2015 PROGRAMMABEGROTING

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "2015 PROGRAMMABEGROTING"

Transcriptie

1 PROGRAMMABEGROTING

2 PROGRAMMABEGROTING oktober 2014

3 Inhoudsopgave pagina Leeswijzer 2 1. Inleiding, financieel beeld en kerngegevens 3 2. Programma s Sociale stijging Vestigingsklimaat Leefbaarheid Bestuur Bedrijfsvoering De opgaven Eén bedrijfsvoering/de basis op orde Organisatiekosten Specifieke onderwerpen 4.1 Inzicht financiële status en financiële weerbaarheid 4.2 Grondbeleid 4.3 Subsidies 4.4 Algemene dekkingsmiddelen 4.5 Lokale heffingen 4.6 Financiering 4.7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.8 Verbonden partijen 4.9 Onderhoud kapitaalgoederen Bijlagen De bijlagen zijn digitaal in te zien via 1. svoorstellen 2. Budgetoverzichten 3. Reserves en voorzieningen 4. Investeringen 5. Overzicht incidentele lasten en baten 6. Structurele toevoegingen en onttrekkingen reserves 7. Grondexploitatie - Projectformulieren 8. Servicenormen 9. Onderzoeken doelmatigheid / doeltreffendheid Colofon Tekst, vormgeving en print: Gemeente Tilburg Inleiding, financieel beeld en kerngegevens 1

4 Leeswijzer Voor u ligt de Programmabegroting. De opzet volgt de indeling van de programma s te weten: Sociale stijging, Vestigingsklimaat, Leefbaarheid en Bestuur. Indeling van de begroting Deze Programmabegroting kent de navolgende onderdelen: Inleiding, financieel beeld en kerngegevens Dit hoofdstuk beschrijft waar we staan en welke zaken er op ons afkomen. Het actueel Financieel Beeld wordt op hoofdlijnen gepresenteerd waarna een toelichting volgt op enkele (externe) ontwikkelingen en de uitgangspunten die van invloed waren bij het opstellen van het Financieel Beeld. Programma s In hoofdstuk 2 komen de programma s aan bod. Daarbij hebben wij aangegeven welke doelen zijn geformuleerd, wat de stand van zaken nu is en welke activiteiten de gemeente daarom in wil gaan ondernemen. Per product zijn de financiële gegevens opgenomen zodat doelen, activiteiten en middelen overzichtelijk bij elkaar staan. SOCIALE STIJGING VESTIGINGSKLIMAAT LEEFBAARHEID BESTUUR Bedrijfsvoering Nieuw in deze begroting is de opzet van de paragraaf Bedrijfsvoering. Om de leesbaarheid van deze paragraaf te verbeteren hebben wij de ontwikkelingen en de activiteiten in een zelfde opzet weergegeven als de programma s. Specifieke onderwerpen Hoofdstuk 4 behandelt een aantal belangrijke aspecten binnen de gemeentelijke begroting en geeft extra informatie over de financiële positie op korte en langere termijn. Het hoofdstuk begint met de paragraaf Inzicht financiële status en weerbaarheid. Deze paragraaf is een uitwerking van de stresstest zoals deze is ontwikkeld door de gemeenten. In de paragraaf Grondbeleid geven wij informatie over het grondbeleid op portefeuilleniveau alsmede het totale financiële overzicht. In de paragraaf Subsidies wordt aangegeven wat het subsidiebeleid voor is en welke bedragen binnen de programma s voor subsidies zijn opgenomen. In de paragraaf Algemene dekkingsmiddelen wordt een integraal overzicht gegeven van de middelen die de gemeente in kan zetten voor eigen beleid (algemene uitkering, belastingen, dividenden etc.). Verder worden de lokale heffingen, de financiering van de gemeentelijke activiteiten, het gemeentelijk weerstandsvermogen en inzicht in risico s, de verbonden partijen en het onderhoud van kapitaalgoederen als specifieke onderwerpen aan de orde gesteld. Hoofdstuk 1 Inleiding, financieel beeld en kerngegevens Bijlagen Bijlage 1 geeft een overzicht van alle begrotingsvoorstellen zoals verwerkt in het financieel beeld. Bijlage 2 geeft het budgetoverzicht naar producten en functies weer. Bijlage 3 toont het verloop van de reserves en voorzieningen. Bijlage 4 geeft een nadere toelichting op de investeringen. Bijlage 5 is het overzicht van incidentele lasten en baten. Bijlage 6 toont de structurele toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves. Bijlage 7 bevat de projectformulieren van de verschillende grondexploitaties. Bijlage 8 is het overzicht van de afgesproken servicenormen. Bijlage 9 verschaft inzicht in het onderzoeksplan van de doeltreffendheid- en doelmatigheidsonderzoeken. Raadsbehandeling De Programmabegroting zal op 10 november 2014 (algemene beschouwingen) en op 12 november 2014 (beraadslagingen en vaststelling) in uw raad worden behandeld. Inleiding, financieel beeld en kerngegevens 2 3

5 Inleiding Het verankeren van onze ambities uit het coalitieakkoord staat centraal in de begroting. De uitdagingen en gewenste intensiveringen zoals verwoord in de Perspectiefnota hebben een plek gekregen. We kunnen bouwen op een solide basis, zowel in de stad als op financieel vlak. Uiteraard blijft bijsturen op onderdelen en het op peil houden belangrijk. Gelijktijdig komt de toekomstbestendigheid van onze stad meer centraal te staan in ons handelen. De veranderende bevolkingssamenstelling, veranderingen in mobiliteit en bewustwording rond klimaatverandering vragen ook van ons om dit door te vertalen. Voor deze uitdaging is focus en verdieping nodig. Belangrijk daarbij is hoe we ons verhouden tot de stad, de burgers en onze partners. Niet alles laat zich daarmee vertalen in de begroting. Immers de begroting gaat vooral over hoe we onze financiële middelen inzetten. Belangrijk, maar onze rol reikt ook verder. Steeds weer zullen we opnieuw het evenwicht moeten vinden in het bieden van ruimte aan initiatieven in de stad en hoeder van de publieke waarde te zijn. Hierbij moeten we telkens opnieuw zoeken wat onze rol kan zijn, moet zijn, maar ook waar we juist kunnen loslaten en overlaten aan de stad. Duurzame ontwikkeling, innovatie en talentontwikkeling zijn sleutels voor de toekomst van onze stad. Deze komen terug in ons handelen zowel in de specifieke portefeuilles als bij die thema s waarin we een gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen. De programma s van de begroting: sociale stijging, vestigingsklimaat, leefbaarheid en bestuur, leiden we kort in met de highlights in onze voornemens. In de begroting zijn verder de belangrijkste gewenste resultaten en activiteiten benoemd. Hierbij hebben we de nieuwe indeling van de begroting gehanteerd zoals bij de Perspectiefnota is aangekondigd. De budgetten inclusief de voorstellen nieuw beleid zijn per onderwerp inzichtelijk gemaakt. Hiermee ontstaat een goed inzicht wat we gaan doen, hoeveel middelen we hiervoor inzetten en wat we hiermee uiteindelijk willen bereiken. In het financieel beeld geven we aan op welke wijze we een meerjarig sluitend beeld bereikt hebben. Budgetten waar in voorgaande jaren regelmatig een overschot bleek, hebben we scherper geraamd. Hierbij betreft het vaak budgetten waarop aan de voorkant moeilijk in te schatten is wat nodig zal zijn. Door nu scherper te ramen neemt het risico toe op overschrijdingen. In onze verdere verkenning over het benodigde weerstandsvermogen cq. algemene reserve beschouwen we dit nader. Het pakket aan bezuinigingen dat we voorbereid hebben, is niet nodig gebleken. Deze bezuinigingsopties bieden we de raad wel separaat aan, zodat deze bij de bespreking van de begroting kunnen worden betrokken. Financieel beeld De uitgangspositie voor het financieel beeld is de vastgestelde Programmabegroting 2014 en de reeds genomen besluiten bij de Jaarrekening en Voorjaarsrapportage 2014 die een structurele doorwerking hebben. Ook de structurele doorwerking van de Najaarsrapportage 2014 verwerken we in de uitgangspositie. Ons bestaand beleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: - De decentralisaties worden uitgevoerd met de middelen die hiertoe overkomen. - De interne rentevoet bedraagt 3,5%. - Het verschil tussen de interne omslagrente en de berekende omslagrente komt structureel ten gunste van de exploitatie. - De prijsgevoelige budgetten worden geïndexeerd met de BBP-index op basis van de meest recente publicatie van het Centraal Plan Bureau (CPB). Er vindt nacalculatie plaats voor de voorafgaande twee begrotingsjaren. - Voor de loongevoelige budgetten hanteren we ontwikkelingen inzake de CAO en sociale lasten. Ook hier vindt nacalculatie plaats voor de twee voorafgaande begrotingsjaren. - De opbrengst OZB wordt geïndexeerd met de BBP-index; daarnaast is bij de 2012 besloten om de OZB-opbrengst in vier jaar tijd (2012 t/m ) met circa 1,1% extra per jaar te verhogen. - Bij de zogenaamde gebonden tarieven (afvalstoffenheffing, rioolheffing, bouwleges) gaan we uit van 100% kostendekkendheid. - De hondenbelasting wordt in 2012 tot en met met 10% per jaar extra verhoogd; met ingang van 2016 geldt dan de reguliere verhoging. - De overige tarieven van leges en belastingen worden verhoogd met de BBP-index. - Meerjarige accressen gemeentefonds ramen we voor 50%. Daarnaast zijn in het Coalitieakkoord aanvullende afspraken gemaakt: - Woonlasten betaalbaar houden; - Uitgangspunt hierbij is het woonlastenniveau, waarbij de egalisatiereserve afvalstoffenheffing wordt ingezet om dit te realiseren; - Extra verhoging OZB van 1% wordt gehalveerd; - Stijging rioolheffing maximaal 2% per jaar (via egalisatiereserve rioolheffing); - Kosten kwijtschelding worden via de tarieven verrekend. In deze begroting nemen we daarnaast de navolgende ontwikkelingen en voorstellen mee: Algemene uitkering Gemeentefonds De raming van het gemeentefonds is gebaseerd op de septembercirculaire Belangrijke ontwikkelingen zijn bijstelling accressen, overheveling buitenonderhoud primair en speciaal onderwijs, herverdeling (groot onderhoud) gemeentefonds en plafond BCF. Verder is tranche 2018 in verband met de lagere apparaatskosten (opschaling) verwerkt. Conform de huidige systematiek zijn ook de diverse maatstaven, zoals aantal inwoners en aantal bijstandsgerechtigden, voor het jaar geactualiseerd. Voor nieuwe en vervallen taken gaan we uit van evenredige budgetbijstellingen. Met betrekking tot de decentralisaties is uitgegaan van de huidige beleidslijn "we voeren de decentralisaties uit met de middelen die hiertoe overkomen". Dit houdt in dat de effecten neutraal verwerkt zijn. Ook de mutaties met betrekking tot de overige integratie- en decentralisatie-uitkeringen zijn neutraal verwerkt. Met betrekking tot de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang heeft het Rijk een nieuw verdeelmodel doorgevoerd. Onderdeel van de afspraken is een geleidelijk ingroeipad voor de objectieve verdeling vanaf. Dit nieuwe verdeelmodel valt nadelig uit voor het budget van onze gemeente voor en verder. Op dit moment ontvangen we jaarlijks ongeveer 5,1 miljoen. De korting loopt op tot 49% in Deze korting wordt doorgezet naar organisaties in de stad, waardoor deze organisaties mogelijk in financiële problemen kunnen komen. Ontwikkeling bijstandsaantallen en rijksuitkering In de raadsbrief van 15 juli 2014 hebben wij de gemeenteraad geïnformeerd over de consequenties van de BUIG-brief. Hoewel definitieve vaststelling eerst door het Rijk plaatsvindt in september 2014, hebben wij nu toch een inschatting gedaan voor de Programmabegroting. Dit resulteert in een structureel nadeel van 1,7 miljoen. Scherper aan de wind III Op basis van resultaten van de afgelopen jaren zien we dat bij diverse budgetten sprake is van structurele onderuitputting. In het kader van Scherper aan de wind III stellen we voor om deze budgetten af te romen. Evenals de voorgaande acties in het kader van Scherper aan de wind betekent deze afroming van budgetten dat we scherper gaan ramen en dus meer risico lopen. Op basis van de berekeningen die ten grondslag hebben gelegen aan Scherper aan de wind III vinden wij dit risico aanvaardbaar. Inleiding, financieel beeld en kerngegevens 4 5

6 svoorstellen: herijkingen en nieuw beleid Van jaar op jaar worden de begrotingsposten geactualiseerd. Het gaat dan onder meer om de effecten van loon- en prijsontwikkelingen, aanpassing budgetten gekoppeld aan het aantal inwoners en aantal woningen en de bijstelling van kapitaallasten. Ook de voorstellen in het kader van Scherper aan de wind III zijn hier zichtbaar. Onder nieuw beleid zijn zowel de intensiveringen op de exploitatie als de gewenste investeringen uit het Coalitieakkoord opgenomen. Daarnaast zijn nog een aantal technische voorstellen opgenomen zonder budgettaire effecten. In hoofdstuk 2 zijn per product specificaties van de begrotingsvoorstellen opgenomen alsmede een korte toelichting. Voor een totaaloverzicht van de herijkingen, Scherper aan de wind III en voorstellen nieuw beleid verwijzen wij naar bijlage 1. Formatieve gevolgen De gevolgen voor de ambtelijke formatie voortkomende uit de in deze begroting verwerkte voorstellen leidt tot een toename van de formatie met 13,92 fte in. Door een uitbreiding in 2016 betekent dit in 2016 nog een toename van 14,92 fte. Vanaf 2017 is er als gevolg van incidentele uitbreidingen sprake van een toename van de formatie van 11,52 fte. De belangrijkste formatieve wijzigingen betreffen versterking organisatie economisch domein (+5,73 fte), vermindering aantal wethouders en extra ondersteuning (-1,22 fte), handhavingsplan van de drank en horecawet (+2,5 fte), uitvoeringscapaciteit evenementen (+ 0,7 fte), adressen op orde (+ 3,4 fte voor en 2016), servicepunten gemeente (+ 1,28 fte), autonome groei BAT stadsreiniging (+ 0,41 fte), bedrijfsmodel KCC (+ 1,12 fte) en impuls klimaat (+1 fte van 2016 t/m 2018). Formatieve gevolgen met betrekking tot de drie transities (WMO, Jeugdzorg en Participatie)en formatieve gevolgen begrotingsvoorstel m.b.t. veiligheid, ondermijnende criminaliteit, zijn nog niet in de formatieontwikkeling opgenomen. Woonlasten Op basis van de waarde van een gemiddelde woning bedragen de woonlasten in 555,71. Hierbij is rekening gehouden met de afspraken uit het coalitieakkoord in relatie tot de woonlasten. Ten opzichte van 2014 betekent dit een stijging van 17,15 ofwel 3,2% In paragraaf 4.5 Lokale heffingen is een nadere toelichting opgenomen. Naar verwachting blijven we, conform onze doelstelling, met deze daling in de onderste regionen voor wat betreft de hoogte van woonlasten van de grote gemeenten in Nederland. Algemene reserve Bij de Programmabegroting 2014 is de bovenbandbreedte van de algemene reserve gezien een aantal onzekerheden (waaronder de decentralisaties) tijdelijk opgehoogd met een vast bedrag van 8 miljoen. In het coalitieakkoord is de afspraak gemaakt om een egalisatiereserve voor de decentralisaties in te stellen die op 1 januari minimaal 10 miljoen bevat en kan doorgroeien tot maximaal 15 miljoen. Door de vorming van deze egalisatiereserve 3D's is een extra risicoreservering voor de decentralisaties ontstaan naast de Algemene reserve. Voorgesteld wordt om de tijdelijke ophoging van de bovenbandbreedte ongedaan te maken en bij de bepaling van de bandbreedtes van de Algemene reserve, de integratie-uitkering Sociaal domein vooralsnog buiten beschouwing te laten. De huidige systematiek voor het bepalen van de hoogte van de Algemene reserve stamt uit Sindsdien is er in financiële zin veel veranderd in onze begroting. Zo zijn we 100% risicodragend voor de uitkeringen, kennen grondbedrijven een ander risicoprofiel dan 10 jaar geleden en betekent de komst van de decentralisaties natuurlijk ook het een en ander. Dit vraagt om een actualisatie van onze uitgangspunten rondom het bepalen van de hoogte van ons weerstandsvermogen. Voor de Programmabegroting 2016 komen we met een toekomstbestendige systematiek voor de Algemene reserve, waarbij we ook een relatie leggen met het verloop van de egalisatiereserve 3D's. De contouren hiervan presenteren we in de Perspectiefnota Financieel meerjarenbeeld Wij presenteren een begroting die voor de komende jaren het volgende financiële beeld laat zien: (N = nadeel, V = voordeel) (bedragen x 1 miljoen) Uitkomst Programmabegroting 2014 V 1,7 V 6,1 V 3,7 V 3,7 Structurele effecten Jaarrekening N 0,3 N 0,3 N 0,3 N 0,3 Structurele effecten Voorjaarsrapportage 2014 (incl. Beleidsvoorstellen) V 0,3 V 0,5 N 0,4 N 0,1 Structurele effecten Najaarsrapportage 2014 N 0,6 N 0,6 N 0,4 N 0,4 Uitgangspositie Programmabegroting V 1,1 V 5,7 V 2,6 V 2,9 Herijkingen N 3,9 N 2,8 N 2,0 N 3,0 Scherper aan de wind III V 1,8 V 1,8 V 1,8 V 1,8 Voorstellen nieuw beleid N 3,1 N 2,8 N 2,2 N 0,9 Actueel financieel beeld N 4,1 V 1,9 V 0,2 V 0,8 Onttrekking Algemene reserve t.b.v. incidenteel nadeel V 4,1 - - sbeeld V 1,9 V 0,2 V 0,8 Verevening begrotingsresultaat Ons begrotingsbeeld voor de komende jaren laat een structureel sluitende begroting zien. Het incidentele nadeel dekken we af ten laste van de algemene reserve. De algemene reserve biedt hiertoe voldoende ruimte. Door de onttrekking van 4,1 miljoen bedraagt de verwachte stand ultimo 23,1 miljoen. Het incidentele nadeel in wordt met name veroorzaakt door eerdere bezuinigingen van het Rijk die hun zwaartepunt kennen in, incidentele lasten i.v.m. eerdere besluitvorming m.b.t. het UWV-gebouw en incidentele lasten voor het inrichten van de servicepunten. Materieel evenwicht Een belangrijk uitgangspunt voor het provinciaal toezicht is een reëel sluitende begroting voor. Dit houdt in dat de begroting in evenwicht is, waarbij de jaarlijks terugkerende lasten zijn gedekt door jaarlijks terugkerende baten. Het is uiteraard wel mogelijk om in de begroting in één of twee jaren een deel van de reserves in te zetten voor de eenmalige uitgaven waarvoor ze zijn bestemd. In bijlage 5 is een overzicht opgenomen van de in de begroting verwerkte incidentele baten en lasten. (bedragen x 1 miljoen) (N = nadeel, V = voordeel) sbeeld - 0 V 1,9 V 0,2 V 0,8 Af: saldo incidentele baten en lasten V 1,0 N 0,7 N 0,8 N 0,3 Saldo structurele baten en lasten N 1,0 V 1,2 N 0,6 V 0,5 Wanneer we het incidentele saldo verrekenen met het totale saldo van de Programmabegroting, kunnen we concluderen dat onze structurele lasten gedekt worden door structurele baten. Financiële status en weerbaarheid Omdat het van belang is dat we inzicht hebben in de financiële status (hoe financieel gezond zijn we) en financiële weerbaarheid (welke mogelijkheden zijn er in financieel moeilijke tijden) van onze gemeente hebben we in paragraaf 4.1 een overzicht opgenomen van de sterke en zwakke punten van onze gemeente. Deze "(status) foto" is gebaseerd op een landelijk door de gemeenten ontwikkeld instrument en geeft in een beknopt overzicht aan waar we als gemeente staan. Uit het overzicht concluderen we dat de gemeente Tilburg op de genoemde indicatoren in ruime mate voldoende scoort. De hieruit naar voren komende indicatoren die nadere aandacht behoeven zijn bekend en hier wordt waar mogelijk actief op gestuurd. Inleiding, financieel beeld en kerngegevens 6 7

7 Kerngegevens Financiële structuur 1 jan jan. (prognose) Lasten per programma Lasten naar soort Totaal lasten begroting 716,6 mln. 861,4 mln. Waarvan: Sociale stijging 278,8 mln. 420,2 mln. Vestigingsklimaat 197,8 mln. 180,6 mln. Leefbaarheid 129,3 mln. 178,4 mln. Bestuur 110,7 mln. 82,2 mln. Lee<aar- heid 178,4 Bestuur 82,2 Sociale S)jging 420,2 Stor1ng reserves 6% Subsidies 16% Kapitaal- lasten 7% Organisa1e- kosten 15% Totaal baten begroting 720,4 mln. 861,4 mln. Waarvan: A. Gemeentefonds 244,2 mln. 396,2 mln. B. Specifieke uitkeringen (EU, rijk, provincie) 144,6 mln. 117,9 mln. C. Onttrekkingen reserves 99,2 mln. 77,7 mln. D. Inkomsten grondexploitatie (niet zijnde B + C) 53,0 mln. 57,3 mln. E. Belastingen, heffingen en rechten 83,5 mln. 87,7 mln. F. Rente 38,1 mln. 58,5 mln. G. Overige baten 57,8 mln. 66,1 mln. Ves)gings- klimaat 180,6 Baten naar soort F. Rente 7% G. Overige baten 8% Programma- kosten 56% Totaal reserves per 1 januari 795 mln. 736 mln. Waarvan: Algemene reserve (cat. A) 25 mln. 27 mln. Vrij inzetbare reserves (cat. B) 77 mln. 45 mln. Bestemde reserves (cat. C) 80 mln. 61 mln. Niet direct inzetbare reserves (cat. D en H) 360 mln. 364 mln. Niet inzetbare reserves (cat. E en G) 151 mln. 141 mln. Dekkingsreserve kapitaallasten (cat. F) 102 mln. 98 mln. E. Belastingen, heffingen en rechten 10% D. Inkomsten grondexploitatie (niet zijnde B + C) 6% A. Gemeentefonds 46% Sociale structuur 1 jan jan. (prognose) Aantal inwoners tot en met 19 jaar tot en met 64 jaar jaar en ouder Aantal periodieke bijstandsgerechtigden WWB IOAW IOAZ Werkgelegenheid Aantal vestigingen nog niet bekend Aantal werkzame personen nog niet bekend Fysieke structuur Aantal woningen C. Onttrekkingen reserves 9% Lasten en baten structureel / incidenteel meerjarig B. Specifieke uitkeringen (EU, rijk, provincie) 14% Personele kengetallen Personeelsformatie (in fte) 1.758,01 fte 1.777,54 fte Waarvan leidinggevend 123,89 fte fte Inleiding, financieel beeld en kerngegevens 8 9

8 Inleiding, financieel beeld en kerngegevens 10

9 Hoofdstuk 2 Programma s 11

10 Programma Sociale Stijging 12 13

11 SOCIALE STIJGING Programma Sociale Stijging - Perspectief voor alle inwoners Onderwijs Verminderen voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie Verbetering aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt Verhogen van het doelgroepbereik van de voorschoolse educatie Versterken doorlopende leerlijnen Armoedebestrijding Verminderen aantal Tilburgers zonder perspectief Toename van gebruik inkomensondersteunende/participatieregelingen en Meedoenregeling Bevorderen zelfredzaamheid Sociale basisstructuur Gezondheidsbevordering Sociaal werk Informele- en Mantelzorg Meedoen & sociale stijging Frontlijn & lichte ondersteuning Werk en inkomen Afname werkloosheid Maatschappelijke ondersteuning Jeugdhulp Transitie begeleiding AWBZ naar Wmo Vangnet en coördinatie Nieuwe kadernota's in : - Jeugdplan - LEA Bij sociale stijging gaat het erom dat mensen perspectief hebben, vooruit kunnen, hun ambities kunnen waarmaken en hun talenten kunnen ontplooien. Veel aandacht gaat in uit naar de drie decentralisatie, AWBZ, Jeugdhulp en Partipatiewet. We staan voor een zorgvuldige overgang per 1 januari. Daarmee zijn we er echter nog niet. We zoeken naar innovaties om daarmee te komen tot een duurzaam en toekomstgericht beleid op deze terreinen. Onze aanpak is gestoeld op een goede sociale basisinfrastructuur en een goed functionerende frontlijn. Deze piramide komt terug in de onderdelen van het programma sociale stijging, met onderwijs en bevorderen zelfredzaamheid in de basis en maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en werk en inkomen in de top. Daar langs loopt ons armoedebeleid om mensen op verschillende niveaus dat steuntje in de rug te bieden om perspectief te blijven houden. Hierbij realiseren wij ons dat de economische crisis na-ijlt in de gevolgen voor onze burger waardoor meer druk op ons armoedebeleid komt. Naast de drie decentralisaties komt de intensivering van onze inzet op onderwijs nadrukkelijk in deze begroting terug. Veel waarde hechten we daarbij aan de doorlopende leerlijn waarbij de integrale kindcentra moeten borgen dat kinderen een goede start kunnen maken. Dit gaan we samen met onze partners uitwerken wat moet leiden tot vernieuwing van de afspraken. Ook maken we in een start met afspraken met het onderwijs en werkgevers over een kwalitatief en kwantitatief betere aansluiting van de aangeboden opleidingen op de (regionale) arbeidsmarkt. We willen hiermee bereiken dat we onze inzet in het arbeidsmarktbeleid (de juiste mensen, met de juiste vaardigheden, in de juiste hoeveelheid en op het juiste moment beschikbaar hebben voor werkgevers) en onze inzet in het onderwijsdomein (iedere Tilburger moet zich kunnen ontplooien en daarmee een duurzame positie verwerven op de arbeidsmarkt) elkaar versterkt. Vertrekpunt en belangrijke input vanuit arbeidsmarkt vormen hierin de verschillende Human Capital agenda's die binnen Midpoint voor de speerpuntsectoren (Logistiek, Leisure, Care en Maintenance/Aerospace) worden opgesteld. Werkgevers geven hierin voor de korte en middellange termijn aan waar gelet op het menselijk kapitaal behoefte is. Dit betekent dat er initiatieven vanuit het onderwijs nodig zijn die hierop aansluiten maar eveneens rekening houden met de dynamische, zich voortdurend ontwikkelende arbeidsmarkt. Kernthema's zijn hierbij de innovatie van het onderwijs en het introduceren van het bedrijfsleven in de opleidingen waar dat nog onvoldoende plaatsvindt. Het bedrijfsleven investeert op zijn beurt in jongeren en andere potentiële (her)intreders en is gebaat bij duurzame scholing van zijn medewerkers. Het is belangrijk om vast te stellen dat we onze doelstellingen alleen kunnen bereiken in nauwe samenwerking met zowel onderwijs als bedrijfsleven. Vanwege het belang dat wij hechten aan de aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt komt dit onderwerp zowel bij onderwijs als bij economie (onder vestigingsklimaat) terug in deze begroting. Gelijktijdig beseffen we ons dat een gezamenlijke gecoördineerde aanpak nodig is. Voor een goede werking van alle initiatieven en ontwikkelingen zijn goede voorzieningen nodig. Het maatschappelijk vastgoed kan en moet hierbij ondersteunend zijn. Dit betekent dat wij het plan voor het maatschappelijk vastgoed voortzetten, echter zonder de intentie te hebben dit tot een doel op zich te verheffen. Voortdurend blijven we ons beseffen dat ontwikkelingen faciliterend moeten zijn aan de activiteiten en niet andersom. Zorgvuldigheid is ook geboden bij de maatschappelijk gevoelige voorzieningen. Om deze zorgvuldigheid te borgen willen we voor de besluitvorming over deze voorzieningen een nieuwe opzet ontwikkelen waarbij we nadrukkelijker dan voorheen onze partners en bewoners betrekken. Verdeling Lasten Transitie Jeugdhulp Lasten Baten Bedragen x 1.000,- Onderwijs Armoedebestrijding Bevorderen zelfredzaamheid Werk & Inkomen Maatschappelijke ondersteuning Jeugdhulp Totaal Sociale stijging Saldo Programma Sociale Stijging 14 15

12 ONDERWIJS SOCIALE STIJGING Onderwijs DOELEN Verminderen voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie Verbetering aansluiting onderwijs - arbeidsmarkt (nieuw) Verhogen van het doelgroepbereik van de voorschoolse educatie Versterken doorlopende leerlijnen (nieuw) Indicator Reductie van het aantal vroegtijdige schoolverlaters Afname oververtegenwoordiging niet-westerse allochtonen t.a.v. schooluitval Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 Zie toelichtende tekst Zie toelichtende tekst 152 (39%) 201 (33%) Percentage doelgroepkinderen dat voorschoolse educatie geniet 90% 120% 103% STAND VAN ZAKEN Verminderen voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie Met de schoolbesturen hebben wij afspraken gemaakt in het convenant Voortijdig Schoolverlaten om het aantal jongeren dat ieder jaar de school verlaat zonder startkwalificatie terug te brengen. De acties uit dit convenant worden uitgevoerd en gemonitord. De scholen treffen onder meer maatregelen om jongeren een gefundeerde keuze te laten maken voor hun studie en om de zorg rondom de jongeren waar nodig op school te versterken. Route 35, een samenwerkingsverband van ROC Tilburg en gemeente om jongeren terug te geleiden naar het onderwijs, is formatief uitgebreid zodat ook dienstverlening kan worden geboden aan jongeren tussen de 23 en 27 jaar. In het kader van de Participatiewet dient immers eerst beoordeeld te worden of een werkloze jongere tot 27 jaar zonder startkwalificatie terug kan naar het onderwijs, alvorens er eventueel een bijstandsuitkering kan worden verstrekt. Verminderen voortijdig schoolverlaten zonder startkwalificatie We gaan in door op de ingeslagen weg. In deze laatste fase van het Convenant Voortijdig Schoolverlaten zullen we de ingezette maatregelen verfijnen om onze convenantsdoelstellingen te halen en jongeren een gefundeerde en perspectiefrijke keuze te laten maken voor een opleiding. In het Regionaal Trajectbureau, Route 35, werken wij met de scholen samen om te voorkomen dat jongeren uitvallen en om jongeren die de school toch voortijdig verlaten hebben alsnog terug te leiden naar school. Vanaf 2014 spoort Route 35 jongeren op die de school voortijdig hebben verlaten en bij wie we meerdere persoonlijke problemen vermoeden. De medewerkers van Route 35 brengen deze jongeren dan in contact met professionele zorg. Daarmee zijn dan alle beoogde taken bij het trajectbureau ondergebracht: regionale meld- en coördinatiefunctie (RMC), studieloopbaankeuze en de outreachende aanpak. Voor wat betreft RMC hebben we de dienstverlening bovendien uitgebreid tot 27 jaar. Hiermee sluiten we aan op de verplichting voor jongeren tot 27 jaar, die een bijstandsuitkering aanvragen, om te onderzoeken of ze weer onderwijs kunnen gaan volgen. In gaan we de aansluiting van Route 35 op jongerenloket Blink en de frontlijn voor jarigen optimaliseren. In de meetsystematiek van het Convenant zijn de maximumpercentages per onderwijscategorie eveneens van toepassing op het geheel van impulswijken. Voortijdig schoolverlaten kent veel verschillende oorzaken, waarvan zorgproblematiek een belangrijke is. Van primair onderwijs tot en met het voortgezet onderwijs zullen we onze jeugdzorg naadloos laten aansluiten op de onderwijszorg die scholen op orde moeten hebben om Passend Onderwijs vorm te kunnen geven. ACTIVITEITEN Verbetering aansluiting Onderwijs - Arbeidsmarkt De aansluiting Onderwijs Arbeidsmarkt willen we, voor zover het binnen de reikwijdte ligt van het onderwijs, samen met onze onderwijspartners verankeren in de Lokale Educatieve Agenda die in in gaat. Zowel met het primair onderwijs als met voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs zijn we in gesprek over hoe we concreet en vroeg in de schoolcarrière de verknoping met de arbeidsmarkt kunnen vormgeven. Talentontwikkeling en innovatie staan daarbij centraal. Een aantal thema's die wij in ieder geval met het onderwijs willen onderzoeken en concretiseren zijn voldoende stageplekken op diverse opleidingsniveaus, onderwijsinnovatie, internationalisering en de aansluitingen van opleidingen op de arbeidsmarkt (zie "activiteiten "). Een leven lang leren. Leren gaat door na de schoolloopbaan en is een continue proces. De huidige arbeidsmarkt stelt nieuwe eisen aan werknemers, maar biedt ook nieuwe kansen. Voor 1 januari verkennen wij de mogelijkheid om scholingsleningen in te voeren voor inwoners die door persoonlijke financiële omstandigheden niet in staat zijn via een opleiding weer de arbeidsmarkt te betreden. Ook willen we blijven investeren in volwassenen met een educatieve achterstand, zoals laaggeletterden, via de volwasseneneducatie. Het wettelijk kader hiervan, de Wet op de Educatie en Beroepsonderwijs (WEB), verandert. Gemeenten krijgen vanaf 1 januari meer bestedingsvrijheid om de educatie voor volwassenen in te richten. De nieuwe wet schrijft voor dat wij in overleg met de regiogemeenten in Midden Brabant een regionaal educatieplan schrijven. Wij zetten in op een plan dat zoveel mogelijk beantwoordt aan onze wens om zoveel mogelijk burgers in staat te stellen zich te ontwikkelen tegen de achtergrond van een dynamische arbeidsmarkt. Toelichting op de indicator: In de periode hanteert het ministerie van OCW een meet- en bekostigingssystematiek waarin schoolinstellingen het percentage VSV-ers (ten opzichte van het aantal deelnemers) niet mogen laten oplopen boven een vastgesteld maximum per onderwijscategorie (onderbouw, bovenbouw vmbo, bovenbouw havo/vwo, mbo1, mbo2, mbo 3/4). De procentuele normen (uitgezonderd onderbouw) worden ieder jaar strenger. Voor het schooljaar gelden de volgende maximumnormen per onderwijscategorie: Onderbouw 1,0% Bovenbouw vmbo 4,0% Bovenbouw havo/vwo 0,5% Mbo1 22,5% Mbo2 10% Mbo3/4 2,75% Verbetering aansluiting Onderwijs - Arbeidsmarkt Vanaf zal de Lokale Educatieve Agenda van kracht zijn. Onze ambitie is overeenstemming te vinden op de volgende thema's: - Stageproblematiek, voor zover dat inspanningen van het onderwijs vergt. Hiermee leggen we nadrukkelijk de verbinding naar de inspanningen binnen de Human Capital Agenda (zie ook Vestigingsklimaat-Economie). - Kansen creëren om onderwijsinnovaties en cross overs met het bedrijfsleven te realiseren, o.m. met behulp van het MBO Investeringsfonds (zie ook Vestigingsklimaat-Economie). - Internationalisering van het onderwijs, om kinderen en jongeren vroeg competenties en vaardigheden bij te brengen waar zij in hun professionele leven hun voordeel mee kunnen doen. - Aansluiting van opleidingen op de arbeidsmarkt. In stellen wij een Regionaal Educatieplan vast, dat nadrukkelijk is afgestemd met andere initiatieven gericht op ontwikkeling en participatie van lager opgeleiden, zoals Meedoen en sociale stijging. Programma Sociale Stijging 16 17

13 ONDERWIJS SOCIALE STIJGING STAND VAN ZAKEN Verhogen van het doelgroepbereik van de voorschoolse educatie In 2012 zijn afspraken gemaakt tussen de gemeente en het Rijk om te investeren in de kwaliteit van voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en in verlengde leertijd voor jonge kinderen. Deze afspraken zijn samen met de kinderopvang en het primair onderwijs vertaald naar Tilburg in het lokale actieplan Klemtoon op Taal. Dit actieplan omvat zes domeinen: 1. de uitbreiding en verhoging van de kwaliteit van VVE, 2. de samenwerking tussen betrokken partijen op dit gebied en doorgaande informatiestromen. Daarnaast is er specifieke aandacht voor 3. de professionalerising van beroepskrachten, 4. het versterken van ouderbetrokkenheid, 5. de meetbaarheid van het taalniveau en 6. de effectieve inzet van interventies. Deze afspraken zijn samen met de kinderopvang en het primair onderwijs vertaald naar Tilburg in het lokale actieplan Klemtoon op Taal. In 2014 heeft de Inspectie van het Onderwijs een nieuwe bestandsopname gemaakt van de voor- en vroegschoolse educatie in Tilburg. Daaruit is gebleken dat de gemeente op koers ligt en er aandachtspunten zijn voor uitvoerders van VVE. In het implementatieplan Klemtoon op taal hebben we acties opgenomen om de voor- en vroegschoolse educatie en meer in het bijzonder de taalprestaties van peuters en basisschoolleerlingen structureel te verbeteren. Daarbij is ook aandacht voor signalering en toeleiding van doelgroepkinderen vanuit de jeugdgezondheidszorg naar VVE-voorscholen. Verhogen van het doelgroepbereik van de voorschoolse educatie De uitvoering van het implementatieplan Klemtoon op taal loopt nog door in. In is naast de uitvoering van gemaakte afspraken ook aandacht voor borging van activiteiten. Borging wordt wel gestuurd door nieuwe aanwijzingen vanuit het Rijk over de besteding van onderwijsachterstandsmiddelen en vanuit de wens om eindverantwoordelijkheid en regie bij het onderwijs en de kinderopvang te leggen. Vanuit de LEA zullen wij met de betrokken schoolbesturen en kinderopvangorganisaties hierover afspraken maken. Er speelt al een behoorlijke tijd een discussie tussen Rijk, VNG en brancheorganisaties over de wijze waarop verschillen tussen kinderopvang en peuterspeelzaalwerk kunnen worden weggenomen. In nemen we een besluit over de Tilburgse vorm van harmonisatie van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang. Het bereiken van zoveel mogelijk peuters met behoud van kwaliteit is daarbij een van de uitgangspunten. ACTIVITEITEN Versterken doorlopende leerlijnen In zijn we gestart met pilots Integrale Kindcentra. Een IKC is een middel om doorgaande leerlijnen tussen kinderopvang en primair onderwijs te bevorderen vanuit één gezamenlijke pedagogische visie, gericht op een brede ontwikkeling van kinderen tussen de 0 en 12 jaar. Met het programma Klemtoon op Taal dat ingezet wordt op de voor- en vroegschoolse educatie verstevigen we de taalkundige, emotionele en motorische basis van kinderen. In een werkgroep van het primair en voortgezet onderwijs worden de overgangen van leerlingen gemonitord en zo nodig een plan van aanpak opgesteld dat er aan bijdraagt dat leerlingen op het geëigende niveau onderwijs volgen. Scholen voor het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs werken met elkaar samen om een zo soepel mogelijke overgang te creëren. Ook in de overgang van het VO naar het MBO monitoren wij met de scholen de overgangen en zorgen wij ervoor dat alle jongeren de overstap ook daadwerkelijk maken. Ook voor de havisten die jaarlijks de overgang naar het MBO maken, is er een programma opgesteld in het convenant VSV. Versterken doorlopende leerlijnen In worden de pilots integrale kindcentra geëvalueerd en wordt (in het licht bezien van de doorontwikkeling BST (Brede School Tilburg)) een nieuwe, ambitieuzere koers uitgezet rondom de ontwikkeling naar IKC's. De basis van deze koers wordt gevormd door de - door gemeente, onderwijs en kinderopvang gedeelde - gedachte dat de eindverantwoordelijkheid en regierol voor de educatieve, emotionele, sportieve en culturele ontwikkeling van kinderen zo veel mogelijk moet worden belegd bij de locatieleidingen. Een verdere en (getalsmatig) grotere ontwikkeling naar Integrale kindcentra zijn wat ons betreft de nabije toekomst. Ook hiervoor geldt dat we uiteindelijk in de LEA tot gezamenlijke afspraken komen. Om deze visie kracht bij te zetten, zetten we in nog steviger in op ontschotting van budgetten en gaan we ons subsidie-instrumentarium zoveel als mogelijk gebundeld inzetten. Dit gebeurt onder de paraplu van een integraal programma van eisen. De overgangen tussen primair onderwijs-voortgezet onderwijs en voortgezet onderwijs-middelbaar beroepsonderwijs zullen we in het streven naar sterke onderwijsloopbanen met de scholen tegen het licht houden. Hoewel dit in eerste instantie een verantwoordelijkheid is van het onderwijs willen wij deze ontwikkeling faciliteren en ondersteunen, onder meer door een nieuwe invulling van door ons gesubsidieerde diensten als schoolloopbaanbegeleiding. In navolging van de nieuwe wijze van inbedding van 'Cultuureducatie met kwaliteit' in het primair onderwijs als volwaardig vak dat mede is gericht op doorgaande leerlijnen en de versterking van de relatie tussen het binnen- en buitenschoolse domein, willen we bij de LEA dit goede voorbeeld meer vorm geven. Onze inzet is dat we de werkwijze rondom cultuureducatie uitbreiden naar het voortgezet onderwijs. Ook de natuur- en milieueducatie en het techniekonderwijs willen wij in samenwerking met het onderwijs inrichten conform de filosofie van de cultuureducatie. Hoger Onderwijs Met het hoger onderwijs is een uitvoeringsprogramma opgezet met meerdere pijlers: de ontwikkeling en positionering van Tilburg als (internationale) studentenstad, het stimuleren van ondernemerschap, het versterken van de arbeidsmarkt voor hoger opgeleiden en kennissamenwerking. Die activiteiten vloeien voort uit de agenda's van het hoger onderwijs waar, bijvoorbeeld in het kader van valorisatie, meerdere initiatieven worden ontplooid die ook een stevige betekenis hebben voor de regionale arbeids- en ondernemersmarkt. Die ontwikkeling heeft belangrijke raakvlakken met een stedelijk vestigingsklimaat waarin zowel mensen als de kennis- en creatieve economie zich kunnen ontwikkelen. Hoger Onderwijs De agenda's van het hoger onderwijs en de gemeente op deze terreinen zullen de komende periode zo nauw mogelijk op elkaar worden afgestemd, voorzien van een concrete uitvoeringsagenda. Die beoogt studenten naar de stad te trekken en - als afgestudeerde - waar mogelijk voor de stad te behouden: als bewoner, werknemer of ondernemer. Het huidige uitvoeringsprogramma wordt geactualiseerd. Een bijzonder punt van aandacht daarbinnen vormt het verder stimuleren van techniekeducatie, in alle fases van een lerend leven. Dat is van belang met het oog op talentontwikkeling enerzijds en de groeiende vraag naar technisch-, maar ook breed opgeleide mensen. Dat betekent aandacht voor het stimuleren van de belangstelling voor techniek - en de rol die techniek speelt in maatschappelijke ontwikkelingen - zo vroeg mogelijk. Samenwerking van het onderwijs, bijvoorbeeld in de vorm van een Ontdekfabriek, wordt in geconcretiseerd in een programma-aanbod. Met de instellingen wordt bekeken op welke manier permanente educatie bevorderd kan worden, wat vitaal is voor de moderne kenniseconomie die Tilburg wil zijn. Met de instellingen voor hoger onderwijs worden mede in dat licht regionale kennissamenwerkingsprogramma's ontwikkeld, met werkvormen als bijvoorbeeld living labs (met ziekenhuizen al in ontwikkeling), studentenateliers (modellen zijn al uitgetest), onderzoek scholingslening, kennisvouchers en summerschools (opleveren gemeenschappelijke businesscase). Programma Sociale Stijging 18 19

14 ONDERWIJS SOCIALE STIJGING STAND VAN ZAKEN Onderwijshuisvesting In 2002 is in samenspraak met de schoolbesturen in het primair en voortgezet onderwijs (PO en VO) een 'Integraal huisvestingsplan (IHP) onderwijshuisvesting gemeente Tilburg' opgesteld. In het kader van dit IHP en de daarop volgende jaarlijks vastgestelde huisvestingsprogramma's onderwijs is veel geïnvesteerd in onderwijshuisvesting in Tilburg. De schoolgebouwen in het primair en voortgezet onderwijs in Tilburg zijn hierdoor inmiddels grotendeels goed op orde. Per 1 januari wordt de taak en het budget voor het buitenonderhoud en aanpassingen aan schoolgebouwen in het primair onderwijs door de Rijksoverheid van de gemeente overgeheveld naar het bevoegd gezag in het primair onderwijs. Op 18 februari 2014 is hiertoe een wetsvoorstel voor wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentrum en de Wet primair onderwijs BES aangenomen door de Tweede Kamer. Op 6 mei 2014 is dit voorstel aangenomen door de Eerste Kamer. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeente en schoolbesturen op onderwijshuisvesting wordt hiermee gelijkgeschakeld aan de situatie in het voortgezet onderwijs. Onderwijshuisvesting Belangrijke projecten op het gebied van onderwijshuisvesting in zijn de voorbereidingen voor het realiseren van vervangende huisvesting voor het Vakcollege Tilburg en 2College Jozefmavo en de renovatie en uitbreiding van het Odulphuslyceum en het Theresialyceum. Een belangrijke opgave de komende jaren is het realiseren van vervangende huisvesting voor De Nieuwste School. ACTIVITEITEN Programma Sociale Stijging 20 21

15 ONDERWIJS SOCIALE STIJGING Rekening Bedragen x 1.000, NOMINALE BIJSTELLING LEERLINGEN VERVOER Voor de voorziening Leerlingenvervoer (LLV) wordt de NEA-index van het voorgaande jaar gehanteerd (2,8%). Dit resulteert in een nadeel van ,- voor en verder. Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 1. De Nieuwste school Huisvestingsprogramma Nominale bijstelling leerlingenvervoer Onderhoud primair onderwijs Scherper aan de wind III 5. GGD controle kinderdagverblijven Nieuw beleid 6. Intensivering onderwijs/impuls onderwijs ten laste van RGI Nieuwste school PM 8. Ruimte voor studentenevenementen ONDERHOUD PRIMAIR ONDERWIJS Met ingang van 1 januari wordt het buitenonderhoud van de schoolgebouwen voor primair en speciaal onderwijs doorgedecentraliseerd naar de schoolbesturen. De schoolbesturen krijgen dan rechtstreeks van het rijk de vergoeding voor dit onderhoud. In verband hiermee wordt de algemene uitkering voor Tilburg gekort met een bedrag van ,-. De jaarlijkse storting van ,- in de reserve onderhoud schoolgebouwen komt te vervallen. De gemeente blijft vanaf 1 januari wel verantwoordelijk voor het buitenonderhoud en aanpassingen aan gymzalen van het primair en speciaal onderwijs. Gemiddeld bedragen de kosten hiervan ,- per jaar (gebaseerd op cijfers van de afgelopen 5 jaar). De vergoedingen voor de noodzakelijke kosten van onderhoud en aanpassingen aan gymzalen zullen jaarlijks in het kader van de programmabegroting als herijking worden meegenomen conform de systematiek voor de investeringen in het kader van het huisvestingsprogramma onderwijs. 5. GGD CONTROLE KINDERDAGVERBLIJVEN Op basis van resultaten van de afgelopen jaren zien we dat bij diverse budgetten sprake is van structurele onderuitputting. In het kader van "Scherper aan de wind III" stellen we voor om deze budgetten af te romen. 6. INTENSIVERING ONDERWIJS/IMPULS ONDERWIJS Talentontwikkeling en innovatie zijn de pijlers waarop wij de intensivering van het onderwijsbeleid en de impulsen op het gebied van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt vorm willen geven. Twee speerpunten gaan we de komende periode nader uitwerken. Dit willen wij nadrukkelijk in dialoog en samenwerking met onze partners doen. Bijvoorbeeld met de kinderopvang, het primair en voorgezet onderwijs, het MBO, hoger onderwijs en werkgevers. Voor de gemeente zien we daarbij een aanjagende en faciliterende rol en willen we maximale ruimte bieden aan onze (uitvoerende) partners. Aan de hand van de LEA tot en met 2018 geven we meer richting aan de dekking van de investeringen. Voor de uitvoering van het impulsdeel reserveren wij in eenmalig 1 miljoen in de RGI voor en volgende jaren. 7. NIEUWSTE SCHOOL Een belangrijke opgave op het gebied van onderwijshuisvesting de komende jaren is het realiseren van vervangende huisvesting voor De Nieuwste School. Door de sterke groei van het aantal leerlingen de afgelopen jaren is het schoolgebouw te klein geworden. De mogelijkheden om het huidige pand uit te breiden zijn beperkt. Daarnaast bestaat het schoolgebouw aan de St. Josephstraat voor het grootste deel uit semipermanente units. De kwaliteit van het gebouw is dusdanig dat dit geen structurele oplossing biedt voor de huisvesting van de school. De komende periode wordt in overleg met het schoolbestuur OMO onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om voor de langere termijn tot een structurele oplossing voor de Nieuwste School te komen. 8. RUIMTE VOOR STUDENTENEVENEMENTEN Wij stellen voor om structureel ,- beschikbaar te stellen om extra financiële ruimte voor studentenevenementen te creëren binnen het programma Hoger Onderwijs. Op deze manier kan vanuit dit programma integraal gestuurd worden op de kwaliteit, ontwikkeling en onderlinge samenhang van studentenevenementen én de afstemming met citymarketing. 1. DE NIEUWSTE SCHOOL De Nieuwste School wordt geconfronteerd met ruimtegebrek vanaf komend schooljaar als gevolg van een stijging van het aantal leerlingen. Voor het oplossen van het ruimtegebruik wordt het schoolgebouw aan de St. Josephstraat tijdelijk uitgebreid met 288 m² semipermanente bouw en worden lokalen gehuurd bij het Duvelhok. De investering in tijdelijke uitbreiding van het schoolgebouw aan de St. Josephstraat wordt afgeschreven in 5 jaar. De budgettaire consequenties bedragen ,- (kapitaallasten ,- en huurlasten ,-). Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Aantal beschikkingen leerlingenvervoer HUISVESTINGSPROGRAMMA Op het concept huisvestingsprogramma zijn de volgende huisvestingsvoorzieningen opgenomen die vallen onder de categorie "dak boven het hoofd" (wettelijk verplichte uitgaven): - Saneren asbest (constructiefout) Theresialyceum ,-; - Tijdelijke huisvesting Theresialyceum tijdens renovatie: eenmalig maximaal ,-; - Gymzaal De Elzen: verdere afbouw ,- en 1 e inrichting ,-. Programma Sociale Stijging 22 23

16 ONDERWIJS SOCIALE STIJGING Functie/Omschrijving Lasten Bedragen x 1.000,- Baten 210 Wegen, straten, pleinen en verkeersmaatregelen Basisonderwijs, exclusief onderwijshuisvesting (Openbaar en Bijzonder) Basisonderwijs, onderwijshuisvesting (Openbaar en Bijzonder) Saldo Speciaal (voortgezet) onderwijs, exclusief onderwijshuisvesting (Openbaar en Bijzonder) Speciaal (Voortgezet) onderwijs, onderwijshuisvesting (Openbaar en Bijzonder) Voortgezet onderwijs, onderwijshuisvesting (Openbaar en Bijzonder) Gemeenschappelijke baten en lasten van het onderwijs Volwasseneneducatie Kinderdagopvang Totaal Onderwijs Subsidies Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Bedragen x 1.000,- Subsidie Hoger onderwijs activiteiten Brede school 4-12 jaar Vve Vsv Rmc/leerplicht Volwasseneneducatie 38 Peuterspeelzaalwerk Totaal Programma Sociale Stijging 24 25

17 ARMOEDEBESTRIJDING SOCIALE STIJGING Armoedebestrijding DOELEN Verminderen aantal Tilburgers zonder perspectief * Aandeel huishoudens met een minimuminkomen is maximaal 10%. Toename gebruik inkomensondersteunende/participatieregelingen en Meedoenregeling * Bijzondere bijstand 57% * Collectieve ziektekostenverzekering minima 55% * Kwijtschelding gemeentelijke belastingen 53% * Meedoenregeling 40% Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 Aandeel huishoudens in Tilburg met een minimuminkomen Max. 10% 10,9% 10,6% Percentage wat gebruik maakt van inkomensondersteunende regelingen - Bijzondere bijstand - Collectieve ziektekostenverzekering - Kwijtschelding - Meedoenregeling 57% 55% 53% 40% 52,2% 47,7% 51,4% 34,6% 54,7% 51,9% 50,9% 36,2% Armoedebestrijding richt zich op het versterken van de sociaal economische positie van burgers en het vergroten van de financiële zelfredzaamheid. Het kan daarmee gezien worden als de evenknie van het onderdeel 'Bevorderen Zelfredzaamheid' dat zich richt op de sociale zelfredzaamheid van burgers. STAND VAN ZAKEN Verminderen aantal Tilburgers zonder perspectief In 2014 is het uitvoeringsprogramma behorend bij het beleidskader aanpak armoede vastgesteld. Onze ambitie daarbij is dat de ondersteuning die de gemeente en maatschappelijke organisaties bieden eraan bijdraagt dat onze inwoners goed met geld kunnen omgaan, gecompenseerd worden voor onvermijdelijke persoonlijke uitgaven, laagdrempelig toegang hebben tot inkomensondersteunende maatregelen en diensten en participeren op het maatschappelijke, sportieve of culturele vlak. Ondanks het feit dat de economie enigszins aantrekt, hebben inwoners nog steeds moeite om financieel zelfredzaam te zijn. Met name organisaties in de stad blijven aandacht vragen voor aanhoudende druk op hun voorzieningen. Ook wij, als gemeente, zien het gebruik van onze regelingen nog steeds toenemen. Verminderen aantal Tilburgers zonder perspectief We voeren de acties uit zoals die omschreven staan in het uitvoeringsprogramma. Het gaat bijvoorbeeld om dienstverlening aan ZZP-ers, het beschikbaar stellen van een eigen krachtenbudget, versterken expertise van de frontlijn, het inzetten van sociale netwerken bij armoedecommunicatie, versterken van de aansluiting frontlijn-2e lijn en het laten opstellen van een minima- effectrapportage door het Nibud. ACTIVITEITEN Toename gebruik inkomensondersteunende/participatieregelingen en Meedoenregeling Met de invoering van de Participatiewet per 1 januari wordt de langdurigheidstoeslag afgeschaft en wordt de individuele inkomenstoeslag ingevoerd. Gemeenten hebben beleidsvrijheid bij de uitvoering van de individuele inkomenstoeslag bij het bepalen van de hoogte van de toeslag en de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begrippen langdurig en laag inkomen. Eind 2014 komen we met een nieuwe verordening. De indicator met betrekking tot de langdurigheidstoeslag zal daarmee ook worden gewijzigd. Met ingang van 2014 heeft het Rijk tevens de tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten (WTCG) en de compensatie eigen risico (CER) afgeschaft. In samenspraak met een aantal andere gemeenten en zorgverzekeraars wordt een variant van CZM ontwikkeld waar chronisch zieken en gehandicapten met ingang van 1 januari gebruik van kunnen maken. Ook hiervoor geldt: ondanks het feit dat de economie enigszins aantrekt, hebben inwoners nog steeds moeite om financieel zelfredzaam te zijn. Met name organisaties in de stad blijven aandacht vragen voor aanhoudende druk op hun voorzieningen. Ook wij, als gemeente, zien het gebruik van onze regelingen nog steeds toenemen. Toename gebruik inkomensondersteunende/participatieregelingen en Meedoenregeling Met ingang van 1 januari wordt het KinTpakket ingevoerd. Conform het advies van de Nationale Kinderombudsman worden regelingen bedoeld voor kinderen zoveel als mogelijk gebundeld aangeboden. Dat doen we via stichting Leergeld. Het gaat bijvoorbeeld om de meedoenregeling, de bijdrage van stichting Leergeld, jeugdsportfonds, jeugdcultuurfonds, bibliotheekpas, TJIPpas en waar nodig zwemlessen. Programma Sociale Stijging 26 27

18 ARMOEDEBESTRIJDING SOCIALE STIJGING Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 9. Nominale bijstelling Bijzondere Bijstand Kwijtschelding gemeentelijke belastingen Nominale bijstelling Langdurigheidstoeslag Nominale bijstelling Meedoenregeling Bijstelling budgetten a.g.v. aanpassing rijksuitkeringen Nieuw beleid 14. Taakstelling Schuldhulpverlening BIJSTELLING BUDGETTEN A.G.V. AANPASSING RIJKSUITKERINGEN Met ingang van zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de drie decentralisaties; AWBZ, Jeugdzorg en Participatie. De middelen die wij hiervoor ontvangen via de Integratie-uitkering Sociaal Domein zetten we 1 op 1 door. Voor de AWBZ betreft het een bedrag van 2,5 miljoen in oplopend tot structureel 3,1 miljoen. 14. TAAKSTELLING SCHULDHULPVERLENING In 2012 is een besparing in het gemeentefonds doorgevoerd, omdat naar het oordeel van het kabinet gemeenten besparingen konden realiseren op schuldhulpverlening. Om deze besparing te realiseren is ingezet op efficiency en is tegelijkertijd geïnvesteerd in schuldpreventie, vroegsignalering en nazorg. Inzet hierop zou moeten leiden tot een reductie van werkzaamheden in het primair proces. Ondanks deze investeringen wordt er geconstateerd dat er structureel sprake is van een toename van het aantal aanmeldingen aan het loket van schuldhulpverlening. De oorzaak hiervan wordt met name toegeschreven aan de economische crisis. Besparingen die reeds geëffectueerd zijn door processen efficiënter uit te voeren en te investeren in schuldpreventie, vroegsignalering en nazorg leiden niet tot het ingeboekte voordeel omdat een toename van het aantal aanmeldingen noodzaakt tot een versterking van de uitvoeringsorganisatie. Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Aanvragen bijzondere bijstand Aanvragen langdurigheidstoeslag Aanvragen kwijtschelding Subsidies 4% Organisa(eko sten 45% Bedragen x 1.000, Functie/Omschrijving Lasten Baten Saldo Lasten Baten 614 Gemeentelijk armoede- en schuldenbeleid Algemene voorzieningen Wmo en Jeugd Programmak osten 51% Totaal Armoedebestrijding Bedragen x 1.000,- 9. NOMINALE BIJSTELLING BIJZONDERE BIJSTAND Conform bestaand beleid (spelregels budgetbijstelling) wordt het budget bijzondere bijstand (BIJBIJ) geïndexeerd op basis van een verhouding van 80% prijsgerelateerd en 20% loongerelateerd. 10. KWIJTSCHELDING GEMEENTELIJKE BELASTINGEN De kwijtschelding gemeentelijke belastingen (KWS) wordt geïndexeerd op basis van de mutatie in de tarieven voor 2014 ten opzichte van, in combinatie met het aantal toekenningen per heffingssoort in het (fiatterings)jaar. Dit resulteert in een stijging van de lasten met ,- (ca. 7,7%). Het nadeel van ,- (structureel) wordt voornamelijk veroorzaakt door de forse toename in het aantal toekenningsregels ASH (afvalstoffenheffing) in. Subsidies Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Subsidie Bijbij armoedebeleid programmakosten Noodfonds armoede Totaal NOMINALE BIJSTELING LANGDURIGHEIDSTOESLAG Het budget langdurigheidstoeslag (LDT) wordt conform de spelregels budgetbijstelling geïndexeerd op basis van een verhouding van 80% prijsgerelateerd en 20% loongerelateerd. 12. NOMINALE BIJSTELLING MEEDOENREGELING De meedoenregeling wordt conform bestaand beleid geïndexeerd op basis van de ConsumentenPrijsIndex(CPI). Totaal een nadeel van ,- voor en verder. Programma Sociale Stijging 28 29

19 BEVORDEREN ZELFREDZAAMHEID SOCIALE STIJGING Bevorderen zelfredzaamheid DOELEN Sociale basisstructuur Gezondheidsbevordering Algemeen: inzetten op preventie met als doel gezondheidsproblemen die leiden tot verlies aan zelfredzaamheid terug te dringen * Terugdringen sociaal economische gezondheidsverschillen * Terugdringen overgewicht bij de jeugd * Verminderen alcoholgebruik bij jongeren * Versterken opvoedvaardigheden Sociaal werk * Opzetten en ondersteunen van collectieve organisatie van burgers (samenredzaamheid) zonder deze te professionaliseren of onnodig lang te ondersteunen * Erop-af-aanpak, mobiele presentie * Bevorderen van zelfredzaamheid van groepen en individuen * Participatie bevorderen van niet-participerenden via dialoog, interactie en motivatie * Schakelen met de frontlijn * Ondersteunen en versterken van het vrijwilligerswerk, zowel stedelijk als op wijkniveau. * Delen van kennis en expertise met maatschappelijke organisaties Informele- en Mantelzorg * Voorkomen uitval mantelzorgers Meedoen & sociale stijging * Het stimuleren en realiseren van de zelfredzaamheid en zinvolle maatschappelijke deelname van kwetsbare burgers, en daarmee hun sociale en economische positie * Het realiseren van een effectieve en efficiënte stedelijke organisatiestructuur ter ondersteuning van kwetsbare burgers Indicator Sociale Basisstructuur Gezondheidsbevordering Sociaal werk Informele- en mantelzorg Vergroten van het aantal geregistreerde) mantelzorgers Vergroten van het aantal (geregistreerde) zorgvrijwilligers Meedoen en sociale stijging Frontlijn & lichte ondersteuning Uitslagen quickscan en integraal plan van aanpak. Streefwaarde Realisatie Realisatie Percentage van ondersteuningsvragen die door burger zelf opgelost kunnen worden is nu nog niet te bepalen, omdat we nog geen ervaring hebben opgedaan met ondersteuningsvragen op het gebied van gespecialiseerde jeugdhulp en WMO. Voorstel is om op basis van ervaringsgegevens het percentage vast te stellen ( dient als 0-meting). Frontlijn & lichte ondersteuning * De ondersteuningsvraag van de burger met voldoende zelf oplossend vermogen wordt door de burger zelf of met behulp van lichte ondersteuning opgelost Het zorgstelsel in Nederland is in de loop der jaren complex en duur geworden. Vanuit de gedachte dat de gemeente dichter bij de inwoners staat en beter ziet wat nodig is en wat niet draagt het Rijk een aantal belangrijke taken over. Hierin staat de zelfredzaamheid van de burger en de gemeentelijke taak hem hierin te ondersteunen centraal. De kern van de drie nieuwe wetten (Jeugdhulp, de nieuwe Wmo en de Participatiewet) is dat iedereen naar vermogen meedoet in de samenleving. De burger is zelf verantwoordelijk en wordt ondersteund door de gemeente indien nodig. Burgers en gemeente gaan met elkaar in gesprek om te bepalen welke ondersteuning nodig is. Tilburg werkt bij het vormgeven van deze veranderingen intensief samen met andere gemeenten, instellingen, zorgprofessionals, scholen, ondernemers en veel andere betrokkenen. Uiteraard praten en beslissen inwoners en cliënten ook mee. We geven hieraan onder meer vorm door: * de burger en zijn/haar omgeving centraal te stellen, en alleen indien nodig hierop aansluitend professionele ondersteuning te organiseren; * Taken en verantwoordelijkheden te beleggen bij samenwerkende instellingen van hulp- en dienstverlening op basis van vertrouwen en resultaatafspraken vanuit langdurige samenwerkingsverbanden; * Sturen op participatie en zelfredzaamheid op wijkniveau, en hierbij schotten en verkokering voorkomen; het adagium is één gezin - één plan. Om deze beweging kracht bij te zetten zijn we gestart met de hervorming van onze ondersteuningsstructuur. We zijn ons ervan bewust dat deze hervorming niet in een keer gerealiseerd kan worden. We hanteren daarom een veranderstrategie waarbij we onderscheid maken tussen verschillende niveaus van ondersteuning : 1.Bevorderen Zelfredzaamheid a. Sociale Basisstructuur b. Frontlijn & Lichte ondersteuning 2. Intensieve ondersteuning a. Jeugdhulp (zie hiervoor het product Jeugdhulp) b. Maatschappelijke ondersteuning (zie hiervoor het product Maatschappelijke ondersteuning) c. Participatiewet (zie hiervoor het product Werk en inkomen) d. Armoede (zie hiervoor het product Armoedebestrijding) Programma Sociale Stijging 30 31

20 BEVORDEREN ZELFREDZAAMHEID SOCIALE STIJGING STAND VAN ZAKEN Sociale Basisstructuur Het fundament voor de zelfredzaamheid van burgers is gelegen in een sterke sociale structuur in de wijken. Deze is enerzijds preventief (voorkomt problemen t.a.v. de zelfredzaamheid) en anderzijds vergroot deze het zelfoplossend vermogen van burgers (voorkomt een ondersteuningsvraag aan de gemeente). Sturing geven aan de sociale basisstructuur gebeurt op velerlei manieren. De belangrijkste activiteiten zijn: - Gezondheidsbevordering: preventie in de basisstructuur krijgt momenteel vorm door de uitvoering van de jeugdgezondheidszorg, het wijkgezondheidswerk, de aanpak Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG) en prenatale voorlichting. In 2014 zijn daar de voorlichtings- en preventieactiviteiten in het kader van de nieuwe Drank- en Horecawet bijgekomen. - Sociaal werk: In 2014 is het Sociaal werk voor het eerst integraal uitgevoerd middels één programma van eisen. Hierbij is de wijkgerichte aanpak nog verder doorgevoerd: ouderenwerk, wijk- en buurtwerk en vrijwilligerswerk zijn samengevoegd tot sociaal werk. De sociaal werker is daarmee expert van de hele wijk en niet meer van een bepaalde doelgroep. De verdeling van de inzet is gebaseerd op sociaaleconomische indicatoren; de sociaal werkers zijn actief in die wijken waar dat het hardst nodig is. Ook de vrijwilligersondersteuning is wijkgericht ingezet door middel van het opzetten van wijksteunpunten. Deze maken integraal deel uit van het wijkteam van het sociaal werk. Daarnaast neemt de vrijwilligersorganisatie van ContourdeTwern een onafhankelijke positie in als het gaat om expertise op vrijwilligersondersteuning, zowel voor burgers als organisaties die informatie en hulp nodig hebben bij hun vrijwilligersondersteuning en -beleid. - Informele- en Mantelzorg: Mantelzorg gebeurt per definitie op vrijwillige basis. Wij koesteren degenen die deze zorg verlenen. Door hun inzet worden hoge zorgkosten vaak voorkomen. We willen mantelzorgers ondersteunen wanneer het ze te veel wordt. Zodat ze hun taak kunnen blijven uitoefenen, bijvoorbeeld via het respijthuis. In de Wmo verordening geven we weer op welke wijze mantelzorgers en zorgvrijwilligers ondersteund en gefaciliteerd worden vanaf. - Meedoen & Sociale Stijging: In 2014 wordt het beleid Meedoen en sociale stijging voor het eerst uitgevoerd op basis van een integraal programma van eisen. Duidelijk is geworden dat de beoogde effectieve en efficiënte samenwerking niet vanuit de huidige keten wordt gerealiseerd en dat deze een concurrentieprikkel behoeft. Bevorderen maatschappelijke participatie van alle burgers/sociale basisstructuur Gezondheidsbeleid De activiteiten in bestaan uit het versterken integrale aanpak wijkgezondheidswerk door inzet GIDS middelen én uitvoering JOGG,alcoholpreventie jongeren prenatale voorlichtingen en activiteiten opvoedondersteuning. Verder zal een nieuw wettelijk basispakket voor de jeugdgezondheidszorg worden ingevoerd. In stellen we een nieuwe regionale nota gezondheidsbeleid op voor de periode Sociaal werk/wijk- en buurtwerk In wordt er een nieuw registratiesysteem voor het sociaal werk ingevoerd waarmee de wijze van rapporteren voor de sociaal werkers veranderd. Niet de activiteiten, maar de burgers, vrijwilligers, burgergroepen en -initiatieven, relevante plekken in de wijken en buurten en de te behalen resultaten met de relevante doelgroepen zijn leidend. Hierdoor kan beter worden gestuurd op dat wat nodig is in de wijken en buurten. Op basis van dit systeem gaan wij onze indicatoren en streefcijfers aanscherpen. Ook wordt er in met nieuwe experimenten gestart om het beheer en/of het eigendom van buurthuizen over te dragen aan bewoners(initiatieven). Informele- en mantelzorg Vanaf gaan we het beleid t.a.v. de ondersteuning en facilitering van mantelzorgers en zorgvrijwilligers intensiveren. Hierover nemen wij in het najaar van 2014 concrete besluiten over het beleid en uitvoeringsprogramma. Meedoen en sociale stijging Middels een concurrentieprikkel zorgen wij ervoor dat de doelen van het beleid Meedoen en sociale stijging voor kwetsbare burgers worden uitgevoerd door één hoofdaannemer. De keuze voor inkoop of subsidiëring maken we nog in ACTIVITEITEN Frontlijn & lichte ondersteuning De inwoners van Tilburg kunnen vanaf bij de frontlijn terecht voor ondersteuningsvragen op het gebied van zorg, welzijn, werk, inkomen en jeugdhulpverlening. Eerst wordt gekeken naar wat mensen zelf of in hun eigen omgeving kunnen regelen, waar nodig wordt aanvullende ondersteuning op maat ingezet. De frontlijnteams werken gebiedsgericht en zijn vanaf 1 januari operationeel in elf gebieden van Tilburg (conform indeling woningmarktgebieden). De samenwerking met de zorgverzekeraars (op basis van convenant CZ en VGZ) hebben in de pilots frontlijn geleid tot werkafspraken tussen de huisartsen en de frontlijnteams. Op basis van deze ervaringen wordt gezamenlijk met de huisartsen een regionaal convenant opgesteld. Frontlijn en lichte ondersteuning In verband met nieuwe verantwoordelijkheden Jeugd en WMO versterken we in overleg met het onderwijs in de frontlijn op scholen, investeren we verder in de samenwerking met huisartsen en wijkverpleegkundigen. De inhoud van het specifieke en specialistische aanbod jeugd en de WMO intensieve ondersteuning zijn nieuw voor het merendeel van de frontlijnprofessionals. In zal extra aandacht besteed worden aan deskundigheidsbevordering en kennisopbouw van het nieuwe aanbod en inhoud van de gecontracteerde intensieve ondersteuning op het gebied van jeugdhulp en WMO. Programma Sociale Stijging 32 33

21 BEVORDEREN ZELFREDZAAMHEID SOCIALE STIJGING Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 15. Inwonerbijdrage GGD Bijstelling budgetten a.g.v. aanpassing rijksuitkering Vervallen huurvergoeding leegstand Preventie- en handhavingsplan Drank en Horeca Wet Administratieve bijstellingen Scherper aan de wind III 20. Budget wijkgericht vrijwilligerswerk Budget vrijwilligersorganisaties Pakketmaatregelen AWBZ Vervallen WSW-plaatsen La Poubelle WZSW middelen Nieuw beleid 25. Hall of Fame Subsidies 69% Organisa7eko sten 6% Programmak osten 25% INWONERBIJDRAGE GGD Op 7 juli 2014 heeft de raad ingestemd met de begroting van de GGD Hart voor Brabant. De inwonerbijdrage voor 4-19 jr. is verhoogd met 0,30 tot 13,79 (nadeel ,-). De onderdelen JGZ en EKD worden met 0,83% verhoogd, resp. nadeel ,- en nadeel 5.000,-. De meerjarenraming is daarnaast aangepast op basis van prognose inwonersaantal. De totale bijdrage aan de GGD is geraamd op , BIJSTELLING BUDGETTEN A.G.V. AANPASSING RIJKSUITKERING Op basis van de mei- en septembercirculaire gemeentefonds 2014 worden diverse uitkeringen bijgesteld. Gemeenten met wijken/buurten met een relatief hoge achterstandsproblematiek ontvangen voor de periode extra gelden tot een bedrag van ,-. Deze middelen worden ingezet voor de integrale aanpak van gezondheidsachterstanden. Daarnaast Lasten Baten ontvangen we in ,- voor de Zichtbare Schakel. Vanaf komt de vergoeding voor de grensstrook te vervallen ( ,-). Daarnaast komen er extra middelen over vanuit de decentralisatie AWBZ ( ,-) met betrekking tot begeleiding, inloopfunctie GGZ en persoonlijke verzorging, die direct gelieerd zijn aan de instellingen voor maatschappelijke opvang. Voor de decentralisatie-uitkering vrouwenopvang geldt vanaf een geleidelijk ingroeipad naar een objectieve verdeling. De uitkering daalt hierdoor geleidelijk met 2,5 miljoen. Daarnaast wordt de DU verhoogd met een kwaliteitsimpuls voor o.a. de aanpak van huiselijk geweld. Daartegenover staat weer een verlaging van de DU in verband met het onderbrengen van de inkoop van opvang van specifieke groepen slachtoffers bij de VNG. Daarnaast komen er extra middelen over vanuit de decentralisatie AWBZ ( ,-) met betrekking tot begeleiding en persoonlijke verzorging voor zover deze toe te rekenen zijn aan instellingen voor vrouwenopvang. Daarnaast zijn de gemeenten met ingang van verantwoordelijk voor de drie decentralisaties; AWBZ, Jeugdzorg en Participatie. De middelen die wij hiervoor ontvangen via de Integratie-uitkering Sociaal Domein zetten we 1 op 1 door. Voor Jeugdzorg gaat het om een bedrag van ca. 1,4 miljoen en voor AWBZ betreft het een bedrag van ca. 5,0 miljoen. 17. VERVALLEN HUURVERGOEDING LEEGSTAND De gemeente verhuurt een deel van de leegstand in een aantal schoolgebouwen ten behoeve van kinderopvang en buitenschoolse opvang. De inkomsten hieruit worden meegenomen in het onderdeel onderwijshuisvesting. De Raad van State heeft in haar uitspraak van 4 juni 2014 aangegeven dat de hoogte van de door de gemeente in rekening gebrachte stichtingskosten (huur) rechtstreeks dient te zijn gerelateerd aan de extra kosten of verlies van inkomsten voor de gemeente die het verhuren van een deel van het schoolgebouw met zich meebrengt. Indien deze relatie niet kan worden aangetoond, dan is er geen juridische grond voor het vorderen van huurinkomsten. De gemeente Tilburg ontvangt op dit moment in een aantal situaties huurinkomsten uit de verhuur van ruimte in schoolgebouwen, terwijl de gemeente geen extra kosten heeft gemaakt om deze verhuur mogelijk te maken. Tevens kan hier verlies van inkomsten als gevolg van de verhuur niet worden aangetoond. In deze gevallen is er geen juridische basis voor het ontvangen van huurinkomsten en moeten de contracten worden opgezegd. Organisaties moeten rechtstreeks gaan huren van schoolbesturen. Voor de gemeente levert dit een financieel nadeel op van in totaal ,- per jaar ( ,- bij Bevorderen zelfredzaamheid en ,- bij Werk en Inkomen). 18. PREVENTIE- EN HANDHAVINGSPLAN DRANK EN HORECA WET Op 7 juli 2014 heeft de raad ingestemd met het Preventie- en Handhavingsplan van de Drank en Horecawet voor de periode juli juli Financiële consequentie voor de inzet van de GGD HvB, Halt (preventie) en de benodigde extra 2,5 fte's ten behoeve van Toezicht en Handhaving leidt tot een herijking. 19. ADMINISTRATIEVE BIJSTELLINGEN Naast de begrotingsvoorstellen worden in de begroting ook administratieve correcties verwerkt. De administratieve correcties hebben geen beleidsmatige consequenties en zijn in totaliteit budgettair neutraal, maar moeten wel formeel vastgesteld worden om aan het budgetrecht te voldoen. 20. T/M 24 SCHERPER AAN DE WIND III Op basis van resultaten van de afgelopen jaren zien we dat bij diverse budgetten sprake is van structurele onderuitputting. In het kader van "Scherper aan de wind III" stellen we voor om deze budgetten af te romen. 25. HALL OF FAME De tijdelijke vergunning en de daaraan gekoppelde huidige jaarlijkse tegemoetkoming van de huurkosten van ,- voor de locatie van de Hall of Fame, gebouw- 90 in de Spoorzone, eindigt in In het najaar van 2014 doen we een verkenning naar de mogelijkheden van voortzetting op de huidige locatie, zowel vergunningstechnisch als inhoudelijk en financieel. Elementen die daarin aan bod zullen komen zijn: Beschikbaarheid van de ruimte vanaf medio De huidige omgevingsvergunning voor gebouw-90 is afgegeven voor een periode van 5 jaar. Bij verlenging zullen aanvullende eisen worden gesteld. Gevolgen van eventuele kwaliteitsimpuls op gebouw-90 voor energie- en huurkosten Hall of Fame. Inhoudelijke verbinding tussen Hall of Fame en verkenning naar verbetering productieklimaat (oefenruimtes etc.) voor talentontwikkeling jonge (cultuur)makers. Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Aantal aanvragen WMO Programma Sociale Stijging 34 35

22 BEVORDEREN ZELFREDZAAMHEID SOCIALE STIJGING Bedragen x 1.000,- Functie/Omschrijving Lasten Baten Saldo 480 Gemeenschappelijke baten en lasten van het onderwijs Vreemdelingen Opvang en beschermd wonen Wmo Algemene voorzieningen Wmo en Jeugd Eerstelijnsloket Wmo en Jeugd Openbare gezondheidszorg Centra voor jeugd en gezin (jeugdgezondheidszorg) Totaal Bevorderen zelfredzaamheid Bedragen x 1.000,- Subsidies Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Subsidie Goa/schakelklassen Zorg- en ouderenbeleid algemeen Ouderenbeleid Vrouwenopvang Gehandicaptenbeleid Maatschappelijke opvang Verslavingszorg Oudereninstellingen Rechtswinkel Maatschappelijk werk Vrijwilligersbeleid Uitvoeringsprogramma multicult Jongerenwerk Beleidsontwikkeling gezondheidszorg Gezondheidszorg Jeugdzorg Totaal Programma Sociale Stijging 36 37

23 WERK & INKOMEN SOCIALE STIJGING Werk & Inkomen DOELEN Afname werkloosheid Door een duurzame economische ontwikkeling en groei werken we aan een goed functionerende arbeidsmarkt en participatiekansen voor iedere Tilburger. Indicatoren Bestandsontwikkeling WWB/IOAW Streefwaarde max. kring-1 gemiddelde benchmark Divosa Realisatie Realisatie 2012 Daling werkloosheidspercentage Tilburg 1% minder dan in 2014 Daling jeugdwerkloosheidspercentage Tilburg 1,5% minder dan in 2014 Verzilveren loonwaarde Bepalen o.b.v. resultaten nulmeting STAND VAN ZAKEN Afname werkloosheid De uitdaging is en blijft om met krimpende middelen een groter wordende groep werkzoekenden zo effectief mogelijk te ondersteunen richting werk of zinvolle participatie. En als dit niet mogelijk is: goede dienstverlening met het oog op rechtmatige inkomensverstrekking en zo nodig passende zorg. De inzet van de Startersbeurs Midden-Brabant en de uitvoering van het regionaal actieplan jeugdwerkloosheid hebben ons inzichten geboden die hebben geleid tot de ambitie om op termijn een jeugdwerkloosheid vrije zone te realiseren. We zijn als nieuwe coalitie gestart met de voorbereidingen om een meer evenwichtige benadering te hanteren in onze aandacht voor kwetsbare doelgroepen op de arbeidsmarkt. Afname werkloosheid We willen zicht krijgen in de mate van verzilvering van de loonwaarde van mensen met een arbeidsbeperking. Daarom voeren we in een nulmeting uit naar de gemiddelde prijs per uitkering. is het eerste jaar waarin we via een meer structurele en gevaloriseerde aanpak toewerken naar een jeugdwerkloosheid vrije zone in De nieuwe aanpak zal leiden tot voorstellen tot ingrepen in structuur, beleid en bedrijfsvoering van betrokken organisaties. Ook zullen we meer balans aanbrengen in de aandacht voor andere kwetsbare doelgroepen op de arbeidsmarkt. De lancering van de Meesterbeurs voor 50+-ers op de arbeidsmarkt is hiervan een voorbeeld. ACTIVITEITEN Nieuw ondersteuningsmodel arbeidsmarkt NOMA en Participatiewet De implementatie van het nieuwe ondersteuningsmodel arbeidsmarkt NOMA loopt volgens planning. Dit betekent dat per 1 juli 2014 een nieuwe werkwijze voor ondersteuning van werkgevers en werkzoekenden in nauwe samenwerking met publieke en private partners operationeel is. Deze nieuwe werkwijze wordt de komende tijd geoptimaliseerd. De invoering van het model legt een belangrijke basis voor het beleid en de uitvoering van de nieuwe Participatiewet vanaf zoals vastgesteld door de Raad. De invoering van het model en de besluitvorming rondom de Participatiewet leggen in de praktijk belangrijke verbindingen tussen de drie decentralisaties. Zo werken we in de frontlijn aan een gezamenlijke indicatiestelling, zoeken we de samenwerking op in de werkgeversdienstverlening rondom kwetsbare jongeren, starten we een pilot nieuw product arbeidsmatige dagbesteding en is maatwerk in opleidingen mogelijk binnen NOMA. Nieuw ondersteuningsmodel arbeidsmarkt NOMA en Participatiewet In optimaliseren we de werkwijze en daarmee de samenwerking binnen het nieuw ondersteuningsmodel arbeidsmarkt NOMA zodat de effectiviteit verder toeneemt. Ook passen we het model aan op de instroom van nieuwe doelgroepen door de invoering van de Participatiewet. Belangrijke focus in is een werkende en sluitende aanpak van het Tilburgse alternatief voor de voorziening beschut. We monitoren de voortgang en de resultaten en presenteren indien nodig nieuwe elementen mocht het voorgestelde alternatief mensen geen of onvoldoende perspectief bieden. De pilot arbeidsmatige dagbesteding laat in zien in hoeverre er efficiencywinsten zijn te boeken in de organisatie van de activiteiten en of door een andere aanpak de doelgroep ook op termijn inzetbaar is op meer prestatiegerichte en reguliere werkvormen. Diamant-groep In het 3e kwartaal 2014 neemt de Raad een besluit over de Participatiewet en daaraan gekoppeld ook de opdracht aan de Diamant-groep (DG). Daarmee neemt de gemeente Tilburg een standpunt in ten opzichte van de rol in de uitvoering van de Diamant-groep. In het 4e kwartaal 2014 vindt vervolgens afstemming plaats met regiogemeenten over hun besluitvorming inzake de Participatiewet en de opdracht aan DG. Diamant-groep Voor de Diamant-groep bepaalt de besluitvorming over de Participatiewet voor en verder een belangrijk deel van hun opdracht. Voor betekent dit dat we kijken naar een juiste aansluiting tussen deze opdracht en inbreng door gemeenten en de betekenis voor de taken van de Diamant-groep en daarvan afgeleid de samenwerking in de gemeenschappelijke regeling (GR). In feite toetsen we met de andere deelnemende gemeenten of de huidige samenwerkingsvorm zoals vastgelegd in de GR nog toekomstbestendig/helemaal passend is. Deze toets houdt mede rekening met kansen op verdere en intensievere samenwerking, zoals bijvoorbeeld een mogelijk samengaan van de WSW-infrastructuur. Programma Sociale Stijging 38 39

24 WERK & INKOMEN SOCIALE STIJGING Rekening Bedragen x 1.000, lijke toename van de doelgroep Participatiewet integraal zal worden bezien binnen de dan geldende financieringssystematiek. In het kader van de decentralisaties ontvangen we in ruim 47 miljoen aflopend tot 39 miloen in Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 26. Vervallen huurvergoeding leegstand Bijstelling budgetten a.g.v. aanpassing rijksuitkeringen Bijstelling BUIG Scherper aan de wind III 29. Budget kinderopvang Programmak osten 89% Organisa7eko sten 11% VERVALLEN HUURVERGOEDING LEEGSTAND De gemeente verhuurt een deel van de leegstand in een aantal schoolgebouwen ten behoeve van kinderopvang en buitenschoolse opvang. De inkomsten hieruit worden meegenomen in de programmabegroting, onderdeel onderwijshuisvesting. De Raad van State heeft in haar uitspraak van 4 juni 2014 aangegeven dat de hoogte van de door de gemeente in rekening gebrachte stichtingskosten (huur) rechtstreeks dient te zijn gerelateerd aan de extra kosten of verlies van inkomsten voor de gemeente die het verhuren van een deel van het schoolgebouw met zich meebrengt. Indien deze relatie niet kan worden aangetoond, dan is er geen juridische grond voor het vorderen van huurinkomsten. De gemeente Tilburg ontvangt op dit moment in een aantal situaties huurinkomsten uit de verhuur van ruimte in schoolgebouwen, terwijl de gemeente geen extra kosten heeft gemaakt om deze verhuur mogelijk te maken. Tevens kan hier verlies van inkomsten als gevolg van de verhuur niet worden aangetoond. In deze gevallen is er geen juridische basis voor het ontvangen van huurinkomsten en moeten de contracten worden opgezegd. Organisaties moeten rechtstreeks gaan huren van schoolbesturen. Voor de gemeente levert dit een financieel nadeel op van in totaal ,- per jaar ( ,- bij Bevorderen zelfredzaamheid en ,- bij Werk en Inkomen). 27. BIJSTELLING BUDGETTEN A.G.V. AANPASSING RIJKSUITKERINGEN Op basis van de mei- en septembercirculaire gemeentefonds 2014 worden diverse uitkeringen bijgesteld. In het kader van de Participatiewet is de individuele studietoeslag geïntroduceerd. Het betreft een nieuwe vorm van aanvullende inkomens-ondersteuning voor bepaalde groepen studerenden. Wij ontvangen hiervoor een bedrag van ,- in oplopend tot ,- in In het kader van de Participatiewet wordt vanaf de toegang tot de Wajong beperkt. Hierdoor zal de gemeentelijke doelgroep toenemen, omdat mensen met arbeidsvermogen - die bij ongewijzigd beleid onder de (financiële) verantwoordelijkheid van UWV zouden komen - vanaf onder de Participatiewet gaan vallen. Het kabinet voegt voor de uitvoeringskosten ten behoeve van de genoemde nieuwe doelgroep middelen toe aan de algemene uitkering. Voor Tilburg betreft het ,- in oplopend tot ,-. Voor de periode na 2019 geldt dat de omvang mede in het licht van de geleide- Lasten Baten 28. BIJSTELLING BUIG 2014 In de raadsbrief van 15 juli 2014 hebben wij de gemeenteraad geïnformeerd over de consequenties van de BUIG-brief. Hoewel definitieve vaststelling eerst door het Rijk plaatsvindt in september 2014, hebben wij nu toch een inschatting gedaan voor de Programmabegroting. Dit resulteert per saldo in een structureel nadeel van 1,7 miljoen. 29. BUDGET KINDEROPVANG Op basis van resultaten van de afgelopen jaren zien we dat bij diverse budgetten sprake is van structurele onderuitputting. In het kader van "Scherper aan de wind III" stellen we voor om deze budgetten af te romen. Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Meldingen aanvraag levensonderhoud Participatiewet Toekenningspercentage aanvraag levensonderhoud Participatiewet Instroom Participatiewet (= excl. nieuwe instroom Wajong) Uitstroom reden Werk 900 Uitstroom reden Overig Aantal klanten (WWB/IOAW/IOAZ/BBZ) per (obv variant 2 drukventiel is uitkering en excl. nieuwe instroom Wajong) 50 % Bedragen x 1.000,- Functie/Omschrijving Lasten Baten Saldo 482 Volwasseneneducatie Bijstandsverlening en inkomensvoorzieningen- en subsidies Sociale werkvoorziening Re-integratie- en participatievoorzieningen Participatiewet Kinderdagopvang Saldo van kostenplaatsen Subsidies Totaal Werk en inkomen Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Bedragen x 1.000,- Subsidie Aarbeidsmarktbeleid programmakosten Participatie 267 Totaal Programma Sociale Stijging 40 41

25 MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING SOCIALE STIJGING Maatschappelijke ondersteuning DOELEN Transitie begeleiding AWBZ naar Wmo * Realiseren decentralisatie AWBZ * Vergroten zelfredzaamheid chronisch zieken en burgers met een beperking * Wmo-financieel duurzaam houden Vangnet en coördinatie * Alle zorgwekkende zorgmijders zo snel mogelijk in traject * Versnellen toeleiding naar zorg en ondersteuning Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie Aantal burgers met een indicatie voor Ondersteuning d.m.v. - Hulp aan huis - Individuele voorzieningen - Vervoer n.v.t. Aantal burgers met een indicatie voor Ondersteunende Begeleiding Aantal burgers met een indicatie voor Logeervoorzieningen Aantal burgers met een indicatie voor Beschermd Wonen Aantal burgers met een indicatie voor Opvang Aantal burgers in een bemoeizorgtraject Aantal gezinnen waarbij coördinatie vanuit ZVH is gerealiseerd n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Versnellen toeleiding zorg: eenvoudige trajecten binnen zes weken 60% Versnellen toeleiding zorg: zware trajecten binnen 3 maanden 60% Terugval verkleinen: max. percentage dat na een traject een nieuw traject nodig heeft 10% Terugval verkleinen: max. percentage dat opnieuw ernstige overlast of onveiligheid veroorzaakt 25% STAND VAN ZAKEN Transitie begeleiding AWBZ naar Wmo Per 1 januari is de nieuwe Wet maatschappelijke ondersteuning van kracht. Hierdoor krijgen wij meer verantwoordelijkheden t.a.v. de maatschappelijke ondersteuning van onze burgers, m.n. chronisch zieken en mensen met een beperking. In het voorjaar van 2014 hebben wij het Ontwerpplan Maatschappelijke Ondersteuning vastgesteld, waarin wordt aangegeven op welke wijze we vorm en inhoud geven aan deze nieuwe (en bestaande) verantwoordelijkheden. Op 3 november 2014 wordt in de Raad de nieuwe Wmo-verordening en het Wmo-beleidsplan besproken. Tevens ronden we de inkoop voor in het najaar af (deze processen zijn in de zomer gestart) en richten we de organisatie verder in. Deze activiteiten moeten een goede overgang van nieuwe taken in borgen. In zal waar nodig worden bijgestuurd. In wordt door het rijk een forse bezuinigingstaakstelling gelegd op de budgetten voor hulp aan huis. Het college heeft op 8 juli 2014 besloten de reeds voorgenomen lokale bezuinigen eenmalig op te schorten. Zodoende wordt ook in geen verandering doorgevoerd. In evalueren we de uitvoering en financiële consequenties van ondersteuning van hulp aan huis. Transitie begeleiding AWBZ naar Wmo staat in het teken van een zachte landing van de decentralisatie; waarbij veel burgers nog overgangsrecht hebben en tegelijk de nieuwe Wmo-werkwijze start voor nieuwe ondersteuningsvragen en burgers van wie het overgangsrecht afloopt. Volgend jaar stellen we een nieuw integraal Wmo-beleidskader op, inclusief Wmo-verordening. Hierbij zullen wij ook nieuwe prestatie-indicatoren vaststellen. In gaan we de ingezette koers van sturing en bekostiging nader uitwerken en waar mogelijk/nodig verbeteren. Primair doel van onze inzet is samen met zorgaanbieders de decentralisatie en samenhangende taaktelling op een zo optimaal mogelijke wijze te realiseren. Wij hebben gekozen voor een koers waarbij niet het PersoonsGebonden Budget een belangrijke positie heeft. In gaan we de werkwijze van het PGB verder optimaliseren; zodat burgers die hiervoor in aanmerking komen (vanuit de frontlijn) hier gemakkelijk mee om kunnen gaan. ACTIVITEITEN Vangnet en coördinatie In 2014 heeft de gemeenteraad de Kadernota Vangnet en Doorgeleiding vastgesteld. Deze vormt een vervolg op het Stedelijk Kompas, dat de primaire doelstelling had dak- en thuisloosheid te voorkomen en zorgmijders (al dan niet dakloos) in een zorgtraject te krijgen. Met het nieuwe beleid zetten we sterker in op trajectgerichte sturing en sterkere samenhang in de aanpak.; waarmee een snellere toeleiding naar zorg en maatschappelijke ondersteuning, alsmede een lagere mate van uitval wordt beoogd. In een aantal gevallen is de problematiek van de huishoudens dermate complex en/of is de zelfredzaamheid van het huishouden dermate gering, dat ook ondersteuning nodig is in de coördinatie van zorg- en dienstverlening. Hiervoor zetten we het instrument gezinsmanagement in. Het stappenplan maatschappelijke gevoelige voorzieningen is in 2014 geëvalueerd. Vangnet en coördinatie In starten we (gedeeltelijk) met trajectfinanciering van opvang- en bemoeizorgtrajecten. * Start nieuwbouw SMO-Traverse * Proeftuin gezinsmanagement * Doorontwikkeling Zorg- en Veiligheidshuis Maatschappelijk gevoelige voorzieningen In willen we, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord , een nieuwe opzet voor de besluitvorming over gevoelige voorzieningen ontwikkelen. We betrekken daarbij de uitkomsten van de evaluatie en we willen nadrukkelijker dan voorheen onze partners en bewoners betrekken bij zowel de vormgeving en uitvoering hiervan. Programma Sociale Stijging 42 43

26 MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING SOCIALE STIJGING Rekening Bedragen x 1.000, /34. SCHERPER AAN DE WIND III Op basis van resultaten van de afgelopen jaren zien we dat bij diverse budgetten sprake is van structurele onderuitputting. In het kader van "Scherper aan de wind III" stellen we voor om deze budgetten af te romen. Lasten Baten Netto lasten Herijkingen 30. Bijstelling budgetten a.g.v. aanpassing rijksuitkeringen Nominale bijstelling WMO budgetten WVG vervoersvoorzieningen Scherper aan de wind III 33. Werkbudget externe indicatiestelling WMO voorzieningen/woningaanpassingen Functie/Omschrijving Lasten Baten Bedragen x 1.000,- 661 Maatwerkvoorzieningen Natura materieel Wmo Maatwerkvoorzieningen Natura immaterieel Wmo Opvang en beschermd wonen Wmo Eigen bijdragen maatwerkvoorzieningen en opvang Wmo PGB Wmo en Jeugd Totaal Maatschappelijke ondersteuning Saldo Subsidies 48% Organisa8eko sten 5% Lasten Baten Programmak osten 47% BIJSTELLING BUDGETTEN A.G.V. AANPASSING RIJKSUITKERINGEN Op basis van de mei- en septembercirculaire gemeentefonds 2014 worden diverse uitkeringen bijgesteld. De reeds eerder aangekondigde Rijkskorting op het budget Hulp bij Huishouden (HBH) is nu verwerkt. In bedraagt deze korting ca. 30% (structureel), en betekent een verlaging van het lastenbudget HBH met ca. 5,3 miljoen. Vanaf 2016 loopt de korting nog op tot ca. 40% structureel ofwel 7,6 miljoen. Per 1 januari krijgt de gemeente taken over uit de AWBZ die in de nieuwe WMO landen. Voor gaat het om een bedrag van 59,8 miljoen oplopend naar 60,5 miljoen in NOMINALE BIJSTELLING WMO BUDGETTEN Voor het onderdeel Rolstoelen (hulpmiddelen) wordt de Consumentenprijsindex (CPI) van 1,5 % voor toegepast. Het budget wordt hierdoor met ,- verhoogd. Voor Vervoersvoorzieningen (regiotaxi) hanteren we de NEA-index van het voorgaande jaar (2014). De NEA-index voor het komende jaar is (nog) niet bekend. De NEA heeft berekend dat voor 2014 de gemiddelde kosten in het taxivervoer met 2,8% gaan stijgen, nadeel ,-. De index voor Woonvoorzieningen is een mix van de prijs- en een looncomponent. In het CPB wordt niet langer een index van nieuwbouw gepubliceerd, maar is wel een actueel inzicht in de kostentoename voor van 1,75 % (CEP 2014) gegeven, nadeel , WVG VERVOERSVOORZIENINGEN Bij de vervoersvoorzieningen is al jaren een dalende trend zichtbaar. Door de aanpak volgens de kanteling en de betere toegankelijkheid van openbaar vervoer wordt er elk jaar minder gereisd op kosten van het WMO budget. Uitgaande van het doorzetten van het dalend aantal zones (MARAP Regiotaxi laat -4,4% zien in het eerste halfjaar 2014) is een besparing van ,- per jaar haalbaar. Gezien de autonome ontwikkelingen is het realistisch om op dit vlak elk jaar ,- te besparen oplopend tot ,- in Programma Sociale Stijging 44 45

27 JEUGDHULP SOCIALE STIJGING Jeugdhulp DOELEN Vanaf zijn gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp. Via de transitie komen de middelen en bevoegdheden over van de jeugdzorg, de zorg voor jeugdigen met een (verstandelijke) beperking, de jeugd GGZ en de voorzieningen binnen het justitieel kader (jeugdbescherming, jeugdreclassering, AMHK en Gesloten Jeugdzorg). Diverse geconstateerde tekortkomingen liggen ten grondslag aan deze stelselwijziging: te grote druk op gespecialiseerde zorg, versnippering en verkokering van sturing en aanbod, tekortschietende samenwerking bij hulp voor jeugdigen en gezinnen, afwijkend gedrag wordt onnodig gemedicaliseerd en stijgende kosten. Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie Aan de hand van deze beleidsdoelen wordt momenteel een beleidsmonitor opgesteld, met van toepassing zijnde indicatoren. Hiervoor zal een 0-meting uitgevoerd worden. STAND VAN ZAKEN Bij vaststelling van het Regionaal Beleidskader Jeugdhulp hebben de raden van de gemeenten in Hart van Brabant de volgende beleidsdoelen geformuleerd: - Gebruikers van het jeugdhulpaanbod zijn tevreden over bejegening en ondersteuning. - De aangeboden ondersteuning is passend en effectief (naar professionele maatstaven). - Het gebruik van specialistische hulp (behandeling, verblijf) gaat omlaag, ten gunste van lichte vormen van hulp (ambulant, tijdig, effectief). - De frontlijn schakelt met inzet van ketenregie aantoonbaar sneller op en af, resulterend in kortere doorlooptijden van het specialistisch aanbod. - Minder jeugdigen krijgen een maatregel op last van de kinderrechter, ten gunste van het aantal jeugdigen en gezinnen dat hulp op vrijwillige basis ontvangt. - Professionals in en om het jeugdveld handelen aantoonbaar volgens de Meldcode Kindermishandeling. Er is afgesproken dat de raden aan de hand van deze beleidsdoelen de effectiviteit van hun gezamenlijke beleid - zoals in het beleidskader geformuleerd - zullen meten. Aanvullend op bovengenoemde reeds vastgestelde beleidsdoelen hebben de colleges van Hart van Brabant besloten de volgende beleidsdoelen vast te stellen om de effecten van de lokale inzet op veerkracht en zelfredzaamheid van gezinnen en jeugdigen te kunnen monitoren: - Meer jeugdigen groeien veilig en gezond op en nemen actief deel aan het sociale, economische en culturele leven; - De gezinnen zijn meer zelfredzaam en maken gebruik van het sociale netwerk bij het oplossen van opgroei- en opvoedproblemen; - Gezinnen weten waar ze terecht kunnen voor informatie, advies en ondersteuning; - Door actieve sociale participatie leveren burgers een bijdrage aan een positief opgroei- en opvoedklimaat; - Semiprofessionals in de alledaagse leefomgeving van jeugdigen weten waar ze terecht kunnen met zorgen, signalen en meldingen. Transitie Jeugdhulp Bij de Jeugdhulp is onze aandacht gericht op het goed regelen van de overgang per 1 januari ("zachte landing"). Vervolgens kunnen we inzetten op transformatie om de hulp samen met de regio anders te laten werken. Voor innovatie hebben we regionaal middelen gereserveerd binnen het beschikbare budget in. Eind 2014 zullen we aangeven hoe we deze middelen gaan inzetten. In het licht van de decentralisatie van de jeugdhulp heeft bij vaststelling van het Regionaal Beleidskader Jeugdhulp in het voorjaar van 2014 de focus gelegen op beleidsvorming voor de gemeentelijke taken op het gebied van hulp, zorg en ondersteuning aan jeugdigen. In het Jeugdplan dat we in de tweede helft van 2014 opstellen leggen we de aandacht op de vormgeving van onze verantwoordelijkheid voor de basisvoorzieningen (via het lokale Jeugdplan). In het najaar van 2014 zullen wij voorstellen in besluitvorming brengen ten aanzien van de regeling van de bestuurlijk-juridische basis van de gemeentelijke samenwerking in de regio door een wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Hart van Brabant. Gepaard aan deze voorstellen leggen wij ook de (Deel)begroting Jeugdhulp Hart van Brabant aan de raad voor. Ook zullen we samen met de overige gemeenten in de regio in 2014 voorstellen presenteren over de wijze waarop wij in (en daarna) innovatie willen stimuleren. De omvorming van Bureau Jeugdzorg naar de Gecertificeerde Instelling in en 2016 heeft onze aandacht. In augustus 2014 is zowel het lokale als het regionale inkooptrajct gestart voor jeugdhulp in. Transitie Jeugdhulp Het jaar zal voor een groot gedeelte in het teken staan van de transitie van de jeugdhulp. Met de vaststelling van het Regionaal Beleidskader en het Regionale Transitie Arrangement hebben we er voor gekozen om in (en het voorbereidingsjaar er naartoe) net als bij de andere transities in te zetten op een zachte landing. Een zo soepel mogelijke overkomst van de taken en bevoegdheden van de huidige financiers (rijk, provincie, zorgkantoor en zorgverzekeraars) naar de gemeenten. We volgen hierbij de Focuslijst waarin het landelijke Transitiebureau (Rijk en VNG) de prioriteiten hebben aangegeven om per 1-1- klaar te zijn voor de transitie. Bij een belangrijk deel van de beleidsvorming en contractering van de jeugdhulp werken de gemeenten in de regio Hart van Brabant samen. Conform het besluit hierover in het regionaal Beleidskader jeugdhulp krijgt deze samenwerking bestuurlijk-juridisch vorm door de aanpassing van de bestaande gemeenschappelijke Regeling Hart van Brabant. De uitvoeringstaken voor de - gezamenlijke - bovenlokale jeugdhulp zijn belegd bij de gemeente Tilburg. In de (deel)begroting bovenlokale taken jeugdhulp Hart van Brabant is de inleg van Tilburg en de overige gemeenten aangegeven. Deze inbreng is niet in deze begroting opgenomen. Aandacht is er voor de participatie van de doelgroep (jongeren en (pleeg)ouders) bij de beleidsvorming en uitvoering. Enerzijds formeel door deze uitdrukkelijk een plaats te geven binnen de te vormen Sociale Raad. Daarnaast zullen we op verschillende wijzen cliënten (wellicht op meer informele wijze) bij de beleidsvorming betrekken. Met Zorgbelang Brabant en met diverse initiatieven die hierop in de samenleving zijn ontstaan (bijvoorbeeld het platform cliëntenondersteuning Tilburg) zijn we hierover in gesprek. In zullen we ook stappen zetten voor de gewenste transformatie (verandering) in de jeugdhulp. De eerste grote verandering al direct van aanvang is de positionering van de frontlijn mede als toegang tot de jeugdhulp. Voor innovatie hebben we middelen gereserveerd binnen het beschikbare budget in. Eind 2014 zullen we aangeven hoe we deze middelen gaan inzetten. Hierbij zoeken we naar een vernieuwende methodiek waar inwoners/ouders/cliënten, kennisinstellingen en zorgaanbieders in betrokken zijn. Het Regionale Beleidskader richt zich op de gemeentelijke taken bij de beschikbaarstelling en vormgeving van zorg en ondersteuning voor jeugd en gezin. In het gemeentelijke Jeugdplan, dat we najaar 2014 presenteren leggen we de aandacht op de vormgeving van onze verantwoordelijkheid voor de basisvoorzieningen voor gezinnen en jeugdigen, die bijdragen aan de maatschappelijke zelfredzaamheid van burgers, jeugdigen in staat stellen hun talenten te ontwikkelen, helpen dat kinderen gezond en veilig opgroeien. ACTIVITEITEN Programma Sociale Stijging 46 47

28 SOCIALE STIJGING JEUGDHULP Bedragen x 1.000,- Rekening Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 35. Bijstelling budgetten a.g.v. aanpassing rijksuitkeringen Subsidies 37% Lasten Baten Programmak osten 63% BIJSTELLING BUDGETTEN A.G.V. AANPASSING RIJKSUITKERINGEN Per 1 januari wordt de gemeente verantwoordelijk voor de uitvoering van de jeugdhulp. Functie/Omschrijving Lasten Bedragen x 1.000,- Baten Saldo 670 Algemene voorzieningen Wmo en Jeugd Eerstelijnsloket Wmo en Jeugd PGB Wmo en Jeugd Individuele voorzieningen Natura Jeugd Veiligheid, jeugdreclassering en opvang Jeugd Ouderbijdragen individuele voorzieningen en opvang Jeugd Totaal Jeugdhulp Programma Sociale Stijging 48

29 Programma Vestigingsklimaat 49

30 Programma Vestigingsklimaat - Een groen, creatief en ondernemend Tilburg Economie Ruimte Toename werkgelegenheid. Toename aantal en bestedingen van bezoekers. Ruimtelijke structuurvisie Tilburg Mobiliteit: -Vernieuwen en verduurzamen van mobiliteit. -Vergroten bereikbaarheid van werk en het centrum. Wonen: -Bouwen van voldoende gedifferentieerde woningen. -In stand houden van voldoende kernvoorraad betaalbare huurwoningen. -Energetisch verbeteren van de bestaande sociale- en particuliere woningvoorraad. Groen: -De natuur in en om de stad ruimte te geven daar waar het kan. Water: -Een duurzaam watersysteem, optimalisatie van de waterketen en het vergroten van de belevings-, ecologische, economische en recreatieve waarde van water. Stedelijke ontwikkeing en grondexploitatie Cultuur Spoorzone Piushaven Stappegoor Veemarktkwartier Herstructureringsprojecten (C)PO-ontwikkelingen Ontwikkeling nieuw bedrijventerrein Winkelcentra Overige projecten Grondbedrijf op orde en ontwikkeling gericht Top-10 positie voor cultuuraanbod Het duurzaam op niveau houden van het culturele productieklimaat Vergroten cultuurparticipatie van jeugd en volwassenen Nieuwe kadernota s in : - Hoofdlijnen economisch beleid (aanvullen) - Evenementenbeleid (doorontwikkelen) - Visie Binnenstad (actualiseren) VESTIGINGSKLIMAAT Om een aantrekkelijke stad te zijn en te blijven zijn investeringen nodig. Met de afronding van de Structuurvisie Tilburg 2040 bieden we een kader voor de stedelijke ontwikkeling van onze stad. We realiseren ons hierbij dat de toepassing van kennis en creativiteit de drijfkracht is van de economische ontwikkeling van de 21ste eeuw. Dit zijn de motoren voor zowel de moderne industriële sector als de dienstverlening. Leren, inspireren, ontmoeten en werken gedijen in een uitdagende hoogstedelijke context. Als onderdeel van onze binnenstad biedt de Spoorzone een goed klimaat voor deze ontwikkeling, als werkplaats van de 21 ste eeuw. Uitstekende verbindingen komen hier samen met aanwezige diensten en netwerken, cultuur en een aantrekkelijk stedelijk woonklimaat. Het aanwezige industrieel erfgoed biedt nog alle ruimte voor innovatie en experiment. Daarnaast is het Piushavengebied van groot belang voor de stedelijke ontwikkeling. Hier bieden we een uniek binnenstedelijk woon- en verblijfsklimaat aan. Wonen aan het water met zowel de binnenstad als het buitengebied van Moerenburg/Koningshoeven om de hoek. Een gezond stedelijk klimaat staat of valt met de groenblauwe inbedding van Tilburg en het zich thuis voelen van haar inwoners in de eigen stad. Daarom investeren we in ecologie en biodiversiteit, zowel in als buiten de stad. Water en groen krijgen in de stad meer ruimte. Vergroten van de recreatieve mogelijkheden van de stadsranden liften op deze investeringen mee. Drager van de stedelijke ontwikkeling is de stad in al haar eigenheid met oog voor de menselijke maat in sociaal, stedenbouwkundig en cultuurhistorisch opzicht. Zo wint de stad aan duurzaamheid, leefbaarheid en veerkracht. Stedelijke samenwerking is pure noodzaak om internationale concurrentie het hoofd te kunnen bieden. Onze kennisclusters en werkgebieden dienen derhalve optimaal bereikbaar te zijn om te kunnen ontmoeten en verbinden. Directe investeringen in infrastructuur zijn en blijven noodzakelijk maar daarbij zetten we de gebruiker meer centraal in ons mobiliteitsbeleid. We gaan voor slimme connectiviteit; een schoon, slim en veilig mobiliteitssysteem. Alle modaliteiten krijgen daarin evenwichtig aandacht (denk ook aan fietsers en voetgangers) waarbij we inzoomen op koppelpunten zoals trimodaal Loven en de OV knoop Spoorzone. Naast investeringen in hardware hebben we dus veel aandacht voor de organisatie van het veld en de gedragscomponent van de gebruiker. Aantrekkelijkheid manifesteert zich ook in hoeverre we erin slagen om de ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de regio en de economische ontwikkeling hand in hand te laten gaan. Deze wisselwerking moet de komende jaren verder groeien en vraagt om een intensieve samenwerking op regionaal niveau. Een optimale aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt is hierbij ook essentieel (zie ook inleiding programma sociale stijging). De driehoek economie, arbeidsmarkt en onderwijs vormt een belangrijke uitdaging voor de komende jaren. Begin komen we met een arbeidsmarktbrief om partijen in de stad te stimuleren deze uitdaging mee op te pakken. De aantrekkelijkheid van de stad komt ook terug in hoe mensen, ondernemers Tilburg zien. We geven een stevige impuls aan citymarketing. Begin moet de citymarketingorganisatie als zelfstandige stichting van start gaan. Een goed aanbod van cultuur versterkt het vestigings- en investeringsklimaat in steden. In willen we de alliantie van culturele instellingen in Tilburg operationeel laten zijn. Samen met deze alliantie werken we aan het cultuurbeleid voor onze stad, waarmee Tilburg zijn bekendheid als cultuurstad opnieuw versterkt. Gebouwenexploitatie Verdeling Lasten Gebouwen op orde Maatschappelijk vastgoed Gebouwen- explo=a=e 22% Economie 8% Ruimte 16% Lasten Baten Bedragen x 1.000,- Economie Ruimte Stedelijke ontwikkeling en grondexploitatie Cultuur Gebouwenexploitatie Totaal Vestigingsklimaat Saldo Cultuur 14% Stedelijke ontwikkeling & Grondexploita=e 40% Programma Vestigingsklimaat 50 51

31 ECONOMIE VESTIGINGSKLIMAAT Economie DOELEN Toename werkgelegenheid We willen het ontwikkel- en groeiperspectief van bestaande en nieuwe bedrijven zo goed mogelijk faciliteren. Dit zodat in de regio en de stad de economie groeit, meer duurzame werkgelegenheid ontstaat en meer mensen aan het werk gaan. Toename aantal en bestedingen van bezoekers We willen meer bezoekers en recreanten naar onze stad trekken en hen hier langer laten verblijven. Indicatoren Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 Aantal banen Economische groei speerpuntsectoren (resp. banen/vestigingen) - Care - Logistics - Leisure - Aerospace & Maintenance Gemiddeld aantal hectare verkochte bedrijventerreinen per jaar Beter dan landelijk gemiddelde Tilburg 0,8 % 4,4 % -1,9 % -4,8 % NL -0,1 % -1,4 % -0,6 % -1,6 % Tilburg -2,4 % -5,8 % 0,6 % 1,8 % NL 1,0 % -1,4 % -0,1 % -1,6 % 10,5 ha 8,72 ha. 14,93 ha. Groei bruto stedelijk product (BSP) Tilburg. > gemiddelde B5 Tilburg: -0,8% B5: - 0,8% Toename opbrengst toeristenbelasting Imago-ontwikkeling merk Tilburg Bezoekers Binnenstad (incl. dwaalgebied) Bestedingen bezoekers Binnenstad Bepalen o.b.v. resultaten nulmeting Bepalen o.b.v. resultaten nulmeting Bepalen o.b.v. resultaten nulmeting Tilburg: -1,2% B5: - 1,1% STAND VAN ZAKEN Toename werkgelegenheid In onze Economische Agenda hebben we onze strategie voor de komende periode vastgesteld. Deze strategie bevat thema s waarop Tilburg zich richt om de economische ontwikkeling van de stad (in relatie tot zijn omgeving en partners) in goede banen te leiden. Vanuit deze (sociaal) economische strategie werken we aan lokaal ondernemerschap, werk en inkomen, verbetering van het vestigingsklimaat, economische structuurversterking, imagoverbetering, dienstverlening en daardoor aan werkgelegenheid. Belangrijke elementen hierin zijn het maximaal faciliteren van onze sterke clusters, het inspelen op kansen en het stimuleren en faciliteren van ondernemerschap. Toename werkgelegenheid We zetten ons blijvend in op het behouden en versterken van de sterke economische sectoren / clusters waarin we ons onderscheiden en waaraan we onze concurrentiekracht en groeipotentie ontlenen. We richten ons hierbij specifiek op de versterking en verbreding van onze stedelijke economie. We maken de relatie van zowel techniek, creatieve bedrijvigheid als de duurzame maakindustrie met onze sterke sectoren inzichtelijk. En vervolgens duiden we de betekenis hiervan voor investeringen in de kennisinfrastructuur (waaronder de arbeidsmarkt voor hoger opgeleiden). Hiermee kunnen we ook beter de verbinding met en meerwaarde naar andere regio's en (lobby)agenda's maken. In aanvulling op het behouden en versterken van de sterke economische sectoren besteden we extra aandacht aan het creëren van meer werkgelegenheid voor mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. ACTIVITEITEN We geven hier invulling aan samen met relevante partners in de stad en de regio, zowel bij het opstellen van de agenda als bij het uitvoeren hiervan. Social Innovation hanteren we hierbij als leidend principe. Essentiële randvoorwaarde hiervoor is een optimale verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt. We ondersteunen daarom een samenhangende economische groei door het optimaliseren van de match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt en hebben oog voor (inter)sectorale mobiliteit. Daarmee kunnen we ook op (inter-)nationaal niveau het verschil maken. Het jaar is dan ook het jaar dat we een flinke slag willen slaan in relatie tot de nieuwe programmaperiode in Europa. Speerpuntsectoren en stedelijke economie In overleg met onze partners zoals Midpoint Brabant werken we aan de diverse (strategische) projecten gericht op onze speerpuntsectoren. Het Huis van de Logistiek, de campusontwikkeling Gate 2, de proeftuin Dementie en het Huis van de Leisure zijn daar voorbeelden van. Voor het stimuleren van onze stedelijke economie richten we ons nu al specifiek op het faciliteren van creatieve en kennisintensieve bedrijvigheid binnen gebiedsontwikkelingen als de Spoorzone en het Veemarktkwartier. Ook het detailhandelsfonds is opgezet en in gebruik genomen. Dit stimuleert de organisatiegraad van ondernemers en winkeliersverenigingen en de visievorming per winkelgebied. Speerpuntsectoren en stedelijke economie Onze inzet op de speerpuntsectoren, die het fundament van onze economische structuur vormen, realiseren we in overleg en nauwe samenwerking met relevante partners. We stemmen met hen onze (gezamenlijke) ambities af en dagen onze partners uit om mede invulling te geven aan deze ambities. De Economische Agenda Tilburg uit 2012 is gebouwd vanuit het DNA en de kracht van onze regio en stad en vormt hierbij ons vertrekpunt. We verankeren onze ambities in programmalijnen die in ieder geval aandacht besteden aan innovatiebevordering, profilering en acquisitie, het versterken van de arbeidsmarkt en de verbinding met het onderwijs. Deze programmalijnen beschrijven de gerichte bijdrage van de gemeente Tilburg in relatie tot de bredere (tripartiete) economische programma 's. Ook definiëren we welke betekenis wij geven aan de term stedelijke economie en werken we het beleid om onze stedelijke economie verder te stimuleren en te faciliteren verder uit. Begin leggen we onze aanpak vast in twee ambitiedocumenten en een werkagenda. Deze documenten zijn richtinggevend voor de komende vier jaar en geven duidelijkheid over de extra intensiveringen die we in deze coalitieperiode plegen. Programma Vestigingsklimaat 52 53

32 ECONOMIE VESTIGINGSKLIMAAT STAND VAN ZAKEN Bedrijventerreinen Voor bestaande bedrijventerreinen waar nog geen sprake is van verplicht parkmanagement heffen we reclamebelasting als verplichte solidariteitsheffing bij alle ondernemers op het betreffende bedrijventerrein. Over de inrichting van het Tilburgs Ondernemersfonds dat hier uit voortkomt hebben we inmiddels basisafspraken gemaakt met betrokken partijen. Vanuit onze economische structuur zetten we via acquisitie en accountmanagement ook in op het bevorderen van investeringen, zowel vanuit bestaande bedrijvigheid als door de vestiging van nieuwe bedrijven. Bedrijventerreinen We ontwikkelen nieuwe bedrijventerreinen gefaseerd en vraaggericht. Stapsgewijze en flexibele ontwikkeling die voortvloeit uit de kwalitatieve en kwantitatieve marktbehoefte staat centraal. Zorgvuldig ruimtegebruik staat hierbij voor ons voorop. De bestaande bedrijventerreinen op orde houden en het creëren van "nieuwe" ruimte door herstructurering van bestaande bedrijventerreinen is een belangrijke prioriteit voor ons. Vanuit een brede integrale benadering met inzet van de ruimtelijke ordening, het accountmanagement, acquisitie, parkmanagement en het Lokaal Herstructurerings Fonds Tilburg (LHFT) gaan we onze aanpak intensiveren. Wij willen hierbij de inzetbaarheid van het LHFT verbreden. Daarnaast gaan we het gesprek aan met de provincie en de regio over onze bedrijventerreinen planning, om te bezien of de ontwikkeling van bijvoorbeeld Wijkevoort hierin past en of we hiervoor een aantal andere, kleinere locaties kunnen inruilen. Op basis van deze resultaten bereiden we voor de begroting van 2016 een concreet voorstel voor, voor de intensivering van de herstructurering van bedrijventerreinen. ACTIVITEITEN Voor de bestaande openbare ruimte op bedrijventerreinen werken we samen met het bedrijfsleven via parkmanagement. Via reclamebelasting stellen we de ondernemersverenigingen voor het vitaal houden van de bedrijventerreinen financiële middelen ter beschikking (via het Tilburgs Ondernemersfonds). Hiermee voeren de vitaalverenigingen per bedrijventerrein vervolgens het parkmanagement uit. We blijven acquisitie en accountmanagement inzetten op investeringsbevordering en brengen een nog gerichter handelingskader aan voor deze dienstverlening in relatie tot de door ons gewenste economische ontwikkeling. Ondernemersondersteuning en -dienstverlening We werken aan betere gestroomlijnde ondernemersondersteuning en -dienstverlening. Op basis van de uitkomsten van een onderzoek naar de vraag en het aanbod op dit gebied, die we begin 2014 met de Raad hebben gedeeld, werken we samen met relevante partners aan een business model voor een zogenoemd Ondernemershuis. Ook in de gemeentelijke organisatie werken we intensief samen om de kwaliteit van de dienstverlening aan ondernemers te verhogen. Bijvoorbeeld door de inzet van accountmanagement en het doorvoeren van verbeteringen om daarmee de administratieve lastendruk van ondernemers te verminderen. En we dragen zorg voor reguliere ondernemersadvisering voor startende en doorstartende bedrijven. Ondernemersondersteuning en -dienstverlening We leveren een concreet voorstel op voor de realisatie van een Ondernemershuis, gebaseerd op programmering en de betrokkenheid van verschillende private partijen. In de business case die hieraan ten grondslag ligt borgen we een geïntegreerde, transparante en effectieve inzet, die gericht is op de belangrijkste fases in het ondernemerschap. Het gaat hierbij zowel om een fysieke als om een virtuele variant. Ook de gemeentelijke dienstverlening aan ondernemers betrekken we hierin. De uiteindelijke inrichting van het Ondernemershuis steunt op drie pijlers, te weten bedrijfshuisvesting (verzamelgebouw), dienstverlening en inhoudelijke programmering (activiteiten zoals trainingen, seminars en netwerkbijeenkomsten). Verbinding economie-arbeidsmarkt De afgelopen jaren is veel tijd en energie gestoken in een verbeterde verbinding tussen economische ontwikkelingen en investeringen in de arbeidsmarkt. Vanaf 2014 is een regionaal arbeidsmarktprogramma integraal onderdeel van Midpoint Brabant. Deze wisselwerking zal de komende jaren verder groeien. Innovatie is en blijft daarin een belangrijk aandachtspunt. De Startersbeurs is in 2014 niet alleen een succesvol instrument gebleken dat landelijk door veel gemeenten is overgenomen, maar heeft ook inzichten geboden die hebben geleid tot een hogere ambitie: het realiseren van een jeugdwerkloosheid vrije zone. Investeringen in Midden-Brabant om bedrijven bewuste keuzes te laten maken als het gaat om Reshoring / Offshoring-vraagstukken zijn inmiddels opgenomen in het Rijksbeleid. Maar ook vernieuwingen binnen het onderwijs, zoals de 'nova jobs' en een aangepast leerprogramma voor de moeilijk leerbare doelgroep blijven op de agenda staan en werken we verder uit. De publieke regionale samenwerking wordt nog belangrijker. Een nader onderzoek naar kansen op intensievere samenwerking heeft er toe geleid dat de Hart van Brabant gemeenten hebben besloten intensiever te willen samenwerken op het terrein van werkgeversdienstverlening en de aanpak van de baanafspraken. De wijze waarop dit kan wordt momenteel onderzocht. Het merendeel van de HvB-gemeenten wil in ieder geval vooralsnog geen institutionele herschikking of centralisering van re-integratiemiddelen en beleid. Het Ondernemersakkoord zorgt er voor dat we bedrijven bewust maken van onze gedeelde verantwoordelijkheid voor de inschakeling van werkzoekenden en maakt het mogelijk dat wij hen ook op deze verantwoordelijkheid kunnen aanspreken. Daarmee blijft het nog steeds een belangrijke lijn waarlangs we het bedrijfsleven uitdagen tot het vinden van gezamenlijke en innovatieve oplossingen die in het belang van de ondernemer zelf, de werkzoekende en de gemeente zijn. Eind 2014 leveren we een evaluatierapport op over de aandachtspunten en kansen voor verdere doorontwikkeling van het Ondernemersakkoord voor Tilburg en de regio. Verbinding economie-arbeidsmarkt Via het regionaal arbeidsmarktprogramma investeren we met publieke en private partners per speerpuntsector in een Human Capital-agenda. Zodoende krijgen we zicht op de vraag naar menselijk kapitaal op korte en middellange termijn gelet op de economische ontwikkelingen. Ook stelt het ons in staat gerichter intersectorale mobiliteit te ondersteunen en is het mogelijk om de kennisinfrastructuur gericht te versterken. Dit betekent eveneens dat we in samen met werkgevers- en werknemersorganisaties de middelen, die via landelijke sectorplannen vrij komen, naar de regio Midden-Brabant vertalen. Met name de druk op de werkgelegenheid in de zorgsector heeft hierin voor ons hoge prioriteit. Begin willen we samen met deze sector een gericht aanvalsplan presenteren. Verder richten we ons op de vergroting van werkgelegenheid aan de onderkant van de arbeidsmarkt door de ingebruikname van een online tool Reshoring en specifieke focus in ons acquisitiebeleid. In zal onze samenwerking met de regiogemeenten intensiever worden. In eerste instantie krijgt dit vorm in een gezamenlijke aanpak van de baanafspraken en nauwere samenwerking in de publieke werkgeversdienstverlening. De sturing op beide aspecten richten we samen met regiogemeenten, ondernemers en vakbonden in via Midpoint. Samen met de input uit de evaluatie van het Ondernemersakkoord moet dit leiden tot stevigere betrokkenheid bij en sturing door ondernemers op publieke werkgeversdienstverlening en de inschakeling van werkzoekenden. In zullen deze ontwikkelingen ook zorgen dat andere samenwerkingsmogelijkheden tussen (regio)gemeenten bespreekbaar worden. Begin informeren we de Raad met een arbeidsmarktbrief over onze brede arbeidsmarktaanpak en waar we op dit gebied in deze coalitieperiode extra investeringen plegen. Programma Vestigingsklimaat 54 55

33 ECONOMIE VESTIGINGSKLIMAAT STAND VAN ZAKEN Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Onze inzet gaat in deze coalitieperiode nadrukkelijk uit naar de aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. In de tweede helft van 2014 nemen we de tijd om met ondernemers en het onderwijsveld van gedachten te wisselen over onze extra impulsen voor de verbetering van deze aansluiting. Een eerste aanvraag met triple helix partners voor het landelijk MBO investeringsfonds is onlangs ingediend. Een tweede aanvraag is in voorbereiding en wordt naar verwachting januari ingediend. Voor ondernemers en voor inwoners van Tilburg werken we samen met UWV en Onderwijsgroep Tilburg aan een businesscase voor een verbeterde infrastructuur" leren en werken". Hierbij is digitale en fysieke advisering het uitgangspunt. Eind 2014 vindt besluitvorming hierover plaats. Op basis van de nota Hoger Onderwijs en Studenten in Tilburg actualiseren we najaar 2014 het bijbehorende uitvoeringsprogramma. Dit doen we in bilaterale gesprekken met de instellingen voor hoger onderwijs, nadat bij alle partners het nieuwe bestuur operationeel is. Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt Met de Human Capital agenda's als duidelijke behoefteformulering vanuit de vraagkant en na het overleg met onze onderwijspartners en partners in het bedrijfsleven zorgen we in voor nadere duiding van de extra impulsen voor de verbetering van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Het verbinden van ondernemers aan onderwijsinstellingen en het stimuleren van ondernemerschap binnen het onderwijs zijn hierin belangrijke aanknopingspunten voor het vervolg. We onderzoeken de mogelijkheden voor het realiseren van een ambachtshuis waarin vakscholing volgens het principe van gezel-meester wordt ingericht en mensen ervaring kunnen opdoen met een divers aanbod van regionaal relevante ambachten. We onderzoeken eveneens de mogelijkheden tot invoering van de kennischeques om extra aandacht te besteden aan het behoud van talent. Verder vragen we via het Techniek Pact Midden Brabant meer aandacht voor de technieksector in deze regio. Zodoende blijft de bijdrage van deze sector aan de economie en arbeidsmarkt niet onderbelicht, profiteren wij beter van landelijke en regionale stimuleringsprogramma's én krijgen wij zicht op de behoefte aan menselijk kapitaal voor de korte en middellange termijn In het eerste kwartaal zullen we een eerste plan uitwerken om kennischeques in te voeren, waarmee studenten makkelijker kunnen kennismaken met bedrijven. ACTIVITEITEN Daarbij hoort ook de oplossing van stageproblemen (in met name de bouwsector). Met de eerstverantwoordelijke onderwijsen arbeidsmarktpartijen zullen we de problematiek in kaart brengen en oplossingsrichtingen verkennen (zie ook de paragraaf Onderwijs) De aansluiting Onderwijs-Arbeidsmarkt willen we ook realiseren voor jongeren die te kampen hebben met arbeidsbelemmeringen. Dan gaat het met name om jongeren in het praktijk- en speciaal onderwijs die sinds de invoering van de Participatiewet niet meer in beschut werk kunnen instromen maar een reguliere plek op de arbeidsmarkt dienen te bemachtigen. Ook gaan we samen met onze partners een aanpak ontwikkelen om jongeren vanaf 23 jaar voor wie het behalen van een startkwalificatie geen reële optie is in staat te stellen een stevigere positie te krijgen op de arbeidsmarkt. Dit kan bijvoorbeeld via de ontwikkeling van alternatieve leerwerkroutes (gericht op het behalen van deelcertificaten). Programma Vestigingsklimaat 56 57

34 ECONOMIE VESTIGINGSKLIMAAT STAND VAN ZAKEN Toename aantal en bestedingen van bezoekers De gebiedsontwikkelingen in het centrum van onze stad zoals Spoorzone, Veemarktkwartier en Piushaven zijn van groot belang voor het aantrekken van nieuwe bezoekers naar onze stad en het verlengen van hun verblijfsduur. Ook onze extra inzet op de ondersteuning van de lokale detailhandelsstructuur, onze nieuwe aanpak en organisatie van Citymarketing en een aantal sterke en beeldbepalende Tilburgse evenementen dragen zichtbaar bij aan de verbetering van het verblijfsklimaat van onze stad. Toename aantal en bestedingen van bezoekers Onze strategie is gestoeld op het vermogen van onze stad om door innovatie en cross sectorale samenwerking het bestaande aanbod in Tilburg op verrassende wijze te verbinden en daardoor de aantrekkingskracht van de stad te verhogen. We willen nieuwe partijen aan ons binden die zich vestigen in onze stad en een nieuw en groter publiek weten te bereiken. We zetten daarbij expliciet in op profilering en het verhogen van de kwaliteit van het verblijfsklimaat. Een toename van het aantal bezoekers, gecombineerd met een verlenging van hun verblijfsduur moet leiden tot de gewenste verhoging van bestedingen en daarmee ook economische groei. ACTIVITEITEN Profilering Profilering en citymarketing zijn van belang voor de ontwikkeling van onze stad en hebben een nadrukkelijke samenhang met de gewenste economische ontwikkeling en onze doelen op het gebied van de (regionale) arbeidsmarkt. Steden concurreren met elkaar bij het aantrekken en vasthouden van bedrijven, bewoners, studenten en bezoekers. Tilburg heeft lange tijd bescheiden geopereerd in die concurrentiestrijd. We zijn bezig een nieuwe, krachtige impuls te geven aan citymarketing. Begin 2014 heeft de Raad kennisgenomen van de aangebrachte focus en het merk Tilburg. De focus van onze citymarketing richt zich op het binden van studenten, het versterken van het vestigingsklimaat, het trekken van meer bezoekers en het vergroten van de trots van de eigen bevolking. Een kwartiermaker is met partners aan de slag gegaan om een nieuwe organisatie voor te bereiden en tegelijkertijd het merk Tilburg in de markt te zetten. November 2014 volgen de laatste besluiten, waarna we de citymarketingorganisatie in een externe stichting kunnen onderbrengen. Profilering Op basis van finale besluitvorming in de raad in november 2014 staat de start van de externe citymarketingorganisatie begin gepland. Deze organisatie krijgt de opdracht om de komende jaren samen met externe partners een bijdrage te leveren aan het versterken van het vestigingsklimaat van Tilburg, voor bedrijven, bezoekers, bollebozen (studenten) en bewoners. Centraal in het merk staat social innovation, waarbij Tilburg nadrukkelijk wordt gepositioneerd als enabling region. Door Tilburg te positioneren als aantrekkelijke studentenstad, willen we meer studenten naar de stad trekken, die niet alleen voor de studie maar ook bewust voor de stad kiezen. Daarnaast willen we studenten graag binden aan de stad, zodat ze ook na hun studie in Tilburg blijven wonen of, als ze Tilburg verlaten, ambassadeur zijn voor de stad. Met het bijzondere culturele aanbod (inclusief evenementen) onderscheidt Tilburg zich het meeste voor bezoekers. Door dit landelijk zichtbaar te maken, willen we meer bezoekers naar onze stad trekken. Per doelgroep definiëren we een propositie, zodat Tilburg op steeds meer plekken in Nederland en daarbuiten wordt gezien als de stad waar het gebeurt, de stad van het experiment. Binnenstad In overleg met de ondernemers in de Binnenstad sturen we op meer synergie tussen evenementen, horeca en detailhandel. Vanuit het detailhandelsfonds dragen we bij aan het opknappen van de Schouwburgring en vindt er een publiekscampagne plaats ter promotie van het dwaalgebied. Ook de digitale bereikbaarheid van het centrum is een van de projecten die we vanuit dit fonds ondersteunen. Op deze manieren maken we het ondernemersverenigingen mogelijk zich beter te organiseren, promotieactiviteiten in te zetten en verbeteringen aan onze Binnenstad door te voeren. In de (al dan niet tijdelijke) programmering van de ontwikkelingen in de Spoorzone en het Veemarktkwartier focussen we ons op toename van activiteiten die meer bezoekers van buiten de stad naar Tilburg weten te trekken. Binnenstad Vanuit de constatering dat er kansen liggen voor een krachtige en aantrekkelijke binnenstad, gaan we onze bestaande visie ( ) op de Binnenstad actualiseren. We zetten daarbij in op structurele versterking ten behoeve van het economisch programma Binnenstad gericht op het versterken van het verblijfsklimaat en van de winkelstructuur. In overleg met onze relevante partners in de Binnenstad (ondernemers en bewoners) werken wij een plan van aanpak uit voor onze ambities. De uitkomsten van de brede discussie die de Raad voert via het traject "hoorzitting detailhandel" zullen we hier bij betrekken. Onder voorbehoud van finale besluitvorming in december 2014 is het de planning in te starten met de voorbereiding van de werkzaamheden aan het stadskantoor. Deze ontwikkeling moet er mede aan bijdragen dat we het winkelrondje in onze binnenstad compleet maken. Een kwalitatief winkelaanbod als onderdeel van een evenwichtige detailhandelstructuur draagt bij aan de aantrekkingskracht van de binnenstad en bevordert toename van bezoekers en bestedingen. Evenementen en de Tilburgse Kermis In 2014 ondersteunen en faciliteren we opnieuw een groot aantal organisaties bij de uitvoering van hun evenementen. Dit doen we door de inzet van accountmanagement, extra publicitaire ondersteuning, subsidiëring en transparante vergunningverlening. In de tweede helft van 2014 besteden wij extra aandacht aan het versterken van de gemeentelijke evenementenketen en ons locatie gebonden evenementenbeleid. We stellen momenteel een visie op voor een inhoudelijk en financieel toekomstbestendige Tilburgse Kermis. Dit vormt de basis voor te treffen maatregelen voor de doorontwikkeling van de kermis vanaf. Evenementen en de Tilburgse Kermis Ons bestaande evenementenbeleid uit 2011 bouwen we verder uit. Allereerst zullen we daarvoor een locatiematrix opleveren. Ook zoeken we nadrukkelijk de verbinding met citymarketing en de Binnenstad. We gaan cultureel immaterieel erfgoed blijvend borgen in ons beleid, middelen vrijmaken voor gemeentelijke topsportevenementen en meer middelen reserveren voor studentenevenementen. In leggen we de visie op de toekomst van de Tilburse Kermis voor om de Tilburse Kermis opnieuw te positioneren. Daarbij gaan we uit van de onderscheidende kracht van onze kermis. We kiezen voor een zorgvuldig traject en betrekken relevante stakeholders en professionals bij de totstandkoming van deze visie. We gaan daarbij in op de sfeer en uitstraling van de pleinen, het binden van (nieuwe) doelgroepen, thematisering van de kermisterreinen, relatie tussen horeca en kermis, de verpachtingssystematiek en locatiekeuzes. De visie zal de basis vormen voor het plan van aanpak dat geffectueerd zal worden vanaf De verbeterpunten uit de evaluatie van de kermis 2014 implementeren we in. Programma Vestigingsklimaat 58 59

35 ECONOMIE VESTIGINGSKLIMAAT Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 36. Havens Markten Inwonersbijdrage Midpoint Administratieve bijstellingen Nieuw beleid 40. Doorontwikkeling evenementenbeleid Impulsbudget economisch domein Ten laste van RGI Inwonersbijdrage Midpoint Ondernemersondersteuning endienstverlening Programma binnenstad Structurele versterking organisatie t.b.v. Economisch Domein Intensiveren herstructurering bedrijventerreinen - PM Kermis Splitsing reserve Detailhandelsfonds - Programma- kosten 59% Stor0ng reserves 1% Subsidies 7% Kapitaallaste n 11% Organisa0e- kosten 22% HAVENS De opbrengst havengelden daalt met ,-. Dit kan worden verklaard door de stijgende brandstofprijzen die er voor zorgen dat schippers minder vaak en minder ver gaan varen. Daarnaast hebben de problemen rond de bouw van Den Ophef (brug van John Körmeling) ertoe geleid dat de toegang tot de Piushaven twee seizoenen regelmatig was gesperd. Veel passanten hebben in deze periode een alternatieve overnachtingsplaats aangedaan. Het vermoeden is dat deze alternatieve locaties nog steeds worden aangedaan en dat ze de Piushaven nu voorbij varen. Het zal vermoedelijk meerdere jaren duren voordat deze passanten weer terug komen naar de Piushaven. De lasten dalen in totaal met ,-. Dit betreft de kosten van nutsvoorzieningen in de passanten- en museumhaven, welke teruglopen in verband met de afname in het gebruik. Daarnaast is het budget bijgesteld voor de recognitie-aanslagen vanuit het Rijk. Lasten Baten 37. MARKTEN De dalende opbrengsten ( ,-) en kosten (eveneens ,-) worden veroorzaakt door substantiële leegstand op de markt. Daardoor zijn er minder baten, maar ook minder kosten voor kramen, stroom, reiniging e.d. Vanwege het structurele karakter van de leegstand wordt in samenwerking met de Centrale Vereniging Ambulante Handel onderzoek gedaan naar kansen en bedreigingen voor de weekmarkten in Tilburg om van daaruit een visie voor een toekomst bestendige markt te kunnen opstellen. 38. INWONERSBIJDRAGE MIDPOINT De raming voor de inwonersbijdragen voor Midpoint ( 2,- per inwoner) is aangepast op basis van de prognose inwonersaantal. 39. ADMINISTRATIEVE BIJSTELLINGEN Naast de begrotingsvoorstellen worden in de begroting ook administratieve correcties verwerkt. De administratieve correcties hebben geen beleidsmatige consequenties en zijn in totaliteit budgettair neutraal, maar moeten wel formeel vastgesteld worden om aan het budgetrecht te voldoen. 40. DOORONTWIKKELING EVENEMENTENBELEID We herijken ons bestaande evenementenbeleid (incl. locatiematrix) en zoeken hierbij een strategische verbinding met citymarketing in het algemeen en de Binnenstad in het bijzonder. Wij stellen daarom voor om vanaf een structurele intensivering toe te passen door jaarlijks ,-aan het budget voor evenementensubsidies toe te voegen. 41. IMPULSBUDGET ECONOMISCH DOMEIN In Tilburg en Midden Brabant willen we het ontwikkel- en groeiperspectief van bestaande en nieuwe bedrijven zo goed mogelijk faciliteren. Dit zodat in de regio en de stad de economie groeit, meer duurzame werkgelegenheid ontstaat, meer mensen aan het werk gaan of betekenis ontlenen aan deelname aan andere werkvormen, waardoor uiteindelijk het welvaarts- en welzijnsniveau op peil blijven. Hiervoor zetten we in op 5 sporen: 1. We behouden en versterken de sterke economische sectoren / clusters; 2. We ondersteunen de hiermee samenhangende economische groei door het optimaliseren van de match tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt (juiste mensen, juiste kwalificaties en de juiste aantallen) en hebben tevens oog voor (inter) sectorale mobiliteit; 3. We zetten in op de versterking en verbreding van onze stedelijke economie met elementen zoals kennisintensieve en creatieve bedrijvigheid, duurzame maakindustrie en techniek en de betekenis daarvan voor de inzet van de kennisinfrastructuur (waaronder de arbeidsmarkt voor hoger opgeleiden); 4. Daarmee bieden we ook perspectief aan laag- en ongeschoolde arbeidskrachten (brede economie) door de inzet van effectieve en efficiënte re-integratie instrumenten; 5. We hebben oog voor kwetsbare doelgroepen op de arbeidsmarkt en zorgen voor een betere balans in de aanpak. In totaal is voor 4 jaar een bedrag van 5 miljoen (t.l.v. RGI) beschikbaar. De verdeling is als volgt: A. Speerpuntsectoren en stedelijke economie 1,5 miljoen (-2018) B. Arbeidsmarktprogramma 1,5 miljoen (-2018) C. Profilering 2,0 miljoen (-2018) 42. INWONERSBIJDRAGE MIDPOINT De uitbreiding van de werkagenda van HvB vraagt om bestuurlijke slagkracht én financiële slagkracht. In 2012 heeft het DB van Hart van Brabant de ambitie uitgesproken om in 3 jaar tijd de inwonersbijdrage van Hart van Brabant en Midpoint te verhogen van respectievelijk 0,45 en 0 per inwoner naar respectievelijk 3,45 en 3,00 per inwoner. De eerste twee stappen zijn gezet in de begrotingen van de jaren en Om invulling te geven aan de door het AB uitgesproken ambitieniveau dient de laatste stap van de verhoging in de begroting van verwerkt te worden. Dit betekent een structurele verhoging voor Midpoint vanaf van in totaal ,-. (Door de vorming van de nieuwe colleges en derhalve ook de commissies en de nieuwe bestuurscommissie Jeugd in regionaal verband heeft het begrotingsproces binnen de regio vertraging opgelopen waardoor deze parallel loopt met onze programmabegroting. Om die reden is het verhogen van de inwonersbijdrage als beleidsvoorstel opgenomen in deze begroting). 43. ONDERNEMERSONDERSTEUNING EN -DIENSTVERLENING In het kader van een verbeterde, samenhangende en toekomstgerichte dienstverlening ten behoeve van ondernemers bereiden we samen met ondernemersvertegenwoordiging een integrale opzet voor die steunt op de drie pijlers welke zijn Programma Vestigingsklimaat 60 61

36 ECONOMIE VESTIGINGSKLIMAAT aangereikt in het marktonderzoek van Business Models Inc., te weten bedrijfshuisvesting (verzamelgebouw), dienstverlening en inhoudelijke programmering. Op grond daarvan wordt een business case voor een zogenoemd Ondernemershuis ontwikkeld, waarin een geïntegreerde, transparante en effectieve inzet, gericht op de belangrijkste fases in het ondernemerschap, geborgd moet worden - zowel in fysiek als in virtueel opzicht. Ook de gemeentelijke dienstverlening aan ondernemers betrekken we hierin. Uiterlijk in het 1 e kwartaal wordt een concreet voorstel voor een dergelijk Ondernemershuis opgeleverd, gebaseerd op programmering en de betrokkenheid van verschillende private partijen. Wij reserveren voor deze ontwikkeling jaarlijks , PROGRAMMA BINNENSTAD We gaan de visie op de Binnenstad actualiseren en geven daarmee invulling aan de aangenomen motie van de raad. Een concreet voorstel hievoor werken we uit in de eerste helft van. De versterking van het verblijfsklimaat en de winkelstructuur van de Binnenstad blijft de focus. Dit doen we vanuit de overtuiging dat niets doen leidt tot achteruitgang, terwijl er juist kansen liggen voor een krachtige, aantrekkelijke binnenstad. Onze voorstellen voor de ingreep rondom het stadskantoor horen daar ook bij. Ten behoeve van de ambities voor de Binnenstad, waarin wij optrekken samen met de ondernemers en bewoners van de binnenstad, stellen wij voor vanaf structureel ,- op te nemen. 45. STRUCTURELE VERSTERKING ORGANISATIE T.B.V. ECONOMISCH DOMEIN De structurele middelen voor Citymarketing à ,- per jaar vanaf vormen de basisfinanciering van de nieuwe organisatie. De kosten vallen ruwweg uiteen in vier componenten: personeelskosten, huisvestingskosten (tegen lage m 2 kosten), honoraria voor de flexibele schil (om de kleine kernorganisatie de benodigde uitvoeringskracht te geven) en een klein basismarketingbudget om samen met partners aanvullende projectfinanciering te organiseren. November 2014 neemt de raad de laatste besluiten over de inrichting van de citymarketingorganisatie, met als doel begin een externe citymarketingorganisatie van start te laten gaan. 46. INTENSIVEREN HERSTRUCTURERING BEDRIJVENTERREINEN Wij willen voldoende ruimte voor nieuwe bedrijven en uitbreiding van bestaande bedrijven in onze stad waarborgen. We hebben reeds aangekondigd om de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen meer gefaseerd en vraaggericht aan te pakken. Zorgvuldig ruimtegebruik staat hierbij voor ons voorop. Het creëren van "nieuwe" ruimte door herstructurering van bestaande bedrijventerreinen is een belangrijke prioriteit voor ons. 47. KERMIS Bij de kermis zijn we geconfronteerd met een verminderde bijdrage aan de gemeentebegroting dan eerder met de Raad is afgesproken. We zijn genoodzaakt geld vrij te maken om deze vermindering de komende jaren op te vangen. Momenteel loopt een onderzoek naar een duurzame toekomst van de Tilburgse kermis. Zaken als verhogen van de pachtinkomsten of kostenreductie maken hier onderdeel van uit, maar vormen zeker niet het enige of preferente onderdeel van het onderzoek. De resultaten verwachten we najaar Maatregelen die voorkomen uit de visie moeten uiteindelijk leiden tot een kermis die inhoudelijk en financieel toekomstbestendig is. Functie/Omschrijving Lasten Bedragen x 1.000,- Baten 221 Binnenhavens en waterwegen Handel, ambacht en industrie Baten Marktgelden Nutsbedrijven Sport Openbaar groen en openluchtrecreatie Overige recreatieve voorzieningen Overige financiële middelen Baten reclamebelasting Baten en lasten heffing en invordering gemeentelijke belastingen Subsidies Totaal Economie Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Saldo Bedragen x 1.000,- Subsidie Vestigingsklimaat Subsidie oranjecomité Festiviteiten en evenementen Gebiedsteam binnenstad Reclamebelasting Brabant Culturele Hoofdstad Sectorstimulering Ondernemerszaken Stadspromotie Kermis Totaal SPLITSING RESERVE DETAILHANDELSFONDS In 2014 is ,- voor parkmanagement ( ,- per jaar van 2014 tot en met 2016) toegevoegd aan de reserve detailhandelsfonds. Voorgesteld wordt om met ingang van de reserve detailhandelsfonds te splitsen in een reserve detailhandeslfonds en een reserve parkmanagement. Door het afzonderen van de bijdrage voor parkmanagement ontstaat een brede en structurele afzonderlijke financiering voor parkmanagement op de Tilburgse bedrijventerreinen. Financieel heeft de splitsing geen gevolgen. Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Aantal vergunningen evenementen Aantal bezoekers VVV Programma Vestigingsklimaat 62 63

37 RUIMTE VESTIGINGSKLIMAAT Ruimte DOELEN Ruimtelijke structuurvisie Tilburg 2040 Een ruimtelijk-economisch kader bieden voor een toekomstbestendige stad. Mobiliteit Vernieuwen en verduurzamen van mobiliteit 1. Afronden activiteiten uit TVVP 2. Opstellen van een Sustainable Urban Mobility Program (SUMP) 3. Opstellen van een uitvoeringsprogramma voor quickwins Vergroten bereikbaarheid van werk en het centrum 1. Verbreding A58: lobby via Netwerkprogramma/InnovA Vervangen tegelverharding fietspaden naar asfalt. Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 In worden 5 projecten/praktijkproeven gestart ter ondersteuning van het SUMP. 5 projecten - - STAND VAN ZAKEN Ruimtelijke structuurvisie Tilburg 2040 De structuurvisie Tilburg 2040 ronden we af. Voor de verschillende sectoren worden deeluitwerkingen gemaakt. In de uitwerking is het van belang om de economische en ruimtelijke opgave slim te combineren met gebiedsgerichte aanpak en sectorale ambities. Daarbij willen we ook het vraaggericht ontwikkelen verder uitwerken (overheidsparticipatie verder vormgeven). De conceptstructuurvisie heeft ter inzage gelegen. Naar aanleiding van het college-akkoord is een strategische positionering van het Tilburgse Vestigingsklimaat doorlopen. Deze is samen met de inspraakreacties verwerkt in de ontwerp-structuurvisie. Ruimtelijke structuurvisie Tilburg Ter inzagelegging van de ontwerp-structuurvisie (Q1). 2. Verwerking reacties (Q2). 3. Vaststelling van de Ruimtelijke Structuurvisie Tilburg 2040 door de Raad (Q3). ACTIVITEITEN Mobilteit Vernieuwen en verduurzamen van mobiliteit Het TVVP loopt af. Dit biedt de kans om het nieuwe mobiliteitsbeleid op één lijn te brengen met de binnenkort vast te stellen Structuurvisie Tilburg Het beleid zal een nieuwe denkwijze over mobiliteit initiëren. Daarin staan niet de verschillende vervoerwijzen en netwerken centraal, maar de gebruiker. Slimme verbindingen (smart connectivity) is het paraplubegrip. Gedragsverandering en innovatieve technieken leiden tot een veiliger en schoner mobiliteitssysteem en een leefbaardere omgeving. Vergroten bereikbaarheid van werk en het centrum Recent zijn de tangenten gerealiseerd, is de Bredaseweg verdubbeld en heeft de Spoorzone de gewenste ontsluiting gekregen met de realisatie van de Burgemeester Brokxlaan. Dit geeft een flinke impuls voor de bereikbaarheid van het centrum en andere economische toplocaties. In het nog op te stellen SUMP zal ruim aandacht zijn voor de bereikbaarheid van de locaties uit de topstrategie in de structuurvisie Tilburg Bereikbaarheid voor fietsers en voetgangers is daarin van groot belang. Vooralsnog worden de bestaande doelen voor de verbreding van de A58 en het opwaarderen van de kwaliteit van fietspaden gecontinueerd. De plannen in het kader van fase 1,5 van het Wilhelminakanaal werken we uit zodat zo snel mogelijk een trimodaal ontsloten logistiek knooppunt gerealiseerd kan worden. Mobiliteit Afronden activiteiten uit TVVP In het MJP zijn de laatste fysieke projecten opgenomen. Omdat sommige elementen uit het TVVP een prima basis vormen voor het SUMP wordt een transitiedocument opgesteld. Hierin wordt het TVVP ook geëvalueerd. Opstellen van een Sustainable Urban Mobility Program (SUMP). We hanteren hiervoor het SUMP proces van de EU. Deze methodiek borgt dat burgers en andere stakeholders worden betrokken en beleidssectoren en andere overheden integraal worden verbonden. Het concrete resultaat is een strategisch plan dat is opgezet om aan de toekomstige mobiliteitsbehoeften te voldoen en een betere leefkwaliteit van mensen en bedrijven in Tilburg en omgeving te waarborgen. Het bouwt deels voort op, en maakt gebruik van, bestaande plannen en netwerken. Integraal onderdeel van dit plan is een uitvoeringsprogramma met projecten. In wordt het visie-deel vastgesteld. Het uitvoeringsprogramma voor de komende jaren volgt in Opstellen van een uitvoeringsprogramma voor quickwins In wordt gestart met de uitrol van een aantal quickwins, al dan niet in de vorm van praktijkproeven, die ondersteunend zijn aan de geest van het nieuwe mobiliteitsdenken. Vervangen tegelverharding fietspaden naar asfalt. Er worden geen utilitaire fietspaden meer aangelegd met een open (tegel)verharding. Fietsaden met tegels worden vervangen door asfalt op locaties waar dit mee kan liften met andere werkzaamheden. We voeren een verkenning uit naar de realisatie van stadsregionale snelfietspaden, waar mogelijk in combinatie met sportlanes. Verbreding A58: lobby via Netwerkprogramma/InnovA58. De verkenningsfase van de verbreding A58 tussen Tilburg en Eindhoven wordt afgerond. Het resultaat is bestuurlijke overeenstemming met alle partners over de uit te werken oplossing. Tilburg is meewerkend aan het proces en zet innovaties als de ITS corridor actief op de agenda. De trekker is het ministerie van I en M. Besluitvorming vindt plaats in de Tweede Kamer. Voor de verbreding tussen Tilburg en Breda zijn tot 2028 geen middelen beschikbaar in de rijksbegroting. Onze inspanning beperkt zich daarom vooralsnog tot een lobby voor de zo spoedig mogelijke programmering van dit trajectdeel. Programma Vestigingsklimaat 64 65

38 RUIMTE VESTIGINGSKLIMAAT DOELEN Wonen 1) Bouwen van voldoende gedifferentieerde woningen. 2) In stand houden van voldoende kernvoorraad betaalbare huurwoningen. 3) Energetisch verbeteren van de bestaande sociale- en particuliere woningvoorraad. Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie woningen per jaar, waarvan levensloopbestendig (40%), goedkope sector (30%) Woningvoorraad: - minimaal woningen onder aftoppingsgrens en - minimaal woningen onder liberalisatiegrens sociale huurwoningen energetisch verbeterd en 2000 particuliere woningen energetisch verbeterd n.b. STAND VAN ZAKEN Bouwen van voldoende gedifferentieerde woningen. Streefcijfers die we hierbij hanteren zijn om 40% van de nieuwbouwwoningen levensloopbestendig te laten bouwen en om 30% van de nieuwbouwwoningen te realiseren in de goedkope sector. Van dit laatste percentage is de helft sociale huur, de andere helft goedkope koop. Monitoring van de voortgang wordt gepresenteerd bij de jaarlijkse monitor woningbouw. Dan wordt bezien of het woonprogramma de woningbehoefteontwikkeling volgt. In de woonvisie die momenteel in ontwikkeling is alsmede in het nieuwe convenant met de woningbouwcorporaties voor de periode vanaf blijven we inzetten op deze doelstelling. In stand houden van voldoende kernvoorraad betaalbare huurwoningen. Per 1 januari blijven conform het convenant met de woningbouwcorporaties minimaal woningen beschikbaar met een maximumhuur beneden de 1 e aftoppingsgrens (556 euro prijspeil 2014) en woningen met een maximumhuur onder de liberalisatiegrens (699 euro prijspeil 2014). Energetisch verbeteren van de bestaande sociale- en particuliere woningvoorraad. De afspraak voor de 4000 huurwoningen loopt door tot en met. De prognose is dat het aantal ultimo gerealiseerd is door de woningbouwcorporaties. De aanpak van particuliere woningen is vertraagd waardoor de doelstelling niet eind 2014 gerealiseerd is. Op basis van de resultaten zal de aanpak worden aangepast. Bouwen van voldoende gedifferentieerde woningen. Tot 2020 wordt ingezet op de bouw van 850 woningen per jaar. Daarvan 340 woningen levensloopbestendig en 255 woningen in de goedkope sector. In stand houden van voldoende kernvoorraad betaalbare huurwoningen. De voortgang wordt gepresenteerd bij de jaarlijkse monitor van het convenant. Dan wordt bezien of er voldoende kernvoorraad beschikbaar blijft. In de woonvisie die momenteel in ontwikkeling is alsmede in het daaruit voortvloeiende nieuwe convenant met de woningbouwcorporaties voor de periode vanaf wordt deze doelstelling geactualiseerd op basis van het nieuwe woonlastenonderzoek. Energetisch verbeteren van de bestaande sociale- en particuliere woningvoorraad. Energetische verbetering van 4000 sociale huurwoningen. Dit voornamelijk bij bewoners uit de primaire doelgroep met een hoge woonlastenproblematiek en woonachtig in een complex met lage energiekwaliteit. Energetische verbetering van tenminste 2000 particuliere woningen via een "blok-voor-blok-aanpak". In het kader van het nieuwe convenant worden nieuwe afspraken met de corporaties gemaakt. M.b.t. de particuliere sector wordt de aanpak aangepast. Herstructurering, transformatie en revitalisering Het bestedingsplan voorziening herstructurering voorziet in voortzetting van de lopende grote herstructureringsprojecten, de verduurzaming van de sociale woningvoorraad, de projecten St. Annahof en Pater vd Elzenplein als kleinschalige binnenstedelijke herstructureringen en bijdragen in de grote transformaties Spoorzone en Koningsoord. ACTIVITEITEN Programma Vestigingsklimaat 66 67

39 RUIMTE VESTIGINGSKLIMAAT DOELEN Groen De natuur in en om de stad ruimte te geven daar waar het kan. Water Een duurzaam watersysteem, optimalisatie van de waterketen en het vergroten van de belevings-, ecologische, economische en recreatieve waarde van water. Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie ha wachtlandschappen 5ha - - Aantal km riool vervangen/aangelegd STAND VAN ZAKEN Groen De structuurvisie 2040 vormt het nieuwe kader voor het groenbeleid en versterken van de biodiversiteit. Prioritair hierin zijn de ecologische verbindingszones aan de oost- en westzijde van de stad, de drie stadsregionale parken Moerenburg/Koningshoeven, Stadsbos en Noord en de verbinding tussen stad en buitengebied. Groen Uitvoering geven aan het project Vorstelijk Landschap Planvorming opstellen voor het Stadsbos en Noord, vanuit het perspectief zoals in het debat met de Stad in het vierde kwartaal van 2014 is gekomen. (Beheer)beleid vast te stellen met betrekking tot Groen in de stad Versterken Biodiversiteit door het aanleggen van tijdelijke natuur, Wildertse Arm, perceel Reeshofdijk/Zwartvenseweg ACTIVITEITEN Water Daar waar mogelijk zal water kleinschalig in de stad worden opgevangen om daarna via de blauwe aders naar buiten de stad getransporteerd te worden. De aanleg van de blauwe adres is gestart en zal volgens planning in 2050 zijn gerealiseerd. De structuurvisie Water en Riolering wordt geactualiseerd en deze wordt medio aan de Raad aangeboden. Hierin wordt nadrukkelijk de samenhang gezocht naar mogelijkheden om wateroverlast te minimaliseren door prioritair die delen van de stad aan te pakken waar de kans op overlast het grootst is. Water Opstellen Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan Programma Vestigingsklimaat 68 69

40 RUIMTE VESTIGINGSKLIMAAT Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 49. Aanpassing niveau leges kapvergunningen Wegvallen dekking i.v.m. opheffing voorziening openbaar vervoer Bijstelling kapitaallasten Administratieve bijstellingen Nieuw beleid 53. Ambities groen en landschap Ten laste van RGI Binnenstedelijke herstructurering St. Annahof Ten laste van voorziening Herstructurering Burgemeester van Voorst tot Voorstweg Ten laste van Reserve Bovenwijkse Voorzieningen Duurzaam vervoer Afbouw dekking Rijk en Provincie Ten laste van RGI Grootschalige transformatieplannen Ten laste van voorziening Herstructurering Oostelijke inprikker Ten laste van RBV (in 2017) i.p.v. ten laste van RGI ( in 2016) Verduurzaming woningbouw Ten laste van voorziening Herstructurering Voeding voorziening herstructurering Vorstelijk landschap Bijdragen / subsidies / derden Ten laste van Reserve Bovenwijkse Voorzieningen Stor1ng reserves 0,3% Programma- kosten 47% Subsidies 3% Kapitaallasten 17% Organisa1e- kosten 34% Lasten Baten 49. AANPASSING NIVEAU LEGES KAPVERGUNNINGEN In de begroting 2014 is de opbrengst van de leges kapvergunningen structureel met ,- verlaagd, grotendeels door het inzakken van de woningmarkt. Gezien het lage aantal aanvragen voor een kapvergunning in, wordt de raming verder verlaagd met 5.000,-. De storting in de reserve Bomen wordt met hetzelfde bedrag verlaagd. 50. WEGVALLEN DEKKING KAPITAALLASTEN I.V.M. OPHEFFEN VOORZIENING OPENBAAR VERVOER De Voorziening Openbaar vervoer is eind 2014 conform de afspraak met de provincie geheel besteed. Vanuit deze voorziening worden structurele kapitaallasten gedekt. Door het wegvallen van deze dekking ontstaat een structureel nadeel van , BIJSTELLING KAPITAALLASTEN Als gevolg van bijstelling van het Meerjarenprogramma Openbare Ruimte worden ook de bijbehorende kapitaallasten bijgesteld. 52. ADMINISTRATIEVE BIJSTELLINGEN Naast de begrotingsvoorstellen worden in de begroting ook administratieve correcties verwerkt. De administratieve correcties hebben geen beleidsmatige consequenties en zijn in totaliteit budgettair neutraal, maar moeten wel formeel vastgesteld worden om aan het budgetrecht te voldoen. 53. AMBITIES GROEN EN LANDSCHAP We willen de stad laten winnen aan leefbaarheid, duurzaamheid en veerkracht door de natuur in en om de stad en de dorpen de ruimte te geven daar waar het kan. Onder andere door tijdelijk groen op braakliggende terreinen. Daarbij verkennen we ook mogelijkheden om de stedelijke wateropgave te accommoderen. Ook willen we slimmer gebruik maken van de overgang tussen stad en ommeland. De kansen liggen letterlijk en figuurlijk om de hoek. Inwoners bereiken via de stadsrand: natuur- en recreatiegebieden, agrarische bedrijven en groene landschappen. De natuur kan op haar beurt via dezelfde rand de stad bereiken. Uitgangspunt is dat de eenmalige impuls ad 6 miljoen uit de Reserve Grootschalige Investeringen, zo veel mogelijk gecombineerd met gelden van andere partijen, wordt ingezet. Kortom: cofinanciering waar mogelijk. In investeren we bij de Wildertse arm in de ecologische inbedding. In park Moerenburg/Koningshoeve komen de eerste projecten tot uitvoering (cofinanciering is geregeld middels het programma Vorstelijk Landschap, deels gefinancierd vanuit het subsidieprogramma Landschappen van Allure). In het Stadsbos wordt het perceel Reeshofdijk/ Zwartvenseweg ontwikkeld. Met de stad wordt in de tweede helft van 2014 gesproken over de verdere invulling waar investeringen worden gedaan. In het tweede kwartaal van zal dit aan de raad worden aangeboden. 54. BINNENSTEDELIJKE HERSTRUCTURERING In de Programmabegroting 2012 is in het kader van oplossing van het tekort op de grondexploitatie besloten om vanaf 2012 jaarlijks 1 miljoen voor de komende 13 jaar uit de voorziening herstructurering aan te wenden om bij te dragen aan de grondexploitatie van binnenstedelijke projecten. Afgesproken is om deze bedragen geoormerkt in te zetten, dus te koppelen aan projecten. Voor wordt voorgesteld om de aan de grondexploitatie toegekende jaarlijkse middelen ad 1 miljoen aan te wenden voor St. Annahof ( 0,6 miljoen) en herstructurering Pater van de Elsenplein ( 0,4 miljoen), waardoor het tekort op deze projecten weggewerkt kan worden. Het budget van 1 miljoen gaat daarmee van het product Ruimte naar Stedelijke ontwikkeling en Grondexploitatie. Voor wat betreft St. Annahof is dit reeds financieel vertaald in de herijking Grondexploitatie, voor wat betreft Ruimte staat de mutatie hierboven. 55. BURGEMEESTER VAN VOORST TOT VOORSTWEG De Burgemeester Baron van Voorst tot Voorstweg maakt deel uit van de Ringbanenstudie. Om de verkeersafwikkeling op peil te houden zijn over het gehele traject (incl. kruispunt Bredaseweg - Zwartvenseweg) maatregelen nodig. Inzet is een functionele en sobere aanpassing van de infrastructuur. De Burgemeester Baron Van Voorst tot Voorstweg wordt niet over de gehele lengte verbreed. Aanpassingen aan kruispunten en opstelvakken volstaan. Voorgesteld wordt om het gemeentelijk deel te reserveren in de Reserve Bovenwijkse voorzieningen (RBV). Er wordt een bijdrage verwacht vanuit de Provincie Noord-Brabant. 56. DUURZAAM VERVOER We willen vanaf 2016 een budget instellen dat wij niet exclusief besteden aan klassieke infrastructuur, maar vooral aan de verbetering van de verbindingen tussen verschillende mobiliteitsvormen. Wij willen hiermee Tilburg toonaangevend laten zijn. - In incidenteel ,- voor onderzoek, advies, menskracht en participatiebudget ten behoeve van het SUMP proces; - Afronding TVVP zodat een goede basis gelegd wordt voor het nieuwe mobiliteitsplan: ,- incidenteel in t.l.v. RGI; Programma Vestigingsklimaat 70 71

41 RUIMTE VESTIGINGSKLIMAAT - Vanaf 2016 structureel ,- per jaar. Het openbaar vervoer levert een belangrijke bijdrage als een van de samenstellende delen van mobiliteit aan dit uitvoeringsprogramma. Dit rechtvaardigt de gedeeltelijke inzet van deze middelen voor de geleidelijk afnemende dekking vanuit rijks- en provinciale overheden van de bestaande formatie openbaar vervoer (rijk e.v ,-, provincie ,-, 2017 e.v ,-). 57. GROOTSCHALIGE TRANSFORMATIEPLANNEN De (spelregels van de) voorziening herstructurering biedt mogelijkheden om de herstructurering, revitalisering en vernieuwing van de bestaande stad (daar waar nodig) financieel te ondersteunen. In het vigerende bestedingsplan herstructurering zijn voornamelijk de klassieke (grootschalige en kleinschalige) herstructureringsprojecten, de verduurzaming van de bestaande sociale woningvoorraad en de verdunning van de Piushaven opgenomen. Ten gevolge van de financieel-economische en woningmarktcrisis staat ook de ontwikkeling van de grootschalige en prioritaire transformatiegebieden, zoals de Spoorzone en het klooster Koningsoord onder druk. Daarom stellen we voor om voor deze 2 ontwikkelingen in en 2016 in totaal 6,5 miljoen te reserveren. Bij de Spoorzone moet gedacht worden aan verdunning en het toch ook mogelijk maken van sociale woningbouw met behoud van een voldoende stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit. De hieruit resulterende tekorten op de grondexploitatie kunnen hieruit afgedekt worden. De (financiële) problematiek van het klooster Koningsoord willen we samen met een Tilburgse woningcorporatie pogen op te lossen door middel van het creëren van een nieuw dorpshart met maatschappelijke voorzieningen en sociale woningbouw, dat niet alleen een functie vervult voor het plan Koningsoord maar ook voor het hele dorp. Beide bestedingsvoorstellen passen binnen de door de raad vastgestelde spelregels. 58. OOSTELIJKE INPRIKKER In de Reserve Grootschalige Investeringen (RGI) was voor 2016 een bedrag van 3 miljoen geraamd voor de Oostelijke Inprikker. Om binnen de RGI ruimte te maken voor voorgenomen nieuwe investeringen, wordt voorgesteld dit bedrag ten laste te brengen van de Reserve Bovenwijkse Voorzieningen (RBV). Deze biedt daarvoor nog ruimte. Hiervoor is dan wel een bijstelling nodig van de limitatieve lijst van projecten die vanuit deze reserve gefinancierd kunnen worden. Dit wordt betrokken bij de evaluatie en herziening van de regeling in. De huidige inschatting is dat de middelen niet eerder nodig zijn dan in VERDUURZAMING WONINGBOUW We hebben onze startnotitie voor een nieuwe Woonvisie reeds aan de raad voorgelegd. Voor een groot deel zullen de opgaven van voorgaande jaren ook de opgaven van komende jaren blijven. De betaalbaarheid van de sociale woningvoorraad voor specifieke doelgroepen van ons beleid is hierbij voor ons een belangrijk aanvullend onderwerp. Dit komt ook terug in het nieuwe convenant dat we met de corporaties uitwerken. We bestemmen 3 miljoen uit de voorziening herstructurering voor de verduurzaming van woningen. 60. VOEDING VOORZIENING HERSTRUCTURERING BIJBETALINGEN OMZETTING ERFPACHT Bij de verkoop van erfpachtgronden aan corporaties in 2000 is bepaald dat corporaties bij verkoop van voormalige erfpachtwoningen het verschil tussen de actuele kavelprijs van een sociale huurwoning en de actuele marktconforme grondprijs voor die betreffende (koop)woning aan de gemeente moeten voldoen. Deze opbrengst wordt in het beleggingsfonds gestort en bij gebleken noodzaak vanuit dit fonds doorgestort naar de voorziening Herstructurering. Het (nieuwe) bestedingsplan van de voorziening herstructurering, in het bijzonder de benodigde extra bijdragen voor de lopende grootschalige herstructureringsprojecten, de extra bijdragen voor de verduurzaming van de sociale woningvoorraad (conform coalitieakkoord) en de wens om ook te investeren in de grote transformatiegebieden teneinde ook hier sociale woningbouw mogelijk te maken en te verdunnen met behoud van voldoende stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit, verlangt het doorzetten van deze opbrengst. Voorgesteld wordt de afdrachten van de corporaties over de verkopen in ad ,- te storten in de voorziening Herstructurering. Functie/Omschrijving Lasten Bedragen x 1.000,- Baten 210 Wegen, straten, pleinen en verkeersmaatregelen Openbaar vervoer Parkeren Natuurbescherming Openbaar groen en openluchtrecreatie Milieubeheer Ruimtelijke ordening Woningexploitatie / woningbouw Overige volkshuisvesting Subsidies Totaal Ruimte Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Saldo Bedragen x 1.000,- Subsidie Fietsforum gehele stad Mensgerichte maatregelen Openbaar vervoer Nota groen Kapvergunningen Buitengebied Wonen subsidies Verduurzaming woningbouw Welstand Reserve volkshuisvesting Voorziening herstructurering erfpachtsgelden Totaal VORSTELIJK LANDSCHAP Het financiële kader van Landschappen van Allure is inmiddels duidelijk geworden. Provinciale Staten heeft eind maart dit jaar besloten om het plan 'Vorstelijk Landschap' te honoreren binnen de regeling Landschappen van Allure met een subsidiebijdrage van ,-. Dat is echter ruim 0,6 miljoen minder dan de gevraagde subsidie. Ondanks minder subsidie zijn we door de provincie gehouden aan het zelfde ambitieniveau. Hierdoor zijn meer eigen dekkingsbronnen noodzakelijk. Programma Vestigingsklimaat 72 73

42 STEDELIJKE ONTWIKKELING EN GRONDEXPLOITATIE VESTIGINGSKLIMAAT Stedelijke ontwikkeling en grondexploitatie STAND VAN ZAKEN Spoorzone De Spoorzone is vol in ontwikkeling en opengesteld voor bezoekers. Rondom de Smederij en Koepelhal vinden doorlopend activiteiten en evenementen plaats. De Koepelhal wordt geschikt gemaakt voor exploitatie zodat deze door een externe partij gehuurd kan worden. Er is toenemende belangstelling van private partijen om zich in het gebied te vestigen. In november vindt besluitvorming plaats over de herontwikkeling van de Locomotiefhal en de realisatie van een Tilburg Trade Center. Voor Clarissenhof is de bestemmingsplanprocedure in voorbereiding en zal het DO gereed zijn in december De ontwikkelovereenkomst voor de Vormenfabriek is getekend in juli 2014 en naar verwachting zal halverwege de gronduitgifte plaatsvinden. In oktober 2014 worden de stationstunnel en Willem II-passage geplaatst waarna de afbouw kan beginnen. Voor het VGL-terrein heeft de nieuwe coalitie een ontwikkelingsrichting geformuleerd die door een regieteam wordt uitgewerkt. Er vinden tijdelijke initiatieven (camping, evenementen) plaats. De ontwikkelingsrichting wordt verder uitgewerkt. Spoorzone - Exploitatie Koepelhal/Wagenmakerij, gunning gepland voor Q1 - Herontwikkeling Locomotiefhal (incl BvdT), VO gereed Q4 - Realisatie TTC, VO gereed Q4 - Clarissenhof, start bouw Q4 - Vormenfabriek, start bouw Q4 - VGL, implementatie keuze invulling: Q2 - OV Knoop,openstelling passages (station, WII): Q4 ACTIVITEITEN Piushaven In 2014 is de bouw gestart van Houbenstaete en Aan de Waterkant (beide in Nieuw Jeruzalem) en van de eerste fase Lourdesplein. De eerste fase van de herontwikkeling van het AaBe-complex, het buurtwinkelcentrum, is opgeleverd en de renovatie van de monumentale gevel is gereed. Deelplan Cementbouw is in de fase van de planvorming. Voor een deel van deelplan Galjoenstraat Noord ondertekende Van der Weegen de raamovereenkomst Piushaven waarna de planvorming gestart is. In de tussentijd bewonen "placemakers" de hallen van Janus. De gezamenlijke ontwikkelaars en gemeente hebben besloten om het Levend Podium Piushaven wegens succes te verlengen in de jaren t/m In 2014 openden enkele nieuwe horecagelegenheden in het gebied (Grand Café De Havenmeester en HeAVEN Kitchen). Piushaven Na de oplevering van Houbenstaete zullen de flats aan de Twentestraat gesloopt worden. De tweede fase van de herontwikkeling van het AaBe-complex gaat in realisatie mits er voldoende verhuurd is. Voor deelplan Cementbouw wordt met Bouwfonds de realisatie overeenkomst gesloten waarna de Bestemmingsplanwijzigingsprocedure kan starten. Voor deelplan Spinaker wordt in de 1e helft van een tender uitgeschreven. De nieuwe eigenaar / ontwikkelaar zal de raamovereenkomst Piushaven ondertekenen waarna de planvorming van start kan. Stappegoor De gemeente Tilburg levert aan de concessiehouder Consortium Nieuw Stappegoor (Bouwfonds en Synchroon) conform de Concessieovereenkomst 2006 en de Aanvullende Overeenkomst 2012 grond op basis van een onherroepelijk bestemmingsplan. In 2014 is voor diverse onderwerpen ook een Uitvoeringsovereenkomst vastgesteld. Ter voorbereiding van grondlevering is in 2014 vv Ons Vios verplaatst naar Broekhoven/Olympus. Per 1 januari zal ook Willem II Amateurs Vereniging verplaatst moeten zijn. Bovendien is in 2014 de accommodatie van Ons Vios gesloopt evenals de vm. Gemeentewerf (Tatraweg). In het kader van de leefbaarheid is na beëindiging van de exploitatie door het Sportbedrijf ( 1 april 2014) ook de Stadssporthal gesloopt. Met de sloop van de vm. Fontys Hogeschool was al in door het Consortium gestart met de sloop; deze werkzaamheden zijn in 2014 afgerond. De bodemprocedure van het bestemmingsplan Stappegoor en de omgevingsvergunning voor de supermarkt XL bij de Raad van State loopt nog. Stappegoor Verwachting is dat eind 2014 een uitspraak door de Raad van State gedaan wordt, waarna per 1 januari de eerste grondleveringen voor de woningbouw kan plaats vinden. De grondleveringen vinden per kwartaal over een reeks van jaren plaats. In zal St beheer & Verhuur Tennisbanen verplaatst moeten worden naar een nieuwe locatie. Diverse overige werkzaamheden zijn afhankelijk van de uitspraak van de Raad van State. Veemarktkwartier Het Veemarktkwartier wordt ontwikkeld tot een gebied voor huisvesting van creatieve/innovatieve bedrijvigheid, waarbij kennisuitwisseling plaatsvindt en werkgelegenheid in de binnenstad wordt gerealiseerd middels het realiseren van een 3-tal bedrijfsverzamelgebouwen. Het gebied wordt door nieuwe en geoptimaliseerde verbindingen goed aangesloten op de binnenstad. Binnen het VMK is de bouw van de Faxx-locatie in 2014 gestart. Veemarktkwartier De bouw van de Faxx-locatie wordt medio opgeleverd. Verwacht wordt dat ook de overige bedrijfsverzamellocaties medio worden opgeleverd (terrein basketbalveld en plint parkeergarage). Herstructureringsprojecten Verspreid door de stad is gewerkt aan de uitvoering van herstructureringsprojecten. Trouwlaan/uitvindersbuurt en Goirke West zijn geheel of bijna afgerond. Groeseind en Vogeltjesbuurt zijn ver in de realisatie en Rosmolen is in de 2e helft 2014 gestart. Als onderdeel van gebiedsontwikkeling Piushaven heeft Tiwos in Jeruzalem Houbenstaete gerealiseerd (oplevering eind 2014). Herstructureringsprojecten In Stokhasselt worden, afhankelijk van in 2014 nog te bereiken overeenstemming met Wonen Breburg, de laatste 3 deellocaties in ontwikkeling genomen. Binnen Groeseind worden in de laatste deelplannen opgeleverd. In Rosmolen wordt in de sloop van de woningen opgeleverd en wordt, na het doorlopen van de bestemmingsplanprocedure, gestart met de bouw van de woningen. In de Vogeltjesbuurt wordt in de openbare ruimte aangelegd en opgeleverd. (C)PO-ontwikkelingen Op verschillende plekken in de stad zijn voor verschillende doelgroepen kavels voor zelfbouw (zowel PO als CPO) beschikbaar. Deels liggen deze binnen projecten van marktpartijen, deels is de gemeente aanbiedende partij (C)PO-ontwikkelingen In komen op een aantal gemeentelijke locaties kavels beschikbaar (Somerenerf, Witbrand Boszone, Scharwoudestraat). De locatie Burgerijpad wordt op basis van een in 2014 nog vast te stellen ontwikkelstrategie te koop aangeboden (via (C) PO). Bij gebleken voldoende belangstelling wordt voor de locatie Mahlerstraat de bestemmingsplanprocedure doorlopen en vindt vervolgens kavelverkoop plaats. Voor verspreide gemeentelijke kavels waar ontwikkelingen stil komen te vallen, wordt overwogen deze in PO-vorm in ontwikkeling te nemen Programma Vestigingsklimaat 74 75

43 STEDELIJKE ONTWIKKELING EN GRONDEXPLOITATIE VESTIGINGSKLIMAAT STAND VAN ZAKEN Ontwikkeling nieuw bedrijventerrein Voor de locatie Zwaluwenbunders is in 2014 een ontwerp-bestemmingsplan inhoudelijk afgerond, waarmee de realisatie van een bedrijventerrein met gedifferentieerd aanbod (waaronder PDV-ontwikkeling) planologisch mogelijk kan worden gemaakt. De gronden zijn inmiddels in bezit van de gemeente. Winkelcentra Er wordt verspreid door de stad gewerkt aan de uitbreiding en/of upgrading van de wijkwinkelcentra Wagnerplein, Heijhoef en Paletplein. Hiertoe zijn overeenkomsten gesloten met ontwikkelaars en eigenaren. Omvang en complexiteit en daarmee gemeentelijke rol zijn per locatie verschillend. Voor de uitbreiding Heijhoef is in 2014 een contract gesloten met MAB, welke partij echter heeft aangegeven het project niet te gaan realiseren. Om die reden wordt gezocht naar een partij die de ontwikkeling wil overnemen. Het parkeerterrein wordt nog in 2014 grotendeels heringericht. Ontwikkeling nieuw bedrijventerrein Zwaluwenbunders kan in, afhankelijk van de doorloop van de bestemmingsplanprocedure, vraaggericht in ontwikkeling worden genomen. Dit vergt een flexibel (kavelindeling) en faseerbaar (alleen delen in ontwikkeling nemen waarvoor aantoonbaar vraag is) plan en -uitvoering daarvan. Winkelcentra Voor de ontwikkeling Wagnerplein wil de ontwikkelaar begin starten met de herinrichting van het openbaar gebied. Halverwege is de start van de vastgoedontwikkeling (herontwikkeling winkelcentrum) gepland. Voor deelplan 5 (Stelaertshoeve) wordt de raad in gevraagd het bestemmingsplan vast te stellen. Indien voor de uitbreiding van Heijhoef in 2014 een nieuwe ontwikkelende partij is gevonden worden uiterlijk in gronden geleverd. In dat geval wordt in het totale openbaar gebied (parkeerterrein) opgeleverd, en wordt de uitbreiding van het winkelcentrum geopend. Voor Paletplein wordt, op basis van een in 2014 te doorlopen bestemmingsplanprocedure, in een eerste deellocatie door/in opdracht van marktpartijen gerealiseerd (locatie van de huidige Boerenbond). In de Knoop/Forum (bij station Reeshof) worden commerciele ruimtes in opgeleverd. ACTIVITEITEN Overige projecten Op vele plekken in de stad is gewerkt aan de realisatie van projecten. Projecten die in 2014 bijzondere aandacht hebben gekregen zijn bijvoorbeeld: - Koningsoord: op basis van een verzoek van de concessiehouder wordt momenteel verkent op welke wijze een bijstelling van de afspraken in de bestaande concessieovereenkomst kan leiden tot daadwerkelijke realisatie van een nieuw dorpshart. Gevolgen voor de rol van de gemeente maar ook van andere belanghebbenden in het gebied, worden in beeld gebracht. Eenzelfde verkenning wordt uitgevoerd voor de ontwikkeling van het kloostercomplex. De verbouw van het haakgebouw is in 2014 afgerond, waarmee de eerste fase van het gezondheidscentrum open gaat. - Oostkamer: Het bestemmingsplan voor de ontwikkeling van 240 woningen in een landelijke setting (op basis van de provinciale ruimte voor ruimte regeling) is in 2014 in concept gereed gemaakt. De gronden zijn grotendeels in eigendom bij de provincie. - Den Bogerd: Het bestemmingsplan is in 2014 vastgesteld en de ontwikkelentiteit, waarin de gemeente participeert, is opgericht. Tegen het bestemmingsplan is beroep aangetekend. Naar verwachting volgt nog in 2014 de uitspraak van de Raad van State. - Kempenbaan-West: in 2014 is begonnen met de aanleg van de infrastructuur. Omdat de bestemmingsplanprocedure, na uitspraak van de Raad van State, is afgerond, kunnen gronden worden uitgegeven en kunnen ontwikkelende partijen starten met bouwen. Overige projecten Verspreid door de stad (inclusief de dorpen) wordt gewerkt aan de realisatie van (woningbouw)projecten. Afhankelijk van o.a. doelstellingen, complexiteit van de opgave en grondposities heeft de gemeente daarin verschillende rollen, varierend van faciliteren (publieke rol door bestemmingsplanprocedures te doorlopen en vergunningen te verlenen, al dan niet projectmatig gecoördineerd) tot participerend (deelname in een grondexploitatiemaatschappij). Het betreft een gevarieerd pakket aan ontwikkelingen waarmee wordt gewerkt aan realisatie van diverse woonmilieus en woningtypes, verspreid door de tijd, wat in de praktijk, zeker vanwege de crisis, een langjarige inzet vergt. Een continue factor in deze projecten is de gemeentelijke invloed op de realisatie van een goede openbare ruimte die zowel functioneel is als (technisch) duurzaam. De in te ondernemen activiteiten zijn verspreid door de stad zeer divers van aard en bevinden zich in verschillende projectstadia. Voor de onder stand van zaken genoemde concrete projecten verwachten wij in de volgende activiteiten: - Koningsoord: De verwachting is dat in aanvullende afspraken tussen de concessiehouder en -verlener worden vastgelegd. In wordt het bestemmingsplan ter vaststelling in routing gebracht. Met de ontwikkeling van het kloostercomplex wordt.in gestart, mede in het belang van behoud subsidie en voorkomen verder verval. In wordt de apotheek gebouwd, als 2 e fase van het gezondheidscentrum. - Oostkamer: In wordt de bestemmingsplanprocedure doorlopen en kan, afhankelijk van de doorloop daarvan, een start worden gemaakt met de verkoop van de eerste kavels (door de provincie). - Den Bogerd: Mits het bestemmingsplan bij de Raad van State in stand blijft, zal in naar verwachting een start worden gemaakt met het bouwrijp maken van de gronden en met de bouw van de eerste woningen. - Kempenbaan-West: Mogelijk wordt eind gestart met het gefaseerd opleveren van het zorgresort De Leyhoeve. De bouw van het Van der Valk Hotel kan in starten. Grondbedrijf op orde en ontwikkeling gericht In 2014 is het grondbedrijf verder op orde en meer ontwikkelingsgericht gemaakt. In de organisatie zijn wijzigingen aangebracht waardoor deze strategischer opereert en zijn procedures verbeterd zodat we de transparantie en effectiviteit van de verkoop- en beheeropgave vergroten. We hebben een start gemaakt met het goed in beeld brengen van de portefeuille zodat de juiste verkopen op het juiste moment plaats kunnen vinden. Grondbedrijf op orde en ontwikkeling gericht In is de verbeterde organisatie van het grondbedrijf operationeel en ronden we de werkzaamheden voor het in beeld brengen van de orderportefeuille af. Programma Vestigingsklimaat 76 77

44 STEDELIJKE ONTWIKKELING EN GRONDEXPLOITATIE VESTIGINGSKLIMAAT Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 62. Bijstelling grondexploitatie Nieuw beleid 63. Fietsparkeren spoorzone Ten laste van RGI Spoorzone (stadscampus) Ten laste van RGI Stappegoor Ten laste van RGI VGL-terrein Spoorzone - PM Bereikbaarheid Spoorzone 0 Stor(ng reserves 8% Organisa(e- kosten 1% Programma- kosten 91% BIJSTELLING GRONDEXPLOITATIE Bij de programmabegroting (paragraaf grondbeleid) zijn de grondexploitaties geactualiseerd. Per saldo zijn de mutaties budgettair neutraal. 63. FIETSPARKEREN SPOORZONE Over de positionering van de fietsstalling aan de noordzijde van het station is nog geen besluit genomen. Voor deze positionering zijn een aantal varianten beschikbaar, te weten: - de variant tegen het talud. Voor de variant tegen het talud zijn de kosten begroot op circa 6 miljoen. Deze kosten zijn volledig gedekt door: 3 miljoen van ProRail op basis van het programma Ruimte voor de Fiets, 3,0 miljoen van gemeente (Reserve Grootschalige Investeringen en Beleidsprogramma Verkeer en Vervoer, beide voor 1,5 miljoen). - de variant in het talud. Voor de variant in het talud zijn de kosten begroot op circa 7 miljoen. Voor deze variant schuift de fietsenstalling 3 tot 5 meter op richting spoor. De meerkosten betreffen extra kosten voor een keerwand. - de variant ondergronds. Een ondergrondse fietsenstalling heeft de voorkeur maar kost circa 14,3 miljoen. Ten opzichte van de beschikbare middelen van 6,5 miljoen is er dan nog een extra investering nodig van 7,8 miljoen. Hiervoor worden op dit moment de subsidiemogelijkheden onderzocht, maar naar verwachting moet dan de gemeentelijke bijdrage tenminste de helft daarvan bedragen ( 3,9 miljoen). Zodra meer duidelijkheid is over de verschillende varianten en de subsidiemogelijkheden zal een voorstel tot variantkeuze worden voorgelegd. Wij hebben de ambitie voor een ondergrondse fietsparkeervoorziening uitgesproken. Om deze ambitie te realiseren is vanuit de Reserve Grootschalige Investeringen 1,5 miljoen beschikbaar gesteld. Voor de dan nog resterende extra investeringen wordt nog naar aanvullende financiering gezocht Lasten Baten 64. SPOORZONE (STADSCAMPUS) In de heroriëntatie op de Stadscampus (informele raadsbijeenkomst 10 maart 2014) is gepresenteerd dat de Bibliotheek van de Toekomst wordt opgenomen in een volledig gerenoveerde LocHal. De volledige renovatie betekent dat de LocHal geklimatiseerd en geïsoleerd wordt opgeleverd. De renovatie wordt voor een deel bekostigd uit de middelen die beschikbaar zijn voor verplaatsing van de bibliotheek (raadsbesluit juni ). Voor het overige wordt gebruik gemaakt van subsidie van de Provincie voor industrieel erfgoed en van huurinkomsten van bekende derde partijen. Voor de verkiezingen is deze business case gepresenteerd waarbij een tekort is gemeld van 2,1 miljoen. De coalitie heeft 4 miljoen toegezegd ter dekking van dit tekort en om de bredere ambitie van het realiseren van de stadscampus vorm te geven. Deze toegezegde 4 miljoen wordt gedekt door binnen de post Kennisprofiel in de Reserve Grootschalige Investeringen 4 miljoen te labelen ten behoeve van de ontwikkelingen rondom de Stadscampus, waaronder de renovatie van de LocHal. Bovenstaande variant zal verder worden uitgewerkt, waarna een voorstel ter besluitvorming zal worden voorgelegd dat financieel en organisatorisch recht doet aan deze ambitie. 65. STAPPEGOOR Eind 2012 is een aanvullende overeenkomst gesloten met het Consortium Stappegoor op basis waarvan nu wordt gewerkt. Inmiddels weten we dat de gemeentelijke begeleidingskosten hoger zijn dan destijds voorzien. We verwachten dat er voor ca. 3,5 miljoen extra aan kosten voor de gemeente gaan ontstaan tot In het najaar van 2014 wordt een uitspraak van de Raad van State verwacht over de XL op Stappegoor. Daarna zal het college zich buigen over de gevolgen voor het project Stappegoor en zo nodig aan de raad voorstellen voorleggen over het vervolg. De bijdrage voor de aanpassing van de rotonde "Professor Goossenslaan" ( ,- ten laste van de RGI; zie raadsbesluit 7 juli 2014) is onderdeel van deze 3,5 miljoen. 66. VGL-TERREIN SPOORZONE Bij de coalitieonderhandelingen is voor het Van Gend en Loosterrein gekozen voor een combinatie van groen en leisure. Oftewel in het midden een park met landelijke, groene activiteiten en aan de beide uiteinden ruimte voor vestiging van vrijetijdsvoorzieningen. Zolang er nog geen concrete plannen zijn, kunnen er tijdelijke activiteiten plaatsvinden, zoals een stadscamping of stadslandbouw. De betrokkenheid van de bewoners blijft daarbij belangrijk. Bovenstaande variant moet nog verder worden uitgewerkt, waarna een voorstel ter besluitvorming zal worden voorgelegd dat financieel en organisatorisch recht doet aan deze ambitie. 67. BEREIKBAARHEID SPOORZONE In is een subsidiebeschikking ontvangen van de provincie; 6,2 miljoen voor de bereikbaarheid van de Spoorzone in het kader van het B5-uitvoeringsprogramma. In de grondexploitatie Spoorzone is gerekend met een bedrag van 0,6 miljoen, dus er is sprake van een hogere bijdrage van 5,6 miljoen. Voorstel is om deze extra subsidie in te zetten voor maatregelen en projecten voor de vergroting van de bereikbaarheid Spoorzone. Specifiek wordt dan gedacht aan: de inrichting Spoorlaan, kruispunt Spoorlaan-Heuvelring en het spoorviaduct Ringbaan Oost. De definitieve invulling zal te zijner tijd aan de raad worden voorgelegd. De bijstelling van de budgetten is meegenomen in de bijstelling grondexploitatie. Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Realisatie nieuwe woningen Functie/Omschrijving Lasten Bedragen x 1.000,- Baten 210 Wegen, straten, pleinen en verkeersmaatregelen Ruimtelijke ordening Woningexploitatie / woningbouw Stads- en dorpsvernieuwing Bouwgrondexploitatie Totaal Stedelijke ontwikkeling en grondexploitatie Saldo Programma Vestigingsklimaat 78 79

45 CULTUUR VESTIGINGSKLIMAAT Cultuur DOELEN Top-10 positie voor cultuuraanbod * Tilburg zit in de periode in de Top 10 van de factor cultuuraanbod binnen de woonaantrekkelijkheidsindex van de Atlas voor gemeenten * Elk jaar is er in de stad een cultuuraanbod met een internationale uitstraling Het duurzaam op niveau houden van het culturele productieklimaat * Het atelierbestand van de stedelijke beheersorganisatie omvat jaarlijks 200 gesubsidieerde ateliers. * Het stedelijk servicepunt voor de amateursector ondersteunt jaarlijks 500 amateurproducties, waarvan minimaal 20% voor jongeren. Vergroten cultuurparticipatie van jeugd en volwassenen * Aantal bereikte deelnemers per jaar via stedelijk centrum voor kunsteducatie. * Percentage bemiddeling van leerlingen in het primair onderwijs via stedelijke ondersteuningsstructuur. Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 Positie voor factor 'cultuuraanbod" binnen woonaantrekkelijkheidsindex van de Atlas voor gemeenten Top e Plaats 11 e Plaats Aantal gesubsidieerde ateliers in atelierbestand stedelijke beheersorganisatie Aantal ondersteunde amateurproducties per jaar door stedelijk servicepunt amateursector; - waarvan percentage voor jongeren 500 >20% Aantal bereikte deelnemers per jaar via stedelijk centrum voor kunsteducatie Percentage bemiddeling van leerlingen in het primair onderwijs via stedelijke ondersteuningsstructuur >75% 85,1% 80,3% % % STAND VAN ZAKEN Herijking van de doelen vindt plaats bij invoering van een nieuwe cultuuragenda in 2017, het jaar waarin het Rijk zijn kunstenplan invoert. Wij gaan nu al nadrukkelijker investeren in cultuur. In het eerste kwartaal van komen wij daartoe met een actualisering van het werkplan cultuur, dat loopt tot en met Daarin brengen wij een aantal accentverschuivingen aan door bijzondere aandacht te schenken aan talentontwikkeling en participatie, aan versterking van de culturele voedingsbodem en aan het (inter)nationaal zichtbaar maken van het Tilburgse cultuuraanbod. Top-10 positie voor cultuuraanbod Consequentie van de weggevallen kandidatuur om Culturele Hoofdstad van Europa 2018 te worden, is dat wij in Brabant- Stad-verband hebben nagedacht over een instrument dat het mogelijk maakt om de onderliggende ambities alsnog te verwezenlijken. Als resultaat daarvan investeert de provincie in Brabant C, een combinatie van een provinciaal fonds, aanjaagfunctie en community. Brabant C is vanaf actief. In 2014 hebben wij in de begroting middelen bestemd voor een toekomstgerichte verbouwing van 013 en de inrichting van de bibliotheek van de toekomst. Beide organisaties hebben hun plannen nader uitgewerkt (zie voor de bibliotheek het programma Vestigingsklimaat: Spoorzone, binnenstad en Piushaven). Het voorterrein van museum De Pont is opnieuw ingericht en de panden Hasseltstraat 303,305, en 307 zijn gesloopt. Het duurzaam op niveau houden van het culturele productieklimaat In 2014 zijn door betrokkenen bij cultuur ideeën ontwikkeld voor een culturele coöperatieve samenwerking, een alliantie van culturele instellingen, onderwijs en bedrijfsleven, die middels cultuurprojecten wil bijdragen aan de versterking van het vestigingsklimaat. Voor het versterken van het vestigingsklimaat door middel van een multidisciplinaire culturele samenwerking heeft de raad 1 miljoen gereserveerd. Stichting Ateliers heeft gebouw 68 in de Spoorzonde doorontwikkeld ten behoeve van werk-, opslag- en presentatieruimte. Ten gevolge van zijn verbouwingsplannen heeft 013 de aanwezige oefenruimtes gesloten. Met Hall of Fame en het burgerinitiatief Rewind is in de zomer 2014 een nieuw concept geformuleerd voor repetitie- en productievoorzieningen ten behoeve van (pop)muzikanten in de Spoorzone. Top-10 positie voor cultuuraanbod Wij gaan de zichtbaarheid van ons cultuuraanbod vergroten door onze culturele iconen op een (inter)nationaal podium te etaleren. Met de verbouwing en uitbreiding van 013 beogen wij een duurzame herpositonering van 013 in de top van de popmarkt, hetgeen bijdraagt aan het positieve imago en het vestigingsklimaat van onze stad. Bij de Pont realiseren wij een entreepoort naar ontwerp van Architect Benthem Crouwel. Met het Textielmuseum onderzoeken wij hoe het museum kan doorontwikklen tot een internationaal erkend kennis- en expertisecentrum op het gebied van textiel. Stichting Mommerskwartier/Stadsmuseum komt met een voorstel hoe cultuurhistorische- en erfgoedprojecten de trots op Tilburg bij burgers kunnen versterken. Daarbij fungeert het verhaal van Tilburg als stepping stone. Wij verkennen hoe wij de positie van beeldpbepalende culturele festivals als Mundial en Incubate binnen het Nederlandse cultuurbestel kunnen borgen en versterken. Daartoe komen wij in met een voorstel. Wij komen met een concreet voorstel hoe wij in samenwerking met burgers de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid van Tilburg kunnen verbeteren met cultuur in het publieke domein. Het duurzaam op niveau houden van het culturele productieklimaat Wij zetten nadrukkelijk in op het profiel van Tilburg als makersstad. In is de culturele alliantie van culturele instellingen, onderwijs en bedrijfsleven operationeel. In overleg met deze spelers bepalen we in of we de huidige cultuurnota die tot en met 2016 loopt gaan actualiseren. Met specifieke productie- en presentatiefaciliteiten voor talentvolle makers versterken wij onze culturele top en zetten wij Tilburg op de kaart als makersstad. We faciliteren om in de Spoorzone nieuwe repetitie- en productievoorzieningen ten behoeve van (pop)muzikanten te realiseren. Middels de gereserveerde impulsgelden stimuleren wij de culturele coöperatieve samenwerking tussen culturele instellingen, onderwijs en bedrijfsleven om projecten te formuleren waardoor de productiefaciliteiten voor (talentvolle) makers duurzaam kunnen worden verbeterd. Daarbij gaat het nadrukkelijk om voorstellen die in aanmerking komen voor Brabant C, waardoor wij 'geld met geld' kunnen maken. Wij benutten de samenwerking met onze BrabantStad-partners om meer geld naar de regio te halen en Tilburg actiever en met meer lobbykracht te positioneren in de aanloop naar de nieuwe kunstenplanperiode ACTIVITEITEN Vergroten cultuurparticipatie van jeugd en volwassenen De pilot doorlopende leerlijnen in het basisonderwijs is een groter succes dan verwacht. Nu al participeren 34 basisscholen, waar de verwachting was dat dat er 24 zouden zijn in het schooljaar 2014/. Vergroten cultuurparticipatie van jeugd en volwassenen Met CiST en Factorium werken wij toe naar een community die een doorontwikkeling van Cultuureducatie met kwaliteit realiseert. Enerzijds door verdere uitwerking van de aanpak doorlopende leerlijnen in het basisonderwijs met aandacht voor 21st century skills als creativiteit en innovatief vermogen. Anderzijds door Cultuureducatie met kwaliteit te verbinden met het voortgezet onderwijs. Wij kiezen voor een versterking van de wijkgerichte cultuuraanpak. Daartoe verkennen wij de mogelijkheden van een buurtcultuurfonds. Via Artfact realiseren wij de deelname van jeugd en volwassen aan community art en creatieve activiteiten in de wijken. Zo zal het project Buurtparade naast De Reeshof ook plaatsvinden in Jeruzalem. Met Bibliotheek Midden-Brabant werken wij toe naar de Bibliotheek van de Toekomst als een werkplaats voor kennis die zich verbindt met kennispartners als de provinciale steunfuncties. Met een financiële impuls stellen wij het Natuurmuseum in staat de natuur- en milieu-educatie op niveau te houden. Wij komen, in nauwe samenwerking met de Tilburgse musea, met maatregelen om de aantrekkelijkheid en het bereik van de musea te vergroten. Programma Vestigingsklimaat 80 81

46 CULTUUR VESTIGINGSKLIMAAT Rekening Bedragen x 1.000, WERKBUDGET CULTUUR Op basis van resultaten van de afgelopen jaren zien we dat bij diverse budgetten sprake is van structurele onderuitputting. In het kader van "Scherper aan de wind III" stellen we voor om deze budgetten af te romen. Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 68. Bijstelling budgetten a.g.v. aanpassing rijksuitkering Administratieve bijstellingen Scherper aan de wind III 70. Werkbudget cultuur Nieuw beleid 71. Cultuur in het publieke domein Ten laste van reserve beeldende kunst Extra impuls natuurmuseum Gratis musea PM PM PM PM 74. Huisvesting BKKC Ten laste van reserve beeldende kunst en reserve culturele vernieuwing Impuls cultuur Ten laste van RGI Subsidies 83% Organisa(ek osten 2% Programmak osten 15% BIJSTELLING BUDGETTEN A.G.V. AANPASSING RIJKSUITKERING Met de inwerkingtreding van de Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen per 1 januari wordt de inkoop van e-content door bibliotheken gecentraliseerd. Omdat de lokale bibliotheken deze taak niet meer uitvoeren is de algemene uitkering verlaagd. Het subsidiebudget voor de OBT wordt dienovereenkomstig verlaagd ADMINISTRATIEVE BIJSTELLINGEN Naast de begrotingsvoorstellen worden in de begroting ook administratieve correcties verwerkt. De administratieve correcties hebben geen beleidsmatige consequenties en zijn in totaliteit budgettair neutraal, maar moeten wel formeel vastgesteld worden om aan het budgetrecht te voldoen. Lasten Baten 71. CULTUUR IN HET PUBLIEKE DOMEIN In het door de raad vastgestelde Werkplan Cultuur is besloten om in de bestuursperiode op het terrein van kunst en cultuur in het publieke domein de gemeentelijke inzet voorlopig te concentreren op behoud, beheer en actualisatie van het bestaande aanbod. Daarbij is tevens besloten om een verkenning te starten naar hoe wij ons in de toekomst zouden moeten verhouden tot cultuur in het publieke domein en naar de kansen op het terrein van de versterking van de leefbaarheid en vestigingsklimaat van de stad. Voorgesteld wordt om het positieve saldo van de Reserve beeldende kunst daarom niet vrij te laten vallen maar te bestemmen voor activiteiten en pilotprojecten uit het nieuwe beleid. 72. EXTRA IMPULS NATUURMUSEUM De extra impuls bevat twee componenten. Voor ,- betreft de impuls het terugdraaien van de bezuiniging op de subsidie voor Natuur- en Milieueducatie NME-subsidie die met ingang van zou worden toegepast. Voor ,- betreft het een verhoging van de museale subsidie voor het wegnemen van het structureel tekort op de basisexploitatie van het museum. Dat herstelt het perspectief op een solide bedrijfsvoering. Het museum kan beter profiteren van het aanwezige creatief potentieel en van kansen in de markt om meer eigen inkomsten te genereren. Daarmee kan het museum weer investeren in nieuwe tentoonstellingen. Het bezoekcijfer kan groeien naar bezoekers per jaar. 73. GRATIS MUSEA In eerste overleggen met enkele (gesubsidieerde) Tilburgse musea is de idee van ½ dag per maand gratis entree gesondeerd. Mede op basis van de inventarisatie van hun eerste reacties wordt in september 2014 een onderzoek gestart naar de mogelijkheden (en randvoorwaarden) om dit idee te realiseren. In dit onderzoek zal overigens ook gekeken worden naar andere opties om het bereik en toegankelijkheid van onze musea te vergroten. Een inschatting van de benodigde middelen kan worden gegeven als dit onderzoek is afgerond (oktober 2014). 74. HUISVESTING BKKC Voorgesteld wordt om de tijdelijke huisvesting van BKKC aan de Spoorlaan 21 in Tilburg voor de jaren en 2016 te dekken uit de reserve beeldende kunst ( ,- per jaar) en de reserve Culturele vernieuwing ( ,- per jaar) (B&W ). 75. IMPULS CULTUUR Tilburg beschikt over een stevige voedingsbodem voor cultuur. Het lef op zoek te gaan naar innovatieve verbindingen met de samenleving, maakt Tilburg interessant als broedkamer voor de sector. Bij de verdere uitwerking van de Cultuuragenda Tilburg zullen wij extra aandacht schenken aan talentontwikkeling en participatie, versterking van de culturele voedingsbodem en het (inter)nationaal zichtbaar maken van het aanbod. Via CiST, Factorium en betrokken organisaties gaan wij de rol van cultuur in het onderwijs versterken door verdere uitwerking van de aanpak doorlopende leerlijnen met aandacht voor 21 st century skills als creativiteit en innovatief vermogen. Door specifieke productie- en presentatiefaciliteiten voor talentvolle makers gaan wij onze culturele top versterken en Tilburg als makersstad op de kaart zetten. De productiefaciliteiten voor makers, waarop door het rijk fors is bezuinigd, gaan wij door hervormingen en slimme samenwerkingsverbanden op orde brengen. Met 013, het TextielMuseum, De Pont, Mundial en Incubate verkennen wij hoe deze iconen van Tilburg die functie in de toekomst duurzaam kunnen behouden. Met de bibliotheek Brabant werken wij toe naar de Bibliotheek van de Toekomst als een werkplaats voor kennis, die zich verbindt met verschillende kennispartners. Via de culturele coöperatieve samenwerking tussen culturele instellingen, onderwijs en bedrijfsleven gaan wij cultuurprojecten realiseren die een duurzame impuls geven aan het culturele vestigingsklimaat. Door ons te richten op het Brabant C Fonds kunnen wij 'geld met geld' maken. Wij gaan de zichtbaarheid van de Tilburgse cultuur vergroten door onze culturele top (talenten, helden, topmusea en beeldbepalende festivals) op een (inter)nationaal podium te etaleren. Wij gaan meer trots generen bij onze burgers door de cultuurhistorie en het erfgoed van Tilburg via projecten en activiteiten over het voetlicht te brengen. Daarbij benutten wij het verhaal van Tilburg als stepping stone. Bij de uitwerking van ons cultuurbeleid kiezen wij nadrukkelijk voor een proces van co-creatie en werken wij onder meer samen met culturele coöperatieve samenwerking in Tilburg en onze BrabantStad-partners. Voor de uitvoering van deze impuls reserveren wij in eenmalig 1 miljoen in de RGI voor en volgende jaren. Programma Vestigingsklimaat 82 83

47 CULTUUR VESTIGINGSKLIMAAT Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Ingeschreven leners bibliotheek Bezoekers bibliotheek Digitale bezoekers bibliotheek Bezoekers Natuurmuseum Brabant Bezoekers Textielmuseum Bezoekers Schouwburg, Concertzaal Bezoekers NWE Vorst Bezoekers Bedragen x 1.000,- Functie/Omschrijving Lasten Baten Saldo 510 Openbaar bibliotheekwerk Vormings- en ontwikkelingswerk Kunst Musea Stads- en dorpsvernieuwing Totaal Cultuur Bedragen x 1.000,- Subsidies Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Subsidie Bibliotheekwerk & letteren Amateurkunst & kunstzinnige vorming Cultuureducatie Cultuurbeleid algemeen Culturele werkplaatsen Beeldende kunst Kunstenaarsinitiatieven Podiumkunst Internationale samenwerking Cultuurhistorie Monumenten Musea Totaal Programma Vestigingsklimaat 84 85

48 GEBOUWENEXPLOITATIE VESTIGINGSKLIMAAT Gebouwenexploitatie STAND VAN ZAKEN Gebouwen op orde De gemeente Tilburg heeft bijna 180 gebouwen permanent in eigendom, verspreid over de hele stad. Het project Gebouwen op Orde, gestart in 2012, is gericht op het veilig en lean exploiteren van de gemeentegebouwen. Hiervoor lopen er vier deelprojecten: Deelproject 1 Veiligheid in gemeentegebouwen en betreft fysieke aanpassingen en procedures. Dit ronden we af in 2014 Deelproject 2 Conditieafhankelijk onderhoud. De besluitvorming hierover ronden we af in 2014 Gebouwen op orde Project bevindt zich in in een afsluitende fase. De meeste onderdelen en resultaten zullen teruggeleid worden naar de functionele afdelingen en weer onderdeel worden van het reguliere werk. ACTIVITEITEN Deelproject 3 Informatievoorziening: systeemontwikkeling. De meldingen correctief onderhoud komen per 1 januari bij één meldpunt (bij het servicepunt) Deelproject 3 zal, met de overgang van het gebouwenbeheersysteem Axxerion naar het gemeente brede systeem Top Desk doorlopen tot het derde kwartaal van. Deelproject 4 Verantwoordelijkheden en werkprocessen: procesbeschrijvingen en inrichten PDCA-cyclus. In 2014 invoeren van een standaardverdeellijst (wie doet wat) en organisatie één meldpunt. Deelaspecten van deelproject 4 komen in tot afronding. Maatschappelijk vastgoed In de nota Toekomstbestendig maatschappelijk vastgoed hebben we 4 opgaven benoemd. Maatschappelijk vastgoed 1. via Servicewijkenbeleid het vereiste voorzieningenniveau per wijk te bepalen en via programmatische inkoop en het Ruimtelijke Ordening- instrumentarium hierop gericht te sturen. Momenteel wordt het voorzieningenniveau specifiek in de wijk Reeshof tegen het licht gehouden vanuit de concrete vraag uit de Reeshof. Op basis van concrete vraagstukken gaan we ook in de andere wijken van Tilburg (volgend op de Reeshof) het voorzieningenniveau in beeld brengen. 2. De samenwerking tussen partijen in de MFA' s te versterken en daarmee ook de functie van de MFA 's als centrale plek in de wijken te bevorderen. Om de functie van de MFA' s in de wijk te versterken is in het PVE Beheer wijkaccommodaties en in het subsidiecontract hierover een aantal zaken vastgelegd. De Raad heeft in 2014 extra, eenmalig geld ter beschikking gesteld om de openingstijden te kunnen verruimen. We gaan door op de ingezette lijn om de MFA's te versterken. 3. Het beheer, de exploitatie of, waar gevraagd, het eigendom van maatschappelijk vastgoed onder voorwaarden over te dragen aan burgerinitiatieven en/of wijkorganisaties en andere private partijen. M.b.t. het overdragen van beheer, exploitatie en/of eigendom van maatschappelijk vastgoed aan burgerinitiatieven is gestart met het inventariseren van de hiervoor het meest geschikte centra/wijkaccommodaties. 4. Maatschappelijk vastgoed reëel te gaan waarderen en hiervoor transparante uitgangspunten te gaan formuleren, waarmee toekomstige waardebepaling zal gaan plaatsvinden. Na afronding van de besluitvorming over de methodiek om te komen tot een transparante en reële waardebepaling van het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed werken we het implementatieplan verder uit. We starten in met nieuwe experimenten om het beheer en/of het eigendom van buurthuizen over te dragen aan bewonersinitiatieven. We gaan samen met bewoners de voorbeelden uit Den Haag (buurthuis van de toekomst) en uit Engeland (buurtwet) bekijken om te zien of dit goede oplossingen zijn voor Tilburg De implementatie van de op reële waarden gebaseerde huurtarieven voor maatschappelijk vastgoed krijgt vanaf haar beslag. Programma Vestigingsklimaat 86 87

49 VESTIGINGSKLIMAAT GEBOUWENEXPLOITATIE Bedragen x 1.000,- Rekening Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 76. Gebouwenexploitatie Stor1ng reserves 5% Programma- kosten 36% Lasten Baten Organisa1e- kosten 3% Kapitaallasten 56% GEBOUWENEXPLOITATIE De gebouwenexploitatie is een semi-gesloten exploitatie, wat inhoudt dat de afwikkeling van het resultaat plaatsvindt middels de egalisatiereserve gemeentegebouwen. Doordat de reserve een verplichte afdracht kent aan de algemene middelen, leidt dit tevens tot een gelijksoortige bijstelling van de onttrekking uit deze reserve aan de algemene middelen. Dit voordeel wordt voornamelijk verklaard door: - Het afstoten van gehuurde panden Voordeel 645 structureel - Prijsindexatie onderhoudsuitgaven e.d. Nadeel 120 structureel - Bijstelling budget voor servicekosten VVE's Nadeel 95 structureel - Bijstelling budgetten voor nutskosten Voordeel 30 structureel - Bijstelling budget WOZ-aanslagen Nadeel 50 structureel - Bijstelling budget verzekeringspremies Nadeel 70 structureel - Vertraagde uitname Stadskantoor 1 Nadeel 133 in incidenteel - Overige lasten Voordeel 100 in incidenteel Dit nadeel op de baten wordt voornamelijk verklaard door: - Huurderving door het afstoten van (aangehuurde) locaties of door leegstand (Stadsporthal, HC Were Di, de Stadskantoren 3 & 4, en Villamedia) à Nadeel structureel - Prijsindexatie huurontvangsten Voordeel 550 structureel - Bijstelling budget voor servicekosten Voordeel 200 structureel - Vertraagde uitname Stadskantoor 1 Voordeel 700 in incidenteel Bedragen x 1.000,- Functie/Omschrijving Lasten Baten Saldo 960 Saldo van kostenplaatsen Totaal Gebouwenexploitatie Programma Vestigingsklimaat 88

50 Programma Leefbaarheid 89

51 LEEFBAARHEID Programma Leefbaarheid - Goed leven voor nu en later Openbare orde en veiligheid Minder criminaliteit Minder onveiligheidsgevoelens bij burgers Minder overlast Wijkgericht werken Sport Wijkaanpak Verbetering aandachts- en focuswijken Verbeteren sociaal economische positie van mensen in de vijf impulswijken Verhogen van de sportdeelname onder jeugd (6-11 jaar) en jongeren (12-17 jaar) Sportdeelname volwassenen Sport op orde Duurzaamheid, milieu en afval Duurzaamheid Beheer openbare ruimte Verbeteren fysieke leefomgeving Het duurzaam in stand houden van de groenstructuur en waar nodig ontwikkelen Groen dichterbij (beleefbaar groen) en voor iedereen Biodiversiteit verhogen en beter beschermen Parkeerexploitatie Nieuwe kadernota s in : - Kadernota Veiligheid (verlengen) - Kadernota Sport (actualiseren) Bij leefbaarheid staat centraal dat onze inwoners moeten kunnen wonen, werken, spelen en verblijven in een prettige omgeving. Het leefbaar zijn en houden vraagt om voortdurende inzet. Met zowel de wijkaanpak als het beheer van de openbare ruimte geven wij invulling aan onze inzet. De uitvoering van de actieplannen voor de aandachts- en focuswijken staat hierbij in centraal. Onze extra inspanningen op het beheer en aanleg groen komen terug in het meerjarenprogramma voor de openbare ruimte. We stimuleren een duurzame ontwikkeling door innovatie waardoor Tilburg gezonder, schoner, groener en veiliger wordt. De duurzaamheidsbalans is ons kompas. Het gaat om het bereiken van een optimaal evenwicht tussen de drie duurzaamheidskapitalen. Dit geldt voor initiatieven apart, zoals de energetische kwaliteit van woningen of de plaatsing van zonnepanelen op bedrijfspanden, maar ook voor de synergie tussen alle initiatieven gezamenlijk. Hierbij maken wij gebruik van de kennis, kunde en inventiviteit van de Tilburgers en beschouwen we de stad als een broedplaats voor duurzaamheid. Diverse partijen werken in green deals samen om dit te bereiken. Naast de kwaliteit van de openbare ruimte is veiligheid een basisvoorwaarde voor leefbaarheid. Wij actualiseren onze targets op basis van de nationale beleidsdoelen voor de Nationale Politie en verankeren deze in het regionaal beleidsplan (politie) en in de kadernota veiligheid. Ons doel is daarbij om duurzaam uit de top 20 van onveilige steden te geraken. Ook willen we in Tilburg de georganiseerde ondermijnende criminaliteit een halt toe roepen. Sportstimulering blijft een belangrijk item in onze ambities. Daarnaast hebben we te maken met tekorten in het sportbedrijf. Met Sport op orde willen we bereiken dat we enerzijds de sportexploitatie weer gezond maken, en anderzijds sporten voor de Tilburgers in verscheidenheid en prijs toegankelijk houden. In willen we het plan van aanpak voor Sport op orde klaar hebben en een aanvang hebben gemaakt met de uitvoering waarmee we ook duidelijkheid geven aan de betrokken verenigingen. Lasten Baten Bedragen x 1.000,- Openbare orde en veiligheid Wijkgericht werken Sport Duurzaamheid, milieu en afval Beheer openbare ruimte Parkeerexploitatie Totaal Leefbaarheid Saldo Parkeerexploitatie Verdeling Lasten Beheer openbare ruimte 31% Parkeer- exploitahe 8% Openbare orde en veiligheid 20% Wijkgericht werken 7% Sport 17% Duurzaamheid, milieu & afval 17% Programma Leefbaarheid 90 91

52 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID LEEFBAARHEID Openbare orde en veiligheid DOELEN Actualisering Kadernota Veiligheid De beleidsplancyclus van de Politiewet brengt met zich mee dat eind 2014 in een actualisering van de Kadernota Veiligheid scherpere doelstellingen zullen worden geformuleerd op de veiligheid in Tilburg. Daarbij denken we aan nieuwe targets voor bestaande doelen o.a. inbraken, overvallen, geweld. Deze targets worden (mede) ontleend aan nationale beleidsdoelen en verankerd in het regionaal beleidsplan (politie) en lokaal in het Integraal Veiligheidsplan (kadernota veiligheid).de landelijke en regionale afspraken hebben we vooruitlopend op de actualisering (december 2014 in de raad) bij de doelen, indicatoren en activiteiten in deze begroting verwerkt. Georganiseerde criminaliteit: Tilburg wil de komende jaren de Georganiseerde Ondermijnende Criminaliteit een halt toe roepen. In de kadernota Veiligheid wordt dit nader uitgewerkt. Speerpunten zijn het aantasten van criminele samenwerkingsverbanden (csv's) en het afpakken van crimineel vermogen. Minder criminaliteit * Tilburg wil vanaf duurzaam uit de top 20 van onveilige steden (AD-misdaadmeter). * Daling van het aantal high-impact-crimes door aanpak van WOS-feiten (woninginbraken, overvallen, straatroof) en geweld uitgesplitst in: - Verlaging van het aantal woninginbraken (poging + voltooid, excl. inbraak in schuurtjes, tuinhuisjes, garageboxen e.d.) met 20 % volgens de politieregistratie ( t.o.v. 2011). Toewerkend naar een daling met 26% in 2018 conform het regionaal beleidsplan ZWB -2018; - Reductie aantal overvallen met 11% per jaar (= reductie van 44 % in t.o.v. 2011); - Reductie aantal straatroven, waarbij dezelfde reductielijn wordt aangehouden als in het regionaal beleidsplan ZWB -2018, te weten: -2% in, -7% in 2016, - 18% in 2017 en - 30% in 2018 ( t.o.v. 2011). - Afname van het aantal geweldsincidenten met 20% ( t.o.v. 2011). Dit betreft o.a. uitgaansgeweld, huiselijk geweld en geweld tegen mensen met een publieke taak (VPT, veilige publieke taak). * Daling van overige delicten (o.a. diefstal/inbraak box/garage/schuur/tuinhuis, diefstal van en uit motorvoertuigen, diefstal van brom-, snor-, fietsen, zakkenrollerij, brand/ontploffing, winkeldiefstal, inbraak bedrijven/instellingen, vernieling, drugshandel, wapenhandel, fraude, kinderporno, kinderprostitutie, mensenhandel) met 10% ( t.o.v. 2011).NB, hiernaast richten we ons op de zorg voor slachtoffers van high impact misdrijven. * Aanpak ondermijnende criminaliteit: minimaal 2 mln. afpakken, verstoren van tenminste 5 csv's, door o.a. het aanpakken van kopstukken. Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 Positie in rangorde onveilige steden (AD misdaadmeter) Uit top Afname aantal woninginbraken ( t.o.v. 2011) Afname aantal overvallen (reductie per jaar) -11% (44% cum.) Afname aantal straatroven (t.o.v. 2011) -2% Afname geweldsincidenten ( t.o.v. 2011) - 20% Afname aantal overige delicten ( t.o.v. 2011) Afname overlastmeldingen algemeen (politie) Afname meldingen overlast van jongeren/jeugd ( t.o.v., politieregistratie én CMP van de gemeente) Afname van % inwoners dat aangeeft vaak overlast te ervaren van jongeren/jeugd naar 8%. Percentage inwoners dat verwacht slachtoffer te worden (LVM) Percentage inwoners dat vermijdingsgedrag vertoont (LVM) Percentage inwoners dat veel criminaliteit in buurt ervaart (LVM) - 20% (-7,8%) -10% -10% -2,5% 8% Daling Daling Daling 30 (-40,0%) 127 (+8,5%) (-11,9%) (+5,2%) (+8,1%) ,6% 7,9% 9,3% 21,7% (- 4,0%) 27 (- 46,0%) 158 (+ 35%) (- 0,6%) (+ 4,5%) (+ 16,7%) - - 7,1% 10,1% 18,8% Minder onveiligheidsgevoelens bij burgers Positievere uitkomsten in de enquête LVM (Landelijke Veiligheids Monitor) t.a.v. door burgers verwachte kans op slachtofferschap, feitelijk vermijdingsgedrag en perceptie criminaliteit ( t.o.v. 2012). Minder overlast * 10% afname van het aantal overlastmeldingen ( t.o.v. 2012), op grond van de politieregistratie. * Top 100 meest impact hebbende criminelen en overlastgevers samenstellen en intensief aanpakken. * Afname overlast van jongeren/jeugd, zowel objectief als subjectief: - objectief: afname overlastmeldingen met 2,5 % ( t.o.v. ), op grond van politieregistratie en meldingen CMP (gemeente). Toewerkend naar een afname met 10% in subjectief: afname van % dat aangeeft vaak overlast te ervaren van jongeren/jeugd naar 8% in (landelijk gemiddelde in was 8,5%, Tilburg zat in op 8,6%). STAND VAN ZAKEN Minder criminaliteit - Tilburg neemt in een 14e plek in op de AD misdaadmeter; in 2014 een 19 e plek. - De focusaanpak op woninginbraken en het vergroten van bewustzijn en betrokkenheid van inwoners vertalen zich in verder dalende cijfers (realisatie september 2014 is een daling met 20,9%). - Straatroof is een lastig delict. We hebben ontdekt dat dit niet plaatsvindt op vaste plekken (hotspots) maar op toegangswegen (hotlines) van en naar het centrum. Dat wordt in de aanpak verwerkt. Realisatie september 2014 is een daling van het aantal straatroven met 1,7%. - We hebben het zicht op georganiseerde ondermijnende criminaliteit vergroot. Vanaf wordt een integrale aanpak op lokaal niveau uitgevoerd, met o.a. de buurgemeenten, het openbaar ministerie, politie en de Belastingdienst. Daarnaast wordt ook op districtelijk niveau samengewerkt op dit thema. - Samen met Dienstverlening/Burgerzaken worden uitkeringsfraude, illegale bewoning en toeslagenfraude steviger aangepakt. Minder criminaliteit De veiligheid willen we verder vergroten door de maatregelen van de jaarschijf zoals opgenomen in de Kadernota Veiligheid uit te voeren. Belangrijke onderdelen daarbij zijn: - integrale aanpak, goede analyses (intelligence) en innovatie, - intensieve aanpak high impact crimes (WOS- en geweldsdelicten), - toepassen cameratoezicht nieuwe stijl vanuit onze nieuwe toezichtruimte, - onze bijdrage leveren aan integrale aanpak van drugs- en vastgoedcriminaliteit en outlaw motorclubs, - de verwevenheid onderwereld/bovenwereld (faciliterende overheid) tegengaan op basis van ondermijningsbeelden, - uitbouwen van integrale samenwerking en kennis vanuit de Taskforce Zeeland-Brabant en het Reg. Inform. en Expertise Centrum, - intensiveren fraudebestrijding. ACTIVITEITEN Programma Leefbaarheid 92 93

53 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID LEEFBAARHEID STAND VAN ZAKEN Minder onveiligheidsgevoelens bij burgers - Inwoners worden nauwer betrokken bij de veiligheidsvraagstukken in de wijk en daarbij wordt hen handelingsperspectief geboden (buurtpreventieteams, buurttent inbraakpreventie, whats app groepen) - Er is onderzoek gedaan op straatniveau om het fenomeen veiligheidsbeleving beter te doorgronden en te kunnen vertalen in de wijkplannen - Aan de ontwerper van de inrichting van de nieuwe onderdoorgang onder het spoor (Willem II passage) is de opdracht gegeven om een aantrekkelijke onderdoorgang te maken die als veilig wordt ervaren en om bij het ontwerpen de mening en perceptie van inwoners en potentieel toekomstige gebruikers van de passage te betrekken. Minder onveiligheidsgevoelens bij burgers De onveiligheidsgevoelens bij burgers willen we verder terugdringen door: - doorontwikkeling initiatieven die burgers handelingsperspectief bieden; - bij communicatie-uitingen bewust stil te staan bij het effect op de veiligheidsbeleving en een negatief effect zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. - de Willem II Passage (spoorzone) wordt ingericht als een veilig voelende passage, met zintuiglijke prikkels waar dat toegevoegde waarde heeft (licht, geur, geluid) ACTIVITEITEN Minder overlast - De aanpak van de jeugd(groepen)problematiek is succesvol. Jongerenwerk/ RNewt+ zorgt in nauwe samenwerking met politie en gemeente voor goed contact met de jongeren en vroegtijdige signalering en aanpak van problemen. - De Top 100 van meest overlastgevenden in Tilburg wordt integraal (politie, OM, reclassering, Novadic, gemeente, etc.) aangepakt. Aanpak: effectiever samenwerken, out of the box interventies, drang en dwang, zorg naast sanctie. Deze aanpak is intensief en ingewikkeld en vervult een voorhoederol voor het Zorg- en Veiligheidshuis 3.0 Minder overlast De aanpak Top 100 meest impact hebbende criminelen en overlastgevers wordt geïntegreerd in de doorontwikkeling van het Zorg- en Veiligheidshuis 3.0. Nieuw beleid Aanpak ondermijnende criminaliteit: inzet op kopstukken, facilitators, gelegenheidsstructuren, subculturen en afpakken crimineel vermogen. Programma Leefbaarheid 94 95

54 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID LEEFBAARHEID Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 77. Bijstelling budgetten a.g.v. aanpassing rijksuitkering Bijdrage Veiligheidsregio Administratieve bijstellingen Scherper aan de wind III 80. Budget kermisteam Communicatie i.r.t. hondenbelasting Intelligence Nieuw beleid 83. Veiligheid: ondermijnende criminaliteit Programma- kosten 57% Subsidies 4% Organisa(e- kosten 39% Lasten Baten het kader van "Scherper aan de wind III" stellen we voor om deze budgetten af te romen. 83. VEILIGHEID ONDERMIJNENDE CRIMINALITEIT De aanpak van ondermijnende criminaliteit vraagt een gedegen aanpak. In dit voorstel wordt voor 3 jaar extra capaciteit gevraagd. In 2017 zal de aanpak van ondermijnende criminaliteit geëvalueerd worden, zodat gefundeerde keuzes over de eventuele vervolgaanpak na 2017 gemaakt kunnen worden. Voor de aanpak is 7 fte aan extra personele inzet noodzakelijk. Bedragen x 1.000,- Functie/Omschrijving Lasten Baten Saldo 120 Brandweer en rampenbestrijding Openbare orde en veiligheid Algemene voorzieningen Wmo en Jeugd Subsidies Totaal Openbare orde en veiligheid Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Bedragen x 1.000,- Subsidie Veiligheid exploitatie Zorg en veiligheidshuis Midden Brabant Actieprogramma algemeen Discriminatie Jeugd en veiligheid projecten Totaal BIJSTELLING BUDGETTEN A.G.V. AANPASSING RIJKSUITKERING In de meicirculaire 2014 is de algemene uitkering verlaagd, omdat er geen facturen meer zullen worden verzonden voor raadplegingen van Kadaster en Handelsregister. Voor afdeling Veiligheid en wijken betekent dit een structurele verlaging van het budget met 8.000, BIJDRAGE VEILIGHEIDSREGIO Op 23 juni heeft de raad ingestemd met de begroting van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (MWB). De begroting van de Veiligheidsregio MWB leidt tot een herijking. Die herijking is opgebouwd uit nominale ontwikkelingen (N ,-), bijstelling kosten Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) (N ,- in, structureel ,-) en een incidenteel voordeel ( ,-) vanwege voordelig resultaat jaarrekening (verrekend met de bijdrage ). 79. ADMINISTRATIEVE BIJSTELLINGEN Naast de begrotingsvoorstellen worden in de begroting ook administratieve correcties verwerkt. De administratieve correcties hebben geen beleidsmatige consequenties en zijn in totaliteit budgettair neutraal, maar moeten wel formeel vastgesteld worden om aan het budgetrecht te voldoen. 80 T/M 82 SCHERPER AAN DE WIND III Op basis van resultaten van de afgelopen jaren zien we dat bij diverse budgetten sprake is van structurele onderuitputting. In Programma Leefbaarheid 96 97

55 WIJKGERICHT WERKEN LEEFBAARHEID Wijkgericht werken DOELEN Wijkaanpak Versterken van het gemeentebreed wijkgericht werken in samenhang met de burgers en partners in de wijken. Verbetering in aandachts- en focuswijken Versterken van de leefbaarheid in de aandachts- en focuswijken op de thema's sociaal-economisch, fysiek en veiligheid. Onze acties in de aandachts- en focuswijken moeten tot verbetering leiden en in de overige wijken moeten geen verslechteringen optreden Verbeteren sociaal economische positie van mensen in de vijf impulswijken 1. Elk huishouden heeft een kostwinner. 2. Jongeren doen het goed op school en halen een diploma. 3. Alle huishoudens leven boven de armoedegrens. Indicator impulswijken Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 Percentage van huidige populatie werkzoekenden in de impulswijken Groenewoud, Kruidenbuurt en Stokhasselt wat uitgestroomd is naar werk 50% 48% 35% Percentage afname aantal nieuwe vroegtijdig schoolverlaters in de vijf impulswijken vanaf schooljaar Gelijk aan gehele stad Alle basisscholen in de impulswijken voldoen jaarlijks aan de prestatienorm van de Inspectie van het Onderwijs 100% Volgens in uitgevoerd onderzoek staan er geen zwakke of zeer zwakke scholen in de impulswijken Impulswijken: -32% Totale stad: -24,5% Geen zwakke of zeer zwakke scholen in impulswijken Percentage kinderen (4 t/m 17 jr) uit gezin met minimuminkomen dat mee doet aan ontwikkelen van talent en opbouw van een sociaal netwerk 100% (2018) - - Percentage huishoudens (met inwonende 65+ én minimum-inkomen) wat gebruik maakt van minimaal één inkomensondersteunende regeling 90% - - STAND VAN ZAKEN Wijkaanpak Wijkregisseurs en omgevingsmanagers zijn bekend in de wijken en wijkbewoners weten hen te vinden. Kleine knelpunten worden vlot opgelost en het budget hiervoor is nog net toereikend. De wijktoets is uitgevoerd. Het college heeft 12 aandachtswijken (buurten) en 4 focuswijken benoemd. De plannen zijn in het voorjaar 2014 met wijkbewoners en professionals (corporaties, politie, ContourdeTwern, etc) gemaakt en na de zomer vastgesteld. Uitvoering begint in het najaar. In 2014 zijn veel burgerinitiatieven ingediend, afgewogen en voor een groot deel gefaciliteerd. Wijkaanpak In bestendigen we de wijkaanpak, zoals die vorm heeft gekregen. Bijzondere aandachtspunten zijn: Uitvoering van de actieplannen voor aandachts- en focuswijken, zoveel mogelijk met en door bewoners, en met de partners in de wijken. We organiseren wijkschouwen, op basis van bewonerswensen en verbonden aan de actieplannen voor aandachts- en focuswijken. Stimuleren en faciliteren van bewonersinitiatieven. We zijn en blijven zichtbaar in de wijken aanwezig en acteren slagvaardig op kleine knelpunten om de leefbaarheid in de wijken te verbeteren. ACTIVITEITEN Verbetering aandachts- en focuswijken De doorontwikkeling van Stadstoezicht is in volle gang met de volgende kanttekening: in het kader van nog te realiseren bezuinigingen heeft stadstoezicht structureel 4 fte ingeleverd om tegemoet te komen aan de bezuinigingsopdracht. Daarnaast is de formatie van Stadtoezicht in 2014 nog niet volledig bezet, omdat onderzocht wordt of we toekunnen met minder personeel dan begroot door het inzetten van hoger gekwalificeerde handhavers. Verbetering aandachts- en focuswijken In zetten we in op verbetering van de sociale cohesie in de aandachts- en focuswijken, aanpak van parkeeroverlast, vervuiling en overlast van anderen en aanpak van armoede. De wijktoets is uitgevoerd. In de aandachts- en focuswijken zijn vijf thema's die prominent naar voren komen: sociale cohesie, parkeeroverlast, vervuiling, armoede en werk, overlast van anderen. Verbeteren sociaal economische positie van mensen in de vijf impulswijken In 2014 is de lijn ingezet om bewoners meer ruimte te geven voor initiatieven in de impulswijken. Om participatie van bewoners te bevorderen, worden bewoners opgeroepen initiatieven te nemen op de doelen van de impulswijken of een bijdrage te leveren aan schoon, heel en veilig in de impulswijken. In 2014 zijn ook de focus- en aandachtswijken vastgesteld. Bij de aanpak hiervan laten we ons inspireren door de ervaringen die zijn opgedaan met de impulswijkenaanpak. De impulsaanpak wordt zodoende steeds meer verbonden met de aanpak van de aandachts- en focuswijken. Verbeteren sociaal economische positie van mensen in de vijf impulswijken De partners binnen het Tilburg Akkoord gaan, naast het doorzetten van de al ingezette activiteiten, actief campagne voeren om bewoners op te roepen te komen met initiatieven. Hierbij hebben ze speciale aandacht voor het gebruik van sociale media. Het Tilburg Akkoord houdt vast aan de lijn van experimenten en innovaties waarbij de instellingen in de stad uitgedaagd worden om een bijdrage te leveren aan de doelen. Het Tilburg Akkoord gaat actiever en meer zichtbaar de wijk in, deels door de betrokkenheid van de adviescommissie te vergoten, maar ook door twee keer per jaar een impulswijk te bezoeken, het debat aan te gaan met bewoners en betrokkenen te ontmoeten tijdens een wijkwandeling en het Tilburg Akkoord café. Programma Leefbaarheid 98 99

56 WIJKGERICHT WERKEN LEEFBAARHEID Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 84. Bijstelling kapitaallasten Administratieve bijstellingen Subsidies Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Bedragen x 1.000,- Subsidie Wijk- en buurtwerk Tilburg Akkoord Gebiedsmanagement algemeen Oplossen kleine sociale knelpunten Nfa herstructurering convenant wonen Veemarktkwartier Totaal Kapitaal- lasten 6% Organisa1e- kosten 12% Programma- kosten 9% Subsidies Stor1ng % reserves 0 1,0% Lasten Baten 84. BIJSTELLING KAPITAALLASTEN Als gevolg van bijstelling van het Meerjarenprogramma Openbare Ruimte worden ook de bijbehorende kapitaallasten bijgesteld. 85. ADMINISTRATIEVE BIJSTELLINGEN Naast de begrotingsvoorstellen worden in de begroting ook administratieve correcties verwerkt. De administratieve correcties hebben geen beleidsmatige consequenties en zijn in totaliteit budgettair neutraal, maar moeten wel formeel vastgesteld worden om aan het budgetrecht te voldoen. Bedragen x 1.000,- Functie/Omschrijving Lasten Baten Saldo 002 Bestuursondersteuning college van burgemeester en wethouders Openbare orde en veiligheid Wegen, straten, pleinen en verkeersmaatregelen Algemene voorzieningen Wmo en Jeugd Stads- en dorpsvernieuwing Totaal Wijkgericht werken Programma Leefbaarheid

57 SPORT LEEFBAARHEID Sport DOELEN Verhogen van de sportdeelname onder jeugd (6-11 jaar) en jongeren (12-17 jaar) * In 2016 sport 60% van de jeugd (6-11 jaar) minimaal 2x per week 1 uur. * In 2016 sport 75% van de jongeren (12-17 jaar) minimaal 2x per week 1 uur. Sportdeelname volwassenen * In 2016 sport 50% van de volwassenen (18-64 jaar) minimaal 1x per week 1 uur. * In 2016 neemt 50% van de ouderen (vanaf 65 jaar) deel aan een bewegingsaanbod. Sport op orde Indicator Streefwaarde Realisatie Percentage jeugd (6-11 jr.) wat minimaal 2x per week 1 uur sport in % 78% Realisatie 2012 n.v.t. (In 2012 heeft geen meting plaatsgevonden) Percentage jongeren (12-17 jr.) wat minimaal 2 x per week 1 uur sport in % 74% Idem Percentage volwassenen (18-64 jr.) wat minimaal 1 x per week 1 uur sport in % Geen meting 52% Percentage ouderen (65+) wat deelneemt aan bewegingsaanbod in % Geen meting 43% STAND VAN ZAKEN Verhogen van de sportdeelname onder jeugd (6-11 jaar), jongeren (12-17 jaar) en volwassenen De bestuurlijke doelen m.b.t. de jeugdsportdeelname zijn inmiddels ruimschoots behaald. In vindt wederom een sportdeelname onderzoek onder volwassenen plaats. In het kader van het heroriëntatieproces voetbalcomplexen is een ontwerp-visie op het amateurvoetbal in Tilburg opgesteld. Dit is gedaan in samenspraak met de KNVB, de RTAV en de gezamenlijke Tilburgse (veld)voetbalverenigingen. Momenteel werken we aan de definitieve visie. Verhogen en stabiliseren van de sportdeelname onder jeugd (6-11 jaar), jongeren (12-17 jaar) en volwassenen We actualiseren in ook de kadernota Sport om de ambities op het gebied van sport en te maken keuzes binnen het Sportbedrijf eenduidig en samenhangend op te kunnen pakken. De investeringen voor het traject Herstructurering voetbalcomplexen betrekken we hierbij. De wijze waarop we dit willen aanpakken in samenspraak met de raad en het veld leggen we nog in in een afzonderlijke notitie aan de raad voor. ACTIVITEITEN Sport op orde In de voorbije jaren hebben we een tekort in de exploitatie van het Sportbedrijf gezien. Wij concluderen inmiddels dat het niet langer verantwoord is dit als incidenteel te beschouwen. Het gaat om een structureel tekort. Wij hebben ons de ambitie gesteld dit tekort terug te dringen en nemen ons voor om binnen drie jaar de exploitatie op orde te hebben. Voor 1 januari maken we in een aparte notitie duidelijk hoe we komen tot het plan van aanpak. Sport op orde Bij het terugdringen van dit tekort moeten we ook rekening houden met het feit dat het een bijzonder grote opgave is en dat het wellicht niet haalbaar zal blijken om het huidige tekort volledig op te lossen. Vervolgens moeten we keuzes maken. Dit kan betekenen dat eenmalige investeringen nodig zijn om vervolgens een gezonde exploitatie mogelijk te maken. Daarbij evalueert en actualiseert afdeling Sociaal in samenwerking met de afdeling Sportbedrijf in de kadernota Sport om de ambities op het gebied van sport en te maken keuzes binnen het Sportbedrijf eenduidig en samenhangend op te kunnen pakken. Daarbij zal ook aandacht zijn voor mogelijke harmonisatie van de tarieven. In is er sprake van een verwerkt tekort ad in het financieel beeld. In is dekking gereserveerd. Hierdoor resteert een taakstelling van in. Deze taakstelling wordt binnen de bedrijfsvoering van het Sportbedrijf gezocht door met name het doorvoeren van exploitatie verbeterende maatregelen zoals bijvoorbeeld efficiëntere planning van het activiteitenaanbod en de inzet van marketinginstrumenten. Programma Leefbaarheid

58 SPORT LEEFBAARHEID Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 86. Bijstelling budgetten a.g.v. aanpassing rijksuitkering Huurverlaging SMC Tekort sportexploitatie Administratieve bijstellingen Nieuw beleid 90. Impuls Sport PM PM PM PM 91. Taakstelling sportexploitatie TAAKSTELLING SPORTEXPLOITATIE Wij hebben ons de ambitie gesteld om het tekort op de sportexploitatie terug te dringen en nemen ons voor om binnen drie jaar de exploitatie op orde te hebben. Daarbij moeten we ook rekening houden met het feit dat het een bijzonder grote opgave is en dat het wellicht niet haalbaar zal blijken om het huidige tekort volledig op te lossen. Vervolgens moeten we keuzes maken. Dit kan betekenen dat eenmalige investeringen nodig zijn om vervolgens een gezonde exploitatie mogelijk te maken. Daarbij actualiseren we de kadernota Sport voor wat betreft de ambities op het gebied van sport en maken keuzes binnen het Sportbedrijf om deze eenduidig en samenhangend op te kunnen pakken. Daarbij zal ook aandacht zijn voor mogelijke harmonisatie van de tarieven. Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Bezoekers zwembaden Bezoekers ijsbaan In 2012 is de definitie te rigide gehanteerd en waren hele categorieën uitgesloten (zoals abonnementen). 2 Voorheen werden alleen de recreatieve bezoekers geteld. Vanaf willen we álle bezoekers tellen, om definitiekwesties te voorkomen. Bedragen x 1.000,- Programma- kosten 37% Subsidies 2% Kapitaal- lasten 7% Lasten Baten Functie/Omschrijving Lasten Baten 530 Sport Groene sportvelden en terreinen Totaal Sport Saldo Organisa1e- kosten 54% BIJSTELLING BUDGETTEN A.G.V. AANPASSING RIJKSUITKERING In de meicirculaire gemeentefonds 2014 is een korting i.v.m. E-overheid opgelegd. 87. HUURVERLAGING SMC Contractueel gezien kan een huurder 1 x per 5 jaar de huur onafhankelijk laten taxeren. In dit geval is de huur van het Sport Medisch Centrum bijgesteld van ,- naar ,- (per 1/1 2014) Subsidies Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Bedragen x 1.000,- Subsidie Sportsubsidies & evenementen Overige sportstimulering Totaal TEKORT SPORTEXPLOITATIE In de voorbije jaren hebben we een tekort in de exploitatie van het Sportbedrijf gezien. Wij concluderen inmiddels dat het niet langer verantwoord is dit als incidenteel te beschouwen. Het gaat om een structureel tekort. 89. ADMINISTRATIEVE BIJSTELLINGEN Naast de begrotingsvoorstellen worden in de begroting ook administratieve correcties verwerkt. De administratieve correcties hebben geen beleidsmatige consequenties en zijn in totaliteit budgettair neutraal, maar moeten wel formeel vastgesteld worden om aan het budgetrecht te voldoen. 90. IMPULS SPORT In samenspraak met de KNVB, de RTAV en de gezamenlijke Tilburgse (veld)voetbalverenigingen is in het kader van het heroriëntatieproces voetbalcomplexen een ontwerp-visie op het amateurvoetbal in Tilburg opgesteld. Deze visie beschrijft o.a. de mogelijkheden om te komen tot herschikking van een aantal voetbalcomplexen in Tilburg. De nieuwe coalitie wil dit traject afronden. Er is globaal becijferd welke investeringen de herstructurering van de voetbalvelden mogelijk met zich mee kan brengen. Het gaat dan om in totaal ca. 6 miljoen in de periode Momenteel wordt gewerkt aan de definitieve visie op basis waarvan de ramingen en planningen verfijnd kunnen worden. Programma Leefbaarheid

59 DUURZAAMHEID, MILIEU EN AFVAL LEEFBAARHEID Duurzaamheid, milieu en afval DOELEN Duurzaamheid Tilburg werkt aan een toekomstbestendige stad voor de huidige én toekomstige generatie waarbij economie, ecologie en het sociaal-culturele domein in evenwicht zijn Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 Afvalscheiding in 50% 50% 47% 45,2% Aantal NOM woningen n.t.b. - - Aantal m2 zonnepanelen op gemeentelijk vastgoed n.t.b. - - STAND VAN ZAKEN Duurzaamheid Samen met bewoners, ondernemers en andere partners willen we onze duurzaamheidsambities verwezenlijken. Hiertoe zal er eind 2014 een debat met de stad worden gehouden van waaruit verdere invulling wordt gegeven. Kernpunten zijn het reduceren van de hoeveelheid restafval, verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en lokale energieopwekking, het versterken van een gezonde leefomgeving en duurzame mobiliteit. Een goede regionale afstemming is hierbij noodzakelijk. De uitvoering van de Klimaataanpak Tilburg is op stoom voor de onderdelen energiebesparingen bestaande en nieuwe bebouwing, lokale energieopwekking. We maken bij voorkeur gebruik van het instrument green deal. Het onderdeel klimaatadaptatie starten we op. Duurzaamheid Opstellen plan van aanpak en opstart project Verduurzamen gemeentelijke gebouwen Verstrekken eerste klimaatlening Opstellen van een lange termijn visie energie en klimaat (inclusief ruimtelijke uitwerking) Ontwikkeling van minimaal drie windmolens op de Spinder Uitwerken green deal voor Verduurzaming warmtenet (geothermie en biomassacentrale). Herziening strategisch afvalbeleid, inclusief circulaire economie Opstellen lokale duurzaamheidagenda Tilburg. Herziening beleid Externe Veiligheid Versterken kennisuitwisseling en samenwerking met partners in Europa ACTIVITEITEN Programma Leefbaarheid

60 DUURZAAMHEID, MILIEU EN AFVAL LEEFBAARHEID Programma- kosten 34% Subsidies 1% Kapitaal- lasten 5% Organisa1e- kosten 60% Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 92. Afvalstoffenbelasting Autonome groei Nominale bijstelling verwerkingskosten Administratieve bijstellingen Nieuw beleid 96. Impuls klimaat Ten laste van RGI AFVALSTOFFENBELASTING Met ingang van 1 januari gaat het Rijk ook afvalstoffenbelasting invoeren op het verbranden van afval bij een vuilverbrander De begin 2014 opnieuw ingevoerde afvalstoffenbelasting gold in eerste instantie alleen voor het storten van afval. De belasting op het verbranden van afval bedraagt 13 per ton. Het doorzetten van deze kosten leidt tot een verhoging van het tarief voor de afvalstoffenheffing met 6,93 per huishouden. 93. AUTONOME GROEI Op basis van de groeiprognose voor het aantal huishoudens is de autonome groei berekend voor de afvalverwerkingskosten en de overige inzamelkosten (manuren en voertuiguren) voor ten opzichte van Dit percentage bedraagt 0,26% en wordt structureel verwerkt. Deze toename in inwoners leidt tot een stijging van de afvalverwerkingskosten ( ,-) en een toename in overige inzamelkosten ( ,-). De formatie stijgt hierdoor structureel met 0,41 fte. De herijking komt volledig ten laste van de afvalstoffenheffing. 94. NOMINALE BIJSTELLING VERWERKINGSKOSTEN Jaarlijks worden de prijzen en het volume voor afvalverwerkingskosten geactualiseerd. Uitgangspunten hierbij zijn de prijzen 2014 en de verwachte volumeontwikkeling zoals die zich in 2014 voordoet. De stijging van de afvalverwerkingskosten wordt veroorzaakt door de verwachte lagere opbrengst van papier en metaal. Het volume-effect bedraagt ,- voordelig, het prijseffect ,- nadelig. De herijking heeft geen formatieve consequenties. De herijking komt volledig ten laste van de afvalstoffenheffing. Lasten Baten 96. IMPULS KLIMAAT De groene stad heeft de toekomst. Samen met bewoners, ondernemers en andere partners uit de stad willen we onze duurzaamheidambities verwezenlijken. Met thema s als: energie, mobiliteit, klimaat, circulaire economie, water en natuur, biodiversiteit en luchtkwaliteit. Om gebruik te kunnen maken van de kennis, kunde en inventiviteit van de Tilburgers beschouwen we de stad als een broedplaats voor duurzaamheid. Een stad waar ruimte is voor eigen initiatief. Van energiecoöperatie tot stadslandbouw. Waar ruimte is voor innovatie. Van fietssnelwegen tot elektrische auto s. Duurzame steden zijn innovatieve steden, en andersom (Alliantie van Brabant 2014). Ons duurzaamheidstreven betekent onder andere dat we de hoeveelheid restafval in 2018 terug willen brengen met 40%. Deze ambitie wordt binnen bestaande begrotingskaders gerealiseerd. We gaan door met het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Het lopende klimaatbeleid met bijbehorende formatie tot en met willen we ook na 1 januari 2016 continueren. Dat is niet alleen goed voor de portemonnee en het milieu, maar verbetert ook het woonklimaat. Wij verkennen de mogelijkheid om hiervoor een betaalbare lening in te voeren. De werkwijze van green deals tussen gemeente, bedrijven, burgers en kennisinstellingen wordt daarbij gecontinueerd. In de tweede helft van 2014 zal met diverse partners vanuit de stad en daarbuiten verdere invulling worden gegeven aan deze doelstellingen. De eerste helft van worden de resultaten van deze exercitie aan de raad voorgelegd. In totaal doen we voor het klimaatbeleid een investering van 2 miljoen ten laste van de Reserve Grootschalige Investeringen. Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Tonnen afval Aantal bezoekers milieustraat Functie/Omschrijving Lasten Baten Bedragen x 1.000,- 210 Wegen, straten, pleinen en verkeersmaatregelen Afvalverwijdering en -verwerking Milieubeheer Saldo van kostenplaatsen Subsidies Totaal Duurzaamheid, milieu en afval Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Saldo Bedragen x 1.000,- Subsidie Hoog/laagbouw Grof huisvuil Milieubeheer algemeen Duurzaam handelen Lucht Energie Totaal ADMINISTRATIEVE BIJSTELLINGEN Naast de begrotingsvoorstellen worden in de begroting ook administratieve correcties verwerkt. De administratieve correcties hebben geen beleidsmatige consequenties en zijn in totaliteit budgettair neutraal, maar moeten wel formeel vastgesteld worden om aan het budgetrecht te voldoen. Programma Leefbaarheid

61 BEHEER OPENBARE RUIMTE LEEFBAARHEID Beheer openbare ruimte DOELEN Verbeteren fysieke leefomgeving * Totaaloordeel Tilburgers over de leefbaarheid in de buurt. * Oordeel Tilburgers over de fysieke woonomgeving uitgedrukt in een rapportcijfer. * Meerderheid van de civiele onderhoudsprojecten is volgens planning uitgevoerd. Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 Totaaloordeel Tilburgers over leefbaarheid in de buurt n.v.t. 7,2 n.v.t. (leefbaarheidsmonitor [Lemon] 1x per 2 jaar) Het duurzaam in stand houden van de groenstructuur en waar nodig ontwikkelen * Het openbaar groen in de stad neemt toe. Nader onderzoek is nodig om oppervlakte extra groen te bepalen. Groen dichterbij (beleefbaar groen) en voor iedereen * de groenstructuur (zowel in landelijk als stedelijk gebied) duurzaam in stand houden en waar nodig ontwikkelen of versterken. * ruimte voor natuur en ecologie. * kwaliteit groen verhogen. * eigen karakter behouden. Oordeel Tilburgers (rapportcijfer) over fysieke woonomgeving n.v.t. 6,6 n.v.t. (idem) Percentage van het aantal meldingen zwerfafval wat binnen 24 uur na melding is verwijderd 90% - - Biodiversiteit verhogen en beter te beschermen * de achteruitgang van de biodiversiteit tot stilstand brengen (vanaf 2010), voor zowel het buitengebied als het bebouwde gebied. * biodiversiteit tot aan de voordeur. * in 2020 levert 50% van de aangeplante bomen en struiken binnen de bebouwde kom een bijdrage aan de biodiversiteit. STAND VAN ZAKEN Verbeteren fysieke leefomgeving Gegevens uit de leefbaarheidsmonitor (Lemon) komen 1x per 2 jaar beschikbaar. Eerstvolgend evaluatiemoment is begin Ondanks intensive begeleidingstraject voor realisatie van Meerjarenprogramma Openbare Ruimte wordt de uitvoering van een deel van de projecten niet in 2014 (financieel) afgerond. Dit wordt o.a. veroorzaakt door inbreng gedurende burgerparticipatie, tegenvallers in de projectvoorbereiding, afhankelijkheid met andere vertraagde projecten en de bereikbaarheid van de stad. Voorbeelden zijn: - Fatimastraat 2 de fase - Middenbrabantweg met daaraan gekoppeld Hasseltstraat en Kapelstraat. - Kwaadeindstraat - St. Josephstraat - Tivolistraat Verbeteren fysieke leefomgeving De besluitvormingsprocedure rondom het Meerjarenprogramma wordt vervroegd. De afstemming met externe partijen en de burgerparticipatie worden eerder in het proces opgenomen. In het Uitvoeringsprogramma wordt onderscheid gemaakt in de planning van de projectfases. In een vroeg stadium wordt gestuurd op programmaniveau door monitoring en signalering op voortgang van projecten en maatregelen. De vorderingen binnen het programma worden weergegeven in een kwartaalrapportage. ACTIVITEITEN Het duurzaam in stand houden van de groenstructuur en waar nodig ontwikkelen In de concept SV2040 is opgenomen dat groen een structureel onderdeel van de duurzame stad Tilburg is, waarbij het beheer en onderhoud van het groen op orde is. In het tweede kwartaal van komen we met een voorstel met betrekking tot beleid van het beheren van het groen in de stad en de financiering daarvan. Groen dichterbij en voor iedereen Bestaand groen moet toegankelijker en zichtbaarder worden. We willen burgers meer betrekken bij de (her)- inrichting van het openbaar groen en onderhoud er van. Innovatief groen zal daarbij daar waar mogelijk ingezet gaan worden. Het duurzaam in stand houden van de groenstructuur en waar nodig ontwikkelen In het coalitieakkoord is een impuls voor intensivering in groen en veiligheid bossen voor jaarlijks afgesproken. In het voorliggende Meerjarenprogramma zijn de daarvoor uit te voeren werkzaamheden nog niet expliciet vermeld. Op hoofdlijnen worden deze financiële middelen in besteed aan intensivering van het groenonderhoud: - impuls groen en biodiversiteit, waaronder de aanleg van een vijver in Stokhasselt ( circa ,-) - het op orde brengen van het afgesproken, minimale niveau van beheer en onderhoud van de aanwezige groenvoorzieningen (circa ,-) - bossen (circa ,-) In komen we met een voorstel hoe deze middelen structureel in te zetten. Groen dichterbij en voor iedereen Stimuleringsregeling dak- en gevelgroen. Knooppunt Innovatief Groen ten behoeve van o.a. klimaatadaptatie in openbare ruimte en dergelijke. Biodiversiteit verhogen en beter te beschermen Door zowel in te zetten op fysieke maatregelen als meer ecologisch beheren wordt de biodiversiteit versterkt. Biodiversiteit verhogen en beter te beschermen Uitvoering geven aan handreiking ecologisch beheer. Oevers van 2 vijvers in de Blaak worden ecologisch gemaakt. Generieke ontheffing voor onderzoek naar vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen Wachtgronden inzaaien met bloemen/kruiden mengsel Programma Leefbaarheid

62 BEHEER OPENBARE RUIMTE LEEFBAARHEID Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 97. Autonome groei verkeersregelinstallaties Bijzondere areaaluitbreidingen Semi-autonome groei Bijstelling kapitaallasten Bijstelling budgetten a.g.v. aanpassing rijksuitkeringen Administratieve bijstellingen Scherper aan de wind III 103. Onderuitputting diverse kleine budgetten Budget civiele kunstwerken Nieuw beleid 105. Intensivering groenonderhoud Ten laste van MJP Programma- kosten 55% Kapitaal- lasten 28% Organisa2e- kosten 17% AUTONOME GROEI VERKEERSREGELINSTALLATIES (VRI'S) Conform de spelregels voor budgetbijstelling wordt uitgegaan van de ontwikkeling van het aantal verkeersregelinstallaties (VRI's). De onderhoudskosten bedragen 8.742,- per verkeersregelinstallatie per jaar. Ten opzichte van de raming voor de Programmabegroting 2014 is het VRI areaal met 1 toegenomen. 98. BIJZONDERE AREAALUITBREIDINGEN In 2014 wordt een aantal bijzondere areaaluitbreidingen gerealiseerd die met ingang van in beheer worden genomen. Bij de aanvraag van deze specifieke uitbreidingen zijn geen middelen geclaimd voor groenonderhoud en schoonhouden en evenmin vindt bijstelling van de budgetten plaats via de correctie semi-autonome groei omdat het uitbreidingen betreft die geen relatie hebben met de ontwikkeling woningbouw. Het betreft de projecten: Quirijnustuinen Noord, Tradepark 58, Industrieterrein Vossenberg West II en de inrichting van het Rozenplein. Het schoonhouden van de genoemde areaaluitbreidingen bestaat uit een mix van activiteiten Om de onderhoudsbudgetten voor Schoonhouden openbaar gebied en Beheer groen en recreatie op het benodigde niveau te houden, wordt hierbij voorgesteld deze te verhogen met respectievelijk ,- en , Lasten Baten De kosten van Schoonhouden openbaar gebied worden voor 44% ( ,-) toegerekend aan de afvalstoffenheffing en 8% ( 3.000,-) aan de rioolheffing. 99. SEMI-AUTONOME GROEI Conform de spelregels voor budgetbijstelling worden op basis van de woningbouwprognose jaarlijks bij de Programmabegroting de onderhoudsbudgetten bijgesteld. In de mutatie is een bijstelling begrepen voor het schoonhouden van wegen. Gedeeltelijk wordt deze bijstelling toegerekend aan de afvalstoffenheffing ( ,-). Ook de bijstelling voor schoonhouden van groen wordt gedeeltelijk toegerekend aan de afvalstoffenheffing ( 7.000,-). De bijstelling voor het onderdeel riolering wordt volledig toegerekend aan de rioolheffing ( ,-) BIJSTELLING KAPITAALLASTEN Als gevolg van bijstelling van het Meerjarenprogramma Openbare Ruimte worden ook de bijbehorende kapitaallasten bijgesteld BIJSTELLING BUDGETTEN A.G.V. AANPASSING RIJKSUITKERING In de meicirculaire 2014 is de algemene uitkering verlaagd, omdat er geen facturen meer zullen worden verzonden voor raadplegingen van Kadaster en Handelsregister ADMINISTRATIEVE BIJSTELLINGEN Naast de begrotingsvoorstellen worden in de begroting ook administratieve correcties verwerkt. De administratieve correcties hebben geen beleidsmatige consequenties en zijn in totaliteit budgettair neutraal, maar moeten wel formeel vastgesteld worden om aan het budgetrecht te voldoen T/M 104 SCHERPER AAN DE WIND III Op basis van resultaten van de afgelopen jaren zien we dat bij diverse budgetten sprake is van structurele onderuitputting. In het kader van "Scherper aan de wind III" stellen we voor om deze budgetten af te romen INTENSIVERING GROENONDERHOUD BINNEN MJP We willen het integrale beheer en onderhoud van groen in de stad op orde krijgen, op het niveau conform de overige programma's voor onderhoud van het openbaar gebied. Wij willen hiervoor een intensivering doen binnen het Meerjarenprogramma Openbare Ruimte (MJP). De ruimte hiervoor willen we vinden in de vrijvallende gelden door niet uitgevoerde werkzaamheden vanuit het MJP. Voor de zogenaamde hotspot aanpak gaan wij uit van continuering van de middelen uit Nederland Schoon. Intensivering groenonderhoud: 1,2 miljoen binnen het MJP, waarvan: ,- structureel per jaar zal worden ingezet voor het extensief onderhoud van gemeentelijke bossen, waarmee de bossen sober in stand kunnen worden gehouden. Het risico voor afvallende takken en andere onveilige situaties wordt hierdoor minder. In 2014 wordt een inventarisatie uitgevoerd naar de grootste knelpunten (op basis van kwaliteit houtopstanden en intensiteit van het benutten van bossen) zodat in de uitvoering gestalte kan krijgen ,- structureel per jaar zal worden ingezet voor het verbeteren van het kort cyclisch beheer, waardoor achterstanden in het beheer worden ingehaald en een minimaal niveau voor groen bereikt kan worden (conform onderhoudsniveaus van alle andere MJP programma's) ,- om een impuls te geven aan groen en water in de stad en versterking van de biodiversiteit. In denken we daarbij aan de aanleg van een nieuwe vijver in Stokhasselt, waarbij we kijken of met dit project een wateropgave gerealiseerd kan worden. Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Planmatig en correctief onderhoud wegen/fietspaden (m2) Vervangen lichtmasten Renovatie en vernieuwing riool (m1) Vergunningen bouwactiviteiten >15m Vergunningen gebruik openbare ruimte Vergunningen leidingcoördinatie Bij renovatie en vernieuwing wordt ook alle nieuw aangelegde riolering meegenomen zoals blauwe aders en andere Programma Leefbaarheid

63 BEHEER OPENBARE RUIMTE LEEFBAARHEID hydraulische of milieutechnische maatregelen. Riolering ten behoeve van (her)inrichtingen worden in dit overzicht niet meegenomen. 2 Door herprogrammering van projecten uit staan voor extra maatregelen gepland. Bedragen x 1.000,- Functie/Omschrijving Lasten Baten Saldo 140 Openbare orde en veiligheid Wegen, straten, pleinen en verkeersmaatregelen Binnenhavens en waterwegen Kunst Natuurbescherming Openbaar groen en openluchtrecreatie Overige recreatieve voorzieningen Riolering Milieubeheer Lijkbezorging Baten begraafplaatsrechten Ruimtelijke ordening Overige volkshuisvesting Overige financiële middelen Baten precariobelasting Baten en lasten heffing en invordering gemeentelijke belastingen Totaal Beheer openbare ruimte Bedragen x 1.000,- Subsidies Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Subsidie Kinderboerderijen mlb Totaal Programma Leefbaarheid

64 PARKEEREXPLOITATIE LEEFBAARHEID Parkeerexploitatie DOELEN Het parkeerbeleid is er op gericht om een zo goed mogelijke invulling te geven aan de beperkte openbare ruimte door regels met betrekking tot parkeren te stellen. Het Parkeerbedrijf is ondersteunend aan dit beleid door: - (tegen betaling) parkeerruimte aan te bieden in de vorm van parkeergarages en op straat (het openbaar gebied); - (gratis) bewaakte fietsenstallingen aan te bieden en; - de regels, zoals vastgelegd in "Verordening parkeerbelastingen", "Beleidsregels parkeervergunningen" en de "Parkeerverordening" te handhaven. Het Parkeerbedrijf is daarbij verantwoordelijk voor de gesloten parkeerexploitatie. Er wordt naar gestreefd om het resultaat van de parkeerexploitatie te verbeteren door betere diensten te verlenen en goedkoper te werken. STAND VAN ZAKEN In 2012 is in het kader van "Parkeren op orde" onder andere het onderstaande besloten: - Beheer op afstand, waardoor er minder garagebeheerders nodig zijn - Uitbesteding van de beheertaken aan een marktpartij - Ten aanzien van gebiedsontwikkelingen: noch bij toevoeging, noch bij onttrekking van parkeerareaal, mag dit negatieve gevolgen hebben voor de parkeerexploitatie. Het besluit om het beheer van de parkeergarages op afstand te plaatsen en de beheertaken uit te besteden heeft er toe geleid dat er de afgelopen twee jaar een ingrijpende reorganisatie heeft plaatsgevonden bij het Parkeerbedrijf. Hierbij is beheer op afstand ingevoerd. Dit betekent dat er niet één toezichthouder in iedere garage is, maar gecentraliseerd toezicht met behulp van camera's vanuit één locatie. Dit beheer wordt uitgevoerd door een marktpartij in plaats van in eigen beheer. Verder is er nieuwe parkeerapparatuur geplaatst. Tegelijkertijd zijn 3 parkeergarages gerenoveerd (Emmapassage, Schouwburg en Koningsplein). De renovatie van garage 013 Tivoli volgt eind Dit alles leidt tot een mindere klantbeleving omdat er op enig moment veel overlast en ongemak is geweest voor de parkeerder. We trekken parkeerders primair naar een aantrekkelijke stad waar het goed winkelen, uitgaan en recreëren is. Het parkeren moet echter ook vlekkeloos verlopen. De inspanning voor de komende tijd is er voornamelijk op gericht om parkeerders weer maximaal te faciliteren. Door gerenoveerde parkeergarages, vereenvoudiging van het parkeerbeleid en verdere digitalisering van parkeren willen we extra parkeerders naar het centrum trekken. In werken we aan het "digitaliseren van parkeren". Hieronder wordt verstaan dat: - parkeerrechten digitaal worden uitgegeven (het recht wordt gekoppeld aan een kenteken i.p.v. aan een papieren vergunning); - invoering van een digitale bezoekersregeling (aanmelding via internet/app of telefoon in plaats van via de parkeerautomaat); - verkoop van parkeerproducten via internet; - handhaving door het scannen van kentekens in plaats van het raadplegen van het parkeerticket. Om dit mogelijk te maken zullen een aantal maatregelen genomen moeten worden. Maatregelen waaraan gedacht worden zijn: - terugbrengen van het aantal parkeerproducten; - aantal verschillende vergunning gebieden terugbrengen; - uniforme werkingstijden voor zowel vergunningen als betaalautomaten. Bovenstaande ideeën zullen worden omgezet in beleidsvoorstellen. De nota hiervoor staat gepland voor het 2e kwartaal van. We stellen de nota Parkeerbeleid op en verbeteren de informatievoorziening richting parkeerders door deelname aan het project Open parkeerdata. ACTIVITEITEN Programma Leefbaarheid

65 PARKEEREXPLOITATIE LEEFBAARHEID Bedragen x 1.000,- Bedragen x 1.000,- Rekening Functie/Omschrijving Lasten Baten Saldo Lasten Baten Netto lasten Parkeren Baten parkeerbelasting Totaal Parkeerexploitatie Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 106. Bijstelling parkeerexploitatie Nieuw beleid 107. Surplus Reserve onrendabele top parkeergarages Toevoeging aan Reserve betaald parkeren Stor1ng reserves 6% Kapitaal- lasten 5% Organisa1e- kosten 15% Lasten Baten Programma- kosten 74% BIJSTELLING PARKEEREXPLOITATIE Parkeren kent een gesloten exploitatie, het saldo van de parkeerbaten en -lasten wordt afgewikkeld met de reserve betaald parkeren. Actualiseren van de ramingen heeft geleid tot onderstaande bijstellingen. De baten van de parkeerexploitatie dalen met ,- in oplopend tot ,- in Dit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door dalende parkeerinkomsten bij kort parkeren en teruglopende baten door uitbreiding concurrerende parkeergarage. De lasten dalen met ,- in aflopend naar ,- in Dit betreft met name lagere budgetten voor beheer en onderhoud, organisatiekosten en frictiekosten en reorganisatiekosten. Om de parkeerexploitatie voor de middellange termijn sluitend te krijgen, is een integrale tariefsverhoging noodzakelijk. Het betreft: - Straatparkeren van 1,80 naar 2,20 (eenheidstarief) in zone wat leidt tot een voordeel van ,-; - Parkeergarages van 1,70 of 1,90 naar 2,00 (eenheidstarief; excl. Stappegoor-gebied) wat leidt tot een voordeel van ,-; - Parkeerabonnementen en -vergunningen gemiddeld met 10% omhoog wat leidt tot een voordeel van , SURPLUS RESERVE ONRENDABELE TOP PARKEERGARAGES Binnen de reserve onrendabele top parkeergarages is een (rente-)voordeel ontstaan. Doordat bij bouwontwikkelingen later dan begroot betaald kon worden is het bedrag lager dan oorspronkelijk begroot. Het voorstel is om dit surplus van ,- vrij te laten vallen uit de reserve onrendabele top parkeergarages en deze vervolgens toe te voegen aan de reserve betaald parkeren. Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Aantal parkeeruren garages Aantal parkeerabonnementen garages Programma Leefbaarheid

66 Programma Leefbaarheid 120

67 Programma Bestuur 121

68 BESTUUR Programma Bestuur - Dicht bij de mensen Bestuur, samenwerken en netwerken Versterken van de regionale samenwerking Internationale samenwerking - mondiale bewustwording Participerende overheid Publieke dienstverlening Verbeteren van de klanttevredenheid van de gemeentelijke dienstverlening Diensten aan andere overheden Diensten aan andere overheden Nieuwe kadernota s in : - Visie op dienstverlening - Visie op P&C-cyclus (actualiseren) Samenwerking en de participerende overheid staan centraal in het programma bestuur. Dit heeft binnen het programma een weerslag op de interne, lokale, regionale en internationale samenwerking. Er staat een belangrijke periode voor de deur in onze "bestuurlijke" samenwerkingen (regionaal samenwerkingsverband Hart van Brabant, stichting Midpoint Brabant en het netwerk BrabantStad). Op tal van niveaus worden de strategische agenda's aangescherpt of zijn nieuwe agenda's in de maak. In Europa gaat de nieuwe (subsidie)programmaperiode van start en in het sociaal domein treden de drie transities in werking. Dat alles legt vanaf extra druk op de organisatie en de kwaliteit van de regionale samenwerking maar het is tevens een uniek momentum dat volop nieuwe kansen genereert. Wij willen dat momentum dan ook grijpen. Daarbij realiseren wij ons dat dat op meer dan één terrein extra inspanning vergt. Onze rol en positie als de participerende overheid ontwikkelen we in en de jaren daarna werkende weg. Niet vanuit een vooraf bepaald kader maar op basis van concrete opgaves en casussen. Ons samenspel met partners en burgers in de stad geven we daarbij telkens vorm op een wijze die dan het meest passend lijkt. Meer dan voorheen betekent dit een omslag in denken en besef dat de lokale overheid slechts één van de (mede)spelers is in de vitale samenleving. Vanuit dit besef gaat het steeds over co-creatie waarvoor wij lef willen tonen om steeds de vraag te stellen of wij als overheid een rol hebben en zo ja welke die dan is. Naast een participerende overheid en samenwerkingspartner verlenen we ook specifieke diensten. De toenemende digitalisering vraagt dat wij ons ook heroriënteren op onze dienstverlening, maar ook de 3 decentralisatie maken dat de burger voor meer diensten van de gemeente afhankelijk is. Betrouwbaarheid en zorgvuldigheid is van belang. In de nieuwe visie op dienstverlening die we in opstellen komt dit verder terug. Financiering en algemene dekkingsmiddelen Handhaven positie als grote gemeente met lage woonlasten Algemene baten en lasten Algemene baten en lasten Lasten Baten Bedragen x 1.000,- Bestuur, samenwerken en netwerken Publieke dienstverlening Diensten aan andere overheden Financiering en algemene dekkingsmiddelen Algemene baten en lasten Totaal Bestuur Saldo Verdeling Lasten Algemene baten en lasten 41% Bestuur, samen- & netwerken 8% Publieke dienstverlening 11% Diensten aan andere overheden 1% Financiering en alg. dekkingsmiddelen 39% Programma Bestuur

69 Bestuur, samenwerken en netwerken BESTUUR, SAMENWERKEN EN NETWERKEN BESTUUR DOELEN Versterken van de regionale samenwerking Internationale samenwerking - mondiale bewustwording Participerende overheid: Het zijn van een overheid die ruimte schept voor het (gezamenlijk) waarmaken van plannen van inwoners, (private) partijen en overheid die toegevoegde waarde leveren voor de stad en de buurt. Indicator We zoeken nog aangepaste indicatoren voor ons robuuste doel participerende overheid die ons inzicht geven in de vorderingen in onze gewenste handelswijze (te denken aan waarderingscijfers cf systematiek van de participatiemonitor voor de beleidskant maar ook vanuit de bedrijfsvoering kijken we naar scores over het gedrag van medewerkers) Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 STAND VAN ZAKEN Versterken van de regionale samenwerking Om de Tilburgse en regionale ambities waar te maken is samenwerken met partners niet alleen een vrijwillige keuze maar ook een noodzaak. Om op Rijks, Europees en mondiaal niveau goed mee te kunnen, is massa van belang. De beperkte Nederlandse schaal maakt het nodig dat de gemeenten en grote steden veel samen, - als één geheel maar ook in wisselende samenstelling -, optrekken. De opgave is steeds bepalend voor het schaalniveau waarop Tilburg - ambtelijk dan wel bestuurlijk- acteert. Hart van Brabant/Midpoint In 2014 is de aangepaste gemeenschappelijke regeling vastgesteld t.b.v. de implementatie van de transitie in de Jeugdzorg. Er is een aparte bestuurscommissie opgericht die sturing geeft aan de regionaal belegde delen van de jeugdzorg, daarbij is gezocht naar een stemverhouding die recht doet aan alle deelnemende gemeenten. Daarnaast is in 2014, na de gemeenteraadsverkiezingen, de samenstelling van de portefeuillehoudersoverleggen opnieuw vastgesteld. Zowel binnen Hart van Brabant als binnen Midpoint liggen ambitieuze werkagenda's. Om deze werkagenda's met voldoende slagkracht aan te kunnen pakken wordt in de begroting van voor zowel Hart van Brabant als voor Midpoint een hogere inwonersbijdrage gevraagd. De samenwerking en afstemming tussen Hart van Brabant en Midpoint is vergroot door de strategische (programma) sturing in een personele unie van Hart van Brabant en Midpoint te beleggen. Om het multipliereffect van beide organisaties te vergroten is een servicepunt externe financiering opgericht en inmiddels operationeel. Dit gezien het belang van aantrekken van externe financiering op onze ambities. Overigens is het Servicepunt beschikbaar voor alle partners in de regio. Brabantstad / B5 In 2014 is het programma Samen Investeren (gezamenlijk budget van 1 miljard) afgerond en afgerekend. Hiermee is een einde gekomen aan een bijzondere (uitvoerende) periode in de samenwerking binnen Brabantstad. Het stedennetwerk heeft zich hierna met name toegelegd op strategisch lobby en het verbinden van de juiste agenda's. Onder invloed van een aantal mondiale ontwikkelingen herleeft nu de wens bij de Brabantse steden om toch weer tot iets van een gefocuste gezamenlijke investeringsagenda te komen. Vanuit dat idee is het programmabureau BrabantStad een proces gestart om tot aanscherping (focus) van de huidige strategische agenda te komen. Dat proces loopt door in. Social Innovation - Alliantie van Brabant Bij het werkbezoek van koningin Máxima op 18 maart 2014 hebben de triple helix partners in de regio Hart van Brabant de Alliantie van Brabant ondertekend. Deze alliantie is een resultante van de werkconferentie Social Innovation (21 februari 2014) waar de white papers van Tilburg University en de position papers van de gemeente onderwerp van gesprek zijn geweest. In mei hebben Tilburg University en de gemeente de uitvoering van de Alliantie aan het regiepunt Social Innovation van Midpoint overgedragen. Midpoint heeft daarop vervolgens een aparte programmaregisseur aangesteld. in samenspraak met haar partners zal Midpoint in kaart gaan brengen welke internationale netwerken van belang zijn om het imago Hart van Brabant als de regio van social innovation verder te helpen. Versterken van de regionale samenwerking Om de grote maatschappelijke vraagstukken het hoofd te kunnen bieden, moet dus massa worden gemaakt en is kennisbundeling nodig. Tilburg hecht op meerdere niveaus belang aan een solide samenwerkingsbasis. Dat vergt enerzijds investeren in de kwaliteit van de regionale organisatie en anderzijds investeren in een gedegen strategie en het smeden van allianties op operationeel niveau. Het moet de centrumstad en de regio Hart van Brabant in staat te stellen om een constructieve bijdrage te leveren aan een sterk Brabant. Hart van Brabant/Midpoint De sturing op de projecten binnen de werkagenda wordt belegd binnen de deelnemende regiogemeenten. Tilburg heeft voor een aantal projecten het bestuurlijk en/of ambtelijk opdrachtgeverschap. Deze projecten zijn terug te vinden binnen de verschillende programma's. In start het proces om te komen tot een nieuwe strategische agenda Het mag duidelijk zijn dat wij als stad een grote bijdrage zullen leveren aan de totstandkoming van deze agenda. We betrekken hierbij de raad aan de voorkant van het proces. Brabantstad / B5 We leveren een bijdrage in de totstandkoming van de aanscherping van de strategie. We streven naar een gefocuste en concrete agenda die goed aansluit bij onze lokale en regionale ambities. In samenwerking met onze B5 partners brengen we het belang van de steden onder de aandacht van Provinciale Staten ten behoeve van de komende provinciale verkiezingen. Met de nieuwe Europese programmaperiode in het verschiet, lijkt er in voor de steden een nieuwe kansrijke periode aan te breken. Er tekent zich een breed gedragen (mondiaal) geloof af in de slagkracht en het innovatievermogen van de grote stad, met name waar het de grote maatschappelijke vraagstukken betreft. Dit speelt uiteraard mee in de discussies rondom de toekomst van BrabantStad en de aanscherping van de strategie. In de vorm van een Urban Agenda of Agenda Stad lijkt er in alle bestuurlijke gremia nieuw grootstedenbeleid in de maak. Met de nieuwe Statenverkiezingen in het verschiet is deze beweging een uitgelezen kans voor de gezamenlijke Brabantse steden om meer aandacht voor hun positie te generen. Social Innovation - Alliantie van Brabant Midpoint coördineert de uitvoering van de Alliantie van Brabant. Samen met de andere partners in de regio zal de gemeente de Alliantieafspraken op de terreinen arbeidsmarkt, zorg en duurzaamheid ter hand nemen. De nog vast te stellen strategie op het terrein van Public Affairs en lobby met bijbehorende aandachtsgebieden en acties bepaalt hoe de regio zich als regio van Social Innovation zal profileren en positioneren in Brussel en Den Haag. ACTIVITEITEN Internationale samenwerking - Mondiale bewustwording Het huidige beleidskader internationale samenwerking is aan herijking toe. Een concept visie, met het veld besproken, ronden we in het najaar van 2014 af. Deze conceptvisie werken we verder uit in een nieuw beleidskader, dat in het tweede kwartaal van ter vaststelling zal worden voorgelegd aan de raad. Internationale samenwerking - Mondiale bewustwording Op basis van dit beleidskader willen we samen met de partners in de stad en onze partnersteden een bijdrage leveren aan de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties en duurzame ontwikkeling in Tilburg. Voorlopige accenten en doelen zijn: onderwijs, gezondheid, gelijke rechten, duurzaam gedrag en wereldburgerschap. In het beleidskader benoemen we onze aanpak. De aanpak zal gericht zijn op het faciliteren en aanmoedigen van onze partners en partnersteden, met kennisdeling en wederkerigheid als voorwaarden. Programma Bestuur

70 BESTUUR, SAMENWERKEN EN NETWERKEN BESTUUR STAND VAN ZAKEN Participerende overheid De participerende overheid doorsnijdt alle beleidsvelden en gaat vooral over een "andere manier van werken" zowel vanuit het bestuur alsook vanuit de organisatie gezien (zie ook bedrijfsvoeringsparagraaf). Handvatten hiervoor zijn onder meer terug te vinden in de aanbevelingen van de Raad voor het Openbaar bestuur gedaan in zijn rapport "Loslaten in vertrouwen". Deze aanbevelingen zijn unaniem door de Raad onderschreven en vragen om de uitwerking van een concreet handelingsperspectief. In 2014 zijn wij gestart met een nadere uitwerking ervan. De participerende overheid gaat zeker over burgerparticipatie maar gaat daarnaast duidelijk verder. Het gaat nl. ook over co-creatie en het samen met burgers en partners creëren van publieke waarde. Participerende overheid In en komende jaren ontwikkelen wij als college samen met de raad werkende weg onze rol en positie vanuit de participerende overheid en hanteren daarbij steeds de aanbevelingen uit het ROB rapport "Loslaten in vertrouwen"(hoofdstuk 7) Deze gaan voor ons met name over het leren ruimte te geven aan de vitaliteit in de samenleving en de rol van de politiek om hierbij sturing te geven aan de omslag die hierbij nodig is. Het is aan ons deze steeds te vertalen in de concrete situatie. Dit noemen we ook wel "opgavegestuurd werken". Steeds is daarbij de vraag aan de orde "Welke opgave is hier aan de orde (vanuit de politiek of vanuit burgers of vanuit partners), met wie en hoe kunnen wij die realiseren, welke belangen zijn hierbij aan de orde, welke rol hebben wij als overheid in het concrete geval en welke passende positie nemen wij daarbij in". Die passende rol sluit van geval tot geval wisselend aan op de onderscheiden treden van de participatietrap ( reguleren- regisseren- stimuleren- faciliteren - loslaten) en is daarmee niet eenduidig maar steeds de uitkomst van een weging. Het opereren in verschillende rollen vraagt ook een aanpassing van ons repertoire aan instrumenten die we als overheid inzetten. Op welke manieren werk je samen, welk (financieel) instrumentarium heb je daarvoor nodig en hoe communiceer je dan helder. Het leertraject dat we met de universiteit samen hebben opgezet helpt daarbij om de juiste vraagstukken te identificeren. Onze ambitie is om de aanbevelingen van het Rob rapport te vertalen in concrete Tilburgse handelingsperspectieven. De participerende overheid als voorbeeld van social innovation (Op zijn Tilburgs). Ook onze trekkersrol binnen de Digitale Steden Agenda benutten we om Tilburg en de participerende overheid op de kaart te zetten. ACTIVITEITEN Programma Bestuur

71 BESTUUR, SAMENWERKEN EN NETWERKEN BESTUUR Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 108. Contributie VNG Inwonersbijdrage Hart van Brabant Scherper aan de wind III 110. Bijdrage Brabantstad Onkosten college Vergoeding raadsleden Werkbudget griffie Nieuw beleid 114. Inwonersbijdrage Hart van Brabant Vermindering aantal wethouders Ondersteuning wethouders Programma- kosten 63% Subsidies 4% Organisa7e- kosten 33% CONTRIBUTIE VNG De contributie aan de VNG is aangepast op basis van prognose inwonersaantal Lasten Baten Hart van Brabant vanaf van in totaal ,-. (Door de vorming van de nieuwe colleges en derhalve ook de commissies en de nieuwe bestuurscommissie Jeugd in regionaal verband heeft het begrotingsproces binnen de regio vertraging opgelopen waardoor deze parallel loopt met onze programmabegroting. Om die reden is het verhogen van de inwonersbijdrage als beleidsvoorstel opgenomen in deze begroting) VERMINDERING AANTAL WETHOUDERS In het bestuur nemen, in de periode , vijf wethouders plaats in tegenstelling tot de zeven wethouders in de vorige coalitieperiode. Als gevolg hiervan dient een aantal budgetten verlaagd te worden, zoals die voor salaris-, reis- en representatiekosten. Ook de formatie en daarmee de salarisbudgetten van ondersteunende taken, op het gebied van secretariaat en bestuurswoordvoering, dient overeenkomstig af te nemen ONDERSTEUNING WETHOUDERS De voorgestelde vermindering van 1 fte op de functie bestuurswoordvoerder, in verband met de vermindering van het aantal wethouders, is niet doorgevoerd. Met het doorvoeren van de voorgestelde vermindering zouden we als gemeente niet meer aan onze verplichtingen voor deelname aan de piketregeling crisiscommunicatie voor de Veiligheidsregio kunnen voldoen. Aangezien dit volgens het College een onwenselijke situatie oplevert, blijft de formatie bestuurswoordvoerders gehandhaafd op 4 fte. Daarnaast is besloten de norm voor secretariële ondersteuning op te hogen van 32 uur naar 36 uur per wethouder. Functie/Omschrijving Lasten Bedragen x 1.000,- Baten 001 Bestuursorganen Bestuursondersteuning college van burgemeester en wethouders Bestuurlijke samenwerking Bestuursondersteuning raad en rekenkamer(functie) Vormings- en ontwikkelingswerk Subsidies Totaal Bestuur, samenwerken en netwerken Werkelijke subsidie Subsidie 2014 Saldo Bedragen x 1.000,- Subsidie Bestuursadvisering Internationale samenwerking Totaal INWONERSBIJDRAGE HART VAN BRABANT De raming voor de huidige inwonersbijdrage voor de Regio Hart van Brabant ( 2,45 per inwoner) is aangepast op basis van de prognose inwonersaantal T/M 113 SCHERPER AAN DE WIND III Op basis van resultaten van de afgelopen jaren zien we dat bij diverse budgetten sprake is van structurele onderuitputting. In het kader van "Scherper aan de wind III" stellen we voor om deze budgetten af te romen INWONERSBIJDRAGE HART VAN BRABANT De uitbreiding van de werkagenda van HvB vraagt om bestuurlijke slagkracht én financiële slagkracht. In 2012 heeft het DB van Hart van Brabant de ambitie uitgesproken om in 3 jaar tijd de inwonersbijdrage van Hart van Brabant en Midpoint te verhogen van respectievelijk 0,45 en 0 per inwoner naar respectievelijk 3,45 en 3,00 per inwoner. De eerste twee stappen zijn gezet in de begrotingen van de jaren en Om invulling te geven aan het door het AB uitgesproken ambitieniveau dient de laatste stap van de verhoging in de begroting van verwerkt te worden. Dit betekent een structurele verhoging voor Programma Bestuur

72 PUBLIEKE DIENSTVERLENING BESTUUR Publieke dienstverlening DOELEN Verbeteren van de klanttevredenheid van de gemeentelijke dienstverlening * Klanttevredenheid over de balies in de stadswinkels en de dienstverlening ligt minimaal op een 7,5 * Klanttevredenheid WMO ligt minimaal op 7. * Klanttevredenheid Werk & Inkomen: minimaal 70% van de klanten is tevreden over de dienstverlening Indicator Streefwaarde Realisatie Realisatie 2012 Waarderingscijfer dienstverlening stadswinkels 7 7,8 7,9 Klanttevredenheid WMO, tevredenheid bij: - contact met gemeente - procedure aanvraag (toegang tot de individuele Wmovoorziening) - Hulp bij huishouden (HBH) - Voorzieningen Wonen, Vervoer, Rolstoelen (WVR) - Collectief vervoer ,9 7,7 7,4 6,5 7,3 7,0 7,8 7,5 6,4 Nieuw (*): Klanttevredenheid Nieuwe Dienstverlening (0-meting) Terugdringen regeldruk t.o.v. landelijk gemiddelde - particulieren - bedrijven -25% -27% -25% Ca. -25% STAND VAN ZAKEN Verbeteren van de klanttevredenheid van de gemeentelijke dienstverlening In 2012 is de ''Visie op dienstverlening 2012-'' vastgesteld waarbij uitgegaan is van het landelijke Antwoord concept. In 2014 is het project "Service- en prestatie normen'' afgerond. Dit was één van de projecten in het kader van het verbeteringsprogramma Dit project heeft geresulteerd in een gemeentebrede set van servicenormen voor burgers en bedrijven, waarmee het voor hen duidelijk is wat ze van onze dienstverlening mogen verwachten. De servicenormen zijn opgenomen in deze begroting. Op landelijk niveau is er een ''visiebrief digitale overheid 2017'' en een kamerbrief ''goed geregeld een verantwoorde vermindering van de regel druk '' verschenen, waarin opdracht wordt gegeven aan de betrokken overheidsinstanties voor de doorontwikkeling van de (digitale) dienstverlening. Deze opdracht past uitstekend in het lopende traject voor de verbetering van de dienstverlening. Deze opdracht wordt gebruikt ten behoeve van het opstellen van een visie op dienstverlening Herijken van de visie op dienstverlening In wordt de visie op dienstverlening herijkt. De visie wordt in het vierde kwartaal voorgelegd aan de raadscommissie Bestuur. Deze herijking wordt opgesteld op basis van de onder regie van de Vereniging van Directeuren Publieksdiensten (VDP) opgestelde visie op dienstverlening, ''Overheidsbrede dienstverlening 2020''. De uitgangspunten van deze visie zijn: 1.Burgers kunnen vanaf 2020 zoveel mogelijk dienstverlening en informatievoorziening digitaal regelen. 2.Face-to-face dienstverlening zetten we alleen in als dit toegevoegde waarde heeft. 3.Overheden willen graag participatie van burgers en bedrijven, maar moet deze inzet niet wederzijds zijn? 4.Via één digitale overheidspoort kunnen burgers hun standaard dienstverlening gemakkelijk regelen en monitoren en hun eigen gegevens beheren. 5.Door landelijke standaardisatie van diensten kunnen we processen en systemen efficiënter inrichten. Veel dienstverlening wordt georganiseerd in ketens, die kunnen soms korter en met meer samenhang. ACTIVITEITEN Jaarlijks worden diverse klanttevredenheidsonderzoeken uitgevoerd. De uitkomsten over liggen op een lijn met voorgaande jaren. De uitkomsten voor 2014 worden in de jaarrekening 2014 verwerkt. Inrichten servicepunten gemeente We gaan servicepunten in wijken en dorpen (Berkel-Enschot, Udenhout, Noord en Reeshof) inrichten om de nabijheid en benaderbaarheid van onze dienstverlening te verbeteren. Daar waar mogelijk zoeken we aansluiting bij onze eigen zorgloketten. Verder onderzoeken we de mogelijkheid om met de partners uit de stad te komen tot gezamenlijke servicepunten. Binnen de nieuw te ontwikkelen servicepunten bieden we een uitgebreid gemeentelijk dienstverleningspakket. We maken hierbij gebruik van moderne technologische en ICT ontwikkelingen. Deze dienstverlening kan in de toekomst verder worden uitgebreid met extra of nieuwe producten en diensten, eventueel van (externe) service- en dienstverleners uit de stad. Deze additionele dienstverlening moet daarvoor wel zelf voor de benodigde budgetten zorgen. In de eerste helft van starten we met de uitrol van de decentrale servicepunten. Implementeren Zaakgericht Werken In 2014 hebben we het programma Zaakgericht werken opgestart. Binnen dit programma zijn eenentwintig projecten benoemd die allemaal een bijdrage leveren aan deze doelen in de vorm van concrete resultaten. Inmiddels zijn twaalf projecten gestart. Deze projecten zijn belangrijk voor de verdere doorontwikkeling van de dienstverlening en een beter bereikbare, vindbare, toegankelijke en effectieve gemeente. We zorgen er onder andere voor dat alle klantinformatie van de processen bijeen wordt gebracht in het klantcontactsysteem; er kanaalonafhankelijke afwikkeling van de dienstverlening plaats kan vinden; er één klantbeeld ontstaat; er een compleet digitaal dossier beschikbaar is, er digitaal statusinformatie gegeven wordt en er transparantie ontstaat over de gehele zaakafhandeling voor zowel de klant als de gemeente. Uitvoeren en doorontwikkelen dienstverlening decentralisaties AWBZ en Jeugd Ten behoeve van de uitvoering van de decentralisaties van de AWBZ en Jeugdwet worden de taken van het Loket Z onderdeel van de frontlijnorganisatie. De dienstverlening op de nieuwe taken wordt per 1 januari ingericht op basis van de wettelijke eisen (transitie). De doorontwikkeling wordt in opgestart (transformatie). Programma Bestuur

73 PUBLIEKE DIENSTVERLENING BESTUUR Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 117. Actualiseren Bedrijfsmodel KCC Verkiezingen Bijstelling meerjarige productcyclus Opbrengst bouwleges Nieuw beleid 121. Adressen op orde Servicepunten gemeente Programma- kosten 28% Organisa(e- kosten 72% 117. ACTUALISERING BEDRIJFSMODEL KCC Het bedrijfsmodel van het Klantencontactcentrum (KCC) wordt jaarlijks geactualiseerd voor het eerstvolgende begrotingsjaar. De meerjarige productcyclus is bepalend voor de formatie die beschikbaar is voor KCC. Voor de begroting is het bedrijfsmodel geactualiseerd met de geraamde aantallen paspoorten, identiteitskaarten en de rijbewijzen over. Modelmatig neemt het aantal paspoorten en identiteitskaarten toe en daalt het aantal rijbewijzen. Het bedrijfsmodel berekent een stijging voor met 1,10 fte. De formatie wordt gelijk verdeeld over schaal 7 (0,55 fte) en schaal 8 (0,55 fte). Dit betekent een nadeel van , VERKIEZINGEN In de budgetten is nog uitgegaan van 1 verkiezing in en Volgens de meest recente planning ziet het schema er als volgt uit: Periode Gemeenteraad 4 jaar X Tweede Kamer 4 jaar (1) X Provinciale Staten 4 jaar X Europees Parlement 5 jaar Waterschap(*) 4 jaar X Totaal Lasten Baten via het gemeentefonds in een vergoeding van , BIJSTELLING MEERJARIGE PRODUCTCYCLUS Op basis van de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners in 2018 wordt de meerjarige productcyclus van de producten met een beperkte geldigheidsduur aangepast. Dit betreft de geraamde aantallen Paspoorten, Identiteitskaarten en de rijbewijzen. Producten Aantal 2017 Aantal 2018 Verschil in aantal Afdracht Rijksleges Opbrengsten Paspoort Volwassenen Paspoort Jeugd Nederlandse identiteitskaart normaal Nederlandse identiteitskaart jeugd Nieuw Rijbewijs Document (NRD) Totaal Bovenstaande aanpassing van de jaarschijf 2018 zorgt voor een bijstelling van de begroting met V ,- op de lasten (minder afdracht rijksleges) en N ,- (lagere inkomsten verkoop producten) op de baten OPBRENGST BOUWLEGES Door nominale bijstelling stijgt de opbrengst van de bouwleges met , ADRESSEN OP ORDE Om fraude te voorkomen en criminaliteit te bestrijden is het van belang dat de Basis Registratie Personen (voorheen GBA Gemeentelijke Basis Administratie) op orde is en blijft. Het proces rondom de registratie van personen dient dan ook fraudebestendig te zijn. Het steeds eenvoudiger en toegankelijker maken van de dienstverlening aan burgers en bedrijven heeft ook een tegenkant van fraudegevoeligheid. Het project: Adressen op orde is gericht op: - Adressen fraude algemeen - Bestrijding fraude op gebied van toeslagen - Bestrijding fraude op gebied van werk en inkomen c.q. bijstand Ervaringen uit andere steden leert dat extra controle op de BRP loont. Daarom komt er een intensivering van de controle op basis van risicoprofielen om de BRP op orde te houden. Voor het verwerken van de gegevens die gegenereerd worden op basis van deze risicoprofielen, het doen van onderzoek naar briefadressen en afleggen van extra huisbezoeken, is een inschatting gemaakt wat aan extra capaciteit benodigd is. Voorlopig wordt voor de jaren en 2016 uitgegaan van in totaal 3,4 fte. Na deze twee jaar wordt bekeken wat dit opgeleverd heeft om te zien of deze impuls in verhouding staat tot de opbrengst dan wel zich terugverdient. In de loop van 2016 wordt hiertoe een business case opgesteld SERVICEPUNTEN GEMEENTE We gaan servicepunten in wijken en dorpen (Berkel Enschot, Udenhout, Noord en Reeshof) inrichten om de nabijheid en benaderbaarheid van onze dienstverlening te verbeteren. Daar waar mogelijk zoeken we aansluiting bij onze eigen zorgloketten. Verder onderzoeken we de mogelijkheid om met de partners uit de stad te komen tot gezamenlijke servicepunten. Randvoorwaarde is het bieden van integrale serviceverlening. Efficiency, effectiviteit en innovatie zijn bepalend voor de inrichting van de servicepunten van de toekomst. Bij de ontwikkeling van het nieuwe servicepunten wordt rekening gehouden met de doelstellingen uit de visie op dienstverlening, zoals standaardiseren, digitaliseren en kanaalsturing. Waar nodig wordt maatwerk geleverd. In het eerste kwartaal van starten we met de uitrol van de decentrale servicepunten. (*) Nieuwe verkiezingen die voor de eerste keer door de gemeente worden georganiseerd. Hiervoor ontvangt de gemeente Programma Bestuur

74 BESTUUR PUBLIEKE DIENSTVERLENING DIENSTEN AAN ANDERE OVERHEDEN BESTUUR Diensten aan andere overheden Kengetallen Werkelijk 2012 Werkelijk 2014 Aantal reisdocumenten Aantal rijbewijzen Aantal uittreksels Aantal bezoekers stadswinkel Aantal vergunningen WABO: - onderdeel bouw - onderdeel sloop (*) - onderdeel kap - onderdeel monument - onderdeel RO - onderdeel gebruik - onderdeel milieu - onderdeel aanleg Niet afzonderlijk begroot Onderdelen bouw en sloop Aantal vergunningen bijzondere wetten Aantal sloopmeldingen (*) Nb Niet begroot 500 Aantal WOZ- bezwaarschriften Aantal sociale bezwaarschriften PM ivm 3D's Aantal algemene bezwaarschriften Aantal meldingen aansprakelijkheid Als gemeente Tilburg voeren we verschillende taken uit op verzoek van omliggende gemeenten. De uitvoering wordt gedaan op basis van contractafspraken. Binnen het product Diensten aan andere overheden brengen we deze vormen van dienstverlening bij elkaar. In deze Programmabegroting is hiervoor de eerste aanzet gedaan. Opgenomen zijn nu de regionale samenwerking belastingen (Alphen en Chaam, Drimmelen, Goirle, Hilvarenbeek, Oisterwijk) en de regiodienstverlening Werk en Inkomen. Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Functie/Omschrijving Lasten Bedragen x 1.000,- Baten 960 Saldo van kostenplaatsen Totaal Diensten aan andere overheden Saldo (*) A.g.v. wetswijziging zijn sloopvergunningen voor het grootste deel overgegaan naar sloopmelding. Bedragen x 1.000,- Functie/Omschrijving Lasten Baten Saldo 002 Bestuursondersteuning college van burgemeester en wethouders Burgerzaken Baten en lasten secretarieleges burgerzaken Wegen, straten, pleinen en verkeersmaatregelen Handel, ambacht en industrie Overige volkshuisvesting Bouwvergunningen (Omgevingsvergunningen) Totaal Publieke dienstverlening Programma Bestuur

75 Financiering en algemene dekkingsmiddelen FINANCIERING EN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN BESTUUR DOELEN Handhaven positie als grote gemeente met lage woonlasten * Behoud van lage positie op de ranglijst van lokale lastendruk. Indicator Positie op ranglijst van lokale lastendruk van Belastingoverzicht Grote Gemeenten (COELO) Streefwaarde Behoud lage positie Realisatie Realisatie 2012 Gedeelde 1e plaats 3 STAND VAN ZAKEN Handhaven positie als grote gemeente met lage woonlasten In 2014 nam Tilburg de 1e plaats in (laagste lasten voor de burger) van de 36 grootste gemeenten in ons land. Handhaven positie als grote gemeente met lage woonlasten Om deze positie te handhaven zijn in het coalitieakkoord aanvullende afspraken gemaakt: - Woonlasten betaalbaar houden; - Uitgangspunt hierbij is het woonlastenniveau, waarbij de egalisatiereserve afvalstoffenheffing wordt ingezet om dit te realiseren; - Extra verhoging OZB van 1% wordt gehalveerd; - Stijging rioolheffing maximaal 2% per jaar (via egalisatiereserve rioolheffing); - Kosten kwijtschelding worden via de tarieven verrekend. ACTIVITEITEN Programma Bestuur

76 FINANCIERING EN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN BESTUUR Rekening Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 123. Autonome bijstelling bestemmings- en belastingheffingen Gebouwenexploitatie Nominale bijstelling opbrengst OZB Uitkering gemeentefonds Integratie-uitkering sociaal domein Opbrengst afvalstoffenheffing Opbrengst rioolheffing Opbrengst hondenbelasting Nieuw beleid 131. Terugdraaien verhoging OZB Verlaging hondenbelasting Verrekeningen kwijtschelding in woonlasten Voeding voorziening herstructurering, t.l.v. beleggingsfonds (bijbetaling Erfpacht) dels de egalisatiereserve gemeentegebouwen. Doordat de reserve een verplichte afdracht kent aan de algemene middelen, leidt dit tevens tot een gelijksoortige bijstelling van de onttrekking uit deze reserve aan de algemene middelen NOMINALE BIJSTELLING OPBRENGST OZB De tarieven voor de OZB zijn gekoppeld aan de ontwikkeling van de prijsindex Bruto Binnenlands Product (pbbp). Voor is een verwachte stijging afgegeven van + 1,25 %. Op basis hiervan worden de begrote baten, inclusief de aanpassingen als gevolg van de autonome ontwikkeling, met 1,25 % verhoogd UITKERING GEMEENTEFONDS Op basis van de mei- en septembercirculaire 2014 gemeentefonds is de uitkering bijgesteld. Belangrijke ontwikkelingen zijn bijstelling accressen, overheveling buitenonderhoud primair en speciaal onderwijs, herverdeling (groot onderhoud) gemeentefonds en plafond BCF. Verder is tranche 2018 in verband met lagere apparaatskosten (opschaling) verwerkt. Conform de huidige systematiek zijn ook de diverse maatstaven, zoals aantal inwoners, aantal bijstandsgerechtigden e.d. voor het jaar geactualiseerd INTEGRATIE-UITKERING SOCIAAL DOMEIN Het kabinet heeft besloten de tijdelijke bestedingsvoorwaarde voor de decentralisaties te laten vervallen. Het laten vervallen van de bestedingsvoorwaarde heeft consequenties voor de uitkeringsvorm waarmee de nieuwe middelen worden verstrekt. De middelen zullen vanaf voor drie jaar worden verstrekt via één integratie-uitkering. Op basis van de mei- en septembercirculaire 2014 is sprake van de volgende onderverdeling: Jeugd WMO nieuwe taken WMO beschermd wonen (centrumgemeenten) Re-integratiebudget Wsw Totaal OPBRENGST AFVALSTOFFENHEFFING Een aantal herijkingen heeft effect op de toerekening aan de afvalstoffenheffing, waardoor ook het betreffende tarief wijzigt. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar 4.5 Lokale heffingen OPBRENGST RIOOLHEFFINGEN Een aantal herijkingen heeft effect op de toerekening aan de rioolheffing, waardoor ook de betreffende tarieven wijzigen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar 4.5 Lokale heffingen. Organisa7e- kosten 6% Programma- kosten 23% Lasten Baten 130. OPBRENGST HONDENBELASTING Een aantal herijkingen heeft effect op de toerekening aan de hondenbelasting, waardoor ook de betreffende tarieven wijzigen. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar 4.5 Lokale heffingen TERUGDRAAIEN VERHOGING OZB Het streven is de woonlasten betaalbaar te houden. Eén van de maatregelen die wordt genomen om dit te bereiken, is het halveren van de incidentele verhoging van de OZB, waartoe bij de begroting 2012 is besloten. De te realiseren opbrengst OZB komt hiermee structureel ,- lager te liggen en wordt 100 % doorgerekend in de OZB-tarieven voor (en verder). Stor7ng reserves 71% AUTONOME BIJSTELLING BESTEMMINGS- EN BELASTINGHEFFINGEN De begroting voor de komende jaren wordt aangepast op basis van de geraamde (niet-)woningvoorraad. De jaren tot en met 2017 blijven gelijk. Jaarschijf 2018 is toegevoegd. De wijziging heeft betrekking op rioolheffing ( ,-), afvalstoffenheffing ( ,-) en OZB ( ,-) VERLAGEN HONDENBELASTING De in de Programmabegroting van 2012 opgenomen verhoging van de opbrengsten hondenbelasting wordt voor een deel teruggedraaid door het structureel verlagen van de opbrengsten hondenbelasting met ,-. Deze verlaging van de opbrengsten wordt 100 % doorgerekend in de tarieven hondenbelasting voor (en verder) GEBOUWENEXPLOITATIE De gebouwenexploitatie is een semi-gesloten exploitatie, wat inhoudt dat de afwikkeling van het resultaat plaatsvindt mid- Programma Bestuur

77 BESTUUR FINANCIERING EN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN ALGEMENE BATEN EN LASTEN BESTUUR Algemene baten en lasten 133. VERREKENING KWIJTSCHELDING IN WOONLASTEN Mensen met een laag inkomen en vermogen kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van alle gemeentelijke belastingen. Gemeenten zijn niet verplicht om kwijtschelding te verlenen. Er kan gekozen worden om de kwijtschelding rechtstreeks via de tarieven te verrekenen. Het verrekenen via de tarieven wordt met ingang van doorgevoerd. Dit voorstel heeft betrekking op onderstaande heffingen: OZB-eigenaar Afvalstoffenheffing Rioolheffing (aansluitingen) Rioolheffing (afvoerrecht) Totaal De effecten voor de woonlasten worden in de eerste jaren gedempt via de inzet van de egalisatiereserve afvalstoffenheffing, daarna via lagere afvalverwerkingskosten VOEDING VOORZIENING HERSTRUCTURERING Bij de verkoop van erfpachtgronden aan corporaties in 2000 is bepaald dat corporaties bij verkoop van voormalige erfpachtwoningen het verschil tussen de actuele kavelprijs van een sociale huurwoning en de actuele marktconforme grondprijs voor die betreffende (koop)woning aan de gemeente moeten voldoen. Deze opbrengst wordt in het beleggingsfonds gestort en bij gebleken noodzaak vanuit dit fonds doorgestort naar de voorziening Herstructurering. Het (nieuwe) bestedingsplan van de voorziening herstructurering, in het bijzonder de benodigde extra bijdragen voor de lopende grootschalige herstructureringsprojecten, de extra bijdragen voor de verduurzaming van de sociale woningvoorraad (conform coalitieakkoord) en de wens om ook te investeren in de grote transformatiegebieden teneinde ook hier sociale woningbouw mogelijk te maken en te verdunnen met behoud van voldoende stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit, verlangt het doorzetten van deze opbrengst. Voorgesteld wordt de afdrachten van de corporaties over de verkopen in ad ,- te storten in de voorziening Herstructurering. Bedragen x 1.000,- Functie/Omschrijving Lasten Baten 511 Vormings- en ontwikkelingswerk Riolering Baten reinigingsrechten en afvalstoffenheffing Baten rioolheffing Woningexploitatie / woningbouw Geldleningen en uitzettingen korter dan 1 jaar Overige financiële middelen Geldleningen en uitzettingen langer of gelijk aan 1 jaar Uitkeringen gemeentefonds Integratie-uitkering Sociaal domein Uitvoering Wet WOZ Baten onroerende-zaakbelasting gebruikers Baten onroerende-zaakbelasting eigenaren Baten baatbelasting Baten toeristenbelasting Baten hondenbelasting Baten en lasten heffing en invordering gemeentelijke belastingen Saldo van kostenplaatsen Totaal Financiering en algemene dekkingsmiddelen Saldo Stor7ng reserves 53% Organisa7e- kosten 3% Rekening Programma- kosten 44% Bedragen x 1.000, Lasten Baten Netto lasten Hierin zijn verwerkt: Herijkingen 135. Gebouwenexploitatie Kapitaallasten voorbereidingskrediet Bijstelling budgetten a.g.v. aanpassing rijksuitkeringen Parkeerexploitatie Nominale bijstellingen Onttrekking egalisatiereserve Rioolheffing Onttrekking egalisatiereserve Afvalstoffenheffing Administratieve bijstellingen Nieuw beleid 143. Bestedingen ROI, Ten laste van ROI Structurele versterking organisatie t.b.v. Economisch Domein Incidenteel nadeel ten laste van Algemene Reserve GEBOUWENEXPLOITATIE De gebouwenexploitatie is een semi-gesloten exploitatie, wat inhoudt dat de afwikkeling van het resultaat plaatsvindt middels de egalisatiereserve gemeentegebouwen. Doordat de reserve een verplichte afdracht kent aan de algemene middelen, leidt dit tevens tot een gelijksoortige bijstelling van de onttrekking uit deze reserve aan de algemene middelen KAPITAALLASTEN VOORBEREIDINGSKREDIET Bij de Programmabegroting is een voorbereidingskrediet van 7 miljoen verstrekt in het kader van de gemeentelijke huisvesting ten behoeve van de activiteiten tot aan de start van de bouw. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten dienen meerjarig nog bijgesteld te worden. Lasten Baten Programma Bestuur

78 ALGEMENE BATEN EN LASTEN BESTUUR 137. BIJSTELLING BUDGETTEN A.G.V. AANPASSING RIJKSUITKERINGEN Met ingang van zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de drie decentralisaties; AWBZ, Jeugdzorg en Participatie. De middelen die wij hiervoor ontvangen via de Integratie-uitkering Sociaal Domein zetten we 1 op 1 door. Op dit product is sprake van een budget van , PARKEEREXPLOITATIE Parkeren kent een gesloten exploitatie, het saldo van de parkeerbaten en -lasten wordt afgewikkeld met de reserve betaald parkeren. Actualiseren van de ramingen heeft geleid tot onderstaande bijstellingen. Functie/Omschrijving Lasten Bedragen x 1.000,- Baten 922 Algemene baten en lasten Totaal Algemene baten en lasten Saldo 139. NOMINALE BIJSTELLINGEN Op basis van de nominale uitgangspunten vindt bijstelling van de budgetten plaats ONTTREKKING EGALISATIERESERVE RIOOLHEFFING Afspraak uit het Coalitieakkoord is dat de stijging van het tarief rioolheffing maximaal 2% per jaar is. Om dit te kunnen realiseren moet in een bedrag van ,- uit de egalisatiereserve onttrokken worden ONTTREKKING EGALISATIERESERVE AFVALSTOFFENHEFFING Afspraak uit het Coalitieakkoord is ook om de woonlasten betaalbaar te houden, waarbij de egalisatiereserve afvalstoffenheffing wordt ingezet om dit te realiseren. Hiervoor wordt in een bedrag van ,- uit de egalisatiereserve onttrokken ADMINISTRATIEVE BIJSTELLINGEN Naast de begrotingsvoorstellen worden in de begroting ook administratieve correcties verwerkt. De administratieve correcties hebben geen beleidsmatige consequenties en zijn in totaliteit budgettair neutraal, maar moeten wel formeel vastgesteld worden om aan het budgetrecht te voldoen BESTEDINGEN ROI, JAARSCHIJF Naar aanleiding van het coalitieakkoord wordt de werkwijze met betrekking tot de Reserve Ontwikkelingen Informatisering (RIO) gecontinueerd. In het informatieplan zijn de kaders voor het informatiebeleid neergezet. In deze kader wordt nadrukkelijk ingezet op een betaalbare organisatie. Gezien de noodzaak van de maatschappelijke veranderingen blijft een continu ontwikkelen met ICT noodzakelijk. Een budget hiervoor is ook in de komende jaren onmisbaar Op basis van het informatieplan wordt voor de volgende clusterindeling gehanteerd: Cluster Bedrag 1. Tilburg.nl als toegangspoort, participatie en digitale dienstverlening/ zaakgericht werken en ketens Digitalisering primaire processen, LINT, verbeteren doelmatigheid I-NUP verplichtingen/ aansluiting landelijke voorzieningen Bedrijfsvoering, decentralisaties, beveiliging en Het Nieuwe Werken Generieke infrastructuur Totaal STRUCTURELE VERSTERKING ORGANISATIE T.B.V. ECONOMISCH DOMEIN Voorgesteld wordt om de formatie structureel uit te breiden met 5,72 fte. Het betreft: - Beleidscapaciteit arbeidsmarkt (1,75 fte) ,- p.jr. - Uitvoeringscapaciteit Acquisitie (1,22 fte) ,- p.jr. - Beleids- en afdelingsondersteuning Economie & Arbeidsmarkt (2,75 fte) ,- p.jr INCIDENTAAL NADEEL T.L.V. ALGEMENE RESERVE Ons begrotingsbeeld geeft voor de jaren 2016 t/m 2018 een voordelig saldo. Het incidentele nadeel in van 4,095 miljoen brengen we ten laste van de algemene reserve. De algemene reserve biedt hiertoe voldoende ruimte. Programma Bestuur

79 Programma Bestuur 144

80 Hoofdstuk 3 Bedrijfsvoering 145

81 BEDRIJFSVOERING 3 Bedrijfsvoering OPGAVEN In een netwerk- en participatiesamenleving zijn wij als gemeentelijke organisatie één van de spelers in de stad en de regio. Wij moeten ons daarom steeds opnieuw beraden op onze rol in het realiseren van de gewenste ambities in de stad en regio (waarom doen we dit, hoe doen wij dit en wat is onze bijdrage daaraan). We hebben de organisatie als netwerkorganisatie ingericht. We benoemen de opgaven waar we voor staan en vullen expliciet en projectmatig onze rol in. Daarbij bepalen we telkens met wie we een opgave kunnen realiseren en hoe de samenwerking dan vorm en inhoud krijgt (governance). Zo vormen we onderdeel van de participatiesamenleving. Achter die inhoudelijke opgaven staat een brede ondersteuningsvraag in bedrijfsvoeringstermen (inbedding op het terrein van communicatie, organisatie, personeel, automatisering/informatievoorziening, financiën/planning & control, faciliteiten, juridische zaken). In alle opgaven is de uitwisseling van kennis en gegevens met partners (inwoners, bedrijven, instellingen) essentieel. Die uitwisseling vraagt om een snelle en vergaande digitalisering in de organisatie. In dit hoofdstuk vermelden wij de doelen voor op de verschillende bedrijfsvoeringsprocessen die tezamen moeten leiden tot een flexibele en wendbare ondersteuning van het realiseren van onze opgaven in de stad. De basis moet daartoe op orde zijn. Daarnaast zullen de 3 transities en de doorontwikkeling van de P&C-cyclus in de dagelijkse praktijk veel inspanning vragen van de ondersteunende afdelingen. Deze inspanningen zijn niet altijd goed zichtbaar, omdat de werkzaamheden meestal op de achtergrond plaatsvinden. De opgaven 3 transities Overheidsparticipatie Het Nieuwe Werken Dienstverlening: Zaakgericht werken Governance Risicomanagement Integriteit Eén bedrijfsvoering/basis op orde Strategisch HRM beleid Strategische informatievoorziening/digitalisering Toekomstige ICT organisatie Benchmarks Project- en programmamanagement Lean Interne communicatie Doorontwikkelen Roadmap Tilburg.nl Doorontwikkelen P&C-cyclus Implementatie nieuw aanbestedingsbeleid Normering vaststellen m.b.t. indicatoren kadernota bedrijfsvoering De opgaven STAND VAN ZAKEN 3 transities Gemeenten worden met ingang van verantwoordelijk voor taken op het vlak van maatschappelijke ondersteuning, jeugdhulp en arbeidsparticipatie. Nu is de ondersteuning van burgers versnipperd. Vanaf is de gemeente verantwoordelijk voor een groot deel van het sociale domein. Zo kan de ondersteuning voor de burger beter op elkaar afgestemd worden (één gezin, één regisseur, één plan). Tot is er vooral gewerkt aan het zoveel mogelijk overnemen van bestaande activiteiten en diensten. De invoering van de 3 transities valt voor in twee fases uiteen: De eerste helft van is een consolidatiefase. Deze periode wordt gebruikt om knelpunten die bij de uitvoering naar voren komen op te lossen en processen te standaardiseren. Daarnaast is er aandacht voor verbetering van de samenwerking met betrokken partijen, In de tweede helft van is sprake van de transformatiefase. Beleid en processen worden aangepast en verbeterd. Hierdoor wordt het mogelijk om de landelijke bezuinigingsopgave te realiseren. In beide fases zijn investeringen nodig om de transitie in volledig te realiseren, zoals: Opleiden van personeel, Evt. aannemen van nieuw personeel, Werken aan procesoptimalisatie, Aanpassingen in informatiesystemen, Evt. huisvesting van (nieuw) personeel. ACTIVITEITEN Voor zowel de eerste als tweede fase van de transities is, naast de wijzigingen in primaire processen, ondersteuning vanuit de ondersteunende afdelingen en coördinatie op de inzet daarvan noodzakelijk. Overheidsparticipatie Een andere samenleving vraagt om een andere rol van de overheid. We willen en kunnen alleen met anderen in onze stad onze doelen realiseren. We hebben ons als doel gesteld om veel beter aan te sluiten bij de doelen van burgers en samenwerkingspartners, en daarmee idealiter onze eigen doelen te realiseren. We werken opgave gestuurd. De opgave bepaalt met wie en in welke rol we als overheid participeren. Onder meer om die reden is de organisatie omgevormd naar een netwerkorganisatie. We organiseren het leren o.a. in samenwerking met de universiteit. Permanent actualiseren en delen van relevante informatie uit de landelijke discussie, Delen van leerervaringen met de raad, We zetten de leerwerkplaatssessies omtrent dit thema voort, De interne ambassadeurs blijven hun rol vervullen in het uitdragen van dit thema. In 2014 voert de universiteit reflectie uit op een aantal actuele opgaven, starten we met leerwerkplaatssessies, specifiek op dit onderwerp, en zetten we de interne ambassadeurs in om dit thema uit te dragen. Bedrijfsvoering

82 BEDRIJFSVOERING STAND VAN ZAKEN Het Nieuwe Werken Het Nieuwe Werken (HNW) richt zich op het creëren van een nieuwe functionele werkomgeving. HNW omvat de huisvesting, de ICT-omgeving, het gedrag en het HRM-instrumentarium; ook wel bekend als Bricks, Bytes & Behavior. HNW richt zich op het (mede) verwezenlijken van organisatie- en bestuurlijke doelen als verbinden, samenwerken en resultaatverantwoordelijk werken. In 2014 hebben we belangrijke uitgangspunten voor de nieuwe werkomgeving vormgegeven: Het definiëren van functietypologieën, Het werkplekconcept met een variëteit aan werk-, ontmoetings- en vergaderplekken, De IT-werkplek van 2018, De netwerkarchitectuur, Het semipublieke gedeelte van de gebouwen met ontvangst, ontvangstruimte, vergadercentrum, restaurant en dienstverlening. Al deze aspecten komen samen in een functioneel programma van eisen dat als basis dient voor alle ontwerpen op HRM-, ICT- en huisvestingsgebied. Bricks: Gemeentelijke huisvesting In gebruik nemen van de nieuwbouw Zwijsen voor de afdeling W&I en UWV. Dit gebouw wordt aan de hand van de principes van HNW ingericht, Revitalisering Huisvesting Stadskantoor 6. In stadskantoor 6 gaan we verder met het oefenen van de principes met HNW in voorbereiding op de nieuwe huisvesting, Voorbereiding nieuwe huisvesting Stadskantoor 1 en 2: o De ontwerpen voor de renovatie van Stadskantoor 1 en 2 ronden we af en stellen deze vast in college en raad, o Voorbereidingen voor tijdelijke huisvesting zetten we voort. Bytes: De ICT-omgeving De toepassingen en infrastructuur gereed maken voor samenwerken en tijd- en plaats onafhankelijk werken, Afronden van de (digitale) werkplek van Behavior: Gedrag en HRM instrumentarium Nieuw HRM-instrumentarium ontwikkelen om medewerkers te ondersteunen bij de nieuwe manier van werken volgens de HNW principes en het ontwikkelen van andere competenties. ACTIVITEITEN In 2014 is daarnaast een traject vormgegeven waarbinnen professionalisering van de ambtenaren een plaats krijgt. Het gaat om aspecten als resultaatverantwoordelijkheid, samenwerken, teamafspraken en aanspreekcultuur. Tegelijkertijd is er in afstemming met alle afdelingen een ambassadeursgroep samengesteld die voor het programma functioneert als toetssteen én adviseur. Dienstverlening: Zaakgericht werken De gemeente Tilburg wil haar dienstverlening steeds verder verbeteren en digitaliseren. Dit is in lijn met het regeerakkoord en de Visiebrief digitale overheid 2017 van minister Plasterk. Daarnaast willen we een betaalbare organisatie behouden. Om deze doelen te realiseren hebben we in 2014 het programma Zaakgericht werken opgestart. De randvoorwaardelijke projecten zijn basisvoorzieningen. Deze basisvoorzieningen zijn belangrijk voor de verdere doorontwikkeling van de dienstverlening en een beter bereikbare, vindbare, toegankelijke en effectieve gemeente. De business projecten richten zich op de processen: meldingen openbare ruimte, bezwaar W&I en inkomensverklaringen. We zorgen er onder andere voor dat: alle klantinformatie van deze processen bijeen wordt gebracht in het klantcontactsysteem, er kanaalonafhankelijke afwikkeling van de dienstverlening plaats kan vinden, er één klantbeeld ontstaat, er een compleet digitaal dossier beschikbaar is, er digitaal statusinformatie gegeven wordt en er transparantie ontstaat over de gehele zaakafhandeling voor zowel de klant als de gemeente. Inmiddels zijn 12 projecten gestart waarvan 8 randvoorwaardelijke projecten en 4 business projecten. Deze projecten lopen door in. Voorbeelden van deze projecten die in opgepakt worden, zijn: Zaakgericht werken voor ondernemers, Zaakgericht werken processen Werk & Inkomen, Zaakgericht werken generieke processen vergunningen en ontheffingen, Generieke processen Inkomens en Maatschappelijke ondersteuning, Substitutie archief / vervanging, RMA: Record Management Systeem. De projecten worden op verschillende momenten in afgerond. De prioritering van nieuwe projecten zal in samenspraak met de diverse betrokken afdelingen plaatsvinden. Governance In het vierde kwartaal van 2014 levert Deloitte de uitkomsten van een risico-inventarisatie (0-meting) op over onze verbonden partijen. Deze inventarisatie bevat tevens een advies over de sturing en positionering hierop binnen onze organisatie. Het advies kan de basis zijn voor het aanscherpen van de nota verbonden partijen. Daarnaast inventariseren we de verschillende samenwerkingsverbanden die niet expliciet als verbonden partij in beeld zijn maar waar we als organisatie wel risico s kunnen lopen (bijvoorbeeld door het in dienst nemen van personeel). Op basis van het advies van Deloitte actualiseren we in het tweede kwartaal de nota verbonden partijen. Met ingang van gaan we met een multidisciplinair team kijken naar de ontwikkelingen en risico s binnen de meest risicovolle deelnemingen. Ten aanzien van de diverse samenwerkingsverbanden komen we naar aanleiding van het advies van Deloitte en in samenwerking met POI, met een uitgewerkt voorstel. 3 Bedrijfsvoering

83 BEDRIJFSVOERING STAND VAN ZAKEN Risicomanagement Het beleid op risicomanagement is door de directie vastgesteld. In het derde kwartaal wordt dit beleid met het college gedeeld. De kern van het beleid is dat het risico-bewustzijn bij management en medewerkers vergroot wordt. Dit doen we door rondom opgaven en op afdelingen risicosessies te organiseren. De decentralisaties hebben daarbij gezien de impact op de organisatie onze prioriteit. De eerste sessies zijn inmiddels gehouden. De opzet van de sessies zijn steeds: Identificeren van risico s, Waarderen van risico s (waarschijnlijkheid en impact), Beheersen van risico s, Implementeren van de beheersmaatregelen, Maatregelen toetsen en bijsturen. Structureel inbedden risicosessies bij majeure projecten en afdelingen Inrichten van de leercirkel na de risicosessie Verkenning uitvoeren naar de diverse risico instrumenten en besluiten of Tilburg overgaat tot invoering van een van die instrumenten of niet. ACTIVITEITEN Op dit moment is er nog geen specifiek instrument voor het vastleggen en sturen op de risico s. Eind 2014 starten we op basis van de eerste ervaringen met een onderzoek naar de wenselijkheid van een dergelijk instrument (heeft het toegevoegde waarde t.o.v. het vastleggen in office-applicaties). Integriteit Sinds 2009 voeren we een actief beleid ten aanzien van integriteit. We sturen op gewenst gedrag. We werken met de methode van Governance & Integrity, die vele gemeenten in Nederland hanteren. We hanteren een drie-sporen-beleid: Versterken van aandacht voor morele oordeelsvorming (afleggen van de eed, deelnemen aan moreel leeroverleg om dilemma s te bespreken met elkaar) Wanneer nodig worden de gedragslijn integriteit en deelprotocollen geactualiseerd Doorontwikkelen van een zorgvuldige handhavingspraktijk Bij de start lag de aandacht op het communiceren van de gewenste gedragslijn en het versterken van de morele oordeelsvorming. Daarna hebben we een aanmerkelijk deel van de leidinggevenden getraind in het uitvoeren van een zorgvuldige handhavingspraktijk. In 2014 hebben we de handhavingspraktijk verder ingericht met behulp van de methodiek voor risicomanagement. De kwetsbare processen zijn in kaart gebracht en er is een prioriteitenlijst vastgesteld. In deze prioriteitenlijst staan de processen benoemd die als eerste opgepakt moeten worden. In 2014 is een risicoanalyse op het verkoop- en aankoopproces van vastgoed uitgevoerd. In zullen we aan de hand van de prioriteitenlijst een aantal risicoanalyses integriteit uitvoeren, zoals: de processen bestuurlijke aanpak georganiseerde criminaliteit, Kermis / evenementenorganisatie Doel van deze analyses is dat de zwakheden binnen huidige processen in kaart worden gebracht en zodanig verbeterd worden (maatregelen) dat de medewerkers zich beter beschermd weten tegen ongewenste zaken (bedreigingen, verleidingen etc.). 3 Bedrijfsvoering

84 BEDRIJFSVOERING Eén bedrijfsvoering / Basis op orde STAND VAN ZAKEN Strategisch HRM beleid In het Coalitieakkoord hebben we opgenomen dat we een nieuw strategisch HRM-beleid ontwikkelen. Bij de netwerkorganisatie hoort een strategisch HRM beleid dat overheidsparticipatie mogelijk maakt, inzet op de bevordering van slagkracht van de organisatie en strategisch vermogen van medewerkers. Het HRM-beleid moet ook meer flexibiliteit in de inzet van personeel creëren om aan te kunnen sluiten bij veranderende opgaven in de stad. Die flexibiliteit vertaalt zich kwantitatief (onder andere een royale flexibele schil) en kwalitatief (onder andere een brede inzetbaarheid van de kwaliteiten van mensen die aansluit bij de opgave die aan de orde zijn). Dit geldt zowel voor de inzetbaarheid van personeel in de eigen organisatie als bij samenwerkingspartners. Ook het opleidingsprogramma moet aansluiten bij de behoefte van de opgaven (onder andere talentontwikkeling en het lean kunnen inrichten van werkprocessen ). Het HRM beleid moet de noodzakelijke wendbaarheid en continuïteit in de organisatie borgen. In gaan we uitvoering geven aan de in 2014 opgestelde agenda. De inhoudelijke ontwikkeling sturen we in de dagelijkse opgaven waar we voor staan. Elke manager stuurt in de opgaven op gewenste resultaten en begeleidt medewerkers in het gewenste gedrag. Daar ligt de kern van de veranderkracht. Dit ondersteunen we onder andere met het: continueren van de managementleergang met aandacht voor slagkracht en strategisch vermogen inzetten van L-seminars en leerwerkplaatsen om belangrijke opgaven te verkennen, verdiepen en te vertalen naar de dagelijkse praktijk aantrekken van trainees om diversiteit te creëren ACTIVITEITEN In 2014 werken we, in overleg met de Ondernemingsraad, een agenda voor het strategisch HRM-beleid verder uit en stellen een plan van aanpak voor 2014/ vast. Strategische Informatievoorziening/ Digitalisering De strategische Informatievoorziening en ICT beleid richt zich op het optimaal aansluiten van de informatisering bij de doelen van de organisatie. Grote ICT projecten In 2014 zijn de projecten DWP 5.0 en dienstverlening aan Dongen succesvol afgerond. Het traject Beheersystemen openbare ruimte is herstart en het plan van eisen is gereed. Verplichte I-NUP voorzieningen worden gerealiseerd (met name Mijn overheid en DigiD koppeling). Voor de invoering van drie transities is het uitgangspunt dat we zo veel mogelijk gebruik maken van het bestaande instrumentarium. CIO-board Mede in het kader van de Toekomstbestendige ICT organisatie is in 2014 de Governance opnieuw ingericht. Er is een CIO board ingesteld die de hoofdlijnen van ICT/ informatievoorziening aanstuurt. In gaan we door met integrale aansturing van ICT en informatisering met daarbij een versterkte inbreng vanuit de business. De CIO board heeft voor de komende jaren zes prioritaire domeinen benoemd: Drie transities/ transformaties, Programma HNW en voorbereiden renovaties, Eén informatiehuishouding/ doorontwikkeling informatie voorziening, Programma zaakgericht werken, Reguliere vervangingen van applicaties en hardware, en de ICT infrastructuur. Informatieplan Er komt een nieuw informatieplan met een looptijd van In dit plan zullen de volgende onderdelen verder uitgewerkt worden: Een voorstel over de manier waarop we de ontwikkelingen op het gebied van digitale overheid integreren en implementeren, De borging van informatiebeveiliging, De inzet van Big Data op het sociale domein en veiligheid. Eén gemeenschappelijke informatievoorziening Voor de eerste helft van ligt de nadruk op: de verdere uitbouw van de informatievoorziening in het kader van de drie decentralisaties/ transities, de doorontwikkeling van continue stuurinformatie, het zoveel mogelijk benutten van de basisregistraties en geo-informatie (eenmalige uitvraag, meervoudig gebruik). Inzet op het efficiënt en effectief gebruiken van de basisregistraties binnen de processen waar dit van toepassing is, de aanschaf en implementatie van de gegevensmakelaar/ broker zorgt voor de koppeling van de procesgegevens. Digitalisering In zetten we verder in op de digitalisering van bedrijfsprocessen die onze interne bedrijfsvoering raken. Dat betekent concreet: het verder uitrollen van de e-hrm tool, verdere digitalisering van inkomende en uitgaande facturen, digitaliseringstrajecten onder het programma Het Nieuwe werken spoor bytes. verder inzetten op de dienstverlening naar de stad met het programma Zaakgericht werken. Toekomstbestendige ICT organisatie In 2014 heeft Gartner verbeterpunten en ontwikkelsuggesties gedaan om de organisatie van de ICT-ondersteuning in de organisatie te verbeteren. Die ondersteuning kan, meer dan nu het geval is, bijdragen aan het behalen van de bestuurlijke doelen. De verbeteringen moeten er op gericht zijn om wendbaar, proactief, betrouwbaar en betaalbaar te zijn in die ondersteuning. In 2014 zijn deze verbeter- en ontwikkelpunten vastgesteld door de directie. Deze zijn in een plan van aanpak verwerkt en er zijn concrete deelprojecten aangewezen om de aanbevelingen te implementeren. Deze deelprojecten voeren we voor een groot deel in (en later) uit. De Toekomstbestendige ICT organisatie is een programma met een ambitieuze doelstelling: er zijn twintig deelprojecten benoemd die in samenhang en met de afzonderlijke deelresultaten leiden tot een toekomstbestendige ICT organisatie. De twintig deelprojecten zijn onder te verdelen in vier categorieën: Sturing, Processen, Mensen en Structuur. De stuurgroep stelt binnen het programma prioriteiten op basis van haalbaarheid, urgentie en het belang voor de organisatie. Een aantal deelprojecten start in 2014, waarvan een deel in wordt afgerond. De focus ligt in op: Werking van ICT Governance verbeteren, Vereiste competenties van ICT management en medewerkers, Resourceplanning, Cultuuraspecten binnen de ICT organisatie. Bij de prioritering van op te starten deelprojecten zal steeds opnieuw het business en ICT belang worden afgewogen. Leidend bij de uitvoering van de projecten is dat ze de going concern ondersteunen en dat ze verbeterslagen op de dagelijkse uitvoering versterken, zoals het ondersteunen van de 3D s, veiligheid en projecten en programma s. De bezuiniging met en op ICT is in en loopt in 2016 op naar structureel. Een nader onderzoek moet uitwijzen of er mogelijk meer bezuinigingspotentieel zit binnen de ICT. Bedrijfsvoering

85 BEDRIJFSVOERING STAND VAN ZAKEN Benchmarks Momenteel loopt, in het kader van het auditplan 2014, de audit benchmarks. Uitgangspunt van deze audit: Hoe kan de gemeente Tilburg optimaal gebruikmaken van benchmarks die ter ondersteuning kunnen helpen in het verbeteren van de bedrijfsvoering en het behalen van de gemeentelijke doelstellingen? De audit geeft antwoord op bovenstaande vraag en wordt in 2014 afgerond. Het onderzoek leidt tot een rapport, waarin een advies gegeven wordt over het optimaal gebruik van benchmarks en waar deze in te zetten bij het verbeteren van de bedrijfsvoering. De uitkomst van het onderzoek geeft ons handvatten om in : Te bepalen aan welke benchmarks deelname nuttig is, Naleving van de gemaakte afspraken uit de kadernota bedrijfsvoering over deelname aan benchmarks te toetsen, In processen te borgen dat voorgenomen deelname aan benchmarks daadwerkelijk plaatsvindt, Correcte wijze van analyse, aanleveren van gegevens, rapportage van benchmarks, evenals het organiseren van de nodige bijsturing vorm te geven, De rolverdeling in deze processen vast te stellen. ACTIVITEITEN Tevens geeft het rapport een advies over de toegevoegde waarde van de benchmarks en in welke frequentie deelname gewenst is. Afdelingen Informatievoorziening en Strategie & Control maken in een coproductie een verdere doorvertaling van normen zoals opgenomen in de kadernota bedrijfsvoering. Verantwoording van de benchmarks vindt plaats via de reguliere P & C cyclus. We nemen in ieder geval deel aan de volgende benchmarks: Venster op bedrijfsvoering, Waar staat je gemeente (met modules Onderwijs, Kinderopvang, Wabo en WRO), Burgerparticipatie. Daarnaast vinden in o.a. de onderzoeken leefbaarheidsmonitor (Lemon) en de Armoede monitor plaats. Project- en programmamanagement Project- en programmamanagement is bij uitstek de sturingsvorm voor het bereiken van doelen en resultaten in een netwerkomgeving. Daaruit voortvloeiend is de Tilburgse Standaard van Projectmatig Werken vastgesteld als leidende methode van werken in projecten en programma s. In investeren we in: Portfoliomanagement (prioriteren van projecten en programma s). In richten we dit voor verschillende disciplines in: Openbare Ruimte, ICT, Stedelijke Ontwikkeling, Resourcemanagement: om het portfoliomanagement vorm te geven is inzicht nodig in de beschikbare middelen (resources), daarom voeren we resourcemanagement in, Rolbewust en rolvast gedrag in projecten en programma s. Via leerwerkplaatssessies schenken we extra aandacht aan dit thema. Lean Gemeente Tilburg heeft zich tot doel gesteld een effectieve en betaalbare organisatie te zijn. Om werkprocessen effectiever en efficiënter te laten verlopen is de Lean-methodiek geïntroduceerd bij het LinT-traject dat in 2014 wordt afgesloten. In zetten we het gebruik van Lean voort. Lean is een managementfilosofie die zich richt op het realiseren van maximale waarde voor de klant met zo min mogelijk verspillingen. In verbreden en verdiepen we het gedachtegoed van Lean in de organisatie door: Aandacht te schenken aan het gedachtengoed, De methodieken van continu verbeteren, beter te verankeren in de organisatie. De lopende taakstelling is om in de tweede helft van een bezuiniging op te halen tussen de en Interne communicatie Interne communicatie heeft in de organisatie meerdere functies: informeren over, betrekken bij en ondersteunen in het reasliseren van de doelstellingen van bestuur en organisatie. Zicht op je eigen bijdrage aan het grotere geheel leidt tot een grotere betrokkenheid van medewerkers bij hun werk. Het gevoel een relevante bijdrage te leveren, groeit daardoor. Dat doen we ondermeer door de inzet van communicatie door het management en door gemeentebrede communicatiemiddelen als Binnenweb, Plein, T-community, L-seminars en T-seminars. In 2014 is een strategisch kader interne communicatie opgesteld. In dit kader is de bijdrage van interne communicatie aan de totale organisatieverandering beschreven. In is het resultaat van de interne communicatie het in heldere taal en beeld realiseren van de organisatiedoelstellingen. In ligt het accent (niet exclusief) op het sluiten van allianties, het samenwerken in de organisatie, het open, transparant en uitnodigend werken en het resultaatverantwoordelijk werken. De organisatie geeft hier invulling aan door o.a. de beweging van de participerende overheid en programma s zoals Het Nieuwe werken en zaakgericht werken. Interne communicatie draagt daaraan bij door: Medewerkers te informeren over de actuele ontwikkelingen in de maatschappij o.a. de participerende overheid om kennis en begrip van de behoeften en wensen van de stad te vergroten en daarmee het aangaan van allianties en samenwerking met de stad te vergemakkelijken, Het lijnmanagement te ondersteunen in haar leidinggevende rol om medewerkers te ondersteunen in de gewenste gedragsverandering, Communicatie in de lopende programma s en projecten (participerende overheid, organisatieontwikkeling, HNW, zaakgericht werken) en hun onderlinge samenhang te ondersteunen. Bedrijfsvoering

86 BEDRIJFSVOERING STAND VAN ZAKEN Doorontwikkelen roadmap Tilburg.nl In hebben we de vernieuwde website Tilburg.nl gelanceerd in het kader van de verbetering van onze digitale dienstverlening. Uitgangspunt is een continue ontwikkeling en verbetering van onze digitale dienstverlening via Tilburg.nl. We doen dit volgens de principes van de top takensite die Tilburg.nl nu al is. Daarnaast investeren we in de informatiepositie van de burger. Doel is hierbij dat Tilburg.nl een rol speelt in het bevorderen van de gemeente als transparante overheid. Deze transparantie werkt als een katalysator voor overheidsparticipatie. Het shop in shop principe: samen met onze partners verlenen we diensten aan burgers en ondernemers, Het combineren van toptaken: bij afname van de dienst doorgeven verhuizing, doen wij automatisch navraag naar verwante producten zoals de aanvraag van een parkeervergunning in het nieuwe woongebied en bieden we aanpassing adres hondenbelasting etc. aan, Het aanbieden van locatie gebaseerde omgevingsinformatie: delen van informatie over de eigen wijk/omgeving om zo burgers te faciliteren in het nemen van eigen initiatieven. ACTIVITEITEN Doorontwikkelen P&C Cyclus Het uitgangspunt is een P&C cyclus vanuit één concern met één bedrijfsvoering. De P&C cyclus staat daarbij niet op zichzelf, maar staat in de context van haar omgeving. Deze omgeving, het concern (de organisatie), burgers, ondernemers, landelijke wetgeving en ketenpartners, is bovendien continue in ontwikkeling. De P&C cyclus moet zich daarop kunnen aanpassen. De transparantie van de P&C producten is sterk verbeterd. De kwaliteit van verantwoordingsinformatie wordt verder vergroot door samen met de organisatie en bestuur P&C producten te vernieuwen. In 2014: Zijn de doelen verbeterd met de kadernota s op de onderwerpen veiligheid, economie, bedrijfsvoering en armoede. Deze doelen zijn opgenomen in de P&C instrumenten, Is de leesbaarheid van de diverse P&C producten verbeterd door de informatiewaarde te vergroten, Is het inzicht in de begroting vergroot door verband tussen beleid, financiën, kengetallen, subsidies en reguliere activiteiten te laten zien, Worden in de jaarrekening de gerealiseerde doelen en activiteiten in de verschillende portefeuilles in samenhang geëvalueerd en in beeld gebracht, zodat een integrale beoordeling per en tussen programma s mogelijk is, Is het inzicht in de incidentele baten en lasten verbeterd. De kwaliteit van de stuur- en verantwoordingsinformatie voor management, college en raad verhogen we door processen en producten van de P&C-cyclus verder te verbeteren, Het continue SMART-er formuleren van prestatie- en effectindicatoren n.a.v. de nieuwe/aangepaste doelen, Koppelen van het budgetrecht van de raad aan de producten wat de samenhang tussen doelen, activiteiten en middelen in de sturing en verantwoording versterkt, Een nadere procesanalyse naar het verbeteren van de effectiviteit van het P&C instrumentarium. Elementen zijn o.a.: o Meer gebruik maken van bestaande instrumenten waarmee op ieder moment actuele informatie beschikbaar is voor bestuur en organisatie, o In de ambtelijke organisatie minder verantwoorden via rapportages en meer door dialoogsessies. Implementatie nieuw aanbestedingsbeleid Op een goede wijze inkopen en aanbesteden is voor de gemeente Tilburg van groot belang. In februari 2014 stelde de raad het nieuwe beleidskader vast. Het nieuwe beleid beschrijft o.a. de verschillende aanbestedingsprocedures en geeft inzicht in welke beleidskeuzes we binnen de beschikbare ruimte maken. Zo zijn bijvoorbeeld de gemeentelijke keuzedrempels verhoogd, En steken we stevig(er) in op kansen voor regionale bedrijven, duurzaamheid en social return. Inmiddels besteden we alle Europese aanbestedingen volgens het nieuwe beleid aan. In wordt het nieuwe beleid verder geïmplementeerd. Dit houdt in dat we de volgende activiteiten gaan uitvoeren: We inventariseren de verbeterpunten ten aanzien van inkoop en aanbesteden, We gaan verder met het verbeteren van het aanbestedingsproces, We rapporteren over meervoudig onderhandse aanbestedingen. Normering vaststellen m.b.t. indicatoren kadernota bedrijfsvoering De raad heeft in mei de kadernota bedrijfsvoering vastgesteld. In die Kadernota bedrijfsvoering zijn drie doelen met in totaal 17 indicatoren opgenomen (zie bijlage 1). Alle indicatoren moeten uiteindelijk een normering krijgen. Bij de normering van de indicatoren streeft Tilburg naar een uitkomst tenminste beter dan het benchmarkgemiddelde Stand van zaken: Om voor alle indicatoren een dergelijke normering vast te kunnen stellen en hierop vervolgens te gaan sturen, zijn een aantal ontwikkelingen in 2014 in gang gezet: Deelname aan een landelijke benchmark Venster op bedrijfsvoering ontwikkeld door KING. Aan deze benchmark ontlenen wij op dit moment de meeste indicatoren. Kwalitatief en kwantitatief is deze benchmark nog niet zo ver ontwikkeld dat we de uitkomsten van Tilburg kunnen spiegelen aan een representatief benchmarkgemiddelde. Wat betreft de andere benchmarks waaraan indicatoren zijn ontleend is ook nog sprake van een te beperkt inzicht in de uitkomsten van de andere steden om tot een normering te komen. Verder rapporteren wij in de jaarstukken over de meest recente stand van zaken waarbij ook aandacht wordt geschonken aan de score die Tilburg heeft in deze afzonderlijke benchmarks. We gaan verder met het actualiseren, valideren en normeren van de afzonderlijke indicatoren. Daarbij wordt de audit Benchmarks uit het auditplan 2014 gebruikt als uitgangspunt voor verdere optimalisering van het gebruik van benchmarks en de verbetering van de bedrijfsvoering. Per bedrijfsvoeringindicator gaan we: Analyseren wat de verschillen zijn tussen Vensters zoals gehanteerd in de kadernota en uitkomsten Vensters, Besluiten welke definitie (bij voorkomende definitieverschillen) wij in de toekomst gaan hanteren, Borgen dat de benodigde informatie juist, tijdig en volledig beschikbaar komt en wordt afgestemd op de juiste definitie, Analyseren waar onze verschillen ten opzichte van andere gemeenten zitten, Uitspraak doen wat een reële norm is voor Tilburg gelet op de gekozen ambitie tenminste beter dan het benchmarkgemiddelde en daarbij vensters voor bedrijfsvoering te gebruiken, De normen gebruiken bij het opstellen van de eerstvolgende begroting, Op nemen van alle beschikbare uitkomsten in een dashboard bedrijfsvoering ten behoeve van bestuur en management dat als input gebruikt kan worden voor de jaarstukken. Bedrijfsvoering

87 BEDRIJFSVOERING Bijlage 1: Indicatoren Doelen en indicatoren sturen op bedrijfsvoering (uit: kadernota bedrijfsvoering) indicatoren Laatste uitkomst Norm Doel 1: we kunnen sturen op het halen van de bestuurlijke doelen en wettelijke taken 1 Dekkingsgraad meting indicatoren bestuurlijke 71% 100% doelen 2 Dekkingsgraad meting indicatoren lopende zaken met servicenormen 100% 100% 3 Voldoen aan de rechtmatigheideis / goedkeurende accountantsverklaring. Doel 2: we organiseren de primaire processen op een effectieve en efficiënte wijze 1 Formatie /1.000 inw. bij de taken van de primaire afdelingen. 2 Formatie/1.000 inw. bij de taken van de bedrijfsmatige afdelingen. 3 Totaalscore dienstverlening (minder regels/meer service) max = 100% 4 Responsiviteit: - Brieven (binnen 8 weken) - Mails (binnen 2 dagen) - Call center (rapportcijfer bereikbaarheid) Ja Ja 1, , % % 94% 8,5 95% 100% --- Doel 3: we organiseren de ondersteunende processen op een effectieve en efficiënte wijze 1 Overhead % (incl. uitsplitsing naar PIOFAH) incl. 33% --- leiding 2 ICT kosten per werkplek Flexfactor (werkplekken per FTE) 1,3 0,75 4 Kosten documentmanagement/fte Totaalscore volwassenheid digitale dienstverlening (Max =3,00) 2, Organisatiekosten Onder de organisatiekosten van de gemeente Tilburg worden verstaan alle personele - en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de gemeentelijke organisatie (excl. bestuur), maar niet de programmakosten zelf. De gemeentelijke organisatie van Tilburg bestaat uit: de Griffie de Directie (incl. Strategie & Control) de Ondersteunende afdelingen hierna te noemen indirecte afdelingen de Primaire afdelingen de Bedrijfsmatige afdelingen hierna te noemen directe afdelingen Soorten organisatiekosten De organisatiekosten worden onderscheiden in: 1. Overhead 2. Organisatiekosten niet zijnde overhead Ad. 1. Overhead Bij de overhead gaat het om alle organisatiekosten (waaronder loonkosten) welke door de Directie, Strategie en control en Ondersteunende afdelingen (de indirecte afdelingen) worden gemaakt respectievelijk waarvan de verantwoordelijkheid bij deze afdelingen berust. In de kosten van de indirecte afdelingen kunnen ook kosten zijn begrepen, welke direct toe te wijzen zijn aan een of meerdere kostencentra c.q. kostendragers. Daarnaast vallen onder de overhead de kosten gemaakt door de overige afdelingen die niet rechtstreeks toe te wijzen zijn aan de programma s. Ad. 2. Organisatiekosten niet zijnde overhead De loonkosten van de primaire - en bedrijfsmatige afdelingen (de directe afdelingen) vallen wel onder de organisatiekosten, maar niet onder de overheadkosten. Immers, de loonkosten van de directe afdelingen zijn direct toewijsbaar naar de kostendragers. Apparaatskosten/inw Inhuur derden 22,9% --- Span of control 14,12 TT norm =15 Ziekteverzuim 6,38% 5,4% Medewerkertevredenheid (Max = 5) 3, Bedrijfsvoering

88 BEDRIJFSVOERING Organisatiekosten gemeente Tilburg Organisatiekosten gemeente Tilburg Bedragen x 1.000,- Overhead ,3% Overhead: Overige organisatiekosten ,8% salarissen indirecte afd ,8% Nog te verdelen taakstellingen ,1% afd.overhead indirecte afdelingen 580 0,8% Totale organisatiekosten ,0% personeel & organisatie ,3% informatisering & automatisering ,3% financiën & basisregistraties 659 0,9% communicatie 327 0,5% faciliteiten & huisvesting ,6% Organisatiekosten doorbelast naar de programma's ,6% juridisch 344 0,5% Directe programmakosten ,4% overige kosten bedrijfsvoering ,4% Totale programmakosten ,0% afd.overhead directe afdelingen ,9% Subtotaal ,0% Overige organisatiekosten: salarissen directe afdelingen ,6% afdelingsoverhead griffie 5 0,0% wagenpark bat/sport ,2% werkplaatsen/opslag 467 0,6% callcenter kcc 404 0,5% Subtotaal ,0% Nog te verdelen taakstellingen Organisatiekosten totaal Ontwikkeling organisatiekosten absoluut x 1 mln. Ontwikkeling programmakosten x 1 mln. Aandeel organisatiekosten , , ,3 141,4 141, Aandeel organisatiekosten Directe programmakosten Ontwikkeling formatieplaatsen (stand 1 jan.) Ontwikkeling span of control in fte* 2.000,0 15,0 Totale programmakosten 861 mln. Organisatiekosten totaal 143 mln , , , , , ,8 14, , ,0 14,0 13,5 13,2 13,5 13,5 13,5 13,5 Totale Programmakosten 861 mln. Organisatiekosten totaal 143 mln ,0 13,0 Organisatie-kosten 16,6% Overhead 48,8% 1.000,0 800,0 600,0 12,5 12,0 11,5 Directe programmakosten 83,4% Overige organisatiekosten <> overhead 51,2% 400,0 200,0 0,0 123,9 122,9 121,9 121,9 121, FTE's totaal FTE's management 11,0 10,5 10, * span of control = fte's uitvoerend / fte's leidinggevend Kosten per programma x 1 mln. Organisatiekosten, overhead 71 mln. Overige organisatiekosten 74 mln. 450,0 faciliteiten & huisvesting 20,6% juridisch 0,5% overige kosten bedrijfsvoering 3,4% afd.overhead directe afdelingen 1,9% wagenpark bat/ sport 3,2% werkplaatsen/ opslag 0,6% callcenter kcc 0,5% 400,0 350,0 300,0 communicatie 0,5% financiën & basisregistraties 0,9% informatisering & automatisering 7,3% personeel & organisatie 4,3% afd.overhead indirecte afdelingen 0,8% salarissen indirecte afd. 59,8% afdelingsoverhead griffie 0,0% salarissen directe afdelingen 95,6% 250,0 200,0 150,0 100,0 50,0 0,0 381,6 117,0 155,0 64,6 61,4 38,6 25,6 17,6 1 - Sociale stijging 2 - Vestigingsklimaat 3 - Leefbaarheid 4 - Bestuur Organisatiekosten Programmakosten 3 Bedrijfsvoering

89 3 Bedrijfsvoering 162

90 Hoofdstuk 4 Specifieke onderwerpen 163

91 4 Specifieke onderwerpen In dit hoofdstuk wordt een aantal belangrijke onderwerpen, die verspreid over de programma s in de begroting staan, gebundeld in een overzicht en expliciet onder de aandacht van uw raad gebracht waardoor beter inzicht verschaft wordt op deze aspecten van het gemeentelijk beleid. In de eerste paragraaf wordt ingegaan op de financiële status en weerbaarheid. In paragraaf 2 komt het grondbeleid van de gemeente aan de orde waarbij ook het overzicht van de grondexploitaties is opgenomen. Paragraaf 3 behandelt het subsidiebeleid van de gemeente waarbij ook de subsidiebedragen voor worden aangegeven. In de paragraaf Algemene dekkingsmiddelen wordt een integraal overzicht gegeven van de middelen die de gemeente in kan zetten voor eigen beleid (algemene uitkering, belastingen, dividenden etc.). In paragraaf 5 worden de gevolgen van het beleid voor de gemeentelijke tarieven in beeld gebracht. Daarna volgen de overige verplichte paragrafen zoals die in het Besluit en Verantwoording (BBV) zijn opgenomen. Het betreft hier vooral onderwerpen die van belang zijn voor de beoordeling van de financiële positie op de korte en langere termijn. Dit zijn achtereenvolgens de paragrafen Financiering, Weerstandsvermogen en risicobeheersing, Verbonden partijen en Onderhoud kapitaalgoederen. 4.1 Inzicht financiële status en financiële weerbaarheid Van belang is dat we inzicht hebben in de financiële status (hoe financieel gezond zijn we) en financiële weerbaarheid (welke mogelijkheden zijn er in financieel moeilijke tijden) van onze gemeente. Een landelijke werkgroep van gemeenten heeft hiervoor een set van indicatoren en normen samengesteld met als aanbeveling twee keer per jaar (bij begroting en jaarrekening) deze "(status)foto" te maken. Door het invullen worden de sterke en zwakke punten van onze gemeente op het meetmoment zichtbaar en hebben we in een beknopt overzicht helder waar we als gemeente staan. Sommige indicatoren zijn alleen begrotingsindicatoren andere zowel begrotings- als jaarrekeningindicatoren. Het is een technische analyse. Op termijn is dit een goed instrument om de ontwikkelingen te volgen. Ten opzichte van vorig jaar is de indicator primair surplus bij de schuldpositie toegevoegd. Deze indicator wordt vanaf door de VNG gehanteerd. Omdat het merendeel van de indicatoren in het verlengde ligt van de hierna opgenomen paragrafen nemen we onze status als inleiding op dit hoofdstuk in de eerste paragraaf op en lichten wij de indicatoren en score daaropvolgend toe. Conclusie Uit onderstaand overzicht concluderen we dat we in ruime mate voldoende scoren. De hieruit naar voren komende indicatoren die nadere aandacht behoeven zijn bekend en hier wordt, waar mogelijk, actief op gestuurd. Indicatorgroep Indicator Voldoende 1. Schuldpositie (vreemd vermogen) 2. Reservepositie (eigen vermogen) 1.1 Schuldratio 1.2 Netto schuld / exploitatie (netto schuldquote) Attentie / Kwetsbaar 1.3 Netto schuld per inwoner 1.4 Schuldevolutie 1.5 Netto rentelasten / exploitatie 1.6 Rentereserve 1.7 Omslagrente - werkelijke rente 1.8 Primair surplus 2.1 Weerstandsvermogen 2.2 Mogelijkheden om beschikbare weerstandcapaciteit te verbeteren 3. Grondexploitatie 3.1 Afhankelijkheid van grondexploitatie voor sluitende begroting 3.2 Winstverwachting grondexploitaties (meerjarig) 3.3 Algemene reserve grondbedrijf en risicoreserve grondbedrijf versus risico's 4. Leningen, garantstellingen 4.1 Zekerheden leningen, garantstellingen en en waarborgen waarborgen 5. Meerjarig onderhoud 5.1 Toereikendheid onderhoudsbudgetten, incl. kapitaalgoederen vervangingsinvesteringen 6. Lokale lasten 6.1 Lokale lastendruk Kwetsbaar 7. Meerjarig financieel evenwicht 6.2 Onbenutte belastingcapaciteit OZB 6.3 Derving OZB i.v.m. leegstand 6.4 Kostendekkendheid leges 7.1 Ombuigingen, taakstellingen 7.2 Verhouding Structurele / Incidentele baten en lasten 7.3 Meerjarig sluitende begroting

92 1. Schuldpositie (vreemd vermogen) Voor een oordeel over de financiële positie van een gemeente moet eerst worden gekeken naar de omvang van de schulden en (vrije) geldelijke bezittingen. Vervolgens kan het bezit als voorraden grond en uitgeleende gelden in het oordeel worden betrokken. Hiervoor zijn kengetallen over de (ontwikkeling van de ) schuldpositie goed bruikbaar Schuldratio Schuldratio en solvabiliteitsratio ten opzichte van 2012 toe met 1% (= schuldevolutie). Voor de middellange termijn is de ontwikkeling van deze indicator een goede maat. Voor Tilburg bedraagt de schuldevolutie ,- negatief (bron VNG). Op middellange termijn is de netto schuld per inwoner dus gedaald. Dit houdt in dat de financiële positie van onze gemeente zich verbeterd heeft Schuldevolutie De gemiddelde netto schuld per inwoner in Nederland bedroeg in 2.390,- en de schuldevolutie is landelijk 453,-. Het is goed ook de uitgeleende gelden en voorraden mee te nemen in de analyse van de hoogte van de schuld en ze uit te drukken als aan aandeel van de inkomsten. Door de uitleenquote en voorraadquote van de netto schuldquote af te trekken, krijgt men een goede indruk van de schuld die op de exploitatie drukt. De uitleenquote geeft inzicht in hoeveel geld de gemeente uitgeleend heeft. Als een gemeente geld uitleent, gaat dit niet zonder risico. Het kan zijn dat de andere partijen de leningen niet kunnen afbetalen. De gemeente is dan het uitgeleende geld kwijt en blijft met de schulden die er tegenover staan zitten. Als gevolg van in ontvangen aflossingen tot een bedrag van 11,1 miljoen daalt de uitleenquote ten opzichte van Ten tweede kan de gemeente grote voorraden bouwgrond bezitten. Juist op de voorraden grond lopen de gemeenten risico. In de nasleep van de recessie is het risico van tegenvallende opbrengsten uit grondverkopen aanwezig. Ultimo is de voorraad in exploitatie genomen bouwgronden afgenomen met 15,2 miljoen tot 136,5 miljoen. Tegenover de voorraad in exploitatie genomen bouwgronden staat een voorziening verlieslatende complexen van 74,4 miljoen. De voorraad panden voor verkoop bedraagt ultimo 8,9 miljoen. De schuldratio geeft aan welk aandeel van het gemeentebezit is belast met schulden. Hoe lager de uitkomst hoe gunstiger. We financieren dan immers meer met eigen vermogen. Als norm geldt een schuldratio tussen de 20% en 70%. Op basis van de jaarrekeningcijfers scoort Tilburg een schuldratio van 22% (2012: 22%, 2011: 23%). Het solvabiliteitsratio geeft aan de mate waarin bezit op de balans is afbetaald. Dit is het spiegelbeeld van de schuldratio Netto schuld/exploitatie (netto schuldquote) De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie en de hoogte van de investeringen uit het nabije verleden. Bij een score tussen de 100% en 130% is voorzichtigheid geboden. Bij een netto schuldquote hoger dan 130% doet een gemeente er goed aan om schulden af te bouwen. Op basis van de jaarrekeningcijfers bedraagt de netto schuldquote voor Tilburg 9%. Kengetallen financiële positie De VNG publiceert in dit kader ook rangnummers van gemeenten. Het rangnummer is gebaseerd op de netto schuldquote -/- 0,9 x uitleenquote. Voor Tilburg komt dit ultimo uit op -/- 1% (2012 -/-4%)We staan hiermee op de 52 e plaats (2012: 56 e plaats). EMU-saldo en financieringsresultaat De toename of de afname van de netto schuld kan ook gedefinieerd worden als financieringsresultaat. Bij een positief financieringsresultaat nemen de schulden af. Het EMU-saldo geeft ook een netto financieringsresultaat in een jaar, maar wel met een andere definitie. Met betrekking tot het EMU saldo wordt per gemeente een individuele EMU-referentiewaarde gepubliceerd. De individuele EMU-referentiewaarde betreft geen norm, maar een indicatie van het aandeel dat een provincie of gemeente op basis van zijn begrotingstotaal in de gezamenlijke tekortnorm heeft. In het financieel akkoord van januari is opgenomen dat het kabinet sancties als gevolg van overschrijding van de tekortnorm van -0,5 procent bbp gedurende deze kabinetsperiode niet toepast. Wel kan strikt genomen, conform de Wet Fido en de Wet Hof, een eventuele boete uit Europa worden doorberekend aan de decentrale overheden. (x 1.000,-) stotaal (na bestemming), jaar t Individuele referentiewaarde Tilburg EMU-saldo op basis van jaarrekening n.n.b. n.n.b Netto rentelasten/exploitatie De indicator netto rentelasten/exploitatie geeft het aandeel aan van de externe rentelasten in de exploitatie, dus welk deel van de exploitatie gebonden is door het betalen van rente. Wij blijven ruim onder de norm van 1% van de exploitatiekosten. Uit de SEO-stresstest is eveneens naar voren gekomen dat wij vanwege onze geringe externe financiering niet erg gevoelig zijn voor toekomstige renteschommelingen Rentereserve In Tilburg hanteren we geen afzonderlijke rentereserve. Onze algemene reserve dient ook om tegenvallers op het renteresultaat binnen het (begrotings)jaar op te vangen. Kijkend naar de omvang van onze algemene reserve en onze lage schuldratio vinden wij de vorming van een afzonderlijke rentereserve ook niet noodzakelijk Netto schuld per inwoner De netto schuld per inwoner van Tilburg bedraagt volgens de jaarrekening 296,-. De netto schuld per inwoner neemt 1.7. Omslagrente - werkelijke rente De interne rentevoet is met ingang van de Programmabegroting verlaagd van 4,5% naar 3,5%. Het rente-omslagpercentage is bij de begroting berekend op 2,86% (begroting 2014: 2,86%). 4.1 Inzicht financiële status en financiële weerbaarheid

93 In het kader van "Scherper aan de wind II" wordt het positieve resultaat met ingang van de begroting 2014 structureel ten gunste van de algemene middelen gebracht. Hoewel we vanwege onze lage schuldquote niet echt gevoelig zijn voor rentewijzigingen, heeft een stijging van de omslagrente in de komende jaren toch direct een structureel negatief effect op de exploitatie. Vandaar dat we, ondanks het verschil tussen interne rentevoet en omslagrente de status "attentie/kwetsbaar" meegeven. Het risicoprofiel ten aanzien van deze gekozen verwerkingswijze is immers groter geworden Primair surplus De hoogte van het aflossend vermogen van een gemeente is belangrijk: wat blijft jaarlijks van het inkomen over voor het aflossen van de oude schulden. Daarvoor moet naar het primair surplus worden gekeken. Het primair surplus als aandeel van de inkomsten geeft aan hoeveel van de inkomsten het afgelopen jaar is vrijgevallen voor aflossingen. Voor is dit percentage voor Tilburg berekend op 11,03%. Volgens de VNG is het Ideaal primair surplus voor Tilburg 4,55%. We blijven daar dus ruimschoots boven. 2. Reservepositie (eigen vermogen) 2.1. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de mate aan, waarin de gemeente in staat is om de nadelige gevolgen van risico's op te vangen zonder dat beleid moet worden gewijzigd Mogelijkheden om beschikbare weerstandscapaciteit te verbeteren Naast de aanwezige vrije reserves is er nog een (structureel) onbenutte belastingcapaciteit van ruim 12 miljoen beschikbaar. Totale weerstandscapaciteit De totale weerstandscapaciteit, bestaande uit de (incidentele) weerstandscapacitiet en de (structurele) onbenutte belastingcapaciteit, bedraagt per 1 januari naar verwachting 135,7 miljoen. Wij achten deze weerstandscapaciteit ruim voldoende gelet op de aanwezige risico's van 64 miljoen. In de paragraaf 4.7 Weerstandsvermogen en risicobeheersing worden weerstandscapaciteit en risico's nader toegelicht. 3. Grondexploitatie 3.1. Afhankelijkheid van grondexploitatie voor sluitende begroting Als in de meerjarenbegroting rekening wordt gehouden met winsten van de grondexploitatie bestaat er een bepaalde druk op de exploitaties om deze winsten daadwerkelijk te realiseren. Geen realisatie betekent dan immers een direct dekkingsprobleem in de begroting. In onze meerjarenbegroting nemen wij geen resultaten uit de grondexploitatie mee. Onze exploitatie wordt hier dus niet door beïnvloed Winstverwachting grondexploitatie + algemene reserve en risicoreserve grondbedrijf versus risico's Voor elke grondexploitatie berekenen wij een individueel planresultaat. Bij de berekening worden reeds gemaakte kosten en in de toekomst nog te maken kosten verrekend met verwachte opbrengsten. Daarbij houden we ook rekening met de toekomstige rentekosten. Voor het te ontwikkelen programma (aantallen woningen of oppervlakte voor bedrijfsterreinen en voor overige functies), de hoogte van de rente, de stijging van de kosten en de ontwikkeling van de grondopbrengsten sluiten wij aan bij hetgeen daarover is opgenomen in de Programmabegroting. Op basis van het advies van Deloitte Real Estate wordt nu aangenomen dat de grondopbrengsten met ingang van 2018 licht zullen toenemen. Een optelling van alle individuele planresultaten en de algemene grondexploitatie activiteiten leidt tot een tekort van 77,2 miljoen. De totale waarde van de nog te verkopen grond bedraagt 228 miljoen. Hiervan is 47 miljoen voor woningbouw, 150 miljoen voor bedrijventerreinen, 2 miljoen voor kantoren en 29 miljoen voor de overige bestemmingen zoals winkels. Naast het planresultaat spelen vele risico s in de grondexploitaties een belangrijke rol. De omvang van de risico s hebben we, evenals in voorgaand jaar, bepaald op basis van de Rismanmethode. Wij berekenen het totale risico over alle grondexploitaties op een bedrag van 46,4 miljoen. Omdat niet alle risico s zich in gelijke mate in alle exploitaties zullen voordoen, is het gangbaar om een correctie toe te passen. Overeenkomstig de vastgestelde methodiek wordt een correctie van 25% toegepast. Hierdoor bedraagt het totale risico 34,8 miljoen. Voor de afboekingen en waardeverschillen op de Materiële Vaste Activa is naar verwachting een bedrag van 3 miljoen benodigd. Voor de voeding van de verliesvoorziening, de risico's en de afboeking voor de M.V.A. verwachten we bij het opmaken van de Jaarrekening 2014 een bedrag van 115,0 ( 77,2 + 34,8 + 3) miljoen nodig te hebben. Tegenover dit negatief financieel beeld staan de in het verleden opgebouwde reserves en voorzieningen binnen het grondbedrijf. Het totaal van deze reserves bedraagt 121,4 miljoen. De reserves zijn daarmee op dit moment voldoende om het totale tekort en de risico's binnen lopende grondexploitaties af te dekken. Wij komen daarom tot de conclusie dat het grondbedrijf momenteel over voldoende reserves beschikt om het nu berekende tekort en de risico's op te vangen. 4. Leningen, garantstellingen en waarborgen 4.1. Zekerheden leningen, garantstellingen en waarborgen Wij kennen gegarandeerde geldleningen met contragarantie (m.n. WSW-leningen) waarbij een derde partij mede garant staat en leningen zonder contragarantie (leningen aan zorg- en cultuurinstellingen). Het totaal van de leningen, garantstellingen en waarborgen bedraagt volgens de jaarrekening ruim 1,4 miljard. De hiertegenover gestelde zekerheden bedragen ruim 1,3 miljard en dekken daarmee circa 95% van de totale verstrekking af. Ons risico ligt hier met name in de borgstelling inzake het project Stappegoor. Tot nu toe zijn hierop geen tegenvallers / afwijkingen op de planning. 5. Meerjarig onderhoud kapitaalgoederen 5.1. Toereikendheid onderhoudsbudgetten, incl. vervangingsinvesteringen Zoals in paragraaf 4.9 Onderhoud kapitaalgoederen is aangegeven zijn de huidige onderhoudsbudgetten (exploitatie- en investeringsbudgetten) toereikend om aan de met de raad afgesproken onderhoudsniveaus te voldoen. 6. Lokale lasten 6.1. Lokale lastendruk In het Coalitieakkoord is afgesproken om de woonlasten betaalbaar te houden. Uitgangspunt hierbij is het woonlastenniveau in ( 545,38), waarbij de egalisatiereserve afvalstoffenheffing wordt ingezet om dit te realiseren. Op basis van de programmabegroting bedragen de woonlasten (kosten van rioolheffing, afvalstoffenheffing en OZB) voor een gemiddelde woning 555,71. Op basis van de door het COELO gepubliceerde ranglijst van woonlasten grote gemeenten is Tilburg in 2014 de goedkoopste grote gemeente van Nederland. Ook in vergelijking met de B5 gemeenten en de gemeenten in de regio Hart van Brabant heeft Tilburg in 2014 de laagste woonlasten Onbenutte belastingcapaciteit OZB De (structureel) onbenutte belastingscapaciteit bedraagt voor 12 miljoen. Ten opzichte van de totale exploitatie (voor mutatie reserves) is dit 1,53%, dit is ruim boven de gehanteerde norm van 0,25% Derving OZB i.v.m. leegstand niet-woningen Leegstand kost de gemeente geld. Er bestaat een directe relatie tussen de opbrengst OZB gebruikers niet-woningen en leegstand. De inkomstenderving in is geraamd op 2,18% van de totale opbrengst OZB niet-woningen. Dit is een stijging ten opzichte van 2014 (1,87%). Hoewel de dekking van deze opbrengstenderving verdisconteerd wordt in het tarief, vinden wij dit toch een attentiepunt. Het geeft in deze lastige economische tijden toch ook een indicatie van andere ontwikkelingen binnen onze gemeente Kostendekkendheid leges Het dekkingspercentage van de totale legesverordening mag wettelijk maximaal 100% bedragen. Voor 2014 bedraagt het dekkingspercentage 77,8%. De legesverordening komt uit een op een dekking van 78,3% Bij de begroting 2012 is besloten onze leges meer kostendekkend te maken, met als uitgangspunt waar mogelijk 100% kostendekkendheid in. In de meerjarenramingen is hiermee al rekening gehouden. Er is dus geen mogelijkheid om de leges nog verder te verhogen, waardoor we op deze indicator "kwetsbaar" scoren. 4.1 Inzicht financiële status en financiële weerbaarheid

94 7. Meerjarig financieel evenwicht 7.1. Ombuigingen, taakstellingen De ombuigingen en taakstellingen waartoe bij de Programmabegroting 2012 is besloten lopen op t/m. Alle ombuigingen worden gerealiseerd. Van de taakstelling efficiency ad 7,4 miljoen structureel moet voor nog een bedrag van 1,3 miljoen gerealiseerd worden. Voor 2016 resteert nog een in te vullen bedrag van 0,8 miljoen en structureel gaat het nog om een bedrag van 0,7 miljoen. Voor de invulling van deze taakstelling zetten we in op de procesdoorlichtingen in het kader van LinT (Lean in Tilburg). Zeven LinTen zijn in een vergevorderd stadium. De afronding van de LinTen, met name om het besparingspotentieel goed te duiden, vergt vaak enige tijd. Verder zijn er acht LinTen net gestart of in de opstartfase. Een indicatie van de opbrengst van de LinTen, die nu bekend zijn, uitgaande van respectievelijk 5% of 10% besparing, ligt tussen de 0,4 miljoen en 0,7 miljoen. Om de resterende taakstelling te realiseren zullen er dus nog additionele LinTen gevonden moeten worden. Worden er onvoldoende LinTen gevonden, dan zal de bezuiniging op de organisatie op een andere manier binnen de bedrijfsvoering gevonden moeten worden Verhouding structurele/incidentele baten en lasten De (meerjaren)begroting moet structureel en reëel in evenwicht zijn. Door dit begrip in de Gemeentewet op te nemen wordt, nadrukkelijker dan in het verleden, bedoeld dat per jaarschijf van de (meerjaren)begroting structurele lasten gedekt dienen te worden door structurele baten. Tevens is nu duidelijker geworden dat de ramingen volledig, realistisch en haalbaar moeten zijn. Onze toezichthouder (Provincie Noord Brabant) zal op beide aspecten toetsen. Wanneer we het incidentele saldo verrekenen met het totale saldo van de Programmabegroting, kunnen we concluderen dat onze structurele lasten gedekt worden door structurele baten Meerjarig sluitende begroting In is sprake van een incidenteel nadeel van 4,1 miljoen. We dekken dit nadeel af ten laste van de algemene reserve. Voor 2016 e.v. jaren geeft de begroting een overschot. Een meerjarig sluitende begroting is ook één van de punten uit het Coalitieakkoord Inzicht financiële status en financiële weerbaarheid 170

95 4.2 Grondbeleid Samenvatting De gemeente Tilburg heeft in totaal ongeveer 860 ha grond in bezit die nog geen eindbestemming bereikt heeft. Dit zijn gronden die we nog kunnen inzetten voor het behalen van bestuurlijke doelen. We doen dit binnen het grondbedrijf. Van de totale oppervlakte is bijna 400 ha gelegen binnen grondexploitatiegebieden. Dit zijn gebieden waar een bestemmingsplanwijziging met bouwmogelijkheden aan ten grondslag ligt. Ambtelijke projectgroepen werken op dit moment binnen gestelde kaders aan de ontwikkeling van deze gebieden. Voor de overige ruim 460 ha geldt dat de ontwikkelhorizon meer dan 10 jaar in de toekomst ligt. Die gronden zijn op de balans gerubriceerd onder de Materiële Vaste Activa en de waardering ervan is gebaseerd op de huidige - veelal agrarische - bestemming. Bij het opstellen van de komende Jaarrekening 2014 handelen wij volgens de spelregels van het BBV waarbij ten aanzien van de waardering van grondexploitatieprojecten wordt uitgegaan van het voorzichtigheidsprincipe. Verliezen worden volgens dit principe meteen genomen en winsten mogen pas ingeboekt worden op het moment dat deze daadwerkelijk zijn gerealiseerd. Voor de verliezen wordt een voorziening voor verlieslatende plannen gevormd. Voor elke grondexploitatie berekenen wij een individueel planresultaat door en houden daarbij rekening met de tot op heden gemaakte en in de toekomst nog te maken kosten alsook met verwachte opbrengsten. Daarbij houden we rekening met de toekomstige rentekosten. Voor het te ontwikkelen programma (aantallen woningen of oppervlakte voor bedrijfsterreinen en voor overige functies), de hoogte van de rente, de stijging van de kosten en de ontwikkeling van de grondopbrengsten sluiten wij aan bij hetgeen daarover is opgenomen in de voorgaande Programmabegroting. Op basis van het advies van Deloitte Real Estate wordt nu aangenomen dat de grondopbrengsten met ingang van 2018 licht zullen toenemen. Een optelling van alle individuele planresultaten en de algemene grondexploitatie activiteiten leidt tot een tekort van 77,2 mln. De totale waarde van de nog te verkopen grond bedraagt 228 mln. Hiervan is 47 mln. voor woningbouw, 150 mln. voor bedrijventerreinen, 2 mln. voor kantoren en 29 mln. voor de overige bestemmingen zoals winkels. Naast het planresultaat spelen vele risico s in de grondexploitaties een belangrijke rol. In deze programmabegroting hebben wij de omvang van de risico s evenals in voorgaand jaar bepaald op basis van de Rismanmethode. Wij berekenen het totale risico over alle grondexploitaties op een bedrag van 46,4 mln. Omdat niet alle risico s zich in gelijke mate in alle exploitaties zullen voordoen, is het gangbaar om een correctie toe te passen. Overeenkomstig de vastgestelde methodiek wordt een correctie van 25% toegepast. Hierdoor bedraagt het totale risico in deze begroting 34,8 miljoen. Voor de afboekingen en waardeverschillen op de Materiële Vaste Activa is naar verwachting een bedrag van 3 mln. benodigd. Voor de voeding van de verliesvoorziening, de risico s en de afboeking voor de M.V.A. verwachten we bij het opmaken van de Jaarrekening 2014 een bedrag van 115,0 mln. nodig te hebben. Tegenover dit negatief financieel beeld staan de in het verleden opgebouwde reserves en voorzieningen binnen het grondbedrijf. Het totaal van deze reserves bedraagt 121,4 mln. De reserves zijn daarmee op dit moment voldoende om het totale tekort en de risico s binnen lopende grondexploitaties af te dekken. Wij komen daarom tot de conclusie dat het grondbedrijf momenteel over voldoende reserves beschikt om het nu berekende tekort en de risico s op te vangen Inleiding In deze paragraaf grondbeleid geven wij informatie over het grondbeleid en het totale financiële overzicht op portefeuilleniveau. Het Besluit en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de raad jaarlijks de herziening van de grondexploitaties vaststelt. Tegelijk met deze programmabegroting stelt de raad dan ook de grondexploitaties zoals aangeven in het financiële overzicht van alle grondexploitaties (zie bijlage 3) vast. Bij grondexploitaties gaat het om investeringsprojecten die meerjarig lopen. Alle reeds gedane investeringen en de gedurende de komende jaren nog te maken kosten en opbrengsten genereren het uiteindelijke eindresultaat van de plannen. Om alle uitkomsten van de verschillende plannen vergelijkbaar te maken wordt alles teruggerekend naar valuta 1 januari Om te situatie van de jaarrekening 2014 te evenaren wordt daar vervolgens een jaar rente bijgeteld. In de bijlagen wordt achtereenvolgens inzicht gegeven in: Bijlage 1 Algemene en specifieke uitgangspunten. 171

96 Bijlage 2 Parameters en programma. Bijlage 3 Projectenoverzicht. Bijlage 4 Berekening Reserve Risico s Grondexploitatie. Bijlage 5 Toelichting op resultaten van de afzonderlijke plannen. Bijlage 6 Overige informatie grondexploitatie Het verwachte Grondexploitatieresultaat. In onderstaand overzicht zijn alle posten aangeven die invloed hebben op het resultaat van de grondexploitatie. De uitgangpunten, het programma en de parameters voor de berekeningen zijn opgenomen in bijlage 1 en 2. Voor de toelichtingen van de afzonderlijke posten wordt in de tabel verwezen naar de betreffende hoofdstukken. Op basis van de uitgangspunten, programma en parameters wordt het grondexploitatieresultaat van iedere grondexploitatie berekend. Voorts moet volgens het BBV worden uitgegaan van het voorzichtigheidsprincipe en moeten er bij de jaarrekening voldoende middelen gereserveerd worden om de maximaal te verwachten tekorten te dekken. Met eventuele te verwachte winsten wordt daarbij geen rekening gehouden. Alleen de winst die in de afzonderlijk grondexploitaties al daadwerkelijk is gerealiseerd mag als resultaat worden meegenomen. Aangezien de verwachte jaarrekeningcijfers doorslaggevend zijn, wordt onderstaand verder gegaan op de effecten op de komende jaarrekening. Tabel 1. Verwachte Grondexploitatieresultaat. Omschrijving (X 1 mln.) Prognose Jaarrekening Totaal Resultaat grondexploitaties Spoorzone N 15,9 Resultaat overige grondexploitaties N 59,3 Stelpost planvertraging N 2,0 1 Resultaat grondexploitaties (zie hoofdstuk ) N 77,2 2 Resultaat Materiële vaste Activa (MVA) (zie hoofdstuk 4.2.5) N 3,0 Negatief resultaat grondbedrijf N 80,2 3 Benodigde Reserve Risico s Grondexploitaties (zie hoofdstuk 4.2.6) N 34,8 Totaal benodigde middelen N 115,0 4 Beschikbare reserves en voorzieningen (zie hoofdstuk 4.2.7) V 121,4 Vrij besteedbaar per 31 december 2014 V 6,4 Nadat de beschikbare middelen zijn ingezet om de voorziening voor verlieslatende plannen te voeden en de verplichte afboeking van de Materiële Vaste Activa door te voeren, resteert er per 31 december 2014 van de beschikbare middelen nog een bedrag van 6,4 mln. De vrij besteedbare bedrag van 6,4 mln. kent een bandbreedte van +/- 5 mln. Deze bandbreedte is bedoeld voor de opvang van de specifieke en niet gekwantificeerde risico s uit paragraaf Het bedrag van 6,4 mln. blijft binnen de grondexploitatie beschikbaar en blijft binnen de Algemene Reserve Grond Exploitatie Prognose Jaarrekening 2014 Waarderingsgrondslag grondexploitatie in de Jaarrekening 2014 Bij het opstellen van de jaarrekening moeten we - zoals in de BBV is voorgeschreven - bij het waarderen van lopende projecten uitgaan van het voorzichtigheidsprincipe. Hierdoor mogen nog te realiseren toekomstige winsten op een project eerst worden genomen als de winst daadwerkelijk is gerealiseerd. Het totale resultaat van de grondexploitaties (dus zowel positieve als negatieve grondexploitatieresultaten, zie bijlage 3 kolom B) is berekend op 53,0 mln. Op basis van de gecalculeerde negatieve resultaten van de grondexploitaties moet de voorziening verlies 77,2 mln. bedragen per balansdatum. De bij de Jaarrekening gerealiseerde winstneming op lopende plannen is als reserve winstneming lopende exploitaties verantwoord (zie tabel 5 reserve winstneming lopende projecten ad 11,4 mln.). Bij het opmaken van de Jaarrekening 2014 worden de lopende grondexploitaties gewaardeerd op 77,2 mln. negatief als volgt nader te specificeren: Tabel 2 Prognose waardering lopende grondexploitaties Jaarrekening 2014 Voorziening verlies: Spoorzone Overige grond-exploitaties (x 1 mln.) Totaal Projecten Spoorzone N 15,9 Projecten Piushaven N 2,5 Programma bedrijven N 23,3 Programma wonen N 28,5 Programma herstructurering N 0,2 Programma particulieren N 4,8 Totaal N 15,9 N 59,3 N 75,2 Stelpost planvertraging woningbouw N 2,0 Totaal grondexploitatie inclusief planvertraging per 31 december 2014 (bijlage 3 kolom G) N 77,2 Stelpost planvertraging Binnen de lopende grondexploitaties is in totaal voor een bedrag van afgerond 228 mln. aan gemeentelijke grondverkopen geraamd (uitgedrukt in reële waarde). Hierbij is rekening gehouden met de fasering van de afzonderlijke projecten en de totale portefeuilleomzet. Uitgegaan is van een totale productie van woningen over de komende 12 jaar ofwel gemiddeld woningen per jaar incl. Spoorzone. Bij de bedrijventerreinen is rekening gehouden met een verkoop van circa 10,5 ha per jaar (ook op particuliere en gemeentegronden samen). De afname van het woningbouwprogramma van woningen naar 850 woningen is nog niet verwerkt in de resultaten van de afzonderlijke grondexploitaties (voor het vertragingseffect is wel een stelpost van 2,0 mln. binnen het resultaat van de grondexploitatie opgenomen). Voor een nadere specificatie verwijzen we naar bijlage 3 (Overzicht plannen onderverdeeld naar programma, kolommen Effect op Jaarrekening 2014) Financieel beeld Materiële Vaste Activa (MVA) De gemeente Tilburg heeft circa 466 ha gronden in haar bezit die zijn gewaardeerd tegen landbouwwaarde en op de balans zijn gerubriceerd onder de Materiële Vaste Activa (MVA). Per 31 december bedraagt de waarde van deze gronden 37,8 mln. De huidige marktwaarde van deze gronden ligt tussen de 5 en 8 per m² en voor de panden is 90% van de WOZ waarde aangehouden. Voor toekomstige rentelasten is in de Jaarrekening 2012 een rentereservering gevormd die ultimo nog 6,0 mln. bedraagt. Hiermee kunnen de rentelasten tot 2018 worden opgevangen. Voor eventuele afschrijvingen is geen reservering getroffen. Indien de omvang van deze MVA-post in de komende jaren niet wordt afgebouwd, komt er met ingang van 2018 jaarlijks een rentekostenpost van circa 1,3 mln. ten laste van de algemene middelen. Als gevolg van de met ingang van 2012 verplichte BBV-voorschriften houden wij voor de actualisering van de grondvoorraad, de verplichte afschrijvingen, de daling van de WOZ waarde van de panden en de verplichte afboeking van de variabele lasten vooralsnog een stelpost van 3 mln. aan. Alleen voor de toekomstige rentelasten is bij de Jaarrekening 2012 een rentereservering voorzien. Voor de afschrijvingen en waardeverminderingen nog niet. 4.2 Grondbeleid

97 Tabel 3 Prognose waardebepaling Materiële Vaste Activa (MVA) (X 1 mln.) Stelpost voor: N 3,0 - Afboeking variabele lasten. - Verplichte afschrijvingen. - Afname waardering panden door verkoop en afname WOZ waarde Effect MVA N 3, Weerstandsvermogen/Reserve Risico s Grondexploitaties Voor de analyse en het managen van risico s wordt op projectniveau gebruik gemaakt van de Risman-methode. Op het niveau van de afzonderlijke projecten wordt gestuurd op type samenwerking, programma, kwaliteit, tijd, en plankosten. Op portefeuilleniveau is het berekenen van samenhangende risico s (bijvoorbeeld het voorkomen van concurrentie tussen locaties), het anticiperen op mogelijke beleidswijzigingen of externe omstandigheden en de beschikking over een adequate risicoreserve van belang. Op 18 maart heeft de raad de nota Bepaling weerstandsvermogen voor grondexploitaties vastgesteld. In deze nota is gekozen om voor de Jaarrekening het weerstandsvermogen voor de grondexploitaties te onderbouwen met risicoanalyses volgens de Risman-methodiek. De overige risico s voor de Programmabegroting komen op basis van de uitgevoerde risicoanalyses uit op 46,4 mln. Omdat niet alle risico s zich in gelijke mate in alle exploitaties zullen voordoen, is het gangbaar om een correctie toe te passen. Hiervoor wordt een correctie van 25% toegepast waardoor het totale risico in deze begroting uitkomt op 34,8 mln. Tabel 4 Prognose omvang weerstandsvermogen/reserve Risico s Grondexploitaties Totaal (X 1 mln.) Totaal uitgevoerde risicoanalyses Spoorzone 23,4 Totaal overige uitgevoerde risicoanalyses 13,8 Totale risicoanalyses (deze projecten vertegenwoordigen ongeveer 80% van de totale projectkosten) 37,2 Extrapolatie naar 100% kosten 46,4 Correctiepost 25% omdat niet alle risico s in alle projecten zich tegelijkertijd zullen voordoen -11,6 Prognose benodigde Reserve Risico s Grondexploitaties per 31 december Totaal 34,8 Het bedrag van 34,8 mln. wordt opgenomen in de Reserve Risico s Grondexploitaties. Twee keer per jaar (bij de jaarrekening en de programmabegroting) actualiseren wij de risico analyses en aan de hand van het uiteindelijke resultaat wordt de reserve verhoogd of verlaagd. Voor een nadere specificatie van de berekening uit tabel 4 verwijzen we naar bijlage 4 (Onderbouwing Reserve Risico s Grondexploitatie). Specifieke risico s Ontwikkeling Plan- en Apparaatskosten (PAK) Voor de gemeentelijke en particuliere grondexploitaties is uitgerekend welke plan- en apparaatskosten redelijkerwijs kunnen worden toegerekend. Het gaat hierbij ondermeer om de kosten van stedenbouw, procedure bestemmingsplan, projectleiding, communicatie, projectadvisering (in- en extern) en onderzoekskosten. Bij gemeentelijke grondexploitaties worden deze als kostenpost opgenomen en verwerkt in de grondprijs. Bij particuliere grondexploitaties worden deze - via een exploitatieovereenkomst of dienstverleningsovereenkomst - bij de marktpartij(en) in rekening gebracht. Als hulpmiddel voor de berekening van deze kosten is door het Rijk een plankostenmodel opgesteld dat wij hanteren. Dit model wordt gevuld met een veronderstelde planning, een verondersteld af te zetten programma en een veronderstelde verdeling van de (kosten van) geplande werkzaamheden tussen gemeente en marktpartij(en) zoals thans bekend. Bij afwijkingen in planning, programma en/of verdeling van de geplande werkzaamheden tussen gemeente en marktpartij(en) ontstaat een verschil tussen daadwerkelijk te maken kosten ten opzichte van de bij aanvang (conform model) geraamde kosten en op basis daarvan gemaakte budgetafspraken. Afwijkingen in planning en programma zijn de afgelopen jaren volop aan de orde geweest. Volgens de diverse economische barometers zal daar ook de komende jaren sprake van zijn. Gelet op het voorgaande voorzien wij dat de daadwerkelijk te maken plan- en apparaatskosten vooralsnog blijvend hoger zullen zijn dan de bij aanvang modelmatig bepaalde budgetten, die in veel gevallen contractueel zijn vastgelegd. Kortom, hoog blijvende kosten bij afnemende budgetten. We moeten daarom goed sturen om de werkelijke kosten zoveel mogelijk binnen de beschikbare budgetten op te kunnen vangen. Met name richten we de aandacht op de plankosten in de eerste fase van het plan en op het in een vroegtijdig stadium bepalen van de afzetmogelijkheden. De plankosten in de eerste verkennende fases van projecten worden verrekend met marktpartijen via dienstverleningsovereenkomsten. Daarnaast is begin een start gemaakt om per grondexploitatie nog strikter budgettair te sturen op de plan- en apparaatskosten. De strakkere sturing op de plan- en apparaatskosten en het zuiver administreren van de werkelijke kosten hebben ertoe geleid dat de aan de grondexploitatie toegerekende plankosten gedurende het afgelopen jaar zijn afgenomen. Ook zijn het afgelopen jaar een aantal plannen gestopt waarbij op middellange termijn geen ontwikkelingen werden verwacht. In de afgelopen jaren werd gemiddeld z n 10 mln. per jaar toegerekend. In is de toerekening van de PAK aan de grondexploitaties afgenomen tot 7,1 mln.(ten opzichte van de jaarrekening is dit bedrag gecorrigeerd voor de kosten van voorbereiding en toezicht bij infrastructurele projecten). Omdat sturing op de PAK effectief is, wordt dit de komende jaren strakker doorgezet. Voor de budgetbepaling van de interne PAK kosten van de afzonderlijke grondexploitaties wordt de rijks-scan gehanteerd. Externe factoren (koopkracht, financiering etc.) hebben de laatste jaren een grote invloed op de voortgang van de plannen. Om deze reden is het noodzakelijk om de reeds gemaakte PAK kosten scans te actualiseren waarbij rekening wordt gehouden met de gewijzigde omstandigheden. De bestaande PAK scans zullen voor eind 2014 geactualiseerd worden. Ook wordt rekening gehouden invloed van nieuwe plannen om op termijn de uitvoering van het programma mogelijk te maken. In bijlage 6 wordt e.e.a grafisch toegelicht. Vennootschapsbelasting De invoering van de vennootschapsbelastingplicht voor publieke organisaties nadert met rasse schreden. Naar verwachting zullen ook gemeenten 25% belasting moeten afdragen over de winst die met commerciële activiteiten is verdiend. Onder commerciële activiteiten worden in dit verband ook de verkoop van grond voor woningbouw en bedrijventerreinen verstaan die zowel door de gemeente als door private partijen (kunnen) worden verricht. Het hoeft zelfs niet zo te zijn dat de gemeente met die activiteit het realiseren van winst nastreeft. De exacte vormen en de reikwijdte van de regeling zijn op dit moment nog niet bekend. Hoewel de grondexploitatie in zijn algemeenheid op dit moment een verliesgevende activiteit is, is de kans aanwezig dat er op termijn toch vennootbelasting zal moeten worden afgedragen. Zeker is dat er in de toekomst ook een fiscale presentie van de grondexploitaties aanwezig moet zijn. Als er meer duidelijk is omtrent de precieze voorwaarden wordt hierop teruggekomen. Grondprijsontwikkeling In de grondexploitatieberekeningen wordt meerjarig rekening gehouden met de aanpassing van de grondprijzen overeenkomstig de parameters zoals die in bijlage 2 zijn aangegeven. Jaarlijks worden de grondprijzen op basis van de feitelijke ontwikkelingen opnieuw door de raad vastgesteld bij de tarievenvoorstellen (kader grondprijzen). Op basis van de feitelijke ontwikkeling van de grondprijzen zal er altijd een afwijking ontstaan tussen de geprognosticeerde resultaten van de grondexploitaties en de werkelijke planresultaten. 4.2 Grondbeleid

98 4.2.7 Beschikbare reserves en voorzieningen grondbedrijf Het grondbedrijf beschikt per 31 december 2014 over een bedrag van 121,4 mln. aan reserves en voorzieningen, die kunnen worden ingezet om het tekort op lopende exploitaties, de risico s en de financiële effecten van de MVA af te dekken. Voor de toekomstige rentelasten over de MVA is een bedrag van 6,0 mln. gereserveerd. Tabel 5 Beschikbare reserves en voorzieningen Per 1 januari 2014 Voorziening tekorten lopende exploitaties 74,4 Reserve winstneming lopende exploitaties 11,4 Risicovoorziening 35,5 Vrij besteedbare reserve 2,0 X 1 mln. Totale reserves en voorzieningen per 31 december 123,3 Rentereservering voor MVA over komende 4 jaar -6,0 Rentetoerekening (3,5%) over ,1 Beschikbare reserves en voorzieningen per 31 december ,4 Totaal Toepassing budgetrecht grondexploitaties. In bijlage 3 is het resultaat van de afzonderlijke grondexploitaties aangegeven. Bij grondexploitaties gaat het om investeringsprojecten die meerjarig lopen. Het resultaat van de grondexploitaties wordt bepaald op basis van alle reeds gedane investeringen en de gedurende de komende jaren nog te maken kosten, opbrengsten en rente. Voor de t/m 2014 gedane investeringen heeft de Raad reeds goedkeuring verleend bij de voorafgaande programmabegrotingen. Voor de investeringen na 2014 is het budgetrecht van de raad ook van toepassing. Voor de in onderstaande tabel opgegeven kosten en opbrengsten over de jaren t/m 2018 wordt in deze begroting goedkeuring gevraagd aan de raad. Het gaat hierbij om de reële investeringsbedragen die dus per saldo de resultaten van de grondexploitaties genereren. In 2014 heeft de raad reeds 4 nieuwe grondexploitaties geopend (Burgerijpad, Scharwoudestaat, Thomas van Aquinostraat en Witbrant Oost bosrand (allen CPO locaties)). Bij deze begroting is een voorstel nieuw beleid gevoegd om 3 nieuwe kleine grondexploitaties te openen (Hub van Doorneweg 101, Kempenbaan (uitbreiding hotel) en Kraaiven (uitbreiding autoboulevard)). De investeringen/kosten hiervan zijn in onderstaand overzicht meegenomen. (zie bijlage 2). Tabel overzicht investering/opbrengsten per jaar. Omschrijving X 1 mln. Boekwaarde incl Lasten: Verwervingskosten -324,0 0,8 0,5 0,4 2,9 Kosten bouwrijp maken -48,3-9,0-0,4-0,3-0,1 Kosten woonrijp maken -149,5-28,0-16,1-17,8-3,7 Aandeel meerwijkse vrz -60,5 0,0 0,0 0,0-0,3 Plan- en apparaatskosten incl. VTU -103,6-10,2-6,4-5,5-2,8 Reserve bovenwijkse vrz -34,0-4,7-4,3-3,6-4,8 Overige -3,4-2,9-3,7-1,9-0,5 Rente bijschrijving 7,0 0,0 0,0 0,0 0,0 Baten: Grondverkoop. 260,6 28,2 25,2 16,8 17,4 Exploitatiebijdragen 67,2 12,1 9,4 6,8 7,1 Rijks- en prov bijdragen 96,9 7,7 8,4 6,9 2,0 Gemeentelijke bijdragen 82,9 5,8 7,2-0,2 0,1 Gemeentelijke bijdrage in saldo 70,2 0,0 0,0-2,5-1,6 Saldo ofwel mutatie in boekwaarde plannen -151,2* -0,1 19,6-1,0 15,7 * Het bedrag van - 151,2 mln. bestaat uit de boekwaarde van - 136,5 mln. per 31 december (zie bijlage 6, tabel 6) en het saldo ter hoogte van - 14,7 mln. van de in 2014 voorgenomen investeringen en opbrengsten waarvoor de raad bij de programmabegroting 2014 goedkeuring heeft verleend. 4.2 Grondbeleid

99 Bijlage 1 Algemene en specifieke uitgangspunten De gemeente Tilburg heeft documenten vastgesteld, die richting geven aan het ruimtelijk beleid en die de kaders en doelen van het grondbeleid bepalen. Op strategisch niveau zijn dit: de Nota Grondbeleid, op 18 maart vastgesteld door de raad (bevat een kwalitatief beleidskader met daarin onder andere meerjarige, meetbare en evalueerbare doelen en beleidsindicatoren); het Coalitieakkoord ; de Woonvisie Tilburg samen vernieuwen: naar een nieuwe balans 2011 t/m 2014 ; de structuurvisies Tilburg stad van contrasten (ook bekend als Ruimtelijke structuurvisie Tilburg 2020 ), Noordoost 2020 en Zuidwest ; de Economische Agenda Tilburg die de kaders en doelen van het grondbeleid bepalen. De Ruimtelijke structuurvisie Tilburg 2020 is de vigerende kadernota waarin de belangrijkste ruimtelijke doelen zijn weergegeven. Deze nota actualiseren wij in 2014 tot de Ruimtelijke structuurvisie Tilburg 2040 die wij eind 2014 aan de raad aanbieden. Doelen voor de ruimtelijke opgave(n) en bijbehorende streefcijfers worden daarbij ingebed en vormgegeven. Daarnaast betreft het op tactisch niveau: de jaarlijkse programmabegroting inclusief bijlagen. Op operationeel niveau komt het grondbeleid aan de orde in: de paragraaf grondbeleid bij begroting en jaarrekening waarin wij rapporteren over de ontwikkeling van de kosten en opbrengsten van alle lopende grondexploitaties; het jaarlijks door de raad vastgestelde Kader Grondprijzen over de hoogte van de grondprijzen bij gronduitgifte en de methode van de grondprijsbepaling; de nota over het normatief residueel berekenen van grondprijzen, op 10 november 2011 vastgesteld door de raad; de Nota systematiek kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen, op 21 juni 2010 vastgesteld door de raad. Ons doel is om periodiek de voortgang van ruimtelijke ontwikkelingen te vergelijken met het scenario dat ten grondslag ligt aan de grondexploitatie. Genoemde strategische documenten blijven hierbij het uitgangspunt, naast actuele maatschappelijke ontwikkelingen en financiële afwegingen. Daarnaast zijn de navolgende uitgangspunten gehanteerd: De afdracht voor bovenwijkse voorzieningen vindt plaats conform de in juni 2010 door de raad vastgestelde Nota systematiek kostenverhaal bovenwijkse voorzieningen. Hiermee wordt een deel van de gemeentelijke infrastructurele projecten bekostigd De omvang van het portefeuillerisico is als weerstandsvermogen opgenomen in de Reserve Risico s Grondexploitatie. De grondprijzen worden - waar mogelijk - (genormeerd) residueel berekend. Voor enkele specifiek genoemde locaties binnen de gemeente zijn de grondopbrengsten berekend overeenkomstig de puntprijzen zoals opgenomen in het Kader Grondprijzen. Voor nazorg op alle afgesloten plannen gedurende vier jaar is een stelpost van per jaar opgenomen. De Plan- en Apparaatskosten (PAK) zijn berekend op basis van het plankostenmodel van VROM of de daadwerkelijk opgenomen bedragen in de afgesloten exploitatieovereenkomsten. Bij plannen die nagenoeg gereed zijn, volstaan we met een schatting van de nog te maken uren/kosten. Bijlage 2 Parameters en programma Voor de prognose van de resultaten van het Grondbedrijf zijn woningbouwprogramma en de uitgifte van bedrijventerreinen bepalend. We zien dat de nieuwbouw van woningen zich waarschijnlijk de komende jaren uiterst moeizaam ontwikkelt. Daarnaast zien we dat bedrijven moeite hebben om financieringen rond te krijgen. Vaker dan voorheen doen zij bij gronduitgifte een beroep op erfpacht of financieringsconstructies. De gemeente Tilburg heeft, behalve in de Spoorzone, nagenoeg geen risicodragende posities in een kantorenprogramma. De bedrijventerreinuitgifte is op gang gekomen, na vertragingen bij de totstandkoming van het bestemmingsplan Vossenberg. De verwachte afzet van het woningbouwprogramma is sterk afhankelijk van de economische omstandigheden. Woningbouw Op basis van de huidige vooruitzichten en actuele marktverkenningen, zoals in de Woonvisie en Perspectiefnota is aangegeven, verwachten we op portefeuilleniveau een afzet van 850 woningen per jaar. Op projectniveau gaan we uit van een gemiddeld programma van woningen per jaar (inclusief Spoorzone). Door middel van een generieke stelpost van 2,0 mln. wordt op portefeuilleniveau het verschil in programma gecorrigeerd zonder daarbij specifieke projectkeuzes te maken. Deze stelpost is lager dan in voorgaand jaar omdat het totale volume aan nog te verkopen gronden is afgenomen. Redenen hiervoor zijn grondprijsdalingen, gerealiseerde grondverkopen en het stopzetten van plannen. In een meer vraag gestuurde markt is het moeilijk om deze macro-effecten te vertalen naar effecten op projectniveau, mede omdat deze projecten voor een belangrijk deel in handen zijn van particuliere ontwikkelaars. Dergelijke keuzes worden door de markt gemaakt. Wij monitoren de ontwikkelingen op de markt nauwgezet. De gemeentelijke projecten kunnen in samenhang met de markt geprioriteerd worden. Bedrijventerreinen Met de Provincie Noord-Brabant zijn regionale afspraken gemaakt over de bedrijventerreinen die we de komende jaren ontwikkelen. De gemaakte afspraken omvatten een gemiddelde maximale uitgifte van 13,5 ha per jaar. Wij hebben vanuit de economische invalshoek prognoses gemaakt op basis van ramingen van de groeicijfers voor de Nederlandse economie van het Centraal Plan Bureau. Voor Tilburg betekent dit dat we in de komende jaren uitgaan van een bedrijventerreinuitgifte van 10,5 ha per jaar. Deze verlaagde grondverkopen zijn reeds verwerkt in de resultaten van de grondexploitaties van de desbetreffende bedrijventerreinen omdat nagenoeg alle gronden in handen zijn van de gemeente. Hierdoor hoeft er voor deze categorie geen generieke stelpost te worden opgenomen. Indien er toch meer vraag is vanuit de markt kan hieraan worden voldaan. Overige uitgiften De planning van de uitgifte van kantoren en gronden voor bijzondere doeleinden hangt af van de voortgang van de individuele plannen. Dit is verwerkt in de desbetreffende grondexploitaties; met name Spoorzone en winkelcentrum Heyhoef. Parameters en programma Planspecifieke en algemene aannamen beïnvloeden de prognose van de grondexploitatie. Hieronder staan de overige gehanteerde uitgangspunten (parameters) voor de Programmabegroting op een rij. Ter vergelijking zijn de in voorgaand jaar (Programmabegroting 2014) gehanteerde parameters opgenomen. Tevens wordt verwezen naar de gehanteerde bronnen. Het advies van Deloitte Real Estate over de opbrengstenstijging is ten opzichte van voorgaand jaar gewijzigd. Deloitte Real Estate verwacht dat het een jaar langer duurt voordat de grondprijzen gaan toenemen. Parameter PB PB 2014 bron Rentepercentage 3,5% 3,5% Programmabegroting en 2014 Kosten verwerving, bouwen woonrijp maken (indexering) 2,0% 2,0% Opbrengstenstijging (indexering) - Jaarlijks 0% t/m Daarna jaarlijks 1,0% 1,0% Prijsontwikkeling GWV afgelopen 10 jaar en gemiddelde CPI vanaf 1985 Advies Deloitte Real Estate, ontwikkeling netto besteedbaar huishoudinkomen 4.2 Grondbeleid 178 Programma woningbouw Woningen per jaar Programma bedrijven 10,5 10,5 Ha uitgifte per jaar 179

100 Gevoeligheidsanalyse van de parameters De gevoeligheid van de gehanteerde parameters worden hieronder afzonderlijk financieel vertaald. Het gaat hierbij om de financiële effecten die optreden indien de werkelijke (plan-)ontwikkelingen afwijken van de gekozen uitgangspunten. Algemene risico s mogelijk verdere daling van de woningprijzen (VON) een verdere daling van het aantal afzetbare woningen de moeilijke financierbaarheid van vastgoed en woningen Bij de woningbouw kan een en ander leiden tot lagere grondopbrengsten dan voorzien (1% daling verkoopprijs VON vertaalt zich bij hantering van de residuele grondwaarde, uitgaande van volledige vertaling prijsdaling in grondwaarde, in een risico van circa 2 mln. lagere grondopbrengst op portefeuilleniveau). Ontwikkeling parameters In onderstaande tabel zijn de financiële effecten aangegeven indien de gehanteerde parameters wijzigen. Bij de bepaling van de omvang van de verkopen gronden gaan we uit van de Netto Contante Waarde van de toekomstige grondverkopen per uitgiftecategorie. Uitgiftecategorie Geraamde inkomsten grondverkoop tot 2028 (NCW ) Verandering Nadelig effect in Woningbouw 41 mln. 1 jaar algehele vertraging 1,7 mln. 1% prijsdaling VON 2,0 mln. 1% rentestijging 1,3 mln. Bedrijven 123 mln. 1 jaar algehele vertraging 4,1 mln. 1% huurafname 7,5 mln. 1% rentestijging 2,0 mln. Kantoren 2 mln. 1 jaar algehele vertraging 0,0 mln. 1% huurafname 0,1 mln. 1% rentestijging 0,0 mln. Overig (winkels, bijzondere doeleinden, sport, etc.) 26 mln. 1 jaar algehele vertraging 1,0 mln. 1% huurafname 1,3 mln. 1% rentestijging 0,6 mln. In onderstaande tabel voor woningbouw zijn voor een tweetal scenario s - zowel meer woningen dan basisvariant (optimistisch scenario) als minder woningen dan basisvariant (pessimistisch scenario) - de effecten aangegeven ten opzichte van het gehanteerde uitgangspunt van 850 woningen per jaar. Woningbouw Basisvariant 850 woningen per jaar Verschil in totaal resultaat Optimistische variant woningen per jaar Verbetering resultaat 2,0 mln. Pessimistische variant 600 woningen per jaar Afname resultaat 6,8 mln. In onderstaande tabel voor de bedrijventerreinen zijn eveneens voor een tweetal scenario s - zowel meer uitgifte van grond dan basisvariant (optimistisch scenario) als minder uitgifte dan basisvariant (pessimistisch scenario) - de effecten aangegeven ten opzichte van het gehanteerde uitgangspunt van de uitgifte van 10,5 ha per jaar. Bedrijventerreinen Basisvariant 10,5 ha per jaar Verschil in totaal resultaat Optimistische variant 13 ha per jaar Verbetering resultaat 6,5 mln. Bijlage 3 Projectenoverzicht GRONDEXPLOITATIES: OVERZICHT PLANNEN ONDERVERDEELD NAAR PROGRAMMA A B C = B - A D E F G CAT PLANNAAM Project- PB 2014 PB VERSCHIL Jaarrekening Effect op jaarrekening 2014 (bedragen x 1.000,=) fiche Planresultaat Planresultaat in NCW Totaal Werkelijke Werkelijke Geraamde Geraamde PB 2014 PB winstneming voorz verlies winstneming voorz verlies (bedragen: positief = winst; bedrag negatief = verlies) T.L.V. in NCW 2014 in NCW = Nadelig in NCW 2014 in NCW 2014 NCW eind 2014 NCW eind = Voordelig in jaarrekening in jaarrekening PROGRAMMA SPOORZONE SPOORZONE (REALISATIE- EN NAZORGFASE) Spoorzone kerngebied Nee GE/SP Spoorzone middengebied Nee GE/SP Spoorzone infra Nee GE/SP Spoorzone OV-knoop Nee GE/SP Spoorzone algemeen (PAK) Nee GE/SP Spoorzone Van Gend en Loos terrein Nee GE/SP Totaal Totaal programma Spoorzone Ja PROGRAMMA PIUSHAVEN PIUSHAVEN (REALISATIE- EN NAZORGFASE) Piushaven Algemeen incl afgesloten deelplannen (realisatiefase) Nee GE/VG Piushaven De Werf Nee GE/VG Piushaven Galjoenstr. Noord Nee GE/VG Piushaven Havenmeester Nee GE/VG Piushaven OR Brug Nee GE/VG Piushaven OR De Werf Nee GE/VG Piushaven OR Havenkom Nee GE/VG Piushaven OR Havendijk Nee GE/VG Piushaven OR RWS Nee GE/VG Piushaven OR Z-inprikker Nee GE/VG Piushaven cultureel program Nee GE/VG Piushaven Promotiebudget Nee GE/VG Piushaven Jeruzalem Nee GE/VG Piushaven Jeruzalem OR Nee GE/VG Piushaven Kanaalzicht Nee GE/VG Piushaven Kanaalzicht OR Nee GE/VG Piushaven Lourdesplein Nee GE/VG Piushaven Lourdesplein OR Nee GE/VG Piushaven Projectbureau Nee GE/VG Piushaven totaal uitvoeringsfase Nee GE/VG Totaal Ja PIUSHAVEN (ONTWERP- EN VOORBEREIDINGSFASE) Piushaven totaal ontwerp- en voorbereidingsfase Nee GE/VG Totaal Ja Totaal programma Piushaven PROGRAMMA BEDRIJVENHUISVESTING BEDRIJVEN/KANTOREN/OVERIGE (GEREED MET UITSLUITEND VERKOOP GRONDEN) Kempenbaan Bastionhotel (nieuw plan 2014) Nee GE/VG Kraaiven uitbreiding 2012 (nieuw plan 2014) Nee GE/VG Loven Noord NS werkplaats Nee GE/VG Tradepark 58 noord (fase 2) Nee GE/VG Tradepark 58 zuid Nee GE/VG Vossenberg West II Nee GE/VG Totaal BEDRIJVEN/KANTOREN/OVERIGE (REALISATIE- EN NAZORGFASE) Kempenbaan westzijde Ja GE/VG Magazijnkwartier Ja GE/VG Tilburg Noord Oost Zwaluwenbunders Ja GE/VG Veemarktkwartier Ja GE/VG Totaal BEDRIJVEN/KANTOREN/OVERIGE (ONTWERP- EN VOORBEREIDINGSFASE) Centrumplan Zuid Nee GE/VG Heyhoef/uitbreiding winkelcentrum Ja GE/VG Hub van Doorneweg 101 (nieuw plan 2014) Nee GE/VG Totaal BEDRIJVEN/KANTOREN/OVERIGE (DEFINITIEFASE) Geen projekten Nee GE/VG Totaal Totaal programma bedrijven GE/VG Pessimistische variant 8 ha per jaar Afname resultaat 12 mln. 4.2 Grondbeleid

101 GRONDEXPLOITATIES: OVERZICHT PLANNEN ONDERVERDEELD NAAR PROGRAMMA A B C = B - A D E F G CAT PLANNAAM Project- PB 2014 PB VERSCHIL Jaarrekening Effect op jaarrekening 2014 (bedragen x 1.000,=) fiche Planresultaat Planresultaat in NCW Totaal Werkelijke Werkelijke Geraamde Geraamde PB 2014 PB winstneming voorz verlies winstneming voorz verlies (bedragen: positief = winst; bedrag negatief = verlies) T.L.V. in NCW 2014 in NCW = Nadelig in NCW 2014 in NCW 2014 NCW eind 2014 NCW eind = Voordelig in jaarrekening in jaarrekening PROGRAMMA WONEN - GEMEENTELIJKE EXPLOITATIES WONEN (REALISATIE- EN NAZORGFASE) Dongewijk restplan Nee GE/VG Reeshof, meerwijkse voorzieningen tlv afgesloten plannen Bijlage 3 GE/RU Ringbaan West skatecentrum Nee GE/VG Scharwoudestraat PO (nieuw plan 2014) Nee GE/VG Somerenerf Nee GE/VG Thomas van Aquinostraat (wordt eind 2014 afgesloten) Nee GE/VG Thomas van Aquinostraat, PO (nieuw plan 2014) Nee GE/VG Witbrant West (wordt eind 2014 afgesloten met restplan) Nee GE/VG Totaal GE WONEN (ONTWERP- EN VOORBEREIDINGSFASE) Burgerijpad CPO (nieuw plan 2014) Nee GE/VG Dalem Stadsrand Ja GE/VG Den bogerd pps Ja GE/VG Meerkoldreef Nee GE/VG Sint Annastraat voormalige brandweerkazerne Nee GE/VG Tilburg Noord Oost Oostkamer Ja GE/RU Witbrant Oost bosrand PO (nieuw plan 2014) Nee GE/RU Totaal WONEN (DEFINITIEFASE) Broekhovenseweg Nee GE/VG Generaal Smutslaan Nee GE/VG Totaal Totaal programma wonen gemeentelijke exploitaties PROGRAMMA WONEN - HERSTRUCTURERING HERSTRUCTURERINGSPLANNEN (REALISATIE- EN NAZORGFASE) Goirke West herstructurering alle deelgebieden Nee GE/Herstr Hoefstraat Groeseind herstucturering excl Rosmolen Ja GE/Herstr Kruidenbuurt incl Paletplein Ja GE/Herstr Quirijnboulevard 50% resultaat WOM Nee GE/Herstr Stokhasselt herstucturering alle deelgebieden Ja GE/Herstr Uitvindersbuurt - Zeeheldenbuurt herstructurering Nee GE/Herstr Vogeltjesbuurt Ja GE/Herstr Wagnerplein Ja GE/Herstr Totaal HERSTRUCTURERINGSPLANNEN (ONTWERP- EN VOORBEREIDINGSFASE) Hoefstraat Groeseind herstucturering plandeel Rosmolen Ja GE/Herstr Totaal HERSTRUCTURERINGSPLANNEN (DEFINITIEFASE) Geen projekten Nee GE/Herstr GRONDEXPLOITATIES: OVERZICHT PLANNEN ONDERVERDEELD NAAR PROGRAMMA A B C = B - A D E F G CAT PLANNAAM Project- PB 2014 PB VERSCHIL Jaarrekening Effect op jaarrekening 2014 (bedragen x 1.000,=) fiche Planresultaat Planresultaat in NCW Totaal Werkelijke Werkelijke Geraamde Geraamde PB 2014 PB winstneming voorz verlies winstneming voorz verlies (bedragen: positief = winst; bedrag negatief = verlies) T.L.V. in NCW 2014 in NCW = Nadelig in NCW 2014 in NCW 2014 NCW eind 2014 NCW eind = Voordelig in jaarrekening in jaarrekening PARTICULIERE PLANNEN BEDRIJVEN/KANTOREN/OVERIGE (REALISATIE- EN NAZORGFASE) Vossenberg Scheg (particuliere exploitatie) Nee GE/RU Totaal PARTICULIERE EXPLOITATIES WONEN (REALISATIE- EN NAZORGFASE) Academiegebied Campus Oost Nee GE/RU Academielaan Zonnehof (wordt eind 2014 afgesloten) Nee GE/RU Bredaseweg Missiehuis Nee GE/RU CentrZuid Koningsplein A-Z Nee GE/RU Durendaelweg Nee GE/RU Enschotsebaan Ja GE/RU Gilzerbaan Nee GE/RU Hoge Hoek Nee GE/RU Kerkstraat 16 BE Nee GE/RU Koningsoord Nee GE/RU Koolhoven Oost en West Ja GE/RU Noordhoekring/Elzenstraat Nee GE/RU Osseweide Nee GE/RU Oude Goirleseweg/Havepterrein Nee GE/RU Wethouderslaan Jozefzorg Nee GE/RU Totaal PARTICULIERE EXPLOITATIES WONEN (ONTWERP- EN VOORBEREIDINGSFASE) Teunisbloem - Udenhout Nee GE/RU Totaal PARTICULIERE EXPLOITATIES WONEN (DEFINITIEFASE) Geen projekten Nee GE/RU Totaal Totaal programma particuliere exploitaties ALGEMENE POSTEN GRONDEXPLOITATIE Bijdragen vanuit Herstructuringsreserve (-2024) Nee GE Plankosten van plannen in initiatieffase t/m ,2 mln p/j Nee GE Acquisitie Vastgoed/deelname vastgoedbeurzen 0,07 p/j Nee GE Bodemsanering rest, incl GEB-terrein Nee GE Netto resultaat beheer grondbedrijf Nee GE Resultaat erfpacht Nee GE Resultaat landbouwexploitatie Nee GE Nazorg en nagekomen kosten afgesloten plannen Nee GE Reserve Winstneming Plannen in realisatie- en nazorgfase Jaarrek. GE Stelpost planvertraging woningbouw (van 1120 won nr 850 won) Nee GE Totaal GRONDEXPLOITATIES VOOR DERDEN (REALISATIE- EN NAZORGFASE) Centaurusweg Nee Sport Totaal Totaal Totaal programma herstructurering wonen Grondbeleid

102 GRONDEXPLOITATIES: OVERZICHT PLANNEN ONDERVERDEELD NAAR PROGRAMMA A B C = B - A D E F G CAT PLANNAAM Project- PB 2014 PB VERSCHIL Jaarrekening Effect op jaarrekening 2014 (bedragen x 1.000,=) fiche Planresultaat Planresultaat in NCW Totaal Werkelijke Werkelijke Geraamde Geraamde PB 2014 PB winstneming voorz verlies winstneming voorz verlies (bedragen: positief = winst; bedrag negatief = verlies) T.L.V. in NCW 2014 in NCW = Nadelig in NCW 2014 in NCW 2014 NCW eind 2014 NCW eind = Voordelig in jaarrekening in jaarrekening RESUME OVERZICHT EXPLOITATIES RESULTATEN INGEDEELD NAAR PROGRAMMA Totaal programma Spoorzone Totaal programma Piushaven Totaal programma bedrijven Totaal programma wonen gemeentelijke exploitaties Totaal programma herstructurering wonen Totaal programma particuliere exploitaties Totaal algemene posten Totaal alle grondexploitaties en algemene posten RESULTATEN INGEDEELD NAAR FASE Grondexploitaties in realisatie- en nazorgfase en verkoop Programma Spoorzone Programma Piushaven Programma bedrijven Programma wonen gemeentelijke exploitaties Programma herstructurering Programma particuliere plannen Totaal realisatie en nazorgfasefase Grondexploitaties in ontwerp- en voorbereidingsfase Programma Piushaven Programma bedrijven Programma wonen gemeentelijke exploitaties Programma herstructurering Programma particuliere plannen Totaal ontwerp- en voorbereidingsfase Grondexploitaties in definitiefase Programma Spoorzone Programma Piushaven Programma bedrijven Programma wonen gemeentelijke exploitaties Programma herstructurering Programma particuliere plannen Totaal definitiefase Grondexploitaties algemeen Totaal alle grondexploitaties en algemene posten Toelichting bij bijlage 3: Overzicht van alle grondexploitaties In het overzicht van alle grondexploitaties staan de resultaten van de Programmabegroting 2014 naast de huidige resultaten, zodat de wijzigingen per plan zichtbaar zijn. Het resultaat van de plannen is daarbij in NCW aangegeven. De plansaldi in de Vastgoedmonitor 2014 waren uitgedrukt in NCW van 1 januari. De plansaldi van de Paragraaf Grondbeleid worden uitgedrukt in NCW per 1 januari Om de plansaldi vergelijkbaar te maken is een conversie uitgevoerd op de plansaldi van de Programmabegroting Dit is mogelijk door alle bedragen 1 jaar met het rentepercentage van 3,5% te verhogen. Om vervolgens de voorziening verlies te kunnen bepalen per 31 december 2014 zijn de plansaldi van de verliesgevende plannen met een jaar rente ofwel 3,5% verhoogd. Onderscheid in programma De plannen in het totaaloverzicht zijn ingedeeld naar hun programma. De programma s zijn: - Spoorzone: - Piushaven: - Bedrijvenhuisvesting, waaronder ook kantoren en overige voorzieningen; - Wonen, gemeentelijke grondexploitaties; - Wonen, particuliere exploitaties; - Herstructurering. De resultaten van de afzonderlijke plannen komen ten laste (of ten gunste) van de Reserve Risico s Grondexploitatie; de plannen uit de Herstructurering komen ten laste van de Reserve Herstructurering of de Reserve Risico s Grondexploitatie indien de bijdrage vanuit de herstructurering al is verwerkt. Onderscheid in fasering De status van de plannen is, in lijn met het projectmatig werken, verdeeld over zes fasen. Dit is bepalend voor de mate waarin de plannen nog te beïnvloeden zijn. De fasering ziet er als volgt uit: Plannen in realisatie- en nazorgfase (fase 5 en 6) In deze fase zijn plannen geheel of grotendeels gerealiseerd en nog nauwelijks te beïnvloeden. Plannen in ontwerp- en voorbereidingsfase (fase 3 en 4) In deze fase is er sprake van een ontwerp en wordt de realisatie voorbereid. Ondanks het feit dat de plannen nog slechts op papier bestaan, zijn deze minder goed te beïnvloeden dan in de voorliggende fase. Vaak ligt er zelfs een vastgesteld bestemmingsplan. Grote wijzigingen zijn daardoor planologisch en juridisch vaak ingrijpend en kosten veel tijd en geld. Bijsturen kan nog wel. Plannen in definitiefase (fase 2) In deze fase zijn de plannen nog te beïnvloeden. De uitgangspunten moeten meestal nog geformuleerd worden. Eventueel gemaakte ontwerpen kunnen nog bijgesteld worden. In dat geval zullen met name de kosten van planontwikkeling toenemen. Winstneming en voorziening verlies Geraamde winstneming: Winstneming op meerjarige grondexploitaties wordt beheerst door het voorzichtigheidsbeginsel. Winsten worden genomen als zij met voldoende zekerheid vaststaan en dus zijn gerealiseerd. Van plannen in de uitvoeringsfase nemen we het resultaat (NCW) minus nog te realiseren opbrengsten. Geraamde voorziening verlies: Het verwerken van een afboeking of een voorziening gebeurt bij een geprognosticeerd verlies direct ter grootte van dit volledige verlies. Van alle plannen wordt het negatieve planresultaat (NCW) opgenomen in de voorziening verlies. 4.2 Grondbeleid

103 Bijlage 4 Omschrijving Berekening Reserve Risico s Grondexploitatie (in x 1 mln.) Bedrag Den Bogerd gemeentelijke grex 1,6 Rosmolen herstructurering 0,4 Kempenbaan west 2,3 Piushaven 4,2 Tradepark 58 noord 1,7 Vossenberg west 2,3 Zwaluwenbunders (Zuidkamer) 1,3 Subtotaal excl. Spoorzone 13,8 Bijlage 5 Toelichting op resultaten van de afzonderlijke plannen Het resultaat van het grondexploitatiebedrijf wordt bepaald door het verwachte saldo (zowel winst- als verlies) van alle lopende grondexploitaties en grondexploitatie algemeen. De grondexploitatiewet verplicht de raad om bij vaststelling van het bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen (indien het kostenverhaal niet is verzekerd). Voor de opstelling van een exploitatieplan maken we gebruik van een basismodel van het Ministerie van VROM dat uitgaat van de Netto Contante Waarde (NCW) berekening. Analoog aan de methodiek van de grondexploitatiewet wordt ook bij de gemeentelijke exploitatieopzetten de Netto Contante Waarde berekening gehanteerd. Het financiële resultaat bij toekomstige afronding van het project wordt hierbij uitgedrukt in euro s van het huidige exploitatiejaar. De gemeente Tilburg is betrokken bij circa 80 lopende grondexploitaties met een geraamd verlies van in totaal 53,0 mln. tot einde looptijd alle projecten op basis van de gehanteerde uitgangspunten. Spoorzone * van Gend en Loosterrein 0,1 * Overkoepelend Spoorzone 0,6 * Infra 1,0 * Kerngebied 17,7 * Middengebied 1,1 * OV Knoop 1,7 * Tijdelijke exploitatie 1,3 Subtotaal Spoorzone 23,4 Totaal 37,2 Deze projecten (inclusief Spoorzone) vertegenwoordigen ongeveer 80% van de omzet. Lineair doorgetrokken van 80% naar 100% geeft een totaalbedrag van 46,4 Correctie 25% omdat niet alle risico s in alle projecten zich gelijktijdig voor zullen doen -11,6 Totaal reserve risico s grondexploitatie Programmabegroting 34,8 Tabel 1.a. Prognose resultaat lopende grondexploitaties Grondexploitaties (per NCW 1 januari 2014): Spoorzone Overige grondexploitaties (X 1 mln.) Totaal Geraamd resultaat grondexploitaties Spoorzone N 15,4 Geraamd resultaat grondexploitaties Vastgoed N 24,0 Totaal geraamd resultaat grondexploitaties N 39,4 Algemene posten grondexploitatie N 11,6 Stelpost planvertraging woningbouw (van naar 850 woningen per jaar, zie paragraaf 4.2.4) N 2,0 Resultaat grondexploitaties (bijlage 3, kolom B). N 53,0 Voor een nadere specificatie verwijzen we naar bijlage 3 (Overzicht plannen onderverdeeld naar programma, kolom Programmabegroting ). De volledige financiële informatie van de grootste grondexploitaties zijn opgenomen in de projectformulieren. Nieuwe plannen en afgesloten plannen Voor de begroting zijn de navolgende nieuwe plannen in de grondexploitatieberekeningen opgenomen: Plannen voor particulier opdrachtgeverschap woningbouw. Hiervoor zijn de grondexploitaties al geopend: Burgerijpad Scharwoudestaat Thomas van Aquinostraat Witbrant Oost bosrand Daarnaast ook een aantal kleine plannen waarvoor een voorstel nieuw beleid bij deze Programmabegroting is gevoegd: Hub van Doorneweg 101 (grond voor bedrijven/kantorenvestiging na sloop van een gemeentelijk pand). Kempenbaan (uitbreiding hotel) Kraaiven (uitbreiding autoboulevard) Voor een toelichting op de voortgang van de grootste grondexploitaties wordt verwezen naar het programma Vestigingsklimaat, product Stedelijke ontwikkeling en grondexploitatie van deze begroting. 4.2 Grondbeleid

104 Bijlage 6 Overige informatie grondexploitatie Grondverkopen Onderstaand zijn de boekwaarden en het aantal ha aangegeven van de gemeentelijke grondposities binnen de grondexploitatie. Tabel 6 Kengetallen Omschrijving Boekwaarde of aantal Ha per Boekwaarde MVA 37,8 mln. Geraamde gemeentelijke grondverkopen Binnen de lopende grondexploitaties is in totaal voor een bedrag van 228 mln. aan gemeentelijke grondverkopen geraamd (uitgedrukt in reële waarde). Hierbij is rekening gehouden met de fasering van de afzonderlijke projecten en de totale portefeuilleomzet. Uitgegaan is van een totale productie van maximaal woningen per jaar (inclusief Spoorzone en op particuliere en gemeentegronden samen). Bij de bedrijventerreinen is rekening gehouden met een verkoop van circa 10,5 ha per jaar (ook op particuliere en gemeentegronden samen). De afname van het woningbouwprogramma van woningen naar 850 woningen is nog niet verwerkt in de resultaten van de afzonderlijke grondexploitaties (voor het vertragingseffect is wel een stelpost van 2,0 mln. binnen het resultaat van de grondexploitatie opgenomen). Boekwaarde Spoorzone Boekwaarde Vossenberg West II + haven Boekwaarde overige grondexploitaties Totale boekwaarde gronden in exploitatie Totaal aantal Ha grond Materiele Vaste Activa Totaal aantal Ha grond in voorraad M.V.A. panden Totaal aantal Ha grond in grondexploitaties 10,9 mln. 60,7 mln. 64,9 mln. 136,5 mln. 457 Ha 9 Ha 398 Ha De planningen binnen de projecten zijn opgezet volgens de meest reële verwachtingen over het te volgen tijdpad. In de praktijk blijkt dat er zowel vanwege externe als interne factoren vertragingen ontstaan. Het financiële risico van deze vertragingen kan in beperkte mate binnen de trendmatige opbrengststijgingen (overeenkomstig de parameters) en de voor het planvertragingsrisico afgezonderde bedragen worden opgevangen. Zie hiertoe paragraaf over de bepaling van het risico. Voor de periode 2014 t/m 2018 wordt een gemiddelde grondverkoop van circa 22,5 mln. per jaar verwacht. Hiervan is grofweg 20% woningbouw, 60 % bedrijven en kantoren en 20% overige (winkelcentrum Heyhoef en Kempenbaan). Voor 2014 is een grondverkoop van 33,3 mln. geraamd. Hiervan is per 1 juli ,7 mln. gerealiseerd in de vorm van gronduitgiften. Gerealiseerde gemeentelijke grondverkopen Gedurende is er voor een totaalbedrag van 9,7 mln. aan bouwrijpe grond verkocht. Hiervan was 0,9 mln. voor woningbouw (waarvan 0,6 mln. in herstructureringsgebieden en 0,3 mln. vrije sector woningen). De woningbouw in de uitleggebieden in heeft voor het grootste deel plaatsgevonden op gronden die in handen zijn van - en worden ontwikkeld door ontwikkelaars. Voorbeelden hiervan zijn de plannen Koolhoven, Enschotsebaan en Piushaven. De gronduitgifte voor bedrijventerreinen liet in per saldo een volume zien van 7,0 mln. De grondverkopen voor bedrijventerreinen hebben in alleen plaatsgevonden in de plannen Vossenberg. Bij het bedrijventerrein T 58 is sprake geweest van een terugkoop. Er is in geen gronduitgifte geschied in de vorm van erfpacht. Daarnaast is er in de Spoorzone voor een bedrag van 1,8 mln. aan bouwrijpe grond verkocht voor de bouw van kantoren. In onderstaande grafiek is de spreiding van de geraamde gemeentelijke grondverkopen over de jaren 2014 t/m 2027 aangegeven alsmede de gerealiseerde grondverkopen over de periode 2007 t/m in beeld gebracht. Grafiek grondverkopen 4.2 Grondbeleid

105 Ontwikkeling Plan- en Apparaatskosten (PAK s) In onderstaande grafiek is gevisualiseerd wat de werkelijke plan- en apparaatskosten in de afgelopen vier jaar zijn geweest. Deze kosten zijn jaarlijks ten laste van de grondexploitatie gebracht. Het gaat hierbij om zo n 7,1 tot 10,7 mln. per jaar. Tevens is op basis van de lopende exploitaties (en de daarin opgenomen planning en programma s) een raming gemaakt van de plan- en apparaatskosten voor de komende jaren ( ). Voor een belangrijk deel zijn hierover afspraken contractueel vastgelegd met marktpartijen en is er dus sprake van vastgestelde budgetten. De dalende trend in de budgetten voor de komende jaren vindt in belangrijke mate zijn oorsprong in de gehanteerde planningen en in de wijze waarop het kostenmodel dit vertaalt in budgetten. Veel projecten zitten modelmatig in de overgang van de voorbereidende fases (waarin relatief veel apparaatskosten gemaakt worden) naar de realisatiefase (waarin plan- en apparaatskosten sterk afnemen). Juist daar doet zich naar verwachting een discrepantie voor tussen de modelmatige situatie en de werkelijkheid. De tendens van de laatste jaren laat namelijk zien dat: - projecten niet of slechts zeer moeizaam van de voorbereidingsfase naar de realisatiefase komen; - projecten nog in de oude werkelijkheid zijn ontworpen en geheel moeten worden herontwikkeld om kans te maken tot realisering te komen; - door een afname van realiseerbaar omvang programma (bijv. van woningen naar 850 woningen per jaar) krijgen projecten een aanzienlijk langere doorlooptijd. Afhankelijk van de toevoeging van nieuwe plannen zullen de jaarlijkse budgetten weer toenemen. In onderstaande grafiek is het mogelijke verloop van het PAK kosten budget aangegeven indien er ieder jaar nieuwe plannen worden opgestart zodat een structureel programma van 850 woningen en 10,5 ha bedrijventerreinen mogelijk blijft. Grafiek PAK kosten met toevoeging nieuwe plannen. Voor het risico ten aanzien van de PAK s verwijzen we naar paragraaf specifieke risico s. 4.2 Grondbeleid 190

106 4.3 Subsidies We voeren het gemeentelijk beleid voor een deel uit via subsidieverstrekking aan organisaties in de stad. In de kadernota Subsidiebeleid zijn de kaders opgenomen voor het verlenen en vaststellen van alle subsidies in de gemeente Tilburg gedurende de periode De kadernota is uitgewerkt vanuit het perspectief van de volgende uitgangspunten: werken op basis van vertrouwen; verminderen van de administratieve last en regeldruk; verhoging van de dienstverlening aan instellingen en burgers; efficiënt en effectief organiseren; komen tot één bedrijfsvoering en één administratie. Deze uitgangspunten zijn niet uniek en passen in een breder kader bij de landelijke ontwikkelingen. Naar aanleiding van de kadernota heeft de raad op 31 oktober 2011 de Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg (Asv) vastgesteld. Parallel hieraan evalueren we de interne procesgang van het verlenen van subsidies, inclusief de informatievoorziening. Waar nodig passen we aan. Naast het wettelijk kader waar de subsidieverlening in Tilburg aan moet voldoen geeft de gemeenteraad vanuit zijn kaderstellende rol ook een specifiek karakter aan het subsidiebeleid in Tilburg. Het subsidieprogramma is gericht op de in de programmabegroting omschreven basisvoorzieningen en aanvullende voorzieningen. Met de gesubsidieerde instellingen maken we afspraken over hun bijdrage aan het realiseren van de doelstellingen. De inzet van de subsidies per programma is als volgt : Bedragen x 1.000,- Programma/ Product Budget Budget 2014 Voorstel subsidie incl. nominale ontwikkeling * svoorstellen Sociale stijging Onderwijs Armoedebestrijding Bevorderen zelfredzaamheid Werk en inkomen Maatschappelijke ondersteuning Jeugdzorg Totaal Sociale stijging Vestigingsklimaat Economie Ruimte Cultuur Totaal Vestigingsklimaat Leefbaarheid Openbare orde en veiligheid Wijkgericht werken Sport Duurzaamheid, milieu en afval Beheer openbare ruimte Leefbaarheid Bestuur Bestuur, samenwerken en netwerken Totaal Bestuur Eindtotaal *excl. Voorstellen nieuw beleid en bezuinigingsvoorstellen 191

107 Het verschil tussen 2014 en wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door o.a. overheveling dienstverleningsovereenkomst archieftaken Mommerskwartier ( 1,3 miljoen), subsidies Vroeg- en Voorschoolse Educatie( 4 miljoen), subsidies convenant energie ( 2 miljoen) en incidentele subsidie Were-Di ( 1,2 miljoen). In de kolom svoorstellen zijn opgenomen: Herijkingen. Betreft met name aanpassing van subsidies doordat de rijksbijdragen voor deze onderdelen aangepast zijn op basis van circulaires gemeentefonds; Gezond in de stad, Maatschappelijke opvang, Vrouwenopvang en Bibliotheek, Voorstellen nieuw beleid, te weten Studentenactiviteiten ,-(voorstel nr. 8), Extra impuls Natuurmuseum ,- (voorstel nr. 27), Huisvesting BKKC ,- (voorstel nr. 74). Verder is het bedrag opgenomen wat wij als centrumgemeente ontvangen ten behoeve van de WMO-taak en wat als subsidie wordt weggezet; Beschermd Wonen ,- en Cliëntondersteuning ,- (Voorstel nr. 30). Voor de transitie Jeugdzorg is ,- aan subsidie opgenomen (Voorstel nr. 35). In het kader van Scherper aan de wind III hebben drie voorstellen relatie met de subsidieverstrekking, te weten: WSWplaatsen La Poubelle ( ,-) (voorstel nr. 23), Regeling inzet vrijwilligersorganisatie ( ,-) (voorstel nr. 21) en Wijkgericht vrijwilligerswerk ( 4.000,-) (voorstel nr. 20). 4.3 Subsidies 192

108 4.4 Algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn die inkomsten die geen specifiek bestedingsdoel kennen. De belangrijkste daarvan zijn de opbrengst Onroerende Zaak Belasting (OZB) en de uitkering uit het Gemeentefonds. Daarnaast zijn er nog een aantal kleinere opbrengsten zonder specifiek bestedingsdoel, de belangrijkste daarvan staan in onderstaand overzicht: Uitkering Gemeentefonds De raming voor is gebaseerd op de septembercirculaire De specificatie is als volgt: (bedragen x 1.000,-) Jaarrekening 2014 Algemene uitkering (incl. suppletie-uitkering) Integratie-uitkering Sociaal domein Overige integratie-uitkeringen Decentralisatie-uitkeringen Verzameluitkering Totaal De aantallen inwoners, woonruimten, bijstandsgerechtigden e.d. zijn geactualiseerd naar de stand per 1 januari. Deze aantallen worden meerjarig constant verondersteld. De hiermee verband houdende meerjarige ontwikkeling van de uitkeringsbasis wordt niet verwerkt. De meerjarige accressen worden voor 50% in de ramingen verwerkt. De (onzekere) toevoeging in verband met het plafond BCF wordt meerjarig eveneens maar voor 50% geraamd. Meerjarige ontwikkelingen met betrekking tot taakmutaties, integratie- en decentralisatieuitkeringen worden wel volledig verwerkt. De middelen die met de drie decentralisaties overkomen naar het gemeentefonds zullen vanaf voor drie jaar worden verstrekt via één integratie-uitkering. Deze middelen blijven wel apart zichtbaar. OZB-opbrengsten Bij de berekening van de ozb-opbrengsten houden we rekening met de verwachte mutatie in het aantal woningen en niet-woningen. Voor de gehanteerde uitgangspunten ten aanzien van het tarief verwijzen we naar de paragraaf lokale heffingen. 193

Programmabegroting 2016

Programmabegroting 2016 begroting 2016 Inleiding Kerngegevens i PROGRAMMA SOCIALE STIJGING 420,2 MILJOEN PROGRAMMA LEEFBAARHEID 172,9 MILJOEN PROGRAMMA VESTIGINGSKLIMAAT 215,9 MILJOEN PROGRAMMA BESTUUR 83,5 MILJOEN RAADSBESLUIT

Nadere informatie

De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp

De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp gemeente Haarlemmermeer De leden van de gemeenteraad van Haarlemmermeer Postbus 250 2130 AG Hoofddorp Bezoekadres; Raadhuisplein 1 Hoofddorp Telefoon 0900 1852 Telefax 023 563 95 50 Cluster Contactpersoon

Nadere informatie

Programmabegroting 2014

Programmabegroting 2014 begroting Inleiding Kerngegevens i PROGRAMMA SOCIALE STIJGING 278,8 MILJOEN PROGRAMMA LEEFBAARHEID 129,3 MILJOEN PROGRAMMA VESTIGINGSKLIMAAT 197,8 MILJOEN PROGRAMMA BESTUUR 110,7 MILJOEN RAADSBESLUIT begroting

Nadere informatie

Doorkiesnummer : (0495) 575 521 Agendapunt: 8 ONDERWERP

Doorkiesnummer : (0495) 575 521 Agendapunt: 8 ONDERWERP Wijnen, Peter FIN S3 RAD: RAD131106 2013-11-06T00:00:00+01:00 BW: BW131001 voorstel gemeenteraad Vergadering van de gemeenteraad van 6 november 2013 Portefeuillehouder : J.M. Cardinaal Behandelend ambtenaar

Nadere informatie

en leerlingenvervoer

en leerlingenvervoer Wat willen we bereiken? Omschrijving/Definitie: Hier wordt onder verstaan: 1. zorgdragen voor vervoer van leerlingen met een beperking; 2. bevorderen onderwijs voor leerlingen met beperkingen; 3. bevorderen

Nadere informatie

2014 PROGRAMMABEGROTING

2014 PROGRAMMABEGROTING PROGRAMMABEGROTING PROGRAMMABEGROTING Stimuleren en faciliteren oktober 2013 Inhoudsopgave Leeswijzer 1. Inleiding, financieel beeld en kerngegevens pagina 1 3 Leeswijzer Voor u ligt de Programmabegroting.

Nadere informatie

Aanleiding en probleemstelling

Aanleiding en probleemstelling No.: Portefeuillehouder: Wethouder Harmsen Afdeling: Welzijn en Onderwijs Behandelaar: C.H.A.M. Weterings De raad van de gemeente Tholen Tholen, 16 juni 2015 Onderwerp: voorstel om in te stemmen met de

Nadere informatie

Datum vergadering: Nota openbaar: Ja

Datum vergadering: Nota openbaar: Ja Nota Voor burgemeester en wethouders Nummer: 14INT01753 Datum vergadering: Nota openbaar: Ja 2? MEI 20Í4 Onderwerp: Planning aanpassing minimabeleid Advies:» Kennisnemen van deze nota» Instemmen met de

Nadere informatie

i^v RAADSINFORMATIEBRIEF

i^v RAADSINFORMATIEBRIEF i^v gemeente WOERDEN Van: college van burgemeester en wethouders Datum: 1 november 211 Portefeuillehouder(s): B. Duindam Portefeuille(s): Financiën Contactpersoon: Ivonne Mellema-Moor Tel.nr.: 843 E-mailadres:

Nadere informatie

Agendanummer: Begrotingswijz.:

Agendanummer: Begrotingswijz.: Agendanummer: Begrotingswijz.: CS1 Notitie samenwerking en spreiding kinderopvang, peuterspeelzaalwerk en primair Onderwerp : onderwijs 'Een stap in het bundelen van krachten' Kenmerk: 10/0025968 Aan de

Nadere informatie

Voorts geven wij ook inzicht in de voorlopige financiële consequenties van de ontwerp-najaarsnota 2015.

Voorts geven wij ook inzicht in de voorlopige financiële consequenties van de ontwerp-najaarsnota 2015. Gemeente Bladel MEDEDELING Economisch hart van de Kempen IIIIIIIIIDIIIIIIIIII Nummer : R2015.117 Onderwerp : Septembercirculaire 2015 Aan de raad Samenvatting De septembercirculaire bevat informatie over

Nadere informatie

Raadsvoorstel 26 juni 2014 AB14.00447 RV2014.030

Raadsvoorstel 26 juni 2014 AB14.00447 RV2014.030 Raadsvergadering d.d. Casenummer Raadsvoorstelnummer Raadsvoorstel 26 juni 2014 AB14.00447 RV2014.030 Gemeente Bussum Vaststellen Perspectiefnota 2015 Brinklaan 35 Postbus 6000 1400 HA Bussum Aan de gemeenteraad.

Nadere informatie

Oplegvel Collegebesluit

Oplegvel Collegebesluit Oplegvel Collegebesluit Onderwerp Beleid Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) 2013 en 2014 Portefeuille J. Nieuwenburg Auteur Mevr. J. van der Meer Telefoon 5115091 E-mail: jmeer@haarlem.nl SZ/JOS Reg.nr.2012/486546

Nadere informatie

2012 actuele begroting op 31-12-12

2012 actuele begroting op 31-12-12 WMO 4 e berap Bestuurlijke samenvatting Landelijke ontwikkelingen bij de overheid hebben in voor nogal wat wijzigingen, maar ook onzekerheid gezorgd. Zo werd besloten dat de overgang van Begeleiding naar

Nadere informatie

INHOUDSOPGAVE. I. Inleiding. II. Voorjaarsnota 2014. III. Uitgangspunten voor de begroting 2015. Ontwikkelingen 2015 en volgende jaren

INHOUDSOPGAVE. I. Inleiding. II. Voorjaarsnota 2014. III. Uitgangspunten voor de begroting 2015. Ontwikkelingen 2015 en volgende jaren INHOUDSOPGAVE I. Inleiding II. Voorjaarsnota 2014 III. Uitgangspunten voor de begroting 2015 IV. Ontwikkelingen 2015 en volgende jaren 4.1. Uitgangspositie 4.2. Toelichting op de mutaties 4.3. Overige

Nadere informatie

OXT.?W III III MUI MUI INI II 13.017609. Advies B&W. Beslissing. Bespreken. Burgemeester Gelok. Registratienummer

OXT.?W III III MUI MUI INI II 13.017609. Advies B&W. Beslissing. Bespreken. Burgemeester Gelok. Registratienummer Advies B&W B&W Registratienummer 2 2 OXT.?W Beslissing Burgemeester Gelok Raadsinformatiebijeenkomst 7 november 203 Secretaris Van den Berge Gemeenteraadsbijeenkomst n.v.t. Wethouder Schenk T Bespreken

Nadere informatie

ADDENDUM KADERBRIEF 2015 INZAKE HERZIENE MEERJARENBEGROTING 2015-2018 + OMBUIGINGSOPERATIE GEMEENTE TUBBERGEN

ADDENDUM KADERBRIEF 2015 INZAKE HERZIENE MEERJARENBEGROTING 2015-2018 + OMBUIGINGSOPERATIE GEMEENTE TUBBERGEN ADDENDUM KADERBRIEF 2015 INZAKE HERZIENE MEERJARENBEGROTING 2015-2018 + OMBUIGINGSOPERATIE GEMEENTE TUBBERGEN Definitieve versie 12-08-2014 Addendum Kaderbrief 2015 gemeente Tubbergen definitieve versie

Nadere informatie

In de bijgevoegde analyse wordt weergegeven waardoor de verschillen ten opzichte van de meicirculaire zijn ontstaan.

In de bijgevoegde analyse wordt weergegeven waardoor de verschillen ten opzichte van de meicirculaire zijn ontstaan. Memo Aan: de Raad van de gemeente Oude IJsselstreek Cc: Van: College van burgemeester en wethouders Datum: 6 oktober 2015 Kenmerk: 15ini02499 Onderwerp: uitwerking septembercirculaire 2015 (Algemene uitkering

Nadere informatie

Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam

Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam Afdeling Onderwijs, Jeugd en Educatie Team Onderwijs VO Hoofdlijnenakkoord voor het inrichten van een Regionaal Arrangement Beroepsonderwijs Amsterdam Betrokken partijen: De instellingen voor Beroepsonderwijs

Nadere informatie

Een eerste inzicht in het budget voor de Wmo 2015. 1. Inleiding

Een eerste inzicht in het budget voor de Wmo 2015. 1. Inleiding Een eerste inzicht in het budget voor de Wmo 2015 1. Inleiding Het wetsvoorstel Wmo 2015 is op 14 januari 2014 aan de Tweede Kamer aangeboden. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel is voorzien op 1

Nadere informatie

Investeringsplan 2015 Krachtig Noordoostpolder

Investeringsplan 2015 Krachtig Noordoostpolder Investeringsplan 2015 Krachtig Noordoostpolder Gemaakt Genop 10/29/2014 12:17:00 PM Gemeente Noordoostpolder 29 oktober 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 1.1. Achtergrond... 3 1.2.

Nadere informatie

AANGEPAST. Raadsvoorstel. A.E. Brommersma 27 november 2014. 30 september 2014. De raad wordt voorgesteld te besluiten:

AANGEPAST. Raadsvoorstel. A.E. Brommersma 27 november 2014. 30 september 2014. De raad wordt voorgesteld te besluiten: Portefeuillehouder Datum raadsvergadering A.E. Brommersma 27 november 2014 Datum voorstel 30 september 2014 Agendapunt Onderwerp Tegemoetkoming bij chronische ziekte en handicap De raad wordt voorgesteld

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Aanleiding: Het college doet de raad voorstellen voor de financiële kaders voor de begroting 2016 en de meerjarenbegroting

RAADSVOORSTEL. Aanleiding: Het college doet de raad voorstellen voor de financiële kaders voor de begroting 2016 en de meerjarenbegroting RAADSVOORSTEL Rv. nr.: B en W-besluit d.d.: B en W-besluit nr.: Naam programma: Bestuur en dienstverlening Onderwerp: Vaststellen kaderbrief 2016-2019 Aanleiding: Het college doet de raad voorstellen voor

Nadere informatie

datum voor Afdeling/cluster 23 juni 2015 Leden van de Raad Bedrijfsvoering

datum voor Afdeling/cluster 23 juni 2015 Leden van de Raad Bedrijfsvoering Memo datum voor Afdeling/cluster 23 juni 2015 Leden van de Raad Bedrijfsvoering behandeld door bijlage(n) A. ter Beest 1 Onderwerp Effecten meicirculaire 2015 i.r.t. de Voorjaarsnota 2015 Geachte leden

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT NR. 7. Doetinchem, 22 mei 2013. Bijstellen begroting rentekosten met ingang van begrotingsjaar 2014

Aan de raad AGENDAPUNT NR. 7. Doetinchem, 22 mei 2013. Bijstellen begroting rentekosten met ingang van begrotingsjaar 2014 Aan de raad AGENDAPUNT NR. 7 Bijstellen begroting rentekosten met ingang van begrotingsjaar 2014 Voorstel: 1. Met ingang van de programmabegroting 2014-2017 een bijstelling doorvoeren van de wijze van

Nadere informatie

19 januari 2015 10 2015/ n.v.t. burgemeester A.G.J. Strien

19 januari 2015 10 2015/ n.v.t. burgemeester A.G.J. Strien Aan de raad van de gemeente Olst-Wijhe. Raadsvergadering d.d. Agendapunt Voorstelnummer Opiniërend besproken d.d. Portefeuillehouder 19 januari 2015 10 2015/ n.v.t. burgemeester A.G.J. Strien Kenmerk 14.411162

Nadere informatie

2. Financieel kader gemeenschappelijke regelingen in de regio van Hollands-Midden

2. Financieel kader gemeenschappelijke regelingen in de regio van Hollands-Midden 1. Inleiding Ten tijde van het schrijven van de kadernota 2016 wordt nog volop gewerkt aan de uitwerking van het proces Kracht#15. Voor het besluitvormingsproces dient de Kadernota 2016 in januari 2015

Nadere informatie

Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014

Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Ontwikkelprogramma armoede gemeente Leeuwarden 2014 Inleiding Uit onze gemeentelijke armoedemonitor 1 blijkt dat Leeuwarden een stad is met een relatief groot armoedeprobleem. Een probleem dat nog steeds

Nadere informatie

Bestuursrapportage 2014 24-06-2014. Michel Tromp

Bestuursrapportage 2014 24-06-2014. Michel Tromp Bestuursrapportage 2014 24-06-2014 Michel Tromp Agenda 1. Opzet 2. Realisatie beleid en voortgang projecten 3. Nieuwe ontwikkelingen 4. Financiële ontwikkelingen 5. Risico s 1. Opzet Opzet - Waarom? Tussentijds

Nadere informatie

Versterken (internationaal) ondernemersklimaat. Versterken groene groei. Faciliteren kansrijke economische projecten

Versterken (internationaal) ondernemersklimaat. Versterken groene groei. Faciliteren kansrijke economische projecten Bijlage 1 Programmabegroting indeling Programma overschrijdende onderwerpen zijn in elk geval communicatie, stadsdeelgewijs werken en duurzaamheid, jeugdzorg, decentralisaties, CFO en vastgoed. Het integrale

Nadere informatie

Lokaal Educatieve Agenda Breda samenvatting

Lokaal Educatieve Agenda Breda samenvatting Lokaal Educatieve Agenda Breda samenvatting LEA en partners LEA staat symbool voor de Bredase jeugd van 0 tot 23 jaar die alle kansen krijgt om een goede schoolloopbaan te doorlopen: een kind van 0 tot

Nadere informatie

Collegebesluit. Onderwerp: Beleidsregels Participatiewet BBV nr: 2014/480552

Collegebesluit. Onderwerp: Beleidsregels Participatiewet BBV nr: 2014/480552 Collegebesluit Onderwerp: Beleidsregels Participatiewet BBV nr: 2014/480552 1. Inleiding In de raad van 30 oktober jl. zijn de verordeningen sociaal domein vastgesteld. Voor de Participatiewet betrof dat

Nadere informatie

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer)

Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der Meer) Vergadering: 11 december 2012 Agendanummer: 12 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: M.A.P. Michels Behandelend ambtenaar J. van der Meer, 0595 447719 E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. J. van der

Nadere informatie

Financiën Ingekomen stuk D5 (PA 13 november 2013) Concern Financiën. Ons kenmerk FA20/13.0012907. Datum uw brief

Financiën Ingekomen stuk D5 (PA 13 november 2013) Concern Financiën. Ons kenmerk FA20/13.0012907. Datum uw brief Ingekomen stuk D5 (PA 13 november 2013) Aan de gemeenteraad van Nijmegen Korte Nieuwstraat 6 6511 PP Nijmegen Telefoon 14024 Telefax (024) 323 59 92 E-mail gemeente@nijmegen.nl Postadres Postbus 9105 6500

Nadere informatie

Geen leerling zonder diploma van school: educatie

Geen leerling zonder diploma van school: educatie Geen leerling zonder diploma van school: educatie In het Meerjaren Ontwikkelingsprogramma Grote Steden Beleid 2005-2009 is als doelstelling voor de besteding van de middelen uit de Web geformuleerd; de

Nadere informatie

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS. Besluitenlijst van het college van burgemeester en wethouders d.d. 15 december 2015 PERS

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS. Besluitenlijst van het college van burgemeester en wethouders d.d. 15 december 2015 PERS BURGEMEESTER EN WETHOUDERS Besluitenlijst van het college van burgemeester en wethouders d.d. 15 december 2015 PERS Zaak Onderwerp Concept besluit Samenvatting Besluit 39478 Dienstverleningsovereenkomst

Nadere informatie

Memo Aan: College Cc: Van: Wethouder Van de Wardt Datum: 10 maart 2015 Kenmerk: 15ini00570 Onderwerp: Harmonisatie Peuterspeelzalen

Memo Aan: College Cc: Van: Wethouder Van de Wardt Datum: 10 maart 2015 Kenmerk: 15ini00570 Onderwerp: Harmonisatie Peuterspeelzalen Memo Aan: College Cc: Van: Wethouder Van de Wardt Datum: 10 maart 2015 Kenmerk: 15ini00570 Onderwerp: Harmonisatie Peuterspeelzalen Harmonisatie peuterspeelzaalwerk naar peuteropvang Vooraf De gemeente

Nadere informatie

Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Kosten

Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Kosten Algemene doelstelling Accommodatiebeleid Maatschappelijk Vastgoed In stand houden en ontwikkelen van maatschappelijk vastgoed die de sociale infrastructuur versterkt, gekoppeld aan een optimale spreiding

Nadere informatie

Kunt u ons een opsomming geven van de argumenten waarom de gemeente Boekel afscheid heeft genomen van een eigen sociale dienst?

Kunt u ons een opsomming geven van de argumenten waarom de gemeente Boekel afscheid heeft genomen van een eigen sociale dienst? Geacht college van Burgemeester en Wethouders, Onlangs hebben wij de Programma- en Productbegroting 2016 ontvangen. Dank hiervoor. Uiteraard danken wij ook de ambtenaren voor het samenstellen van deze

Nadere informatie

loonstijging gesubsidieerde instellingen: 0,0% 1,6% prijsstijging gesubsidieerde instellingen: 0,0% 2,25% inflatiecorrectie tarieven: 1,08% 1,08%

loonstijging gesubsidieerde instellingen: 0,0% 1,6% prijsstijging gesubsidieerde instellingen: 0,0% 2,25% inflatiecorrectie tarieven: 1,08% 1,08% Bijlage 1 Begrotingsrichtlijnen voor de begroting 2014-2017 Samenvattend gelden de volgende financieel-technische uitgangspunten voor de begroting 2014-2017 : 1. Nominale ontwikkelingen 2014 2015-2017

Nadere informatie

Nota reserves en voorzieningen 2015-2018

Nota reserves en voorzieningen 2015-2018 Nota reserves en voorzieningen 2015-2018 Inhoudsopgave 1. Inleiding... 3 2. Beleidslijnen reserves en voorzieningen... 4 2.1 Definities en regelgeving... 4 2.2 Toerekening van rente... 5 3. Huidige standen

Nadere informatie

Raadsvoordracht. Onderwerp: Derde kwartaalbrief 2013. Gevraagde beslissing. Datum: 19 september 2013. Portefeuillehouder: A.J.M.

Raadsvoordracht. Onderwerp: Derde kwartaalbrief 2013. Gevraagde beslissing. Datum: 19 september 2013. Portefeuillehouder: A.J.M. Raadsvoordracht Onderwerp: Derde kwartaalbrief 2013 Datum: 19 september 2013 Steller: P.J. van den Blink Portefeuillehouder: A.J.M. Scholten Gevraagde beslissing 1. In te stemmen met de volgende begrotingswijzigingen

Nadere informatie

Te berikken effekt De raadsvergadering waarin de programmabegroting 2013 wordt vastgesteld wordt niet belast met discussies over kaders.

Te berikken effekt De raadsvergadering waarin de programmabegroting 2013 wordt vastgesteld wordt niet belast met discussies over kaders. Riedsútstel Ried : 2 februari 2012 Status : Besluitvormend Agindapunt : 11 Portefúljehâlder : K. Antuma Amtner : E. Plantinga Taheakke : Conceptraadsbesluit Op besjen : - Underwerp Uitgangspunten voor

Nadere informatie

*ZEA006D8E93* Raadsvergadering d.d. 30 juni 2015

*ZEA006D8E93* Raadsvergadering d.d. 30 juni 2015 *ZEA006D8E93* Raadsvergadering d.d. 30 juni 2015 Agendanr. 13. Aan de Raad No.ZA.15-33292/DV.15-498, afdeling Samenleving. Sellingen, 18 juni 2015 Onderwerp: Jaarverslag en jaarrekening 2014, Actualisatie

Nadere informatie

GEMEENTERAAD MENAMERADIEL

GEMEENTERAAD MENAMERADIEL GEMEENTERAAD MENAMERADIEL Menaam : 27 januari 2011 Portefeuillehouder : A. Dijkstra Punt : [08] Behandelend ambtenaar : A. Buma Doorkiesnummer : (0518) 452918 Onderwerp : Wet OKE / VVE 2011-2014 Inleiding

Nadere informatie

Voorgesteld wordt de volgende uitgangspunten voor de begroting 2014 te hanteren:

Voorgesteld wordt de volgende uitgangspunten voor de begroting 2014 te hanteren: Nota voor : vergadering Algemeen Bestuur Datum : 19 december 2012 Onderwerp : Uitgangspunten begroting 2014 en planning besluitvorming Agendapunt : 5 Kenmerk : AB/1224 Bijlage: Planning en controlcyclus

Nadere informatie

Vervolgens zijn de resultaten vergeleken met de ramingen voor de jaren 2015-2019, welke zijn gebaseerd op de meicirculaire 2015.

Vervolgens zijn de resultaten vergeleken met de ramingen voor de jaren 2015-2019, welke zijn gebaseerd op de meicirculaire 2015. Resultaat Septembercirculaire 2015 Op basis van de septembercirculaire 2015 is de algemene uitkering berekend voor de jaren 2015 tot en met 2019. Berekening heeft plaatsgevonden op basis van constante

Nadere informatie

Beleidsplan minimabeleid 2014-2017

Beleidsplan minimabeleid 2014-2017 Beleidsplan minimabeleid 2014-2017 Pagina 1 Inleiding: Armoede is een complex fenomeen waarin de dimensies van inkomen, gezondheid, opleiding, zelfredzaamheid en mogelijkheden tot participatie een belangrijke

Nadere informatie

Begroting 2016. Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken

Begroting 2016. Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken Intergemeentelijke Afdeling Sociale Zaken INHOUDSOPGAVE 1. Gemeente Bloemendaal 1.1... 4 1.2 Toelichting op de begroting 2016... 5 2. Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude 2.1... 6 2.2 Toelichting op

Nadere informatie

Ontwerpbegroting 2011

Ontwerpbegroting 2011 Ontwerpbegroting 2011 Toelichting Stichting openbaar onderwijs Baasis Bezoekadres: Stationsweg 3 9471 GJ Zuidlaren Opgesteld door: Onderwijs Service Groep Borgstee 11 9403 TS Assen November 2010 Versie

Nadere informatie

Programma 10. Financiën

Programma 10. Financiën Programma 10 Financiën Aandeel programma 10 in totale begroting 1% Financiën Overige programma's 99% Programma 10 Financiën Inleiding Ons college hanteert als uitgangspunt bij haar financiële beleid dat

Nadere informatie

Paragraaf Decentralisaties

Paragraaf Decentralisaties Paragraaf Decentralisaties Per 1 januari 2015 zijn de decentralisaties in het sociaal domein realiteit geworden. Belangrijke taken op het gebied van jeugdhulp, maatschappelijke ondersteuning en participatie

Nadere informatie

Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK)

Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) Beantwoording van de 7 vragen uit het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving (IAK) Het Integraal afwegingskader voor beleid en regelgeving bevat normen waaraan goed beleid of goede regelgeving

Nadere informatie

In tabel is een berekening gemaakt van de ouderbijdrage van de peuterspeelzaal in de huidige situatie en in de nieuwe situatie bij de kinderopvang.

In tabel is een berekening gemaakt van de ouderbijdrage van de peuterspeelzaal in de huidige situatie en in de nieuwe situatie bij de kinderopvang. Berekening ouderbijdrage peuterspeelzalen in de huidige situatie en de nieuwe situatie. In tabel is een berekening gemaakt van de ouderbijdrage van de peuterspeelzaal in de huidige situatie en in de nieuwe

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Bevoegdheid Raad. Vergaderdatum: 28 oktober 2014 Registratienummer: 2014/44 Agendapunt nummer: 5a

Raadsvoorstel. Bevoegdheid Raad. Vergaderdatum: 28 oktober 2014 Registratienummer: 2014/44 Agendapunt nummer: 5a Raadsvoorstel Bevoegdheid Raad Vergadering Gemeenteraad Oirschot Vergaderdatum: 28 oktober 2014 Registratienummer: 2014/44 Agendapunt nummer: 5a Onderwerp Scenario's dekkingsplan begroting 2015-2018 Voorstel

Nadere informatie

Nieuwe koers brede school

Nieuwe koers brede school bijlage bij beleidsvoorstel Brede Talentontwikkeling in de Kindcentra 28 mei 2013 Nieuwe koers brede school (november 2012) 1. Waarom een nieuwe koers? De gemeente Enschede wil investeren in de jeugd.

Nadere informatie

Raadsvoorstel Raadsvoorstel Voorstelnummer: 2015-075 Houten, 29 september 2015

Raadsvoorstel Raadsvoorstel Voorstelnummer: 2015-075 Houten, 29 september 2015 Raadsvoorstel Raadsvoorstel Voorstelnummer: 2015-075 Houten, 29 september 2015 Onderwerp: Tweede bestuursrapportage 2015 Beslispunten: 1. De begroting 2015 te wijzigen op basis van de sheet "Financiële

Nadere informatie

BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET)

BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET) BOB 14/001 BELEIDSKADER SOCIAAL DOMEIN (NIEUWE WMO EN JEUGDWET) Aan de raad, Voorgeschiedenis / aanleiding Per 1 januari 2015 worden de volgende taken vanuit het rijk naar de gemeenten gedecentraliseerd:

Nadere informatie

Bijlagen: 1. Jaarverslag en jaarrekening 2011 2. Accountantsrapport 2011

Bijlagen: 1. Jaarverslag en jaarrekening 2011 2. Accountantsrapport 2011 NOTA VOOR DE RAAD Datum: 15 mei 2012 Nummer raadsnota: BI.0120051 Onderwerp: Jaarverslag en jaarrekening 2011 Portefeuillehouder: Peters Bijlagen: 1. Jaarverslag en jaarrekening 2011 2. Accountantsrapport

Nadere informatie

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar

Alleen ter besluitvorming door het College. Collegevoorstel Openbaar Openbaar Onderwerp Subsidieverlening project School's cool en Coachproject Nijmegen 2014 tot en met 2016 Programma / Programmanummer Onderwijs / 1073 BW-nummer Portefeuillehouder H. Beerten Samenvatting

Nadere informatie

Interne Memo nr. commissie MO G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in

Interne Memo nr. commissie MO G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in Interne Memo nr. Aan: commissie MO Van: G.E. Oude Kotte Datum: december 2014 Onderwerp: BOT-overleg armoedebeleid 2015 Afschrift aan: vul in Inleiding Per 1 januari 2015 wijzigen een aantal zaken binnen

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Onderwerp Zienswijze voorjaarsnota 2016 GGD Hart voor Brabant. Status Oordeelvormend

Raadsvoorstel. Onderwerp Zienswijze voorjaarsnota 2016 GGD Hart voor Brabant. Status Oordeelvormend Datum: 24-03-15 Onderwerp Zienswijze voorjaarsnota 2016 GGD Hart voor Brabant Status Oordeelvormend Voorstel 1. Kennis nemen van de voorjaarsnota 2016 GGD Hart voor Brabant zoals opgesteld door het GGD-Dagelijks

Nadere informatie

Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd

Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd Conceptvisie Brede Scholen in Sliedrecht Samenwerken & verbinden voor de jeugd Opdrachtgever: Hans Tanis, Wethouder Onderwijs Auteurs: Hans Erkens en Diana Vonk Datum: 9 oktober 2013 Inleiding 1.1. Aanleiding

Nadere informatie

Wy stelle jo foar te besluten om: de begroting te wijzigingen conform de mutaties in de decembercirculaire gemeentefonds 2014.

Wy stelle jo foar te besluten om: de begroting te wijzigingen conform de mutaties in de decembercirculaire gemeentefonds 2014. Riedsútstel Ried : 12 februari 2015 Agindapunt : 5 Status : Opiniërend/Besluitvormend Eardere behandeling : Informatiecarrousel 5 februari 2015 (agendapunt 7) Portefúljehâlder : Mw. G. Postma Amtner :

Nadere informatie

Advies: In te stemmen met de Bestuursrapportage 2014 en deze ter vaststelling aan de raad aan te bieden.

Advies: In te stemmen met de Bestuursrapportage 2014 en deze ter vaststelling aan de raad aan te bieden. VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS & VOORSTEL AAN DE RAAD Van: R.C. Ouwerkerk Tel.nr.: 8856 Nummer: 14A.00661 Datum: 5 september 2014 Team: Concernzaken Tekenstukken: Ja Bijlagen: 2 Afschrift aan:

Nadere informatie

Regeerakkoord bruggen slaan en de transitie AWBZ

Regeerakkoord bruggen slaan en de transitie AWBZ Regeerakkoord bruggen slaan en de transitie AWBZ De 12 gemeenten in Brabant Noordoost-oost (BNO-o) hebben samen met een groot aantal instellingen hard gewerkt aan de voorbereidingen voor de transitie AWBZ.

Nadere informatie

September 2015 -Prognoses -Afwijkingen -Bandbreedtes

September 2015 -Prognoses -Afwijkingen -Bandbreedtes Begrotingsmonitor September 2015 -Prognoses -Afwijkingen -Bandbreedtes Begrotingsmonitor september 2015 1 Inhoud 1. INLEIDING... 3 2. INGESCHATTE AFWIJKINGEN 2015 (MET BANDBREEDTES)... 4 2.1 INTEGRATIE

Nadere informatie

De lokale educatieve Agenda. Hoe ver zijn we? Joke ten Berge

De lokale educatieve Agenda. Hoe ver zijn we? Joke ten Berge De lokale educatieve Agenda. Hoe ver zijn we? Joke Kruiter Joke ten Berge Oberon VNG Deze presentatie Kennismaken Stand van zaken LEA Voorbeelden LEA in een plattelandsgemeente LEA in de G4 VVE in de LEA

Nadere informatie

Toelichting financiën bij hoofdstuk 6

Toelichting financiën bij hoofdstuk 6 Toelichting financiën bij hoofdstuk 6 1. Inleiding De invoering van passend onderwijs zorgt ook voor een totaal andere financieringssystematiek in het samenwerkingsverband. Bij de start is er sprake van

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT

RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT RAADSVOORSTEL EN ONTWERPBESLUIT Registratienummer raad 1055110 Behorend bij het B&W-advies met registratienummer 1055109 Behandeling in de raadsvergadering van de gemeente Purmerend d.d. 20 december 2012

Nadere informatie

Naar nieuw Jeugd-, Onderwijs- en Zorgbeleid

Naar nieuw Jeugd-, Onderwijs- en Zorgbeleid Naar nieuw Jeugd-, Onderwijs- en Zorgbeleid Het gemeentelijke beleid is in beweging. De decentralisaties in het sociale domein brengen nieuwe taken voor gemeenten met zich mee én bieden ruimte om de zaken

Nadere informatie

Regiodagen Gemeentefinanciën 2014

Regiodagen Gemeentefinanciën 2014 Regiodagen Gemeentefinanciën 2014 Deelfonds sociaal domein, Iv3 en rechtmatigheid Ministerie van BZK Marianne Betten Tom van der Lelij 1 Stand van zaken wetgeving 3D Jeugdwet Aangenomen Wmo Eerste Kamer

Nadere informatie

BIJDRAGE CONCERN AAN DEEL 3 BELEIDSBEGROTING 2002. d.d. 11-07-2001

BIJDRAGE CONCERN AAN DEEL 3 BELEIDSBEGROTING 2002. d.d. 11-07-2001 BIJDRAGE CONCERN AAN DEEL 3 BELEIDSBEGROTING 2002 d.d. 11-07-2001 1. Productgroepnummer: 0001 3. Productgroepnaam: Financieringsmiddelen Het betreft een verzameling van mogelijke financieringsmiddelen,

Nadere informatie

Deelplan Minimabeleid Beleidsplan sociaal domein 2015-2018

Deelplan Minimabeleid Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Deelplan Minimabeleid Beleidsplan sociaal domein 2015-2018 Gemeente Noordoostpolder 19 augustus 2014 Inhoudsopgave Inhoudsopgave... 2 1. Inleiding... 3 2. Doelen en doelgroep... 4 2.1. Doelen... 4 2.1.1.

Nadere informatie

Voor een sterke basis. Wet- en regelgeving voor positieve ontwikkeling in opvang en onderwijs

Voor een sterke basis. Wet- en regelgeving voor positieve ontwikkeling in opvang en onderwijs Voor een sterke basis Wet- en regelgeving voor positieve ontwikkeling in opvang en onderwijs Overzicht wettelijke verplichtingen in jeugd, onderwijs en opvang Gemeenten zijn uitvoerders van overheidsbeleid;

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL. Nr.: 09-65 Onderwerp: Tijdelijke huisvesting Brede School Plantage de Sniep. Diemen, 21 juli 2009

RAADSVOORSTEL. Nr.: 09-65 Onderwerp: Tijdelijke huisvesting Brede School Plantage de Sniep. Diemen, 21 juli 2009 RAADSVOORSTEL Nr.: 09-65 Onderwerp: Tijdelijke huisvesting Brede School Plantage de Sniep Diemen, 21 juli 2009 Aan de gemeenteraad 1. Gevraagd raadsbesluit 1. Kennis te nemen van de uitkomsten van de enquête

Nadere informatie

ONDERZOEK OMVANG FINANCIËLE BUFFER. Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen 4512378/41613

ONDERZOEK OMVANG FINANCIËLE BUFFER. Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen 4512378/41613 ONDERZOEK OMVANG FINANCIËLE BUFFER Stichting Openbaar Onderwijs Oost Groningen 4512378/41613 Utrecht, maart 2015 Voorwoord Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek naar de omvang van de financiële

Nadere informatie

Onderwerp: Voorstel tot vaststelling van het Programma en Overzicht voorzieningen huisvesting onderwijs 2007. Nummer: 3d.

Onderwerp: Voorstel tot vaststelling van het Programma en Overzicht voorzieningen huisvesting onderwijs 2007. Nummer: 3d. Gemeente Boxmeer Onderwerp: Voorstel tot vaststelling van het Programma en Overzicht voorzieningen huisvesting onderwijs 2007. Nummer: 3d. AAN de Raad van de gemeente Boxmeer Boxmeer, 24 oktober 2006 Aanleiding

Nadere informatie

Simpelveld. Advies aan burgemeester en wethouders. Onderwerp: jaarstukken 2014. gemeente. Behandelend ambtenaar:

Simpelveld. Advies aan burgemeester en wethouders. Onderwerp: jaarstukken 2014. gemeente. Behandelend ambtenaar: Advies aan burgemeester en wethouders gemeente Simpelveld Datum advies: 6 mei 2015 Financiële consequenties: Afdeling: Bedrijfsvoering Zaakkenmerk: 47584 Openbare besluitenlijst: ja Behandelend ambtenaar:

Nadere informatie

Gedeputeerde Staten. 1. de Gemeentewet; 2. de Algemene wet bestuursrecht; Gemeenteraad van Nissewaard Postbus 25 3200 AA SPIJKENISSE

Gedeputeerde Staten. 1. de Gemeentewet; 2. de Algemene wet bestuursrecht; Gemeenteraad van Nissewaard Postbus 25 3200 AA SPIJKENISSE Gedeputeerde Staten Directie Leefomgeving en Bestuur Afdeling Bestuur Contact J. van Kranenburg T 070-441 80 85 j.van.kranenburg@pzh.nl Postadres Provinciehuis Postbus 90602 2509 LP Den Haag T 070-441

Nadere informatie

Voorstel van het college aan de raad. Raadsvergadering d.d. 7 juli 2016 Onderwerp: Jaarverslag en Jaarrekening 2015.

Voorstel van het college aan de raad. Raadsvergadering d.d. 7 juli 2016 Onderwerp: Jaarverslag en Jaarrekening 2015. GEMEENTE OLDEBROEK Raadsvergadering d.d. 7 juli 2016 Onderwerp: Jaarverslag en Jaarrekening 2015. Voorstel van het college aan de raad Agendapunt Portefeuillehouder: mw. A.A.C. Groot Kenmerk: 247735 /

Nadere informatie

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011

Aan de raad AGENDAPUNT 3. Doetinchem, 10 december 2008. Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Aan de raad AGENDAPUNT 3 Beleidsplan Re-integratiebeleid 2009-2011 Voorstel: 1. De kaders uit het beleidsplan 'Werken werkt!' vaststellen, zijnde: a. als doelstellingen: - het bevorderen van de mogelijkheden

Nadere informatie

Financiële begroting 2015 samengevat

Financiële begroting 2015 samengevat Financiële begroting 2015 samengevat Begrotingscyclus Het beleid en de financiën van de provincie komen op een aantal momenten in het jaar provinciebreed aan de orde. Dit wordt ook wel de begrotings- of

Nadere informatie

Datum : Status : Monitoring Sociaal Domein Krimpen aan den IJssel 1 e kwartaal 2015

Datum : Status : Monitoring Sociaal Domein Krimpen aan den IJssel 1 e kwartaal 2015 Datum : Status : Monitoring Sociaal Domein Krimpen aan den IJssel 1 e kwartaal 2015 Inleiding Met ingang van 1 januari 2015 heeft de gemeente er enkele nieuwe taken en verantwoordelijkheden bij gekregen

Nadere informatie

voor- en vroegschoolse educatie Convenant uitvoering Boxtels model

voor- en vroegschoolse educatie Convenant uitvoering Boxtels model Convenant uitvoering Boxtels model Impuls kwaliteit VVE beleid Boxtel 6 juli 2011 Aanleiding en doelstelling bestuurlijk convenant Met ingang van de Wet Ontwikkelingskansen door Kwaliteit en Educatie krijgt

Nadere informatie

Saldo Kadernota 2015-2018 3.390 V 65.853 V 110.658 V 51.475 V

Saldo Kadernota 2015-2018 3.390 V 65.853 V 110.658 V 51.475 V Verschillen met Kadernota 2015-2018 In onderstaande tabel worden de saldi van de Kadernota 2015-2018 en de Programmabegroting 2015-2018 met elkaar vergeleken. De belangrijkste verschillen worden nader

Nadere informatie

Cursus Financiën voor raadsleden

Cursus Financiën voor raadsleden Cursus Financiën voor raadsleden René de Bonte Teamleider Financiën Maandag 22 juni 2015 19:00 21:00 uur Programma Inleiding Planning en control cyclus Evaluatie p&c Kaders gemeentefinanciën Algemene begrippen

Nadere informatie

Startnotitie Integraal armoedebeleid

Startnotitie Integraal armoedebeleid Startnotitie Integraal armoedebeleid Doel presentatie: o Raad informeren over onderzoek armoedebeleid o Voorlopige planning om te komen tot kadernota armoedebeleid o Rol van de gemeenteraad Aanleiding

Nadere informatie

Notitie Minimabeleid Gemeente Rozendaal

Notitie Minimabeleid Gemeente Rozendaal Notitie Minimabeleid 2015-2018 Gemeente Rozendaal Vastgesteld in de raadsvergadering van 16 december 2014 Inhoudsopgave Inleiding 3 1. Landelijke ontwikkelingen 4 2. Lokale situatie 6 3. Uitgangspunten

Nadere informatie

Onderdeel raadsprogramma: Programma 6, zorg, welzijn en onderwijs Portefeuillehouder: Jan Burger

Onderdeel raadsprogramma: Programma 6, zorg, welzijn en onderwijs Portefeuillehouder: Jan Burger Raadsvergadering, 28 oktober 2014 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Nr.: - Agendapunt: Voorbespreking Datum: 20 augustus 2014 Onderdeel raadsprogramma: Programma

Nadere informatie

Prestatie-overeenkomst subsidie peuterspeelzaal Lennisheuvel en WE- doelgroepkinderen in 2016: H. SchujjŗmşíP-^''^

Prestatie-overeenkomst subsidie peuterspeelzaal Lennisheuvel en WE- doelgroepkinderen in 2016: H. SchujjŗmşíP-^''^ Prestatie-overeenkomst subsidie peuterspeelzaal Lennisheuvel en WE- doelgroepkinderen in 2016: Activiteit; Stellers: Conny van Aarle Akkoord: Gemeente Boxtel, afd. Maatschappelijke Ontwikkeling H. Schuurman;

Nadere informatie

Participatiewet. 9 september 2014. raadscommissie EM - 1 -

Participatiewet. 9 september 2014. raadscommissie EM - 1 - Participatiewet raadscommissie EM 9 september 2014-1 - Inhoud achtergrond wijzigingen sociale zekerheid hoofdlijnen Participatiewet 1 januari 2015 financiering Rijk wetswijzigingen WWB 1 januari 2015 voorbereidingen

Nadere informatie

Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties

Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties Bijlage 1 Opties voor gemeentelijke ondersteuning van chronisch zieken en gehandicapten en advies voor keuze uit opties In deze bijlage behandelen we kort vijf opties die de gemeente kan inzetten bij de

Nadere informatie

Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar Tina Bollin, 0595-447776 gemeente@winsum.nl (t.a.v. Tina Bollin)

Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar Tina Bollin, 0595-447776 gemeente@winsum.nl (t.a.v. Tina Bollin) Vergadering: 11 maart 2014 Agendanummer: 9 Status: Besluitvormend Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar Tina Bollin, 0595-447776 E-mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. Tina Bollin) Aan de gemeenteraad,

Nadere informatie

2012 actuele begroting op 31-12-12

2012 actuele begroting op 31-12-12 WWB, 4 e berap Bestuurlijke samenvatting De effecten van de economische crisis zijn niet alleen in de woningmarkt duidelijk merkbaar, maar ook in de in- en uitstroom van cliënten die een beroep doen op

Nadere informatie

Bijlagen 1 Voorjaarsnota

Bijlagen 1 Voorjaarsnota Raadsvoorstel Agendapunt: Onderwerp Voorjaarsnota 2012 Datum voorstel 10 april 2012 Datum raadsvergadering 15 mei 2012 Bijlagen 1 Voorjaarsnota Ter inzage Aan de gemeenteraad, 0. Samenvatting De voorjaarsnota

Nadere informatie

Zijn in het voorstel één of meer van de volgende aspecten van toepassing?

Zijn in het voorstel één of meer van de volgende aspecten van toepassing? Onderwerp Nummer voorstel Datum voorstel Programmanaam en nummer : Bepaling minimale omvang Reserve WFA : SMD/06/32 Sector : Maatschappelijke 2 O DEC. 2006 Dienstverlening Afdeling : Beleidsatelier : Sociale

Nadere informatie

VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROERMOND

VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROERMOND ^ gemeente Roermond VOORSTEL AAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROERMOND datum indiening: 12 november 2013 datum/agendapunt B&Wvergadering: 191113/202 afdeling: Welzijn Onderwerp: KEG Werkt

Nadere informatie

Besluitvorming raad inzake Programmabegroting 2014

Besluitvorming raad inzake Programmabegroting 2014 Besluitvorming raad inzake Programmabegroting 2014 Op 11 en 13 november 2013 is de Programmabegroting 2014 behandeld in de gemeenteraad. Hierbij zijn een aantal amendementen aanvaard, met consequenties

Nadere informatie

Nr.: 06-50a Diemen, 15 september 2006 Onderwerp: Voorjaarsnota 2006 (aanvullend voorstel) Op 11 september behandeld geweest in de auditcommissie

Nr.: 06-50a Diemen, 15 september 2006 Onderwerp: Voorjaarsnota 2006 (aanvullend voorstel) Op 11 september behandeld geweest in de auditcommissie Nr.: 06-50a Diemen, 15 september 2006 Onderwerp: Voorjaarsnota 2006 (aanvullend voorstel) Op 11 september behandeld geweest in de auditcommissie Aan de raad. Inleiding Op 5 juli heeft een eerste bespreking

Nadere informatie