Programma Drechtstedendinsdag avondgedeelte d.d. 6 november 2012

Maat: px
Weergave met pagina beginnen:

Download "Programma Drechtstedendinsdag avondgedeelte d.d. 6 november 2012"

Transcriptie

1

2 Locatie: Gemeentehuis Zwijndrecht, Raadhuisplein uur Themabijeenkomst voor raad- en collegeleden Programma Drechtstedendinsdag avondgedeelte d.d. 6 november 2012 Kindermishandeling In het onderzoeksrapport Kinderen in Tel 2011 worden cijfers gepresenteerd over meldingen van (vermoedens van) kindermishandeling. Uit dit rapport blijkt dat in de regio ZHZ vijf Drechtsteden in de top 10 staan (Dordrecht, Zwijndrecht, Sliedrecht, Papendrecht en Hendrik- Ido-Ambacht). Dordrecht, Zwijndrecht en H.I. Ambacht hebben onderzoek gedaan naar de achtergrond bij deze hoge cijfers. In eerste instantie verkennend bij de G32 gemeenten, daarna is met drie gemeenten (Eindhoven, Haarlem en Leeuwarden) een verdiepend gesprek gevoerd. Dit heeft geleid tot duidelijkheid over de feiten achter de cijfers. De themabijeenkomst start met informatie over de achtergrond van het onderzoek naar de cijfers in de Drechtsteden en de conclusies, die wij daaraan verbinden. Het AMK (Advies en Meldpunt Kindermishandeling), onderdeel van Bureau Jeugdzorg en een belangrijke partner in deze regio, geeft een toelichting op haar werkwijze. Aan de hand van een casusbespreking in het Veiligheidshuis krijgt u een kijkje achter de schermen van het proces rond een melding van kindermishandeling. Tenslotte worden de ontwikkelingen geschetst op het terrein van de decentralisatie jeugdzorg, het CJG en de preventieve aanpak van kindermishandeling. Programma: - Opening door wethouder dhr. H. Wagemakers Toelichting op de achtergrond van het onderzoek en de conclusies - Presentatie door dhr. H. Groos, teamleider Advies en Meldpunt Kindermishandeling De heer Groos gaat in op de werkwijze van het AMK, de groei van het aantal meldingen de afgelopen jaren, in-/ en uitstroom, de methodiek Kindspoor en de verschillen in werkwijze tussen de AMK s. - Casuïstiek. De bespreking van twee casussen wordt nagebootst. Met: dhr. S. Leenders (Politie ZHZ), dhr. W. Zijlstra (AMK), mevr. L. Vermeulen (GGD) en mevr. A. Noot (Openbaar Ministerie) - Gelegenheid tot het stellen van vragen / discussie onder leiding van wethouder dhr. G. Slotema - Schets ontwikkelingen. Wethouder dhr. M. van der Vlies schetst de ontwikkelingen op dit gebied waaronder de meldcode kindermishandeling, decentralisatie jeugdzorg, CJG. - Afsluiting door wethouder dhr. M. van der Vlies uur Gezamenlijke maaltijd Auditcommissie Drechtraad De agenda en stukken worden separaat toegezonden aan de leden. In deze vergadering kunt u gebruik maken van een warme maaltijd uur Fractieoverleg Wilt u in verband met de logistieke organisatie uiterlijk 29 oktober a.s. doorgeven of u met uw fractie vergadert? Dit kunt u doen via Carrouselvergaderingen voor raadsleden SOCIAAL 1. (Gedeeltelijk) intrekkingsbesluit Verordening inburgering Drechtsteden (opiniërend) uur Betreft besluitvorming door de Drechtraad: het vaststellen van het Intrekkingsbesluit Verordening Inburgering. Dit voorstel beoogt de (gedeeltelijke) Intrekking van de Verordening Inburgering Drechtsteden, zoals noodzakelijkerwijs volgt uit de wijziging van de Wet Inburgering per 1 januari 2013, waarbij de uitvoering wordt gecentraliseerd en de gemeentelijke verantwoordelijkheden worden overgeheveld naar het Rijk. De verordening Inburgering is hiermee niet meer geldig voor inburgeraars die vallen onder de gewijzigde wet, en ongewijzigd geldig voor hen die vallen onder het oude recht. Voor de laatste groep geldt tevens het beleid zoals is vastgelegd in de Inburgeringsagenda Bijlage S1: - Voorstel (gedeeltelijk) intrekkingsbesluit Verordening inburgering Drechtsteden - Intrekkingsbesluit Verordening Inburgering Drechtsteden *

3 - 2 - Locatie: Gemeentehuis Zwijndrecht, Raadhuisplein 3 Programma Drechtstedendinsdag avondgedeelte d.d. 6 november Intrekken Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden (opiniërend) Betreft besluitvorming door de Drechtraad: het vaststellen van het Intrekkingsbesluit Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden. Het voorstel is het gevolg van de wijziging van de Wet Kinderopvang per 1 januari De huidige verordening is niet meer in overeenstemming met de gewijzigde wet, maar daarnaast vraagt de wet geen verordening meer om regels te stellen inzake kinderopvang. Het Drechtstedenbestuur heeft aan de resterende bevoegdheden invulling gegeven door het instellen van de Regeling compensatie eigen bijdrage kinderopvang Drechtsteden en de Regeling kinderopvangkosten SMI Drechtsteden. Deze regelingen treden in plaats van de verordening. Bijlage S2: - Voorstel Intrekken Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden - Intrekkingsbesluit Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden * Portefeuillehouder: E. van de Burgt (met betrekking tot de punten 1 en 2) 3. Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2013 (opiniërend) Het betreft besluitvorming door de Drechtraad: het vaststellen van een nieuwe verordening Wmo en het intrekken van de huidige verordening Wmo. In het plan van aanpak "Kanteling Wmo" -een coproductie van de zes Drechtstedengemeenten- is afgesproken dat het beleidsen juridisch kader aangepast zou worden. Het voorliggend voorstel is daar het resultaat van. De nieuwe verordening is grotendeels gebaseerd op de VNG-modelverordening; op bepaalde onderdelen is de tekst voor de Drechtsteden aangepast en leesbaarder gemaakt. Het advies van de regionale Wmo Adviesraad ten aanzien van de notitie en de reactie van het DSB daarop zijn meegestuurd. Ter kennisname zijn tevens bijgevoegd de door het DSB vastgestelde "Beleidsregels Wmo" en het besluit hieromtrent. Bijlage S3: - Voorstel verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning - Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning 2013 * - Toelichting op de verordening 2013 * - Advies regionale Wmo Adviesraad inzake het voorstel * - Reactie op het advies van de Wmo Adviesraad * - Ter informatie: Concept-beleidsregels Wmo 2013 * - Ter informatie: Concept-besluit Wmo 2013 * 4. Basistarieven huishoudelijke ondersteuning Wmo (opiniërend) Het betreft besluitvorming door de Drechtraad: het vaststellen van de basistarieven voor huishoudelijke ondersteuning in de Wmo op basis van resultaatfinanciering. Het DSB heeft in haar vergadering van 10 oktober jl. een gewijzigde aanpak van de huishoudelijke ondersteuning Wmo vastgesteld, waarmee invulling wordt gegeven aan de andere manier van denken en doen in de Wmo, de "Kanteling". Samen met zorgaanbieders is een uitvoeringsmodel op basis van resultaatfinanciering uitgewerkt, met bijbehorende basistarieven. Het vaststellen van deze tarieven is een bevoegdheid van de Drechtraad. In de notitie kan de Drechtraad tevens kennis nemen van (de overwegingen voor) de gewijzigde aanpak. Het advies van de regionale Wmo Adviesraad ten aanzien van de notitie en de reactie van het DSB daarop zijn meegestuurd. Bijlage S4: - Voorstel Basistarieven huishoudelijke ondersteuning WMO - Notitie Gewijzigde aanpak huishoudelijke ondersteuning in de Wmo: vragen en antwoorden * - Advies regionale Wmo Adviesgroep inzake de gewijzigde aanpak huishoudelijke ondersteuning en de basistarieven *

4 - 3 - Programma Drechtstedendinsdag avondgedeelte d.d. 6 november 2012 Locatie: Gemeentehuis Zwijndrecht, Raadhuisplein 3 - Reactie DSB op advies regionale Wmo Adviesgroep inzake de gewijzigde aanpak en basistarieven * - Advies regionale Wmo Adviesgroep inzake de concept-overeenkomst huishoudelijke ondersteuning * - Reactie DSB op advies regionale Wmo Adviesgroep inzake de concept-overeenkomst * 5. Raadsinformatiebrief Uitgangspunten aanbesteding collectief vervoer (informerend: ook gezien samenhang met bovenstaande twee WMO-punten.) De raadsinformatiebrief is informatief. Het Drechtstedenbestuur heeft 10 oktober jl. de uitgangspunten voor de nieuwe aanbesteding collectief vervoer vastgesteld, waarover de Drechtraad via deze RIB wordt geïnformeerd. De nieuwe vervoersovereenkomst dient per 1 april 2013 in te gaan. Vastgesteld is dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de bestaande vervoersovereenkomst; als afwijkend punt is vastgesteld een eigen bijdrage op basis van een kilometertarief in plaats van op basis van een zonetarief. Verder is besproken dat de overeenkomst zodanig dient te worden opgesteld, dat in later stadium via bestuurlijk besluit de uitzonderingspositie van 75 plussers zonder indicatie kan vervallen, zonder dat hiervoor een aparte, nieuwe aanbesteding nodig is. Het advies van de regionale Wmo Adviesraad inzake de uitgangspunten voor de nieuwe aanbesteding en de reactie van het DSB daarop zijn meegestuurd. Bijlage S5: - Raadsinformatiebrief Uitgangspunten aanbesteding collectief vervoer - Bijlagen behorende bij de Raadsinformatiebrief * Portefeuillehouder: H. Nieuwstraten (coördinerend pfh. DSB), A. Kamsteeg (regionaal pfh.) (met betrekking tot de punten 3, 4 en 5) Voorzitter: dhr. C. Moorman Griffier: mevr. T. van Ditmars FYSIEK uur Regionaal mobiliteitsplan Drechtsteden (opiniërend) In het voorstel aan de Drechtraad d.d. 13 september 2012 wordt nader ingegaan op de inspraakreacties op het mobiliteitsplan Drechtsteden dat van 7 mei t/m 17 juni ter inzage lag. Uit de toelichting op de inspraaknota kan worden afgeleid dat de reacties positief en ondersteunend van karakter waren. Ook kan worden geconcludeerd, dat de reacties geen aanleiding gaven tot fundamentele wijzigingen in het plan; de geringe aanpassingen zijn in het concept verwerkt. Bijlage F1: - Voorstel Regionaal mobiliteitsplan Drechtsteden - Regionaal mobiliteitsplan op één kompas varen. Aankoersen op een bereikbare en leefbare regio * - Inspraaknota op het concept plan * Portefeuillehouder: S.J. Veerman Kantorenvisie (informerend) In de Carrousel Fysiek op 4 september 2012 is afgesproken om een terugkoppeling te geven van het kantorensymposium van 19 september. Middels een presentatie wordt aan deze afspraak tegemoet gekomen. Portefeuillehouder: P.H. Sleeking (plv. A.S. Scholten) ROM-D: algemene stand van zaken en actualisatie Een Raadsinformatiebrief is gevraagd in de Carrousel op 2 oktober 2012, waarin de volgende zaken aan de orde komen: - Uitname Noordoevers - Voordracht commissarissen ROM-D - Algemene stand van zaken acquisitie / ontwikkeling ROM-D.

5 - 4 - Locatie: Gemeentehuis Zwijndrecht, Raadhuisplein 3 Programma Drechtstedendinsdag avondgedeelte d.d. 6 november 2012 In de visie van de Carrousel geeft dit het totaalbeeld wat de Drechtraad nodig heeft om vervolgens te kunnen beslissen over o.a. Het Plaatje. Vastgesteld wordt dat bespreking niet mogelijk is door het ontbreken van de Raadsinformatiebrief ten tijde van het versturen van dit programma. De verwachting is dat de Raadsinformatiebrief op 25 oktober a.s. beschikbaar zal komen; in die situatie kan bespreking plaatsvinden. Portefeuillehouder: R.T.A. Korteland Voorzitter: dhr. N. de Jager Griffier: dhr. A. Overbeek * Deze stukken zijn te vinden via / Drechtstedendinsdag, de stukken uur Drechtraad Zie agenda en bijbehorende stukken Drechtraad uur Sluiting met een hapje en drankje

6 Bijlage S1 VOORSTEL DRECHTRAAD Carrousel Sociaal 6 november 2012 DRECHTRAAD 4 december 2012 Datum Steller Doorkiesnummer J. Boersma Onderwerp (Gedeeltelijk) intrekkingsbesluit Verordening Inburgering Drechtsteden Voorstel Aan de Drechtraad voorstellen: Vaststellen van het bijgevoegde Intrekkingsbesluit Verordening Inburgering. Behandeladvies Drechtraad-Carrousel: opiniërend. Bevoegdheid Drechtraad (art. 6 of 7 GrD) Samenvatting Dit voorstel beoogt de (gedeeltelijke) Intrekking van de Verordening Inburgering Drechtsteden, zoals noodzakelijkerwijs volgt uit de wijziging van de Wet Inburgering per 1 januari Toelichting op het voorstel Aanleiding Met de wijziging van de Wet Inburgering per 1 januari 2013 beoogt de wetgever de eigen verantwoordelijkheid van inburgeraars te versterken. De inburgeraar dient zelf het initiatief te nemen en de kosten te dragen. Deze eigen verantwoordelijkheid wordt waar nodig ondersteund door een sociaal leenstelsel. De verdere uitvoering wordt gecentraliseerd en de verantwoordelijkheden worden van gemeenten overgeheveld naar het Rijk. De rol van de gemeenten is met de wetswijziging (voor nieuwe inburgeraars) uitgespeeld, en de wettelijke plicht om het gemeentelijke beleid in een verordening vast te leggen is logischerwijze uit de wet geschrapt. Echter.... op grond van het overgangsrecht blijven de bepalingen van de Wet Inburgering zoals deze luiden op de dag voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet met betrekking tot de inburgeringsplicht, de handhaving en de gegevensregistratie in het Informatiesysteem Inburgering (ISI) van toepassing op alle inburgeringsplichtigen die voor de datum van inwerkingtreding van de nieuwe wet zijn gestart met hun traject of waarvoor de beschikking is vastgesteld. Hetzelfde geldt voor asielgerechtigden die voor die datum hun status hebben verkregen en geestelijk bedienaren die voor die datum een verblijfsvergunning hebben gekregen en zich na 1 januari 2013 vestigen in de Drechtsteden. Als antwoord op bovenstaande tweedeling wordt hier een gedeeltelijke intrekking van de Verordening Inburgering Drechtsteden voorgesteld: niet meer geldig voor inburgeraars die vallen onder de gewijzigde wet, ongewijzigd geldig voor hen die vallen onder het oude recht. Voor de laatste groep geldt tevens het beleid zoals is vastgelegd in de Inburgeringsagenda Beoogd resultaat Voldoen aan de wijziging van de Wet Inburgering per 1 januari 2013.

7 pagina 2 van agendapunt: (Gedeeltelijk) intrekkingsbesluit Verordening Inburgering Drechtsteden Argumenten Het intrekken van de Verordening Inburgering Drechtsteden voor nieuwe inburgeraars is het rechtstreekse en noodzakelijke gevolg van de wijziging van de Wet Inburgering per 1 januari 2013, waarbij de uitvoering wordt gecentraliseerd en de gemeentelijke verantwoordelijkheden worden overgeheveld naar het Rijk. Kanttekeningen Niet van toepassing. Consequenties Financiële consequenties Met de wetswijziging wordt het budget voor de gemeentelijke uitvoering van inburgering per 1 januari 2014 geschrapt. In 2013 wordt ten behoeve van de geleidelijke afbouw van de gemeentelijke dienstverlening een gereduceerd budget ter beschikking gesteld. Voor de exacte bedragen wordt verwezen naar de geactualiseerde Begroting GRD Personele en organisatorische consequenties De afbouw van capaciteit volgt de afbouw van de gemeentelijke dienstverlening, echter in een trager tempo dan de wetgever voorstaat, aangezien inburgeringstrajecten een doorlooptijd van meerdere jaren kennen. Juridische consequenties Niet van toepassing. Consequenties voor andere beleidsvelden en organisaties Niet van toepassing. Advies en draagvlak Het voorstel is op 11 september 2012 besproken met de regionale Cliëntenraad Wwb Drechtsteden. De cliëntenraad heeft vervolgens op 12 september een schriftelijk advies ingediend: Voor wat betreft de oude / huidige groep, die nog van de oude / huidige regeling gebruik maakt, geldt dat zij langzamerhand kleiner wordt. We adviseren u om te bewaken dat juist die kleinere groep steeds goed blijft gemonitord / begeleid omdat anders het risico kan bestaan dat zij uit het zicht verdwijnen. Wij vinden het daarnaast onwenselijk als een bepaald gedrag bij de inburgeraars ertoe kan leiden dat zij door temporisering niet meer goed kunnen inburgeren. Echter, ook al wordt de groep inburgeraars met een aanbod steeds kleiner, zij blijft bij de SDD toch in beeld en de afhandeling van voortgangs- en handhavingssignalen in de uitvoering blijft geborgd. Ook de bestaande overlegstructuur (Platform overleg statushouders en de contacten met Vluchtelingenwerk) blijven hiertoe in stand. Verdere procedure, communicatie en uitvoering Het voorstel moet ter instemming worden voorgelegd aan de Drechtraad; hiervoor geldt de volgende planning: - 6 november 2012 Carrousel - 4 december 2012 Drechtraad Publicatie van het Intrekkingsbesluit geschiedt na vaststelling op de voor de Drechtsteden gebruikelijke wijze. Onderliggende stukken Intrekkingsbesluit Verordening Inburgering Drechtsteden.

8 De Drechtraad; gelezen het voorstel van het Drechtstedenbestuur van 10 oktober 2012; gelet op de behandeling in de adviescommissie werk, zorg en inkomen van 6 november 2012 en het bijbehorend advies aan de Drechtraad; gelet op de wijziging van de Wet Inburgering per 1 januari 2013 en de wijziging van het Besluit Inburgering per 1 januari 2013; overwegende: Dat met ingang van 1 januari 2013 de gemeenten niet langer verantwoordelijk zijn voor het aanbieden van inburgeringstrajecten en het handhaven van nieuwkomers; dat inburgeringsplichtigen vanaf 1 januari 2013 zelf verantwoordelijk zijn voor hun inburgering; dat vanaf 1 januari 2013 de handhaving van de wet wordt ondergebracht bij het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid; dat het openbaar lichaam Drechtsteden, i.c. de Sociale Dienst Drechtsteden na 1 januari 2013 nog wel verantwoordelijk blijft voor het afmaken van lopende trajecten en al gestarte handhavingstrajecten; dat er daarnaast nog een kleine groep statushouders is die hun status in 2012 heeft gekregen, maar pas in 2013 in de Drechtsteden wordt gehuisvest en hierdoor nog "oud" recht heeft op een traject van de gemeente; BESLUIT 1. De Verordening Inburgering Drechtsteden wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2013, met dien verstande dat zij van kracht blijft voor de volgende personen: a. Personen die voor 2013 zijn begonnen met een inburgeringsaanbod van de Sociale Dienst Drechtsteden, tot het moment dat zij aan hun inburgeringsverplichting hebben voldaan; b. Personen aan wie voor 2013 de inburgeringsplicht is opgelegd waartegen een handhavingsactie in gang is gezet, tot het moment waarop de handhavingsactie is afgerond; c. Personen die in 2012 hun verblijfstatus hebben gekregen maar pas in 2013 in de Drechtsteden worden gehuisvest en daaraan rechten op grond van de Verordening Inburgering Drechtsteden kunnen ontlenen, tot het moment waarop die rechten, op welke wijze ook, tot een einde zijn gekomen. 2. Dit besluit bekend te maken op de binnen de Drechtsteden gebruikelijke wijze. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Drechtraad van 4 december De coördinerend griffier, De voorzitter, A. Overbeek drs. A.A.M. Brok

9 Bijlage S2 VOORSTEL DRECHTRAAD Carrousel Sociaal op 6 november 2012 DRECHTRAAD op 4 december 2012 Datum Steller Doorkiesnummer J. Boersma Onderwerp Intrekken Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden Voorstel Vaststellen van het Intrekkingsbesluit Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden. Behandeladvies Drechtraad-Carrousel: opiniërend. Bevoegdheid Drechtraad (art. 6 of 7 GrD) Samenvatting Het intrekken van de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden vormt het antwoord op de voorgenomen wijziging van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen per 1 januari Buiten het feit dat de verordening inhoudelijk niet in meer in overeenstemming is met de gewijzigde wet, zijn alle artikelen in de wet, die de raad opdragen inzake kinderopvang per verordening regels te stellen, vervallen. De resterende gemeentelijke bevoegdheden zijn in de gewijzigde wet belegd bij het college van burgemeester en wethouders. Toelichting op het voorstel Aanleiding Achtergrond: verwachte wijziging Wet Kinderopvang per 1 januari 2013 Op 10 juli 2012 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de voorgestelde wijzigingen van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (verder: Wet Kinderopvang). Hoewel de invoeringsdatum nog per Koninklijk Besluit zal worden bepaald, moet er voorlopig van worden uitgegaan dat de wijzigingen per 1 januari 2013 worden doorgevoerd. De wetswijziging heeft grote gevolgen voor de gemeentelijke uitvoering. Belangrijkste gevolgen voor de gemeentelijke uitvoering 1. De verstrekking van kinderopvangtoeslag verdwijnt volledig bij gemeenten en wordt overgeheveld naar de Belastingdienst. 2. De extra toelage (het zogeheten KOA-kopje), die gemeenten op dit moment op grond van de wet bóven de kinderopvangtoeslag aan doelgroepouders uitkeren, blijft echter een taak van gemeenten. Wel is de doelgroep gewijzigd en hebben gemeenten beleidsvrijheid in de vaststelling van het percentage. Nu is dat nog een wettelijke verplichting. Bij de extra toelage gaat het in feite om een (gedeeltelijke) compensatie van de eigen bijdrage in de kosten van kinderopvang. 3. Het huidige uitvoeringsbudget wordt van gemeenten overgeheveld naar de Belastingdienst, met uitzondering van de middelen voor de extra toelage. Landelijk is hiervoor in 2013 binnen het gemeentebudget nog ongeveer 4,8 miljoen beschikbaar. De huidige middelen voor de uitvoering van de niet-wettelijke SMI-regeling binnen het Gemeentebudget blijven ongewijzigd (landelijk ca. 28 miljoen). 1 1 De SMI-regeling heeft betrekking op een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie. Ook deze valt onder de gemeentelijke beleidsvrijheid inzake kinderopvang. Deze regeling is (nog) niet bij wet verplicht gesteld. Wel is in de Wet kinderopvang een nog niet in werking getreden artikel opgenomen dat de verstrekking van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op basis van sociaal-medische indicatie door gemeenten regelt.

10 pagina 2 van agendapunt: Intrekken Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden 4. Gemeenten worden wettelijk verplicht de uitvoering door de Belastingdienst te faciliteren. Zij dienen hun administratieve proces hier volgens een landelijk format op aan te passen. Daar staan geen extra financiën tegenover. 5. De verordeningsplicht vervalt. De verantwoordelijkheden worden verlegd van de gemeenteraad naar het college van B&W. Maar buiten dat: de impact van de wetswijziging op de vigerende Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden is van dien aard, dat de volledige inhoud moet worden herzien. Het enige relevante resterende onderdeel binnen de verordening betreft nog het beleid ten aanzien van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie (SMI), maar ook in de onderbouwing daarvan grijpt de wetswijziging diep in. Intrekking van de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden Op grond van bovenstaande heeft het Drechtstedenbestuur op 10 oktober jl. besloten tot het instellen van twee regelingen: de Regeling compensatie eigen bijdrage kinderopvang Drechtsteden (als antwoord op de geheel nieuwe mogelijkheden binnen de wet) en de Regeling kinderopvangkosten sociaal-medische indicatie Drechtsteden (om het staande SMI-beleid, zoals dat nu nog deel uitmaakt van de verordening, aangepast aan de gewijzigde omstandigheden opnieuw vast te leggen). In dit kader past tevens het voorstel aan de Drechtraad om de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden in te trekken. Staande SMI-beleid in de verordening nagenoeg ongewijzigd overgeheveld naar de regeling In de Regeling kinderopvangkosten sociaal-medische indicatie Drechtsteden is het staande SMI-beleid in de verordening inhoudelijk zo goed als ongewijzigd overgenomen, maar door het wegvallen van de voorheen geldende bepalingen in de wet Kinderopvang wel opnieuw onderbouwd. Bovendien is de bepaling dat het Drechtstedenbestuur een bestuurlijke boete kan opleggen verwijderd, aangezien daar na de wetswijziging geen wettelijke grond meer voor bestaat. De enige inhoudelijke toevoeging in de regeling ten opzichte van de verordening betreft artikel 3.10 waarin wordt bepaald dat het Drechtstedenbestuur indien dat omwille van kostenbeheersing noodzakelijk wordt geacht een subsidieplafond kan instellen. Beoogd resultaat Voldoen aan de verwachte wetswijziging Wet Kinderopvang per 1 januari Argumenten 1. De Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden is inhoudelijk niet langer in overeenstemming met de gewijzigde Wet Kinderopvang. 2. Met de wijziging van de Wet Kinderopvang zijn alle artikelen vervallen, die de raad opdragen om bij verordening regels te stellen omtrent de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang van de gemeente. 3. Met de wijziging van de Wet Kinderopvang zijn de resterende bevoegdheden van de gemeente inzake de uitvoering van de wet belegd bij het college (c.q. het Drechtstedenbestuur) 4. Het Drechtstedenbestuur heeft aan deze bevoegdheden invulling gegeven middels het instellen van de Regeling compensatie eigen bijdrage kinderopvang Drechtsteden en de Regeling kinderopvangkosten sociaal-medische indicatie Drechtsteden. 5. Voornoemde regelingen treden in plaats van de verordening, waarbij het enige nog relevante deel van verordening (het SMI-beleid) nagenoeg ongewijzigd, maar aangepast aan de gewijzigde omstandigheden, is omgezet naar de Regeling kinderopvangkosten sociaal-medische indicatie Drechtsteden. Kanttekeningen Geen. Consequenties Financiële consequenties Financiering van de tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang geschiedt in de Drechtsteden op basis van voor- en nacalculatie. Volgens een eerste schatting is straks ongeveer nodig voor de verstrekking van SMI en de compensatie van de eigen bijdrage. Deze schatting is gebaseerd op de huidige aantallen, stijging van de aantallen zal onherroepelijk leiden tot hogere uitgaven. In totaal ontvangen de Drechtsteden in 2013 gezamenlijk ongeveer voor de uitvoering van de Wet Kinderopvang.

11 pagina 3 van agendapunt: Intrekken Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden Personele en organisatorische consequenties Hoewel de toekenning van de kinderopvangtoeslag is overgeheveld naar de Belastingdienst, leidt dit niet tot een mindere administratieve belasting in de uitvoering door de SDD. In de eerste plaats omdat de compensatie van de eigen bijdrage volgens dezelfde methodiek geschiedt als nu, en in de tweede plaats omdat de uitvoering door de Belastingdienst extra administratieve eisen stelt aan het gemeentelijke proces. Op dit moment kan hiervan nog geen inschatting worden gemaakt omdat de landelijke gegevens die dit proces sturen nog niet beschikbaar zijn. De kans is echter aanwezig dat de huidige capaciteit bij de SDD tekort schiet. Juridische consequenties De rechten van de burgers ten aanzien van de verstrekking van een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang op grond van sociaal-medische indicatie zijn niet gewijzigd. Op grond van de wetswijziging zijn de andere in de verordening genoemde rechten op tegemoetkomingen vervallen. Consequenties voor andere beleidsvelden en organisaties De SDD voert slechts een onderdeel van de wet Kinderopvang uit. In de wetswijziging zijn ook wijzigingen opgenomen die de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvanginstellingen betreffen. Deze valt onder de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten. Advies en draagvlak Het intrekkingsbesluit is op 11 september 2012 besproken met de regionale Cliëntenraad Wwb Drechtsteden. Op 12 september heeft de cliëntenraad schriftelijk aangegeven wat betreft dit voorstel geen advies te hebben. Wel merken ze op geen beeld te hebben om hoeveel mensen/kinderen het mogelijk gaat. Het aantal situaties waarin van de SMI-regeling gebruik wordt gemaakt varieert van jaar tot jaar. Gemiddeld maakten de afgelopen jaren jaarlijkse kinderen gebruik van kinderopvang op sociaalmedische indicatie; dit zal aan de cliëntenraad teruggekoppeld worden. Verdere procedure, communicatie en uitvoering Procedure opiniërend en besluitvorming Carrousel 6 november 2012 Drechtraad 4 december 2012 Het intrekkingsbesluit en de door het Drechtstedenbestuur vastgestelde regelingen treden gelijktijdig met de wetswijziging in werking. Communicatie Het intrekkingsbesluit en de regelingen worden gepubliceerd op de in de Drechtsteden gebruikelijke wijze. Het inhoudelijk informeren van betrokkenen wordt op basis van een implementatieplan aangestuurd vanuit de SDD. Voorbehoud De Wet kinderopvang is wel aangenomen, maar de datum van inwerkingtreding is nog niet per Koninklijk Besluit kenbaar gemaakt. Dit heeft mogelijk procedurele gevolgen indien deze datum afwijkt van de hier aangenomen datum van 1 januari Onderliggende stukken Intrekkingsbesluit Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden.

12 De Drechtraad, gezien het voorstel van het Drechtstedenbestuur van 10 oktober 2012; gezien de behandeling in de adviescommissie werk, zorg en inkomen van 6 november 2012 en het bijbehorend advies aan de Drechtraad; gezien de wijziging van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen per 1 januari 2013 (datum onder voorbehoud van datum inwerkingtreding wetswijziging); overwegende: dat de gemeenten die deel uitmaken van het openbaar lichaam gemeenschappelijke regeling Drechtsteden hun bevoegdheden op het gebied van de taken die worden uitgevoerd door de sociale diensten hebben overgedragen aan die gemeenschappelijke regeling; dat met de wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen alle artikelen die de raad opdragen om bij verordening regels te stellen omtrent een tegemoetkoming van de gemeente voor kinderopvang zijn komen te vervallen; dat met de wijziging van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen de resterende bevoegdheden van de gemeente inzake het verstrekken van tegemoetkomingen voor kinderopvang zijn belegd bij het college; dat het Drechtstedenbestuur deze bevoegdheden van het college heeft ingevuld door het vaststellen van de Regeling kinderopvangkosten sociaal-medische indicatie Drechtsteden en de Regeling compensatie eigen bijdrage kinderopvang Drechtsteden; dat voornoemde Regelingen in overeenstemming zijn met hetgeen thans is geregeld in de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden; BESLUIT 1. de Verordening tegemoetkoming kosten kinderopvang Drechtsteden in te trekken met ingang van 1 januari 2013 (datum onder voorbehoud van datum inwerkingtreding wetswijziging); 2. dit besluit bekend te maken op de binnen de Drechtsteden gebruikelijke wijze. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Drechtraad van 4 december De coördinerend griffier, De voorzitter, A. Overbeek drs. A.A.M. Brok

13 Bijlage S3 VOORSTEL DRECHTRAAD Carrousel Sociaal 6 november 2012 DRECHTRAAD 4 december 2012 Datum Steller Doorkiesnummer M. Visser Onderwerp Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Voorstel 1. Vaststellen van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Intrekken van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden van 21 maart 2007, zoals gewijzigd bij verordening van 17 juni Behandeladvies Drechtraad-Carrousel: opiniërend. Bevoegdheid Drechtraad (art. 6 of 7 GrD) Samenvatting In het Plan van aanpak Kanteling Wmo (2011) is o.a. afgesproken dat het beleids- en juridisch kader aangepast zou worden. Dit plan is een coproductie van de zes Drechtstedengemeenten en de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) en vastgesteld door de colleges van B&W van de Drechtstedengemeenten en door het Drechtstedenbestuur. De nieuwe verordening is grotendeels gebaseerd op de VNG-modelverordening. Op bepaalde onderdelen is de tekst voor de Drechtsteden aangepast en leesbaarder gemaakt. De opbouw van deze verordening is geheel anders dan die van de voorafgaande verordening gebaseerd op de oude Wvg. In de nieuwe verordening ligt het zwaartepunt op de te behalen resultaten in plaats van op voorzieningen. Toelichting op het voorstel Aanleiding In samenwerking tussen VNG en Chronisch zieken en Gehandicapten Raad en gezamenlijke Ouderenbonden is landelijk De Kanteling ontstaan: een proces om de Wmo te doen kantelen naar een wijze van uitvoeren die recht doet aan de bedoeling van de wetgever, met name ten aanzien van het nieuwe begrip compensatieplicht. Ook in de Drechtsteden is dit onderwerp opgepakt in het Plan van aanpak Kanteling Wmo (2011). Dit plan is een coproductie van de zes Drechtstedengemeenten en de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) en vastgesteld door de colleges van B&W van de zes gemeenten en door het Drechtstedenbestuur. Daarin is o.a. afgesproken dat het beleids- en juridisch kader aangepast zou worden. Op 8 mei 2012 heeft hierover een Drechtraad carrousel plaatsgevonden waarin De Kanteling nog eens is toegelicht. De nieuwe verordening is grotendeels gebaseerd op de VNG modelverordening. De modelverordening is de neerslag van het landelijke project De Kanteling en er is rekening gehouden met de jurisprudentie, met name die van de Centrale Raad van Beroep. Op bepaalde onderdelen is de tekst voor de Drechtsteden aangepast en leesbaarder gemaakt, bijvoorbeeld bij de tekst over de aanvraag en het gespreksverslag waar we aansluiten bij de processen van de SDD. Ook sluit de verordening en het doel van De Kanteling aan bij de gedachte van Partner in Zelfstandigheid: de eigen kracht van de burger staat centraal.

14 pagina 2 De opbouw van deze verordening is geheel anders dan die van de voorafgaande verordening gebaseerd op de oude Wvg. In de nieuwe verordening ligt het zwaartepunt op de te behalen resultaten in plaats van op voorzieningen. Hierbij staat in eerste instantie de eigen kracht van burgers centraal. In een open gesprek wordt samen met de belanghebbende, een zo volledig mogelijke inventarisatie gemaakt van zijn situatie, zijn mogelijkheden en onmogelijkheden en de problemen die om een oplossing vragen. Leidend hierbij is het te bereiken resultaat. Op basis hiervan wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn om dit resultaat te bereiken met eigen mogelijkheden, (wettelijk) voorliggende voorzieningen, algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of collectieve voorzieningen. Daarna wordt duidelijk op welke punten individuele voorzieningen nodig zijn en volgt eventueel een aanvraag waarna besloten wordt hoe de belanghebbende gecompenseerd wordt. Het Drechtstedenbestuur beslist of de resultaten als voldoende compensatie gelden. Dit is uitgewerkt in specifieke regels en beleid en wordt vastgelegd in 'beleidsregels'. Door middel van klanttevredenheidsonderzoeken wordt gemeten of compensatie in algemene zin voldoet. Het te bereiken resultaat is verder afhankelijk van persoonskenmerken en de specifieke situatie van de belanghebbende en wordt op individueel niveau geborgd door aansturing in de uitvoering en openstaande mogelijkheden van bezwaar en beroep. Bedragen zijn uit de verordening gelaten en komen in het 'besluit'. Zowel het besluit als de beleidsregels volgen later na vaststelling van de verordening door de Drechtraad, en worden door het DSB vastgesteld. Beoogd resultaat Aanpassing van het beleids- en juridisch kader inzake de Wmo en hiermee voldoen aan het plan van aanpak inzake de Kanteling. Argumenten De verordening is in overeenstemming met het wettelijk kader, zodat voldaan wordt aan de verordeningplicht op dit punt en laat de Wmo participatiewet zijn. De tekst van de verordening is ruim en flexibel genoeg geformuleerd voor toekomstige veranderingen of ontwikkelingen in het aanbod van voorzieningen. Kanttekeningen In de verordening zijn de artikelen over begeleiding (verdere overheveling AWBZ-taken naar de gemeente) niet meegenomen. Redenen hiervoor zijn: de wet is controversieel verklaard en zal naar verwachting niet voor 1 januari 2013 al dan niet gewijzigd worden ingevoerd. De verordening zal weer moeten worden aangepast als begeleiding wordt overgeheveld. Overigens is dat ook een reden om niet te veel af te wijken van de modelverordening van de VNG. Consequenties Financiële consequenties Niet van toepassing Personele en organisatorische consequenties De consulenten van de SDD hebben in 2011 reeds scholing gekregen om de kanteling toe te passen in het gesprek zoals dat nu ook in de verordening is opgenomen. Juridische consequenties In de verordening is rekening gehouden met recente jurisprudentie. Daarom wordt een meer dan gemiddeld aantal bezwaar- en beroepszaken niet verwacht. Consequenties voor andere beleidsvelden en organisaties De gemeenten steunen de kanteling in hun nieuwe meerjarige Wmo beleidsplannen. Zij willen bijvoorbeeld lokaal algemene en collectieve voorzieningen verder ontwikkelen als mogelijke oplossing voor het probleem van de klant in plaats van individuele voorzieningen. Ondersteuning van mantelzorgers valt buiten deze verordening en is een taak van de gemeenten die daarvoor gemeentelijk beleid voeren. Advies en draagvlak Het plan van aanpak Kanteling Wmo (2011) is een co-productie is van de zes Drechtstedengemeenten en de SDD en is vastgesteld door de colleges van B&W van vijf van de zes gemeenten en door het DSB zie ook de samenvatting en toelichting van deze notitie. Op 8 mei 2012 heeft hierover een Drechtraadcarrousel plaatsgevonden waarin De Kanteling nog eens is toegelicht aan de raadsleden.

15 pagina 3 In het plan van aanpak is o.a. afgesproken dat het beleids- en juridisch kader aangepast zou worden, waarvan dit voorliggend voorstel een resultaat is. Bij de ontwikkeling van de verordening zijn betrokken: afdelingshoofden WMO, Beleid, Bezwaar & Beroep en Kwaliteit van de SDD en wethouder Kamsteeg. De nieuwe verordening is grotendeels gebaseerd op de VNG-modelverordening. De modelverordening is de neerslag van het landelijke project De Kanteling en er is rekening gehouden met de jurisprudentie. Op bepaalde onderdelen is de tekst voor de Drechtsteden aangepast en leesbaarder gemaakt, bijvoorbeeld bij de tekst over de aanvraag en het gespreksverslag waar wordt aangesloten bij de processen van de SDD. Het voorstel is 4 september 2012 besproken in het PFO Sociaal. Op advies van dit PFO zijn de (concept-)beleidsregels Wmo en het besluit hieromtrent ter informatie als bijlage bijgevoegd aan deze notitie. (N.B. Het Drechtstedenbestuur heeft 10 oktober 2012 inzake de beleidsregels en het besluit conform besloten, onder voorbehoud van vaststelling van de Verordening Wmo 2013.) Verder is op advies van het PFO Sociaal de toelichting op de verordening aangepast: het zgn. eigen aandeel wordt nader uitgelegd in de toelichting. De verordening is ter kennisname verzonden aan de WMO-regiegroep en voor advies voorgelegd aan de regionale Wmo Adviesraad. De Wmo Adviesraad heeft op 17 september jl. advies uitgebracht; dit advies en de reactie hierop zijn als bijlagen toegevoegd aan dit voorstel. Verdere procedure, communicatie en uitvoering Procedure voor de vaststelling van de verordening, ingaande per 1 januari 2013: Carrousel : 6 november 2012 Drechtraad : 4 december 2012 Communicatie: De nieuwe verordening publiceren en communiceren richting klanten, o.a. op de website en in de lokale kranten, en voor uitvoerende medewerkers van de SDD opnemen in Schulinck. Onderliggende stukken - Verordening Voorzieningen Maatschappelijke Ondersteuning Toelichting op de verordening Advies regionale Wmo Adviesraad inzake het voorstel - Reactie op het advies van de Wmo Adviesraad - Ter informatie: Concept-beleidsregels Wmo Ter informatie: Concept-besluit Wmo 2013

16 VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DRECHTSTEDEN 2013 verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning drechtsteden HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 3 Artikel 1. Begripsomschrijvingen 3 Lid 1. Wet 3 Lid 2. Drechtstedenbestuur en Sociale Dienst Drechtsteden 3 Lid 3. Compensatieplicht 3 Lid 4. Aanmelding 3 Lid 5. Gesprek 3 Lid 6. Aanvraag 3 Lid 7. Belanghebbende 3 Lid 8. Psychosociaal probleem 3 Lid 9. Algemene voorziening 4 Lid 10. Algemeen gebruikelijke voorziening 4 Lid 11. Collectieve voorziening 4 Lid 12. Voorliggende voorziening 4 Lid 13. Wettelijk voorliggende voorziening 4 Lid 14. Individuele voorziening 4 Lid 15. Gebruikelijke ondersteuning 4 Lid 16. Voorziening in natura 4 Lid 17. Persoonsgebonden budget 4 Lid 18. Financiële tegemoetkoming 4 Lid 19. Mantelzorger 5 Lid 20. Huis en woning 5 HOOFDSTUK 2. RESULTAATGERICHTE COMPENSATIE 5 Artikel 2. De te bereiken resultaten 5 HOOFDSTUK 3. HOE TE KOMEN TOT DE TE BEREIKEN RESULTATEN 6 Artikel 3. Scheiding aanmelding en aanvraag 6 Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek 6 Artikel 5. Het gesprek 6 Artikel 6. Het verslag 6 HOOFDSTUK 4. DE AANVRAAG VAN EEN INDIVIDUELE VOORZIENING 7 Artikel 7. De aanvraag 7 HOOFDSTUK 5. BEOORDELING VAN DE TE BEREIKEN RESULTATEN 8 PARAGRAAF 1. ALGEMENE REGELS 8 Artikel 8. Het maken van een afweging 8 PARAGRAAF 2. DE TE BEREIKEN RESULTATEN 8 Artikel 9. Een schoon en leefbaar huis 8 Artikel 10. Wonen in een geschikt huis 8 Artikel 11. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften 9 Artikel 12. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding 9 Artikel 13. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren 9 Artikel 14. Zich verplaatsen in en om de woning 10 Artikel 15. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel 10 Artikel 16. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten 10 Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

17 HOOFDSTUK 6. VERSTREKKING IN NATURA, ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING. EIGEN BIJDRAGEN EN EIGEN AANDEEL 12 PARAGRAAF 1. VERSTREKKING VAN VOORZIENINGEN 12 Artikel 17. Mogelijke verstrekkingwijzen 12 PARAGRAAF 2. VERSTREKKING IN NATURA 12 Artikel 18. Inhoud beschikking 12 PARAGRAAF 3. VERSTREKKING ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET 12 Artikel 19. Overwegende bezwaren 12 Artikel 20. Inhoud beschikking 12 PARAGRAAF 4. VERSTREKKING ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING 12 Artikel 21. Inhoud beschikking 12 PARAGRAAF 5. EIGEN BIJDRAGE EN EIGEN AANDEEL 13 Artikel 22. Eigen bijdragen en eigen aandeel 13 HOOFDSTUK 7. PROCEDURELE BEPALINGEN ROND ONDERZOEK, ADVIES EN BESLUITVORMING, INTREKKING EN TERUGVORDERING 14 Artikel 23. Beslistermijn 14 Artikel 24. Beperkingen 14 Artikel 25. Advisering 14 Artikel 26. Wijziging situatie 14 Artikel 27. Intrekking 14 Artikel 28. Terugvordering 15 HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN 16 Artikel 29. Hardheidsclausule 16 Artikel 30. Indexering 16 Artikel 31. Evaluatie 16 Artikel 32. Inwerkingtreding 16 Artikel 33. Citeertitel 16 Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

18 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Lid 1. Wet Wet maatschappelijke ondersteuning. Lid 2. Drechtstedenbestuur en Sociale Dienst Drechtsteden Drechtstedenbestuur: Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. Sociale Dienst Drechtsteden: de organisatie die, als onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden, voor inwoners in de Drechtsteden voor wat betreft de Wmo de individuele voorzieningen uitvoert. Lid 3. Compensatieplicht Compensatieplicht: De plicht van het Drechtstedenbestuur om voor personen met een beperking, een chronisch psychisch probleem en mensen met een psychosociaal probleem voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie om hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Lid 4. Aanmelding Aanmelding: de mededeling van een persoon die maatschappelijke ondersteuning zoekt aan het Drechtstedenbestuur dat hij beperkingen ondervindt op grond waarvan hij verzoekt een afspraak te maken voor een gesprek. Lid 5. Gesprek Gesprek: het contact na de aanmelding waarin met degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt zijn situatie ten aanzien van zijn beperkingen en de gevolgen daarvan worden geïnventariseerd. Besproken worden de te bereiken resultaten en de daarvoor te kiezen oplossingen: via eigen mogelijkheden of via mogelijkheden van het netwerk dan wel via algemene, algemeen gebruikelijke, collectieve, (wettelijk) voorliggende en door individuele voorzieningen. Lid 6. Aanvraag Aanvraag: het formele verzoek van een belanghebbende om in aanmerking te komen voor één of meerdere individuele voorzieningen om een resultaat te bereiken op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Lid 7. Belanghebbende Belanghebbende: een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, die voor zichzelf of door een ander een aanmelding of een aanvraag doet of laat doen. Lid 8. Psychosociaal probleem Psychosociaal probleem: een situatie van verlies van zelfstandigheid of een gebrek aan mogelijkheden tot deelname aan het maatschappelijk verkeer, veroorzaakt door Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

19 belemmeringen die iemand ondervindt in zijn relatie met anderen, met zijn sociale omgeving 1. Lid 9. Algemene voorziening Algemene voorziening: een voorliggende voorziening die niet specifiek bestemd is voor de belanghebbenden, maar die door iedereen waarvoor de voorziening wel bedoeld is op eenvoudige wijze te verkrijgen of te gebruiken is, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure. Lid 10. Algemeen gebruikelijke voorziening Algemeen gebruikelijke voorziening: een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een beperking, dus ook door anderen gebruikt wordt, algemeen verkrijgbaar is en niet aanzienlijk duurder is dan vergelijkbare producten. Lid 11. Collectieve voorziening Collectieve voorziening: een voorziening die individueel wordt verstrekt maar die door meerdere personen tegelijk wordt gebruikt. Lid 12. Voorliggende voorziening Voorliggende voorziening: kan zijn een algemeen gebruikelijke voorziening, een algemene voorziening of een collectieve voorziening. Het betreft een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig en beschikbaar is en bedoeld voor iedereen die daar behoefte aan heeft. Voorliggende voorzieningen gaan voor individuele voorzieningen. Lid 13. Wettelijk voorliggende voorziening Wettelijk voorliggende voorziening: een voorziening op grond van een wet- of regelgeving die voorgaat op de wet Wmo, waarmee het resultaat geheel of gedeeltelijk bereikt kan worden. Lid 14. Individuele voorziening Individuele voorziening: een voorziening die door het Drechtstedenbestuur ten behoeve van één belanghebbende wordt verstrekt. Lid 15. Gebruikelijke ondersteuning Gebruikelijke ondersteuning: de ondersteuning die op het gebied van het voeren van het huishouden voor alle meerderjarige leden van een leefeenheid als algemeen aanvaardbaar wordt beschouwd. Tot een leefeenheid worden gerekend alle bewoners van één adres die samen een duurzaam huishouden voeren. Lid 16. Voorziening in natura Voorziening in natura: een voorziening, in te zetten om het resultaat te bereiken, in de vorm van goederen in (bruik)leen of in eigendom, of als persoonlijke dienstverlening. Lid 17. Persoonsgebonden budget Persoonsgebonden budget: een geldbedrag om te gebruiken voor het te bereiken resultaat, als alternatief voor een voorziening in natura. Lid 18. Financiële tegemoetkoming Financiële tegemoetkoming: een geldbedrag, bedoeld om bij te dragen aan het te bereiken resultaat. 1 Ontleend aan uitspraak CRvB LJN: BI6832. Dit is een omgewerkt citaat uit de parlementaire behandeling in die uitspraak geciteerd. Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

20 Lid 19. Mantelzorger Mantelzorger: een persoon die mantelzorg in de zin van artikel 1, lid 1 onder b van de wet biedt. Lid 20. Huis en woning Onder het huis wordt verstaan: de woonkamer, de relevante (slaap-)vertrekken, keuken en sanitaire ruimten van het hoofdverblijf. Onder de woning wordt verstaan: het huis met de berging, tuin of balkon van het hoofdverblijf. Het hoofdverblijf is de plaats waar een persoon daadwerkelijk de meeste nachten per jaar doorbrengt. HOOFDSTUK 2. RESULTAATGERICHTE COMPENSATIE Artikel 2. De te bereiken resultaten De op basis van artikel 4 lid 1 van de wet via compenserende maatregelen te bereiken resultaten zijn: a. een schoon en leefbaar huis; b. wonen in een geschikt huis; c. beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; d. beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; e. het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; f. zich verplaatsen in en om de woning; g. zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; h. de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

21 HOOFDSTUK 3. HOE TE KOMEN TOT DE TE BEREIKEN RESULTATEN Artikel 3. Scheiding aanmelding en aanvraag Lid 1. Aan een aanvraag voor een individuele voorziening gaat een aanmelding voor een gesprek vooraf indien: a. De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die nog niet eerder een aanvraag in het kader van de wet heeft gedaan; b. De aanvraag afkomstig is van een belanghebbende die al eerder een gesprek heeft gevoerd maar waarbij sprake is van gewijzigde omstandigheden of gewijzigde te bereiken resultaten; c. Belanghebbende of het Drechtstedenbestuur daarom verzoekt. Lid 2. Indien belanghebbende aangeeft direct een aanvraag in te willen dienen vervalt het gestelde in het eerste lid. Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek Een aanmelding voor een gesprek wordt gedaan door of namens een belanghebbende bij de Sociale Dienst Drechtsteden. Artikel 5. Het gesprek Lid 1 Bij het voeren van het gesprek zal de International Classification of Functions, Disabilities and Health als basis voor het begrippenkader worden gehanteerd. Lid 2. Als degene die maatschappelijke ondersteuning zoekt een mantelzorger is, wordt met hem geïnventariseerd welke belemmeringen hij ondervindt bij de uitvoering van de mantelzorg. Hierbij wordt de verzorgde zo mogelijk betrokken. Artikel 6. Het verslag Lid 1. Het gesprek wordt afgesloten met een verslag. De belangrijkste punten van het gesprek worden vastgelegd. Een eventueel verschil van opvatting tussen de gesprekspartners wordt expliciet vermeld. Lid 2. Na het voeren van een gesprek kan een belanghebbende desgewenst een aanvraag indienen. Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

22 HOOFDSTUK 4. DE AANVRAAG VAN EEN INDIVIDUELE VOORZIENING Artikel 7. De aanvraag Lid 1. De aanvraag moet schriftelijk of elektronisch plaatsvinden. Lid 2. Indien een aanvraag mondeling plaatsvindt, wordt dit per omgaande schriftelijk bevestigd. Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

23 HOOFDSTUK 5. BEOORDELING VAN DE TE BEREIKEN RESULTATEN PARAGRAAF 1. ALGEMENE REGELS Artikel 8. Het maken van een afweging Lid 1. Bij het beoordelen welke voorzieningen getroffen gaan worden, neemt het Drechtstedenbestuur het verslag van het gesprek, indien aanwezig, als uitgangspunt. Het Drechtstedenbestuur gaat uit van de behoeften en persoonskenmerken van de belanghebbende. Daarbij zal onderzoek gedaan worden naar de eigen mogelijkheden en de mogelijkheden van het netwerk van de belanghebbende ten aanzien van het te bereiken resultaat. Lid 2. Alle algemene, algemeen gebruikelijke, collectieve, en voorliggende voorzieningen die beschikbaar en bruikbaar zijn, worden eerst beoordeeld. PARAGRAAF 2. DE TE BEREIKEN RESULTATEN Artikel 9. Een schoon en leefbaar huis Lid 1. Het huis dient schoon en leefbaar te zijn. Lid 2. Met het oog op een schoon en leefbaar huis kan een individuele voorziening getroffen worden voor lichte en/of zware huishoudelijke ondersteuning. Lid 3. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden uit te voeren, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke ondersteuning beoordeeld. Lid 4. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel 10. Wonen in een geschikt huis Lid 1. De woning waar men over beschikt, dient normaal te kunnen worden gebruikt. Lid 2. Met het oog op het normale gebruik van de woning kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid van de woning. Lid 3. Voor zover de belanghebbende om het resultaat te bereiken, kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning, wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld. Lid 4. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Indien Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

24 verhuisd wordt, kan het Drechtstedenbestuur besluiten een verhuiskostenvergoeding te verstrekken. Artikel 11. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften Lid 1. Belanghebbende moet voorzien zijn van de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, evenals toiletartikelen en schoonmaakartikelen. Ook de noodzakelijke bereiding van maaltijden kan hieronder vallen. Lid 2. Met het oog op het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het doen van boodschappen, voor wat betreft levensmiddelen, schoonmaakmiddelen, en toiletartikelen, alsmede het bereiden en aanreiken van maaltijden. Lid 3. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden uit te voeren of voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare boodschappenservice of maaltijdvoorziening die kan leiden tot het te bereiken resultaat, wordt deze mogelijkheid eerst beoordeeld. Lid 4. Voor zover de in het vorige lid 3 genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel 12. Beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding Lid 1. Belanghebbende dient te beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding. Lid 2. Met het oog op het beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het wassen, drogen en opruimen van de was en strijken van bovenkleding. Lid 3. Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn werkzaamheden uit te voeren, wordt dit eerst in het kader van gebruikelijke ondersteuning beoordeeld. Lid 4. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel 13. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Lid 1. Belanghebbende moet de dagelijkse, gebruikelijke zorg kunnen bieden voor in het huishouden aanwezige kinderen. Lid 2. Met het oog op het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren, kan een individuele voorziening worden getroffen. Lid 3. Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

25 Indien de belanghebbende een of meer huisgenoten heeft die beschikbaar en in staat zijn de tot het gezin behorende kinderen te verzorgen of voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden die kunnen leiden tot het te bereiken resultaat, worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid 4. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel 14. Zich verplaatsen in en om de woning Lid 1. Belanghebbende moet in staat zijn zich in en om de woning te kunnen verplaatsen zodat normaal functioneren mogelijk is. Lid 2. Met het oog op het verplaatsen in en om de woning kan een individuele voorziening worden getroffen bestaande uit een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik. Artikel 15. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Lid 1. Belanghebbende moet zich lokaal, dat wil zeggen binnen de directe woon- en leefomgeving, per vervoermiddel kunnen verplaatsen voor dagelijkse boodschappen, het kunnen bezoeken van familie, kennissen en het doen van gewenste activiteiten. Lid 2. Met het oog op het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel, kan een individuele voorziening worden getroffen ten aanzien van het verplaatsen over de korte afstand rond de woning en het verplaatsen over de langere afstand binnen de directe woon en leefomgeving. Lid 3. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van een aanwezige en bruikbare scootmobielpool of van collectief vraagafhankelijk vervoer van deur tot deur die voor de belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Lid 4. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Artikel 16. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten Lid 1. Belanghebbende moet de mogelijkheid hebben om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Lid 2. Met het oog op de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten kan een individuele voorziening worden getroffen voor het vervoer naar de gewenste bestemmingen. Lid 3. Voor zover de belanghebbende gebruik kan maken van het eigen netwerk of een of meer aanwezige (vrijwilligers)organisaties die voor belanghebbende kan leiden tot het te bereiken resultaat worden deze mogelijkheden eerst beoordeeld. Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

26 Lid 4. Voor zover de in het vorige lid genoemde mogelijkheden beschikbaar en bruikbaar zijn worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt. Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

27 HOOFDSTUK 6. VERSTREKKING IN NATURA, ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING. EIGEN BIJDRAGEN EN EIGEN AANDEEL PARAGRAAF 1. VERSTREKKING VAN VOORZIENINGEN Artikel 17. Mogelijke verstrekkingwijzen De te treffen voorzieningen kunnen als voorziening in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming worden verstrekt. PARAGRAAF 2. VERSTREKKING IN NATURA Artikel 18. Inhoud beschikking Lid 1. Bij het treffen van een voorziening in natura wordt in de beschikking vastgelegd: a. welke de te treffen voorziening is; b. wat de duur is van de verstrekking is; c. hoe de voorziening in natura verstrekt wordt en d. of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld. Lid 2. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage, wordt dit in de beschikking opgenomen. PARAGRAAF 3. VERSTREKKING ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel 19. Overwegende bezwaren Het Drechtstedenbestuur legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden vast in welke situaties sprake is van overwegende bezwaren tegen verstrekking van een persoonsgebonden budget. Artikel 20. Inhoud beschikking Lid 1. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking vastgelegd: a. voor welk te bereiken resultaat het persoonsgebonden budget gebruikt moet worden, eventueel aangevuld met een programma van eisen waaraan bij de besteding voldaan moet worden; b. wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en hoe deze omvang tot stand is gekomen; c. wat de duur is van de verstrekking waarvoor het persoonsgebonden budget bedoeld is en welke regels gelden ten aanzien van verantwoording van het persoonsgebonden budget. Lid 2. Als er sprake is van een te betalen eigen bijdrage wordt dit in de beschikking opgenomen. PARAGRAAF 4. VERSTREKKING ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING Artikel 21. Inhoud beschikking Lid 1. Bij het treffen van een voorziening in de vorm van een financiële tegemoetkoming wordt in de beschikking vastgelegd: a. voor welk te bereiken resultaat de financiële tegemoetkoming bestemd is; b. wat de duur van de verstrekking is; c. of er sprake is van een overeenkomst waarin deze verstrekking is geregeld en Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

28 d. wat de hoogte van de financiële tegemoetkoming is. Lid 2. Als er sprake is van een te betalen eigen aandeel wordt dit in de beschikking opgenomen. PARAGRAAF 5. EIGEN BIJDRAGE EN EIGEN AANDEEL Artikel 22. Eigen bijdragen en eigen aandeel Lid 1. Bij het verstrekken van een individuele voorziening is een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten: a. een schoon en leefbaar huis; b. wonen in een geschikt huis; c. beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; d. beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; e. het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; f. zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het geen rolstoel betreft; g. zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel; h. de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Lid 2. Het Drechtstedenbestuur legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden de omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeel vast. Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

29 HOOFDSTUK 7. PROCEDURELE BEPALINGEN ROND ONDERZOEK, ADVIES EN BESLUITVORMING, INTREKKING EN TERUGVORDERING Artikel 23. Beslistermijn Lid 1. De termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden voor individuele voorzieningen bedraagt maximaal 8 weken. Lid 2. Uitzondering op het vorige lid betreffen individuele voorzieningen waarvoor bouwkundige offertes opgevraagd moeten worden. Hiervoor bedraagt de termijn waarbinnen een besluit genomen moet worden maximaal 12 weken. Artikel 24. Beperkingen Lid 1. Een individuele voorziening kan slechts worden toegekend voor zover: a. De noodzaak voor het te bereiken resultaat langdurig is, tenzij kortdurende huishoudelijke ondersteuning leidt tot het te bereiken resultaat. b. De te verstrekken individuele voorziening als de goedkoopst-compenserende voorziening aan te merken is. Lid 2. Geen individuele voorziening wordt toegekend: a. Indien de voorziening algemeen gebruikelijk is. b. Indien de belanghebbende niet woonachtig is in een van de gemeenten: Alblasserdam, Dordrecht, Hendrik-Ido-Ambacht, Papendrecht, Sliedrecht of Zwijndrecht. c. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan het moment van aanvragen of het moment van beschikken heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of deze voorziening noodzakelijk was en als goedkoopstcompenserend aan te merken valt. d. Voor zover een voorziening als die waarop de aanvraag betrekking heeft reeds eerder in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling is verstrekt en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan belanghebbende zijn toe te rekenen, of tenzij belanghebbende geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten. Artikel 25. Advisering Het Drechtstedenbestuur is bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de beoordeling van het recht op de aangevraagde voorziening: a. Belanghebbende op te roepen in persoon te verschijnen op een door het Drechtstedenbestuur te bepalen plaats en tijdstip en hem te bevragen. b. Belanghebbende op een door het Drechtstedenbestuur te bepalen plaats en tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te doen bevragen en/of onderzoeken. c. Zich te laten adviseren door een daartoe aangewezen instantie. Artikel 26. Wijziging situatie Degene aan wie een voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het Drechtstedenbestuur mededeling te doen van feiten en omstandigheden, waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening. Artikel 27. Intrekking Lid 1 Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

30 Het Drechtstedenbestuur kan een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk intrekken indien: a. Niet of niet meer is of wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening. b. Beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen. c. Blijkt dat de voorziening binnen zes maanden niet is aangewend voor het resultaat waarvoor de voorziening is getroffen. Lid 2. Het Drechtstedenbestuur heeft het recht om voorzieningen tussentijds opnieuw te beoordelen, met een eventueel ongunstiger besluit tot gevolg, onder toepassing van een overgangstermijn. Artikel 28. Terugvordering Lid 1. Indien het recht op een voorziening is ingetrokken kan op basis daarvan een reeds uitbetaalde financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget worden teruggevorderd. Lid 2. Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggevorderd indien de voorziening is verleend op basis van verstrekte onjuiste gegevens. Lid 3. Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken kan deze voorziening worden teruggehaald indien de voorziening is verleend op basis van verstrekte onjuiste gegevens. Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

31 HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN Artikel 29. Hardheidsclausule Het Drechtstedenbestuur kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel 30. Indexering Het Drechtstedenbestuur kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden geldende bedragen verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex volgens het prijspeil Bruto Binnenlands Product van het Centraal Plan Bureau. Artikel 31. Evaluatie Evaluatie van het door de Drechtsteden gevoerde beleid vindt plaats via de reguliere bestuursrapportages, of op verzoek van de Drechtraad. Artikel 32. Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari Artikel 33. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Drechtraad, op De coördinerend griffier, De voorzitter, Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

32 TOELICHTING VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DRECHTSTEDEN 2013 TOELICHTING VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DRECHTSTEDEN Achtergrond...3 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 5 Artikel 1. Begripsomschrijvingen...5 Lid 1. Wet...5 Lid 2. Drechtstedenbestuur en Sociale Dienst Drechtsteden...5 Lid 3. Compensatieplicht...5 Lid 4. Aanmelding...6 Lid 5. Het gesprek...6 Lid 6. Aanvraag...6 Lid 7. Belanghebbende...7 Lid 8. Psychosociaal probleem...7 Lid 9. Algemene voorziening...7 Lid 10. Algemeen gebruikelijke voorziening...7 Lid 11. Collectieve voorzieningen...8 Lid 12. Voorliggende voorziening...8 Lid 13. Wettelijk voorliggende voorziening...8 Lid 14. Individuele voorziening...8 Lid 15. Gebruikelijke ondersteuning...8 Lid 16. Voorziening in natura...8 Lid 17. Persoonsgebonden budget...8 Lid 18. Financiële tegemoetkoming...9 Lid 19. Mantelzorger...9 Lid 20. Huis en woning...9 HOOFDSTUK 2. DE TE BEREIKEN RESULTATEN 9 Algemeen....9 HOOFDSTUK 3. HOE TE KOMEN TOT DE TE BEREIKEN RESULTATEN 10 Artikel 3. Scheiding aanmelding en aanvraag...10 Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek...10 Artikel 5. Het gesprek...10 Artikel 6. Het verslag...11 HOOFDSTUK 4. DE AANVRAAG VAN EEN INDIVIDUELE VOORZIENING 13 Artikel 7. De aanvraag...13 HOOFDSTUK 5. BEOORDELING VAN DE TE BEREIKEN RESULTATEN 14 Artikelgewijs...14 Artikel 8. Het maken van een afweging...14 PARAGRAAF 2. DE TE BEREIKEN RESULTATEN 14 Artikel 9. een schoon en leefbaar huis Artikel 10. Een geschikte woning...15 Artikel 11. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften...16 Artikel 12. Beschikken over schone draagbare en doelmatige kleding...17 Artikel 13. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren...17 Artikel 14. Zich verplaatsen in en om de woning...18 Artikel 15. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

33 Artikel 16. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten HOOFDSTUK 6. VERSTREKKING IN NATURA, ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING 21 PARAGRAAF 1. VERSTREKKING VAN VOORZIENINGEN 21 Artikel 17. Mogelijke verstrekkingwijzen...21 PARAGRAAF 2. VERSTREKKING IN NATURA 21 Artikel 18. Inhoud beschikking...21 PARAGRAAF 3. VERSTREKKING ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET 21 Artikel 19. Overwegende bezwaren...21 Artikel 20. Inhoud beschikking...21 PARAGRAAF 4. VERSTREKKING VAN EEN FINANCIËLE TEGEMOETKOMING 22 Artikel 21. Inhoud beschikking...22 PARAGRAAF 5. EIGEN BIJDRAGEN EN EIGEN AANDEEL 22 Artikel 22. Eigen bijdragen en eigen aandeel...22 HOOFDSTUK 7. PROCEDURELE BEPALINGEN ROND ONDERZOEK, ADVIES EN BESLUITVORMING, INTREKKING EN TERUGVORDERING 23 Artikel 23. Beslistermijn...23 Artikel 24. Beperkingen...23 Artikel 25. Advisering...23 Artikel 26. Wijziging situatie...24 Artikel 27. Intrekking...24 Artikel 28. Terugvordering...24 HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN 25 Artikel 29. Hardheidsclausule...25 Artikel 30. Indexering...25 Artikel 31. Evaluatie...25 Artikel 32. Inwerkingtreding...25 Artikel 33. Citeertitel...25 Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

34 Achtergrond De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is op 1 januari 2007 van kracht geworden. De uitvoering van deze nieuwe wet is aanvankelijk wat betreft de individuele voorzieningen van prestatieveld 6 beleidsarm ingezet. Dat wil zeggen dat de bestaande regelgeving van de voorafgaande Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en de functie Huishoudelijke Verzorging (HV) uit de AWBZ zo veel mogelijk ongewijzigd in de nieuwe verordening werden opgenomen. Deze beleidsarme invoering heeft veel reacties opgeroepen. Allereerst van de gebruikers. Hun koepels, de CG-Raad en de gezamenlijke Ouderenbonden, hebben direct gereageerd, maar hadden ook begrip voor de onmogelijkheid om in zeer korte tijd een geheel nieuw beleid te ontwikkelen. Ook Kamerleden reageerden teleurgesteld, maar toonden ook weer begrip. Toen de Wmo eenmaal ingevoerd was, reageerden ook de rechters. Zij reageerden zonder terughoudendheid, omdat zij de regelgeving als uitgangspunt namen. Daardoor ontstond een steeds grotere discrepantie tussen de tekst van de modelverordening van de VNG en de daarop gebaseerde verordeningen van gemeenten en het door gemeenten te hanteren beleid. Vrij vlot na de invoering van de Wmo heeft de VNG het initiatief genomen om de modelverordening door te ontwikkelen. De reactie daarop was niet direct positief. In samenwerking tussen VNG enerzijds en CG-Raad en gezamenlijke Ouderenbonden anderzijds is daarop De Kanteling ontstaan: een proces om de Wmo te doen kantelen naar een wijze van uitvoeren die recht doet aan de bedoeling van de wetgever, met name ten aanzien van het nieuwe begrip compensatieplicht. Deze verordening is de neerslag van twee zaken. Allereerst hebben de resultaten van het project De Kanteling aan de basis gelegen van de in deze verordening opgenomen tekst. Vervolgens is ook rekening gehouden met de jurisprudentie, met name die van de Centrale Raad van Beroep. De opbouw van deze verordening is geheel anders dan die van de voorafgaande verordening gebaseerd op de Wvg. In deze verordening ligt het zwaartepunt op de te behalen resultaten in plaats van op voorzieningen en op het gesprek, een open gesprek waarin samen met de persoon die compensatie behoeft een zo volledig mogelijke inventarisatie gemaakt wordt van zijn 1 situatie, zijn mogelijkheden en onmogelijkheden, zijn individuele specifieke kenmerken en de problemen die om een oplossing vragen. Leidend hierbij is het te bereiken resultaat. Op basis hiervan kan bekeken worden welke mogelijkheden er zijn om dit resultaat te bereiken met oplossingen die al voorhanden zijn, zoals eigen mogelijkheden, (wettelijk) voorliggende voorzieningen, algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of collectieve voorzieningen. Daarna wordt duidelijk op welke punten nog individuele voorzieningen nodig zijn en volgt eventueel een aanvraag voor individuele voorzieningen. Op deze manier wordt het proces om te komen tot oplossingen in twee delen gesplitst: een aanmeldingsfase en een fase van aanvraag van individuele voorzieningen. Na de begripsomschrijvingen wordt per onderdeel van artikel 4 lid 1 van de wet Wmo (een huishouden voeren, zich verplaatsen in en om de woning, zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en medemensen ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aangaan) uitgewerkt wat daarbij als resultaat bereikt moet worden. Daarna wordt ingegaan op aanmelding en vervolgens op de procedure na het gesprek als het komt tot een individuele aanvraag. Besloten wordt met een aantal algemene, soms procedurele regels. 1 Overal waar in deze tekst de mannelijke vorm staat kan ook de vrouwelijke vorm worden gelezen. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

35 De verordening van de Drechtsteden is grotendeels gebaseerd op de VNG modelverordening. Op bepaalde onderdelen is de tekst aangepast en leesbaarder gemaakt, bijvoorbeeld bij de tekst over de aanvraag en het gespreksverslag waar we aansluiten bij de processen van de SDD. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

36 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 1. Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Lid 1. Wet Waar staat Wet wordt bedoeld de Wet maatschappelijke ondersteuning. Lid 2. Drechtstedenbestuur en Sociale Dienst Drechtsteden Waar staat Drechtstedenbestuur wordt bedoeld: het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden. (vergelijkbaar met het college van burgemeester en wethouders van een gemeente). Toegevoegd is de Sociale Dienst Drechtsteden: de organisatie die, als onderdeel van de Gemeenschappelijke Regeling Drechtsteden, voor inwoners in de Drechtsteden voor wat betreft de Wmo de individuele voorzieningen uitvoert. Lid 3. Compensatieplicht De begripsomschrijving van het cruciale begrip compensatieplicht is ontleend aan de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 december In deze uitspraak wordt voor het eerst een fundamenteel standpunt gegeven over de Wmo. Het letterlijke citaat luidt: Artikel 4 van de Wmo verplicht het College aan de in dat artikel genoemde personen voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Dit artikel brengt mee dat de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van deze personen de doeleinden zijn waarop de compensatieplicht van het College gericht moet zijn. Het is - gelet op de artikelen 3 en 5 van de Wmo - in beginsel aan de gemeenteraad en - gelet op artikel 4 van de Wmo - aan het College om te bepalen op welke wijze invulling wordt gegeven aan de in artikel 4 van de Wmo bedoelde compensatieplicht. De rechter dient de keuze(n) die de gemeenteraad en het College daarbij hebben gemaakt in beginsel te respecteren, onverminderd de rechtsplicht van het College om in elk concreet geval een voorziening te treffen die zich kwalificeert als compensatie van beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Artikel 4 van de Wmo legt het College, wat dat aangaat, de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden. De Raad heeft noch in de wet, noch in de wetsgeschiedenis aanknopingspunten gevonden voor een terughoudende beoordeling van een ter uitvoering van artikel 4 van de Wmo genomen besluit. Wel heeft hij daarin aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat een dergelijk besluit in het individuele geval maatwerk dient te zijn. Onder omstandigheden kan dit leiden tot het oordeel dat algemene keuzen die de gemeenteraad en het College bij de uitvoering van de artikelen 3, 4, 5 en 6 van de Wmo hebben gemaakt in het concrete, individuele geval niet kunnen worden toegepast wegens strijd met de in artikel 4 van de Wmo bedoelde compensatieplicht. De Raad vindt hiervoor steun in de parlementaire geschiedenis, meer in het bijzonder in het verslag van het wetgevingsoverleg (Tweede Kamer , , nr. 98, p. 58 en 61), de brief van de staatssecretaris van 30 oktober 2006 (Tweede Kamer , , nr. 122, p. 6), de memorie van antwoord (Eerste Kamer , 30131, C, p. 7, 9, 10 en 57), de nadere memorie van antwoord (Eerste Kamer , , E, p. 19 en 25) en de Handelingen (Eerste Kamer 27 juni 2006, p ). Uit dit citaat zijn de belangrijkste bestanddelen samengevoegd tot de volgende begripsomschrijving: Compensatieplicht: De plicht van het College van burgemeester en wethouders aan personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem, voorzieningen te bieden ter compensatie van hun beperkingen op het gebied van Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

37 zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie teneinde hen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan (met als doeleinden de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie van deze personen). Daarbij legt artikel 4 van de Wmo het College de plicht op om een resultaat te bereiken dat als compensatie mag gelden en dat in het individuele geval maatwerk is De compensatieplicht houdt een plicht in voor het Drechtstedenbestuur ten aanzien van personen met een beperking, een chronisch psychisch of een psychosociaal probleem. Daarbij moet het gaan om ondervonden beperkingen op het gebied van de zelfredzaamheid en de maatschappelijke participatie. Doel is betrokkenen in staat te stellen een huishouden te voeren, zich te verplaatsen in en om de woning, zich lokaal te verplaatsen per vervoermiddel en medemensen te ontmoeten en op basis daarvan sociale verbanden aan te gaan. Uitgegaan moet worden van de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager. Dat legt een beperking op aan de mogelijkheid algemene maatregelen te treffen. Dat is toegestaan, mits in het individuele geval steeds wordt nagegaan of die algemene maatregel wel leidt tot maatwerk. Of zoals de Centrale Raad het zegt: Onder omstandigheden kan dit (maatwerk) leiden tot het oordeel dat algemene keuzen die de gemeenteraad en het College bij de uitvoering van de artikelen 3, 4, 5 en 6 van de Wmo hebben gemaakt in het concrete, individuele geval niet kunnen worden toegepast wegens strijd met de in artikel 4 van de Wmo bedoelde compensatieplicht. Lid 4. Aanmelding In het kader van het gesprek wordt niet gesproken van een aanvraag maar van een aanmelding. Dit geeft verschillende aspecten van het gesprek aan. Allereerst dat het gesprek niet het onderzoek is naar een te verstrekken voorziening, maar het onderzoek naar de situatie van belanghebbende, zijn behoeften, de te bereiken resultaten enz. Dit is dan uitgangspunt voor de beoordeling welke resultaten bereikt kunnen worden met algemene voorzieningen die voor iedereen beschikbaar zijn. Dit traject kan uiteindelijk leiden tot een aanvraag voor een individuele voorziening. Het gesprek is evenwel geen vrijblijvende zaak: het gesprek is mede de basis voor de eventuele aanvraag voor een individuele voorziening. Lid 5. Het gesprek In "het gesprek" komt de belanghebbende na de aanmelding in gesprek met een vertegenwoordiger van het Drechtstedenbestuur, in dit geval de SDD. Samen met belanghebbende en eventueel aanwezige mantelzorger(s) inventariseert de SDD waar belanghebbende problemen ondervindt, wat belanghebbende nog zelf kan, wat de te bereiken resultaten zijn in de ogen van belanghebbende, wat de behoeften daarbij zijn, welke oplossingen er in de maatschappij beschikbaar zijn via algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen, voorliggende voorzieningen en collectieve voorzieningen, zodat een basis ontstaat voor het zoeken naar oplossingen voor de problemen. Het verslag van het gesprek wordt aan de belanghebbende gegeven. Uit het gesprek kan desgewenst een aanvraag volgen als er individuele voorzieningen nodig zijn. Het gesprek wordt in hoofdstuk 2 uitgewerkt. Lid 6. Aanvraag De aanvraag in het kader van de Wmo volgt indien nodig op het gesprek. Het gesprek kan achterwege blijven als de situatie van belanghebbende volstrekt helder is. Hiervan kan sprake zijn bij bijvoorbeeld vervanging van voorzieningen wegens het bereiken van de afschrijvingstermijn, of als de aanvrager recent al een huisbezoek heeft gehad en een nieuwe aanvraag doet. De aanvraag kan schriftelijk, elektronisch of mondeling gedaan worden aan het einde van het gesprek. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

38 Lid 7. Belanghebbende Onder belanghebbende wordt in eerste instantie verstaan een persoon met een beperking, een chronisch psychisch probleem of een psychosociaal probleem die behoefte heeft aan compensatie. Ook als een ander zoals een mantelzorger de aanmelding of een aanvraag doet, wordt in principe het gesprek gevoerd met de betrokkene. Alleen als dat niet lukt, wordt het gesprek met de mantelzorger of een andere persoon gevoerd, zoveel mogelijk in aanwezigheid van de betrokkene. Lid 8. Psychosociaal probleem Het begrip psychosociaal probleem is vanuit de AWBZ in de Wmo opgenomen, maar inmiddels als grondslag uit de AWBZ geschrapt. Dit is gebeurd omdat gebleken is dat deze grondslag in de AWBZ financieel moeilijk te beheersen was. In de Wmo heeft volgens de parlementaire behandeling - dit begrip een heel specifieke betekenis. Deze betekenis wordt hier als begripsomschrijving gehanteerd en is overgenomen uit een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB LJN: BI6832). Het betreft met name en verlies van zelfstandigheid of deelname aan het maatschappelijk verkeer, de kerndoelstelling van de Wmo. Lid 9. Algemene voorziening Dit zijn voorzieningen, met name diensten of een combinatie van dienst en product, die weliswaar niet specifiek bestemd zijn voor belanghebbenden; anderzijds zijn ze door iedereen waarvoor ze wel bedoeld zijn op eenvoudige wijze, zonder een ingewikkelde aanvraagprocedure, te verkrijgen of te gebruiken. Voorbeelden zijn: De dagrecreatie voor ouderen De sociale alarmering De boodschappenbus, de supermarktservice, de vrijwillige boodschaphulp De maaltijdservice en het eetcafé Klusjesdiensten om kleine woningaanpassingen te realiseren zoals de buurtconciërge, klussendienst, 55+service, thuiszorgservice De glazenwasser De kort durende huishoudelijke hulp Kinderopvang in al zijn verschijningsvormen Een algemene voorziening is dus per definitie geen individuele voorziening en de Wmoregels rond eigen bijdragen/eigen aandeel gelden niet. Als het gaat om een persoon die een inkomen heeft dat door onvermijdbare kosten op grond van de handicap onder de bijstandsnorm komt, moet wellicht een uitzondering op dit principe gemaakt worden. De definities overlappen elkaar soms: met bovenstaande voorbeelden van algemene voorzieningen zijn deze feitelijk ook (deels) als algemeen gebruikelijk te beschouwen. Dat is zo gegroeid: traditioneel horen bepaalde taken tot HH en andere niet (glazenwasser, tuinman, behangen en verven, enz.). Lid 10. Algemeen gebruikelijke voorziening Volgens de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is een voorziening, met name producten, algemeen gebruikelijk als het gaat om een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen met een handicap, zodat de voorziening ook op grote schaal door nietgehandicapten wordt gebruikt, die gewoon in een normale winkel te koop is en niet speciaal in de revalidatie-vakhandel of soortgelijke winkels en die qua prijs niet (aanzienlijk) duurder is dan vergelijkbare. Denk bijvoorbeeld aan producten als een dubbele ramenwisser of de fiets met elektrische trapondersteuning. De Centrale Raad heeft aangegeven dat als het gaat om vervanging van een zaak die (nog lang) niet afgeschreven is en als het gaat om een persoon die een inkomen heeft dat door onvermijdbare kosten op grond van de handicap onder de bijstandsnorm komt, wellicht een uitzondering op dit principe gemaakt moet worden. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

39 Lid 11. Collectieve voorzieningen Dit zijn Wmo-voorzieningen die individueel worden verstrekt maar die toch door meerdere personen tegelijk worden gebruikt. Tot nu toe is het collectief vervoer het meest duidelijke voorbeeld. In de Drechtsteden betreft het de Hopper. De Hopper is voor mensen die een beroep doen op de Wmo geen algemene voorziening, omdat deze specifiek bedoeld is voor de belanghebbenden. Lid 12. Voorliggende voorziening Voorliggende voorzieningen kunnen zijn algemeen gebruikelijke voorzieningen, algemene voorzieningen of collectieve voorzieningen. Bij deze voorzieningen is de functie bepalend: zij gaan voor individuele voorzieningen. Lid 13. Wettelijk voorliggende voorziening De wettelijk voorliggende voorzieningen zijn die voorzieningen in wetgeving en in regelgeving al zijn vastgelegd. Te denken valt hierbij aan onder meer de Zorgverzekeringswet, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten, de Wet op de kinderopvang, de verschillende arbeidsongeschiktheidswetten. Als een wettelijk voorliggende voorziening het probleem kan oplossen, is er geen aanspraak op maatschappelijke ondersteuning op grond van artikel 2 van de Wmo: er bestaat geen aanspraak op maatschappelijke ondersteuning voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat. Lid 14. Individuele voorziening In dit lid wordt de individuele voorziening gedefinieerd. Deze is niet voor iedereen beschikbaar, maar uitsluitend voor diegenen die onder artikel 4 van de wet vallen. Er wordt individueel onderzoek gedaan naar de noodzaak van deze voorziening, de voorziening wordt bij beschikking toegekend en er staat bezwaar en beroep open. Verder zijn alle regels van de Wmo van toepassing, zoals die rond eigen bijdragen en eigen aandeel. Het verschil tussen eigen bijdrage en eigen aandeel zit erin dat de eigen bijdrage van toepassing is bij het verlenen van voorzieningen in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Het eigen aandeel wordt toegepast bij een financiële tegemoetkoming (bijvoorbeeld voor een woningaanpassing waarvan de belanghebbende niet de eigenaar is). Lid 15. Gebruikelijke ondersteuning Als in een leefeenheid meerdere meerderjarige personen wonen hebben zij gezamenlijk de taak al het zich voordoende huishoudelijke werk te verrichten. Zij zijn zelf verantwoordelijk voor de verdeling en dit uitgangspunt heeft een verplichtend karakter. Tot een leefeenheid worden gerekend alle bewoners van één adres die samen een duurzaam huishouden voeren. Lid 16. Voorziening in natura Omschreven is in dit lid wat een voorziening in natura is. Naturavoorzieningen zijn voorzieningen die niet in de vorm van enigerlei financiële tegemoetkoming worden verstrekt. Hierbij kan worden gedacht aan verstrekkingen in huur, in bruikleen, in eigendom of in de vorm van dienstverlening. Lid 17. Persoonsgebonden budget Dit lid beschrijft het persoonsgebonden budget als een geldbedrag bedoeld om het resultaat te bereiken. Een geldbedrag dat de aanvrager, onder door het Drechtstedenbestuur bepaalde voorwaarden, mag besteden aan een compenserende voorziening van zijn keuze. Uitgangspunt hierbij is dat de voorziening dient te voldoen aan het programma van eisen dat door de SDD is opgesteld. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

40 Lid 18. Financiële tegemoetkoming Vervolgens wordt omschreven wat een financiële tegemoetkoming is. Daarbij wordt gesproken over een maximaal bedrag waarbij eerst wordt uitgegaan van de uitvoering van de goedkoopst compenserende voorziening. De gewenste voorziening dient in die situaties wel aan het programma van eisen te voldoen. Lid 19. Mantelzorger Dit geeft een begripsomschrijving van de mantelzorger. Daarvoor is aansluiting gezocht bij de begripsomschrijving van mantelzorg zoals de wet die geeft in artikel 1 lid 1 onder b. Lid 20. Huis en woning Huis en woning is toegevoegd om aan te geven wat er onder wordt verstaan. Onder het huis wordt verstaan: de woonkamer, de relevante (slaap)vertrekken, keuken en sanitaire ruimten van het hoofdverblijf. Onder de woning wordt verstaan: het huis met berging, tuin of balkon van het hoofdverblijf. Het begrip hoofdverblijf biedt nogal eens problemen. Het begrip is omschreven naar het aantal nachten dat men doorbrengt. Inwoners van Drechtsteden kunnen een beroep doen op de Wmo voorzieningen. Uitgangspunt is het adres waar men verblijft volgens het de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Bij uitzondering kan de plaats waar per jaar de meeste nachten worden doorgebracht, beschouwd worden als de plaats waar iemand zijn hoofdverblijf heeft. Dit kan een rol spelen als iemand meerdere plaatsen heeft waar een groot deel van het jaar wordt doorgebracht, zoals personen die het jaar deels in het buitenland doorbrengen, personen die deels in een AWBZ-instelling verblijven en deels elders, enz. Uitzonderingen dienen onderzocht te worden en individueel beoordeeld te worden op wel of geen compensatie ivm verblijf buiten de Drechtsteden. HOOFDSTUK 2. DE TE BEREIKEN RESULTATEN Algemeen. Hoofdstuk 2 betreft de te bereiken resultaten, die afgeleid zijn uit de in artikel 4 genoemde doelstellingen van de compensatieplicht. Er zijn hieruit 8 te bereiken resultaten afgeleid: a. een schoon en leefbaar huis; b. wonen in een geschikt huis; c. beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften; d. beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding; e. het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren; f. zich verplaatsen in en om de woning; g. zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel en h. de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Op deze 8 terreinen heeft het Drechtstedenbestuur een resultaatverplichting: door de te nemen algemene of individuele maatregelen moet het gestelde resultaat bereikt kunnen worden. Ook de Centrale Raad spreekt over resultaatverplichting, bijvoorbeeld in de eerdergenoemde uitspraak van december Deze resultaten zijn afkomstig uit de eerste bouwsteen die het resultaat was van het VNGproject `De Kanteling` en is als brochure onder de titel `Denken in resultaten. Bouwsteen voor een nieuwe modelverordening Wmo` uitgebracht. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

41 HOOFDSTUK 3. HOE TE KOMEN TOT DE TE BEREIKEN RESULTATEN Artikel 3. Scheiding aanmelding en aanvraag Dit artikel bepaalt dat er een scheiding wordt aangebracht tussen een aanmelding en een aanvraag. In drie situaties, namelijk wanneer iemand zich voor het eerst meldt voor een individuele voorziening, wanneer iemand zich niet voor het eerst meldt, maar er sprake is van gewijzigde omstandigheden die een nieuw gesprek rechtvaardigen, of indien belanghebbende of het Drechtstedenbestuur dat gewenst vindt, dient een aanvraag voorafgegaan te worden door een aanmelding en het gesprek. Dit uitgangspunt wordt terzijde gezet als betrokkene aangeeft direct een aanvraag te willen doen. Dan zal het gesprek tijdens de aanvraagprocedure plaatsvinden. Globaal kan gesteld worden dat een aanvraag pas gedaan kan worden als op basis van een gesprek een uitgebreide inventarisatie heeft plaatsgevonden en alle mogelijke niet-individuele voorzieningen al zijn beoordeeld. Dat betekent dat het voor het Drechtstedenbestuur duidelijk is dat er geen andere oplossingen zijn dan een individuele oplossing en dat de te bereiken resultaten en de manier waarop die resultaten bereikt kunnen worden, vastgelegd zijn. Artikel 4. Aanmelding voor een gesprek Artikel 4 bepaalt dat een gesprek aangevraagd wordt middels een aanmelding. Het gesprek leidt niet tot een beschikking, dus er is geen sprake van een aanvraag die de regels van de Algemene wet bestuursrecht dient te volgen. Daarom kan een aanmelding ook mondeling (telefonisch of op een andere manier) worden gedaan, hetgeen in principe niet automatisch voor een formele aanvraag geldt. Als een aanmelding is gedaan, dient binnen een bepaald aantal werkdagen een afspraak voor het gesprek gemaakt te worden. Artikel 5. Het gesprek Algemeen Het gesprek is voor iedereen, die voor het eerst een beroep doet op de Wmo, de start. Als door eerdere aanvragen en een eerder gesprek al veel bekend is over de situatie, kan de fase van het gesprek in de vorm van een huisbezoek overgeslagen geworden. Na een gewijzigde situatie kan het van belang zijn een nieuw of een aanvullend gesprek te houden, dit kan dan ook telefonisch plaatsvinden. Tijdens het gesprek wordt uitgaande van de belanghebbende een complete inventarisatie gemaakt. Deze inventarisatie heeft nadrukkelijk het startpunt bij de belanghebbende en inventariseert: De beperking, het chronisch psychisch probleem of het psychosociaal probleem dat basis is van de behoefte aan compensatie. De mogelijkheden die de belanghebbende ondanks dit probleem heeft. De onmogelijkheden die de belanghebbende ondervindt als gevolg van het ondervonden probleem. De resultaten die belanghebbende wil bereiken op de verschillende Wmo terreinen. Wat belanghebbende inmiddels zelf heeft gedaan om bestaande belemmeringen op te lossen. De mogelijkheden die belanghebbende heeft om deze resultaten via eigen oplossingen, via algemene voorzieningen, via algemeen gebruikelijke voorzieningen of via collectieve voorzieningen te bereiken. De mogelijkheden die de gemeente in principe biedt om de problemen via een individuele voorziening op te lossen. Het gesprek staat op zich los van een aanvraag voor een individuele voorziening in het kader van prestatieveld 6 van de Wmo (artikel 1, lid 1 onder g sub 6 Wmo). Dit is van groot belang om te voorkomen dat er een claimgerichte invulling van de Wmo plaatsvindt, welke in strijd is met de doelstelling van de Wmo. Dat heeft consequenties. Wanneer iemand met een claimgerichte aanvraag komt, kan dit betekenen dat het Drechtstedenbestuur moeilijk tot een goede beoordeling kan komen. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

42 Omdat het van belang is dat er volstrekte duidelijkheid is over datgene wat in het gesprek is aangegeven, is er voor gekozen dit gesprek te laten uitmonden in een verslag, dat aan de belanghebbende wordt gegeven. Bij het gesprek zal het begrippenkader van de ICF, de International Classification of Functions, Disabilities and Health, uitgangspunt zijn. Ook bij de formulering van de te bereiken resultaten is het ICF basis geweest. Het is de wens van de wetgever geweest dat dit plaats zou vinden 2. Het gesprek wordt gevoerd door een persoon van de SDD die ter plekke goed bekend is: kennis van alle in de regio aanwezige mogelijkheden aan algemene, algemeen gebruikelijke, collectieve en ook individuele voorzieningen is nodig voor het goed voeren van een gesprek. Na dit gesprek moet het Drechtstedenbestuur er immers van uit kunnen gaan dat alle voorliggende, door belanghebbende zelfstandig aan te spreken mogelijkheden, bekeken zijn. Het is niet de bedoeling dat dit na een aanvraag alsnog beoordeeld moet worden. Mocht het Drechtstedenbestuur, nadat een aanvraag is ingediend, behoefte hebben aan een medisch advies of een onderzoek door een deskundige van een andere discipline, dan vindt dit na het gesprek plaats. Artikelsgewijs Het gesprek wordt in principe bij de belanghebbende thuis gevoerd. Er is een aantal argumenten aan te voeren waarom dit de meest geschikte plek is: het is de vertrouwde omgeving van betrokkene, een professional kan zich gemakkelijker aanpassen aan wisselende plaatsen dan een niet-professional, het kan relevant zijn de leefomgeving van de belanghebbende te zien, enz. Ook is het mogelijk het gesprek telefonisch te houden als de situatie door eerdere aanvragen en een recent gesprek al bekend is bij de SDD. In uitzonderingen is het mogelijk dat de belanghebbende aangeeft het gesprek liever elders te voeren. Dat zou kunnen zijn bij een vertrouwenspersoon of een naast familielid. Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van een lijst van te bespreken punten die tegelijk met de bevestiging van de afspraak voor het gesprek aan belanghebbende wordt toegezonden. Een dergelijke lijst maakt het voor belanghebbende, indien hij dit wil, mogelijk zich voor te bereiden op het gesprek. Daardoor komen belanghebbende en de professional meer in een gelijke positie. Lid 1 geeft aan dat het ICF de basis is voor het begrippenkader van het gesprek. Dit wil niet zeggen dat het ICF op tafel moet komen of dat belanghebbende bekend moet zijn met het ICF. Wel betekent dit dat de professional het ICF dient te kennen. Lid 2. In principe wordt het gesprek gevoerd met de belanghebbende. Als de aanmelding gedaan is door een mantelzorger en de belanghebbende niet aanspreekbaar is, kan het gesprek met de mantelzorger en in aanwezigheid van degene die door de mantelzorger verzorgd wordt, gevoerd worden. Artikel 6. Het verslag. Artikel 6 bepaalt in lid 1 dat het gesprek met een verslag wordt afgesloten. Per onderdeel van het gesprek en uiteindelijk aan het eind van het gesprek worden de belangrijkste punten kort samengevat en op papier gezet. Het verslag kan het beste zo snel mogelijk beschikbaar worden gesteld. Hoe sneller het verslag beschikbaar is, hoe beter de deelnemers aan het gesprek zich dat gesprek kunnen herinneren. 2 Toelichting amendement van het lid van Miltenburg c.s. TK , nr. 65: Voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk biedt de International Classification of Functions, Disabilities and Impairments (ICF classificatie) een uniform begrippenkader dat als grondslag kan dienen om de behoefte aan voorzieningen in individuele gevallen vast te stellen. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

43 Belanghebbende heeft de mogelijkheid in het verslag correcties en aanvullingen aan te brengen. Deze komen niet in de plaats van het oorspronkelijke verslag, maar worden aan het oorspronkelijke verslag toegevoegd. Een eventueel verschil van opvatting tussen de gesprekspartners wordt expliciet vermeld. Daarbij dient men zich te realiseren dat het gesprek gevoerd wordt vanuit de belanghebbende en zijn behoeften en persoonlijke kenmerken en een goede weergave van de situatie van betrokkene moet zijn. Lid 2 bepaalt dat het mogelijk is, indien daar aanleiding toe bestaat, een formele aanvraag bij de gemeente in te dienen. Met die aanvraag wordt een formele procedure ingezet die gebonden is aan de regels van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat het een ander traject is met een ander regime en een andere sfeer is de aanvraag in een nieuw hoofdstuk opgenomen. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

44 HOOFDSTUK 4. DE AANVRAAG VAN EEN INDIVIDUELE VOORZIENING Artikel 7. De aanvraag In lid 1 is geregeld dat een aanvraag van een individuele voorziening altijd schriftelijk moet worden gedaan, waarbij elektronisch een vorm van schriftelijk is. Dit is een verplichting op grond van artikel 4:1 van de Algemene wet bestuursrecht. Als de belanghebbende de aanvraag ondertekent en het is voorzien van zijn naam, adres en een dagtekening kan het functioneren als aanvraagformulier voor een individuele aanvraag, als dat (mede) de uitkomst is van het gesprek. Lid 2 bepaalt dat indien een aanvraag mondeling (via telefoon of op een andere manier) wordt ingediend het Drechtstedenbestuur deze indiening schriftelijk moet bevestigen. Van belang is dat de termijn waarbinnen de aanvraag moet uitmonden in een beschikking (in principe 8 weken) pas begint te lopen vanaf het moment dat het aanvraagformulier, volledig ingevuld en voorzien van alle benodigde bijlagen waaronder het eventuele verslag van het gesprek, bij de Sociale Dienst Drechtsteden is binnengekomen. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

45 HOOFDSTUK 5. BEOORDELING VAN DE TE BEREIKEN RESULTATEN Hoofdstuk 5 van de verordening heeft een speciale opbouw. In paragraaf 1 worden de algemene regels die voor alle 8 te bereiken resultaten gelden, opgesomd. Het betreft dan met name het maken van een afweging. Waarom deze maatregel, deze voorziening wel en die niet. Zeker als de te verstrekken voorziening niet (precies) datgene is wat betrokkene wenst, is dit van groot belang: het gaat immers om het te bereiken resultaat en het Drechtstedenbestuur zal dan aan moeten kunnen geven waarom dit toch als maatwerk kan gelden. In paragraaf 2 wordt dan per te bereiken resultaat besproken wat de globale kaders zijn. Er is bewust gekozen voor het niet noemen van de voorzieningen die mogelijk zijn. Allereerst laat de wet deze mogelijkheid toe. Vervolgens is het principe van het gesprek en de daaropvolgende aanvraag zodanig dat niet een bepaalde voorziening centraal in de procedure moet staan maar het te bereiken resultaat en hoe dat mogelijk is. Focussen op een bepaalde voorziening kan de aandacht daarvan zodanig afleiden dat de verkeerde voorziening wordt toegekend. Artikelgewijs Artikel 8. Het maken van een afweging In lid 1 van artikel 8 is vastgelegd dat het Drechtstedenbestuur het verslag van het gesprek tot uitgangspunt van de beoordeling van de vraag welke voorzieningen getroffen gaan worden, dient te nemen. Daarbij gaat het Drechtstedenbestuur uit van de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager, zoals artikel 4 Wmo voorschrijft. Bij het onderzoek zal gekeken worden naar wat nodig is, wat mogelijk is en hoe maatwerk ten aanzien van de te bereiken resultaten mogelijk is. Het Drechtstedenbestuur kijkt daarbij ook naar de mogelijkheden van belanghebbende om het resultaat zelf te bereiken, bijvoorbeeld met een bepaald hulpmiddel of met het eigen netwerk. Lid 2 bepaalt dat alle (wettelijk) voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen die voor betrokkene beschikbaar en bruikbaar zijn, eerst beoordeeld worden. Dat wil zeggen dat eerst bekeken moet worden of via deze, in de maatschappij logischerwijs voorhanden voorzieningen, de resultaten ook daadwerkelijk bereikt kunnen worden. Dat kan nodig zijn omdat belanghebbende niet weet welke voorzieningen er normaal voorhanden zijn. Als deze voorzieningen toch niet leiden tot het te bereiken resultaat zal naar andere oplossingen gezocht moeten worden en komen individuele voorzieningen ter beoordeling in perspectief. Als er geen gesprek heeft plaatsgevonden zal dit na de aanvraag gebeuren. Dus met of zonder gesprek: er wordt in alle gevallen eerst beoordeeld welke voorliggende, algemeen gebruikelijke en collectieve voorzieningen een oplossing kunnen bieden om het resultaat te bereiken. PARAGRAAF 2. DE TE BEREIKEN RESULTATEN Artikel 9. een schoon en leefbaar huis. In lid 1 van artikel 9 wordt geschetst wat het te bereiken resultaat is ten aanzien van een schoon en leefbaar huis. Dit resultaat houdt in dat iedereen moet kunnen wonen in een huis dat schoon is volgens de normen zoals die tot nu toe zijn gehanteerd. Ramen lappen aan de buitenkant valt hier van oudsher buiten. Wat betreft de vraag wat onder schoon verstaan moet worden, zijn normen geformuleerd in de beleidsregels. Die normen zijn ontleend aan gangbare ideeën die bestaan in de maatschappij. Er zijn ook beperkingen ten aanzien de omvang van de woning, zoals het aantal kamers en de oppervlakte van de kamers, waarbij een nieuwe woning binnen de sociale woningbouw als uitgangspunt geldt. Onder de ruimten die onder dit Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

46 principe vallen zijn te rekenen: een woonkamer, de aanwezige en gebruikte slaapkamers, de keuken en de sanitaire ruimten. In lid 2 van artikel 9 wordt geschetst welke individuele voorzieningen beschikbaar gesteld kunnen worden om het schone en leefbare huis te bereiken. Dat gaat allereerst via licht en zwaar huishoudelijk werk, d.w.z. om het droog en nat schoon en stofvrij maken en houden van de woning. Daarbij valt bijvoorbeeld het reinigen van de ramen aan de buitenkant niet onder de compensatieplicht. Door de verdere ontwikkeling van algemene voorzieningen wordt het takenpakket van HH de facto kleiner. De benodigde activiteiten om dit resultaat te bereiken is maatwerk en wordt bepaald in samenwerking met de aanbieders van Huishoudelijke Ondersteuning en in de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, die is geaccepteerd als een redelijk uitgangspunt voor de bepaling van de omvang van de hulp. Het te bereiken resultaat staat altijd centraal. Lid 3 van artikel 9 gaat in op het onderdeel gebruikelijke ondersteuning. Er wordt rekening gehouden met huisgenoten uit de leefeenheid vanaf 18 jaar. Wanneer die in staat zijn huishoudelijke werkzaamheden die onder de compensatieplicht vallen uit te voeren, wordt dit eerst beoordeeld. Alle huisgenoten vanaf 18 jaar zijn met elkaar verantwoordelijk voor het voeren van een huishouden. Dat betekent dat wanneer één van de huisgenoten die het huishoudelijk werk doet, uitvalt, via een herverdeling de andere huisgenoten deze taken zullen moeten overnemen. Alleen als er geen huisgenoten zijn of als de huisgenoten met enige regelmaat langdurig afwezig zijn, zal er plicht tot compensatie bestaan. Ook aanwezige personen jonger dan 18 jaar, zoals thuiswonende kinderen, worden geacht hun bijdrage aan het huishouden te leveren door hun kamer bij te houden en handen spandiensten te verrichten. Compensatieplicht bestaat uiteraard als de huisgenoot zelf ook niet in staat is het huishoudelijk werk te verrichten. Hiertoe zal onderzoek gedaan moeten worden. Niet gewend zijn huishoudelijk werk te verrichten, is geen reden tot compensatie. Alleen dreigende overbelasting of bestaande overbelasting van huisgenoten, waaronder begrepen de kinderen, kan compensatieplicht betekenen. Door onderzoek zal deze (tijdelijke) overbelasting vastgesteld moeten worden. Lid 4 bepaalt dat indien sprake is van gebruikelijke ondersteuning, er in principe geen individuele voorziening toegekend zal worden. Omdat het om maatwerk gaat, zal ook hiernaar onderzoek gedaan worden. Hetzelfde geldt de in artikel 7 lid 2 gestelde uitzondering voor voorliggende en andere voorzieningen die gewoon in de maatschappij beschikbaar zijn. Artikel 10. Een geschikte woning Lid 1. Als het gaat om het wonen in een geschikte woning, hebben we het over woonvoorzieningen, zowel bouwkundig als niet-bouwkundig. Uitgangspunt is dat men zelf al beschikt of zal beschikken over een woning. Het is niet zo dat een gemeente voor een woning moet zorgen: dat is de eigen verantwoordelijkheid van de aanvrager. De gemeente kan wel ondersteunen of bemiddelen bij het zoeken naar een geschikte woning. Daarbij is uitgangspunt dat iedereen altijd zoekt naar een voor hem op dat moment meest geschikte woning, uiteraard passend bij het bestedingspatroon. Heeft iemand een woning, dan zal de compensatieplicht betekenen dat eventuele problemen met het normale gebruik van de woning opgelost worden. Daarbij kan veelal gekozen worden uit meerdere mogelijke oplossingen. Ook nu gaat het weer om woningen op het niveau sociale woningbouw. De ruimten zijn dan ook weer de woonkamer, relevante slaapvertrek, keuken en sanitaire ruimten. Er kan altijd afgeweken worden naar boven of beneden, maar omvangrijke woningen en zeer grote ruimten gelden niet als uitgangspunt voor compensatie. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

47 Lid 2. Het kan mogelijk zijn de woning aan te passen, maar ook is het mogelijk dat er een andere woning beschikbaar is die geschikt is, of een woning die gemakkelijker geschikt te maken is. In die situatie zal een afweging worden gemaakt van de diverse mogelijkheden. Uitgangspunt daarbij zijn de behoeften van de aanvrager. Maar aan de andere kant is er ook de noodzaak tot een doelmatige besteding van gemeenschapsgelden, waardoor zo veel mogelijk aanvragers gecompenseerd kunnen worden met de beschikbare middelen. Door hier gericht beleid op te maken kan het Drechtstedenbestuur sturen in de mogelijkheden. De verschillende regels die gelden bij het maken van afwegingen zijn in de beleidsregels opgenomen. Ten aanzien van de vraag of er aangepast dient te worden, spelen afwegingen over afschrijving van de voorziening en over de vraag of de voorziening later hergebruikt kan worden (bijvoorbeeld een herplaatsbare woonunit) een belangrijke rol. Gestreefd wordt aanpassingen die bestaan uit een aanbouw alleen dan te realiseren als vastgelegd kan worden dat deze aanpassing tijdens de gehele looptijd beschikbaar kan blijven voor een gehandicapte. Dit zal over het algemeen uitsluitend te realiseren zijn bij huurwoningen van sociaal verhuurders. Lid 3 Verhuizing naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning kan een goedkopere oplossing bieden dan het aanpassen van een woning. Dat kan betekenen dat er eerst naar alternatieven gekeken wordt. Daarbij wordt zo mogelijk rekening gehouden met de behoeften van de aanvrager. Dat wil zeggen dat in een afweging bepaald zal worden hoe die behoeften zich verhouden tot de belangen (met name financiële) van het Drechtstedenbestuur. Lid 4. Als er voorliggende voorzieningen zijn of alternatieve voorzieningen zijn die goedkoper zijn, zal eerst beoordeeld worden of hiermee het resultaat bereikt zou kunnen worden. Indien verhuisd wordt, kan het Drechtstedenbestuur besluiten een verhuiskostenvergoeding te verstrekken. Artikel 11. Beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften Lid 1 van artikel 11 beschrijft wat verstaan wordt onder het beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften. Het kunnen beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften betekent dat de dagelijks benodigde hoeveelheid voedsel voor maaltijden en andere momenten waarop iets genuttigd wordt, beschikbaar moet zijn. Hetzelfde geldt voor toiletartikelen en schoonmaakmiddelen. Deze dagelijkse benodigdheden kunnen op vele manieren in huis komen. Er zal in redelijkheid gezocht worden naar een oplossing waarmee het resultaat bereikt wordt. Te denken valt aan een boodschappenservice. Het gaat niet alleen om de ingrediënten maar ook om de maaltijden zelf. Compensatie betekent dat de aanvrager beschikt over de verschillende maaltijden door de dag heen. Daarbij dient rekening te worden met medisch geïndiceerde diëten en kan rekening worden gehouden met de wensen van de aanvrager. Het te bereiken doel kan behaald worden via een maaltijdservice, via het gebruik maken van gezamenlijke maaltijden of via het met behulp van een vrijwilliger of anderszins zelf bereiden van maaltijden. Ook kan het bereiden van maaltijden worden overgenomen. Lid 2 van artikel 11 stelt welke hulpmiddelen gekozen kunnen worden om dit resultaat te bereiken. Boodschappen kunnen op verschillende manieren gedaan worden. Er kan gebruik gemaakt worden van beschikbare diensten, zoals boodschappenservice. Bij afwezigheid van dergelijke diensten, of indien de kosten van de dienst, zowel wat betreft producten als wat betreft extra bezorgkosten, dat rechtvaardigen, kan gekozen worden voor het inzetten van hulp om de boodschappen te doen. Daarbij zal goedkoopst-compenserend leidraad zijn, zodat het doen van boodschappen niet per se door de aanvrager zelf met hulp hoeft te Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

48 worden gedaan. Ook hier is het te bereiken resultaat van belang en is de manier waarop daaraan ondergeschikt. Lid 3 bepaalt dat een bruikbare boodschappenservice of bruikbare maaltijdvoorziening die leidt tot het te bereiken resultaat voorliggend is op eventueel individuele voorzieningen. Om te bepalen of een boodschappenservice of maaltijdvoorziening bruikbaar is, zal gekeken moeten worden naar gezinssamenstelling, kosten en concrete beschikbaarheid. Lid 4 bepaalt dat indien een voorliggende voorziening aanwezig is, waarmee het resultaat bereikt kan worden, er geen ruimte bestaat voor een individuele voorziening. Artikel 12. Beschikken over schone draagbare en doelmatige kleding Lid 1 Het Drechtstedenbestuur dient aanvragers in staat te stellen te beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding. Dit onderdeel is beperkt tot het verzorgen van kleding die iemand in zijn bezit heeft. Begeleiding bij het kopen van kleding valt niet onder afdwingbare compensatie, maar als daar behoefte aan bestaat, kan het Drechtstedenbestuur wel bemiddelen bij het regelen dat er geschikte en passende kleding wordt gekocht, bijvoorbeeld met inschakeling van vrijwilligers. De wijze waarop deze ondersteuning wordt geboden, is afhankelijk van de gezamenlijk door aanvrager en Drechtstedenbestuur te kiezen oplossing. Als mobiliteit het probleem is, kan gedacht worden aan een vervoersvoorziening om dat probleem op te lossen. Als er hulp bij het huishouden aanwezig is, zou dit de oplossing kunnen bieden. Dat hoeft niet per se via het samen kopen van kleding: het is ook mogelijk met behulp van anderen kleding aan te schaffen. Wat doelmatige kleding precies is zal per situatie verschillen. Het moge duidelijk zijn dat het gaat om dagelijkse kleding en niet om exceptionele kleding zoals bijvoorbeeld speciale gelegenheidskleding. Lid 2 Schone, draagbare en doelmatige kleding betekent dat er gewassen en gestreken en moet worden, voor zover de aanvrager daartoe niet zelf in staat is. Voor het wassen dient een wasmachine aanwezig te zijn. Ook het drogen van de was vindt indien mogelijk plaats op moderne wijzen van drogen: de wasdroger. Voor zover het noodzakelijk is bovenkleding te strijken kan dit ook onder te compenseren problemen vallen. Daarbij is weer uitgangspunt wat in de maatschappij algemeen gangbaar is. Lid 3 en 4. Als er voorliggende, algemene, collectieve of algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn, die tot het te bereiken resultaat kunnen leiden, zal geen ruimte bestaan voor individuele voorzieningen. Hierbij wordt uiteraard gekeken of er wel sprake is van maatwerk. Artikel 13. Het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Lid 1 spreekt over de dagelijkse zorg van kinderen die tot het gezin behoren. Dit kan onder de compensatieplicht horen als een ouder met beperkingen dat zelf niet kan. Het zal nooit gaan om volledige overname. In die situatie zullen andere oplossingen gezocht moeten worden. Te denken valt aan algemeen gebruikelijke en voorliggende voorzieningen zoals kinderopvang. Het ondersteunen bij de opvoeding in een ontregeld gezin valt onder de Wet op de jeugdzorg en intensieve zorg voor gehandicapte kinderen, die de gebruikelijke ondersteuning overstijgt, valt onder de AWBZ. Lid 2 biedt de mogelijke oplossingen. Het thuis verzorgen van kinderen die tot het gezin behoren zal veelal van korte duur zijn. De compensatie van het niet zelf verzorgen (en opvoeden) van tot het gezin behorende kinderen zal bij een langere duur opgelost kunnen worden via algemeen gebruikelijke, voorliggende en algemene voorzieningen. Soms zal tijdelijke compensatie van belang zijn om de ouder(s) de gelegenheid te geven een Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

49 definitieve oplossing te zoeken. Voorliggende voorzieningen spelen dan een grote rol. Te denken valt aan kinderopvang, gastouders, oppasgrootouders enz. Lid 3 en 4. Voor- tussen- en naschoolse opvang, kinderopvang of andere opvangmogelijkheden die in de individuele situatie van de aanvrager kunnen leiden tot het te bereiken resultaat kunnen het verstrekken van een individuele voorziening onnodig maken. Er zal dus altijd eerst beoordeeld moeten worden of er sprake is van dit soort oplossingsmogelijkheden. Artikel 14. Zich verplaatsen in en om de woning Lid 1. Het te bereiken resultaat betekent dat de aanvrager zich in om en nabij zijn woning moet kunnen verplaatsen. Daarbij dient gedacht te worden aan het verplaatsen in het kader van het wonen, waarbij de woning bij alle verplaatsingen centraal staat. Alle andere verplaatsingen, die verder gaan dan de woning (zoals het gaan posten van een brief, het op bezoek gaan bij een buurman of het maken van een ommetje) horen bij het volgende te bereiken resultaat: zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Bij deze verplaatsingen horen wel de verplaatsing naar een centrale hal in een flat, waar veelal de brievenbussen zijn, of het gebruik van een balkon of het gebruik van de tuin. Wat de tuin betreft moet het mogelijk zijn in die tuin te komen, de inrichting en het onderhoud van de tuin is de eigen verantwoordelijkheid. In de woning moeten de normale woonruimten bereikt kunnen worden. Te denken valt daarbij aan de woonkamer, het slaapvertrek, of mogelijk de slaapvertrekken, het toilet en de douche. Als er een berging is, moet ook de berging bereikt kunnen worden, als belanghebbende deze daadwerkelijk gebruikt. Zolders zonder stahoogte, veelal bereikbaar met bijvoorbeeld een vlizotrap, vallen niet onder de compensatieplicht. Het doel is dat men zich in die ruimten zodanig kan verplaatsen en zich daardoor zodanig kan redden dat normaal functioneren mogelijk is. Om dit resultaat te bereiken wordt compensatie geboden in de vorm van hulpmiddelen. Een voorbeeld is een rolstoel. Ook een verrijdbare tillift kan gezien worden als een dergelijk middel. De hulpmiddelen die het te bereiken resultaat kunnen bevorderen kunnen nieuw of gebruikt zijn. Het is niet zo dat de compensatieplicht betekent dat iemand een nieuwe voorziening moet ontvangen, de compensatieplicht betekent dat iemand met de verstrekking het te bereiken resultaat moet kunnen bereiken. Het kunnen verplaatsen in de woning zou kunnen betekenen dat er twee voorzieningen verstrekt worden. Wanneer iemand aangewezen is op een rolstoel, zou gekozen kunnen worden voor een stoeltjeslift in combinatie met een rolstoel beneden en een rolstoel boven, waardoor iemand in staat zal zijn om zich in de gehele woning te verplaatsen. In deze situatie kunnen naast een traplift ook andere voorzieningen nodig zijn om de woning rolstoeldoorgankelijk te maken dan wel een tilliften voor het maken van diverse in huis noodzakelijke transfers. In een aantal situaties zal een verhuisverplichting overwogen moeten worden als goedkoopst compenserende oplossing. Lid 2. In principe zal een hulpmiddel voor verplaatsing in, om en nabij het huis (onder de Wmo valt in veel gevallen de permanente en/of de elektrische rolstoel) verstrekt worden als men een dergelijke voorziening voor dagelijks zittend gebruik nodig heeft. Aan een dergelijke noodzaak gaat vaak een periode vooraf waarin gebruik wordt gemaakt van andere hulpmiddelen, (ooit) verstrekt op basis van de Zorgverzekeringswet of AWBZ of zelf aangeschaft. Uitgangspunt is dat een rolstoel alleen verstrekt wordt indien die noodzakelijk is voor het verplaatsen in, om en nabij de woning. De zogenaamde rolstoel voor incidenteel gebruik valt hier niet onder: deze rolstoel wordt immers niet gebruikt voor verplaatsen in, om en nabij de woning, maar wordt vooral gebruikt als men zich elders moet verplaatsen en dat zonder een Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

50 rolstoel niet kan, zoals tijdens een uitstapje. Voor dit soort rolstoelen kan gebruik gemaakt worden van speciaal hiervoor beschikbare uitleendepots, of van rolstoelen die op de plaats van bestemming beschikbaar zijn, zoals in pretparken, dierentuinen en dergelijke. Artikel 15. Zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Lid 1. Hier is het te bereiken resultaat dat de aanvrager zich met een of ander vervoermiddel binnen zijn eigen woonplaats en het direct daaromheen gelegen gebied kan verplaatsen. Die verplaatsingen moeten passen in het kader van het leven van alledag. Dat zijn alle verplaatsingen die niet uitsluitend te maken hebben met een betaalde baan. Wel gaat het om verplaatsingen nodig voor het doen van boodschappen (zodat ook op deze wijze het resultaat van het kunnen beschikken over de eerste levensbehoeften wordt bereikt), om op bezoek te gaan, om naar artsen, paramedici, specialisten en voor ziekenhuisonderzoek, voor zover het zogenaamde zittend ziekenvervoer daar geen oplossing voor biedt. Dit medisch vervoer betreft vooral situaties waarbij dat vervoer zo frequent is dat het beschikbaar gestelde vervoer bijna geheel voor dit medisch vervoer gebruikt zou worden. Ook het vervoer om in de natuur te zijn, al dan niet met familie of vrienden, of het vervoer om een kerk, een sporthal, of een museum te bezoeken valt onder de compensatieplicht. Heeft men voor werkgerelateerde verplaatsingen een aparte voorziening nodig, die verder gaat dan de normale voorziening voor het verplaatsen in het kader van het leven van alledag, dan zal deze voorziening niet onder de compensatieplicht vallen maar vergoed dienen te worden vanuit de voorzieningen ten behoeve van werken: zoals de Wia. Maar het enkele feit dat je met de voorziening die je nodig hebt in het kader van het leven van alledag, ook naar je werk kunt, ontslaat de gemeente niet van de compensatieplicht. Ook niet- gehandicapten gebruiken hun auto vaak voor het reguliere woon-werkverkeer of voor het vervoer in het kader van werk (waarvoor zij dan een vergoeding ontvangen van de werkgever). Lid 2. Het gaat hier om de directe woon- en leefomgeving tot maximaal 25 kilometer vanaf het woonadres. Uitgesloten zijn vakanties en ander verblijf buiten Nederland. Het vervoer is gemaximeerd op kilometer per jaar. Voor vervoer buiten het gebied zoals omschreven met woonplaats en omgeving wordt door het Ministerie van VWS Valys beschikbaar gesteld. Valys is aanvullend op de door de Wmo te compenseren voorzieningen en valt buiten de verantwoordelijkheid van het Drechtstedenbestuur. Valys regelt het vervoer wanneer de pashouder een vervoersbehoefte heeft die verder reikt dan 5 OV-zones vanaf het woonadres van de pashouder of wanneer het vertrekadres is gelegen op een afstand van meer dan 5 OV-zones vanaf het woonadres van de pashouder. Lid 3 en 4. Bij de vervoersvoorzieningen kan een scootmobielpool een oplossing bieden voor personen met een beperkte vervoersbehoefte op de korte afstand. Datzelfde geldt voor het zogenaamde vraagafhankelijke vervoer van deur tot deur. De vervoersbehoefte van de aanvrager is uitgangspunt van de beoordeling welke voorziening nodig is om het te bereiken resultaat te bereiken. Voorliggende voorzieningen kunnen individuele voorzieningen voorkomen. Artikel 16. De mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten. Lid 1. Het te bereiken resultaat ten aanzien van de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

51 bestaat uit het kunnen afleggen van bezoeken en het deelnemen aan activiteiten. Daarbij kan gedacht worden aan familiebezoek, aan het bezoeken van bijeenkomsten of het bezoeken van kerkdiensten, het deelnemen aan het verenigingsleven, maar ook het volgen van cursussen om de vrije tijd op een aangename wijze te kunnen invullen. Voorwaarden hiervoor zijn bijvoorbeeld het zich kunnen verplaatsen naar deze bestemmingen. Lid 2. Als vervoer voldoende in staat stelt aan activiteiten deel te nemen kan via artikel 15 het vervoersprobleem opgelost worden. Lid 3 en 4. Als sprake is van eigen mogelijkheden of voorliggende voorzieningen, die het probleem op kunnen lossen, zal er geen ruimte meer zijn voor individuele voorzieningen. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

52 HOOFDSTUK 6. VERSTREKKING IN NATURA, ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING PARAGRAAF 1. VERSTREKKING VAN VOORZIENINGEN Artikel 17. Mogelijke verstrekkingwijzen In dit artikel wordt behandeld in welke vormen voorzieningen verstrekt kunnen worden. De mogelijkheden voorziening in natura of een persoonsgebonden budget zijn voorgeschreven in artikel 6 Wmo. De financiële tegemoetkomingen kunnen niet ontbreken (hoewel er in feite geen verschil bestaat tussen een persoonsgebonden budget en een financiële tegemoetkoming) omdat artikel 7 lid 2 Wmo spreekt over een financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan de woonruimte. Een financiële tegemoetkoming dekt meestal niet de gehele kosten. Denk hierbij aan de verhuisvergoeding of luxere uitvoering dan de goedkoopst compenserende voorziening. PARAGRAAF 2. VERSTREKKING IN NATURA Artikel 18. Inhoud beschikking Dit artikel bepaalt in lid 1 welke aspecten bij het verstrekken van een voorziening in natura in de beschikking vastgelegd moeten worden. Het gaat er daarbij eerst om welke voorziening(en) aan de orde zijn. Dit uiteraard in relatie tot de te bereiken resultaten. Vervolgens wordt aangegeven wat de duur van de voorziening is: voor hoe lang wordt iets toegekend. Vervolgens is van belang te vermelden op welke wijze de voorziening in natura verstrekt wordt, bijvoorbeeld in bruikleen, in eigendom of via een leverancier. Lid 2 geeft aan dat als een eigen bijdrage gevraagd wordt, dit in de beschikking komt te staan. Dit betreft alleen het gegeven dat een eigen bijdrage gevraagd wordt en dat het Centraal administratiekantoor (CAK) de hoogte daarvan vaststelt en int. Hoe hoog de eigen bijdrage is zal door het CAK bepaald worden en door het CAK bij afzonderlijke beschikking worden opgelegd. PARAGRAAF 3. VERSTREKKING ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel 19. Overwegende bezwaren Artikel 19 bepaalt dat die situaties waarin geen persoonsgebonden budget verstrekt wordt, ook al is dat aangevraagd, omdat zij vallen onder de formulering van artikel 6 Wmo: overwegende bezwaren door het Drechtstedenbestuur opgenomen moeten worden in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden. Dit omdat in de loop der jaren meer situaties kunnen ontstaan waarin tegen het verstrekken van een pgb overwegende bezwaren bestaan. Dit kan zijn als belanghebbende bijvoorbeeld niet in staat is de gelden te beheren. Artikel 20. Inhoud beschikking Lid 1 van artikel 20 bepaalt wat er bij het verstrekken van een persoonsgebonden budget vastgelegd moet worden in de beschikking. Het gaat daarbij allereerst om de formulering van het te bereiken resultaat zodat helder is waarvoor het persoonsgebonden budget gebruikt moet worden. Dat kan beperkt zijn, zoals het bezoeken van familie, vrienden en kennissen en het doen van boodschappen met een scootmobiel, maar ook een meer algemeen geformuleerd resultaat, zoals het maken van alle noodzakelijke verplaatsingen in de naaste woon- en leefomgeving. Vervolgens kan in de beschikking worden vastgelegd wat de omvang van het persoonsgebonden budget is, welk bedrag men ontvangt, met vermelding hoe dat bedrag tot stand is gekomen. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

53 Als er een programma van eisen wordt verstrekt (waar is het geld voor bedoeld, aan welke eisen moet voldaan zijn) wordt dat ook in de beschikking vastgelegd onder bijvoeging van het programma van eisen. De voorziening wordt omschreven, bijvoorbeeld een standaardvoorziening met of zonder specifieke aanpassingen en met een duidelijke omschrijving welk resultaat deze voorziening moet bereiken. Kiest een cliënt voor een andere vorm van voorziening dan moet daarmee wel eenzelfde resultaat worden bereikt (zie recente uitspraak van de CRVB). Er wordt niet meer betaald dan dat de goedkoopst compenserende voorziening. Wel moet het een reëel bedrag zijn waar ook cliënt de geselecteerde voorziening kan kopen. Tot slot moet voor wat betreft de verantwoording ook in de beschikking worden vastgelegd wat van de belanghebbende wordt verwacht. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat bij het heffen van een eigen bijdrage dit in de beschikking vermeld moet worden. Dit betreft alleen het gegeven dat een eigen bijdrage gevraagd wordt, waarbij meegenomen wordt dat het CAK de hoogte van de eigen bijdrage vaststelt en per beschikking op zal leggen. PARAGRAAF 4. VERSTREKKING VAN EEN FINANCIËLE TEGEMOETKOMING Artikel 21. Inhoud beschikking Lid 1 bepaalt ten aanzien van de financiële tegemoetkoming wat in de beschikking vermeld wordt. Het gaat hier allereerst om de vermelding van het te bereiken resultaat waarvoor de financiële tegemoetkoming gebruikt dient te worden. Daarnaast moet vermeld worden voor welke duur, voor welke periode de financiële tegemoetkoming verstrekt wordt en tenslotte dient hier vermeld te worden of er een overeenkomst van toepassing is op deze verstrekking. Uiteraard moet ook de hoogte van de financiële tegemoetkoming vermeld worden. Lid 2. Bij het verstrekken van een financiële tegemoetkoming bestaat de mogelijkheid een eigen aandeel te vragen. Indien dit van toepassing is, dient dit in de beschikking vermeld te worden. PARAGRAAF 5. EIGEN BIJDRAGEN EN EIGEN AANDEEL Artikel 22. Eigen bijdragen en eigen aandeel Bij het verstrekken van individuele voorzieningen in het kader van de te bereiken resultaten, vastgelegd in deze verordening, is de aanvrager een eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd. Het verschil tussen eigen bijdrage en eigen aandeel zit erin dat de eigen bijdrage van toepassing is bij het verlenen van voorzieningen in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Het eigen aandeel wordt toegepast bij een financiële tegemoetkoming (bijvoorbeeld voor een woningaanpassing waarvan de belanghebbende niet de eigenaar is). Het Drechtstedenbestuur legt in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden de omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeel vast. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

54 HOOFDSTUK 7. PROCEDURELE BEPALINGEN ROND ONDERZOEK, ADVIES EN BESLUITVORMING, INTREKKING EN TERUGVORDERING Artikel 23. Beslistermijn. De Algemene wet bestuursrecht regelt dat, als bij wettelijk voorschrift niet anders is bepaald, een besluit genomen dient te worden binnen een redelijke termijn. Die redelijke termijn is 8 weken. De Wmo bepaalt niets over beslistermijnen. Het is logisch voor enkele onderdelen wel een langere termijn vast te stellen. Dit geldt met name voor bouwkundige woonvoorzieningen. Zeker als daarvoor een offerte moet worden aangevraagd, zal daarmee de nodige tijd gemoeid zijn, zodat de termijn van acht weken niet haalbaar is. Artikel 24. Beperkingen Er geldt een aantal beperkingen bij het verstrekken van voorzieningen. Lid 1 onder a bepaalt dat een voorziening langdurig noodzakelijk is. Op deze regel bestaat een duidelijke uitzondering: huishoudelijke ondersteuning na een ziekte of ziekenhuisopname. Als deze kortdurende huishoudelijke ondersteuning niet geleverd kan worden als algemene voorziening, zal deze hulp als individuele voorziening verstrekt moeten worden. Deze uitzondering dient dan in de verordening te worden opgenomen. Wat langdurig noodzakelijk is hangt geheel af van de situatie, maar ook een te bereiken resultaat voor een belanghebbende die terminaal is, dient gerekend te worden tot langdurig noodzakelijk. De voorziening zal immers iemands gehele verdere leven noodzakelijk zijn. De gebruikelijke regel is dat een voorziening, naar inschatting, langer dan 6 maanden noodzakelijk moet zijn. Dit sluit aan bij de maximale uitleentermijn van 6 maanden waarvan de kosten, zolang de huidige regels van toepassing zijn, voor rekening van de AWBZ komen. Lid 1 onder b bepaalt dat de voorziening als de goedkoopst- compenserende voorziening aangemerkt moet kunnen worden. Het gaat daarbij op de eerste plaats om een voorziening die compenserend is voor de ondervonden problemen, zodat het te bereiken resultaat daadwerkelijk bereikt kan worden. Maar wanneer meerdere voorzieningen compenserend blijken te zijn, wordt volstaan met de goedkoopste voorziening. Lid 2 bepaalt onder a dat geen voorziening wordt toegekend indien de voorziening als algemeen gebruikelijk beschouwd dient te worden voor een persoon als de aanvrager. Verder wordt geen voorziening toegekend als niet meer is na te gaan of de voorziening noodzakelijk was en of wel sprake was van een goedkoopst compenserende voorziening. Is de voorziening te duur geweest dan, kan het Drechtstedenbestuur volstaan met het vergoeden van een lager bedrag conform de goedkoopst- compenserende voorziening. Artikel 25. Advisering Het kan noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de gevraagde voorziening een beroep te doen op een (medisch) adviseur. Als daar aanleiding voor is biedt artikel 25 daartoe de mogelijkheid. Geregeld is dat het Drechtstedenbestuur twee mogelijkheden heeft: het Drechtstedenbestuur kan allereerst iemand oproepen op een bepaalde plaats en tijd te verschijnen en daar die vragen te beantwoorden die nodig zijn om tot een zorgvuldig besluit te komen. De tweede mogelijkheid is uitgebreider: deze biedt ook de gelegenheid tot onderzoek, bijvoorbeeld door een arts. Bij de advisering zal de ICF terminologie gebruikt worden met het oog op de consistentie van verslag, onderzoek en beoordeling. Het zal duidelijk zijn dat er van deze mogelijkheden alleen maar gebruik kan worden gemaakt als dit noodzakelijk is, dat wil zeggen als zonder dit onderzoek een zorgvuldige besluitvorming niet mogelijk is. In principe mag van de aanvrager verwacht worden mee te werken. Is de aanvrager niet bereid tot medewerking, dan zal het Drechtstedenbestuur moeten beoordelen of zonder deze Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

55 medewerking een zorgvuldig besluit te nemen is. Is dat niet mogelijk dan zal het Drechtstedenbestuur de aanvraag buiten behandeling kunnen stellen. Is wel een zorgvuldig besluit mogelijk, dan zal dat besluit genomen moeten worden. Uiteraard zal er een medisch advies moeten zijn bij een afwijzing op medische gronden. En er kunnen zich situaties voordoen dat er anderszins behoefte bestaat aan een medisch advies. Dan biedt het laatste lid van dit artikel daartoe de mogelijkheid. Artikel 26. Wijziging situatie Dit artikel voorziet erin dat bij een gewijzigde situatie van de belanghebbende de plicht bestaat het Drechtstedenbestuur hiervan op de hoogte te stellen, als men kan vermoeden dat dit invloed kan hebben op de verstrekte voorziening. Zo zal bij overlijden of verhuizen de voorziening stopgezet kunnen worden en dienen de erven dit zo snel mogelijk te melden. Uiteraard gaat het Drechtstedenbestuur in deze situatie pas tot beëindiging over als ook via het GBA deze gewijzigde omstandigheid is gemeld. Maar andere omstandigheden zijn minder gemakkelijk kenbaar voor het Drechtstedenbestuur. In die situatie kan men op basis van dit artikel verwachten dat wijzigingen worden doorgegeven. Het kan overigens geen kwaad deze bepaling in de beschikking te herhalen, hetgeen de kans dat er kennis van genomen wordt aanzienlijk vergroot. Artikel 27. Intrekking Een besluit, genomen op basis van deze verordening, kan in bepaalde omstandigheden geheel of gedeeltelijk ingetrokken worden. Dit zal gebeuren als bij de toekenning voorwaarden gesteld zijn en daar op enig moment niet of niet meer aan is voldaan. In die situatie bestaat ook de mogelijkheid tot terugvordering, indien de voorziening zich daartoe leent. Dat is in artikel 28 geregeld. Ook de situatie dat beslist is op verstrekte onjuiste gegevens biedt de mogelijkheid een genomen beschikking geheel of ten dele in te trekken. Ook in deze situatie kan terugvordering een mogelijkheid zijn. Een beslissing wordt genomen met de bedoeling dat men daar een voorziening mee treft. Als binnen 6 maanden na het nemen van de beslissing de voorziening nog niet is getroffen, is er ook de mogelijkheid een beslissing geheel of ten dele in te trekken. Dit is van toepassing indien een cliënt die daar zelf zorg voor diende te dragen, dit niet heeft gedaan of als is vast komen te staan dat deze niet meer noodzakelijk is. Lid 2. Het Drechtstedenbestuur heeft het recht om voorzieningen tussentijds opnieuw te beoordelen, met een eventueel ongunstiger besluit tot gevolg, onder toepassing van een overgangstermijn. In de praktijk worden bijvoorbeeld nieuwe aanbestedingen gedaan of andere regels gemaakt die ertoe leiden dat er opnieuw beoordeeld wordt. Artikel 28. Terugvordering Indien een besluit is ingetrokken (en ook alleen maar in die situatie) kan eventueel tot terugvordering worden overgegaan. Voorwaarde is dat het recht op de voorziening is ingetrokken. Een voorziening in natura, een financiële tegemoetkoming of een pgb kan worden teruggevorderd. Hierbij geldt een privaatrechtelijke procedure. Terugvordering van een voorziening die bestaat uit een natura- verstrekking kan ook als later blijkt dat de verstrekking onterecht is geweest doordat er onjuiste gegevens zijn verstrekt. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

56 HOOFDSTUK 8. SLOTBEPALINGEN Artikel 29. Hardheidsclausule Juist omdat het in de Wmo om maatwerk gaat, zal het Drechtstedenbestuur er niet aan ontkomen om, ook al is er een zorgvuldige afweging gemaakt, uiteindelijk toch te beoordelen of deze afweging niet leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Deze afweging zal minder vaak voorkomen dan nu. Immers, bij de afwegingen gaat het al om een zeer persoonlijke beoordeling. Als ondanks die zeer persoonlijke afweging toch nog sprake is van een niet billijke situatie, is de hardheidsclausule een vangnet. Daarbij kan de aanvrager ook een beroep doen op deze clausule. Wordt de hardheidsclausule vaker voor één onderwerp gebruikt dan kan men zich afvragen of het beleid niet aangepast zou moeten worden. Artikel 30. Indexering Bepaalde bedragen kunnen jaarlijks aangepast worden zonder dat het Drechtstedenbestuur hier iets voor hoeft te doen. Te denken valt daarbij aan de bedragen voor de eigen bijdrage en het eigen aandeel. Het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport zal deze (maximale) bedragen jaarlijks aanpassen. Het Drechtstedenbestuur is op basis van dit artikel ook bevoegd eigen bedragen aan te passen. Om deze reden is het voor de hand liggend alle bedragen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden op te nemen, zodat de bedragen snel en gemakkelijk aan te passen zijn. Artikel 31. Evaluatie Dit artikel regelt de evaluatie. Artikel 32. Inwerkingtreding Dit artikel regelt de inwerkingtreding van deze verordening. Artikel 33. Citeertitel Dit artikel regelt tenslotte hoe deze verordening geciteerd kan worden. Toelichting verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden

57 REGIONALE WMO ADVIESRAAD DRECHTSTEDEN Drechtstedenbestuur Postbus AP DORDRECHT Dordrecht 19 september 2012 Kenmerk: 12/09/007/MT Betreft: Verordening 2013 Geacht bestuur, De Regionale Wmo adviesraad Drechtsteden is gevraagd advies uit te brengen over de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden 2013 en de toelichting hierop. Hieronder treft u ons advies aan. Verordening 1. Hoofdstuk 1 lid 10: Algemeen gebruikelijke voorzieningen moeten dan wel goed bruikbaar zijn voor de betreffende klant. 2. We adviseren u expliciet aandacht te besteden aan de mantelzorger in de verordening. MEZZO heeft een aanvulling op de modelverordening opgesteld. In de bijlage treft u dit overzicht aan. We adviseren u dit overzicht mee te nemen. 3. Op verschillende plaatsen in de Verordening en in de toelichting worden de termen goedkoopst compenserend gebruikt. We adviseren u dit om te wijzigen in meest compenserend. De voorziening moet in de eerste plaats compenserend zijn. Wanneer meerdere voorzieningen compenserend blijken te zijn, kan volstaan worden met de goedkoopste (zie bijlage 1). 4. Hoofdstuk 8 artikel 30: Het Drechtstedenbestuur kan jaarlijks per 1 januari de in het kader van deze verordening en het op deze verordening berustende Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden geldende bedragen verhogen of verlagen aan de hand van de prijsindex volgens het prijspeil Bruto Binnenlands Product van het Centraal Plan Bureau. Tot nu toe is de indexering gemandateerd aan de directeur van de Sociale Dienst Drechtsteden. We adviseren u deze mandatering voort te zetten. Secretariaat: Zorgbelang Zuid-Holland, M.H. Trompweg 235, 3317 NE DORDRECHT telefoonnr.: adres:

58 Toelichting op de verordening 1. Hoofdstuk 1 lid 3: Wat wordt er bedoeld met primaten? We adviseren u dit mee te nemen in de begripsomschrijvingen. 2. Hoofdstuk 3 artikel 5: In bepaalde situaties wordt er voor gekozen dit gesprek uit te laten monden in een verslag (p.11 eerste alinea). We adviseren u in bepaalde situaties weg te halen. Van elke gesprek moet een verslag gemaakt worden. Dan is het voor alle partijen duidelijk wat er is afgesproken. In afwachting van uw reactie, met vriendelijke groet, A.J.A.J. de Goeij Cc de heer P. van der Meijden Secretariaat: Zorgbelang Zuid-Holland, M.H. Trompweg 235, 3317 NE DORDRECHT telefoonnr.: adres:

59 Bijlage 1 Goedkoopst compenserend Binnen de compensatieplicht worden de termen goedkoopst adequaat, meest adequaat en goedkoopst compenserend vaak door elkaar gebruikt. Project de Kanteling beperkt zich tot de termen: goedkoopst compenserend en meest compenserend. Concreet houdt de compensatieplicht in dat de gemeente samen met de burger moet kijken met welke maatregel het gat tussen wel of niet kunnen meedoen aan de samenleving (zo goed mogelijk) kan worden gedicht. Deze maatregel kan een oplossing uit het eigen netwerk (familie, vrienden) zijn, maar ook een individuele voorziening van de gemeente. Als het gat maar zo goed mogelijk wordt gedicht. Compensatie staat voorop Het kan voorkomen dat verschillende maatregelen hetzelfde maximale resultaat behalen. Zo wil de buurvrouw graag samen met u naar een activiteit van het buurthuis (oplossing 1) en kan de gemeente u een vervoersvoorziening geven waardoor u naar dezelfde activiteit kan gaan (oplossing 2). Als de buurvrouw echt elke woensdagmiddag met u naar het buurthuis wil en dat ook voor langere tijd kan blijven doen, dan is het resultaat hetzelfde als het resultaat van de vervoersvoorziening. In deze situatie is voor de gemeente oplossing 1 de goedkoopst compenserende maatregel. Maar als de buurvrouw af en toe een keertje met u naar het buurthuis wil, dan is dit geen oplossing in het kader van de Wmo. Het gat tussen wel of niet mee kunnen doen aan de samenleving is in dat geval groter dan bij de oplossing van een individuele voorziening. De gemeente zal dan oplossing 2 moeten toepassen, omdat hiermee het meest compenserende resultaat wordt bereikt. Juridische achtergrond Ook de hoogste bestuursrechter heeft zich ook uitgelaten over de term goedkoopst compenserend. Hij zegt hierover: De begrippen goedkoopst en compenserend moeten in onderlinge samenhang worden bezien. De volgorde waarin deze begrippen zijn geplaatst, betekent niet dat bij de afweging die wordt gemaakt, de hoogte van de kosten van de voorziening voorop staat en pas in tweede instantie wordt gekeken of de voorziening als compensatie kan worden aangemerkt. Goedkoopst compenserend betekent dat een voorziening altijd compenserend moet zijn. Pas als er meerdere compenserende voorzieningen zijn, kan de goedkoopste compenserende voorziening worden gekozen. (bron: LJN: BK3321, Centrale Raad van Beroep, 28 oktober 2009, 08/1600 Wmo) Conclusie Project de Kanteling beperkt zich tot de termen: goedkoopst compenserend en meest compenserend. Meest compenserend is de oplossing die ervoor zorgt dat het gat tussen wel of niet mee kunnen doen aan de samenleving, zo goed mogelijk wordt gedicht. Dit is wat de gemeente als eerste moet doen. Zijn er meerdere meest compenserende oplossingen, dan mag de gemeente de goedkoopste variant kiezen. Bron: CG-raad Secretariaat: Zorgbelang Zuid-Holland, M.H. Trompweg 235, 3317 NE DORDRECHT telefoonnr.: adres:

60

61

62 Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden 2013 op te nemen in Handboek Wmo Schulinck Vastgesteld door Drechtstedenbestuur op 20 december 2012 en van toepassing vanaf 1 januari 2013 Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

63 Voorwoord Op grond van artikel 4:81, lid 1 Algemene wet bestuursrecht kan het Drechtstedenbestuur beleidsregels vaststellen voor het bereiken van de resultaten op het gebied van maatschappelijke ondersteuning: 1. Een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende, dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. In de beleidsregels geeft het Drechtstedenbestuur uitwerking aan vigerende wet- en regelgeving ten behoeve van het nemen van beslissingen. Na vaststelling van de beleidsregels kan hiernaar in beschikkingen eenvoudig worden verwezen. Bij gewijzigd beleid kan het Drechtstedenbestuur de beleidsregels aanpassen. De Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden is op 4 december 2012 door de Drechtraad vastgesteld. Vervolgens heeft het Drechtstedenbestuur op 20 december 2012 de Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden en het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden, met daarin vastgelegd de hoogte van alle bedragen, vastgesteld. Ingangsdatum van verordening, besluit en beleidsregels is 1 januari Bij het opstellen van de beleidsregels zijn de modelbepalingen van de VNG als uitgangspunt genomen. Hierdoor wordt aansluiting bij implementatie van De Kanteling, waarop eveneens de nieuwe Verordening is gebaseerd, het beste gewaarborgd.. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

64 Inhoudsopgave 1. Hoe te komen tot de te bereiken resultaten 4. Inleiding 4. Eigen verantwoordelijkheid 4. Het Gesprek 5. Hardheidsclausule 6. Nazorg 6. De belangen van mantelzorgers Beoordeling van de te bereiken resultaten 7. Resultaat 1: een schoon en leefbaar huis 7. Resultaat 2: wonen in een geschikt huis 8. Resultaat 3: goederen voor primaire levensbehoeften 11. Resultaat 4: beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding 12. Resultaat 5: het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren 13. Resultaat 6: verplaatsen in en om de woning 14. Resultaat 7: lokaal verplaatsen per vervoermiddel 15. Resultaat 8: hebben van contacten en deelname recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten Verstrekking in natura, als persoonsgebonden budget en als financiële tegemoetkoming - Eigen bijdrage en eigen aandeel 20. Inleiding 20. De voorziening in natura en de eigen bijdrage 20. Het persoonsgebonden budget en de eigen bijdrage 20. De financiële tegemoetkoming en het eigen aandeel Onderzoek, advies en besluitvorming; beëindiging, intrekking 23. en terugvordering Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

65 HOOFDSTUK 1: HOE TE KOMEN TOT DE TE BEREIKEN RESULTATEN Inleiding Deze nieuwe beleidsregels vormen met de nieuwe verordening een trendbreuk met de oude regels, zoals die gehanteerd werden onder de Wet voorzieningen gehandicapten (Wvg) en sinds 2007 onder de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Was onder de Wvg sprake van een zorgplicht en tamelijk nauwkeurig omschreven voorzieningen, de compensatieplicht van de Wmo vraagt om een andere aanpak. Die andere werkwijze heeft de VNG samen met CG-Raad en CSO ontwikkeld. Kernbegrippen zijn nu het leveren van maatwerk, uitgaan van te bereiken resultaten en eigen verantwoordelijkheid. Tijdens het gesprek voorafgaand aan een eventuele aanvraag voor individuele voorzieningen, komt eerst het resultaat dat bereikt moet worden aan de orde, daarna passeren de verschillende oplossingen de revue. Omdat maatwerk nodig is, vindt een uitgebreid gesprek plaats ter verkenning van de mogelijkheden, ook de eigen mogelijkheden en die van het netwerk van de klant. In de allereerste richtingbepalende uitspraak van 10 december 2008 heeft de Centrale Raad van Beroep helder uiteengezet hoe zij aankijkt tegen de compensatieplicht en wat van de gemeente bij de uitvoering mag worden verwacht. Kenmerkend daarbij is de grote invloed van de persoonskenmerken en behoeften van de aanvrager op het gemeentelijk onderzoek. De latere jurisprudentie laat voortdurend zien dat gemeenten te weinig onderzoek doen naar persoonskenmerken en behoeften van belanghebbenden, waardoor zij er geen of onvoldoende kennis van hebben en er dan ook niet of te weinig rekening mee houden. Art. 4 van de Wmo geeft allereerst aan op welke terreinen resultaten bereikt dienen te worden. Daarnaast geeft dit artikel aan dat het in de Wmo gaat om maatwerk. Daar was onder de Wvg veel minder sprake van. De nadruk ligt nu veel meer op zorgvuldig onderzoek van het individuele geval. En ook al is het eindresultaat gelijk aan dat wat het onder de Wvg geweest zou zijn: de onderbouwing en motivering moeten er geheel anders uit zien. En aan die onderbouwing toetst de rechter het besluit. Eigen verantwoordelijkheid De Wmo is uitsluitend bedoeld om mogelijkheden te bieden door middel van voorzieningen als het niet in iemands eigen vermogen ligt het probleem op te lossen. Deze eigen verantwoordelijkheid komt tijdens het gesprek met de belanghebbende aan de orde. Eigen verantwoordelijkheid betekent bijvoorbeeld de aanschaf en het gebruik van zoveel mogelijk strijkvrije kleding om onnodig beroep op een hulp te voorkomen. Ook nieuwe technische mogelijkheden kunnen hierbij worden betrokken. Via algemene voorlichting kunnen inwoners worden geïnformeerd over hun eigen verantwoordelijkheid voor het tijdig nemen van maatregelen, die leiden tot zelfredzaamheid en participatie, bijvoorbeeld bij het organiseren van zorg, het aanschaffen van kleding en het geschikt maken en houden van hun woningen. De Kanteling is geen statisch gebeuren. Onder invloed van de praktijk ontstaat nieuwe jurisprudentie en die zal weer zijn plaats moeten krijgen in - met name - de beleidsregels. Bij de beoordeling van geschillen is het ook de rechter die toetst of de gemeente de eigen regels, zoals neergelegd in verordening en beleidsregels wel correct heeft gehanteerd. De beleidsregels volgen de verordening ten aanzien van de volgorde van de te behandelen onderdelen. Dat betekent dat de te bereiken resultaten uitgangspunt zijn en gestart wordt met het gesprek. De beleidsregels bevorderen dat de doelstellingen van de compensatieplicht, zoals die door de wetgever in de Wmo zijn geformuleerd en nader zijn vastgelegd in de verordening, te weten zelfredzaamheid en participatie door inwoners met beperkingen, ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Een goed gesprek, heldere resultaten en oplossingen op maat zijn daartoe nodig. Het Gesprek Tijdens het gesprek komen aan de orde de persoonskenmerken van een belanghebbende, de aard van zijn beperkingen en de daarvoor te kiezen oplossingen. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

66 Als tegelijk met het optreden van de beperking, een oplossing van problemen al aanwezig is in die zin dat deze feitelijk al jaren behoort tot iemands normale levenspatroon, is het oordeel in zijn algemeenheid dat er geen compensatie nodig is. Dit is uiteraard anders als aangetoond kan worden dat er zodanige wijzigingen zijn dat het niet meer mogelijk is deze hulp zelf te organiseren. Bij het bespreken van de aard van de beperkingen wordt de International Classification of Functions, Dissabilities and Health gehanteerd, o.a. als gezamenlijk begrippenkader. De ICF is een classificatie van het menselijk functioneren. De classificatie is systematisch geordend in gezondheidsdomeinen en met de gezondheid verband houdende domeinen. Op elk niveau zijn de domeinen verder gegroepeerd op grond van gemeenschappelijke kenmerken en in een zinvolle ordening geplaatst. Door toepassing hiervan ontstaat een gemeenschappelijk kader voor alle betrokken professionals, die getraind zijn in de toepassing er van. Concreet betekent het dat in het gesprek wordt aangegeven om welke stoornissen (functiebeperkingen) het bij de belanghebbende gaat en wat deze betekenen bij activiteiten en participatie. Het is immers op dit niveau dat compensatie op basis van de Wmo plaats zal moeten vinden. Bij het bespreken van mogelijke oplossingen om de beperkingen te compenseren, wordt beoordeeld of in het gesprek alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Daarna wordt beoordeeld of er andere eigen mogelijkheden zijn. En ten slotte wordt beoordeeld of er sprake is van gebruikelijke ondersteuning. Gebruikelijke ondersteuning is een geobjectiveerd begrip van wat personen, die een leefeenheid vormen en een gezamenlijke huishouding voeren, geacht worden te doen. Daarbij wordt rekening gehouden met de leeftijd. Van huisgenoten van 23 jaar en ouder wordt verwacht dat zij alle huishoudelijke taken overnemen, die de belanghebbende niet kan verrichten, ook als zij een volledige baan hebben. Alleen bij daadwerkelijke afwezigheid van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten kunnen de niet-uitstelbare taken worden overgenomen. Van kinderen ouder dan 7 en jonger dan 23 jaar wordt verwacht dat zij een oplopend deel van de huishoudelijke taken kunnen uitvoeren. In het Protocol indicatiestelling Huishoudelijke ondersteuning Wmo Drechtsteden (april 2012) is één en ander nader uitgewerkt. Als al het voorafgaande niet heeft geleid tot een oplossing van het probleem, zal het Drechtstedenbestuur compenseren in de vorm van een individuele voorziening en kan daarvoor door of namens de belanghebbende een aanvraag worden ingediend. Op dat moment worden de mogelijke financiële consequenties eveneens besproken, zoals de eventuele eigen bijdrage of het eigen aandeel en indien van toepassing het hanteren van afschrijftermijnen bij bepaalde voorzieningen. Het hanteren van een afschrijftermijn heeft met name financiële consequenties en biedt slechts een indicatie voor de levensduur. Of vernieuwing van een voorziening aan de orde is, hangt af van persoonskenmerken, behoeften en mogelijkheden van belanghebbende en niet van de afschrijftermijn. Hardheidsclausule Bij alle beleidsregels geldt dat persoonskenmerken en behoeften het noodzakelijk kunnen maken hiervan af te wijken. Dit gebeurt met een stevige onderbouwing onder toepassing van de hardheidsclausule. Artikel 29 van de Verordening bepaalt dat het Drechtstedenbestuur in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager kan afwijken van de bepalingen in de Verordening, en dus niet van de in de wet zelf genoemde bepalingen als toepassing leidt tot onbillijkheden van overwegende aard. Zo nodig wordt hierbij advies ingewonnen. Dit afwijken kan alleen maar ten gunste, en nooit ten nadele van de belanghebbende of de eigenaar van de woonruimte. Bij de woningeigenaar, bijvoorbeeld een corporatie, kan gedacht worden aan een situatie waar het van belang is dat een woonruimte ook langer dan zes maanden leeg staat, omdat bijvoorbeeld bekend is dat een persoon met beperkingen voor wie de aangepaste woning uitermate geschikt is, op het punt staat om uit een revalidatiecentrum te worden ontslagen. In die gevallen kan het doelmatiger zijn om een langere periode een tegemoetkoming in de huurderving te verstrekken. Verder is met nadruk gemeld: in bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de hardheidsclausule is een uitzondering en geen regel. Het Drechtstedenbestuur geeft in verband met precedentwerking dan ook steeds duidelijk aan waarom in een bepaalde situatie van de Verordening wordt afgeweken. Nazorg Belanghebbenden kunnen bij vragen en opmerkingen over de geboden oplossingen contact opnemen met de Sociale Dienst Drechtsteden. In de afspraken, die tussen de SDD en de belanghebbende worden gemaakt, wordt vastgelegd dat zij wijzigingen in hun situatie moeten doorgegeven. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

67 Belangen van mantelzorgers Het Drechtstedenbestuur houdt rekening met mantelzorgers. Zo kan in geval van dreigende overbelasting een individuele voorziening aan de belanghebbende worden toegekend of verruimd. Overbelasting moet hierbij wel medisch worden onderbouwd. Deze voorziening kan dan niet als het een persoonsgebonden budget betreft - door de mantelzorger worden ingevuld: het gaat immers om diens (dreigende) overbelasting. Het gaat hier om een afgeleid recht. Het Drechtstedenbestuur kan ook op voorhand rekening houden met periodes van afwezigheid van de mantelzorger voor vakantie of anderszins. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

68 HOOFDSTUK 2. BEOORDELING VAN DE TE BEREIKEN RESULTATEN Resultaat 1: een schoon en leefbaar huis Inleiding Tot een schoon en leefbaar huis behoort het zwaar en licht huishoudelijk werk, zoals voor 2007 benoemd onder de AWBZ. Het gaat daarbij concreet om zaken als stofzuigen, schoonmaken van badkamer, keuken en toilet, het schoonmaken van vloeren en het overigens schoonhouden van de ruimten die onder de compensatieplicht vallen. Deze ruimten zijn die ruimten die - op het niveau sociale woningbouw - voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn. Niveau sociale woningbouw betekent dat dit niveau als uitgangspunt wordt genomen. Afwegingskader Het gaat om alle activiteiten teneinde het hoofdverblijf schoon en leefbaar te houden: Zijn hiervoor deels - geschikte voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar? Zijn er andere mogelijkheden, bijvoorbeeld iemand uit het netwerk of de eigen hulp? Is sprake van gebruikelijke ondersteuning? Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem, zal het Drechtstedenbestuur compenseren door toekenning van een individuele voorziening huishoudelijke ondersteuning. Normering De omvang en aard van de compensatie Huishoudelijke ondersteuning wordt afgestemd op de gezinssituatie en de medische of psychosociale situatie van de aanvrager. Huishoudelijke ondersteuning wordt geïndiceerd als Huishoudelijke ondersteuning of Huishoudelijke ondersteuning+. Huishoudelijke ondersteuning is bedoeld voor het basaal laten functioneren van het huishouden. Huishoudelijke ondersteuning+ is aan de orde bij problemen met het voeren van de regie. Beide categorieën kunnen zowel tijdelijk als langdurig worden ingezet. Bij het bepalen van de omvang is een normering gehanteerd, die gerelateerd is aan het op basaal niveau functioneren van het huishouden dat geen overheidsvoorzieningen nodig heeft. Ten slotte wordt voor het bepalen van de omvang van de te verstrekken Huishoudelijke ondersteuning rekening gehouden met de levering van gebruikelijke ondersteuning. Het Protocol indicatiestelling Huishoudelijke ondersteuning Wmo Drechtsteden (april 2012) geeft nadere uitwerking bij de invulling van Huishoudelijke ondersteuning. Voor het aanbieden van huishoudelijke ondersteuning heeft het Drechtstedenbestuur overeenkomsten gesloten met aanbieders. Vorm van de toekenning Huishoudelijke ondersteuning wordt door het Drechtstedenbestuur toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. De hoogte van het persoonsgebonden budget is geregeld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning artikel 3.3. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

69 Resultaat 2: wonen in een geschikt huis Inleiding In de Wmo is in artikel 4 lid 1 geen duidelijk onderscheid gemaakt tussen resultaten die bereikt moeten worden op het huishoudelijke vlak en resultaten voor wat betreft een voor de persoon en zijn kenmerken geschikte woning. De term voeren van een huishouden geeft daar geen duidelijkheid over. Daarbij is er één belangrijke voorwaarde voordat er gecompenseerd kan worden: er moet een woning zijn. Als er geen woning is, is het niet de taak van de gemeente om voor een woning te zorgen. Iedere Nederlandse burger dient zelf voor een woning te zorgen. Bij de keus van een woning wordt uiteraard rekening gehouden met de eigen situatie. Dat betekent ook dat er met bestaande of bekende komende beperkingen rekening wordt gehouden door de belanghebbende. Een geschikte woning is een woning die iemand normaal kan gebruiken voor algemene dagelijkse levensverrichtingen. Hieronder worden bij voorbeeld verstaan eten, slapen en lichaamsreiniging. Het gebruiken van een hobby-, werk of recreatieruimte valt hier niet onder. Ook AWBZ-instellingen vallen, als voorliggende voorziening, buiten de verantwoordelijkheid van het Drechtstedenbestuur. Aandachtspunt hierbij is dat de aanwezige voorzieningen binnen een AWBZ-instelling kunnen verschillen, waardoor alsnog gecontroleerd moet worden of hier sprake is van een AWBZ-instelling in de zin van het voorgaande (bron hiervoor: CAK, toegelaten instellingen met hun functies). Afwegingskader Het gaat om maatregelen in de vorm van roerende en onroerende voorzieningen om het hoofdverblijf geschikt te houden of te maken voor bewoning door belanghebbende: Zijn hiervoor deels - geschikte voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen beschikbaar, zoals een verhoogd toilet en handgrepen of beugels? Heeft de belanghebbende en/of de eigenaar van de woning deze deugdelijk onderhouden? Kan belanghebbende het al dan niet met hulp van iemand uit zijn netwerk, zelf regelen? Heeft belanghebbende in het verleden voldoende rekening gehouden met aanwezige of toekomstige beperkingen? Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem, zal het Drechtstedenbestuur compenseren door toekenning van een individuele woonvoorziening. In de beschikking worden het adres en eventuele andere kenmerken van de woning, die het betreft, vastgelegd. Individuele woonvoorzieningen Bij het bepalen van de woonvoorziening wordt allereerst vastgesteld of er sprake is van een (huur- of koop-) woning, een woonboot of een woonwagen (met vaste lig-, respectievelijk staplaats). Weigeringsgronden Geen woonvoorziening wordt toegekend indien de in of aan de woning gebruikte materialen (mede) de oorzaak zijn van de ondervonden beperking, zoals bijvoorbeeld een allergie. Een uitzondering geldt voor belanghebbenden met Astma/COPD en als gevolg daarvan een allergie voor huisstofmijt. De woningsanering beperkt zich over het algemeen tot de woonruimten die het meeste gebruikt worden. Doorgaans betreft het dan alleen de woonkamer en/of slaapkamer. Wanneer het te vervangen artikel is afgeschreven (veelal na circa 8 jaar) wordt er geen voorziening verstrekt. Van sanering van meer woonruimten kan sprake zijn, op advies van een (kinder-)arts bij kinderen van 1 tot 4 jaar. Een tweede uitzondering betreft woningsaneringen in verband met rolstoelgebruik en gebruik tillift. Het Drechtstedenbestuur kan na enige tijd onder voorwaarden en rekening houdend met de afschrijftermijn van de te vervangen vloerbedekking (veelal circa 8 jaar) tot sanering besluiten. Het Drechtstedenbestuur kent evenmin een woonvoorziening toe voor zover deze betrekking heeft op een hoger niveau dan het niveau van voorzieningen in de sociale woningbouw. Het uitrustingsniveau in de sociale woningbouw is vastgesteld in het Bouwbesluit Woonvoorzieningen die op dat uitrustingsniveau worden verstrekt, zijn in beginsel van voldoende kwaliteit. Duurdere of andere voorzieningen hoeven niet te worden verstrekt. Een duidelijke begrenzing dus. Verhuizen Bij het bepalen wat de goedkoopst compenserende oplossing is, zullen alle aspecten worden meegewogen, zoals de financiële consequenties van de verhuizing, de termijn waarop een woning beschikbaar komt, de argumenten pro en contra verhuizing ten aanzien van de betrokkene en Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

70 argumenten op basis van eventueel aanwezige mantelzorg. Aan het besluit ligt een zeer zorgvuldige afweging van alle argumenten ten grondslag. Aan belanghebbenden worden in voorkomende gevallen woningen aangeboden in het gehele Drechtstedengebied. Indien binnen de eigen gemeente geschikte woningen beschikbaar en bruikbaar zijn, worden ten aanzien van die onderdelen geen individuele voorzieningen verstrekt (Verordening maatschappelijke ondersteuning artikel 10.3 en 10.4). Indien het resultaat feitelijk niet kan worden bereikt, doordat de belanghebbende aannemelijk maakt niet over de (financiële) middelen te beschikken om te verhuizen, verstrekt het Drechtstedenbestuur een voorziening voor verhuizing en inrichting in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Bij het verstrekken houdt het Drechtstedenbestuur rekening met de mate waarin de verhuizing te verwachten of te voorspellen was. Bij een te verwachten of voorspelbare verhuizing wordt in principe geen verhuis- en inrichtingskostenvergoeding toegekend. Het Drechtstedenbestuur kan ook aan een persoon zonder beperking een dergelijke financiële tegemoetkoming verstrekken indien op deze wijze een aangepaste of geschikte woonruimte vrij komt voor een belanghebbende. De financiële tegemoetkoming dient in dit geval ter stimulering van het vrijmaken van de woning. De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten van verhuizing en inrichting is geregeld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden 2013 artikel 4.1. en 4.2. Aanpassen Kleine woningaanpassingen in de vorm van roerende voorzieningen die in natura worden verstrekt, worden in principe in bruikleen geleverd. Kleine woningaanpassingen worden pas vergoed na vaststelling dat het geleverde aan de overeengekomen vereisten voldoet. Bij de noodzaak voor een grote woningaanpassing wordt eerst beoordeeld of het resultaat wonen in een geschikt huis, ook te bereiken is door de indeling van de woning te veranderen. Als een inpandige aanpassing mogelijk is, zal het Drechtstedenbestuur allereerst die situatie beoordelen, voordat uitbreiding van de woning aan de orde komt. Vervolgens wordt bepaald op basis van concrete mogelijkheden en financieel-economische argumenten of een herbruikbare losse woonunit kan worden geplaatst. Hierbij is aandacht voor de omgevingsvergunning. Ten slotte beoordeelt het Drechtstedenbestuur of het resultaat wonen in een geschikt huis te bereiken is doordat er een aanbouw wordt geplaatst. In de beoordeling neemt het Drechtstedenbestuur mee of de aanbouw kan worden hergebruikt en of met herstel in de oorspronkelijke staat rekening moet worden gehouden. Bij grotere bouwkundige aanpassingen aan de woning werkt het Drechtstedenbestuur altijd eerst met een programma van eisen, waarmee meerdere offertes kunnen worden opgevraagd. Het aanpassen van doelgroepengebouwen gebeurt conform de afspraken zoals die door het Drechtstedenbestuur gemaakt zijn of worden met de (toekomstige) eigenaar van deze woningen. Vorm van de toekenning Een woningaanpassing kan door het Drechtstedenbestuur aan de aanvrager/belanghebbende in natura en als persoonsgebonden budget worden verstrekt. Het persoonsgebonden budget of de financiële tegemoetkoming voor een woningaanpassing is maximaal het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening bij verstrekking in natura. Zou er in natura een voorziening vanuit het depot verstrekt worden, omdat er een geschikte voorziening aanwezig is, dan zal het bedrag van het persoonsgebonden budget op deze depotvoorziening worden gebaseerd. Daarbij wordt, indien van toepassing, rekening gehouden met de nog resterende afschrijvingsperiode bij het bepalen van de hoogte van het bedrag. Indien de belanghebbende niet de eigenaar is van de woning, die wordt aangepast, verstrekt het Drechtstedenbestuur in natura of in de vorm van een financiële tegemoetkoming. De beschikking wordt verstuurd aan de aanvrager/belanghebbende met een afschrift aan de eigenaar. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

71 Degene aan wie de financiële tegemoetkoming of het persoonsgebonden budget wordt uitbetaald, verklaart terstond na de voltooiing van de werkzaamheden aan het Drechtstedenbestuur dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid. Nadat gereedmelding heeft plaatsgevonden, wordt, na controle door de Sociale Dienst Drechtsteden, de exacte hoogte van de financiële vergoeding of het persoonsgebonden budget vastgesteld en uitbetaald aan de woningeigenaar. Deze is verplicht om gedurende 5 jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar te houden. Dit wordt in de beschikking opgenomen. Woningcorporaties en andere verhuurders De afzonderlijke Drechtsteden gemeenten hebben in het verleden uitvoeringsafspraken gemaakt met de woningcorporaties over het aanbrengen van woningaanpassingen op grond van de Wvg. Door de gemeente Dordrecht is een limitatieve lijst van standaard woonvoorzieningen vastgesteld. Nadat het besluit tot woningaanpassing is genomen, ontvangt de betreffende woningcorporatie een kopie van de beschikking. Zonder tegenbericht van de corporatie gaat de Sociale Dienst Drechtsteden over tot realisatie van de aanpassing. Het Drechtstedenbestuur heeft met de meeste woningcorporaties afspraken gemaakt over de beschikbaarheid van aangepaste woningen en de daarmee mogelijk samenhangende huurderving. Uitgangspunt is dat zo min mogelijk aangebrachte woonvoorzieningen worden verwijderd. Er kunnen zich echter situaties voordoen dat het Drechtstedenbestuur besluit een financiële tegemoetkoming te verstrekken aan een verhuurder voor het verwijderen van aangebrachte woonvoorzieningen. Het Drechtstedenbestuur verstrekt alleen een financiële tegemoetkoming in de kosten van het verwijderen van voorzieningen indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: de band tussen de woning en de persoon met een beperking is verbroken; het is aannemelijk dat de woning niet binnen zes maanden opnieuw kan worden verhuurd aan een persoon met een beperking die is aangewezen op een woning met de betreffende voorzieningen; door de aanwezigheid van de betreffende voorzieningen kan de woning niet verhuurd worden aan een persoon zonder beperking. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

72 Resultaat 3: goederen voor primaire levensbehoeften Inleiding In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse activiteiten nodig. De compensatieplicht is beperkt tot die levensmiddelen en schoonmaakmiddelen, die dagelijks en/of wekelijks in elk huishouden worden gebruikt. Het is algemeen aanvaard dat mensen deze boodschappen geclusterd doen door één maal per week de voorraad in huis te halen. Daar kan de Wmo bij aansluiten door uit te gaan van één maal per week boodschappen. Indien mogelijk wordt daarbij gebruik gemaakt van een boodschappendienst. De meeste supermarkten hebben een dergelijke service. Het is ook mogelijk dat vanuit de Drechtstedengemeenten een boodschappendienst wordt opgezet of door vrijwilligersorganisaties. Een boodschappendienst wordt volgens de jurisprudentie aanvaardbaar geacht als er niet al te hoge kosten aan verbonden zijn. Ook het bereiden van maaltijden valt onder dit resultaat. In de meeste situaties kan van een maaltijdservice gebruik worden gemaakt voor de warme maaltijd. Ook zijn er kant- en klaar maaltijden te koop die een oplossing kunnen bieden. Afwegingskader Onder dit resultaat worden gerekend de boodschappen inzake levens- en schoonmaakmiddelen die dagelijks nodig zijn en de bereiding van maaltijden: Zijn in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen? Zijn er andere mogelijkheden, bij voorbeeld omdat in de omgeving wonende bekenden en/of kinderen gewend of bereid zijn de boodschappen te doen en/of maaltijden te bereiden? Is er een adequate oplossing voor handen, rekening houdend met het feit dat boodschappen uitstelbare zorg betreffen en de zorg voor maaltijden niet-uitstelbare zorg betreft? Is sprake van gebruikelijke ondersteuning? Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal het Drechtstedenbestuur compenseren met een individuele voorziening ingevuld door Huishoudelijke ondersteuning. Normering De omvang en aard van de compensatie Huishoudelijke ondersteuning wordt afgestemd op de gezinssituatie en de medische of psychosociale situatie van de aanvrager. Uitgangspunt is de indicering op basis van Huishoudelijke ondersteuning. Huishoudelijke ondersteuning+ is aan de orde bij problemen met het voeren van de regie. Beide categorieën kunnen zowel tijdelijk als langdurig worden ingezet. Bij het bepalen van de omvang is een normering gehanteerd, die gerelateerd is aan het op basaal niveau functioneren van het huishouden dat geen overheidsvoorzieningen nodig heeft. Ten slotte wordt voor het bepalen van de omvang van de te verstrekken Huishoudelijke ondersteuning rekening gehouden met de levering van gebruikelijke ondersteuning. Het Protocol indicatiestelling Huishoudelijke ondersteuning Wmo Drechtsteden (april 2012) geeft nadere uitwerking bij de invulling van Huishoudelijke ondersteuning op het resultaat goederen voor primaire levensbehoeften. Voor het aanbieden van huishoudelijke ondersteuning heeft het Drechtstedenbestuur overeenkomsten gesloten met aanbieders. Vorm van de toekenning Huishoudelijke ondersteuning wordt door het Drechtstedenbestuur toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

73 Resultaat 4: beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding Inleiding De dagelijkse kleding moet met enige regelmaat worden schoongemaakt. Dit betekent het wassen, drogen en in bepaalde situaties strijken van bovenkleding en soms het verrichten van eenvoudige herstelwerkzaamheden. Het gaat hierbij uitsluitend over normale kleding voor alledag. Daarbij is het uitgangspunt dat zo min mogelijk kleding gestreken hoeft te worden. Met het kopen van kleding moet hiermee rekening worden gehouden. Bij het wassen en drogen van kleding is het normaal gebruik te kunnen maken van de beschikbare - algemeen gebruikelijke - moderne hulpmiddelen, zoals een wasmachine en een droogruimte of een droger. Onder dit resultaatgebied valt niet het doen van kledinginkopen. Afwegingskader Onder dit resultaat worden gerekend het kunnen beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding: Zijn in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen, zoals een wasserij en/of een strijkservice? Zijn er andere mogelijkheden, bij voorbeeld omdat in de omgeving wonende bekenden en/of kinderen gewend of bereid zijn de was te doen en/of herstelwerkzaamheden uit te voeren? Is er een adequate oplossing voor handen, rekening houdend met het feit dat de zorg voor schone kleding in principe uitstelbare zorg betreft, zoals bijvoorbeeld de aanschaf van een wasmachine en/of een droger? Is sprake van gebruikelijke ondersteuning? Als al het voorafgaande niet heeft geleid tot een oplossing van het probleem, zal het Drechtstedenbestuur compenseren met een individuele voorziening ingevuld door Huishoudelijke ondersteuning. Normering De omvang en aard van de compensatie Huishoudelijke ondersteuning wordt afgestemd op de gezinssituatie en de medische of psychosociale situatie van de aanvrager. Uitgangspunt is de indicering op basis van Huishoudelijke ondersteuning. Huishoudelijke ondersteuning+ is aan de orde bij problemen met het voeren van de regie. Beide categorieën kunnen zowel tijdelijk als langdurig worden ingezet. Bij het bepalen van de omvang is een normering gehanteerd, die gerelateerd is aan het op basaal niveau functioneren van het huishouden dat geen overheidsvoorzieningen nodig heeft. Ten slotte wordt voor het bepalen van de omvang van de te verstrekken Huishoudelijke ondersteuning rekening gehouden met de levering van gebruikelijke ondersteuning. Het Protocol indicatiestelling Huishoudelijke ondersteuning Wmo Drechtsteden (april 2012) geeft nadere uitwerking bij de invulling van Huishoudelijke ondersteuning op het resultaat beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding. Voor het aanbieden van huishoudelijke ondersteuning heeft het Drechtstedenbestuur overeenkomsten gesloten met aanbieders. Vorm van de toekenning Huishoudelijke ondersteuning wordt door het Drechtstedenbestuur toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

74 Resultaat 5: het thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren Inleiding De zorg voor kinderen die tot het huishouden behoren is primair een taak van de ouders. Zo moeten werkende ouders er voor zorg dragen dat er op tijden dat zij beide werken, opvang voor de kinderen is. Dat kan worden ingevuld op de manier waarop zij dat willen (oppas, grootouders, kinderopvang), maar het is een eigen verantwoordelijkheid. Dat is niet anders in de situatie dat beide ouders mede door beperkingen niet in staat zijn hun kinderen op te vangen. In die situatie zal men een permanente oplossing moeten zoeken. Kan/kunnen de ouder(s) deze rol tijdelijk niet vervullen dan kan bij voltijds werkzaamheden maximaal 40 uur per week, aanvullend op de eigen mogelijkheden, worden geïndiceerd voor de duur van maximaal 3 maanden. De Wmo heeft in deze vooral een taak om tijdelijk in te springen, zodat ruimte ontstaat om een goede oplossing te zoeken. Dat wil zeggen: de acute problemen worden opgelost, zodat gezocht kan worden naar een permanente oplossing. Afwegingskader Onder dit resultaat worden gerekend het thuis kunnen zorgen voor (jonge) kinderen die tot het gezin behoren: Zijn in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen, zoals crèche, peuterspeelzaal en buitenschoolse opvang? Zijn er andere mogelijkheden, bij voorbeeld omdat in de omgeving wonende familie, vrienden en bekenden bereid zijn deels de kinderen te verzorgen? Kan bijvoorbeeld ouderschaps-, calamiteiten- of zorgverlof worden opgenomen? Is sprake van gebruikelijke ondersteuning? Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal het Drechtstedenbestuur compenseren met een individuele voorziening ingevuld door Huishoudelijke ondersteuning+. Normering De omvang en aard van de compensatie Huishoudelijke ondersteuning wordt afgestemd op de gezinssituatie en de medische of psychosociale situatie van de aanvrager. Omdat het de zorg voor kinderen betreft, wordt Huishoudelijke ondersteuning+ geïndiceerd, die tijdelijk wordt ingezet, zodat een definitieve oplossing kan worden gevonden. Bij het bepalen van de omvang is een normering gehanteerd, die gerelateerd is aan het op basaal niveau functioneren van het huishouden dat geen overheidsvoorzieningen nodig heeft. Ten slotte wordt voor het bepalen van de omvang van de te verstrekken Huishoudelijke ondersteuning rekening gehouden met de levering van gebruikelijke ondersteuning. Bij tijdelijke opvang gaat het om die tijden dat de partner vanwege werkzaamheden niet thuis is. Dat kan dus gaan om maximaal 40 uur (bij een voltijds werkweek). Bij deeltijdwerk wordt deze regel naar rato gehanteerd. Het Protocol indicatiestelling Huishoudelijke ondersteuning Wmo Drechtsteden (april 2012) geeft nadere uitwerking bij de invulling van Huishoudelijke ondersteuning+ op het resultaat thuis zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren. Voor het aanbieden van huishoudelijke ondersteuning heeft het Drechtstedenbestuur overeenkomsten gesloten met aanbieders. Vorm van de toekenning Huishoudelijke ondersteuning wordt door het Drechtstedenbestuur toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij de toekenning stelt het Drechtstedenbestuur bij beschikking vast om welke tijdelijke periode tot een maximum van drie maanden het gaat en dat door belanghebbende gezocht dient te worden naar een definitieve oplossing. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

75 Resultaat 6: verplaatsen in en om de woning Inleiding Verplaatsing in en om de woning werd onder de Wvg aangeduid als: de rolstoel. Onder de Wvg werd met de rolstoel aanvankelijk bedoeld: de rolstoel die iemand nodig heeft voor dagelijks gebruik. Zo was het ook in de gemeentelijke verordeningen geformuleerd. Daarnaast werd een sportrolstoel als - bovenwettelijke - voorziening verstrekt, over het algemeen in de vorm van een bedrag ineens. De rolstoel voor incidenteel gebruik, uiteindelijk onder de Wvg de meest verstrekte rolstoel, had eigenlijk geen plaats. Onder de Wmo is er een andere omschrijving. Het gaat nu om het zich verplaatsen in en om de woning. Dat sluit de rolstoel voor incidenteel gebruik uit, omdat die nu juist daar niet voor bedoeld is, maar voor verplaatsingen over langere afstanden elders. De sportrolstoel is evenmin bedoeld voor het zich verplaatsen in en om de woning. Deze past onder resultaat 8. Afwegingskader Het gaat om het zich verplaatsen in en om de woning: Betreft het verplaatsingen die direct vanuit de woning worden gedaan? Is belanghebbende voor het dagelijks verplaatsen aangewezen op een rolstoel? Verblijft de belanghebbende niet in een AWBZ-instelling, die een rolstoel beschikbaar stelt? Als het bovenstaande van toepassing is en er noodzaak bestaat voor een rolstoel voor dagelijks gebruik, zal op basis van een medisch en al dan niet ergotherapeutisch advies door het Drechtstedenbestuur een programma van eisen worden opgesteld voor de beschikbaarstelling van een rolstoel. Normering Onder het begrip 'rolstoel' valt alleen een handbewogen of elektrische rolstoel en geen andere voorzieningen voor het verplaatsen binnenshuis, zoals een trippelstoel. Onder een handbewogen rolstoel kan ook een duwwandelwagen worden verstaan. Ook individuele aanpassingen, accessoires, onderhoud en reparatie aan rolstoelen en verzekering van rolstoelen vallen onder de rolstoelverstrekking voor zover zij noodzakelijk zijn. Het Drechtstedenbestuur verstrekt geen vergoeding voor het opladen van de accu van een elektrische rolstoel. Er zijn andere mogelijkheden om deze kosten gecompenseerd te krijgen, via de bijzondere bijstand of via de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg). Vaak zullen aanpassingen tegelijkertijd met de rolstoel worden gerealiseerd. Het kan echter ook voorkomen dat aanpassingen aan rolstoelen afzonderlijk van de rolstoel worden aangevraagd en worden verleend. Het Drechtstedenbestuur vergoedt de kosten van rolstoeltraining indien de (medisch) adviseur aangeeft dat hiervoor een noodzaak bestaat. Het Drechtstedenbestuur heeft met de rolstoelleveranciers afspraken gemaakt dat tijdens het leveren van een rolstoel duidelijke instructies worden gegeven en een serviceboekje wordt verstrekt. Vorm van de toekenning Een rolstoel kan door het Drechtstedenbestuur verstrekt worden in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. Bij verstrekking in natura vallen alle noodzakelijke kosten onder de verstrekking. Bij een verstrekking als persoonsgebonden budget wordt de rolstoel die in natura zou zijn verstrekt als uitgangspunt genomen bij het bepalen van het bedrag en rekening houdend met de afschrijftermijn. Het Drechtstedenbestuur heeft met de rolstoelleveranciers afspraken gemaakt over (ver-)huur van rolstoelen voor dagelijks gebruik in en om de woning. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

76 Resultaat 7: lokaal verplaatsen per vervoermiddel Inleiding Het lokaal verplaatsen per vervoermiddel is de mogelijkheid om in de eigen woon- en leefomgeving te gaan en staan waar men wil. Er wordt gesproken over lokaal verplaatsen, waarbij gedacht moet worden aan verplaatsingen in een straal tot 25 kilometer rond het hoofdverblijf. Dit is het vervoersgebied. Buiten dit gebied kan gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden van het bovenregionale vervoer, dat Valys in opdracht van het ministerie van VWS verricht. In afstand, maar ook in systematiek sluit het Drechtstedenbestuur zo veel mogelijk aan bij het bovenregionale vervoer. Het collectief vervoersysteem heeft prioriteit, zodat de keuze voor een persoonsgebonden budget kan worden beperkt. Hierbij zal altijd rekening worden gehouden met de persoonskenmerken en behoeften van de belanghebbende. Er wordt geen onbeperkte kosteloze vervoermogelijkheid aangeboden. Net als personen zonder beperkingen, dient men voor het vervoer een bijdrage te betalen al dan niet in de vorm van een tarief. Ook is het aantal kilometers dat voor vergoeding in aanmerking komt, gemaximeerd op 2000 per kalenderjaar. Als er na het optreden van beperkingen geen sprake is van een andere situatie op vervoersgebied dan daarvoor (men heeft al 40 jaar een auto en is gewend daar alles mee te doen) is er geen noodzaak te compenseren, omdat er geen probleem is of omdat men het zelf kan oplossen. Dat kan anders zijn indien door het optreden van de beperkingen ook het inkomen daalt. Afwegingskader Het gaat om het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel: Op welke wijze verplaatst belanghebbende zich nu? Kan de huidige wijze van lokaal vervoer worden voortgezet? Bieden algemeen gebruikelijke vervoersvoorzieningen voldoende oplossing voor het probleem? Kan belanghebbende het op een andere manier zelf oplossen? Als belanghebbende het niet zelf kan oplossen, onderzoekt het Drechtstedenbestuur eerst of (de collectieve voorziening) collectief vraagafhankelijk vervoer oplossing biedt: Waaruit bestaat de vervoersbehoefte van de belanghebbende? Kan belanghebbende maximaal 800 meter lopen, waardoor openbaar vervoer niet bereikbaar is? Als dit het geval is, moeten dan, al dan niet in aanvulling op het collectief vraagafhankelijke vervoer, andere vervoersvoorzieningen worden onderzocht (verplicht bij belanghebbenden met een loopafstand van maximaal 100 meter)? Bij de beoordeling of collectief vraagafhankelijk vervoer voldoende compenserend is, worden alleen de persoonskenmerken van de belanghebbende zelf meegenomen. Dit is ook zo als de belanghebbende een kind is en er meerdere kinderen in het gezin zijn. Indien collectief vraagafhankelijk vervoer voldoende compenserend is, wordt geen individuele voorziening verstrekt. In de beschikking wordt altijd goed onderbouwd dat collectief vraagafhankelijk vervoer voldoende compenserend is voor belanghebbende. Met de aanbieder(s) van het collectief vraagafhankelijk vervoer heeft het Drechtstedenbestuur afspraken gemaakt over het bijhouden en verrekenen van kilometers en kosten. De reiziger betaalt voor een rit dus altijd het aantal kilometers, dat hij reist vanaf zijn verblijfadres binnen het vervoersgebied. Bij collectief vervoer bestaat de mogelijkheid om onder begeleiding te reizen. Het komt voor dat een belanghebbende wel van het collectief vervoer gebruik kan maken, maar dat de aard en de ernst van zijn beperkingen zodanig is, dat adequaat gebruik van dit vervoer medisch gezien slechts mogelijk is wanneer de belanghebbende wordt begeleid. Belanghebbende krijgt dan de mogelijkheid om kosteloos een medisch begeleider mee te nemen. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

77 Medische begeleiding We verstaan onder medische begeleiding: hulp of begeleiding die tijdens de rit door de chauffeur niet kan worden geboden. Er moet sprake zijn van: 1. medische noodzaak van begeleiding onderweg De begeleider moet kunnen ingrijpen, bijvoorbeeld bij een epilepsieaanval of een andere uiting die het gevolg is van de beperking. Bij deze groep is het noodzakelijk dat er iemand aanwezig is die kennis van zaken heeft en kan ingrijpen wanneer dat nodig is; 2. medische noodzaak waardoor er behoefte is aan toezicht onderweg De noodzaak van begeleiding tijdens de rit ligt vervat in het feit dat er een medische oorzaak is waardoor de belanghebbende de regie kwijt kan raken. In verband met bijvoorbeeld gedragsproblemen kan niet zonder toezicht worden gereisd, omdat extra aandacht is vereist van iemand met enig overwicht. Voorbeelden hiervan zijn psychogeriatrische ziektebeelden (bijvoorbeeld dementie) of mensen met gedragsstoornissen ten gevolge van hersenbeschadigingen. Als medische begeleiding is geïndiceerd, kan niet zonder begeleider worden gereisd. Daarom wordt ervan uitgegaan dat wanneer iemand daarom vraagt, dit ook echt noodzakelijk is. Een medisch noodzakelijke begeleider reist gratis. Indien de medische begeleider om de belanghebbende te begeleiden eerst naar het adres van belanghebbende moet reizen en na afloop weer terug, kan aanvullend een financiële tegemoetkoming worden verleend. De hoogte van deze vergoeding is geregeld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden 2013 artikel 7.5. Sociale begeleiding Sinds 1 januari 2011 mag er in het collectief vraagafhankelijk vervoer één begeleider per pashouder mee. Met de aanbieder(s) van het vervoerssysteem heeft het Drechtstedenbestuur eveneens afspraken gemaakt over de voorwaarden en het bijhouden en verrekenen van kilometers en kosten waaronder deze begeleider mee kan. Indien collectief vraagafhankelijk vervoer niet of niet alleen voldoende compenserend is voor het oplossen van het probleem of er zijn andere redenen om af te wijken, zal het Drechtstedenbestuur compenseren met een individuele voorziening door middel van een bijdrage in de kosten van individueel vervoer, een autoaanpassing in zeer incidentele gevallen - of een gesloten of open buitenwagen (scootmobiel). Normering Het Drechtstedenbestuur houdt bij het bepalen van de vervoersbehoefte rekening met de leeftijd van belanghebbende: kinderen jonger dan 5 jaar hebben geen vervoersprobleem, omdat de ouders hen kunnen meenemen zonder dat een aparte voorziening hoeft te worden getroffen. Voor deze leeftijdsgroep lijken de vervoersproblemen, voor zover ze betrekking hebben op begeleiding of gesloten vervoer, niet zodanig afwijkend van de vervoersproblemen van leeftijdsgenoten dat er aanleiding is voor een individuele voorziening. Gevallen waarin deze regel onredelijk zou werken, worden individueel beoordeeld. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kinderen jonger dan 5 jaar die vanwege de speciale wandelwagen/rolstoel niet met het gebruikelijke gezinsvervoer mee kunnen; kinderen van 5 tot en met 11 jaar hebben geen zelfstandige verplaatsingsbehoefte; deze worden bijna steeds bij het verplaatsen begeleid door de ouders. Toch kan er in deze categorie al sprake zijn van wezenlijke sociale contacten, zodat dan kan worden overwogen een vervoersvergoeding tot de helft van de norm (in kilometers) toe te kennen; kinderen van 12 tot 15 jaar hebben een enigszins ontwikkelend verplaatsingsgedrag. Er kan zo nodig een vervoersvergoeding tot 3/4 van de norm (in kilometers) worden toegekend; kinderen vanaf 15 jaar hebben net als volwassenen een zelfstandig verplaatsingsgedrag en worden dus op dezelfde wijze als volwassen belanghebbenden beoordeeld. Bij het bepalen welke individuele vervoersvoorziening voldoende compenserend is, wordt de verstrekking van andere voorzieningen mee beoordeeld en worden zo mogelijk aanvullende afspraken met de belanghebbende gemaakt. Als belanghebbende bijvoorbeeld de beschikking heeft over een scootmobiel, dan vervalt daarmee de noodzaak voor huishoudelijke ondersteuning voor het doen van boodschappen. Ook kan in dat geval het maximum aantal te vergoeden kilometers voor het collectief vraagafhankelijk vervoer worden verlaagd. fiets Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

78 Voor kinderen met een verplaatsingsbehoefte worden normale (kinder) driewielers als algemeen gebruikelijk beschouwd en komen niet voor vergoeding in aanmerking. Alle driewielfietsen in bijzondere uitvoering voor kinderen komen in principe wel voor vergoeding in aanmerking. Bijzondere fietsen worden toegekend voor zover deze medisch noodzakelijk zijn voor verplaatsingen in de zeer directe omgeving van de woning. Bijzondere fietsen worden verstrekt in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget. scootmobiel Het verstrekken van een scootmobiel in natura of in de vorm van een persoonsgeboden budget is aan de orde indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: er is sprake van een substantiële vervoersbehoefte in de directe omgeving van de woning in het kader van het leven van alledag. Bijvoorbeeld binnen een straal van twee tot drie kilometer met een scootmobiel zelf boodschappen kunnen doen, familie bezoeken, deelnemen aan hobby/vrijetijdsbesteding; de belanghebbende is voornemens de scootmobiel regelmatig (minimaal 3 maal per week) te gaan gebruiken; de belanghebbende beschikt over voldoende verkeersinzicht om op veilige en verantwoorde wijze zich met de scootmobiel in het dagelijkse verkeer te begeven. Dit dient tijdens de selectie van de scootmobiel te worden getoetst. Bij twijfel dienen vooraf (enkele) rijvaardigheidsproeven te worden gedaan alvorens de scootmobiel wordt verstrekt. aankoppelfiets/handbike Het verstrekken van een aankoppelfiets/handbike in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is aan de orde indien wordt voldaan aan alle volgende voorwaarden: er is sprake van volledige rolstoelgebondenheid en de belanghebbende is aangewezen op het gebruik van een (hand aangedreven) rolstoel; er is een substantiële vervoersbehoefte in de directe omgeving van de woning in het kader van het leven van alledag. Bijvoorbeeld binnen een straal van 1 tot 1,5 kilometer met een handbike zelf boodschappen kunnen doen, familie bezoeken, deelnemen aan hobby of andere vrijetijdsactiviteiten; er is sprake van regelmatig (minimaal 3 maal per week) gebruik; de belanghebbende beschikt over voldoende verkeersinzicht om op veilige en verantwoorde wijze zich met de handbike in het dagelijks verkeer te begeven. Dit dient tijdens de selectie van de handbike te worden getoetst. Bij twijfel kunnen vooraf (enkele) rijvaardigheidslessen worden gegeven alvorens de handbike wordt verstrekt. rolstoelscooter Het verstrekken van een rolstoelscooter (pendel) in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is alleen aan de orde indien uit het medisch advies blijkt dat dit noodzakelijk is en de goedkoopst compenserende voorziening. Daarnaast moet worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een scootmobiel. Gelet hierop zal het in de praktijk slechts zeer zelden nodig zijn om een rolstoelscooter of een persoonsgebonden budget hiervoor te verstrekken. Andere oplossingen zullen veelal goedkoper zijn. gesloten buitenwagen Het verstrekken van een gesloten buitenwagen in natura of een persoonsgebonden budget daarvoor is alleen aan de orde indien uit het medisch advies blijkt dat dit noodzakelijk is en de goedkoopst compenserende voorziening. Gelet hierop zal het in de praktijk slechts zeer zelden nodig zijn om een gesloten buitenwagen of een persoonsgebonden budget hiervoor te verstrekken. Andere oplossingen zullen veelal goedkoper zijn. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

79 training Een belanghebbende kan voor een training voor het gebruik van een scootmobiel, een aankoppelfiets/handbike, een rolstoelscooter of een gesloten buitenwagen in aanmerking komen, indien hij zonder deze voorziening onvoldoende in staat is aan het verkeer deel te nemen met een op grond van deze verordening verleende individuele vervoersvoorziening. De training bestaat uit maximaal 5 lessen en wordt afgesloten met een rijvaardigheidstest. De training voor het gebruik wordt verstrekt via één van de gecontracteerde leveranciers of in de vorm van een persoonsgebonden budget. De rijvaardigheidstest wordt afgenomen door de leverancier en/of een allround Wmo consulent. Pas nadat de rijvaardigheidstest voldoende is afgelegd, volgt verstrekking van de voorziening. Het Drechtstedenbestuur heeft voor de individuele vervoersvoorzieningen, die in natura worden verstrekt bruikleenovereenkomsten gesloten met leveranciers, inclusief alle noodzakelijke kosten van onderhoud, keuring, reparatie en verzekering. Bij een verstrekking als persoonsgebonden budget wordt de individuele vervoersvoorziening, die in natura zou zijn verstrekt, als uitgangspunt genomen bij het bepalen van het bedrag en rekening houdend met de afschrijftermijn. individuele vervoersvoorziening De financiële tegemoetkoming in de kosten van een eigen of bruikleen auto of van een taxi of rolstoeltaxi dienen ter dekking van de werkelijke kosten tot een vastgesteld maximum per jaar. Het eigen aandeel van de financiële tegemoetkoming voor de individuele vervoersvoorziening is gelijk aan de eigen bijdrage bij een persoonsgebonden budget voor vervoer. Alleen indien een belanghebbende medisch is geïndiceerd voor een rolstoeltaxi geldt het eigen aandeel niet. autoaanpassing Een autoaanpassing is alleen aan de orde indien dit noodzakelijk is en de goedkoopst compenserende voorziening. Gelet hierop zal het in de praktijk slechts in incidentele gevallen nodig zijn om een auto aan te passen of hiervoor een persoonsgebonden budget te verstrekken. Andere oplossingen zullen veelal goedkoper zijn. Voor onderhoud, reparatie en verzekering van autoaanpassingen wordt een overeenkomst op maat gesloten. Overige kosten, zoals kosten voor het opladen van een accu, rijlessen, een autoverzekering, een gehandicaptenparkeerkaart of een gehandicaptenparkeerplaats, komen niet voor vergoeding in aanmerking. Vorm van de toekenning Een individuele vervoersvoorziening wordt door het Drechtstedenbestuur toegekend in natura, in de vorm van een persoonsgebonden budget of in de vorm van een financiële tegemoetkoming. Bij een persoonsgebonden budget is de voorziening die de belanghebbende als voorziening in natura zou ontvangen voor het Drechtstedenbestuur uitgangspunt voor de hoogte van het bedrag. De hoogte van de financiële tegemoetkomingen voor individuele vervoersvoorzieningen zijn geregeld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden 2013 artikel 7.1, 7.2, 7.3 en 7.4. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

80 Resultaat 8: hebben van contacten en deelname recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten Inleiding Het laatste op grond van artikel 4 lid 1 Wmo genoemde resultaat is een heel algemene. Het gaat daarbij om de mogelijkheid deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten, dat wil zeggen deel te kunnen nemen aan het leven van alledag. Een belangrijke voorwaarde hiervoor zit in andere te bereiken resultaten, zoals het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel. Afwegingskader Het gaat om het kunnen hebben van contacten en deelname aan recreatieve en maatschappelijke activiteiten: Wat is de behoefte van de belanghebbende? Zijn er andere, algemeen gebruikelijke, voorliggende en andere gemakkelijk zelf te realiseren voorzieningen beschikbaar? Kan iemand uit het netwerk van de belanghebbende bijdragen aan de oplossing van het probleem? Als al het voorafgaande niet heeft geleid tot een oplossing van het probleem zal het Drechtstedenbestuur compenseren met een individuele voorziening. De individuele voorzieningen, die onder dit resultaat aan de orde kunnen zijn, zijn de verstrekking van een sportrolstoel en het bezoekbaar of logeerbaar maken van één woning voor een belanghebbende die in een AWBZinstelling verblijft. Normering Het Drechtstedenbestuur verstrekt een sportrolstoel indien is voldaan aan de volgende voorwaarden: de belanghebbende beoefent aantoonbaar, blijkend uit het lidmaatschap van een sportvereniging, een bepaalde sport; de belanghebbende is zonder sportrolstoel niet in staat tot uitoefening van die sport; er zijn geen algemene weigeringsgronden aanwezig. Indien de belanghebbende in een AWBZ-instelling verblijft, kan het Drechtstedenbestuur bijdragen aan het bezoekbaar maken van één woning. Onder het bezoekbaar maken van een woning wordt verstaan dat de belanghebbende, de woonkamer en een toilet van die woning kan bereiken en gebruiken. De plaats van de woning bepaalt in welke gemeente de aanvraag dient te gebeuren. In aanvulling op het bezoekbaar maken van een woning kunnen voor een gehandicapt kind tot 18 jaar, dat in het weekeinde en/of de gebruikelijke schoolvakanties thuis verblijft, tevens de slaapverdieping en de natte cel bezoekbaar en bruikbaar (logeerbaar) worden gemaakt. Vorm van de toekenning Een sportrolstoel wordt uitsluitend in de vorm van een persoonsgebonden budget verstrekt. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een sportrolstoel is geregeld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden 2013 artikel 9. Het Drechtstedenbestuur kan een financiële tegemoetkoming verstrekken voor het bezoekbaar maken van een woning. De hoogte van de financiële tegemoetkoming voor het bezoekbaar maken van een woning is geregeld in het Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden 2013 artikel 4.4. Het Drechtstedenbestuur verklaart de voorwaarden van resultaatgebied 2 wonen in een geschikt huis van toepassing op het logeerbaar maken van een woning. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

81 HOOFDSTUK 3. VERSTREKKING IN NATURA, ALS PERSOONSGEBONDEN BUDGET EN ALS FINANCIËLE TEGEMOETKOMING. EIGEN BIJDRAGE EN EIGEN AANDEEL Inleiding Artikel 6 van de Wmo bepaalt in lid 1 het volgende: Het College van burgemeester en wethouders biedt personen die aanspraak hebben op een individuele voorziening de keuze tussen het ontvangen van een voorziening in natura of het ontvangen van een hiermee vergelijkbaar en toereikend persoonsgebonden budget, waaronder de vergoeding voor een arbeidsverhouding als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964, tenzij hiertegen overwegende bezwaren bestaan. Door deze bepaling zijn er in de Wmo drie vormen van verstrekking mogelijk om het resultaat: het compenseren van problemen die een belanghebbende ondervindt als gevolg van een beperking door een individuele voorziening, te bereiken. De eerste mogelijkheid is de voorziening in natura. Daarmee wordt bedoeld dat de gemeente de aanvrager een voorziening verstrekt, die hij of zij kant en klaar krijgt. En met de voorziening die betrokkene in natura krijgt moet het probleem voldoende gecompenseerd zijn. De tweede mogelijkheid is de in artikel 6 Wmo verplicht gestelde mogelijkheid een alternatief te ontvangen in de vorm van een persoonsgebonden budget. De derde mogelijkheid van verstrekking is de financiële tegemoetkoming, zo blijkt uit artikel 7, lid 2 Wmo: Een persoonsgebonden budget en een financiële tegemoetkoming voor een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woonruimte wordt verleend aan de eigenaar van de woonruimte. Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing. Als het gaat om bouwkundige woonvoorzieningen verstrekt de gemeente een financiële tegemoetkoming aan de eigenaar van de woning, als de eigenaar niet de belanghebbende is en de voorziening niet in natura wordt verstrekt. Het Drechtstedenbestuur weigert een voorziening indien de aanvraag een financiële tegemoetkoming in, of een persoonsgebonden budget voor kosten betreft, die de belanghebbende voor de datum van het besluit naar aanleiding van die aanvraag heeft gemaakt, tenzij het Drechtstedenbestuur schriftelijk toestemming heeft verleend voor het maken van de kosten. Als de belanghebbende jonger is dan 18 jaar, wordt van de ouders vooralsnog geen eigen bijdrage of eigen aandeel gevraagd. Afwegingskader De voorziening in natura en de eigen bijdrage Een voorziening in natura wordt door het Drechtstedenbestuur bij beschikking verstrekt. In de beschikking worden de voorwaarden opgenomen waaronder verstrekking plaatsvindt. Bij een voorziening in natura wordt, met uitzondering van een (sport-)rolstoel een eigen bijdrage gevraagd. Deze wordt in de beschikking aangekondigd, omdat berekening en inning zal plaatsvinden door het CAK. Het persoonsgebonden budget en de eigen bijdrage Een persoonsgebonden budget is een geldbedrag bedoeld om zelf individuele voorzieningen mee aan te schaffen of te betalen. Het Drechtstedenbestuur bepaalt of een persoonsgebonden budget wordt toegekend. Indien voor een individuele voorziening verstrekking mogelijk is door middel van een persoonsgebonden budget, wordt deze niet verstrekt als financiële tegemoetkoming. Ook niet als het persoonsgebonden budget door overwegende bezwaren feitelijk niet beschikbaar is voor belanghebbende. Het Drechtstedenbestuur heeft haar overwegende bezwaren en verantwoording vastgelegd in het Besluit maatschappelijke ondersteuning artikel 1: 1.1. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

82 persoonsgebonden budget. Hiervan is sprake: a. bij verslaving of problemen van psychische aard; b. als bij schulden beslaglegging op het persoonsgebonden budget dreigt; c. als overigens mag worden verwacht dat het persoonsgebonden budget niet zal worden besteed waarvoor het is bedoeld; 1.2. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats als op voorhand vast staat dat binnen korte tijd vervanging van de voorziening nodig is; 1.3. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats ter vervanging van een voorziening in natura waarvan de afschrijftermijn nog niet is verstreken; 1.4. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien bekend is dat belanghebbende op een zodanige termijn gaat verhuizen dat de afschrijftermijn ten tijde daarvan nog niet zal zijn verstreken; 1.5. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats als daardoor de instandhouding van de algemene of collectieve voorziening in gevaar komt; 1.6. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het Drechtstedenbestuur vindt steekproefsgewijs plaats waarbij de omvang van de steekproef aan de hand van een risico inschatting wordt bepaald; 1.7. De budgethouder voert hiertoe een deugdelijke administratie. Normering Het Drechtstedenbestuur bepaalt de omvang van het persoonsgebonden budget. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning en persoonsgebonden budget voor de aanschaf van voorzieningen. Het persoonsgebonden budget voor huishoudelijke ondersteuning wordt bepaald aan de hand van de hoeveelheid benodigde tijd, uitgedrukt in uren of delen daarvan, naar boven afgerond per 15 minuten. Na een wetswijziging die sinds 1 januari 2010 van kracht is, zijn er voor het persoonsgebonden budget als het gaat om huishoudelijke ondersteuning twee mogelijkheden om dit in te vullen. Het persoonsgebonden budget voor de voorzieningen wordt bepaald aan de hand van de kosten van de voorziening in natura. Daarbij moet het bedrag voldoende zijn om de voorziening te verwerven en dus de bestaande problemen voldoende te compenseren. De hoogte wordt bepaald door het vergelijken van offertes voor levering in natura. Eventuele kortingen bij levering in natura en/of levering uit depot, bij roerende woonvoorzieningen, worden doorberekend naar het persoonsgebonden budget. Over het algemeen wordt er van uitgegaan dat ook met een persoonsgebonden budget een voorziening uit depot of met korting kan worden aangeschaft. Is dat niet het geval dan wordt beoordeeld of het volledige bedrag moet worden vergoed, omdat anders het te bereiken resultaat niet wordt gerealiseerd. Bij beschikking maakt het Drechtstedenbestuur zijn besluit aan de belanghebbende bekend. In deze beschikking vermeldt het Drechtstedenbestuur wat de omvang van het persoonsgebonden budget is en voor hoeveel jaar het persoonsgebonden budget is bedoeld. Om volstrekt duidelijk te laten zijn wat met het persoonsgebonden budget dient te worden aangeschaft en meer precies: aan welke vereisten de aan te schaffen voorziening dient te voldoen, wordt een zo nauwkeurig mogelijk omschreven programma van eisen bij de beschikking gevoegd. Indien een voorziening wordt aangeschaft, die niet aan dat programma van eisen voldoet, dan is gehandeld in strijd met de beschikking. Het Drechtstedenbestuur kondigt in de beschikking aan dat een eigen bijdrage in de kosten verschuldigd kan zijn. Vaststelling van de hoogte en inning gebeuren door het CAK. Zodra de beschikking door het Drechtstedenbestuur is verzonden, wordt het persoonsgebonden budget beschikbaar gesteld. Betaling volgt zo veel mogelijk na levering van de voorziening en nadat is vastgesteld dat de voorziening aan de daaraan gestelde eisen voldoet. Betaling vindt zo veel mogelijk rechtstreeks plaats aan de leverancier van de voorziening. Alleen indien dit leidt tot praktische bezwaren wordt van deze aanpak afgeweken. De controle van het persoonsgebonden budget vindt als volgt plaats. Iedere budgethouder dient een deugdelijke administratie te voeren en ten minste de volgende stukken te bewaren: de nota/factuur van de aangeschafte voorziening; een betalingsbewijs van aanschaf van de voorziening of een overzicht van de salarisadministratie met bewijsmiddelen. Via steekproefsgewijze controle, waarbij de omvang van de steekproef wordt bepaald aan de hand van risico inschatting, bepaalt het Drechtstedenbestuur bij welke budgethouders deze stukken worden opgevraagd om te controleren of Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

83 het persoonsgebonden budget besteed is aan het doel waarvoor het is verstrekt. Dit wordt vastgelegd in de beschikking. 3. De financiële tegemoetkoming en het eigen aandeel Het Drechtstedenbestuur kent alleen een financiële tegemoetkoming toe voor die individuele voorzieningen waarvoor geen persoonsgebonden budget kan worden verstrekt. Met andere woorden: indien voor een individuele voorziening een persoonsgebonden budget kan worden verstrekt, kent het Drechtstedenbestuur geen financiële tegemoetkoming toe. Tegen toekenning van een financiële tegemoetkoming kunnen vergelijkbare bezwaren van toepassing zijn als tegen verstrekking van een persoonsgebonden budget. Normering Het aantal mogelijkheden voor een financiële tegemoetkoming is beperkt: het betreft een gemaximeerde bijdrage in de werkelijke kosten van vervoer, op declaratiebasis; het betreft een bouwkundige woonvoorziening in een woning, waarvan belanghebbende, of zijn echtgenoot of geregistreerd partner, niet de eigenaar is. Hierop zijn overigens alle bepalingen voor wonen in een geschikt huis van toepassing met dien verstande dat belanghebbende een eigen aandeel in de kosten verschuldigd kan zijn; het betreft een autoaanpassing waarvan belanghebbende niet de eigenaar is. Hierop zijn overigens alle bepalingen voor lokaal verplaatsen per vervoermiddel van toepassing met dien verstande dat belanghebbende een eigen aandeel in de kosten verschuldigd kan zijn; het betreft een financiële tegemoetkoming om een oplossing te helpen realiseren, zoals een vergoeding voor verhuizing en herinrichting. De beschikking waarin een financiële tegemoetkoming wordt toegekend, bevat voorwaarden over de besteding van de financiële tegemoetkoming. Dit kan onder aftrek van een zogenaamd eigen aandeel. Het eigen aandeel wordt conform de eigen bijdrage toegepast voor de vervoersvoorziening, de bouwkundige woonvoorziening en de autoaanpassing. Samen met dit eigen aandeel zal een financiële tegemoetkoming kostendekkend zijn, tenzij er nog een algemeen gebruikelijk deel in het bedrag zit. Dat kan in mindering worden gebracht, ook naast een eigen aandeel. Een tegemoetkoming in verhuis- en herinrichtingskosten is alleen aan de orde indien de belanghebbende aannemelijk maakt, dat verhuizing naar een aangepaste woning zonder een dergelijke vergoeding niet mogelijk is, waardoor de oplossing wonen in een geschikt huis niet wordt bereikt. Omdat het Drechtstedenbestuur geen inzage heeft in inkomens en vermogenspositie van de belanghebbende kan, zeker bij meerdere individuele voorzieningen, ten onrechte sprake zijn van cumulatie van bijdragen. Zeker indien dit aan de orde zou kunnen zijn, treedt het Drechtstedenbestuur in overleg met belanghebbende en CAK om te komen tot een juiste bepaling van de hoogten van de bijdrage(n). Het Drechtstedenbestuur onderzoekt de mogelijkheid inning van het eigen aandeel eveneens door het CAK te laten plaatsvinden. Beschikbaarstelling, betaling en controle van de financiële tegemoetkoming vinden op dezelfde wijze plaats als bij het persoonsgebonden budget. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

84 HOOFDSTUK 4. ONDERZOEK, ADVIES EN BESLUITVORMING; BEËINDIGING, INTREKKING EN TERUGVORDERING Onderzoek, advies en besluitvorming Hoewel het Drechtstedenbestuur in veel gevallen zelf kan beoordelen of er recht op een aangevraagde voorziening bestaat, is het in bepaalde situaties belangrijk deskundigenadvies in te roepen, bijvoorbeeld van een onafhankelijk sociaal medisch adviseur of van een andere deskundige. Artikel 25 van de Verordening biedt de basis voor een zorgvuldig onderzoek om te bepalen of er al dan niet sprake is van een medische noodzaak. Uit de jurisprudentie blijkt dat indien een belanghebbende geen medewerking verleent, bijvoorbeeld door geen gegevens te verstrekken en/of zich te laten onderzoeken, de aanvraag mag worden afgewezen op grond van de onmogelijkheid voldoende onderzoek te doen, mits het inderdaad zo is dat zonder dit onderzoek de medische noodzaak niet is vast te stellen. Er zal dus altijd beoordeeld moeten worden of op een andere wijze de medische noodzaak kan worden vastgesteld. Het Drechtstedenbestuur is bevoegd om zich te laten adviseren door een daartoe aangewezen instantie en kan dit doen als: De belanghebbende nog niet bekend is en hij een aanvraag indient waarmee substantiële kosten zijn gemoeid. Te verwachten is dat een aanvraag om medische reden zal worden afgewezen. Zonder een medisch advies is in deze situatie het besluit onvoldoende gemotiveerd. Als het Drechtstedenbestuur aanleiding ziet om medisch advies te vragen. Het Drechtstedenbestuur beoordeelt vervolgens het medisch advies en besluit tot (gedeeltelijke) toekenning of afwijzing van de aangevraagde compensatie of voorziening. Het besluit op de aanvraag wordt aan de belanghebbende medegedeeld in de beschikking. Belanghebbende kan om een toelichting of heroverweging vragen. In de beschikking is opgenomen dat binnen 6 weken bezwaar kan worden aangetekend (artikel 7, lid 1 Awb) en dat deze termijn gaat lopen één dag na dagtekening van de beschikking, die per post aan de belanghebbende wordt gezonden. Het Drechtstedenbestuur maakt geen gebruik van mediation; na behandeling van een bezwaar, staat beroep open bij de rechtbank, sector bestuursrecht. Beëindiging, intrekking en terugvordering In de volgende situaties beëindigt de Drechtstedenbestuur een voorziening: Degene die de verstrekking ontvangt, is overleden. Degene die de verstrekking ontvangt, behoort niet langer tot de doelgroep van de Wmo (bijvoorbeeld na een revalidatie is niet langer sprake van een beperking). Degene die de verstrekking ontvangt, verhuist naar een andere gemeente. Degene die de verstrekking ontvangt, kan een beroep doen op een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling (bijvoorbeeld een rolstoel op grond van de AWBZ in verband met verhuizing naar een AWBZ-instelling). Bij voorzieningen die naar hun aard beëindigd kunnen worden, zoals voorzieningen, die in bruikleen zijn verstrekt, huishoudelijke ondersteuning in natura, een pasje voor collectief vraagafhankelijk vervoer en een vervoerskostenvergoeding, wordt beëindigd en is de dienstverlening daarmee afgerond. In artikel 27 van de Verordening is bepaald dat een besluit, genomen op grond van deze verordening, in bepaalde gevallen geheel of gedeeltelijk kan worden ingetrokken. In artikel 28 is bepaald dat in bepaalde gevallen na intrekking terugvordering aan de orde kan zijn. In alle gevallen waarin terugvordering kan plaatsvinden, zal het Drechtstedenbestuur de resterende bedragen op basis van de afschrijftermijnen terugvorderen. In de praktijk is dit vooral van toepassing bij verstrekkingen in de vorm van persoonsgebonden budget, financiële tegemoetkomingen en voorzieningen waarvan de afschrijftermijn nog niet is verstreken. Handboek Beleidsregels Wmo definitief concept 17 september

85 BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DRECHTSTEDEN Het Drechtstedenbestuur; gezien de Verordening maatschappelijke ondersteuning d.d. 4 december 2012; gelet op artikel 5, 6, 7, 15 en 19 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 19, 22 lid 2 en 24 lid 2, van de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden, BESLUIT: HET NAVOLGENDE Hoofdstuk 1. Bijzondere regels over het persoonsgebonden budget. Artikel 1. Overwegende bezwaren en verantwoording Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget. Hiervan is sprake: a. bij verslaving of problemen van psychische aard; b. als bij schulden beslaglegging op het persoonsgebonden budget dreigt; c. als overigens mag worden verwacht dat het persoonsgebonden budget niet zal worden besteed waarvoor het is bedoeld; 1.2. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats als op voorhand vast staat dat binnen korte tijd vervanging van de voorziening nodig is; 1.3. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats ter vervanging van een voorziening in natura waarvan de afschrijftermijn nog niet is verstreken; 1.4. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien bekend is dat belanghebbende op een zodanige termijn gaat verhuizen dat de afschrijftermijn ten tijde daarvan nog niet zal zijn verstreken; 1.5. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats als daardoor de instandhouding van de algemene of collectieve voorziening in gevaar komt; 1.6. De verantwoording van het persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het Drechtstedenbestuur vindt steekproefsgewijs plaats waarbij de omvang van de steekproef aan de hand van een risico inschatting wordt bepaald; 1.7. De budgethouder voert hiertoe een deugdelijke administratie. Hoofdstuk 2. Eigen bijdrage en eigen aandeel. Artikel 2. Omvang en duur van de eigen bijdrage en het eigen aandeel De in het Besluit maatschappelijke ondersteuning van 2 oktober 2006 genoemde bepalingen in de artikelen 4.1 lid 1, lid 3 tot en met 6, en 4.2 tot en met 4.5 zijn van toepassing, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; 2.2. Waar een eigen aandeel van toepassing is, wordt dit op dezelfde wijze toegepast als de eigen bijdrage. 1

86 Hoofdstuk 3. Huishoudelijke ondersteuning. Artikel 3. Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget huishoudelijke ondersteuning 3.1. Een persoonsgebonden budget voor huishoudelijk ondersteuning wordt vastgesteld op basis van een indicatie voor Huishoudelijke ondersteuning of Huishoudelijke ondersteuning De omvang van het persoonsgebonden budget wordt vastgesteld in uren per week Het bedrag van het persoonsgebonden budget voor Huishoudelijke ondersteuning bedraagt 14,92 per uur, en voor Huishoudelijke ondersteuning + 18,28 per uur. Hoofdstuk 4. Woningaanpassing Artikel 4. Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkoming wonen in een geschikt huis 4.1. De financiële tegemoetkoming die verstrekt wordt voor verhuis- en herinrichtingskosten binnen de Drechtsteden bedraagt maximaal De financiële tegemoetkoming die verstrekt wordt voor verhuis- en herinrichtingskosten buiten de Drechtsteden bedraagt maximaal Het persoonsgebonden budget en de financiële tegemoetkoming voor wonen in een geschikt huis, als genoemd in artikel 10 van de Verordening, is maximaal het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening bij verstrekking in natura; 4.4. De financiële tegemoetkoming die verstrekt wordt voor het bezoekbaar maken van een woonruimte bedraagt maximaal Alle op basis van dit artikel toegekende bedragen worden lineair afgeschreven gedurende 10 jaar. Hoofdstuk 5. Vervoersvoorziening Artikel 5. Financiële tegemoetkoming aanpassing vervoermiddel 5.1. De financiële tegemoetkoming voor aanpassingen aan het eigen of meest geëigende vervoermiddel is maximaal het bedrag van de goedkoopst compenserende voorziening bij verstrekking in natura; 5.2. Het op basis van dit artikel toegekende bedrag wordt lineair afgeschreven gedurende 3 jaar. Artikel 6. Vaststelling bedrag persoonsgebonden budget en financiële tegemoetkoming vervoersvoorziening De hoogte van het bedrag voor vervoersvoorzieningen wordt vastgesteld op basis van de tegenwaarde van de huurprijs van de goedkoopst compenserende voorziening, inclusief onderhoud en reparatie, zoals die door het Drechtstedenbestuur aan de leverancier wordt betaald. Artikel 7. Bedragen vervoersvoorzieningen 7.1. De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een bruikleen auto bedraagt maximaal De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een (eigen) auto bedraagt maximaal De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een taxi bedraagt maximaal De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt voor gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt maximaal De financiële tegemoetkoming die per jaar verstrekt wordt voor de medisch noodzakelijke begeleiding in het collectief vervoer bedraagt maximaal

87 Hoofdstuk 6. Rolstoel. Artikel 8. Persoonsgebonden budget rolstoel 8.1. Het persoonsgebonden budget voor een rolstoel inclusief individuele aanpassingen wordt vastgesteld op basis van de huurprijs van de goedkoopst compenserende voorziening, inclusief onderhoud en reparatie, zoals die door het Drechtstedenbestuur aan de leverancier wordt betaald Het op basis van dit artikel toegekende bedrag wordt lineair afgeschreven gedurende 5 jaar. Artikel 9. Sportrolstoel 9.1. Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als persoonsgebonden budget. Het bedrag van dit persoonsgebonden budget bedraagt maximaal welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel; 9.2. Het op basis van dit artikel toegekende bedrag worden lineair afgeschreven gedurende 3 jaar. Hoofdstuk 7. Slotbepalingen. Artikel 10. Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden 2013 en treedt in werking met ingang van 1 januari Aldus vastgesteld in de vergadering van de het Drechtstedenbestuur van 20 december J.H. de Baas secretaris drs. A.A.M. Brok voorzitter 3

88 Bijlage S4 VOORSTEL DECHTRAAD Carrousel Sociaal 6 november 2012 DRECHTRAAD 4 december 2012 Datum Steller Doorkiesnummer P. van der Meijden 7023 Onderwerp Basistarieven huishoudelijke ondersteuning Wmo Voorstel Vaststellen van de basistarieven voor huishoudelijke ondersteuning in de Wmo op basis van resultaatfinanciering per 1 januari 2013: huishoudelijke ondersteuning (HO) 179,72 per vier weken en huishoudelijke ondersteuning plus (HO+) 311,16 per vier weken. Behandeladvies Drechtraad-Carrousel: opiniërend. Bevoegdheid Drechtraad (art. 6 of 7 GrD). Samenvatting Met ingang van 1 januari 2013 wil de Sociale Dienst Drechtsteden (SDD) starten met een gewijzigde aanpak van huishoudelijke ondersteuning in de Wmo. Deze aanpak geeft invulling aan de andere manier van denken en doen in de Wmo, de Kanteling genoemd. In dit kader is de SDD het, via een bestuurlijke aanbesteding, eens met alle 1 huidige zorgaanbieders over een uitvoeringsmodel op basis van resultaatfinanciering, en de basistarieven voor huishoudelijke ondersteuning. Met dit model kan de huishoudelijke ondersteuning budgettair neutraal uitgevoerd worden en de geldende kwaliteitsnormen worden behouden. Toelichting op het voorstel In samenwerking tussen VNG en Chronisch zieken en Gehandicapten Raad en gezamenlijke Ouderenbonden is landelijk de Kanteling ontstaan: een proces om de Wmo te doen kantelen naar een wijze van uitvoeren die recht doet aan de bedoeling van de wetgever, met name ten aanzien van het nieuwe begrip compensatieplicht. Ook in de Drechtsteden is dit onderwerp opgepakt in het Plan van aanpak Kanteling Wmo (2011). Daarin is o.a. afgesproken dat het beleids- en juridisch kader aangepast zou worden. De Drechtraad (carrousel) heeft in maart en mei van dit jaar ook ruim aandacht aan de Kanteling in de Wmo besteed. In dit kader wordt de Drechtraad eind 2012 gevraagd een nieuwe Wmo-verordening vast te stellen, die per 1 januari 2013 van kracht moet worden. Bij de Kanteling staat in eerste instantie de eigen kracht van burgers centraal. In een open gesprek wordt samen met de burger, een zo volledig mogelijke inventarisatie gemaakt van zijn situatie, zijn mogelijkheden en onmogelijkheden en de problemen die om een oplossing vragen. Leidend hierbij is het te bereiken resultaat. Op basis hiervan wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn om dit resultaat te bereiken met eigen mogelijkheden, mogelijkheden vanuit het persoonlijke netwerk, (wettelijk) voorliggende voorzieningen, algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of collectieve voorzieningen. Daarna wordt duidelijk op welke punten individuele voorzieningen nodig zijn en volgt eventueel een aanvraag. Onderdeel van dit proces is dat de SDD in 2013 wil starten met een gewijzigde aanpak van huishoudelijke ondersteuning. In verband hiermee heeft het Drechtstedenbestuur op 9 februari 2012 besloten akkoord te gaan met verlenging van het contract met de huidige zorgaanbieders tot 1 januari 2013 en uitwerking van het resultaatmodel huishoudelijke ondersteuning. Vervolgens is dit besluit en bijbehorende notitie, waarin een en ander wordt uitgelegd, in de carrousel van de Drechtraad op 6 maart behandeld. Er was toen nog sprake van een pilot resultaatmodel in Twee kleine (vertegenwoordigen 0,8 % van klantvolume) van achttien aanbieders hebben gekozen om niet mee te doen.

89 pagina 2 Nadien bleek dat in geval van een pilot de beoogde invoeringsdatum per 1 januari 2013 niet gehaald zou kunnen worden. Daarom is de SDD meteen met de huidige aanbieders over de mogelijkheden van een resultaatmodel aan de slag gegaan. Behalve een inhoudelijke wijziging is er ook een financiële noodzaak voor een andere aanpak. Vanaf 2011 ontvangt de SDD namelijk vanuit het Rijk 2,2 miljoen minder voor huishoudelijke ondersteuning op een totaalbudget van 21,1 miljoen. Door diverse maatregelen heeft de SDD het tekort op het budget in 2011 kunnen beperken tot 1,1 miljoen. Als echter wordt doorgegaan met het huidige systeem zou het tekort in de komende jaren fors oplopen, mede vanwege de toenemende vergrijzing en extramuralisering. De grootste kostenpost per nieuwe aanbesteding oude stijl zou zijn dat: a. Het tarief voor in elk geval HH1 (fors) omhoog zou gaan (indicatie minimaal per uur; samen met een beperkte verhoging van het uurtarief voor HH2 gaat het om een bedrag van 2 à 2,5 miljoen euro per jaar). b. Het risico van een toenemend benuttingpercentage zou blijven bestaan (de indicatie wordt nu niet voor 100% benut, benutting bedraagt gemiddeld 85% vanwege bijv. ziekte, vakantie; een hogere benutting betekent meer kosten). In een bestuurlijke aanbesteding heeft de SDD samen met de huidige aanbieders, vanaf april 2012, een gewijzigde aanpak uitgewerkt. De basisgedachte van de gewijzigde aanpak is om niet langer uren ondersteuning in te kopen maar het resultaat. Dit in tegenstelling tot de huidige aanpak waarbij ondersteuning geboden wordt op basis van geïndiceerde uren. De toegang tot huishoudelijke ondersteuning blijft lopen via indicatiestelling door de SDD. De SDD indiceert, maar wijst geen vast aantal uren ondersteuning meer toe aan een burger, maar indiceert eenvoudige ondersteuning (HO) of ondersteuning bij de organisatie van het huishouden (HO+). Bij HO is het resultaat bijvoorbeeld een schoon en leefbaar huis. Aanbieders worden gevraagd burgers te compenseren bij het bereiken van het resultaat. De aanbieder krijgt per cliënt een vast tarief (o.a. gebaseerd op de gemiddelde kostprijs voor aanbieders) en maakt een afspraak met de cliënt over het resultaat. Zij leggen de afspraken hierover voorafgaand aan de start van de dienstverlening schriftelijk vast in een ondersteuningsplan, zodat hier verder geen onduidelijkheid over kan bestaan. Hoe (en met name hoe snel) dit resultaat vervolgens wordt gerealiseerd is verder aan de aanbieder. Hier gaat het om maatwerk, afhankelijk van de situatie van de cliënt en van de woning. Met dit model huishoudelijke ondersteuning op basis van resultaatfinanciering, heeft de Drechtsteden voor de komende jaren een sluitend financieringsmodel, d.w.z. naar de inzichten en regelingen van nu wordt uitgekomen met het Rijksbudget dat beschikbaar is voor de gezamenlijke Drechtsteden. Per gemeente kan dit overigens verschillen: er zijn voor- en nadeelgemeenten. In de nieuwe overeenkomst worden uitsluitend aanbieders toegelaten die beschikken over een voor de branche geldend kwaliteitsborgingcertificaat. Voor het volgen en meten van de kwaliteit wordt in het contract aangesloten bij de bestaande kwaliteitssystemen voor huishoudelijke ondersteuning (bijv. CQ-index). In het contract zijn de kwaliteitseisen in een bijlage, de zogenoemde Service Level Agreement, opgenomen. Daarnaast controleert de SDD of de afspraken in het ondersteuningsplan nagekomen worden. Verder zijn klantgerichte voorwaarden, zoals keuzevrijheid en de mogelijkheid om naar een andere aanbieder over te stappen, behouden. Het contract maakt het ook mogelijk dat nieuwe aanbieders, die voldoen aan de voorwaarden en kwaliteitseisen, in 2013 kunnen toetreden en een contract krijgen. Met de aanbieders is een langlopende overeenkomst van 8 jaar overeengekomen. Partijen kunnen gedurende de looptijd voorstellen doen tot wijziging van de overeenkomst en onder voorbehoud van wetswijzigingen. Voordeel voor de aanbieders is dat zij langdurig een marktaandeel kunnen houden in de Drechtsteden door optimaliseren van hun bedrijfsvoering en efficiënter werken. Voor klanten is het prettig dat zij bij hun huidige aanbieder kunnen blijven. De keuzevrijheid blijft dus bestaan. Over de vaste tarieven voor HO en HO+ is in de aanbesteding ook overeenstemming bereikt. Deze basistarieven zijn in overleg met de aanbieders bepaald op basis van reële kostprijzen, met inachtneming van de geldende CAO voor hun personeel, en zijn overeengekomen voor de duur van twee jaar. Hiermee wordt voldaan aan de onlangs vastgestelde wijziging van de Wmo ter invoering van basistarieven, die per 1 augustus 2012 van kracht geworden is. Het vaststellen van de basistarieven is een verplichting voor de Drechtraad. De Drechtraad wordt gevraagd de overeengekomen basistarieven vast te stellen.

90 pagina 3 De gewijzigde aanpak van huishoudelijke ondersteuning sluit naadloos aan bij de uitgangspunten van de Kanteling. Voordat de SDD start met de gewijzigde aanpak zullen de verordening en de basistarieven voor de uitvoering echter door de Drechtraad vastgesteld moeten zijn. Het plan is om de aanpak per 1 januari 2013 gefaseerd in te voeren. Voor nieuwe cliënten past de SDD meteen het nieuwe model toe. De dienstverlening aan de huidige klanten wordt op dezelfde wijze voortgezet tot dat zij een nieuwe indicatie krijgen voor HO of HO+. Deze herbeoordeling zal voor alle klanten in 2013, gefaseerd plaatsvinden. Aanleiding Zie toelichting. Beoogd resultaat Met dit gewijzigde uitvoeringsmodel wordt inhoud gegeven aan de Kanteling in de Wmo, en wordt bereikt dat de huishoudelijke ondersteuning op Drechtstedenniveau budgettair neutraal wordt uitgevoerd. Argumenten De gewijzigde aanpak is: 1.1 Kantelingsproof Wijziging van de aanpak past bij de kanteling in de Wmo. Vrijwel alle Drechtsteden gemeenten hebben in hun meerjarige beleidsplannen de uitgangspunten van de Kanteling als richtsnoer gekozen voor toekomstig beleid. 1.2 Efficiënter De gewijzigde aanpak is efficiënter. Op basis van de huidige levering van het aantal geïndiceerde uren is er voor aanbieders geen prikkel om efficiënt te werken. In de gewijzigde aanpak telt het resultaat, waardoor in de praktijk vaak minder uren nodig zijn. 1.3 Toekomstbestendig Doorgaan met het huidige model, ondersteuning op basis van geïndiceerde uren, stuit op met name financiële grenzen, vanwege de kortingen op het Rijksbudget én hogere tarieven bij een nieuwe aanbesteding oude stijl. Een gewijzigde aanpak op basis van resultaat maakt het mogelijk dat huishoudelijke ondersteuning in de toekomst betaalbaar blijft. Het biedt de mogelijkheid om budgettair neutraal te werken, m.a.w. uit te komen met het Rijksbudget. Bovendien geldt dat de gewijzigde aanpak tot stand is gekomen in coproductie met de huidige aanbieders, die een soepele overgang naar een andere aanpak mogelijk maakt. Kanttekeningen 1.1 Weerstand bij klanten Wijziging en verandering van aanpak zal bij sommige klanten mogelijk weerstand oproepen vanwege het resultaatgerichte karakter van de ondersteuning: er zal minder tijd beseteed worden aan persoonlijk contact met de klant (koffie drinken, etc.). Wanneer in het gesprek met de cliënt behoefte blijkt aan (meer) persoonlijke contacten, zal met de cliënt besproken worden of aan de daarvoor benodigde randvoorwaarden (voorzieningen met name op het gebied van vervoer) is voldaan. De aanpak van sociaal isolement zelf is verbonden aan prestatieveld 1. Aan de gemeenten wordt geadviseerd de inhoudelijke koppeling van prestatieveld 6 met prestatieveld 1 (lokale bevoegdheid) verder te ontwikkelen en zo mogelijk te operationaliseren. Hierbij moet aangetekend worden dat de taak van de overheid in deze beperkt is. 1.2 Toekomst onzeker Het is sowieso de vraag of huishoudelijke ondersteuning als individuele voorziening in de toekomst blijft bestaan; in de landelijke politiek en op ambtelijk rijksniveau 2 wordt al gedacht aan het schrappen van huishoudelijke ondersteuning uit de Wmo. Consequenties Financiële consequenties Essentieel is dat de SDD met het model resultaatfinanciering budgettair neutraal kan werken, m.a.w. kan uitkomen met het budget voor huishoudelijke ondersteuning dat de Drechtsteden gezamenlijk van het Rijk ontvangen. Per gemeente kan dit overigens verschillen: er zijn voor- en nadeelgemeenten. In 2013 zal eenmalig tijdelijk extra personeel ingehuurd moeten worden voor het omzetten van oude in nieuwe indicaties. De dekking van de kosten is reeds verwerkt en vermeld in de geactualiseerde begroting Personele en organisatorische consequenties 2 Naar beter betaalbare zorg, rapport van Taskforce beheersing zorguitgaven

91 pagina 4 Het starten met de gewijzigde aanpak betekent dat de SDD alle oude indicaties in de loop van 2013 moeten omzetten in nieuwe. Het zal nodig zijn om hiervoor tijdelijk extra personeel in te huren. De Wmo-consulenten zijn geschoold en getraind in de Kanteling om met de gewijzigde aanpak te werken. Alle organisatorische gevolgen zijn in een implementatieplan uitgewerkt. Juridische consequenties Om met de nieuwe aanpak in 2013 te kunnen starten is het nodig dat de gekantelde Wmo verordening eind 2012 door de Drechtraad vastgesteld wordt. Deze biedt het juridisch kader waarop de gewijzigde aanpak gebaseerd is. Klanten kunnen echter vinden dat ze met de gewijzigde aanpak onvoldoende gecompenseerd worden bij het voeren van hun huishouden. Dit kan in de praktijk mogelijk leiden tot meer bezwaarschriften. Consequenties voor andere beleidsvelden en organisaties De Drechtstedengemeenten hebben in hun meerjarige beleidsplannen opgenomen meer algemene en collectieve voorzieningen te ontwikkelen, die als oplossing kunnen dienen in plaats van individuele Wmo voorzieningen. De aanbieders van huishoudelijke ondersteuning moeten hun bedrijfsvoering verder optimaliseren om de gewijzigde aanpak uit te voeren. Advies en draagvlak Vanaf februari 2012 is de regionale Regiegroep Wmo via de reguliere overleggen meegenomen in de ontwikkeling van voorliggend voorstel en heeft dit eindvoorstel ontvangen. De gewijzigde aanpak van huishoudelijke ondersteuning is vanaf april 2012 door de SDD samen met de huidige aanbieders uitgewerkt en heeft geresulteerd in een langlopende overeenkomst van 8 jaar. Op 17 september 2012 is het voorstel besproken met de regionale Wmo adviesraad en om advies gevraagd. Dit advies en de reactie hierop zijn bijgevoegd, evenals het advies en de reactie inzake de concept-overeenkomst huishoudelijke ondersteuning. Verdere procedure, communicatie en uitvoering Ten behoeve van de communicatie en uitvoering is een communicatieplan en implementatieplan gemaakt. Beide plannen zijn tot stand gekomen in samenwerking met de zorgaanbieders en met een vertegenwoordiging vanuit de Wmo cliënten. In ieder geval zullen alle Wmo cliënten persoonlijk geïnformeerd worden via de Wmo cliëntenkrant Zelfstandig verder. In de communicatie richting klanten wordt met name toegelicht wat het beleidsbeeld is achter de gewijzigde aanpak en wat er voor de klanten precies gaat wijzigen. Onderliggende stukken - Notitie Gewijzigde aanpak huishoudelijke ondersteuning in de Wmo: vragen en antwoorden. - Advies regionale Wmo Adviesgroep inzake de gewijzigde aanpak huishoudelijke ondersteuning en de basistarieven. - Reactie DSB op advies regionale Wmo Adviesgroep inzake de gewijzigde aanpak en basistarieven. - Advies regionale Wmo Adviesgroep inzake de concept-overeenkomst huishoudelijke ondersteuning. - Reactie DSB op advies regionale Wmo Adviesgroep inzake de concept-overeenkomst.

92 Onderwerp Gewijzigde aanpak huishoudelijke ondersteuning Wmo: vragen en antwoorden Waarom wordt huishoudelijke ondersteuning (HO) gewijzigd? Dit is om twee redenen: 1. De kanteling In samenwerking tussen VNG en Chronisch zieken en Gehandicapten Raad en gezamenlijke Ouderenbonden is landelijk de kanteling ontstaan: een proces om de Wmo te doen kantelen naar een wijze van uitvoeren die recht doet aan de bedoeling van de wetgever, met name ten aanzien van het nieuwe begrip compensatieplicht. In de Drechtsteden hebben we afgesproken om ook te kantelen en de manier van denken en doen in de Wmo te wijzigen. Dit is neergelegd in Van claims naar oplossingen, plan van aanpak kanteling Wmo Drechtsteden (2011). 2. Financiële noodzaak Behalve een inhoudelijke wijziging is er ook een financiële noodzaak voor een andere aanpak. Vanaf 2011 krijgen we vanuit het rijk n.l. 2,2 miljoen minder voor HO op een totaalbudget van 21,1 miljoen. Door diverse maatregelen hebben we het tekort op het budget in 2011 kunnen beperken tot 1,1 miljoen. Als we echter doorgaan met het huidige systeem zou het tekort in de komende jaren fors oplopen, mede vanwege de toenemende vergrijzing en extramuralisering. Bovendien, als we op de oude voet verder gaan, zou bij een nieuwe aanbesteding het tarief voor in elk geval HH 1 (fors) omhoog gaan (indicatie minimaal per uur; samen met een beperkte verhoging van het uurtarief voor HH2 gaat het om een bedrag van 2 à 2,5 miljoen euro per jaar). En het risico van een toenemend benuttingpercentage zou blijven bestaan (de indicatie wordt nu niet voor 100% benut, benutting bedraagt gemiddeld 85% vanwege bijv. ziekte, vakantie; hogere benutting betekent meer kosten). Wat houdt de kanteling in? Bij de kanteling staat in eerste instantie de eigen kracht van burgers centraal. In een open gesprek wordt samen met de burger, een zo volledig mogelijke inventarisatie gemaakt van zijn situatie, zijn mogelijkheden en onmogelijkheden en de problemen die om een oplossing vragen. Leidend hierbij is het te bereiken resultaat. Op basis hiervan wordt bekeken welke mogelijkheden er zijn om dit resultaat te bereiken met eigen mogelijkheden, mogelijkheden vanuit het persoonlijke netwerk, (wettelijk) voorliggende voorzieningen, algemene voorzieningen, algemeen gebruikelijke voorzieningen of collectieve voorzieningen. Daarna wordt duidelijk of en op welke punten individuele voorzieningen nodig zijn en volgt eventueel een aanvraag. Wat houdt de gewijzigde aanpak HO concreet in? Eerst vindt het gesprek met de burger plaats, zoals hierboven beschreven bij de kanteling. De conclusie kan zijn dat er geen aanvraag komt voor individuele HO. Als er wel een aanvraag volgt, wordt de ondersteuning niet meer in indicatie voor een aantal uren HO uitgedrukt, maar in een resultaat. Dit resultaat is bijv. een schoon en leefbaar huis. De dienstverlener (zorgaanbieder) maakt met de burger afspraken over het resultaat en deze worden vastgelegd in een ondersteuningsplan. Uitgangspunt is en blijft maatwerk, waarbij de burger voldoende gecompenseerd wordt, en er rekening wordt gehouden met zijn behoefte en persoonskenmerken. Wie controleert of het resultaat bereikt wordt? Dit gebeurt door ons contractmanagement en beheer (SDD). De Service Level Agreement (SLA), een apart contract document, is de basis voor controle op het resultaat. De SLA geeft de prestatie,- en kwaliteitsafspraken weer voor wat betreft de te leveren dienstverlening en onze aanstaande samenwerking binnen de nieuwe overeenkomst. De SLA is tot stand gekomen in samenwerking met een vertegenwoordiging van de huidige aanbieders en cliënten (regionale Wmo adviesraad). De controle op het resultaat vindt plaats door onder andere: - een huisbezoek (steekproef) waarbij meting van de kwaliteit plaats vindt op basis van de Vereniging Schoonmaak Research (VSR) methodiek en NEN 2075, en controle op de uitvoering van de afspraken in het individueel ondersteuningsplan;

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013 VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 3 Artikel 1. Begripsomschrijvingen 3 Wet 3 College 3 Lid 3. Compensatieplicht 3 Lid 4. Aanmelding 3 Lid

Nadere informatie

Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Lingewaard 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen... 3 Artikel 1 Begripsomschrijvingen... 3 Artikel 2 De te bereiken resultaten...

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen De raad van de gemeente Grootegast; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 28 november 2012; gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 149

Nadere informatie

CONCEPT (model) VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2013

CONCEPT (model) VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2013 CONCEPT (model) VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2013 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen... 2 Artikel 1. Begripsbepalingen 2 Hoofdstuk 2. Resultaatgerichte compensatie... 4 Artikel

Nadere informatie

gemeente Steënbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg IllIllllllllUlIllllllllllll BM1301226

gemeente Steënbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg IllIllllllllUlIllllllllllll BM1301226 gemeente Steënbergen IllIllllllllUlIllllllllllll BM1301226 De raad van de gemeente Steenbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 24 april 2013; gelet op: Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013. Gemeente Coevorden

Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013. Gemeente Coevorden Verordening maatschappelijke ondersteuning 2013 Gemeente Coevorden Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen Inhoudsopgave Artikel 1. Begripsomschrijvingen Lid 1 Wet Lid 2 College Lid 3 Compensatieplicht/beginsel

Nadere informatie

Nr. Cluster Onderwerp Stukken (bijlagenr.)

Nr. Cluster Onderwerp Stukken (bijlagenr.) De voorzitter nodigt de leden van de Drechtraad uit voor de openbare vergadering van de Drechtraad die op dinsdag 4 december 2012 in het Stadhuis, Staduisplein 1 te Dordrecht gehouden wordt van 21.35-23.00

Nadere informatie

op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 januari 2013;

op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 januari 2013; Agendapunt: 7 Nummer: 2012/6113 De raad van de gemeente Slochteren; op voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 22 januari 2013; gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Nadere informatie

Verordening voorzieningen Wmo gemeente Bedum

Verordening voorzieningen Wmo gemeente Bedum Verordening voorzieningen Wmo gemeente Bedum HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 3 Artikel 1. Begripsomschrijvingen...3 Lid 1. Wet...3 Lid 2. College...3 Lid 3. Compensatieplicht...3 Lid 4. Aanmelding...3

Nadere informatie

Verordening maatschappelijke ondersteuning Voorst 2014

Verordening maatschappelijke ondersteuning Voorst 2014 Gemeenteblad 507 De raad van de gemeente Voorst; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 december 2013, gewijzigd 24 februari 2014, kenmerk Z-13-04025_2013-47854; gelet

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALINGEN Nr. 14A De raad van de gemeente Marum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 1 november 2013, nr. 13.10.14.; gelet op artikel 5 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en artikel 149

Nadere informatie

RAADSBESLUIT. Agendapunt: b e s l u i t: gelezen het voorstel d.d. 25 oktober 2011 van: - burgemeester en wethouders;

RAADSBESLUIT. Agendapunt: b e s l u i t: gelezen het voorstel d.d. 25 oktober 2011 van: - burgemeester en wethouders; RAADSBESLUIT Onderwerp: Verordening voorzieningen W mo gemeente W oerden 2012 De raad van de gemeente W oerden; gelezen het voorstel d.d. 25 oktober 2011 van: - burgemeester en wethouders; gelet op het

Nadere informatie

Nota aan burgemeester en wethouders

Nota aan burgemeester en wethouders Nota aan burgemeester en wethouders Vergadering: 08-01-2013 Portefeuillehouder: mw. M. Hamberg Onderwerp Wetswijzigingen kinderopvang 2013, vaststellen hoogte compensatie ouderbijdrage Samenvatting De

Nadere informatie

Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar H. Alssema, 0595 750328. gemeente@winsum.nl (t.a.v. H. Alssema)

Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar H. Alssema, 0595 750328. gemeente@winsum.nl (t.a.v. H. Alssema) Vergadering: 23 april 2013 Agendanummer: 7 Status: Opiniërend Portefeuillehouder: W. Zorge Behandelend ambtenaar H. Alssema, 0595 750328. E mail: gemeente@winsum.nl (t.a.v. H. Alssema) Aan de gemeenteraad,

Nadere informatie

Onderwerp Wmo, de kanteling van de individuele voorzieningen, nieuwe verordening

Onderwerp Wmo, de kanteling van de individuele voorzieningen, nieuwe verordening Raadsvoorstel Agendapunt: 15 Onderwerp Wmo, de kanteling van de individuele voorzieningen, nieuwe verordening Datum voorstel 31 mei 2011 Datum raadsvergadering 6 juli 2011 Bijlagen Verslag Klankbordgroep

Nadere informatie

TOELICHTING VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DRECHTSTEDEN 2013

TOELICHTING VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DRECHTSTEDEN 2013 TOELICHTING VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DRECHTSTEDEN 2013 TOELICHTING VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DRECHTSTEDEN 2013... 1 Achtergrond...3 HOOFDSTUK

Nadere informatie

Per 1 januari 2013 is zowel de nieuwe Wet Inburgering in werking getreden alsook de Wet Kinderopvang gewijzigd.

Per 1 januari 2013 is zowel de nieuwe Wet Inburgering in werking getreden alsook de Wet Kinderopvang gewijzigd. Aan de raad agendanummer afdeling Simpelveld VI IBR 14 oktober 2013 onderwerp Verordening Wet Inburgering & Verordening Wet Kinderopvang 7740 zaakkenmerk Inleiding Per 1 januari 2013 is zowel de nieuwe

Nadere informatie

CONCEPT VERORDENING. Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning. Gemeente Kerkrade

CONCEPT VERORDENING. Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning. Gemeente Kerkrade CONCEPT VERORDENING Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente Kerkrade 2012 Concept Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Kerkrade 1 Bijlage bij ontwerpbesluit nr. 12Rb044

Nadere informatie

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2014 GEMEENTE VELSEN

BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2014 GEMEENTE VELSEN BESLUIT MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2014 GEMEENTE VELSEN Het College, gelet op de bepalingen in de artikelen 17, 19, 22 en 30 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Velsen 2013,

Nadere informatie

Verordening voorzieningen Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Roermond 2012

Verordening voorzieningen Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Roermond 2012 Verordening voorzieningen Maatschappelijke ondersteuning Gemeente Roermond 2012 INHOUDSOPGAVE 1. Algemene bepalingen 4 Artikel 1. Begripsbepalingen 2. Resultaatgerichte compensatie 6 Artikel 2. De te bereiken

Nadere informatie

Toelichting op de Verordening voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013

Toelichting op de Verordening voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013 Toelichting op de Verordening voorzieningen Wmo gemeente Waterland 2013 Algemene toelichting op de verordening Achtergrond...3 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 4 Artikel 1. Begripsomschrijvingen...4

Nadere informatie

TOELICHTING WMO VERORDENING... 1

TOELICHTING WMO VERORDENING... 1 TOELICHTING WMO VERORDENING TOELICHTING WMO VERORDENING... 1 Achtergrond... 3 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 4 Artikel 1. Begripsomschrijvingen... 4 Lid 1. Wet... 4 Lid 2. College... 4 Lid 3. Compensatieplicht...

Nadere informatie

Toelichting verordening voorzieningen Wmo gemeente Bedum

Toelichting verordening voorzieningen Wmo gemeente Bedum Toelichting verordening voorzieningen Wmo gemeente Bedum Achtergrond...3 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 4 Artikel 1. Begripsomschrijvingen...4 Lid 1. Wet...4 Lid 2. College...4 Lid 3. Compensatieplicht...4

Nadere informatie

Wmo-verordening Haarlemmermeer 2013

Wmo-verordening Haarlemmermeer 2013 Wmo-verordening Haarlemmermeer 2013 Wmo-verordening Haarlemmermeer 2013 1 Wmo-verordening Haarlemmermeer 2013 2 AANHEF 5 HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEGRIPSBEPALINGEN... 7 Artikel 1. Begripsbepalingen 7 HOOFDSTUK

Nadere informatie

Vergadernotitie voor de Adviescommissie Werk, Zorg en Inkomen van 18 februari 2009

Vergadernotitie voor de Adviescommissie Werk, Zorg en Inkomen van 18 februari 2009 datum 3 februari 2009 Steller I. van Montfoort Telefoonnummer 6396791 Email ie.van.montfoort@drechtsteden.nl portefeuillehouder BC J. Lavooi Vergadernotitie voor de Adviescommissie Werk, Zorg en Inkomen

Nadere informatie

TOELICHTING VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013

TOELICHTING VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013 TOELICHTING VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE VELSEN 2013 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 5 Artikel 1. Begripsomschrijvingen...5 Lid 1. Wet...5 Lid 2. College...5 Lid 3. Compensatieplicht...5

Nadere informatie

GEMEENTEBLAD. Officiële publicatie van Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude

GEMEENTEBLAD. Officiële publicatie van Gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude Verordening kinderopvang op sociaal medische indicatie Haarlemmerliede en Spaarnwoude De raad van de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude; Gelezen het voorstel van het college 19 januari ; Gelet op

Nadere informatie

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ADVIES RAAD BRUMMEN

VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ADVIES RAAD BRUMMEN Verordening Maatschappelijke Advies Raad 2015 Brummen VERORDENING MAATSCHAPPELIJKE ADVIES RAAD 2015 BRUMMEN Verordening Maatschappelijke Advies Raad 2015 Brummen Inhoudsopgave Artikel 1 Begripsomschrijving...

Nadere informatie

VERORDENING WET INBURGERING HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE 2013

VERORDENING WET INBURGERING HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE 2013 BOB 13/001 VERORDENING WET INBURGERING HAARLEMMERLIEDE EN SPAARNWOUDE 2013 Aan de raad, In de Wet inburgering staan de regels voor inburgeren in Nederland. Per 1 januari 2013 wijzigt de Wet inburgering.

Nadere informatie

Toelichting op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2013

Toelichting op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2013 Toelichting op de Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Delft 2013 Inhoudsopgave: Achtergrond en opbouw Deel 1: Het compenseren van beperkingen Hoofdstuk 1. Begripsomschrijvingen

Nadere informatie

VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4

VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4 VERGADERING HAMERRAAD d.d. 19 juni 2012 AGENDA NR. III / 4 VOORSTEL 1. tot vaststelling van de verordening voorziening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Gennep en intrekking van het raadsbesluit

Nadere informatie

Onderwerp Wijziging Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen met betrekking tot compensatie ouderbijdrage doelgroepouders.

Onderwerp Wijziging Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen met betrekking tot compensatie ouderbijdrage doelgroepouders. Raadsvoorstel Vergadering : 26 maart 2013 Voorstelnummer : 03.06 Registratienummer : 12.026838 Portefeuillehouder : W. Hompe Afdeling : Beleid Bijlage(n) : 2 B&W-datum/nummer : 15 januari 2013, nummer

Nadere informatie

In chronologische volgorde behandelen we onderstaand de hoofdstukken uit de concept verordening Wmo 2015.

In chronologische volgorde behandelen we onderstaand de hoofdstukken uit de concept verordening Wmo 2015. Adviesraad Wmo Gemeente Wijk bij Duurstede Aan: College van B&W Gemeente Wijk bij Duurstede Wijk bij Duurstede, 24 september 2014 Betreft: Advies inzake de concept Wmo-verordening 2015, op de versie welke

Nadere informatie

gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg

gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg gemeente Steenbergen De Heen Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer Steenbergen Welberg Beleidsregels Kinderopvang Gemeente Steenbergen Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenbergen,

Nadere informatie

Gemeente Kerkrade. Nota van toelichting. Nr.: 12TI044. Kerkrade, 9 augustus 2012

Gemeente Kerkrade. Nota van toelichting. Nr.: 12TI044. Kerkrade, 9 augustus 2012 c Gemeente Kerkrade Nota van toelichting Nr.: 12TI044. Kerkrade, 9 augustus 2012 Behorend bij ontwerpbesluit nr. 12Rb044 Bijlagen 1. Concept Verordening Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemeente

Nadere informatie

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 30 september 2008, Nr. SBC/2008/934; besluit:

gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 30 september 2008, Nr. SBC/2008/934; besluit: Dordrecht Ontwerp besluit De RAAD van de gemeente Dordrecht; Raadsgriffie Spuiboulevard 238 3311 GR Dordrecht gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 30 september 2008, Nr.

Nadere informatie

VOORSTEL DRECHTRAAD CARROUSEL MIDDELEN 5 NOVEMBER 2013 VOORSTEL DRECHTRAAD 3 DECEMBER 2013

VOORSTEL DRECHTRAAD CARROUSEL MIDDELEN 5 NOVEMBER 2013 VOORSTEL DRECHTRAAD 3 DECEMBER 2013 Bijlage M1 VOORSTEL DRECHTRAAD CARROUSEL MIDDELEN 5 NOVEMBER 2013 VOORSTEL DRECHTRAAD 3 DECEMBER 2013 Portefeuillehouder Datum Status behandeling Carrousel R.T.A. Korteland 3 oktober 2013 opiniërend Steller

Nadere informatie

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 december 2014,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 december 2014, Agendanummer: 14 Vergadering: 27 januari 2015 De raad van de gemeente Winsum; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 december 2014, gezien de adviezen van de stichting

Nadere informatie

TOELICHTING OP VERORDENING INDIVIDUELE VOORZIENINGEN WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE LOCHEM

TOELICHTING OP VERORDENING INDIVIDUELE VOORZIENINGEN WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE LOCHEM TOELICHTING OP VERORDENING INDIVIDUELE VOORZIENINGEN WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE LOCHEM HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 3 Artikel 1. Begripsomschrijvingen... 3 Lid 1. Wet... 3 Lid 2.

Nadere informatie

De Kanteling in de Wmo. Drechtraad 4 oktober 2011

De Kanteling in de Wmo. Drechtraad 4 oktober 2011 De Kanteling in de Wmo Drechtraad 4 oktober 2011 Huidige situatie Wmo nog erg AWBZ-achtig (claim op zorg) Te veel voorziening- en zorggericht, te weinig focus op participatie. Te weinig vraag achter de

Nadere informatie

Raadsvoorstel 26 januari 2012 AB11.01201 RV2011.139

Raadsvoorstel 26 januari 2012 AB11.01201 RV2011.139 Raadsvergadering d.d. Casenummer Raadsvoorstelnummer Raadsvoorstel 26 januari 2012 AB11.01201 RV2011.139 Gemeente Bussum Vaststellen verordening Wet Inburgering 2012 Brinklaan 35 Postbus 6000 1400 HA Bussum

Nadere informatie

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Vs(27-06-2011) . De Raad van de gemeente Breda, gelezen het voorstel van het College, gelet op artikel 4 van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Nadere informatie

Nadere regels Financiële compensatieregeling Algemene voorziening hulp bij het huishouden 2015 en Huishoudelijke hulp toelage

Nadere regels Financiële compensatieregeling Algemene voorziening hulp bij het huishouden 2015 en Huishoudelijke hulp toelage GEMEENTEBLAD Officiële uitgave van gemeente Lisse. Nr. 48118 3 juni 2015 Nadere regels Financiële compensatieregeling Algemene voorziening hulp bij het huishouden 2015 en Huishoudelijke hulp toelage Artikel

Nadere informatie

Beoogd effect Actuele en toepasbare gemeentelijke regelgeving op het vlak van de voorzieningen voor onderwijshuisvesting.

Beoogd effect Actuele en toepasbare gemeentelijke regelgeving op het vlak van de voorzieningen voor onderwijshuisvesting. Portefeuillehouder Datum raadsvergadering M.C.T. Bakker-Smit 18 december 2014 Datum voorstel 04 november 2014 Agendapunt Onderwerp Regelgeving voorzieningen onderwijshuisvesting De raad wordt voorgesteld

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet BMWE 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet BMWE 2015 Nummer 10.1-01.2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet BMWE 2015 De raad van de gemeente Eemsmond; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 18 december 2014, gezien

Nadere informatie

Onderwerp: Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015

Onderwerp: Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015 Onderwerp: Verordening persoonlijk minimabudget gemeente Overbetuwe 2015 Ons kenmerk: 14RB000110 Nr. 8f De raad van de gemeente Overbetuwe; gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van

Nadere informatie

, HM iti i inmi i in11 IH ui i n i mi in iimi

, HM iti i inmi i in11 IH ui i n i mi in iimi GEMEENTE ļjl^ BEUNINGEN SC12.11869, HM iti i inmi i in11 IH ui i n i mi in iimi De raad der gemeente Beuningen; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 30 oktober 2012; Gelet op de Wet

Nadere informatie

TOELICHTING BIJ DE VERORDENING WMO GEMEENTE WAALWIJK 2013

TOELICHTING BIJ DE VERORDENING WMO GEMEENTE WAALWIJK 2013 TOELICHTING BIJ DE VERORDENING WMO GEMEENTE WAALWIJK 2013 ALGEMENE TOELICHTING 3 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING 5 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 5 Artikel 1. Begripsomschrijvingen... 5 Lid 1. Wet... 5

Nadere informatie

Toelichting op de verordening Wmo 2013 Achtergrond... 3

Toelichting op de verordening Wmo 2013 Achtergrond... 3 Toelichting op de verordening Wmo 2013 Achtergrond... 3 HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN 4 Artikel 1. Begripsomschrijvingen... 4 Lid 1. Wet... 4 Lid 2. College... 4 Lid 3. Compensatiebeginsel... 4 Lid

Nadere informatie

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Verordening tegenprestatie Participatiewet 2015 Kenmerk: 183277 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8a, eerste lid,

Nadere informatie

Gemeenteraad 2 maart 2010 Gemeenteblad

Gemeenteraad 2 maart 2010 Gemeenteblad Jaar: 2010 Nummer: 14 Besluit: Gemeenteraad 2 maart 2010 Gemeenteblad VERORDENING KINDEROPVANG HELMOND 2010 De raad van de gemeente Helmond; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 januari

Nadere informatie

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Heerenveen 2015

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Heerenveen 2015 Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive gemeente Heerenveen 2015 De raad van de gemeente Heerenveen; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en nummer]; Gelet op

Nadere informatie

De Verordening Wet inburgering gemeente Boxtel 2010 gewijzigd vast te stellen en met terugwerkende kracht in te voeren per 1 januari 2013.

De Verordening Wet inburgering gemeente Boxtel 2010 gewijzigd vast te stellen en met terugwerkende kracht in te voeren per 1 januari 2013. Datum: 26-2-13 Onderwerp Wijziging verordening Wet inburgering gemeente Boxtel 2010 Status Besluitvormend Voorstel De Verordening Wet inburgering gemeente Boxtel 2010 gewijzigd vast te stellen en met terugwerkende

Nadere informatie

WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ): VERORDENINGEN

WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ): VERORDENINGEN BOB 10/012 WET INVESTEREN IN JONGEREN (WIJ): VERORDENINGEN Aan de raad, Voorgeschiedenis / aanleiding Op 1 oktober 2009 is de Wet investeren in jongeren (WIJ) in werking getreden. De wet verplicht gemeenten

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul; nr. verordening en beleidsregel Kinderopvang,

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul; nr. verordening en beleidsregel Kinderopvang, De raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul; nr. verordening en beleidsregel Kinderopvang,, inzake gelet artikel 149 van

Nadere informatie

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2012

Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2012 Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2012 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Algemeen gebruikelijk:

Nadere informatie

In te stemmen met de voorgestelde wijzigingen en de Verordening Wmo 21 augustus 2012 vast te stellen. portefeuillehouder

In te stemmen met de voorgestelde wijzigingen en de Verordening Wmo 21 augustus 2012 vast te stellen. portefeuillehouder voorstel aan de raad 1 gemeente werkendam onderwerp verordening Wmo samenvatting Als gevolg van het project Kanteling moet het Wmo beleid worden gewijzigd. De Verordening, het Besluit en de Beleidsregels

Nadere informatie

Raadsvoorstel Reg. nr : 0710660 Ag nr. : Datum :20-12-07

Raadsvoorstel Reg. nr : 0710660 Ag nr. : Datum :20-12-07 Raadsvoorstel Reg. nr : 0710660 Ag nr. : Datum :20-12-07 Onderwerp Fraudeverordening Boxtel 2008 Status Besluitvormend Voorstel Vast te stellen de Fraudeverordening Boxtel 2008, onder gelijktijdige intrekking

Nadere informatie

RAADSVOORSTEL 08.0080 Herzien bij B&W besluit 08.0959, d.d. 7 oktober 2008. Rv. nr. : 08.0080 B&W-besluit d.d.: 2-9-2008 B&W-besluit nr.: 08.

RAADSVOORSTEL 08.0080 Herzien bij B&W besluit 08.0959, d.d. 7 oktober 2008. Rv. nr. : 08.0080 B&W-besluit d.d.: 2-9-2008 B&W-besluit nr.: 08. RAADSVOORSTEL 08.0080 Herzien bij B&W besluit 08.0959, d.d. 7 oktober 2008 Rv. nr. : 08.0080 B&W-besluit d.d.: 2-9-2008 B&W-besluit nr.: 08.0822 Naam programma +onderdeel: Programma Welzijn en Zorg onderdeel

Nadere informatie

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015

Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015 Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Enschede 2015 De raad van de gemeente Enschede, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2014, gelet op artikel

Nadere informatie

Hoofdstuk 2. Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive

Hoofdstuk 2. Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015 ( Leusden De raad van de gemeente Leusden; heeft het voorstel van burgemeester en wethouders gelezen van 11 november 2014. overwegende dat het

Nadere informatie

HULP BIJ HET HUISHOUDEN IN DE GEMEENTE VENLO

HULP BIJ HET HUISHOUDEN IN DE GEMEENTE VENLO Bijlage 3 bij collegevoorstel Wmo-besluit (18-12-2012) Notitie Maatschappelijke Ontwikkeling aan WMO-Forum team MOSAM steller PP Cox/I. Sijbers c.c. van onderwer p Ine Sijbers / Berdike Peters / Paul Cox

Nadere informatie

'1010 ZDB 2 2 DEC 2G03

'1010 ZDB 2 2 DEC 2G03 '1010 ZDB 2 2 DEC 2G03 Hendrik-Ido-Ambacht Drechtraad en Drechtstedenbestuur p/a Bureau Drechtsteden Postbus 619 3300 AP DORDRECHT uw brief van uwkenmerk SBC/aooS/gsS onskenmerk 65111 datum \ O/V*2-/ '^CrCiCS

Nadere informatie

VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE WESTVOORNE 2014 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE WESTVOORNE 2014 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING VERORDENING WET MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING GEMEENTE WESTVOORNE 2014 ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN... 3 Artikel 1. Begripsbepalingen 3 HOOFDSTUK 2. RESULTAATGERICHTE

Nadere informatie

VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING WEERT

VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING WEERT VERORDENING VOORZIENINGEN MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING WEERT 2013 Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Weert 2013 Inhoudsopgave Inleiding... 2 Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen...

Nadere informatie

Toestemming tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord

Toestemming tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord Datum: 25-6-13 Onderwerp Toestemming tot wijziging van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Brabant-Noord Status Besluitvormend Voorstel Het college toestemming te verlenen tot het wijzigen

Nadere informatie

onderwerp Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet

onderwerp Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet raadsbesluit gemeente werkendam zaaknummer 59874 onderwerp Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive Participatiewet gemeente Werkendam 2015 De raad van de gemeente Werkendam, gezien het

Nadere informatie

Beleidsregel Sociaal Medische Indicatie (SMI), juli 2014

Beleidsregel Sociaal Medische Indicatie (SMI), juli 2014 Beleidsregel Sociaal Medische Indicatie (SMI), juli 2014 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leeuwarden: Overwegende dat: de gemeente verantwoordelijk is voor het opstellen en uitvoeren

Nadere informatie

Voorgesteld besluit de Verordening Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Wijk bij Duurstede 2012 wordt vastgesteld.

Voorgesteld besluit de Verordening Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Wijk bij Duurstede 2012 wordt vastgesteld. Raadsvergadering, 19 juni 2012 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Vaststelling Verordening Peuterspeelzalen. Nr.: 505 Agendapunt: 9 Datum: 29 mei 2012 Onderdeel raadsprogramma: Samenleven Portefeuillehouder:

Nadere informatie

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden

Gemeente Achtkarspelen. Verordening Langdurigheidstoeslag WWB. Dienst Werk en Inkomen De Wâlden Gemeente Achtkarspelen Verordening Langdurigheidstoeslag WWB Dienst Werk en Inkomen De Wâlden November 2011 1 Gemeente Achtkarspelen de Raad van de gemeente Achtkarspelen; gelet op het bepaalde in artikel

Nadere informatie

Commissienotitie Reg. nr : 1110223 Comm. : MZ Datum : 20-06-11

Commissienotitie Reg. nr : 1110223 Comm. : MZ Datum : 20-06-11 Onderwerp Wet maatschappelijke ondersteuning, de kanteling in de gemeente Boxtel. Status oordeelvormend Voorstel 1. Kennis te nemen van bijgaande notitie De kanteling in de gemeente Boxtel. 2. Voor de

Nadere informatie

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende van 4 november 2014

gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende van 4 november 2014 . De Raad van de gemeente Heeze-Leende; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van Heeze-Leende van 4 november 2014 gelet op Artikel 149 Gemeentewet besluit vast te stellen:.

Nadere informatie

Beleidsregels Bijzondere bijstand Kinderopvang. 1 Algemeen. 2 Sociaal-medische indicatie

Beleidsregels Bijzondere bijstand Kinderopvang. 1 Algemeen. 2 Sociaal-medische indicatie Beleidsregels Bijzondere bijstand Kinderopvang 1 Algemeen Artikel 1 Begripsbepalingen In deze beleidsregels wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente

Nadere informatie

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013

Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Samenvatting Klanttevredenheidsonderzoek Wmo en de Benchmarks Wmo resultaten over 2013 Klanttevredenheidsonderzoek Het KTO is een wettelijke verplichting wat betreft de verantwoording naar de Gemeenteraad

Nadere informatie

AAN de voorzitter van de commissie Burgers en Samenleving. Geachte voorzitter,

AAN de voorzitter van de commissie Burgers en Samenleving. Geachte voorzitter, uw nummer uw datum ons nummer onze datum verzonden inlichtingen bij sector/afdeling doorkiesnr. 2012/U1T/43299 10 september 2012 F. van der Heide BS/Sociale Zaken 0475-359 812 AAN de voorzitter van de

Nadere informatie

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015

VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015 VERORDENING TEGENPRESTATIE PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015 DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 mei 2015 nr. TB 15.5037761; gelet op artikel 8a,

Nadere informatie

Raadsvergadering. Onderwerp Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Werk en Inkomen (GR RDWI)

Raadsvergadering. Onderwerp Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Werk en Inkomen (GR RDWI) RAADSVOORSTEL Raadsvergadering Nummer 17-12-2015 15-097 Onderwerp Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Werk en Inkomen (GR RDWI) Aan de raad, Onderwerp Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst

Nadere informatie

Toelichting: AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER. Raadsvergadering: 26 juni 2013. Registratienummer: TB 13.3745548. Agendapunt: 6

Toelichting: AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER. Raadsvergadering: 26 juni 2013. Registratienummer: TB 13.3745548. Agendapunt: 6 AAN DE RAAD VAN DE GEMEENTE TEN BOER Raadsvergadering: 26 juni 2013 Registratienummer: TB 13.3745548 Agendapunt: 6 Onderwerp: Contractering en tarieven huishoudelijke hulp 2014 Voorstel: 1. De volgende

Nadere informatie

Verordening Wmo & Jeugdhulp Gemeente Middelburg, Vlissingen & Veere

Verordening Wmo & Jeugdhulp Gemeente Middelburg, Vlissingen & Veere Verordening Wmo & Jeugdhulp Gemeente Middelburg, Vlissingen & Veere VERSIE: Concept inspraakprocedure 2 Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en algemene bepalingen...4 Artikel 1 Begripsbepalingen...

Nadere informatie

Nota van B&W. Onderwerp Verordening Wsw-raad

Nota van B&W. Onderwerp Verordening Wsw-raad Onderwerp Verordening Wsw-raad Nota van B&W Portefeuille H. van der Molen Auteur Dhr. P. Haker Telefoon 5114039 E-mail: phaker@haarlem.nl Reg.nr. SZW/BB/2008/84084 Bijlage A B & W-vergadering van 13 mei

Nadere informatie

Voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning

Voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning Voorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning Samenvatting Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning en Besluit maatschappelijke ondersteuning Drechtsteden Waarover

Nadere informatie

Collegebesluit. Onderwerp: Beleidsregels Participatiewet BBV nr: 2014/480552

Collegebesluit. Onderwerp: Beleidsregels Participatiewet BBV nr: 2014/480552 Collegebesluit Onderwerp: Beleidsregels Participatiewet BBV nr: 2014/480552 1. Inleiding In de raad van 30 oktober jl. zijn de verordeningen sociaal domein vastgesteld. Voor de Participatiewet betrof dat

Nadere informatie

Onderdeel raadsprogramma: Programma 6, zorg, welzijn en onderwijs Portefeuillehouder: Jan Burger

Onderdeel raadsprogramma: Programma 6, zorg, welzijn en onderwijs Portefeuillehouder: Jan Burger Raadsvergadering, 28 oktober 2014 Voorstel aan de Raad Onderwerp: Tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten Nr.: - Agendapunt: Voorbespreking Datum: 20 augustus 2014 Onderdeel raadsprogramma: Programma

Nadere informatie

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 maart 2013, nr. 13.04.12;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 maart 2013, nr. 13.04.12; Nr. 12A De raad van de gemeente Marum; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 7 maart 2013, nr. 13.04.12; gelet op artikel 8 eerste lid, onderdeel c en artikel 30 van de Wet werk en bijstand;

Nadere informatie

18 november 2013 9 2013/48 14 oktober 2013 wethouder J. Otterloo-Ripperda

18 november 2013 9 2013/48 14 oktober 2013 wethouder J. Otterloo-Ripperda Aan de raad van de gemeente Olst-Wijhe. Raadsvergadering d.d. Agendapunt Voorstelnummer Opiniërend besproken d.d. Portefeuillehouder 18 november 2013 9 2013/48 14 oktober 2013 wethouder J. Otterloo-Ripperda

Nadere informatie

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 Kenmerk: 184268 De raad van de gemeente Oldebroek; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste lid,

Nadere informatie

Inspraak op de Wmo verordening Dalfsen

Inspraak op de Wmo verordening Dalfsen Inspraak op de Wmo verordening Dalfsen De Wmo raad is gevraagd om een advies uit te brengen op het nieuwe gekantelde Wmo beleid van de gemeente Dalfsen. Hiervoor is de verordening eind augustus 2012 toegestuurd.

Nadere informatie

Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015

Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015 Toelichting bij Verordening maatschappelijke ondersteuning Utrecht 2015 Inleiding De wet bepaald dat de gemeente een verordening dient vast te stellen ten behoeve van de uitvoering van het door de gemeenteraad

Nadere informatie

Raadsvoorstel. Koers in het sociale domein. Maatschappelijke participatie kaderstelling Koers in het sociale domein

Raadsvoorstel. Koers in het sociale domein. Maatschappelijke participatie kaderstelling Koers in het sociale domein Titel Nummer 14/63 Datum 21 augustus 2014 Programma Fase Onderwerp Maatschappelijke participatie kaderstelling Gemeentehuis Bezoekadres Kerkbuurt 4, 1511 BD Oostzaan Postadres Postbus 20, 1530 AA Wormer

Nadere informatie

Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard);

Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard); Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Sociale Dienst Bommelerwaard (hierna te noemen Sociale Dienst Bommelerwaard); Gezien het voorstel van het Dagelijks Bestuur van 22 november 2012;

Nadere informatie

A.J. Gerritsen 25 september 2014

A.J. Gerritsen 25 september 2014 Portefeuillehouder Datum raadsvergadering A.J. Gerritsen 25 september 2014 Datum voorstel 15 juli 2014 Agendapunt Onderwerp Publicatie van gemeentelijke kennisgevingen De raad wordt voorgesteld te besluiten:

Nadere informatie

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive. Participatiewet 2015

Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive. Participatiewet 2015 Nr. 2014/78 De raad van de gemeente Leeuwarderadeel; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.21 oktober 2014; gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel d en artikel 60b

Nadere informatie