnendringen van vreemde vaste lichamen. Dit is het eerste cijfer van de IP en gaat van 0 t/m 6. 0 = geen bescherming 6 = volledig stofdicht AD: binnendringen van vloeistoffen. Dit is het 2e cijfer van de IP en gaat van 0 t/m 8 0 = geen bescherming 8 =volledig waterdicht tot diept van 1 m AG: schokbelasting. Wordt uitgedrukt via IK gevolgd door een cijfer of getal. Bv. IP Om de bescherming tegen directe aanraking te garanderen op toestellen en apparaten, maakt de EN gebruik van 4 letters, te weten: A = handrugveilig B = vingerveilig. De testvinger heeft een diameter van 12 mm en een lengte van 8 cm C =toestelveilig. Dit is een schroevendraaier van doorsnede van 2,5 mm en een lengte van 10 cm D = draad- of kindveilig. Dit is een stijve Cu-draad met diameter van 1 mm en een lengte van 10 cm GV/SV/ E.204.A

18 IP-graad 1 ste cijfer IP Voorwaarden Voorbeeld Bescherming van personen 0 Geen voorwaarden Geen bescherming 1 Een sfeer met ø 50 mm mag niet kunnen binnendringen. Handrug 2 Een sfeer van 12,5 mm ø mag niet binnen kunnen en moet op voldoende afstand van delen onder spanning blijven. Vingerveilig 3 Schroevendraaier met ø 2,5 mm mag niet kunnen binnendringen. Werktuigveilig 4 Draad van 1 mm ø Draadveilig of kindveilig 5 Stof mag niet kunnen binnendringen. Draadveilig of kindveilig 6 Totaal stofdicht Draadveilig of kindveilig GV/SV/ E.204.A

19 Bescherming tegen het binnendringen van vloeistoffen 2 de cijfer 0 niet beschermd geen speciale bescherming 1 beschermd tegen verticaal vallende waterdruppels de waterdruppels die verticaal vallen mogen geen schadelijke invloed hebben. 2 beschermd tegen vallende waterdruppels voor maximale helling van 15 de verticaal vallende waterdruppels mogen geen schadelijke gevolgen hebben wanneer het omhulsel tot op 15 van zijn normale stand is gebogen. 3 beschermd tegen waterval in regen waterdruppels die vallen onder een hoek kleiner dan 60 mogen geen schadelijke invloed hebben. 4 beschermd tegen waterprojecties het uit een willekeurige richtingopspattend water mag geen schadelijke invloed hebben. 5 beschermd tegen waterstralen het uit een willekeurige richting opspattend water mag geen schadelijke invloed hebben. 6 beschermd tegen stortzee bij hoge zee of onder invloed van krachtige waterstralen, mag het water niet in schadelijke hoeveelheid in het omhulsel dringen. 7 beschermd tegen de gevolgen van onderdompeling het indringen van water in schadelijke hoeveelheid binnen het in water gedompeld omhulsel onder druk en gedurende een bepaalde tijd, mag niet mogelijk zijn. 8 beschermd tegen langdurige onderdompeling het materiaal is geschikt voor langdurige onderdompeling in water onder de door de fabrikant voorgeschreven omstandigheden. GV/SV/ E.204.A

20 Supplementaire letter IP Voorwaarden Voorbeeld Bescherming R.A. A Ø 50 mm mag geen naakte delen kunnen aanraken. Handrugveilig B Testvinger 8 cm lang ø 12 mm mag geen naakte delen kunnen raken. Vingerveilig C Draad ø 2,5 mm lengte 10 cm mag geen naakte delen raken. Werktuigveilig D Draad ø 1 mm lengte 10 cm mag geen naakte delen kunnen raken. Draadveilig IPX6 GV/SV/ E.204.A

21 IPX Leidinginvoer Dit gebeurt meestal via wartels. Ifv het type bord zijn wartels van de klasse 1 of klasse 2 te kiezen. De wartels moeten gekozen worden ifv de diameter van de door te voeren leiding. Immers de te voorziene IPgraad mag niet geschaad worden via de leidinginvoer. Als monoleidingen worden ingevoerd in borden van de klasse 1, kan het noodzakelijk zijn een niet magnetisch geleidende plaat te voorzien, in de plaats van de weggezaagde stalen plaat uit het bord, om gevaarlijke inductiespanningen te voorkomen. GV/SV/ E.204.A

22 3.1.4 Stroomrails art EN Een stroomrail is een geleider met een lage impedantie waarop meerdere elektrische kringen afzonderlijk kunnen aangesloten worden. Bijvoorbeeld: Merk op: IP A IP A logisch natuurlijk De rails worden bevestigd op isolerende systemen, die bepaalde thermische invloeden en dynamische krachten moeten kunnen verdragen. De afstand tussen de isolerende steunen is functie van de te verwachten Icc piek (piekkortsluitstroom). De ontstane kracht bij kortsluiting is recht evenredig met Icc piek in het kwadraat. D is variabel, met een max waarde voor elke I cc piek E = constante (= 7.5cm) Voorbeeld 1: I cc piek = 50 ka Rail 50x5 D 25 cm 75x5 D 30cm Rail 2(50x5) D 45cm 2(75x5) D 50cm GV/SV/ E.204.A

23 - Basisfilosofie rails Elk merk geeft van zijn systeem de toegelaten maximale waarden op, voor de afstand(en) i.f.v. de Icc piek, de opstelling van de rails verticaal of horizontaal en het soort isolatoren. - IEC ed. 2.0 (1993) Short-circuit currents calculation of effects part 1 definitions and calculation methods - IEC ed. 2.0 (1994) Short-circuit currents calculation of effects part 2 examples of calculation Kortsluitvastheid van het ALSB Mogelijkheid 1 De Cu-rails worden UIT ELKAAR geduwd. GV/SV/ E.204.A

24 Mogelijkheid 2 De Cu-rails worden NAAR ELKAAR TOE getrokken. Een Icc wordt gemaakt op een bepaald moment. Dit moment is bepalend voor AANTREKKEN voorbeeld 2 WEGDUWEN voorbeeld 1 GV/SV/ E.204.A

25 - Meest toegepaste railopstelling in borden. F = L 2,04 10 S 8 I1 I2 in kg I 1 = I 2 = Ieff L = lengte van de rails tussen 2 isolatoren. S = afstand tussen L 1 en L 2 I = 1,8. 2 I eff GV/SV/ E.204.A

26 Bv. met Icc = 36 ka Dit is trafo 1000 kva met Ucc 4 % Wordt Ip = 1,8 x 1,4 x 36 = 90 ka F is 2,04 x 90² F = 4,131 TON De plaatsingswijze van de rails, de onderlinge afstand van de isolatoren, en de afstand s zijn belangrijke parameters. Deze invloeden zijn uit de hogergenoemde formule geweerd. Het gaat hier dus om een principiële benadering EN EN EN De EN is de basisnorm voor borden in het algemeen. Deze norm is geharmoniseerd. Deze norm behandelt de constructie-eisen van het bord, zonder aandacht te hebben voor de externe installatie (binnen zekere grenzen). Een bord is bedoeld voor gebruik in welbepaalde uitwendige invloedsfactoren. - EN Deze norm is bedoeld voor de elektrische installaties van machines, eenvoudige en complexe, en zo ook voor arbeidsmiddelen. De norm is geharmoniseerd. Deze norm beperkt zich niet alleen tot het machinebord, maar beschrijft ook de voorwaarden voor de externe leidingen, motoren, toebehoren zoals stopcontacten en verlichting. De EN verwijst in art. 2 naar de EN als DE regel van de kunst voor bordenbouw. De art van de EN besteden bijzonder veel aandacht aan de stuurkringen, maw de combinatie van de EN EN kunnen leiden tot een perfect machinebord, conform de essentiële eisen van de bijlage 1 van: De machinerichtlijn 2006/42/EG De arbeidsmiddelenrichtlijn 95/63/EG De laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG GV/SV/ E.204.A

27 3.2 Netscheider Kenmerken Indien lastscheider Symbool: Constructienorm EN Karakteristieken indien 40 A I N 125 A Ith = I N = 63 A Schakelklasse AC23A bij 400 V voor 50 A AC22 A bij 400 V voor 63 A Elektrische levensduur: zie fabrikant Ui = 690 V Uimp 8 kv Dynamische Icc vastheid 10 ka Icw 3 ka 1 sec Afschakelvermogen 50 ka 400 V? IPXXB Kan desgevallend benut worden als noodstop. Plaatsing: zie GV/SV/ E.204.A

28 - Netscheider 63 A GV/SV/ E.204.A

29 GV/SV/ E.204.A

30 - Lastschakelaar - lastscheider Scheiding houdt in: een diëlektrische test dewelke Uimp (schokgolfspanning) bepaalt. Deze is typisch voor de OPENINGSAFSTAND van de contacten in de lucht, bv. Uimp is 8 kv bij Ue 400/690 V een voldoende stevigheid van de besturingsorganen en van de positiebepaling, teneinde de MECHANISCHE BETROUWBAARHEID te kunnen waarborgen. GV/SV/ E.204.A

31 - EN karakteristieken GV/SV/ E.204.A

32 3.2.2 Indien vermogenscheider Symbool: Constructienorm EN Ith = I N = 63 A standaardtype Ui = 750 V Uimp 8 kv Ue 690 V Ics = Icu als Ue = 500 V Elektrische levensduur bij In = 4000 schakelingen Gebruikscategorie A dwz NIET bedoeld voor een selectieve beveiliging GV/SV/ E.204.A

33 - EN Gebruikscategorie A: Toestellen die NIET SPECIFIEK voorzien zijn om chronometrische selectiviteit te waarborgen. B: Toestellen die WEL voorzien zijn om een chronometrische selectiviteit te waarborgen. Bijkomende karakteristieken zullen op een dergelijke schakelaar aanwezig moeten zijn. Art. 7.3 EMC Omgeving A: bedoeld voor netten, plaatsen, installaties op private LS bevattend bronnen met sterke straling. Omgeving B: bedoeld voor publieke netten op LS, huishoudelijke, commerciële en licht industriële installaties. Vermogenschakelaars moeten immuun zijn voor EMC op industriële frequenties. Art. 5.2 Markeringen Ze moet volgende gegevens bevatten: I N waarde indien geschikt voor scheiding: aanduiden via symbool aanduiding O - I naam van de fabrikant type of serienummer EN indien overeenkomstigheid met de norm bestaat gebruikscategorie (AC 23 A of AC 23B) gebruiksspanning U e frequentie en/of AC-DC I cs en I cu bij U e I cw en tijd overeenstemmend met gebruikscat. B In- en uitgangsklemmen aanduiding Neuter met N indien hij aanwezig is PE-klemaanduiding Referentietemperatuur voor de thermische, niet gecompenseerde uitschakelaars, als deze verschillend is van 30 C. Info die op de kenplaat mag of in catalogus GV/SV/ E.204.A

34 I cm (toegekend sluitvermogen bij I cc indien groter dan ) U i (toegekende isolatiespanning, als ze groter is dan de maximaal toegekende gebruiks-spanning) vervuilingsgraad, indien ze verschillend is van 3 I the (toegekende conventionele thermische stroom) toegekende IP-graad gegevens m.b.t. ventilatie, indien noodzakelijk minimum afstand tussen vermogenschakelaar en massa s U imp minimale afmetingen van het omhulsel + de te voorziene ventilatie minimum afstand tussen de vermogenscheiders en/of schakelaars t.o.v. metalen delen. geschiktheid voor type A of B, volgens voorkomend geval. indien van toepassing detectie van de effectieve waarde van gevoeligheid van harmonischen. Ue van de stuurspanning f van de stuurspanning Ue minimum spanningsbewakingsspoel Ie van indirecte uitschakelaar aantal + type van de hulpcontacten klemmen aanduidingen Relatie tussen Ics Icu ( ) Cat. A % van I cu Cat. B % van I cu GV/SV/ E.204.A

35 3.2.3 IP-graden - Het basisprincipe (art EN ) zegt dat de IP-graad tenminste XXB moet zijn, dwz VINGERVEILIG (testvinger heeft een diameter van 12 mm en is 8 cm lang). - Toestellen op de deur van een bord moeten een IP XXA-graad hebben of HANDRUGVEILIG zijn. - Stroomkringen afgetakt vóór de netscheider moeten eveneens een IPXXB-graad hebben. - De EN zegt in art.8.4 dat de basisbescherming tegen directe aanraking XXB of XXD moet zijn. XXB: algemeen principe XXD: als de bovenkant van het bord 1,6 m boven het vloeroppervlak ligt, dan moet het plafond een XXD-graad hebben. - Overeenkomst bordenbouwer en eindklant Basic protection General Basic protection is intended to prevent direct contact with hazardous live parts Basic insulation provided by insulating material Barriers or enclosures IP XXB/IP XXD Air insulated live parts shall be inside enclosures or behind barriers providing at least a degree of protection of IP XXB. Horizontal top surfaces of accessible enclosures having a height equal to or lower than 1,6 m above the standing area, shall provide a degree of protection of at least IP XXD. IPxxB : Bescherming tegen aanraking met een vinger (12mm) IPxxD : Bescherming tegen aanraking met een draad (1 mm) GV/SV/ E.204.A

36 3.2.4 Aansluiting - De voedingsleiding eindigt rechtstreeks op de klemmen van de netscheider. - De IPXXB-graad is te waarborgen. - In de nabijheid van de aansluitklem bevindt zich het aansluitpunt voor de toekomende PEgeleider. Deze klem is gekenmerkt met de letters PE. - Vanaf deze klem is er de verbinding naar de aardrail via een geelgroene VOB 16 mm². - In principe wordt de nulleider niet verdeeld (om diverse redenen kan de N in het bord toch verdeeld worden). - Stroomafwaarts van de netscheider worden de verbindingen naar de stroomrails gerealiseerd volgens de regels van de kunst EN EN Art. 8.5 EN ingebouwde schakelaars of schakelcomponenten Ze moeten gekozen worden overeenkomstig de desbetreffende (IEC- EN-normen) Hun afschakelvermogen moet gekozen worden ifv het aanwezige kortsluitvermogen op de plaats van opstelling. Schakelelementen en schakelaars moeten, VOLGENS de fabrikanteninstructies aangesloten worden. - Art. 5 EN De kleur van de netscheider is grijs-zwart behoudens de uitzonderingen (rood-geel). De handel mag zich op de deur, of de zijkant van het bord bevinden. De hoogte van de netscheider is ± 1,7 m. De netscheider is in uitgeschakelde stand vergrendelbaar. De schakelklasse, indien lastscheider, zou AC23B moeten zijn. Dwz hij moet 10 x In kunnen schakelen bij een cos ϕ van 0,35 of 0,45 (0,35 als I N > 100 A). B betekent: niet veelvuldig kunnen schakelen. Indien gekozen wordt voor een vermogenscheider moet die geschikt zijn voor scheiden (zie lastscheider). Sommige stroomkringen mogen afgetakt worden vóór de netscheider: Bv. deze voor de bordverlichting deze voor de voeding van een stopcontact voor onderhoud Deze stroomkringen moeten op passende wijze in de nabijheid van de netscheider, één of meer permanente waarschuwingsaanduidingen bevatten. GV/SV/ E.204.A

37 moeten zijn gescheiden van andere stroomketens of de stroomgeleiders moeten zijn aangeduid met kleuren, waarbij oranje de voorkeur heeft moeten opgenomen worden in het onderhoudsboek 3.3 Overstroombeveiligingen Automaten - technische karakteristieken Type 2-polig EPP Ampère - Curve B+C - U N 240/415 V - Elektrische levensduur Afschakelvermogen 230/400 V 10 ka Cn EN Afschakelvermogen 230/400 V 15 ka Cu EN CE-label GV/SV/ E.204.A

38 Algemene gegevens Nominale belastingswaarde 63 A Kortsluitvastheid volgens NBN C ka Isolatie PVC Diëlektrische vastheid 2,5 kv Kruipstroomvastheid volgens NBN C Zelfdovendheid volgens IEC C GV/SV/ E.204.A

39 Diff.-o-jump DSI 40 A 30 ma technische karakteristieken EN type A In 16 t/m 100 A In ma U N 2-polig 230 V Min. werkspanning 2p 127 V Elektrische levensduur Stootstroomvastheid type A 250 A 8/20 µsec -25 C tot + 55 C Schakelvermogen Icm 500 A Inc A bij 230/400 v Zekering 80 A gg b GV/SV/ E.204.A

40 3.3.2 Smeltveiligheden - technische karakteristieken - Informatie op smeltveiligheden: De eerste letter staat voor het onderbrekingsgebied van de smeltpatronen g = onderbreken in het gehele bereik a = onderbreken in een gedeelte van het bereik De tweede letter staat voor de gebruikscategorie G = algemene toepassing M = motorbeveiliging (vroeger back-up beveiliging) R = halfgeleiderbeveiliging Tr* = transformatorbeveiliging F* = snel onderbreken, algemene toepassing GV/SV/ E.204.A

41 FF* = supersnel onderbreken, algemene toepassing * worden niet genoemd in de IEC Hieruit komen de volgende combinaties voort: gg onderbreken in het gehele bereik, algemene toepassing gm onderbreken in het gehele bereik, motorbeveiliging am onderbreken in een gedeelte van het bereik, motorbeveiliging gr onderbreken in het gehele bereik, halfgeleiderbeveiliging ar onderbreken in een gedeelte van het bereik, halfgeleiderbeveiliging gtr onderbreken in het gehele bereik, transformatorbeveiliging gf onderbreken in het gehele bereik, snel onderbreken gff onderbreken in het gehele bereik, supersnel onderbreken - Kenplaatinfo nominale spanning, 400 V, 500 V en 690 V AC, 250 V en440 V DC nominale stroom vanaf 2 A in bouwgrootte 00C tot 1250 A inbouwgrootte 4a bouwgrootte 000 (00C), 00, 1, 2, 3 en 4a afhankelijk van de nominaalstromen* karakteristiek voor het te beveiligen object: gg, am, gtr, gf, gff doorgelaten energie bij een overbelasting respectievelijk kortsluiting * De bouwgroottes 0 en 4 zijn alleen voor vervangingsmarkt; niet voor nieuwe toepassingen. GV/SV/ E.204.A

42 - Voordelen smeltveiligheden Ze falen nooit. Ze hebben meestal een hoog onderbrekingsvermogen (HOV), bv. 50, 100 of 120 ka onder de voorwaarden bepaald door de norm. Ze begrenzen, binnen zekere grenzen, de kortsluitstroom (kapwaarde). Ze zijn goedkoop. Selectiviteit is mogelijk, ALS de fabrikanteninstructies gevolgd worden. Stroomafwaarts van smeltveiligheden kunnen automaten met een afschakelvermogen waarvan de waarde begrensd is door de kapstroom van de smeltveiligheid. Icc bv. 20 ka 63 A gl 500 V 100 ka Ikap = ± 1,5 ka automaten met Icc 3 ka volgens de EN volstaan De dynamische krachten die ontstaan t.g.v. een kortsluiting, worden gereduceerd door de kapwaarde van de smeltveiligheid. GV/SV/ E.204.A

43 Ttotaal = smelttijd + boogtijd Ttotaal = 30 à 50 millisec. voor gl en/of am smeltveiligheden - Nadelen smeltveiligheden De toegelaten lengte i.v.m. indirecte aanraking is ALTIJD korter, in dezelfde omstandigheden, t.o.v. beveiliging met automaten. Bv. indien TN-S is Lmax = m = S S F PE U F SF ρ(1 + m) I fout Met automaten mag I F vervangen worden door I MAGN. DREMPEL ALS I F > I MD. Het vervangen van een smeltveiligheid is in functie van meer of minder risicovol. Bv. HOV zonder vonkenschotten! De risico s voor frauderen zijn potentieel aanwezig. Het gebruik van afwijkende In-waarden of afwijkende uitschakelcurven ligt voor de hand, maar de gevolgen kunnen nefast zijn IP-graden - Zowel voor smeltveiligheden als voor automaten geldt een IP-graad van XXB of vingerveilig. - Automaten conform de desbetreffende EN-norm en tot op een bepaalde I N -waarde, zullen constructief voldoen aan deze eis. Het eventuele probleem blijft de aansluiting volgens de regels van de kunst; - De desbetreffende EN-normen kunnen hogere eisen opleggen omwille van een AE2 of AE4- invloed bv Aansluitingen - Ze moeten bestand zijn tegen de te verwachten mechanische, thermische en agressieve vloeistoffen of dampen. - Aansluitingen moeten deugdelijk bevestigd worden. - Ze moeten, waar nodig, van een trekontlasting voorzien worden. - Moeten gebeuren volgens de regels van de kunst (zie DSI-aansluiting bv.) GV/SV/ E.204.A

44 GV/SV/ E.204.A

45 - Aansluitingen mogen geen onderbrekingen bevatten zoals een lusterklem, of lasdoos e.d. - Aansluitingen zijn, indien noodzakelijk genummerd. Deze nummering moet op de schema s terug te vinden zijn. GV/SV/ E.204.A

46 - Aansluitingen dienen gekozen te worden op basis van: omgevingstemepratuur koelingsmogelijkheid I Z -waarde isolatiesoort EN EN Nota: - EN Art. 9.3 mogelijkheden voor overstroombeveiligingen Vermogenscheider Smeltveiligheden Combinaties van lastscheiders met of en smeltveiligheden Indien IT: het enkel onderbrekingsvermogen moet gekozen worden op basis van de sluiting fase-fase Indien de algemeen kortsluitbeveiliging in het bord voorzien met tijdsvertraging, moet de bordenbouwer de nodige info geven ivm de MAXIMALE toegelaten tijdsvertraging De desbetreffende EMC-regels van de kunst zijn te volgen. Zie IEC reeks De bordenbouwer moet in overleg met de eindgebruiker overeengekomen welk de Icwwaarde moet zijn en de erbijhorende tijd. Zo ook moet afgesproken worden welke Icc piek het bord moet kunnen verdragen (9.3.2 EN ). GV/SV/ E.204.A

47 Art EMC Er moet vooraf overeengekomen worden tussen de bordenbouwer en de eindklant welke testen mbt EMC moeten gebeuren; zie bijlage J van de norm. - EN De norm bepaalt dat volgende beveiligingen te voorzien zijn: Overstroom tgv Icc Overbelasting Afwijkende temperaturen Spanningsdalingen Overdreven toerental Foutieve fasevolgorde Overspanning tgv blikseminslag aardfoutstromen Het AREI kent meerdere van de opgesomde beveiligingen niet. Stopcontactkringen moeten beveiligd worden tegen Icc + Io Lichtkringen moeten enkel beveiligd worden tegen Icc Stuurstroomtrafo alleen beveiligen tegen Icc MAAR, in beide gevallen moet de Icc-beveiliging zo laag mogelijk zijn. 3.4 Contactoren Technische karakteristieken Contactor 20 A 2NO 24 V Constructienorm EN Ui 400 V UN 250 V Zekering type gl 20 A Wattverlies per contact bij IN 1W Elektrische levensduur ac Elektrische levensduur ac Stuurkring inschakelvermogen 8VA Stuurkring houdvermogen 3,2 VA Stuurkring U N 24 V AC GV/SV/ E.204.A

48 - EN Afschakelvermogen Ieff die de contactor kan afschakelen, rekening houdend met de symmetrische component van de kortsluiting. Deze waarde is omgekeerd evenredig met de netspanning. Meestal zullen de contacten zelf een asymmetrische stroom kunnen weerstaan die 2 maal groter is dan de effectieve waarde. Inschakelvermogeninschakelen, rekening houdend met de symmetrische component van de kortsluiting. Deze waarde is evenredig met de netspanning. Meestal zullen de contacten zelf een asymmetrische stroom kunnen weerstaan die 2 maal groter is dan de effectieve waarde. Elektrische levensduur Het is het aantal schakelingen bij VOLLAST dat een element kan verdragen of voor 90% kan hebben, zonder herstelling of vervanging van om het even welk onderdeel. Ie Ue en bedrijfsklasse Mechanische levensduur Aantal onbelaste schakelingen die contacten kunnen hebben zonder onderhoud (geen stroom door polen), voor wat het MECHANISCHE ASPECT betreft. Intermitterend gebruik Contactoren indeling: Volgens toegelaten gebruik: d.w.z. deze contactoren mogen of 1200 maal per uur schakelen. Motorstarter indeling: en 30 Voor motorstarters betekent de indeling dat de starter moet in staat zijn om: de motor te starten op volle snelheid de motor te laten draaien voeding naar de motor te scheiden. GV/SV/ E.204.A

49 Art. 5.4 Gebruiksklassen normale gebruiksvoorwaarden Cat. AC1 AC2 AC3 AC4 AC5a AC5b AC6a AC6b AC7a AC7b AC8a AC8b Toepassingsmogelijkheden Niet of zwak inductieve belastingen Sleepringankermotoren: inschakelen zonder tegenstroomremmen, ompolen nadat de nominale stroom bereikt is Kooiankermotoren, inschakelen zonder tegenstroomremmen, uitschakelen nadat de nominale stroom is bereikt Kooiankermotoren, inschakelen, tippen, uitschakelen terwijl de motor nog in aanloop is met tegenstroomremmen, ompolen voordat de nom stroom is beperkt Besturing van ontladingslampen Besturing van gloeilampen Besturing van transformatoren Besturing van condensatoren Zwakke ind belastingen voor huishoudelijke doeleinden Motorbelastingen voor huishoudelijke doeleinden Besturing van koelcompressoren met manuele herinschakeling van de onverstroomlosser/relais Besturing van koelcompressoren met automatische herinschakeling van de overstroomlosser/relais. Art. 8.2 Algemeenheden Een contactor of motorstarter moet veilig kunnen werken tussen 85 en 110% van de Ue. Een relais of minimum spanningsbeveiliging moet uitschakeling tot gevolg hebben, zelfs als de spanning langzaam daalt, voor een waarde tussen 70 en 35% van Ue. Als U 35% van Ue moet het inschakelen verhinderd worden. Pas als U 85% mag het relais of de minimumspanningsbewaking terug inschakelen. Klemmen zijn aan te duiden volgens de regels der kunst. De werkingsvoorwaarden worden opgegeven door de fabrikant. Spoelen van relais en contactoren worden gekenmerkt door een isolatieklasse. Klasse Spoel in de lucht temperatuur in K A 85 E 100 B 110 F 135 H 160 Een contactor, klasse 120 mag een cyclustijd hebben van 30 sec., een contactorklasse 300, heeft een cyclustijd van 12 sec. en één van 1200 een tijd van 3 sec. GV/SV/ E.204.A

50 Gebruikscategorie Sluit- en onderbreekvermogen Voorwaarden voor onderbreking van de verschillende categorieën. Onderbreken Ic/Ie Uc/Ue Cos φ Aantal schakelingen Aantal en frequentie Aantal cycli/min Tijd van stroomdoorgang (2) AC (6) 50 milli AC2 4 (8) milli AC (A) milli AC (A) milli AC5a milli AC5b 1.5 (3) AC6a (10) (10) (10) (10) (10) (10) AC6b milli AC7a milli AC7b milli AC8a milli AC8b milli I = Ic = Ie = U = Ur = Ue = effectieve waarde van de stroom sluit- en onderbrekingstroom gebruiksstroom toegepaste spanning terugopkomende spanning gebruiksspanning (1) Cos φ = 0,45 voor Ie 100A Cos φ = 0,35 voor Ie > 100A (2) Tijd < 0,05 sec. (3) Belasting via gloeilampen (6) De rusttijd varieert van 10 sec. voor Ic < 100A tot 240 sec. als Ic > 1600A. (8) Zie norm (10) Zie norm. Art Contactoren voor AC3 en AC4 gebruik Deze contactoren moeten een overstroom kunnen verdragen bij overlast, volgens de gegevens hierna vermeld: Ie Iproef Tijdsduur 630 A 8 Ie max 10 sec > 630 A 6 Ie max* 10 sec * minimumwaarde is 5040 A GV/SV/ E.204.A

51 Art Kortsluitvoorwaarden voor contactoren, starters en combinaties Type 1 Na elke kortsluitafschakeling mag de startcombinatie stuk zijn. Beschadigingen aan contactoren, thermische relais, zijn toegelaten. Type 2 Het thermisch relais mag niet beschadigd zijn na een kortsluitafschakeling. De hoofdcontacten van de contactor mogen licht aan elkaar gelast zijn zodat ze zonder noemenswaardige vervormingen gescheiden kunnen worden. Stuurstroomcontactoren - Constructienorm EN EN specificatie voor elektromechanische schakelaars voor huishoudelijk en aanverwant gebruik - GE-relais Deze relais is NIET bedoeld voor stuurkringen voor machines, waarvoor een HOGER veiligheidsniveau noodzakelijk is, dan B volgens de EN GV/SV/ E.204.A

52 - Algemene karakteristieken EN Normaal open NO Normaal gesloten NC Dubbel NO Dubbel NC Twee richting contact Dubbele onderbreking per pool in 2 richtingen. Dubbele onderbreking per pool, via 4 contactklemmen. Technische karakteristieken Ue Ui Uimp Ie GV/SV/ E.204.A

53 Ith Ithe f sluit- en onderbrekingsvermogen Gebruikscategorieën AC AC12 Ohmse belastingen of statische belastingen geïsoleerd via optokoppler AC13 AC14 AC15 Sturing via statische belasting gescheiden door trafo Elektromechanische belasting met P 72 VA Zie 14 P > 72 VA Art. 5 Gegevens op het materieel De volgende info moet door de fabrikant gegeven worden : naam van de constructeur of fabriekskenmerk type of serienummer, zodat nodige inlichtingen kunnen bekomen worden bij de fabrikant EN , indien van toepassing gebruiksspanning Ue gebruikscategorie en overeenstemmende Ie waarde en Ue isolatiespanning Ui schokgolfspanning Uimp IP-graad, indien toestel in behuizing ondergebracht is vervuilingsgraad type en maximum waarde van de te voorziene overstroombeveiliging. indien van toepassing, scheidingssymbool kortsluitstroom, indien < 1000 A overspanningstoestel, indien van toepassing geschiktheid voor scheiding, indien van toepassing overspanning t.g.v. schakelen. GV/SV/ E.204.A

54 Art Normale situaties volgens categorie Gebruiks - categorie Normale gebruiksomstandigheden Inschakelen Uitschakelen Aantal en frequentie van sluiten en openen I/Ie U/Ue Cos φ I/I e U/Ue Cos φ Aantal schakelingen Aantal cycli/min Tijd van stroomdoorgang AC milli AC milli AC milli AC milli T0.95 T0.95 DC ms ms milli DC p Emp DC ms p Emp ms Emp = Empirisch of 60 P = 6 x 50 = 300 msec. Men kiest P op 50 W milli milli Het aantal proeven, de rustpauzen e.a. worden opgegeven in de norm voor deze proeven. Gebruiks- categorie Art Abnormale situaties volgens categorie Noodsituaties Inschakelen Uitschakelen Aantal en frequentie van sluiten en openen I/Ie U/Ue Cos φ I/Ie U/Ue Cos φ Aantal schakelingen Aantal cycli/min Tijd van stroomdoorgang AC AC milli AC milli AC milli DC DC P P milli DC ms ms milli Het aantal proeven, de rustpauzen e.a. worden opgegeven in de norm voor deze proeven. GV/SV/ E.204.A

55 3.4.2 IP-graden - Basisfilosofie: IPXXB Aansluitingen - Zie algemene regels van de kunst - Zie EN art Dit artikel BEVEELT aan: Kies ROOD als bedrading voor AC-sturing Kies LICHTBLAUW als bedrading voor DC-sturing Nota: In principe is de N niet verdeeld volgens de EN EN EN De EN kent als dusdanig geen stuurcontactoren. - De EN zegt in artikel 9: Art. 9 - Stuurstroomkringen en besturingsfuncties Stuurstroomkringen Voor de voeding moeten stuurtrafo s gebruikt worden. Het moeten scheidingstrafo s zijn. Indien DC stuurstroomkringen als TN-S moeten ze gevoed worden via aparte wikkelingen van de trafo of via een afzonderlijke trafo. Trafo s zijn niet verplicht als er slechts één motorschakelaar en twee externe besturingstoestellen aanwezig zijn (bv. eindeloop + noodstop). De Ue waarde moet geschikt zijn voor de toepassing terwijl ze de 277 Volt niet mag overschrijden. Stuurkringen moeten beveiligd worden tegen kortsluiting, maar deze beveiliging moet zo laag mogelijk gekozen worden. In de TN-S kring komen alle functies tussen de niet geaarde spoelzijde en de overstroombeveiliging. Geschakelde voedingen conform de EN voldoen aan de gestelde eisen. Opm. Besturingsfuncties Informatie over de veiligheidsgerelateerde aspecten van besturingsfuncties wordt gegeven in ISO (1999), ISO (2003) en IEC GV/SV/ E.204.A

56 In deze paragraaf worden geen eisen gespecificeerd voor de uitrusting die wordt gebruikt om besturingsfuncties uit te voeren. Voorbeelden van dergelijke eisen worden gegeven in hoofdstuk 10. Startfuncties Startfuncties moeten in werking treden door inschakeling van de desbetreffende stroomketen. Stopfuncties Er bestaan 3 categorieën stopfuncties, te weten: Categorie 0: stoppen door onmiddellijke uitschakeling van de voeding van de machineaandrijving. Categorie 1: een bestuurde stop waarbij de voeding van de machineaandrijving, benodigd voor het stoppen, aanwezig blijft en de voeding wordt onderbroken wanneer de machine tot stilstand is gekomen. Categorie 2: een bestuurde stop waarbij de voeding van de machineaandrijving aanwezig blijft. 3.5 Stuurtransfo 40 VA Technische karakteristieken - Uprim 240 V - Usec V - Kortsluitbeveiliging PTC - Gebruikstemperatuur - 20 C tot + 40 C - Isolatiespanning 4 kv - IP20 - Constructienorm EN Toestelspecifieke norm EN CE-label - Symbool - Verdraagt kortstondige veelvuldige overbelastingen - Fabrikanteninstructies volgen GV/SV/ E.204.A

57 - Gekozen transfo EN GV/SV/ E.204.A

58 - Kenmerken EN Usec V Ui 250 V bij ZLS of ZLVS Uimp 4 kv IP-graad Symbool Vermogen P in VA Normnummer Titel Publ. datum NBN EN : 2006 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden, smoorspoelen en dergelijke - Deel 1 : Algemene bepalingen en beproevingen (+ corrigendum) 2006 NBN EN /A1 : 2009 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden, smoorspoelen en dergelijke - Deel 1 : Algemene bepalingen en beproevingen 2009 NBN EN : 2007 Veiligheid van transformatoren, voedingseenheden, smoorspoelen en dergelijke - Deel 2-1 : Bijzondere bepalingen en proeven voor scheidingstransformatoren en voedingseenheden die scheidingstransformatoren bevatten voor algemeen gebruik 2007 NBN EN : 2007 Veiligheid van transformatoren, voedingseenheden, smoorspoelen en dergelijke - Deel 2-2 : Bijzondere bepalingen en proeven voor stuurstroomtransformatoren en voedingseenheden die stuurstroomtransformatoren bevatten 2007 NBN EN : 2010 Veiligheid van energietransformatoren, smoorspoelen, voedingseenheden en combinaties daarvan - Deel 2-3 : Bijzondere bepaling en beproeving voor ontstekingstransformatoren voor gas- en oliebranders 2010 NBN EN : 2009 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden en dergelijke - Deel 2-4 : Bijzondere bepalingen voor beschermingstransformatoren voor algemeen gebruik 2009 NBN EN : 2010 Veiligheid van transformatoren, smoorspoelen, voedingseenheden en combinaties daarvan - Deel 2-5 : Bijzondere bepalingen en proeven voor transformatoren, voedingseenheden met ingebouwde transformator en voedingseenheden voor scheerapparaten 2010 NBN EN : 2009 Veiligheid van transformatoren, smoorspoelen, voedingseenheden en dergelijke met een voedingsspanning tot 1100 V - Deel 2-6 : Bijzondere eisen en beproevingen voor beschermingstransformatoren en voedingseenheden 2009 GV/SV/ E.204.A

59 Normnummer Titel Publ. datum die beschermingstransformatoren bevatten NBN EN : 2008 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden en dergelijke - Deel 2-7 : Bijzondere bepalingen voor speelgoedtransformatoren 2008 NBN EN : 2010 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden en dergelijke - Deel 2-8 : Bijzondere bepalingen voor beltransformatoren NBN EN : 2003 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden en dergelijke - Deel 2-9 : Bijzondere bepalingen voor transformatoren voor looplampen van klasse III voor wolfraamdraadlampen (vervangt gedeeltelijk NBN EN 60742) 2003 NBN EN : 2002 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden en dergelijke - Deel 2-12 : Bijzondere bepalingen voor magnetische spanningsstabilisatoren 01/2002 NBN EN : 2009 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden, smoorspoelen en dergelijke tot V - Deel 2-13 : Bijzondere bepalingen en proeven voor spaartransformatoren en voedingseenheden die spaartransformatoren bevatten 2009 NBN EN : 2001 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden en dergelijke - Deel 2-15 : Bijzondere bepalingen voor beschermingstransformatoren ten behoeve van medisch gebruikte ruimten (+ erratum) 10/2001 NBN EN : 2010 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden en dergelijke - Deel 2-16 : Bijzondere eisen en beproevingen voor geschakelde voedingseenheden en transformatoren voor geschakelde voedingseenheden 2010 NBN EN : 2001 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden en dergelijke - Deel 2-19 : Bijzondere bepalingen voor netfiltertransformatoren 08/2001 NBN EN : 2001 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden en dergelijke inrichtingen - Deel 2-20 : Bijzondere bepalingen voor kleine smoorspoelen 06/2001 NBN EN : 2010 Veiligheid van energietransformatoren, voedingseenheden en dergelijke inrichtingen - Deel 2-23 : Bijzondere bepalingen voor transformatoren voor bouwplaatsen 12/2010 GV/SV/ E.204.A

60 3.5.2 IP-graden - Zie algemene principes - Hou rekening met de door de fabrikant opgegeven informatie, zoals ta 35/B betekent dat de transfo mag opgesteld worden in een omgeving waar de temperatuur 35 C. In die omstandigheden geldt de isolatieklasse B. De opgegeven IP-graad mag daarbij niet beïnvloed worden door Aansluitingen - Principieel geldt TN-S voor de secundaire van de trafo. - Eveneens geldt: voor ELKE stuurspanning: ofwel een APARTE trafo ofwel een APARTE GESCHEIDEN wikkeling - Let wel: 12 of 24 Volt voor de stuurkring is NIET verboden, maar Ui 250 V! EN EN De EN behandelt het begrip stuurtransfo niet. De norm behandelt wel diverse parameters, die onrechtstreeks met trafo s bv. te maken hebben: Lucht- en kruipwegafstanden art Isolatiespanning art Vervuilingsgraad art Overspanningscategorie art IP-graad art. 8 - De EN zegt: Art. 4.2 stuurstroomtrafo s moeten gekozen worden overeenkomstig de desbetreffende norm Zij moeten geschikt zijn voor de toepassing terzake. Zij moeten toegepast worden overeenkomstig de fabrikanteninstructies. Art. 9.1 zegt dat stuurstroomtrafo s moeten gebruikt worden behoudens de uitzonderingen. GV/SV/ E.204.A

61 3.6 Drukknoppen Kenmerken Drukknoppen - Sleutelschakelaar - Schakelaar met NC - Schakelaar met NO Karakteristieken - U N AC2 tot 120 V max DC2 tot 30 V max - I N AC/DC 0,001 tot 0,15 A - P N AC 8VA max DC 4,5 W max - EN AA in bedrijf -25 C tot + 70 C bij opslag -40 C tot + 70 C - Ui 690 V - Uimp 4 kv - Icc beveiliging 16 A gg IEC Gebruikskarakteristieken AC15 bij Ue V Ie 10 A en 3 A op 230 V GV/SV/ E.204.A

62 GV/SV/ E.204.A

63 Noodstop - Technische kenmerken van drukknoppen: zie EN Norm EN Achtergrond: geel GV/SV/ E.204.A

64 Signaallampen - Constructienorm: EN Aanbevolen kleuren (art EN ) Tabel 4 kleurcodes voor signaallampen en de betekenis ervan in relatie tot de toestand van de machine Kleur Betekenis Verklaring Vereiste handeling ROOD Noodsituatie Gevaarlijke situatie Onmiddellijk handelen tegen gevaarlijke situatie (bv. uitschakelen van de machine bewust zijn van de gevaarlijke situatie, afstand houden tot de machine) GEEL Abnormaal Abnormale situatie; situatie kan kritiek worden BLAUW Gebod Aanduiding van situatie waarin bedieningspersoneel moet handelen Bewaking en/of ingreep (bv. door herstel van bedoelde functie) Ingrijpen geboden GROEN Normaal Normale situatie Indien gewenst WIT Neutraal Overige situaties; kan worden gebruikt bij twijfel over toepassing van ROOD, GEEL, GROEN, BLAUW Bewaking Op signaalkolommen op machines is de volgorde van de toegepaste kleuren bij voorkeur als volgt, van boven naar beneden: ROOD, GEEL, BLAUW, GROEN en WIT. GV/SV/ E.204.A

65 GV/SV/ E.204.A

66 3.6.2 IP-graden - IP-graad van de aansluitklemmen: IP2X volgens EN IP-graad wordt 66 als ze in de desbetreffende omhullingen (klasse II) ingebouwd worden. - Zie EN art : drukknoppen en/of signaallampen op deuren moeten een IP XXAgraad hebben. - Directe aanraking Toestellen op de deur van een bord: IPXXA volgens EN en EN Toestellen elders: IPXXB GV/SV/ E.204.A

67 - Omgeving Zie art : EN De IP-graad is te kiezen ifv de aanwezige uitwendige invloeden - Art Beschermingsgraden Uitzonderingen: De bescherming van schakelmaterieel tegen het binnendringen van vreemde vaste deeltjes en vloeistoffen moet afdoende zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de uitwendige invloeden waaronder de machine is bedoeld te werken (dwz de plaats en de fysieke omgevingsomstandigheden), en moet voldoende bescherming geven tegen stof, koelmiddelen en spaanders/slijpsel. Omhulsels voor schakelmaterieel moeten een beschermingsgraad bieden van tenminste IP22 (zie IEC 60529). Waar een elektrische bedrijfsruimte wordt gebruikt als beschermend omhulsel die een beschermingsgraad biedt die voldoende is om het binnendringen van vaste stoffen en vloeistoffen tegen te gaan. Waar afneembare sleepcontacten op contactdraad- of spanningsrailsystemen worden toegepast en IP22 niet wordt bereikt, maar wel de maatregelen van worden toegepast. Opmerking Hieronder volgen enkele voorbeelden van toepassingen, samen met de beschermingsgraad die door het omhulsel wordt geboden: Geventileerd omhulsel dat slechts een motoraanloopweerstand en andere uitrusting van grote omvang bevat: IP10 Geventileerd omhulsel dat andere uitrusting bevat: IP32 Omhulsel voor algemene industriële toepassingen: IP32, IP43 en IP54 Omhulsel voor gebruik op plaatsen die met een lagedrukwaterspuit worden gereinigd (afgespoten): IP55 Omhulsel dat bescherming biedt tegen fijn stof: IP65 Omhulsel dat sleepringen bevat: IP2X Afhankelijk van de ter plaatse van de installatie heersende omstandigheden kan een andere beschermingsgraad nodig Aansluitingen - Ze moeten geschikt zijn voor de geleidersectie. - In principe komt er 1 aansluiting onder 1 klem de fabrikanteninstructies moeten gevolgd worden. - Gesoldeerde verbindingen kunnen principieel niet (schokken-trillingen). - De aansluitgeleiders moeten genummerd worden (zie van de EN ). - Afgeschermde geleiders zijn aan te sluiten volgens de regels van de kunst + fabrikanteninstructies volgen. GV/SV/ E.204.A

68 - Hou rekening met de EMC-invloeden op de plaats van opstellen EN EN De EN verwijst in art naar de EN Deze norm zegt o.a. GV/SV/ E.204.A

69 Aanwijzing Bijlage A Enkele karakteristieken volgens de gebruikte categorie Gebruikscategorie I the I e i.f.v. U e Aangeduide waarden Courant alternatif 120V 240V 380V 480V 500V 600V M B A150 AC A300 AC A600 AC B150 AC B300 AC B600 AC C150 AC C300 AC C600 AC D150 AC D300 AC E150 AC Courant continu 125V 250V 400V 500V 600V N150 DC N300 DC N600 DC P150 DC P300 DC P600 DC Q150 DC Q300 DC Q600 DC R150 DC R300 DC M = sluiten B = snijden De letter A of B is de Ithe-waarde + de melding ac of dc. Zie norm. Het getal achter de letter is de Ui-waarde. Bijlage C Mechanische levensduur Het is het aantal schakelingen bij nullast dat een element kan verdragen of voor 90% kan hebben, zonder herstelling of vervanging van om het even welk onderdeel. GV/SV/ E.204.A

70 Elektrische levensduur Het is het aantal schakelingen bij VOLLAST dat een element kan verdragen of voor 90% kan hebben, zonder herstelling of vervanging van om het even welk onderdeel. Voorwaarden Stroomsoort Gebruiksart. Voorwaarden Onderbreking I U Cos φ I U Cos φ AC 15 10Ie Ue 0,7 (1) Ie Ue 0,4 (1) Stroomsoort Gebruiksart. Voorwaarden Onderbreking I U Cos φ I U Cos φ DC 13 Ie Ue 6P (2) I Ue 6P (2) I e = gebruiksstroom U e = gebruiksspanning P = U e.i e I = onderbrekingsstroom U = spanning T0.95 = tijd nodig om 95% te bereiken van het regime vermogen in millisec. 1. Is enkel van toepassing op spoelen. De factor 0.4 geldt als parallel over de spoel een weerstand voorzien werd. 2. Bv. 50W. betekent een 6P van 6 x 50 = 300 millisec. Tijdens het trekken mag het opgeslorpte vermogen gedurende 300millisec. groter zijn dan 50W. - Art. 8 Proeven Ui Een fabrikant moet de volgende proefspanningen aanleggen, onder de voorwaarden bepaald door de norm, om de volgende Ui waarden te kunnen vermelden op de kenplaat of in de catalogus. U i U proef eff.waarde U i 60 1 kv 60 < U i kv 300 < U i 690 2,5 kv 690 < U i kv 800 U i 1 kv 3,5 kv Andere proeven: zie norm - EN zegt: Art. 7 Omgevingstemperatuur moet 40 C en de gemiddelde waarde over 24 u moet 35 C zijn. De relatieve luchtvochtigheid mag tijdelijk 100 % zijn als de omgevingstemperatuur 25 C GV/SV/ E.204.A

71 De vervuilingsgraad binnen dewelke het bord mag opgesteld worden, mag max. 3 zijn. De componenten zouden geschikt moeten zijn voor een vervuilingsgraad 3. Het bord mag niet hoger dan 2000 m boven de zeespiegel opgesteld worden; Speciale eisen: Zie afspraak vooraf tussen de gebruiker en bordenbouwer. Art. 8 constructieve eisen Zie attesten en/of technische specificaties van elke component opgegeven door de fabrikant en de noodzakelijke te vervullen voorwaarden op de plaats van opstelling. Specifieke eisen kunnen zijn volgens art. 7+8: Weerstand tegen corrosie Thermische stabiliteit Weerstand tegen stralingen Mechanische stevigheid Lucht- en kruipwegafstanden Bescherming tegen directe aanraking Elektrische scheidingen Onderhoudsvoorwaarden Enz. GV/SV/ E.204.A

72 3.7 Potentiaalvereffeningen Kenmerken - Potentiaalvereffeningsgeleiders (PVG) zijn naakt of geelgroen. Tenminste, geelgroen bij voorkeur. - De EN zegt ivm de sectie van de PE s in het bord: Sectie fasen in mm² S 16 Minimale sectie van de externe koperen Pe-geleiders 16 < S < S 400 S/2 400 < S < S S/4 S Bijlage B van de norm zegt mbt de PE-sectie. k²s² I²cc.t of S PE I cc k t De factor k is te kiezen als volgt: PVC XLPE Butylrubber Eindtemperatuur 160 C 250 C 220 C Mantel of geleider k Koper Aluminium Staal De begintemperatuur werd bepaald op 30 C. Art. 8.4 van de bordennorm omschrijft de voorwaarden waaraan de potentiaalvereffeningsinstallatie (PVI) moet beantwoorden. - Metalen delen met een oppervlakte S < 5x5 cm moeten niet geaard worden. - Metalen delen in het bord die ONBEREIKBAAR zijn, moeten niet geaard worden. - Schroeven, klinknagels, naamplaatjes moeten niet geaard worden. - Vermiste, gelakte, geverfde metalen delen vormen geen of onvoldoende isolatie. Ze moeten maw geaard worden. - Aan de PVI is de grootste aandacht te besteden. - Principieel mag de PE-installatie niet onderbroken kunnen worden. GV/SV/ E.204.A

73 3.7.2 IP-graden Niet van toepassing Aansluitingen - Er wordt steeds 1 PE-geleider aangesloten onder 1 klem. - PE-geleiders zijn te nummeren. Ze zijn op het schema terug te vinden. - Tussenliggende verbindingen zijn niet toegelaten. - U spaart een verbindingsdoos en een verbindingsmiddel. Dit zijn kemels van inbreuken en kunnen nooit in de rubriek opmerkingen terecht komen. Zie A.R.E.I. art GV/SV/ E.204.A

74 - Er komt slechts 1 geleider onder 1 klem, tenzij volgens de fabrikanteninstructies (LSRL 7./23/EG hij bepaalt het toegelaten gebruik) meerdere geleiders mogen. Geleiders van verschillende secties kunnen meestal niet volgens de regels van de kunst onder 1 klem geklemd worden (A.R.E.I ). GV/SV/ E.204.A

75 3.7.4 EN EN EN : zie kenmerken - EN art. 8 - Deze norm verwijst in art. 8.2 naar de EN mbt de sectie van de PE. - De sectie van de PE-geleiders is functie van het netsysteem en moet dus berekend worden indien het om een IT of TN-net gaat. De sectie van PE-geleiders in TT-netten: zie AREI art GV/SV/ E.204.A

76 - Volgens de EN bestaat de PE-installatie uit: PE-aansluitklem PE-geleiders naar massa s Aanraakbare geleidende delen Geleidende constructieve delen Vreemde geleidende delen die de structuur van de machine vormen - Elk aansluitpunt voor PE-leidingen wordt aangeduid met het symbool: of met de letters PE of via de kleur geelgroen - Art zegt: Een PE wordt gekenmerkt door: Of geelgroene kleur Of vorm van de PE Of de ligging van de PE Of aanduiding via Arabische cijfers Vorm: bv. middelste ader van een alu-leiding. Plaats: bv. middelste geleider van een VGVB-leiding Markering: bv. aders gekenmerkt met het cijfer 1 zijn PE-geleiders Principieel: Geel-groen moet over de ganse lengte aanwezig zijn Verhouding geel-groen % Als de PE NIET gemakkelijk toegankelijk is, moeten alleen de UITEINDEN geelgroen zijn. 3.8 Externe leidingen Kenmerken - De EN kent geen EXTERNE leidingen. De EN spreekt in art. 12 over externe leidingen. Zijn toegelaten: Art Isolatie GV/SV/ E.204.A

77 Typen isolatie zijn onder andere: Polyvinylchloride (PVC) Natuurrubber en synthetisch rubber Siliconenrubber (Sir) Minerale stoffen Vernet polyethyleen (XLPE) Etheenpropeensamenstelling (EPR). ALLE leidingen met hoger genoemde isolatie en conform een EN of IEC-norm of conform een HD mogen gebruikt worden als ze in overeenstemming zijn met de aanwezige uitwendige invloeden. Kabels conform een NBN-EN kunnen uiteraard eveneens gekozen worden als ze toegelaten zijn ifv de uitwendige invloeden. Kabels enkel conform een NBN mogen ALS er geen EN-norm terzake of HD terzake bestaat. - De EN moet mbt het AREI een sterke vereenvoudiging door ivm de toegelaten stroomsterkte Iz door een leiding. Tabel 6 voorbeelden van de toelaatbare stroom (Iz) van k operen stroomgeleiders of kabels met PVC-isolatie bij constante belasting en bij een omgevingstemperatuur van +40 C bij verschillende methoden van aanleg Doorsnede mm 2 Installatiemethode B1 B2 C E Maximaal toelaatbare stroom I Z voor driefaseketens Amp 0,75 8,6 8,5 9,8 10,4 1,0 10,3 10,1 11,7 12,4 1,5 13,5 13,1 15,2 16,1 2,5 18,3 17, elektronica (paren) 0,2 NVT 4,3 4,4 4,4 0,5 NVT 7,5 7,5 7,8 0,75 NVT 9,0 9,5 10 Nota's 1. De waarden van de maximaal toelaatbare stroom van tabel 6 zijn gebaseerd op - Één symmetrische driefaseketen voor doorsnede van 0,75 mm² en meer - Één paar stuurstroomketens voor doorsneden tussen 0,2 mm² en 0,75 mm² Waar meer belaste kabels/paren zijn geïnstalleerd, verminder de waarde van tabel 6 volgens D.2 of GV/SV/ E.204.A

78 D.3 2. Voor andere omgevingstemperaturen dan +40 C, corr igeer de toelaatbare stroom met behulp van de waarden van tabel D Deze waarden gelden niet voor buigzame leidingen die op trommels zijn gewikkeld. 4. Voor de waarden voor de toelaatbare stroom van andere kabels, zie HD Buigzame (soepele) leidingen zijn toegelaten als ze van de klasse 5 of 6 zijn (veel dunne samengeslagen aders). IEC klasseindeling soepelheid - Klasse 1 massieve kern, bv. VOB (H07V-U) tot bv. 10 mm² - Klasse 2 samengeslagen kern, bv. XVB 120 mm² GV/SV/ E.204.A

79 - Klasse 5 fijnaderige flexibele leiding, bv. H07RN-F GV/SV/ E.204.A

80 Specifieke kabels - XVB NAD Nationaal aanvaardingsdocument omzetting IEC 502 Het installeren kan tot bij 0 C I ZO XVB > I ZO VVB Reden: max. bedrijfstemperatuur is 90 C i.p.v. 70 C voor VVB Huishoudelijk + industriële toepassingen, mits de uitwendige invloeden gerespecteerd worden. GV/SV/ E.204.A

81 - XFVB fout EN : hoofdspecificatie voor optische glasvezelkabel I ZO XFVB > I ZO VFVB Huishoudelijke en industriële toepassingen, mits de aanwezige uitwendige invloeden gerespecteerd worden. GV/SV/ E.204.A

82 - EXVB I ZO EXVB > I ZO EVVB Huishoudelijk en industriële toepassingen. Let wel: F1 = vlamvertragend Aanwezige uitwendige invloeden respecteren. GV/SV/ E.204.A

83 - Pireflex H07RN-F Kabel bestand tegen OZON Kabel bestand tegen AG3 + AH3 Gebruik: Onderdompeling AD8 Rolbruggen, liften e.a. Tijdelijke installaties GV/SV/ E.204.A

84 3.8.2 IP-graden Niet van toepassing voor de GENOEMDE leiding aansluitingen Niet van toepassing voor de GENOEMDE leiding EN EN Niet van toepassing 3.9 Motoren Kenmerken Constructienorm EN De norm is toepasselijk op motoren en alternatoren. - De kenplaat zou de volgende gegevens moeten bevatten: merk type serienummer vermogen in kw of pk aantal polen paren frequentie en draaisnelheid in tr/min. arbeidsfactor mogelijke schakelingen isolatieklasse IP-graad constructienorm - Overlastbeveiliging is een must Overlastbeveiliging kan gewaarborgd worden door: temperatuurbewaking van de wikkelingen; stroombewaking van de wikkelingen; beide beveiligingen voorzien. GV/SV/ E.204.A

85 - Temperatuurgrenzen van de isolatie De bestendigheid van de isolatie hangt af van thermische, elektrische en mechanische invloeden, van schadelijke atmosferische invloeden (bv. vochtigheid), van de weerstand aan chemicaliën en bevuiling aller aard. De isolatiematerialen hebben onder normale bedrijfstoestanden een goede levensduur indien de grenstemperatuur voor de overeenkomstige isolatieklasse volgens EN niet overschreden wordt Elektromotoren en bijbehorende uitrusting De EN kent geen motoren. De EN spreekt over motoren Algemene eisen Elektromotoren zouden moeten voldoen aan de eisen van IEC reeks. De eisen betreffende de beveiliging voor motoren en bijbehorende uitrusting staan met betrekking tot: overstroombeveiliging: art. 7.2 overlastbeveiliging: art. 7.3 max. toerental: art. 7.6 voeding niet onderbreken art onderspanning: art. 7.5 overdreven toerental: art. 7.6 besturing bij fouten: art Motorbehuizingen Zie EN Motorafmetingen Zie EN reeks Montage - afscherming waarborgen. - gemakkelijk onderhoud en inspectie moet mogelijk zijn. - alle klemkasten moeten toegankelijk zijn. - smering, afstelling moet gemakkelijk mogelijk zijn. - koeling moet gewaarborgd worden. - ventilatiegaten moeten voorkomen dat spaanders, stof of wat dan ook kan binnendringen. GV/SV/ E.204.A

86 - motorcompartimenten moet: schoon en droog gehouden worden als compartiment behouden blijven Motoren worden gekozen op basis van: - type motor - type bedrijfscyclus - vast of wisselend toerental (en de daaruit voortvloeiende wisselende invloed van de ventilatie) - mechanische trillingen; - type motoraanzetinrichting; - invloed van de hogere harmonischen van de spanning en/of stroom die de motor voedt (met name wanneer gevoed door een statische omvormer) op de temperatuurverhoging; - methode van aanlopen en mogelijke invloed van de inschakelstroom op de werking van andere verbruikende toestellen op dezelfde voeding, waarbij tevens rekening wordt gehouden met mogelijke bijzondere bepalingen van het elektriciteitsbedrijf; - fluctuatie van het reactiekoppel in tijd en toerental; - invloed van belastingen met grote massatraagheidsmomenten; - invloed van bedrijf met constant koppel of bij constant vermogen; - eventuele noodzaak van smoorspoelen tussen de motor en omzetter IP-graden Uitzonderingen: De bescherming van schakelmaterieel tegen het binnendringen van vreemde vaste deeltjes en vloeistoffen moet afdoende zijn, waarbij rekening wordt gehouden met de uitwendige invloeden waaronder de machine is bedoeld te werken (dwz de plaats en de fysieke omgevingsomstandigheden), en moet voldoende bescherming geven tegen stof, koelmiddelen en spaanders/slijpsel. Waar een elektrische bedrijfsruimte wordt gebruikt als beschermend omhulsel die een beschermingsgraad biedt die voldoende is om het binnendringen van vaste stoffen en vloeistoffen tegen te gaan. Waar afneembare sleepcontacten op contactdraad- of spanningsrailsystemen worden toegepaste en IP22 niet wordt bereikt, maar wel de maatregelen van worden toegepast. Nota Hieronder volgen enkele voorbeelden van toepassingen, samen met de beschermingsgraad die door het omhulsel wordt geboden: Geventileerd omhulsel dat slechts een motoraanloopweerstand en andere uitrusting van grote omvang bevat: Geventileerd omhulsel dat andere uitrusting bevat: IP32 IP10 GV/SV/ E.204.A

87 Omhulsel voor algemene industriële toepassingen IP32, IP43 en IP54 Omhulsel voor gebruik op plaatsen die met een lagedrukwaterspuit worden gereinigd (afgespoten) Omhulsel dat bescherming biedt tegen fijn stof IP65 Omhulsel dat sleepringen bevat IP2X Afhankelijk van de ter plaatse van de installatie heersende omstandigheden kan een andere beschermingsgraad nodig. IP55 Installatienormen Het bord - De eisen beschreven in de EN zouden moeten opgelegd worden m.b.t. het bord. - Het bord zelf zou best van de klasse 1 zijn, volgens de EN De hoofdschakelaar, conform de EN gebruikerscategorie AC23, en geschikt voor scheiding, volgens de EN zou oordeelkundig in het bord moeten voorzien worden. Motorkenplaat IEC 34 moet wel IEC zijn 73/.3/EEG is OUDE laagspanningsrichtlijn Isolatieklasse: vermoedelijk B IP54 P = 4 kw GV/SV/ E.204.A

88 3.10 Stopcontacten en verlichting Stopcontacten Kenmerken - Constructienorm: EN IP-graad IEC Veel voorkomende IP-graden: IP44 IP54 IP67 - Brand- en hittebestendigheid EN Aanduidingen: 2P + 3P + 3P + N + - Kleuren ifv Unominaal De kleur van een stopcontact komt overeen met een bepaalde gebruiksspanning. 24 V: lila (20 tot 25 V) 42 V: wit (40 tot 50 V) 110 V: geel (100 tot 130 V) 230 V: blauw (200 tot 250 V) 400 V: rood (380 tot 480 V) 500 V: zwart (500 tot 690 V) Contactdozen voor hoge frequenties Groen: (100 tot 500 Hz) GV/SV/ E.204.A

89 - Industriële stopcontacten - uitvoeringsvormen We onderscheiden: inbouwcontactdoos, wandcontactdoos, toestelcontactdoos, koppelstekker, stekker IP-graden - Art van de EN verwijst enkel naar de IEC Deze stopcontacten hebben over het algemeen een IP-graad van minstens Het zijn andermaal de resultaten van de uitwendige invloedsfactoren die zullen bepalend zijn voor de IP-graad van de toegelaten stopcontact Aansluitingen - Deze gebeuren met leidingen conform de filosofie beschreven in art. 12 van de EN Aansluitingen kunnen via: XVB EXVB VVB EVAVB en andere equivalente leidingen, conform de desbetreffende EN-normen, HD of IEC-normen. - De PE-aansluiting is verplicht, behalve voor de stopcontacten op PELV. PELV = Protected extra low voltage = beschermde extra lage spanning = ZLBS - Stopcontactkringen moeten beveiligd worden tegen KORTSLUITING + OVERBELASTING. GV/SV/ E.204.A

90 - ALS stopcontacten gevoed worden via een stroomkring, AFGETAKT vóór de NETSCHEIDER, dan geldt: Overstroombeveiilging moet een afschakelvermogen hebben gelijk aan dat van de netscheider. Aansluiting moet IPXXB zijn Aansluiting moet voorzien zijn van Stopcontacten moet IPXXB zijn of beter - moet een mededeling van gelijke strekking zijn opgenomen in het onderhoudshandboek en gelden één of meer van de volgende bepalingen: er moet een permanente waarschuwingsaanduiding zijn aangebracht in de nabijheid van elke stroomketen die niet behoeft te worden gescheiden, zoals bepaald in deze norm, of de stroomketen die niet behoeft te worden gescheiden, moet zijn gescheiden van andere stroomketens of de stroomgeleiders moeten zijn aangeduid met kleuren, waarbij de aanbeveling oranje draden kiezen in aanmerking moet worden genomen. GV/SV/ E.204.A

91 EN EN Opm. - De bordennorm beschrijft niet specifiek de voorwaarden voor stopcontact- en verlichtingskringen. - EN zegt in art Bescherming door gebruik van PELV Art Algemene eisen Het doel van beschermende extra lage spanning (PELV) is personen te beschermen tegen elektrische schok door indirecte aanraking en door directe aanraking van een vlak van beperkte omvang PELV-ketens moeten voldoen aan alle volgende voorwaarden: a) de nominale spanning mag niet meer bedragen dan: 25 V wisselspanning effectieve waarde of 60 V gelijkspanning zonder rimpel, wanneer de uitrusting normaal wordt gebruikt op droge plaatsen en wanneer geen groot aanrakingsvlak van actieve delen met het menselijk lichaam is te verwachten of 6 V wisselspanning effectieve waarde of 15 V gelijkspanning zonder rimpel, in alle andere gevallen; De term zonder rimpel wordt gedefinieerd als een sinusvormige rimpel waarvan de effectieve waarde maximaal 10 % van de nominale gelijkspanning is. b) één zijde van de stroomketen of één punt van de voedingsbron van die stroomketen moet met de beschermingsketen zijn verbonden; c) actieve delen van PELV-ketens moeten elektrisch zijn gescheiden van andere actieve stroomketens. De elektrische scheiding mag niet minder zijn dan is vereist tussen de primaire en de secundaire stroomketen van een veiligheidstransformator (zie IEC en IEC ); d) stroomgeleiders van elke PELV-keten moeten fysiek zijn gescheiden van die van andere stroomketens. Als dit niet kan, zijn andere passende maatregelen te nemen. e) contactstoppen en contactdozen voor een PELV-keten moeten aan het volgende voldoen: 1) contactstoppen mogen niet passen in contactdozen van stroomketens met een andere spanning; 2) in contactdozen mogen geen contactstoppen passen van stroomketens met een andere spanning. Art PELV-bronnen Beschermende extra lage spanning (PELV) moet worden betrokken van één van de volgende bronnen: een veiligheidstransformator volgens IEC en IEC ; een stroombron met een mate van veiligheid die overeenkomt met die van een veiligheidstransformator (bijvoorbeeld een motorgenerator met een wikkeling die zorgt voor een gelijkwaardige scheiding); een elektrochemische bron (bijvoorbeeld een batterij) of een andere bron die onafhankelijk is van een keten met hogere spanning (bijvoorbeeld een door een dieselmotor aangedreven generator); GV/SV/ E.204.A

92 een elektronische voeding die voldoet aan passende normen die te nemen maatregelen beschrijven om ervoor te zorgen dat, zelfs bij een inwendig defect, de spanning aan de uitgaande aansluitklemmen de in aangegeven waarden niet kan overschrijden. - Soorten trafo's Scheidingstrafo Een scheidingstransformator is een transformator met een functionele isolatie tussen primaire en secundaire wikkelingen en waarin het risico van doorslag tussen primaire en secundaire wikkelingen niet uit te sluiten is. Beschermingstrafo Nota: Een beschermingstransformator is een transformator waarvan de primaire en secundaire wikkelingen elektrisch gescheiden zijn door een dubbele of versterkte isolatie om in de stroombaan, gevoed door de secundaire wikkeling, de risico's te beperken bij toevallig gelijktijdig contact tussen de massa en de actieve delen of de delen die actief kunnen worden bij een isolatiefout. een bijzondere beschermingstrafo is deze waarbij Usec U L. GV/SV/ E.204.A

93 ZLS ZLFS ZLS + art. 80, 81, 82 of 75, 76, 77 + Up 1,5 kv 1 min. ZLVS ZLBS ZLBS is Zeer Lage VeiligheidsSpanning in een TN-S net configuratie. GV/SV/ E.204.A

94 - EN en sommige markeringen De EN bepaalt wanneer welk symbool op een trafo mag worden aangebracht. De norm bevat meerdere tabellen waarnaar men verwijst. De opwarming van de trafo moet altijd kleiner zijn dan... om brand te voorkomen. Definities Beproeving volgens art. 14 Veiligheidskenmerk Scheiding Niet gevaarlijk in geval van storing Er is ofwel geen vlam of ze gaan buiten gebruik Mogen gekenmerkt worden Resistent door constructie Opwarming is > tabelwaarden Niet resistent Opwarming is > tabelwaarden als instructies gevolgd worden, d.w.z. 315 ma zetten Referenties in indicatie van het beschermingsmiddel Ander middel (verwisselbaar) Ingebouwde overlastbeveiliging waardoor het middel (thermisch) moet werken volgens de tabelvoorwaarden Referenties en indicaties van het beschermingsmiddel Ander middel (niet verwisselbaar) Kortsluitvast door constructie GV/SV/ E.204.A

95 Verlichting Kenmerken - Verlichtingstoestellen moeten voldoen aan de EN De schakelaar aan-uit mag NIET opgenomen zijn in de lamphouder of in het soepele aansluitsnoer. - Verlichtingsarmaturen, indien van de klasse 1, zijn te aarden volgens de regels van de kunst. - Stroboscopische effecten moeten vermeden worden. - Er is rekening te houden met eventuele EMC-invloeden IP-graden - Deze zijn te kiezen ifv de aanwezige uitwendige invloeden op de plaats van opstelling. - Gloeilampverlichtingen moeten tenminste voldoen aan de voorwaarde IPXXB ALS de lamp is ingeschroefd Aansluitingen - Het verlichtingstoestel in het verdeelbord kan gevoed worden via: VOBst (H07V-K) in soepele buis VOBst (H07V-K) in geribde buis VTLB (H03VV-F) of CTLB (H05RR-F) Sectie 0,75 mm² Andere equivalente leidingen - De verlichtingskring moet enkel beveiligd worden tegen kortsluiting. Deze beveiliging moet ZO LAAG mogelijk gekozen worden. - Verlichtingstoestellen of installatie van de machine zelf: zie EN EN EN De bordennorm kent verlichting als dusdanig niet. - De EN zegt in art voeding: De nominale spanning van de plaatselijke verlichting mag niet hoger zijn dan 250 V tussen de geleiders. Aanbevolen wordt om een spanning te kiezen van ten hoogste 50 V tussen de geleiders. Verlichtingsstroomketens moeten vanuit één van de volgende bronnen worden gevoed: een speciaal hiervoor dienende scheidingstransformator die is verbonden met de lastzijde van de netscheider. In de secundaire stroomketen moet overstroombeveiliging aanwezig zijn; een speciaal hiervoor dienende scheidingstransformator die is verbonden met de netzijde van de netscheider. Deze bron is alleen toegelaten in verlichtingsstroomketens ten behoeve van GV/SV/ E.204.A

96 onderhoudswerkzaamheden in omhulsels met besturingstoestellen. In de secundaire stroomketen moet overstroombeveiliging aanwezig zijn; een machinestroomketen met speciaal hiervoor dienende overstroombeveiliging; een scheidingstransformator die is verbonden met de netzijde van de netscheider, met in de primaire stroomketen een speciaal hiervoor dienende netscheider en in de secundaire stroomketen een overstroombeveiliging en gemonteerd in het omhulsel met besturingstoestellen naast de netscheider; een verlichtingsstroomketen met uitwendige voeding (bijvoorbeeld voeding voor fabrieksverlichting). Dit is alleen toegelaten in omhulsels met besturingstoestellen en voor machineverlichting waar het totale toegekende vermogen van de machine niet meer dan 3 kw bedraagt. Indien de voeding gebeurt via een aparte kring, afgetakt vóór de netscheider: zie : stopcontacten. GV/SV/ E.204.A

97 3.11 Schema s, gegevens en attesten Schema s EN art Schema s zijn een must: zie art b4 + 2b5 en het AREI art Schema s zouden moeten getekend worden volgens de EN Art van de norm zegt: Tenzij anders is overeengekomen tussen fabrikant en gebruiker: moet de documentatie in overeenstemming zijn met de relevante delen van EN 61082; moeten referentieaanduidingen in overeenstemming zijn met de relevante delen van EN 61346; moeten instructies en/of handleidingen in overeenstemming zijn met EN 62079; moeten eventuele stuklijsten in overeenstemming zijn met EN 62027, klasse B. - Art Technische documentatie Art Algemeen De informatie die noodzakelijk is voor installatie, bedrijf en onderhoud van de elektrische uitrusting van een machine, moet worden verstrekt in een geschikte vorm, bv. tekeningen, schema's, grafieken, diagrammen, tabellen en instructies. Deze informatie moet worden geleverd in de taal die is overeengekomen (zie bijlage B). De verstrekte informatie mag zijn aangepast aan de complexiteit van de elektrische uitrusting. Voor zeer eenvoudige uitrusting mag de desbetreffende informatie in één document zijn vervat, mits dit document alle elementen van de elektrische uitrusting toont en voldoende is om de aansluiting op het voedingsnet tot stand te brengen. Art.17.2 Te verstrekken informatie De met de elektrische uitrusting te verstrekken informatie moet ten minste omvatten: a) een hoofddocument (stuklijst of lijst van documenten); b) aanvullende documenten, waaronder: 1) een duidelijke, volledige beschrijving van de uitrusting, installatie en montage, alsmede van de aansluiting op de elektrische voeding(en); 2) eisen te stellen aan de elektrische voeding(en); 3) informatie over de fysieke omgeving (bv. verlichting, trilling, verontreinigingen in de omgevingslucht), waar van toepassing; 4) blokschema's, waar van toepassing; 5) stroomkringschema('s); 6) waar toepasselijk, informatie over: programmeren, indien noodzakelijk voor het gebruik van de uitrusting; besturingsvolgorde; inspectie-intervallen; GV/SV/ E.204.A

98 frequentie en methode van functionele beproeving; aanwijzingen over afstelling, onderhoud en reparatie, in het bijzonder van de beveiligingstoestellen en stroomketens; een lijst van aanbevolen reserveonderdelen en een lijst van meegeleverd gereedschap. 7) een beschrijving met inbegrip van aansluitschema's van de beveiligingsmiddelen, vergrendelingsfuncties en onderlinge vergrendeling van afschermingen tegen gevaren, in het bijzonder bij gecoördineerd samenwerkende machines; 8) een beschrijving van de beveiliging en de daartoe aanwezige middelen, waar het noodzakelijk is om de beveiliging buiten werking te stellen, bv. voor afstellingen of onderhoud; 9) instructies over de procedures om de machine veilig te stellen ten behoeve van onderhoud; 10) informatie over bewerking, transport en opslag; 11) informatie over belastingsstromen, piekaanloopstromen en de toegelaten spanningsval, indien van toepassing; 12) informatie over de resterende risico's ten gevolge van de genomen beschermingsmaatregelen, aanwijzing of er enige specifieke scholing is vereist en specificatie van eventueel noodzakelijks beschermende uitrusting voor personen. Art Eisen te stellen aan alle documentatie Tenzij anders is overeengekomen tussen fabrikant en gebruiker: moet de documentatie in overeenstemming zijn met de relevante delen van IEC 61082; moeten referentieaanduidingen in overeenstemming zijn met de relevante delen van IEC 61346; moeten instructies en/of handleidingen in overeenstemming zijn met IEC 62079; moeten eventuele stuklijsten in overeenstemming zijn met IEC 62027, klasse B. Voor het verwijzen naar de verschillende documenten moet de leverancier één van de volgende methoden kiezen: waar de documentatie een gering aantal documenten omvat (bv. minder dan vijf) moet elk van de documenten ten behoeve van de onderlinge verwijzing (kruisverwijzing) zijn voorzien van de documentnummers van alle andere documenten die betrekking hebben op de elektrische uitrusting of bij hoofddocumenten op slechts één enkel niveau moeten alle documenten met documentnummer en naam zijn opgenomen in een tekeningen- of documentenlijst of alle documenten op een bepaald niveau van de documentatiestructuur moeten met documentnummer en naam zijn opgenomen in een stuklijst die betrekking heeft op hetzelfde niveau. GV/SV/ E.204.A

99 Art Installatiedocumenten De installatiedocumenten moeten alle informatie bevatten die nodig is ter voorbereiding van het opstellen van de machine, met inbegrip van de inbedrijfstelling. In complexe gevallen kan het nodig zijn voor details te verwijzen naar de montagetekeningen. De aanbevolen ligging, het type en de doorsnede van de ter plaatse te installeren voedingskabels moeten duidelijk zijn aangegeven. De gegevens die nodig zijn om het type, de kenmerken, de toegekende stromen en de afstelling van het (de) aan het punt van de voeding van de elektrische uitrusting van de machine te installeren. Waar nodig, moeten afmetingen, doel en plaats van leidingkokers in de fundering waarin de gebruiker moet voorzien, gedetailleerd zijn aangegeven. Afmetingen, type en doel van leidingkokers, kabelrekken of kabelondersteuningen tussen de machine en de bijbehorende uitrusting waarin de gebruiker moet voorzien, moeten gedetailleerd zijn aangegeven (zie bijlage B). Waar nodig, moet op de tekening zijn aangegeven, op welke plaatsen ruimte nodig is om de elektrische uitrusting te kunnen uitbouwen of onderhoud daaraan te verrichten. Waar van toepassing moet bovendien worden gezorgd voor een aansluitschema of bedradingslijst. Dit schema of deze lijst moet volledige informatie bevatten over alle externe verbindingen. Waar de elektrische uitrusting ontworpen is om te werken op verschillende netvoedingsspanningen, moeten op het aansluitschema of de bedradingslijst de wijzigingen of doorverbindingen zijn aangegeven, die nodig zijn voor het gebruik van de desbetreffende voeding. Art Overzichtsschema's en functieschema's Waar het noodzakelijk is voor een beter begrip van de werkingsprincipes, moet een overzichtsschema worden verstrekt. Een overzichtsschema geeft de elektrische uitrusting in symbolen weer, samen met de functionele samenhang ervan, zonder dat alle onderlinge verbindingen behoeven te worden getoond. Art Stroomkringschema's Er moeten één of meer stroomkringschema's worden verstrekt. Dit/deze schema('s) moet(en) de stroomketens op de machine en de bijbehorende elektrische uitrusting weergeven. Eventuele grafische symbolen die niet voorkomen in IEC DB:2001, moeten afzonderlijk zijn weergegeven en zijn beschreven in de schema's of in aanvullende documenten. De symbolen voor en de aanduiding van onderdelen en toestellen 'moet in alle documenten en op de machine consequent worden toegepast. Waar van toepassing, moet een schema aanwezig zijn dat de aansluitklemmen voor interfaceaansluitingen weergeeft; Dit schema mag ter vereenvoudiging samen met het/de aansluitklemmen voor interfaceaansluitingen weergeeft. Dit schema mag ter vereenvoudiging samen met het/de stroomkringschema('s) worden gebruikt. Het schema voor de aansluitklemmen zou een verwijzing moeten bevatten naar het gedetailleerde stroomkringschema van elke weergegeven eenheid. GV/SV/ E.204.A

100 Op de elektromechanische schema's moeten symbolen voor schakelaars en schakelfuncties zijn weergegeven in de toestand waarin alle voorzieningen (bv. elektriciteit, lunch, water, smeermiddel) zijn uitgeschakeld en de machine en de bijbehorende elektrische uitrusting in de normale startpositie staan. Stroomgeleiders moeten zijn gemarkeerd volgens Stroomketens moeten zo zijn weergegeven dat hun functie gemakkelijk kan worden begrepen en het onderhoud en de opsporing van defecten gemakkelijk kunnen plaatsvinden. Functionele eigenschappen van de besturingstoestellen en onderdelen die niet blijken uit het gebruikte symbool, moeten zijn opgenomen in de schema's naast het symbool, of er moet naar worden verwezen in een voetnoot. Art Bedieningshandleiding Tot de technische documentatie moet tevens een bedieningshandleiding behoren die uitvoerige en deugdelijke procedures bevat voor het installeren en het gebruik van de uitrusting. Bijzondere aandacht zou moeten worden geschonken aan de getroffen veiligheidsmaatregelen. Waar de werking van de uitrusting kan worden geprogrammeerd moet uitgebreide informatie worden verstrekt over programmeermethoden, benodigde uitrusting, programmacontrole en (waar nodig) aanvullende veiligheidsprocedures. Art Onderhoudshandleiding Tot de technische documentatie moet tevens een bedieningshandleiding behoren die uitvoerige en deugdelijke procedures bevat voor afstelling, onderhoud, preventieve controle en reparatie. Aanbevelingen met betrekking tot de frequentie van en rapportage over onderhoud en reparatie zouden in deze handleiding moeten zijn opgenomen. Indien methoden ter controle van het juiste bedrijf zijn gegeven, moet het gebruik van deze methoden uitvoerig zijn beschreven. Art Stuklijsten Waar stuklijsten zijn meegeleverd, moeten deze tenminste informatie bevatten die noodzakelijk is voor het bestellen van reserve- of vervangende onderdelen (bv. onderdelen, toestellen, programmatuur, beproevingsapparatuur, technische documentatie), die nodig zijn voor preventief of correctief onderhoud met inbegrip van die delen waarvan de gebruiker van de uitrusting wordt aangeraden om deze in voorraad te houden. GV/SV/ E.204.A

101 3.12 Controles en proeven Controles Volgens EN art De controle zou moeten omvatten: Nazicht dat de elektrische installatie overeenstemt met de technische documentatie. Nazicht mbt de bescherming tegen indirecte aanraking Meting isolatieweerstanden Spanningstest Nazicht op restspanningen FUNCTIONELE PROEVEN Volgens EN art.10 - Nazicht op: Robuustheid van materialen, bestandheid tegen corrosie, isolatie, bestandheid tegen de zonnestralen + kenplaten IP-graden Kortsluitvastheid Temperatuurbestendigheid EMC Lucht- en kruipwegafstanden Enz Wie voert de controles uit? Nota: - De borden- of machinebouwer moet sowieso controle uitvoeren alvorens dat de CEmarkering kan worden aangebracht op zijn machine of het bord dat hij te koop aanbiedt. - Een bord dat een deel is van een machine, moet VEILIG zijn alvorens het geleverd wordt aan de machinebouwer. Een CE-markering hoeft niet op het bord, het attest van conformiteit met de EN of EN moet wel. - Deze controles en proeven kunnen uitgevoerd worden door een bevoegde of een afgevaardigde van een erkend organisme. - Later volgt in België, op basis van het AREI art. 270, een verplichte controle vóór indienststelling. Een bord is veilig (AREI art. 7) als het bv. conform de EN gebouwd werd. Een VOLLEDIG attest, gedateerd en ondertekend door een BEVOEGDE is dan voldoende. GV/SV/ E.204.A

102 Let wel: De AANSLUITINGEN en hun relatie tot de geplaatste OVERSTROOMBEVEILIGINGEN vallen BUITEN de verantwoordelijkheid van het voorgelegde attest. GV/SV/ E.204.A

103 4 Bijlagen 4.1 Beknopt overzicht van beide normen Dit overzicht toont inhoudelijk de belangrijkste begrippen en voorwaarden uit beide normen. EN EN Wordt GEHARMONISEERD Is geharmoniseerd Is GEHARMONISEERD Art. 1 toepassingsgebied Art. 1 toepassingsgebied Art. 2 normatieve referenties Art. 2 normatieve referenties Art. 3 definities (uitgebreide definities) Art. 3 definities Art. 4 symbolen en aanbevelingen Art. 4 algemene eisen Art. 5 Interface karakteristieken Art. 5 aansluitklemmen voor inkomende Ipiek voedingsleidingen, scheiders en schakelaars Icw Icc Art. 6 informatie Art. 6 bescherming tegen: Kenplaat Instructies Directe aanraking Indirecte aanraking Art. 7 omgevingsvoorwaarden uitwendige Art. 7 beveiliging tegen overstromen invloeden Vervuilingsgraden Hoogte Vervoer Beveiliging tegen afwijkende temperaturen Beveiliging tegen overdreven snelheid Beveiliging tegen bliksem Beveiliging tegen onderspanning Art. 8 constructieve vereisten Art. 8 potentiaalvereffeningen Bescherming tegen corrosie Bescherming tegen onstabiliteit Bescherming tegen mechanische invloeden Lucht- en kruipwegafstanden Bescherming tegen elektrische schokken Inwendige componenten en schakelelementen Interne verbindingen en stroomkringen Koeling Aansluitpunten voor externe Art. 9 diëlektrische eigenschappen Art. 9 stuurkringen GV/SV/ E.204.A

104 Ui Uimp Temperatuur Icc Io EMC Art. 10 designvoorwaarden Algemeenheden IP-graden Kenplaten 9.1 basisfilosofie 9.2 start-stopfunctie Noodstopfunctie Draadloze bediening Dubbele bediening 9.3 vergendelingen- blokkeringen 9.4 besturingsfuncties bij storingen Art. 10 bedienignsinterface + besturingstoestellen Drukknoppen Signaallampen Noodstoptoestellen Art. 11 routine nazichten en proeven Art.11 schakelmateriaal + opstelling Bijlagen Art. 12 elektrische leidingen Art. 13 installatiemethoden Algemeenheden Identificatie van: Stroomgeleiders Nulleiders PE-geleider Bedrading buiten omhulsels Art. 14 elektromotoren + toebehoren Art. 15 stopcontacten + verlichting Art. 16 kenplaten + pictogrammen + verwijzingen Art. 17 technische documentatie Art.18 Bijlagen proeven en controles 4.2 Belangrijke pictogrammen Gevaar voor elektrische spanning Gevaar Vallen door hoogteverschil GV/SV/ E.204.A

105 Laserstraal Oxiderende stoffen Niet-ioniserende straling Belangrijk magnetisch veld Struikelen Niet aanraken Niet te dicht naderen Verboden te schakelen 4.3 Berekeningsvoorbeeld TN-S Rekenvoorbeeld Gegevens - HS/LS trafo I e 1000 A U CC 3% P = 630 kva R T 3 milliω X T 6 milliω - Net configuratie TN-S - Algemene vermogenscheider in hoofdbord X Thermisch ingesteld op 1000 A Magnetisch op 15 ka Afschakelvermogen 30 ka - Barenstel met diverse vertrekken, waarvan vertrek A: PVC kabel 3 x lengte 100 m GV/SV/ E.204.A

106 beveiliging 200 x 0,90 thermisch 3 ka magnetisch 16 ka afschakelvermogen - Secundair bord Y gevoed via kabel A bevat lastscheider voeding naar machine Z belasting 95 A kabel B (PVC kabel 3 x ) lengte 50 m beveiliging 100 A thermisch 1,5 ka magnetisch 10 ka afschakelvermogen EN Plaatsingswijzen Kabel A > 6 kabels open goot Kabel B 2 kabels open goot Omgevingstemperatuur 25 C - Gevraagd! 1. Overlastbeveiliging OK? 2. Afschakelvermogen OK? 3. Indirecte aanraking OK? 4. Kortsluitbeveiliging OK? 5. Bedrijfsstroom t.o.v. I z OK? GV/SV/ E.204.A

107 - Berekeningen 1. Overbelasting Basisformule : I B I N I Z Kiezen wij I B = I N Berekenen wij I Z I Z = I ZO. f w. f t Kabel A = 269 x 1,06 x 0,79 = 225 A (tabel 52C- 52D 52E) Kabel B = 131 x 1,06 x 0,88 = 140 A (tabel 52C 52D 52E) Of voor kabel A bekomt men: A voor kabel B wordt dit A Besluit: de overbelastingsbeveiliging is OK Nota: Indien smeltveiligheden zouden geplaatst worden, zijn nog eens extra 2 formules toe te passen; met smeltveiligheden moet het verschil tussen I N en I Z groot zijn, of het lukt niet. Hoe groot? 25 à 50 %. GV/SV/ E.204.A

108 - 400V Indien Usec 3x400 V, gelden de waarden van deze tabellen. 630 kva betekent een R van ± 3 à 3,5 mω een X van ± 6 mω bij een Ucc van 3 %. GV/SV/ E.204.A

109 2. Kortsluitvermogen beveiliging Het kortsluitvermogen: moet berekend worden Afschakelvermogen is eigenschap van overstroombeveiliging om een I CC veilig te onderbreken. P AFSCHAKEL P KORTSLUITING 2.1 Afschakelvermogen In bord X I I n cc max = = = 33 U cc 3 ka I CC afschakel gekozen was 30 ka dus fout I magn. drempel is 15 ka In bord Y I CC max op het einde van kabel A (tabel 52F) R F = 0,153 x 100 = 15 milliω X F = 0,063 x 100 = 6 milliω R T = 3 milliω x X T = 6 milliω I cc I cc = = U ( ) 2 + ( 6 6) L 400 = ,374 = 11 ka Nota s Kabel B heeft een vermogenscheider waarvan I CC 10 ka is. Dit is FOUT: of men voorziet 10 ka volgens EN of men voorziet 15 ka volgens EN Kabel A heeft een vermogenscheider met afschakelvermogen 16 ka. Dit is fout. Zonder filiatie moet dit > 33 ka worden. GV/SV/ E.204.A

110 2.1.3 I CC max aan machine R FB = 0,387 x 50 = 19 milliω (tabel 52F) X FB = 0,066 x 50 = 3 milliω (tabel 52F) I cc U ( R + R + R ) 2 + ( X + X + X ) 2 3 T A B T A B 400 I cc = = 5, 9 ka 2 1,73 2 ( ) + ( ) L Het voorziene afschakelvermogen was 10 ka OK TN-S Bord X Rails ALSB Vertrek A Impedantie fase L1 L2 L3 - Secundair bord Y Impedantie fase L1 L2 L3 N Kabel B kortsluiting GV/SV/ E.204.A

111 3. Kleinste Icc (in B) Impedantie van L1A kennen we: R L1 = 15 mω (zie 2.1.2) X L1 = 6 mω (zie 2.1.2) Impedantie van L1B kennen we R L2 = 19 mω (zie 21.3) X L2 = 3 mω (zie 2.1.3) R TRAFO = 3 mω X TRAFO = 6 mω R PE A + R PE B berekenen we nu; Ifout = R PE A = 0,268 x 100 = 27 mω (tabel 52F) R PE B = 0,727 x 50 = 36 mω (tabel 52F) 235 ( ) + ( X ) 2 In de praktijk, als het over indirecte aanraking gaat, mogen we meestal X weglaten. Omwille van de vereenvoudiging doen we het dan ook, of Ifout = 235 = 2,3 ka 0,1 Als een rechtstreekse isolatiefout in B ontstaat, weerstand 0 Ω, dan zal er 2,3 ka vloeien vanaf A via L1A - L1B en terug door R PE B + R PE A via C naar A. De overstroombeveiliging auto Y schakelt magnetisch uit (d.w.z. op ± 30 à 50 msec) bij een stroom van 1,5 ka 2,3 ka > 1,5 ka D.w.z. in omstandigheden BB1 en BB2 (tabel 52 H is er geen probleem). GV/SV/ E.204.A

112 Rekenen wij even na: Uc = (R T + R PE A + R PE B ) x Ifout Uc = mω = 0,04 x 2300 = 92 V Volgens tabel 52 H mag 100 v in BB1 omstandigheden 0,4 sec aangeraakt worden. De uitschakeling gebeurt op 50 msec. Rterre TN-S C A X R PE A L1A Y Automaat Y R PE B L1B B B B Z GV/SV/ E.204.A

113 Samenvatting - Overlastbeveiliging Kabel A 180 < 225 OK Kabel B 100 < 140 OK - Afschakelvermogen Algemene netscheider: te laag Icc-vermogen Hoe meer Ucc stijgt, hoe meer Icc daalt - Indirecte aanraking: Uc = ± 100 V BB1- en BB2-omstandigheden OK - Kortsluitbeveiliging I cc S t = 0, 05 k S 290 x 0,223 = 65 mm² Er is een 70 mm² voorzien aan PE, dus OK. k : zie tabel 52 K Tabellen - De tabellen worden genummerd vanaf 52 A t/m 52 K. Sommige van deze nummeringen stemmen overeen met het nummer uit het desbetreffend HD, andere niet. Met deze tabellen kunnen alle leidingen berekend worden, uit welke lidstaat ook, als ze maar conform zijn met de desbetreffende nationale norm. Op het moment dat HD op de markt zijn die de voorwaarden voor leidingen inhouden, zullen vermoedelijk nieuwe tabellen nodig zijn. GV/SV/ E.204.A

114 a. Volgens HD Nominale koperdoorsnede (mm 2 ) Tabel 52A In buizen of in gesloten kabelgoot geplaatste kabels DRADEN EN KABELS IN GESLOTEN SYSTEMEN MAXIMALE TOELAATBARE BELASTINGSSTROOM Izo in A Draad (eenaderige leiding zonder mantel) Meeraderige kabel Aantal draden naast elkaar Aantal aders PVC VPE + EPR , , ,5 17,5 15, , Volgens NEN 1010 PVC : Polyvinylchloride VPE : Vernet Polyethyleen EPR : Ethyeen-Propyleen GV/SV/ E.204.A

115 Tabel 52 B Correctiefactoren van meerdere kabels naast elkaar in gesloten systeem Aantal kabels Afstand tussen de kabels met diameter D d < 0 0 < d < 2 D 2 0,88 0,95 3 0,84 0,95 4 0,82 0,92 5 0,80 0,91 6 0,79 0,90 D : diameter van dikste kabel d : kleinste afstand tussen 2 kabels Nominale koperdoorsnede (mm 2 ) Tabel 52C Kabels in open systeem op kabelrekken aanspandraden e.a. omgevingstemperatuur 30 C KABELS IN OPEN SYSTEMEN MAXIMALE TOELAATBARE BELASTINGSSTROOM Izo in A PVC Aantal aders VPE + EPR Aantal aders , , ,5 17,5 15, , Volgens NEN 1010 PVC : Polyvinylchloride VPE : Vernet Polyethyleen EPR : Ethyeen-Propyleen GV/SV/ E.204.A

116 Tabel 52D Bijkomende correctiefactoren indien meerdere kabels naast elkaar liggen in open systeem Aantal kabels Eenaderig Meeraderig PVC XLPE EPR PVC XLPE EPR d < 0 0 < d < 2 D d < 0 0 < d < 2 D 2 0,89 0,91 0,88 0,98 3 0,79 0,83 0,84 0,96 4 0,71 0,74 0,82 0, ,80 0, ,79 0,93 D : diameter van dikste kabel d : kleinste afstand tussen 2 kabels b. HD Omgevingstemperaturen Tabel 52E Reductiefactoren voor andere omgevingstemperaturen van lucht dan 30 C zie bepaling ) OMGEVINGS- TEMPERATUUR C PVC XLPE en EPR ISOLATIEMATERIAAL Aanraakbaar Met of zonder PVC-mantel Mineraal 1) Niet aanraakbaar Zonder PVC-mantel 70 C 105 C 10 1,22 1,15 1,26 1, ,17 1,15 1,20 1, ,12 1,08 1,14 1, ,06 1,04 1,07 1, ,00 1,00 1,00 1, ,94 0,96 0,93 0, ,87 0,91 0,85 0, ,79 0,87 0,78 0, ,71 0,82 0,67 0, ,61 0,76 0,57 0, ,50 0,71 0,45 0, ,65-0, ,58-0, ,50-0, ,41-0, , , ,32 1) bij hogere temperaturen: raadpleeg de leverancier GV/SV/ E.204.A

117 c. Impedantie van geleiders Sectie in mm² Weerstand R X in mω/m Tabel 52 F impedantie van geleiders Kopergeleiders Inductantie X K in mω/m 2,5 7,280 0,110 Weerstand R K in mω/m Aluminiumgeleiders Inductantie X K in mω/m 4 4,560 0,101 7,540 0, ,030 0,088 5,010 0, ,810 0,082 3,000 0, ,150 0,072 1,890 0, ,727 0,072 1,200 0, ,524 0,070 0,868 0, ,387 0,066 0,641 0, ,268 0,066 0,443 0, ,193 0,063 0,320 0, ,153 0,063 0,253 0, ,124 0,060 0,206 0, ,0991 0,060 0,164 0, ,0754 0,058 0,125 0, ,0601 0,058 0,100 0,058 GV/SV/ E.204.A

118 d. Zichtbare impedantie van de laagspanningskabels Tabel 52G Zichtbare impedantie van de laagspanningskabels Gemiddelde temperatuur van de kern 65 C Kabels met koperen kern cos φ 0,3 Ω/km cos φ 0,5 Ω/km cos φ 0,8 Ω/km secties mm 2 NIET GEWAPENDE LAAGSPANNINGSKABELS 4,4 7,2 11,5 1,5 2,7 4,4 6,9 2,5 1,7 2,8 4,4 4 1,17 1,9 2,9 6 0,75 1,14 1,7 10 0,48 0,75 1, ,33 0,5 0, ,27 0,39 0, ,22 0,3 0,4 50 0,18 0,235 0,3 70 0,15 0,19 0, ,14 0,165 0, ,124 0,15 0, ,114 0,13 0, ,103 0,115 0, ,097 0,105 0, ,092 0,097 0, ,098 0,091 0, GV/SV/ E.204.A

119 e. Aanraakspanningen in BB1-2-3-omstandigheden In dit geval zijn de waarden gekozen uit het A.R.E.I. art. 31. De EN verwijst naar het HD Hier worden langere tijden toegelaten voor bepaalde spanningen dan vanuit het A.R.E.I. Bij de besluitvorming nà een berekening kan met deze filosofie rekening gehouden worden. Maximale werkingsduur (t) in seconden Tabel 52H aanraakspanningen in BB1-2-3-omstandigheden Conventionele relatieve grensspanning U L (t) in Volt BB1 BB2 Wisselspanning Gelijkspanning Wisselspanning Gelijkspanning < 50 < 120 < 25 < , , , , , , , GV/SV/ E.204.A

120 f. Waarde van de constante k De in punt 02 van art. 70 van het A.R.E.I. vermelde waarde van de constante k wordt in de volgende tabel vastgelegd: Tabel 52K waarde van de constante k k-waarden voor geïsoleerde beschermingsgeleiders die geen deel uitmaken van de kabels of voor blanke beschermingsgeleiders in contact met de bekleding van kabels Materiaal van de geleider Aard van de isolatie van de beschermingsgeleider of van de bekleding van de kabels Polyvinylchloride (PVC) Netvormige polyethyleen (PRC), Ethyleen propyleen (EPR) Butylrubber (B) Koper Aluminium Staal k-waarden voor beschermingsgeleiders die deel uitmaken van een meerdradige kabel Materiaal van de geleider Aard van de isolatie van de beschermingsgeleider of van de bekleding van de kabels Polyvinylchloride (PVC) Netvormige polyethyleen (PRC), Ethyleen propyleen (EPR) Butylrubber (B) Koper Aluminium Materiaal van de geleider Plaatsingsomstandigheden Zichtbaar en in gereserveerde lokalen Zonder uitgesproken brandgevaar In gebouwen Met brandgevaar Koper Aluminium Staal GV/SV/ E.204.A

121 4.4 Overeenkomst bordenbouwer en eindklant GV/SV/ E.204.A

122 4.5 Borden vormen GV/SV/ E.204.A

123 GV/SV/ E.204.A

124 GV/SV/ E.204.A

125 4.6 Routine testen GV/SV/ E.204.A

TECHNISCH BUREAU VERBRUGGHEN VADEMECUM ELEKTRICITEIT SCHAKELAARS. Artikel. A.R.E.I. 250.01 Algemeen

TECHNISCH BUREAU VERBRUGGHEN VADEMECUM ELEKTRICITEIT SCHAKELAARS. Artikel. A.R.E.I. 250.01 Algemeen SCHAKELAARS 250.01 Algemeen Schakelaars en andere bedieningstoestellen moeten conform de desbetreffende door de Koning zijn, of overeenkomen met bepalingen die een gelijkwaardig veiligheidsniveau bieden.

Nadere informatie

beschermingsklem geen beschermingsgeleider in voedingskabel bescherming door dubble isolatie of versterkte isolatie geen aardingsmogelijkheid

beschermingsklem geen beschermingsgeleider in voedingskabel bescherming door dubble isolatie of versterkte isolatie geen aardingsmogelijkheid 1 Isolatieklassen klasse 0 klasse 0I klasse I klasse II klasse III bescherming berust op basisisolatie geen beschemingsgeleider bevat tenminste basisisolatie bescherming berust op basisisolatie beschermingsklem

Nadere informatie

Basiscursus NEN 1010. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties NEN 1010:2015

Basiscursus NEN 1010. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties NEN 1010:2015 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties Basiscursus NEN 1010 NEN 1010:2015 maart 2016 Bestemd voor de cursussen: basiscursus NEN 1010, opfriscursus NEN 1010, inspecties aan elektrische installaties,

Nadere informatie

INSTALLATIES 12 ONAFHANKELIJKHEID VAN EEN ELEKTRISCHE INSTALLATIE TEN OVERSTAAN VAN ANDERE INSTALLATIES

INSTALLATIES 12 ONAFHANKELIJKHEID VAN EEN ELEKTRISCHE INSTALLATIE TEN OVERSTAAN VAN ANDERE INSTALLATIES 9 9.01 ELEKTRISCHE Nominale spanning Elektrische installaties moeten in al hun onderdelen onderworpen en uitgevoerd worden in functie van hun nominale spanning 9.02 Regels van goed vakmanschap gelijkvormigheid

Nadere informatie

I sd A 3125... 30000. I i A 50000

I sd A 3125... 30000. I i A 50000 Type: IZMN2 V2500 Bestelnummer: 230011 Verkoopstekst Leistungsschalter 3 polig 2500A Bestelinformatie bouwgrootte Aantal polen gegevens IZM...2... 3 polig nominale continu stroom I u A 2500 Instelbereik

Nadere informatie

Richtlijn voor de uitvoering van bouwkasten. Het gehele Cogas elektriciteitsgebied.

Richtlijn voor de uitvoering van bouwkasten. Het gehele Cogas elektriciteitsgebied. Richtlijn bouwkasten TOEPASSINGSGEBIED: Het gehele Cogas elektriciteitsgebied. 1 DOELSTELLING Eisen voor bouwkasten t.b.v. tijdelijke en bouw- aansluitingen met een maximale doorlaatwaarde van 3x80A. 2

Nadere informatie

Merk op: de ppt die voorzien is voor veiligheid is voorzien van notities die men in powerpoint kan bekijken in de editor.

Merk op: de ppt die voorzien is voor veiligheid is voorzien van notities die men in powerpoint kan bekijken in de editor. Merk op: de ppt die voorzien is voor veiligheid is voorzien van notities die men in powerpoint kan bekijken in de editor. Bij ontwerp elektriscge installatie dient er verplicht gebruik te maken van gekeurd

Nadere informatie

NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING

NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING F - 1 LEVERING VAN UITRUSTINGEN MET OMVORMERS VOOR DE VOEDING VAN KOPLICHTEN 24 V 80 W MET EEN INGEBOUWDE KNIPPERINRICHTING EN VOOR DE

Nadere informatie

KONINKRIJK BELGIE. Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties

KONINKRIJK BELGIE. Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 242 van het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties KONINKRIJK BELGIE FEDERALE OVERHEIDSDIENST ECONOMIE, K.M.O., MIDDENSTAND EN ENERGIE EN FEDERALE OVERHEIDSDIENST WERKGELEGENHEID, ARBEID EN SOCIAAL OVERLEG Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 242

Nadere informatie

Transformatoren. Wisselspanning (50Hz) (V) zeer lage spanning (ZLS) U < 50 U < 75 U < 120. 1e categorie 50 < U < 500 75 < U < 750 120 < U < 750

Transformatoren. Wisselspanning (50Hz) (V) zeer lage spanning (ZLS) U < 50 U < 75 U < 120. 1e categorie 50 < U < 500 75 < U < 750 120 < U < 750 Transformatoren Inleiding Naast voedingen voor ICT-apparatuur, maken steeds meer en meer apparaten zoals de verlichting, de belinstallatie, stuurkringen, signalisatietoestellen gebruik van spanningen lager

Nadere informatie

INHOUD INLEIDING. Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1

INHOUD INLEIDING. Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1 INLEIDING xv Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1 1.1 SAMENHANG VAN NORMEN 2 1.1.1 NEN 1010 3 1.1.2 NEN-EN 50110 en NEN 3140 3 1.1.3 NEN-EN-IEC 60204 4 1.1.4 NEN-EN-IEC 60439 4 1.2 TOEPASSINGSGEBIED

Nadere informatie

INHOUD INLEIDING. Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1

INHOUD INLEIDING. Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1 INLEIDING Hoofdstuk 1 NEN 1010 EN ANDERE NORMEN 1 1.1 SAMENHANG VAN NORMEN 2 1.1.1 NEN 1010 3 1.1.2 NEN-EN 50110 en NEN 3140 3 1.1.3 NEN-EN-IEC 60204 4 1.1.4 NEN-EN-IEC 60439 4 1.2 TOEPASSINGSGEBIED VAN

Nadere informatie

CE-markering: mat of glashelder

CE-markering: mat of glashelder CE-markering: mat of glashelder Regelgeving EER (mbt vrije verhandeling van produkten) Vroeger Nu ( new approach ) Landen Landen Wetten Wetten wetten vergelijkbaar wetten vergelijkbaar Europese Richtlijnen

Nadere informatie

VermogensautomaatNZM2,3p,150A,raamklem,UL/IEC

VermogensautomaatNZM2,3p,150A,raamklem,UL/IEC VermogensautomaatNZM2,3p,150A,raamklem,UL/IEC Type NZMH2-VEF150-BT-NA Artikelnr. 107598 Abbildung ähnlich Leveringsprogramma Assortiment Vermogensautomaten Beveiligingsfunctie Installatie-, kabel-, selectieve

Nadere informatie

Magneetschakelaars: technische eigenschappen

Magneetschakelaars: technische eigenschappen Magneetschakelaars: technische eigenschappen Elektrische eigenschappen omschrijving modulaire magneetschakelaars voor DIN-rail montage hulpcontact norm IEC 61095 type Magn.schak Magneetschakelaar handbediening

Nadere informatie

Elektriciteit. Wat is elektriciteit

Elektriciteit. Wat is elektriciteit Elektriciteit Wat is elektriciteit Elektriciteit kun je niet zien, niet ruiken, niet proeven, maar wel voelen. Dit voelen kan echter gevaarlijk zijn dus pas hier voor op. Maar wat is het dan wel? Hiervoor

Nadere informatie

Cursus/Handleiding/Naslagwerk. Driefase wisselspanning

Cursus/Handleiding/Naslagwerk. Driefase wisselspanning Cursus/Handleiding/Naslagwerk Driefase wisselspanning INHOUDSTAFEL Inhoudstafel Inleiding 3 Doelstellingen 4 Driefasespanning 5. Opwekken van een driefasespanning 5.. Aanduiding van de fasen 6.. Driefasestroom

Nadere informatie

Inhoud van de presentatie

Inhoud van de presentatie KB 4 december 2012 Minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties arbeidsplaatsen Risicoanalyse oude elektrische installatie 18/06/2013 Dirk Wynants Preventieadviseur UZ Leuven Voorzitter

Nadere informatie

De voorgeschiedenis. Het begin. NH KTF MK mespatronen

De voorgeschiedenis. Het begin. NH KTF MK mespatronen NH-smeltveiligheden De voorgeschiedenis Het begin In 1926 werd in Duitsland een norm opgesteld voor Zekeringen voor algemene toepassing ter beveiliging van elektrische leidingen en toestellen. Ze moesten

Nadere informatie

Zucchini railkokersystemen LB / LB6

Zucchini railkokersystemen LB / LB6 railkokersystemen LB / LB6 Technische informatie Type 254 256 404 406 zijde zijde zijde zijde Actieve geleiders Aantal I n (A) ) Doorsnede van de beschermingsgeleider (equivalent in Cu) PE (mm ) I cw (ka)rms

Nadere informatie

Kortsluitstromen en. Kabelberekeningen

Kortsluitstromen en. Kabelberekeningen 1 Kortsluitstromen en kabelberekeningen Veel werk? Kennis in Praktijk... Kabelberekeningen Door : Joost de Koning Product manager vermogensschakelaars Lid NEC64 commissie (NEN1010) Lid NEC23E commissie

Nadere informatie

EN 55011, EN 55022, IEC/EN 61000 4, IEC 60068 2 6, IEC 60068 2 27 afmetingen (B H D) mm 35.5 90 58 (2 TE) Gewicht kg 0,07

EN 55011, EN 55022, IEC/EN 61000 4, IEC 60068 2 6, IEC 60068 2 27 afmetingen (B H D) mm 35.5 90 58 (2 TE) Gewicht kg 0,07 Type: EASY202 RE Bestelnummer: 232186 Verkoopstekst Steuerrelais Relaiserweiterungsmodul met verbindingssteker Bestelinformatie Ingangen Uitgangen Relais 10 A (UL) 2 Toepasbaar voor aanwijzingen easy700

Nadere informatie

PRAKTISCHE FICHE / DE VOORBEREIDING Beschikbaar op www.legrand.be

PRAKTISCHE FICHE / DE VOORBEREIDING Beschikbaar op www.legrand.be Het A.R.E.I. en verlichtingskringen De verlichting in uw woning is het belangrijkste onderdeel van uw elektrische installatie n De kringen Een verlichtingskring wordt bekabeld met draden van 1,5 mm 2 en

Nadere informatie

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties 112000765 VERSLAG VAN EEN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK ENOF CONTROLEBEZOEK VAN EEN HUISHOUDELIJKE ELEKTRISCHE INSTALLATIE Plaats van het onderzoek: Eigendom van: Opdrachtgever: Type lokalen: EAN-code installatie:

Nadere informatie

GRAFIEKEN EN TABELLEN

GRAFIEKEN EN TABELLEN GRAFIEKEN EN TABELLEN modulaire componenten afmetingen Omschrijving A B C D E F G P P+N 2P 3P 4P Installatieautomaten DNX, DX, DX-H t/m 63 A 70 7,7 7,7 35,6 53,4 7,2 60 83 44 76 94 DX-D 5 ka, DX-MA 6,3

Nadere informatie

Opfriscursus NEN 1010

Opfriscursus NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties Opfriscursus NEN 1010 NEN 1010:2007+C1:2008+ A1:2001+C1:2011 oktober 2011 Bestemd voor de cursussen: opfriscursus NEN 1010; inspecties aan elektrische

Nadere informatie

Deel0. Relatie met internationale normen. IEC (International Electrotechnical Commission) Mondiaal,wereldwijd

Deel0. Relatie met internationale normen. IEC (International Electrotechnical Commission) Mondiaal,wereldwijd Deel0 Relatie met internationale normen IEC (International Electrotechnical Commission) Mondiaal,wereldwijd CENELEC (European Committee for Electrotechnical Standardization) NEC (Nederlands Elektrotechnisch

Nadere informatie

Elektronische transformatoren Gebruiksaanwijzing

Elektronische transformatoren Gebruiksaanwijzing voor laagvolt-halogeenlamoen 10-40 W transformator 20-105 W transformator 20-105 W transformator 20-150 W transformator 50-200 W transformator Art. nr.: 0367 00 / 0493 57 Art. nr.: 0366 00 / 0493 58 Art.

Nadere informatie

Aardlekautomaten HACO ideale combinatie

Aardlekautomaten HACO ideale combinatie Aardlekautomaten HACO ideale combinatie Thermische, maximale en aardlekbeveiliging gecombineerd Removability: uitwisselen zonder demontage van de doorverbindingsrail Schroefaansluiting PZ2 Foutstroom indicatievenster

Nadere informatie

Zelfbouw & veiligheid

Zelfbouw & veiligheid Zelfbouw & veiligheid (bron: NEN3544 Elektronische en aanverwante toestellen met netvoeding voor huishoudelijk en soortgelijk algemeen gebruik - veiligheidseisen.) De eisen ten aanzien van de veiligheid

Nadere informatie

1.4.5. Contactoren: 1.4.5.1. Omschrijving:

1.4.5. Contactoren: 1.4.5.1. Omschrijving: 1.4.5. Contactoren: 1.4.5.1. Omschrijving: Contactoren zijn niet vergrendelde, op afstand bediende schakelaars met een elektromagnetische aandrijving. De schakeling kan grote vermogens in- en afschakelen.

Nadere informatie

POLITIEVERORDENING. Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem

POLITIEVERORDENING. Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem POLITIEVERORDENING Addendum Veiligheidsmaatregelen bij het gebruik van occasionele installaties voorzien van een fotovoltaïsche zonne-energiesysteem Deel 1:Toepassingsgebied Onderhavig addendum aan de

Nadere informatie

(On)voldoende spanningskwaliteit kost geld!

(On)voldoende spanningskwaliteit kost geld! (On)voldoende spanningskwaliteit kost geld! De verantwoordelijkheid voor een voldoende kwaliteit van de spanning en de stroom is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van netbeheerders, fabrikanten en

Nadere informatie

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Bekendmaking normen elektrotechnische producten

Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Bekendmaking normen elektrotechnische producten STAATSCOURANT Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814. Nr. 20390 20 juli 2015 Bekendmaking normen elektrotechnische producten 10 juli 2015 Nr. 200695EG10 De Besturen van de stichting

Nadere informatie

Moeller schakelschemaboek 02/05. Nokkenschakelaar

Moeller schakelschemaboek 02/05. Nokkenschakelaar Moeller schakelschemaboek / Blz. Overzicht - AAN-UIT schakelaar, hoofdschakelaar, werkschakelaar - Omschakelaar, omkeerschakelaar - (Omkeer-) sterdriekhoekschakelaar - Poolomschakelaar - Vergrendelingsschakelingen

Nadere informatie

laatste wijziging: Rims melding RIMS-366192 Zie 4.5 Datum laatste uitgave 29 oktober 13

laatste wijziging: Rims melding RIMS-366192 Zie 4.5 Datum laatste uitgave 29 oktober 13 laatste wijziging: Rims melding RIMS-366192 Zie 4.5 Datum laatste uitgave 29 oktober 13 1 DOEL... 2 2 TOEPASSINGSGEBIED... 2 3 DEFINITIES... 2 4 VOORSCHRIFT... 2 4.1 Eisen bij de inkoop/aanschaf... 2 4.2

Nadere informatie

SIRCO MOT PV Schakelaar-scheiders voor fotovoltaïsche toepassingen gemotoriseerd tot 1000 VDC van 200 tot 630 A

SIRCO MOT PV Schakelaar-scheiders voor fotovoltaïsche toepassingen gemotoriseerd tot 1000 VDC van 200 tot 630 A Schakelen en scheiden new De oplossing voor > Gebouwen > Zonneparken sirco-pv_016_a_1_cat De sterke punten > Gebreveteerd onderbrekingssysteem "Brandweer" > Manuele noodstop SIRCO MOT PV 4x400 A Conform

Nadere informatie

Inleiding. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties in voertuigen 18 augustus 2009. 230Vac installaties in voertuigen

Inleiding. Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties in voertuigen 18 augustus 2009. 230Vac installaties in voertuigen Inleiding 230Vac installaties in voertuigen Het ontwerpen en installeren van 230Vac installaties in voertuigen is op het eerste gezicht een simpele uitdaging, omdat de installatie een zeer geringe omvang

Nadere informatie

em4 Toebehoren Analoge uitbreidingen

em4 Toebehoren Analoge uitbreidingen em4 Toebehoren en Uitbreidingen voor analoge ingangen en statische uitgangen om een groter aantal sensoren en schakelaars te verbinden aan uw PLC Er kunnen tot twee dezelfde of verschillende uitbreidingen

Nadere informatie

Speel op veilig! Reyskens B. 1

Speel op veilig! Reyskens B. 1 Speel op veilig! Reyskens B. 1 Doel van het veiligheidscircuit. De machine bij bevel veilig stoppen met als resultaat: geen gevaar (beweging) meer, mogelijke aansturingen van energie beletten het starten

Nadere informatie

HANDLEIDING MULTIMETER MET AUTOMATISCHE BEREIKKEUZE MODEL TT 201

HANDLEIDING MULTIMETER MET AUTOMATISCHE BEREIKKEUZE MODEL TT 201 HANDLEIDING MULTIMETER MET AUTOMATISCHE BEREIKKEUZE MODEL TT 201 INHOUDSTAFEL Pagina Veiligheidstips 3 Veiligheidssymbolen 4 Functietoetsen en aansluitklemmen 5 Symbolen en aanduidingen 5 Specificaties

Nadere informatie

Fiche 10 (Analyse): Belangrijkste punten uit het AREI

Fiche 10 (Analyse): Belangrijkste punten uit het AREI Fiche 10 (Analyse): Belangrijkste punten uit het AREI 1. Inleiding De fiche 4 (Observatie) geeft een inleiding en vat de inhoud samen van het Algemeen Reglement over de Elektrische Installaties (AREI).

Nadere informatie

ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN

ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN ALGEMENE AANWIJZINGEN VOOR VERLICHTINGSARMATUREN VOOR HUISHOUDELIJK GEBRUIK VEILIGHEIDSINSTRUCTIES De fabrikant adviseert een juiste toepassing van de verlichtingsarmaturen!

Nadere informatie

Laagspanningsverdeling SIVACON

Laagspanningsverdeling SIVACON Laagspanningsverdeling SIVACON Algemene beschrijving Normen en voorschriften De laagspanningsverdeling SIVACON is een type-beproefde laagspanningsschakelapparatuur combinatie (TSK/TTA). De SIVACON wordt

Nadere informatie

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Universeel-seriedimmer-basiselement. Universeel-seriedimmer-basiselement. Best.nr.

1 Veiligheidsinstructies. 2 Constructie apparaat. Universeel-seriedimmer-basiselement. Universeel-seriedimmer-basiselement. Best.nr. Universeel-seriedimmer-basiselement Best.nr. : 2263 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.

Nadere informatie

Visuele Inspectie van elektrische installaties

Visuele Inspectie van elektrische installaties Inspectiepunten De voeding van de installatie Controle van de voeding Beoordeel welk stelsel in ingezet en of deze op de juiste wijze is toegepast. Beoordeel ook de aansluiting en splitsing van PEN leidingen.

Nadere informatie

Scheidingstransformatoren. ZX ronde 27 september 2015

Scheidingstransformatoren. ZX ronde 27 september 2015 Scheidingstransformatoren. ZX ronde 27 september 2015 Wanneer er een aardfout ontstaat in een geaard net (TN stelsel ) zal er ten gevolge van deze fout direct een hoge stroom via de aardfout naar aarde

Nadere informatie

2015 Eaton. All Rights Reserved.

2015 Eaton. All Rights Reserved. 1 Wijzigingen NEN 1010 editie 2015 Bron: Bouwbedrijf Berghege Woningbouw met een knipoog naar utiliteit 2 NEN 1010: 2015 Ruim 100 pagina s meer dan de vorige editie Nieuw onderwerpen Verlichting Laadpalen

Nadere informatie

Elektrische veiligheid

Elektrische veiligheid Elektrische veiligheid Versie archi s Elektrische veiligheid ELEKTRISCHE VEILIGHEID Bescherming van personen (tegen ongevallen) Bescherming van zaken (tegen brand,..) 2 Elektrische veiligheid REGLEMENTERING

Nadere informatie

Beveiligings- en beschermingsmaatregelen in de nieuwe NEN 1010

Beveiligings- en beschermingsmaatregelen in de nieuwe NEN 1010 Beveiligings- en beschermingsmaatregelen in de nieuwe NEN 1010 1 september 2015 Elektrische beveiligings- en beschermingsmaatregelen Schok (Hfdst. 41) Direct (basisbescherming) Indirect (foutbescherming)

Nadere informatie

1 Veiligheidsinstructies

1 Veiligheidsinstructies Universeel-seriedimmer-basiselement Best.nr. : 2263 00 Bedieningshandleiding 1 Veiligheidsinstructies De inbouw en montage van elektrische apparaten mag alleen door een elektromonteur worden uitgevoerd.

Nadere informatie

De huisinstallatie bestaat uit éénfasige kringen die gevoed worden door een driefasig net.

De huisinstallatie bestaat uit éénfasige kringen die gevoed worden door een driefasig net. 10 Veiligheid 10.1 De huisinstallatie De bedoeling van een elektrische huisinstallatie is de elektrische energie op doelmatige en vooral veilige wijze naar de plaats te brengen waar ze nodig is. De huisinstallatie

Nadere informatie

Maatregelen ter bescherming van personen en goederen moeten genomen worden op de volgende gebieden:

Maatregelen ter bescherming van personen en goederen moeten genomen worden op de volgende gebieden: BESCHERMING VAN PERSONEN EN GOEDEREN BESCHERMINGSMAATREGELEN Maatregelen ter bescherming van personen en goederen moeten genomen worden op de volgende gebieden: 1.- bescherming tegen elektrische schokken;

Nadere informatie

De classificatie van armaturen

De classificatie van armaturen TC hygrothermie De bescherming van armaturen is een delicate problematiek aangezien men, vóór het voorschrijven of uitvoeren van de installatie, eerst nauwkeurig moet bepalen waarop de beschouwde beschermingsindex

Nadere informatie

WKK en slimme netten

WKK en slimme netten WKK en slimme netten Veiligheid, netaansluiting, keuringen, Van den Bergh Rudy Activity Development Manager Brandstofcel Opladen fiets Thermische opslag 1 x Windturbines Woningen WKK Kantoren Centrale

Nadere informatie

LES3. Schakelingen met signalisatie Impulsschakeling Fluorescentielamp Halogeenverlichting Het AREI

LES3. Schakelingen met signalisatie Impulsschakeling Fluorescentielamp Halogeenverlichting Het AREI LES3 Schakelingen met signalisatie Impulsschakeling Fluorescentielamp Halogeenverlichting Het AREI Signalisatielampjes Oriënterings- of lokalisatielampje X Indicatie- of controlelampje Signalisatielampjes

Nadere informatie

HANDLEIDING MODEL 8141 MODEL 8142 MODEL 8143 LEKSTROOMTANG KYORITSU ELECTRICAL INSTRUMENTS WORKS,LTD., TOKYO, JAPAN

HANDLEIDING MODEL 8141 MODEL 8142 MODEL 8143 LEKSTROOMTANG KYORITSU ELECTRICAL INSTRUMENTS WORKS,LTD., TOKYO, JAPAN HANDLEIDING MODEL 8141 MODEL 8142 MODEL 8143 LEKSTROOMTANG MODELE LEAKAGE CLAMP 8141/8142/8143 SENSOR Series KYORITSU ELECTRICAL INSTRUMENTS WORKS,LTD., TOKYO, JAPAN Dit instrument werd ontworpen, vervaardigd

Nadere informatie

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010

Nieuws1010 Onafhankelijke uitgave van Meer1010 Van PAGINA der Meer1 Oktober 2012-1 Intech E&I van september 2012 Rubriek Technische vragen HELPDESK UNETO-VNI HELPT VAN DE WAL IN DE SLOOT In Intech E&I van september 2012 is in de rubriek Technische

Nadere informatie

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities Koninklijk besluit van 4 december 2012 betreffende de minimale voorschriften inzake veiligheid van elektrische installaties op arbeidsplaatsen (B.S. 21.12.2012) Afdeling I. - Toepassingsgebied en definities

Nadere informatie

Publicatieplan. *: reeds gepubliceerd

Publicatieplan. *: reeds gepubliceerd Publicatieplan *: reeds gepubliceerd A Aansluitingen Aardingen* Praktische uitvoering* Integratie van EEXi-kringen in verschillende aardingssystemen* Accumulatoren Alkalische accumulatoren Zure accumulatoren

Nadere informatie

Universele dimmer inzetmoduul Gebruiksaanwijzing

Universele dimmer inzetmoduul Gebruiksaanwijzing Systeem 2000 Art. nr.: 0305 00, 0495 07 Functie Universele dimmer voor het schakelen en dimmen van vele soorten lampen zoals: 230 V gloeilampen 230 V halogeenlampen LV-halogeenlampen in combinatie met

Nadere informatie

Aarding en Potentiaalvereffening, het begin van een onbezorgde verbintenis?

Aarding en Potentiaalvereffening, het begin van een onbezorgde verbintenis? Aarding en Potentiaalvereffening, het begin van een onbezorgde verbintenis? Ben Bus Eric Jansen Aarding en Potentiaalvereffening, het begin van een onbezorgde verbintenis? Eric Jansen Alle apparatuur in

Nadere informatie

NEN3140 inspectie Bedrijfsverzamelgebouw

NEN3140 inspectie Bedrijfsverzamelgebouw NEN3140 inspectie Bedrijfsverzamelgebouw 2014.05 NEN 3140 Inspectiestraat 13 Veenendaal 1 2014.05 NEN 3140 Inspectiestraat 13 Veenendaal Algemene Objectgegevens Code Code 2014.05 Object Naam NEN 3140 Adres

Nadere informatie

Les 6 : Relais schakelingen

Les 6 : Relais schakelingen Les 6 : Relais schakelingen Voorstellingswijze industriële schema s Enkellijnige weergave Meerlijnige weergave Bedradingsschema Aansluitschema Enkele componenten uit het schema Klemmen Kabels Beveilgingen

Nadere informatie

Systeem-schakelversterkers REG 1 kanaals Art.Nr. 0850 00. Systeem-schakelversterkers REG 2 kanaals Art.Nr. 0851 00

Systeem-schakelversterkers REG 1 kanaals Art.Nr. 0850 00. Systeem-schakelversterkers REG 2 kanaals Art.Nr. 0851 00 1 kanaals Art.Nr. 0850 00 2 kanaals Art.Nr. 0851 00 Functioneringsprincipe De systeemschakelunit REG 1 kanaals en de systeemschakelunit REG 2 kanaals zijn nieuwe komponenten voor het observersysteem. De

Nadere informatie

Examenopgaven VMBO-BB 2004

Examenopgaven VMBO-BB 2004 Examenopgaven VMBO-BB 2004 tijdvak 2 woensdag 23 juni 09.00-10.30 uur ELEKTROTECHNIEK CSE BB Naam kandidaat Kandidaatnummer Beantwoord alle vragen in dit opgavenboekje. Gebruik waar nodig de bijlage formulelijst.

Nadere informatie

Draaistroom en frequentie regelaars.. ZX ronde 8 september 2013

Draaistroom en frequentie regelaars.. ZX ronde 8 september 2013 Draaistroom en frequentie regelaars.. ZX ronde 8 september 2013 Drie fasen spanning zijn drie gelijktijdig opgewekte wisselspanningen die ten opzichte van elkaar 120 in fase verschoven zijn. De spanningen

Nadere informatie

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties Huishoudelijke installaties TEL: 051200 002 FAX: 051201 002 133000067 www.acavzw.be info@acavzw.be Ondernemingsnummer: BE 0811 407 869 Ref: 2016041409 VERSLAG VAN EEN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK ENOF CONTROLEBEZOEK

Nadere informatie

NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING CONDENSATOREN GEBRUIKT IN DE STROOMKRINGEN VAN DE SEININRICHTING

NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING CONDENSATOREN GEBRUIKT IN DE STROOMKRINGEN VAN DE SEININRICHTING NATIONALE MAATSCHAPPIJ DER BELGISCHE SPOORWEGEN TECHNISCHE BEPALING S - 93 CONDENSATOREN GEBRUIKT IN DE STROOMKRINGEN VAN DE SEININRICHTING Heruitgave Deze versie werd niet gewijzigd, enkel de lay-out

Nadere informatie

Motorbeveiligingsschakelaars

Motorbeveiligingsschakelaars Introductie SERMES SERMES S.A. SERMES Nederland is onderdeel van SERMES S.A. uit Straatburg in Frankrijk en ontstaan in 1949 met het vertegenwoordigen van schakelmateriaal elektromotoren en kabels. SERMES

Nadere informatie

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties

ACA vzw Erkend controle organisme Huishoudelijke installaties Huishoudelijke installaties TEL: 051200 002 FAX: 051201 002 148002305 www.acavzw.be info@acavzw.be Ondernemingsnummer: BE 0811 407 869 Ref: 2015050780 VERSLAG VAN EEN GELIJKVORMIGHEIDSONDERZOEK ENOF CONTROLEBEZOEK

Nadere informatie

Gebruikershandleiding 3 fase test adapter

Gebruikershandleiding 3 fase test adapter Gebruikershandleiding 3 fase test adapter Leverancier: Specificaties van het apparaat Specificaties van de handleiding Nieaf-Smitt B.V. Vrieslantlaan 6 3526 AA Utrecht Postbus 7023 3502 KA Utrecht T: 030-288

Nadere informatie

HANDLEIDING. Scheidingstransformatoren. Scheidingstransformator 7000 W 230V/32A Artikel nummer: ITR000702000

HANDLEIDING. Scheidingstransformatoren. Scheidingstransformator 7000 W 230V/32A Artikel nummer: ITR000702000 HANDLEIDING Scheidingstransformatoren Scheidingstransformator 7000 W 230V/32A Artikel nummer: ITR000702000 Victron Energy B.V. The Netherlands General phone: +31 (0)36 535 97 00 Customer support desk:

Nadere informatie

Domotica en communicatie Unica Wireless

Domotica en communicatie Unica Wireless Presentatie P104878 D17 Presentatie Scenario s Draadloos comfort is een gamma draadloze producten die gebruik maken van radiotechnologie (RF) om informatie uit te wisselen. Deze producten zijn uitermate

Nadere informatie

EisEn aan bouwkasten. in het voorzieningsgebied van EnExis

EisEn aan bouwkasten. in het voorzieningsgebied van EnExis EisEn aan bouwkasten in het voorzieningsgebied van EnExis EisEn aan bouwkasten De eisen in deze brochure gelden voor bouwkasten die zijn ingericht voor directe energiemeting bij een tijdelijke aansluiting

Nadere informatie

Plan van aanpak. Elektrisch materieel / installaties in kaart brengen Plan uitwendige invloeden opmaken

Plan van aanpak. Elektrisch materieel / installaties in kaart brengen Plan uitwendige invloeden opmaken Plan van aanpak KB 2012-12-04 Afdeling VIII Art. 23 Elektrisch materieel / installaties in kaart brengen Plan uitwendige invloeden opmaken Installaties < 1981/1983 Installaties > 1981/1983 Controle volgens

Nadere informatie

Richtlijn druktoestellen 97/23/EG

Richtlijn druktoestellen 97/23/EG Richtlijn druktoestellen 97/23/EG PED in de praktijk Stoomdag Energik 18-05-06 nmouling@vincotte.be 1 INHOUD Presentatie van de PED: - Doel - Toepassingsgebied - Essenciële veiligheidseisen - Klassificatie

Nadere informatie

GE Industrial Solutions

GE Industrial Solutions GE Industrial Solutions GEGEVENS VOOR LASTENBOEK Laagspannings open vermogenschakelaars 1. ALGEMENE KENMERKEN De vermogenschakelaars worden vervaardigd door GE of gelijke en goedgekeurde 1.1 Normen Alle

Nadere informatie

Lichtsturing Dimt waaier aan lampen

Lichtsturing Dimt waaier aan lampen ichtsturing Dimt waaier aan lampen De tijd dat verlichting nog gewoon bestond uit het aan en uitknippen van lampen, ligt ver achter ons. Tegenwoordig kun je er veel creatiever mee omspringen. Je programmeert

Nadere informatie

ECR-Nederland B.V. De ECR-Nederland Softstarter ESG-D-27

ECR-Nederland B.V. De ECR-Nederland Softstarter ESG-D-27 ECR-Nederland B.V. De ECR-Nederland Softstarter ESG-D-27 Omschrijving: Compressoren met een draaistroom-asynchroonmotor hebben de karakteristieke eigenschappen dat ze bij het inschakelen het net hoog belasten

Nadere informatie

TECHNISCH BUREAU VERBRUGGHEN VADEMECUM ELEKTRICITEIT STROOMGROEPEN MET THERMISCHE MOTOR

TECHNISCH BUREAU VERBRUGGHEN VADEMECUM ELEKTRICITEIT STROOMGROEPEN MET THERMISCHE MOTOR De Europese wetgeving voor veilig elektrische materieel is ook van toepassing voor alternatoren. Dit betekend dat de alternatoren moeten gebouwd zijn conform de desbetreffende Europese normen (KB. van

Nadere informatie

Elektriciteit en veiligheid op het podium voedingen, beveiliging, zekeringen en aardlekschakelaars

Elektriciteit en veiligheid op het podium voedingen, beveiliging, zekeringen en aardlekschakelaars Elektriciteit en veiligheid op het podium voedingen, beveiliging, zekeringen en aardlekschakelaars Energievoorziening Van de centrale naar de gebruiker legt de stroom een lange weg af. In de centrale draait

Nadere informatie

Wat is er anders? 1 september 2015

Wat is er anders? 1 september 2015 Wat is er anders? 1 september 2015 Wat is er anders? Erg veel. Te veel voor een dag. Waarom is er zoveel veranderd, en wat zijn de ontwikkelingen voor de toekomst. Norm biedt een globaal overzicht van

Nadere informatie

DIFFERENTIEELSTROOMINRICHTINGEN

DIFFERENTIEELSTROOMINRICHTINGEN 85 ACTIEVE BESCHERMING BIJ LAAGSPANNING MET AUTOMATISCHE ONDERBREKING VAN DE VOEDING 28.03 Begrippen met betrekking tot karakteristieken van beschermingstoestellen 85.01 Kenmerken Residuële differentiële

Nadere informatie

VERSLAG VAN PERIODIEKE CONTROLE VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE

VERSLAG VAN PERIODIEKE CONTROLE VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE KOPIE AIB-VINÇOTTE Belgium - Vereniging zonder winstoogmerk ERKEND CONTROLEORGANISME - Externe dienst voor technische controles op de werkplaats Maatschappelijke zetel: Diamant Building - A. Reyerslaan

Nadere informatie

VERSLAG VAN CONTROLE VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE

VERSLAG VAN CONTROLE VAN EEN ELEKTRISCHE LAAGSPANNINGSINSTALLATIE AIB-VINÇOTTE Belgium - Vereniging zonder winstoogmerk ERKEND CONTROLEORGANISME - Externe dienst voor technische controles op de werkplaats Maatschappelijke zetel: Diamant Building - A. Reyerslaan 80 -

Nadere informatie

LCR METER. Turbotech TT9930

LCR METER. Turbotech TT9930 LCR METER Turbotech TT9930 VEILIGHEID Om een veilig gebruik van deze meter te verzekeren, dient men de volgende veiligheidsinformatie in acht te nemen: Gebruik de meter niet als de meetsnoeren beschadigd

Nadere informatie

GA-1 Alarmtoestel vetafscheider Installatie- en bedieningsinstructies

GA-1 Alarmtoestel vetafscheider Installatie- en bedieningsinstructies Labkotec Oy Myllyhaantie 6 FI-33960 PIRKKALA FINLAND Tel: +358 29 006 260 Fax: +358 29 006 1260 19.1.2015 Internet: www.labkotec.com 1/11 GA-1 Alarmtoestel vetafscheider Auteursrecht 2015 Labkotec Oy INHOUDSOPGAVE

Nadere informatie

Geïntegreerde netaansluiting 3x25A

Geïntegreerde netaansluiting 3x25A Geïntegreerde netaansluiting 3x25A Testplan Enexis, Liander, Stedin, Endinet Inhoud 1. Inleiding... 3 1.1. Opmerkingen vooraf... 3 2. Voorgeschreven testen... 4 1. Inleiding De in dit document voorgeschreven

Nadere informatie

CONTROLELIJST ARBEIDSMIDDELEN EN RISICOBEOORDELING R01/01.10.2005.IDPB.CD

CONTROLELIJST ARBEIDSMIDDELEN EN RISICOBEOORDELING R01/01.10.2005.IDPB.CD Algemene gegevens van de onderzochte uitrusting Afdeling : Volgnummer : Machine-Installatie-gereedschap: Beknopte omschrijving: Merk : Type serie nummer: bouwjaar: Uitgevoerde onderzoeken met opmerkingen

Nadere informatie

H-TRONIC pendeltreinautomaat

H-TRONIC pendeltreinautomaat G E B R U I K S A A N W I J Z I N G Bestnr. 21 65 24 H-TRONIC pendeltreinautomaat Belangrijk! Beslist lezen! Deze gebruiksaanwijzing is een integraal onderdeel van dit product. Er staan belangrijke aanwijzingen

Nadere informatie

Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008. Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen )

Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008. Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen ) Verhaaltje ZX-Ronde 21 september 2008 Zekeringen ( stroom / tijd beveiligen ) Zekeringen is een artikel uit de Electron van september 2008. Het is een artikel wat geschreven is door Hans PA0JBB. Het is

Nadere informatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie

Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie Keuringsverslag van een elektrische laagspanning- en zeer lage spanningsinstallatie Datum keuring: 08/01/2016 Inspecteur: Wim Hillewaert Installateur: - Datum verslag: 08/01/2016 B.T.W. nr.:- IK. nr.:-

Nadere informatie

Theorie Stroomtransformatoren. Tjepco Vrieswijk Hamermolen Ugchelen, 22 november 2011

Theorie Stroomtransformatoren. Tjepco Vrieswijk Hamermolen Ugchelen, 22 november 2011 Theorie Stroomtransformatoren Tjepco Vrieswijk Hamermolen Ugchelen, 22 november 2011 Theorie Stroomtransformatoren 22 november 2011 Onderwerpen: - Theorie stroomtransformatoren - Vervangingsschema CT -

Nadere informatie

1 Veiligheidsinstructies. 2 Functie. 3 Informatie voor elektromonteurs 3.1 Montage en elektrische aansluiting. Tronic-trafo

1 Veiligheidsinstructies. 2 Functie. 3 Informatie voor elektromonteurs 3.1 Montage en elektrische aansluiting. Tronic-trafo Tronic-trafo 10-40 W Best.nr. : 0367 00, 0493 57 Tronic-trafo 20-70 W Best.nr. : 0366 00, 0493 58 Tronic-trafo 20-105 W Best.nr. : 0365 00 Tronic-trafo 20-150 W Best.nr. : 0373 00, 0493 55 Tronic-trafo

Nadere informatie

Fiche 23 (Expertise): Artikels van het AREI aangaande het explosie gevaar

Fiche 23 (Expertise): Artikels van het AREI aangaande het explosie gevaar Fiche 23 (Expertise): Artikels van het AREI aangaande het explosie gevaar Bepalen op welke plaatsen een explosie zich kan voordoen. Dit moet gebeuren in samenwerking met een erkend organisme. Het rapport

Nadere informatie

NEN 1010 over Photo Voltaïc installaties

NEN 1010 over Photo Voltaïc installaties NEN 1010 over Photo Voltaïc installaties Paul Castenmiller NEN 1010 over PV installaties Ontwikkelingen PV installaties. Normen PV installaties. NPR 5310-blad 65 Eigenschappen en risico s Architectuur

Nadere informatie

Soliroc. de robuuste reflex. onbewaakte locaties

Soliroc. de robuuste reflex. onbewaakte locaties Soliroc de robuuste reflex oplossingen voor risicoof onbewaakte locaties De robuuste reflex voor al uw projecten De nieuwe Soliroc IK 10 kan tegen een stevige stoot en is daarmee ideaal voor risico- of

Nadere informatie

ZX- ronde 28 december 2014

ZX- ronde 28 december 2014 ZX- ronde 28 december 2014 Hoogspanning. Veel radio amateurs hebben nog eindversterkers met buizen of willen die gaan kopen wel of niet tweede hands. Zonder enige vorm van kennis kan het gevaarlijk zijn

Nadere informatie