Toetsing en de contextconceptbenadering

Save this PDF as:
 WORD  PNG  TXT  JPG

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Toetsing en de contextconceptbenadering"

Transcriptie

1 Toetsing en de contextconceptbenadering in het voortgezet onderwijs E.J.M. Welp 1 Vraag Op basis van een flink aantal bronnen moet een leerling tijdens een toets antwoord geven op de volgende "ongestructureerde" vraag: "Adviseer de penningmeester van voetbalclub SV Deurne op welke wijze hij de verkoop kaartjes moet organiseren om een zo hoog mogelijke omzet te halen" Antwoord leerling "Ik zou de prijs van een entreekaartje voor de supporters van SV Deurne verhogen. Aangezien er veel vraag naar is." Inleiding Recent zijn examenprogramma's voor een flink aantal vakken in de bovenbouw havo/vwo vernieuwd. Wat al deze vakken gemeenschappelijk hebben, is het denken in termen van concept en context. Deze benadering wordt zowel gebruikt om leerinhouden te ordenen als om een didactische aanpak aan te geven (Bruning en Welp, 2008). Tussen de verschillende vakken bestaan ten aanzien didactische invulling van 'de' context-conceptbenadering verschillende opvattingen. Wat echter overeenkomt is het belang dat men hecht aan de relevantie van kennis en het koppelen van kennis aan zogenaamde 'real-life experiences'. Daarbij acht men het van belang dat de leerling kennis kan verbinden ('deep understanding') en het geleerde kan toepassen in weer andere situaties ('transfer'). Tenslotte heeft men oog voor het kunnen oplossen van problemen, in tegenstelling tot het nadoen van 'trucjes'. Hierbij wordt een beroep gedaan op het kunnen toepassen van heuristieken, of verschillende strategieën, al naar gelang de situatie hierom vraagt. De wijze waarop de context-conceptbenadering bij de verschillende vakken in de praktijk wordt gebracht, laat een gevarieerd beeld zien. In verschillende examenpilots in het voortgezet onderwijs (havo/vwo) wordt hard gewerkt aan het didactiseren contextconceptbenadering. In het voorjaar van 2009 zijn daarbij de eerste experimentele centraal examens van het Cito afgenomen. Deze producten laten zien dat de stap van theorie naar praktijk een lastige is. Hoewel de toepassingsmogelijkheden misschien meer op de voorgrond zijn komen te staan, is het opvallend dat veel (examen)opgaven en lesvoorbeelden erg begripsgericht zijn en een beroep doen op een beperkt oplossingsrepertoire. Op het gebied van leerling-motivatie is, zo blijkt uit verschillende evaluaties pilottrajecten, een stap voorwaarts gezet, op de andere punten is nog veel werk te verrichten (zie bijv. Kneppers, Dieteren en Welp, 2009). 1 is werkzaam voor SLO, het nationaal expertisecentrum leerplanontwikkeling

2 Dit artikel bespreekt een hanteerbaar beoordelingsinstrument dat een brugfunctie kan vervullen tussen context, concept en de wijze waarop verschillende aanpakken kunnen worden getoetst. In het leerling-antwoord zoals hierboven beschreven, wordt duidelijk dat dit specifieke antwoord, hoewel ontegenzeggelijk een (juist) antwoord op de vraag, een beperkt 'denkproduct' is waarbij de leerling een flink aantal denkstappen en te gebruiken vakinhouden niet laten zien. Bij het nadrukkelijk begeleiden en betrekken van leerlingen bij het proces van beoordelen (waar moet een antwoord aan voldoen), blijken leerlingen wel degelijk in staat om, net als professionals (docenten en wetenschappers), het gevraagde advies te onderbouwen met aangeleerde (en verbonden) en te komen tot een afgewogen advies. Het trainen van docenten is hierbij essentieel. De verschillende eerste- en tweedegraads lerarenopleidingen zouden meer aandacht moeten besteden aan het toetsen en het beoordelen. Een mogelijk model dat hiertoe bruikbaar is en dat in dit artikel wordt beschreven, is afkomstig uit Engeland. Het internationaal gecertificeerde Cambridge Instituut werkt hiermee al jarenlang werkt. Het model bouwt enigszins voort op de gereviseerde taxonomie van Bloom (Mayer 2002, Krathwohl en Anderson, 2001). Mijn hypothese; indien docenten (en toetsexperts) niet goed weten om te gaan met het beoordelen van meer open opdrachten (lees: onderling niet kunnen komen tot beoordelaarovereenstemming), dan zal een groot deel beoogde vernieuwing ten aanzien van meer contextgericht onderwijs verloren gaan. Context en concept Vooraleerst dient opgemerkt te worden dat er verschillende "soorten" contexten bestaan (Van Oers, 1998). Van (zeer) gesloten contexten naar meer open contexten. Een stuk tekst, een cartoon, een videofragment waarover (gesloten) vragen worden gesteld, zijn in beginsel allemaal voorbeelden van een context met een "ankerfunctie": het bakent de lesstof af. Men kan ook een concrete handeling uitvoeren waarvoor (vak)kennis nodig is of (vak)kennis wordt aangeleerd. Welke betekenis men ook geeft aan een context, in de dagelijkse schoolpraktijk is een context vaak een middel om leerlingen (vak)kennis aan te leren of aangeleerde (vak)kennis toe te passen. Voorts is de eigen (epistemologische) positie ten aanzien van het betekenis geven aan kennis bepalend (Boersma, 1995). Hangt men het positivistische standpunt aan, dan spreekt men over kennis in termen van waar of onwaar. In de klas betekent dit vaak het aanleren van een scala aan vast omschreven /definities. Als men daarentegen een relativistisch standpunt inneemt, gaat het niet zozeer om uitspraken als waar of onwaar, maar staat de functionaliteit van kennis voorop. Anders geformuleerd: over de functionaliteit van kennis kan worden onderhandeld. Vanuit deze optiek is de omgeving of de context bepalend voor de betekenis die aan het kennisconstruct kan worden gegeven. In de literatuur bestaan eveneens verschillende opvattingen over het begrip "concept". Zo maakt White (1994), zelfs een verder onderscheid tussen concepts en conceptions (systems of explanations). Wij beperken ons in dit artikel tot het volgende citaat van Pines en West (1983): 'the labels we apply to webs of ideas linked by shared characteristics, relations, or essential attributes. Oftewel een mentaal raamwerk: een geheel van (denkbeeldige) lijnen die elkaar (al dan niet) verbinden, die (al dan niet) vakspecifiek zijn en die het bijvoorbeeld mogelijk maakt dat iemand een verklaring kan geven voor het verschijnsel dat de aarde om de zon cirkelt. Een leerling, beschouwd als "novice" in tegenstelling tot een "expert", moet daarom in de gelegenheid worden gesteld een conceptueel raamwerk op te bouwen, omdat dit raamwerk zich (helaas) niet laat "overgieten". De concepten moeten worden ingebed in bestaande structuren zodanig dat (of: op zo'n manier dat) deze in verschillende (leer)situaties kunnen worden aangewend en 'experts are more likely to use a wide array of knowledge, because it is organised and contextually linked in a system of great breadth and depth' (Glover 1990). De 'contextbenadering' of 'context-based (science) education' wordt veelal als probleemsituatie gedefinieerd: ' a focal event, an event that gets attention and is put in the spotlight, embedded in

3 its cultural setting' (Duranti and Goodwin, 1992). Deze interpretatie, stelt een probleem centraal, liefst in een herkenbare situatie, dat moet worden opgelost. Een schoolcontext moet volgens Duranti and Goodwin aan vier criteria voldoen: 1. de context is herkenbaar voor de leerling en in deze context spelen de concepten (mental encounters) een rol; 2. de context bevat een taak in de vorm van een opdracht of uitvoering van een activiteit; 3. het gebruik van (vak)taal en procedures (vaardigheden en strategieën) is nodig om deze taak uit te voeren; 4. de context grijpt terug op de overkoepelende (vak)concepten: specifieke activiteit tot algemeen geldende principes. De wisselwerking tussen context en concept Feitelijk kan gesteld worden dat in de lespraktijk context en concept samenkomen. Het is wellicht raadzaam te spreken over de wisselwerking tussen context en concept 2. Daarbij is het veel interessanter te inventariseren wat men nu eigenlijk verwacht van leerlingen. De huidige maatschappelijke opvattingen ten aanzien van onderwijs (in het post-dijsselbloem tijdperk) laat zien dan men belang hecht aan een degelijke kennisbasis. Kennis van feiten, gebeurtenissen, definities en/of regels. Een leerling moet in staat zijn om een begrip te definiëren. Een leerling weet het jaartal slag bij Nieuwpoort. Beoordelingstechnisch levert dit over het algemeen weinig problemen op. Daarnaast vinden we het ook belangrijk dat leerlingen in staat zijn om kennis te verbinden en deze kennis in verschillende situaties, en in verschillende gradaties, toe te passen. Hier spreken we over transfer (zie verder Perkins, 1997): leerlingen moeten kennis wendbaar gebruiken, wat in de ene situatie is geleerd, moet in een andere (onbekende) situatie worden toegepast. Leerlingen die niet in staat zijn om kennis te verbinden raken in nieuwe situaties als snel de draad kwijt. Op dit punt wordt het beoordelen van leerling-antwoorden, en het toekennen van punten, al een stuk lastiger. Tenslotte zien we in de dagelijkse lespraktijk ook opdrachten terug die een beroep doen op andere (of hogere) denkvaardigheden: leerlingen moeten een probleem op kunnen lossen, een advies kunnen geven, een betoog schrijven, een voorstel bekritiseren. Dit type opdracht is afhankelijk context, de beschikbare en nietbeschikbare vakinhouden en is over het algemeen niet direct als goed of fout te bestempelen. Dit type opdracht doet een beroep op het actief beheersen en toepassen van kennis met nadruk op reflectie (metacognitieve vaardigheden). Dit type "open" opdracht laat zich, althans deze indruk bestaat, over het algemeen lastig nakijken. Leerlingen vinden dit over het algemeen lastige opdrachten en weten vaak niet waar te beginnen en waaraan ze moeten voldoen, dus worden onzeker en/of gaan "gokken" ("Meneer, zeg nu maar wat ik moet doen!"). Schematisch ziet bovenstaande beschrijving er als volgt uit (tabel 1): 2 in plaats van een weinig zinvolle discussie over de context-conceptbenadering versus de conceptcontextbenadering!

4 Tabel 1) Niveau Kennis Begrip Toepassen Analyseren Evalueren Creëren beschrijving herkennen en omschrijven relateren van aan weer andere gebruiken en plaatsen in de situatie of de context uiteenrafelen informatie en de juiste informatie halen (of aanvullen) uit de situatie afweging als eindresultaat, concluderen uit de context maken, adviseren, op basis analyse In bovenstaande tabel zijn in het geel gearceerd de onderdelen of denkprocessen die veelal getoetst worden en waar de klassenactiviteiten op gericht zijn. Een analyse verschillende examens laat zien dat nu nog gemiddeld negentig procent centraal en schoolexamens tot het gesloten type behoort. Los wenselijkheid of onwenselijkheid zou men kunnen concluderen dat in de toets (en dus in de les) een beperkt deel cognitieve processen aan de orde komen. Beoordelen van beginners en gevorderden Dat experts op een andere manier kennis ordenen en gebruiken dan beginners is evident. Dat in het onderwijs gewerkt wordt met beginners maakt het beoordelen van leerling-antwoorden vaak lastig. Een leerling beoordelen op basis van 'goed' of 'niet goed' geformuleerde definities of rekensommen, is vaak minder lastig dan het beoordelen van een oplospad, inclusief eindresultaat. De context is vaak complex en multi-interpretabel, de te nemen denkstappen variëren per leerling en dus wordt het nakijken als lastig, tijdrovend en subjectief ervaren. Met name de afhankelijkheid docent bij het beoordelen van open opdrachten, evenals het mogelijk ontbreken van beoordelaarovereenstemming, kan op centraal niveau tot grote problemen leiden. Met andere woorden, de toetsactiviteiten op school en het centraal examen, die zich richten op complexere denkvaardigheden (en die in het latere leven en vervolgopleidingen misschien van veel groter belang zijn), raken wat ondergesneeuwd ten opzichte makkelijker beoordeelbare en minder complexe denkvaardigheden. Deze ontwikkeling is opvallend (maar geen verrassing gezien de opgebouwde ervaring en expertise) en bovenal ingegeven door onbekendheid met de mogelijkheden. Op het punt van het toetsen en beoordelen van meer complexere denkvaardigheden is in landen buiten Nederland veel meer ervaring opgedaan. Het aardige is nu dat het toepassen ze ervaringen in Nederland heel positieve resultaten laat zien. Het Cambridge-model laat zich beschrijven middels onderstaande tabel 3 : 3 de vraag zou hier bijvoorbeeld kunnen luiden: bekritiseer het voorstel van iemand op basis van een bepaalde introductie en de presentatie van een aantal bronnen

5 Tabel 2) Niveau Kennis Begrip Toepassen Analyseren Evalueren gevorderd herkennen en omschrijven 1-2 relateren van aan weer andere 1-2 gebruiken en plaatsen in de situatie 1-3 uiteenrafelen informatie en de juiste informatie halen (of aanvullen) uit de situatie 2-4 beginner afweging als eindresultaat, concluderen uit de context 2-4 In dit model wordt onderscheid gemaakt tussen twee niveaus: beginners en gevorderden. Leerlingen die geen kennis hebben van dit model en, zoals het voorbeeld-leerling-antwoord uit de inleiding, overstijgen vaak niet het beginnersniveau. De leerling laat vooral zaken achterwege zoals het laten zien wat hij (of zij) weet. Met name dit punt is essentieel bij het toekennen van punten. Op elk benoemde criteria kan een leerling punten scoren. Een goed uitgevoerde analyse levert maximaal vier punten op. Een beginner komt niet verder dan een punt. Verder kan men stellen dat een leerling in zijn antwoord een aantal moeten laten zien. Deze kunnen geselecteerd worden uit de beschikbare bronnen of worden opgehaald uit het geheugen. Indien er weinig tot geen worden gebruikt, kan een leerling maximaal 1 punt halen. Gebruikt de leerling de "juiste" en die niet in de opgave staan, maar wel essentieel zijn voor het antwoord, dan ontvangt hij het maximaal aantal punten van 2. Begrip laat de leerling zien indien hij de gebruikte met elkaar kan verbinden. Op dit punt zal een beginner beperkt begrip tonen. Ook hier kan de leerling maximaal 2 punten verdienen. Het extra laten maken van een concept-map kan dienstbaar zijn (zie verder Novak, 1989). Op het gebied van het toepassen van kennis moet de leerling laten zien dat hij de gerelateerde op een juiste wijze in de context kan plaatsen. Een beginner die hier weinig mee heeft geoefend, zal nooit meer dan 1 punt behalen. Een gevorderd persoon kan maximaal 3 punten halen. Tenslotte zal een leerling bij de evaluatie moeten laten zien dat hij op basis gemaakte analyse een afweging moet maken. Een afweging gaat verder dan puur en alleen het advies. In het dagelijks leven en in beroepspraktijken komen we hier ook niet mee weg! In totaal kan een leerling dus maximaal 15 punten halen. Essentieel bij het beoordelen zijn de volgende uitgangspunten: Men dient te realiseren dat het begrip "gevorderd" geprojecteerd moet worden op de betreffende doelgroep: leerlingen van 14 tot 18 jaar. Het "perfecte" antwoord zal incidenteel worden gegeven (hoe graag we dat ook vaker zouden willen zien); Waardeer het goede en negeer het slechte! Het gaat om het toekennen van punten voor elementen die een leerling laat zien. Indien men start met het wegstrepen van punten is dit model niet hanteerbaar. Het gaat er immers om dat leerlingen leren, en leren is een constructief proces.

6 Het model is tevens een didactisch instrument om in te zetten. Indien een leerling in de les heeft geoefend met dit type beoordelingsmodel, weet hij (of zij) wat te doen op een toets: de leerling wordt beoordeeld op wat hij (of zij) laat zien. Daarbij geeft het docenten een stevig houvast om de leerling te begeleiden in het leerproces. Door aan te geven op welk te onderscheiden onderdelen de leerling tekort is geschoten, weet de leerling waaraan hij (of zij) moet werken. Een leerling die het volgende antwoord geeft (zie bijlage voor de gehele opdracht): "Ik zou de prijs van een entreekaartje voor de supporters van SV Deurne verhogen. Aangezien er veel vraag naar is." laat geen analyse zien, gebruikt wel (prijs en vraag) maar relateert deze geenszins aan elkaar of aan andere of past deze nauwelijks toe in de situatie. Wellicht bedoelt hij dit wel, maar toont het dus niet. Het uitgangspunt: waardeer het goede, maakt in dit antwoord weinig kans. Deze leerling scoort twee punten (1 punt voor kennis en 1 punt toepassen, nul punten voor begrip, analyse en evaluatie). Tenslotte Context-based education leunt op vier pijlers: 'levensechte problemen', diep begrip, transfer van het geleerde en het gebruiken van verschillende oplossingsstrategieën. De onderwijspraktijk laat zien dat de mogelijkheden ze benadering in de examenpilots nog niet volledig tot hun recht zijn gekomen. Voor een groot deel is dit te verklaren door het tekortschieten van kennis omtrent toetsen en beoordelen. Tussen het beoogd leerplan en het uitgevoerd leerplan (zie Van den Akker, 2001) zit een wereld van verschil. Het beschreven beoordelingsmodel in dit artikel kan een brugfunctie vervullen. Het geeft leerling en docent een stevig houvast om de vier peilers in de praktijk te brengen. Beperkt onderzoek onder economiedocenten (havo/vwo) heeft laten zien dat een intensieve training van een dag tot verbluffende resultaten leidt en docenten, op een schaal van 15 toe te kennen punten, eenvoudig beoordelaaroverstemming bereiken. Hoewel er ongetwijfeld andere modellen beschikbaar zijn die gebruik maken van een andere taxonomie (zie bijv. Van Drie, Logtenberg, 2010) heeft dit model zich in Engeland bewezen en verdient navolging in Nederland. De lerarenopleidingen zouden hier stevig op in kunnen zetten om docenten in opleiding een houvast te bieden op de praktische invulling van context-based education.

7 Literatuur Boersma K. Th. (1995). Constructivisme en curriculum. Ped. T. 20, 4/ Bruning, L. & Welp, E.J.M. (2008). CoCo - Wisselwerkting tussen concepten en contexten. Intern werdocument Enschede: SLO. Duranti, A., & Goodwin, C. (Eds.). (1992). Rethinking context: Language as an interactive phenomenon.cambridge, UK: Cambridge University Press. Gilbert, J.K. (2006). On the Nature of Context in Chemical Education, International Journal of Science Education Vol. 28, No. 9, 14 July 2006, pp Pines L. en West L. (1983). Cognitive structure and conceptual change (pp ). Orlando. FL.: Academic Press. Van Oers, B. (1998). From context to contextualizing. Learning and Instruction, 8 (6), Welp E.J.M, Dieteren, N, Kneppers, H.C. (2009), Evaluatie nieuwe economioeprogramma. SLO Enschede, publikatie nr xx. White (1994). Conceptual and conceptional change. Learning and Instruction, 4 (4),

8 Bijlage 1: voorbeeldopdracht: De prijs van voetbal Het Brabantse Deurne stond op zijn kop toen bleek dat de amateurvoetballers van SV Deurne tijdens de loting KNVB-beker gekoppeld werden aan de profvoetballers van Feyenoord. De voorzitter van SV Deurne: Dit is een droom die uitkomt, en we spelen ook nog thuis. Gezien de verwachte vraag naar kaartjes voor deze wedstrijd moeten we zelfs uitwijken naar het stadion van sportclub Helmond Sport, het stadion verderop, want onze tribune is te klein. Het bestuur SV Deurne discussieert over de hoogte prijs per toegangskaartje, uitgaande verwachte vraag naar kaartjes (bijlage 1, 2 en 3). De penningmeester club heeft toegezegd met een voorstel te komen De penningmeester is van mening dat de beschikbare plekken in het stadion eigenlijk zouden moeten worden toegewezen aan de eigen fans. Gezien de betalingsbereidheid ook nog eens een stuk lucratiever. Maar ja, op welke manier is dat te regelen? Los nog even van alle bezwaren van het bestuur en de supporters van Feyenoord. Oftewel, jij moet de penningmeester SV een weloverwogen advies geven zodat hij het voor elkaar krijgt de opbrengst voor de komende voetbalwedstrijd te maximaliseren (15 punten). bron 1 het stadion en de invulling plaatsen locatie Helmond Sport aantal plaatsen waarvan gratis beschikbaar voor sponsors 200 waarvan vrij beschikbaar - voor SV Deurne - voor Feyenoord 5.900?? bron 2 betalingsbereidheid supporters SV Deurne De eerste 500 De volgende 2750 En de volgende 3500 De volgende 2000 De volgende euro 40 euro 30 euro 20 euro 10 euro bron 3 betalingsbereidheid supporters Feyenoord De eerste De volgende De volgende De volgende De volgende

Een goede basis. Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo

Een goede basis. Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo Een goede basis Advies van de Commissie Kennisbasis Pabo 1 2 Inhoudsopgave Voorwoord 4 Deel A Adviezen 5 1 Opdracht 6 2 Aanpak 8 3 Probleemstelling 9 4 Oplossingsrichting 11 5 Herziening van de kennisbases

Nadere informatie

Over de drempels met rekenen

Over de drempels met rekenen Over de drempels met rekenen Over de drempels met rekenen Consolideren, onderhouden, gebruiken en verdiepen Onderdeel van de eindrapportage van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen Postbus

Nadere informatie

Excelleren van leerlingen mogelijk maken

Excelleren van leerlingen mogelijk maken PASSEND ONDERWIJS EN ZORG VO Excelleren van leerlingen mogelijk maken Voor één docent is het te moeilijk Minke Bruning Gert Kamphof Josée von Weijhrother Greet de Boer Excelleren van leerlingen mogelijk

Nadere informatie

Een effectieve leeromgeving in het primair en voortgezet onderwijs

Een effectieve leeromgeving in het primair en voortgezet onderwijs 8 Doorlopende leerlijnen Marjan van der Maas Een effectieve leeromgeving in het primair en voortgezet onderwijs Onderzoeksrapportage Inrichten leeromgevingen PO en VO 2008-2010 Een effectieve leeromgeving

Nadere informatie

BEOORDELEN VAN ONDERZOEKS- VAARDIGHEDEN VAN LEERLINGEN

BEOORDELEN VAN ONDERZOEKS- VAARDIGHEDEN VAN LEERLINGEN BEOORDELEN VAN ONDERZOEKS- VAARDIGHEDEN VAN LEERLINGEN richtlijnen, alternatieven en achtergronden kernredactie: Dr. K.M. Stokking Drs. M.F. van der Schaaf MesoConsult B.V. Tilburg juni 1999 Deze brochure

Nadere informatie

Praktijktoetsen en praktische opdrachten: hoe ontwikkel je ze?

Praktijktoetsen en praktische opdrachten: hoe ontwikkel je ze? Serie over Praktijktoetsing, deel 2 Praktijktoetsen en praktische opdrachten: hoe ontwikkel je ze? Auteur: Hans Kuhlemeier, onderwijskundige bij Cito Datum: zomer 2002 Internet: http://www.toetswijzer.nl/html/praktijktoetsen/praktijktoetsen.htm

Nadere informatie

De Hollandse Schoolkunst

De Hollandse Schoolkunst De Hollandse Schoolkunst De Hollandse Schoolkunst Mogelijkheden en beperkingen van authentieke kunsteducatie De Hollandse Schoolkunst Mogelijkheden en beperkingen Schoolkunst: stilleven, leerling Schoolkunst

Nadere informatie

Jos Castelijns en Inge Andersen. Beoordelen om te leren. Leerlingen als mede-beoordelaars van hun eigen leerproces

Jos Castelijns en Inge Andersen. Beoordelen om te leren. Leerlingen als mede-beoordelaars van hun eigen leerproces Jos Castelijns en Inge Andersen Beoordelen om te leren Leerlingen als mede-beoordelaars van hun eigen leerproces Beoordelen om te leren Leerlingen als mede-beoordelaars van hun eigen leerproces Jos Castelijns

Nadere informatie

Het leerplangesprek op school

Het leerplangesprek op school Het leerplangesprek op school We kennen in ons land geen traditie om met elkaar over de integrale inhoud van het onderwijs te praten. Dit is de derde publicatie over de vraag waarom een dergelijk gesprek

Nadere informatie

Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen

Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen Omgaan met verschillen op het snijvlak van pedagogisch en didactisch handelen Een verkenning Klaas Hiemstra Jacqueline Schoones Otto de Loor Monica Robijns APS is een toonaangevend onderwijsadviesbureau

Nadere informatie

Zin en onzin van competentiegericht opleiden

Zin en onzin van competentiegericht opleiden ARTIKEL Zin en onzin van competentiegericht opleiden R e q u i r i n g a t e a c h e r e d u c a t i o n p r o g r a m t o d e f i n e p r e c i s e l y t h e b e h a v i o r s i t h o p e s t o p r o

Nadere informatie

Individuele Leertheorieën en het leren. onderzoeken in de Tweede Fase. Serge Hubers

Individuele Leertheorieën en het leren. onderzoeken in de Tweede Fase. Serge Hubers Individuele Leertheorieën en het leren onderzoeken in de Tweede Fase Serge Hubers Serge Hubers, Eindhoven Ontwerp kaft: Alex Hubers & Paul Verspaget ISBN 90-386-0772-5 Individuele Leertheorieën en het

Nadere informatie

Hoe geef je aardrijkskundeles?

Hoe geef je aardrijkskundeles? 3. Hoe geef je aardrijkskundeles? door Leon Vankan 3.1 Inleiding Wanneer je pas begint als leraar, ben je wellicht geneigd om les te geven zoals je zelf les hebt gehad of gehad zou willen hebben. Je legt

Nadere informatie

Teamwerken is teamleren?

Teamwerken is teamleren? Teamwerken is teamleren? Vormgeven en ontwikkelen van teams in het onderwijs Hans Kommers en Marieke Dresen Ruud de de Moor Centrum Open Universiteit rdmc.ou.nl Teamwerken is teamleren? Vormgeven en ontwikkelen

Nadere informatie

OPVATTINGEN VAN DOCENTEN OVER LEREN EN ONDER- WIJZEN

OPVATTINGEN VAN DOCENTEN OVER LEREN EN ONDER- WIJZEN juni 2004 nummer 57 OPVATTINGEN VAN DOCENTEN OVER LEREN EN ONDER- WIJZEN Studie huis Auteur Yvonne de Vries Redactie Wynand Wijnen en Jos Zuylen onder redactie van G.J. van Ingen Drs. R. Schut Prof. Dr.

Nadere informatie

Waar vandaan en waar naar toe?

Waar vandaan en waar naar toe? Waar vandaan en waar naar toe? Leerlijnen in het aardrijkskundeonderwijs van basisschool tot eindexamen Een notitie in het kader van het onderzoeksproject van het landelijk expertisecentrum Mens- en Maatschappijvakken

Nadere informatie

Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw. De klant centraal bij financieel dienstverleners

Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw. De klant centraal bij financieel dienstverleners Leidraad zorgvuldig adviseren over vermogensopbouw De klant centraal bij financieel dienstverleners Autoriteit Financiële Markten De AFM bevordert eerlijke en transparante financiële markten. Wij zijn

Nadere informatie

WAAR DOEN WE HET VOOR? Op zoek naar de essentie van goed leraarschap

WAAR DOEN WE HET VOOR? Op zoek naar de essentie van goed leraarschap WAAR DOEN WE HET VOOR? Op zoek naar de essentie van goed leraarschap Rede, in verkorte vorm uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar, vanwege het Universiteitsfonds, op het

Nadere informatie

Over de drempels met taal

Over de drempels met taal Over de drempels met taal Over de drempels met taal De niveaus voor de taalvaardigheid Onderdeel van de eindrapportage van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen Taal en Rekenen Postbus 2041 7500 CA Enschede

Nadere informatie

Mondelinge feedback bij zelfstandig werken

Mondelinge feedback bij zelfstandig werken KORTLOPEND ONDERWIJSONDERZOEK Vormgeving van leerprocessen 74 Mondelinge feedback bij zelfstandig werken Interactie tussen docenten en leerlingen in het VO Yvette Sol Karel Stokking Mondelinge feedback

Nadere informatie

Overzichtsstudie van wetenschappelijk onderzoek naar duurzaam vernieuwen in het voortgezet onderwijs

Overzichtsstudie van wetenschappelijk onderzoek naar duurzaam vernieuwen in het voortgezet onderwijs Leren over innoveren Overzichtsstudie van wetenschappelijk onderzoek naar duurzaam vernieuwen in het voortgezet onderwijs Expeditie durven, delen, doen durven delen doen Sietske Waslander Colofon Leren

Nadere informatie

Dit artikel is in verkorte versie verschenen in Toets! 1. Taxonomieën. zijn

Dit artikel is in verkorte versie verschenen in Toets! 1. Taxonomieën. zijn artikel Door Rianet Knevel Dit artikel is in verkorte versie verschenen in Toets! 1 zijn...en handig zijn hot. Het zijn dan ook geen plichtmatige codes in de kantlijn, maar ze helpen daadwerkelijk om op

Nadere informatie

Excellentie en differentiatie

Excellentie en differentiatie Excellentie en differentiatie Met praktijkvoorbeelden van vo-scholen uit het netwerk van het Junior College Utrecht Dr. Ton van der Valk Met dank aan: Judith Schenzel, voor haar bijdrage aan de research

Nadere informatie

Colofonpagina. 2012, KPC Groep, s-hertogenbosch

Colofonpagina. 2012, KPC Groep, s-hertogenbosch 1 Colofonpagina Deze publicatie is ontwikkeld door KPC Groep voor ondersteuning van het regulier en speciaal onderwijs in opdracht van het ministerie van OCW. KPC Groep vervult op het gebied van R&D een

Nadere informatie

Rekenen verbeteren? Begin bij de leraar!

Rekenen verbeteren? Begin bij de leraar! Rekenen verbeteren? Begin bij de leraar! Kees Hoogland Dolf Janson Madeleine Vliegenthart Rachel van Vugt Ellen Zonneveld Annemieke Zwart Rekenen verbeteren? Begin bij de leraar! Kees Hoogland Dolf Janson

Nadere informatie

De lerarenopleider als kennisontwikkelaar

De lerarenopleider als kennisontwikkelaar ARTIKEL De lerarenopleider als kennisontwikkelaar Aandacht voor de lerarenopleider als kennisontwikkelaar sluit aan bij een aantal actuele ontwikkelingen binnen de lerarenopleidingen. In de nieuwe beroepsstandaard

Nadere informatie

Aan het werk! Nederlandse Taalunie. Adviezen ter verbetering van functionele leesvaardigheid in het onderwijs

Aan het werk! Nederlandse Taalunie. Adviezen ter verbetering van functionele leesvaardigheid in het onderwijs Nederlandse Taalunie Aan het werk! Adviezen ter verbetering van functionele leesvaardigheid in het onderwijs Nora Bogaert Jeroen Devlieghere Hilde Hacquebord Jan Rijkers Saskia Timmermans Marianne Verhallen

Nadere informatie

EN NU DE DOCENT NOG...!

EN NU DE DOCENT NOG...! EN NU DE DOCENT NOG...! kernredacteur van dit nummer: Prof. Dr. J.G.L.C. Lodewijks MesoConsult B.V. Tilburg april 1996 1996 MesoConsult B.V. Tilburg Uit deze uitgave mag niets worden verveelvoudigd en/of

Nadere informatie

Kwaliteit van toetsen binnen handbereik

Kwaliteit van toetsen binnen handbereik Rapportage Kwaliteit van toetsen binnen handbereik Een reviewstudie van onderzoek en onderzoeksresultaten naar de kwaliteit van toetsen Nathalie Maassen, Dorien den Otter, Saskia Wools, Bas Hemker, Gerard

Nadere informatie

Wie niet lezen wil moet schrijven

Wie niet lezen wil moet schrijven EEN ONDERZOEK NAAR DE INVLOED VAN PRODUCTIEVE LITERATUUREDUCATIE OP RECEPTIEVE LITERAIRE VAARDIGHEDEN EN ATTITUDES ELMA LAMMERS EEN ONDERZOEK NAAR DE INVLOED VAN PRODUCTIEVE LITERATUUREDUCATIE OP RECEPTIEVE

Nadere informatie