het besluit voor zover het ziet op vroegtijdige publicatie, afgewezen, Wft- 1:80 Wft - 2:11 : lid 1

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "het besluit voor zover het ziet op vroegtijdige publicatie, afgewezen, Wft- 1:80 Wft - 2:11 : lid 1"

Transcriptie

1 JOR 2013/137 Rechtbank Rotterdam, , ROT 12/4991, UN BZ5156 Feitelijk leidinggeven aan overtreding van art. 2:11 lid 1 Wft (zonder vergunning bankbedrijf uitoefenen), Bestuurlijke boete, Verzoek om voorlopige voorziening, inhoudende schorsing van het besluit voor zover het ziet op vroegtijdige publicatie, afgewezen Publicatie JOR 2013 afl. 5 Publicatiedatum 03 mei 2013 College Rechtbank Rotterdam Uitspraakdatum 24 januari 2013 Rolnummer Rechter(s) Partijen Trefwoorden Regelgeving» Samenvatting ROT 12/4991 LJN BZ5156 mr. Woudstra A, verzoeker, gemachtigde: mr. F.M.A. 't Hart, tegen De Nederlandsche Bank NV, verweerster, gemachtigde: mr. C.M. Bitter. Feitelijk leidinggeven aan overtreding van art. 2:11 lid 1 Wft (zonder vergunning bankbedrijf uitoefenen), Bestuurlijke boete, Verzoek om voorlopige voorziening, inhoudende schorsing van het besluit voor zover het ziet op vroegtijdige publicatie, afgewezen, Wft- 1:80 Wft - 2:11 : lid 1 Verzoeker heeft betoogd dat de Stichting en Opera Living GmbH één en dezelfde onderneming zijn, zodat de Stichting de aangetrokken gelden niet buiten de eigen onderneming heeft uitgezet. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt niet. Onder de term kredietuitzetting wordt gelet op de parlementaire geschiedenis verstaan het verstrekken van nominaal opvorderbare gelden aan een ander, met het doel daardoor voor de geldgever of voor aan hem gerelateerde partijen op geld waardeerbare voordelen te verkrijgen. Door aan te sluiten bij het begrip onderneming legt verzoeker het bestanddeel "aan een ander" in het begrip "bank" als bedoeld in art. 1:1 Wft te beperkt uit. Met dit bestanddeel wordt juist bedoeld dat indien kredietuitzettingen worden gedaan aan een andere entiteit (rechtspersoon of natuurlijk persoon), aan dit bestanddeel is voldaan. Het is dus niet relevant of verschillende entiteiten al dan niet als één onderneming kunnen worden gezien. Met DNB is de voorzieningenrechter van oordeel dat waar het verbod zonder vergunning het bankbedrijf uit te oefenen is bedoeld ter bescherming van consumenten, moet worden vermeden dat door juridische constructies de beschermingsregels zouden kunnen worden omzeild. Ook als wordt gekeken naar de feitelijke verhouding tussen de Stichting en Opera Living is de voorzieningenrechter van oordeel dat de verwevenheid van beide entiteiten niet zodanig is dat geen sprake zou zijn van kredietuitzetting aan een ander. Verzoeker kan evenmin worden gevolgd in zijn betoog dat de Stichting niet voor eigen rekening gelden heeft uitgezet omdat de obligatiehouders zich bij betalingsonmacht van de Stichting rechtstreeks kunnen wenden tot Opera Living. Onder het bestanddeel "voor eigen rekening" wordt gelet op de parlementaire geschiedenis verstaan dat de onderneming zelf het financiële risico loopt van zijn kredietuitzettingen, of daarvoor een winst- of verliesgerelateerde vergoeding ontvangt. Met DNB is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Stichting het financieel risico loopt. Voorts is de voorzieningenrechter met DNB van oordeel dat de Stichting van Opera Living voor de kredietuitzettingen een winstgerelateerde vergoeding ontvangt, die het niet hebben van een winstoogmerk uitsluit. De voorzieningenrechter is van oordeel dat DNB geen onjuiste maatstaf heeft aangelegd om te concluderen dat de Stichting zelfstandig identificeerbare bedrijfsmatige (financierings)activiteiten uitoefent. Nu ook aan het vereiste "bedrijf maken van" is voldaan en ook aan de overige bestanddelen van de definitie, kwalificeert de Stichting als "bank" in de zin van de Wft. Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Stichting zonder de daarvoor vereiste vergunning het bedrijf van bank heeft uitgeoefend en daarmee art. 2:11 lid 1 Wft heeft overtreden.

2 De vraag die vervolgens voorligt, is of deze overtreding tevens aan verzoeker als feitelijk leidinggevende kan worden toegerekend. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. Met DNB is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker als feitelijk leidinggevende het verwijt kan worden gemaakt dat hij op de hoogte was van het middels uitgifte van obligaties aantrekken van gelden en het uitzetten ervan, welke gedragingen leiden tot overtreding van art. 2:11 Wft, althans de aanmerkelijke kans hiertoe heeft aanvaard, en dat hij, hoewel bevoegd en redelijkerwijs gehouden, maatregelen om de overtreding te voorkomen en te beëindigen, achterwege heeft gelaten. Gelet op de overtreding komt DNB in beginsel de bevoegdheid toe op grond van art. 1:80 Wft in samenhang met art. 5:1 lid 3 Awb, om aan verzoeker een bestuurlijke boete op te leggen. De vervolgvraag of DNB in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken om van de haar toekomende bevoegdheid om een boete op te leggen, beantwoordt de voorzieningenrechter bevestigend. De voorzieningenrechter acht het voorts aannemelijk dat de boeteoplegging van stand zal kunnen houden. De vervolgvraag of DNB niettemin zou moeten afzien van openbaarmaking van de boeteoplegging wordt ontkennend beantwoord. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.» Uitspraak Procesverloop Bij besluit van 9 november 2012 (het bestreden besluit) heeft DNB verzoeker een bestuurlijke boete opgelegd van ,-- vanwege het feitelijk leidinggeven aan de overtreding van artikel 2:11, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft) door de Stichting Vastgoedbelang Mouzon Capital Opera Living (de Stichting). Voorts heeft DNB meegedeeld dat het besluit, samen met een korte samenvatting, op de website van DNB wordt gepubliceerd nadat vijf werkdagen zijn verstreken na de dag waarop het besluit bekend is gemaakt en dat de boeteoplegging nogmaals openbaar wordt gemaakt nadat het besluit rechtens onaantastbaar is geworden. Tegen dit besluit heeft verzoeker bezwaar gemaakt. Voorts heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, strekkende tot schorsing van het bestreden besluit voor zover dit ziet op het vroegtijdig openbaar maken van de boeteoplegging. Het onderzoek ter zitting heeft - achter gesloten deuren - plaatsgevonden op 10 januari Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. DNB heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde en mr. M.L. Batting. Overwegingen 1. Met betrekking tot het in deze procedure aan te leggen toetsingskader ter zake van de vraag of aanleiding bestaat DNB een verbod tot publicatie als bedoeld in artikel 1:97 van de Wft op te leggen, wijst de voorzieningenrechter op zijn uitspraak van 21 juni 2011 («JOR» 2011/231, m.nt. Voerman en Reijmer; red.) (LJN: BQ8872) De Stichting Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft op 12 januari 2011 informatie aan DNB overgedragen, waaruit blijkt dat de Stichting gelden heeft aangetrokken van investeerders en deze gelden vervolgens deels heeft geïnvesteerd in het vastgoedproject "Opera Living" in Frankfurt, Duitsland. Deze gelden hebben ten dele gediend ter terugbetaling van de voorfinanciering van dit vastgoedproject, welke voorfinanciering is gedaan door verzoeker via onder meer Equal Group B.V. Op grond van het vermoeden dat de Stichting het verbod om zonder een daartoe door DNB verleende vergunning het bedrijf van bank heeft uitgeoefend, heeft DNB een onderzoek geëntameerd. In het kader daarvan heeft op 10 maart 2011 een eerste bijeenkomst plaatsgevonden, waarbij medewerkers van AFM en DNB en de heer [C] (C) en verzoeker aanwezig waren, gevolgd door schriftelijke informatieverstrekking door verzoeker in zijn hoedanigheid van secretaris en nadien van bestuurder van de Stichting. Op 26 juli 2011 en 15 maart 2012 hebben nog enkele bijeenkomsten plaatsgevonden, waarbij verzoeker aanwezig was namens de Stichting. Uit het onderzoek is onder meer het volgende gebleken De bestuurders (alleen/zelfstandig bevoegd) van de Stichting, die is opgericht op 2 februari 2010, zijn vanaf de oprichting [C], tot de datum van zijn overlijden op 17 november 2011, en verzoeker. Tevens fungeerde als bestuurder van 10 februari 2010 tot 1 februari 2011 Eurogroei Beleggingen B.V. (Eurogroei), die gezamenlijk bevoegd was met de andere bestuurder(s) [C] en verzoeker zijn initiatiefnemers van het vastgoedproject "Opera Living". Om Nederlandse beleggers te kunnen laten participeren in het project is de Stichting opgericht. Uit de overeenkomst van geldlening van 15 februari 2010 tussen de Stichting als geldgever, Opera Living GmbH als geldnemer en Equal Group B.V. als agent, blijkt dat de Stichting is opgericht om te fungeren als uitgevende instelling van obligaties met als doel om leningen tot een maximaal bedrag van ,-- te verschaffen aan Opera Living GmbH De Stichting is op 18 februari 2010 een overeenkomst aangegaan met Eurogroei waarbij is overeengekomen dat Eurogroei voor plaatsing van de leningen met bonusregeling aan de Stichting zal zorgen en tevens gedurende de

3 plaatsingsperiode zitting zal nemen in de Stichting De Stichting heeft in twee tranches gelden aangetrokken door middel van uitgifte van obligatieleningen, met een bonusregeling en een looptijd van 24 maanden, terfinancieringvan het project "Opera Living". In tranche I is in de periode van 18 februari 2010 tot en met 7 oktober 2010 van 52 deelnemers, zijnde niet professionele marktpartijen, die in één keer voor niet meer dan ,-- hebben gekocht, een bedrag van ,-- aangetrokken. In tranche II is in de periode van 15 februari 2010 tot en met 14 oktober 2010 van 27 deelnemers een bedrag van ,-- aangetrokken. Na iedere uitgifte van een obligatie aan een obligatiehouder heeft de Stichting en deel van het verkregen geld doorgeleend aan Opera Living GmbH, in totaal ,--. De doorleningen hebben plaatsgevonden van 18 februari 2010 (tranche I) en 16 februari 2010 (tranche II) tot en met 26 oktober Het restant van de aangetrokken gelden is in de periode van 9 maart 2010 tot en met 4 april 2011 overgemaakt aan Equal Group B.V. en voor een klein deel aan Equal Fondstreuhand GmbH en Equal Real Estate GmbH Op 11 september 2012 is volgens verklaring van verzoeker een bedrag van ,- terugbetaald aan de obligatiehouders Op grond van de bevindingen van haar onderzoek heeft DNB geconcludeerd dat de Stichting vanaf de eerste aantrekking en uitzetting van de opvorderbare gelden van andere dan professionele marktpartijen in de periode van 18 februari 2010 tot heden of in ieder geval tot en met 11 september 2012, kwalificeert als bank, zoals gedefinieerd in artikel 1:1 van de Wft. 3. DNB heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat de Stichting in de periode van 18 februari 2010 tot heden, dan wel in ieder geval tot en met 11 september 2012, het verbod van artikel 2:11, eerste lid, van de Wft heeft overtreden, omdat zij het bedrijf van bank heeft uitgeoefend zonder te beschikken over de daarvoor vereiste vergunning, terwijl zij evenmin van het vergunningvereiste was uitgezonderd op grond van artikel 2:11, tweede lid, van de Wft. Aan het bestreden besluit heeft DNB voorts ten grondslag gelegd dat verzoeker feitelijk leiding heeft gegeven aan de hiervoor vermelde overtreding in de hiervoor vermelde periode Op grond van artikel 2:11, eerste lid, van de Wft is het is een ieder met zetel in Nederland verboden zonder een daartoe door de Nederlandsche Bank verleende vergunning het bedrijf uit te oefenen van bank. Op grond van het tweede lid van dit artikel is het eerste lid niet van toepassing op degene die gelden ter beschikking verkrijgt als bedoeld in artikel 3: Op grond van artikel 1:1 van de Wft wordt onder bank verstaan: degene die zijn bedrijf maakt van het buiten besloten kring ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen, en van het voor eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen De voorzieningenrechter is - anders dan verzoeker meent - van oordeel dat DNB, binnen de haar in de toepasselijke regelgeving gegeven grenzen bevoegd is het onderhavige onderzoek uit te voeren. In artikel 1:24, tweede lid, van de Wft is onder meer bepaald dat DNB op de grondslag van de Wft tot taak heeft het prudentieel toezicht op financiële ondernemingen uit te oefenen. Niet valt in te zien dat DNB, na een anonieme melding bij AFM, onbevoegd zou zijn een onderzoek uit te voeren op grond van het vermoeden dat de Stichting als bank kwalificeert. Dat AFM, die belast is met het gedragstoezicht, vervolgens heeft geoordeeld dat aan de prospectusplicht is voldaan, maakt dit niet anders. Aan verzoekers vergelijking met het strafrechtelijke onderzoek komt in deze geen betekenis toe, omdat toezicht houden niet hetzelfde is als opsporing De voorzieningenrechter stelt vast dat niet in geschil is dat de bestanddelen van de definitiebepaling "buiten besloten kring" en het "ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen" zijn vervuld. Voor zover verzoeker zich op het standpunt heeft gesteld dat de Stichting geen bankvergunning nodig heeft, omdat - met een beroep op de uitzondering van art. 3:5, tweede lid, aanhef en onder d, van de Wft - het verbod om opvorderbare gelden aan te trekken niet is overtreden, kan hij hierin niet worden gevolgd. De Stichting heeft immers niet alleen gelden aangetrokken middels uitgifte van obligaties, die gelet op hun niet verhandelbaarheid niet als effecten kunnen worden gekwalificeerd, maar zij heeft deze gelden vervolgens ook uitgezet Verzoeker heeft betoogd dat de Stichting en Opera Living GmbH één en dezelfde onderneming zijn, zodat de Stichting de aangetrokken gelden niet buiten de eigen onderneming heeft uitgezet. Verzoeker beroept zich op rechtspraak over het begrip onderneming waaruit volgt dat onder omstandigheden meerdere juridische entiteiten als één onderneming kunnen worden gezien. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt niet. Onder de term kredietuitzetting wordt gelet op de parlementaire geschiedenis verstaan het verstrekken van nominaal opvorderbare gelden aan een ander, met het doel daardoor voor de geldgever of voor aan hem gerelateerde partijen op geld waardeerbare voordelen te verkrijgen (Kamerstukken II 2004/05,29 708, nr. 10, p. 169). Door aan te sluiten bij het begrip onderneming legt verzoeker het bestanddeel "aan een ander" in het begrip "bank" als bedoeld in artikel 1:1 Wft te beperkt uit. Met dit bestanddeel wordt juist bedoeld dat indien kredietuitzettingen worden gedaan aan een andere entiteit (rechtspersoon of natuurlijk persoon), aan dit

4 bestanddeel is voldaan. Het is dus niet relevant of verschillende entiteiten al dan niet als één onderneming kunnen worden gezien. Met DNB is de voorzieningenrechter van oordeel dat waar het verbod zonder vergunning het bankbedrijf uit te oefenen is bedoeld ter bescherming van consumenten, moet worden vermeden dat door juridische constructies de beschermingsregels zouden kunnen worden omzeild. Ook als wordt gekeken naar de feitelijke verhouding tussen de Stichting en Opera Living GmbH is de voorzieningenrechter van oordeel dat de verwevenheid van beide entiteiten niet zodanig is dat geen sprake zou zijn van kredietuitzetting aan een ander. De voorzieningenrechter verwijst in dit verband in het bijzonder naar de onder punt 2.3. vermelde overeenkomst van geldlening, waaruit voldoende blijkt dat de Stichting is opgezet met het doel om gelden aan te trekken en deze uit te zetten naar Opera Living GmbH, de onderneming met het vastgoed. Uit artikel 12 van deze overeenkomst blijkt bijvoorbeeld dat Opera Living GmbH een borgstelling geeft aan alle obligatiehouders ten behoeve van de verplichtingen van de Stichting jegens de obligatiehouders. Een dergelijke bepaling zou zinledig zijn binnen één en dezelfde onderneming. Ook uit de aan de obligatiehouders verstrekte brochure blijkt dat om belastingtechnische redenen gekozen is voor twee entiteiten Verzoeker kan evenmin worden gevolgd in zijn betoog dat de Stichting niet voor eigen rekening gelden heeft uitgezet omdat de obligatiehouders zich bij betalingsonmacht van de Stichting rechtstreeks kunnen wenden tot Opera Living GmbH. Onder het bestanddeel "voor eigen rekening" wordt gelet op de parlementaire geschiedenis verstaan dat de onderneming zelf hetfinanciëlerisico loopt van zijn kredietuitzettingen, of daarvoor een winst- of verliesgerelateerde vergoeding ontvangt (Kamerstukken 2004/05 II, , nr. 10, p. 169). Met DNB is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Stichting het financieel risico loopt. Het is de Stichting die verplichtingen jegens de obligatiehouders heeft en niet Opera Living GmbH. Zo blijkt uit artikel 7 van de obligatieleningovereenkomst en de brochure dat de obligatiehouders indien de Stichting zich niet aan haar verplichtingen jegens hen houdt, de Stichting kunnen aanspreken. Voorts volgt uit artikel 12 van de overeenkomst van geldlening en artikel 8 van de obligatieleningovereenkomst dat de borgstelling is bedoeld voor de verplichtingen die de Stichting heeft jegens de obligatiehouders. Aan de eerst in september en oktober 2012 opgemaakte aanvullende overeenkomsten tussen de Stichting, Opera Living GmbH en de onderscheidenlijke obligatiehouders kan niet de waarde worden gehecht, die verzoeker daaraan gehecht wenst te zien. Deze overeenkomsten, die dateren van ver nadat de obligaties zijn uitgegeven, vormen geen bevestiging van een ten tijde van de uitgifte van de obligaties al bestaande situatie. Uit de obligatieleningovereenkomst blijkt op geen enkele wijze dat de obligatiehouders afstand doen van ieder recht indien de Stichting nalatig blijft. Ook uit de aanvullende overeenkomsten volgt dit niet Voorts is de voorzieningenrechter met DNB van oordeel dat de Stichting van Opera Living GmbH voor de kredietuitzettingen een winstgerelateerde vergoeding ontvangt, die het niet hebben van een winstoogmerk niet uitsluit. Uit de overeenkomst van geldlening blijkt dat aan het tegoed een meer dan verwaarloosbare rentevergoeding is gekoppeld. De omstandigheid dat de Stichting de vergoedingen doorbetaalt aan de obligatiehouders, doet niet af aan het winstgerelateerde karakter van de vergoeding. Daarvoor verwijst de voorzieningenrechter naar de toelichting bij het bestanddeel "voor eigen rekening" in de parlementaire geschiedenis: "Een rechtspersoon of natuurlijke persoon die zijn winst uiteindelijk als dividend aan anderen ten goede laat komen, handelt in beginsel met een winstoogmerk en dus 'voor eigen rekening' (Kamerstukken II2004/05,29 708, nr. 10, p. 169)" De voorzieningenrechter is van oordeel dat DNB geen onjuiste maatstaf heeft aangelegd om te concluderen dat de Stichting zelfstandig identificeerbare bedrijfsmatige (financierings)activiteiten uitoefent. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat voor banken geldt dat in ieder geval sprake is van "bedrijf maken van" indien geregeld en stelselmatig opvorderbare gelden ter beschikking worden verkregen (Kamerstukken II2004/05, , nr. 10, p. 168). Daarbij heeft DNB vooral gelet op de omvang en de regelmaat van de activiteiten, de duur, de omvang van de transactiestromen en het aantal inleggers, zoals onder punt 2.5. van deze uitspraak vermeld, en vervolgens geconcludeerd dat daarmee sprake is van bedrijfsmatig handelen. Het aantrekken van opvorderbare gelden en het vervolgens uitzetten van de verkregen gelden vormden de feitelijke hoofdactiviteit van de Stichting, zodat ook is voldaan aan het vereiste dat de financieringsactiviteiten van de Stichting niet uitsluitend dienen ter ondersteuning van haar hoofdactiviteiten. Dat de Stichting daarbij geen winstoogmerk nastreeft is niet maatgevend. Nu ook aan het vereiste "bedrijf maken van" is voldaan en ook aan de overige bestanddelen van de definitie, kwalificeert de Stichting als "bank" in de zin van de Wft Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat de Stichting zonder de daarvoor vereiste vergunning het bedrijf van bank heeft uitgeoefend en daarmee artikel 2:11, eerste lid, van de Wft heeft overtreden De vraag die vervolgens voorligt is of deze overtreding tevens aan verzoeker als feitelijk leidinggevende kan worden toegerekend. De voorzieningenrechter beantwoordt deze vraag bevestigend en overweegt daartoe het volgende Op grond van artikel 5:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kunnen overtredingen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen. Artikel 51, tweede en derde lid, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.

5 6.3. Op grond van artikel 51, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (Sr) kan, indien een strafbaar feit wordt begaan door een rechtspersoon, de strafvervolging worden ingesteld en kunnen de in de wet voorziene straffen en maatregelen, indien zij daarvoor in aanmerking komen, worden uitgesproken: 1. tegen die rechtspersoon, dan wel 2. tegen hen die tot het feit opdracht hebben gegeven, alsmede tegen hen die feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging, dan wel 3. tegen de onder 1 en 2 genoemden te zamen In artikel 5:41 van de Awb is bepaald dat het bestuursorgaan geen bestuurlijke boete oplegt voor zover de overtreding niet aan de overtreder kan worden verweten Toegespitst op deze zaak betekent dit dat moet worden voldaan aan de volgende criteria: a. of verzoeker op de hoogte was van de gedragingen die leiden tot overtreding van artikel 2:11, eerste lid, van de Wft door de Stichting, althans bewust de aanmerkelijke kans hiertoe heeft aanvaard; b. dat verzoeker bevoegd en redelijkerwijs gehouden was de overtreding van artikel 2:11, eerste lid, van de Wft te voorkomen en/ofte beëindigen; en c. verzoeker daartoe maatregelen achterwege heeft gelaten DNB heeft in het bestreden besluit overwogen dat verzoeker, als bestuurder van de Stichting, aan de drie hiervoor genoemde criteria heeft voldaan Met DNB is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker als feitelijk leidinggevende het verwijt kan worden gemaakt dat hij op de hoogte was van het middels uitgifte van obligaties aantrekken van gelden en het uitzetten ervan, welke gedragingen leiden tot overtreding van artikel 2:11 van de Wft, althans bewust de aanmerkelijke kans hiertoe heeft aanvaard, en dat hij, hoewel bevoegd en redelijkerwijs gehouden, maatregelen om de overtreding te voorkomen ofte beëindigen achterwege heeft gelaten. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Verzoeker heeft op 15 maart 2012 de volgende verklaring afgelegd ten overstaan van het zogenoemde "toezichtsteam" van DNB, zoals neergelegd in het verslag: "De heer [A] benadrukt dat nadat eerst op deze wijze alle risico's uit het project en de oude vennootschapsstructuur waren genaaid, zij het project in de huidige beleggingsconstructie hebben ondergebracht. Met 'zij' bedoelt hij ook de heer [C]." Nu verzoeker van de hem geboden gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt om op het verslag te reageren, volgt daaruit dat hij, anders dan hij heeft betoogd, bij de keuze voor en de oprichting van de Stichting betrokken is geweest. Dat hij slechts initiatiefnemer van het vastgoedproject "Opera Living" was, is dan ook niet aannemelijk. [C] en verzoeker hebben samen tot oprichting van de Stichting besloten. Verzoeker heeft nog gewezen op de taakverdeling die binnen de Stichting tussen hem en [C] was afgesproken, die was ingegeven door hun beider achtergrond, waarbij verzoeker zich bezighield met het vastgoed, terwijl [C], die een bancaire achtergrond had en kennis had van particuliere beleggers, zich bezig hield met de financiering en met de uitgifte van de obligaties, waarbij gebruik is gemaakt van het Nederlandse plaatsingskantoor Eurogroei. Deze taakverdeling maakt naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter niet dat van feitelijk leidinggeven door verzoeker geen sprake zou zijn. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat verzoeker de onder punt 2.3. van deze uitspraak vermelde overeenkomst van geldlening namens alle drie partijen heeft getekend, dat de Stichting slechts een beperkt aantal taken had, zodat beiden een goed inzicht hadden in eikaars activiteiten, en dat verzoeker bij [C] heeft aangedrongen op advies over de financieringsconstructie, zodat hij daarvan heeft geweten. Uit de stukken blijkt niet dat verzoeker niet bevoegd of niet gehouden was om zich tot diens overlijden naast [C] bezig te houden met de financieringsconstructie binnen de Stichting ten behoeve van het vastgoedproject "Opera Living". Zowel verzoeker als [C] waren alleen/zelfstandig bevoegd om besluiten te nemen en niet is gebleken dat verzoeker de financiering uit handen zou hebben gegeven aan [C]. De omvang van de invloed die verzoeker heeft toebedeeld aan Eurogroei acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk, gelet op wat verzoeker tijdens het telefoongesprek op 18 januari 2012 met DNB heeft gezegd, namelijk dat Eurogroei niet meer activiteiten heeft verricht dan beschreven in de in punt 2.4. van deze uitspraak vermelde overeenkomst tussen de Stichting en Eurogroei. Verzoekers stelling dat hij wat betreft het aanvankelijk gevraagde advies op [C] mocht vertrouwen, omdat hij navraag heeft gedaan naar het inwinnen van het juridisch advies, kan hem niet kan baten. Het advies bevindt zich niet tussen de stukken, zodat de voorzieningenrechter er van uit gaat dat verzoeker het advies zelf nooit heeft gezien. Door genoegen te nemen met de mededeling van [C] dat "de legal check akkoord is", terwijl verzoeker tijdens het gesprek op 15 maart 2012 heeft aangegeven dat er geen specifiek onderzoek was gedaan naar de toelaatbaarheid van de financieringsconstructie tegen de achtergrond van artikel 2:11 van de Wft, heeft hij bewust het risico dat de verboden

6 gedraging zich zou voordoen aanvaard. Ten aanzien van verzoekers betoog dat hij niets op zijn beloop heeft gelaten en nogmaals advies heeft gevraagd aan dezelfde adviseur, het advocatenkantoor [D], volgt de voorzieningenrechter het standpunt van DNB dat het advies van 22 juli 2011 geen deugdelijk advies is geweest. Het advies heeft immers slechts betrekking op de vergunningplicht in het kader van het aantrekken van opvorderbare gelden zoals bedoeld in artikel 3:5 van de Wft en gaat niet in op het doen van kredietuitzettingen. De conclusie van het advies dat er geen vergunningplicht uit hoofde van de Wft geldt, onder het voorbehoud dat er bij de advisering van is uitgegaan dat Mouzon Capital of de Stichting geen andere diensten zal verlenen, had voor verzoeker aanleiding moeten vormen om de adviesaanvraag uit te breiden, omdat evident was dat de activiteiten van de Stichting eveneens het uitzetten van aangetrokken gelden bevatten. Tegen deze achtergrond is ook van belang dat DNB verzoeker tijdens het gesprek op 26 juli 2011 op mogelijke overtreding van artikel 2:11 van de Wft heeft gewezen. Niet gebleken is dat daarna nog advies is gevraagd toegespitst op het onderdeel van de kredietuitzettingen, zodat het ervoor gehouden moet worden dat verzoeker de overtreding heeft laten voortduren Gelet op de overtreding komt DNB in beginsel de bevoegdheid toe op grond van artikel 1:80 van de Wft in samenhang met artikel 5:1, derde lid, van de Awb, om aan verzoeker een bestuurlijke boete op te leggen. Gelet op artikel 10 van het Besluit bestuurlijke boetes financiële sector valt een overtreding van artikel 2:11, eerste lid, van de Wft onder boetecategorie 3. DNB heeft de boete vastgesteld op ,-. Daarbij heeft DNB het basisbedrag van » gematigd met 25% op grond van de mate van verwijtbaarheid van verzoeker en vervolgens de boete verder gematigd naar ,--, omdat zij een boete van , niet proportioneel heeft geacht. Omdat verzoeker geen gegevens heeft verstrekt over zijn financiële draagkracht heeft DNB geen grond aanwezig geacht om een verdere matiging toe te passen De vervolgvraag of DNB in redelijkheid gebruik heeft kunnen maken van de haar toekomende bevoegdheid om een boete op te leggen, beantwoordt de voorzieningenrechter bevestigend. Daarbij merkt de voorzieningenrechter op dat een toezichthouder mag kiezen aan welke (rechts)persoon een boete wordt opgelegd De voorzieningenrechter acht het voorts aannemelijk dat de boeteoplegging ter hoogte van , stand zal kunnen houden. DNB heeft de overtreding als een ernstige overtreding gekwalificeerd. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn er geen aanknopingspunten om de boete te hoog te achten. Dat de boete disproportioneel en niet evenredig zou zijn gezien de beperkte rol van verzoeker is de voorzieningenrechter niet gebleken. DNB heeft immers rekening gehouden met de duur van de overtreding en de omstandigheid dat in de periode van 15 maart tot en met 11 september 2012 een substantieel deel van het totale ingelegde geld aan de obligatiehouders is uitgekeerd Anders dan verzoeker heeft betoogd is het recht van hoor en wederhoor niet geschonden, omdat verzoeker zich niet kon uitlaten over de hoogte van de boete. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is DNB niet reeds bij het boetevoornemen gehouden om aan te geven op welk bedrag zij voornemens is de boete vast te stellen. De zienswijze dient er toe nadere financiële- en andere informatie te verkrijgen van de overtreder die tot een afwijking van het basisbedrag kunnen nopen. 8. Nu de boete naar verwachting in bezwaar stand zal kunnen houden, komt de voorzieningenrechter toe aan de vervolgvraag of de DNB niettemin zou moeten afzien van openbaarmaking van de boeteoplegging. Die vraag beantwoordt de voorzieningenrechter op grond van het volgende ontkennend. De voorzieningenrechter vermag niet in te zien dat publicatie van het boetebesiuit in strijd zou kunnen komen met de doelstellingen van het prudentieel toezicht van DNB. 9. Gelet op het voorgaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding de schorsing van de voorgenomen publicatie als bedoeld in artikel 1:97, derde lid, van de Wft te laten voortduren tot na de bekendmaking van de onderhavige uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt derhalve afgewezen. 10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.» Noot 1. Boetes opgelegd door DNB komen weinig voor. En als DNB een boete oplegt, dan is publicatie geen automatisme. De ZBO-verantwoording 2012 van DNB (te vinden op laat zien dat het in 2012 voor de categorie onder toezicht staande instellingen slechts om één boete ging. Het betrof een boete van voor een trustkantoor. Voor de categorie niet onder toezicht staande instellingen ging het om vier boetes, waarvan er twee zijn gepubliceerd. Het betrof, volgens de ZBO-verantwoording, boetes voor overtredingen van het verbod zonder vergunning als bank actief te zijn. In totaal werd aan deze categorie voor een bedrag aan aan boetes opgelegd. De hiervoor opgenomen uitspraak ziet op één van de twee gepubliceerde boetes. 2. De Wet op het financieel toezicht (Wft) gaat er vanuit dat alle boetebesluiten (verplicht) openbaar worden gemaakt. Zware boetes moeten zelfs al worden gepubliceerd nadat ze zijn opgelegd, tenzij de voorzieningenrechter een

7 publicatieverbod heeft uitgesproken (art. 1:97 lid 1 tot en met 3 Wft). De toezichthouder dient niettemin publicatie achterwege te laten wanneer openbaarmaking in strijd is of zou kunnen komen met het doel van het door de toezichthouder uit te oefenen toezicht (art. 1:97 lid 4 Wft; ook art. 1:98 Wft voor rechtens onaantastbare boetes). Hierin ligt de reden verscholen dat DNB, anders dan de AFM, niet zonder meer tot publicatie zal overgaan. Het doel van het toezicht dat DNB uitoefent, is namelijk anders dan dat van het toezicht van AFM. 3. In het in 2008 opnieuw vastgestelde gezamenlijke handhavingsbeleid van de AFM en DNB (Staatscourant 2008, 132/30; ook staat dat DNB - gelet op de doelen van prudentieel toezicht - bij de beoordeling of moet worden afgezien van publicatie o.a. rekening houdt met de potentiële impact van de publicatie op de financiële stabiliteit van de sector en het vertrouwen in die sector. Wanneer zal DNB (wel) aanleiding zien te publiceren? Het zal dan vooral gaan om boetes aan illegale marktpartijen. Waar voor onder toezicht staande instellingen de hiervoor genoemde punten (financiële stabiliteit en vertrouwen in de sector) voor DNB (meestal) aanleiding zullen zijn een boete niet te publiceren, spelen die punten voor de illegale marktpartijen minder. 4. De door DNB opgelegde boete en (door de voorzieningenrechter niet verboden) publicatie zijn dus op zich al bijzonder, maar er is meer. Het betreft namelijk een boete aan een feitelijk leidinggevende. Hierna ga ik eerst in op de door DNB geconstateerde overtreding van art. 2:11 lid 1 Wft. 5. De voorzieningenrechter gaat, na de vaststelling dat DNB bevoegd was onderzoek te doen, eerst in op de vraag of de stichting, waarvan verzoeker (mede)bestuurder was, art. 2:11 lid 1 Wft heeft overtreden. Dit artikel verbiedt een ieder met zetel in Nederland het bedrijf van bank uit te oefenen zonder DNB-vergunning. DNB meende dat de stichting hiermee in strijd handelde. De stichting had namelijk, door middel van het uitgeven van obligaties, gelden van Nederlandse beleggers (niet zijnde professionele marktpartijen) aangetrokken, terwijl de gelden werden doorgeleend aan een aantal Duitse vennootschappen. Dit alles tegen de achtergrond van een vastgoedproject "Opera Living" te Frankfurt, waarvan verzoeker mede-initiatiememer was. 6. De Wft verstaat onder bank "degene die zijn bedrijf maakt van het buiten besloten kring ter beschikking verkrijgen van opvorderbare gelden van anderen dan professionele marktpartijen, en van het voor eigen rekening uitzetten van kredietuitzettingen" (zie art. 1:1 Wft). In de procedure ging het vooral om de (uitleg van de) bestanddelen "bedrijf maken van", "voor eigen rekening" en "kredieruitzetting". De toepassing en uitleg door DNB en de voorzieningenrechter zijn (met name) voor de financieringspraktijk van belang. De stichting was namelijk, zo blijkt uit het vonnis, expliciet opgericht om Nederlandse beleggers te kunnen laten participeren in het vastgoedproject. Daarmee was de stichting in feite een financieringsmaatschappij. 7. Wat betreft het bestanddeel "bedrijf maken van" stelt de voorzieningenrechter vast dat het aantrekken van opvorderbare gelden en het vervolgens uitzetten van de verkregen gelden de feitelijke hoofdactiviteit van de stichting vormden, zodat (ook) is voldaan aan het vereiste dat de financieringsactiviteiten van de stichting niet uitsluitend dienen ter ondersteuning van haar hoofdactiviteiten. Deze overweging moet gelezen worden tegen hetgeen in de parlementaire geschiedenis over het genoemde bestanddeel is gezegd (zie Kamerstukken II2004/05, , nr. 10, p. 168). Daarin wordt onder meer ingegaan op een holding die gelden aantrekt en deze uitzet uitsluitend ten behoeve van de financiering van de werkmaatschappijen. Dit wordt als een ondersteunende activiteit gezien. Wanneer het doel het bedrijf van de werkmaatschappijen is, wordt niet gesproken van "bedrijf maken van". In dat geval kwalificeert de holding niet als een bank. 8. Nadat de rechter heeft vastgesteld dat de stichting art. 2:11 lid 1 Wft heeft overtreden, beoordeelt hij of deze overtreding tevens aan verzoeker als feitelijk leidinggevende kan worden toegerekend. Daarbij gaat de rechter eerst in op art. 5:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 9. Art. 5:1 lid 3 Awb verklaart - per 1 juli art. 51 lid 2 en 3 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van overeenkomstige toepassing. Art. 51 lid 2 Sr regelt de persoonlijke vervolgbaarheid van opdrachtgevers en feitelijke leidinggevenden van verboden gedragingen van rechtspersonen. Indien een rechtspersoon een strafbaar feit pleegt, kunnen daarnaast of in de plaats daarvan ook opdrachtgevers en feitelijk leidinggevenden van die verboden gedraging worden vervolgd. Dit strafrechtelijke concept was eerder al in de Mededingingswet geïntroduceerd, maar sinds 1 juli 2009 kunnen dus ook de financiële toezichthouders hun onderzoeks- en sanctiebevoegdheden inzetten tegen bepaalde bij een overtredende rechtspersoon betrokken natuurlijke personen. Zie voor de eerste boete in de financiële sector van de AFM aan een bestuurder als feitelijk leidinggevende: Rechtbank Rotterdam 15 februari 2011, «JOR» 2011/182, m.nt. Roth en Van Eersel en Rechtbank Rotterdam 16 mei 2012, «JOR» 2012/ De voorzieningenrechter zet het toetsingskader uiteen onder ro Vergelijk in dit verband de (strafrechtelijke) Slavenburg-arresten uit 1985 en 1986 (HR 19 november 1985, NJ1986, 125 Slavenburg I en 16 december 1986, NJ 1987/321 Slavenburg II). De daadwerkelijke toetsing is te vinden onder ro Met DNB wordt voorop gesteld dat verzoeker het verwijt kan worden gemaakt dat hij op de hoogte was van het middels uitgifte van obligaties aantrekken van gelden en het uitzetten daarvan, welke gedragingen leiden tot de overtreding, althans de aanmerkelijke kans hiertoe heeft aanvaard, en dat hij, hoewel bevoegd en redelijkerwijs gehouden, maatregelen om de overtreding te voorkomen of te beëindigen achterwege heeft gelaten. 11. Wat betreft de verdere onderbouwing is o.a. van belang dat het beroep op een juridisch advies verzoeker niet kan

8 baten. Het advies was volgens de voorzieningenrechter niet deugdelijk. Het had alleen betrekking op het verbod van art. 3:5 Wft en gaat niet in op het doen van kredietuitzettingen. Volgens de voorzieningenrechter had verzoeker de adviesaanvraag moeten uitbreiden. Dit vanwege het voorbehoud in het advies dat er van is uitgegaan dat de stichting geen andere diensten zou verlenen (dan kennelijk het aantrekken van gelden). De voorzieningenrechter overweegt daaromtrent dat het evident was dat de activiteiten van de stichting eveneens het uitzetten van aangetrokken gelden bevatten. 12. Zonder de adviesaanvraag en het advies te kennen, vind ik het lastig te beoordelen of verzoeker nu op dit punt, zoals de voorzieningenrechter in feite beslist, te passiefis geweest. Naar mag worden aangenomen, zal de betreffende juridisch adviseur de "ins en outs" van de fïnancieringsopzet hebben gekend. Wanneer de juridisch adviseur heeft aangegeven dat alleen art. 3:5 Wft in beeld komt, was ook denkbaar dat geoordeeld zou zijn dat verzoeker daar op af mocht gaan. Onder die omstandigheden is voorstelbaar dat minder gewicht aan het voorbehoud zou worden toegekend. Iets anders is dat verzoeker later door DNB op de mogelijke overtreding van art. 2:11 Wft is gewezen. De voorzieningenrechter verbindt daaraan dat niet is gebleken dat daarna nog advies is gevraagd toegespitst op het onderdeel van de kredietuiteenzettingen. Om die reden moet het er voor worden gehouden dat verzoeker de overtreding heeft laten voortduren, aldus de voorzieningenrechter. 13. Interessant is ten slotte de matiging van de boete door DNB naar De Wft kent drie boetecategorieën (art. 1:81 Wft). Per categorie geldt een basisbedrag. Dit bedraagt in categorie en is (in beginsel) een vast bedrag. De basisbedragen in de categorieën 2 en 3 zijn respectievelijk Deze bedragen zijn flexibel in die zin dat verhoging of verlaging kan plaatsvinden. Indien de (geringe) ernst of duur van de overtreding dit rechtvaardigt, wordt het basisbedrag verhoogd of verlaagd met ten hoogste 50 procent (art. 2 lid 2 Besluit bestuurlijke boetes financiële sector: Besluit). Daarnaast kan het basisbedrag met ten hoogste 50 procent worden verhoogd of verlaagd indien de (beperkte) mate van verwijtbaarheid van de overtreder dit rechtvaardigt (art. 2 lid 3 Besluit). Op grond van art. 4 Besluit houdt de toezichthouder bij het vaststellen van de boete rekening met de draagkracht van de overtreder. 14. Overtreding van art. 2:11 lid 1 Wft valt onder boetecategorie 3 (basisbedrag ). DNB matigde dit basisbedrag met 25% op grond van verminderde mate van verwijtbaarheid van verzoeker (derhalve tot ). Vervolgens matigde DNB de boete verder naar Uit de uitspraak blijkt niet wat daarvoor de juridische grondslag is. Het boetebesluit van DNB zelf (ook te vinden via maakt duidelijk dat DNB vanwege de ernst en duur van de overtreding geen aanleiding zag de overtreding naar boven of naar beneden bij te stellen. De matiging berust dus niet op art. 2 lid 2 Besluit. Ook betrof het geen matiging wegens beperkte draagkracht. Wel geeft het boetebesluit aan dat DNB een boete van e gezien de omvang van de aangetrokken gelden en de overige omstandigheden niet proportioneel acht. Om tot een "evenredige boete" te komen, gaat DNB derhalve over tot verdere matiging. 15. DNB heeft daarmee toepassing gegeven aan het (mede) in art. 5:46 lid 2 Awb verankerde evenredigheidsbeginsel. Genoemde bepaling houdt in dat, tenzij de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, het bestuursorgaan de bestuurlijke boete afstemt op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten, waarbij het bestuursorgaan zo nodig rekening houdt met de omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd. Boetematiging door DNB of de AFM is dus niet beperkt tot de in het Besluit genoemde matigingsgronden. Voor vaste (gefixeerde) boetes is overigens art. 5:46 lid 3 Awb van belang. Op grond hiervan legt het bestuursorgaan, indien de hoogte van de bestuurlijke boete bij wettelijk voorschrift is vastgesteld, niettemin een lagere bestuurlijke boete op indien de overtreder aannemelijk maakt dat de vastgestelde bestuurlijke boete wegens bijzondere omstandigheden te hoog is. Zie daarover in het kader van een (ook) door DNB opgelegde boete: Rechtbank Rotterdam 8 maart 2012, «JOR» 2012/149, m.nt. Affourtit. mr. J.A. Voerman, advocaat financieel recht bij Van Doorne NV te Amsterdam

http://www.legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=1184...

http://www.legalintelligence.com/frontend/doc.aspx?docid=1184... Page 1 of 6 JOR 2013/309 CBB, 14-08-2013, 13/396, ECLI:NL:CBB:2013:160 Overtreding van art. 4:23 Wft, Publicatie van de opgelegde boete, Afwijzing verzoek tot schorsing van publicatie totdat in hoger beroep

Nadere informatie

- 1 - BESLUIT De Nederlandsche Bank NV (hierna DNB) het volgende:

- 1 - BESLUIT De Nederlandsche Bank NV (hierna DNB) het volgende: - 1 - Beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 van de Wet op het financieel toezicht aan de heer A.S. van der Kooij Gelet op de artikelen 1:1, 2:11, 1:80, 1:81,

Nadere informatie

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan:

- 1 - De Nederlandsche Bank NV (DNB) legt een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 1:80 en 1:81 van de Wft, op aan: - 1 - Beschikking tot het opleggen van een bestuurlijke boete aan Matrix Asset Management B.V. als bedoeld in artikel 1:80 van de Wet op het financieel toezicht Gelet op artikel 1:80, 1:81, 1:98 en 3:72,

Nadere informatie

http://www.legalintelligence.com/documents/14498405?srcfrm=bas...

http://www.legalintelligence.com/documents/14498405?srcfrm=bas... Page 1 of 7 JOR 2015/42 CBB, 20-11-2014, AWB 13/184, ECLI:NL:CBB:2014:455 Bestuurlijke boete wegens overtreding art. 4:23 lid 1 Wft, Beboeting normadressaat staat los van mogelijk aan feitelijk leidinggevende

Nadere informatie

bestuurlijke boete te hoog, Toepassing bestuurlijke lus, Vervolg op Rb. Rotterdam 1 december

bestuurlijke boete te hoog, Toepassing bestuurlijke lus, Vervolg op Rb. Rotterdam 1 december JOR 2013/74 Rechtbank Rotterdam, 17-01-2013, AWB 12/1512, AWB 12/1913 Overtreding van 4:19 lid 2 Wft en art. 51a lid 1 BGfo, Onevenwichtige reclame, Opgelegde bestuurlijke boete te hoog, Toepassing bestuurlijke

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste lid, van de Mededingingswet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 3698-22 Betreft zaak: natuurlijke persoon Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 79, eerste

Nadere informatie

MODEL financieringsmaatschappijen; invoering Wet op het financieel toezicht

MODEL financieringsmaatschappijen; invoering Wet op het financieel toezicht Expertisecentrum Markttoetreding Amsterdam Postbus 98 1000 AB Amsterdam Datum Uw kenmerk Doorkiesnummer 020 524 Bijlage(n) Onderwerp MODEL financieringsmaatschappijen; invoering Wet op het financieel toezicht

Nadere informatie

Bijlage 3: Openbare versie. Global Marketing Solutions B.V. t.a.v. de directie ------------------------------------- -------------------------------

Bijlage 3: Openbare versie. Global Marketing Solutions B.V. t.a.v. de directie ------------------------------------- ------------------------------- Bijlage 3: Openbare versie Aangetekend verstuurd MBVO Strikt vertrouwelijk Global Marketing Solutions B.V. t.a.v. de directie ------------------------------------- ------------------------------- Datum

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2014:3840

ECLI:NL:RBNHO:2014:3840 ECLI:NL:RBNHO:2014:3840 Instantie Datum uitspraak 28-04-2014 Datum publicatie 13-05-2014 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Rechtbank Noord-Holland AWB-14_1317 bz Bestuursrecht

Nadere informatie

1. Verloop van de procedure

1. Verloop van de procedure Besluit van de Consumentenautoriteit op de bezwaren van Mikro-Electro B.V. tegen het besluit van de Consumentenautoriteit van 26 mei 2011, met kenmerk CA/NCB/560/18. 1. Verloop van de procedure 1. Bij

Nadere informatie

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving)

Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Uitspraken CRvB inzake boetes en overgangsrecht (in kader Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-wetgeving) Inleiding Op 24 november 2014 heeft de CRvB de eerste uitspraak gedaan over boetes

Nadere informatie

1. Verloop van de procedure

1. Verloop van de procedure Besluit van de Consumentenautoriteit op de bezwaren van Scheer & Foppen Elektro Speciaalzaken B.V. tegen het besluit van de Consumentenautoriteit van 26 mei 2011, met kenmerk CA/NCB/559/19. 1. Verloop

Nadere informatie

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening

Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening Bestuurdersaansprakelijkheid wegens het onverantwoord verstrekken van een risicovolle lening Brondatum: 07-07-2015 Een bestuurder is aansprakelijk gesteld voor de niet afgedragen loonheffingen van een

Nadere informatie

ECLI:NL:RBGEL:2016:2558

ECLI:NL:RBGEL:2016:2558 ECLI:NL:RBGEL:2016:2558 Instantie Rechtbank Gelderland Datum uitspraak 12-05-2016 Datum publicatie 19-05-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 7447 Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie

Nadere informatie

Inleidster. Kantoorintroductie. Ellen Timmer, 30 november 2009 1. Ellen Timmer advocaat bij Pellicaan Advocaten

Inleidster. Kantoorintroductie. Ellen Timmer, 30 november 2009 1. Ellen Timmer advocaat bij Pellicaan Advocaten Inleidster Ellen Timmer advocaat bij Pellicaan Advocaten I: www.pellicaan.nl E: ellen.timmer@pellicaan.nl Kantoorintroductie Pellicaan Advocaten: Advocatuur nieuwe stijl Arbeidsrecht Ondernemingsrecht

Nadere informatie

LEIDRAAD VASTSTELLEN HOOGTE BESTUURLIJKE BOETE Vastgesteld op 20 juli 2010

LEIDRAAD VASTSTELLEN HOOGTE BESTUURLIJKE BOETE Vastgesteld op 20 juli 2010 publicatie op website Leidraad vaststellen hoogte boetesdnb NotaNasrullah-Oemar, F.S.N. (Fahrida) (JUZA_CI) Onderwerp: Leidraad vaststellen hoogte bestuurlijke boete en handhavingsbeleid bij niet-tijdige

Nadere informatie

Beslissing op bezwaar

Beslissing op bezwaar Beslissing op bezwaar Kenmerk: 26146/2011014629 Betreft: beslissing op bezwaar inzake het besluit tot publicatie van het besluit betreffende het leveren van programmagegevens van de landelijke publieke

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK MigratieWeb ve07001320 200700456/1. Datum uitspraak: 11 juli 2007 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak op het hoger beroep van: vennootschap onder firma Chinees Japans Specialiteitenrestaurant A., gevestigd

Nadere informatie

Page 1 of 5 JOR 2014/331 Rechtbank Rotterdam, 01-10-2014, ROT 14-6066, ECLI:NL:RBROT:2014:8023 Overtreding van art. 5:20 Awb, Last onder dwangsom, De vordering van materiaal op grond van een wettelijke

Nadere informatie

College van Beroep voor het bedrijfsleven (VV), AWB 13/159, LJN: BZ8475

College van Beroep voor het bedrijfsleven (VV), AWB 13/159, LJN: BZ8475 21-03-2013 College van Beroep voor het bedrijfsleven (VV), AWB 13/159, LJN: BZ8475 Datum uitspraak: 21-03-2013 Datum publicatie: 24-04-2013 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

ECLI:NL:RBROT:2016:1754

ECLI:NL:RBROT:2016:1754 ECLI:NL:RBROT:2016:1754 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 09-03-2016 Datum publicatie 09-03-2016 Zaaknummer ROT 16/920 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursprocesrecht

Nadere informatie

2. Beoordeling. 2.4 Artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo)

2. Beoordeling. 2.4 Artikel 2.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) LJN: BP4832,Voorzieningenrechter Rechtbank Breda, 11/816 Print uitspraak Datum uitspraak: 16-02-2011 Datum publicatie: 16-02-2011 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Voorlopige voorziening

Nadere informatie

Publicatie JOR 2016 afl. 5 Publicatiedatum 11 mei Uitspraakdatum 07 maart 2016 Rolnummer 14/170 LJN ECLI:NL:CBB:2016:54

Publicatie JOR 2016 afl. 5 Publicatiedatum 11 mei Uitspraakdatum 07 maart 2016 Rolnummer 14/170 LJN ECLI:NL:CBB:2016:54 JOR 2016/131 CBB, 07-03-2016, 14/170, ECLI:NL:CBB:2016:54Bestuurlijke boete, Zonder vergunning bedrijf van bank uitoefenen, Kwalificatie als bank onder definitie van art. 1:1 Wft (oud), Beschermingsdoel

Nadere informatie

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, nr (mr. E.L.A. Van Emden, voorzitter en mr. J. Hadziosmanovic, secretaris)

Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, nr (mr. E.L.A. Van Emden, voorzitter en mr. J. Hadziosmanovic, secretaris) Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening, nr. 2017-419 (mr. E.L.A. Van Emden, voorzitter en mr. J. Hadziosmanovic, secretaris) Klacht ontvangen op : 3 augustus 2016 Ingediend door : Consumenten

Nadere informatie

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065

LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 LJN: BO2154,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/2913 en 10/3065 Print uitspraak Datum uitspraak: 22-10-2010 Datum publicatie: 29-10-2010 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige

Nadere informatie

Cliënten met behoudend beheer portefeuille. "Ken uw cliënt" principe.

Cliënten met behoudend beheer portefeuille. Ken uw cliënt principe. Zoekresultaat inzien document ECLI:NL:RBROT:2010:BN9487 Permanente link: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ecli:nl:rbrot:2010:bn9487 Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 30 09 2010 Datum

Nadere informatie

Datum 17 september Ons kenmerk JZ Pagina 1 van 7 Kopie aan Nauta Dutilh, mr. S.M.C. Nuyten

Datum 17 september Ons kenmerk JZ Pagina 1 van 7 Kopie aan Nauta Dutilh, mr. S.M.C. Nuyten AANGETEKEND MBVO Bijlage 3 Openbare versie Ernst & Young Accountants LLP De directie Boompjes 258 3011 XZ ROTTERDAM Datum 17 september 2012 - Pagina 1 van 7 Kopie aan Nauta Dutilh, mr. S.M.C. Nuyten Telefoon

Nadere informatie

Zaaknummer : 2014/159 en Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 17 oktober 2014 Partijen : Verzoekster tegen Hogeschool voor de Kunsten

Zaaknummer : 2014/159 en Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 17 oktober 2014 Partijen : Verzoekster tegen Hogeschool voor de Kunsten Zaaknummer : 2014/159 en 159.1 Rechter(s) : mr. Borman Datum uitspraak : 17 oktober 2014 Partijen : Verzoekster tegen Hogeschool voor de Kunsten Utrecht Trefwoorden : Beoordeling, kennen en kunnen, onverwijlde

Nadere informatie

- 1 - BESLUIT de Nederlandsche Bank NV (hierna: DNB) het navolgende.

- 1 - BESLUIT de Nederlandsche Bank NV (hierna: DNB) het navolgende. - 1 - Gelet op de artikelen 3:5, eerste lid, 1:72, eerste lid, en 1:79 van de Wet op het financieel toezicht (hierna: Wft) en de artikelen 3:2, 3:4, tweede lid, 3:46, 4:8, tweede lid, 5:16, 5:20, eerste

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNNE:2015:389

ECLI:NL:RBNNE:2015:389 ECLI:NL:RBNNE:2015:389 Instantie Datum uitspraak 03-02-2015 Datum publicatie 03-02-2015 Zaaknummer Awb 15/245 Rechtsgebieden Rechtbank Noord-Nederland Bestuursrecht Bijzondere kenmerken Voorlopige voorziening

Nadere informatie

Loyens & Loeff N.V., M. van Schuppen en J.M. van Poelgeest. memorandum regulatoire aspecten financiering apotheken

Loyens & Loeff N.V., M. van Schuppen en J.M. van Poelgeest. memorandum regulatoire aspecten financiering apotheken Memorandum POSTADRES Postbus 71170 1008 BD AMSTERDAM KANTOORADRES Forum Fred. Roeskestraat 100 1076 ED AMSTERDAM TELEFOON +31 (0)20 578 5161 FAX +31 (0)20 578 5824 INTERNET www.loyensloeff.com AAN Surventis

Nadere informatie

LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207

LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207 LJN: BP5782,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 10/3720 en 11/207 Datum uitspraak: 16-02-2011 Datum publicatie: 25-02-2011 Rechtsgebied: Bouwen Soort procedure: Voorlopige voorziening+bodemzaak

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:3181

ECLI:NL:CRVB:2016:3181 ECLI:NL:CRVB:2016:3181 Instantie Datum uitspraak 22-08-2016 Datum publicatie 29-08-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 16/3877 PW-VV Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB

LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB LJN: BH1764, Centrale Raad van Beroep, 07/2959 WWB + 07/2960 WWB + 08/6263 WWB + 08/6264 WWB + 08/6265 WWB Datum uitspraak: 20-01-2009 Datum publicatie: 04-02-2009 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure:

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932

ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 ECLI:NL:CRVB:2012:BV9932 Instantie Datum uitspraak 21-03-2012 Datum publicatie 28-03-2012 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 10/7012 TW + 10/7013 TW

Nadere informatie

Publicatie JOR 2013 afl. 4 Publicatiedatum 05 april 2013 College. CBB Uitspraakdatum 11 februari 2013

Publicatie JOR 2013 afl. 4 Publicatiedatum 05 april 2013 College. CBB Uitspraakdatum 11 februari 2013 JOR 2013/112 CBB, 11-02-2013, AWB 10/1084, LJN BZ1866 Bemiddeling zonder vergunning, Bestuurlijke boete en openbaarmaking boetebesluit, Besluit tot openbaarmaking kan pas worden genomen nadat de boete

Nadere informatie

Uitspraak in de zaak tussen:

Uitspraak in de zaak tussen: Zaaknummer: 1995/120 Rechter(s): mrs. Olivier, Nijenhof, Hingst Datum uitspraak: 15 december 1995 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Katholieke Universiteit Nijmegen Trefwoorden: Beoordelingsmaatstaf,

Nadere informatie

Print deze uitspraak rechtsgebied. Kamer 2 - Milieu - Bestuursdwang / E-mail deze uitspraak

Print deze uitspraak rechtsgebied. Kamer 2 - Milieu - Bestuursdwang / E-mail deze uitspraak Essentie uitspraak: Indien in een inrichting meerdere overslag- of laad- en losgedeelten aanwezig zijn, mag per overslag- of laad- en losgedeelte maximaal 10.000 kilogram gevaarlijke stoffen tijdelijk

Nadere informatie

Financieringsmaatschappijen onder de Wet op het financieel toezicht

Financieringsmaatschappijen onder de Wet op het financieel toezicht Financieringsmaatschappijen onder de Wet op het financieel toezicht Inleiding Het is de verwachting dat per 1 januari 2007 de nieuwe Wet op het financieel toezicht (Wft) van kracht wordt. 1 De Wft vervangt

Nadere informatie

Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBROT:2015:9420. Uitspraak. Permanente link:

Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBROT:2015:9420. Uitspraak. Permanente link: 1 van 8 16-5-2016 14:56 Zoekresultaat - inzien document ECLI:NL:RBROT:2015:9420 Permanente link: Instantie Rechtbank Rotterdam Datum uitspraak 24-12-2015 Datum publicatie 29-12-2015 Zaaknummer ROT 15/2748

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel van de Mededingingswet. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel van de Mededingingswet. Nummer 4445-51 Betreft zaak: 4445/ Aannemingsbedrijf

Nadere informatie

BESLUIT. 2. Bij brief van 21 oktober 2002 heeft P. Abegg tegen dit besluit bezwaar gemaakt.

BESLUIT. 2. Bij brief van 21 oktober 2002 heeft P. Abegg tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 2960/ 24 Betreft zaak: Abegg - CZ Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse Mededingingsautoriteit tot ongegrondverklaring van het tegen zijn

Nadere informatie

2. Bij brieven van 9 mei en 11 september 2008 en per van 12 september 2008 heeft StudieBoeken.com de gevraagde informatie verstrekt.

2. Bij brieven van 9 mei en 11 september 2008 en per  van 12 september 2008 heeft StudieBoeken.com de gevraagde informatie verstrekt. Sanctiebeschikking Kenmerk: BVB-006686-mvk Betreft: prijsstelling bij verkoop studieboeken Sanctiebeschikking van het Commissariaat voor de Media betreffende overtreding van artikel 6, tweede lid, van

Nadere informatie

uitspraak RECHTBANK LIMBURG

uitspraak RECHTBANK LIMBURG uitspraak RECHTBANK LIMBURG Zittingsplaats: Roermond Bestuursrecht zaaknummers: AWB/ROE 141505 en AWB/ROE 14/506 uitspraak van de voorzieningenrechter van 2 april 2014 op het beroep en het verzoek om voorlopige

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2017:2972

ECLI:NL:RBAMS:2017:2972 ECLI:NL:RBAMS:2017:2972 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 04-05-2017 Zaaknummer AMS 15/5918 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Bestuursrecht Eerste

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP MEERVOUDIGE KAMER 08/5117 WWB 08/5118 WWB U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [appellante] (hierna: appellante) en [appellant] (hierna: appellant), beiden wonende te Amsterdam,

Nadere informatie

Uitspraak naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht

Uitspraak naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht [B] AFM DomJur 2011-831 Rechtbank Rotterdam Zaak-/rolnummer: AWB 11/3976 VBC-T2 Datum: 1 december 2011 Uitspraak naar aanleiding van het verzoek om voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 8:81 van

Nadere informatie

Rubriek \ Bank-en effectenrecht College Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam

Rubriek \ Bank-en effectenrecht College Voorzieningenrechter Rechtbank Rotterdam Informatie JOR 2011/85 Rechtbank Rotterdam, 13-01-2011, AWB 10/5116 VBC-T2 Last onder dwangsom, Overtreding, Wet handhaving consumentenbescherming, Publicatie kern besluit tot lastopiegging AFM, Voorlopige

Nadere informatie

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven; Dienst Werk, Zorg en Inkomen (Dienst WZI), te Eindhoven, verweerder.

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven; Dienst Werk, Zorg en Inkomen (Dienst WZI), te Eindhoven, verweerder. LJN: BA9368, Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 06/4958 Datum uitspraak: 12-06-2007 Datum publicatie: 11-07-2007 Rechtsgebied: Bijstandszaken Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

Deze definities dienen ter interpretatie van begrippen in het Informatie Memorandum alsmede de aanvullende stukken.

Deze definities dienen ter interpretatie van begrippen in het Informatie Memorandum alsmede de aanvullende stukken. 9. Begrippenlijst Deze definities dienen ter interpretatie van begrippen in het Informatie Memorandum alsmede de aanvullende stukken. Aanbieder De entiteit die de Obligaties in Old Liquors Invest B.V.

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201109405/1 /V4. Datum uitspraak: 20 september 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2016:4097

ECLI:NL:CRVB:2016:4097 ECLI:NL:CRVB:2016:4097 Instantie Datum uitspraak 26-10-2016 Datum publicatie 27-10-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 14/2609 ZVW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ING Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-384 d.d. 23 oktober 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. J.W.M. Lenting en mr. E.M. Dil-Stork, leden en mr. E.C. Aarts, secretaris)

Nadere informatie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BMW Group Financial Services B.V., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene.

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid BMW Group Financial Services B.V., gevestigd te [plaats], hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-310 d.d. 20 augustus 2014 (prof. mr. M.L. Hendrikse, voorzitter, drs. A. Adriaansen en mr. J.W.H. Offerhaus, leden en mr. F. Faes, secretaris)

Nadere informatie

Besluit tot openbaarmaking

Besluit tot openbaarmaking Besluit als bedoeld in artikel 8 van de Wet openbaarheid van bestuur Zaak: OB/001 Kenmerk: 00.061.063 Openbaarmaking onder kenmerk: Besluit tot openbaarmaking Besluit tot openbaarmaking van de besluiten

Nadere informatie

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:7684, Bekrachtiging/bevestiging

Eerste aanleg: ECLI:NL:RBGEL:2015:7684, Bekrachtiging/bevestiging ECLI:NL:RVS:2017:313 Instantie Raad van State Datum uitspraak 08-02-2017 Datum publicatie 08-02-2017 Zaaknummer Formele relaties Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201600609/1/A1 Eerste

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 december 2009, 09/1990 (hierna: aangevallen uitspraak),

tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 16 december 2009, 09/1990 (hierna: aangevallen uitspraak), LJN: BP5058, Centrale Raad van Beroep, 10/596 ZVW Datum uitspraak: 09-02-2011 Datum publicatie: 21-02-2011 Rechtsgebied: Sociale zekerheid Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Afwijzing aanvraag

Nadere informatie

ECLI:NL:RBNHO:2017:3051

ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 ECLI:NL:RBNHO:2017:3051 Instantie Datum uitspraak 04-04-2017 Datum publicatie 14-04-2017 Rechtbank Noord-Holland Zaaknummer AWB - 16 _ 22 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Pagina. 1 Verloop van de procedure. Besluit Openbaar. Ons kenmerk: ACM/DJZ/2016/203182_OV Zaaknummer: Datum: 9 juni 2016

Pagina. 1 Verloop van de procedure. Besluit Openbaar. Ons kenmerk: ACM/DJZ/2016/203182_OV Zaaknummer: Datum: 9 juni 2016 Pagina 1/5 Muzenstraat 41 2511 WB Den Haag Postbus 16326 2500 BH Den Haag T 070 722 20 00 F 070 722 23 55 info @acm.nl www.acm.nl www.consuwijzer.nl Ons kenmerk: ACM/DJZ/2016/203182_OV Zaaknummer: 15.0327.31.1.07

Nadere informatie

op de verzoeken om (opheffing van) een voorlopige voorziening in de zaken tussen

op de verzoeken om (opheffing van) een voorlopige voorziening in de zaken tussen uitspraak RECHTBANK GELDERLAND Zittingsplaats Arnhem Bestuursrecht zaaknummers: AWB 17/441, 17/592 en 17/646 uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 O FEB. 2017 op de verzoeken om (opheffing van) een

Nadere informatie

de Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland Postbus 1000 1140 BA Monnickendam

de Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Waterland Postbus 1000 1140 BA Monnickendam Gemeente Watertand 2 4 APR 2015 INGEKOMEN de Rechtspraak Rechtbank Noord-Holland Gemeente Waterland APR' ZO ( (4ESCAND datum onderdeel contactpersoon doorkiesnummer ons kenmerk uw kenmerk bijlage(n) faxnummer

Nadere informatie

JOR 2013/312 CBB, 10-09-2013, AWB 12/42310, ECLI:NL:CBB:2013:104 135 PW),

JOR 2013/312 CBB, 10-09-2013, AWB 12/42310, ECLI:NL:CBB:2013:104 135 PW), JOR 2013/312 CBB, 10-09-2013, AWB 12/42310, ECLI:NL:CBB:2013:104 Pensioenfonds, Beleggingsbeleid moet in overeenstemming zijn met prudent-person regel (art. 135 PW), Invulling norm door pensioenfondsen,

Nadere informatie

ECLI:NL:RBOVE:2017:721

ECLI:NL:RBOVE:2017:721 ECLI:NL:RBOVE:2017:721 Instantie Rechtbank Overijssel Datum uitspraak 15-02-2017 Datum publicatie 16-02-2017 Zaaknummer ak_16 _ 1345 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

Begripsomschrijving. Samenstelling en taak GESCHILLENREGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE BEROEPSCODE VOOR ERKEND HYPOTHEEKADVISEURS

Begripsomschrijving. Samenstelling en taak GESCHILLENREGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE BEROEPSCODE VOOR ERKEND HYPOTHEEKADVISEURS GESCHILLENREGLEMENT GESCHILLENCOMMISSIE BEROEPSCODE VOOR ERKEND HYPOTHEEKADVISEURS Begripsomschrijving Artikel 1 Beroepscode Commissie Consument Erkend Hypotheekadviseur Geschillencommissie Hypothecaire

Nadere informatie

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015

Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Ministerie van Financiën Korte Voorhout 7 Postbus 20201 2500 EE Den Haag Internetconsultatie Wet implementatie verordening en richtlijn marktmisbruik 10 augustus 2015 Reactie van: VERENIGING VAN EFFECTENBEZITTERS

Nadere informatie

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK. Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van: Raad vanstate 201010673/1 A/1. Datum uitspraak: 25 juni 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

Nadere informatie

BESLUIT. Openbare versie. 1 Verloop van de procedure. Openbaar

BESLUIT. Openbare versie. 1 Verloop van de procedure. Openbaar Openbare versie Nederlandse Mededingingsautoriteit BESLUIT Nummer 6944/91 Betreft zaak: Zegelverbreking LHV Besluit van de Raad van Bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit op de bezwaren gericht

Nadere informatie

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden

Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Zaaknummer: 2000/026 en 2000/026.1 Rechter(s): mr. Olivier Datum uitspraak: 22 mei 2000 Partijen: X tegen het college van bestuur van de Universiteit Leiden Trefwoorden: Algemeen verbindend voorschrift,

Nadere informatie

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder.

het College van Beroep voor de Examens van de Hogeschool Utrecht (hierna: het CBE), verweerder. Zaaknummer : 2013/068 Rechter(s) : mrs. Nijenhof, Olivier, Borman Datum uitspraak : 6 november 2013 Partijen : Appellante tegen CBE Hogeschool Utrecht Trefwoorden : Beleidsvrijheid, in stand laten rechtsgevolgen,

Nadere informatie

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene.

de naamloze vennootschap ABN AMRO Bank N.V., gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2014-205 d.d. 19 mei 2014 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, drs. L.B. Lauwaars RA en R.H.G. Mijné, leden en mr. I.M.M. Vermeer, secretaris) Samenvatting

Nadere informatie

LJN: BD4304, Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 07/890, AWB 07/898 Print uitspraak

LJN: BD4304, Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 07/890, AWB 07/898 Print uitspraak LJN: BD4304, Rechtbank 's-hertogenbosch, AWB 07/890, AWB 07/898 Print uitspraak Datum uitspraak: 10-06-2008 Datum publicatie: 17-06-2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Eerste aanleg

Nadere informatie

de coöperatie coöperatieve Rabobank Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest, gevestigd te Leiden, hierna te noemen Aangeslotene.

de coöperatie coöperatieve Rabobank Leiden, Leiderdorp en Oegstgeest, gevestigd te Leiden, hierna te noemen Aangeslotene. Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2013-221 d.d. 12 juli 2013 (mr. C.E. du Perron, voorzitter, mr. W.F.C. Baars en mr. A.P. Luitingh, leden, en mevrouw mr. M. Nijland, secretaris)

Nadere informatie

Toelichting op de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Heemstede 2014

Toelichting op de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Heemstede 2014 Toelichting op de Beleidsregels handhaving Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Heemstede 2014 Algemene toelichting Hoofdstuk 2 Herstellend traject In een herstellend traject zijn verschillende

Nadere informatie

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2009 329 Besluit van 11 juni 2009, houdende regels voor het vaststellen van de op grond van de Wet op het financieel toezicht en enige andere wetten

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2017:2650

ECLI:NL:RBDHA:2017:2650 ECLI:NL:RBDHA:2017:2650 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 09-03-2017 Datum publicatie 20-03-2017 Zaaknummer 17/1303 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Vreemdelingenrecht Eerste

Nadere informatie

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

vanstate /1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Raad vanstate 201108441/1/V6. Datum uitspraak: 28 maart 2012 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak na vereenvoudigde behandeling (artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb)) op het

Nadere informatie

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen:

tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 mei 2004 in het geding tussen: LJN: AT7485, Raad van State, 200405147/1 (Printbare versie) Datum uitspraak: 15-06-2005 Datum publicatie: 15-06-2005 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Hoger beroep Inhoudsindicatie: Bij

Nadere informatie

Datum 18 maart Ons kenmerk JZ Pagina 1 van 5. Telefoon

Datum 18 maart Ons kenmerk JZ Pagina 1 van 5. Telefoon Bijlage Openbare versie beslissing op bezwaar Aangetekend met bericht van ontvangst Kristal Advies t.a.v. de heer ---------------- ------------------------------ --------------- UTRECHT Datum 18 maart

Nadere informatie

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73

Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Zaaknummers : CBHO nrs. 93/69 t/m 93/73 Rechter(s) : mr. Olivier Datum uitspraak : 5 januari 1994 Partijen : Appellanten tegen Christelijke Hogeschool Noord-Nederland Trefwoorden : bevoegdheid voorzitter

Nadere informatie

ECLI:NL:RBLIM:2017:4418

ECLI:NL:RBLIM:2017:4418 ECLI:NL:RBLIM:2017:4418 Instantie Rechtbank Limburg Datum uitspraak 04052017 Datum publicatie 15052017 Zaaknummer C/03/232895 / KG ZA 17112 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Civiel recht

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 214 d.d. 6 september 2011 (prof. mr. C.E. du Perron, voorzitter, en mr. F.E. Uijleman, secretaris) Samenvatting Lijfrenteverzekering, informatieplicht.

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2014:3478

ECLI:NL:CRVB:2014:3478 ECLI:NL:CRVB:2014:3478 Uitspraak 14/5824 WWB-VV 27 oktober 2014 Centrale Raad van Beroep Voorzieningenrechter Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening Partijen: [Verzoekster]te [woonplaats] (verzoekster)

Nadere informatie

Aflevering Rubriek College Datum

Aflevering Rubriek College Datum Informatie JOR 2011/153 Rechtbank Rotterdam, 24-03-2011, AWB 10/3507 BC-T2, UN BP9381 Bemiddeling zonder vergunning, Beroep tegen boete en aanwijzing AFM, Criminal charge, Matiging boete wegens overschrijding

Nadere informatie

LJN: BD4051, Rechtbank Almelo, 08 / 520 AQ1 V

LJN: BD4051, Rechtbank Almelo, 08 / 520 AQ1 V LJN: BD4051, Rechtbank Almelo, 08 / 520 AQ1 V Print uitspraak Datum uitspraak: 30-05-2008 Datum publicatie: 16-06-2008 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort procedure: Eerste aanleg - enkelvoudig Inhoudsindicatie:

Nadere informatie

ECLI:NL:CRVB:2017:1204

ECLI:NL:CRVB:2017:1204 ECLI:NL:CRVB:2017:1204 Instantie Datum uitspraak 29-03-2017 Datum publicatie 30-03-2017 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Centrale Raad van Beroep 15/5445 WW Socialezekerheidsrecht

Nadere informatie

uitspraak van de meervoudige kamer van 8 september 2015 in de zaak tussen

uitspraak van de meervoudige kamer van 8 september 2015 in de zaak tussen ECLI:NL:RBMNE:2015:6855 Instantie: Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak: 08-09-2015 Datum publicatie: 18-09-2015 Zaaknummer: UTR 15/1599 Rechtsgebieden: Bestuursrecht Bijzondere kenmerken: Eerste

Nadere informatie

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN

HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de klacht van: 1. A, in zijn hoedanigheid van hoofdinspecteur voor de geestelijke Gezondheidszorg

Nadere informatie

ECLI:NL:CBB:2016:450. Uitspraak. College van Beroep voor het bedrijfsleven. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/893

ECLI:NL:CBB:2016:450. Uitspraak. College van Beroep voor het bedrijfsleven. Datum uitspraak Datum publicatie Zaaknummer 15/893 ECLI:NL:CBB:2016:450 Instantie Datum uitspraak 29-12-2016 Datum publicatie 24-01-2017 Zaaknummer 15/893 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie College van Beroep voor het bedrijfsleven Bestuursrecht

Nadere informatie

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken:

De Commissie beslist met inachtneming van haar Reglement en op basis van de volgende stukken: Uitspraak Geschillencommissie Financiële Dienstverlening nr. 2011-346 d.d. 2 december 2011 (mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. B.F. Keulen en mr. A.W.H. Vink, leden, en mr.drs. D.J. Olthoff, secretaris)

Nadere informatie

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Mededingingswet.

BESLUIT. Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Mededingingswet. Nederlandse mededingingsautoriteit BESLUIT Besluit van de directeur-generaal van de Nederlandse mededingingsautoriteit als bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de Mededingingswet. Nummer 1563/7 Betreft

Nadere informatie

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K

CENTRALE RAAD VAN BEROEP U I T S P R A A K CENTRALE RAAD VAN BEROEP 02/2895 AOW en 05/6118 AOW in het geding tussen: [appellant], wonende te Spanje, appellant, en U I T S P R A A K de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank, gedaagde.

Nadere informatie

ECLI:NL:OGEAM:2016:86

ECLI:NL:OGEAM:2016:86 ECLI:NL:OGEAM:2016:86 Instantie Datum uitspraak 19-12-2016 Datum publicatie 12-01-2017 Zaaknummer Lar 78/2016 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Nadere informatie

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4413

ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4413 ECLI:NL:RBAMS:2011:BQ4413 Instantie Rechtbank Amsterdam Datum uitspraak 19-04-2011 Datum publicatie 13-05-2011 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie awb 09-5337 wwb en awb 10-4936

Nadere informatie

12/4521 APPA-VV, 12/4523 APPA-W, 12/4525 APPA-W, 12/4696 APPA-VV 12/4522 APPA, 12/4356 APPA, 12/4524 APPA, 4695 APPA

12/4521 APPA-VV, 12/4523 APPA-W, 12/4525 APPA-W, 12/4696 APPA-VV 12/4522 APPA, 12/4356 APPA, 12/4524 APPA, 4695 APPA 12/4521 APPA-VV, 12/4523 APPA-W, 12/4525 APPA-W, 12/4696 APPA-VV 12/4522 APPA, 12/4356 APPA, 12/4524 APPA, 4695 APPA Centrale Uitspraak op de verzoeken om voorlopige voorziening in verband met de gedingen

Nadere informatie

1.3. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, dat is ontvangen op 3 april 2000.

1.3. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend, dat is ontvangen op 3 april 2000. BESCHIKKING RAAD VAN BEROEP 28 juli 2000 Vonnisnummer : 1999/275 Datum : 28 juli 2000 Rechters : mrs. A.W.M. Bijloos als voorzitter en de leden C.W.M. van Ballegooijen en L.F. van Kalmthout. Middel : Winstbelasting

Nadere informatie

Conform uw verzoek heb ik dit standpunt toegelicht in een aparte bijlage.

Conform uw verzoek heb ik dit standpunt toegelicht in een aparte bijlage. Grondontwikkeling Nederland B.V. t.a.v de heer S.R Kooij Robijnstraat 48 1812 RB Alkmaar Datum 23 oktober 2013 Onze ref 20130001 Inzake Grondontwikkeling Nederland B.V. - Wft M. Kupperman, advocaat T +31

Nadere informatie

ECLI:NL:RVS:2016:3387

ECLI:NL:RVS:2016:3387 ECLI:NL:RVS:2016:3387 Instantie Raad van State Datum uitspraak 21-12-2016 Datum publicatie 21-12-2016 Zaaknummer Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie 201507118/1/A1 Bestuursrecht Hoger

Nadere informatie

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;

gelet op artikel 24, zesde lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; Besluit van de deken in het arrondissement Oost-Brabant van 11 mei 2016 tot vaststelling van de beleidsregel handhaving Wwft 2016 in het arrondissement Oost- Brabant De deken van de orde in het arrondissement

Nadere informatie

ECLI:NL:RBDHA:2016:6102

ECLI:NL:RBDHA:2016:6102 ECLI:NL:RBDHA:2016:6102 Instantie Rechtbank Den Haag Datum uitspraak 26-05-2016 Datum publicatie 23-06-2016 Zaaknummer AWB - 15 _ 5196 Rechtsgebieden Bijzondere kenmerken Inhoudsindicatie Belastingrecht

Nadere informatie

LJN: BX6610, Rechtbank 's-gravenhage, AWB 11/5255

LJN: BX6610, Rechtbank 's-gravenhage, AWB 11/5255 http://zoeken.rechtspraak.nl/detailpage.aspx?ljn=bx6610 LJN: BX6610, Rechtbank 's-gravenhage, AWB 11/5255 Datum uitspraak: 22-02-2012 Datum publicatie: 05-09-2012 Rechtsgebied: Bestuursrecht overig Soort

Nadere informatie